Décret portant les dispositions générales en matière de la politique de l’énergie (1)
颁布于 2009-05-08 · 文本截至 2026-10-01
以研究形式发布的公开法律与官方指引,不构成法律、税务或金融建议。
研究内容本身以英文撰写。标题和标签已翻译,调查结果和引文未翻译。
关于这部法律
- 语言
- French
- 类型
- 条例
- 国家
- 比利时 · Vlaanderen
- 主题
- Energy
- 关键词
- energy conservation/energy production, natural gas, renewable energy, environmental standards, climate change, ozone layer, transport/storage, research, inspection, standards, protection of environment
- 类别
- energy
在哪里阅读
该法律没有记录来源链接。
文本
所收录的法律原文,按条款排列。每个条款都有自己的链接。
Article 1er. La fonction d’officier de l’état civil est attribuée au. Artikel 1. De functie van ambtenaar van de burgerlijke stand wordt titulaire du Consulat de Belgique à Pristina. verleend aan de titularis van het Consulaat van België in Pristina.
Art. 2. Le titulaire du Consulat de Belgique à Tirana exerce les Art. 2. De titularis van het Consulaat van België in Tirana oefent het attributions notariales. notarisambt uit. Bruxelles, le 18 août 2008. Brussel, 18 augustus 2008. K. DE GUCHT K. DE GUCHT * SERVICE PUBLIC FEDERAL AFFAIRES ETRANGERES, FEDERALE OVERHEIDSDIENST BUITENLANDSE ZAKEN, COMMERCE EXTERIEUR BUITENLANDSE HANDEL ET COOPERATION AU DEVELOPPEMENT EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING F. 2009 — 2377 [S − C − 2009/15087] N. 2009 — 2377 [S − C − 2009/15087] 18 AOUT 2008. — Arrêté ministériel 18 AUGUSTUS 2008. — Ministerieel besluit portant attribution de compétence en matière houdende toekenning van bevoegdheid de l’état civil et du notariat op het gebied van burgerlijke stand en notariaat Le Ministre des Affaires étrangères, De Minister van Buitenlandse Zaken, Vu la loi du 12 juillet 1931 relative à certains actes de l’état civil et à Gelet op de wet van 12 juli 1931 betrekking hebbende op zekere akten la compétence des agents diplomatiques et consulaires en matière de van de burgerlijke stand evenals op de bevoegdheid der diplomatieke l’état civil, et notamment l’article 2, B; en consulaire ambtenaren in zake burgerlijke stand, inzonderheid op artikel 2, B; Vu la loi du 10 juillet 1931 concernant la compétence des agents Gelet op de wet van 10 juli 1931 betreffende de bevoegdheid der diplomatiques et consulaires en matière notariale et notamment diplomatieke en consulaire agenten in notariële zaken, inzonderheid op l’article 2, 2°, artikel 2, 2°, Arrête : Besluit : er
Article 1 . La fonction d’officier de l’état civil est attribuée au Artikel 1. De functie van ambtenaar van de burgerlijke stand wordt titulaire du Consulat de Belgique à Tirana. verleend aan de titularis van het Consulaat van België in Tirana.
Art. 2. Le titulaire du Consulat de Belgique à Pristina exerce les Art. 2. De titularis van het Consulaat van België in Pristina oefent attributions notariales. het notarisambt uit. Bruxelles, le 18 août 2008. Brussel, 18 augustus 2008. K. DE GUCHT K. DE GUCHT 46142 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD SERVICE PUBLIC FEDERAL ECONOMIE, FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, P.M.E., CLASSES MOYENNES ET ENERGIE K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE F. 2009 — 2378 [C − 2009/11285] N. 2009 — 2378 [C − 2009/11285] 16 JUIN 2009. — Arrêté royal exécutant l’article 17, deuxième alinéa, 16 JUNI 2009. — Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 17, de la loi du 10 novembre 2006 relative aux heures d’ouverture dans tweede lid, van de wet van 10 november 2006 betreffende de le commerce, l’artisanat et les services openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening ALBERT II, Roi des Belges, ALBERT II, Koning der Belgen, A tous, présents et à venir, Salut. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Vu la loi du 10 novembre 2006 relative aux heures d’ouverture dans Gelet op de wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren le commerce, l’artisanat et les services, l’article 17, deuxième alinéa; in handel, ambacht en dienstverlening, artikel 17, tweede lid; Vu l’arrêté royal du 11 août 1960 portant exécution de la loi du Gelet op het koninklijk besluit van 11 augustus 1960 tot uitvoering 22 juin 1960 instaurant le repos hebdomadaire dans l’artisanat et le van de wet van 22 juni 1960 tot invoering van een wekelijkse rustdag in commerce; nering en ambacht; Vu l’arrêté royal du 27 février 1974 portant exécution de la loi du Gelet op het koninklijk besluit van 27 februari 1974 genomen ter 24 juillet 1973 instaurant la fermeture obligatoire du soir dans le uitvoering van de wet van 24 juli 1973 tot instelling van een verplichte commerce, l’artisanat et les services; avondsluiting in handel, ambacht en dienstverlening; Vu l’avis du Conseil supérieur des Indépendants et des P.M.E., donné Gelet op het advies van de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de le 1er mars 2007; K.M.O., gegeven op 1 maart 2007; Vu l’avis 46.283/1 du Conseil d’Etat, donné le 15 avril 2009, en Gelet op advies 46.283/1 van de Raad van State, gegeven op application de l’article 84, § 1er, alinéa 1er, 1°, des lois sur le Conseil 15 april 2009, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de d’Etat, coordonnées le 12 janvier 1973; wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Sur la proposition de la Ministre des P.M.E., des Indépendants, de Op de voordracht van de Minister van K.M.O.’s, Zelfstandigen, l’Agriculture et de la Politique scientifique, Landbouw en Wetenschapsbeleid, Arrête : Besluit :
Article 1er. Pour l’application de cet arrêté on entend par : Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° ministre : le Ministre qui a les Classes moyennes dans ses 1° minister : de Minister die de Middenstand onder zijn bevoegdheid attributions; heeft; 2° attractions touristiques : curiosités, sites, monuments, organisa- 2° toeristische attracties : bezienswaardigheden, natuurschoon, monu- tions ou entreprises de délassement sportif ou culturel, stations menten, organisaties of ondernemingen voor sportieve of culturele thermales, lieux de pèlerinage, établissements de logement ou de ontspanning, kuuroorden, bedevaartsoorden en slaap-, eet- en vrije- restauration ou de loisirs; tijdsgelegenheden; 3° zone géographique : la commune ou la partie de la commune pour 3° geografische zone : de gemeente of het gedeelte van de gemeente laquelle la reconnaissance est sollicitée. waarvoor de erkenning wordt gevraagd.
Art. 2. Pour être reconnue comme centre touristique, la commune Art. 2. Om als toeristisch centrum erkend te kunnen worden, dient ou la partie de la commune qui veut être reconnue, doit satisfaire de de gemeente of het gedeelte van de gemeente waarvoor de erkenning manière cumulative aux critères suivants : wordt gevraagd, op cumulatieve wijze aan de volgende criteria te voldoen : 1° l’accueil touristique est assuré par un organisme agréé par les 1° het toeristisch onthaal wordt verzekerd door een instelling die autorités compétentes en matière de tourisme, ou par ces autorités erkend is door de inzake het toerisme bevoegde overheid of door de elles-mêmes; overheid zelf; 2° le tourisme est d’une importance primordiale pour l’économie de 2° het toerisme is van essentieel belang voor de economie van de la commune ou de la partie de la commune; gemeente of het gedeelte van de gemeente; 3° il y a une affluence de touristes qui y séjournent ou y sont de 3° er is een toevloed van toeristen die er verblijven of er voorbij passage en raison de l’existence d’attractions touristiques. komen wegens het bestaan van toeristische attracties.
Art. 3. La commune qui veut être reconnue comme commune Art. 3. De gemeente die erkend wil worden als toeristisch centrum touristique ou qui veut faire reconnaître des parties de la commune of die delen van de gemeente als toeristisch centrum wil laten comme centre touristique en fait la demande au ministre. erkennen, richt een aanvraag tot erkenning aan de minister. La demande est introduite par lettre recommandée à la poste, dont De aanvraag kan worden ingediend bij ter post aangetekende brief l’attestation de dépôt sert de preuve d’introduction. waarvan het bewijs van afgifte dient als bewijs van indiening. La commune mentionne si la demande concerne toute la commune De gemeente vermeldt of ze de ganse gemeente of één of meerdere ou une ou plusieurs parties de celle-ci. gedeelten ervan wil laten erkennen. MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46143
Art. 4. La commune doit fournir au moins les renseignements Art. 4. Het gemeentebestuur dient minstens volgende inlichtingen suivants pour prouver qu’elle satisfait aux critères énumérés à l’arti- te verstrekken om aan te tonen dat zij aan de criteria opgesomd in cle 2 : artikel 2 voldoet : 1° la localisation et la description sommaire de l’entité communale 1° de lokalisatie en een summiere beschrijving van de gemeente d’un point de vue géographique; vanuit geografisch oogpunt; 2° le plan précis et détaillé de la zone géographique; 2° een nauwkeurig en gedetailleerd plan van de geografische zone; 3° la preuve de l’existence d’un organisme ou d’une autorité qui 3° het bewijs van het bestaan van een instelling of overheid die het assure l’accueil touristique, tel que mentionné à l’article 2, 1°; toeristische onthaal verzekerd, zoals vermeld in artikel 2, 1°; 4° dans le cas du tourisme de séjour une description des possibilités 4° in het geval van verblijfstoerisme een beschrijving van de d’hébergement ainsi que le nombre de nuitées enregistrées au cours des overnachtingsmogelijkheden en het aantal geregistreerde overnachtin- trois années qui précèdent celle de la demande; gen tijdens de drie jaren die deze aanvraag voorafgaan; 5° la répercussion du tourisme sur la vie économique de léntité 5° de invloed van het toerisme op het economisch leven van de communale; gemeente; 6° l’influence du tourisme sur l’emploi; 6° de invloed van het toerisme op de tewerkstelling; 7° les projets d’investissements et de réalisations en vue de dévelop- 7° de investeringsprojecten en realisaties met het oog op de per le tourisme. uitbreiding van het toerisme.
Art. 5. Dans les vingt jours de la réception de la demande, le Art. 5. Binnen de twintig dagen na indiening van de aanvraag, ministre adresse à la commune demanderesse un accusé de réception, bezorgt de minister, op voorwaarde dat het dossier volledig is, de si le dossier est complet. aanvragende gemeente een ontvangstbewijs. Dans le cas contraire, il informe la commune que le dossier n’est pas In het tegengestelde geval deelt hij aan de gemeente mee dat het complet en indiquant les documents ou renseignements manquants. dossier niet volledig is, met vermelding van de ontbrekende documen- ten of gegevens. Le ministre délivre l’accusé de réception de dossier complet dans les Binnen de twintig dagen na ontvangst van de ontbrekende documen- vingt jours de la réception des documents ou renseignements man- ten of gegevens, levert de minister het ontvangstbewijs af. quants. L’administration peut toujours vérifier si les données fournies sont De administratie kan steeds de juistheid van de aangebrachte exactes. gegevens nagaan.
Art. 6. § 1er. Le ministre prend une décision dans les septante- Art. 6. § 1. De minister neemt een beslissing binnen de vijfenzeven- cinq jours après réception du dossier. tig dagen na ontvangst van het dossier. Le ministre peut accorder la reconnaissance pour toute la zone De minister kan beslissen de erkenning te verlenen voor de ganse géographique ou pour une partie de celle-ci. geografische zone of deze te beperken tot een gedeelte van deze zone. En cas d’absence de décision dans ce délai, la demande est refusée. Bij ontstentenis van beslissing binnen deze termijn wordt de aanvraag geweigerd. § 2. La décision est publiée au Moniteur belge. § 2. De beslissing wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
Art. 7. Le ministre peut retirer la reconnaissance d’une commune. Art. 7. De minister kan de erkenning van een gemeente intrekken. Le ministre avertit la commune par lettre recommandée lorsqu’il De minister verwittigt de gemeente met een ter post aangetekende constate qu’elle ne satisfait plus aux conditions visées à l’article 2. brief indien hij vaststelt dat zij niet langer voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 2. La commune dispose de 60 jours pour faire valoir ses objections. En De gemeente beschikt over 60 dagen om haar bedenkingen kenbaar l’absence de réponse de la commune dans ce délai, le ministre retire la te maken. Bij gebrek aan antwoord van de gemeente binnen deze reconnaissance. termijn, trekt de minister de erkenning in. Si la commune fait valoir ses objections dans le délai requis, le Indien de gemeente haar bedenkingen meedeelt binnen de gestelde ministre prend une décision motivée. termijn, neemt de minister een met redenen omklede beslissing. Le retrait de la reconnaissance est publié au Moniteur belge. De intrekking van de erkenning wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. Si la commune estime que les conditions visées à l’article 2 sont à Indien de gemeente meent dat de voorwaarden bedoeld in artikel 2 nouveau réunies, elle peut réintroduire une demande selon les opnieuw vervuld zijn, kan zij een nieuwe aanvraag indienen, volgens modalités des articles 3 et 4. de nadere regels bepaald in de artikelen 3 en 4. 46144 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD
Art. 8. L’arrêté royal du 11 août 1960 portant exécution de la loi du Art. 8. Het koninklijk besluit van 11 augustus 1960 tot uitvoering 22 juin 1960 instaurant le repos hebdomadaire dans l’artisanat et le van de wet van 22 juni 1960 tot invoering van een wekelijkse rustdag in commerce, modifié par l’arrêté royal du 22 septembre 2005, et l’arrêté nering en ambacht, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 22 septem- royal du 27 février 1974 portant exécution de la loi du 24 juillet 1973 ber 2005 en het koninklijk besluit van 27 februari 1974 genomen ter instaurant la fermeture obligatoire du soir dans le commerce, l’artisanat uitvoering van de wet van 24 juli 1973 tot instelling van een verplichte et les services, modifié par l’arrêté royal du 6 décembre 2005 sont avondsluiting in handel, ambacht en dienstverlening, gewijzigd bij het abrogés. koninklijk besluit van 6 december 2005, worden opgeheven. A titre de mesure transitoire, les reconnaissances des centres Bij wijze van overgangsmaatregel blijven de erkenningen als toeris- touristiques fournies sur la base des arrêtés royaux visés au précédent tisch centrum verleend op basis van de koninklijke besluiten bedoeld in alinéa restent valables, jusqu’à leur éventuel retrait, conformément à voorgaand lid, geldig, tot hun eventuele intrekking, overeenkomstig l’article 7. artikel 7. Le ministre dresse la liste des centres touristiques reconnus sur la De minister stelt een lijst op van de toeristische centra erkend op base des arrêtés royaux visés à l’alinéa 1er. grond van de koninklijke besluiten bedoeld in het eerste lid. Cette liste est publiée au Moniteur belge dans les 90 jours de l’entrée Deze lijst wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad binnen de en vigueur du présent arrêté. 90 dagen volgend op de inwerkingtreding van dit besluit.
Art. 9. La Ministre qui a les Classes moyennes dans ses attributions Art. 9. De Minister bevoegd voor Middenstand is belast met de est chargée de l’exécution du présent arrêté. uitvoering van dit besluit. Donné à Bruxelles, le 16 juin 2009. Gegeven te Brussel, 16 juni 2009. ALBERT ALBERT Par le Roi : Van Koningswege : La Ministre des P.M.E., des Indépendants, De Minister van K.M.O.’s, Zelfstandigen, de l’Agriculture et de la Politique scientifique, Landbouw en Wetenschapsbeleid, Mme S. LARUELLE Mevr. S. LARUELLE * SERVICE PUBLIC FEDERAL ECONOMIE, FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, P.M.E., CLASSES MOYENNES ET ENERGIE K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE F. 2009 — 2379 [C − 2009/11283] N. 2009 — 2379 [C − 2009/11283] 19 JUIN 2009. — Arrêté ministériel octroyant délégation de compé- 19 JUNI 2009. — Ministerieel besluit houdende delegatie van tence dans le cadre de la loi du 20 décembre 2002 relative au bevoegdheden in het raam van de wet van 20 december 2002 recouvrement amiable des dettes du consommateur betreffende de minnelijke invordering van schulden van de consument Le Ministre pour l’Entreprise, De Minister voor Ondernemen, Vu la loi du 20 décembre 2002 relative au recouvrement amiable des Gelet op de wet van 20 december 2002 betreffende de minnelijke dettes du consommateur, l’article 16, § 2, invordering van schulden van de consument, artikel 16, § 2, Arrête : Besluit :
Article 1er. Les titulaires des fonctions qui suivent sont investis Artikel 1. De volgende titularissen worden gemachtigd tot het d’une délégation de compétence dans le cadre de l’application de uitoefenen van de bevoegdheden in het raam van de toepassing van l’article 16, § 2, de la loi du 20 décembre 2002 relative au recouvrement artikel 16, § 2, van de wet van 20 december 2002 betreffende de amiable de dettes du consommateur : minnelijke invordering van schulden : 1° le Directeur général de la Direction générale de la Régulation et de 1° de Directeur-Generaal van de Algemene Directie Regulering en l’Organisation du Marché; Organisatie van de Markt; 2° le Conseiller général de la Division Réglementations financières et 2° de Adviseur-Generaal van de Afdeling Financiële en Boekhoud- comptables auprès de la Direction générale de la Régulation et de kundige Reglementeringen bij de Algemene Directie Regulering en l’Organisation du Marché; Organisatie van de Markt; 3° le Conseiller, Chef du service Crédit et Endettement auprès de la 3° de Adviseur, Hoofd van de dienst Krediet en Schuldenlast bij de Direction générale de la Régulation et de l’Organisation du Marché; Algemene Directie Regulering en Organisatie van de Markt; 4° en cas d’absence de l’agent, visé au 3°, l’agent du niveau A du 4° bij afwezigheid van de ambtenaar, bedoeld in 3°, de ambtenaar service Crédit et Endettement avec la plus grande ancienneté de van niveau A van de dienst Krediet en Schuldenlast met de meeste service. dienstanciënniteit.
Art. 2. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Art. 2. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Moniteur belge. Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. Bruxelles, le 19 juin 2009. Brussel, 19 juni 2009. V. VAN QUICKENBORNE V. VAN QUICKENBORNE MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46145 GOUVERNEMENTS DE COMMUNAUTE ET DE REGION GEMEENSCHAPS- EN GEWESTREGERINGEN GEMEINSCHAFTS- UND REGIONALREGIERUNGEN VLAAMSE GEMEENSCHAP — COMMUNAUTE FLAMANDE VLAAMSE OVERHEID N. 2009 — 2380 [C − 2009/35580] 8 MEI 2009. — Decreet houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid (1) Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : Decreet houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid. TITEL I. — ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1.1.1 Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.
Artikel 1.1.2 Dit decreet voorziet, voor wat de bevoegdheden van het Vlaamse Gewest betreft, in de omzetting van : 1° de richtlijn 2001/77/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 september 2001 betreffende de bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen op de interne elektriciteitsmarkt; 2° de richtlijn 2002/91/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2002 betreffende de energieprestaties van gebouwen; 3° de richtlijn 2003/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 betreffende gemeenschap- pelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en houdende intrekking van richtlijn 96/92/EG; 4° de richtlijn 2003/55/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 betreffende gemeenschap- pelijke regels voor de interne markt voor aardgas en houdende intrekking van richtlijn 98/30/EG; 5° de richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van richtlijn 96/61/EG van de Raad, zoals tot op heden gewijzigd; 6° de richtlijn 2004/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 inzake de bevordering van warmtekrachtkoppeling op basis van de vraag naar nuttige warmte binnen de interne energiemarkt en tot wijziging van richtlijn 92/42/EEG; 7° de richtlijn 2006/32/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2006 betreffende de energie-efficiëntie bij het eindgebruik en energiediensten en houdende intrekking van richtlijn 93/76/EEG van de Raad.
Artikel 1.1.3 In dit decreet wordt verstaan onder : 1° aangifteplichtige : een natuurlijke persoon of rechtspersoon die de EPB-eisen moet naleven; 2° aansluitbaarheidsgraad : het aantal ontsloten wooneenheden of gebouwen in verhouding tot het totaal aantal wooneenheden en gebouwen in een bepaald gebied; 3° aansluitbare wooneenheid of gebouw : wooneenheid die of gebouw dat nog niet aangesloten is op het aardgasdistributienet, en waarbij aan één van de volgende voorwaarden is voldaan : a) er is een lagedrukleiding aanwezig langs de openbare weg aan dezelfde kant van de weg en ter hoogte van de wooneenheid of het gebouw; b) de wooneenheid of het gebouw is niet gelegen in een gebied dat bestemd is voor bewoning en er is een lagedrukleiding aanwezig langs de openbare weg ter hoogte van de wooneenheid of het gebouw, al of niet aan dezelfde kant van de wooneenheid of het gebouw; c) een middendrukleiding, categorie A of B, is aanwezig langs de openbare weg ter hoogte van de wooneenheid of het gebouw en deze leiding is specifiek aangelegd voor het aansluiten van respectievelijk wooneenheden of gebouwen; 4° aansluitingsgraad : het aantal aangesloten wooneenheden en gebouwen in verhouding tot het totaal aantal wooneenheden en gebouwen in een bepaald gebied; 5° aardgas : elke gasvormige brandstof van ondergrondse oorsprong die hoofdzakelijk uit methaan bestaat, met inbegrip van vloeibaar aardgas; 6° aardgasdistributienet : geheel van onderling verbonden leidingen en de daarmee verbonden hulpmiddelen, die noodzakelijk zijn voor de distributie van aardgas aan afnemers binnen een geografisch afgebakend gebied in het Vlaamse Gewest; 7° aardgasdistributienetbeheerder : beheerder van een aardgasdistributienet, aangewezen overeenkomstig arti- kel 4.1.1; 8° aardgasinvoerder : iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die aardgas invoert in België; 9° actieverplichting : een door de Vlaamse Regering aan de netbeheerders in het kader van een openbaredienst- verplichting opgelegde REG-actie; 10° afnamepunt : punt waar elektriciteit of aardgas van het net wordt afgenomen en verbruikt; 11° afnemer : elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die elektriciteit of aardgas afneemt om te voorzien in zijn eigen behoeftes; 12° afsluiten : het buiten dienst stellen van de aansluiting of het ontzeggen van de toegang tot het net door de aansluiting af te koppelen van de installaties van de afnemer; 46146 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 13° allocatie : toewijzing op kwartierbasis van energiehoeveelheden aan de verschillende marktpartijen; 14° beschermd volume : het beschermde volume van het gebouw zoals dat gedefinieerd is in de Belgische norm of de door de Vlaamse overheid vastgelegde specificaties; 15° bevoegde autoriteit : de instantie aangewezen voor enkele specifieke taken zoals vermeld in verordening (EG) nr. 2216/2004 van de Commissie van 21 december 2004 inzake een gestandaardiseerd en beveiligd registersysteem overeenkomstig richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad en beschikking 280/2004/EG van het Europees Parlement en de Raad zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 916/2007 van de Commissie van 31 juli 2007, zijnde de afdeling van het departement Leefmilieu, Natuur en Energie, bevoegd voor luchtverontreiniging; 16° bevrachter : rechtspersoon die een contract heeft afgesloten met een vervoeronderneming met betrekking tot het vervoer van aardgas tussen een of meer injectiepunten en afnamepunten op het vervoernet; 17° bijzondere reserve : 3 % van de totale hoeveelheid toe te wijzen emissierechten in de periode 2013-2020; 18° Bijzondere reserve-emissierechtenbesluit : het besluit van de Europese Commissie, bedoeld in artikel 3septies, vijfde lid, van richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van richt- lijn 96/61/EG van de Raad; 19° BKG-inrichting : een inrichting die in de vierde kolom van de indelingslijst in bijlage I, van titel I, van het VLAREM is aangegeven met de letter Y, en die de vaste technische eenheid omvat waarin de activiteiten en processen, vermeld in de tweede kolom, alsmede andere daarmee rechtstreeks samenhangende activiteiten, plaatsvinden die technisch in verband staan met de op die plaats ten uitvoer gebrachte activiteiten, en die gevolgen kunnen hebben voor de emissies en de verontreiniging; 20° brandstofleveranciers : elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die aan afnemers aardgas, stookolie, steenkool, methaan, butaan en propaan levert; 21° broeikasgassen : koolstofdioxide (CO2), methaan (CH4), distikstofoxide (N2O), onvolledig gefluoreerde koolwaterstoffen (HFK’s), perfluorkoolwaterstoffen (PFK’s) en zwavelhexafluoride (SF6); 22° bruto binnenlands energieverbruik : het primaire energieverbruik verminderd met de geleverde energie aan de internationale lucht- en scheepvaartbunkers; 23° budgetmeter : een budgetmeter voor elektriciteit of een budgetmeter voor aardgas; 24° budgetmeter voor aardgas : aardgasmeter met hulpkrediet die wordt opgeladen via een systeem van voorafbetaling; 25° budgetmeter voor elektriciteit : elektriciteitsmeter met begrenzer op 10 ampère en hulpkrediet die wordt opgeladen met een systeem van voorafbetaling; 26° directe lijn : elke elektrische leiding met een nominale spanning gelijk aan of minder dan 70 kilovolt die geen deel uitmaakt van een elektriciteitsdistributienet of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit; 27° directe leiding : elke leiding voor aardgasdistributie die geen deel uitmaakt van een aardgasdistributienet; 28° distributie : de werkzaamheid die erin bestaat elektriciteit via plaatselijke elektrische leidingen of aardgas via plaatselijke pijpleidingen te brengen tot bij afnemers; 29° distributienet : elektriciteitsdistributienet of aardgasdistributienet; 30° distributienetbeheerder : elektriciteitsdistributienetbeheerder of aardgasdistributienetbeheerder; 31° eindverbruiksector : ondernemingen en particulieren die energie afnemen of produceren om geheel of overwegend in de eigen energiebehoefte te voorzien; 32° elektriciteitsdistributienet : geheel van onderling verbonden elektrische leidingen met een nominale spanning die gelijk aan of minder dan 70 kilovolt is en de bijbehorende installaties, die noodzakelijk zijn voor de distributie van elektriciteit aan afnemers binnen een geografisch afgebakend gebied in het Vlaamse Gewest; 33° elektriciteitsdistributienetbeheerder : beheerder van een elektriciteitsdistributienet, aangewezen overeenkom- stig artikel 4.1.1; 34° emissie : emissie van broeikasgassen in de atmosfeer door in een BKG-inrichting aanwezige bronnen, of de emissie door een vliegtuig van CO2 ten gevolge van een luchtvaartactiviteit die nader door de Vlaamse Regering bepaald zal worden; 35° emissierecht : een overdraagbaar recht om gedurende een bepaalde periode één ton CO2-equivalent aan broeikasgassen uit te stoten; 36° Emissierechtenbesluit : het besluit van de Europese Commissie, bedoeld in artikel 3sexies, derde lid, van richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van richtlijn 96/61/EG van de Raad; 37° energiebeleidsovereenkomst : iedere overeenkomst tussen het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, en een andere partij, waarbij die andere partij zich engageert om binnen een afgesproken termijn een vooropgestelde verbetering inzake energie-efficiëntie te behalen of te stimuleren, tot de wereldtop inzake energie- efficiëntie in haar sector te behoren of een bepaald percentage van het energieverbruik te dekken met behulp van hernieuwbare energietechnologieën of daarvoor stimulansen te verstrekken; 38° energieboekhouding : het regelmatig meten, registreren, analyseren en rapporteren van het energiegebruik; 39° energiedeskundige : de natuurlijke persoon die onderworpen is aan het sociaal statuut van de zelfstandige of de bezoldigde medewerker van een rechtspersoon, die energieadvies verstrekt; 40° energiedrager : kolen en afgeleide producten, petroleumproducten, gas, elektriciteit, hernieuwbare energie- bronnen, warmte en nucleaire warmte; 41° energiekengetal : het gemiddelde van het energieverbruik in een sector in verhouding tot een parameter die bepalend is voor het energieverbruik in die sector; 42° energieplan : een systematische, gedocumenteerde en objectieve evaluatie van het beheer, de organisatie en de uitrusting van de betrokken onderneming, de niet-commerciële instelling of de publiekrechtelijke rechtspersoon op het gebied van energie-efficiëntie, waarbij de mogelijke maatregelen inzake de verbetering van de energie-efficiëntie in kaart worden gebracht; 43° energieprestatiecertificaat : een certificaat waarin het resultaat is vermeld van de berekening van de totale energie-efficiëntie van een gebouw, uitgedrukt in een of meer numerieke indicatoren; 44° energieprestatiecertificatendatabank : een geïnformatiseerd gegevensbestand waarin informatie met betrek- king tot energieprestatiecertificaten wordt opgenomen; MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46147 45° energieprestatiedatabank : een geïnformatiseerd gegevensbestand waarin informatie met betrekking tot de energieprestaties van de gebouwen waarvoor EPB-eisen gelden, wordt opgenomen; 46° energiestudie : studie die aantoont dat een nieuwe of een gewijzigde installatie aan bepaalde criteria van energie-efficiëntie zal voldoen; 47° EPB-aangifte : energieprestatie- en binnenklimaataangifte, dat wil zeggen het document waarin de verslaggever alle uitgevoerde maatregelen tot naleving van de EPB-eisen beschrijft en ze al dan niet conform met die eisen verklaart; 48° EPB-eisen : eisen op het vlak van de energieprestaties en het binnenklimaat, dat wil zeggen het geheel van voorwaarden waaraan een gebouw inzake energetische prestaties, thermische isolatie, binnenklimaat en ventilatie moet voldoen; 49° erkende instelling voor schuldbemiddeling : instelling die erkend is volgens het decreet van 24 juli 1996 houdende de regeling tot erkenning van de instellingen voor schuldbemiddeling in de Vlaamse Gemeenschap; 50° evenwichtsverantwoordelijke : rechtspersoon die een contract heeft afgesloten met de beheerder van het transmissienet met betrekking tot de transmissie van elektriciteit tussen een of meer injectiepunten en afnamepunten en die voor een geheel van toegangspunten zorg draagt voor het evenwicht tussen de injectie en de afname van elektriciteit op die toegangspunten; 51° exploitant : de houder van de milieuvergunning van een BKG-inrichting; 55° fraude : onrechtmatige manipulatie door een afnemer van een aansluiting of meetinstallatie; 53° garantie van oorsprong : uniek bewijsstuk dat aantoont dat een bepaalde hoeveelheid elektriciteit werd opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen of kwalitatieve warmtekrachtkoppeling; 54° gaswinningsinstallatie : installatie waarmee aardgas wordt gewonnen uit de ondergrond of waarin biogas wordt geproduceerd; 55° gebied bestemd voor bewoning : gebied dat volgens het gewestplan of ruimtelijk uitvoeringsplan één van de volgende bestemmingen heeft : a) woongebied; b) woongebied met culturele, historische of esthetische waarde; c) woongebied met landelijk karakter; d) woongebied met landelijk karakter en culturele, historische of esthetische waarde; e) woonuitbreidingsgebied; 56° gebouw : voor wat de toepassing van de titels X, XI en de artikelen 13.4.5 tot 13.4.10 betreft, elk gebouw in zijn geheel of delen ervan die zijn ontworpen of aangepast om afzonderlijk te worden gebruikt of een andere bestemming hebben, en waarvoor energie verbruikt wordt om ten behoeve van mensen een specifieke binnentemperatuur te verkrijgen; 57° gestrande kosten : de kosten die ondernemingen moeten dragen ten gevolge van verplichtingen die ze in het verleden zijn aangegaan, maar die ze niet langer kunnen nakomen door de liberalisering van de betrokken sector; 58° groene stroom : elektriciteit die geproduceerd is uit een hernieuwbare energiebron; 59° groene warmte : warmte die geproduceerd is uit een hernieuwbare energiebron; 60° groenestroomcertificaat : uniek, verhandelbaar en overdraagbaar immaterieel goed dat aantoont dat een bepaalde productie-installatie in een bepaalde periode 1 000 kWh elektriciteit heeft opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen; 61° groenewarmtecertificaat : uniek, verhandelbaar en overdraagbaar immaterieel goed dat aantoont dat een bepaalde productie-installatie in een bepaalde periode 1 000 kWh warmte heeft opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen; 62° grote onderneming : onderneming die niet ressorteert onder de categorie kleine of middelgrote onderneming; 63° haalbaarheidsstudie : studie die de economische, sociale of juridische haalbaarheid van een concreet project onderzoekt; 64° heffingsjaar : het kalenderjaar waarvoor de heffing, vermeld in titel XIV, is verschuldigd; 65° hernieuwbare energiebronnen : hernieuwbare niet-fossiele en niet-nucleaire energiebronnen, met name wind, zon, geothermische warmte, golfslag, getij, waterkracht, biomassa, stortgas, gas van rioolwaterzuiveringsinstallaties en biogas; 66° hernieuwbare energietechnologieën : technologieën die gebruikmaken van hernieuwbare energiebronnen; 67° huishoudelijke afnemer : elke natuurlijke persoon aangesloten op een aardgasdistributienet of een elektrici- teitsdistributienet op een spanning gelijk aan 1 000 volt of minder, die elektriciteit of aardgas afneemt om te voorzien in zijn behoeften of die van de personen die samen met hem in de woning in kwestie gedomicilieerd zijn, behoudens in het geval dat het leveringscontract voor de levering van elektriciteit respectievelijk aardgas op het afnamepunt in kwestie werd gesloten door een onderneming, zoals bedoeld in artikel 2, 3°, van de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een kruispuntbank voor ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen; 68° hulpkrediet : een krediet dat ter beschikking wordt gesteld van een huishoudelijke afnemer, zodra het op de budgetmeter voor elektriciteit of op de budgetmeter voor aardgas opgeladen bedrag opgebruikt is; 69° injecteren : het inbrengen van elektriciteit of aardgas in een distributienet of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit, vanuit een net of door een producent; 70° injectiepunt : punt waar elektriciteit of aardgas in het net wordt geïnjecteerd; 71° internationale luchtvaartbunkers : de hoeveelheid energie die geleverd wordt aan vliegtuigen die op buitenlandse luchthavens vliegen; 72° internationale scheepvaartbunkers : de hoeveelheid energie die geleverd wordt aan schepen die op buitenlandse havens varen; 73° kaderdecreet Bestuurlijk Beleid : het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid van 18 juli 2003; 74° karakteristiek jaarlijks primair energieverbruik : het conventioneel bepaalde jaarlijkse energieverbruik van een gebouw, uitgedrukt in primaire energie-equivalenten; 75° kleine onderneming : ondernemingen die cumulatief aan de volgende voorwaarden voldoen : a) minder dan 50 werknemers tewerkstellen; 46148 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD b) een jaaromzet hebben van maximaal 10 miljoen euro of een jaarlijks balanstotaal van maximaal 10 miljoen euro; c) beantwoorden aan het zelfstandigheidscriterium; 76° kwalitatieve warmtekrachtinstallatie : warmtekrachtinstallatie waarvan het productieproces voldoet aan de kwaliteitsvoorwaarden die opgelegd zijn overeenkomstig artikel 7.1.2, § 2; 77° kwalitatieve warmtekrachtkoppeling : warmtekrachtkoppeling die voldoet aan de kwaliteitsvereisten, opgelegd overeenkomstig artikel 7.1.2, § 2; 78° leverancier : elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die aan afnemers elektriciteit of aardgas verkoopt; 79° lokale adviescommissie : commissie als vermeld in artikel 7 van het decreet van 20 december 1996 tot regeling van het recht op minimumlevering van elektriciteit, gas en water; 80° m3(n) : de hoeveelheid gas die, bij een temperatuur van nul graden Celsius en onder absolute druk van 1,01325 bar, een volume van één kubieke meter inneemt; 81° marktpartij : producent, aardgasinvoerder, distributienetbeheerder, beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit, beheerder van het transmissienet, de beheerder van het vervoernet, werkmaatschappij, leverancier, tussenpersoon, bevrachter of evenwichtsverantwoordelijke; 82° marktintroductieproject : project voor het installeren en monitoren van het gebruik van energiezuinige producten, technieken, systemen of hernieuwbare energietechnologieën die nog niet ruim verspreid zijn in het Vlaamse Gewest, door een particulier, een niet-commerciële instelling, een publiekrechtelijke persoon of een onderneming, die niet de ontwikkelaar, fabrikant of distributeur ervan is; 83° melding : de verplichte melding van de handelingen aan het college van burgemeester en schepenen, vermeld in artikel 94 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening; 84° met een onderneming geassocieerde ondernemingen : de ondernemingen, met uitsluiting van de gemeenten en de netbeheerders, waarin de onderneming een deelneming bezit en waarin ze een invloed van betekenis uitoefent op de oriëntatie van het beleid; behoudens tegenbewijs wordt een invloed van betekenis vermoed als de stemrechten die aan deze deelneming verbonden zijn één vijfde of meer vertegenwoordigen van het totaal aantal stemrechten van de aandeel-houders of vennoten van deze ondernemingen; 85° met een onderneming verbonden ondernemingen : de ondernemingen, met uitsluiting van de gemeenten en de netbeheerders : a) waarover de onderneming een controlebevoegdheid, vermeld in het Wetboek van vennootschappen, uitoefent; b) die een controlebevoegdheid, vermeld in het Wetboek van vennootschappen, over de onderneming uitoefenen; c) waarmee de onderneming een consortium, vermeld in het Wetboek van vennootschappen, vormt; d) die, bij weten van haar bestuursorgaan, onder de controle staan van de ondernemingen, vermeld in a), b) en c); 86° middelgrote onderneming : ondernemingen die cumulatief aan de volgende voorwaarden voldoen : a) minder dan 250 werknemers tewerkstellen; b) een jaaromzet hebben van maximaal 50 miljoen euro of een jaarlijks balanstotaal van maximaal 43 miljoen euro; c) beantwoorden aan het zelfstandigheidscriterium; 87° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het energiebeleid; 88° nationaal register : het register zoals gedefinieerd in het samenwerkingsakkoord van 18 juni 2008 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest betreffende de organisatie en het administratief beheer van het gestandaardiseerd en genormaliseerd registersysteem van België overeenkomstig richtlijn 2003/87 van het Europees Parlement en de Raad en beschikking 280/2004/EG van het Europees Parlement en de Raad; 89° net : distributienet, plaatselijk vervoernet van elektriciteit, transmissienet of vervoernet; 90° netbeheerder : een elektriciteitsdistributienetbeheerder, een aardgasdistributienetbeheerder of de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit; 91° neteigenaar : eigenaar van een net; 92° niet-commerciële instellingen : scholen, universiteiten, verzorgingsinstellingen en andere gemeenschapsdien- sten, verenigingen zonder winstoogmerk en feitelijke verenigingen die een filantropisch, wetenschappelijk, technisch of pedagogisch doel nastreven op het gebied van energie, milieubescherming of bestrijding van sociale uitsluiting; 93° ondernemingen : elke natuurlijke persoon die koopman is of een zelfstandig beroep uitoefent, de vennootschappen die de rechtsvorm van een handelsvennootschap hebben aangenomen, de Europese economische samenwerkingsverbanden en de economische samenwerkingsverbanden die beschikken over een exploitatiezetel in het Vlaamse Gewest of die zich ertoe verbinden in het Vlaamse Gewest een exploitatiezetel te vestigen; 94° ondersteunende diensten : alle diensten die door een netbeheerder worden uitgevoerd om het transport van elektriciteit of aardgas over zijn net op een veilige, efficiënte en betrouwbare wijze te waarborgen; 95° onrendabele top : het productieafhankelijk gedeelte van de inkomsten dat nodig is om de netto contante waarde van een investering op nul te doen uitkomen en die berekend wordt aan de hand van een cashflowberekening; 96° ontsloten wooneenheid of gebouw : wooneenheid die of gebouw dat aangesloten is op een aardgasdistribu- tienet of aansluitbare wooneenheid of gebouw; 97° openbaredienstverplichting : verplichting die betrekking heeft op de sociaaleconomische, ecologische of technische aspecten van de energievoorziening; 98° peil van globale warmte-isolatie (of K-peil) : peil van de globale warmte-isolatie zoals dat gedefinieerd is volgens de Belgische norm of de door de Vlaamse overheid vastgelegde specificaties; 99° peil van primair energieverbruik (of E-peil) : peil dat de globale energetische prestatie weergeeft en uitgedrukt wordt door de verhouding van het karakteristiek jaarlijks primair energieverbruik tot een referentiewaarde; 100° plaatselijk vervoernet van elektriciteit : het geheel van elektrische leidingen met een nominale spanning tot en met 70 kilovolt en de bijbehorende installaties, die gelegen zijn in het Vlaamse Gewest, dat voornamelijk gebruikt wordt om het vervoer van elektriciteit naar distributienetten mogelijk te maken en dat wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 4.1.2; 101° primair energieverbruik : de totale hoeveelheid energie die Vlaanderen nodig heeft om aan de energiebehoefte te voldoen; 102° producent : iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die elektriciteit opwekt, biogas produceert en/of aardgas wint; MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46149 103° promotor-bouwheer : een natuurlijke persoon of rechtspersoon die als geregelde werkzaamheid heeft om woningen of appartementen op te richten, te laten oprichten of te verbouwen om ze onder bezwarende titel te vervreemden; 104° protocol van Kyoto : protocol van Kyoto bij het raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatveran- dering, opgemaakt in Kyoto op 11 december 1997 en goedgekeurd bij het decreet van 22 februari 2002; 105° rationeel energiebeheer : het geheel van handelingen die ondernomen worden om het energiegebruik te meten, te analyseren, te verminderen en te volgen met het oog op het verkrijgen van een rationeel energiegebruik, met inbegrip van het volgen van vormingsactiviteiten rond rationeel energiegebruik en het ondernemen van haalbaar- heidsstudies voor de installatie van een energiezuinig product, systeem of een energiezuinige techniek; 106° rationeel energiegebruik : het zo efficiënt mogelijke gebruik van energie; 107° reconciliatie : onderlinge verrekening tussen marktpartijen op basis van het verschil tussen gealloceerde en werkelijk gemeten energiehoeveelheden; 108° referentiejaar : met betrekking tot een vliegtuigexploitant die na 1 januari 2006 zijn exploitatie in de Gemeenschap is begonnen, het eerste kalenderjaar van die exploitatie; in alle andere gevallen, het kalenderjaar dat is ingegaan op 1 januari 2006; 109° referentieproject : project voor het installeren en monitoren bij een eerste gebruiker, die niet de ontwikkelaar, fabrikant of distributeur is, van voor het Vlaamse Gewest nieuwe energiezuinige producten, technieken, systemen of hernieuwbare energietechnologieën of van voor het Vlaamse Gewest nieuwe toepassingen van energiezuinige producten, technieken, systemen of hernieuwbare energietechnologieën door de ontwikkelaar, fabrikant of distributeur ervan; 110° REG-actieplan : actieplan voor de bevordering van het rationeel energiegebruik, waarbij de acties minstens bestaan uit het geven van een financiële stimulans aan de afnemers voor het uitvoeren van maatregelen en uit het verlenen van informatie, waardoor de aandacht op de actie wordt gevestigd en de doelgroep de nodige informatie krijgt over de besparingsmogelijkheden ervan; 111° rendabele investeringen : investeringen met een interne rentevoet na belastingen die hoger is dan een minimum, dat vastgelegd is door de Vlaamse Regering; 112° richtlijn 2002/91/EG : richtlijn 2002/91/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2002 betreffende de energieprestaties van gebouwen; 113° richtlijn 2003/87/EG : richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van richtlijn 96/61/EG van de Raad; 114° startverklaring : een schriftelijke verklaring met de startdatum van de werkzaamheden en het overzicht van de prestaties inzake EPB-eisen die voor het gebouw worden nagestreefd; 115° subsidieovereenkomst : een overeenkomst waarin de rechten en de verplichtingen van de Vlaamse Regering en van de begunstigde van de subsidie worden geregeld; 116° technische reglementen : het technisch reglement distributie elektriciteit, het technisch reglement distributie gas en het technisch reglement plaatselijk vervoer van elektriciteit; 117° technisch reglement distributie elektriciteit : de technische en operationele regels die verbonden zijn aan het beheer van het elektriciteitsdistributienet, inclusief de regels inzake aansluiting, meting en toegang, vermeld in arti- kel 4.2.1; 118° technisch reglement distributie gas : de technische en operationele regels die verbonden zijn aan het beheer van het aardgasdistributienet, inclusief de regels inzake aansluiting, meting en toegang, vermeld in artikel 4.2.1; 119° technisch reglement plaatselijk vervoer van elektriciteit : de technische en operationele regels die verbonden zijn aan het beheer van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit, inclusief de regels inzake aansluiting, meting en toegang, vermeld in artikel 4.2.1; 120° titularis van een toegangspunt : natuurlijke persoon of rechtspersoon die in het toegangsregister bekend staat als afnemer of producent op het toegangspunt in kwestie; 121° toegangshouder : natuurlijke persoon of rechtspersoon die een contract heeft gesloten met een netbeheerder, beheerder van het transmissienet of beheerder van het vervoernet met betrekking tot de toegang tot diens net op een bepaald toegangspunt; 122° toegangspunt : afnamepunt of injectiepunt; 123° toegangsregister : register met alle toegangspunten van een bepaald net, dat opgesteld en beheerd wordt door de betrokken netbeheerder, beheerder van het transmissienet of beheerder van het vervoernet, en waarin onder meer voor ieder toegangspunt de titularis van het toegangspunt en de toegangshouder worden vermeld; 124° ton CO2-equivalent : een metrische ton koolstofdioxide (CO2) of een hoeveelheid van een ander broeikasgas met een gelijkwaardig aardopwarmingspotentieel; 125° transmissienet : het transmissienet, vermeld in artikel 2, 7°, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt; 126° tussenpersoon : elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die elektriciteit of aardgas koopt met het oog op de doorverkoop aan een andere tussenpersoon of leverancier; 127° verslaggever : de natuurlijke persoon, houder van het diploma van architect, burgerlijk ingenieur-architect, burgerlijk ingenieur, industrieel ingenieur, technisch ingenieur of bio-ingenieur of een daarmee gelijkgesteld buitenlands diploma, die in opdracht van de aangifteplichtige de startverklaring overmaakt aan het Vlaams Energieagentschap en de EPB-aangifte opstelt of de rechtspersoon, binnen wiens organisatie in opdracht van de aangifteplichtige de startverklaring overgemaakt wordt aan het Vlaams Energieagentschap en de EPB-aangifte opgesteld wordt door een zaakvoerder, bestuurder of werknemer, houder van het diploma van architect, burgerlijk ingenieur architect, burgerlijk ingenieur, industrieel ingenieur, technisch ingenieur of bio-ingenieur of een daarmee gelijkgesteld buitenlands diploma; 128° vervoernet : het vervoernet, vermeld in artikel 1, 10°, van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen; 129° vervoeronderneming : vervoeronderneming, vermeld in artikel 1, 9°, van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen; 130° Vlaams Energieagentschap : het agentschap dat opgericht werd door het besluit van de Vlaamse Regering van 16 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap, het Vlaamse Energieagentschap; 46150 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 131° vliegtuigexploitant : persoon die een luchtvaartuig exploiteert op het moment dat die een door de Vlaamse Regering nader te bepalen luchtvaartactiviteit uitoefent, of, wanneer die persoon niet bekend is of niet is geïdentificeerd door de eigenaar van het vliegtuig, de eigenaar van het vliegtuig; 132° VREG : het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap, dat overeenkomstig arti- kel 3.1.1 wordt opgericht; 133° wanbetaling : de niet-betaling of onvolledige betaling van minstens één elektriciteits- of aardgasfactuur; 134° warmtedoorgangscoëfficiënt (of U-waarde) : de warmtedoorgang door een constructieonderdeel per eenheid van oppervlakte, eenheid van tijd en eenheid van temperatuurverschil tussen de omgevingen aan beide zijden van het deel, zoals die gedefinieerd is volgens de Belgische norm of de door de Vlaamse overheid vastgelegde specificaties; 135° warmtekrachtcertificaat : uniek, verhandelbaar en overdraagbaar immaterieel goed dat aantoont dat een bepaalde productie-installatie in een bepaalde periode 1 000 kWh primaire energiebesparing heeft gerealiseerd door gebruik te maken van kwalitatieve warmtekrachtkoppeling ten opzichte van een moderne referentiecentrale en een moderne referentieketel en/of 1 000 kWh elektriciteit heeft opgewekt uit kwalitatieve warmtekrachtkoppeling; 136° warmtekrachtinstallatie : installatie die in één proces thermische warmte en elektrische of mechanische energie opwekt; 137° warmtekrachtkoppeling : gelijktijdige opwekking in één proces van thermische warmte en elektrische of mechanische energie; 138° werkmaatschappij : de privaatrechtelijke vennootschap waarin de distributienetbeheerder participeert of de publiekrechtelijke rechtspersoon die participeert in de distributienetbeheerder, die in naam en voor rekening van de distributienetbeheerder belast is met de exploitatie van zijn net en de toepassing van openbaredienstverplichtingen; 139° wooneenheid : elke eenheid in een woongebouw die over de nodige woonvoorzieningen beschikt om autonoom te kunnen functioneren. TITEL II. — DOELSTELLINGEN
Artikel 2.1.1 In het kader van de totstandbrenging en de werking van een goed werkende elektriciteits- en gasmarkt en rekening houdend met de noodzaak om het milieu in stand te houden en te verbeteren, is het Vlaamse energiebeleid erop gericht : 1° de werking van de Vlaamse elektriciteits- en gasmarkt te waarborgen; 2° de continuïteit van de energievoorziening in het Vlaamse Gewest te waarborgen; 3° energie-efficiëntie, energiebesparing en de ontwikkeling van nieuwe en duurzame energie te stimuleren; 4° de interconnectie van energienetwerken te bevorderen. TITEL III. — INSTELLINGEN HOOFDSTUK 1. — De Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt Afdeling I. — Oprichting
Artikel 3.1.1 § 1. Er wordt een publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap opgericht als vermeld in artikel 13 van het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid. Dit agentschap draagt als naam Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt, afgekort VREG. Alle officiële akten, officiële aankondigingen of andere officiële stukken die van het agentschap uitgaan, moeten de benaming van het agentschap vermelden, met onmiddellijk daarvoor of daarna, leesbaar en voluit geschreven, de woorden « publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap ». § 2. De Vlaamse Regering bepaalt tot welk homogeen beleidsdomein het agentschap behoort. § 3. De Vlaamse Regering bepaalt de vestigingsplaats van de zetel van het agentschap. § 4. De bepalingen van het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid zijn van toepassing op de VREG, met uitzondering van artikel 23, § 2, tweede lid, dat niet van toepassing is op de vertrouwelijke gegevens, vermeld in artikel 3.1.12 van dit decreet. Afdeling II. — Missie, Taken en Bevoegdheden
Artikel 3.1.2 De VREG heeft als missie de regulering van, de controle op en de bevordering van de transparantie van de elektriciteits- en gasmarkt in het Vlaamse Gewest.
Artikel 3.1.3 Om haar missie waar te maken, vervult de VREG de volgende taken : 1° toezichthoudende en controlerende taken : a) het toezicht en de controle op de naleving van de bepalingen van titels IV, V, VI en hoofdstuk I tot en met IV van titel VII van dit decreet, evenals de bijbehorende uitvoeringsbepalingen; b) het toezicht en de controle op de naleving van de technische reglementen; 2° regulerende taken : de regulering van toegang tot en de werking van de elektriciteits- en gasmarkt, overeenkomstig de bepalingen van dit decreet; 3° taken in verband met de bemiddeling en de beslechting van geschillen : a) het bemiddelen in geschillen met betrekking tot de toegang tot het distributienet of plaatselijk vervoernet van elektriciteit en de toepassing van de technische reglementen; b) het beslechten van geschillen die betrekking hebben op de toegang tot het distributienet of plaatselijk vervoernet van elektriciteit en de toepassing van de technische reglementen, met uitzondering van de geschillen die betrekking hebben op de burgerlijke rechten in de zin van artikel 144 van de Grondwet; 4° informerende taken : a) het informeren van de marktactoren en de afnemers van elektriciteit en aardgas over de werking van de elektriciteits- en aardgasmarkt; MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46151 b) het informeren van de afnemers van elektriciteit en aardgas over de prijzen en voorwaarden die de leveranciers hanteren, met inbegrip van het aanbieden of laten aanbieden van een objectieve vergelijking van die prijzen en voorwaarden; c) het opstellen en publiceren van statistieken en gegevens met betrekking tot de elektriciteits- en gasmarkt; 5° adviserende taken : a) het op verzoek of op eigen initiatief verlenen van adviezen met betrekking tot de elektriciteits- en gasmarkt aan de minister of de Vlaamse Regering; b) het uitvoeren van studies of onderzoeken betreffende de elektriciteits- en gasmarkt, op eigen initiatief of op verzoek van de minister of de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering kan nadere regels uitvaardigen voor de in het eerste lid vermelde aangelegenheden. In deze regels kunnen de taken van de VREG verder worden gepreciseerd en geconcretiseerd. De VREG kan door de Vlaamse Regering worden belast met bijzondere opdrachten die met haar missie en taken verband houden en die conform de voorwaarden van de beheersovereenkomst zullen worden uitgevoerd.
Artikel 3.1.4 § 1. Met het oog op de vervulling van haar taken is de VREG gerechtigd om alle activiteiten te verrichten die rechtstreeks of onrechtstreeks bijdragen tot de verwezenlijking van voormelde missie en taken. § 2. Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen in het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid, beschikt de VREG ook over de hierna vermelde bijzondere bevoegdheden, die ze uitoefent in overeenstemming met de bepalingen in dit decreet, de bijbehorende uitvoeringsbepalingen, en de beheersovereenkomst die haar verbindt : 1° het aangaan van overeenkomsten met derden; 2° het opleggen van administratieve sancties wegens overtreding van de bepalingen van titels IV, V, VI en hoofdstuk I tot en met IV van titel VII van dit decreet, evenals de bijbehorende uitvoeringsbepalingen; 3° de aanwijzing, de wijziging en beëindiging van de aanwijzing van de netbeheerders; 4° het toekennen aan een distributienetbeheerder van de toestemming om een beroep te doen op een werkmaatschappij; 5° de toekenning van leveringsvergunningen, de wijziging en de opheffing ervan; 6° het opstellen van de technische reglementen; 7° de toekenning van groenestroomcertificaten, warmtekrachtcertificaten, groenewarmtecertificaten en garanties van oorsprong, en het beheer van die certificaten en garanties van oorsprong in een centrale databank; 8° het sluiten van samenwerkingsovereenkomsten en het tot stand brengen van duurzame samenwerkingsver- banden, de zogenaamde partnerschapovereenkomsten met de regulatoren en instanties die werkzaam zijn binnen de Vlaamse, Belgische en Europese elektriciteits- en aardgasmarkt. Afdeling III. — Bestuur en werking Onderafdeling I. — Raad van bestuur
Artikel 3.1.5 § 1. De VREG wordt bestuurd door een raad van bestuur die is samengesteld uit minstens drie leden. § 2. De Vlaamse Regering wijst onder de leden van de raad van bestuur de voorzitter aan.
Artikel 3.1.6 Alle leden van de raad van bestuur zijn stem-gerechtigd.
Artikel 3.1.7 Zonder afbreuk te doen aan de onverenigbaarheden, vermeld in artikel 21, § 1, van het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid, is het mandaat van bestuurder van de VREG onverenigbaar met : 1° iedere functie of activiteit, al dan niet bezoldigd, ten dienste van een neteigenaar of marktpartij. Het verbod blijft van kracht gedurende één jaar na afloop van het mandaat bij de VREG; 2° het bezit van aandelen, of andere met aandelen gelijk te stellen waardepapieren, uitgegeven door een neteigenaar of marktpartij, of het bezit van financiële instrumenten die het mogelijk maken om dergelijke aandelen of waardepapieren te verwerven of over te dragen, of die aanleiding geven tot een betaling in contanten die hoofdzakelijk afhankelijk is van de evolutie van de waarde van dergelijke aandelen of waardepapieren; 3° het lid zijn van de wetgevende kamers, het Europees Parlement en de gemeenschaps- en gewestraden; 4° de functie of het ambt van minister, staatssecretaris, lid van gewest- of gemeenschapsregering, lid van het kabinet van een lid van de federale regering of van een gemeenschaps- of gewestregering, lid van de bestendige deputatie van de provincieraden en lid van het college van burgemeester en schepenen van een gemeente. Als een bestuurder de bepalingen in het eerste lid overtreedt, geldt de regeling in artikel 21, § 2, van het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid.
Artikel 3.1.8 De raad van bestuur beschikt over de volheid van bestuursbevoegdheid en beslist in alle aangelegen-heden waarvoor de VREG krachtens dit decreet bevoegd is. Tot de bevoegdheden van de raad van bestuur, waarvoor geen delegatie mogelijk is, behoren, naast de bevoegdheden in andere decreten, in elk geval : 1° het sluiten, op voorstel van de gedelegeerd bestuurder, van de beheersovereenkomst; 2° het opstellen van het ontwerp van begroting en van de rekeningen; 3° het vaststellen, op voorstel van de gedelegeerd bestuurder, van het jaarlijks ondernemingsplan, evenals een operationeel plan op middellange en lange termijn als vermeld in artikel 15, § 1, 4°, van het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid; 4° het beslissen over de deelname van de VREG aan de oprichting van of de deelname in andere publiek- of privaatrechtelijke rechtspersonen, het bestuur of de leiding en de financiering van die rechtspersonen; 5° de goedkeuring van de rapportering over de uitvoering van de beheersovereenkomst; 6° het rapporteren over de uitvoering van de begroting; 46152 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 7° het sluiten van samenwerkingsovereenkomsten en het tot stand brengen van duurzame samenwerkingsver- banden met andere regulatoren en instanties die werkzaam zijn binnen de Vlaamse, Belgische en Europese elektriciteits- en aardgasmarkt. Onderafdeling II. — Gedelegeerd bestuurder
Artikel 3.1.9 § 1. De Vlaamse Regering stelt de gedelegeerd be-stuurder van de VREG aan. Die maakt deel uit van de raad van bestuur. § 2. Als de gedelegeerd bestuurder niet langer lid van de raad van bestuur is, neemt ook zijn opdracht als gedelegeerd bestuurder van rechtswege een einde. In die situatie geldt de regeling in artikel 18 van het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid. In het geval, vermeld in het eerste lid, doet de Vlaamse Regering onverwijld het nodige om een nieuwe gedelegeerd bestuurder aan te stellen.
Artikel 3.1.10 § 1. De gedelegeerd bestuurder is, binnen de perken van dit decreet, de bijbehorende uitvoeringsbepa-lingen en het huishoudelijk reglement, vermeld in artikel 3.1.11, belast met het dagelijks bestuur van de VREG. Het huishoudelijk reglement legt de taken van het dagelijks bestuur vast. Die taken omvatten in elk geval het nemen van de beslissingen ter uitvoering van de bevoegdheden van de VREG, vermeld in artikel 3.1.4, § 2, 1° tot en met 7°. § 2. De gedelegeerd bestuurder is belast met de voorbereiding van de beslissingen van de raad van bestuur. Hij verstrekt aan de raad van bestuur alle inlichtingen en brengt alle voorstellen die voor de werking van de VREG nuttig of nodig zijn op de agenda van de raad van bestuur. § 3. De gedelegeerd bestuurder vertegenwoordigt de VREG in de gerechtelijke en buitengerechtelijke handelingen, met inbegrip van het optreden voor administratieve rechtscolleges, en treedt rechtsgeldig in naam en voor rekening van de VREG op, zonder dat hij dat aan de hand van een beslissing van de raad van bestuur moet staven. § 4. Zonder afbreuk te doen aan de rechtspositieregeling van het personeel, kan de gedelegeerd bestuurder onder zijn verantwoordelijkheid een of meerdere specifieke bevoegdheden delegeren aan een of meer personeelsleden van de VREG. Die delegatie wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. § 5. De gedelegeerd bestuurder voert de beslissingen van de raad van bestuur uit. § 6. De gedelegeerd bestuurder is belast met de leiding van het personeel. Afdeling IV. — Huishoudelijk reglement
Artikel 3.1.11 § 1. De raad van bestuur stelt een huishoudelijk reglement op, dat inzonderheid de volgende inhoud heeft : 1° de regels inzake de bijeenroeping van de raad van bestuur, op verzoek van de Vlaamse Regering of haar afgevaardigde, de voorzitter van de raad van bestuur of de gedelegeerd bestuurder; 2° de regels inzake het voorzitterschap van de raad van bestuur, en de regels bij afwezigheid of verhindering van de voorzitter; 3° de nadere precisering van het dagelijks bestuur; 4° de regels die de raad van bestuur in acht moet nemen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden; 5° de voorwaarden die de raad van bestuur moet respecteren bij de behartiging van bijzondere vraagstukken; 6° de regels op grond waarvan de leden van de raad van bestuur zich op kosten van de VREG kunnen laten bijstaan door technische raadgevers. § 2. De raad van bestuur legt het huishoudelijk reglement en iedere wijziging of aanvulling ervan ter goedkeuring voor aan de Vlaamse Regering. § 3. De Vlaams Regering neemt haar beslissing ter goedkeuring van het huishoudelijke reglement of een wijziging of aanvulling ervan binnen zestig kalenderdagen na de in § 2 vermelde mededeling. Bij ontstentenis van een beslissing binnen die termijn wordt het huishoudelijk reglement verondersteld te zijn goedgekeurd. In voorkomend geval wordt de beslissing tot niet-goedkeuring onverwijld meegedeeld aan de raad van bestuur, die, rekening houdend met de opmerkingen van de regering, de nodige aanpassingen verricht. Daarna wordt het huishoudelijk reglement opnieuw ter goedkeuring voorgelegd aan de Vlaamse Regering, waarna opnieuw de procedure vermeld in § 2 en § 3 moet worden toegepast totdat de goedkeuring wordt verkregen. § 4. Het huishoudelijk reglement wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Afdeling V. — Beroepsgeheim
Artikel 3.1.12 De bestuurders en de personeelsleden van de VREG zijn gebonden door het beroepsgeheim. Zij mogen de vertrouwelijke gegevens die hun ter kennis komen op grond van hun functie bij de VREG aan niemand bekendmaken, behalve wanneer zij worden opge-roepen om in rechte te getuigen of in het kader van de uitwisseling van gegevens met de regulatoren en instanties die werkzaam zijn binnen de Vlaamse, Belgische en Europese elektriciteits- en aardgasmarkt, voor zover die gegevensuitwisseling nadrukkelijk bepaald of toegestaan is in verordeningen of richtlij-nen die de instellingen van de Europese Unie hebben vastgesteld, of als met die instanties een overeenkomst is gesloten, als vermeld in artikel 3.1.4, § 2, 8°. Afdeling VI. — Financiële middelen
Artikel 3.1.13 § 1. De VREG kan beschikken over de volgende ontvangsten : 1° de dotatie; 2° retributies voor zover die bij decreet aan de VREG toegewezen zijn; 3° ontvangsten die voortvloeien uit daden van beheer of beschikking met betrekking tot eigen domeingoederen; 4° de subsidies waarvoor de VREG als begunstigde in aanmerking komt; 5° terugvorderingen van ten onrechte gedane uitgaven; 6° vergoedingen voor prestaties aan derden, volgens de voorwaarden in de beheersovereenkomst. MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46153 § 2. Tenzij het in een decreet anders is bepaald, worden de ontvangsten, vermeld in § 1, beschouwd als ontvangsten die bestemd zijn voor de gezamenlijke uitgaven. HOOFDSTUK II. — Het Energiefonds
Artikel 3.2.1 § 1. Er wordt een Energiefonds opgericht. Dit fonds is een begrotingsfonds in de zin van artikel 45 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991. § 2. Aan het Energiefonds worden de volgende inkomsten toegewezen : 1° opbrengsten uit heffingen en administratieve geldboetes die decretaal aan het Energiefonds worden toegewezen; 2° andere middelen aan het Energiefonds toegewezen krachtens wettelijke, decretale of conventionele bepalingen. § 3. De Vlaamse Regering beschikt over de kredieten van het Energiefonds voor de financiering van de openbaredienstverplichtingen en de taken die in dit decreet vermeld zijn, haar sociale energiebeleid, haar beleid inzake het rationeel energiegebruik, haar beleid inzake de hernieuwbare energiebronnen en haar beleid inzake de flexibele mechanismen van het protocol van Kyoto. TITEL IV. — DE ORGANISATIE VAN DE ELEKTRICITEITS- EN AARDGASMARKT IN HET VLAAMSE GEWEST HOOFDSTUK I. — Het beheer van de distributienetten en het plaatselijk vervoernet van elektriciteit in het Vlaamse Gewest Afdeling I. — Aanwijzing van de netbeheerders
Artikel 4.1.1 De VREG wijst, voor een geografisch afgebakend gebied, een rechtspersoon aan die belast is met het beheer van het elektriciteits- of aardgasdistributienet in dat gebied. Als het distributienet in kwestie geheel of gedeeltelijk eigendom is van een gemeente of groep van gemeenten, doet de VREG de aanwijzing op voorstel van die gemeente of groep van gemeenten. De VREG kan alleen afwijken van dit voorstel, als de voorgestelde netbeheerder niet voldoet aan de voorwaarden, vastgesteld ter uitvoering van artikel 4.1.4, § 1, 1°.
Artikel 4.1.2 De VREG stelt een lijst op met de elektrische leidingen met een nominale spanning van minder dan of gelijk aan 70 kilovolt, en de bijbehorende installaties, die gelegen zijn in het Vlaamse Gewest en die voornamelijk gebruikt worden voor het vervoer van elektriciteit naar distributienetten. Dat geheel van elektrische leidingen en installaties vormt het plaatselijk vervoernet van elektriciteit. De VREG wijst een rechtspersoon aan die belast wordt met het beheer van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit in het Vlaamse Gewest, zoals vermeld in het eerste lid. Alleen de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit kan elektrische leidingen aanleggen en beheren met een nominale spanning van minder dan of gelijk aan 70 kilovolt, die gebruikt worden voor het vervoer van elektriciteit naar distributie-netten. Op eigen initiatief of op verzoek van de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit kan de VREG de lijst wijzigen van het geheel van elektrische leidingen en installaties die het plaatselijk vervoernet van elektriciteit uitmaken, als vermeld in het eerste lid.
Artikel 4.1.3 De aanwijzing, vermeld in artikel 4.1.1 en artikel 4.1.2, tweede lid, is geldig voor een hernieuwbare termijn van twaalf jaar.
Artikel 4.1.4 § 1. De Vlaamse Regering bepaalt, op advies van de VREG : 1° de voorwaarden waaraan een kandidaat-netbeheerder moet voldoen om te kunnen worden aangewezen als netbeheerder en waaraan een netbeheerder moet blijven voldoen om aangewezen te blijven als netbeheerder; 2° de voorwaarden en gevallen waarin kan of moet worden overgegaan tot wijziging van de aanwijzing of beëindiging van de aanwijzing van de netbeheerder; 3° de procedure die nageleefd moet worden bij de aanwijzing van een netbeheerder, evenals bij de wijziging en de beëindiging van een aanwijzing van een netbeheerder. § 2. De voorwaarden, vermeld in § 1, 1°, hebben in ieder geval betrekking op : 1° de technische, organisatorische en financiële capaciteit van de (kandidaat-)netbeheerder; 2° de professionele betrouwbaarheid van de (kandidaat-)netbeheerder; 3° het exploitatie- of gebruiksrecht van de (kandidaat-)netbeheerder over het distributienet in kwestie; 4° de beheersmatige en juridische onafhankelijkheid van de (kandidaat-)elektriciteitsdistributienetbeheerder ten aanzien van de leveranciers, tussenpersonen en producenten die actief zijn in het Vlaamse Gewest, en de met deze ondernemingen verbonden en geassocieerde ondernemingen en de beheersmatige en juridische onafhankelijkheid van de (kandidaat-)aardgasdistributienetbeheerder ten aanzien van de leveranciers, tussenpersonen en aardgasinvoerders die actief zijn in het Vlaamse Gewest. § 3. De voorwaarden, vermeld in § 2, 4°, hebben onder meer betrekking op de activiteiten van de netbeheerder, de deelneming van andere ondernemingen in de netbeheerder, de deelneming van de netbeheerder in andere ondernemingen, de verhouding van de netbeheerder tot derden, het bestuursorgaan van de netbeheerder, het orgaan dat belast is met de dagelijkse leiding van de netbeheerder en de personeelsleden van de netbeheerder. § 4. De voorwaarden en gevallen waarin kan of moet worden overgegaan tot wijziging van de aanwijzing of beëindiging van de aanwijzing van de netbeheerder, vermeld in § 1, 2°, bepalen onder meer dat de aanwijzing van de netbeheerder eindigt bij faillissement, ontbinding of fusie en dat de VREG de aanwijzing van een netbeheerder kan herroepen, op voorwaarde dat die werd gehoord of naar behoren werd opgeroepen, bij : 1° een significante wijziging in het aandeelhouderschap van de netbeheerder of de werkmaatschappij waarop de netbeheerder een beroep doet, die de onafhankelijkheid van het beheer van het net in kwestie in gevaar zou kunnen brengen; 46154 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 2° een grove tekortkoming van de netbeheerder of de werkmaatschappij waarop hij een beroep doet, met betrekking tot de verplichtingen krachtens dit decreet of de uitvoeringsbepalingen ervan. Afdeling II. — Werkmaatschappij
Artikel 4.1.5 Als een distributienetbeheerder voor de exploitatie van het distributienet en de uitvoering van openbaredienst- verplichtingen een beroep wil doen op een werkmaatschappij, moet voorafgaandelijk toestemming verkregen worden van de VREG. De distributienetbeheerder kan op elk moment slechts beroep doen op één werkmaatschappij gedurende de door de distributienetbeheerder bepaalde en door de VREG aanvaarde periode. Die periode is niet langer dan de duur van de aanwijzing van de distributienetbeheerder, maar is hernieuwbaar na afloop van die termijn. De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de VREG, de nadere voorwaarden waaraan de distributienetbeheer- der en de werkmaatschappij waarop ze een beroep wil doen, moeten voldoen. Die voorwaarden hebben in ieder geval betrekking op de voorwaarden, vermeld in artikel 4.1.4, § 2, en de (mede)zeggenschap van de distributienetbeheerder over de werkmaatschappij. De VREG geeft haar toestemming, zoals vermeld in het eerste lid, als zij van mening is dat de werkmaatschappij voldoet aan de voorwaarden die opgelegd zijn ter uitvoering van het vorige lid en aan de voorwaarden, vermeld in de artikelen 4.1.7 en 4.1.8. De Vlaamse Regering bepaalt de termijn waarbinnen de toestemming van de VREG moet worden gevraagd en de procedure voor het onderzoek en het verlenen van de toestemming. Afdeling III. — Activiteiten van de netbeheerders Onderafdeling I. — Beheer van het Net
Artikel 4.1.6 Het beheer van een distributienet en het plaatselijk vervoernet van elektriciteit omvat, onder meer, de volgende taken : 1° het beheer van de elektriciteits- of aardgasstromen op zijn net, met daarbij het waarborgen van de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van zijn net, en in dat verband, het instaan voor de nodige ondersteunende diensten; 2° het aanhouden van voldoende capaciteit om de elektriciteits- en aardgasbehoefte te dekken van de afnemers die aangesloten zijn op zijn net en het vervoer van elektriciteit en aardgas naar distributienetten mogelijk te maken; 3° de uitbreiding van zijn net in het geografisch afgebakende gebied waarvoor hij werd aangewezen of, als er nog geen net aanwezig is, de aanleg van het net in dit geografisch afgebakende gebied; 4° de herstelling, het preventieve onderhoud, de vernieuwing en de verbetering van zijn net en de bijbehorende installaties; 5° het herstellen van onderbrekingen en storingen bij de elektriciteits- of aardgastoevoer via zijn net; 6° het opstellen, het bewaren en ter beschikking stellen van de plannen van zijn net; 7° het aansluiten, verzegelen, afsluiten en heraansluiten van installaties op zijn net en het verzwaren van de aansluitingen op zijn net; 8° het verlenen van toegang tot zijn net; 9° het beheren van het toegangsregister van zijn net; 10° het ter beschikking stellen, de plaatsing, de activering, de desactivering, het onderhoud en het herstellen van meters en tellers op de toegangspunten op zijn net; 11° het aflezen van de meters en tellers op de toegangspunten op zijn net, de bepaling van de injectie en de afname van de producenten en afnemers die aangesloten zijn op zijn net en de verwerking en de bewaring van die gegevens; 12° het verstrekken van de nodige meetgegevens en andere gegevens aan de beheerder van het transmissienet, de vervoeronderneming, de producenten, de evenwichtsverantwoordelijken, de bevrachters, de tussenpersonen, de leveranciers, de afnemers en de VREG; 13° het verstrekken van de nodige inlichtingen aan de beheerders van de netten waarmee zijn net in kwestie verbonden is, om een veilige en efficiënte uitbating, een gecoördineerde ontwikkeling en een goede wisselwerking tussen de netten te waarborgen. Onderafdeling II. — Productie- en leveringsactiviteiten van de netbeheerder en zijn werkmaatschappij
Artikel 4.1.7 Een netbeheerder en zijn werkmaatschappij kunnen geen activiteiten ondernemen inzake de levering van elektriciteit en aardgas, tenzij voor de levering ervan in het kader van een openbaredienstverplichting die op grond van dit decreet is opgelegd.
Artikel 4.1.8 § 1. De beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit kan geen andere activiteiten ondernemen voor de productie van elektriciteit dan de productie van elektriciteit die nodig is om zijn taken als netbeheerder goed te kunnen uitoefenen. § 2. Een distributienetbeheerder en zijn werkmaatschappij kunnen geen activiteiten ondernemen inzake de productie van elektriciteit, behoudens de productie van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen en kwalitatieve warmtekrachtkoppeling in productie-installaties waarvan de distributienetbeheerder op 1 oktober 2006 eigenaar is en die op het net van deze distributienetbeheerder aangesloten zijn. De elektriciteit die in deze installaties wordt opgewekt, wordt alleen aangewend voor de dekking van het eigen verbruik van de distributienetbeheerder, het eigen verbruik van de werkmaatschappij en/of de netverliezen. De verdere exploitatie van kwalitatieve warmtekrachtin- stallaties waarvan hij op 1 oktober 2006 eigenaar is, vormt een openbaredienstverplichting voor de distributienetbe- heerder zolang de certificaten die toegekend zijn voor de primaire energiebesparing die de installatie realiseert, niet aanvaard worden voor de certificatenverplichting, vermeld in artikel 7.1.11. De distributienetbeheerder streeft daarbij naar een maximale primaire energiebesparing. MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46155 Afdeling IV. — Vertrouwelijkheid en non-discriminatieverplichtingen, opgelegd aan de netbeheerder en diens werkmaatschappij
Artikel 4.1.9 De netbeheerder en zijn werkmaatschappij onthouden zich van elke vorm van discriminatie tussen producenten, aardgasinvoerders, evenwichtsverantwoordelijken, bevrachters, leveranciers, tussenpersonen, afnemers en categorieën van afnemers.
Artikel 4.1.10 De netbeheerder en zijn werkmaatschappij behandelen alle persoonlijke en commerciële gegevens die ze bij de uitoefening van hun taken verwerven strikt vertrouwelijk. De netbeheerder en zijn werkmaatschappij nemen de nodige maatregelen om de toegang tot die gegevens en de verwerking van die gegevens te beperken tot de leden van het orgaan dat belast is met de dagelijkse leiding van de netbeheerder of zijn werkmaatschappij, en de personeelsleden die die gegevens nodig hebben voor de uitoefening van hun taken.
Artikel 4.1.11 De personeelsleden en bestuurders van de netbeheerder en zijn werkmaatschappij zijn gebonden door het beroepsgeheim. Zij mogen de vertrouwelijke gegevens die hun ter kennis zijn gekomen op grond van hun functie bij de netbeheerder of zijn werkmaatschappij aan niemand bekendmaken, behalve wanneer zij worden opgeroepen om in rechte te getuigen, zonder afbreuk te doen aan de informatieverplichtingen die uitdrukkelijk door dit decreet of de bijbehorende uitvoeringsbesluiten, met inbegrip van de technische reglementen, zijn bepaald en toegestaan. Afdeling V. — Aansluiting op een distributienet of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit
Artikel 4.1.12 Iedere netbeheerder maakt de geldende tarieven en voorwaarden bekend voor de aansluiting op zijn net.
Artikel 4.1.13 § 1. De aardgasdistributienetbeheerder mag voor de aansluiting van een aansluitbare wooneenheid of gebouw op het aardgasdistributienet in de gebieden in het geografische gebied waarvoor hij werd aangewezen, een maximale prijs aanrekenen van 250 euro als cumulatief aan de volgende voorwaarden wordt voldaan : 1° de aardgasleiding langs de openbare weg waar de aansluitbare wooneenheid of het aansluitbare gebouw gelegen is, heeft voldoende capaciteit; 2° er is maximaal 20 meter afstand tussen de aardgasleiding en het toekomstige afnamepunt; 3° de gevraagde capaciteit van de aansluiting is lager dan of gelijk aan 10 m3(n) per uur; 4° de gevraagde leveringsdruk is gelijk aan 21 of 25 mbar. § 2. Als de aardgasdistributienetbeheerder om technische of economische redenen toch beslist om een niet-aansluitbare wooneenheid of gebouw gelegen in een gebied bestemd voor bewoning via een onderboring aan te sluiten op een aardgasleiding aan de overkant van de straat, mag hij in het geografische gebied waarvoor hij werd aangewezen, voor de aansluiting een maximale prijs aanrekenen van 250 euro als cumulatief aan de volgende voorwaarden wordt voldaan : 1° de aardgasleiding langs de openbare weg waar het aansluitbare wooneenheid of het aansluitbare gebouw gelegen is, heeft voldoende capaciteit; 2° er is maximaal 20 meter afstand tussen de aardgasleiding en het toekomstige afnamepunt; 3° de gevraagde capaciteit van de aansluiting is lager dan of gelijk aan 10 m3(n) per uur; 4° de gevraagde leveringsdruk is gelijk aan 21 of 25 mbar.
Artikel 4.1.14 Elke elektriciteitsdistributienetbeheerder is ertoe gehouden om elke huishoudelijke afnemer overeenkomstig de regels van het toepasselijke technisch reglement aan te sluiten op het elektriciteitsdistributienet als de huishoudelijke afnemer erom vraagt, op voorwaarde dat : a) de aanvrager bij nieuwbouw een geldige stedenbouwkundige vergunning kan voorleggen; b) een bestaande woning hoofdzakelijk vergund is of geacht wordt vergund te zijn.
Artikel 4.1.15 Elke aardgasdistributienetbeheerder is ertoe gehouden om elk aansluitbare wooneenheid of gebouw overeenkom- stig de regels van het toepasselijke technisch reglement aan te sluiten op het aardgasdistributienet als de eigenaar erom vraagt, op voorwaarde dat : a) de aanvrager bij nieuwbouw een geldige stedenbouwkundige vergunning kan voorleggen; b) een bestaande wooneenheid of een bestaand gebouw hoofdzakelijk vergund is of geacht wordt vergund te zijn; c) bij wooneenheden en gebouwen die niet gelegen zijn in een gebied bestemd voor bewoning, waar alleen aan de overzijde van de straat een aardgasleiding aanwezig is, een onderboring technisch mogelijk is en er geen dubbelzijdige aanleg in het investeringsplan gepland wordt.
Artikel 4.1.16 Iedere aardgasdistributienetbeheerder zorgt ervoor dat het geheel van de gebieden die gelegen zijn in het geografisch afgebakende gebied waarvoor hij werd aangewezen, een aansluitbaarheidsgraad heeft van : 1° minstens 95 % in 2015 en van minstens 99 % in 2020 bij een evenredige ontwikkeling van de aansluitingsgraad voor die gebieden die in het gewestplan of ruimtelijk uitvoeringsplan de bestemming woongebied hebben met uitzondering van de woongebieden met landelijk karakter; 2° minstens 95 % in 2020 bij een evenredige ontwikkeling van de aansluitingsgraad in woongebieden. De Vlaamse Regering kan de aansluitbaarheidsgraad voor andere gebieden vastleggen na een haalbaarheidson- derzoek. De aardgasnetbeheerder brengt jaarlijks bij de VREG verslag uit van de aansluitingsgraad per 1 januari in de in dit artikel bedoelde gebieden. Indien uit deze verslaggeving blijkt dat de aansluitingsgraad zich niet evenredig ontwikkelt met de aansluitbaarheidsgraad, kan de Vlaamse Regering de timing, zoals vermeld in 1° en 2° van het eerste lid, herzien. 46156 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD
Artikel 4.1.17 Iedere aardgasdistributienetbeheerder stelt jaar-lijks op zijn website en in zijn klantenkantoren een indicatieve lijst ter beschikking van het publiek die per gemeente, de straten aangeeft waar de aardgasnetbeheerder volgens zijn investeringsplan in de komende drie jaren aardgasleidingen zal aanleggen. Als de aardgasleiding niet in de volledige straat of aan beide kanten zal worden aangelegd, worden de huisnummers en de straatkant vermeld waarlangs de aardgasleiding zal worden aangelegd. De aardgasdistributienetbeheerder bezorgt die gegevens ook aan de betrokken gemeente. Afdeling VI. — Toegang tot een distributienet of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit
Artikel 4.1.18 § 1. De volgende personen hebben recht op toegang tot een distributienet of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit voor de injectie en/of afname van elektriciteit of aardgas tegen de door de netbeheerder bekendgemaakte tarieven en voorwaarden : 1° de leveranciers, in naam en voor rekening van hun klanten; 2° de producenten, in eigen naam en alleen voor hun injectiepunten; 3° de afnemers van elektriciteit die aangesloten zijn op het plaatselijk vervoernet van elektriciteit. § 2. Iedere netbeheerder maakt de geldende tarieven en voorwaarden bekend voor de toegang tot en het gebruik van zijn net, en voor de ondersteunende diensten die hij levert. De personen, vermeld in § 1, hebben recht op de toegang tot en het gebruik van het distributienet en het plaatselijk vervoernet van elektriciteit tegen die bekendgemaakte tarieven en voorwaarden. Een netbeheerder kan de toegang tot zijn net alleen weigeren, beëindigen of opschorten in één of meer van onderstaande gevallen : 1° zijn net beschikt niet over voldoende capaciteit om het vervoer te verzekeren; 2° de veilige en betrouwbare werking van zijn net komt in het gedrang; 3° de aanvrager van de toegang tot het net voldoet niet of de toegangshouder voldoet niet meer aan de voorwaarden voor toegang tot zijn net, omschreven in het van toepassing zijnde technische reglement, het reglement of contract van de netbeheerder. § 3. Bij een weigering, beëindiging of opschorting van de toegang tot zijn net stuurt de netbeheerder aan de aanvrager van de toegang tot zijn net of aan de toegangshouder een schriftelijke en gemotiveerde verklaring. De netbeheerder kan de toegang tot zijn net alleen opschorten of beëindigen na voorafgaande toestemming door de VREG, tenzij in één van de volgende vier gevallen : 1° bij overmacht of een noodsituatie, zoals omschreven in het van toepassing zijnde technisch reglement; 2° in geval de toegangshouder geen evenwichtsverantwoordelijke of bevrachter meer heeft; 3° de netbeheerder oordeelt dat er een ernstig risico bestaat voor de veiligheid van personen of materieel; 4° voor een individueel toegangspunt, het aansluitingsvermogen op aanzienlijke wijze overschreden wordt. § 4. Tegen een weigering, opschorting of beëindiging van toegang tot het distributienet of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit kan in beroep gegaan worden bij de VREG. De Vlaamse Regering stelt de beroepsprocedure vast, na advies van de VREG. Als de VREG, bij de behandeling van het beroep, van mening is dat de weigering, opschorting of beëindiging van de toegang onterecht was, geeft de netbeheerder de betrokken persoon alsnog of opnieuw toegang tot zijn net. Afdeling VII. — Investeringsplannen
Artikel 4.1.19 § 1. Iedere netbeheerder stelt jaarlijks een indicatief investeringsplan op voor het net dat hij beheert. Het investeringsplan bestrijkt een periode van drie jaar. Het investeringsplan bevat : 1° een gedetailleerde raming van de capaciteitsbehoeften van het net in kwestie, met aanduiding van de onderliggende hypothesen; 2° het investeringsprogramma inzake vernieuwing en uitbreiding van het net dat de netbeheerder zal uitvoeren om aan de behoeften te voldoen; 3° een overzicht en toelichting over de in het afgelopen jaar uitgevoerde investeringen; 4° de toekomstverwachtingen in verband met decentrale productie. Voor wat de aardgasdistributienetbeheerders betreft, bevat het investeringsplan ook : 1° een gedetailleerd plan van het aardgasdistributienet van de aardgasnetbeheerder, met aanduiding per straat (en eventueel huisnummers) van de bestaande aardgasleidingen; 2° een gedetailleerde lijst van het aardgasdistributienet van de aardgasnetbeheerder, met aanduiding per straat (en eventueel huisnummers) van de aardgasleidingen waarvan de aanleg in de drie daaropvolgende jaren wordt gepland; 3° een berekening van de aansluitbaarheidsgraad op 1 januari van het beschouwde jaar en van de volgende drie jaren, wanneer de geplande investeringen worden uitgevoerd en een tijdspad om te komen tot de verplichtingen, vermeld in artikel 4.1.16. Het technisch reglement kan nader bepalen op welke wijze deze informatie ter beschikking wordt gesteld. § 2. Het investeringsplan wordt jaarlijks ter goedkeu-ring voorgelegd aan de VREG. Als de VREG, na overleg met de netbeheerder, vaststelt dat de investeringen voorzien in het investeringsplan de netbeheerder niet in de mogelijkheid stellen om op een adequate en doeltreffende manier aan de capaciteitsbehoeften te voldoen of, voor wat de aardgasdistributienetbeheerders betreft, onvoldoende zijn om de verplichtingen vermeld in artikel 4.1.16 na te komen, kan de VREG de netbeheerder verplichten om het plan binnen een redelijke termijn aan te passen. Bij gebrek aan een beslissing door de VREG binnen drie maanden na de ontvangst ervan wordt het investeringsplan geacht aangenomen te zijn. Als de VREG aan de netbeheerder bijkomende inlichtingen vraagt, wordt die termijn met nog eens drie maanden verlengd. MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46157 Afdeling VIII. — Openbaredienstverplichtingen opgelegd aan de netbeheerder
Artikel 4.1.20 De Vlaamse Regering kan, na advies van de VREG, de netbeheerders openbaredienstverplichtingen opleggen met betrekking tot hun dienstverlening aan afnemers en aanvragers van een aansluiting op hun net. Die openbaredienstverplichtingen kunnen onder meer handelen over : 1° de informatieverlening en het eventueel voorafgaand overleg bij een onderbreking van de elektriciteits- en aardgastoevoer voor aanleg, onderhoud en herstelling van het net; 2° de karakteristieken van de geleverde elektrische spanning, aardgasdruk en aardgaskwaliteit op het toegangspunt; 3° de termijnen waarbinnen aanvragen voor nieuwe aansluitingen en aanpassingen van aansluitingen behandeld en uitgevoerd worden; 4° de termijnen waarbinnen klachten en vragen van afnemers behandeld worden; 5° de facturatie aan afnemers; 6° de informatieverlening aan afnemers en aanvragers van een aansluiting op het net; 7° de behandeling van klachten van afnemers en aanvragers van een aansluiting op het net.
Artikel 4.1.21 De Vlaamse Regering kan, na advies van de VREG, de netbeheerders openbaredienstverplichtingen opleggen met betrekking tot hun dienstverlening aan de leveranciers die toegang hebben tot hun net en/of hun aangestelden. Deze openbaredienstverplichtingen kunnen onder meer handelen over de termijnen waarbinnen meetgegevens en de aansluitingsgegevens van de klanten van de leverancier door de netbeheerder worden overgemaakt aan de leverancier en/of zijn aangestelde.
Artikel 4.1.22 De Vlaamse Regering kan, na advies van de VREG, de netbeheerders extra openbaredienstverplichtingen opleggen naast de openbaredienstverplichtingen van dit decreet, met betrekking tot : 1° hun investeringen in het net; 2° de levering van elektriciteit of aardgas aan huishoudelijke afnemers die niet over een leveringscontract beschikken of van wie de leverancier zijn verplichtingen niet nakomt, doordat de toegang tot het distributienet beëindigd wordt of doordat hij, om welke reden dan ook, geen elektriciteit of aardgas meer kan leveren aan zijn afnemers; 3° de procedure die de netbeheerder moet volgen bij wanbetaling door de afnemer; 4° maatregelen van sociale aard, zoals de plaatsing en de exploitatie van budgetmeters voor elektriciteit en van stroombegrenzers; 5° de exploitatie van openbare verlichting. De gemeenten en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn verlenen hun medewerking aan de netbeheerders bij de uitvoering van de openbaredienstverplichtingen die hun opgelegd zijn volgens dit decreet of de uitvoeringsbepalingen ervan. De Vlaamse Regering bepaalt de vorm waarin die medewerking zal bestaan. HOOFDSTUK II. — Technische reglementen
Artikel 4.2.1 § 1. De VREG stelt, na consultatie van de marktpar-tijen, een apart technisch reglement op voor het beheer van het elektriciteitsdistributienet, het aardgasdistributienet en het plaatselijk vervoernet van elektriciteit. § 2. De technische reglementen, vermeld in § 1, bevatten voor het beheer, de toegang tot en de aansluiting op het net in ieder geval : 1° de technische en operationele regels die verbonden zijn aan de taken die behoren tot het beheer van het net, vermeld in artikel 4.1.6; 2° de verplichtingen die opgelegd zijn aan producenten, evenwichtsverantwoordelijken, bevrachters, leveranciers, afnemers, aanvragers van toegang tot het net en aanvragers van een aansluiting op het net, om de netbeheerder in staat te stellen zijn net zo kwaliteitsvol mogelijk te beheren; 3° de regels voor de uitwisseling van gegevens tussen de beheerder van het transmissienet, de vervoeronderne- ming, de distributienetbeheerders, de beheerder van het plaatselijke vervoernet van elektriciteit, de producenten, de aardgasinvoerders, de evenwichtsverantwoordelijken, de bevrachters, de tussenpersonen, de leveranciers en de afnemers; 4° de regels die opgelegd zijn aan leveranciers en netbeheerders bij klant- of leverancierswissels, verhuizing, bewoning naar een nieuwe of verzegelde woning, verzegeling, afsluiting, de beëindiging van een leveringscontract, de opname en rechtzetting van meterstanden en de allocatie en reconciliatie, inclusief de financiële verrekeningen tussen marktpartijen; 5° de eventuele technische uitvoeringsregels bij openbaredienstverplichtingen die opgelegd zijn aan leveranciers of netbeheerders op grond van dit decreet; 6° de informatieverplichtingen of voorafgaande goedkeuring door de VREG van de operationele regels, algemene voorwaarden, typeovereenkomsten, formulieren en procedures die gebruikt worden door de netbeheerder ten aanzien van leveranciers en afnemers; 7° de prioriteit die moet worden gegeven aan kwalitatieve warmtekrachtinstallaties en aan productie-installaties van groene stroom. § 3. De technische reglementen, vermeld in § 1, zijn onderworpen aan de goedkeuring van de Vlaamse Regering. In voorkomend geval wordt de beslissing tot niet-goedkeuring onverwijld meegedeeld aan de VREG, die, rekening houdend met de opmerkingen van de Vlaamse Regering, de nodige aanpassingen verricht. Daarna wordt het technisch reglement opnieuw ter goedkeuring voorgelegd aan de Vlaamse Regering. 46158 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD HOOFDSTUK III. — De levering van elektriciteit en aardgas Afdeling I. — De leveringsvergunning
Artikel 4.3.1 § 1. De levering van elektriciteit en aardgas aan afnemers die aangesloten zijn op een distributienet of het net voor plaatselijk vervoer van elektriciteit, is onderworpen aan de voorafgaande toekenning van een leveringsvergunning door de VREG. De levering van elektriciteit en aardgas door een netbeheerder in het kader van zijn taken, vermeld in artikel 4.1.6, of een openbaredienstverplichting die opgelegd is in dit decreet of een uitvoeringsbesluit ervan, is niet onderworpen aan de toekenning van een leveringsvergunning. § 2. De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de VREG, de voorwaarden en de procedure tot toekenning, wijziging en opheffing van een leveringsvergunning. De voorwaarden tot toekenning van een leveringsvergunning hebben in ieder geval betrekking op : 1° de technische, organisatorische en financiële capaciteit van de aanvrager; 2° de professionele betrouwbaarheid van de aanvrager; 3° de capaciteit van de aanvrager om aan de behoeften van zijn afnemers te voldoen; 4° de openbaredienstverplichtingen die opgelegd zijn aan de leveranciers volgens dit decreet of de uitvoerings- bespalingen ervan; 5° de beheersmatige en juridische onafhankelijkheid van de aanvrager ten opzichte van de netbeheerders. Bij gebrek aan een beslissing door de VREG binnen twee maanden na de ontvangst van een volledig aanvraagdossier, waarvan het model wordt vastgesteld door de VREG, wordt de leveringsvergunning geacht verleend te zijn. Afdeling II. — Openbaredienstverplichtingen opgelegd aan de leveranciers
Artikel 4.3.2 De Vlaamse Regering kan, na advies van de VREG, de leveranciers openbaredienstverplichtingen opleggen met betrekking tot : 1° de facturatie van het elektriciteits- en aardgasverbruik; 2° de informatieverlening; 3° de behandeling van klachten van hun klanten; 4° maatregelen van sociale aard, zoals beschermingsmaatregelen bij wanbetaling en opzegging van het leveringscontract. HOOFDSTUK IV. — Vrije leverancierskeuze
Artikel 4.4.1 Iedere afnemer heeft de volgende rechten : 1° het recht om van elektriciteit of aardgas, naargelang het geval, te kunnen worden voorzien door een leverancier naar keuze; 2° het recht om kosteloos van leverancier te veranderen. HOOFDSTUK V. — Directe lijnen en directe leidingen
Artikel 4.5.1 De Vlaamse Regering kan de aanleg van een directe lijn en een directe leiding afhankelijk maken van het bekomen van een voorafgaandelijke toelating. De Vlaamse Regering stelt hiertoe de nadere toepassingsregels, procedures en criteria vast. Deze moeten objectief en niet-discriminatoir zijn. De toelating voor de aanleg van een directe lijn of directe leiding kan afhankelijk worden gesteld van een weigering tot toegang tot het lokale distributienet of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit of van het ontbreken van een aanbod tot gebruik van het lokale distributienet of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit onder redelijke economische en technische voorwaarden. De Vlaamse Regering stelt de rechten en verplichtingen vast in hoofde van de houders van een toelating voor het aanleggen van een directe lijn of leiding. TITEL V. — DE JAARLIJKSE TOEKENNING VAN EEN GRATIS HOEVEELHEID ELEKTRICITEIT
Artikel 5.1.1 § 1. Iedere huishoudelijke afnemer en elke titularis van het toegangspunt van een gebouw, zoals bedoeld in § 3, heeft recht op de jaarlijkse toekenning van een gratis hoeveelheid elektriciteit. § 2. De gratis hoeveelheid elektriciteit die aan de huishoudelijke afnemer wordt toegekend, wordt als volgt berekend : 100 kWh + (100 kWh x het aantal natuurlijke personen dat gedomicilieerd is in de woning in kwestie). § 3. Voor wat appartementsgebouwen, bejaardentehuizen en andere gebouwen betreft waar elektriciteit afgenomen wordt door verschillende natuurlijke personen die gedomicilieerd zijn op een adres in het betrokken gebouw en die niet over een aparte aansluiting beschikken, wordt de gratis hoeveelheid elektriciteit berekend als volgt : 100 kWh + (100 kWh x het aantal personen dat gedomicilieerd is op een adres in het betrokken gebouw). De titularis van het toegangspunt van het gebouw, bedoeld in het vorig lid, zorgt ervoor dat de gelde-lijke voordelen van de gratis hoeveelheid elektriciteit verdeeld worden over de verschillende personen die gedomicilieerd zijn op een adres in het betrokken gebouw. § 4. De elektriciteitsdistributienetbeheerder brengt iedere leverancier op de hoogte van het aantal gedomicilieerde personen op het adres van de afnamepunten waarop die leverancier levert. § 5. De geldelijke tegenwaarde van de gratis hoeveelheid elektriciteit, vermeld in § 2 en § 3, wordt door de leverancier in mindering gebracht op de eerste afrekeningsfactuur die de titularis van het afnamepunt jaarlijks ontvangt na verstrekking van de gegevens, vermeld in § 4. De hoeveelheid elektriciteit die in mindering wordt gebracht kan niet meer bedragen dan het jaarlijks verbruik op de desbetreffende aansluiting op het distributienet. MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46159 § 6. De geldelijke tegenwaarde van de gratis hoeveelheid elektriciteit, vermeld in § 2 en § 3, wordt door de netbeheerder van de titularis van het afnamepunt gecompenseerd ten aanzien van de leverancier. § 7. De Vlaamse Regering kan nadere regels vastleggen betreffende de manier waarop de hoeveelheid elektriciteit, vermeld in § 2 en § 3, wordt aangerekend op de factuur, zoals vermeld in § 5, en wordt gecompenseerd, zoals vermeld in § 6. TITEL VI. — SOCIALE ENERGIEMAATREGELEN VOOR HUISHOUDELIJKE AFNEMERS
Artikel 6.1.1 Behoudens de gevallen, vermeld in artikel 6.1.2, heeft iedere huishoudelijke afnemer recht op een ononderbroken toevoer van elektriciteit en aardgas. De kosten voor de levering van elektriciteit en aardgas komen steeds ten laste van de huishoudelijke afnemer, behalve voor de gratis hoeveelheid elektriciteit, vermeld in artikel 5.1.1.
Artikel 6.1.2 § 1. De netbeheerder kan de toevoer van elektriciteit of aardgas alleen in de volgende gevallen afsluiten : 1° bij een onmiddellijke bedreiging van de veiligheid, zolang die toestand duurt; 2° bij een leegstaande woning, na het volgen van een procedure die door de Vlaamse Regering wordt bepaald; 3° bij fraude van de huishoudelijke afnemer, na het volgen van een procedure die door de Vlaamse Regering wordt bepaald; 4° als de huishoudelijke afnemer geen wanbetaler is en weigert om een leveringscontract te sluiten, na het volgen van een procedure die door de Vlaamse Regering wordt bepaald; 5° als de huishoudelijke afnemer weigert om aan de netbeheerder toegang te geven tot de ruimte waarin de elektriciteits- of aardgasmeter is opgesteld en waarover hij het eigendoms- of gebruiksrecht heeft, voor de plaatsing, de inschakeling, de controle of de meteropname van de elektriciteitsmeter, inclusief de budgetmeter voor elektriciteit en de stroombegrenzer of van de aardgasmeter, inclusief de budgetmeter voor aardgas; 6° als de huishoudelijke afnemer weigert om aan de netbeheerder toegang te geven tot de ruimte waarin de budgetmeter voor elektriciteit is opgesteld en waarover hij het eigendoms- of gebruiksrecht heeft, voor het uitschakelen van de stroombegrenzer in de budgetmeter voor elektriciteit; 7° als de huishoudelijke afnemer weigert om met de netbeheerder een afbetalingsplan te sluiten of als hij het gesloten afbetalingsplan met de netbeheerder niet naleeft, onder de voorwaarden die door de Vlaamse Regering worden bepaald, en na het volgen van een procedure die door de Vlaamse Regering wordt bepaald; 8° als het leveringscontract van de huishoudelijke afnemer werd opgezegd om een andere reden dan wanbetaling en als de huishoudelijke afnemer binnen een periode die door de Vlaamse Regering wordt vastgelegd, geen leveringscontract heeft gesloten, tenzij de betreffende afnemer kan aantonen dat hij geen leveringscontract heeft kunnen sluiten. In de gevallen, vermeld in 5°, 6°, 7° en 8°, van het eerste lid, kan de afsluiting pas na een advies van de lokale adviescommissie. In de gevallen, vermeld in 5°, 6°, 7° en 8°, van het eerste lid, kan de Vlaamse Regering de afsluiting van de elektriciteits- of aardgastoevoer in bepaalde periodes beperken of verbieden. De netbeheerder kan alleen in het voordeel van de huishoudelijke afnemer afwijken van het advies van de lokale adviescommissie. § 2. In het geval, vermeld in § 1, 1°, komen alle kosten die verbonden zijn aan de afsluiting of heraansluiting van de huishoudelijke afnemer, ten laste van de netbeheerder, tenzij de netbeheerder kan aantonen dat de oorzaak van de onveiligheid toegeschreven kan worden aan de huishoudelijke afnemer of aan de eigenaar van de woning. In de gevallen, vermeld in § 1, 2°, komen alle kosten die verbonden zijn aan de afsluiting en de heraansluiting van de woning, ten laste van de eigenaar van de woning. In de gevallen, vermeld in § 1, 3°, 4°, 5°, 6°, 7° en 8°, komen alle kosten die verbonden zijn aan de afslui-ting en de heraansluiting van de huishoudelijke afnemer, ten laste van die huishoudelijke afnemer. In afwijking van de vorige leden vallen de kosten die verbonden zijn aan de heraansluiting steeds ten laste van de netbeheerder als blijkt dat de huishoudelijke afnemer ten onrechte werd afgesloten. § 3. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden voor een heraansluiting en de termijnen waarbinnen de heraansluiting van de elektriciteits- en de aardgastoevoer en de herinschakeling van de stroombegrenzer in de budgetmeter voor elektriciteit wordt uitgevoerd.
Artikel 6.1.3 Alle kosten die verbonden zijn aan het opzeggen van het leveringscontract van een wanbetaler door een leverancier, vallen ten laste van de leverancier. TITEL VII. — MILIEUVRIENDELIJKE ENERGIEPRODUCTIE EN RATIONEEL ENERGIEGEBRUIK HOOFDSTUK I. — Groenestroomcertificaten en warmtekrachtcertificaten Afdeling I. — Toekenning van groenestroomcertificaten en warmtekrachtcertificaten
Artikel 7.1.1 De VREG kent een groenestroomcertificaat toe aan de eigenaar van een productie-installatie die gelegen is in het Vlaamse Gewest of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen, voor iedere 1 000 kWh elektriciteit die in de installatie wordt opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen.
Artikel 7.1.2 § 1. De VREG kent een warmtekrachtcertificaat toe aan de eigenaar van een productie-installatie die gelegen is in het Vlaamse Gewest of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen,voor iedere 1 000 kWh primaire energiebesparingdie in de installatie wordt gerealiseerd door gebruik te maken van een kwalitatieve warmtekrachtinstallatie ten opzichte van referentie-installaties en/of iedere 1 000 kWh elektriciteit die in de kwalitatieve warmtekrachtinstallatie wordt opgewekt. 46160 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD § 2. De Vlaamse Regering legt de voorwaarden vast waaraan een warmtekrachtinstallatie moet voldoen om te worden beschouwd als een kwalitatieve warmtekrachtinstallatie en bepaalt de referentie-installaties.
Artikel 7.1.3 De Vlaamse Regering legt de nadere toepassingsregels en procedures vast voor de aanvraag en toekenning van groenestroomcertificaten en warmtekrachtcertificaten.
Artikel 7.1.4 De door de VREG toegekende groenestroom-certificaten en warmtekrachtcertificaten worden geregistreerd in een centrale databank. De Vlaamse Regering bepaalt de specificaties die per certificaat in de centrale databank moeten worden vermeld. Afdeling II. — Gebruik van de groenestroomcertificaten en warmtekrachtcertificaten
Artikel 7.1.5 § 1. Groenestroomcertificaten en warmtekrachtcertificaten kunnen worden aangewend als volgt : 1° als garantie van oorsprong, voor te leggen in het kader van de levering aan afnemers van elektriciteit als elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen, respectievelijk elektriciteit uit kwalitatieve warmtekrachtkoppeling; 2° als in te dienen bewijsstuk in het kader van de certificatenverplichting, vermeld in respectievelijk artikel 7.1.10 en artikel 7.1.11. § 2. Een groenestroomcertificaat of een warmtekrachtcertificaat kan slechts eenmaal worden voorgelegd als garantie van oorsprong, in de zin van § 1, 1°, en slechts eenmaal worden ingediend in het kader van de certificatenverplichting, in de zin van § 1, 2°. Een groenestroomcertificaat of een warmtekrachtcertificaat dat werd ingediend in het kader van de certificaten- verplichting, in de zin van § 1, 2°, kan niet worden voorgelegd als garantie van oorsprong, in de zin van § 1, 1°. Een groenestroomcertificaat of een warmtekrachtcertificaat dat werd voorgelegd als garantie van oorsprong, in de zin van § 1, 1°, kan na die voorlegging ook nog worden ingediend in het kader van de certificatenverplichting, in de zin van § 1, 2°, tenzij wanneer het een warmtekrachtcertificaat betreft dat alleen werd toegekend voor 1000 kWh elektriciteit die in de installatie werd opgewekt uit kwalitatieve warmtekrachtkoppeling. § 3. Een groenestroomcertificaat of een warmtekrachtcertificaat kan alleen worden voorgelegd als garantie van oorsprong, in de zin van § 1, 1°, of worden ingediend in het kader van de certificatenver- plichting, in de zin van § 1, 2°, tot vijf jaar na de datum van de toekenning ervan. § 4. De Vlaamse Regering legt de nadere criteria en procedures vast voor het voorleggen, aanvaarden en indienen van groenestroomcertificaten en warmtekrachtcertificaten. Productie-installaties voor zonne-energie die na 1 januari 2010 in dienst worden genomen en die geïnstalleerd worden op woningen of woongebouwen, waarvan het dak of de zoldervloer niet geïsoleerd is, komen niet langer in aanmerking voor het toekennen van groenestroomcertificaten die kunnen worden aanvaard in het kader van de certificatenverplichting, bedoeld in artikel 7.1.10. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels met betrekking tot de isolatievoorwaarde. Afdeling III. — Minimumwaarde van groenestroomcertificaten en warmtekrachtcertificaten
Artikel 7.1.6 § 1. De netbeheerders kennen een minimumsteun toe voor de productie van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen die is opgewekt in installaties die aangesloten zijn op hun net, voor zover de producent zelf daarom verzoekt. Als bewijs van zijn productie van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen draagt de producent het overeenstemmende aantal groenestroomcertificaten over aan de betrokken netbeheerder. Een groenestroomcertificaat kan maar eenmaal aan een netbeheerder worden overgedragen. Er kan geen steun worden verleend voor elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen die langer dan 48 maanden voor de overdracht van de overeenstemmende groenestroomcertificaten is geproduceerd of waarvoor het betreffende groenestroomcerti- ficaat niet kan worden aanvaard in het kader van artikel 7.1.10. De minimumsteun wordt vastgelegd afhankelijk van de gebruikte hernieuwbare energiebron en de gebruikte productietechnologie. Voor installaties in gebruik genomen vóór 1 januari 2010 bedraagt de minimumsteun : 1° voor zonne-energie : 450 euro per overgedragen certificaat; 2° voor waterkracht, getijden- en golfslagenergie en aardwarmte : 95 euro per overgedragen certificaat; 3° voor windenergie op land en voor organisch-biologische stoffen waarbij al dan niet co-verbranding wordt toegepast, voor de vergisting van organisch-biologische stoffen in stortplaatsen, en voor het organisch-biologisch deel van restafval : 80 euro per overgedragen certificaat. Voor installaties in gebruik genomen vanaf 1 januari 2010 bedraagt de minimumsteun : 1° voor zonne-energie : 350 euro per overgedragen certificaat, jaarlijks verminderd met 20 euro voor nieuw in gebruik genomen installaties tot en met 2013 en met 40 euro vanaf 2014; 2° voor waterkracht, voor getijden- en golfslagenergie, voor aardwarmte, voor windenergie op land, voor vaste of vloeibare biomassa, biomassa-afval en biogas, voor zover deze niet vermeld worden onder 3° : 90 euro per overgedragen certificaat; 3° voor stortgas, voor biogas uit vergisting van afval-water(zuiveringsslib) of rioolwaterzuivering(sslib) en voor verbranding van restafval : 60 euro per certificaat; 4° voor andere technieken : 60 euro per overgedragen certificaat. De verplichting, vermeld in het eerste lid, begint bij de inwerkingstelling van een nieuwe productie-installatie en loopt over een periode van tien jaar. Voor het geval van zonne-energie geldt de verplichting voor installaties die in dienst zijn genomen vanaf 1 januari 2006 tot en met 31 december 2012 en loopt over een periode van twintig jaar. Voor zonne-energie-installaties die in dienst worden genomen vanaf 1 januari 2013 loopt de verplichting over een periode van vijftien jaar tenzij de Vlaamse Regering eerder anders beslist op basis van een evaluatierapport dat meegedeeld wordt aan de Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement. In afwijking van voorgaand lid, kunnen nieuwe productie-installaties die over een stedenbouwkundige vergunning en een milieuvergunning dienen te beschikken, genieten van de minimumsteun die geldt op het moment dat de laatste van deze vergunningen werd bekomen en mits binnen de drie jaar volgende op het verlenen van deze vergunning de installatie in gebruik werd genomen. MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46161 § 2. De netbeheerders brengen op regelmatige tijdstippen de certificaten die aan hen werden overgedragen op de markt om de kosten die verbonden zijn aan de verplichting, vermeld in § 1, te recupereren. De VREG zorgt voor de transparantie en de regulariteit van de verkoop van die certificaten door de netbeheerders. De lijsten van de overgedragen certificaten en van de certificaten die door de netbeheerders op de markt werden gebracht, worden maandelijks door de netbeheerders aan de VREG meegedeeld. Vanaf het jaar 2010 verrekenen de netbeheerders, met uitzondering van de netbeheerder die overeen-komstig de federale Elektriciteitswet ook als transmissienetbeheerder is aangeduid, jaarlijks in het jaar n onderling de kost van de verplichting, vermeld in § 1, in verhouding tot de hoeveelheden verdeelde elektriciteit in het jaar n-1. De te verdelen kost wordt per netbeheerder beperkt tot een percentage van het distributiebudget, dat overeenstemt met het aandeel dat de kost van de verplichting voor alle betrokken netbeheerders samen vertegenwoordigt in het totale distributiebudget, plus 5 %. § 3. Als de steun, vermeld in § 1, door een beslissing van de Vlaamse overheid niet langer wordt toegekend, vergoedt de Vlaamse Regering de geleden schade voor bestaande installaties.
Artikel 7.1.7 § 1. De netbeheerders kennen een minimumsteun toe voor de productie van elektriciteit die is opgewekt in kwalitatieve warmtekrachtinstallaties die aange-sloten zijn op hun net, voor zover de producent zelf daarom verzoekt. Als bewijs van zijn productie van elektriciteit uit kwalitatieve warmtekrachtkoppeling draagt de producent het overeenstemmende aantal warmtekrachtcertificaten over aan de betrokken netbeheerder. Een warmtekrachtcertificaat kan maar eenmaal aan een netbeheerder worden overgedragen. Er kan geen steun worden verleend voor elektriciteit uit kwalitatieve warmtekrachtkoppeling die langer dan 48 maanden voor de overdracht van de overeenstemmende warmtekrachtcertificaten is geproduceerd of waarvoor het betreffende warmtekrachtcertificaat niet kan worden aanvaard in het kader van artikel 7.1.11. De minimumsteun bedraagt 27 euro per overgedragen warmtekrachtcertificaat. De verplichting, vermeld in het eerste lid, geldt voor warmtekrachtinstallaties waarvoor de certificatenaanvraag wordt ingediend na inwerkingtreding van dit artikel en loopt over een periode van tien jaar vanaf de datum waarop de warmtekrachtinstallatie voor het eerst in gebruik werd genomen. § 2. De netbeheerders brengen op regelmatige tijdstippen de warmtekrachtcertificaten die aan hen werden overgedragen op de markt om de kosten die verbonden zijn aan de verplichting, vermeld in § 1, te recupereren. De VREG zorgt voor de transparantie en de regulariteit van de verkoop van die warmtekrachtcertificaten door de netbeheerders. De lijsten van de overgedragen warmtekrachtcertifi-caten en van de warmtekrachtcertificaten die door de netbeheerders op de markt werden gebracht, worden maandelijks door de netbeheerders aan de VREG meegedeeld. Vanaf het jaar 2010 verrekenen de netbeheerders, met uitzondering van de netbeheerder die overeenkomstig de federale Elektriciteitswet ook als transmissienetbeheerder is aangeduid, jaarlijks in het jaar n onderling de meerkost van de verplichting, vermeld in § 1, in verhouding tot de hoeveelheden verdeelde elektriciteit in het jaar n-1. De te verdelen kost wordt per netbeheerder beperkt tot een percentage van het distributiebudget, dat overeenstemt met het aandeel dat de kost van de verplichting voor alle betrokken netbeheerders samen vertegenwoordigt in het totale distributiebudget, plus 5 %. § 3. Als de steun, vermeld in § 1, door een beslissing van de Vlaamse overheid niet langer wordt toegekend, vergoedt de Vlaamse Regering de geleden schade voor bestaande installaties. § 4. Als de marktwaarde van de warmtekracht-certificaten door een beslissing van de Vlaamse Regering tot minder dan 27 euro daalt, vergoedt de Vlaamse Regering de geleden schade voor kwalitatieve warmtekrachtinstallaties die aangesloten zijn op het transmissienet, die minder dan tien jaar in dienst zijn. Afdeling IV. — Levering van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen en kwalitatieve warmtekrachtkoppeling
Artikel 7.1.8 De levering van elektriciteit in het Vlaamse Gewest als een hoeveelheid elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen of elektriciteit uit kwalitatieve warmtekrachtkoppeling, is toegestaan als de aldus geleverde hoeveelheid elektriciteit overeenstemt met het respectievelijk aantal groenestroomcertificaten en warmtekrachtcertifi- caten dat als garantie van oorsprong aan de VREG wordt voorgelegd.
Artikel 7.1.9 De Vlaamse Regering bepaalt onder welke voorwaarden garanties van oorsprong die toegekend zijn door de daartoe bevoegde instantie van de federale overheid, andere gewesten of andere landen, kunnen worden aanvaard voor de levering van elektriciteit, zoals vermeld in artikel 7.1.8. Die voorwaarden moeten objectief, transparant en niet-discriminerend zijn. Afdeling V. — Certificatenverplichtingen Onderafdeling I. — De certificatenverplichting hernieuwbare energie
Artikel 7.1.10 § 1. Iedere persoon die in het jaar n-1 als toegangshouder geregistreerd stond in het toegangsregister van een elektriciteitsdistributienetbeheerder, de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit of beheerder van het transmissienet, op een afnamepunt in het Vlaamse Gewest, en geen netbeheerder is, is verplicht jaarlijks uiterlijk op 31 maart van het jaar n, bij de VREG het aantal groenestroomcertificaten in te dienen dat bepaald wordt met toepassing van § 2 of § 4 in voorkomend geval. § 2. Het aantal groenestroomcertificaten dat in een bepaald jaar n moet worden ingediend, wordt vastgesteld met de formule : C = G x Ev waarbij : C gelijk is aan het aantal in het jaar n in te dienen certificaten, uitgedrukt in MWh; G gelijk is aan : 1° 0,008 als het jaar n gelijk is aan 2003; 2° 0,012 als het jaar n gelijk is aan 2004; 3° 0,020 als het jaar n gelijk is aan 2005; 46162 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 4° 0,025 als het jaar n gelijk is aan 2006; 5° 0,030 als het jaar n gelijk is aan 2007; 6° 0,0375 als het jaar n gelijk is aan 2008; 7° 0,0490 als het jaar n gelijk is aan 2009; 8° 0,0525 als het jaar n gelijk is aan 2010; 9° 0,0600 als het jaar n gelijk is aan 2011; 10° 0,0700 als het jaar n gelijk is aan 2012; 11° 0,0800 als het jaar n gelijk is aan 2013; 12° 0,0900 als het jaar n gelijk is aan 2014; 13° 0,1000 als het jaar n gelijk is aan 2015; 14° 0,1050 als het jaar n gelijk is aan 2016; 15° 0,1100 als het jaar n gelijk is aan 2017; 16° 0,1150 als het jaar n gelijk is aan 2018; 17° 0,1200 als het jaar n gelijk is aan 2019; 18° 0,1250 als het jaar n gelijk is aan 2020; 19° 0,1300 als het jaar n gelijk is aan 2021. Ev gelijk is aan de totale hoeveelheid elektriciteit uitgedrukt in MWh die in het jaar n-1 afgenomen werd op afnamepunten in het Vlaams Gewest waarop de betrokken persoon geregistreerd stond als toegangshouder in het toegangsregister van de betrokken elektriciteitsdistributienetbeheerder, beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit of beheerder van het transmissienet. Daarbij wordt de afname per afnamepunt beperkt tot de afname tijdens de periode waarin de betrokken persoon geregistreerd stond als toegangshouder. § 3. In afwijking van § 2 wordt Ev verminderd met de volgende hoeveelheden : 1° per afnamepunt waarop in het jaar n-1 meer dan 20 000 MWh, maar minder dan 100 000 MWh elektriciteit werd afgenomen, 25 % van het verschil tussen die afname, uitgedrukt in MWh, en 20 000 MWh, pro rata de hoeveelheid elektriciteit die werd afgenomen op het afnamepunt gedurende de periode in het jaar n-1 waarin de betrokken persoon toegangshouder was; 2° per afnamepunt waarop in het jaar n-1 meer dan 100 000 MWh werd afgenomen, 20 000 MWh vermeerderd met 50 % van het verschil tussen de afname, uitgedrukt in MWh, en 100 000 MWh, pro rata de hoeveelheid elektriciteit die werd afgenomen op het afnamepunt gedurende de periode in het jaar n-1 waarin de betrokken persoon toegangshouder was. Het geheel van afnamepunten van afnemers die instaan voor het verzorgen van openbaar vervoer, kunnen als één afnamepunt worden beschouwd. § 4. Vanaf 2009 evalueert de Vlaamse Regering om de drie jaar de onrendabele toppen voor investeringen in groene stroom alsook de doelstellingen, vermeld in § 2. Op basis van deze evaluatie legt de Vlaamse Regering voor nieuwe productie-installaties een ontwerp van decreet voor inzake de minimumsteun, vermeld in artikel 7.1.6, dat zowel het steunbedrag als de looptijd betreft. Indien uit deze evaluatie blijkt dat een verwachte daling van het bruto binnenlands elektriciteitsverbruik groter zal zijn dan de verplichte stijging van de doelstelling, vermeld in § 2, doet de Vlaamse Regering een voorstel om de doelstellingen, vermeld in § 2 te verhogen. Indien Europese verplichtingen aanleiding geven tot een met de in § 2 vermelde doelstellingen niet haalbaar aandeel groene stroom, doet de Vlaamse Regering een voorstel om de doelstellingen, vermeld in § 2, te verhogen. Indien de Vlaamse Regering certificaten aanvaardt voor groene stroom die niet is geproduceerd in het Vlaamse Gewest, doet de Vlaamse Regering een voorstel om de doelstellingen, vermeld in § 2, te verhogen. Onderafdeling II. — De certificatenverplichting kwalitatieve warmtekrachtkoppeling
Artikel 7.1.11 § 1. Iedere persoon die in het jaar n-1 als toegangshoudergeregistreerd stond als toegangshouder in het toegangsregister van een elektriciteitsdistributienetbeheerder, de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit of beheerder van het transmissienet, op een afnamepunt in het Vlaamse Gewest, en geen netbeheerder is, is verplicht jaarlijks, uiterlijk op 31 maart van het jaar n, bij de VREG het aantal warmtekrachtcertificaten in te dienen dat bepaald wordt met toepassing van § 2. § 2. Het aantal warmtekrachtcertificaten dat in een bepaald jaar n moet worden ingediend, wordt vastgesteld met de formule : C = W x Ev waarbij : C gelijk is aan het aantal in het jaar n in te dienen certificaten, uitgedrukt in MWh; W gelijk is aan : 1° 0,0296 als het jaar n gelijk is aan 2008; 2° 0,0373 als het jaar n gelijk is aan 2009; 3° 0,0439 als het jaar n gelijk is aan 2010; 4° 0,0490 als het jaar n gelijk is aan 2011; 5° 0,0520 als het jaar n gelijk is aan 2012; 6° 0,0523 als het jaar n gelijk is aan 2013 of later; Ev gelijk is aan de totale hoeveelheid elektriciteit uitgedrukt in MWh die in het jaar n-1 afgenomen werd op afnamepunten in het Vlaams Gewest waarop de betrokken persoon geregistreerd stond als toegangshouder in het toegangsregister van de betrokken elektriciteitsdistributienetbeheerder, beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit of beheerder van het transmissienet. Daarbij wordt de afname per afnamepunt beperkt tot de afname tijdens de periode waarin de betrokken persoon geregistreerd stond als toegangshouder. MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46163 § 3. Vanaf 2009 evalueert de Vlaamse Regering om de drie jaar de onrendabele toppen voor investeringen in kwalitatieve warmtekrachtkoppeling. Op basis van deze evaluatie legt de Vlaamse Regering voor nieuwe productie-installaties een ontwerp van decreet voor inzake de minimumsteun, vermeld in artikel 7.1.7, § 1, dat zowel het steunbedrag als de looptijd betreft. Onderafdeling III. — Gemeenschappelijke bepalingen
Artikel 7.1.12 De Vlaamse Regering kan besluiten om, na advies van de VREG, in het kader van de verplichtingen van artikelen 7.1.10 en 7.1.11, certificaten te aanvaarden die respectievelijk worden toegekend voor elektriciteitsproductie uit hernieuwbare energie en primaire energiebesparing door kwalitatieve warmtekrachtkoppeling in installaties buiten het Vlaamse Gewest. Voor het aanvaarden van de in het eerste lid vermelde certificaten dienen een aantal randvoorwaarden vervuld te zijn. Die randvoorwaarden hebben betrekking op het bestaan van gelijke of gelijkwaardige garanties inzake de aflevering en op de goede werking van de certificatenmarkt. De Vlaamse Regering stelt de procedure en voorwaarden vast voor de aanvaarding van dergelijke certificaten in het kader van de verplichtingen van artikelen 7.1.10 en 7.1.11. De Vlaamse Regering kan een voorwaarde tot wederkerigheid instellen. De Vlaamse Regering sluit hierover een samenwerkingsakkoord af met de federale overheid, de andere gewesten of andere landen.
Artikel 7.1.13 Een groenestroomcertificaat of warmtekracht-certificaat dat ingediend wordt in het kader van de certificatenver- plichting, in de zin van artikel 7.1.5, § 1, 2°, in de periode van 1 april van het jaar n tot en met 31 maart van het jaar n+1, wordt geacht te zijn ingediend in het kader van de certificatenverplichting van het jaar n.
Artikel 7.1.14 Om de drie jaar, en voor het eerst vóór 1 oktober van het jaar dat volgt op de inwerkingtreding van dit decreet, legt de Vlaamse Regering, na advies van de VREG, een evaluatierapport over de certificatenverplichtingen hernieuwbare energie en kwalitatieve warmtekrachtkoppeling voor aan het Vlaams Parlement. Dat rapport evalueert de effecten en de kosteneffectiviteit van de certificatenverplichtingen. HOOFDSTUK II. — Groenewarmtecertificaten
Artikel 7.2.1 De Vlaamse Regering kan een systeem van groenewarmtecertificaten instellen.
Artikel 7.2.2 De VREG verleent op aanvraag van een producent per schijf van 1000 kWh groene warmte een certificaat voor de hoeveelheid groene warmte waarvan de aanvrager heeft aangetoond dat die geleverd wordt aan een warmteverbruiker en in het Vlaamse Gewest is geproduceerd. De Vlaamse Regering stelt nadere toepassingsregels en procedures vast voor het toekennen van groenewarmte- certificaten.
Artikel 7.2.3 § 1. De Vlaamse Regering kan, na advies van de VREG, iedere leverancier van aardgas aan afnemers via het aardgasdistributienet of vervoernet, verplich-ten jaarlijks een door de Vlaamse Regering te bepalen aantal groenewarmtecertificaten in te dienen bij de VREG. § 2. De Vlaamse Regering bepaalt welke groenewarmtecertificaten in aanmerking komen om te voldoen aan die openbaredienstverplichting. § 3. De Vlaamse Regering bepaalt onder welke omstandigheden het voorleggen van het aantal groenewarmtecer- tificaten geheel of gedeeltelijk kan worden vervangen door het voorleggen van een aantal groenestroomcertificaten. HOOFDSTUK III. — Beperking aansluitkosten productie-installaties voor elektriciteit uit warmtekrachtinstallaties
Artikel 7.3.1 De kosten voor de aanleg van de elektrische leidingen over de eerste duizend meter op het openbaar domein tussen het elektriciteitsdistributienet of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit en de productie-installatie, zijn in dat geval ten laste van de netbeheerder in kwestie voor zover het aansluitingsvermogen van die productieinstallatie niet hoger is dan 5 MVA. De aanvrager van de aansluiting draagt alle overige kosten bij een nieuwe aansluiting van een productie-installatie van elektriciteit uit kwalitatieve warmtekrachtkoppeling op het distributienet of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit. De kosten voor de aanleg van de aardgasleidingen over de eerste duizend meter op het openbaar domein tussen het aardgasdistributienet en de productie-installatie zijn ten laste van de aardgasnetbeheerder voor zover de aansluitingscapaciteit van die productie-installatie niet hoger is dan 2500 m3/h. De aanvrager van de aansluiting draagt alle overige kosten bij een nieuwe aansluiting van een productie-installatie van elektriciteit uit kwalitatieve warmtekrachtkoppeling op het aardgasdistributienet. De kosten, vermeld in het eerste en tweede lid, die ten laste van de netbeheerder gelegd worden, worden beschouwd als kosten ten gevolge van de openbaredienstverplichtingen van de netbeheerder als netbeheerder. HOOFDSTUK IV. — Informatieverlening over de oorsprong en milieugevolgen van de geleverde elektriciteit
Artikel 7.4.1 De leverancier voor elektriciteit meldt op zijn facturen en in al zijn gedrukte en elektronische promotiemateriaal : 1° het aandeel van elke energiebron in de totale brandstofmix die de leverancier in het voorgaande jaar heeft gebruikt in het Vlaamse Gewest, en het aandeel van elke energiebron in de brandstofmix van het aangeboden product van de leverancier aan de betrokken afnemers in het Vlaamse Gewest; 2° een verwijzing naar de bestaande officiële referentiebronnen waar voor het publiek toegankelijke informatie beschikbaar is over de gevolgen voor het milieu, ten minste voor wat betreft CO2-emissies en radioactief afval van elektriciteitsproductie die met verschillende energiebronnen geproduceerd is door de totale brandstofmix van de leverancier gedurende het voorafgaande jaar; 46164 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 3° een verklaring dat aan de VREG garanties van oorsprong werden voorgelegd voor geleverde stroom uit hernieuwbare energie of kwalitatieve warmtekrachtkoppeling. De VREG gaat na of de door de leverancier aan zijn klanten verstrekte informatie betrouwbaar is. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere toepassingsregels voor de verplichtingen in het eerste lid. HOOFDSTUK V. — Openbaredienstverplichtingen voor de leveranciers en netbeheerders ter stimulering van het rationeel energiegebruik en het gebruik van de hernieuwbare energiebronnen
Artikel 7.5.1 De Vlaamse Regering kan, na advies van de VREG, de leveranciers en netbeheerders openbaredienst- verplichtingen opleggen inzake programma’s ter bevordering van het rationeel energiegebruik en hernieuwbare energiebronnen, minimumnormen inzake rationeel energiegebruik bij hun afnemers en investeringen in kwalitatieve warmtekrachtinstallaties, installaties voor de productie van groene stroom, groenestroomcertificaten of warmtekracht- certificaten. HOOFDSTUK VI. — Verplichtingen van de brandstofleveranciers ter stimulering van het rationeel energiegebruik en het gebruik van de hernieuwbare energiebronnen
Artikel 7.6.1 § 1. De Vlaamse Regering kan aan de brandstof-leveranciers actie- en middelenverplichtingen opleggen voor de bevordering van rationeel energiebeheer, rationeel energiegebruik en hernieuwbare energietechnologieën. § 2. De Vlaamse Regering legt de rapporteringsvereisten vast voor de uitvoering van de actie- en middelenver- plichtingen, vermeld in § 1. § 3. De brandstofleveranciers kunnen voor het uitvoeren van de actie- en middelenverplichtingen op hun kosten een beroep doen op derden, onder de voorwaarden die door de Vlaamse Regering bepaald zijn.
Artikel 7.6.2 § 1. De Vlaamse Regering kan aan de brandstofleveranciers verplichtingen opleggen inzake het geven van informatie aan en het sensibiliseren van hun klanten over rationeel energiebeheer, rationeel energiegebruik en hernieuwbare energietechnologieën. § 2. De Vlaamse Regering legt de rapporteringsvereisten vast voor de uitvoering van de informatie- en sensibilisatieverplichting, vermeld in § 1. HOOFDSTUK VII. — Instrumenten ter stimulering van het rationeel energiegebruik en het gebruik van de hernieuwbare energiebronnen voor ondernemingen, niet-commerciële instellingen en publiekrechtelijke rechtspersonen
Artikel 7.7.1 § 1. De Vlaamse Regering kan energiebeleidsovereenkomsten sluiten met : 1° een of meer organisaties van ondernemingen, niet-commerciële instellingen of publiekrechtelijke rechtsperso- nen; 2° een of meer ondernemingen of niet-commerciële instellingen; 3° een of meer publiekrechtelijke rechtspersonen. § 2. De Vlaamse Regering legt het ontwerp van energiebeleidsovereenkomst ter bespreking voor aan het Vlaams Parlement. Energiebeleidsovereenkomsten met individuele ondernemingen, niet-commerciële instellingen en publiekrechte- lijke rechtspersonen worden niet meegedeeld aan het Vlaams Parlement. § 3. Jaarlijks rapporteert de Vlaamse Regering aan het Vlaams Parlement over de gesloten energiebeleidsovereen- komsten.
Artikel 7.7.2 § 1. De Vlaamse Regering kan aan ondernemingen, niet-commerciële instellingen en publiekrechtelijke rechtspersonen verplichtingen opleggen om hen aan te zetten hun energiegebruik te rationaliseren en gebruik te maken van hernieuwbare energietechnologieën. § 2. De verplichtingen, vermeld in § 1, omvatten : 1° het opzetten van een energieboekhouding; 2° het uitvoeren van rendabele investeringen, die al dan niet ter kennis worden gebracht door een energieplan of een energiestudie; 3° het periodiek dan wel eenmalig laten opmaken van een energieplan en/of een energiestudie door een energiedeskundige. De Vlaamse Regering kan voor een of meer van de voorgaande verplichtingen vrijstelling verlenen en/of de periodiciteit bepalen. § 3. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels met betrekking tot de rendabele investeringen. De Vlaamse Regering evalueert om de vier jaar en voor het eerst in 2012 de definitie van rendabele investeringen, zoals bepaald in artikel 1.1.3, 111°. De Vlaamse Regering wordt gemachtigd om na evaluatie een nieuwe interne rentevoet na belastingen vast te leggen. § 4. De Vlaamse Regering kan een instantie aanduiden die de energieplannen en de energiestudies conform moet verklaren. § 5. De energiedeskundige stelt de energieplannen en de energiestudies ter beschikking van de bedrijfsleiding en, in voorkomend geval, ten behoeve van de ondernemingsraad en het comité voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen of bij ontstentenis van die organen, de vakbondsafvaardiging. § 6. De Vlaamse Regering bepaalt de concrete opmaak, de inhoud en, in voorkomend geval, de conformverklaring van de energieplannen en energiestudies. § 7. Ondernemingen, niet-commerciële instellingen en publiekrechtelijke rechtspersonen die een energiebeleids- overeenkomst met de Vlaamse Regering sluiten, moeten minstens voldoen aan de verplichtingen, vermeld in § 1, die gelden op het moment van het sluiten van de energiebeleidsovereenkomst. MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46165 Als de Vlaamse Regering op basis van § 1 verplichtingen oplegt, zijn die verplichtingen voor ondernemingen, niet-commerciële instellingen en publiekrechtelijke rechtspersonen die een energiebeleidsovereenkomst hebben gesloten, niet strenger dan de overeenkomstige bepalingen, opgenomen in de energiebeleidsovereenkomst en van die aard dat ze niet voor extra lasten zorgen ten opzichte van de overeenkomstige bepalingen in de energiebeleidsover- eenkomst, behalve om te voldoen aan internationale of Europese verplichtingen, steeds rekening houdend met het engagement van het Vlaamse Gewest in de energiebeleidsovereenkomsten. In die gevallen pleegt de Vlaamse Regering vooraf overleg met de andere partijen van de energiebeleidsovereenkomst. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de te volgen overlegprocedure. § 8. In afwijking van de vorige paragraaf kan de Vlaamse Regering verplichtingen, als vermeld in § 1, opleggen aan ondernemingen, niet-commerciële instellingen en publiekrechtelijke rechtspersonen die de bepalingen van de gesloten energiebeleidsovereenkomst niet naleven. § 9. De Vlaamse Regering kan de tegemoetkomingen, vermeld in titel VIII van dit decreet beperken tot de ondernemingen, niet-commerciële instellingen en publiekrechtelijke rechtspersonen die een energiebeleidsovereen- komst hebben gesloten. TITEL VIII. — TEGEMOETKOMINGEN TER BEVORDERING VAN HET RATIONEEL ENERGIEGEBRUIK, HET RATIONEEL ENERGIEBEHEER, HET GEBRUIK VAN HERNIEUWBARE ENERGIEBRONNEN EN DE TOEPASSING VAN FLEXIBILITEITSMECHANISMEN HOOFDSTUK I. — Kredieten
Artikel 8.1.1 De tegemoetkomingen die op basis van de steunprogramma’s in deze titel kunnen worden toegekend ter bevordering van het rationeel energiegebruik, het rationeel energiebeheer, het gebruik van hernieuwbare energiebron- nen en de toepassing van flexibiliteitsmechanismen, worden toegekend binnen de perken van de beschikbare kredieten van het Energiefonds of de algemene uitgavenbegroting. HOOFDSTUK II. — Steunprogramma’s voor natuurlijke personen
Artikel 8.2.1 De Vlaamse Regering kan een steunprogramma opstellen met tegemoetkomingen ten voordele van natuurlijke personen die niet in aanmerking komen voor een tegemoetkoming als onderneming voor : 1° de toepassing van energiezuinige producten, technieken en systemen; 2° een rationeel energiebeheer; 3° de toepassing van hernieuwbare energietechnologieën. HOOFDSTUK III. — Steunprogramma’s voor ondernemingen Afdeling I. — De onderneming als gebruiker van energiezuinige producten, technieken, systemen of hernieuwbare energietechnologieën
Artikel 8.3.1 De Vlaamse Regering kan een steunprogramma opstellen met tegemoetkomingen ten voordele van ondernemin- gen voor : 1° de toepassing van energiezuinige producten, technieken en systemen; 2° een rationeel energiebeheer; 3° de toepassing van hernieuwbare energietechnologieën; 4° het ondernemen van haalbaarheidsstudies voor de toepassing van energiezuinige producten, technieken en systemen of voor de toepassing van hernieuwbare energietechnologieën. Afdeling II. — De onderneming als ontwikkelaar, producent of distributeur van energiezuinige producten, technieken of systemen of van hernieuwbare energietechnologieën
Artikel 8.3.2 § 1. De Vlaamse Regering kan een steunprogramma opstellen met tegemoetkomingen ten voordele van ondernemingen die ontwikkelaar, fabrikant of distributeur zijn van energiezuinige producten, technieken, systemen of hernieuwbare energietechnologieën, voor het uitvoeren van referentieprojecten. § 2. Een onderneming, als vermeld in § 1, sluit met de eerste gebruiker een overeenkomst waarin het deel van de tegemoetkoming dat gegeven wordt om de investerings- en installatiekosten te dekken, wordt overgedragen aan de eerste gebruiker en waarin de gebruiker de onderneming toestaat om de resultaten van het project te gebruiken bij commercialisering. Afdeling III. — De onderneming als promotor van rationeel energiegebruik en het gebruik van hernieuwbare energiebronnen
Artikel 8.3.3 De Vlaamse Regering kan een steunprogramma opstellen met tegemoetkomingen ten voordele van ondernemin- gen voor : 1° het voeren van sensibiliserings- en communicatieacties over rationeel energiegebruik, rationeel energiebeheer of hernieuwbare energietechnologieën; 2° de informatieverzameling en -verstrekking voor rationeel energiegebruik, rationeel energiebeheer of hernieuw- bare energietechnologieën; 3° het organiseren van vormingsprojecten over rationeel energiegebruik, rationeel energiebeheer en hernieuwbare energietechnologieën. HOOFDSTUK IV. — Steunprogramma’s voor niet-commerciële instellingen en publiekrechtelijke rechtspersonen
Artikel 8.4.1 De Vlaamse Regering kan een steunprogramma opstellen met tegemoetkomingen ten voordele van niet- commerciële instellingen en publiekrechtelijke rechtspersonen voor : 1° de toepassing van energiezuinige producten, technieken en systemen; 2° een rationeel energiebeheer; 46166 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 3° de toepassing van hernieuwbare energietechnologieën; 4° het ondernemen van haalbaarheidsstudies voor de toepassing van energiezuinige producten, technieken en systemen of voor de toepassing van hernieuwbare energietechnologieën; 5° het voeren van sensibiliserings- en communicatieacties over rationeel energiegebruik, rationeel energiebeheer of hernieuwbare energietechnologieën; 6° de informatieverzameling en -verstrekking voor rationeel energiegebruik, rationeel energiebeheer of hernieuw- bare energietechnologieën; 7° het organiseren van vormingsprojecten voor rationeel energiegebruik, rationeel energiebeheer of hernieuwbare energietechnologieën; 8° de kosten die verbonden zijn aan de voorbereiding, ondertekening, uitvoering en voortgangscontrole van een energiebeleidsovereenkomst. HOOFDSTUK V. — Marktintroductieprogramma
Artikel 8.5.1 § 1. De Vlaamse Regering kan op geregelde tijdstippen een steunprogramma opstellen om marktintroductiepro- jecten te ondersteunen. Dat steunprogramma geeft een beschrijving van de energiezuinige producten, technieken en systemen of van de hernieuwbare energietechnologieën, waarvoor de Vlaamse Regering een hogere marktintroductie wil verkrijgen, het totale budget dat ze daartoe wil aanwenden en de maximale hoogte van de tegemoetkomingen die in het kader van dat marktintroductieprogramma kunnen worden toegestaan. Het steunprogramma geeft aan welke van de volgende doelgroepen kunnen inschrijven op het marktintroduc- tieprogramma : natuurlijke personen, ondernemingen, niet-commerciële instellingen of publiekrechtelijke rechtsperso- nen. De Vlaamse Regering lanceert vervolgens een oproep, waarop belangstellenden uit de aangewezen doelgroepen kunnen intekenen, die deze energie-zuinige producten, technieken of systemen of hernieuwbare energietechnologieën willen installeren en die bereid zijn mee te werken aan de monitoring en kennisoverdracht aan de gebruikerssector. § 2. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels van de oproep, en de nadere regels voor de monitoring en de bekendmaking van de resultaten van de marktintroductieprojecten. HOOFDSTUK VI. — Steunprogramma’s voor de toepassing van flexibiliteitsmechanismen
Artikel 8.6.1 De Vlaamse Regering kan tegemoetkomingen verstrekken voor de administratieve kosten die gepaard gaan met het voorbereiden van en deelnemen aan projecten in het kader van de flexibiliteitsmechanismen Gezamenlijke Uitvoering en het Mechanisme voor Schone Ontwikkeling onder het protocol van Kyoto. De Vlaamse Regering kan ook tegemoetkomingen verstrekken voor de uitvoering van projecten in het kader van de flexibiliteitsmechanismen met het oog op de verwerving van emissierechten door de Vlaamse overheid. HOOFDSTUK VII. — Hoogte van de tegemoetkomingen
Artikel 8.7.1 De Vlaamse Regering bepaalt de hoogte van de tegemoetkomingen en de in aanmerking komende kosten, vermeld in deze titel, en de nadere regels voor de aanvraag, de beoordeling van de aanvragen en het toekennen van de tegemoetkomingen. De tegemoetkomingen, vermeld in het vorige lid, kunnen de vorm aannemen van een subsidie, een lening tegen een verlaagde rentevoet, een voorschot of een ander geldelijk voordeel.
Artikel 8.7.2 § 1. De tegemoetkomingen die ter uitvoering van deze titel worden toegekend aan natuurlijke personen, niet-commerciële instellingen en publiekrechtelijke rechtspersonen, kunnen maximaal 100 % van de in aanmerking komende kosten bedragen. Voor tegemoetkomingen die meer dan 50 % van de in aanmerking komende kosten bedragen of die hoger liggen dan 150.000 euro, sluit de Vlaamse Regering met de begunstigde een subsidieovereenkomst, waarin een resultaats- verbintenis wordt opgenomen. § 2. De tegemoetkomingen die ter uitvoering van deze titel worden toegekend aan kleine of middelgrote ondernemingen, kunnen maximaal 50 % van de in aanmerking komende kosten bedragen. Als de onderneming een grote onderneming is, kunnen die tegemoetkomingen maximaal 40 % van de in aanmerking komende kosten bedragen. De Vlaamse Regering past die maximumpercentages aan overeenkomstig de percentages die opgenomen zijn in de Europese kaderregeling inzake staatssteun ten behoeve van het milieu. Alleen de extra investeringen die noodzakelijk zijn voor het verwezenlijken van de milieudoeleinden worden in aanmerking genomen, exclusief de voordelen van een eventuele capaciteitsverhoging, de kostenbesparingen gedurende de eerste vijf jaar van de gebruiksduur van de investeringen en de extra bijproducten gedurende diezelfde periode. Gestrande kosten komen niet in aanmerking.
Artikel 8.7.3 Beschermde afnemers hebben recht op een tegemoetkoming die minstens 20 % hoger is dan de tegemoetkoming voor dezelfde aankoop of in aanmerking komende kosten, die gegeven wordt aan natuurlijke personen die geen beschermde afnemer zijn. Onder voorbehoud van de toepassing van het eerste lid kunnen de tegemoetkomingen aan een beschermde afnemer maximaal 100 % van de in aanmerking komende kosten bedragen.
Artikel 8.7.4 De Vlaamse Regering beperkt de tegemoetkomingen in elk individueel geval dusdanig dat de cumulatie van de tegemoetkomingen die ter uitvoering van deze titel worden gegeven, met de overheidssteun die op grond van andere regelgevingen wordt toegekend, de maximale tegemoetkomingspercentages in artikel 8.7.2 niet overschrijdt. MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46167 TITEL IX. — FLEXIBILITEITSMECHANISMEN
Artikel 9.1.1 § 1. De Vlaamse Regering legt aan BKG-inrichtingen die broeikasgassen uitstoten en die onder het toepassings- gebied van de richtlijn 2003/87/EG vallen, als exploitatievoorwaarde op dat die BKG-inrichtingen over een broeikasgasvergunning moeten beschikken. Op basis van die broeikasgasvergunning moet jaarlijks een bepaald aantal emissierechten, met uitzondering van de emissierechten die aan de vliegtuigexploitanten werden toegewezen, bij het nationaal register ingeleverd worden in overeenstemming met de hoeveelheid broeikasgassen die in die periode werd uitgestoten. § 2. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden voor de broeikasgasvergunning en de regels voor de bewaking en de rapportering van de emissies en voor de verificatie van die rapporten. § 3. In overeenstemming met de criteria van de richtlijn 2003/87/EG bepaalt de Vlaamse Regering : 1° de totale hoeveelheid emissierechten die per handelsperiode aan BKG-inrichtingen in het Vlaamse Gewest worden toegekend; 2° de wijze waarop die emissierechten aan de BKG-inrichtingen in kwestie worden toegewezen; 3° de nadere regels voor de uitgifte, inlevering, schrapping, transfers en geldigheidsduur van de emissierechten; 4° de regels voor het opstellen en het controleren van een register in de vorm van een elektronische databank waarmee de emissierechten worden uitgegeven, gehouden, overgedragen en geschrapt. § 4. De Vlaamse Regering bepaalt de verdere toepassingsregels en procedures voor de implementering van de richtlijn 2003/87/EG in het Vlaamse Gewest, in overeenstemming met de bepalingen van de richtlijn 2003/87/EG.
Artikel 9.1.2 Voor het jaar 2012 en de periode van 2013-2020 wordt de administratieve controle van de vliegtuigexploitant die onder de administratieve bevoegdheid van België valt, verzorgd door het gewest dat de meeste CO2-emissies, uitgestoten door de vliegtuigexploitant in het referentiejaar, krijgt toegekend. Het Vlaamse Gewest krijgt voor elke vliegtuigexploitant de CO2-emissies toegekend van alle vluchten die betrekking hebben op een luchtvaartactiviteit die nader door de Vlaamse Regering zal worden bepaald, en die : a) vertrekken vanuit luchtvaartterreinen, gelegen op het grondgebied van het Vlaamse Gewest; b) landen op luchtvaartterreinen, gelegen op het grondgebied van het Vlaamse Gewest, op voorwaarde dat die vluchten niet vertrekken vanuit een lidstaat van de Europese Unie.
Artikel 9.1.3 § 1. Om in aanmerking te komen voor een kosteloze toewijzing van emissierechten voor het jaar 2012 en de periode van 2013-2020, moet een vliegtuigexploitant op uiterlijk 31 maart 2011 een geverifieerd rapport tonkilometergegevens indienen bij de bevoegde autoriteit. Het rapport tonkilometergegevens kan enkel betrekking hebben op tonkilometer- gegevens voor de periode in 2010 die ingaat vanaf het ogenblik dat de vliegtuigexploitant beschikt over een goedgekeurd monitoringplan tonkilometergegevens. Het door de vliegtuigexploitant ingediende monitoringplan tonkilometergegevens wordt binnen vier maanden na de indiening ervan geverifieerd en, in voorkomend geval, goedgekeurd door de bevoegde autoriteit. § 2. Om in aanmerking te komen voor een kosteloze toewijzing van emissierechten uit de bijzondere reserve voor de periode van 2013-2020, moet bij de bevoegde autoriteit uiterlijk op 30 juni 2015 een verzoek worden ingediend door een vliegtuigexploitant : a) die een luchtvaartactiviteit aanvangt na het jaar waarvoor tonkilometergegevens zijn ingediend overeenkomstig § 1; of b) van wie het aantal tonkilometers gemiddeld met meer dan 18 % per jaar is gestegen tussen het referentiejaar 2010, waarvoor geverifieerde tonkilometergegevens werden gerapporteerd overeenkomstig § 1, en het jaar 2014, en van wie de extra activiteit onder punt a) of de extra activiteit onder punt b) niet geheel of gedeeltelijk een voortzetting is van een eerder door een andere vliegtuigexploitant uitgevoerde luchtvaartactiviteit. Het verzoek bestaat uit een geverifieerd rapport tonkilometergegevens en bewijzen waaruit blijkt dat de vliegtuigexploitant voldoet aan de criteria onder punt a) of punt b). Het rapport tonkilometergegevens kan enkel betrekking hebben op tonkilometergegevens voor de periode in 2014 die ingaat vanaf het ogenblik dat de vliegtuigexploitant beschikt over een goedgekeurd monitoringplan tonkilome- tergegevens. Het door de vliegtuigexploitant ingediende monitoringplan tonkilometergegevens wordt binnen vier maanden na de indiening ervan geverifieerd en, in voorkomend geval, goedgekeurd door de bevoegde autoriteit. De Vlaamse Regering kan de nadere regels en procedures bepalen voor inhoud, indiening en goedkeuring van het verzoek om in aanmerking te komen voor een kosteloze toewijzing van emissierechten uit de bijzondere reserve voor de periode van 2013-2020 en kan de nadere regels bepalen voor de kosteloze toewijzing van emissierechten uit de bijzondere reserve voor de periode van 2013-2020. § 3. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels en procedures voor de inhoud, indiening, verificatie en goedkeuring van een monitoringplan tonkilometergegevens zoals bedoeld in § 1 en § 2. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels en procedures voor de inhoud, indiening en verificatie van het rapport tonkilometergegevens zoals bedoeld in § 1 en § 2. § 4. De bevoegde autoriteit dient uiterlijk op 30 juni 2011 alle door de vliegtuigexploitanten overeenkomstig § 1 ingediende rapporten tonkilometergegevens in bij de Europese Commissie. De bevoegde autoriteit dient uiterlijk op 31 december 2015 alle door de vliegtuigexploitanten overeenkomstig § 2 ingediende en goedgekeurde verzoeken in bij de Europese Commissie. § 5. De bevoegde autoriteit berekent en publiceert in het Belgisch Staatsblad binnen drie maanden na de datum waarop de Europese Commissie haar Emissierechtenbesluit neemt, de volgende hoeveelheden : a) de totale hoeveelheid emissierechten die voor het jaar 2012 wordt toegewezen aan elke vliegtuigexploitant van wie het rapport tonkilometergegevens door de bevoegde autoriteit bij de Europese Commissie is ingediend overeenkomstig § 4, eerste lid; b) de totale hoeveelheid emissierechten die voor de periode 2013-2020 wordt toegewezen aan elke vliegtuig- exploitant van wie het rapport tonkilometergegevens door de bevoegde autoriteit bij de Europese Commissie is ingediend; 46168 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD c) de hoeveelheid emissierechten die voor elk jaar van de periode 2013-2020 aan elke vliegtuigexploitant wordt toegewezen. De bevoegde autoriteit berekent en publiceert in het Belgisch Staatsblad binnen drie maanden na de datum waarop de Europese Commissie haar Bijzondere reserve-emissierechtenbesluit neemt, de volgende hoeveelheden : a) de totale hoeveelheid emissierechten die uit de bijzondere reserve voor de periode 2013-2020 wordt toegewezen aan elke vliegtuigexploitant wiens verzoek door de bevoegde autoriteit bij de Europese Commissie is ingediend overeenkomstig § 4, tweede lid; b) de hoeveelheid emissierechten die aan elke vliegtuigexploitant voor elk volledig kalenderjaar dat overblijft in de periode 2013-2020, is toegewezen. § 6. Met ingang van het jaar 2010 moet een vliegtuigexploitant jaarlijks op uiterlijk 1 januari beschikken over een goedgekeurd monitoringplan CO2-emissies. De vliegtuigexploitant moet zijn goedgekeurd monitoringplan CO2- emissies aanpassen en opnieuw ter goedkeuring voorleggen aan de bevoegde autoriteit, indien er zich tijdens het lopende kalenderjaar nader door de Vlaamse Regering te bepalen wijzigingen voordoen die een impact hebben op de monitoringsmethodologie. Het monitoringplan CO2-emissies wordt binnen vier maanden na indiening door de vliegtuigexploitant, geverifieerd en, in voorkomend geval, goedgekeurd door de bevoegde autoriteit. In afwijking van het eerste lid, bepaalt de Vlaamse Regering vanaf wanneer een vliegtuigexploitant die een luchtvaartactiviteit aanvangt na 31 augustus 2009, moet beschikken over een goedgekeurd monitoringplan CO2-emissies. De vliegtuigexploitant moet zijn goedgekeurd monitoringplan CO2-emissies aanpassen en opnieuw ter goedkeuring voorleggen aan de bevoegde autoriteit, indien er zich tijdens het lopende kalenderjaar nader door de Vlaamse Regering te bepalen wijzigingen voordoen die een impact hebben op de monitoringsmethodologie. Het monitoringplan CO2-emissies wordt binnen vier maanden na indiening door de vliegtuigexploitant, geverifieerd en, in voorkomend geval, goedgekeurd door de bevoegde autoriteit. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels en procedures voor de inhoud, indiening, verificatie en goedkeuring van een monitoringplan CO2-emissies en voor de wijziging ervan. § 7. Met ingang van het jaar 2011 moet een vliegtuigexploitant elk jaar op uiterlijk 31 maart een als bevredigend geverifieerd CO2-emissiejaarrapport indienen bij de bevoegde autoriteit. De verificateur neemt een beslissing over het al dan niet bevredigend karakter van het bij hem ingediende CO2-emissiejaarrapport binnen een termijn van 2 maanden, te rekenen vanaf de datum van de indiening van het CO2-emissiejaarrapport door de vliegtuigexploitant bij de verificateur. Indien de vliegtuigexploitant geen als bevredigend geverifieerd CO2-emissiejaarrapport indient op uiterlijk 31 maart van elk jaar met ingang van het jaar 2011, dan wordt een alternatief emissiecijfer bepaald door de bevoegde autoriteit. Een vliegtuigexploitant van wie het CO2-emissiejaarrapport van het voorgaande kalenderjaar uiterlijk op 31 maart van het lopende jaar niet is geverifieerd als bevredigend, mag geen emissierechten meer overdragen, totdat dat rapport is geverifieerd als bevredigend, of totdat krachtens het eerste lid een alternatief emissiecijfer is bepaald en ingegeven in het nationaal register. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels en procedures voor de inhoud, indiening en verificatie van een CO2-emissiejaarrapport. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels en procedures voor de bepaling van het alternatieve emissiecijfer. § 8. Met ingang van het jaar 2013 moet een vliegtuigexploitant elk jaar tegen uiterlijk 30 april emissierechten inleveren ter dekking van de CO2-emissies van het voorgaande jaar. De Vlaamse Regering bepaalt daarvoor de nadere regels en procedures.
Artikel 9.1.4 § 1. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere uitvoeringsvoorwaarden en regels voor het inzetten van de flexibiliteitsmechanismen Gezamenlijke Uitvoering en het Mechanisme voor Schone Ontwikkeling onder het protocol van Kyoto. De Vlaamse Regering bepaalt de kwantitatieve doelstellingen, de strategie en de financieringswijze voor het verwerven van emissierechten door de flexibiliteitsmechanismen te gebruiken in het kader van het protocol van Kyoto. § 2. De Vlaamse Regering legt de nadere regels vast voor de goedkeuring van projecten in het kader van de flexibiliteitsmechanismen Gezamenlijke Uitvoering en het Mechanisme voor Schone Ontwikkeling onder het protocol van Kyoto. De Vlaamse Regering kan besluiten om voor de administratieve behandeling van die projectaanvragen de vaste kosten en de dossierkosten te laten aanrekenen aan de indiener van het verzoek tot goedkeuring van het project. De Vlaamse Regering bepaalt ook de hoogte en betalingswijze van die kosten. De inkomsten die voortvloeien uit die kosten, worden toegewezen aan het Energiefonds, vermeld in artikel 3.2.1. TITEL X. — ERKENNING VAN ENERGIEDESKUNDIGEN
Artikel 10.1.1 In het kader van beleidsmaatregelen voor rationeel energiebeheer, rationeel energiegebruik, hernieuwbare energiebronnen, energieprestaties van gebouwen en flexibiliteitsmechanismen kan de Vlaamse Regering voorwaarden vastleggen waaraan kandidaat-energiedeskundigen moeten voldoen. Die voorwaarden hebben in ieder geval betrekking op : 1° diploma’s en opleiding; 2° beroepskennis en -ervaring; 3° de onafhankelijke wijze van handelen van de energiedeskundige ten aanzien van opdrachtgevers en commerciële belangen.
Artikel 10.1.2 De Vlaamse Regering bepaalt de categorieën van energiedeskundigen. Ze legt de procedure voor de erkenning van de energiedeskundigen en de procedure en voorwaarden voor de schorsing en intrekking van die erkenning vast. De Vlaamse Regering legt ook de kwaliteitseisen vast en wijst de instantie aan die belast is met de controle op hun werkzaamheden.
Artikel 10.1.3 Voor de aflevering van energieprestatiecertificaten bij bouw wordt de verslaggever aangewezen als energiedes- kundige. MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46169 TITEL XI. — ENERGIEPRESTATIES VAN GEBOUWEN HOOFDSTUK I. — Energieprestaties en binnenklimaat van gebouwen Afdeling I. — De EPB-eisen
Artikel 11.1.1 § 1. De Vlaamse Regering bepaalt de EPB-eisen waaraan gebouwen moeten voldoen waarvoor een aanvraag tot het verkrijgen van een stedenbouwkundige vergunning wordt ingediend, als vermeld in artikel 93, § 1, 1°, 6° en 7°, van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening. De invoering van de meldingsplicht, vermeld in artikel 94, § 1, van het decreet van mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening laat voor de gebouwen, vermeld in het eerste lid, de door de Vlaamse Regering op grond van het eerste lid vastgestelde EPB-eisen onverminderd van toepassing. Bij het vaststellen van de eisen wordt een onderscheid gemaakt tussen nieuwe en bestaande gebouwen. Er kan ook een onderscheid gemaakt worden tussen verschillende categorieën gebouwen. Als op een gebouw EPB-eisen van toepassing zijn, gelden die voor de totaliteit van de werken, handelingen en wijzigingen die aan het gebouw uitgevoerd worden en dus ook voor de werken, handelingen en wijzigingen die op zich niet vergunningsplichtig zijn. § 2. De Vlaamse Regering bepaalt de EPB-eisen waaraan bestaande gebouwen moeten voldoen als werken, wijzigingen of handelingen uitgevoerd worden die de energieprestatie van het gebouw bepalen en daarvoor geen aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning moet worden ingediend, als vermeld in artikel 93, § 1, 1°, 6° en 7°, van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening.
Artikel 11.1.2 Bij nieuwe gebouwen met een bruikbare vloeroppervlakte groter dan 1 000 m2, wordt voordat met de bouw gestart wordt, de technische, milieutechnische en economische haalbaarheid in aanmerking genomen van alternatieve systemen zoals : 1° gedecentraliseerde systemen voor energievoorziening die gebaseerd zijn op hernieuwbare energiebronnen; 2° kwalitatieve warmtekrachtinstallatie; 3° stads- of blokverwarming of -koeling, indien beschikbaar; 4° warmtepompen. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de bruikbare vloeroppervlakte.
Artikel 11.1.3 De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen over de vorm en de inhoud van de haalbaarheidsstudie, vermeld in artikel 11.1.2.
Artikel 11.1.4 De Vlaamse Regering kan vrijstellingen of afwijkingen toestaan op de door haar vastgestelde EPB-eisen : 1° voor beschermde monumenten of gebouwen die deel uitmaken van een beschermd landschap, stads- of dorpsgezicht of gebouwen die opgenomen zijn in de inventaris van het bouwkundige erfgoed; 2° voor gebouwen die worden gebruikt voor erediensten en religieuze activiteiten; 3° als voor het verkrijgen van de stedenbouwkundige vergunning de tussenkomst van een architect niet vereist is; 4° als het behalen van de EPB-eisen bij bestaande gebouwen en bij nieuwe gebouwen technisch, functioneel of economisch niet haalbaar is; 5° voor industriële gebouwen waarin industriële processen plaatsvinden die zelf warmte produceren en waarvoor om die reden in koeling of een geforceerde ventilatie moet worden voorzien ten behoeve van een aanvaardbaar binnenklimaat; 6° voor tijdelijke constructies; 7° voor alleenstaande gebouwen met een totale bruikbare vloeroppervlakte van minder dan 50 m2.
Artikel 11.1.5 De Vlaamse Regering legt de berekeningsmethode van de energieprestatie van een gebouw vast op basis van het algemene kader in de bijlage van de richtlijn 2002/91/EG. De Vlaamse Regering kan daarbij bepalen dat gebouwen die gebruikmaken van innovatieve bouwconcepten of technologieën een alternatieve berekeningsmethode mogen toepassen. De energieprestatie van een gebouw wordt op transparante wijze uitgedrukt.
Artikel 11.1.6 De Vlaamse Regering evalueert minstens om de twee jaar de berekeningsmethode van de energieprestaties van gebouwen, de te volgen procedures, de EPB-eisen en de administratieve lasten van de regelgeving en past die in voorkomend geval aan. Afdeling II. — De startverklaring
Artikel 11.1.7 § 1. Voor werken en handelingen aan gebouwen waarvoor met toepassing van artikel 11.1.1, § 1, EPB-eisen gelden, stelt de aangifteplichtige voor de aanvang van de werken en handelingen een verslaggever aan. § 2. In het kader van de toewijzingsprocedure van een aannemingsopdracht, bezorgt de opdrachtgever of de architect aan de gecontacteerde aannemers de beschikbare gegevens over het behalen van de EPB-eisen. De werken en handelingen mogen pas worden aangevat nadat een startverklaring is ingediend. De startverklaring wordt voor het aanvatten van de werken en handelingen door de verslaggever namens de aangifteplichtige ingediend bij het Vlaams Energieagentschap. De prestaties inzake EPB-eisen die voor het gebouw worden nagestreefd, worden door de architect aan de verslaggever verstrekt, die ze opneemt in de startverklaring. De gegevens die aan de basis liggen van de keuze voor materialen en maatregelen om te voldoen aan de EPB-eisen, zijn opvraagbaar door het Vlaams Energieagentschap en de partijen die bij de werken en handelingen betrokken zijn. De architect stelt die gegevens op eerste verzoek ter beschikking. 46170 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD De gegevens van de materialen en installaties die in het gebouw gebruikt worden en die betrekking hebben op het behalen van de EPB-eisen, zijn opvraagbaar door de verslaggever. De aangifteplichtige, de architect, de aannemer of installateur stellen die gegevens op eerste verzoek ter beschikking. De verslaggever houdt gedurende drie jaar van elke door hem opgestelde startverklaring een papieren afdruk en de bijbehorende gegevens bij zich. Die documenten zijn ondertekend door de verslaggever, de aangifteplichtige en de architect. De verslaggever stelt op eenvoudig verzoek een exemplaar van de papieren afdruk en de bijbehorende gegevens ter beschikking aan het Vlaams Energieagentschap. § 3. Als er voor het indienen van de EPB-aangifte een verandering van verslaggever plaatsvindt, meldt de nieuw aangestelde verslaggever zijn naam zo snel mogelijk elektronisch aan het Vlaams Energieagentschap. Afdeling III. — EPB-aangifte
Artikel 11.1.8 § 1. Na de uitvoering van de werken en handelingen aan gebouwen waarvoor EPB-eisen gelden volgens arti- kel 11.1.1, § 1, dient de verslaggever uiterlijk zes maanden na de ingebruikname van het gebouw namens de aangifteplichtige een EPB-aangifte in bij het Vlaams Energieagentschap. Voor de EPB-aangifte met betrekking tot gebouwen waarvan de stedenbouwkundige vergunning in 2006 werd aangevraagd, dient de verslaggever uiterlijk twaalf maanden na de ingebruikname van het gebouw namens de aangifteplichtige een EPB-aangifte in bij het Vlaams Energieagentschap. § 2. De verslaggever houdt gedurende vijf jaar van elke door hem opgestelde EPB-aangifte een papieren afdruk, de bijbehorende plannen en bijlagen bij zich. Die documenten zijn ondertekend door de verslaggever en de aangifteplichtige. De verslaggever stelt op eenvoudig verzoek een exemplaar van de papieren afdruk, de plannen en de bijlagen ter beschikking van het Vlaams Energieagentschap. De aangifteplichtige houdt gedurende tien jaar een papieren afdruk van de EPB-aangifte, de bijhorende plannen en de bijlagen bij zich. Die documenten zijn ondertekend door de verslaggever en de aangifteplichtige. De aangifteplichtige stelt op eenvoudig verzoek een exemplaar van de papieren afdruk, de plannen en de bijlagen ter beschikking aan het Vlaams Energieagentschap.
Artikel 11.1.9 § 1. Als er voor een gebouw EPB-eisen gelden volgens artikel 11.1.1, § 1, is de houder van de stedenbouwkundige vergunning of de meldingsplichtige de aangifteplichtige. Als een gebouw dat al voorlopig opgeleverd is, wordt verkocht vooraleer een EPB-aangifte werd ingediend, blijft de oorspronkelijke houder van de stedenbouwkundige vergunning of de meldingsplichtige de aangifteplichtige. § 2. In uitzondering op § 1 is bij verkoop door een promotor-bouwheer aan een natuurlijke persoon van een gebouwde, te bouwen, te verbouwen of in aanbouw zijnde woning of appartement de promotor-bouwheer de aangifteplichtige, tenzij aan de volgende drie voorwaarden is voldaan : 1° in de koopakte wordt vermeld dat de aangifteplicht aan de koper wordt overgedragen; 2° bij de koopakte wordt een tussentijds verslag gevoegd dat opgemaakt is door de verslaggever die door de promotor-bouwheer is aangesteld en dat is ondertekend door de verslaggever, de promotor-bouwheer en de koper. In het tussentijdse verslag worden alle maatregelen die uitgevoerd werden of die uitgevoerd moeten worden om aan de EPB-eisen te voldoen, opgesomd en wordt vermeld wie voor de uitvoering van de verschillende maatregelen zal instaan; 3° de promotor-bouwheer stelt na het beëindigen van de werken de nodige gegevens van de door hem of in zijn opdracht uitgevoerde werken, ter beschikking van de koper met het oog op het opstellen van de definitieve EPB-aangifte.
Artikel 11.1.10 Als er voor een gebouw volgens artikel 11.1.1, § 2, EPB-eisen gelden is de eigenaar van het gebouw de aangifteplichtige.
Artikel 11.1.11 De verslaggever stelt de EPB-aangifte op conform de uitgevoerde werken. Hij omschrijft de maatregelen die de energieprestaties en het binnenklimaat van het gebouw bepalen en berekent of het gebouw aan de EPB-eisen voldoet. Hij is verantwoordelijk voor de correcte rapportering van de feitelijke toestand van het gebouw in de EPB-aangifte. Als de architect die met de controle op de uitvoering van de werken belast is tijdens de uitvoering vaststelt dat er een ernstig risico bestaat dat de EPB-eisen niet gerespecteerd zullen worden, brengt hij de aangifteplichtige en, als dat een andere persoon dan de architect is, de verslaggever hiervan per aangetekende brief zo snel mogelijk op de hoogte.
Artikel 11.1.12 De aangifteplichtige of zijn rechtsopvolgers mogen de in de EPB-aangifte vermelde installaties of constructies alleen wijzigen of vervangen voor zover die wijzigingen of vervangingen elk op zich minstens de prestaties leveren die in de EPB-aangifte vermeld werden.
Artikel 11.1.13 De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels tot vaststelling van de vorm en de inhoud van de startverklaring, de EPB-aangifte, de bijbehorende plannen en bijlagen. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor het indienen van de EPB-aangifte en de startverklaring. Afdeling IV. — Energieprestatiedatabank
Artikel 11.1.14 § 1. Het Vlaams Energieagentschap houdt een energieprestatiedatabank bij. § 2. De Vlaamse Regering bepaalt welke gegevens uit de melding, de aanvraag voor de stedenbouwkundige vergunning en de stedenbouwkundige vergunning door de overheid die de stedenbouwkundige vergunning heeft verleend, elektronisch worden bijgehouden. Iedere overheid die bevoegd is om stedenbouwkundige vergunningen te verlenen of meldingen te registreren, bezorgt het Vlaams Energieagentschap maandelijks en elektronisch een lijst van de gemelde, vergunde, geschorste en vernietigde werken, wijzigingen of handelingen waarvoor EPB-eisen gelden. Deze gegevens worden opgenomen in de energieprestatiedatabank. De Vlaamse Regering legt vast in welke vorm die gegevens uitgewisseld worden. MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46171 HOOFDSTUK II. — Energieprestatiecertificaten
Artikel 11.2.1 § 1. De Vlaamse Regering kan de eigenaars of gebruikers van een gebouw opleggen dat het gebouw over een energieprestatiecertificaat moet beschikken. Het energieprestatiecertificaat bevat referentiewaarden op basis waarvan de energieprestaties van het gebouw kunnen worden beoordeeld en vergeleken met die van andere gebouwen. In het energieprestatiecertificaat worden ook aanbevelingen opgenomen voor de kostenefficiënte verbetering van de energieprestatie van het gebouw of tips voor goed gebruikersgedrag. De Vlaamse Regering bepaalt de berekeningsmethode, de verdere inhoud en de vorm van het energieprestatie- certificaat. De Vlaamse Regering kan ook nadere regels vastleggen voor de labeling van gebouwen. De geldigheidsduur van een energieprestatiecertificaat kan niet langer zijn dan tien jaar. De Vlaamse Regering bepaalt de gevallen waarin een energieprestatiecertificaat kan worden ingetrokken of aangepast. § 2. In gebouwen met een bruikbare vloeroppervlakte groter dan 1 000 m2 en waarin overheidsdiensten en instellingen gevestigd zijn die aan een groot aantal personen overheidsdiensten verstrekken, en die derhalve vaak door het publiek bezocht worden, wordt een geldig energieprestatiecertificaat aangebracht op een opvallende plaats die duidelijk zichtbaar is voor het publiek. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de bruikbare vloeroppervlakte.
Artikel 11.2.2 § 1. De Vlaamse Regering kan de eigenaar van een gebouw, vermeld in artikel 11.2.1, § 1, eerste lid, verplichten om bij de verkoop van het gebouw een geldig energieprestatiecertificaat aan de koper over te dragen. § 2. De Vlaamse Regering kan de eigenaar van een gebouw, vermeld in artikel 11.2.1, § 1, eerste lid, verplichten om bij het aangaan van een nieuwe huurovereenkomst een geldig energieprestatiecertificaat aan de huurder ter beschikking te stellen. § 3. De Vlaamse Regering kan aan de instrumenterende ambtenaar en aan derden verplichtingen opleggen in het kader van de uitvoering van de verplichtingen, vermeld in § 1 en § 2.
Artikel 11.2.3 § 1. Het Vlaams Energieagentschap houdt een energieprestatiecertificatendatabank bij. De Vlaamse Regering bepaalt welke gegevens uit het energieprestatiecertificaat worden bijgehouden, doorgestuurd en opgenomen in deze databank. § 2. De personen die een energieprestatiecertificaat uitreiken, sturen de in § 1 vermelde gegevens elektronisch door naar de energieprestatiecertificatendatabank. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden voor het elektronisch indienen van die gegevens. TITEL XII. — ENERGIEBELEIDSRAPPORTERING HOOFDSTUK I. — Energierapport
Artikel 12.1.1 De minister publiceert jaarlijks, op voorstel van het Vlaams Energieagentschap, een energierapport. Het energierapport omvat voor het Vlaamse Gewest minstens : 1° een energiebalans; 2° een beschrijving en analyse van de bestaande toestand inzake energieverbruik en energieproductie, per sector en per energiedrager; 3° energiekengetallen per sector.
Artikel 12.1.2 De energiebalans bevat de volgende gegevens : 1° globaal : a) het primair energieverbruik per energiedrager; b) de hoeveelheid energie die geleverd is aan de internationale lucht- en scheepvaartbunkers per energiedrager; c) het bruto binnenlands energieverbruik per energiedrager; d) de netto-geïmporteerde hoeveelheid energie per energiedrager; 2° met betrekking tot de transformatiesector : a) de verwerkte hoeveelheid energie per subsector en per energiedrager; b) de geproduceerde hoeveelheid energie per subsector en per energiedrager; c) de productie van elektriciteit en warmte door warmtekracht- en hernieuwbare energie-installaties per subsector en per energiedrager; d) het eigen verbruik en de leidingverliezen per subsector en per energiedrager; 3° met betrekking tot de eindverbruiksector : a) het energieverbruik per subsector en per energiedrager; b) de productie van elektriciteit en warmte door warmtekrachtinstallaties, hernieuwbare energieinstallaties en andere zelfopwekkingsinstallaties per subsector en per energiedrager. 46172 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD HOOFDSTUK II. — Verstrekking van gegevens aan het Vlaams Energieagentschap
Artikel 12.2.1 De Vlaamse Regering kan verplichtingen opleggen aan elke beheerder van een distributienet, transmissienet, aardgasdistributienet en vervoernet, elke energieleverancier en elke exploitant van een energie-opwekkingsinstallatie, om het Vlaams Energieagentschap accurate, volledige en consistente mededeling te doen van noodzakelijke gegevens voor het opmaken van het energierapport en voor de onderbouwing van het Vlaamse beleid inzake rationeel energiegebruik, hernieuwbare energiebronnen en klimaatverandering en voor het sociale energiebeleid. De Vlaamse Regering legt de eisen vast inzake accuraatheid, volledigheid en consistentie. De te verstrekken gegevens hebben minstens betrekking op : 1° de afname en het verbruik van energie door objectief omschreven categorieën van afnemers en het verbruiksprofiel van die afnemers; 2° de kenmerken van energie-opwekkingsinstallaties en de hoeveelheid verwerkte en opgewekte energie in die installaties. De Vlaamse Regering bepaalt de categorie-indeling, de rapporteringstermijn en -wijze van de gegevens.
Artikel 12.2.2 De diensten van de homogene beleidsdomeinen van de Vlaamse overheid, de instellingen die onder het Vlaamse Gewest en de Vlaamse Gemeenschap ressorteren, de ondergeschikte besturen die onder het administratief toezicht van het Vlaamse Gewest staan en de publiek- en privaatrechtelijke rechtspersonen die belast zijn met taken van openbaar nut inzake energie, stellen, op eenvoudig verzoek van het Vlaams Energieagentschap of uit eigen beweging, alle niet-vertrouwelijke informatie waarover ze beschikken en die van nut kan zijn voor het opstellen van het energierapport en voor de onderbouwing van het Vlaams beleid inzake rationeel energiegebruik, hernieuwbare energiebronnen en klimaatverandering en voor het sociale energiebeleid, ter beschikking van het Vlaams Energie- agentschap. TITEL XIII. — TOEZICHT EN SANCTIES HOOFDSTUK I. — Toezicht Afdeling I. — Algemene bepalingen
Artikel 13.1.1 Tenzij dit decreet in een specifieke toezichthouder voorziet, worden de ambtenaren die bevoegd zijn voor de controle op het naleven van de bepalingen van dit decreet aangeduid door de Vlaamse Regering. Afdeling II. — Toezicht door de VREG
Artikel 13.1.2 § 1. De VREG kan aan een marktpartij of de aangestelden, bestuurders, managers en personeelsleden van die marktpartij de gegevens en inlichtingen vragen die nodig zijn voor de uitvoering van haar taken en bevoegdheden, vermeld in de artikelen 3.1.3 en 3.1.4. § 2. De Vlaamse Regering wijst de personeelsleden van de VREG aan die bevoegd zijn om toezicht uit te oefenen op de naleving van titels IV, V, VI en hoofdstuk I tot en met IV van titel VII van dit decreet en de uitvoeringsbepalingen ervan en de niet-naleving hiervan vast te stellen in een proces-verbaal. Bij het uitvoeren van hun toezichttaak kunnen de genoemde personeelsleden van de VREG bij iedere marktpartij ter plaatse inzage vorderen en een kosteloze kopie maken en meenemen van alle daarvoor noodzakelijke zakelijke documenten en andere zakelijke informatiedragers. Zij kunnen zich daarbij laten bijstaan door personen die zij daartoe hebben aangewezen op grond van hun deskundigheid. Om alle nodige vaststellingen te verrichten, hebben de genoemde personeelsleden toegang tot de terreinen en de gebouwen. Tot de bewoonde lokalen hebben ze echter alleen toegang als ze aan een van de volgende voorwaarden voldoen : 1° ze hebben de voorafgaande en schriftelijke toestemming van de bewoner gekregen; 2° ze werden ertoe voorafgaandelijk en schriftelijk gemachtigd door de rechter in de politierechtbank. § 3. De marktpartij aan wie een vraag is gericht om gegevens en inlichtingen te verstrekken op grond van § 1, of toegang te verlenen aan de personeelsleden van de VREG op grond van § 2, is verplicht om binnen de door de VREG gestelde termijn alle medewerking te verlenen. Gegevens of inlichtingen die in het kader van § 1 en § 2 worden verkregen, gebruikt de VREG alleen voor de uitoefening van haar taken en bevoegdheden, vermeld in de artikelen 3.1.3 en 3.1.4. Afdeling III. — Toezicht door het Vlaams Energieagentschap
Artikel 13.1.3 De Vlaamse Regering wijst de ambtenaren van het Vlaams Energieagentschap aan die bevoegd zijn voor de controle op de naleving van de verplichtingen die opgelegd zijn op basis van artikelen 7.6.1, 7.6.2, 7.7.1 en 7.7.2, van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan en voor het opleggen van de administratieve geldboetes. De aangewezen ambtenaren kunnen daartoe aan de betrokkenen alle gegevens en inlichtingen vragen die nodig zijn voor de uitoefening van hun taken. De betrokkene aan wie een vraag is gericht om gegevens en inlichtingen te verstrekken, moet binnen de door de bevoegde ambtenaren bepaalde redelijke termijn alle medewerking verlenen.
Artikel 13.1.4 § 1. De ambtenaren van het Vlaams Energieagentschap zijn bevoegd om de nodige controles met betrekking tot het naleven van de EPB-eisen uit te voeren en om overtredingen van de bepalingen van hoofdstuk I van titel XI en de uitvoeringsbesluiten ervan op te sporen en vast te stellen door een verslag van vaststelling. Om alle nodige opsporingen en vaststellingen te verrichten, hebben de vermelde ambtenaren toegang tot de bouwplaats en de gebouwen. Tot de bewoonde lokalen hebben ze echter alleen toegang als ze aan een van de volgende voorwaarden voldoen : 1° ze hebben de voorafgaande en schriftelijke toestemming van de bewoner gekregen; 2° ze werden ertoe voorafgaandelijk en schriftelijk gemachtigd door de rechter in de politierechtbank. MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46173 § 2. Op eenvoudig verzoek krijgen de ambtenaren, vermeld in § 1, van de overheid die de stedenbouwkundige vergunning heeft verleend of de melding heeft geregistreerd, toegang tot de documenten en de elektronische gegevens die worden bijgehouden van de vergunde, gemelde, geschorste en vernietigde werken, handelingen en wijzigingen.
Artikel 13.1.5 De ambtenaren van het Vlaams Energieagentschap zijn bevoegd om de nodige controles met betrekking tot het energieprestatiecertificaat uit te voeren en om overtredingen van de bepalingen van hoofdstuk II van titel XI en de uitvoeringsbesluiten ervan op te sporen en vast te stellen door een verslag van vaststelling. Om alle nodige opsporingen en vaststellingen te verrichten, hebben de vermelde ambtenaren toegang tot de bouwplaats en de gebouwen. Tot de bewoonde lokalen hebben ze echter alleen toegang als ze aan een van de volgende voorwaarden voldoen : 1° ze hebben de voorafgaande en schriftelijke toestemming van de bewoner gekregen; 2° ze werden ertoe voorafgaandelijk en schriftelijk gemachtigd door de rechter in de politierechtbank. Afdeling IV. — Toezicht in het kader van de heffing op de exploitatie van een distributienet of plaatselijk vervoernet van elektriciteit in het Vlaamse Gewest
Artikel 13.1.6 De Vlaamse Regering wijst de ambtenaren aan die belast zijn met de controle en het onderzoek in verband met de toepassing van de heffing, bedoeld in titel XIV. Die ambtenaren zijn van rechtswege gemachtigd om bij de heffingsplichtigen en bij derden inlichtingen te nemen, gegevens op te zoeken en te verzamelen die kunnen leiden tot de juiste heffing ten laste van de heffingsplichtige. De heffingsplichtige of elke derde die over de gevraagde gegevens beschikt, is verplicht die inlichtingen te verstrekken op eenvoudig verzoek van de ambtenaren. De ambtenaren zijn van rechtswege gemachtigd om bij de heffingsplichtige en bij derden alle boeken, stukken of registers op te vragen en in te kijken die kunnen leiden tot de juiste heffing ten laste van de heffingsplichtige. De heffingsplichtige of elke derde die over de gevraagde boeken, stukken of registers beschikt, is verplicht die voor te leggen op ieder verzoek van de ambtenaren. De ambtenaren kunnen de boeken, stukken of registers ter plaatse inkijken of meenemen tegen afgifte van een ontvangstbewijs. De ambtenaren hebben toegang, na voorlegging van hun legitimatiebewijs en met een voorafgaande rechterlijke machtiging van de politierechtbank, tot de bedrijfslokalen van de heffingsplichtige om vaststellingen te kunnen doen die kunnen leiden tot de juiste heffing ten laste van de heffingsplichtige. Alle inlichtingen, stukken, processen-verbaal, of akten die de ambtenaren in de uitoefening van hun functie ontdekken of krijgen, rechtstreeks of door tussenkomst van een bestuursdienst van de Staat, met inbegrip van de parketten en de griffies van de hoven en de rechtbanken, de administraties van de gemeenschappen en gewesten, de provincies en de gemeenten en de organen en de instellingen van openbaar nut, kunnen door het Vlaamse Gewest worden aangewend om de juiste heffing ten laste van de heffingsplichtige vast te stellen. HOOFDSTUK II. — Strafrechtelijke sancties
Artikel 13.2.1 Worden gestraft met een geldboete van een tot vijfhonderd euro en/of een gevangenisstraf van één maand tot één jaar : 1° zij die krachtens dit decreet verrichte verificaties of onderzoeken van de VREG of van de Vlaamse Regering hinderen, weigeren de informatie te verstrekken die zij gehouden zijn mede te delen krachtens dit decreet, of bewust verkeerde of onvolledige informatie verstrekken; 2° zij die elektriciteit of aardgas leveren aan afnemers die aangesloten zijn op een distributienet of plaatselijk vervoernet van elektriciteit, zonder over een leveringsvergunning te beschikken; 3° zij die een directe lijn of directe leiding aanleggen zonder voorafgaande toelating, indien deze toelating vereist wordt door de Vlaamse Regering, zoals voorzien in artikel 4.5.1.
Artikel 13.2.2 Elke overtreding van het beroepsgeheim, zoals vermeld in de artikel 3.1.12 en 4.1.11, wordt gestraft met de straffen die bepaald zijn in artikel 458 van het Strafwetboek. HOOFDSTUK III. — Administratieve sancties opgelegd door de VREG Afdeling I. — Algemene procedure
Artikel 13.3.1 § 1. Tenzij dit decreet in een specifieke procedure voorziet, kan de VREG elke natuurlijke persoon of rechtspersoon schriftelijk in gebreke stellen bij niet-naleving van de bepalingen van titels IV, V, VI, hoofdstuk I tot en met IV van titel VII en artikel 13.1.2, van dit decreet en de bijbehorende uitvoeringsbesluiten, met inbegrip van de technische reglementen. § 2. De VREG kan de persoon die in gebreke werd gesteld overeenkomstig § 1 en werd gehoord of daartoe naar behoren werd opgeroepen, een van de administratieve geldboetes, vermeld in artikel 13.3.2. tot en met 13.3.4, opleggen. De VREG zorgt ervoor dat er in deze gevallen geen kennelijke wanverhouding bestaat tussen de feiten die aan de administratieve boete ten grondslag ligt en de administratieve boete die op grond van die feiten wordt opgelegd. De VREG legt de persoon die in gebreke werd gesteld wegens niet-naleving van de artikelen 7.1.10, 7.1.11 of 7.2.3, en werd gehoord of daartoe naar behoren werd opgeroepen, de administratieve boete op, voorzien in artikel 13.3.5. § 3. Het opleggen van de administratieve boete wordt aan de betrokkene meegedeeld in een met redenen omklede aangetekende brief, met verwijzing naar de bepalingen die van toepassing zijn, de hoogte van de administratieve boete en in voorkomend geval de berekening ervan, en de beroepsmogelijkheid. § 4. De beslissing van de VREG tot oplegging van een administratieve sanctie kan op straffe van onontvankelijk- heid aangevochten worden bij de Rechtbank van Eerste Aanleg binnen zestig kalenderdagen na ontvangst van de kennisgeving, vermeld in § 3. De kennisgeving wordt geacht te zijn ontvangen de derde werkdag na de verzending ervan. De procedure bij de Rechtbank van Eerste Aanleg werkt schorsend. § 5. Na de ontvangst van de kennisgeving, vermeld in § 3, moet de administratieve geldboete binnen zestig kalenderdagen betaald worden. De VREG kan uitstel van betaling verlenen voor een door haar bepaalde termijn. 46174 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD § 6. Als de betrokkene nalaat de administratieve geldboete binnen de in § 5 bepaalde termijn te betalen, wordt de geldboete bij dwangbevel ingevorderd. Het dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door een ambtenaar die daartoe door de Vlaamse Regering wordt aangewezen. Het dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot met bevel tot betaling of bij aangetekende brief. § 7. Op het dwangbevel zijn de bepalingen van toepassing van deel V van het Gerechtelijk Wetboek houdende bewarend beslag en middelen tot tenuitvoerlegging. § 8. De vordering tot betaling van de administratieve geldboete verjaart na verloop van vijf jaar, te rekenen van de dag waarop ze is ontstaan. De verjaring wordt gestuit op de wijze en onder de voorwaarden die bepaald is bij de artikel 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek. Afdeling II. — Algemene administratieve boete
Artikel 13.3.2 Tenzij dit decreet in een specifieke administratieve sanctie voorziet, kan de VREG een administratieve geldboete opleggen die per kalenderdag niet minder dan 250 euro mag bedragen, noch meer dan 250.000 euro mag bedragen, noch in totaal hoger zijn dan 2.000.000 euro of 3 % van de omzet die de betrokken overtreder heeft gerealiseerd op de Vlaamse energiemarkt tijdens het laatste afgelopen boekjaar, als dit laatste bedrag lager is. Afdeling III. — Administratieve geldboete bij niet-naleving van de sociale openbaredienstverplichtingen
Artikel 13.3.3 De VREG legt de netbeheerder voor een overtreding van de openbare dienstverplichtingen, opgelegd op basis van artikelen 4.1.22, 9°, en 4.3.2, 4° en 5°, een administratieve geldboete op die niet minder dan 1.000 euro bedraagt en niet meer bedraagt dan 1 % van de omzet die de betrokken overtreder heeft gerealiseerd op de Vlaamse energiemarkt tijdens het afgelopen jaar.
Artikel 13.3.4 De VREG legt de netbeheerder bij het niet-naleven van de termijnen voor het heraansluiten van de elektriciteits- of aardgastoevoer en het herinschakelen van de stroombegrenzer in de budgetmeter een administratieve geldboete op van 1.000 euro per kalenderdag die de termijn, vermeld in artikel 6.1.2, § 3, overschrijdt, tenzij de netbeheerder kan aantonen dat de oorzaak van het overschrijden van de termijn niet aan hem te wijten is. Afdeling IV. — Procedure en administratieve geldboete bij niet-naleving van de bepalingen inzake groenestroomcertificaten, warmtekrachtcertificaten en groenewarmtecertificaten
Artikel 13.3.5 § 1. De VREG legt aan een certificaatplichtige de volgende administratieve boete op : 1° een boete van 125 euro per groenestroomcertificaat dat de certificaatplichtige voor 31 maart 2015 te weinig heeft ingediend bij de VREG in het kader van de certificatenverplichting, vermeld in artikel 7.1.10 en een boete van 100 euro per groenestroomcertificaat dat de certificaatplichtige na 31 maart 2015 te weinig heeft ingediend bij de VREG in het kader van de certificatenverplichting, vermeld in artikel 7.1.10; 2° een boete van 45 euro per warmtekrachtcertificaat dat de certificaatplichtige te weinig heeft ingediend bij de VREG in het kader van de certificatenverplichting, vermeld in artikel 7.1.11; 3° een boete van 125 euro per groenewarmtecertificaat dat de certificaatplichtige te weinig heeft ingediend bij de VREG in het kader van de certificatenverplichting, vermeld in artikel 7.2.3. § 2. De betrokkene kan, indien hij het oneens is met de berekening van de administratieve boete, op straffe van verval binnen de dertig kalenderdagen na de kennisgeving, vermeld in artikel 13.3.1, § 3, de VREG per aangetekende brief op de hoogte brengen van de materiële vergissingen of rekenfouten die bij de berekening gemaakt zouden zijn. Dit bezwaar schorst de termijn bedoeld in artikel 13.3.1, § 4, tot de beslissing van de VREG over het bezwaar, bedoeld in het volgend lid. De VREG kan haar beslissing herroepen of het bedrag van de administratieve geldboete aanpassen als blijkt dat er materiële vergissingen of rekenfouten gemaakt zouden zijn. Zoniet wijst zij het bezwaar van betrokkene af. HOOFDSTUK IV. — Administratieve sancties opgelegd door het Vlaams Energieagentschap Afdeling I. — Administratieve sancties wegens overtreding van de maatregelen en verplichtingen inzake de bevordering van het gebruik van hernieuwbare energiebronnen, warmtekrachtkoppeling en het rationeel energiegebruik
Artikel 13.4.1 § 1. Het Vlaams Energieagentschap kan de netbeheerders verplichten tot naleving van artikel 7.5.1 van dit decreet of de uitvoeringsbesluiten van dit decreet binnen de door het Vlaams Energieagentschap bepaalde termijn. Als een netbeheerder bij het verstrijken van die termijn in gebreke blijft, kan het Vlaams Energieagentschap een administratieve geldboete opleggen. Die administratieve geldboete mag per kalenderdag niet lager zijn dan 1000 euro en niet hoger zijn dan 100.000 euro, en in totaal niet hoger zijn dan 2 miljoen euro of 1 % van de omzet die de betrokken netbeheerder heeft gerealiseerd op de Vlaamse energiemarkt tijdens het laatste afgelopen boekjaar. § 2. Het Vlaams Energieagentschap kan de netbeheerder een administratieve geldboete opleggen van 10 cent per kilowattuur te weinig bespaarde primaire energie ten opzichte van de opgelegde hoeveelheid primaire energiebespa- ring per categorie van afnemers. § 3. Bij niet-naleving van het REG-actieplan kan het Vlaams Energieagentschap een administratieve geldboete opleggen die niet lager is dan 1.000 euro en niet hoger dan 100.000 euro per inbreuk. § 4. Bij niet-naleving van een actieverplichting kan het Vlaams Energieagentschap aan de netbeheerder een administratieve geldboete opleggen die niet lager mag zijn dan 1.000 euro en niet hoger dan 1 % van de omzet die de betrokken overtreder heeft gerealiseerd op de Vlaamse energiemarkt tijdens het laatste afgelopen boekjaar. § 5. Bij niet-naleving van een middelenverplichting of financieringsverbintenis kan het Vlaams Energieagentschap aan de netbeheerder een administratieve geldboete opleggen die het drievoudige bedraagt van het deel van de middelenverplichting of financieringsverbintenis dat niet werd nageleefd. MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46175 § 6. Als een ontwerp-REG-actieplan niet voldoet aan de voorwaarden voor vorm en inhoud die door de Vlaamse Regering werden vastgelegd, kan het Vlaams Energieagentschap de netbeheerder aanmanen om binnen een gestelde termijn de betreffende voorwaarden na te leven. Als de netbeheerder bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, in gebreke blijft, legt het Vlaams Energieagentschap een administratieve geldboete op van 1.000 euro per kalenderdag dat de termijn, vermeld in het eerste lid, wordt overschreden. § 7. Als een ontwerp-REG-rapport niet de door de Vlaamse Regering vastgelegde gegevens bevat, kan het Vlaams Energieagentschap de netbeheerder aanmanen om binnen een gestelde termijn de betreffende gegevens aan te leveren. Als de netbeheerder bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, in gebreke blijft, legt het Vlaams Energieagentschap een administratieve geldboete op van 1.000 euro per kalenderdag dat de termijn, vermeld in het eerste lid, wordt overschreden. § 8. Als een ontwerp-REG-actieplan, een definitieve lijst van acties, de reserveacties, de aanvraag-formulieren of het ontwerp-REG-rapport niet tijdig worden ingediend, kan het Vlaams Energieagentschap de netbeheerder een administratieve geldboete opleggen van 1.000 euro per kalenderdag dat de opgelegde termijnen worden overschreden.
Artikel 13.4.2 § 1. Overtredingen van de door de Vlaamse Regering in toepassing van artikel 12.2.1 opgelegde eisen inzake de consistentie, volledigheid en accuraatheid van de te rapporteren gegevens, worden door het Vlaams Energieagentschap bestraft met een administratieve geldboete die niet lager is dan 50 euro, en niet hoger dan 20.000 euro. § 2. Overtredingen van de door de Vlaamse Regering in toepassing van artikel 12.2.1, tweede lid, opgelegde rapporteringstermijn worden door het Vlaams Energieagentschap bestraft met een administratieve geldboete van 250 euro per kalenderdag.
Artikel 13.4.3 § 1. Bij niet-naleving van een actieverplichting, vastgelegd in artikel 7.6.1, kan het Vlaams Energieagentschap aan de brandstofleverancier een administratieve geldboete opleggen die niet lager mag zijn dan 1000 euro en niet hoger dan 1 % van de omzet die de betrokken overtreder heeft gerealiseerd op de Vlaamse energiemarkt tijdens het laatste afgelopen boekjaar. § 2. Bij niet-naleving van een middelenverplichting, vastgelegd ter uitvoering van artikel 7.6.1, legt het Vlaams Energieagentschap aan de brandstofleverancier een administratieve geldboete op die het drievoudige bedraagt van het deel van de middelenverplichting dat niet werd nageleefd. § 3. Bij niet-naleving van een informatie- en sensibiliseringsverplichting, vastgelegd ter uitvoering van artikel 7.6.2, kan het Vlaams Energieagentschap aan de brandstofleverancier een administratieve geldboete opleggen die niet lager mag zijn dan 1000 euro en niet hoger dan 1 % van de omzet die de betrokken overtreder heeft gerealiseerd op de Vlaamse energiemarkt tijdens het laatste afgelopen boekjaar.
Artikel 13.4.4 § 1. De betrokkene wordt van de beslissing tot het opleggen van de administratieve geldboete in kennis gesteld met een aangetekende brief met bericht van ontvangst. De met redenen omklede kennisgeving vermeldt het bedrag van de administratieve geldboete, de bepalingen die van belang zijn en de beroepsmogelijkheid. § 2. De ambtenaren, daartoe aangewezen door de Vlaamse Regering, beslissen over de gemotiveerde verzoeken om kwijtschelding, vermindering of uitstel van betaling van de administratieve geldboeten, vermeld in artikel 13.4.1, § 1, §§ 3, 4, 5, 6, 7 en 8, artikel 13.4.2, § 1, en artikel 13.4.3, § 1, die de betrokkene met een aangetekende brief aan hen richt. Het verzoek schorst de bestreden beslissing. De in het eerste lid vermelde verzoeken worden binnen vijftien kalenderdagen, te rekenen vanaf de datum van de afgifte op de post van de in § 1, vermelde aangetekende brief, gericht aan de daartoe door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaren. De beslissing van de daartoe door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaren wordt binnen dertig kalenderdagen, te rekenen vanaf de datum van de afgifte op de post van het in het eerste lid vermelde verzoek, ter kennis gebracht van de indiener van het verzoekschrift. Met een met redenen omklede aangetekende brief, gericht aan de indiener van het verzoek, kan de bevoegde ambtenaar de voormelde termijn eenmalig verlengen met dertig kalenderdagen. Als de beslissing niet binnen de gestelde termijn is verzonden, wordt het verzoek geacht te zijn ingewilligd. § 3.Als de betrokkene het oneens is met de berekening van de administratieve geldboete die opgelegd is volgens artikel 13.4.1, § 2, artikel 13.4.2, § 2, en artikel 13.4.3, § 2, kan hij binnen tien kalenderdagen na de kennisgeving, vermeld in § 1, de ambtenaren die daartoe aangewezen zijn door de Vlaamse Regering per aangetekende brief op de hoogte brengen van de materiële vergissingen en rekenfouten die bij de berekening gemaakt zouden zijn. Na het verstrijken van die termijn is de beslissing definitief. § 4. Het beroep tegen de beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete op grond van artikel 13.4.1, § 1, §§ 3, 4, 5, 6, 7 en 8, artikel 13.4.2, § 1, en artikel 13.4.3, § 1 en § 3, bij de Rechtbank van Eerste Aanleg werkt schorsend. § 5. De administratieve geldboete moet worden betaald binnen zestig kalenderdagen na de kennisgeving van de definitieve beslissing. De ambtenaren, daartoe aangewezen door de Vlaamse Regering, kunnen uitstel van betaling verlenen voor een door hen bepaalde termijn. § 6. De vordering tot betaling van de administratieve geldboete verjaart na verloop van vijf jaar, te rekenen vanaf de dag waarop ze is ontstaan. De verjaring wordt gestuit op de wijze en onder de voorwaarden, die bepaald zijn in artikel 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek. § 7. Bij gebrek aan voldoening van de administratieve geldboete en toebehoren wordt een dwangbevel uitgevaardigd door de ambtenaar die belast is met de invordering. Dat dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de ambtenaar die daartoe is aangewezen door de Vlaamse Regering. § 8. Het dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot of met een aangetekende brief. § 9. Op het dwangbevel zijn de bepalingen van deel V van het Gerechtelijk Wetboek houdende bewarend beslag en middelen tot tenuitvoerlegging van toepassing. 46176 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Afdeling II. — Administratieve sancties wegens overtreding of niet-naleving van de energieprestatieregelgeving
Artikel 13.4.5 § 1. Als een startverklaring niet voldoet aan de voorwaarden inzake vorm en inhoud die door de Vlaamse Regering werden vastgelegd met toepassing van artikel 11.1.13, maant het Vlaams Energieagentschap de verslaggever aan om binnen een gestelde termijn de betreffende verplichtingen na te leven. Als de verslaggever bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, in gebreke blijft, legt het Vlaams Energieagentschap de verslaggever een administratieve geldboete op. Die administratieve geldboete bedraagt 250 euro. § 2. Als een architect niet voldoet aan de ver-plichtingen van artikel 11.1.7, § 2, maant het Vlaams Energieagentschap de architect aan om binnen een gestelde termijn de betreffende verplichtingen na te leven. Als de architect bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, in gebreke blijft, legt het Vlaamse Energieagentschap de architect een adminis-tratieve geldboete op. Die administratieve geldboete bedraagt 250 euro. § 3. Als een startverklaring laattijdig of helemaal niet wordt ingediend, maant het Vlaams Energieagentschap de aangifteplichtige aan om binnen een gestelde termijn de betreffende verplichtingen na te leven. Als de aangifteplichtige bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, in gebreke blijft, legt het Vlaams Energieagentschap de aangifteplichtige een administratieve geldboete op. Die administratieve geldboete bedraagt 250 euro. § 4. Als een EPB-aangifte niet voldoet aan de voorwaarden inzake vorm en inhoud die door de Vlaamse Regering werden vastgelegd met toepassing van artikel 11.1.13, maant het Vlaams Energieagentschap de verslaggever aan om binnen een gestelde termijn de betreffende verplichtingen na te leven. Als de verslaggever bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, in gebreke blijft, legt het Vlaams Energieagentschap de verslaggever een administratieve geldboete op. Die administratieve geldboete bedraagt 250 euro, vermeerderd met 1 euro per kubieke meter nieuw gecreëerd beschermd volume. Het Vlaams Energieagentschap legt ook een nieuwe termijn vast waarbinnen de betreffende verplichting moet worden nageleefd. Als de verslaggever bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het tweede lid, in gebreke blijft, legt het Vlaams Energieagentschap de verslaggever een administratieve geldboete op in de vorm van een dwangsom. Die bedraagt 25 euro per kalenderdag dat de in het tweede lid vermelde termijn wordt overschreven. § 5. Als een EPB-aangifte laattijdig of helemaal niet wordt ingediend, maant het Vlaams Ener-gieagentschap de aangifteplichtige aan om binnen een gestelde termijn de betreffende verplichtingen na te leven. Als de aangifteplichtige bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, in gebreke blijft, legt het Vlaams Energieagentschap de aangifteplichtige een administratieve geldboete op. Die administratieve geldboete bedraagt 250 euro, vermeerderd met 1 euro per kubieke meter nieuw gecreëerd beschermd volume. Het Vlaams Energieagentschap legt ook een nieuwe termijn vast waarbinnen de betreffende verplichting moet worden nageleefd. Als de aangifteplichtige bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het tweede lid, in gebreke blijft, legt het Vlaams Energieagentschap de aangifteplichtige een administratieve geldboete op in de vorm van een dwangsom. Die bedraagt 25 euro per kalenderdag dat de in het tweede lid vermelde termijn wordt overschreden. Als de aangifteplichtige bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, in gebreke blijft en uit een controle blijkt dat de EPB-eisen niet werden gerespecteerd, legt het Vlaams Energieagentschap, naast de administra- tieve geldboete, vermeld in het tweede lid, de aangifteplichtige een administratieve geldboete op die het dubbele bedraagt van de administratieve geldboete die berekend is volgens de bepalingen van artikel 13.4.6. Voor de bepaling van die administratieve geldboete worden daarbij de waarden die vastgesteld zijn in de EPB-aangifte, vervangen door de waarden vastgesteld bij controle.
Artikel 13.4.6 Als uit de EPB-aangifte blijkt dat de EPB-eisen niet werden gerespecteerd, legt het Vlaams Energieagentschap, tot vijf jaar na de indiening van de EPB-aangifte, de aangifteplichtige een administratieve geldboete op van : 1° 60 euro per afwijking van 1 W/K op het vlak van de thermische isolatie van de constructie-elementen en het K-peil, zoals bepaald in 1.1.1 en 1.1.2 van de bijlage bij dit decreet; 2° 24 eurocent per afwijking van 1 MJ/jaar op het vlak van de globale energetische prestatie, zoals bepaald in 1.2 van de bijlage bij dit decreet; 3° 48 eurocent per 1000 Kh en per m3 afwijking op het vlak van het risico op oververhitting, zoals bepaald in 1.3 van de bijlage bij dit decreet; 4° 4 euro per afwijking van 1 m3/h op het vlak van de ventilatievoorzieningen, zoals bepaald in 1.4 van de bijlage bij dit decreet. Het Vlaams Energieagentschap vestigt de adminis-tratieve geldboete pas als de totale administratieve geldboete die opgelegd wordt op basis van dit artikel, ten minste 250 euro bedraagt.
Artikel 13.4.7 § 1. Als bij controle blijkt dat de EPB-aangifte niet met de werkelijkheid overeenstemt, legt het Vlaams Energieagentschap tot vijf jaar na het indienen van de EPB-aangifte de verslaggever een administratieve geldboete op van : 1° 60 euro per afwijking van 1 W/K op het vlak van de thermische isolatie van de constructie-elementen en het K-peil, zoals bepaald in 2.1.1 en 2.1.2 van de bijlage bij dit decreet; 2° 24 eurocent per afwijking van 1 MJ/jaar op het vlak van de globale energetische prestatie, zoals bepaald in 2.2 van de bijlage bij dit decreet; 3° 48 eurocent per 1000 Kh en per m3 afwijking op het vlak van het risico op oververhitting, zoals bepaald in 2.3 van de bijlage bij dit decreet; 4° 4 euro per afwijking van 1 m3/h op het vlak van de ventilatievoorzieningen, zoals bepaald in 2.4 van de bijlage bij dit decreet. Een in de EPB-aangifte foutief opgegeven waarde met betrekking tot de ventilatievoorzieningen kan geen aanleiding geven tot verdere beboeting krachtens het eerste lid, 1°, 2° en 3°. Een in de EPB-aangifte foutief opgegeven waarde met betrekking tot de thermische isolatie van de constructie- elementen kan geen aanleiding geven tot verdere beboeting krachtens het eerste lid, 1°, op grond van afwijkingen op het vlak van het K-peil, of krachtens het eerste lid, 2° en 3°. Een in de EPB-aangifte foutief opgegeven waarde met betrekking tot het K-peil kan geen aanleiding geven tot verdere beboeting krachtens het eerste lid, 2° en 3°. MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46177 Een in de EPB-aangifte foutief opgegeven waarde met betrekking tot het E-peil kan geen aanleiding geven tot verdere beboeting krachtens het eerste lid, § 3. Het Vlaams Energieagentschap vestigt de administratieve geldboete pas als de totale administratieve geldboete die opgelegd wordt op basis van dit artikel, ten minste 250 euro bedraagt. De verslaggever dient binnen zestig kalenderdagen na de vestiging van de administratieve geldboete bij het Vlaams Energieagentschap een EPB-aangifte in die in overeenstemming is met de controlevaststellingen. Als een overtreding van de bepaling van het zevende lid wordt vastgesteld, maant het Vlaams Energieagentschap de verslaggever aan om binnen een gestelde termijn de verplichting na te leven. Als de verslaggever bij het verstrijken van die termijn in gebreke blijft, legt het Vlaams Energieagentschap een administratieve geldboete van 500 euro op. § 2. Voor EPB-aangiften met betrekking tot gebouwen waarvan de startverklaring in 2006 werd ingediend, bedraagt de administratieve geldboete slechts de helft van het bedrag dat op basis van § 1, eerste lid, is verschuldigd, met een minimum van 250 euro.
Artikel 13.4.8 § 1. Het bedrag van de verschuldigde administratieve geldboete wordt aan de betrokkene meegedeeld per aangetekende brief, met vermelding van de redenen waarom de boete wordt opgelegd en met verwijzing naar de artikelen die van toepassing zijn. In voorkomend geval wordt de berekening bijgevoegd. Indien de betrokkene het oneens is met de sanctie kan hij, binnen dertig kalenderdagen na de kennisgeving, vermeld in het eerste lid, het Vlaams Energieagentschap van zijn tegenargumenten op de hoogte brengen per aangetekende brief. Na het verstrijken van die termijn is de beslissing definitief. Het Vlaams Energieagentschap kan zijn beslissing herroepen of het bedrag van de administratieve geldboete aanpassen als die tegenargumenten gegrond blijken te zijn. In dat geval vindt binnen de dertig kalenderdagen na het ontvangen van de tegenargumenten van de betrokkene een nieuwe kennisgeving plaats. § 2. Na de kennisgeving, vermeld in § 1, moet de administratieve geldboete binnen zestig kalenderdagen betaald worden. Het Vlaams Energieagentschap kan uitstel van betaling verlenen voor een termijn die het zelf bepaalt. § 3. Indien de betrokkene in gebreke blijft bij het betalen van de administratieve geldboete, wordt de geldboete bij dwangbevel ingevorderd. Het dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door een ambtenaar die daartoe door de Vlaamse Regering wordt aangewezen. Het dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot of per aangetekende brief. Op het dwangbevel zijn de bepalingen van toepassing van deel V van het Gerechtelijk Wetboek houdende bewarend beslag en middelen tot tenuitvoerlegging. § 4. De vordering tot betaling van de administratieve geldboete verjaart na verloop van vijf jaar, te rekenen van de dag waarop ze is ontstaan. De verjaring wordt gestuit op de wijze en onder de voorwaarden die bepaald zijn in artikel 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek. Afdeling III. — Administratieve sanctie wegens overtreding of niet-naleving van de energieprestatieregelgeving bij bestaande gebouwen
Artikel 13.4.9 § 1. Als de aangifteplichtige bij de uitvoering van de werken, handelingen of wijzigingen de EPB-eisen, vermeld in artikel 11.1.1, § 2, niet naleeft, kan het Vlaams Energieagentschap een administratieve geldboete opleggen die niet lager mag zijn dan 250 euro, noch hoger dan 5.000 euro, afhankelijk van het type gebouw, de bruikbare vloeroppervlakte of het beschermd volume. § 2. Het beroep tegen de beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete op grond van § 1 bij de Rechtbank van Eerste Aanleg werkt schorsend. De procedure omschreven in artikel 13.4.8 is van overeenkomstige toepassing. Afdeling IV. — Administratieve sancties wegens overtreding of niet-naleving van de verplichtingen betreffende energieprestatiecertificaten
Artikel 13.4.10 § 1. Als bij de controle blijkt dat het energieprestatiecertificaat niet met de werkelijkheid overeenstemt en de betrokkene werd gehoord of naar behoren werd opgeroepen, kan het Vlaams Energieagentschap de energiedeskundige die het energieprestatiecertificaat heeft afgeleverd een administratieve geldboete opleggen, die niet lager mag zijn dan 500 euro, en niet hoger dan 5.000 euro, afhankelijk van het type gebouw, het beschermd volume of de bruikbare vloeroppervlakte. § 2. Als zou blijken dat de eigenaar of gebruiker van een gebouw die krachtens artikel 11.2.1, § 1, eerste lid, over een energieprestatiecertificaat moet beschikken, niet over een geldig energieprestatiecertificaat beschikt, legt het Vlaams Energieagentschap hem, op voorwaarde dat de eigenaar of gebruiker werd gehoord of naar behoren werd opgeroepen, een administratieve geldboete op die niet lager is dan 1.000 euro, en niet hoger dan 5.000 euro, afhankelijk van het type gebouw, het beschermd volume of de bruikbare vloeroppervlakte. § 3. Als bij toepassing van artikel 11.2.2 blijkt dat de eigenaar geen geldig energieprestatiecertificaat aan de koper heeft overgedragen of aan de huurder ter beschikking gesteld heeft, en de betrokkene werd gehoord of naar behoren werd opgeroepen, legt het Vlaams Energieagentschap hem een administratieve geldboete op die niet lager is dan 1.000 euro, en niet hoger dan 5.000 euro, afhankelijk van het type gebouw, het beschermd volume of de bruikbare vloeroppervlakte. Die administratieve geldboete kan niet worden gecumuleerd met de sanctie vermeld in § 2. § 4. Het beroep tegen de beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete op grond van §§ 1, 2 en 3 bij de Rechtbank van Eerste Aanleg werkt schorsend. De procedure in artikel 13.4.8 is van overeenkomstige toepassing. 46178 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD HOOFDSTUK V. — Administratieve sancties opgelegd door het departement Leefmilieu, Natuur en Energie
Artikel 13.5.1 De afdeling van het departement Leefmilieu, Natuur en Energie, bevoegd voor luchtverontreiniging, legt aan de exploitant of vliegtuigexploitant een administratieve geldboete op voor elke ton CO2-equivalent die uitgestoten wordt en waarvoor op basis van artikel 9.1.1, § 1, of artikel 9.1.3, § 8, geen emissierechten werden ingeleverd. Per ton uitgestoten CO2-equivalent bedraagt de administratieve geldboete voor de exploitant 40 euro voor de periode 2005-2007 en 100 euro vanaf 2008. Per ton uitgestoten CO2-equivalent bedraagt de administratieve geldboete voor de vliegtuigexploitant 100 euro vanaf 2012. De betaling van de boete wegens emissieoverschrijding ontslaat de exploitant of vliegtuigexploitant niet van de verplichting, bij de inlevering van emissierechten in verband met het volgende kalenderjaar, een hoeveelheid emissierechten in te leveren die gelijk is aan de emissieoverschrijding. De Vlaamse Regering neemt maatregelen om de publicatie te verzekeren van de namen van de exploitanten of vliegtuigexploitanten die onvoldoende emissierechten inleveren om te voldoen aan de verplichtingen die opgelegd zijn krachtens artikel 9.1.1, § 1, of artikel 9.1.3, § 8.
Artikel 13.5.2 § 1. Met ingang van het jaar 2010 wordt een vliegtuigexploitant die op 1 januari van elk jaar niet beschikt over een goedgekeurd monitoringplan CO2-emissies overeenkomstig artikel 9.1.3, § 6, eerste lid, een administratieve geldboete opgelegd die minimaal 5.000 euro en maximaal 450.000 euro bedraagt. In afwijking van het eerste lid, wordt vanaf het moment dat de vliegtuigexploitant moet beschikken over een goedgekeurd monitoringplan CO2-emissies, zoals bepaald door de Vlaamse Regering en daarna jaarlijks op 1 januari, aan een vliegtuigexploitant zoals bedoeld in artikel 9.1.3, § 6, tweede lid, een administratieve geldboete opgelegd die minimaal 5.000 euro en maximaal 450.000 euro bedraagt. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de berekening van de administratieve geldboete. § 2. Een vliegtuigexploitant die uiterlijk op 31 maart van elk jaar en met ingang van het jaar 2011 geen als bevredigend geverifieerd CO2-emissiejaarrapport heeft ingediend overeenkomstig artikel 9.1.3, § 7, wordt een administratieve geldboete opgelegd die minimaal 5000 euro en maximaal 450.000 euro bedraagt. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de berekening van de administratieve geldboete.
Artikel 13.5.3 Op advies van de bevoegde autoriteit kan de Vlaamse Regering, de Europese Commissie verzoeken een exploitatieverbod op te leggen aan een vliegtuigexploitant die niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens arti- kel 9.1.3, indien de naleving van hetgeen bij of krachtens artikel 9.1.3 bepaald is, niet met andere handhavingsmaat- regelen kon worden gegarandeerd.
Artikel 13.5.4 § 1. De betrokkene wordt van de beslissing tot het opleggen van de administratieve geldboete in kennis gesteld per aangetekende brief. De met redenen omklede kennisgeving vermeldt het bedrag van de administratieve geldboete. § 2. Als de betrokkene het oneens is met de administratieve geldboete, opgelegd volgens artikel 13.5.1 en arti- kel 13.5.2, kan hij, binnen tien kalenderdagen na de kennisgeving, vermeld in § 1, de ambtenaren, daartoe aangewezen door de Vlaamse Regering, daarvan in kennis stellen door middel van een aangetekende brief. Na het verstrijken van die termijn is de beslissing definitief. De betrokkene kan op zijn verzoek de documenten op basis waarvan de beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete volgens artikelen 13.5.1 en 13.5.2 is genomen, inzien en er een kopie van ontvangen. De betrokkene kan op zijn verzoek zijn verweer met betrekking tot de beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete volgens artikelen 13.5.1 en 13.5.2 mondeling toelichten. De bevoegde ambtenaren kunnen hun beslissing herroepen of het bedrag van de administratieve geldboete aanpassen als die tegenargumenten gegrond blijken te zijn. In dat geval vindt een nieuwe kennisgeving plaats. § 3. De administratieve geldboete moet worden betaald binnen zestig kalenderdagen na de kennisgeving van de definitieve beslissing. De ambtenaren, daartoe aangewezen door de Vlaamse Regering, kunnen uitstel van betaling verlenen voor een door hen bepaalde termijn. § 4. De vordering tot betaling van de administratieve geldboete verjaart na verloop van vijf jaar, te rekenen vanaf de dag waarop ze is ontstaan. De verjaring wordt gestuit op de wijze en onder de voorwaarden die bepaald zijn bij artikel 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek. HOOFDSTUK VI. — Inkomsten die voortvloeien uit de opbrengst van de administratieve geldboetes
Artikel 13.6.1 De inkomsten die voortvloeien uit de opbrengst van de administratieve geldboetes, vermeld in dit decreet, worden rechtstreeks toegewezen aan het Energiefonds, vermeld in artikel 3.2.1. TITEL XIV. — HEFFING OP DE EXPLOITATIE VAN EEN DISTRIBUTIENET OF HET PLAATSELIJK VERVOERNET VAN ELEKTRICITEIT IN HET VLAAMSE GEWEST HOOFDSTUK I. — Heffing op de exploitatie van een elektriciteits-distributienet of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit in het Vlaamse Gewest
Artikel 14.1.1 Vanaf een door de Vlaamse Regering te bepalen datum wordt er een heffing ingesteld op de exploitatie van een distributienet voor elektriciteit of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit in het Vlaamse Gewest. De heffing wordt berekend op een hoeveelheid elektrische stroom, uitgedrukt in gigawattuur (GWh), die gelijk is aan de hoeveelheid stroom die jaarlijks wordt geïnjecteerd op het distributienet of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit in kwestie, verminderd met de hoeveelheid stroom die jaarlijks vanuit dit net op een ander distributienet of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit wordt geïnjecteerd.
Artikel 14.1.2 De heffing is verschuldigd door de netbeheerders, met inbegrip van de netbeheerders die onderworpen zijn aan de wet van 22 december 1986 betreffende de intercommunales. MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46179
Artikel 14.1.3 Het tarief van de heffing wordt als volgt bepaald : Hoeveelheid elektrische stroom, uitgedrukt in GWh, Heffing uitgedrukt in euro’s zoals berekend in artikel 14.1.1 0 tot 100 1860 > 100 tot 250 6195 > 250 tot 500 14.875 > 500 tot 1000 29.745 >1000 tot 2000 59.495 > 2000 tot 3000 99.155 > 3000 tot 4000 138.820 > 4000 tot 5000 178.485 > 5000 tot 7500 247.895 > 7500 tot 10.000 347.050 > 10.000 tot 15.000 495.785 > 15.000 tot 20.000 694.100 > 20.000 tot 25.000 892.415 > 25.000 tot 30.000 1.090.730 > 30.000 tot 35.000 1.289.045 > 35.000 tot 40.000 1.487.360 > 40.000 tot 45.000 1.685.675 > 45.000 tot 50.000 1.883.990 > 50.000 2.231.040
Artikel 14.1.4 De heffing wordt van rechtswege jaarlijks geïndexeerd door het tarief in artikel 14.1.3 te vermenigvuldigen met het indexcijfer van de consumptieprijzen, vastgesteld voor de maand oktober van het heffingsjaar, en te delen door het indexcijfer van de consumptieprijzen, vastgesteld voor de maand december van het jaar 2000. HOOFDSTUK II. — Heffing op de exploitatie van een aardgasdistributienet in het Vlaamse Gewest
Artikel 14.2.1 Vanaf een door de Vlaamse Regering te bepalen datum wordt er een heffing ingesteld op de exploitatie van een aardgasdistributienet. De heffing wordt berekend op een hoeveelheid aardgas, uitgedrukt in gigawattuur (GWh) calorische boven- waarde, die gelijk is aan de hoeveelheid die jaarlijks wordt geïnjecteerd op het aardgasdistributienet, verminderd met de hoeveelheid die jaarlijks vanuit dit aardgasdistributienet op een ander aardgasdistributienet wordt geïnjecteerd.
Artikel 14.2.2 De heffing is verschuldigd door de aardgas-netbe-heerders, met inbegrip van de aardgasnet-beheerders die onderworpen zijn aan de wet van 22 december 1986 betreffende de intercommunales.
Artikel 14.2.3 Het tarief van de heffing wordt als volgt bepaald : Hoeveelheid aardgas, uitgedrukt in GWh calorische bovenwaarde, Heffing uitgedrukt in euro’s zoals berekend in artikel 14.2.1 0 tot 100 1040 > 100 tot 250 3645 > 250 tot 500 7810 > 500 tot 1000 15.615 > 1000 tot 2000 31.235 > 2000 tot 3000 52.060 > 3000 tot 4000 72.880 > 4000 tot 5000 93.705 > 5000 tot 7500 130.145 > 7500 tot 10.000 182.200 > 10.000 tot 15.000 260.290 > 15.000 tot 20.000 364.405 > 20.000 tot 25.000 468.520 46180 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Hoeveelheid aardgas, uitgedrukt in GWh calorische bovenwaarde, Heffing uitgedrukt in euro’s zoals berekend in artikel 14.2.1 > 25.000 tot 30.000 572.635 > 30.000 tot 35.000 676.750 > 35.000 tot 40.000 780.865 > 40.000 tot 45.000 884.980 > 45.000 tot 50.000 989.095 > 50.000 1.145.270
Artikel 14.2.4 De heffing wordt van rechtswege jaarlijks geïndexeerd door het tarief in artikel 14.2.3, te vermenigvuldigen met het indexcijfer van de consumptieprijzen, vastgesteld voor de maand oktober van het heffingsjaar, en te delen door het indexcijfer van de consumptieprijzen, vastgesteld voor de maand december van het jaar 2000. HOOFDSTUK III. — Vestiging van de aanslag, controle, beroep, ambtshalve uitvoering en verjaring Afdeling I. — Vestiging van de aanslag
Artikel 14.3.1 De heffingsplichtige doet jaarlijks voor 30 maart van het jaar dat op het heffingsjaar volgt, aangifte van de hoeveelheid elektrische stroom overeenkomstig artikel 14.1.1 en van de hoeveelheid aardgas overeenkomstig arti- kel 14.2.1. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels betreffende de aangifteplicht.
Artikel 14.3.2 Voor 15 oktober van het jaar dat op het heffingsjaar volgt, wordt de heffing ingekohierd en uitvoerbaar verklaard door de ambtenaar die aangewezen is door de Vlaamse Regering. De kohieren bevatten op straffe van nietigheid : 1° de naam van de heffingsplichtige; 2° de verwijzing naar dit decreet; 3° het heffingsjaar; 4° het bedrag van de verschuldigde heffing; 5° de datum van uitvoerbaarverklaring; 6° de handtekening van de ambtenaar die belast is met het uitvoerbaar verklaren van het kohier. Ter uitvoering van het kohier worden aan de heffingsplichtigen de aanslagbiljetten verstuurd. Die aanslagbiljetten bevatten de gegevens 1° tot en met 5°, van het vorige lid, de datum van verzending, de betalingstermijn en de termijn waarbinnen het administratief beroep kan worden ingediend.
Artikel 14.3.3 In afwijking van artikel 14.3.2, kan een heffing of een aanvullende heffing worden gevestigd gedurende drie jaar vanaf 1 januari van het heffingsjaar als de heffingsplichtige nagelaten heeft tijdig een geldige aangifte in te dienen of de verschuldigde heffing hoger ligt dan de heffing die werd gesteund op de gegevens van het aangifteformulier. Er kunnen meerdere heffingen betreffende hetzelfde heffingsjaar en ten laste van dezelfde heffingsplichtige worden gevestigd. Die heffingen worden opgenomen in aanvullende kohieren.
Artikel 14.3.4 Als een aanslag nietig verklaard is, omdat hij niet werd gevestigd overeenkomstig een wettelijke regel, met uitzondering van de regels inzake de verjaring in artikel 14.3.11, kan een nieuwe aanslag worden gevestigd ten laste van dezelfde heffingsplichtige en op grond van dezelfde heffingselementen, zelfs als de termijnen van in artikelen 14.3.2 en 14.3.3, van dit decreet zijn verstreken. Die aanslag moet worden gevestigd binnen drie maanden vanaf de datum van de uitspraak in het kader van het administratief beroep of binnen zes maanden vanaf de datum van een rechterlijke beslissing die in kracht van gewijsde is gegaan.
Artikel 14.3.5 De heffingsplichtige moet de heffing betalen binnen zestig kalenderdagen na verzending van het aanslagbiljet. Na verloop van die periode is hij nalatigheidsintresten verschuldigd, conform de bepalingen van het Wetboek van de inkomstenbelasting. Ook inzake de moratoriumintresten zijn de bepalingen van het Wetboek van de inkomstenbelasting van toepassing. Afdeling II. — Administratief beroep
Artikel 14.3.6 Binnen een termijn van zestig kalenderdagen na de verzending van het aanslagbiljet kan de heffingsplichtige beroep aantekenen bij de Vlaamse Regering. Dat beroep vermeldt op straffe van nietigheid de naam van de heffingsplichtige, het kohiernummer, het aanslagjaar en de motieven van het beroep. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels van dit administratief beroep. De regels van het Wetboek van inkomstenbelasting gelden voor wat de eisbaarheid van de aanslagen betreft waartegen beroep is ingesteld. Afdeling III. — Ambtshalve heffing, administratieve geldboete en dwangbevel
Artikel 14.3.7 Indien de heffingsplichtige nalaat de aangifte te doen overeenkomstig artikel 14.3.1, kan de Vlaamse Regering de heffingsplichtige in gebreke stellen door middel van een aangetekende brief of een deurwaardersexploot. MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46181 Als de heffingsplichtige nalaat om binnen een periode van zestig kalenderdagen na verzending van de ingebrekestelling aangifte te doen, kan de Vlaamse Regering ambtshalve een aanslag vestigen. Die aanslag kan worden gebaseerd op de hoeveelheid elektrische stroom overeenkomstig artikel 14.1.1 of de hoeveelheid aardgas overeenkom- stig artikel 14.2.1 van het vorige heffingsjaar. De aanslag kan ook worden gebaseerd op tekenen en indiciën.
Artikel 14.3.8 Zodra de nalatigheidsintresten verschuldigd zijn, wordt een administratieve geldboete opgelegd die gelijk is aan het ontdoken bedrag, op voorwaarde dat de heffingsplichtige werd gehoord of naar behoren werd opgeroepen. Tegen die geldboeten kan binnen dertig kalenderdagen door middel van een aangetekende brief beroep worden ingediend bij de ambtenaar die daartoe aangewezen is door de Vlaamse Regering.
Artikel 14.3.9 Bij gebrek aan voldoening van de heffing, de intresten en de administratieve geldboete kan een dwangbevel worden uitgevaardigd door de daartoe door de Vlaamse Regering belaste ambtenaar. Dat dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de ambtenaar die daartoe aangewezen is door de Vlaamse Regering. Het dwangbevel wordt betekend door deurwaarders-exploot of bij aangetekend schrijven. Op het dwangbevel zijn de bepalingen van deel V van het Gerechtelijk Wetboek houdende het bewarend beslag en de middelen van tenuitvoerlegging van toepassing. Tot zekerheid van betaling van de heffing heeft het Vlaamse Gewest hetzelfde algemeen voorrecht als vermeld in het Wetboek van inkomstenbelastingen.
Artikel 14.3.10 Verzet tegen het dwangbevel schort de tenuitvoerlegging van het dwangbevel op. Bij verzet, kan tot op het moment van de uitspraak over het verzet bij beschikking, vonnis of arrest dat in kracht van gewijsde is gegaan, een vordering worden ingeleid om de heffingsplichtigen te horen veroordelen tot betaling van een provisioneel bedrag op het bij dwangbevel gevorderde bedrag. Afdeling IV. — Verjaring
Artikel 14.3.11 De vordering tot betaling van de heffing, de intresten en de administratieve geldboete verjaart na verloop van vijf jaar, te rekenen van de dag waarop ze is ontstaan. De verjaring wordt gestuit op de wijze en onder de voorwaarden die bepaald zijn bij artikel 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek. TITEL XV. — SLOTBEPALINGEN HOOFDSTUK I. — Wijzigingsbepalingen
Artikel 15.1.1 In 33°, van artikel 569, van het Gerechtelijk Wetboek, worden de woorden « van de beroepen tegen de beslissingen tot het opleggen van een administratieve geldboete op grond van artikel 37, § 1, en § 2quater, eerste lid, van het elektriciteitsdecreet en van artikel 46, § 1, en § 2bis, eerste lid, van het aardgasdecreet » vervangen door de woorden « van de beroepen tegen de beslissingen van de VREG tot het opleggen van een administratieve sanctie op grond van de artikelen 13.3.1 tot en met 13.3.5 van het Energiedecreet ».
Artikel 15.1.2 In artikel 2 van het decreet van 20 december 1996 tot regeling van het recht op minimumlevering van elektriciteit, gas en water, gewijzigd bij het decreet van 25 mei 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° punt 4° wordt vervangen door wat volgt : « 4° netbeheerder : elke beheerder van een net als vermeld in artikel 1.1.3, 90°, van het Energiedecreet; »; 2° punt 6° wordt vervangen door wat volgt : « 5° huishoudelijke afnemer : afnemer als vermeld in artikel 1.1.3, 67°, van het Energiedecreet; »; 3° punten 5° en 7° worden geschrapt.
Artikel 15.1.3 In artikel 7 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 2 wordt vervangen door wat volgt : « § 2. Voor wat de ononderbroken toevoer van elektriciteit en aardgas betreft, vermeld in artikel 6.1.1 van het Energiedecreet, geeft de lokale adviescommissie binnen dertig kalenderdagen na ontvangst van het verzoek en na een contradictoir onderzoek dat een antwoord geeft op de vraag of de huishoudelijke afnemer niet in een situatie verkeert waardoor afsluiting onverantwoord zou zijn, een advies over onderstaande gevallen : a) het verzoek van de netbeheerder om de huishoudelijke afnemer af te sluiten, in de gevallen die vermeld zijn in artikel 6.1.2, § 1, eerste lid, 5°, 6°, 7° en 8°, van het Energiedecreet; b) het verzoek tot heraansluiting van de huishoudelijke afnemer, na beëindiging van de gevallen, vermeld in artikel 6.1.2, § 1, eerste lid, van het Energiedecreet. Bij ontstentenis van een advies binnen de voormelde termijn wordt het advies over het verzoek van de netbeheerder, vermeld in het eerste lid, a), geacht negatief te zijn. Bij ontstentenis van een advies binnen de voormelde termijn wordt het advies over het verzoek tot heraansluiting van de huishoudelijke afnemer, vermeld in het eerste lid, b), geacht positief te zijn. »; 2° in § 4 worden de woorden « of een huishoudelijke aardgasafnemer » geschrapt. HOOFDSTUK II. — Opheffingsbepalingen
Artikel 15.2.1 De volgende regelingen worden opgeheven : 1° de wet van 10 maart 1925 op de electriciteitsvoorziening, voor wat de Vlaamse energiebevoegdheden betreft; 2° het decreet van 17 juli 2000 houdende organisatie van de elektriciteitsmarkt; 3° het decreet van 6 juli 2001 houdende de organisatie van de gasmarkt; 46182 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 4° het decreet van 2 april 2004 tot vermindering van de uitstoot van broeikasgassen in het Vlaamse Gewest door het bevorderen van het rationeel energiegebruik, het gebruik van hernieuwbare energiebronnen en de toepassing van de flexibiliteitsmechanismen uit het Protocol van Kyoto; 5° het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt; 6° het decreet van 22 december 2006 houdende eisen en handhavingsmaatregelen op het vlak van de energieprestaties en het binnenklimaat voor gebouwen en tot uitvoering van een energieprestatiecertificaat en tot wijziging van artikel 22 van het REG-decreet. HOOFDSTUK III. — Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 15.3.1 Voor distributienetbeheerders die minder dan honderd huishoudelijke afnemers hebben, kan de Vlaamse Regering voorzien in uitzonderingen, voor zover daarvoor een technische of financiële noodzaak bestaat.
Artikel 15.3.2 De Vlaamse Regering kan voorzien in uitzonderingen op de bepalingen van dit decreet voor wat de levering van aardgas en het beheer van het aardgasdistributienet betreft in het gebied van de gemeente Baarle-Hertog, dat volledig omgeven is door Nederlands grondgebied, voor zover daarvoor een technische of financiële noodzaak bestaat.
Artikel 15.3.3 Voor wat betreft de productie-installaties waarvoor reeds groenestroomcertificaten werden toegekend vóór de inwerkingtreding van artikel 7.1.1, kent de VREG de groenestroomcertificaten toe aan de producent van de elektriciteit die in de productie-installaties wordt opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen.
Artikel 15.3.4 Behoudens andersluidende bepalingen worden de begroting en rekeningen van de VREG opgemaakt en goedgekeurd en wordt de controle uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op de instellingen van openbaar nut van categorie B.
Artikel 15.3.5 Het Energiefonds, vermeld in artikel 3.2.1 neemt de uitstaande rechten en plichten lastens het begrotingsfonds Energiefonds’, vermeld in artikel 20 van het decreet van 17 juli 2000 houdende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, over. De middelen die voortvloeien uit de overgedragen rechten en plichten, worden gevoegd bij de financiële middelen van het Energiefonds, vermeld in artikel 3.2.1, § 2.
Artikel 15.3.6 Dit decreet wordt aangehaald als : het Energiedecreet.
Artikel 15.3.7 De Vlaamse Regering kan de bepalingen van het Energiedecreet coördineren, met inachtneming van de wijzigingen die daarin uitdrukkelijk of stilzwijgend zijn aangebracht tot aan het tijdstip van de coördinatie. Te dien einde kan de Vlaamse Regering : 1° de volgorde en de nummering van de te coördineren bepalingen veranderen en in het algemeen de teksten naar de vorm wijzigen; 2° de verwijzingen die voorkomen in de te coördineren bepalingen, met de nieuwe nummering overeenbrengen; 3° zonder afbreuk te doen aan de beginselen die in de te coördineren bepalingen vervat zijn, de redactie ervan wijzigen teneinde ze onderling te doen overeenstemmen en eenheid in de terminologie te brengen; 4° in de bepalingen die niet in de coördinatie worden opgenomen, de verwijzingen naar de gecoördineerde bepalingen aanpassen. De coördinatie zal het volgende opschrift dragen : « Decreet houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid, gecoördineerd op [...] ».
Artikel 15.3.8 De Vlaamse Regering bepaalt de datum waarop de verschillende bepalingen van dit decreet in werking treden. Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Brussel, 8 mei 2009. De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur, H. CREVITS Nota (1) Zitting 2008-2009. Stukken - Ontwerp van decreet : 2165 - Nr. 1 - Amendementen : 2165 - Nr. 2 - Verslag : 2165 - Nr. 3 - Tekst aangenomen door de plenaire vergadering : 2165 - Nr. 4 Handelingen. — Bespreking en aanneming : Vergaderingen van 29 en 30 april 2009. MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46183 46184 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46185 46186 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46187 46188 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46189 46190 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46191 46192 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD TRADUCTION AUTORITE FLAMANDE F. 2009 — 2380 [C − 2009/35580] 8 MAI 2009. — Décret portant les dispositions générales en matière de la politique de l’énergie (1) Le Parlement flamand a adopté et Nous, Gouvernement, sanctionnons ce qui suit : Décret portant les dispositions générales en matière de la politique de l’énergie. TITRE Ier. — DISPOSITIONS GENERALES
Article 1.1.1 Le présent décret règle une matière régionale.
Article 1.1.2 Le présent décret, prévoit, en ce qui concerne les compétences de la Région flamande, la transposition de : 1° la Directive 2001/77/CE du Parlement européen et du Conseil du 27 septembre 2001 relative à la promotion de l’électricité produite à partir de sources d’énergie renouvelables sur le marché intérieur de l’électricité; 2° la directive 2002/91/CE du Parlement européen et du Conseil de l’Union européenne du 16 décembre 2002 relative à la performance énergétique des bâtiments; 3° la Directive 2003/54/CE du Parlement européen et du Conseil du 26 juin 2003 concernant des règles communes pour le marché intérieur de l’électricité et abrogeant la directive 96/92/CE; 4° la Directive 2003/55/CE du Parlement européen et du Conseil du 26 juin 2003 concernant des règles communes pour le marché intérieur du gaz naturel et abrogeant la directive 98/30/CE; 5° la Directive 2003/87/CE du Parlement européen et du Conseil du 13 octobre 2003 établissant un système d’échange de quotas d’émission de gaz à effet de serre dans la Communauté et modifiant la directive 96/61/CE du Conseil, telle que modifiée jusqu’à ce jour; 6° la Directive 2004/8/CE du Parlement européen et du Conseil du 11 février 2004 concernant la promotion de la cogénération sur la base de la demande de chaleur utile dans le marché intérieur de l’énergie et modifiant la directive 92/42/CEE; 7° la Directive 2006/32/CE du Parlement européen et du Conseil du 5 avril 2006 relative à l’efficacité énergétique dans les utilisations finales et aux services énergétiques et abrogeant la directive 93/76/CEE du Conseil.
Article 1.1.3 Dans le présent décret, on entend par : 1° personne soumise à déclaration : une personne physique ou morale tenue de respecter les exigences PEB; 2° degré de raccordabilité : le nombre d’unités d’habitation ou bâtiments désenclavés par rapport au nombre total d’unités d’habitation et bâtiments dans une certaine zone; 3° unité d’habitation ou bâtiment raccordable : une unité d’habitation ou un bâtiment qui n’est pas encore raccordé au réseau de distribution de gaz naturel, et qui répond à l’une des conditions suivantes : a) une conduite à basse pression est présente le long de la voie publique du même côté de la voie et à la hauteur de l’unité d’habitation ou du bâtiment; b) l’unité d’habitation ou le bâtiment n’est pas situé dans une zone destinée à l’habitat, et une conduite à basse pression est présente le long de la voie publique à la hauteur de l’unité d’habitation ou du bâtiment, du même côté, ou non, que l’unité d’habitation ou le bâtiment concerné; c) une conduite à moyenne pression de catégorie A ou B est présente le long de la voie publique du même côté de la voie que l’unité d’habitation ou le bâtiment et cette conduite a été réalisée spécifiquement pour le raccordement respectivement des unités de logement ou des bâtiments; 4° degré de raccordement : le nombre d’unités de logement ou bâtiments désenclavés par rapport au nombre total d’unités de logement et bâtiments dans une certaine zone; 5° gaz naturel : tout combustible gazeux d’origine souterraine qui est composé principalement de méthane, y compris le gaz naturel liquide; 6° réseau de distribution de gaz naturel : ensemble de conduites mutuellement reliées et les moyens y afférents, nécessaires pour la distribution du gaz naturel aux clients dans une zone géographiquement délimitée dans la Région flamande; 7° gestionnaire du réseau de distribution de gaz naturel : gestionnaire d’un réseau de distribution de gaz naturel, désigné conformément à l’article 4.1.1; 8° importateur de gaz naturel : toute personne physique ou morale qui importe le gaz naturel en Belgique; 9° obligation d’action : une action REG imposée par le Gouvernement flamand aux gestionnaire de réseau dans le cadre d’une obligation de service public; 10° point de prélèvement : point de prise et de consommation d’électricité ou de gaz naturel; 11° client : toute personne physique ou morale qui consomme de l’électricité ou du gaz naturel pour subvenir à ses besoins; besoins; 12° coupure : la mise hors service du raccordement ou l’interdiction d’accès au réseau par le débranchement des installations du client; 13° allocation : allocation d’un quart de la quantité d’énergie aux différentes parties du marché; 14° volume protégé : le volume protégé du bâtiment tel que défini dans la norme belge ou dans les spécifications fixées par l’autorité flamande; 15° autorité compétente : l’instance désignée pour quelques tâches spécifiques telles que visées au Règlement (CE) n° : 2216/2004 de la Commission du 21 décembre 2004 concernant un système de registres normalisé et sécurisé conformément à la Directive 2003/87/CE du Parlement européen et du Conseil et à la Décision n° 280/2004/CE du Parlement européen et du Conseil, tel que modifié par le Règlement (CE) n° 916/2007 de la Commission 31 juillet 2007, à savoir la division du département de l’Environnement, de la Nature et de l’Energie, chargée de la pollution de l’air; 16° affréteur : personne morale qui a conclu un contrat avec une entreprise de transport relatif au transport de gaz naturel entre un ou plusieurs points d’injection et points de prélèvement au réseau de transport; 17° réserve spéciale : 3 % de la quantité totale des quotas d’émission à allouer pendant la période 2013-2020; MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46193 18° Arrêté relatif aux quotas d’émission de réserve spéciaux : l’arrêté de la Commission européenne, visé à l’article 3septies, alinéa cinq de la Directive 2003/87/CE du Parlement européen et du Conseil du 13 octobre 2003 établissant un système d’échange de quotas d’émission de gaz à effet de serre dans la Communauté et modifiant la direc- tive 96/61/CE du Conseil; 19° établissement BKG : un établissement indiqué par la lettre Y dans la quatrième colonne de la classification à l’annexe 1re du titre Ier du VLAREM et qui comprend l’unité technique fixe où se déroulent les activités et processus figurant dans la deuxième colonne ainsi que les activités s’y rapportant directement qui ont un lien technique avec les activités exercées sur le site et qui sont susceptibles d’avoir des incidences sur les émissions et la pollution; 20° fournisseurs de combustibles : toute personne physique ou morale qui fournit du gaz naturel, du mazout, du charbon, du méthane, du butane et du propane à des clients; 21° gaz à effet de serre : dioxyde de carbone (CO2), méthane (CH4), protoxyde d’azote (N2O), hydrocarbures fluorés (HFC), hydrocarbures perfluorés (PFC) ou hexafluorure de soufre (SF6); 22° consommation intérieure brute d’énergie : la consommation d’énergie primaire diminuée de l’énergie livrée aux soutes maritimes et aériennes internationales; 23° compteur à budget : un compteur à budget pour électricité ou un compteur à budget pour gaz naturel; 24° compteur de gaz naturel à budget : compteur de gaz naturel qui est rechargé via un système de prépaiements; 25° compteur d’électricité à budget : compteur d’électricité équipé d’un limiteur de courant à et d’un crédit d’aide qui est rechargé via un système de prépaiements; 26° ligne directe; toute conduite électrique ayant une tension nominale égale à ou inférieure à 70 kilovolt ne faisant pas partie du réseau de distribution d’électricité ou du réseau de transport local d’électricité; 27° conduite directe : toute conduite pour la distribution de gaz naturel ne faisant pas partie d’un réseau de distribution de gaz naturel; 28° distribution : l’activité consistant à conduire l’électricité ou le gaz naturel aux clients respectivement via des conduites locales électriques ou via des canalisations locales; 29° réseau de distribution : réseau de distribution d’électricité ou distribution de gaz naturel; 30° gestionnaire du réseau de distribution : gestionnaire du réseau de distribution d’électricité ou de distribution de gaz naturel; 31° secteur de la consommation finale : des entreprises et des personnes privées qui prélèvent ou produisent de l’énergie afin de répondre entièrement ou principalement aux propres besoins d’énergie; 32° réseau de distribution d’électricité : ensemble de conduites électriques mutuellement reliées ayant une tension nominale égale à ou inférieure à 70 kilovolt et les installations y afférentes, nécessaires pour la distribution d’électricité à des clients dans une zone géographiquement délimitée dans la Région flamande; 33° gestionnaire du réseau de distribution d’électricité : gestionnaire d’un réseau de distribution d’électricité, désigné conformément à l’article 4.1.1; 34° émission : émission de gaz à effet de serre dans l’atmosphère par des sources présentes dans un établissement GES, ou l’émission de CO2 par un aéronef suite à une activité aéronautique dont le détail sera arrêté par le Gouvernement flamand; 35° quota : un droit transférable autorisant l’émission d’une tonne d’équivalent-CO2 de gaz à effet de serre au cours d’une période spécifiée; 36° arrêté des quotas d’émission : l’arrêté de la Commission européenne, visé à l’article 3sexies, alinéa trois de la Directive 2003/87/CE du Parlement européen et du Conseil du 13 octobre 2003 établissant un système d’échange de quotas d’émission de gaz à effet de serre dans la Communauté et modifiant la directive 96/61/CE du Conseil; 37° convention énergétique : toute convention conclue entre la Région flamande, représentée par le Gouvernement flamand et une autre partie qui s’engage à réaliser ou favoriser dans un délai convenu une amélioration envisagée de l’efficience énergétique, à figurer parmi le peloton de tête mondial dans son secteur en matière d’efficience énergétique et à couvrir la consommation d’énergie par des technologies d’énergie renouvelables ou donner des incitations à cet effet; 38° comptabilité énergétique : le mesurage, l’enregistrement, l’analyse et la notification, à intervalles réguliers, de la consommation d’énergie; 39° expert énergétique : la personne physique régie par le statut social d’indépendant ou de collaborateur rémunéré d’une personne morale qui donne des conseils énergétiques; 40° vecteur d’énergie : charbon et produits dérivés, produits pétroliers, gaz, électricité, sources dénergie renouvelables, chaleur et chaleur nucléaire; 41° nombre indicatif énergétique : la moyenne de la consommation d’énergie dans un secteur par rapport à un paramètre qui est déterminant pour la consommation d’énergie dans ce secteur; 42° plan énergétique : une évaluation systématique, documentée et objective de la gestion, de l’organisation et de l’équipement de l’entreprise concernée, d’une institution non commerciale ou d’une personne morale de droit public dans le domaine de l’efficience énergétique, les mesures possibles en matière d’amélioration de l’efficience énergétique étant présentées; 43° certificat de performance énergétique : un certificat mentionnant le résultat du calcul de l’efficience énergétique totale d’un bâtiment, exprimé en un ou plusieurs indicateurs numériques; 44° banque de données de certificats de performances énergétiques : une base de données informatisée reprenant des informations concernant les certificats de performance énergétique; 45° banque de données de performances énergétiques : une base de données informatisée reprenant des informations concernant les performances énergétiques des bâtiments soumis à des exigences PEB; 46° étude énergétique : une étude qui démontre qu’une installation nouvelle ou modifiée répondra à certains critères d’efficience énergétique; 47° déclaration PEB : déclaration de performance énergétique et de climat intérieur, c.-à-d. le document dans lequel le rapporteur décrit l’ensemble des mesures prises afin de respecter les exigences PEB et déclare que les résultats sont conformes, ou non; 48° exigences PEB : exigences en termes des performances énergétiques et du climat intérieur, c.-à-d. de l’ensemble des conditions auxquelles un bâtiment doit répondre au niveau des performances énergétiques, de l’isolation thermique, du climat intérieur et de la ventilation; 46194 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 49° institution agréée de médiation de dettes : l’institution agréée en vertu du décret du 24 juillet 1996 réglant l’agrément des institutions de médiation de dettes dans la Communauté flamande; 50° responsable de l’équilibre : la personne morale qui a conclu un contrat avec le gestionnaire du réseau de transmission relatif à la transmission d’électricité entre un plusieurs points d’injection et points de prélèvement et qui assure, pour un ensemble de points d’accès, l’équilibre entre l’injection et le prélèvement d’électricité à ces points d’accès; 51° exploitant : le titulaire de l’autorisation écologique d’un établissement BKG; 55° fraude : manipulation illégitime par un client d’un raccordement ou d’une installation de mesurage; 53° garantie d’origine : document unique prouvant qu’une certaine quantité d’électricité a été générée de sources d’énergie renouvelables ou à partir de la de cogénération de qualité; 54° installation d’extraction de gaz : installation par laquelle le gaz naturel est extrait du sous-sol ou dans laquelle le biogaz est produit; 55° zone destinée à l’habitat : une zone ayant, selon le plan de secteur ou le plan d’exécution spatial, une des destinations suivantes : a) zone d’habitat; b) zone d’habitat à valeur culturelle, historique ou esthétique; c) zone d’habitat à caractère rural; d) zone d’habitat à caractère rural et à valeur culturelle, historique et/ou esthétique; e) zone d’expansion d’habitat; 56° bâtiment : pour ce qui concerne l’application des titres X, XI et les articles 13.4.5 à 13.4.10, tout bâtiment, dans son ensemble ou ses parties qui sont conçues ou adaptées pour être utilisées séparément ou qui ont une autre destination et pour lesquelles de l’énergie est consommée afin d’atteindre une température intérieur spécifique au profit de personnes; 57° coûts échoués : les frais à charge des entreprises qui découlent des obligations contractées par le passé mais qu’elles ne peuvent plus respecter suite à la libéralisation du secteur intéressé; 58° électricité écologique : électricité qui est produite à partir d’une source d’énergie renouvelable; 59° chaleur écologique : chaleur qui est produite à partir d’une source d’énergie renouvelable; 60° certificat d’électricité écologique : bien immatériel unique, négociable et transférable démontrant qu’une certaine installation de production a généré 1000 kWh d’électricité à partir de sources d’énergie renouvelables dans une certaine période; 61° certificat de chaleur écologique : bien immatériel unique, négociable et transférable démontrant qu’une certaine installation de production a généré 1000 kWh de chaleur à partir de sources d’énergie renouvelables dans une certaine période; 62° grande entreprise : entreprise qui ne relève pas de la catégorie des petites ou moyennes entreprises; 63° étude de faisabilité : étude qui examine la faisabilité économique, sociale ou juridique d’un projet concret; 64° année d’imposition : l’année calendaire pour laquelle la redevance, visée au titre XIV, est due; 65° sources d’énergie renouvelables : sources d’énergie renouvelables non fossiles et non nucléaires, notamment le vent, le soleil, la chaleur géothermique, la houle, la marée, l’énergie hydroélectrique, la biomasse, le gaz de décharge, le gaz d’installations d’épuration des eaux d’égout et le biogaz; 66° technologies d’énergie renouvelables : technologies utilisant des sources d’énergie renouvelables; 67° client domestique : toute personne physique raccordée au réseau de distribution de gaz naturel ou de distribution d’électricité à une tension égale ou inférieure à 1000 volt, qui consomme de l’électricité ou du gaz naturel pour subvenir à ses besoins à ceux des personnes domiciliées avec lui dans l’habitation en question, sauf dans le cas que le contrat de fourniture d’électricité respectivement de gaz naturel au point de prélèvement en question a été conclu par une entreprise, telle que visée à l’article 2, 3°, de la loi du 16 janvier 2003 portant création d’une Banque-Carrefour des Entreprises, modernisation du registre de commerce, création de guichets-entreprises agréés et portant diverses dispositions; 68° crédit d’aide : un crédit mis à disposition d’un client domestique dès que le montant rechargé sur le compteur à budget pour l’électricité ou pour le gaz naturel est consommé; 69° injection : l’injection d’électricité ou de gaz naturel dans un réseau de distribution ou dans un réseau de transport local d’électricité, à partir d’un réseau ou par un producteur; 70° point d’injection : point à partir duquel l’électricité ou le gaz naturel est injecté dans le réseau; 71° soutes aériennes internationales : la quantité d’énergie fournie aux avions qui desservent des aéroports étrangers; 72° soutes maritimes internationales : la quantité d’énergie fournie aux navires qui desservent des ports étrangers; 73° décret cadre Politique administrative : le décret cadre Politique Administrative du 18 juillet 2003; 74° consommation d’énergie primaire annuelle caractéristique : la consommation d’énergie annuelle d’un bâtiment déterminée par convention, exprimée en équivalents d’énergie primaire; 75° petite entreprise : des entreprises qui remplissent les conditions cumulatives suivantes : a) occuper moins de 50 travailleurs; b) réaliser un chiffre d’affaires de 10 millions d’euros au maximum ou un total du bilan annuel de 10 millions d’euros au maximum; c) répondre au critère d’indépendance; 76° unité de cogénération qualitative : unité de cogénération qualitative dont le processus de production satisfait aux conditions qualitatives imposées conformément à l’article 7.1.2, § 2; 77° cogénération qualitative : cogénération qui répond aux conditions de qualité, imposées conformément à l’article 7.1.2, § 2; 78° fournisseur : toute personne physique ou morale qui vend de l’électricité ou du gaz naturel à des clients; 79° commission consultative locale : une commission telle que visée à l’article 7 du décret du 20 décembre 1996 réglant le droit à la fourniture minimale d’électricité, de gaz et d’eau; MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46195 80° m3(n) : la quantité de gaz qui, à une température de zéro degrés Celsius et à une pression absolue de 1,01325 bar, prend un volume d’un mètre cubes; 81° acteur de marché : producteur, importateur de gaz naturel, gestionnaire de réseau de distribution, gestionnaire du réseau de transport local d’électricité, gestionnaire du réseau de transmission, gestionnaire du réseau de transport, société d’exploitation, fournisseur, personne interposée, affréteur ou responsable de l’équilibre; 82° projet d’introduction au marché : projet pour l’installation et le monitoring de l’utilisation de produits, techniques et systèmes peu énergivores ou de technologies d’énergie renouvelables à diffusion restreinte en Région flamande, par un particulier, une institution non commerciale, une personne de droit public ou une entreprise qui n’est pas le développeur, le fabricant ou le distributeur; 83° déclaration : la déclaration obligatoire des actes au collège des bourgmestre et échevins, visée à l’article 94 du décret du 18 mai 1999 portant organisation de l’aménagement du territoire; 84° entreprises associées à une entreprise : les entreprises, à l’exclusion des gestionnaires de réseaux de gaz naturel, dans lesquelles l’entreprise détient une participation et exerce une influence sur l’orientation de la gestion; sauf preuve du contraire, cette influence significative est présumée si les droits de vote liés à cette participation représentent un cinquième ou plus du nombre global des droits de vote des actionnaires ou associés de ces entreprises; 85° entreprises liées à une entreprise : les entreprises, à l’exclusion des communes et des gestionnaires de réseau : a) sur lesquelles l’entreprise exerce un contrôle, visé au Code des sociétés; b) qui exercent un contrôle sur lentreprise, visé au Code des sociétés; c) avec laquelle l’entreprise constitue un consortium, visé au Code des sociétés; d) qui, au su de son organe de gestion, sont sous le contrôle des entreprises, visées sous a), b) et c); 86° moyenne entreprise : des entreprises qui remplissent les conditions cumulatives suivantes : a) occuper moins de 250 travailleurs; b) réaliser un chiffre d’affaires de 50 millions d’euros au maximum ou un total du bilan annuel de 43 millions d’euros au maximum; c) répondre au critère d’indépendance; 87° Ministre : le Ministre flamand chargé de la politique de l’énergie; 88° registre national : le registre tel que défini dans l’accord de coopération du 18 juin 2008 entre l’Etat fédéral, la Région flamande, la Région wallonne et la Région de Bruxelles-Capitale relatif à l’organisation et à la gestion administrative du système de registre normalisé et sécurisé de la Belgique conformément à la Directive 2003/87/CE du Parlement européen et du Conseil et de la décision n° 280/2004/CE du Parlement européen et du Conseil; 89° réseau : réseau de distribution, réseau de transport local d’électricité, réseau de transmission ou réseau de transport; 90° gestionnaire de réseau : un gestionnaire de réseau de distribution d’électricité, un gestionnaire de réseau de distribution de gaz naturel ou le gestionnaire du réseau de transport local d’électricité; 91° propriétaire de réseau : propriétaire d’un réseau; 92° institutions non-commerciales : écoles, universités, établissements de soins et autres services communautaires, associations sans but lucratif et associations de fait qui poursuivent un but philanthropique, scientifique, technique ou pédagogique dans le domaine de l’énergie, de la protection de l’environnement ou de la lutte contre l’exclusion sociale; 93° entreprises : toute personne physique qui a la qualité de commerçant ou exerce une profession indépendante, les sociétés ayant adopté le statut de société commerciale, les groupements européens d’intérêt économique, les groupements d’intérêt économique qui disposent d’un siège d’exploitation en Région flamande ou qui s’engagent à y établir un siège d’exploitation; 94° services d’appui : tous les services exécutés par un gestionnaire de réseau afin de garantir le transport d’électricité ou de gaz naturel par son réseau d’une manière sûre, efficace et fiable; 95° partie non rentable : la partie des revenus se référant à la production, qui est nécessaire pour obtenir une valeur constante nette d’un investissement égale à zéro et qui est calculée à l’aide d’un calcul du cash flow; 96° unité d’habitation ou bâtiment désenclavé : unité d’habitation ou bâtiment raccordé au réseau de distribution de gaz naturel ou unité d’habitation ou bâtiment raccordable; 97° obligation de service public : obligation portant sur les aspects socioéconomiques, écologiques ou techniques de l’approvisionnement en énergie; 98° niveau d’isolation thermique globale (ou niveau K) : le niveau d’isolation thermique globale tel que défini dans la norme belge ou dans les spécifications fixées par l’autorité flamande; 99° niveau de consommation d’énergie primaire (ou niveau E) : le niveau reflétant la performance énergétique globale, exprimé par le rapport de la consommation d’énergie primaire annuelle caractéristique à une valeur de référence; 100° réseau de transport local d’électricité : l’ensemble de conduites électriques ayant une tension nominale jusqu’à 70 kilovolt inclus et les installations y afférentes, situées en Région flamande, utilisé principalement afin de permettre le transport d’électricité aux réseaux de distribution et qui est fixé conformément à l’article 4.1.2; 101° consommation d’énergie primaire : la quantité totale d’énergie dont la Flandre a besoin pour répondre au besoin en énergie; 102° producteur : toute personne physique ou morale qui produit de l’énergie, du biogaz et/ou qui extrait du gaz naturel; 103° promoteur-maître d’ouvrage : une personne physique ou morale ayant comme activité régulière de construire, de faire construire ou de transformer des habitations ou des appartements, afin de les aliéner à titre onéreux; 104° protocole de Kyoto : protocole de Kyoto à la Convention-cadre des Nations Unies sur les changements climatiques, fait à Kyoto le 11 décembre 1997 et approuvé par le décret du 22 février 2002; 105° gestion rationnelle de l’énergie : l’ensemble d’opérations entreprises pour mesurer, analyser, réduire et suivre l’utilisation de l’énergie en vue d’obtenir une utilisation rationnelle de l’énergie, en ce compris suivre des activités de formation portant sur l’utilisation rationnelle de l’énergie et entreprendre des études de faisabilité pour l’installation d’un produit, système ou technique peu énergivores; 106° utilisation rationnelle de l’énergie : l’utilisation aussi efficace que possible de l’énergie; 46196 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 107° réconciliation : règlement entre les parties du marché sur la base de la différence entre les quantités d’énergie attribuées et les quantités d’énergie effectivement mesurées; 108° année de référence : en ce qui concerne l’exploitant d’aéronefs ayant commencé son exploitation dans la Communauté après le 1er janvier 2006, la première année calendaire de cette exploitation; dans tous les autres cas, l’année calendaire ayant commencée le 1er janvier 2006; 109° projet de référence : projet pour l’installation et le monitoring auprès d’un premier utilisateur qui n’est pas le développeur, le fabricant ou le distributeur de nouveaux produits, techniques et systèmes peu énergivores ou de technologies d’énergie renouvelables ou de nouvelles applications de nouveaux produits, techniques et systèmes peu énergivores ou de technologies d’énergie renouvelables en Région flamande par le développeur, le fabricant ou le distributeur; 110° plan d’action REG : plan d’action pour la promotion de l’utilisation rationnelle de l’énergie, qui prévoit au moins l’octroi d’un incitant financier aux clients pour l’exécution de mesures et la fourniture d’information, qui met l’accent sur l’action, et fournit de l’information nécessaire au groupe cible sur les possibilités d’économies; 111° investissements rentables : investissements au taux d’intérêt interne après impôts supérieur à un minimum, fixé par le Gouvernement flamand; 112° directive 2002/91/CE : la directive 2002/91/CE du Parlement européen et du Conseil de l’Union européenne du 16 décembre 2002 relative à la performance énergétique des bâtiments; 113° directive 2003/87/CE : directive 2003/87/CE du Parlement européen et du Conseil du 13 octobre 2003 établissant un système d’échange de quotas d’émission de gaz à effet de serre dans la Communauté et modifiant la directive 96/61/CE du Conseil; 114° déclaration de commencement : une déclaration écrite reprenant la date de commencement des travaux ainsi que l’aperçu des performances en termes d’exigences PEB visées pour le bâtiment; 115° convention de subvention : un contrat réglant les droits et obligations du Gouvernement flamand et du bénéficiaire de la subvention; 116° règlements techniques : le règlement technique relatif à la distribution d’électricité, le règlement technique relatif à la distribution de gaz et le règlement technique relatif au transport local d’électricité; 117° règlement technique distribution d’électricité : les règles techniques et opérationnelles liées à la gestion du réseau de distribution d’électricité, y compris les règles relatives au raccordement, au mesurage et à l’accès, visées à l’article 4.2.1; 118° règlement technique distribution gaz : les règles techniques et opérationnelles liées à la gestion du réseau de distribution de gaz naturel, y compris les règles relatives au raccordement, au mesurage et à l’accès, visées à l’article 4.2.1; 119° règlement technique relatif au transport local d’électricité : les règles techniques et opérationnelles liées à la gestion du réseau de transport local d’électricité, y compris les règles relatives au raccordement, au mesurage et à l’accès, visées à l’article 4.2.1; 120° titulaire d’un point d’accès : personne physique ou morale qui est connue dans le registre d’entrée comme client ou producteur sur le point d’accès concerné; 121° titulaire d’un d’accès; personne physique ou morale ayant conclu un contrat avec un gestionnaire de réseau, un gestionnaire d’un réseau de transmission ou un gestionnaire du réseau de transport relatif à l’accès à son réseau sur un certain point d’accès; 122° point d’accès : point de prélèvement ou point d’injection; 123° registre d’entrée : registre reprenant tous les points d’accès d’un certain réseau, qui est établi et géré par le gestionnaire du réseau concerné, le gestionnaire du réseau de transmission ou le gestionnaire du réseau de transport, et reprenant autres pour chaque point d’accès le titulaire du point d’accès et le titulaire d’un titre d’accès; 124° tonne d’équivalent-dioxyde de carbone : une tonne métrique de dioxyde de carbone (CO2) ou une quantité de tout autre gaz à effet de serre ayant un potentiel de réchauffement planétaire équivalent; 125° réseau de transmission : le réseau de transmission, visé à l’article 2, 7° de la loi du 29 avril 1999 relative à l’organisation du marché de l’électricité; 126° intermédiaire : toute personne physique ou morale qui achète de l’électricité ou du gaz naturel en vue de la revente à un autre médiateur ou fournisseur; 127° rapporteur : la personne physique, titulaire du diplôme d’architecte, d’ingénieur civil architecte, d’ingénieur civil, d’ingénieur industriel, d’ingénieur technicien ou de bio-ingénieur ou d’un diplôme étranger assimilé, qui, sur l’ordre de la personne soumise à déclaration, transmet la déclaration de commencement à la « Vlaams Energieagents- chap » (Agence flamande de l’Energie) et qui établit la déclaration PEB, ou la personne morale dans l’organisation de laquelle, sur l’ordre de la personne soumise à déclaration, la déclaration de commencement est transmise à la « Vlaams Energieagentschap » et la déclaration PEB est établie par un gérant ou administrateur, titulaire du diplôme d’architecte, d’ingénieur civil architecte, d’ingénieur civil, d’ingénieur industriel, d’ingénieur technicien ou de bio-ingénieur ou d’un diplôme étranger assimilé; 128° réseau de transport : le réseau de transport, visé à l’article 1er, 10°, de la loi du 12 avril 1965 relative au transport de produit gazeux et autres au moyen de canalisations; 129° entreprise de transport : entreprise de transport, visée à l’article 1er, 9°, de la loi du 12 avril 1965 relative au transport de produit gazeux et autres au moyen de canalisations; 130° ″ Vlaams Energieagentschap ″ : l’agence créée par l’arrêté du Gouvernement flamand du 16 avril 2004 portant création de l’agence autonomisée interne ″ Vlaams Energieagentschap ″; 131° exploitant d’aéronef : personne exploitant un aéronef au moment que ce dernier effectue une activité aéronautique à définir par le Gouvernement flamand, ou, lorsque cette personne n’est pas connue ou n’est pas identifiée par le propriétaire de l’aéronef, le propriétaire de l’aéronef; 132° VREG : l’agence autonomisée externe de droit public qui est créée conformément à l’article 3.1.1.; 133° non-paiement : le non-paiement ou le paiement incomplet d’au moins une facture d’électricité ou de gaz naturel; 134° coefficient de transmission thermique (ou valeur U) : la transmission de chaleur à travers d’un élément structurel par unité de surface, par unité de temps et par unité de différence de température entre les volumes ambiants de part et d’autre de l’élément, telle que définie dans la norme belge ou dans les spécifications fixées par l’autorité flamande; MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46197 135° certificat d’énergie thermique : bien immatériel unique, négociable et transférable démontrant qu’une certaine installation de production a généré 1000 kWh d’économie d’énergie primaire en faisant usage de cogénération qualitative par rapport à une centrale de référence moderne et une chaudière de référence moderne et a produit 1 000 kWh d’électricité issue de la cogénération de qualité; 136° installation de cogénération : installation qui produit de la chaleur thermique et de l’énergie électrique ou mécanique en un processus; 137° cogénération : la génération simultanée de chaleur thermique et d’énergie électrique ou mécanique en un processus; 138° société d’exploitation : la société de droit privé dans laquelle participe le gestionnaire du réseau de distribution ou la personne morale de droit public qui participe dans le gestionnaire du réseau de distribution, qui est chargée, au nom et pour le compte du gestionnaire du réseau de distribution, de l’exploitation de son réseau et de l’application des obligations de service public; 139° unité d’habitation : toute unité dans un bâtiment d’habitation disposant des équipements de logement nécessaires pour pouvoir fonctionner de manière autonome; TITRE II. — OBJECTIFS « Article 2.1.2 Dans le cadre de la réalisation et le fonctionnement d’un marché de l’électricité et du gaz en bon état de fonctionnement et compte tenu de la nécessité de maintenir et d’améliorer l’environnement, la politique flamande de l’énergie vise à : 1° garantir le fonctionnement du marché flamand de l’électricité et du gaz; 2° garantir la continuité de l’approvisionnement dans la Région flamande; 3° stimuler l’efficience énergétique, l’économie d’énergie et le développement d’énergie nouvelle et durable; 4° promouvoir l’interconnexion de réseaux d’énergie. TITRE III. — ETABLISSEMENTS CHAPITRE 1er. — l’Autorité de régulation flamande pour le marche de l’Electricité et du Gaz Section Ire. — Création
Article 3.1.1 § 1er. Il est créé une agence autonomisée externe de droit public telle que visée à l’article 13 du décret cadre Politique administrative. Cette agence porte le nom « Vlaamse Regulator voor de Elektriciteits- en Gasmarkt ″, en abrégé VREG. Tous les actes, annonces ou autres documents officiels, émanant de l’agence, mentionnent la dénomination de l’agence, immédiatement précédée ou suivie par les mots suivants lisibles et en toutes lettres : « agence autonomisée externe de droit public ». § 2. Le Gouvernement flamand détermine le domaine politique homogène dont l’agence fait partie. § 3. Le Gouvernement flamand détermine le lieu d’établissement du siège de l’agence. § 4. Les dispositions du décret cadre Politique administrative s’appliquent à la VREG, à l’exception de l’article 23, § 2, deuxième alinéa, qui ne s’applique pas aux données confidentielles, visées à l’article 3.1.12 du présent décret. Section II. — Mission, tâches et compétences
Article 3.1.2 La VREG a pour mission de réguler, contrôler et promouvoir la transparence du marché de l’électricité et du gaz dans la Région flamande.
Article 3.1.3 Afin de réaliser cette mission, la VREG remplit les tâches suivantes : 1° tâches de surveillance et de contrôle : a) la surveillance et le contrôle sur le respect des dispositions des titres IV, V, VI et du chapitre Ier à IV du titre VII du présent décret, ainsi que les dispositions d’exécution y afférentes; b) la surveillance et le contrôle du respect des règlements techniques; 2° tâches de régulation : la régulation de l’accès à et du fonctionnement du marché de l’électricité et du gaz naturel, conformément aux dispositions du présent décret; 3° tâches relatives à la conciliation et au règlement de litiges : a) la conciliation dans des litiges relatifs à l’accès au réseau de distribution ou au réseau de transport local d’électricité et à l’application des règlements techniques; b) le règlement des litiges relatifs à l’accès au réseau de distribution ou au réseau de transport local d’électricité et à l’application des règlements techniques, à l’exception des litiges relatifs aux droits civils au sens de l’article 144 de la Constitution; 4° tâches d’information : a) l’information des acteurs du marché et des consommateurs d’électricité et de gaz naturel concernant le fonctionnement du marché de l’électricité et du gaz naturel; b) l’information des consommateurs d’électricité et de gaz naturel concernant les prix et conditions appliqués par les fournisseurs, y compris le fait d’offrir ou de faire offrir une comparaison objective de ces prix et conditions; c) l’élaboration et la publication de statistiques et de données relatives au marché d’électricité et de gaz; 5° missions consultatives : a) formuler, d’initiative ou sur demande, des avis relatifs au marché d’électricité et de gaz au Ministre ou au Gouvernement flamand; b) exécuter des études ou des examens relatifs au marché d’électricité et de gaz, d’initiative ou sur demande du Ministre ou du Gouvernement flamand. Le Gouvernement flamand peut arrêter des modalités relatives aux matières mentionnées à l’alinéa premier. Ces modalités peuvent préciser et concrétiser les tâches de la VREG. 46198 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD La VREG peut être chargée par le Gouvernement flamand de missions particulières relatives à leurs missions et tâches et qui seront réalisées conformément aux conditions du contrat de gestion.
Article 3.1.4 § 1er. En vue de la réalisation de ses missions, la VREG est autorisée à effectuer toutes les activités qui contribuent directement ou indirectement à la réalisation de la mission précitée et des tâches précitées. § 2. Sans préjudice des dispositions du décret cadre Politique administrative, la VREG dispose également des compétences spécifiques citées ci-dessous, qu’elle exerce conformément aux dispositions du présent décret, à ses arrêtés d’exécution et au contrat de gestion qui la lie : 1° la conclusion des accords avec des tiers; 2° l’imposition de sanctions administratives pour infraction aux dispositions des titres IV, V, VI et du chapitre Ier à IV du titre VII du présent décret, ainsi que les dispositions d’exécution y afférentes; 3° la désignation, la modification et la fin de la désignation des gestionnaires de réseau; 4° l’octroi de l’autorisation à un gestionnaire de réseau de distribution pour faire appel à une société d’exploitation; 5° l’attribution d’autorisations de fourniture, leur modification ou leur abrogation; 6° la rédaction des règlements techniques; 7° l’octroi de certificats d’électricité écologique, de certificats de cogénération, de certificats de chaleur écologique et garanties d’origine, et la gestion de ces certificats et garanties d’origine dans une banque de données centrale; 8° la conclusion d’accords de coopération et la réalisation de partenariats durables, les dites conventions de partenariat, avec les autres régulateurs et instances publiques œuvrant sur les marchés de l’électricité et du gaz naturel flamands, belges et européens. Section III. — Direction et fonctionnement Sous-section Ire. — Conseil d’administration
Article 3.1.5 § 1er. La VREG est administrée par un conseil d’administration composé d’au moins trois membres. § 2. Le Gouvernement flamand désigne le président parmi les membres du conseil d’administration.
Article 3.1.6 Tous les membres du conseil d’administration ont voix délibérative.
Article 3.1.7 Sans préjudice des incompatibilités, visées à l’article 21, § 1er, du décret cadre Politique administrative, le mandat d’administrateur de la VREG est incompatible avec : 1° toute fonction ou activité, rémunérée ou non, au service d’un propriétaire de réseau ou partie de marché. L’interdiction est d’application durant un an suite à l’achèvement du mandat auprès de la VREG; 2° la possession d’actions, ou d’autres valeurs assimilables à des actions, émises par un propriétaire de réseau ou une partie de marché, ou la possession d’instruments financiers permettant d’acquérir ou de céder de telles actions ou valeurs, ou qui pourraient conduire à un paiement en espèces lié principalement à l’évolution de la valeur de telles actions ou valeurs; 3° le fait d’être membre des chambres législatives, du Parlement européen et des conseils communautaires et régionaux; 4° la fonction de Ministre, secrétaire d’état, membre des gouvernements communautaires ou régionaux, membre d’un cabinet d’un membre du gouvernement fédéral ou d’un gouvernement communautaire ou régional, membre des députations permanentes des conseils provinciaux et membre du collège des bourgmestre et échevins d’une commune. Si un administrateur contrevient aux dispositions du premier paragraphe, la réglementation de l’article 21, § 2, du décret cadre Politique administrative s’applique.
Article 3.1.8 Le conseil d’administration dispose du plein pouvoir d’administration et décide dans toutes les matières qui relèvent de la compétence de la VREG en vertu du présent décret. Relèvent en tout cas des compétences du conseil d’administration, pour lesquelles aucune délégation n’est possible, outre les compétences dans d’autres décrets : 1° la conclusion, sur proposition de l’administrateur délégué, du contrat de gestion; 2° l’établissement du projet de budget et des comptes; 3° l’établissement, sur proposition de l’administrateur délégué, du plan d’entreprise annuel, ainsi que d’un plan opérationnel à moyen et à long terme, tels que visés à l’article 15, § 1er, 4°, du décret cadre Politique administrative; 4° la décision de la participation de la VREG à la création d’autres personnes morales de droit privé ou public ou la participation dans ces personnes morales, à l’administration ou la direction et au financement de ces personnes morales; 5° l’approbation des rapports concernant l’exécution du contrat de gestion; 6° l’établissement de rapports concernant l’exécution du budget; 7° la conclusion d’accords de coopération et la réalisation de partenariats durables avec d’autres régulateurs et instances œuvrant sur les marchés de l’électricité et du gaz naturel flamands, belges et européens. Sous-section II. — Administrateur délégué
Article 3.1.9 § 1er. Le Gouvernement flamand désigne l’administrateur délégué de la VREG. Celui-ci fait partie du conseil d’administration. § 2. Lorsque l’administrateur délégué n’est plus membre du conseil dadministration, sa mission d’administrateur délégué prend également fin de plein droit. Dans ce cas, la réglementation de l’article 18 du décret cadre Politique administrative s’applique. Dans le cas visé au premier alinéa, le Gouvernement flamand prend sans délai les mesures nécessaires pour désigner un nouvel administrateur délégué. MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46199
Article 3.1.10 § 1er. Dans les limites du présent décret, des dispositions d’exécution y afférentes et du règlement d’ordre intérieur, visé à l’article 3.1.11, l’administrateur délégué est chargé de la gestion journalière de la VREG. Le règlement d’ordre intérieur fixe les missions du bureau. Ces missions comprennent en tout cas la prise des décisions visant à exécuter les compétences de la VREG visées à l’article 3.1.4., § 2, 1° à 7° inclus. § 2. L’administrateur délégué est chargé de la préparation des décisions du conseil d’administration. Il fournit tous les renseignements au conseil d’administration et inscrit toutes les propositions utiles ou nécessaires pour le fonctionnement de la VREG à l’ordre du jour du conseil d’administration. § 3. L’administrateur délégué représente la VREG en justice ou ailleurs, y compris l’action devant les juridictions administratives, et agit valablement au nom et pour le compte de la VREG, sans qu’il doive le justifier par une décision du conseil d’administration. § 4. Sans préjudice du statut du personnel, l’administrateur délégué peut déléguer, sous sa responsabilité, une ou plusieurs compétences spécifiques à un ou plusieurs membres du personnel de la VREG. Cette délégation est publiée au Moniteur belge. § 5. L’administrateur délégué exécute les décisions du conseil d’administration. § 6. L’administrateur délégué est chargé de la direction du personnel. Section IV. — Règlement d’ordre intérieur
Article 3.1.11 § 1er. Le conseil d’administration établit un règlement d’ordre intérieur, qui comporte notamment le contenu suivant : 1° les règles concernant la convocation du conseil d’administration, sur la demande du Gouvernement flamand ou de son délégué, du président du conseil d’administration ou de l’administrateur délégué; 2° les règles concernant la présidence du conseil d’administration, et les règles en cas d’absence ou d’empêchement du président; 3° la précision de la gestion journalière; 4° les règles à respecter par le conseil d’administration lors de l’exercice de ses compétences; 5° les conditions à respecter par le conseil d’administration en cas de gestion de questions particulières; 6° les règles sur la base desquelles les membres du conseil d’administration peuvent se faire assister par des conseillers techniques aux frais de la VREG. § 2. Le Conseil d’administration soumet le règlement d’ordre intérieur ainsi que toute modification ou addition à l’approbation du Gouvernement flamand. § 3. Le Gouvernement flamand prend sa décision d’approbation du règlement d’ordre intérieur ou de toute modification ou addition dans les soixante jours calendaires de la notification visée au § 2. A défaut d’une décision dans ce délai, le règlement d’ordre intérieur est censé être approuvé. Le cas échéant, la décision d’improbation est communiquée sans délai au conseil d’administration qui, compte tenu des remarques du Gouvernement, apporte les adaptations nécessaires. Ensuite le règlement d’ordre intérieur est soumis à nouveau à l’approbation du Gouvernement flamand, après quoi la procédure visée au §§ 2 et 3 doit être appliquée à nouveau jusqu’à l’obtention de l’approbation. § 4. Le règlement d’ordre intérieur est publié au Moniteur belge. Section V. — Secret professionnel
Article 3.1.12 Les administrateurs et les membres du personnel de la VREG sont liés par le secret professionnel. Ils ne peuvent divulguer à quelque personne que ce soit les informations confidentielles dont ils ont eu connaissance en raison de leur fonction auprès de la VREG, sauf lorsqu’ils sont appelés à déposer en justice, ou dans le cadre d’un échange d’idées avec les régulateurs et instances œuvrant sur les marchés de l’électricité et du gaz naturels flamands, belges et européens, dans la mesure où cet échange de données est déterminé ou autorisé exceptionnellement dans des règlements ou directives fixés par les institutions de l’Union européenne, ou si une convention a été conclue avec ces instances, telle que visée à l’article 3.1.4, § 2, 8°. Section VI. — Ressources financières
Article 3.1.13 § 1er. La VREG peut disposer des recettes suivantes : 1° la dotation; 2° les rétributions dans la mesure où elles sont attribuées par décret à la VREG; 3° des recettes résultant des actes de gestion ou de disposition relatifs aux immeubles domaniaux propres; 4° les subventions pour lesquelles la VREG entre en ligne de compte comme bénéficiaire; 5° les recouvrements de dépenses indues; 6° les indemnités pour prestations à des tiers, selon les conditions fixées dans le contrat de gestion. § 2. Sauf dispositions contraires dans un décret, les recettes mentionnées au § 1er sont à considérer comme des recettes destinées aux dépenses communes. CHAPITRE II. — Le Fonds de l’Energie
Article 3.2.1 § 1er. Il est créé un Fonds de l’Energie. Ce fonds est un fonds budgétaire au sens de l’article 45 des lois coordonnées sur la Comptabilité de l’Etat, coordonnées le 17 juillet 1991. § 2. Il est directement attribué à ce Fonds de l’Energie les ressources suivantes : 1° les produits des redevances et des amendes administratives attribués par décret au Fonds de l’Energie; 2° les autres moyens attribués au Fonds de l’Energie en vertu des dispositions légales, décrétales ou conventionnelles. 46200 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD § 3. Le Gouvernement flamand dispose des crédits du Fonds de l’Energie pour le financement des obligations de service public et les missions visées au présent décret, pour sa politique énergétique sociale, sa politique en matière d’utilisation rationnelle de l’énergie, sa politique en matière de sources d’énergie renouvelables et sa politique en matière de mécanismes flexibles du protocole de Kyoto. TITRE IV. — L’ORGANISATION DU MARCHE DE L’ELECTRICITE ET DU GAZ NATUREL DANS LA REGION FLAMANDE CHAPITRE Ier. — La gestion des réseaux de distribution et du réseau de transport local d’électricité dans la Région flamande Section Ire. — Désignation des gestionnaires de réseau
Article 4.1.1 Pour une zone géographiquement délimitée, la VREG désigne une personne morale chargée de la gestion du réseau de distribution d’électricité ou de gaz naturel dans cette zone. Lorsque le réseau de distribution en question appartient, en tout ou en partie, à une commune ou un groupe de communes, la VREG fait la désignation sur la proposition de cette commune ou de ce groupe de communes. La VREG peut seulement déroger à cette proposition, si le gestionnaire de réseau proposé ne répond pas aux conditions fixées en exécution de l’article 4.1.4, § 1er, 1°.
Article 4.1.2 La VREG établit une liste des conduites électriques ayant une tension nominale inférieure ou égale à 70 kilovolt, et des installations y afférentes, situées en Région flamande, et qui sont utilisées principalement pour le transport d’électricité vers les réseaux de distribution. Cet ensemble de conduites électriques constitue le réseau de transport local d’électricité. La VREG désigne une personne morale qui est chargée de la gestion du réseau de transport local d’électricité dans la Région flamande, tel que visé au premier alinéa. Seul le gestionnaire du réseau de transport local d’électricité peut construire et gérer des conduites électriques ayant une tension nominale inférieure ou égale à 70 kilovolt, qui sont utilisées principalement pour le transport d’électricité vers les réseaux de distribution. La VREG peut modifier, d’initiative ou sur la demande du gestionnaire du réseau de transport local d’électricité, la liste de l’ensemble de conduites et installations électriques qui constituent le réseau de transport local d’électricité, tel que visé à l’alinéa premier.
Article 4.1.3 La désignation, visée à l’article 4.1.1. et à l’article 4.1.2, deuxième alinéa, est valable pour un délai renouvelable de douze ans.
Article 4.1.4 § 1er. Le Gouvernement flamand détermine, sur avis de la VREG : 1° les conditions auxquelles un candidat-gestionnaire de réseau doit répondre pour pouvoir être désigné comme gestionnaire de réseau et auxquelles un gestionnaire de réseau doit continuer à répondre pour rester désigné comme gestionnaire de réseau; 2° les conditions et les cas dans lesquels il peut ou doit être procédé à la désignation ou la fin de la désignation du gestionnaire de réseau; 3° la procédure qui doit être respectée lors de la désignation d’un gestionnaire de réseau, ainsi que lors de la modification et la fin d’une désignation d’un gestionnaire de réseau. § 2. Les conditions, visées au § 1er, 1°, portent en tout cas sur : 1° la capacité technique, organique et financière du (candidat) gestionnaire de réseau; 2° la fiabilité professionnelle du (candidat) gestionnaire de réseau; 3° le droit d’exploitation ou d’usage du (candidat) gestionnaire de réseau sur le réseau de distribution en question; 4° l’indépendance gestionnelle et juridique du (candidat) gestionnaire du réseau de distribution d’électricité vis-à-vis des fournisseurs, intermédiaires et producteurs actifs en Région flamande, et les entreprises liées et associées à ces entreprises et l’indépendance gestionnelle et juridique du (candidat) gestionnaire de réseau de distribution de gaz naturel vis-à-vis des fournisseurs, intermédiaires et importateurs de gaz naturel qui sont actifs en Région flamande. § 3. Les conditions, visées au § 2, 4° se portent entre autres sur les activités du gestionnaire de réseau, la participation des autres entreprises dans le gestionnaire de réseau, la participation du gestionnaire de réseau dans d’autres entreprises, le rapport du gestionnaire de réseau vis-à-vis de tiers, l’organe de gestion du gestionnaire de réseau, l’organe qui est chargé de la gestion journalière du gestionnaire de réseau et les membres du personnel du gestionnaire de réseau. § 4. Les conditions et cas dans lesquels il peut ou doit être procédé à la modification de la désignation ou fin de la désignation du gestionnaire de réseau, visé au § 1er, 2°, déterminent entre autres que la désignation du gestionnaire de réseau prend fin à la faillite, la dissolution ou la fusion et que la VREG peut révoquer la désignation d’un gestionnaire de réseau, à condition que celui-ci ait été entendu ou dûment convoqué : 1° en cas d’une modification significative dans l’actionnariat du gestionnaire de réseau ou de la société d’exploitation à laquelle le gestionnaire de réseau fait appel, qui pourrait compromettre l’indépendance de la gestion du réseau en question; 2° un manquement grave du gestionnaire de réseau ou de la société d’exploitation à laquelle il fait appel, relatif aux obligations en vertu du présent décret ou de ses modalités d’application. Section II. — Société d’exploitation
Article 4.1.5 Si le gestionnaire du réseau de distribution souhaite faire appel à une société d’exploitation pour l’exploitation du réseau de distribution et l’exécution des obligations de service public, l’autorisation préalable de la VREG est requise. Le gestionnaire du réseau de distribution ne peut faire appel à tout moment qu’à une société d’exploitation pendant la période déterminée par le gestionnaire de réseau de distribution et acceptée par Cette période ne dépasse pas la durée de la désignation du gestionnaire du réseau de distribution, mas elle est renouvelable à l’issue de ce délai. MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46201 Le Gouvernement flamand arrête, sur avis de la VREG, les conditions auxquelles doivent répondre le gestionnaire du réseau de distribution et la société d’exploitation à laquelle elle veut faire appel. Ces conditions portent en tout cas sur les conditions, visées à l’article 4.1.4, § 2, et sur la participation du gestionnaire de réseau de distribution dans la société d’exploitation. La VREG donne son autorisation, comme prévu à l’alinéa premier, si elle estime que la société d’exploitation répond aux conditions imposées en exécution de l’alinéa précédant et aux conditions, visées aux articles 4.1.7 et 4.1.8. Le Gouvernement flamand fixe le délai dans lequel l’autorisation de la VREG doit être demandée et la procédure pour l’examen et l’octroi de l’autorisation. Section III. — Activités des gestionnaires de réseau Sous-section Ire. — Gestion du réseau
Article 4.1.6 La gestion d’un réseau de distribution et du réseau de transport local d’électricité comprend, entre autres, les tâches suivantes : 1° la gestion des flux d’électricité ou de gaz naturel sur son réseau, y compris les garanties de la sécurité, la fiabilité et l’efficience de son réseau, et dans ce contexte, la responsabilité des services d’appui nécessaires; 2° assurer une capacité suffisante pour couvrir le besoin d’électricité et de gaz naturel des clients qui sont raccordés au réseau et rendre possible le transport d’électricité et de gaz naturel vers les réseaux de distribution; 3° l’extension de son réseau dans la zone géographiquement délimitée pour laquelle il a été désignée, ou, lorsqu’il n’y a pas encore de réseau, la construction du réseau dans cette zone géographiquement délimitée; 4° la réparation, l’entretien préventif, la rénovation et l’amélioration de son réseau et les installations y afférentes; 5° la réparation d’interruptions et de pannes de l’alimentation en courant électrique ou gaz naturel via son réseau; 6° l’élaboration, la conservation et la mise à disposition des plans de son réseau; 7° le raccordement, le cachetage, la coupure et le rétablissement d’installations à son réseau et le renforcement de raccordements à son réseau; 8° l’autorisation d’accès à son réseau; 9° la gestion du registre d’accès de son réseau; 10° la mise à disposition, l’installation, l’activation, la désactivation, l’entretien et la réparation de compteurs aux points d’accès du réseau; 11° le relevé des compteurs aux points d’accès à son réseau, la définition de l’injection et le prélèvement des producteurs et des clients qui sont raccordés au réseau et le traitement et la conservation de ces données; 12° la communication des données nécessaires et les autres données au gestionnaire du réseau de transmission, à l’entreprise de transport, aux producteurs, aux responsables de l’équilibre, aux affréteurs, aux intermédiaires, aux fournisseurs, aux clients et à la VREG; 13° la communication des informations nécessaires aux gestionnaires des réseaux auxquels le réseau en question est connecté, afin de garantir une exploitation sûre et efficace, un développement coordonné et une bonne interaction entre les réseaux. Sous-section II. — Activités de production et de fourniture du gestionnaire de réseau et de sa société d’exploitation
Article 4.1.7 Un gestionnaire de réseau et sa société d’exploitation ne peuvent pas entreprendre des activités en matière de la fourniture d’électricité et de gaz naturel, sauf pour leur fourniture dans le cadre d’une obligation de service public qui est imposée en vertu du présent décret.
Article 4.1.8 § 1er. Le gestionnaire du réseau de transport local d’électricité ne peut pas entreprendre d’autres activités pour la production d’électricité que la production d’électricité qui est nécessaire pour pouvoir dûment exécuter ses tâches de gestionnaire de réseau. § 2. Un gestionnaire de réseau de distribution et sa société d’exploitation ne peuvent pas entreprendre des activités en matière de la production d’électricité, sauf la production d’électricité de sources d’énergie renouvelables et de cogénération qualitative dans des installations de production dont le gestionnaire du réseau de distribution est le propriétaire au 1er octobre 2006 et qui sont raccordés au réseau de ce gestionnaire de réseau de distribution. L’électricité produite dans ces installations, est exclusivement utilisée pour compenser la propre consommation du gestionnaire de réseau de distribution, la propre consommation de la société d’exploitation et/ou les pertes de réseau. L’exploitation d’installations de cogénération qualitative dont il est le propriétaire au 1er octobre 2006, constitue une obligation de service public pour le gestionnaire du réseau tant que les certificats accordés pour les économies d’énergie primaires réalisées par l’installation ne sont pas acceptés pour l’obligation de certificat, visée à l’article 7.1.11. Dans ce cadre, le gestionnaire du réseau vise une économie d’énergie primaire maximale. Section IV. — Confidentialité et obligations de non-discrimination, imposées au gestionnaire de réseau et sa société d’exploitation
Article 4.1.9 Le gestionnaire de réseau et sa société d’exploitation s’abstiennent de toute forme de discrimination entre des producteurs, des importateurs de gaz naturel, des responsables de l’équilibre, des affréteurs, des fournisseurs, des intermédiaires, des clients et des catégories de clients.
Article 4.1.10 Le gestionnaire de réseau et sa société de travail traitent toutes les données personnelles et commerciales qu’ils acquièrent lors de l’exécution de leurs missions de façon strictement confidentielle. Le gestionnaire de réseau et sa société d’exploitation prennent les mesures nécessaires pour restreindre l’accès à ces données et leur traitement, aux membres de l’organe chargé de la gestion journalière du gestionnaire de réseau ou sa société d’exploitation, et aux membres du personnel qui en ont besoins pour l’accomplissement de leurs missions. 46202 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD
Article 4.1.11 Les membres du personnel et les administrateurs du gestionnaire de réseau et sa société d’exploitation sont liés par le secret professionnel. Ils ne peuvent divulguer à quelque personne que ce soit les informations confidentielles dont ils ont eu connaissance en raison de leur fonction auprès du gestionnaire de réseau ou sa société d’exploitation, sauf lorsqu’ils sont appelés à déposer en justice, sans porter préjudice aux obligations d’information qui sont réglées et autorisées explicitement par le présent décret ou par les arrêtés d’exécution y afférentes, en ce compris les règlements techniques. Section V. — Raccordement à un réseau de distribution ou au réseau de transport local d’électricité
Article 4.1.12 Chaque gestionnaire de réseau publie les tarifs et conditions en vigueur pour le raccordement à son réseau.
Article 4.1.13 § 1er. Pour le raccordement au réseau de distribution de gaz naturel d’une unité d’habitation ou d’un bâtiment raccordable dans la zone géographique pour laquelle il a été désigné, le gestionnaire du réseau de distribution de gaz naturel peut facturer un prix maximal de 250 euros, si les conditions suivantes sont satisfaites de manière cumulative : 1° la capacité de la conduite de gaz naturel le long de la voie publique, où l’unité d’habitation ou le bâtiment raccordable est situé, est suffisante; 2° la distance entre la conduite de gaz naturel et le futur point de prélèvement ne dépasse pas 20 mètres; 3° la capacité de raccordement demandée est inférieure ou égale à 10 m3(n) par heure; 4° la pression de fourniture demandée est de 21 ou de 25 mbar. § 2. Si le gestionnaire de réseau de distribution de gaz naturel décide néanmoins, pour des raisons d’ordre technique ou économique, de raccorder un bâtiment non raccordable situé dans une zone destinée à l’habitation, par forage sous voirie à une conduite de gaz naturel située de l’autre côté de la rue, dans la zone géographique pour laquelle il a été désigné, il peut facturer un prix maximal de 250 euros, si les conditions suivantes sont satisfaites de façon cumulative : 1° la capacité de la conduite de gaz naturel le long de la voie publique, où l’unité d’habitation ou le bâtiment raccordable est situé, est suffisante; 2° la distance entre la conduite de gaz naturel et le futur point de prélèvement ne dépasse pas 20 mètres; 3° la capacité de raccordement demandée est inférieure ou égale à 10 m3(n) par heure; 4° la pression de fourniture demandée est de 21 ou de 25 mbar.
Article 4.1.14 Chaque gestionnaire de réseau de distribution d’électricité est tenu de raccorder chaque client domestique au réseau de distribution d’électricité en conformité avec les règles du règlement technique applicable si le client domestique en fait la demande, à condition que : a) le demandeur puisse produire un permis de bâtir valable en cas de construction neuve; b) l’habitation soit principalement autorisée ou réputée autorisée en cas d’habitations existantes;
Article 4.1.15 Chaque gestionnaire de réseau de gaz naturel est tenu de raccorder chaque bâtiment raccordable au réseau de distribution de gaz naturel en conformité avec les règles du règlement technique applicable si le propriétaire en fait la demande, à condition que : a) le demandeur puisse produire un permis de bâtir valable en cas de construction neuve; b) l’habitation soit principalement autorisée ou réputée autorisée en cas d’unités d’habitation existantes ou d’habitations existantes; c) un forage sous voirie soit techniquement possible et le plan d’investissement ne prévoie pas de construction de deux côtés de la voirie, en cas d’unités d’habitations et de bâtiments situés en dehors de la zone d’habitat où une conduite de gaz est présente uniquement de l’autre côté de la voie.
Article 4.1.16 Chaque gestionnaire de distribution de réseau de gaz naturel veille à ce que l’ensemble des zones situées dans la zone géographique délimitée, pour laquelle il a été désigné, ait un degré de raccordabilité de : 1° au moins 95 % en 2015 et 99 % en 2020 en cas d’un développement proportionnel du degré de raccordement pour les zones destinées à l’habitat selon le plan de secteur ou le plan d’exécution spatial, à l’exception des zones d’habitat à caractère rural; 2° au moins 95 % en 2020 en cas d’un développement proportionnel du degré de raccordement pour les zones destinées à l’habitat. Le Gouvernement flamand peut fixer le degré de raccordabilité pour d’autres zones après une étude de faisabilité. Le gestionnaire de réseau de gaz naturel fournit annuellement à la VREG un compte rendu du degré de raccordement en date du 1er janvier dans les zones visées au présent article. S’il résulte de ce compte rendu que le degré de raccordement ne se développe pas en proportion avec le degré de raccordabilité, le Gouvernement flamand peut revoir le calendrier, visé au 1° et 2° de l’alinéa premier.
Article 4.1.17 Chaque gestionnaire de distribution de réseau de gaz naturel rend publique annuellement une liste indicative sur son site internet et dans ses bureaux de service à la clientèle, reprenant par commune les rues dans lesquelles le gestionnaire de réseau de gaz naturel installera, selon son plan d’investissement, des conduites de gaz pendant les trois années suivantes. Si l’installation de la conduite de gaz ne concerne pas la rue entière ou les deux côtés de la rue, les numéros de maison et le côté de la rue où la conduite de gaz sera installée, sont mentionnés. Le gestionnaire du réseau de distribution de gaz naturel transmet ces données également à la commune concernée. MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46203 Section VI. — Accès à un réseau de distribution ou au réseau de transport local d’électricité
Article 4.1.18 § 1er. les personnes suivantes ont droit à un accès à un réseau de distribution ou au réseau de transport local d’électricité pour l’injection et/ou le prélèvement d’électricité ou de gaz naturel aux tarifs et conditions annoncés par le gestionnaire du réseau : 1° les fournisseurs, au nom et pour le compte de leurs clients; 2° les producteurs, en nom propre et seulement pour leurs points d’injection; 3° les consommateurs d’électricité qui sont raccordés au réseau de transport local d’électricité. § 2. Chaque gestionnaire de réseau publie les tarifs et conditions en vigueur pour l’accès à et l’utilisation de son réseau, et pour les services d’assistance qu’il fournit. Les personnes, visées au § 1er, ont droit à l’accès à et à l’utilisation du réseau de distribution et du réseau de transport local d’électricité à ces tarifs et conditions annoncés. Un gestionnaire de réseau ne peut refuser, terminer ou suspendre l’accès à son réseau que dans les cas suivants : 1° la capacité de son réseau n’est pas suffisante pour assurer le transport; 2° la sécurité et la fiabilité du fonctionnement de son réseau est compromise; 3° le demandeur de l’accès au réseau ou le titulaire d’un titre d’accès ne répondent plus aux conditions d’accès à son réseau, décrites dans le règlement technique applicable, dans le règlement ou le contrat du gestionnaire du réseau. § 3. Dans le cas d’un refus, une cessation ou une suspension de l’accès à son réseau le gestionnaire du réseau envoie une déclaration écrite et motivée au demandeur d’accès à son réseau ou au titulaire d’un titre d’accès. le gestionnaire du réseau ne peut suspendre ou terminer l’accès à son réseau qu’après autorisation préalable par la VREG, sauf dans un des quatre cas suivants : 1° en cas de force majeure ou dans une situation d’urgence, décrit dans le règlement technique applicable; 2° dans le cas où le titulaire de l’accès n’a plus de responsable d’équilibre ou d’affréteur; 3° le gestionnaire du réseau estime qu’il y a un danger réel pour la sécurité des personnes ou du matériel; 4° pour un point d’accès individuel, la puissance de raccordement d’accès est dépassée considérablement. § 4. Un recours peut être introduit auprès de la VREG contre un refus, une suspension ou une cessation de l’accès au réseau de distribution ou le réseau de transport local d’électricité. Le Gouvernement flamand arrête la procédure de recours, sur avis de la VREG. Lorsque la VREG, lors du traitement du recours, estime que le recours, la suspension ou la cessation de l’accès étaient injustes, le gestionnaire du réseau donne à nouveau accès au réseau à la personne concernée. Section VII. — Plans d’investissement
Article 4.1.19 § 1er. Chaque gestionnaire du réseau établit annuellement un plan d’investissement indicatif pour le réseau qu’il gère. Le plan d’investissement couvre une période de trois ans. Le rapport d’investissement comprend : 1° une estimation détaillée des besoins de capacité du réseau en question, indiquant les hypothèses sous-jacentes; 2° le programme d’investissement relatif au renouvellement et à l’extension du réseau, exécutés par le gestionnaire du réseau afin de répondre aux besoins; 3° un aperçu des et une explication sur les investissements exécutés au cours de l’année écoulée; 4° les expectatives relatives à la production décentralisée. En ce qui concerne les gestionnaires de réseau de gaz naturel, le plan d’investissement comprend également : 1° un plan détaillé du réseau de distribution de gaz naturel du gestionnaire du réseau de gaz naturel, indiquant par rue (et éventuellement par numéro de maison) les conduites de gaz existantes; 2° une liste détaillée du réseau de distribution de gaz naturel du gestionnaire du réseau de gaz naturel, indiquant par rue (et éventuellement par numéro de maison) les conduites de gaz naturel planifiées pour construction dans les trois années suivantes; 3° un calcul du degré de raccordabilité au 1er janvier de l’année considérée et des trois années suivantes, en cas d’exécution des investissements planifiés, ainsi qu’un calendrier pour satisfaire aux obligations, visées à l’article 4.1.16. Le règlement technique peut déterminer la façon dont ces informations sont fournies. § 2. Le plan d’investissement est soumis annuellement à l’approbation de la VREG. Lorsque la VREG, après concertation avec le gestionnaire de réseau, constate que les investissements prévus au plan dinvestissement ne permettent pas au gestionnaire du réseau de répondre aux besoins de capacité de manière adéquate et efficiente, ou, en ce qui concerne les gestionnaires du réseau de distribution de gaz naturel, que les investissements ne suffisent pas pour satisfaire aux obligations, visées à l’article 4.1.16, la VREG peut obliger le gestionnaire du réseau d’adapter le plan dans un délai raisonnable. A défaut d’une décision par la VREG dans les trois mois de la réception, le plan d’investissement est censé être adopté. Lorsque la VREG demande des renseignements complémentaires au gestionnaire du réseau, ce délai est alors prolongé de trois mois. Section VIII. — Obligations de service public imposées au gestionnaire du réseau
Article 4.1.20 Le Gouvernement flamand peut, après avis de la VREG, imposer des obligations de service public aux gestionnaires du réseau en ce qui concerne leurs prestations de service aux clients et aux demandeurs d’un raccordement à leur réseau. Ces obligations de service public peuvent entre autres se rapporter : 1° aux informations sur et la concertation préalable éventuelle lors d’une interruption des fournitures d’électricité et de gaz naturel pour l’aménagement, l’entretien et la réparation du réseau; 2° aux caractéristiques de la tension électrique, de la pression et la qualité de gaz naturel fournie au point d’accès; 3° aux délais dans lesquels des demandes de nouveaux raccordements et d’adaptations des raccordements doivent être traitées et exécutées; 4° aux délais dans lesquels des plaintes et des demandes des clients sont traitées; 46204 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 5° à la facturation aux clients; 6° aux informations aux clients et demandeurs d’un raccordement au réseau; 7° au traitement de plaintes de clients et de demandeurs d’un raccordement au réseau;
Article 4.1.21 Après avis de la VREG, le Gouvernement flamand peut imposer aux gestionnaires de réseau des obligations de service public en ce qui concerne leurs prestations de services aux fournisseurs qui ont accès à leur réseau et/ou à leurs préposés. Ces obligations de service public peuvent entre autres se rapporter aux délais dans lesquels les données de mesurage et de raccordement des clients du fournisseur sont transmis par le gestionnaire de réseau au fournisseur et/ou à son préposé.
Article 4.1.22 Après avis de la VREG, le Gouvernement flamand peut imposer des obligations de service public supplémentaires aux gestionnaires du réseau, outre les obligations de service public du présent décret, relatives à : 1° leurs investissements dans le réseau; 2° la fourniture d’électricité ou de gaz naturel à des clients domestiques ne disposant pas d’un contrat de livraison ou dont le fournisseur ne satisfait pas à ses obligations, puisque l’accès au réseau de distribution est terminé, ou puisqu’il ne peut plus fournir de l’électricité ou de gaz naturel à ses clients, quelle que soit la raison; 3° la procédure à suivre par le gestionnaire du réseau, en cas de non-paiement par le client; 4° mesures de nature sociale, telles que la pose et l’exploitation de compteurs d’électricité à budget et de limiteurs de courant; 5° l’exploitation de l’éclairage public. Les communes et les centres publics d’aide sociale apportent leur collaboration aux gestionnaires du réseau à l’exécution des obligations de service public qui leur ont été imposées en vertu du présent décret ou de ses modalités d’application. Le Gouvernement flamand détermine la forme de cette collaboration. CHAPITRE II. — Règlements techniques
Article 4.2.1 § 1er. Après consultation des parties du marché, la VREG établit un règlement technique séparé pour la gestion du réseau de distribution d’électricité, du réseau de distribution de gaz naturel et du réseau de transport local d’électricité. § 2. Pour la gestion du réseau et l’accès et le raccordement au réseau, les règlements techniques, visés au § 1er, comportent en tout cas : 1° les règles techniques et opérationnelles liées aux tâches relevant de la gestion du réseau, visées à l’article 4.1.6; 2° les obligations imposées aux producteurs, aux responsables de l’équilibre, aux affréteurs, aux fournisseurs, aux clients, aux demandeurs d’accès au réseau et aux demandeurs dun raccordement au réseau, afin de permettre au gestionnaire du réseau de gérer son réseau aussi qualitative que possible; 3° les règles pour l’échange de données entre le gestionnaire du réseau de transmission, l’entreprise de transport, les gestionnaires du réseau de distribution, le gestionnaire du réseau de transport local d’électricité, les producteurs, les responsables de l’équilibre, les affréteurs, les intermédiaires, les fournisseurs et les clients; 4° les règles imposées aux fournisseurs et aux gestionnaires du réseau lors des échanges de clients ou de fournisseurs, lors de déménagements, déménagement vers une nouvelle habitation ou une habitation scellée, la conclusion, la cessation d’un contrat de livraison, le relevé et la correction du compteur et l’allocation et la réconciliation, y compris les décomptes entre les parties du marché; 5° les modalités d’exécution techniques éventuelles lors des obligations de service public imposées aux fournisseurs ou aux gestionnaires du réseau en vertu du présent décret; 6° les obligations d’information ou l’approbation préalable par la VREG des règles opérationnelles, des conditions générales, contrats-type, formulaires et procédures qui sont utilisées par le gestionnaire du réseau vis-à-vis des fournisseurs et des clients; 7° la priorité qui doit être donnée aux installations de cogénération qualitatives et aux installations de production d’électricité écologique. § 3. Les règlements techniques, visés au § 1er, sont soumis à l’approbation du Gouvernement flamand. Le cas échéant, la décision d’improbation est communiquée sans délai à la VREG qui, compte tenu des remarques du Gouvernement, apporte les adaptations nécessaires. Ensuite le règlement technique est soumis à nouveau à l’approbation du Gouvernement flamand. CHAPITRE III. — La fourniture d’électricité et de gaz naturel Section Ire. — L’autorisation de fourniture
Article 4.3.1 § 1er. La fourniture d’électricité et de gaz naturel à des clients raccordés à un réseau de distribution ou au réseau de transport local d’électricité, est soumise à l’approbation préalable d’une autorisation de fourniture par la VREG. La fourniture d’électricité et du gaz naturel par un gestionnaire du réseau dans le cadre de ses tâches, telles que visées à l’article 4.1.6. ou une obligation de service public imposée dans le présent décret ou un de ses arrêtés d’exécution, n’est pas soumise à l’octroi d’une autorisation de fourniture. § 2. Le Gouvernement flamand arrête, sur avis de la VREG, les conditions et la procédure d’agrément, modification et suppression d’une autorisation de fourniture. Les conditions d’octroi d’une autorisation de fourniture portent en tout cas sur : 1° la capacité technique, organique et financière du demandeur; 2° la fiabilité professionnelle du demandeur; 3° la capacité du demandeur à rencontrer les besoins de ses clients; 4° les obligations de service public imposées aux fournisseurs en vertu du présent décret ou de ses modalités d’application; 5° l’indépendance gestionnelle et juridique du demandeur vis-à-vis des gestionnaires du réseau. MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46205 A défaut d’une décision par la VREG dans les deux mois suivant la réception d’un dossier de demande complet, dont le modèle est fixé par la VREG, l’autorisation de fourniture est censée être octroyée. Section II. — Obligations de service public imposées aux fournisseurs
Article 4.3.2 Après avis de la VREG, le Gouvernement flamand peut imposer des obligations de service public aux fournisseurs, relatives à : 1° à la facturation de la consommation d’électricité et de gaz naturel; 2° aux services d’information; 3° au traitement de plaintes de leurs clients; 4° aux mesures de nature sociale, comme des mesures de protection en cas de non paiement et en cas de résiliation du contrat de fourniture. CHAPITRE IV. — Libre choix de fournisseur
Article 4.4.1 Chaque client a les droits suivants : 1° le droit de pouvoir être pourvu d’électricité ou de gaz naturel, selon le cas, par un fournisseur de son choix; 2° le droit de changer gratuitement de fournisseur. CHAPITRE V. — Lignes et conduites directes
Article 4.5.1 Le Gouvernement flamand peut subordonner la construction d’une ligne directe et une conduite directe de l’obtention à une autorisation préalable. A cet effet, le Gouvernement flamand arrête les modalités, les procédures et les critères. Ces dernières doivent être objectives et non discriminatoires. L’autorisation pour la construction d’une ligne directe ou d’une conduite directe peut être rendu dépendant d’un un refus d’accès au réseau local de distribution ou au réseau de transport local d’électricité ou du manque d’une offre d’utiliser le réseau local de distribution ou du réseau de transport local d’électricité à des conditions économiques et techniques raisonnables. Le Gouvernement flamand arrête les droits et les obligations dans le chef des détenteurs d’une autorisation pour la construction d’une ligne directe ou d’une conduite directe. TITRE V. — L’OCTROI ANNUEL D’UNE QUANTITE D’ELECTRICITE GRATUITE
Article 5.1.1 § 1er. Chaque client domestique et chaque titulaire du point d’accès d’un bâtiment, tel que visé au § 3, a droit à un octroi annuel d’une quantité d’électricité gratuite. § 2. La quantité d’électricité gratuite qui est octroyée au client domestique, est calculée comme suit : 100 kWh + (100 kWh x le nombre de personnes physiques qui sont domiciliées dans l’habitation en question). § 3. En ce qui concerne des appartements, des maisons de repos et d’autres bâtiments où de l’électricité est prélevée par de différentes personnes physiques qui sont domiciliées à une adresse dans le bâtiment en question et qui ne disposent pas d’un raccordement séparé, la quantité d’électricité gratuite est calculée comme suit : 100 kWh + (100 kWh x le nombre de personnes qui sont domiciliées à une adresse dans le bâtiment concerné). Le titulaire du point d’accès du bâtiment, visé à l’alinéa précédent, veille à ce que les avantages pécuniaires de la quantité d’énergie gratuite soient répartis entre les différentes personnes qui sont domiciliées à une adresse dans le bâtiment concerné. § 4. Le gestionnaire du réseau de distribution d’électricité informe chaque fournisseur du nombre de personnes domiciliées à l’adresse des points de prélèvement auxquels ce fournisseur livre. § 5. La contre-valeur de la quantité d’électricité gratuite, visée aux §§ 2 et 3, est déduit par le fournisseur à la première facture de décompte que le titulaire du point de prélèvement reçoit annuellement, après qu’il a transmis les données, visées au § 4. La quantité d’électricité qui est déduite ne peut pas dépasser la consommation annuelle au raccordement concerné au réseau de distribution. § 6. La contre-valeur de la quantité d’électricité gratuite, visée aux §§ 2 et 3, est compensée par le gestionnaire du réseau du titulaire du point de prélèvement vis-à-vis du fournisseur. § 7. Le Gouvernement flamand peut arrêter les modalités relatives à la façon d’imputer la quantité d’électricité, visée aux §§ 2 et 3, à la facture, telle que visée au § 5, et de compenser, telle que visée au § 6. TITRE VI. — MESURES SOCIALES EN MATIERE D’ENERGIE POUR DES CLIENTS DOMESTIQUES
Article 6.1.1 Sauf dans les cas, visés à l’article 6.1.2, tout client domestique a droit à la fourniture ininterrompue d’électricité et de gaz naturel. Les frais pour la fourniture d’électricité et de gaz naturel sont toujours à charge du client domestique, sauf pour la quantité gratuite d’électricité, visée à l’article 5.1.1.
Article 6.1.2 § 1er. Le gestionnaire de réseau ne peut débrancher l’électricité ou le gaz naturel du client domestique que dans les cas suivants : 1° en cas de menace immédiate pour la sécurité, tant que cette situation perdure; 2° en cas d’une habitation abandonnée, après avoir suivi la procédure fixée par le Gouvernement flamand; 3° en cas de fraude du client domestique, après avoir suivi la procédure fixée par le Gouvernement flamand; 4° lorsque le client domestique n’est pas un mauvais payeur et refuse de conclure un contrat de fourniture, après avoir suivi la procédure fixée par le Gouvernement flamand; 46206 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 5° lorsque le client domestique refuse l’accès à l’espace où est installé le compteur électrique ou le compteur de gaz naturel au gestionnaire du réseau et dont il a le droit de propriété ou d’utilisation, en vue de l’installation, du branchement, du contrôle ou du relevé du compteur, y compris le compteur d’électricité à budget et le limiteur de courant ou du compteur de gaz naturel, y compris le compteur de gaz naturel à budget; 6° lorsque le client domestique refuse l’accès à l’espace où est installé le compteur électrique à budget au gestionnaire du réseau et dont il a le droit de propriété ou d’utilisation, en vue du débranchement du limiteur de courant dans le compteur d’électricité à budget; 7° lorsque le client domestique refuse de conclure un plan de paiement avec le gestionnaire du réseau ou lorsqu’il ne respecte pas le plan de paiement conclu avec le gestionnaire du réseau, aux conditions fixées par le Gouvernement flamand et après avoir suivi la procédure fixée par le Gouvernement flamand; 8° lorsque le plan de fourniture du client domestique a été résilié pour une autre raison que le non paiement et lorsque le client domestique n’a pas conclu un contrat de fourniture dans le délai fixé par le Gouvernement flamand sauf si le client concerné peut prouver qu’il n’a pas pu conclure un contrat de fourniture; Dans les cas, visés aux 5°, 6°, 7° et 8°, du premier alinéa, le débranchement ne peut se faire qu’après avis de la commission consultative locale. Dans les cas, visés aux 5°, 6°, 7° et 8°, du premier alinéa, le Gouvernement flamand peut limiter ou interdire le débranchement d’électricité ou de gaz naturel pendant certaines périodes. Le gestionnaire du réseau ne peut déroger à l’avis de la commission consultative locale qu’à l’avantage du client domestique. § 2. Dans le cas, visé au § 1er, 1°, tous les frais liés au débranchement ou au rebranchement du client domestique sont à charge du gestionnaire du réseau, sauf si ce dernier peut prouver que la cause de l’insécurité peut être attribuée au client domestique ou au propriétaire de l’habitation. Dans les cas, visés au § 1er, 2°, tous les frais liés au débranchement et au rebranchement de l’habitation sont à charge du propriétaire de l’habitation. Dans les cas, visés au § 1er, 3°, 4°, 5°, 6°, 7° et 8°, tous les frais liés au débranchement et au rebranchement du client domestique sont à charge de ce client domestique. En dérogation aux alinéas suivants, les frais liés au rebranchement sont toujours à charge du gestionnaire du réseau lorsqu’il s’avère que le client a été injustement débranché. § 3. Le Gouvernement flamand fixe les conditions pour un rebranchement ainsi que les délais pendant lesquels le rebranchement de l’électricité et du gaz naturel et le réactivement du limiteur de courant du compteur d’électricité à budget s’effectuent.
Article 6.1.3 Tous les frais liés à la résiliation du contrat de fourniture d’un mauvais payeur par le fournisseur sont à charge du fournisseur. TITRE VII. — PRODUCTION D’ENERGIE RESPECTUEUSE DE L’ENVIRONNEMENT ET UTILISATION D’ENERGIE RATIONNELLE CHAPITRE Ier. — Certificats délectricité écologique et certificats de cogénération Section Ire. — Octroi de certificats délectricité écologique et de certificats de cogénération
Article 7.1.1 La VREG octroie un certificat délectricité écologique au propriétaire d’une installation de production située dans la Région flamand ou à la personne physique ou morale qu’il a désignée à cette fin, pour chaque quantité d’électricité de 1000 kWh générée dans l’installation provenant de sources d’énergie renouvelables.
Article 7.1.2 § 1er. La VREG octroie un certificat de cogénération au propriétaire d’une installation de production située dans la Région flamande ou à la personne physique ou morale qu’il a désignée à cette fin, pour chaque quantité de 1000 kWh d’économie d’énergie primaire réalisée dans l’installation en utilisant une installation de cogénération qualitative vis-à-vis des installations de référence et/ou chaque 1000 kWh d’électricité générée dans l’installation de cogénération qualitative. § 2. Le Gouvernement flamand fixe les conditions auxquelles doit répondre une unité de cogénération pour être considérée comme une unité de cogénération qualitative et fixe les installations de référence.
Article 7.1.3 Le Gouvernement fixe les modalités et les procédures pour la demande et l’octroi de certificats d’électricité écologique et de certificats de cogénération.
Article 7.1.4 Les certificats d’électricité écologique et les certificats de cogénération sont enregistrés dans une base de données centrale. Le Gouvernement flamand arrêté les spécifications par certificat qui doivent être reprises dans la base de données centrale. Section II. — Utilisation de certificats délectricité écologique et de certificats de cogénération
Article 7.1.5 § 1er. Des certificats délectricité écologique et de certificats de cogénération peuvent être affectés comme suit : 1° comme garantie d’origine, à présenter dans le cadre de la fourniture à des consommateurs d’électricité comme étant de l’électricité provenant de sources d’énergie renouvelables, respectivement de l’électricité provenant de cogénération qualitative; 2° comme pièce justificative à soumettre dans le cadre de l’obligation de certificats, visée respectivement aux articles 7.1.10 et 7.1.11. § 2. Un certificat délectricité écologique ou un certificat de cogénération ne peut être soumise qu’une seule fois comme garantie d’origine, dans le sens du § 1er, 1°, et ne peut être soumise qu’une seule fois dans le cadre de l’obligation de certificats, dans le sens du § 1er, 2°. MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46207 Un certificat d’électricité écologique ou un certificat de cogénération qui a été introduit dans le cadre de l’obligation de certificats, dans le sens du § 1er, 2°, ne peut être soumis comme garantie d’origine, dans le sens du § 1er, 1°. Un certificat d’électricité écologique ou un certificat de cogénération qui a été présenté comme garantie d’origine, dans le sens du § 1er, 1°, peut être introduit après cette présentation dans le cadre de l’obligation de certificats, dans le sens du § 1er, 2°, sauf dans le cas où il s’agit d’un certificat cogénération qui n’a été octroyé que pour 1 000 kWh d’électricité qui a été généré à partir de la de cogénération qualitative. § 3. Un certificat d’énergie écologique ou un certificat de cogénération ne peut être présenté comme garantie d’origine, dans le sens du § 1er, 1°, ou ne peut être introduit dans le cadre de l’obligation de certificats, dans le sens du er § 1 , 2°, que jusqu’à cinq ans suivant la date de son octroi. § 4. Le Gouvernement flamand fixe les critères et les procédures pour la présentation, l’acceptation et l’introduction de certificats d’énergie écologique et de certificats de cogénération. Des installations de production d’énergie solaire mises en service après le 1er janvier 2010 et installées sur des habitations ou des bâtiments d’habitation, dont la toiture ou le sol des combles n’est pas isolé(e), n’entrent plus en ligne de compte pour l’octroi de certificats d’électricité écologique qui peuvent être acceptés dans le cadre de l’obligation de certificats, visée à l’article 7.1.10. Le Gouvernement flamand arrêté les modalités relatives aux conditions de l’isolation. Section III. — Valeur minimale de certificats d’énergie écologique et de certificats de cogénération
Article 7.1.6 § 1er. Les gestionnaires du réseau octroient une aide minimale pour la production d’électricité de sources d’énergie renouvelables, provenant d’installations raccordées à leur réseau, dans la mesure où le producteur même le demande. Comme preuve de sa production d’électricité de sources d’énergie renouvelables, le producteur transfère le nombre correspondant de certificats d’écologie électrique au gestionnaire du réseau concerné. Un certificat d’énergie écologique ne peut être transféré qu’une seule fois à un gestionnaire de réseau. Aucune aide ne peut être octroyée pour l’électricité à partir de sources d’énergie renouvelables qui est produite avant les 48 mois précédant le transfert des certificats d’énergie écologique correspondants ou pour laquelle le certificat d’électricité écologique concerné ne peut être accepté dans le cadre de l’article 7.1.10. L’aide minimale est fixée en fonction de la source d’énergie renouvelable utilisée et la technologie de production utilisée. Pour des installations mises en service avant le 1er janvier 2010, l’aide minimale s’élève : 1° pour l’énergie solaire : à 450 euros par certificat transféré; 2° pour l’énergie hydroélectrique, l’énergie marémotrice et houlomotrice et l’énergie géothermique : à 95 euros par certificat transféré; 3° pour l’énergie éolienne à terre et pour des substances organo-biologiques en appliquant oui ou non la co-incinération, pour la fermentation de substances organo-biologiques en décharges, et pour la partie organo- biologique des déchets : à 80 euros par certificat transféré. Pour des installations mises en service à partir du 1er janvier 2010, l’aide minimale s’élève : 1° pour l’énergie solaire : à 350 euros par certificat transféré, diminué annuellement de 20 euros pour des installations nouvelles mises en service jusqu’à 2013 inclus, et de 40 euros à partir de 2014; 2° pour l’énergie hydroélectrique, l’énergie marémotrice et houlomotrice, pour l’énergie géothermique, pour l’énergie éolienne à terre, pour la biomasse solide ou liquide, les déchets de biomasse et le biogaz, dans la mesure où ceux-ci ne sont pas repris sous 3° : à 90 euros par certificat transféré; 3° pour le gaz de décharge, le biogaz provenant de la fermentation des (boues d’épuration des) eaux usées ou (des boues) de l’épuration des eaux des égouts et pour l’incinération des déchets résiduaires : à 60 euros par certificat; 4° pour d’autres techniques : à 60 euros par certificat transféré. L’obligation visée à l’alinéa premier, prend cours à la mise en service d’une nouvelle installation de production et s’applique pendant une période de 10 ans. Dans le cas d’énergie solaire l’obligation s’applique pour des installations mises en service à partir du 1er janvier 2006 au 31 décembre 2012 inclus et s’applique pendant une période de vingt ans. Pour des installations d’énergie solaire mises en service à partir du 1er janvier 2013 l’obligation s’étend sur une période de quinze ans à moins que le Gouvernement flamand décide autrement sur la base d’un rapport d’évaluation qui est communiqué au Gouvernement flamand et au Parlement flamand. Par dérogation à l’alinéa précédent, les nouvelles installations de productions qui doivent disposer d’une autorisation urbanistique et d’une autorisation écologique, peuvent bénéficier de l’aide minimale applicable au moment de l’obtention de la dernière de ces autorisations et moyennant la mise en service de l’installation dans les trois années suivant l’octroi de cette autorisation. § 2. Les gestionnaires de réseau lancent régulièrement les certificats transférés à eux, sur le marché afin de récupérer les frais liés à l’obligation, visée au § 1er. La VREG assure la transparence et la régularité de la vente de ces certificats par les gestionnaires de réseau. Les listes des certificats transférés et des certificats lancés sur le marché par les gestionnaires de réseau sont communiquées mensuellement à la VREG par les gestionnaires de réseau. A partir de l’année 2010 les gestionnaires de réseau, à l’exception du gestionnaire de réseau qui a également été désigné en tant que gestionnaire de réseau de transmission conformément à la Loi fédérale sur l’électricité, règlent entre eux chaque année dans l’année n le coût de l’obligation, visée au § 1er, au prorata des quantités d’électricité distribuée dans l’année n-1. Le coût à répartir est limité par gestionnaire de réseau à un pourcentage du budget de distribution, qui correspond à la part que représente le coût de l’obligation pour tous les gestionnaires de réseau ensemble dans le budget total de distribution, plus 5 %. § 3. Au cas où l’aide, visée au § 1er, ne serait plus octroyée suite à une décision des autorités flamandes, le Gouvernement flamand répare les dommages subis pour des installations existantes.
Article 7.1.7 § 1er. Les gestionnaires de réseau octroient une aide minimale pour la production d’électricité qui est produite à partir d’installations de cogénération qualitative raccordées à leur réseau, dans la mesure où le producteur même le demande. Comme preuve de sa production d’électricité à partir de cogénération qualitative, le producteur transfère le nombre correspondant de certificats de cogénération au gestionnaire de réseau concerné. 46208 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Un certificat de cogénération ne peut être transféré à un gestionnaire de réseau qu’une seule fois. Aucune aide ne peut être octroyée pour l’électricité à partir de cogénération qualitative qui est produite avant les 48 mois avant le transfert des certificats de cogénération correspondants ou pour laquelle le certificat de cogénération en question ne peut être accepté dans le cadre de l’article 7.1.11. L’aide minimale s’élève à 27 euros par certificat de cogénération transféré. L’obligation, visée à l’alinéa premier, s’applique pour des installations de cogénération pour lesquelles la demande de certificats est introduite après l’entrée en vigueur du présent article et s’étend sur une période de dix ans à partir de la date de la première mise en service de l’installation de cogénération. § 2. Les gestionnaires de réseau lancent régulièrement les certificats de cogénération transférés à eux, sur le marché afin de récupérer les frais liés à l’obligation, visée au § 1er. La VREG assure la transparence et la régularité de la vente de ces certificats par les gestionnaires de réseau. Les listes des certificats de cogénération transférés et des certificats de cogénération lancés sur le marché par les gestionnaires de réseau, sont communiquées mensuellement à la VREG par les gestionnaires de réseau. A partir de l’année 2010 les gestionnaires de réseau, à l’exception du gestionnaire de réseau qui a également été désigné en tant que gestionnaire de réseau de transmission conformément à la Loi fédérale sur l’électricité, règlent entre eux chaque année dans l’année n le coût supplémentaire de l’obligation, visée au § 1er, au prorata des quantités d’électricité distribuées dans l’année n-1. Le coût à répartir est limité par gestionnaire de réseau à un pourcentage du budget de la distribution, qui correspond à la partie que représente le coût de l’obligation pour tous les gestionnaires de réseau concernés dans le budget total de distribution, plus 5 %. § 3. Au cas où l’aide, visée au § 1er, ne serait plus octroyée suite à une décision des autorités flamandes, le Gouvernement flamand répare les dommages subis pour des installations existantes. § 4. Au cas où la valeur marchande des certificats de cogénération diminue suite à une décision du Gouvernement flamand à moins de 27 euros, le Gouvernement flamand dédommage le préjudice subi pour les installations de cogénération qualitative raccordées au réseau de transmission qui sont en service depuis moins de dix ans. Section IV. — Fourniture d’électricité de sources d’énergie renouvelables et de cogénération qualitative
Article 7.1.8 La fourniture d’électricité dans la Région flamande en tant qu’une quantité d’électricité générée de sources d’énergie renouvelables ou provenant de cogénération qualitative, est autorisée si la quantité d’électricité ainsi fournie correspond au nombre respectif de certificats d’électricité écologique et de certificats de cogénération qualitative qui est présenté à la VREG comme garantie d’origine.
Article 7.1.9 Le Gouvernement flamand arrêté les conditions sous lesquelles des garanties d’origine octroyées par l’instance compétence des autorités fédérales, par d’autres régions ou d’autres pays, peuvent être acceptées pour la fourniture d’électricité telle que visée à l’article 7.1.8. Ces conditions doivent être objectives, transparentes, et non discriminatoires. Section V. — Obligation de certificats re Sous-section I . — L’obligation de certificats énergie renouvelable
Article 7.1.10 § 1er. Toute personne qui était enregistrée dans l’année n-1 comme client final dans le registre d’entrée d’un gestionnaire de réseau de distribution d’électricité, d’un gestionnaire du réseau de transport local d’électricité ou du gestionnaire du réseau de transmission, à un point de prélèvement dans la Région flamande, et qui n’est pas de gestionnaire de réseau, est obligée de soumettre auprès de la VREG, au plus tard au 31 mars de l’année n, le nombre de certificats d’électricité écologique qui est fixé, le cas échéant, en application du § 2 ou du § 4. § 2. Le nombre de certificats d’électricité écologique qui doit être soumis dans une année déterminée n, est déterminé suivant la formule suivante : C = G x Ev où : C est égal au nombre de certificats à soumettre dans l’année n, exprimés en MWh; G est égal à : 1° 0,008 si l’année n est égale à 2003; 2° 0,012 si l’année n est égale à 2004; 3° 0,020 si l’année n est égale à 2005; 4° 0,025 si l’année n est égale à 2006; 5° 0,030 si l’année n est égale à 2007; 6° 0,0375 si l’année n est égale à 2008; 7° 0,0490 si l’année n est égale à 2009; 8° 0,0525 si l’année n est égale à 2010; 9° 0,0600 si l’année n est égale à 2011; 10° 0,0700 si l’année n est égale à 2012; 11° 0,0800 si l’année n est égale à 2013; 12° 0,0900 si l’année n est égale à 2014; 13° 0,1000 si l’année n est égale à 2015; 14° 0,1050 si l’année n est égale à 2016; 15° 0,1100 si l’année n est égale à 2017; 16° 0,1150 si l’année n est égale à 2018; 17° 0,1200 si l’année n est égale à 2019; 18° 0,1250 si l’année n est égale à 2020; 19° 0,1300 si l’année n est égale à 2021; MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46209 Ev est égal à la quantité globale d’électricité, exprimée en MWh, qui a été prélevée dans l’année n-1 aux points de prélèvement situés en Région flamande sur lesquels la personne concernée était enregistrée comme client final dans le registre d’entrée du gestionnaire du réseau de distribution d’électricité concerné, du gestionnaire du réseau de transport local d’électricité ou du gestionnaire du réseau de transmission. Le prélèvement par point de prélèvement est limité au prélèvement pendant la période dans laquelle la personne concernée était enregistrée comme client final. § 3. Par dérogation au § 2 Ev est diminué des quantités suivantes : 1° par point de prélèvement auquel il a été prélevé dans l’année n-1 plus de 20 000 MWh, mais moins de 100 000 MWh, 25 % de la différence entre ce prélèvement, exprimé en MWh, et 20 000 MWh, au prorata de la quantité d’électricité qui a été prélevée au point de prélèvement pendant la période dans l’année n-1, dans laquelle la personne concernée était client final; 2° par point de prélèvement auquel il a été prélevé dans l’année n-1 plus de 100.000 MWh, 20 000 MWh, majoré de 50 % de la différence entre ce prélèvement, exprimé en MWh, et 100 000 MWh, au prorata de la quantité d’électricité qui a été prélevée au point de prélèvement pendant la période dans l’année n-1, dans laquelle la personne concernée était client final. L’ensemble des points de prélèvement des clients qui assurent le transport en commun, peuvent être considérés comme un seul point de prélèvement. § 4. A partir de 2009, le Gouvernement flamand évalue tous les trois ans les parties non rentables pour des investissements dans l’électricité écologique, ainsi que les objectifs, visés au § 2. Sur la base de cette évaluation, le Gouvernement flamand soumet pour des nouvelles installations de production, un projet de décret relatif à l’aide minimale, visée à l’article 7.1.6, qui concerne tant le montant de l’aide que sa durée. S’il résulte de cette évaluation qu’une baisse prévue de la consommation d’électricité intérieure brute sera supérieure à l’augmentation obligatoire de l’objectif, visée au § 2, le Gouvernement flamand formulera une proposition pour augmenter les objectifs, visés au § 2. Si des obligations européennes résultent en une partie d’électricité écologique non réalisable avec les objectifs visés au § 2, le Gouvernement flamand formulera une proposition pour augmenter les objectifs, visés au § 2. Si le Gouvernement flamand accepte des certificats pour l’électricité écologique qui n’a pas été produite en région flamande, le Gouvernement flamand formule une proposition pour augmenter les objectifs, visés au § 2. Sous-section II. — L’obligation de certificats cogénération qualitative
Article 7.1.11 § 1er. Toute personne qui était enregistrée dans l’année n-1 comme client final dans le registre d’entrée d’un gestionnaire de réseau de distribution d’électricité, d’un gestionnaire du réseau de transport local d’électricité ou du gestionnaire du réseau de transmission, à un point de prélèvement dans la Région flamande, et qui n’est pas de gestionnaire de réseau, est obligée de soumettre auprès de la VREG, au plus tard au 31 mars de l’année n, le nombre de certificats de cogénération qui est fixé en application du § 2. § 2. Le nombre de certificats de cogénération qui doit être soumis dans une année déterminée n, est déterminé suivant la formule suivante : C = W x Ev où : C est égal au nombre de certificats à soumettre dans l’année n, exprimés en MWh; W est égal à : 1° 0,0296 si l’année n est égale à 2008; 2° 0,0373 si l’année n est égale à 2009; 3° 0,0439 si l’année n est égale à 2010; 4° 0,0490 si l’année n est égale à 2011; 5° 0,0520 si l’année n est égale à 2012; 6° 0,0523 si l’année n est égale à 2013 ou plus tard; Ev est égal à la quantité globale d’électricité, exprimée en MWh, qui a été prélevée dans l’année n-1 aux points de prélèvement situés en Région flamande sur lesquels la personne concernée était enregistrée comme client final dans le registre d’entrée du gestionnaire du réseau de distribution d’électricité concerné, du gestionnaire du réseau de transport local d’électricité ou du gestionnaire du réseau de transmission. Le prélèvement par point de prélèvement est limité au prélèvement pendant la période dans laquelle la personne concernée était enregistrée comme client final. § 3. A partir de 2009, le Gouvernement flamand évalue tous les trois ans les parties non rentables pour des investissements dans la cogénération de qualité. Sur la base de cette évaluation, le Gouvernement flamand soumet pour des nouvelles installations de production, un projet de décret relatif à l’aide minimale, visée à l’article 7.1.7, § 1er, qui concerne tant le montant de l’aide que sa durée. Sous-section III. — Dispositions communes
Article 7.1.12 Le gouvernement flamand peut arrêter, sur avis de la VREG, dans le cadre des obligations des articles 7.1.10 et 7.1.11, d’accepter des certificats qui ont été octroyés respectivement pour la production d’électricité d’énergie renouvelable et pour l’économie d’énergie primaire par la cogénération qualitative dans des installations situées en dehors de la Région flamande. Pour l’acceptation des certificats visés à l’alinéa premier, un nombre de conditions préalables doivent être remplies. Ces conditions préalables portent sur l’existence de garanties égales ou équivalentes relatives à la livraison et le bon fonctionnement du marché des certificats. Le Gouvernement flamand arrête la procédure et les conditions pour l’acceptation de tels certificats dans le cadre des obligations des articles 7.1.10 et 7.1.11. Le Gouvernement flamand peut introduire une condition de réciprocité. A cet effet, le Gouvernement conclut un accord de coopération avec les autorités fédérales, les autres régions ou avec d’autres pays. 46210 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD
Article 7.1.13 Un certificat d’électricité écologique ou un certificat de cogénération qui est soumis dans le cadre de l’obligation de certificats, dans le sens de l’article 7.1.5, § 1er, 2°, dans la période du 1er avril de l’année n au 31 mars inclus de l’année n+1, est censé être soumis dans le cadre de l’obligation de certificats de l’année n.
Article 7.1.14 Tous les trois ans, et pour la première fois avant le 1er octobre de l’année suivant l’entrée en vigueur du présent décret, le Gouvernement flamand, sur l’avis de la VREG, soumet un rapport d’évaluation au Parlement flamand sur les obligations de certificats énergie renouvelable et cogénération qualitative. Ce rapport évalue les effets et le rapport coût-efficacité des obligations de certificats. CHAPITRE II. — Certificats de chaleur écologique
Article 7.2.1 Le Gouvernement peut introduire un système de certificats de chaleur écologique.
Article 7.2.2 Sur la demande d’un producteur et par tranche de 1 000 kWh de chaleur écologique, la VREG octroie un certificat pour la quantité de chaleur écologique dont le demandeur a démontré que celle-ci est fournie à un utilisateur de chaleur écologique et qu’elle a été produite en Région flamande. Le Gouvernement flamand arrête les modalités et les procédures pour l’octroi des certificats de chaleur écologique.
Article 7.2.3 § 1er. Sur avis de la VREG, le Gouvernement flamand peut obliger chaque fournisseur de gaz naturel à des consommateurs par le réseau de distribution de gaz naturel ou par le réseau de transport, de soumettre auprès de la VREG un nombre de certificats de chaleur écologique, à déterminer par le Gouvernement flamand. § 2. Le Gouvernement flamand fixe les certificats de chaleur écologique qui entrent en ligne de compte pour répondre à cette obligation de service public. § 3. Le Gouvernement flamand arrêté les circonstances sous lesquelles la présentation d’un nombre de certificats de chaleur écologique peut être remplacé par la présentation d’un nombre de certificats de chaleur écologique. CHAPITRE III. — Limitation des frais de raccordement des installations de production pour électricité provenant d’installations de cogénération
Article 7.3.1 Les frais pour la construction des conduites électriques sur les premiers mille mètres du domaine public entre le réseau de distribution d’électricité ou le réseau de transport local d’électricité et l’installation de production, sont à charge du gestionnaire de réseau concerné, dans la mesure où la puissance de raccordement de cette installation de production ne dépasse pas les 5 MVA. Le demandeur du raccordement supporte tous les autres charges en vue d’un nouveau raccordement d’une installation de production d’électricité de cogénération qualitative au réseau de distribution ou le réseau de transport local d’électricité. Les charges pour la construction de conduites de gaz naturel sur les premiers mille mètres du domaine public entre le réseau de distribution de gaz naturel et l’installation de production sont à charge du gestionnaire du réseau de gaz naturel dans la mesure où la capacité de raccordement de cette installation de production ne dépasse pas 2 500 m3/h. Le demandeur du raccordement supporte toutes les autres charges en vue d’un nouveau raccordement d’une installation de production d’électricité de cogénération qualitative au réseau de distribution de gaz naturel. Les charges, visées au §§ 1er et 2, ainsi portées à charge du gestionnaire de réseau sont considérées comme étant de charges résultant des obligations de service public du gestionnaire de réseau en tant que gestionnaire de réseau. CHAPITRE IV. — Informations sur l’origine et conséquences environnementales de l’électricité fournie
Article 7.4.1 Le fournisseur d’électricité mentionne sur ses factures et sur tout son matériel de promotion imprimé et électronique : 1° la quote-part de chaque source d’énergie dans la variété totale de carburants utilisée par le fournisseur pendant l’année précédente en région flamande, et la quote-part de chaque source d’énergie dans la variété totale de carburants du produit offert du fournisseur aux clients concernés en Région flamande; 2° une référence aux sources de référence officielles existantes où des informations accessibles au public sont disponibles sur les conséquence pour l’environnement, au moins en ce qui concerne les émissions de CO2 et de déchets radioactifs, de la production d’électricité provenant de plusieurs sources d’énergie, par la variété totale de carburants du fournisseur pendant l’année précédente; 3° une déclaration démontrant que des garanties d’origine ont été soumises à la VREG pour l’électricité fournie,, provenant d’énergie renouvelable ou de cogénération qualitative. La VREG vérifie si l’information transmise par le fournisseur à ses clients, est fiable. Le Gouvernement flamand fixe les modalités pour les obligations à l’alinéa premier. CHAPITRE V. — Obligations de service public pour les fournisseurs et les gestionnaires de réseau visant à promouvoir l’utilisation rationnelle d’énergie et l’utilisation des sources d’énergie renouvelables
Article 7.5.1 Sur avis de la VREG, le Gouvernement flamand peut imposer des obligations de service public aux fournisseurs et aux gestionnaires de réseau en matière de programmes visant à promouvoir l’utilisation rationnelle de l’énergie et de sources d’énergie renouvelables, des exigences minimales en matière de l’utilisation de l’énergie rationnelle auprès de leurs clients et des investissements dans des installations de cogénération qualitative, des installations pour la production d’électricité écologique, des certificats d’électricité écologique ou des certificats de cogénération. CHAPITRE VI. — Obligations des fournisseurs de combustibles visant à stimuler l’utilisation rationnelle de l’énergie et l’utilisation des sources d’énergie renouvelables
Article 7.6.1 § 1er. Le Gouvernement peut imposer aux fournisseurs de combustibles des obligations d’action et de moyens visant à promouvoir la gestion rationnelle de l’énergie, l’utilisation rationnelle de l’énergie et les technologies d’énergie renouvelable. MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46211 § 2. Le Gouvernement flamand fixe les exigences en matière de rapportage pour l’exécution des obligations d’action et de moyens, visées au § 1er. § 3. Pour l’exécution des obligations d’action et de moyens, les fournisseurs de combustibles peuvent, à leurs propres frais, faire appel à des tiers, sous les conditions fixées par le Gouvernement flamand.
Article 7.6.2 § 1er. Le Gouvernement flamand peut imposer des obligations aux fournisseurs de combustibles relatives aux services d’information et à la sensibilisation de leurs clients sur la gestion rationnelle de l’énergie, l’utilisation rationnelle d’énergie et les technologies d’énergie renouvelables. § 2. Le Gouvernement flamand fixe les exigences en matière de rapportage pour l’exécution de l’obligation d’information et de sensibilisation, visée au § 1er. CHAPITRE VII. — Instruments visant à promouvoir l’utilisation rationnelle de l’énergie et l’utilisation de sources d’énergie renouvelables pour des entreprises, des institutions non commerciales et des personnes morales de droit public
Article 7.7.1 er § 1 . Le Gouvernement flamand peut conclure des conventions énergétiques avec : 1° une ou plusieurs organisation d’entreprises, d’institutions non commerciales ou de personnes morales de droit public; 2° une ou plusieurs entreprises ou institutions non commerciales; 3° une ou plusieurs personnes morales de droit public. § 2. Le Gouvernement flamand soumet le projet de convention énergétique pour discussion au Parlement flamand. Les conventions énergétiques avec des entreprises individuelles, des institutions non commerciales et des personnes morales de droit public ne sont pas communiquées au Parlement flamand. § 3. Le Gouvernement flamand fait annuellement rapport au Parlement flamand sur les conventions énergétiques conclues.
Article 7.7.2 § 1er Le Gouvernement flamand peut imposer aux entreprises, institutions non commerciales et personnes morales de droit public des obligations pour les inciter à rationaliser leur utilisation d’énergie et appliquer des technologies d’énergie renouvelables. § 2. Les obligations, visées au § 1er, comprennent : 1° la mise en place d’une comptabilité énergétique; 2° la réalisation d’investissements rentables qui sont notifiés ou non par un plan énergétique ou une étude énergétique; 3° l’établissement périodique ou unique d’un plan énergétique et/ou une étude énergétique par un expert énergétique. Pour une ou plusieurs des obligations précédentes, le gouvernement flamand peut accorder une exemption et/ou déterminer la périodicité. § 3. Le Gouvernement flamand définit les modalités relatives aux investissements rentables. Tous les quatre ans et pour la première fois en 2012, le Gouvernement flamand évalue la définition des investissements rentables telle que visée à l’article 1.1.3, 111°. Après l’évaluation, le Gouvernement flamand est autorisé à fixer un nouveau taux d’intérêt après impôts. § 4. Le Gouvernement flamand peut désigner une instance qui doit déclarer conformes les plans énergétiques et les études énergétiques. § 5. L’expert énergétique met les plans énergétiques et les études énergétiques à disposition de la direction de l’entreprise et, le cas échéant, du conseil d’administration et du comité de sécurité, d’hygiène et d’embellissement des lieux de travail ou à défaut de ces organes, de la représentation syndicale. § 6. Le Gouvernement flamand détermine l’établissement concret, le contenu et, le cas échéant, la déclaration de conformité des plans et études énergétiques. § 7. Les entreprises, institutions non commerciales et personnes physiques de droit public qui concluent une convention énergétique avec le Gouvernement flamand, doivent répondre au minimum aux obligations visées au § 1er, qui sont d’application au moment de la passation de la convention énergétique. Si le Gouvernement flamand impose des obligations sur la base du § 1er, celles-ci ne sont pas plus sévères pour les entreprises, institutions non commerciales et personnes physiques de droit public qui ont conclu une convention énergétique que les dispositions correspondantes reprises dans la convention énergétique et n’engendrent pas de charges supplémentaires par rapport aux dispositions correspondantes reprises dans la convention énergétique, sauf pour satisfaire aux obligations internationales ou européennes, compte tenu de l’engagement de la Région flamande dans les conventions énergétiques. Dans ces cas, le Gouvernement flamand se concerte au préalable avec les autres parties de la convention énergétique. Le Gouvernement flamand arrête les modalités de la procédure de concertation à suivre. § 8. Par dérogation au paragraphe précédent, le Gouvernement flamand peut imposer des obligations, telles que prévues au § 1er, aux entreprises, institutions non commerciales et personnes morales de droit public qui ne respectent pas les dispositions de la convention énergétique conclue. § 9. Le Gouvernement flamand peut limiter les interventions, prévues au titre VIII du présent décret, aux entreprises, institutions non commerciales et personnes morales de droit public qui ont conclu une convention énergétique. 46212 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD TITRE VIII. — INTERVENTIONS FAVORISANT L’UTILISATION RATIONNELLE DE L’ENERGIE, L’UTILISA- TION DE SOURCES D’ENERGIE RENOUVELABLES ET L’APPLICATION DE MECANISMES DE FLEXIBILITE CHAPITRE Ier Crédits
Article 8.1.1 Les interventions pouvant être accordées sur la base des programmes d’aide, visés au présent titre, pour favoriser l’utilisation rationnelle de l’énergie et la gestion rationnelle de l’énergie, l’utilisation de sources d’énergie renouvelables, sont allouées dans les limites des crédits disponibles du Fonds de l’Energie ou du budget général des dépenses. CHAPITRE II. — Programmes d’aide pour personnes physiques
Article 8.2.1 Le Gouvernement flamand peut établir un programme d’aide comportant des interventions en faveur des personnes physiques qui ne sont pas éligibles à une intervention comme entreprise pour : 1° l’application de produits, techniques et systèmes peu énergivores; 2° une gestion rationnelle de l’énergie; 3° l’application de technologies d’énergie renouvelables. CHAPITRE III. — Programme d’aide pour entreprises re Section I . — L’entreprise comme utilisateur de produits, techniques et systèmes peu énergivores ou de technologies d’énergie renouvelables
Article 8.3.1 Le Gouvernement flamand peut établir un programme d’aide comportant des interventions en faveur des entreprises, pour : 1° l’application de produits, techniques et systèmes peu énergivores; 2° une gestion rationnelle de l’énergie; 3° l’application de technologies d’énergie renouvelables; 4° la mise sur pied d’études de faisabilité pour l’application de produits, techniques et systèmes peu énergivores ou pour l’application de technologies d’énergie renouvelables. Section II. — L’entreprise comme développeur, producteur ou distributeur de produits, techniques ou systèmes peu énergivores ou de technologies d’énergie renouvelables
Article 8.3.2 § 1er. Le Gouvernement flamand peut établir un programme d’aide comportant des interventions en faveur des entreprises qui sont développeur, producteur ou distributeur de produits, techniques ou systèmes peu énergivores ou de technologies d’énergie renouvelables en vue de l’exécution de projets de référence. § 2. Une entreprise, visée au § 1er, conclut avec le premier utilisateur une convention visant à céder au premier utilisateur la part de l’intervention pour couvrir les frais d’investissement et d’installation et à autoriser l’entreprise à utiliser les résultats du projet lors de la commercialisation. Section III. — L’entreprise comme promoteur d’utilisation d’énergie rationnelle et d’utilisation de sources d’énergie renouvelables
Article 8.3.3 Le Gouvernement flamand peut établir un programme d’aide comportant des interventions en faveur des entreprises, pour : 1° mener des actions de sensibilisation et de communication sur l’utilisation rationnelle de l’énergie, la gestion rationnelle de l’énergie ou les technologies d’énergie renouvelables; 2° le recueil et le fourniture d’informations sur l’utilisation rationnelle d’énergie, la gestion rationnelle d’énergie ou les technologies d’énergie renouvelables; 3° l’organisation de projets de formation sur l’utilisation rationnelle d’énergie, la gestion rationnelle d’énergie ou les technologies d’énergie renouvelables. CHAPITRE IV. — Programme d’aides pour des institutions et des personnes morales de droit public
Article 8.4.1 Le Gouvernement flamand peut établir un programme d’aide en faveur des institutions non commerciales et personnes morales de droit public, pour : 1° l’application de produits, techniques et systèmes peu énergivores; 2° une gestion rationnelle de l’énergie; 3° l’application de technologies d’énergie renouvelables; 4° la mise sur pied d’études de faisabilité pour l’application de produits, techniques et systèmes peu énergivores ou pour l’application de technologies d’énergie renouvelables. 5° mener des actions de sensibilisation et de communication sur l’utilisation rationnelle de l’énergie, la gestion rationnelle de l’énergie ou les technologies d’énergie renouvelables; 6° le recueil et le fourniture d’informations sur l’utilisation rationnelle d’énergie, la gestion rationnelle d’énergie ou les technologies d’énergie renouvelables; 7° l’organisation de projets de formation sur l’utilisation rationnelle d’énergie, la gestion rationnelle d’énergie ou les technologies d’énergie renouvelables. 8° les frais découlant de la préparation, signature, exécution et contrôle de l’état d’avancement d’une convention énergétique. MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46213 CHAPITRE V. — Programme d’introduction au marché
Article 8.5.1 § 1er. Le Gouvernement flamand peut établir à des intervalles réguliers un programme d’aide en vue de soutenir les projets d’introduction au marché. Ce programme d’aide donne une description des produits, techniques et systèmes peu énergivores ou des technologies d’énergie renouvelables pour lesquels le Gouvernement flamand veut obtenir une meilleure introduction au marché et fixe le budget total à affecter à cet effet et les interventions à octroyer dans le cadre de ce programme d’introduction au marché. Le programme d’aide indique lesquels des groupes cibles suivants peuvent s’inscrire au programme d’introduc- tion au marché : personnes physiques, entreprises, institutions non commerciales ou personnes morales de droit public. Le Gouvernement flamand lance ensuite un appel auquel peuvent souscrire les intéressés des groupes cibles désignés qui souhaitent installer ces produits, techniques ou systèmes peu énergivores ou ces technologies d’énergie renouvelables et qui sont disposés à concourir au monitoring et au transfert de connaissances au secteur des utilisateurs. § 2. Le Gouvernement flamand arrête les modalités de l’appel ainsi que celles du monitoring et de la publication des résultats des projets d’introduction au marché. CHAPITRE VI. — Programmes d’aide pour l’application des mécanismes de flexibilité
Article 8.6.1 Le Gouvernement flamand peut octroyer des interventions pour les frais administratifs découlant de la préparation et la participation aux mécanismes de flexibilité de la Mise en œuvre conjointe et du Développement propre en vertu du Protocole de Kyoto. Le Gouvernement flamand peut également octroyer des interventions pour l’exécution de projets dans le cadre des mécanismes de flexibilité, visés à l’alinéa premier, en vue de l’acquisition de droits d’émission par les autorités flamandes. CHAPITRE VII. — Importance des interventions
Article 8.7.1 Le Gouvernement flamand fixe l’importance des interventions et des frais éligibles, visés au présent titre, ainsi que les modalités relatives à la demande, l’examen des demandes et l’octroi des interventions. Les interventions, visées à l’alinéa précédent, peuvent prendre la forme d’une subvention, d’un prêt au taux d’intérêt réduit, d’une avance ou d’un autre avantage pécuniaire.
Article 8.7.2 § 1er. Les interventions octroyées en exécution du présent décret aux personnes physiques, institutions non commerciales et aux personnes morales de droit public, sont plafonnées à 100 % des frais éligibles. Pour les interventions supérieures à 50 % des frais éligibles ou à 150.000 euros, le Gouvernement flamand conclut avec le bénéficiaire une convention de subvention contenant une obligation de résultat. § 2. Les interventions octroyées en exécution du présent décret aux petites ou moyennes entreprises, sont plafonnées à 50 % des frais éligibles. Si l’entreprise est une grande entreprise, ces interventions sont plafonnées à 40 % des frais éligibles. Le Gouvernement flamand adapte ces plafonds aux pourcentages repris dans la réglementation cadre européenne relative à l’aide d’Etat au profit de l’environnement. Seuls les investissements supplémentaires nécessaires à la réalisation des objectifs environnementaux sont pris en considération, à l’exclusion des avantages d’une augmentation de capacité éventuelle, les économies sur frais pendant les premières cinq années de la durée d’utilisation des investissements et les sous-produits supplémentaires pendant cette même période. Les frais échoués ne sont pas pris en compte.
Article 8.7.3 Les clients protégés ont droit à une intervention qui est au moins 20 % plus élevée que celle pour la même acquisition ou frais éligibles, qui est donnée aux personnes physiques qui ne sont pas des clients protégés. Sous réserve de l’application de l’alinéa premier, les interventions pour clients protégés sont plafonnées à 100 % des frais éligibles.
Article 8.7.4 Le Gouvernement flamand limite les interventions dans chaque cas individuel de manière que le cumul des interventions octroyées en exécution du présent décret avec l’aide d’Etat accordée en vertu d’autres réglementations, ne dépasse pas les pourcentages d’intervention prévus à l’article 8.7.2. TITRE IX. — MECANISMES DE FLEXIBILITE
Article 9.1.1 § 1er. Le Gouvernement flamand impose comme condition d’exploitation aux installations qui émettent des gaz à effet de serre et qui sont régies par la directive 2003/87/CE, la détention d’une autorisation d’émettre des gaz à effet de serre. Sur la base de cette autorisation d’émettre des gaz à effet de serre un certain nombre de droits d’émission, à l’exception des droits d’émission octroyés aux exploitants des aéronefs, doit être soumis auprès du registre national conformément à la quantité des gaz à effet de serre émis pendant cette période. § 2. Le Gouvernement flamand arrête les conditions de l’autorisation d’émettre des gaz à effet de serre et les règles pour le mesurage et la déclaration des émissions et la vérification de ces rapports. § 3. En conformité avec les critères de la directive 2003/87/CE, le Gouvernement flamand arrête : 1° la quantité globale de droits d’émission alloués par période commerciale aux établissements BKG établis en Région flamande; 2° le mode d’allocation des droits d’émission aux installations BKG en question; 3° les modalités d’émission, de restitution, d’annulation, des transferts et de la durée de validité des droits d’émission; 4° les règles pour l’établissement et le contrôle d’un registre sous la forme d’une base de données électronique par voie de laquelle les droits d’émission sont émis, conservés, transférés et annulés. 46214 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD § 4. Le Gouvernement flamand arrête les modalités d’application et les procédures pour la mise en œuvre de la directive en Région flamande, conformément aux dispositions de la directive 2003/87/CE.
Article 9.1.2 Pour l’année 2012 et la période de 2013-2020, le contrôle administratif de l’exploitant d’aéronefs relevant de la compétence administrative de la Belgique, est assuré par la Région à laquelle sont allouées le plus d’émissions CO2, émises par l’exploitant d’aéronefs pendant l’année de référence. Seront allouées pour chaque exploitant d’aéronefs à la Région flamande, les émissions CO2 de tous les vols ayant trait à une activité aéronautique qui sera définie par le Gouvernement flamand, et qui : a) ont leur départ à partir des aérodromes situés sur le territoire de la Région flamande; b) arrivent à des aérodromes situés sur le territoire de la Région flamande à condition que ces vols n’ont pas leur départ dans un pays membre de l’union européenne.
Article 9.1.3 § 1er. Afin de pouvoir faire l’objet d’une allocation gratuite de quotas d’émissions pour l’année 2012 et pour la période 2013-2020, un exploitant d’aéronefs doit remettre un rapport vérifié des données relatives aux tonnes/kilomètres à l’autorité compétente au plus tard le 31 mars 2011. Le rapport des données relatives aux tonnes/kilomètres ne peut avoir trait qu’aux données relatives aux tonnes/kilomètres pour la période en 2010 qui prends cours à partir du moment que l’exploitant d’aéronefs dispose d’un plan de suivi approuvé des données relatives aux tonnes/kilomètres. Le plan de suivi des données relatives aux tonnes/kilomètres introduit par l’exploitant d’aéronefs est vérifié dans les quatre mois après son introduction et, le cas échéant, approuvé par l’autorité compétente. § 2. Afin de pouvoir faire l’objet d’une allocation gratuite de quotas d’émissions provenant de la réserve spéciale pour la période 2013-2020, une demande doit être introduite auprès de l’autorité compétente au plus tard le 30 juin 2015 par l’exploitant d’aéronefs : a) qui commence une activité aéronautique après l’année pour laquelle des données relatives aux tonnes/kilomètres ont été introduites conformément à l’article 20ter, § 1er, ou b) dont le nombre de tonnes/kilomètres a augmenté en moyenne de plus de 18 % par an entre l’année de réfé- rence 2010, pour laquelle les données relatives aux tonnes/kilomètres ont été rapportées conformément au § 1er, et l’année 2014, et dont l’activité supplémentaire visée sous a) ou l’activité supplémentaire visée sous b) n’est pas une continuation entière ou partielle d’une activité aéronautique effectuée auparavant par un autre exploitant d’aéronefs. Le demande consiste en un rapport vérifié sur les données relatives aux tonnes/kilomètres et en des attestations dont il ressort que l’exploitant d’aéronefs répond aux critères visés sous a) ou sous b). Le rapport des données relatives aux tonnes/kilomètres ne peut avoir trait qu’aux données relatives aux tonnes/kilomètres pour la période en 2014 qui prend cours à partir du moment que l’exploitant d’aéronefs dispose d’un plan de suivi approuvé des données relatives aux tonnes/kilomètres. Le plan de suivi des données relatives aux tonnes/kilomètres introduit par l’exploitant d’aéronefs est vérifié dans les quatre mois après son introduction et, le cas échéant, approuvé par l’autorité compétente. Le Gouvernement flamand peut arrêter les modalités et procédures relatives au contenu, à l’introduction et à l’approbation de la demande en vue de pouvoir faire l’objet d’une allocation gratuite des quotas d’émission provenant de la réserve spéciale pour la période 2013-2020 et peut arrêter les modalités d’une allocation gratuite des quotas d’émission provenant de la réserve spéciale pour la période 2013-2020. § 3. Le Gouvernement flamand arrête les modalités et procédures relatives au contenu, à l’introduction, à la vérification et à l’approbation d’un plan de suivi des données relatives aux tonnes/kilomètres, tel que visé aux §§ 1er et 2. Le Gouvernement flamand arrête les modalités et procédures relatives au contenu, à l’introduction et à la vérification du plan de suivi des données relatives aux tonnes/kilomètres, tel que visé aux §§ 1er et 2. § 4. Au plus tard le 30 juin 2011, l’autorité compétente transmet tous les rapports sur les données relatives aux tonnes/kilomètres introduits par les exploitants d’aéronefs conformément au § 1er, à la Commission européenne. Au plus tard le 31 décembre 2015, l’autorité compétente soumet toutes les demandes approuvées et introduites par les exploitants d’aéronefs conformément au § 2, à la Commission européenne. § 5. Dans les trois mois suivant la date à laquelle la Commission européenne prend sa décision relative aux Quotas d’émission, l’autorité compétente calcule et publie au Moniteur belge, les quantités suivantes : a) la quantité totale de quotas d’émission allouée pour l’année 2012 à chaque exploitant d’aéronefs dont le rapport sur les données relatives aux tonnes/kilomètres a été soumis par l’autorité compétente à la Commission européenne, conformément au § 4, alinéa premier; b) la quantité totale de quotas d’émission allouée pour la période 2013-2020 à chaque exploitant d’aéronefs dont le rapport sur les données relatives aux tonnes/kilomètres a été soumis par l’autorité compétente à la Commission européenne; c) la quantité de quotas d’émission allouée pour chaque année de la période 2013-2020 à chaque exploitant d’aéronefs. Dans les trois mois suivant la date à laquelle la Commission européenne prend sa Décision relative aux quotas d’émission spéciaux de réserve, l’autorité compétente calcule et publie au Moniteur belge, les quantités suivantes : a) la quantité totale de quotas d’émission provenant de la réserve spéciale allouée pour la période 2013-2020 à chaque exploitant d’aéronefs dont la demande a été transmise par l’autorité compétente à la Commission européenne, conformément au § 4, alinéa deux; b) la quantité de quotas d’émission allouée à chaque exploitant d’aéronefs pour chaque année calendaire restante pendant la période 2013-2020. § 6. A partir de l’année 2010, un exploitant d’aéronefs doit disposer d’un plan de suivi approuvé des émissions CO2, au plus tard au 1er janvier. L’exploitant d’aéronefs doit adapter son plan de suivi approuvé des émissions CO2, et le présenter à nouveau pour approbation à l’autorité compétente, si des modifications arrêtées par le Gouvernement flamand surviennent pendant l’année calendaire courante ayant un impact sur la méthodologie de suivi. Le plan de suivi relatif aux émissions CO2 est vérifié dans les quatre mois après son introduction par l’exploitant d’aéronefs et, le cas échéant, approuvé par l’autorité compétente. MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46215 En dérogation à l’alinéa premier, le Gouvernement flamand décide à partir de quel moment un exploitant d’aéronefs commençant une activité aéronautique après le 31 août 2009 doit disposer d’un plan de suivi approuvé des émissions CO2. L’exploitant d’aéronefs doit adapter son plan de suivi approuvé des émissions CO2, et le présenter à nouveau pour approbation à l’autorité compétente, si des modifications arrêtées par le Gouvernement flamand surviennent pendant l’année calendaire courante ayant un impact sur la méthodologie de suivi. Le plan de suivi relatif aux émissions CO2 est vérifié dans les quatre mois après son introduction par l’exploitant d’aéronefs et, le cas échéant, approuvé par l’autorité compétente. Le Gouvernement flamand arrête les modalités et procédures relatives au contenu, à l’introduction, à la vérification et à l’approbation du plan de suivi des émissions CO2, ainsi que de ses modifications. § 7. A partir de 2001, un exploitant d’aéronefs doit introduire un rapport satisfaisant vérifié sur les émissions CO2, auprès de l’autorité compétente. Le vérificateur décide du caractère satisfaisant ou non du rapport sur les émissions CO2 qui lui a été transmis dans un délai de 2 mois à compter de la date d’introduction par l’exploitant d’aéronefs du rapport annuel sur les émissions CO2 auprès du vérificateur. Si l’exploitant d’aéronefs n’introduit pas un rapport vérifié satisfaisant sur les émissions CO2 au plus tard le 31 mars de chaque année à partir de 2011, un chiffre alternatif d’émission est défini par l’autorité compétente. Un exploitant d’aéronefs dont le rapport annuel sur les émissions CO2 de l’année calendaire précédente n’a pas été vérifié comme étant satisfaisant au plus tard le 31 mars de l’année calendaire courante, ne peut plus transférer des quotas d’émission, jusqu’à ce que le rapport ait été vérifié comme étant satisfaisant, ou jusqu’au moment qu’un chiffre d’émission alternatif ait été déterminé et enregistré au registre national en vertu de l’alinéa premier. Le Gouvernement flamand arrête les modalités et procédures relatives au contenu, à l’introduction, à la vérification d’un rapport annuel sur les émissions CO2. Le Gouvernement flamand arrête les modalités et procédures relatives à la définition du chiffre d’émission alternatif. § 8. A partir de 2013, chaque exploitant d’aéronefs doit annuellement restituer au plus tard le 30 avril des quotas d’émission en vue de couvrir les émissions CO2 de l’année précédente. Le Gouvernement flamand détermine les modalités et procédures à cet effet.
Article 9.1.4 § 1er. Le Gouvernement flamand arrête les conditions d’exécution et les règles pour l’application des mécanismes de flexibilité de Mise en œuvre conjointe et de Développement propre en vertu du Protocole de Kyoto. Le Gouvernement flamand détermine les objectifs quantitatifs, la stratégie et le mode de financement concernant l’acquisition de droits d’émission par l’application des mécanismes de flexibilité dans le cadre du Protocole de Kyoto. § 2. Le Gouvernement flamand arrête les conditions d’exécution et les règles pour l’application des mécanismes de flexibilité de Mise en œuvre conjointe et de Développement propre en vertu du Protocole de Kyoto. Pour le traitement administratif de ces demandes de projet, le Gouvernement flamand peut arrêter de faire imputer les frais fixes et les frais de dossier à l’auteur de la demande d’approbation du projet. Le Gouvernement flamand fixe également l’importance et le mode de paiement de ces frais. Les recettes découlant de ces frais sont attribuées au Fonds de l’énergie, visé à l’article 3.2.1. TITRE X. — AGREMENT DES EXPERTS ENERGETIQUES
Article 10.1.1 Dans le cadre de mesures politiques en matière de gestion rationnelle d’énergie, d’utilisation rationnelle d’énergie, de sources d’énergie renouvelables, de performances énergétiques des bâtiments et de mécanismes de flexibilité, le Gouvernement flamand peut fixer des conditions auxquelles doivent répondre les candidats experts énergétiques. Ces conditions portent en tout cas sur : 1° les diplômes et la formation; 2° la connaissance et l’expérience professionnelles; 3° l’impartialité des actions de l’expert énergétique vis-à-vis des donneurs d’ordre et des intérêts commerciaux.
Article 10.1.2 Le Gouvernement flamand détermine les catégories d’experts énergétiques. Il fixe la procédure d’agrément des experts énergétiques, ainsi que la procédure et les conditions de suspension et d’annulation de cet agrément. Le Gouvernement flamand fixe également les exigences qualitatives et désigne l’instance chargée du contrôle de leurs activités.
Article 10.1.3 Pour la délivrance des certificats de performance énergétique en cas de construction, le rapporteur est désigné comme expert énergétique. TITRE XI. — PERFORMANCES ENERGETIQUES DE BATIMENTS CHAPITRE Ier. — Performances énergétiques et climat intérieur des bâtiments Section Ire. — Les exigences PEB
Article 11.1.1 § 1er. Le Gouvernement flamand détermine les exigences PEB auxquelles doivent répondre les bâtiments pour lesquels une demande d’autorisation urbanistique est introduite, telle que mentionnée à l’article 93, § 1er, 1°, 6° et 7° du décret du 18 mai 1999 relatif à l’organisation de l’aménagement du territoire. Suite à l’introduction de l’obligation de déclaration, visée à l’article 94, § 1er, du décret du 18 mai 1999 portant organisation de l’aménagement du territoire, les exigences PEB, fixées par le Gouvernement flamand sur la base de l’alinéa premier, restent d’application intégrale aux bâtiments visés à l’alinéa premier. Lorsqu’il s’agit de déterminer les exigences, une distinction est faite entre des bâtiments neufs et des bâtiments existants. Une distinction peut également être faite entre différentes catégories de bâtiments. Lorsque des exigences PEB s’appliquent sur un bâtiment, elles sont valables pour la totalité des travaux, des opérations ou des modifications effectués au bâtiment, en par conséquent pour ces travaux, opérations et modifications qui ne sont pas soumis à autorisation en soi. 46216 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD § 2. Le Gouvernement flamand détermine les exigences PEB auxquelles doivent répondre les bâtiments existants lorsque des travaux, des modifications ou des opérations sont effectués qui déterminent la performance énergétique du bâtiment et pour lesquels aucune demande d’autorisation urbanistique n’est requise, telle que mentionnée à l’article 93, § 1er, 1°, 6° et 7° du décret du 18 mai 1999 relatif à l’organisation de l’aménagement du territoire.
Article 11.1.2 En cas de bâtiments neufs d’une superficie utile supérieure à 1000 m2, il y a lieu de tenir compte, avant que la construction ne soit entamée, de la faisabilité technique, écotechnique et économique de systèmes alternatifs, tels que : 1° des systèmes décentralisés d’approvisionnement en énergie faisant appel aux énergies renouvelables; 2° une unité de cogénération qualitative; 3° les systèmes de chauffage ou de refroidissement urbains ou collectifs, s’ils existent; 4° des pompes à chaleur. Le Gouvernement flamand arrête les modalités en matière de superficie utile.
Article 11.1.3 Le Gouvernement flamand peut arrêter des modalités relatives à la forme et au contenu de l’étude de faisabilité, mentionnée à l’article 11.1.2.
Article 11.1.4 Le Gouvernement flamand peut accorder des exemptions ou des dérogations aux exigences PEB qu’il impose : 1° lorsqu’il il s’agit de monuments ou de bâtiments protégés faisant partie intégrante d’un paysage, d’un site urbain ou rural protégés, ou de bâtiments repris dans l’inventaire du patrimoine architectural; 2° lorsqu’il s’agit de bâtiments servant de lieux de culte et utilisés pour des activités religieuses; 3° lorsque la collaboration d’un architecte n’est pas requise pour l’obtention de l’autorisation urbanistique; 4° lorsque le respect des exigences PEB n’est techniquement, fonctionnellement ou économiquement pas réalisable pour des bâtiments existants et des bâtiments neufs; 5° lorsqu’il s’agit de bâtiments industriels dans lesquels ont lieu des processus industriels qui génèrent de la chaleur, et pour lesquels il est nécessaire en conséquence de prévoir une ventilation forcée ou un refroidissement en vue d’un climat intérieur acceptable; 6° lorsqu’il s’agit de constructions provisoires; 7° lorsqu’il s’agit de bâtiments indépendants d’une superficie utile totale inférieure à 50 m2.
Article 11.1.5 Le Gouvernement flamand fixe la méthode de calcul de la performance énergétique d’un bâtiment, sur la base du cadre général à l’annexe de la Directive 2002/91/CE. Le Gouvernement flamand peut arrêter que les bâtiments qui font appel à des concepts de construction ou des technologies innovateurs, peuvent appliquer une méthode de calcul alternative. La performance énergétique d’un bâtiment s’exprime de manière transparente.
Article 11.1.6 Le Gouvernement flamand évalue et adapte, le cas échéant, au moins tous les deux ans la méthode de calcul de la performance énergétique des bâtiments, les procédures à suivre, les exigences PEB ainsi que les charges administratives de la règlementation. Section II. — La déclaration de commencement
Article 11.1.7 § 1er. Pour les travaux et opérations auxquels s’appliquent des exigences PEB en application de l’article 11.1.1, § 1er, la personne soumise à déclaration désigne un rapporteur avant le commencement des travaux et des opérations. § 2. Dans le cadre de la procédure d’adjudication d’un marché de travaux, le donneur d’ordre ou l’architecte fournit aux entrepreneurs contactés les données disponibles, relatives au respect des exigences PEB. Les travaux et opérations ne peuvent être entamés qu’après introduction de la déclaration de commencement. Le rapporteur introduit, au nom de la personne soumise à déclaration, la déclaration de commencement à la « Vlaams Energieagentschap » avant le commencement des travaux et des opérations. L’architecte fournit les performances en termes d’exigences PEB visées pour le bâtiment au rapporteur, qui les introduit dans la déclaration de commencement. Les données qui sont à la base du choix des matériaux et des mesures, fait afin de répondre aux exigences PEB, sont tenues à la disposition de la « Vlaams Energieagentschap » et des parties impliquées dans les travaux et opérations. L’architecte fournit ces données sur première demande. Les données des matériaux et installations qui sont utilisés dans le bâtiment et qui concernent le respect des exigences PEB, peuvent être recueillies par le rapporteur. La personne soumise à déclaration, l’architecte, l’entrepreneur ou l’installateur mettent ces données à disposition sur simple demande. Le rapporteur conserve pendant trois ans un imprimé de chaque déclaration de commencement établie par lui, ainsi que les données y afférentes. Ces documents sont signés par le rapporteur, la personne soumise à déclaration et l’architecte. Le rapporteur fournit sur simple demande un exemplaire de l’imprimé ainsi que des données y afférentes à la « Vlaams Energieagentschap ». § 3. En cas de changement de rapporteur avant l’introduction de la déclaration PEB, le rapporteur nouvellement désigné notifie son nom par voie électronique à la « Vlaams Energieagentschap » dans les plus brefs délais. Section III. — Déclaration PEB
Article 11.1.8 § 1. Après l’exécution des travaux et des opérations aux bâtiments soumis à des exigences PEB selon l’article 11.1.1, § 1er, le rapporteur introduit une déclaration PEB au nom de la personne soumise à déclaration auprès de la « Vlaams Energieagentschap » dans les six mois de la mise en service du bâtiment. Pour ce qui est de la déclaration PEB portant sur des bâtiments dont la demande d’autorisation urbanistique a été introduite en 2006, le rapporteur introduit la déclaration PEB au nom de la personne soumise à déclaration auprès de la « Vlaams Energieagentschap » dans les douze mois de la mise en service du bâtiment. MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46217 § 2. Le rapporteur conserve pendant cinq ans un imprimé de chaque déclaration PEB établie par lui, ainsi que les plans et annexes y afférents. Ces documents sont signés par le rapporteur et par la personne soumise à déclaration. Le rapporteur fournit sur simple demande un exemplaire de l’imprimé ainsi que des plans et des annexes à la « Vlaams Energieagentschap ». La personne soumise à déclaration conserve pendant dix ans un imprimé de la déclaration PEB, ainsi que des plans et annexes y afférents. Ces documents sont signés par le rapporteur et par la personne soumise à déclaration. La personne soumise à déclaration fournit sur simple demande un exemplaire de l’imprimé ainsi que des plans et des annexes à la « Vlaams Energieagentschap ».
Article 11.1.9 § 1er. Dans le cas d’un bâtiment soumis à des exigences PEB selon l’article 11.1.1, § 1er, le titulaire de l’autorisation urbanistique est la personne soumise à déclaration. Lorsqu’un bâtiment qui a déjà fait l’objet d’une réception provisoire, est vendu avant que la déclaration EPB ne soit déposée, le titulaire initial de l’autorisation urbanistique ou la personne soumise à la notification reste la personne soumise à la déclaration. § 2. Par exception au § 1er, en cas de vente d’une habitation ou d’un appartement construit, à construire, à transformer ou en construction par un promoteur-maître d’ouvrage à une personne physique, le promoteur-maître d’ouvrage est la personne soumise à déclaration, à moins que les trois conditions suivantes ne soient remplies : 1° l’acte de vente précise que l’obligation de déclaration est transférée à l’acquéreur; 2° à l’acte de vente, il est joint un rapport intermédiaire, établi par le rapporteur qui a été désigné par le promoteur-maître d’ouvrage et signé par le rapporteur, par le promoteur-maître d’ouvrage et par l’acquéreur. Le rapport intermédiaire énumère toutes les mesures qui ont été ou qui doivent être exécutées afin de répondre aux exigences PEB. Il indique également qui prendra en charge la mise en œuvre des différentes mesures; 3° à l’issue des travaux, le promoteur-maître d’ouvrage met les informations nécessaires concernant les travaux exécutés par lui ou pour son compte, à la disposition de l’acquéreur en vue de l’établissement de la déclaration PEB définitive.
Article 11.1.10 Dans le cas d’un bâtiment soumis à des exigences PEB selon l’article 11.1.1, § 2, le propriétaire du bâtiment est la personne soumise à la déclaration.
Article 11.1.11 Le rapporteur établit la déclaration PEB conformément aux travaux exécutés. Il décrit les mesures déterminant la performance énergétique et le climat intérieur du bâtiment, et calcule si le bâtiment répond aux exigences PEB. Il répond de l’exactitude de la description de l’état de fait du bâtiment dans la déclaration PEB. Lorsque l’architecte chargé du contrôle de l’exécution des travaux, constate pendant l’exécution qu’il existe un risque grave de non-respect des exigences PEB, il en informe la personne soumise à déclaration et, s’il s’agit d’une personne autre que l’architecte, le rapporteur, par lettre recommandée dans les meilleurs délais.
Article 11.1.12 La personne soumise à déclaration ou ses successeurs en droit ne peuvent modifier ou remplacer les installations ou les constructions reprises dans la déclaration PEB que dans la mesure où ces modifications ou ces remplacements produisent individuellement au moins les performances mentionnées dans la déclaration PEB.
Article 11.1.13 Le Gouvernement flamand arrête les modalités relatives à la forme et au contenu de la déclaration de commencement et de la déclaration PEB, ainsi que des plans et annexes y afférents. Le Gouvernement flamand arrête les modalités relatives à l’introduction de la déclaration PEB et de la déclaration de commencement. Section IV. — Banque de données des performances énergétiques
Article 11.1.14 § 1er. La « Vlaams Energieagentschap » tient une banque de données des performances énergétiques. § 2. Le Gouvernement flamand détermine quelles données de la notification, de la demande d’autorisation urbanistique et de l’autorisation urbanistique sont conservées sous forme électronique par l’autorité ayant octroyé l’autorisation urbanistique. Chaque autorité compétente pour octroyer des autorisations urbanistiques ou pour enregistrer des notifications fournit mensuellement une liste électronique à la « Vlaams Energieagentschap », reprenant les travaux, les modifications ou les opérations autorisés, suspendus ou annulés, qui sont soumis à des exigences PEB. Ces données sont introduites dans la banque de données des performances énergétiques. Le Gouvernement flamand détermine la forme sous laquelle ces données sont échangées. CHAPITRE II. — Certificats de performance énergétique
Article 11.2.1 § 1. Le Gouvernement flamand peut imposer aux propriétaires ou aux utilisateurs d’un bâtiment, que celui-ci doit disposer d’un certificat de performance énergétique. Le certificat de performance énergétique comprend des valeurs de référence sur la base desquelles la performance énergétique d’un bâtiment peut être évaluée et comparée avec celle d’autres bâtiments. Le certificat de performance énergétique comprend également des recommandations concernant l’amélioration, selon des critères de coût-efficacité, de la performance énergétique du bâtiment, ou des conseils de bon usage. Le Gouvernement flamand détermine la méthode de calcul, le contenu et la forme du certificat de performance énergétique. Le Gouvernement flamand peut également déterminer des règles concernant le marquage des bâtiments. La durée de validité d’un certificat de performance énergétique ne peut pas excéder dix ans. Le Gouvernement flamand détermine dans quels cas un certificat de performance énergétique peut être retiré ou adapté. § 2. Dans les bâtiments d’une superficie utile de plus de 1 000 m2 et abritant des services publics et des institutions fournissant des services publics à un nombre important de personnes, et qui sont dès lors très fréquentés du public, un certificat de performance énergétique valable est affiché à un endroit apparent et clairement visible pour le public. Le Gouvernement flamand arrête les modalités en matière de superficie utile. 46218 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD
Article 11.2.2 § 1er. Le Gouvernement flamand peut imposer au propriétaire d’un bâtiment, mentionné à l’article 11.2.1, § 1er, premier alinéa, de transférer un certificat de performance énergétique valable à l’acquéreur en cas de vente. § 2. Le Gouvernement flamand peut imposer au propriétaire d’un bâtiment, mentionné à l’article 11.2.1, § 1er, premier alinéa, de mettre à la disposition du locataire un certificat de performance énergétique valable en cas de conclusion d’un nouveau contrat de location. § 3. Le Gouvernement flamand peut imposer au fonctionnaire instrumentant et aux tiers des obligations dans le cadre de l’exécution des obligations, visées aux §§ 1er et 2.
Article 11.2.3 § 1er. La « Vlaams Energieagentschap » tient une banque de données des performances énergétiques. Le Gouvernement flamand détermine quelles données du certificat de performance énergétique sont conservées, transmises et introduites dans la banque de données. § 2. Les personnes délivrant un certificat de performance énergétique transmettent les données mentionnées au § 1er par voie électronique à la banque de données des certificats. Le Gouvernement flamand détermine les conditions de la transmission électronique de ces données. TITRE XII. — RAPPORTAGE DE LA POLITIQUE DE L’ENERGIE CHAPITRE Ier. — Rapport sur l’énergie
Article 12.1.1 Le Ministre publie annuellement, sur la proposition de la « Vlaams Energieagentschap », un rapport sur l’énergie. Le rapport sur l’énergie comprend au moins pour la Région flamande : 1° un bilan énergétique; 2° une description et une analyse de la situation actuelle en matière de consommation et de production d’énergie, par secteur et par vecteur d’énergie; 3° indices chiffrés de l’énergie par secteur.
Article 12.1.2 Le bilan énergétique comprend les éléments suivants : 1° globalement : a) la consommation d’énergie primaire par vecteur d’énergie; b) la quantité d’énergie livrée aux soutes maritimes et aériennes internationales par vecteur d’énergie; c) la consommation intérieure brute d’énergie par vecteur d’énergie; d) les importations nettes d’énergie par vecteur d’énergie; 2° sur le secteur de la transformation : a) la quantité d’énergie transformée par sous-secteur et par vecteur d’énergie; b) la quantité d’énergie produite par sous-secteur et par vecteur d’énergie; c) la production d’électricité et de chaleur par cogénération et des installations d’énergie renouvelable par sous-secteur et par vecteur d’énergie; d) la propre consommation et les pertes d’énergie au cours du transport par sous-secteur et par vecteur d’énergie; 3° sur le secteur de la consommation finale : a) la consommation d’énergie par sous-secteur et par vecteur d’énergie; b) la production d’électricité et de chaleur par cogénération, par des installations d’énergie renouvelable et d’autoproduction par sous-secteur et par vecteur d’énergie; CHAPITRE II. — Mise à disposition de données à la « Vlaams Energieagentschap »
Article 12.2.1. Le Gouvernement flamand peut imposer des obligations à tout gestionnaire d’un réseau de distribution, d’un réseau de transmission, d’un réseau de distribution de gaz naturel, à tout fournisseur d’énergie et tout exploitant d’une installation de production d’énergie, en vue de la communication correcte, complète et consistante des données essentielles pour l’établissement des bilans d’énergie et l’étayage de la politique flamande relative à l’utilisation rationnelle d’énergie, aux sources d’énergie renouvelables et au changement climatique. Le Gouvernement arrête les exigences concernant le caractère correct, complet en consistant de la communication. Les données à communiquer portent au moins sur : 1° le prélèvement et la consommation d’énergie par des catégories de clients objectivement définies et leur profil de consommation; 2° les caractéristiques des installations de production d’énergie et la quantité d’énergie produite dans ces installations. Le Gouvernement flamand arrête la classification en catégories, le délai et le mode de communication des données.
Article 12.2.2 Les services des domaines politiques homogènes de l’autorité flamande, les établissements qui relèvent de la Région flamande et de la Communauté flamande, les pouvoirs subordonnés soumis à la tutelle administrative de la Région flamande et les organismes de droit public et de droit privé chargés de tâches d’utilité publique en matière d’énergie, mettent à la disposition de la « Vlaams Energieagentschap », ou bien sur simple demande de celle-ci, ou bien de leur propre initiative, toutes les informations non confidentielles dont ils disposent et qui peuvent être utiles pour la rédaction du rapport sur l’énergie et l’étayage de la politique flamande relative à l’utilisation rationnelle d’énergie, aux sources d’énergie renouvelables ainsi qu’à la politique énergétique sociale. MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46219 TITRE XIII. — CONTROLE ET SANCTIONS CHAPITRE Ier. — Contrôle Section Ire. — Dispositions générales
Article 13.1.1 Sauf si le présent décret prévoit un contrôleur spécifique, les fonctionnaires compétents pour le contrôle du respect des dispositions du présent décret sont désignés par le Gouvernement flamand. Section II. — Contrôle par la VREG
Article 13.1.2 § 1er. La VREG peut se faire communiquer par une partie de marché ou par les préposés, les administrateurs, les managers ou les membres du personnel, les données et informations nécessaire à l’accomplissement de ses tâches et de ses compétences visées aux articles 3.1.3 et 3.1.4. § 2. Le Gouvernement flamand désigne les membres du personnel de la VREG qui sont habilités à contrôler le respect des titres IV, V, VI et des chapitres I au IV inclus du titre VII du présent décret et ses modalités d’application et à constater le non-respect dans un procès-verbal. Lors de l’accomplissement de leur tâche, les membres du personnel de la VREG peuvent exiger auprès de chaque partie du marché de consulter sur place tous les documents d’affaires nécessaires à cet effet ainsi que d’autres porteurs d’informations, et ils peuvent en faire une copie gratuite et l’emmener. Ils peuvent se faire assister par des personnes qu’ils ont désignées à cet effet sur la base de leur expertise. Afin d’effectuer tous les constats nécessaires, les fonctionnaires mentionnés ont accès aux terrains et aux bâtiments. Ils n’ont toutefois accès aux locaux habités que s’ils remplissent au moins l’une des conditions suivantes : 1° ils ont reçu l’autorisation préalable et écrite de l’habitant; 2° ils ont reçu l’habilitation préalable et écrite du juge au tribunal de police. § 3. La partie du marché à laquelle est adressée une demande de communication de données et d’informations sur la base du § 1er, ou une demande d’autoriser accès aux membres du personnel de la VREG, sur la base du § 2, est tenu de coopérer dans le délai imparti par la VREG. Des données ou des informations obtenues dans le cadre des §§ 1er ou 2, ne sont utilisées par la VREG que pour l’accomplissement de ses tâches et compétences, visées aux articles 3.1.3 et 3.1.4. Section III. — Contrôle par la « Vlaams Energieagentschap »
Article 13.1.3 Le Gouvernement flamand désigne les fonctionnaires de la « Vlaams Energieagentschap » chargés du contrôle du respect des obligations imposées sur la base des articles 7.6.1, 7.6.2, 7.7.1 et 7.7.2 du présent décret et ses arrêtés d’exécution et de l’imposition des amendes administratives. Les fonctionnaires désignés peuvent demander à cet effet aux intéressés tous renseignements et données nécessaires à l’accomplissement de leur tâches. L’intéressé qui fait l’objet d’une demande de communication de renseignements et de données doit apporter son concours dans le délai raisonnable imparti par les fonctionnaires compétents.
Article 13.1.4 § 1er. Les fonctionnaires de la « Vlaams Energieagentschap » sont compétents pour effectuer les contrôles nécessaires relatifs au respect des exigences PEB, et pour dépister et constater par un rapport de constat les infractions aux dispositions du chapitre Ier du titre XI et de ses arrêtés d’exécution. Afin d’effectuer tous les dépistages et constats nécessaires, les fonctionnaires mentionnés ont accès au lieu de construction et aux bâtiments. Ils n’ont toutefois accès aux locaux habités que s’ils remplissent au moins l’une des conditions suivantes : 1° ils ont reçu l’autorisation préalable et écrite de l’habitant; 2° ils ont reçu l’habilitation préalable et écrite du juge au tribunal de police. § 2. Sur simple demande des fonctionnaires mentionnés au § 1er, l’autorité ayant octroyé l’autorisation urbanistique ou ayant enregistré la notification, leur donne accès aux documents et aux données électroniques conservés des travaux, des opérations et des modifications autorisés, notifiés, suspendus et annulés.
Article 13.1.5 Les fonctionnaires de la « Vlaams Energieagentschap » sont compétents pour effectuer les contrôles nécessaires relatifs au certificat de performance énergétique, et pour dépister et constater par un rapport de constat les infractions aux dispositions du chapitre II du titre XI et de ses arrêtés d’exécution. Afin d’effectuer tous les dépistages et constats nécessaires, les fonctionnaires mentionnés ont accès au lieu de construction et aux bâtiments. Ils n’ont toutefois accès aux locaux habités que s’ils remplissent au moins l’une des conditions suivantes : 1° ils ont reçu l’autorisation préalable et écrite de l’habitant; 2° ils ont reçu l’habilitation préalable et écrite du juge au tribunal de police. Section IV. — Contrôle dans le cadre du prélèvement sur l’exploitation d’un réseau de distribution ou d’un réseau de transport local d’électricité dans la Région flamande
Article 13.1.6 Le Gouvernement flamand désigne les fonctionnaires chargés du contrôle et de l’examen relatifs à l’application du prélèvement, visé au titre XIV. Ces fonctionnaires sont autorisés de droit à demander des renseignements auprès des redevables et auprès des tiers, à chercher et a recueillir des données qui pourraient résulter en la redevance correcte à charge du redevable. Le redevable ou tout tiers disposant des données demandées est obligé de fournir ces informations à la demande des fonctionnaires. Les fonctionnaires sont autorisés de droit à réclamer et à consulter auprès du redevable et auprès des tiers tous livres, pièces ou registres qui pourraient résulter en la redevance correcte à charge du redevable. Le redevable ou tout tiers disposant des livres, pièces ou registres demandés est obligé de fournir ces informations à chaque demande des fonctionnaires. Les fonctionnaires peuvent consulter les livres, pièces ou registres sur place ou les emporter contre récépissé. 46220 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Moyennent présentation de leur carte de légitimation et moyennant l’autorisation préalable du juge du tribunal de police, les fonctionnaires ont accès aux locaux industriels du redevable afin de procéder à des constats qui peuvent résulter en la redevance correcte à charge du redevable. Toutes les informations, pièces, tous les procès-verbaux ou actes que les fonctionnaires découvrent ou obtiennent lors de l’exercice de leur fonction, directement ou par l’intermédiaire d’un service administratif de l’Etat, y compris les parquets et les greffes des cours et tribunaux, les administrations des communautés et régions, les provinces et les communes et les organismes et institutions d’intérêt public, peuvent être utilisées par la Région flamande pour constater la redevance correcte à charge du redevable. CHAPITRE II. — Sanctions pénales
Article 13.2.1 Sont punis d’une amende d’un à cinq cents euros et/ou un emprisonnement d’un mois à un an : 1° ceux qui gênent les vérifications ou les recherches effectuées de la VREG ou du Gouvernement flamand, refusent de fournir les informations qu’ils doivent communiquer en vertu du présent décret, ou ceux qui délibérément fournissent des informations erronées ou insuffisantes; 2° ceux qui fournissent de l’électricité ou du gaz naturel à des clients qui sont raccordés au réseau de distribution ou au réseau de transport local d’électricité, sans qu’ils disposent d’un autorisation de fourniture; 3° Ceux qui construisent une ligne directe ou une conduite directe sans autorisation préalable, si cette autorisation est requise par le Gouvernement flamand, tel que prévu à l’article 4.5.1.
Article 13.2.2 Toute infraction au secret professionnel, tel que visée aux articles 3.1.12 et 4.1.11, est passables des peines prévues par l’article 458 du Code pénal. CHAPITRE III. — Sanctions administratives imposées par la VREG Section Ire. — Procédure générale
Article 13.3.1 § 1er. Sauf si le présent décret prévoit une procédure spécifique, la VREG peut mettre toute personne physique ou morale en demeure en cas de non-respect des dispositions des titres IV, V, VI, chapitres I à IV inclus du titre VII et de l’article 13.1.2, du présent décret et les arrêtés d’exécution y afférents, y compris les règlement techniques. § 2. La VREG peut imposer une des amendes administratives, visées aux articles 13.3.2 à 13.3.4 inclus, à la personne qui a été mise en demeure conformément au § 1er et qui a été dûment entendue ou convoquée. La VREG prend soin à ce qu’il n’existe aucune disproportion manifeste entre les faits qui sont à la base de lamende administrative et l’amende administrative imposée sur la base de ces faits. La VREG impose l’amende administrative, prévue à l’article 13.3.5, à la personne mise en demeure à cause du non-respect des articles 7.1.10,7.1.11 ou 7.2.3, et qui a été dûment entendue ou convoquée. § 3. L’imposition de l’amende administrative est notifiée à l’intéressé par lettre recommandée, mentionnant les motifs de l’imposition et faisant référence aux dispositions applicables, le montant de l’amende administrative et, le cas échéant, le calcul et la possibilité de recours. § 4. La décision de la VREG d’imposition d’une sanction administrative peut, sous peine d’irrecevabilité, être contestée au Tribunal de Première Instance dans les soixante jours calendaires suivant la réception de la notification, visée au § 3. La notification est censée être reçue le troisième jour ouvrable après le jour de son envoi. La procédure auprès du Tribunal de Première Instance a un effet suspensif. § 5. Après la notification, mentionnée au § 3, l’amende administrative doit être payée dans les soixante jours calendaires. La VREG peut accorder un sursis de paiement pour un délai qu’elle fixe. § 6. Si la personne concernée omet de payer dans le délai imparti au § 5, l’amende est récupérée par voie de contrainte. La contrainte est visée et déclarée exécutoire par un fonctionnaire désigné à cet effet par le Gouvernement flamand. La contrainte est notifiée par exploit d’huissier de justice avec injonction de payer ou par lettre recommandée. § 7. Les dispositions de la partie V du Code judiciaire portant saisies conservatoires et voies d’exécution s’appliquent à la contrainte. § 8. La demande en paiement de l’amende administrative se prescrit après cinq ans, à compter du jour où elle est née. La prescription est interrompue selon le mode et aux conditions fixés à l’article 2244 et suivants du Code civil. Section II. — Amende administrative générale
Article 13.3.2 Sauf si le présent décret prévoit une sanction administrative spécifique, la VREG peut imposer une amende administrative qui ne peut être inférieure à 250 euros par jour, ni être supérieure à 250.000 euros, ni être supérieure à 2.000.000 euros ou 3 % du chiffre d’affaires réalisé sur le marché flamand de l’énergie par le contrevenant pendant l’exercice écoulé, si ce dernier montant est inférieur. Section III. — Amende administrative en cas de non-respect des obligations sociales de service public
Article 13.3.3 La VREG impose une amende administrative au gestionnaire de réseau pour une infraction aux obligations de service public, imposée sur la base des articles 4.1.22, 9° et 4.3.2, 4° et 5°, qui ne peut pas être inférieure à 1.000 euros et ne pas être supérieure à 1 % du chiffre d’affaire réalisé sur le marché flamand de l’énergie par le contrevenant pendant l’exercice écoulé.
Article 13.3.4 La VREG impose au gestionnaire de réseau une amende administrative en cas de non respect des délais pour le rebranchement de l’alimentation en courant électrique ou en gaz naturel et le rebranchement du limiteur de courant électrique dans le compteur à budget qui s’élève à 1.000 euros par jour calendaire excédant le délai, visé à l’article 6.1.2, § 3, sauf si le gestionnaire du réseau peut démontrer que la cause du dépassement du délai ne peut pas lui être reprochée. MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46221 Section IV. — Procédure et amende administrative en cas de non-respect des dispositions relatives aux certificats d’électricité écologique, de cogénération et de chaleur écologique
Article 13.3.5 § 1er. « De VREG legt aan een certificaatplichtige de volgende administratieve boete op : » La VREG impose l’amende administrative suivante à une personne soumise à certificat : 1° une amende de 125 euros par certificat d’électricité écologique soumis trop peu par la personne soumise à certificat auprès de la VREG avant le 31 mars 2015 dans le cadre de l’obligation des certificats, visée à l’article 7.1.10 et une amende de 100 euros par certificat d’électricité écologique soumis trop par la personne soumise à certificat peu auprès de la VREG après le 31 mars 2015 dans le cadre de l’obligation des certificats, visée à l’article 7.1.10; 2° une amende de 45 euros par certificat de chaleur écologique soumis trop peu par la personne soumise à certificat auprès de la VREG dans le cadre de l’obligation des certificats, visée à l’article 7.1.11; 3° une amende de 125 euros par certificat de chaleur écologique soumis trop peu par la personne soumise à certificat auprès de la VREG dans le cadre de l’obligation des certificats, visée à l’article 7.2.3. § 2. Si la personne est en désaccord avec le calcul de l’amende administrative, il peut, sous peine de déchéance dans les trente jours calendaires de la notification, visée à l’article 13.3.1, § 3, informer la VREG par lettre recommandée des erreurs matérielles ou des erreurs de calcul qui auraient été faites lors du calcul. Cette réclamation ne suspend pas le délai prescrit à l’article 13.3.1, § 4, relatif à la décision de la VREG sur la réclamation visée à l’alinéa suivant. La VREG peut révoquer sa décision ou adapter le montant de l’amende administrative s’il appert que des erreurs matérielles ou des erreurs de calcul auraient été faites. Sinon elle rejette la réclamation de la personne concernée. CHAPITRE IV. — Sanctions administratives imposées par la « Vlaams Energieagentschap » re Section I . — Sanctions administratives pour infraction des mesures et des obligations relatives à la promotion de l’utilisation de sources d’énergie renouvelables, de la cogénération et de l’utilisation rationnelle de l’énergie
Article 13.4.1 § 1er. La « Vlaams Energieagentschap » peut obliger les gestionnaires de réseau de respecter l’article 7.5.1 du présent décret ou les arrêtés d’exécution du présent décret dans le délai fixé par la « Vlaams Energieagentschap ». Si un gestionnaire de réseau reste en défaut à l’expiration de ce délai, la « Vlaams Energieagentschap » peut imposer une amende administrative. Cette amende administrative ne peut être inférieure à 1.000 euros par jour calendaire et ne peut pas être supérieure à 100.000 euros, et ne peut pas être supérieure à 2 millions d’euros au total ou 1 % du chiffre d’affaires réalisé par le gestionnaire de réseau concerné sur le marché de l’énergie flamand pendant l’exercice écoulé. § 2. La « Vlaams Energieagentschap » peut imposer une amende administrative au gestionnaire de réseau de 10 cents par kilowattheure d’énergie primaire trop peu économisée par rapport à la quantité d’économie d’énergie primaire imposée par catégorie des clients. § 3. En cas de non-respect du plan d’action REG la « Vlaams Energieagentschap » peut imposer une amende administrative qui n’est pas inférieure à 1.000 euros et ne pas supérieure à 100.000 euros par infraction. § 4. En cas de non-respect d’une l’obligation d’action la « Vlaams Energieagentschap » peut imposer une amende administrative au gestionnaire de réseau qui ne peut être inférieure à 1.000 euros et ne pas être supérieure à 1 % du chiffre d’affaires réalisé sur le marché flamand par le contrevenant en question pendant l’exercice écoulé. § 5. En cas de non-respect d’une obligation des moyens ou d’un engagement de financement la « Vlaams Energieagentschap » peut imposer une amende administrative au gestionnaire de réseau qui représente le triple de la part de l’obligation de moyens ou de l’engagement de financement non respecté. § 6. Si un projet de plan d’action REG ne répond pas aux conditions de forme et de contenu fixées par le Gouvernement flamand, la « Vlaams Energieagentschap » peut sommer le gestionnaire de réseau de respecter les conditions en question dans un délai déterminé. Si le gestionnaire de réseau reste en défaut à l’expiration du délai, mentionné au premier alinéa, la « Vlaams Energieagentschap » impose une amende administrative de 1.000 euros par jour calendaire excédant le délai, visé à l’alinéa premier. § 7. Si un projet de rapport REG ne comporte pas les données fixées par le Gouvernement flamand, la « Vlaams Energieagentschap » peut sommer le gestionnaire de réseau de fournir les données en question dans un délai déterminé. Si le gestionnaire de réseau reste en défaut à l’expiration du délai, mentionné au premier alinéa, la « Vlaams Energieagentschap » impose une amende administrative de 1.000 euros par jour calendaire excédant le délai, visé à l’alinéa premier. § 8. Si un projet de plan daction REG, une liste définitive d’actions, les actions de réserve, les formulaires de demande ou le projet de rapport REG n’ont pas été soumis à temps, la « Vlaams Energieagentschap » peut imposer au gestionnaire de réseau une amende administrative de 1.000 euros par jour calendaire excédant les délais imposés.
Article 13.4.2 § 1er. Les infractions aux exigences arrêtées par le Gouvernement flamand, en application de l’article 12.2.1, relatives au caractère correct, complet et consistant des données à déclarer, sont punies d’une amende administrative qui est ni inférieure à 50 euros, ni supérieure à 20.000 euros. § 2. Les infractions du délai de déclaration imposé par le Gouvernement flamand, en application de l’article 12.2.1, alinéa deux, sont punies par la « Vlaams Energieagentschap » d’une amende administrative de 250 euros par jour calendaire.
Article 13.4.3 § 1er. En cas de non-respect d’une obligation d’action, fixée à l’article 7.6.1, la « Vlaams Energieagentschap » peut imposer une amende administrative au fournisseur de combustibles qui ne peut être inférieure à 1.000 euros et ne pas être supérieure à 1 % du chiffre d’affaires réalisé par le contrevenant en question sur le marché flamand pendant l’exercice écoulé. § 2. En cas de non-respect d’une obligation des moyens, fixée en exécution de l’article 7.6.1, la « Vlaams Energieagentschap » peut imposer une amende administrative au fournisseur de combustibles qui représente le triple de la part de l’obligation de moyens non respectée. 46222 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD § 3. En cas de non-respect d’une obligation d’information et de sensibilisation, fixée à l’article 7.6.2, la « Vlaams Energieagentschap » peut imposer une amende administrative au fournisseur de combustibles qui ne peut être inférieure à 1000 euros et ne pas être supérieure à 1 % du chiffre d’affaires réalisé par le contrevenant en question sur le marché flamand pendant l’exercice écoulé.
Article 13.4.4 § 1er. L’intéressé est informé de la décision d’imposition d’une amende administrative par lettre recommandée contre récépissé. La notification motivée mentionne le montant de l’amende administrative, les dispositions importantes et la possibilité de recours. § 2. Les fonctionnaires désignés par le Gouvernement flamand, statuent sur les demandes motivées de remise, réduction ou délai de grâce pour le paiement des amendes administratives, visées à l’article 13.4.1, § 1er, §§ 3, 4, 5, 6, 7 et 8, l’article 13.4.2, § 1er, et l’article 13.4.3, § 1er, que l’intéressé leur adresse par lettre recommandée. La demande est suspensive de la décision contestée. Les demandes visées à l’alinéa premier sont adressées aux fonctionnaires désignés à cet effet par le Gouvernement flamand dans les 15 jours, à compter de la remise à la poste de la lettre recommandée visée au § 1er. La décision des fonctionnaires désignés à cet effet par le Gouvernement flamand est notifiée, au demandeur dans les trente jours calendaires à compter de la date de remise à la poste de la demande visée à l’alinéa premier. Le fonctionnaire compétent peut prolonger une seule fois le délai précité par trente jours calendaires par lettre recommandée motivée adressée au demandeur. Lorsque la décision n’a pas été envoyée dans le délai imparti, la demande est réputée être acceptée. § 3 Lorsque l’intéressé n’est pas d’accord avec le calcul de l’amende administrative imposée conformément à l’article 13.4.1, § 2, l’article 13.4.2, § 2, et l’article 13.4.3, § 2, il peut informer, par lettre recommandée, dans les dix jours calendaires après la notification visée au § 1er, les fonctionnaires désignés à cet effet par le Gouvernement flamand des erreurs matérielles et des erreurs de calcul qui auraient été faites lors du calcul. Passé ce délai, la décision devient définitive. § 4. Le recours contre la décision d’imposer une amende administrative en vertu de l’article 13.4.1, § 1er, §§ 3, 4, 5, 6, 7et 8, l’article 13.4.2, § 1er et l’article 13.4.3, §§ 1er et 3, au Tribunal de Première Instance, est suspensif. § 5. L’amende administrative doit être payée dans les soixante jours calendaires après la notification de la décision définitive. Les fonctionnaires désignés à cet effet par le Gouvernement flamand, peuvent accorder un délai de sursis de paiement qu’ils déterminent. § 6. La demande en paiement de l’amende administrative se prescrit après cinq ans, à compter du jour où elle est née. La prescription est interrompue selon le mode et aux conditions fixés à l’article 2244 et suivants du Code civil. § 7. A défaut d’acquittement de l’amende administrative et accessoires, le fonctionnaire chargé du recouvrement délivre une contrainte. Cette contrainte est visée et déclarée exécutoire par le fonctionnaire désigné à cet effet par le Gouvernement flamand. § 8. La contrainte est notifiée par exploit d’huissier de justice ou par lettre recommandée. § 9. Les dispositions de la partie V du Code judiciaire portant saisies conservatoires et voies d’exécution s’appliquent à la contrainte. Section II. — Sanctions administratives pour infraction ou non-respect de la réglementation sur la performance énergétique
Article 13.4.5 § 1er. Si une déclaration de commencement ne répond pas aux conditions de forme et de contenu fixées par le Gouvernement flamand en application de l’article 11.1.13, la « Vlaams Energieagentschap » somme le rapporteur de respecter les obligations en question dans un délai déterminé. Lorsque le rapporteur reste en défaut à l’expiration du délai, mentionné au premier alinéa, la « Vlaams Energieagentschap » sanctionne le rapporteur d’une amende administrative. Cette amende administrative s’élève à 250 euros. § 2. Lorsque l’architecte ne satisfait pas aux obligations de l’article 11.1.7, § 2, la « Vlaams Energieagentschap » somme l’architecte de respecter les obligations en question dans un délai déterminé. Lorsque l’architecte reste en défaut à l’expiration du délai, mentionné au premier alinéa, la « Vlaams Energieagentschap » sanctionne l’architecte d’une amende administrative. Cette amende administrative s’élève à 250 euros. § 3. En cas de non-respect du délai d’introduction de la déclaration de commencement, la « Vlaams Energieagentschap » somme la personne soumise à déclaration de respecter les obligations en question dans un délai déterminé. Lorsque la personne soumise à déclaration reste en défaut à l’expiration du délai, mentionné au premier alinéa, la « Vlaams Energieagentschap » sanctionne la personne soumise à déclaration d’une amende administrative. Cette amende administrative s’élève à 250 euros. § 4. Lorsqu’une déclaration PEB ne répond pas aux conditions de forme et de contenu fixées par le Gouvernement flamand en application de l’article 11.1.13, la « Vlaams Energieagentschap » somme le rapporteur de respecter les obligations en question dans un délai déterminé. Lorsque le rapporteur reste en défaut à l’expiration du délai, mentionné au premier alinéa, la « Vlaams Energieagentschap » sanctionne le rapporteur d’une amende administrative. Cette amende administrative s’élève à 250 euros, majorés d’un euro par mètre cube de volume protégé nouvellement créé. De plus, la « Vlaams Energieagentschap » fixe un nouveau délai pour respecter l’obligation en question. Si le rapporteur reste en défaut à l’expiration du délai, mentionné au deuxième alinéa, la « Vlaams Energieagentschap » sanctionne le rapporteur d’une amende administrative sous la forme d’une astreinte. Celle-ci s’élève à 25 euros pour chaque jour calendaire où le délai mentionné au deuxième alinéa est dépassé. § 5. En cas de non-respect du délai d’introduction de la déclaration PEB, la « Vlaams Energieagentschap » somme la personne soumise à déclaration de respecter les obligations en question dans un délai déterminé. MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46223 Lorsque la personne soumise à déclaration reste en défaut à l’expiration du délai, mentionné au premier alinéa, la « Vlaams Energieagentschap » sanctionne la personne soumise à déclaration d’une amende administrative. Cette amende administrative s’élève à 250 euros, majorés d’un euro par mètre cube de volume protégé nouvellement créé. De plus, la « Vlaams Energieagentschap » fixe un nouveau délai pour respecter l’obligation en question. Lorsque la personne soumise à déclaration reste en défaut à l’expiration du délai, mentionné au deuxième alinéa, la « Vlaams Energieagentschap » sanctionne la personne soumise à déclaration d’une amende administrative sous la forme d’une astreinte. Celle-ci s’élève à 25 euros pour chaque jour calendrier où le délai mentionné au deuxième alinéa est dépassé. Lorsque la personne soumise à déclaration reste en défaut à l’expiration du délai, mentionné au premier alinéa, et qu’il résulte d’un contrôle que les exigences PEB n’ont pas été respectées, la « Vlaams Energieagentschap » sanctionne la personne soumise à déclaration, en surcroît de l’amende administrative mentionnée au deuxième alinéa, d’une amende administrative s’élevant à deux fois l’amende administrative calculée selon les dispositions de l’article 13.4.6. Pour la détermination de cette amende administrative, les valeurs mentionnées dans la déclaration PEB sont remplacées par les valeurs constatées lors du contrôle.
Article 13.4.6 Lorsqu’il résulte de la déclaration PEB que les exigences PEB n’ont pas été respectées, la « Vlaams Energieagentschap » sanctionne la personne soumise à déclaration, jusqu’à cinq ans de la déclaration PEB, d’une amende administrative de : 1° 60 euros par déviation de 1 W/K en termes d’isolation thermique des éléments structurels et du niveau K, tels que définis aux 1.1.1 et 1.1.2 de l’annexe au présent décret; 2° 0,24 euro par déviation de 1 M J/an en termes de performance énergétique globale, telle que définie au 1.2 de l’annexe au présent décret; 3° 0,48 euro par déviation de 1 000 Kh et de 1 m3 en termes de risque de surchauffe, tel que défini au 1.3 de l’annexe au présent décret; 4° 4 euros par déviation de 1 m3/h en termes d’installations de ventilation, telles que définies au 1.4 de l’annexe au présent décret. La « Vlaams Energieagentschap » n’établira l’amende administrative qu’à partir du moment où l’amende administrative totale, imposée en vertu du présent article, s’élève à au moins 250 euros.
Article 13.4.7 § 1er. Lorsqu’il résulte d’un contrôle que la déclaration PEB ne correspond pas à la réalité, la « Vlaams Energieagentschap » sanctionne le rapporteur, jusqu’à cinq ans de l’introduction de la déclaration PEB, d’une amende administrative de : 1° 60 euros par déviation de 1 W/K en termes d’isolation thermique des éléments structurels et du niveau K, tels que définis aux 2.1.1 et 2.1.2 de l’annexe au présent décret; 2° 0,24 euro par déviation de 1 M J/an en termes de performance énergétique globale, telle que définie au 2,2 de l’annexe au présent décret; 3° 0,48 euro par déviation de 1 000 Kh et de 1 m3 en termes de risque de surchauffe, tel que défini au 2.3 de l’annexe au présent décret; 4° 4 euros par déviation de 1 m3/h en termes d’installations de ventilation, telles que définies au 2.4 de l’annexe au présent décret. Une valeur erronée relative aux installations de ventilation dans la déclaration PEB ne peut pas donner lieu à une amende en vertu du premier alinéa, 1°, 2° et 3°. Une valeur erronée relative à l’isolation thermique des éléments structurels dans la déclaration PEB ne peut pas donner lieu à une amende en vertu du premier alinéa, 1°, sur la base de déviations en termes du niveau K, ou en vertu du premier alinéa, 2° et 3°. Une valeur erronée relative au niveau K dans la déclaration PEB ne peut pas donner lieu à une amende en vertu du premier alinéa, 2° et 3°. Une valeur erronée relative au niveau E dans la déclaration PEB ne peut pas donner lieu à une amende en vertu du premier alinéa, § 3. La « Vlaams Energieagentschap » n’établira l’amende administrative qu’à partir du moment où l’amende administrative totale, imposée en vertu du présent article, s’élève à au moins 250 euros. Le rapporteur introduit une déclaration PEB conforme aux constats du contrôle, auprès de la « Vlaams Energieagentschap » dans les soixante jours calendaires de l’établissement de l’amende administrative. En cas de non-respect de la disposition du septième alinéa, la « Vlaams Energieagentschap » somme le rapporteur de respecter l’obligation dans un délai déterminé. Lorsque le rapporteur reste en défaut à l’expiration de ce délai, la « Vlaams Energieagentschap » impose une amende administrative de 500 euros. § 2. Pour les déclarations PEB relatives aux bâtiments dont la déclaration de commencement a été introduite en 2006, l’amende administrative ne s’élève qu’à la moitié du montant dû en vertu du § 1er, premier alinéa, avec un minimum de 250 euros.
Article 13.4.8 § 1er. Le montant de l’amende administrative due est notifié à l’intéressé par lettre recommandée, mentionnant les motifs de l’imposition de l’amende et faisant référence aux articles applicables. Le cas échéant, le calcul est joint. Lorsque l’intéressé est en désaccord avec la sanction, il peut faire parvenir ses contre-arguments par lettre recommandée à la « Vlaams Energieagentschap » dans les trente jours calendaires de la notification, mentionnée au premier alinéa. Passé ce délai, la décision devient définitive. La « Vlaams Energieagentschap » peut révoquer sa décision ou adapter le montant de l’amende administrative si ces contre-arguments s’avèrent fondés. Dans ce cas, une nouvelle notification a lieu dans les trente jours calendaires de la réception des contre-arguments de l’intéressé. § 2. Après la notification, mentionnée au § 1er, l’amende administrative doit être payée dans les soixante jours calendaires. La « Vlaams Energieagentschap » peut accorder un sursis de paiement pour un délai déterminé par lui-même. § 3. Si l’intéressé manque de régler l’amende administrative, celle-ci est recouvrée par voie de contrainte. 46224 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD La contrainte est visée et déclarée exécutoire par un fonctionnaire désigné à cet effet par le Gouvernement flamand. La contrainte est notifiée par exploit d’huissier de justice ou par lettre recommandée. Les dispositions de la partie V du Code judiciaire portant saisies conservatoires et voies d’exécution s’appliquent à la contrainte. § 4. La demande en paiement de l’amende administrative se prescrit après cinq ans, à compter du jour où elle est née. La prescription est interrompue selon le mode et aux conditions fixés à l’article 2244 et suivants du Code civil. Section III. — Sanction administrative pour infraction ou non-respect de la réglementation sur la performance énergétique en cas de bâtiments existants
Article 13.4.9 § 1er. Si la personne soumise à déclaration ne respecte pas les exigences PEB, mentionnées à l’article 11.1.1, § 2, dans l’exécution des travaux, des opérations ou des modifications, la « Vlaams Energieagentschap » peut imposer une amende administrative de 250 euros au minimum et de 5.000 euros au maximum, en fonction du type de bâtiment, de la superficie utile ou du volume protégé. § 2. Le recours devant le tribunal de première instance contre la décision d’imposer une amende administrative en vertu du § 1er, est suspensif. La procédure prescrite à l’article 13.4.8 s’applique par analogie. Section IV. — Sanctions administratives pour infraction ou non-respect de la réglementation sur les certificats de performance énergétique
Article 13.4.10 § 1er. Lorsqu’il résulte d’un contrôle que le certificat de performance énergétique ne correspond pas à la réalité, la « Vlaams Energieagentschap » peut sanctionner l’expert énergétique ayant délivré le certificat de performance énergétique, d’une amende administrative de 500 euros au minimum et de 5.000 euros au maximum, en fonction du type de bâtiment, du volume protégé ou de la superficie utile. § 2. Lorsqu’il apparaît que le propriétaire ou l’utilisateur d’un bâtiment, devant disposer d’un certificat de performance énergétique en vertu de l’article 11.2.1, § 1er, premier alinéa, ne dispose pas d’un certificat de performance énergétique valable, la « Vlaams Energieagentschap » le sanctionne d’une amende administrative de 1.000 euros au minimum et de 5.000 euros au maximum, en fonction du type de bâtiment, du volume protégé ou de la superficie utile, à la condition que le propriétaire ou l’utilisateur ait été dûment entendu ou convoqué. § 3. S’il apparaît, lors de l’application de l’article 11.2.2, que le propriétaire n’a pas transféré à l’acquéreur ou n’a pas mis à la disposition du locataire un certificat de performance énergétique valable, ou que l’intéressé n’a pas été dûment entendu ou convoqué, la « Vlaams Energieagentschap » le sanctionne d’une amende administrative de 1.000 euros au minimum et de 5.000 euros au maximum, en fonction du type de bâtiment, du volume protégé ou de la surface utile. Cette amende administrative n’est pas cumulable avec la sanction mentionnée au § 2. § 4. Le recours devant le Tribunal de Première Instance contre la décision d’imposer une amende administrative en vertu des §§ 1, 2 et 3 est suspensif. La procédure prescrite à l’article 13.4.8 s’applique par analogie. CHAPITRE V. — Sanctions administratives imposées par le Département de l’Environnement, de la Nature et de l’Energie
Article 13.5.1 La division du département de l’Environnement, de la Nature et de l’Energie, chargée de la pollution de l’air, impose une amende administrative à l’exploitant ou à l’exploitant de l’aéronef pour chaque tonne d’équivalent de CO2 émise et pour laquelle aucun quota d’émission n’a été restitué sur la base de l’article 9.1.1, § 1er, ou de l’article 9.1.3, § 8. Par tonne d’équivalent de CO2 émise, l’amende administrative imposée à l’exploitant s’élève à 40 euros pour la période 2005-2007 et à 100 euros à partir de 2008. Par tonne d’équivalent de CO2 émise, l’amende administrative imposée à l’exploitant d’aéronef s’élève à 100 euros à partir de 2012. Le paiement de l’amende administrative imposée suite à une transgression d’émission n’exempte pas l’exploitant ou l’exploitant de l’aéronef de l’obligation de restituer une quantité de quotas d’émission égale à la transgression d’émission au moment de la restitution des quotas d’émission relatifs à l’année calendaire suivante. Le Gouvernement flamand prend des mesures pour assurer la publication des noms des exploitants ou des exploitants d’aéronefs qui restituent insuffisamment de quotas d’émission pour satisfaire aux obligations imposées en vertu de l’article 9.1.1, § 1er, ou de l’article 9.1.3, § 8.
Article 13.5.2 § 1er. A partir de l’année 2010, une amende administrative s’élevant à au minimum 5.000 euros et à au maximum 450.000 euros sera imposée à un exploitant d’aéronefs qui ne dispose pas au 1er janvier de chaque année d’un plan de suivi approuvé, conformément à l’article 9.1.3, § 6, alinéa premier. En dérogation à l’alinéa premier, une amende administrative s’élevant à au minimum 5.000 euros et à au maximum 450.000 euros sera imposée à un exploitant d’aéronefs, tel que visé à l’article 9.1.3, § 6, alinéa deux, à partir du moment que l’exploitant d’aéronefs doit disposer d’un plan de suivi approuvé des émissions CO2, et par après annuellement au 1er janvier, tel qu’arrêté par le Gouvernement flamand. Le Gouvernement flamand arrête les modalités du calcul de l’amende administrative. § 2. Une amende administrative s’élevant à au minimum 5.000 euros et à au maximum 450.000 euros sera imposée à un exploitant d’aéronefs qui au plus tard au 31 mars de chaque année et à partir de 2011 n’a pas introduit un rapport annuel sur les émissions CO2 vérifié comme étant satisfaisant, conformément à l’article 9.1.3, § 7. Le Gouvernement flamand arrête les modalités du calcul de l’amende administrative.
Article 13.5.3 Sur avis de l’autorité compétente, le Gouvernement flamand peut demander à la Commission européenne d’imposer une interdiction d’exploitation à un exploitant d’aéronefs qui ne répond pas aux dispositions de ou en vertu de l’article 9.1.3, si le respect des dispositions en vertu de l’article 9.1.3 ne peut pas être garanti par d’autre mesures de maintien. MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46225
Article 13.5.4 § 1er. Le concerné est informé de la décision d’imposition d’une amende administrative par lettre recommandée. La notification motivée indique le montant de l’amende administrative. § 2. Si l’intéressé n’est pas d’accord avec l’amende administrative imposée aux termes de l’article 13.5.1 et l’arti- cle 13.5.2, il peut en faire part, par lettre recommandée, dans les dix jours calendaires après la notification visée au er § 1 , aux fonctionnaires désignés à cet effet par le Gouvernement flamand. Passé ce délai, la décision devient définitive. Su sa demande, le concerné peut consulter et recevoir une copie des documents sur la base desquels la décision d’imposition d’une amende administrative en vertu des articles 13.5.1 et 13.5.2 a été prise. Sur sa demande, le concerné peut oralement justifier sa défense relative à la décision d’imposition d’une amende administrative en vertu des articles 13.5.1 et 13.5.2. Les fonctionnaires compétents peuvent révoquer leur décision ou adapter le montant de l’amende administrative si ces contre-arguments s’avèrent être fondés. Dans ce cas, une nouvelle notification sera envoyée. § 3. L’amende administrative doit être payée dans les soixante jours calendaires après la notification de la décision définitive. Les fonctionnaires désignés à cet effet par le Gouvernement flamand, peuvent accorder un délai de sursis de paiement qu’ils déterminent. § 4. La demande en paiement de l’amende administrative se prescrit après cinq ans, à compter du jour où elle est née. La prescription est interrompue selon le mode et aux conditions fixés à l’article 2244 et suivants du Code civil. CHAPITRE VI. — Recettes découlant du produit des amendes administratives
Article 13.6.1 Les recettes découlant du produit des amendes administratives, visées au présent décret, sont directement attribuées au Fonds de l’Energie, visé à l’article 3.2.1. TITRE XIV. — PRELEVEMENT SUR L’EXPLOITATION D’UN RESEAU DE DISTRIBUTION OU D’UN RESEAU DE TRANSPORT LOCAL D’ELECTRICITE DANS LA REGION FLAMANDE CHAPITRE Ier. — Prélèvement sur l’exploitation d’un réseau de distribution d’électricité ou d’un réseau de transport local d’électricité dans la Région flamande
Article 14.1.1 Un prélèvement sur l’exploitation d’un réseau de distribution pour électricité ou du réseau de transport local d’électricité dans la Région flamande est instauré à partir d’une date à fixer par le Gouvernement flamand. Ce prélèvement est calculé sur une quantité de courant électrique, exprimé en gigawattheure (GWh), qui est égale à la quantité de courant qui est injectée annuellement dans le réseau de distribution ou dans le réseau de transport local d’électricité en question, diminuée d’un quantité de courant qui est injectée annuellement de ce réseau dans un autre réseau de distribution ou dans le réseau de transport local d’électricité.
Article 14.1.2 Le prélèvement est dû par les gestionnaires de réseau, y compris les gestionnaires de réseau soumis à la loi du 22 décembre 1986 relative aux intercommunales.
Article 14.1.3 Le montant du prélèvement est fixé comme suit : Quantité de courant électrique, exprimée en GWh, telle Prélèvement exprimé en euro que calculée à l’article 14.1.1 0 à 100 1860 > 100 à 250 6195 > 250 à 500 14.875 > 500 à 1000 29.745 > 1000 à 2000 59.495 > 2000 à 3000 99.155 > 3000 à 4000 138.820 > 4000 à 5000 178.485 > 5000 à 7500 247.895 > 7500 à 10 000 347.050 > 10 000 à 15 000 495.785 > 15 000 à 20 000 694.100 > 20 000 à 25 000 892.415 > 25 000 à 30 000 1.090.730 > 30 000 à 35 000 1.289.045 > 35 000 à 40 000 1.487.360 > 40 000 à 45 000 1.685.675 > 45 000 à 50 000 1.883.990 > 50.000 2.231.040 46226 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD
Article 14.1.4 Le prélèvement est indexé annuellement de droit en multipliant le tarif à l’article 14.1.3 par l’indice des prix à la consommation, fixé pour le mois d’octobre de l’année d’imposition, et en le divisant par l’indice des prix à la consommation, fixé pour le mois de décembre de l’année 2000. CHAPITRE II. — Prélèvement sur l’exploitation d’un réseau de distribution de gaz naturel dans la Région flamande
Article 14.2.1 Un prélèvement sur l’exploitation d’un réseau de distribution de gaz naturel est instauré à partir d’une date à fixer par le Gouvernement flamand. Le prélèvement est calculé sur la base d’une quantité de gaz naturel, exprimée en gigawattheure (GWh), valeur calorifique supérieure, qui est égale à la quantité injectée annuellement dans le réseau de distribution de gaz naturel, diminuée de la quantité injectée annuellement de ce réseau de distribution de gaz naturel dans un autre réseau de transport de gaz naturel.
Article 14.2.2 Le prélèvement est dû par les gestionnaires de réseau de gaz naturel, y compris les gestionnaires de réseau de gaz naturel soumis à la loi du 22 décembre 1986 relative aux intercommunales.
Article 14.2.3 Le montant du prélèvement est fixé comme suit : Quantité de gaz naturel, exprimée en GWh valeur Prélèvement exprimé en euro calorifique supérieure, telle que calculée à l’article 14.2.1 0 à 100 1040 > 100 à 250 3645 > 250 à 500 7810 > 500 à 1000 15.615 > 1000 à 2000 31.235 > 2000 à 3000 52.060 > 3000 à 4000 72.880 > 4000 à 5000 93.705 > 5000 à 7500 130.145 > 7500 à 10 000 182.200 > 10 000 à 15 000 260.290 > 10 000 à 15 000 364.405 > 20 000 à 25 000 468.520 > 20 000 à 25 000 572.635 > 30 000 à 35 000 676.750 > 30 000 à 35 000 780.865 > 40 000 à 45 000 884.980 > 40 000 à 45 000 989.095 > 50.000 1.145.270
Article 14.2.4 Le prélèvement est indexé annuellement de droit en multipliant le tarif à l’article 14.2.3 par l’indice des prix à la consommation, fixé pour le mois d’octobre de l’année d’imposition, et en le divisant par l’indice des prix à la consommation, fixé pour le mois de décembre de l’année 2000. CHAPITRE III. — Imposition, contrôle, recours, exécution d’office et prescription Section Ire. — Imposition
Article 14.3.1 Le redevable fait une déclaration annuelle de la quantité de courant électrique conformément à l’article 14.1.1 et de la quantité de gaz naturel conformément à l’article 14.2.1 et ce avant le 30 mars de l’année qui suit l’année d’imposition. Le Gouvernement flamand arrête les modalités concernant cette obligation de déclaration.
Article 14.3.2 Avant le 15 octobre de l’année qui suit l’année d’imposition, la redevance est enrôlée et déclarée exécutoire par le fonctionnaire désigné par le Gouvernement flamand. Les rôles mentionnent sous peine de nullité : 1° le nom du redevable; MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46227 2° la référence au présent décret; 3° l’année d’imposition; 4° le montant du prélèvement dû; 5° la date du visa exécutoire; 6° la signature du fonctionnaire chargé de déclarer le cahier exécutable. Des feuilles d’imposition sont envoyées aux redevables en exécution du cahier. Ces feuilles d’imposition comportent les données 1° à 5° de l’alinéa précédent, la date d’envoi, le délai de paiement et le délai pendant lequel le recours administratif peut être formé.
Article 14.3.3 Par dérogation à l’article 14.3.2, une redevance ou une redevance supplémentaire peut être établie pendant trois ans à partir du 1er janvier de l’année de redevance lorsque le redevable a omis d’introduire une déclaration valable ou lorsque la redevance due est supérieure à la redevance basée sur les données du formulaire de déclaration. Plusieurs redevances peuvent être établies concernant la même année d’imposition et à charge du même redevable. Ces redevances sont reprises à des cahiers supplémentaires.
Article 14.3.4 Lorsqu’une imposition est déclarée nulle, parce qu’elle n’a pas été établie conformément à une règle légale, à l’exception des règles relatives à la prescription à l’article 14.3.11, une nouvelle imposition peut être établie à charge du même redevable et sur la base des mêmes éléments de redevance, même si les délais des articles 14.3.2 et 14.3.3 du présent décret sont écoulés. Cette imposition doit être établie dans les trois mois à partir de la date de la décision dans le cadre du recours administratif ou dans les six mois à partir de la date de la décision juridique qui est passé en force de chose jugée.
Article 14.3.5 Le redevable est tenu de payer la redevance dans les soixante jours calendaires après l’envoi de la feuille d’imposition. A l’issue de cette période, des intérêts de retard sont dus conformément aux dispositions du Code des impôts sur les revenus. Les dispositions du Code des impôts sur les revenus s’appliquent également en ce qui concerne les intérêts moratoires. Section II. — Recours administratif
Article 14.3.6 Dans un délai de soixante jours calendaires qui suit l’envoi de la feuille d’imposition, le redevable peut exercer un recours auprès du Gouvernement flamand. Ce recours mentionne, sous peine de nullité, le nom du redevable, le numéro du cahier, l’année d’imposition et les motifs du recours. Le Gouvernement flamand arrête les modalités de ce recours administratif. Les règles du Code des impôts sur les revenus sont applicables pour l’exigibilité des impositions qui font l’objet d’un recours. Section III. — Imposition d’office, amende administrative et contrainte
Article 14.3.7 Lorsque le redevable omet d’introduire la déclaration conformément à l’article 14.3.1, le Gouvernement flamand peut mettre le redevable en demeure par lettre recommandée ou par exploit d’huissier. Lorsque le redevable omet d’introduire la déclaration dans une période de soixante jours calendaire après l’envoi de la mise en demeure, le Gouvernement flamand peut établir une imposition d’office. Cette imposition peut être basée sur la quantité de courant électrique conformément à l’article 14.1.1 ou la quantité de gaz naturel conformément à l’article 14.2.1 de l’année d’imposition précédente. L’imposition peut également être basée sur des signes ou indices.
Article 14.3.8 Dès que les intérêts de retard sont dus, une amende administrative est imposée égale au montant non payé, à condition que le redevable ait été dûment entendu ou convoqué. Contre ces amendes, un recours peut être introduit, par lettre recommandée, auprès du fonctionnaire désigné à cet effet par le Gouvernement flamand, dans les trente jours calendaires.
Article 14.3.9 A défaut d’acquittement de la redevance, des intérêts et de l’amende administrative, une contrainte peut être lancé par le fonctionnaire chargé à cet effet par le Gouvernement flamand. Cette contrainte est visée et déclarée exécutoire par le fonctionnaire désigné à cet effet par le Gouvernement flamand. La contrainte est signifiée par exploit d’huissier ou par lettre recommandée. 46228 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Les dispositions de la partie V du Code judiciaire portant saisies conservatoires et voies d’exécution s’appliquent à la contrainte. Pour sûreté de paiement de la redevance, la Région flamande bénéficie du même privilège général tel que visé au Code des impôts sur les revenus.
Article 14.3.10 Le recours contre la contrainte suspend son exécution. En cas de recours, une demande peut être introduite jusqu’au moment du prononcé du recours lors d’une décision, un jugement ou arrêt passé en force de chose jugée, afin d’entendre condamner les redevables au paiement d’un montant provisionnel au montant réclamé par voie de contrainte. Section IV. — Prescription
Article 14.3.11 La demande en paiement de la redevance, des intérêts et de l’amende administrative se prescrit après cinq ans, à compter du jour où elle est née. La prescription est interrompue selon le mode et aux conditions fixés à l’article 2244 et suivants du Code civil. TITRE XV. — DISPOSITIONS FINALES CHAPITRE Ier. — Dispositions modificatives
Article 15.1.1 Au 33°, de l’article 569 du Code judiciaire les mots ″ des recours contres les décisions d’imposer une amende administrative en vertu de l’article 37, § 1er, et § 2 quater, premier alinéa, du décret sur l’électricité et de l’article 46, § 1 et § 2bis, premier alinéa, du décret sur le gaz naturel ″ sont remplacés par les mots « des recours contres les er décisions de la VREG d’imposer une sanction administrative en vertu des articles 13.3.1 à 13.3.5 inclus du décret sur l’énergie ».
Article 15.1.2 A l’article 2 du décret du 20 décembre 1996 réglant le droit à la fourniture minimale d’électricité, de gaz et d’eau, modifié par le décret du 25 mai 2007, les modifications suivantes sont apportées : 1° le point 4° est remplacé par la disposition suivante : « 4° gestionnaire de réseau : tout gestionnaire d’un réseau tel que visé à l’article 1.1.3, 90°, du Décret sur l’Energie; »; 2° le point 6° est remplacé par la disposition suivante : « 5° client domestique : client tel que visé à l’article 1.1.3, 67°, du Décret sur l’Energie; »; 3° les points 5° et 7° sont abrogés.
Article 15.1.3 A l’article 7 du même décret sont apportées les modifications suivantes : 1° le § 2 est remplacé par la disposition suivante : « § 2. En ce qui concerne la fourniture ininterrompus d’électricité et de gaz, visée à l’article 6.1.1 du Décret sur l’Energie, la commission consultative locale émet un avis relatif aux cas mentionnés ci-après dans les trente jours calendaires après réception de la demande et après une enquête contradictoire répondant à la question si le client domestique ne se trouve pas dans une situation dans laquelle le débranchement serait injustifié : a) la demande d’un gestionnaire de réseau de débrancher le client domestique, dans les cas visés à l’article 6.1.2, § 1er, premier alinéa, 5°, 6°, 7° et 8°, du Décret sur l’Energie; b) la demande de rebrancher le client domestique, au terme des cas, visés à l’article 6.1.2, § 1er, premier alinéa, du Décret sur l’Energie. A défaut d’un avis dans le délai précité, l’avis sur la demande du gestionnaire de réseau, visé au premier alinéa, a), est censé être négatif. A défaut d’un avis dans le délai précité, l’avis sur la demande de rebrancher le client domestique, visé au premier alinéa, b), est censé être positif. »; 2° au § 4, les mots « ou un client domestique de gaz naturel » sont supprimés. CHAPITRE II. — Dispositions abrogatoires
Article 15.2.1 Les règlements suivants sont abrogés : 1° la loi du 10 mars 1925 sur la distribution de l’énergie électrique, en ce qui concerne les compétences flamandes en matière d’énergie; 2° le décret du 17 juillet 2000 relatif à l’organisation du marché de l’électricité; 3° le décret du 6 juillet 2001 relatif à l’organisation du marché du gaz; 4° le décret du 2 avril 2004 portant réduction des émissions de gaz à effet de serre en Région flamande par la promotion de l’utilisation rationnelle de l’énergie, l’utilisation de sources d’énergie renouvelables et l’application des mécanismes de flexibilité prévus par le Protocole de Kyoto; MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46229 5° le décret du 30 avril 2004 portant création de l’agence autonomisée externe de droit public « Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt » (Autorité de régulation flamande pour le marché de l’Electricité et du Gaz); 6° le décret du 22 décembre 2006 établissant des exigences et mesures de maintien en matière de performance énergétique et de climat intérieur de bâtiments et en exécution d’un certificat de performance énergétique et modifiant l’article 22 du décret REG. CHAPITRE III. — Dispositions transitoires et finales
Article 15.3.1 Pour des gestionnaires de réseau de distribution ayant moins de cent clients domestiques, le Gouvernement flamand peut prévoir des exceptions, pour autant qu’il y ait une nécessité technique ou financière.
Article 15.3.2 Le Gouvernement peut prévoir des exceptions aux dispositions du présent décret en ce qui concerne la fourniture de gaz naturel et la gestion du réseau de distribution de gaz naturel dans la zone de la commune de Baarle-Hertog, qui est entièrement entourée de territoire néerlandais, pour autant qu’il y ait une nécessité technique ou financière.
Article 15.3.3 En ce qui concerne les installations de productions pour lesquelles des certificats d’électricité écologique ont déjà été octroyés avant l’entrée en vigueur de l’article 7.1.1, la VREG octroie les certificats d’électricité écologique au producteur d’électricité produite dans les installations de production à partir de sources d’énergie renouvelables.
Article 15.3.4 Sauf dispositions contraires, le budget et les comptes de la VREG sont rédigés et approuvés, et le contrôle est effectué conformément aux dispositions de la loi du 16 mars 1954 relative au contrôle des organismes d’intérêt public de la catégorie B.
Article 15.3.5 Le Fonds de l’Energie, visé à l’article 3.2.1, assume les droits et devoirs en cours à charge du Fonds budgétaire Fonds de l’Energie’, visé à l’article 20 du décret du 17 juillet 2000 relatif à l’organisation du marché de l’électricité. Les moyens découlant des droits et devoirs reportés, sont ajoutés aux moyens financiers du Fonds de l’Energie, visés à l’article 3.2.1, § 2, du même décret.
Article 15.3.6 Le présent arrêté peut être cité comme : le Décret sur l’Energie.
Article 15.3.7 Le Gouvernement flamand peut coordonner les dispositions du Décret sur l’Energie, en considération des modifications qui y sont expressément ou tacitement apportées jusqu’à la date de la coordination. A cette fin, le Gouvernement flamand est habilité à : 1° modifier l’ordre et la numérotation des dispositions à coordonner et, en général, la présentation des textes; 2° mettre en concordance la nouvelle numérotation et les références contenues dans les dispositions à coordonner; 3° sans faire préjudice aux principes contenus dans les dispositions à coordonner, en changer la rédaction afin de les faire correspondre mutuellement et d’uniformiser la terminologie; 4° adapter les références aux dispositions coordonnées dans les dispositions ne faisant pas l’objet de la coordination. La coordination portera l’intitulé suivant : « Décret fixant les dispositions générales concernant la politique énergétique, coordonnée le ... ».
Article 15.3.8 Le Gouvernement flamand fixe la date d’entrée en vigueur des autres dispositions du présent décret. Promulguons le présent décret, ordonnons qu’il soit publié au Moniteur belge. Bruxelles, le 8 mai 2009. Le Ministre-Président du Gouvernement flamand, K. PEETERS La Ministre flamande des Travaux publics, de l’Energie, de l’Environnement et de la Nature, H. CREVITS Note (1) Session 2008-2009. Documents - Projet de décret : 2165 - N° 1. - Amendements :2165 - N° 2. - Rapport : 2165 - N° 3. - Texte adopté en séance plénière : 2165 - N° 4. Annales. — Discussion et adoption : Séances des 29 et 30 avril 2009. 46230 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46231 46232 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46233 46234 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46235 46236 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46237 46238 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46239 VLAAMSE OVERHEID N. 2009 — 2381 [2009/202271] 3 APRIL 2009. — Besluit van de Vlaamse Regering houdende de gedeeltelijke verdeling van het krediet ingeschreven onder basisallocatie BJ0101D (begrotingsjaar 2009) De Vlaamse Regering, Gelet op de gecoördineerde wetten op de Rijkscomptabiliteit; Gelet op het decreet van 19 december 2008 houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2009; Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister bevoegd voor financiën en begroting van 2 april 2009; Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën van 6 maart 2009; Op voorstel van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering, Besluit :
Artikel 1. Het krediet ingeschreven op basisallocatie BJ0101D van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2009 wordt gedeeltelijk verdeeld overeenkomstig de onderstaande tabel. (in duizend euro) VAN NAAR PR BA KREDIET- BEDRAG PR BA KREDIET- BEDRAG SOORT SOORT BJ 0101 NGK 2.400 NE 1202 NGK 2.400
Art. 2. Een afschrift van dit besluit wordt ter kennisgeving toegestuurd aan het Rekenhof en het Vlaams Parlement.
Art. 3. De Vlaamse minister, bevoegd voor Financiën en Begroting, is belast met de uitvoering van dit besluit. Brussel, 3 april 2009. De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering M. KEULEN TRADUCTION AUTORITE FLAMANDE F. 2009 — 2381 [2009/202271] 3 AVRIL 2009. — Arrêté du Gouvernement flamand portant répartition partielle du crédit provisionnel inscrit à l’allocation de base BJ0101D (année budgétaire 2009) Le Gouvernement flamand, Vu les lois coordonnées sur la comptabilité de l’Etat; Vu le décret du 19 décembre 2008 contenant le budget général des dépenses de la Communauté flamande pour l’année budgétaire 2009; Vu l’accord du Ministre flamand chargé des finances et du budget, donné le 2 avril 2009; Vu l’avis de l’Inspection des Finances du 6 mars 2009; Sur la proposition du Ministre flamand des Affaires intérieures, de la Politique des Villes, du Logement et de l’Intégration civique; Arrête :
Article 1er. Le crédit inscrit à l’allocation de base BJ0101D du budget général des dépenses de la Communauté flamande pour l’année budgétaire 2009 est réparti partiellement conformément au tableau ci-dessous. (en milliers d’euros) DE VERS PR AB SORTE DE MON- PR AB SORTE DE MON- CREDIT TANT CREDIT TANT BJ 0101 CND 2.400 NE 1202 CND 2.400
Art. 2. Une copie du présent arrêté est transmise, à titre d’information, à la Cour des Comptes et au Parlement flamand.
Art. 3. Le Ministre flamand ayant les Finances et le Budget dans ses attributions est chargé de l’exécution du présent arrêté. Bruxelles, le 3 avril 2009. Le Ministre-Président du Gouvernement flamand, K. PEETERS Le Ministre flamand des Affaires intérieures, de la Politique des Villes, du Logement et de l’Intégration civique, M. KEULEN 46240 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD REGION WALLONNE — WALLONISCHE REGION — WAALS GEWEST SERVICE PUBLIC DE WALLONIE F. 2009 — 2382 [2009/202881] 14 MAI 2009. — Arrêté du Gouvernement wallon fixant les conditions et les modalités d’intervention d’aide individuelle à l’intégration des personnes handicapées Le Gouvernement wallon, Vu le décret du 6 avril 1995 relatif à l’intégration des personnes handicapées, articles 2, 6, 14 et 15; Vu l’arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 1996 portant exécution du décret du 6 avril 1995 relatif à l’intégration des personnes handicapées; Vu l’arrêté du Gouvernement wallon du 4 février 2004 fixant les conditions et les modalités d’intervention d’aide matérielle à l’intégration des personnes handicapées; Vu l’avis du Comité de gestion de l’Agence wallonne pour l’Intégration des Personnes handicapées, donné le 19 février 2009; Vu l’avis de l’Inspecteur des Finances, donné le 27 mars 2009; Vu l’accord du Ministre du Budget, donné le 3 avril 2009; Vu l’avis 46.395/4 du Conseil d’Etat, donné le 4 mai 2009, en application de l’article 84, § 1er, alinéa 1er, 1o, des lois sur le Conseil d’Etat, coordonnées le 12 janvier 1973; Considérant l’avis du Conseil consultatif wallon des Personnes handicapées, donné le 27 janvier 2009; Sur la proposition du Ministre de l’Action sociale, de la Santé et de l’Egalité des Chances; Après délibération, Arrête :
Article 1er. Le présent arrêté règle, en application de l’article 138 de la Constitution, une matière visée à l’arti- cle 128, § 1er, de celle-ci.
Art. 2. Pour l’application du présent arrêté, il convient d’entendre par : 1o le décret : le décret du 6 avril 1995 relatif à l’intégration des personnes handicapées; 2o l’arrêté : l’arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 1996 portant exécution du décret du 6 avril 1995 relatif à l’intégration des personnes handicapées; 3o l’Agence : l’Agence wallonne pour l’Intégration des Personnes handicapées; 4o la personne handicapée : la personne telle que définie par le décret du 6 avril 1995 relatif à l’intégration des personnes handicapées; 5o l’aide individuelle à l’intégration : les produits d’assistance, les prestations de services et les aménagements, destinés à compenser le handicap ou à prévenir son aggravation; 6o le Conseil : le Conseil d’avis pour l’aide individuelle à l’intégration tel que visé par l’article 36, 1o du décret du 6 avril 1995 relatif à l’intégration des personnes handicapées; 7o le Comité de gestion : le Comité de gestion de l’Agence tel que visé par l’article 31 du décret du 6 avril 1995 relatif à l’intégration des personnes handicapées.
Art. 3. Dans les limites des crédits budgétaires, une prise en charge de tout ou partie des dépenses liées à l’aide individuelle à l’intégration peut être accordée en faveur des personnes handicapées, conformément aux dispositions du présent arrêté et de son annexe.
Art. 4. La prise en charge de l’aide individuelle à l’intégration est accordée à la personne handicapée pour les frais qui, en raison de son handicap, sont nécessaires à ses activités et/ou sa participation à la vie en société. Les frais visés à l’alinéa 1er doivent constituer des dépenses supplémentaires à celles qu’une personne valide encourt dans des circonstances identiques. Les limitations fonctionnelles de la personne handicapée doivent être, au moment de l’introduction de la demande, soit de nature définitive soit d’une durée prévisible d’un an soit à caractère évolutif. Le montant des dépenses liées à l’aide individuelle à l’intégration est établi par l’Agence sur base d’une étude comparative compte tenu des caractéristiques et des qualités des différentes aides individuelles à l’intégration. Lorsqu’un choix est possible entre plusieurs solutions équivalentes en terme de fonctionnalité, le montant de l’intervention de l’Agence équivaut au coût de la solution la moins onéreuse.
Art. 5. Pour la personne handicapée ayant atteint l’âge de 65 ans au moment de l’introduction de la demande d’intervention, celle-ci ne peut être accordée que si les frais découlent directement du handicap constaté par l’Agence avant l’âge de 65 ans.
Art. 6. L’annexe du présent arrêté détermine, selon la prestation d’aide individuelle à l’intégration, l’importance et la nature de la limitation des capacités telles que visées à l’article 2 du décret. Pour ce faire, l’Agence se réfère aux définitions de la Classification internationale du fonctionnement, du handicap et de la santé établie par l’Organisation mondiale de la Santé. Par dérogation à l’article 40 de l’arrêté, l’Agence peut solliciter, selon la prestation d’aide individuelle à l’intégration, un bilan fonctionnel et, le cas échéant, déterminer le type de données pluridisciplinaires requises.
Art. 7. Les frais exposés par la personne handicapée en matière d’aide individuelle à l’intégration ne sont pas pris en charge par l’Agence : 1o si, dans le cadre d’une législation de réparation ou de droit civil : a) la personne handicapée s’abstient de réclamer en justice la réparation du préjudice à l’origine de sa demande auprès de l’Agence, b) la personne handicapée renonce à la procédure ou au fond du droit; 2o si la personne handicapée bénéficie sur base du même handicap et des mêmes besoins que ceux visés dans le présent arrêté, d’une prestation sociale en vertu d’autres dispositions légales ou réglementaires, sauf exceptions reprises à l’annexe du présent arrêté; 3o si la prise en charge fait l’objet d’une intervention accordée en vertu d’autres dispositions du décret ou de ses arrêtés d’exécution. MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46241
Art. 8. En aucun cas, la prise en charge ne peut porter sur les prestations suivantes ni, le cas échéant, sur leurs réparations : 1o les produits d’assistance au traitement médical et paramédical, à l’éducation et la rééducation des capacités et à l’entretien de la condition physique, sauf ceux repris à l’annexe du présent arrêté; 2o les prestations de services effectuées par des personnes physiques ou morales, peuvent toutefois être prises en charge les prestations reprises à l’annexe du présent arrêté, ainsi que les frais d’études, d’agréation et d’architecte visés à l’article 9; 3o l’aide individuelle à l’intégration prêtée, louée, ou mise en leasing; 4o l’aide individuelle à l’intégration d’occasion, sauf exceptions reprises à l’annexe; 5o les constructions et adaptations dans les bâtiments scolaires; 6o les constructions des logements sociaux; 7o les motorisations de portails; 8o les voiturettes, scooters électroniques, systèmes de station debout, tricycles orthopédiques, cadres de marche, coussins d’assise pour la prévention des escarres, systèmes modulaires adaptables pour le soutien de la position d’assise, châssis pour siège-coquille, y compris leurs adaptations respectives, qui ne figurent pas sur la liste de remboursement de l’Assurance soins de santé obligatoire; 9o les orthèses et prothèses; 10o les aliments; 11o l’entretien de l’aide individuelle à l’intégration sauf exceptions reprises à l’annexe.
Art. 9. Les frais exposés correspondent au coût de la prestation d’aide individuelle à l’intégration, de la taxe ″recupel″ s’il échet, ainsi qu’aux frais d’études, aux frais afférents à la livraison et aux frais d’agréation et d’architecte qui y sont éventuellement liés, augmentés de la T.V.A.
Art. 10. § 1er. Les frais exposés ne sont pris en considération que jusqu’à concurrence : 1o des frais visés à l’article 4; 2o en tout état de cause, pour les prestations d’aide individuelle à l’intégration figurant à l’annexe du présent arrêté, du montant fixé dans cette annexe. § 2. Du montant des frais visés au § 1er, est déduit le montant de la réparation obtenue par décision judiciaire. § 3. Sans préjudice de la disposition du § 2, l’Agence accorde à la personne handicapée, à sa demande et dans l’attente de la réparation visée à l’article 7, 1o, une avance, dont le montant est établi conformément aux dispositions du présent arrêté et de son annexe. Pour pouvoir bénéficier de l’avance, la personne handicapée doit subroger conventionnellement l’Agence dans ses droits et recours à l’encontre du tiers à qui incombe la réparation visée à l’article 7, 1o.
Art. 11. La demande d’intervention doit être accompagnée des documents requis par l’article 6 de l’arrêté. L’Agence peut, si elle l’estime nécessaire, réclamer des devis ou des offres de prix.
Art. 12. § 1er. Les prestations d’aide individuelle à l’intégration ne sont prises en charge que si elles sont livrées ou prestées au plus tôt le jour de la date de la demande d’intervention. Les prestations relatives à la réparation d’une aide individuelle à l’intégration peuvent être prises en charge même si la date de la facture relative à ces prestations est antérieure de moins de six mois à la date de la demande d’intervention de réparation. § 2. La liquidation des interventions de l’Agence est conditionnée par la remise des factures relatives aux prestations d’aide individuelle à l’intégration, dans un délai d’un an à compter de la notification de la décision d’intervention; ce délai est porté à deux ans, pour les aménagements et adaptations de maisons globaux. Pour les produits d’assistance pour absorber les urines et matières fécales, les prestations de service reprises à l’annexe ainsi que les chien-guides, la liquidation des interventions de l’Agence est conditionnée par la remise des factures relatives à ces prestations, dans un délai d’un an à compter de la date de la facture.
Art. 13. Sans préjudice de l’application de l’article 8 et des exclusions expressément mentionnées dans l’annexe du présent arrêté, si l’Agence constate qu’une demande de prise en charge d’une aide individuelle à l’intégration répond aux conditions prescrites par le présent arrêté mais que, soit cette aide ne figure pas dans l’annexe, soit elle y figure mais que sa prise en charge ne répond pas à certaines conditions d’octroi reprises à cette annexe, cette demande est soumise à l’avis du Conseil pour l’aide individuelle à l’intégration puis au Comité de gestion pour décision.
Art. 14. Chaque année, le Ministre qui a la Politique des Personnes handicapées dans ses attributions, peut, sur proposition du Comité de gestion, mettre à jour l’annexe du présent arrêté.
Art. 15. Dans l’article 5, 1o de l’arrêté, le e) est remplacé par ce qui suit : ″aide individuelle à l’intégration″.
Art. 16. L’arrêté du Gouvernement wallon du 4 février 2004 fixant les conditions et les modalités d’intervention d’aide matérielle à l’intégration des personnes handicapées est abrogé.
Art. 17. Le présent arrêté est applicable aux demandes d’intervention introduites à partir de la date de son entrée en vigueur. Les décisions individuelles antérieures restent valables jusqu’à leur date d’échéance.
Art. 18. Le présent arrêté entre en vigueur le premier jour du mois qui suit l’expiration d’un délai de dix jours prenant cours le jour suivant sa publication au Moniteur belge.
Art. 19. Le Ministre de l’Action sociale est chargé de l’exécution du présent arrêté. Namur, le 14 mai 2009. Le Ministre-Président, R. DEMOTTE 46242 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD ANNEXE I. Dispositions générales. 1.1. Afin de faciliter l’accès à l’information sur les produits d’assistance pour personnes en situation de handicap, l’ensemble des prestations visées dans le présent arrêté sont classées sur base de la classification ISO (International Standard Organisation) des ″Produits d’assistance pour personnes en situation de handicap″ ISO 9999-2007 (F). Ces prestations doivent satisfaire aux exigences essentielles de santé et de sécurité fixées par la réglementation qui les concerne. La référence à cette classification n’implique pas la prise en charge par l’Agence de l’ensemble des produits d’assistance regroupés dans toute cette classification. 1.2. Les définitions utilisées dans la présente annexe sont basées sur la Classification internationale du fonctionnement, du handicap et de la santé établie par l’Organisation mondiale de la Santé. Les codes qualificatifs déterminent l’ampleur des limitations fonctionnelles pour réaliser une activité et/ou participer à la vie en société. Les scores utilisés dans l’annexe pour déterminer les conditions d’intervention se basent sur les codes qualificatifs suivants : 0 = aucune difficulté (peut réaliser l’activité seul). 1 = difficulté légère (peut réaliser l’activité seul mais avec lenteur et/ou stimulations et/ou surveillance). 2 = difficulté modérée (peut réaliser l’activité seul avec une autre aide technique que celle sollicitée). 3 = difficulté grave (l’activité ne peut être réalisée sans une aide humaine ou sans l’aide sollicitée). 4 = difficulté absolue (l’activité ne peut être réalisée sans une aide humaine et sans l’aide sollicitée). 1.3 L’Agence ne peut pas accorder le renouvellement d’une prestation, ou déroger aux conditions de renouvellement fixées par la présente annexe, sauf en cas d’aggravation du handicap, d’impossibilité de réparation de la prestation, lorsque le coût de la réparation est disproportionné par rapport au coût d’un nouveau matériel équivalent ou dans les cas prévus expressément par la présente annexe. La date de renouvellement s’établit par rapport à la date de la facture de l’intervention précédente. 1.4. L’Agence peut intervenir dans les réparations des produits d’assistance dans les cas suivants : 1o Lorsque le produit d’assistance à réparer est électrique/électronique et qu’une intervention a été octroyée par l’Agence lors de son achat. Dans ce cas l’intervention est limitée à 40 %, sauf exceptions prévues par la présente annexe, du prix d’achat du produit d’assistance limité au montant plafond prévu à l’annexe. Cette intervention ne s’applique qu’après expiration du délai de garantie. Cette intervention peut être fractionnée. 2o Lorsque le produit d’assistance est une aide à la mobilité pour laquelle une intervention a été octroyée par l’Assurance soins de santé obligatoire. Dans ce cas, l’intervention de l’Agence pour ces réparations équivaut à 40 % de la valeur de l’aide à la mobilité et ses adaptations telles qu’elles étaient fixées par l’assurance soins de santé obligatoire au moment de l’achat. Cette intervention ne s’applique que sur la durée du délai minimum de renouvellement fixé par l’assurance soins de santé obligatoire et après expiration du délai de garantie. Cette intervention peut être fractionnée. II. Types d’intervention. 1. PRODUITS D’ASSISTANCE AUX SOINS ET A LA PROTECTION PERSONNELS (ISO 09). 1.1 Sièges percés (avec ou sans roulettes) (ISO 09.12.03). Exclusion : Les aides ne peuvent être octroyées pour une utilisation au sein des services agréés et subventionnés par l’Agence. Condition d’intervention : Le demandeur présente une déficience qui affecte gravement ses déplacements. Modalités d’intervention : L’intervention de l’Agence dans le coût est limitée à 134,00 euros plus T.V.A. 1.2. Produits d’assistance pour absorber les urines et les matières fécales. Exclusion : Aucune intervention n’est accordée pour les pommades et pour les poudres. Conditions d’intervention : a) Le demandeur présente une incontinence diurne et/ou nocturne, urinaire et/ou fécale résultant : 1o de lésions neurologiques médullaires ou de lésions (congénitales ou acquises) du bas appareil urinaire ou de l’appareil intestinal; 2o ou d’un retard de développement psychomoteur ou mental; 3o ou d’une affection psychique. b) Un rapport médical doit spécifier : 1o le degré d’incontinence, soit : — incontinence pour l’urine (y compris exercices de miction et utilisation de sondes vésicales); — incontinence pour l’urine et les selles, à l’exclusion des incontinences accidentelles. 2o s’il s’agit d’une incontinence diurne et/ou nocturne, urinaire et/ou fécale; 3o si la personne utilise des sondes. Pour une première demande, ce rapport médical doit préciser si la pathologie est acquise à vie ou est réversible. Le demandeur doit, le cas échéant, fournir la décision du médecin-conseil de l’assurance soins de santé obligatoire valant pour l’octroi du forfait annuel d’incontinence. c) Le délai de renouvellement de la demande est établi par l’Agence qui détermine la durée de validité de la décision. MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46243 Modalités d’intervention : L’intervention de l’Agence dans le coût est modulée comme suit : PLAFOND ANNUEL PLAFOND ANNUEL REDUIT * Enfants de 3 à 12 ans 2.1. : enfants de 6 à 12 ans utilisant les langes seulement la nuit : 102 EUR plus T.V.A. 25 EUR plus T.V.A. 2.2. : enfants de 3 à 12 ans incontinents sur le plan urinaire et utilisateurs de sondes : 527 EUR plus T.V.A. 132 EUR plus T.V.A. 2.3. : enfants de 3 à 12 ans incontinents qui ne se sondent pas, et/ou qui présentent une incontinence fécale : 692 EUR plus T.V.A. 173 EUR plus T.V.A. Adultes et enfants de 12 ans et plus (ou de moins de 12 ans qui pour des raisons médicales doivent utiliser des grandes tailles). 2.4. : personnes incontinentes uniquement la nuit : 204 EUR plus T.V.A. 51 EUR plus T.V.A. 2.5. : personnes incontinentes sur le plan urinaire et utilisateurs de sondes : 856 EUR plus T.V.A. 214 EUR plus T.V.A. 2.6. : personnes incontinentes qui ne se sondent pas et/ou qui présentent une incontinence fécale : 1.326 EUR plus T.V.A. 331 EUR plus T.V.A. * intervention limitée au quart du plafond annuel pour les demandeurs fréquentant un internat ou un service résidentiel subventionné par un pouvoir public autre que l’Agence et qui retournent au domicile durant les vacances scolaires. 1.3. Produits d’assistance à l’activité ″se laver″ et ″aller aux toilettes″. Exclusion : Les aides ne peuvent être octroyées pour une utilisation au sein des services agréés et subventionnés par l’Agence. Condition générale d’intervention : Le demandeur présente des difficultés graves (code qualificatif minimal 3) pour se laver et/ou pour aller aux toilettes sans l’aide sollicitée. L’environnement du demandeur ne permet pas de compenser ses difficultés. Condition spécifique : Pour les sièges, les brancards-tables à langer et les lève-personnes, le demandeur présente des difficultés graves (code qualificatif minimal 3) pour garder la position du corps. Modalités d’intervention. L’intervention de l’Agence dans le coût est limitée à : Intitulé des aides Montant plafond Code ISO Siège percé de toilette et de douche avec assise spéciale 1.662,00 EUR plus T.V.A. 09.12.03 (accessoires compris) Siège de douche mural 371,00 EUR plus T.V.A. 09.33.03 Siège de douche 493,00 EUR plus T.V.A. 09.33.03 Siège de douche munie de 2 grandes roues, percé ou non percé 694,00 EUR plus T.V.A. 09.33.03 Siège de bain 121,00 EUR plus T.V.A. 09.33.03 Siège de bain type relax lift compris 1.432,00 EUR plus T.V.A. 09.33.03 Brancard de douche, table à langer non réglage en hauteur électrique- 1.459,00 EUR plus T.V.A. 09.33.12 ment barrières de sécurité comprises Brancard de douche table à langer réglable en hauteur électriquement 2.603,00 EUR plus T.V.A. 09.33.12 barrières de sécurité comprises Lève-personne pour le bain avec cadre pivotant 1.004,00 EUR plus T.V.A. 12.36.15 46244 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 2. Produits d’assistance A LA MOBILITE PERSONNELLE (ISO 12). 2.1. Produit d’assistance à la marche manipulé par un bras (ISO 12.03). Condition d’intervention : Le demandeur présente des difficultés graves pour marcher. Modalités d’intervention. L’intervention de l’Agence dans le coût est limitée à : Intitulé des aides Montant plafond Code ISO Cannes de marche 11,00 EUR plus T.V.A./pièce 12.03.03 Cannes avec appui antébrachial 19,00 EUR plus T.V.A./pièce 12.03.06 Béquilles avec appui axillaire 37,00 EUR plus T.V.A./pièce 12.03.12 Cannes tripodes 36,00 EUR plus T.V.A./pièce 12.03.16 Cannes quadripodes 52,00 EUR plus T.V.A./pièce 12.03.16 2.2. adaptations pour voitures (ISO 12.12). Toutes les demandes pour les adaptations visées sous la rubrique 2.2.1. doivent être accompagnées d’un rapport du Centre d’adaptation à la route pour automobilistes handicapés (C.A.R.A.) Exclusions : Aucune intervention n’est octroyée pour les commandes à distance standard, le verrouillage central, la climatisation de la voiture, les vitres électriques, les rétroviseurs électriques, la direction assistée, les sièges en cuir, les sièges chauffants, les vitres athermiques, les vitres teintées, les adaptations sur les véhicules de la catégorie A3. Conditions générales d’intervention : a) Les adaptations doivent servir à la personne handicapée conductrice de la voiture. Celle-ci doit fournir une copie de son permis de conduire adapté, en ordre de validité et conforme aux dispositions légales relatives au permis de conduire. Lorsque la personne handicapée doit être véhiculée par un tiers, seules les adaptations visées sous les rubriques 2.2.1.13. à 2.2.1.17. et 2.2.2., exceptée l’adaptation visée à la rubrique 2.2.2.23., peuvent faire l’objet d’une intervention. b) L’adaptation doit être faite : 1o sur une voiture neuve; 2o sur une voiture, achetée neuve ou d’occasion, ayant moins de cinq ans au moment de la demande d’intervention; c) En cas de changement de la voiture avant un délai de cinq ans une intervention pour le renouvellement de l’adaptation n’est possible que si le changement est dû à un usage professionnel intensif, à une modification de la situation professionnelle ou de la composition de famille, ou à une aggravation du handicap. d) Endéans le délai de cinq ans, l’aménagement n’est pas renouvelé lorsque la voiture doit être réparée ou remplacée à la suite d’un accident. e) Le paiement de l’intervention par l’Agence est subordonné à la production d’une copie de l’attestation d’agréation de l’adaptation d’un véhicule automobile, établie par le Ministère des Communications et de l’Infrastructure, conformément aux directives réglementaires en la matière. 2.2.1. Adaptations permettant de conduire des voitures. Modalités d’intervention. L’intervention de l’Agence dans le coût est limitée à : Intitulé des adaptations Montant plafond Code ISO 2.2.1.1. Système mécanique d’accélération et de freinage 1.377,00 EUR plus T.V.A. 12.12.04 2.2.1.2. Système pneumatique d’accélération et de freinage au 1.888,00 EUR plus T.V.A. 12.12.04 volant 2.2.1.3. Système électronique d’accélération et de freinage au 2.376,00 EUR plus T.V.A. 12.12.04 volant 2.2.1.4. Frein de service renforcé avec système de secours 6.800,00 EUR plus T.V.A. 12.12.04 2.2.1.5. Adaptation d’une pédale 275,00 EUR plus T.V.A. 12.12.04 (ou placement de cache-pédales) 2.2.1.6. Adaptations de la boîte de vitesse et de l’embrayage 826,00 EUR plus T.V.A. 12.12.04 2.2.1.7. Frein à main électrique 1.450,00 EUR plus T.V.A. 12.12.05 2.2.1.8. Boule au volant 37,00 EUR plus T.V.A. 12.12.07 2.2.1.9. Orthèse au volant 150,00 EUR plus T.V.A. 12.12.07 2.2.1.10. Volant adapté 380,00 EUR plus T.V.A. 12.12.07 2.2.1.11. Direction assistée renforcée avec système de secours 5.400,00 EUR plus T.V.A. 12.12.07 2.2.1.12. Dispositifs de commandes adaptés 1.693,00 EUR plus T.V.A. 12.12.08 (feux, essuie et lave-glaces, avertisseur sonore, indicateur de direction, feux antibrouillard,...) 2.2.1.13. Siège adapté aux formes corporelles 1.387,00 EUR plus T.V.A. 12.12.12 2.2.1.14. Réglages électriques haut-bas-avant-arrière du cadre sur 1.132,00 EUR plus T.V.A. 12.12.12 siège d’origine avec agrandissement de l’ouverture de porte MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46245 Intitulé des adaptations Montant plafond Code ISO 2.2.1.15. Réglages électriques haut-bas-avant-arrière-pivotant du 3.771,00 EUR plus T.V.A. 12.12.12 cadre sur siège d’origine avec agrandissement de l’ouver- ture de porte 2.2.1.16. Glissières mécaniques 809,00 EUR plus T.V.A. 12.12.12 (placement ou rallongement ou déplacement) 2.2.1.17. Glissières électriques 1.619,00 EUR plus T.V.A. 12.12.12 (placement ou rallongement ou déplacement) 2.2.1.18. Rehausse du plancher 250,00 EUR plus T.V.A. 12.12.27 2.2.2. Transformations permettant l’accès aux voitures. Exclusions : Aucune intervention de l’Agence n’est accordée pour les sièges arrières, complémentaires ou supplémentaires, dans la voiture de catégorie N (voiture affectée au transport de marchandises). Conditions spécifiques d’intervention : a) Pour les sièges arrière complémentaires ou supplémentaires dans une voiture, l’intervention de l’agence n’est accordée que si ceux-ci et les modifications nécessaires pour leur installation sont justifiés par le transport du demandeur installé dans la voiturette. b) Pour les sièges et coussins de voitures conçus spécialement, le demandeur soit fait usage d’une voiturette pour laquelle l’assurance soins de santé obligatoire est intervenue, soit souffre d’une limitation fonctionnelle grave qui l’empêche de rester assis sur un siège de voiture ordinaire ou qui l’empêche de s’asseoir et de se mettre debout sans l’aide sollicitée et/ou de manipuler les commandes du siège ordinaire. En outre, pour les sièges adaptés pivotant-sortant pour enfant dans une voiture, le demandeur est âgé de plus de trois ans au moment de la demande d’intervention. c) Pour les lève-personnes pour voitures, les lève-personnes permettant de soulever une personne assise dans sa voiturette à l’intérieur d’une voiture, les produits d’assistance au chargement des voiturettes sur une voiture, les équipements d’arrimage d’une voiturette dans une voiture, les adaptations de la carrosserie de la voiture, le demandeur fait usage d’une voiturette pour laquelle l’assurance soins de santé obligatoire est intervenue. d) Pour l’automatisation du hayon arrière ou de la porte latérale coulissante, le demandeur, conducteur, fait usage d’une voiturette pour laquelle l’assurance soins de santé obligatoire est intervenue et accède à sa voiture par le hayon arrière ou par la porte latérale coulissante. Modalités spécifiques d’intervention. L’intervention de l’Agence dans le coût des différentes transformations permettant l’accès à la voiture est limitée à 8.538,00 euros plus T.V.A. Intitulé des aides Montant plafond Code ISO 2.2.2.1. Siège adapté aux formes corporelles 1.387,00 EUR plus T.V.A. 12.12.12 2.2.2.2. Sièges adaptés pivotant-sortant pour enfant avec agran- 1.182,00 EUR plus T.V.A. 12.12.12 dissement de l’ouverture de porte 2.2.2.3. Sièges arrière complémentaires ou supplémentaires ainsi 500,00 EUR plus T.V.A. 12.12.12 que les modifications nécessaires installés dans une voiture destinée au transport de personnes 2.2.2.4. Cadres pivotants ou pivotants/sortants avec agrandisse- 2.000,00 EUR plus T.V.A. 12.12.12 ment de l’ouverture de porte 2.2.2.5. Réglages électriques haut-bas-avant-arrière du cadre sur 1.132,00 EUR plus T.V.A. 12.12.12 siège d’origine avec agrandissement de l’ouverture de porte 2.2.2.6. Réglages électriques haut-bas-avant-arrière-pivotant du 3.771,00 EUR plus T.V.A. 12.12.12 cadre sur siège d’origine avec agrandissement de l’ouver- ture de porte 2.2.2.7. Ceintures de sécurité de voiture et harnais 247,00 EUR plus T.V.A. 12.12.12 2.2.2.8. Glissières mécaniques 809,00 EUR plus T.V.A. 12.12.12 (placement ou rallongement ou déplacement) 2.2.2.9. Glissières électriques 1.619,00 EUR plus T.V.A. 12.12.12 (placement ou rallongement ou déplacement) 2.2.2.10. Lève-personnes 2.886,00 EUR plus T.V.A. 12.12.15 (à l’exclusion des voiturettes) 2.2.2.11. Lève-personnes permettant de soulever une personne 5.807,00 EUR plus T.V.A. 12.12.18 assise dans sa voiturette à l’intérieur d’une voiture 2.2.2.12. Planchers d’accès à la voiture 1.500,00 EUR plus T.V.A. 12.12.18 2.2.2.13. Treuil 1.150,00 EUR plus T.V.A. 12.12.18 (pour embarquement par un tiers d’une personne assise dans sa voiturette à l’intérieur d’une voiture) 2.2.2.14. Chargement de la voiturette dans l’habitacle par bras 2.439,00 EUR plus T.V.A. 12.12.21 manipulateur électrique 46246 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Intitulé des aides Montant plafond Code ISO 2.2.2.15. Chargement de la voiturette dans l’habitacle par bras 5.488,00 EUR plus T.V.A. 12.12.21 manipulateur électrique avec modification de la portière arrière 2.2.2.16. Chargement de la voiturette sur le toit 4.210,00 EUR plus T.V.A. 12.12.21 2.2.2.17 Chargement d’une voiturette manuelle pliante dans le 1.697,00 EUR plus T.V.A. 12.12.21 coffre par bras manipulateur 2.2.2.18. Chargement d’une voiturette électrique dans le coffre par 2.772,00 EUR plus T.V.A. 12.12.21 bras manipulateur 2.2.2.19. Equipement d’arrimage d’une voiturette dans une voi- 929,00 EUR plus T.V.A. 12.12.24 ture 2.2.2.20. Abaissement du plancher arrière 7.840,00 EUR plus T.V.A. 12.12.27 2.2.2.21. Rehaussement du toit 7.26,00 EUR plus T.V.A. 12.12.27 2.2.2.22. Aplanissement du plancher 5.81,00 EUR plus T.V.A. 12.12.27 2.2.2.23. Automatisation du hayon arrière ou de la porte latérale 2.420,00 EUR plus T.V.A. 12.12.27 coulissante 2.3. Voiturettes/fauteuils roulants (ISO 12.22 et 12.23). Les demandes doivent être accompagnées de la décision du médecin-conseil et des documents de demande tels que mentionnés dans la nomenclature des prestations de santé en matière d’assurance soins de santé obligatoire pour les aides à la mobilité, l’Agence s’alignant sur les critères d’admission et de remboursement de l’assurance soins de santé obligatoire pour fonder sa décision. Exclusions : Aucune intervention de l’Agence n’est accordée dans le coût d’une voiturette autre qu’une voiturette manuelle standard. Conditions générales d’intervention : a) L’Agence est susceptible d’intervenir dans le coût d’une voiturette manuelle standard supplémentaire à la voiturette accordée par l’assurance soins de santé obligatoire au demandeur, à condition que celui-ci en justifie la nécessité en raison de l’utilisation au domicile d’un élévateur d’escaliers avec siège ou, si la voiture n’a pas été adaptée, en raison de difficultés de transport et/ou de manipulation de la voiturette. b) L’Agence est susceptible d’intervenir complémentairement dans le coût d’une voiturette électrique pour adulte ou pour enfant accordée par l’assurance soins de santé obligatoire. c) Les frais d’entretien qui résultent d’une usure normale de la voiturette octroyée par l’Agence ou par l’assurance soins de santé obligatoire peuvent donner lieu à intervention à concurrence d’un plafond annuel correspondant à 10 % de la valeur de la voiturette et de ses adaptations nomenclaturées, telle qu’elle était fixée par l’assurance soins de santé obligatoire au moment de l’achat. Cette intervention peut être fractionnée. d) Les frais de réparation qui résultent d’un bris ou d’un accident survenu à la voiturette octroyée par l’Agence ou par l’assurance soins de santé obligatoire peuvent donner lieu à intervention à concurrence d’un plafond correspondant à 40 % de la valeur de la voiturette et de ses adaptations et du coussin d’assise nomenclaturés telle qu’elle était fixée par l’assurance soins de santé obligatoire au moment de l’achat. Ce plafond s’applique sur la durée du délai minimum de renouvellement fixé par l’assurance soins de santé obligatoire. Modalités d’intervention. 2.3.1. L’intervention de l’Agence dans le coût de la voiturette supplémentaire est limitée aux montants de remboursement prévus par l’assurance soins de santé obligatoire, pour une voiturette manuelle standard avec ses adaptations et le coussin d’assise pour la prévention d’escarres suivant les critères de remboursement de l’assurance soins de santé obligatoire pour adulte ou pour enfant. 2.3.2. L’intervention complémentaire de l’Agence dans le coût de la voiturette électrique est limitée à la moitié des montants de remboursement accordés par l’assurance soins de santé obligatoire pour la voiturette électrique avec ses adaptations et le coussin d’assise pour la prévention d’escarres et ce, jusqu’à concurrence des frais exposés. 2.4. produits d’assistance permettant de lever (ISO 12.36). Exclusion : Les aides ne peuvent être octroyées pour une utilisation au sein des services agréés et subventionnés par l’Agence. Condition d’intervention : Le demandeur est incapable de se mouvoir seul suite à des limitations fonctionnelles graves. Modalités d’intervention. L’intervention de l’Agence pour les sangles est limitée à 2 sangles par demandeur (bain, toilette). Intitulé des aides Montant plafond Code ISO Lève-personne mobile électrique 1.587,00 EUR plus T.V.A. 12.36.03 ou 12.36.06 Kit supplémentaire au lève-personne pour voiture pour usage à 990,00 EUR plus T.V.A. 12.12.15 domicile : Lève-personne électrique sur rail localisé dans une pièce avec dépla- 3.767,00 EUR plus T.V.A. 12.36.12 cement latéral manuel Lève-personne électrique sur rail localisé dans plusieurs pièces avec 4.955,00 EUR plus T.V.A. 12.36.12 déplacement latéral manuel Lève-personne électrique sur rail localisé dans une pièce avec dépla- 4.481,00 EUR plus T.V.A. 12.36.12 cement motorisé MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46247 Intitulé des aides Montant plafond Code ISO Lève-personne électrique sur rail localisé dans plusieurs pièces avec 5.383,00 EUR plus T.V.A. 12.36.12 déplacement motorisé Sangles 228,00 EUR plus T.V.A. 12.36.21 Châssis-mains et supports cuisses 840,00 EUR plus T.V.A. 12.36.21 2.5. Cannes (blanches) tactiles et cannes blanches (ISO 12.39.03). Conditions d’intervention : a) Le demandeur présente des difficultés graves pour se déplacer dans différents lieux. Ses difficultés découlent d’une déficience de ses fonctions visuelles; b) Le demandeur doit maîtriser les techniques de déplacement ou suivre des cours dans ce but; c) Le délai de renouvellement est fixé à un an. Modalités d’intervention : L’intervention de l’Agence dans le coût est limitée à 28,00 euros plus T.V.A. pour la canne et 16,00 euros plus T.V.A. pour un embout spécial. 2.6. Chien-guide. Exclusion : Aucune intervention n’est accordée pour l’assistance animalière autre que les chiens-guides. Conditions d’intervention : a) Le demandeur présente des difficultés graves pour se déplacer dans différents lieux. Ses difficultés découlent d’une déficience de ses fonctions visuelles. b) Le chien-guide doit être fourni par l’intermédiaire d’un instructeur ou d’une association agréés par l’Agence ou le Ministre selon les critères définis à l’article 4 de l’arrêté du Gouvernement wallon du 2 octobre 2008 portant exécution du décret du 23 novembre 2006 relatif à l’accessibilité aux personnes handicapées accompagnées de chiens d’assistance des établissements et installations destinés au public. Le paiement de l’intervention par l’Agence est subordonné à la production d’un rapport de suivi positif établi par un instructeur ou une association agréé trois mois après la date de la mise à disposition du chien-guide auprès de la personne handicapée. c) L’intervention dans le coût d’achat d’un chien-guide peut être renouvelée sur attestation d’un médecin- vétérinaire indépendant de l’instructeur ou de l’association agréé qui a délivré le chien acquis précédemment. Modalité d’intervention : L’Agence octroie une intervention forfaitaire dans le coût d’achat et du dressage du chien, ainsi que dans le coût de la formation du demandeur. Cette intervention est limitée à 4.704,00 euros plus T.V.A. 3. AMENAGEMENTS ET ADAPTATIONS DE MAISONS ET AUTRES LIEUX (ISO 18). 3.1. construction d’un logement adapte/adaptation d’un logement existant. Exclusions : a) Aucune intervention n’est accordée pour les résidences secondaires. b) En cas d’adaptation d’un logement dont le demandeur est locataire, aucune intervention n’est accordée, à l’expiration du bail, pour la remise du logement dans son état d’origine. c) Les aides ne peuvent être octroyées pour une utilisation au sein des services agréés et/ou subventionnés ou autorisés à prendre en charge des personnes handicapées par l’Agence. Condition générale d’intervention : Soit le demandeur fait usage d’une voiturette ou d’un scooter pour laquelle ou lequel l’assurance soins de santé obligatoire est intervenue, soit le demandeur a des difficultés graves pour se déplacer dans la maison. Conditions spécifiques d’intervention a) Pour le mobilier de cuisine, le demandeur a des difficultés graves pour soulever et porter des objets et/ou pour des activités de motricité fine et/ou pour l’utilisation des mains et des bras. b) En cas de demande de construction, une attestation de l’architecte doit justifier l’augmentation des surfaces rendue nécessaire pour permettre la circulation en fauteuil roulant par rapport à la même construction non adaptée. Une copie des plans y est jointe. En cas de demande d’adaptation, l’Agence peut solliciter le plan du logement reprenant la situation de celui-ci avant et après adaptation. c) La personne handicapée ou l’un de ses représentants légaux doit produire : 1o si elle ou il est propriétaire ou copropriétaire, l’acte de propriété du terrain, les prescriptions urbanistiques et esthétiques éventuelles, le permis de bâtir ou l’acte de propriété du logement à adapter; 2o s’il est prévu que la personne handicapée louera le logement à construire, un acte par lequel le propriétaire du logement s’engage à louer celui-ci à la personne handicapée, par la conclusion d’un bail enregistré, pour une période dont la durée est fixée à un an à dater du jour de notification de la décision prise par l’Agence, par tranche d’intervention de 618,00 euros plus T.V.A., sans que cette durée ne doive excéder neuf ans; 3o si la personne handicapée est locataire du logement existant à adapter, un bail enregistré, ainsi qu’une déclaration écrite du propriétaire marquant son accord sur les aménagements prévus. La durée de la location est fixée à un an à dater du jour de notification de la décision prise par l’Agence, par tranche d’intervention de 618,00 euros plus T.V.A., sans que cette durée ne doive excéder neuf ans. S’il s’agit d’un logement appartenant à une société de logement de service public, le demandeur doit apporter la preuve d’une concertation préalable avec ladite société. Cette preuve de concertation contiendra notamment : — un document prouvant que le demandeur a préalablement introduit une candidature en vue d’obtenir un logement social adapté ou adaptable; — un projet de réalisation des adaptations en fonction des besoins spécifiques; — la réponse motivée du gérant de la société de logement de service public; 46248 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 4o s’il est prévu que la personne handicapée sera hébergée chez son conjoint, chez son cohabitant légal, chez la personne avec laquelle elle forme ménage commun, chez un parent ou chez un allié au premier ou deuxième degré, ou dans une famille d’accueil sélectionnée par un service de placement familial agréé par l’Agence, propriétaire du logement à construire ou à adapter, un acte par lequel celui-ci s’engage à le louer à la personne handicapée, en cas de rupture de la vie commune, pour une période dont la durée est fixée à un an à dater du jour de notification de la décision prise par l’Agence, par tranche d’intervention de 618,00 euros plus T.V.A., sans que cette durée ne doive excéder neuf ans; 5o s’il est prévu que la personne handicapée sera hébergée chez son conjoint, chez son cohabitant légal, chez la personne avec laquelle elle forme ménage commun, chez un parent ou chez un allié au premier ou deuxième degré, ou dans une famille d’accueil sélectionnée par un service de placement familial agréé par l’Agence, locataire du logement à adapter, les documents repris sous 3o. d) L’Agence peut accorder une seconde intervention en cas de déménagement justifié par : 1o le départ du domicile du père et/ou de la mère afin de vivre de manière indépendante; 2o des raisons professionnelles, lorsque la distance entre le nouveau lieu de travail et l’ancien domicile entraîne une absence de celui-ci supérieure à 12 heures. e) Le cumul de l’intervention prévue pour l’adaptation d’un logement existant avec celle prévue pour la construction d’un logement adapté est exclu, sauf en cas de déménagement visé au point d). Modalités d’intervention : a) L’intervention totale de l’Agence dans le coût est limitée pour : 3.1.1. La construction d’un logement adapté : à 8 % du coût du logement à construire hors T.V.A., jusqu’à concurrence d’un montant de 8.791,00 euros plus T.V.A. 3.1.2. L’adaptation d’un logement existant : à 19.381,00 euros plus T.V.A. Ce montant peut être fractionné. Dans cette intervention totale sont comprises les sommes de : 3.1.2.1. 4.333,00 euros plus T.V.A. pour l’adaptation des voies d’accès au logement existant; 3.1.2.2. 3.000,00 euros plus T.V.A. pour le mobilier adapté et/ou sanitaires. b) L’intervention de l’Agence peut être cumulée avec des aides accordées par d’autres pouvoirs publics, à condition que celles-ci n’aient pas comme objets la prévention ou la compensation d’un handicap. 3.2. Fauteuils avec mécanisme pour aider à se lever et s’asseoir. Exclusions : a) Aucune intervention n’est accordée pour les fauteuils type relax, manuels ou électriques ne disposant pas d’un mécanisme électrique pour aider le demandeur à se lever et s’asseoir. b) Les aides ne peuvent être octroyées pour une utilisation au sein des services agréés et subventionnés par l’Agence. Condition d’intervention : Le demandeur présente des difficultés graves pour s’asseoir et se mettre debout seul dans un fauteuil standard. Modalité d’intervention : L’intervention de l’Agence dans le coût est limitée à 355,00 euros plus T.V.A. 3.3. Sièges-lift. Exclusion : Les aides ne peuvent être octroyées pour une utilisation au sein des services agréés et subventionnés par l’Agence. Conditions d’intervention : Le demandeur présente une limitation fonctionnelle entraînant des difficultés graves pour marcher. Modalités d’intervention. L’intervention de l’Agence dans le coût est limitée à : Intitulé des aides Montant plafond Code ISO Chaise de travail à vérin à gaz 1.054,00 EUR plus T.V.A. 18.09.21 Chaise de travail électrique 2.339,00 EUR plus T.V.A. 18.09.21 3.4. Lits et sommiers amovibles/support de matelas avec réglage motorisé (ISO 18.12.10). Exclusions : a) Les aides ne peuvent être octroyées pour une utilisation au sein des services agréés et subventionnés par l’Agence. b) Aucune intervention n’est octroyée pour la literie (ISO 18.12.15) et les matelas et protèges matelas (18.12.18) sauf exceptions prévues au point 3.5. de l’annexe. Condition d’intervention : Le demandeur présente des difficultés graves pour se coucher. Modalité d’intervention. L’intervention de l’Agence dans le coût est limitée à 1.349,00 euros plus T.V.A. (barrières et potence comprises). 3.5 Matelas alternating (04.33.06). Exclusion : Les aides ne peuvent être octroyées pour une utilisation au sein des services agréés et subventionnés par l’Agence. Conditions d’intervention : Le demandeur : — soit présente des escarres; — soit a présenté des escarres et est à la fois : * incapable de se transférer seul et de se mobiliser dans le lit par ses propres moyens; * alité en permanence ou ne sort du lit que pendant une durée approximative d’une à deux heures maximum. Modalité d’intervention : L’intervention de l’Agence dans le coût est limitée à 785,00 euros plus T.V.A. MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46249 3.6. Barres et poignées d’appui (ISO 18.18.06). Exclusion : Les aides ne peuvent être octroyées pour une utilisation au sein des services agréés et/ou subventionnés ou autorisés à prendre en charge des personnes handicapées par l’Agence. Condition d’intervention : Le demandeur présente des difficultés graves pour changer et maintenir la position de corps ou pour se déplacer dans différents lieux. Modalité d’intervention. L’intervention de l’Agence est limitée à 662,00 euros plus T.V.A. pour l’ensemble de l’ISO 18.18. 3.7. dispositifs d’ouverture et de fermeture de portes, de fenêtres et de rideaux (ISO 18.21). Exclusion : Les aides ne peuvent être octroyées pour une utilisation au sein des services agréés et/ou subventionnés ou autorisés à prendre en charge des personnes handicapées par l’Agence. Conditions d’intervention Le demandeur : 1o fait usage d’une voiturette ou d’un scooter pour laquelle ou lequel l’assurance soins de santé obligatoire est intervenue. 2o ou présente des difficultés graves pour l’utilisation des mains et des bras. 3o pour la commande d’ouverture de la porte de garage, le demandeur doit être conducteur du véhicule; s’il ne l’est pas, le garage doit représenter pour lui le seul accès possible à l’habitation. Modalités d’intervention : L’intervention totale de l’Agence dans le cout est limitée à : Intitulé des aides Montant plafond Code ISO Motorisation porte débordante de garage 752,00 EUR plus T.V.A. 18.21.03 Motorisation porte non débordante de garage 1.126,00 EUR plus T.V.A. 18.21.03 Motorisation porte 2.059,00 EUR plus T.V.A. 18.21.03 3.8. Produits d’assistance pour l’accessibilité verticale (ISO 18.30) Le coût des travaux de réaménagement du logement causés par le placement des dispositifs de changement de niveau est imputable au point 3.1 ″Construction d’un logement adapté/adaptation d’un logement existant″ dans les limites de l’enveloppe prévue au point a) 3.1.2. des modalités d’intervention. L’appareil ne peut être placé que dans une maison unifamiliale. Exclusions : a) Les aides ne peuvent être octroyées pour une utilisation au sein des services agréés et/ou subventionnés ou autorisés à prendre en charge des personnes handicapées par l’Agence. b) Aucune intervention de l’Agence n’est accordée pour les résidences secondaires. Conditions générales d’intervention. La personne handicapée ou l’un de ses représentants légaux doit produire : 1o si elle ou il est propriétaire ou copropriétaire, l’acte de propriété du logement à adapter; 2o si la personne handicapée est locataire, un bail enregistré, ainsi qu’une déclaration écrite du propriétaire marquant son accord sur les aménagements prévus. La durée de la location est fixée à un an à dater du jour de notification de la décision prise par l’Agence, par tranche d’intervention de 618,00 euros plus T.V.A., sans que cette durée ne doive excéder neuf ans. S’il s’agit d’un logement appartenant à une société de logement de service public, le demandeur doit apporter la preuve d’une concertation préalable avec ladite société et d’un projet de réalisation des adaptations en fonction de ses besoins spécifiques; 3o si la personne handicapée est hébergée chez son conjoint, chez son cohabitant légal, chez la personne avec laquelle elle forme ménage commun, chez un parent ou chez un allié au premier ou deuxième degré, ou dans une famille d’accueil sélectionnée par un service de placement familial agréé par l’Agence, propriétaire du logement à adapter, un acte par lequel l’hébergeant s’engage à le lui louer, en cas de rupture de la vie commune, pour une période dont la durée est fixée à un an à dater du jour de notification de la décision prise par l’Agence, par tranche d’intervention de 618,00 euros plus T.V.A., sans que cette durée ne doive excéder neuf ans; 4o si la personne handicapée est hébergée par une personne visée sous 3o qui est locataire, les documents repris sous 2o; 5o le plan du logement reprenant la situation de celui-ci avant et après adaptation. 3.8.1. Monte-charge et plates-formes élévatrices. Conditions spécifiques d’intervention : a) Le demandeur présente des difficultés graves pour se déplacer dans la maison. En outre, il présente ou est susceptible de présenter des difficultés absolues à se transférer sur un élévateur d’escaliers avec siège. b) L’appareil doit satisfaire aux dispositions des arrêtés royaux, transposant ou non des directives européennes, qui lui sont applicables. A cet égard, il doit à tout le moins : 1o être pourvu du marquage ″CE″; 2o être accompagné de la déclaration CE de conformité établie par le fabricant. c) Préalablement à l’installation, un organisme agréé et accrédité effectue une analyse de risque afin d’établir un cahier des charges. L’organisme atteste que l’offre est conforme au cahier des charges. d) L’organisme de contrôle agréé et accrédité atteste que l’installation de la plate-forme a été réalisée conformément au cahier des charges visé sous c). e) L’Agence peut accorder une seconde intervention en cas de déménagement justifié par : 1o le départ du domicile du père et/ou de la mère afin de vivre de manière indépendante; 2o des raisons professionnelles, lorsque la distance entre le nouveau lieu de travail et l’ancien domicile entraîne une absence de celui-ci supérieure à 12 heures. 46250 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Modalités d’intervention : L’intervention de l’Agence dans le coût est limitée à : Intitulé des aides Montant plafond Code ISO Plates-formes pour élévations jusqu’à 3 m 13.687,00 EUR plus T.V.A. 18.30.06 Plates-formes pour élévations supérieures à 3 m 22.536,00 EUR plus T.V.A. 18.30.06 Frais annexes directement liés au placement de la plate-forme 19.55,00 EUR plus T.V.A. 18.30.06 Les frais d’entretien, qui résultent d’une usure normale du système Plafond annuel correspon- 18.30.06 pour élévation pour lequel l’Agence est intervenue dant à 3 % du montant des frais exposés visés à l’arti- cle 10, § 1er. Cette intervention peut être fractionnée. Les frais de réparation, qui résultent d’un bris ou d’un accident Plafond correspondant à 18.30.06 survenu au système d’élévation pour lequel l’Agence est intervenue 30 % du montant des frais exposés visés à l’article 10, § 1er. Cette intervention peut être fractionnée. 3.8.2. Elévateurs d’escaliers avec siège (ISO 18.30.10). Conditions spécifiques d’intervention. a) le demandeur : 1o fait usage d’une voiturette ou d’un scooter pour laquelle ou lequel l’assurance soins de santé obligatoire est intervenue; 2o ou, présente des difficultés graves pour se déplacer dans la maison. b) L’appareil doit satisfaire aux dispositions des arrêtés royaux, transposant ou non des directives européennes, qui lui sont applicables. A cet égard, il doit à tout le moins : 1o être pourvu du marquage ″CE″; 2o être accompagné de la déclaration CE de conformité établie par le fabricant. c) Un organisme de contrôle agréé et accrédité atteste que l’appareillage est installé de manière sûre. d) L’Agence peut accorder une seconde intervention en cas de déménagement justifié par : 1o le départ du domicile du père et/ou de la mère afin de vivre de manière indépendante; 2o des raisons professionnelles, lorsque la distance entre le nouveau lieu de travail et l’ancien domicile entraîne une absence de celui-ci supérieure à 12 heures. Modalités spécifiques d’intervention. L’intervention de l’Agence dans le coût est limitée à : Intitulé des aides Montant plafond Code ISO Elévateurs d’escaliers avec siège pour escaliers droits 4.958,00 EUR plus T.V.A. 18.30.10 Elévateurs d’escaliers avec siège pour escaliers avec une courbe 7.000,00 EUR plus T.V.A. 18.30.10 Elévateurs d’escaliers avec siège pour escaliers avec plus d’une courbe 750,00 EUR plus T.V.A./ 18.30.10 courbe supplémentaire à ajouter au montant pla- fond prévu pour les éléva- teurs d’escaliers avec siège pour escaliers avec une courbe Système électrique permettant au siège de pivoter durant la montée 950,00 EUR plus T.V.A. 18.30.10 Electrification du rail rabattable 863,00 EUR plus T.V.A. Les frais d’entretien, qui résultent d’une usure normale de l’élévateur Plafond annuel correspon- 18.30.10 d’escaliers avec siège pour lequel l’Agence est intervenue dant à 3 % du montant des frais exposés visés à l’arti- cle 10, § 1er. Cette intervention peut être fractionnée. Les frais de réparation, qui résultent d’un bris ou d’un accident Plafond correspondant à 18.30.10 survenu à l’élévateur d’escaliers avec siège pour lequel l’Agence est 30 % du montant des frais intervenue exposés visés à l’article 10, § 1er. Cette intervention peut être fractionnée. MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46251 3.8.3 Rampes portables (ISO 18.30.15). Condition spécifique d’intervention : Le demandeur fait usage d’une voiturette ou d’un scooter pour laquelle ou lequel l’assurance soins de santé et indemnité est intervenue. Modalités d’intervention. L’intervention de l’Agence dans le coût est limitée à : Intitulé des aides Montant plafond Code ISO Rampes portables de 2 m, coulissantes 601,00 EUR plus T.V.A. 18.30.15 Rampes portables de 3 m, coulissantes 902,00 EUR plus T.V.A. 18.30.15 Plancher portable de 2 m, coulissant 1.157,00 EUR plus T.V.A. 18.30.15 4. PRODUITS D’ASSISTANCE A LA COMMUNICATION ET A L’INFORMATION (ISO 22). a) Outre les conditions générales et/ou spécifiques d’intervention, le demandeur doit démontrer que le produit d’assistance sollicité s’inscrit dans un projet d’interventions personnalisé stipulant : 1) qu’il dispose des pré-requis à l’utilisation du produit d’assistance ou qu’il suit une formation dans ce but; 2) qu’il fait usage du produit d’assistance de manière fréquente ou régulière; 3) que les soutiens, relations et attitudes des aidants proches, professionnels et/ou naturels, sont des facilitateurs. b) Dans le cas où la combinaison d’un produit d’utilisation courante et d’une adaptation spécifique est, à efficacité égale, moins onéreuse qu’un dispositif entièrement spécifique rendant le même service, l’Agence intervient pour l’ensemble de la combinaison, y compris l’élément d’utilisation courante. Exclusions : a) Aucune intervention n’est accordée pour l’achat de produit d’assistance utilisé uniquement sur le lieu de la scolarité dans l’enseignement spécialisé, sauf lorsque le demandeur ne fréquente pas le type d’enseignement prévu pour son handicap. b) Les interventions ne concernent en aucun cas le prix du raccordement au réseau, ni l’abonnement, ni le coût des communications, ni les périphériques de stockage d’information. 4.1. Produits d’assistance à l’activité lire. Condition générale d’intervention : Le demandeur présente des difficultés graves (code qualificatif minimal 3) pour lire. Les produits et systèmes techniques pour la communication en possession du demandeur ne permettent pas de compenser ces difficultés. Conditions spécifiques d’intervention : Pour la vidéo-loupe à fonction double caméra (ISO 22.03.18) : Le demandeur doit en justifier l’utilisation sur le lieu de la scolarité dans l’enseignement ordinaire primaire, secondaire ou supérieur, ou dans l’enseignement spécialisé non adapté aux déficients visuels, ou sur le lieu de l’activité professionnelle lorsqu’un agrandissement d’informations se trouvant à deux endroits différents est nécessaire. Pour la machine à lire (ISO 22.30.21). Le demandeur doit démontrer qu’il ne recourt pas à l’outil informatique avec scanner et relecteur d’écran. Pour les barrettes (ISO 22.39.03). Le demandeur doit pouvoir démontrer une connaissance suffisante de la lecture braille ou de son engagement dans un processus de formation lui permettant d’acquérir ces pré-requis. Pour les mises à jour des logiciels grossissants, grossissants avec retour vocal et relecteur d’écran (ISO 22.39.12). Le demandeur doit en justifier la nécessité par l’obsolescence des mises à jour fournies avec le logiciel lors de l’achat. Modalités d’intervention : L’intervention de l’Agence dans le coût est limitée à : Intitulé des aides Montant plafond Code ISO Vidéo-loupe poste fixe non connectée à l’ordinateur 3.676,00 EUR plus T.V.A. 22.03.18 Vidéo-loupe portable non connectée à l’ordinateur 907,00 EUR plus T.V.A. 22.03.18 Vidéo-loupe connectée à l’ordinateur 4.717,00 EUR plus T.V.A. 22.03.18 Vidéo-loupe avec fonction double caméra 6.604,00 EUR plus T.V.A. 22.03.18 Téléphones pour réseaux mobiles avec relecteur d’écran ou logiciel 391,00 EUR plus T.V.A. 22.24.06 grossissant Détecteurs de couleurs 200,00 EUR plus T.V.A. 22.27.06 Lecteur d’étiquettes 217,00 EUR plus T.V.A. 22.27.06 Lecteur de livres 279,00 EUR plus T.V.A. 22.30.03 Machine à lire 2.588,00 EUR plus T.V.A. 22.30.21 Ordinateurs fixes ou portables 450,00 EUR plus T.V.A. 22.33.01 Scanners 166,00 EUR plus T.V.A. 22.36.12 Imprimantes 80,00 EUR plus T.V.A. 22.39.06 Ecran de taille supérieure (plus de 19 pouces) 200,00 EUR plus T.V.A. 22.39.03 Barrettes classiques (40 caractères) 5.849,00 EUR plus T.V.A. 22.39.03 Grandes barrettes (plus de 40 caractères) 10.301,00 EUR plus T.V.A. 22.39.03 46252 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Intitulé des aides Montant plafond Code ISO Synthèses vocales unilingues 490,00 EUR plus T.V.A. 22.39.09 Logiciel grossissant 495,00 EUR plus T.V.A. 22.39.12 Logiciel grossissant avec retour vocal 665,00 EUR plus T.V.A. 22.39.12 Mise à jour de logiciels grossissants 185,00 EUR plus T.V.A. 22.39.12 Relecteurs d’écran ou logiciels de traitement de texte 1.415,00 EUR plus T.V.A. 22.39.12 ou 22.12.24 Mise à jour des relecteurs d’écran 840,00 EUR plus T.V.A. 22.39.12 4.2. Produits d’assistance à l’activité écrire. Condition d’intervention : Le demandeur présente des difficultés graves (code qualificatif minimal 3) pour écrire. Les produits et systèmes techniques pour la communication en possession du demandeur ne permettent pas de compenser ces difficultés. Modalités d’intervention : L’intervention de l’Agence dans le coût est limitée à : Intitulé des aides Montant plafond Code ISO Machines à écrire manuelles/électriques/parlantes pour le Braille 735,00 EUR plus T.V.A. cof- 22.12.15 fre compris Dispositifs électroniques portables de prise de notes pour les utilisa- 8.000,00 EUR plus T.V.A. 22.12.21 teurs de braille Ordinateurs fixes ou portables 450,00 EUR plus T.V.A. 22.33.01 Scanners 166,00 EUR plus T.V.A. 22.36.12 Imprimantes 80,00 EUR plus T.V.A. 22.39.06 Imprimantes braille 4.026,00 EUR plus T.V.A. 22.39.06 4.3. Produits d’assistance à l’activité écouter. Condition d’intervention : Le demandeur présente, des difficultés graves (code qualificatif minimal 3) pour écouter. Les produits et systèmes techniques pour la communication en possession du demandeur ne permettent pas de compenser ces difficultés. Modalités d’intervention. L’intervention de l’Agence dans le coût est limitée à : Intitulé des aides Montant plafond Code ISO Systèmes de transmission par fréquence radio : transmetteur de son 2.521,00 EUR plus T.V.A. 22.18.24 sans fil Casque infrarouge 314,00 EUR plus T.V.A. 22.18.39 Téléphones mobiles avec télécopie intégrée 150,00 EUR plus T.V.A. 22.24.06 (GSM permettant l’envoi et la réception d’e-mails) Téléphones à amplificateurs de son et accessoires 200,00 EUR plus T.V.A. 22.24.03 (appareils standards avec amplification supérieure) Fax 80,00 EUR plus T.V.A. 22.24.09 Amplificateurs d’interphones d’entrées et vidéophones Coût du système (place- 22.24.30 ment et poste supplémen- taire éventuel compris) : 747,00 EUR plus T.V.A. Avertisseurs avec signaux visuels L’intervention de l’Agence 22.27.03 pour l’ensemble des pres- Avertisseurs avec signaux mécaniques 22.27.09 tations est limitée à Réveils vibrants et/ou lumineux 1.333,00 EUR plus T.V.A. 22.27.12 Systèmes environnementaux d’alarme d’urgence 22.27.21 Ordinateurs fixes ou portables 450,00 EUR plus T.V.A. 22.33.01 Scanners 166,00 EUR plus T.V.A. 22.36.12 Imprimantes 80,00 EUR plus T.V.A. 22.39.06 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46253 4.4. Produits d’assistance pour l’activité converser et utiliser des appareils et des techniques de communication. Condition générale d’intervention : Le demandeur présente des difficultés graves (code qualificatif minimal 3) pour utiliser des appareils et/ou des techniques de communication. Les produits et systèmes techniques pour la communication en possession du demandeur ne permettent pas de compenser ces difficultés. Condition spécifique d’intervention. Pour les interphones d’entrée : Le demandeur doit présenter des difficultés graves (code qualificatif minimal 3) pour marcher. Modalités d’intervention : L’intervention de l’Agence dans le coût est limitée à : Intitulé des aides Montant plafond Code ISO Produits d’assistance à la communication avec accès direct ou indirect 1.500,00 EUR plus T.V.A. 22.21.09 offrant un nombre limité de messages Produits d’assistance à la communication avec accès direct ou indirect 4.800,00 EUR plus T.V.A. 22.21.09 utilisant le code alphabétique Produit d’assistance à la communication à écran tactile fonctionnant 7.400,00 EUR plus T.V.A. 22.21.09 sans logiciel Produit d’assistance à la communication à écran tactile fonctionnant 10.000,00 EUR plus T.V.A. 22.21.09 avec logiciel Logiciel de communication 1.200,00 EUR plus T.V.A. 22.21.09 Téléphones filaires, téléphones sans fil 90,00 EUR plus T.V.A. 22.24.03 GSM grandes touches 22.24.06 Interphones d’entrée Coût du système (place- 22.24.30 ment et poste supplémen- taire éventuel compris) limité à 747,00 EUR plus T.V.A. Ordinateurs fixes ou portables 450,00 EUR plus T.V.A. 22.33.01 Scanners 166,00 EUR plus T.V.A. 22.36.12 Imprimantes 80,00 EUR plus T.V.A. 22.39.06 Dispositifs d’entrée standards, claviers et systèmes de commande 250,00 EUR plus T.V.A. 22.36.03 Dispositifs d’entrée adaptés 2.500,00 EUR plus T.V.A. 22.36.06 Commandes par mouvements de la tête 3.161,00 EUR plus T.V.A. 22.36.06 5. Systèmes de contrôle de l’environnement sans reconnaissance vocale (ISO 24.13.03). Condition d’intervention : Le demandeur présente des difficultés absolues (code qualificatif minimal 4) pour manipuler ou saisir les commandes d’équipement électriques et électroniques du logement et fait usage d’une voiturette électronique pour laquelle l’assurance soins de santé obligatoire est intervenue. Modalité d’intervention : L’intervention totale de l’Agence dans le coût du système de contrôle de l’environnement est limitée à 3.800,00 euros plus T.V.A. L’intervention de l’Agence peut être fractionnée. 6. Produits d’assistance divers. Condition d’intervention : Le demandeur présente des difficultés graves (code qualificatif minimal 3) pour porter, déplacer et manipuler des objets ou pour utiliser des appareils et des techniques de communication ou pour changer et maintenir la position du corps sans le recours à l’aide sollicitée. Modalité d’intervention : L’intervention de l’Agence dans le coût est limitée à 500,00 euros plus T.V.A. valable pour l’ensemble des produits d’assistance et pour une durée de cinq ans. 7. PRESTATIONS DE SERVICES. 7.1. Complément d’apprentissage à la pratique de la conduite d’une voiture non - adaptée/adaptée pour l’obtention du permis du conduire. Par voiture adaptée, on entend une voiture dont les adaptations doivent faire l’objet d’une agréation établie conformément aux directives réglementaires en la matière. Condition d’intervention : Le demandeur doit fournir une attestation établie par le C.A.R.A. spécifiant qu’il doit bénéficier d’heures supplémentaires d’apprentissage de la conduite automobile. L’attestation doit fixer le nombre d’heures. Modalités d’intervention : Le montant horaire est limité à 42,00 euros plus T.V.A. par heure de cours. L’intervention ne peut être fractionnée. 7.2. Complément d’apprentissage de la théorie pour l’obtention du permis de conduire. Condition d’intervention : Le demandeur doit présenter un trouble grave des fonctions de l’audition et des fonctions vestibulaires qui entrave l’apprentissage de la théorie pour l’obtention du permis de conduire. Modalité d’intervention : L’intervention de l’Agence dans le coût de la prestation est limitée à 89,00 euros plus T.V.A. 46254 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 7.3. Frais liés au contrôle technique pour les voitures adaptées. Modalités d’intervention. L’intervention de l’Agence dans le coût est limitée à : 1o 30,00 euros T.V.A.C., lorsqu’il n’y a pas de test pollution diesel; 2o 36,00 euros T.V.A.C., lorsqu’il y a un test de pollution diesel. 7.4. Apprentissage des techniques d’orientation et de mobilité. Conditions d’intervention : a) Le demandeur présente des difficultés graves pour se déplacer dans différents lieux. Ses difficultés découlent d’une déficience de ses fonctions visuelles. b) La formation doit être dispensée par une instance reconnue par l’Agence pour les techniques d’orientation et de mobilité. L’organisme visé sous b) doit fournir à l’Agence un programme détaillant le contenu et la durée de la formation. Modalités d’intervention : a) L’intervention de l’Agence est limitée à 28 euros/heure de formation, y compris les frais de déplacement. b) Le nombre d’heures pour la formation est limité à : 1o 100 heures pour les adultes; 2o 200 heures pour les mineurs. 7.5. Complément d’apprentissage des techniques de déplacement avec un chien-guide. Conditions d’intervention : a) Pour les personnes ayant bénéficié d’une intervention de l’Agence dans le coût d’achat d’un chien-guide, il est prévu une intervention dans le coût d’un complément d’apprentissage lorsqu’il y à changement important et durable (minimum six mois) dans les habitudes de déplacement. b) Cet apprentissage complémentaire doit être dispensé par un instructeur ou une association visés sous 2.6.b. qui en justifiera la nécessité et introduira par la suite un rapport de fin de formation. c) Cette intervention est renouvelable dans les mêmes conditions, si de nouvelles circonstances l’imposent. Modalités d’intervention : L’intervention en cas de complément d’apprentissage est limitée à 28 euros/heure de formation (frais de déplacement compris), à concurrence de 20 heures maximum. 7.6. Accompagnement pédagogique. Conditions d’intervention : a) L’accompagnement pédagogique s’adresse aux personnes en situation de handicap qui suivent : 1o des études de niveau universitaire, ou supérieur non universitaire, reconnues par la Communauté française, 2o une formation pour adultes, reconnue ou subventionnée par un pouvoir public et organisée sur le territoire de la Région wallonne ou de la Région de Bruxelles-Capitale. b) L’accompagnement pédagogique couvre l’encadrement de l’étudiant, en termes d’explications orales, de répétition de l’information, de tutelle pédagogique et, le cas échéant, d’interprétation en langues des signes et ce, afin de pallier les difficultés de compréhension dues au handicap. c) Le demandeur doit présenter des difficultés graves pour suivre les activités propres à l’éducation supérieure ou à la formation professionnelle. Les produits et systèmes techniques en possession du demandeur ne permettent pas de compenser ces difficultés. d) L’Agence doit disposer d’une attestation de scolarité ou de formation pour adultes visée au point a). e) L’accompagnement doit être dispensé au sein d’une instance reconnue par le Comité de gestion de l’Agence ou au sein d’un service agréé par le Collège de la Commission communautaire française. f) L’encadrant doit justifier de compétences dans les branches qu’il est chargé d’expliquer au demandeur. D’autre part, il atteste sur l’honneur ne pas bénéficier d’autre rémunération pendant les heures d’encadrement prestées. Lorsque l’encadrement consiste en une interprétation en langues des signes, l’encadrant doit justifier, au minimum de cette compétence. g) La structure agréée introduit auprès de l’Agence un projet d’accompagnement du demandeur. h) La structure agréée transmet à l’Agence un rapport d’évaluation, signé par le demandeur, à la fin de chaque année académique ou en fin de cycle pour les formations courtes. Modalités d’intervention : a) La décision de l’Agence couvre la durée d’un cycle d’études ou la durée effective du programme de formation. En cas de réorientation ou d’évolution du handicap, le demandeur est tenu d’en informer l’Agence. b) L’intervention de l’Agence est limitée dans le coût à 32,00 euros/heure d’accompagnement, à raison d’un maximum de 450 heures par année académique ou par année de formation En cas de programme de formation d’une durée inférieure à un an, ce maximum est limité à 15 heures/semaine, sans toutefois excéder les maxima autorisés visés au point b). Le montant horaire couvre les prestations de coordination entre les différents intervenants ainsi que la formation des encadrants à l’accompagnement d’étudiants handicapés. 7.7. Transcriptions en braille et autres adaptations d’ouvrages dans le cadre de la scolarité. Conditions d’intervention : a) Le demandeur présente des difficultés graves pour lire dans le cadre de l’éducation préscolaire, l’éducation scolaire ou l’éducation supérieure; Ses difficultés découlent d’une déficience de ses fonctions visuelles; b) Le demandeur doit fournir un document, stipulant le type d’adaptations préconisées ou les transcriptions Braille, établi par un organisme visé au point d); c) Le demandeur doit fournir une attestation de fréquentation d’un enseignement ordinaire maternel, primaire, secondaire ou supérieur, reconnu par la Communauté française; d) Les transcriptions en braille et autres adaptations d’ouvrages doivent être réalisées par un organisme reconnu par le Comité de gestion de l’Agence ou par le Collège de la Commission communautaire française. La reconnaissance de ces organismes est conditionnée à leur engagement annuel à collaborer entre eux dans le cadre d’une convention de partage de données dont l’Agence se charge de vérifier la teneur sur base d’une enquête annuelle; e) Le paiement de l’intervention par l’Agence à l’organisme visé au point d) est subordonné à la transmission par ce dernier d’une fiche individuelle de prise en charge, dont le modèle est établi par l’Agence, signée par le demandeur à la fin de chaque année académique. MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46255 Modalités d’intervention : a) La décision de l’Agence couvre la durée des études, elle est conditionnée par la fourniture annuelle de l’attestation de fréquentation visée au point c) des conditions d’intervention. b) L’Agence octroie une intervention annuelle forfaitaire afin de couvrir partiellement les frais réels relatifs aux transcriptions en braille et autres adaptations d’ouvrages ainsi que des conseils personnalisés y afférent. c) L’intervention forfaitaire de l’Agence à l’organisme visé au point d) des conditions d’intervention se limite : Sous la forme braille, audiophonique ou informatique : Pour les 4 premières années primaires 1.116,00 EUR e e Pour les 5 et 6 années primaires 1.363,00 EUR Pour le niveau secondaire 1.735,00 EUR Pour le niveau supérieur 1.983,00 EUR Sous la forme d’agrandissements papier : Pour les niveaux maternel et primaire 167,00 EUR Pour le niveau secondaire 260,00 EUR Pour le niveau supérieur 335,00 EUR Vu pour être annexé à l’arrêté du Gouvernement wallon du 14 mai 2009 fixant les conditions et les modalités d’intervention d’aide individuelle à l’intégration des personnes handicapées. Namur, le 14 mai 2009. Le Ministre-Président, R. DEMOTTE VERTALING WAALSE OVERHEIDSDIENST N. 2009 — 2382 [2009/202881] 14 MEI 2009. — Besluit van de Waalse Regering tot vaststelling van de voorwaarden en de nadere regels voor de betaling van individuele integratiehulp voor gehandicapten De Waalse Regering, Gelet op het decreet van 6 april 1995 betreffende de integratie van gehandicapte personen, inzonderheid op de artikelen 2, 6, 14 en 15; Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 1996 tot uitvoering van het decreet van 6 april 1995 betreffende de integratie van gehandicapte personen; Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 4 februari 2004 tot bepaling van de tegemoetkomings- voorwaarden en -modaliteiten inzake de materiële bijstand verleend voor de integratie van gehandicapte personen; Gelet op het advies van het beheerscomité van het ″Agence wallonne pour l’Intégration des Personnes handicapées″ (Waals Agentschap voor de Integratie van Gehandicapte Personen), gegeven op 19 februari 2009; Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 27 maart 2009; Gelet op de instemming van de Minister van Begroting, gegeven op 3 april 2009; Gelet op advies 46.395/4 van de Raad van State, gegeven 5 november 2008, overeenkomstig artikel 84, § 1, 1o, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op het advies van het ″Conseil consultatif wallon des Personnes handicapées″ (Waalse Adviesraad voor Gehandicapte Personen), gegeven op 27 januari 2009; Op de voordracht van de Minister van Gezondheid, Sociale Actie en Gelijke Kansen; Na beraadslaging, Besluit :
Artikel 1. Dit besluit regelt overeenkomstig artikel 138 van de Grondwet een materie bedoeld in artikel 128, § 1, ervan.
Art. 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1o het decreet : het decreet van 6 april 1995 betreffende de integratie van gehandicapte personen; 2o het besluit : het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 1996 tot uitvoering van het decreet van 6 april 1995 betreffende de integratie van gehandicapte personen; 3o het Agentschap : het ″ Agence wallonne pour l’Intégration des Personnes handicapées ″ (Waals Agentschap voor de Integratie van Gehandicapte Personen); 4o gehandicapte persoon : de persoon bedoeld in het decreet van 6 april 1995 betreffende de integratie van gehandicapte personen; 5o individuele integratiehulp : de technische hulpmiddelen, de dienstverleningen en de inrichtingen bestemd om de handicap te compenseren of de verergering ervan te voorkomen; 6o de Raad : de adviesraad voor de individuele integratiehulp zoals bedoeld bij artikel 36, 1o, van het decreet van 6 april 1995 betreffende de integratie van gehandicapte personen; 7o het beheerscomité : het Beheerscomité van het Agentschap zoals bedoeld in het decreet van 6 april 1995 betreffende de integratie van gehandicapte personen. 46256 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD
Art. 3. Binnen de perken van de begrotingskredieten kan er een overname van een deel van, of van alle kosten in verband de individuele integratiehulp toegekend worden ten gunste van gehandicapte personen overeenkomstig de bepalingen van dit besluit en de bijlage erbij.
Art. 4. De overname van de individuele integratiehulp wordt toegekend aan de gehandicapte persoon voor de kosten die wegens zijn handicap noodzakelijk zijn voor zijn activiteiten en/of zijn deelname aan het leven in de maatschappij. De kosten bedoeld in lid 1 zijn bijkomende kosten bovenop die welke een valide persoon betaalt in identieke omstandigheden. De functionele beperkingen van de gehandicapte persoon moeten op het ogenblik van de indiening van de aanvraag ofwel defnitief van aard zijn ofwel een vermoedelijke duur van één jaar hebben met een evoluerend karakter. Het bedrag van de uitgaven in verband met de individuele integratiehulp wordt door het Agentschap vastgesteld op basis van een vergelijkende studie rekening houdend met de kenmerken en de kwaliteiten van de verschillende individuele integratiesteunbedragen. Wanneer een keuze mogelijk is uit meerdere gelijkwaardige oplossingen in termen van functionaliteit, is het bedrag van de bijdrage van het Agentschap gelijk aan de kostprijs van de minst dure oplossing.
Art. 5. De tegemoetkoming wordt slechts verleend aan een gehandicapte persoon die bij de indiening van de aanvraag de leeftijd van 65 jaar bereikt heeft, als de kosten rechtstreeks gebonden zijn aan de handicap die het Agentschap vastgesteld heeft vóór de leeftijd van 65 jaar.
Art. 6. De bijlage bij dit besluit bepaald volgens de prestatie van de individuele integratiehulp het belang en de aard van de beperking van de capaciteiten zoals bedoeld in artikel 2 van het decreet. Daarvoor verwijst het Agentschap naar de begripsomschrijvingen van de internationale classificatie van de functionering, de handicap en de gezondheid vastgesteld door de Wereldgezondheidsorganisatie. In afwijking van artikel 40 van het besluit kan het Agentschap volgens de prestatie van de individuele integratiehulp om een functionele balans verzoeken en in voorkomend geval het soort vereiste pluridisciplinaire gegevens.
Art. 7 — Het Agentschap komt niet tegemoet in de kosten die de gehandicapte persoon voor individuele
Art. 7. Het Agentschap komt niet tegemoet in de kosten die de gehandicapte persoon voor individuele integratiehulp betaalt : 1o als de gehandicapte persoon in het kader van een wetgeving inzake vergoedingen of burgerlijk recht : a) nalaat in rechte de schadevergoeding op te eisen waarvoor hij een aanvraag bij het Agentschap heeft ingediend; b) van de procedure of van het recht zelf afziet; 2o als de gehandicapte persoon op basis van dezelfde handicap en dezelfde behoefte als die bedoeld in dit artikel, voor een sociale prestatie in aanmerking komt krachtens andere wettelijke of reglementaire bepalingen, behalve de uitzonderingen bedoeld in de bijlage bij dit besluit; 3o als de kosten vergoed worden d.m.v. een tegemoetkoming verleend krachtens andere bepalingen van het decreet of de uitvoeringsbesluiten ervan.
Art. 8. De overname heeft geenszins betrekking op volgende prestaties noch in voorkomend geval op hun vergoedingen : 1o apparatuur voor medische of paramedische behandeling, voor de educatie of de reeducatie van de capaciteiten en voor het onderhoud van de fysieke conditie, behalve die bedoeld in de bijlage bij dit besluit; 2o diensten die door natuurlijke of rechtspersonen verstrekt worden kunnen evenwel overgenomen worden, behalve die bedoeld in de bijlage bij dit besluit, alsmede de studiekosten, erkenningskosten en architectenhonoraria bedoeld in artikel 9; 3o het geleende, gehuurde of geleasde materiaal; 4o het tweedehands materiaal behalve de uitzonderingen vermeld in bijlage; 5o de bouwwerken en aanpassingen in de schoolgebouwen; 6o de bouwwerken van de sociale woningen; 7o de motorisering van hoofdtoegangen; 8o de rolstoelen, elektronische scooters, stasystemen, orthopedische driewielers, loophulpmiddelen, zitkussens voor het voorkomen van doorligwonden, modulaire aanpasbare systemen voor de ondersteuning van de zithouding, onderstellen voor zitschelpen, met in begrip van hun respectievelijke aanpassingen die niet opgenomen zijn op de terugbetalinglijst van de verplichte gezondheidszorgverzekering; 9o de ortheses en de protheses; 10o de voedingsmiddelen; 11o het onderhoud van de individuele integratiehulp behalve de uitzonderingen vermeld in bijlage.
Art. 9. De gemaakte kosten zijn kosten voor de verstrekking van individuele integratiehulp, de recupel-taks indien nodig, alsmede studiekosten, de kosten in verband met de levering en de erkenningskosten en architectenhonoraria die er eventueel aan gebonden zijn, verhoogd met de BTW.
Art. 10. § 1. De gemaakte kosten worden slechts aangerekend ten belope van : 1o de kosten bedoeld in artikel 4; 2o hoedanook, voor de prestaties van de individuele integratiehulp opgenomen in de bijlage bij dit besluit, het bedrag vastgesteld in deze bijlage. § 2. Het bedrag van de schadevergoeding verkregen krachtens een gerechtelijke beslissing wordt afgetrokken van het bedrag van de kosten bedoeld in § 1. § 3. Onverminderd de bepalingen van § 2, verleent het Agentschap de gehandicapte persoon op diens verzoek en in afwachting van de schadevergoeding bedoeld in artikel 7, 1o, een voorschot waarvan het bedrag wordt vastgelegd overeenkomstig de bepalingen van dit besluit en de bijlagen ervan. Om dat voorschot te kunnen genieten, doet de gehandicapte persoon het Agentschap bij overeenkomst in zijn rechten en beroepen treden jegens de derde die moet instaan voor de schadevergoeding bedoeld in artikel 7, 1o.
Art. 11. De aanvraag tot tegemoetkoming wordt samen ingediend met de documenten vereist bij artikel 6 van het besluit. Het Agentschap kan, als het dat nodig acht, bestekken of prijsoffertes eisen.
Art. 12. § 1. De verstrekkingen inzake individuele integratiehulp komen slechts in aanmerking voor een overname als ze plaatsvinden op ten vroegste op de dag van de aanvraag om tegemoetkoming. De verstrekkingen betreffende het herstel van een individuele integratiehulp kunnen zelfs overgenomen worden als de datum van de factuur voor die verstrekkingen dateert van zes maanden voor de datum van de aanvraag tot hersteltegemoetkoming. MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46257 § 2. De tegemoetkomingen van het Agentschap worden betaald op grond van de facturen betreffende de verstrekkingen van de individuele integratiehulp, die ingediend moeten worden binnen een termijn van één jaar te rekenen van de kennisgeving van de beslissing tot tegemoetkoming. Die termijn wordt op twee jaar gebracht voor globale huisinrichtingen en -verbouwingen. Voor de bijstandsproducten ter absorptie van urine en fecaliën worden de verstrekkingen van diensten opgenomen in de bijlage, alsmede de geleidehonden wordt de uitbetaling van de tegemoetkomingen van het Agentschap verbinden aan de voorwaarde van overhandiging van de facturen voor die verstrekkingen binnen een termijn van één jaar te rekenen van de datum van de factuur.
Art. 13. Onverminderd de toepassing van artikel 8 en de uitsluitingen uitdrukkelijk vermeld in de bijlage bij dit besluit geldt dat als het Agentschap vaststelt dat een aanvraag om tegemoetkoming inzake individuele integratiehulp voldoet aan de voorwaarden van dit besluit maar dat hetzij er geen sprake is van die hulp in de bijlage, hetzij dat er wel sprake van is maar dat bepaalde voorwaarden niet vervuld zijn om de tegemoetkoming te verlenen, dan de aanvraag voor advies wordt voorgelegd aan de Raad voor individuele integratiehulp en vervolgens aan het beheerscomité, dat moet beslissen.
Art. 14. De voor het gehandicaptenbeleid bevoegde Minister kan de bijlage bij dit besluit jaarlijks bijwerken op voorstel van het beheerscomité.
Art. 15. In artikel 5, 1o, van het besluit wordt littera e) vervangen door hetgeen volgt : ″individuele integratiehulp″.
Art. 16. Het besluit van de Waalse Regering van 2 februari 2004 tot bepaling van de tegemoetkomingsvoorwaarden en -modaliteiten inzake de materiële bijstand verleend voor de integratie van gehandicapte personen wordt opgeheven.
Art. 17. Dit besluit is van toepassing op de tegemoetkomingsaanvragen ingediend te rekenen van de datum van de inwerkingtreding ervan. De vorige individuele beslissingen blijven gelden tot aan hun vervaldatum.
Art. 18. Dit besluit treedt in werking de eerste dag van de maand die volgt op de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
Art. 19. De Minister van Sociale Actie is belast met de uitvoering van dit besluit. Namen, 14 mei 2009. De Minister-President, R. DEMOTTE BIJLAGE I. Algemene bepalingen. 1.1. Om een vlottere toegang te verlenen tot de informatie over de technische hulpmiddelen voor gehandicapte personen zijn al de in de bijlage opgenomen dienstverstrekkingen ingedeeld op grond van de ISO-classificatie (INTERNATIONAL STANDARD ORGANISATION) van de ″Technische hulpmiddelen voor personen met een handicap″ EN ISO 9999-2002 F. Die prestaties moeten voldoen aan de voornaamste gezondheids- en veiligheids- voorwaarden vastgesteld bij de op hen betrekking hebbende regelgeving. De verwijzing naar die classificering houdt niet in dat het Agentschap de gezamenlijke hulpmiddelen, opgenomen in deze gehele classificering, overneemt. 1.2. Daarvoor verwijst het Agentschap naar de begripsomschrijvingen van de internationale classificatie van de functionering, de handicap en de gezondheid vastgesteld door de Wereldgezondheidsorganisatie. De kwalificatiecodes bepalen de omvang van de functionele beperkingen om een activiteit uit te voeren en/of aan het leven in de maatschappij deel te nemen. De in de bijlage gebruikte scores waarmee de voorwaarden worden bepaald voor de tegemoetkoming zijn gebaseerd op volgende kwalificatiecodes : 0 = geen enkele moeilijkheid (kan de activiteit alleen verrichten). 1 = lichte moeilijkheid (kan de activiteit alleen verrichten, maar traag en/of stimulaties en/of toezicht). 2 = gemiddelde moeilijkheid (kan de activiteit alleen verrichten, maar met een ander technisch hulpmiddel dan het gevraagde hulpmiddel). 3 = ernstige moeilijkheid (de activiteit kan niet verricht worden zonder menselijke hulp of zonder het gevraagde hulpmiddel). 4 = absolute moeilijkheid (de activiteit kan niet verricht worden zonder menselijke hulp en zonder het gevraagde hulpmiddel). 1.3. Het Agentschap mag geen hernieuwing van een dienstverstrekking toestaan, noch afwijken van de hernieuwingsvoorwaarden die in deze bijlage vastliggen, behalve als de handicap verergert, als de dienstverstrekking onmogelijk vergoed kan worden, indien de kostprijs van de herstelling niet in verhouding staat tot de kostprijs van een nieuw gelijkaardig materieel of in de gevallen waarin uitdrukkelijk voorzien wordt in deze bijlage. De datum van de hernieuwing wordt berekend in verhouding tot de datum van de factuur van de voorgaande tegemoetkoming. 1.4. Het Agentschap kan tussenbeide komen in de herstellingen van de hulpmiddelen in volgende gevallen : 1o Wanneer het te herstellen hulpmiddel elektrisch/elektronisch is en er een tegemoetkoming verleend wordt door het Agentschap bij aankoop ervan. In dat geval wordt de tegemoetkoming beperkt tot 40 %, behoudens uitzonderingen bepaald bij deze bijlage, de aankoopprijs van het hulpmiddel beperkt tot het maximumbedrag bepaald in de bijlage. Die tegemoetkoming geldt enkel na verstrijken van de waarborgtermijn. Deze tegemoetkoming kan opgesplitst worden. 2o Wanneer het hulpmiddel een hulpmiddel is bij de mobiliteit waarvoor een tegemoetkoming is verleend door de verplichte gezondheidszorgverzekering. In dat geval staat de tegemoetkoming van het Agentschap voor die herstellingen gelijk met 40 % van de waarde van de hulp bij mobiliteit en aanpassingen ervan zoals ze vastgesteld waren in de verplichte gezondheids- zorgverzekering op het tijdstip van de aankoop. Die tegemoetkoming wordt enkel toegepast over de duur van de minimumhernieuwingstermijn vastgelegd door de verplichte gezondheidszorgverzekering en na verstrijken van de waarborgtermijn. Deze tegemoetkoming kan opgesplitst worden. 46258 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD II. Soorten tegemoetkomingen. 1. HULPMIDDELEN VOOR LICHAAMSVERZORGING EN BESCHERMING (ISO 09). 1.1. Kamerstoelen (met of zonder wieltjes) (ISO 09.12.03). Uitsluiting : De hulpmiddelen worden niet toegekend voor een gebruik binnen de door het Agentschap erkende en gesubsidieerde diensten. Tegemoetkomingsvoorwaarde : De aanvrager vertoont een deficiëntie die zijn verplaatsingen ernstig aantast. Tegemoetkomingsmodaliteiten : De tegemoetkoming van het Agentschap in de kosten beperkt tot 134,00 euro plus BTW. 1.2. Hulpmiddelen voor de absorptie van urine en fecaliën. Uitsluiting : Er wordt geen tegemoetkoming verleend voor zalven en poeders. Tegemoetkomingsvoorwaarden : a) De aanvrager lijdt aan een dag- en/of nachtelijke urine- en/of fecale incontinentie wegens; 1o neurologische mergletsels of (aangeboren of opgelopen) letsels aan het onderste urine- en darmstelsel; 2o een achterstand van de psychomotorische of geestelijke ontwikkeling; 3o of een psychische aandoening. b) Een medisch rapport moet nader aangeven : 1o de graad van incontinentie, hetzij : — urine-incontinentie (mictieoefeningen en gebruik van een blaassonde inbegrepen); — urine en stoelgangincontinentie, behalve accidentele incontinenties. 2o of het om een dag- en/of nachtelijke urine- en/of fecale incontinentie gaat; 3o of de persoon sondes gebruikt. Voor een eerste aanvraag dient het medisch rapport aan te geven of de pathologie levenslang duurt dan wel omkeerbaar is. De aanvrager moet, in voorkomend geval, de beslissing van de raadgevend geneesheer van de verplichte gezondheidszorgverzekering meedelen, geldend voor de toekenning van het jaarlijks incontinentieforfait. c) De termijn voor de hernieuwing van de aanvraag wordt door het Agentschap vastgesteld met bepaling van de termijn van geldigheid van de beslissing. Tegemoetkomingsmodaliteiten. De tegemoetkoming van het Agentschap in de kosten wordt gemoduleerd als volgt : JAARLIJKS MAXIMUMBEDRAG VERMINDERD JAARLIJKS MAXIMUMBEDRAG Kinderen van 3 tot 12 jaar 2.1. : kinderen van 6 tot 12 jaar die enkel ’s nachts luiers dragen 102 EUR, plus BTW 25 EUR, plus BTW 2.2. : kinderen van 3 tot 12 jaar die aan urine- incontinentie lijden en sondes gebruiken : 527 EUR, plus BTW 132 EUR, plus BTW 2.3. : incontinente kinderen van 3 tot 12 jaar die geen sonde gebruiken en/of die aan een fecale incontinentie lijden 692 EUR, plus BTW 173 EUR, plus BTW Volwassenen en kinderen van 12 jaar en meer (of van minder dan 12 jaar die om medische redenen grote maten dienen te gebruiken). 2.4. : enkel ’s nachts incontinente personen : 204 EUR, plus BTW 51 EUR, plus BTW 2.5. : personen die aan urine-incontinentie lijden en sondes gebruiken : 856 EUR, plus BTW 214 EUR, plus BTW 2.6. : incontinente personen die geen sonde gebruiken en/of die aan een fecale incontinentie lijden 1.326 EUR, plus BTW 331 EUR, plus BTW * tegemoetkoming beperkt tot één kwart van het jaarlijks maximumbedrag voor aanvragers die een internaat of een residentiële dienst bezoeken dat gesubsidieerd wordt door een andere overheid dan het Agentschap, en die tijdens de schoolvakantie weer naar huis gaan. 1.3. Hulpmiddelen voor de activiteit ″zich wassen″ en ″naar toilet gaan″. Uitsluiting : De hulpmiddelen worden niet toegekend voor een gebruik binnen de door het Agentschap erkende en gesubsidieerde diensten. MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46259 Algemene tegemoetkomingsvoorwaarde : De aanvrager vertoont ernstige moeilijkheden (minstens kwalificatiecode 3) om zich te wassen en/of om naar toilet te gaan zonder de gevraagde hulp. De omgeving van de aanvrager maakt een compensatie van zijn moeilijkheden niet mogelijk. Specifieke voorwaarde : Voor de stoelen, draagbaren-commodes en personenheftoestellen vertoont de aanvrager ernstige moeilijkheden (minstens kwalificatiecode 3) om het lichaam in positie te houden. Tegemoetkomingsmodaliteiten. De tegemoetkoming van het Agentschap in de kosten beperkt tot : Opschrift van de hulpmiddelen Maximumbedrag ISO-code Kamerstoel voor toilet en douche met speciale zit 1.662,00 EUR, plus BTW 09.12.03 (toebehoren inbegrepen) Muurdouchezetel 371,00 EUR, plus BTW 09.33.03 Douchezetel 493,00 EUR, plus BTW 09.33.03 Douchestoel voorzien van 2 grote wielen, al dan niet met een gat in de 694,00 EUR, plus BTW 09.33.03 zitting Badzetel 121,00 EUR, plus BTW 09.33.03 Badzetel type relax, lift inbegrepen 1.432,00 EUR, plus BTW 09.33.03 Douchedraagbaar, commode die niet elektrisch verstelbaar is, veilig- 1.459,00 EUR, plus BTW 09.33.12 heidsstangen inbegrepen Douchedraagbaar, commode die elektrisch verstelbaar is, veiligheids- 2.603,00 EUR, plus BTW 09.33.12 stangen inbegrepen Personenheftoestel voor bad met een draaibaar kader 1.004,00 EUR, plus BTW 12.36.15 2. HULPMIDDELEN VOOR DE PERSOONLIJKE MOBILITEIT (ISO 12). 2.1. Wandelhulpmiddelen gehanteerd door een arm (ISO 12.03). Tegemoetkomingsvoorwaarde : De aanvrager vertoont ernstige moeilijkheden om te stappen. Tegemoetkomingsmodaliteiten. De tegemoetkoming van het Agentschap in de kosten beperkt tot : Opschrift van de hulpmiddelen Maximumbedrag ISO-code Wandelstokken 11,00 EUR, plus BTW 12.03.03 Wandelstokken met een steun voor de bovenarm 19,00 EUR, plus BTW 12.03.06 Krukken met okselsteun 37,00 EUR, plus BTW 12.03.12 Driepotige wandelstokken 36,00 EUR, plus BTW 12.03.16 Vierpotige wandelstokken 52,00 EUR, plus BTW 12.03.16 2.2. Wagenaanpassingen (ISO 12.12). De aanvragen van de aanpassingen bedoeld in de rubriek 2.2.1 gaan vergezeld van een verslag van het ″Centre d’adaptation à la route pour automobilistes handicapés (C.A.R.A.)″ (Centrum voor de aanpassing van gehandicapte automobilisten aan de weg). Uitsluiting : Er wordt geen tegemoetkoming verleend voor standaard afstandsbedieningen, centrale vergrendeling, aircondi- tioning in het voertuig, elektrische ruiten, elektrische achteruitkijkspiegels en stuurbekrachtiging, lederen zetels, verwarmde zetels, athermische ruiten, getinte ruiten, aanpassingen op de voertuigen van de categorie A3. Algemene tegemoetkomingsvoorwaarden a) De aanpassingen moeten dienstig zijn voor de gehandicapte die de wagen bestuurt. Die persoon moet een afschrift indienen van zijn geldige aangepaste rijbewijs dat conform is de wettelijke bepalingen in verband met het rijbewijs. Wanneer de gehandicapte door een derde vervoerd moet worden, wordt enkel een tegemoetkoming verleend voor de aanpassingen bedoeld in de rubrieken 2.2.1.13 tot en met 2.2.1.17 en 2.2.2, uitgezonderd de aanpassing bedoeld in rubriek 2.2.2.23. b) De aanpassing wordt uitgevoerd : 1o op een nieuwe wagen; 2o op een voertuig dat nieuw of tweedehands gekocht is en dat minder dan vijf jaar is op het ogenblik van de aanvraag om tegemoetkoming. c) In geval van verandering van voertuig vóór afloop van vijf jaar wordt slechts een tegemoetkoming voor een nieuwe aanpassing verleend als de verandering te wijten is aan een intensief gebruik beroepshalve, een wijziging in de beroepstoestand of in de gezinssamenstelling of aan een verergering van de deficiëntie. d) De aanpassing wordt niet hernieuwd binnen vijf jaar als het voertuig hersteld of vervangen moet worden ten gevolge van een ongeval. e) De tegemoetkoming van het Agentschap wordt slechts verleend na overlegging van een afschrift van het erkenningsattest van de aanpassing van het voertuig opgemaakt door het Ministerie van Verkeerswezen en Infrastructuur overeenkomstig de reglementaire richtlijnen terzake. 46260 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 2.2.1. Aanpassing betreffende het besturen van een voertuig. Tegemoetkomingsmodaliteiten. De tegemoetkoming van het Agentschap in de kosten beperkt tot : Benaming van de aanpassingen Maximumbedrag ISO-code 2.2.1.1. Mechanische gasklep en remsysteem 1.377,00 EUR, plus BTW 12.12.04 2.2.1.2. Pneumatische gasklep en remsysteem aan het stuur 1.888,00 EUR, plus BTW 12.12.04 2.2.1.3. Elektronische gasklep en remsysteem aan het stuur 2.376,00 EUR, plus BTW 12.12.04 2.2.1.4. Versterkte dienstrem met noodsysteem 6.800,00 EUR, plus BTW 12.12.04 2.2.1.5. Aanpassing van een pedaal 275,00 EUR, plus BTW 12.12.04 (of plaatsing van een afgedekte pedaal) 2.2.1.6. Aanpassingen van de versnellingsbak en van de koppe- 826,00 EUR, plus BTW 12.12.04 ling 2.2.1.7. Elektrische handrem 1.450,00 EUR, plus BTW 12.12.05 2.2.1.8. Stuurbol 37,00 EUR, plus BTW 12.12.07 2.2.1.9. Orthese aan het stuur 150,00 EUR, plus BTW 12.12.07 2.2.1.10. Aangepast stuur 380,00 EUR, plus BTW 12.12.07 2.2.1.11. Versterkte stuurbekrachtiging met noodsysteem 5.400,00 EUR, plus BTW 12.12.07 2.2.1.12. Aangepaste bedieningsapparatuur 1.693,00 EUR, plus BTW 12.12.08 (lichten, ruitenwissers/ruitensproeiers, claxon, richting- wijzer, mistlampen,...) 2.2.1.13. Ergonomische zetel 1.387,00 EUR, plus BTW 12.12.12 2.2.1.14. Elektrische bijstelling van de bestuurderszetel 1.132,00 EUR, plus BTW 12.12.12 (vooruit-achteruit-hoog-laag) met grotere deuropening 2.2.1.15. Elektrische bijstelling van de bestuurderszetel 3.771,00 EUR, plus BTW 12.12.12 (vooruit-achteruit-hoog-laag) met grotere deuropening 2.2.1.16. Schuiven 809,00 EUR, plus BTW 12.12.12 (plaatsing of verlenging of verplaatsing) 2.2.1.17. Schuiven 1.619,00 EUR, plus BTW 12.12.12 (plaatsing of verlenging of verplaatsing) 2.2.1.18. Verhoging van de vloer 250,00 EUR, plus BTW 12.12.27 2.2.2. Aanpassingen die een toegang tot de wagens mogelijk maken. Uitsluitingen : Er wordt geen enkele tegemoetkoming van het Agentschap toegekend voor achterbanken, aanvullende of bijkomende banken in de wagen van categorie N (wagen voor goederenvervoer). Specifieke tegemoetkomingsvoorwaarden : a) Voor de aanvullende of bijkomende achterbanken in een wagen wordt de tegemoetkoming van het agentschap enkel verleend als deze en de wijzigingen nodig voor de installatie ervan verantwoord zijn door het vervoer van de aanvrager, zittend in de rolstoel. b) Voor de speciaal uitgewerkte zetels en kussens in wagens moet de aanvrager ofwel gebruik maken van een wagen waarvoor de verplichte gezondheidszorgverzekering tussenbeide gekomen is, ofwel lijdt aan een ernstige functionele beperking waardoor hij verhinderd wordt te blijven zitten in een gewone wagenzetel of waardoor hij verhinderd wordt recht te staan zonder de gevraagde hulp en/of de hendels van de gewone zetel te bedienen. Daarnaast moet de aanvrager voor de aangepaste kinderzetels die via een as buiten de wagen draaien ouder zijn dan drie jaar op het tijdstip van de tegemoetkomingsaanvraag. c) Voor personenheftoestellen in wagens, personenheftoestellen die een zittend persoon in zijn rolstoel kunnen optillen in een wagen, de hulpmiddelen om rolstoelen in een personenwagen te laden, de voorzieningen om een rolstoel in een personenwagen vast te zetten, de aanpassingen van het koetswerk van de wagen maakt de aanvrager gebruik van een rolstoel waarvoor de verplichte gezondheidszorgverzekering tussenbeide gekomen is. d) Voor de automatisering van de achterklep of de glijdende zijdeur maakt de aanvrager als bestuurder gebruik van een rolstoel waarvoor de verplichte gezondheidszorg tussenbeide is gekomen en komt hij de wagen in via de achterklep of de glijdende zijdeur. Specifieke tegemoetkomingsmodaliteiten : De bijdrage van het Agentschap in de kostprijs van de verschillende ombouwwerken die de toegang tot de wagen mogelijk maken wordt beperkt tot 8.538,00 euro plus BTW. Opschrift van de hulpmiddelen Maximumbedrag ISO-code 2.2.2.1. Ergonomische zetel 1.387,00 EUR, plus BTW 12.12.12 2.2.2.2. Aangepaste kinderzetels die via een as naar buiten 1.182,00 EUR, plus BTW 12.12.12 draaien met grotere deuropening. 2.2.2.3. Aanvullende of bijkomende achterzetels, evenals de 500,00 EUR, plus BTW 12.12.12 nodige ombouwwerken uitgevoerd in een wagen voor personenvervoer 2.2.2.4. draaionderstellen of uitschuifbare draaionderstellen met 2.000,00 EUR, plus BTW 12.12.12 grotere deuropening. MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46261 Opschrift van de hulpmiddelen Maximumbedrag ISO-code 2.2.2.5. Elektrische bijstelling van de bestuurderszetel 1.132,00 EUR, plus BTW 12.12.12 (vooruit-achteruit-hoog-laag) met grotere deuropening 2.2.2.6. Elektrische bijstelling van de bestuurderszetel 3.771,00 EUR, plus BTW 12.12.12 (vooruit-achteruit-hoog-laag) met grotere deuropening 2.2.2.7. Veiligheidsgordels en harnas 247,00 EUR, plus BTW 12.12.12 2.2.2.8. Schuiven 809,00 EUR, plus BTW 12.12.12 (plaatsing of verlenging of verplaatsing) 2.2.2.9. Schuiven 1.619,00 EUR, plus BTW 12.12.12 (plaatsing of verlenging of verplaatsing) 2.2.2.10. Personenheftoestellen 2.886,00 EUR, plus BTW 12.12.15 (rolstoelen uitgesloten) 2.2.2.11. Personenheftoestel om de in de rolstoel zittende persoon 5.807,00 EUR, plus BTW 12.12.18 in het voertuig te heffen. 2.2.2.12. Toegangsvloeren 1.500,00 EUR, plus BTW 12.12.18 2.2.2.13. Personenheftoestel 1.150,00 EUR, plus BTW 12.12.18 (om de in de rolstoel zittende persoon in het voertuig te heffen). 2.2.2.14. Laden in de cabine via een elektrisch manoeuvreerbare 2.439,00 EUR, plus BTW 12.12.21 arm 2.2.2.15. Laden in de cabine via een elektrisch manoeuvreerbare 5.488,00 EUR, plus BTW 12.12.21 arm met ombouw van de achterdeur 2.2.2.16. Laden van de rolstoel op het dak van het voertuig 4.210,00 EUR, plus BTW 12.12.21 2.2.2.17 Laden van de manuele rolstoel in de kofferbak via een 1.697,00 EUR, plus BTW 12.12.21 manoeuvreerbare arm 2.2.2.18. Laden van de elektrische rolstoel in de kofferbak via een 2.772,00 EUR, plus BTW 12.12.21 manoeuvreerbare arm 2.2.2.19. Vastzettingstoestel voor een rolstoel in een wagen 929,00 EUR, plus BTW 12.12.24 2.2.2.20. Verlaging van de achtervloer 7.840,00 EUR, plus BTW 12.12.27 2.2.2.21. Verhoging van het dak 7.26,00 EUR, plus BTW 12.12.27 2.2.2.22. Vlak maken van de vloer 581,00 EUR, plus BTW 12.12.27 2.2.2.23. Automatisering van de achterklep of de glijdende zijdeur 2.420,00 EUR, plus BTW 12.12.27 2.3. Rolstoelen/invalidenwagens (ISO 12.22 en 12.23). De aanvragen worden samen ingediend met de beslissing van de raadgevend geneesheer en de aanvraag- documenten zoals vermeld in de nomenclatuur van de gezondheidsprestaties inzake de verplichte gezondheids- zorgverzekering voor de hulpmiddelen bij de mobiliteit, waarbij het Agentschap de toelaatbaarheids- en terug- betalingscriteria van de verplichte gezondheidszorgverzekering overneemt om zijn beslissing te staven. Uitsluitingen : Het Agentschap levert geen enkele bijdrage in de kostprijs van een andere rolstoel dan een manuele standaardrolstoel. Algemene tegemoetkomingsvoorwaarden a) Het Agentschap kan tegemoetkomen in de kosten van een bijkomende manuele standaardrolstoel bij de rolstoel toegekend aan de aanvrager door de verplichte gezondheidszorgverzekering op voorwaarde dat de aanvrager er de noodzaak van rechtvaardigt, met name wegens het gebruik thuis van een traplift met zetel of, als de auto niet aangepast is, wegens moeilijkheden i.v.m. het vervoer en/of de hantering van de stoel b) Het Agentschap kan ter aanvulling tussenbeidekomen in de kostprijs van een elektrische rolstoel voor volwassenen of kinderen toegekend door de verplichte gezondheidszorgverzekering. c) Voor de aan de gewone slijtage van de rolstoel gebonden onderhoudskosten kan een tegemoetkoming worden verleend ten belope van een jaarlijks plafond gelijk aan 10 % van de waarde van de stoel en zijn geïnventariseerde toebehoren, zoals vastgesteld door de verplichte ziekteverzekering op het ogenblik van de aankoop. Deze tegemoetkoming kan opgesplitst worden. d) Voor de herstellingskosten voortvloeiend uit schade of een ongeval met de rolstoel toegekend door het Agentschap of de verplichte gezondheidszorgverzekering kan aanleiding geven tot een tegemoetkoming ten belope van een maximumbedrag overeenstemmend met 40 % van de waarde van de geïnventariseerde rolstoel en zijn aanpassingen en zitkussen, zoals vastgesteld door de verplichte gezondheidszorgverzekering op het ogenblik van de aankoop. Dat maximumbedrag wordt toegepast op de duur van de minimumtermijn voor de hernieuwing vastgesteld door de verplichte gezondheidszorgverzekering. Tegemoetkomingsmodaliteiten. 2.3.1. De bijdrage van het Agentschap in de kostprijs van de bijkomende rolstoel wordt beperkt tot de terugbetalingsbedragen bepaald bij de verplichte gezondheidszorgverzekering, voor een manuele standaardrolstoel met zijn aanpassingen en zitkussen voor de voorkoming van doorligwonden volgens de terugbetalingscriteria van de verplichte gezondheidszorgverzekering voor volwassenen of kinderen. 2.3.2. De aanvullende bijdrage van het Agentschap in de kostprijs van de elektrische rolstoel wordt beperkt tot de helft van de terugbetaalde bedragen van de verplichte gezondheidszorgverzekering voor de elektrische rolstoel met zijn aanpassingen en zitkussen voor de voorkoming van doorligwonden, en dit ten belope van de gemaakte kosten. 46262 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 2.4. Hefhulpmiddelen (ISO 12.36). Uitsluiting : De hulpmiddelen worden niet toegekend voor een gebruik binnen de door het Agentschap erkende en gesubsidieerde diensten. Tegemoetkomingsvoorwaarde : De aanvrager is niet in staat zich alleen te bewegen ten gevolge van ernstige functionele beperkingen. Tegemoetkomingsmodaliteiten : De tegemoetkoming van het Agentschap voor de riemen wordt beperkt tot 2 riemen per aanvrager (bad, toilet). Opschrift van de hulpmiddelen Maximumbedrag ISO-code Elektrische mobiel personenheftoestel 1.587,00 EUR, plus BTW 12.36.03 of 12.36.06 Bijkomende kit voor het heftoestel bestemd voor wagens voor 990,00 EUR, plus BTW 12.12.15 huisgebruik Elektrisch personenheftoestel op een spoor beperkt tot één kamer met 3.767,00 EUR, plus BTW 12.36.12 manueel laterale verplaatsing Elektrisch personenheftoestel op een spoor in verschillende kamers 4.955,00 EUR, plus BTW 12.36.12 met manueel laterale verplaatsing Elektrisch personenheftoestel op een spoor beperkt tot één kamer met 4.481,00 EUR, plus BTW 12.36.12 gemotoriseerde verplaatsing Elektrisch personenheftoestel in verschillende kamers met gemotori- 5.383,00 EUR, plus BTW 12.36.12 seerde verplaatsing Riemen 228,00 EUR, plus BTW 12.36.21 Onderstel-handen en steun bovenbenen 840,00 EUR, plus BTW 12.36.21 2.5. Tactiele blindenstokken en blindenstokken (ISO 12.39.03). Tegemoetkomingsvoorwaarden : a) De aanvrager vertoont ernstige moeilijkheden om te stappen. Zijn moeilijkheden vloeien voort uit zijn visuele functies; b) De aanvrager moet de verplaatsingstechnieken beheersen of volgt lessen in die zin; c) De hernieuwingstermijn wordt vastgesteld op één jaar. Tegemoetkomingsmodaliteiten : De tegemoetkoming van het Agentschap in de kosten beperkt tot 28,00 euro plus BTW voor de blindenstok en 16 euro plus BTW voor een speciale dop. 2.6. Geleidehond. Uitsluiting : Er wordt geen tegemoetkoming toegestaan voor andere bijstand door dieren dan geleidehonden. Tegemoetkomingsvoorwaarden : a) De aanvrager vertoont ernstige moeilijkheden om te stappen. Zijn moeilijkheden vloeien voort uit zijn visuele functies; b) De hond wordt bezorgd door bemiddeling van een africhter of een vereniging die door het Agentschap of de Minister worden erkend volgens de criteria omschreven in artikel 4 van het besluit van de Waalse Regering van 2 oktober 2008 tot uitvoering van het decreet van 23 november 2006 betreffende de toegankelijkheid van de voor het publiek bestemde inrichtingen en installaties voor gehandicapte personen met een geleidehond. De tegemoetkoming door het Agentschap wordt slechts verleend na overlegging van een positief opvolgingsattest, opgemaakt door de erkende africhter of vereniging, drie maanden na de datum waarop de geleidehond ter beschikking is gesteld van de gehandicapte persoon; c) De tegemoetkoming in de aankoopkosten van een geleidehond kan hernieuwd worden op grond van een attest van een dierenarts die niet afhangt van het dressuurcentrum en de erkende instantie die de vorige hond bezorgd heeft. Tegemoetkomingsmodaliteit : Het Agentschap verleent een forfaitaire tegemoetkoming in de aankoop- en dressuurkosten van de hond, alsook in de kosten voor de opleiding van de aanvrager. Deze tegemoetkoming wordt beperkt tot 4.704,00 EUR, plus BTW. 3. HUISINRICHTINGEN EN -AANPASSINGEN EN ANDERE PLAATSEN (ISO 18). 3.1. Bouw van een aangepaste woning/aanpassing van een bestaande woning. Uitsluitingen; a) Er wordt geen tegemoetkoming toegestaan voor tweede verblijfplaatsen. b) Bij aanpassing van een woning waarvan de aanvrager huurder is, wordt er geen enkele tegemoetkoming toegestaan, bij verstrijken van de huurovereenkomst, voor het herstel van de woning in zijn oorspronkelijke toestand. c) De hulpmiddelen worden niet toegekend voor een gebruik binnen de diensten erkend en gesubsidieerd of gemachtigd tot de opname van gehandicapten door het Agentschap. Algemene tegemoetkomingsvoorwaarde. Ofwel, de aanvrager maakt gebruik van een rolstoel of een scooter waarvoor de verplichte gezondheidszorgver- zekering bijgedragen heeft, ofwel, de aanvrager heeft ernstige moeilijkheden om zich thuis te verplaatsen. Specifieke tegemoetkomingsvoorwaarden : a) Voor het keukenmeubilair heeft de aanvrager ernstige moeilijkheden om voorwerpen op te heffen en te dragen en/of voor activiteiten waarvoor een fijne motoriek nodig is en/of om zijn handen en armen te gebruiken. b) Bij een aanvraag voor een bouwwerk bevestigt een attest van de architect dat verplaatsingen in een rolstoel een grotere oppervlakte eisen zodat de woning aangepast moet worden. Bij het attest wordt een afschrift van de plannen gevoegd. Voor een aanpassingsaanvraag kan het Agentschap naar de plattegrond van de woning vragen, met een overzicht vóór en na de aanpassing. MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46263 c) De gehandicapte persoon of zijn wettelijke vertegenwoordiger legt over : 1o indien hij eigenaar of mede-eigenaar is, de eigendomsakte van het terrein, de eventuele stedenbouwkundige en esthetische voorschriften en de bouwvergunning of de eigendomsakte van de aan te passen woning; 2o indien het voorzien is dat de gehandicapte persoon de te bouwen woning zal huren, een akte waarmee de eigenaar van de woning zich ertoe verbindt de woning aan de gehandicapte persoon te verhuren, door het afsluiten van een geregistreerd huurcontract, voor een periode van één jaar vanaf de kennisgeving van de beslissing van het Agentschap, per tegemoetkomingschijf van 618,00 EUR plus BTW, zonder negen jaar te overschrijden. 3o als de gehandicapte persoon huurder is van de bestaande, aan te passen woning, een geregistreerde huurovereenkomst, evenals een schriftelijke verklaring van de eigenaar waarbij deze instemt met de voorziene inrichtingen. Duur van de huur wordt vastgesteld op één jaar te rekenen van de dag van kennisgeving van de beslissing van het Agentschap, per tegemoetkomingsschijf van 618,00 euro plus BTW, zonder dat die duur negen jaar moet overschrijden. Als het een woning betreft die deel uitmaakt van een openbare huisvestingsmaatschappij, dient de aanvrager aan te tonen dat vooraf overleg is gepleegd met die maatschappij. Dat bewijs van overleg bevat meer bepaald : — een document waarbij aangetoond wordt dat de aanvrager vooraf een kandidatuur heeft ingediend met het oog op het verkrijgen van een aangepaste of aanpasbare sociale woning; — een project voor de uitvoering van aanpassingen in functie van de specifieke noden; — het gemotiveerde antwoord van de zaakvoerder van de openbare huisvestingsmaatschappij; 4o indien voorzien is dat de gehandicapte persoon gehuisvest wordt bij zijn echtgenoot, bij zijn wettelijke samenwoner, bij de persoon waarmee zij een gezin vormt, bij een bloed- of aanverwante in de eerste of de tweede graad, of bij een pleeggezin geselecteerd door een dienst voor gezinsplaatsing erkend door het Agentschap, eigenaar van de te bouwen of aan te passen woning, een akte waarmee de eigenaar van de woning zich ertoe verbindt de woning aan de gehandicapte persoon te verhuren in geval van breuk van het gemeenschappelijk leven, voor een periode van één jaar vanaf de inbezitneming van de woning, per tegemoetkomingschijf van 618,00 EUR, plus BTW, zonder negen jaar te overschrijden. 5o indien voorzien is dat de gehandicapte persoon gehuisvest wordt bij zijn echtgenoot, bij zijn wettelijke samenwoner, bij de persoon waarmee zij een gezin vormt, bij een bloed- of aanverwante in de eerste of de tweede graad, of bij een pleeggezin geselecteerd door een dienst voor gezinsplaatsing erkend door het Agentschap, huurder van de aan te passen woning, de stukken vermeld onder 3o. d) Het Agentschap kan een tweede tegemoetkoming verlenen in geval van verhuizing gerechtvaardigd : 1o door de wil om de ouderlijke woning te verlaten en een autonoom leven te gaan leiden; 2o om beroepsredenen, wanneer de afstand tussen de nieuwe werkplaats en de vroegere woning tot gevolg heeft dat de betrokken persoon meer dan twaalf uren weg is van zijn woning. e) De tegemoetkoming voor de aanpassing van een bestaande woning mag niet gecumuleerd worden met die voor de bouw van een aangepaste woning, behalve in geval van verhuizing, zoals bedoeld in punt d) hierboven. Tegemoetkomingsmodaliteiten : a) De tegemoetkoming van het Agentschap in de kosten beperkt tot : 3.1.1 Bouw van een aangepaste woning : 8 % van de kostprijs van de te bouwen woning, BTW niet meegerekend, tot een bedrag van 8.791,00 euro plus BTW. 3.1.2 Aanpassing van een bestaande woning : tot 19.381,00 EURO, plus BTW. Dat bedrag mag opgesplitst worden. In die totale tegemoetkoming worden de sommen begrepen van : 3.1.2.1. 4.333,00 euro, plus BTW, voor de aanpassing van de toegangswegen tot de bestaande woning; 3.1.2.2. 3.000,00 euro, plus BTW, voor het aangepaste meubilair/sanitair. b) De tegemoetkoming van het Agentschap kan gecumuleerd worden met die van andere overheden op voorwaarde dat deze niet het voorkomen of de compensatie van een handicap tot doel hebben. 3.2. Zetels met een mechanisme voor bijstand bij het gaan zitten of rechtstaan. Uitsluitingen : a) Er wordt geen enkele tegemoetkoming toegekend voor de zetels van het type relax, manueel of elektrisch, die niet over een elektrisch mechanisme beschikken om de aanvrager te helpen te gaan zitten of recht te staan. b) De hulpmiddelen worden niet toegekend voor een gebruik binnen de door het Agentschap erkende en gesubsidieerde diensten. Tegemoetkomingsvoorwaarde : De aanvrager vertoont ernstige moeilijkheden om alleen te gaan zitten in of overeind te komen uit een standaardzetel. Tegemoetkomingsmodaliteit. De tegemoetkoming van het Agentschap in de kosten beperkt tot 355,00 euro, plus BTW. 3.3. Liftstoelen. Uitsluiting : De hulpmiddelen worden niet toegekend voor een gebruik binnen de door het Agentschap erkende en gesubsidieerde diensten. Tegemoetkomingsvoorwaarden De aanvrager vertoont een functionele beperking die ernstige moeilijkheden inhoudt bij het stappen. Tegemoetkomingsmodaliteiten. De tegemoetkoming van het Agentschap in de kosten beperkt tot : Opschrift van de hulpmiddelen Maximumbedrag ISO-code Werkstoel met vijzel op gas 1.054,00 EUR, plus BTW 18.09.21 Elektrische werkstoel 2.339,00 EUR, plus BTW 18.09.21 3.4. Verwijderbare bedden en bedveringen/matrassteun, elektrisch regelbaar (ISO 18.12.10). Uitsluitingen : a) De hulpmiddelen worden niet toegekend voor een gebruik binnen de door het Agentschap erkende en gesubsidieerde diensten. b) Er wordt geen enkele tegemoetkoming toegekend voor bedden (ISO 18.12.15) en matrassen en matrashoezen (18.12.18), behoudens uitzonderingen bepaald in punt 3.5. 46264 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Tegemoetkomingsvoorwaarde : De aanvrager vertoont ernstige moeilijkheden om zich in bed te leggen. Tegemoetkomingsmodaliteit. De tegemoetkoming van het Agentschap in de kosten wordt beperkt tot 1.349,00 EUR, plus BTW. (Bedranden en stang inbegrepen). 3.5 Alternating matras (04.33.06). Uitsluiting : De hulpmiddelen worden niet toegekend voor een gebruik binnen de door het Agentschap erkende en gesubsidieerde diensten. Tegemoetkomingsvoorwaarden. De aanvrager : — ofwel vertoont doorligwonden; — ofwel heeft doorligwonden vertoond en is tegelijk : * niet in staat om zich alleen te verplaatsen en zichzelf te bewegen in bed; * is permanent bedlegerig en komt enkel voor een duur van bij benadering één tot maximum twee uur uit bed. Tegemoetkomingsmodaliteit : De tegemoetkoming van het Agentschap in de kosten beperkt tot 785,00 euro, plus BTW. 3.6. Steunstang en -handvatten (ISO 18.18.06). Uitsluiting : De hulpmiddelen worden niet toegekend voor een gebruik binnen de diensten erkend en gesubsidieerd of gemachtigd tot de opname van gehandicapten door het Agentschap. Tegemoetkomingsvoorwaarde De aanvrager vertoont ernstige moeilijkheden om van lichaamshouding te veranderen of dezelfde houding aan te houden of om zich op verschillende plaatsen te verplaatsen. Tegemoetkomingsmodaliteit. De tegemoetkoming van het Agentschap in de kosten wordt beperkt tot 662,00 EUR, plus BTW voor het geheel van de ISO 18.18. 3.7. Voorzieningen voor de opening en de sluiting van deuren, vensters en gordijnen (ISO 18.21). Uitsluiting : De hulpmiddelen worden niet toegekend voor een gebruik binnen de diensten erkend en gesubsidieerd of gemachtigd tot de opname van gehandicapten door het Agentschap. Tegemoetkomingsvoorwaarden. De aanvrager : 1o maakt gebruik van een rolstoel of een scooter waarvoor de verplichte gezondheidszorgverzekering tussenbeide is gekomen. 2o of vertoont ernstige moeilijkheden voor het gebruik van handen en armen. 3o voor het bedienen van de opening van de garagedeur moet de aanvrager de bestuurder van het voertuig zijn; als dat niet het geval is, is de garage voor hem de enige mogelijke toegang tot de woning. Tegemoetkomingsmodaliteiten. De tegemoetkoming van het Agentschap in de kosten beperkt tot : Opschrift van de hulpmiddelen Maximumbedrag ISO-code Motorisering kanteldeur garage 752,00 EUR, plus BTW 18.21.03 Motorisering niet-kanteldeur garage 1.126,00 EUR, plus BTW 18.21.03 Motorisering deur 2.059,00 EUR, plus BTW 18.21.03 3.8. Hulpmiddelen voor de verticale beweeglijkheid (ISO 18.30). De kostprijs van de herinrichtingswerken van de woning veroorzaakt door de installatie van de voorzieningen om zich van de ene verdieping naar de andere te begeven is ondergebracht bij punt 3.1 ″Aanpassing van een bestaande woning″ binnen de perken van de enveloppe voorzien in punt b) van de tegemoetkomingsmodaliteiten. Het apparaat mag alleen in een ééngezinshuis geplaatst worden. Uitsluitingen : a) De hulpmiddelen worden niet toegekend voor een gebruik binnen de diensten erkend en gesubsidieerd of gemachtigd tot de opname van gehandicapten door het Agentschap. b) Er wordt geen tegemoetkoming toegestaan voor tweede verblijfplaatsen. Algemene tegemoetkomingsvoorwaarden. De gehandicapte persoon of zijn wettelijke vertegenwoordiger legt over : 1o indien hij eigenaar of mede-eigenaar is, de eigendomsakte van de aan te passen woning; 2o als de gehandicapte persoon huurder is, een geregistreerde huurovereenkomst, evenals een schriftelijke verklaring van de eigenaar waarbij deze instemt met de voorziene inrichtingen. Duur van de huur wordt vastgesteld op één jaar te rekenen van de dag van kennisgeving van de beslissing van het Agentschap, per tegemoetkomingsschijf van 618,00 euro, plus BTW, zonder dat die duur negen jaar moet overschrijden. Als de woning een maatschappij voor sociale woningen toebehoort, moet aangetoond worden dat de huurder en de maatschappij van te voren overleg hebben gepleegd en dat ze een aanpassingsproject uitgewerkt hebben op grond van de specifieke behoeften van de huurder; 3o indien voorzien is dat de gehandicapte persoon gehuisvest wordt bij zijn echtgenoot, bij zijn wettelijk samenwoner, bij de persoon waarmee zij een gezin vormt, bij een bloed- of aanverwante in de eerste of de tweede graad, of bij een pleeggezin geselecteerd door een dienst voor gezinsplaatsing erkend door het Agentschap, eigenaar van de te aan te passen woning,, een akte waarmee de eigenaar van de woning zich ertoe verbindt de woning aan de gehandicapte persoon te verhuren in geval van breuk van het gemeenschappelijk leven, voor een periode van één jaar vanaf de inbezitneming van de woning, per tegemoetkomingschijf van 618,00 EUR, exclusief BTW, zonder negen jaar te overschrijden; MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46265 4o als de gehandicapte persoon gehuisvest wordt bij een persoon bedoeld in 3o die huurder is, de stukken vermeld in 2; 5o het plan van de woning vóór en na de aanpassing. 3.8.1. Goederenlift en heftafels. Specifieke tegemoetkomingsvoorwaarde : a) De aanvrager vertoont ernstige moeilijkheden om te stappen. Daarnaast vertoont hij ontegensprekelijke moeilijkheden of zou hij ontegensprekelijke moeilijkheden kunnen vertonen om zich te verplaatsen op een liftstoel. b) Het apparaat moet voldoen aan de bepalingen van de daarop van toepassing zijnde koninklijke besluiten die al dan niet de Europese richtlijnen omzetten. In dat opzicht dient hij minstens : 1o voorzien zijn van de ″EG″ labelling; 2o voorzien zijn van het door de fabrikant opgemaakte EG-conformiteitsattest. c) Voor elke installatie voert een erkende en geaccrediteerde instelling een risicoanalyse uit om een bestek op te stellen. De instelling bevestigt dat het aanbod conform het bestek is. d) De erkende en geaccrediteerde controle-instelling bevestigt dat de installatie van de heftafel uitgevoerd is overeenkomstig het bestek bedoeld onder c). e) Het Agentschap kan een tweede tegemoetkoming verlenen in geval van verhuizing gerechtvaardigd : 1o door de wil om de ouderlijke woning te verlaten en een autonoom leven te gaan leiden; 2o om beroepsredenen, wanneer de afstand tussen de nieuwe werkplaats en de vroegere woning tot gevolg heeft dat de betrokken persoon meer dan twaalf uren weg is van zijn woning. Tegemoetkomingsmodaliteiten. De tegemoetkoming van het Agentschap in de kosten beperkt tot : Opschrift van de hulpmiddelen Maximumbedrag ISO-code Heftafels voor opheffingen tot 3 m : 13.687,00 EUR, plus BTW 18.30.06 Heftafels voor opheffingen boven 3 m : 22.536,00 EUR, plus BTW 18.30.06 Bijkomende kosten in rechtstreeks verband met de installatie van een 1.955,00 EUR, plus BTW 18.30.06 heftafel De onderhoudskosten voortvloeiend uit een normale slijtage van het Jaarlijks maximumbedrag 18.30.06 heffingsysteem waarvoor het Agentschap tussenbeide gekomen is overeenstemmend met 3 % van het bedrag van de gemaakte kosten bedoeld in artikel 10, § 1. Deze tegemoetkoming kan opgesplitst worden. De herstellingskosten die voortvloeien uit schade of een ongeval met Jaarlijks maximumbedrag 18.30.06 een heffingsysteem waarvoor het Agentschap tussenbeide gekomen is overeenstemmend met 30 % van het bedrag van de gemaakte kosten bedoeld in artikel 10, § 1. Deze tegemoetkoming kan opgesplitst worden. 3.8.2. Traplift met zetel (ISO 18.30.10). Specifieke tegemoetkomingsvoorwaarde. a) De aanvrager : 1o maakt gebruik van een rolstoel of een scooter waarvoor de verplichte gezondheidszorgverzekering tussenbeide is gekomen. 2o de aanvrager vertoont ernstige moeilijkheden om te stappen. b) Het apparaat moet voldoen aan de bepalingen van de daarop van toepassing zijnde koninklijke besluiten die al dan niet de Europese richtlijnen omzetten. In dat opzicht dient hij minstens : 1o voorzien te zijn van de ″CE″ labelling; 2o voorzien zijn van het door de fabrikant opgemaakte EG-conformiteitsattest. c) Een erkende en geaccrediteerde controle-instelling bevestigt dat de apparatuur veilig geïnstalleerd is. d) Het Agentschap kan een tweede tegemoetkoming verlenen in geval van verhuizing gerechtvaardigd : 1o door de wil om de ouderlijke woning te verlaten en een autonoom leven te gaan leiden; 2o om beroepsredenen, wanneer de afstand tussen de nieuwe werkplaats en de vroegere woning tot gevolg heeft dat de betrokken persoon meer dan twaalf uren weg is van zijn woning. Specifieke tegemoetkomingsmodaliteiten. De tegemoetkoming van het Agentschap in de kosten beperkt tot : Opschrift van de hulpmiddelen Maximumbedrag ISO-code Traplift met zetel voor steektrap 4958,00 EUR, plus BTW 18.30.10 Traplift met zetel voor trap met één kromming 7.000,00 EUR, plus BTW 18.30.10 Traplift met zetel voor trap met meerdere krommingen 750,00 EUR plus BTW/ 18.30.10 bijkomende kromming die toegevoegd moet worden aan het maximumbedrag voorzien voor de trapliften voor trappen met een krom- ming 46266 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Opschrift van de hulpmiddelen Maximumbedrag ISO-code Elektrisch systeem waarvoor de stoel bij het stijgen om zijn as kan 950,00 EUR, plus BTW 18.30.10 draaien Elektrificering van de inklapbare rail 863,00 EUR, plus BTW De onderhoudskosten voortvloeiend uit een normale slijtage van het Jaarlijks maximumbedrag 18.30.10 heffingsysteem waarvoor het Agentschap tussenbeide gekomen is overeenstemmend met 3 % van het bedrag van de gemaakte kosten bedoeld in artikel 10, § 1. Deze tegemoetkoming kan opgesplitst worden. De herstellingskosten die voortvloeien uit schade of een ongeval met Jaarlijks maximumbedrag 18.30.10 een heffingsysteem waarvoor het Agentschap tussenbeide gekomen is overeenstemmend met 30 % van het bedrag van de gemaakte kosten bedoeld in artikel 10, § 1. Deze tegemoetkoming kan opgesplitst worden. 3.8.3. Draagbare bruggen (ISO 18.30.15). Specifieke tegemoetkomingsvoorwaarde : De aanvrager maakt gebruik van een rolstoel of een scooter waarvoor de verplichte gezondheidszorgverzekering tussenbeide is gekomen. Tegemoetkomingsmodaliteiten. De tegemoetkoming van het Agentschap in de kosten beperkt tot : Opschrift van de hulpmiddelen Maximumbedrag ISO-code draagbare bruggen van 2 m, glijdend 601,00 EUR, plus BTW 18.30.15 draagbare bruggen van 3 m, glijdend 902,00 EUR, plus BTW 18.30.15 draagbare vloer van 2 m, glijdend 1.157,00 EUR, plus BTW 18.30.15 4. HULPMIDDELEN BIJ COMMUNICATIE EN INFORMATIE (ISO 22). a) Naast de algemene en/of specifieke tegemoetkomingsvoorwaarden moet de aanvrager aantonen dat het aangevraagde hulpmiddel past in een op de persoon toegespitst project van interventies waarbij aangegeven wordt : 1) dat hij over de voorkennis beschikt voor het gebruik van het hulpmiddel of dat hij in dat opzicht een opleiding volgt; 2) dat hij vaak of regelmatig gebruik maakt van het hulpmiddel; 3) dat de steun, de relaties en de houdingen van naaste helpers, professioneel of natuurlijk, de taak makkelijker maakt; b) Mocht de combinatie van een gangbaar gebruiksproduct en een specifieke aanpassing, in geval van gelijkwaardige doeltreffendheid, minder duur zijn dan een volledig specifieke regeling met dezelfde dienstverlening, komt het Agentschap tussenbeide voor het geheel van die combinatie, met inbegrip van het gangbare gebruiksproduct. Uitsluitingen : a) Er wordt geen enkele tegemoetkoming toegekend voor de aankoop van een hulpproduct dat enkel gebruik wordt op de plaats waar de persoon school loopt in het bijzonder onderwijs, behalve indien de aanvrager niet het type onderwijs bezoekt dat voor zijn handicap voorzien is. b) De tegemoetkomingen betreffen geenszins de kosten van de netaansluiting en het eventueel toebehoren, noch de kostprijs van de communicaties, noch de randapparatuur voor de opslag van informatie. 4.1. Hulpmiddelen voor de activiteit lezen. Algemene tegemoetkomingsvoorwaarde : De aanvrager vertoont ernstige moeilijkheden (minstens kwalificatiecode 3) om te lezen. De technische producten en systemen voor de communicatie in het bezit van de aanvrager maken de compensatie van de moeilijkheden niet mogelijk. Specifieke tegemoetkomingsvoorwaarden. Voor de TV-leesloep met dubbele camerafunctie (ISO 22.03.18). De aanvraag om tegemoetkoming in de kosten van dit materieel wordt gerechtvaardigd door het gebruik op school : in het lager, secundair of hoger onderwijs, of in het buitengewoon onderwijs dat niet aangepast is aan gehandicapten met gezichtsstoornissen, of op de plaats waar de beroepsactiviteit wordt uitgeoefend wanneer de vergroting van informaties die zich op twee verschillende plaatsen bevinden, noodzakelijk is. Voor de leesmachine (ISO 22.30.21). De aanvrager dient aan te tonen dat hij geen beroep doet op het informatica-instrument met scanner en een schermuitleesprogramma. Voor de leesregels (ISO 22.39.03). De aanvrager dient te kunnen aantonen dat hij voldoende kennis bezit van het braille lezen of dat hij zich ertoe verbindt in te stappen in een vormingsproces waarbij hij die voorkennis kan opdoen. Voor het up-to-date maken van vergrotingsprogramma’s, vergrotingsprogramma’s met een vocale return en schermuitleesprogramma (ISO 22.39.12). De aanvrager dient er de noodzakelijkheid van aan te tonen door het voorbijgestreefde karakter van de verstrekte bijgewerkte versies met software bij de aankoop. MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46267 Tegemoetkomingsmodaliteiten. De tegemoetkoming van het Agentschap in de kosten beperkt tot : Opschrift van de hulpmiddelen Maximumbedrag ISO-code TV-leesloep, vast toestel zonder aansluiting op computer 3.676,00 EUR, plus BTW 22.03.18 TV-leesloep, draagbaar zonder aansluiting op computer 907,00 EUR, plus BTW 22.03.18 TV-leesloep met aansluiting op computer 4.717,00 EUR, plus BTW 22.03.18 TV-leesloep met dubbele camerafunctie 6.604,00 EUR, plus BTW 22.03.18 Telefoontoestellen voor mobiele netwerken met schermuitlees- of 391,00 EUR, plus BTW 22.24.06 vergrotingsprogramma Kleurendetectoren 200,00 EUR, plus BTW 22.27.06 Etikettenleessysteem 217,00 EUR, plus BTW 22.27.06 Boekenlezers 279,00 EUR, plus BTW 22.30.03 Leesmachine 2.588,00 EUR, plus BTW 22.30.21 Vaste of draagbare computers 450,00 EUR, plus BTW 22.33.01 Scanners 166,00 EUR, plus BTW 22.36.12 Printers 80,00 EUR, plus BTW 22.39.06 Grote schermen (meer dan 19 inch) 200,00 EUR, plus BTW 22.39.03 Klassieke leesregels (40 lettertekens) 5.849,00 EUR, plus BTW 22.39.03 Grote leesregels (meer dan 40 lettertekens) 10.301,00 EUR, plus BTW 22.39.03 Eentalige spraakweergave 490,00 EUR, plus BTW 22.39.09 Vergrotingssoftware 495,00 EUR, plus BTW 22.39.12 Vergrotingssoftware met gesproken antwoord 665,00 EUR, plus BTW 22.39.12 Bijgewerkte versie van vergrotingssoftware 185,00 EUR, plus BTW 22.39.12 Schermuitleessystemen of tekstverwerkingssoftware 1.415,00 EUR, plus BTW 22.39.12 of 22.12.24 Bijgewerkte versie schermuitleessystemen 840,00 EUR, plus BTW 22.39.12 4.2. hulpmiddelen voor de activiteit lezen. Tegemoetkomingsvoorwaarde : De aanvrager vertoont ernstige moeilijkheden (minstens kwalificatiecode 3) om te schrijven. De technische producten en systemen voor de communicatie in het bezit van de aanvrager maken de compensatie van de moeilijkheden niet mogelijk. Tegemoetkomingsmodaliteiten. De tegemoetkoming van het Agentschap in de kosten beperkt tot : Opschrift van de hulpmiddelen Maximumbedrag ISO-code Manuele/elektrische/sprekende schrijfmachines voor Brailleschrift 735,00 EUR, plus BTW, 22.12.15 koffertje inbegrepen Draagbare elektronische voorzieningen om nota’s te nemen voor de 8.000,00 EUR, plus BTW 22.12.21 braille gebruikers Vaste of draagbare computers 450,00 EUR, plus BTW 22.33.01 Scanners 166,00 EUR, plus BTW 22.36.12 Printers 80,00 EUR, plus BTW 22.39.06 Brailleprinters 4.026,00 EUR, plus BTW 22.39.06 4.3. hulpmiddelen voor de activiteit luisteren. Tegemoetkomingsvoorwaarde. De aanvrager vertoont ernstige moeilijkheden (minstens kwalificatiecode 3) om te luisteren. De technische producten en systemen voor de communicatie in het bezit van de aanvrager maken de compensatie van de moeilijkheden niet mogelijk. Tegemoetkomingsmodaliteiten. De tegemoetkoming van het Agentschap in de kosten beperkt tot : Opschrift van de hulpmiddelen Maximumbedrag ISO-code Systemen voor radiofrequentietransmissie : Draadloze geluidszenders 2.521,00 EUR, plus BTW 22.18.24 Infrarode helm 314,00 EUR, plus BTW 22.18.39 Mobiele telefoontoestellen met ingebouwde fax 150,00 EUR, plus BTW 22.24.06 (GSM waarmee e-mails verzonden en ontvangen kunnen worden) 46268 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Opschrift van de hulpmiddelen Maximumbedrag ISO-code Telefoontoestellen met geluidsversterkers en toebehoren 200,00 EUR, plus BTW 22.24.03 (standaardtoestellen met hogere versterking) Fax 80,00 EUR, plus BTW 22.24.09 Geluidsversterkers voor huistelefoon- en videofoontoestellen kostprijs van het systeem 22.24.30 (plaatsing en eventueel bij- komend toestel inbegre- pen) : 747,00 EUR, plus BTW Alarmtoestellen met visuele signalen De tegemoetkoming van 22.27.03 het Agentschap in de kos- Alarmtoestellen met mechanische signalen 22.27.09 ten wordt beperkt tot Trilwekkers en/of lichtgevende wekkers 1.333,00 EUR, plus BTW 22.27.12 Omgevingssystemen voor noodalarm 22.27.21 Vaste of draagbare computers 450,00 EUR, plus BTW 22.33.01 Scanners 166,00 EUR, plus BTW 22.36.12 Printers 80,00 EUR, plus BTW 22.39.06 4.4. hulpproducten voor de activiteit praten en communicatietoestellen en -technieken gebruiken. Algemene tegemoetkomingsvoorwaarde. De aanvrager vertoont ernstige moeilijkheden (minstens kwalificatiecode 3) om communicatietoestellen en/of -technieken te gebruiken. De technische producten en systemen voor de communicatie in het bezit van de aanvrager maken de compensatie van de moeilijkheden niet mogelijk. Specifieke tegemoetkomingsvoorwaarde. Voor de huistelefoon bij de huisdeur : De aanvrager vertoont ernstige moeilijkheden (minstens kwalificatiecode 3) om te stappen. Tegemoetkomingsmodaliteiten. De tegemoetkoming van het Agentschap in de kosten beperkt tot : Opschrift van de hulpmiddelen Maximumbedrag ISO-code Hulpproducten bij de communicatie met rechtstreekse en onrecht- 1.500,00 EUR, plus BTW 22.21.09 streekse toegang waarbij een beperkt aantal boodschappen aan- geboden worden Hulpproducten bij de communicatie met rechtstreekse en onrecht- 4.800,00 EU, plus BTW 22.21.09 streekse toegang waarbij de alfabetische code gebruikt wordt Producten voor de bijstand bij de communicatie met een gevoelig 7.400,00 EUR, plus BTW 22.21.09 scherm dat zonder software werkt Producten voor de bijstand bij de communicatie met een gevoelig 10.000,00 EUR, plus BTW 22.21.09 scherm dat met software werkt Communicatiesoftware 1.200,00 EUR, plus BTW 22.21.09 Draadtelefoons en draadloze telefoons 90,00 EUR, plus BTW 22.24.03 GSM met grote toetsen 22.24.06 Huistelefoons bij de huisdeur kostprijs van het systeem 22.24.30 (plaatsing en eventueel bij- komend toestel inbegre- pen) beperkt tot 747,00 euro, plus BTW Vaste of draagbare computers 450,00 EUR, plus BTW 22.33.01 Scanners 166,00 EUR, plus BTW 22.36.12 Printers 80,00 EUR, plus BTW 22.39.06 Standaardinputvoorzieningen, toetsenborden en instructiesystemen 250,00 EUR, plus BTW 22.36.03 Aangepaste inputvoorzieningen : 2.500,00 EUR, plus BTW 22.36.06 Bediening met hoofdbewegingen : 3.161,00 EUR, plus BTW 22.36.06 5. SYSTEMEN VOOR DE CONTROLE VAN DE LEEFOMGEVING ZONDER SPRAAKERKENNING (ISO 24.13.03). Tegemoetkomingsvoorwaarde : De aanvrager vertoont ontegensprekelijke moeilijkheden (minstens kwalificatiecode 4) om de bedieningen van elektrische en elektronische voorzieningen van de woningen te hanteren en vast te grijpen maakt gebruik van een elektrische rolstoel waarvoor de verplichte gezondheidszorgverzekering tussenbeide is gekomen. Tegemoetkomingsmodaliteit. De totale tegemoetkoming van Agentschap in de kostprijs voor het systeem van de controle van de leefomgeving is beperkt tot 3.800,00 euro, plus BTW. De tegemoetkoming van het Agentschap kan opgesplitst worden. MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46269 6. VERSCHEIDENE HULPPRODUCTEN. Tegemoetkomingsvoorwaarde : De aanvrager vertoont ernstige moeilijkheden (minstens kwalificatiecode 3) om voorwerpen te dragen, te verplaatsen en te hanteren of om communicatietoestellen en -technieken te gebruiken of om de lichaamshouding te veranderen of in stand te houden zonder een beroep te doen op de gevraagde hulp. Tegemoetkomingsmodaliteit. De tegemoetkoming van het Agentschap in de kosten wordt beperkt tot 500,00 EUR, plus BTW, geldig voor alle hulpproducten en voor een duur van vijf jaar. 7. DIENSTVERSTREKKINGEN. 7.1. Aanvullend praktisch leerpakket voor het besturen van een niet-aangepaste/aangepaste wagen voor het verkrijgen van een rijbewijs. Onder aangepast voertuig wordt verstaan een voertuig waarvan de aanpassingen erkend zijn overeenkomstig de reglementaire beschikkingen terzake. Tegemoetkomingsvoorwaarde : De aanvrager moet een attest verstrekken opgesteld door C.A.R.A. waarbij aangestipt wordt dat hij bijkomende lesuren rijles moet krijgen. Het attest moet het aantal uren vaststellen. Tegemoetkomingsmodaliteiten. Het bedrag wordt beperkt tot 42,00 EUR per lesuur, plus BTW, per lesuur. De tegemoetkoming mag niet opgesplitst worden. 7.2. Aanvullende theorie lessen voor het verkrijgen van een rijbewijs. Tegemoetkomingsvoorwaarde : De aanvrager moet een ernstige aandoening vertonen van de functies horen en evenwichtsorganen waardoor hinder ontstaat voor het aanleren van de theorie voor het verkrijgen van het rijbewijs. Tegemoetkomingsmodaliteit. De tegemoetkoming van het Agentschap in de kosten wordt beperkt tot 89,00 euro, plus BTW. 7.3. Kosten in verband met de technische controle voor de aangepaste voertuigen. Tegemoetkominsmodaliteiten : 1o 30,00 EUR, BTW meegerekend, als er geen dieselvervuilingstest is. 2o 36,00 EUR, BTW meegerekend, als er een dieselvervuilingstest is. 7.4. Aanleren van oriëntatie en mobiliteitstechnieken. Tegemoetkomingsvoorwaarden : a) De aanvrager vertoont ernstige moeilijkheden om te stappen. Zijn moeilijkheden vloeien voort uit zijn visuele functies; b) De opleiding moet verstrekt worden door een instantie erkend door het Agentschap voor de oriëntatie- en mobiliteitstechnieken. Het orgaan bedoeld onder b) moet een uitvoerig programma aan het Agentschap overleggen waarin de inhoud en de duur van de opleiding vermeld staan. Tegemoetkomingsmodaliteiten : a) De tegemoetkoming van het Agentschap wordt beperkt tot 28 EUR per lesuur, reiskosten inbegrepen. b) Het aantal uren voor de opleiding wordt beperkt tot : 1o 100 uren voor volwassenen; 2o 200 uren voor minderjarigen. 7.5. Aanvullende opleiding om de technieken betreffende verplaatsingen met een geleidehond aan te leren. Tegemoetkomingsvoorwaarden : a) Personen die een tegemoetkoming van het Agentschap in de aankoopkosten van een geleidehond genoten hebben, komen in aanmerking voor een tegemoetkoming in de kosten van een aanvullende opleiding in geval van belangrijke en duurzame verandering van de verplaatsingsgewoonten (minimum zes maanden). b) Die aanvullende opleiding wordt gegeven door één van de in punt 2.6.b. bedoelde organen, die de noodzaak ervan zal rechtvaardigen en na afloop van de opleiding een rapport zal overleggen. c) Deze tegemoetkoming is hernieuwbaar onder dezelfde voorwaarden als nieuwe omstandigheden het eisen. Tegemoetkomingsmodaliteiten. De tegemoetkoming bij een aanvullende opleiding wordt beperkt tot 28 euro/uur opleiding (reiskosten inbegrepen), ten belope van maximum 20 uur. 7.6. Pedagogische begeleiding. Tegemoetkomingsvoorwaarden : a) De pedagogische begeleiding is bestemd voor gehandicapte personen die : 1o universitaire studies of niet-universitaire hogere studies volgen die erkend zijn door de Franse Gemeenschap, 2o of een opleiding voor volwassenen die erkend of gesubsidieerd wordt door een openbare overheid en georganiseerd op het grondgebied ofwel van het Waalse Gewest ofwel van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. b) De pedagogische begeleiding beoogt de begeleiding van de student in termen van mondelinge uitleg, herhaling van de informatie, pedagogisch toezicht of vertaling in gebarentaal en dit, om de aan de handicap te wijten begripsproblemen te ondervangen; c) De aanvrager dient ernstige moeilijkheden te vertonen om de activiteiten te volgen eigen aan de hogere studies of de beroepsopleiding. De technische producten en systemen voor de communicatie in het bezit van de aanvrager maken de compensatie van de moeilijkheden niet mogelijk. d) Het Agentschap moet over een schoolbezoekattest of opleidingsattest voor volwassenen zoals bedoeld onder punt a) beschikken. e) De begeleiding wordt gegeven binnen één van de door het beheerscomité van het Agentschap erkende structuur of binnen één van de door het College van de Franstalige Gemeenschapscommissie erkende dienst. f) De opleider moet vaardigheden aantonen in de vakken die hij aan de aanvrager moet uitleggen. Anderzijds verklaart hij op erewoord dat hij geen andere vergoeding krijgt tijdens de verstrekte opleidingsuren. Als de begeleiding een vertaling in gebarentaal betreft, moet de begeleider deze vaardigheid tenminste kunnen bewijzen. g) De erkende structuur dient bij het Agentschap een begeleidingsproject ten gunste van de aanvrager in. 46270 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD h) Aan het einde van elk academisch jaar of van de cyclus voor korte opleidingen wordt door de erkende structuur een evaluatieverslag overgemaakt aan het Agentschap. Tegemoetkomingsmodaliteiten : a) De beslissing van het Agentschap dekt de duur van een studiecyclus of de daadwerkelijke duur van het opleidingsprogramma. Bij heroriëntatie of evolutie van de handicap moet de aanvrager het Agentschap daarover inlichten. b) De tegemoetkoming van het Agentschap wordt beperkt in de kostprijs tot 32,00 euro/uur opleiding tegen een maximum van 450 uur per academisch jaar of per opleidingsjaar. Bij een opleidingsprogramma met een duur van minder dan één jaar wordt dat maximum beperkt tot 15 uur/week zonder evenwek de maxima toegelaten door punt b) te boven te mogen gaan. De dienstverstrekkingen voor de coördinatie tussen de verschillende interveniënten en de opleiding van de begeleiders van gehandicapte studenten worden ingerekend in het vastgestelde aantal uren. 7.7. Omzetting in brailleschrift en andere aanpassingen van werken in het kader van de schoolopleiding. Tegemoetkomingsvoorwaarden : a) De aanvrager vertoont ernstige moeilijkheden om te lezen in het kader van de voorschoolse opleiding, de schoolse opleiding en het hoger onderwijs; Zijn moeilijkheden vloeien voort uit zijn visuele functies; b) De aanvrager dient een document te verstrekken waarin het soort voorgestelde aanpassingen of omzettingen in brailleschrift worden aangestipt, opgesteld door een instelling bedoeld onder d); c) De aanvrager dient een attest van schoolbezoek voor te leggen voor gewoon onderwijs in de kleuterklas, lager, middelbaar of hoger onderwijs, erkend door de Franse Gemeenschap; d) De omzettingen in brailleschrift en andere aanpassingen van werken dienen uitgevoerd te worden door een organisme erkend door het beheerscomité van het Agentschap of het College van de Franse Gemeenschapscommissie. De erkenning van die instellingen is verbonden aan de voorwaarden van hun jaarlijkse verbintenis om samen te werken in het kader van een overeenkomst voor het delen van gegevens waarvan het Agentschap de inhoud moet nagaan op grond van een jaarlijks onderzoek; e) De betaling van de tegemoetkoming door het Agentschap aan de instelling bedoeld in punt d) wordt ondergeschikt gemaakt aan het mededelen door laatstgenoemde van een individuele overnamefiche waarvan het model door het Agentschap opgesteld wordt, ondertekend door de aanvrager op het einde van elk academisch jaar. Tegemoetkomingsmodaliteiten : a) De beslissing van het Agentschap dekt de duur van de studies, is verbonden aan de voorwaarde van de jaarlijkse overlegging van het bezoekattest bedoeld in punt c) van de tegemoetkomingsvoorwaarden. b) Het Agentschap kent een jaarlijkse forfaitaire tegemoetkoming toe om gedeeltelijk de kosten te dekken in verband met de omzettingen in brailleschrift en andere aanpassingen van werken en de desbetreffende op de persoon toegespitste raadgevingen. c) De forfaitaire tegemoetkoming van het Agentschap in de instelling bedoeld in punt d) van de tegemoet- komingsvoorwaarden is beperkt : in braille, gesproken tekst of informaticaversie : Voor de eerste vier jaar van het lager 1.116,00 EUR onderwijs Voor het vijfde en het zesde jaar van het 1.363,00 EUR lager onderwijs Voor het middelbaar 1.735,00 EUR Voor het hoger onderwijs 1.983,00 EUR In de vorm van vergrotingen op papier : Voor de kleuterklassen en het lager onder- 167,00 EUR wijs Voor het middelbaar 260,00 EUR Voor het hoger onderwijs 335,00 EUR Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 14 mei 2009 tot bepaling van de tegemoetkomingsvoorwaarden en -modaliteiten inzake de materiële hulp verleend voor de integratie van gehandicapte personen. Namen, 14 mei 2009. De Minister-President, R. DEMOTTE MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46271 AUTRES ARRETES — ANDERE BESLUITEN SERVICE PUBLIC FEDERAL FEDERALE OVERHEIDSDIENST CHANCELLERIE DU PREMIER MINISTRE KANSELARIJ VAN DE EERSTE MINISTER [2009/202908] [2009/202908] Personnel. — Promotions Personeel. — Bevorderingen Par arrêté royal du 22 juin 2009, qui produit ses effets le 1er mai 2009, Bij koninklijk besluit van 22 juni 2009, dat uitwerking heeft met M. Depré, Stephan, agent de la classe A1 au titre d’attaché au Service ingang van 1 mei 2009, wordt de heer Depré, Stephan, ambtenaar van public fédéral Chancellerie du Premier Ministre, est promu, par de klasse A1 met de titel van attaché bij de Federale Overheidsdienst avancement dans la classe supérieure, dans la classe A3 au titre de Kanselarij van de Eerste Minister, bevorderd, door verhoging in klasse, conseiller au Service public fédéral Chancellerie du Premier Ministre, tot de klasse A3 met titel van adviseur bij de Federale Overheidsdienst Direction générale Coordination et Affaires juridiques, Service des Kanselarij van de Eerste Minister, Algemene Directie Coördinatie en Marchés publics (cadre linguistique néerlandais). Juridische Zaken, Dienst Overheidsopdrachten (Nederlands taalkader). Par arrêté royal du 22 juin 2009, qui produit ses effets le 1er mai 2009, Bij koninklijk besluit van 22 juni 2009, dat uitwerking heeft met M. Goes, Benjamin, agent de la classe A1 au titre d’attaché au Service ingang van 1 mei 2009, wordt de heer Goes, Benjamin, ambtenaar van public fédéral Chancellerie du Premier Ministre, est promu, par de klasse A1 met de titel van attaché bij de Federale Overheidsdienst avancement dans la classe supérieure, dans la classe A3 au titre de Kanselarij van de Eerste Minister, bevorderd, door verhoging in klasse, conseiller au Service public fédéral Chancellerie du Premier Ministre, tot de klasse A3 met titel van adviseur bij de Federale Overheidsdienst Direction générale Coordination et Affaires juridiques, Service Proto- Kanselarij van de Eerste Minister, Algemene Directie Coördinatie en cole et Distinctions et Service du Contentieux (cadre linguistique Juridische Zaken, Dienst Protocol en Onderscheidingen en Dienst français). Geschillen (Franstalig taalkader). Conformément aux lois coordonnées sur le Conseil d’Etat, un recours Overeenkomstig de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan peut être introduit endéans les soixante jours après cette notification. beroep worden ingediend binnen de zestig dagen na deze bekend- La requête doit être envoyée sous pli recommandé à la poste, au Conseil making. Het verzoekschrift dient bij ter post aangetekende brief te d’Etat, rue de la Science 33, à 1040 Bruxelles. worden toegezonden aan de Raad van State, Wetenschapsstraat 33, te 1040 Brussel. * SERVICE PUBLIC FEDERAL FEDERALE OVERHEIDSDIENST PERSONNEL ET ORGANISATION PERSONEEL EN ORGANISATIE [C − 2009/02046] [C − 2009/02046] Personnel. — Nominations Personeel. — Benoemingen Par arrêté royal du 31 mai 2009, Mme Gwendolyn Van Damme, est Bij koninklijk besluit van 31 mei 2009, wordt Mevr. Gwendolyn Van nommée en qualité d’agent de l’Etat dans la classe A1 au titre d’attaché Damme, tot rijksambtenaar benoemd in de klasse A1 met de titel van au Service public fédéral Personnel et Organisation, dans un emploi du attaché bij de Federale Overheidsdienst Personeel en Organisatie in een cadre linguistique néerlandais, à partir du 1er mars 2009 avec effet betrekking van het Nederlands taalkader, met ingang van 1 maart 2009 rétroactif au 1er mars 2008. met terugwerkende kracht vanaf 1 maart 2008. Par arrêté royal du 31 mai 2009, Mme Dominique Guiette, est Bij koninklijk besluit van 31 mei 2009, wordt Mevr. Dominique nommée en qualité d’agent de l’Etat dans la classe A1 au titre d’attaché Guiette, tot rijksambtenaar benoemd in de klasse A1 met de titel van au Service public fédéral Personnel et Organisation, dans un emploi du attaché bij de Federale Overheidsdienst Personeel en Organisatie in een cadre linguistique néerlandais, à partir du 1er mars 2009 avec effet betrekking van het Nederlands taalkader, met ingang van 1 maart 2009 rétroactif au 1er mars 2008. met terugwerkende kracht vanaf 1 maart 2008. Par arrêté royal du 9 juin 2009, Mme Annelies Porteman, est nommée Bij koninklijk besluit van 9 juni 2009, wordt Mevr. Annelies en qualité d’agent de l’Etat dans la classe A1 au titre d’attaché au Porteman, tot rijksambtenaar benoemd in de klasse A1 met de titel van Service public fédéral Personnel et Organisation, dans un emploi du attaché bij de Federale Overheidsdienst Personeel en Organisatie in een cadre linguistique néerlandais, à partir du 1er mars 2009 avec effet betrekking van het Nederlands taalkader, met ingang van 1 maart 2009 rétroactif au 1er mars 2008. met terugwerkende kracht vanaf 1 maart 2008. Par arrêté royal du 9 juin 2009, M.. Jeroen Caluwe, est nommé en Bij koninklijk besluit van 9 juni 2009, wordt de heer Jeroen Caluwe, qualité d’agent de l’Etat dans la classe A1 au titre d’attaché au Service tot rijksambtenaar benoemd in de klasse A1 met de titel van attaché bij public fédéral Personnel et Organisation, dans un emploi du cadre de Federale Overheidsdienst Personeel en Organisatie in een betrek- linguistique néerlandais, à partir du 1er avril 2009 avec effet rétroactif king van het Nederlands taalkader, met ingang van 1 april 2009 met au 1er avril 2008. terugwerkende kracht vanaf 1 april 2008. Conformément aux lois coordonnées sur le Conseil d’Etat, un recours Overeenkomstig de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan peut être introduit endéans les soixante jours après cette publication. La beroep worden ingediend binnen de zestig dagen na deze bekendma- requête doit être envoyée sous pli recommandé à la poste, au Conseil king. Het verzoekschrift hiertoe dient bij ter post aangetekende brief d’Etat, rue de la Science, 33 à 1040 Bruxelles. aan de Raad van State, Wetenschapstraat, 33 te 1040 Brussel te worden toegezonden. 46272 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD SERVICE PUBLIC FEDERAL EMPLOI, FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, TRAVAIL ET CONCERTATION SOCIALE ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG [2009/202774] [2009/202774] 26 JUIN 2009. — Arrêté ministériel portant démission du secrétaire de 26 JUNI 2009. — Ministerieel besluit houdende ontslag van de certaines commissions paritaires et sous-commissions paritaires secretaris van sommige paritaire comités en paritaire subcomités La Ministre de l’Emploi, De Minister van Werk, Vu la loi du 5 décembre 1968 sur les conventions collectives de travail Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve et les commissions paritaires, notamment les articles 39 et 44; arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op de artikelen 39 en 44; Vu l’arrêté ministériel du 17 décembre 2004 nommant le secrétaire de Gelet op het ministerieel besluit van 17 december 2004 tot benoeming certaines commissions paritaires et sous-commissions paritaires; van de secretaris van sommige paritaire comités en paritaire subcomi- tés; Vu l’arrêté ministériel du 20 avril 2007 nommant le secrétaire de Gelet op het ministerieel besluit van 20 april 2007 tot benoeming van certaines commissions paritaires, de secretaris van sommige paritaire comités, Arrête : Besluit : er
Article 1 . Démission honorable de la fonction de secrétaire des Artikel 1. Eervol ontslag uit het ambt van secretaris van de hierna commissions paritaires et sous-commissions paritaires citées ci-après vermelde paritaire comités en paritaire subcomités wordt gegeven aan est donnée à Mme Mariette VAN SCHUERBEECK, experte technique Mevr. Mariette VAN SCHUERBEECK, ere-technisch deskundige bij de honoraire à la Direction générale Relations collectives de travail : Algemene Directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen : — Commission paritaire du commerce de détail indépendant; — Paritair Comité voor de zelfstandige kleinhandel; — Sous-commission paritaire pour les moyennes entreprises d’ali- — Paritair Subcomité voor de middelgrote levensmiddelenbedrijven; mentation; — Commission paritaire des établissements et des services de santé; — Paritair Comité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten; — Commission paritaire pour le secteur flamand de l’aide sociale et — Paritair Comité voor de Vlaamse welzijns- en gezondheidssector. des soins de santé.
Art. 2. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er juillet 2009. Art. 2. Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2009. Bruxelles, le 26 juin 2009. Brussel, 26 juni 2009. Mme J. MILQUET Mevr. J. MILQUET * SERVICE PUBLIC FEDERAL EMPLOI, FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, TRAVAIL ET CONCERTATION SOCIALE ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG [2009/202841] [2009/202841] Personnel. — Démission Personeel. — Ontslag Par arrêté royal du 19 juin 2009 démission de ses fonctions est Bij koninklijk besluit van 19 juni 2009 wordt Mevr. Lutgardis Maesen accordée, à partir du 1er juillet 2009, à Mme Lutgardis Maesen, met ingang van 1 juli 2009 ontslag verleend uit haar functies van attaché. attaché. * SERVICE PUBLIC FEDERAL EMPLOI, FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, TRAVAIL ET CONCERTATION SOCIALE ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG [C − 2009/12205] [C − 2009/12205] Office national de l’Emploi. — Personnel Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening. — Personeel Attribution de la fonction de management d’administrateur général Toekenning van de managementfunctie van administrateur-generaal Par arrêté royal du 1er juillet 2009, la fonction de management Bij koninklijk besluit van 1 juli 2009 wordt, met ingang van d’administrateur général auprès de l’Office national de l’Emploi est 1 oktober 2009, de managementfunctie van administrateur-generaal bij attribuée à M. Georges Carlens, à partir du 1er octobre 2009. de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening toegekend aan de heer Georges Carlens. Le recours en annulation de l’acte précité à portée individuelle peut Het beroep van nietigverklaring van de voormelde akte met être soumis à la section d’administration du Conseil d’Etat endéans les individuele strekking kan voor de afdeling administratie van de Raad soixante jours après cette publication. La requête doit être envoyée au van State worden gebracht binnen de zestig dagen na deze bekendma- Conseil d’Etat (adresse : rue de la Science 33, 1040 Bruxelles) sous pli king. Het verzoekschrift dient bij ter post aangetekende brief aan de recommandé à la poste. Raad van State (adres : Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel) te worden toegezonden. MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46273 SERVICE PUBLIC FEDERAL EMPLOI, FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, TRAVAIL ET CONCERTATION SOCIALE ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG [2009/202879] [2009/202879] Direction générale Relations collectives de travail. — Démission de Algemene Directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen membres de la Commission paritaire de la pêche maritime Ontslag van leden van het Paritair Comité voor de zeevisserij Par arrêté du Directeur général du 24 juin 2009, qui entre en vigueur Bij besluit van de Directeur-generaal van 24 juni 2009, dat in werking le 30 juin 2009 : treedt op 30 juni 2009 : il est mis fin aux mandats de membre effectif de MM. Joël worden aan de mandaten van gewoon lid van de heren Joël VANDENBROUCKE, à Ostende, et Gino COUVREUR, à Ostende, VANDENBROUCKE, te Oostende, en Gino COUVREUR, te Oostende, représentants d’une organisation d’employeurs, au sein de la Commis- als vertegenwoordigers van de werkgeversorganisatie, in het Paritair sion paritaire de la pêche maritime; Comité voor de zeevisserij een einde gesteld; il est mis fin aux mandats de membre suppléant de MM. Reginald worden aan de mandaten van plaatsvervangend lid van de heren VERLEYE, à Bredene, et Joël MEERSMAN, à Ichtegem, représentants Reginald VERLEYE, te Bredene, en Joël MEERSMAN, te Ichtegem, als d’une organisation d’employeurs, au sein de cette commission. vertegenwoordigers van de werkgeversorganisatie, in dit comité een einde gesteld. * SERVICE PUBLIC FEDERAL JUSTICE FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE [C − 2009/09489] [C − 2009/09489] Ordre judiciaire. — Notariat Rechterlijke Orde. — Notariaat Par arrêté royal du 29 juin 2009, entrant en vigueur à la date de la Bij koninklijk besluit van 29 juni 2009, dat in werking treedt op de prestation de serment de son successeur ou date de notification au datum van de eedaflegging van haar opvolger of tot de datum waarom notaire démissionnaire de l’arrêté royal supprimant sa résidence, est het koninklijk besluit houdende de opheffing van haar standplaats haar acceptée, à sa demande, la démission de Mme Van de Ven, G., de ses wordt ter kennis gebracht, is aan Mevr. Van de Ven, G., op haar verzoek, fonctions de notaire à la résidence d’Assenede. ontslag verleend uit haar ambt van notaris ter standplaats Assenede. Elle est autorisée à porter le titre honorifique de ses fonctions. Het is haar vergund de titel van haar ambt eershalve te voeren. * SERVICE PUBLIC FEDERAL JUSTICE FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE [C − 2009/09488] [C − 2009/09488] Ordre judiciaire Rechterlijke Orde Par arrêtés royaux du 28 juin 2009 : Bij koninklijke besluiten van 28 juni 2009 : - sont désignées, pour un terme d’un an prenant cours le 1er juillet 2009, - zijn aangewezen, voor een termijn van één jaar, met ingang van aux fonctions de juge de la jeunesse au tribunal de première instance de 1 juli 2009, tot de functie van jeugdrechter in de rechtbank van Bruxelles : eerste aanleg te Brussel : Mmes : Mevrn. : - Domken, C.; - Domken, C.; - Meganck, M.; - Meganck, M.; - Lambert, C., - Lambert, C., juges à ce tribunal; rechters in deze rechtbank; - est renouvelée la nomination aux fonctions de juge consulaire au - is hernieuwd de benoeming tot het ambt van rechter in handels- tribunal de commerce : zaken in de rechtbank van koophandel : de Liège : te Luik : - M. Pruvot, J.-P., domicilié à Esneux, pour un terme de cinq ans - de heer Pruvot, J.-P., wonende te Esneux, voor een termijn van prenant cours le 18 juillet 2009; vijf jaar met ingang van 18 juli 2009; de Namur : te Namen : - M. Doneux, B., domicilié à Namur, pour un terme de cinq ans - de heer Doneux, B., wonende te Namen, voor een termijn van prenant cours le 9 juillet 2009; vijf jaar met ingang van 9 juli 2009. - la nomination de Mme Bouttiau, M., domiciliée à Mons, aux - is de benoeming van Mevr. Bouttiau, M., wonende te Bergen, tot het fonctions de juge consulaire au tribunal de commerce de Mons, est ambt van rechter in handelszaken in de rechtbank van koophandel te renouvelée pour un terme prenant cours le 8 août 2009 et expirant le Bergen, hernieuwd voor een termijn met ingang van 8 augustus 2009 en 31 mai 2014. eindigend op 31 mei 2014. Le recours en annulation des actes précités à portée individuelle peut Het beroep tot nietigverklaring van de voormelde akten met être soumis à la section du contentieux administratif du Conseil d’Etat individuele strekking kan voor de afdeling bestuursrechtspraak van de endéans les soixante jours après cette publication. La requête doit être Raad van State worden gebracht binnen zestig dagen na deze envoyée au Conseil d’Etat (adresse : rue de la Science 33, bekendmaking. Het verzoekschrift dient bij ter post aangetekende brief 1040 Bruxelles), sous pli recommandé à la poste. aan de Raad van State (adres : Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel), te worden toegezonden. 46274 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Par arrêté royal du 29 juin 2009, le nombre des notaires dans Bij koninklijk besluit van 29 juni 2009, is het aantal notarissen van het l’arrondissement judiciaire de Gand est réduit à septante sept. gerechtelijk arrondissement Gent op zevenenzeventig teruggebracht. La résidence d’Assenede, vacante par suite de la démission de De standplaats te Assenede, vacant in gevolge het ontslag van Mme Van de Ven, G., est supprimée. Mevr. Van de Ven, G., wordt opgeheven. Le recours en annulation des actes précités à portée individuelle peut Het beroep tot nietigverklaring van de voormelde akten met être soumis à la section du contentieux administratif du Conseil d’Etat individuele strekking kan voor de afdeling bestuursrechtspraak van de endéans les soixante jours après cette publication. La requête doit être Raad van State worden gebracht binnen zestig dagen na deze envoyée au Conseil d’Etat (adresse : rue de la Science 33, bekendmaking. Het verzoekschrift dient bij ter post aangetekende brief 1040 Bruxelles), sous pli recommandé à la poste. aan de Raad van State (adres : Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel), te worden toegezonden. * SERVICE PUBLIC FEDERAL JUSTICE FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE [C − 2009/09487] [C − 2009/09487] Ordre judiciaire Rechterlijke Orde Par arrêtés ministériels du 22 juin 2009 : Bij ministeriële besluiten van 22 juni 2009 : Mme Edouard, M., assistant au greffe du tribunal de première blijft aan Mevr. Edouard, M., assistent bij de griffie van de rechtbank instance de Nivelles, reste temporairement déléguée aux fonctions de van eerste aanleg te Nijvel, opdracht gegeven om tijdelijk het ambt van greffier à ce tribunal; griffier bij deze rechtbank te vervullen; Mme El Maimouni, W., collaborateur sous contrat au greffe de la is aan Mevr. El Maimouni, W., medewerker op arbeidsovereenkomst justice de paix du canton de Jette, est temporairement déléguée aux bij de griffie van het vredegerecht van het kanton Jette, opdracht fonctions de greffier à cette justice de paix. gegeven om tijdelijk het ambt van griffier bij dit vredegerecht te vervullen. Le présent arrêté entre en vigueur au moment de la prestation de Dit besluit treedt in werking op de datum van de eedaflegging en serment et prend fin le 31 juillet 2009 au soir; eindigt op 31 juli 2009 ’s avonds; Mme Eljattari, K., collaborateur sous contrat au greffe de la justice de is aan Mevr. Eljattari, K., medewerker op arbeidsovereenkomst bij de paix du canton de Jette, est temporairement déléguée aux fonctions de griffie van het vredegerecht van het kanton Jette, opdracht gegeven om greffier à cette justice de paix. tijdelijk het ambt van griffier bij dit vredegerecht te vervullen. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de la prestation de serment, Dit besluit treedt in werking op de datum van de eedaflegging, welke laquelle ne peut avoir lieu avant le 1er août 2009 et prend fin le niet kan geschieden vóór 1 augustus 2009 en komt ten einde op 31 août 2009. 31 augustus 2009. Par arrêtés ministériels du 25 juin 2009 : Bij ministeriële besluiten van 25 juni 2009 : Mme Nicelli, M., collaborateur sous contrat au greffe du tribunal de blijft aan Mevr. Nicelli, M., medewerker op arbeidsovereenkomst bij première instance de Bruxelles, reste temporairement déléguée aux de griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, opdracht fonctions de greffier à ce tribunal; gegeven om tijdelijk het ambt van griffier bij deze rechtbank te vervullen; Mme Milaire, C., collaborateur sous contrat au greffe du tribunal de blijft aan Mevr. Milaire, C., medewerker op arbeidsovereenkomst bij commerce de Bruxelles, reste temporairement déléguée aux fonctions de rechtbank van koophandel te Brussel, opdracht gegeven om tijdelijk de greffier ce tribunal. het ambt van griffier bij deze rechtbank te vervullen. Par arrêtés ministériels du 29 juin 2009 : Bij ministeriële besluiten van 29 juni 2009 : Mme Meiresonne, A., collaborateur au greffe de la justice de paix du blijft aan Mevr. Meiresonne, A., medewerker bij de griffie van het deuxième canton de Gand, reste temporairement déléguée aux fonc- vredegerecht van het tweede kanton Gent, opdracht gegeven om tions de greffier à cette justice de paix; tijdelijk het ambt van griffier bij dit vredegerecht te vervullen; M. De Vos, F., assistant au greffe de la justice de paix du canton de is aan de heer De Vos, F., assistent bij de griffie van het vredegerecht Roulers, est temporairement délégué aux fonctions de greffier à cette van het kanton Roeselare, opdracht gegeven om tijdelijk het ambt van justice de paix. griffier bij dit vredegerecht te vervullen. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de la prestation de serment, Dit besluit treedt in werking op de datum van de eedaflegging, welke laquelle ne peut avoir lieu avant le 11 juillet 2009; niet kan geschieden vóór 11 juli 2009; Mme Stoops, S., collaborateur au parquet de la cour d’appel de Gand, blijft aan Mevr. Stoops, S., medewerker bij het parket van het hof van reste temporairement déléguée aux fonctions de secrétaire au parquet beroep te Gent, opdracht gegeven om tijdelijk het ambt van secretaris de cette cour; bij het parket van dit hof te vervullen; M. Baye, E., secrétaire au parquet du procureur du Roi près le is de heer Baye, E., secretaris bij het parket van de procureur des tribunal de première instance de Nivelles, est temporairement délégué Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Nijvel, tijdelijk opdracht dans la classe de métier A2 avec le titre de secrétaire-chef de service à gegeven in de vakklasse A2 met de titel van secretaris-hoofd van dienst ce parquet. bij dit parket. Le présent arrêté entre en vigueur au moment de la prestation de Dit besluit treedt in werking op de datum van de eedaflegging; serment; MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46275 M. Joppart, D., assistant au parquet du procureur du Roi près le is aan de heer Joppart, D., assistent bij het parket van de procureur tribunal de première instance de Nivelles, est temporairement délégué des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Nijvel, opdracht aux fonctions de secrétaire à ce parquet. gegeven om tijdelijk het ambt van secretaris bij dit parket te vervullen. Le présent arrêté entre en vigueur au moment de la prestation de Dit besluit treedt in werking op de datum van de eedaflegging; serment; M. Van den Broeck, J., collaborateur au parquet du procureur du Roi blijft aan de heer Van den Broeck, J., medewerker bij het parket van près le tribunal de première instance de Gand, reste temporairement de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Gent, délégué aux fonctions de secrétaire à ce parquet. opdracht gegeven om tijdelijk het ambt van secretaris bij dit parket te vervullen. Par arrêtés ministériels du 30 juin 2009 : Bij ministeriële besluiten van 30 juni 2009 : Mme Van Huychem, V., assistant sous contrat au greffe du tribunal blijft aan Mevr. Van Huychem, V., assistent op arbeidsovereenkomst de première instance de Bruxelles, reste temporairement déléguée aux bij de griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, opdracht fonctions de greffier à ce tribunal; gegeven om tijdelijk het ambt van griffier bij deze rechtbank te vervullen; Mme Dekort, I., collaborateur sous contrat au greffe de la justice de is aan Mevr. Dekort, I., medewerker op arbeidsovereenkomst bij de paix du canton de Hoogstraten, est temporairement déléguée aux griffie van het vredegerecht van het kanton Hoogstraten, opdracht fonctions de greffier à la justice de paix de ce canton. gegeven om tijdelijk het ambt van griffier bij het vredegerecht van dit kanton te vervullen; Le présent arrêté entre en vigueur au moment de la prestation de Dit besluit treedt in werking op de datum van de eedaflegging en serment et prend fin le 31 juillet 2009 au soir. eindigt op 31 juli 2009 ’s avonds. Le recours en annulation des actes précités à portée individuelle peut Het beroep tot nietigverklaring van de voormelde akten met être soumis à la section administration du Conseil d’Etat endéans les individuele strekking kan voor de afdeling administratie van de Raad soixante jours après cette publication. La requête doit être envoyée au van State worden gebracht binnen zestig dagen na deze bekendmaking. Conseil d’Etat, section du contentieux administratif (adresse : rue de la Het verzoekschrift dient bij ter post aangetekende brief aan de Raad Science 33, 1040 Bruxelles), sous pli recommandé à la poste. van State, afdeling bestuursrechtspraktijk, (adres : Wetenschaps- straat 33, 1040 Brussel), te worden toegezonden. * SERVICE PUBLIC FEDERAL JUSTICE FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE [C − 2009/09490] [C − 2009/09490] Direction générale EPI Directoraat-generaal EPI Etablissements pénitentaires. — Service P & O Penitentiaire Inrichtingen. — Dienst P & O Par arrêté royal du 29 juin 2009, il est mis fin aux fonctions de Bij koninklijk besluit van 29 juni 2009, is een einde gesteld aan de M. Van Doorne, W., conseiller-directeur de prison à la prison d’Anvers, functies van de heer Van Doorne, W., adviseur-gevangenisdirecteur bij à partir du 1er juillet 2009. de gevangenis te Antwerpen, met ingang van 1 juli 2009. Il est admis à faire valoir ses droits à la pension et est autorisé à porter Hij kan zijn aanspraak op pensioen laten gelden en het is hem le titre honorifique de ses fonctions. vergund de titel van zijn ambt eershalve te voeren. Le recours en annulation de l’acte précité à portée individuelle peut Het beroep tot nietigverklaring van de voormelde akte met indivi- être soumis à la section du contentieux administratif du Conseil d’Etat duele strekking kan voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad endéans les soixante jours après cette publication. La requête doit être van State worden gebracht binnen zestig dagen na deze bekendmaking. envoyée au Conseil d’Etat (adresse : rue de la Science 33, Het verzoekschrift dient bij ter post aangetekende brief aan de Raad 1040 Bruxelles), sous pli recommandé à la poste. van State (adres : Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel), te worden toegezonden. * SERVICE PUBLIC FEDERAL PROGRAMMATORISCHE DE PROGRAMMATION POLITIQUE SCIENTIFIQUE FEDERALE OVERHEIDSDIENST WETENSCHAPSBELEID [C − 2009/21071] [C − 2009/21071] 24 JUIN 2009. — Arrêté ministériel portant répartition des agents 24 JUNI 2009. — Ministerieel besluit tot indeling van de statutaire scientifiques statutaires de la Bibliothèque royale de Belgique wetenschappelijke personeelsleden van de Koninklijke Biblio- entre les groupes d’activités de la carrière du personnel scientifique theek van België in de activiteitengroepen van de loopbaan van het des établissements scientifiques fédéraux wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen La Ministre de la Politique scientifique, De Minister van Wetenschapsbeleid, Vu l’arrêté royal du 25 février 2008 fixant le statut du personnel Gelet op het koninklijk besluit van 25 februari tot vaststelling van het scientifique des établissements scientifiques fédéraux, notamment les statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschap- articles 1er, 54, § 1er et § 2, 55, § 1er, et 56, § 1er et § 2; pelijke instellingen, inzonderheid op artikelen 1, 54, § 1 en § 2, 55, § 1, en 56, § 1 en § 2; 46276 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Vu la proposition de répartition transmise par le directeur général de Gelet op het voorstel van indeling voorgelegd door de algemeen la Bibliothèque royale de Belgique les 14 janvier 2009 et 16 juin 2009, directeur van de Koninklijke Bibliotheek van België op 14 januari 2009 en 16 juni 2009, Arrête : Besluit : er er er
Article 1 . En exécution des articles 54, § 1 et § 2, 55, § 1 , et 56, Artikel 1. In uitvoering van artikelen 54, § 1 en § 2, 55, § 1, en 56, § § 1er et § 2, de l’arrêté royal du 25 février 2008 fixant le statut du 1 en § 2, van het koninklijk besluit van 25 februari tot vaststelling van personnel scientifique des établissements scientifiques fédéraux, les het statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale agents scientifiques statutaires de la Bibliothèque royale de Belgique wetenschappelijke instellingen, worden de statutaire wetenschappe- sont répartis entre les groupes d’activités de la carrière du personnel lijke personeelsleden van de Koninklijke Bibliotheek van België in de scientifique conformément au tableau annexé au présent arrêté. activiteitengroepen van de loopbaan van het wetenschappelijk perso- neel ingedeeld, overeenkomstig de tabel gevoegd bij dit besluit.
Art. 2. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2009. Art. 2. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2009. Bruxelles, le 24 juin 2009. Brussel, 24 juni 2009. Mme S. LARUELLE Mevr. S. LARUELLE Annexe/Bijlage Agents scientifiques statutaires de la Bibliothèque royale de Belgique Statutaire wetenschappelijke personeelsleden van de Koninklijke Bibliotheek van België Groupe d’activités I : Recherche scientifique et développement expérimental Activiteitengroep I : Wetenschappelijk onderzoek en experimentele ontwikkeling nom prénom rôle linguistique titre — — — — naam voornaam taalrol titel Bracke Wouter N Chef de section Afdelingshoofd de Callataÿ François F Chef de département Departementshoofd Istasse Nathaël F Assistant stagiaire Assistent-stagiair Reynhout Lucien F Premier assistant Eerstaanwezend assistent van Heesch Johan N Chef de travaux Werkleider Daelemans Frank N Chef de département Departementshoofd De Ridder Paul N Chef de section Afdelingshoofd Groupe d’activités II : Service public scientifique Activiteitengroep II : Wetenschappelijke dienstverlening nom prénom rôle linguistique titre — — — — naam voornaam taalrol titel Bousmanne Bernard F Chef de section Afdelingshoofd Brioen Paul N Premier assistant Eerstaanwezend assistent Cornaz Marie F Chef de section Afdelingshoofd Deneulin Yves N Premier assistant Eerstaanwezend assistent MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46277 nom prénom rôle linguistique titre — — — — naam voornaam taalrol titel Denhaene Godelieve F Premier assistant Eerstaanwezend assistent D’Hoore Marc F Assistant stagiaire Assistent-stagiair Goedemé Guido N Chef de section Afdelingshoofd Kelders Ann N Premier assistant Eerstaanwezend assistent Op de Beeck Bart N Assistant stagiaire Assistent-stagiair Pairon Erwin N Chef de section Afdelingshoofd Pauwels Jan N Premier assistant Eerstaanwezend assistent Rzesos Elzbieta F Premier assistant Eerstaanwezend assistent Sorgeloos Claude F Premier assistant Eerstaanwezend assistent Tourneux André F Premier assistant Eerstaanwezend assistent Vandroogenbroeck Martin N Chef de section Afdelingshoofd Verweij Antoon N Premier assistant Eerstaanwezend assistent Vu pour être annexé à l’arrêté du 24 juin 2009. Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van 24 juni 2009. La Ministre de la Politique scientifique, De Minister van Wetenschapsbeleid, Mme S. LARUELLE Mevr. S. LARUELLE * SERVICE PUBLIC FEDERAL PROGRAMMATORISCHE DE PROGRAMMATION POLITIQUE SCIENTIFIQUE FEDERALE OVERHEIDSDIENST WETENSCHAPSBELEID [S − C − 2009/21069] [S − C − 2009/21069] Affectations Affectaties Par arrêté ministériel du 24 juin 2009 qui produit ses effets le Bij ministerieel besluit van 24 juni 2009 dat uitwerking met ingang 1er janvier 2009, M. Pascal Mailier, assistant stagiaire à l’Institut royal van 1 januari 2009 heeft, wordt de heer Pascal Mailier, assistent-stagiair météorologique, est affecté au groupe d’activité II du personnel bij het Koninklijk Meteorologisch Instituut, aan groep II van het scientifique des établissements scientifiques fédéraux. wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instel- lingen toegewezen. Par arrêté ministériel du 24 juin 2009 qui produit ses effets le Bij ministerieel besluit van 24 juni 2009 dat uitwerking met ingang 1er janvier 2009, M. Cédric Bertrand, assistant stagiaire à l’Institut royal van 1 januari 2009 heeft, wordt de heer Cédric Bertrand, assistent- météorologique, est affecté au groupe d’activités II du personnel stagiair bij het Koninklijk Meteorologisch Instituut, aan groep II van het scientifique des établissements scientifiques fédéraux. wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instel- lingen toegewezen. 46278 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD GOUVERNEMENTS DE COMMUNAUTE ET DE REGION GEMEENSCHAPS- EN GEWESTREGERINGEN GEMEINSCHAFTS- UND REGIONALREGIERUNGEN VLAAMSE GEMEENSCHAP — COMMUNAUTE FLAMANDE VLAAMSE OVERHEID [C − 2009/35574] Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie. — Private Arbeidsbemiddeling Bij besluit van 29 mei 2009 heeft de Administrateur-generaal van het Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie namens de Vlaamse minister bevoegd voor het Tewerkstellingsbeleid de toelating verleend : Aan de NV Ago Personeelskeuze, Minister Tacklaan 31, 8500 Kortrijk om als bureau voor private arbeidsbemid- deling bijkomend outplacementactiviteiten uit te oefenen in het Vlaamse Gewest. Deze erkenning draagt het nummer 46/BO en gaat in op 29 mei 2009 voor een periode van onbepaalde duur. Aan de BVBA Pass Selection, Klakvijverstraat 48, 9506 Grimminge, om als bureau voor private arbeidsbemiddeling bijkomend outplacementactiviteiten uit te oefenen in het Vlaamse Gewest. Deze erkenning draagt het nummer 416/BO en gaat in op 29 mei 2009 voor een periode van onbepaalde duur. Aan de NV The Profile Group, boulevard Louis Schmidt 54, 1040 Brussel, om als bureau voor private arbeidsbemiddeling bijkomend outplacementactiviteiten uit te oefenen in het Vlaamse Gewest. Deze erkenning draagt het nummer 549/BO en gaat in op 29 mei 2009 voor een periode van onbepaalde duur. Aan de BVBA PASS SELECTIEBURO, Klakvijverstraat 48, 9506 Geraardsbergen, om als bureau voor private arbeidsbemiddeling bijkomend outplacementactiviteiten uit te oefenen in het Vlaamse Gewest. Deze erkenning draagt het nummer 416/BO en gaat in op 29 mei 2009 voor een periode van onbepaalde duur. Aan de BVBA PL 2 SEARCH & SELECTION, Bosmanslei 26, 2018 Antwerpen, om de activiteit als bureau voor private arbeidsbemiddeling, met inbegrip van outplacementactiviteiten uit te oefenen in het Vlaamse Gewest. Deze erkenning draagt het nummer 1595/BO en gaat in op 29 mei 2009 voor een periode van onbepaalde duur. Aan PLATINUM ONE LIMITED, Parliament House, Parliament Street 13, Dublin, om de activiteit als bureau voor private arbeidsbemiddeling, met inbegrip van bemiddeling van betaalde sportbeoefenaars uit te oefenen in het Vlaamse Gewest. Deze erkenning draagt het nummer 1642/BS en gaat in op 29 mei 2009 voor een periode van onbepaalde duur. Aan de BVBA ERIC SALMON & PARTNERS, Belvédèrestraat 29, 1050 Brussel, om de activiteit als bureau voor private arbeidsbemiddeling uit te oefenen in het Vlaamse Gewest. Deze erkenning draagt het nummer 1648/B en gaat in op 29 mei 2009 voor een periode van onbepaalde duur. Aan de NV BONACHE, Frankrijklei 150, 2000 Antwerpen, om de activiteit als bureau voor private arbeidsbemid- deling uit te oefenen in het Vlaamse Gewest. Deze erkenning draagt het nummer 1652/B en gaat in op 29 mei 2009 voor een periode van onbepaalde duur. Aan de BVBA RENIER SPORTMANAGEMENT, Generaal Lemanlaan 83, 8310 Brugge, om de activiteit als bureau voor private arbeidsbemiddeling, met inbegrip van bemiddeling van betaalde sportbeoefenaars uit te oefenen in het Vlaamse Gewest. Deze erkenning draagt het nummer 1654/BS en gaat in op 29 mei 2009 voor een periode van onbepaalde duur. Aan de VZW EDU+, Kartuizersstraat 70, 1000 Brussel, om de activiteit als bureau voor private arbeidsbemiddeling, met inbegrip van outplacementactiviteiten uit te oefenen in het Vlaamse Gewest. Deze erkenning draagt het nummer 1655/BO en gaat in op 29 mei 2009 voor een periode van onbepaalde duur. Aan de heer DESERRANNO JEROEN, Egemsdorpsplein 3, bus A, 8740 Egem, om de activiteit als bureau voor private arbeidsbemiddeling uit te oefenen in het Vlaamse Gewest. Deze erkenning draagt het nummer 1657/B en gaat in op 29 mei 2009 voor een periode van onbepaalde duur. Aan de VZW UNDERTONE, Gerstenstraat 29, 9320 Erembodegem, om de activiteit als bureau voor private arbeidsbemiddeling, met inbegrip van bemiddeling van schouwspelartiesten uit te oefenen in het Vlaamse Gewest. Deze erkenning draagt het nummer 1659/BA en gaat in op 29 mei 2009 voor een periode van onbepaalde duur. Aan de BV AB SERVICE LIMBURG, Mussenberg 8, 9049 GZ Roermond, Nederland, om de activiteit als bureau voor private arbeidsbemiddeling, met inbegrip van uitzendactiviteiten uit te oefenen in het Vlaamse Gewest. Deze erkenning draagt het nummer 1660/BU en gaat in op 29 mei 2009 voor een periode van onbepaalde duur. Aan de BVBA VN CONSULTING & MANAGEMENT, Laambroekstraat 54, 3550 Heusden-Zolder, om de activiteit als bureau voor private arbeidsbemiddeling, met inbegrip van bemiddeling van betaalde sportbeoefenaars uit te oefenen in het Vlaamse Gewest. Deze erkenning draagt het nummer 1661/BS en gaat in op 29 mei 2009 voor een periode van onbepaalde duur. Aan de heer POSTMA ARJAN, Seringenstraat 19, 2340 Beerse, om de activiteit als bureau voor private arbeidsbemiddeling, met inbegrip van bemiddeling van schouwspelartiesten uit te oefenen in het Vlaamse Gewest. Deze erkenning draagt het nummer 1662/BA en gaat in op 29 mei 2009 voor een periode van onbepaalde duur. Aan Mevr. D’HOUST CINDY, Meulebekestraat 38, bus BIS, 8740 Pittem, om de activiteit als bureau voor private arbeidsbemiddeling uit te oefenen in het Vlaamse Gewest. Deze erkenning draagt het nummer 1664/B en gaat in op 29 mei 2009 voor een periode van onbepaalde duur. Aan Mevr. PEETERS PETRA, Burmtiendestraat 76, 9140 Tielrode, om de activiteit als bureau voor private arbeidsbemiddeling uit te oefenen in het Vlaamse Gewest. Deze erkenning draagt het nummer 1667/B en gaat in op 29 mei 2009 voor een periode van onbepaalde duur. Aan de BV EMS-CONSTRUCT, Industriepark 25, 6603 BE Wijchen, Nederland, om de activiteit als bureau voor private arbeidsbemiddeling, met inbegrip van Uitzendarbeid in de bouwsector uit te oefenen in het Vlaamse Gewest. Deze erkenning draagt het nummer 1668/BC en gaat in op 29 mei 2009 voor een periode van onbepaalde duur. Aan de BVBA ME TECH, Bornestraat 20, 3012 Leuven, om de activiteit als bureau voor private arbeidsbemiddeling uit te oefenen in het Vlaamse Gewest. Deze erkenning draagt het nummer 1669/B en gaat in op 29 mei 2009 voor een periode van onbepaalde duur. MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46279 Aan de BVBA VANDERREKEN-BEZEMER FOOTBALL MANAGEMENT, Kempenseweg 21, 3690 Zutendaal, om de activiteit als bureau voor private arbeidsbemiddeling, met inbegrip van bemiddeling van betaalde sportbeoefenaars uit te oefenen in het Vlaamse Gewest. Deze erkenning draagt het nummer 1671/BS en gaat in op 29 mei 2009 voor een periode van onbepaalde duur. Aan de heer VAN DEN AVONT MATTHIAS, Vlaanderenstraat 39, 9000 Gent, om de activiteit als bureau voor private arbeidsbemiddeling uit te oefenen in het Vlaamse Gewest. Deze erkenning draagt het nummer 1672/B en gaat in op 29 mei 2009 voor een periode van onbepaalde duur. De administrateur-generaal van het Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie heeft namens de Vlaamse minister bevoegd voor het Tewerkstellingsbeleid bij besluit van 29 mei 2009 ingestemd met de overdracht van de erkenning als bureau voor arbeidsbemiddeling met inbegrip van bemiddeling outplacementactiviteiten op naam van de heer Patrick Verboven, Grees 73, 2490 Balen, aan de BVBA Trisup, Grees 73, 2490 Balen. De erkenning geldt voor een periode van onbepaalde duur, het erkenningsnummer VG.1456/BO blijft behouden. * VLAAMSE OVERHEID Internationaal Vlaanderen [C − 2009/35566] Aanstelling van een bedrijfsrevisor bij Toerisme Vlaanderen Bij besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 wordt bepaald :
Artikel 1. De heer Piet Vermeeren, woonachtig te Zagerijstraat 42, 2275 Lille, lid van het Instituut der Bedrijfsrevisoren wordt aangesteld als bedrijfsrevisor bij Toerisme Vlaanderen. De aanstelling geldt voor een termijn van één jaar conform de wet van 21 februari 1985 tot hervorming van het bedrijfsrevisoraat. Zijn verslag met betrekking tot de jaarrekening 2008 zal tegen einde augustus 2009 toekomen bij de minister bevoegd voor Toerisme en bij de minister van Financiën en Begroting.
Art. 2. De vergoeding van de revisor volgt de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen, overeenkomstig regelen voorgeschreven door de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld, gewijzigd bij koninklijk besluit nr. 178 van 30 december 1982. De vergoeding per toezichtsvacatie bedraagt 89,64 euro tegen 100 % en wordt gekoppeld aan het spilindexcijfer 138,01.
Art. 3. Het jaarlijks aantal toezichtsvacaties van een halve dag bij Toerisme Vlaanderen wordt vastgesteld op maximum 60 wat overeenkomt met een maximumvergoeding van 7.422,73 euro.
Art. 4. De vergoeding wordt uitbetaald door het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap (dienst controle openbare instellingen van de afdeling Budgettering) met middelen verstrekt door Toerisme Vlaanderen. Hiertoe wordt de instelling verzocht om een voorschot te storten op de rekening van het ministerie. De vergoeding wordt per kwartaal uitbetaald tegen voorlegging van een ondertekende schuldvordering, gewaarmerkt door de betrokken instelling.
Art. 5. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2008.
Art. 6. De Vlaamse minister van Bestuurszaken, Buitenlands Beleid, Media en Toerisme is belast met de uitvoering van dit besluit. * VLAAMSE OVERHEID Welzijn, Volksgezondheid en Gezin [2009/202823] Zorg en Gezondheid Bij ministerieel besluit van 1 april 2009 van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin worden in artikel 1 volgende prominenten voor de periode van 1 januari 2009 tot en met 31 december 2012 benoemd als : — gemeenschapsvoorzitter van Rode Kruis - Vlaanderen (Vlaamse Gemeenschap van het Belgische Rode Kruis) mevrouw Christine Joris; — gemeenschapsondervoorzitter van Rode Kruis - Vlaanderen (Vlaamse Gemeenschap van het Belgische Rode Kruis) de heer Freddy Snoeck; — lid van het Directiecomité Humanitaire Diensten en het Directiecomité Dienst voor het Bloed van Rode Kruis - Vlaanderen (Vlaamse Gemeenschap van het Belgische Rode Kruis) : — Bestuurder : de heer Dirk Huyghe; — Bestuurder : de heer Geert Maelfait; — Bestuurder : de heer Gilbert Van Laethem; — lid van het Directiecomité Humanitaire Diensten van Rode Kruis - Vlaanderen (Vlaamse Gemeenschap van het Belgische Rode Kruis) : — Provincievoorzitter Antwerpen : de heer André Brems; — Provincievoorzitter Limburg : de heer Stefan Beerten; — Provincievoorzitter Oost-Vlaanderen : de heer Luc Van Hauwenhuyse; — Provincievoorzitter Vlaams-Brabant : de heer Pol Casteleyn; — lid van het Directiecomité Dienst voor het Bloed van het Rode Kruis - Vlaanderen (Vlaamse Gemeenschap van het Belgische Rode Kruis) : — Bestuurder : de heer Pierre Mattelaer; — Bestuurder : mevrouw Laurette Steenssens 46280 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 5/05/2009 wordt aan ZiekenhuisNetwerk Antwerpen, V.Z.W., Lange Beeldekensstraat 267, 2060 Antwerpen 6 onder het erkenningsnummer 009 een erkenning verleend van een centrum voor de behandeling van chronische nierinsufficiëntie in ZiekenhuisNetwerk Antwerpen, Campus ZNA Stuivenberg, Lange Beeldekensstraat 267 te 2060 Antwerpen 6. Volgende diensten maken deel uit van het centrum en voldoen aan de normen : — een dienst voor chronische hemodialyse in ziekenhuisverband — een dienst voor collectieve autodialyse — gelegen : Collectief Autodialysecentrum, Michielssendreef 24 te 2930 Brasschaat — gelegen : Campus ZNA Jan Palfijn, Lange Bremstraat 70 te 2170 Antwerpen — een dienst voor ambulante peritoneale dialyse De erkenning wordt verleend vanaf 30 juni 2007 tot en met 30 juni 2009. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 6/05/2009 wordt aan ZiekenhuisNetwerk Antwerpen, V.Z.W., Lange Beeldekensstraat 267, 2060 Antwerpen 6 onder het erkenningsnummer 009 een aanpassing van erkenning verleend in Algemeen Ziekenhuis Middelheim, Lindendreef 1 te 2020 Antwerpen 2 waardoor : — op de Campus Middelheim, Lindendreef 1, 2020 Antwerpen 2 — het aantal K-bedden wordt aangepast van 51 naar 43 vanaf 1 september 2005 — het aantal k(dag)-bedden wordt aangepast van 18 naar 19 vanaf 1 januari 2007. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 6/05/2009 wordt aan ZiekenhuisNetwerk Antwerpen, V.Z.W., Lange Beeldekensstraat 267, 2060 Antwerpen 6 onder het erkenningsnummer 009 een erkenning verleend in Algemeen Ziekenhuis Middelheim, Lindendreef 1 te 2020 Antwerpen 2 voor 24 bedden waarvan : — op de Campus Hoge Beuken, Commandant Weynsstraat 165, 2060 Hoboken : — 16 K-bedden vanaf 1 september 2005 tot en met 29 juni 2007 — 8 k(dag)-bedden vanaf 1 januari 2007 tot en met 29 juni 2007. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 6/05/2009 wordt aan ZiekenhuisNetwerk Antwerpen, V.Z.W., Lange Beeldekensstraat 267, 2060 Antwerpen 6 onder het erkenningsnummer 009 een aanpassing van erkenning verleend in Algemeen Ziekenhuis Middelheim, Lindendreef 1 te 2020 Antwerpen 2 waardoor : — op de Campus Hoge Beuken, Commandant Weynsstraat 165, 2060 Hoboken : — het aantal K-bedden wordt aangepast van 16 naar 24 vanaf 1 april 2007 Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 6/05/2009 wordt aan ZiekenhuisNetwerk Antwerpen, V.Z.W., Lange Beeldekensstraat 267, 2060 Antwerpen 6 onder het erkenningsnummer 009 een erkenning verleend in het fusieziekenhuis ZiekenhuisNetwerk Antwerpen, Lange Beeldekensstraat 267, 2060 Antwerpen voor 32 bedden, waarvan : — op de Campus ZNA Hoge Beuken, Commandant Weynsstraat 165, 2060 Hoboken : — 24 K-bedden vanaf 30 juni 2007 tot en met 30 juni 2009 — 8 k(dag)-bedden vanaf 30 juni 2007 tot en met 30 juni 2009. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 6/05/2009 wordt aan ZiekenhuisNetwerk Antwerpen, V.Z.W., Lange Beeldekensstraat 267, 2060 Antwerpen 6 onder het erkenningsnummer 009 een aanpassing van erkenning verleend in het het fusieziekenhuis ZiekenhuisNetwerk Antwerpen, Lange Beeldekensstraat 267, 2060 Antwerpen waardoor : — op de Campus ZNA Middelheim/Koningin Paola Kinderziekenhuis, Lindendreef 1, 2020 Antwerpen : — het aantal K-bedden wordt aangepast van 51 naar 43 vanaf 30 juni 2007 — het aantal k(dag)-bedden wordt aangepast van 18 naar 19 vanaf 30 juni 2007. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 6/05/2009 wordt aan Ziekenhuis Maas en Kempen, V.Z.W., Monseigneur Koningsstraat 10, 3680 Maaseik onder het erkenningsnum- mer 717 een verlenging van erkenning verleend in Ziekenhuis Maas en Kempen, Monseigneur Koningsstraat 10, 3680 Maaseik voor —178 bedden, waarvan — op de Campus Maaseik, Monseigneur Koningsstraat 10, 3680 Maaseik — 35 C-bedden vanaf 1 april 2008 tot en met 31 maart 2013 waarvan 4 C-bedden intensieve zorg — 57 D-bedden vanaf 1 april 2008 tot en met 31 maart 2013 waarvan 2 D-bedden intensieve zorg — 24 G-bedden vanaf 1 april 2008 tot en met 31 maart 2013 — op de Campus Bree, Rode Kruislaan 40, 3960 Bree — 15 C-bedden vanaf 1 april 2008 tot en met 31 maart 2013 — 24 G-bedden vanaf 1 april 2008 tot en met 31 maart 2013 — 23 M-bedden vanaf 1 april 2008 tot en met 31 maart 2013 —de functie ziekenhuisapotheek vanaf 1 april 2008 tot en met 31 maart 2013. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 6/05/2009 wordt aan Ziekenhuis Maas en Kempen, V.Z.W., Monseigneur Koningsstraat 10, 3680 Maaseik en Maria Ziekenhuis Noord-Limburg, V.Z.W., Kliniekstraat 2, 3920 Lommel een verlenging van erkenning verleend van de associatie tussen : — Ziekenhuis Maas en Kempen, Monseigneur Koningsstraat 10 te 3680 Maaseik (E.717) en — Maria Ziekenhuis Noord-Limburg, Kliniekstraat 2 te 3920 Lommel (E. 719) met betrekking tot de gezamenlijke exploitatie van 20 bedden Sp-locomotorisch. De bedden Sp zijn gelokaliseerd in het Ziekenhuis Maas en Kempen, Campus Bree, Rode Kruislaan 40 te 3960 Bree. De verlenging van erkenning van de associatie gaat in op 1 april 2008 en loopt tot en met 31 maart 2013. Aan Ziekenhuis Maas en Kempen, V.Z.W., Monseigneur Koningsstraat 10, 3680 Maaseik en Maria Ziekenhuis Noord-Limburg, V.Z.W., Kliniekstraat 2, 3920 Lommel wordt een verlenging van erkenning verleend in Ziekenhuis Maas en Kempen, Monseigneur Koningsstraat 10, 3690 Maaseik voor — 20 bedden, waarvan — op de Campus Bree, Rode Kruislaan 40, 3960 Bree MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46281 — 20 bedden Sp-locomotorisch vanaf 1 april 2008 tot en met 31 maart 2013 Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 6/05/2009 wordt aan Ziekenhuis Maas en Kempen, V.Z.W., Monseigneur Koningsstraat 10, 3680 Maaseik onder het erkenningsnummer 717 een verlenging van erkenning verleend in Ziekenhuis Maas en Kempen, Monseigneur Koningsstraat 10 te 3680 Maaseik voor de functie van palliatieve zorg. De verlenging van erkenning wordt verleend vanaf 1 april 2008 tot en met 31 maart 2013. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 6/05/2009 wordt aan Ziekenhuis Maas en Kempen, V.Z.W., Monseigneur Koningsstraat 10, 3680 Maaseik onder het erkenningsnum- mer 717 een verlenging van erkenning verleend in Ziekenhuis Maas en Kempen, Monseigneur Koningsstraat 10 te 3680 Maaseik voor de functie voor intensieve zorg — op de Campus Maaseik, Monseigneur Koningsstraat 10, 3680 Maaseik met een capaciteit van 6 bedden waarvan : 4 C-bedden in functie intensieve zorg 2 D-bedden in functie intensieve zorg. De verlenging van erkenning wordt verleend vanaf 1 april 2008 tot en met 31 maart 2013. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 6/05/2009 wordt aan Ziekenhuis Maas en Kempen, V.Z.W., Monseigneur Koningsstraat 10, 3680 Maaseik onder het erkenningsnummer 717 een verlenging van erkenning verleend in Ziekenhuis Maas en Kempen, Monseigneur Koningsstraat 10 te 3680 Maaseik voor de functie gespecialiseerde spoedgevallenzorg — op de Campus Maaseik, Monseigneur Koningsstraat 10, 3680 Maaseik De verlenging van erkenning wordt verleend vanaf 1 april 2008 tot en met 31 maart 2013. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 6/05/2009 wordt aan Ziekenhuis Maas en Kempen, V.Z.W., Monseigneur Koningsstraat 10, 3680 Maaseik onder het erkenningsnum- mer 717 een verlenging van erkenning verleend in Ziekenhuis Maas en Kempen, Monseigneur Koningsstraat 10 te 3680 Maaseik voorde functie eerste opvang spoedgevallen — op de Campus Bree, Rode Kruislaan 40, 3960 Bree De verlenging van erkenning wordt verleend vanaf 1 april 2008 tot en met 31 maart 2013. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 6/05/2009 wordt aan Ziekenhuis Maas en Kempen, V.Z.W., Monseigneur Koningsstraat 10, 3680 Maaseik onder het erkenningsnum- mer 717 een verlenging van erkenning verleend in Ziekenhuis Maas en Kempen, Monseigneur Koningsstraat 10 te 3680 Maaseik voor de functie chirurgische daghospitalisatie — op de Campus Maaseik, Monseigneur Koningsstraat 10, 3680 Maaseik De verlenging van erkenning wordt verleend vanaf 1 april 2008 tot en met 31 maart 2013. — op de Campus Bree, Rode Kruislaan 40, 3960 Bree De verlenging van erkenning wordt verleend vanaf 1 april 2008 tot en met 31 maart 2013. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 6/05/2009 wordt aan Ziekenhuis Maas en Kempen, V.Z.W., Monseigneur Koningsstraat 10, 3680 Maaseik onder het erkenningsnum- mer 717 een verlenging van erkenning verleend in Ziekenhuis Maas en Kempen, Monseigneur Koningsstraat 10 te 3680 Maaseik voor de functie niet-chirurgische daghospitalisatie — op de Campus Maaseik, Monseigneur Koningsstraat 10, 3680 Maaseik De verlenging van erkenning wordt verleend vanaf 1 april 2008 tot en met 31 maart 2013. — op de Campus Bree, Rode Kruislaan 40, 3960 Bree De verlenging van erkenning wordt verleend vanaf 1 april 2008 tot en met 31 maart 2013. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 6/05/2009 wordt aan Ziekenhuis Maas en Kempen, V.Z.W., Monseigneur Koningsstraat 10, 3680 Maaseik onder het erkenningsnum- mer 717 een verlenging van erkenning verleend in Ziekenhuis Maas en Kempen, Monseigneur Koningsstraat 10 te 3680 Maaseik voor de functie mobiele urgentiegroep — op de Campus Maaseik, Monseigneur Koningsstraat 10, 3680 Maaseik De verlenging van erkenning wordt verleend vanaf 1 april 2008 tot en met 31 maart 2013. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 6/05/2009 wordt aan Ziekenhuis Maas en Kempen, V.Z.W., Monseigneur Koningsstraat 10, 3680 Maaseik onder het erkenningsnummer 717 een verlenging van erkenning verleend in Ziekenhuis Maas en Kempen, Monseigneur Koningsstraat 10 te 3680 Maaseik voor de functie van lokale neonatale zorg (N*-functie) — op de Campus Bree, Rode Kruislaan 40, 3960 Bree De verlenging van erkenning wordt verleend vanaf 1 april 2008 tot en met 31 maart 2013. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 6/05/2009 wordt aan Ziekenhuis Maas en Kempen, V.Z.W., Monseigneur Koningsstraat 10, 3680 Maaseik onder het erkenningsnummer 717 een verlenging van erkenning verleend in Ziekenhuis Maas en Kempen, Monseigneur Koningsstraat 10 te 3680 Maaseik voor de functie ziekenhuisbloedbank — op de Campus Maaseik, Monseigneur Koningsstraat 10, 3680 Maaseik De verlenging van erkenning wordt verleend vanaf 1 april 2008 tot en met 31 maart 2013. — op de Campus Bree, Rode Kruislaan 40, 3960 Bree De verlenging van erkenning wordt verleend vanaf 1 april 2008 tot en met 31 maart 2013. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 6/05/2009 wordt aan Ziekenhuis Maas en Kempen, V.Z.W., Monseigneur Koningsstraat 10, 3680 Maaseik onder het erkenningsnummer 717 een verlenging van erkenning verleend in Ziekenhuis Maas en Kempen, Monseigneur Koningsstraat 10 te 3680 Maaseik voor de dienst voor medische beeldvorming waarin een transversale axiale tomograaf is opgesteld De verlenging van erkenning wordt verleend vanaf 1 april 2008 tot en met 31 maart 2013. Er staat 1 toestel opgesteld op de Campus Maaseik, Monseigneur Koningsstraat 10, 3680 Maaseik. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 6/05/2009 wordt aan Ziekenhuis Maas en Kempen, V.Z.W., Monseigneur Koningsstraat 10, 3680 Maaseik onder het erkenningsnummer 717 een verlenging van erkenning verleend in Ziekenhuis Maas en Kempen, Monseigneur Koningsstraat 10 te 3680 Maaseik voor het zorgprogramma cardiale pathologie A — op de Campus Maaseik, Monseigneur Koningsstraat 10, 3680 Maaseik De verlenging van erkenning wordt verleend vanaf 1 april 2008 tot en met 31 maart 2013. 46282 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 6/05/2009 wordt aan Ziekenhuis Maas en Kempen, V.Z.W., Monseigneur Koningsstraat 10, 3680 Maaseik onder het erkenningsnummer 717 een verlenging van erkenning verleend in Ziekenhuis Maas en Kempen, Monseigneur Koningsstraat 10 te 3680 Maaseik voor het zorgprogramma cardiale pathologie P — op de Campus Maaseik, Monseigneur Koningsstraat 10, 3680 Maaseik De verlenging van erkenning wordt verleend vanaf 1 april 2008 tot en met 31 maart 2013. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 6/05/2009 wordt aan Ziekenhuis Maas en Kempen, V.Z.W., Monseigneur Koningsstraat 10, 3680 Maaseik onder het erkenningsnummer 717 een verlenging van erkenning verleend in Ziekenhuis Maas en Kempen, Monseigneur Koningsstraat 10 te 3680 Maaseik voor het zorgprogramma oncologische basiszorg — op de Campus Maaseik, Monseigneur Koningsstraat 10, 3680 Maaseik De verlenging van erkenning wordt verleend vanaf 1 april 2008 tot en met 31 maart 2013. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 6/05/2009 wordt aan Ziekenhuis Maas en Kempen, V.Z.W., Monseigneur Koningsstraat 10, 3680 Maaseik onder het erkenningsnummer 717 een verlenging van erkenning verleend in Ziekenhuis Maas en Kempen, Monseigneur Koningsstraat 10 te 3680 Maaseik voor het zorgprogramma voor kinderen dat een dienst voor kindergeneeskunde (kenletter E) omvat — op de Campus Bree, Rode Kruislaan 40, 3960 Bree met een capaciteit van 15 bedden De verlenging van erkenning wordt verleend vanaf 1 april 2008 tot en met 31 maart 2013. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 6/05/2009 wordt aan Ziekenhuis Maas en Kempen, V.Z.W., Monseigneur Koningsstraat 10, 3680 Maaseik onder het erkenningsnum- mer 717 een verlenging van erkenning verleend van een zorgprogramma voor de geriatrische patiënt in Ziekenhuis Maas en Kempen, Monseigneur Koningsstraat 10 te 3680 Maaseik. Volgende diensten maken deel uit van het zorgprogramma en voldoen aan de normen. — externe liaison — geriatrisch consult — op de Campus Maaseik, Monseigneur Koningsstraat 10 te 3680 Maaseik — op de Campus Bree, Rode Kruislaan 40 te 3960 Bree — dienst voor geriatrie — op de Campus Maaseik, Monseigneur Koningsstraat 10 te 3680 Maaseik — op de Campus Bree, Rode Kruislaan 40 te 3960 Bree. De verlenging van erkenning wordt verleend vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 maart 2013. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 20/05/2009 wordt aan Ziekenhuis Oost-Limburg, Autonome Verzorgingsinstelling, Schiepse Bos 6, 3600 Genk wordt onder het erkenningsnummer 371 een verlenging van erkenning verleend in Algemeen Ziekenhuis Oost-Limburg A.V., Schiepse Bos 6 te 3600 Genk voor het zorgprogramma reproductieve geneeskunde B — op de Campus Sint-Jan, Schiepse Bos 6, 3600 Genk. De verlenging van erkenning wordt verleend vanaf 1 juli 2008 tot en met 30 juni 2013. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 27/05/2009 wordt aan Kristelijke Medico - Sociale Instellingen, V.Z.W., Steenweg Op Merksplas 44, 2300 Turnhout onder het erkenningsnummer 090 een verlenging van erkenning verleend in Algemeen Ziekenhuis Sint-Jozef, Steenweg Op Merksplas 44 te 2300 Turnhout voor het zorgprogramma voor kinderen dat een dienst voor kindergeneeskunde (kenletter E) omvat met een capaciteit van 22 bedden. De verlenging van erkenning wordt verleend vanaf 1 januari 2008 tot en met 31 december 2011. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 28/05/2009 wordt aan Heilig Hartziekenhuis, V.Z.W., Gasthuis- straat 1, 2400 Mol en Algemeen Ziekenhuis Sint-Dimpna, V.Z.W., J.B. Stessensstraat 2, 2440 Geel een erkenning verleend als ziekenhuisgroepering, bestaande uit de instellingen : — Heilig Hartziekenhuis (E.102), Gasthuisstraat 1, 2400 Mol en — Algemeen Ziekenhuis Sint-Dimpna (E.709), J.B. Stessensstraat 2, 2440 Geel. De erkenning gaat in op 1 april 2009. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 28/05/2009 wordt aan Christelijk Algemeen Ziekenhuis Midden-Limburg, V.Z.W., Salvatorstraat 20, 3500 Hasselt onder het erkenningsnum- mer 714 een voorlopige erkenning verleend in Sint-Franciscusziekenhuis, Pastoor Paquaylaan 129 te 3550 Heusden- Zolder voor —15 bedden, zijnde : — 15 A-bedden (dag- en nachthospitalisatie) vanaf 22 juni 2009 tot en met 21 december 2009, Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 28/05/2009 wordt aan Christelijk Algemeen Ziekenhuis Midden-Limburg, V.Z.W., Salvatorstraat 20, 3500 Hasselt onder het erkenningsnum- mer 714 een aanpassing van erkenning verleend in Sint-Franciscusziekenhuis, Pastoor Paquaylaan 129 te 3550 Heusden- Zolder waardoor : — het aantal D-bedden wordt aangepast van 79 naar 58 vanaf 22 juni 2009 Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 28/05/2009 wordt aan Ziekenhuis Maas en Kempen, V.Z.W., Monseigneur Koningsstraat 10, 3680 Maaseik onder het erkenningsnum- mer 717 een verlenging van erkenning verleend in Ziekenhuis Maas en Kempen, Monseigneur Koningsstraat 10 te 3680 Maaseik voor de functie voor intensieve zorg — op de Campus Maaseik, Monseigneur Koningsstraat 10, 3680 Maaseik met een capaciteit van 8 bedden waarvan : 4 C-bedden in functie intensieve zorg 4 D-bedden in functie intensieve zorg. De verlenging van erkenning wordt verleend vanaf 1 april 2009 tot en met 31 maart 2013. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 29/05/2009 wordt aan Openbare Vereniging Algemeen Ziekenhuis Vesalius, Hazelereik 51, 3700 Tongeren onder het erkenningsnummer 716 een verlenging van erkenning verleend in Algemeen Ziekenhuis Vesalius, Hazelereik 51, 3700 Tongeren voor — 340 bedden, waarvan MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46283 — op de Campus Tongeren, Hazelereik 51, 3700 Tongeren — 91 C-bedden vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2013 waarvan 4 C-bedden intensieve zorg — 121 D-bedden vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2013 waarvan 5 D-bedden intensieve zorg — 77 G-bedden vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2013 — 15 M-bedden vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2013 — 30 bedden Sp-locomotorisch vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2013 — 6 bedden Sp-palliatief vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2013 — de functie ziekenhuisapotheek vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2013. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 29/05/2009 wordt aan Openbare Vereniging Algemeen Ziekenhuis Vesalius, Hazelereik 51, 3700 Tongeren onder het erkenningsnummer 716 een verlenging van erkenning verleend in Algemeen Ziekenhuis Vesalius, Hazelereik 51 te 3700 Tongeren voor de functie van palliatieve zorg. De verlenging van erkenning wordt verleend vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2013. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 29/05/2009 wordt aan Openbare Vereniging Algemeen Ziekenhuis Vesalius, Hazelereik 51, 3700 Tongeren onder het erkenningsnummer 716 een verlenging van erkenning verleend in Algemeen Ziekenhuis Vesalius, Hazelereik 51 te 3700 Tongeren voor de functie gespecialiseerde spoedgevallenzorg — op de Campus Tongeren, Hazelereik 51, 3700 Tongeren. De verlenging van erkenning wordt verleend vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2013. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 29/05/2009 wordt aan Openbare Vereniging Algemeen Ziekenhuis Vesalius, Hazelereik 51, 3700 Tongeren onder het erkenningsnummer 716 een verlenging van erkenning verleend in Algemeen Ziekenhuis Vesalius, Hazelereik 51 te 3700 Tongeren voor de functie voor intensieve zorg — op de Campus Tongeren, Hazelereik 51, 3700 Tongeren met een capaciteit van 9 bedden waarvan : 4 C-bedden in functie intensieve zorg 5 D-bedden in functie intensieve zorg De verlenging van erkenning wordt verleend vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2013. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 29/05/2009 wordt aan Openbare Vereniging Algemeen Ziekenhuis Vesalius, Hazelereik 51, 3700 Tongeren onder het erkenningsnummer 716 een verlenging van erkenning verleend in Algemeen Ziekenhuis Vesalius, Hazelereik 51 te 3700 Tongeren voor de functie chirurgische daghospitalisatie — op de Campus Tongeren, Hazelereik 51, 3700 Tongeren — op de campus Bilzen, Hospitaalstraat 15, 3740 Bilzen. De verlenging van erkenning wordt verleend vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2013. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 29/05/2009 wordt aan Openbare Vereniging Algemeen Ziekenhuis Vesalius, Hazelereik 51, 3700 Tongeren onder het erkenningsnummer 716 een verlenging van erkenning verleend in Algemeen Ziekenhuis Vesalius, Hazelereik 51 te 3700 Tongeren voor de functie niet-chirurgische daghospitalisatie — op de Campus Tongeren, Hazelereik 51, 3700 Tongeren. De verlenging van erkenning wordt verleend vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2013. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 29/05/2009 wordt aan Openbare Vereniging Algemeen Ziekenhuis Vesalius, Hazelereik 51, 3700 Tongeren onder het erkenningsnummer 716 een verlenging van erkenning verleend in Algemeen Ziekenhuis Vesalius, Hazelereik 51 te 3700 Tongeren voor de functie mobiele urgentiegroep — op de Campus Tongeren, Hazelereik 51, 3700 Tongeren. De verlenging van erkenning wordt verleend vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2013. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 29/05/2009 wordt aan Openbare Vereniging Algemeen Ziekenhuis Vesalius, Hazelereik 51, 3700 Tongeren onder het erkenningsnummer 716 een verlenging van erkenning verleend in Algemeen Ziekenhuis Vesalius, Hazelereik 51 te 3700 Tongeren voor de functie van lokale neonatale zorg (N*-functie) — op de Campus Tongeren, Hazelereik 51, 3700 Tongeren. De verlenging van erkenning wordt verleend vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2013. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 29/05/2009 wordt aan Openbare Verenging Algemeen Ziekenhuis Vesalius, Hazelereik 51, 3700 Tongeren onder het erkenningsnummer 716 een verlenging van erkenning verleend in Algemeen Ziekenhuis Vesalius, Hazelereik 51 te 3700 Tongeren voor de functie ziekenhuisbloedbank — op de Campus Tongeren, Hazelereik 51, 3700 Tongeren. De verlenging van erkenning wordt verleend vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2013. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 29/05/2009 wordt aan Openbare Vereniging Algemeen Ziekenhuis Vesalius, Hazelereik 51, 3700 Tongeren onder het erkenningsnummer 716 een verlenging van erkenning verleend in Algemeen Ziekenhuis Vesalius, Hazelereik 51 te 3700 Tongeren voor de dienst medische beeldvorming met magnetische resonantie tomograaf. De verlenging van erkenning wordt verleend vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2013. Er staat 1 toestel opgesteld op de Campus Tongeren, Hazelereik 51, 3700 Tongeren. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 29/05/2009 wordt aan Openbare Vereniging Algemeen Ziekenhuis Vesalius, Hazelereik 51, 3700 Tongeren onder het erkenningsnummer 716 een verlenging van erkenning verleend in Algemeen Ziekenhuis Vesalius, Hazelereik 51 te 3700 Tongeren voor de dienst voor medische beeldvorming waarin een transversale axiale tomograaf is opgesteld. De verlenging van erkenning wordt verleend vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2013. Er staat 1 toestel opgesteld op de Campus Tongeren, Hazelereik 51, 3700 Tongeren. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 29/05/2009 wordt aan Openbare Vereniging Algemeen Ziekenhuis Vesalius, Hazelereik 51, 3700 Tongeren onder het erkenningsnummer 716 een verlenging van erkenning verleend in Algemeen Ziekenhuis Vesalius, Hazelereik 51 te 3700 Tongeren voor het zorgprogramma cardiale pathologie A — op de Campus Tongeren, Hazelereik 51, 3700 Tongeren. De verlenging van erkenning wordt verleend vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2013. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 29/05/2009 wordt aan Openbare Vereniging Algemeen Ziekenhuis Vesalius, Hazelereik 51, 3700 Tongeren onder het erkenningsnummer 716 een verlenging van erkenning verleend in Algemeen Ziekenhuis Vesalius, Hazelereik 51 te 3700 Tongeren voor het zorgprogramma cardiale pathologie P 46284 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD — op de Campus Tongeren, Hazelereik 51, 3700 Tongeren. De verlenging van erkenning wordt verleend vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2013. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 29/05/2009 wordt aan Openbare Vereniging Algemeen Ziekenhuis Vesalius, Hazelereik 51, 3700 Tongeren onder het erkenningsnummer 716 een verlenging van erkenning verleend in Algemeen Ziekenhuis Vesalius, Hazelereik 51 te 3700 Tongeren voor het zorgprogramma oncologische basiszorg — op de Campus Tongeren, Hazelereik 51, 3700 Tongeren — op de campus Bilzen, Hospitaalstraat 15, 3740 Bilzen De verlenging van erkenning wordt verleend vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2013. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 29/05/2009 wordt aan Openbare Vereniging Algemeen Ziekenhuis Vesalius, Hazelereik 51, 3700 Tongeren onder het erkenningsnum- mer 716 een verlenging van erkenning verleend in Algemeen Ziekenhuis Vesalius, Hazelereik 51 te 3700 Tongeren voor het zorgprogramma voor kinderen dat een dienst voor kindergeneeskunde (kenletter E) omvat — op de Campus Tongeren, Hazelereik 51, 3700 Tongeren met een capaciteit van 15 bedden De verlenging van erkenning wordt verleend vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2013. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 29/05/2009 wordt aan Openbare Vereniging Algemeen Ziekenhuis Vesalius, Hazelereik 51, 3700 Tongeren onder het erkenningsnummer 716 een verlenging van erkenning verleend van een zorgprogramma voor de geriatrische patiënt in Algemeen Ziekenhuis Vesalius, Hazelereik 51 te 3700 Tongeren. Volgende diensten maken deel uit van het zorgprogramma en voldoen aan de normen. — externe liaison — geriatrisch consult — op de Campus Tongeren, Hazelereik 51 te 3700 Tongeren — dienst voor geriatrie — op de Campus Tongeren, Hazelereik 51 te 3700 Tongeren. De verlenging van erkenning wordt verleend vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2013. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 29/05/2009 wordt aan Regionaal Ziekenhuis Heilig Hart, V.Z.W., Naamsestraat 105, 3000 Leuven onder het erkenningsnummer 108 een verlenging van erkenning verleend in Regionaal Ziekenhuis Heilig Hart, Naamsestraat 105 te 3000 Leuven voor — 272 bedden, zijnde : — 77 C-bedden vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2013, — 74 D-bedden vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2013, waarvan 8 D-bedden intensieve zorg — 57 G-bedden vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2013, — 38 M-bedden vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2013, — 20 bedden Sp-neurologisch vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2013, — 6 bedden Sp-palliatief vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2013, — de functie ziekenhuisapotheek vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2013. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 29/05/2009 wordt aan Regionaal Ziekenhuis Heilig Hart, V.Z.W., Naamsestraat 105, 3000 Leuven onder het erkenningsnummer 108 een verlenging van erkenning verleend in Regionaal Ziekenhuis Heilig Hart, Naamsestraat 105 te 3000 Leuven voor de functie van palliatieve zorg. De verlenging van erkenning wordt verleend vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2013. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 29/05/2009 wordt aan Regionaal Ziekenhuis Heilig Hart, V.Z.W., Naamsestraat 105, 3000 Leuven onder het erkenningsnummer 108 een verlenging van erkenning verleend in Regionaal Ziekenhuis Heilig Hart, Naamsestraat 105 te 3000 Leuven voor de functie chirurgische daghospitalisatie. De verlenging van erkenning wordt verleend vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2013. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 29/05/2009 wordt aanRegionaal Ziekenhuis Heilig Hart, V.Z.W., Naamsestraat 105, 3000 Leuven onder het erkenningsnummer 108 een verlenging van erkenning verleend in Regionaal Ziekenhuis Heilig Hart, Naamsestraat 105 te 3000 Leuven voor de functie niet-chirurgische daghospitalisatie. De verlenging van erkenning wordt verleend vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2013. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 29/05/2009 wordt aan Regionaal Ziekenhuis Heilig Hart, V.Z.W., Naamsestraat 105, 3000 Leuven onder het erkenningsnummer 108 een verlenging van erkenning verleend in Regionaal Ziekenhuis Heilig Hart, Naamsestraat 105 te 3000 Leuven voorde functie van lokale neonatale zorg (N*-functie). De verlenging van erkenning wordt verleend vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2013. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 29/05/2009 wordt aan Regionaal Ziekenhuis Heilig Hart, V.Z.W., Naamsestraat 105, 3000 Leuven onder het erkenningsnummer 108 een verlenging van erkenning verleend in Regionaal Ziekenhuis Heilig Hart, Naamsestraat 105 te 3000 Leuven voor de functie gespecialiseerde spoedgevallenzorg. De verlenging van erkenning wordt verleend vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2013. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 29/05/2009 wordt aan Regionaal Ziekenhuis Heilig Hart, V.Z.W., Naamsestraat 105, 3000 Leuven onder het erkenningsnummer 108 een verlenging van erkenning verleend in Regionaal Ziekenhuis Heilig Hart, Naamsestraat 105 te 3000 Leuven voor de functie voor intensieve zorg met een capaciteit van 8 bedden, zijnde8 D-bedden in functie intensieve zorg De verlenging van erkenning wordt verleend vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2013. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 29/05/2009 wordt aan Regionaal Ziekenhuis Heilig Hart, V.Z.W., Naamsestraat 105, 3000 Leuven onder het erkenningsnummer 108 een verlenging van erkenning verleend in Regionaal Ziekenhuis Heilig Hart, Naamsestraat 105 te 3000 Leuven voor de functie ziekenhuisbloedbank. De verlenging van erkenning wordt verleend vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2013. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 29/05/2009 wordt aan Regionaal Ziekenhuis Heilig Hart, V.Z.W., Naamsestraat 105, 3000 Leuven onder het erkenningsnummer 108 een verlenging van erkenning verleend in Regionaal Ziekenhuis Heilig Hart, Naamsestraat 105 te 3000 Leuven voor de dienst voor medische beeldvorming waarin een transversale axiale tomograaf is opgesteld. De verlenging van erkenning wordt verleend vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2013. MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46285 Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 29/05/2009 wordt aan Regionaal Ziekenhuis Heilig Hart, V.Z.W., Naamsestraat 105, 3000 Leuven onder het erkenningsnummer 108 een verlenging van erkenning verleend in Regionaal Ziekenhuis Heilig Hart, Naamsestraat 105 te 3000 Leuven voor het zorgprogramma reproductieve geneeskunde B. De verlenging van erkenning wordt verleend vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2013. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 29/05/2009 wordt aan Regionaal Ziekenhuis Heilig Hart, V.Z.W., Naamsestraat 105, 3000 Leuven onder het erkenningsnummer 108 een verlenging van erkenning verleend in Regionaal Ziekenhuis Heilig Hart, Naamsestraat 105 te 3000 Leuven voor het zorgprogramma cardiale pathologie A. De verlenging van erkenning wordt verleend vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2013. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 29/05/2009 wordt aan Regionaal Ziekenhuis Heilig Hart, V.Z.W., Naamsestraat 105, 3000 Leuven onder het erkenningsnummer 108 een verlenging van erkenning verleend in Regionaal Ziekenhuis Heilig Hart, Naamsestraat 105 te 3000 Leuven voor het zorgprogramma cardiale pathologie P. De verlenging van erkenning wordt verleend vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2013. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 29/05/2009 wordt aan Regionaal Ziekenhuis Heilig Hart, V.Z.W., Naamsestraat 105, 3000 Leuven onder het erkenningsnummer 108 een verlenging van erkenning verleend in Regionaal Ziekenhuis Heilig Hart, Naamsestraat 105 te 3000 Leuven voor het zorgprogramma oncologische basiszorg. De verlenging van erkenning wordt verleend vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2013. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 29/05/2009 wordt aan Regionaal Ziekenhuis Heilig Hart, V.Z.W., Naamsestraat 105, 3000 Leuven onder het erkenningsnummer 108 een verlenging van erkenning verleend in Regionaal Ziekenhuis Heilig Hart, Naamsestraat 105 te 3000 Leuven voor het zorgprogramma voor kinderen dat een dienst voor kindergeneeskunde (kenletter E) omvat met een capaciteit van 15 bedden. De verlenging van erkenning wordt verleend vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2013. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 29/05/2009 wordt aan Regionaal Ziekenhuis Heilig Hart, V.Z.W., Naamsestraat 105, 3000 Leuven onder het erkenningsnummer 108 een verlenging van erkenning verleend van een zorgprogramma voor de geriatrische patiënt in Regionaal Ziekenhuis Heilig Hart, Naamsestraat 105 te 3000 Leuven. Volgende diensten maken deel uit van het zorgprogramma en voldoen aan de normen. — externe liaison — dienst voor geriatrie — geriatrisch consult De verlenging van erkenning wordt verleend vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2013. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 4/05/2009 wordt aan Provincialaat der Broeders van Liefde, V.Z.W., Stropstraat 119, 9000 Gent onder het erkenningsnummer 982 een verlenging van erkenning verleend in Psychiatrisch Centrum Sint-Amandus, Reigerlostraat 10, 8730 Beernem voor 475 bedden/plaatsen, zijnde : — 90 A-bedden (dag- en nachthospitalisatie) vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2013. — 20 a-plaatsen (daghospitalisatie) vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2013. — 1 a-bedden (nachthospitalisatie) vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2013. — 285 T-bedden (dag- en nachthospitalisatie) vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2013. — 24 t-plaatsen (daghospitalisatie) vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2013. — 1 t-bedden (nachthospitalisatie) vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2013. — 54 Sp-psychogeriatrie-bedden voor behandeling en revalidatie van patiënten met psychogeriatrische aandoening vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2013. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 4/05/2009 wordt aan Provincialaat der Broeders van Liefde, V.Z.W., Stropstraat 119, 9000 Gent onder het erkenningsnummer 982 een erkenning verleend in Psychiatrisch Centrum Sint-Amandus, Reigerlostraat 10 te 8730 Beernem voor de functie ziekenhuisapotheek. Deze erkenning wordt verleend vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2013. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 14/05/2009 wordt aan Emmaüs, V.Z.W., Edgard Tinellaan 1, 2800 Mechelen onder het erkenningsnummer 970 een verlenging van voorlopige erkenning verleend in Psychiatrisch Centrum Sint-Norbertushuis, Stationsstraat 22, 2570 Duffel voor 120 bedden/plaatsen, zijnde : — 120 A-bedden (dag- en nachthospitalisatie) vanaf 14 oktober 2008 tot en met 13 april 2009. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 14/05/2009 wordt aan het Samenwerkingsverband Beschut Wonen De Linde, V.Z.W., Veemarkt 3 te 3290 Diest onder erkenningsnum- mer 012 een aanpassing van erkenning verleend waardoor : — op de Veemarkt 3/3, 3290 Diest — het aantal plaatsen beschut wonen wordt aangepast van 7 naar 6 vanaf 1 april 2009 waarvan 6 met groepswonen — op de Pastoor Dergentlaan 15/4, 3200 Aarschot - het aantal plaatsen beschut wonen wordt aangepast van 0 naar 1 vanaf 1 april 2009 waarvan 1 met individueel wonen. — Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 18/05/2009 wordt aan het Samenwerkingsverband Beschut Wonen Noord-Limburg, V.Z.W., Burgemeester Laenenstraat 7/25 te 3900 Overpelt onder erkenningsnummer 074 een aanpassing van erkenning verleend waardoor : — op de Tongersesteenweg 117, 3800 Sint-Truiden - het aantal plaatsen beschut wonen wordt aangepast van 5 naar 0 vanaf 1 mei 2009 — op de Dorpsstraat 3, 3910 Neerpelt - het aantal plaatsen beschut wonen wordt aangepast van 0 naar 5 vanaf 1 mei 2009 waarvan 5 met groepswonen Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 28/05/2009 wordt aan 46286 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Openbaar Psychiatrische Ziekehuis Rekem, Daalbroekstraat 106, 3621 Lanaken onder het erkenningsnummer 909 een aanpassing van erkenning verleend in Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum Rekem, Daalbroekstraat 106, 3621 Lanaken waardoor : — het aantal a(d)-plaatsen (daghospitalisatie) wordt aangepast van 10 naar 13 vanaf 1 mei 2009 tot en met 31 december 2009. — het aantal a(n)-bedden (nachthospitalisatie) wordt aangepast van 4 naar 1 vanaf 1 mei 2009 tot en met 31 december 2009. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 04/05/2009 wordt aan vzw De Kouter, Woon- en zorgcentrum, Jules Bordetlaan 160 te 1140 Evere, de voorafgaande vergunning verleend voor het bouwen van een serviceflatgebouw met 60 wooneenheden te 2820 Bonheiden, Bleukstraat Deze voorafgaande vergunning geldt voor vijf jaar. De geldigheidsduur kan eenmalig verlengd worden met drie jaar door, uiterlijk twee maanden voor het verstrijken ervan, een ontvankeljke aanvraag bij het agentschap in te dienen. Als binnen de geldigheidsduur de werken die nodig zijn om het initiatief te verwezenlijken niet zijn ngevat, vervalt de voorafgaande vergunning van rechtswege. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 04/0512009 wordt artikel 1 van het besluit van de administrateur- generaal van 9januari 2009 aangepast als volgt : ″Aan de vzw ″″Bejaardenzorg CLV van 7 Weeën″, Bruggestraat 29 te 8755 Ruiselede, wordt de voorafgaande vergunning verleend voor het wijzigen van de capaciteit van het rusthuis ″RVT Jeruzalem″, Stijn Streuvelsstraat IA te 8000 Brugge, door uitbreiding met 30 woongelegenheden, zodat de maximale huisvestingscapaciteit van het rusthuis 90 woongelegenheden zal bedragen.″. De voorafgaande vergunning van 9januari 2009 geldt tot 9januari 2014. De geldigheidsduur kan eenmalig verlengd worden met drie jaar door, uiterlijk tweè maanden voor het verstrijken ervan, een ontvankeljke aanvraag bij het agentschap in te dienen. Als binnen de geldigheidsduur de werken die nodig zijn om het initiatief te verwezenlijken niet zijn aangevat, vervalt de voorafgaande vergunning van rechtswege. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 04/05/2009 wordt het centrum voor kortverblijf, verbonden aan het rusthuis WZC Ter Engelen, Polderstraat 4 in 9160 Lokeren, en uitgebaat door de vzw Rustoord Ter Engelen, Polderstraat 4 in 9160 Lokeren, erkend met ingang van 2 februari 2009 tot en met 31 augustus 2012 onder nummer KPE 1053 voor 9 woongelegenheden. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 04/05/2009 wordt aan de vzw ″Woon- en Zorgcentrum Sint-Camillus″, Kloosterstraat 21 te 8560 Wevelgem de voorafgaande vergunning verleend voor het bouwen van een serviceflatgebouw met 30 wooneenheden, op een terrein gelegen aan de Menenstraat te 8560 Wevelgem. Deze voorafgaande vergunning geldt voor vijf jaar. De geldigheidsduur kan eenmalig verlengd worden met drie jaar door, uiterlijk twee maanden voor het verstrijken ervan, een ontvankelijke aanvraag bij het agentschap in te dienen. Als binnen de geldigheidsduur de werken die nodig zijn om het initiatief te verwezenlijken niet zijn aangevat, vervalt de voorafgaande vergunning van rechtswege. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 04/05/2009 wordt aan de vzw ″Bejaardenzorg Onze-Lieve-Vrouw van 7 Weeën Ruiselede″, Bruggestraat 29 te 8755 Ruiselede, de voorafgaande vergunning verleend voor het wijzigen van de capaciteit van het rusthuis ″Herdershove″, Oude Oostendse Steenweg 95 te 8000 Brugge, door uitbreiding met 14 woongelegenheden, zodat de maximale huisvestingscapaciteit van het rusthuis 174 woongelegenheden zal bedragen. Deze voorafgaande vergunning geldt voor vijf jaar. De geldigheidsduur kan eenmalig verlengd worden met drie jaar door, uiterlijk twee maanden voor het verstrijken ervan, een ontvankeljke aanvraag bij het agentschap in te dienen. Als binnen de geldigheidsduur de werken die nodig zijn om het initiatief te verwezenlijken niet zijn aangevat, vervalt de voorafgaande vergunning van rechtswege. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 05/05/2009 wordt aan de vzw Pniël, Rusthuislaan 21 te 2242 Zandhoven (Pulderbos), de voorafgaande vergunning verleend voor de capaciteitsuitbreiding met vier woongelegen- heden van het rusthuis Pniël, zelfde adres. De totale opnamecapaciteit zal hierdoor 79 woongelegenheden bedragen. Deze voorafgaande vergunning geldt voor vijf jaar. De geldigheidsduur kan eenmalig verlengd worden met drie jaar door, uiterlijk twee maanden voor het verstrijken ervan, een ontvankeljke aanvraag bij het agentschap in te dienen. Als binnen de geldigheidsduur de werken die nodig zijn om het initiatief te verwezenlijken niet zijn aangevat, vervalt de voorafgaande vergunning van rechtswege. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 05/05/2009 wordt de erkenning onder nummer PE 2509 van het serviceflatgebouw Dr. Isidoor Bauwens, Sint Kamielstraat 30 te 9300 Aalst beheerd door vzw De Toekomst, Sint Kamielstraat 85 te 9300 Aalst, verlengd met ingang van 1 augustus 2008 tot en met 31juli 2011 voor maximaal 38 wooneenheden. Er wordt akte genomen van de brief van 3 juli 2008 van de vzw De Toekomst, met betrekking tot de naleving van de geldende brandveiligheidsnomien in de voorziening. De vzw De Toekomst is volledig verantwoordelijk voor de hierin opgenomen verklaringen en dient de administratie regelmatig in te lichten omtrent de vordering van de werkzaamheden inzake brandveiligheid. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 05/05/2009 wordt aan de vzw Amate, Sint-Antoniusstraat 21 te 2000 Antwerpen, de voorafgaande vergunning verleend voor de capaciteitsuitbreiding met één woongelegenheid van het rusthuis Onze Lieve Vrouw van Troost, Nazarethpad 107 te 2240 Zand hoven. De totale opnamecapaciteit zal hierdoor 83 woongelegenheden bedragen. Deze voorafgaande vergunning geldt voor vijf jaar. De geldigheidsduur kan eenmalig verlengd worden met drie jaar door, uiterlijk twee maanden voor het verstrijken ervan, een ontvankeljke aanvraag bij het agentschap in te dienen. Als binnen de geldigheidsduur de werken die nodig zijn om het initiatief te verwezenlijken niet zijn aangevat, vervalt de voorafgaande vergunning van rechtswege. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 05/05/2009 wordt aan de BVBA Woon en Zorg, Hoeksken 3, 9280 Lebbeke de voorafgaande vergunning verleend voor de bouw van een serviceflatgebouw Dr. Moeyersoons 2, Hoeksken 1-3 te 9280 Lebbeke met 25 wooneenheden. Deze voorafgaande vergunning geldt voor vijf jaar. MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46287 De geldigheidsduur kan eenmalig verlengd worden met drie jaar door, uiterlijk twee maanden voor het verstrijken ervan, een ontvankelijke aanvraag bij het agentschap in te dienen. Als binnen de geldigheidsduur de werken die nodig zijn om het initiatief te verwezenlijken niet zijn aangevat, vervalt de voorafgaande vergunning van rechtswege. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 05/05/2009 wordt de voorafgaande vergunning verleend bij besluit van de directeur- generaal van 20 april 2004 aan de vzw ″Woon- en Zorgcentrum SintVincentius″, Bevrijd ingslaan 18 te 8580 Avelgem, voor het herconditioneren van 26 tweepersoonskamers tot eenpersoonskamers en het bouwen van en vervangingsnieuwbouw met 30 woongele- genheden voor het rusthuis ″Woon- en Zorgcentrum Sint-Vincentius″, zelfde adres, eenmalig verlengd met een periode van 3 jaar met ingang van 20 april 2009. Als binnen de geldigheidsduur de werken die nodig zijn om het initiatief te verwezenlijken niet zijn aangevat, vervalt de voorafgaande vergunning van rechtswege. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 06/05/2009 wordt artikel 1 van het besluit van d directeur- generaal van 8juli 2002 aangepast als volgt : ″Aan het O.C.M.W. van Zaventem, Henneaulaan 1 te 1930 Zaventem, wordt de voorafgaande vergunning verleend voor de capaciteitsuitbreiding met 33 woongelegenheden van het rusthuis Isidoor Trappeniers, Hector Henneaulaan 1 te 1930 Zaventem, zodat de totale opnamecapaciteit van het rusthuis kan gebracht worden op 99 woongelegenheden De voorafgaande vergunning van 8 juli 2002 geldt tot 7juli 2010. Als binnen de geldigheidsduur de werken die nodig zijn om het initiatief te verwezenlijken niet zijn aangevat, vervalt de voorafgaande vergunning van rechtswege. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 06/05/2009 wordt aan de BVBA ″Brussels Senior Rent″, Jules Bordetlaan 160/1 te 1140 Brussel (Evere) wordt de voorafgaande vergunning verleend voor het bouwen van een serviceflatgebouw met 75 wooneenheden, gelegen langs de Schotlandstraat te 3290 Diest. Deze voorafgaande vergunning geldt voor vijf jaar. De geldigheidsduur kan eenmalig verlengd worden met drie jaar door, uiterlijk twee maanden voor het verstrijken ervan, een ontvankeljke aanvraag bij het agentschap in te dienen. Als binnen de geldigheidsduur de werken die nodig zijn om het initiatief te verwezenlijken niet zijn aangevat, vervalt de voorafgaande vergunning van rechtswege. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 06/05/2009 wordt de capaciteitsuitbreiding met 1 wooneenheid van het serviceflatgebouw ″Zilverschoon″, 0. de Stuersstraat 25 te 8900 leper, uitgebaat door de vzw ″Huize Zonnelied″, G. de Stuersstraat 21 te 8900 leper, erkend met ingang van 1 februari 2009 tot en met 31januari 2014 onder nummer PE 2486, zodat de maximale huisvestingscapaciteit van het serviceflatgebouw 5 wooneenheden bedraagt. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 06/05/2009 wordt de capaciteitsuitbreiding met 25 woongelegen- heden van het rusthuis WZC Zonnehove, Loofbiommestraat 4 te 9051 Gent, uitgebaat door de vzw Zorg-Saam Zusters Kindsheid Jesu, Onze Lieve Vrouwstraat 23 te 9041 Gent, erkend van 13 november 2008 tot en met 31 oktober 2011 onder nummer PE 703. De capaciteitsuitbreiding met 20 woongelegenheden van het rusthuis WZC Zonnehove, Loofbiommestraat 4 te 9051 Gent, uitgebaat door de vzw Zorg-Saam Zusters Kindsheid Jesu, Onze Lieve Vrouwstraat 23 te 9041 Gent, wordt erkend van 5 december 2008 tot en met 31 oktober 2011 onder nummer PE 703. De maximale opnamecapaciteit van het rusthuis bedraagt aldus 135 woongelegenheden. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 06/05/2009 wordt artikel 1 van het besluit van de administrateur- generaal van 25 november 2007 aangepast als volgt : ″Aan de vzw Eyckenborch, Bronnenweg 2/2 te 1755 Gooik, wordt de voorafgaande vergunning verleend voor de capaciteitsuitbreiding met 31 woongelegenheden van het rusthuis Eyckenborch, Bronnenweg 2 te 1755 Gooik, zodat de totale opnamecapaciteit van het rusthuis kan gebracht worden op 116 woongelegenheden ″. De voorafgaande vergunning van 25 november 2007 geldt tot 24 november 2012. Als binnen de geldigheidsduur de werken die nodig zijn om het initiatief te verwezenlijken niet zijn aangevat, vervalt de voorafgaande vergunning van rechtswege. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 06/05/2009 wordt aan de vzw RVT Sint-Jozef Deinze, Kortrjksesteenweg 61 te 9800 Deinze de voorafgaande vergunning verleend voor het bouwen van een serviceflatge- bouw met 30 wooneenheden aan de Kortrijksesteenweg te 9800 Deinze. Deze voorafgaande vergunning geldt voor vijf jaar. De geldigheidsduur kan eenmalig verlengd worden met drie jaar door, uiterlijk twee maanden voor het verstrijken ervan, een ontvankeljke aanvraag bij het agentschap in te dienen. Als binnen de geldigheidsduur de werken die nodig zijn om het initiatief te verwezenlijken niet zijn aangevat, vervalt de voorafgaande vergunning van rechtswege. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 08/05/2009 wordt aan de vzw ″Ziekenhuis Maas en Kempen″, Monseigneur Koningsstraat 10 te 3680 Maaseik, de voorafgaande vergunning verleend voor het bouwen van een serviceflatgebouw met 25 wooneenheden, op een terrein gelegen langs de Monseigneur Koningsstraat te 3680 Maaseik. Deze voorafgaande vergunning geldt voor vijf jaar. De geldigheidsduur kan eenmalig verlengd worden met drie jaar door, uiterlijk twee maanden voor het verstrijken ervan, een ontvankeljke aanvraag bij het agentschap in te dienen. Als binnen de geldigheidsduur de werken die nodig zijn om het initiatief te verwezenlijken niet zijn aangevat, vervalt de voorafgaande vergunning van rechtswege. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 08/05/2009 wordt artikel 1 van het ministerieel besluit van 31 maart 1998 aangepast als volgt : ″Aan het OCMW van Waregem wordt de voorafgaande vergunning verleend voor de bouw van het rusthuis ’De Meers″ met 270 woongelegenheden, Schakelstraat 43 te 8790 Waregem, waarvan 150 woongelegenheden komende van het rusthuis ″’t Ware Heem″, 47 woongelegenheden komende vn het rusthuis ″d’Hagewinde″ en 73 woongelegenheden komende van de verbouwing van het rusthuis ″RVT De Zonne.″. De voorafgaande vergunning van 31 maart 1998 geldt tot 31 maart 2010. Als het initiatief op 31 maart 2010 slechts gedeeltelijk verwezenlijkt werd, vervalt de voorafgaande vergunning van rechtswege voor de niet-gerealiseerde opnamemogeljkheden. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 11/05/2009 wordt aan het OCMW van Waregem de voorafgaande vergunning verleend voor de bouw van een rusthuis met 32 woongelegenheden, Georges Coornaertstraat 11 te 8792 Waregem (Desselgem). Deze voorafgaande vergunning geldt voor vijf jaar. 46288 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD De geldigheidsduur kan eenmalig verlengd worden met drie jaar door, uiterlijk twee maanden voor het verstrijken ervan, een ontvankeljke aanvraag bij het agentschap in te dienen. Als binnen de geldigheidsduur de werken die nodig zijn om het initiatief te verwezenlijken niet zijn aangevat, vervalt de voorafgaande vergunning van rechtswege. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 11/05/2009 wordt artikel 1 van het besluit van de administrateur- generaal van 26 april 2007, en later gewijzigd, aangepast als volgt : ″Aan de NV Armonea, Eugene Flageyplein 18 te 1050 Brussel, wordt de voorafgaande vergunning verleend voor het bouwen van een rusthuis met 158 woongelegenheden te 2400 Mol, Kruisven 80″. De voorafgaande vergunning van 26 april 2007 is in haar aangepaste vorm geldig voor een periode van 12 jaar tot 26 april 2019 omdat 120 van de 158 woongelegenheden reeds erkend zijn. Als het initiatief op26 april 2019 slechts gedeeltelijk verwezenlijkt werd, vervalt de voorafgaande vergunning van rechtswege voor de niet-gerealiseerde opnamemogeljkheden. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 11/05/2009 wordt de erkenning onder nummer CE 2514 van het serviceflatgebouw Geestenspoor, Geestenspoor 71 in 2180 Ekeren (Antwerpen), beheerd door Zorgbedrijf OCMW Antwerpen Vereniging naar publiek recht, Lange Gasthuisstraat 33 in 2000 Antwerpen, verlengd met ingang van 1juli2009 tot en met 30juni2012 voor maximaal 19 wooneenheden. Een afwijking op erkenningsnorm 3.2.2. wordt verleend voor de duur van de verleende erkenningstermijn tot en met 30 juni 2012. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 11/05/2009 wordt het artikel 1 van het besluit van de administrateur-generaal van 24 mei 2008 aangepast als volgt : ″Aan de heer Johan Wittocx, Pachtersdreef 37 in 2850 Putte wordt de voorafgaande vergunning verleend voor het bouwen van een rusthuis met 76 woongelegenheden in 2850 Putte, Mechelbaan 585-595″. De voorafgaande vergunning van 24 mei 2008 geldt tot 24 mei 2013. Deze geldigheidsduur kan eenmalig verlengd worden met drie jaar door, uiterlijk twee maanden voor het verstrijken ervan, een ontvankeljke aanvraag bij het agentschap in te dienen. Als binnen de geldigheidsduur de werken die nodig zijn om het initiatief te verwezenlijken niet zijn aangevat, vervalt de voorafgaande vergunning van rechtswege. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 11/05/2009 wordt de capaciteitsuitbreiding met 10 woongelegen- heden van het rusthuis ’t Smeedeshof, Oude Arendonksebaan 38 te 2630 Oud-Turnhout, beheerd door de NV Armonea, Eugène Flageyplein 18 te 1050 Brussel, erkend met ingang van 1 juli 2008 tot 31 december 2011. De capaciteitsuitbreiding met 21 woongelegenheden van het rusthuis ’t Smeedeshof, Oude Arendonksebaan 38 te 2630 Oud-Turn hout, beheerd door de NV Armonea, Eugène Flageyplein 18 te 1050 Brussel, wordt erkend met ingang van 1 december 2008 tot 31 december 2011. De maximale erkende opnamecapaciteit bedraagt hierdoor 140 woongelegen heden. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 11/05/2009 wordt het artikel 1 van het besluit van de administrateur-generaal van 18 december 2006 aangepast als volgt : ″Aan mevrouw Katrien Valcke, Ahornenlaan 31A te 2020 Antwerpen wordt de voorafgaande vergunning verleend voor het bouwen van 94 woongelegenheden in 2900 Schoten, Ridder Walter Van Havrelaan″. De voorafgaande vergunning van 18 december 2006 geldt in haar aangepaste vorm tot 18 december 2011. De geldigheidsduur kan eenmalig verlengd worden met drie jaar door, uiterlijk twee maanden voor het verstrijken ervan, een ontvankelijke aanvraag bij het agentschap in te dienen. Als binnen de geldigheidsduur de werken die nodig zijn om het initiatief te verwezenlijken niet zijn aangevat, vervalt de voorafgaande vergunning van rechtswege. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 11/05/2009 wordt de erkenning onder nummer PE 159 van het rusthuis Woon- en zorgcentrum De Regenboog, Regenbooglaan 14 te 2070 Zwijndrecht, beheerd door de vzw Zorg-Saam Zusters Kindsheid Jesu, Onze Lieve Vrouwstraat 23 in 9041 Gent (Oostakker), verlengd met ingang van 1 januari 2009 tot en met 31 december 2010 voor maximaal 279 woongelegenheden. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 11/05/2009 wordt de erkenning onder nummer PE 1393 van het rusthuis Woon- en Zorgcentrum Sint-Jozef, Kallement 1 te 2160 Wommelgem, beheerd door de vzw Woon- en Zorgcentrum Sint-Jozef, zelfde adres, verlengd met ingang van 1 januari 2009 tot en met 31 december 2014 voor maximaal 75 woongelegenheden. De erkenning als rust- en verzorgingstehuis onder nummer VZB2034 van het rusthuis Woon- en Zorgcentrum Sint-Jozef, Kallement 1 te 2610 Wommelgem, beheerd door de vzw Woon- en Zorgcentrum Sint-Jozef, zelfde adres, wordt verlengd met ingang van 1januari2009 tot en met 31 december2014 voor 43 rust- en verzorgingsbedden.Tijdens deze erkenningsperiode dient de voorziening de opmerkingen geformuleerd in het inspectieverslag te verhelpen. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 11/05/2009 wordt de erkenning onder nummer CE 1720 an het woningcomplex met dienstverlening Houtmere, Houtmere 1-26 in 2070 Zwijndrecht, beheerd door et OCMW van en te 2070 Zwijndrecht, verlengd met ingang van 1 september 2009 tot en met 31 augustus 2012 voor maximaal 26 woöneenheden. Er wordt akte genomen van de brief van 9 maart 2009 van het OCMW van 2070 Zwijndrecht met betrekking tot de naleving van de geldende brandveiligheidsnormen in het woningcomplex met dienstverlening. Het OCMW is volledig verantwoordelijk voor de hierin opgenomen verklaringen en dient het agentschap, in voorkomend geval, jaarlijks in te lichten over de voortgang van de werken inzake brandveiligheid. Een afwijking op erkenningsnorm 3.2.2. voor wat betreft het ontbreken van een gemeenschappelijke polyvalente ruimte voor de bewoners, wordt verleend voor de duur van de erkenningstermijn tot en met 31 augustus 2012. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 11/05/2009 wordt aan de vzw ″Sint-Barbara″, Kimpenstraat 5 te 3660 Opglabbeek, de voorafgaande vergunning verleend voor het wijzigen van de capaciteit van het rusthuis ″Beversthuis″, gelegen Blindestraat 16-18 te 3740 Bilzen, door uitbreiding met 15 woongelegenheden, zodat de maximale huisvestingscapaciteit van het rusthuis 68 woongelegenheden zal bedragen. Deze voorafgaande vergunning geldt voor vijf jaar. De geldigheidsduur kan eenmalig verlengd worden met drie jaar door, uiterlijk twee maanden voor het verstrijken ervan, een ontvankelijke aanvraag bij het agentschap in te dienen. Als binnen de geldigheidsduur de werken die nodig zijn om het initiatief te verwezenlijken niet zijn aangevat, vervalt de voorafgaande vergunning van rechtswege. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 11/05/2009 wordt aan de vzw ″Deze haard is goud waard″, Eigenstraat 172 te 9450 Haaltert (Denderhoutem), de voorafgaande vergunning verleend voor het bouwen van een rusthuis met 53 woongelegenheden aan de Poel te Haaltert (Denderhoutem). Deze voorafgaande vergunning geldt voor vijf jaar. MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46289 De geldigheidsduur kan eenmalig verlengd worden met drie jaar door, uiterlijk twee maanden voor het verstrijken ervan, een ontvankelijke aanvraag bij het agentschap in te dienen. Als binnen de geldigheidsduur de werken die nodig zijn om het initiatief te verwezenlijken niet zijn aangevat, vervalt de voorafgaande vergunning van rechtswege. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 11/05/2009 wordt artikel 1 van het besluit van de directeur- generaal van 31 augustus 2001, en later gewijzigd, aangepast als volgt : ″Aan het OCMW van 3590 Diepenbeek wordt de voorafgaande vergunning verleend voor het verbouwen en het uitbreiden van het rusthuis ″De Visserij″, gelegen Visserjstraat 10 te 3590 Diepenbeek, tot een maximale huisvestingscapaciteit van 98 woongelegenheden.″. De voorafgaande vergunning van 31 augustus 2001 geldt tot en met 31 augustus 2013. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 11/05/2009 wordt artikel 1 van het besluit van de administrateur- generaal van 28 november 2008 aangepast als volgt : ″Aan de vzw ″Stel het wel″, Schoonzichtstraat 33 te 9051 Cent (Sint-Denijs-Westrem) wordt de voorafgaande vergunning verleend voor het bouwen van een rusthuis met 95 woongelegenheden aan de Elsakkerweg te 9830 Sint-MartensLatem″. De voorafgaande vergunning van 28 november 2008 geldt tot 28 november 2013. De geldigheidsduur kan eenmalig verlengd worden met drie jaar door, uiterlijk twee maanden voor het verstrijken ervan, een ontvankeljke aanvraag bij het agentschap in te dienen. Als binnen de geldigheidsduur de werken die nodig zijn om het initiatief te verwezenlijken niet zijn aangevat, vervalt de voorafgaande vergunning van rechtswege. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 11/05/2009 wordt artikel 1 van het besluit van de directeurgeneraal van 28 februari 2003 aangepast als volgt : ″Aan de vzw Residentie Bruggenpark, Bruggenhoek 36 te 9620 Zottegem, wordt de voorafgaande vergunning verleend voor het bouwen van een serviceflatgebouw met 67 wooneenheden aan de Bruggenhoek te Zottegem″. De voorafgaande vergunning van 28 februari 2003 geldt tot 28 februari 2015, gelet op de gedeeltelijke realisatie. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 11/05/2009 wordt de erkenning onder nummer PE 1730 van het rusthuis Helianthus, Brusselsesteenweg 322A te 9090 Melle, beheerd door de vzw Helianthus, zelfde adres, verlengd met ingang van 1 maart 2009 tot en met 28 februari 2014 voor maximaal 42 woongelegenheden. De erkenning als rust- en verzorgingstehuis onder nummer VZB 2288 van het rusthuis Helianthus, Brusselse- steenweg 322A te 9090 Melle, beheerd door de vzw Helianthus, zelfde adres, wordt verlengd met ingang van 1 maart 2009 tot en met 28 februari 2014 voor 25 bedden. Tijdens deze erkenningsperiode dient de voorziening de opmerkingen geformuleerd in het inspectieverslag te verhelpen. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 11/05/2009 wordt aan de vzw ″Sint-Franciscustehuis″, StMartens- straat 3 te 9660 Brakel, de voorafgaande vergunning verleend voor het bouwen van een serviceflatgebouw met 63 wooneenheden aan de Hemeistraat te 9860 Oosterzele. Deze voorafgaande vergunning geldt voor vijf jaar. De geldigheidsduur kan eenmalig verlengd worden met drie jaar door, uiterlijk twee maanden voor het verstrijken ervan, een ontvankeljke aanvraag bij het agentschap in te dienen. Als binnen de geldigheidsduur de werken die nodig zijn om het initiatief te verwezenlijken niet zijn aangevat, vervalt de voorafgaande vergunning van rechtswege. Bij besluit van de administrateur-generaal d.çI. 14/05/2009 wordt de capaciteitsuitbreiding van het rusthuis Sint-Jozef″, Sint-Maartensplein 15 te 8560 Wevelgem, uitgebaat door de vzw ″Sint-Jozef, Voorzieningen voor Ouderenzorg″, zelfde adres, met 40 woongelegenheden komende van het rusthuis ″Sancta Maria″, Menenstraat 456 te 8560 Wevelgem, erkend met ingang van 1januari 2009 tot en met 31 mei 2013 onder nummer PE 60, zodat de maximale huisvestingscapaciteit van voornoemd rusthuis ″Sint-Jozef″ 90 woongelegenheden zal bedragen. De erkende capaciteit van het rusthuis ″Sancta Maria″, Menenstraat 456 te 8560 Wevelgem, uitgebaat door vzw ″Woon- en Zorgcentrum Sancta Maria″, zelfde adres, wordt verminderd met 40 woongelegenheden met ingang van 1 januari 2009. De maximale huisvestingscapaciteit van het rusthuis zal vanaf deze datum 45 woongelegenheden bedragen. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 14/05/2009 wordt aan het OCMW van Waregem, Schâkelstraat 41 in 8790 Waregem, de voorafgaande vergunning verleend voor de realisatie van een Centrum voor kortverbljf met 7 woongelegenheden bij het nieuw te bouwen rusthuis gelegen in de Georges Coornaertdreef 11 in 8792 Waregem (Desselgem). Deze voorafgaande vergunning geldt voor vijf jaar. De geldigheidsduur kan eenmalig verlengd worden met drie jaar door, uiterlijk twee maanden voor het verstrijken ervan, een ontvankeljke aanvraag bij het agentschap in te dienen. Als binnen de geldigheidsduur de werken die nodig zijn om het initiatief te verwezenlijken niet zijn aangevat, vervalt de voorafgaande vergunning van rechtswege. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 14/05/2009 wordt het artikel 1 van het besluit van de directeur-generaal van 2 mei 2003 aangepast als volgt : ″Aan Zorgbedrjf OCMW Antwerpen, Vereniging naar publiek recht, Lange Gasthuisstraat 33 te 2000 Antwerpen wordt de voorafgaande vergunning verleend voor de capaciteits- uitbreiding met drie wooneenheden van het serviceflatgebouw JoostensLemmé, Dambruggestraat 304-306 te 2060 Antwerpen waardoor de totale opnamecapaciteit 30 wooneenheden zal bedragen″. De voorafgaande vergunning van 2 mei 2003 is in haar aangepaste vomi geldig voor een periode van 12 jaar tot 2 mei 2015 omdat twee wooneenheden van de uitbreiding met drie wooneenheden erkend zijn. Als het initiatief op 2 mei 2015 slechts gedeeltelijk verwezenlijkt werd, vervalt de voorafgaande vergunning van rechtswege voor de niet-gerealiseerde opnamemogeljkheden. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 14/05/2009 wordt artikel 1 van het ministerieel besluit van 23 juli 2002, en later gewijzigd, aangepast als volgt : ″Aan de vzw Woon- en Zorgcentrum Sint-Barbara, Dieperstraat 17 te 2230 Herselt, wordt de voorafgaande vergunning verleend voor de capaciteitsuitbreiding met 48 woongelegenheden van het rusthuis Woon- en Zorgcentrum Sint-Barbara, zelfde adres. De totale opnamecapaciteit zal hierdoor 188 woongelegenheden bedragen″. De voorafgaande vergunning van 23juli 2002 is in haar aangepaste vorm geldig voor een periode van 12 jaar tot en met 23juli 2014 omdat 14 woongelegenheden van de uitbreiding met 48 woongelegenheden al erkend zijn. Als het initiatief op 23juli 2014 slechts gedeeltelijk verwezenlijkt werd, vervalt de voorafgaande vergunning van rechtswege voor de niet-gerealiseerde opnamemogeljkheden. 46290 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 14105/2009 wordt het ministeriële besluit van 11juni 1999, gewijzigd bij ministerieel besluit van 26 oktober 2005 houdende de erkenning van het centrum voor kortverbljf De Druivelaar verbonden aan het rusthuis Woon- en Zorgcentrum De Wingerd, Noormannenstraat 68 in 3000 Leuven, beheerd door de vzw Woon- en Zorgcentrum De Wingerd, Noormannenstraat 68 in 3000 Leuven met 5 woongelegenheden opgeheven met ingang van 1 november 2008. Het centrum voor kortverbljf De Druivelaar verbonden aan het rusthuis Woon- en Zorgcentrum De Wingerd, Wingerdstraat 14 in 3000 Leuven, en uitgebaat door de vzw Woon- en Zorgcentrum De Wingerd, Wingerdstraat 14 in 3000 Leuven, wordt erkend met ingang van 1 november 2008 tot en met 31januari 2014 onder nummer KPE 1174 voor 10 woongelegenheden. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 14/05/2009 wordt het centrum voor kortverblijf De Passant, verbonden aan het rusthuis Sint-Rochus, Albertiaan 2 in 3200 Aarschot, en uitgebaat door het QCMW van Aarschot, Statiestraat 3 in 3200 Aarschot, erkend met ingang van 1 december 2008 tot en met 1 januari 2015 onder nummer KCE 601 voor 6 woongelegenheden. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 14/05/2009 wordt het centrum voor kortverblijf, verbonden aan het rusthuis Kloosterhof, Kantonnierstraat 6 in 3670 Meeuwen-Gruitrode, en uitgebaat door hét Intercommunaal Rustoord Sint-Antonius, Rode Kruisstraat 25 in 3990 Peer, erkend met ingang van 12 januari 2009 tot en met 30 november 2011 onder nummer KCE 2583 voor 3 woongelegenheden. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 14/05/2009 wordt aan de vzw Sint-Jozefwzc, Spoorwegstraat 250 in 8200 Brugge, de voorafgaande vergunning verleend voor het wijzigen van de capaciteit van het centrum voor kortverbljf, verbonden aan het rusthuis Sint-Jozef, Spoorwegstraat 250 in 8200 Brugge, door uitbreiding met 1 woongelegenheid, zodat de maximale huisvestingscapaciteit van het centrum voor kortverbljf 6 woongelegen heden zal bedragen. Deze voorafgaande vergunning geldt voor vijf jaar. De geldigheidsduur kan eenmalig verlengd worden met drie jaar door, uiterlijk twee maanden voor het verstrijken ervan, een ontvankelijke aanvraag bij het agentschap in te dienen. Als binnen de gçldigheidsduur de werken die nodig zijn om het initiatief te verwezenlijken niet zijn aangevat, vervalt de voorafgaande vergunning van rechtswege. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 14/05/2009 wordt artikel 1 van het besluit van de directeur- generaal van 18 november2002 aangepast als volgt : ″Aan de vzw ″Woon en zorgcentrum Ter Bake″, Steenweg 732 te 9470 Denderleeuw, wordt de voorafgaande vergunning verleend voor de capaciteitsuitbreiding van het rusthuis ″Ter Bake″, zelfde adres, met 23 woongelegenheden, zodat de maximale opnamecapaciteit kan gebracht worden op 112 woongelegenheden″. De voorafgaande vergunning van 18 november 2002 geldt tot 18 november 2010. Als binnen de geldigheidsduur de werken die nodig zijn om het initiatief te verwezenlijken niet zijn aangevat, vervalt de voorafgaande vergunning van rechtswege. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 14/05/2009 wordt de voorafgaande vergunning verleend bij besluit van de directeur-generaal van 11 augustus 2004 aan de vzw Emmaüs, Edgard Tinellaan 1 C in 2800 Mechelen, voor de realisatie van een centrum voor kortverblijf met 6 woongelegenheden, bij het rusthuis Hof van Arenberg, Rooienberg 29 in 2570 Duffel, eenmalig verlengd met een periode van 3 jaar met ingang van 11 augustus 2009. Als binnen de geldigheidsduur de werken die nodig zijn om het initiatief te verwezenlijken niet zijn aangevat, vervalt de voorafgaande vergunning van rechtswege. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 14/05/2009 wordt artikel 1 van het besluit van de directeur- generaal van 08september 2005 aangepast als volgt : ″Aan de vzw Foyer De Lork, Acaciastraat 6A te 2440 Geel, wordt de voorafgaande vergunning verleend voor het bouwen van een rusthuis met 123 woongelegenheden, gelegen langs de Bovylaan 2 te 3191 Boortmeerbeek,, waarvan 61 woongelegenheden ter vervanging van het voormalige rusthuis De Ravenstein, de Ravensteinstraat 50 te 3191 Boortmeerbeek(Hever) en een uitbreiding met 62 woongelegenheden″. De voorafgaande vergunning van 08 september 2005 geldt tot 07 september 2017, gelet op de gedeeltelijke realisatie. Als het initiatief op 7 september 2017, slechts gedeeltelijk verwezenlijkt werd, vervalt de voorafgaande vergunning van rechtswege voor de niet-gerealiseerde opnamemogelijkheden. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 14/05/2009 wordt het centrum voor kortverbljf, verbonden aan het rusthuis Sint-Augustinus, Monseigneur Senciestraat 4 in 1500 Halle, en uitgebaat door de vzw Woon- en Zorgcentrum Sint-Augustinus, Monseigneur Senciestraat 4 in 1500 Halle, erkend met ingang van 29 december 2008 tot en met 31 augustus 2012 onder nummer KPE 2563 voor 6 woongelegenheden. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 14/05/2009 wordt de erkenning onder nummer PE 2050 van het serviceflatgebouw Residentie Ravelsberg, Drakenhoflaan 49 in 2100 Deurne (Antwerpen), beheerd door de NV Residentie Ravelsberg, zelfde adres, verlengd met ingang van 1 september 2009 tot en met 31 augustus 2012 voor maximaal 54 wooneenheden. Er wordt akte genomen van de brief van 30 april 2009 van de NV Residentie Ravelsberg met betrekking tot de naleving van de geldende brandveiligheidsnormen in het serviceflatgebouw. De NV is volledig verantwoordelijk voor de hierin opgenomen verklaringen en dient het agentschap, in voorkomend geval, jaarlijks in te lichten over de voortgang van de werken inzake brandveiligheid. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 14/05/2009 wordt de voorafgaande vergunning verleend bij besluit van de directeur-generaal van 8 oktober 2004 aan de vzw Woon- en Zorgcentrum SintVincentius, Bevrjdingslaan 18 in 8580 Avelgem, voor de realisatie van een centrum voor kortverblijf met 4 woongelegenheden, bij het rusthuis Sint-Vincentius, Bevrijdingslaan 18 in 8580 Avelgem, eenmalig verlengd met een periode van 3 jaar met ingang van 8 oktober 2009. Als binnen de geldigheidsduur de werken die nodig zijn om het initiatief te verwezenlijken niet zijn aangevat, vervalt de voorafgaande vergunning van rechtswege. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 14/05/2009 wordt de brief van de administrateur-generaal van 8 december 2008 aangepast als volgt : ″Aan de vzw Gezondheids- en Bejaardenzorg van het Houtland, Oostendestraat 155 in 8820 Torhout, wordt de voorafgaande vergunning verleend voor het bouwen van een centrum voor kortverbljf met 8 woongelegenheden gelegen bij het nieuw te bouwen rusthuis in de Oostendestraat in 8820 Torhout″. De voorafgaande vergunning van 8 december 2008 geldt tot 8 december 2013. De geldigheidsduur kan eenmalig verlengd worden met drie jaar door, uiterlijk twee maanden voor het verstrijken ervan, een ontvankeljke aanvraag bij het agentschap in te dienen. Als binnen de geldigheidsduur de werken die nodig zijn om het initiatief te verwezenlijken niet zijn aangevat, vervalt de voorafgaande vergunning van rechtswege. MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46291 Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 18/05/2009 wordt de erkenning onder nummer PE 1289 van het rusthuis Marialove, Gauwelstraat 24 te 8551 Zwevegem, beheerd door de vzw ″Bejaardenzorg CLV van 7 Weeën Ruiselede″, Bruggestraat 29 te 8755 Ruiselede, verlengd met ingang van 1 juli 2009 tot en met 30juni2014 voor maximaal 170 woongelegenheden. De erkenning als rust- en verzorgingstehuis onder nummer VZB 174 van het rusthuis Marialove, Gauwelstraat 24 te 8551 Zwevegem, beheerd door de vzw ″Bejaardenzorg CLV van 7 Weeën Ruiselede″, Bruggestraat 29 te 8755 Ruiselede, wordt verlengd met ingang van 1juli2009 tot en met 30juni2014 voor 102 bedden. Tijdens deze erkenningsperiode dient de voorziening de opmerkingen geformuleerd in het inspectieverslag te verhelpen. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 18/05/2009 wordt aan de vzw″ Foyer de Lork″, Acaciastraat 6A te 2440 Geel de voorafgaande vergunning verleend voor de capaciteitsuitbreiding met 35 wooneenheden van het serviceflatgebouw ″De Ravestein″, Hillemaweg 1 te 3191 Boortmeerbeek(Hever), zodat de maximale opnamecapaciteit kan gebracht worden op 60 wooneenheden; Deze voorafgaande vergunning geldt voor vijf jaar. De geldigheidsduur kan eenmalig verlengd worden met drie jaar door, uiterlijk twee maanden voor het verstrijken ervan, een ontvankelijke aanvraag bij het agentschap in te dienen. Als binnen de geldigheidsduur de werken die nodig zijn om het initiatief te verwezenlijken niet zijn aangevat, vervalt de voorafgaande vergunning van rechtswege. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 18/05/2009 wordt aan de vzw ″WZC Sint-Jozel″, Marnestraat 89 te 1140 Evere de voorafgaande vergunning verleend voor het bouwen van een rusthuis met 30 woongelegenheden, gelegen langs de Marnestraat 89 te 1140 Evere. Deze voorafgaande vergunning geldt voor vijf jaar. De geldigheidsduur kan eenmalig verlengd worden met drie jaar door, uiterlijk twee maanden voor het verstrijken ervan, een ontvankeljke aanvraag bij het agentschap in te dienen. Als binnen de geldigheidsduur de werken die nodig zijn om het initiatief te verwezenlijken niet zijn aangevat, vervalt de voorafgaande vergunning van rechtswege. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 18/05/2009 wordt aan de vzw ″Het gehucht″, Begonialaan 21 te 3550 Heusden-Zolder, de voorafgaande vergunning verleend voor het bouwen van een serviceflatgebouw met 119 wooneenheden, op een terrein gelegen langs de Sint-Jobstraat te 3550 Heusden-Zolder. Deze voorafgaande vergunning geldt voor vijf jaar. De geldigheidsduur kan eenmalig verlengd worden met drie jaar door, uiterlijk twee maanden voor het verstrijken ervan, een ontvankeljke aanvraag bij het agentschap in te dienen. Als binnen de geldigheidsduur de werken die nodig zijn om het initiatief te verwezenlijken niet zijn aangevat, vervalt de voorafgaande vergunning van rechtswege. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 18/05/2009 wordt aan de vzw ″Sint-Barbara″, Kimpenstraat 5 te 3660 Opglabbeek, de voorafgaande vergunning verleend voor het bouwen van een serviceflatgebouw met 48 wooneenheden, op een terrein gelegen langs de Blindestraat te 3740 Bilzen. Deze voorafgaande vergunning geldt voor vijf jaar. De geldigheidsduur kan eenmalig verlengd worden met drie jaar door, uiterlijk twee maanden voor het verstrijken ervan, een ontvankeljke aanvraag bij het agentschap in te dienen. Als binnen de geldigheidsduur de werken die nodig zijn om het initiatief te verwezenlijken niet zijn aangevat, vervalt de voorafgaande vergunning van rechtswege. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 18/05/2009 wordt aan de vzw ″De Overbron″, Oorlogskruisen- laan 202 te 1120 Brussel (Neder-over-Heembeek), de voorafgaande vergunning verleend voor de capaciteitsuitbreiding met 15 woongelegenheden van het rusthuis ″De Overbron″, Oorlogskruisenlaan 202 te 1120 Brussel (Neder-over- Heembeek) zodat de maximale opnamecapaciteit kan gebracht worden op 59 woongelegen heden. Deze voorafgaande vergunning geldt voor vijf jaar. De geldigheidsduur kan eenmalig verlengd worden met drie jaar door, uiterlijk twee maanden voor het verstrijken ervan, een ontvankeljke aanvraag bij het agentschap in te dienen. Als binnen de geldigheidsduur de werken die nodig zijn om het initiatief te verwezenlijken niet zijn aangevat, vervalt de voorafgaande vergunning van rechtswege. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 18/05/2009 wordt de voorafgaande vergunning verleend bij besluit van de directeur-generaal van 3 oktober 2002, en later verlengd bij besluit van de administrateur-generaal van 24 augustus 2007, aan de vzw ″RVT Vilain Xllll, Dreef 148 te 3630 Maasmechelen, voor het bouwen van een rusthuis met 90 woongelegenheden te 360 Maasmechelen, wordt opgeheven. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 18/05/2009 wordt aan de vzw ″Woon- en Zorgcentrum Limburg-Maas″, Dreef 148 te 3630 Maasmechelen, de voorafgaande vergunning verleend voor het bouwen van een serviceflatgebouw met 30 wooneenheden, op een terrein gelegen in de zone bekend als ″Onder den Berg″ te 3630 Maasmechelen. Deze voorafgaande vergunning geldt voor vijf jaar. De geldigheidsduur kan eenmalig verlengd worden met drie jaar door, uiterlijk twee maanden voor het verstrijken ervan, een ontvankeljke aanvraag bij het agentschap in te dienen. Als binnen de geldigheidsduur de werken die nodig zijn om het initiatief te verwezenlijken niet zijn aangevat, vervalt de voorafgaande vergunning van rechtswege. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 22/05/2009 wordt de voorafgaande vergunning verleend bij besluit van de directeur-generaal van 28 mei 2004 aan de vzw Bierbeeks Woon- en Zorgcentrum, Stationsstraat 32 in 3360 Bierbeek (Lovenjoel), voor de realisatie van een centrum voor kortverblijf met 3 woongelegenheden, bij het nieuw te bouwen rusthuis gelegen in de Tiensesteenweg in 3360 Bierbeek, eenmalig verlengd met een periode van 3 jaar met ingang van 28 mei 2009. Als binnen de geldigheidsduur de werken die nodig zijn om het initiatief te verwezenlijken niet zijn aangevat, vervalt de voorafgaande vergunning van rechtswege. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 22/05/2009 wordt aan de nv ″Home lngendael″, Steylsstraat 44 te 1020 Brussel, de voorafgaande vergunning verleend voor de realisatie van een vervangingsnieuwbouw voor het rusthuis ″Home lngendael″, Steylsstraat 44 te 1020 Brussel op de site aan de Koningslaan 157/ Halvemaanstraat 94 te 1190 Vorst, en voor de realisatie van een capaciteitsuitbreiding aldaar met 93 woongelegenheden zodat het rusthuis ″Home Ingendael″, aan de Koningslaan 157/ Halvemaanstraat 94 te 1190 Vorst 153 woongelegenheden zal bedragen. Deze voorafgaande vergunning geldt voor vijf jaar. De geldigheidsduur kan eenmalig verlengd worden met drie jaar door, uiterlijk twee maanden voor het verstrijken ervan, een ontvankeljke aanvraag bij het agentschap in te dienen. 46292 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Als binnen de geldigheidsduur de werken die nodig zijn om het initiatief te verwezenlijken niet zijn aangevat, vervalt de voorafgaande vergunning van rechtswege. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 22/05/2009 wordt het centrum voor kortverblijf, verbonden aan het rusthuis Zonnehove, Loofblommestraat 4 in 9051 Sint-Denijs-Westrem (Gent), en uitgebaat door de vzw Zorg-Saam Zusters Kindsheid Jesu, Onze Lieve Vrouwstraat 23 in 9041 Oostakker (Gent), erkend met ingang van 27 januari 2009 tot en met 31 oktober 2011 onder nummer KPE 703 voor 5 woongelegenheden. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 22/05/2009 wordt aan de vzw ″WZC Sint-Jozef″, Marnestraat 89 te 1140 Evere de voorafgaande vergunning verleend voor het bouwen van een serviceflatgebouw met 22 wooneenheden, gelegen langs de Marnestraat 89 te 1140 Evere. Deze voorafgaande vergunning geldt voor vijf jaar. De geldigheidsduur kan eenmalig verlengd worden met drie jaar door, uiterlijk twee maanden voor het verstrijken ervan, een ontvankeljke aanvraag bij het agentschap in te dienen. Als binnen de geldigheidsduur de werken die nodig zijn om het initiatief te verwezenlijken niet zijn aangevat, vervalt de voorafgaande vergunning van rechtswege. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 22/05/2009 wordt aan de vzw ″Woon- en Zorgcentrum Limburg-Maas″, Dreef 148 te 3630 Maasmechelen, de voorafgaande vergunning verleend voor het bouwen van een rusthuis met 90 woongelegenheden, op een terrein gelegen in een zone bekend als ″Onder den Berg″ te 3630 Maasmechelen. Dezé voorafgaande vergunning geldt voor vijf jaar. De geldigheidsduur kan eenmalig verlengd worden met drie jaar door, uiterlijk twee maanden voor het verstrijken ervan, een ontvankeljke aanvraag bij het agentschap in te dienen. Als binnen de geldigheidsduur de werken die nodig zijn om het initiatief te verwezenlijken niet zijn aangevat, vervalt de voorafgaande vergunning van rechtswege. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 22/05/2009 wordt de voorafgaande vergunning verleend bij brief van de directeur-generaal van 10 november 2004 aan het OCMW van Brugge, Ruddershove 4 in 8000 Brugge, voor de realisatie van een centrum voor kortverblijf met 5 woongelegenheden, bij het rusthuis Ter Potterie, Peterseliestraat 21 in 8000 Brugge, wordt eenmalig verlengd met een periode van 3 jaar met ingang van 10 november 2009. Als binnen de geldigheidsduur de werken die nodig zijn om het initiatief te verwezenlijken niet zijn aangevat, vervalt de voorafgaande vergunning van rechtswege. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 22/05/2009 wordt het serviceflatgebouw Ter Sig, Hoeksken 1-3, 9280 Lebbeke, uitgebaat door de heer Jean-Pierre Moeyersoons, Brusselsesteenweg 279, 9280 Lebbeke, erkend met ingang van 1 mei 2009 tot en met 30 april 2012 onder nummer PE 2586 voor maximaal 18 wooneenheden. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 22/05/2009 wordt het centrum voor kortverbljf, verbonden aan het rusthuis Woon- en Zorgcentrum Ten Boomgaarde, Ter Beke 7 A in 8200 Brugge (SintMichiels), en uitgebaat door het OCMW van Brugge, Ruddershove 4 in 8000 Brugge, erkend voor 1 woongelegenheid onder nummer KCE 1253, met ingang van 1januari 2009. De erkenning geldt voor onbepaalde duur. Binnen een termijn van ten hoogste één jaar na de datum van dit besluit moet het centrum voor kortverbljf voldoen aan : 10 de algemene erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 3, 18, 19, § 2 en § 3, 20 tot en met 23, 24, § 1, en 25 van het decreet van 14 juli 1998 houdende de erkenning en de subsidiëring van verenigingen en welzijnsvoorzieningen in de thuiszorg; 2o de bepalingen van het decreet van 17 oktober 2003 betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen; 3o de specifieke erkenningsvoorwaarden, gevoegd als bijlage V bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 1998 houdende de erkenning en de subsidiëring van verenigingen en welzijnsvoorzieningen in de thuiszorg, met uitzondering van artikel 4, E, waaraan moet voldaan zijn op het ogenblik van de aanvraag. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 22/05/2009 wordt de voorafgaande vergunning verleend bij besluit van de directeur-generaal van 15 september 2004 aan het OCMW van Avelgem, Leopoldstraat in 8580 Avelgem, voor de realisatie van een centrum voor kortverbljf met 3 woongelegenheden, bij het rusthuis Woon-zorghuis Ter Meersch, Leopoldstraat 26 in 8580 Avelgem, eenmalig verlengd met een periode van 3 jaar met ingang van 15 september 2009. Als binnen de geldigheidsduur de werken die nodig zijn om het initiatief te verwezenlijken niet zijn aangevat, vervalt de voorafgaande vergunning van rechtswege. 8ij besluit van de administrateur-generaal d.d. 22/05/2009 wordt het centrum voor kortverblijf, verbonden an het rusthuis Woon- en Zorgcentrum Van Zuylen, Geralaan 50 in 8310 Brugge (Sint-Kruis), en uitgebaat door het OCMW van Brugge, Ruddershove 4 in 8000 Brugge, erkend voor 5 woongelegenheden onder nummer KCE 1555, met ingang van 1 januari 2009. De erkenning geldt voor onbepaalde duur. Binnen een termijn van ten hoogste één. jaar na de datum van dit besluit moet het centrum voor kortverblijf voldoen aan : 10 de algemene erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 3, 18, 19, § 2 en § 3, 20 tot en met 23, 24, § 1, en 25 van het decreet van 14juli 1998 houdende de erkenning en de subsidiëring van verenigingen en welzijnsvoorzieningen in de thuiszorg; 2o de bepalingen van het decreet van 17 oktober 2003 betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen; 3o de specifieke erkenningsvoorwaarden, gevoegd als bijlage V bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 1998 houdende de erkenning en de subsidiëring van verenigingen en welzijnsvoorzieningen in de thuiszorg, met uitzondering van artikel 4, E, waaraan moet voldaan zijn op het ogenblik van de aanvraag. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 22/05/2009 wordt aan de vzw Centra voor Ouderenzorg en Dienstverlening Sint-Vincentius, Gitsbergstraat 17 in 8830 Hooglede (Gits), de voorafgaande vergunning verleend voor de realisatie van een centrum voor kortverblijf met 3 woongelegenheden ter vervanging van het erkende centrum voor kortverblijf verbonden aan het rusthuis Sint-Jozef, lepersteenweg 6 in 8600 Diksmuide (Woumen) met 3 woongelegenheden. Deze voorafgaande vergunning geldt voor vijf jaar. De geldigheidsduur kan eenmalig verlengd worden met drie jaar door, uiterlijk twee maanden voor het verstrijken ervan, een ontvankeljke aanvraag bij het agentschap in te dienen. Als binnen de geldigheidsduur de werken die nodig zijn om het initiatief te verwezenlijken niet zijn aangevat, vervalt de voorafgaande vergunning van rechtswege. MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46293 Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 22/05/2009 wordt aan de vzw ″Zorg en Welzijn″, Gasthuisstraat 26 te 8520 Kuurne de voorafgaande vergunning verleend voor het wijzigen van de capaciteit van het rusthuis ″Sint-Jozef, Kraaiveldstraat 8 te 8980 Zonnebeke, door uitbreiding met 2 woongelegenheden, zodat de maximale huisvestingsca- paciteit van het rusthuis 76 woongelegenheden zal bedragen.Deze voorafgaande vergunning geldt voor vijf jaar. De geldigheidsduur kan eenmalig verlengd worden met drie jaar door, uiterlijk twee maanden voor het verstrijken ervan, een ontvankelijke aanvraag bij het agentschap in te dienen. Als binnen de geldigheidsduur de werken die nodig zijn om het initiatief te verwezenlijken niet zijn aangevat, vervalt de voorafgaande vergunning van rechtswege. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 22/05/2009 wordt artikel 1 van het ministeriële besluit van 9 juni 1999 houdende de erkenning van het centrum voor kortverbljf vervangen door wat volgt : ″Artikel 1. Het centrum voor kortverblijf, verbonden aan het rusthuis Biezenheem, Condédreef 16 in 8500 Kortrijk, en uitgebaat door het OCMW van Kortrijk, Budastraat 27 in 8500 Kortrjk, wordt erkend met ingang van 31 maart 1999 tot en met 31 december 2011 onder nummer KCE 2014 voor 3 woongelegenheden. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 2210512009 wordt aan de vzw ″Zee-Vreugde″, Schoonzichtstraat 33 te 9051 Gent de voorafgaande vergunning verleend voor het bouwen van een rusthuis met 120 woongelegenheden, gelegen aan de Abdijstraat - Oudstrjdersstraat te 8670 Koksijde. Deze voorafgaande vergunning geldt voor vijf jaar. De geldigheidsduur kan eenmalig verlengd worden met drie jaar door, uiterlijk twee maanden voor het verstrijken ervan, een ontvankeljke aanvraag bij het agentschap in te dienen. Als binnen de geldigheidsduur de werken die nodig zijn om het initiatief te verwezenlijken niet zijn aangevat, vervalt de voorafgaande vergunning van rechtswege. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 25/05/2009 wordt de capaciteitsuitbreiding met 12 wooneenheden van serviceflatgebouw De Dennen, Nooitrust 18 in 2390 Malle, uitgebaat door de vzw Verpleeginrichting De Dennen, zelfde adres, erkend met ingang van 1 oktober 2008 tot en met 31 mei 2015 onder nummer PE 1833. De totale erkende opnamecapaciteit bedraagt hierdoor 37 wooneenheden. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 25/05/2009 wordt aan de vzw De Korenbloem, Pieter de Conincklaan 12 in 8500 Kortrjk, de voorafgaande vergunning verleend voor het wijzigen van de capaciteit van het centrum voor kortverblijf, verbonden aan het rusthuis De Korenbloem, Pieter de Conincklaan 12 in 8500 Kortrijk, door uitbreiding met 2 woongelegenheden, zodat de maximale huisvestingscapaciteit van het centrum voor kortverblijf 7 woongelegenheden zal bedragen. Deze voorafgaande vergunning geldt voor vijf jaar. De geldigheidsduur kan eenmalig verlengd worden met drie jaar door, uiterlijk twee maanden voor het verstrijken ervan, een ontvankeljke aanvraag bij het agentschap in te dienen. Als binnen de geldigheidsduur de werken die nodig zijn om het initiatief te verwezenlijken niet zijn aangevat, vervalt de voorafgaande vergunning van rechtswege. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 25/05/2009 wordt de capaciteitsuitbreiding met 2 woongelegen- heden van het centrum voor kortverbljf, verbonden aan het rusthuis De Korenbloem, Pieter de Conincklaan 12 in 8500 Kortrjk, en uitgebaat door de vzw De Korenbloem, Pieter de Conincklaan 12 in 8500 Kortrjk, erkend met ingang van 1juni 2009 tot en met 31januari 2013 onder nummer KPE 1172, zodat de totale huisvestingscapaciteit van het centrum voor kortverblijf 7 woongelegenheden bedraagt Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 25/05/2009 wordt aan de vzw ″Woon- en Zorgcentrum Limburg-Maas″, Dreef 148 te 3630 Maasmechelen, de voorafgaande vergunning verleend voor het bouwen van een serviceflatgebouw met 60 wooneenheden, op een terrein gelegen in de zone bekend als ″Onder den Berg″ te 3630 Maasmechelen.Deze voorafgaande vergunning geldt voor vijf jaar. De geldigheidsduur kan eenmalig verlengd worden met drie jaar door, uiterlijk twee maanden voor het verstrijken ervan, een ontvankeljke aanvraag bij het agentschap in te dienen. Als binnen de geldigheidsduur de werken die nodig zijn om het initiatief te verwezenlijken niet zijn aangevat, vervalt de voorafgaande vergunning van rechtswege. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 25/05/2009 wordt het centrum voor kortverblijf, verbonden aan het rusthuis Woon- en Zorgcentrum Minnewater, Professor Dr. J. Sebrechtsstraat 1 in 8000 Brugge, en uitgebaat door het OCMW van Brugge, Ruddershove 4 in 8000 Brugge, erkend voor 3 woongelegenheden onder nummer KCE 1325, met ingang van 1 april 2009. De erkenning geldt voor onbepaalde duur. Binnen een termijn van ten hoogste één jaar na de datum van dit besluit moet het centrum voor kortverbljf voldoen aan : 10 de algemene erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 3, 18, 19, § 2 en § 3, 20 tot en met 23, 24, § 1, en 25 van het decreet van 14 juli 1998 houdende de erkenning en de subsidiëring van verenigingen en welzijnsvoorzieningen in de thuiszorg; 2o de bepalingen van het decreet van 17 oktober 2003 betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen; 30 de specifieke erkenningsvoorwaarden, gevoegd als bijlage V bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 1998 houdende de erkenning en de subsidiëring van verenigingen en welzijnsvoorzieningen in de thuiszorg, met uitzondering van artikel 4, E, waaraan moet voldaan zijn op het ogenblik van de aanvraag. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 27/05/2009 wordt. met ingang van 1 april 2008 de erkende opnamecapaciteit van serviceflatgebouw Op Haanven, Oude Geelsebaan 33 te 2431 Laakdal, beheerd door de vzw Op Haanven, zelfde adres, verminderd met 1 wooneenheid waardoor de totale erkende opnamecapaciteit 9 wooneenheden bedraagt : Met ingang van 1januari 2009 wordt de erkende opnamecapaciteit van serviceflatgebouw Op Haanven, Oude Geelsebaan 33 te 2431 Laakdal, beheerd door de vzw Op Haanven, zelfde adres, verminderd met 2 wooneenheden waardoor de totale erkende opnamecapaciteit 7 wooneenheden bedraagt. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 27/05/2009 wordt intrekking van het besluit van de administrateur- generaal van 6 mei 2009, houdende aanpassing van de voorafgaande vergunning van 25 november 2007.
Artikel 1 van het besluit van de administrateur-generaal van 25 november 2007 wordt aangepast als volgt : ″Aan de vzw Eyckenborch, Bronnenweg 2/2 te 1755 Gooik, wordt de voorafgaande vergunning verleend voor de capaciteitsuitbreiding met 31 woongelegenheden van het rusthuis Eyckenborch, Bronnenweg 2 te 1755 Gooik, zodat de totale opnamecapaciteit van het rusthuis kan gebracht worden op 86 woongelegenheden ″. De voorafgaande vergunning van 25 november 2007 geldt tot 24 november 2012. Als binnen de geldigheidsduur de werken die nodig zijn om het initiatief te verwezenlijken niet zijn aangevat, vervalt de voorafgaande vergunning van rechtswege. 46294 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 27/05/2009 wordt de capaciteitsuitbreiding met 4 woongelegen- heden van het rusthuis Op Haanven, Oude Geelsebaan 33 te 2431 Laakdal, uitgebaat door de vzw Op Haanven, zelfde adres, erkend met ingang van 1januari 2009 tot en met 28 februari 2011 onder nummer PE 1642. De totale erkende opnamecapaciteit bedraagt hierdoor 76 woongelegenheden. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 28/05/2009 wordt artikel 1 van het besluit van de administrateur- generaal van 14 november 2008 houdende de erkenning van het centrum voor korterbljf vervangen door wat volgt : ″Artikel 1. De erkenning van het centrum voor kortverbljf, verbonden aan het rusthuis Rust- en Verzorgingstehuis De Goede Tijd, Bosuilplein 1 in 2100 Antwerpen (Deurne), blijft behouden na overname van het beheer met ingang van 1 januari 2009 door het Zorgbedrjf OCMW Antwerpen Vereniging naar publiek recht, Lange Gasthuisstraat 33 in 2000 Antwerpen van 1 april 2008 tot en met 31 maart 2011 onder nummer KCE 1617 voor 5 woongelegenheden. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 28/05/2009 wordt de brief van de administrateur-generaal van 26 september 2008 aangepast als volgt : ″Aan de vzw Woon- en zorgcentrum Hofstade, Edgard Tinellaan 1 C in 2800 Mechelen, wordt de voorafgaande vergunning verleend voor het bouwen van een centrum voor kortverbljf met 10 woongelegenheden gelegen bij het nieuw te bouwen rusthuis in de Muizenstraat in 1980 Zemst (Hofstade)″.De voorafgaande vergunning van 26 september 2008 geldt tot 26 september 2013. De geldigheidsduur kan eenmalig verlengd worden met drie jaar door, uiterlijk twee maanden voor het verstrijken ervan, een ontvankeljke aanvraag bij het agentschap in te dienen. Als binnen de geldigheidsduur de werken die nodig zijn om het initiatief te verwezenlijken niet zijn aangevat, vervalt de voorafgaande vergunning van rechtswege. Bij besluit van de administrateur-generaal d.d. 28/05/2009 wordt de brieven van de administrateur- generaal van 16 januari 2007 en 30 januari 2009 worden aangepast als volgt : ″Aan de vzw Rust- en Verzorgingstehuis Sint-Anna, Prins Bisschopssingel 75 in 3500 Hasselt, wordt de voorafgaande vergunning verleend voor het bouwen van een centrum voor kortverblijf met 10 woongelegenheden gelegen bij het nieuw te bouwen rusthuis in de Diestsesteenweg 1 in 3540 Herk-de-Stad″.De voorafgaande vergunningen van 16januari 2007 en 30januari 2009 geldén tot 30 januari 2014. De geldigheidsduur kan eenmalig verlengd worden met drie jaar door, uiterlijk twee maanden voor het verstrijken ervan, een ontvankelijke aanvraag bij het agentschap in te dienen. Als binnen de geldigheidsduur de werken die nodig zijn om het initiatief te verwezenlijken niet zijn aangevat, vervalt de voorafgaande vergunning van rechtswege * VLAAMSE OVERHEID Cultuur, Jeugd, Sport en Media [2009/202569] 5 JUNI 2009. — Besluit van de secretaris-generaal houdende bekendmaking van de toepasselijke Internationale Standaard inzake de Bescherming van de Persoonlijke levenssfeer en persoonsgegevens De Secretaris-generaal van het departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media, Gelet op het decreet van 13 juli 2007 inzake medisch en ethisch verantwoorde sportbeoefening; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juni 2008 houdende uitvoering van het decreet van 13 juli 2007 inzake medisch en ethisch verantwoorde sportbeoefening, inzonderheid op artikel 36; Gelet op het besluit van de secretaris-generaal van 17 december 2008 houdende bekendmaking van de toepasselijke Code en toepasselijke standaarden, als vermeld in artikel 36 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juni 2008 houdende uitvoering van het decreet van 13 juli 2007 inzake medisch verantwoorde sportbeoefening; Besluit :
Artikel 1. Vanaf 1 juni 2009 is de Internationale Standaard inzake de Bescherming van de Privacy en Persoonlijke Informatie, als bijlage 5 gevoegd bij het besluit van de secretaris-generaal van 17 december 2008 houdende bekendmaking van de toepasselijke Code en toepasselijke standaarden, als vermeld in artikel 36 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juni 2008 houdende uitvoering van het decreet van 13 juli 2007 inzake medisch verantwoorde sportbeoefening, niet langer van toepassing. De vanaf 1 juni 2009 toepasselijke Internationale Standaard inzake de Bescherming van de Persoonlijke levenssfeer en persoonsgegevens, is als bijlage bij dit besluit gevoegd.
Art. 2. Dit besluit wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
Art. 3. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 juni 2009. Brussel, 5 juni 2009. De secretaris-generaal van het Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media, Mevr. Ch. CLAUS MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46295 DE WERELDANTIDOPINGCODE INTERNATIONALE STANDAARD BESCHERMING VAN DE PERSOONLIJKE LEVENSSFEER EN PERSOONSGEGEVENS Juni 2009 WERELDANTIDOPINGAGENTSCHAP speel eerlijk Internationale Standaard voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer en de Persoonsgegevens De Internationale Standaard voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer en de Persoonsgegevens werd op 9 mei 2009 voor het eerst aangenomen en goedgekeurd door het Uitvoerend Comité van het Wereldantidoping- agentschap. In bijlage bevindt zich versie 2.0 van dit document dat in werking treedt op 1 juni 2009. Uitgegeven op 11 mei 2009 door : World Anti-Doping Agency Stock Exchange Tower 800 Place Victoria (Suite 1700) PO Box 120 Montreal, Quebec, Canada H4Z 1B7 URL : www.wada-ama.org Tel. : +1 514 904 9232 Fax : +1 514 904 8650 E-mail : info@wada-ama.org VOORWOORD De Wereldantidoping Internationale Standaard voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer en de Persoonsgegevens is een verplichte Internationale Standaard van niveau 2 die werd opgesteld in het kader van het Wereldantidopingprogramma. Het WADA en de Antidopingorganisaties moeten er allebei voor zorgen dat Persoonsgegevens die Verwerkt worden in verband met Antidopingactiviteiten, beschermd worden zoals opgelegd door de geldende wetten, principes en standaarden inzake gegevensbescherming en privacy. Het hoofddoel van deze Internationale Standaard bestaat erin te verzekeren dat organisaties en personen die betrokken zijn bij de strijd tegen doping in de sport, de Persoonsgegevens die ze Verwerken correct, toereikend en efficiënt beschermen, ongeacht of dit al dan niet opgelegd wordt door de geldende wetgeving. Dit document werd herzien, besproken en voorbereid door een referentiegroep van WADA-experts die in het bijzonder rekening hebben gehouden met de uit 1980 daterende Richtsnoeren inzake de Bescherming van de Privacy en het Grensoverschrijdende Verkeer van Persoonsgegevens van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), met het Verdrag tot Bescherming van Personen met betrekking tot de Geautomatiseerde Verwerking van Persoonsgegevens van de Raad van Europa (ETS nr. 108), met de Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en het vrije verkeer van die gegevens, en met andere internationale en regionale regels en standaarden inzake de persoonlijke levenssfeer. De officiële tekst van de Internationale Standaard voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer en de Persoonsgegevens wordt bijgehouden door het WADA en zal worden gepubliceerd in het Engels en het Frans. In geval van enige tegenstrijdigheid tussen de Engelse en de Franse versie is de Engelse versie beslissend. De Internationale Standaard voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer en de Persoonsgegevens versie 2.0 zal van kracht worden op 1 juni 2009. Hij zal nu en dan, indien nodig, geactualiseerd worden om aanpassingen in de geldende wetten en antidopingpraktijken weer te geven. INHOUDSOPGAVE DEEL EEN : INLEIDING, BEPALINGEN VAN DE CODE EN DEFINITIES...................... 1 1.0 Inleiding en Werkkader........................................................................... 1 2.0 Bepalingen van de Code........................................................................... 1 3.0 Begrippen en Definities............................................................................. 4 DEEL TWEE : STANDAARDEN VOOR HET OMGAAN MET PERSOONSGEGEVENS...... 6 4.0 Verwerking van Persoonsgegevens in overeenstemming met de Internationale Standaard en de Geldende Wetgeving.............................................................. 6 5.0 Verwerking van relevante en evenredige Persoonsgegevens........................... 6 6.0 Verwerking van Persoonsgegevens in Overeenstemming met de Wetgeving of met Toestemming.......................................................................................... 8 7.0 Waarborgen van Passende Informatieverstrekking aan Deelnemers en Andere Perso- nen................................................................................................... 10 8.0 Verstrekking van Persoonsgegevens aan andere Antidopingorganisaties en aan Derden............................................................................................ 11 9.0 Handhaving van de Veiligheid van Persoonsgegevens.................................. 12 10.0 Bewaren van Persoonsgegevens slechts zolang dat noodzakelijk is en zorgen voor de vernietiging ervan................................................................... 13 11.0 Rechten van Deelnemers en Andere Personen met betrekking tot Persoonsgege- vens...................................................................................... 14 46296 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD DEEL EEN : INLEIDING, BEPALINGEN VAN DE CODE EN DEFINITIES 1.0 Inleiding en werkkader De doelstelling van de Internationale Standaard voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer en de Persoonsgegevens bestaat erin te verzekeren dat Antidopingorganisaties de Persoonsgegevens die ze Verwerken bij de uitvoering van antidopingprogramma’s correct, toereikend en efficiënt beschermen, in erkenning van het feit dat Persoonsgegevens die verzameld worden in het kader van de strijd tegen doping de privacyrechten en belangen van personen die betrokken zijn bij de georganiseerde sport kunnen beïnvloeden en bezwaren. De Code in het bijzonder eist dat de Atleten en de Atletenbegeleiders een belangrijk aantal Persoonsgegevens verschaffen aan Antidopingorganisaties. Bijgevolg is het van essentieel belang dat de Antidopingorganisaties de door hen verzamelde Persoonsgegevens naar behoren beschermen om te voldoen aan alle wettelijke standaarden en het voortdurende vertrouwen en geloof van diegenen die deelnemen aan georganiseerde sport te verzekeren. De Code erkent en bevestigt het belang van de verzekering dat de privacybelangen van personen die deelnemen aan antidopingprogramma’s op basis van de Code ten volle geëerbiedigd worden. Ter ondersteuning van dit engagement biedt deze Internationale Standaard verplichte regels en standaarden met betrekking tot de bescherming van Persoonsgegevens door Antidopingorganisaties. Net zoals andere Internationale Standaarden die tot op heden werden ontwikkeld en geïmplementeerd, beschrijft ook deze Internationale Standaard een minimum aan gemeenschappelijke regels die Antidopingorganisaties moeten naleven bij het verzamelen en verwerken van Persoonsgegevens op grond van de Code. In sommige gevallen vereisen de geldende wetten van de Antidopingorganisaties dat ze regels of standaarden toepassen die verder gaan dan degene beschreven in deze Standaard. In deze Internationale Standaard worden definities die ook voorkomen in de Code in cursief gezet, terwijl definities die bijkomend werden gecreëerd voor deze Internationale Standaard onderstreept worden. 2.0 Bepalingen van de Code De volgende artikelen in de Code zijn rechtstreeks relevant voor deze Internationale Standaard voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer en de Persoonsgegevens : Code Artikel 14 Vertrouwelijkheid en rapportage De Ondertekenaars gaan akkoord met de principes van de coördinatie van antidopingresultaten, openbare transparantie en verantwoordelijkheid en respect voor de privacybelangen van personen die worden beschuldigd van het overtreden van antidopingregels. Code Artikel 14.1.5. De ontvangende organisaties mogen deze informatie niet bekendmaken aan andere Personen dan diegenen die de informatie nodig hebben (dit omvat het respectieve personeel van het bevoegde Nationaal Olympisch Comité, de Nationale Federatie en het team bij een Teamsport) tot de Antidopingorganisatie die verantwoordelijk is voor het resultatenbeheer de zaak publiekelijk bekend heeft gemaakt of nagelaten heeft dit publiekelijk bekend te maken volgens de voorschriften in het onderstaande Artikel 14.2. Code Artikel 14.2 Publiekelijke bekendmaking Code Artikel 14.2.1 De identiteit van gelijk welke Atleet of enige andere Persoon die door een Antidopingorganisatie wordt beschuldigd van het overtreden van de antidopingregels, mag enkel publiekelijk bekendgemaakt worden door de Antidopingorga- nisatie die verantwoordelijk is voor het resultatenbeheer als dit gemeld is aan de Atleet of andere Persoon in overeenstemming met de Artikelen 7.2, 7.3 of 7.4 of aan de bevoegde Antidopingorganisaties in overeenstemming met
Artikel 14.1.2. Code Artikel 14.2.3 Telkens na een hoorzitting of beroep blijkt dat de Atleet of andere Persoon geen dopingovertreding heeft begaan, mag deze beslissing slechts publiekelijk bekendgemaakt worden indien men daartoe de toestemming heeft van de Atleet of andere Persoon op wie de beslissing betrekking heeft. De Antidopingorganisatie die verantwoordelijk is voor het resultatenbeheer moet redelijke inspanningen leveren om deze toestemming te verkrijgen en moet na verkrijging van die toestemming de beslissing hetzij volledig, hetzij in een door de Atleet of andere Persoon goedgekeurde opmaak publiekelijk bekendmaken. Code Artikel 14.2.4 Krachtens Artikel 14.2 is slechts voldaan aan de verplichting van bekendmaking wanneer de vereiste informatie minstens op de website van de Antidopingorganisatie is geplaatst en daar blijft staan gedurende minstens één (1) jaar. Code Artikel 14.2.5 Geen enkele Antidopingorganisatie of door het WADA geaccrediteerd laboratorium, noch enige ambtenaar ervan mogen publiekelijk commentaar geven op de specifieke feiten van een hangende zaak (te onderscheiden van een algemene beschrijving van verwerking en wetenschap), behalve wanneer het gaat om een reactie op publieke verklaringen van de Atleet, een andere Persoon of hun vertegenwoordigers. Code Artikel 14.3 Verblijfsgegevens van de Atleet Zoals ook vermeld wordt in de Internationale Standaard voor Dopingtests, moeten Atleten die door hun Internationale Federatie of Nationale Antidopingorganisatie zijn aangeduid voor opname in een Geregistreerde Doelgroep voor Dopingcontrole correcte en actuele verblijfsgegevens verstrekken. De Internationale Federaties en Nationale Antidopingorganisaties moeten de identificatie van de Atleten en het verzamelen van actuele verblijfsgegevens coördineren en deze gegevens doorgeven aan het WADA. Deze informatie wordt, waar redelijkerwijs haalbaar via ADAMS, beschikbaar gesteld aan andere Antidopingorganisaties die bevoegd zijn om de Atleet te controleren zoals vermeld in Artikel 15. Deze informatie moet te allen tijde strikt vertrouwelijk behandeld worden, mag enkel gebruikt worden voor het plannen, coördineren of uitvoeren van Dopingcontroles en moet worden vernietigd zodra ze niet langer relevant is voor deze doeleinden. Code Artikel 14.5 Coördinatiecentrum voor Informatie Dopingcontrole Het WADA zal optreden als een centraal coördinatiecentrum voor de gegevens en resultaten van Dopingcontroles voor Atleten op zowel internationaal als nationaal niveau die zijn opgenomen in de Geregistreerde Doelgroep voor Dopingcontrole van hun Nationale Antidopingorganisatie. Om het coördineren van de planning van de dopingcontrole te vergemakkelijken en onnodige, dubbel uitgevoerde Dopingcontroles door de verschillende Antidopingorganisaties te vermijden, moet elke Antidopingorganisatie alle dopingcontroles Binnen Competitie en Buiten Competitie op deze Atleten zo snel mogelijk nadat ze zijn uitgevoerd, melden aan het coördinatiecentrum van MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46297 het WADA. Deze informatie zal beschikbaar worden gesteld aan de Atleet, de Nationale Federatie van de Atleet, het Nationaal Olympisch Comité of het Nationaal Paralympisch Comité, de Nationale Antidopingorganisatie, de Internationale Federatie en het Internationaal Olympisch Comité of het Internationaal Paralympisch Comité. Om het WADA in staat te stellen te fungeren als een coördinatiecentrum voor de gegevens van Dopingcontroles, heeft het een tool voor databasebeheer ontwikkeld, ADAMS genaamd, dat de opkomende principes voor gegevensbescherming weergeeft. Het WADA heeft ADAMS in het bijzonder ontwikkeld om consequent te kunnen zijn met de statuten en normen inzake gegevensbescherming die van toepassing zijn op het WADA en op de andere organisaties die ADAMS gebruiken. Persoonlijke informatie over een Atleet, over Atletenbegeleiders of over anderen die betrokken zijn bij antidopingactiviteiten, moet strikt vertrouwelijk en in overeenstemming met de Internationale Standaard voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer worden bewaard door het WADA, dat overkoepeld wordt door de Canadese autoriteiten inzake gegevensbescherming. Het WADA moet ten minste eenmaal per jaar een statistisch rapport publiceren waarin de ontvangen informatie is samengevat. Daarbij moet het te allen tijde verzekeren dat de privacy van de Atleten volledig gerespecteerd wordt. En bovendien moet het beschikbaar zijn voor besprekingen met nationale en regionale autoriteiten die bevoegd zijn voor gegevensbescherming. Code Artikel 14.6 Gegevensbescherming Bij het uitvoeren van hun verplichtingen krachtens de Code mogen de Antidopingorganisaties Persoonsgegevens over Atleten en derden verzamelen, opslaan, verwerken of bekendmaken. Elke Antidopingorganisatie moet ervoor zorgen dat ze voldoet aan de geldende wetten inzake gegevensbescherming en privacy wat betreft de manier waarop ze omgaat met deze informatie, alsook aan de Internationale Standaard voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer die het WADA zal goedkeuren om te verzekeren dat zowel Atleten als niet-atleten volledig op de hoogte zijn van en, waar nodig, instemmen met de manier waarop hun Persoonsgegevens gebruikt worden tijdens antidopingactiviteiten die zich voordoen krachtens de Code. 3.0 Begrippen en definities 3.1 Een selectie van gedefinieerde begrippen uit de Code Antidopingorganisatie : een Ondertekenaar die verantwoordelijk is voor het overnemen van regels voor het initiëren, implementeren of uitvoeren van gelijk welk onderdeel van het Dopingcontroleproces. Hiertoe behoren bijvoorbeeld het Internationaal Olympisch Comité, het Internationaal Paralympisch Comité, andere Organisaties van Belangrijke Evenementen die Tests uitvoeren tijdens hun Evenementen, het WADA, Internationale Federaties en Nationale Antidopingorganisaties. Atleet : elke Persoon die aan sport doet op internationaal niveau (volgens de definities van elke Internationale Federatie), op nationaal niveau (volgens de definities van elke Nationale Antidopingorganisatie, inclusief maar niet beperkt tot de Personen opgenomen in haar Geregistreerde Doelgroep voor Dopingcontrole), en elke andere sportbeoefenaar die op enige andere wijze onderworpen is aan de bevoegdheid van gelijk welke Ondertekenaar of andere sportorganisatie die de Code aanvaardt. Alle bepalingen van de Code, inclusief bijvoorbeeld de bepalingen inzake de Tests en de dispensaties voor therapeutisch gebruik, gelden voor sportbeoefenaars op zowel nationaal als internationaal niveau. Sommige Nationale Antidopingorganisaties kunnen ervoor kiezen om de anti-dopingregels te testen en toe te passen op recreatieve of mastersporters die noch op dat ogenblik, noch in de toekomst op nationaal niveau zullen meespelen. De Nationale Antidopingorganisaties zijn echter niet verplicht om alle aspecten van de Code toe te passen op die Personen. Er kunnen specifieke nationale regels worden opgesteld voor Dopingcontrole bij sportbeoefenaars op niet-internationaal of niet-nationaal niveau, zonder daarbij in conflict te komen met de Code. Met andere woorden : een land kan ervoor kiezen om sportbeoefenaars op recreatief niveau te testen, zonder daarbij dispensaties voor therapeutisch gebruik of verblijfsgegevens te vereisen. Op dezelfde manier kan een Organisatie van Belangrijke Evenementen die een Evenement organiseert enkel voor sportbeoefenaars op masterniveau, ervoor kiezen om de deelnemers te testen, zonder echter voorafgaande dispensaties voor therapeutisch gebruik of verblijfsgegevens te vereisen. Met het oog op Artikel 2.8 (Toediening of Poging tot Toediening) en met het oog op de voorlichting en scholing inzake de strijd tegen doping is elke Persoon die aan sport doet onder het gezag van een Ondertekenaar, overheid of andere sportorganisatie die de Code heeft aanvaard, een Atleet. Atletenbegeleiders : elke coach, trainer, manager, agent, teammedewerker, official, medische of paramedische medewerker, ouder of enige andere Persoon die werkt met een Atleet die deelneemt aan of zich voorbereidt op een sportwedstrijd, of die deze Atleet onder behandeling heeft of bijstaat. Deelnemer : elke Atleet of Atletenbegeleider. 3.2 Gedefinieerde begrippen uit de Internationale Standaard voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer en de Persoonsgegevens Antidopingactiviteiten : Activiteiten die worden gespecificeerd door de Code en de Internationale Standaarden en die moeten worden uitgevoerd door Antidopingorganisaties en hun Derde Agenten, met het oog op het vaststellen of inbreuken op antidopingregels hebben plaatsgevonden, met inbegrip van de verzameling van verblijfsgegevens, het uitvoeren van Tests, het verrichten van resultatenbeheer, het bepalen of het gebruik door een Atleet van een verboden stof of methode strikt beperkt is tot geoorloofde en geregistreerde therapeutische doeleinden, het informeren van Deelnemers over hun rechten en plichten, het voeren van onderzoeken naar inbreuken op antidopingregels en het instellen van gerechtelijke procedures tegen degenen die van dergelijke inbreuk worden beticht. Persoonsgegevens : de gegevens, zonder enige beperking met inbegrip van Gevoelige Persoonsgegevens, betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare Deelnemer of met betrekking tot andere personen van wie de gegevens louter worden Verwerkt in het kader van de Antidopingactiviteiten van een Antidopingorganisatie. [3.2 Opmerking : Hierbij wordt aangenomen dat Persoonsgegevens onder meer volgende gegevens van de Atleet bevatten, nl. contactgegevens en informatie over aansluitingen bij sportorganisaties, verblijfsgegevens, opgegeven dispensaties voor therapeutisch gebruik (als die er zijn), resultaten van anti-dopingtests en resultatenbeheer (inclusief disciplinaire hoorzittingen, aantekeningen van beroep en sancties). Persoonsgegevens omvatten ook persoonlijke en contactinformatie over andere personen, zoals medische professionals en andere personen die werken met een Atleet, een Atleet in behandeling hebben of bijstaan in het kader van Antidopingactiviteiten.] Verwerking (en de aanverwanten Verwerken en Verwerkt) : Persoonsgegevens verzamelen, bewaren, opslaan, bekendmaken, overmaken, verzenden, wijzigen, schrappen of op enige andere wijze gebruiken. Gevoelige Persoonsgegevens : Persoonsgegevens met betrekking tot ras of etnische afkomst, het begaan van misdrijven (criminele of andere), gezondheid (inclusief gegevens afkomstig van de analyse van Monsters van de Atleet) en genetische informatie. Derde : Elke andere natuurlijke of rechtspersoon dan de natuurlijke persoon waarop de betrokken Persoonsgege- vens betrekking hebben, Antidopingorganisaties en Derde Agenten. 46298 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Derde Agent : De natuurlijke of rechtspersoon, overheid, agentschap of orgaan, met inbegrip van - zonder enige beperking - onderaannemers en hun onderaannemers, die Persoonsgegevens Verwerken voor of namens een Antidopingorganisatie. DEEL TWEE : STANDAARDEN VOOR HET OMGAAN MET PERSOONSGEGEVENS 4.0 Verwerking van Persoonsgegevens in overeenstemming met de Internationale Standaard en de geldende wetgeving 4.1 Deze Internationale Standaard bevat een minimum aan vereisten voor de Verwerking van Persoonsgegevens van Deelnemers door Antidopingorganisaties en hun Derde Agenten in het kader van hun Antidopingactiviteiten. Alle Antidopingorganisaties moeten deze Standaard naleven, ook als de vereisten ervan verder gaan dan de vereisten vermeld in de wetten die van toepassing zijn op deze Antidopingorganisaties, en de essentiële behoefte weergeven om de privacy te beschermen van Deelnemers die betrokken zijn bij en deelnemen aan de strijd tegen doping in de sport. [4.1 Opmerking : Antidopingorganisaties, alsook alle Derde Agenten die voor of in naam van Antidopingorganisaties Persoonsgegevens Verwerken, moeten minimaal voldoen aan de vereisten vermeld in deze Internationale Standaard, op voorwaarde dat deze naleving geen inbreuk vormt op andere geldende wetten. Wanneer een Antidopingorganisatie door naleving van deze Internationale Standaard het risico loopt andere geldende wetten te overtreden, hebben deze laatste wetten de overhand, hetgeen niet zal leiden tot een vaststelling van niet-naleving van de Wereldantidopingcode.] 4.2 Antidopingorganisaties kunnen onderworpen zijn aan wetten en voorschriften inzake gegevensbescherming en privacy die vereisten opleggen die verder gaan dan de vereisten opgelegd door deze Internationale Standaard. In die gevallen moeten de Antidopingorganisaties ervoor zorgen dat ze bij de Verwerking van Persoonsgegevens voldoen aan al deze wetten en voorschriften inzake gegevensbescherming en privacy. [4.2 Opmerking : Antidopingorganisaties in sommige landen kunnen onderworpen zijn aan wetten en voorschriften die gelden voor de Verwerking van Persoonsgegevens van andere natuurlijke personen dan de Deelnemers, zoals hun eigen werknemers of het personeel van andere Antidopingorganisaties, of die bijkomende beperkingen opleggen die verder gaan dan deze Internationale Standaard. In al die gevallen zal van de Antidopingorganisaties verwacht worden dat ze voldoen aan de geldende wetten en voorschriften inzake gegevensbescherming.] 5.0 Verwerking van relevante en evenredige Persoonsgegevens 5.1 Antidopingorganisaties mogen enkel Persoonsgegevens Verwerken wanneer dat noodzakelijk en aangewezen is om hun Antidopingactiviteiten uit te oefenen krachtens de Code (zoals bepaald in Artikelen 2, 4.4, 5-8, 10-16 en 18-20) en de Internationale Standaarden, of wanneer dat op enige andere wijze vereist is door een geldende wet, een voorschrift of een verplichte wettelijke procedure, op voorwaarde dat deze Verwerking niet in strijd is met de geldende wetten inzake bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de persoonsgegevens. 5.2 Antidopingorganisaties mogen geen Persoonsgegevens Verwerken die irrelevant of niet noodzakelijk zijn in de context van hun Antidopingactiviteiten zoals bepaald in Artikel 5.1. [5.2 Opmerking : Antidopingorganisaties moeten de verschillende contexten onderzoeken waarin ze Persoonsgegevens Verwerken om ervoor te zorgen dat de Verwerking van deze Persoonsgegevens in elk geval vereist is om te voldoen aan één van de doelstellingen vermeld in Artikel 5.1. Wanneer de Antidopingorganisaties zichzelf niet kunnen overtuigen van het feit dat de Verwerking noodzakelijk is, moeten ze afzien van het Verwerken van de Persoonsgegevens.] 5.3 In het bijzonder, behalve indien op enige andere wijze vereist door de Code of uitdrukkelijk vereist bij wet : a. mogen Antidopingorganisaties die Persoonsgegevens Verwerken (hetgeen de Verwerking van Gevoelige Persoonsgegevens zal impliceren met betrekking tot Atleten en de Verwerking van niet Gevoelige Persoonsgegevens met betrekking tot Deelnemers en mogelijk andere personen) om te bepalen of het Gebruik of het Bezit door een Atleet van een verboden stof of methode strikt beperkt is tot geoorloofde en geregistreerde therapeutische doeleinden, enkel die Persoonsgegevens Verwerken die nodig zijn om tot deze vaststelling te komen zoals vereist door de Internationale Standaard voor Dispensaties voor Therapeutisch Gebruik. b. mogen Antidopingorganisaties die Persoonsgegevens Verwerken met betrekking tot Deelnemers en andere personen om Tests uit te voeren enkel die Persoonsgegevens Verwerken (inclusief verblijfsgegevens) die nodig zijn om de Tests uit te voeren (bv. testdistributieplanning, verzameling van Monsters, behandeling van Monsters en vervoer van Monsters naar het laboratorium) in overeenstemming met de Code (onder meer de Artikelen 2, 5 en 15) of door de Internationale Standaard voor Dopingtests. c. mogen Antidopingorganisaties die Persoonsgegevens Verwerken met betrekking tot Deelnemers en andere personen om over te gaan tot onderzoek en resultatenbeheer, inclusief de tuchtrechtelijke zittingen, beroepen en toewijzingen die daarmee verband houden, enkel die Persoonsgegevens Verwerken die nodig zijn voor het onderzoeken en vaststellen van één of meer inbreuken op antidopingregels. 5.4 Persoonsgegevens die Verwerkt worden door Antidopingorganisaties moeten correct en volledig zijn, en moeten geactualiseerd worden. Antidopingorganisaties zullen, waar mogelijk en rekening houdend met de aansprakelijkheden van Deelnemers zoals volgens Artikel 14.3 van de Code en Artikel 11 van de Internationale Standaard voor Dopingtests, de Persoonsgegevens waarvan ze met zekerheid weten dat ze niet correct of niet nauwkeurig zijn, zo snel mogelijk corrigeren of wijzigen. [5.4 Opmerking : Wanneer de Deelnemers zelf de nodige Persoonsgegevens over zichzelf rechtstreeks moeten bezorgen aan de Antidopingorganisaties en ervoor moeten zorgen dat deze gegevens correct, volledig en up-to-date zijn, moeten ze op de hoogte worden gebracht van deze verplichting en, waar mogelijk, moeten hen redelijke middelen worden geboden om hieraan te voldoen. Zo kan aan Individuen bijvoorbeeld toegang worden verleend tot hun Persoonsgegevens via het internet, aan de hand van online programma’s en -middelen.] 6.0 Verwerking van Persoonsgegevens in overeenstemming met de wetgeving of met toestemming 6.1 Antidopingorganisaties mogen enkel Persoonsgegevens Verwerken : . op basis van geldige wettelijke gronden, waaronder de naleving van wettelijke verplichtingen, de uitvoering van een overeenkomst of de bescherming van de wezenlijke belangen van de Deelnemer en van andere personen; of . wanneer de Deelnemer daartoe geïnformeerd toestemming heeft gegeven, onverminderd de uitzonderingen die zich kunnen voordoen conform Artikel 6.3.b. en 6.4. van huidige Internationale Standaard. [6.1 Opmerking : Deze Internationale Standaard bepaalt dat Persoonsgegevens met betrekking tot Deelnemers Verwerkt zullen worden in gevallen waar de wet uitdrukkelijk voorziet in de Verwerking ervan of met de toestemming van de Deelnemers, onverminderd de geldende uitzonderingen om te vermijden dat Deelnemers de Code zouden ondermijnen. De verplichting om de toestemming te verkrijgen van een Atleet of van diens Atletenbegeleiders ligt hoofdzakelijk bij de Antidopingorganisatie(s) die de respectieve Atleet in haar (hun) Geregistreerde Doelgroep voor Dopingcontrole opneemt (opnemen).] MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46299 6.2 Antidopingorganisaties kunnen, in overeenstemming met Artikel 6.1, weliswaar Gevoelige Persoonsgegevens Verwerken met toestemming, maar ze moeten daartoe van de Deelnemer de uitdrukkelijke en schriftelijke toestemming krijgen. De Gevoelige Persoonsgegevens moeten worden Verwerkt in overeenstemming met eventuele specifieke voorzorgsmaatregelen of procedures vastgesteld volgens de lokaal geldende wetten en voorschriften inzake gegevensbescherming. [6.2 Opmerking : Deze Internationale Standaard legt Antidopingorganisaties die Gevoelige Persoonsgegevens Verwerken bijkomende beperkingen op, waaruit het bijzonder gevoelige karakter van de Verwerking van dergelijke gegevens blijkt. Hoewel de Standaard bepaalt dat Gevoelige Persoonsgegevens uitdrukkelijk verschillende categorieën van informatie omvatten, betekent dit niet dat dergelijke informatie moet worden Verwerkt door Antidopingorganisaties, zoals vereist door Artikel 5.1.] 6.3 Antidopingorganisaties kunnen, in overeenstemming met Artikel 6.1, weliswaar Persoonsgegevens Verwerken met toestemming, maar de Antidopingorganisaties moeten er, met het oog op het verkrijgen van een geïnformeerde toestemming, zoals vereist door Artikel 6.2, voor zorgen dat de Deelnemer of de persoon waarop de Persoonsgegevens betrekking hebben de nodige informatie krijgt, zoals meer in detail beschreven wordt in Artikel 7. a. De Antidopingorganisaties moeten de Deelnemers op de hoogte brengen van de negatieve gevolgen die kunnen voortvloeien uit hun weigering om deel te nemen aan dopingcontroles, inclusief de Tests, en uit hun weigering om toestemming te geven voor de Verwerking van Persoonsgegevens zoals vereist voor deze doelstelling. [6.3.a Opmerking : Om twijfel te vermijden moet aan de Deelnemers gemeld worden dat hun weigering om deel te nemen aan dopingcontroles wanneer hen dat gevraagd wordt, ertoe kan leiden dat ze niet langer mogen deelnemen aan de georganiseerde sportbeoefening en, voor Atleten, dat deze weigering een inbreuk kan vormen op de Code en onder andere competitieresultaten ongeldig kan maken. Een Deelnemer die van mening is dat een Antidopingorganisatie niet voldoet aan deze Internationale Standaard, kan het WADA hiervan op de hoogte brengen conform Artikel 11.5. Het WADA zal de redenen voor de klacht dan onderzoeken, onverminderd enige andere rechten van de Deelnemer volgens de geldende wet.] b. De Antidopingorganisaties moeten de Deelnemers op de hoogte brengen van het feit dat de Verwerking van hun Persoonsgegevens door Antidopingorganisaties, ongeacht hun weigering om toestemming te geven of een latere intrekking van die toestemming, steeds vereist kan zijn, behalve indien op enige andere wijze verboden door de geldende wet, wanneer dat nodig is om de Antidopingorganisaties in staat te stellen : . een onderzoek in te stellen of verder te voeren over vermoedelijke inbreuken door de Deelnemer op de antidopingregels; . actie te ondernemen of deel te nemen aan acties met betrekking tot vermoedelijke inbreuken door de Deelnemer op de anti-dopingregels; of . gerechtelijke aanspraken te maken, uit te oefenen of zich te verdedigen tegen gerechtelijke aanspraken met betrekking tot de Antidopingorganisatie, de Deelnemer of beide. [6.3.b Opmerking : In sommige beperkte omstandigheden moeten Antidopingorganisaties de mogelijkheid hebben om Persoonsgegevens te Verwerken zonder de toestemming van de Deelnemer. Deze uitzonderingen zijn noodzakelijk om situaties te vermijden waarin Deelnemers weigeren om toestemming te geven of hun toestemming intrekken om bepaalde antidopingactivi- teiten en -procedures te omzeilen en detectie van een dopinginbreuk te vermijden.] 6.4 Wanneer Deelnemers voor doeleinden vermeld in deze Internationale Standaard niet in staat zijn om geïnformeerd toestemming te geven door hun leeftijd, geestelijk vermogen of enige andere legitieme, bij wet aanvaarde reden, kan de wettelijke vertegenwoordiger, de voogd of een andere bevoegde vertegenwoordiger van de Deelnemer toestemming geven in naam van de Deelnemer, alsook de rechten van de Deelnemer krachtens onderstaand Artikel 11 uitoefenen. De Antidopingorganisaties moeten verzekeren dat het verkrijgen van toestemmingen in die omstandigheden toegestaan is door de geldende wet. 7.0 Waarborgen van passende informatieverstrekking aan Deelnemers en Andere Personen [7.1 Een Antidopingorganisatie moet de Deelnemers of de persoon waarop de Persoonsgegevens betrekking hebben, informeren over de Verwerking van hun Persoonsgegevens. Deze informatie behelst onder meer : . de identiteit van de Antidopingorganisatie die de Persoonsgegevens verzamelt; . de soorten Persoonsgegevens die Verwerkt kunnen worden; . de doelen waarvoor de Persoonsgegevens gebruikt kunnen worden en hoe lang deze gegevens bewaard zullen worden; . andere mogelijke ontvangers van de Persoonsgegevens, met inbegrip van Antidopingorganisaties in andere landen waar de Deelnemer eventueel deelneemt aan sportwedstrijden, traint of reist; . de mogelijkheid en omstandigheden waarin Persoonsgegevens, in zoverre dit bij wet toegelaten is, publiekelijk bekendgemaakt kunnen worden (zoals bekendmaking van testresultaten en gerechtelijke beslissingen); . de rechten van de Deelnemer met betrekking tot de Persoonsgegevens op grond van huidige Internationale Standaard en de middelen om deze rechten uit te oefenen, met inbegrip van de procedure voor het indienen van klachten conform Artikel 11.5; en . alle andere informatie die nodig is om te verzekeren dat de verwerking van de Persoonsgegevens eerlijk verloopt, zoals informatie over regelgevende autoriteiten of instellingen die toezicht houden op de Verwerking van de Persoonsgegevens door de Antidopingorganisatie. 7.2 De Antidopingorganisaties moeten de bovenstaande informatie verschaffen aan de Deelnemers of aan de andere personen voorafgaand aan of op het ogenblik waarop ze Persoonsgegevens van de Deelnemers of de andere personen verzamelen, en ze moeten ook antwoord geven op vragen of bekommernissen van de Deelnemers met betrekking tot de Verwerking van hun Persoonsgegevens door de Antidopingorganisatie. Wanneer Antidopingorganisaties Persoonsgege- vens ontvangen van Derden, en niet rechtstreeks van de Deelnemer, moeten ze de bovenstaande informatie zo snel mogelijk meedelen, behalve indien ze eerder al aan de Deelnemer of aan de andere persoon werd bezorgd door andere partijen. 46300 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD [7.2 Opmerking : Antidopingorganisaties moeten erkennen dat basisprincipes van eerlijkheid vereisen dat een Deelnemer, wanneer diens Persoonsgegevens Verwerkt worden in het kader van Antidopingactiviteiten, redelijk toegang moet krijgen of hebben tot informatie die het doel en de procedures voor de verzameling en verwerking van diens Persoonsgegevens in eenvoudige bewoordingen toelicht. Deze Internationale Standaard wil verzekeren dat Deelnemers een basiskennis hebben van de taken en verantwoordelijkheden van de verschillende organisaties die betrokken zijn bij de strijd tegen doping in de sport, voor zover deze te maken hebben met de Verwerking van Persoonsgegevens. In geen geval mogen Antidopingorganisaties Deelnemers misleiden of verkeerd informeren met het oog op de verzameling of het gebruik van hun Persoonsgegevens. Elke Antidopingorganisatie moet ervoor zorgen dat haar Verwerking van Persoonsgegevens redelijk transparant is voor de Deelnemers, niettegenstaande het feit dat bepaalde informatie met betrekking tot Antidopingactiviteiten, onder meer informatie over geplande Tests en onderzoeken en procedures betreffende inbreuken op de antidopingregels, eventueel tijdelijk onthouden moet worden van de Deelnemers om de integriteit van het anti-dopingproces te bewaren. Het onmiddellijk verschaffen van de nodige informatie aan de Deelnemers conform dit Artikel 7 is essentieel, gezien de ernstige, nadelige gevolgen die zich kunnen voordoen indien wordt vastgesteld dat de Deelnemers een inbreuk hebben gepleegd op de antidopingregels.] 7.3 De Antidopingorganisaties moeten de bovenstaande informatie op een zodanige wijze en in een zodanige vorm verstrekken, hetzij schriftelijk, mondeling of op nog andere wijze, dat de Deelnemers of de persoon waarop de Persoonsgegevens betrekking hebben, deze makkelijk kunnen begrijpen, rekening houdend met de lokale praktijken, gebruiken en de bijzondere omstandigheden met betrekking tot de Verwerking van de Persoonsgegevens. [7.3 Opmerking : Antidopingorganisaties moeten de meest efficiënte manier bepalen om informatie te verstrekken in bijzondere gevallen, wetend dat een schriftelijke kennisgeving aan de Deelnemers de manier is die de voorkeur geniet, wanneer dit praktisch haalbaar is. Dit kan ook betekenen dat de kennisgeving gebeurt via algemeen beschikbare bronnen zoals brochures en websites, afzonderlijk of bij voorkeur in combinatie met een beknoptere kennisgeving via formulieren en andere documentatie die rechtstreeks aan de Deelnemers wordt bezorgd.] 8.0 Verstrekking van Persoonsgegevens aan andere Antidopingorganisaties en aan Derden 8.1 Antidopingorganisaties mogen geen Persoonsgegevens bekendmaken aan andere Antidopingorganisaties, behalve wanneer dergelijke bekendmaking noodzakelijk is om de Antidopingorganisaties die de Persoonsgegevens ontvangen, in staat te stellen om te voldoen aan verplichtingen op grond van de Code en in overeenstemming met de geldende wetten inzake bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de persoonsgegevens. [8.1 Opmerking : In heel wat situaties vereist door de Code is het noodzakelijk dat Antidopingorganisaties bepaalde Persoonsgegevens over Deelnemers delen met andere Antidopingorganisaties zodat deze de door de Code verplichte Tests kunnen uitvoeren. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen wanneer men Atleten wil onderwerpen aan Tests Binnen Competitie of Buiten Competitie. In die gevallen zullen Antidopingorganisaties samenwerken om te verzekeren dat de deelname van Deelnemers aan dergelijke Tests voldoende transparant blijft voor de Deelnemers en voldoet aan de regels vermeld in deze Internationale Standaard en in de geldende wetten.] 8.2 Antidopingorganisaties mogen geen Persoonsgegevens bekendmaken aan andere Antidopingorganisaties : (i) wanneer de ontvangende Antidopingorganisaties geen recht, bevoegdheid of behoefte kunnen voorleggen voor het verkrijgen van de Persoonsgegevens; (ii) wanneer er bewijs is dat de ontvangende Antidopingorganisaties niet voldoen of niet kunnen voldoen aan deze Internationale Standaard; (iii) wanneer het de Antidopingorganisatie niet toegestaan is om de Persoonsgegevens bekend te maken conform de geldende wet of beperkingen opgelegd door een bevoegde controleautoriteit; of (iv) wanneer de bekendmaking de stand van een lopend onderzoek naar inbreuken op de antidopingregels ernstig in gevaar zou brengen. Wanneer een Antidopingorganisatie vreest dat een andere Antidoping- organisatie niet in staat is om te voldoen aan deze Internationale Standaard, moet ze deze bekommernissen zo snel mogelijk meedelen aan de bewuste Antidopingorganisatie en aan het WADA. 8.3 Antidopingorganisaties mogen Persoonsgegevens bekendmaken aan Derden die geen Antidopingorganisaties zijn, wanneer deze bekendmakingen : a. vereist zijn bij wet; b. gebeuren met de geïnformeerde, uitdrukkelijke en schriftelijke toestemming van de betrokken Deelnemer; of c. noodzakelijk zijn om de orde- of overheidsdiensten te helpen bij het opsporen, onderzoeken of vervolgen van een misdrijf of een inbreuk op de Code, op voorwaarde dat de aangevraagde Persoonsgegevens rechtstreeks relevant zijn voor het misdrijf in kwestie en dat de autoriteiten deze gegevens op geen enkele andere redelijke manier kunnen verkrijgen. 9.0 Handhaving van de veiligheid van Persoonsgegevens 9.1 Antidopingorganisaties moeten een persoon aanduiden die verantwoordelijk is voor de naleving van deze Internationale Standaard en van alle lokaal geldende wetten inzake bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de persoonsgegevens. Ze moeten redelijke maatregelen treffen om te verzekeren dat de naam en contactgegevens van deze aangeduide persoon gemakkelijk te krijgen is door Deelnemers die hierom verzoeken. 9.2 Antidopingorganisaties moeten de Persoonsgegevens die ze Verwerken, beschermen door implementatie van alle nodige veiligheidsmaatregelen, met inbegrip van materiële, organisatorische, technische, omgevings- en andere maatregelen, om verlies, diefstal, ongeoorloofde toegang, vernietiging, gebruik, wijziging of bekendmaking (inclusief bekendmaking via elektronische netwerken) van deze Persoonsgegevens te vermijden. [9.2 Opmerking : De Antidopingorganisaties moeten ervoor zorgen dat elke toegang tot Persoonsgegevens door hun eigen personeel enkel gebeurt op basis van ’need-to-know’-criteria en waar dat overeenstemt met de toegewezen taken en verantwoordelijkheden. Personeelsleden die toegang hebben tot Persoonsgegevens moeten op de hoogte zijn van de noodzaak om deze Persoonsgegevens vertrouwelijk te houden.] MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46301 9.3 Antidopingorganisaties moeten veiligheidsmaatregelen treffen die rekening houden met de gevoeligheid van de Persoonsgegevens die ze Verwerken. Antidopingorganisaties moeten aan de Gevoelige Persoonsgegevens die ze Verwerken een hoger veiligheidsniveau toekennen dat het dienovereenkomstig groter risico weerspiegelt dat de illegale of ongeoorloofde bekendmaking van dergelijke informatie betekent voor de Deelnemer of de persoon waarop de Persoonsgegevens betrekking hebben. 9.4 Antidopingorganisaties die aan Derde Agenten Persoonsgegevens bekendmaken die verband houden met hun Antidopingactiviteiten, moeten ervoor zorgen dat deze Derde Agenten onderworpen zijn aan de nodige controles, met inbegrip van contractuele controles, om de vertrouwelijkheid en de privacy van de Persoonsgegevens te beschermen en ervoor te zorgen dat de Persoonsgegevens enkel Verwerkt worden voor en in naam van de Antidopingorganisatie. [9.4 Opmerking : Antidopingorganisaties dragen een permanente verantwoordelijkheid om gelijk welke Persoonsgegevens die zij effectief beheren of die in hun bezit zijn te beschermen, met inbegrip van Persoonsgegevens die Verwerkt worden door hun Derde Agenten zoals leveranciers van IT-diensten, laboratoria en externe Dopingcontroleurs.] 9.5 Antidopingorganisaties moeten Derde Agenten kiezen die voldoende garanties bieden overeenkomstig de toepasselijke wet en deze Standaard met betrekking tot de technische veiligheidsmaatregelen en organisatorische maatregelen die de uit te voeren Verwerking beheersen. 10.0 Bewaren van Persoonsgegevens slechts zolang dat noodzakelijk is en zorgen voor de vernietiging ervan 10.1 In het algemeen vereist de bewaring van Gevoelige Persoonsgegevens sterkere en meer dwingende redenen en rechtvaardigingen dan de bewaring van niet-Gevoelige Persoonsgegevens. 10.2 Antidopingorganisaties moeten ervoor zorgen dat Persoonsgegevens slechts zolang bewaard worden als nodig is om te voldoen aan hun verplichtingen op grond van de Code of in zoverre anderszins vereist is door een geldende wet, een voorschrift of een verplichte wettelijke procedure. Zodra de Persoonsgegevens niet langer nodig zijn voor de bovenstaande doelen, moeten ze gewist, vernietigd of blijvend anoniem gemaakt worden. 10.3 Om de effectieve toepassing van Artikel 10.1 te verzekeren, moeten Antidopingorganisaties duidelijke bewaartermijnen vastleggen die de Verwerking van Persoonsgegevens regelen in overeenstemming met de bovenstaande beperkingen. De Antidopingorganisaties moeten specifieke plannen en procedures ontwikkelen om de veilige bewaring en uiteindelijke vernietiging van de Persoonsgegevens te garanderen. 10.4 Op verschillende soorten Persoonsgegevens zullen verschillende bewaartermijnen van toepassing zijn en voor het bepalen van de bewaartermijnen zal rekening worden gehouden met de doelstellingen waarvoor de Persoonsge- gevens worden Verwerkt in het kader van Antidopingactiviteiten, met inbegrip van het toekennen van Dispensaties voor Therapeutisch Gebruik, Tests, onderzoek naar inbreuken inzake doping en het bestraffen van dergelijke inbreuken. [10.4 Opmerking : Het WADA zal richtlijnen uitwerken die specifiekere bewaartijden vooropstellen voor de verschillende soorten Persoonsgegevens die worden Verwerkt in het kader van de strijd tegen doping.] 11.0 Rechten van Deelnemers en Andere Personen met betrekking tot Persoonsgegevens 11.1 Deelnemers of personen waarop de Persoonsgegevens betrekking hebben, hebben het recht om van de Antidopingorganisaties (a) de bevestiging te krijgen dat deze Antidopingorganisaties al dan niet hun Persoonsgegevens Verwerken, (b) de in Artikel 7.1 vermelde informatie te krijgen en (c) om binnen een redelijke termijn een kopie te krijgen van de bewuste Persoonsgegevens, in een gemakkelijk leesbaar formaat en zonder buitensporige kosten, behalve indien dit in een specifiek geval duidelijk in strijd zou zijn met het vermogen van de Antidopingorganisatie om Tests Zonder Voorafgaand Bericht te plannen of uit te voeren of om inbreuken op antidopingregels te onderzoeken of vast te stellen. 11.2 Antidopingorganisaties moeten ingaan op verzoeken van Deelnemers die toegang wensen tot hun Persoonsge- gevens, tenzij wanneer dit een onevenredige last betekent voor de Antidopingorganisaties wat kosten of inspanningen betreft gelet op de aard van de Persoonsgegevens in kwestie. 11.3 Wanneer een Antidopingorganisatie aan een Deelnemer de toegang tot diens Persoonsgegevens weigert, moet ze dit zo snel als praktisch haalbaar meedelen aan de Deelnemer en deze schriftelijk de redenen voor de weigering van het verzoek toelichten. Antidopingorganisaties moeten ervoor zorgen dat Deelnemers die conform Artikel 11 toegang vragen tot hun Persoonsgegevens enkel Persoonsgegevens over zichzelf ontvangen, en niet over andere Deelnemers of derden. 11.4 Wanneer de Verwerking van Persoonsgegevens door een Antidopingorganisatie onjuist, onvolledig of buitensporig blijkt, moet die Antidopingorganisatie de bewuste Persoonsgegevens zo snel mogelijk gepast corrigeren, wijzigen of wissen. Wanneer de Antidopingorganisatie de bewuste Persoonsgegevens heeft bekendgemaakt aan een andere Antidopingorganisatie die, voor zover zij weet of gelooft, de Persoonsgegevens blijft Verwerken, moet ze die Antidopingorganisatie zo snel mogelijk op de hoogte brengen van de wijziging, tenzij dit onmogelijk blijkt of een onevenredige inspanning vergt. 11.5 Onverminderd enige andere rechten die de Deelnemer kan hebben conform de geldende wetten, heeft een Deelnemer ook het recht om een klacht in te dienen bij een Antidopingorganisatie wanneer hij er redelijk en te goeder trouw van overtuigd is dat een Antidopingorganisatie huidige Internationale Standaard niet naleeft. Elke Antidopingorganisatie beschikt over een procedure om dergelijke klachten op een eerlijke en onpartijdige manier te behandelen. Indien de klacht niet naar behoren kan worden opgelost, kan de Deelnemer het WADA hiervan in kennis stellen en/of een klacht indienen bij het Arbitragehof voor Sport, dat dan zal nagaan of een inbreuk heeft plaatsgevonden. Wanneer blijkt dat inderdaad niet voldaan is aan de Internationale Standaard, zal de bewuste Antidopingorganisatie worden verzocht om de inbreuk recht te zetten. 46302 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD VLAAMSE OVERHEID Werk en Sociale Economie [2009/202831] 4 JUNI 2009. — Ministerieel besluit tot bepaling van de standaard voor de titel van podiumtechnicus licht De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming, Gelet op het decreet van 30 april 2004 betreffende het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid, inzonderheid op artikel 6, 4o; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 oktober 2004, 23 december 2005, 19 mei 2006, 30 juni 2006, 1 september 2006, 15 juni 2007 en 28 juni 2007, 10 oktober 2007 en 14 november 2007; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2005 tot uitvoering van het decreet van 30 april 2004 betreffende het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid, inzonderheid op artikel 4, § 3, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 5 oktober 2007; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 1 februari 2008 tot bepaling van de beroepen waarvoor een titel van beroepsbekwaamheid kan worden uitgereikt, inzonderheid op artikel 1, 16o; Gelet op het advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, gegeven op 11 februari 2009, Besluit :
Artikel 1. Voor het beroep van podiumtechnicus licht, met de overeenkomstige titel van podiumtechnicus licht, verwijzend naar het SERV-beroepsprofiel voor de SERV-beroepencluster ’podiumtechniek’, met als uniek volgnum- mer 07/16 als vermeld in artikel 1, 16o, van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 februari 2008 tot bepaling van de beroepen waarvoor een titel van beroepsbekwaamheid kan worden uitgereikt, worden de standaard, de succescriteria, de richtlijnen voor beoordeling en de classificatie met bijbehorend subsidiebedrag vastgelegd in de bijlage gevoegd bij dit besluit.
Art. 2. Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad. Brussel, 4 juni 2009. De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming, F. VANDENBROUCKE Bijlage : De standaard, de succescriteria, de richtlijnen voor beoordeling en de classificatie voor het beroep van podiumtechnicus licht Algemene informatie : 1o standaardnummer : 07/16; 2o classificatie : categorie 3, namelijk 1.200,00 euro; 3o brondocument : SERV-beroepscompetentieprofiel ’podiumtechnicus licht’ (SERV,2008). Standaard : Omschrijving van het beroep : De podiumtechnicus licht ontwerpt technische lichtplannen voor diverse podiumevenementen, plaatst lichtappa- ratuur op een veilige manier en stelt ze in en bedient ze tijdens de voorstelling zodat een optimale werking, in overeenstemming met het artistieke concept, gegarandeerd is. Kerncompetenties : De podiumtechnicus licht kan 1. een technisch lichtplan uitwerken; 2. lichtapparatuur plaatsen en aansluiten; 3. lichtapparatuur instellen; 4. lichtapparatuur bedienen; 5. problemen opsporen en verhelpen; 6. overleggen; 7. samenwerken; 8. veilig werken. Kerncompetentie 1 : een technisch lichtplan uitwerken Succescriteria : 1o reikt technische oplossingen aan de ontwerper/regisseur aan om een artistiek concept te realiseren, rekening houdend met de beperkingen en mogelijkheden van locatie en middelen; 2o zet de gebruikte lichtapparatuur en de posities ervan op een technisch plan uit; 3o documenteert het lichtplan met patch-, trekken-, materiaal- en cuelijsten; 4o kiest alternatieven wanneer bepaalde lichtapparatuur niet aanwezig is, met respect voor het artistieke concept. Kerncompetentie 2 : lichtapparatuur plaatsen en aansluiten Succescriteria : 1o plaatst spots of hangt spots in de trekken of riggingpunten volgens de eisen van het lichtplan en de mogelijkheden van de zaal; 2o houdt zich aan de maximale gespreide belastbaarheid en de maximale puntlast bij het bevestigen van voorwerpen aan trekken of riggingpunten; 3o beveiligt alle voorwerpen aan de trekken of riggingpunten met een veiligheidskabel die sterk genoeg is om het gewicht te beveiligen, zodat de valhoogte tot een minimum beperkt wordt zonder bewegende onderdelen te hinderen; 4o brengt de op het lichtplan vermelde toebehoren (kleurenfilters, messen, gobo’s, scrollers, flappen, iris en shutters) in of op de spots aan; MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46303 5o controleert spanning en veiligheidsvoorzieningen op het stroomnet vooraleer er elektrische apparatuur op aan te sluiten; 6o sluit spots via (multi)kabels aan op de dimmerkast zodat ze functioneren, de kabels niet getorst worden en de aansluitingen getraceerd kunnen worden; 7o belast de fasen van de dimmers evenwichtig, zodat het maximale rendement uit de stroombron wordt gehaald en overbelasting vermeden wordt; 8o legt de nodige verbindingen tussen dimmerkast, bewegende spots en de digitale lichttafel. Kerncompetentie 3 : lichtapparatuur instellen Succescriteria : 1o adresseert dimmers en andere apparatuur; 2o patcht de lichttafel zodat de inkomende lijnen (en parameters voor bewegend licht) op de gewenste kanalen worden geplaatst; 3o richt spots volgens de eisen van het lichtplan en de mogelijkheden van de zaal; 4o slaat per lichtstand de parameters van de spots en de overgangstijden op, rekening houdend met de lichtdocumentatie, de mogelijkheden van de zaal en de wensen van de regisseur of lichtontwerper. Kerncompetentie 4 : lichtapparatuur bedienen Succescriteria : 5o volgt visuele en gegeven cues op; 6o zorgt dat lichtstanden en timing altijd in verhouding zijn tot de artistieke vereisten van de voorstelling; 7o zorgt voor een alternatief bij het uitvallen van een bepaalde spot om een gelijkaardig resultaat te bekomen; 8o zorgt voor een alternatief wanneer de voorgeprogrammeerde lichtstand niet in overeenstemming is met de positie of de actie van een artiest. Kerncompetentie 5 : problemen opsporen en verhelpen Succescriteria : 1o meet spanning, stroom en weerstand met een universeel meettoestel en vergelijkt de gemeten met de te verwachten en de afgeleide waarden; 2o zoekt fouten in lichtsystemen door uitsluiting van de mogelijke oorzaken; 3o schakelt de stroomtoevoer van een elektrische installatie uit vooraleer er werkzaamheden aan uit te voeren; 4o vervangt onderdelen van spots (lampen, lenzen, spiegels en condensoren) volgens de gebruiksaanwijzing; 5o bepaalt de benodigde stroomsterkte in functie van de kabelsectie bij het vervangen van zekeringen; 6o vervangt zekeringen van de gebruikte toestellen volgens de technische specificaties; 7o vervangt connectoren, zodat het kabelomhulsel in de connector geklemd zit en de kabel van de stroomtoevoer niet kan losgetrokken worden. Kerncompetentie 6 : overleggen Succescriteria : 1o bespreekt de artistieke aspecten van het lichtplan en de impact ervan op andere ontwerpen, zodat het lichtontwerp in overeenstemming is met de artistieke wensen en met de andere technische ontwerpen van de voorstelling; 2o legt knelpunten met betrekking tot de lichttechniek in de productie uit aan de ontwerper/regisseur of aan de toneelmeester; 3o bespreekt financiële en logistieke aspecten van het lichtplan (kostprijs, veiligheid, transporteerbaarheid, ...), zodat de geplande voorstelling effectief gerealiseerd kan worden; 4o past de woordenschat aan bij het bespreken van de productie met mensen zonder technische achtergrond. Toepassingsgebied : Deze kerncompetentie moet worden beoordeeld tijdens volgende cruciale momenten : 1o een technisch lichtplan uitwerken; 2o lichtapparatuur instellen. Kerncompetentie 7 : samenwerken Succescriteria : 1o geeft duidelijke en eenduidige mondelinge en schriftelijke aanwijzingen aan collega’s en assistenten bij het bedienen van de volgspot en bij het plaatsen en inhangen van lichtapparatuur, zodat deze veilig en overeenkomstig het lichtplan opgebouwd wordt; 2o wisselt functionele informatie uit met collega’s over de verdeling, uitvoering en voortgang van het werk, zodat de op- en afbouw en de voorstelling vlot en veilig kunnen verlopen; 3o volgt gemaakte afspraken op (i.v.m. opbouw, voorstelling en afbouw). Toepassingsgebied : Deze kerncompetentie moet worden beoordeeld tijdens volgende cruciale momenten : 1o lichtapparatuur plaatsen en aansluiten; 2o lichtapparatuur instellen. Kerncompetentie 8 : veilig werken Succescriteria : 1o legt kabels vast zodat er niet over gestruikeld kan worden; 2o gebruikt rolsteigers en ladders zodat ze niet kunnen bewegen of omvallen; 3o gebruikt gereedschap alleen voor het werk waarvoor het gemaakt is; 4o past hef- en tiltechnieken toe; 5o verwittigt de collega’s op het podium vooraleer een trek of riggingpunt te laten zakken; 6o meldt gevaarlijke situaties en potentiële risicosituaties aan de verantwoordelijke; 7o gebruikt valbeveiliging bij het werken op hoogte. 46304 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Toepassingsgebied : Deze kerncompetentie moet worden beoordeeld tijdens volgende cruciale momenten : 1o lichtapparatuur plaatsen en aansluiten; 2o lichtapparatuur instellen. Richtlijnen voor de beoordeling 1o De beoordeling bestaat uit minstens volgende beoordelingstechnieken : a) een rollenspel met een ontwerper of regisseur rond het opstellen van technische lichtdocumentatie. Na het rollenspel moet de kandidaat de gevraagde lichtdocumentatie uitwerken. b) directe observatie van het proces in een beroepsrelevante context. De kandidaat krijgt de opdracht om : § fouten te zoeken in een lichtopstelling en ze te herstellen of verhelpen. De foutopstelling moet bestaan uit een combinatie van de fouten die beschreven worden in de verklarende woordenlijst (zie verder); § een 3-fasenspanning te meten en aan de hand van de zekeringen het beschikbare vermogen en de meest geschikte kabelsectie te bepalen aan de hand van een tabel; § een lichtopstelling te installeren aan de trekken, trussen of het grid op basis van een lichtplan en op hoogte te richten op basis van mondelinge instructies. De opstelling omvat minimaal : — 10 spots, waarvan minimum 2 profielspots, 1 geautomatiseerde spot, 1 gasontladingsarmatuur, 1 dimbare TL, 1 volgspot en hun accessoires; — 1 programmeerbare lichttafel met DMX 512 en softpatching; — dimmers die DMX 512 aanstuurbaar zijn. § een lichtopstelling te programmeren en te bedienen op basis van een scenario of cue-lijst; § de opgebouwde opstellingen af te breken en op te bergen in samenwerking met derde(n). c) criteriumgericht interview, waarbij de kandidaat verduidelijking dient te geven bij de uitgewerkte lichtdocu- mentatie en bij de praktische proef (keuze van materiaal, de wijze van installeren, instellen en bedienen en berekeningen). 2o De kandidaat wordt tijdens het installeren en afbreken van de lichtopstelling bijgestaan door een assistent. 3o Voor de beoordeling wordt er met een 3-puntenschaal gewerkt. De betekenis van de puntenschaal is de volgende : a) 1 = het gedrag wordt niet geobserveerd; b) 2 = onzeker over het geobserveerde gedrag; c) 3 = het gedrag wordt geobserveerd. 4o De duurtijd van de beoordeling bedraagt maximum 8 uur, pauzes niet inbegrepen : a) 1 uur voorbereidingstijd waarin de kandidaat de kans krijgt om het materiaal te leren kennen en vragen te stellen; b) 7 uur voor de praktische proeven inclusief rollenspel en criteriumgericht interview. 5o De kandidaat krijgt minimum 1 week op voorhand de technische gegevens van de gebruikte podiumtechnische apparatuur ter beschikking. 6o Er kan maximum 1 persoon tegelijk per 2 beoordelaars worden beoordeeld. 7o In het beoordelingscentrum is het volgende minstens aanwezig wat betreft : a) de ruimte : § alle ruimtes moeten volledig 100 % verduisterbaar zijn; § de scèneoppervlakte (dit is de effectief bruikbare oppervlakte waarop kan gespeeld worden) moet minstens 5 x 5 m bedragen - naast en achter de scène is een oppervlakte voorzien om afstopping mogelijk te maken; § de minimumhoogte onder de ophangpunten voor het licht bedraagt 4 m; § een zekeringkast met 3-fasige en mono-fasige uitgangen; § een tabel van kabelsecties. b) het lichtmateriaal : § de nodige voedingen (minimum 32A) moeten worden voorzien om zowel het eigen als gehuurd materiaal aan te sluiten; § minimum 2 x 6 kan. van 2KW DMX aangestuurde dimmers; § het verdient aanbeveling om meerdere stuurtafels te voorzien van verschillende merken - in elk geval moet er een stuurtafel voorzien worden die programeerbaar is en die voldoet aan de volgende eisen : minimum 24 geheugens, submasters, crossfade met tijdinstelling, DMX 512, softpatching en mogelijkheid om bewegend licht te sturen (in de lichttafel zelf of via een aparte console). De kandidaat mag, indien gewenst, zelf een stuurtafel meebrengen. Deze moet aan dezelfde eisen voldoen; § 6 PC’s met kabel, flappen, filterhouder, haak en veiligheidskabel; § 6 fresnels met kabel, flappen, filterhouder, haak en veiligheidskabel; § 6 profiels met kabel, iris en messen, gobo en filterhouder, haak en veiligheidskabel; § 6 pars met filterhouder, kabel, haak en verschillende types lampen; § 6 horizonbatterijen met kabel, haak en filterhouder; § 1 gasontladingsarmatuur die mechanisch gedimd kan worden, met accessoires (flappen, haak en kabels); § 1 dimbare TL; § 1 geautomatiseerde spot van minimum 12 kanalen met haak, voedingskabel en veiligheidskabel; § 1 volgspot met toebehoren; § toebehoren : — 2 vloerstatieven en 2 statieven 3m; — voldoende DMX kabels om alle toestellen te koppelen; — voldoende voedingskabels om alle dimmers aan te sluiten in verschillende configuraties; — voldoende spanningskabels om alle spots en andere apparatuur aan te sluiten in verschillende configuraties; MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46305 — voldoende multikabels met de nodige doorlusblokken en snakes; — filters en gobo’s : assortiment kleuren voldoende om alle spots te kleuren in een 10-tal verschillende kleuren, basisset gobo’s; — scrollers (kleurenwisselaars). c) de theatermechanica : § trekken, trussen of grid. d) hulpmiddelen : § ladders van verschillende hoogte; § stelling voor het richten van licht, voldoende hoog om veilig aan het grid te werken; § voldoende karren om alle materialen op te stockeren en te verplaatsen; § basisuitrusting gereedschap voor op de scène : onder andere multimeter, schroevendraaiers, sleutels; § handschoenen; § veiligheidshelm. e) verbruiksmaterialen : § gaffertape in verschillende kleuren; § metaltape; § lampen; § connectoren; § zekeringen. 8o De kandidaat brengt de eigen veiligheidsschoenen mee naar het testcentrum. Indien gewenst mag hij ook een eigen lichttafel en laptop meebrengen. De lichttafel moet voldoen aan dezelfde minimumeisen als de lichttafel in het testcentrum. 9o Om als competent beschouwd te worden dient de kandidaat aan te tonen : a) alle kerncompetenties in deze standaard te beheersen; b) de opdrachten binnen de voorziene tijd volledig af te werken. Verklarende woordenlijst 1o Fouten : lamp stuk, zekering slaat af, differentieelschakelaar slaat af, kabel beschadigd (mogelijke kabels : voedingskabels, stuurkabels en multikabels), stekker beschadigd, kabels verkeerd aangesloten, toestel uitgeschakeld, stroomtoevoer uitgeschakeld, fout in de dimmerkast Leeswijzer Deze leeswijzer verduidelijkt de wijze waarop de onderdelen van de standaard dienen gelezen of geïnterpreteerd te worden. Omschrijving van het beroep De omschrijving van het beroep in een standaard bestaat uit een weergave van de hoofddoel-stelling of de bestaansreden van het beroep, aangevuld met een beschrijving van het resul-taat, de wijze waarop of de reden waarom het resultaat moet worden gehaald. De beroepsom-schrijving geeft samen met de kerncompetenties een overzicht van de kern van het beroep. Kerncompetenties Kerncompetenties zijn de competenties die cruciaal zijn voor het uitoefenen van een bepaald beroep en die het verschil maken tussen een goede en een minder goede beroepsbeoefenaar. Kerncompetenties spelen een doorslaggevende rol bij het uitvoeren van een welbepaalde beroepsactiviteit. Kerncompetenties zijn afgeleid uit het ruimere beroepsprofiel en bestaan in principe uit zowel technische als meer transversale competenties. Het aantal kerncompetenties is beperkt aangezien de standaard een bruikbaar beoordelings-instrument moet zijn. Alle kerncompetenties moeten door een kandidaat worden beheerst om een titel van beroepsbekwaamheid te behalen. Succescriteria Succescriteria zijn indicatoren die het voor de beoordelaar mogelijk maken om gericht naar een kerncompetentie te kijken. Succescriteria zijn de operationalisering of uitwerking van kerncompetenties in observeerbaar gedrag specifiek per beroep. Het gaat daarbij opnieuw om gedrag dat het verschil maakt tussen een goede en een minder goede beroepsbeoefenaar. Succescriteria moeten niet in absolute termen gelezen worden; ze zijn richtinggevend. Dat wil zeggen dat kandidaten niet aan alle succescriteria in dezelfde mate moeten beantwoorden. Bij de beoordeling moeten de succescriteria door de beoordelaars tegen elkaar worden afgewo-gen om een uitspraak over het beheersen van de competentie te doen. Dat wil ook niet zeg-gen dat wanneer er een richtcijfer in een succescriterium is opgenomen dit exact moet worden nagegaan. Het is een richtcijfer voor de assessoren waarop ze zich bij hun beoordeling moe-ten oriënteren. Het aantal succescriteria is in functie van de bruikbaarheid eveneens beperkt. Toepassingsgebied Het toepassingsgebied dat bij een bepaalde kerncompetentie wordt vermeld, geeft weer bin-nen welke context of contexten de kerncompetentie dient te worden beoordeeld. Het toepas-singsgebied geeft met andere woorden de context aan waarbinnen de succescriteria moeten worden geobserveerd. Opmerkingen In de opmerkingen kan worden verwezen naar documenten, handboeken, die de beoordelaars kunnen gebruiken. Kennisvereisten In sommige gevallen kan een standaard ook bij bepaalde kerncompetenties kennisvereisten bevatten. Dit komt alleen voor wanneer de sector beslist dat de beoordeling van de kerncompetenties ook uit een kennisproef dient te bestaan. Richtlijnen voor de beoordeling De richtlijnen voor de beoordeling kunnen betrekking hebben op de proeven die moeten worden afgelegd, de beoordelingswijze (soort evaluatie, schalen, scores,...), de maximale duur van een beoordeling,... 46306 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Met een beroepsrelevante context wordt een gesimuleerde context bedoeld. De richtlijnen zijn bindend voor de inhoud en het verloop van de beoordeling en moeten door iedere beoordelingsinstantie worden opgevolgd. Dit moet een gelijke en billijke beoordeling van iedere kandidaat garanderen. Verklarende woordenlijst Als laatste onderdeel kan een standaard een verklarende woordenlijst bevatten. Begrippen die in de standaard cursief zijn gedrukt, worden in deze woordenlijst verduidelijkt. Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit tot bepaling van de standaard voor de titel van podiumtechnicus licht. Brussel, 04 juni 2009 De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming, F. VANDENBROUCKE * VLAAMSE OVERHEID Werk en Sociale Economie [2009/202824] 4 JUNI 2009. — Ministerieel besluit tot bepaling van de standaard voor de titel van allround operator proceschemie De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming, Gelet op het decreet van 30 april 2004 betreffende het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid, inzonderheid op artikel 6, 4o; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 oktober 2004, 23 december 2005, 19 mei 2006, 30 juni 2006, 1 september 2006, 15 juni 2007 en 28 juni 2007, 10 oktober 2007 en 14 november 2007; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2005 tot uitvoering van het decreet van 30 april 2004 betreffende het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid, inzonderheid op artikel 4, § 3, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 5 oktober 2007; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2008 tot bepaling van de beroepen waarvoor een titel van beroepsbekwaamheid kan worden uitgereikt, inzonderheid op artikel 1, 13o; Gelet op het advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, gegeven op 11 maart 2009, Besluit :
Artikel 1. Voor het beroep van allround operator proceschemie met de overeenkomstige titel van allround operator proceschemie, verwijzend naar het SERV-beroepsprofiel ’procesoperator chemie, gedeelte controlekamer’, met als uniek volgnummer 07/22 als vermeld in artikel 1, 2o, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2008 tot bepaling van de beroepen waarvoor een titel van beroepsbekwaamheid kan worden uitgereikt, worden de standaard, de succescriteria, de richtlijnen voor beoordeling en de classificatie met bijbehorend subsidiebedrag vastgelegd in de bijlage gevoegd bij dit besluit.
Art. 2. Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad. Brussel, 4 juni 2009. De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming, F. VANDENBROUCKE Bijlage : De standaard, de succescriteria, de richtlijnen voor beoordeling en de classificatie voor het beroep van allround operator proceschemie Algemene informatie : 1o standaardnummer : 07/22; 2o classificatie : categorie 3, namelijk 1.200,00 euro; 3o brondocument : SERV-beroepsprofiel ’Procesoperator Chemie’(2007). Standaard : Omschrijving van het beroep : De allround operator proceschemie bedient de procesinstallatie en bewaakt het procesverloop proactief en op autonome wijze zodat het proces binnen specificatie verloopt. Hij doet dit volgens voorschriften en op een veiligheids-, gezondheids- en milieubewuste wijze Kerncompetenties : De allround operator proceschemie kan 1. de procesinstallatie bedienen; 2. procesproblemen analyseren; 3. procesproblemen oplossen; 4. apparatuur onderhouden; MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46307 5. intern communiceren; 6. werken volgens voorschriften en procedures; 7. veilig, gezond en milieubewust werken. Kerncompetentie 1 : de procesinstallatie bedienen Succescriteria : 1o bepaalt op basis van een P&ID schema de positie van de componenten in het bedrijf en hun onderlinge regeltechnische relaties en vice versa; 2o start en stopt een procesdeel; 3o bedient apparatuur, materiaal en middelen zodat het product binnen specificatie blijft; 4o realiseert een zo efficiënt mogelijk procesverloop op basis van de fysische principes van de procesinstallatie; 5o bepaalt op basis van afschakelschema’s de volgorde van afschakeling; 6o haalt de veiligheidskritische en voor het proces belangrijke fysische gegevens uit de chemiekaarten van de in de procesinstallatie aanwezige producten. Opmerkingen : Referentiedocument : International Chemical Safety Cards. Kerncompetentie 2 : procesproblemen analyseren Succescriteria : 1o selecteert direct de relevante gegevens voor de probleemanalyse; 2o maakt het onderscheid tussen een technisch versus een procesprobleem; 3o identificeert de oorzaken van afwijkend gedrag van meet- en regelapparatuur op basis van de fysische principes van hun werking; 4o identificeert de oorzaken van afwijkend gedrag van de procesvariabelen op basis van de principes van de éénheidsbewerkingen; 5o identificeert de oorzaken van afwijkend gedrag van de procesapparatuur op basis van hun werkingsprincipes. Kerncompetentie 3 : procesproblemen oplossen Succescriteria : 1o reageert op procesproblemen zodat het productieproces binnen de gegeven omstandigheden zo optimaal mogelijk verloopt; 2o zet, rekening houdend met prioriteiten,een oplossing uit voor de geanalyseerde problemen; 3o brengt de procesgevolgen van de gekozen oplossing in kaart; 4o voert de oplossing effectief door. Kerncompetentie 4 : apparatuur onderhouden Succescriteria : 1o stelt mee de installatie veilig zodat onderhoudswerken veilig kunnen gebeuren; 2o selecteert en vervangt een dichting lekvrij; 3o maakt apparatuur grondig schoon na/voor vrijgave door in te blokken, te spoelen en leeg te maken; 4o merkt tijdens de controleronde storingen, afwijkingen en de nood aan preventief technisch onderhoud op, op basis van de werkingsprincipes van de apparatuur; 5o doet een onderbouwd voorstel tot risicoanalyse voor niet-standaard uit te voeren werkzaamheden; 6o controleert of het onderhoudspersoneel de veiligheidsvoorzieningen uit de werkvergunning naleeft. Kerncompetentie 5 : intern communiceren Succescriteria : 1o draagt mondeling de shift over door gebeurde feiten weer te geven met oog voor hoofd- en bijzaak; 2o maakt een verslag door gebeurde feiten weer te geven met oog voor hoofd- en bijzaak; 3o communiceert duidelijk via communicatieapparatuur, ook in afwijkende omstandigheden; 4o geeft instructies aan collega-operatoren zodat duidelijk is wat van hen verwacht wordt; 5o voert instructies van collega-operatoren en verantwoordelijke uit; 6o meldt niet- routineuze zaken die niet tot de eigen bevoegdheid horen of niet zelf op te lossen zijn aan de verantwoordelijke. Toepassingsgebied : Deze kerncompetentie moet worden beoordeeld tijdens volgende cruciale momenten : 1o procesproblemen analyseren; 2o procesproblemen oplossen. Kerncompetentie 6 : werken volgens voorschriften en procedures Succescriteria : 1o vindt de voor een actie relevante voorschriften en procedures terug; 46308 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 2o leest en begrijpt de inhoud van de voorschriften en procedures, vooraleer de actie te starten; 3o stelt, vertrekkende van een template, een voorschrift op dat een werk beschrijft; 4o doet een voorstel tot aanpassing van een voorschrift, in functie van de gewijzigde installatie of omstandigheden; 5o werkt volgens voorschriften en procedures. Toepassingsgebied : Deze kerncompetentie moet worden beoordeeld tijdens volgende cruciale momenten : 1o de procesinstallatie bedienen; 2o apparatuur onderhouden. Kerncompetentie 7 : veilig, gezond en milieubewust werken Succescriteria : 1o handelt volgens de veiligheidssignalisatie op de werkplek; 2o draagt persoonlijke beschermingsmiddelen in overeenstemming met de geldende afspraken; 3o spreekt anderen aan op het niet of foutief dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen; 4o gebruikt gereedschap en producten alleen voor het werk waar het voor gemaakt is; 5o legt een algemene zin voor orde en netheid aan de dag om gevaarlijke situaties (vallen, struikelen en uitglijden) te vermijden; 6o meldt onveilige situaties aan de verantwoordelijke en neemt indien nodig onmiddellijk actie; 7o respecteert de vastgelegde lozingsnormen; 8o sorteert en slaat afval op, op de daartoe voorziene plaatsen. Toepassingsgebied : Deze kerncompetentie moet worden beoordeeld tijdens volgende cruciale momenten : 1o de procesinstallatie bedienen; 2o apparatuur onderhouden. Richtlijnen voor de beoordeling 1o De beoordeling bestaat uit minstens volgende beoordelingstechnieken : a) directe observatie van het proces in een beroepsrelevante context : § de kandidaat krijgt opdrachten om de procesinstallatie te bedienen, procesproblemen te analyseren, proces problemen op te lossen en apparatuur te onderhouden. Hij moet dit doen op een veilig gezonde en milieubewuste manier, volgens voorschriften en procedures en in communicatie met collega-operatoren en oversten. § de procesinstallatie bestaat uit : - een 20- tal samenhangende procesgekoppelde apparaten bestaande uit pompen, warmtewisselaars, beluchting- systemen, terugslagkleppen, reservoirs en minimaal één scheidingsapparaat; - een 3- tal regelstrategieën van verschillende types, namelijk cascade-, vehouding- en enkelvoudige regelstrategie; - de testinstallatie is voorzien van een generieke/merk- onafhankelijke user interface waarop de procesparameters afleesbaar zijn; - het proces is voorzien van een dode tijd en een procesconstante. De kandidaat wordt hierover ingelicht; - het moet mogelijk zijn in de testinstallatie een 10-tal fouten op een gecontroleerde manier te introduceren; - zowel naar testinstallatie en in de installatie aanwezige producten kunnen simulatietechnieken gehanteerd worden zolang de testsituatie representatief blijft voor de proceschemie. § de karakteristieken bij het analyseren en oplossen van procesproblemen zijn : - de testinstallatie wordt ontregeld, er worden fouten veroorzaakt op een gecontroleerde manier; - het betreft telkens één fout rond het onderscheid tussen technisch versus procesprobleem, één fout op niveau van meet- en regelapparatuur, één fout op niveau van procesvariabelen en één fout op niveau van procesapparatuur; - het gaat om gecombineerde procesproblemen veroorzaakt door slijtage, lekkage, blokkage, ontbrekende energie, vervuilingen, verstoppingen, ... § de karakteristieken bij het apparatuur onderhouden zijn : - de kandidaat krijgt een controlelijst voor het lopen van de controleronde; - er wordt één afwijking of storing en één preventieve onderhoudsnood geïntroduceerd in de installatie, voorbeelden van mogelijke indicaties zijn : toestand oliepotten pompen, waarde KCl pH- metingen, corrossie, vuil, beginnende verstoppingen, geluiden, trillingen, ... b) criteriumgericht interview : De kandidaat maakt eerst een schetst van de testinstallatie. Aan de hand hiervan volgt een reflectiegesprek rond de directe observatie in de vorm van een criteriumgericht interview. c) rollenspel. 2o De kandidaat krijgt een map met daarin alle voor de opdracht benodigde bedrijfsdocumentatie, hierin zitten ondermeer : a) P&ID schema’s, afschakelschema’s en interlockschema’s; b) chemiekaarten voor de in de testinstallatie aanwezige producten; c) lozingsnormen; MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46309 d) afsprakenkader PBM’s; e) controlelijst; f) werkvergunningen voor 3den; g) template voorschrift; h) voorschriften en/of procedures voor : § het starten/stoppen; § bedieningsacties inclusief productspecificaties/parameterwaarden; § het onderhouden en schoonmaken van procesapparatuur; § het sorteren en opslaan van afval; § ... i) ... 3o In het beoordelingscentrum is het volgende minstens aanwezig : a) testinstallatie zoals hierboven omschreven in een met een industriële omgeving vergelijkbare uitvoering; b) alle benodigde gereedschap, materiaal en producten; c) veiligheidssignalisatie; d) afvalplaats en afvalbakken; e) PBM’s; f) communicatieapparatuur (telefoon, spreektoestel of radio). 4o Voor de beoordeling wordt er met een 3-puntenschaal gewerkt. 5o De duurtijd van de beoordeling bedraagt maximum 8 uur (pauzes inbegrepen), aaneensluitend, waarvan 3 uur is voorzien als voorbereidingstijd. De voorbereidingstijd houdt in dat de testinstallatie wordt voorgesteld aan de kandidaat, dat de kandidaat de bedrijfsdocumentatie kan inkijken, kan rondlopen in de testinstallatie en kan wennen aan de testinstallatie. De kandidaat ontvangt een duidelijke briefing voor elke opdracht. Hierbij wordt hij er expliciet op gewezen dat hij de gevaarlijke situaties of handelingen die hij tijdens het assessment opmerkt moet melden. 6o Er kunnen maximum 4 personen tegelijk per 2 beoordelaars worden geobserveerd. 7o Om als competent beschouwd te worden dient de kandidaat aan te tonen : a) alle kerncompetenties in deze standaard te beheersen; b) de opdracht binnen de voorziene tijd volledig af te werken. Leeswijzer Deze leeswijzer verduidelijkt de wijze waarop de onderdelen van de standaard dienen gelezen of geïnterpreteerd te worden. Omschrijving van het beroep De omschrijving van het beroep in een standaard bestaat uit een weergave van de hoofddoelstelling of de bestaansreden van het beroep, aangevuld met een beschrijving van het resul-taat, de wijze waarop of de reden waarom het resultaat moet worden gehaald. De beroepsomschrijving geeft samen met de kerncompetenties een overzicht van de kern van het beroep. Kerncompetenties Kerncompetenties zijn d[00ed]e competenties die cruciaal zijn voor het uitoefenen van een bepaald beroep en die het verschil maken tussen een goede en een minder goede beroepsbeoefenaar. Kerncompetenties spelen een doorslaggevende rol bij het uitvoeren van een welbepaalde beroepsactiviteit. Kerncompetenties zijn afgeleid uit het ruimere beroepsprofiel en bestaan in principe uit zowel technische als meer transversale competenties. Het aantal kerncompetenties is beperkt aangezien de standaard een bruikbaar beoordelingsinstrument moet zijn. Alle kerncompetenties moeten door een kandidaat worden beheerst om een titel van beroepsbekwaamheid te behalen. Succescriteria Succescriteria zijn indicatoren die het voor de beoordelaar mogelijk maken om gericht naar een kerncompetentie te kijken. Succescriteria zijn de operationalisering of uitwerking van kerncompetenties in observeerbaar gedrag specifiek per beroep. Het gaat daarbij opnieuw om gedrag dat het verschil maakt tussen een goede en een minder goede beroepsbeoefenaar. Succescriteria moeten niet in absolute termen gelezen worden; ze zijn richtinggevend. Dat wil zeggen dat kandidaten niet aan alle succescriteria in dezelfde mate moeten beantwoorden. Bij de beoordeling moeten de succescriteria door de beoordelaars tegen elkaar worden afgewo-gen om een uitspraak over het beheersen van de competentie te doen. Dat wil ook niet zeggen dat wanneer er een richtcijfer in een succescriterium is opgenomen dit exact moet worden nagegaan. Het is een richtcijfer voor de assessoren waarop ze zich bij hun beoordeling moe-ten oriënteren. Het aantal succescriteria is in functie van de bruikbaarheid eveneens beperkt. Toepassingsgebied Het toepassingsgebied dat bij een bepaalde kerncompetentie wordt vermeld, geeft weer bin-nen welke context of contexten de kerncompetentie dient te worden beoordeeld. Het toepas-singsgebied geeft met andere woorden de context aan waarbinnen de succescriteria moeten worden geobserveerd. 46310 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Opmerkingen In de opmerkingen kan worden verwezen naar documenten, handboeken, die de beoordelaars kunnen gebruiken. Kennisvereisten In sommige gevallen kan een standaard ook bij bepaalde kerncompetenties kennisvereisten bevatten. Dit komt alleen voor wanneer de sector beslist dat de beoordeling van de kerncom-petenties ook uit een kennisproef dient te bestaan. Richtlijnen voor de beoordeling De richtlijnen voor de beoordeling kunnen betrekking hebben op de proeven die moeten wor-den afgelegd, de beoordelingswijze (soort evaluatie, schalen, scores,...), de maximale duur van een beoordeling,... Met een beroepsrelevante context wordt een gesimuleerde context bedoeld. De richtlijnen zijn bindend voor de inhoud en het verloop van de beoordeling en moeten door iedere beoordelingsinstantie worden opgevolgd. Dit moet een gelijke en billijke beoordeling van iedere kandidaat garanderen. Verklarende woordenlijst Als laatste onderdeel kan een standaard een verklarende woordenlijst bevatten. Begrippen die in de standaard cursief zijn gedrukt, worden in deze woordenlijst verduidelijkt. Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit tot bepaling van de standaard voor de titel van allround operator proceschemie. Brussel, 4 juni 2009. De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming, F. VANDENBROUCKE * VLAAMSE OVERHEID Werk en Sociale Economie [2009/202826] 4 JUNI 2009. — Ministerieel besluit tot bepaling van de standaard voor de titel van basisoperator proceschemie De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming, Gelet op het decreet van 30 april 2004 betreffende het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid, inzonderheid op artikel 6, 4o; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 oktober 2004, 23 december 2005, 19 mei 2006, 30 juni 2006, 1 september 2006, 15 juni 2007 en 28 juni 2007, 10 oktober 2007 en 14 november 2007; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2005 tot uitvoering van het decreet van 30 april 2004 betreffende het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid, inzonderheid op artikel 4, § 3, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 5 oktober 2007; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2008 tot bepaling van de beroepen waarvoor een titel van beroepsbekwaamheid kan worden uitgereikt, inzonderheid op artikel 1, 1o; Gelet op het advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, gegeven op 11 februari 2009, Besluit :
Artikel 1. Voor het beroep van basisoperator proceschemie met de overeenkomstige titel van basisoperator proceschemie, verwijzend naar het SERV-beroepsprofiel ’procesoperator chemie, gedeelte veldwerk’, met als uniek volgnummer 07/21 als vermeld in artikel 1, 1o, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2008 tot bepaling van de beroepen waarvoor een titel van beroepsbekwaamheid kan worden uitgereikt, worden de standaard, de succescriteria, de richtlijnen voor beoordeling en de classificatie met bijbehorend subsidiebedrag vastgelegd in de bijlage gevoegd bij dit besluit.
Art. 2. Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad. Brussel, 4 juni 2009. De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming, F. VANDENBROUCKE Bijlage : De standaard, de succescriteria, de richtlijnen voor beoordeling en de classificatie voor het beroep van basisoperator proceschemie Algemene informatie : 1o standaardnummer : 07/21; 2o classificatie : categorie 3, namelijk 1.200,00 euro; 3o brondocument : SERV-beroepsprofiel ’procesoperator chemie’(2007). Standaard : Omschrijving van het beroep : De basisoperator proceschemie bedient de procesinstallatie en bewaakt het procesverloop zodat het proces binnen specificatie verloopt. Hij doet dit volgens voorschriften en op een veiligheids-, gezondheids- en milieubewuste wijze. Kerncompetenties : De basisoperator proceschemie kan : 1. de procesinstallatie bedienen; 2. het procesverloop controleren; 3. procesproblemen analyseren; MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46311 4. apparatuur onderhouden; 5. intern communiceren; 6. werken volgens voorschriften en procedures; 7. veilig, gezond en milieubewust werken. Kerncompetentie 1 : de procesinstallatie bedienen Succescriteria in het veld : 1o bepaalt op basis van een P&ID schema de positie van de componenten in het bedrijf en vice versa; 2o start en stopt een procesdeel; 3o bedient apparatuur, materiaal en middelen onder standaard omstandigheden zodat het product binnen specificatie blijft; 4o voert niet- standaardbedieningen op aanwijzingen uit; 5o haalt de veiligheidskritische en voor het proces belangrijke fysische gegevens uit de chemiekaarten van de in de procesinstallatie aanwezige producten. Opmerkingen : Referentiedocument : International Chemical Safety Cards Succescriteria. Kerncompetentie 2 : het procesverloop controleren Succescriteria : 1o loopt controlerondes zodat storingen en afwijkingen ter plaatse worden opgemerkt; 2o interpreteert de hoofdparameterwaarden zodat afwijkingen en storingen worden opgemerkt; 3o volgt de evolutie van de hoofdparameterwaarden over de tijd op zodat storingen en afwijkingen worden opgemerkt; 4o neemt stalen op de gegeven punten en tijden en labelt deze zodat ze traceerbaar zijn; 5o neemt representatieve stalen. Kerncompetentie 3 : procesproblemen analyseren Succescriteria : 1o selecteert direct de relevante gegevens voor de probleemanalyse; 2o maakt het onderscheid tussen een technisch versus een procesprobleem in een regelkring; 3o identificeert de oorzaken van afwijkend gedrag van de hoofdprocesvariabelen op basis van de principes van de éénheidsbewerkingen; 4o identificeert de oorzaken van afwijkend gedrag van de procesapparatuur op basis van hun werkingsprincipes; 5o doet een inbreng bij het uitwerken van een oplossing. Kerncompetentie 4 : apparatuur onderhouden Succescriteria : 1o stelt mee de installatie veilig zodat onderhoudswerken veilig kunnen gebeuren; 2o vervangt een dichting lekvrij; 3o maakt apparatuur en filters grondig schoon na/voor vrijgave door in te blokken, te spoelen en leeg te maken; 4o maakt schoon zodat de werkplek net en rein is; 5o controleert of het onderhoudspersoneel de veiligheidsvoorzieningen uit de werkvergunning naleeft. Kerncompetentie 5 : intern communiceren Succescriteria : 1o draagt mondeling de shift over door gebeurde feiten weer te geven met oog voor hoofd- en bijzaak; 2o communiceert duidelijk via communicatieapparatuur, ook in afwijkende omstandigheden; 3o meldt niet- routineuze zaken aan de verantwoordelijke. Toepassingsgebied : Deze kerncompetentie moet worden beoordeeld tijdens volgende cruciale momenten : 1o de procesinstallatie bedienen; 2o het procesverloop controleren; 3o procesproblemen analyseren. Kerncompetentie 6 : werken volgens voorschriften en procedures Succescriteria : 1o vindt de voor een actie relevante voorschriften en procedures terug; 2o leest en begrijpt de inhoud van de voorschriften en procedures vooraleer de actie te starten; 3o stelt, vertrekkende van een template, een voorschrift op dat een werk beschrijft; 4o werkt volgens voorschriften en procedures. 46312 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Toepassingsgebied : Deze kerncompetentie moet worden beoordeeld tijdens volgende cruciale momenten : 1o de procesinstallatie bedienen; 2o het procesverloop controleren; 3o apparatuur onderhouden. Kerncompetentie 7 : veilig, gezond en milieubewust werken Succescriteria : 1o handelt volgens de veiligheidssignalisatie op de werkplek; 2o draagt persoonlijke beschermingsmiddelen in overeenstemming met de geldende afspraken; 3o spreekt anderen aan op het niet of foutief dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen; 4o gebruikt gereedschap en producten alleen voor het werk waar het voor gemaakt is; 5o legt een algemene zin voor orde en netheid aan de dag om gevaarlijke situaties (vallen, struikelen en uitglijden) te vermijden; 6o meldt onveilige situaties aan de verantwoordelijke en neemt indien nodig onmiddellijk actie; 7o respecteert de vastgelegde lozingsnormen; 8o sorteert en slaat afval op, op de daartoe voorziene plaatsen. Toepassingsgebied : Deze kerncompetentie moet worden beoordeeld tijdens volgende cruciale momenten : 1o de procesinstallatie bedienen; 2o apparatuur onderhouden. Richtlijnen voor de beoordeling : 1o De beoordeling bestaat uit minstens volgende beoordelingstechnieken : a) directe observatie van het proces in een beroepsrelevante context; § de kandidaat krijgt opdrachten om de procesinstallatie te bedienen, te controleren, procesproblemen te analyseren en apparatuur te onderhouden. Hij moet dit doen op een veilig gezonde en milieubewuste manier, volgens voorschriften en procedures en in communicatie met collega-operatoren en oversten; § de testinstallatie bestaat uit : - een 5- tal samenhangende procesgekoppelde apparaten bestaande uit pomp, warmtewisselaar, beluchtingsys- teem, terugslagkleppen en reservoir; - een 10- tal handventielen van 2 verschillende types, namelijk afsluiters en regelventielen; - een 4- tal metingen van verschillende grootheden; - de testinstallatie is voorzien van een generieke/merk- onafhankelijke user interface waarop de procesparameters afleesbaar zijn; - het proces is voorzien van een dode tijd en een procesconstante. De kandidaat wordt hierover ingelicht; - het moet mogelijk zijn in de testinstallatie een 10-tal fouten op een gecontroleerde manier te introduceren; - zowel naar testinstallatie en in de installatie aanwezige producten kunnen simulatietechnieken gehanteerd worden zolang de testsituatie representatief blijft voor de proceschemie. § de karakteristieken bij het controleren van de installatie zijn : - de kandidaat krijgt een controlelijst voor het lopen van de controleronde; - er wordt één storing of afwijking geïntroduceerd in de installatie voorbeelden van mogelijke indicaties zijn : lekkage, geluid, al dan niet in dienst zijn van apparaten, verstoppingen, visuele waarneming van proces in glasmateriaal, ... - de kandidaat krijgt een staalnameplan voor het nemen van stalen. § de karakteristieken bij het analyseren van procesproblemen zijn : - de testinstallatie wordt ontregeld, er worden fouten veroorzaakt op een gecontroleerde manier; - het betreft telkens één fout rond het onderscheid tussen technisch versus procesprobleem, één fout op niveau van de hoofdprocesvariabelen en één fout op niveau van de procesapparatuur; - het gaat om enkelvoudige procesproblemen veroorzaakt door slijtage, lekkage, blokkage, ontbrekende energie, vervuilingen, verstoppingen, ... b) criteriumgericht interview volgend op de directe observatie; De kandidaat maakt eerst een schetst van de testinstallatie. Aan de hand hiervan volgt een reflectiegesprek over de directe observatie in de vorm van een criteriumgericht interview. MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46313 c) rollenspel. 2o De kandidaat krijgt een map met daarin alle voor de opdracht benodigde bedrijfsdocumentatie, hierin zitten ondermeer : a) P&ID schema’s, afschakelschema’s en interlockschema’s; b) chemiekaarten voor de in de testinstallatie aanwezige producten; c) lozingsnormen; d) afsprakenkader PBM’s; e) controlelijst; f) staalnameplan; g) werkvergunningen voor 3den; h) template voorschrift; i) voorschriften en procedures voor : § het starten/stoppen; § bedieningsacties inclusief productspecificaties/hoofdparameterwaarden; § het onderhouden en schoonmaken van procesapparatuur; § het sorteren en opslaan van afval; § ... j) ... 3o In het beoordelingscentrum is het volgende minstens aanwezig : a) testinstallatie zoals hierboven omschreven in een met een industriële omgeving vergelijkbare uitvoering; b) alle benodigde gereedschap, materiaal en producten; c) veiligheidssignalisatie; d) afvalplaats en afvalbakken; e) PBM’s; f) communicatieapparatuur (telefoon, spreektoestel of radio). 4o Voor de beoordeling wordt er met een 3-puntenschaal gewerkt. 5o De duurtijd van de beoordeling bedraagt maximum 8 uur (pauzes inbegrepen), aaneensluitend, waarvan 3 uur is voorzien als voorbereidingstijd. De voorbereidingstijd houdt in dat de testinstallatie wordt voorgesteld aan de kandidaat, dat de kandidaat de bedrijfsdocumentatie kan inkijken, kan rondlopen in de testinstallatie en kan wennen aan de testinstallatie. De kandidaat ontvangt een duidelijke briefing voor elke opdracht. Hierbij wordt hij er expliciet op gewezen dat hij de gevaarlijke situaties of handelingen die hij tijdens het assessment opmerkt moet melden. 6o Er kunnen maximum 4 personen tegelijk per 2 beoordelaars worden geobserveerd. 7o Om als competent beschouwd te worden dient de kandidaat aan te tonen : a) alle kerncompetenties in deze standaard te beheersen; b) de opdracht binnen de voorziene tijd volledig af te werken. Leeswijzer Deze leeswijzer verduidelijkt de wijze waarop de onderdelen van de standaard dienen gelezen of geïnterpreteerd te worden. Omschrijving van het beroep De omschrijving van het beroep in een standaard bestaat uit een weergave van de hoofddoel-stelling of de bestaansreden van het beroep, aangevuld met een beschrijving van het resul-taat, de wijze waarop of de reden waarom het resultaat moet worden gehaald. De beroepsom-schrijving geeft samen met de kerncompetenties een overzicht van de kern van het beroep. Kerncompetenties Kerncompetenties zijn d[00ed]e competenties die cruciaal zijn voor het uitoefenen van een bepaald beroep en die het verschil maken tussen een goede en een minder goede beroepsbeoefenaar. Kerncompetenties spelen een doorslaggevende rol bij het uitvoeren van een welbepaalde beroepsactiviteit. Kerncompetenties zijn afgeleid uit het ruimere beroepsprofiel en bestaan in principe uit zowel technische als meer transversale competenties. Het aantal kerncompetenties is beperkt aangezien de standaard een bruikbaar beoordelings-instrument moet zijn. Alle kerncompetenties moeten door een kandidaat worden beheerst om een titel van beroepsbekwaamheid te behalen. Succescriteria Succescriteria zijn indicatoren die het voor de beoordelaar mogelijk maken om gericht naar een kerncompetentie te kijken. Succescriteria zijn de operationalisering of uitwerking van kerncompetenties in observeerbaar gedrag specifiek per beroep. Het gaat daarbij opnieuw om gedrag dat het verschil maakt tussen een goede en een minder goede beroepsbeoefenaar. 46314 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Succescriteria moeten niet in absolute termen gelezen worden; ze zijn richtinggevend. Dat wil zeggen dat kandidaten niet aan alle succescriteria in dezelfde mate moeten beantwoorden. Bij de beoordeling moeten de succescriteria door de beoordelaars tegen elkaar worden afgewogen om een uitspraak over het beheersen van de competentie te doen. Dat wil ook niet zeggen dat wanneer er een richtcijfer in een succescriterium is opgenomen dit exact moet worden nagegaan. Het is een richtcijfer voor de assessoren waarop ze zich bij hun beoordeling moeten oriënteren. Het aantal succescriteria is in functie van de bruikbaarheid eveneens beperkt. Toepassingsgebied Het toepassingsgebied dat bij een bepaalde kerncompetentie wordt vermeld, geeft weer binnen welke context of contexten de kerncompetentie dient te worden beoordeeld. Het toepassingsgebied geeft met andere woorden de context aan waarbinnen de succescriteria moeten worden geobserveerd. Opmerkingen In de opmerkingen kan worden verwezen naar documenten, handboeken, die de beoordelaars kunnen gebruiken. Kennisvereisten In sommige gevallen kan een standaard ook bij bepaalde kerncompetenties kennisvereisten bevatten. Dit komt alleen voor wanneer de sector beslist dat de beoordeling van de kerncompetenties ook uit een kennisproef dient te bestaan. Richtlijnen voor de beoordeling De richtlijnen voor de beoordeling kunnen betrekking hebben op de proeven die moeten worden afgelegd, de beoordelingswijze (soort evaluatie, schalen, scores,...), de maximale duur van een beoordeling,... Met een beroepsrelevante context wordt een gesimuleerde context bedoeld. De richtlijnen zijn bindend voor de inhoud en het verloop van de beoordeling en moeten door iedere beoordelingsinstantie worden opgevolgd. Dit moet een gelijke en billijke beoordeling van iedere kandidaat garanderen. Verklarende woordenlijst Als laatste onderdeel kan een standaard een verklarende woordenlijst bevatten. Begrippen die in de standaard cursief zijn gedrukt, worden in deze woordenlijst verduidelijkt. Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit tot bepaling van de standaard voor de titel van basisoperator proceschemie. Brussel, 4 juni 2009. De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming, F. VANDENBROUCKE * VLAAMSE OVERHEID Werk en Sociale Economie [2009/202827] 4 JUNI 2009. — Ministerieel besluit tot bepaling van de standaard voor de titel van industrieel elektrotechnisch installateur De Vlaamse Minister van Werk, Onderwijs en Vorming, Gelet op het decreet van 30 april 2004 betreffende het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid, inzonderheid op artikel 6, 4o; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 oktober 2004, 23 december 2005, 19 mei 2006, 30 juni 2006, 1 september 2006, 15 juni 2007 en 28 juni 2007, 10 oktober 2007 en 14 november 2007; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2005 tot uitvoering van het decreet van 30 april 2004 betreffende het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid, inzonderheid op artikel 4, § 3, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 5 oktober 2007; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 30 januari 2009 tot bepaling van de beroepen waarvoor een titel van beroepsbekwaamheid kan worden uitgereikt, inzonderheid op artikel 1, 4o; Gelet op het advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, gegeven op 4 februari 2009, Besluit :
Artikel 1. Voor het beroep van industrieel elektrotechnisch installateur, met de overeenkomstige titel van industrieel elektrotechnisch installateur, verwijzend naar het SERV-beroepsprofiel industrieel elektrotechnisch installateur, met als uniek volgnummer 08/04 als vermeld in artikel 1, 4o, van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 januari 2009 tot bepaling van de beroepen waarvoor een titel van beroepsbekwaamheid kan worden uitgereikt, worden de standaard, de succescriteria, de richtlijnen voor beoordeling en de classificatie met bijbehorend subsidiebedrag vastgelegd in de bijlage gevoegd bij dit besluit. MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46315
Art. 2. Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad. Brussel, 4 juni 2009. De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming, F. VANDENBROUCKE Bijlage : De standaard, de succescriteria, de richtlijnen voor beoordeling en de classificatie voor het beroep van industrieel elektrotechnisch installateur Algemene informatie : 1o standaardnummer : 08/04; 2o classificatie : categorie 3, namelijk 1.200,00 euro; 3o brondocument : SERV-beroepsprofiel industrieel elektrotechnisch installateur Standaard : Omschrijving van het beroep : De industrieel elektrotechnisch installateur installeert of herstelt een elektrische installatie in een industrieel gebouw zodat de installatie ingericht is volgens de wensen van de klant en de geldende regelgeving. Kerncompetenties : De industrieel elektrotechnisch installateur kan : 1. kabeldraagsystemen mechanisch bewerken; 2. kabeldraagsystemen monteren; 3. kabels trekken; 4. componenten plaatsen en aansluiten; 5. elektrische motoren aansluiten; 6. in dienst stellen; 7. elektrische problemen opsporen en verhelpen; 8. veilig werken. Kerncompetentie 1 : kabeldraagsystemen mechanisch bewerken Succescriteria : 1o kiest het gereedschap in functie van het te bewerken kabeldraagsysteem; 2o tekent recht af op de gewenste lengte; 3o trekt de slijpschijf naar beneden zodat het snijvlak recht is; 4o vijlt of slijpt de randen af om de kabels niet te beschadigen. Kerncompetentie 2 : kabeldraagsystemen monteren Succescriteria : 1o volgt de tekeningen en documentatie van de industriële installatie; 2o stelt een oplossing voor om af te wijken van het schema als zich onvoorziene hindernissen voordoen; 3o kiest bevestigings- en draagmateriaal in functie van de hoogte,afmetingen en de belasting; 4o kiest schroeven, bouten en moeren in functie van de toepassing; 5o kiest het gereedschap in functie van de toepassing; 6o controleert of schroeven, bouten en moeren vast staan. Kerncompetentie 3 : kabels trekken Succescriteria : 1o kiest de sectie van de kabels in functie van het plan en de toepassing; 2o legt de kabels vlak en recht; 3o plooit kabels zodat de buigradius gerespecteerd wordt; 4o legt de kabel met de grootste diameter aan de buitenkant van de bocht; 5o plaatst data- en stroomkabels gescheiden; 6o snijdt de kabels af op de gewenste lengte met voldoende reserve; 7o bevestigt de kabels zodat de spanbanden op een gelijkmatige afstand van elkaar zitten en in dezelfde richting aangebracht worden; 8o labelt het begin en einde van de kabels. Kerncompetentie 4 : componenten plaatsen en aansluiten 46316 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Succescriteria : 1o kiest zijn gereedschap in functie van het maken van de uitsparing; 2o brengt de kabels recht binnen in het bord; 3o gebruikt een wartel en draait die aan; 4o kiest en labelt de componenten in functie van het schema; 5o kiest de rijgklemmen die overeenstemmen met de sectie van de aan te sluiten kabel; 6o gebruikt kleuren van draden consequent; 7o knipt de draad af zodat er voldoende draadreserve is en de lengte niet hinderlijk is; 8o stript de geleiders zodat er geen koper zichtbaar blijft en toch voldoende koper in de klem zit; 9o perst de kabelschoen of draadhuls over de gestripte draad zodat er een naadloze overgang ontstaat; 10o controleert of de draden vast zitten in de klem; 11o sluit de beschermingsgeleiders aan op de aardingsrail (inclusief equipotentiale verbinding). Kerncompetentie 5 : elektrische motoren aansluiten Succescriteria : 1o controleert de verbindingen van de motorwikkelingen op het klemmenblok; 2o sluit de motor aan in functie van motorgegevens en aangelegde spanning; 3o bevestigt bij een sterverbinding ook het overbodige plaatje zodat dit als reserve kan gebruikt worden; 4o gebruikt zowel voor de motor als voor het bord dezelfde volgorde van draadkleur. Kerncompetentie 6 : in dienst stellen Succescriteria : 1o controleert op continuïteit van het aardingssysteem; 2o meet verlies systematisch met een isolatiemeter zodat de gemeten met de te verwachten waarden vergeleken kunnen worden; 3o meet spanning en stroom systematisch met een meettoestel zodat de gemeten met de te verwachten waarden vergeleken kunnen worden; 4o regelt de thermische beveiliging af volgens de motorgegevens; 5o controleert de werking van de differentieelinrichting; 6o brengt de kringen systematisch volgens het schema onder spanning; 7o controleert de draaizin van de machines; 8o controleert visueel de werking van de installatie. Kerncompetentie 7 : elektrische problemen opsporen en verhelpen Succescriteria : 1o schakelt de stroom en spanning uit vooraleer werkzaamheden aan de installatie uit te oefenen; 2o meet spanning, stroom en weerstand met een meettoestel zodat de gemeten met de te verwachten waarden kunnen vergeleken worden; 3o zoekt fouten in de elektrische installatie door uitsluiting van de mogelijke oorzaken; 4o herstelt de aanwezige fouten in de installatie; Kerncompetentie 8 : veilig werken Succescriteria : 1o meet of de installatie spanningsloos is; 2o draagt PBM’s volgens de gekregen instructies en opdracht; 3o ruimt op om vallen, struikelen en uitglijden te voorkomen; 4o gebruikt gereedschap waarvoor het bedoeld is; 5o bergt alle gereedschap na het werk terug op op de daartoe voorziene plaats. Toepassingsgebied : Deze kerncompetentie moet worden beoordeeld tijdens de volledige proef. Richtlijnen voor de beoordeling 1o De beoordeling bestaat uit minstens volgende beoordelingstechnieken : a) directe observatie van het proces in een beroepsrelevante context; b) criteriumgericht interview. § kabeldraagsystemen mechanisch bewerken; De kandidaat krijgt de opdracht om een bestaand kabeldraagsysteem uit te breiden met een bocht en een stuk in te korten; De karakteristieken zijn : — er moeten zowel een kniptang, een handzaag als een slijpschijf worden voorzien; — het moet gaan om een horizontale bocht. § kabeldraagsystemen monteren; MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46317 De kandidaat krijgt de opdracht om de bocht en het ingekorte stuk te monteren; De karakteristieken zijn : Er moet op de grond gemonteerd worden. § kabels trekken; De kandidaat krijgt de opdracht om verschillende soorten kabels te plaatsen; De karakteristieken zijn : Volgende kabels worden zeker voorzien : XVB-kabel 4G4, UTP-kabel, EVAVB-kabel 4x70mm2, LiYY-kabel 4x1,5 oz. § componenten plaatsen en aansluiten; De kandidaat krijgt de opdracht om 1.Een kabel binnen te brengen in een bord en 2. een DIN-rail met rijgklemmen te plaatsen in het bord en kabels aan te sluiten op de klemmen; De karakteristieken zijn : — er moet een uitsparing gemaakt worden om de kabel te kunnen binnenbrengen. De kandidaat moet dit zelf zien en krijgt niet specifiek de opdracht; — er moet een wartel worden voorzien; — er moet een soepele kabel worden voorzien om de draadhulzen te persen. § elektrische motoren aansluiten; De kandidaat krijgt de opdracht om een motor aan te sluiten volgens de motorgegevens en de aangelegde spanning; De karakteristieken zijn : het gaat om een motor met één snelheid. § in dienst stellen; De kandidaat krijgt de opdracht om de installatie volledig onder spanning te brengen, de goede werking te controleren en te herstellen indien deze niet goed werkt. Het herstellen zelf wordt echter hier niet beoordeeld maar tijdens de KC elektrische problemen opsporen en verhelpen. § elektrische problemen opsporen en verhelpen; De kandidaat krijgt de opdracht om de fouten te detecteren en te herstellen; De karakteristieken zijn dat het testcentrum zich moet baseren op een lijst van vijf types van fouten : aardingsfout, aansluitingsfout, overbelastingsfout, schematische fout, kortsluiting. Er moeten drie fouten uit deze lijst in de proef voorkomen. Ze moeten alle drie worden opgespoord en hersteld.. c) voor de beoordeling wordt er met een 3-puntenschaal gewerkt. 2o De duurtijd van de beoordeling bedraagt maximum 8 uur, aaneensluitend, met voorbereidingstijd en pauzes inbegrepen. 3o Er kunnen maximum 6 personen tegelijk per 2 beoordelaars worden geobserveerd. 4o Alle benodigde producten, materieel en de daarbij behorende veiligheidsinstructies van de fabrikant zijn tijdens de beoordeling voorhanden. Het testcentum stelt bril, helm, handschoenen en veiligheidsschoenen ter beschikking van de kandidaat indien deze geen eigen PBM’s mee heeft. 5o Om als competent beschouwd te worden dient de kandidaat aan te tonen : a) alle kerncompetenties in deze standaard te beheersen; b) de opdracht binnen de voorziene tijd volledig af te werken. Leeswijzer Deze leeswijzer verduidelijkt de wijze waarop de onderdelen van de standaard dienen gelezen of geïnterpreteerd te worden. Omschrijving van het beroep De omschrijving van het beroep in een standaard bestaat uit een weergave van de hoofddoel-stelling of de bestaansreden van het beroep, aangevuld met een beschrijving van het resul-taat, de wijze waarop of de reden waarom het resultaat moet worden gehaald. De beroepsom-schrijving geeft samen met de kerncompetenties een overzicht van de kern van het beroep. Kerncompetenties Kerncompetenties zijn d[00ed]e competenties die cruciaal zijn voor het uitoefenen van een bepaald beroep en die het verschil maken tussen een goede en een minder goede beroepsbeoefenaar. Kerncompetenties spelen een doorslaggevende rol bij het uitvoeren van een welbepaalde beroepsactiviteit. Kerncompetenties zijn afgeleid uit het ruimere beroepsprofiel en bestaan in principe uit zowel technische als meer transversale competenties. Het aantal kerncompetenties is beperkt aangezien de standaard een bruikbaar beoordelings-instrument moet zijn. Alle kerncompetenties moeten door een kandidaat worden beheerst om een titel van beroepsbekwaamheid te behalen. Succescriteria Succescriteria zijn indicatoren die het voor de beoordelaar mogelijk maken om gericht naar een kerncompetentie te kijken. Succescriteria zijn de operationalisering of uitwerking van kerncompetenties in observeerbaar gedrag specifiek per beroep. Het gaat daarbij opnieuw om gedrag dat het verschil maakt tussen een goede en een minder goede beroepsbeoefenaar. Succescriteria moeten niet in absolute termen gelezen worden; ze zijn richtinggevend. Dat wil zeggen dat kandidaten niet aan alle succescriteria in dezelfde mate moeten beantwoorden. Bij de beoordeling moeten de succescriteria door de beoordelaars tegen elkaar worden afgewo-gen om een uitspraak over het beheersen van de competentie te doen. Dat wil ook niet zeg-gen dat wanneer er een richtcijfer in een succescriterium is opgenomen dit exact moet worden nagegaan. Het is een richtcijfer voor de assessoren waarop ze zich bij hun beoordeling moe-ten oriënteren. Het aantal succescriteria is in functie van de bruikbaarheid eveneens beperkt. Toepassingsgebied Het toepassingsgebied dat bij een bepaalde kerncompetentie wordt vermeld, geeft weer bin-nen welke context of contexten de kerncompetentie dient te worden beoordeeld. Het toepas-singsgebied geeft met andere woorden de context aan waarbinnen de succescriteria moeten worden geobserveerd. Opmerkingen In de opmerkingen kan worden verwezen naar documenten, handboeken, die de beoordelaars kunnen gebruiken. 46318 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Kennisvereisten In sommige gevallen kan een standaard ook bij bepaalde kerncompetenties kennisvereisten bevatten. Dit komt alleen voor wanneer de sector beslist dat de beoordeling van d[00ed]e kerncom-petenties ook uit een kennisproef dient te bestaan. Richtlijnen voor de beoordeling De richtlijnen voor de beoordeling kunnen betrekking hebben op de proeven die moeten wor-den afgelegd, de beoordelingswijze (soort evaluatie, schalen, scores,...), de maximale duur van een beoordeling,... Met een beroepsrelevante context wordt een gesimuleerde context bedoeld. De richtlijnen zijn bindend voor de inhoud en het verloop van de beoordeling en moeten door iedere beoordelingsinstantie worden opgevolgd. Dit moet een gelijke en billijke beoordeling van iedere kandidaat garanderen. Verklarende woordenlijst Als laatste onderdeel kan een standaard een verklarende woordenlijst bevatten. Begrippen die in de standaard cursief zijn gedrukt, worden in deze woordenlijst verduidelijkt. Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit tot bepaling van de standaard voor de titel van industrieel elektrotechnisch installateur. Brussel, 4 juni 2009. De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming, F. VANDENBROUCKE * VLAAMSE OVERHEID Werk en Sociale Economie [2009/202825] 4 JUNI 2009. — Ministerieel besluit tot bepaling van de standaard voor de titel van tertiair elektrotechnisch installateur De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming, Gelet op het decreet van 30 april 2004 betreffende het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid, inzonderheid op artikel 6, 4o; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 oktober 2004, 23 december 2005, 19 mei 2006, 30 juni 2006, 1 september 2006, 15 juni 2007 en 28 juni 2007, 10 oktober 2007 en 14 november 2007; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2005 tot uitvoering van het decreet van 30 april 2004 betreffende het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid, inzonderheid op artikel 4, § 3, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 5 oktober 2007; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 30 januari 2009 tot bepaling van de beroepen waarvoor een titel van beroepsbekwaamheid kan worden uitgereikt, inzonderheid op artikel 1, 15o; Gelet op het advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, gegeven op 15 april 2009, Besluit :
Artikel 1. Voor het beroep van tertiair elektrotechnisch installateur met de overeenkomstige titel van tertiair elektrotechnisch installateur, met als uniek volgnummer 08/15 als vermeld in artikel 1, 15o, van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 januari 2009 tot bepaling van de beroepen waarvoor een titel van beroepsbekwaamheid kan worden uitgereikt, worden de standaard, de succescriteria, de richtlijnen voor beoordeling en de classificatie met bijbehorend subsidiebedrag vastgelegd in de bijlage gevoegd bij dit besluit.
Art. 2. Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad. Brussel, 4 juni 2009. De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming, F. VANDENBROUCKE Bijlage : De standaard, de succescriteria, de richtlijnen voor beoordeling en de classificatie voor het beroep van tertiair elektrotechnisch installateur Algemene informatie : 1o standaardnummer : 08/15; 2o classificatie : categorie 3, namelijk 1.200,00 euro; 3o brondocument : beroepsprofiel industrieel en residentieel elektrotechnisch installateur (SERV) waar tertiair installateur in verwerkt zit. Standaard : Omschrijving van het beroep : De tertiair elektrotechnisch installateur installeert of herstelt een elektrische installatie in een tertiair gebouw zodat de installatie ingericht is volgens de wensen van de klant en de geldende regelgeving Kerncompetenties : De tertiair elektrotechnisch installateur kan 1. de elektrische installatie uitzetten; 2. kabeldraagsystemen mechanisch bewerken; 3. kabeldraagsystemen monteren; 4. kabels trekken; 5. componenten plaatsen en aansluiten; MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46319 6. in dienst stellen; 7. elektrische problemen opsporen en verhelpen; 8. veilig werken. Kerncompetentie 1 : de elektrische installatie uitzetten Succescriteria : 1o volgt de tekeningen en documentatie van de tertiaire installatie; 2o stelt een oplossing voor om af te wijken van het schema als zich onvoorziene hindernissen voordoen; 3o tekent de componenten af in verhouding met de pas en het schema; 4o tekent de assen van de inbouwdozen af zodat het formaat ervan overeenstemt met het type van schakelaars en stopcontacten die de klant gekozen heeft; 5o zet de schakelaars en stopcontacten loodrecht. Kerncompetentie 2 : kabeldraagsystemen mechanisch bewerken Succescriteria : 1o monteert de slijpschijf in de draairichting van de machine; 2o plaatst de borgring correct op de schijf en machine; 3o tekent recht af op de gewenste lengte; 4o kiest het gereedschap in functie van het te bewerken kabeldraagsysteem; 5o trekt de slijpschijf naar beneden zodat het snijvlak recht is; 6o vijlt of slijpt de randen af om de kabels niet te beschadigen. Kerncompetentie 3 : kabeldraagsystemen monteren Succescriteria : 1o kiest bevestigings- en draagmateriaal in functie van de hoogte,afmetingen en de belasting; 2o kiest schroeven, bouten en moeren in functie van de toepassing; 3o kiest het gereedschap in functie van de toepassing; 4o controleert of schroeven, bouten en moeren vast staan. Kerncompetentie 4 : kabels trekken Succescriteria : 1o kiest de sectie van de kabels in functie van het plan en de toepassing; 2o legt de kabels vlak en recht; 3o plooit kabels zodat de buigradius gerespecteerd wordt; 4o legt de kabel met de grootste diameter aan de buitenkant van de bocht; 5o plaatst data- en stroomkabels gescheiden; 6o snijdt de kabels af op de gewenste lengte met voldoende reserve; 7o bevestigt de kabels zodat de spanbanden op een gelijkmatige afstand van elkaar zitten en in dezelfde richting aangebracht worden; 8o labelt het begin en het einde van de kabels. Kerncompetentie 5 : componenten plaatsen en aansluiten Succescriteria : 1o kiest zijn gereedschap in functie van het maken van de uitsparing; 2o brengt de kabels recht binnen in het bord; 3o gebruikt een wartel en draait die aan; 4o kiest en labelt de componenten in functie van het schema; 5o kiest de rijgklemmen die overeenstemmen met de sectie van de aan te sluiten kabel; 6o gebruikt kleuren van draden consequent; 7o knipt de draad af zodat er voldoende draadreserve is en de lengte niet hinderlijk is; 8o stript de geleiders zodat er geen koper zichtbaar blijft en toch voldoende koper in de klem zit; 9o perst de kabelschoen of draadhuls over de gestripte draad zodat er een naadloze overgang ontstaat; 10o controleert of de draden vast zitten in de klem; 11o sluit de beschermingsgeleiders aan op de aardingsrail (inclusief equipotentiale verbinding). Kerncompetentie 6 : in dienst stellen Succescriteria : 1o controleert op continuïteit van het aardingssysteem; 2o meet verlies systematisch met een isolatiemeter zodat de gemeten met de te verwachten waarden vergeleken kunnen worden; 3o meet spanning en stroom systematisch met een meettoestel zodat de gemeten met de te verwachten waarden vergeleken kunnen worden; 4o controleert de werking van de differentieelautomaat; 5o brengt de kringen systematisch onder spanning; 6o controleert visueel de werking van de installatie. Kerncompetentie 7 : elektrische problemen opsporen en verhelpen Succescriteria : 1o schakelt de stroom en spanning uit vooraleer werkzaamheden aan de installatie uit te oefenen; 2o meet spanning, stroom en weerstand met een meettoestel zodat de gemeten met de te verwachten waarden kunnen vergeleken worden; 3o zoekt fouten in de elektrische installatie door uitsluiting van de mogelijke oorzaken; 4o herstelt de aanwezige fouten in de installatie. 46320 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Kerncompetentie 8 : veilig werken Succescriteria : 1o meet of de installatie spanningsloos is; 2o draagt PBM’s volgens de gegeven instructies; 3o ruimt op om vallen, struikelen en uitglijden te voorkomen; 4o gebruikt gereedschap waarvoor het bedoeld is; 5o bergt alle gereedschap na het werk terug op op de daartoe voorziene plaats. Toepassingsgebied : Deze kerncompetentie moet worden beoordeeld tijdens de volledige proef. Richtlijnen voor de beoordeling 1o De beoordeling bestaat uit minstens volgende beoordelingstechnieken : a) directe observatie van het proces in een beroepsrelevante context; b) criteriumgericht interview. § de elektrische installatie uitzetten; De kandidaat krijgt de opdracht om leidingen, componenten, sleufdiepte- en breedte af te tekenen en de plaatsingsmethode te beschrijven. De karakteristieken zijn : - er wordt slechts één paslijn afgetekend; - er wordt een hindernis voorzien; - de maatvoering is voor alle componenten het midden; - er wordt met verschillende merken schakelaars gewerkt. § kabeldraagsystemen mechanisch bewerken; De kandidaat krijgt de opdracht om een bestaand kabeldraagsysteem uit te breiden met een bocht en een stuk in te korten. De karakteristieken zijn : Er moeten zowel een kniptang, handzaag als een slijpschijf worden voorzien. § kabeldraagsystemen monteren; De kandidaat krijgt de opdracht om de bocht en het ingekorte stuk kabeldraagsysteem te monteren. De karakteristieken zijn : Er moet op de grond gemonteerd worden. § kabels trekken De kandidaat krijgt de opdracht om verschillende soorten kabels te plaatsen; De karakteristieken zijn : Er worden verschillende soorten kabels voorzien waaronder zeker een XVB-kabel, UTP-kabel, coax-kabel en een zwaardere kabel (bv. SG10). § componenten plaatsen en aansluiten De kandidaat krijgt de opdracht om 1. Een kabel binnen te brengen in een bord en 2. een DIN-rail met rijgklemmen te plaatsen in het bord en kabels aan te sluiten op de klemmen. De karakteristieken zijn : - er moet een uitsparing gemaakt worden om de kabel te kunnen binnenbrengen. De kandidaat moet dit zelf zien en krijgt niet specifiek de opdracht; - er moet een wartel worden voorzien; - er moet een soepele kabel worden voorzien om de draadhulzen te persen. § in dienst stellen De kandidaat krijgt de opdracht om de installatie volledig onder spanning te brengen, de goede werking te controleren en te herstellen indien deze niet goed werkt. Het herstellen zelf wordt echter hier niet beoordeeld maar tijdens de KC elektrische problemen opsporen en verhelpen. § elektrische problemen opsporen en verhelpen De kandidaat krijgt de opdracht om de fouten te detecteren en te herstellen; De karakteristieken zijn dat het testcentrum zich moet baseren op een lijst van vijf types van fouten : aardingsfout, aansluitingsfout, overbelastingsfout, schematische fout, kortsluiting. Er moeten drie fouten uit deze lijst in de proef voorkomen. Ze moeten alle drie worden opgespoord en hersteld. 2o Voor de beoordeling wordt er met een 3-puntenschaal gewerkt. 3o De duurtijd van de beoordeling bedraagt maximum 8 uur, aaneensluitend, met voorbereidingstijd en pauzes inbegrepen. 4o Er kunnen maximum 6 personen tegelijk per 2 beoordelaars worden geobserveerd. 5o De praktische proeven moeten door het testcentrum zo worden ingericht dat ze geen onveilige situaties voor de kandidaat creëren. 6o Alle benodigde producten, materieel en de daarbij behorende veiligheidsinstructies van de fabrikant zijn tijdens de beoordeling voorhanden. Het testcentrum stelt bril, helm, handschoenen en veiligheidsschoenen ter beschikking van de kandidaat indien deze geen eigen PBM’s mee heeft. 7o Om als competent beschouwd te worden dient de kandidaat aan te tonen a) alle kerncompetenties in deze standaard te beheersen; MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46321 b) de opdracht binnen de voorziene tijd volledig af te werken. Verklarende woordenlijst 1o Tertiair : gebouwen die publiek toegankelijk zijn (scholen, kantoren, ziekenhuizen, sporthallen, bioscoopcom- plexen,...) (betreft constructies die een hoogspanningscabine kunnen vereisen) Leeswijzer Deze leeswijzer verduidelijkt de wijze waarop de onderdelen van de standaard dienen gelezen of geïnterpreteerd te worden. Omschrijving van het beroep De omschrijving van het beroep in een standaard bestaat uit een weergave van de hoofddoelstelling of de bestaansreden van het beroep, aangevuld met een beschrijving van het resultaat, de wijze waarop of de reden waarom het resultaat moet worden gehaald. De beroepsomschrijving geeft samen met de kerncompetenties een overzicht van de kern van het beroep. Kerncompetenties Kerncompetenties zijn de competenties die cruciaal zijn voor het uitoefenen van een bepaald beroep en die het verschil maken tussen een goede en een minder goede beroepsbeoefenaar. Kerncompetenties spelen een doorslaggevende rol bij het uitvoeren van een welbepaalde beroepsactiviteit. Kerncompetenties zijn afgeleid uit het ruimere beroepsprofiel en bestaan in principe uit zowel technische als meer transversale competenties. Het aantal kerncompetenties is beperkt aangezien de standaard een bruikbaar beoordelingsinstrument moet zijn. Alle kerncompetenties moeten door een kandidaat worden beheerst om een titel van beroepsbekwaamheid te behalen. Succescriteria Succescriteria zijn indicatoren die het voor de beoordelaar mogelijk maken om gericht naar een kerncompetentie te kijken. Succescriteria zijn de operationalisering of uitwerking van kerncompetenties in observeerbaar gedrag specifiek per beroep. Het gaat daarbij opnieuw om gedrag dat het verschil maakt tussen een goede en een minder goede beroepsbeoefenaar. Succescriteria moeten niet in absolute termen gelezen worden; ze zijn richtinggevend. Dat wil zeggen dat kandidaten niet aan alle succescriteria in dezelfde mate moeten beantwoorden. Bij de beoordeling moeten de succescriteria door de beoordelaars tegen elkaar worden afgewogen om een uitspraak over het beheersen van de competentie te doen. Dat wil ook niet zeggen dat wanneer er een richtcijfer in een succescriterium is opgenomen dit exact moet worden nagegaan. Het is een richtcijfer voor de assessoren waarop ze zich bij hun beoordeling moeten oriënteren. Het aantal succescriteria is in functie van de bruikbaarheid eveneens beperkt. Toepassingsgebied Het toepassingsgebied dat bij een bepaalde kerncompetentie wordt vermeld, geeft weer binnen welke context of contexten de kerncompetentie dient te worden beoordeeld. Het toepassingsgebied geeft met andere woorden de context aan waarbinnen de succescriteria moeten worden geobserveerd. Opmerkingen In de opmerkingen kan worden verwezen naar documenten, handboeken, die de beoordelaars kunnen gebruiken. Kennisvereisten In sommige gevallen kan een standaard ook bij bepaalde kerncompetenties kennisvereisten bevatten. Dit komt alleen voor wanneer de sector beslist dat de beoordeling van de kerncompetenties ook uit een kennisproef dient te bestaan. Richtlijnen voor de beoordeling De richtlijnen voor de beoordeling kunnen betrekking hebben op de proeven die moeten wor-den afgelegd, de beoordelingswijze (soort evaluatie, schalen, scores,...), de maximale duur van een beoordeling,... Met een beroepsrelevante context wordt een gesimuleerde context bedoeld. De richtlijnen zijn bindend voor de inhoud en het verloop van de beoordeling en moeten door iedere beoordelingsinstantie worden opgevolgd. Dit moet een gelijke en billijke beoordeling van iedere kandidaat garanderen. Verklarende woordenlijst Als laatste onderdeel kan een standaard een verklarende woordenlijst bevatten. Begrippen die in de standaard cursief zijn gedrukt, worden in deze woordenlijst verduidelijkt. Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit tot bepaling van de standaard voor de titel van tertiair elektrotechnisch installateur. Brussel, 4 juni 2009. De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming, F. VANDENBROUCKE * VLAAMSE OVERHEID Leefmilieu, Natuur en Energie [2009/202835] Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij. — Erkenning als bodemsaneringsdeskundige Bij besluit van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur van 11 juni 2009 wordt de vennootschap NV Tellum, met hoofdzetel Potvlietlaan 4, bus 1, te 2600 Berchem, erkend als bodemsaneringsdes- kundige van type 2 voor onbepaalde duur. Dit besluit treedt in werking vanaf 12 juni 2009. 46322 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD VLAAMSE OVERHEID Mobiliteit en Openbare Werken [C − 2009/35584] Provinciewegen West-Vlaanderen. — Indeling bij de gewestwegen Krachtens het besluit van 7 januari 2009 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur worden de provinciewegen, vermeld in de bijgevoegde tabel, gelegen op het grondgebied van West- Vlaanderen, aan hun bestemming onttrokken en ingedeeld bij de gewestwegen. Bijlage 1 : Lijst overdracht provinciewegen aan Vlaanderen 1 januari 2009 1. Primair : VIII Diksmuide - Sint-Pieterskapelle N369 Afstandspunt Afstand Diksmuide 21,475 - 30,580 9,105 km Middelkerke 30,580 - 32,107 1,527 km 2. Secundair I VII Ieper - Diksmuide N369 Ieper 1,300 - 8,455 7,155 km Langemark-Poelkapelle 8,455 - 10,400 1,945 km Houthulst 10,400 - 15,145 4,745 km Diksmuide 15,145 - 19,785 4,640 km XI Ieper - Land-van-Belofte N313 Langemark-Poelkapelle 4,000 - 11,165 7,165 km Staden 11,165 - 17,950 6,785 km XIV Tielt - Ingelmunster N399 Tielt 2,577 - 4,050 1,473 km Meulebeke 4,050 - 8,865 4,815 km Ingelmunster 8,865 - 11,010 2,145 km 3. Secundair II I Brugge - Torhout N32 Brugge 2,589 - 6,025 3,436 km Zedelgem 6,025 - 14,937 8,912 km Torhout 14,937 - 17,200 2,263 km II Steenbrugge - Heidelberg N309 Oostkamp 0,000 - 0,460 0,460 km Brugge 0,460 - 1,700 1,240 km V Wijnendale - Beerst N 363 Ichtegem 0,000 - 3,648 3,648 km Koekelare 3,648 - 8,272 4,624 km Diksmuide 8,272 - 13,124 4,852 km X Roeselare - Menen N32 Roeselare 33,773 - 38,800 5,027 km Moorslede 38,800 - 39,375 0,575 km 42,982 - 44,710 1,728 km Ledegem 39,375 - 42,982 3,607 km Wevelgem 44,710 - 45,910 1,200 km Menen 45,910 - 46,630 0,720 km MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46323 IX Lichtervelde - Roeselare N32 Lichtervelde 23,387 - 24,268 0,881 km Hooglede 24,268 - 28,600 4,332 km Roeselare 28,600 - 30,453 1,853 km XII Ieper - Broodseinde N332 Zonnebeke 6,000 - 8,161 2,161 km XIII Kruiseik - Westrozebeke N303 Zonnebeke 6,500 - 17,350 10,850 km Staden 17,350 - 18,157 0,807 km XV Avelgem - Spiere N 353 Avelgem 0,000 - 5,186 5,186 km Spiere-Helkijn 5,186 - 9,744 4,558 km XVI Menen - Moeskroen N366 Menen 0,873 - 4,157 3,284 km XIX Doortocht Roeselare N32a Roeselare 2,386 - 2,506 0,120 km XXII Doortocht Avelgem N8 Avelgem 69,787 - 70,248 0,461 km 4. Secundair III I Brugge - Torhout N32 Brugge 1,211 - 2,589 1,378 km IX Lichtervelde - Roeselare N32 Roeselare 30,453 - 30,902 0,449 km 5. Lokale wegen die de functie vervullen van secundaire weg II Steenbrugge - Heidelberg N309 Zedelgem 4,300 - 6,139 1,839 km VII Ieper - Diksmuide N369 Diksmuide 19,785 - 20,770 0,985 km VIII Diksmuide - Sint-Pieterskapelle N369 Diksmuide 20,770 - 21,475 0,705 km XI Ieper - Land van belofte N313 Langemark-Poelkapelle 3,760 - 4,000 0,240 km XIII Kruiseik - Westrozebeke N303 Zonnebeke 5,555 - 6,500 0,945 km XVI Menen - Moeskroen N366 Menen 4,157 - 6,711 2,554 km Mij bekend om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit van 7 januari 2009. De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur, Mevr. H. CREVITS * VLAAMSE OVERHEID Mobiliteit en Openbare Werken [C − 2009/35589] Provinciewegen Vlaams-Brabant. — Indeling bij de gewestwegen Krachtens het besluit van 7 januari 2009 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur worden de provinciewegen, vermeld in de bijgevoegde tabel, gelegen op het grondgebied van de provincie Vlaams-Brabant, aan hun bestemming onttrokken en ingedeeld bij de gewestwegen. 46324 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Bijlage 1 : Wegen die worden overgedragen aan het Vlaams Gewest begin einde gemeente straatnaam baanzijde afstand TOT PROVINCIEWEG N285 Asse-Edingen 26.396,00 m - weg 0,00 758,00 Asse Nieuwstraat L+R 758,00 m 758,00 3.500,00 Asse Edingsesteenweg L+R 2.742,00 m 3.500,00 7.994,00 Ternat Assesteenweg R 4.494,00 m 3.500,00 8.722,00 Ternat Assesteenweg L 5.222,00 m 8.722,00 12.993,00 Lennik Assesteenweg L 4.271,00 m 7.994,00 8.873,00 Roosdaal Assesteenweg R 879,00 m 8.873,00 12.778,00 Lennik Assesteenweg R 3.905,00 m 12.993,00 19.170,00 Gooik Edingsesteenweg L 6.177,00 m 12.778,00 19.170,00 Gooik Edingsesteenweg R 6.392,00 m 19.170,00 23.003,00 Herne Steenweg op Asse L 3.833,00 m 19.170,00 26.396,00 Herne Steenweg op Asse R 7.226,00 m 23.003,00 24.507,00 Pepingen Steenweg op Asse L 1.504,00 m 24.507,00 25.175,00 Edingen Steenweg op Asse L 668,00 m 25.175,00 26.396,00 Herne Steenweg op Asse L 1.221,00 m ————— Totaal Linkerzijde 26.396,00 m Totaal Rechterzijde 26.396,00 m PROVINCIEWEG N211 Vilvoorde-Aalst 11.655,00 m - weg 7.785,00 8.250,00 Meise Stationsstraat L+R 465,00 m 8.250,00 8.300,00 Meise Gemeenteplein L+R 50,00 m 8.280,00 10.483,00 Meise Merchtemsesteenweg L+R 2.203,00 m 10.483,00 13.672,00 Merchtem Wolvertemsesteenweg L+R 3.189,00 m 13.672,00 13.834,00 Merchtem Reedijk L+R 162,00 m 13.834,00 13.891,00 Merchtem Langesteenweg L+R 57,00 m 13.891,00 14.045,00 Merchtem Korte Ridderstraat L+R 154,00 m 14.045,00 14.082,00 Merchtem Varkensmarkt L+R 37,00 m 14.082,00 14.172,00 Merchtem Nieuwstraat L+R 90,00 m 14.172,00 14.242,00 Merchtem Markt L+R 70,00 m 14.242,00 14.357,00 Merchtem Krekelendries L+R 115,00 m 14.357,00 14.800,00 Merchtem A.De Boeckstraat L+R 443,00 m 14.800,00 16.420,00 Opwijk Klei L+R 1.620,00 m 16.420,00 19.420,00 Opwijk Steenweg op Vilvoorde L+R 3.000,00 m ————— 11.655,00 m MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46325 PROVINCIEWEG N19 Leuven-Aarschot 11.950,00 m - weg 3.800,00 4.400,00 Leuven Aarschotsesteenweg L 600,00 m 3.800,00 4.395,00 Leuven Aarschotsesteenweg R 595,00 m 4.400,00 4.430,00 Holsbeek Aarschotsesteenweg L 30,00 m 4.395,00 4.440,00 Holsbeek Aarschotsesteenweg R 45,00 m 4.430,00 7.405,00 Leuven Aarschotsesteenweg L 2.975,00 m 4.440,00 7.405,00 Leuven Aarschotsesteenweg R 2.965,00 m 7.405,00 11.440,00 Rotselaar Aarschotsesteenweg L+R 4.035,00 m 11.440,00 15.750,00 Aarschot Leuvensesteenweg L 4.310,00 m 11.440,00 15.750,00 Aarschot Leuvensesteenweg R 4.310,00 m ————— Totaal Linkerzijde 11.950,00 m Totaal Rechterzijde 11.950,00 m PROVINCIEWEG N223 Tienen-Sint-Joris-Winge 10.443,00 m - weg 340,00 5.569,00 Tienen Aarschotsesteenweg L+R 5.229,00 m 5.569,00 9.388,00 Lubbeek Tiensesteenweg L+R 3.819,00 m 9.388,00 10.783,00 Tielt-Winge Tiensesteenweg L+R 1.395,00 m ————— 10.443,00 m PROVINCIEWEG N29 Tienen-Diest 16.037,00 m - weg 738,00 3.020,00 Tienen Diestsesteenweg L+R 2.282,00 m 3.020,00 10.550,00 Glabbeek Tiensesteenweg L+R 7.530,00 m 10.550,00 10.790,00 Kortenaken Tiensesteenweg L+R 240,00 m 10.790,00 11.200,00 Bekkevoort Tiensesteenweg L+R 410,00 m 11.200,00 11.700,00 Kortenaken Tiensesteenweg L+R 500,00 m 11.700,00 11.760,00 Bekkevoort Tiensesteenweg L+R 60,00 m 11.760,00 13.000,00 Kortenaken Tiensesteenweg L+R 1.240,00 m 13.000,00 16.775,00 Bekkevoort Provinciebaan L+R 3.775,00 m ————— 16.037,00 m PROVINCIEWEG (N299) Halle-Alsemberg 7.665,00 m - weg 0,00 500,00 Sint-Pieters- Alsembergsesteenweg L 500,00 m Leeuw 0,00 1.760,00 Halle Alsembergsesteenweg R 1.760,00 m 500,00 1.760,00 Halle Alsembergsesteenweg L 1.260,00 m 1.760,00 2.800,00 Beersel Steenweg naar Alsem- L+R 1.040,00 m berg 2.800,00 5.880,00 Beersel Alsembergsesteenweg L+R 3.080,00 m 5.880,00 6.470,00 Beersel Steenweg naar Halle L+R 590,00 m 6.470,00 7.575,00 Sint-Genesius- Hallesteenweg L+R 1.105,00 m Rode 7.575,00 7.665,00 Beersel Steenweg naar Halle L+R 90,00 m ————— Totaal Linkerzijde 7.665,00 m Totaal Rechterzijde 7.665,00 m 46326 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD PROVINCIEWEG (N298) Haacht-Rotselaar 4.661,00 - weg 27.947,00 30.470,00 Rotselaar Provinciebaan L+R 2.523,00 m 30.470,00 32.608,00 Rotselaar Stationsstraat L+R 2.138,00 m ————— 4.661,00 m PROVINCIEWEG (N297) Brussel-Lillois 10.480,00 - weg 5.420,00 5.454,00 Drogenbos Alsembergsesteenweg L+R 34,00 m 5.454,00 5.490,00 Beersel Alsembergsesteenweg L 36,00 m 5.454,00 5.550,00 Beersel Alsembergsesteenweg R 96,00 m 5.490,00 6.676,00 Linkebeek Alsembergsesteenweg L 1.186,00 m 550,00 6.676,00 Linkebeek Alsembergsesteenweg R 6.126,00 m 6.676,00 9.000,00 Beersel Alsembergsesteenweg L+R 2.324,00 m 9.000,00 9.850,00 Beersel Pastoor Bolstraat L+R 850,00 m 9.850,00 9.870,00 Beersel Brusselsesteenweg L+R 20,00 m 9.870,00 10.100,00 Beersel Steenweg naar Eigen- L+R 230,00 m brakel 10.100,00 10.900,00 Sint-Genesius- Eigenbrakelsesteenweg L+R 800,00 m Rode 10.900,00 13.000,00 Sint-Genesius- Eigenbrakelsesteenweg L 2.100,00 m Rode ————— Totaal linkerzijde 7.580,00 m Totaal rechterzijde 10.480,00 m PROVINCIEWEG N28 Halle-Nijvel 4.294,00 - weg 156,00 300,00 Halle Basiliekstraat L+R 144,00 m 300,00 800,00 Halle Sint-Rochusstraat L+R 500,00 m 800,00 4.450,00 Halle Nijvelsesteenweg L+R 3.650,00 m ————— 4.294,00 m PROVINCIEWEG (N296) Brussel-Merchtem 10.076,00 - weg 4.650,00 6.010,00 Wemmel Steenweg op Brussel L+R 1.360,00 m 6.010,00 6.200,00 Wemmel Dr. H.Folletlaan L+R 190,00 m 6.200,00 6.758,00 Wemmel Kaasmarkt L+R 558,00 m 6.758,00 7.430,00 Wemmel Windberg L+R 672,00 m 7.430,00 8.010,00 Wemmel Steenweg op merchtem L+R 580,00 m 8.010,00 14.301,00 Merchtem Brusselsesteenweg L+R 6.291,00 m 14.301,00 14.615,00 Merchtem Stoofstraat L+R 314,00 m 14.615,00 14.726,00 Merchtem Bogaerdstraat L+R 111,00 m 10.076,00 m MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46327 PROVINCIEWEG N293 Hondzocht-Tubize 920,00 m - weg 0,00 920,00 Halle Hondzochtsesteenweg L+R 920,00 m ————— 920,00 m TOTALE AFSTAND OVER TE DRAGEN WEGEN 114.577,00 Werfzones die aan het Vlaams Gewest worden overgedragen bij de voorlopige oplevering PROVINCIEWEG N19 Leuven-Aarschot 3.090,00 m 4.470,00 7.560,00 Leuven- Aarschotsesteenweg L+R 3.090,00 m Rotselaar- Holsbeek PROVINCIEWEG Halle-Alsemberg 170,00 m 7.380,00 7.550,00 Sint-Genesius- Hallesteenweg R 170,00 m Rode Mij bekend om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit van 7 januari 2009. De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur, H. CREVITS * VLAAMSE OVERHEID Mobiliteit en Openbare Werken [C − 2009/35590] Provinciewegen Antwerpen. — Indeling bij de gewestwegen Krachtens het besluit van 7 januari 2009 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur worden de provinciewegen, vermeld in de bijgevoegde tabel, gelegen op het grondgebied van West- Vlaanderen, aan hun bestemming onttrokken en ingedeeld bij de gewestwegen. 46328 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46329 46330 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46331 VLAAMSE OVERHEID Mobiliteit en Openbare Werken [2009/202833] Wegen. — Onteigeningen. — Spoedprocedure MAASEIK : krachtens het besluit van 11 juni 2009 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur zijn de bepalingen van artikel 5 van de wet van 26 juli 1962 tot instelling van een rechtspleging bij dringende omstandigheden inzake onteigeningen ten algemenen nutte van toepassing voor de onteigeningen door het Vlaamse Gewest op het grondgebied van de stad Maaseik. Het plan 1M3D8G G 026112 00 ligt ter inzage bij het Agentschap Wegen en Verkeer, afdeling Wegen en Verkeer Limburg, Koningin Astridlaan 50 bus 4, 3500 Hasselt. Tegen het genoemde ministerieel besluit van 11 juni 2009 kan bij de Raad van State beroep worden aangetekend. Een verzoekschrift moet binnen 60 dagen via een aangetekende brief aan de Raad van State worden toegestuurd. * VLAAMSE OVERHEID Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed [2009/202832] Samenstelling van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen Bij ministerieel besluit van 16 juni 2009 is de samenstelling van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen van het Vlaamse Gewest vastgesteld :
Artikel 1. § 1. Eervol ontslag wordt verleend aan de voorzitter, ondervoorzitters, leden, secretaris en adjunct-secretarissen van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen van het Vlaamse Gewest. § 2. Worden gemachtigd tot het voeren van de titel ″Erelid van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen van het Vlaamse Gewest″ : 1o de heer Frank Becuwe 2o mevrouw Annick Boesmans 3o de heer Jean Bourgeois 4o de heer Guido De Dijn 5o de heer Guy Luyts 6o mevrouw Marleen Martens 7o mevrouw Leen Meganck 8o de heer Hans Mestdagh 9o de heer Paul Van den Bremt 10o de heer Rudy Van Hove
Art. 2 — Tot voorzitter van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen van het Vlaamse
Art. 2. Tot voorzitter van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen van het Vlaamse Gewest wordt benoemd : 1o de heer Andries Van den Abeele, Wollestraat 13/1, 8000 Brugge
Art. 3 — Tot ondervoorzitster van de Eerste afdeling van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en
Art. 3. Tot ondervoorzitster van de Eerste afdeling van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen van het Vlaamse Gewest wordt benoemd : 1o mevrouw Linda Van Santvoort, Vredelaan 69, 1982 Weerde
Art. 4. Tot ondervoorzitter van de Tweede afdeling van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen van het Vlaamse Gewest wordt benoemd : 1o de heer Marc Antrop, Beekstraat 29, 9920 Lovendegem
Art. 5. Tot ondervoorzitter van de Derde afdeling van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen van het Vlaamse Gewest wordt benoemd : 1o de heer Luc Bauters, Pastoriestraat 67, 9800 Deinze
Art. 6. Tot ondervoorzitter van de Vierde afdeling van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen van het Vlaamse Gewest wordt benoemd : 1o de heer Mark Fierlafijn, Dennenlei 35, 2900 Schoten
Art. 7. Tot ondervoorzitter van de Vijfde afdeling van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen van het Vlaamse Gewest wordt benoemd : 1o de heer André Vandewalle, Ter Zwanekerke 60, 8200 Brugge 46332 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD
Art. 8. § 1. Tot lid van de Eerste afdeling van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen worden benoemd : 1o Mevr. Inge Bertels, Italiëlei 29 bus 6.1, 2000 Antwerpen 2o de heer Joost Caen, Hertendreef 6, 2900 Schoten 3o Mevr. Mimi De Bruyn, Ferdinand Cosemansstraat 87, 2600 Berchem 4o Mevr. Ingrid Desmedt, Heidestraat 118, 3590 Diepenbeek 5o Mevr. Anne Mie Draye, Winkelsesteenweg 80, 3020 Herent 6o Mevr. Michèle Eeman, Sint-Gommarusstraat 47, 2800 Mechelen 7o de heer Edgard Goedleven, Oude Bertembosstraat 7, 3060 Bertem 8o de heer Adriaan Linters, Vredelaan 72, 8500 Kortrijk 9o de heer Jo Rombouts, Jemappesstraat 4, 9000 Gent 10o de heer Rutger Steenmeyer, Kleine Pieter Potstraat 21, 2000 Antwerpen 11o de heer Willem Supply, Wervikstraat 65, 8980 Beselare 12o de heer Maurice Timperman, Bloemenlaan 18, 8630 Veurne 13o de heer Koen Van De Vreken, Brouwerijstraat 6, 9031 Drongen 14o de heer Luc Verpoest, Bankstraat 60, 3000 Leuven § 2. Tot lid van de Tweede afdeling van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen van het Vlaamse Gewest worden benoemd : 1o Mevr. Cécile Baeteman, Beernaertstraat 8, 1170 Brussel 2o de heer Godfried Bekaert, Mimosastraat 157, 9000 Gent 3o de heer Frank Gelaude, Nieuwpoort 6, 9000 Gent 4o Mevr. Marie-Christine Gottigny, Oudenaardseweg 135, 9790 Wortegem-Petegem 5o Mevr. Antoinette Timmermans, Beukenlaan 49, 1653 Dworp 6o De heer Jan Van den Berghe, Jef Buyckxstraat 92, 2300 Turnhout 7o de heer Antoon Verhoeve, Bergstraat 17A, 9921 Vinderhoute 8o de heer André Verstraeten, Waasmunsterbaan 124 A, 9160 Lokeren 9o de heer Luc Vervoort, Penitentienenstraat 51, 3000 Leuven 10o Mevr. Katty Wouters, Molenstraat 54, 3010 Kessel-Lo § 3. Tot lid van de Derde afdeling van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen van het Vlaamse Gewest worden benoemd : 1o de heer Philippe Crombé, Eendenweg 3, 9860 Oosterzele 2o Mevr. Marjolein Deceuninck, Schipstraat 12, 9559 Sint-Lievens-Esse 3o Mevr. Hadewijch Degryse, Bankstraat 31, 3000 Leuven 4o De heer Patrick Degryse, Rijselstraat 42 B2, 8200 Brugge (Sint-Michiels) 5o Mevr. Beatrijs Hillewaert, Vulderstraat 88, 8000 Brugge 6o Mevr. Marie- Christine Laleman, Koning Leopold II laan nr 98 E, 9000 Gent 7o de heer Bart Robberechts, Nobelberg 29A, 3220 Holsbeek 8o de heer Dries Thys, Goudenregenstraat 3, 9000 Gent 9o de heer Luc Van Impe, Schapenstraat 67, 3000 Leuven 10o de heer Philippe Van Peer, Honsdonkstraat 97, 3120 Tremelo § 4. Tot lid van de Vierde afdeling van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen van het Vlaamse Gewest worden benoemd : 1o de heer Peter Braem, Bosduifstraat 22, 2018 Antwerpen 2o Mevr. Rita Jalon, Fortlaan 41, 2070 Zwijndrecht 3o de heer Jean-Marc Kets, Lange Lozannastraat 129 bus 8, 2018 Antwerpen 4o de heer Willem Lanszweert, Krombekestraat 3, 8691 Stavele 5o de heer Philippe Monsieur, Witte Burg 70, 8670 Koksijde 6o de heer Cees Rademakers, Strengen 18 bus 5, 2170 Merksem MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46333 § 5. Tot lid van de Vijfde afdeling van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen van het Vlaamse Gewest worden benoemd : 1o de heer Jozef Dauwe, Gentsesteenweg 120, 9200 Dendermonde 2o de heer Luc Duerloo, Kerkstraat 36, 2060 Antwerpen 3o de heer Erik Houtman, Anton Van de Veldelaan 20, 2900, Schoten 4o Mevr. Véronique Lambert, Grondwetlaan 30, 9040 Sint-Amandsberg 5o Mevr. Monique Van Melkebeek, Kriekerijstraat 20, 9040 Sint-Amandsberg 6o de heer Jean-Jacques van Ormelingen, De Brocquevillelaan 115 bus 1, 1200 Brussel
Art. 9. Tot secretaris van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen van het Vlaamse Gewest wordt benoemd : 1o de heer Marcel M. Celis, Krankenstraat 3, 2800 Mechelen
Art. 10. Tot adjunct-secretaris van de Tweede afdeling van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen van het Vlaamse Gewest wordt benoemd : 1o de heer Marc De Borgher, Kruisveld 83, 2890 Sint-Amands
Art. 11. Tot adjunct-secretaris van de Derde afdeling van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen van het Vlaamse Gewest wordt benoemd : 1o de heer Peter Van den Hove, IJzerstraat 12, 2800 Mechelen
Art. 12. Tot adjunct-secretaris van de Vierde afdeling van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen van het Vlaamse Gewest wordt benoemd : 1o Mevr. Gudrun Van Branden, Vrijheidsplein 14, 9160 Lokeren
Art. 13. Tot adjunct-secretaris van de Vijfde afdeling van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen van het Vlaamse Gewest wordt benoemd : 1o de heer Patrick van Waterschoot, Gebroeders Van Tiltstraat 43, 3220 Holsbeek
Art. 14. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 juni 2009. * VLAAMSE OVERHEID Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed [C − 2009/35644] Buggenhout. — Gedeeltelijke verplaatsing van voetweg nr. 184. — Beroep Bij besluit van 8 april 2009 van de Viceminister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening : — is beslist dat het beroep tegen het besluit van de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen van 16 januari 2003 houdende de gedeeltelijke verplaatsing van voetweg nr. 184 ontvankelijk en gegrond is. — is beslist dat het besluit van de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen van 16 januari 2003 van goedkeuring wordt onthouden. — van dit besluit wordt kennis gegeven aan de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen, aan de gemeente Buggenhout en aan de indiener van het beroep, dhr. Etienne Van Buggenhout, Brielstraat 94, te 9255 Buggenhout. * VLAAMSE OVERHEID Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed [2009/202818] Provincie Vlaams-Brabant. — PRUP Stationsomgeving Diest Bij besluit van 15 juni 2009 van de Viceminister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening is goedgekeurd het provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan ″Stationsomgeving Diest″ van de provincie Vlaams-Brabant, zoals definitief aanvaard door de provincieraad op 28 april 2009. REGION WALLONNE — WALLONISCHE REGION — WAALS GEWEST SERVICE PUBLIC DE WALLONIE [C − 2009/27124] 28 MAI 2009. — Arrêté ministériel relatif à l’établissement des zones de prévention rapprochée et éloignée de l’ouvrage de prise d’eau souterraine potabilisable dénommé « Le Goret » sis sur le territoire de la commune de Libramont-Chevigny Le Ministre de l’Agriculture, de la Ruralité, de l’Environnement et du Tourisme, Vu le Code de l’Eau, notamment les articles D172 à D174, R.155, § 1er, R.156, § 1er, R.161, § 2, R164, § 1er et R.165 à R.167; Vu le contrat de gestion du 16 mars 2006 conclu entre la Région wallonne et la Société publique de Gestion de l’Eau (S.P.G.E.); 46334 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Vu le contrat de service de protection de l’eau potabilisable entre l’administration communale de Libramont- Chevigny et la S.P.G.E., signé le 31 mai 2001; Vu la lettre recommandée à la poste du 30 janvier 2009 de l’Inspecteur général du Département de l’Environnement et de l’Eau de la Direction générale opérationnelle Agriculture, Ressources naturelles et Environnement du Service public de Wallonie accusant réception du dossier complet à l’administration communale de Libramont-Chevigny; Vu l’absence de programme d’actions; Vu la dépêche ministérielle du 30 janvier 2009 adressant au collège communal de Libramont-Chevigny le projet de délimitation des zones de prévention rapprochée et éloignée de l’ouvrage de prise d’eau souterraine potabilisable dénommé « Le Goret » sis sur le territoire de la commune de Libramont-Chevigny; Vu le procès-verbal du 16 mars 2009 dressé en clôture de l’enquête publique effectuée du 11 février 2009 au 16 mars 2009 sur le territoire de la commune de Libramont-Chevigny, au cours de laquelle aucune observation n’a été reçue; Vu l’avis motivé du collège communal de Libramont-Chevigny rendu en date du 21 mars 2009; Considérant la nécessité d’adapter ou de préciser certaines mesures générales de protection en fonction des situations spécifiques rencontrées dans les zones de prévention, Arrête :
Article 1er. A la demande de l’exploitant à savoir : l’administration communale de Libramont-Chevigny domiciliée place Communale 9, à 6800 Libramont, une zone de prévention est établie dans les limites prévues à l’article 2 pour l’ouvrage de prise d’eau potabilisable dénommé « Le Goret » (64/4/9/001).
Art. 2. § 1er. La zone de prévention rapprochée de l’ouvrage de prise d’eau est délimitée par le périmètre tracé sur le plan portant la référence « Plan 1 de 3 ». Ce plan est consultable à l’administration. La zone de prévention rapprochée a été délimitée à 25 mètres de la parcelle 646 B4 contenant les drains. § 2. La zone de prévention éloignée de l’ouvrage de prise d’eau est délimitée par le périmètre tracé sur les plans portants les références « Plan 1 de 3 à 3 de 3 ». Ces plans sont consultables à l’administration. La zone de prévention éloignée a été déterminée sur base du bassin versant adapté aux limites cadastrales. Un tracé approximatif des zones de prévention rapprochée et éloignée est présenté sur l’extrait de carte de l’annexe Ire du présent arrêté.
Art. 3. Sans préjudice des dispositions prévues aux articles R.165 à R.167 du Code de l’Eau, les mesures de protection suivantes sont prescrites dans les zone de prévention : A moins de 10 mètres de la projection en surface de l’axe longitudinal des drains constitutifs de l’ouvrage dénommé « Le Goret », aucune activité autre que celles en rapport direct avec la production d’eau n’est permise; l’emploi de pesticides et d’engrais y est notamment interdit. Dans ce but, le titulaire en empêche l’accès à toute personne non autorisée, ainsi que tout rejet. L’aire ainsi définie est aménagée de façon à ce que les eaux de ruissellement puissent s’en échapper et que les eaux de toute nature provenant de l’extérieur ne puissent y pénétrer ni s’accumuler à sa périphérie.
Art. 4. En application de l’article R161, § 2, du Code de l’Eau, l’exploitant introduit un programme d’action en vue de son adoption par le Ministre dans les deux mois de la publication au Moniteur belge du présent arrêté. Art. 5. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Art. 6. L’administration est chargée de transmettre un exemplaire du présent arrêté : — à l’administration communale de Libramont-Chevigny; — à la Société publique de Gestion de l’Eau (S.P.G.E.); — au Centre de Marche Direction générale opérationnelle de l’Aménagement du Territoire, du Logement, du Patrimoine et de l’Energie du Service public de Wallonie; — à toute personne ayant fait des observations au cours de l’enquête publique. Namur, le 28 mai 2009. B. LUTGEN MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46335 Annexe Ire Tracé approximatif des zones de prévention rapprochée et éloignée de l’ouvrage de prise d’eau concerné. NB : Les plans de détail sont consultables à l’administration. 46336 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD SERVICE PUBLIC DE WALLONIE [C − 2009/27123] 28 MAI 2009. — Arrêté ministériel relatif à l’établissement des zones de prévention rapprochée et éloignée de l’ouvrage de prise d’eau souterraine potabilisable dénommé « Sassouet » sis sur le territoire de la commune de Libramont-Chevigny Le Ministre de l’Agriculture, de la Ruralité, de l’Environnement et du Tourisme, Vu le Code de l’Eau, notamment les articles D172 à D174, R.155, § 1er, R.156, § 1er, R.161 § 2, R164, § 1er et R.165 à R.167; Vu le contrat de gestion du 16 mars 2006 conclu entre la Région wallonne et la Société publique de gestion de l’eau (S.P.G.E.); Vu le contrat de service de protection de l’eau potabilisable entre l’administration communale de Libramont- Chevigny et la S.P.G.E., signé le 31 mai 2001; Vu la lettre recommandée à la poste du 30 janvier 2009 de l’Inspecteur général du Département de l’Environnement et de l’Eau de la Direction générale opérationnelle Agriculture, Ressources naturelles et Environnement du Service public de Wallonie accusant réception du dossier complet à l’administration communale de Libramont-Chevigny; Vu l’absence de programme d’actions; Vu la dépêche ministérielle du 30 janvier 2009 adressant au collège communal de Libramont-Chevigny le projet de délimitation des zones de prévention rapprochée et éloignée de l’ouvrage de prise d’eau souterraine potabilisable dénommé « Sassouet » sis sur le territoire de la commune de Libramont-Chevigny; Vu la dépêche ministérielle du 30 janvier 2009 adressant au collège communal de Sainte-Ode le projet de délimitation des zones de prévention rapprochée et éloignée de l’ouvrage de prise d’eau souterraine potabilisable dénommé « Sassouet » sis sur le territoire de la commune de Libramont-Chevigny; Vu le procès-verbal du 16 mars 2009 dressé en clôture de l’enquête publique effectuée du 11 février 2009 au 16 mars 2009 sur le territoire de la commune de Libramont-Chevigny, au cours de laquelle aucune observation n’a été reçue; Vu le procès-verbal du 11 mars 2009 dressé en clôture de l’enquête publique effectuée du 13 février 2009 au 11 mars 2009 sur le territoire de la commune de Sainte-Ode, au cours de laquelle aucune observation n’a été reçue; Vu l’avis motivé du collège communal de Libramont-Chevigny rendu en date du 21 mars 2009; Vu l’avis motivé du collège communal de Sainte-Ode rendu en date du 23 mars 2009; Considérant la nécessité d’adapter ou de préciser certaines mesures générales de protection en fonction des situations spécifiques rencontrées dans les zones de prévention, Arrête :
Article 1er. A la demande de l’exploitant à savoir : l’administration communale de Libramont-Chevigny domiciliée place Communale 9, à 6800 Libramont, une zone de prévention est établie dans les limites prévues à l’arti- cle 2 pour l’ouvrage de prise d’eau potabilisable dénommé « Sassouet » (65/1/6/001).
Art. 2. § 1er. La zone de prévention rapprochée de l’ouvrage de prise d’eau est délimitée par le périmètre tracé sur le plan portant la référence « Plan 1 de 2 ». Ce plan est consultable à l’administration. La zone de prévention rapprochée a été délimitée à 25 mètres des clôtures de la parcelle contenant les drains. § 2. La zone de prévention éloignée de l’ouvrage de prise d’eau est délimitée par le périmètre tracé sur les plans portants les références « Plan 1 de 2 et 2 de 2 ». Ces plans sont consultables à l’administration. La zone de prévention éloignée a été déterminée sur base du bassin versant adapté aux limites cadastrales. Un tracé approximatif des zones de prévention rapprochée et éloignée est présenté sur l’extrait de carte de l’annexe Ire du présent arrêté.
Art. 3. Sans préjudice des dispositions prévues aux articles R165 à R167, du Code de l’Eau, les mesures de protection suivantes sont prescrites dans les zone de prévention : — A moins de 10 mètres de la projection en surface de l’axe longitudinal des drains constitutifs de l’ouvrage dénommé « Sassouet », aucune activité autre que celles en rapport direct avec la production d’eau n’est permise; l’emploi de pesticides et d’engrais y est notamment interdit. Dans ce but, le titulaire en empêche l’accès à toute personne non autorisée, ainsi que tout rejet. L’aire ainsi définie est aménagée de façon à ce que les eaux de ruissellement puissent s’en échapper et que les eaux de toute nature provenant de l’extérieur ne puissent y pénétrer ni s’accumuler à sa périphérie.
Art. 4. En application de l’article R161, § 2, du Code de l’Eau, l’exploitant introduit un programme d’action en vue de son adoption par le Ministre dans les deux mois de la publication au Moniteur belge du présent arrêté. Art. 5. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Art. 6. L’administration est chargée de transmettre un exemplaire du présent arrêté : — l’administration communale de Libramont-Chevigny; — l’administration communale de Sainte-Ode; — à la Société publique de Gestion de l’Eau (S.P.G.E.); — au Centre de Marche de la Direction générale opérationnelle de l’Aménagement du Territoire, du Logement, du Patrimoine et de l’Energie du Service public de Wallonie; — à toute personne ayant fait des observations au cours de l’enquête publique. Namur, le 28 mai 2009. B. LUTGEN MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46337 Annexe Ire Tracé approximatif des zones de prévention rapprochée et éloignée de l’ouvrage de prise d’eau concerné NB : Les plans de détail sont consultables à l’Administration. 46338 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD SERVICE PUBLIC DE WALLONIE [C − 2009/27125] 28 MAI 2009. — Arrêté ministériel relatif à l’établissement des zones de prévention rapprochée et éloignée de l’ouvrage de prise d’eau souterraine potabilisable dénommé « Bonnerue » sis sur le territoire de la commune de Libramont-Chevigny Le Ministre de l’Agriculture, de la Ruralité, de l’Environnement et du Tourisme, Vu le Code de l’Eau, notamment les articles D172 à D174, R.155, § 1er, R.156, § 1er, R.161, § 2, R164, § 1er et R.165 à R.167; Vu le contrat de gestion du 16 mars 2006 conclu entre la Région wallonne et la Société publique de gestion de l’eau (S.P.G.E.); Vu le contrat de service de protection de l’eau potabilisable entre l’administration communale de Libramont- Chevigny et la S.P.G.E., signé le 31 mai 2001; Vu la lettre recommandée à la poste du 30 janvier 2009 de l’Inspecteur général du Département de l’Environnement et de l’Eau de la Direction générale opérationnelle Agriculture, Ressources naturelles et Environnement du Service public de Wallonie accusant réception du dossier complet à l’administration communale de Libramont-Chevigny; Vu l’absence de programme d’actions; Vu la dépêche ministérielle du 30 janvier 2009 adressant au collège communal de Libramont-Chevigny le projet de délimitation des zones de prévention rapprochée et éloignée de l’ouvrage de prise d’eau souterraine potabilisable dénommé « Bonnerue » sis sur le territoire de la commune de Libramont-Chevigny; Vu la dépêche ministérielle du 30 janvier 2009 adressant au collège communal de Saint-Hubert le projet de délimitation des zones de prévention rapprochée et éloignée de l’ouvrage de prise d’eau souterraine potabilisable dénommé « Bonnerue » sis sur le territoire de la commune de Libramont-Chevigny; Vu le procès-verbal du 16 mars 2009 dressé en clôture de l’enquête publique effectuée du 11 février 2009 au 16 mars 2009 sur le territoire de la commune de Libramont-Chevigny, au cours de laquelle aucune observation n’a été reçue; Vu le procès-verbal du 26 mars 2009 dressé en clôture de l’enquête publique effectuée du 19 février 2009 au 20 mars 2009 sur le territoire de la commune de Saint-Hubert, au cours de laquelle aucune observation écrite n’a été reçue; Vu l’avis motivé du collège communal de Libramont-Chevigny rendu en date du 21 mars 2009; Vu l’avis motivé du collège communal de Saint-Hubert rendu en date du 26 mars 2009; Considérant la nécessité d’adapter ou de préciser certaines mesures générales de protection en fonction des situations spécifiques rencontrées dans les zones de prévention, Arrête :
Article 1er. A la demande de l’exploitant à savoir : l’Administration communale de Libramont-Chevigny domiciliée place Communale, 9 à 6800 Libramont, une zone de prévention est établie dans les limites prévues à l’article 2 pour l’ouvrage de prise d’eau potabilisable dénommé « Bonnerue » (60/5/7/001).
Art. 2. § 1er. La zone de prévention rapprochée de l’ouvrage de prise d’eau est délimitée par le périmètre tracé sur le plan cadastral référencé « Libramont-Chevigny, Div 4, Section A 3e feuille ». Ce plan est consultable à l’administration. La zone de prévention rapprochée a été tracée à 25 mètres de la limite de la zone de prise d’eau. § 2. La zone de prévention éloignée de l’ouvrage de prise d’eau est délimitée par les périmètres tracés sur les plans cadastraux référencés : — « Libramont-Chevigny, Div 4, Section A 3e feuille »; — « Libramont-Chevigny, Div 4, Section A 4e feuille »; — « Saint-Hubert, Div 6, Section A 9e feuille ». Ces plans sont consultables à l’administration. La zone de prévention éloignée a été déterminée sur base du bassin versant adapté aux limites cadastrales. Un tracé approximatif des zones de prévention rapprochée et éloignée est présenté sur l’extrait de carte de l’annexe Ire du présent arrêté.
Art. 3. Sans préjudice des dispositions prévues aux articles R.165 à R.167 du Code de l’Eau, les mesures de protection suivantes sont prescrites dans les zones de prévention : A moins de 10 mètres de la projection en surface de l’axe longitudinal des drains constitutifs de l’ouvrage dénommé « Bonnerue », aucune activité autre que celles en rapport direct avec la production d’eau n’est permise; l’emploi de pesticides et d’engrais y est notamment interdit. Dans ce but, le titulaire en empêche l’accès à toute personne non autorisée, ainsi que tout rejet. L’aire ainsi définie est aménagée de façon à ce que les eaux de ruissellement puissent s’en échapper et que les eaux de toute nature provenant de l’extérieur ne puissent y pénétrer ni s’accumuler à sa périphérie.
Art. 4. En application de l’article R161, § 2 du Code de l’Eau, l’exploitant introduit un programme d’action en vue de son adoption par le Ministre dans les deux mois de la publication au Moniteur belge du présent arrêté.
Art. 5. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Art. 6. L’administration est chargée de transmettre un exemplaire du présent arrêté : — l’administration communale de Libramont-Chevigny; — l’administration communale de Saint-Hubert; — à la Société publique de Gestion de l’Eau (S.P.G.E.); — au Centre de Marche de la Direction générale opérationnelle de l’Aménagement du Territoire, du Logement, du Patrimoine et de l’Energie du Service public de Wallonie; — à toute personne ayant fait des observations au cours de l’enquête publique. Namur, le 28 mai 2009 B. LUTGEN MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46339
Annexe 1re Tracé approximatif des zones de prévention rapprochée et éloignée de l’ouvrage de prise d’eau concerné NB : Les plans de détail sont consultables à l’Administration. 46340 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD SERVICE PUBLIC DE WALLONIE [C − 2009/27127] 29 MAI 2009. — Arrêté ministériel relatif à l’établissement des zones de prévention rapprochée et éloignée de l’ouvrage de prise d’eau souterraine potabilisable dénommé « Halanzy Réseau Haut D1 » sis sur le territoire de la commune d’Aubange Le Ministre de l’Agriculture, de la Ruralité, de l’Environnement et du Tourisme, Vu le Code de l’Eau, notamment les articles D172 à D174, R.155, § 1er, R.156, § 1er, R.157, R.161, § 2, R.164, § 1er, R.165 à R.167; Vu le contrat de gestion du 16 mars 2006 conclu entre la Région wallonne et la Société publique de Gestion de l’Eau (S.P.G.E.); Vu le contrat de service de protection de l’eau potabilisable entre la Société wallonne des Eaux et la S.P.G.E., signé le 21 novembre 2000; Vu la lettre recommandée à la poste du 16 septembre 2008 de l’Inspecteur général du Département de l’Environnement et de l’Eau de la Direction générale opérationnelle Agriculture, Ressources naturelles et Environne- ment du Service public de Wallonie accusant réception du dossier complet à la Société wallonne des Eaux; Vu l’absence de programme d’actions; Vu la dépêche ministérielle du 16 septembre 2008 adressant au collège communal d’Aubange le projet de délimitation des zones de prévention rapprochée et éloignée de l’ouvrage de prise d’eau souterraine potabilisable dénommé « Halanzy Réseau Haut D1 » sis sur le territoire de la commune d’Aubange; Vu le procès-verbal du 18 novembre 2008 dressé en clôture de l’enquête publique effectuée du 7 octobre 2008 au 4 novembre 2008 sur le territoire de la commune d’Aubange, au cours de laquelle deux observations écrites ont été reçues; Vu l’avis motivé du collège communal d’Aubange rendu en date du 20 janvier 2009; Considérant la nécessité d’adapter ou de préciser certaines mesures générales de protection en fonction des situations spécifiques rencontrées dans les zones de prévention; Arrête : Article 1er. A la demande de l’exploitant à savoir : la Société wallonne des Eaux, domicilié rue de la Concorde 41, 4800 Verviers, une zone de prévention est établie dans les limites prévues à l’article 2 pour l’ouvrage de prise d’eau potabilisable dénommé « Halanzy Réseau Haut D1 » (71/3/9/001). Art. 2. § 1er. La zone de prévention rapprochée de l’ouvrage de prise d’eau est délimitée par le périmètre tracé sur le plan de situation portant la référence L/232/06/5572. Ce plan est consultable à l’administration. La zone de prévention rapprochée a été délimitée sur base des distances forfaitaires. § 2. La zone de prévention éloignée de l’ouvrage de prise d’eau est délimitée par le périmètre tracé sur le plan de situation portant la référence L/232/06/5572. Ce plan est consultable à l’administration. La zone de prévention éloignée a été délimitée sur base du bassin versant, en adaptant localement le périmètre avec des limites cadastrales ou repères fixes aisément identifiables. Un tracé approximatif des zones de prévention rapprochée et éloignée est présenté sur l’extrait de l’annexe Ire du présent arrêté. Art. 3. Sans préjudice des dispositions prévues aux articles R.165 à R.167 du Code de l’Environnement contenant le Code de l’Eau, les mesures de protection suivantes sont prescrites dans les zones de prévention : A moins de 10 mètres de la projection en surface de l’axe longitudinal du drain dénommé « Halanzy Réseau Haut D1 », aucune activité autre que celles en rapport direct avec la production d’eau n’est permise; l’emploi de pesticides et d’engrais y est notamment interdit. Dans ce but, le titulaire en empêche l’accès à toute personne non autorisée, ainsi que tout rejet. L’aire ainsi définie est aménagée de façon à ce que les eaux de ruissellement puissent s’en échapper et que les eaux de toute nature provenant de l’extérieur ne puissent y pénétrer ni s’accumuler à sa périphérie. Art. 4. En application de l’article R.161, § 2, du Code de l’Eau, l’exploitant introduit un programme d’action en vue de son adoption par le Ministre dans les deux mois de la publication au Moniteur belge du présent arrêté. Art. 5. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa parution au Moniteur belge. Art. 6. L’administration est chargée de transmettre un exemplaire du présent arrêté : — à l’exploitant; — à la Société publique de Gestion de l’Eau (S.P.G.E.); — à l’administration communale de Aubange; — au Centre de Marche de la Direction générale opérationnelle de l’Aménagement du Territoire, du Logement, du Patrimoine et de l’Energie du Service public de Wallonie; — à toute personne ayant fait des observations au cours de l’enquête publique. Namur, le 29 mai 2009. B. LUTGEN MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46341 Annexe Ire Tracé approximatif des zones de prévention rapprochée et éloignée de l’ouvrage de prise d’eau concerné NB : Les plans de détail sont consultables à l’administration 46342 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD SERVICE PUBLIC DE WALLONIE [C − 2009/27126] 10 JUIN 2009. — Arrêté ministériel relatif à l’établissement des zones de prévention rapprochée et éloignée de l’ouvrage de prise d’eau souterraine potabilisable dénommé « Les Fonds de Bray » sis sur le territoire de la commune de Binche Le Ministre de l’Agriculture, de la Ruralité, de l’Environnement et du Tourisme, Vu le Code de l’Eau, notamment les articles D172 à D174, R.155, § 1er, R.156, § 1er, R.161,§ 2, R164, § 1er et R.165 à R.167; Vu le contrat de gestion du 16 mars 2006 conclu entre la Région wallonne et la Société publique de Gestion de l’Eau (S.P.G.E.); Vu le contrat de service de protection de l’eau potabilisable entre la Société wallonne des Eaux et la S.P.G.E., signé le 21 novembre 2000; Vu la lettre recommandée à la poste du 4 novembre 2008 de l’Inspecteur général du Département de l’Environnement et de l’Eau de la Direction générale opérationnelle Agriculture, Ressources naturelles et Environne- ment du Service public de Wallonie accusant réception du dossier complet à la Société wallonne des Eaux; Vu l’absence de programme d’actions; Vu la dépêche ministérielle du 4 novembre 2008 adressant au collège communal de la commune de Binche le projet de délimitation des zones de prévention rapprochée et éloignée de l’ouvrage de prise d’eau souterraine potabilisable dénommé « Les Fonds de Bray » sis sur le territoire de la commune de Binche; Vu la dépêche ministérielle du 4 novembre 2008 adressant au collège communal de la commune de Estinnes le projet de délimitation des zones de prévention rapprochée et éloignée de l’ouvrage de prise d’eau souterraine potabilisable dénommé « Les Fonds de Bray » sis sur le territoire des communes de Binche; Vu le procès-verbal du 22 décembre 2008 dressé en clôture de l’enquête publique effectuée du 21 novembre 2008 au 22 décembre 2008 sur le territoire de la commune de Binche, au cours de laquelle aucune observation n’a été reçue; Vu le procès-verbal du 19 décembre 2008 dressé en clôture de l’enquête publique effectuée du 19 novembre 2008 au 19 décembre 2008 sur le territoire de la commune d’Estinnes, au cours de laquelle une remarque a été émise; Vu l’avis motivé du collège communal de Binche rendu en date du 31 décembre 2008; Vu l’avis motivé du collège communal d’Estinnes rendu en date du 23 décembre 2008, Arrête : Article 1er. A la demande de l’exploitant (la Société wallonne des Eaux, domiciliée rue de la Concorde, à 4800 Verviers), une zone de prévention est établie dans les limites prévues à l’article 2 pour l’ouvrage de prise d’eau potabilisable dénommé « Les Fonds de Bray » (46/5/4/001). Art. 2. Les zones de prévention rapprochée et éloignée de l’ouvrage de prise d’eau sont délimitées par les périmètres tracés sur les plans cadastraux référencés : — Estinnes 2e Division, Section A, 1re feuille; — Estinnes 2e Division, Section A, 2e feuille; — Estinnes 2e Division, Section D, 2e feuille; — Binche 7e Division, Section A, 1re feuille; — Binche 7e Division, Section B, 1re feuille; — Binche 7e Division, Section B, 2e feuille; — Binche 7e Division, Section B, 3e feuille; — Binche 7e Division, Section B, 4e feuille. Ces plans sont consultable à l’administration. Les zones de prévention rapprochée ont été délimitées sur base des distances forfaitaires ainsi que sur base des limites cadastrales et urbanistiques permettant le repérage de ces zones sur le terrain. Le tracé des zones de prévention rapprochée et éloignée est présenté sur l’extrait de carte de l’annexe Ire du présent arrêté. Art. 3. En application de l’article R.161, § 2 du Code de l’Eau, l’exploitant introduit un programme d’actions en vue de son adoption par le Ministre, endéans les six mois à dater de la publication au Moniteur belge du présent arrêté. Art. 4. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa parution au Moniteur belge. Art. 5. L’administration est chargée de transmettre un exemplaire du présent arrêté : — à l’exploitant; — à la Société publique de Gestion de l’Eau (S.P.G.E.); — à l’administration communale de Binche; — à l’administration communale d’Estinnes; — au Centre du Hainaut de la Direction générale opérationnelle de l’Aménagement du Territoire, du Logement, du Patrimoine et de l’Energie du Service public de Wallonie; — à toute personne ayant fait des observations au cours des enquêtes publiques. Namur, le 10 juin 2009. B. LUTGEN MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46343 Annexe Ire Tracé des zones de prévention rapprochée et éloignée de l’ouvrage de prise d’eau concerné. NB : Les plans de détail sont consultables à l’administration 46344 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD AVIS OFFICIELS — OFFICIELE BERICHTEN COMMISSION BANCAIRE, FINANCIERE COMMISSIE VOOR HET BANK-, FINANCIE- ET DES ASSURANCES EN ASSURANTIEWEZEN [C − 2009/03255] [C − 2009/03255] Autorisation d’une fusion entre un établissement de crédit et une Toestemming voor een fusie tussen een kredietinstelling en een entreprise d’investissement (article 31 de la loi du 22 mars 1993 beleggingsonderneming (artikel 31 van de wet van 22 maart 1993 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen en article 74 de la loi du 6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des artikel 74 van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het entreprises d’investissement) toezicht op de beleggingsondernemingen) Conformément aux articles 30 de la loi du 22 mars 1993 et 73 de la loi Overeenkomstig de artikelen 30 van de wet van 22 maart 1993 en 73 du 6 avril 1995, le Comité de direction de la Commission bancaire, van de wet van 6 april 1995 heeft het Directiecomité van de Commissie financière et des Assurances a autorisé la fusion par absorption prévue voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen zijn toestemming au mois de septembre 2009 de la société de gestion de portefeuille et de verleend voor de fusie door overneming voorzien in de maand sep- conseil en investissement DEGROOF SECURITIES SA, rue Guimard 18, tember 2009 van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleg- 1040 Bruxelles, par BANQUE DEGROOF SA, rue de l’Industrie 44, gingsadvies DEGROOF SECURITIES NV, Guimardstraat 18, 1040 Brus- 1040 Bruxelles. sel, door BANK DEGROOF NV, Nijverheidsstraat 44, 1040 Brussel. Aux termes des articles 31 de la loi du 22 mars 1993 et 74 de la loi du Krachtens de artikelen 31 van de wet van 22 maart 1993 en 74 van de 6 avril 1995, toute cession entre établissements de crédit et entreprises wet van 6 april 1995, is iedere overdracht, tussen kredietinstellingen en d’investissement ou entre de telles entreprises et d’autres institutions beleggingsondernemingen of tussen dergelijke ondernemingen en financières des droits et obligations résultant des opérations des andere in de financiële sector bedrijvige instellingen, van rechten en établissements ou entreprises concernées et autorisées conformément verplichtingen die voortkomen uit verrichtingen van de betrokken aux dispositions des articles 30 de la loi du 22 mars 1993 et 73 de la loi instellingen of ondernemingen, waarvoor toestemming is verleend du 6 avril 1995, est opposable aux tiers dès la publication au Moniteur overeenkomstig de artikelen 30 van de wet van 22 maart 1993 en 73 van belge de l’autorisation du Comité de direction de la Commission de wet van 6 april 1995, aan derden tegenstelbaar zodra de toestem- bancaire, financière et des Assurances. ming van het Directiecomité van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt. Bruxelles, le 23 juin 2009. Brussel, 23 juni 2009. Le Président, De Voorzitter, J.-P. SERVAIS J.-P. SERVAIS * SERVICE PUBLIC FEDERAL INTERIEUR FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN [C − 2009/00459] [C − 2009/00459] 10 JUIN 2009. — Circulaire SPV- 04 relative à la carte d’identification 10 JUNI 2009. — Rondzendbrief SPV- 04 dans le secteur du gardiennage. — Erratum betreffende de identificatiekaart in de bewakingssector. — Erratum Dans la circulaire SPV- 04 relative à la carte d’identification dans le In de Rondzendbrief SPV- 04 betreffende de identificatiekaart in de secteur du gardiennage, publié au Moniteur belge du 22 juin 2009, bewakingssector, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van page 43286, il y a lieu d’insérer dans le titre la date du 10 JUIN 2009. 22 juni 2009, blz. 43286, dient de datum van 10 JUNI 2009 in de titel ingevoegd te worden. MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46345 SERVICE PUBLIC FEDERAL FINANCES FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN [2009/03249] [2009/03249] Administration de la Trésorerie Administratie der Thesaurie * SERVICE PUBLIC FEDERAL FINANCES FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN [2009/03248] [2009/03248] Administration de la Trésorerie Administratie der Thesaurie 46346 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD SERVICE PUBLIC FEDERAL JUSTICE FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE [2009/09479] [2009/09479] Loi du 15 mai 1987 Wet van 15 mei 1987 relative aux noms et prénoms. — Publication betreffende de namen en voornamen. — Bekendmaking Par arrêté royal du 18 juin 2009, M. Dumbi di Paka, né à Kitona Bij koninklijk besluit van 18 juni 2009 is machtiging verleend aan de (Congo belge) le 27 avril 1959, demeurant à Enghien, a été autorisé sauf heer Dumbi Di Paka, geboren te Kitona (Belgisch Kongo) op 27 april 1959, opposition en temps utile sur laquelle il sera statué, à substituer à son wonende te Edingen, om, behoudens tijdig verzet waarover zal beslist nom patronymique celui de « Paka », après l’expiration du délai de worden, zijn geslachtsnaam in die van « Paka » te veranderen, na 60 jours à compter de la présente insertion. afloop van 60 dagen te rekenen van deze bekendmaking. * SERVICE PUBLIC FEDERAL PROGRAMMATORISCHE DE PROGRAMMATION POLITIQUE SCIENTIFIQUE FEDERALE OVERHEIDSDIENST WETENSCHAPSBELEID [C − 2009/21068] [C − 2009/21068] Observatoire royal de Belgique (ORB) Koninklijke Sterrrenwacht van België (KSB) Vacance d’emploi (m/f) d’assistant stagiaire (personnel scientifique) Vacature (m/v) van assistent-stagiair (wetenschappelijk personeel) 1. POSITIONNEMENT DE LA FONCTION AU SEIN DE L’ÉTABLIS- 1. POSITIE VAN DE FUNCTIE BINNEN DE INSTELLING. SEMENT. + Il s’agit d’un emploi d’agent scientifique statutaire à prestations + Het gaat om een voltijdse betrekking van statutair wetenschappe- complètes. lijk personeelslid. + Titre et classe de carrière scientifique : assistant stagiaire (classe Titel en klasse van de wetenschappelijke loopbaan : assistent-stagiair SW1) ou premier assistant en période d’essai (SW2). (klasse SW1) of eerstaanwezend assistent in proefperiode (klasse SW2). + Groupe d’activités de la carrière scientifique dont l’emploi fait + Activiteitengroep van de wetenschappelijke loopbaan waartoe de partie : groupe d’activités I « recherche scientifique et développement betrekking behoort : activiteitengroep I « wetenschappelijk onderzoek expérimental ». en experimentele ontwikkeling ». + L’emploi sera exercé au sein de la direction opérationnelle + De betrekking zal uitgeoefend worden binnen de operationele « Physique solaire et Météo spatiale » de l’Observatoire royal de directie « Zonnefysica en Ruimteweer » van de Koninklijke Sterren- Belgique, avenue Circulaire 3, 1180 Bruxelles. wacht van België, Ringlaan 3, 1180 Brussel. 2. REGIME LINGUISTIQUE. 2. TAALREGIME. Cet emploi est accessible aux candidat(e)s pouvant être affecté(e)s au Deze betrekking is toegankelijk voor kandidaten die kunnen inge- rôle linguistique néerlandais en application des règles fixées à cet effet deeld worden bij de Nederlandse taalrol bij toepassing van de regels par les lois sur l’emploi des langues en matière administrative. hiertoe bepaald door de wetten op het gebruik van talen in bestuurs- zaken. 3. CONTEXTE DE LA FONCTION. 3. FUNCTIECONTEXT. L’Observatoire royal de Belgique (ORB) est l’un des plus anciens De Koninklijke Sterrenwacht van België (KSB) is één van de oudste établissements scientifiques de l’Etat fédéral belge. Il fait partie du wetenschappelijke instellingen van de Belgische Federale Overheid. Zij service public de programmation (SPP) Politique scientifique. Mis à maakt deel uit van de Programmatorische Federale Overheidsdienst part les bâtiments principaux situés sur le Plateau d’Uccle, l’Observa- (POD) Wetenschapsbeleid. Naast de hoofdvestigingsplaats op het toire comprend également le Planétarium de Bruxelles (situé au Heysel) plateau van Ukkel omvat zij tevens het Planetarium van Brussel où de nombreux visiteurs sont accueillis chaque année lors de (gelegen op de Heizel), waar jaarlijks vele duizenden bezoekers worden présentations de presse ou d’expositions ou pour assister aux spectacles ontvangen voor persvoorstellingen, tentoonstellingen, planetarium- et participer aux activités éducatives. shows en educatieve activiteiten. L’Observatoire royal de Belgique est un institut de renommée De Koninklijke Sterrenwacht van België is een instelling met sterke internationale où recherche scientifique de haut niveau, service scien- internationale uitstraling waarin hoogstaand wetenschappelijk onder- tifique rendu au public et diffusion de la science sont réunis. Les thèmes zoek wordt gecombineerd met wetenschappelijke dienstverlening en de recherche couvrent les domaines suivants : wetenschapsverspreiding. De thema’s hiervan situeren zich in de volgende domeinen : + la reprise de la Belgique dans les réseaux de références internatio- + het opnemen van België in internationale referentienetwerken door naux par la définition du temps et de la localisation précise par les de bepaling van de tijd en de nauwkeurige plaatsbepaling door de méthodes de géodésie spatiale; methoden van de ruimtegeodesie; + la mesure et des études de rotation de la terre et d’autres planètes; + de meting en studies van de rotatie van de aarde en andere planeten; + la séismologie, les marrées terrestres et la gravimétrie; + de seismologie, aardgetijden en gravimetrie; + l’astrométrie et la dynamique des corps célestes tant dans notre + de astrometrie en dynamica van hemellichamen zowel in ons eigen système solaire qu’en dehors; zonnestelsel als daarbuiten; + l’astrophysique d’objets galactiques et extragalactiques en ce + de astrofysica van galactische en extragalactische objecten, met compris la physique des atmosphères stellaires; inbegrip van de fysica van steratmosferen; + la structure et la dynamique de l’atmosphère solaire en ce compris + de structuur en dynamica van de zonneatmosfeer, met inbegrip l’activité solaire et la météo spatiale. van de zonneactiviteit en ruimteweer. MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46347 Dans le cadre de ses missions de recherche scientifique, l’Observa- In het kader van haar missies inzake wetenschappelijk onderzoek toire royal de Belgique participe activement à la préparation et à la mise neemt de Koninklijke Sterrenwacht van België actief deel aan de en œuvre de nombreux projets de missions spatiales tels SOHO, voorbereiding en de uitvoering van vele ruimtevaartprojecten zoals VenusExpress, MarsExpress, BepiColombo, GAIA et PROBA2. SOHO, VenusExpress, MarsExpress, BepiColombo, GAIA en PROBA2. Les activités relatives au service public rendu concernent entre Tot de dienstverlenende activiteiten behoren onder meer : autres : + la coordination du réseau EUREF des stations GPS; + de coördinatie van het EUREF-netwerk van GPS-stations; + la gestion du laboratoire de l’heure et la définition de l’heure légale + het beheer van het tijdslabo en het vastleggen van de wettelijke tijd en Belgique; in België; + le suivi de l’activité sismique en Belgique à l’aide d’un réseau + het opvolgen van de seismische activiteit in België met behulp van d’accéléromètres et de sismomètres; een netwerk van accelerometers en seismometers; + la gestion de bases de données entre autres celles des observations + het beheer van databanken, o.a. in verband met gravimetrische en gravimétriques et spectroscopiques et celles relatives à l’activité du spectroscopische waarnemingen en met de activiteit van de zon; soleil; + le suivi et les prévisions de la météo spatiale. + het opvolgen en voorspellen van het ruimteweer. Afin de pouvoir remplir ses missions, l’Observatoire dispose d’envi- Om zijn opdrachten uit te voeren stelt de Sterrenwacht ongeveer ron 160 personnes dont la moitié est constituée de personnel scientifi- 160 mensen te werk, waarvan de helft wetenschappelijk personeel. Zij que. Ils sont soutenus dans leur travail par une riche bibliothèque worden in hun werk ondersteund door een goed uitgeruste weten- scientifique. schappelijke bibliotheek. 4. CONTENU DE LA FONCTION. 4. INHOUD VAN DE FUNCTIE. 4.1. Objectifs de la fonction au regard des missions de l’établisse- 4.1 Doelstellingen van de functie ten aanzien van de opdrachten ment. van de instelling. Le candidat/La candidate travaillera au sein de la direction opéra- De kandidaat/kandidate zal werkzaam zijn in de operationele tionnelle « Physique solaire et Météo spatiale » et devra contribuer à directie « Zonnefysica en Ruimteweer » en moeten bijdragen aan de son bon fonctionnement. Les thèmes de recherche de cette direction werking ervan. De onderzoeksthema’s van deze operationele directie opérationnelle concernent entre autres l’étude du réchauffement et de la omvatten de studie van de verhitting en de dynamica van de dynamique de l’atmosphère solaire, l’étude des phénomènes de météo zonneatmosfeer, de studie van ruimteweerfenomenen en de studie van spatiale et l’étude du cycle solaire. Le service scientifique rendu de zonnecyclus. De wetenschappelijke dienstverlening omvat de concerne les activités opérationnelles de l’Observatoire royal de operationele activiteiten van de Koninklijke Sterrenwacht van België op Belgique en matière de prévision et de monitoring de la météo spatiale het vlak van voorspelling en monitoring van het ruimteweer en de et de l’activité solaire, la réalisation et l’analyse des observations zonneactiviteit en het verrichten en analyseren van zonnewaarnemingen. solaires 4.2. Domaines de résultats. 4.2. Resultaatgebieden. Le candidat/La candidate sélectionné(e) contribuera de façon subs- De gekozen kandidaat/kandidate zal substantiële bijdragen moeten tantielle aux activités de la direction opérationnelle « Physique solaire leveren aan de bestaande activiteiten van de operationele directie et Météo spatiale » et ce, dans l’un ou plusieurs des domaines suivants : « Zonnefysica en Ruimteweer », en dit binnen een of meerdere van volgende gebieden : + développement et fonctionnement du centre opérationnel de + uitbouw en functioneren van het operationeel centrum voor prévision et de monitoring de météo spatiale; voorspelling en monitoring van ruimteweer; + mener de la recherche scientifique fondamentale dans le domaine + verrichten van fundamenteel wetenschappelijk onderzoek in het général de la Physique solaire; ruime domein « Zonnefysica »; + réaliser, coordonner et analyser les observations du soleil avec + uitvoeren, coördineren en analyseren van waarnemingen van de l’infrastructure « USET » située à Uccle, les données de l’observatoire Zon, met de infrastructuur « USET’ in Ukkel, gegevens van de radio-astronomique de Humain et avec des télescopes placés sur des radio-sterrenwacht in Humain, en met behulp van telescopen op satellites dans lesquels l’Observatoire royal de Belgique est impliqué satellieten waarin de Koninklijke Sterrenwacht van België betrokken is (entre autres EIT/LASCO sur SOHO et SECCHI sur STEREO). (o.a. EIT/LASCO op SOHO en SECCHI op STEREO). 5. PROFIL DE COMPÉTENCES. 5. COMPETENTIEPROFIEL. 5.1. Diplômes et formations requises. 5.1 Vereiste diploma’s en opleidingen. Le candidat/La candidate doit disposer d’une licence ou d’un master De kandidaat/kandidate dient licentiaat/licentiate of master in de en sciences, du titre d’ingénieur civil ou de docteur en sciences ou en wetenschappen, burgerlijk ingenieur of doctor in de wetenschappen of sciences appliquées. in de toegepaste wetenschappen te zijn. 5.2. Compétences techniques (connaissances, spécialisations, expé- 5.2 Technische kundigheden (kennis, specialisaties, riences,…). ervaringen,...). Une expérience est requise soit en matière de réduction et Ervaring ofwel met de reductie en de interpretatie van waarnemin- d’interprétation d’observations réalisées à terre ou dans l’espace soit en gen van op de grond of in de ruimte ofwel op het gebied van matière de recherche théorique et de modélisation des objets décrits theoretisch onderzoek en modelisatie van de onderwerpen beschreven dans le contenu de la fonction. in de functie-inhoud is nodig. Cette expérience doit notamment se traduire entre autres par des Deze ervaring dient onder meer te blijken uit publicaties in publications parues dans des revues scientifiques internationales avec internationale wetenschappelijke tijdschriften met leescomité en uit comité de lecture, par la participation à des conférences scientifiques deelname aan en mededelingen op internationale wetenschappelijke internationales et par les communications qui y sont faites. conferenties. 46348 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD La connaissance de l’anglais est importante, la connaissance de De kennis van het Engels is belangrijk, de kennis van de andere l’autre langue nationale, autre que celle du rôle linguistique dans lequel landstaal dan die van de taalrol waarin de kandidaat is ingedeeld is le candidat sera intégré, est souhaitée. wenselijk. L’avantage sera donné aux candidats dont l’expérience correspond De voorkeur zal worden gegeven aan kandidaten wiens achtergrond aux thèmes de recherche qui sont ceux pour le moment de la direction aansluit bij de onderzoeksthema’s die momenteel in de operationele opérationnelle « Physique solaire et Météo spatiale » de l’Observatoire directie « Zonnefysica en Ruimteweer » van de Koninklijke Sterren- royal et qui témoignent d’un engagement de vouloir diriger un ou wacht aan bod komen en die een engagement vermelden om leiding te plusieurs des activités opérationnelles ou projets de recherche existants. geven aan één of meerdere van de bestaande operationele activiteiten of onderzoeksprojecten. Les candidatures qui reprennent une ou plusieurs des caractéris- Kandidaturen die daarenboven één of meer van de volgende tiques suivantes seront classées prioritairement : kenmerken bevatten zullen prioritair gerangschikt worden : + expérience pour lancer et diriger les projets scientifiques; + ervaring om wetenschappelijke projecten op te starten en te leiden; + intérêt pour les nouvelles méthodes d’analyse de données en + interesse voor nieuwe methoden wat betreft de analyse van physique solaire observationnelle; gegevens in de observationele zonnefysica; + attrait pour les nouvelles technologies (hard ou software) qui sont + inzicht in vernieuwende technologie (hard- of software) die van importantes pour les instruments d’observation solaire. belang zijn voor toekomstige instrumenten voor zonnewaarnemingen. 5.3. Compétences génériques (compétences comportementales, apti- 5.3 Generieke competenties (gedragscompetenties, vaardig- tudes,…). heden,...). Il est attendu du candidat/de la candidate qu’il/elle s’intègre dans Van de kandidaat/kandidate wordt verwacht dat hij/zij zich inte- l’équipe existante, qu’il/elle puisse travailler de façon indépendante et greert in het bestaande team, in staat is onafhankelijk te werken, en op qu’il/elle puisse, à terme, prendre la direction et la responsabilité des termijn de leiding en verantwoordelijkheid van bestaande onderzoeks- activités opérationnelles et des projets de recherche existants. projecten en operationele activiteiten op zich kan nemen. 5.4. Exigences à remplir pour un recrutement éventuel dans la 5.4. Vereisten waaraan moet worden voldaan voor een eventuele classe SW2. werving in de klasse SW2. + Disposer d’une expérience scientifique d’au moins 4 ans valorisa- Minstens 4 jaar wetenschappelijke ervaring bezitten die als weten- ble au titre d’ancienneté scientifique au sens du statut (art. 7, § 2 - 3, de schappelijke anciënniteit kan worden gevaloriseerd in de zin van het l’arrêté royal du 25 février 2008 fixant le statut du personnel scientifique statuut (art. 7, § 2 - 3, van het koninklijk besluit van 25 februari 2008 tot des établissements scientifiques fédéraux). vaststelling van het statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen). + Être porteur d’un diplôme de docteur obtenu à la suite de la + Houder zijn van een doctorsdiploma, behaald na verdediging in défense publique d’une dissertation en rapport avec la fonction à het openbaar van een verhandeling in overeenstemming met de uit te exercer. oefenen functie. 6. CONDITIONS DE TRAVAIL. 6. ARBEIDSVOORWAARDEN. 6.1. Recrutement dans la classe SW1. 6.1. Werving in de klasse SW1. Le candidat/la candidate choisi(e) sera engagé(e) comme assistant De gekozen kandidaat/kandidate wordt aangeworven als assistent- stagiaire avec l’échelle de traitement correspondante, donc l’échelle stagiair met de daaraan verbonden weddenschaal SW11 of SW10 (deze SW11 ou SW10 (cette dernière, si l’intéressé(e), ne compte pas une laatste indien de betrokkene geen erkende wetenschappelijke anciën- ancienneté scientifique reconnue d’au moins 2 ans). niteit heeft ten belope van minstens 2 jaar). Rémunération minimum (montants bruts, à l’index actuel, alloca- Minimumbezoldiging (brutobedragen rekening gehouden met de tions réglementaires non comprises) : huidige index, reglementaire toeslagen niet inbegrepen) : + dans l’échelle SW10 (pour une ancienneté de 0 ans) : 32.511,49 S + in de weddenschaal SW10 (met 0 jaar anciënniteit) : bruto brut par an (2.709,29 S par mois); 32.511,49 S per jaar (2.709,29 S per maand); + dans l’échelle SW11 (pour une ancienneté de 2 ans) : 40.157,93 S + in de weddenschaal SW11 (met een anciënniteit van 2 jaar) : bruto brut par an (3.346,94 S par mois). 40.157,93 S per jaar (3.346,94 S per maand). La période de stage a une durée normale de 2 ans. De normale duurtijd van de stage bedraagt 2 jaar. 6.2. Recrutement dans la classe SW2. 6.2. Werving in de klasse SW2. Le candidat/la candidate choisi(e) sera engagé(e) comme agent De gekozen kandidaat/kandidate wordt aangeworven als weten- scientifique en période d’essai avec le titre de premier assistant avec schappelijk personeelslid in proefperiode met de titel van eerstaanwe- l’échelle de traitement SW21 y attachée. zend assistent en met de daaraan verbonden weddenschaal SW21. Rémunération minimum (montants bruts, à l’index actuel et compte Minimumbezoldiging (brutobedragen rekening gehouden met de tenu d’une ancienneté de 4 ans, allocations réglementaires non huidige index en met een anciënniteit van 4 jaar, reglementaire comprises) : 50.996,09 S brut par an (4.249,67 S par mois). toeslagen niet inbegrepen) : bruto 50.996,09 S per jaar (4.249,67 S per maand). La période d’essai a une durée normale d’un an. De normale duurtijd van de proefperiode bedraagt één jaar. 6.3. Autres avantages. 6.3. Andere voordelen. + Vous pouvez profiter du remboursement des frais de déplacement + U kan genieten van de terugbetaling van de kosten wat betreft het au travail par les transports en commun publics; woon-werkverkeer via het openbaar vervoer;. + l’ORB offre un système d’horaire flexible; + de KSB hanteert een systeem van vlottende werkuren; + l’ORB offre la possibilité de pratiquer le télétravail à temps partiel. + de KSB biedt de mogelijkheid van deeltijds telewerken. MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46349 7. CONDITIONS DE PARTICIPATION ET D’ADMISSIBILITÉ. 7. TOELAATBAARHEIDS- EN DEELNEMINGSVOORWAARDEN. 7.1. Le candidat/la candidate choisi(e) doit remplir, à la date de 7.1. De gekozen kandidaat/kandidate moet op de datum van zijn/ l’entrée en service, les conditions suivantes : haar indiensttreding volgende voorwaarden vervullen : + être Belge ou citoyen d’un Etat faisant partie de l’Espace + Belg zijn of burger van een staat die deel uitmaakt van de Europese économique européen ou de la Confédération suisse; Economische Ruimte of de Zwitserse Confederatie; + jouir des droits civils et politiques; + de burgerlijke en politieke rechten genieten; + avoir satisfait aux lois sur la milice; + aan de dienstplichtwetten voldaan hebben; + être d’une conduite répondant aux exigences de la fonction + een gedrag hebben dat beantwoordt aan de eisen van het sollicitée. gesolliciteerd ambt. 7.2. Au plus tard le dernier jour du délai fixé pour l’introduction 7.2. Uiterlijk op de dag waarop de termijn eindigt voor het des candidatures, les conditions suivantes doivent être remplies : indienen der kandidaturen, moeten volgende voorwaarden vervuld zijn : + posséder les compétences techniques requises (voir le point 5.2 + de vereiste technische kundigheden bezitten (zie punt 5.2 hierbo- ci-dessus) et en faire preuve; ven) en deze bewijzen; + posséder les compétences génériques requises (voir le point 5.3 + de vereiste generieke competenties bezitten (zie punt 5.3 hierbo- ci-dessus) et en faire preuve; ven) en deze bewijzen; + posséder le diplôme requis (voir le point 5.1 ci-dessus). + het vereiste diploma bezitten (zie punt 5.1 hierboven). Pour qu’un recrutement dans la classe SW2 puisse être envisagé, Opdat een aanwerving in de klasse SW2 zou kunnen worden aussi les exigences visées sous le point 5.4 ci-dessus doivent être overwogen, dienen op dezelfde datum tevens de voorwaarden te zijn remplies à la même date. vervuld, bedoeld onder punt 5.4 hierboven. 7.3. Dans les deux cas ci-après, la participation à la procédure de 7.3. In de beide hierna vermelde gevallen geldt volgend voor- sélection n’est possible que sous les réserves suivantes. behoud voor deelname aan de selectieprocedure. 7.3.1. Le diplôme requis a été obtenu dans un pays autre que la 7.3.1. Het vereiste diploma werd behaald in een ander land dan Belgique. België. Dans ce cas, le président du jury de l’ORB examinera préalablement In dit geval zal de voorzitter van de jury van de KSB vooraf nagaan si le diplôme présenté par le/la candidat(e) est admissible en applica- of het door de kandidaat/kandidate voorgelegde diploma kan worden tion des dispositions des directives 89/48/EEG ou 92/51/EEG du aanvaard bij toepassing van de bepalingen van de richtlijnen 89/48/EEG Conseil des Communautés européennes. of 92/51/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen C’est pourquoi le candidat/la candidate concerné(e) doit ajouter à sa Daarom dient de betrokken kandidaat/kandidate aan zijn/haar candidature, en plus d’une copie du diplôme présenté, les renseigne- kandidatuur, behalve een kopie van het voorgelegde diploma, vol- ments et les pièces en rapport suivants en vue de l’examen précité : gende bescheiden en inlichtingen toe te voegen, nodig voor bedoeld onderzoek : + une traduction du diplôme si celui-ci n’a pas été établi en français, + een vertaling van het diploma indien dit niet werd uitgereikt in het néerlandais, allemand ou en anglais (traduction en néerlandais pour les Nederlands, Frans, Duits of Engels (vertaling in het Nederlands voor candidats pouvant être affectés au rôle linguistique néerlandais); de kandidaten die kunnen worden ingedeeld bij de Nederlandse taalrol); + une attestation par laquelle l’institution d’enseignement, qui a + een verklaring waarmee de onderwijsinrichting, die het diploma décerné le diplôme, fournit les renseignements suivants (pour autant heeft uitgereikt, volgende inlichtingen verstrekt (voor zover deze que ces renseignements ne figurent pas dans le diplôme en question) : inlichtingen niet voorkomen in het diploma zelf) 1. le nombre d’années d’études à accomplir normalement en vue de 1. het aantal studiejaren dat normalerwijze vereist is voor het behalen l’obtention du diplôme; van het diploma 2. la rédaction d’un mémoire, était-elle requise pour l’obtention du 2. moest een verhandeling worden ingediend voor het behalen van diplôme ? het diploma ? 3. les connaissances et qualifications acquises, sur base desquelles 3. de verworven kennis en bekwaamheden die aan de basis liggen ledit diplôme a été décerné; van het uitreiken van bedoeld diploma; + une traduction de cette attestation si celle-ci n’a pas été établie en + een vertaling van deze verklaring indien deze niet werd uitgereikt français, néerlandais, allemand ou en anglais (traduction en néerlandais in het Nederlands, Frans, Duits of Engels (vertaling in het Nederlands pour les candidats pouvant être affectés au rôle linguistique néerland- voor de kandidaten die kunnen worden ingedeeld bij de Nederlandse ais). taalrol) 7.3.2. Le diplôme requis a été obtenu dans une autre langue que le 7.3.2. Het vereiste diploma werd behaald in een andere taal dan het néerlandais. Nederlands. + Le rôle linguistique auquel le candidat/la candidate doit être + De taal waarin de studies werden gedaan, die hebben geleid tot het affecté(e) en application des lois sur l’emploi des langues en matière behalen van het vereiste diploma, bepaalt in princiep de taalrol waarbij administrative est en principe déterminé sur la base de la langue de kandidaat/kandidate moet worden ingedeeld bij toepassing van de véhiculaire des études faites pour l’obtention du diplôme requis. wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken. + Dès lors, si le diplôme de docteur obtenu après la défense publique + Wanneer een diploma van doctor vereist is, dat werd behaald na d’une dissertation est requis, le rôle linguistique est déterminé sur la verdediging in het openbaar van een proefschrift, wordt de taalrol dan base de la langue véhiculaire des études faites pour l’obtention du ook bepaald door de taal waarin de studies werden gedaan die hebben diplôme de fin d’études universitaires qui a donné accès au doctorat. geleid tot het universitair einddiploma dat toegang gaf tot het doctoraat. + Pour cette raison, le candidat/la candidate ayant fait ces études + In de gevallen waarin deze studies werden gedaan in een andere dans une autre langue que le néerlandais doit avoir obtenu le certificat taal dan het Nederlands, dient de betrokken kandidaat/kandidate de connaissances linguistiques délivré par le SELOR (Bureau de daarom in het bezit te zijn van een bewijs van taalkennis, afgeleverd Sélection de l’Administration fédérale l’ancien Secrétariat permanent door SELOR (Selectiebureau van de Federale Overheid voorheen : Vast de Recrutement Boulevard Bisschoffsheim 15, 1000 Bruxelles; Wervingssecretariaat Bisschoffsheimlaan 15, 1000 Brussel; tel. : +32-(0)2 tél. : +32 - (0)2 788 66 31; e-mail : linguistique@selor.be), prouvant que 788 66 32; e-mail : taal@selor.be), waaruit blijkt dat de betrokkene le/la candidat(e) a réussi l’examen linguistique se substituant au geslaagd is in het taalexamen dat met betrekking tot het vaststellen van diplôme exigé en vue de la détermination du régime linguistique. Ce het taalregime in de plaats komt van het opgelegde diploma. Dit bewijs certificat doit porter sur la connaissance du néerlandais. van taalkennis moet betrekking hebben op de kennis van het Neder- lands. 46350 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 8. RENSEIGNEMENTS COMPLÉMENTAIRES. 8. BIJKOMENDE INLICHTINGEN. Plus d’informations sur le contenu de cet emploi peuvent être Meer informatie omtrent de inhoud van deze betrekking kan worden obtenues auprès de M. Ronald Van der Linden, avenue Circulaire 3, bekomen bij de Heer Ronald Van der Linden, Ringlaan 3, 1180 Brussel 1180 Bruxelles (tél. : 02 373 02 49; télécopie : 02 374 98 22; e-mail : (tel. : 02 373 02 49; fax : 02 374 98 22; e-mail : ronald.vanderlinden@oma.be). ronald.vanderlinden@oma.be). 9. PROCÉDURE DE SÉLECTION. 9. SELECTIEPROCEDURE. Parmi les candidatures recevables, le jury de l’ORB détermine les De jury van de KSB bepaalt wie van de kandidaten, die een candidat(e)s qu’il estime être les plus aptes pour exercer la fonction à ontvankelijke kandidatuur hebben ingediend, het meest geschikt wordt pourvoir (5 candidat(e)s au maximum peuvent ainsi être sélection- geacht voor de betrekking (maximum 5 kandidaten kunnen aldus né(e)s). worden geselecteerd). S’il l’estime nécessaire, le jury peut inviter les candidat(e)s à Indien de jury het noodzakelijk acht, kan hij de kandidaten vragen présenter toute épreuve complémentaire qu’il détermine en vue om eender welke bijkomende proef af te leggen die de Jury bepaalt om d’apprécier leurs aptitudes à exercer la fonction à pourvoir. hun geschiktheid voor de te begeven functie te beoordelen. Les candidat(e)s, ainsi retenu(e)s, sont ensuite invité(e)s à comparaî- De kandidaten die aldus in aanmerking worden genomen, zullen tre devant le jury pour une audition en vue de la fixation du classement vervolgens uitgenodigd worden om voor de jury te verschijnen voor des candidats. een hoorzitting met het oog op de vaststelling van de rangschikking der kandidaten. Ce classement ne deviendra définitif avant qu’il ait été notifié aux Deze rangschikking wordt pas definitief nadat ze werd meegedeeld candidat(e)s concerné(e)s qui auront la possibilité de porter plainte par aan de betrokken kandidaten die daarbij de mogelijkheid hebben rapport au classement, ainsi que de demander d’être entendu(e)s par le erover klacht in te dienen en te vragen om door de jury te worden jury. gehoord. 10. PROCÉDURE D’INTRODUCTION DES CANDIDATURES. 10. SOLLICITATIEPROCEDURE. 10.1. Les candidatures doivent être introduites dans les 30 jours De kandidaturen moeten worden ingediend binnen 30 kalenderda- calendrier qui suivent la publication de cette vacance d’emploi au gen volgend op de datum waarop deze vacature wordt bekendgemaakt Moniteur belge, donc au plus tard le 6 août 2009. in het Belgisch Staatsblad, dus ten laatste op 6 augustus 2009. Elles doivent être introduites par lettre recommandée adressée au Ze moeten worden ingediend bij aangetekende brief gericht aan de Service des Ressources humaines du Service public fédéral de Program- Dienst Human Resources van de Programmatorische Federale Over- mation (SPP) Politique scientifique, rue de la Science 8 (1er étage), heidsdienst (POD) Wetenschapsbeleid, Wetenschapsstraat 8 (1e verd.), 1000 Bruxelles. 1000 Brussel. 10.2. Le candidat/la candidate doit indiquer explicitement dans sa 10.2. In de kandidatuur dient uitdrukkelijk te worden gepreciseerd : candidature : + l’emploi postulé; + de gesolliciteerde betrekking; + l’adresse à laquelle il/elle acceptera la lettre recommandée lui + het adres waar de kandidaat/kandidate de aangetekende brief zal informant de sa place dans le classement des candidat(e)s; chaque kunnen in ontvangst nemen waarmede hem/haar kennis zal worden modification de cette adresse doit être communiquée sans retard. gegeven van zijn/haar plaats in de rangschikking der kandidaten; elke wijziging van dit adres dient onmiddellijk te worden meegedeeld. 10.3. Documents à joindre à la candidature. 10.3. Aan de kandidatuur toe te voegen bescheiden + un curriculum vitae complet et sincère; + een volledig en waarheidsgetrouw curriculum vitae; + les recommandations de deux scientifiques NE TRAVAILLANT + referentiebrieven van twee wetenschappers die NIET mogen PAS dans un établissement ou pour un employeur ayant été l’employeur werkzaam zijn in een instelling of bij een werkgever voor wie de du candidat/de la candidate; kandidaat/kandidate zelf ooit gewerkt heeft; + si le candidat/la candidate à déjà effectué des activités scientifi- + indien reeds wetenschappelijke activiteiten werden verricht : ques : des attestations justifiant celles-ci (attestations délivrées par les attesten om deze te wettigen (attesten afgeleverd door de werkgevers, employeurs, autorités ayant octroyées des bourses,…; pour être de autoriteiten die beurzen toekenden,…; voor meer informatie betref- informé(e) des renseignements à fournir : voir la note relative à l’octroi fende de te verstrekken inlichtingen : zie de nota betreffende de de l’ancienneté scientifique sur le site web du SPP Politique scientifique toekenning van de wetenschappelijke anciënniteit die kan worden (www.belspo.be , rubrique « Offres d’emploi » - Observatoire royal de geraadpleegd op de website van de POD Wetenschapsbeleid (ww w.be Belgique); il est également possible d’obtenir une copie de cette note lspo.be , rubriek « Vacatureberichten » - Koninklijke Sterrenwacht van auprès du service HR du SPP Politique scientifique (tél. : 02 238 34 19 ou België) en die eveneens kan worden bekomen bij de dienst HR van de 02 238 35 68); POD Wetenschapsbeleid (tel. : 02 238 34 19 of 02 238 35 68); + une copie du/des diplôme(s) exigé(s); + een kopie van het/de vereiste diploma’s; + le/la candidat(e) qui, en vue de satisfaire aux conditions de + indien een diploma van doctor, behaald na verdediging in het diplôme, présente un diplôme de docteur obtenu après la défense openbaar van een proefschrift, wordt voorgelegd om te voldoen aan de publique d’une dissertation, joindra en outre une copie du diplôme de diplomavereisten, dient bovendien een kopie te worden toegevoegd fin d’études universitaires qui donnait accès au doctorat; si ce diplôme van het universitair einddiploma dat toegang gaf tot het doctoraat, de fin d’études n’a pas été établi en français, néerlandais, allemand ou alsmede een vertaling van bedoeld einddiploma indien het werd en anglais, une traduction de ce diplôme doit également être ajoutée uitgereikt in een andere taal dan het Nederlands, Frans, Duits of Engels (traduction en néerlandais pour les candidats pouvant être affectés au (vertaling in het Nederlands voor de kandidaten die kunnen worden rôle linguistique néerlandais); ingedeeld bij de Nederlandse taalrol); + une liste des travaux scientifiques éventuellement publiés; + een lijst van de eventueel gepubliceerde wetenschappelijke wer- ken; + les renseignements et pièces visés ci-dessus sous le point 7.3.1, si + de bescheiden en inlichtingen hierboven bedoeld onder punt 7.3.1, le/les diplôme(s) requis, obtenu(s) par le candidat/la candidate, a/ont indien het/de vereiste diploma(s), behaald door de kandidaat/kandidate, été décerné(s) par un établissement d’enseignement autre qu’un werd(en) uitgereikt door een andere dan een Belgische instelling; établissement belge; + le certificat de connaissances linguistiques dont question sous le + het bewijs van taalkennis bedoeld onder punt 7.3.2, ingeval dit point 7.3.2, en cas que ce certificat soit requis ou le/la candidat(e) bewijs noodzakelijk is of wanneer de kandidaat wenst dat zijn/haar souhaite que son affectation à un rôle linguistique se fasse sur la base de indeling bij een taalrol gebeurt op basis van dat bewijs. ce certificat. 10.4. Il ne sera pas tenu compte des candidatures introduites sans 10.4. Er zal geen rekening worden gehouden met kandidaturen die respecter la procédure d’introduction ci-dessus. niet werden ingediend overeenkomstig de hierboven bepaalde sollici- tatieprocedure. MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46351 art. 46 Kortingskaart voor rechthebbenden van een “verhoogde tege- moetkoming”, art. 49 Journalisten, art. 52 Meenemen van handbagage PUBLICATIONS LEGALES en dieren in de rijtuigen, art. 54 Begeleid vervoer van fietsen en tandems, art. 82 Reiziger met een elektronisch vervoerbewijs, Key ET AVIS DIVERS Card : Bijlage 1 Gids van de korte afstanden, aanpassing van sommige geldigheidsgebieden WETTELIJKE BEKENDMAKINGEN 4e bijvoegsel aan Bundel II op 1 juli 2009 EN VERSCHILLENDE BERICHTEN Deze documenten kunnen gratis geraadpleegd worden in de stations en in de inlichtingenkantoren en kan gratis gedownload worden op www.nmbs.be Om per post de Bundel en eventuele bijlage(n) te ontvangen, volstaat Société nationale des Chemins de fer belges het een bestelbon aan te vragen : per fax op het nummer 02-528 82 39; Plusieurs articles du “Recueil officiel des tarifs, Fascicule I, Condi- per e-mail op het adres : 76.092:FMB@b-rail.be ; tions générales pour le transport des voyageurs, des bagages accom- per post op het adres : pagnés et pour d’autres prestations en service intérieur” ont été modifiés ainsi que la publication d’un supplément au Recueil officiel NMBS des tarifs – Fascicule II. Ces modifications font l’objet d’un : Directie Reizigers Nationaal 14e supplément au Fascicule I au 1er juillet 2009 : art. 13 Validité, art. 17 Remboursement, art. 31 Carte 50 %, art. 32 Billet Week-End, Bureau B-RN.092 – sectie 13/8 art. 33 Billet Un jour à la mer/en Ardenne, art. 37 Billet pour Brussel- Hallepoortlaan 40 Nationaal-Luchthaven et Charleroi Airport, art. 44 Tarif Seniors pour les 65 ans et plus, art. 45 Carte de réduction pour familles nombreuses, 1060 Brussel art. 46 Carte de réduction pour bénéficiaires de l’« Intervention De bestelbon bevat alle inlichtingen betreffende de betaling. majorée », art. 49 Journaliste, art. 52 Introduction des bagages à main et animaux dans les voitures, art. 54 Transport des vélos et tandems De betaling van voormeld document geeft recht op de automatische accompagnés, art. 82 Voyageur avec un titre de transport électronique, ontvangst van eventuele aanpassingen tot de publicatie van een nieuwe Key Card : Annexe 1re Guide des petites distances, modification de uitgave. certaines aires de validité. (28493) 4e supplément au Fascicule II au 1er juillet 2009. Ces documents peuvent être consultés gratuitement dans les gares et bureaux de renseignements et téléchargés gratuitement à l’adresse suivante : www.sncb.be Annonces − Aankondigingen Pour recevoir par courrier le Fascicule et supplément(s) éventuel(s), le bon de commande peut être demandé : par fax au numéro 02-528 82 39; SOCIETES − VENNOOTSCHAPPEN par e-mail à l’adresse : 76.092:FMB@b-rail.be par courrier à l’adresse : P.T.Y. Struct, naamloze vennootschap, SNCB Patrick Pintelon, K. Albertstraat 58/4, 8210 Zedelgem Direction Voyageurs National Ondernemingsnummer 0451.766.513 Bureau B-VN.092 – section 13/8 avenue Porte de Hal 40 Algemene vergadering 17 september 2009, om 15 uur, op maatschap- pelijke zetel : 1060 Bruxelles Verslag raad van bestuur. Le bon de commande reprend tous les détails relatifs au paiement. Goedkeuring jaarrekening per 31 december 2008. Le paiement du document ci-dessus donne droit à l’envoi automa- tique et gratuit des adaptations jusqu’à la parution d’une nouvelle Bestemming resultaat. édition. (28493) Kwijting bestuurders. Diverse. (28494) Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen Rayvax, société d’investissements, société anonyme, square Vergote 19, 1200 Bruxelles Meerdere artikels van de ″Officiële Verzameling van de tarieven, Bundel I, Algemene Voorwaarden voor het vervoer van reizigers, R.P.M. 0421.798.659 begeleide bagage en voor andere prestaties in binnenlands verkeer” werden aangepast, alsook de publicatie van een bijvoegsel in de Officiële Verzameling van de tarieven – Bundel II. Deze wijzigingen zijn Le conseil d’administration, en sa séance du 1er juillet 2009, a décidé het voorwerp van een : le remboursement anticipé partiel de l’emprunt subordonné échéant le 30 juin 2013, code SVM 119177/61, conformément à l’article 7 des 14e bijvoegsel aan Bundel I op 1 juli 2009 : art. 13 Geldigheid, modalités de l’emprunt. Le remboursement anticipé partiel s’élève à art. 17 Terugbetalingen, art. 31 Kaart 50 %, art. 32 Weekendbiljet, S 1.840,00, net par obligation. Conformément à la formule d’actualisa- art. 33 Biljet “Een dag aan Zee/ in de Ardennen”, art. 37 Biljet Brussel- tion décrite à l’article 7, ce remboursement correspond à une valeur Nationaal-Luchthaven en Charleroi Airport, art. 44 Korting voor nominale de S 2.019,65 par obligation, dont la valeur de rembourse- Senioren van 65 jaar en ouder, art. 45 Kortingen voor grote Gezinnen, ment initiale était de S 64.000,00. 46352 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Le paiement s’effectuera sans frais au siège social de la société contre DEXIA INSTITUTIONAL remise du coupon n° 3, à partir du 31 juillet 2009. bevek naar Belgisch recht - Categorie I.C.B.E. Le conseil d’administration. Maatschappelijke zetel : Pachecolaan 44, 1000 Brussel (28495) Ondernemingsnummer : 0462.862.224 DEXIA INSTITUTIONAL, Oproepingsbericht sicav de droit belge - Catégorie O.P.C.V.M. voor de gewone algemene vergadering Siège social : boulevard Pachéco 44, 1000 Bruxelles De Gewone Algemene Vergadering der aandeelhouders van DEXIA Numéro d’entreprise : 0462.862.224 INSTITUTIONAL, bevek naar Belgisch recht heeft plaats op donderdag 23 juli 2009 om 11 uur in het gebouw Dexia Tower, Rogierplein 11, 1210 Brussel om te beraadslagen over de volgende agendapunten : Avis de convocation à l’assemblée générale ordinaire 1. Lezing van het verslag van de raad van bestuur voor het boekjaar afgesloten op 31 maart 2009. L’Assemblée Générale Ordinaire des actionnaires de DEXIA INSTI- TUTIONAL, sicav de droit belge se tiendra le jeudi 23 juillet 2009 à 2. Lezing van het verslag van de Commissaris voor het boekjaar 11 heures en l’immeuble Dexia Tower, Place Rogier 11, 1210 Bruxelles afgesloten op 31 maart 2009. pour délibérer sur l’ordre du jour suivant : 3. Goedkeuring van de jaarrekeningen. 1. Lecture du rapport du Conseil d’Administration sur l’exercice Voorstel tot beslissing : De Vergadering keurt de globale jaarrekening clôturé au 31 mars 2009. alsook de jaarrekening van elk compartiment goed voor het boekjaar 2. Lecture du rapport du Commissaire sur l’exercice clôturé au afgesloten op 31 maart 2009. 31 mars 2009. 4. Toewijzing van de resultaten. 3. Approbation des comptes annuels. Voorstel tot beslissing : De Vergadering aanvaardt het voorstel van Proposition de décision : L’Assemblée approuve, globalement et de raad van bestuur betreffende de toewijzing van de resultaten van par compartiment, les comptes annuels de l’exercice clôturé au het boekjaar afgesloten op 31 maart 2009 per compartiment. 31 mars 2009. 5. Kwijting te verlenen aan de Bestuurders en de Commissaris. 4. Affectation des résultats. Voorstel tot beslissing : De Vergadering beslist, globaal en per Proposition de décision : L’Assemblée approuve, par compartiment, compartiment, kwijting te verlenen aan de Bestuurders en aan de la proposition du Conseil d’Administration de la répartition du résultat Commissaris voor de uitoefening van hun mandaat tijdens het boekjaar pour l’exercice clôturé au 31 mars 2009. afgesloten op 31 maart 2009. 5. Décharge aux Administrateurs et au Commissaire. 6. Statutaire benoemingen. Proposition de décision : L’Assemblée donne décharge, globalement Voorstel tot beslissing : et par compartiment, aux Administrateurs et Commissaire pour l’exer- cice clôturé au 31 mars 2009. De Vergadering beslist, onder voorbehoud van goedkeuring door de CBFA : 6. Nominations Statutaires. Proposition de décision : om de mandaten te hernieuwen van Mevr. Myriam Vanneste, van de heren Frédéric Dujardin, Marc Vermeiren en Johan Wuytack, van de L’Assemblée décide, sous réserve d’approbation de la CBFA : naamloze vennootschap Dexia Asset Management Belgium, vast verte- genwoordigd door de heer Wim Vermeir en van de besloten vennoot- de renouveler le mandat de Mme Myriam Vanneste, de MM. Frédéric schap met beperkte aansprakelijkheid « Musenius », vast vertegen- Dujardin, Marc Vermeiren, Johan Wuytack, de la société anonyme woordigd door de heer Wim Moesen. Dexia Asset Management Belgium, dont le représentant permanent est M. Wim Vermeir, et de la société privée à responsabilité limitée “Muse- om het mandaat van de heer Arnaud Delputz niet te hernieuwen. nius“, dont le représentant permanent est M. Wim Moesen; om ter vervanging van het mandaat van de heer Arnaud Delputz, de de ne pas renouveler le mandat de M. Arnaud Delputz; heer Jan Vergote te benoemen als nieuwe bestuurder. de nommer en remplacement du mandat de M. Arnaud Delputz, Deze mandaten zullen ten kosteloze titel worden uitgeoefend M. Jan Vergote comme nouvel administrateur. behalve dat van de onafhankelijke bestuurder waarvan de bezoldiging Le mandat des administrateurs ainsi nommés sera exercé à titre is vastgesteld op 2.000 EUR. Hun functies zullen een einde nemen op gratuit, à l’exception de celui de l’administrateur indépendant, dont la de gewone Algemene Vergadering van 2010. rémunération annuelle est fixée à EUR 2.000. Leurs fonctions prendront De aandeelhouders aan toonder worden erop gewezen dat om te fin à l’Assemblée Générale ordinaire de 2010. worden toegelaten tot de Vergadering zij uiterlijk vijf werkdagen vóór Les actionnaires au porteur sont informés que pour être admis à de datum van de Vergadering hun aandelen aan toonder moeten l’assemblée générale ordinaire, ils doivent déposer leurs actions cinq neerleggen op de maatschappelijke zetel van de vennootschap of aan jours ouvrables avant la date de l’assemblée au siège social de la société de loketten van de instelling belast met de financiële dienst, met name : ou dans les agences de l’établissement assurant le service financier, Dexia Bank België NV. à savoir : Dexia Banque Belgique SA. De eigenaars van gedematerialiseerde aandelen moeten, binnen Les propriétaires d’actions dématérialisées doivent, dans le même dezelfde termijn, op de maatschappelijke zetel van de Vennootschap of délai, déposer au siège social de la Société ou aux guichets de aan de loketten van de hierbovenvermelde instelling, een attest neer- l’institution susmentionnée, une attestation établie par le teneur de leggen dat opgesteld werd door de erkende rekeninghouder of comptes agréé ou par l’organisme de liquidation constatant l’indispo- vereffeningsinstelling en dat de onbeschikbaarheid van de boven- nibilité des dites actions jusqu’à la date de l’Assemblée. vermelde aandelen vaststelt tot de datum van de Vergadering. Le prospectus, le prospectus simplifié et les derniers rapports pério- Het prospectus, het vereenvoudigde prospectus en de laatste perio- diques de DEXIA INSTITUTIONAL sont disponibles gratuitement au dieke verslagen van DEXIA INSTITUTIONAL zijn gratis beschikbaar siège social de la société et de l’institution et ses agences mentionnés op de maatschappelijke zetel van de vennootschap of aan de loketten ci-dessus. van de bovenstaande instelling. Le conseil d’administration. De raad van bestuur. (28496) (28496) MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46353 Nyrdstar, naamloze vennootschap Maatschappelijke zetel : Zinkstraat 1, 2490 Balen Ondernemingsnummer 0888.728.945 - RPR Turnhout Uitnodiging buitengewone algemene vergadering te houden op vrijdag 31 juli 2009, om 16 u. 30 m. De raad van bestuur van Nyrstar NV heeft de eer om de houders van financiële instrumenten uitgegeven door de vennootschap uit te nodigen voor een buitengewone algemene vergadering van de vennootschap. Datum en locatie : De buitengewone algemene vergadering zal plaatsvinden op vrijdag 31 juli 2009, om 16 u. 30 m., te Diamant Building, A. Reyerslaan 80, 1030 Brussel of op een andere plaats die aldaar op dat moment zal worden bekendgemaakt. Indien het quorum voor de buitengewone algemene vergadering niet wordt bereikt voor bepaalde punten, zal voor deze agendapunten een tweede buitengewone algemene vergadering gehouden worden op dinsdag 25 augustus 2009, om 10 u. 30 m. Om het opstellen van de aanwezigheidslijst op de datum van de algemene aandeelhoudersvergadering te vergemakkelijken, worden de aandeelhouders en hun vertegenwoordigers uitgenodigd om zich te registreren vanaf 15 u. 30 m. Agenda en voorstellen van besluiten : De agenda en voorstellen van besluit van de algemene aandeelhoudersvergadering van de vennoot- schap, die, in voorkomend geval, door de voorzitter van de raad van bestuur kunnen gewijzigd worden, zijn als volgt : 1. Neerlegging van bijzondere verslagen (a) Neerlegging van het bijzonder verslag van de raad van bestuur overeenkomstig artikelen 582, 583 en 596 van het Wetboek van vennootschappen in verband met het voorstel tot goedkeuring van het recht om de Obligaties (zoals gedefinieerd en omschreven in punt 2 van de agenda) te converteren in aandelen, het voorstel tot goedkeuring, voor zoveel als noodzakelijk en van toepassing, van de opheffing van het voorkeurrecht van de bestaande aandeelhouders in verband met de goedkeuring van het recht om de Obligaties te converteren in aandelen, en het voorstel tot goedkeuring, voor zoveel als noodzakelijk en van toepassing, van de uitgifte van aandelen onder de fractiewaarde van de aandelen van de vennootschap bij conversie van de Obligaties in nieuwe aandelen (b) Neerlegging van het bijzonder verslag van de commissaris overeenkomstig artikelen 582 en 596 van het Wetboek van vennootschappen in verband met het voorstel tot goedkeuring, voor zoveel als noodzakelijk en van toepassing, van de opheffing van het voorkeurrecht van de bestaande aandeelhouders in verband met de goedkeuring van het recht om de Obligaties te converteren in aandelen, en het voorstel tot goedkeuring, voor zoveel als noodzakelijk en van toepassing, van de uitgifte van aandelen onder de fractiewaarde van de aandelen van de vennootschap bij conversie van de Obligaties in nieuwe aandelen 2. Goedkeuring van het recht om de Obligaties te converteren in aandelen Voorstel van besluit : De algemene aandeelhoudersvergadering besluit om het recht verbonden aan de niet-gesubordoneerde niet- gewaarborgde converteerbare obligaties die vervallen in 2014 (de “Obligaties”), die werden uitgegeven door de vennootschap voor een maximaal totaal bedrag in hoofdsom van EUR 120 miljoen en geplaatst bij institutionele investeerders volgend op een versnelde bookbuilding procedure op 2 juli 2009 (daarbij inbegrepen Obligaties voor een maximaal totaal bedrag in hoofdsom van EUR 15 miljoen die nog kunnen worden uitgegeven tot 10 juli 2009), en waarvan de bepalingen en voorwaarden weergegeven zijn in bijlage bij het voormelde bijzonder verslag van de raad van bestuur (de “Voorwaarden”) om deze obligaties te converteren in aandelen goed te keuren. De conversie zal toegestaan zijn overeenkomstig en onderhevig aan de bepalingen en voorwaarden van de Voorwaarden. De belangrijkste bepalingen en voorwaarden kunnen, ter informatie, samengevat worden als volgt : Totale hoofdsom van de Obligaties : Maximaal EUR 120 miljoen (inclusief Obligaties voor een bedrag in hoofdsom van maximaal EUR 15 miljoen die bijkomend kunnen worden uitgegeven door de vennootschap tot 10 juli 2009 naar aanleiding van de uitoefening van een over-allotment optie). Bedrag : De Obligaties werden uitgegeven in toondervorm in hoofdsommen van EUR 50.000. Finale Vervaldatum : 10 juli 2014 Interest / Rendement : 7 % per jaar, halfjaarlijks achteraf uit te betalen Terugbetaling naar keuze van de Emittent : Met voorafgaande kennisgeving van niet minder dan 45 noch meer dan 60 dagen (een “Bericht van Optionele Terugbetaling”) overeen- komstig de Voorwaarden, kan de Emittent alle, maar niet enkel sommige, op dat moment uitstaande Obligaties terugbetalen aan hun hoofdsom, samen met aangegroeide maar onbetaalde interest tot op de datum voor terugbetaling vastgesteld in het Bericht van Optionele Terugbetaling, betekend door de Emittent : (I) te allen tijde op of na 10 juli 2012, indien op elke van niet minder dan 20 beurswerkdagen gedurende enige periode van 30 opeen- volgende beurswerkdagen eindigend niet vroeger dan de vijfde beurswerkdag vóór het geven van het relevante Bericht van Optionele Terugbetaling, de volume gewogen gemiddelde prijs van een gewoon aandeel meer dan 150 procent bedraagt van de geldende (of geacht te gelden) Conversieprijs op elke dergelijke respectieve beurswerkdag; of (ii) te allen tijde indien vóór de datum dat het relevante Bericht van Optionele Terugbetaling gegeven wordt, conversierechten zullen zijn uitgeoefend en/of inkopen (en gerelateerde vernietigingen) en/of terugbetalingen uitgevoerd zijn met betrekking tot 85 procent of meer van de hoofdsom van de Obligaties die oorspronkelijk zijn uitgegeven. 46354 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Terugbetaling naar keuze van de Obligatiehouders Ingevolge een Tenzij de obligaties reeds vroeger werden terugbetaald, ingekocht en Controlewijziging : vernietigd of geconverteerd, heeft elke obligatiehouder, naar diens keuze, het recht om na het voorvallen van een controlewijziging de Emittent op te vorderen die obligaties van de obligatiehouder terug te betalen aan hun hoofdsom, samen met de eventuele aangegroeide en onbetaalde interest tot op de datum van terugbetaling. Conversie van de obligaties – Conversieperiode : Het conversierecht kan te allen tijde worden uitgeoefend vanaf het vroegere van (i) de dag die 90 dagen na 10 juli 2009 ligt en (ii) vijf verhandelingsdagen na de goedkeuring door de algemene aandeelhoudersvergadering van het recht om de Obligaties te conver- teren in aandelen, tot de sluitingstijd van de kantooruren (op de plaats waar de betrokken obligatie wordt afgegeven voor conversie) van de datum die tien dagen voor de finale vervaldatum valt (met inbegrip van beide dagen) of, indien vroeger indien de obligaties worden opgevorderd voor terugbetaling vóór de finale vervaldatum, tot (en met inbegrip van) de zevende dag vóór de datum vastgesteld voor terugbetaling, onderworpen aan de bepalingen van de Voor- waarden. Conversieprijs van de obligaties : EUR 7,6203 per aandeel. De conversieprijs is onderworpen aan aanpassing zoals omschreven in de Voorwaarden, daarbij inbegrepen met betrekking tot enig dividend of enige uitkering gedaan door de Vennootschap en bij het zich voordoen van een controlewijziging. Aantal uit te geven aandelen bij conversie van de obligaties : Het maximum aantal nieuwe aandelen van de Vennootschap dat uit te geven is bij conversie van een obligatie zal berekend worden als de breuk (i) waarvan de teller de hoofdsom van de obligatie, en (ii) de noemer de conversieprijs is. De conversie van een obligatie kan niet leiden tot de uitgifte van breukdelen van aandelen. Het aantal uit te geven aandelen dient berekend te worden op basis van de totale hoofdsom van de geconverteerde obligaties door dezelfde houder op datzelfde ogen- blik. Indien bij conversie een breukdeel van een aandeel zou moeten worden uitgegeven, zal de Vennootschap een geldbedrag betalen gelijk aan dat breukdeel van de marktprijs per aandeel aan de houder van de obligatie aldus geconverteerd. Enkel de hoofdsom van de obligaties zal gelden voor conversie. Aandelen van de Vennootschap : De bij conversie van de obligaties uit te geven aandelen zullen dezelfde rechten en voordelen genieten als en in alle aspecten van gelijkwaardige (pari passu) rang zijn als de bestaande en uitstaande aandelen van de Vennootschap op het ogenblik van uitgifte en zullen deelnemen in de resultaten van de Vennootschap die op het moment van conversie nog niet toegewezen zijn. Overdraagbaarheid van de obligaties : De obligaties zullen vrij overdraagbaar zijn. Notering van de obligaties : Een aanvraag bij de Beurs van Luxemburg is ingediend om de obligaties te noteren op de officiële lijst van de Beurs van Luxemburg en om de obligaties tot verhandeling toe te laten op de Euro MTF Markt van de Beurs van Luxemburg, die geen gereglementeerde markt is in de zin van artikel 2, 3° van de Belgische wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. 3. Kapitaalverhoging en uitgifte van nieuwe aandelen op voorwaarde van conversie van de Obligaties Voorstel van besluit : In het licht van de goedkeuring van het recht om de Obligaties te converteren in aandelen, neemt de algemene aandeelhoudersvergadering de volgende besluiten : (a) De algemene aandeelhoudersvergadering besluit, op voorwaarde van en in de mate van, conversie van een Obligatie in nieuwe aandelen, om het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap te verhogen en om het aantal aandelen dat moet worden uitgegeven bij conversie van de Obligaties uit te geven zoals bepaald in de Voorwaarden. (b) Op voorwaarde van en overeenkomstig de bepalingen van de Voorwaarden, zal, bij conversie van een Obligatie in nieuwe aandelen, en de uitgifte van nieuwe aandelen van de vennootschap, de totale conversieprijs van de Obligatie (zoals bepaald door de Voorwaarden en rekening houdende met het aantal aandelen uit te geven bij conversie van de Obligatie) toegewezen worden aan het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap. Voor zover (in voorkomend geval) het bedrag van de toepasselijke conversieprijs van de Obligatie, per aandeel uit te geven bij conversie van de Obligatie, de fractiewaarde overschrijdt van de aandelen van de vennootschap die bestaan onmiddellijk voorafgaand aan de kapitaalverhoging volgend op de conversie van de betroffen Obligatie, zal een deel van de conversieprijs per aandeel uit te geven bij conversie van de Obligatie gelijk aan zulke fractiewaarde geboekt worden als maatschappelijk kapitaal, waarbij het saldo van de totale conversieprijs, indien van toepassing, geboekt zal worden als uitgiftepremie. (c) De nieuwe aandelen die uitgeefbaar zijn bij conversie van een Obligatie zullen dezelfde rechten en voordelen genieten als waarnaar verwezen wordt in de Voorwaarden van de Obligaties. Indien een aandeel dat bij conversie van een Obligatie wordt uitgegeven geniet van het voordeel van verminderde roerende voorheffing, dan zal, afhankelijk van de vorm van het aandeel, dit voordeel vertegenwoordigd worden door een afzonderlijke ″VVPR-strip″, hetgeen een afzonderlijk verhandelbaar instrument is dat het recht incorporeert om dividenden te ontvangen aan een verminderde roerende voorheffing van 15 %. MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46355 (d) Voor zoveel als noodzakelijk en van toepassing, keurt de algemene aandeelhoudersvergadering de uitgifte van aandelen onder de fractie- waarde van de aandelen van de vennootschap die bestaan op het moment van conversie van de Obligaties in nieuwe aandelen, goed. Volgend op de kapitaalverhoging en uitgifte van nieuwe aandelen bij conversie van een Obligatie, zullen alle dan uitstaande aandelen van de vennoot- schap dezelfde fractie van het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap vertegenwoordigen. (e) Voor zover en in de mate waarin overeenkomstig de Voorwaarden en de voormelde besluiten een uitgiftepremie wordt geboekt, zal de uitgiftepremie, in voorkomend geval, dienen als waarborg voor derden op dezelfde manier als het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap en zal geboekt worden op een bijzondere rekening die enkel kan worden verminderd of weggeboekt ingevolge een besluit van de algemene aandeelhoudersvergadering genomen op de manier zoals vereist is voor een wijziging van de statuten van de vennootschap. 4. Opheffing van het voorkeurrecht van de aandeelhouders Voorstel van besluit : De algemene aandeelhoudersvergadering besluit om, voor zoveel als nodig en van toepassing, de opheffing van het voorkeurrecht van de bestaande aandeelhouders in verband met de goedkeuring van van het recht om de Obligaties te converteren in aandelen, goed te keuren. 5. Volmachten in verband met de Obligaties Voorstel van besluit : De algemene aandeelhoudersvergadering besluit om de raad van bestuur te machtigen om de besluiten genomen door de algemene aandeelhoudersvergadering in verband met de Obligaties waarnaar verwezen wordt in agendapunten 1 tot 4 te implementeren en uit te voeren. Daarenboven besluit de algemene aandeelhoudersvergadering om twee leden van de raad van bestuur (gezamenlijk handelend) te machtigen om alle stappen te ondernemen en alle formaliteiten te volbrengen die vereist zullen zijn overeenkomstig de Voorwaarden van de Obligaties, de statuten van de vennootschap en toepasselijk recht, om de nieuwe aandelen uit te geven bij conversie van de Obligaties in aandelen, en aldus, bij conversie van een Obligatie, (i) over te gaan tot het vaststellen van de kapitaalverhoging en de uitgifte van nieuwe aandelen ten gevolge van zulke conversie, (ii) de conversieprijs van de Obligatie als waarnaar verwezen wordt in de Voorwaarden van de Obligaties toe te wijzen, en (iii) de statuten te wijzigen om het nieuwe maatschappelijk kapitaal en aantal uitstaande aandelen volgend op de conversie van de Obligatie weer te geven. 6. Goedkeuring, voor zoveel als noodzakelijk en van toepassing, overeenkomstig artikel 556 van het Wetboek van vennootschappen Voorstel van besluit : De algemene aandeelhoudersvergadering neemt kennis van, keurt goed en bekrachtigt, voor zoveel als nodig en van toepassing, overeenkomstig artikel 556 van het Wetboek van vennootschappen, enige clausules in de Voorwaarden (daarbij inbegrepen, zonder daartoe beperkt te zijn, Voorwaarde 5(b)(x) en Voorwaarde 6(b)) welke overeenkomstig artikel 556 van het Wetboek van vennootschappen rechten aan derden rechten toekennen die een invloed hebben op het vermogen van de vennootschap, dan wel een schuld of een verplichting te haren laste doen ontstaan, wanneer de uitoefening van deze rechten afhankelijk is van het uitbrengen van een openbaar overnamebod op de aandelen van de vennootschap of van een verandering van de controle die op haar wordt uitgeoefend. De algemene aandeelhoudersvergadering kent een bijzondere volmacht toe aan elke bestuurder van de vennootschap en aan de Company Secretary, alleen handelend en met recht van indeplaats- stelling, om met betrekking tot dit besluit de formaliteiten vereist door artikel 556 van het Wetboek van vennootschappen te vervullen. Quorum : Volgens het Wetboek van vennootschappen is er een quorum van 50 % vereist voor de beraadslaging en stemming over de verschillende punten van de bovenstaande agenda van de algemene aandeelhoudersvergadering (behalve voor punten 5 en 6). Indien dit quorum niet wordt bereikt, zal een tweede algemene aandeelhoudersvergadering worden bijeengeroepen voor deze agendapunten, en zal het quorum niet van toepassing zijn op de tweede vergadering. Stemming en meerderheid : Overeenkomstig de toepasselijke wet, zullen de voorgestelde besluiten onder punten 2, 3, en 4 van de bovenstaande agenda zijn aangenomen indien zij worden goedgekeurd met een meerderheid van 75 % van de geldig uitgebrachte stemmen. De overige voorgestelde besluiten van de bovenstaande agenda van de algemene aandeelhoudersvergadering zullen zijn aangenomen indien zij worden goedgekeurd met een eenvoudige meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen. Overeenkomstig artikel 537 van het Wetboek van vennootschappen mogen de houders van obligaties de algemene vergadering bijwonen, doch slechts met raadgevende stem. Toelatingsvoorwaarden tot de algemene vergadering : Om tot de algemene aandeelhoudersvergadering te kunnen worden toegelaten, moeten de houders van effecten uitgegeven door de vennootschap zich schikken naar artikel 25 van de statuten van de vennootschap en artikel 536 van het Wetboek van vennootschappen, en dienen zij de volgende formaliteiten en kennisgevingen te vervullen : Houders van gedematerialiseerde effecten of effecten in girale vorm moeten uiterlijk op de derde werkdag voor de vergadering, nl. voor of op dinsdag 28 juli 2009 ten laatste, op de zetel van de vennootschap of bij een agentschap van KBC Bank een attest neerleggen dat is afgeleverd door de toepasselijke vereffeningsinstelling voor de betrokken effecten, of door een erkend rekeninghouder, dat het aantal effecten bevestigt dat op naam van de houders is ingeschreven en waarbij de onbeschikbaarheid van de effecten tot na de datum van de algemene vergadering wordt vastgelegd. Houders van effecten op naam moeten zijn ingeschreven in het toepasselijke register van effecten op naam van de vennootschap en moeten de vennootschap kennis geven van hun voornemen om de algemene vergadering bij te wonen door het ondertekenen van een deelnemings- formulier. Het deelnemingsformulier voor houders van effecten op naam is verkrijgbaar op de maatschappelijke zetel van de vennootschap en op de website van de vennootschap (www.nyrstar.com). Het origineel ondertekend deelnemingsformulier dient de maatschappelijke zetel van de vennootschap (ter attentie van Virginie Lietaer, Secretaris van de vennootschap) te bereiken ten laatste de derde werkdag voor de vergadering, m.n. vóór of ten laatste op dinsdag 28 juli 2009. Stemmen per brief : De aandeelhouders kunnen stemmen per brief overeenkomstig artikel 28 van de statuten van de vennootschap. De stemming per brief moet gebeuren door middel van het daartoe door Nyrstar opgestelde formulier. De formulieren voor stemming per brief zijn beschikbaar op de maatschappelijke zetel van de vennootschap en op de website van de vennootschap (www.nyrstar.com). Het origineel ondertekende formulier voor stemming per brief moet de maatschappelijke zetel van de vennootschap (ter attentie van Virginie Lietaer, Secretaris van de vennootschap) bereiken ten laatste op de derde werkdag voor de vergadering, m.n. vóór of ten laatste op dinsdag 28 juli 2009. De aandeelhouder die wenst te stemmen per brief moet in ieder geval voldoen aan de toelatingsvoorwaarden beschreven in “Toelatingsvoorwaarden tot de algemene vergadering”. Stemmen per volmacht : De aandeelhouders kunnen zich laten vertegenwoordigen op de vergadering door een volmachthouder. Volgens artikel 25.2 van de statuten van de vennootschap moet de volmachthouder een andere aandeelhouder of een bestuurder van de vennootschap zijn. Volmachtformulieren zijn verkrijgbaar op de maatschappelijke zetel van de vennootschap en op de website van de vennootschap (www.nyrstar.com). Origineel ondertekende volmachten moeten de maatschappelijke zetel van de vennootschap (ter attentie van Virginie Lietaer, Secretaris van de vennootschap) bereiken ten laatste op de derde werkdag voor de vergadering, m.n. vóór of ten laatste op dinsdag 28 juli 2009. De aandeelhouder die wenst vertegenwoordigd te worden bij volmacht moet in ieder geval voldoen aan de toelatingsvoorwaarden hierboven beschreven. 46356 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Documenten : Vanaf vijftien dagen voor de algemene vergadering van de aandeelhouders kunnen de aandeelhouders van de vennootschap op de zetel van de vennootschap kosteloos een kopie verkrijgen van de verslagen vermeld in de agenda van de vergadering. Vijftien dagen voor de vergadering zal een kopie van de verslagen ook beschikbaar zijn op de website van de vennootschap (www.nyrstar.com. De raad van bestuur. Dit document is geen aanbod tot verkoop of een sollicitatie of een aanbod tot aankoop van obligaties, aandelen of andere effecten van Nyrstar NV. De informatie hierin vervat is niet voor vrijgave, publicatie of distributie in of naar Australië, Canada, Japan of de Verenigde Staten. (28638) ARMA, société anonyme, 12. Wijziging van het oude artikel 33 : aanpassing van de procedure route des Ardennes 89, 6780 MESSANCY vereffening van vennootschappen. Numéro d’entreprise 0423.980.367 - RPM Arlon 13. Ingevolge de codificatie van de vennootschapsrechtelijke bepa- lingen, de schrapping van de verwijzingen naar specifieke artikels uit de vennootschappenwet en dienovereenkomstig aanpassing van de Les actionnaires sont convoqués, à l’assemblée générale ordinaire, artikelen van de statuten. qui se tiendra le mercredi 22 juillet 2009, à 15 heures, au siège social de la société. Ordre du jour : 1. Rapport du conseil d’administration sur 14. Coördinatie. les activités de l’exercice. 2. Approbation des comptes annuels arrêtés 15. Volmacht. au 31 décembre 2008. 3. Statuer sur l’affectation du résultat. 4. Statuer sur la décharge à donner aux administrateurs. 5. Divers. Gelieve zich te schikken naar de statuten. (AOPC1905963/07.07) (28639) Mevr. Lus Paulette, (gedelegeerd bestuurder). (AXPC-1-9-05949/07.07) (28641) BONNETERIE DE BRUXELLES, société anonyme, rue du Calvaire 123, 7700 MOUSCRON LE MOULIN DE WAYS, société anonyme, Numéro d’entreprise 0423.451.421 rue du Moulin 5, 1474 Ways Numéro d’entreprise 0446.853.264 - RPM Nivelles Assemblée ordinaire au siège social le 27/07/2009, à 17 heures. Ordre du jour : Rapport du C.A. Approbation comptes annuels. Affectation L’assemblée générale ordinaire se réunira au siège social le résultats. Décharge administrateurs. Nominations. Divers. 24 juillet 2009, à 10 heures. Ordre du jour : l’affectation des résultats; (AOPC-1-9-05906/07.07) (28640) l’approbation des comptes annuels clôturés au 31 décembre 2008; la décharge aux administrateurs. (AOPC-1-9-05962/07.07) (28642) FOR TWO CENTS, naamloze vennootschap, 3500 Hasselt, Raamstraat 20 PAM-CENTER, société anonyme, Ondernemingsnummer 0436.155.154 boulevard Leopold III 61, 7600 PERUWELZ Numéro d’entreprise 0417.325.375 De aandeelhouders worden uitgenodigd op de buitengewone alge- mene vergadering, dewelke zal gehouden worden op vrijdag 24 juli 2009, om 13 u. 30 m., ten kantore van notaris Rose Marie Assemblée ordinaire au siège social le 27/07/2009, à 11 heures. Ordre Vanhelmont, te Hasselt, Thonissenlaan 53, met nagemelde agenda : du jour : Rapport du C.A. Approbation comptes annuels. Affectation résultats. Décharge administrateurs. Nominations. Divers. 1. Wijziging van de tweede paragraaf van artikel 2 in verband met (AOPC-1-9-04646/07.07) (28643) de verplaatsing van de maatschappelijke zetel. 2. Uitdrukking van het maatschappelijk kapitaal in euro en schrap- ping van de paragraaf met betrekking tot het toegestane kapitaal. PAPHIBRI, naamloze vennootschap, Lange Winkelhaakstraat 23-25, 2060 Antwerpen 3. Verhoging van het maatschappelijk kapitaal, om het te brengen van dertigduizend negenhonderd zesentachtig euro negenenzestig cent Ondernemingsnummer 0423.518.628 (S 30.986,69) op eenenzestigduizend vijfhonderd (S 61.500,00) euro door incorporatie van de beschikbare reserves en zonder uitgifte van nieuwe aandelen. Algemene vergadering ter zetel op 22/07/2009, om 18 uur. Agenda : (Her)benoeming en ontslag bestuurders. 4. Ingevolge de beslissingen onder 2) en 3) aanpassing van artikel 5 van de statuten. Algemene vergadering ter zetel op 24/08/2009, om 18 uur. Agenda : Jaarverslag. Goedkeuring jaarrekening. bestemming resultaat. Kwijting 5. Wijziging van artikel 7 der statuten in verband met de aard van bestuurders.Divers. de aandelen. (AOPC-1-9-05961/07.07) (28644) 6. Wijziging van artikel 12 der statuten in verband met het minimum aantal leden voorgeschreven door het Wetboek van vennootschappen. Gelieve in onze editie van 02/07/2009 7. Wijziging van artikel 18, punt 2c, der statuten in verband met de de tekst te willen lezen als volgt : externe vertegenwoordigingsmacht. PEGIBE, société anonyme, 8. Toevoeging van een nieuw artikel 19 in verband met het directie- rue Saint-Mortier 35, 7890 ELLEZELLES comité. Numéro d’entreprise 0421.518.844 9. Wijziging van het oude artikel 20 der statuten : nieuwe regeling tegenstrijdig belang. Assemblée ordinaire au siège social le 17/07/2009, à 11 heures. Ordre 10. Wijziging van het oude artikel 21 met betrekking tot de plaats du jour : Rapport spécial art. 633-634 Codes des sociétés. Approbation van de algemene vergadering. comptes annuels. Affectation résultats. Décharge administrateurs. 11. Wijziging van het oude artikel 29 met betrekking tot het jaarver- Rémunérations. Nominations. Divers. slag. (AOPC-1-9-05913/02.07-07.07) (28645) MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46357 SOL ET VITA, naamloze vennootschap, - driehonderdduizend (300.000) genaamd “Warrants CEO 2009”, die Galgenstraat 32, 3110 ROTSELAAR in het kader van het Plan Warrants CEO 2009 worden aangeboden aan de vaste vertegenwoordiger van de CEO, en Ondernemingsnummer 0451.781.557 - zesendertigduizend (36.000) genaamd “Warrants Bestuurders 2009” die in het kader van het Plan Warrants Bestuurders 2009 worden Algemene vergadering op de zetel op 23/07/2009, om 11 uur. aangeboden aan de niet-uitvoerende bestuurders die natuurlijke Agenda : Verslag raad van bestuur. Goedkeuring van de jaarrekening. personenen zijn en de vaste vertegenwoordigers van de Bestemming resultaat. Kwijting aan de bestuurders. Eventuele statu- niet-uitvoerende bestuurders die rechtspersonen zijn, taire benoemingen. Diversen. (AOPC1905952/07.07) (28646) in wiens voordeel het voorkeurrecht van de houders van bestaande effecten wordt opgeheven, elk recht gevend op inschrijving op één nieuw aandeel van de naamloze vennootschap “DEVGEN”, en er de uitgifte- en uitoefenmodaliteiten van vast te stellen overeenkomstig de TALPE F. INVEST, naamloze vennootschap, bepalingen ter zake opgenomen in de voormelde verslagen. Markegemstraat 93, 8720 WAKKEN 3. Besluit tot kapitaalverhoging onder voorwaarde. Ondernemingsnummer 0437.987.464 Voorstel tot besluit : Algemene vergadering ter zetel op 22/07/2009, om 11 uur. Agenda : Om, op voorwaarde en naarmate van de uitoefening van “Warrants Verslag raad van bestuur. Bezoldigingen. Goedkeuring jaarrekening per CEO 2009” en de “Warrants Bestuurders 2009” te besluiten het kapitaal 31/12/2008 en aanwending resultaat. Kwijting bestuurders. te verhogen tot beloop van het maximumbedrag dat gelijk is aan het aantal door de “Warrants CEO 2009” en de “Warrants Bestuurders (AOPC-1-9-05954/07.07) (28647) 2009” vertegenwoordigde inschrijvingsrechten (die bij de uitgifte 336.000 bedragen), vermenigvuldigd met de toepasselijke inschrijvings- prijs zoals voorzien in de uitgiftevoorwaarden van de desbetreffende Mavaro, naamloze vennootschap, warrantplannen, door uitgifte van maximaal 336.000 nieuwe aandelen, Mastendreef 10, 2243 Zandhoven (Pulle) onder voorbehoud van toepasselijke antiverwateringsbepalingen in de Ondernemingsnummer 0442.447.286, RPR Antwerpen warrantplannen opgenomen, die van dezelfde aard zullen zijn en van dezelfde rechten en voordelen zullen genieten als de bestaande aandelen, en die dividendgerechtigd zullen zijn over het volledig Vanaf 27 juli 2009 wordt couponnummer 6 betaalbaar gesteld aan de lopende boekjaar van hun uitgifte. loketten van Argenta Bank, Liersebaan 48, 2243 Zandhoven, tegen het 4. Besluit tot opheffing van voorkeurrecht. brutobedrag van 246,91 euro per aandeel. (AOPC1905958/07.07) (28648) Voorstel tot besluit : Opheffing van het voorkeurrecht van de bestaande aandeelhouders en van de houders van de nog uitstaande warrants, in voordeel van : DEVGEN, naamloze vennootschap, a) onder het Plan Warrants CEO 2009 : de vaste vertegenwoordiger Technologiepark 30, 9052 Gent (Zwijnaarde) (België) van de Chief Executive Officer, zijnde de besloten vennootschap met Ondernemingsnummer 0461.432.562 (RPR Gent) beperkte aansprakelijkheid “THIERRY BOGAERT”, met name : de heer Thierry BOGAERT, tot beloop van ten hoogste 300.000 warrants; en TWEEDE OPROEPING b) onder het Plan Warrants Bestuurders 2009 : de hierna genoemde natuurlijke personen die niet-uitvoerend bestuurder zijn van de Daar de Buitengewone Algemene vergadering van 6 juli 2009 niet het Vennootschap of de vaste vertegenwoordiger van een rechtspersoon vereiste quorum heeft gehaald, worden de aandeelhouders uitgeno- die niet-uitvoerend bestuurder is van de vennootschap : de heer digd, om de buitengewone algemene vergadering bij te wonen, die zal Orlando DE PONTI, de heer Jan LEEMANS, de heer Rudi MARIEN, plaatsvinden op 24 juli 2009, om 11 uur, in de kantoren van Devgen NV, de heer Patrick VAN BENEDEN, de heer Remi VERMEIREN en de heer Technologiepark 30, 9052 Zwijnaarde. Alan WILLIAMSON, tot beloop van 6.000 warrants elk. AGENDA EN VOORSTELLEN TOT BESLUIT VAN DE BUITENGE- 5. Plaatsing van de warrants. WONE ALGEMENE VERGADERING : Voorstel tot besluit : 1. Verslagen Besluit om : 1.1. Verslag van de raad van bestuur opgemaakt in uitvoering van artikel 583 van het Wetboek van vennootschappen waarin een omstan- a) de 300.000 “Warrants CEO 2009” ter zitting onmiddellijk aan te dige verantwoording wordt gegeven van de voorgenomen uitgifte van bieden aan de heer Thierry Bogaert; warrants “Warrants CEO 2009” en “Warrants Bestuurders 2009”. b) de 36.000 “Warrants Bestuurders 2009” ter zitting onmiddellijk aan 1.2. Verslag van de raad van bestuur opgemaakt in uitvoering van te bieden aan de 6 personen in wiens voordeel het voorkeurrecht werd artikel 596 en artikel 598 van het Wetboek van vennootschappen betref- opgeheven, tot beloop van 6.000 warrants elk. fende de voorgestelde opheffing van het voorkeurrecht van de 6. Statutenwijziging. bestaande houders van aandelen en obligaties bij de voorgenomen uitgifte van “Warrants CEO 2009” en dit in voordeel van de vaste Voorstel tot besluit : vertegenwoordiger van de CEO en bij de voorgenomen uitgifte van “Warrants Bestuurders 2009” in voordeel van (a) de niet-uitvoerende Besluit, om in artikel 7 een punt 7.7 toe te voegen en de tekst hiervan bestuurders die natuurlijke personenen zijn en (b) de vaste vertegen- te laten luiden als volgt : woordigers van de niet-uitvoerende bestuurders die rechtspersonen “Elk lid van de raad van bestuur is uitdrukkelijk gemachtigd, om zijn. alleen handelend de totstandkoming van elke kapitaalverhoging die 1.3. Verslag van de commissaris van de vennootschap opgemaakt in voortvloeit uit de uitoefening van warrants bij authentieke akte te doen uitvoering van artikel 596 en artikel 598 van het Wetboek van vennoot- vaststellen, en, om in de statuten het bedrag van het kapitaal, het aantal schappen. aandelen en de historiek van het kapitaal aan te passen aan de nieuwe toestand van kapitaal en aandelen zoals die bij authentieke akte is 2. Uitgifte van naakte warrants genaamd “Warrants CEO 2009” en vastgesteld.” “Warrants Bestuurders 2009”. FORMALITEITEN VOOR DEELNAME AAN DE VERGADERING : Voorstel tot besluit : Om tot de algemene vergadering te worden toegelaten moeten de Besluit tot uitgifte van driehonderdzesendertigduizend (336.000) aandeelhouders zich schikken naar artikel 36 van de statuten en naakte warrants, waarvan : artikel 536 van het Wetboek van vennootschappen. 46358 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD De houders van aandelen op naam moeten de vennootschap in Administrations publiques kennis stellen van hun voornemen, om aan de algemene vergadering deel te nemen door middel van een gewone brief die uiterlijk op de et Enseignement technique vierde werkdag voorafgaand aan de algemene vergadering, dus uiter- lijk op 17 juli 2009, op de maatschappelijke zetel van de vennootschap Openbare Besturen en Technisch Onderwijs dient aan te komen. De houders van aandelen aan toonder of gedematerialiseerde PLACES VACANTES − OPENSTAANDE BETREKKINGEN effecten moeten uiterlijk vier werkdagen vóór de vergadering, dus uiterlijk op 17 juli 2009, hun aandelen neerleggen op de zetel van de Vennootschap, of een attest op de zetel van vennootschap neerleggen. Dit attest wordt afgeleverd door de erkende rekeninghouder of door de vereffeningsinstelling voor de aandelen van de vennootschap en I.S.A. Saint-Luc Bruxelles bevestigt het aantal aandelen dat op naam van de aandeelhouder is rue d’Irlande 57, 1060 Bruxelles ingeschreven en dat zijn/haar aandelen geblokkeerd zijn tot na de datum van de Algemene Vergadering. De aandeelhouders die zich wensen te laten vertegenwoordigen bij volmacht moeten gebruik maken van het model van volmacht (met steminstructies) beschikbaar op de maatschappelijke zetel en op de Appel à candidature website van de vennootschap (www.devgen.com/investor relations/ investor information/shareholders’ meeting), en hun volmacht laten Suivant l’article 10, § 6, de l’arrêté n° 63 du 20 juillet 1982 toekomen op de zetel van de vennootschap uiterlijk op 17 juli 2009. Verzamelvolmachten, volmachten die bij substitutie worden verleend, (Dérogations pour l’exercice d’une fonction accessoire). of volmachten die worden verleend door financiële instellingen, trusts, fondsenbeheerders of rekeninghouders voor naam en voor rekening van meerdere aandeelhouders, moeten de volgende informatie La liste des cours est disponible au bureau de placement de vermelden voor elke individuele aandeelhouder voor wiens naam of l’ORBEM, boulevard Anspach 65, à 1000 Bruxelles. rekening aan de algemene vergadering wordt deelgenomen : (i) de (28497) volledige en juiste identiteit van elke aandeelhouder en (ii) het aantal aandelen waarvoor de betrokken aandeelhouder aan de beraadsla- gingen en stemmingen deelneemt. Bij afwezigheid van steminstructies aan de lasthebber ten aanzien van de verschillende onderwerpen op de agenda, of in geval, om welke reden ook, er onduidelijkheid zou Annulation bestaan over de meegedeelde steminstructies, zal de lasthebber steeds “voor” het besluit stemmen. Faculté universitaire des Sciences agronomiques de Gembloux De in deze agenda vermelde verslagen van de raad van bestuur zijn eveneens beschikbaar op de website van de vennoot- schap (www.devgen.com/investor relations/investor information/ shareholders’meeting). En date du 11 juin 2009, est parue l’annonce de la Faculté universi- taire des Sciences agronomiques relative à l’organisation d’un concours Briefwisseling kan worden verstuurd naar Devgen nv, t.a.v. de recrutement avec constitution d’une réserve de recrutement de Caroline Gijsemans, Technologiepark 30, 9052 Zwijnaarde (Gent), premiers agents spécialisés masculins ou féminins d’expression fran- fax +32 9 324 24 03, tel. +32 9 324 24 16. çaise pour l’Unité de Sol, Ecologie, Territoire. De raad van bestuur. Cette annonce est nulle et non avenue et le concours ne sera pas (28649) organisé. (28498) Belectron, naamloze vennootschap, Tollembeekstraat 24, 1570 Galmaarden UZ Gent 0425.097.253 RPR Brussel Het UZ Gent zoekt momenteel (m/v) : Diensthoofd centrale inning Jaarvergadering op 30/07/2009, om 16 uur, op de zetel. Agenda : Verslag raad van bestuur. Goedkeuring jaarrekening per 31/01/2009. Uiterste inschrijvingsdatum : maandag 3 augustus 2009 Bestemming resultaat. Kwijting bestuurders. Varia. Zich richten naar de statuten. ICT-medewerkers tweedelijns-servicedesk (28650) Uiterste inschrijvingsdatum : maandag 31 augustus 2009. Hodge Belgium, société en commandite par actions, Intersse ? avenue Kersbeek 62, 1190 Bruxelles Stuur je curriculum vitae, een kopie van de vereiste diploma’s samen met een begeleidende brief (m.v.v. de functietitel) via mail naar 0442.010.984 RPM Bruxelles rekrutering@uzgent.be of per post naar UZ Gent, dienst rekrutering & selectie (11K12E), De Pintelaan 185, 9000 Gent (tel. 09-332 60 75, fax 09-332 58 57). Assemblée générale ordinaire se tiendra le 29/07/2009, à 11 heures, au siège social de la société. Ordre du jour : 1. Date de l’assemblée Uitgebreide functiebeschrijvingen en aanwervingsvoorwaarden van générale ordinaire. 2. Rapport annuel du gérant. 3. Approbation alle vacatures binnen ons ziekenhuism vind je steeds terug op onze comptes annuels au 31/12/2008. 4. Décharge à donner au gérant. website www.uzgent.be. Relevante anciënniteit is een pluspunt. (28651) (28637) MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46359 2. te 9402 Ninove, meermaals op niet nader te bepalen data in de periode van 19 mei 2006 tot 11 juli 2006; Actes judiciaires et extraits de jugements 3. te 9402 Ninove, op niet nader te bepalen data in de periode van 1 januari 2006 tot 25 juli 2006; Gerechtelijke akten F. Als koopman die zich in staat van faillissement bevindt, zonder en uittreksels uit vonnissen wettig verhinderd te zijn, verzuimd te hebben verplichtingen gesteld bij de Faillissementswet na te leven, namelijk : de genaamde Van der Straeten Jan, zoals hiervoor vermeld onder C : te 9402 Ninove, in de periode van 25 juli 2006 tot 26 januari 2007 : Publication faite en exécution de l’article 490 du Code pénal niet alle vereiste inlichtingen te hebben verstrekt; Bekendmaking gedaan overeenkomstig artikel 490 tot : van het Strafwetboek voor de feiten voorwerp van de tenlasteleggingen A, B, C, D, E1, E2, E3 en F samen, een hoofdgevangenisstraf van achttien maanden, met gewoon uitstel van de tenuitvoerlegging gedurende een termijn van Infractions liées à l’état de faillite vijf jaar en een geldboete van vijfhonderd euro, vermeerderd met Misdrijven die verband houden met de staat van faillissement 45 deciemen, gebracht op tweeduizend zevenhonderd vijftig euro, of een vervangende gevangenisstraf van vijfenveertig-dagen bij niet beta- ling binnen de door de wet bepaalde termijn, met gewoon uitstel van de tenuitvoerlegging gedurende een termijn van drie jaar; Rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde alsmede tot de gerechtskosten, deze in hun geheel begroot op de som van 28,19 euro; tevens tot een vergoeding voor de kostprijs van de Bij definitief vonnis d.d. 26 mei 2009 uitgesproken op tegenspraak na strafprocedure van 25,00 euro; bovendien tot het betalen van een verzet werd door de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde, bedrag van 25,00 euro, met 45 opdeciemen verhoogd, 137,50 euro veertiende kamer, rechtdoende in strafzaken, de genaamde : bedragende, bij wijze van bijdrage tot financiering van het fonds tot financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden; Van der Straeten Jan, zaakvoerder, geboren te Anderlecht op 15 oktober 1976, wonende te 9402 Ninove, Edingsesteenweg 133/C000; tevens werd de beklaagde gedurende een termijn van zeven jaar verbod opgelegd om : veroordeeld uit hoofde van : persoonlijk of door een tussenpersoon, de functie van bestuurder, A. Met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden, valsheid commissaris of zaakvoerder in een vennootschap op aandelen, een in geschriften te hebben gepleegd, namelijk : besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid of een coöpera- tieve vennootschap, enige functie waarbij macht wordt verleend om 1. te 9402 Ninove, op 22 mei 2006; een van die vennootschappen te verbinden, de functie van persoon 2. te 9402 Ninove, op een niet nader te bepalen datum in de periode belast met het bestuur van een vestiging in België, of het beroep van van 30 mei 2006 tot 27 juli 2006; effectenmakelaar of correspondent-effectenmakelaar uit te oefenen; B. Met hetzelfde bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden, persoonlijk of door een tussenpersoon een koopmansbedrijf uit te gebruik gemaakt te hebben van de valse akte of van het valse stuk oefenen. wetende dat het vervalst was, namelijk : 1. te 9402 Ninove, in de Tevens werd bevolen dat huidig vonnis op kosten van de beklaagde periode van 22 mei 2006 tot 26 januari 2007; bij uittreksel zal bekendgemaakt worden in het Belgisch Staatsblad. 2. te 9402 Ninove, in de periode van 30 mei 2006 tot 27 juli 2006; Voor eensluidend uittreksel, afgeleverd aan het Openbaar Ministerie. C. Als koopman die zich in staat van faillissement bevindt, met het Dendermonde, 30 juni 2009. oogmerk om de faillietverklaring uit te stellen, verzuimd te hebben binnen de gestelde termijn van één maand na te hebben opgehouden te De griffier-hoofd van dienst, (get.) L. Pauwels. betalen, aangifte daarvan te doen, namelijk : (28499) de genaamde Van der Straeten Jan, geboren te Anderlecht op 15 oktober 1976 en wonende te 9402 Ninove, Edingsesteenweg 133/C, Publication faite en exécution de l’article 488bis e, § 1er gekend onder het ondernemingsnummer 0735.276.628 en in staat van du Code civil faillissement verklaard bij vonnis van 25 juli 2006 van de rechtbank van koophandel te Dendermonde : Bekendmaking gedaan overeenkomstig artikel 488bis e, § 1 van het Burgerlijk Wetboek te 9402 Ninove, op 3 juni 2005; D. Als koopman die zich in staat van faillissement bevindt, met het oogmerk om de faillietverklaring uit te stellen, aankopen te hebben Désignation d’administrateur provisoire gedaan tot wederverkoop beneden de koers of toegestemd te hebben Aanstelling voorlopig bewindvoerder in leningen, effectencirculaties en andere al te kostelijke middelen om zich geld te verschaffen, namelijk : de genaamde Van der Straeten Jan, zoals hiervoor vermeld onder C : Justice de paix du canton d’Arlon-Messancy, siège d’Arlon te 9402 Ninove, meermaals in de periode van 3 mei 2005 tot 25 juli 2006 : door het creëren van een kunstmatig en ruïneus krediet door het systematisch niet nakomen van de financiële verplichtingen, de diverse schuldvorderingen een belangrijk gedeelte van het passief Suite à la décision rendue par le juge de paix suppléant du canton uitmakend; d’Arlon-Messancy, siège d’Arlon le 26 juin 2009, sur requête déposée le 16 juin 2009, Vercaempst, Patrick, célibataire, né à Verviers le E. Als koopman die zich in staat van faillissement bevindt, met 25 novembre 1959, domicilié rue du Beynert 15, à 6700 Arlon (Frey- bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden, een gedeelte van lange), a été déclaré incapable de gérer ses biens et a été pourvu d’un de activa te hebben verduisterd of verborgen, namelijk : administrateur provisoire en la personne de Me Tamigniau, Elise, avocat, dont les bureaux sont sis avenue de la Gare 65, à 6720 Habay- de genaamde Van der Straften Jan, zoals hiervoor vermeld onder C : la-Neuve. 1. te 9402 Ninove, op niet nader te bepalen data in de periode van Pour extrait certifié conforme : le greffier, (signé) N. Depienne. 3 mei 2005 tot 26 januari 2007; (67774) 46360 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Suite à la décision rendue par le juge de paix du canton d’Arlon- Suite à la décision rendue par le juge de paix suppléant du canton Messancy, siège d’Arlon le 26 juin 2009, sur requête déposée le d’Arlon-Messancy, siège d’Arlon le 25 juin 2009, sur requête déposée le 16 juin 2009, Pigeon, Victor, né à Bure le 4 novembre 1953, domicilié 16 juin 2009, Graas, Christiane, née à Arlon le 12 septembre 1950, rue du Beynert 15, à 6700 Arlon (Freylange), a été déclaré incapable de domiciliée rue du Beynert 15, à 6700 Arlon (Freylange), a été déclarée gérer ses biens et a été pourvu d’un administrateur provisoire en la incapable de gérer ses biens et a été pourvue d’un administrateur personne de Me Tamigniau, Elise, avocat, dont les bureaux sont sis provisoire en la personne de Me Tamigniau, Elise, avocat, dont les avenue de la Gare 65, à 6720 Habay-la-Neuve. bureaux sont sis avenue de la Gare 65, à 6720 Habay-la-Neuve. Pour extrait certifié conforme : le greffier, (signé) N. Depienne. Pour extrait certifié conforme : le greffier, (signé) N. Depienne. (67775) (67781) Suite à la décision rendue par le juge de paix du canton d’Arlon- Justice de paix du canton d’Ath-Lessines, siège de Lessines Messancy, siège d’Arlon le 26 juin 2009, sur requête déposée le 16 juin 2009, Duponcheel, Baudouin, né à Celles (lez-Tournai) le 8 novembre 1958, domicilié rue du Beynert 15, à 6700 Arlon (Freylange), a été déclaré incapable de gérer ses biens et a été pourvu d’un Suite à la requête déposée le 8 mai 2009, par ordonnance du juge de administrateur provisoire en la personne de Me Tamigniau, Elise, paix du canton d’Ath-Lessines, siège de Lessines, rendue le avocat, dont les bureaux sont sis avenue de la Gare 65, à 6720 Habay- 29 juin 2009, Mme Paula Art, née à Walhain-Saint-Paul le la-Neuve. 1er septembre 1922, domiciliée à Ellezelles, home « L’Automne enso- leillé », rue Notre-Dame 43, a été déclarée incapable de gérer ses biens Pour extrait certifié conforme : le greffier, (signé) N. Depienne. et a été pourvue d’un administrateur provisoire en la personne de (67776) M. Thierry Lacroix, gérant de société, domicilié à Antoing, rue de Crèvecœur 43. Pour extrait conforme : le greffier en chef, (signé) Derobertmasure, Jean-Marie. Suite à la décision rendue par le juge de paix du canton d’Arlon- (67782) Messancy, siège d’Arlon le 26 juin 2009, sur requête déposée le 16 juin 2009, Mauer, Roger, né à Aubange le 2 mai 1953, domicilié rue du Beynert 15, à 6700 Arlon (Freylange), a été déclaré incapable de gérer ses biens et a été pourvu d’un administrateur provisoire en la personne de Me Tamigniau, Elise, avocat, dont les bureaux sont sis avenue de la Justice de paix du canton de Boussu Gare 65, à 6720 Habay-la-Neuve. Pour extrait certifié conforme : le greffier, (signé) N. Depienne. (67777) Suite à la requête déposée le 22 juin 2009, par ordonnance du juge de paix du canton de Boussu, rendue le 25 juin 2009, Mme Berdal, Chris- tiane, née à Jemappes le 30 novembre 1941, domiciliée à 7333 Tertre, rue de Tournai 109, mais se trouvant actuellement à 7300 Boussu, C.H.R. « Hôpital de Warquignies » rue des Chauffours 27, a été déclarée Suite à la décision rendue par le juge de paix suppléant du canton incapable de gérer ses biens et a été pourvue d’un administrateur d’Arlon-Messancy, siège d’Arlon le 25 juin 2009, sur requête déposée le provisoire en la personne de Me Martine Léo, avocat, dont le cabinet 16 juin 2009, Geuns, Jean, né à Wandre le 24 janvier 1945, célibataire, est sis à 7000 Mons, rue des Telliers 10. domicilié rue du Beynert 15, à 6700 Arlon (Freylange), a été déclaré incapable de gérer ses biens et a été pourvu d’un administrateur Pour extrait conforme : le greffier, (signé) Delalieux, Eric. provisoire en la personne de Me Tamigniau, Elise, avocat, dont les (67783) bureaux sont sis avenue de la Gare 65, à 6720 Habay-la-Neuve. Pour extrait certifié conforme : le greffier, (signé) N. Depienne. (67778) Suite à la requête déposée le 15 juin 2009, par ordonnance du juge de paix du canton de Boussu, rendue le 25 juin 2009, M. Lecomte, Michel, né à Baudour le 8 novembre 1958, domicilié à 7390 Quaregnon, place Suite à la décision rendue par le juge de paix suppléant du canton de Wasmuël 50, mais se trouvant actuellement à 7301 Boussu, Centre d’Arlon-Messancy, siège d’Arlon le 25 juin 2009, sur requête déposée le hospitalier « Hornu-Frameries » route de Mons 63, a été déclaré inca- 16 juin 2009, Leclerc, Emile, né à Rossignol le 3 janvier 1949, célibataire, pable de gérer ses biens et a été pourvu d’un administrateur provisoire domicilié rue du Beynert 15, à 6700 Arlon (Freylange), a été déclaré en la personne de Me Marie-Luce Pourbaix, avocat, dont le cabinet est incapable de gérer ses biens et a été pourvu d’un administrateur sis à 7300 Boussu, rue Mahieu 122. provisoire en la personne de Me Tamigniau, Elise, avocat, dont les bureaux sont sis avenue de la Gare 65, à 6720 Habay-la-Neuve. Pour extrait conforme : le greffier, (signé) Delalieux, Eric. (67784) Pour extrait certifié conforme : le greffier, (signé) N. Depienne. (67779) Justice de paix du deuxième canton de Charleroi Suite à la décision rendue par le juge de paix suppléant du canton d’Arlon-Messancy, siège d’Arlon le 25 juin 2009, sur requête déposée le 16 juin 2009, Laforce, Meryl, célibataire, née à Toulouse le 8 juillet 1987, Par ordonnance de M. le juge de paix du deuxième canton de domiciliée avenue du Luxembourg 21, à 6791 Athus, mais résidant Charleroi, rendue le 29 juin 2009, le nommé Vanderveeken, Marc, né à actuellement rue du Beynert 15, à 6700 Arlon (Freylange), a été déclarée Charleroi le 25 avril 1964, domicilié à 6061 Montignies-sur-Sambre, incapable de gérer ses biens et a été pourvue d’un administrateur chaussée de Charleroi 147/1, a été déclaré incapable de gérer ses biens provisoire en la personne de Me Tamigniau, Elise, avocat, dont les et a été pourvu d’un administrateur provisoire de biens en la personne bureaux sont sis avenue de la Gare 65, à 6720 Habay-la-Neuve. de Me Eric Herinne, avocat à 6000 Charleroi, rue Tumelaire 23/18. Pour extrait certifié conforme : le greffier, (signé) N. Depienne. Pour extrait conforme : le greffier, (signé) Jean-Marie Demarteau. (67780) (67785) MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46361 Justice de paix du troisième canton de Charleroi Justice de paix du canton d’Etterbeek Suite à la requête déposée le 12 mai 2009, par ordonnance du juge de Par ordonnance du juge de paix du canton d’Etterbeek, rendue le paix du troisième canton de Charleroi, rendue le 18 juin 2009, Pierard, 24 juin 2009, Mme Mammerickx, Florentina, née à Sterrebeek le Marie-Louise, née à Thiméon le 6 décembre 1927, domiciliée à 17 mai 1928, domiciliée à 1040 Etterbeek, rue de Herne 221/2, a été 6230 Thiméon, rue Vandervelde 139, résidant clinique « Notre-Dame de déclarée incapable de gérer ses biens et a été pourvue d’un adminis- Grâce », chaussée de Nivelles 212, à 6041 Gosselies, a été déclarée trateur provisoire en la personne de M. Patesson, Stephan, domicilié à incapable de gérer ses biens et a été pourvue d’un administrateur 1390 Grez-Doiceau, ruelle des Foins 56/2. provisoire en la personne de Poisson, Albert, employé, domicilié à Pour extrait conforme : le greffier en chef, (signé) André Stalpaert. 6180 Courcelles, rue de Forchies 53. (67791) Pour extrait conforme : le greffier, (signé) Desart, Valérie. (67786) Par ordonnance du juge de paix du canton d’Etterbeek, rendue le 24 juin 2009, M. Lavigne, Jean-Pierre Raymond, né à Namur le 22 mai 1967, domicilié à 1040 Etterbeek, rue Félix Terlinden 12, bte 2, a Suite à la requête déposée le 10 juin 2009, par ordonnance du juge de été déclaré incapable de gérer ses biens et a été pourvu d’un adminis- paix du troisième canton de Charleroi, rendue le 18 juin 2009, Timmers, trateur provisoire en la personne de Mme Hanon de Louvet, Sandrine, Maria Joséphina, née à Zolder le 26 septembre 1929, mariée, domiciliée avocat, domiciliée à 1030 Bruxelles, boulevard Lambermont 364. à 6041 Gosselies, home « Theys », faubourg de Charleroi 11, a été Pour extrait conforme : le greffier en chef, (signé) André Stalpaert. déclarée incapable de gérer ses biens et a été pourvue d’un adminis- (67792) trateur provisoire en la personne de Damas, Daniel pensionné, domi- cilié à 6041 Gosselies, rue de la Providence 2 (rdc). Pour extrait conforme : le greffier, (signé) Desart, Valérie. (67787) Justice de paix du canton de Fléron Suite à la requête déposée le 2 juin 2009, par ordonnance du juge de Justice de paix du cinquième canton de Charleroi paix du canton de Fléron, rendue le 17 juin 2009, Mme Stassin, Elise, née le 15 mars 1924 à Pont-à-Celles, retraitée, veuve, domiciliée « La Reverdie », Grand’Route 274, à 4610 Beyne-Heusay, a été déclarée incapable de gérer ses biens et a été pourvue d’un administrateur Par ordonnance du juge de paix du cinquième canton de Charleroi, provisoire en la personne de Me Cloes, José, avocat rue du Vicinal 25, en date du 22 juin 2009, le nommé Romain, Marcel Jules Ghislain, à 4670 Blegny. divorcé, né à Marchienne-au-Pont le 23 mai 1929, domicilié à Charleroi, Pour extrait conforme : le greffier en chef, (signé) Joseph Leruth. ex-Marcinelle, rue Vital Françoisse 117/53, résidant à Charleroi, (67793) ex-Marchienne-au-Pont, rue de l’Hôpital 9, résidence « Hustin », a été déclaré incapable de gérer ses biens et a été pourvu d’un administrateur provisoire, étant : Devergnies, Audrey, avocate, domiciliée à Charleroi, ex-Mont-sur-Marchienne, avenue Paul Pastur 53. Suite à la requête déposée le 29 mai 2009, par ordonnance du juge de paix du canton de Fléron, rendue le 16 juin 2009, Mme Peroutka, Requête déposée le 24 avril 2009. Zdenda, née le 3 novembre 1923, domiciliée rue de Borgivaux 9, à Pour extrait certifié conforme : le greffier, (signé) Fabienne Hiernaux. 4633 Melen, résidant résidence « L’Horizon », rue des Bruyères 2, à (67788) 4671 Barchon, a été déclarée incapable de gérer ses biens et a été pourvue d’un administrateur provisoire en la personne de Me Jacque- motte, Marc, avocat, dont le cabinet est établi avenue des Martyrs 302/2, à 4620 Fléron. Justice de paix du canton de Ciney-Rochefort, siège de Ciney Pour extrait conforme : le greffier en chef, (signé) Joseph Leruth. (67794) Suite à la requête déposée le 15 juin 2009, par ordonnance du juge de paix du canton de Ciney-Rochefort, siège de Ciney, rendue le Suite à la requête déposée le 2 juin 2009, par ordonnance du juge de 30 juin 2009, M. Bernard Philippot, domicilié à 5590 Ciney, clos de paix du canton de Fléron, rendue le 23 juin 2009, Mme Dossin, Chris- l’Ermitage 22, a été déclaré incapable de gérer ses biens et a été pourvu tiane, née le 29 juillet 1955 à Seraing, sans profession, domiciliée rue d’un administrateur provisoire en la personne de Me Pierre Grossi, des Remparts 31, à 4620 Fléron, a été déclarée incapable de gérer ses avocat à 5100 Jambes, rue de Dave 45. biens et a été pourvue d’un administrateur provisoire en la personne de Me Deventer, Olivier, avocat au barreau de Liège, domicilié rue Le greffier, (signé) Céline Driesen. (67789) Sainte-Walburge 462, à 4000 Rocourt. Pour extrait conforme : le greffier en chef, (signé) Joseph Leruth. (67795) Suite à la requête déposée le 15 juin 2009, par ordonnance du juge de paix du canton de Ciney-Rochefort, siège de Ciney, rendue le Suite à la requête déposée le 12 juin 2009, par ordonnance du juge de 29 juin 2009, Mlle Gwendoline Muniz Eeckeleers, née le 2 février 1985, paix du canton de Fléron, rendue le 19 juin 2009, M. Louis, Emile, né le domiciliée à 5590 Leignon, route de Rochefort 40, mais résidant à 13 juillet 1914 à Forrières, retraité, veuf, domicilié « La Providence », 1435 Mont-Saint-Guibert, rue de la Station 6A, a été déclarée incapable route de l’Abbaye 72, à 4052 Beaufays, a été déclaré incapable de gérer de gérer ses biens et a été pourvue d’un administrateur provisoire en la ses biens et a été pourvu d’un administrateur provisoire en la personne personne de M. Riocardo Muniz Sanchez, domicilié à à 5590 Leignon, de Mme Louis, Danielle, épouse Deby, née le 9 décembre 1947 à Liège, route de Rochefort 40. retraitée, domiciliée rue Fosse au Sable 6, à 4052 Beaufays. Le greffier, (signé) Céline Driesen. Pour extrait conforme : le greffier en chef, (signé) Joseph Leruth. (67790) (67796) 46362 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Suite à la requête déposée le 29 mai 2009, par ordonnance du juge de Justice de paix du canton de La Louvière paix du canton de Fléron, rendue le 17 juin 2009, M. Halleux, Raymond, né le 6 mai 1920 à Chênée, veuf, domicilié « Les Hirondelles », voie de l’Ardenne 77, à 4053 Embourg, a été déclaré incapable de gérer ses biens et a été pourvu d’un administrateur provisoire en la personne de Suite à la requête déposée le 22 mai 2009, par ordonnance du juge de Me Jacquemotte, Marc, avocat, dont le cabinet est établi avenue des paix du canton de La Louvière, rendue le 9 juin 2009, Lamand, Martyrs 302/2, à 4620 Fléron. Germaine Amélie, née à La Louvière le 5 septembre 1926, domiciliée à 7100 La Louvière, clos de la Ferme d’Aulne 18, a été déclarée incapable Pour extrait conforme : le greffier en chef, (signé) Joseph Leruth. de gérer ses biens et a été pourvue d’un administrateur provisoire en la (67797) personne de De Cock, Michel, domicilié à 7140 Morlanwelz, rue de l’Etoile 4. Pour extrait conforme : le greffier en chef, (signé) Malengrez, Marie-Paule. (67802) Suite à la requête déposée le 18 juin 2009, par ordonnance du juge de paix du canton de Fléron, rendue le 24 juin 2009, M. Martin, Daniel, né le 17 mars 1958 à Ougrée, divorcé, domicilié rue Fagnery 23, à 4052 Beaufays, a été déclaré incapable de gérer ses biens et a été pourvu Justice de paix du deuxième canton de Liège d’un administrateur provisoire en la personne de Me Deventer, Olivier, avocat au barreau de Liège, domicilié rue Sainte-Walburge 462, à 4000 Rocourt. Pour extrait conforme : le greffier en chef, (signé) Joseph Leruth. Suite à la requête déposée le 11 juin 2009, une ordonnance du juge de (67798) paix du deuxième canton de Liège, rendue le ..., a déclaré Mme Cécile Armande Adeline Swennen, née à Liège le 14 juin 1972, domiciliée à 4000 Liège, rue des Wallons 127, incapable de gérer ses biens et cette personne a, en conséquence, été pourvue d’un administrateur provi- soire en la personne de Mme Virginie Swennen, née à Liège le Justice de paix du canton d’Herstal 18 novembre 1978, domiciliée à 4000 Liège, rue des Wallons 229. Liège, le 24 juin 2009. Pour extrait conforme : le greffier, (signé) Lefort, Carine. Par ordonnance du juge de paix du canton d’Herstal, du 23 juin 2009, (67803) le nommé Petit, Norbert, né à Stavelot le 15 octobre 1944, domicilié et résidant rue Félix Chaumont 27, à 4040 Herstal, maison de repos « Thesy », a été déclaré incapable de gérer ses biens et a été pourvu d’un administrateur provisoire en la personne de François, Christine, avocate, domiciliée à 4000 Liège, quai de Rome 1/032. Suite à la requête déposée le 12 janvier 2009, une ordonnance du juge de paix du deuxième canton de Liège, rendue le 9 septembre 2009, a Pour extrait conforme : le greffier, (signé) Descamps, Lionel. déclaré Mme Henriette Gertrude Marie Joseph Coheur, née à Xhendre- (67799) mael le 28 mars 1925, domiciliée à 4000 Liège, rue Joseph Donneaux 4/ 0001, incapable de gérer ses biens et cette personne a, en conséquence, été pourvue d’un administrateur provisoire en la personne de Me Fran- çois Dembour, avocat, dont le cabinet est sis à 4000 Liège, place de Justice de paix du premier canton de Huy Bronckart 1. Liège, le 26 juin 2009. Pour extrait conforme : le greffier, (signé) Lefort, Carine. Ensuite de la requête déposée le 11 juin 2009, par jugement du juge (67804) de paix du premier canton de Huy, rendu le 24 juin 2009, il a été dit pour droit que M. Bourguignon, Guy Georges Marcel, de nationalité belge, né le 10 novembre 1939 à Marchin, veuf, domicilié à 4500 Huy, quai de Compiègne 2/62 : Suite à la requête déposée le 19 mai 2009, une ordonnance du juge de paix du deuxième canton de Liège, rendue le 24 juin 2009, a déclaré gérera lui-même ses revenus et accomplira seul tous les actes Mme Gisèle Bertha Yvonne Fernande Delabye, née à Seraing le juridiques de la vie quotidienne; 8 mars 1947, domiciliée à 4000 Liège, Résidence Fraternité 6/0014, incapable de gérer ses biens et cette personne a, en conséquence, été que les actes de disposition concernant son épargne ne pourront être pourvue d’un administrateur provisoire en la personne de Me Lise accomplis qu’avec l’assistance de son administrateur provisoire de Vandenbeylaardt, avocate à 4600 Visé, rue de Berneau 3. biens. Liège, le 24 juin 2009. Pour extrait conforme : le greffier délégué, (signé) Duchaine, Marie Christine. Pour extrait conforme : le greffier, (signé) Lefort, Carine. (67800) (67805) Suite à la requête déposée le 15 juin 2009, une ordonnance du juge de Ensuite de la requête déposée le 15 juin 2009, par jugement du juge paix du deuxième canton de Liège, rendue le 24 juin 2009, a déclaré de paix du premier canton de Huy, Mme Gonda, Marthe Jeanne Fran- Mlle Catherine Nadine Dirckx, née à Seraing le 13 février 1977, çoise, de nationalité belge, née le 10 novembre 1926 à Amay, veuve, domiciliée à 4000 Liège, boulevard Sainte-Beuve 33/0002, incapable de domiciliée rue des Augustins 16/44, à 4500 Huy, a été déclarée gérer ses biens et cette personne a, en conséquence, été pourvue d’un incapable de gérer ses biens et a été pourvue d’un administrateur administrateur provisoire en la personne de Me Pierre Louis Galand, provisoire en la personne de Me Vander Eecken, Philippe, avocat à avocat à 4000 Liège, rue Bois-l’Evêque 112. 4500 Huy, chaussée de Liège 33. Liège, le 24 juin 2009. Pour extrait conforme : le greffier délégué, (signé) Duchaine, Marie Christine. Pour extrait conforme : le greffier, (signé) Lefort, Carine. (67801) (67806) MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46363 Suite à la requête déposée le 11 juin 2009, une ordonnance du juge de Vredegerecht van het kanton Aarschot paix du deuxième canton de Liège, rendue le 24 juin 2009, a déclaré M. Raphaël Lenaerts, né à Bombay (Inde) le 7 octobre 1981, « ISoSL », site « Petit Bourgogne » à 4000 Liège, rue Professeur Mahaim 84, incapable de gérer ses biens et cette personne a, en conséquence, été Bij beschikking van 25 juni 2005, werd vastgesteld dat Everaerts, pourvue d’un administrateur provisoire en la personne de Me Thierry Anna Maria Clementina, geboren te Rillaar op 1 november 1913, Jammaer, avocat dont le cabinet est sis à 4000 Liège, rue de wonende te 3390 Tielt-Winge (Houwaart), Neringestraat 10, niet in staat Campine 293. is haar goederen te beheren. Liège, le 26 juin 2009. Aan deze persoon werd als voorlopig bewindvoerder toegevoegd : Vanlommel, Jan Remi, geboren te Herentals op 22 oktober 1949, Pour extrait conforme : le greffier, (signé) Lefort, Carine. wonende te 3390 Tielt-Winge, Haldertstraat 244. (67807) Aarschot, 30 juni 2009. De hoofdgriffier : (get.) Anckaert, Luc. (67812) Suite à la requête déposée le 22 mai 2009, une ordonnance du juge de paix du deuxième canton de Liège, rendue le 24 juin 2009, a déclaré M. Thierry François Fernand Marie Spilette, né à Charleroi le 11 février 1980, domicilié à 6042 Lodelinsart, chaussée de Châtelet 2/ Vredegerecht van het tweede kanton Antwerpen 0001, incapable de gérer ses biens et cette personne a, en conséquence, été pourvue d’un administrateur provisoire en la personne de Me Serge Casier, avocat, domicilié à 6040 Jumet (Charleroi), place du Chef-Lieu 8. Bij vonnis van de vrederechter van het tweede kanton Antwerpen, Liège, le 24 juin 2009. uitgesproken op 23 juni 2009, werd volgende beslissing uitgesproken : verklaart de heer Frans Obijn, geboren op 21 december 1922, wonende Pour extrait conforme : le greffier, (signé) Lefort, Carine. te 2000 Antwerpen, Zwijgerstraat 9, verblijvende aan de ZNA Sint- (67808) Elisabeth, Leopoldstraat 26, te 2000 Antwerpen, niet in staat zelf zijn goederen te beheren. Voegt toe als voorlopig bewindvoerder : Mr. François Lebacq, advo- Justice de paix du premier canton de Schaerbeek caat, wonende te 2000 Antwerpen, Frankrijklei 107. Antwerpen, 29 juni 2009. Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) Patrick Beyens. Par ordonnance du juge de paix du premier canton de Schaerbeek, (67813) en date du 24 juin 2009, le nommé Mboyo Mpita, Andy François, né à Bruxelles le 28 mars 1979, domicilié à 1030 Schaerbeek, rue Gallait 91, a été déclaré incapable de gérer ses biens et a été pourvu d’un administrateur provisoire, étant : Polet, Quentin, avocat, dont le cabinet est établi à 1030 Schaerbeek, avenue de l’Opale 58. Bij vonnis van de vrederechter van het tweede kanton Antwerpen, uitgesproken op 23 juni 2009, werd volgende beslissing uitgesproken : Pour copie conforme : le greffier délégué, (signé) Michaël Schippefilt. verklaart de heer Willy Van Roosbroeck, geboren op 21 november 1933, (67809) wonende te 2030 Antwerpen, Belfaststraat 26, verblijvende aan de ZNA Sint-Elisabeth, Leopoldstraat 26, te 2000 Antwerpen, niet in staat zelf zijn goederen te beheren. Justice de paix du canton de Thuin Voegt toe als voorlopig bewindvoerder : Mr. François Lebacq, advo- caat, wonende te 2000 Antwerpen, Frankrijklei 107. Voegt toe als vertrouwenspersoon over de heer Willy Van Roos- Suite à la requête déposée le 18 mai 2009, par ordonnance du juge de broeck, voornoemd, Powers, Patricia, wonende te 2030 Antwerpen, paix du canton de Thuin, rendue le 24 juin 2009, Mme Marie-Louise Belfaststraat 26. Cauder, née le 5 mars 1924, domiciliée à 6031 Monceau-sur-Sambre, rue Antwerpen, 29 juni 2009. Pige à Fenasses 22, mais résidant actuellement au C.H.U. « André Vésale », rue de Gozée 706, à 6110 Montigny-le-Tilleul, a été déclarée Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) Patrick Beyens. incapable de gérer ses biens et a été pourvue d’un administrateur (67814) provisoire, étant : Me Eric Herinne, avocat, dont le cabinet est sis à 6000 Charleroi, rue Tumelaire 23, bte 18. Pour extrait conforme : le greffier, (signé) Gobert, Françoise. (67810) Vredegerecht van het derde kanton Antwerpen Bij vonnis van de vrederechter derde kanton Antwerpen, verleend Justice de paix du premier canton de Tournai op 18 juni 2009, werd Van Hoof, José, geboren te Merksem, op 10 augustus 1937, wonende te 2900 Schoten, Marsstraat 69, verblijvende te ZNA, Hoge Beuken, Neuro 1, Commandant Weynsstraat 165, te 2660 Hoboken (Antwerpen), niet in staat verklaard haar goederen te Suite à la requête déposée le 9 juin 2009, par ordonnance du juge de beheren en kreeg toegevoegd als voorlopig bewindvoerder : Luyckx, paix du premier canton de Tournai, rendue le 23 juin 2009, M. Wilfart, Pascale, geboren te Schoten op 6 oktober 1972, bediende OCMW René, né le 24 mars 1931 à Rumes, domicilié rue du Château 17, à Schoten, wonende te 2180 Ekeren (Antwerpen), Willy Staeslei 71. 7621 Lesdain, résidant au home « Saint-Jean », rue Saint-Jean 20, à 7500 Tournai, a été déclaré incapable de gérer ses biens et a été pourvu Er werd vastgesteld dat het verzoekschrift neergelegd werd op d’un administrateur provisoire en la personne de M. Wilfart, Joël, 19 mei 2009. domicilié rue du Moulin 25, à 7620 Guignies. Antwerpen, 29 juni 2009. Pour extrait conforme : le greffier en chef, (signé) Dehaen, Christophe. Voor eenluidend uittreksel : de hoofdgriffier, (get.) Patrik Rietjens. (67811) (67815) 46364 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Vredegerecht van het vierde kanton Antwerpen Vredegerecht van het kanton Kraainem-Sint-Genesius-Rode, zetel Sint-Genesius-Rode Bij beschikking van de vrederechter van het vredegerecht vierde kanton Antwerpen, verleend op 24 juni 2009, werd Van Ranst, Maria, Bij beschikking van de vrederechter van het kanton Kraainem-Sint- geboren op 2 oktober 1938, te Hemiksem, wonend te 2060 Antwerpen, Genesius-Rode, zetel Sint-Genesius-Rode, d.d. 23 juni 2009, werd Lange Beeldekensstraat 9, doch verblijvende aan de Lange Van Ster- Astier, Jean-Marie, geboren te Aix-en-Provence (Frankrijk) op beeckstraat 24, te 2060 Antwerpen, niet in staat verklaard haar goederen 18 december 1940, wonende te 1640 Sint-Genesius-Rode, Zonnebloem- te beheren en kreeg toegevoegd als voorlopig bewindvoerder : laan 13, niet in staat verklaard zijn goederen te beheren en voegen toe Bogaerts, Nina, advocate, wonend te 2840 Reet, Eikenstraat 210. als voorlopig bewindvoerder : De Reu, Christine, geboren te Ukkel op Antwerpen, 29 juni 2009. 15 oktober 1949, wonende te 1640 Sint-Genesius-Rode, Zonnebloem- Voor eensluidend uittreksel : de hoofdgriffier, (get.) Lucrèce Maton. laan 13. (67816) Er werd vastgesteld dat het verzoekschrift neergelegd werd op 9 juni 2009. Vredegerecht van het elfde kanton Antwerpen Sint-Genesius-Rode, 30 juni 2009. De afgevaardigd griffier, (get.) Lefaible, Diane. (67821) Bij vonnis van de vrederechter van het elfde kanton Antwerpen, verleend op 23 juni 2009, werd de heer Klei, Werner Willi Harri, geboren te Berlijn (Duitsland) (bondsrep.) op 31 mei 1943, wonende te 2180 Ekeren (Antwerpen), Frans Lenaertsstraat 25, niet in staat zelf zijn Vredegerecht van het kanton Leuven-1 goederen te beheren, en kreeg toegevoegd als voorlopige bewind- voerder, Mevr. Heysse, Barbara, advocate, kantoorhoudende te 2050 Antwerpen, Esmoreitlaan 5. Ekeren (Antwerpen), 30 juni 2009. Bij vonnis van de vrederechter van het kanton Leuven-1, d.d. 30 juni 2009, werd Herlinda Vanderveken, geboren te Heverlee op De hoofdgrififer : (get.) Rosanne Daniels. (67817) 6 augustus 1931, wonende te 3000 Leuven, Fonteinstraat 137, bus 13, verblijvende te 3070 Kortenberg, U.C. Sint-Jozef, Leuvense- steenweg 517, niet in staat verklaard zelf de goederen te beheren en voegen toe als voorlopig bewindvoerder : Luc Piot, geboren te Leuven Vredegerecht van het vierde kanton Brugge op 13 december 1958, wonende te 3010 Kessel-Lo (Leuven), Wielewaal- laan 55. Leuven, 30 juni 2009. Bij beschikking d.d. 24 juni 2009, gewezen op verzoekschrift van 2 juni 2009, heeft de vrederechter over het vierde kanton Brugge, voor Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) Temperville, Karine. recht verklaard, dat Chlum, Josette, geboren te Niederwiltz (Luxem- (67822) burg) op 13 december 1930, wonende en verblijvende in het PVT Sint- Augustinus, Hoog-Brabantlaan 27, te 8200 Brugge, niet in staat is zelf haar goederen te beheren en heeft aangewezen als voorlopige bewind- voerder : Mr. Lambert, Ann, advocate, te 8310 Sint-Kruis (Brugge), Beukenlaan 64. Bij vonnis van de vrederechter van het kanton Leuven-1, d.d. 30 juni 2009, werd Ilonka Martine Rozenbeek, geboren te Zeist Brugge, 30 juni 2009. op 24 oktober 1965, wonende te 3000 Leuven, Hendrik De griffier : (get.) Impens, Nancy. Consciensestraat 27, verblijvende te 3070 Kortenberg, U.C. Sint-Jozef, (67818) Leuvensesteenweg 517, niet in staat verklaard zelf de goederen te beheren en voegen toe als voorlopig bewindvoerder : Nele Marleen Hanna Sente, advocaat, geboren te Bilzen op 18 juni 1976, kantoor- houdende te 3000 Leuven, Vismarkt 8. Bij beschikking d.d. 24 juni 2009, gewezen op verzoekschrift van 3 juni 2009, heeft de vrederechter over het vierde kanton Brugge, voor Leuven, 30 juni 2009. recht verklaard, dat Declercq, Anja, geboren te Oudenaarde op 25 april 1967, wonende te 8340 Damme, Molenstraat 49, verblijvende in Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) Temperville, Karine. het psychiatrisch ziekenhuis O.L.Vrouw, Koning Albert-I laan 8, te (67823) 8200 Brugge, niet in staat is zelf haar goederen te beheren en heeft aangewezen als voorlopige bewindvoerder : Mr. Vanspeybrouck, Joachim, advocaat te 8000 Brugge, Elf-Julistraat 32. Brugge, 30 juni 2009. Vredegerecht van het tweede kanton Leuven De griffier : (get.) Impens, Nancy. (67819) Bij vonnis van de vrederechter van het tweede kanton Leuven, uitgesproken op 23 juni 2009, werd Vandenbroeck, Jan, geboren te Vredegerecht van het kanton Ieper I Kampenhout op 3 december 1924, arbeider, echtgescheiden, gedomici- lieerd te 3200 Aarschot, Dorenstraat 8, opgenomen in de instelling Universitair Psychiatrisch Centrum Lubbeek, Binkomstraat 2, te 3210 Lubbeek, niet in staat verklaard zijn goederen te beheren en kreeg Bij vonnis van de vrederechter van het kanton Ieper I, verleend op toegevoegd als voorlopig bewindvoerder : De Schryver, Andreas, advo- 25 juni 2009, werd de heer Decroix, Benny, geboren te Poperinge op caat, kantoorhoudend 3000 Leuven, Vital Decosterstraat 46/6. 21 maart 1986, wonende te 8900 Ieper, Kerselaar 46, niet in staat verklaard zijn goederen te beheren en kreeg toegevoegd als voorlopige Er werd vastgesteld dat het verzoekschrift neergelegd werd op bewindvoerder : Mr. Herreman, Sofie, kantoorhoudende te 8900 Ieper, 18 mei 2009. Maarschalk Franchlaan 8 (dossiernr. 09A410). Ieper, 25 juni 2009. Leuven, 29 juni 2009. De hoofdgriffier, (get.) Wilfried Van Engelandt. Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) Veronique Verbist. (67820) (67824) MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46365 Vredegerecht van het kanton Lier Vredegerecht van het Neerpelt-Lommel, zetel Lommel Bij beschikking van de vrederechter van het kanton Lier, verleend op 24 juni 2009, werd Donkers, Juliette, geboren te Antwerpen op 12 maart 1955, wonende te 2500 Lier, Ogezlaan 44, niet in staat Bij vonnis van de vrederechter van het kanton Neerpelt-Lommel, verklaard haar goederen te beheren en kreeg toegevoegd als voorlopig zetel Lommel, verleend op 26 juni 2009, werd Smits, Alex, geboren te bewindvoerder : Van den Plas, Christel, advocaat, met kantoor te Hamont op 5 februari 1960, verblijvende en gedomicilieerd Vreyshor- 2500 Lier, Guldensporenlaan 136. ring 269, te 3920 Lommel, niet in staat verklaard zijn goederen te Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) Moeyersoms, Maria. beheren en kreeg toegevoegd als voorlopig bewindvoerder : Poets, (67825) Annita, advocaat, wonende te Kluterstraat 89, 3920 Lommel. Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) Nancy Luypaerts. (67830) Vredegerecht van het kanton Maasmechelen Bij vonnis van de vrederechter van het kanton Maasmechelen, verleend op 17 juni 2009, werd Maes, Maria Anna Elisabeth, geboren te Vredegerecht van het kanton Sint-Truiden Mechelen-aan-de-Maas op 9 maart 1921, verblijvende Huize Sint-Anna, Gasthuisstraat 20, 3620 Lanaken, niet in staat verklaard haar goederen te beheren en kreeg toegevoegd als voorlopig bewindvoerder : Maes, Odilia Maria, geboren te Mechelen-aan-de-Maas op 25 februari 1952, Het vonnis van de vrederechter van het kanton Sint-Truiden, wonende te 3630 Maasmechelen, Sint-Andreasstraat 18. verleend op 23 juni 2009, verklaart Vannijlen, Maria Josephina, geboren Er werd vastgesteld dat het verzoekschrift neergelegd werd op te Gorsem op 7 april 1931, wonende te 3850 Nieuwerkerken (Limburg), 22 mei 2009. Diestersteenweg 386, verblijvende VZW Sint-Elisabeth’s Dal, Campus Huize Sint-Jozef, Kloosterstraat 26, te 3850 Nieuwerkerken (Limburg), Maasmechelen, 26 juni 2009. niet in staat zelf haar goederen te beheren en voegt toe als voorlopig Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) Rita Coun. bewindvoerder : Strauven, Marina, wonende te 3850 Nieuwerkerken (67826) (Limburg), Diestersteenweg 382. Sint-Truiden, 23 juni 2009. Vredegerecht van het kanton Meise Voor eensluidend uittreksel : de hoofdgriffier, (get.) Marina Derwael. (67831) Beschikking, d.d. 24 juni 2009, de heer Meeus, Augustus, geboren op 3 januari 1922 te Londerzeel, wonende te 1840 Londerzeel, Mechel- sestraat 22, werd bij beschikking van 24 juni 2009 van de vrederechter van het kanton Meise niet in staat verklaard zijn goederen te beheren Vredegerecht van het kanton Veurne-Nieuwpoort, en kreeg de heer Meeus, Herman, wonende te 2812 Muizen (Mechelen), zetel Veurne Jan Van Musenelaan 9, aangewezen als voorlopige bewindvoerder. Meise (Wolvertem), 29 juni 2009. De hoofdgriffier, (get.) Peeters, Lieve. (67827) Vonnis uitgesproken door de vrederechter van het kanton Veurne- Nieuwpoort, met zetel te Veurne, d.d. 18 juni 2009, verklaart Dewulf, Blanche, geboren te Diksmuide op 3 mei 1925, wonende te 8210 Zedelgem, Rusthuislaan 16, verblijvende Koningin Elisabeth Insti- Beschikking, d.d. 24 juni 2009, Mevr. Geeroms, Celina, geboren te tuut, Dewittelaan 1, te 8670 Oostduinkerke, niet in staat zelf Londerzeel op 19 april 1920, en wonende te 1840 Londerzeel, haar goederen te beheren en voegt toe als voorlopig bewindvoerder : Mechelsestraat 22, werd bij beschikking van 24 juni 2009 van de Vanhollebeke, Kristl, advocaat, wonende te 8600 Diksmuide, vrederechter van het kanton Meise niet in staat verklaard haar Woumenweg 109. goederen te beheren en kreeg de heer Meeus, Herman, wonende te 2812 Muizen (Mechelen), Jan Van Musenelaan 9, aangewezen als Veurne, 26 juni 2009. voorlopige bewindvoerder. Meise (Wolvertem), 29 juni 2009. De hoofdgriffier, (get.) Huyghe, Gina. (67832) De hoofdgriffier, (get.) Peeters, Lieve. (67828) Vredegerecht van het kanton Menen Vonnis uitgesproken door de vrederechter van het kanton Veurne- Nieuwpoort, met zetel te Veurne, d.d. 18 juni 2009, verklaart De Clercq, Georgette, geboren te Verzeke (Ruddershove) op 28 augustus 1922, Vonnis, d.d. 25 juni 2009, verklaard Deceuninck, Lionel, geboren te wonende en verblijvende in het Koningin Elisabeth Instituut, Roeselare op 11 februari 1952, opgenomen in de instelling P.C. « Onze Dewittelaan 1, te 8670 Koksijde, niet in staat zelf haar goederen te Lieve Vrouw Van Vrede », Bruggestraat 57-59, te 8930 Menen, niet in beheren en voegt toe als voorlopig bewindvoerder : Vanhollebeke, staat zelf zijn goederen te beheren en voegt toe als voorlopig bewind- Kristl, advocaat, wonende te 8600 Diksmuide, Woumenweg 109. voerder : advocaat Vincent Bonte, kantoorhoudend te 8560 Moorsele, Secretaris Vanmarckelaan 25. Veurne, 26 juni 2009. Menen, 30 juni 2009. De griffier, (get.) Deleu, Christophe. De hoofdgriffier, (get.) Huyghe, Gina. (67829) (67833) 46366 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Vredegerecht van het kanton Zandhoven Justice de paix du canton de Saint-Josse-ten-Noode Bij vonnis van de vrederechter van het kanton Zandhoven, uitge- sproken op 30 juni 2009 ingevolge het verzoekschrift ter griffie neerge- Par ordonnance du juge de paix du canton de Saint-Josse-ten-Noode, legd op 17 juni 2009, werd aan Praet, Gabrielle Emilie Philomene Maria, en date du 25 juin 2009, mettons fin à la mission d’Oliviers, Gilles, dont van Belgische nationaliteit, geboren te Antwerpen op 2 december 1932, le cabinet est établi à 1040 Etterbeek, avenue de la Chasse 132, weduwe, wonende te 2060 Antwerpen, Wetstraat 77, thans verblijvende administrateur provisoire des biens de Walrant, Adeline, née à Lierneux in ZNA Joostens, Kapellei 133, te 2980 Zoersel, als voorlopige bewind- le 14 janvier 1933, domiciliée en dernier lieu à 1140 Evere, « Séniorie voerder toegevoegd : haar dochter, Dillen, Marleen, geboren te d’Evere », avenue du Frioul 20, fonctions lui conférées par ordonnance Antwerpen op 4 augustus 1966, bediende, wonende te 3550 Heusden- du juge de paix du canton de Saint-Josse-ten-Noode, suite au décès de Zolder, Cijnshofstraat 5, bus 5. la personne protégée, survenu à Evere, le 23 février 2009. Zandhoven, 30 juni 2009. Le greffier délégué, (signé) Damien Lardot. Voor eensluidend uittreksel : de hoofdgriffier, (get.) Van Thielen, (67838) Willy. (67834) Justice de paix du second canton de Tournai Vredegerecht van het kanton Zottegem-Herzele, zetel Zottegem Par ordonnance du juge de paix du second canton de Tournai, en Vonnis, d.d. 25 juni 2009, verklaart Cappelle, Marie-Renée Victoria, date du 26 juin 2009, il a été constaté que la mesure d’administration geboren te Menen op 20 december 1916, wonende te 9620 Zottegem, provisoire, prise par ordonnance du 17 novembre 2003, a pris fin suite De Vlamme 24, niet in staat zelf haar goederen te beheren en voegt toe au décès de Mme Dedeyne, Jeanne Alice, née à Bousbecque (France) le als voorlopig bewindvoerder : Cantaert, Guy, geboren te Zottegem op 18 mars 1918, domiciliée à 7500 Tournai, « Domaine du Centenaire », 22 december 1942, nijveraar, wonende te 9620 Zottegem, Bruggen- chaussée de Douai 348, décédée à Tournai le 24 mai 2009. hoek 29. Er werd vastgesteld dat het verzoekschrift ter griffie neergelegd werd Par conséquent, après dépôt d’un rapport de gestion, il a été mis fin op 9 juni 2009. à la mission de son administratrice provisoire : Me Vloebergs, Martine, avocate, dont le cabinet est établi à 7500 Tournai, rue de la Justice 5. Zottegem, 29 juni 2009. De griffier, (get.) Van Daele, Martine. Pour extrait conforme : le greffier en chef f.f., (signé) Denis Smets. (67835) (67839) Mainlevée d’administration provisoire Opheffing voorlopig bewind Par ordonnance du juge de paix du second canton de Tournai, en Justice de paix du premier canton de Charleroi date du 25 juin 2009, il a été constaté que la mesure d’administration provisoire, prise par ordonnance du 8 juillet 2004, a pris fin suite au décès de Mme Duponchel, Françoise, née à Tournai le 3 mars 1928, Suite à la requête, déposée le 16 mars 2009, par ordonnance du juge domiciliée à 7500 Tournai, home « Moulin à Cailloux », rue des de paix du premier canton de Charleroi, rendue le 29 juin 2009, a été Brasseurs 244, décédée à Tournai le 29 mai 2009. levée la mesure d’administration provisoire, prise par ordonnance du 1er juillet 2008, et publiée au Moniteur belge du 17 juillet 2008 à l’égard Par conséquent, après dépôt d’un rapport de gestion, il a été mis fin de Mme Alice Launay, née à Sedan le 12 juin 1984, domiciliée à à la mission de son administratrice provisoire : Me Scouflaire, Isabelle, 6020 Dampremy, impasse Condé 15, résidant en France à Sedan, avocate, dont les bureaux sont établis à 7500 Tournai, rue Albert « Résidence Ardennes », Tour des Meurisiers, 2e étage, appartement 9, Asou 56. il a été mis fin à la demande de son administrateur provisoire Me Vincent Desart, avocat à 6000 Charleroi, rue de l’Athénée 4/7, à sa Pour extrait conforme : le greffier délégué, (signé) Dominique mission. Hanselin. (67840) Pour extrait conforme : le greffier en chef, (signé) Jacques Patart. (67836) Justice de paix du deuxième canton de Liège Par ordonnance du juge de paix du second canton de Tournai, en date du 26 juin 2009, il a été constaté que la mesure d’administration provisoire, prise par ordonnance rendue par M. le juge de paix du Suite à la requête, déposée le 14 janvier 2009, une ordonnance du juge canton de Thuin, en date du 24 décembre 2007, a pris fin suite au décès de paix du deuxième canton de Liège, rendue le 24 juin 2009, a déclaré : de Mme Lebrun, Madeleine, née à Bassilly le 21 juillet 1923, domiciliée mettons fin, à la date du 15 juillet 2009, à la mission d’administrateur à 7830 Silly (Bassilly), rue du Bois 4, résidant à la résidence « Belle- provisoire des biens de M. Delhasse, Johnny, né le 10 mars 1960, Rive », clos Belle-Rive 8, à 7520 Tournai (Ramegnies-Chin), décédée à domicilié à 4000 Liège, rue Ernest Solvay 3, de résidence à l’ISOSL, site Tournai le 26 mai 2009. « Agora », Montagne Sainte-Walburge 4A, confiée à Me Vieujean, Jean- Marc, avocat, domicilié à 4000 Liège, rue Hemricourt 13, par ordon- Par conséquent, après dépôt d’un rapport de gestion, il a été mis fin nance du 20 février 2007. à la mission de son administrateur provisoire : M. Leleux, Christian, domicilié à 7830 Silly (Bassily), chemin Vert 3. Liège, le 29 juin 2009. Pour extrait conforme : le greffier, (signé) Lefort, Carine. Pour extrait conforme : le greffier en chef f.f., (signé) Denis Smets. (67837) (67841) MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46367 Vredegerecht van het eerste kanton Antwerpen déclarons à toutes fins utiles que M. Marcel Kenigsberg, né à Seraing le 4 août 1930, domicilié à 4000 Liège, boulevard Piercot 15/0061, est toujours hors d’état de gérer ses biens; Bij beschikking van de vrederechter van het eerste kanton Antwerpen, verleend op 29 juni 2009, werd Jansen, Pierre, geboren op désignons en qualité d’administrateur provisoire, M. François 14 december 1926, wonende te 2100 Deurne (Antwerpen), Te Couwel- Dembour, avocat à 4000 Liège, place de Bronckart 1. aarlei 103, appartement 12A, opnieuw in staat verklaard zelf zijn goederen te beheren vanaf 29 juni 2009, zodat het vonnis verleend door Liège, le 30 juin 2009. de vrederechter van het eerste kanton Antwerpen, op 12 december 2008 (rolnummer 08A1628 - Rep.R. 2284/2008 en gepubliceerd in het Pour extrait conforme : le greffier, (signé) Martin, Christine. Belgisch Staatsblad van 31 december 2009, blz. 69126, en onder nr. 74651), (67846) ophoudt uitwerking te hebben en er met ingang van 29 juni 2009 een einde komt aan de opdracht als voorlopig bewindvoerder van Patricia Van Gelder, advocaat, kantoorhoudende te 2600 Berchem, Grote- steenweg 638. Justice de paix du second canton de Tournai Antwerpen, 30 juni 2009. De griffier, (get.) Zys, Els. (67842) Par ordonnance du juge de paix du second canton de Tournai, rendue le 25 juin 2009, M. Lambert, Willy, né le 13 octobre 1941 à Jumet, home « Le Moulin à Cailloux » à 7500 Tournai, rue des Brasseurs 244, a été Vredegerecht van het kanton Neerpelt-Lommel, pourvu d’un nouvel administrateur provisoire en la personne de zetel Lommel Me Scouflaire, Isabelle, avocate, dont les bureaux sont établis à 7500 Tournai, rue Albert Asou 56, en remplacement de Me Ledet, Stéphanie, avocate, dont le bureau est établi à 7500 Tournai, rue de la Bij beschikking van de vrederechter van het kanton Neerpelt- Justice 5. Lommel, zetel Lommel, verleend op 26 juni 2009, werd, ambtshalve, een einde gesteld aan het voorlopig bewind over de goederen van Pour extrait conforme : le greffier délégué, (signé) Dominique Grieten, Maria, geboren te Grote-Brogel op 7 oktober 1918, wettelijk Hanselin. gedomicilieerd Groenstraat 4, 3940 Hechtel-Eksel, verblijvende Kliniek- (67847) straat 2, 3920 Lommel, ingevolge haar overlijden te Lommel op 11 juni 2009. Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) Nancy Luypaerts. (67843) Par ordonnance du juge de paix du second canton de Tournai, rendue le 24 juin 2009, Mme Décaux, Jacqueline, née le 2 janvier 1952 à Tournai, Bij beschikking van de vrederechter van het kanton Neerpelt- boulevard Léopold 11/11, a été pourvue d’un nouvel administrateur Lommel, zetel Lommel, verleend op 26 juni 2009, werd, ambtshalve, provisoire en la personne de Me Waignein, Michèle, avocate, dont le een einde gesteld aan het voorlopig bewind over de goederen van cabinet est établi à 7500 Tournai, boulevard du Roi Albert 51, en Stinkens, Joannes Jacobus, geboren te Opitter op 19 november 1923, remplacement de Me Ledet, Stéphanie, avocate, dont le cabinet est wettelijk gedomicilieerd en verblijvende Kliniekstraat 2, 3920 Lommel, établi à 7500 Tournai, rue de la Justice 5. ingevolge haar overlijden te Lommel op 16 juni 2009. Pour extrait conforme : le greffier délégué, (signé) Dominique Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) Nancy Luypaerts. Hanselin. (67844) (67848) Remplacement d’administrateur provisoire Vervanging voorlopig bewindvoerder Par ordonnance du juge de paix du second canton de Tournai, rendue Justice de paix du canton d’Herstal le 24 juin 2009, M. Dedeygere, Fabien, né le 7 octobre 1966 à Tournai, domicilié à 7500 Tournai, chaussée de Douai 96/11, a été pourvu d’un nouvel administrateur provisoire en la personne de Me Waignein, Michèle, avocate, dont le cabinet est établi à 7500 Tournai, boulevard Par ordonnance du juge de paix du canton d’Herstal, du 16 juin 2009, du Roi Albert 51, en remplacement de Me Stéphanie Ledet, avocate, Me Jean-Claude Clignet, avocat à Liège, boulevard de l’Est 4, a été dont le cabinet est établi à 7500 Tournai, rue de la Justice 5. nommé, en remplacement de Me Dominique Humblet, en qualité d’administrateur provisoire de Lerusse, Eric, domicilié à 4041 Vottem, Pour extrait conforme : le greffier délégué, (signé) Dominique rue de la Coopération 37, lequel avait été déclaré incapable de gérer ses Hanselin. biens par ordonnance du 9 octobre 1997 (publication au Moniteur belge (67849) du 29 octobre 1997). Pour extrait conforme : le greffier, (signé) M.-P. Depas. (67845) Par ordonnance du juge de paix du second canton de Tournai, rendue Justice de paix du deuxième canton de Liège le 25 juin 2009, Mme Knaepen, Marie-Ange, née le 24 juin 1949 à Belœil, domiciliée à 7500 Tournai, « M.S.P. », rue Despars 94, a été pourvue d’un nouvel administrateur provisoire en la personne de Me Scouflaire, Suite à la requête déposée le 5 mai 2009, une ordonnance du juge de Isabelle, avocate, dont les bureaux sont établis à 7500 Tournai, rue paix du deuxième canton de Liège, rendue le 29 juin 2009, a déclaré : Albert Asou 56, en remplacement de Me Ledet, Stéphanie, avocate, dont le cabinet est établi à 7500 Tournai, rue de la Justice 5. déchargeons Jacques Verpoorten, domicilié à 4122 Plainevaux, rue Heid de Biolleux 34, de sa mission d’administrateur provisoire des Pour extrait conforme : le greffier délégué, (signé) Dominique biens de Marcel Kenigsberg, lui confiée par notre ordonnance du Hanselin. 27 mai 2009; (67850) 46368 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Par ordonnance du juge de paix du second canton de Tournai, rendue Vredegerecht van het kanton Leuven-1 le 25 juin 2009, M. Homerin, Guy, né le 26 novembre 1956 à Tournai, domicilié à 7530 Tournai (Gaurain-Ramecroix), rue Louvière 3, résidant C.H.P. « Les Marronniers », pavillon « Anémones 1 », rue Despars 94, à Bij vonnis van de vrederechter van het kanton Leuven-1, 7500 Tournai, a été pourvu d’un nouvel administrateur provisoire en la d.d. 30 juni 2009 : personne de Me Vloebergs, Martine, avocate, dont le cabinet est établi à 7500 Tournai, rue de la Justice 5, en remplacement de Me Ledet, verklaren Beelen, Robert Louis Theodore, advocaat, geboren te Stéphanie, avocate, dont le cabinet est établi à 7500 Tournai, rue de la Tienen op 28 april 1953, kantoorhoudende te 3000 Leuven, Justus Justice 5. Lipsiusstraat 24, aangewezen bij vonnis, verleend door de vrederechter van het kanton Leuven-1, op 11 september 2007, tot voorlopig bewind- Pour extrait conforme : le greffier délégué, (signé) Dominique voerder over Jacques Boon, geboren te Leuven op 14 juli 1946, wonende Hanselin. (67851) te 3191 Hever, Trianonlaan 3, met ingang vanaf heden ontslagen van zijn opdracht; voegen toe als nieuwe voorlopige bewindvoerder aan de voor- noemde beschermde persoon Boon, Jacques : Luc Grauwels, lid fede- Par ordonnance du juge de paix du second canton de Tournai, rendue rale gerechtelijke politie, geboren te Tienen op 14 juli 1958, wonende te le 24 juin 2009, Mme Duroisin, Raymonde, née le 2 décembre 1921 à 3211 Binkom, Bloemstraat 37. Tournai, domiciliée à 7500 Tournai, rue du 1er Régiment de Chasseur à Leuven, 30 juni 2009. Cheval 20, résidant institut « Saint-Joseph », rue Aux Pois 8, à Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) Temperville, Karine. 7520 Tournai (Templeuve), a été pourvue d’un nouvel administrateur (67856) provisoire en la personne de Me Vloebergs, Martine, avocate, dont le cabinet est établi à 7500 Tournai, rue de la Justice 5, en remplacement de Me Stéphanie Ledet, avocate, dont le cabinet est établi à 7500 Tournai, rue de la Justice 5. Vredegerecht van het kanton Mechelen Pour extrait conforme : le greffier délégué, (signé) Dominique Hanselin. (67852) Bij beschikking van de vrederechter van het kanton Mechelen, verleend op 30 juni 2009, werd Vannueten, Nancy, advocaat, kantoor- houdende te 2861 Onze-Lieve-Vrouw-Waver, Dijk 21/2, aangewezen bij vonnis, verleend door de vrederechter van het kanton Mechelen, op Justice de paix du premier canton de Wavre 4 december 2007 (rolnr. 07A3203 - Rep.V. 6964/2007), tot voorlopig bewindvoerder over Parms, Nele, geboren te Keulen-Porz (Duitsland) op 16 augustus 1986, wonende te 2570 Duffel, Standplaats 96/0001, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 21 december 2007, bl. 65118, Par ordonnance du juge de paix du premier canton de Wavre, rendue onder nr. 73342, met ingang van 30 juni 2009 ontslagen van haar le 24 juin 2009, Me Linard, Christophe, avocat, dont le cabinet est sis à opdracht. 1300 Wavre, place de l’Hôtel de Ville 15-16, a été désigné en qualité d’administrateur provisoire de biens de Mme Beernaert, Nicole, née le De voornoemde beschermde persoon kreeg toegevoegd als nieuwe 28 avril 1945, domiciliée à 1300 Wavre, rue de Nivelles 104, bte 5, en voorlopig bewindvoerder : Aerts, Peter Maria Leon, geboren te Duffel remplacement de Me Emmanuelle Delvaux, avocate, dont le cabinet est op 14 januari 1976, wonende te 2570 Duffel, Standplaats 96/0001. sis à 1300 Wavre, place de l’Hôtel de Ville 15-16. Mechelen, 30 juni 2009. Pour extrait conforme : le greffier, (signé) Marquis, Josée. Voor eensluidend uittreksel : (get.) de griffier, (get.) Mia Discart. (67853) (67857) Publication prescrite par l’article 793 Justice de paix du second canton de Wavre du Code civil Bekendmaking voorgeschreven bij artikel 793 van het Burgerlijk Wetboek Suite à la requête déposée le 22 juin 2009, par ordonnance du juge de paix du second canton de Wavre, rendue le 22 juin 2009, Me della Faille de Leverghem, Alexis, avocat à 1300 Wavre, place de l’Hôtel de Acceptation sous bénéfice d’inventaire Ville 15-16, a été désigné administrateur provisoire de Mme Hanrez, Aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving Jeanne, née à Namur le 12 décembre 1920, domiciliée à 1435 Mont-Saint-Guibert, résidence « Au Bon Vieux Temps », rue de Corbais 14, en remplacement de Me Delvaux, Emmanuelle, place de l’Hôtel de Ville 15-16. Par acte n° 09-1282 dressé au greffe du tribunal de première instance de Bruxelles, le 19 juin 2009 : Pour extrait conforme : le greffier en chef, (signé) Jonet, Lucette. (67854) M. De Genst, Jean, domicilié à Oudenaarde, Kanunniken- straat 113/10, agissant en qualité de mandataire en vertu d’une procu- ration, sous seing privé, datée du 19 juin 2009, et donnée par : Mme Miras Y Fiego, Carmen Maria, née à Ixelles le 13 juillet 1964, et Friedensgericht des Kantons Eupen demeurant à Bruxelles, avenue de la Reine 247, et agissant après autorisation du juge de paix du cinquième canton de Bruxelles, du 2 mars 2009, en qualité de mère et détentrice de l’autorité parentale sur Durch Beschluss des Friendesrichters des Kantons Eupen vom ses enfants mineurs : 30. Juni 2009 wurde für die hiernach identifizierte Person: Keller, Edgar 1. Mlle Pehlivan, Nesrin, née à Berchem-Sainte-Agathe le Joseph, geboren am 23. Januar 1958, mit jetziger Aufenthaltsort in 24 juillet 1992, domiciliée à Bruxelles (deuxième district), avenue de la 4731 Raeren (Eynatten), Eupener Straße 1, als neuer Vermögensver- Reine 247; walter bezeichnet: Schreiter, Ursula, mit Wohnort in 4760 Büllingen, Hünningen 31. 2. Mlle Pehlivan, Aylin, née à Berchem-Sainte-Agathe le 23 octobre 1993, domiciliée à Bruxelles (deuxième district), avenue de Eupen, den 30. Juni 2009 la Reine 247; Für die Richtigkeit dieses Auszugs, (gez.) Roger Brandt, Chefgreffier. 3. M. Pehlivan, Halit, né à Berchem-Sainte-Agathe le 4 août 1995, (67855) domicilié à Bruxelles (deuxième district), avenue de la Reine 247; MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46369 4. Mlle Pehlivan, Nilüfer, née à Berchem-Sainte-Agathe le verklaard onder voorrecht van boedelbeschrijving de nalatenschap 29 janvier 1997, domiciliée à Bruxelles (deuxième district), avenue de la te aanvaarden van wijlen Van Reepingen, Geert Jan, geboren te Gent Reine 247, op 11 juli 1977, in leven laatst wonende te 2600 Berchem (Antwerpen), Hof ter Schrieklaan 54, (eigen verklaring), en overleden te Duffel op lequel comparant a déclaré vouloir accepter, sous bénéfice d’inventaire, 31 maart 2009. la succession de M. Ilhan Pehlivan, né à Bruxelles le 1er septembre 1965, en son vivant domicilié à Bruxelles, avenue de la Reine 247, et décédé Er wordt woonstkeuze gedaan bij notaris P. Vandeputte, te à Bruxelles le 4 septembre 2008. 2140 Borgerhout, Lammekensstraat 79. Les créanciers et légataires sont invités à faire connaître leurs droits, par avis recommandé, au domicile élu, dans les trois mois de la De schuldeisers en de legatarissen worden verzocht hun rechten te présente insertion. doen kennen, binnen de drie maanden te rekenen van deze bekendma- L’élection de domicile est faite en l’étude des notaires Pierre king in het Belgisch Staatsblad, bij aangetekend bericht gericht aan de Van Den Eynde, et Lorette Rousseau, à Saint-Josse-ten-Noode. door de erfgenamen gekozen woonplaats. Saint-Josse-ten-Noode, le 1er juillet 2009. Antwerpen, 30 juni 2009. Pour extrait conforme : (signé) Me Pierre Van Den Eynde, notaire. De griffier, (get.) Ph. Jano. (28500) (28503) Rechtbank van eerste aanleg te Gent Par déclaration au greffe du tribunal de première instance de Bruxelles, en date du 15 mai 2009 : Mme Vanrunxt, Joyce, née à Lahaye (Pays-Bas) le 23 février 1976, Bij akte, verleden ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg te domiciliée à 2300 Turnhout, Parkring 67, a déclaré au nom de son fils Gent op 1 juli 2009, heeft Louilidi, Hanane, geboren te Antwerpen op mineur : 22 augustus 1977, wonende te 9451 Kerksken, Deeskensveld 58, hande- lend in haar hoedanigheid van drager van het ouderlijk gezag over : M. Schroeder, Justin Michel Daniel, né à Louvain le 25 mai 1999, Van Londersele, Zahra, geboren te Aalst op 18 juni 1977, wonende te domicilié à 2300 Turnhout, Parkring 67, 9400 Ninove, Stationsstraat 49, accepter, sous bénéfice d’inventaire, la succession de Mme Schroeder, verklaard onder voorrecht van boedelbeschrijving de nalatenschap Albertine Joséphine, née à Heinsch (Luxembourg) le 9 janvier 1923, te aanvaarden van wijlen Van Londersele, Yves Jean Gilberte, geboren ayant eu son dernier domicile à Schaerbeek, avenue Docteur Dejase 7, te Ukkel op 27 juni 1969, in leven laatst wonende te 9000 Gent, Melkerij- bte 1, et décédée à Schaerbeek le 6 janvier 2005. straat 27C, en overleden te Gent op 13 april 2009. Les créanciers peuvent se faire connaître auprès des notairesa asso- ciés Hisette Roggeman, Derynck & De Simpel, à 1000 Bruxelles, rue de De schuldeisers en legatarissen worden verzocht binnen de l’Association 30. drie maanden, te rekenen van de datum van opneming in het Belgisch Staatsblad , hun rechten bij aangetekend schrijven te doen kennen ter studie van Mr. Pieters, Michaël, notaris, met kantoor te 9400 Ninove, (Signé) M. Derynck, notaire associé. Aalstersesteenweg 15. (28501) Gent, 1 juli 2009. Op 23 juni 2009 heeft Mevr. Bentiba Rahma, te Deurne, Te Couwe- (Get.) Twiggy De Zutter, griffier. laerlei 74, in haar hoedanigheid van moeder, wettige beheerder over de (28504) persoon en goederen van haar minderjarige kinderen : El Bathy, Soekaina, geboren te Deurne op 14 juni 1998, El Bathy, Yasmine, geboren te Borgerhout op 11 januari 2001, en El Bathy, Anass, geboren te Merksem op 27 december 2001, wonende op haar adres, aanvaard onder voorrecht van boedelbeschrijving de nalatenschap van El Bathy, Bij akte, verleden ter griffie van de rechtbank van eerte aanleg te Mohamed, geboren te Oulad Bacha (Marokko) in 1947, wonende te Gent, op 1 juli 2009, heeft De Graeve, Ann-Sophie Dominique Christian Deurne, te Couwelaerlei 74, en overleden te Merksem op 25 april 2009. Colette, geboren te Gent op 20 januari 1983, wonende te 2600 Antwerpen (Berchem), Grotesteenweg 160, bus 22, handelend in Er wordt woonstkeuze gedaan op het kantoor van notaris Leopold eigen naam, en tevens als gevolmachtigde van : Tobback, te Antwerpen (Borgerhout), Stenenbrug 105. De Graeve, Alexis Aimé Georges Marc, geboren te Gent op (Get.) L. Tobback, notaris. 24 juli 1981, wonende te 9000 Gent, Kuiperskaai 9, handelend in eigen (28502) naam, De Graeve, Charlotte Isabelle Arlette Maria, geboren te Gent op 18 augustus 1988, wonende te 9800 Deinze (Astene), Oude Straat 51, handelend in eigen naam : Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen verklaard onder voorrecht van boedelbeschrijving de nalatenschap te aanvaarden van wijlen De Graeve, Marc Michelle André, geboren te Leuven op 8 september 1955, in leven laatst wonende te 9000 Gent, Volgens akte verleden ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg Oudescheldestraat 10A, en overleden te Gent op 24 juni 2009. te Antwerpen, op 30 juni 2009, hebben : De schuldeisers en legatarissen worden verzocht binnen de 1. Van Reepingen, Jozef Petrus, geboren te Herzele op drie maanden, te rekenen van de datum van opneming in het Belgisch 17 februari 1940, wonende te 2600 Berchem, Hof ter Schrieklaan 54; Staatsblad , hun rechten bij aangetekend schrijven te doen kennen ter studie van Mr. André Depuydt, notaris met kantoor te 9150 Kruibeke 2. Vidts, Godelieve Maria Albert, geboren te Herzele op (Rupelmonde), Kloosterstraat 23. 17 maart 1948, wonende te Wilrijk, Krijgslaan 253; Gent, 1 juli 2009. 3. Van Reepingen, Piet Maurice, geboren te Gent op 27 maart 1975, (Get.) Twiggy De Zutter, griffier. wonende te 2600 Berchem, Dianalaan 43, (28505) 46370 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Rechtbank van eerste aanleg te Hasselt teneinde dezer handeling bijzonder gemachtigd ingevolge beschik- king van de vrederechter P. Verlooy, van het vredegerecht van het kanton Neerpelt-Lommel, d.d. 23 juni 2009, in het Nederlands Bij akte, verleden ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg te verklaard heeft : de nalatenschap van wijlen : Vanbuel, Louis Joseph, Hasselt op 30 juni 2009, blijkt dat : Libens, Gaëtane Antoine Alice geboren te Wijchmaal op 21 januari 1936, in leven laatst wonende te Ghislaine, geboren te Sint-Truiden op 2 november 1957, wonende te 3990 Peer, Bomerstraat 84, en overleden te Bree op 17 april 2009, te 3400 Landen, Bondgenotenlaan 22, handelend als gevolmachtigde van : aanvaarden onder voorrecht van boedelbeschrijving en teneinde dezer woonst te kiezen ter studie van : Mr. J. Homans, notaris met standplaats Renaers, Paul Jean Pierre, geboren te Boekhout op 2 september 1942, te 3990 Peer, steenweg op Wijchmaal 49. wonende te 3891 Gingelom, Thewitstraat 20, handelend in zijn hoeda- nigheid van voorlopig bewindvoerder, hiertoe aangesteld bij beschik- De schuldeisers en legatarissen worden verzocht binnen king verleend door de vrederechter van het kanton Sint-Truiden, op drie maanden, te rekenen van de datum van opneming in het Belgisch 18 december 1997 (8980.97-Rep.R.4252.97) over : Staatsblad , hun rechten bij aangetekend schrijven te doen kennen ter studie van voornoemde notaris. Sikivie, Joni Maximilien Guillaume, geboren te Borlo op 12 mei 1945, wonende te Rusthuis Heilig Hart, Hellebronstraat 8, te 3890 Gingelom Hasselt, 1 juli 2009. (Montenaken). De griffier, (get.) M. Schoofs. Teneinde dezer handeling bijzonder gemachtigd ingevolge beschik- (28508) king van de vrederechter van het vredegerecht van het kanton Sint- Truiden, d.d. 9 juni 2009, in het Nederlands verklaard heeft : de nalaten- schap van wijlen : Sikvie, Marie Celestine Germaine, geboren te Montenaken op 14 september 1926, in leven laatst wonende te 3890 Montenaken, Rusthuis H. Hart, Hellebronstraat 8, en overleden te Rechtbank van eerste aanleg te Mechelen Montenaken op 22 april 2009, te aanvaarden onder voorrecht van boedelbeschrijving en teneinde dezer woonst te kiezen ter studie van Mr. Georges Brandhof, notaris met standplaats te 3400 Landen, Bondgenotenlaan 22. Bij akte, verleden ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Mechelen, op 30 juni 2009, heeft Goris, Karin, advocaat, kantoor- De schuldeisers en legatarissen worden verzocht binnen houdende te 2800 Mechelen, Nekkerspoelstraat 61, handelend in haar drie maanden, te rekenen van de datum van opneming in het Belgisch hoedanigheid van voorlopige bewindvoerder over Demaeght, Albert Staatsblad , hun rechten bij aangetekend schrijven te doen kennen ter Clement, geboren te Bekkevoort op 28 april 1936, wonende te studie van voornoemde notaris. 2800 Mechelen, Philippus de Montestraat 43, hiertoe aangesteld bij Hasselt, 30 juni 2009. beschikking van de vrederechter van het kanton Mechelen, De griffier, (get.) M. Schoofs. d.d. 20 april 2009, hiertoe gemachtigd bij beschikking van de vrede- (28506) rechter van het kanton Mechelen d.d. 5 juni 2009, verklaard onder voorrecht van boedelbeschrijving, de nalatenschap te aanvaarden van wijlen : Demaeght, Carmen, geboren te Haine-Saint- Bij akte, verleden ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Paul op 9 oktober 1963, in leven laatst wonende te 2800 Mechelen, Hasselt op 30 juni 2009, blijkt dat : Libens, Gaëtane Atoine Alice Ghis- Geerdegem-Schonenberg 66, en overleden te Tienen op 1 april 2009. laine, geboren te Sint-Truiden op 2 november 1957, wonende te 3400 Landen, Bondgenotenlaan 22, handelend als gevolmachtigde van : De schuldeisers en legatarissen worden verzocht binnen de Humblet, Dominique, advocaat, te Waremme, rue E. Malvoz 32, drie maanden, te rekenen vanaf de datum van opneming in het Belgisch bus 5, handelend als schuldbemiddelaar van Moyaerts, Anny Marie, Staatsblad , hun rechten bij aangetekend schrijven te doen kennen op geboren te Vorsen op 23 juni 1945, wonende te Berloz, rue du het kantoor van advocaat Karin Goris, te Mechelen, Nekkerspoel- Terminus 11, bus 2, aangesteld ingevolge een beschikking van de straat 61. vrederechter van het kanton Waremme, in het nederlands verklaard heeft : de nalatenschap van wijlen Moyaerts, Roland Richard Ghislain, Mechelen, 30 juni 2009. geboren te Vorsen op 26 mei 1947, in leven laatst wonende te De afg.-griffier, (get.) L. Dee Belser. 3890 Gingelom, Drie Tombenstraat 4, en overleden te Sint-Truiden op (28509) 4 mei 2009, te aanvaarden onder voorrecht van boedelbeschrijving en teneinde dezer woonst te kiezen ter studie van : Mr. Georges Brandhof, notaris met stanplaats te Landen, Bondgenotenlaan 22. Rechtbank van eerste aanleg te Veurne De schuldeisers en legatarissen worden verzocht binnen drie maanden, te rekenen van de datum van opneming in het Belgisch Staatsblad , hun rechten bij aangetekend schrijven te doen kennen ter studie van voornoemde notaris. Bij akte nr. 4317 van de griffie van eerste aanleg te Veurne d.d. 26 juni 2009, werd door Castryck, Pascal, advokaat, met kantoor te Hasselt, 30 juni 2009. 8650 Houthulst, Iepersteenweg 71, in naam van : Behaeghel, John, De griffier, (get.) M. Schoofs. geboren te Merkem op 8 juni 1947, wonende te 8600 Diksmuide, Ware- (28507) straat 11, in deze hoedanigheid verklaard te aanvaarden onder voorrecht van boedelbeschrijving, de nalatenschap van wijlen : Behaeghel, Roland, Bij akte, verleden ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg te geboren te Merkem op 13 oktober 1943, laatst wonende te 8650 Hout- Hasselt op 1 juli 2009, blijkt dat : Palmans, René Jean A., geboren te hulst, Groenestraat 23, overleden te Houthulst op 24 december 2008. Kleine-Brogel op 29 september 1942, wonende te 3990 Peer, Kiezel Kleine Brogel 90, handelend als gevolmachtigde van : De schuldeisers en legatarissen worden verzocht hun rechten te doen Paesen, Maria Helena, geboren te Peer op 28 juli 1929, wonende te kennen binnen de drie maanden te rekenen van de datum van deze 3990 Peer, Bomerstraat 84, handelend in haar hoedanigheid van over- bekendmaking, bij gewoon aangetekend schrijven te richten aan : levende ouder en drager van het ouderlijk gezag over : notaris Deboodt, Greet, met standplaats te 8600 Woumen-Diksmuide, Woumenweg 236. Vanbuel, Stefaan, geboren te Neerpelt op 18 juli 1966, wonende te 3990 Peer, Bomerstraat 84, verblijvende te 3650 Dilsen-Stokkem, Maas- Veurne, 26 juni 2009. land Instituut, Stokkemerbaan, verlengd minderjarig verklaard bij vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Tongeren, De griffier, (get.) G. Markey. d.d. 19 november 1999, (28510) MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46371 Tribunal de première instance d’Arlon 3. Baccus, Denis Hilaire Marie Ghislain, né à Vielsalm le 18 mars 1964, domicilié à 6690 Vielsalm, ville du Bois 126, lequel agissant en son nom personnel; L’an deux mille neuf, le vingt-neuf juin, au greffe du tribunal de 4. Baccus, Marc Ernest René Marie Ghislain, né à Vielsalm le première instance d’Arlon et par devant nous, Isabelle Gobert, greffier 26 août 1959, domicilié à 4670 Blégny, rue Berger-Haye 31, lequel chef de service, a comparu : M. Peigneux, Vincent Jacques, né à Ixelles agissant en son nom personnel; le 3 septembre 1972, domicilié à chaussée d’Ophain 160, à 1420 Braine- l’Alleud, en son nom personnel. 5. Baccus, Véronique Marie Marthe Alphonsine Ghislaine, née à Vielsalm le 6 septembre 1958, domicilié à 4470 Saint-Georges-sur- Lequel comparant a, en son nom personnel, déclaré accepter, sous Meuse, rue Warfusée 100, laquelle agissant en son nom personnel qu’en bénéfice d’inventaire, la succession de M. Peigneux, Jean-Marie Ernest, sa qualité d’administratrice provisoire de Baccus, Mary Joseph Hélène né à Rocourt le 21 aôut 1948, en son vivant domicilié rue de Bavière 21, Anne Véronique, née à Pondicherry (Inde) le 13 octobre 1973, domici- à Muno, et décédé à Liège le 3 novembre 2008. liée à 6690 Vielsalm, Priesmont 53. Dont acte dressé sur réquisition expresse du comparant qu’après Mme Baccus, Véronique, agit conformément à une ordonnance lecture faite, il a signé avec nous, greffier. rendue le 22 juin 2009 par le juge de paix du canton de Vielsalm, La Roche-en-Ardenne et Houffalize, siégeant à Vielsalm, dont une copie Les créanciers et légataires éventuels dudit défunt sont invités à faire restera annexée au présent, connaître leurs droits, par avis recommandé, dans un délai de trois mois à compter de la présente insertion. Cet avis doit être adressé à lesquels comparants ont déclaré, accepter sous bénéfice d’inventaire, la Me Jungers, notaire, dont l’étude est située à 6820 Florenville. succession de Urbin, Hélène Marie Joseph Victorienne, née à Montleban le 19 février 1935, de son vivant domiciliée à Vielsalm, Priesmont 53, et Arlon, le 29 juin 2009. décédée le 16 mai 2009 à Vielsalm. Conformément aux prescriptions du dernier alinéa de l’article 793 du Le greffier chef de service, (signé) Isabelle Gobert. Code civil, les comparants déclarent faire élection de domicile en son (28511) étude, mieux précisée ci-dessus. Les créanciers et légataires sont invités à faire connaître leurs droits, par avis recommandé, adressé au domicile élu dans un délai de trois mois à compter de la date de la présente insertion. (Signé) Charlier; Stasser. L’an deux mille neuf, le vingt-neuf juin, au greffe du tribunal de première instance d’Arlon et par devant nous, Isabelle Gobert, greffier chef de service, a comparu : M. Perard, Alain, domicilié Grand-Rue 20, Pour extrait conforme : le greffier, (signé) L. Charlier. à F-55600 Jametz, agissant en sa qualtié de père et tuteur légal de son (28513) fils mineur d’âge : Perard, Logan, petit-fils du défunt, né à Marche-en- Famenne le 11 avril 2000. Lequel comparant a, au nom de son fils mineur et autorisé à ce faire en vertu d’une ordonnance rendue le 16 juin 2009 par M. le juge de L’an deux mille neuf, le premier juillet, au greffe du tribunal de paix du canton de Florenville, déclaré accepter, sous bénéfice d’inven- première instance de Marche-en-Famenne, a comparu : taire, la succession de M. Perard, Raymond Georges, né à Arlon le 17 novembre 1931, en son vivant domicilié rue des Muguets 7, à M. le notaire Vincent Stasser, de résidence à 6670 Gouvy, rue d’Houf- 6700 Arlon, et y décédé le 19 février 2009. falize 41, lequel agissant en vertu de procurations sous seing privé, qui resteront annexées au présent, comme mandataire de : Dont acte dressé sur réquisition expresse du comparant qu’après lecture faite, il a signé avec nous, greffier. 1. Baccus, Damien Adelin Marie Ghislain, né à Vielsalm le 8 novembre 1961, domicilié à 6950 Nassogne, rue des Clusères 4, lequel Les créanciers et légataires éventuels dudit défunt sont invités à faire agissant en son nom personnel; connaître leurs droits, par avis recommandé, dans un délai de trois mois à compter de la présente insertion. Cet avis doit être adressé à 2. Baccus, Luc André Marie Ghislain, né à Vielsalm le 20 octobre 1965, Me Baudrux, notaire, dont l’étude est située à 6720 Habay-la-Neuve. domicilié à 6792 Aubange, rue du Moulin Halanzy 58, lequel agissant en son nom personnel; Arlon, le 29 juin 2009. Le greffier chef de service, (signé) Isabelle Gobert. 3. Baccus, Denis Hilaire Marie Ghislain, né à Vielsalm le 18 mars 1964, (28512) domicilié à 6690 Vielsalm, ville du Bois 126, lequel agissant en son nom personnel; 4. Baccus, Marc Ernest René Marie Ghislain, né à Vielsalm le 26 août 1959, domicilié à 4670 Blégny, rue Berger-Haye 31, lequel Tribunal de première instance de Marche-en-Famenne agissant en son nom personnel; 5. Véronique Marie Marthe Alphonsine Ghislaine, née à Vielsalm le 6 septembre 1958, domicilié à 4470 Saint-Georges-sur-Meuse, rue L’an deux mille neuf, le premier juillet, au greffe du tribunal de Warfusée 100, laquelle agissant en son nom personnel qu’en sa qualité première instance de Marche-en-Famenne, a comparu : d’administratrice provisoire de Baccus, Mary Joseph Hélène Anne Véronique, née à Pondicherry (Inde) le 13 octobre 1973, domiciliée à M. le notaire Vincent Stasser, de résidence à 6670 Gouvy, rue d’Houf- 6690 Vielsalm, Priesmont 53. falize 41, lequel agissant en vertu de procurations sous seing privé, qui resteront annexées au présent, comme mandataire de : Mme Baccus, Véronique, agit conformément à une ordonnance rendue le 22 juin 2009 par le juge de paix du canton de Vielsalm-La 1. Baccus, Damien Adelin Marie Ghislain, né à Vielsalm le Roche-en-Ardenne et Houffalize, siégeant à Vielsalm, dont une copie 8 novembre 1961, domicilié à 6950 Nassogne, rue des Clusères 4, lequel restera annexée au présent, agissant en son nom personnel; lesquels comparants ont déclaré, accepter sous bénéfice d’inventaire, la 2. Baccus, Luc André Marie Ghislain, né à Vielsalm le 20 octobre 1965, succession de Baccus, Joseph Fernand Ghislain, né à Vielsalm le domicilié à 6792 Aubange, rue du Moulin Halanzy 58, lequel agissant 26 avril 1923, de son vivant domicilié à Vielsalm, Priesmont 53, et en son nom personnel; décédé le 27 février 2009 à Liège. 46372 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Conformément aux prescriptions du dernier alinéa de l’article 793 du Tribunal de première instance de Verviers Code civil, les comparants déclarent faire élection de domicile en son étude, mieux précisée ci-dessus. Les créanciers et légataires sont invités à faire connaître leurs droits, par avis recommandé, adressé au domicile élu dans un délai de trois mois à compter de la date de la présente insertion. L’an deux mille neuf, le 1er juillet, au greffe du tribunal de première instance séant à Verviers, a comparu : (Signé) Charlier; Stasser. Pour extrait conforme : le greffier, (signé) L. Charlier. M. Cormeau, Thierry, domicilié à Heusy, avenue des Tilleuls 24, (28514) agissant en qualité de mandataire de : Mme Lallemand, Nathalie Yvonne Josée Ghislaine, née à Liège le Tribunal de première instance de Nivelles 5 mai 1970, veuve de Roth, Jean-Michel, domiciliée à Pepinster, rue Nouvelle 2, agissant en qualité de mère et détentrice de l’autorité parentale sur la personne de ses enfants mineurs d’âge, à savoir : Suivant acte dressé au greffe du tribunal de première instance de Roth, Justine, née à Verviers le 28 juin 1993; Nivelles en date du 24 juin 2009 : Mme Ponthieu, Roxane G., née à Charleroi le 2 août 1966, domiciliée Roth, Sarah, née à Verviers le 28 juin 1993, à 5140 Sombreffe, rue Bois-du-Loup 47 (Ligny), agissant en nom personnel et porteuse de procurations qui seront conservées au greffe domiciliées avec elle, petites-filles du défunt, de ce tribunal, agissant pour et au nom de ses mandants, à savoir : M. Boffe, Daniel Albert, né à Anderlecht le 21 juillet 1955, domicilié dûment autorisée aux fins de la présente par ordonnance de M. le juge rue Raide Vallée 164, à 4520 Wanze; de paix du premier canton de Verviers en date du 15 septembre 2009, laquelle restera ci-annexée, en vertu d’une procuration sous seing privé M. Boffe, Michel André, né à Anderlecht le 30 avril 1957, domicilié à donnée à Pepinster, laquelle restera ci-annexée, lequel comparant a 1000 Bruxelles, chaussée de Vleurgat 111; déclaré ès dites qualités accepter, sous bénéfice d’inventaire, la succes- sion de M. Roth, Henri Guillaume, né à Horion-Hozémont le Mlle Boffe, Patricia Irène L., née à Auvelais le 10 juillet 1959, 29 mai 1934, domicilié à Herve, rue du Bief 36, décédé à Herve le domiciliée à 1030 Schaerbeek, rue Emile Wittmann 11; 13 septembre 2008. Mlle Boffe, Angélique Maguy B., née à Ixelles le 8 janvier 1988, Dont acte signé, lecture faite par le comparant et le greffier. domiciliée à 1030 Schaerbeek, rue Emile Wittmann 11; (Signature illisible); M. Solheid, greffier chef de service. Les créanciers et les légataires sont invités à faire connaître leurs Mme Evens, Carinne Francine R., née à Charleroi le 6 octobre 1960, droits, dans un délai de trois mois à compter de la présente insertion, domiciliée à 4620 Fléron, rue des Bouhys 90; par pli recommandé, à Me Jacques, notaire à Pepinster. M. Evens, Didier Georges M., né à Ransart le 2 novembre 1963, domicilié à 6180 Courcelles, rue Albert Lemaitre 187 (CO); (Signé) M. Solheid, greffier chef de service. (28517) Mlle Ponthieu, Christel G., née à Charleroi le 12 janvier 1972, domiciliée à 5140 Sombreffe, rue du Verger d’Auvin 17; Mlle Ponthieu, Sonia G., née à Charleroi le 28 juin 1973, domiciliée à 5140 Sombreffe, rue Emile Vandervelde 38, laquelle comparante, s’exprimant en français, a déclaré accepter, sous bénéfice d’inventaire, la succession de Brandt, Marguerite Claire, née à L’an deux mille neuf, le 1er juillet, au greffe du tribunal de première Ransart le 29 avril 1942, domiciliée à Marbais, chaussée de Namur 167, instance séant à Verviers, a comparu : et décédée le 6 avril 2009 à Gosselies. Les créanciers et légataires sont invités à faire connaître leurs droits, Mme Janclaes, Gabrielle Marie-Thérèse, née à Eupen le par avis recommandé, dans les trois mois à compter de la date de la 29 décembre 1961, domiciliée à Baelen, Mazarinen 18a, agissant en présente insertion à Me Olivier Lebrun, notaire à 6180 Courcelles, rue qualité de mère et détentrice de l’autorité parentale sur la personne de du 28 Juin 17. ses enfants mineurs d’âge, à savoir : Nivelles, le 24 juin 2009. Pour extrait conforme : le greffier chef de service, (signé) B. Rychlik. Frank, Max, né à Eupen le 30 septembre 1991; (28515) Frank, Sam, né à Eupen le 11 octobre 1993, domiciliés avec elle, fils du défunt, Suivant acte dresse au greffe du tribunal de première instance de Nivelles en date du 29 juin 2009, M. Lambillotte, Marc Serge E., né à dûment autorisée aux fins de la présente par ordonnance de M. le juge Uccle le 26 mars 1975, domicilié chaussée de Charleroi 333, à de paix du canton de Limbourg en date du 22 juin 2009, laquelle restera 6220 Fleurus, lequel comparant, s’exprimant en français, a déclaré ci-annexée, laquelle comparante a déclaré au nom de ses enfants accepter, sous bénéfice d’inventaire, la succession de Lambillotte, Paul mineurs d’âge, accepter, sous bénéfice d’inventaire, la succession de Louis Adolphe, né à Saint-Gilles le 14 novembre 1917, de son vivant M. Frank, Matthias Norbert, né à Eupen le 4 septembre 1961, domicilié domicilié à Rixensart, avenue Fond de la Vigne 10, et décédé le à Baelen (Membach), Boveroth 48, décédé à Eupen le 9 avril 2009. 11 juin 2009 à Ottignies-Louvain-la-Neuve. Dont acte signé, lecture faite par le comparant et le greffier. Les créanciers et légataires sont invités à faire connaître leurs droits, (Signature illisible); M. Solheid, greffier chef de service. par avis recommandé, dans les trois mois à compter de la date de la Les créanciers et les légataires sont invités à faire connaître leurs présente insertion à Me Labenne, V., rue de la Station 37, à 6181 Gouy- droits, dans un délai de trois mois à compter de la présente insertion, lez-Piéton. par pli recommandé, à Me R. Lilieu, notaire à Eupen. Nivelles, le 29 juin 2009. Pour extrait conforme : le greffier chef de service, (signé) B. Rychlik. (Signé) M. Solheid, greffier chef de service. (28516) (28518) MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46373 Bekendmaking voorgeschreven bij artikel 584 Bij vonnis van de tweeëntwintigste kamer van de rechtbank van van het Gerechtelijk Wetboek koophandel te Antwerpen, d.d. 30 juni 2009, werd de opschorting met het oog op gerechtelijke reorganisatie door collectief akkoord toege- kend, voor een periode eindigend op 30 december 2009, aan De Backer, Publication prescrite par l’article 584 Stefan, Eugeen Verelstlei 48, 2150 Borsbeek. du Code judiciaire Ondernemingsnummer 0863.009.988. Aanstelling voorlopig bewindvoerder Handelsactiviteit : gastechniek-verwarming-sanitair-energiebeheer- Désignation d’un administrateur provisoire ventilatie-isolatie. Gedelegeerd rechter : P. Smeets, Doggenhoutstraat 57, 2520 Ranst. Bij beschikking d.d. 29 juni 2009 van de voorzitter der rechtbank van Het reorganisatieplan dient neergelegd te worden ter griffie, uiterlijk koophandel te Antwerpen werd de opdracht van Mr. Jacques Bruneel, op 30 november 2009. advocaat bij de Balie te Antwerpen, met kantoor thans te Uitspraak over een toekenning van een definitieve opschorting zal 2000 Antwerpen, Bredestraat 4, aangesteld als voorlopig bewind- gebeuren door de tweeëntwintigste kamer van de rechtbank van voerder van de BVBA Amstel Car, met zetel te 2610 Wilrijk, Koning koophandel te Antwerpen, Bolivarplaats 20, 2000 Antwerpen, op Albertstraat 2, KBO 0428.351.307, en dit met opdracht de vennootschap dinsdag 15 december 2009, om 11 u. 45 m., derde verdieping (Zaal A1). te besturen met uitsluiting van de twee zaakvoerders, de activa van de De griffier-hoofd van dienst, (get.) M. Caers. vennootschap in bewaring te nemen en haar patrimonium te (Pro deo) (28522) beschermen, hierbij te vermijden dat vermogensvoordelen uit misdrijven zouden worden vermengd met het patrimonium van de vennootschap of dat de vennootschap op één of andere manier zou worden misbruikt. Bij vonnis van de tweeëntwintigste kamer van de rechtbank van koophandel te Antwerpen, d.d. 30 juni 2009, werd de opschorting met Beslissen dat de zaakvoerders geen daden van beschikking of van het oog op gerechtelijke reorganisatie door collectief akkoord toege- bestuur mogen uitoefenen zonder voorafgaande schriftelijke toestem- kend, voor een periode eindigend op 30 september 2009, aan ming van de voorlopig bewindvoerder, en dit voor een termijn initieel NV Adcos, Italiëlei 189, bus 2, 2000 Antwerpen. bepaald op 6 maanden. Ondernemingsnummer 0867.295.905. De schuldeisers worden verzocht contact op te nemen met de voorlopig bewindvoerder. Handelsactiviteit : bouwsector. (Get.) J. Bruneel, advocaat, voorlopig bewindvoerder. Gedelegeerd rechter : P. Sneyers, De Loock 1, 2970 Schilde. (28519) Het reorganisatieplan dient neergelegd te worden ter griffie, uiterlijk op 14 september 2009. Uitspraak over een toekenning van een definitieve opschorting zal Réorganisation judiciaire − Gerechtelijke reorganisatie gebeuren door de tweeëntwintigste kamer van de rechtbank van koophandel te Antwerpen, Bolivarplaats 20, 2000 Antwerpen, op dinsdag 29 september 2009, om 10 u. 30 m., derde verdieping (Zaal A1). Rechtbank van koophandel te Antwerpen De griffier-hoofd van dienst, (get.) M. Caers. (Pro deo) (28523) Bij vonnis van de tweeëntwintigste kamer van de rechtbank van koophandel te Antwerpen, d.d. 30 juni 2009, werd de opschorting met Rechtbank van koophandel te Dendermonde het oog op gerechtelijke reorganisatie door collectief akkoord toege- kend, voor een periode eindigend op 30 oktober 2009, aan GCV Glazz, Antwerpsesteenweg 38, 4e verd., 2630 Aartselaar. Bij vonnis, d.d. 29 juni 2009, van de zesde kamer van de rechtbank Ondernemingsnummer 0896.032.055. van koophandel te Dendermonde, werd de procedure tot gerechtelijke reorganisatie open verklaard ingevolge het verzoekschrift, neergelegd Handelsactiviteit : groothandel in spiegels en diverse glaswerken, het ter griffie op 12 juni 2009 : digitaal drukken van glas. BVBA Bouwonderneming Dumat, aard van voornaamste handels- Gedelegeerd rechter : de heer F. Van Den Bergh, Medelaar 88, te activiteit : algemene bouwwerken, met maatschappelijke zetel te 2980 Zoersel. 9420 Erpe-Mere, Evenbroekveld 9, bus B, K.B.O. nr. 0473.967.536, hebbende als raadsman Mr. Geert Suy, advocaat te 9300 Aalst, Albrecht- Het reorganisatieplan dient neergelegd te worden ter griffie, uiterlijk laan 18. op 12 oktober 2009. Naam en adres van de aangestelde gedelegeerd rechter : de heer Uitspraak over een toekenning van een definitieve opschorting zal Johan Lybeert. gebeuren door de tweeëntwintigste kamer van de rechtbank van koophandel te Antwerpen, Bolivarplaats 20, 2000 Antwerpen, op Einddatum van de opschorting : 15 september 2009. dinsdag 27 oktober 2009, om 11 u. 45 m., derde verdieping (Zaal A1). Dendermonde, 29 juni 2009. De griffier-hoofd van dienst, (get.) M. Caers. De griffier, (get.) K. Waterschoot. (Pro deo) (28520) (28524) Bij vonnis van de tweeëntwintigste kamer van de rechtbank van Bij vonnis, d.d. 29 juni 2009, van de zesde kamer van de rechtbank koophandel te Antwerpen, d.d. 30 juni 2009, werd de opschorting met van koophandel te Dendermonde, werd de procedure tot gerechtelijke het oog op gerechtelijke reorganisatie door minnelijk akkoord toege- reorganisatie open verklaard ingevolge het verzoekschrift, neergelegd kend, voor een periode eindigend op 30 december 2009, aan ter griffie op 12 juni 2009 : BVBA Deridder, Boskapellei 101, 2930 Brasschaat. Mevr. Carine Mathijs, geboren te Aalst op 11 februari 1997, aard van Ondernemingsnummer 0403.822.678. de voornaamste handelsactiviteit : grondverzet, graven, ophogen, Handelsactiviteit : ontwerp en reproductie van displays. egaliseren en nivelleren van bouwterreinen, graven van sleuven en geulen, verwijderen van rotsen, grondverzet met behulp van explo- Gedelegeerd rechter : K. Seeuws, Kazerneweg 34, 2950 Kapellen. sieven, wonende en met uitbating te 9420 Erpe-Mere, Zevekoot- De griffier-hoofd van dienst, (get.) M. Caers. straat 64, K.B.O. nr. 0809.095.707, hebbende als raadsman Mr. Geert Suy, (Pro deo) (28521) advocaat te 9300 Aalst, Albrechtlaan 18. 46374 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Naam en adres van de aangestelde gedelegeerd rechter : Johan Par jugement du 30 juin 2009, la première chambre du tribunal de Lybeert. commerce de Charleroi a prononcé la clôture, par liquidation, des opérations de la faillite de la SPRL International Mechanic Robotic Einddatum van de opschorting : 15 september 2009. Company, dont le siège social est sis à 7170 Fayt-Lez-Manage, rue Saint Laurent 1, enregistrée à la Banque-Carrefour des Entreprises sous le Dendermonde, 29 juni 2009. n° 0462.114.928, déclarée par jugement de la première chambre du De griffier, (get.) K. Waterschoot. tribunal de commerce de Charleroi en date du 7 janvier 2002. (28525) Considère comme liquidateur de la société faillie, M. Jean Dewolf, domicilié à 7181 Seneffe, rue des Hirondelles 29. Faillite − Faillissement Le greffier délégué, (signé) M.-L. Devillers. (28529) Tribunal de commerce de Charleroi Par jugement du 30 juin 2009, la première chambre du tribunal de commerce de Charleroi a prononcé la clôture, par liquidation, des Par jugement du 30 juin 2009 de la première chambre du tribunal de opérations de la faillite de la SPRL Steel Trading Company, dont le siège commerce de Charleroi a déclaré, sur citation, la faillite de M. Rdouan social est sis à 6000 Charleroi, avenue Général Michel 1E, enregistrée à Bouziani, domicilié à 6000 Charleroi, rue Huart Chapel 25, enregistré à la Banque-Carrefour des Entreprises sous le n° 0447.136.544, déclarée la Banque-Carrefour des Entreprises sous le numéro 0612.925.182. par jugement de la chambre des vacations du tribunal de commerce de Charleroi en date du 27 juillet 2004. Désigne en qualité de curateur Me Thierry Zuinen, avocat au barreau de Charleroi et dont le cabinet est sis à 6000 Charleroi, boulevard Considère comme liquidateur de la société faillie, M. Joao-Paulo Tirou 159/4. Faustino, domicilié à 6240 Aiseau-Presles, rue du Port 14/1, radié d’office depuis le 12 mai 2003. Désigne en qualité de juge commissaire M. Eric Cals. Le greffier délégué, (signé) M.-L. Devillers. (28530) Fixe la date provisoire de cessation des paiements au 29 juin 2009. Ordonne aux créanciers de faire, au greffe de ce tribunal, la déclara- tion de leurs créances au plus tard le 28 juillet 2009. Fixe au 27 août 2009 la date ultime de dépôt du premier procès-verbal Par jugement du 30 juin 2009, la première chambre du tribunal de de vérification des créances au greffe du tribunal de commerce de commerce de Charleroi a prononcé la clôture, par liquidation, des céans. opérations de la faillite de la SPRL C.O.S., dont le siège social est sis à 7160 Pieton, rue Augustin Berger 172B, enregistrée à la Banque- Ordonne d’office la gratuité conformément à l’article 666 du code Carrefour des Entreprises sous le n° 0462.511.737, déclarée par juge- judiciaire. ment de la première chambre du tribunal de commerce de Charleroi en date du 6 octobre 2004. Les personnes physiques qui se sont constituées sûreté personnelle du failli sont invitées à en faire déclaration au greffe conformément à Considère comme liquidateur de la société faillie, M. Rasim Cetindas, l’article 72ter de la loi du 8 août 1997 sur les faillites. domicilié à 6032 Mont-sur-Marchienne, clos du Pont-à-Nole 35. Pour extrait conforme : le greffier délégué, (signé) M.L. Devillers. Le greffier délégué, (signé) M.-L. Devillers. (28526) (28531) Par jugement du 30 juin 2009, la première chambre du tribunal de Par jugement du 30 juin 2009, la première chambre du tribunal de commerce de Charleroi a prononcé la clôture, par liquidation, des commerce séant à Dinant, province de Namur, a clôturé, par liquida- opérations de la faillite de la SPRL Neo-Trade, dont le siège social est tion, les opérations de la faillite de la SCRL A.M.C.B., dont le siège sis à 6200 Chatelet, rue de la Station 180, enregistrée à la B.C.E. sous le social est établi à 5377 Somme-Leuze, rue du Pays du Roi 2, inscrite à n° 0454.806.868, déclarée par jugement de la première chambre du la Banque-Carrefour des Entreprises sous le numéro 0436.736.659, tribunal de commerce de Charleroi en date du 13 mai 2002. déclarée par jugement de ce tribunal du 6 juin 1994. Considère comme liquidateur de la société faillie, M. Jean-Pierre Est considéré comme liquidateur : Monique Legrand, domiciliée à Marcipont, domicilié à 6200 Châtelet, rue Sainte Barbe 66. 5374 Havelange (Maffe), route de Durbuy 3/000A. Le greffier délégué, (signé) M.-L. Devillers. (28527) Pour extrait conforme : le greffier, (signé) V. Fournaux. (28532) Par jugement du 30 juin 2009, la première chambre du tribunal de commerce de Charleroi a prononcé la clôture, par liquidation, des Par jugement du 30 juin 2009, la première chambre du tribunal de opérations de la faillite de la SPRL Hennebique, dont le siège social est commerce séant à Dinant, province de Namur, a clôturé, par liquida- sis à 7160 Chapelle-lez-Herlaimont, avenue Brunfaut 83, anciennement tion, les opérations de la faillite de la SA Ambiance Bois, ayant son siège immatriculé au RC Charleroi sous le n° 180689, déclarée par jugement social à 5600 Philippeville, rue de la Gendarmerie 50, immatriculée à la de la première chambre du tribunal de commerce de Charleroi en date Banque-Carrefour des Entreprises sous le numéro d’entre- du 10 octobre 1994. prise 0434.781.120, déclarée ouverte par jugement de ce tribunal du 8 novembre 2005. Considère comme liquidateur de la société faillie, Mme Sylvie Hennebique, domiciliée à 7160 Chapelle-lez-Herlaimont, rue de la Est considéré comme liquidateur : M. Thierry Dubois, domicilié à Gare 21/5. 5600 Roly, allée des Mûriers 63/G. Le greffier délégué, (signé) M.-L. Devillers. Pour extrait conforme : le greffier, (signé) V. Fournaux. (28528) (28533) MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46375 Cour d’appel de Liège Par jugement du 30 juin 2009, le tribunal de commerce de Neufchâ- teau a prononcé, sur aveu, la faillite de la SPRL « Libramont Video », dont le siège social est sis à 6800 Libramont, avenue de Bouillon 91, Par arrêt du 30 juin 2009, la cour d’appel de Liège réformant le inscrite au registre de la Banque-Carrefour des Entreprises sous le jugement rendu le 6 juin 2008 par le tribunal de commerce de Namur, n° 0864.375.710, pour exercer l’activité principale renseignée de location prononce l’excusabilité de Vranckx, Pierre, né à Namur le 20 juillet 1970, de vidéocassettes, bandes-vidéo, DVD, disques et CD. domicilié à 5000 Namur, avenue de la Vecquée 17A, inscrit à la B.C.E. Curateur : Me Emmanuel Ghislain, avocat à 6840 Neufchâteau, sous le n° 0692.367.192. avenue de la Gare 88. Pour extrait conforme : (signé) Josiane Baudart, greffier. (28534) Les créanciers sont invités à déposer au greffe du tribunal de commerce de Neufchâteau, rue Franklin Roosevelt 33, la déclaration de leurs créances, au plus tard, pour le 30 juillet 2009. Le dépôt par le curateur au greffe de ce tribunal du premier procès- Tribunal de commerce de Liège verbal de vérification des créances est fixé au vendredi 28 août 2009. Pour extrait conforme : le greffier, (signé) P. Wanlin. (28539) Le 17 juin 2009, le tribunal de commerce de Liège a clôturé, par liquidation, la faillite de Philippe Son, né le 29 décembre 1961, domicilié à 4031 Angleur, quai des Ardennes 141/20, B.C.E. 0718.218.385, faillite déclarée le 13 décembre 2006. Le même jugement donne décharge de Par jugement du 30 juin 2009, le tribunal de commerce de Neufchâ- sa mission au curateur, Me J.-L. Paquot, avocat à Liège, avenue teau a prononcé la clôture, par liquidation, de la faillite de la Blonden 33. Le failli a été déclaré inexcusable. SCRL Electro-Climat, dont le siège social était sis à 6890 Libin, voie Le curateur, (signé) Jean-Luc Paquot. Gamby 139, bte 2, inscrite au registre de la Banque-Carrefour des (28535) Entreprises sous le n° 0444.087.576. M. Walter Joris, domicilié à 64800 Chodziez (Pologne), Sloneczna 11, est considéré comme liquidateur. Le 17 juin 2009, le tribunal de commerce de Liège a clôturé, par Pour extrait conforme : le greffier, (signé) P. Wanlin. liquidation, la faillite de Didier Grosjean, né le 30 janvier 1971, rue des (28540) Récollets 51, à Visé, B.C.E. 0710.974.663, actuellement domicilié à Visé, rue de la Fontaine 76, faillite déclarée le 16 octobre 2006. Le même jugement donne décharge de sa mission au curateur, Me J.-L. Paquot, avocat à Liège, avenue Blonden 33. Le failli a été déclaré inexcusable. Tribunal de commerce de Nivelles Le curateur, (signé) Jean-Luc Paquot. (28536) Par jugement du tribunal de commerce de Nivelles du 29 juin 2009, a été déclarée ouverte, sur citation, la faillite de 3B Pic SPRL, chemin des Griffons 1, 1340 Ottignies, n° B.C.E. 0476.798.253. Par jugement du 17 juin 2009, le tribunal de commerce de Liège a Juge-commissaire : M. Dohmen, Géry. déclaré close, par liquidation d’actif, la faillite prononcée par jugement du même tribunal du 23 mai 2000, de la SA Menuiserie générale Curateur : Me Goethals, Luc, avocat à 1330 Rixensart, avenue de Ebénisterie Di Gregorio, rue du Puits Marie 82A, à 4100 Seraing, Mérode 112. B.C.E. n° 0447.437.244, a déclaré la société faillie inexcusable et a déchargé de ses fonctions, le curateur, Me Jean-Luc Lempereur, avocat, Date limite du dépôt des créances : dans les trente jours de la date de quai Godefroid Kurth 12, à 4020 Liège. la faillite. Aux termes de l’article 185 du Code des sociétés, est réputé liquida- Dépôt par la curatelle du premier procès-verbal de vérification des teur, M. Giuseppe Di Gregorio, rue Ferdinand Nicolay 732, à 4420 Saint- créances au greffe au plus tard le 20 août 2009. Nicolas. Dit que les personnes physiques qui se sont constituées sûreté Le curateur, (signé) Jean-Luc Lempereur. personnelle du failli, ont le moyen d’en faire déclaration au greffe, (28537) conformément à l’article 72ter de la loi sur les faillites. Pour extrait conforme : la greffière en chef, (signé) M.P. Leleux. (28541) Tribunal de commerce de Neufchâteau Par jugement du tribunal de commerce de Nivelles du 29 juin 2009, Par jugement du 30 juin 2009, le tribunal de commerce de Neufchâ- a été déclarée ouverte, sur aveu, la faillite de Betamyle SA, chemin teau a prononcé, sur aveu, la faillite de la SPRL « M.P.M. Manage- Creux 5, 1420 Braine-l’Alleud, n° B.C.E. 0435.622.842, activité : société ment », dont le siège social est sis à 6600 Bastogne, rue du Vivier 154, de management. inscrite au registre de la Banque-Carrefour des Entreprises sous le n° 0861.724.640, pour exercer les activités principales renseignées de Juge-commissaire : M. Dohmen, Géry. commerce de détail de sous-vêtements, lingerie et vêtements de bain, Curateur : Me Goethals, Luc, avocat à 1330 Rixensart, avenue de autres activités récréatives et de loisirs. Mérode 112. Curateur : Me Jean-Benoît Massart, avocat à 6600 Bastogne, avenue Date limite du dépôt des créances : dans les trente jours de la date de Mathieu 37B. la faillite. Les créanciers sont invités à déposer au greffe du tribunal de Dépôt par la curatelle du premier procès-verbal de vérification des commerce de Neufchâteau, rue Franklin Roosevelt 33, la déclaration de créances au greffe au plus tard le 20 août 2009. leurs créances, au plus tard, pour le 30 juillet 2009. Dit que les personnes physiques qui se sont constituées sûreté Le dépôt par le curateur au greffe de ce tribunal du premier procès- personnelle du failli, ont le moyen d’en faire déclaration au greffe, verbal de vérification des créances est fixé au vendredi 28 août 2009. conformément à l’article 72ter de la loi sur les faillites. Pour extrait conforme : le greffier, (signé) P. Wanlin. Pour extrait conforme : la greffière en chef, (signé) M.P. Leleux. (28538) (28542) 46376 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Par jugement du tribunal de commerce de Nivelles du 29 juin 2009, Dit que les personnes physiques qui se sont constituées sûreté a été déclarée ouverte, sur aveu, la faillite de P.M.W. SPRL, chemin des personnelle du failli, ont le moyen d’en faire déclaration au greffe, 7 Fontaines 6, 1420 Braine-l’Alleud, n° B.C.E. 0472.842.534, activité : conformément à l’article 72ter de la loi sur les faillites. vente de pièces détachées d’occasions de voitures. Pour extrait conforme : la greffière en chef, (signé) M.P. Leleux. Juge-commissaire : M. Dohmen, Géry. (28546) Curateur : Me Goethals, Luc, avocat à 1330 Rixensart, avenue de Mérode 112. Par jugement du tribunal de commerce de Nivelles du 29 juin 2009, Date limite du dépôt des créances : dans les trente jours de la date de a été déclarée ouverte, sur citation, la faillite de Molla, Didier Albert la faillite. Alexandre, né le 6 août 1968, rue des Hayettes 6, 1457 Walhain, Dépôt par la curatelle du premier procès-verbal de vérification des n° B.C.E. 0659.577.828. créances au greffe au plus tard le 20 août 2009. Juge-commissaire : Mme Verhaert, Véronique. Dit que les personnes physiques qui se sont constituées sûreté Curateur : Me De Middeleer, Jean-Philippe, avocat à 1301 Bierges, personnelle du failli, ont le moyen d’en faire déclaration au greffe, route Provinciale 213. conformément à l’article 72ter de la loi sur les faillites. Date limite du dépôt des créances : dans les trente jours de la date de Pour extrait conforme : la greffière en chef, (signé) M.P. Leleux. la faillite. (28543) Dépôt par la curatelle du premier procès-verbal de vérification des créances au greffe au plus tard le 20 août 2009. Dit que les personnes physiques qui se sont constituées sûreté Par jugement du tribunal de commerce de Nivelles du 29 juin 2009, personnelle du failli, ont le moyen d’en faire déclaration au greffe, a été déclarée ouverte, sur aveu, la faillite de Jovilu SPRL, rue de la conformément à l’article 72ter de la loi sur les faillites. Batterie 6A, 1495 Villers-la-Ville, n° B.C.E. 0879.611.044, activité : entre- preneur en finitions de bâtiments. Pour extrait conforme : la greffière en chef, (signé) M.P. Leleux. (28547) Juge-commissaire : M. Dohmen, Géry. Curateur : Me Chardon, Christophe, avocat à 1400 Nivelles, rue de la Procession 25. Par jugement du tribunal de commerce de Nivelles du 29 juin 2009, Date limite du dépôt des créances : dans les trente jours de la date de a été déclarée ouverte, sur citation, la faillite de Degey, Laurence la faillite. Francine Martine, rue de Namur 37A/101, 1435 Mont-Saint-Guibert, n° B.C.E. 0865.024.125. Dépôt par la curatelle du premier procès-verbal de vérification des Juge-commissaire : Mme Verhaert, Véronique. créances au greffe au plus tard le 20 août 2009. Curateur : Me De Middeleer, Jean-Philippe, avocat à 1301 Bierges, Dit que les personnes physiques qui se sont constituées sûreté route Provinciale 213. personnelle du failli, ont le moyen d’en faire déclaration au greffe, conformément à l’article 72ter de la loi sur les faillites. Date limite du dépôt des créances : dans les trente jours de la date de Pour extrait conforme : la greffière en chef, (signé) M.P. Leleux. la faillite. (28544) Dépôt par la curatelle du premier procès-verbal de vérification des créances au greffe au plus tard le 20 août 2009. Dit que les personnes physiques qui se sont constituées sûreté Par jugement du tribunal de commerce de Nivelles du 29 juin 2009, personnelle du failli, ont le moyen d’en faire déclaration au greffe, a été déclarée ouverte, sur révocation du concordat, la faillite de conformément à l’article 72ter de la loi sur les faillites. Snar SPRL, place de l’Accueil 10/30, 1348 Louvain-la-Neuve, Pour extrait conforme : la greffière en chef, (signé) M.P. Leleux. n° B.C.E. 0891.035.565. (28548) Juge-commissaire : Mme Verhaert, Véronique. Curateur : Me Chardon, Christophe, avocat à 1400 Nivelles, rue de la Procession 25. Par jugement du tribunal de commerce de Nivelles du 29 juin 2009, a été déclarée ouverte, sur citation, la faillite de Van Antro, Tom Paul Date limite du dépôt des créances : dans les trente jours de la date de Emile, né le 8 octobre 1969, rue de la Station 23/1, 1410 Waterloo, la faillite. n° B.C.E. 0715.310.167. Dépôt par la curatelle du premier procès-verbal de vérification des Juge-commissaire : Mme Dohmen, Géry. créances au greffe au plus tard le 20 août 2009. Curateur : Me Vanham, Bernard, avocat à 1400 Nivelles, rue de Dit que les personnes physiques qui se sont constituées sûreté Charleroi 2. personnelle du failli, ont le moyen d’en faire déclaration au greffe, Date limite du dépôt des créances : dans les trente jours de la date de conformément à l’article 72ter de la loi sur les faillites. la faillite. Pour extrait conforme : la greffière en chef, (signé) M.P. Leleux. (28545) Dépôt par la curatelle du premier procès-verbal de vérification des créances au greffe au plus tard le 20 août 2009. Dit que les personnes physiques qui se sont constituées sûreté personnelle du failli, ont le moyen d’en faire déclaration au greffe, Par jugement du tribunal de commerce de Nivelles du 29 juin 2009, conformément à l’article 72ter de la loi sur les faillites. a été déclarée ouverte, sur citation, la faillite de Teinte et Forme SPRL, Pour extrait conforme : la greffière en chef, (signé) M.P. Leleux. chaussée de Bruxelles 279, 1410 Waterloo, n° B.C.E. 0474.345.143. (28549) Juge-commissaire : Mme Verhaert, Véronique. Curateur : Me De Middeleer, Jean-Philippe, avocat à 1301 Bierges, route Provinciale 213. Par jugement du 15 juin 2009, le tribunal de commerce de Nivelles a prononcé l’excusabilité de Francart, Didier Georges Joseph, chaussée de Date limite du dépôt des créances : dans les trente jours de la date de Charleroi 112, 1370 Jodoigne, faillite déclarée ouverte par jugement du la faillite. 15 novembre 2004. Dépôt par la curatelle du premier procès-verbal de vérification des Pour extrait conforme : la greffière, (signé) P. Fourneau. créances au greffe au plus tard le 20 août 2009. (28550) MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46377 Avis aux créanciers inscrits à la faillite de De Pauw, Philippe Hubert Par jugement rendu le 30 juin 2009 par le tribunal de commerce de J., boulevard Georges Deryck 37/21, 1480 Tubize. Tournai, a été ouverte, sur citation, la faillite de la SPRLU Dream Relax & Co, ayant son siège social à 7321 Harchies, rue du Calvaire 38, inscrite Conformément au prescrit des articles 76 et 80, § 2, de la loi sur les à la B.C.E. sous le n° d’entreprise 0861.716.425, et ayant pour activité faillites et à l’ordonnance rendue par M. le juge-commissaire Quoid- commerciale l’entretrien corporel. bach, les créanciers sont invités à comparaître à l’assemblée des créanciers qui sera tenue en la salle d’audience du tribunal de Les créanciers sont tenus de produire leurs créances au greffe du commerce de Nivelles, rue Clarisse 115, à 1400 Nivelles, le lundi tribunal de commerce de Tournai, rue des Filles-Dieu 1, à 7500 Tournai, 21 septembre 2009, à 10 h 30 m précises, afin de délibérer sur l’excusa- dans un délai de trente jours (30 juillet 2009). bilité du failli. Pour bénéficier de la décharge, les personnes physiques qui, à titre Cet avis tient lieu de convocation des créanciers. gratuit, se sont constituées sûreté personnelle du failli sont tenues de déposer au greffe du tribunal de commerce une déclaration attestant La greffière, (signé) P. Fourneau. que leur obligation est disproportionnée à leurs revenus et à leur (28551) patrimoine, les pièces dont question à l’article 72ter de la loi sur les faillites devant être jointes à cette déclaration. Le premier procès-verbal de vérification des créances sera déposé au Avis aux créanciers inscrits à la faillite de Morel, Claude, rue Inche- greffe du tribunal de commerce de Tournai le 18 août 2009. broux 48/2, 1325 Chaumont-Gistoux. Curateur : Me Dehaene, John, rue de la Halle 20, 7860 Lessines. Conformément au prescrit des articles 76 et 80, § 2, de la loi sur les Juge-commissaire : Vangeneberg, Robert. faillites et à l’ordonnance rendue par M. le juge-commissaire Kacem, les créanciers sont invités à comparaître à l’assemblée des créanciers Tournai, le 30 juin 2009. qui sera tenue en la salle d’audience du tribunal de commerce de Pour extrait conforme : le greffier en chef, (signé) G. Lavennes. Nivelles, rue Clarisse 115, à 1400 Nivelles, le lundi 28 septembre 2009, (28555) à 10 h 30 m précises, afin de délibérer sur l’excusabilité du failli. Cet avis tient lieu de convocation des créanciers. Tribunal de commerce de Verviers La greffière, (signé) P. Fourneau. (28552) Faillites sur citation Par jugement du 25 juin 2009, le tribunal de commerce de Verviers a Avis aux créanciers inscrits à la faillite de Decarme, Gregory, déclaré la faillite de la société privée à responsabilité limitée Global chaussée de Nivelles 98A, 5140 Sombreffe. Finance Cy, dont le siège social est établi à 4910 Theux, rue des Usines 17, inscrite à la Banque-Carrefour des Entreprises sous le Conformément au prescrit des articles 76 et 80, § 2, de la loi sur les numéro 0475.253.478, pour l’activité des agents et courtiers d’assu- faillites et à l’ordonnance rendue par M. le juge-commissaire Kacem, rances. les créanciers sont invités à comparaître à l’assemblée des créanciers qui sera tenue en la salle d’audience du tribunal de commerce de Curateur : Me Jacques Piron, à 4800 Verviers, rue des Déportés 82. Nivelles, rue Clarisse 115, à 1400 Nivelles, le lundi 28 septembre 2009, Les créanciers doivent produire leurs créances au greffe endéans les à 10 h 30 m précises, afin de délibérer sur l’excusabilité du failli. trente jours. Cet avis tient lieu de convocation des créanciers. Clôture du premier procès-verbal de vérification des créances : le La greffière, (signé) P. Fourneau. 27 août 2009, à 9 h 30 m, au palais de justice de Verviers. (28553) Pour extrait conforme : le greffier, (signé) Sabine Namur. (28556) Tribunal de commerce de Tournai Par jugement du 25 juin 2009, le tribunal de commerce de Verviers a déclaré la faillite de Darssi, Jawed, né le 27 juin 1980 à Verviers, ayant fait une demande de radiation en date du 20 mars 2009 pour Par jugement rendu le 29 juin 2009 par le tribunal de commerce de 4820 Dison, rue des Tailles 41/rez, domicilié à 4820 Dison, rue des Tournai, a été ouverte, sur aveu, la faillite de la SPRL Ets Debaise Taille 41/002, inscrit à la Banque-Carrefour des Entreprises sous le Michael, ayant son siège social à 7711 Dottignies, rue de l’Yser 52, numéro 0893.399.989, pour le commerce de détail de véhicules auto- inscrite à la B.C.E. sous le n° d’entreprise 0478.453.092, et ayant pour mobiles et pièces détachées. activité commerciale l’entreprise de menuiserie. Curateur : Me Pierre Schmits, à 4800 Verviers, rue Laoureux 42. Les créanciers sont tenus de produire leurs créances au greffe du Les créanciers doivent produire leurs créances au greffe endéans les tribunal de commerce de Tournai, rue des Filles-Dieu 1, à 7500 Tournai, trente jours. dans un délai de trente jours (29 juillet 2009). Clôture du premier procès-verbal de vérification des créances : le Pour bénéficier de la décharge, les personnes physiques qui, à titre 27 août 2009, à 9 h 30 m, au palais de justice de Verviers. gratuit, se sont constituées sûreté personnelle du failli sont tenues de déposer au greffe du tribunal de commerce une déclaration attestant Pour extrait conforme : le greffier, (signé) Sabine Namur. (28557) que leur obligation est disproportionnée à leurs revenus et à leur patrimoine, les pièces dont question à l’article 72ter de la loi sur les faillites devant être jointes à cette déclaration. Le premier procès-verbal de vérification des créances sera déposé au Par jugement du 25 juin 2009, le tribunal de commerce de Verviers a greffe du tribunal de commerce de Tournai le 18 août 2009. déclaré la faillite de la société privée à responsabilité limitée Ak-Gun, dont le siège social est établi à 4821 Dison, rue des Franchimontois 41, Curateur : Me Mercier, Olivier, rue des Villas 6, 7700 Mouscron. inscrite au registre de la T.V.A. et à la Banque-Carrefour des Entreprises sous le numéro 0887.583.454, pour le transport routier de marchandises Juge-commissaire : Taelman, Patrick. exercé au siège social. Tournai, le 29 juin 2009. Curateur : Me Jacques Piron, à 4800 Verviers, rue des Déportés 82. Pour extrait conforme : le greffier en chef, (signé) G. Lavennes. Les créanciers doivent produire leurs créances au greffe endéans les (28554) trente jours. 46378 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Clôture du premier procès-verbal de vérification des créances : le Curator : Mr. Snepvangers, Stefan, Grote Steenweg 154, 27 août 2009, à 9 h 30 m, au palais de justice de Verviers. 2600 Berchem (Antwerpen). Pour extrait conforme : le greffier, (signé) Sabine Namur. Datum der staking van betaling : 30 juni 2009. (28558) Indienen der schuldvorderingen ter griffie : vóór 30 juli 2009. Neerlegging van het eerste proces-verbaal van nazicht der inge- Rechtbank van koophandel te Antwerpen diende schuldvorderingen : 28 augustus 2009, ter griffie van de recht- bank van koophandel te Antwerpen, Bolivarplaats 20, 2000 Antwerpen. De personen die zich persoonlijk zeker hebben gesteld voor de gefail- Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen, leerde (onder meer de borgen van de gefailleerde), kunnen hiervan ter d.d. 30 juni 2009, is DNG’s Lucky Gold BVBA, Mechelsesteenweg 211- griffie een verklaring neerleggen (artikel 72bis en artikel 72ter Fail.W.). 213, 2018 Antwerpen-1, tussenpersoon in de handel, ondernemings- De griffier-hoofd van dienst, M. Caers. nummer 0452.462.834, op bekentenis, failliet verklaard. (Pro deo) (28562) Curator : Mr. Van Der Hofstadt, Serge, Jan Van Rijswijcklaan 1-3, 2018 Antwerpen-1. Datum der staking van betaling : 30 juni 2009. Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen, d.d. 30 juni 2009, is Transxtra NV, Vaartstraat 2-8 2240 Zandhoven, Indienen der schuldvorderingen ter griffie : vóór 30 juli 2009. goederenvervoer over de weg, m.u.v. verhuisbedrijven, ondernemings- Neerlegging van het eerste proces-verbaal van nazicht der inge- nummer 0465.368.089, op bekentenis, failliet verklaard. diende schuldvorderingen : 28 augustus 2009, ter griffie van de recht- Curator : Mr. Swartele, Kjell, Anselmostraat 2, 2018 Antwerpen-1. bank van koophandel te Antwerpen, Bolivarplaats 20, 2000 Antwerpen. Datum der staking van betaling : 30 juni 2009. De personen die zich persoonlijk zeker hebben gesteld voor de gefail- leerde (onder meer de borgen van de gefailleerde), kunnen hiervan ter Indienen der schuldvorderingen ter griffie : vóór 30 juli 2009. griffie een verklaring neerleggen (artikel 72bis en artikel 72ter Fail.W.). Neerlegging van het eerste proces-verbaal van nazicht der inge- De griffier-hoofd van dienst, M. Caers. diende schuldvorderingen : 30 juli 2009, ter griffie van de rechtbank van (Pro deo) (28559) koophandel te Antwerpen, Bolivarplaats 20, 2000 Antwerpen. De personen die zich persoonlijk zeker hebben gesteld voor de gefail- leerde (onder meer de borgen van de gefailleerde), kunnen hiervan ter Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen, griffie een verklaring neerleggen (artikel 72bis en artikel 72ter Fail.W.). d.d. 30 juni 2009, is De Watergraaf BVBA, Plantin en Moretuslei 10, De griffier-hoofd van dienst, M. Caers. 2018 Antwerpen-1, eetgelegenheden met volledige bediening, (Pro deo) (28563) ondernemingsnummer 0460.606.280, op bekentenis, failliet verklaard. Curator : Mr. Van Raemdonck, Marc, Mechelsesteenweg 166, 2018 Antwerpen-1. Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen, Datum der staking van betaling : 30 juni 2009. d.d. 30 juni 2009, is Transxtra Rent BVBA, Vaartstraat 2-8 2240 Zand- hoven, tussenpersoon in de handel, ondernemings- Indienen der schuldvorderingen ter griffie : vóór 30 juli 2009. nummer 0417.769.991, op bekentenis, failliet verklaard. Neerlegging van het eerste proces-verbaal van nazicht der inge- Curator : Mr. Swartele, Kjell, Anselmostraat 2, 2018 Antwerpen-1. diende schuldvorderingen : 28 augustus 2009, ter griffie van de recht- bank van koophandel te Antwerpen, Bolivarplaats 20, 2000 Antwerpen. Datum der staking van betaling : 30 juni 2009. De personen die zich persoonlijk zeker hebben gesteld voor de gefail- Indienen der schuldvorderingen ter griffie : vóór 30 juli 2009. leerde (onder meer de borgen van de gefailleerde), kunnen hiervan ter griffie een verklaring neerleggen (artikel 72bis en artikel 72ter Fail.W.). Neerlegging van het eerste proces-verbaal van nazicht der inge- diende schuldvorderingen : 28 augustus 2009, ter griffie van de recht- De griffier-hoofd van dienst, M. Caers. bank van koophandel te Antwerpen, Bolivarplaats 20, 2000 Antwerpen. (Pro deo) (28560) De personen die zich persoonlijk zeker hebben gesteld voor de gefail- leerde (onder meer de borgen van de gefailleerde), kunnen hiervan ter griffie een verklaring neerleggen (artikel 72bis en artikel 72ter Fail.W.). Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen, d.d. 30 juni 2009, is Videomatic BVBA, Kapellestraat 75, 2630 Aartselaar, De griffier-hoofd van dienst, M. Caers. verhuur van videobanden, dvd’s en cd’s, ondernemings- (Pro deo) (28564) nummer 0464.171.427, op bekentenis, failliet verklaard. Curator : Mr. Talboom, Constant, Lombardenvest 22, 2000 Antwerpen-1. Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen, d.d. 30 juni 2009, is Redexx BVBA, Wasbrug 17, 2910 Essen, handels- Datum der staking van betaling : 30 juni 2009. bemiddeling en groothandel in onderdelen en accessoires van motor- Indienen der schuldvorderingen ter griffie : vóór 30 juli 2009. voertuigen, ondernemingsnummer 0874.939.604, op bekentenis, failliet verklaard. Neerlegging van het eerste proces-verbaal van nazicht der inge- diende schuldvorderingen : 28 augustus 2009, ter griffie van de recht- Curator : Mr. Teughels, Yves, Coremansstraat 14A, 2600 Berchem bank van koophandel te Antwerpen, Bolivarplaats 20, 2000 Antwerpen. (Antwerpen). De personen die zich persoonlijk zeker hebben gesteld voor de gefail- Datum der staking van betaling : 30 juni 2009. leerde (onder meer de borgen van de gefailleerde), kunnen hiervan ter Indienen der schuldvorderingen ter griffie : vóór 30 juli 2009. griffie een verklaring neerleggen (artikel 72bis en artikel 72ter Fail.W.). De griffier-hoofd van dienst, M. Caers. Neerlegging van het eerste proces-verbaal van nazicht der inge- (Pro deo) (28561) diende schuldvorderingen : 28 augustus 2009, ter griffie van de recht- bank van koophandel te Antwerpen, Bolivarplaats 20, 2000 Antwerpen. De personen die zich persoonlijk zeker hebben gesteld voor de gefail- Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen, leerde (onder meer de borgen van de gefailleerde), kunnen hiervan ter d.d. 30 juni 2009, is Mama Mundo BVBA, Schilders- griffie een verklaring neerleggen (artikel 72bis en artikel 72ter Fail.W.). straat 23, 2000 Antwerpen-1, reclamebureaus, ondernemings- De griffier-hoofd van dienst, M. Caers. nummer 0448.899.667, op bekentenis, failliet verklaard. (Pro deo) (28565) MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46379 Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen, De personen die zich persoonlijk zeker hebben gesteld voor de gefail- d.d. 30 juni 2009, is De Decker Industries NV, Bijkhoevelaan 11, leerde (onder meer de borgen van de gefailleerde), kunnen hiervan ter 2110 Wijnegem, installatie van verwarming, klimaatregeling en venti- griffie een verklaring neerleggen (artikel 72bis en artikel 72ter Fail.W.). latie, ondernemingsnummer 0455.885.548, op bekentenis, failliet De griffier-hoofd van dienst, M. Caers. verklaard. (Pro deo) (28569) Curator : Mr. Dejosse, Wim, Schermersstraat 30, 2000 Antwerpen-1. Datum der staking van betaling : 30 juni 2009. Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen van Indienen der schuldvorderingen ter griffie : vóór 30 juli 2009. 30 juni 2009, werd het faillissement van Antwerps Steen- en Marmer- Neerlegging van het eerste proces-verbaal van nazicht der inge- bedrijf BVBA, Sint-Bernardsesteenweg 1190, 2660 Hoboken (Antwer- diende schuldvorderingen : 28 augustus 2009, ter griffie van de recht- pen), ondernemingsnummer 0404.118.529, gesloten bij vereffening. bank van koophandel te Antwerpen, Bolivarplaats 20, 2000 Antwerpen. Beschouwd als vereffenaars : Geert Van Hecke. De personen die zich persoonlijk zeker hebben gesteld voor de gefail- Curator : Mr. Mattheessens, Pieter, advocaat, Lange Lozanastraat 24, leerde (onder meer de borgen van de gefailleerde), kunnen hiervan ter 2018 Antwerpen-1. griffie een verklaring neerleggen (artikel 72bis en artikel 72ter Fail.W.). De griffier-hoofd van dienst, M. Caers. De griffier-hoofd van dienst, M. Caers. (28570) (Pro deo) (28566) Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen van Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen, 30 juni 2009, werd het faillissement van Schlussel, Charles, Hoveniers- d.d. 30 juni 2009, is Royan BVBA, Vlaamse Kaai 20, 2000 Antwerpen-1, straat 16-20, 2000 Antwerpen-1, ondernemingsnummer 0506.430.664, detailhandel in meubilair in gespecialiseerde winkels, ondernemings- gesloten bij vereffening en niet verschoonbaar verklaard. nummer 0880.286.876, op bekentenis, failliet verklaard. Curator : Mr. Van Orshaegen, Willy, advocaat, Kroonstraat 44, Curator : Mr. Verstraeten, Peter, Prins Boudewijnlaan 177-179, 2140 Borgerhout (Antwerpen). 2610 Wilrijk (Antwerpen). De griffier-hoofd van dienst, M. Caers. Datum der staking van betaling : 30 juni 2009. (28571) Indienen der schuldvorderingen ter griffie : vóór 30 juli 2009. Neerlegging van het eerste proces-verbaal van nazicht der inge- Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen van diende schuldvorderingen : 28 augustus 2009, ter griffie van de recht- 30 juni 2009, werd het faillissement van Lemmens, Kurt, Kerklei 77, bank van koophandel te Antwerpen, Bolivarplaats 20, 2000 Antwerpen. 2960 Brecht, ondernemingsnummer 0687.328.736, gesloten bij ontoerei- De personen die zich persoonlijk zeker hebben gesteld voor de gefail- kend actief en verschoonbaar verklaard. leerde (onder meer de borgen van de gefailleerde), kunnen hiervan ter Curator : Mr. Hendrickx, Christiaan, advocaat, Quinten Matsijslei 34, griffie een verklaring neerleggen (artikel 72bis en artikel 72ter Fail.W.). 2018 Antwerpen-1. De griffier-hoofd van dienst, M. Caers. De griffier-hoofd van dienst, M. Caers. (Pro deo) (28567) (28572) Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen, Rechtbank van koophandel te Brugge, afdeling Brugge d.d. 30 juni 2009, is Hilto BVBA, Vlaamse Kaai 20, 2000 Antwerpen-1, detailhandel in verlichting in gespecialiseerde winkels, ondernemings- nummer 0882.284.878, op bekentenis, failliet verklaard. Bij vonnis van de eerste kamer bis van de rechtbank van koophandel Curator : Mr. Verstraeten, Peter, Prins Boudewijnlaan 177-179, te Brugge, afdeling Brugge, d.d. 29 juni 2009, werd het faillissement van 2610 Wilrijk (Antwerpen). Topdiscount BVBA, met maatschappelijke zetel te 8340 Damme (Moer- kerke), Middelburgsesteenweg 30, ondernemingsnum- Datum der staking van betaling : 30 juni 2009. mer 0418.746.129, afgesloten bij vereffening. Indienen der schuldvorderingen ter griffie : vóór 30 juli 2009. Wordt als vereffenaar beschouwd, overeenkomstig artikel 185 van het Neerlegging van het eerste proces-verbaal van nazicht der inge- Wetboek van vennootschappen Dany Vermeulen, wonende te diende schuldvorderingen : 28 augustus 2009, ter griffie van de recht- 8310 Brugge, Geralaan 18/001. bank van koophandel te Antwerpen, Bolivarplaats 20, 2000 Antwerpen. Voor eensluidend verklaard uittreksel : de griffier, (get.) T. Neels. (28573) De personen die zich persoonlijk zeker hebben gesteld voor de gefail- leerde (onder meer de borgen van de gefailleerde), kunnen hiervan ter griffie een verklaring neerleggen (artikel 72bis en artikel 72ter Fail.W.). De griffier-hoofd van dienst, M. Caers. Bij vonnis van de eerste kamer bis van de rechtbank van koophandel (Pro deo) (28568) te Brugge, afdeling Brugge, d.d. 29 juni 2009, werd het faillissement van Quintens, Petrus, wonende te 8300 Knokke-Heist, Smedenstraat 26/12, Aat, ondernemingsnummer 0520.323.539, afgesloten bij vereffening. Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen, De gefailleerde werd verschoonbaar verklaard. d.d. 30 juni 2009, is Stal Brabo NV, Schutbocht 4, 2970 Schilde, Voor eensluidend verklaard uittreksel : de griffier, (get.) T. Neels. ondernemingsnummer 0453.555.073, bij dagvaarding, failliet verklaard. (28574) Curators : Mr. Van Camp, Eddy, Molenstraat 52-54, 2018 Antwerpen-1 en Mr. Mertens, Ilse, Molenstraat 52-54, 2018 Antwerpen-1. Bij vonnis van de eerste kamer bis van de rechtbank van koophandel te Brugge, afdeling Brugge, d.d. 29 juni 2009, werd het faillissement van Datum der staking van betaling : 30 juni 2009. De Visch, Stefaan, wonende te 8820 Torhout, Langenhoekstraat 5, Indienen der schuldvorderingen ter griffie : vóór 30 juli 2009. ondernemingsnummer 0677.285.969, afgesloten bij vereffening. Neerlegging van het eerste proces-verbaal van nazicht der inge- De gefailleerde werd verschoonbaar verklaard. diende schuldvorderingen : 28 augustus 2009, ter griffie van de recht- Voor eensluidend verklaard uittreksel : de griffier, (get.) T. Neels. bank van koophandel te Antwerpen, Bolivarplaats 20, 2000 Antwerpen. (28575) 46380 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Bij vonnis van de eerste kamer bis van de rechtbank van koophandel De personen die zich persoonlijk zeker hebben gesteld voor de gefail- te Brugge, afdeling Brugge, d.d. 29 juni 2009, werd het faillissement van leerde (onder meer de borgen van de gefailleerde), kunnen hiervan ter Mouton, Jean, overleden op 12 augustus 2007, destijds wonende te griffie een verklaring neerleggen overeenkomstig artikel 72ter Fail.W. 8200 Brugge, Ten Boomgaard 0023, ondernemingsnum- mer 0520.981.357, afgesloten bij vereffening. Het eerste proces-verbaal van verificatie der schuldvorderingen zal dienen neergelegd te worden op de griffie van de rechtbank, uiterlijk De gefailleerde werd verschoonbaar verklaard. op 10 augustus 2009. Voor eensluidend verklaard uittreksel : de griffier, (get.) T. Neels. Voor eensluidend verklaard uittreksel : de hoofdgriffier, (get.) (Pro deo) (28576) F. Hulpia. (Pro deo) (28581) Bij vonnis van de eerste kamer bis van de rechtbank van koophandel te Brugge, afdeling Brugge, d.d. 29 juni 2009, werd het faillissement van Algemeen beheer en administratie & Transport BVBA, met maatschap- Rechtbank van koophandel te Dendermonde pelijke zetel te 8380 Brugge (Zeebrugge), Kraakstraat 6, ondernemings- nummer 0434.906.230, afgesloten bij vereffening. Wordt als vereffenaar beschouwd, overeenkomstig artikel 185 van het Bij vonnis van de zesde kamer van de rechtbank van koophandel te Wetboek van vennootschappen Christiane De Wilde, wonende te Dendermonde, d.d. 29 juni 2009, werd het faillissement van Lafertin, 8691 Leisele, Bergenstraat 53. Karien, schoenenwinkel, Moorselbaan 239, 9300 Aalst, ondernemings- Voor eensluidend verklaard uittreksel : de griffier, (get.) T. Neels. nummer 0898.117.456, gesloten verklaard, bij gebrek aan actief. (Pro deo) (28577) De gefailleerde werd verschoonbaar verklaard. In toepassing van artikel 74 van de faillissementswet wordt de Bij vonnis van de eerste kamer bis van de rechtbank van koophandel uitvoering van het voormeld vonnis gedurende één maand geschorst te Brugge, afdeling Brugge, d.d. 29 juni 2009, werd het faillissement van vanaf de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad. Fadi BVBA, wonende te 8750 Wingene, Markt 6, ondernemingsnummer Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) K. Waterschoot. 0873.827.567, afgesloten bij gebrek aan actief. (28582) Wordt als vereffenaar beschouwd, overeenkomstig artikel 185 van het Wetboek van vennootschappen Fabienne Verhulst, wonende te 8700 Tielt, Krommewalstraat 10. Voor eensluidend verklaard uittreksel : de griffier, (get.) T. Neels. Bij vonnis van de zesde kamer van de rechtbank van koophandel te (Pro deo) (28578) Dendermonde, d.d. 29 juni 2009, werd het faillissement van De Kinder, Natascha, vennoot van de VOF van De Meirssche-De Kinder, Dender- mondebaan 49, 9240 Zele, gesloten verklaard, bij gebrek aan actief. Bij vonnis van de eerste kamer bis van de rechtbank van koophandel De gefailleerde werd verschoonbaar verklaard. te Brugge, afdeling Brugge, d.d. 29 juni 2009, werd het faillissement van Nautical Society Belgium BVBA, met zetel gevestigd te 8340 Damme, In toepassing van artikel 74 van de faillissementswet wordt de Vierscharestraat 46, ondernemingsnummer 0461.807.595, afgesloten bij uitvoering van het voormeld vonnis gedurende één maand geschorst gebrek aan actief. vanaf de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad. Wordt als vereffenaar beschouwd, overeenkomstig artikel 185 van het Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) K. Waterschoot. Wetboek van vennootschappen Christiaan Goedbloed, wonende te (28583) 9840 De Pinte, Grote Steenweg 53. Voor eensluidend verklaard uittreksel : de griffier, (get.) T. Neels. (Pro deo) (28579) Bij vonnis van de zesde kamer van de rechtbank van koophandel te Dendermonde, d.d. 29 juni 2009, werd het faillissement van Delen, Patrick, renovatiewerken, Dalstraat 45, 9100 Sint-Niklaas, onderne- Bij vonnis van de eerste kamer bis van de rechtbank van koophandel mingsnummer : 0516.954.570, gesloten verklaard bij gebrek aan actief. te Brugge, afdeling Brugge, d.d. 29 juni 2009, werd het faillissement van Hoste Joseph en Zoon BVBA, met zetel gevestigd te 8000 Brugge, De gefailleerde werd verschoonbaar verklaard. Monnikenwerve 12, ondernemingsnummer 0424.738.353, afgesloten bij In toepassing van artikel 74 van de faillissementswet wordt de gebrek aan actief. uitvoering van het voormeld vonnis gedurende één maand geschorst Wordt als vereffenaar beschouwd, overeenkomstig artikel 185 van het vanaf de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad. Wetboek van vennootschappen Ignace Hoste, wonende te 8000 Brugge, Monnikenwerve 12. Identiteit van de personen die als vereffenaars worden beschouwd : de heer Delen, Patrick, Dalstraat 45, 9100 Sint-Niklaas. Voor eensluidend verklaard uittreksel : de griffier, (get.) T. Neels. (Pro deo) (28580) Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) K. Waterschoot. (28584) Bij vonnis van de tijdelijke eerste kamer bis van de rechtbank van koophandel te Brugge, afdeling Brugge, d.d. 30 juni 2009, werd, op bekentenis, het faillissement uitgesproken van Maes, Filip Etienne J., Bij vonnis van de zesde kamer van de rechtbank van koophandel te geboren te Tielt op 20 maart 1964, wonende te 8700 Aarsele, Baude- Dendermonde, d.d. 29 juni 2009, werd het faillissement van Van De loostraat 7, ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen Meirssche, Tommy, vennoot van de VOF van Van De Meirssche-De onder nummer 0877.456.356, met als handelsactiviteit installateur sani- Kinder, Geraardsbergsestraat 141, 9400 Ninove, gesloten verklaard bij tair, verwarming en metaalcontructies. gebrek aan actief. Datum van staking van betalingen : 30 juni 2009. De gefailleerde werd verschoonbaar verklaard. Curator : Mr. Johan Lattrez, advocaat te 8850 Ardooie, Beveren- In toepassing van artikel 74 van de faillissementswet wordt de sestraat 3. uitvoering van het voormeld vonnis gedurende één maand geschorst De aangiften van schuldvordering dienen neergelegd te worden ter vanaf de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad. griffie van de rechtbank van koophandel te 8000 Brugge, Kazernevest 3, Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) K. Waterschoot. vóór 30 juli 2009. (28585) MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46381 Bij vonnis van de zesde kamer van de rechtbank van koophandel te In toepassing van artikel 74 van de faillissementswet wordt de Dendermonde, d.d. 29 juni 2009, werd het faillissement van Euromedia uitvoering van het voormeld vonnis gedurende één maand geschorst Center BVBA, speelgoed en decoratie, Brusselstraat 74, 9400 Ninove, vanaf de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad. ondernemingsnummer : 0880.531.851, gesloten verklaard bij gebrek aan Identiteit van de personen die als vereffenaars worden beschouwd : actief. de heer Van De Meirssche, Tommy, Geraardsbergsestraat 141 en De gefailleerde werd niet verschoonbaar verklaard. Mevr. De Kinder, Natascha, Dendermondebaan 49, 9240 Zele. In toepassing van artikel 74 van de faillissementswet wordt de Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) K. Waterschoot. uitvoering van het voormeld vonnis gedurende één maand geschorst (28590) vanaf de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad. Identiteit van de personen die als vereffenaars worden beschouwd : de heer Berlamont, Andre, Sint Janstraat 102, 1785 Merchtem, en Bij vonnis van de zesde kamer van de rechtbank van koophandel te Mevr. Delacluyse, Natacha, Sint Janstraat 102, 1785 Merchtem. Dendermonde, d.d. 29 juni 2009, werd het faillissement van Turquoise BVBA, transport, Gasmeterstraat 96, 9100 Sint-Niklaas, Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) K. Waterschoot. ondernemingsnummer : 0475.680.476, gesloten verklaard bij vereffe- (28586) ning. De gefailleerde werd niet verschoonbaar verklaard. Bij vonnis van de zesde kamer van de rechtbank van koophandel te Identiteit van de personen die als vereffenaars worden beschouwd : Dendermonde, d.d. 29 juni 2009, werd het faillissement van Eki BVBA, de heer Ibrahim Yalavac, Kiemerstraat 134/2, 9100 Sint-Niklaas. bank en verzekeringen, Prinsenmeers 55, 9200 Dendermonde, Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) K. Waterschoot. ondernemingsnummer : 0453.500.239, gesloten verklaard bij gebrek aan (28591) actief. De gefailleerde werd niet verschoonbaar verklaard. Bij vonnis van de zesde kamer van de rechtbank van koophandel te In toepassing van artikel 74 van de faillissementswet wordt de Dendermonde, d.d. 29 juni 2009, werd het faillissement van Boro uitvoering van het voormeld vonnis gedurende één maand geschorst Beton BVBA, betonwerken, Dambrugstraat 88, 9120 Melsele, vanaf de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad. ondernemingsnummer : 0456.782.304, gesloten verklaard bij vereffe- Identiteit van de personen die als vereffenaars worden beschouwd : ning. de heer Van Zande, p/a Mevr. Van Zande, Kapellestraat 35, De gefailleerde werd niet verschoonbaar verklaard. 9200 Dendermonde. Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) K. Waterschoot. Identiteit van de personen die als vereffenaars worden beschouwd : (28587) de heer De Bock, Steven, Dambrugstraat 8, 9120 Melsele. Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) K. Waterschoot. (28592) Bij vonnis van de zesde kamer van de rechtbank van koophandel te Dendermonde, d.d. 29 juni 2009, werd het faillissement van Project Textiles 90 BVBA, coördinatie van bouwwerken, Leo de Bethunelaan 96 Bij vonnis van de zesde kamer van de rechtbank van koophandel te bus 7, 9300 Aalst, ondernemingsnummer : 0441.249.139, gesloten Dendermonde, d.d. 29 juni 2009, werd het faillissement van Belgium verklaard bij gebrek aan actief. Bedding Factory BVBA, groothandel niet-electr. huishoudartikelen, Zeelsebaan 83B, 9200 Dendermonde-Grembergen, ondernemingsnum- De gefailleerde werd niet verschoonbaar verklaard. mer : 0879.596.394, gesloten verklaard bij vereffening. In toepassing van artikel 74 van de faillissementswet wordt de De gefailleerde werd niet verschoonbaar verklaard. uitvoering van het voormeld vonnis gedurende één maand geschorst vanaf de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad. Identiteit van de personen die als vereffenaars worden beschouwd : de heer Muskens, Theodorus Calle Duende 1B, E 04638 Majacar Identiteit van de personen die als vereffenaars worden beschouwd : Almeria, en zijn tweede adres te Carretera garrucha-los gallardos s/n de heer De Baets, Willi Leo, De Bethunelaan 96 B7, 9300 Aalst. al. 152 km Las Alparatas, E-04638 Majacar (Almeria). Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) K. Waterschoot. Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) K. Waterschoot. (28588) (28593) Bij vonnis van de zesde kamer van de rechtbank van koophandel te Bij vonnis van de zesde kamer van de rechtbank van koophandel te Dendermonde, d.d. 29 juni 2009, werd het faillissement van Dendermonde, d.d. 29 juni 2009, werd het faillissement van Apog NV, Hover BVBA, drankgelegenheid, Antwerpse steenweg 47, 9140 Temse, Toegangscontrole Evenementen, Alexander Farneselaan 11, ondernemingsnummer : 0887.023.527, gesloten verklaard bij gebrek aan 9120 Melsele, ondernemingsnummer : 0440.657.637, gesloten verklaard actief. bij vereffening. De gefailleerde werd niet verschoonbaar verklaard. De gefailleerde werd niet verschoonbaar verklaard. In toepassing van artikel 74 van de faillissementswet wordt de Identiteit van de personen die als vereffenaars worden beschouwd : uitvoering van het voormeld vonnis gedurende één maand geschorst de heer Fall Meme Alexander, Farneselaan 11, 9120 Melsele. vanaf de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad. Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) K. Waterschoot. Identiteit van de personen die als vereffenaars worden beschouwd : (28594) de heer Hoste, Stefan, Antwerpse Steenweg 47, 9140 Tielrode. Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) K. Waterschoot. (28589) Bij vonnis van de zesde kamer van de rechtbank van koophandel te Dendermonde, d.d. 29 juni 2009, werd het faillissement van Taxi Plus BVBA, luchthavenvervoer, Sluisstraat (Ver) 3, 9130 Doel, onderne- mingsnummer : 0859.728.024, gesloten verklaard bij vereffening. Bij vonnis van de zesde kamer van de rechtbank van koophandel te Dendermonde, d.d. 29 juni 2009, werd het faillissement van Van De De gefailleerde werd niet verschoonbaar verklaard. Meirssche-De Kinder VOF, frituur, Huilaart 2, 9260 Wichelen, Identiteit van de personen die als vereffenaars worden beschouwd : ondernemingsnummer : 0880.567.483, gesloten verklaard bij gebrek aan Mevr. Wouters, Beatrix, Sluisstraat 3, 9130 Beveren. actief. Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) K. Waterschoot. De gefailleerde werd niet verschoonbaar verklaard. (28595) 46382 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Bij vonnis van de zesde kamer van de rechtbank van koophandel te bevolen dat de griffier dient over te gaan tot de kennisgeving Dendermonde, d.d. 29 juni 2009, werd het faillissement van Everaert, conform artikel 23 van de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van Hilde, eetgelegenheid, Houtbriel 34, 9100 Sint-Niklaas, ondernemings- een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het nummer : 0888.547.219, gesloten verklaard bij vereffening. handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen. De gefailleerde werd niet verschoonbaar verklaard. Voor eensluidend uittreksel : de afgevaardigd griffier, (get.) Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) K. Waterschoot. H. Wachtelaer. (28596) (28598) Rechtbank van koophandel te Antwerpen Bij vonnis van de zesde kamer van de rechtbank van koophandel te Dendermonde, d.d. 29 juni 2009, werd het faillissement van Horemans, Peggy, drankgelegenheid, Vleeshouwerstraat 29, 9112 Sinaai-Waas, gesloten verklaard bij vereffening. Vonnis gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen op donderdag, elf juni tweeduizend en negen. De gefailleerde werd verschoonbaar verklaard. In de openbare terechtzitting van de Elfde kamer van de rechtbank Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) K. Waterschoot. van koophandel van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, waar (28597) zitting hadden : I. RENAP, Rechter, Voorzitter van de kamer Faillite rapportée − Intrekking faillissement A. VAN GELDER, Rechter in handelszaken D. PEETERS, Rechter in handelszaken L. BOETS, Griffier Hof van beroep te Brussel In de zaak van : AR/09/5266 BVBA ITALIAN CLASSICS, met zetel te 2110 Wijnegem, Turnhoutse- Het hof van beroep te Brussel heeft bij arrest van 30 juni 2009, baan 106, KBO : 0866.107.258. EISERES IN VERZET : vertegenwoordig door Mr. E. Uirix, advocaat, in zake van : kantoorhoudende te 1030 Brussel, Kolonel Bourglaan 100A, bus 5. BVBA Telrent, met maatschappelijke zetel te 1000 Brussel, Drukpers- tegen : straat 4, appellante, De Belgische Staat, FOD Financiën, vertegenwoordig door de tegen Minister van Financiën van wie de kantoren gevestigd zijn te Brussel, Wetstraat 12, Administratie der directe Belastingen, op vervolging en 1. Bertrand Asscherickx, advocaat te 1070 Brussel, handelend in zijn benaarstiging van de Ontvanger der Directe Belastingen, Ontvang- hoedanigheid van curator van het faillissement van de BVBA Telrent, kantoor Mortsel 2, met kantoren gelegen te 2500 Lier, Kruisbogenhof- straat 24. en Eerste verweerster in verzet : vertegenwoordig door Mr. A. Van Der 2. het Openbaar Ministerie, in eerste aanleg in de persoon van de heer Veipen loco Mr. M. Vanstreels, beiden advocaat, kantoorhoudende te procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, 2140 Borgerhout, Joe Englishstraat 61, bus 13. met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat, en in hoger beroep in de persoon van de heer procureur-generaal bij het hof van beroep te Mr. M. Present, advocaat, kantoorhoudende te 2070 Zwijndrecht, Brussel, met kantoor te 1000 Brussel, Poelaertplein 1, Heilig Geesthoek 24, in haar hoedanigheid van curator over het faillis- sement BVBA ITALIAN CLASSICS, met zetel te 2110 Wijnegem, Turn- geïntimeerden, houtsebaan 106, KBO : 0866.107.258, hiertoe aangesteld bij vonnis van de Rechtbank van Koophandel te Antwerpen dd. 07.05.2009. het bestreden vonnis, gewezen op 25 november 2008 door de Tweede verweerster Q.Q. in verzet : in persoon. rechtbank van koophandel te Brussel, behoudens in zoverre de eis ontvankelijk verklaard werd, teniet gedaan; Gezien de geregistreerde dagvaarding in verzet betekend dd. 15 mei 2009. Gelet op het vonnis bij verstek, op dagvaarding gezegd dat het op 25 november 2008 op naam van de appellante gewezen door de 11 ° kamer van de Rechtbank van Koophandel te geopende faillissement is opgeheven en dat curator Asscherickx uit zijn Antwerpen op 7 mei 2009 waarbij de BVBA ITALIAN CLASSICS in aanstelling wordt ontlast; staat van faillissement werd verklaard. de kosten verbonden aan de opening, de afwikkeling en de ophef- Gehoord partijen in hun middelen en het advies van fing van het faillissement en alle kosten en erelonen van de curator ten Mevr. I. Arnauts, Subst. Proc. Des Konings ter zitting van 4 juni 2009. laste van de Belgische Staat gelegd; Gelet op de door eerste verweerster in verzet en de curator neer- de eis tot gerechtelijke ontbinding ontvankelijk en gegrond gelegde conclusie. verklaard; De BVBA ITALIAN CLASSICS werd in staat van faillissement gezegd dat de BVBA Telrent gerechtelijk is ontbonden en dat ze dient verklaard op basis van een dagvaarding van eerste verweerster in te worden vereffend; verzet, die een opeisbare schuldvordering bezat die onbetaald was gebleven ondanks pogingen tot gedwongen uitvoering lastens de als vereffenaar Nadine Mollekens, advocaat te 1600 Sint-Pieters- gefailleerde. Leeuw, V. Nonnemansstraat 56, bus 2.1, info.mollekens@skynet.be Eiseres in verzet heeft deze schuldvordering thans voldaan. benoemd; Eerste verweerder in verzet bevestigt dat haar schuldvordering met gezegd dat de vereffenaar alle bevoegdheden uitoefend die hem inbegrip van de kosten werd voldaan, en gedraagt zich verder naar de toekomen krachtens de artikelen 186 tot en met 195 van het Wetboek wijsheid van de rechtbank. van Vennootschappen; Volgens de uiteenzetting ter zitting heeft de vennootschap haar de neerlegging en bekendmaking van een uittreksel van dit arrest in betalingen niet op duurzame wijze gestaakt en is het krediet evenmin de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad bevolen; geschokt. MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46383 De dagvaarding in faillissement zou het gevolg geweest zijn van het II. Commune de Sambreville - Quatrième division - Tamines feit dat de maatschappelijke zetel werd verhuisd terwijl de zetel- verplaatsing administratief nog niet was in orde gebracht, zodat eiseres Une maison de commerce sise rue du Collège, cotée sous le numéro 5, in verzet niet tijdig kennis kreeg van de dagvaarding. cadastrée selon extrait récent de la matrice cadastrale section A, numéro 864 Z, pour une contenance de 1 are 97 centiares. Er wordt aangetoond dat de faillissementsvoorwaarden niet vervuld zijn. Het verzet komt gegrond voor. III. Commune de Anhee - Septième division - Annevoie-Rouillon De kosten, met inbegrip van de staat van ereloon en kosten van de 1/ Une maison d’habitation sise Chaussée de Namur, où la maison curator, worden ten laste gelegd van eiseres in verzet, vermits zij ten est cotée sous le numéro 12A, cadastrée selon extrait récent de la onrechte verstek liet. matrice cadastrale section B, numéro 68 T 3, pour une contenance de 4 ares 49 centiares. Partijen hebben verklaard dat de kosten met betrekking tot de verstekprocedure met inbegrip van de RPV reeds zijn betaald door 2/ Tous droits indivis, soit un quart en pleine propriété, dans un eiseres in verzet. chemin sis en lieu-dit « Rouillon », cadastré selon extrait récent de la matrice cadastrale section B, numéro 68 R 3, pour une contenance de Om deze redenen : 2 ares 89 centiares. De Rechtbank, gelet op de toepassing van de artikelen 2, 34, 35, 37 en APPORT D’UN IMMEUBLE propre à M. Jacques JEANDRAIN, au 41 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechts- patrimoine commun, savoir : zaken, gewijzigd bij de wet van 10 oktober 1967 houdende het Gerechtelijk Wetboek. Rechtdoende op tegenspraak, Commune de SAMBREVILLE - Deuxième division - ARSIMONT Verklaart het verzet ontvankelijk en gegrond. Un garage sis rue du Palton, 2, cadastré selon extrait récent de la matrice cadastrale section C, numéro 324 S, pour une contenance de Doet het vonnis waartegen verzet teniet. 5 ares 68 centiares. Trekt het faillissement van de BVBA ITALIAN CLASSICS, met zetel Fait à Sambreville (Tamines), le 1er juillet 2009. te 2110 Wijnegem, Tumhoutsebaan 106, KBO : 0866.107.258, in. (Signé) P. Hugard, notaire. (28600) Veroordeelt eiseres in verzet tot de gerechtskosten van het verzet, met inbegrip van de staat van ereloon en onkosten van de curator, begroot op 1,00 EUR provisioneel. (Get.) L. Boets; I. Renap; D. Peeters; A. Van Gelder. Par acte reçu par le notaire Jean-François Koeckx, à Neufchâteau, le 29 juin 2009, en cours d’enregistrement à Neufchâteau, M. BAYET Antwerpen, 29 juni 2009. Roger Jean-Marie, né à Longlier le 3 juin 1958, et son épouse Mme De afgevaardigd-griffier, (get.) J. Bougrea. Lejeune Marie Dominique Patricia, née à Vielsalm le 12 septembre 1958, (28599) domiciliés à 6840 Longlier, route de la Maladrie 7, mariés à Neufchâ- teau le 6 juillet 1979 sous le régime de la communauté légale à défaut de contrat de mariage, ont déclaré vouloir modifier leur régime matrimonial de la manière suivante. maintien du régime matrimonial Régime matrimonial − Huwelijksvermogensstelsel actuel étant la communauté légale de bien et ameublissement par M. Roger Bayet et par conséquent entrée dans le patrimoine commun de trois appartements situés dans un immeuble à appartements multi- Les époux M. Jeandrain Jacques, Georges, Eli, Ghislain, né à Arsi- ples, dénommé ″RESIDENCE LA MADELEINE″, situé commune de mont, le dix-huit juin mil neuf cent quarante-six, et son épouse Neufchâteau, cinquième division Longlier, ″route de la Maladrie 3″, Mme Hanique Jacqueline, Marie, Joseph, Benoite, Ghislaine, née à cadastré sous section D numéro 184/H pour une contenance totale de Arsimont, le douze avril mil neuf cent quarante-six, tous deux domi- 11 ares 47 centiares, étant les appartements numéros : 1. comprenant ciliés à 5060 SAMBREVILLE (ARSIMONT), rue Haut-Baty 68, ont a) en propriété privative et exclusive : 2 chambres, 1 séjour, 1 salle de modifié leur régime matrimonial par acte dressé par le notaire Patrick bain, 1 water-closet, 1 cuisine, 1 buanderie et 1 entrée privative, HUGARD, notaire associé à la résidence de Sambreville (Tamines) en l’ensemble d’une superficie de 85 mètres carrés 75 décimètres carrés, date du 22 juin 2009. 3 emplacements de parking en façade à rue, étant les emplacements dénommés 1, 2 et 3 au plan des emplacements de parking, et 1 terrasse Le contrat modificatif maintient le régime légal et contient : avec jardin privatif en façade à rue, b) en copropriété et indivision forcée : 1963 dixmillièmes des parties communes, 5. comprenant a) en Apport d’immeubles propres à Mme Jacqueline Hanique au patri- propriété privative et exclusive : 2 chambres, 1 séjour, 1 salle de bain, moine commun, savoir : 1 water-closet, 1 cuisine et 1 buanderie, l’ensemble d’une superficie de 80 mères carrés 50 décimètres carrés, 2 emplacements de parking en I. Commune de Sambreville - Deuxième division - Arsimont façade arrière, étant les emplacements dénommés 10 et 11 au plan des emplacements de parking, b) en co-propriété et indivision forcée : 1/ Une terre sise en lieu-dit « Campagne du Palton », cadastrée selon 1284 dixmillièmes des parties communes, 6. comprenant a) en propriété extrait récent de la matrice cadastrale section C, numéro 291 K, pour privative et exclusive : 2 chambres, 1 séjour, 1 salle de bain, 1 water- une contenance de 45 ares 4 centiares. closet, 1 cuisine et 1 buanderie, l’ensemble d’une superficie de 74 mères 2/ Une pâture sise en lieu-dit « Arsimont », cadastrée selon extrait carrés 20 décimètres carrés et 2 emplacements de parking en façade récent de la matrice cadastrale section D, numéro 332 A, pour une arrière, étant les emplacements dénommés 12 et 13 au plan des contenance de 20 ares 50 centiares. emplacements de parking, b) en co-propriété et indivision forcée : 1173 dixmillièmes des parties communes. 3/ Une terre sise en lieu-dit « Campagne du Palton », cadastrée selon Pour extrait analytique conforme : (signé) Jean-François Koeckx, extrait récent de la matrice cadastrale section C, numéro 291 P, pour notaire. une contenance de 11 ares 41 centiares. (28601) 4/ Une pâture sise en lieu-dit « A la Fontaine », cadastrée selon extrait récent de la matrice cadastrale section D, numéro 377, pour une contenance de 40 ares 4 centiares. Extrait de l’acte modificatif du régime matrimonial de M. Beckers, 5/ Une maison d’habitation en deux demeures avec garage et jardin, Michel Gabriel, né à Albertville (ex-Congo Belge) le 12 avril 1938 l’ensemble sis rue Adjudant Roisin, 23, 25, + 25 et rue du Centre, (registre national numéro 38.04.12-253-19), et son épouse, cadastré selon extrait récent de la matrice cadastrale section D, numé- Mme Servotte, Rose-Marie Juliette Célina Ghislaine, née à Laneffe le ros 256 M (maison), 256 L (maison), 259 L (garage) et 259 M (jardin), 1er mars 1940 (registre national numéro 40.03.01-266.80), domiciliés à pour une contenance totale de 18 ares 38 centiares. Overijse, Kapucijnendreef 34. 46384 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD De cet acte reçu par nous, Olivier Palsterman, notaire associé de forcée les 499/10.000èmes, la cave et la mansarde 2, comprenant en résidence à Bruxelles soussigné, substituant son confrère, empêché, copropriété et indivision forcée les 70/10.000èmes, avec la charge Guy Caeymaex, suppléant du notaire Jean-Luc Indekeu, et portant la hypothécaire d’une ouverture de crédit auprès d’ING, d’un montant mention suivante : en principal de 180.000 S, que les époux Harmel-Marescaux s’engagent à rembourser chacun pour moitié. Enregistré un rôle quatre renvois au 1er bureau de l’Enregistrement de Woluwe, le 15 juin 2009, volume 16 folio 34 case 6, reçu 25 S. (Signé) Th. van Doorslaer de ten Ryen, notaire. (28606) Il résulte que les époux prénommés ont confirmé la modification de leur régime matrimonial, par laquelle M. Beckers, a apporté dans la communauté conjugale l’immeuble lui appartenant en propre, étant une villa sis à Overijse, Kapucijnendreef 34. D’un acte modificatif de leur régime matrimonial, reçu par nous, Baudouin Cornil, notaire de résidence à Lens, le 4 juin 2009, et portant Pour extrait analytique conforme : (signé) O. Palsterman, notaire. (28602) la mention d’enregistrement suivante : « Enregistré cinq rôles trois renvois au bureau de l’enregistrement de Lens le 15 juin 2009, Registre 5, volume 391, folio 60, case 16, Reçu : vingt-cinq euros (25 S), 2009/370/0406/N, le receveur, (signé) Luyckx J-M. Extrait de l’acte modificatif du régime matrimonial de M. Pijls, Jean Il résulte que : René, né à Schaerbeek le 30 mars 1935 (NN 35.03.30.027.23), domicilié à 83690 Villecroze (France), chemin des Combes 437, et son épouse, M. Desmet, Christian Marcel André Ghislain, né à Nivelles le Mme Knaff, Geneviève, Stéphanie Marie, née à Luxembourg-Ville 23 janvier 1973, transporteur, et son épouse, Mme Hanuise, Yasmina, (Grand Duché du Luxembourg) le 16 mai 1935 (N.N.35.05.16.016.80), née à Charleroi le 5 février 1974, employée, domiciliés et demeurant domiciliée à 1180 Uccle, avenue de la Sapinière 15. ensemble à Jurbise ex-Herchies, rue Petite 112. Tous deux de nationalité belge, mariés devant l’officier de l’état civil de la commune de Braine- De cet acte reçu par nous, Olivier Palsterman, notaire associé à le-Comte le 10 mai 1997. Bruxelles, substituant son confrère, empêché, Guy Caeymaex, notaire à Bruxelles, nommé à la suppléance du notaire Jean-Luc Indekeu, par Ayant fait précéder leur union d’un contrat de mariage, reçu par le ordonnance du tribunal de première instance de Bruxelles du notaire Baudouin Cornil, soussigné le 19 avril 1997, aux termes duquel 16 janvier 2008. ils ont adopté le régime de la séparation de biens avec une société d’acquêts accessoire (sous le couvert du droit belge). Enregistré trois rôles, sans renvois au 1er bureau de l’Enregistrement de Woluwe, le 15 juin 2009, volume 16 folio 34 case 5. Ont requis le notaire Cornil soussigné d’apporter à leur régime matrimonial, les modifications suivantes : Il résulte que les époux prénommés ont modifié leur régime matri- monial, par la constitution d’une société limitée à un immeuble, lequel 1) Les époux comparant déclarent vouloir rester soumis à leur régime immeuble sis à Uccle, avenue de la Sapinière 15, a été apporté par matrimonial de séparation de biens avec une société d’acquêts acces- Mme Knaff, prénommée. soire, sous réserve toutefois des modifications ci-après. Pour extrait analytique conforme : (signé) O. Palsterman, notaire. 2) Le mari apporte et fait entrer dans la société d’acquêts accessoire, (28603) son immeuble en nature de ferme sis à Herchies. 3) Les époux modifient la situation à propos des droits du conjoint survivant, pour donner plus de sécurité et en même temps plus de Aux termes d’un acte reçu par Me Jean-Paul Vernimmen, notaire liberté, au survivant d’eux deux. associé à Rhode-Saint-Genèse, en date du 30 juin 2009, M. Allo, Georges Lens, le 1er juillet 2009. André Martin, né à Uccle le 5 septembre 1948, et son épouse, Mme Bouckaert, Anne-Marie Eugenie Hubert, née à Leuven le Pour extrait analytique conforme : (signé) Cornil, notaire. 11 août 1956, domiciliés à Beersel (Alsemberg), Onze Lieve Vrouws- (28607) traat 112, ont modifié leur régime matrimonial. Par cet acte les précités ont constitué, accessoirement à leur régime de séparation des biens, une société limitée à laquelle Mme Anne-Marie Aus einer Urkunde aufgenommen durch Notar Jean-Marie Jaku- Bouckaert, a fait l’apport des droits immobiliers propres. bowski, in Eupen am 14. Juni 2009, geht hervor, dass Herr Keutgen, Hubert Nikolaus, Tierarzt, geboren zu Lontzen am 8. Februar 1940, und (Signé) Jean-Paul Vernimmen, notaire. (28604) seine Ehegattin, Frau Hoen, Klara Maria Hubertine, geboren zu Kettenis, am 30. Januar 1943, Hausfrau, wohnhaft in 4850 Plombières, rue du Birken 110, folgende Änderungen ihres Güterstandes beschlossen haben : M. Peyskens, Michel Eric Julien, né à Ixelles le 31 mars 1963, et son Das Eheregime der Gütertrennung gemäß Ehevertrag des Notars épouse, Mme Dumoulin, Marie-Christine, née à Poissy (Yvelines- Jean Gloesener, in Eupen, vom 23. September 1966 wird beibehalten. France) le 19 octobre 1961, demeurant ensemble à 1350 Orp-Jauche (Enines), rue Bois des Fosses 21, ont par acte reçu par le notaire associé Neben dem Güterstand der Gütertrennung wird eine Gesellschaft Dirk Michiels, à Aarschot, le 15 juin 2009, modifié leur régime matri- gegründet, welche sich ausschließlich auf die nachbezeichnete einzu- monial, contenant apport d’une maison sur et avec terrain à Orp-Jauche bringende Immobilie, auf deren Zubehör und Nebenanlagen, (Enines), rue Bois des Fosses 21 et du crédit hypothécaire y relatif par beschränkt : M. Peyskens, dans le patrimoine commun. Gemeinde Plombieres - Gemarkung III - Montzen Pour les époux, (signé) Dirk Michiels, notaire associé. (28605) Ein Wohnhaus mit Garten gelegen rue de Birken 110, katastriert unter Flur A Nummer 803 E, mit einer Fläche von eintausendvierhundert- sechsundzwanzig Quadratmetern (1.426 Qm). Für gleichlautenden Auszug : (get.) Jean Marie Jakubowski, Notar. Par acte du 29 juin 2009, reçu par le notaire Thibaut van Doorslaer de (28608) ten Ryen, à Jodoigne, Le Comte Harmel, Gregory Marie Sophie Jacques, né à Woluwé-Saint-Lambert le 6 mai 1982, inscrit au registre national sous le numéro 820506 295-21, et son épouse, Mme Marescaux, Céline Hélène Thierry Marie, née à Bruxelles le 14 avril 1983, inscrite au Uit de akte verleden voor notaris Bart Drieskens, te Houthalen, op registre national sous le numéro 830414 356-25, domiciliés ensemble à 19 juni 2009, blijkt dat de heer Deckers, Joseph Pieter Maria, geboren te Ixelles, rue Fernand Neuray 76, ont confirmé leur régime matrimonial Grevenbroich (Duitsland) op 4 augustus 1970, en zijn echtgenote, le régime de la séparation de biens avec une société d’acquêts acces- Mevr. Houbrechts, Lieve, geboren te Hasselt op 23 maart 1969, soire, et Mme Marescaux, Céline, a apporté et fait entrer dans la société wonende te 3530 Houthalen-Helchteren, Vlinderstraat 3, hun d’acquêts accessoire, 61, 75 % en pleine propriété, un bien situé à huwelijksvermogensstelsel hebben gewijzigd. Ixelles, avenue Louis Lepoutre 103-105-107, étant l’appartement au Voor de verzoekers : (get.) B. Drieskens, notaris. quatrième étage à droite, comprenant en copropriété et indivision (28609) MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46385 Bij akte houdende wijziging van het huwelijksvermogensstelsel Bij vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, tweede tussen de heer Vanden Abeele, Filip, en zijn echtgenote, Mevr. Van de B kamer, van 24 april 2009, werd gehomologeerd de akte verleden voor Kerckhove, Annick, samenwonende te 8020 Oostkamp, Lieven Mr. Karel Tobback, geassocieerd notaris met standplaats te Boom, Gevaertplein 7, verleden voor notaris Steven Fieuws, te Brugge, op tussen de echtgenoten Verheyen, Jozef Louis, gepensioneerde, geboren 8 juni 2009, werden een aantal wijzigingen aan het wettelijk stelsel te Aartselaar op 9 mei 1939, en zijn echtgenote, Mevr. Vereycken, Maria ingevolge huwelijkscontract verleden voor notaris Christian De Vos, te Philegonda, zonder beroep, geboren te Reet op 27 juli 1938, gehuwd te Brugge (Sint-Michiels), op 12 september 1997 doorgevoerd; onder Kontich op 18 augustus 1962, onder het stelsel van gemeenschap andere waarbij het hierna beschreven eigendom, thans toebehorend beperkt op de aanwinsten blijkens huwelijkscontract verleden voor voor de geheelheid volle eigendom aan de heer Filip Vanden Abeele, notaris Frans De Groof, te Aartselaar, op 31 juli 1962, bij welke akte deze wordt ingebracht in de huwelijksgemeenschap : Een woon- en handels- huwelijkse voorwaarden werden gewijzigd, met name door enerzijds huis met aanhorigheden en grond te Oostkamp, derde afdeling, Lieven de inbreng door de heer Verheyen, Jozef, van een eigen onroerend goed Gevaertplein 7, gekadastreerd sectie F nummer 87/W/4 (volgens titel in de gemeenschap van aanwinsten, en door anderzijds de herroeping sectie F deel van nummer 87/R/4) voor een oppervlakte van drie aren van een wederzijdse gifte en de toevoeging van een verblijvingsbeding. achtendertig centiaren (3 a 38 ca). Boom, 17 juni 2009. Voor de echtgenoten Vanden Abeele Filip-Van de Kerckhove, Annick : (get.) S. Fieuws, notaris. Namens de echtgenoten Verheyen-Vereycken : (get.) Karel Tobback, (28610) geassocieerd notaris. (28614) Bij akte houdende wijziging van het huwelijksvermogensstelsel tussen de heer Lambert, Gilbert Oscar Marie Joseph, en zijn echtgenote, Mevr. Vanmaekelbergh, Thérèse Bernadette, samenwonende te Uit een akte verleden voor notaris Raf Van der Veken, met stand- 8310 Brugge (Assebroek), Michel Van Hammestraat 89, verleden voor plaats Belsele (Sint-Niklaas), op 21 april 2009, blijkt dat de heer Peter notaris Steven Fieuws, te Brugge, op 5 juni 2009, werden een aantal Leon Bertha Van Hoey, en zijn echtgenote, Mevr. Carla Van Osselaer, wijzigingen aan hun stelsel, zijnde het wettelijk stelsel bij gebrek aan samen wonende, te 9111 Belsele (Sint-Niklaas), Hoge Bokstraat 9, hun huwelijkscontract, doorgevoerd : het hierna beschreven eigendom, huwelijkscontract gewijzigd hebben met behoud van het stelsel, thans toebehorend voor de geheelheid volle eigendom aan de heer houdende ondermeer : Gilbert Lambert, wordt ingebracht in de huwelijksgemeenschap : 1. inbreng door Mevr. Carla Van Osselaer, voornoemd, van een Een woonhuis met aanhorigheden en grond, gestaan en gelegen onroerend goed in het gemeenschappelijk vermogen en Michel Van Hammestraat 89, gekadastreerd Brugge, tweeëntwintigste afdeling, deel Assebroek 1, sectie C nummer 303/K (volgens titel deel 2. inbreng door de heer Peter Van Hoey, voornoemd, van speciën in van nummer 303/D) voor een oppervlakte van vijf aren éénenveertig het gemeenschappelijk vermogen. centiaren (5 a 41 ca). Namens de echtgenoten, (get.) Raf Van der Veken, notaris. Voor de echtgenoten Lambert Gilbert-Vanmaekelbergh, Thérèse : (28615) (get.) S. Fieuws, notaris. (28611) Bij akte verleden voor notaris Luc Bogaerts, te Diest, op 29 juni 2009, Bij akte verleden voor geassocieerd notaris An Verwerft, te Grob- werd het huwelijksvermogensstelsel tussen de heer Van Horebeek, bendonk, op 3 juni 2009, hebben de heer Dolfyn, Paul Ivan Agnès, Georges-Frans-Hilda, vertegenwoordiger, geboren te Lubbeek op geboren te Borgerhout op 6 november 1932, en zijn echtgenote, 1 januari 1957, en zijn echtgenote, Mevr. Jans, Monique-Marie-Louise, Mevr. Smets, Charlotte Florentine Josephina, geboren te Deurne bediende, geboren te Heusden op 6 januari 1966, samenwonende te (Antwerpen) op 28 februari 1940, samenwonende te 2280 Grobben- 3271 Scherpenheuvel-Zichem, Pastoor Brissacstraat 33, gewijzigd. donk, Herentalse Steenweg 66, gehuwd onder het stelsel van scheiding van goederen onder vennootschap van aanwinsten bevattende de de wijziging houdt in : inbreng van onroerende goederen in het winsten en spaarpenningen blijkens huwelijkscontract verleden voor gemeenschappelijk vermogen en wijziging nopens de verdeling van het notaris Jacques Lefevre, te Antwerpen, op 17 augustus 1959, hun huidig gemeenschappelijk vermogen. huwelijksvermogensstelsel hebben gewijzigd als volgt : Diest, 1 juli 2009. Comparanten verklaren dat het gemeenschappelijk vermogen bij ontbinding als volgt zal verdeeld worden : Voor de echtgenoten Van Horebeek-Jans : (get.) L. Bogaerts, notaris, te Diest. Het gemeenschappelijk vermogen komt toe aan Mevr. Smets, Char- (28616) lotte, voornoemd, ongeacht de oorzaak van de ontbinding van het huwelijksstelsel. Beide echtgenoten verklaren uitdrukkelijk deze wijziging te aanvaarden, en deze niet als schenking, maar als huwelijksvoor- waarden te beschouwen. Ingevolge vonnis uitgesproken in openbare terechtzitting van de eerste kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde, in (Get.) An Verwerft, geassocieerd notaris. dato 26 juni 2009, werd de akte houdende wijziging huwelijksvermo- (28612) gensstelsel, namelijk behoud van het stelsel van wettelijke gemeen- schap met inbreng door de echtgenoot van een eigen goed in het gemeenschappelijk vermogen, alsmede verdeling van het gemeen- schappelijk vermogen, tussen : de heer Meert, Joris Amand Maria, Bij akte verleden voor notaris Jozef Van Elslande, te Alsemberg, op geboren te Mechelen op 14 juni 1960, en zijn echtgenote, Mevr. Cley- 9 juni 2009, hebben de heer Stasseyns, Luc Valère Christian, geboren te mans, Els, geboren te Aalst op 31 januari 1959, samenwonende, te Ukkel op 12 oktober 1963, en zijn echtgenote, Mevr. De Meersman, 9255 Buggenhout, Hoge Jan 1; verleden voor het ambt van notaris An Nadine Noëlla, geboren te Zottegem op 25 december 1960, samenwo- Robberechts, te Londerzeel, verblijvende, in dato 12 juni 2008; geho- nende te 9571 Lierde, Keistraat 1D, hun wettelijk huwelijksstelsel mologeerd. gewijzigd, waarbij het stelsel wordt behouden maar het gemeenschap- Londerzeel, 30 juni 2009. pelijk vermogen wordt uitgebreid door inbreng van een eigen goed. Voor de verzoekers : (get.) J. Van Elslande, notaris. Voor de echtgenoten Meert-Cleymans, (get.) An Robberechts, notaris. (28613) (28617) 46386 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Bij akte verleden voor notaris Frederika Lens, te Vilvoorde, op Lokeren, op 28 augustus 1968, voormeld huwelijkscontract gewijzigd, 11 juni 2009, geregistreerd te Vilvoorde, d.d. 16 juni 2009, drie bladen, met behoud van het stelsel en met inbreng in het gemeenschappelijk twee verzendingen, boek 174, blad 21, vak 11, hebben : de heer vermogen door de heer Van Bastelaere, Antoine, van onroerende Heyligen, Johan, geboren te Leuven op 8 mei 1969, rijksregister goederen. nummer 690508 287 84, en zijn echtgenote, Mevr. Janssens, Arista Voor de echtgenoten A. Van Bastelaere/verdonck : (get.) Bart Hutse- Leonie Eugenie, geboren te Bonheiden op 5 februari 1970, rijksregister baut, notaris. nummer 700205 122 48, samenwonende, te 3120 Tremelo, Barbara- (28622) straat 25, gehuwd onder het wettelijk stelsel bij huwelijkscontract verleden voor notaris Denis Tuerlinckx, te Haacht, op 23 april 2001. Een minnelijke wijziging aan hun oorspronkelijk huwelijksstelsel aangebracht. Bij akte verleden voor notaris Henk Dekiere, te Oostrozebeke, op (Get.) F. Lens, notaris. 9 juni 2009, hebben de echtgenoten, de heer Meyfroidt, Curt Claude (28618) Frans, geboren te Tielt op 19 december 1979, en zijn echtgenote, Mevr. Desplancke, Virginie Julienne Andrée Mariette, geboren te Kort- rijk op 27 januari 1980, wonende te 8710 Wielsbeke, Rijksweg 280, gehuwd onder het wettelijk stelsel bij gebrek aan huwelijkscontract, een Er blijkt uit een akte verleden voor notaris Henry Van Caillie, te wijziging aangebracht aan hun huwelijksvermogensstelsel. Deze wijzi- Brugge, op 20 juni 2009, geregistreerd te Brugge, tweede kantoor, op ging betreeft de inbreng in de huwgemeenschap van een eigen goed 23 juni 2009, twee blad, een verzendingen, boek 251, blad 48, vak 8, door een van de echtgenoten, alsmede de toevoeging van een keuze- ontvangen : vijfentwintig euro (S 25,00); de eerstaanwezend inspecteur beding voor de verdeling van het gemeenschappelijk vermogen. (getekend) P. Bailleul, dat de heer Astaes, Johan Pauwel Cyriel, geboren Voor de echtgenoten Curt Meyfroidt-Desplancke, Virginie, (get.) te Bekegem op 16 december 1937, en zijn echtgenote, Mevr. Derdeyn, Henk Dekiere, notaris. Werna Irma Celina Albertina, geboren te Gistel op 6 augustus 1937, (28623) beiden van Belgische nationaliteit, samenwonende, te 8470 Gistel, de Donckerstraat 6, dewelke in het huwelijk getreden zijn voor de ambte- naar van de burgerlijke stand van de stad Gistel, op 23 juli 1963, onder het stelsel der scheiding van goederen luidens hun huwelijkscontract verleden voor notaris Georges Masureel, te Koekelare, op 20 juli 1963, Bij akte verleden voor notaris Frederic Opsomer, te Kortrijk, d.d. hun huwelijksvoorwaarden hebben gewijzigd, waarbij zij het eigenlijke 12 juni 2009, hebben de echtgenoten Luciaan Schouteten — Vanmarcke, stelsel hebben behouden. Bernice, wonende te Lendelede, Kuurnsestraat 21, hun huwelijksstelsel aangepast. Voor ontledend uittreksel : (get.) H. Van Caillie, notaris. (28619) (Get.) F. Opsomer, notaris. (28624) Er blijkt uit een akte verleden voor notaris Greet Deboodt, met standplaats, te Diksmuide, op 12 juni 2009, geregistreerd, dat de heer Bij akte verleden voor notaris Stefaan Laga, te Izegem, op Vantroyen, Marcel Emile, geboren te Diksmuide op 19 oktober 1928, en 22 juni 2009, hebben de heer Naert, Noël Oscar Joseph, geboren te zijn echtgenote, Mevr. Bolliou, Margaretha Maria Cornelia, geboren te Roeselare op 7 mei 1944, nationaal nummer 440507 061-09, en zijn Nieuwkapelle op 9 oktober 1934, samenwonende, te 8600 Diksmuide, echtgenote, Mevr. Maertens, Krista Maria André, geboren te Roeselare IJzerdijk 21, gehuwd onder het stelsel der wettelijke gemeenschap, bij op 1 december 1950, nationaal nummer 501201 046-88, samenwonende gebrek aan huwelijkscontract, een wijziging aan hun huwelijksstelsel te 8800 Roeselare, Groenestraat 173, hun huwelijkscontract gewijzigd hebben aangebracht, inhoudende inbreng van een onroerend goed door door een inbreng van de garage gelegen te Roeselare, Groenstraat +173, de heer Vantroyen, Marcel, in het gemeenschappelijk vermogen, zonder in de gemeenschap. dat hun huidig stelsel vereffend wordt. Voor de echtgenoten : (get.) Stefaan Laga, notaris. Voor partijen : (get.) Greet Deboodt, notaris, met standplaats, te (28625) Diksmuide. (28620) Bij vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Tongeren, van Bij vonnis van de eerste burgerlijke kamer van de rechtbank van 6 mei 2009, werd de akte inhoudende wijziging van het huwelijks- eerste aanleg te Antwerpen, op 10 juni 2009, werd de akte verleden voor vermogensstelsel tussen de heer Delcour, Pierre Hubert Joseph Ghis- notaris Xavier Van den Weghe, te Zulte, van 20 augustus 2008, lain, en zijn echtgenote, Mevr. Bouveroux, Frieda Hubertine Maria, houdende wijziging van het huwelijksstelsel van de heer Verborg, beiden wonende, te 3700 Tongeren, Heurstraat 100, verleden voor Giovanni Tony Maria, geboren te Waregem op 17 mei 1972, en zijn notaris Clement Wouters, te Tongeren, op 13 maart 2008, gehomolo- echtgenote, Mevr. Durnez, Ingrid Ghyslaine, geboren te Roeselare op geerd. 4 augustus 1973, samenwonende, te 2845 Niel, Boomsestraat 1. De De wijzigingsakte bepaalt dat voornoemde echtgenoten Delcour- wijziging behelst inbreng door de heer Verborg, Giovanni, van een Bouveroux, hun huwelijksvermogensstelsel ongewijzigd laten, behou- persoonlijk onroerend goed in het gemeenschappelijk vermogen. dens de inbreng in het gemeenschappelijk vermogen door Voor de verzoekers : (get.) Xavier Van den Weghe, notaris, te Zulte. Mevr. Bouveroux, Frieda, van een onroerend goed dat haar ten (28621) persoonlijke titel toebehoorde. (Get.) Wouters, Clement, notaris. (28626) Bij een akte verleden voor notaris Bart Hutsebaut, te Lokeren, op 16 juni 2009, hebben de heer Van Bastelaere, Antoine René Prosper Aline Maria, geboren te Lokeren op 24 oktober 1934, identiteitskaart nummer 590 5546994 75, nationaal nummer 341024 045-19, en zijn Bij vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Tongeren, van echtgenote, Mevr. Verdonck, Magdalena Rosalia Jozef, geboren te 21 april 2009, werd de akte inhoudende wijziging van het huwelijks- Lokeren op 5 september 1948, identiteitskaart nummer 590 3658525 02, vermogensstelsel tussen de heer Rorif, Roger Michel Joseph Marie nationaal nummer 480905 058-87, samenwonende, te Lokeren, Hillares- Martin, en zijn echtgenote, Mevr. Vanhellemont, Arlette Maria Floren- traat 111, gehuwd voor de ambtenaar van de burgerlijke stand, te tine, beiden wonende, te 3800 Sint-Truiden, Houtstraat 82, verleden Lokeren, op 30 augustus 1968, onder het beheer van het wettelijk stelsel voor notaris Clement Wouters, te Tongeren, op 29 oktober 2007, blijkens huwelijkscontract verleden voor notaris Julien Matthys, te gehomologeerd. MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 46387 De wijzigingsakte bepaalt dat voornoemde echtgenoten Rorif- en Vanhellemont, hun huwelijksvermogensstelsel gewijzigd hebben naar een stelsel van scheiding van goederen. Het onroerend goed te Sint- 2. Mevr. DE ROOVER Nancy Mariette Pierre (nummer identiteits- Truiden, Houtstraat 82, wordt toebedeeld aan Mevr. Vanhellemont, kaart : 590-1099371-96, uitgereikt op zevenentwintig juni tweeduizend Arlette. en vijf, geldig tot zevenentwintig juni tweeduizend en tien - nationaal nummer : 640316-402.95) geboren te Deurne op zestien maart negen- (Get.) Wouters, Clement, notaris. tienhonderd vierenzestig, wonende te 9100 Sint-Niklaas, Passtraat 81. (28627) in die zin dat : blijkens akte verleden voor notaris Philippe Verlinden te Sint-Niklaas Uit een akte verleden voor notaris Leo Bruyninckx, met standplaats, op 18 juni 2008 er aan het stelsel van de zuivere scheiding van goederen te Dendermonde, op 16 juni 2009, geregistreerd, blijkt dat de echtge- een intern gemeenschappelijk vermogen is toegevoegd en dat zij een noten : de heer Van Haver, Danny Alex, zaakvoerder, geboren te Aalst keuzebeding betreffende de verdeling van het toegevoegd intern op 13 december 1963, en Mevr. Van Den Broeck, Louisa Cyriella, gemeenschappelijk vermogen in geval van overlijden van één der zelfstandig helpster, geboren te Wolvertem op 11 oktober 1962, samen- echtgenoten hebben ingelast, inhoudende een alternatief verdelings- wonende, te 9280 Lebbeke, Aalstersestraat 44; en gehuwd onder het beding en beding van vooruitmaking, alsook dat zij een contractuele wettelijk stelsel van gemeenschap blijkens huwelijkskontrakt verleden erfstelling met keuzebeding hebben ingelast en dat zij geen andere voor notaris Leo Bruynincx, te Dendermonde, op 27 maart 1986, een wijzigingen aan het stelsel hebben aangebracht. wijziging aan hun huwelijksvermogensstelsel hebben aangebracht, ondermeer de inbreng in het gemeenschappelijk vermogen van een blijkens akte verleden voor notaris Philippe Verlinden te Sint-Niklaas onroerend goed toebehorende aan de heer Van Haver, Danny, voor- op 18 juni 2008 Mevr. De Roover Nancy een eigen onroerend goed heeft noemd. ingebracht in het toegevoegd intern gemeenschappelijk vermogen. Dendermonde, 1 juli 2009. Voor de echtgenoten Ostyn-De Roover, (get.) Philippe Verlinden, notaris. Voor ontledend uittreksel : voor de echtgenoten, (get.) Leo (28631) Bruynincx. (28628) Succession vacante − Onbeheerde nalatenschap Uit een akte verleden voor notaris Cor Stoel, te Merksplas, op 24 juni 2009, blijkt dat de heer Mostmans, Jozef Emiel Maria, geboren te Beerse op 14 augustus 1947, en zijn echtgenote, Mevr. Gabriëls, Maria Par ordonnance du 12 juin 2009, la troisième chambre du tribunal de Louisa, geboren te Beerse op 30 januari 1949, wonende te 2340 Beerse, première instance de Liège, a nommé M. Léon Ligot, avocat, domicilié Guido Gezellestraat 68, overeenkomstig artikel 1394 van het Burgerlijk à 4020 Liège, avenue du Luxembourg 15, en qualité de curateur à la Wetboek hun huwelijksvermogensstelsel hebben gewijzigd, welke akte succession de Mme Maria Lefrère, née le 15 janvier 1914, domiciliée en onder meer voorziet in de inbreng van onroerende goederen in het son vivant à 4020 Liège, place Louis de Geer 7/127, et décédée à Liège gemeenschappelijk vermogen door Mevr. Gabriëls, Maria. le 13 novembre 2007. Voor ontledend uittreksel : Cor Stoel, notaris. Toute personne concernée par cette succession est priée de contacter (28629) d’urgence le curateur. (Signé) L. Ligot, avocat. (28632) Bij akte verleden voor mijn ambt in datum van 8 juni 2009, werd een wijziging aangebracht aan het huwelijksvermogensstelsel van de heer Peeters, Victor Martin, geboren te Duffel op 10 augustus 1933, rijks- registernummer 330810 061-97, en zijn echtgenote, Mevr. Cousaert, Marcella Marie, geboren te Eine op 3 augustus 1933, rijksregister- Par ordonnance du 12 juin 2009, la troisième chambre du tribunal de nummer 330803 094-80, samenwonende te 2570 Duffel, Hondiuslaan 67. première instance de Liège, a nommé M. Léon Ligot, avocat, domicilié à 4020 Liège, avenue du Luxembourg 15, en qualité de curateur à la Voormelde echtgenoten huwden voor de ambtenaar van de burger- succession de M. Pascal Martus, né le 1er avril 1965, domicilié en son lijke stand, te Duffel, d.d. 12 mei 1956. vivant à 4460 Grâce-Hollogne, rue de l’Hôtel communal 97, mais résidant à 4020 Liège, boulevard Emile de Laveleye 31, et décédé le Voormelde echtgenoten ondertekenden op 18 april 1956 voor het 31 janvier 2009. ambt van notaris Frans Van Elst, te Duffel, een huwelijkscontract, inhoudende het stelsel van wettige gemeenschap van goederen, gewij- Toute personne concernée par cette succession est priée de contacter zigd blijkens akte verleden voor notaris Joan De Coster, te Duffel, op d’urgence le curateur. 20 december 2000, zonder het stelsel zelf te wijzigen. (Signé) L. Ligot, avocat. Duffel, 1 juli 2009. (28633) (Get.) Annemie Coussement, notaris. (28630) Bij de beschikking van de derde burgerlijke kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Gent verleend op 18 juni 2009 werd dhr. Marnix Bij vonnis uitgesproken op 26 juni 2009 homologeerde de Rechtbank Moerman, advocaat, met kantoor te 9930 Zomergem, Dekenijstraat 6, van Eerste Aanleg te Dendermonde de akten verleden voor notaris aangesteld als curator over de onbeheerde nalatenschap van wijlen Philippe Verlinden te Sint-Niklaas, beiden verleden op 18 juni 2008, Frans Temmerman, geboren te Gent op 10 juni 1940, laatst wonende te houdende wijziging van de huwelijksvoorwaarden - met behoud van 9000 Gent, Francisco Ferrerlaan 285, en overleden te Gent op het bestaande stelsel – tussen : 11 december 2008. 1. De heer OSTYN Jean François Elisabeth (nummer identiteits- Alle schuldeisers dienen zich binnen de drie maanden vanaf heden kaart : 308-0169681-59, uitgereikt op drie oktober tweeduizend en twee, kanbaar te maken aan de curator. geldig tot drie oktober tweeduizend en twaalf - nationaal nummer : 56.07.16-375.79) geboren te Mechelen op zestien juli negentienhonderd (Get.) Marnix Moerman, curator. zesenvijftig, wonende te 9100 Sint-Niklaas, Vermorgenstraat 21 bus 4, (28634) 46388 MONITEUR BELGE — 07.07.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Bekendmaking gedaan in uitvoering van de wet van 6 augustus 1990 Nomination de M. Vincent Jonckheere, domicilié à 1780 Wemmel, betreffende de ziekenfondsenen de landsbonden van avenue des Bleuets 7, en remplacement de M. Jean-Luc Masschelein, ziekenfondsen démissionnaire. (28635) Publication faite en exécution de la loi du 6 août 1990 relative aux mutualités et aux unions nationales de mutualités Landsbond van de Onafhankelijke Ziekenfondsen Sint-Huibrechtsstraat 19, 1150 Brussel Union Nationale des Mutualités libres Samenstelling van de raad van bestuur rue Saint-Hubert 19, 1150 Bruxelles Ontslag en benoeming van leden De algemene vergadering van 26 juni 2009 heeft de volgende Composition du conseil d’administration wijzigingen binnen de raad van bestuur bekrachtigd : Démission et nomination de membres Ontslag van de heren Joseph Marien, gedomicilieerd te 1602 Vlezen- beek, Postweg 144, apt. 102, en Jean-Luc Masschelein, gedomicilieerd L’assemblée générale du 26 juin 2009 a acté les modifications te 1170 Brussel, Jachtstoetdreef 36. suivantes au sein du conseil d’administration : Benoeming van de heer Freddy Piron, gedomicilieerd te Démission de MM. Joseph Marien, domicilié à 1602 Vlezenbeek, 4367 Crisnée, chaussée Verte 47, ter vervanging van de heer Emmanuel Postweg 144, apt. 102, et Jean-Luc Masschelein, domicilié à Hoffmann, overleden. 1170 Bruxelles, drève des Equipages 36. Benoeming van de heer Vincent Jonckheere, gedomicilieerd te 1780 Wemmel, Korenbloemlaan 7, ter vervanging van de heer Jean-Luc Nomination de M. Freddy Piron, domicilié à 4367 Crisnée, chaussée Masschelein, ontslagnemend. Verte 47, en remplacement de M. Emmanuel Hoffmann, décédé. (28635) ANNEXE au Moniteur belge du 7 juillet 2009 − BIJLAGE tot het Belgisch Staatsblad van 7 juli 2009 Publication faite en exécution du Code des sociétés Bekendmaking gedaan in uitvoering van het Wetboek van Vennootschappen Cayauts, société anonyme Aux termes d’un procès-verbal dressé par Me Aude Paternoster, notaire associé, à Châtelineau (Châtelet) le 29 juin 2009, la société « Cayauts », ayant actuellement son siège à Charleroi, rue Cayauderie 80, reprise au registre national sous le numéro 446.058.260, a décidé de réduire le capital de la société à concurrence de 12.386,69 euros pour le ramener à 18.600 euros. Cette réduction de capital se fera par le remboursement à chaque part d’une somme de 9,91 euros. Ce remboursement se fera par prélèvement sur le capital. Ce remboursement ne pourra être effectué qu’après un délai de deux mois courant après la présente publication pour permettre à tout créancier d’émettre toute réclamation. (28636) Moniteur belge, rue de Louvain 40-42, 1000 Bruxelles. − Belgisch Staatsblad, Leuvenseweg 40-42, 1000 Brussel. Conseiller/Adviseur : A. VAN DAMME