Plant Protection Act, 1965
颁布于 1965-09-08 · 文本截至 2026-10-01
以研究形式发布的公开法律与官方指引,不构成法律、税务或金融建议。
研究内容本身以英文撰写。标题和标签已翻译,调查结果和引文未翻译。
关于这部法律
- 语言
- English
- 类型
- 法令
- 组织
- Amazon Cooperation Treaty Organization
- 国家
- 苏里南
- 主题
- Cultivated plants
- 关键词
- plant protection, pests/diseases, inspection, international trade, basic legislation
- 类别
- *, agriculture
在哪里阅读
该法律没有记录来源链接。
文本
所收录的法律原文,按条款排列。每个条款都有自己的链接。
1965 GOUVERNEMENTSBLAD VAN SURINAME No. 102 LAN D S V E R 0 It DEN I N G van 8 september 196fi tot voorkoming ell \)L':;ll'ijding van ziektcn en plagcn in cul tuurgewassen. ("Plantenbeschermingsverordening 1965") iN NAAM DER KONINGIN! DE GOUVEIlNEUR VAN SURNAME, Overwegcnde, dat het wcnsclijk is nieuwe bepalingen vast te stellen, teneinde aanplantingen van cultuurgewassen tegen de invoer en de versnreidinz van olantcziekten en plagen L~ beschermen. Heeft, de Raad van Advies gehoord, met gemeen overleg del' Staten, vastgesteld ouderstaande landsverordening: Hoofdstuk 1 Begrjps-omschrjjvlng en algemcne bepaling Artikel L 1. Vaal' de toepassing van het bcpaalde bij of krachtens deze landsverordening wordt verstaan onder: invoer : het binnen Surinaams grondgebied, de territoriale wateren daaronder begrepen, brengen van goederen bestemd zo wel voor gebruik of verkoop in Suriname zelf als voor doorvoer naar andere landen, met uitzondering van rechtstreekse door voer per zeeschip of luchtvaartuig. waarbij de goederen niet buiten het vervoerrniddel worden gebracht; besehernul gebied: een district of con gedeelte daarvan, dat ingevolge artikel 9 tot zodanig is verklaard; aangewezen cultuurgcwns: een cultuurgewas, dat ingevolge artikel 9 in een beschermd gebied is aangewezen; 1965 2 No. 1112 1965 3 No. 102 (·uILuurlllaatn·gd: cen maatt'cgcl als bedoeld in artikel13; doorvuer: het binncnbrengen. vervocren, lessen, overladen of opslaan in een beschermd geuied van goederen afkornstig van elders; vervoee: elk transport van goederen in een beschermd ge hied, over land. over water en door de lucht: Minister: de Minister van Landbouw, Veeteelt en Vis!:\crij; Dlrecteur ; de Directeur van Landbouw, Vcctoclt en Visserij ; 2. Voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens deze landsverordening wordt rnede verstaan onder: plantedelen: landbouwprodukton, die niet zijn gekookt, ge stoornd of op enige andere wijze zodanig be- of verwerkt, dat ztj vrij zijn vall levende plantaardige of dierlijke crganismen; plagen: ongewervelde diercn, die het optreden van plante ziek len bevorderen, alsook schadeljjke onkruiden. Artikel 2 Ministeriele beschikkingen ingcvolge dczc Jandsverordcning worden, voorzover niet op een bepaald geval betrekking heb bende, in het Gouvernementsadvertentieblad bekend gcmaakt. Hoof'dstuk 11 In vuer1)('pnli ng-en ArLikel 3 1. Voorzover in deze landsvcrorrlenlng niet andere is bepaald is alle invoer verboden van; a. planten; b. plantedelen ; c. teelaarde en andere onbewerkte grond ; d materiaal gebruikt voor de verpakking vall planten en plan tedelen; e. reeds gcbruiktc ledige zakken voor baaltransport, 2. De Minister kan de invoer van andere goederen, met inbs grip van lijfsgoederen, hetzij in het algemeen, hetzij in een be paald geval verbieden, indien deze goederen besmet zijn of ge aeht kunnen worden besmet t(' zijn met '1001' de 13,ndbouw scna deli.fke ziekten of plagcn. Een voor een bepaald geval geldend verbod wordt gegeven door middel van aanzegging of aanschrlj ving door of vanwege de Minister, Artikel 4 1. Voorzover de Minister niet anders bepaalt is het verbod voor dp. invoer van planten, plantedden en het pakmateriaal daarvan niet van toepassing op: a. handelszendingen van diepvriestruit- en groenten; b. zendingen, die vergezeld gaan van een gesondheidsverkla ring (phytosa,nitair certificaatl afgegeven door de bevoegde au toritelten in het land van herkomst en in overeenstemming met de bepalingen van de Internationale Plantenbeschermlngscon ventie van 1951. 2. Voor 7,OVer de Minister niet anders bepaalt, is het verbod van de Invoer van reeds gebruikte ledige zakken niet van to,", passing op zendingen. die vergezeld gaan van een verklaring at gegeven door een daartoe bevoegde autoriteit in het land van herkomst, dat het materiaal ,,6or de verzending afdoende is onto smet of gefumigeerd. 3. De Minister kan onder door hem vast te stellen voorwaar den bij wijze van algemene vergunning de invoer toestaan van bepaalde zaden, vruchten of andere plantedelen en bet pakma teriaal daarvan, Artikel5 Door of vanwege de Directeur kan telkens voor een enkelc zending ontheffing worden verleend van het bepaalde in artikcl 3 lid 1, al dan niet onder bepaalde voorwaarden, Artike16 1. De invoer van de in artikelen 1 en 5 genoemde goederen is uitsluitend toegestaan op de daarvoor door de Minister aange 1965 4 No. lil2 1965 IS No. 102 wezen aanvoerptaatsen met inachtneming van de voor dezo plaatsen geldcnde wettelijke vocrschrittsn, 2. Aile zcndingen worden door of \·ll.l1wegf' de Directcur hij dr' invoer gekeurd. Van de keuring wordt e'en bl.'wijs argcgev(~)1 volgcns een door de Minister vast te stollen model. ::l. Voor de keuring<:>n kan tell bate van 's Lands kas een V('\' goeding worden govorderd ol/('rf'ellkomstig con bij Iandshcslu-t vast te stellon tariof. ·1. Door of "anw('ge de Directeur kan worden hf'panld waar CI1 op welke wijz« nag niet goedgckeurde gooderen 7,1111£'11 worden opgeslagen. 5. Aneen gocdcrf'1l van goedgekeurdc zcndingon, waarvoor de vergoeding voor de keuring is voldaan. kunnon in hct vrije ver ke{'r worden gf'hracht of worden woggovoord. Artikel7 1. Op grand van de uitslag van ('en keuring kan door df' Di recteur worden bepaald, dat de zendin~ of bepaaldo goederen uit de zending een ontsmetting of herniel1wde ontsmettinz db nen te ondergaan op een door hem aangegeven wijze en binnen een daarbij bepaalde tijd. 2. De ontsmetto goederen worden nan ('en herkeuring onder worpen alvorens zij cvcreenkomstlg artikel 6 in hat vrije vel" keer mogen worden gebracht of mogcn worden wcggevoerd. Indien de ontsmetting door of vanwe~(' h('t Lar..a is geschied dienen voorar mede de kosten daarvan to zijn voldaan. Artikel 8 1. Goederen, bedoeld in artikC'l 3. kl'l1nen. ongeacht de terzake in te stellen strafvrrvoIgil1g. van landswege worden v(>rnietigfl, zander dat daarnan rni~ recht op schadevergoeding wordt ont. leend. indien d('ze go('der('n in strijd met het brr:lald{' bij of krachtens deze land"vt'rordpning zUn ingf'\'nprd. 2. Het bepaalde in het voorgaande lid is medl' van toepassing op gOl'deren. die op grond van ht't bepnaldp in artikel 4 of 5 zijn ingevoerd. maar: a. waarbij niet aan de gl'stelde voorwaardl'n is voldaan: b. die in strijd met het hepaalde in artikel 6 lid 4 zijn opge slagen: c. die niet volgens het bepaalde in artikel 7 lid 1 zijn ontsmet: d. die zonder te z\ln gocdgekeurd in het vrije verkeer worden gebracht of worden wsggevosrd. 3. Goederen. die op grond van het bepaalde in artikel 4 of 5 "jjn Ingevoerd, niet vallonde onder het 2e lid van dit artikel, kunnen van landswego worden vernictigd, Indien dit door of vanwege de Minister nodig wordt geoordeeld op grond van de toestand der goederen of van andere oms tandigheden, die gevaar kunnen opleveren voor de gezondheid van cultuurgewassen. In een zodanig geval zal door het Land een naar billijkheid te he palen aehadevergocding worden uitgekeerd. Hoofdstuk III V('rvoer en dnnrvoer' in een besehermd gebled Artikel 9 Ter voorkoming en bestrijding van plantziekten en -piagen kan bij landsbesluit een district of een gedeelte daarvan voor een telkens daarbij te bepalen termijn tot beschermd gebied wor den verklaard vaal' de bij dat besluit aan te wijzen cultuurgo wassen. Artikell0 AUe vervoer en doorvoer in een beschermd gebied van plan ten en planted~len Van een aangewezen cultuurgewas, alsmede materiaal gebruikt voor de verpakking van zodanige planten e'" plantedelen. is v('rboden. Artikell1 1. Door of vanwegt' de Directeur kan telkens voor cen cnkele rending onthcffing worden verleend van het bepaalde in artik<:\ 10. al dan niet onder bepaalde voorwaarden. 2. Van de verleende ontheffing wordt voor iedere zending cen bewijs afgcgeven volgens f'en door de Minister vast te steIlen model. 1965 6 No. 102 1965 7 No. 102 3. Geen ontheffing wordt geacht te zijn verleond Vaal' zendin gen, die bij het vervoer of bij de doorvoer niet vorgezeld gaan van het daartoe strekkend bewijs. Artikel 12 Goederen, bedoeld in artikel 10. kunnen, ongeacht de ter zake in te stollen strafvervolging, van landswcgo worden vernie tigd zonder dat daaraan enig recht op schadevcrgoeding wordt ontleend, indien deze goedercn bij vervoer of doorvoer niet vel' gezeld gaan van Cf'11 bewijs van ontheffing. overecnkomsug hot bepaalde in artikel 11. of niet wordt voldaan aan de daarbij gr steldr- voorwaarden. Hnofdstuk lV CuItUUl'1I mntrf'~ell'\1 Artikel 1;: 1. Bij landsbeslnlt kan worden vastgestold, welke wetenschap. pelijk beproefde en economisch verantwoorde maatregelen in aanmerking kunnen komen am in een beschermd gebied te wor den toegopast bij de bestrijding van ziekten en plagen in een aangewr-zr-n cultuurgewas of hij de beperking vall het gevaar voor de verspreiding van of de besmetting met zodanige ziek ten ell plagen, alsmede de wijze waarop deze maatregelen beho ren to worden uitgevoerd. 2. Onder de maatrege1en bodoeld in hot voorgaande lid kun nen mede worden bcgrcpen hot opruimcn, vorwijdercn of ver nietigen van zieke of aangetaste planten of plantedelen, het bespuiten met bepaaldo bestrijdingsrniddelen tegen planteziek ten. de tijdelijke braaklegging en 'of onderwaterzetting van de grond en overigens aile maatrege1en. die noodzakelijk zijn voor het verkrijgen van een gezonde aanplant van het aangewezen cultuurgewas. Artikel14 In een bescherrnd gebied kunnen de aangewezen cultuur gcwassen uitsluitend worden verbouwd met inachtneming van de door de Minister toepasselijk verklaarde cultuurmaatregelen. Artikel15 Ieder die krachtens enig zakelijk of persoonlijk recht in het genot is van grond in een beschermd gebied, waarop een aangewezen cultuurgcwas wordt verbouwd, dan wei diens ver tegenwoordiger, is verplicht volgens door de Districts-Commls saris vast te stellen en bekend te maken regelen opgave te ver strekken over de nard en de grootte van de betrcffende aau plant. Artikel16 1. De in artikel 15 bedoelde personen zijn gehouden op eersle aanschrijving van de Districts-Commiasarls binnen een daarbij te bepalen naar omstandigheden redelijke termijn de krachtens artikel 14 toepasselijk verklaarde cultuurmaatregelen uit re voeren. 2. Indien de cultuurmaatregelen geen uitstel gedogen kan door of vanwege de Distr'icts-Commissarts een aanzegging omtrent de uitvoering worden gedaan, welke aanzcgging binnen zes da gen door een aanschrijving als in het voorgaand lid bedoeld zal worden bevestigd. 3. In bijzondere gevallen, ter beoordeling van de Minister, zal van landswege een tegemoetkoming in de kosten del' uit t,' voeren maatregelen of op enige andere wijze bijstand worden verleend. Artikel17 1. De Diatricts.Commissaris kan bij nalatigheid am te voJdoen aan de in artikel 16 bedoelde aanschrijving of aanzegging de daarbij voorgeschreven maatregelen op kosten van de nalatige van landswege doen uitvoeren, ongeacht de terzake in te stel len strafvervolging. 2. Ret verhaal del' kosten geschiedt op de wijze als voor de invordering der belastingen bepaald, Artikel18 1. In spoedeisende gevallen kan de Districts-Commissaris op de in artikel 15 bedoelde gronden de krachtens artikel 14 toe I!JG;; 8 No. 102 1965 9 x«, 102 pal)::;elijk verklaarde CUllUlll'maat"('geJcll n'chb;t!'uck::; van lalld,, wege doan uitvoeren. :G. Van. de persooulijk of zakclijk gerechtigdc kan cell door 1iL' Districts-Ccmmisesri« vast te steHC1\ l'edelijke bijdrage ill de kcstsn van de uitvoerlng worden gevordcrd op de wijzc als ill art.ikel 17 lid 2 bepaald, De bijdl"age kan ten hoogste de belle del' werkelijk door net Land gemaakte kosten belopen, Hoofdstuk V Strafbt'lmlingcu Artikel19 1. Hij, die planten, plantedelcn of andere gQcderen waarvan hlj weet of redelijkerwijs kau vermocdon, dat daarin of daarop dierljjke of plantaardige organismen voorkomen die voor de landbouw schadelijke ztektcu of plagen vl'rwekken, of weI del' gelijke organisrnen afzonderlijk invoort, of na invocr, zodanige gncderen in ontvangst, neemt, transportecrt, onder zich houdt of in het vrije verkeen brengt, wordt gestrart met een gevan gcnisstraf van ten hoogste vier jaar. 2. Niet strafbaar is hi], die handeLt k.racht~\\l; een do()l' of na rnens de Minister vcrleende toestemrning in het belang vall we tenschappelijke of andere bijzondere docleimien en overeenkom stig de bij die toestemming gestelde voorwaarden. . .- . - -- ~, ..~ ." ... 3. Ingeval van vcrocrdeling kunnen de goederen waarmede het misdrijf is begaan, door de rechter verbeurd worden ver klaard. 4 Bij vrijspraak of olltslag vall rcchtsvervolgillg kan Vl'l'llil" tiging of onschadel.tikmaking vall de goederen worden bevolell tegen schadeloosste1lillg, biJ llct vom,is d()or de reehter te be palen. Artikel 2(} 1. Met hechtenis vall ten hoogste zes maanden of geldboe!c van ten hoogste tWl'eduizend gulden wordt gestraft hij, die ill Btrijd met het bepaalde bij of krachtens deze Jandsverordelling, goederen bedoeld in artikel 3, invoert, of na invoer, zodanige goederen in ontvangst neemt, transporteert, onder zich hOUUI of in het vrije verkeer brengt, 2. Met hechtenis van ten hoogste drie msanden of geldboele van ten hoogste duizeud gulden wardt gestraft: a. hij, die de naleving van net bij of krachtens deze landsver ordening bepaalde belemmert of verhindert.; b. hij die buiten de in artikel 6 lid 1 bedoelde aanvoerplaat sen de'daarbij bedoelde goederen invoert; c. hij, die in strljd met het bepaalde in artikel 6 lid 4 de daar bij bedoelde goederen opslaat; d. hij, die niet overeenkomstig het bepaalde in artikel 7 lid 1 de daarbij bedoelde goederen ontsmet; e. hij, die goederen bedoc1d in artikel 6 zonder verkregen goeu keuring in bet vrije verkeer brengt of wegvoert: f. hij, die in strijd met het bepaalde in artikel 10 de daarbij bedoelde goederen vervoert of doorvoert zonder dat de sending vergezeld gaat van een bewij5 van ontheffing, als bedoeld in artikelll, of zonder dat voldaan wordt aan de bij die ontheffing geslelde voorwaarden; g. hij, die niet voldoet aan de verpJichting bedoeld in artikel 15 or aan die bedoeld in artikel161id 1. A.rtike121 Iadien een bij dcze landsverordening strafh<J.ar gesteld feit gepleegd wordt door een rechtspersoon wordt de strafvervol ging ingesteld en de straf uitgesproken tegen hem, die tot het feit opdraeht heeft gegeVeJl, of die de feitelijke leiding had bi; het verboden handelen. Artike122 1. De in artikel 19 strafbaar gestelde feiten worden aange merkt als misdrijven, die vernleld in artikel 20 als overtredin gen. 2. Met het opsporen van deze misdrijven en Qverlredingen Zijll, behalve de bij artikel 8 van het Surinaams Wetboek van Slrat· verordening genoemdl' ambtenaren en beambten, bela.'lt aile door de Minister daartoe aangewezen persQnen. 11)65 10 Artikol 23 No. 102 11 1965 No. 102 1. De in arfikel 22 lid 2 bedoelde personen hebben te allen tij de toegang tot alle gebouwen en al of niet afgesloten ruimten, waar redelijkerwijs vermoed lean worden, dat in strijd met de'~ landsverordeuing is gehandeld, Een woning wordt echter niet binncngetreden zonder cen schriftelijke machtiging te Parama ribo van de Procureur-Generaal en in de dlstricten van de be trokken Districts-Gommissaris. 2. Wordt hun de toegang geweigerd, dan verschatfen zij zich die desnoods met inroeping van de sterke arm. 3. Van het blnnentredsn van een wonlng wordt prnces-verbaal opgemaakt, dat binnen twee maal 24 uur aan hem, wiens wo ning is hinnengetreden, in afsehrift wordt medegedeeld. Artikel24 De personen in artikel 23 bedoeld zijn te allen tijde bevoegd am in beslag te nemen, zomede om ter inbeslagneming bet no dige onderzoek in tc stellen naar en de uitleverlng te vorderen van alle goederen. welker vernietigtng kan worden bevolen. HOOFDSTUK VI Slotln-pnlingen. Artikel 25 1. Deze landsverordening kan worden aangehaald als "Plan tenbcschermingsverordening 1965" 2. Zij treedt in werking or> de dertigste dag volgende up die van haar afkondiging. 3. Bij het inwerking treden van deze landsverordenlng verval len de varordeningen van 30 augustus 1916 (G.B. 1918 No. 51) en van 28 september 1928 rc,u 1929 No. 31). Gegeven te Paramaribo, de He september 1965. H. L. DE VRIES. De Minister van Landbouw, Veeteelt en Visserij, HARRY S. RADHA KISH UN. De Minister van Binnenlandse Zaken, J. A. PENGEL. De Minister van Justitie en Politie, w.g, JAN H. ADHIN (Dr. Mr. J. H. ADHIN) Gegeven tc Paramaribo, de Sste september 1965. De Minister van Binnenlandse Zaken, J. A. PENGEL.