State Ordinance on Potable Water Supply
颁布于 2006-04-07 · 文本截至 2026-10-01
以研究形式发布的公开法律与官方指引,不构成法律、税务或金融建议。
研究内容本身以英文撰写。标题和标签已翻译,调查结果和引文未翻译。
关于这部法律
- 原标题
- Landsverordening houdende regels inzake e kwalitetit van voor menselijke consumptie bestemd drinkwater (Landverordening drinkwater).
- 语言
- Dutch
- 类型
- 法令
- 国家
- 库拉索
- 主题
- Water
- 关键词
- water supply, waterworks, institution, governance, inspection, authorization/permit
在哪里阅读
该法律没有记录来源链接。
文本
所收录的法律原文,按条款排列。每个条款都有自己的链接。
A 0 2006 PUBLICATIEBLAD LANDSVERORDENING van de 7dt! april 2006 houdende regels inzake de kwaliteit van voor mcnselijke consumptie bestemd water (Landsverordening drinkwatcr) IN NAAM DER KONINGIN! DE GOUVERNEUR van de Nederlandse Antillen, In overweging genomen hebbende: dat het wenselijk is in het belang van de volksgezondheid regels te stellen ten aanzien van voor mcnselijke consumptie bestemd water ten einde de gebruiker van zodanig water te beschcnncn tegen mogelijk schadelijke gevolgen in geval van verontreiniging van dat water; Hecft, de Raad van Advies gehoord, en met gemeen overleg der Statcn, vastgcstcld de onderstaande landsverordening: HOOFDSTUK 1 Begripsbepalingen Artikel 1 1. ln deze landsverordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. afzonderlijke watervoorziening een voorziening ter zake van drinkwatcr dat niet afkomstig is van een opcnbare of ccn interne watervoorziening dan wel gcleverd wordt in het kader van ecn commerciëlc of openbare activiteit; b. drinkwatcr aile voor menselijke consumptie bestcmd water dat onbehandeld of na behandcling bestemd is voor drinken, koken, voedscl bereiding of andcrc huishoudelijkc docl einden; c. gcbouw clk pand in gcbruik voor bcwoning of bedri j fsui toefening; d. Inspcctic de Inspectie voor de Volksgczondhcid, bedoeld in artikcl 2, eerste lid, van de Landsverordcning lnspcctic voor de Volksgezondheid (P.B. 2003, no. 8); /1c ,o<>r ,dinftchJke gcxlachtcnw1,sclmg met Staten stukken Z111mg :!003-2004-2808 37 c. intcrn lcidingnct f. interne watcrvoorziening g. Minister h. openbaar leidingnet 1. openbare watcrvoorzicning J. Raad k. tappunt l. toezichthouder 2 ecn samenstel van leidingen, fittingen en toestellen bestemd voor de distributie van drinkwater binnen één gebouw of een aantal in elkaars directe nabijheid liggende en door dat leidingnct met clkaar verbondcn gebouwen, die de verbinding vormt tussen ecn interne watcr voorziening, een afzonderlijke watervoorziening of een openbaar leidingnet en een of meer tappunten in dat gebouw respectievelijk die gebouwen; de al dan niet voor openbaar gebruik bestemde productie van drinkwater en de distributie daarvan via een intern leidingnet; de Minister van Volksgezondheid en Sociale Ontwikkeling; een samenstel van leidingen, fittingen en toestellen bestemd voor de distributie van drinkwater afkomstig van een openbare watervoorziening, dat ieder die daarop is aangesloten tegen betaling aan tappunten kan afnemen; de voor openbaar gebruik bcstemdc productic van drinkwater en de distributie daarvan via een openbaar leidingnet; de Raad voor het drinkwater, bedoeld in artikel 19; plaats in of aan een gebouw of een andere voor het publiek toegankelijke plaats waar drinkwater voor direct gebruik beschikbaar is; de door het bestuurscollege aangewezen eilandelijke dienst belast met het toezicht. 2. Ondcr distribueren en distributie wordt in dczc landsverordening mede vcrstaan hct lcvcrcn en afleveren onderschcidenlijk de lcvering en de atlevering aan een afnemer. Artikel 2 Deze landsverordcning is van toepassing op drinkwater ongeacht de herkomst ervan en ongeacht of het water wordt geleverd via een openbaar of intern leidingnet dan wcl afkomstig is van ccn afzonderlijke watcrvoorziening, uit een tankschip of uit een tankauto. Artikcl 3 Dezc landsverordening is niet van toepassing op drinkwatcr dat 1s vcrpakt m llcsscn of andcrsoortig klein verpakkingsmateriaal. 3 - 37 Artikel 4 1. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kan, gehoord de lnspectie, op verzoek van het bestuurscollege van de toepassing van deze landsverordening en de daarop bcrustcnde bepalingen geheel of gedeeltelijk worden uitgezonderd drinkwater: a. dat wordt geproduceerd of gedistribueerd in eilandgebiedcn met ecn bevolking van minder dan 5.000 inwoners; b. dat afkomstig is van een afzondcrlijke watervoorziening die gemiddcld minder dan l 0m3 water per dag levert of waarvan minder dan 50 personen gebruik maken, tenzij het water wordt geleverd in het kader van een commerciële of openbare activiteit; c. dat uitsluitend bestemd is voor doeleinden waarvoor de kwaliteit van het water naar de overtuiging van dat bestuurscollege direct noch indirect van invloed is op de gezondheid van de betrokken verbruikers. 2. Indien het eerste lid, onder a, toepassing heeft gevonden, is de verleende uitzondering nict van toepassing op het drinkwater dat afkomstig is van een afzonderlijke watervoorziening die gemiddeld meer dan 10 m3 water per dag levert of waarvan meer dan 50 personen gebruik maken. 3. Voor zover het eerste lid toepassing heeft gevonden, stelt het desbetreffende bestuurscollege ter zake regels ter waarborging dat de volksgezondheid wordt beschennd tegcn de schadelijke gevolgen van verontreiniging van drinkwater. Deze regels zijn zovecl mogclijk in overeenstemming met deze landsverordening en de daarop berustende bcpalingen. Artikel 5 Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen - gehoord de Inspectie - dezc landsverordening en de daarop berustende bepalingen mede geheel of gedeeltelijk van toepassing worden verklaard op eigenaren of beheerders van gebouwen waar logies wordt geboden aan derden. Artikel 6 Met de zorg voor het tot stand brengen en instandhouden van een deugdelijke en duurzame voorziening van drinkwater voor alle inwoners van een eilandgebied en dat voldoet aan de bij of krachtens dcze landsverordening gestelde regels is belast het bcstuurscollege van hct desbetreffende eilandgebied. Artikel 7 De Ministcr kan op verzoek van een bestuurscollege in het belang van de volksgezondhcid geheel of gedeeltclijk voorzien in faciliteiten, middelen en bijstand die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het bepaalde bij of krachtens deze landsverordening en de daaruit voortvloeicndc rcgelgeving in hct desbctreffendc eilandgebied. Artikel 8 1. Ter zake van bcslissingcn drinkwater betreffendc die het belang van de volksgezondhcid rakcn raadplcgen de Ministcr en hct bestuurscollege alsmede de producenten en distributeurs 37 - 4 van drinkwatcr tcnminste de lnspcctic. 2. Onvermindcrd hct bcpaalde in hct eerste lid, raadplegen het bestuurscollege alsmede de produccntcn en distributeurs van drinkwater tevcns de toezichthouder in het desbctreffende cilandgcbicd. HOOFDSTUK2 Productie en distributie Artikcl 9 1. Het is in het belang van de volksgezondheid verboden in een eilandgebied drinkwater te produceren of te distribueren zonder daartoe strek.kende concessie of vergunning van, dan wel ovcreenkomst met, het bestuurscollege van dat eilandgebied. 2. Een concessic of een vergunning ais bedoeld in het eerste lid wordt slechts verleend en een overeenkomst ais bedoeld in dat lid wordt slechts aangegaan indien hct belang van de volksgezondhcid en het belang van een doclmatige voorziening van drinkwater zich daar tegen nict verzctten. 3. Indien de productie en distributie van drinkwatcr in handen is van verschillende bedrijvcn draagt het bcstuurscollege zorg dat de desbetreffendc concessics, vergunningcn of overeenkomsten in het belang van de volksgczondheid voorzien in de afstemming van de productie en de distributic op elkaar. Artikel 10 1. Aan een concessie of een vergunning worden voorwaarden verbonden. Een concessie of een vergunning kan onder beperkingen worden verleend. 2. De in het eerste lid bedoelde voorwaardcn of beperkingen hebbcn ten minste betrekking op de naleving van de bij of krachtens deze landsverordcning gestelde eisen ter zakc van: a. de kwaliteit van het drinkwatcr; b. de bij de productie en distributic van drinkwatcr te gebruikcn materialcn en chcmicaliën; c. de levering van het drinkwater; d. voor de lcvering van drink.water op te stcllen en bekend te maken algemene voor waarden; e. de hoeveelheid te produceren water en de druk waannce het water via een openbaar of intem leidingnet aan tappuntcn beschikbaar komt; f. wijziging in de productie of in de distributie; g. het regelmatig onderhoud van hct leidingnet; h. de regelmatige controle van de kwalitcit van hct drinkwater; 1. de melding van elke daling van de waterkwalitcit bcneden hct niveau van de bij artikcl 12, eerste lid, of krachtens artikel 12. tweedc lid, geste Ide cisen; J. de te treffen maatregelen ter voorkoming van gevaar voor de volksgezondheid in geval van daling van de waterkwaliteit hcneden hct niveau van de hij artikel 12, ecrstc lid, of krachtcns artikel 12, twcedc lid, gcstclde cisen: 5 - 37 k. de te treffen maatregelen voor het zo spoedig mogelijk hcrstel van de watcrkwaliteit op tenminste het niveau van de bij artikel 12, eerste lid, of krachtens artikel 12, tweede lid, gestelde eisen; 1. de rapportage ter zake van kwaliteitscontrole; m. de vakbekwaamheid van het personeel werkzaam bij producenten of distributeurs van drinkwater en de door hen in acht te nemen technische en hygiënische eiscn; en n. de voorlichting aan afnemers van drinkwater. 3. Indien ter zake van de productie of distributie van drinkwater een overeenkomst wordt gesloten bevat deze overeenkomst ten minste bepalingen overeen.komende met de in het tweede lid bedoelde voorwaarden of beperkingen. 4. Het is een producent of distributeur van drinkwater verboden te handelen in strijd met: a. de bij of krachtens deze landsverordening gegeven voorschriften; b. de voorwaarden die aan een concessie of vergunning zijn verbonden; c. de beperkingen waaronder een concessie of vergunning is verleend; d. de bepalingen van een overeen.komst ais bedoeld in het derde lid. Artikel 11 De producent of distributeur van drin.kwater draagt zorg voor de productie respectievelijk de distributie van drinkwater dat in overeenstemming is met de in artikel 12, eerste lid, gestelde cis en de in artikel 12, tweede lid, bedoelde kwaliteitseisen in zodanige hoeveelheid en ondcr zodanige druk als het belang van de volksgezondheid vereist. Artikel 12 1. Drinkwater bevat geen micro-organismen, parasieten of andere stoffen in hoeveelheden of concentraties die een gevaar kunnen opleveren voor de volksgezondheid. 2. Drinkwater voldoet aan bij of krachtens landsbesluit, houdende algemene maatregelen, gestelde minimum kwaliteitseisen. Deze eisen kunncn ook betrekking hebben op de door de producenten en distributeurs van drinkwater bij de winning, bereiding, behandeling, opslag. transport en distributie van zodanig water te gebruiken infrastructuur. materialen en chemicaliën. 3. Bij of krachtens landsbesluit, houdende algemene maatregelen, wordt vastgesteld door wic. waar, wanneer en op welke wijze wordt gecontroleerd of drinkwater voldoct aan de bij hct eerste lid en krachtens het tweede lid gestelde eisen. 4. Bij of krachtens landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunncn voorts regels wordcn gesteld met betrekking tot: a. de waarborging van de kwaliteit van de bedrijfsvoering; b. de vakbekwaamheid van het personeel <lat werkzaam is bij producentcn en distributeurs van drinkwatcr; c. gezondheidseisen te stellen aan het onder c bedoelde personeel; d. de door het onder c bedoelde personeel in acht te nemen hygiënischc eiscn; 37 - 6 c. de voorlichting door producenten en distributeurs van drinkwater aan hun afnemers en gebruikers: l O • ter zake van de kwaliteit van het te leveren drinkwater; 2°. indien het gebruik van het water een gevaar kan opleveren voor de volksgezondheid; 3 °. ter zake van te treff en herstelmaatregelen indien het drink water aan het tappunt nict voldoet aan de bij het eerstc lid of krachtens het tweede lid gestelde eisen of anderszins ondeugdelijk is en zulks is te wijten aan een intern leidingnet. 5. ln het geval dat ingevolge de in het tweede, derde of vierde lid, bedoelde landsbesluiten, houdende algemene maatregelen, nog niet in de aanpak van een bepaald probleem kan worden voorzien, kunnen, indien gevaar voor de volksgezondheid direct ingrijpen vereist, de regels bedoeld in het tweede, derde en vierde lid, in afwachting van de totstandkoming van een in die leden bedoeld landsbesluit, houdende algemene maatregelen, tijdelijk bij ministeriële beschikking met algemene werking worden vastgesteld. 6. Een ministeriële beschikking ais bedoeld in het vijfde lid vervalt na verloop van een tennijn van zes maanden nadat zij in werking is getreden, dan wel, indien binnen die termijn een landsbesluit, houdende algemene maatregelen, ter vervanging van die beschikking in werking getreden is, met ingang van het tijdstip waarop een zodanig landsbesluit in werking getreden is. Artikel 13 1. Indien drinkwater niet voldoet aan de bij artikel 12, eerste lid, of krachtens artikel 12, tweedc lid, gestelde eisen: 4 a. stelt de producent of de distributeur onmiddellijk een onderzoek naar de oorzaak daarvan en de mogelijke nadelige gevolgen daarvan voor de volksgezondheid; b. stelt de producent respectievelijk de distributeur onmiddellijk de toezichthouder in kennis van het feit dat het water niet langer voldoet aan de bij artikel 12, eerste lid of krachtens artikel 12, tweede lid, gestelde eisen alsmede van de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het in de onderdelen a en c bepaalde; c. trcft de producent of de distributeur zo spoedig mogelijk de nodige herstelmaatregelcn om de kwaliteit weer op het peil te brengen <lat tenminste gelijk is aan het niveau van de bij artikel 12, eerste lid, of krachtens artikel 12, tweede lid, gestelde eisen. 2. De toezichthouder stelt terstond het bestuurscollege en de Inspectie hiervan in kennis. 3. Het bestuurscollege draagt zorg dat, indien cr herstelmaatregelen wordcn genomen die dl.' volksgezondheid raken, de producent of distributeur de gebruikers hiervan zo spoedig mogelijk in kennis stellen. Bij die gelegenheid worden de gebruikers tevens voorgelicht over door hen te nemcn maatregclen om eventuelc nadelige gevolgen voor de gezondheid te voorkomen. 4. Ilet dcrde lid vindt geen toepassing indien de toezichthouder van oordeel is dat de mate waarin niet wordt voldaan aan de bij artikcl 12, cerstc lid, en krachtens artikel 12, tweede liJ. gestelde eisen niet van betekenis is en er geen gevaar voor de volksgezondheid is te duchten. 7 - 37 ~ Indien wordt vastgesteld dat hct nict voldocn aan de bij artikcl 12, ccrstc lid of krachtcns artikcl 12, twccdc lid, gestclde eisen, is te wijtcn aan het desbctreff cnde interne lcidingnet of hct ondcrhoud daarvan, zijn het eerste en tweede lid niet van toepassing. In cen dcrgdijk gcval is de producent of de distributeur van hct desbetreffende drinkwatcr gehoudcn de cigenaar of gchruiker van het interne leidingnet hiervan op de hoogtc te stcllcn en deze te adviscrcn ovcr mogelijke te treffen herstelmaatregelen. (). 1 kt ccrstc tot en met vijfdc lid is niet van tocpassing indien het afwijken van de hij artikcl 12, ccrstc lid, of krachtens artikel 12, tweede lid, gesteldc eisen tijdelijk van aard is en wordt vcroorzaakt door ondcrhoud aan het lcidingnet. Artikel 14 1. Hct onderzock naar de kwaliteit van het drinkwater, bedoeld in artikel 12, eerste en tweede lid, geschicdt met behulp van laboratoriumtesten. Zodanige testen geschiedcn uitsluitend door of op verzock van een laboratorium dat door de Minister daartoe is aangcwezen met in achtneming van bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, te stellen regels. 2. Indien het in hct eerste lid bedoelde laboratorium bij het testen constatcert dat hct drinkwater nict voldoct aan de bij artikel 12, eerste lid, of krachtens artikel 12, tweedc lid, gcstelde cisen, stelt hct onmiddellijk de produeent of distributeur en de toezichthoudcr hiervan in kennis. 3. De toezichthouder stelt vervolgens onmiddellijk hct bestuurscollege en de lnspectic hiervan in kcnnis. Artikel 15 l. Het bestuurscollege kan ter zake van drinkwater dat een gevaar kan oplevercn voor de volksgezondheid, na overleg met de producent of distributeur van het desbetreffcndc drink water en gehoord de toezichthouder, de producent of distributeur: a. verplichten maatregelen te treffen ter bescherming van de volksgezondheid~ b. verplichten het gebruik hiervan in te perken~ of c. verbieden dit verder te produceren of te distribuercn. 2. In gevallcn ais bedoeld in het eerste lid stclt het bcstuurscollcgc of de produccnt respectievelijk de distributeur de gebruikers zo spoedig mogclijk hiervan in kcnnis. Daarhij wordt zonodig advies vcrstrckt over hct watergebruik. 3. Bij de beoordeling of en zo ja welke maatregelen, bedodd in hct cerstc lid, ondcr a, noodzakelijk zijn, wordt rekening gehouden met de risico 's die ondcrbrcking van de levcring of inperking van het gcbruik van drink water zou kunncn oplcvcren voor de volksgezondheid. Artikel 16 1. Indien hct bclang van de volksgezondhcid zich daar niet tcgcn verzct, kan de loczichthoudcr op verzoek van de producent of distributeur van drink water toestcmming geven de productie of distributie in strijd met de bij of krachtens artikcl l 2 gcgcvcn voorschrittcn gcdun:ndc ccn 37 - 8 hepcrktc tijd voort te zettcn in afwachting van de hchandcling van ccn vcrzock om ontheffing ais bcdoeld in artikcl 17, ccrste !id. 2. De toezichthoudcr stelt tcrstond de lnspcctie van ccn zodanige tocstcmming in kcnnis. Artikel 17 1. Indien het bclang van de volksgczondhcid zich ùaar niet tcgcn verzct, kan hct bestuurscollcge op verzoek van de producent of distributeur van drinkwater, gehoord de lnspectie, tijdelijk overeen.komstig bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, te stellen regels ontheffing verlenen van de nalcving van een of mcer van de krachtens artikel 12, twcedc, derde en vierde !id, gegeven voorschriften. 2. Een onthcffing kan onder beperkingen worden verleend en aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. Artikel 18 1. De in een intem leidingnet of een openbaar leidingnet gcbezigde materialen voldoen tenminste aan de bij of krachtens artikel 12, tweede lid, gestelde voorschriften. 2. ln het bclang van de volksgczondheid wordt: a. een intem leidingnet niet in gebruik genomen indien dit niet door de producent of distributeur is goedgekeurd overeenkomstig bij eilandsbesluit, houdende algemenc maatregelcn, te stellen regels. b. een openbaar leidingnet niet in gebruik genomen indien dit niet door de toezichthouder is goedgekeurd overeenk.omstig bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, te stellen eisen. 3. Het eerstc lid gel dt mede ten aanzien van elke wijziging in het desbetrcff ende leidingnct. HOOFDSTUK3 Raad voor het drinkwater Artikel 19 Eris cen Raad voor het drinkwatcr. Artikel 20 De Raad heeft tot taak: a. het desgevraagd of uit eigen beweging uitbrengen van advies over aangelegenhedcn drinkwater betreffende aan: 1 °. de Ministcr, 2°. het bestuurscollegc, en 3 °. de producenten en distributeurs van drinkwater. h. het uitbrengcn van advies ovcr ontwerpcn van: 1 °. wijziging van dczc landsverordcning; 9 - 37 2°. la'1dshcsluiten, houdcndc algemcne maatregelen, en ministerîële beschikkingcn met algcmcne wcrking, ter uitvoering van deze landsverordening; 3 °. eilandclijke ontwerp-regelgeving ter zake van drink water en de productie of distributic daarvan voor zover aan de Raad om advies voorgelegd. Artikel 21 1 . De Raad bestaat uit ten hoogste vijf leden, waaronder een voorzitter. De lcden worden telkens voor een periode van vijf jaren bij landsbesluit op de voordracht van de Minister handclende in ovcrecnstemming met het gevoelen van de Raad van Ministcrs benoemd, met dicn vcrstandc dat de ccrste zittingsperiode voor de helft van de leden wordt gesteld op twee en cen half jaar. 2. Tot lid worden benoemd zij die deskundig zijn ter zake van drinkwater. 3. Gewezen leden van de Raad zijn terstond herbenoembaar. 4. De Raad kan in het belang van de volksgezondheid advies inwinnen van externe deskundigen. Indien hieraan kosten verbonden zijn is voorafgaande instcmming van de Ministcr vereist, tenzij de kostcn niet op de begroting van hct Ministerie van Volksgezondheid en Sociale Ontwikkeling zullen drukken. 5. De Raad kiest uit zijn midden een voorzitter. 6. Hct sccrctariaat van de Raad wordt gevoerd door de Directeur Volksgczondheid van het Ministerie van Volksgezondheid en Sociale Ontwikkeling of door een door dezc aangcwezen medewerker van die Directie. Artikel 22 1. De Raad stelt een reglement van orde op <lat de goedkeuring van de Ministcr bchoeft. 2. Jaarlijks <lient de Raad v66r 1 april bij de Ministcr een begroting in ter zake van de gcraamdc uitgaven in het daarop volgende jaar. Na afloop van hct kalenderjaar legt de Raad binnen vier maanden schriftelijk verantwoording af aan de Minister ovcr de verrichte werkzaamheden. Daartoe behoort mede een ovcrzicht van het financiccl behcer. Artikcl 23 1. De Raad is bevoegd lot het horen van producenten en distributeurs van drinkwatcr, dcskundigen, maatschappelijke organisaties en anderc bctrokkenen tcn eindc informatie te verkrijgen die noodzakelijk is voor hct voorbcrcidcn van een advies. ') De Raad is voorts bevoegd voor zover zulks strckt tcn bchocvc van zijn wcrkzaamhedcn stukkcn die berusten onder produccntcn en distributeurs van drinkwatcr, deskundigcn, maatschappelijke organisaties en anderc bctrokkcnen, op te vragcn of daarvan ter plckkc inzage te nemen met uitzondering van stukken die betrckking hebbcn op of te hcrlcidcn zijn lot individuclc pcrsonen, tenzij deze geanonimisccrd zijn. 37 HOOFDSTUK 4 Handhaving § 1 . T oczicht Artikel 24 1. Met het toczicht op de naleving van het bij of krachtens deze landsverordcning bcpaalde zijn, onvenninderd het bepaalde in de Landsverordening Inspectie voor de Volksgezondheid (P.B. 2003, no. 8), belast de daartoe door hct bestuurscollege van het desbetreffende eilandgebied aangewczen personen werkzaam bij de toezichthouder. Een zodanige aanwijzing wordt bekendgcmaakt in hct blad waarin vanwege dat eilandgebied officiële berichten worden geplaatst of op enige andere wijze die in dat eilandgebied gebruikelijk is. 2. Het bestuurscollege kan de lnspectie voor de Volksgezondheid verzoeken het toezicht, bedoeld in het eerste lid, uit te oefenen. 3. De krachtens het eerste lid aangewezen personen zijn, uitsluitend voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijze noodzakelijk is, bevoegd: a. aile inlichtingen te vragen; b. inzage te verlangen van aile boeken, bescheiden en anderc infonnatiedragers en daarvan afschrift te nemen of deze daartoe tijdelijk mee te nemen; c. goederen aan opneming en onderzoek te onderwerpen, deze daartoe tijdcl ijk mec te nemcn en daarvan monsters te nemen; d. alle plaatscn met uitzondering van woningen zonder de uitdrukkelijke tocstemming van de bewoner te betreden, eventueel vergezeld van door hen aangewezcn personen; e. woningen of tot woning bestemde gedeelten van vaartuigen zonder de uitdrukkelijke toc stemming van de bewoner binnen te treden. 4. Zo nodig, wordt de toegang tot een plaats ais bedoeld in het derde lid, onderdeel d, vcrschaft met behulp van de sterke arrn. 5. Op het binnentredcn van woningen of van tot woning bestemde gedeelten van vaartuigen ais bedoeld in het derde lid, ondcrdeel e, is Titel 4 van het Derde Bock van het Wetbock van Strafvordcring van overcenkomstige toepassing, met uitzondering van de artikelcn 155, vierde lid, 156, twccde lid, 157, tweede en derde lid, 158, eerste lid, laatste zinsnedc, en 160, eerste lid, en met dicn verstande <lat de machtiging wordt verleend door de procureur generaal. 6. Een iedcr is vcrplicht aan de krachtens het eerste lid aangewezen personen alle mcdewcrking te vcrlcnen die op grond van het derde lid wordt gevordcrd. 7. Zij die uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift verplicht zijn tot geheimhouding, kunnen hct vcrlenen van medewerking wcigeren, voor zover dit uit hun geheim houdingsplicht voortvlocit. 11 - 37 Artikel 25 1. Bij de uitoefening van hun taak dragen de krachtens artikel 24, cerste lid, aangewezen personen een door het desbetreffende bestuurscollege te verstrekken legitimatiebewijs bij zich. 2. Dcsgevraagd toncn zij hun legitimatiebewijs aanstonds. J. Hct legitimatiebewijs bevat een foto van de krachtens artikel 24, eerste lid, aangewezcn persoon en vermeldt in ieder geval <liens naam en hoedanigheid. 4. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen regels worden gesteld met betrek king tot de wijze van taakuitoefening van de krachtens artikel 24, eerste lid, aangewezen personen. §2. Bestuursdwang Artikel 26 l let bestuurscollege is bevoegd tot het doen wegnemen, ontruimen, beletten, in de vorige toestand herstellen of vcrrichten van hetgeen in strijd met de in deze landsverordcning en de daarop bcrustende bepalingen is of wordt gedaan, gehoudcn of nagelaten. Artikel 27 1. Een beslissing tot toepassing van bestuursdwang wordt op schrift gesteld en geldt ais een bc schikking. De beschikking vermeldt welk voorschrift is overtredcn. 2. De bekendmaking ervan geschiedt aan de overtreder en andere rcchthebbenden. 3. In de beschikking wordt een tcrmijn gcsteld waarbinnen de overtreder en eventuelc andere rechthebbenden de tenuitvoerlegging kunnen voorkomen door zclf de in de beschikking vermelde maatrcgelen te treffen. Gecn termijn bchoeft te worden gegund, indien de vereistc spoed zich daartcgcn vcrzct. · 4. Indien de situatie dermate spoedeiscnd is dat het bestuurscollege de beslissing tot toepassing van bestuursdwang niet tevoren op schrift kan stellen, zorgt hct bcstuurscollegc alsnog zo spoedig mogclijk voor de opschriftstclling en de bckendmaking. Artikel 28 1 . De overtreder is de kosten verbonden aan de toepassing van bcstuursdwang vcrschuldigd, tenzij de kostcn rcdclijkerwijzc nict of nict gchccl te zijncn laste bchorcn te komcn. 2. De beschikking venneldt dat de toepassing van bestuursdwang op kostcn van de overtredcr plaatsvindt. 37 - 12 J. Indien cchter de kosten gchecl of gedeeltelijk niet tcn laste van de ovcrtrcdcr zullcn wordcn gcbracht, wordt dat in de beschikking vermeld. 4. Ondcr de kosten worden begrepen de kosten verbonden aan de voorberciding van bcstuurs dwang, voor zover deze kosten zijn gemaakt na het tijdstip waarop de tcrmijn bedoeld in artikel 27, dcrde lid, is verstreken. 5. De kosten zijn ook verschuldigd indien de bestuursdwang door opheffing van de onrcchtmatige situatie nict of niet volledig is uitgevoerd. Artikel 29 1. Het bestuurscollege kan van de overtreder bij dwangbevel de verschuldigde kosten, verhoogd met de op de invordering vallende kosten, invorderen. 2. Het dwangbevel wordt op kosten van de overtreder bij deurwaardersexploit betekend en levert een executoriale titel op in de zin van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de Nederlandse Antillen. 3. Gedurende zes weken na de dag van betekening staat verzet tegen hct dwangbcvcl open door dagvaarding van het eilandgebied. 4. Het verzet schorst de tenuitvoerlegging. Op verzoek van het eilandgebied kan het gerccht in eerste aanleg de schorsing van de tenuitvoerlegging opheffen. Artikel 30 De kosten verbonden aan de toepassing van bestuursdwang zijn bevoorrccht op de zaak. ten aanzicn waarvan zij zijn besteed en worden na de kosten, bedoeld in Boek 3, artikel 284, het Burgerlijk Wetboek, uit de opbrengst van de zaak betaald. Artikel 31 Om aan een beslissing van bestuursdwang uitvoering te geven, komen de personcn die daartoc door het bestuurscollege zijn aangewezen, de bevoegdheden toe, genoemd in artikcl 24, twecdc en derde lid. Artikel 24, vierde lid, is van toepassing. Artikel 32 Tot de bevoegdheid tot toepassing van bestuursdwang behoort het verzegclcn van gcbouwcn, terreinen en hetgeen zich daarin of daarop bevindt. Artikel 33 1. Tot de bcvoegdhcid tot toepassing van bcstuursdwang behoort het meevocrcn en opslaan van daarvoor vatbare zaken voor zover de toepassing van bestuursdwang dit vereist. 13 - 37 1 Indien zakcn zijn mccgcvocrd en opgcslagcn, doct het bestuurscollcge daarvan proccs-vcrbaal opmakcn, waarvan afschrift wordt vcrstrckt aan de rechthebbcndc. 3. l lcl bestuurscollcgc draagt zorg voor de bcwaring van de opgeslagen :zaken en geeft deze zaken tcrug aan de rcchthcbbcnde, zodra dat rcdelijkerwijze nodig is. 4. Ilet bcstuurscollcgc is bevoegd de afgifte op te schorten totdat de verschuldigde kosten zijn voldaan. Indien de rcchthebbende niet tevens de overtredcr is, is hct bestuurscollcge bevoegd de afgifte op te schortcn totdat de kosten van bewaring zijn voldaan. 5. Het eilandgebied is, behoudcns in geval van onzorgvuldig handelen, niet aansprakelijk voor af gifte van het opgeslagcne aan een onbevoegdc. Artikel 34 l . Het bestuurscollege is bevoegd indien een opgeslagen zaak niet binnen dertien weken na de opslag kan worden teruggegeven aan de rechthebbende, deze te doen verkopen of, indien verkoop naar zijn oordeel niet mogelijk is, de zaak om niet aan een derde in eigendom over te dragen of te laten vemictigen. 2. Gelijke bcvoegdheid hceft hct bestuurscollege ook binnen die tennijn zodra de aan de toepassing van bestuursdwang verbonden kosten venneerderd met de voor de verkoop, de eigendomsoverdracht om niet of de vemietiging geraamde kostcn, in verhouding tot de waardc van de zaak oncvenredig hoog worden. 3. Verkoop, eigendomsoverdracht of vemietiging vindt niet plaats binnen twee weken na de verstrekking van het afschrift van het proces-verbaal betreffende het meevoeren en opslaan, tenzij het gevaarlijke stoffen of eerder aan bedcrf onderhevige stoffen betreft. 4. Gedurende drie jaren na het tijdstip van verkoop heeft degene die op dat tijdstip rechthebbendc was, recht op de opbrengst van het goed onder aftrek van de aan de toepassing van bestuursdwang verbonden kosten en de kosten van de verkoop. Indien de rechthebbende niet tevens de overtreder is, wordt van de opbrengst de kosten van bestuursdwang niet in mindering gebrachl. 5. Het eilandgebied is, behoudens in geval van onzorgvuldig handclen, nict aansprakclijk voor afgifte van de opbrengst uit de verkoop aan een onbevoegde. ยง 3. Last onder dwangsom Artikel 35 l. Het bestuurscollegc kan in plaats van het uitoefcncn van bestuursdwang aan de overtreder ecn last onder dwangsom opleggen, die ertoe strekt de ovcrtreding ongedaan te maken dan wel ecn herhaling van de overtreding te voorkomcn. 2. Een last ondcr dwangsom wordt niet opgelcgd indien het belang dat het betrokk.cn voorschri n beoogt te bcschcnncn zich daartcgen verzel. 37 - 14 ). Ilet bestuurscollegc stelt de dwangsom vast hetzij op ecn bedrag inccns hetzij op ecn bedrag pcr tijdseenhcid waarin de last niet is uitgevoerd of op een bcdrag pcr overtrcding van de fast. Ilet bestuurscollege stelt tevens een bedrag vast waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd. Het vastgestelde bedrag van de dwangsom dient in redelijke verhouding te staan lot de zwaarte van het geschonden bclang en de beoogde wcrking van de Jwangsomoplegging. 4. ln de beschikking tot oplegging van een last onder dwangsom die strekt lot het ongedaan maken of het beëindigen wordt een termijn gesteld gedurende welke de overtreder de last kan uitvocrcn zonder dat een dwangsom wordt verbeurd. Artikel 36 1. Verbeurde dwangsommen komen toe aan het desbetreffende eilandgebied. Het bestuurscollege kan bij dwangbevel het verschuldigde bedrag invorderen. 2. Artikel 29, tweede, derde en vierde lid, zijn van toepassing. Artikel 37 1. Het bestuurscollege kan op verzoek van de overtreder de last opheffen, de looptijd ervan opschorten voor een bepaalde termijn of de dwangsom vermindcren ingeval van blijvende of tijdelijke gehele of gedeeltelijke onmogelijkheid voor de overtreder om aan zijn vcrplichtingcn te voldoen. 2. Het bestuurscollege kan op verzoek van de overtreder de last opheffen indien de beschikking cen jaar van kracht is geweest zonder dat de dwangsom is verbeurd. Artikel 38 l . De bevoegdheid tot invordering van verbeurde bcdragen verjaart door verloop van een jaar na de dag waarop zij zijn verbeurd. 2. De verjaring wordt gestuit door faillissement en ieder wettelijk beletsel voor invordering van de dwangsom. § 4. Opsporing Artikel 39 l. Met de opsporing van de bij artikel 40 strafbaar gestelde fciten zijn, naast de in artikel 184 van het Wetbock van Strafvordering bedoelde personen en de krachtens artikcl 39, eerstc li<l, van de Landsverordening Inspectie voor de Yolksgezondheid, bclast de daartoc door hct bestuurscollege van het desbetreffende eilandgebied aangewezen pcrsoncn. I 5 - 37 ' Fen zodanige aanwijzing wordt hckcndgcmaakt in hct blad waarin vanwege dat cilandgebicd olliciëlc hcrichten wordcn gcplaatst of op cnigc andere wijze die in dat cilandgebied gcbruikelijk is. J. 13ij landsbcsluit, houdende algcmenc maatrcgclcn, kunnen regels worden gesteld omtrent de vcrcistcn waaraan de ingcvolge hct ccrste lid aangewczcn personen dienen te voldoen. HOOFDSTUKS Strafbepalingen Artikel 40 1. Overtreding van het in de artikelen 9, eerste lid, en l 0, vierde lid, gestelde verbod is: a. voor zover opzettelijk begaan, cen misdrijf en wordt gestraft met, hetzij gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren en een geldboete van ten hoogste tweehonderdduizend gulden, hetzij met één van beide straffen, en b. voor zover niet opzettelijk begaan, een overtreding en wordt gestraft met, hetzij hechtenis van tien maanden en cen geldboete van honderdduizend gulden, hetzij met één van beide straff en. 2. Degene die verontreiniging van drinkwater veroorzaakt, zodanig dat door de betrokkcn producent of distributeur niet meer wordt voldaan aan artikel 12, eerste lid, of de krachtens artikel 12, tweede lid, bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, gestelde regels ter zake van de kwaliteit van het drinkwater, wordt gestraft: a. voor zover opzettelijk begaan, met hetzij gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren en een geldboete van ten hoogste tweehonderdduizend gulden, hetzij met één van beide straffen; een dergelijk vergrijp is een misdrijf, en b. voorzover niet opzettelijk begaan, met hetzij hechtenis van tien maanden en een geldboete van honderdduizend gulden, hetzij met één van beide straffen; een dergelijk vergrijp is een overtreding. Artikel 41 1. Degenc die opzettelijk de bij artikel 4 7 opgelegde geheimhouding schendt, wordt gcstrall hetzij met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren hetzij met een geldboete van ten hoogstc tweehonderd vijftigduizend gulden, hctzij met beide straffen. Het in dit lid stratbaar gestelde fcit is een misdrijf 2. Degene aan wiens schuld schending van de geheimhouding te wijten is, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden hetzij met ecn geldboete van ten hoogstc honderdduizend gulden, hetzij met beide straffen. Het in dit lid strafbaar gestelde feit is ecn overtrcding. 3. Geen vervolging wordt ingestcld dan op klachtc van degenc te w1ens aanz1en <lc geheimhouding geschonden is. 37 HOOFDSTUK 6 Overige bepalingen § 1. Beleidsplanning en rapportage Artikel 42 1. De Minister stelt een maal per vijf jaren, gehoord de Raad voor het drink.water, een beleidsplan vast ter zake van drink.water dat alle eilandgebieden van de Nederlandse Antillen omvat. 2. De Minister bereidt het m het eerste lid bedoelde plan voor m nauw overleg met het bestuurscollege. 3. Het plan heeft in het bijzonder betrekking op de gezondheidsaspecten van de voorziening van drinkwater alsmede op de coordinerende en ondersteunende taken van de minister terzake jegens de eilandgebieden. 4. De Minister stelt de Inspectie in de gelegenheid haar zienswijze te gevcn over het ontwerp van het beleidsplan voordat het aan de Staten wordt aangeboden. 5. De Minister zendt een exemplaar van het beleidsplan aan de Staten, de lnspcctie en het bestuurscollege. Artikel 43 Jaarlijks v66r 1 september brengt de Minister verslag uit over de stand van zaken met betrekking tot de uitvoering van het in artikel 42 bedoelde beleidsplan aan de Staten. Het verslag bevat voorts alle relevante informatie over op landsniveau van belang zijnde gebeurtenissen ter zake van drinkwater gedurende de verslagperiode. De Minister zendt een exemplaar van het verslag tevens aan het bestuurscollege en de Inspectie. Artikel 44 1. Het bestuurscollcge stelt een maal per vijf jaren, gehoord de Raad voor hct Drinkwatcr, ecn eilandclijk beleidsplan vast ter zake van drinkwatcr. 2. Het belcidsplan bchoeft de goedkeuring van de eilandsraad. 3. Het beleidsplan, dat steeds ecn periode van tien jaar omvat, bcvat in icder geval: a. de hoofdlijnen van hct beleid met bctrekking lot de voorziening van drinkwater in hct eilandgebied; b. een prognose van de toekomstige behoefte aan drinkwater; c. een beschrijving van de wijze waarop in de betrokken periode wordt voorzien in de levering van drinkwater. de noodzakelijkc uitbreiding of vemieuwing van productic- of distributicmiddelen en een raming van de daarmce gemocidc invcsteringcn; d. een beschrijving van de wijze waarop wordt voorzien in de lcvcring van drinkwatcr indien de normale productie- of distributiemiddclcn gchccl of gcdccltclijk zijn uitgl· vallen. 17 - 37 4. Bij de voorhereiding van het hcleidsplan hctrekt hct bestuurscollege de produccnten en distributeurs van drinkwater alsmcde andere hclanghebhende instanties en organisatics. 5. Het bestuurscollege stell de toezichthouder in de gelegcnheid hun zienswijze te geven over het ontwcrp van het hclcidsplan voordat hct aan de cilandsraad ter goedkeuring wordt aangebodcn. 6. Het bestuurscollcge zendt een exemplaar van het beleidsplan aan de Minister en aan de toczichthouder. Artikel 45 1. Jaarlijks v66r l september brengt het bestuurcollege verslag uit over de stand van zaken met betrekking tot de voorziening van drinkwater aan de eilandsraad. Het verslag bevat in ieder geval: a. een ovcrzicht van de kwaliteit van het drinkwater in het voorgaande kalenderjaar; b. bijzondere feiten en omstandigheden die zich het voorgaande kalenderjaar met betrekking tot de kwaliteit en leveringszekerheid van de voorziening van drinkwater hebben voorgedaan en de in <lat verband genomen maatregelen; c. ecn overzicht van de activiteiten die het voorgaande kalenderjaar in hct kader van hct toezicht en de handhaving met betrekking tot de voorzicning van drinkwatcr hebben plaatsgevonden; d. de stand van zaken met betrekking tot de uitvoering van hct geldende belcidsplan. bedocld in artikel 44, alsmede met betrekking tot de voorbereiding van het ontwerp van een zodanig plan. 2. Het bestuurscollege zendt een exemplaar van het verslag tevens aan de Ministcr en de toezichthouder. ยง 2. Vergoedingen Artikel 46 1. Voor een concessie, vergunning of overeenkomst ais bedoeld in artikel 9, eerstc lid, is ccn hij eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen, vast te stellen vergoeding verschuldigd wclkc vergoeding strekt ter dekking van de kosten van de bemoeiingen met betrekking tot hct verlcnen van de concessie, vergunning of het aangaan van de overeenkomst. 2. Bij cilandsbesluit, houdende algemene maatregelen, worden regels gcsteld betreffende ccn jaarlijkse hijdragc die is verschuldigd door een producent of distributeur van drinkwatcr ter dckking van de kosten die voor de overheid voortvloeien uit de toepassing van het hij of krachtens deze landsverordening ter zake van de kwaliteit van het drinkwatcr bepaaldc, in hct bijzondcr waar hct hctreft kosten die verband houden met hct toezicht op de naleving van de bij of krachtcns dczc landsvcrordening gegeven regels, voorschriften en bepcrkingen. 3. Indien de vergoeding en de bijdrage, bedoeld in respectievelijk het eerste en tweedc lid, verschuldigd z1 1n door een privaatrechtelijke rechtspcrsoon, is iedere hestuurder van die 37 - 18 rcchtspcrsoon, behoudcns voor zover dcze kan aantonen dat hem tcrzake gccn vcrwijt trcti. hoofdelijk aansprakelijk voor het afdragen van die vergoeding en bijdrage. § 3. Geheimhoudingsbepaling Artikel 47 Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van het bij of krachtens deze landsverordening hepaalde en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vennoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, bcroep of wcttelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mcdedeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit. § 4. Evaluatiebepaling Artikel 48 De Minister zcndt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze landsvcrordening en vervolgens tclkcns na vier jaren, aan de Staten een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze landsverordening in de praktijk. HOOFDSTUK7 Overgangs- en slotbepalingen Artikel 49 1. Een concessie, vergunning of overeenkomst, afgegeven, respectievelijk aangegaan v66r hcl tijdstip van inwerkingtreding van deze landsverordening wordt aangemerkl ais een concessie, vergunning of overeenkomst ais bedoeld in artikel 9. 2. Concessies, vergunningen of overeenkomsten, afgegeven, respectievelijk aangegaan voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze landsvcrordening blijven, hchoudens eerdcre intrekking of bcëindiging, in stand voor de resterendc tijd van die concessic, vergunning of overeenkomst, met dien verstande dat bepalingen in die conccssics, vergunningcn of overeenkomsten die in strijd zijn met deze landsverordening of de daarop berustende bepalingen na drie maandcn na inwerkingtreding van dcze landsverordcning komcn te vcrvallen tenzij zij binncn die pcriodc zijn vervangen door bcpalingcn die in ovcrccn stemming zijn met het bij of krachlens dczc landsverordening bcpaaldc. Artikel 50 1. Deze landsvcrordening en de daarop herustcnde hcpalingcn zijn nict van tocpassing op lcidingcn, fittingcn en toestcllcn, die op het tijdstip van de inwcrkingtrcding van dczc 19 - 37 landsvcrordcning in gcbruik zijn in hcstaande gcbouwcn, opcnbarc, interne en afzondcrlijkc watcrvoorzieningen en openbarc en interne leidingnetten. 2. Lcidingen, fittingcn en toestellen die nict specifiek zijn gocdgekeurd voor de hier te lande bestaandc omstandighedcn, doch die ten tijde van hct in werking trcden van dcze landsverordcning recds in de Ncdcrlandsc J tillen aanwczig zijn, mogcn slcchts worden aangclegd lot ten hoogste twce jarcn na de inwerkingtrcding van dcze landsverordening. 3. ln afwijking van het bepaalde in het eerste en twccde lid kan de Ministcr bcperkingen stellen aan het gebruik van de aldaar bcdoelde leidingen, tittingen en toestellcn, indien deze naar de mening van de Minister emstig nadclige gevolgen kunnen hebbcn voor de volksgezondheid. 4. Indien naar zijn oordeel geen gevaar is te duchten voor de volksgezondheid kan de Minister desgevraagd de in het tweede lid bedoelde periodc in een individucel geval voor ecn door hem te bepalen periode verlengen. Artikel 51 De bcleidsplannen, bedoeld in de artikelen 42 en 44, worden de eerste keer uitgebracht binnen twee jaar na het in werking treden van deze landsverordening. Artikel 52 De Warcnlandsvcrordening (P.B. 1997, no. 334) wordt gewijzigd ais volgt: A. Artikel 3, eerste lid, wordt gewijzigd ais volgt: l . De punt aan het slot van onderdeel o wordt vervangen door een puntkomma. 2. Na onderdeel o wordt een nieuw onderdeel toegevoegd, luidende: p. water dat in enig levensmiddelenb~drijf wordt gebruikt voor de vervaardiging, de behandeling, de conservering of het in de handel brengen van voor mensclijkc consumptie bestemde producten of stoffen voor zover dit water in direct contact komt met deze producten of stoffen. B. Artikel 19 komt te luiden: Artikel 19 1. Ilet toczicht op de naleving van het bepaaldc bij of krachtens deze landsvcrordcning met bctrekking tot ect- en drinkwaren berust bij daartoe door het bestuurscollcge aangcwezcn personen. 2. Het bestuurscollegc kan de lnspectie voor de Volksgezondheid verzocken de taak, bcdocld in het eerste lid, uit te oefenen. In een zodanig geval geschiedt hct toczicht door bij landsbesluit aangewezen medewerkcrs van die lnspectie. 3. Het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze landsverordcning met hctrckking tot warcn, niet zijndc cet- en drinkwaren berust bij, bchoudcns tocp,L'>sing is 37 - 20 gcgeven aan het vicrde lid, bij landsbesluit aangewezen medewcrkers van de lnspectie voor de Volksgczondheid. 4. De aanwijzing van personen belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze landsverordening met betrekking tot waren, niet zîjnde eet- en drinkwaren, kan op verzoek van het desbetreffende bestuurscollege bîj landsbesluit aan hem worden ovcrgedragen. 5. De lnspectie voor de Volksgezondheid oefent toezicht uit op het ingevolge het eerste en vicrde lid uitgeoefende toezicht. 6. De bestuurscolleges dienen jaarlijks bij de Minister een verslag in van de werk.zaamheden verband houdende met het toezicht, bedoeld in het eerste lid, en voor zover van toepassing bcdoeld in het vierde lid. C. Na artikel 19 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende: Artikel 19a Met het oog op de afzet van in de Nedcrlandse Antillen gefabriceerde eet- en drinkwaren in het buitenland wordt de lnspectie voor de Volksgezondheid aangewezen ais landelijk bevoegdc instantie. D. Artikel 20 komt te luiden: Artikel 20 1. Bij de uitvoering van hun taak dragen de krachtens artikel 19, eerste en vierde lid, aangewezen personen een legitimatiebewijs bij zich, die door het desbetreffendc bestuurscollege wordt verstrckt. Zij tonen hun legitimatiebewijs desgevraagd aanstonds. 2. Het legitimaticbewijs bcvat een foto van de krachtens artikel 19, eerstc of vierdc lid, aangewezen persoon en venneldt in ieder geval diens naam en hoedanigheid. E. De aanhef van artikel 21, eerste lid. komt te luiden: l. De krachtens artikel 19, eerste en vierde lid, aangewezen personen zijn, uitsluitcnd voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkcrwijs noodzakelijk is, bevoegd:. F. ln de artikelen 22, eerste lid, en 23, eerste lid. wordt telkens "De in artikel 21, eerstc lid bcdoelde arnbtcnaren of personcn" vcrvangcn door: De krachtcns artikel 19, eerste en vierde lid, aangewezen personen. 21 - 37 Artikel 52a Artikel 12, eerste lid, onder d, van de Landsverordening Organisatie Landsovcrhcid (P.B. 2001, no. 75) 1 komt te luiden: d. het Ministerie van Volksgezondheid en Sociale Ontwikkeling: 51 ;. Artikel 53 Dcze landsverordening treedt in werking op een bij landsbesluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdclen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. Artikel 54 Deze landsverordening kan worden aangehaald ais: Landsverordening drinkwatcr. De Minister van Volksgezondheid en Sociale Ontwikkeling, S.E. SMITH De Minister van Justitie, D.A. DICK Gegeven te Curaçao, 7 april 2006 F.M. D.L.S. GOEDGEDRAG Uitgegeven de 28st c april 2006 De Minister van Algcmcnc Zakcn en Buitenlandsc Betrckkingcn a.i., O.V.E. LEEFLANG 1 1 aaMchJk gcw1Jligd h11 ar11kd 20a van de Landsverordcmng Mcteorolog1schc D1cnst (PB 2001. no 59)