跳到主要内容
Nelum
荷兰的法律

Decree No. 453 regulating the quality of fish and fish products

颁布于 1989-09-02 · 文本截至 2026-10-01

以研究形式发布的公开法律与官方指引,不构成法律、税务或金融建议。

研究内容本身以英文撰写。标题和标签已翻译,调查结果和引文未翻译。

关于这部法律

语言
English
类型
条例
组织
European Union
国家
荷兰
主题
Food and nutrition
关键词
food safety and quality, inspection, packaging/labelling, non-governmental entity, internal trade, processing/handling

在哪里阅读

    该法律没有记录来源链接。

文本

所收录的法律原文,按条款排列。每个条款都有自己的链接。

  1. 453 Besluit van 2 september 1988; houdende regelingen betreffende de kwaliteit van vis en visprodukten (Landbouwkwaliteitsbesluit vis en visprodukten1 Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlancen, Prinses vJn Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van Onze Minister van Landbouw en Visserij van oktober 1986, nr. J. 6643, Directie Juridische en Bedrijfsorganisato rische Zaken, gedaan mede namens de Staatssecretaris van Wetzijn. Volksgezondheid en Cultuur en de Staatssecretaris van Economische Zaken (A.J. Evenhuis); Overwegende dat, ter bevordering van de afzet, mede met het oog op de uitvoering van de in het kader van de desbetreffende Europese rnarktordening vastgestelde bepalingen, nieuwe regelen met betrekkir·,g '.ot de kwaliteit van vis en visprodukten dienen te word en gesteld; Gelet op de artikelen 2, 3, 4, 6, 7 en 19, eerste !id, van de Landbouw kwaliteitswet (Stb. 1971, 371); Gelet op de in het kader van de gemeenschappelijke marktordening in de sector visserijprodukten door de Raad van de Europese G('!meen schappen vastgestelde Verordening (EEG) nr. 3796/81, (PbEG L 379/1 ), alsmede de Verordening (EEG) nr. 103/76 (PbEG L 1029) en Veror dening (EEG) nr. 104/76 {PbEG L 20/35); Gehoord het Visserijschap, het Produktschap voor Vis en Vispro dukten, het Bedrijfschap voor de Groothandel in Vis en Aanverwaritc:> Bedrijven, de Adviescommissie Warenwet, de Consurnentenbond e:1 het Konsumenten Kontakt; De Raad van State gehoord {advies van 24 december 1986, nr. IN. 11.86.0539); Gezien het nader rapport van Onze Minister v2n Landbouw en Visserij van 23 augustus 1988, nr. J. 6267, Directie Juridische en Bedrijfsorgani satorische Zaken, uitgebracht mede namens de Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur en voornoemde Staatssecretaris van Economische Zaken; Hebben goedgevonden en verstaan: Artikel 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: wet: Landbouwkwaliteitswet {Stb. 1971, 371); Onze Minister: de Minister van Landbouw en Visserij; vis : een of meer van de op een door Onze Minister vast te stellen lijst Staatsblad 1988 453 lever duaro11der begrepen, u1tgezonderd s1er- en aquanumdicren; visprncit1kten een of mppr van de op P.t'n rloor Onze Minister vast tr> s:c::le11 1,i:;t voo,,, s irnend,2 u·, vis verkregc:: ,i:u,:uh.l.Cn, al dan niet na ver:~8:"! :' b~~ ,,f ·:0rvvcrking; vc:-::. ;:·.; :~~ien ~;;::!dr'.ifsn1,-iti'J \~ voorr:JJ~ ~;e~:be~~, vcor~;;~~c:en heht--.;::..1·1 (1+ te ,,!):<.' 2;:~:1bic:j:: -r-, verKo 1;,:;; of afieverci~; produktschap ProduktschJp voor Vis en VisproduKten; Gijksdienst : Rijksu1enst voor de keuring van Vee en v:ees ingesteid biJ besch1kking van de Minister van La-ndbouw en Visserij 1933, m. J 3762 (Stcrt. 181 ). Artikel 2 1 Het is verboden vis en visprodukten te verhandelen. bedrijtsmJti~ te vervoeren, of bedrijfsmatig te be- of verwerken, tenzij is voldJan aan het bepaaide bij of krachtens dit besluit. 2. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toi:passinq op vis en visprodukten waarvan de houder aantoont dat de;:e niet bestcmd zijn voor rnenselijke consumptie. Artilcei 3 Het bepaalde in artikel 2, ·eerste lid, is niet van toepass1r:·;; op binnen gekomen douanegoederen in de zin van de Algemene Wet inzake douane en de accijnzen (Stb 1961, 31 ), tenzij goederen zijn gepiaatst ondcr c!2 regeling «actieve veredeling», Jls bedoeld in de Richtlijn vJn de Raad vJ,, de Europese Gemeenschappen van 4 maart 1969, nr. 69/73 (PbEG L 58), zoals deze is of zal worden gewijzigd. Artil<el 4 1. On1.e Minister kan voor vis en visprodukten regeien stellen met betrekking tot: a. de hoedanigheid, de sortering, de indeling in een of meer kwaliteits kiasse11, de verzorging, de verpakking, de vorm, de afwerkir,g, de aanduiding, de maat en het gewicht; b. de inrichting en het gebruik van bedrijfsgebouwen en vervoermid delen, het gebruik en verbruik van grondstoffen, hulpstoffen en toevoe gingen, de be- of verwerkingswijze, het gebruik van machines, werktuigen en gereedschappen, alsmede de hoedanigheid en het georuik van verpakkingsmiddelen. 2 De in het eerstB lid bedoelde regelen kunnen verschillen naar gelang van de soort, de oorsprong, de herkomst en de geografische bestemming van de vis en visprodukten Artikel 5 1. Onze Minister kan bepalen, dat de in artikel 4, eerste lid, bedoelde regelen in een door hem te bepalen omvang door het bestuur van het produktschap bij verordening worden vastgesteld. 2 Onze Minister kan met betrekking tot het verlenen van de in het eerste lid bedoelde medewerking aanwijzingen geven en regelen stellen. 3. Onze Minister kan bepalen dat krachtens een verordening als bedoeld in het eerste lid, vastgestelde nadere voorschriften en genomen besluiten de goedkeuring behoeven van een door hem aangewezen autoriteit 4. Onze Minister oefent de hem in de voorgaande leden en in artikel 4 toegekende bevoegdheden uit tezamen met Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, voor zover het daarbij de volksgezondheid betreft Staatsblad 1988 453 2 Artikel 6 unze crtike, : . -?:,:::te kvvc'1iilC1 i :-..,:...:JSSC. ~a1·1 n1erken. ~~~n P-,n be·. -<·-=~t:...:kke,i ais C::,~-~--:.~;J de ,,.·vt"":L vJst~;t,2:1~11. die Kur-int::-; ':•~:sch1iier1 ,·,,- 1c, 2. Vis(':~ visprod111<ten wailrvrJor een rnerk, tekc11 of bewiisstuk ais beooeld in i,et eerstn li(i v\1ordt Jebruikt dienen tc voidoen aan de eise11, gelrfende voor vis en visprodukteri wa2rvoor ciat rnerk. teken of bewiisstuk is Vi.Jstgesteicl .:i. On:::c ;-,,~int•;ter k~~n .-r..'!g,.~!en stellcn bt~:re11enrle h,?.t vervaardiQt::·1. voorhanden of 111 voorraaa netJ11en, zornerle het af!everen en gebruik,~,, va;1 rfo in het ecrste !id b.ecJoeld'" rnerken, tr:kenen en bewijsstukkeri r:11 van de clic!ies, sternpels en ar.deri:! werktLJirJen tot hct vervaardig,:;11 of aanbrengen van rnerken, wker,en of bewiisstukken Artil<el 7 1. Het is verboden de iii Jrtikel 6 bed-oelde rnerken, tekenen of lJewir: stukken te gebruiker1 u1 sl ri;d 1ni~t het bij of kr.:1chtcns dit bes!ult bepaalde. 2. Het is \1erboden voor vis en visprodukt8n JJ:--1duidingcn te gebruiken, ·✓velke geiijken op de in artikei 6 becioeide merken, tekenen or bewiJsstukken Artikel 8 1. Vis en visprodukten zijn na aanvoer of bij invoer, onderscheidenlijk voorafgaand aar1 uitvoer, u11Jerworpen aar, een keuring op de eisen, gesteld bij of krachtens dit besluit, volgens door Onze Minister vast te stellen regelen. 2. De in het eerste !id bedoelde regelen kunnen onder rrieer betrekking hebben op de plaatsen waar-, de tijdstippen en de wijze waarop vis en visprodukten ter keuring moeten warden aangerneid, onderscheideniij:. aangeboden. Artil<el 9 De RiJksdienst en de RiJkskeuringsdienst van Vvaren ziJn belast met. de keuring als bedoeld in artikel 8; het uitreiken van rnerken, tekenen of bewiJsstukken, v2stgesteld krachtens artrkel 6. Artikel 10 1. Onze Minister kan, in overeenstemrning mer Onze Minister van Financien, plaatsen aanwijzen vvaarop ten in- of uitvoer besternde vis of visprodukten moeten warden aangeboden ten invoer, onderscheideniijk ten uitvoer. 2. Onze Minister kan plc1atsen aanwijzen waar de aanlanding van bepaalde vis of visprodukten moet plaatsvinden. Artikel 11 1. Onze Minister kan van het bij of krachtens dit besluit bepaalde vrijstelling en op aanvraag ontheffing verlenen, voor zover deze bevoegdheid niet ingevolge het tweede lid aan het produktschap toekomt. 2. lndien Onze Minister uitvoering geeft aan artikel 5, eerste lid, is het produktschap bevoegd vrijstelling en, op aanvraag, ontheffing te verlenen van de door het produktschap gestelde nadere regelen. Staatsbiad 1988 453 3 Het riciv1es v;in dB f-L-iad van State wordt n1et opcnhacir g(~rlli"!<lkt op grrrnd van het bep<Jalde in (1rtik2! 25(1, derde iid, onder b van de 'vVet or, de ~~J:~J ,.-311 State 3 Onze Minister kJn ter ~J~e v,111 ;1ct verlenen van een in het tweede lid t)edoelde vrijsteliing of 011thetfi119 rege!en stellen en aanwijzingen geven. 4. Onze Mini~re( ~~J~ :--Je:,n:,:::~ ... l~:: ~~H~ besiuit waarbii een vrijsteiiing of o,-,,~,effir,g als bedoe1d io het tweede 110 wo.-dt verleend de goedkeuring behoeft vJn een door l~em aange,· 1r)zen Jr.:toriteit. 5. Onze Minister oefe11t de hern ir de voorgaande !eden toegekende bevoegdheden •.c:t lezame11 met Onze r.1inister van Welzijn, Voiksge zondt,eid en Cultuur, voor zover het ,faarbii de volksgezondheic betreft. Artikei 12 Het Uitvoercontrolebesluit Harin9 1964 (Stb 149) wordt ingetrokken Artikel 13 1. Dit besluit treedt in werking met ingan g van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst. 2. Zij kan worden aangehaald als «Landbouwkwaliteitsbesluit vis en visprodukten». Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Ra~d van State. s-Gravenhage, 2 september 1988 Beatrix De Minister van Landbouw en Visserij, G. J. M. Braks Staatsblad 1988 453 Uitgegeven de zesae oktober i 988 De Minister van Justitie, F. Ko, thais Altes 4 NOTA VAN TOELICH I I Nu Paragraaf 1. Algcmeen :;:.!~:~-,'~; : -~ Jrt1r~-. ~ ::::·-: -~~~: L.and: -..,",~,, .. •'• .. ·". vv,Jlite;:<"";\<\-•t:T. \~--h ~~J71 3·,,-1 I Hµt besiuit str,?kt er~oc ce(i b:;s!s te verschaffen voor rege!en nc, t1et geo1r.~11 van de i<vv,.iliteit e;1 k,.alite1tskeu:1ng van ·vis en vi: ;roduktc11 teneinde de afzet te bcvorderen Tevens worcit L,.,oogd de soms ondu1deli;ke situat11c rond de 11rJaq welke eisen aan vis en visprodukten worden ges,cld en '.,io; w,;;lkc die,;:-;: oo deze eise" wordt qecontr()leerd te v,':,;elderen. f\1ee:· ;-;og dan ,n het vF;r!eden vergt het beiJr1g vJn de ~-dzet van prndukten van visscrij en landbouw het vertrouV'1en van de cor,surnent i11 de kwaliteit van die produkteri. De huidige kwaliteitsvoorschrifte11 die ll,i.'t het UOfJrnerk in nation;ial- of EEG-kader zijn getroffen lig(Jen beslote11 in diverse nogal verspreide regelingen, waarop onderstaand nader wordt Inges;aa11 lk Jcht hc,t gewenst deze verschillende regelingen thans in een kader biJi:;en te brengen. Hoofdkenmerk vJn het gekozen systeem is d&t son,mige kwaiiteitsrt:gels een verplicht karakter dragen (met name de eisen waaraan inye11olge de EEG-verordeningen rnoet warden voldaari), rervviJI andere norrnstellingen betreffende de betere kwaliteiten veelal tacuitatief van Jard zullen· zijn. Dit laatste systeem rnaakt he: mogelijk rJe kwcJiiteitsverschillen voor de consurnent beter herkenbaar te maken. In he: vooriiggende ontwerp is voor het Produktschap voor Vis en Vispro dukten een ro: in medebewind voorzien De Europese voorschriften zijn opgenomen in de gemeenschappelijke marktordening in de sector visserijprodukten (Verordening EEG nr. 3796/81 van de Raad (PbEG L 379/1 ). Deze omvat een prijsregeling en een regeling van het handelsverkeer alsmede gemeenschappelijke regels ter nke van de mededinging van in de verordening genoernde vis en visorodukten Voor de uitvoering van de gerneenschappelijke rnarktordening zijn twee in 1976 door de Raad van de Europese Gemeenschappen vastge stelrie verordeningen van belang. Het betreft Verordening (EEG) nr. 103175 van 19 januari 1976 (PbEG L 20/29, als gewijz,gd bij Veror O•c:"'"''.J ( EEG) ,ir. 3166/82, PbEG L 332/4) houdende vaststelling van c,2 gerneenschappelijke handelsnormen voor bepaalde soorten verse of gekoelde vis en Verordening (EEG) nr. 104/76 van 19 januari 1970 (PbEG L 20/35) houdende vaststelling van de gemeenschappelijke handelsnormen voor garnalen (Crangon crangon). Oo basis van deze verordeningen rnogen bepaalde soorten vis en garna!en van de crangon-crangonsoort niet in de Europese Gemeen schap in de handel worden gebracht, indien zij niet voldoen aan de in de verordeningen gestelde eisen van versheid en grootte. Deze Verordeningen (EEG) nr. 103/76 en (EEG) nr. 104/76 zijn ten uitvoer gelegd in vijf autonome verordeningen v3,1 het Produktschap voor Vis en Visrrodukten. Het betreft de Verordening inzake keuring van aangevoerde en ge"importeerde vis 1 980 en Verordening 1 972 EEG handelsnormen zeevissoorten alsmede Verordening 1973 Denatureren EEG-basisvissoorten onderscheidenlijk Verordening 1971 EEG Handels norrnen garnalen en Verordening 1973 Denatureren Crangongarnalen. Daarnaast vindt keuring op eisen van volksgezondheid plaats op basis van de Verordening inzake keuring van aangevoerde en ge"importeerde vis 1980 van het Produktschap voor Vis en Visprodukten. In het licht van de eenheid en doorzichtigheid van regelgevir;g is het de bedoeling dat de door het Produktschap gestelde autonome eisen deel uit gaan maken van de uit hoofde van het onderhavige besluit door het produktschap in medebewind te stellen regelen. Staatsblad 1988 453 5 Voor haring geeft het Uitvoercontr,Jlr, bes1uit Hnring 1964 (Stb. 1.19: '.::t 1 :p de L,ll1l:~otJ\vu1:vucn..--..1t.:;t 193i: (SttJ. l)OC) is aebaseerd, aan het Prodi,ktsch,!f' \'0(~:-- Vis en Visprodu!,::~;:'i de i-:-...... ~.~ :;~· i1tid tot hP.t stc -i".:: . , door .·:1 ,. ~vi1:•1ster ·v·r1i'1 ~Jndbouvv e1: .• .-·y~sqi! ~,:-~.j ~2 !.(f""l11ren e1sen cr-1 r,;qr:::t:r1 J,·1;: . ,nor Lii;..,,.- ~·::::-)11-·:r~--:de r:~~; .:-:~. Dci voorli~rnende kwJ:;:e,:~·'=':;eling voor vis en v:sprwjukten vertoo11t · :!Jkvlakken :1;et de re,~e:ing neergelega ir~ het Visbesiuit (Vv'nrenwet) : s,:.J 1 :J7C, 840). 111 het Visbesluit zrin ::;!gemerie regc,ls Op\;enomen ter t'f'scherrning van volksge::ondheid e11 eeriiikheid in de handel. Do onder haviq,~ !Jndbouwkv✓ ai,te1tsrC!GPling i-~ ,~e 82srs voor kv1.1 Jlitettsregeis ter ~J•~v;.:rdt~rin½ \'~?n ne af?.C!t v;l!: \:is en v1sprodukten. De regeiing laat de in c,t,nor"rnrl 'v\iarerwvetbeslu:t gestelde rer1els onverlet. Het zai evenwcl duidef:Jk Ztj,l dat war,i11, i11 r,Jsu vi s of visprodukten, die niet ten rninste ,:it ee11 oogp1rnt v.Jn 9ezo11dheid onbefispeliJk zijn, nimmer het voorwerp !,111H1r!r1 vorn1e:1 van eer: kwnliteitsrege!111g ter bevordering van de; a~zet. rv1c:de urn die redr11 zJI ,fa keuring door de in de vooriiggende regelirg dciartoe 2a:1,;ewezen Rijksdienstcn mede betrekking hebben op de :1orrnen die bij of k:·ac 11te11s de 'v\/arenwet zijn gesteld. Deze keuze !c,idt ertoc d;:it in het nnr.erhJ•;ig bes!uit, in tegenste!ling tot anderc : anc'.iJciuwkwaliteitslwsiui,en, 11iet is gekozen voor keuring c.q. certifi c·.c::·i;.g door P,en da;:;r-to•.:! oogerichte privaatrechtelijke rechtspersoon Een ande:1~ k,?uze zou namelijk tot gevolg hebben dat niet de beoogde 0,1roc::1lijni,,q ·1an cie bij de keuring betrokken diensten kon worden '.: ,? r~ i l~ t ,--:::,;::;,.,af ~- Huidige situatie betreffende de bij de uitvoering betrokken diensten "18! in paragraaf i beschreven geheel \1Jn regelgeving op het gebied v:rn kwaliteit en keuring van vis en visprodukten heeft ertoe geie;d dat op d,r mo1:1e11t verschillende diensten zowe! bij de keurino 3ls bij het 1oez1cht op de naleving en de controle van de vigerende norrr,stel!ing zijn oetrokken. ~" :, e1gsdienst vJ:1 V✓aren Z!et er op toe dat vis, schaal- en weekdiere11 en deien daarvan aan de eisen van het Visbesluit voldoen. Uir , :e:2 ,{c;~:in,3 <)O geschikthe1d voor menselijke consumptie moet blijken c~a: de vis, schaal- en weekdieren of delen daarvan in deugdeli1ke :oe:;:and ve,~.e,n,n, normaai van kleur, sieur, smaak en consistentie Zijn en \ 1 ~;; vc :~ sch Ch~ 1:; :ijke best a nddelen. Ook mag de '."!Jar geen vreernde stoffen bevatten tenzij is voldaan aan de nader daartoe in het Visbes!uit opgenomen uitzonderingen. Met het opsporen van overtredingen van de voorschriften gesteld bij het Visbesluit zijn behalve de arnbtenaren vJn de R1jkskeuringsdie11st van \IVaren op grond van artike! 18, eerste lid, van de Warenwet ook belast de ambtenaren van de Algemene lnspectiedienst van het Ministerie van Landbouw en Visserij, op grond van de beschikking van de Minister van Justitie van i 5 mei 1979, nr. 455/279 (Stcrt. 1979, 115); en de bij of krachtens artikel 14 1 van het Wetboek van Strafvordering aangewezen ambtenaren en de ambtenaren der invoerrechten en acciJnzen. Overtreding van de voorschriften van het Visbesluit is een economisch delict als bedoe!d in artikel 1, vierde lid, van de Wet op de Economische Delicten ( 1950 Stb. K 258). Op grond van de Verordening inzake keuring van aangevoerde en ge1mporteerde vis 1980 van het Produktschap voor Vis en Visprodukten vindt thans door de Rijksdiensr voor de keuring van Vee en Vlees keuring van de aangevoerde en ge"r"mporteerde vis plaats. Deze keuring strekt er eveneens toe vis te keuren op geschiktheid voor menselijke consumptie. Daarnaast wordt op basis van deze produkt schapsverordening voor zover het de vissoorten betreft genoemd in Stantsblad 1988 453 6 garnalen van de crangonsoorten bedoeld in Verordening (EEG) nr. 104 ·75 (Pt,EG L 20"?5: q<'k.r,urd :,1; de ir, rfo f"::1r,H,ese verordenirl(JC11 g,~stelde eisen van vcrs:·:e1u ,.;·1 ~jruotte .. ,;:~.~ dr~ ::p~(-•• .:. -:;:; v,:3~'. 8c ovef"t(t-~ding'""7:• ,1 .1n h,~~ :~ ~ ·::.~~:c!e bij deze \.1ero1dt::-i:i-:~J , :!:·;c;ok ; ;,:; ~~:--~:.-~re vt:rcrde:~innµ.;i ·.,:30 he! p~;-;:~ 1 :Ltschu~~ ·v·00 1 ·...,·:s !~!1 Vrsprodu~~~:::;:' Is uµ ~}r , .;- -· . :~;1 de b~schi~-~:r~g v<.11~ -=:e ~./11n,01t.:;r v0n J1;s:,1ie van 20 oi.:tober 1:):3~ nr ~S3/269 (Ster•. 1969, 217) de .Alge:-:--:erie lnspecticciienst van het Ministene van Landbouw en \/isserij be!cJst Naast de verplichte ke11riwJ:0 ,· vcrricht de Ri1ksdienst voor de keu 0 in~; \/Jn Vee Ci! \J!ec~s tt:ven,:: ~:;:.;1 irir1(;t:::1 op verzoc~. Deze keuringe:1 vinden op ver·zoek van eeI1 exporteur plaats, orider andere in het geval WilnI1eer he, visirnponereride IJnd eeri bewiJs verlangt dat de vis of het visprodukt aan bepJalde eisen voldoet. Op grnnd van de bevindingen bij een dergelijke keuring wordt cen certificaat verstrekt. Dit certificaat begeleidt de vis of het visprcdukt •wiens h1~t vervoeI· nJar tiet importerende land. Paragraaf 3. Gevolgen van de totstandkoming van het onder havige besiuit Do ho·,enl)>':,,;,1reven rn de loop van de jaren ontstane situatie met ~J0t•ekkir1g UJ: de reg~lgev1ng inzakc kcuring, cert[f!cering en de controle .an vis en visprodukten is niet overzichtelijk. 1,, ;,,t1kei 4 van het oncierhavige besluit wordt een grondsiag gegeven :o:Jr :owei de verplichte i<vvciliteitseisen waaraan vis en visprodukten ir1gevolge met name de EEG-verordeningen moeten voldoen alsmede de op grond van dit besluit bij nadere regelen te stellen kwaliteitseisen voor vis en visorodukten welke veeial facultatief zullen zijn. Facultatief dient in die zin te worden verstaan dat het een ondernemer in beginsel vrij staat om zijn produkt aan hogere kwaliteitsnormen dan de verplichte :nrr,imumnormen te onderwerpen. lndien een ondernemer ter aanduiding daarvan van een rijksmerk gebruik maakt zal hij aan de daarvoor gestelde eisen dienen te voldoen. ~et voeren van een door de Minister op grond van artikel 6 vastgeste!d merk, teken of bewijsstuk dient als teken dat de vis of het visprodukt zich kwalitatief in posirieve zin onderscheidt van de verplichte algemene deugdelijkheids- respectievelijk kwaliteitseisen zoals deze voortvloeien uit de eisen geste Id bij het op de Warenwet gebaseerde Visbesluit en de Europese marktordening. Met betrekking tot de vaststelling van de kwali teitseisen en de inr1chtingseisen voorziet het onderhavige Landbouw kvvaliteitsbesluit vis en visprodukten - gezien de veelal technische en gedetailleerde aard van dergelijke normen - in de in artike! 4 van de Landbouwkwaliteitswet gegeven mogelijkheid van medebewind door het Produktschap voor Vis en Visprodukten. Dit biedt goede mogelijkheden aan te sluiten bij de wensen en ver!angens zoals die bij het betrokken bedrijfsleven bestaan ten behoeve van hat voeren van een actief beleid ter stimulering van de afzet van vis en visprodukten. Evenals de vaststelling van deze eisen kan de uitvoering van de in het kader van de Europese marktordening vastgestelde EEG-verordeningen in medebewind door het produktschap plaatsvinden. Teneinde te bereiken dat de in het onderhavige Landbouwkwaliteitsbe sluit met de keuring belaste Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees ook op de bij of krachtens de Warenwet gestelde eisen kan keuren zal daartoe op basis van artikel 18 van de Warenwet (nieuw) een uitdrukke lijke voorziening vvorden getroffen. In artikel 9 wordt de keuring opgedragen aan de Rijksdienst voor keuring van Vee en Vlees en de Rijkskeuringsdienst van Waren. Met Staatsblad 1988 453 , ............ ,. , .... ....., , ,.~ ......... ...,,,... ,,"'. u'-1 ,,.1,,.;. ,.. ;,1u1,u..)~ 1lo.Jl111yl..UIILIU1e opgegaan in de eerstgenoemde, onder het Ministerie van Landbouw en Visserij ressorterende, Rijksdienst. Hoewel de keuringsaciiviteiten van de genoemde hor1ngcontrnledienst zich oorspronkelijk beperkten tot haring, zi'.:-~ ; ~22nd~vvvs ; iet s:;c~:::!:~ ;~! i ::.!:; v~H1 '✓ iskeu(ing ,en ~~,..~!~icer11;s 'J33n br;striiktJr; Door voor -..:Je forrY1ule van keuri,,g en ce~:,ficering door een ,;jksdienst te kiezen kan de grate kennis erI ervaring d,e de LJ1enst dP-r Nederlandsc Haringcontro!e in de !oop der tijd heeft opgedaan met betiekking tot de kwaliteitskeuring van vis goed worden benut. De keuringsinspanning en de daarmee verband houdende taJkafba kening en waar nodig s':!menwerking tussen de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees en de Rijkskeur1ngsdienst van Waren vindt ploats overeenk0mstig het regeringsstJ11ripunt zoJls neergelegd in de brief vaI1 6 februari 1987, nr. 374655 van de minister-president aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der St2ten~Generaal. Tegen deze achtergrond is niet de aard von de regeling op gro nd waarvan keuring plaatsvindt rnaar veeleer de plaats van de keuring g ekozen om tot een efficiente taakverdeling te kornen. De Rijkskeuringsdienst van Waren verricht derhalve de keuring bij· a. import van vis en visprodukten ten behoeve van de binnenlandse consumptie, met uitzondering van de vis die wordt verhandeld via de visafslag; . b. de be- en verwerkende industrie die zijn produkten in overwegende mate afzet op de binnenlandse markt; c. de detaiihande! en de horeca. De Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees verricht de keuring bij: a. de aanvoer en import van de vis die op de visafslag wordt verhandeld; b. de groothandel en de be- en verwe,kenrle bedriJven die in overwe gende mate voor de export werkzaam zijn. !n JfwiJking van bovenstaande vindt ten aanzien van garnalen alle keuring plaats door de Rijkskeuringsdienst van Waren met uitzondering van ongepe!de garnalen die o,:i de visafs/ag ,·,orden verhandeid. Deze wor·den gekeurd door de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees. Paragraaf 4. Toetsing inzake terughoudendheid met regelgeving Het onderhavige besluit is getoetst aan de hand van de vrageniijst zoais opgenomen in de Aanwijzingen inzake de toetsing van ontwerpen van wet en van algemene maatregelen van bestuur. Voor de doelstelling van het besluit zij verwezen naar het gestelcie in paragraaf 1 van deze nota van toelichting. Daar is eveneens ingegaan op de verhouding van Europese voorschriften en nationale kvvaliteitsregelen. Ook aan de verhouding tot de regelen inzake de volksgezondheid wordt aandacht besteed. In de paragrafen 2 en 3 vvordt nader ir:gegaan op de op grand van dit besluit te treffen normstellingen en delegatiemogelijkheden. De handhaving van de normstellingen in de vorm van controle en toezicht op de naleving van de te stellen normen wordt in deze paragrafen uiteengezet. Tenslotte zij opgemerkt dat geen nieuwe lasten voor de overheid, de burger of het bedrijfsleven uit dit besluit voort vloeien. Staatsblad 1988 453 8 Paragraaf 5. Toelichting op enkele artikelen Art:kei l en 2 Dit c1rtikei oevat een ac1ntai rle!ini:1e~. Uil de definitie van «vis)) ,.,n «visproduktern; en het gestelcie in artikel 2, tweede lid, valt te lezer. dat de voor!iggende regeling uitsluitend betrekking heeft op vis bestemd voor menselijke consumptie. Het eerste lid van artikel 2 bevat de voor de strafb;iorstellinq onder de W'"1 Ecrrnomische Del1cten 11oodrnkeliJke verbodsbepaling. Artlkel 3 In artikel 3 warden van de werkings$foer uitgezonderd de goederen onder douanetoezicht, tenzij het gaat o;o1 actieve veredeling waarop het kwaliteitsbesluit wel van toepassing dient te zijn. Artikel 4 lngevo!ve dit arti~el kunne11 ter bevordering van de afzet voorschritten gegeven worden met betrekking tot verschillende kwaliteitsaspecten van vis en visprodukten en kan vvorde:1 voorzien in een indeling van kwaii teitskiassen. Tevens kunnen te:1 behoeve van een integrale kwaliteitsbe vvaking ender meer inrichtingseisen worden gesteid ten aanzien van de bedrijfsgebouwen en vervoermiddelen, waaronder de vangstschepen mede warden begrepen. Artikel 5 De mogelijkheid bestaat de uitwerking van de regelen, als bedoeld in artikel 4, eerste lid, met betrekking tot daarvoor in aanmerking komende produkten, aan het Produktschap voor Vis en Visprodukten op te dragan. De Minister van Landbouvv en Visserij heeft op grond van het tweede lid de mogelijkheid rege!en te stellen en aanwijzingen te geven met betrekking tot de door het bestuur van het desbetreffende produktschao te verlenen medewerking. Op grand van het derde lid kan bepaald worden dat nadere regelen en besluiten van het desbetreffende produktschap aan de goedkeuring zijn onderworpen van een door de Minister van Landbouw en Visserij aange wezen autoriteit. Het vierde lid geeft aan dat voor zover het de volksgezondheid betreft de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cuituur betrokken is bij het uitoefenen van aan de Minister van Landbouw en Visserij toegekende bevoegdheden. De betrokkenheid van de Minister van Economische Zaken is op grand van het besluit van 13 november 1973 (Stb. 587), houdende regelen ter uitvoering van artikel 5, eerste en tweede lid, van de Landbouwkwali teitswet, reeds geregeld en behoeft derhalve geen nadere regeling in het onderhavige besluit. Artikel 8 en 9 Alie onder de werking van het besluit vallende vis en visprodukten zijn onderworpen aan een keuring door de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees of de Rijkskeuringsdienst van Waren. Bij de keuring wordt onderscheid gemaakt tussen de keuring op de verplichte eisen zoals deze voortvloeien uit de Europese marktordening en de Warenwet en de keuring op de ingevolge de nadere regelen vast te Staatsblad 1988 453 9 stelle11 kwaliteitseisen. lndien de vis of het visprodukt aan deze nadere kwJlrtertss,rsen voldoet 111oge11 Je 1,1 artikel 6 var het besluit hedo,31cie u1erken : -?.;·. enen ot ~~·;.;;;:stl:kke1, w'.:,-,H.!-::!n gevocrd. Ten ac1r1zien · .. ·.:::n beide te o~;J.::::scheide:; ~euringsregimes stc;i~ \Jc Minister van Land t.;cJ'.J\-"J en VisserrJ re::;elen. Uc;:,; , ,:;geien kunne:1 betrekki11g hebben or het uitreiken van merken, teke,,en of bewijs stukken. Deze nadere rege!en kunnen onder meer betrekking hebben op het intensiveren van de keuringen indien geconstateerd wordt dot in vis afkornstig uit bepaalde wateren vastgestelde richtwaarden met hetrekking tot het gehalte aan verontreinigende stoffen ove,:;chreden worden Artikel 7 2 Dit artikel berust op artikel 19 van de Landbouwkwaliteitswet, dat de gelegenheid biedt tot geleidelijke vervangi'ng van de regelingen voorzien bij of krachtens de Landbouwuitvoerwet. De Minister van Landbouw en Visserij, G. J. M. Braks Staatsblad 1988 453 10