Regulation of the State Secretary of Economic Affairs of 23 June 2014, no. WJZ/14101632, containing rules for veterinary surgeons (Veterinary Medical Officer Regulations)
颁布于 2014-06-23 · 文本截至 2026-10-01
以研究形式发布的公开法律与官方指引,不构成法律、税务或金融建议。
研究内容本身以英文撰写。标题和标签已翻译,调查结果和引文未翻译。
关于这部法律
- 原标题
- Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 23 juni 2014, nr. WJZ/14101632, houdende regels voor diergeneeskundigen (Regeling diergeneeskundigen.
- 语言
- Dutch
- 类型
- 条例
- 国家
- 荷兰
- 主题
- Livestock
- 关键词
- animal health, certification, education, registration, drugs, cattle, hormones/steroids, rodents, business/industry/corporations, sheep/goats, hygiene/sanitary procedures, swine, toxicity/poisoning
- 类别
- *
在哪里阅读
文本
所收录的法律原文,按条款排列。每个条款都有自己的链接。
Wettenbank Regeling diergeneeskundigen Geraadpleegd op 18-04-2023. Gebruikte datum 'geldig op' 28-01-2022 en zichtdatum 17-04-2023. Geldend van 28-01-2022 t/m 20-12-2022 Origineel opschrift en aanhef Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 23 juni 2014, nr. WJZ / 14101632, houdende regels voor diergeneeskundigen (Regeling diergeneeskundigen) De Staatssecretaris van Economische Zaken, Gelet op van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (PbEU 2005, L 255) en , de , , , en , en , de , , , , , , en en ; Richtlijn nr. 2005/36/EG artikel 33 van de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties artikelen 1.1, eerste lid, derde gedachtestreepje, onder 3° 7.7 8.22, tweede lid 8.36, vijfde lid 10.1, eerste lid, van de Wet dieren artikelen 3.1, derde lid 3.4, derde lid 3.6, derde en vierde lid 3.16 3.18 4.4 5.5 5.7, eerste en tweede lid, van het Besluit diergeneeskundigen artikel 5.8 van het Besluit diergeneesmiddelen Besluit: Hoofdstuk 1. Algemeen Artikel 1.1. Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder:1 ;– besluit: Besluit diergeneeskundigen betrokken staat als bedoeld in ; – betrokken staat: artikel 1 van de Algemene wet erkenning EU beroepskwalificaties bestuur van de onderwijsinstelling;– bevoegd gezag: Commissie buitenslands gediplomeerde diergeneeskundigen;– commissie: beschikbaar gesteld formulier als bedoeld in of geopende elektronische weg als bedoeld in ; – daartoe beschikbaar gesteld middel: artikel 4:4 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 2:15 van die wet schriftelijke uitspraak van het veterinair tuchtcollege of het veterinair beroepscollege waarmee: – eindbeslissing: de bij het veterinair tuchtcollege of het veterinair beroepscollege ingediende klacht wordt afgedaan;1°. de behandeling van de klacht wordt gestaakt in verband met de intrekking van de klacht op of na de zitting; 2°. de klager niet-ontvankelijk wordt verklaard;3°. de klacht kennelijk ongegrond wordt verklaard;4°. de zaak wordt afgehandeld na het intrekken van de klacht op grond van ; 5°. artikel 8.23, tweede lid, van de wet een wrakingsverzoek wordt afgehandeld;6°. een verschoningsverzoek wordt afgehandeld;7°. leerplan dierfysiotherapie, bedoeld in de bij deze regeling;– leerplan dierfysiotherapie: bijlage migrerende beroepsbeoefenaar als bedoeld in ; – migrerende beroepsbeoefenaar: artikel 1 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;– minister: diploma, certificaat of andere titel die door een daartoe aangewezen bevoegde autoriteit van een betrokken staat is afgegeven ter afsluiting van een beroepsopleiding; – titel na een opleiding: van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (PbEU 2005, L 255); – Richtlijn nr. 2005/36/EG: Richtlijn nr. 2005/36/EG gedelegeerde verordening (EU) 2019/2035 van de Commissie van 28 juni 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor inrichtingen waar landdieren worden gehouden en broederijen, alsmede voor de traceerbaarheid van bepaalde gehouden landdieren en broedeieren (PbEU 2019, L 314). – verordening (EU) nr. 2019/2035: https://www.overheid.nl/ https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32005L0036 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023066&artikel=33&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=1.1&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=7.7&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=8.22&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=8.36&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=10.1&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=3.1&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=3.4&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=3.6&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=3.16&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=3.18&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=4.4&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=5.5&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=5.7&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032386&artikel=5.8&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023066&artikel=1&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:4&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=2:15&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=8.23&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023066&artikel=1&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32005L0036 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32005L0036 Met worden voor de toepassing van deze regeling gelijkgesteld de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, in het bijzonder waar het gaat om bijlage VII, en de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen, in het bijzonder waar het gaat om bijlage III. 2 Richtlijn nr. 2005/36/EG Hoofdstuk 2. Opleidingseisen diergeneeskundigen, niet zijnde dierenartsen § 1. Dierenartsassisent paraveterinair Artikel 2.1. Opleidingseisen dierenartsassistent paraveterinair De kwalificatie van dierenartsassistent paraveterinair, bedoeld in heeft ten minste betrekking op de volgende onderwerpen: artikel 3.1, eerste lid, van het besluit voeren (gezelschaps)dieren;a. verzorgen (gezelschaps)dieren;b. begeleiden voortplanting (gezelschaps)dieren;c. nemen van hygiënische maatregelen;d. anatomie, fysiologie en pathologie;e. instrumentenleer, desinfectie en pathologie;f. algemene assistentie en ziekenverzorging;g. zoötechniek en gezondheidsleer;h. laboratoriumwerkzaamheden;i. radiologie;j. eerste hulp;k. algemene en plaatselijke verdoving, enl. beheren van medicijnen.m. § 2. Dierenfysiotherapeut Artikel 2.2. Voorwaarden opleiding dierenfysiotherapeut Een opleiding als bedoeld in geeft ten minste uitvoering aan het leerplan dierfysiotherapie, opgenomen in de bij deze regeling. artikel 3.4, eerste lid, onderdeel b, van het besluit bijlage Artikel 2.3. Examencommissie Het bevoegd gezag van een opleiding stelt een examencommissie in.1 De examencommissie bestaat uit:2 de directeur van de opleiding;a. de door het bevoegd gezag, na overleg met de directie, aan te wijzen docenten die belast zijn met de verzorging van het onderwijs in de dierfysiotherapeutische vakken, en b. een stagebegeleider.c. Het bevoegd gezag van een opleiding benoemt uit de leden van de examencommissie een voorzitter.3 De examencommissie is belast met de zorg voor de organisatie van het examen en een goede gang van zaken tijdens het examen, waaronder in ieder geval wordt verstaan: 4 het bepalen van de data en tijdstippen voor het afleggen van de onderdelen van het examen en bekendmaking daarvan aan de kandidaten; a. het afnemen van het examen, enb. het vaststellen van de uitslag van het examen.c. De examencommissie wijst examinatoren aan die zijn belast met het afnemen van de onderdelen van het examen. 5 De examencommissie besluit bij meerderheid van stemmen. Bij het staken van de stemmen geeft de stem van de voorzitter de doorslag. 6 Artikel 2.4. Deskundigen Het bevoegd gezag kan één of meer deskundigen aanwijzen, welke niet aan de school zijn verbonden, die mede het examen afnemen. 1 De aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, geschiedt voor een bepaalde tijd.2 Artikel 2.5. Gecommitteerden De minister kan ten behoeve van het examen gecommitteerden aanwijzen.1 Gecommitteerden hebben tot taak zich een oordeel te vormen over het niveau van het examen, de gang van zaken tijdens het examen en de naleving van de bij deze regeling gegeven voorschriften. 2 Gecommitteerden kunnen het afnemen van examenonderdelen bijwonen en kennis nemen van het schriftelijk werk van de kandidaten. 3 De leden van de examencommissie, bedoeld in , het bevoegd gezag van een opleiding en de deskundigen, bedoeld in , verschaffen de gecommitteerden de 4 artikel 2.3, eerste lid artikel 2.4, eerste lid https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32005L0036 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=3.1&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=3.4&g=2022-01-28&z=2023-04-17 inlichtingen die zij voor hun taak nodig hebben. De gecommitteerden brengen aan de minister verslag uit van hun bevindingen. Een afschrift van het verslag wordt toegezonden aan het bevoegd gezag van de opleiding waarvan het examen is onderzocht. 5 Artikel 2.6. Toelating tot het examen Tot het examen, bedoeld in , wordt toegelaten degene die:artikel 3.4, eerste lid, onderdeel c, van het besluit voldaan heeft aan de eisen gesteld in het leerplan dierfysiotherapie, ena. de stage, bedoeld in het leerplan dierfysiotherapie, met de beoordeling goed of voldoende heeft afgerond. b. Artikel 2.7. Stage De stage, bedoeld in het leerplan dierfysiotherapie, wordt door de stagebegeleider van de kandidaat beoordeeld. 1 De stagebegeleider drukt zijn beoordeling van kennis, vaardigheid, beroepshouding en inzicht van de kandidaat uit in één van de volgende beoordelingen: 2 goed;a. voldoende;b. onvoldoende.c. Artikel 2.8. Voorwaarden aan het examen Het examen, bedoeld in , bestaat uit de volgende onderdelen: 1 artikel 3.4, eerste lid, onderdeel c, van het besluit onderzoek en behandeling van pathologische afwijkingen bij een paard, ena. onderzoek en behandeling van pathologische afwijkingen bij een hond.b. Ieder examenonderdeel wordt door ten minste twee examinatoren beoordeeld.2 De examinatoren drukken hun beoordeling van kennis, vaardigheid, beroepshouding en inzicht van de kandidaat in het examenonderdeel onafhankelijk van elkaar uit in een cijfer van 1 tot en met 10, in de vorm van gehele cijfers. 3 De eindcijfers van de examenonderdelen worden door de examinatoren in onderling overleg vastgesteld. Indien de examinatoren niet tot overeenstemming kunnen komen, beslist de voorzitter van de examencommissie. 4 Nadat de uitslag van alle examenonderdelen is vastgesteld, wordt de uitslag van het examen vastgesteld door de examencommissie. 5 De examencommissie draagt er zorg voor dat het ten behoeve van het behalen van de opleiding gemaakte schriftelijke werk gedurende een jaar na afloop van het laatste examenonderdeel ter inzage voor de kandidaat ter beschikking blijft. 6 Artikel 2.9. Uitslag van het examen De examencommissie deelt een kandidaat zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vier weken nadat het laatste examenonderdeel is afgelegd, de uitslag van het examen, bedoeld in , mee. 1 artikel 3.4, eerste lid, onderdeel c, van het besluit Een kandidaat is geslaagd indien de examenonderdelen, genoemd in , ten minste met een cijfer 6 zijn beoordeeld. 2 artikel 2.8, eerste lid Een kandidaat heeft recht op een herexamen indien één van de examenonderdelen, genoemd in , met een cijfer 5 en het andere examenonderdeel met ten minste het cijfer 6 is beoordeeld. 3 artikel 2.8, eerste lid In alle andere gevallen is de kandidaat gezakt.4 Artikel 2.10. Beroep De zijn van overeenkomstige toepassing op de beoordeling van de stage, de beoordeling van de examenonderdelen en de uitslag van het examen. artikelen 7.60 tot en met 7.63 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek § 3. Embryotransplanteur/-winner Artikel 2.11. Kwalificatie embryotransplanteur De kwalificatie van embryotransplanteur of embryotransplanteur/-winner, bedoeld in heeft ten minste betrekking op de volgende onderwerpen: 1 artikel 3.6, eerste lid, van het besluit verzorgen van kunstmatige inseminatie;a. verzorgen van spermawinning;b. adviseren over vruchtbaarheid en voortplanting, enc. verzorgen van embryotransplantatie.d. De kwalificatie van embryotransplanteur of embryotransplanteur/-winner, bedoeld in heeft ten minste betrekking op de volgende onderwerpen: 2 artikel 3.6, eerste lid, van het besluit https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=3.4&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=3.4&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=3.4&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.60&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=3.6&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=3.6&g=2022-01-28&z=2023-04-17 verzorgen van kunstmatige inseminatie;a. verzorgen van spermawinning;b. adviseren over vruchtbaarheid en voortplanting;c. verzorgen van embryotransplantatie, end. verzorgen van embryowinning of eicelwinning.e. Voor de toelating tot embryotransplanteur of embryotransplaneur/-winner zijn in ieder geval de in het eerste onderscheidenlijk tweede lid genoemde onderdelen van de kwalificatie behaald. 3 Artikel 2.12. Voorwaarden aan het behalen van de kwalificatie Degene die de kwalificatie van embryotransplanteur of embryotransplanteur/-winner, bedoeld in wenst te behalen, toont aan ten genoegen van de examencommissie, bedoeld in , dat hij onder verantwoordelijkheid van een gekwalificeerd embryotransplanteur of embryotransplanteur/-winner: artikel 3.6, eerste lid, van het besluit artikel 7.4.5 van de Wet educatie en beroepsonderwijs ten minste één jaar heeft gewerkt;a. ten minste 3.000 eerste inseminaties bij runderen heeft uitgevoerd; enb. ten minste 1.000 embryotransplantaties heeft uitgevoerd.c. Artikel 2.13. Certificaat Embryotransplanteur/-winner Het certificaat, bedoeld in , is een certificaat als bedoeld in . artikel 1, derde lid, van de Regeling certificaten groen beroepsonderwijs artikel 3.6, eerste lid, van het besluit Hoofdstuk 3. Toelating, registratie en dienstverlening diergeneeskundigen, niet zijnde dierenartsen § 1. Toelating Nederlands gediplomeerden Artikel 3.1. Aanvraag toelating Een aanvraag tot toelating als bedoeld in door een persoon, bedoeld in de , of , wordt ingediend via een daartoe beschikbaar gesteld middel. artikel 3.13 van het besluit artikelen 3.1, eerste lid 3.4, eerste lid 3.6, eerste lid, van het besluit Artikel 3.2. Documenten bij de aanvraag Een aanvraag als bedoeld in omvat:1 artikel 3.1 de gegevens, bedoeld in ;a. artikel 4.7, eerste lid, onderdelen a tot en met i, van het besluit gegevens betreffende de beroepsuitoefening, enb. een bewijsstuk, dan wel bewijsstukken, waaruit blijkt dat degene die toelating aanvraagt voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in de , , , die aan de toelating worden gesteld. c. artikelen 3.1, eerste lid 3.4, eerste lid 3.6, eerste lid, van het besluit Van een bewijsstuk als bedoeld in het eerste lid, onder c, kan een kopie worden verstrekt die is gewaarmerkt door het bevoegd gezag of een notaris. 2 Artikel 3.3. Nederlands gediplomeerden, werkzaam buiten Nederland Onverminderd de bescheiden, bedoeld in , verstrekt een persoon als bedoeld in die werkzaam is of is geweest in een ander land dan Nederland en die voornemens is zijn beroep in Nederland uit te oefenen of te hervatten, bij zijn aanvraag een document niet ouder dan drie maanden, waaruit blijkt dat ten aanzien van hem geen maatregel berustend op een in het buitenland gegeven rechterlijke, tuchtrechtelijke of bestuursrechtelijke beslissing van kracht is op grond waarvan hij zijn rechten tot het beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen in het land waar de beslissing is gegeven, geheel of gedeeltelijk, tijdelijk of blijvend heeft verloren. 1 artikel 3.2 artikel 3.1 Indien het document, bedoeld in het eerste lid, niet wordt afgegeven door de bevoegde autoriteiten, wordt dit vervangen door een attest afgegeven door een bevoegde gerechtelijke autoriteit, een andere bevoegde overheidsautoriteit, een notaris of een bevoegde beroepsvereniging in het betreffende land waaruit blijkt dat betrokkene tegenover die instantie of functionaris onder ede, dan wel plechtig heeft verklaard dat ten aanzien van hem geen maatregel van kracht is als bedoeld in het eerste lid. 2 Van een document of attest, bedoeld in het eerste of tweede lid, wordt het originele exemplaar verstrekt dan wel een kopie daarvan die is gewaarmerkt door de instelling die het document of attest heeft afgegeven dan wel door een notaris. 3 Voor zover betrokkene voldoende aannemelijk maakt dat hij redelijkerwijs niet in staat is een document of attest als bedoeld in het eerste of tweede lid, dan wel een kopie daarvan als bedoeld in het derde lid, te verstrekken, wordt hij in de gelegenheid gesteld een eigen verklaring over te leggen inhoudende dat tegen hem geen maatregel van kracht is als bedoeld in het eerste lid. 4 Het eerste tot en met vierde lid is onverkort van toepassing voor degene die eerder in het register, bedoeld in is geregistreerd en wiens registratie niet is doorgehaald. 5 artikel 4.3, eerste lid, van de wet § 2. Erkenning opleidingstitels en registratie van migrerende beroepsbeoefenaars Artikel 3.4. Aanvraag erkenning van beroepskwalificaties https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=3.6&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=7.4.5&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032494&artikel=1&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=3.6&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=3.13&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=3.1&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=3.4&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=3.6&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=4.7&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=3.1&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=3.4&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=3.6&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=4.3&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023066&g=2022-01-28&z=2023-04-17 Een aanvraag tot het verkrijgen van erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in de ten behoeve van de toelating tot het beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen als bedoeld in , , en , door migrerende beroepsbeoefenaars wordt ingediend via een daartoe beschikbaar gesteld middel. 1 Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties artikel 3.1, eerste lid 3.4, eerste lid 3.6, eerste lid, van het besluit Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt tevens aangemerkt als een aanvraag tot toelating als bedoeld in . 2 artikel 3.13 van het besluit Artikel 3.5. Documenten bij de aanvraag Bij de aanvraag, bedoeld in , worden verstrekt:artikel 3.4, eerste lid de documenten, bedoeld in ; a. artikel 13, eerste lid, onderdelen a tot en met c en e van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties de gegevens, bedoeld in , en,b. artikel 3.2, onder a en b indien de aanvraag en de documenten, bedoeld in in een andere dan de Nederlandse, Duitse of Engelse taal zijn gesteld, een door een beëdigde tolk of vertaler opgestelde vertaling daarvan in één van deze talen. c. artikel 13, eerste lid, onderdelen b, c en e, van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties Artikel 3.6. Proeve van bekwaamheid Ingeval de minister op grond van een compenserende maatregel noodzakelijk acht en betrokkene een proeve van bekwaamheid gaat afleggen, informeert de minister hem over: 1 artikel 11 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties de vakken waarop de proeve van bekwaamheid betrekking heeft;a. de wijze waarop de proeve van bekwaamheid wordt afgenomen;b. de kosten van de proeve.c. De minister stelt betrokkene zo spoedig mogelijk op de hoogte van het resultaat van de proeve van bekwaamheid. 2 Artikel 3.7. Aanpassingsstage Ingeval de minister op grond van een compenserende maatregel noodzakelijk acht en betrokkene een aanpassingsstage gaat afleggen, informeert de minister hem over: artikel 11 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties de vakken waarop de aanpassingsstage betrekking heeft;a. de wijze waarop de aanpassingsstage wordt uitgevoerd;b. de duur van de aanpassingsstage;c. in voorkomend geval de aanvullende opleiding die deel uitmaakt van de aanpassingsstage.d. § 3. Toelating beroepsbeoefenaars die geen beroep op de kunnen doenRichtlijn 2005/36/EG Artikel 3.8. Aanvraag toelating Een aanvraag tot toelating tot het beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen als bedoeld in , , en door personen die geen beroep op de kunnen doen, wordt ingediend via een daartoe beschikbaar gesteld middel. artikel 3.1, eerste lid 3.4, eerste lid 3.6, eerste lid, van het besluit Richtlijn 2005/36/EG Artikel 3.9. Documenten bij de aanvraag Bij een aanvraag tot toelating tot het beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen als bedoeld in , , en door een persoon als bedoeld in worden de volgende gegevens en documenten verstrekt: 1 artikel 3.1, eerste lid 3.4, eerste lid 3.6, eerste lid, van het besluit artikel 3.8 de gegevens, bedoeld in ;a. artikel 3.2, eerste lid, onder a en b een kopie van het deel van het paspoort dat de persoonsgegevens bevat;b. het getuigschrift inzake het betreffende beroep dat door het in het land van herkomst daartoe bij of krachtens de bevoegd verklaarde gezag aan hem is afgegeven; c. wet het programma van de opleiding tot het betreffende beroep, onderverdeeld in theorie- en praktijkvakken, met opgave van de duur van het onderwijs in die vakken, afkomstig van de instelling waarbij het getuigschrift is behaald; d. cijferlijsten en beoordelingen van studieresultaten, praktijkperioden of -stages, en dergelijke;e. indien in het land van herkomst een door een overheidsorgaan of een organisatie van beoefenaren van het desbetreffende beroep ingesteld register in stand wordt gehouden: een bewijs van inschrijving van hem in dat register, niet ouder dan zes maanden; f. een document niet ouder dan drie maanden waaruit blijkt dat ten aanzien van hem geen maatregel berustend op een in het buitenland gegeven rechterlijke, tuchtrechtelijke of bestuursrechtelijke beslissing van kracht is op grond waarvan hij zijn rechten tot het beroepsmatig uitoefenen van diergeneeskundige handelingen in het land waar de beslissing is gegeven, geheel of gedeeltelijk, tijdelijk of blijvend heeft verloren; g. bewijsstukken van eventuele beroepservaring.h. https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023066&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=3.1&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=3.4&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=3.6&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=3.13&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023066&artikel=13&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023066&artikel=13&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023066&artikel=11&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023066&artikel=11&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32005L0036 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=3.1&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=3.4&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=3.6&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32005L0036 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=3.1&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=3.4&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=3.6&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&g=2022-01-28&z=2023-04-17 De documenten, bedoeld onder c tot en met h, zijn gesteld, dan wel door een beëdigd vertaler vertaald, in de Nederlandse, Engelse of Duitse taal. Van deze documenten kunnen kopieën worden verstrekt die zijn gewaarmerkt door de instelling die deze heeft afgegeven of door een notaris. 2 Voor zover betrokkene voldoende aannemelijk maakt dat hij redelijkerwijs niet in staat is een document als bedoeld in het eerste lid, onder g, dan wel een kopie daarvan als bedoeld in het tweede lid, te verstrekken, wordt hij in de gelegenheid gesteld een eigen verklaring over te leggen inhoudende dat tegen hem geen maatregel van kracht is als bedoeld in het eerste lid, onder g. 3 Artikel 3.10. Proeve van bekwaamheid en aanpassingsstage De en zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de aanvragen door personen als bedoeld in . artikelen 3.6 3.7 artikel 3.8 § 3a. Advies Artikel 3.10a. Advisering erkenning en toelating De Minister vraagt voordat hij een besluit neemt op een aanvraag als bedoeld in de of , aan de commissie advies. De commissie betrekt bij haar advies de noodzaak van het afleggen van een proeve van bekwaamheid respectievelijk van een aanpassingsstage als bedoeld in de , en . artikelen 3.4 3.8 artikelen 3.6 3.7 3.10 § 4. Wijziging van de bij de toelating verstrekte gegevens Artikel 3.11. Wijziging van bij de toelating verstrekte gegevens Een wijziging van gegevens als bedoeld in wordt doorgegeven via een daartoe beschikbaar gesteld middel. 1 artikel 3.14 van het besluit Bij een kennisgeving van een wijziging als bedoeld in het eerste wordt het registratienummer, bedoeld in , van degene op wie de wijziging betrekking heeft en de door te geven wijziging, dan wel wijzigingen, vermeld. 2 artikel 4.7, eerste lid, onder j, van het besluit Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing voor de migrerende beroepsbeoefenaar die een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in de is verleend. 3 Algemene wet erkenning EU beroepskwalificaties § 5. Tijdelijke en incidentele dienstverrichting Artikel 3.12. Melding vooraf Voor het verrichten van diergeneeskundige handelingen door diergeneeskundigen als bedoeld in de , , en verstrekt een dienstverrichter als bedoeld in voorafgaand aan de eerste dienstverrichting in Nederland via een daartoe beschikbaar gesteld middel de documenten, bedoeld in . 1 artikelen 3.1, eerste lid 3.4, eerste lid 3.6, eerste lid, van het besluit artikel 21 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties artikel 23, eerste lid, en derde lid, onderdelen a tot en met d, van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties Dienstverrichters als bedoeld in het eerste lid zijn toegelaten tot het verrichten van diergeneeskundige handelingen als bedoeld in . 2 artikel 4.1, eerste lid, van de wet § 6. Elektronische handtekening Artikel 3.13. Elektronische handtekening Aanvragen, bedoeld in dit hoofdstuk, worden ondertekend of zijn, voor zover de aanvraag wordt gedaan langs elektronische weg, voorzien van een elektronische handtekening als bedoeld in . artikel 20a, eerste lid, van de Dienstenregeling centraal loket en interne markt informatiesysteem Hoofdstuk 4. Toelating, registratie en dienstverlening dierenartsen § 1. Registratie Nederlands gediplomeerden Artikel 4.1. Aanvraag registratie Een aanvraag tot registratie als bedoeld in door een dierenarts die in Nederland zijn opleiding heeft genoten, wordt ingediend via een daartoe beschikbaar gesteld middel. artikel 4.1 van het besluit Artikel 4.2. Documenten bij de aanvraag Een aanvraag als bedoeld in , omvat:1 artikel 4.1 de gegevens, bedoeld in ;a. artikel 4.7, eerste lid, onderdelen a tot en met i, van het besluit gegevens betreffende de beroepsuitoefening, enb. het origineel getuigschrift waaruit blijkt dat aan de degene die de registratie aanvraagt op grond van het afleggen van een examen van een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs door een universiteit dan wel de Open Universiteit waarop de betrekking heeft, de graad Master op het gebied van de diergeneeskunde is verleend of het getuigschrift waaruit blijkt dat hij het afsluitend examen van de opleiding diergeneeskunde, bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, met goed gevolg heeft afgelegd. c. Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek Van een bewijsstuk als bedoeld in het tweede lid, onder c, kan een kopie worden verstrekt die is gewaarmerkt door het bevoegd gezag of door een notaris. 2 Artikel 4.3. Voorlopige registratie https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=3.14&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=4.7&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023066&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=3.1&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=3.4&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=3.6&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023066&artikel=21&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023066&artikel=23&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=4.1&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026766&artikel=20a&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=4.1&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=4.7&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=4.1&g=2022-01-28&z=2023-04-17 In afwijking van , kan bij de aanvraag tot registratie als bedoeld in een verklaring van het bevoegd gezag worden verstrekt dat betrokkene de opleiding met goed gevolg heeft afgelegd. 1 artikel 4.2, eerste lid, onder c artikel 4.1 van het besluit De registratie wordt doorgehaald indien betrokkene niet binnen drie maanden na registratie alsnog het origineel getuigschrift of bewijsstukken daarvan als bedoeld in , dan wel een kopie daarvan als bedoeld in artikel 4.2, tweede lid, heeft verstrekt. 2 artikel 4.2, eerste lid Artikel 4.4. Registratie Nederlands gediplomeerden, werkzaam in buitenland is van overeenkomstige toepassing voor de dierenarts die zijn opleiding in Nederland heeft genoten en die werkzaam is of is geweest in een ander land dan Nederland en voornemens is zijn beroep in Nederland uit te oefenen of te hervatten. Artikel 3.3 § 2. Automatische erkenning opleidingstitels en registratie migrerende beroepsbeoefenaars Artikel 4.5. Eisen opleidingstitel dierenarts De titel na een opleiding op het gebied van de diergeneeskunde, bedoeld in voldoet aan artikel 21, eerste lid, in samenhang met artikel 38 en bijlage V, onder 5.4.2, van . artikel 1.1, eerste lid, derde gedachtestreepje, onder 3°, van de wet Richtlijn nr. 2005/36/EG Artikel 4.6. Uitzondering benaming titel Indien de titel na een opleiding op het gebied van de diergeneeskunde, bedoeld in , niet voldoet aan de benaming, genoemd in bijlage V, onder 5.4.2, van , gaat de titel vergezeld van een verklaring, afgegeven door de bevoegde autoriteit in de desbetreffende betrokken staat waarin wordt bevestigd dat de titel: artikel 4.5 Richtlijn nr. 2005/36/EG is afgegeven ter afsluiting van een opleiding die in overeenstemming is met de voorschriften van artikel 38 van , en a. Richtlijn nr. 2005/36/EG door de bevoegde autoriteit van de desbetreffende betrokken staat gelijk wordt gesteld aan de titel, onderscheidenlijk de titels waarvan de benamingen is, onderscheidenlijk zijn opgenomen in bijlage V, onder 5.4.2, van . b. Richtlijn nr. 2005/36/EG Artikel 4.7. Uitzondering opleiding begonnen voor referentiedatum Indien de titel na een opleiding op het gebied van de diergeneeskunde, bedoeld in , niet voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 38 van , en is afgegeven ter afsluiting van een opleiding die is begonnen voor de referentiedatum, genoemd in bijlage V, onder 5.4.2, van , gaat de titel vergezeld van een verklaring, afgegeven door de bevoegde autoriteit in de desbetreffende betrokken staat waarin wordt bevestigd dat de bezitter van de titel de werkzaamheden van dierenarts gedurende ten minste drie opeenvolgende jaren tijdens de vijf jaren voorafgaande aan de afgifte van de verklaring daadwerkelijk en op wettige wijze heeft uitgeoefend. 1 artikel 4.5 Richtlijn nr. 2005/36/EG Richtlijn nr. 2005/36/EG Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een titel na een opleiding op het gebied van de diergeneeskunde als bedoeld in het eerste lid die is afgegeven door de bevoegde autoriteit op het grondgebied van de voormalige Duitse Democratische Republiek ter afsluiting van een opleiding, welke is begonnen voor 3 oktober 1990. 2 Artikel 4.8. Uitzondering jonge lidstaten Indien de titel na een opleiding op het gebied van de diergeneeskunde, bedoeld in , is afgegeven: 1 artikel 4.5 door de bevoegde autoriteit van het voormalige Tsjecho-Slowakije, of ter verwerving waarvan de opleiding voor 1 januari 1993 is begonnen, voor zover het de Tsjechische Republiek of Slowakije betreft; a. door de bevoegde autoriteit van de voormalige Sovjet-Unie, of ter verwerving waarvan de opleiding voor 20 augustus 1991 is begonnen, voor zover het Estland betreft; b. door de bevoegde autoriteit van de voormalige Sovjet-Unie, of ter verwerving waarvan de opleiding voor 21 augustus 1991 is begonnen, voor zover het Letland betreft; c. door de bevoegde autoriteit van de voormalige Sovjet-Unie, of ter verwerving waarvan de opleiding voor 11 maart 1990 is begonnen, voor zover het Litouwen betreft; d. door de bevoegde autoriteit van het voormalige Joegoslavië, of ter verwerving waarvan de opleiding voor 25 juni 1991 is begonnen, voor zover het Slovenië betreft; e. door de bevoegde autoriteit van het voormalige Joegoslavië, of ter verwerving waarvan de opleiding voor 8 oktober 1991 is begonnen, voor zover het Kroatië betreft; f. wordt voldaan aan het tweede en derde lid. De titel gaat vergezeld van een verklaring, afgeven door de bevoegde autoriteit in de desbetreffende betrokken staat waarin wordt bevestigd dat: 2 de titel op het grondgebied van de betrokken staat dezelfde rechtsgeldigheid heeft als titels na een opleiding op het gebied van de diergeneeskunde die door de bevoegde autoriteit van de betrokken a. https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=4.1&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=1.1&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32005L0036 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32005L0036 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32005L0036 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32005L0036 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32005L0036 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32005L0036 staat worden afgegeven, en de bezitter van de titel de werkzaamheden van dierenarts gedurende ten minste drie opeenvolgende jaren tijdens de vijf jaren voorafgaande aan de afgifte van de verklaring daadwerkelijk en op wettige wijze heeft uitgeoefend. b. Voor zover het Estland betreft wordt, in afwijking van het tweede lid, onderdeel b, in de verklaring bevestigd dat de bezitter van de titel de werkzaamheden van dierenarts gedurende ten minste vijf opeenvolgende jaren tijdens de zeven jaren voorafgaande aan de afgifte van de verklaring daadwerkelijk en op wettige wijze heeft uitgeoefend. 3 Artikel 4.9. Aanvraag registratie Een aanvraag tot registratie door dierenartsen wier opleiding voldoet aan , dan wel ten aanzien van wie een uitzondering als bedoeld in de , of van toepassing is, wordt ingediend via een daartoe beschikbaar gesteld middel. artikel 4.5 artikelen 4.6 4.7 4.8 Artikel 4.10. Documenten bij de aanvraag Een aanvraag als bedoeld in , omvat:1 artikel 4.9 de gegevens, bedoeld in ;a. artikel 4.7, eerste lid, onderdelen a tot en met i, van het besluit gegevens betreffende de beroepsuitoefening, enb. de door een betrokken staat verleende titel na een opleiding op het gebied van de diergeneeskunde die voldoet aan de eisen in , dan wel de , of ; c. artikel 4.5 artikelen 4.6 4.7 4.8 een document niet ouder dan drie maanden, waaruit blijkt dat ten aanzien van degene die de registratie aanvraagt geen maatregel berustend op een in het buitenland gegeven rechterlijke, tuchtrechtelijke of bestuursrechtelijke beslissing van kracht is, op grond waarvan hij zijn rechten tot de uitoefening van de diergeneeskunde in het land waar de beslissing is gegeven, geheel of gedeeltelijk, tijdelijk of blijvend heeft verloren. d. Indien het document, bedoeld in het eerste lid, onder d, niet wordt afgegeven door de bevoegde autoriteiten, wordt dit vervangen door een attest afgegeven door een bevoegde gerechtelijke autoriteit, een andere bevoegde overheidsautoriteit, een notaris of een bevoegde beroepsvereniging in het betreffende land waaruit blijkt dat betrokkene tegenover die instantie of functionaris onder ede, dan wel plechtig, heeft verklaard dat ten aanzien van hem geen maatregel van kracht is als bedoeld in het eerste lid, onder d. 2 Voor zover betrokkene voldoende aannemelijk maakt dat hij redelijkerwijs niet in staat is een document of attest als bedoeld in het eerste lid, onder d, of het tweede lid te verstrekken, wordt hij in de gelegenheid gesteld een eigen verklaring over te leggen inhoudende dat tegen hem geen maatregel van kracht is als bedoeld in het eerste lid, onder d. 3 Van een bewijsstuk als bedoeld in het eerste lid, onder c of d, of van het attest, bedoeld in het tweede lid, kan een kopie worden verstrekt die is gewaarmerkt door het bevoegd gezag of door een notaris. 4 De titel, bedoeld in het eerste lid, onder c, is gesteld, dan wel door een beëdigd vertaler vertaald, in de taal waarin de getuigschriften zijn weergegeven in bijlage V van de . Het document, bedoeld in het tweede lid, onder d, of het attest, bedoeld in het tweede lid, zijn gesteld, dan wel door een beëdigd vertaler vertaald, in het Nederlands, Engels of Duits. 5 Richtlijn 2005/36/EG § 3. Erkenning opleidingstitels en registratie migrerende beroepsbeoefenaars Artikel 4.11. Aanvraag erkenning van beroepskwalificaties Migrerende beroepsbeoefenaars die beschikken over een door betrokken staat verleende titel na een opleiding op het gebied van de diergeneeskunde die niet voldoet aan de eisen, bedoeld in , en ten aanzien van wie evenmin een uitzondering als bedoeld in , of van toepassing is of over een opleidingstitel, onder 2˚, als bedoeld in , worden niet geregistreerd dan nadat door de minister erkenning van beroepskwalificaties is verleend tot het beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen. 1 artikel 4.5 artikel 4.6 4.7 4.8 artikel 1 van de Algemene wet erkenning EU beroepskwalificaties Met betrekking tot een aanvraag tot erkenning van beroepskwalificaties door een persoon , als bedoeld in het eerste lid, zijn de , , en van overeenkomstige toepassing. 2 artikelen 3.4 3.5 3.6 3.7 § 4. Toelating en registratie dierenartsen die geen beroep op de kunnen doenRichtlijn 2005/36/EG Artikel 4.12. Aanvraag toelating Op een aanvraag tot toelating tot het beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen in de volle omvang door personen die geen beroep op de kunnen doen zijn de , en van overeenkomstige toepassing. 1 Richtlijn 2005/36/EG artikelen 3.8 3.9 3.10 Het in , bedoelde getuigschrift is verstrekt ter afsluiting van een opleiding als dierenarts die naar het oordeel van de minister in ieder geval voldoet aan de in artikel 38 van gestelde eisen. 2 artikel 3.9, eerste lid, onder c Richtlijn 2005/36/EG § 5. Advies Artikel 4.13. Advisering toelating De Minister vraagt voordat hij een besluit neemt op een aanvraag als bedoeld in de of , aan de commissie advies. De commissie betrekt bij haar advies de noodzaak van het afleggen van een proeve van bekwaamheid respectievelijk van een aanpassingsstage als bedoeld in de , en . artikelen 4.11 4.12 artikelen 3.6 3.7 3.10 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=4.7&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32005L0036 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023066&artikel=1&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32005L0036 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32005L0036 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32005L0036 § 6. Tijdelijke en incidentele dienstverrichting Artikel 4.14 is van overeenkomstige toepassing voor een dienstverrichter als bedoeld in voor wat betreft de uitoefening van de diergeneeskunde in haar volle omvang. Artikel 3.12 artikel 21 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties § 7. Wijziging registratie Artikel 4.15. Wijziging van bij de registratie verstrekte gegevens is van overeenkomstige toepassing voor het doorgeven van wijziging in gegevens als bedoeld in dit hoofdstuk. Artikel 3.11 § 8. Elektronische handtekening Artikel 4.16. Elektronische handtekening is van overeenkomstige toepassing voor aanvragen als bedoeld in dit hoofdstuk.Artikel 3.13 Hoofdstuk 4a. Commissie beoordeling buitenslands gediplomeerde diergeneeskundigen Artikel 4.17a. Instelling en taak Er is een Commissie buitenslands gediplomeerde diergeneeskundigen.1 De commissie heeft tot taak de Minister van advies te dienen over:2 de aanvraag tot:a. erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in ;1°. artikel 3.4, eerste lid toelating als bedoeld in ;2°. artikel 3.8 erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in ;3°. artikel 4.11 toelating als bedoeld in ;4°. artikel 4.12 of voor de erkenning of toelating, bedoeld in onderdeel a, al dan niet een compenserende maatregel als bedoeld in de en noodzakelijk is; en b. artikelen 3.6 3.7 in geval het advies, bedoeld in onderdeel b, bevestigend is, de aard en inhoud van de compenserende maatregel, bedoeld in de en . c. artikelen 3.6 3.7 Artikel 4.18a. Samenstelling, benoeming en ontslag De commissie bestaat uit een voorzitter, tevens lid, alsmede uit tenminste twee leden-deskundigen per diergeneeskundig beroep. De leden-deskundigen zijn deskundig ter zake van de opleiding tot het desbetreffende beroep of ter zake van de uitoefening van dat beroep. 1 De diergeneeskundige beroepen, bedoeld in het eerste lid, zijn:2 dierenartsen;a. dierenartsassistenten paraveterinair;b. dierenfysiotherapeuten; enc. embryotransplanteurs/-winners.d. De Minister benoemt en ontslaat de voorzitter en de andere leden van de commissie.3 De leden worden voor een periode van vier jaar benoemd, na afloop waarvan zij één maal voor een periode van maximaal vier jaar kunnen worden herbenoemd. De zittingsduur van een tussentijds benoemd lid eindigt op het tijdstip waarop de zittingsduur van degene in wiens plaats hij is benoemd, eindigt. 4 De leden, bedoeld in het eerste lid, tweede volzin, worden niet benoemd dan nadat de Minister een organisatie die naar zijn oordeel voldoende representatief is voor de instellingen die opleiden tot het desbetreffende beroep onderscheidenlijk voor de beoefenaren van dat beroep, heeft uitgenodigd binnen een door hem aan te geven termijn een voordracht tot benoeming te doen en deze voordracht is gedaan, onderscheidenlijk de termijn voor het doen van een voordracht is verstreken. 5 De Minister benoemt voor de voorzitter en voor elk van de andere leden een plaatsvervanger. Zij worden door de Minister ontslagen. 6 De voorzitter, de leden en plaatsvervangende leden kunnen op eigen verzoek of wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden door de Minister worden geschorst of ontslagen. 7 De Minister kan één of meer ambtenaren aanwijzen als adviserend lid van de commissie.8 De Minister voorziet in een secretariaat van de commissie.9 Artikel 4.19a. Advies Een advies van de commissie bevat de gronden waarop het berust. Artikel 4.20a. Werkwijze https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023066&artikel=21&g=2022-01-28&z=2023-04-17 De commissie stelt haar eigen werkwijze vast met inachtneming van het bepaalde in de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties en in de , en van deze regeling. 1 hoofstukken 2 3 4 De commissie kan externe deskundigen raadplegen.2 De commissie beraadslaagt en brengt advies uit in de overeenkomstig , voor het desbetreffende beroep bedoelde samenstelling. 3 artikel 4.18A, eerste lid Artikel 4.21a. Vergoeding Op de werkzaamheden van de voorzitter en de leden is het van toepassing. Besluit vergoedingen adviescolleges en commissies Hoofdstuk 5. Diergeneesmiddelen § 1. Administratie diergeneesmiddelen Artikel 5.1. Gebruik stof als bedoeld in bijlage II bij Richtlijn 96/22/EG Indien een diergeneesmiddel een stof bevat als bedoeld in bijlage II bij , waarvan toepassing is toegestaan op grond van artikel 4 van die richtlijn, tekent de dierenarts in de administratie van de houder aan: Richtlijn 96/22/EG het doel van de behandeling; ena. de wijze van toediening van het diergeneesmiddel.b. Artikel 5.2. Administratie cascade bij toepassing bij dieren die voor de productie van levensmiddelen zijn bestemd [Vervallen per 28-01-2022] Artikel 5.3. Aantekening door de dierenarts in administratie houder van dieren [Vervallen per 28-01-2022] Artikel 5.4. Informatie van de dierenarts aan de houder van dieren [Vervallen per 28-01-2022] Artikel 5.5. Voorschrijven diergeneesmiddel [Vervallen per 28-01-2022] Artikel 5.6. Dierenarts uit een andere EER-lidstaat of Zwitserland [Vervallen per 28-01-2022] Artikel 5.7. Administratie dierenarts substantie voor paardachtigen [Vervallen per 28-01-2022] § 2. Gevoeligheidsbepaling bij toepassing aangewezen diergeneesmiddelen Artikel 5.8. Voorwaarden gevoeligheidsbepaling Diergeneesmiddelen die werkzame stoffen bevatten behorende tot de groep van derde en vierde generatie cefalosporinen en fluoroquinolonen en diergeneesmiddelen als bedoeld in , of welke een antimicrobiële werking bezitten, worden aangewezen als diergeneesmiddelen, bedoeld in . 1 artikel 5.1, eerste lid, onderdeel b artikel 5.2, eerste lid, onderdeel b, van het besluit artikel 5.7, eerste lid, van het besluit De gevoeligheidsbepaling wordt uitgevoerd in overeenstemming met de eisen die ingevolge de geldende goede veterinaire praktijken, waaronder gidsen voor goede praktijken als bedoeld in , aan een betrouwbare gevoeligheidsbepaling worden gesteld. 2 artikel 8.44 van de wet § 3. Melding en gebruik aangewezen diergeneesmiddelen Artikel 5.9. Begripsbepalingen In deze paragraaf wordt verstaan onder: European Article Numbering code;– EAN-code: rund dat bestemd is voor de productie van vlees en dat ouder is dan veertien dagen en niet ouder is dan twaalf maanden; – kalf: konijn dat bestemd is voor de fokkerij of de productie van vlees;– konijn: groep dieren met dezelfde gezondheidsstatus die in dezelfde stal of binnen dezelfde ruimte worden geplaatst of gehouden en die een epidemiologische eenheid vormen; – koppel: rund dat bestemd is voor de productie van melk of vlees, niet zijnde een kalf.– rund: § 3.1. Melding aangewezen diergeneesmiddelen in register Artikel 5.10. Gevallen waarin melding wordt gedaan De melding, bedoeld in , wordt gedaan van het voorschrijven ten behoeve van de aflevering van antimicrobiële diergeneesmiddelen voor toepassing bij en van de toepassing van antimicrobiële diergeneesmiddelen bij: artikel 5.8, eerste lid, van het besluit kippen of kalkoenen, indien de houder van deze dieren 250 of meer kippen of kalkoenen houdt ten behoeve van de productie van vlees, consumptie-eieren of broedeieren; a. runderen, indien de houder van deze dieren 5 of meer runderen houdt ten behoeve van de productie van melk of vlees; b. https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025279&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:31996L0022 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:31996L0022 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=5.1&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=5.2&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=5.7&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=8.44&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=5.8&g=2022-01-28&z=2023-04-17 kalveren, indien de houder van deze dieren 5 of meer kalveren houdt ten behoeve van de productie van vlees; c. varkens, indien de houder van deze dieren 5 of meer varkens houdt ten behoeve van de productie van vlees; d. konijnen, indien de houder van deze dieren 250 of meer konijnen houdt ten behoeve van de fokkerij of de productie van vlees; e. geiten, indien de houder van deze dieren 25 of meer geiten houdt ten behoeve van de fokkerij of de productie van melk of vlees. f. Artikel 5.11. Bij de melding te verstrekken gegevens Bij de melding, bedoeld in , worden de volgende gegevens verstrekt: 1 artikel 5.8, eerste lid, van het besluit de naam van de dierenarts of een andere persoon als bedoeld in , die het diergeneesmiddel heeft afgeleverd of toegepast en het nummer waaronder hij is opgenomen in het register, bedoeld in ; a. artikel 4.1, eerste lid, van de wet artikel 4.3, eerste lid, van de wet de naam en het adres van de houder van dieren aan wie het diergeneesmiddel is afgeleverd of bij wiens dieren het diergeneesmiddel is toegepast en het unieke registratienummer, bedoeld in artikel 93, slot, van verordening (EU) nr. 2016/429, of het unieke erkenningsnummer, bedoeld in artikel 2, onderdeel 16, van verordening (EU) nr. 2019/2035, dat aan de inrichting waarop de dieren worden gehouden is toegekend, dat aan hem is toegekend; b. de datum van aflevering of toepassing van het diergeneesmiddel;c. de naam en het registratienummer van het diergeneesmiddel;d. indien beschikbaar, de EAN-code van het diergeneesmiddel;e. de afgeleverde of toegepaste hoeveelheid van het diergeneesmiddel;f. de diersoort, diercategorie, subcategorie en leeftijdscategorie, ten behoeve waarvan het diergeneesmiddel is afgeleverd of waarbij het diergeneesmiddel is toegepast. g. Indien de melding wordt gedaan ten aanzien van een diergeneesmiddel dat bij kippen of kalkoenen wordt toegepast, worden per koppel tevens de volgende gegevens verstrekt: 2 het unieke subregistratienummer, bedoeld in artikel 5a.1, derde lid, van de Regeling houders van dieren, dat aan de inrichting is toegekend voor het doel waarvoor het koppel wordt gehouden; a. de aanduiding van de stal waarin het koppel wordt gehouden;b. de indruk van de gezondheidssituatie van de dieren;c. de klinische diagnose.d. Artikel 5.12. Termijn voor de melding De dierenarts of een andere persoon als bedoeld in , doet de melding, bedoeld in , binnen twee weken na de dag waarop hij het diergeneesmiddel heeft afgeleverd of toegepast. 1 artikel 4.1, eerste lid, van de wet artikel 5.8, eerste lid, van het besluit Indien het diergeneesmiddel wordt toegepast bij kalkoenen, wordt de melding, in afwijking van het eerste lid, gedaan binnen twee weken na afvoer van de dieren van de locatie waar de dieren worden gehouden. 2 § 3.2. Bedrijfsgezondheidsplan en bedrijfsbehandelplan Artikel 5.13. Opstellen bedrijfsgezondheidsplan en bedrijfsbehandelplan Een dierenarts stelt het bedrijfsgezondheidsplan en het bedrijfsbehandelplan, bedoeld in , op op basis van de specifieke situatie op het bedrijf van de houder, bedoeld in . artikel 5.9, eerste lid, van het besluit artikel 1.28, eerste lid, van het Besluit houders van dieren Artikel 5.14. Eisen bedrijfsgezondheidsplan Het bedrijfsgezondheidsplan bevat:1 de naam van de dierenarts die het plan heeft opgesteld en het nummer waaronder hij is opgenomen in het register, bedoeld in ; a. artikel 4.3, eerste lid, van de wet de naam van de houder voor wie het plan wordt opgesteld;b. het unieke registratienummer, bedoeld in artikel 93, slot, van verordening (EU) nr. 2016/429, of het unieke erkenningsnummer, bedoeld in artikel 2, onderdeel 16, van verordening (EU) nr. 2019/2035 dat aan de inrichting waarop de dieren worden gehouden is toegekend; c. de datum van opstellen van het plan;d. de diersoort en diercategorie;e. een analyse van de diergezondheidssituatie van de dieren en de inzet van diergeneesmiddelen bij deze dieren; f. een overzicht van maatregelen die worden getroffen ter verbetering van de diergezondheidssituatie van de dieren, waaronder in ieder geval maatregelen gericht op vermindering van de toepassing van antimicrobiële middelen bij de dieren, aan welke maatregelen een uitvoeringstermijn wordt verbonden. g. Het bedrijfsgezondheidsplan wordt door de dierenarts en de houder ondertekend.2 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=5.8&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=4.1&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=4.3&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=4.1&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=5.8&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=5.9&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035217&artikel=1.28&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=4.3&g=2022-01-28&z=2023-04-17 Artikel 5.15. Aanvullende eisen bedrijfsgezondheidsplan kippen en kalkoenen Indien het bedrijfsgezondheidsplan wordt opgesteld voor een houder van kippen of kalkoenen, bevat het plan tevens het registratienummer, bedoeld in . 1 artikel 3, tweede lid, van de Regeling identificatie en registratie van dieren Indien het bedrijfsgezondheidsplan wordt opgesteld voor een houder van kippen of kalkoenen, omvat de analyse, bedoeld in , ten minste de volgende onderdelen: 2 artikel 5.14, onderdeel f bedrijfshygiëne, reiniging en ontsmetting;a. voer;b. drinkwater;c. klimaat;d. technische resultaten van de dieren, waaronder uitval, voederconversie en groei;e. strooisel;f. aangevoerde dieren;g. hakdermatitis;h. voetzoollaesies;i. bezettingsdichtheid;j. uitladen.k. Artikel 5.16. Aanvullende eisen bedrijfsgezondheidsplan kalveren Indien het bedrijfsgezondheidsplan wordt opgesteld voor een houder van kalveren, omvat de analyse, bedoeld in , ten minste de volgende onderdelen:artikel 5.14, onderdeel f verteringsproblemen;a. luchtwegaandoeningen;b. uitval.c. Artikel 5.17. Eisen bedrijfsbehandelplan Het bedrijfsbehandelplan bevat: de naam van de dierenarts die het plan heeft opgesteld en het nummer waaronder hij is opgenomen in het register, bedoeld in ; a. artikel 4.3, eerste lid, van de wet de naam van de houder voor wie het plan wordt opgesteld;b. het unieke registratienummer, bedoeld in artikel 93, slot, van verordening (EU) nr. 2016/429, of het unieke erkenningsnummer, bedoeld in artikel 2, onderdeel 16, van verordening (EU) nr. 2019/2035 dat aan de inrichting waarop de dieren worden gehouden is toegekend; c. de datum van opstellen van het plan;d. een overzicht dat specifiek is voor een bedrijf, waarin aandoeningen en ziektes zijn opgenomen die voorkomen of waarvan het aannemelijk is dat deze voor kunnen komen bij de dieren en waarbij is weergegeven op welke wijze de aandoeningen en ziektes worden behandeld. e. Artikel 5.18. Aanvullende eisen bedrijfsbehandelplan kippen en kalkoenen Indien het bedrijfsbehandelplan wordt opgesteld voor een houder van kippen of kalkoenen, bevat het plan ook het unieke subregistratienummer, bedoeld in artikel 5a.1, derde lid, van de Regeling houders van dieren, dat aan de inrichting is toegekend voor het doel waarvoor het koppel wordt gehouden. 1 Indien het bedrijfsbehandelplan wordt opgesteld voor een houder van kippen of kalkoenen, omvat het overzicht, bedoeld in , ten minste de volgende onderdelen: 2 artikel 5.17, onderdeel e vaccinatieschema’s;a. afspraken over het beoordelen van de effectiviteit van een behandeling.b. Indien het bedrijfsbehandelplan wordt opgesteld voor een houder van kippen of kalkoenen, omvat het overzicht, bedoeld in , per behandeling van een ziekte of aandoening ten minste de volgende onderdelen: 3 artikel 5.17, onderdeel e naam en registratienummer van het diergeneesmiddel;a. de noodzaak tot het uitvoeren van een bacteriologisch onderzoek of gevoeligheidsbepaling.b. In afwijking van het derde lid kunnen de gegevens, genoemd in het derde lid, onderdeel a, worden vervangen door de werkzame stof, mits de gegevens, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, in een bijlage bij het plan, bedoeld in het derde lid, worden opgenomen. 4 Artikel 5.19. Aanvullende eisen bedrijfsbehandelplan runderen Indien het bedrijfsbehandelplan wordt opgesteld voor een houder van runderen, omvat het overzicht, bedoeld in , per behandeling van een ziekte of aandoening ten minste de volgende onderdelen:artikel 5.17, onderdeel e naam en registratienummer van het diergeneesmiddel;a. dosering;b. toedieningswijze;c. https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014538&artikel=3&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=4.3&g=2022-01-28&z=2023-04-17 toedieningsfrequentie;d. behandelduur;e. wachttijden.f. Artikel 5.20. Aanvullende eisen bedrijfsbehandelplan kalveren Indien het bedrijfsbehandelplan wordt opgesteld voor een houder van kalveren, omvat het overzicht, bedoeld in , een behandeling met maximaal vier in voorkeursvolgorde weergegeven werkzame stoffen van ten minste de volgende ziektes of aandoeningen: artikel 5.17, onderdeel e diarree;a. luchtweginfectie;b. gewrichtsontsteking;c. navelontsteking;d. oorontsteking;e. ectoparasieten.f. Artikel 5.21. Aanvullende eisen bedrijfsbehandelplan varkens Indien het bedrijfsbehandelplan wordt opgesteld voor een houder van varkens, omvat het overzicht, bedoeld in , ten minste de volgende onderdelen: 1 artikel 5.17, onderdeel e per behandeling van een ziekte of aandoening:a. naam en registratienummer van het diergeneesmiddel;1°. dosering;2°. behandelduur;3°. wachttijden.4°. vaccinatieschema’s.b. In afwijking van het eerste lid kunnen de gegevens, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, worden vervangen door de werkzame stof, mits de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, in een bijlage bij het plan, bedoeld in het eerste lid, worden opgenomen. 2 Artikel 5.22. Evaluatie bedrijfsgezondheidsplan en bedrijfsbehandelplan De dierenarts die het bedrijfsgezondheidsplan en het bedrijfsbehandelplan heeft opgesteld, evalueert deze plannen jaarlijks in overleg met de houder, bedoeld in , en past de plannen, indien nodig, aan. 1 artikel 1.28, eerste lid, van het Besluit houders van dieren De dierenarts maakt een verslag van de evaluatie.2 Hoofdstuk 6. Vergoedingen leden veterinaire tuchtcolleges Artikel 6.1. Vergoedingen leden veterinair tuchtcollege Aan de voorzitter van het veterinair tuchtcollege wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld op 20% van het maximum overeenkomstig schaal 15 als overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst die is gesloten voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn. 1 Aan de overige leden en hun plaatsvervangers van het veterinair tuchtcollege wordt een vergoeding per eindbeslissing toegekend van € 95. 2 Artikel 6.2. Vergoeding leden veterinair beroepscollege Aan de voorzitter van het veterinair beroepscollege wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld op 10% van het maximum overeenkomstig schaal 17 als overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst die is gesloten voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn. 1 Aan de overige leden en hun plaatsvervangers van het veterinair beroepscollege wordt een vergoeding per eindbeslissing toegekend van € 95. 2 Artikel 6.3. Vergoedingen bijzondere omstandigheden Indien een bij het veterinair tuchtcollege of het veterinair beroepscollege aanhangig gemaakte zaak vijf werkdagen of minder voorafgaand aan de zitting wordt ingetrokken, wordt aan de personen bedoeld in de , en , een vergoeding toegekend van € 50. 1 artikelen 6.1, tweede lid 6.2, tweede lid Aan personen als bedoeld in de , en , tegen wie vijf werkdagen of minder voorafgaand aan de zitting een wrakingsverzoek wordt ingediend, wordt een vergoeding toegekend van € 50 indien het wrakingsverzoek is toegewezen. 2 artikelen 6.1, tweede lid 6.2, tweede lid Aan personen als bedoeld in de , en , tegen wie op of na de zitting een wrakingsverzoek wordt ingediend, wordt een vergoeding toegekend van € 80 indien het wrakingsverzoek wordt toegewezen. 3 artikelen 6.1, tweede lid 6.2, tweede lid Aan personen als bedoeld in de , en , die tijdens de behandeling van een zaak een verschoningsverzoek hebben gedaan en in die zaak worden vervangen, wordt een 4 artikelen 6.1, tweede lid 6.2, tweede lid https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035217&artikel=1.28&g=2022-01-28&z=2023-04-17 vergoeding toegekend van € 50. Artikel 6.4. Declaratietermijn Degene die op grond van de , , en in aanmerking komt voor een vergoeding dient daarvoor binnen drie maanden na de datum van de eindbeslissing, bedoeld in , een declaratie in bij de minister. artikelen 6.1 6.2 6.3 artikel 1 Artikel 6.5. Vergoeding reis- en verblijfkosten Aan de voorzitter, de overige leden en hun plaatsvervangers worden reis- en verblijfskosten toegekend overeenkomstig hetgeen daarover is overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst die is gesloten voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn op basis van declaratie achteraf. Hoofdstuk 7. Overige bepalingen Artikel 7.1. Wijziging Regeling diergeneesmiddelen [Red: Wijzigt de Regeling diergeneesmiddelen.] Artikel 7.2. Vrijstelling handmatig identificeren varkens met een merk Van het verbod, bedoeld in , van de wet en in afwijking van artikel 5b.30, eerste lid, van de Regeling houders van dieren wordt tot 1 januari 2023 vrijstelling verleend voor het handmatig identificeren van slachtvarkens met een merk, voor zover het slachtvarkens betreft met een gewicht van ten minste 50 kg en de slachtvarkens rechtstreeks van een bedrijf, niet zijnde een verzamelcentrum, naar een slachthuis in Duitsland worden afgevoerd. 1 artikel 2.8, eerste lid Het handmatig identificeren, bedoeld in het eerste lid, voldoet aan de volgende eisen:2 het merk wordt op een van de schouders van het slachtvarken aangebracht in de kleuren zwart of groen op een zodanige wijze dat de tekens goed leesbaar blijven; a. het merk wordt aangebracht door middel van een instrument, bestaande uit een steel met daaraan gekoppeld een plaat waarop maximaal twee rijen van vijf posities voor tekens opgenomen kunnen worden om het dier te identificeren, waarbij de afmeting van een teken maximaal 30 mm hoog is en 15 mm breed en de pinlengte voor de tekens maximaal 12 mm lang is; b. het merk bestaat uit het UBN van het bedrijf waarvan het varken voor de slacht wordt afgevoerd, enc. de ruimte die het merk openlaat mag gebruikt worden voor alfanumerieke tekens, met uitzondering van de tekens o en l. d. Het merk wordt door middel van een slag op het varken aangebracht op een wijze dat het welzijn van het varken niet meer wordt geschaad dan redelijkerwijs noodzakelijk is voor het leesbaar aanbrengen van het merk. 3 Artikel 7.3. Vrijstelling snavelbehandeling pluimvee Van het verbod, bedoeld in en voor zover wordt voldaan aan , wordt tot 1 januari 2019 vrijstelling verleend voor het verkorten van de boven- of ondersnavel bij kalkoenen en kippen, mits: 1 artikel 2.8, eerste lid, van de wet artikel 2.7, eerste lid, van het besluit de ingreep is verricht wanneer het dier jonger is dan tien dagen;a. de ingreep dient ter voorkoming van pikkerij en kannibalisme;b. het dier gehouden wordt of aantoonbaar bestemd is om te worden gehouden in een huisvestingssysteem waarin de kippen of kalkoenen zich vrijelijk over de vloer van de stal of op en naar verschillende niveaus van de stal kunnen bewegen of in een aangepast kooihuisvestingssysteem, en c. gebruik gemaakt wordt van de infraroodmethode om de snavels te verkorten, met uitzondering van de gevallen waarin het dier is geïmporteerd en waarvan in het land van herkomst de snavel niet is verkort of het dier nakomeling is van een jong moederdier. d. In afwijking van het eerste lid, aanhef, geldt de vrijstelling voor dieren die dienen als legouderdieren, (over)grootouderdieren, moederdieren van trager groeiende vleeskuikens, vaderdieren uit de vermeerderingssector, eendagskuikens van kippen bestemd voor de export of kalkoenen, tot 1 september 2023. 2 In afwijking van het eerste lid, aanhef, geldt de vrijstelling voor pluimvee dat op moment van inwerkingtreding van deze regeling wordt gehouden in verandastallen met geïntegreerde plastic voerpannen, tot 1 januari 2027. 3 Artikel 7.4. Vrijstelling vriesbranden runderen Van het verbod, bedoeld in en wordt, voor zover aan het eerste lid van laatstbedoeld artikel wordt voldaan, aan de houder van runderen vrijstelling verleend voor het verrichten van de ingreep, bedoeld in bij runderen, naast de bij of krachtens enig ander wettelijk voorschrift voorgeschreven of toegestane identificatie-ingrepen. 1 artikel 2.8, eerste lid, van de wet artikel 2.7, tweede lid, van het besluit artikel 2.6, onderdeel d, van het besluit De houder van de runderen is slechts vrijgesteld indien de ingreep vóór 1 juni 2019 deel uitmaakte van zijn bedrijfsvoering en hij zich daartoe vóór 1 augustus 2019 bij de minister aanmeldt met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel. 2 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032626&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=2.8&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=2.7&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=2.8&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=2.7&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=2.6&g=2022-01-28&z=2023-04-17 De vrijstelling heeft betrekking op de door de houder op zijn bedrijf, met het daaraan toegewezen UBN, gehouden runderen. 3 De vrijstelling vervalt bij overdracht of een andere wijziging in de juridische vorm of structuur van het bedrijf. 4 De vrijstelling geldt tot 1 januari 2023.5 Artikel 7.5. Vrijstelling elektronische identificatie runderen Van het verbod, bedoeld in en wordt, voor zover aan het eerste lid van laatstbedoeld artikel wordt voldaan, vrijstelling verleend voor het verrichten van ten hoogste twee lichamelijke ingrepen bedoeld in wanneer onder toepassing van artikel 38 van verordening (EU) nr. 2019/2035 de conventionele oormerken worden vervangen door een nieuw conventioneel oormerk en een elektronisch merk, naast de bij of krachtens enig ander wettelijk voorschrift voorgeschreven of toegestane identificatie-ingrepen. artikel 2.8, eerste lid, aanhef en onder a, van de wet artikel 2.7, tweede lid, van het besluit artikel 2.6, onderdelen b en c, van het besluit Artikel 7.6. Vrijstelling behandeling achterste teen hanen Van het verbod, bedoeld in wordt voor zover wordt voldaan aan , tot 1 januari 2023 vrijstelling verleend voor het verwijderen van een deel van de achterste teen bij mannelijke kippen, mits: artikel 2.8, eerste lid, onderdeel a, van de wet artikel 2.7, eerste lid, van het besluit het dier niet ouder is dan twee dagen, ena. het dier bestemd is voor de fokkerij waarbij nakomelingen gewoonlijk worden gehouden voor menselijke consumptie. b. Artikel 7.7. Identificatie van de houder bij aanbrengen injecteerbare transponder bij een hond Voordat een injecteerbare transponder bij een hond wordt aangebracht, identificeert de houder van de hond zich bij aanbrenger van de injecteerbare transponder met het registratienummer van de houder. Artikel 7.8. Registraties door de aanbrenger van de injecteerbare transponder De registratie, bedoeld in , wordt gedaan binnen een week nadat de injecteerbare transponder bij het dier is aangebracht. 1 artikel 2.9, eerste lid, van het besluit Bij de registratie wordt vermeld:2 de datum waarop de injecteerbare transponder is aangebracht;a. de identificatiecode van het dier;b. het nummer dat degene die de injecteerbare transponder heeft aangebracht heeft verkregen bij de registratie, bedoeld in ; en c. artikel 2.9, derde lid, van het besluit het praktijkadres van degene die de injecteerbare transponder heeft aangebracht.d. In afwijking van het eerste lid wordt de registratie, bedoeld in , gedaan binnen twee werkdagen indien het dier een hond betreft. Bij de registratie van een hond wordt in aanvulling op het tweede lid vermeld: 3 artikel 2.9 van het besluit dat de registratie een hond betreft; ena. het registratienummer van de houder van de hond.b. Bij de registratie van een paardachtige wordt in aanvulling op het tweede lid de diersoort vermeld.4 Artikel 7.9. Registratie van de aanbrenger van injecteerbare transponders bij de minister Bij de registratie, bedoeld in , wordt vermeld:1 artikel 2.9, derde lid, van het besluit naam, adres en burgerservicenummer van degene die de registratie doet;a. het adres of de adressen waarop de degene die de registratie doet injecteerbare transponders geleverd krijgt; b. het nummer van inschrijving in het handelsregister; enc. gegevens waaruit blijkt dat degene die de registratie doet beroepsmatig met een zekere regelmaat injecteerbare transponders aanbrengt als bedoeld in . d. artikel 8b.9 van de Regeling houders van dieren Indien degene die de registratie doet injecteerbare transponders aanbrengt bij paardachtigen, wordt in aanvulling op het eerste lid het registratienummer vermeld dat is verkregen van een instantie waaraan de minister mandaat en machtiging heeft verleend tot het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die verband houden met , voor paardachtigen als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, van . 2 artikel 38t, eerste lid verordening (EU) 262/2015 Hoofdstuk 8. Slotbepalingen Artikel 8.1. Intrekken regelingen De wordt ingetrokken.Regeling erkenning EG-beroepskwalificaties uitoefening van de diergeneeskunde Artikel 8.2. Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2014. https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=2.8&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=2.7&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=2.6&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=2.8&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=2.7&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=2.9&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=2.9&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=2.9&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&artikel=2.9&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035248&artikel=8b.9&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014538&artikel=38t&g=2022-01-28&z=2023-04-17 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32015R0262 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024505&g=2022-01-28&z=2023-04-17 Artikel 8.3. Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling diergeneeskundigen. Origineel slotformulier en ondertekening Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. 's-Gravenhage, 23 juni 2014 De van Economische Zaken, Staatssecretaris S.A.M. Dijksma Bijlage behorende bij de van de Regeling diergeneeskundigenartikelen 2.2 tot en met 2.10 Leerplan dierfysiotherapie 1. Beroepsomschrijving De dierenfysiotherapeut richt zich in het bijzonder op honden, katten en paarden en in meer algemene zin op de gehouden diersoorten. De dierfysiotherapie is met name gericht op het bewegingsapparaat. De kennis en vaardigheden van de dierenfysiotherapeut hebben betrekking op: de mogelijkheden en de voorwaarden voor bewegend functioneren;– de oorzaken van het disfunctioneren;– fysiotherapeutische onderzoekmethodes inzake disfuncties;– het samenstellen en uitvoeren van behandelprogramma's om invloed uit te oefenen op het functioneren waardoor stoornissen zijn te voorkomen, op te heffen of verergering is tegen te gaan. – De dierenfysiotherapeut maakt een keuze uit één of meer behandelmethoden zoals massagetherapie, bewegingstherapie, en fysische therapie in engere zin. Hij richt zich op de bestrijding van pijn, op het optimaliseren van spiertonus en van de houdings- en bewegingscoördinatie waaronder beïnvloeding van de mobiliteit en op training van het algemeen en locaal uithoudingsvermogen. Verder richt de dierfysiotherapie zich op de perifere circulatie alsmede de functie van de huid. De diergeneeskundige handelingen die door een toegelaten en geregistreerde dierenfysiotherapeut mogen worden verricht, zijn genoemd in het . Besluit diergeneeskundigen 2. Leerdoelen A. Functionele Morfologie De cursist heeft kennis van: de topografie van het skelet, gewrichten en spieren van hals, rug, voor- en achterbeen, waaronder de pezen en ligamenten; 1. de (globale) bouw en functie van het ruggenmerg, belangrijke perifere zenuwen en de vascularisatie;2. de positie en verhoudingen van organen in hals, borst- en buikholte behorend tot digestietractus, respiratietractus, urogenitaaltractus, circulatieapparaat en lymphknopen; 3. de specifieke morfologie van de huid en adnexa;4. biomechanica; m.n. de biomechanica van de pezen en ligamenten, de statica en de functionele anatomie alsmede de kinematica. 5. De cursist kan: de oriëntatie en palpatie van alle onderhuidse structuren, die voor een effectieve behandeling van het bewegingsapparaat van belang kunnen zijn (Anatomie in vivo), aan het levende dier uitvoeren. 6. B. Fysiologie De cursist heeft kennis van: Inspanningsfysiologiea. normale arbeidsprestaties voor de gebruiksgroepen;1. de normale houding en gang;2. bestaande trainingsmethoden;3. parameters ter bepaling van het trainingsniveau.4. Pijnb. de herkenning van pijngedrag;5. pijn als motivationele factor;6. bestrijding van pijn.7. https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035091&g=2022-01-28&z=2023-04-17 Het normale herstelmechanisme van letsel aan botten, kraakbeen, pezen en weke delen.c. C. Ziektekunde van orgaansystemen De cursist heeft kennis van: Orthopediea. aandoeningen van het bewegingsapparaat, met name van gewrichten, banden, pezen en spieren zowel aangeboren als verkregen; 1. deformiteiten van de wervelkolom, zowel acuut traumatisch als geleidelijk ontstaan.2. Traumatologieb. gesloten letsels, wonden en fracturen;3. behandelingsmogelijkheden en behandelingsonmogelijkheden;4. consequenties voor het functioneren van het dier;5. het klinische beeld van shock;6. EHBO-maatregelen bij ernstig letsel.7. Neurologiec. aandoeningen van infectieuze aard;8. letsels van de perifere motorische zenuwen, uitvals- en prikkelingsverschijnselen van de perifere motorische en sensibele zenuwen; zowel symmetrisch als a-symmetrisch en neurotrope spieratrofie. 9. Dermatologied. aandoeningen van de huid van infectieuze, met name de zoönosen, en niet infectieuze aard, voor zover zij voor de uitoefening van fysiotherapie bij dieren relevant zijn; 10. aandoeningen van hoornige structuren waaronder hoef en zoolkussen.11. Inwendige ziektene. herkennen van ziekten, aandoeningen, stoornissen aan de respiratietractus, hart- en circulatieapparaat, digestietractus, urogenitaaltractus, voor zover zij voor de uitoefening van fysiotherapie bij dieren relevant zijn. 12. Infectieziekten en zoönosenf. herkennen van infectieziekten en zoönosen.13. D. Farmacologie De cursist heeft kennis van: pijnstillers en tranquillizers zodat hij de invloed daarvan op het gedrag en de behandelingseffecten kan interpreteren en de gevallen waarin sprake is van doping kan herkennen. 1. E. Zoötechniek De cursist heeft kennis van: de meest gangbare termen in de zoötechniek;1. de meest voorkomende rassen en hun gebruiksdoel en het geven van uitvoering aan het opmaken van een signalement; 2. de specifieke gedragspatronen en de meest voorkomende gedragsafwijkingen;3. het hanteren van een dier, ook na een ongeval;4. de samenstelling van voedermiddelen, voederbehoeften, voedingsmethoden en eetgewoonten voor zover van belang voor het bewegingsapparaat; 5. het harnachement van het paard en de invloed daarvan op houding en beweging;6. de invloed van het orthopedisch beslag op het houdings- en bewegingsapparaat.7. F. Fysiotherapie De cursist heeft kennis van: de implicaties van de anatomische bouw, de fysiologische- en pathofysiologische reactiemechanismen en het gedrag van het dier in vergelijking met de mens; 1. de theoretische grondslag en de praktische uitvoering van een klinisch onderzoek bij het dier;2. indicaties en contra-indicaties op het gebied van de fysiotherapie in de diergeneeskunde.3. De cursist kan: op basis van de diagnose van de dierenarts via een fysiotherapeutische werkdiagnose tot een doel van behandeling komen; 4. Bewegingstherapiea. De cursist kan bewegingstherapieën uitvoeren met als behandelingsdoel; gewrichtsmobilisatie;1. spierfunctieverbetering, waaronder spierkracht, spiertonus en spierlengte;2. verbetering van het algehele uithoudingsvermogen;3. verbetering van de stabilisatie van het gewricht, met name door verbetering van de proprioceptie, spierkracht en het artho kinethische reflex mechanisme (AKRM); 4. pijnvermindering;5. Massagetherapieb. De cursist kan massage-therapie uitvoeren met als behandelingsdoel: pijnvermindering;1. detonisering van musculatuur;2. tonisering van musculatuur;3. verbetering van de circulatie: arterieel, veneus en lymfatisch.4. mobilisering van huid en onderhuids bindweefsel;5. Fysische therapie in engere zinc. De cursist kan fysische therapie in engere zin uitvoeren met de volgende behandeldoeleinden: pijnvermindering;1. beïnvloeding van metabole processen;2. beïnvloeding van de circulatie;3. verbetering van de wondgenezing en fractuurgenezing;4. mobilisering;5. beïnvloeding van de musculaire tonus;6. Voorlichtingd. De student is in staat om over de medische- en dierfysiotherapeutisch-diagnostische gegevens schriftelijk en mondeling te communiceren met de eigenaar van de patiënt, de eventuele verwijzer of andere betrokkenen. De student is in staat voorlichting te geven in de preventieve en curatieve sfeer. 3. Opleidingsprogramma A. Toelatingsvoorwaarden Het bezit van een getuigschrift als bedoeld in . artikel 28 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg B. Opleidingsprogramma: De opleiding bestaat uit theoretisch onderwijs, dat een tijdsperiode van maximaal twee jaar beslaat, en een stageperiode. Het theoretisch onderwijs en de stageperiode zijn erop gericht dat de cursist voldoet aan de door de minister vastgestelde eisen die zijn verwoord in de leerdoelen, bedoeld in hoofdstuk 2 van dit leerplan. – Inrichting van het theoretisch onderwijs Het onderwijs beslaat een tijdsperiode van maximaal twee jaar. Voordat de cursist wordt toegelaten tot het examen van de opleiding fysiotherapie bij dieren, voldoet deze aan de eisen gesteld in het leerplan van deze opleiding. In het theoretisch onderwijs worden de volgende programmaonderdelen gedoceerd en getoetst: Functionele morfologie;A. Fysiologie;B. Ziektekunde van orgaansystemen;C. Farmacologie;D. Zoötechniek;E. Fysiotherapie bij dieren.F. – Inrichting stage https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006251&artikel=28&g=2022-01-28&z=2023-04-17 De stage is een onderdeel van de opleiding tot dierenfysiotherapeut. De stage heeft tot doel de cursisten in de gelegenheid te stellen hun kennis, inzicht en vaardigheden op het gebied van de dierfysiotherapie onder begeleiding te oefenen en te hanteren, zodat zij aan het einde van de opleiding tot dierenfysiotherapeut zelfstandig beroepsmatig kunnen functioneren. Tijdens de stageperiode, welke geen vast omschreven tijdsperiode omvat, dient de stagiaire ten minste 36 behandelingen te hebben bijgewoond of uitgevoerd. Daarbij wordt ernaar gestreefd dat de werkdiagnose door de betreffende cursist wordt gesteld. Deze handelingen dienen zo veel mogelijk gelijkwaardig verdeeld te worden over de onderdelen hond en paard. Van ten minste twee casus wordt een verslag gemaakt, waaronder minimaal één casus binnen het onderdeel hond en één casus binnen het onderdeel paard. De stagiaire kan voor de casus hond van een ander stageadres gebruik maken dan voor de casus paard, doch slechts met voorafgaande toestemming van de opleiding kan van meer dan twee stageadressen gebruik gemaakt worden. – Stagereglement De onderwijsinstelling is verantwoordelijk voor de organisatie van de stage. De onderwijsinstelling is verantwoordelijk voor het toewijzen van stage adressen. In samenspraak met de stagebegeleider en de onderwijsinstelling kan de stagiaire een ander stageadres toegewezen worden. De stagiair dient zich te houden aan de interne regels van de stage-instelling. De stagiair heeft de verplichting van geheimhouding omtrent al hetgeen hem als geheim is toevertrouwd of waarvan hij het vertrouwelijk karakter moet begrijpen. De stagiaire heeft recht op goede begeleiding. Bij de stagebeoordeling ‘onvoldoende’ zal de stage in gelijke categorie maar op een ander adres moeten worden overgedaan. Bij herhaald ‘onvoldoende’ is het in belang van alle betrokkenen dat de stagiaire met de stage stopt. – Bij de stage betrokkenen Stagiair: een cursist van de onderwijsinstelling die, in de dierfysiotherapie bij dierenpraktijk van de stagebegeleider, onder begeleiding van de stagebegeleider en onder controle van de onderwijsinstelling activiteiten ontplooit ter realisering van de doelstellingen van de stage. Stagebegeleider: beroepskracht die werkzaam is in en toegelaten is tot het verrichten van dierfysiotherapie en zich bezig houdt met de praktische en patiëntgerichte begeleiding van de stagiaire. De taken van een stagebegeleider zijn in ieder geval: het onder zijn leiding laten verrichten van een onderzoek;1. het in overleg met de stagiair initiëren van een behandelplan en het begeleiden hiervan;2. het helpen verwerken en evalueren van probleemsituaties in de relatie met de patiënten;3. het beoordelen van het functioneren van de stagiair;4. het bespreken van de stagebeoordeling met de stagiair en een vertegenwoordiger van de onderwijsinstelling. 5. Onderwijsinstelling: de organisatie welke een opleiding tot dierenfysiotherapeut verzorgt en via een door haar aangewezen vertegenwoordiger contact houdt met de stagiair en de stagebegeleider. – Einddoel stage De stagiair kan op een juiste wijze het contact met de patiënt leggen, waardoor de patiënt het onderzoek of de behandeling accepteert. De stagiaire is in staat met behulp van de verstrekte onderzoeksgegevens van de dierenarts zelfstandig anamnese, inspectie en onderzoek af te nemen, of uit te voeren en een behandelingsplan in te stellen of uit te voeren.