Plant Protection Act, 2020 (No. 78 of 2020)
颁布于 2020-03-31 · 文本截至 2026-10-01
以研究形式发布的公开法律与官方指引,不构成法律、税务或金融建议。
研究内容本身以英文撰写。标题和标签已翻译,调查结果和引文未翻译。
关于这部法律
- 原标题
- Wet van 31 maart 2020, houdende regels ter voorkoming van de introductie, verspreiding en ter beheersing van plagen in planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen. (Plantenbeschermingswet 2020).
- 语言
- English
- 类型
- 法令
- 组织
- Amazon Cooperation Treaty Organization
- 国家
- 苏里南
- 主题
- Cultivated plants
- 关键词
- basic legislation, plant protection, pests/diseases, inspection, international trade, certification, international agreement-implementation, enforcement/compliance, offences/penalties
- 类别
- *, agriculture
在哪里阅读
该法律没有记录来源链接。
文本
所收录的法律原文,按条款排列。每个条款都有自己的链接。
2020 STAATSBLAD VAN DE REPUBLIEK SURINAME No. 78 Wet van 31 maart 2020, houdende regels ter voorkoming van de introductie, verspreiding en ter beheersing van plagen in planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen. (Plantenbeschermingswet 2020). DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SURINAME, In overweging genomen hebbende, dat het nodig is regels betreffende plantenbescherming vast te stellen; Heeft, na goedkeuring door De Nationale Assemblée, de Staatsraad gehoord, bekrachtigd de onderstaande wet: HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen Artikel 1 1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. beheersing b. container : alle maatregelen of technieken die gericht worden uitgevoerd met als doel om de plaagpopulatie te reduceren, onder controle te lcrijgen of te eradiceren; : een doos, karton, zak of andere verpaldcing, waarin planten, plantaardige producten of andere, gereguleerde goederen die plagen zouden kunnen herbergen, worden getransporteerd; 2020 -2- No. 78 c. desinfestatie : maatregelen om een populatie van een schadelijk organisme te elimineren; d. dienst : de Dienst Plantenbescherming en Kwaliteitskeuringen; de National Plant Protection Organisation van Suriname (NPPO); e. directeur : de directeur van het Ministerie belast met de zorg voor landbouwaangelegenheden; f. doorvoer : het binnenbrengen, vervoeren, lossen, overladen of opslaan van goederen afkomstig van het buitenland, met als doel dat ze weer verder vervoerd worden naar een ander land; g. eradicatie : het toepassen van gerichte fytosanitaire maatregelen ter eliminatie van een plaag uit een ornschreven gebied; h. exporteur : iedereen, die zij het als eigenaar, ontvanger, agent, makelaar of anderszins, in het bezit is van of op een andere manier aanspraak maakt op het beheer van enige plant, plantaardig product of ander gereguleerd goed, welke uit het land weggaat naar een ander land; i. fytosanitaire actie : een officile handeling zoals inspectie, testen, surveillance of behandeling, verricht om een fytosanitaire maatregel uit te voeren; j. fytosanitair certificaat : een officieel document of haar electronisch equivalent, dat overeenkomt met het modelcertifícaa van de International Standard For Phytosanitary Measures no. 12 (ISPM no. 12), dat bevestigt dat een zending voldoet aan de fytosanitaire importvereisten; k. fytosanitaire certificering : fytosanitaire procedures die leiden tot de afgifte van een fytosanitair certificaat; 1. fytosanitaire importvereiste : specifieke fytosanitaire maatregelen vastgesteld door een importerend land met betrekking tot zendingen die dat land binnenkomen; 2020 -3- No. 78 m. fytosanitaire maatregel n. fytosanitaire regeling : o. GAP p. gereguleerde goederen: q. gereguleerde plaag r. gereguleerde niet-quarantaine plaag : s. goedkeuring vooraf t. importeur een procedure met het doel verhindering van de introductie of verspreiding van quarantaine plagen of minimalisering van de economische gevolgen van gereguleerde non-quarantaine plagen; officile regeling om de introductie of verspreiding van quarantaine plagen te voorkomen of de economische gevolgen van gereguleerde non quarantaineplagen te minimaliseren en het vaststellen van procedures voor fytosanitaire certificering; Good Agriculture Practices (Goede Agrarische Praktijken); planten, plantaardige producten, opslagplaatsen, verpakkingen, transportmiddelen, containers, grond en andere organismen,voorwerpen of materialen die in staat zijn om plagen te herbergen of te verspreiden, die geach worden fytosanitaire rnaatregelen te vereisen, met name als het gaat om internationaal vervoer; een quarantaine of gereguleerde niet-quarantaine plaag; een niet-quarantaine plaag waarvan aanwezigheid in planten, bestemd voor het planten, onaanvaardbare economische consequenties heeft voor het beoogde gebruik van deze planten en derhalve gereguleerd is op het grondgebied van het importerend land; fytosanitaire certificering of vrijgave in het land van origine uitgevoerd door of onder de reguliere supervisie van de Dienst; iedereen, die zij het als eigenaar, ontvanger, agent, makelaar of anderszins, in het bezit is van of op een andere manier aanspraak maakt op het beheer van enige plant, plantaardig product of ander gereguleerd goed, welke in het land is gearriveerd of verwacht wordt te zullen arriveren vanuit een ander land; 2020 -4- No. 78 u. Inspectie v. IPPC w. LMO : een door de Dienst uitgevoerd visueel onderzoek van planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen om de aanwezigheid van plagen na te gaan en of het materiaal voldoet aan de fytosanitaire regels; : International Plant Protection Convention; : Living Modified Organism: een levend organisme dat een nieuwe combinatie van genetisch materiaal bezit dat is verkregen door het gebruik van technieken uit moderne biotechnologie; x. Minister : de Minister belast met de zorg voor landbouw aangelegenheden; y. Ministerie : het Ministerie belast met landbouwaangelegenheden; z. plaag : elke soort, stam of biotype van plant, dier of pathogeen die schadelijk is voor planten of plantaardige producten; met in begrip van LMO's en invasieve soorten; aa, plaagrisico analyse : analyse ter vaststelling van het gevaar van een plaag; het proces ter evaluering van biologisch of ander wetenschappelijke en economische data om vast te stellen of een plaag gereguleerd behoort te worden en de fytosanitaire maatregelen die hiertegen genomen dienen te worden, bb. plantaardige producten : elk onverwerkt materiaal van plantaardige oorsprong inclusief graan en de bewerkte producten die vanweg hun aard of bewerkingsproces een gevaar zouden kunnen vormen voor de introductie en verspreiding van plagen; cc. planten : levende planten of delen daarvan, inclusief zaden en kiemplasma; dd. quarantaine : officile isolering van planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen, plagen of nuttige organismen voor observatie, onderzoek, testen, behandeling of nadere inspectie, 2020 -5- No. 78 ee. quarantaine plaag ff. SPS gg. surveillance hh. survey ii. monitoring jj. test kk. uitbraak : een plaag met potentieel economische gevolgen voor een gebied dat daardoor bedreigd wordt en daar nog niet, of wel aanwezig is, maar niet wijd verspreid is en officieel beheerst wordt en als zodanig bij beschikking wordt vastgesteld; : Sanitary and Phytosanitary Standards : een officieel proces uitgevoerd om data te verzamelen en te documenteren over de aanwezigheid of afwezigheid van een plaag door survey, monitoring of andere procedures, : een officieel proces uitgevoerd door de Dienst gedurende een gedefinieerde periode in een omschreven gebied of plaats van productie om de aanwezigheid of afwezigheid van plagen, karakteristieken van een plaagpopulatie of grenzen van de plaagpopulatie vast te stellen, : een officieel continu proces dat wordt uitgevoerd voor de verificatie van fytosanitaire situaties, : officieel onderzoek, anders dan visueel, om vast te stellen of plagen aanwezig zijn of te identificeren of aan bijzondere fytosanitaire eisen is voldaan; : en recentelijk gedetecteerde plaagpopulatie, inclusief een invasie of een plotselinge significante toename van een gevestigde plaagpopulatie in een omschreven gebied; 11. voorlopige maatregelen : fytosanitaire voorschriften of procedures die zijn ingesteld zonder volledige technische rechtvaardiging vanwege een tekort aan adequate informatie. Deze maatregel is onderhevig aan periodiek herziening en volledige technische rechtvaardiging voor korte termijn; 2020 -6- No. 78 mm. WTO : World Trade Organization (Wereld Handels Organisatie) nn. zending : een hoeveelheid planten, plantaardige producten of andere gereguleerde goederen, die worden getransporteerd van het ene naar het ander land en die gedekt zijn door één fytosanitair certificaat, 2. De betekenis van de in lid 1 gebezigde termen volgens de IPPC en het SPS verdrag van de WTO en de daarmee gepaard gaande standaarden en richtlijnen, derogeren de bovengenoemde definities. HOOFDSTUK 2 Dienst Plantenbescherming en Kwaliteitskeuringen Taken van de Dienst Artikel 2 1. De Dienst Plantenbescherming en Kwaliteitskeuringen van het Ministerie is verantwoordelijk voor alle maatregelen ter beheersing van en ter voorkoming van de introductie en verspreiding van plagen in planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen in Suriname en bij de invoer, uitvoer, doorvoer en wederuitvoer, inet in acht neming van de regelgeving van de IPPC en het SPS verdrag van de WTO en de Kwaliteitskeuringen. 2. De Dienst is de NPPO van Suriname. Het hoofd van de Dienst vertegenwoordigt Suriname bij de Commission on Phytosanitaire Measures (CPM) van de IPPC alsmede op alle bilaterale, regionale en internationale fora voor fytosanitaire aangelegenheden, en rapporteert gereguleerde plagen en de getroffen fytosanitaire maatregelen aan de Directeur, de Minister en het IPPC secretariaat en oefent tevens alle functies uit die door IPPC zijn toebedeeld aan een NPPO. 3. De Dienst verstrekt op aanvraag, informatie aan andere landen over toegepaste fytosanitaire maatregelen, 4. De Dienst is belast met de uitgifte van fytosanitaire certificaten. 5. De Dienst geeft toestemming voor import van planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen, die geen fytosanitaire risico met zich meebrengen. 6. De Dienst is verantwoordelijk voor het opstellen van lijsten van quarantaine-plagen, gereguleerde niet-quarantaine-plagen, gereguleerde goederen en van plaagorganismen van nationaal belang. Deze lijsten dienen regelmatig bijgewerkt en gepubliceerd te worden. 2020 -7- No. 78 7. De Dienst verricht onderzoek op het gebied van gewasbescherming en de ontwikkeling van mogelijkheden voor diagnose van plagen; 8. De Dienst kan voor de uitvoering van plaagdiagnoses, laboratoria aanwijzen die voldoen aan de eisen van artikel 45 onder m. 9. De Dienst is verantwoordelijk voor de procedures bij het uitvoeren van de taken en kan hiervoor nadere regels vaststellen. 10. Het hoofd van de Dienst ziet erop toe dat alle functionarissen hun taken naar behoren uitoefenen. HOOFDSTUK 3 Inspeeteurs Artikel 3 1. De Minister benoemt op voordracht van het hoofd van de Dienst, medewerkers van de Dienst tot inspecteurs voor het uitoefenen van de krachtens deze wet aan hem toebedeelde taken. 2. Om tot inspecteur benoemd te worden moet aan de volgende vereisten worden voldaan: a. minimaal een middelbare beroepsgerichte opleiding in de agrarische richting; b. een interne opleiding met succes hebben afgerond en c. van onbesproken gedrag zijn; 3. Indien niet genoeg gekwalificeerde krachten bij de Dienst aanwezig zijn, kan de Minister in overleg met het hoofd van de Dienst door sollicitatie hierin voorzien. 4. De inspecteurs hebben de volgende taken: a. het inspecteren en registreren van planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen die geteeld worden, in opslag zijn of getransporteerd worden om de introductie, het bestaan, de uitbraak en verspreiding van plagen te voorkomen; b. het inspecteren en registreren van planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen, bestemd voor invoer, uitvoer, doorvoer en wederuitvoer, om vast te stellen of zij zijn geïnfecteerd of geïnfesteerd en waar nodig de aanwezigheid of afwezigheid van een plaag in de zendingen te onderzoeken o.a. door het nemen van monsters; c. het inspecteren dat desinfectie of desinfestatie van zendingen voor zowel de invoer, doorvoer, uitvoer, als de wederuitvoer heeft plaatsgevonden, 2020 -8- No. 78 d. het inspecteren van vliegtuigen, schepen en pleziervaartuigen, die in Suriname arriveren en panden waar het verwerken of wassen van geïmporteerde planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen plaatsvindt, om na te gaan of zij een bedreiging vormen voor de plantaardige hulpbronnen en het milieu in Suriname en of daarbij de nodige fytosanitaire maatregelen getroffen worden; e. het uitvoeren van detectie activiteiten van plagen;. f. het erop toe te zien dat planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen bestemd voor de invoer, doorvoer, uitvoer en de wederuitvoer, voldoen aan de gestelde fytosanitaire vereisten en dat de juiste fytosanitaire maatregelen getroffen worden; g. het inspecteren, registreren, survey uitvoeren en monitoren van plagen tijdens de productiefase van planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen om de uitbraak en verspreiding tijdig te kunnen voorkomen, detecteren, rapporteren, beheersen of elimineren; 5. Bij de uitoefening van de taken door de inspecteur zal hij zich vooraf moeten identificeren door middel van een door de Dienst verstrekt identificatiebewijs. 6. Bij twijfel aan het resultaat van de inspectie is het hoofd van de Dienst bevoegd een herinspectie te laten verrichten onder zijn directe toezicht. 7. Bij twijfel aan het resultaat van de inspectie mag de eigenaar van het geïnspecteerde, een verzoek indienen bij het hoofd van de Dienst om een herinspectie te laten verrichten onder zijn directe toezicht. HOOFDSTUK 4 Fytosanitair Fonds Artikel 4 1. Er wordt samen met de minister van Financin een fytosanitair fonds opgericht om financile middelen beschikbaar te stellen om acuut te kunnen ingrijpen in fytosanitaire gevallen. 2. De middelen van het Fonds zullen bestaan uit 50% van de heffingen voortvloeiende uit deze wet, uitgezonderd de heffingen in de rijstsector. Als aanvangkapitaal wordt door de Regering een bedrag van SRD 1.000.000,- (één Miljoen Surinaamse Dollars) beschikbaar gesteld. 3. Nadere regels betreffende het beheer van het Fonds worden bij beschikking van de Minister in samenspraak met de Minister van Financin vastgesteld. 2020 -9- No. 78 HOOFDSTUK 5 INVOER EN DOORVOER Artikel 5 1. Voorzover in deze wet niet anders is bepaald is invoer en doorvoer verboden van: a. planten, b. plantaardige producten en; c. andere gereguleerde goederen. 2. De Minister stelt regels vast voor het invoeren van planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen die bestemd zijn voor wetenschappelijke of experimentele doeleinden, die nodig zijn ter bescherming van plantaardige hulpbronnen en het milieu, 3. De Minister kan ter bescherming van plantaardige hulpbronnen en het milieu op advies van de Dienst: a. acties ondernemen ter voorkoming van de introductie en verspreiding van plagen; b. een fytosanitaire noodsituatie afkondigen in gevallen zoals omschreven in artikel 18 lid 1. 4. Door de Directeur kan, gehoord de Dienst, al dan niet onder bepaalde voorwaarden voor een zending ontheffing worden verleend van het bepaalde in lid 1 van dit artikel en artikel 6 lid 1. Artikel 6 Voor de invoer en doorvoer van de planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen is vereist: 1. een toestemming tot invoer en doorvoer als bedoeld in artikel 8 lid 1; 2. een origineel fytosanitair certificaat, afgegeven door de bevoegde autoriteiten van het land van herkomst dat in overeenstemming is met de bepalingen van de IPPC en dat een geldigheid heeft van niet meer dan 14 dagen vóór de goederen Suriname binnenkomen. 3. voor wat betreft bewerkte diepvriesfruit- en groenten, alleen toestemming tot invoer. 2020 -10- No. 78 Artikel 7 Planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen mogen Suriname slechts binnenkomen via de officikle plaats(en) van binnenkomst met inachtneming van de wettelijke voorschriften. Artikel 8 1. Voor het verkrijgen van toestemming tot invoer en doorvoer, krachtens artikel 6 lid 1, zal de importeur een aanvraag vóór het plaatsen van de bestelling van inkoop bij de verkoper indienen bij de Dienst volgens de procedures voorgeschreven bij beschiklcing van de Minister. 2. Bij de beoordeling van de aanvraag voor het verkrijgen van toestemming tot invoer en doorvoer, zal de Dienst de bestaande nationale - en internationale standaarden en richtlijnen hanteren voor het verrichten van een plaagrisico-analyse om de toe te passen fytosanitaire maatregelen te kunnen vaststellen, ter voorkoming dat introductie en verspreiding van plagen plaatsvindt. 3. De toestemmingsbrief van de Dienst is nodig ter verkrijging van een vergunning door het Ministerie belast met Handel. HOOFDSTUK 6 INSPECTIE BIJ INVOER EN DOORVOER Artikel 9 1. Alle planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen zullen bij de invoer en doorvoer onderworpen worden aan een inspectie op de plaats van binnenkomst in Suriname. 2. De Dienst kan op verzoek van de importeur overeenkomen dat de inspectie van de zendingen op een andere locatie en tijdstip geschiedt. Voor transport van de zending van de plaats van binnenkomst naar een andere afgesproken inspectielocatie geeft de Dienst een bewijs van ontheffing aan de importeur volgens een nader te bepalen model, zodat de zending door de Douane wordt vrijgegeven voor transport. 3. De gevolgen van de inspecties zijn voor risico en aansprakelijkheid van de importeur. 2020 -11- No. 78 4. Als de zegel van een container met planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen door de daartoe bevoegde autoriteiten wordt gebroken, dient een inspecteur van de Dienst aanwezig te zijn. 5. Bij de inspectie dient het openen van de zending of daarin verpakte producten te geschieden op aanwijzing van een inspecteur door de importeur of een door deze aangewezen vertegenwoordiger. 6. Bij doorvoer wordt de zending in de regel niet geopend, de inspecteur oefent documentencontrole uit. Indien de inspecteur vermoedens heeft van een plaaginfestatie, worden de doorvoer zendingen wel geopend met medewerking van andere autoriteiten betrokken bij de in- en doorvoer en de belanghebbende. 7. De Dienst is geen vergoeding verschuldigd voor de monsters die voor onderzoek worden meegenomen. 8. Door de Dienst zal in overleg met de importeur worden bepaald waar en op welke wijze de nog niet geïnspecteerde zendingen zullen worden opgeslagen. 9. Als bij inspectie wordt vastgesteld dat alle benodigde documenten in orde zijn en de ingevoerde planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen geen gevaar vormen voor de introductie en verspreiding van plagen, wordt de zending goedgekeurd en vrijgegeven aan de importeur om deze in het vrije verkeer te brengen. Door de inspecteur wordt dan een bewijs afgegeven volgens een bij beschikking vast te stellen model. Artikel 10 1. Op grond van het resultaat van de inspectie bij invoer en doorvoer, kan door de Dienst worden bepaald, dat de zending of bepaalde producten uit de zending op een door haar aangegeven wijze en vastgestelde tijd een ontsmetting, een andere erkende behandeling of een herinspectie dienen te ondergaan. 2. De ontsmette of behandelde zending wordt aan een herinspectie onderworpen en na goedkeuring van de zending, kan het in het vrije verkeer worden gebracht. 3. De gevolgen van de ontsmetting, herontsmetting, herinspectie of een andere erkende behandeling, zijn voor risico van de importeur. 4. Indien na het vrijgeven van een zending blijkt dat deze een gevaar vormt voor de gezondheid van mens, plant, dier en het milieu, wordt de zending door de Dienst teruggehaald en vernietigd. 2020 -12- No. 78 Artikel 11 Afval van planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen aficomstig van internationale transportmiddelen zoals vliegtuigen en schepen moet op een verantwoorde wijze volgens de daarvoor aangegeven procedures worden geYnspecteerd, verzameld, afgehandeld en vernietigd. HOOFDSTUK 7 IN BESLAGNAME, AFKEURING EN VERNIETIGING Artikel 12 1. Als tijdens een inspectie wordt vastgesteld dat de ingevoerde of door te voeren zending niet vergezeld is van de nodige, juiste documenten of de zending risico met zich meebrengt door de introductie en verspreiding van plagen, wordt deze door de Dienst in beslag genomen en de importeur hieromtrent schriftelijk bericht. 2. De inbeslagname kan worden opgeheven, indien de ontbrekende documenten zijn ontvangen, behalve als na inspectie blijkt dat de zending een risico vormt. Als de zending een risico vormt dan wordt dat afgekeurd. 3. Bij afkeuring zal de importeur daarvan schriftelijk worden medegedeeld dat de zending, binnen zeven dagen het volgende moet ondergaan: a. een verantwoorde behandeling teneinde het risico te elimineren; b. terugzenden naar land van herkomst of c. van bestemming of gebruik veranderen met goedkeuring van de daartoe relevante autoriteiten of d. verbeurdverklaring en vernietiging. 4. De Dienst mag afzien van de termijn van zeven dagen en de schriftelijke mededeling, in gevallen waarbij vernietiging van de zending noodzakelijk is. 5. De zendingen die niet binnen twee weken na binnenkomst in Suriname zijn opgehaald worden door de Dienst vernietigd, hetgeen ook geldt voor zendingen waarvan de ontvanger onbekend is. 6. Planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen, die in strijd met deze wet zijn ingevoerd worden vernietigd zonder dat daaraan enig recht op schadevergoeding kan worden ontleend, ongeacht de terzake in te stellen strafvervolging. 2020 -13- No. 78 7. De Dienst zal na het nemen van monsters de in beslag genomen zending verzegelen, zodat het geen gevaar vormt voor de introductie en verspreiding van plagen. 8. De ingevoerde of door te voeren planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen, worden vernietigd, indien deze door de Dienst op grond van de staat van de zending geacht worden een gevaar te vormen voor de gezondheid van mens, plant, dier en het milieu. Artikel 13 De Dienst is bevoegd: a. om locaties als plantquarantainepost aan te wijzen waar planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen in quarantaine worden gehouden voor fytosanitaire observaties, onderzoek, inspectie, testen, behandeling, in bewaringneming of vernietiging; b. te eisen dat ingevoerd materiaal wordt gehouden of geteeld op een plantquarantainepost of op een andere locatie die door haar wordt aangewezen en onder haar toezicht zal blijven gedurende de periode die door haar nodig wordt geacht. Artikel 14 Alle planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen die worden ingevoerd of doorgevoerd zonder dat daarvoor door de Dienst toestemming is verleend, moeten door de bevoegde autoriteiten op de officiele plaats van binnenkomst in Suriname of bij verantwoordelijken van particuliere verschepingsbedrijven of posterijen, in bewaring worden genomen, waarvan de Dienst onmiddelijk op de hoogte moet worden gesteld, zodat onder haar toezicht tot vernietiging van de zending kan worden overgegaan. HOOFDSTUK 8 VOORKOMEN VAN VERSPREIDING EN ERADICATIE VAN PLAGEN Artikel 15 Elke gerechtigde van een perceel, pand of gebied, ongeacht de rechtstitel, behoort de Dienst en de Districts Commissaris zo spoedig mogelijk op de hoogte te stellen, indien quarantaine plagen aanwezig zijn of vermoed wordt dat deze daar aanwezig zijn. 2020 -14- No. 78 Artikel 16 1. De Minister kan bij beschikking, op advies van de Dienst: a. een perceel, pand of gebied dat geïnfecteerd of geïnfesteerd is met een quarantaine plaag of indien zulks vermoed wordt, verklaren als te zijn onder quarantaine; b. maatregelen treffen voor het behandelen van planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen, als ze zijn geïnfecteerd of geïnfesteerd om de verspreiding van plagen te voorkomen of te beheersen; c. een periode voor quarantaine voorschrijven of; d. andere maatregelen treffen die noodzakelijk worden geacht. 2. In een quarantaine locatie of gebied is verboden: a. het verplaatsen van zendingen, planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen vanuit die locatie of gebied naar een ander gebied of om vanuit een bepaald lokatie /gebeid te brengen naar het quarantiane gebied. b. het beplanten of herbeplanten van planten die geïnfecteerd of geïnfesteerd zijn met plagen. Artikel 17 1. Als een quarantaine plaag of een andere gereguleerde plaag op een bepaalde locatie of gebied aanwezig is, zal de Dienst: a. een dergelijke locatie of gebied betreden, alle planten, plantaardige producten en gereguleerde goederen inspecteren en monsters nemen; b. middels een schriftelijke kennisgeving eisen dat de eigenaar of bewoner van een dergelijke locatie of gebied en indien nodig, de eigenaar of bewoner van elk perceel of pand in de nabijheid, binnen een aangegeven periode, die maatregelen op zijn perceel of pand treft die de Dienst noodzakelijk acht om de verspreiding van die plaag te voorkomen, te beheersen of te eradiceren. 2. Indien nodig kunnen monsters voor een bepaalde periode, die afhankelijk is van het gewas of het product, als bewijsmateriaal bewaard worden. Artikel 18 1. De Minister kan op basis van een inspectie of op basis van het resultaat van een laboratorium analyse van monsters, op advies van de Dienst, ter bescherming van plantaardige hulpbronnen en het milieu, een fytosanitaire noodsituatie afkondigen. 2020 -15- No. 78 2. Deze aficondiging wordt openbaar gemaakt middels bekendmaking via de media. Artikel 19 Als een eigenaar of bewoner in gebreke blijft om de schriftelijke kennisgeving als bedoeld in artikel 17 lid 1 sub b na te leven, is de inspecteur bevoegd om met ondersteuning van de politie of een ander daartoe bevoegde autoriteit, dat perceel of pand te betreden teneinde de noodzakelijke maatregelen te treffen waaronder de planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen in beslagnemen en te vernietigen om de verspreiding van de plaag te voorkomen, te beheersen of te eradiceren. Artikel 20 1. De Dienst beoordeelt regelmatig de situatie van elke locatie of gebied dat onder quarantaine is geplaatst. 2. Indien de quarantaine plaag niet langer aanwezig is of volgens de Dienst het niet langer noodzakelijk is dat de toestand van quarantaine voor een deel of het geheel gehandhaafd wordt, zal de Minister middels bekendmakingen via de media aan de bewoners of eigenaars van vermeld gebied berichten dat de toestand van quarantaine is opgeheven. Artikel 21 1. In gevallen waarbij volgens de Dienst een bepaald gebied vrij is van een zekere plaag, worden fytosanitaire maatregelen genomen om te garanderen dat het gebied van de plaag gevrijwaard blijft en wordt hiervoor een monitoring- en surveillancesysteem ingesteld. 2. De Minister kan dit gebied verklaren als te zijn een plaagvrij gebied. 3. In gebieden waar volgens de Dienst de populatie van de plaag laag is, worden fytosanitaire maatregelen genomen om deze op laag niveau te houden en wordt een monitoring- en surveillancesysteem ingesteld om na te gaan of de plaag op een laag niveau blijft. 4. De Minister kan dit gebied verklaren als te zijn een gebied met een laag plaag voorkomen. 2020 -16- No. 78 Artikel 22 Producenten van plantaardige producten dienen bij het toepassen van beheersmaatregelen om een plaag te voorkomen, te beheersen of te eradiceren, deze te doen volgens de GAP standaarden, bij gebreke waarvan de Dienst over gaat tot het treffen van fytosanitaire maatregelen zoals vernietiging van de aanplant. HOOFDSTUK 9 FYTOSANITAIRE CERTIFICERING VOOR UITVOER EN WEDERUITVOER Artikel 23 1. Het is verboden planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen uit te voeren of weder uit te voeren, tenzij: a. de zending geïnspecteerd is door de Dienst, b. een fytosanitair certificaat voor uitvoer respectievelijk wederuitvoer door de Dienst is verstrekt en; c. deze voorzien zijn van alle benodigde documenten. 2. De Dienst zal na indiening van het aanvraagformulier voor de uitvoer of wederuitvoer waarvan het modelformulier bij beschikking vastgesteld wordt, overgaan tot: a. het inspecteren van de zending op fytosanitaire integriteit en kwaliteit, daarbij ook rekening houdend met de vereisten van het importerend land; b. het vrijgeven van de zending voor uitvoer respectievelijk wederuitvoer door het uitschrijven van een fytosanitair certificaat volgens het model van ISPM 12 van de IPPC, indien de zending voldoet aan de fytosanitaire vereisten van Suriname en het importerend land, of deze weigeren, indien niet voldaan is aan deze vereisten. De zending is dan afgekeurd voor uitvoer en wederuitvoer. Ingeval de zending bestaat uit verschillende containers met verschillende soorten producten, wordt de hele partij van hetzelfde product afgekeurd. 3. Na de uitgifte van het fytosanitair certificaat voor uitvoer of wederuitvoer, zal de exporteur de zending uitvoeren. 2020 -17- No. 78 4. Indien een fytosanitair certificaat al is uitgegeven en de Dienst op basis van wetenschappelijk bewijs of in geval een specifiek plaagrisico over het hoofd is gezien, vermoedt dat de fytosanitaire integriteit van de zending niet gewaarborgd is, wordt het uitgegeven fytosanitair certificaat ingetrokken en ongeldig verklaard. Artikel 24 Planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen die voor uitvoer of wederuitvoer worden aangeboden, zonder een geldig fytosanitair certificaat moeten door de bevoegde autoriteiten op de officile plaats van uitvoer in Suriname of bij verantwoordelijken van particuliere verschepingsbedrijven of bij posterijen, in bewaring worden genomen en de Dienst moet hiervan onmiddelijk op de hoogte worden gesteld, waardoor onder haar toezicht tot vernietiging van de zending kan worden overgaan. Deze inbewaringneming zal worden beschouwd als te zijn een actie ondernomen door de Dienst. Artikel 25 1. De producenten van plantaardige producten dienen het GAP systeem conform de richtlijnen van het Ministerie toe te passen, dienen geregistreerd te zijn bij het Ministerie en ontvangen een producentencode. 2. De exporteurs van plantaardige producten dienen bij het Ministerie geregistreerd te zijn, ontvangen een exportcode en nemen alleen producten af van producenten met een producentencode. 3. Door de dienst wordt een register bijgehouden van de geregistreerde exploitanten, producenten, importeurs en exporteurs van plantaardige producten. 4. De exporteurs dienen een traceerbaarheidssysteem te hebben waarmee alle informatie over de herkomst van de te exporteren producten kan worden nagetrokken; deze dient te voldoen aan de door de Dienst bepaalde voorwaarden. 5. Elke exporteur dient een kwaliteitsmanager in dienst te hebben belast met de vóórinspectie op de te exporteren goederen. 6. De exporteur moet de inspecteur de nodige medewerking verlenen bij het verrichten van de inspectie werkzaamheden. 7. De exporteur moet de door de Dienst vereiste middelen beschikbaar stellen voor de inspecties. 2020 -18- No. 78 8. De inspectie ruimten moeten voldoen aan de door de Dienst gestelde voorwaarden. HOOFDSTUK 10 INRICHTINGEN, GEBIEDEN EN PLAATSEN VAN PRODUCTIE Artikel 26 1. Een natuurlijke persoon of een rechtspersoon die zich bezig houdt met de uitvoer van planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen, dient middels een formulier bij de Dienst een aanvraag in voor registratie van het bedrijf met vermelding van de locaties waar planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen zullen worden geteeld of voorbereid voor uitvoer en wederuitvoer en dient ook de volgende informatie te verstrekken: a. documenten met een beschrijving van de teelt of een ontwerpspecificatie voor de exploitatie en onderhoud van het bedrijf; b. andere door de Dienst vereiste documenten zoals aangegeven bij beschikking. 2. Het is toegestaan dat meerdere exporteurs gebruik maken van de gebouwen en locaties waar planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen worden geteeld of voorbereid voor uitvoer en wederuitvoer. Artikel 27 1. De Dienst beoordeelt een aanvraag die ingevolge artikel 26 is ingediend en voert binnen vijf werkdagen na ontvangst hiervan, een inspectie uit op de locatie. 2. Indien de aanvrager voldoet aan de voorgeschreven vereisten voor registratie van het bedrijf, keurt de Dienst de aanvraag binnen vijf werkdagen na de inspectie goed, registreert het bedrijf en kan, zonodig specifieke of aanvullende operationele en fytosanitaire eisen stellen. 3. Indien de aanvrager niet voldoet aan de voorgeschreven vereisten voor registratie van het bedrijf, weigert de Dienst de aanvraag binnen vijf werkdagen na de inspectie en geeft de aanvrager de redenen hiervan schriftelijk aan. 2020 -19- No. 78 Artikel 28 1. De exploitant van een bedrijf waar planten worden geteeld voor de uitvoer, moet aan de volgende vereisten voldoen: a. naleving van relevante gewasproductie en plaagmanagement protocollen voorgeschreven door de Dienst en het invoerend land; b. De inrichting moet zodanig ontworpen zijn en worden geexploiteerd dat alle planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen die daar zijn, vrij blijven van gereguleerde plagen en andere door de Dienst voorgeschreven besmettingsbronnen. 2. De exploitant van een bedrijf zorgt ervoor dat: a. er geen toegang tot het bedrijf is voor dieren, bij de oogst en de behandeling van planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen; b. het bedrijf te allen tijde wordt schoongehouden; c. insectenvallen of andere plaagmonitorings apparatuur zijn geïnstalleerd voor de detectie van plagen; d. er afvalverwijderingsfaciliteiten, -apparatuur of -gebieden zijn voor verwijdering van afval. 3. Apparatuur gebruikt tijdens behandelingen van planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen moet zijn gebouwd, getest, onderhouden en geexploiteerd conform de export-protocollen die door de Dienst zijn vastgesteld. 4. De exploitant van het bedrijf bewaart gedurende een periode van drie jaar de volgende gegevens: a. een beschrijving van de ontvangen planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen en de data waarop de afhandeling na de oogst plaatsvindt; b. een beschrijving van de planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen die fytosanitaire certificaten hebben ontvangen en die voor verzending uit de inrichting zijn verwerkt met de bijbehorende data; c. documenten met betreklcing tot alle stadia van de planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen met betrekking tot de productie, behandeling en transport naar de officiele plaats van uitvoer; d. alle andere bij beschiklcing genoemde gegevens. 2020 -20- No. 78 HOOFDSTUK 11 VERPAKKING, ETIKETTERING EN VERZEGELING Artikel 29 1. Elke container van planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen moet zodanig zijn dat: a. de fytosanitaire integriteit gewaarborgd blijft, tijdens het uitvoeren van handelingen eraan en de transport; b. deze beschermd zijn tegen plagen en andere contaminaties; c. deze eenvoudig te reinigen en opnieuw te gebruiken is op een wijze die door de Dienst in de exportprotocollen is voorgeschreven en voor meervoudíg gebruik of hergebruik is toegestaan, 2. Indien deze vóór de inspectie zijn voorverpakt, moet het op een zodanige manier uit de verpakking kunnen worden verwijderd dat de inspecteur kan inspecteren en monsters daaruit kan nemen. Artikel 30 Alle planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen die voor uitvoer en wederuitvoer bestemd zijn, moeten op de volgende wijze worden ge&iketteerd: a. nauwkeurig en op een manier die gemakkelijk leesbaar is; b. op een manier die de identificatie en traceerbaarheid mogelijk maalct; c. in overeenstemming is met de etiketteringsvoorschriften van Suriname en het invoerend land. Artikel 31 Wanneer voor uitvoer en wederuitvoer bestemde planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen zijn geïnspecteerd en een fytosanitair certificaat is afgegeven, wordt de container door de inspecteur van de Dienst verzegeld. 2020 -21- No. 78 HOOFDSTUK 12 OPSLAG- EN VERVOERSVOORWAARDEN Artikel 32 Alle planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen waarvoor een fytosanitair certificaat is afgegeven, moeten zolang deze niet voor uitvoer en wederuitvoer worden vervoerd, worden opgeslagen in een geregistreerde inrichting of op een andere door de Dienst erkende opslagplaats en via de kortste begaanbare route worden vervoerd op een tijdstip dat het veiligst is en het snelst worden afgehandeld op de plaats van uitvoer en wederuitvoer. Artikel 33 Het middel dat gebruikt zal worden voor het transporteren van planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen, waarvoor een fytosanitair certificaat is afgegeven, moet telkens vooraf door de Dienst goedgekeurd worden. Artikel 34 Het houten verpakkings- en steunmateriaal dat gebruikt wordt bij transport bij de uitvoer en wederuitvoer van goederen dienen onder toezicht van de Dienst bewerkt te worden en te voldoen aan de internationale standaarden, zoals vastgelegd in ISPM no.15. HOOFDSTUK 13 TARIEVEN Artikel 35 1. Voor aanvraag van toestemming voor de invoer en doorvoer, inspectie, herinspectie van planten, plantaardige producten, andere gereguleerde goederen, getroffen fytosanitaire maatregelen en gegeven behandelingen, de uitgifte en vervanging van fytosanitaire certificaten, terughalen, bewaring, afkeuring, vernietiging, verbeurdverklaring, afval en terugzenden, zijn tarieven verschuldigd, die door de importeur respectievelijk exporteur vooraf moeten worden betaald en waarvan de hoogte bij beschikking wordt vastgesteld. 2. Er is vergoeding verschuldigd bij de registratie van een bedrijf. 2020 -22- No. 78 3. Bij beschildcing wordt vastgesteld in welke gevallen restitutie van betalingen zal plaatsvinden. HOOFDSTUK 14 OPSPORING EN CONTROLE Artikel 36 Met het opsporen van feiten strafbaar gesteld in deze wet zijn, behalve de bij artikel 134 van het Wetboek van Strafvordering aangewezen ambtenaren, tevens belast de ambtenaren bij de Inspectie der Invoerrechten en Accijnzen en de inspecteurs van de Dienst die tevens buiten gewoon agent van politie zijn. Artikel 37 1. Inspecteurs zijn bevoegd om met ondersteuning van andere bevoegde autoriteiten een perceel, gebied, locatie, pand of ruimte te betreden en te inspecteren, indien het vermoeden bestaat dat er sprake is van overtreding van deze wet. 2. Elke inspecteur die het vermoeden heeft: a. dat een container of zending, die Suriname binnenkomt of voor doorvoer bestemd is, een plaag herbergt of; b. dat een persoon die Suriname binnenkomt of die op doorreis is, goederen bij zich heeft die een plaag zouden kunnen herbergen, is bevoegd om met ondersteuning van de politie of een andere bevoegde autoriteit deze tegen te houden en de persoon, container of transportmiddel te visiteren; 3. Wanneer de sluiting van een verzegelde container die planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen bevat, moet worden verbroken, dient bij de douane ambtenaar ook een inspecteur aanwezig te zijn, 4. Inspecteurs zijn gedurende een inspectie als bedoeld in de leden 1 en 2 van dit artikel, bij planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen bevoegd deze in bewaring of in beslag te nemen, te behandelen, te vernietigen of zich op een andere manier daarvan te ontdoen, of de opdracht te geven dat één van de genoemde acties ondernomen wordt. 2020 -23- No. 78 Artikel 38 Een inspecteur die verantwoordelijk is dat een bepaald goed in bewaring of in beslag wordt genomen, behandeld, vernietigd, opgeruimd of waarvan men zich op een andere wijze krachtens deze wet ontdoet, zal onmiddellijk een verklaring van inbeslagname verstrekken en de Dienst zal zo spoedig mogelijk de eigenaar of persoon in wiens bezit het betreffend goed is aangetroffen, schriftelijk op de hoogte stellen van de ondernomen stappen en de redenen daartoe. Artikel 39 1. Indien een importerend land de Dienst officieel middels notificatie op de hoogte stelt van een non-conformiteit van een uitgevoerd gereguleerd goed, zal de Dienst: a. deze non-conformiteit onderzoeken. Bij tweede en volgende non conformiteit, indien de oorzaak te wijten is aan een grote mate van schuld zijdens de exporteur een boete, schorsing danwel een uitvoer verbod opleggen en de registratie van het bedrijf bij het ministerie doorhalen, b. op aanvraag van het importerend land haar het rapport met de onderzoeksresultaten opsturen, 2. Indien een exporterend land niet voldoet aan de fytosanitaire importvereisten van Suriname, dan zal de Dienst het exporterend land officieel, middels notificatie op de hoogte stellen van die non-conformiteit van dat gereguleerd goed. HOOFDSTUK 15 BEZWAAR EN BEROEP Artikel 40 1. Degene die rechtstreeks in zijn belang wordt getroffen door een besluit genomen door het Hoofd van de Dienst, kan binnen drie werkdagen na dit besluit een bezwaarschrift indienen bij het Hoofd van de Dienst. 2. Indien het besluit van het hoofd van de Dienst, na de indiening van het bezwaarschrift ongewijzigd blijft, kan de belanghebbende binnen zeven werkdagen schriftelijk in beroep gaan bij de Minister. 3. De Minister neemt een besluit niet later dan zeven werkdagen na ontvangst van het beroepschrift. 2020 -24- No. 78 4. Het beroep heeft geen opschortende werking op het besluit van het Hoofd van de Dienst. HOOFDSTUK 16 STRAFBEPALINGEN Artikel 41 1. Met hechtenis van ten hoogste"é- n jaar of geldboete van de derde categorie van het wetboek van Strafrecht (S.B. 2015, no.44) wordt gestraft, degene die goederen in strijd met deze wet invoert, doorvoert of na invoer, in ontvangst neemt, transporteert, onder zich houdt of in het vrije verkeer brengt. 2. Met een hechtenis van ten hoogste 6 maanden of een geldboete van de tweede categorie van het wetboek van Strafrecht (S.B. 2015, no.44) wordt gestraft degene die: a. een inspecteur aanvalt, tegen hem weerstand biedt of hem intimideert of verhindert, de bevoegdheden uit te voeren die hem krachtens deze wet zijn verleend; b. monsters genomen krachtens de artikelen 3 lid 4 sub b, 12 lid 7en 17 lid 1 sub a van deze wet, vervalst; c. planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen invoert anders dan via de officile plaats(en) van binnenkomst in Suriname of in strijd met de hoofdstukken V en VI van deze wet; d. planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen uitvoert of doorvoert, anders dan volgens het bepaalde in hoofdstuk IX van deze wet, e. na uitgifte van een fytosanitair certificaat krachtens artikel 23 lid 2 sub b; de fytosanitaire integriteit van de zending niet kan waarborgen, f. geen medewerking verleent aan een onderzoek, inspectie of het nemen van monsters, krachtens de artikelen 12 lid 7, 17 lid 1 sub a, 18 lid 1 en 24 van deze wet, niet toe laat; g. de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde belemmert of verhindert; h. de zegel van een verzegelde container, waarin zich planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen bevinden, verbreekt; i. met het doel om een fytosanitair certificaat te verIcrijgen opzettelijk valse informatie verschaft; 2020 -25- No. 78 j. een krachtens deze wet afgegeven fytosanitair certificaat, wijzigt, vervalst, uitwist of beschadigt; k. zonder voorafgaande toestemming van de Dienst, informatie betrekking hebbende op het voorkomen van een quarantaine plaag in Suriname, publiceert; 1. op andere wijze de bepalingen van deze wet overtreedt. Artikel 42 Met een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaar wordt gestraft: 1. degene, die planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen teelt, bezit, verkoopt, transporteert of distribueert, waarvan hij weet of redelijkerwijs kan weten, dat deze geïnfecteerd of geïnfesteerd zijn door een plaag of; 2. degene, die opzettelijk de introductie of verspreiding van een plaag toestaat of bewerkstelligt. Artikel 43 1. De in artikel 41 strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen. 2. De in artikel 42 strafbaar gestelde feiten zijn misdrijven. Artikel 44 Het is degene die uit hoofde van de toepassing van deze wet enige taak vervult, verboden informatie of inlichtingen anders te gebruiken en daaraan verder bekendheid te geven, dan voor de uitoefening van zijn taak of door deze wet vereist is. SLOTBEPALINGEN Artikel 45 De Minister is, gehoord de Dienst, bevoegd om nadere regelingen vast te stellen met betrekking tot: a. voorwaarden voor het invoeren, doorvoeren, uitvoeren en wederuitvoeren van planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen en de procedures voor de inspectie, de wijze waarop deze worden opgeslagen en getransporteerd en de behandeling bij binnenkomst in Suriname volgens welke een importeur een aanvraag voor inspectie mag doen op een andere locatie dan de plaats van binnenkomst. 2020 -26- No. 78 b. de omstandigheden op grond waarvan fytosanitaire vereisten voor invoer of doorvoer worden vastgesteld middels een plaag risico analyse; c. de vorm, inhoud, taal en de wijze waarop toestemming tot invoer en fytosanitaire certificaten zullen worden verstrekt, d. de wijze waarop containers na inspectie tot hun plaats van bestemming, worden verzegeld of gekenmerkt; e. de identificatie van de locatie of plaats, het beheer en het functioneren van plant quarantaine stations en de vereisten voor de controle en zorg van planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen, die daar worden gehouden, f. de manier waarop inspecteurs maatregelen treffen voor de vernietiging, verwijdering, ontworteling of behandeling van planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen binnen een gebied of locatie die verklaard is als te zijn een gebied onder quarantaine en de periode waarin het verboden is daar te planten en te herbeplanten; g. de te hanteren normen en standaarden voor aangewezen laboratoria en de procedures voor het functioneren; h. de procedure volgens welke een gebied wordt verklaard als te zijn een plaagvrij gebied of gebied met laag plaag voorkomen; i. de voorkoming van de introductie of verspreiding van plagen. j. zaken die in deze wet niet geregeld zijn, doch noodzakelijk zijn om de plantaardige hulpbronnen te beschermen tegen de introductie en verspreiding van plagen bij de in- en uitvoer van planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen, en om gereguleerde plagen te beheersen. Artikel 46 1. Bij de inwerkingtreding van deze wet vervallen de Uitvoerverordening van Landbouw-, tuinbouw- en boschproducten (GB. 1936 no. 77) en de Plantenbeschermingswet 1965 (GB. 1965 no. 102, zoals laatstelijk gewijzigd bij S.B. 1980 no. 116). 2. De bepalingen van deze wet laten de rechten en verplichtingen, ontleend ingevolge de Uitvoerverordening van Landbouw-tuinbouw-en boschproducten (GB.1936 no 77) en de Plantenbeschermingswet 1965 (GB. 1965 no. 102), onverlet tot de expiratiedatum. 2020 -27- No. 78 Artikel 47 1. Deze wet wordt aangehaald als: "Plantenbeschermingswet 2020. 2. Zij wordt in het Staatsblad van de Republiek Suriname afgekondigd. 3. Zij treedt in werking met ingang van de dag volgende op die van haar afkondiging. 4. Met de uitvoering van deze wet is belast de Minister belast met de zorg voor landbouwaangelegenheden. Gegeven te Paramaribo, de 31" maart 2020, DESIRÉ D. BOUTERSE Uitgegeven te Paramaribo, de 14c april 2020 De Minister van Binnenlandse Zaken, M.M.F. NOERSALIM 2020 -28- No. 78 Wet van 31 maart 2020, houdende regels ter voorkoming van de introductie, verspreiding en ter beheersing van plagen in planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen. (Plantenbeschermingswet 2020). MEMORIE VAN TOELICHTING I. ALGEMENE TOELICHTING Als lidland van de Voedsel en Landbouw Organisatie van de Verenigde Naties (FAO) en de Wereld Gezondheids Organisatie (WHO) is Suriname bekend met internationale normen en standaarden die ontwikkeld en nageleefd moeten worden door lidlanden. Naast het lidmaatschap van diverse organisaties is Suriname ook partij bij een aantaI verdragen. De IPPC, de SPS overeenkomst van de WTO, OIE en de Codex Alimentarius, spelen een belangrijke rol bij het treffen van maatregelen ter bescherming van het leven en de gezondheid van mensen, dieren, planten en het milieu. Om te voorkomen dat producten van zeer lage kwaliteit, geïnfecteerde of geïnfesteerde planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen Suriname worden binnen gebracht of vanuit Suriname worden verspreid, is naleving van deze verdragen en de wet essentieel. Door de FAO worden zes geografische regio's onderscheiden. Het streven is om tot harmonisatie van wet en regelgeving te komen in deze zes regio's. Voor Suriname die deel uitmaakt van Latijns Amerika en het Caribisch Gebied, zullen de internationaal ontwildcelde standaarden het mogelijk maken, dat wij als natie voldoen aan de vereisten van de WTO en met name de overeenkomst over de toepassing van de Sanitaire en Fytosanitaire maatregelen, de SPS overeenkomst en aan de nieuwe herziene tekst van de Internationale Plantenbeschermings Conventie, de IPPC. De hoeksteen van een nationaal plantenbeschermingssyteem is een bij de tijd aangepaste Plantenbeschermingswet die effectieve uitvoering en controle mogelijk kan maken, waarvoor een bevoegd en goed getraind korps van inspecteurs een vereiste is, teneinde plagen te detecteren die aanwezig zijn op planten, plantaardige producten en gereguleerde goederen die het land binnenkomen of uitgaan. Dit om de plantaardige hulpbronnen te beschermen, handel te faciliteren en andere gerelateerde zaken te reguleren. Gepaste straffen zullen handelaren en reizigers hiervan moeten weerhouden. 2020 -29- No. 78 Tenslotte zullen standaarden ertoe leiden dat de natie vertrouwen heeft in de gezondheid en kwaliteit van de planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen die worden gexporteerd en om te voorkomen dat producten van inferieure kwaliteit in Suriname worden ingevoerd. De voordelen die kunnen worden verkregen door de moderne plantenbeschermingswet zijn: • dat Suriname in staat zal zijn door middel van effectieve controlemechanismen, haar land- en tuinbouw sector, de natuurlijke flora en het milieu te beschermen tegen schadelijke plagen, die het land kunnen binnenkomen; • dat inspecteurs, wettelijke bevoegdheden krijgen om personen die objecten bij zich hebben of die laten vervoeren, waarvan vermoed wordt dat deze plagen herbergen, te inspecteren en in beslag te nemen. Overtreders zullen serieuze boetes opgelegd krijgen, terwij1 de goederen vernietigd zullen worden, • dat telers, exporteurs die zich inspannen om planten en plantaardige producten te produceren en te leveren voor de nationale en internationale markt bij export niet geconfronteerd worden met het feit dat hun producten vernietigd zullen worden bij aankomst in het importerend land vanwege het gebrek aan een effectief fytosanitair controle systeem in Suriname; • dat met deze wet, wordt voldaan aan het doel tot harmonisering zoals vervat in de SPS overeenkomst van de WTO en IPPC overeenkomst. • de voedselveiligheid voor de Surinaamse consument is beter gegarandeerd. II. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING Artikel 1 Dit artikel bevat de defini&ing van begrippen en omschrijvingen die zijn gebezigd in de onderhavige wet. Een overgroot deel van de definities zijn gehaald uit de gereviseerde tekst van ISPM no. 5 van de IPCC. In lid 2 wordt bij behandeling van defínities en begrippen daarom gerefereerd naar standaarden en richtlijnen die steeds worden aangepast. 2020 -30- No. 78 Artikel 2 Dit artikel geeft aan dat de Dienst Plantenbescherming en Kwaliteitskeuringen het instrument van de Overheid is dat moet toezien op de adequate naleving en uitvoering van de bepalingen van de Plantenbeschermingswet. In de wet wordt slechts het woord plaag gebruild en niet ziekte, omdat het begrip ziekte zit in het begrip plaag, welke goed omschreven is in de begripsbepalingen.In de fytosanitaire/ plantgezondheid wereld en wel de IPPC begrippen standaard (ISPM no. 5) omvat het begrip plaag het begrip ziekte. Conform de IPPC is deze Dienst ingesteld als de Nationale Plantenbeschermingsorganisatie, in het Engels National Plant Protection Organization, afgekort NPPO. Het hoofd zal een beschrijving van de NPPO doorgeven aan het secretariaat van IPPC. Artikel 3 Zoals reeds is aangegeven krijgen inspecteurs heel veel taken en bevoegdheden. Er worden daarom veel eisen gesteld om in aanmerking te komen voor benoeming in deze functie. Dit artikel regelt de vereisten waaraan voldaan moet worden alvorens te kunnen worden benoemd tot inspecteur. Bij een tekort aan inspecteurs bestaat de mogelijkheid om middels een transparante sollicitatie procedure, medewerkers aan te trekken. Voor de rechtszekerheid en om misverstanden te voorkomen is het belangrijk dat in het openbaar optredende ambtenaren zich legitimeren. De interne opleiding bestaat uit theorie en praktijk. Dit gaat o.a. over het herkennen van plagen die belangrijk zijn bij de inspectie werkzaamheden, acties die ondernomen moeten worden bij de onderscheppingen, regels bij de inspectie werkzaamheden, bevoedheden en taken van de inspecteurs, internationale en nationale wetgeving, de IPPC standaarden, etc. Artikel 4 Het in dit artikel genoemde fonds zal als bron van inkomsten moeten dienen ten einde de Dienst in staat te stellen om in te grijpen in fytosanitaire gevallen. Het is de verantwoordelijkheid van de overheid om ervoor te zorgen dat het fonds over voldoende financile middelen beschikt om de Dienst in staat te stellen om snel in actie te komen. In dit kader zal de regering inkomen met een bedrag van SRD 1.000.000 om de noodzakelijke chemicalin, verbruiksartikelen, instrumenten, apparatuur, plaagmonitoring-, survey en andere materialen aan te schaffen. Nadere regels met betrekking tot het beheer worden bij beschikking vastgesteld. 2020 -31- No. 78 Artikel 5 Het is in het algemeen verboden om planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen in te voeren of door te voeren. Dit om de plantaardige hulpbronnen en het milieu te beschermen. Dit verbod is echter niet van toepassing op goederen die voor wetenschappelijke en experimentele doeleinden zijn ingevoerd. Echter zal de invoer en doorvoer krachtens procedures plaatsvinden die door de Minister zijn vastgesteld. De ISPM no.15 standaard is een standaard van de IPPC om fytosanitaire maatregelen te nemen, voor de behandeling van houten- en steunmaterialen, zoals pallets en kratten, die worden gebruikt om planten, plantaardige producten en gereguleerde goederen te transporteren tussen landen. Het voornaamste doel is om de verspreiding van ziekten en insecten door internationaal transport te voorkomen. In annex 1 van de Standaard worden de behandelingen beschreven die hierbij kunnen worden toegepast. Bij het invoeren van planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen kan op basis van de resultaten van een plaagrisicoanalyse, uitgevoerd door de Dienst voor een enkele zending een advies aan de directeur worden uitgebracht, ten einde ontheffing te verlenen. Hieraan kunnen bepaalde voorwaarden verbonden worden. Artikel 6 In dit artikel maakt de Minister een uitzondering, dat het algemeen verbod van artikel 5 niet van toepassing is, wanneer aan de beide vereisten genoemd in dit artikel zijn voldaan. Het in dit artikel genoemde origineel fytosanitair certificaat, dient bij alle zendingen van planten, plantaardige producten of andere gereguleerde goederen te worden bijgevoegd. De geldigheidsduur van het certificaat is voorgeschreven ter voorkoming van een mogelijke verandering van een eventuele plaagstatus in het land van herkomst. Artikel 7 De goederen mogen Suriname slechts binnenkomen via de officile plaatsen van binnenkomst. Artikel 8 Toestemming voor het invoeren van planten, plantaardige producten of andere gereguleerde goederen moet gebaseerd zijn op het resultaat van een plaag risico analyse en niet op handels protectionistische overwegingen. 2020 -32- No. 78 Dit om te voorkomen dat men handelt in strijd met de internationale regelgeving en normen, zoals vervat in de ISPM en de SPS overeenkomst van de WTO. Artikel 9 Dit artikel handelt over inspectie bij invoer en doorvoer, de locaties van inspectie, de verdere procedure, het opslaan van niet- geïnspecteerde zendingen en het vrijgeven van zendingen voor het vrije verkeer. Bij doorvoer vindt in beginsel slechts documenten controle plaats. Artikel 10 Dit artikel gaat over ontsmetting of het ondergaan van een andere erkende behandeling. Artikel 11 Dit artikel geeft aan dat ook voor internationale transportmiddelen procedures gelden. Artikel 12 Ingevoerde goederen kunnen niet alleen in beslag worden genomen en vernietigd, omdat ze geïnfecteerd of geïnfesteerd zijn door een plaag, of het vermoeden daartoe bestaat, maar ook wanneer de documenten niet in orde zijn bijvoorbeeld als ze geen toestemming tot invoer hebben en niet vergezeld zijn van een geldig fytosanitair certificaat terwijI dat vereist is. Omdat elke vertraging, nadat de zending of delen daarvan in beslag zijn genomen en nog niet vernietigd zijn, het risico voor het verspreiden van de plaag kan vergroten, zullen bepaalde handelingen worden uitgevoerd binnen de tijd aangegeven in de schriftelijke bekendmaking. Onbehandelde goederen die op de kade of op de luchthaven zijn opgeslagen herbergen een risico in zich voor het verspreiden van plagen. Indien de ontvanger van zo een zending onbekend is, is de Dienst bevoegd om over te gaan tot vemietiging van deze lading. Artikel 13 Dit artikel handelt over de aanwijzing van locaties als plantquaraintainepost waar de planten, plantaardige producten en anderen gereguleerde goederen in quaraintaine worden gehouden voor fytosanitaire observaties, behandeling etc. 2020 -33- No. 78 Artikel 14 Dit artikel geeft aan dat de bevoegde autoriteiten zoals de Douane, het Nationaal leger, en particuliere verschepingsbedrijven om planten, plantaardige producten of andere gereguleerde goederen die het land binnenkomen zonder toestemming van de Dienst, in bewaring te mogen nemen. Onder toezicht van de Dienst wordt dan overgegaan tot vernietiging van de zending. Artikel 15 De Dienst en de Districts-Commissaris van het gebied dienen tijdig gemeld te worden met betrekking tot plagen in het land en wanneer het vermoeden bestaat dat plaagverschijnselen zich voordoen. Artikel 16 De Minister kan op advies van de Dienst een perceel, pand of gebied dat geïnfecteerd of geïnfesteerd is, onder quarantaine plaatsen en adequate maatregelen treffen om de verspreiding te voorkomen danwel te beheersen. Artikel 17 De inspecteurs van de Dienst kunnen locaties bezoeken waar plaagsituaties zich voordoen, daarbij kan van de bewoners of eigenaren geist worden om binnen een bepaalde periode acties te ondernemen ter beheersing van de plagen. Artikel 18 Dit artikel voorziet erin dat de Minister een fytosanitaire noodsituatie kan afkondigen niet alleen in het geval van geïmporteerde goederen, maar ook waar plagen geconstateerd worden in een bepaald gebied. Deze verklaring zal volgen na een inspectie of analyse van monsters en moet gebasseerd zijn op advies verschaft door de Dienst. Artikel 19 Indien een eigenaar of bewoner in gebreke blijft maatregelen te treffen, is de inspecteur bevoegd met de sterke arm, zulks op kosten van eerstgenoemde te bewerkstelligen. 2020 -34- No. 78 Artikel 20 Wanneer de omstandigheden welke hebben geleid tot de instelling van een quarantaine gebied niet langer van kracht zijn, zal de Minister, op advies van de Dienst, de quarantaine toestand opheffen en de restricties betrekking hebbende op de verplaatsing van personen, voertuigen, goederen en op de teelt van gewassen, intrekken. Artikel 21 Indien een gebied vrij is van een zekere plaag of de populatie van de plaag laag is, worden maatregelen getroffen om te garanderen dat het zo blijft. Artikel 22 Bij het toepassen van beheersmaatregelen waarbij sprake is van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, dient de producent zulks stipt te doen conform de GAP standaarden. Artikel 23 De Dienst moet erop toezien dat alle producten van agrarische herkomst bestemd voor de export moeten voldoen aan die fytosanitaire normen en standaarden, die garanderen dat het product geen potentieel gevaar is voor wat betreft plaag infestatie of infectie. Dit ter garandering van de integriteit van Suriname op de internationale markt. ISPM NO. 12 is een standaard van de IPPC, die richtlijnen geeft hoe een fytosanitair certificaat opgemaakt moet worden, wat erin moet staan, hoe het moet staan, etc. Dus hierin staan de minimale vereisten voor een fytosanitair certificaat. Tevens dient elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die voornemens is planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen vanuit Suriname uit te voeren, op de voorgeschreven wijze een verzoek daartoe te doen, de benodigde documenten te overleggen, de zending ter inspectie aan te bieden en de heffingen te betalen. De Dienst zal geen fytosanitair certificaat afgeven, ingeval de zending niet aan de vereiste voorwaarden voldoet. Artikel 24 Planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen die worden aangeboden voor uitvoer en wederuitvoer zonder een fytosanitair certificaat worden geweigerd voor verzending en onder toezicht van de Dienst vernietigd. 2020 -35- No. 78 Artikel 25 De producenten moeten geregistreerd zijn bij het Ministerie, hebben een producentencode en dienen het systeem van GAP toe te passen. De exporteurs dienen ook geregistreerd te zijn bij het Ministerie en hebben een exportcode. Het gaat hierbij om een traceerbaarheidssysteem. Elke exporteur dient een kwaliteitsmanager in dienst te hebben om een voorinspectie te verichten en dient de vereiste middelen beschikbaar te stellen voor de Dienst. Artikel 26 Een natuurlijke persoon of een rechtspersoon die planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen wenst uit te voeren dienen zich te registreren bij de Dienst en alle relevante informatie te verschaffen over de teeltlocatie, werkwijze, onderhoud, voorbereidingshandelingen etc. Meerdere exporteurs mogen gebruik maken van de faciliteiten van het bedrijf waar wordt geteeld en voorbereid voor de export, als deze voldoen aan alle vereisten. Artikel 27 Er zijn termijnen genoemd voor inspectie, goedkeuring dan wel afkeuring van de aanvraag opdat de aanvrager op korte termijn na de indiening duidelijkheid heeft over de aanvraag. Artikel 28 In dit artikel zijn heel veel zaken die van belang zijn voor de exploitant van het bedrijf waar planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen worden geteeld, genoemd terwiji de exploitant bepaalde met name genoemde gegevens gedurende een periode van drie jaar dient te bewaren om, indien nodig, zaken te kunnen natrekken. De artikelen 29,30 en 31 gaan over de verpakking, etikettering en verzegeling van planten, plantaardige producten en andere gereguleerde goederen, zodat de fytosanitaire betrouwbaarheid niet in gevaar wordt gebracht en ook ter bescherming tegen plagen. 2020 -36- No. 78 De artikelen 32, 33 en 34 hebben betrekking op opslag-en vervoersvoorwaarden. De exportgoederen waarvoor een fytosanitair certificaat is afgegeven mogen slechts in een geregistreerde inrichting of erkende opslagplaats worden opgeslagen en worden via de kortste begaanbare route vervoerd op een tijdstip dat het veiligst is en het snelst wordt afgehandeld op de plaats van uitvoer. Het transportmiddel moet telkens vooraf door de inspectie goedgekeurd te worden terwij1 de houten verpakkings-en steunmateriaal bewerkt dient te worden onder toezicht van de dienst en te voldoen aan internationale standaarden. Artikel 35 Dit artikel geeft een limitatieve opsomming van alle activiteiten waarvoor tarieven verschuldigd zijn, die door de importeur en exporteur bij de Dienst vooraf moeten worden betaald. Restitutie van betalingen is mogelijk in de gevallen vastgesteld bij beschikking. Artikel 36 Dit artikel handelt over opsporing en controle van feiten strafbaar gesteld in deze wet. Artikel 37 Dit artikel gaat over de bevoegheid van de inspecteur tot visitatie van een container, zending of een persoon, indien het vermoeden bestaat van het herbergen van een plaag. De inspecteurs, die benoemd zijn tot buitengewoon agent van Politie, behoren tot de opsporingsambtenaren, naast die genoemd in artikel 134 van het Wetboek van Strafvordering. In dit artikel zijn de bevoegdheden van de inspecteurs met betrekking tot de opsporing geregeld. Elke keer dat een inspecteur geconfronteerd wordt met een reiziger of importeur die geen medewerking wil verlenen bij de uitoefening van zijn taken, mag hij de hulp van de sterke arm inroepen om te assisteren bij de implementatie van deze wet. Artikel 38 In dit artikel is opgenomen dat een inspecteur bij inbeslagname, behandeling, vernietiging, opruiming, onmiddelijk een verklaring van inbeslagname zal verstrekken en belanghebbende hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk zal informeren. 2020 -37- No. 78 Artikel 39 In dit artikel worden de maatregelen tegen het bedrijf dat zich heeft schuldig gemaakt aan non-conformiteit opgesomd. Artikel 40 Belanghebbenden hebben het recht in bezwaar te gaan bij het Hoofd van de Dienst tegen besluiten van de Dienst. Indien na indiening van het bezwaarschrift het besluit van de Dienst ongewijzigd blijft, kan belanghebbende in beroep gaan bij de Minister, die dan de actie welke onder dispuut staat kan uitstellen, tenzij plantaardige hulpbronnen ernstige schade ondervinden. De artikelen 41, 42 en 43 handelen over strafbepalingen. Artikel 44 Dit artikel handelt over de geheimhoudingsplicht van iedereen die ingevolge deze wet een bijzondere taak vervult. Artikel 45 Dit artikel betreft slotbepalingen waarbij de Minister, gehoord de Dienst, bevoegd is nadere regelingen vast te stellen. Artikel 46 Ingevolge dit artikel vervalt bij de inwerkingtreding van deze wet de Uitvoerverordening van Landbouw, tuinbouw- en bosch producten en de Plantenbeschermingswet 1965. Paramaribo, februari 2020, O. WANGSABESARI D. SUMTER J. WIELZEN