跳到主要内容
Nelum
库拉索的法律

Goods Ordinance

颁布于 1997-12-29 · 文本截至 2026-10-01

以研究形式发布的公开法律与官方指引,不构成法律、税务或金融建议。

研究内容本身以英文撰写。标题和标签已翻译,调查结果和引文未翻译。

关于这部法律

原标题
Landsverordening houdende regels inzake waren (Warenlandverordening )
语言
Dutch
类型
法令
国家
库拉索
主题
Agricultural and rural development, Food and nutrition
关键词
agricultural commodities, food safety and quality, institution, international trade, enforcement/compliance, offences/penalties, governance
类别
*

在哪里阅读

    该法律没有记录来源链接。

文本

所收录的法律原文,按条款排列。每个条款都有自己的链接。

  1. A° 1997 N° 334 tSJ PUBLICATIEBLAD LANDSVERORDENING van de 29ste december 1997 houdende regels ten aanzien van waren (Warenlandsverordening).. • IN NAAM DER KON1NGIN! DE GOUVERNEUR van de Nederlandse Antillen, In overwegmg genomen hebbende: dat het wenselijk is in het belang van de volksgezondheid, nieuwe regels te stellen ten aanzien van de productie en de handel in waren, aismede ter beseherming van het milieu; Heefi, de Raad van Advies gehoord, met gemeen overleg der Staten, vastgesteld onder staande landsverordening: § 1. Begripsbepalingen Artikel 1 In deze landsverordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Minister : de Minister van Volksgezondheid en Milieuhygine; b. waren : alle roerende lichamelijke zaken; c. eet- of drinkwaren : al hetgeen bestemd is door de mens te worden genuttigd,. aismede genotmiddelen, kauwpreparaten en grondstoffen daarvan; d. verpakking : elk artikel of materiaal dat bestemd is om een waar of waren te bevatten of te omhullen; e. vervaardigen : alle handelingen met betrekking tot het tot stand brengen van de waar, daaronder begrepen het bereiden; f. verhandelen : alle handelingen die ten dienste staan van en samenhangen met de verkoop van de waar; g. ruimte elke plants al dan niet permanent van aard alwaar handelingen met betrekking tot het vervaardigen van waren plaatsvinden; h. etikettering : iedere aanduiding, identificatie, vermelding of voorstelling op of bij de waar dan wel op de verpakking daarvan gebezigd of aangebracht I. Adviescommissie de commissie, bedoeld in artikel 7. Zie voor schriftelijke gedachtenwisseling met Staten stukken Zitting 1997-1998-2006 334 -2 § 2. Algemene bepalingen Artikel2 1. Deze landsverordening is niet van toepassing op het vervaardigen van waren in de sfeer van die particuliere huishouding waarbinnen zij worden genuttigd of gebruilct. 2. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kan een huishouding gelijk worden gesteld met een particuliere huishouding als bedoek in het eerste lid. 3. In geval van oorlog, oorlogsgevaar of andere buitengewone omstandigheden kan bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, worden bepaald dat deze landsverordening met van toepassing is op voor militair gebruik bestemde waren. 4. Voorts kunnen bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, ter uitvoering van bindende verdragen of andere internationale afspraken en bindende besluiten van volkenrechtelijke organisaties regels worden gegeven, waarbij van de bepalingen van deze landsverordening kan worden afgeweken of de bepalingen van deze landsverordening geheel of gedeeltelijk huiten werking kunnen worden gesteld. 5. Binnen zes maanden na het in werking treden van een landsbesluit, houdende algemene maat regelen, bedoeld in het vierde lid, wordt een voorstel aan de Staten gedaan om het in dat landsbesluit bepaalde, bij landsverordening te bekrachtigen. Indien een landsbesluit, bedoeld in het vierde lid, niet wordt bekrachtigd ingevolge het vijfde lid, wordt dit landsbesluit onverwijid ingetrokken. Artikel 3 1. In het belang van de volksgezondheid kunnen, na overleg tussen de Minister en de Minister van Economische Zaken, bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, de Adviescom missie gehoord, ten aanzien van waren regels worden gegeven met betrekking tot: a. de samenstelling, de kwaliteit, de aard, de toestand, de hoedanigheid, de eigenschappen, de houdbaarheid en de uitvoering; b. het volume, de hoeveetheidsafmeting of de standaardmaten; c. de wijze van het vervaardigen, het verpakken of het opslaan; d. de eigenschappen en de toestand van ruimten of hetgeen in of bij de ruimten aanwezig is alwaar waren vervaardigd worden, alsmede ten aanzien van voorwerpen, gereedschap pen of materialen die bij bet vervaardigen of verhandelen gebezigd worden, evenals de eisen van hygiene te stellen ten aanzien van de personen, die bij het verrichten van deze bandelingen betrokken zijn; e. waren, waarvan bij aanwending de voedings- of gebruikswaarde geringer is dan in redelijkheid ten minste mag worden verlangd; f. de etikettering of gereserveerde benaming; g. het aanprijzen of verhandelen; h. de verpakking; i. het vervoer en de eisen met betrekking tot voertuigen te stellen in verband met dit vervoer; j. de in- en uitvoer; k. de registratie; 1. de methoden van onderzoek; m. preventieve maatregelen ter bevordering van een goede naleving van de bij of krachtens 3- 334 deze landsverordening gegeven voorschriften; n. typekeuringen; o. het gebruik van additieven of hulpstoffen in waren. 2. Ter zake van eet- en drinkwaren in het bijzonder kunnen, na overleg tussen de Minister en de Minister van Eeonomische Zaken, ter bescherming van het belang in het eerste lid, bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, de Adviescommissie gehoord, bovendien regels worden gegeven met betrekking tot: a. de termijnstelling in verband met de houdbaarheid; b. de maximaal toelaatbare hoeveelheden chemische, microbiologische of biologische verontreinigingen; c. de aanwezigheid van belangrijke voedingsstoffen in eet- of drinkwaren die een wezenlijk onderdeel van het gangbare voedingspakket uitmaken; d. de conserveringseisen; e. de opleidingseisen waaraan exploitanten van ruimten moeten voldoen. 3. Voorts kunnen in verband met het milieubelang bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, de Adviescommissie gehoord. regels worden gegeven met betrekking tot de verpakking van waren. 4. De regels, bedoeld in het eerste lid tot en met het derde lid, kunnen van toepassing zijn op alle eilandgebieden dan we! op de eilandgebieden Curacao en Bonaire, afzonderIijk, of op de eilandgebieden Sint Maarten, Sint Eustatius en Saba, afzonderlijk. 5. Bij het geven van rege!s, bedoeld in het eerste tot en met het derde lid, kan het verplicht stellen van een onderzoek behoren. 6. Ter zake van waren die uits!uitend of mede zijn voorbestemd om, al dan niet na in de Nederlandse Antillen een bewerking of verwerking te hebben ondergaan, in het gebied van de Europese Unie te worden ingevoerd, kan de inhoud van een Iandsbesluit als bedoeld in het eerste tot en met het derde lid van dit artikel bestaan uit de toepasselijk-verklaring van een of meer verordeningen, beschikkingen of richtlijnen die door de Commissie of de Rand van de Europese Unie zijn vastgesteld, of van een of meer bepaalde titels, hoofdstukken, artikelen of andere onderdelen daarvan, mits deze verordeningen, beschikkingen en richt!ijnen in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn opgenomen en de tekst ervan als bijiage bij het betreffende landsbesluit wordt gevoegd. Het tijdstip van inwerkingtreding ervan voor de Nederlandse Antillen wordt bij of krachtens het landsbesluit bepaald; voor een verordening of beschikking is dit tijdstip niet gelegen vóór dat waarop de verordening, onderscheidenlijk beschikking, ze!f in enige Lid-Staat van de Europese Unie in werking treedt. 7. Bij ministeriële beschikking met algemene werking kunnen ter uitvoering van een landsbesluit als in dit artike! bedoeld nadere voorschriften van technische of anderszins praktische aard worden gegeven en kunnen instanties worden aangewezen die de onderzoeken, bedoeld in het vijfde lid, zullen verrichten. Artikel 4 1. In een spoedeisend geval kunnen de regels, bedoeld in artikel 3, eerste tot en met derde lid, worden gegeven bij ministerië!e beschikking met algemene werking. Bij deze beschikking kunnen bepalingen van de op artilcel 3, eerste lid tot derde lid berustende landsbesluiten, houdende algemene maatregelen, zo nodig buiten werking worden gesteld. 2. De beschikking, bedoeld in het eerste lid, vervalt na verloop van een termijn van zes maanden nadat zij in werking is getreden, of, indien binnen die termijn een !andsbesluit, houdende 334 -4 algemene maatregelen, ter vervanging van die beschildcing in werking is getreden, op het tijdstip waarop dit landsbesluit in werking treedt. Artikel 5 1. De regels, krachtens artikel 3, eerste tot en met derde lid, kunnen voorschriften inhouden ten aanzien van daarbij omschreven waren of c’tegorie&i van waren of een verbod om daarbij omschreven waren of categorien van waren te vervaardigen dan wel te verhandelen. Aan de Minister kan bij het desbetreffende landsbesluit, houdende algemene maatregelen, de bevoegdheid worden toegekend vrijstelling dan wel ontheffmg van de gegeven voorschriften of verboden te verlenen of namens hem te doen verlenen. 2. Aan de vrijstelling of de ontheffmg, bedoeld in het eerste lid, kunnen voorschriften worden verbonden; zij kan onder beperking worden verleend. 3. Tot de voorschriften die aan een ontheffmg, bedoeld in het tweede lid, worden verbonden, kan een voorschrift behoren, inhoudende dat de houder van de ontheffmg verplicht is bij het verhandelen van waren waarvoor de ontheffmg geldt, op of bij de waar of op haar verpakking ten behoeve van degenen die haar verder verhandelen, aanwijzigingen op te nemen met betrekking tot het bewaren, vervoeren of behandelen van de waar. 4. De houder van een ontheffmg als bedoeld in het derde lid, is verplicht bij het verhandelen van de waren waarvoor de ontheffmg geldt, op of bij de waar of op haar verpakking een vermelding met betrekking tot het besluit waarbij de ontheffmg werd verleend, te plaatsen. Ingeval bij het verlenen van de ontheffing toepassing is gegeven aan het derde lid, is hij voorts verplicht zuiks bij de aldaar bedoelde aanwijzingen te vermelden. 5. Voor degenen die waren waarvoor een ontheffmg is verleend verder verhandelen, geldt met betrekking tot die waren vrijstelling van de voorschrifIen waarvan de ontheffing is verleend. Het bepaalde in het vierde lid is op hun van toepassing. 6. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, worden regels gegeven omtrent de wijze waarop de aanvraag om een vrijstelling of ontheffing, bedoeld in het eerste lid, dient te geschieden en de gegevens die van de aanvrager worden verlangd; zolang de verlangde gegevens niet zijn verstrekt en de vergoeding, bedoeld in het zevende lid, niet is voldaan, wordt de aanvraag niet in behandeling genomen. 7. Voor de behandeling van de aanvraag om vrijstelling of ontheffmg is een vergoeding verschuldigd. De hoogte van de vergoeding en de wijze van betaling daarvan worden bij ministeriële beschikking met algemene werking vastgesteld. 8. Een vrijstelling of ontheffmg kan door de Minister worden ingetrokken, indien: a. de daaraan verbonden voorschriften niet worden nageleefd; b. de gegevens, verstrekt ter verkrijging van de vrijstelling of ontheffing zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn, dat op de aanvraag afwijzend of anders zou zijn beslist, indien bij de beoordeling daarvan de juiste of volledige gegevens bekend zouden zijn geweest; of c. de situatie met inachtneming van de belangen die deze landsverordening dient, daartoe noopt. 9. Een beslissing houdende weigering van een vrijstelling of ontheffing, dan wel houdende intrekking van een vrijstelling of ontheffmg wordt aan de aanvrager schrifIelijk medegedeeld onder opgave van redenen. 5- 334 Artikel 6 1. Bij ministeriële beschilcking met algemene werking kunnen vergoedingen worden vastgesteld, verschuldigd door degenen ten behoeve van wie werkzaaniheden of diensten door of namens het Land zijn verricht of verleend. 2. Het Land onderscheidenlijk de persohen, bedoeld in het eerste lid, kunnen alvorens over te gaan tot het verrichten van werkzaaniheden of verlenen van diensten, vooruitbetaling van de vastgestelde tarieven verlangen. § 3. Adviescommissie Artikel 7 1. Er is een Adviescommissie inzake waren. 2. De commissie heeft tot taak de Minister desgevraagd of uit eigen beweging te adviseren over aangelegenheden die verband houden met deze landsverordening. 3. De commissie wordt in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen over ontwerpen krachtens deze landsverordening. 4. De commissie bestaat uit ten hoogste 15 leden, en in elk geval uit een oneven aantal, die door de Minister worden benoemd, geschorst en ontslagen. Van de leden wordt een derde dee! benoemd op aanbeveling van organisaties van lokale fabrikanten of importeurs van waren en een derde deel op aanbeveling van organisaties van consumenten. Een derde deel wordt door de Minister voorgedragen. 5. De commissie wijst uit haar midden een voorzitter en een secretaris aan. 6. De commissie kan subcommissies instellen. De commissie kan personen, niet zijnde leden, uitnodigen deel te nemen aan de vergaderingen van een subcommissie. 7. De commissie aismede de subcommissies kunnen ten aanzien van bepaalde onderwerpen deskundigen horen. 8. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen regels worden gegeven met betrekking tot de werlcwijze van de commissie en de subcommissies, aismede de aan de leden toe te kennen vergoeding. § 4. Verbodsbepalingen Artikel 8 Het is verboden eet- of drinkwaren te bereiden dan wel te verhandelen die door hun ondeugde lijkheid de gezondheid of veiligheid van de mens in gevaar kunnen brengen. Artikel 9 1. Onverminderd het bepaalde in de Vergunningslandsverordening (P.B. 1963, no. 28) is het verboden eet- of drinkwaren te bereiden zonder daartoe strekkende vergunning door of namens de Minister. 2. Dc vergunning wordt niet eerder afgegeven dan nadat voldaan is aan de voorschriften bij of 334 -6 krachtens deze landsverordening gegeven inzake: a. de samenstellmg van eet- of drinkwaren; b. de wijze van bereiden van eet- of thinkwaren; c. de voorwerpen, gereedschappen of materialen die bij het bereiden van eet- of drinkwaren worden gebezigd; d. de ruimten; e. de hyginische eisen te stellen aan personen die bij het bereiden van eet- of drinkwaren betrokken zijn; en f. de opleidingseisen waaraan exploitanten van ruimten moeten voldoen. 3. Ten aanzien van de vergunning, bedoeld in het eerste lid, is bet bepaalde in artikel 5, tweede, zesde tot en met negende lid, van toepassing. Artikel 10 Het is verboden waren, niet zijnde eet- of drinlcwaren, te verhandelen die bij bet gezien hun bestemming te verwachten gebruik bijzondere gevaren kunnen opleveren voor de gezondheid of veiligheid van de mens. Artikel 11 Het is verboden in de uitoefening van een beroep of bedrijf waren aan te prijzen op zodanige wijze, dat dit in strijd is met voorschriften rnzake de etikettering en het verhandelen, gesteld bij of lcracbtens deze landsverordening. Artikel 12 Het is verboden waren te verhandelen waarvan de samenstelling, uitvoering, hoedanigheid, eigenschappen of toestand in emstige mate minder is dan wat in redelijkheid mag worden verlangd. Artikel 13 Het is verboden waren te verhandelen die ongeschikt zijn voor gebruik. Artikel 14 Het is verboden waren te bereiden dan wel te verhandelen, anders dan met inachtneming van de regels gegeven bij of krachtens deze landsverordening met betrekking tot de samenstelling en de wijze van bereiding onderscheidenlijk de verpakking en de etikettering. 7- 334 Artikel 15 Het is verboden een etikettering op of bij waren aan te brengen of bij aanprijzing te bezigen, die, doordat zij onjuist, onvolledig is of een onjüiste indruk weld, misleidend is. Artikel 16 Het is verboden waren te verhandelen die door hun ondeugdelijkheid de gezondheid of veiligheid van de mens in gevaar kunnen brengen. § 5. Bestuursmaatregelen Artikel 17 1. Indien een waar weilce naar haar aard bestemd of geschikt is om in de sfeer van een particuliere huishouding te worden gebruilct, gevaar oplevert voor de gezondheid ofveiligheid van de mens, kan de Minister degene die de desbetreffende waar verhandelt of heeft verhandeld, schriftelijk gelasten om de bezitters dan wel de vermoedelijke bezitters van die waar onverwijid en op doeltreffende wijze op de hoogte te stellen van het gevaar. 2. Indien betrokkene de instructies, bedoeld in het eerste lid, niet op de voorgeschreven wijze uitvoert, kan de Minister op kosten van de betrokkene bedoelde maatregelen treffen. 3. De kosten die verband houden met de. maatregelen, bedoeld in het tweede lid, kunnen door de Minister worden ingevorderd door middel van een dwangschrift volgens de Landsverorde fling houdende regeling van de invordering van belastingen, bijdragen en vergoedingen door middel van dwangschriften aismede van de rechtspleging inzake van belastingen, bijdragen en vergoedingen (P.B. 1942, no. 246). 4. Binnen dertig dagen na de betekernng staat verzet tegen het dwangschrift, bedoeld in het derde lid, open. De desbetreffende bepalingen van de landsverordening, genoemd in het derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing. § 6. Beroep Artikel 18 Degene die rechtstreeks in zijn belang is getroffen door een op grond van deze landsverordening genomen beschikking kan hiertegen beroep instellen bij het Gerecht in Eerste Aanleg van de Nederlandse Antillen. § 7. Toezicht Artikel 19 1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze landsverordening bepaalde, zijn belast de bij landsbesluit daartoe aangewezen ambtenaren, behoudens ingeval van toepassing 334 -8 van het tweede of derde lid. Een zodanige aanwijzing wordt bekendgemaakt in de Curacaosche Courant. 2. Het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze landsverordening met betrekking tot eet- en drinkwaren wórdt bij landsbesluit opgedragen aan de bestuurscolleges van de eilandgebieden. Door het betrokken bestuurscollege worden de personen aangewezen die dit toezicht namens het bestuurscollege uitoefenen. 3. Het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze landsverordening met betrekking tot waren, niet zijnde eet- en drinlcwaren, kan bij landsbesluit worden opgedragen aan een bestuurscollege van een eilandgebied. Door het betrokken bestuurscollege worden de personen aangewezen die dit toezicht namens het bestuurscollege uitoefenen. 4. Het betrokken bestuurscollege kan de Minister verzoeken de taak, bedoeld in het tweede of derde lid, namens dit bëstuurscollege te doen uitoefenen. 5. De bestuurscolleges aan wie het toezicht, bedoeld in het tweede of derde lid, is opgedragen, dienen jaarlijks een versiag van de werkzaamheden in, bij de Minister. Artikel 20 1. Bij de uitoefening van hun taak dragen de krachtens artikel 19, eerste lid, aangewezen. ambtenaren of de krachtens artikel 19, tweede en derde lid, aangewezen personen, een legitimatiebewijs bij zich, welke namens de Minister door de Directeur van het Departe ment van Volksgezondheid en Milieuhygiene wordt verstrekt, dan we! door het betrokken bestuurscollege. Zij tonen hun legitimatiebewijs desgevraagd aanstonds. 2. Het legitimatiebewijs bevat een foto van de toezichthoudende ambtenaar of persoon en vermeldt in ieder geval diens naam en hoedanigheid. Artikel 21 1. De krachtens artikel 19, eerste lid, aangewezen ambtenaren of krachtens artikel 19, tweede en derde lid, aangewezen personen, zijn, uitsluitend voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijs noodzakelijk is, bevoegd: a. alle inlichtingen te vragen; b. inzage te verlangen van a!le boeken, bescheiden en andere informatiedragers en daarvan afschrift te nemen of deze daartoe tijdelijk mee te nemen; c. waren en al hetgeen voor waren als hulpmiddel dient aan opneming en onderzoek te onderwerpen, ten behoeve van zodanig onderzoek verpakkingen te openen dan we! te vorderen dat verpakkingen worden geopend; deze waren daartoe tijde!ijk mee te nemen en daarvan monsters te nemen; d. al!e plaatsen, met uitzondering van woningen zonder de uitdrukkelijke toestemming van de bewoner, te betreden, vergezeld van door hen aangewezen personen; e. .vaartuigen, voertuigen en de lading daarvan te onderzoeken. 2. Zo nodig, wordt de toegang tot een plaats als bedoeld in het tweede lid, onderdee! d, verschaft met behu!p van de sterke arm. 3. Bij landsbes!uit, houdende a!gemene maatregelen, kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van taakuitoefening van de in het eerste lid bedoelde ambtenaren of personen. 4. Een ieder is verp!icht aan de in het eerste lid bedoelde ambtenaren of personen a!le 9- 334 medewerking te verlenen die op grond van het tweede lid wordt gevorderd. Artikel 22 1. De in artikel 21, eerste lid, bedoelde ambtenaren of personen kunnen, in afwachting van de onverwijid door hen in te roepen beslissing van de Directeur van het Departement van Volksgezondheid en Milieuhygine, de vervaardiging of de verhandeling van waren, die niet voldoen aan het bij of krachtens deze landsverordening bepaalde, verbieden. 2. Dc Directeur van het Departement van Volksgezondheid en Milieuhygiene kan het verbod, krachtens het eerste lid opgelegd, bekrachtigen, alsmede de vernietiging bevelen van voorlopig in beslag genomen waren. 3. Een beslissing als bedoeld in het tweede lid, wordt schrifielijk aan de belanghebbende meegedeeld. Artikel 23 1. De in artilcel 21, eerste lid, bedoelde ambtenaren of personen zijn bevoegd tot voorlopige inbeslagneming van: a. waren waarvan een monster bij onderzoek ondeugdelijk of schadelijk is bevonden; b. eet- of drinkwaren die kennelijk in staat van bederf verkeren of die kennelijk niet voldoen aan de voorschriften of vereisten bij of krachtens deze landsverordening gegeven. 2. Met op grond van het eerste lid in beslag genomen, voor menselijk gebruik geschikte waren, wordt gehandeld op de wijze, bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, te bepalen. § 8. Strafbepalingen en maatregelen Artikel 24 1. Handelen in strijd met de voorschriften, gesteld bij of krachtens deze landsverordening in de artikelen 2, vierde lid, 3, eerste, tweede, derde en vijfde lid, 4, eerste lid, 5, derde, vierde en vijfde lid, of, overtreding van de in de artikelen 8 tot en met 16 gestelde verboden, is, voor zover opzettelijk begaan, een misdrijf, en wordt gestraft met hetzij gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren, hetzij met geldboete van ten hoogste een miljoen (NAF. 1.000.000,--) gulden, hetzij met beide straffen. 2. Handelen in strijd met de voorschriften, gesteld bij of krachtens deze landsverordening in de artikelen e, vierde lid, 3, eerste, tweede, derde en vijfde lid, 4, eerste lid, 5, derde, vierde en vijfde lid, of, overtreding van de in de artikelen 8 tot en met 16 gestelde verboden, is, voor zover niet opzettelijk begaan, een overtreding, en wordt gestraft met hetzij hechtenis van ten hoogste een jaar, hetzij met geldboete van ten hoogste honderdduizen (NAF. 100.000,--) gulden, hetzij met beide straffen. 3. Het niet voldoen aan de vordering, bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdelen c en e, of de verplichting, bedoeld in de artikelen 21, eerste lid, onderdeel a, en 25, is een overtreding en wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van ten hoogste duizend (NAP. 1.000,--) gulden. 334 -10 § 9. Geheimhoudingsplicht Artikel 25 Een ieder die betrokken is bij de uitvoering van deze landsverordening en daarbij de beschilddng krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redeijkerwijs moet vermoeden en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudmgsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover emg wettelijk voorsebrift hem tot bekendmaking verplicht of uit zijn taak bij de uitvoering van deze landsverordening de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit. § 10. Overgangs- en slotbepalmgen Artikel 26 De Verordening van de 7de augustus 1917 houdende bepalmgen tot het tegengaan van de verkoop van voor de volksgezondheid nadelige eet- en drinkwaren, aismede ter bevordering van een deugdelijke samenstelling van eet- en drinkwaren (P.B. 1917, no. 58) wordt mgetrokken. Artikel 27 Uitvoeringsbesluiten, vrijstellingen, ontheffmgen, vergunningen en toestemmingen die zijn gegeven, verleend of aangevraagd op grond van de Verordenmg van de 7de augustus 1917 houdende bepalingen tot het tegengaan van de verkoop van voor de volksgezondheid nadelige eet- en drinkwaren, aismede ter bevordering van een deugdelijke samenstelling van eet- en drinkwaren gelden met ingang van de dag van inwerkmgtreding van deze landsverordening als gegeven, verleend of aangevraagd op grond van deze landsverordening. Artikel 28 1. Deze landsverordening treedt met uitzondering van de artikelen 10, 11, 12, 13, 14, 15 en 16, voor zover deze artikelen van toepassing zijn op waren, niet zijnde eet- en drinkwaren, in werking met mgang van de dag na die der uitgifte van het Publicatieblad, waarin de afkondiging is geschied. 2. De artikelen, genoemd in het eerste lid, voor zover deze van toepassing zijn op waren, met zijnde eet- en drinkwaren, treden in werking op een bij landsbesluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld. Daarbij kan voor elk eilandgebied bet tijdstip van inwerkingtreding verschillend worden gesteld. Artikel 29 Deze landsverordening kan worden aangehaald als: Warenlandsverordening. 11- 334 Willemstad, 29 december 1997 J.M. SALEH De Minister van Volksgezondheid en Milieuhygiene, B.J. DORAN-SCOOP Dc Minister van Justitie, a.i., M.A. POURIER Uitgegeven de 31 ste december 1997 De Minister van Algemene Zaken, M.A. POIJRIER

Goods Ordinance · Nelum