跳到主要内容
Nelum
苏里南的法律

Order of the Ministry of Agriculture, Livestock and Fisheries containing rules regarding the implementation of quality requirements for fish products from the moment of catch (General requirements Order) (SB No. 10 of 2002)

颁布于 2002-02-12 · 文本截至 2026-10-01

以研究形式发布的公开法律与官方指引,不构成法律、税务或金融建议。

研究内容本身以英文撰写。标题和标签已翻译,调查结果和引文未翻译。

关于这部法律

原标题
Algemene Kwaliteitsbeschikking.
语言
Dutch
类型
条例
组织
Amazon Cooperation Treaty Organization
国家
苏里南
主题
Food and nutrition, Fisheries and aquaculture
关键词
aquaculture, mariculture, standards, fishing vessel, fishery management and conservation, food safety and quality, hygiene/sanitary procedures, fish products, international trade, certification, processing/handling, transport/storage, packaging/labelling, inspection, treated food
类别
*

在哪里阅读

    该法律没有记录来源链接。

文本

所收录的法律原文,按条款排列。每个条款都有自己的链接。

  1. No. 10 / van de BESCHIKKING van de Minister van Landbouw, Veeteelt en Visserij van 12 februari 2002, houdende regels ter uitvoering van de kwaliteitseisen vanaf de vangst van visserijproducten. (Alegemene Kwaliteitsbeschikking). DE MINISTER VAN LANDBOUW, VEETEELT EN VISSEFUJ, Gezien : de richtlijlien van de Europese Gemeenschap met betrekking tot de gestelde eisen aal] landen en hun bedrijven die visserijproducten exporteren of willen exporteren naar de Europese Gemeenschap, de min of meer soortgelijke eisen gesteld door landen als de Verenigde Stateii en Canada voor wat betreft de import van visserijproducten, Gelioord : de wnd. Directeur van het Ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij; Gelet op : artikel 2 lid I ,artikel3 leden 1 en 2,artikel 6 lid 1,artikel 1 1 lid 3,artikel 14 leden 1 eil 3,artikel 16 lid 2,artikel 19 lid 1 en artikel26 van het Viskeuringsbesluit (S.B. 2002,110.9) OVERWEGENDE dat een verdere gehannoniseerde regeling voor de goede uitvoering van de Viskeuri~igswet (S.B. 2000, no 107) en haar uitvoeringsregelingen wenselijk is, dat derhalve, in het belang van de visserijsector en in het bijzonder in het belang van de export van visserijproducten, 2 HEEFT BESLOTEN I. Vast te stellen het Iiieronderstaande: HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Definities I . In deze beschikking wordt verstaan onder: a. de Wet : de Viskeuringswet (S.B.2000 no107). b. het Besluit : het Viskeuringsbesluit (S.B.2002 no 9) C. zichtbare parasiet: parasiet of groep parasieten die door grootte, kleur of textuur duidelijk vaii het visweefsel kan worden onderscheiden. d. visuele controle: niet destructief onderzosk van visserijproducten, dat zonder optische vergroting, eventueel bij tegenlicht, wordt verricht bij een voor het menselijke oog goede verlichting. HOOFDSTUK 2 Hygienische eisen aan boord van visersvaartuigen Paragraaf 2.1 Algetnene hygienische eisen van toepassing op alle vissersvaartuigen 3 no. 10 Artikel 2 Eisen inzake constructie en apparatuur a. Gedeeiten van vissersvaartuigen en recipienten die bestemd zijn voor de opslag van visserijproducten lnogen geen voorwerpen of producten bevatten die op de visserijproducten schadelijke eigenschappen of abnormale keimerken kunnen overbrengen. b. De gedeelten van vissersvaartuigeii en recipienten als bedoeld in lid 1, onder a van dit artikel dienen zo te zijn ontworpen dat zij gemakkelijk gereinigd en gedesinfecteerd kunnen worden eil, dat het smeltwater niet in contact blijfi met de visserijproducten. Het materieel dat gebruikt wordt voor het strippen, oiitkoppen of verwijderen vail de vinnen en de apparatuur die in contact komen inet de visserijproducten, moeten bestaan uit of bekleed zijn inet ondoordringbaar, glad, gemakkelijk te reinigen eilte desinfecteren materiaal dat niet kan rotten. $I. V6or gebruik moeten het in lid 2, onder a van dit artikel bedoelde materieel en de apparatuur volstrekt schoon zijn. Artikel 3 Eisen inzake gebruik en onderlioud De gedeelten van vissersvaartuigen en de recipienten die bestemd zijn voor de opslag van visserijproducteii inoeten vb6r gebruik volstrekt schoon zijn eil mogen niet verontreiiiigd worden door het bilgewater of door de brandstof die voor de voortstuwii~g van Ilet vaartuig wordt gebruikt. De gedeelteii van vissersvaartuigen, het inaterieel en de apparatuur dieldat rechtstreeks in contact koinenlkomt met de visserijproducten, inoetenlinoet na het losseii van deze visserijproducten inet proceswater of schoon zeewater worden gereinigd en gedesinfecteerd worden. 4 Artikel 4 Eisen inzake beliandeling en opslag .van de visserijproducten aan boord Zodra de visserijproducten aan boord zijn, moet er zo snel mogelijk voor worden gezorgd dat zij worden beschermd tegen verontreiniging en blootsteliing aan de m n of enige andere wanntebron. Waiineer de visserijproducten worden gewassen, dient zulks te geschieden hetzij met proceswater, zodat de kwaliteit en de hygi5nisclie staat van de visserijproducten niet worden aangetast. De visserijproducten moeten op zodanige wijze worden gehanteerd en opge slagen dat beschadiging wordt voorkomen. Voor het verplaatsen van grote vissen of van vissen waaraan het personeel zich kan veiwonden, mag gereedschap met scherpe punten casu quo haken worden gebruikt, onder voorwaarde dat het vlees van deze vissen niet wordt beschadigd. Met uitzondering van de visserijproducten die 1even.d worden bewaard, dienen visserijproducten zo vliig mogelijk na het aan boord brengen te worden gekoeld. Voor vissersvaartuigen waar koeling om praktische redenen niet mogelijk is, geJdt dat de visserijproducten niet langer dan zes uur aan boord bewaard inogen worden. a. Wanneer voor Iiet koelen van de visserijproducten ijs wordt gebruikt, dient dit ijs te zijn vervaardigd uit proceswater. Zolang dit ijs niet wordt gebruikt moet het in de daarvoor bestemde mimten worden opgeslagen, zodat het niet kan worden verontreinigd. Wanneer er visserijproducten aan boord ontkopt of gestript worden, dient zulks op hygienisclie wijze te gebeuren en moeten de visserijproducten onmiddellijk iia deze bewerkingen voldoende worden afgespoeld inet proceswater. 2002 5 no. 10 8. De ingewanden en de delen van de visserijproducten die een gevaar kunnen vormen voor de volksgezondheid worden apart gehouden en gescheiden van de voor menselijke consumptie bestemde visserijproducten. 9. De voor menselijke consumptie bestemde lever, kuit en hom worden onder ijs bewaard of worden ingevroren. Artikel 5 Eisen inzake bemanning 1. De bernming, betrokken bij het hanteren van visserijproducten, dient schone werkklediilg te dragen en een goede licliaamshygi6ne te betrachten. 2. De verantwoordelijke dient de nodige maatregelen te nernen om te voorkomen dat persoiieii die een bron van besmettiiig zoudeii kunnen vormen, bij het haiiteren van visserijproducten worden betrokkeil, totdat is aangetoond dat die personell dat werk kuniien verrichten zonder gevaar voor besmetting van de visserijproducten. 3 . Personen die werkzaam zijn op deze vissersvaartuigeii en in aanraking komen met de visserijproducten dienen een jaarlijkse rnedische keuring te ondergaan. Paragraaf 2.2 Hygienische eisen van toepassing op vissersvaartuigen met koelopslag Artikel 6 Eisen inzake constructie en apparaniur 1. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 2 tot en inet 5 moeten de vissersvaartuigen inet koelopslag uitgerust zijn met ruimen, tanks of containers waarin de visserijproducten gekoeld opgeslagen kunnen worden bij de in Iiet Besluit en de in deze beschikking voorgesclireven temperaturen. 2. Deze ruimen moeten van de inacliinekamer en van de voor de bemanning besteinde ruimten gescheiden zijn door wanden die een voldoende hermetische afsluiting vormen oin verontreiiiiging van de opgeslagen visserijproducten te voorkomen. 2002 6 no. 10 3 . De binnenbekleding van de ruimen, tanks, containers en recipienten dient ondoordringbaar te zijn, alsmede gemakkelijk te reinigen en te desinfecteren. 4. De in lid 3 van dit artikel bedoelde binnenbekleding dient uit glad materiaal te bestaan, of anders uit een gladde, goed onderhouden verflaag, waaruit geen voor de gezondlieid van de mens scliadelijke stoffen op de visserijproducten kunnen overgaan. 5 . De ruirnen moeten zo zijn ontworpeii dat het smeltwater niet in contact blijft met de visserijproducten. 6. De recipienten die gebmikt worden voor de opslag van de visserijproducten moeten van dien aard zijn dat de visserijproducten onder bevredigende Iiygienische omstaridigheden kunnen worden bewaard en dat met name het smeltwater kau weglopen. 7. De in lid 6 van dit artikel bedoelde recipi6nten dienen bij elk gebmik volstrekt schoon te zijn. Artikel 7 Eisen inzake gebruik en onderhoud I . De werkdekken, installaties, ruimen, tanks en recipienten dienen voor gebruik volstrekt schoon te zijn en iia gebruik steeds gereinigd en gedesinfecteerd te worden met proceswater . 2. Desinfectie, verdelging van knaagdieren, insecten of ander ongedierte gebeurt zo vaak als nodig is. 3. Reinigingsmiddelen, desinfectiemiddelen, insecticiden of andere stoffen inet een zekere toxiciteit worden opgeslageii in vergrendelde ruimten of kasten en moeten op zodaiiige wijze worden gebruikt en opgeslagen dat er geen gevaar is voor verontreiniging van de visserijproducten. 7 no. 10 Artikel 8 Eisen inzake behandeling en opslag van de visserijproducten aan boord 1. Het ijs dat gebruikt wordt bij het afijzen van de visserijproducten, dient in zodanige hoeveelheden aangewend te worden, dat bij het lossen en tijdens het verdere transport de visserijproducten in de kem de temperatuur van smeltend ijs bereiken. 2. Het ijs dient op een zodanige manier over de visserijproducten verdeeld te worden, dat een efficiente en homogene koeling verzekerd kan worden zonder dat ijsbrokstukken of smeltwater de visserijproducten nadelig zouden kunnen be'invloeden. Paragraaf 2.3 Hygienische eisen van toepassing op vissersvaartuigen met vriesopslag Artikel 9 Vissersvaartuigen waar aan boord visserijproducten worden ing'evroren 1. Onvenninderd aan de bepaalde in artikelen 2 tot en met 5 inoeten de vissersvaartuigen waar aan boord visserijproducten worden ingevroren beschikken over : a. koelinstallaties die krachtig genoeg zijn om de temperatuur van de visserijproducten snel te doen dalen tot de in het Besluit en de in deze beschikking genoemde temperaturen ; b. koelinstallaties die krachtig genoeg zijn om de visserijproducten in de opslagniimten te bewaren bij een temperatuur die, ongeacht de buiteiitemperatuur, niet hoger is dan die in het Besluit en de in deze beschikking genoeinde temperaturen. 2. De opslagniimtes inoeten voorzien zijn van een therinograaf die gemakkelijk kan worden afgelezen en waarvan het wanntegevoelige deel zich bevindt iii de zolle waar de temperatuur het hoogst is. 2002 8 no. IO 3. De bekomen registraties van de in lid 2 van dit artikel bedoelde termograaf inoeten gedurende 12 maanden bewaard worden en beschikbaar zijn voor het ~iskehrin~sinstituut. 4. Bij invriezing in pekel moet ervoor worden gezorgd dat de pekel geen bron van verontreiniging kaii zijn voor de visserijproducten. 5 . Voor hele vissen die ingevroren worden in pekel en verder worden verwerkt tot conserven kunnen echter hogere temperaturen dan die welke bij deze ' beschikking zijn voorgeschreven, worden aanvaard, doch deze mogen niet hoger da11 -9O C zijii. HOOFDSTUK 3 Eisen bij en na aanvoer van visserijproducten Artikel 10 Aanvoercentra 1. Het te gebruiken materieel voor het lossen en Iiet aanvoeren van visserijprodiicten inoet zodanig vervaardigd zijn, dat het inakkelijk kan worden gereinigd en gedesinfecteerd, terwijl het goed onderhouden moet worden en schoon moet zijn 2. Bij het Iossen en het aanvoeren van visserijproducten moet er voor gewaakt worden dat besmetting van de visserijproducten plaats vindt en dat de versheidstoestand nadelig wordt beinvloed, en moet met narne ervoor worden gezorgd dat: a. het lossen en het aanvoeren snel geschieden; b. geen apparatuur gebruikt wordt en geen handelingen worden uitgevoerd die de eetbare delen van de visserijproducten kunnei~ aantasten; C. de visserijproducten onverwijld worden ondergebracht in een beschermde omgeving in de vervoer-, opslag- of verkoopsinstallaties, op de, gezien de aard van het product, juiste teinperatuur, in afwacllting van de keuring; d. alle Verse visserijproducten oiiverwijld na Iiet lossen en het aanvoeren met 9 s worden bedekt; 22002 9 no. 10 e. de visserijproducten op zodanige wijze geplaatst worden dat de officiele controles op elk inoineiit snel en probleemloos kunnen verlopen; f. er niet op de bij de aanvoercentra gebruikte bakkeli wordt gelopen; g. er met betrekking tot de verslieid, homogene partijeii visserijproducten ter keuring worden aangeboden. Artikel 1 1 I . De ruimten van de aanvoercentra, waar visserijproducten met het oog op keuring en verkoop worden uitgestald, inoeten aan de volgende eisen voldoen: a. zij inoeten overdekt zijn en de wanden inoeten gemakkelijk te reinigen en te desiiifecteren zijn; ; b. de vloeren moeten waterdicht, gemakkelijk te wassen en te desinfecteren zijn en zo zijn aangelegd dat het water gemakkelijk kan wegvloeien via een hygienische afvoer voor afbalwater; C. zij moeten beschikkeri over sanitaire voorzieningen met een voldoende aantal wastafels eil toiletten met waterspoeling en bij de wastafels dienen producten aanwezig te zijn oin de haiiden te reinigen en te desinfecteren, alsmede wegwerphanddoekeil; d. zij inoeten adequaat verliclit zijn teneinde de in hoofdstuk 7 van .deze beschikking bedoelde keuring van visserijproducten goed te kunnen uitvoeren; e. zij rnogeii niet voor andere doeleinden worden gebruikt en voertuigen met een verbrandiilgsinotor dienen deze motor verplicht af te zetten, teneinde de iiegatieve invloed van de uitlaatgassen op de kwaliteit van de visserijproducten te voorkomen; f. belialve visseii en huii afgeleide visserijproducten mogen geen andere dieren iii deze mimten worden gehouden of toegelaten, eveninin dierlijke producten die niet .in het productieproces thuis horen eil die door hun aanweziglieid de kwaliteit van de visserijproducten zouden kunnen schaden; . zij inoeteii geregeld en ten minste iia elke keuring en verkoop, worden gereiiiigd en gedesinfecteerd tenvijl de bakken na elke verkoop gereinigd en 11 no. 10 Artikel 12 1. Na de aanvoer, of eventueel na de eerste verkoop moeten de visserijproducten onmiddellijk, onder de in hoofdstuk 8 van deze beschiicking vastgestelde voorwaarden, naar de plaats van bestemming worden vervoerd. 2.a. Wanneer echter niet aan de in lidl bedoelde voorwaarden kan worden voldaan, moeten de hallen, waarin de visserijproducten eventueel voor hun uitstalling met het oog op verkoop of na de verkoop, in afwachting van hun vervoer naar hun plaats van bestemmiiig, worden opgeslagen, v,oorzien zijn van koelruimtes met voldoende capaciteit, waarin d e . afgeijsde visserijproducten worden opgeslagen bij de teinperatuur van smeltend ijs. b. De koelruimten moeten beschikken over de volgende voorzieningen : vloeren van waterdicht, gemakkelijk te reinigen en te desinfecteren materiaal, die zo zijn aangelegd dat het water geinakkelijk kan wegvloeien middels een adequaat afvoersysteem; gemakkelijk te reinigen en te desinfecteren, duurzame en ondoordringbare wanden met gladde oppervlakken; een gemakkelijk te reinigen en te desinfecteren plafond; deuren van onaantastbaar, geinakkeljjk te reinigen en te desirifecteren inateriaal; voldoende kunstverlichti~ig; een koelinstallatie die krachtig genoeg is om de visserijproducten onder de in deze bescliikkiiig voorgeschreven teinperatuuromstandigheden te bewaren. Artikel 13 De volgende algeinene hygieaisclie eisen zijn van toepassing op ruimten en materieel vaii aanvoercentra en visopslagruimten: ja. vloeren, wanden, plafonds en scheidingswanden die deel uitmaken van de mimten waarin visserijproducten worden gehanteerd, materieel en werktuigen, die bij de behandelitig van visserijproducten worden gebruikt, moeten goed schooi~ worden gehouden eil goed worden onderliouden, zodat ze geen oorzaak kunnen zijn van besinettiilg van de visserijproducten; 2002 10 no. 10 gedesinfecteerd moeteil worden en van binnen en van buiten gespoeld met proceswater; h. in de ruhten moeten, duidelijk zichtbaar, borden zijn aangebracht met de vermelding dat Iiet aldaar verboden is te roken, te spuwen, te urineren, te drinken, te eten en op de bakken te lopen; i. zij moeten voorzien zijn van poorten die op elk ogenblik kunnen worden afgesloten; j. zij inoeten wanneer ze niet in gebruik zijn voor aanvoer of verkoop, gesloten blijven, zodat onbevoegden niet binnen kunnen komen; k. zjj moeten beschikken over een installatie die, onder druk en in voldoende hoeveelheden, proceswater levert, met dien verstande dat het bij wijze van uitzondering wel is toegestaan dat voor het opwekken van stoom, voor de bestrijding van brand en voor Iiet koelen van machines een installatie aanwezig is, die iiiet-drinkbaar water levert; mits dit water niet voor andere doeleinden wordt gebruikt en geen gevaar oplevert voor besmetting van de visserijproducten en mits de leidingen voor niet-drinkbaar water duidelijk te onderscheiden zijn van die voor proceswater; 1. zij moeten beschikken over speciale waterdichte corrosiebestendige containers waarin de iiiet voor menselijke consumptie geschikte visserijproducten gedeponeerd moeteii worden; m. zij moeten beschikken over een speciale ~ne t een sleutel afsluitbare ruimte voor de in beslag te netnen en de in observatie te houdeii visserijproducten; n. zij moeten beschikken over eeii adequaat ingericht, met een sleutel afsluitbare ruimte, voorzien van natuurlijke- of kunstverlichting en goede ventilatie, die uitsluitend ter beschikking van het Viskeuringsinstituut staat en die de nodige uitrusting bevat voor de goede werking van die dienst; o. zij moeten bescliikken over de voor het verrichten van de controles iloodzakelijke voorzieningen en het noodzakelijk materieel, teneinde de in deze beschikkiiig voorgesclireveii onderzoekingen betreffende de keuring te allen tijde in op doelmatige wijze te kunnen uitvoeren. 11 Artikel 12 1. Na de aanvoer, of eventueei na de eerste verkoop moeten de visserijproducten onmiddellijk, onder de in lioofdstuk 8 van deze beschikking vastgestelde voorwaarden, naar de plaats van bestemming worden vervoerd. b.a. Wanneer echter niet aan de in lidl bedoelde voonvaarden kan worden voldaan, moeten de hallen, waarin de visserijproducten eventueel voor hun uitstalling met het oog op verkoop of na de verkoop, in afwacbting van hun vervoer naar hun plaats van bestemming, worden opgeslagen, voorzien zijn van koelruimtes met voldoende capaciteit, waarin de . afgeijsde visserijproducten worden opgeslagen bij de temperatuur van smeltend ijs. b. DG koelruimten inoeten beschikken over de volgende voorzieningen : vloeren van waterdicht, gemakkelijk te reinigen en te desinfecteren materiaal, die zo zijn aangelegd dat het water geinakkelijk kan wegvloeien middels een adequaat afvoersysteem; gemakkelijk te reinigen en te desinfecteren, duurzame en ondoordringbare wanden met gladde oppervlakken; een gemakkelijk te reinigen en te desinfecteren plafond; deuren van onaantastbaar, gernakkelijk te reinigen en te desinfecteren materiaal; voldoende kunstverlichting; een koelinstallatie die krachtig genoeg is om de visserijproducten onder de in deze beschikking voorgeschreveii teinperatuuromstandigheden te bewaren. Artikel 13 De volgende algeinene Iiygieiiisclie eisen zijn van toepassing op ruimten en materieel van aanvoercentra en visopslagruiniten: a. vloeren, wanden, plafonds en scheidingswanden die deel uitrnaken van de ruimten waarin visserijproducten worden gehanteerd, materieel en werktuigen, die bij de behaiideliiig vari visserijproducten worden gebniikt, moeten goed sclioo~i worden geliouden eil goed worden onderhouden, zodat ze geen oorzaak kunnen zijn van besinettirig vaii de visserijproducten; 2002 12 no. 10 b. knaagdieren, insecten eil ander ongedierte moeten systematisch worden geweerd casu quo verdelgd, zodat geen gevaar opgeleverd kan zijn voor besmetting van de visserijproducten; C. rattenverdelgingsmiddelen, insecticiden, desinfectiemiddelen en andere enigszins giftige Stoffen inoeten worden opgeslagen in speciale ruimten of kasten die kunnen worden afgesloten en het gebruik ervan mag geen gevaar opleveren voor besmetting van de visserijproducten; d. de los- ,en sorteerplaatsen, de voorzieniiigen voor de aanvoer, het materieel mogen uitsluitend voor de behandeling van visserijproducten worden gebruikt; e. voor het sclioonmaken inoet er uitsluitend proceswater worden gebruikt; f. reinigings- en desinfectieiniddelen en soortgelijke middelen moeten door het Viskeuringsinstituut zijn aanvaard en zo worden gebruikt dat de uitrusting, het materieel en de visserijproducten er niet door worden aangetast. Artikel 14 Algemene hygienische eisen van toepassing op het personeel van aanvoercentra 1. De grootst inogelijke zindelijkheid is vereist van het personeel waarbij met name: a. het personeel, en in het bijzonder de personen die betrokken zijn bij het hanteren van visserijproducten, geschikte en schone werkkleding dienen te dragen; b. het bij Iiet Iianteren van visserijproducten betrokken personeel, tenminste telkens voordat de werkzaamheden worden hervat zijn handen moet wassen waarbij wonden aan de handen moeten worden afgedekt rnet een waterdicht verband; C. op de los- eil sorteerplaatsen en in de opslagruiinten roken, spuwen, urineren, drinken en eten verboden is. 2. De leiding'van de aanvoercentra dient de nodige maatregelen te nemen om te voorkomen dat personen die een bron van besmetting zouden kunnen zijil, bij 13 no. 10 het hanteren van visserijproducten worden betrokken, totdat is aangetoond dat die personen dat werk kunnen verrichten zonder gevaar voor besmetting van de visserijproducten. Bij aanwerving dienen personen die betrokken zullen zijn bij het hanteren van visserijproducten door middel van een mediscli attest te bewijzen dat niets hun tewerkstelling in de weg Staat. Personen die werkzaain zijn op aanvoercentra en in aanraking komen met de visserijproducten dienen een jaarlijkse medische keuring te ondergaan. Artikel 15 Autocontroles in de aanvoercentra De autocontroles die uitgevoerd wordeii in de werkruimten en bijliorende installaties van de aanvoercentra zijn gebaseerd op de principes venneld in de artiltelen 9 tot en met 14 va11 het Viskeuringsbesluit. Een persoon met de nodige kwalificaties eil bevoegdheden wordt door de leiding vaii het aanvoercentrum verantwoordelijk gesteld voor de uitvoering van de in lid 1 van dit artikel bedoelde autocontroles, voor de toepassing van de goede praktijken betreffende oiiderhoud van de uitrusting en behandeling van visserijproducten en voor ltet ter beschikking houden voor het Viskeuringsinstituut van: de programma's, die opgesteld werden door de exploitanten van de aanvoercentra, betreffende desinfectie en bestrijding van ongedierte, betreffende de opvolgiiig van de beroepskwalificaties en de hygienische vorming vail het personeel en betreffende het medisch toezicht op de personen die betrokken zijn bij Iiet hanteren van visserijproducten; liet register waarin de resultaten van analyses, eientuele temperatuursregistraties en zijn eigen bevindingen vermeld staan. De in lid 2 van dit artikel bedoelde persooii iieemt alle nodige maatregelen, opdat overai waar nodig op elk moment over de naleving van de voorschriften, zoals gesteld in deze beschikkiiig, kan worden gewaakt. 2002 14 NO. 10 4. Indiei~ de bekornen resultaten of eender weke informatie zou wijzen op het bestaan van een gezondheidsrisico, of het ook maar zou doen vermoeden, inoet onvenvijld het Viskeuringsinstituut gewaarschuwd worden. HOOFDSTUK 4 Bijzondere eisen voor het hygienisch dachten van aquacultuurproducten Artikel 16 1. Met het oog op het slacliten, moet liet materieel dat in contact komt met de aquacultuurproducteii, gemakkelijk gereinigd en gedesinfecteerd kunnen worden en moet het steeds schoon en in goede staat van onderhoud verkeren. 2. Voorzieningen voor het reinigen en het desinfecteren van materieel en installaties moeten te allen tijde voorhanden zijn. 3. Reinigings- en desinfectiemiddelen of soortgelijke middelen moeten door het Viskeuringsinstituut zijn aarivaard en zodanig wordzn gebruikt dat het materjeel en de visserijproducten er niet d.oor worden aangetast of besmet. 4. In de zones waar de aquacultuurproducten worden geoogst of gevangen, mogen dieren, zoals honden en katten, niet aanwezig zijn en moeten knaagdieren en ander ongedjerte systeinatisch verdelgd worden. 5 . Vis die reeds voor de vangst gestorven is, inoet zo snel mogelijk worden verwijderd, terwijl vis die tekens van ziekte of kneuzingen vertoont tijdens het slachteh of sorteren venvijderd moet worden. 6 . Het eveiitueel uitbloeden moet in daarvoor bestemde recipienten geschieden. 7. De Ieiding van het aquacuftuurbedrijf dient de nodige maatregelen te treffen orn te voorkomen dat Personen, die een bron van besmetting zouden kunnen zijn, bij de beliandeling van aquacultuurproducten worden betrokken, totdat rnedisch is aangetoond dat die persoiien dat werk kunnen verrichten zonder gevaar voor besmetting van de aquacultuurproducten. 15 no. 10 HOOFDSTUK 5 Algemene eisen voor ruimten en materieel en personeel voor inrichtingen aan wal Artikel 17 Algemene eisen voor inrichtingen 1. Onveriniiiderd de bepalingen van de wet eil liet Resluit, moeteii de inrichtingen voldoen aan de hierna te noemen eisen. g. De inrichtingen inoeten tenminste beschikken over de volgende lokalen: P. een receptielokaal; b. werklokalen, die groot genoeg zijn om de beroepsactiviteiten onder bevredigende hygienische omstandigheden te laten verlopen, waarbij deze plaatsen zo ontworpen en ingericht zijn dat besmetting van het product wordt voorkomen en dat de schone eil de vuile sector duidelijk van elkaar gescheiden i s; . een afsluitbaar lokaal voor afvalproducten dat gekoeld is eil voorzien is van speciale waterdichte containers van corrosiebestendig materiaal voor visserijproducten die niet bestemd zijn voor menselijke consumptie; .d. een lokaal voor de opslag van nog niet gebruikt conditionerings- en verpakkingsinateriaal, teneinde dit verpakkingsmateriad te beschermen tegen stof en besmettiiig; e. een verpakkingslokaal voor liet geval in een eindverpakking voorzien wordt; f. een expeditielokaal; ig. een adequaat iiigericlit, met een sleutel afsluitbaar lokaal, voorzien van natuurlijke of kunstverlicliti~ig en goede ventilatie, dat uitsluitend ter beschikking van liet Viskeuringsinstituut staat en dat tevens voorzien is van de nodige uitrusting welke voor de goede werking vail die dienst noodzakelijk is; 2002 16 h. sociale lokalen zoals: eetplaats; kleedlokaleii met voldoende wastafels en kleedkastjes; toiletten; douchegelegenheden. 3. .De inrichtingen inoeten daai-enboven beschikken over de volgende voorzieningen: a. op de plaatsen waar de visserijproducten worden behandeld, bewerkt en verwerkt: vloeren van waterdicht, geinakkelijk te reinigen en te desinfecteren materiaal, die zodanig zijn aangelegd dat het water gemakkelijk kan wegvloeien via een voorziening voor de afvoer van bet water; .gemakkelijk te reinigen en te desinfecteren, duurzame en ondoordringbare wanden met gladde oppervlakken; eeii geinakkelijk te reinigen en te desinfecteren plafoi~d; deuren van onaailtastbaar, gemakkelijk te reinigen en te desinfecteren inateriaal; voldoende luchtverversing en indien nodig een goede darnpafvoer; voorzieningen voor Iiet reinigen en het desinfecteren van het materieel en de installaties; een voldoende aantal voorzieniiigen met warm en koud water voor het reinigen en desinfecteren van de handeli, waarbij in de werkruimten de kranen iiiet met de Iiaiid kuniien worden bediend en wegwerphanddoeken beschikbaar zijn; speciale waterdichte containers van corrosiebestendig materiaal voor visserijproducten die niet bestemd zijil voor menselijke consuinptie; 17 no. 10 b. iil de koelruimtes waar visserijproducteii worden opgeslagen: vloeren van waterdicht, gemakkelijk te reinigen en desinfecteren rnateriaal, die zodanig zijti aangelegd dat het water gemakkelijk kan wegvloeien via een voorzieniiig voor de afioer van het water; gemakkeiijk te reinigen en te desinfecteren, duurzame en ondoordringbare wanden inet gladde oppervlakken; een gemakkelijk te reinigen en te desinfecteren plafond; deuren van onaantastbaar geinakkelijk te reinigen en te desinfecteren inateriaal; voldoende verlichting; . een koelinstallatie die krachtig getioeg is oin de visserijproducten onder de in deze beschikking voorgeschreven ternperatuiirsomstandigheden te bewaren. in de sociale lokalen, een voldoend aantal: kleedlokalen met gladde, ondoordringbare eil afwasbare wanden, vloeren en plafond; wastafels die in de nabijheid van de toiletten geplaatst zijn eil voorzien zijn van koud en warm stromend water, van was- en desinfectiemiddelen voor de handen, alsmede vaii handdoeken die sleclits eenmaai mogeii worden gebruikt en waarvan de kranen niet met de hand kunnen worden bediend; toiletten, inet waterspoeling, welke niet rechtstreeks verbonden mogen zijn inet de werkmimteil; in de toiletten mogeii de kranen niet met de Iiand bediend worden en moeten er wegwerphanddoeken beschikbaar zijn. De inricl~tiiigen tnoeten beschikketi over de passende voorzieningen- ter bescherming tegen ongewenste dieren, zoaIs vogels, insecten, knaagdieren en ander ongedierte. De iiirichtingen moeteii beschikken over de voorzieningen en gereedscliappen, zoals snijtafels, recipienten, transportbaiiden en messen, van corrosiebestendig inateriaal, die gemakkelijk kunnen wordeil gereinigd en gedesinfecteerd; 2002 18 no. 10 6 . De inriclitingeii moeten beschikken over een installatie die, onder druk en in voldoende hoeveelheden, proceswater levert, met dien verstande dat het bij wijze van uitzondering wel is toegestaan dat voor Iiet opwekken van stoom, v08r de bestrijding van brand en voor het koelen van machines een installatie aanwezig is, die niet-driiikbaar water levert; mits dit water niet voor andere doeleinden wordt gebruikt en geen gevaar oplevert voor besmetting van de visserijproducten en mits de leidingen voor niet-drinkbaar water duidelijk te ondersclieiden zijil van die voor proceswater; 7. De inrichtingen moeten beschikken over een installatie die het nodige warm water levert voor Iiet reinigen en het desinfecteren van de lokalen. 8. De inrichtingen moeten beschikken over een systeem voor de hygienisclie afioer van afvalwater. 9. De inrichtingen moeten beschikken over passende voorzieningen voor liet reinigen en het desinfecteren van de vervoenniddelen. 10a. In inrichtingen waar levende dieren, zoals schaaldieren en vissen, worden geliouden moeten geschikte installaties beschikbaar zijn, die de dieren maximale overlevingskansen geven, met water van een mdanige kwaliteit dat de dieren niet in aanraking komen met schadelijke organismeii of stoffen. b. Deze installaties dienen in een apart lokaal te staan, dat gescheiden is van de bewerkings- en verwerkingslokalen. 1 I. De inrichtingen inoeten beschikken over een met een sleutel afsluitbaar lokaal voor de door het Viskeuringsinstituut in observatie te houden of de in beslag te neinen visserijproducten. Artikel 18 Algemene hygienische eisen voor ruimten en materieel 1. De ,!eiding van de inrichtingen moet er voor waken dat de be- en venverking vaii visserijproducten in onberispelijke omstandigheden geschiedt en dat de volgende voorwaarden worden nageleefd: a. vloeren, wanden, plafonds en scheidingswanden die deel uitmaken van de ruimten waarin visserijproducten worden be- en verwerkt, moeten goed 1002 19 no. 10 sclioon worden gehoudeii en goed worden onderhouden, zodat zij geen oorzaak kunnen zijn van besmetting van de visserijproducten; b. lokalen en ruimten moeten volgens de behoeften en, in elk geval, na verloop van de dagelijkse werkzaamheden, worden gereinigd en gedesinfecteerd; C. het materieel en de werktuigen en die bij de be- en verwerking van visserijproducten worden gebruikt, inoeten schoon en in goede staat van onderhoud worden gehouden, zodat zij geen oorzaak kunnen zijn van besmetting van de visserijproducten; zij moeten verscheidene malen zorgvuldig worden gereinigd eil gedesinfecteerd in de loop van een zelfde werkdag, onder meer na verloop van de dagelijkse werkzaamheden en alvorens opiiieuw te wordeii gebruikt. .a. Kiiaagdieren, iilsecten en ander ongedierte moeten systematisch worden verdelgd. b. Behalve visserijproducten mogen geen andere dieren in de inricliting aanwezig zijn. ß. Rattenverdelgingsiniddelen, insecticiden, reitiigings- en desinfectieiniddelen en andere enigszins giftige stoffen moeten worden opgeslagen .in speciale ruimten of kasten die kunnen worden afgesloten en het gebruik ervan mag geen gevaar opleveren voor besmetting van de visserijproducten. H. Werkplaatsen en materieel mogen uitsluitend voor de be- en verwerking van visserijproducten worden gebruikt, tenzij het Viskeuringsinstituut schriflelijk toestemining heeft verleend, om daarvan, gelijktijdig of op andere tijdstippen, gebruik te maken voor de bereiding van andere levensmiddelen. 5. Er mag uitsluitend proceswater worden gebruikt met dien verstande dat bij wijze vaii uitzondering iiiet-drinkbaar water gebruikt mag worden voor het koeleii vaii de inachines, het opwekken van stoom en'het bestrijden van brand, mits dit water niet voor andere doeleinden wordt gebruikt en geen gevaar oplevert voor besinetting van de visserijproducten en mits de leidingen voor iiiet-driiikbaar water duidelijk te onderscheiden zijn van die voor proceswater; 6 . Reinigings- en desiiifectiemiddelen en soortgelijke middeleii moeten door het Viskeuringsinstituut zijii aanvaard en zodaiiig worden gebruikt dat de uitrustiiig, het materieel en de visserijproducten er niet door worden aangetast. 20 no. 10 Artikel 19 Algemene hygienische eisen voor het personeel 1. De leiding van de inrichtingen zorgt in het bijzonder voor de naleving van de volgende voorwaarden: de grootst mogelijke zindelijkheid van het personeel is vereist en met name: a. dient Iiet personeel, en in het bijzonder de personen die betrokken zijn bij het hanteren van visserijproducten die besmet kunnen raken, geschikte en schone werkkleding en een schoon lioofddeksel te dragen dat de haren volledig bedekt; b. dient het personeel, betrokken bij het hanteren en het bewerken van visserijproducten, temninste telkens voordat de werkzaamheden worden hervat, zijn handen te wassen en te desinfecteren: personen die met zieke, besinette of bedorven visserijproducten in aanraking zijn gekomen, moeten onverwijld handen en ahnen grondig rnet water wassen en vervolgens desinfecteren; wonden aan de handen rnoeten worden afgedekt met waterdicht wondverband; C. mag in de werk- en opslagruimten niet worden gerookt, gespuwd, gedronken, gegeten en geürineerd. 2. De leiding van de inrichting dient de nodige maatregelen te nemen om te voorkomen dat personen die een bron van besmetting zouden kunnen zun, bij het hanteren van visserijproducten worden betrokken, totdat medisch is aangetoond dat die personen dat werk kunnen verrichten zonder gevaar voor besinetting. 3.a. Bij aanwerving dienen personen die betrokken zijn bij het hanteren van visserijproducten door middel van een medisch attest te bewijzen dat niets hun tewerksteiiing in de weg Staat. b Het inediscb toezicht op de in dit artikel bedoelde personen dient te gebeuren conform de bepalingen van het foodbaiidlersbesluit (G.B. 1953 no 138) en alle andere relevante regelgeving met betrekkiiig tot. ondenverping aan medisch toezicht van al de personen die door Iiun werkzaarnheden rechtstreeks met voedingswaren of--stoffen in aariraking kornen en die deze eventiieel kunnen veroiitreiiiigen of besmetten. 21 no. 10 HOOFDSTUK 6 Bijzondere eisen voor Iiet hanteren van visserijproducten in inrichtingen aan wal Artikel 20 Eisen ten aanzien van verse visserijproducten. Het is verboden visserijproducten te bewerken en te verwerken : die na Iiet gezoiidheidsonderzoek verricht overeenkomstig het bepaalde in artikel 25 van het Besluit ongescliikt werden verklaard voor menselijke consumptie en ingevolge artikel28 van Iiet Besluit als ongeschikt gemerkt; die bedorven of schadelijk zijn of scliadelijk verklaard zijn. Wanileer gekoelde onverpakte visserijproducten niet ontniddellijk iia aankomst in de inrichtingen worden verdeeld, verzonden, bewerkt of verwerkt, inoeten zij onder ijs worden opgeslagen. Het ijs moet zo vaak als nodig worden vervangen waarbij het gebmikte ijs, rnet of zonder zout moet zijn bereid inet proceswater, en liet moet onder hygienische omstandiglieden worden opgeslagen in speciaal daarvoor bestemde containers. De onder b van dit lid bedoelde containers moeten schoon gehouden en goed onderliouden worden. Voorverpakte verse visserijproducten moeten worden gekoeld rnet ijs of rnet een mechanisch koelapparaat waarmee vergelijkbare temperatuurs omstandiglieden worden verkregen. De bewerkingen, zoals Iiet ontkoppen en het strippen, moeten rnet de nodige hygiene worden uitgevoerd en onmiddellijk gevolgd worden door het uitvoerig wassen rnet proceswater van de betreffende producteii. Visserijproducten en ingewanden mogen niet in aanraking komen rnet de vloer. 2002 22 no. 10 5.a. Alle bewerkingen zoals onder andere, het fileren en in moten verdelen, dienen met de nodige voorzorgen te worden omgeven om besmetting of verontreiniging van de filets en de moten te voorkomen en elders te geschieden dan de plaats waar met name het ontkoppen en het strippen plaats vindt. b. Filets en moten mogen niet langer op de werktafel blijven dan nodig is voor de bewerking en moeten vervolgens door adequate verpakking van besmetting worden gevrij waard. C. Indien zij bestemd zijn om Vers te worden verkocht, moeten zij zo spoedig mogelijk na de bewerking worden gekoeld. 6. De visserijproducten, de ingewanden en de delen die een gevaar voor de volksgezondheid kunneii vormen, inoeten worden afgezonderd en uit de buurt worden gehouden van.. de voor menselijke consumptie geschikte visserijproducten. 7. De voor verdeling of opslag van Verse visserijproducten gebruikte recipienten moeten zodanig zijn ontworpen, dat zowel de bescheming tegen besmetting als de bewaring van de visserijproducten in bevredigende hygienische omstandigheden gegarandeerd zijn, en met narne dat het smeltwater geinakkelijk kan wegvloeien. 8.a. Tenzij bijzondere voorzieningen aanwezig zijn voor de continue afioer van afval, moet dat aha1 worden opgeslagen in waterdichte, van een deksel voorziene recipieiiten van corrosiebestendig materiaal, die gemakkelijk gereiiiigd eii gedesinfecteerd kunnen worden. b. Het afial moet regelmatig van de werkplaatsen worden venvijderd en in de afvalcontainers naar de speciale ruimte voor de opslag van deze containers, zoals voorzien artikel 17, lid 2 onder C, worden gebracht. C. De recipiei~teii, contaiiiers en lokaal voor het aha1 moeten na gebruik telkens zorgvuldig worden gereinigd en gedesinfecteerd. d. Het opgeslagen afval mag geen bron van besmetting voor de inrichting vonneii of hiiidei voor de omgeving veroorzaken, en dient regelmatig afgevoerd te worden uit de inrichting, zo niet vernietigd te worden. 23 no. 10 Artikel 21 Eisen ten aanzien van ingevroren visserijproducten. I .a. De iiiriclitingen moeten beschikkeii over: koelinstallaties die voldoende krachtig zijn oin de temperatuur van de visseri,iproducten snel te doen dalen tot de in deze beschikking gewenste temperatuur; koelinstallaties die voldoende krachtig zijn om de visserijproducten in de opslagruimten te bewaren bij een temperatuur die, ongeacht de buitentemperatuur niet Iioger is dan de in het Besluit en de in deze beschikking genoemde temperatuur. . Voor hele vissen die ingevroren worden in pekel en verder worden verwerkt tot coiiserven kunnen echter Iiogere te~nperaturen da11 die, welke bij deze beschikking zijn voorgeschreven, worden aanvaard, doch niet hoger dan -9 C, zulks oinwille van technische redeiien die verband houden met de wijze van invriezen eri liet behandele11 van deze visserijproducten. C. De invriesdatum inoet op de verpakte visserijproducten worden veri.11eld. 2. Verse visserijproducten die inoeten worden ingevroren moeten voldoen aan de in artikel20 vastgestelde eisen. 3.a. De opslagruimteii inoeteil voorzien zijn van een thermograaf die gemakkelijk kan worden afgelezeii en die zo moet zijn opgesteld dat liet warmtegevoelige deel van de thermograaf zich bevindt in de Zone waar de temperatuur het hoogst is. . De geregistreerde temperatuurgegevei~s inoeten, ten minste drie jaar, ter beschikking van het Viskeuringsinstituut worden gehouden. 24 Artikel 22 Eisen teil aanzien van ontdooide visserijproducten 1. Indien inrichtingen visserijproducten ontdooien, moeten zij aan de volgende eisen voldoen: a. de visserijproducten moeten worden ontdooid onder passende hygienische oinstandigheden waarbij besmetting van de visserijproducten moet worden venneden en voor een goede afioer van het smeltwater moet zijn gezorgd; b. tijdens het ontdooien mag de temperatuur van deze visserijproducten niet hoger dan 5 "C zijii; C. na liet ontdooien inoeten de visserijproducten worden gehanteerd overeeiikomstig de bepalingen in deze beschikking; d. als de visserijproducten worden bewerkt of verwerkt, moet dat zo snel mogelijk geschieden en indien ze reclitstreeks in de handel worden gebracht , moet een duidelijk zichtbare vermelding met betrekking tot de ontdooide staat van deze visserijproducten op de verpakking voorkomen. Artikel 23 Algeinene eisen teil aanzien vaii verwerkte visserijproducten. 1. Verse, ingevroren of ontdooide visserijproducten bestemd voor venverking moeten voldoen aan de in de artikelen 20,21 en 22 gestelde eisen. 2. Als een behandeling wordt toegepast om de ontwikkeling van ziektevewekkende micro-organismen tegen te gaan, of als een dergelijke behandeling een belangrijk element vari de conservering van het product is, moet deze behandeling als wetenschappelijk zijn erkend door het Viskeuringsinstituut. 25 no. 10 Artikel 24 Eisen ten aanzien van gerookte visserijproducten 1. Voor het roken van visserijproducten dienen de volgende eisen in acht genomen te worden: a. Iiet roken moet geschieden in een lokaal of op een speciale plaats die, indien nodig, is voorzien van een ventilatiesysteem ter voorkoming dat de bij dit prockdk vrijgekomen rook en warnte terecht komen in de andere mimten en plaatsen waar de visserijproducten worden bewerkt, verwerkt of opgeslagen; b. het bij het roken van visserijproducten gebruikt materiaal voor de ontwikkeling vaii rook mag iliet worden opgeslagen in dezelfde ruimte waar de visserijproducten worden gerookt en moet zodanig worden gebruikt dat de visserijproducten daarbij niet worden besmet; C. voor de ontwikkeling van rook door de verbranding vaii hout is het verboden inateriaal 'te gebruiken dat geverfd, gelakt, gelijmd is of dat enige andere bewerking inet chemische conserveringsmiddelen heefi ondergaan; d. na het roken inoeteii de visserijproducten snel worden afgekoeld tot de temperatuur die welke vereist is voor de conservering van de visseriljproducten, voordat deze verpakt worden. Artikel 25 Eisen ten aanzien van gezouten visserijproducten I . Voor het zouteil van visserijproducten dienen de volgeiide eisen in acht genomen te worden: a. llet zouten dient te geschieden in een andere ruimte dan die waar iie andere behandeliiigen plaats vinden en moet van die plaatsen voldoende verwijderd of gescheiden zijii; b. het bij de behandeling van visserijproducte~~ te gebruiken zout moet schoon zijn en inoet zodanig worden opgeslageii dat besinetting wordt voorkomen; C. reeds gebruikt zout inag iiiet opnieuw gebruikt worden; 2002 26 no. 10 d. de zoutkuipen inoeten zodanig gebouwd zijn, dat ' elke mogelijke verontreiniging vm de visserijproducten tijdens het zoutingsproces wordt voorkomen ; e. de zoutkuipen en de plaatsen waar het zouten plaats vindt, moeten steeds vooraf gereinigd en gedesinfecteerd worden. Artikel 26 Eisen ten aanzien van het koken van schaaldieren 1, Voor het koken van schaaldieren dienen de volgende eisen in acht genomen te worden: a. na het koken moeten de schaaldieren snel worden afgekoeld rnet proceswater totdat de temperatuur van smeltend ijs wordt bereikt; b. de schalen dienen op hygienische wijze te worden venvijderd, zodat besmetting van het product wordt voorkomen en indien dit met de hand gebeurt, moet het personeel de handen zeer zorgvuldig wassen; C. alle gebruikte werkoppervlakken moeten zorgvuldig worden gereinigd en gedesinfecteerd en indien machines worden gebruikt, moeten deze met korte tussenpozen worden gereinigd en na elke werkdag worden gedesinfecteerd; d. na het verwijderen van de schalen moeten de gekookte producten onmiddellijk worden ingevroren of afgekoeld tot een temperatuur waarbij geen ziektekiemen meer kunnen groeien en moeten zij in daartoe geschikte mimten worden opgeslagen. 2. De Ieidiiig van de inrichting moet de producten periodiek aan microbiologische coiitroles onderwerpen, met inachtneming van de volgende bepalingen : a. de controle, in een volgens artikel 29 van het Besluit erkende inrichting, van gekookte schaaldieren inet betrekking tot de onder d van dit lid, vastgestelde microbiologisclie normen, moet door de leiding van de inrichting worden uitgevoerd tijderis Iiet productieproces en v66r het iii de handel brengen vari de producten; b. voor de controle rnoeten bemonsteringsschema's worden opgesteld, waarbij: \002 2 7 no. 10 i) de leiding van de inrichting rekening moet houden inet de aard van de producten (hele producten, van huu schaal ontdane producten), met de kookteinperatuur eil -tijd, rnet de risico-analyse en de eisen zoals vervat in Iioofdstuk 3 van het Besluit, betreffende autocontroles; lii) in geval de in dit lid onder d, sub ii en iii, vastgestelde normen worden overscbreden, moeten de volgende handelingen worden ondernomen: het Viskeuringsinstituut wordt op de lioogte gebracht van de verkregen resultate~i, van de rnaatregelen die terzake de betrokken partijen zijn genomen en van de iii het tweede aandachtstreepje bedoelde rnaatregelen; de metliodeii voor toezicht worden herzien en de kritieke punten worden gecontroleerd orn na te gaan waar zicli de besmettingsbron bevindt, waarbij tevens de frequentie van de analyses wordt verhoogd; de partijen waarin ziektekiemen zijn aangetroffen of waarin de in dit lid onder d, sub ii vastgesteide M-waarde voor Staphylococcus aureus is overschreden, mogen niet voor menselijke consumptie in de liandel worden gebracht; C. de metliodeii voor microbiologische analyses zijn: I) in afwachting van de vaststelling of de publikatie vaii de metlioden voor microbiologische analyses worden vastgesteld door de Minister in overeensteinming rnet de bepalingeii van artikel 42, moeten voor de contiole ten aanzien van de bepaalde rnicrobiologische normen, analysemethoden worden gebruikt die internationaal wetenschappelijk zijn erkend en in de praktijk liun degelijklieid Iiebben bewezen; 11) de gebruikte analysemethode moet tezame~i inet de corresponderende resultaten geregistreerd worden; d. voor gekookte schaaldiereii gelden de volgende microbiologische normen: ) Ziektekieinen (voor alle producten) Soort kiein Norm / Salmonella SPP Aaiiwezig in 25 g 11=5 C = o 2002 28 no. 10 Bovendien lnogen op grond van de risicoanalyse, op te Sporen ziekteverwekkende micro-organismen en hun toxinen niet voorkomen in hoeveelheden die de gezondheid van de consumenten kunnen scliaden. De gebruikte parameters n, in, M en C worden als volgi vastgesteld: n = aantal eenlieden waaruit Iiet monster bestaat; m = drempelwaarde waaronder alle resultaten bevredigend worden geacht; M = maxiinumwaarde C = aantal monstereenheden die waarden opleveren tussen 3m en M; ii) Itiemeii die op eeii gebrek aan hygiene wijzen (van schaal ontdane producteii) Soort kiem Staphylococcus aureus I of Thennotolerante coliformen (44 OC in een vaste voedingsbodem) of Escherichia coli (in ' een vaste voedingsbodem) NCWm (g) m = 100 M= 1000 n = S ' c = 2 m = 10 M = 100 n = 5 c = 2 m = 10 M = 100 n = S c = l no. 10 iii) indicatorkiemen (richtsnoeren): esofiele aerobe bacterien (30 L .C> Soort kiem I ( a) Hele producten Noriil (g) b) Van Iiun scllaal oiitdane producten, ui tgezonderd krabvlees C) krabvlees m = 100.000 M = 1.000.000 Deze richtsnoeren moeten de leidiilg van de inricliting helpen bij de beoordeling of hun inrichting goed fiinctioneert en bij de toepassing van de procedures voor toezicht op de productie; e. beoordelingsschema voor gekookte schaatdieren volgens een 3-klassenplan waarbij n = 5 eil C = 2: Resultaten van de micro biologisclie analyses a) Twee moiisters op 5 bevatten kietngetalleii tussen 3m en M (cln 1 2/5) Beoordeling 1. De 5 monsters bevatten kierngetallen die lager zijn dan, of gelijk zi,jn aan 3m voor alle microbiologische criteria. 2. Monsters die kiemgetallen bevatten tussen 3m en M aanvaardbaar bevredigend b) Meer dan 2 monsters op 5 niet bevredigend bevatten waarden tussen 3 m 3. Een enkel monster op 5 niet bevredigend bevat eeii kiemgetal dat Artikel 27 Eisen teil aanzien van vispulp 1. Voor vispulp, verkregen door liet visvlees mechanisch van de graten te scheiden, dienen de volgeiide eisen in acht genomen te worden: a. het mechanisch van de graten scheiden van de visvleesresten moet zonder onredelijk opontlioud geschieden na het fileren, met gebruikmaking van visserijproducten zonder de ingewanden; b. indieii gebruik wordt gemaakt van de gehele vis, moet die vooraf worden gestript en gewassen; C. de machines moeten met korte tussenpozen eil ten minste om de twee uur worden gereiiiigd eil v66r het scliaflen en iia elke werkdag worden zij gereinigd en gedesinfecteerd; d. de pulp moet zo spoedig mogelijk na de vet-vaardiging worden ingevroren of worden verwerkt in een product dat voor invriezen of een stabiliserende behaiideliiig is besteind. Artikel 28 Eisen ten aanzieii van gedroogde visserijproducten Visserijproducten dienen gedroogd te worden in inriclitingen, die beschikken over de voor dit doel adequaat en hygienisch ingerichte installaties. Artikel 29 Eisen inet betrekking tot parasieten : visuele controles 1 . Tijdens de productie eil voordat zij voor menselijke consumptie in de handel worden gebracht, moeten de visserijproducten aan een visuele controle worden onderworpen voor de opsporing en de verwijderiiig van ziclitbare parasieten. 2. Visserijproducten die duidelijk drager zijn van parasieten inogen niet voor meiiselijke consumptie in de handel worden gebracht. 2002 32 no. f O De visuele coiltrole wordt steekproefsgewijs op een representatief aaiital vissen uitgevoerd. De leidiilg van de iilrichtingen aan wal bepalen naar gelang de aard van de visserijproducten, de geografische oorsprorig ervan en ltet gebruik dat ervan wordt gemaakt, de omvang en de frequentie van de in lid 3 van dit artikel bedoelde controles. Tijdens de productie wordt de gestripte vis door de visscliooilinakers visueel gecontroleerd voor wat betreft de buikliolte en de voor meiiselijke consumptie bestemde lever en Icuit. Naar gelang de toegepasfe stripmethode wordt de visuele controle als volgt verricht: bij inanueel strippen: contiiiue controle door de betrokken arbeider bij het strippen en spoelen; bij inecliai~iscli strippen: steekproefsgewijze controle bij een representatief aantal vissen van ten ininste tien vissen per partij. De visuele coi~trole van visfilets en vismoten wordt verricht door de visschoonmakers vo6r de eerste verpakking. Wailileer, in verband met de grootte van de filets of de fileerbewerkingen, een individueet onderzoek oninogelijk is, inoet, overeenkomstig de bepalingen van lloofdstuk 4 van Iiet Besluit, een bemonsteri~~gsprogramma worden opgesteld eil ter bescbikking van het Viskeuriilgsinstituut worden gehouden. Wanneer onderzoek Vati de filets met tegenliclit vanuit technisch oogpunt mogelijk is, inoet dit in het beinoiisteringsschema worden opgenomen. Artikel 3 0 Eisen met betrekking tot parasieten : vriesbehandeling 1. Bepaalde visserijproducten moeten: a. wanneer zij besteind zijn voor gebruik in ongewijzigde staat, gedurende ten minste 24 uur een zodanige vriesbehandeling hebben ondergaan dat de kerntemperatuur van de visserijproducten ten hoogste -20 O C bedraagt, waarbij deze vriesbehandeling moet worden toegepast op Iiet rauwe product of op het eindproduct; b. wanneer zij in de handel worden gebracht, vergezeld zijn van een etiket van de inrichting, waaruit blijkt welke bel-iaiidelilig zij I-iebben ondergaan; C. voordat zij voor consumptie in de hai-idel worden gebracht, ondenvorpen worden aaii een controle door de leiding van de inrichting, die moet toezien dat de vissen, visserijproducten en de bij de vervaardiging daarvan gebruikte grondstoffeii, de bedoelde vriesbehandeling hebben ondergaan. 2. De in lid 1 van dit artikel bedoelde visserijproducten zijn: a. visserijproducten besteind om rauw of vrijwel rauw te worden geconsumeerd; b. visserijproducten die een koud rookproces hebben oiidergaan waarbij de kerntemperatuur van de visserijproducten onder 60°C blijft; C. geinarineerde en/of gezouten visserijproducten, waarvan de toegepaste bellai~deling iiiet volstaat oin de larven van iieinatoden te doden. 34 no. 10 Artikel 3 1 Eisen inet betrekking tot de controle op toxinen I . Onderzoek naar de aanweziglleid van toxiiien van enzyinatische oorsprong, type biogene ainines: Histamine: a. per partij moeten negen inonsters worden genoinen en mag: de gemiddelde concentratie niet hoger zijn dan 100 ppm; bij teil lioogste twee mo~isters de conceiitratie meer dan 100 ppm, doch niet ineer daii L00 ppm bedragen; bij geen enkel rnoilster de concentratie ineer dan 200 ppin bedragen; b. deze inaxiinumcoilceritraties gelden alleen voor vissoorten die behoren tot de fainilies Scombridae, Clypeidae, Engraulidae en Coryphaenidae, met dien verstaiide dat iiidien de vissen van deze families een enzymatische rijpiiig in pekel hebben ondergaaii, ze wel hogere I~istainineconcentraties mogen bevatteii, welke eveiiwel het dubbele van de in lid 1, onder a van dit artikel geiioemde waarden niet mogen overschrijdeii; C. de onderzoekingen inoeten worden verriclit inet behulp van wetenschappelijk erkeilde methoden die hun deugdelijkheid Iiebben bewezen, zoals onder andere de HPLC (hogedruk-vloeistofchromatografie). 2. Onderzoek iiaar de aanwezigheid van rnariene biotoxinen, types Paralytic Shellfish Poison (PSP) en Diarrhetic Sliellfish Poison (DSP): a. het totale gehalte aan PSP (Paralytic Shellfish Poison) in de eetbare delen van weekdieren (het gehele dier of elk afzoilderlijk eetbaar deel) mag iiiet meer bedragen dan 80 inicrograrn per 100 gram volgens de biologische ailalysemetliode - eventueel iii coinbinatie inet een chemische inetliode voor het opsporeii vaii saxitoxine - of eeii andere door het Viskeuringsinstituut erkende inethode; b. in geval van t;etwisting van de resultaten geldt als de referentiemethode de biologische analyseinethode; 2002 35 no. 10 C. de gewone biologische analysemethode mag geen positief resultaat te zien geveii voor wat betreft de aanwezigheid van DSP (Diarrhetic Shellfish Poison) in de eetbare delen vaii weekdieren (het gehele dier of elk afzonderlijk eetbaar deel). 3. Iclitliyosarcotoxineii van Iiet type tetrodotoxine, afkomstig van giftige vis van de families vermeld in artikel 6 lid 1, onder a van het Besluit mogen niet in de handel worden gebracht. 4. IclitIiyosarcotoxi~~en vaii het biotoxiiie type ciguatoxiiie of andere spiewerlammende toxinen vermeld iii artikel 6 Iid 1, onder b van het Besluit mogen niet voorkoinen in visserijproducten. Artikel 32 Eisen met betrekking tot de controle vail in het aquatisch milieu aanwezige contamiiiaiiten 1. Onverminderd de voorschriften i~izake de waterbescherming eil het waterbeheer, met naine wat betreft de verontreiniging van liet aquatisch milieu, mogen de eetbare delen van visserijproducten geen in liet aquatiscli milieu aanwezige coiitamiilanten, zoals zware metalen en organische halogenen bevatten in zodanige hoeveelheden dat de berekende opname bij voeding de voor de mens aanvaardbare dagelijkse inname of wekelijkse inname overtreft. 2. Voor de controle op kwik wordt door middel van een bewakiiigsprogramma de mate van besinetting vaii visserijproductei~ door contaminanten gecontroleerd: a. de als criteriuin aan te houden waarden voor kwik zijn: voor eetbare delen van visserijprodiicten mag liet gemiddelde gellalte totaal kwik niet meer bedragen dan 0,5 ppm (0,s ing/kg) voor het verse visserijproduct; voor de onder e van dit lid vermelde soorten wordt het gemiddelde gehalte, voor eetbare deleii op 1 ppm (1 mg tkg) van Iiet verse visserijproduct gesteld; 2002 36 no. 10 b. voor de opsporing van llet gehalte aal1 totaal kwik wordt als referentie analysetecliniek de atoinaire-ab~or~tiespectometrie oftewel koude dainptechniek (AAS) toegepast; C. het benlonsteriixgsprogramrna voor Verse en voor ingevroren visserijproducten wordt vastgesteld door het Viskeuringsinstituut inet inaclitneming van de volgende factoren: aard van de producten: categorie a : de onder e vail dit lid vermelde soorten; categorie b : andere soorten; het rniiiimum aantal monsters dat per partij voor elke categorie visserijproducten inoet worden genomen, namelijk: voor categorie a : J 0 monsters van 10 verscbillende exemplaren; voor categorie b : 5 monsters van 5 verschillende exeinplaren; d. de aiialyse wordt, inet het oog op het verkrijgen van het gemiddelde kwikgehalte, verricht op het fijii geliomogeniseerde mengsel van de monsters waarbij er vooral voor de onder e van dit artikel vermelde soorteii, die wat grootte betreft uiteei~lopeil, op gelet moet worden dat de genomen monsters representatief zijn voor de sainei~stelliilg van de partij; e. vissoorten (Surinaarnse benaming cursief, weteiischappelijke benaming tussen haakjes) die als gevolg van fysiologische factoren gemakkelijker kwik in het weefsel opslaan dan andere vissoorteii zijil: Haai of sarki (alle soorten) Tonijil of tuna (Tl~unus spp.) Dwergtonijn (Euthynnus spp.) Boniet of makreel (Sarda spp.) Boniter of makreel (Orcynopsis unicolor) Zwaardvis of zwaardvis(Xiphias gladius) Zeilvjs ofzwaardvis (Istiophorus platypterus) Marlijil of zwaardvis (Makaira spp.) Paling of aal (Anguilla spp.) Zeebaars (Dicentrarchus Iabrax) Steiir ( Acipencer spp .) Heilbot of botji (Hippoglossus hippoglossus) 2002 37 Roodbaars (Sebastes marinus, S. mentella) Blauwe leng (Molva dipterygia) Zeewolf (Anarhictras lupus) Snoek (Esox lucius) Portugese doornhaai (Centroscymnes coelolepis) Rog eil vleet of spari (Raja spp.) Kousebandvis of riemvis (Lepidopus caudatus, Aphanopus carbo) Zeeduivel of lompoe (Lophius spp.) HOOFDSTUK 7 Keuring in de aanvoercentra Artikel 33 Keuring van visserijproducten iii de aanvoercentra De keuring in de aanvoercentra bestaat uit een controle van: de sanitaire deugdelijkbeid; de versheid; de gaafheid; de temperatuur. Artikel 34 Saiiitaire deugdelijkheid I . Bij de controle op de saiiitaire deugdelijkheid van visserijproducten dient gelet te worden op de aanwezigheid van parasieten, toxinen, bacterien, virussen en accidentele of intentionele contarninaiiten die gevaar kunnen opleveren voor de volksgezondheid. 2. indien nodig wordt geaclit kaii het Viskeuringsinstituut in het belang van de volksgezondheid, bij de uitvoering van artikel 21 lid 2 van het Besluit, de nodige analyses en onderzoekingen laten verrichten, teneinde de in lid I van dit artikel genoemde Parameters te colitroleren. 2002 38 no. 10 3. Deze controles zullen naar gelang de noodzaak systematisch worden uitgevoerd, lletzij steekproefsgewijs of door het opstellen van een bewakingsprogramma. Artikel 35 Verslieid 1.a. De controle op de versl~eid bestaat uit een organoleptische beoordeling van inonsters. b. De criteria die in aani~ierking koinen bij de organoleptische beoordeling zijn: uitzicht, kleur, coilsistentie, geur en eventueel smaak. C. De visserijproducten dienen te voldoen aan de versheidscriteria vermeld in onderstaand beoordelingsschema: geeii slijin liclite sporen oiidoorzichtig slijm melkaclitig slijin r-- CRlTERiA ['-:T- EXTRA ) VERSHEIDSKLATSE A B ( Niet toegelaten uI!ERLIJK 3 of in e e i ~ verder gevorderd stadium vail verandering I . HUID--' r OGEN injevalleii doorzichtig Iiooriivlies Iioornvlies iets glaiizend hoornvlies melkaclitig glanzend hoornvlies doffe klaurl ondoorzichtig slijm iii Iiet midden hol ' verbleelcte matte kleur inelkachtig slijin vlak Heldere, metaalachtig glanzende kleur: geen verkleuring glashelder doorzichtig slijm coiivex (bol) Iieldere kleur, inaar zonder glans eiiigzins troebel slijm bol, inaar iets 2002 40 no. 10 3. a.De organoJeptische beoordeliiig inoet v66r de eerste verkoop van de 21 visserijproducten worden herhaald, indien wordt geconstateerd dat niet aan het bepaalde van het Besluit is voldaan of indien dat nodig wordt geacht. b. V66r eerste verkoop tnoeten de visserijproducten tenminste voldoen aan de versheidsklasse B die is vastgesteld uit hoofde van het iid 1, onder C van dit artikei aangegeven beoordelingsschema. 4. Als op groild van de organoleptische beoordeling, al of niet aangevuld met het oiiderzoek vail de in lid 2, onder a van dit artikel vermelde Qsische Parameters, eilige twijfel bestaat over de versheid van de visserijproducten, kunnen chemische of microbiologische controles worden uitgevoerd. 5a. Tei~eiiide de versheid van visserijproducten te bepalen, worden monsters genoineil die in eeii laboratorium worden onderzocht op chemische parameters zoals: TVB-N (Total Volatile Basic Nitrogen); TMA-N (~rirnet~lainine-~ifro~en); Iiidol (afbraakprodiikt van'tryptofaan). 2. b. De niet verwerkte visserijproducten worden als ongescliikt voor menselijke consuinptie beschouwd, wanneer bij chemische controle blijkt dat de hieronder vastgestelde grenswaardeii voor de totale vluchtige basische stikstof, b. Iiierna "TVB-N" genoemd, worden oversclireden: 25mg stikstof/lOOg visvlees voor de soorten: Sebastes spp.; Helicoleiius dactylopteriis (Blauwkeeltje); Sebastichthys capeiisis (Kaapse roodbaars). 30 mg stikstof f100g visvlees voor de soorten die belloren tot de familie PLEURONECTIDAE (Scholachtigen), inet uitzondering van de heilbot (Hippoglossus spp.); 35 ing stikstof / lOOg visvlees voor: Salino salar; soorten die bel;orei? tot de familie MERLUCCIIDAE; * soorten die behoreii tot de fainilie GADTDAE. 2002 41 no. 10 C. Het Viskeuringsinstituut zal de onderzoeksmethoden vaststellen en de als criterium aan te hoiiden bsische waarden bepalen. d. De voor controle op de grenswaarde voor TVB-N te gebruiken referentiemethode is die welke in de "TVB-N-beschikkiilg" is beschreven voor de destillatie van een met boorzuur eiwitvrij gemaakt extract. e. De onder d van dit artikel bedoelde destillatie wordt uitgevoerd met behulp van een apparaat zoals afgebeeld in artikel 5 lid 2 van de "TVB-N beschikking". f. Voor de controle op de grenswaarde voor TVB-N wordt de directe destillatiemethode, beschreven door AntonacopouIos (1968) en Kjeltec systeein gebruikt, zoals vastgesteld in de TVB-N beschikking. g. Voor monsternarne wordt volstaan met ongeveer 100 gram visvlees, dat op ten minste drie verschilleiide plaatsen van het product wordt weggenomen en vervolgens wordt fijiigemalen en vermengd. h. Bij twijfel of bij geschillen over de resultaten van de volgel~s 66n van de routinemethoden uitgevoerde analyse mag ter controle van de resultaten uitsluiteiid de onder d van dit lid bedoelde referentieinethode worden gebruikt. 6. Indien bij de organoieptische beoordeling, al of niet aangevuld. met andere onderzoekiiigen of metingen, blijkt dat de visserijproducten ongeschikt zijn voor menselijke consumptie, moeten deze visserijproducten, volgens de procedure beschreven in artikel 28 van het Besluit uit de inarkt genomen en vernietigd worden, zodat zij niet meer voor menselijke consumptie gebruikt kunnen worden. Artikel 36 De visserijproducten rnoet vrij zijn van: a. zware kneuzingen en schrammen; b. vuil eil sterke verkleuring. no. 10 Artikel 37 Temperatuur De controle van de temperatuur van de visserijproducten bij het lossen, bij het te koop aanbieden, bij het opslaan en vervoeren, dient te geschieden om na te gaan of aan het vereiste van de temperatuur, zoals gesteld in het Besluit en in deze beschikking wordt voldaail Artikel 3 8 Coiitrole op de aanwezigheid van zichtbare parasieteii. 1. Visserijproducten moeten voordat zij voor menselijke consumptie in de handel worden gebracht, aan een visuele steekproefsgewijze controle worden onderworpeii voor de opsporing van zichtbare parasieten. 2. Visserijproducten die duidelijk drager zijn vaii parasieten mogen iiiet voor rnenselijke consiiinptie in de handel worden gebracht. Artikel 39 Controle op de aaiiwezigheid van toxinen 1. Onderzoek naar de aanwezigheid van toxinen vaii enzymatische oorsprong, type biogene amines: Histamine: a. per partij moeten negen monsters worde~i genomen en inag: de gemiddelde concentratie niet hoger zijn dan 100 ppm; bij teri hoogste twee inonsters de conceiitratie meer dan 100 ppm, doch niet meer dan 200 ppin bedrageii; . bij geen enkel'inonster de concentratie ineer dan 200 ppm bedragen; 2002 43 no. 10 b. deze maximumconcentraties gelden alleen voor vissoorten die behoren tot de families Scombridae, Clupeidae, Engraulidae en Coryphaenidae, met dien verstande dat indien de vissen van deze families een enzymatische rijping in pekel hebben ondergaan, ze wel hogere histarnineconcentraties mogen bevatten, welke evenwel het dubbele van de in lid 1, onder a van dit artikel genoemde waardeii niet mogen overschrijden; C. de onderzoekingen moeten worden verricht met behulp van wetenschappelijk erkende methoden die hun deugdelijkheid hebben bewezen, zoals onder andere de HPLC (hogedruk-vloeistofchromatografie). 3. Onderzoek naar de aanwezigheid van mariene biotoxinen, types Paralytic Sliellfish Poison (PSP) en Diarrhetic Shellfish Poison (DSP): a. het totale gehalte aan PSP (Paralytic Sliellfish Poison) in de eetbare delen van weekdieren (het geliele dier of elk afzonderlijk eetbaar deel) mag niet meer bedragen dan 80 micrograrn per lOOgrarn volgens de biologische analysemethode - event~ieel in combinatie met een chemische methode voor liet opsporen van saxitoxine - of eeii andere door het Viskeiiringsinstituut erkende methode; b. in geval van betwisting vari de resultaten geldt als de referentiemethode de biologische analyseinethode; C. de gewone biologische analysemethode mag geen positief resultaat te zien geven voor wat betreft de aanwezigheid van DSP (Diarrhetic Shellfish Poison) in de eetbare deleii van weekdieren (het gehele dier of elk afzonderlijk eetbaar deel). 3. Ichthyosarcotoxinen van liet type tetrodotoxiiie, afkomstig van giftige vis van de families vermeid iii artikel 6 lid 1, onder a van het Besluit mogen niet in de hmidel worden gebracht. 4. Iclitliyosarcotoxinen van liet biotoxine type ciguatoxine of andere spierverlaminende toxinen vermeld in artikel 6 lid 1, onder b van het Besluit mogen niet voorkoinen in visserijproducteii. 44 Artikel 40 Coiitrole op in het aquatisch milieu aanwezige contarninanten 1 . Onverrninderd de voorscliriften inzake de waterbeschermiiig en het waterbeheer, inet name wat betreft de verontreinigiiig van het aquatisch milieu, mogeii de eetbare delen van visserijproducten geen in het aquatisch milieu aanwezige contaminanten, zoals zware rnetalen en organische halogenen bevatteii in zodanige hoeveellieden dat de berekende opnarne bij voeding de voor de mens aanvaardbare dagelijkse innarne of wekelijkse inname overtrefl. 2. Voor de controle op kwik wordt door middel van een bewakingsprogramma de mate van besmetting van visserijproducten door coiitaminanten gecontroleerd: a. de als criterium aan te houden waarden voor kwik zijn: voor eetbare delen van visserijproducten mag iiet gemiddelde gehalte totaal kwik niet ineer bedragen dan 0,5 ppm (0,5 mglkg) voor Iiet verse visserijproduct; voor de onder e van dit lid vermelde soorten wordt het gemiddelde gelialte, voor eetbare delen op 1 ppm ( I mg /kg) van Iiet verse visserijproduct gesteid; b. voor de opsporing van het gelialte aaii totaal kwik wordt als referentie analysetechniek de atoinaire-absorptiespectometrie oftewel koude dainptechniek (AAS) toegepact; C. Ilet bemonsteringsprogramna voor verse en voor ingevroren visserijproducten wordt vastgesteld door het Viskeuringsinstituut met inachtneming van de volgende factoren: aard van de producten: categorie a : de oiider e van dit lid vermelde soorten; categorie b : andere soorten; 2002 45 no. 10 liet miilimum aantaJ inonsters dat per partij voor elke categorie visserijproducten moet worden genomen, namelijk: voor categorie a : 10 tnonsters van 10 verscbillende exemplaren; voor categorie b : 5 monsters van 5 verschillende exemplaren; d. de analyse wordt, met Iiet oog op het verkrijgen van het gemiddelde kwikgehalte, verricht op het fijn gehomogeniseerde mengsel van de monsters waarbij er vooral voor de onder e van dit artikel vermelde soorten, die wat grootte betreft uiteenlopen, op gelet inoet worden dat de genomen monsters representatief zijn voor de samenstelling van de partij; e. vissoorten (Surinaamse benaming cursief, wetenschappelijke benaming tussen haakjes) die als gevolg vail fysiologisclie factoren gemakkelijkes kwik in het weefsel opslaan dan andere vissoorten zijn: Haai of sarki (alle soorten) Tonijn of tuna (Thunus spp.) Dwergtonijn (Euthynnus spp.) Boniet of mabeel (Sarda spp.) Boniter of makreel (Orcynopsis unicolor) Zwaardvis of zwaardvis(Xiphias gladius) Zeilvis of zwaarckvis (Istiopliorus platypterus) Marlijn of zwaardvis (Makaira spp.) Paling of aal (Anguilla spp.) Zeebaars (Dicentrarchus Iabrax) Steur (Acipenser spp.) Heilbot of botji (Hippoglossus hippoglossus) Roodbaars (Sebastes nlarinus, S. mentella) Blauwe leng (Molva dipterygia) Zeewolf (Anarhictras lupus) Siioek (Esox lucius) Portugese doornliaai (Ceritroscymnes coelolepis) Rog en vleet of spari (Raja spp.) Kousebandvis of riemvis (Lepidopus caudatus, Aphanopus carbo) Zeeduivel of lon~poe (Lopliius spp.) 46 HOOFDSTUK 8 no. 10 Het gezondheidsonderzoek. Artikel 4 1 Doel van het gezondheidsonderzoek Het gezoiidbeidsonderzoek, als vermeld in artikel2.5 van het Besluit (S.B. 2002,110. ....) is bedoeld om te voorkoinen dat visserijproducten, die organisinen kuiinen overdragen of die schadelijk zijn voor de volksgezondheid, voir inenselijke coi~sumptie in de handel worden gebracht. Artikel 42 Parasitaire coiitroles De visserijproducteii inoeteii steekproefsgewijs onderworpen worden aan een visuele controle; visserijproducten die duidelijk drager zijn van parasieten, mogeii niet voor menselijke consumptie in de handel worden gebracht. Artikel 43 Microbiologisclie coiitroles Indien Iiet Viskeuringsiilstituut het nuttig oordeelt of indien zij op basis van lokale omstandighedeil oordeelt dat de volksgezondheid in gevaar komt, kan zij in voorkoinende gevallen, microbiologische criteria, aiialysemethoden en beinonsteringsprogramma's opleggen. Artikel 44 Controle op contaminanten 1 . Het Viskeuriilgsiiistit~~ut ontwikkelt een bewakingsprogramma oin de mate va1.i besmettiiig van visserijproducten door containinanten te controleren. 2002 47 no. 10 2. De visserijproducten waarvan de eetbare delen zodanige hoeveelheden contarninanten bevatten dat de berekende opname bij de voeding de voor de mens aanvaardbare dagelijkse of wekelijkse iiinarne overtreft, worden niet toegelaten voor menselijke consumptie. Controle op de productie-eisen Artikel 45 Controle op productie-eisen Teneinde na te gaan of aan het bepaalde in artikel24 lid 1, onder a en lid 2 van het Besluit wordt voldaan stelt het Viskeuringsinstituut een controleregeling in omvattende: controle op de aanvoercentra; controle van de iririchtiiigen; controle op vissersvaartuigeii; keuring bij aanlandiilg of v66r de eerste verkoop en controle op de opslag en het vervoer. Artikel 46 Controle op vissersvaartuigeii 1. De controle van de vissersvaartuigen kan zowel op zee, op de rivier als in de haven geschieden. 2. De verantwoordelijken aan boord van de vissersvaartuigen zien er op toe dat de gezondheidsvoorschriften aan boord van de vaartuigen worden nageleefd, hetgeen door het Viskeuringsinstituut wordt gecontroleerd. 3. Het Viskeuringsinstituut is bevoegd de hygiene aan boord te controleren als mede na te gaan of de betreffende regelgeving van de uitrustingen voor het bewaren, bewerken eil verwerken van visserijproducten, alsook de gezondlieidseisen gesteld aan deze visserijproducten, wordt nageleefd. 2002 48 no. 10 4. De Iiier bedoelde controles vindeii plaats telkens als het Viskeuringsinstituut dit nodig acht. 5. Periodiek moet worden iiagegaan of nog altijd wordt voldaan aal de inrichtingsvoorwaarden, inet name of de visserijproducten op een correcte inanier behandeld worden, of lokalen, uitrustingen en instrumenten rein gehouden worden, of Iiet persoiieel de hygienische voorschriften naleefi en, of de betreffende documenten bijgehouden worden. Artikel 47 Keuring bij aanlanding of v66r de eerste verkoop Controle op de iialeving van voorschriften bij aanvoer eil bij eerste verkoop dient te gescliieden op basis van de eisen, zoals gesteld in hoofdstuk 3. Artikel 48 Controle van de inrichtiilgen 1. Regelmatige coiitrole van de inriclitingeii vindt plaats, teneinde na te gaan ofi a. nog steeds aan de voonvaarden voor erkenning wordt voldaan; b. bij het hantereii van de visserijproducten de voorschriften in acht worden genomen; C. wordt voldaan aan de voorscliriften op het gebied vaii de reiniging van de ruiinten, de installaties eil de werktuigen, en op het gebied van de hygiene van Iiet personeel; d. de merken op de juiste wijze worden angebracht; e. het register, waariil bij aaiikoinst van de visserijproducten op het bedrijf, de soort, de aard, Iiet gewiclit, het land van oorsprong (productie) en bet land van Iierkoinst (indien het via een ander dan Iiet productieland geimporteerd werd) van deze visserijproducten worden opgetekeiid, bijgehouden wordt. 2002 49 no. 10 2.a. Het Viskeuriagsinstituut ziet er op toe dat de leiding van de inrichtingen alle nodige maatregelei~ neemt opdat tijdens ieder stadium van de productie van visserijproducten, de voorschrifieii van de wet en haar uitvoeringsregelingen worden nageleefd. . De leiding van de inrichtingen houdt de programma's die opgesteld werden betreffende de autocontroles, de reiniging en de desinfectie, de ongediertebestrijding, het mediscli toezicht en de hygienische vonning van het persoiieel, gedurende miiiimaal drie jaar, ter beschikking van het Viskeuringsinstituut. 3. De autocontroles ziji~ gebaseerd op de beginselen vastgesteld in hoofdstuk 3 van het Besluit (S.B.2002, no. ...). Artikel 49 ControJe op de aanvoercentra 1. Het Viskeuringsinstituut stelt een controleregeling in voor aanvoercentra ten eiiide na te gaan of de voorschriften van de wet en haar uitvoeringsregelingen worden ilageleefd. 2. Deze controleregeling omvat, onder andere, het toezicht op de aanvoer, het lossen, het verkopen, het opslaan en het transporteren van de visserijproducten in de aaiivoercen tra. 3. Het Viskeiiringsiiistituut verzekert zich er van dat de exploitanten van aanvoercentra een autocontrolesysteern invoeren en toepassen. Artikel 50 Coritrole op de opslag en het vervoer Controle op de opslag eil het vervoer gescliiedt op basis van de eisen gesteld in Iioofdstuk 12 50 no. 10 Artikel 5 1 De bevoegdheid der kwaliteitsmanagers 1. De kwaliteitsmanager zijn bevoegd oin op iedere plaats en op ieder ogenblik: a. controle uit te oefeneii op de aanwezige of aangevoerde visserijproducten en hun Iierkomst; b. de nodige monsters te neinen teneinde eventueel een laboratoriumonderzoek te verrichten of te doeii verrichten; C. de visserijproducten ongeschikt voor inenselijke consurnptie te verklaren en i t ~ beslag te neinen indien niet wordt voldaan aan de gestelde eisen met betrekking tot, oiider andere, de sanitaire deugdelijkheid, de versheid, de gaafl~eid of de temperatuur; d. de vereiste certificaten voor de uitvoer van visserijproducten te verstreben. HOOFDSTUK 10 Verpakken Artikel 52 Eisen voor het verpakken 1 .a. Het verpakken inoet plaatsvinden onder adequate hygienische omstandigheden, zodat elke besmetting van de visserijproducten wordt voorkoinen. b. Wanneer het Verse, niet voorverpakte visserijproducten betreft, dienen die afgeijsd te zijil, waarbij een laag ijs de visserijproducten van de wanden van het recipient dient te isoleren. 2. Het verpakkiilgsinateriaal eri de producten die met de visserijproducten in contact kunnen koinen, moeten aaii alle hygienisclie voorschriften voldoen, en inet iiaine: 2002 5 1 no. 10 a. inag het geen verandering brengen in de organoleptiscI~e kenmerke~i van de bewerkte en verwerkte visserijproducten; b. mag het geen voor de volksgezondheid schadelijke stoffen op de visserijproducten overbrengen; C. inoet Iiet voldoende stevig zijn om de visserijproducten een doeltreffende bescheming te bieden. 3a. Het verpakkingsmateriaal mag geen tweede maal worden gebruikt, tenzij het gaat om speciale ondoordringbare, gladde recipienten van corrosiebestendig inateriaal die geinakkelijk te reinigen en te desinfecteren zijn en die na reiniging en desinfectie opnieuw kunnen worden gebniikt. b. Verpakkingsmateriaal voor Verse visserijproducten onder ijs moet zo zijn ontworpen dat liet smeltwater kan wegvloeien. 4. Nog niet gebruikt verpakkingsmateriaal moet worden opgeslagen in een aparte ruimte, die gescheiden is van de productieruimte en moet worden beschermd tegen stof en besn~etting. HOOFDSTUK 1 1 Identificatie en certificatie van visserijproducten Artikel 53 Identificatie en certificatie van visserijproducten in de aanvoercentra 1 . De identificatie en certificatie van visserijproducten in de aanvoercentra vanaf het ogenblik van de keuring tot op het ogenblik van de verkoop gebeurt conform het bepaalde in de artikelen 25 lid 2, 26, 27 en 28 van het Besluit (S.B. 2002, no.9). 2. a. Ter aanduiding vaii visserijproducten die een keuring hebben ondergaan, wordt een waterbestendig etiket gebruikt welk vervaardigd moet zijn uit materiaal dat beantwoordt aan alle eisen van de hygiene en zo gemaakt is dat het niet opnieuw gebruikt kail worden. 2002 52 no. 10 b. Visserijproducten die iii de aanvoerceiitra worden aatlgevoerd, worden gemerkt door een etiket dat aangebraclit wordt op de recipieiit of de verpakkii~g, of tussen de bovenste laag visserijproducten en de recipient of de verpakking. 3. Het in lid 2 van dit artikei bedoelde etiket dient de hierna vermelde kenmerken en vermeldingen te hebben: a. voor visserijproducten die geschikt zijn verklaard voor menselijke consumptie, er1 van een volgriummer voorzieii etiket, waarvan: kleur : groen vorni en afinetiiig : rechtlioekig, 15 cm X 10 cm verilieldingen : zoals liierender aangegeven: REPUBLIEK SURINAME VISKEURINGSINSTITUUT BIJ AANVOER, OF VOOR HET TIJDSTIP VAN EERSTE VERKOOP, @ESCmT VOOR MENSELIJKE CONSUMPTIE VERKLAARD VISSERIJPRODUCT AANVOERCENTRUM : ............................................. Nr. : Soort vis : ............................................... Aantal kg. : ................... UUR eil DATUM van de KEURING : ........... uur ........ / ....... 1 20 ... N AAM van de KWALITEITSMANAGER : .......................... ................................... HANDTEKENING : ................................................................................... 2002 53 no. 10 b. Voor visserijproducten die in observatie gehouden worden: en van een volgnummer voorzien etiket waarvan : kleur : oranje vorm en afmeting : rechthoekig, 15 cm X 10 cm vermeldingen : zoals hieronder aangegeven: REPUBLIEK SURINAME VISKEURINGSMSTITUUT IN OBSERVATE GEHOUDEN VlSSERIJPRODUCT AANVOERCENTRUM : .......................... ; ............. Nr. : ............. Volgnummer : ...................... ................... ............................................ Soort vis : Aantal kg. : UUR en DATUM van de KEURING : ........... uur ........ / ....... / 20 ... NAAM van de KWALITEITSMANAGER : ................................. ................................... 2002 54 no. 10 C. voor visserijproducten die ongeschikt zijn verklaard voor rnenselijke consumptie: en van eeii volgnummer voonien etiket waarvan : kleur : rood vorm en afmeting : rechthoekig, 15 cm X 10 cm vermeldingen : zoals hieronder aangegeven : Artikel 54 Identificatie van visseri.jproducten iia de keuring i < REPUBLIEK SURJNAME VISKEUNNGSINSTITUUT OPJeXL3S-T VOOR MENSELIJKE CONSUMPTIE VERICLAARD VISSERIJPRODUCT AANVOERCENTRUM : ............................................. Nr. : ............. Volgnummer : ...................... ................... ............................................... Soort vis : Aantal kg. : ........ ....... ........... UUR eil DATUM van de KEURJNG : uur / I 20 ... NAAM van de KWALITEITSMANAGER : ................................. ................................... HANDTEKENING : ......................................................................... 2002 55 no. 10 1. Er moet, met het oog op de controle aan de hand van het keurmerk en van de begeleidende documenten, kunnen worden nagagaan van welk aanvoercentrum de visserijproducten afkomstig zijn. 2. In gevd van verlies van het keurmerk op het recipient of de verpakking, wordt volstaan met de gegevens vermeld in het begeleidend document. Artikel 55 Identificatie van visserijproducten besternd voor export I . Onverminderd het bepaalde in de regelgeving betreffende de etikettering van voorverpakte voedingsmiddelen moet, met het oog op de keuring, aan de hand van het keurmerk en van de begeleidende documenten kunnen worden tiagegaan van welke inrichting de visserijproducten afkomstig zijn. 2: Op de verpakking en de begeleidende documenten moeten daartoe de volgende gegevens zijn vermeld: de naam van het land van verzending; het officiele erkenningsnummer van de inrichting; het witte keurmerk, dat omriiigd door een ovale groengekleurde band en er als volgt uitziet: 2002 56 no. 10 in geval de visserijproducten niet van een inrichting komen maar direct in de handel worden gebracht vanaf bet vaartuig waar aan boord de visserijproducten werden ingevroren, zoals bedoeld in artikel 9, zal het registratienummer van het vaartuig worden verrneld; in geval de visserijproducten direct in de handel worden gebracht vanaf een aamoerceiitrum, zal ' ingevolge artikel 30 van het Besluit het registratieilummer van het aanvoercentrum worden vermeld. Artikel 56 Identificatie en certificatie van aquacultuurproducten 1 In afwachting van huii vangst of gedurende hun opslag in de koelinstallaties van de viskwekerij, wordt het bewijs van het gezondlieidsonderzoek geleverd door: a. eeil gezondheidscertificaat, zoals in bijlage 1 van de "ModelIenbeschikking" bescllreven wordt, of b. door een keurinerk aangegeven middels een etiket dat aangebracht wordt op de recipient of de Container, waarbij dit etiket de hierna vermelde kenmerken en vermeldingen dient te liebben: kleur : wit vorm en afmeting : rechthoekig, 15 cin X 10 cm vermeldingen : zoals hieronder aangegeveii, met letters eil cijfers van ten rninste 1 cm hGog. 2002 57 no. 10 REPUBLIEK SURiNAME VlSKEt JRINGSINSTITUUT GIESCHKT VOOR MENSELIJKE CONSUMPTIE VERKLAARDE AQUACULTUURPRODUCTEN ................................................................................ BETREFFEND SPECIES : ADES KWEKERIJ : ........................................... ....:. ....................................... ................... .................... DATüM VAN DE LAATSTE KEURING : 1 / 20. ... ............................................... NAAM VAN DE KWA1,ITEITSMANAGER : HANDTEKENING : 2. Van aquacultuurproducten die verzonden of vervoerd worden vanuit de viskwekerij, moet, inet het oog op de keuring, kunnen worden iiagegaan van welke viskwekerij ze afkomstig zijn, aan de hand van: a. de op de verpakking of op de begeleidende documenten verplicht te vermelden gegevens, met narne: het land van verzending, het officiele registratienuminer van de viskwekerij; b. het gezoiidlzeidscertificaat, zoals aangegeven iit lid 1, onder a van dit artilcel; C. het gezondheidsattest (in geval het gaat om levende aqua~ultuurproducten) waarvan sprake is in artikel 5 lid 3, onder a van Izet Besluit, dit ter vervanging van het in 1id 1 onder a van dit artikel, aangegeven gezondheidscertificaat. 58 no. 10 HOOFDSTUK 12 Hygienische eise11 voor opslag en vervoer Artikel 57 Hygienische eisen inzake opslag 1. Visserijproductei~ inoeteii tijdens opslag op de bij deze beschikking voorgesclireveit temperaturen worden geltouden. 2. Verse of ontdooide visserijproducten eil producten van gekookte en gekoelde schaaldieren, al of niet voorverpakt, worden op de teinperatuur vaii smeltend ijs opgeslageii: a. Verse of ontdooide niet-voorverpakte visserijproducten worden op ijs gekoeld, al of iiiet aangevuld met een mechanische koeling; b. voorverpakte visserijproducten worden gekoeld op ijs of met een mechanisch koelapparaat waarmee vergelijkbare temperatuur omstandigheden worden verkregen. 3. Irigevoren visserijproducten inoeten worden bewaard bij een constante temperatuur van 18 "C of lager in alle delen van het product. 4. Verwerkte visserijproducten en andere dan die verrneld in lid 2, onder a van dit artikel, moeteit als volgt worden opgeslagen: a. indien voorverpakt, op een inaximuin temperatuur van 7 "C, tenzij de producent op de verpakking een lagere temperatuur voor de bewaring heefi aangegeven, in welk geval deze lagere temperatuur geldt; b. indien niet voorverpakt, op de maximum teinperatuur van 4 "C; C. iiidien het gaat om de gedroogde visserijproducten of conserven in hermetisch gesloten recipienten die bij omgevii~gstemperatuur langer dan 18 maanden lioudbaar zijit iii inicrobiologisclie zin, wordt de omgevingstemperatuur aanvaard. 2002 59 no. 10 5. De visserijproducten inogen niet worden opgeslagen samen met andere producten die hun hygienische kwaliteit nadelig kunnen beinvloeden, die deze visserijproducten kunnen. besmetten of zouden kuniien bijdragen tot het ontaarden eban, tenzij ze zo zijn verpakt dat voldoende bescherming wordt gebodf Artikel 58 Hygienische eisen inzake vervoer 1. Voonvat betreft de temperatuur, gelden bij het invoeren van visserijproducten, dezelfde eisen als voor opsiag, zoals gesteld in artikel 57, in de leden 1 tot en met 4. 2. Visserijproducten inoeten onder zulke voorwaarden worden vervoerd, dat zij niet aan bederf kunnen worden blootgesteld door verontreiniging, uitdroging, drukking, warmte, beschadiging van de verpakking, of op enige andere wijze. 3 . De verpakking van visserijproducten mag maar eenmaal worden gebruikt, behalve als het gaat om gemakkelijk te reinigen en te desinfecteren recipienten van onaantastbaar materiaal. 4. Visserijproducteii mogen niet worden vervoerd: in voertuigen of containers die niet schoon en niet gedesinfecteerd zijn; in voertuigen die niet voldoende bescherming bieden aan de visserijproducten tegen weersomstandiglieden en besmetting, casu quo contaminatie; samen met andere producten die hun hygienische kwaliteit nadelig kunnen beinvloedeii, die deze visserijproducten kunnen besmetten of zouden kunnen bijdragen tot het ontaarden ervan, tenzij ze zo zijn verpakt dat voldoende bescherming wordt geboden. 5. Waiineer ingevroren visserijproducten van een koelhuis naar een erkende inrichting worden vervoerd om bij aankomst te worden ontdooid met het oog op be- of venverking en wanneer de af te ieggen afstand niet meer bedraagt dan 50 km of niet iiiet meer dan een uur in beslag neemt, kan een afwijking van de eisen bepaald in artikel 57 worden toegestaaii. 2002 60 no. 10 6 . Visserijproducteil die levend in de handel worden gebracht, moeten worden vervoerd oilder omstandigheden welke deze producten niet iiadelig beinv loedeii. Artikel 59 Hygienische eisen inzake de voor visserijproducten bestemde vervoenniddelen 1. Vervoermiddelen bestemd voor het vervoer van visserijproducten, moeten op zodanige wijze zijn gebouwd en ingericllt, dat de in artikel 58, leden 1 tot en met 4 voorgeschreven temperaturen tijdens de liele duur van het vervoer kunnen worden gehandhaafd. 2. Indien de visserijproducten worden gekoeld met ijs, rnoet ervoor gezorgd worden dat het sineltwater kan wegvloeien, zodat Iiet niet in contact blijft met de producteii. 3. Het dak en de binnenwanden van de vervoermiddelen inoeten glad zijn, geinakkelijk te reinigen en te desinfecteren, zodat de hygienische toestand van de visserijproducten niet nadelig kan worden beinvloed. 4. De vloer van het vervoermiddel inoet ondoordringbaar zijn en vervaardigd zijn ~iit een Iiard materiaal dat reinigen en desinfecteren geinakkelijk toelaat. 5. Het koelmiddel of koelsysteem mag geen reuk toevoegen of geen schadelijke invloed uitoefenen op de vervoerde visserijproducten. 6 . Vervoermiddelen voor visserijproducten mogen niet worden gebruikt voor het vervoer van andere producten die de visserijproducten zoudeil kunnen aantasten of besmetten, tenzij door grondige reinigiiig en vervolgens desinfectie kan worden gegarandeerd dat de visserijproducten niet zulien worden besinet. 7. De vervoeriniddelen moeten in goede Staat van onderlioud en zindelijk worden geliouden. 8. De kwalitejtsmanagers van Iiet Viskeuringsinstituut zijil geinachtigd om na te gaan of voldaan is aal1 de eisen inet betrekking tot het vervoeren van visserijproducten eil de vervoeriniddelen alsrnede toeziclit te houden daarop. no. 10 a. dat deze bescliikking in het Staatsblad van de Republiek Suriname worc bekend gemaakt b. dat deze bescliikking in werking treedt met ingang van de dag volgende op di van zijn afkoiidiging c. dat deze beschikking kan worden aangehaald als de "Viskeuringsbeschikking Paramaribo, de 2 Iste februari 2002. GGANGARAM PANDAY. Uitgegeven te Paramaribo, de 27ste februari 2002 De Minister van Binnenlandse Zakeii,

Order of the Ministry of Agriculture, Livestock and Fisheries containing rules regarding the implementation of quality requirements for fish products from the moment of catch (General requirements Order) (SB No. 10 of 2002) · Nelum