跳到主要内容
Nelum
荷兰的法律

Decree no. BWBR0035091 containing rules concerning veterinarians

颁布于 2014-04-16 · 文本截至 2026-10-01

以研究形式发布的公开法律与官方指引,不构成法律、税务或金融建议。

研究内容本身以英文撰写。标题和标签已翻译,调查结果和引文未翻译。

关于这部法律

原标题
Besluit nr. BWBR0035091 houdende regels met betrekking tot diergeneeskundigen.
语言
Dutch
类型
条例
国家
荷兰
主题
Livestock, Food and nutrition, Fisheries and aquaculture
关键词
animal health, animal production, animal welfare, cattle, data collection/reporting, pests/diseases, education, equine-animals, sheep/goats, herd book, hygiene/sanitary procedures, marking/identification, packaging/labelling, poultry, registration, drugs, birds, stock enhancement/repopulation, fishery management and conservation, fish products, food safety and quality, meat, milk/dairy products, poultry products

在哪里阅读

文本

所收录的法律原文,按条款排列。每个条款都有自己的链接。

  1. Wettenbank Besluit diergeneeskundigen Geraadpleegd op 29-03-2023. Gebruikte datum 'geldig op' 28-01-2022 en zichtdatum 23-03-2023. Geldend van 01-11-2021 t/m 28-02-2022 Origineel opschrift en aanhef Besluit van 16 april 2014, houdende regels met betrekking tot diergeneeskundigen (Besluit diergeneeskundigen) Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van 17 september 2012, no. 291504, directie Wetgeving en Juridische Zaken, en van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 20 december 2013, nr. WJZ / 13213190; Gelet op van de Raad van 26 maart 1990 tot vaststelling van de voorwaarden voor de bereiding, het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders met medicinale werking (PbEG 1990, L 92), van de Raad van 29 april 1996 betreffende het verbod op het gebruik, in de veehouderij, van bepaalde stoffen met hormonale werking en van bepaalde stoffen met thyreostatische werking, alsmede van bèta-agonisten en tot intrekking van de , en (PbEG 1996, L 125), van de Raad van 29 april 1996 inzake controlemaatregelen ten aanzien van bepaalde stoffen en residuen daarvan in levende dieren en in produkten daarvan en tot intrekking van de en en de Beschikkingen en (PbEG 1996, L 125), van de Raad van 19 juli 1999 tot vaststelling van minimumnormen voor de bescherming van legkippen (PbEG 1999, L 203), van het Europees Parlement en de Raad van 6 november 2001 tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (PbEG 2001, L 82), van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (PbEU 2005, L 255), van de Raad van 28 juni 2007 tot vaststelling van minimumvoorschriften voor de bescherming van vleeskuikens (PbEU 2007, L 182), van de Raad van 18 december 2008 tot vaststelling van minimumnormen ter bescherming van varkens (PbEU 2009, L 47), Verordening (EU) nr. 470/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 tot vaststelling van communautaire procedures voor het vaststellen van grenswaarden voor residuen van farmacologisch werkzame stoffen in levensmiddelen van dierlijke oorsprong, tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2377/90 van de Raad en tot wijziging van van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2009, L 152), en de , , , , , , , en ; Richtlijn 90/167/EG Richtlijn 96/22/EG Richtlijnen 81/602/EEG 88/146/EEG 88/299/EEG Richtlijn 96/23/EG Richtlijnen 85/358/EEG 86/469/EEG 89/187/EEG 91/664/EEG Richtlijn 1999/74/EG Richtlijn 2001/82/EG Richtlijn 2005/36/EG Richtlijn 2007/43/EG Richtlijn 2008/120/EG Richtlijn 2001/82/EG artikel 10 van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer artikelen 2.8, tweede lid, onderdeel b, c en d, derde, vierde, zesde en zevende lid 2.9, derde en vijfde lid 2.20 4.1, tweede, derde en vijfde lid 4.3, derde lid 7.1 8.24, derde lid 8.37, tweede lid, van de Wet dieren De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 2 november 2012, nr. W15.12.0381/IV, en advies van 3 februari 2014, nr. W15.13.0473/IV); Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 11 april 2014, nr. WJZ / 13006570. Hebben goedgevonden en verstaan: Hoofdstuk 1. Algemeen Artikel 1.1. Begripsbepalingen In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: behandeling om pijn weg te nemen of te bestrijden;– analgesie: een of meer van de volgende vormen van therapie bij dieren;– dierfysiotherapie: bewegingstherapie, waaronder wordt verstaan het uitvoeren van bewegingen op dieren;a. https://www.overheid.nl/ https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:31990L0167 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:31996L0022 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:31981L0602 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:31988L0146 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:31988L0299 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:31996L0023 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:31985L0358 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:31986L0469 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:31989L0187 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:31991L0664 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:31999L0074 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32001L0082 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32005L0036 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32007L0043 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32008L0120 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32001L0082 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022428&artikel=10&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=2.8&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=2.9&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=2.20&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=4.1&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=4.3&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=7.1&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=8.24&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=8.37&g=2022-01-28&z=2023-03-23 massagetherapie, waaronder wordt verstaan het toepassen van massagetechnieken op dieren;b. fysische therapie in engere zin, waaronder wordt verstaan het op dieren toepassen van fysische prikkels, niet zijnde ioniserende stralen, door middel van: c. elektrotherapie, bestaande uit middenfrequente en hoogfrequente stromen alsmede magneetveldtherapie;1°. ultrageluidtherapie, bestaande uit behandeling met ultrageluid, al of niet in combinatie met chemische middelen of shockwave; 2°. lichttherapie, bestaande uit behandeling met laser, ultraviolet of infrarood licht;3°. thermotherapie, bestaande uit behandeling met warmte- en koude-applicaties;4°. hydrotherapie, bestaande uit behandeling met water, gebruik makend van hydrokinetische, hydrostatische en thermodynamische eigenschappen van water; 5°. balneotherapie, bestaande uit behandeling met baden waaraan een chemisch middel is toegevoegd;6°. test die de gevoeligheid van een bacterie voor antibiotica vaststelt;– gevoeligheidsbepaling: dier waarvan de microflora of microfauna volledig bekend is;– gnotobiont: het uiterlijke verschil tussen mannelijke en vrouwelijke dieren van dezelfde diersoort; – geslachtsdimorfisme: eenheid die een combinatie is van tijd en temperatuur en die wordt gebruikt om een wachttermijn te meten; – graaddagen: code als bedoeld in artikel 2, onderdeel 18, van verordening (EU) nr. 2019/2035;– identificatiecode: methode waarbij de snavel van een dier wordt verkort door middel van het gebruik van infraroodstraling; – infraroodmethode: injecteerbare transponder als bedoeld in bijlage III, onderdeel e, van verordening (EU) nr. 2019/2035 die is voorzien van een identificatiecode van het dier; – injecteerbare transponder: moederdieren met een leeftijd van:– jonge moederdieren: maximaal 32 weken wanneer het dieren van vleeskuikenrassen betreft, ofa. maximaal 30 weken wanneer het dieren van legkippenrassen betreft;b. verkrijging van een zuivere kweek van bacteriën;– kiemisolatie: halfgewervelde en ongewervelde dieren;– ongewervelden: instrumentele ingreep bij dieren, gepaard gaande met verbreking van de natuurlijke samenhang van levende weefsels; – operatie: inbrengen in de gastmoeder van een embryo of eicel;– overzetten van een embryo of eicel: hoenderachtigen, eenden of ganzen;– pluimvee: van de Raad van 29 april 1996 betreffende het verbod op het gebruik, in de veehouderij, van bepaalde stoffen met hormonale werking en van bepaalde stoffen met thyreostatische werking, alsmede van bèta-agonisten en tot intrekking van de , en (PbEG 1996, L 125); – Richtlijn 1996/22/EG: Richtlijn 96/22/EG Richtlijnen 81/602/EEG 88/146/EEG 88/299/EEG van de Raad van 19 juli 1999 tot vaststelling van minimumnormen voor de bescherming van legkippen (PbEG 1999, L 203); – Richtlijn 1999/74/EG: Richtlijn 1999/74/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 november 2001 tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (PbEG 2001, L 82); – Richtlijn 2001/82/EG: Richtlijn 2001/82/EG van de Raad van 28 juni 2007 tot vaststelling van minimumvoorschriften voor de bescherming van vleeskuikens (PbEU 2007, L182); – Richtlijn 2007/43/EG: Richtlijn 2007/43/EG dier dat gegarandeerd vrij is van vooraf bepaalde specifieke micro organismen; – specific pathogen free dier: met een holle naald door de vaginawand aanprikken van een eiblaasje van de eierstok met als doel het verkrijgen van een of meerdere eicellen; – transvaginale follikelpunctie: Verordening (EU) nr. 270/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 tot vaststelling van communautaire procedures voor het vaststellen van grenswaarden voor residuen van farmacologisch werkzame stoffen in levensmiddelen van dierlijke oorsprong, tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2377/90 van de Raad en tot wijziging van van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2009, L 152); – Verordening (EU) nr. 470/2009: Richtlijn 2001/82/EG van de Commissie van 28 juni 2019 tot aanvulling van van het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor inrichtingen waar landdieren worden gehouden en broederijen, alsmede voor de traceerbaarheid van bepaalde gehouden landdieren en broedeieren (PbEU 2019, L 314); – verordening (EU) nr. 2019/2035: verordening (EU) 2019/2035 Verordening (EU) 2016/429 plaats in Nederland ten behoeve van de verzameling van dieren;– verzamelcentrum: termijn die, overeenkomstig de bij of krachtens de wet gestelde regels en de voorschriften bij de vergunning voor het in de handel brengen van een diergeneesmiddel, ten minste na de laatste toepassing van dat diergeneesmiddel aan een dier moet verstrijken alvorens tot productie van levensmiddelen, afkomstig van dat dier, kan worden overgegaan; – wachttermijn: ;– wet: Wet dieren verkrijgen van een embryo of eicel uit een dier.– winnen van een embryo of eicel: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:31996L0022 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:31981L0602 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:31988L0146 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:31988L0299 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:31999L0074 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32001L0082 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32007L0043 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32001L0082 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32035R2019 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32329R2016 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&g=2022-01-28&z=2023-03-23 Hoofdstuk 2. Ingrepen § 1. Toegestane ingrepen Artikel 2.1. Aanwijzing toegestane ingrepen algemeen Als lichamelijke ingrepen als bedoeld in worden aangewezen:artikel 2.8, tweede lid, onderdeel b, van de wet het verrichten van lichamelijke ingrepen betreffende het onvruchtbaar maken van dieren, met uitzondering van mannelijke varkens; a. het inbrengen van een injectienaald;b. het aanbrengen van een oormerk ter bestrijding van vliegen, tenzij reeds een oormerk als bedoeld in , of een bij of krachtens enig ander wettelijk voorschrift verplicht of toegestaan oormerk is aangebracht; c. artikel 2.6, onderdeel c het verwijderen van bijspenen;d. het verrichten van een endoscopische geslachtsbepaling bij diersoorten zonder geslachtsdimorfisme;e. het verrichten van een keizersnede ter verkrijging van specific pathogen free dieren of gnotobionten;f. het verrichten van lichamelijke ingrepen betreffende een transvaginale follikelpunctie ten behoeve van het winnen van eicellen bij een zoogdier. g. Artikel 2.2. Aanwijzing toegestane ingrepen gevogelte [Vervallen per 01-09-2021] Artikel 2.3. Aanwijzing toegestane ingrepen varkens Als lichamelijke ingrepen als bedoeld in worden aangewezen:artikel 2.8, tweede lid, onderdeel b, van de wet het verrichten van lichamelijke ingrepen betreffende het onvruchtbaar maken van mannelijke varkens mits: a. de ingreep op andere wijze dan door het scheuren van weefsel plaatsvindt, en1°. indien het dier ouder is dan zeven dagen de ingreep onder anesthesie en met aanvullende langdurige analgesie wordt uitgevoerd; 2°. het verwijderen van een deel van de staart bij biggen, mits:b. het dier niet ouder is dan vier dagen;1°. kwetsuren van spenen bij zeugen of van oren en staarten bij andere varkens zijn geconstateerd, en2°. getroffen maatregelen, waaronder het aanpassen van omgevingsfactoren of beheerssystemen, waarbij de omgeving en de varkensdichtheid in aanmerking worden genomen en die dienen ter voorkoming van staartbijten en andere gedragsstoornissen, niet werkzaam zijn gebleken; 3°. het door vijlen uniform verkleinen van hoektanden van biggen, mits:c. het dier niet ouder is dan zeven dagen;1°. de tanden glad en intact blijven;2°. kwetsuren van spenen bij zeugen of van oren en staarten bij andere varkens zijn geconstateerd, en3°. getroffen maatregelen, waaronder het aanpassen van omgevingsfactoren of beheerssystemen, waarbij de omgeving en de varkensdichtheid in aanmerking worden genomen en die dienen ter voorkoming van staartbijten en andere gedragsstoornissen niet werkzaam zijn gebleken. 4°. Artikel 2.4. Aanwijzing toegestane ingrepen runderen Als lichamelijke ingrepen als bedoeld in worden aangewezen:artikel 2.8, tweede lid, onderdeel b, van de wet het onthoornen van runderen;a. het aanbrengen van een gladde roestvrijstalen neusring bij mannelijke runderen, mits:b. de ingreep geschiedt met het oog op de veiligheid van mens of dier, en1°. het dier wordt gehouden of aantoonbaar bestemd is te worden gehouden voor de fokkerij.2°. Artikel 2.5. Aanwijzing toegestane ingrepen overige dieren Als lichamelijke ingrepen als bedoeld in worden aangewezen:artikel 2.8, tweede lid, onderdeel b, van de wet het verwijderen van een deel van de staart bij ooien van de rassen Suffolk, Hampshire Down en Clun Forest, mits: a. het dier niet ouder is dan zeven dagen, en1°. documenten kunnen worden overlegd waaruit blijkt dat de ouderdieren van de ooien zijn ingeschreven bij: 2°. een organisatie die het stamboek van genoemde rassen bijhoudt;I. https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=2.8&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=2.8&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=2.8&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=2.8&g=2022-01-28&z=2023-03-23 een organisatie die niet zelf het stamboek voor genoemde rassen bijhoudt, maar die aantoont dat zij de beginselen die zijn vastgelegd door de organisatie of vereniging die het oorspronkelijke stamboek voor genoemde rassen bijhoudt, in acht neemt; II. het onthoornen van geiten die worden gehouden met het oog op de melkproductie of die worden gehouden op kinderboerderijen, van schapen en van dieren die in een dierentuin worden gehouden; b. het verwijderen van het gewei bij herten;c. het verrichten van lichamelijke ingrepen bij ongewervelden;d. het nemen van schubben bij vissen, mits dit geschiedt met het oog op leeftijdsonderzoek of visstandbeheer. e. Artikel 2.6. Aanwijzing toegestane ingrepen ter identificatie Voor zover zij dienen ter identificatie van een dier worden als lichamelijke ingrepen als bedoeld in aangewezen: artikel 2.8, tweede lid, onderdeel b, van de wet het aanbrengen van een tatoeage;a. het subcutaan of intramusculair aanbrengen van micro-elektronica;b. het aanbrengen van een oormerk in één oor bij varkens, runderen, schapen en geiten;c. het vriesbranden bij paarden en vissen;d. het aanbrengen van een merkteken aan een vleugel bij kippen;e. het inknippen van teenvliezen bij kippen en eenden, mits het dier niet ouder is dan twee dagen;f. het verwijderen van een deel van de oorschelp bij knaagdieren, onvruchtbaar gemaakte verwilderde zwerfkatten en dieren die in een dierentuin in groepen worden gehouden; g. het verwijderen van een teen bij pasgeboren knaagdieren;h. het nemen van ten hoogste vijf schubben bij reptielen;i. het verwijderen of perforeren van delen van vinnen, vetvinnen of vinstralen bij vissen;j. het aanbrengen bij vissen van een uitwendig merkteken, mits dit geschiedt door middel van het met een draad in de huid, in onderliggend spierweefsel of in een bekhoek te bevestigen genummerd metalen of kunststof plaatje of genummerd kunststof pijpje of slangetje; k. [Red: vervallen;]l. [Red: vervallen;]m. het verwijderen van de kammen bij wit bevederde mannelijke kippen, mits:n. het dier jonger is dan twee dagen, en1°. nakomelingen van het dier gewoonlijk worden gehouden voor het leggen van eieren voor de menselijke consumptie of voor de productie van vaccineieren. 2°. Artikel 2.7. Voorwaarden uitvoeren ingrepen De ingrepen, bedoeld in de , worden uitgevoerd op zodanige wijze dat bij het dier geen onnodige pijn of onnodig letsel wordt veroorzaakt en dat het dier niet meer dan nodig is in zijn functioneren wordt belemmerd. 1 artikelen 2.1 tot en met 2.6 Bij een dier worden ten hoogste twee lichamelijke ingrepen ter identificatie als bedoeld in verricht. 2 artikel 2.6 § 2. Verrichten van diergeneeskundige handelingen Artikel 2.8. Beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen Als diergeneeskundige handelingen als bedoeld in worden aangewezen: 1 artikel 2.9, derde lid, van de wet het beroepsmatig verrichten van ingrepen als bedoeld in de , , ; a. artikelen 2.2, onderdelen b, c en e 2.5, onderdeel e 2.6, onderdelen a, b, c, d, f, j, k, l, m en n het beroepsmatig verrichten van de ingreep, bedoeld in , bij vissen;b. artikel 2.1, onderdeel b het beroepsmatig verrichten van de ingreep, bedoeld in , mits de ingreep bij een legkip als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van , wordt uitgevoerd door gekwalificeerd personeel; c. artikel 2.2, onderdeel d Richtlijn 1999/74/EG het beroepsmatig verrichten van de ingreep, bedoeld in , mits het dier niet ouder is dan twee dagen; d. artikel 2.6, onderdeel e het beroepsmatig openleggen van zoolzweren bij runderen, schapen en geiten;e. het beroepsmatig injecteren van een mineralenoplossing bij gevogelte, mits:f. het dier niet ouder is dan twee dagen, en1°. de handeling dient ter voorkoming van uitdroging;2°. het beroepsmatig in opdracht van een houder afnemen van bloed bij pluimvee, voor zover deze handeling niet krachtens een ander wettelijk voorschrift aan anderen is voorbehouden; g. het beroepsmatig toepassen van een diergeneesmiddel waarvan toepassing krachtens een voorschrift als bedoeld in is toegestaan, waaronder begrepen het verrichten van een lichamelijke ingreep, indien die ingreep onderdeel uitmaakt van de voor dat diergeneesmiddel voorgeschreven toedieningswijze, voor zover de toediening subcutaan of h. artikel 2.19, derde lid, onderdeel a, van de wet https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=2.8&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=2.9&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:31999L0074 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=2.19&g=2022-01-28&z=2023-03-23 intramusculair plaatsvindt en de handeling niet krachtens een ander wettelijk voorschrift aan anderen is voorbehouden. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de voorwaarden waaronder het afnemen van bloed bij pluimvee, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, en het toepassen van een diergeneesmiddel, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, is toegestaan. 2 Artikel 2.9. Identificeren van dieren Degene die een injecteerbare transponder bij een dier aanbrengt doet hiervan een registratie bij Onze Minister via een daartoe door Onze Minister op grond van aangewezen elektronisch portaal. 1 artikel 3.32 van het Besluit houders van dieren Indien een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid ontbreekt, wordt de registratie rechtstreeks bij Onze Minister gedaan. 2 Degene die een injecteerbare transponder bij een dier aanbrengt, is ingeschreven in een door Onze Minister bijgehouden register. 3 Onverminderd wordt de registratie van een persoon in het register, bedoeld in wordt overgenomen in het register, genoemd in het derde lid. 4 artikel 4.6a artikel 4.3, eerste lid, van de wet Indien een houder een hond overgedragen heeft gekregen zonder injecteerbare transponder of identificatiedocument, wordt de hond uitsluitend geïdentificeerd door een dierenarts. 5 Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de registraties, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid. 6 Hoofdstuk 3. Diergeneeskundigen § 1. Dierenartsassistent paraveterinair Artikel 3.1. Toelating Onze Minister laat tot het beroepsmatig verrichten van de in het tweede lid bedoelde diergeneeskundige handelingen toe, degene die beschikt over een krachtens de vastgestelde kwalificatie van dierenartsassistent paraveterinair. 1 Wet educatie en beroepsonderwijs De handelingen, bedoeld in het eerste lid, zijn:2 het uitvoeren van een behandeling of het onderzoeken van een dier met het oog op het voorkomen, genezen, verzachten, onderkennen of opheffen van een aandoening, dierziekte, zoönose, ziekteverschijnsel, gebrek, of van in- of uitwendig letsel of pijn, daaronder niet begrepen een operatie; a. het toepassen van een diergeneesmiddel waarvan toepassing krachtens een voorschrift als bedoeld in is toegestaan, waaronder begrepen het verrichten van een lichamelijke ingreep, indien die ingreep onderdeel uitmaakt van de voor dat diergeneesmiddel voorgeschreven toedieningswijze, voor zover deze handeling niet krachtens een ander wettelijk voorschrift aan anderen is voorbehouden; b. artikel 2.19, derde lid, onderdeel a, van de wet het verlenen van hulp met betrekking tot de geboorte van een vrucht van een dier, daaronder niet begrepen een operatie; c. het verrichten van handelingen ter ondersteuning van een dierenarts tijdens door de dierenarts uit te voeren handelingen met betrekking tot het verwijderen van een vrucht van een dier, respectievelijk onvruchtbaar maken van een dier; d. inbrengen van een injectienaald ten behoeve van het afnemen van bloed.e. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de onderwerpen waarop de kwalificatie, bedoeld in het eerste lid ten minste betrekking heeft. 3 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de wijze waarop handelingen als bedoeld in het tweede lid worden verricht. 4 Artikel 3.2. Betrokkenheid van de dierenarts De diergeneeskundige handelingen, bedoeld in , worden uitsluitend uitgevoerd op aanwijzing van en onder controle van een dierenarts. 1 artikel 3.1, tweede lid, onderdelen a, b en e De diergeneeskundige handelingen, bedoeld in , voor zover het betreft de toepassing van een diergeneesmiddel teneinde een dier te verdoven of bedwelmen, c en d, worden uitsluitend uitgevoerd onder leiding van en in directe aanwezigheid van een dierenarts. 2 artikel 3.1, tweede lid, onderdelen b Artikel 3.3. Diergeneeskundige handelingen tijdens de opleiding Als diergeneeskundige handelingen als bedoeld in , worden aangewezen het uitvoeren van de handelingen, bedoeld in , onder de leiding van een dierenarts door personen die een opleiding volgen ten behoeve van het behalen van een kwalificatie als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, gedurende de periode waarbinnen de opleiding wordt gevolgd. artikel 2.9, derde lid, van de wet artikel 3.1, tweede lid § 2. Dierenfysiotherapeut Artikel 3.4. Voorwaarden voor de toelating Onze Minister laat tot het beroepsmatig verrichten van de in het tweede lid bedoelde diergeneeskundige handeling, toe, degene die: 1 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035217&artikel=3.32&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=4.3&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=2.19&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=2.9&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006251&artikel=28&g=2022-01-28&z=2023-03-23 in het bezit is van een getuigschrift als bedoeld in , a. artikel 28 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg een opleiding heeft gevolgd ter verkrijging van de noodzakelijke theoretische kennis en praktische vaardigheid om dierfysiotherapie uit te kunnen oefenen, en b. met goed gevolg een examen heeft afgelegd na de opleiding, bedoeld in onderdeel b, waaruit blijkt van voldoende theoretische kennis en praktische vaardigheden om dierfysiotherapie te kunnen uitoefenen. c. De in het eerste lid bedoelde handeling is het uitoefenen van dierfysiotherapie.2 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent:3 de eisen waaraan een opleiding als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, dient te voldoen;a. de inrichting van een examen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, enb. de voorwaarden waaraan is voldaan teneinde een examen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, te mogen afleggen. c. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop het uitoefenen van dierfysiotherapie wordt verricht. 4 Artikel 3.5. Betrokkenheid van de dierenarts Het uitoefenen van dierfysiotherapie wordt uitsluitend toegepast bij een dier na een verwijzing door een dierenarts. § 3. Embryotransplanteur/-winner Artikel 3.6. Voorwaarden voor de toelating Onze Minister laat tot het beroepsmatig verrichten van de in het tweede lid bedoelde diergeneeskundige handelingen toe, degene die beschikt over een krachtens de vastgestelde kwalificatie van embryotransplanteur of embryotransplanteur/-winner, dan wel onderdelen van de kwalificatie waaraan een certificaat is verbonden. 1 Wet educatie en beroepsonderwijs De handelingen, bedoeld in het eerste lid zijn:2 handelingen met betrekking tot het winnen en overzetten van embryo’s of eicellen bij dieren;a. het toepassen van een diergeneesmiddel waarvan toepassing krachtens een voorschrift als bedoeld in is toegestaan, waaronder begrepen het verrichten van een lichamelijke ingreep, indien die ingreep onderdeel uitmaakt van de voor dat diergeneesmiddel voorgeschreven toedieningswijze, voor zover deze handeling niet krachtens een ander wettelijk voorschrift aan anderen is voorbehouden. b. artikel 2.19, derde lid, onderdeel a, van de wet Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent:3 de onderwerpen waarop de kwalificatie, bedoeld in het eerste lid, ten minste betrekking heeft;a. de onderdelen van de kwalificatie, bedoeld in het eerste lid, die ten minste zijn behaald teneinde te worden toegelaten; b. voorwaarden waaraan is voldaan teneinde de kwalificatie of onderdelen van de kwalificatie, bedoeld in het eerste lid, te kunnen behalen. c. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de wijze waarop handelingen als bedoeld in het tweede lid worden verricht. 4 Artikel 3.7. Betrokkenheid van de dierenarts De diergeneeskundige handelingen, bedoeld in , worden uitsluitend uitgevoerd op aanwijzing van en onder controle van een dierenarts. 1 artikel 3.6, tweede lid Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop de dierenarts wordt geïnformeerd over de verrichte diergeneeskundige handelingen, bedoeld in , alsmede over de omstandigheden waaronder deze plaatsvinden. 2 artikel 3.6, tweede lid Artikel 3.8. Diergeneeskundige handelingen tijdens de opleiding Als diergeneeskundige handelingen als bedoeld in , worden aangewezen het uitvoeren van de handelingen, bedoeld in , onder de leiding van een dierenarts door personen die een opleiding volgen ten behoeve van het behalen van een kwalificatie als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, gedurende de periode waarbinnen de opleiding wordt gevolgd. artikel 2.9, derde lid, van de wet artikel 3.6, tweede lid § 4. Activiteiten in kader van de georganiseerde dierziektebestrijding Artikel 3.9. Voorwaarden voor de toelating Onze Minister kan voor zover dat voor de wering en de bestrijding van besmettelijke dierziekten noodzakelijk is voor een periode van ten hoogste één jaar personen of categorieën van personen toelaten tot het beroepsmatig verrichten van door Onze Minister daarbij aan te wijzen diergeneeskundige handelingen. 1 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de opleiding die is gevolgd alsmede het examen of de onderdelen daarvan die met goed gevolg zijn afgelegd door de personen of categorieën van personen, bedoeld in het eerste lid. 2 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de gevallen waarin, de wijze waarop en de periode waarin de diergeneeskundige handelingen, bedoeld in het eerste lid, kunnen worden 3 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006251&artikel=28&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=2.19&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=2.9&g=2022-01-28&z=2023-03-23 verricht. Artikel 3.10. Betrokkenheid van de dierenarts Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de betrokkenheid van de dierenarts bij het verrichten van de diergeneeskundige handelingen, bedoeld in .artikel 3.9, eerste lid § 5. Diergeneeskundigen met een buiten de EER of Zwitserland verkregen bevoegdheid Artikel 3.11. Toelating diergeneeskundigen derde landen Onze Minister kan tot het beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen, bedoeld in , personen toelaten die buiten de Europees Economische Ruimte of Zwitserland de bevoegdheid tot uitoefening van de diergeneeskunde hebben verkregen. 1 artikel 4.1, eerste lid, van de wet Voor de toepassing van de en de daarop berustende bepalingen worden personen die buiten de Europees Economische Ruimte of Zwitserland de bevoegdheid tot uitoefening van de diergeneeskunde in haar volle omvang hebben verkregen en op grond van het eerste lid zijn toegelaten, gelijk gesteld met dierenartsen. 2 wet § 6. Opleiding tot dierenarts Artikel 3.12. Diergeneeskundige handelingen tijdens de opleiding Als diergeneeskundige handelingen als bedoeld in , worden aangewezen het uitvoeren van diergeneeskundige handelingen, onder de leiding van een dierenarts door personen die een opleiding volgen ten behoeve van het behalen van een kwalificatie als bedoeld in gedurende de periode waarbinnen de opleiding wordt gevolgd. artikel 2.9, derde lid, van de wet artikel 1.1, derde streepje, van de wet § 7. Toelating Artikel 3.13. Aanvraag toelating Een toelating als bedoeld in de , , , en , wordt op aanvraag verleend. artikelen 3.1, eerste lid 3.4, eerste lid 3.6, eerste lid 3.11, eerste lid Artikel 3.14. Wijziging gegevens Degene die is toegelaten krachtens de , , , en , stelt Onze Minister binnen een maand in kennis van: artikelen 3.1, eerste lid 3.4, eerste lid 3.6, eerste lid 3.11, eerste lid wijzigingen in de bij de toelating verstrekte gegevens;a. de datum waarop het beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen als bedoeld in , is beëindigd. b. artikel 4.1, eerste lid, van de wet Artikel 3.15. Intrekken toelating Een toelating als bedoeld in de , , , en kan door Onze Minister worden ingetrokken, indien de bij de aanvraag verstrekte gegevens of bescheiden zodanig onjuist of onvolledig blijken dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden bekend waren geweest. artikelen 3.1, eerste lid 3.4, eerste lid 3.6, eerste lid 3.11, eerste lid Artikel 3.16. Nadere regels toelating Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop een aanvraag als bedoeld in , of een wijziging als bedoeld in , wordt ingediend en de gegevens en bescheiden die in het kader van de aanvraag of wijziging worden verstrekt. artikel 3.13 artikel 3.14 Artikel 3.17. Toelating artikel 3.9 De zijn van overeenkomstige toepassing op een toelating als bedoeld in . artikelen 3.14 tot en met 3.16 artikel 3.9 § 8. Overige bepalingen Artikel 3.18. Regels ter uitvoering van EU-rechtshandelingen Bij ministeriële regeling worden, ter uitvoering van EU-rechtshandelingen, regels gesteld over het beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen en de toelating daartoe, die betrekking hebben op beroepskwalificaties en diensten. Hoofdstuk 4. Registratie § 1. Dierenartsen Artikel 4.1. Registratie Een registratie als bedoeld in van een persoon die met goed gevolg een opleiding op het gebied van de diergeneeskunde in haar volle omvang heeft voltooid, vindt op aanvraag plaats. artikel 4.3, eerste lid, van de wet Artikel 4.2. Doorhalen registratie Onze Minister draagt er zorg voor dat een registratie als bedoeld in , wordt doorgehaald indien de desbetreffende persoon het beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen, bedoeld in , heeft beëindigd. 1 artikel 4.1 artikel 4.1, eerste lid, van de wet https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=4.1&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=2.9&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=1.1&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=4.1&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=4.3&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=4.1&g=2022-01-28&z=2023-03-23 Onze Minister kan een registratie als bedoeld in doorhalen indien de bij de aanvraag verstrekte gegevens of bescheiden zodanig onjuist of onvolledig blijken dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden bekend waren geweest. 2 artikel 4.1 Artikel 4.3. Wijziging gegevens Degene die is geregistreerd krachtens , stelt Onze Minister binnen vier weken in kennis van:artikel 4.1 wijzigingen ten aanzien van de bij de registratie verstrekte gegevens;a. de datum waarop het beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen, bedoeld in , is beëindigd. b. artikel 4.1, eerste lid, van de wet Artikel 4.4. Nadere regels registratie dierenartsen Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop een aanvraag als bedoeld in , of een wijziging als bedoeld in , wordt ingediend en de gegevens en bescheiden die in het kader van de aanvraag of wijziging worden verstrekt. artikel 4.1 artikel 4.3 § 2. Diergeneeskundigen niet zijnde dierenartsen, en dierenartsen als bedoeld in artikel 3.11 Artikel 4.5. Registratie Onze Minister draagt er zorg voor dat degene die krachtens de , , , of , is toegelaten tot het beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen wordt ingeschreven in het openbaar register, bedoeld in . artikelen 3.1, eerste lid 3.4, eerste lid 3.6, eerste lid 3.11, eerste lid artikel 4.3, eerste lid, van de wet Artikel 4.6. Doorhalen registratie Onze Minister draagt er zorg voor dat een inschrijving als bedoeld in wordt doorgehaald indien:artikel 4.5 een persoon het beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen, bedoeld in , heeft beëindigd; a. artikel 4.1, eerste lid, van de wet de toelating tot het beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen als bedoeld in , op grond van is ingetrokken. b. artikel 4.1, eerste lid, van de wet artikel 3.15 § 2a. Chippers Artikel 4.6a. Doorhalen registratie en wijziging gegevens Onze Minister draagt er zorg voor dat een inschrijving als bedoeld in , wordt doorgehaald indien een persoon het beroepsmatig inbrengen van injecteerbare transponders heeft beëindigd. 1 artikel 2.9, derde lid Onze Minister kan een inschrijving als bedoeld in , doorhalen indien de desbetreffende persoon in de uitoefening van zijn beroep een voorschrift heeft overtreden dat betrekking heeft op het welzijn of de gezondheid van dieren. 2 artikel 2.9, derde lid is van overeenkomstige toepassing op degene die is ingeschreven krachtens . 3 Artikel 4.3 artikel 2.9, derde lid § 3. Overige bepalingen Artikel 4.7. Opname gegevens in register In het register, bedoeld in , worden de volgende gegevens opgenomen:1 artikel 4.3, eerste lid, van de wet naam en voornamen;a. geslacht;b. geboortedatum en geboorteplaats;c. nationaliteit;d. burgerservicenummer;e. adres onderscheidenlijk adressen waar de praktijk wordt uitgeoefend, met inbegrip van postcode en plaatsnaam onderscheidenlijk postcodes en plaatsnamen; f. woonadres, met inbegrip van postcode en woonplaats;g. voor zover beschikbaar, een e-mailadres;h. beroepsgroep;i. registratienummer en datum van inschrijving.j. In het register, bedoeld in , wordt een aantekening geplaatst van:2 artikel 4.3, eerste lid, van de wet een gedeeltelijke ontzegging van de bevoegdheid tot het beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen indien een beperking is opgelegd krachtens een onherroepelijk geworden rechterlijke of tuchtrechtelijke uitspraak; a. voorwaarden of beperkingen waaronder een toelating is verleend.b. Artikel 4.8. Verstrekken gegevens Aan de betrokkene wordt op diens verzoek medegedeeld wat te zijnen aanzien in het register vermeld staat. 1 Aan een ieder die zulks verlangt, wordt medegedeeld:2 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=4.1&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=4.3&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=4.1&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=4.1&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=4.3&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=4.3&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=4.1&g=2022-01-28&z=2023-03-23 of een persoon in het register, bedoeld in , ingeschreven staat;a. artikel 4.1, eerste lid, van de wet indien een persoon in het register, bedoeld in , ingeschreven staat:b. artikel 4.1, eerste lid, van de wet achternaam en initialen;1°. geslacht;2°. beroepsgroep;3°. adres, onderscheidenlijk adressen waar de praktijk wordt uitgeoefend, met inbegrip van postcode en plaatsnaam onderscheidenlijk postcodes en plaatsnamen; 4°. aantekeningen als bedoeld in .5°. artikel 4.7, tweede lid Hoofdstuk 5. Diergeneesmiddelen Artikel 5.1. Cascade voor dieren die niet voor de productie van levensmiddelen zijn bestemd Een dierenarts kan bij wijze van uitzondering in afwijking van de vergunning voor het in de handel brengen van een diergeneesmiddel, bedoeld in bij dieren waarvoor de dierenarts de verantwoording heeft en die niet voor de productie van levensmiddelen zijn bestemd, met name teneinde deze dieren onaanvaardbaar lijden te besparen, voor een aandoening waarvoor in Nederland geen diergeneesmiddel in de handel is gebracht, een dier behandelen met een diergeneesmiddel: 1 artikel 2.19, eerste lid, van de wet waarvoor een vergunning als bedoeld in is verstrekt voor toepassing bij andere diersoorten of voor een andere aandoening bij dezelfde diersoort, a. artikel 2.1 van het Besluit diergeneesmiddelen waarvoor een handelsvergunning als bedoeld in is verleend, b. artikel 40, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet waarvoor overeenkomstig in een andere EER-lidstaat een vergunning voor het in de handel brengen van een diergeneesmiddel voor toepassing bij dezelfde diersoort of een andere diersoort voor de betrokken aandoening of voor een andere aandoening is verleend, of c. Richtlijn 2001/82/EG dat ex tempore als bedoeld in is bereid.d. artikel 1.1 van het Besluit diergeneesmiddelen Een diergeneesmiddel als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b of onderdeel c, kan slechts worden toegepast indien een diergeneesmiddel als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, niet toepasbaar of beschikbaar is. 2 Een bereiding ex tempore als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, kan slechts worden toegepast, indien een diergeneesmiddel als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onderdeel b, of onderdeel c, niet toepasbaar of beschikbaar is. 3 In afwijking van het eerste lid kan de dierenarts het diergeneesmiddel onder zijn verantwoordelijkheid door iemand anders laten toepassen. 4 Het eerste tot en met vierde lid is slechts van toepassing op paardachtigen indien deze paardachtigen en de producten daarvan niet voor menselijke consumptie bestemd zijn ingevolge een registratie in overeenstemming met bij ministeriële regeling voor de uitvoering van een EU-rechtshandeling voor paardachtigen vastgestelde regels. 5 Het eerste tot en met vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een diervoeder met medicinale werking. 6 Artikel 5.2. Cascade voor dieren die voor de productie van levensmiddelen zijn bestemd Een dierenarts kan bij wijze van uitzondering in afwijking van de vergunning voor het in de handel brengen van een diergeneesmiddel, bedoeld in bij dieren van een bepaald bedrijf waarvoor de dierenarts de verantwoording heeft en die voor de productie van levensmiddelen zijn bestemd, met name teneinde deze dieren onaanvaardbaar lijden te besparen, voor een aandoening waarvoor in Nederland geen diergeneesmiddel in de handel is gebracht, een dier behandelen met een diergeneesmiddel: 1 artikel 2.19, eerste lid, van de wet waarvoor een vergunning als bedoeld in is verstrekt voor toepassing bij een andere diersoort of voor een andere aandoening bij dezelfde diersoort, a. artikel 2.1 van het Besluit diergeneesmiddelen waarvoor een handelsvergunning als bedoeld in is verleend, b. artikel 40, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet waarvoor overeenkomstig in een andere EER-lidstaat een vergunning voor het in de handel brengen voor toepassing bij dezelfde of een andere voor de productie van levensmiddelen bestemde diersoort, voor de betrokken aandoening of voor een andere aandoening is verleend, of c. Richtlijn 2001/82/EG dat ex tempore als bedoeld in is bereid.d. artikel 1.1 van het Besluit diergeneesmiddelen Een diergeneesmiddel als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b of onderdeel c, kan slechts worden toegepast indien een diergeneesmiddel als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, niet toepasbaar of beschikbaar is. 2 Een bereiding ex tempore als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, kan slechts worden toegepast, indien een diergeneesmiddel als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onderdeel b, of onderdeel c, niet toepasbaar of beschikbaar is. 3 In afwijking van het eerste lid kan de dierenarts het diergeneesmiddel onder zijn verantwoordelijkheid door iemand anders laten toepassen. 4 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=4.1&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=4.1&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=2.19&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032386&artikel=2.1&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021505&artikel=40&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32001L0082 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032386&artikel=1.1&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=2.19&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032386&artikel=2.1&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021505&artikel=40&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32001L0082 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032386&artikel=1.1&g=2022-01-28&z=2023-03-23 Bij de toepassing van het eerste lid worden uitsluitend diergeneesmiddelen gebruikt waarvan de farmacologisch werkzame stoffen zijn opgenomen in een krachtens artikel 27, eerste lid, van Verordening (EU) 470/2009 vastgestelde EU-verordening en de dierenarts, indien er geen informatie over de wachttermijn voor de betrokken diersoort op de verpakking van het diergeneesmiddel of diervoeder met medicinale werking is aangebracht of bij deze verpakking is gevoegd, een passende wachttermijn vaststelt die niet minder bedraagt dan: 5 7 dagen voor eieren,a. 7 dagen voor melk,b. vier weken voor vlees van pluimvee en zoogdieren, met inbegrip van vet en afval, enc. 500 graaddagen voor visvlees.d. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent een door de dierenarts bij te houden administratie van gegevens over toepassing van diergeneesmiddelen als bedoeld in het eerste lid, waaronder inrichting van de administratie en bewaartermijnen. 6 In afwijking van het vijfde lid kunnen diergeneesmiddelen waarvan de werkzame stof is vermeld op een lijst als bedoeld in artikel 10, derde lid, van toegepast worden bij paardachtigen indien deze paardachtigen en de producten daarvan voor menselijke consumptie bestemd zijn ingevolge een registratie in overeenstemming met bij ministeriële regeling voor de uitvoering van een EU-rechtshandeling voor paardachtigen vastgestelde regels en de wachttermijn op ten minste zes maanden wordt bepaald. 7 richtlijn 2001/82/EG Het eerste tot en met zevende lid zijn van overeenkomstige toepassing op een diervoeder met medicinale werking. 8 Het eerste tot en met zesde en achtste lid zijn niet van toepassing bij het toepassen van diergeneesmiddelen die substanties met hormonale werking of thyreostatische werking dan wel ß agonisten bevatten als bedoeld in bijlagen II en III bij . 9 Richtlijn 96/22/EG Artikel 5.3. Wachttermijn homeopathische diergeneesmiddelen In afwijking van , bedraagt de wachttermijn na toepassing van een homeopathisch diergeneesmiddel als bedoeld in de en nul dagen, indien de toepassing van de farmacologisch werkzame stof in het diergeneesmiddel bij het betrokken dier in overeenstemming is met een krachtens artikel 27, eerste lid, van Verordening (EU) 470/2009 vastgestelde EU-verordening. 1 artikel 5.2, vijfde lid artikelen 3.4 3.5 van het Besluit diergeneesmiddelen Bij ministeriële regeling worden in het belang van de volksgezondheid, diergezondheid, dierenwelzijn of het milieu regels gesteld voor de toepassing van homeopathische diergeneesmiddelen als bedoeld in het eerste lid, waarvoor overeenkomstig artikel 16, eerste lid, van vóór 31 december 1993 of met toepassing van artikel 19, tweede lid, van , met betrekking tot gezelschapsdieren of exotische dieren, een vergunning voor het in de handel brengen is verstrekt. 2 Richtlijn 2001/82/EG Richtlijn 2001/82/EG Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op een diervoeder met medicinale werking. 3 Artikel 5.4. Bevoegdheid diergeneeskundigen, niet zijnde dierenartsen Een persoon die een beroep uitoefent als bedoeld in de , , of , past een diergeneesmiddel of diervoeder met medicinale werking in de uitoefening van dat beroep slechts toe in de gevallen die zijn aangewezen krachtens . artikelen 3.1 3.6 7.4 7.5 artikel 5.8, eerste lid, onderdelen a en c, van het Besluit diergeneesmiddelen Artikel 5.5. Administratie dierenartsen en andere personen die diergeneeskundige handelingen verrichten Bij ministeriële regeling worden regels gesteld inzake de administratie van de ontvangst, aflevering en toepassing van diergeneesmiddelen, voormengsels voor diervoeder met medicinale werking en diervoeders met medicinale werking door dierenartsen en andere personen, die bevoegd zijn tot het verrichten van diergeneeskundige handelingen. Artikel 5.6. Te verstrekken inlichtingen Dierenartsen en andere personen die bevoegd zijn tot het verrichten van diergeneeskundige handelingen verstrekken, onverminderd , aan de door Onze Minister krachtens , en aangewezen ambtenaren en aan de dierenarts verbonden aan de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit desgevraagd alle inlichtingen over het voorschrijven van diergeneesmiddelen en het uitvoeren van behandelingen met diergeneesmiddelen bij dieren die voor de productie van levensmiddelen bestemd zijn en aan laatstgenoemde meer bepaald de inlichtingen betreffende de naleving door een bepaald bedrijf van krachtens gestelde eisen. artikel 8.4, tweede lid, van de wet artikel 8.1, eerste lid artikel 8.14, eerste lid, van de wet artikel 8.5, tweede lid, van het Besluit diergeneesmiddelen Artikel 5.7. Gevoeligheidsbepaling bij toepassing aangewezen diergeneesmiddelen Bij ministeriële regeling kunnen diergeneesmiddelen aangewezen worden die niet zonder voorafgaande kiemisolatie en gevoeligheidsbepaling door een dierenarts of andere persoon als bedoeld in 1 artikel 4.1, https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32001L0082 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:31996L0022 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032386&artikel=3.4&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032386&artikel=3.5&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32001L0082 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32001L0082 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032386&artikel=5.8&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=8.4&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=8.1&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=8.14&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032386&artikel=8.5&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=4.1&g=2022-01-28&z=2023-03-23 mogen worden toegepast.eerste lid, van de wet Bij ministeriële regeling kunnen regels gesteld worden ten aanzien van de kwaliteit, betrouwbaarheid en controleerbaarheid met betrekking tot de uitvoering van de kiemisolatie en gevoeligheidsbepaling. 2 Het is dierenartsen en andere personen als bedoeld in verboden de diergeneesmiddelen, bedoeld in het eerste lid, toe te passen, indien uit de gevoeligheidsbepaling blijkt dat andere diergeneesmiddelen toepasbaar zijn. 3 artikel 4.1, eerste lid, van de wet Een dierenarts of andere persoon als bedoeld in , kan van het eerste tot en met het derde lid afwijken indien vanwege diergeneeskundige noodzaak een gevoeligheidsbepaling onmogelijk is of onmiddellijke toepassing van het diergeneesmiddel noodzakelijk is. 4 artikel 4.1, eerste lid, van de wet Bij onmiddellijke toepassing van het diergeneesmiddel wordt een gevoeligheidsbepaling zo snel mogelijk alsnog uitgevoerd. 5 Artikel 5.8. Melding aangewezen diergeneesmiddelen in register Een dierenarts of een andere persoon als bedoeld in , doet van het voorschrijven ten behoeve van de aflevering of van de toepassing van bij ministeriële regeling aan te wijzen diergeneesmiddelen in bij ministeriële regeling aan te wijzen gevallen melding in het register waarin de houder van dieren ten behoeve van wiens dieren de diergeneesmiddelen zijn afgeleverd of bij wiens dieren de diergeneesmiddelen zijn toegepast, de melding, bedoeld in heeft gedaan. 1 artikel 4.1, eerste lid, van de wet artikel 1.27, eerste lid, van het Besluit houders van dieren is van toepassing.2 Artikel 1.27, derde lid, van het Besluit houders van dieren zijn van overeenkomstige toepassing. 3 Artikel 1.27, tweede, vierde en vijfde lid, onderdeel b, van het Besluit houders van dieren Artikel 5.9. Bedrijfsgezondheidsplan en bedrijfsbehandelplan Het bedrijfsgezondheidsplan en het bedrijfsbehandelplan, bedoeld in , worden opgesteld door een dierenarts in overleg met de houder van dieren, bedoeld in artikel 1.28, eerste lid, van dat besluit. 1 artikel 1.28, eerste lid, van het Besluit houders van dieren Een dierenarts handelt overeenkomstig het bedrijfsgezondheidsplan en het bedrijfsbehandelplan, bedoeld in het eerste lid, tenzij een diergeneeskundige noodzaak vereist dat hiervan wordt afgeweken. 2 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over:3 de termijn waarbinnen een bedrijfsgezondheidsplan of een bedrijfsbehandelplan wordt opgesteld;a. de onderdelen die een bedrijfsgezondheidsplan of een bedrijfsbehandelplan ten minste bevatten;b. het aantal bedrijfsgezondheidsplannen of bedrijfsbehandelplannen dat kan worden opgesteld;c. evaluatie en aanpassing van een bedrijfsgezondheidsplan of een bedrijfsbehandelplan;d. administratie van een bedrijfsgezondheidsplan of een bedrijfsbehandelplan.e. Hoofdstuk 6. Overig Artikel 6.1. Ontstentenis leden veterinair tuchtcollege en veterinair beroepscollege Bij ontstentenis van benoemde leden van dezelfde beroepsgroep als de beklaagde, kunnen dierenartsen zitting nemen in het veterinair tuchtcollege, dan wel het veterinair beroepscollege. Hoofdstuk 7. Slotbepalingen § 1. Overgangsrecht Artikel 7.1. Ingrepen , vervalt met ingang van 1 januari 2018.1 Artikel 2.2, onderdeel a In , vervallen met ingang van 1 januari 2015 de woorden: of voor de productie van vaccineieren. 2 artikel 2.2, onderdeel b , vervallen met ingang van 1 september 2021.3 Artikel 2.2, onderdelen b en f , vervallen met ingang van 1 januari 2015.4 Artikel 2.2, onderdelen c en e , vervalt met ingang van 1 september 2018.5 Artikel 2.2, onderdeel d , vervallen met ingang van 1 januari 2018.6 Artikel 2.6, onderdelen l en m , vervalt met ingang van 1 juni 2015.7 Artikel 2.7, derde lid, onderdeel a , vervalt met ingang van 1 september 2016.8 Artikel 2.7, derde lid, onderdeel b Artikel 7.2. Diergeneeskundigen niet zijnde dierenartsen en diergeneeskundigen derde landen Tot het beroepsmatig verrichten van de handelingen, bedoeld in de , , , en , zijn toegelaten personen aan wie het verrichten van die handelingen tot het tijdstip van inwerkingtreding van ingevolge de en en de , en is toegestaan. 1 artikelen 3.1, tweede lid 3.4, tweede lid 3.6, tweede lid 3.9, eerste lid 3.11, eerste lid artikel 2.9, eerste lid, van de wet artikelen 5 6 van de Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde artikelen 2 6 9, eerste lid, van het Besluit paraveterinairen Dierenartsassistenten paraveterinair, dierenfysiotherapeuten en embryotransplanteurs die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit zijn ingeschreven in het register van praktiserende dierenfysiotherapeuten, embryotransplanteurs, onderscheidenlijk dierenartsassistenten paraveterinair, 2 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=4.1&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=4.1&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=4.1&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=4.1&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=4.1&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035217&artikel=1.27&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035217&artikel=1.27&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035217&artikel=1.27&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035217&artikel=1.28&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=2.9&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004730&artikel=5&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004730&artikel=6&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005210&artikel=2&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005210&artikel=6&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005210&artikel=9&g=2022-01-28&z=2023-03-23 bedoeld in , zijn van rechtswege ingeschreven in het register, bedoeld in . artikel 20 van de Regeling paraveterinairen artikel 4.3, eerste lid, van de wet , is van overeenkomstige toepassing op de personen, bedoeld in het eerste lid. 3 Artikel 4.6, eerste lid, aanhef en onderdeel a Artikel 7.3. Toelating op basis van opleiding deelkwalificaties Tot 1 januari 2018 laat Onze Minister tot het beroepsmatig verrichten van de in bedoelde diergeneeskundige handelingen toe, degene die beschikt over een krachtens de vastgestelde combinatie van deelkwalificaties die recht geeft op de erkenning dierenartsassistent paraveterinair als bedoeld in , zoals dit luidde onmiddellijk voor inwerkingtreding van dit besluit. 1 artikel 3.1, tweede lid Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 9, eerste lid, van het Besluit paraveterinairen Tot 1 januari 2018 laat Onze Minister tot het beroepsmatig verrichten van de in bedoelde diergeneeskundige handelingen toe, degene die beschikt over een krachtens de vastgestelde combinatie van deelkwalificaties die recht geeft op de erkenning embryotransplanteur of embryotransplanteur/-winner als bedoeld in , zoals dit luidde onmiddellijk voor inwerkingtreding van dit besluit. 2 artikel 3.6, tweede lid Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 6 van het Besluit paraveterinairen De , en zijn van overeenkomstige toepassing op een toelating als bedoeld in het eerst en tweede lid. 3 artikelen 3.13 tot en met 3.16 4.5 4.6 Artikel 7.4. Dierverloskundigen Degenen die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel in het bezit zijn van een geldige, hun ingevolge verleende vergunning tot uitoefening van de verloskunde, zijn toegelaten tot het verlenen van hulp met betrekking tot de geboorte of verwijdering van een vrucht van dieren van in die vergunning genoemde soorten, voor zover deze hulp bestaat uit het beroepsmatig verrichten van de in het tweede lid bedoelde diergeneeskundige handelingen. 1 artikel 5, tweede lid, van de Wet op de Uitoefening van de Diergeneeskunst De handelingen, bedoeld in het eerste lid zijn:2 het zonder operatie of verdoving van het moederdier mogelijk maken van de geboorte van de vrucht, dan wel het verkleinen van de vrucht en het verwijderen ervan in gedeelten zonder operatie of verdoving, niet zijnde epiduraal anesthesie, van het moederdier; a. het door hem die de onder a bedoelde hulp verleent, op het moederdier vóór of onmiddellijk na de geboorte of verwijdering van de vrucht toepassen van de volgende handelingen welke direct met die geboorte of verwijdering verband houden: b. het verrichten van episiotomie bij schapen, geiten, paarden en runderen alsmede het hechten van de ten gevolge van die handeling ontstane wond; 1°. het stoppen van een bloeding in de geboorteweg;2°. het behandelen van een uterusprolaps indien deze tijdens de geboorte van de vrucht ontstaat;3°. het afbinden van een bloedende navelstreng van een pasgeboren vrucht;4°. het toepassen van een diergeneesmiddel in het kader van de onder a en b genoemde ingrepen, waarvan toepassing krachtens een voorschrift als bedoeld in is toegestaan, waaronder begrepen het verrichten van een lichamelijke ingreep, indien die ingreep onderdeel uitmaakt van de voor dat diergeneesmiddel voorgeschreven toedieningswijze, voor zover deze handeling niet krachtens een ander wettelijk voorschrift aan anderen is voorbehouden. c. artikel 2.19, derde lid, onderdeel a, van de wet Degene aan wie een vergunning tot uitoefening van de verloskunde als bedoeld in het eerste lid is verleend, stelt Onze Minister binnen een maand in kennis van: 3 wijzigingen ten aanzien van de bij de registratie verstrekte gegevens;a. de datum waarop de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, zijn beëindigd.b. Artikel 7.5. Castreurs Degenen die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel in het bezit zijn van een geldige, hun ingevolge verleende vergunning tot het castreren, zijn toegelaten tot het beroepsmatig verrichten van de in het tweede lid bedoelde diergeneeskundige handelingen. 1 artikel 5, tweede lid, van de Wet op de Uitoefening van de Diergeneeskunst De handelingen, bedoeld in het eerste lid zijn:2 het onvruchtbaar maken van mannelijke biggen en ramlammeren en, voor zover de in de aanhef genoemde vergunning zich hiertoe uitstrekt, van andere mannelijke varkens en mannelijke schapen en hengsten, stieren, bokken, reuen en katers, een en ander mits de primaire geslachtsklieren bij deze dieren op de normale plaats aanwezig zijn en geen afwijkingen vertonen; a. het door middel van een operatie behandelen van scrotaalbreuken bij varkens, voor zover deze ingreep tegelijkertijd met het onvruchtbaar maken plaatsvindt; b. het toepassen van een diergeneesmiddel in het kader van de onder a en b genoemde ingrepen, waarvan toepassing krachtens een voorschrift als bedoeld in c. artikel 2.19, derde lid, onderdeel a, van de https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006492&artikel=20&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=4.3&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005210&artikel=9&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005210&artikel=6&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004730&artikel=5&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=2.19&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004730&artikel=5&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=2.19&g=2022-01-28&z=2023-03-23 is toegestaan, waaronder begrepen het verrichten van een lichamelijke ingreep, indien die ingreep onderdeel uitmaakt van de voor dat diergeneesmiddel voorgeschreven toedieningswijze, voor zover deze handeling niet krachtens een ander wettelijk voorschrift aan anderen is voorbehouden. wet Degene aan wie een vergunning tot het castreren als bedoeld in het eerste lid is verleend, stelt Onze Minister binnen een maand in kennis van: 3 wijzigingen ten aanzien van de bij de registratie verstrekte gegevens;a. de datum waarop de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, zijn beëindigd.b. Artikel 7.6. Registratie dierverloskundigen en castreurs Dierverloskundigen en castreurs die onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel zijn ingeschreven in het register van dierverloskundigen en castreurs, bedoeld in , zijn van rechtswege ingeschreven in het register, bedoeld in . 1 artikel 10, eerste lid, van de Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990 artikel 4.3, eerste lid, van de wet , is van overeenkomstige toepassing op dierverloskundigen en castreurs. 2 Artikel 4.6, eerste lid, aanhef en onderdeel a § 2. Wijziging andere besluiten Artikel 7.7. Wijziging Besluit diergeneesmiddelen [Red: Wijzigt het Besluit diergeneesmiddelen.] § 3. Slotbepalingen Artikel 7.8. Inwerkingtreding De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. Artikel 7.9. Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit diergeneeskundigen. Origineel slotformulier en ondertekening Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst. Wassenaar, 16 april 2014 Willem-Alexander De Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma Uitgegeven de tweede mei 2014 De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=2.19&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=2.19&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004730&artikel=10&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=4.3&g=2022-01-28&z=2023-03-23 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032386&g=2022-01-28&z=2023-03-23