Act No. 38 of 2004 to amend the Fertilizing Substances Act and the Act relative to the restructuring of the pig industry in relation with cancellation of second-round generic discounts and some practical improvements
颁布于 2003-12-10 · 文本截至 2026-10-01
以研究形式发布的公开法律与官方指引,不构成法律、税务或金融建议。
研究内容本身以英文撰写。标题和标签已翻译,调查结果和引文未翻译。
关于这部法律
- 原标题
- Wet van 10 december 2003 tot wijziging van de Meststoffenwet en van de Wet herstructurering varkenshouderij in verband met het schrappen van de tweede generieke korting en het aanbrengen van enkele praktische verbeteringen.
- 语言
- Dutch
- 类型
- 法令
- 国家
- 荷兰
- 主题
- Livestock, Land and soil, Cultivated plants
- 关键词
- animal production, swine, non-governmental entity, pollution control, soil pollution/quality, fertilizers/nutrients, internal trade, authorization/permit, inspection, plant production
- 类别
- agriculture
在哪里阅读
该法律没有记录来源链接。
文本
所收录的法律原文,按条款排列。每个条款都有自己的链接。
542 Wet van 10 december 2003 tot wijziging van de Meststoffenwet en van de Wet herstructurering varkenshouderij in verband met het schrappen van de tweede generieke korting en het aanbrengen van enkele praktische verbeteringen Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om in de Meststoffenwet enkele praktische verbeteringen aan te brengen, om de belemmeringen in die wet en de Wet herstructurering varkenshouderij voor samenvoegen van bedrijven weg te nemen en om in de Wet herstructurering varkenshouderij de tweede generieke korting te schrappen; Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: ARTIKEL I De Meststoffenwet1 wordt als volgt gewijzigd: A Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het vierde lid komt te vervallen. 2. Het vijfde lid wordt vernummerd tot vierde lid. B In artikel 17, eerste lid, wordt «bijlage A» vervangen door: bijlage F. C Artikel 41 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het vierde lid komt te vervallen. Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2003 Staatsblad 2003 542 1 • JE MAINTIENDRAI 2. Het vijfde tot en met zevende lid worden vernummerd tot vierde tot en met zesde lid. D In artikel 43, eerste lid, van de Meststoffenwet wordt «de voorgaande drie kalenderjaren» vervangen door: de voorgaande zes kalenderjaren. E Na artikel 56 wordt het volgende artikel ingevoegd: Artikel 56a In zoverre in afwijking van artikel 55, eerste lid, en onverminderd artikel 55, derde lid, is het toegestaan op een bedrijf waarop een niet-gebonden mestproductierecht rust de mestproductie uit te breiden met ten hoogste 125 kilogram fosfaat per jaar per hectare waarmee de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond wordt vergroot. F In artikel 58i, derde lid, wordt «wordt de toepassing» vervangen door: wordt voor de toepassing. G Artikel 58ae komt te luiden: Artikel 58ae 1. Het in artikel 58aa gestelde verbod geldt niet voor die hoeveelheid dierlijke meststoffen waarvan de producent kan aantonen dat deze: a. op grond van een mestafzetovereenkomst is afgevoerd naar een door Onze Minister erkende mestverwerker; b. in de vorm van onbewerkte, ingedikte of gedroogde pluimveemest op grond van een mestafzetovereenkomst is afgevoerd naar een door Onze Minister erkende exporteur; of c. door de producent, die daartoe door Onze Minister is erkend, op zijn bedrijf, 1°. onomkeerbaar is verwerkt tot producten die niet als dierlijke meststoffen of overige organische meststoffen kunnen worden aange merkt of tot samengestelde meststoffen die fosfor en stikstof dan wel ten minste één van deze elementen en kalium bevatten en voldoen aan de eisen gesteld in richtlijn nr. 76/116/EEG van de Raad van de Europese Unie van 18 december 1975 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten inzake meststoffen (PbEG 1976, L 24), 2°. is be- of verwerkt tot dierlijke meststoffen met een droge-stofgehalte van ten minste 86% en vervolgens rechtstreeks of door tussenkomst van een derde buiten Nederland is afgezet, 3°. is be- of verwerkt tot door bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen producten die vervolgens worden afgevoerd naar bij of krachtens de maatregel te bepalen afnemers, niet zijnde bedrijven of ondernemingen, 4°. door middel van een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen be- of verwerkingsmethode is be- of verwerkt tot dierlijke meststoffen van een constante samenstelling en kwaliteit, waarvan aannemelijk is dat er een aanmerkelijk grotere afzetmarkt voor bestaat dan voor niet be- of verwerkte dierlijke meststoffen, of Staatsblad 2003 542 2 5°. anderszins is be- of verwerkt en vervolgens rechtstreeks buiten Nederland is afgezet of is afgevoerd naar een erkende exporteur. 2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor de toepassing van het eerste lid ten aanzien van door de producent op zijn bedrijf geproduceerde dierlijke meststoffen. Deze betreffen in ieder geval: a. de termijn waarbinnen de meststoffen worden afgevoerd naar de erkende mestverwerker of erkende exporteur, dan wel door de producent na be- of verwerking worden afgevoerd of afgezet, en de wijze waarop deze afvoer of afzet wordt aangetoond; b. de be- of verwerking van de meststoffen door de producent, met inbegrip van de bedrijfsmiddelen met behulp waarvan en de termijn waarbinnen dit geschiedt, en de wijze waarop de be- of verwerking wordt aangetoond. 3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden de voorwaarden gesteld die door een producent, een mestverwerker of een exporteur moeten zijn vervuld, om in aanmerking te komen voor een erkenning als bedoeld in het eerste lid. Deze betreffen in ieder geval: a. de voorgenomen be- of verwerking en afzet; b. de bedrijfsmiddelen; c. de mate waarin wordt gewaarborgd dat de op grond van een mestafzetovereenkomst op de onderneming van de mestverwerker aangevoerde dierlijke meststoffen op overeenkomstige wijze worden be of verwerkt, afgezet of afgevoerd als in het eerste lid, onderdeel c, is bepaald; d. de mate waarin wordt gewaarborgd dat de dierlijke meststoffen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, en bedoeld in onderdeel c, tijdig door de producent, onderscheidenlijk de mestverwerker worden be- of verwerkt, en dat deze meststoffen tijdig worden afgezet binnen de termijn, bedoeld in het vierde lid, onderdeel b; e. de zekerheid dat de exporteur de op zijn bedrijf aangevoerde dierlijke meststoffen tijdig en rechtstreeks buiten Nederland afzet; f. de zekerheid dat, ingeval de mestverwerker of exporteur na erkenning zijn verplichtingen jegens de producent van de dierlijke meststoffen niet kan nakomen, diens verplichtingen door een andere erkende mestver werker, onderscheidenlijk exporteur worden nagekomen of schadever goeding wordt geboden. 4. Bij of krachtens de maatregel worden aan de erkenning door Onze Minister van een producent, van een mestverwerker en van een exporteur voorschriften en beperkingen verbonden. Deze betreffen in ieder geval: a. voortdurende voldoening aan de voorwaarden, bedoeld in het derde lid; b. be- of verwerking van de dierlijke meststoffen door de producent of mestverwerker overeenkomstig de wijze en binnen de termijn, voorge schreven bij of krachtens de maatregel, en de wijze waarop deze be- of verwerking wordt aangetoond; c. afzet van de meststoffen die niet onomkeerbaar zijn verwerkt tot producten die niet als dierlijke meststoffen of overige organische meststoffen kunnen worden aangemerkt overeenkomstig de wijze en binnen de termijn, voorgeschreven bij of krachtens de maatregel en de wijze waarop dit wordt aangetoond. 5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de maximum hoeveelheid dierlijke meststoffen tot de afname waarvan de mestverwerker of exporteur zich bij mestafzet overeenkomst kan verplichten. 6. Door Onze Minister kunnen aan een erkenning verdere beperkingen en voorschriften worden verbonden. Staatsblad 2003 542 3 H In artikel 58ah, onderdeel a, onder 4°, wordt «mestbe- ofverwerker» vervangen door: mestbe- of -verwerker. I De artikelen 58aj en 58ak komen te luiden: Artikel 58aj 1. De partij bij een mestafzetovereenkomst die zich verplicht tot de aanvoer van dierlijke meststoffen heeft, vanaf het tijdstip waarop voor haar bedrijf ingevolge die overeenkomst de verplichting tot aanvoer van dierlijke meststoffen geldt, op elk moment in het resterende gedeelte van het desbetreffende kalenderjaar een mestaanvoerruimte die ten minste zo groot is als de hoeveelheid dierlijke meststoffen waarop die mestafzet overeenkomst betrekking heeft. 2. De mestaanvoerruimte van een bedrijf op het in het eerste lid bedoelde tijdstip wordt bepaald door de overeenkomstig artikel 58ai, onderdeel a, onder 1°, 2°, 3° en 4°, bepaalde hoeveelheid te verminderen met de hoeveelheid dierlijke meststoffen waarvoor in het desbetreffende kalenderjaar ingevolge een andere mestafzetovereenkomst reeds een verplichting tot aanvoer op het bedrijf geldt. Artikel 58ak 1. De partij bij een mestafzetovereenkomst die zich verplicht tot de aanvoer van dierlijke meststoffen heeft, in het kalenderjaar waarin voor haar bedrijf ingevolge die overeenkomst de verplichting tot aanvoer van dierlijke meststoffen geldt, een mestaanvoerruimte die ten minste zo groot is als de hoeveelheid dierlijke meststoffen die in het desbetreffende jaar op grond van een mestafzetovereenkomst op het bedrijf kan worden aangevoerd. 2. De in het eerste lid bedoelde mestaanvoerruimte van een bedrijf wordt bepaald door de overeenkomstig artikel 58ad, onderdeel a, bepaalde hoeveelheid te vermeerderen met de hoeveelheid op het bedrijf geproduceerde of aangevoerde dierlijke meststoffen die in het desbetref fende kalenderjaar op grond van een mestafzetovereenkomst naar een erkende exporteur of erkende mestbe- of -verwerker kan worden afgevoerd. J In artikel 58am, wordt «58aj, derde lid, en 58ak, derde lid» vervangen door: 58aj, tweede lid, en 58ak, tweede lid. K Artikel 58an wordt als volgt gewijzigd: 1. Onderdeel c van het eerste lid komt te luiden: c. de wederpartij bij de overeenkomst heeft in het desbetreffende jaar niet in strijd gehandeld met de artikelen 58aj, eerste lid, 58aka, eerste lid, en 58al. 2. In het tweede lid wordt «artikel 58aj, onderscheidenlijk artikel 58ak, tweede en derde lid,» vervangen door: artikel 58aj. 3. Het derde lid komt te luiden: Staatsblad 2003 542 4 3. Het eerste lid, onderdeel c in samenhang met de aanhef, geldt niet ingeval de wederpartij die in strijd heeft gehandeld met artikel 58aj, eerste lid, in het desbetreffende jaar de mestaanvoerruimte zodanig vergroot dat niet langer sprake is van overtreding van dat artikellid. 4. In het vierde lid wordt «het in artikel 58aj, eerste lid, 58ak, eerste lid, 58aka, eerste lid, of 58al gestelde verbod heeft overtreden,» vervangen door: in strijd heeft gehandeld met artikel 58aj, eerste lid, 58ak, eerste lid, 58aka, eerste lid, of 58al. L Artikel 58ao, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd: 1. In de aanhef wordt «58aj, derde lid, en 58ak, derde lid,» vervangen door: 58aj, tweede lid,. 2. Onderdeel b komt te luiden: b. de wederpartij bij de overeenkomst heeft niet in strijd gehandeld met de artikelen 58aj, eerste lid, 58aka, eerste lid, en 58al. M In artikel 58ap wordt «58aj, tweede en derde lid, 58ak» vervangen door: 58aj, tweede lid,. N In artikel 58aq, tweede lid, wordt «58aj, derde lid, en 58ak, derde lid» vervangen door: 58aj, tweede lid, en 58ak, tweede lid. O Na artikel 58ap wordt het volgende artikel ingevoegd: Artikel 58apa 1. Voor de toepassing van de artikelen 58ad en 58ai en voor de toepassing van de artikelen 58aj, tweede lid, en 58ak, tweede lid, in samenhang met de artikelen 58ad en 58ai, wordt, in zoverre in afwijking van artikel 1, eerste lid, onderdeel q, landbouwgrond die of natuurterrein dat in een kalenderjaar door een bedrijf in gebruik wordt gegeven aan een ander bedrijf aangemerkt als tot het bedrijf van de ingebruikgever behorende oppervlakte landbouwgrond of natuurterrein en niet als tot het bedrijf van de ingebruiknemer behorende oppervlakte landbouwgrond of natuurterrein, indien is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. het ingebruikgevende bedrijf had de grond tot het moment van ingebruikgeving in gebruik krachtens een van de titels, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel q, en derde lid; b. de ingebruikgeving geschiedt overeenkomstig de regels gesteld krachtens artikel 1a, tweede lid; en c. het ingebruikgevende bedrijf sluit met het ingebruiknemende bedrijf een overeenkomst waarbij dit artikel van toepassing wordt verklaard op de in gebruik gegeven grond en het ingebruiknemende bedrijf zich verplicht tot de aanvoer in dat jaar van een hoeveelheid dierlijke meststoffen die wordt bepaald door de oppervlakte van de in gebruik gegeven grond achtereenvolgens te vermenigvuldigen met de per hectare van die grond overeenkomende hoeveelheid stikstof, bedoeld in artikel 58ai, onderdeel a, onder 1° en 2°, en met de breuk die wordt gevormd Staatsblad 2003 542 5 door het aantal maanden waarvoor de grond in dat jaar in gebruik wordt gegeven te delen door twaalf. 2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor de toepassing van het eerste lid. P Artikel 63 komt te luiden: Artikel 63 1. Met betrekking tot de voorbereiding van een algemene maatregel van bestuur of een ministeriële regeling als bedoeld in de artikelen 1, onderdelen aa en ac, 3, 5, 6, 6a, 44, 46, 47, 48, 49, 50, 51, 54, 55, vierde en zesde lid, 58, 58k, 58t, 58ae, 58aka, 58aq, 59, eerste lid, en 75 is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, met dien verstande dat daaraan toepassing wordt gegeven door Onze Minister. 2. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder. 3. Het eerste lid vindt geen toepassing voorzover met de algemene maatregel van bestuur of de ministeriële regeling uitvoering wordt gegeven aan een bindend besluit van de Raad van de Europese Unie, van het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of van de Commissie van de Europese Gemeenschappen. Q In de tabel van bijlage A bij de Meststoffenwet vervalt telkens het kopje «fosfaat», het kopje «stikstof» en de kolom met forfaits voor de bepaling van de omvang van de mestproductie per dier uitgedrukt in kilogrammen stikstof, en wordt «uitgedrukt in kilogrammen:» telkens vervangen door: uitgedrukt in kilogrammen fosfaat. R Artikel B1 van bijlage B wordt als volgt gewijzigd: 1. In onderdeel a, onder 2°, wordt «sceptictanks» vervangen door: septictanks. 2. In onderdeel b wordt «mits blijkens door de producent van de compost over te leggen gegevens dit product kennelijk niet geheel» vervangen door: tenzij blijkens door de producent van de compost over te leggen gegevens dit product kennelijk geheel. S In bijlage C bij de Meststoffenwet wordt de tabel vervangen door de volgende tabel: Tabel, behorende bij bijlage C bij de Meststoffenwet Mestvorm Diercategorie Bedrijfssysteem Mestcode Kg fosfaat per 1000 kg mest Kg stikstof per 1000 kg mest I. Rundvee 1. Vaste mest Alle categorieën van de diersoort rundvee Alle bedrijfssystemen 10 4,2 7,2 2. Gier (droge-stofgehalte ten hoogste 4%) Alle categorieën van de diersoort rundvee Alle bedrijfssystemen 11 0,5 3,8 3. Na een eenvoudige mest scheiding verkregen: Alle categorieën van de diersoort rundvee Alle bedrijfssystemen Staatsblad 2003 542 6 Mestvorm Diercategorie Bedrijfssysteem Mestcode Kg fosfaat per 1000 kg mest Kg stikstof per 1000 kg mest – filtraat (droge-stofgehalte ten hoogste 6%) 12 1,1 6,0 – koek (droge-stofgehalte ten minste 20%) 13 10,3 10,9 4. Dunne mest Melkkoeien, kalfkoeien en zoogkoeien, alsook jongvee waarvan de dunne mest in de opslag voor dunne mest van de melkkoeien, kalfkoeien of zoogkoeien komt Gehouden in een grupstal of ligboxen stal, waarbij het water voor het schoonma ken van de melk installatie in de mest komt 14 1,7 4,4 Gehouden in een ligboxenstal, waarbij het water voor het schoonmaken van de melkinstallatie niet in de mest komt 15 1,7 4,5 Gehouden in een grupstal, waarbij het water voor het schoonmaken van de melkinstallatie niet in de mest komt 16 1,9 4,6 Vrouwelijk jongvee, stieren voor de fokkerij, vleesstieren en overig vleesvee Alle bedrijfssystemen 17 2,0 4,5 Vleeskalveren (wit vlees, melkrantsoen), tot ca. 6 maanden oud Alle bedrijfssystemen 18 1,6 2,8 Vleeskalveren (roze vlees), tot ca. 6 maanden oud Alle bedrijfssystemen 18a 2,2 4,6 II. Varkens 5. Vaste mest Alle categorieën van de diersoort varken, behalve vleesvarkens Alle bedrijfssystemen 40 8,5 8,5 6. Gier (droge-stofgehalte ten hoogste 3%) Alle categorieën van de diersoort varken, behalve vleesvarkens Alle bedrijfssystemen 41 1,3 2,0 7. Na een eenvoudige mest scheiding verkregen: Alle categorieën van de diersoort varken, behalve vleesvarkens Alle bedrijfssystemen – filtraat (droge-stofgehalte ten hoogste 6%) 42 1,5 4,8 – koek (droge-stofgehalte ten minste 18%) 43 6,5 6,2 8. Na mestscheiding bij mest be- of verwerking verkregen: Alle categorieën van de diersoort varken, behalve vleesvarkens Alle bedrijfssystemen – waterige fractie (drogestofgehalte ten hoogste 2%) 44 1,1 5,1 – vaste fractie (droge-stofgehalte ten minste 23%) 45 19,7 11,7 9. Dunne mest a. Fokzeugen inclusief de biggen tot het spenen, gehouden in de kraamstal Alle bedrijfssystemen 46 2,6 4,1 b. Biggen vanaf het spenen, tot ca.25 kg Alle bedrijfssystemen 47 3,0 5,0 Staatsblad 2003 542 7 Mestvorm Diercategorie Bedrijfssysteem Mestcode Kg fosfaat per 1000 kg mest Kg stikstof per 1000 kg mest c. Guste en drachtige fokzeugen, opfok zeugen van ca. 7 maanden tot de eerste dekking, dekberen en slachtzeugen Alle bedrijfssystemen 48 3,0 4,7 d. Een combinatie van de mestcatego rieën 9.a en 9.b Alle bedrijfssystemen 49 2,7 4,3 e. Een combinatie van de mestcatego rieën 9.a.en 9.c Alle bedrijfssystemen 50 2,9 4,4 f. Een combinatie van de mestcategorieën 9.a, 9.b en 9.c Alle bedrijfssystemen 51 2,9 4,5 g. Opfokzeugen van ca. 25 kg tot ca.7 maanden, of opfokberen van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden Drinkwater via antimorsbak, trognippel, brijbak, waterdoseercomputer of waterdoseerpistool 52 3,9 6,8 Drinkwater via drinkbak of bijtnippel 53 3,5 6,4 Drinkwater via alle overige systemen 54 3,4 6,3 10. Vaste mest Vleesvarkens Alle bedrijfssystemen 40a 7,8 9,0 11. Gier (droge-stofgehalte ten hoogste 3%) Vleesvarkens Alle bedrijfssystemen 41a 1,0 2,4 12. Na eenvoudige mestscheiding verkregen: Alle bedrijfssystemen – filtraat (droge-stofgehalte ten hoogste 6%) 42a 3,2 5,7 – koek (droge-stofgehalte ten minste 18%) 43a 4,9 5,4 13. Na mestscheiding bij mest be- of verwerking verkregen: Vleesvarkens Alle bedrijfssystemen – waterige fractie (droge-stofgehalte ten hoogste 2%) 44a 1,3 6,3 – vaste fractie (droge-stofgehalte ten minste 23%) 45a 20,4 12,9 14. Dunne mest Vleesvarkens Drinkwater via antimorsbak, trognippel, brijbak, waterdoseercomputer of waterdoseerpistool 52a 3,9 7,1 Drinkwater via drinkbak of bijtnippel 53a 3,7 6,4 Drinkwater via alle overige systemen 54a 3,4 6,3 III. Kippen 15. Opfokhennen en hanen van legrassen van de diersoort kip (jonger dan ca. 18 weken) Gehouden op de batterij; met dunne mest 30 7,0 10,3 Deeppitstal, kanalenstal 31 22,8 25,2 Mestbandbatterij met geforceerde droging; direct vanaf de band 32 19,6 25,9 Mestbandbatterij met geforceerde droging; de mest is nage droogd 33 25,3 31,2 Gehouden op volledig roostervloer 34 11,1 17,5 Gehouden op gedeeltelijk rooster vloer (volièrestal) 35 26,1 22,5 Staatsblad 2003 542 8 Mestvorm Diercategorie Bedrijfssysteem Mestcode Kg fosfaat per 1000 kg mest Kg stikstof per 1000 kg mest Gehouden op volledig strooisel 36 25,2 23,5 16. Hennen en hanen van vleesrassen van de diersoort kip (ca. 18 weken en ouder) Gehouden op de batterij; met dunne mest 30a 7,0 10,6 Deeppitstal, kanalenstal 31a 30,2 30,5 Mestbandbatterij met geforceerde droging; direct vanaf de band 32a 19,9 25,8 Mestbandbatterij met geforceerde droging; de mest is nage droogd 33a 26,5 33,2 Gehouden op volledig roostervloer 34a 12,3 17,5 Gehouden op gedeeltelijk rooster vloer (volièrestal) 35a 26,6 21,5 Gehouden op volledig strooisel 36a 22,4 18,4 17. Opfokhennen en hanen van vlees rassen van de diersoort kip (jonger dan ca. 19 weken) Gehouden op volledig roostervloer 34b 11,1 18,9 Gehouden op gedeeltelijk rooster vloer 35b 24,9 21,0 Gehouden op volledig strooisel 36b 24,8 20,5 18. Ouderdieren van vleesrassen van de diersoort kip Gehouden op gedeeltelijk rooster vloer 37 26,6 20,7 Gehouden op volledig strooisel 38 27,3 21,5 19. Vleeskuikens van de diersoort kip Alle bedrijfssystemen 39 19,0 33,7 IV. Kalkoenen 20. Hennen en hanen van de diersoort kalkoen voor de productie van broedeieren van ca. 0 tot ca 6 weken Alle bedrijfssystemen 20 11,7 16,9 Hennen en hanen van de diersoort kalkoen voor de productie van broedeieren van ca. 6 tot ca. 30 weken Alle bedrijfssystemen 21 22,0 19,4 Hennen en hanen van de diersoort kalkoen voor de productie van broedeieren van ca. 30 weken en ouder Alle bedrijfssystemen 22 21,3 18,5 21. Vleeskalkoenen Alle bedrijfssystemen 23 21,2 22,5 V. Schapen 22. Vaste mest Alle categorieën van de diersoort schaap Gehouden op roostervloer 55 3,7 6,2 Gehouden op stro 56 4,9 8,4 VI. Vossen 23. Vaste mest Alle categorieën van de diersoort vos Alle bedrijfssystemen 70 25,7 13,8 VII. Nertsen 24. Vaste mest Alle categorieën van de diersoort nerts Alle bedrijfssystemen 75 23,5 16,3 Staatsblad 2003 542 9 Mestvorm Diercategorie Bedrijfssysteem Mestcode Kg fosfaat per 1000 kg mest Kg stikstof per 1000 kg mest 24a. Dunne mest Alle categorieën van de diersoort nerts Alle bedrijfssystemen 75a 6,1 9,4 VIII. Geiten 25. Vaste mest Alle categorieën van de diersoort geit Gehouden op roostervloer 60 3,4 6,7 Gehouden op stro 61 5,0 9,0 IX. Eenden 26. Vaste mest Alle categorieën van de diersoort eend Alle bedrijfssystemen 80 7,8 8,6 27. Dunne mest Alle categorieën van de diersoort eend Alle bedrijfssystemen 81 4,6 6,9 X. Konijnen 28. Vaste mest Alle categorieën van de diersoort konijn Alle bedrijfssystemen 90 10,5 10,2 29. Gier (droge-stofgehalte ten hoogste 2,5%) Alle categorieën van de diersoort konijn Alle bedrijfssystemen 91 2,6 3,7 30. Dunne mest Alle categorieën van de diersoort konijn Alle bedrijfssystemen 92 3,5 4,3 XI. Parelhoenders 31. Alle categorieën van de diersoort parelhoender Alle bedrijfssystemen 95 26,4 38,0 T Aan artikel D4 van bijlage D wordt het volgende lid toegevoegd: 3. Voor de toepassing van het eerste lid wordt de hoeveelheid stikstof in compost als bedoeld in artikel B1, onderdeel b, van bijlage B die ten hoogste 16 gram stikstof per kilogram droge stof bevat niet in aanmerking genomen. U In artikel D8 van bijlage D wordt, onder vernummering van het tweede tot derde lid, het volgende lid ingevoegd: 2. In zoverre in afwijking van het eerste lid is de hoeveelheid stikstof, bedoeld in het eerste lid, 205 kilogram per hectare bouwland van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond die in het desbetref fende jaar meer dan een keer is beteeld met vollegrondsgroenten, die in het desbetreffende jaar aantoonbaar van het bedrijf zijn afgevoerd, dan wel aantoonbaar bestemd zijn om van het bedrijf te worden afgevoerd. V Bijlage D bij de Meststoffenwet wordt als volgt gewijzigd: a. Tabel IV komt voor de diersoort varkens te luiden: Diersoort Diercategorie Hoeveelheid fosfaat onderscheidenlijk stikstof – in kilogrammen – per dier kg fosfaat kg stikstof II. Varkens Pasgeboren biggen 0,02 0,02 Pas gespeende biggen van ca. 6 weken 0,13 0,27 Biggen, geleverd op ca. 10 weken, van ca. 25 kg 0,31 0,63 Vleesvarkens 1,37 2,80 Staatsblad 2003 542 10 Diersoort Diercategorie Hoeveelheid fosfaat onderscheidenlijk stikstof – in kilogrammen – per dier Fokzeugen (ten minste eenmaal gedekt; guste zeugen; gedekte maar nog niet drachtige zeugen; zeugen waarvan de biggen zijn gespeend) 2,51 5,10 Opfokzeugen en -beren, van ca. 25 kg, tot ca. 7 maanden 1,53 3,11 Fokberen, van ca. 7 maanden en ouder 3,68 7,47 Slachtzeugen 2,51 5,10 b. Tabel IVa komt voor de diersoort varkens te luiden: Diersoort Diercategorie Hoeveelheid fosfaat onderscheidenlijk stikstof in kilogrammen levend gewicht kg fosfaat kg stikstof II. Varkens Pasgeboren biggen 0,0141 0,0187 Pas gespeende biggen van ca. 6 weken 0,0122 0,0245 Biggen, geleverd op ca. 10 weken, van ca. 25 kg 0,0122 0,0248 Opfokzeugen en -beren, van ca. 25 kg, tot ca. 7 maanden 0,0123 0,0249 Overige categorieën 0,0123 0,0250 W In bijlage E worden de nummers voor de diercategorieën van de vleeskalveren voor de rosévleesproductie «110B, 111B en 112B» vervangen door respectievelijk: 115, 116 en 117. X Na bijlage E bij de Meststoffenwet wordt Bijlage F, behorende bij de Meststoffenwet toegevoegd, luidende: Bijlage F, behorende bij de Meststoffenwet Diersoorten als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e Onderscheiden categorieën dieren binnen de diersoorten Nummer diercategorie Omvang mestproductie per dier van de onderscheiden diercategorieën per jaar, uitgedrukt in kilogrammen: fosfaat stikstof I. Rundvee Fok- en gebruiksvee . Melk- en kalfkoeien (alle koeien die ten minste één maal hebben gekalfd en die voor de melkproductie of de fokkerij worden gehouden; ook koeien die drooggezet zijn alsmede koeien die worden vetgemest en in de mesttijd worden gemolken) 100 38,7 124,3 . Vrouwelijk jongvee (alle vrouwelijke dieren die nog nooit gekalfd hebben en die worden aangehouden voor de vervanging van de eigen veestapel of de veestapel van derden; ook drachtige dieren die niet eerder hebben gekalfd): – jonger dan 1 jaar 101 9,6 40,5 – 1 jaar en ouder 102 21,5 82,9 . Stieren voor de fokkerij (stieren bestemd voor het fokken van melk- of vleesvee): – jonger dan 1 jaar 103 8,7 38,5 – 1 jaar en ouder 104 11,3 69,2 Witvleesproductie . Vleeskalveren (doorgaans binnen 6 maanden na de geboorte geslacht; in hoofdzaak met melkproducten afgemest): Staatsblad 2003 542 11 Diersoorten als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e Onderscheiden categorieën dieren binnen de diersoorten Nummer diercategorie Omvang mestproductie per dier van de onderscheiden diercategorieën per jaar, uitgedrukt in kilogrammen: – startkalf t.b.v. vleeskalf, van ca. 0 tot ca. 2 maanden (kalveren die worden opgefokt van ca. 0 tot ca. 2 maanden, waarna ze voor afmesting aan een ander bedrijf worden geleverd) 110 1,5 5,7 – van startkalf tot vleeskalf, van ca. 2 tot ca. 6 maanden (kalveren die zijn aangeleverd als startkalf van ca. 2 maanden en die verder worden afgemest tot vleeskalf van ca. 6 maanden) 111 6,9 12,7 – vleeskalf, van ca. 0 tot ca. 6 maanden (kalveren die worden gemest van ca. 0 tot ca. 6 maanden) 112 4,1 10,2 Rosévleesproductie . Vleeskalveren voor de productie van rosévlees (doorgaans binnen 8 maanden na de geboorte geslacht; in hoofdzaak met ruwvoer en krachtvoer afgemest): – startkalf t.b.v. vleeskalf, van ca. 0 tot ca. 3 maanden (kalveren die worden opgefokt van ca. 0 tot ca. 3 maanden, waarna ze voor afmesting aan een ander bedrijf worden geleverd) 115 3,4 12,9 – van startkalf tot vleeskalf, van ca. 3 tot ca. 8 maanden (kalveren die zijn aangeleverd als startkalf van ca. 3 maanden en die verder worden afgemest tot vleeskalf van ca. 8 maanden) 116 15,7 35,9 – vleeskalf, van ca. 0 tot ca. 8 maanden (kalveren die worden gemest van ca. 0 tot ca. 8 maanden) 117 11,2 27,4 Roodvleesproductie . Weide- en zoogkoeien (koeien die niet meer worden gemolken, maar worden vetgeweid) 120 22,4 86,9 . Vleesstieren, alsook vrouwelijke dieren en ossen die op dezelfde wijze worden gemest (vee dat tot ca. 16 maanden wordt gemest voor roodvlees): – startkalf t.b.v. vleesstier, ca. 0 tot 3 maanden (kalveren die worden opgefokt van ca. 0 tot ca. 3 maanden, waarna ze voor afmesting aan een ander bedrijf worden geleverd) 121 2,7 10,0 – van startkalf tot vleesstier, ca. 3 tot ca. 16 maanden (kalveren die zijn aangeleverd als startkalf van ca. 3 maanden en die verder worden afgemest tot vleesstier van ca. 16 maanden) 122 13,3 39,3 – vleesstier, ca. 0 tot ca. 16 maanden (stieren die worden gemest van ca. 0 tot ca. 16 maanden) 123 10,4 34,0 . Overige vleesvee (vee bestemd voor roodvleesproductie, dat niet behoort tot de categorieën «weidekoeien» of «vleesstieren»; ook vleesstieren, vrouwelijke dieren en ossen ouder dan ca. 16 maanden): – jonger dan 1 jaar 124 4,1 38,5 – 1 jaar en ouder 125 22,4 86,9 II. Varkens Fokkerij/vermeerdering . Fokzeugen (ten minste éénmaal gedekt of geïnsemineerd: guste zeugen, gedekte maar nog niet drachtige zeugen, drachtige zeugen, zeugen met biggen, zeugen waarvan de biggen gespeend zijn): – waarvan de biggen aan een ander bedrijf worden geleverd ca. 6 weken na hun geboorte (ook fokzeugen die nog geen biggen hebben) 400 11,0 21,4 – waarvan de biggen worden gehouden tot een gewicht van ca. 25 kg (ook fokzeugen waarvan de biggen op het eigen bedrijf worden gehouden) 401 14,4 28,1 . Opfokzeugen (jonge zeugen, nooit gedekt of geïnsemi neerd, gehouden voor de fokkerij): – van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden (aangeleverde opfok zeugen van ca. 25 kg die worden afgeleverd op ca. 7 maanden of iets ouder; ook opfokzeugen afkomstig van het eigen bedrijf van exact 25 kg, die worden afgeleverd op ca. 7 maanden) 402 5,8 11,4 Staatsblad 2003 542 12 Diersoorten als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e Onderscheiden categorieën dieren binnen de diersoorten Nummer diercategorie Omvang mestproductie per dier van de onderscheiden diercategorieën per jaar, uitgedrukt in kilogrammen: – van ca. 7 maanden tot de eerste dekking (opfokzeugen die zijn aangeleverd op ca. 7 maanden of iets jonger, tot de eerste dekking) 403 8,4 16,2 – van ca. 25 kg tot de eerste dekking (opfokzeugen die zijn aangeleverd op ca. 25 kg, die niet op 7 maanden worden afgeleverd, maar worden aangehouden tot de eerste dekking; ook opfokzeugen afkomstig van het eigen bedrijf die worden aangehouden van exact 25 kg tot de eerste dekking) 404 6,0 11,8 . Opfokberen van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden (jonge nog niet dekrijpe beren, die worden aangehouden voor de fokkerij, van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden of iets ouder; ook beren afkomstig van het eigen bedrijf vanaf exact 25 kg) 405 5,7 11,0 . Dekberen, van ca. 7 maanden en ouder (dekrijpe beren – ook zoekberen – van ca. 7 maanden en ouder; ook aan geleverde beren van iets jonger dan 7 maanden; beren afkomstig van het eigen bedrijf te rekenen vanaf exact 7 maanden) 406 11,2 21,1 . Biggen, aangeleverd op ca. 6 weken, tot ca. 25 kg (gespeende biggen die op ca. 6 weken zijn aangeleverd, die worden afgeleverd op ca. 25 kg; ook op 6 weken aan geleverde biggen die op het eigen bedrijf worden aangehou den voor de mesterij, tot exact 25 kg) 407 1,60 3,29 Mesterij . Slachtzeugen (zeugen die niet meer gebruikt worden voor de fokkerij, maar worden afgemest) 410 11,1 20,9 . Vleesvarkens (varkens die doorgaans worden gemest vanaf ca. 25 kg of iets lichter tot ca. 110 kg; ook biggen afkomstig van het eigen, gesloten bedrijf vanaf exact 25 kg) 411 4,6 11,7 III. Kippen Legrassen . Opfokhennen en -hanen van legrassen, jonger dan ca. 18 weken (opfokhennen en -hanen voor de vervanging van hennen en hanen van legrassen, inclusief (groot)ouder dieren, die worden afgeleverd op ca. 18 weken; dieren die op het eigen bedrijf worden aangehouden worden tot exact 18 weken meegeteld) 300 0,147 0,325 . Hennen en hanen van legrassen, ca. 18 weken en ouder (hennen en hanen – inclusief (groot)ouderdieren – die zijn aangeleverd op ca. 18 weken; ook van het eigen bedrijf afkomstige hennen en hanen – inclusief (groot)ouderdieren –, vanaf exact 18 weken) 301 0,405 0,676 Vleesrassen . Opfokhennen en -hanen van vleesrassen, jonger dan ca. 19 weken (opfokhennen en- hanen ter vervanging van (groot)ouderdieren van vleesrassen, die worden afgeleverd op ca. 19 weken; dieren die op het eigen bedrijf worden aangehouden worden tot exact 19 weken meegeteld) 310 0,218 0,414 . Ouderdieren van vleesrassen, ca. 19 weken en ouder (ouderdieren – inclusief grootouderdieren – van vleesrassen, die zijn aangeleverd op ca. 19 weken; ook van het eigen bedrijf afkomstige (ouder)dieren, vanaf exact 19 weken) 311 0,580 1,130 . Vleeskuikens (kuikens die voor de slacht worden afgele verd) 312 0,204 0,543 IV. Kalkoenen Voor broedeieren . Hennen en hanen voor de productie van broedeieren: – ca. 0 tot ca. 6 weken (hennen en hanen van ca. 0 tot ca. 6 weken, gehouden op een quarantainebedrijf) 200 0,247 0,591 – ca. 6 tot ca. 30 weken (hennen en hanen van ca. 6 tot ca. 30 weken, gehouden op een opfokbedrijf) 201 1,287 2,080 – ca. 30 weken en ouder (hennen en hanen van ca. 30 weken en ouder) 202 1,493 2,730 Staatsblad 2003 542 13 Diersoorten als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e Onderscheiden categorieën dieren binnen de diersoorten Nummer diercategorie Omvang mestproductie per dier van de onderscheiden diercategorieën per jaar, uitgedrukt in kilogrammen: Vleeskalkoenen . Vleeskalkoenen (vanaf het opzetten bij aanvang van de mestperiode tot de aflevering voor de slacht) 210 0,797 1,920 V. Schapen . Fokschapen, inclusief de lammeren tot ca. 25 kg (alle ooien die ten minste éénmaal hebben gelammerd) 550 3,2 13,3 . Overige schapen (alle lammeren zwaarder dan 25 kg, alle fokrammen en overhouders) 551 2,3 10,9 VI. Vossen . Fokmoeren, inclusief de niet-gespeende pups (alle vrouwelijke dieren die ten minste éénmaal zijn gedekt) 700 3,29 4,28 . Fokrekels 701 2,66 3,46 . Pups (alle jonge dieren tot een leeftijd van ca. 8 maanden) 702 2,31 3,00 VII. Nertsen . Fokteven, inclusief de niet-gespeende pups (alle vrouwe lijke dieren die ten minste éénmaal zijn gedekt) 750 0,76 1,28 . Fokreuen 751 1,04 1,48 . Pups (alle jonge dieren tot een leeftijd van ca. 8 maanden) 752 0,74 1,05 VIII. Geiten . Melkgeiten, inclusief lammeren tot ca. 10 kg (alle geiten die ten minste éénmaal hebben gelammerd) 600 4,1 14,2 . Overige geiten (geitenlammeren en opfokgeiten zwaarder dan ca. 10 kg en bokken) 601 2,7 9,4 IX. Eenden . Ouderdieren van vleeseenden (opfok- en legeenden) 800 0,680 1,240 . Vleeseenden (eenden die worden gehouden voor de slacht) 801 0,451 0,948 X. Konijnen . Voedsters, inclusief de niet-gespeende jongen (alle vrouwelijke dieren die ten minste éénmaal zijn gedekt) 900 1,440 2,560 . Fokrammen (rammen bestemd voor het fokken van vleeskonijnen) 901 0,880 1,580 . Opfokkonijnen (jonge, nog niet dekrijpe konijnen, die worden aangehouden voor de fokkerij, vanaf de leeftijd van ca. 80 dagen tot de eerste dekking) 902 0,800 1,430 . Vleeskonijnen (jonge konijnen vanaf het spenen tot de leeftijd van ca. 80 dagen; ook opfokkonijnen tot 80 dagen) 903 0,394 0,703 XI. Parelhoenders Vleesparelhoenders 951 0,295 0,664 ARTIKEL II De Wet herstructurering varkenshouderij2 wordt als volgt gewijzigd: A Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd: 1. Onderdeel o komt te luiden: o. grondgebonden deel van het varkensrecht: deel van het varkens recht, bepaald overeenkomstig artikel 14a, eerste en derde lid, zoals dit deel in voorkomend geval is gewijzigd door toepassing van de artikelen 16 tot en met 19;. 2. Onderdeel p komt te luiden: p. grondgebonden deel van het fokzeugenrecht: deel van het fokzeugenrecht, bepaald overeenkomstig artikel 14a, eerste en tweede lid, zoals dit deel in voorkomend geval is gewijzigd door toepassing van de artikelen 16 tot en met 19;. Staatsblad 2003 542 14 B In hoofdstuk II wordt na artikel 14 het volgende artikel ingevoegd: Artikel 14a 1. De omvang van het grondgebonden deel van het varkensrecht op 1 september 1998 komt overeen met het overeenkomstig dit hoofdstuk bepaalde varkensrecht, verminderd met 90% van het aantal varkens eenheden dat wordt bepaald door het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen geldend met betrekking tot 1996 te delen door 7,4 kilogram fosfaat. Ingeval het varkensrecht wordt bepaald op grond van artikel 7, wordt in de eerste volzin in plaats van «1996» gelezen: 1995. 2. De omvang van het grondgebonden deel van het fokzeugenrecht op 1 september 1998 komt overeen met het overeenkomstig dit hoofdstuk bepaalde fokzeugenrecht, verminderd met 90% van het aantal varkens eenheden dat wordt bepaald door het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen geldend met betrekking tot 1996 te delen door 7,4 kilogram fosfaat. Ingeval het fokzeugenrecht wordt bepaald op grond van artikel 7, wordt in de eerste volzin in plaats van «1996» gelezen: 1995. 3. Voor de toepassing van het eerste en tweede lid wordt het varkens recht, onderscheidenlijk fokzeugenrecht, niet in aanmerking genomen, voorzover dat als gevolg van de toepassing van artikel 7, vierde of vijfde lid, 9 of 10 is vergroot. C In artikel 16 vervallen het tweede lid alsmede de aanduiding «1.» voor het eerste lid. D Artikel 17 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid wordt «uitsluitend overgaan naar een in hetzelfde gebied gelegen bedrijf» vervangen door: overgaan naar een in hetzelfde gebied gelegen bedrijf of naar een buiten de concentratiegebieden gelegen bedrijf. 2. Het derde lid vervalt. 3. Het vierde lid wordt vernummerd tot derde lid. E In artikel 18 wordt, onder vernummering van het vijfde tot zesde lid, na het vierde lid het volgende lid ingevoegd: 5. De verkleining, onderscheidenlijk vergroting, betreft het grond gebonden deel van het varkensrecht of het grondgebonden deel van het fokzeugenrecht, voorzover zulks door de betrokken partijen bij de kennisgeving is aangegeven. Ingeval sprake is van de overgang van een varkensrecht, onderscheidenlijk fokzeugenrecht, afkomstig van een bedrijf dat is gelegen in een concentratiegebied naar een bedrijf dat is gelegen buiten de concentratiegebieden, betreft de vergroting te allen tijde het grondgebonden deel van het varkensrecht, onderscheidenlijk fokzeugen recht. Staatsblad 2003 542 15 F Artikel 19 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid vervalt onderdeel c en wordt onderdeel d geletterd c. 2. Het volgende lid wordt toegevoegd: 3. De in het tweede lid bedoelde verkleining, onderscheidenlijk vergroting, betreft het grondgebonden deel van het varkensrecht, onderscheidenlijk fokzeugenrecht, voorzover de kennisgeving daarop betrekking had. Ingeval de kennisgeving betrekking had op een overgang als bedoeld in artikel 18, vijfde lid, tweede volzin, betreft de verkleining het grondgebonden deel van het varkensrecht, onderscheidenlijk fokzeugenrecht, van het bedrijf waarheen het varkensrecht, of een gedeelte daarvan, is overgegaan. G In artikel 20, derde lid, wordt «19, eerste lid, onderdeel d» vervangen door: 19, eerste lid, onderdeel c. H In artikel 24, eerste lid, wordt «de artikelen 1 en 8 tot en met 13» vervangen door: de artikelen 8 tot en met 13 en 14a. I In artikel 29, derde lid, wordt «hoofdstuk III, artikel 27 en artikel 32» vervangen door: hoofdstuk III en artikel 27. J De artikelen 31 en 32 vervallen. ARTIKEL III 1. Indien toepassing van artikel I, onderdeel V, voor de jaren 1998 tot en met 2002 leidt tot een lagere belastbare hoeveelheid fosfaat, onderschei denlijk stikstof, kan de aangifte of de naheffingsaanslag door de inspecteur worden herzien bij voor bezwaar vatbare beschikking. 2. De in het eerste lid bedoelde herziening kan worden bepaald op basis van het gemiddelde aantal in het desbetreffende kalenderjaar op het bedrijf gehouden varkens van de onderscheiden diercategorieën, genoemd in bijlage A bij de Meststoffenwet, en op basis van bij ministe riële regeling vast te stellen correctiefactoren, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, onderscheidenlijk stikstof. ARTIKEL IV Artikel 16, tweede lid, van de Wet herstructurering varkenshouderij is niet van toepassing bij een samenvoeging van bedrijven indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: a. de afstand tussen de stallen van de bedrijven die worden samenge voegd is niet groter dan 10 kilometer; b. op het moment waarop de kennisgeving, bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de wet wordt gedaan, is ten minste één dezelfde persoon of rechtspersoon, of zijn verschillende personen waartussen bloed- of Staatsblad 2003 542 16 aanverwantschap in de eerste graad bestaat, gerechtigd tot de samen te voegen bedrijven ingevolge eigendom, een zakelijk gebruiksrecht of een door de grondkamer goedgekeurde pachtovereenkomst; c. met betrekking tot het voor de bij de samenvoeging betrokken bedrijven geldende mestproductierecht en pluimveerecht wordt tegelijk met de kennisgeving, bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de wet een kennisgeving van verplaatsing, onderscheidenlijk een kennisgeving van overgang als bedoeld in artikel 58q, eerste lid, van de Meststoffenwet met betrekking tot de samenvoeging gedaan. ARTIKEL V 1. De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onder delen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2. Artikel I, onderdeel A, werkt terug tot en met 6 juli 2001. 3. De artikelen I, onderdelen B, O, Q, S, U, W en X, II, onderdelen A en B, en IV werken terug tot en met 1 januari 2003. 4. Artikel I, onderdeel V, werkt terug tot en met 1 januari 1998, met uitzondering van de hoeveelheid fosfaat, onderscheidenlijk stikstof die voor de diercategorie pasgeboren biggen is opgenomen in de tabel, genoemd in onderdeel a, onderscheidenlijk onderdeel b. 5. Artikel II, onderdelen I en J, werkt terug tot en met 1 januari 2000. Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Gegeven te ’s-Gravenhage, 10 december 2003 Beatrix De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C. P. Veerman Uitgegeven de drieëntwintigste december 2003 De Minister van Justitie, J. P. H. Donner STB8245 ISSN 0920 - 2064 Sdu Uitgevers ’s-Gravenhage 2003 Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal: Kamerstukken II 2002/2003, 28 818. Handelingen II 2002/2003, blz. 4828. Kamerstukken I 2002/2003, 28 818 (270); 2003/2004, 28 818 (A, B, C, D, E). Handelingen I 2003/2004, zie vergaderingen d.d. 8 en 9 december 2003. 1 Stb. 1998, 100, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 oktober 2003, Stb. 478. 2 Stb. 1998, 236, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 28 juni 2001, Stb. 312. Staatsblad 2003 542 17