跳到主要内容
Nelum
荷兰的法律

Birds Act 1936

颁布于 1936 · 文本截至 2026-10-01

以研究形式发布的公开法律与官方指引,不构成法律、税务或金融建议。

研究内容本身以英文撰写。标题和标签已翻译,调查结果和引文未翻译。

research.laws.repealedOn

关于这部法律

语言
English
类型
法令
组织
European Union
国家
荷兰
主题
Wild species and ecosystems
关键词
birds, hunting/capture, hunting authorization/permit, offences/penalties, protection of species, biodiversity

在哪里阅读

    该法律没有记录来源链接。

文本

所收录的法律原文,按条款排列。每个条款都有自己的链接。

  1. 416745F ISSN 0920 • 2064 Sdu Uitgeverij Plantijnstraat 's-Gravenhage 1994 739 Beschikking van de Minister van Justitie van 7 oktober 1994, houdende plaatsing in het Staatsblad van de tekst van de Vogelwet 1936, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij de wet van 22juni 1994,Stb.573 De Minister van Justitie, Gelet op artikel IV van de wet van 28 oktober 1993, Stb. 586; Besluit: de tekst van de Vogelwet 1936, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij de wet van 22 juni 1994, Stb. 573, in het Staatsblad te plaatsen als bijlage bij deze beschikking. 's-Gravenhage, 7 oktober 1994 De Minister van Justitie, W. Sorgdrager Staatsblad 1994 739 Uitgegeven de achttiende oktober 1994 De Minister van Justitie, W. Sorgdrager TEKST VAN DE VOGELWET 1936 (5TB. 700). ZOALS DEZE LAATSTELIJK IS GEWIJZIGD BIJ DE WET VAN 22 JUNI 1994, STB.573 Paragraaf 1. Algemene bepalingen Artikel 1 Deze wet verstaat onder: 1°. «Onze Minister»: Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij; 2°. «beschermde vogels»: alle vogels, welke behoren tot een der in Europa in het wild levende soorten, met uitzondering van de tam me duiverassen, de tamme knobbelzwanen en de in artikel 2 van de Jachtwet genoemde vogels. Artikel 2 Slechts indien er geen andere bevredigende oplossing bestaat dan het onbeschermd verklaren van een vogelsoort, kan in het belang van de volksgezondheid en de openbare veiligheid, in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer, ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, bedrijfsmatige visserij en wateren of ter bescherming van flora en fauna, bij of krachtens algemene maatregel van bestuur warden bepaald dat bij die maatregel aangewezen vogelsoorten voor bepaalde of onbepaalde tijd, voor geheel Nederland of een deel daarvan, niet warden gerekend tot beschermde vogels. Artikel 3 Deze wet begrijpt mede onder: 1°. «Vogels»: lichamen van dode vogels en delen van vogels al dan niet geprepareerd of op andere wijze geschikt gemaakt om duurzaam te warden bewaard; 2°. «Eieren»: lege schalen van eieren, waaruit de inhoud verwijderd is door een of meer geringe openingen; 3°. «Beschermde vogels»: vogels die zijn voortgekomen uit kruising van een of meer beschermde vogels voor zover die beschermde vogels behoren tot bij algemene maatregel van bestuur aangewezen soorten; 4°. «Produkten van vogels»: al hetgeen afkomstig is van vogels en al hetgeen geheel of gedeeltelijk is vervaardigd uit vogels of uit delen daarvan alsmede alle goederen waarvan uit een begeleidend document, de verpakking, een merk of etiket of enige andere omstandigheid blijkt dat zij afkomstig zijn van of geheel of gedeeltelijk vervaardigd zijn uit vogels of uit delen daarvan; 5°. «Veld»: stranden, schorren, gorzen, kwelders, slikken, wadden, binnenwateren en territoriale wateren. Artikel 4 1. Door Ons kan een Commissie van Bijstand warden ingesteld, welke tot taak heeft Onze Minister desgevraagd of uit eigen beweging van advies te dienen omtrent maatregelen, met betrekking tot de uitvoering dezer wet genomen of te nemen, en hem desgevraagd bij de uitvoering bij te staan. 2. Bij algemene maatregel van bestuur warden nadere regelen gesteld ten aanzien van de bevoegdheid, samenstelling, benoeming en werkwijze der commissie. Staatsblad 1994 739 2 Paragraaf 2. Beschermde vogels en eieren en nesten van beschermde vogels Artikel 5 Het doden, pogen te doden, vangen, pogen te vangen of opzettelijk verontrusten van beschermde vogels is verboden. Artikel 6 (Vervallen) Artikel 7 Het is verboden beschermde vogels, vogels als bedoeld in artikel 2 of produkten van die vogels ender zich te hebben, te koop te vragen, te kopen, te koop aan te bieden, ten verkoop voorhanden of voorradig te hebben, te verkopen, af te leveren, te vervoeren, ten vervoer aan te bieden, tentoon te stellen of binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen. Artikel 7bis Het houden van en deelnemen aan zangwedstrijden en andere wedstrijden, waarbij beschermde vogels zijn betrokken, is verboden. Artikel 8 1. Het zoeken, rapen, uithalen of het opzettelijk vernielen dan wel beschadigen van eieren van beschermde vogels of het verstoren, het opzettelijk vernielen dan wel beschadigen of het wegnemen van hun nesten is verboden. 2. Het pogen eieren van beschermde vogels te rapen of uit te halen en het pogen hun nesten te verstoren of weg te nemen is verboden. Artikel 9 Het is verboden nesten of eieren van beschermde vogels of van vogels als bedoeld in artikel 2 ender zich te hebben, te koop te vragen, te kopen, te koop aan te bieden, ten verkoop voorhanden of voorradig te hebben, te verkopen, af te leveren, te vervoeren, ten vervoer aan te bieden, tentoon te stellen of binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen. Paragraaf 3. Vergunningen en uitzonderingen Artikel 10 1. lndien er geen andere bevredigende oplossing bestaat dan het doden of vangen en daarna vervoeren van beschermde vogels, het zoeken, rapen of uithalen van hun eieren danwel het verstoren of wegnemen van hun nesten, kan vergunning tot het verrichten van deze handelingen warden verleend: a. in het belang van de volksgezondheid en openbare veiligheid, b. in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer, c. ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, bedrijfsmatige visserij en wateren of d. ter bescherming van flora en fauna. Staatsblad 1994 739 3 2. Nietig is elk beding, waarbij de gebruiker van gronden, wateren of bouwwerken zich verplicht geen vergunning, als bedoeld in het vorige lid, aan te vragen of te gebruiken. 3. lndien er geen andere bevredigende oplossing bestaat dan het opzettelijk verontrusten van beschermde vogels, is het verbod in artikel 5 voor zover het daarop betrekking heeft, niet van toepassing op degene die opzettelijk beschermde vogels verontrust: a. in het belang van de volksgezondheid en openbare veiligheid, b. in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer, c. ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, bedrijfsmatige visserij en wateren of d. ter bescherming van flora en fauna. Artikel 11 1. Vergunning kan worden verleend, ten behoeve van de uitoefening van de jacht, tot het terugvangen, onder zich hebben, afleveren, vervoeren of binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een of meer haviken (Accipiter gentilis) of een of meer slechtvalken (Falco peregrinus) of tot het onder zich hebben van eieren en nesten van zodanige haviken of slechtvalken. 2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld betreffende het onder zich hebben van de in het eerste lid bedoelde vogels. Deze regels hebben in ieder geval betrekking op het verstrekken en aanbrengen van ringen of merken aan de vogels en op de registratie van de vogels. Daarbij wordt tevens het aantal vogels dat een houder van een vergunning als bedoeld in het eerste lid onder zich mag hebben aan een maximum gebonden. Artikel 12 1. Het bepaalde in de artikelen 7 en 9 is voor wat betreft het onder zich hebben niet van toepassing ten aanzien van vogels behorend tot bij algemene maatregel van bestuur aangewezen soorten cultuurvogels voor zover de houder van de vogels kan aantonen dat de vogels zijn gekweekt, alsmede ten aanzien van eieren of nesten van zodanige vogels. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het onder zich hebben van de in de eerste volzin bedoelde vogels. Deze regels hebben in ieder geval betrekking op het verstrekken en aanbrengen van ringen of merken aan de vogels en op de registratie van vogels. 2. Vergunning of vrijstelling kan worden verleend tot het vervoeren, afleveren, tentoonstellen of binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen van de in het eerste lid bedoelde vogels. Artikel 13 (Vervallen) Artikel 14 De krachtens artikel 11 verleende vergunningen kunnen niet strekken tot in het veld vervoeren van de in dat artikel bedoelde beschermde vogels: 1°. op zondagen, de Nieuwjaarsdag, de christelijke tweede paas- en pinksterdagen, de Hemelvaartsdag en de beide kerstdagen; 2°. gedurende de tijd tussen zonsondergang en zonsopgang. Staatsblad 1994 739 4 Artikel 15 Vergunning kan warden verleend tot het ender zich hebben, vervoeren, afleveren, ten vervoer aanbieden, tentoonstellen of binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen van dode beschermde vogels. Artikel 15bis 1. Het in artikel 7 bepaalde is, voor wat betreft het ender zich hebben en vervoeren, niet van toepassing ten aanzien van geprepareerde beschermde vogels, welke voorzien zijn van een door een houder van een vergunning als bedoeld in artikel 15 daaraan bevestigd merkteken, welks vorm door Onze Minister wordt vastgesteld. 2. Vergunning kan warden verleend tot het ender zich hebben van andere dan in het eerste lid bedoelde geprepareerde beschermde vogels. Artikel 16 Het aan houders van een vergunning als bedoeld in artikel 15 afleveren van dode beschermde vogels en het vervoeren en ten vervoer aanbieden van die vogels kan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur voorwaardelijk warden toegestaan. Artikel 17 1. Voor zover naar het oordeel van Onze Minister de belangen van natuurbehoud zich daartegen niet verzetten, kan Onze Minister een periode liggende tussen 1 maart en 9 april vaststellen, gedurende welke het, in afwijking van het bepaalde in artikel 8, is toegestaan eieren van de kievit (Vanellus vanellus) te zoeken en te rapen. 2. Het is verboden zich bij het zoeken en rapen van kievitseieren door een of meer honden te doen vergezellen. 3. Het is verboden kievitseieren te zoeken en te rapen op een anders grond buiten tegenwoordigheid van de gebruiker van die grond, tenzij de gebruiker van de grond hiervoor schriftelijk toestemming heeft verleend. De toestemming wordt verleend voor een tijdvak gelegen binnen de periode bedoeld in het eerste lid en geeft op duidelijke wijze aan voor welke percelen en voor welk jaar zij geldt en aan wie zij is verleend. 4. Onze Minister regelt op welke wijze en ender welke beperkingen de in het eerste lid bedoelde handelingen mogen warden verricht en ender welke voorwaarden en beperkingen de in het derde lid bedoelde toestemming mag warden verleend. De beperkingen en voorwaarden hebben in ieder geval betrekking op de verplichting voor degene die eieren zoekt en raapt om nesten en legsels van weidevogels te beschermen. Artikel 18 (Vervallen) Artikel 19 1. Het bepaalde in artikel 9 is, met inachtneming van het bepaalde in het tweede lid, voor wat betreft het ender zich hebben, vervoeren of afleveren niet van toepassing ten aanzien van eieren van kieviten. 2. Het vervoeren of afleveren van de in het eerste lid bedoelde eieren is slechts toegestaan gedurende de raaptijd en de twee daarop volgende dagen, met dien verstande, dat het vervoeren van de eieren gedurende deze twee dagen slechts binnen de bebouwde kom van gemeenten of langs openbare wegen en paden is toegestaan. Staatsblad 1994 739 5 Artikel 20 Het bepaalde in de artikelen 5, 7, 8 en 9 geldt niet ten aanzien van beschermde vogels behorend tot door Onze Minister aangewezen soorten en hun produkten, eieren of nesten waarvan de houder kan aantonen dat deze zijn gekweekt of op het grondgebied van een der andere Lid-Staten van de Europese Gemeenschappen dan Nederland op geoorloofde wijze zijn verkregen. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot het in de vorige volzin bepaalde voorwaarden en beper kingen warden gesteld. Artikel 21 In het belang van de vogelstand, de opvoeding of de wetenschap kan vergunning warden gegeven tot het verrichten van bij de artikelen 5, 7, 8 en 9 verboden handelingen. Artikel 22 1. Vergunning kan warden verleend tot het gebruik maken van vuurwapenen bij het doden van beschermde vogels en vogels, bedoeld in artikel 2. 2. Zij, die voorzien zijn van een jachtakte, warden geacht vergunning tot het gebruik maken van vuurwapenen bij het doden van vogels, bedoeld in artikel 2, te hebben verkregen, op voorwaarde, dat zij daarvan geen gebruik maken, wanneer de grand met sneeuw bedekt is en op de dagen en tijden genoemd in artikel 14. Artikel 23 1. Bij algemene maatregel van bestuur kan het onder zich hebben, gebruiken, te koop vragen, kopen, te koop aanbieden, ten verkoop voorhanden of voorradig hebben, verkopen, afleveren, vervoeren, ten vervoer aanbieden of binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen van daartoe aangewezen middelen voor het doden of vangen van beschermde vogels en van vogels, bedoeld in artikel 2, warden verboden of niet dan voorwaardelijk warden toegestaan. 2. Bij algemene maatregel van bestuur kan het zich in het veld bevinden met bepaald aangewezen middelen, geschikt tot het vangen of doden van de in dit artikel bedoelde vogels, warden verboden of niet dan voorwaar delijk warden toegestaan. 3. Het plaatsen en het gebruiken van vallen, kooien, netten, strikken, lijmstokken en van alle andere middelen tot het in massa vangen of doden van beschermde vogels is verboden. Artikel 24 (Vervallen) Artikel 25 1. Van een krachtens deze wet verleende vergunning mag op gronden en wateren, die toebehoren of waarvan de ondergrond toebehoort aan een ander dan de vergunninghouder en die niet bij de vergunninghouder in gebruik zijn, slechts gebruik warden gemaakt in tegenwoordigheid van de eigenaar of met diens schriftelijke toestemming. 2. Is een ander dan de eigenaar gebruiker der gronden en wateren, dan is het gezelschap of de schriftelijke toestmming van de gebruiker vereist. Staatsblad 1994 739 6 Artikel 26 Geen vergunning wordt verleend aan personen beneden de leeftijd van achttien jaren en aan hen, die in de twee jaren, voorafgaande aan hun verzoek tot het verkrijgen van een vergunning, wegens een der bij deze wet of bij artikel 70 der Jachtwet strafbaar gestelde feiten zijn veroordeeld of die de vervolging deswege overeenkomstig de bepalingen van artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht hebben voorkomen. Artikel 27 1. De bij deze wet bedoelde vergunningen of vrijstellingen worden verleend overeenkomstig regelen en op voorwaarden, bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgesteld. 2. Als voorwaarde voor het verkrijgen van een vergunning kan betaling van een geldsom slechts worden gesteld voor de vergunningen, bedoeld in de artikelen 11, 12 en 15. 3. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat een vergoeding van de kosten van het verstrekken van ringen of van merken of van het registreren van vogels, als bedoeld in artikel 11, tweede lid, artikel 12, eerste lid en artikel 35, vierde lid, kan worden geheven, overeenkomstig een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen tarief. Artikel 27a 1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ter uitvoering van krachtens het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap vastgestelde verplichtingen inzake onderwerpen waarop deze wet van toepassing is, regels worden gesteld. Bij deze regels kan de opsomming van handelingen, bedoeld in de artikelen 5, 7, 8, 9, 10, 11, 12, tweede lid, 15, 15bis, 23 en 35, worden aangevuld. 2. Bij de regels, bedoeld in het eerste lid, kan worden afgeweken van het bij deze wet bepaalde in zoverre het betreft: a. de soorten, waarop ingevolge het bepaalde in artikel 1, onder 2°, deze wet van toepassing is; b. de voorwaarden, genoemd in artikel 2, op grond waarvan vogel soorten onbeschermd kunnen worden verklaard; c. de gevallen waarin vergunning kan worden verleend tot het verrichten van bij deze wet verboden handelingen ten aanzien van beschermde vogels; d. de voorwaarden, genoemd in artikel 10, derde lid, op grond waarvan beschermde vogels mogen worden verontrust. Artikel 28 (Vervallen) Artikel 29 De ondernemer van een openbaar middel van vervoer wordt als zodanig niet vervolgd, indien de naam en de woonplaats van de afzender van de voorwerpen, waarmede de overtreding is gepleegd, bekend zijn of op eerste aanmaning van de ambtenaar van het Openbaar Ministerie binnen een door dezen te bepalen termijn door de ondernemer wordt bekendgemaakt. Staatsblad 1994 739 7 Artikel 30 Met het opsporen van overtredingen van de bij of krachtens deze wet gestelde voorschriften, zijn belast, behalve de bij artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering aangewezen ambtenaren: 1. de ambtenaren der invoerrechten en accijnzen; 2. zij, die daartoe door Onze Minister zijn aangewezen. Artikel 31 1. De opsporingsambtenaren zijn bevoegd tot inbeslagneming van daarvoor vatbare voorwerpen. Zij kunnen daartoe hun uitlevering vorderen. 2. De ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, hebben toegang tot elke plaats, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. 3. Zij zijn bevoegd zich te doen vergezellen door personen die daartoe door hen zijn aangewezen, voor zover dit voor het doel van het betreden redelijkerwijs nodig is. 4. De opsporingsambtenaren zijn bevoegd inzage te verlangen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijs nodig is. Artikel 32 {Vervallen) Artikel 33 {Vervallen) Artikel 34 {Vervallen) Artikel 35 1. Het bepaalde in artikel 7 betreffende het ender zich hebben, afleveren, vervoeren, ten vervoer aanbieden, binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of tentoonstellen van beschermde vogels of produkten van beschermde vogels, geldt niet ten aanzien van delen van beschermde vogels, andere dan huiden of delen van huiden, al dan niet geprepareerd of op andere wijze geschikt gemaakt om duurzaam te warden bewaard, en produkten van beschermde vogels, waarvan de houder kan aantonen dat deze op geoorloofde wijze zijn verworven v66r de inwerkingtreding van dit artikel. 2. Het bepaalde in artikel 7 onderscheidenlijk artikel 9 betreffende het ender zich hebben, afleveren, vervoeren, ten vervoer aanbieden, binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of tentoonstellen van beschermde vogels of produkten van beschermde vogels onderschei denlijk van nesten of eieren van beschermde vogels geldt niet ten aanzien van beschermde vogels, behorende tot een ganze- of eendesoort die tot de inwerkingtreding van dit artikel tot wild in de zin van artikel 2 van de Jachtwet (Stb. 1954, 523) gerekend werd, en die niet zijn gekweekt, alsmede ten aanzien van de eieren, nesten en produkten van zodanige vogels, voor zover de houder van die vogels, produkten, nesten of eieren kan aantonen dat hij deze op geoorloofde wijze heeft verworven v66r de inwerkingtreding van dit artikel. 3. Het bepaalde in artikel 7 onderscheidenlijk artikel 9 betreffende het ender zich hebben, afleveren, vervoeren, ten vervoer aanbieden, binnen Staatsblad 1994 739 8 of buiten het grondgebied van Nederland brengen of tentoonstellen van beschermde vogels onderscheidenlijk van nesten of eieren van beschermde vogels geldt niet ten aanzien van beschermde vogels, behorende tot een ganze- of eendesoort die tot de inwerkingtreding van dit artikel tot wild in de zin van artikel 2 van de Jachtwet (Stb. 1954, 523) gerekend werd en waarvan de houder kan aantonen dat de vogels zijn gekweekt, alsmede ten aanzien van de eieren en nesten van zodanige vogels. 4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld betreffende het onder zich hebben van de in het tweede en derde lid bedoelde vogels. Deze regels hebben in ieder geval betrekking op het verstrekken en aanbrengen van ringen of merken aan die vogels en op de registratie van die vogels. 5. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorts soorten worden aangewezen ten aanzien waarvan het bepaalde in het eerste, tweede en derde lid, niet van toepassing is dan wel slechts onder bij dat besluit gestelde voorwaarden of beperkingen is toegestaan, welke verschillend kunnen worden vastgesteld naar gelang de onderscheiden handelingen. Paragraaf 5. Slotbepalingen Artikel 36 Deze wet treedt in werking met ingang van een nader door Ons te bepalen dag. Artikel 37 Met het in werking treden dezer wet vervallen de bepalingen van de Vogelwet 1912, behalve ten aanzien van de begane strafbare feiten. Artikel 38 In het eerste lid van artikel 3 onder 6° bis van de Wet van 9 Mei 1890 (Staatsblad no. 81), houdende verbodsbepalingen tegen het dragen van wapenen, wordt het getal «1912» vervangen door het jaartal, bedoeld in artikel 39. Artikel 39 Deze wet kan worden aangehaald onder de titel van «Vogelwet», met bijvoeging van het jaartal van het Staatsblad, waarin zij zal worden afgekondigd. Staatsblad 1994 739 9

Birds Act 1936 · Nelum