Arrêté royal relatif à l’agrément des médecins vétérinaires
颁布于 2009-11-20 · 文本截至 2026-10-01
以研究形式发布的公开法律与官方指引,不构成法律、税务或金融建议。
研究内容本身以英文撰写。标题和标签已翻译,调查结果和引文未翻译。
关于这部法律
- 原标题
- Koninklijk besluit betreffende de erkenning van de dierenartsen.
- 语言
- French; Dutch
- 类型
- 条例
- 国家
- 比利时
- 主题
- Livestock
- 关键词
- legal proceedings/administrative proceedings, animal health, drugs
在哪里阅读
该法律没有记录来源链接。
文本
所收录的法律原文,按条款排列。每个条款都有自己的链接。
* FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIG HEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU EN FEDERAAL AGENTSCHAP VOOR DE VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN [C − 2010/24004]N. 2010 — 363 20 NOVEMBER 2009. — Koninklijk besluit betreffende de erkenning van de dierenartsen ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 28 augustus 1991 op de uitoefening van de diergeneeskunde, artikel 4, lid 4, gewijzigd bij de wet van 27 decem ber 2004; Gelet op het koninklijk besluit van 3 mei 1999 houdende organiek reglement van de Veterinaire Diensten, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 december 2004; Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 22 augustus 2008; Gelet op de akkoordbevinding van de Staatssecretaris voor Begro ting, gegeven op 28 januari 2009; Gelet op advies 46.509/3 van de Raad van State, gegeven op 9 juni 2009, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Op de voordracht van de Minister van Volksgezondheid en de Minister van Landbouw; Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK I. — Definities Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit verstaat men onder : 1° Minister : de minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort; 2° FOD : De Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu; SERVICE PUBLIC FEDERAL SANTE PUBLIQUE, SECURITE DE LA CHAINE ALIMENTAIRE ET ENVIRONNEMENT ET AGENCE FEDERALE POUR LA SECURITE DE LA CHAINE ALIMENTAIRE [C − 2010/24004]F. 2010 — 363 20 NOVEMBRE 2009. — Arrêté royal relatif à l’agrément des médecins vétérinaires ALBERT II, Roi des Belges, A tous, présents et à venir, Salut. Vu la loi du 28 août 1991 sur l’exercice de la médecine vétérinaire, l’article 4, alinéa 4, modifié par la loi du 27 décembre 2004; Vu l’arrêté royal du 3 mai 1999 portant le règlement organique des Services Vétérinaires, modifié par l’arrêté royal du 20 décembre 2004; Vu l’avis de l’Inspecteur des Finances, donné le 22 août 2008; Vu l’accord du Secrétaire d’Etat au Budget donné le 28 janvier 2009; Vu l’avis 46.509/3 du Conseil d’Etat, donné le 9 juin 2009, en application de l’article 84, § 1er, alinéa 1er, 1°, des lois sur le Conseil d’Etat, coordonnées le 12 janvier 1973; Sur la proposition de la Ministre de la Santé publique et de la Ministre de l’Agriculture; Nous avons arrêté et arrêtons : CHAPITRE Ier. — Définitions Article 1er. Pour l’application du présent arrêté, il faut entendre par : 1° Ministre : le ministre qui a la Santé publique dans ses attributions; 2° SPF : Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement; 4333BELGISCH STAATSBLAD — 01.02.2010 — MONITEUR BELGE 3° Agentschap : Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen; 4° Hoofd van de veterinaire diensten van de FOD : de officiële statutaire dierenarts, hoofd van de dienst Sanitair Beleid Dieren en Planten van de FOD, die het beheer van de erkenningen, bedoeld in artikel 4, vierde lid, van de wet van 28 augustus 1991 op de uitoefening van de diergeneeskunde onder zijn bevoegdheid heeft. HOOFDSTUK II. — Erkenningsvoorwaarden en -procedure Art. 2. Om erkend te worden overeenkomstig artikel 4, vierde lid, van de wet van 28 augustus 1991 op de uitoefening van de diergenees kunde, dienen de dierenartsen aan de volgende voorwaarden te voldoen : 1° de diergeneeskunde mogen uitoefenen in de zin van artikel 4, leden 1 en 2 van de bovenvermelde wet van 28 augustus 1991 of in toepassing van het koninklijk besluit van 2 juni 2008 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties en het vrij verrichten van diensten van dierenartsen; 2° geen intrekking van hun erkenning in de 5 jaar vóór de aanvraag opgelopen hebben, noch zich in een periode van schorsing van hun erkenning bevinden; 3° niet meer dan één intrekking van hun erkenning opgelopen hebben; 4° beschikken over een elektronisch contactadres dat vóór de indiensttreding meegedeeld wordt aan het hoofd van de veterinaire diensten van de FOD of zijn afgevaardigde; 5° vóór hun indiensttreding de eed, zoals voorgeschreven in het decreet van het Nationaal Congres van 20 juli 1831, hebben afgelegd in de handen van het hoofd van de veterinaire diensten van de FOD of zijn afgevaardigde. Art. 3. § 1. De aanvraag tot erkenning wordt schriftelijk gericht aan het hoofd van de veterinaire diensten van de FOD. Teneinde na te gaan of de aanvrager aan alle voorwaarden gesteld in artikel 2 voldoet, mag hij eisen dat hem alle nuttige stukken worden voorgelegd. § 2. De Minister, of zijn afgevaardigde, verleent de erkenning. HOOFDSTUK III. — Rechten en plichten van de erkende dierenarts Art. 4. De erkende dierenartsen zijn gemachtigd officiële opdrachten uit te voeren, die hen toevertrouwd worden door de FOD of het Agentschap. Art. 5. De erkende dierenartsen voeren hun officiële opdrachten uit op een competente, loyale en correcte wijze, overeenkomstig de wets en verordeningsbepalingen alsook de bijhorende omzendbrieven of instructies van de FOD of het Agentschap, elk volgens zijn bevoegd heidsdomein. Wanneer zij tussenkomen in het kader van het epidemiologisch toezicht of bij het certificeren van dieren of beslagen mogen zij geen enkele financiële of familieband hebben met de eigenaar of de verantwoordelijke van het bedrijf die aanleiding geeft tot een belan genconflict. De erkende dierenartsen zijn verplicht te antwoorden op de vragen om inlichtingen, die de FOD of het Agentschap of hun afgevaardigden tot hen richten. De erkende dierenartsen moeten, ofwel op verzoek van de FOD of het Agentschap of van hun afgevaardigden, ofwel op verzoek van de verantwoordelijke, de dieren onderzoeken die aangetast zijn of ver dacht worden aangetast te zijn door een gereglementeerde ziekte of die gecontamineerd zijn of verdacht worden gecontamineerd te zijn. Onverminderd de bepalingen van het koninklijk besluit van 14 novem ber 2003 betreffende autocontrole, meldingsplicht en traceerbaarheid in de voedselketen, lichten ze onmiddellijk de bevoegde dienst waarvan ze afhangen in over hun bevindingen. Zij verwittigen onverwijld deze dienst als zij een plotse stijging van de morbiditeit of de mortaliteit, veroorzaakt door één der ziekten van de lijst van de Wereldorganisatie voor Dierenziekten (OIE) vaststellen. Ze bevestigen deze bevindingen schriftelijk, per fax of per e-mail binnen de 24 uur. Wanneer de erkende dierenarts deze opdracht onmogelijk kan vervullen, brengt hij de bevoegde provinciale controle-eenheid van het Agentschap hier onmid dellijk van op de hoogte. 3° Agence : Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire; 4° Chef des services vétérinaires du SPF : le vétérinaire officiel statutaire, chef du service Politique Sanitaire Animaux et Végétaux du SPF ayant la gestion des agréments visés à l’article 4, quatrième alinéa, de la loi du 28 août 1991 sur l’exercice de la médecine vétérinaire dans ses attributions. CHAPITRE II. — Conditions et procédure d’agrément Art. 2. Pour être agréés conformément à l’article 4, quatrième alinéa, de la loi du 28 août 1991 sur l’exercice de la médecine vétérinaire, les médecins vétérinaires doivent répondre aux conditions suivantes : 1° pouvoir exercer la médecine vétérinaire au sens de l’article 4, alinéas 1 et 2 de la loi du 28 août 1991 susmentionnée ou en application de l’arrêté royal du 2 juin 2008 relatif à la reconnaissance des qualifications professionnelles et la libre prestation de service des vétérinaires; 2° ne pas avoir encouru un retrait de leur agrément dans les 5 années précédant la demande, ni être dans une période de suspension de leur agrément; 3° ne pas avoir encouru plus d’un retrait de leur agrément; 4° disposer d’une adresse électronique de contact communiquée avant l’entrée en fonction au chef des services vétérinaires du SPF ou son délégué; 5° avoir prêté le serment prescrit par le décret du Congrès national du 20 juillet 1831 entre les mains du chef des services vétérinaires du SPF ou son délégué avant leur entrée en fonction. Art. 3. § 1er. La demande d’agrément est adressée par écrit au chef des services vétérinaires du SPF. Afin de vérifier que le demandeur satisfait à toutes les conditions mentionnées à l’article 2, il peut exiger que toutes les pièces utiles lui soient fournies. § 2. Le Ministre, ou son délégué, accorde l’agrément. CHAPITRE III. — Droits et devoirs du médecin vétérinaire agréé Art. 4. Les médecins vétérinaires agréés sont habilités à effectuer des missions officielles, qui leur sont confiées par le SPF ou l’Agence. Art. 5. Les médecins vétérinaires agréés effectuent leurs missions officielles de façon compétente, loyale et correcte, dans le respect des dispositions légales et réglementaires ainsi que des circulaires ou des instructions y afférentes provenant du SPF ou de l’Agence chacun selon son domaine de compétence. Lorsqu’ils interviennent dans le cadre de la surveillance épidémiolo gique ou de la certification des animaux ou des troupeaux, ils ne peuvent avoir aucun lien d’intérêt financier ni familial avec le propriétaire ou la personne responsable de l’exploitation susceptible de générer un conflit d’intérêt. Les médecins vétérinaires agréés sont tenus de répondre aux demandes de renseignements qui leur sont adressées par le SPF ou l’Agence ou leurs délégués. Les médecins vétérinaires agréés sont tenus d’examiner, soit à la demande du SPF ou de l’Agence ou de leurs délégués, soit à la demande du responsable, les animaux atteints ou suspects d’être atteints de maladie réglementée ou qui sont contaminés ou suspects d’être contaminés. Sans préjudice des dispositions de l’arrêté royal du 14 novembre 2003 relatif à l’autocontrôle, à la notification obligatoire et à la traçabilité dans la chaîne alimentaire, ils rendent immédiatement compte de leurs constatations au service compétent dont ils relèvent. Ils informent immédiatement ce service lorsqu’ils constatent un accroisse ment soudain de morbidité ou de mortalité causé par l’une des maladies reprises sur la liste de l’Organisation mondiale de santé animale (OIE). Ils confirment ces constatations par écrit, par fax ou par courrier électronique dans les 24 heures. Lorsque le médecin vétérinaire agréé est dans l’impossibilité de remplir cette mission, il en avertit immédiatement l’unité provinciale de contrôle compétente de l’Agence. 4334 BELGISCH STAATSBLAD — 01.02.2010 — MONITEUR BELGE Art. 6. § 1. De erkende dierenartsen moeten specifieke kennis bezitten van de veterinaire wets- en reglementaire bepalingen die het voorwerp kunnen uitmaken van hun officiële opdrachten, wat inhoudt dat ze hun kennis geregeld moeten bijwerken, in het bijzonder wat betreft de geldende gezondheidswetgeving die van toepassing is op de activiteitendomeinen waarin zij hun officiële opdrachten vervullen. De Minister kan de praktische modaliteiten bepalen om de opleidingen te organiseren en die kennis op gezette tijden te doen controleren. § 2. De erkende dierenartsen nemen alle nodige maatregelen die onder hun bevoegdheid vallen opdat het elektronische adres bedoeld in artikel 2, 4°, operationeel blijft. Ze geven alle wijzigingen aan dit adres onverwijld door aan het hoofd van de veterinaire diensten van de FOD. Art. 7. De erkende dierenartsen die hun functies wensen stop te zetten, stellen er het hoofd van de veterinaire diensten van de FOD minstens één maand op voorhand van in kennis. Zij zijn ertoe gehouden gedurende die periode hun functies verder uit te oefenen behoudens overmacht. HOOFDSTUK IV Weigering tot toekenning, opschorting en intrekking van de erkenning Art. 8. § 1. Bij de dienst Sanitair Beleid Dieren en Planten van de FOD wordt een administratieve erkenningscommissie opgericht. Die commissie is met de volgende taken belast : 1° de dossiers onderzoeken met betrekking tot een weigering tot toekenning, een schorsing of een intrekking van een erkenning, die door de betrokken diensten van de FOD of het Agentschap zijn doorgegeven; 2° indien de dierenarts op wie de administratieve maatregelen betrekking hebben dit wenst, deze aanhoren en het hoorzittingsverslag opstellen; 3° over deze dossiers advies uitbrengen aan de Minister; 4° de beslissing van de Minister of de beslissingen bedoeld in artikel 13 doorgeven aan de betrokken diensten van de FOD en het Agent schap evenals aan de gewestelijke raden van de Orde der Dierenartsen en aan de Procureur des Konings van het rechtsgebied waarin de betrokkene gedomicilieerd is; 5° instaan voor het secretariaat en het archiveren van deze dossiers. § 2. Die commissie bestaat uit twee kamers. De eerste behandelt dossiers van de erkende dierenartsen die afhangen van de Raad van de Orde der Dierenartsen die het Nederlands als voertaal heeft, de tweede behandelt de dossiers van diegenen die afhangen van de Raad van de Orde der Dierenartsen die het Frans als voertaal heeft. Deze tweede kamer behandelt de dossiers van de erkende dierenartsen die in het Duitse taalgebied gedomicilieerd zijn. Zij kunnen evenwel schriftelijk vragen dat het dossier in de franse taal behandeld wordt. Alle leden van de commissie worden door de Minister aangewezen uit de statutaire personeelsleden van de FOD en het Agentschap. Elke kamer is samengesteld uit : 1° een jurist van de FOD en een dierenarts van de dienst Sanitair Beleid Dieren en Planten van de FOD; 2° een jurist en een dierenarts van het Agentschap. Alle leden hebben een plaatsvervanger eveneens aangewezen door de Minister. § 3. De kamer vergadert rechtsgeldig wanneer ze samengesteld is uit een dierenarts van elke administratie en de jurist uit de administratie die het dossier aan de Commissie heeft overgemaakt. Art. 9. § 1. De Minister of zijn afgevaardigde weigert de erkenning van een dierenarts indien deze niet voldoet aan de voorwaarden vastgelegd in artikel 2. Art. 6. § 1er. Les médecins vétérinaires agréés doivent posséder des connaissances spécifiques dans le domaine des dispositions légales et réglementaires vétérinaires qui peuvent faire l’objet de leurs missions officielles, ce qui implique qu’ils doivent régulièrement actualiser leurs connaissances, en particulier en ce qui concerne la réglementation sanitaire applicable aux filières d’activité dans lesquelles ils effectuent leurs missions officielles. Le Ministre peut fixer les modalités pratiques d’organisation des formations et faire contrôler périodiquement ces connaissances. § 2. Les médecins vétérinaires agréés prennent toutes les mesures nécessaires de leur ressort pour que l’adresse électronique visée à l’article 2, 4°, reste opérationnelle. Ils transmettent sans délai au chef des services vétérinaires du SPF toute modification de cette adresse. Art. 7. Les médecins vétérinaires agréés qui désirent cesser leurs fonctions doivent en informer le chef des services vétérinaires du SPF au moins un mois à l’avance. Ils sont tenus de continuer à exercer leurs fonctions pendant ce délai sauf en cas de force majeure. CHAPITRE IV. — Refus d’octroi, suspension et retrait de l’agrément Art. 8. § 1er. Il est institué auprès du service Politique Sanitaire Animaux et Végétaux du SPF une commission administrative des agréments. Cette commission est chargée : 1° d’examiner les dossiers relatifs à un refus d’octroi, une suspension ou un retrait d’agrément, transmis par les services concernés du SPF ou de l’Agence; 2° d’entendre, s’il le souhaite, le médecin vétérinaire visé par les mesures administratives et de rédiger le procès-verbal d’audition; 3° de remettre un avis au Ministre sur ces dossiers; 4° de communiquer la décision du Ministre ou les décisions visées à l’article 13 aux services du SPF et de l’Agence concernés ainsi qu’aux conseils régionaux de l’Ordre des Médecins vétérinaires et au Procureur du Roi dans le ressort duquel l’intéressé est domicilié; 5° d’assurer le secrétariat et l’archivage de ces dossiers. § 2. Cette commission est constituée de deux chambres. La première traite les dossiers des médecins vétérinaires agréés qui dépendent du Conseil de l’Ordre des Médecins vétérinaires d’expression néerlan daise, la seconde traite les dossiers de ceux qui dépendent du Conseil de l’Ordre des Médecins vétérinaires d’expression française. Cette seconde chambre traite les dossiers des médecins vétérinaires agréés domiciliés dans la région de langue allemande. Toutefois, ils peuvent demander par écrit que le dossier soit traité en langue française. Tous les membres de la commission sont désignés par le Ministre parmi les agents statutaires du SPF et de l’Agence. Chaque chambre est composée de : 1° un juriste du SPF et un vétérinaire du service Politique Sanitaire Animaux et Végétaux du SPF; 2° un juriste et un vétérinaire de l’Agence alimentaire. Tous les membres sont pourvus d’un suppléant également désigné par le Ministre. § 3. La chambre peut se réunir valablement lorsqu’elle est composée d’un membre vétérinaire de chaque administration et du membre juriste appartenant à l’administration ayant transmis le dossier à la Commission. Art. 9. § 1er. Le Ministre ou son délégué refuse l’octroi d’un agrément à un médecin vétérinaire si celui-ci ne répond pas aux conditions fixées à l’article 2. 4335BELGISCH STAATSBLAD — 01.02.2010 — MONITEUR BELGE § 2. Indien het hoofd van de veterinaire diensten van de FOD vaststelt dat er redenen bestaan om de eerste paragraaf toe te passen, brengt hij de betrokkene hiervan op de hoogte per aangetekend schrijven met ontvangstbewijs en vraagt hij hem om hem per aangete kend schrijven een antwoord te bezorgen binnen een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen vanaf de eerste dag volgend op de dag waarop de brief op zijn woonplaats is aangeboden. § 3. Als het hoofd van de veterinaire diensten van de FOD bij het verlopen van de termijn van oordeel is dat er nog steeds redenen bestaan om de eerste paragraaf toe te passen, maakt hij het dossier over aan de commissie bedoeld in artikel 8. Art. 10. § 1. Onverminderd de bepalingen van artikelen 12 en 13 kan de Minister of zijn afgevaardigde de erkenning voor maximum drie jaar schorsen of ze intrekken wanneer een erkend dierenarts de plichten bedoeld in artikelen 5, 6 of 7 niet nakomt of indien niet meer voldaan is aan de voorwaarden vastgelegd in artikel 2. § 2. Wanneer de betrokken dienst van de FOD of het Agentschap vaststelt dat er redenen bestaan om de eerste paragraaf toe te passen brengt hij de betrokkene hiervan op de hoogte per aangetekend schrijven met ontvangstbewijs en vraagt hij hem om hem per aangete kend schrijven een schriftelijk antwoord te bezorgen binnen een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen vanaf de eerste dag volgend op de dag waarop de brief op zijn woonplaats is aangeboden. § 3. Als deze dienst bij het verlopen van de termijn van oordeel is dat er nog steeds redenen bestaan om de eerste paragraaf toe te passen, maakt hij het dossier over aan de commissie bedoeld in artikel 8. Art. 11. § 1. Wanneer de bevoegde kamer van de commissie bedoeld in artikel 8 van oordeel is, op basis van een overgemaakt dossier, dat er redenen bestaan om een maatregel van weigering tot toekenning, van schorsing of van intrekking van een erkenning toe te passen, brengt ze de aangevoerde redenen evenals de overwogen maatregel per aange tekend schrijven met ontvangstbewijs ter kennis van de dierenarts. § 2. Op straffe van nietigheid heeft de dierenarts dertig kalenderda gen de tijd, te rekenen vanaf de eerste dag volgend op de dag waarop de brief op zijn woonplaats is aangeboden, om zijn bezwaren per aangetekend schrijven aan deze commissie kenbaar te maken en om, desgevallend, te verzoeken om door haar gehoord te worden. Bij gebrek aan een antwoord binnen de vastgelegde termijn wordt de overwogen maatregel aan de Minister voorgesteld. § 3. De dierenarts die verzoekt om gehoord te worden, verschijnt voor de bevoegde kamer van de erkenningscommissie binnen een termijn van dertig dagen te rekenen vanaf de ontvangst van zijn verzoek. Hij kan zich bijstand laten verlenen door een persoon van zijn keuze. Er wordt een hoorzittingsverslag opgesteld, dat getekend wordt door de dierenarts. § 4. De Commissie buigt zich over de bezwaren en wanneer zij vaststelt dat er nog steeds redenen bestaan om desgevallend artikel 9, eerste paragraaf of artikel 10, eerste paragraaf toe te passen, bezorgt zij een advies alsook het dossier aan de Minister. § 5. De Minister stelt de betrokkene in kennis van zijn beslissing per aangetekend schrijven met ontvangstbewijs. Art. 12. Onverminderd de bepalingen van artikelen 10 en 11 kan de Minister, indien de vaststelling van de niet naleving van de plichten van die aard is dat de volksgezondheid of de dierengezondheid ernstig in gevaar worden gebracht, de erkenning, met hoogdringendheid, in het algemeen belang, tijdelijk schorsen voor maximum drie maanden. Hij brengt de betrokken dierenarts hiervan op de hoogte per aangete kend schrijven met ontvangstbewijs. § 2. Si le chef des services vétérinaires du SPF constate qu’il existe des raisons d’appliquer le premier paragraphe, il informe l’intéressé par courrier recommandé avec accusé de réception et lui demande de fournir une réponse par recommandé dans un délai de trente jours calendrier à dater du premier jour qui suit celui où le pli a été présenté à son domicile. § 3. A l’expiration du délai, si le chef des services vétérinaires du SPF estime qu’il subsiste des raisons d’appliquer le premier paragraphe, il transmet le dossier à la commission visée à l’article 8. Art. 10. § 1er. Sans préjudice des dispositions des articles 12 et 13, lorsqu’un médecin vétérinaire agréé ne respecte pas les devoirs visés aux articles 5, 6 ou 7, ou s’il n’est plus satisfait aux conditions fixées par l’article 2, le Ministre ou son délégué peut suspendre l’agrément pour une période maximale de trois ans ou le retirer. § 2. Lorsque le service concerné du SPF ou de l’Agence constate qu’il existe des raisons d’appliquer le premier paragraphe, il informe l’intéressé par courrier recommandé avec accusé de réception et lui demande de fournir une réponse écrite par recommandé dans un délai de trente jours calendrier à dater du premier jour qui suit celui où le pli a été présenté à son domicile. § 3. A l’expiration du délai, si ce service estime qu’il subsiste des raisons d’appliquer le premier paragraphe, il transmet le dossier à la commission visée à l’article 8. Art. 11. § 1er. Lorsque la chambre compétente de la commission visée à l’article 8 estime, sur base du dossier transmis, qu’il existe des motifs pour appliquer une mesure de refus d’octroi, de suspension ou de retrait d’agrément, elle fait connaître au médecin vétérinaire les motifs invoqués ainsi que la mesure envisagée par courrier recom mandé avec accusé de réception. § 2. Sous peine de nullité, le médecin vétérinaire dispose d’un délai de trente jours calendrier à dater du premier jour qui suit celui où le pli a été présenté à son domicile pour faire connaître ses objections à cette commission par lettre recommandée et, le cas échéant, solliciter d’être entendu par celle-ci. En l’absence de réponse endéans le délai prévu, la mesure envisagée est proposée au Ministre. § 3. Le médecin vétérinaire qui demande à être entendu, comparaît devant la chambre compétente de la commission des agréments dans un délai de trente jours calendrier à dater de la réception de sa demande. Il peut se faire assister par une personne de son choix. Un procès-verbal d’audition est rédigé, celui-ci est signé par le médecin vétérinaire. § 4. La Commission examine les objections et lorsqu’elle constate qu’il subsiste des raisons d’appliquer le cas échéant l’article 9, premier paragraphe ou l’article 10, premier paragraphe, transmet un avis accompagné du dossier au Ministre. § 5. Le Ministre notifie sa décision à l’intéressé par lettre recom mandée avec accusé de réception. Art. 12. Sans préjudice des dispositions des articles 10 et 11, lorsque le non respect des devoirs constaté met gravement en péril la santé publique ou la santé animale, le Ministre peut, en urgence, dans l’intérêt général, suspendre l’agrément à titre provisoire pour une période maximale de trois mois. Il en informe le médecin vétérinaire concerné par lettre recommandée avec accusé de réception. 4336 BELGISCH STAATSBLAD — 01.02.2010 — MONITEUR BELGE Art. 13. § 1. De erkenning wordt ambtshalve en zonder formaliteiten ingetrokken in de volgende omstandigheden : 1° definitief verbod vanwege de Orde der Dierenartsen om de diergeneeskunde uit te oefenen; 2° intrekking van het visum door de Provinciale Geneeskundige Commissie met toepassing van artikel 37, § 1, 2°, b), van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen. Het hoofd van de veterinaire diensten van de FOD stelt de dierenarts wiens erkenning ambtshalve wordt ingetrokken, hiervan schriftelijk in kennis. § 2. De erkenning wordt ambtshalve en zonder formaliteiten geschorst in de volgende omstandigheden : 1° tijdens de periode van schorsing van het recht om de diergenees kunde uit te oefenen door de Orde der Dierenartsen; 2° tijdens de periode van schorsing van het visum door de Provinciale Geneeskundige Commissie met toepassing van artikel 37, § 1, 2°, b), van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen. Het hoofd van de veterinaire diensten van de FOD stelt de dierenarts wiens erkenning ambtshalve wordt geschorst, hiervan schriftelijk in kennis. HOOFDSTUK V. — Slotbepalingen Art. 14. Het koninklijk besluit van 3 mei 1999 houdende organiek reglement van de veterinaire diensten wordt opgeheven. Art. 15. § 1. De dierenarts die op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit erkend is en noch geschorst, noch afgezet werd overeenkomstig het koninklijk besluit van 3 mei 1999 houdende organiek reglement van de veterinaire diensten, wordt beschouwd als zijnde erkend volgens dit besluit op voorwaarde dat hij binnen een termijn van 6 maanden een elektronisch contactadres aan het hoofd van de veterinaire diensten van de FOD doorgeeft. § 2. De dierenarts die op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit geschorst is overeenkomstig artikel 9 van het voormeld koninklijk besluit van 3 mei 1999 wordt na afloop van die schorsings periode beschouwd als zijnde erkend volgens dit besluit op voor waarde dat hij vóór het einde van zijn schorsingsperiode een elektro nisch contactadres aan het hoofd van de veterinaire diensten van de FOD doorgeeft. § 3. De dierenarts die op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit reeds afgezet werd overeenkomstig artikel 9 van het voormeld koninklijk besluit van 3 mei 1999, kan vragen erkend te worden overeenkomstig artikel 3 en de voorwaarden van artikel 2. Indien deze erkenning nadien ingetrokken wordt, is dit definitief. Art. 16. De Minister bevoegd voor Volksgezondheid en de Minister bevoegd voor Landbouw zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. Brussel, 20 november 2009. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Volksgezondheid, Mevr. L. ONKELINX De Minister van Landbouw, Mevr. S. LARUELLE Art. 13. § 1er. L’agrément est retiré d’office et sans formalités dans les circonstances suivantes : 1° interdiction définitive d’exercer la médecine vétérinaire par l’Ordre des Médecins vétérinaires; 2° retrait du visa par la Commission médicale provinciale en application de l’article 37, § 1er, 2°, b), de l’arrêté royal n° 78 du 10 novembre 1967 relatif à l’exercice des professions des soins de santé. Le chef des services vétérinaires du SPF informe par écrit le médecin vétérinaire dont l’agrément est retiré d’office. § 2. L’agrément est suspendu d’office et sans formalités dans les circonstances suivantes : 1° pendant la période de suspension du droit d’exercer la médecine vétérinaire par l’Ordre des Médecins vétérinaires; 2° pendant la période de suspension du visa par la Commission médicale provinciale en application de l’article 37, § 1er, 2°, b), de l’arrêté royal n° 78 du 10 novembre 1967 relatif à l’exercice des professions des soins de santé. Le chef des services vétérinaires du SPF informe par écrit le médecin vétérinaire dont l’agrément est suspendu d’office. CHAPITRE V. — Dispositions finales Art. 14. L’arrêté royal du 3 mai 1999 portant le règlement organique des Services vétérinaires est abrogé. Art. 15. § 1er. Le médecin vétérinaire qui, à la date d’entrée en vigueur du présent arrêté, est agréé et n’est ni suspendu, ni révoqué conformément aux dispositions de l’arrêté royal du 3 mai 1999 portant le règlement organique des services vétérinaires, est réputé être agréé conformément au présent arrêté à la condition qu’il transmette dans un délai de 6 mois une adresse électronique de contact au chef des services vétérinaires du SPF. § 2. Le médecin vétérinaire qui, à la date d’entrée en vigueur du présent arrêté, est suspendu conformément à l’article 9 de l’arrêté royal du 3 mai 1999 précité est réputé être agréé conformément au présent arrêté au terme de cette période de suspension à la condition qu’il transmette une adresse électronique de contact au chef des services vétérinaires du SPF avant la fin de sa période de suspension. § 3. Le médecin vétérinaire qui, à la date d’entrée en vigueur du présent arrêté, a déjà été révoqué conformément à l’article 9 de l’arrêté royal du 3 mai 1999 précité peut demander à être agréé conformément à l’article 3 et aux conditions de l’article 2. Si cet agrément lui est par la suite retiré, ce retrait sera définitif. Art. 16. La Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions et la Ministre qui a l’Agriculture dans ses attributions sont chargées, chacune pour ce qui la concerne, de l’exécution du présent arrêté. Bruxelles, le 20 novembre 2009. ALBERT Par le Roi : La Ministre de la Santé publique, Mme L. ONKELINX La Ministre de l’Agriculture, Mme S. LARUELLE 4337BELGISCH STAATSBLAD — 01.02.2010 — MONITEUR BELGE