Act implementing article 72 under c of the Constitution regarding the promulgation of the civil exceptional situation in connection with the COVID-19 pandemic (Exceptional Condition Law COVID - 19) (No. 83 of 2020)
颁布于 2020-04-09 · 文本截至 2026-10-01
以研究形式发布的公开法律与官方指引,不构成法律、税务或金融建议。
研究内容本身以英文撰写。标题和标签已翻译,调查结果和引文未翻译。
关于这部法律
- 原标题
- WET van 09 april 2020 ter uitvoering van artikel 72 onder c van de Grondwet met betrekking tot afkondiging van de burgerlijke uitzonderingstoestand in verband met de COVID-19 pandemie. (Wet Uitzonderingstoestand COVID - 19).
- 语言
- Dutch
- 类型
- 法令
- 组织
- Amazon Cooperation Treaty Organization
- 国家
- 苏里南
- 主题
- General
- 关键词
- hazards, coronavirus disease (COVID-19), public health, special fund, governance
在哪里阅读
该法律没有记录来源链接。
文本
所收录的法律原文,按条款排列。每个条款都有自己的链接。
Artikel 1 1. Voor het grondgebied van de Republiek Suriname wordt in verband met de COVID-19 pandemie, de burgerlijke uitzonderingstoestand afgekondigd. 2020 -2- No. 83 2. De burgerlijke uitzonderingstoestand blijft van kracht voor een termijn van maximaal drie maanden. Deze uitzonderingstoestand kan voor de in de eerste volzin bedoelde termijn door de President van de Republiek Suriname bij presidentieel besluit worden beindigd. 3. Onverminderd het bepaalde in lid 2 kan De Nationale Assemblée de in lid 2 eerste volzin bedoelde termijn, eenmaal voor maximaal dezelfde duur verlengen. COVID-19 Crisis Management Team
Artikel 2 1. Door de President van de Republiek Suriname wordt onverwijld na aficondiging van de burgerlijke uitzonderingstoestand een "COVID-19 Crisis Management Team" ingesteld, waarin tenminste zitting hebben: a. de Vice-President van de Republiek Suriname, belast met de leiding van het COVID-19 Crisis Management Team; b. de directeuren van: 1. het Directoraat Nationale Veiligheid; 2. het Ministerie van Justitie en Politie; 3. het Ministerie van Volksgezondheid; 4. het Nationaal Co&dinatie Centrum voor Rampenbeheersing (NCCR); c. de voorzitter van de Nationale Ziekenhuis Raad (NZR); d. de voorzitter van de door de minister van Volksgezondheid onmiddellijk na afkondiging van de uitzonderingstoestand in te stellen Epidemiologische crisiscommissie, onder leiding van de directeur van het Bureau voor Openbare Gezondheidszorg (BOG) en verder bestaande uit tenminste 2 Surinaamse epidemiologen en 2 public health (MPH) specialisten, e. twee Surinaamse infectiologen en een clinicus. 2020 -3- No. 83 2. In het besluit waarin de in lid 1 genoemde functionarissen door de President van de Republiek Suriname worden benoemd, worden eveneens de taken, bevoegdheden en andere zaken van het COVID-19 Crisis Management Team vastgesteld. Parlementaire Crisis Commissie Artilcel 3 1. Na afkondiging van de burgerlijke uitzonderingstoestand wordt door De Nationale Assemblée een Parlementaire Crisis Commissie ingesteld. De Voorzitter van De Nationale Assemblée is voorzitter van de commissie. 2. De Regering informeert de in lid 1 bedoelde commissie in verband met de afgekondigde burgerlijke uitzonderingstoestand, al dan niet via de Voorzitter, op regelmatige basis omtrent het verloop en de aanpak van de afgekondigde uitzonderingstoestand. 3. De Voorzitter kan besluiten tot bijeenroeping van De Nationale Assemblée om bindend te beslissen omtrent een door de Regering genomen maatregel of voorziening die niet overeenkomstig of buiten de ingevolge deze wet aan haar gegeven bevoegdheden is. Algemene buitengewone maatregelen en voorzieningen
Artikel 4 1. De Regering kan, in verband met de aficondiging van de burgerlijke uitzonderingstoestand vanwege COVID-19, in relatie tot de specifieke dreiging, de ernst van de dreiging of crisis alsmede in verband met de bescherming van de volksgezondheid of de algemene veiligheid van burgers en de directe gevolgen hiervan: 2020 -4- No. 83 a. de volgende maatregelen treffen: (1). het aanwijzen van gebouwen, terreinen en andere gelegenheden die niet in gebruik zijn voor bewoning, bedrijvigheid of sociale activiteiten en niet zijnde woonhuizen, voor het scheppen van quarantaine faciliteiten, noodvoorzieningen voor isolatie van patinten en noodziekenhuis voorzieningen; ingeval het betreft gebouwen kan de eigenaar of belanghebbende tegen een door een ter zake onafhankelijke deskundige beoordeelde kostprijs worden vergoed voor het gebruik van voornoemde faciliteiten die in dezelfde staat worden gebracht, waartoe door de Regering een verklaring wordt afgegeven; (2). het geven van richtlijnen aan of verplichten van burgers, bedrijven, instituten en organisaties met betrekking tot hun bewegingsvrijheid en hun publieke-, sociaal- maatschappelijke- en economische activiteiten, welke maatregelen specifiek gericht moeten zijn op aanpak casu quo het voorkomen of minimaliseren van de verspreiding van het SARS-COV-2 virus alsmede de gevolgen hiervan; b. de volgende voorzieningen worden getroffen: (1). het bieden van financile- en materiele ondersteuning aan burgers en bedrijven die door gedwongen stopzetting van bedrijfsactiviteiten in verband met de preventie van de verspreiding van COVID-19, hun inkomen verliezen of hun inkomen sterk zien verminderen, op basis van bij staatsbesluit vastgestelde criteria, waarvan ten aanzien van door bedrijven ontvangen ondersteuning publicatie plaatsvindt; (2). het zorgen voor de noodzakelijke financile middelen die de gespecialiseerde instituten en organisaties nodig hebben voor een optimale beheersing en bestrijding van de COVID- 1 9 pandemie; 2020 -5- No. 83 (3). andere in het kader van de COVID-19 pandemie noodzakelijk gebleken voorzieningen in verband met de veiligheid, gezondheid, economische en financiele omstandigheden van burgers. 2. De specifieke maatregelen welke door de Regering worden getroffen in het kader van deze wet, worden bij presidentieel besluit vastgesteld, na schriftelijk advies of op verzoek van het COVID-19 Crisis Management Team. Informatie en voorlichting gedurende de COVID-19 uitzonderingstoestand
Artikel 5 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 4 treft de Regering maatregelen en voorzieningen met betrekking tot de informatievoorziening naar de samenleving om te garanderen dat burgers in verband met de COVID-19 pandemie, tijdig correcte informatie ontvangen. 2. Met betrekking tot het bepaalde in lid 1 zijn houders van uitzendvergunningen van welke aard dan ook, verplicht om uitzending te garanderen van de door de Regering aan de burger te geven informatie en instructie, betreffende de optimale beheersing en bestrijding van de COVID-19 pandemie op de daarvoor door de Regering bepaalde tijden. Indien de benodigde tijd meer is dan vijftien minuten per 24 uur, vergoedt de Regering deze extra nodige zendtijd op basis van de normale uitzendtarieven. 3. De Regering is bevoegd maatregelen te treffen ten aanzien van degenen die opzettelijk onjuiste berichten of voor de samenleving schadelijke informatie verspreiden, in verband met de COVID-19 pandemie, zoals die zich in Suriname voordoet, met het doel deze berichtgeving of de verspreiding daarvan te voorkomen, onverminderd de toepasselijkheid ter zake van het Wetboek van Strafrecht en overige wettelijke regelingen. 2020 -6- No. 83
Artikel 6 Bij de toepassing van de krachtens deze wet gegeven maatregelen en voorzieningen door de Regering worden de ingevolge de Grondwet en Internationale verdragen gewaarborgde onaantastbare burgerrechten, alsmede de grenzen van de beperkingsmogelijkheden van die rechten, steeds in acht genomen. Het betreft in ieder geval het recht op leven, het verbod van foltering en onmenselijke of vernederende behandeling en het verbod van slavernij en dwangarbeid. COVID-19 Noodfonds
Artikel 7 1. Door de Regering wordt een noodfonds ingesteld, waaruit door de Regering specifleke maatregelen betreffende de preventie en bestrijding van COVID-19 alsmede de gevolgen daarvan, kunnen worden gefínancierd. 2. Het noodfonds heeft mede tot doel zorg te dragen voor de fínanciering van de kosten voor de in verband met de afgekondigde uitzonderingstoestand te treffen buitengewone maatregelen en voorzieningen, alsmede het op richtige wijze kanaliseren en beheren van de verkregen nationale en internationale middelen ten behoeve van de aanpak van de crisis. 3. De middelen van het noodfonds bestaan uit: a. overheidsbijdrage, daaronder mede begrepen vrijwillige bijdragen van staatsbedrijven; b. donaties en schenkingen van nationale en internationale organisaties ten behoeve van de aanpak van de burgerlijke uitzonderingstoestand; c. andere legaal verkregen inkomsten. 2020 -7- No. 83 4. Uit de begroting als bedoeld in artikel 8 lid 4 wordt ten behoeve van het noodfonds middelen gereserveerd op basis van een realistische inschatting van de financieringsbehoefte van categorien van uitgaven gedurende de burgerlijke uitzonderingstoestand. 5. Het bestuur van het noodfonds bestaat uit maximaal 7 (zeven) leden, waarvan deel uitmaken afgevaardigden van het Ministerie van Financin, het Ministerie van Sociale Zaken en Volkshuisvesting, het Ministerie van Handel, Industrie en Toerisme, het Ministerie van Binnenlandse Zaken en het Ministerie van Vollcsgezondheid. Bij presidentieel besluit kunnen nog twee bestuursleden worden benoemd. 6. De Rekenkamer van Suriname krijgt maandelijks afschrift van de uitgaven. Afsluiting van het noodfonds vindt plaats, nadat alle uitgaven zijn gedaan en door de Centrale Landsaccountant Dienst (CLAD) en de Rekefficamer zijn gecontroleerd. De Comptabiliteitswet 2019 is van toepassing op de wijze van de besteding van de gelden uit het noodfonds en de noodvoorzieningen. 7. Bij of krachtens staatsbesluit kunnen met betrekking tot het noodfonds nadere regels worden vastgesteld. Financiering
Artikel 8 1. Het bepaalde in artikel 14 van de Comptabiliteitwet 2019 betreffende de noodreserve vindt, met betrekking tot deze burgerlijke uitzonderingtoestand, toepassing voor de financiering van de eveneens in die wet genoemde volgende gevallen: a. zwaar menselijk lijden of veroorzaakte materiele, economische of milieuschade, die leidt, of waarschijnlijk zal leiden, tot het verlies van wezenlijke diensten die noodzakelijk zijn om aan de menselijke basisbehoeften te voldoen of die leidt tot ernstige schade aan het milieu; 2020 -8- No. 83 b. omstandigheden, waarbij de bestrijding niet kan worden gefínancierd uit de begrotings-middelen of andere bronnen van financiering, en die een dwingende behoefte scheppen aan financiering die in het algemeen belang verstrekt moet worden. 2. Vanwege het ontbreken van de in lid 1 van artikel 14 van de Comptabiliteitswet 2019 genoemde noodreserve kunnen in afvvijking van de BanIcwet en de Wet op de Staatsschuld, zowel extra voorschotten als externe financiering worden aangegaan, uitsluitend voor het voorzien in de gevallen als genoemd in lid 1. 3. Voor de toepassing van het bepaalde in lid 1 moet conform artikel 14 van de Comptabiliteitswet 2019 de spoedeisende, onvermijdelijke en onvoorzienbare uitgavenbehoefte vo1doen aan de volgende criteria: a. er moet sprake zijn van een wezenlijke behoefte die niet kan worden uitgesteld tot toekomstige begrotingsjaren zonder het algemene belang te schaden; b. er is geen toereilcende voorziening voor de behoefte in de jaarbegroting; c. de behoefte kan niet worden gefinancierd met behulp van de bepalingen inzake de herverdeling van middelen conform artikel 14 van de Comptabiliteitswet 2019. 4. Door de Minister van Financin wordt ten aanzien van de op basis van de in lid 2 op te nemen middelen een begroting opgesteld inhoudende een realistische inschatting van de benodigde middelen gedurende de COVID-19 uitzonderingstoestand. Aan de begroting wordt een bezuinigingsplan toegevoegd ten aanzien van door de Regering geïdentificeerde en te plegen bezuinigingen alsmede de meerkosten in de verschillende sectoren. 2020 -9- No. 83 5. Alle uitgaven die worden bekostigd in deze COVID-19 uitzonderingstoestand moeten worden overgedragen aan de vigerende begrotingen van de ministeries en zijn onderworpen aan de richtlijnen door de Minister van Financin vast te stellen, die gelden voor het beheer en de rapportage van andere uitgaven. 6. De Minister van Financin informeert De Nationale Assemblée en de Rekenkamer door middel van de verslagen, zoals in de Comptabiliteitswet 2019 aangegeven. 7. Voor de eerste maal kan de Minister van Financin op basis van de door de Regering gemaakte inschatting van de behoefte boven de staatsbegroting voor wat betreft financiele middelen in Surinaamse Dollar, tot het bedrag van SRD. 400 miljoen conform lid 2 verwerven. Leningen hebben voorkeur boven de voorziening van voorschotten in afwijking van de Bankwet. Indien voortschrijdende crisis het noodzakelijk maakt, kan een onderbouwde aanvulling door De Nationale Assemblee worden goedgekeurd. 8. Teneinde te voorkomen dat oude gecumuleerde voorschotten en leningen vanaf 2002 samenvallen met de noodvoorzieningen die in dit artikel zijn getroffen, dienen de Minister van Financin en de Governor van de Centrale Bank van Suriname eerder aangegane leningen en geaccumuleerde voorschotten vanaf 2002 te consolideren in een langlopende lening conform lid 2 van dit artikel. Handhaving en sancties
Artikel 9 1. Overtreding of niet naleving van de krachtens artikel 4 leden 1 en 2 en artikel 5 gestelde verboden, verplichtingen of maatregelen of gegeven voorschriften, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden en geldboete van de derde categorie, hetzij met een van beide straffen. 2020 -10- No. 83 2. De feiten strafbaar gesteld in lid 1 zijn overtredingen. 3. Het bepaalde in lid 1 laat onverlet de toepassing van handhavingsmaatregelen en bevoegdheden, alsmede de toepassing van sancties ingevolge het Wetboek van Strafrecht en andere toepasselijke wettelijke regelingen. Slotbepaling
Artikel 10 1. Deze wet wordt aangehaald als: Wet Uitzonderingstoestand COVID-19. 2. Zij wordt in het Staatsblad van de Republiek Suriname afgekondigd. 3. Zij treedt na haar afkondiging onmiddellijk in werking. 4. De Minister van Justitie en Politie, de Minister van Financin, de Minister van Binnenlandse Zaken en de Minister van Volksgezondheid zijn belast met de uitvoering van deze wet. Gegeven te Paramaribo, de 9e april 2020 DESIRÉ D. BOUTERSE Uitgegeven te Paramaribo, de 9e april 2020 De Minister van Binnenlandse zaken, M.M.F. NOERSALIM. 2020 -11- No. 83 WET van 09 april 2020 ter uitvoering van artikel 72 onder c van de Grondwet met betrekking tot afkondiging van de burgerlijke uitzonderingstoestand in verband met de COVID-19 pandemie. (Wet Uitzonderingstoestand COVID - 19). IVIEMORIE VAN TOELICHTING A. Algemeen In maart 2020 heeft de Wereld Gezondheids Organisatie (WHO) de uitbraak van de coronavírus disease 2019 (COVID-19) tot een pandemie uitgeroepen. Deze wereldwijde epidemie heeft reeds vele mensenlevens geist en het is gebleken dat slechts met uitzonderlijke maatregelen nationaal en internationaal de epidemie enigszins kan worden bedwongen. In landen waar maatregelen niet op tijd zijn genomen dan wel niet voldoende zijn geweest, is het gezondheidssysteem compleet overweldigd door het aantal ernstige zieken. Die landen ervaren een diepe sociaal maatschappelijke crisis en desastreuze gevolgen voor de economie. Zelfs in rijke landen zijn goed functionerende zorgsystemen niet adequaat toegerust gebleken om het groot aantal patinten te verzorgen in een ongebreidelde epidemie. De maatregelen die in staat zijn de uitbraak van COVID-19 door verspreiding van het SARS-CoV-2 virus te vertragen of te beperken, hebben ernstige gevolgen voor de economie van alle landen en de mogelijkheden van grote groepen burgers om in hun levensonderhoud te voorzien. Het is daarnaast ook onduidelijk hoe lang deze ramp zal duren. Het Internationaal Monetaire Fond (IMF) heeft aangekondigd dat door de uitbraak van de COVID-19 pandemie, de wereldeconomie in een recessie belandt die gelijk is of erger aan de financile crisis van 2009. Wereldwijd hebben restricties en lockdowns ervoor gezorgd dat de economische activiteit in vrijwel alle landen sterkt verminderd is, met faillissementen en ontslagen tot gevolg. 2020 -12- No. 83 Voor Suriname heeft deze ziekte reeds negatieve gevolgen gehad, nadat er vanaf 13 maart 2020 na een medisch onderzoek de eerste persoon positief werd bevonden voor COVID-19. De Regering van Suriname heeft hierna onmiddellijk de toegang tot Suriname gesloten en enkele andere maatregelen getroffen om de ongecontroleerde verspreiding van het virus onder de bevolking te beperken. Het is echter gebleken dat maatregelen die de Regering kan treffen conform de geldende wetgeving, niet voldoende of niet afdwingbaar zijn om ongecontroleerde verspreiding van het COVID-19 onder de bevolking (meer bekend als community spreading) te voorkomen. Een ongecontroleerde verspreiding van het virus zal, gezien de grote mate van besmettelijkheid en de percentages ernstige zieken en doden die het veroorzaakt, voor Suriname rampzalig zijn, omdat de gezondheidsinstellingen niet in staat zullen zijn om een groot aantal patienten op te vangen en adequaat te behandelen. Gelet op het voorgaande is het noodzakelijk dat de Regering ter bescherming van de bevolking voor geheel Suriname Icrachtens artilcel 72 onder c van de Grondwet de burgerlijke uitzonderingstoestand aflcondigt. B. Artikelgewijs (1). Artikel 1 Het bepaalde in artilcel 1 betreft de afkondiging van de burgerlijke uitzonderingstoestand, welk uitzonderingstoestand van toepassing is voor het geheel grondgebied van Suriname (lid 1) en ingaat bij de inwerkingtreding van deze wet. Benadrukt dient te worden dat de aflcondiging van deze uitzonderingstoestand bedoeld is tot het treffen van buitengewone maatregelen in verband met de aanpak van de COVID-19 pandemie, zoals reeds in het algemeen deel uiteengezet. 2020 -13- No. 83 De inschatting is dat binnen een periode van 3 (drie) maanden de crisissituatie zich normaliseert, hetgeen de reden is de burgerlijke uitzonderingstoestand voor een termijn van maximaal drie maanden af te kondigen. Indien daartoe noodzaak bestaat, kan de President bij presidentieel besluit deze uitzonderingstoestand eerder beindigen. Echter wordt er rekening gehouden met een eventuele uitloop mogelijkheid. Daarbij kan door De Nationale Assemblée deze termijn eenmaal voor maximaal dezelfde termijn worden verlengd. De verlenging door De Nationale Assemblée kan dus tot maximaal drie maanden belopen, afhankelijk van de noodzaak daartoe. In het besluit tot verlenging wordt de datum, waarop de uitzonderingstoestand eindigt, vermeld, zulks is met name van belang, indieri de uitzonderingstoestand voor een kortere periode dan drie maanden wordt verlengd. (2). Artikel 2 Deze wet voorziet na afkondiging van de burgerlijke uitzonderingstoestand in de instelling door de President van een speciale Crisis Management Team (COVID-19 Crisis Management Team), dat in ieder geval speciaal tot taak heeft de aanpak van de burgerlijke uitzonderingstoestand. De instelling van de speciale crisis team geschiedt onmiddellijk na de afkondiging van de burgerlijke uitzonderingstoestand. Voor wat de benaming van het team betreft is ingevolge artikel 2 voor deze specifíeke uitzonderingstoestand gekozen voor "COVID-19 Crisis Management Team". Het COVID-19 Crisis Management Team staat onder leiding van de Vice-President, terwij1 voorts in het team zitting hebben de directeuren van het Directoraat Nationale Veiligheid, van Justitie en Politie, van Volksgezondheid, van het Nationaal Cos5rdinatie Centrum voor Rampenbeheersing (NCCR) en de voorzitter van de Nationale Ziekenhuis Raad (NZR). 2020 -14- No. 83 Ten aanzien van de bemensing van het crisis team hebben voorts zitting functionarissen die met betrekking tot deze specifieke crisis een speciale betrokkenheid hebben. Dat zijn in ieder geval de Directeuren van het Ministerie van Volksgezondheid en voorts specifieke ter zake deskundigen (epidemiologen, infectiologen en clinicus ) (artikel 2 lid 1 onder d en e). (3). Artikel 4.
Artikel 4 geeft de grondslag voor de in verband met de aanpak van deze uitzonderingstoestand door de Regering te treffen specifieke buitengewone maatregelen en voorzieningen. Deze maatregelen en voorzieningen zijn gericht op de aanpak van deze specifieke uitzonderingstoestand. Gelet ook op de aard van deze buitengewone omstandigheid is gekozen die bevoegdheid te leggen in handen van de Regering.
Artikel 4 lid 1 onder a geeft in grote lijnen de door de Regering gedurende de burgerlijke uitzonderingstoestand te treffen maatregelen, maar geeft tegelijkertijd de begrenzing aan van de uitoefening van die bevoegdheid. De door de Regering te treffen maatregelen zijn specifiek gericht op de aanpak c.q het voorkomen of minimaliseren van de verspreiding van de SARS-COV-2 virus. De te treffen maatregelen betreffen, gelet op de aard van de crisis, op de eerste plaats het scheppen van onder meer quarantaine faciliteiten, noodvoorzieningen voor isolatie van pati&Iten en ziekenhuisopname (lid 1 onder a sub 1) Op de tweede plaats is voor de aanpak van deze specifieke crisis van belang dat aan burgers, organisaties en bedrijven op de aanpak van deze specifieke crisis richtlijnen worden gegeven en veiplichtingen worden opgelegd. Deze richtlijnen en verplichtingen aan burgers, bedrijven, instituten en organisaties zullen betrekking hebben op met name hun bewegingsvrijheid en hun sociaal-maatschappelijke en economische activiteiten (lid 1 onder a sub 2). Deze maatregelen zijn eveneens specifiek gericht op de aanpak c.q. het voorkomen of minimaliseren van 2020 -15- No. 83 de verspreiding van de SARS-COV-2 virus. Benadrukt dient te worden dat deze maatregelen die betrekking hebben op burgers, organisaties en bedrijven in ieder geval op een behoorlijke manier aan hen kenbaar moeten worden gemaakt. De formalisering van voomoemde door de Regering te treffen maatregelen, verboden en verplichtingen geschiedt bij presidentieel besluit.
Artikel 4 lid 1 onder b sub 1 en 2 voorziet in de door de Regering te treffen voorzieningen gedurende deze COVID-19 uitzonderingstoestand en betreffen onder meer het bieden van financWle- en materiele ondersteuning aan burgers en bedrijven die in verband met de preventie van de verspreiding van COVID-19 gedwongen worden tot stopzetting van bedrijfsactiviteiten. De voorzieningen betreffen eveneens het financieel ondersteunen van gespecialiseerde instituten en organisaties voor een optimale beheersing en bestrijding van de COVID-19 epidemie. (4). Artikelen 7 en 8 (Covid-19 Noodfonds en noodreserve)
Artikel 7 voorziet in een noodfonds die door de Regering moet worden ingesteld. De middelen van voomoemde noodfonds zullen worden aangewend voor de financiering van de kosten van de in verband met de afgekondigde COVID-19 uitzonderingstoestand te treffen buitengewone maatregelen en voorzieningen. Voorts wordt met de instelling van het noodfonds beoogd het op richtige wijze kanaliseren en beheren van de verkregen nationale en internationale middelen ten behoeve van de aanpak van de crisis. Voor wat de middelen van het noodfonds betreft, is op de eerste plaats uitgegaan van overheidsbijdragen alsmede schenkingen van nationale en internationale organisaties en bedrijven. 2020 -16- No. 83 Tevens vindt voor de aanpak van de burgerlijke uitzonderingstoestand ingevolge artikel 8 het bepaalde in artikel 14 van de Comptabiliteitwet 2019 betreffende de noodreserve toepassing met betrekking tot eveneens de financiering van de in deze wet genoemde maatregelen en voorzieningen. (5). Overige bepalingen Ten aanzien van de handhaving van voornoemde maatregelen van artikel 4 lid 1 onder a sub 1 is in artikel 9 uitgegaan van het strafrechtelijke handhavingsregiem. Daarbij worden de overtredingen of niet naleving van de krachtens artikel 4 lid 1 onder a sub 1 gestelde verboden, verplichtingen of maatregelen of van de gegeven voorschriften gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden en geldboete van de derde categorie, hetzij met een van beide straffen. Voornoemde strafbare feiten worden gecategoriseerd tot de overtredingen sector. Paramaribo, 09 april 2020, DESIRÉ D. BOUTERSE