跳到主要内容
Nelum
苏里南的法律

Act of June 1, 2023, establishing the Suriname Tourism Authority

颁布于 2023-06-01 · 文本截至 2026-10-01

以研究形式发布的公开法律与官方指引,不构成法律、税务或金融建议。

研究内容本身以英文撰写。标题和标签已翻译,调查结果和引文未翻译。

关于这部法律

原标题
Wet van 1 juni 2023, houdende instelling van de Suriname Toerisme Autoriteit. (Wet Suriname Toerisme Autoriteit).
语言
Dutch
类型
法令
国家
苏里南
主题
General
关键词
tourism, institution, financing, sustainable use, data collection/reporting, research, international cooperation, special fund, certification, subsidy/incentive, governance, standards

在哪里阅读

    该法律没有记录来源链接。

文本

所收录的法律原文,按条款排列。每个条款都有自己的链接。

  1. Artikel 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Minister: de Minister belast met de zorg voor het Toerisme; b. Directeur: de Directeur van de Suriname Toerisme Autoriteit (STA) als bedoeld in artikel 2; 2023 -2- No. 87 c. Duurzaam toerisme: optimale en verantwoorde aanwending van natuurlijke-, culturele-, sociale- en financiele hulpbronnen voor de nationale ontwikkeling op een gelijkwaardige en zelfvoorzienende basis, teneinde een uni eke ervaring aan de bezoeker te bieden en de kwaliteit van het leven te verbeteren middels partners chap pen tussen de overheid, particuliere sector en gemeenschappen; d. Meerjaren Toerisme Ontwikkelingsplan gericht op de Ontwikkelings p Ian duurzame ontwikkeling van de (MTO): toerismesector in Suriname, als bedoeld in artikel 2 van de Toerisme Raamwet; e. Ministerie: het ministerie belast met het ontwikkelen, coordineren en monitoren van het toerismebeleid; f. Raad: de Raad van Toezicht als bedoeld in artikel 14; g. Richtlijnen: De gedragscodes en aanbevelingen voor de werkwijze binnen de toerismesector; 2023 -3- No. 87 h. Standaard: een specificatie welke door het Surinaams Standaarden Bureau (SBB als standaard is vastgesteld en welke de vrijwillige vereisten aan een product, dienst of beroep weergeven; 1. Toerisme: de tijdelijke verplaatsing (korter dan een jaar) van personen buiten hun normale werk- en/ of woonplaats met een ander doel, dan aldaar te wonen of te werken. Het omvat ook de activiteiten van mensen gedurende hun verblijf in deze bestemmingen en de daarvoor nodige faciliteiten en diensten; J. Toerismesector: geheel van bedrijfsactiviteiten en aanverwante faciliteiten en diensten die aangeboden worden aan bezoekers ter voorziening in hun behoeften; k. Bezoeker: elke persoon die zich bevindt op een andere plaats dan zijn vaste woon- of verblijfplaats, voor korter dan een jaar met een ander doel, dan al daar te wonen of te werken; 2023 -4- No. 87 I. Toerist: elke persoon die zich bevindt op een andere plaats dan zijn vaste woon- of verblijfplaats, voor !anger dan vierentwintig (24) uur en korter dan een jaar met een antler doe!, dan aldaar te wonen of te werken. Indien het bezoek korter dan vierentwintig (24) uur is, dan is er sprake van een excursionist; m. Tour: vooraf geregelde reis naar een of meer bestemmingen, al dan niet onder leiding van een tourgids, al dan niet aangevuld met andere producten en diensten; n. Dienstverlener: een natuurlijk- of rechtspersoon die producten en/ of diensten aanbiedt tegen betaling; o. Keurmerk: een compact visueel kwaliteitsoordeel over een product of dienst, afkomstig van de Suriname Toerisme Autoriteit, toegekend aan een dienstverlener; p. Certificering: Een kwaliteits-en efficientieoordeel over een product of dienst afkomstig van de Suriname Toerisme Autoriteit, toegekend aan een dienstverlener. 2023 -5- No. 87 SURINAME TOERISME AUTORITEIT

  2. Artikel 2 1. Bij deze wet wordt ingesteld de Suriname Toerisme Autoriteit, afgekort ST A 2. De STA is rechtspersoon Sui generis en kan zowel binnen als buiten Suriname kantoren hebben. 3. De STA is het toezichthoudend en aansturend orgaan in de toerismesector. 4. De STA wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door de Directeur. TAKEN EN BEVOEGDHEDEN STA

  3. Artikel 3 1. De STA draagt zorg voor het voorbereiden en uitvoeren van maatregelen ter bevordering van een duurzame ontwikkeling, alsmede ordening van de toerismesector in Suriname. 2. De STA draagt zorg voor de branding en marketing van het land Suriname als toerisme bestemming. 3. Ter uitvoering van de in de leden 1 en 2 genoemde algemene taken, is de STA belast met de volgende specifieke taken: a. Het, in samenwerking met de daarvoor in aanmerking komende organen en dienstonderdelen van de Staat, met bedrijven, organisaties van bedrijven, andere instellingen en personen, ontwikkelen van strategieen om het aanbod van toerismediensten en -producten te vergroten, onderscheidenlijk te verbeteren, zowel in als buiten Suriname; b. Het, in samenwerking met bedrijven, organisaties van bedrijven, andere instellingen en personen, verrichten van handelingen ter bevordering en ondersteuning van de ontwikkeling van nieuwe producten, voorzieningen en mogelijkheden in de toerismesector; 2023 -6- No. 87 c. Het, met inachtneming van de ter zake geldende wettelijke voorschriften, verzamelen, analyseren en distribueren van statistische gegevens die voor de regulering van de toerismesector van belang zijn; d. Het doen verrichten van marktonderzoek en andere studies die van belang zijn voor de toerismesector alsmede het analyseren en verspreiden van de onderzoeksgegevens; e. Het aangaan van samenwerkingen met nationale, regionale en internationale organisaties met relevante taken en doelstellingen; f. Het voorbereiden van maatregelen ter bevordering van efficiente en duurzame transportdiensten van en naar gebieden buiten Suriname alsmede binnen Suriname; g. Het aangaan van, op verbetering van de arbeidsparticipatie gerichte, samenwerking met onderwijs- en cultuurinstellingen, ter vaststelling en bekendmaking van trainingsprogramma's aan personen werkzaam in de toerismesector en anderen; h. V oorstellen doen aan de Minister met betrekking tot het vaststellen van richtlijnen voor de toerismesector; 1. het instellen van toerisme incentive programma's en subsidieregelingen door middel van het in stand houden van een of meer inspectiesystemen bij het opstellen van een classificatie- en rangschikkingssysteem voor bedrijven en beroepen in de toerismesector; Classificatie, rangschikking, standaarden en certificering zullen conform de Wet Bedrijven en Beroepen geschieden, samen met het Surinaams Standaarden Bureau (SSB), het Suriname National Training Authority (SNTA) en binnen het wettelijk kader; J. Het bijhouden van registers met betrekking tot classificatie- en rangschikkingssytemen en het afgeven van certificaten en keurmerken. 2023 -7- No. 87 k. Het gevraagd en ongevraagd adviseren van de Minister en de toerismesector omtrent alle aangelegenheden, verband houdend met de toerismesector, in de ruimste zin des woord; 1. Het voorbereiden en het uitvoeren van maatregelen ter bevordering van een veilige bedrijfsuitoefening m de toerismesector; m. Het geven van voorlichting aan personen en instellingen over het belang van de toerismesector voor de verdere ontwikkeling van Suriname; n. Andere bij of krachtens deze wet aan haar opgedragen taken. 4. De STA is bevoegd: a. om voor de uitvoering van haar taken als bedoeld in de leden 1 en 2 personeel en deskundigen aan te trekken; b. zich ten laste van de exploitatierekening van de STA door deskundigen te doen bijstaan; c. ter uitvoering van de in de leden 1 en 2 bedoelde taken tot het oprichten van, het op enigerlei wijze deelnemen in, het beheren van, het toezicht houden op en het samenwerken met ondernemingen en rechtspersonen, al dan niet met vergelijkbare taken of doelstellingen; d. om roerende en onroerende goederen te vervreemden na afschrijving, bezwaren en over te dragen aan derden, die aan haar toebehoren na goedkeuring van de Raad; e. om ter bevordering van de decentralisatie van het toerisme, na afstemming met de minister, medebewindstaken vast te stellen met betrekking tot toerisme programma' s in de districten conform het Besluit Financiele Decentralisatie (S.B. 2004 no.117); f tot het instellen van toerisme zones voor de verdere duurzame ontwikkeling van het toerisme met specifieke richtlijnen nader vast te stellen bij of krachtens staatsbesluit. 2023 -8- No. 87 FINANCIELE MIDDELEN

  4. Artikel 4 1. De geldrniddelen van de STA bestaan uit: a. Het door de Staat vastgestelde: aanvangskapitaal ad. SRD 15. 000. 000 tot verwezenlijking van de taken van de ST A; toeristen fee, uit de ontvangsten van de heffing van de vertrek belasting en /of de entree fee, bij of krachtens staatsbesluit vast te stellen; room fee van 2% per overnachting op commerciele accornrnodaties nader bij staatsbesluit vast te stellen. b. Opbrengsten verkregen uit certificeringen en keurmerken; c. Bijdragen van de Staat en andere openbare lichamen, al dan niet in de vorm van subsidies; d. Ontvangsten in de vorm van, door de Raad goedgekeurde vergoedingen voor door de ST A verrichte werkzaamheden en verleende diensten; e. Schenkingen, donaties, erfstellingen en legaten; f. Bijdragen van de in de STA vertegenwoordigden; g. Alle andere legale inkomsten. 2. Voor de inkomsten en bijdragen genoemd in sub b tot en met g, worden nadere regels vastgesteld bij ofkrachtens Staatsbesluit. 3. Ter uitvoering van het MTO wordt een Toerisme Ontwikkeling Fee van 2% voor de toerismesector ingevoerd ten behoeve van het districtsfonds en de ontwikkeling van het toerisme per district, gereguleerd en aangestuurd door de STA, met inachtneming van de van toepassing zijnde bepalingen van de Comptabiliteitswet (S.B. 2019 no. 98), het Besluit Financiele Decentralisatie (S .B. 2004 no. 117) en de Wet op de Regionale Organen (S.B. 1989 no. 44, zoals laatstelijk gewijzigd bij S.B. 2005 no. 28). 4. Ter uitvoering van de in lid 3 genoemde Toerisme Ontwikkeling Fee, zullen nadere regels worden vastgesteld bij of krachtens Staatsbesluit. DffiECTIE

  5. Artikel 5 2023 -9- No. 87 1. De directie van de STA bestaat uit een directeur, bijgestaan door ten hoogste twee (2) onderdirecteuren. De directeur en onderdirecteuren moeten aan minimale eisen voldoen. De directeur moet tenminste relevant wetenschappelijk onderwijs hebben genoten en tenminste vijf (5) jaar praktische ervaring en daarnaast nog voldoen aan de eisen genoemd in lid 7 van dit artikel. De onderdirecteuren moeten minimaal een bachelors degree in toerisme hebben en daarnaast ook nog voldoen aan de eisen genoemd in lid 7 van dit artikel. 2. De directeur en onderdirecteur( en) wordt( en) op voordracht van de Raad door de minister benoemd c.q. aangesteld, geschorst en ontslagen, met <lien verstande, dat het besluit wordt genomen op een vergadering van de Raad met een meerderheid van tenminste 5 (vijf) leden. De aanstelling houdt in, dat een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht met betrokkene is aangegaan. 3. De taken en bevoegdheden van de directeur en de onderdirecteuren worden met inachtneming van de bepalingen van deze wet door de Raad nader vastgesteld door middel van goedgekeurde instructierichtlijnen voor de directie. 4. De directie regelt de verdeling van haar verantwoordelijkheden en bevoegdheden, alsmede haar werkwijze in een door de Raad goedgekeurde directiereglement, gehoord de minister. 5. Wijziging van het directiereglement wordt door de directie in samenspraak met de Raad voorbereid, en vervolgens door de Raad goedgekeurd, gehoord de minister. 6. Bij ontstentenis of belet van de directeur berust de leiding van de Autoriteit in zijn geheel bij een door het bestuur aan te wijzen onderdirecteur. 7. Voor de functie van directeur en onderdirecteur gelden de volgende minimale benoembaarheidseisen: a. Afgeronde relevante wetenschappelijk onderwijs/ masters degree/ bachelors degree in toerisme of daaraan gelijkgesteld; b. Aantoonbare en aanwendbare kennis van de toerismesector; c. Vijf (5) jaar werkervaring in de toerismesector in leidinggevende functies; 2023 -10- No. 87 d. Geen belangen of aandelen hebben in bedrijven uit de toerismesector; e. Een positief resultaat uit het antecedenten- en psychologisch onderzoek. Taken van de directie

  6. Artikel 6 De taken van de directie zijn: a. Het toerisme ontwikkelen tot een sector die minimaal 10% bijdraagt aan het Bruto Binnenlands Product (BBP). b. Het ontwikkelen en implementeren van een branding en marketingstrategie voor Suriname, samen met de toerismesector; c. Het verzamelen, analyseren en distribueren van statistische gegevens die van belang zijn voor de tcerismesector; d. Het ontwikkelen en onderhouden van een classificatie- en rangschikkingssysteem voor de toerismesector; e. Het ontwikkelen en implementeren van assessment- en certificeringsprocedures en richtlijnen; f. Het verstrekken van informatie over en met betrekking tot de gecertificeerde toerisme dienstverleners, de standaarden, het verkrijgen van een keurmerk en al hetgeen te maken heeft met het certificeren van een dienstverlener en het verstrekken van een keurrnerk; g. Het certificeren van dienstverleners binnen de tcerismesector; h. Het beoordelen, controleren en periodiek evalueren van dienstverleners binnen de toerismesector; 1. Dienstverleners binnen de toerismesector voorzien van een keurmerk, na beoordeling; J. Het bijhouden van een register van gecertificeerde dienstverleners die voorzien zijn van een keurrnerk; k. Het jaarlijks publiceren van de certificeringsnormen; I. Het beheren en bewaken van de financien en het per kwartaal produceren van financiele rapporten voor de Raad; 2023 -11- No. 87 m. Het zorgdragen voor het jaarverslag conform de Wet op de Jaarrekening (S.B. 2017 no. 84, zoals gewijzigd bij S.B. 2022 no. 127) en het presenteren daarvan aan de Raad; n. Het begeleiden van toerisme dienstverleners op het gebied van certificering en keurmerken. o. Het opstellen en aanbieden van een begroting aan de Raad. BEEINDIGING DIENSTVERBAND VAN DE DIRECTIE

  7. Artikel 7 Het dienstverband van de directeur respectievelijk een onderdirecteur eindigt van rechtswege in de volgende gevallen: a. Het bereiken van de leeftijd van zestig (60) jaar; b. Bij onder curatelestelling; c. Op eigen schriftelijk verzoek met een opzegtermijn van tenminste twee (2) maanden; d. Het aanvaarden van een niet toegestane nevenbetrekking als bedoeld in artikel 13 lid 4; e. Door overlijden; f. Door tijdsverloop in geval van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd; g. Bij een veroordeling voor een misdrijf. SCHORSING EN ONTSLAG

  8. Artikel 8 1. De Raad is bevoegd de directeur of een onderdirecteur om gewichtige redenen te schorsen voor een periode van ten hoogste zestig ( 60) dagen. Tot schorsing wordt door de Raad niet besloten dan na betrokkene in de gelegenheid te hebben gesteld zich binnen een termijn van veertien (14) dagen bij de Raad te verweren, desgewenst bijgestaan door een of meer derden. 2023 -12- No. 87 2. Gedurende de periode van schorsing heeft betrokkene geen toegang tot de gebouwen of bezittingen van de ST A en kunnen door hem de aan zijn functie verbonden bevoegdheden niet worden uitgeoefend. De schorsing vervalt van rechtswege na verloop van de in lid 1 bedoelde periode indien de Raad niet besluit tot het toekennen van ontslag. 3. Ontslag van de directeur of een onderdirecteur vindt plaats zonder voorafgaande schorsing, indien sprake is van een dringende reden die onverwijld aan betrokkene is medegedeeld. Van een dringende reden is sprake in de gevallen als bedoeld in artikel 161 Sp, de leden 1 en 2 van het Surinaams Burgerlijk Wetboek. Artikel 11 lid 4, tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing. 4. Een ontslag als bedoeld in lid 3 respectievelijk een schorsing als bedoeld in lid 1, wordt schriftelijk aan betrokkene medegedeeld, met een afschrift aan de minister. Het besluit is met redenen omkleed. BEZWAAR

  9. Artikel 9 1. Tegen een besluit van de Raad, genomen op grond van het bepaalde bij of krachtens deze wet, kan door betrokkene die door dat besluit rechtstreeks in zijn belang wordt aangetast, bezwaar worden aangetekend bij de Raad. 2. Het bezwaar geschiedt middels een bezwaarschrift bij de secretaris van de Raad, behelzende ten minste de naam en het adres van de indiener, de dagtekening, een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht en de gronden van het bezwaar. 3. Het aangetekende bezwaar heeft geen schorsende werking. 4. Binnen dertig (30) dagen nadat het bezwaarschrift door de Raad is ontvangen, wordt door de Raad ter zake een besluit genomen. De termijn als bedoeld in de eerste volzin kan wegens bijzondere omstandigheden met dezelfde termijn een (1) keer worden verlengd. 5. Het besluit op het bezwaarschrift is schriftelijk en is met redenen omkleed. 2023 -13- No. 87 BEROEP

  10. Artikel 10 1. Binnen dertig (30) dagen nadat door de Raad op het bezwaar als bedoeld in artikel 9 een besluit is genomen, kan betrokkene in beroep gaan bij de minister. Het bepaalde in de eerste volzin is eveneens van toepassing indien door de Raad niet binnen de in artikel 9 lid 4 bedoelde termijn een besluit is genomen. 2. Op het beroep is het bepaalde in artikel 9, de leden 2 tot en met 4 van overeenkomstige toepassing. OVERIG PERSONEEL

  11. Artikel 11 1. Het overig personeel wordt door de directeur aangesteld, geschorst en ontslagen. 2. De directeur regelt de verdeling van de taken en de werkwijze van het overig personeel in een door de Raad goed te keuren instructierichtlijn. 3. Een schorsing als bedoeld in lid 1 kan, na het horen van betrokkene, door de directeur voor ten hoogste vijf (5) dagen worden opgelegd wegens het niet of niet behoorlijk uitvoeren van opdrachten, gegeven door of namens de directeur. Gedurende de periode van schorsing heeft betrokkene geen toegang tot de gebouwen ofbezittingen van de STA en kunnen door hem de aan zijn functie verbonden bevoegdheden niet worden uitgeoefend. 4. Tot ontslag als bedoeld in lid 1, wordt door de directeur niet besloten dan na betrokkene in de gelegenheid te hebben gesteld zich binnen een termijn van dertig (30) dagen bij de directeur te verweren, desgewenst bijgestaan door een of meer derden. Ter zake het ontslag zijn voorts de algemeen geldende bepalingen van het Burgerlijk Wetboek c.q. de geldende tekst van de Ontslagwet 2018 (S.B. 2018 no. 94) van toepassing. 2023 -14- No. 87 5. Een besluit tot schorsing of ontslag als bedoeld in lid 1, wordt binnen veertien (14) dagen schriftelijk en onder opgave van redenen aan betrokkene medegedeeld. TAKEN EN BEVOEGDHEDEN VAN DE DIRECTEUR

  12. Artikel 12 1. De directeur vertegenwoordigt de STA in en buiten rechte en beheert het vermogen van haar. 2. De directeur oefent zijn taken en bevoegdheden uit met inachtneming van het goedgekeurde MTO en volgens een door de Raad goedgekeurde beleidsplan van de STA 3. Voorbereidende documenten die door de Raad moeten worden vastgesteld in de jaarvergadering dienen uiterlijk vier ( 4) weken voorafgaand aan die vergadering te worden ingediend. 4. Overige taken en bevoegdheden alsmede de richtlijnen voor de werkwijze van de directeur, worden door de Raad nader bij reglement vastgesteld, een en ander met inachtneming van het bepaalde in deze wet. 5. De directeur is verplicht aan de Raad alle gewenste inlichtingen te verschaffen, hen desgewenst de kas en de waarden van de STA te tonen en inzage in de boeken en bescheiden te geven en de Raad heeft te allen tijde toegang tot alle kantoren en gebouwen van de ST A 6. Bij ontstentenis of belet van de directeur berust het bestuur van de STA bij de onderdirecteur of, indien meerdere onderdirecteuren benoemd zijn, bij de door de Raad aan te wijzen onderdirecteur. 7. In geval van ontstentenis of belet van de directeur en van de onderdirecteuren wordt het bestuur van de STA waargenomen door de voorzitter van de Raad of <liens vervanger, die binnen een (1) maand na het openvallen van de functie een raadsvergadering bijeenroept om een voorziening inzake de vervanging te treffen. De Raad is alsdan bevoegd om het bestuur tijdelijk aan een of meer personen, al dan niet uit zijn midden, op te dragen. 2023 -15- No. 87 8. De directeur behoeft de schriftelijke machtiging van de Raad voor: a. Het oprichten van, op enigerlei wijze deelnemen in, vervreemden van enige deelneming in, beheren van, toezicht houden op en samenwerken met ondernemingen en rechtspersonen, al dan niet met vergelijkbare taken of doelstellingen; b. Het aanstellen van procuratiehouders; c. Het vaststellen van collectieve arbeidsvoorwaarden voor werknemers; d. Het collectief beeindigen van de dienstbetrekkingen van werknemers; e. Het vaststellen van de functieomschrijving, salariering en overige arbeidsvoorwaarden van het stafpersoneel; f. Het verzekerd of onverzekerd houden van verzekerbare risico's; g. Het optreden in rechte als eisende dan wel verwerende partij, behoudens de incasso van geldvorderingen; h. Het aangaan van dadingen, compromissen en akkoorden; 1. Het verkrijgen en vervreemden van registergoederen, alsmede het bezwaren daarvan; J. Het overdragen tot zekerheid of het in pand geven van roerende goederen; k. Het verrichten van rechtshandelingen, waarbij de STA zich als borg ofhoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een derde verbindt; 1. Het aangaan van verbintenissen waarvan het geldelijk belang een door de Raad vast te stellen bedrag te boven gaat. Voor de eerste maal wordt dit bedrag bepaald op SRD 50.000,- m. Het aangaan van geldleningen en het beleggen van gelden van de STA 9. Het opstellen van instructierichtlijnen ingevolge artikel 11 lid 2 en het aanbieden aan de Raad ter goedkeuring. 10. Het opstellen van de jaarverslagen conform de wet op de jaarrekening en aan te bieden aan de Raad ter goedkeuring, zoals nader vastgelegd in het directiereglement. 11. Het opstellen van een jaarlijkse begroting en aanbieden aan de Raad voor goedkeuring. 2023 -16- No. 87 12. Het opzetten, beheren en regelmatig updaten van een website voor de STA (die voldoet aan de eisen), waarbij jaarverslagen, alsook alle rapporten van projecten ook te vinden moeten zijn in het kader van transparantie. VERANTWOORDING VAN DE DIRECTEUR AAN DE RAAD

  13. Artikel 13 1. De directeur kan zich bij de uitvoering van haar taken, ten laste van de exploitatierekening van de STA, doen bijstaan door maximaal twee deskundigen en dient in overleg te treden met de Raad hieromtrent. 2. Rechtshandelingen die zijn gepleegd in strijd met het bepaalde in artikel 12 lid 8 zijn nietig, indien deze zijn verricht zonder voorafgaande schriftelijke machtiging van de Raad. 3. De schriftelijke machtiging als bedoeld in artikel 12 lid 8, dan wel de medewerking van de Raad blijkt tegenover derden uit de handtekening van de voorzitter of bij <liens ontstentenis uit die van zijn vervanger. 4. Behoudens het bepaalde in de tweede volzin, mogen directieleden geen nevenbetrekkingen vervullen, bezoldigd of onbezoldigd. De uitoefening van de directie of toezichthoudende taken bij andere instellingen of rechtspersonen is een lid van de directie slechts toegestaan na schriftelijke toestemming van de Raad, die beoordeelt of die uitoefening verenigbaar is met de taken en werkzaamheden van de directie bij de ST A. Het is de leden van de directie niet toegestaan belangen in de toerismesector te hebben, direct of indirect. 5. De directeur treedt in overleg met de Raad over alle aangelegenheden die van aanmerkelijke invloed zijn of kunnen zijn op de gang van zaken van de STA en verstrekt de Raad alle inlichtingen die deze voor de uitoefening van zijn taken en bevoegdheden nodig heeft. De Raad vertegenwoordigt de STA in geval van een tegenstrijdig belang tussen de directeur en de ST A. 2023 -17- No. 87 RAAD VAN TOEZICHT

  14. Artikel 14 1. De Raad van Toezicht wordt op voordracht van de minister, na goedkeuring door de Raad van Ministers ingesteld en is belast met het toezicht op het functioneren van de directie en voorziet haar gevraagd en ongevraagd van advies. 2. De Raad bestaat uit ten minste vijf ( 5) en ten hoogste zeven (7) leden, voorgedragen als volgt: De publieke sector: a. Twee (2) leden namens het ministerie belast met het toerisme beleid; b. Een (1) lid namens het ministerie belast met de regionale ontwikkeling; De particuliere sector: a. Een (1) lid namens de accommodatie sector; b. Een (1) lid namens de transportsector, bij voorkeur het luchttransport; c. Een (1) lid namens de Touroperators; d. Een (1) lid namens een wetenschappelijk instituut. 3. Het voorzitterschap dient uit de publieke sector te zijn en de Raad wijst op de eerste vergadering uit haar midden een ondervoorzitter, een secretaris en een penningmeester aan; dit moet zodanig zijn samengesteld dat zowel de publieke als de private sector daarin zijn vertegenwoordigd. 4. De voorzitter van de Raad wordt op voordracht van de Minister benoemd, na goedkeuring door de Raad van Ministers. 5. De Raad moet onmiddellijk, na de vorming van het dagelijks bestuur in zijn geheel zitting hebben genomen. 6. Bij het openvallen van een vacature binnen de Raad is de minister bevoegd, na de verplicht gestelde termijn van twee (2) maanden bindende beslissingen hieromtrent te nemen. 2023 -18- No. 87 7. Bij ontbinding of omzetting van een aanwijzende vertegenwoordigde, als genoemd in lid 2, wordt het betreffende lid aangewezen door de rechtsopvolger van die vertegenwoordigde. Indien geen rechtsopvolger aangewezen wordt, doet de Raad een voordracht aan de minister tot invulling van de opengevallen functie. Tot de voordracht als bedoeld in de tweede volzin besluit de Raad met een meerderheid. 8. Bij het ontstaan van een vacature in de Raad is de betreffende vertegenwoordigde bevoegd hierin te voorzien. Indien de betreffende vertegenwoordigde niet binnen een (1) maand na het ontstaan van de vacature daarin heeft voorzien, doet de Raad een voordracht aan de minister tot invulling van de opengevallen functie. De aldus aangewezen persoon voert voor de daarbij bepaalde periode het nodige overleg tussen de vertegenwoordigde en de Raad. 9. Voor benoeming tot lid van de Raad gelden de volgende criteria: a. Aantoonbare en aanwendbare kennis van de tcerismesector; b. Minimaal vijf ( 5) jaar actief binnen de toerismesector; c. Ingezetene zijn voor tenminste vijf (5) jaar; d. Een positief resultaat uit een antecedenten- en psychologisch onderzoek. 10. De leden van de Raad worden voor een periode van drie (3) jaar benoemd en kunnen door de aanwijzende vertegenwoordigde terstond opnieuw worden aangewezen voor een periode van drie (3) jaar met een maximum van zes ( 6) jaar, aaneengesloten. De minister ontslaat - bij een onwerkbare situatie binnen de Raad - de leden, na goedkeuring van de Raad van Ministers. 11. In geval van een of meer vacatures in de Raad, vormen de overblijvende bestuursleden met een minimum van vijf (5) leden een wettig samengestelde Raad met dien verstande dat de voorzitter of secretaris hiervan deel uitmaakt. 2023 -19- No. 87 TAKEN VAN DE RAAD

  15. Artikel 15 1. De Raad ziet toe op een adequate en degelijke uitvoering van het goedgekeurde MTO door de directie. De Raad kan personen uit zijn midden aanwijzen ter ondersteuning van de directeur bij het opstellen, aanpassen c.q. uitvoeren van het MTO. 2. De voorzitter ziet toe op een adequate en degelijke uitvoering van besluiten van de Raad en brengt daaromtrent een halfjaarlijks inhoudelijk en financieel schriftelijk verslag uit aan de Raad en de Minister. Daarnaast worden voornoemde verslagen, binnen twee (2) maanden op de website van de STA geplaatst. 3. De Raad is voorts belast met het toezicht op het beheer van de STA, het geven van de nodige instructies en richtlijnen aan de directeur bij of krachtens deze wet opgedragen. 4. De Raad kan zich bij de uitvoering van haar taken, ten laste van de exploitatierekening van de STA, doen bijstaan door een of meer door haar aan te wijzen deskundigen. 5. De Raad verleent op verzoek van een lid verlof van de plichten en taken gedurende een bepaalde termijn, voor een maximumtermijn van drie (3) maanden, inhoudende <lat de remuneratie in deze periode niet wordt toegekend. 6. De Raad is belast met het opstellen van een directiereglement en een ordereglement. WERKWIJZE VAN DE RAAD

  16. Artikel 16 1. De Raad vergadert ten minste eenmaal per maand en zo vaak als de voorzitter of een lid zulks wenst. 2. De convocatie tot vergaderen geschiedt - behoudens het bepaalde in lid 1 - door de secretaris, tenminste zeven (7) dagen voor de vergaderdag, de <lag der convocatie en de vergaderdag niet meegerekend; de convocatie vermeldt de <lag, de plaats, de tijd en de agenda van de vergadering. 2023 -20- No. 87 3. De Raad stelt de nadere wijze van convocatie en vergaderen vast in het ordereglement. 4. Voor het nemen van besluiten op de raadsvergadering dient er sprake te zijn van quorum, waarbij meer dan de helft van het aantal raadsleden aanwezig is inclusief de voorzitter of <liens vervanger. 5. Indien geen quorum als bedoeld in lid 4 is bereikt, wordt het nemen van besluiten tot de volgende vergadering uitgesteld, welke vergadering wordt gehouden uiterlijk zeven (7) dagen na de eerste vergadering, de dag van de eerste vergadering niet meegerekend. 6. Oproepingen voor de vergadering als bedoeld in lid 5 worden door of namens de secretaris tenminste zeven (7) dagen voor de vergaderdag, tegen bevestiging van ontvangst op het bij de STA geregistreerd ( elektronisch) adres uitgereikt. Op de agenda van de volgende vergadering worden tenminste de punten van de eerste vergadering opgenomen. Op de volgende vergadering is het vereiste ten aanzien van het quorum niet van toepassing. 7. Behoudens die gevallen waarin ten aanzien van bepaalde onderwerpen een bijzondere meerderheid is vereist, besluit de Raad bij meerderheid van stemmen. Bij staking van stemmen wordt het voorstel geacht te zijn afgewezen. 8. De Raad is bevoegd zowel in als buiten de vergadering besluiten te nemen. In het laatste geval brengen alle raadsleden hun stem schriftelijk uit. Van een aldus genomen besluit wordt onder bijvoeging van de ingekomen antwoorden door de secretaris een verslag opgemaakt, dat na medeondertekening door de voorzitter of zijn vervanger bij de notulen van de volgende vergadering wordt gevoegd. 9. De voorzitter of <liens vervanger leidt de vergaderingen van de Raad en er worden notulen van de beraadslagingen c.q. besluitenlijsten gemaakt die in de daaropvolgende vergadering worden behandeld en goedgekeurd; van goedkeuring van de notulen c.q. besluitenlijsten blijkt uit de handtekeningen van de voorzitter en de secretaris onderscheidenlijk van hun vervangers; de notulen c. q. besluitenlijsten worden binnen een week na de vergadering elektronisch/ digitaal of in hard copy verzonden naar de raadsleden. 2023 -21- No.87 10. De directeur en/of de onderdirecteur( en) wonen - op uitnodiging - de vergaderingen van de Raad bij, <loch hebben daarin geen stemrecht. 11. De Raad evalueert tenminste tweemaal per jaar met de Minister over de werkzaamheden van de STA m.b.t. het MTO op basis van de opgestelde en goedgekeurde prestatie-indicatoren. SCHORSING

  17. Artikel 17 1. Bij besluit van de Raad, genomen door ten minste vijf ( 5) raadsleden op een daartoe bijeengeroepen vergadering, wordt een lid voor een periode van ten hoogste zestig (60) dagen om zwaarwichtige redenen geschorst. 2. Een besluit tot schorsing als bedoeld in lid 1 wordt niet genomen alvorens betrokkene in de gelegenheid is gesteld om te worden gehoord; ten blijke van vaststelling wordt het besluit, met vermelding van de redenen die daartoe hebben geleid, ondertekend door de voorzitter en de secretaris onderscheidenlijk hun vervangers en toegevoegd aan de notulen van de betreffende vergadering. 3. Een besluit tot schorsing wordt per deurwaardersexploot aan betrokkene uitgereikt. 4. Gedurende de periode van schorsing wordt aan betrokkene de toegang tot de gebouwen en de bezittingen van de STA ontzegd en is het verboden de taken en bevoegdheden van raadslid uit te oefenen. 5. Onder zwaarwichtige redenen als bedoeld in lid 1 wordt verstaan, dat het betreffende lid: a. Volgens de verklaring van een arts of medisch specialist blijvend arbeidsongeschikt wordt verklaard om zijn werkzaamheden uit te voeren; b. Gedurende drie (3) opeenvolgende maanden of tijdens drie (3) maanden in een periode van twaalf (12) maanden niet heeft deelgenomen aan de vergaderingen van de Raad, tenzij de Raad ter zake dispensatie heeft verleend; , 2023 -22- No. 87 c. Volgens de verklaring van ten minste drie (3) leden gedurende ten minste drie (3) opeenvolgende maanden heeft verzuimd de aan hem door de Raad opgelegde taken uit te voeren, tenzij de Raad ter zake dispensatie heeft verleend; d. Is geschorst voor hij zijn lidmaatschap heeft opgezegd. 6. De schorsing vervalt van rechtswege na verloop van de in lid 1 bedoelde periode, indien de minister niet besluit tot opzegging, EJNDE LIDMAATSCHAP

  18. Artikel 18 l, Het lidmaatschap van de Raad eindigt: a. door het bereiken van de leeftijd van vijfenzestig (65) jaar; b. door overlijden; c. bij onder curatele stelling; d. door schriftelijk ontslag, gericht aan de voorzitter, met inachtneming van een opzegtermijn van ten minste twee (2) maanden; e. door opzegging zijdens de Raad met inachtneming van het bepaalde in lid 2 van dit artikel; f door een rechterlijke uitspraak van ontslag; g. door intrekking van de aanwijzing door de vertegenwoordigde; h. bij veroordeling wegens het plegen van een misdrijf 2. Bij besluit van de Raad genomen op een daartoe geroepen vergadering met een meerderheid van tenminste vijf (5) van het aantal leden, kan het lidmaatschap van de Raad aan een lid, om zwaarwichtige redenen worden opgezegd, met inachtneming van een opzegtermijn van tenminste een (1) maand; opzegging door de Raad kan plaatsvinden zonder voorafgaande schorsing, 3. Het bepaalde in artikel 8, leden 3 en 4 is van overeenkomstige toepassing. 2023 -23- No. 87 REMUNERATIE

  19. Artikel 19 Aan de leden van de Raad wordt conform de geldende remuneratie regeling van de Raad van Ministers een vergoeding toegekend. BOEKJAAR EN BALANS

  20. Artikel 20 1. Het boekjaar valt samen met het kalenderjaar. Het eerste boekjaar loopt vanaf de instelling tot en met 31 december daaropvolgend. 2. De directeur legt, mede met inachtneming van de Wet op de Jaarrekening, eenmaal per jaar voor het komend tijdvak van twaalf (12) maanden, uiterlijk in de maand oktober aan de Raad ter goedkeuring een begroting voor met toelichting, ter zake: a. de exploitatie; b. de investeringen; en c. de financiele verplichtingen welke in genoemd tijdvak zullen worden aangegaan. De toelichting gaat vergezeld van een financieringsoverzicht. 3. De directeur brengt elk kwartaal verslag uit aan de Raad over de realisatie van de begroting en van het financieringsoverzicht. 4. Jaarlijks wordt, na afloop van het boekjaar, door de directeur een balans en een overzicht van baten en lasten opgemaakt, welke voor ultimo maart daaropvolgend met een toelichting vermeldende naar welke maatstaf de roerende en onroerende zaken van de STA zijn gewaardeerd en het jaarverslag van de directeur aan de Raad ter beoordeling aangeboden. 5. De Raad zal bij het opmaken van de balans en het overzicht van baten en lasten met toelichting zich doen bijstaan door een registeraccountant; de Raad brengt daaromtrent voor ultimo mei een preadvies aan de minister uit. 2023 -24- No. 87 6. De balans en het overzicht van baten en lasten met toelichting en de verklaring van de registeraccountant worden door de directeur en alle raadsleden ondertekend en ter vaststelling aan de minister aangeboden; indien een (I) of meerdere handtekening(en) ontbreekt/ontbreken wordt de reden daarvan op de jaarstukken vermeld. 7. De vaststelling van de balans en het overzicht van baten en lasten door de minister strekt, tenzij uitdrukkelijk anders wordt bepaald, tot decharge van de directeur en de Raad. WIJZE TOT VERKRIJGING VAN EEN KEURMERK

  21. Artikel 21 I. Een keurmerk voor een dienstverlener binnen de toerismesector wordt verleend op schriftelijke aanvraag door de dienstverlener, krachtens de door de Autoriteit vastgestelde richtlijnen. 2. Binnen een (I) maand na de indiening van de aanvraag moet de Autoriteit een besluit nemen over de aanvraag. 3. Het proces van indiening tot verkrijging van een keurmerk en de toetsingskaders zullen in afzonderlijke reglementen worden vastgelegd. 4. Een door een dienstverlener binnen de toerismesector verkregen keurmerk wordt om de twee (2) jaar vernieuwd; indien de dienstverlener de aanvraag tot vernieuwing na twee (2) jaar niet op de in lid I bedoelde wijze heeft ingediend, vervalt het keurmerk na het eind van jaar twee (2). 5. De dienstverlener betaald een vergoeding voor de aanvraag voor het verkrijgen van het keurmerk overeenkomstig een bij Ministeriele beschikking vast te stellen tarief. 6. lndien een dienstverlener binnen de toerismesector niet langer voldoet aan de eisen die gelden om in aanmerking te komen voor een keurmerk, wordt het keurmerk ingetrokken. 2023 -25- No. 87 W IJZE TO T CER T IF IC ER IN G

  22. Artikel 22 1. De certificering van dienstverleners binnen de toerismesector wordt verleend op schriftelijke aanvraag krachtens de door de Autoriteit vastgestelde richtlijnen. 2. Binnen een (1) maand na de indiening van de aanvraag moet de Autoriteit een besluit nemen over de aanvraag. 3. Het proces van indiening tot verkrijging van een certificaat en de toetsingskaders zullen in afzonderlijke reglementen worden vastgelegd. 4. Een door de Autoriteit verstrekte certificaat aan dienstverleners binnen de toerismesector wordt om de twee (2) jaar vernieuwd; indien de dienstverleners de aanvraag tot vernieuwing na twee (2) jaar niet op de in lid 1 bedoelde wijze heeft ingediend, vervalt het certificaat na het eind van jaar twee (2). 5. De dienstverlener betaald een vergoeding voor de aanvraag voor het verkrijgen van het certificaat overeenkomstig een bij Ministeriele beschikking vast te stellen tarief. 6. Indien een dienstverlener binnen de toerismesector niet langer voldoet aan de eisen die gelden om in aanmerking te komen voor een certificering, wordt het certificaat ingetrokken. AUDITEURS

  23. Artikel 23 1. De door de directeur benoemde gekwalificeerde Auditeurs, hebben tot taak het inspecteren van de dienstverleners binnen de toerismesector, welke van een keurmerk zijn voorzien door de Autoriteit, teneinde na te gaan of deze de standaarden naleven. 2. De Auditeurs rapporteren hun bevindingen aan de directeur. 3. Elke Auditeur zeals benoemd krachtens deze wet, heeft het recht om tijdens de openingstijden van de dienstverleners binnen de toerismesector, die van een keurmerk zijn voorzien door de Autoriteit, vrijelijk binnen te treden om na te gaan of deze de standaarden naleven. 2023 -26- No. 87 BEZWAAR

  24. Artikel 24 1. Elke dienstverlener binnen de toerismesector die zich niet kan verenigen met een besluit van de directeur, kan binnen veertien (14) dagen, nadat deze kennis heeft genomen van het besluit, respectievelijk binnen veertien (14) dagen na het verstrijken van de in de artikelen 21 lid 2 en 22 lid 2 opgenomen termijn, een bezwaarschrift indienen bij de directeur. 2. Het maken van bezwaar geschiedt door het indienen van een bezwaarschrift; het bezwaarschrift wordt ondertekend en bevat tenminste: a. De naam en het adres van de indiener; b. De dagtekening; c. Een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar 1s gericht; d. De gronden van het bezwaar. 3. Op het bezwaar als bedoeld in lid 1 wordt binnen dertig (30) dagen na de datum van indiening, na heroverweging, door de directeur een besluit genomen. BEROEP

  25. Artikel 25 1. Elke dienstverlener binnen de toerismesector die zich niet kan verenigen met een besluit genomen door de directeur in de bezwaarschriftprocedure, kan binnen dertig (30) dagen nadat deze kennis heeft genomen van het besluit, respectievelijk binnen dertig (30) dagen na het verstrijken van de in artikel 24 lid 3 opgenomen termijn, beroep aantekenen bij de Raad. 2. Het instellen van administratief beroep geschiedt door het indienen van een ondertekend beroepschrift, welke tenminste bevat: a. De naam en het adres van de indiener; b. De dagtekening; c. Een omschrijving van het besluit waartegen het beroep is gericht; d. De gronden van het beroep. 2023 -27- No. 87 3. Op het beroep wordt binnen zestig (60) dagen na de datum van indiening van het beroepschrift beslist. SLOTBEPALING

  26. Artikel 26 1. Deze wet wordt aangehaald als: Wet Suriname Toerisme Autoriteit. 2. Zij wordt in het Staatsblad van de Republiek Suriname afgekondigd. 3. Zij treedt in werking met ingang van de dag volgende op die van haar afkondiging. 4. De minister belast met het toerismebeleid, is belast met de uitvoering van deze wet. Gegeven te Paramaribo, de 1 ste juni 2023 CHANDRIKAPERSADSANTOKHI Uitgegeven te Paramaribo, de 13e juni 2023 De Minister van Binnenlandse Zaken, BRONTO S.G. SOMOHARDJO. 2023 -28- No. 87 WET van 6 juni 2023, houdende instelling van de Suriname Toerisme Autoriteit (Wet Suriname Toerisme Autoriteit) MEMORIE VAN TOELICHTING ALGEMEEN In mei 1996 werd de Stichting Toerisme Suriname (STS) opgericht door het Ministerie van Transport, Communicatie en Toerisme (TCT) en de Kamer van Koophandel en Fabrieken (KKF) met als doel de ontwikkeling van het toerisme in Suriname in het algemeen en de uitvoering van het eerste Toerisme Ontwikkelingsprogramma, gefinancierd door de Europese Unie (EU) en de Surinaamse overheid. Het lag in de bedoeling <lat de STS binnen een jaar middels wetgeving omgezet zou worden in een toerisme autoriteit. Het eerdergenoemd project werd uitgevoerd maar er was geen ruimte voor wet- en regelgeving en is de STS een stichting gebleven. Na dit programma werden er voorbereidingen getroffen voor de uitvoering van het tweede Toerisme Ontwikkelingsprogramma, gefinancierd door de EU en de Surinaamse overheid, waarin een component wet- en regelgeving was opgenomen. Dit programma, de 'Suriname Integrated Tourism Development Programme (SITDP)' heeft het fundament gelegd voor het concipieren van de Toerismewet met inbreng van alle actoren. Met deze wet wordt beoogd het wettelijk kader te scheppen, waarbinnen de taken en bevoegdheden van de Suriname Toerisme Autoriteit, afgekort STA, zijn vastgelegd, evenals de relatie van deze Autoriteit tot de Minister. De Regering heeft met deze wet een weg ingeslagen ter wegneming van de voornaamste belemmeringen voor de ontwikkeling van het toerisme. In het verlengde hiervan, zal waar mogelijk, dan ook door de overheid teruggetreden dienen te worden en het vormgeven van richtingbepalende maatregelen worden overgelaten aan de verenigde krachten in het veld zelf, evenwel onder het toeziend oog van de Staat, ter waarborging van de belangen en rechten van consumenten en derden. 2023 -29- No. 87 De ST A stelt zich ten doe! regulering en bevordering van het toerisme in en naar Suriname in de ruimste zin des woord middels het voorbereiden en uitvoeren van maatregelen ter bevordering van een duurzame ontwikkeling, onderscheidenlijk ordening van de toerismesector in Suriname. Het streven is erop gericht, <lat - waar mogelijk - het vergunningenstelsel in het algemeen wordt vervangen casu quo aangevuld met een stelsel van registratie, standaarden, certificering en keurmerken. Het toezicht zou alsdan worden uitgeoefend door de beroepsorganisaties in de betreffende sector. De ST A zal vanwege haar taakstelling een belangrijke rol in deze vervullen. Deze wet regelt in hoofdzaak de volgende onderwerpen: a. De instelling van de Suriname Toerisme Autoriteit, afgekort STA; b. De taakstelling van de STA; c. De Raad van Toezicht van de STA; In het Besluit Taakomschrijving Departementen is de zorg voor het toerisme aan de Minister van Transport, Communicatie en Toerisme toevertrouwd, die zorg houdt onder andere in het ontwikkelen van een verantwoord en duurzaam toerismebeleid, waarbinnen onder meer voorschriften dienen te worden gesteld om consumenten te beschermen en standaarden dienen te worden vastgesteld om de dienstverlening in de sector te verbeteren. In deze wet worden een aantal taken aan de STA toegekend. In nader vast te stellen regelingen en conform bestaande wet- en regelgeving, kunnen de nodige verdere regelgeving en richtlijnen met betrekking tot de in deze wet geregelde taken van de STA worden uitgewerkt. De ST A wordt ingesteld met een onafhankelijke positie ten opzichte van de overheid, met <lien verstande <lat aan de Minister moet worden gerapporteerd. Tegelijk is de Staat op gelijke voet met de particuliere sector vertegenwoordigd in de ST A. De particuliere sector dient naar 2023 -30- No. 87 hedendaagse inzichten de motor te zijn van economische ontwikkeling. Een van de hedendaagse eisen van behoorlijk bestuur is dat de overheid terugtreedt en steeds meer zaken overlaat aan de particuliere sector, terwijl zij verantwoordelijk blijft voor typische overheidszaken. Daarom krijgt de STA bepaalde bevoegdheden die voorheen bij het ministerie verantwoordelijk voor het toerisme beleid lagen; hiermee wordt uitvoeringsruimte geschapen voor de STA, terwijl het ministerie vooral een voorwaardenscheppende rol vervult. De ST A zal een gezaghebbend instituut moeten zijn en is, naast het adviseren van de Minister, verantwoordelijk voor het instellen en in standhouden van inspectiesystemen ten behoeve van een juiste classificatie en rangschikking van bedrijven en beroepen in de toerismesector. Verder is de ST A belast met het afgeven van classificatieverklaringen en keurmerken. Voor het degelijk functioneren van de STA is de inbreng en steun van de particuliere sector een conditio sine qua non. De Regering, en in het bijzonder het Ministerie van Transport, Communicatie en Toerisme, ziet als hulpmiddel hiertoe een zo open mogelijke dialoog tussen de verschillende actoren in de toerismesector, terwijl ook internationale ervaringen meegenomen moeten worden. De Staat heeft zich regionaal verbonden inzake toerisme-ontwikkeling. Hierbij moet worden gedacht aan: samenwerkingsverbanden met o.a. de Amazone Cooperation Treaty Organization (ACTO), de Caribbean Tourism Organization (CTO), de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS), de Union of South American Nations (UNASUR), CARICOM en Association of Caribbean States (ACS). De STA is in deze wet als medeverantwoordelijke aangewezen om samen met het ministerie van Transport, Communicatie en Toerisme het Meerjaren Toerisme Ontwikkelingsplan (MTO) te formuleren. Bij het opstellen hiervan zal 2023 -31- No. 87 uitgegaan warden van de hierboven genoemde regionale committeringen, alsook van nationale- en internationale committeringen inzake de toerisme-ontwikkeling. Bij het plannen van een goede taakvervulling door de STA kan niet voldoende benadrukt warden, <lat het noodzakelijk is gedurende lange tijd te kunnen putten uit een constante basis aan financiele middelen. De Stichting Toerisme Suriname (STS) heeft in belangrijke mate bijgedragen tot het vergroten van het inzicht in de ontwikkelingsmogelijkheden van de toerismesector, maar heeft onder andere door het ontbreken van regelgeving ter zake en de nodige financiele middelen, niet effectief kunnen functioneren. Bij de instelling van de STA is er geen overgang van de Stichting Toerisme Suriname, afgekort STS, naar STA aangezien de overheid, als medeoprichter van de STS, zich per 17 mei 2018 heeft teruggetrokken uit de STS, per notariele akte, en is de STS per die datum een particuliere stichting. De STA wordt ingesteld als een nieuwe entiteit. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

  27. Artikel 2 Er is gekozen voor een rechtspersoonlijkheid bezittende autoriteit als regulator binnen de toerismesector, vanwege de ervaring die Suriname heeft met autoriteiten in andere sectoren. De STA is ingesteld met het doel: regulering en bevordering van het toerisme in en naar Suriname in de ruimste zin des woord middels het voorbereiden en uitvoeren van maatregelen ter bevordering van een duurzame ontwikkeling, onderscheidenlijk ordening van de toerismesector in Suriname, alsook de Minister gevraagd of ongevraagd van advies te voorzien. 2023 -32- No. 87 De werk.zaamheden van de STA zijn erop gericht om de toerismesector te definieren, reguleren en te ordenen. Ook het bevorderen van het toerisme over het algemeen behoort tot de kerntaken van de STA Gelet op de aard van het toerisme, alsook de promotie van ons land als toeristische bestemming in het buitenland, wordt hierbij niet uitgesloten <lat het nood.zakelijk is <lat de STA buiten de grenzen van Suriname kantoren/ dependances kan hebben. Tevens is het ook de bedoeling <lat er landelijk een netwerk van kantoren zal worden opgezet ter behartiging van de belangen van de ST A in het algemeen, en het toerisme in het bijzonder.

  28. Artikel 3 Aan de STA wordt een beleidsvoorbereidende en -uitvoerende taak toebedeeld. Het doel omvat onder andere het bevorderen van de opbouw van de "public -private- partnership" en doet alles wat in haar vermogen ligt om de toerismesector duurzaam tot ontwikkeling te brengen, zoals het leveren van bijdragen aan nationale en internationale workshops, seminars en andere bijeenkomsten betreffende het toerisme alsmede aan het organiseren of uitvoeren van toerisme-gerelateerde activiteiten zoals marketing- en promotiewerkzaamheden. Een belangrijke taak van de STA is dan ook marktonderzoek, het ver.zamelen, analyseren en distribueren van statistische gegevens met betrekking tot de laatste trends en ontwikkelingen binnen de toerismesector. Deze gegevens zijn belangrijk voor toerismebeleid, toerisme productontwikkeling en marketing & promotie activiteiten.

  29. Artikel 3 lid 3 In het streven om de toerismesector in alle districten een 'boost' te geven, is het noodzakelijk <lat in elk district een kantoor dan wel dependance van de STA wordt geplaatst. Het ligt in de bedoeling <lat landelijk/ per district 2023 -33- No. 87 middelen gegenereerd kunnen worden uit toerisme activiteiten ten bate van de sector/ gemeenschappen. Ter waarborging hiervan zal de STA, in het kader van decentralisatie, zoveel als mogelijk programma's en projecten ter zake moeten vaststellen en uitvoeren. Voorlichting en communicatie is tevens een belangrijk instrument om met name de lokale gemeenschappen en de bezoekers te informeren over de effecten van het toerisme en het belang van het milieu. Mede binnen <lit kader is het noodzakelijk <lat aan de ST A medebewindsvoering bevoegdheden worden verleend ter uitvoering en ondersteuning van het algemeen toerisme beleid van de regering. Gelet op de kansen en bedreigingen van de toerismesector om uit te groeien tot een pijler van de economie en gelet op de bedreigingen vanuit de mijnbouwsector en de houtkap wordt de STA in staat gesteld om gebieden met een hoge toerisme potentie te verklaren/in te stellen als toerisme zones, waarvoor speciale richtlijnen ontwikkeld zullen worden met betrekking tot activiteiten en investeringen.

  30. Artikel 4 In deze bepaling is aangegeven <lat door de Staat een aanvangskapitaal oftewel startkapitaal van SRD 15 miljoen beschikbaar zal worden gesteld voor de STA Het is de bedoeling <lat de STA daarna zelfvoorzienend zal moeten worden. Met de te genereren middelen zoals aangegeven in deze bepaling, moet de STA in staat zijn zichzelf financieel te exploiteren. Tot het kapitaal kunnen uiteraard ook nieuwe vermogensbestanddelen in natura worden bestempeld, bijvoorbeeld een nieuw kantoorpand ten behoeve van een inspirerende huisvesting. Voorts is aangegeven uit welke andere legale bronnen de STA aan financiele middelen kan komen, te noemen zijn in <lit verband de registratie, audits en certificeringen die door de ST A uitgevoerd kunnen worden en het promotiemateriaal over de toeristische mogelijkheden in 2023 -34- No. 87 Suriname, dat onder verantwoordelijkheid van de STA wordt samengesteld. In sub a is voor de minister de mogelijkheid gelaten om eventueel bij de diverse bronnen van inkornsten vanuit de sector een toeristen fee en een room fee te heffen van (buitenlandse) bezoekers. Hiervoor zal de minister bij of krachtens staatsbesluit de regels en voorwaarden moeten vaststellen.

  31. Artikel 11 De arbeidsvoorwaarden voor het personeel worden ingevolge deze bepalingen door de directeur van de STA vastgesteld in overleg met de Raad.

  32. Artikel 14 Voor een duurzame ontwikkeling van de toerismesector is het nodig, dat een duidelijke en langdurige bereidheid wordt getoond, om daaraan ook de nodige bijdragen te leveren, zowel vanuit de particuliere sector als van regeringszijde. Een zeer nauwe betrokkenheid van de particuliere sector is daarom onontbeerlijk. In dit artikel is aldus bepaald dat zowel de particuliere sector als de publieke sector een evenredige afvaardiging hebben in de Raad, drie om drie, terwijl de Universiteit van Suriname of een ander wetenschappelijk instituut de laatste plek in de Raad mag invullen. De rol van de Universiteit of een ander wetenschappelijk instituut in deze kan bezien worden in het licht van de wetenschappelijke bijdrage welke men kan leveren binnen de sector met betrekking tot marktonderzoek, data verzameling en het produceren van statistische gegevens. V oorts is gekozen voor het begrip deskundige, aangezien er eisen worden gesteld aan een lid om deel uit te maken van het bestuur. Het voorgedragen lid moet de nodige kennis en inzichten hebben met betrekking tot de sector 2023 -35- No. 87 die hij vertegenwoordigt, alsook op de hoogte zijn van de trends en ontwikkelingen binnen die sector. Met de breed samengestelde Raad, zoals in de wet is opgenomen, die de medeverantwoordelijkheid draagt voor het samenstellen van het Meerjaren Toerisme Ontwikkelingsplan (MTO) en het mede toezicht houden op alle handelingen ter uitvoering van bedoeld plan, wordt beoogd een efficiente overlegstructuur te doen bestaan, die tegelijkertijd gericht en slagvaardig de in gezamenlijk overleg vastgestelde beleidsdoelen kan verwezenlijken. Hierdoor wordt uiteindelijk bereikt, <lat het aanbod van goederen en diensten in de toerismesector wordt gestandaardiseerd en op een hoger, zelfs internationaal concurrerend niveau wordt gebracht, met alle positieve gevolgen voor de nationale economie. Vanwege de dynamiek in de sector wordt een roulatiesysteem gehanteerd bij de samenstelling van de Raad. De voorzitter van de Raad wordt altijd op voordracht van de Minister benoemd uit de publieke sector. De redenen hiertoe zijn, <lat de ST A een beleidsuitvoerend orgaan zal zijn met vergaande bevoegdheden voor registratie, certificering, standaardisatie en keurmerken. Vanwege het belang <lat de regering hecht aan de public-private-partnership-gedachte, wordt het belangrijk geacht de zogenaamde non-state actors een vertegenwoordiging van vier te doen hebben in de Raad. De leden van de Raad worden aangewezen vanuit de instanties zoals opgesomd. Een dringende vereiste is wel <lat elk lid een aantoonbare affiniteit met de Surinaamse toerismesector moet hebben van minimaal vijf ( 5) jaar.

Act of June 1, 2023, establishing the Suriname Tourism Authority · Nelum