跳到主要内容
Nelum
比利时的法律

Arrêté ministériel relatif à la certification complémentaire temporaire des volailles, des bovins, des porcs et de certains de leurs produits dérivés, dans le cadre du marche´ intracommunautaire et de l’exportation

颁布于 1999-06-12 · 文本截至 2026-10-01

以研究形式发布的公开法律与官方指引,不构成法律、税务或金融建议。

研究内容本身以英文撰写。标题和标签已翻译,调查结果和引文未翻译。

research.laws.repealedOn

关于这部法律

语言
French
类型
条例
组织
European Union
国家
比利时
主题
Livestock
关键词
animal health, certification, transport/storage, cattle, swine, poultry, animal by-products, birds

在哪里阅读

    该法律没有记录来源链接。

文本

所收录的法律原文,按条款排列。每个条款都有自己的链接。

  1. LOIS, DECRETS, ORDONNANCES ET REGLEMENTS WETTEN, DECRETEN, ORDONNANTIES EN VERORDENINGEN MINISTERIE VAN MIDDENSTAND EN LANDBOUW ENMINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN, VOLKSGEZONDHEID EN LEEFMILIEU [C − 99/16205]N. 99 — 1787 12 JUNI 1999. — Ministerieel besluit betreffende de tijdelijke bijkomende certificering van pluimvee, runderen en varkens en sommige producten ervan, in het intracommunautaire handelsver keer en bij de uitvoer De Vice-Eerste Minister en Minister van Begroting belast met Landbouw, en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen; De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken, belast met Volksgezondheid, Gelet op de wet van 5 september 1952 betreffende de vleeskeuring en de vlees- handel; Gelet op de wet van 15 april 1965 betreffende de keuring van en de handel in vis, gevogelte, konijnen en wild, en tot wijziging van de wet van 5 september 1952, betreffende de vleeskeuring en de vleeshandel; Gelet op de wet van 11 juli 1969 betreffende de bestrijdingsmiddelen en de grondstoffen voor de landbouw, tuinbouw, bosbouw en veeteelt; Gelet op de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw-, en zeevisserijproducten, gewijzigd bij de wet ten van 11 april 1983 en 29 december 1990, het koninklijk besluit van 25 oktober 1995 en de wetten van 5 februari 1999; Gelet op de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de verbruikers op het stuk van de voedingsmidde len en andere producten; inzonderheid op artikel 6bis; Gelet op het koninklijk besluit van 30 december 1992 betreffende het vervoer van vers vlees, vleesproducten en vleesbereidingen, inzonder heid op artikel 9, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 9 oktober 1998; Gelet op het koninklijk besluit van 31 december 1992 betreffende de veterinaire en zootechnische controles die van toepassing zijn op het intracommunautaire handelsverkeer van sommige levende dieren en producten; Gelet op het koninklijk besluit van 3 juni 1999 betreffende tijdelijke maatregelen inzake de handel in landbouwproducten in gevolge de dioxine-contaminatie; Gelet op het koninklijk besluit van 3 juni 1999 tot vaststelling van beschermende maatregelen met betrekking tot dioxineverontreiniging van voor dierlijke voeding bestemde dierlijke producten; Gelet op de beschikking van de Commissie van 11 juni 1999, tot vaststelling van beschermende maatregelen met betrekking tot dioxi neverontreiniging van voor menselijke consumptie of vervoedering bestemde producten van dierlijke oorsprong en tot wijziging van Beschikking 1999/363/EG en Beschikking 1999/368/EG; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; Gelet op de dringende noodzakelijkheid; Overwegende dat onverwijld maatregelen moeten worden genomen om elk risico op dioxinevergiftiging bij de consument te vermijden evenals om het in de handel brengen, het handelsverkeer en de uitvoer naar derde landen te vergemakkelijken; Besluiten : Artikel 1. Voor de verzending in het intra-communautaire handels verkeer en naar derde landen, moet elke partij van de volgende producten afkomstig van pluimvee : vers vlees van pluimvee, als omschreven in richtlijn 71/118/EEG van de Raad; separatorvlees; gehakt vlees en vleesbereidingen, als omschreven in Richtlijn 94/65/EEG van de Raad; vleesproducten en andere producten van dierlijke oorsprong, als omschreven in Richtlijn 77/99/EEG van de Raad; eieren; eiproducten, als omschreven in Richtlijn 89/437/EEG van de Raad; MINISTERE DES CLASSES MOYENNES ET DE L’AGRICULTURE ET MINISTERE DES AFFAIRES SOCIALES, DE LA SANTE PUBLIQUE ET DE L’ENVIRONNEMENT [C − 99/16205]F. 99 — 1787 12 JUIN 1999. — Arrêté ministériel relatif à la certification complémentaire temporaire des volailles, des bovins, des porcs et de certains de leurs produits dérivés, dans le cadre du marché intracommunautaire et de l’exportation Le Vice-Premier Ministre etMinistre du Budget chargé de l’Agriculture, et des PME; Le Vice-Premier Ministre et Ministre de l’Intérieur chargé de la Santé publique, Vu la loi du 5 septembre 1952 relative à l’expertise et au commerce des viandes; Vu la loi du 15 avril 1965 concernant l’expertise et le commerce du poisson, des volailles, des lapins et du gibier et modifiant la loi du 5 septembre 1952 relative à l’expertise et au commerce des viandes; Vu la loi du 11 juillet 1969 relative aux pesticides et aux matières premières pour l’agriculture, l’horticulture, la sylviculture et l’élevage; Vu la loi du 28 mars 1975 relative au commerce des produits de l’agriculture, de l’horticulture et de la pêche maritime, modifiée par les lois des 11 avril 1983 et 29 décembre 1990, l’arrêté royal du 25 octo bre 1995 et les lois des 5 février 1999; Vu la loi du 24 janvier 1977 relative à la protection de la santé des consommateurs en ce qui concerne les denrées alimentaires et autres produits, notamment l’article 6bis; Vu l’arrêté royal du 30 décembre 1992 relatif au transport des viandes fraı̂ches, des produits à base de viande et des préparations de viandes, notamment l’article 9, modifié par l’arrêté royal du 9 octobre 1998; Vu l’arrêté royal du 31 décembre 1992 relatif aux contrôles vétérinai res et zootechniques applicables aux échanges intercommunautaires de certains animaux vivants et produits; Vu l’arrêté royal du 3 juin 1999 relatif à des mesures temporaires en matière de commerce de produits agricoles à la suite de la contamina tion par les dioxines; Vu l’arrête royal du 3 juin 1999 concernant des mesures de protection contre la contamination par les dioxines de certains produits d’origine animale destinés à la consommation animale; Vu la décision de la Commission du 11 juin 1999 concernant des mesures de protection contre la contamination par les dioxines de certains produits d’origine animale destines à la consommation humaine ou animale et modifiant la décision n° 1999/363/CE et la décision n° 1999/389/CE; Vu les lois sur le Conseil d’Etat, coordonnées le 12 janvier 1973, notamment l’article 3, §1er, remplacé par la loi du 4 juillet 1989 et modifié par la loi du 4 août 1996; Vu l’urgence; Considérant qu’il est nécessaire de prendre sans délai des mesures afin d’éviter tout risque d’intoxication aux dioxines chez le consomma teur ainsi que pour faciliter la mise sur le marché, les échanges et les exportations vers les pays tiers; Arrêtent : Article 1er. Pour l’expédition sur le marché intracommunautaire et vers des pays tiers, chaque lot des produits dérivés de volailles énumérés ci-après : viandes fraı̂ches de volailles, au sens défini par la directive 71/118/CEE du Conseil; viandes séparées mécaniquement; viandes hachées et préparations à base de viande, au sens défini par la Directive 94/65/CEE du Conseil; produits à base de viande et outres produits d’origine animale, au sens défini par la Directive 77/99/CEE du Conseil; oeufs; ovoproduits au sens défini par la Directive 89/437/CEE du Conseil; 22250 MONITEUR BELGE — 12.06.1999 — Ed. 4 — BELGISCH STAATSBLAD voor menselijke consumptie bestemde producten die voor meer dan 2 % uit eieren en eiproducten bestaan; gesmolten vet, als bedoeld in Richtlijn 92/118/EEG van de Raad; verwerkte dierlijke eiwitten, als bedoeld in Richtlijn 92/118/EEG van de Raad; grondstoffen voor de vervaardiging van voeder voor dieren, als bedoeld in Richtlijn 92/118/EEG van de Raad, vergezeld gaan van een bijkomend certificaat, afgeleverd door de bevoegde diensten, overeenkomstig het model bepaald in bijlage I bij dit besluit. Art. 2. Voor de verzending in het intracommunautaire handelsver keer en naar derde landen, moet elke partij levend pluimvee en broedeieren ervan, vergezeld gaan van een bijkomend certificaat, afgeleverd door de Veterinaire Diensten, overeenkomstig het model bepaald in bijlage II bij dit besluit. Art. 3. Voor de verzending in het intra-communautaire handelsver keer en naar derde landen, moet elke partij van de volgende producten afkomstig van runderen en varkens: vers vlees als omschreven in de Richtlijn 64/433/EEG van de Raad; separatorvlees; gehakt vlees en vleesbereidingen, als omschreven in de Richtlijn 94/65/EEG van de Raad; vleesproducten en andere producten van dierlijke oorsprong, als omschreven in de Richtlijn 77/99/EEG van de Raad; rauwe melk, warmtebehandelde melk en producten op basis van melk, als omschreven in de Richtlijn 92/46/EEG van de Raad; gesmolten vet als bedoeld in de Richtlijn van 92/118/EEG van de Raad, verwerkte dierlijke eiwitten als bedoeld in de Richtlijn 92/118/EEG van de Raad; grondstoffen voor de vervaardiging van voeder voor dieren, als bedoeld in de Richtlijnen 92/118/EEG.van de Raad; melk en melkproducten niet bestemd voor menselijke consumptie, als bedoeld in de Richtlijn 92/118/EEG van de Raad; vergezeld gaan van een bijkomend certificaat afgeleverd door de bevoegde diensten overeenkomstig het model bepaald in bijlage III bij dit besluit. Art. 4. Voor de verzending in het intracommunautaire handelsver keer en naar derde landen, moet elke partij van levende runderen en varkens vergezeld gaan van een bijkomend certificaat afgeleverd door de Veterinaire Diensten, overeenkomstig het model bepaald in bijlage IV bij dit besluit. Art. 5. Indien de plaats van bestemming van de in artikelen 1 en 3 bedoelde producten die voldoen aan de voorschriften van de beschik king van de Commissie 99/363/EG van 3 juni 1999 tot vaststelling van de beschermende maatregelen met betrekking tot dioxineverontreini ging van voor menselijke consumptie of vervoedering bestemde dierlijke producten of aan de voorwaarden van de beschikking 99/368/EG van de Commissie van 4 juni 1999 tot vaststelling van beschermende maatregelen met betrekking tot dioxineverontreiniging van voor menselijke consumptie of vervoedering bestemde dierlijke producten, in het binnenland gelegen is, kan het certificaat bedoeld in de artikelen 1 of 3 op vraag van de verzender worden afgegeven en aangewend om de producten, in voorkomend geval, samengaand met andere reglementair opgelegde documenten of certificaten te vergezel len. Art. 6. De in de artikelen tot 1 en met 4 bedoelde bijkomende certificaten dienen opgesteld te worden op de datum van lading in één der landstalen en in de officiële taal of één der officiële talen van de lidstaat van bestemming. Elk certificaat dient overigens te bestaan uit één enkel blad. Art. 7. Het ministerieel besluit van 11 juni 1999 betreffende certifi caten bij verzending van pluimvee, runderen en varkens en van sommige producten van dierlijke oorsprong en tot vaststelling van het model ervan wordt opgeheven. Art. 8. Dit besluit treedt in werking op 12 juni 1999. Brussel, 12 juni 1999. H. VAN ROMPUY L. VAN DEN BOSSCHE produits destinés à la consommationhumaine contenant plus de 2 % d’oeufs et d’ovoproduits; graisses fondues visées par la Directive 92/118/CEE du Conseil; protéines animales transformées visées par la Directive 92/118/CEE du Conseil; matières premières destinées à la fabrication d’aliments pour animaux visées par la Directive 92/118/CEE du Conseil; doit être accompagné d’un certificat complémentaire délivré par les services compétents et conforme au modèle repris à l’annexe I du présent arrêté. Art. 2. Pour l’expédition sur le marché intracommunautaire et vers des pays tiers, chaque lot de volailles vivantes et d’oeufs à couver provenant de ces volailles doit être accompagné d’un certificat complémentaire délivré par les Services vétérinaires et conforme au modèle repris à l’annexe II du présent arrêté. Art. 3. Pour l’expédition sur le marché intracommunautaire et vers des pays tiers, chaque lot des produits dérivés de bovins et de porcs repris ci-dessous : viandes fraı̂ches, au sens défini par la Directive 64/433/CEE du Conseil; viandes séparées mécaniquement; viandes hachées et préparations à base de viande, au sens défini par la Directive 94/65/CEE du Conseil; produits à base de viande et autres produits d’origine animale, au sens défini par la Directive 77/99/CEE du Conseil; lait cru, lait traité thermiquement et produits à base de lait, au sens de la directive 92/46/CE du Conseil; graisses fondues visées par la directive 92/118/CEE du Conseil; protéines animales transformées visées par la Directive 92/118/CEE du Conseil; matières premières destinées à la fabrication d’aliments des animaux visées par la Directive 92/118/CEE du Conseil; lait et produits laitiers non destinés à la consommation humaine au sens de la Directive 92/118/CEE du Conseil; doit être accompagné d’un certificat complémentaire délivré par les services compétents et conforme au modèle repris à l’annexe III du présent arrêté. Art. 4. Pour l’expédition sur le marché intercommunautaire et vers des pays tiers, chaque lot de bovins et de porcins vivants doit être accompagné d’un certificat complémentaire délivré par les Services vétérinaires et conforme au modèle repris à l’annexe IV du présent arrêté. Art. 5. Si le lieu de destination des produits visés aux articles 1er et 3, qui sont conformes au prescriptions de la décision 99/363/CE de la Commission du 3 juin 1999 concernant des mesures de protection contra la contamination par la dioxine de certains produits d’origine animale destinés à la consommation humaine ou animale ou aux prescriptions de la décision 99/368/CE de la Commission du 4 juin 1999 concernant des mesures de protection contre la contamina tion par la dioxine des produits d’origine animale destinés à la consommation humaine ou animale dérivés des bovins et de porcins, est situé dans notre pays, le certificat visé aux articles 1 ou 3 peut être délivré sur demande de l’expéditeur et utilisé pour accompagner les denrées, le cas échéant, accompagner d’autres documents ou certificats imposés par la réglementation. Art. 6. Les certificats complémentaires visés aux articles 1 à 4 inclus doivent être rédigés à la date de chargement dans une des langues officielles du pays et dans la langue officielle ou une des langues officielles de l’Etat membre destinataire. Ils doivent par ailleurs être constitués chacun d’une seule et unique feuille. Art. 7. L’arrêté ministériel du 11 juin 1999 relatif à des certificats lors de l’expédition de volailles, de bovins, de porcs et de certains produits d’origine animale, et fixant son modèle, est abrogé. Art. 8. Le présent arrêté entre en vigueur le 12 juin 1999. Bruxelles, le 12 juin 1999. H. VAN ROMPUY L. VAN DEN BOSSCHE 22251MONITEUR BELGE — 12.06.1999 — Ed. 4 — BELGISCH STAATSBLAD Annexe I à l’arrêté ministériel du 12 juin 1999 concernant la certification complémentaire temporaire des volailles, des bovins et des porcins et de certains de leurs produits, dans les cadre du marché intracommunautaire et de l’exportation. CERTIFICAT SANITAIRE Pour les produits d’origine belge dérivés de volailles domestiques, destinés à la consommation humaine ou animale et repris à l’article 1er, paragraphe 1, point A, de la Décision 1999/363/CE Pays destinataire .......................................................................................................................................................................................................................... Numéro de référence du présent certificat sanitaire .............................................................................................................................................................. Ministère responsable : (1) Ministère des Affaires sociales, de la Santé publique et de l’Environnement/Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu Ministère des Classes moyennes et de l’Agriculture/Ministerie van Middenstand en Landbouw Service certificateur : ................................................................................................................................................................................................................... I. Identification des produits (1): viandes fraı̂ches de volaille au sens défini par la directive 71/118/CEE du Conseil; viandes séparées mécaniquement; viandes hachées et préparations à base de viande au sens défini par la directive 94/65/CE du Conseil; produits à base de viande et autres produits d’origine animale au sens défini par la directive 77/99/CEE du Conseil; oeufs; ovoproduits au sens défini par la directive 89/437/CEE du Conseil; produits destinés à la consommation humaine contenant plus de 2% d’oeufs et d’ovoproduits; graisses fondues visées par la directive 92/118/CEE du Conseil; protéines animales transformées visées par la directive 92/118/CEE du Conseil; matières premières destinées à la fabrication d’aliments des animaux visées par la directive 92/118/CEE du Conseil. Nature de l’emballage : .............................................................................................................................................................................................................. Nombre d’unités d’emballage: .................................................................................................................................................................................................. Poids net: ...................................................................................................................................................................................................................................... II. Origine des produits Adresse et numéro d’agrément ou d’enregistrement vétérinaire de l’établissement agréé ou enregistré: .................................................................. III. Destination des produits Les produits sont expédiés de .................................................................................................................................................................................................. (lieu de chargement) vers : ............................................................................................................................................................................................................................................... (pays et lieu de destination) par le moyen de transport suivant: ......................................................................................................................................................................................... Nom et adresse de l’expéditeur: ................................................................................................................................................................................................ Nom et adresse du destinataire: ............................................................................................................................................................................................... IV. Attestation L’autorité compétente officielle soussignée déclare connaı̂tre les dispositions de la décision 1999/363/CE et certifie que les produits désignés ci-dessus sont conformes à ladite décision, et notamment que : (1) les produits ne sont pas dérivés d’animaux élevés dans des exploitations placées sous contrôle par les autorités belges, ou que les résultats des analyses effectuées démontrent que les produits ne sont pas contaminés par les dioxines. Fait à .................................................... le .................................................... (lieu) (date) cachet (2) ....................................................................................................................................................................................................................................... (signature de l’autorité compétente officielle) (2) ................................................................. (nom en capitales, titre et qualité du signataire) (1) biffer les mentions inutiles. (2) la signature et le cachet doivent être d’une couleur différente de celle de l’imprimé. Vu pour être annexé à l’arrêté ministériel du 12 juin 1999. Le Vice-Premier Ministre et Ministre chargé de l’Agriculture et des PME H. VAN ROMPUY Le Vice-Premier Ministre et Ministre chargé de la Santé Publique L. VAN DEN BOSSCHE 22252 MONITEUR BELGE — 12.06.1999 — Ed. 4 — BELGISCH STAATSBLAD Annexe II à l’arrêté ministériel du 12 juin 1999 concernant la certification complémentaire temporaire des volailles, des bovins et des porcins et de certains de leurs produits, dans le cadre du marché intracommunautaire et de l’exportation. DÉCLARATION OFFICIELLE Pour les poulets domestiques et les oeufs à couver énumérés à l’article 1er, paragraphe 1, point B, de la décision 1999/363/CE Numéro du certificat sanitaire : ................................................................................................................................................................................................ DÉCLARATION Numéro de la déclaration : ......................................................................................................................................................................................................... Le vétérinaire officiel soussigné déclare connaı̂tre les dispositions de la décision 1999/389/CE et certifie que les animaux/oeufs à couver (1) accompagnés par le certificat sanitaire ci-joint sont conformes à ladite décision, et notamment que les animaux n’ont pas été élevés dans des exploitations placées sous contrôle par les autorités belges/que les oeufs à couver ne sont pas dérivés d’animaux élevés dans des exploitations placées sous contrôle par les autorités belges. (1) Fait à..........................................., le..........................................................; (lieu) (date) Cachet (2) ....................................................................................................................................................................................................................................................... (signature du vétérinaire officiel du Ministère des Classes moyennes et de l’Agriculture/Ministerie van Middenstand en Landbouw) (2) ................................................................. (nom en capitales, titre et qualité du signataire) (1) biffer les mentions inutiles. (2) la signature et le cachet doivent être d’une couleur différente de celle de l’imprimé. Vu pour être annexé à l’arrêté ministériel du 12 juin 1999. Le Vice-Premier Ministre et Ministre chargé de l’Agriculture et des PME H. VAN ROMPUY Le Vice-Premier Ministre et Ministre chargé de la Santé Publique L. VAN DEN BOSSCHE 22253MONITEUR BELGE — 12.06.1999 — Ed. 4 — BELGISCH STAATSBLAD Annexe III à l’arrêté ministériel du 12 juin 1999 concernant la certification complémentaire temporaire des volailles, des bovins et des porcins et de certains de leurs produits, dans le cadre du marché intracommunautaire et de l’exportation. CERTIFICAT SANITAIRE Pour les produits d’origine belge dérivés de bovins et de porcins, destinés à la consommation humaine ou animale et repris à l’article premier, paragraphe 1, point A, de la Décision 1999/368/CE Pays destinataire .......................................................................................................................................................................................................................... Numéro de référence du présent certificat sanitaire ............................................................................................................................................................. Ministère responsable : (1) Ministère des Affaires sociales, de la Santé publique et de l’Environnement/Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu Ministère des Classes moyennes et de l’Agriculture/Ministerie van Middenstand en Landbouw Service certificateur : ................................................................................................................................................................................................................... I. Identification des produits : (1) viandes fraı̂ches au sens défini par la directive 64/433/CEE du Conseil; viandes séparées mécaniquement; viandes hachées et préparations à base de viande au sens défini par la directive 94/65/CE du Conseil; produits à base de viande et autres produits d’origine animale au sens défini par la directive 77/99/CEE du Conseil; lait cru, lait traité thermiquement et produits à base de lait au sens de la directive 92/46/CEE du Conseil; lait et produits laitiers non destinés à la consommation humaine au sens de la directive 92/118/CEE; graisses fondues visées par la directive 92/118/CEE du Conseil; protéines animales transformées visées par la directive 92/118/CEE du Conseil; matières premières destinées à la fabrication d’aliments des animaux visées par la directive 92/118/CE du Conseil. Le produit est dérivé de bovins/porcins (1) Nature des produits :....................................................................... Nature de l’emballage: .................................................................... Nombre de pièces ou d’unités d’emballage: ......................................................... Poids net: ........................................... II. Origine des produits Adresse et numéro d’agrément ou d’enregistrement vé t ér inaire de l’ é tablissement agré é ou enregistré : ............................................................................................................................................................................................................................................ III. Destination des produits Les produits sont expédiés de ....................................................................... (lieu de chargement) vers : ................................................................................................................ (pays et lieu de destination) par le moyen de transport suivant: .................................................................. Nom et adresse de l’expéditeur :....................................................................... Nom et adresse du destinataire: ........................................................................ IV. Attestation L’autorité compétente officielle soussignée déclare connaı̂tre les dispositions de la décision 1999/368/CE et certifie que les produits désignés ci-dessus répondent auxdites dispositions, et notamment que : (1) les produits ne sont pas dérivés d’animaux élevés dans des exploitations placées sous contrôle par les autorités belges, ou que les résultats des analyses effectuées démontrent que les produits ne sont pas contaminés par les dioxines. Fait à .................................................... le .................................................... (lieu) (date) cachet (2) ....................................................................................................................................................................................................................................... (signature de l’autorité compétente officielle) (2) ................................................................. (nom en capitales, titre et qualité du signataire) (1) biffer les mentions inutiles. (2) la signature et le cachet doivent être d’une couleur différente de celle de l’imprimé. Vu pour être annexé à l’arrêté ministériel du 12 juin 1999. Le Vice-Premier Ministre et Ministre chargé de l’Agriculture et des PME H. VAN ROMPUY Le Vice-Premier Ministre et Ministre chargé de la Santé Publique L. VAN DEN BOSSCHE 22254 MONITEUR BELGE — 12.06.1999 — Ed. 4 — BELGISCH STAATSBLAD Annexe IV à l’arrêté ministériel du 12 juin 1999 concernant la certification complémentaire temporaire des volailles, des bovins et des porcins et de certains de leurs produits, dans le cadre du marché intracommunautaire et de l’exportation. DÉCLARATION OFFICIELLE Pour les bovins et les porcins énumérés à l’article premier, paragraphe 1, point B, de la décision 1999/368/EC Numéro du certificat sanitaire :.......................................... DÉCLARATION Numéro de la déclaration :................................................ Le vétérinaire officiel soussigné déclare connaı̂tre les dispositions de la décision 1999/389/CE et certifie que les bovins/porcins (1) accompagnés par le certificat sanitaire ci-joint sont conformes à ladite décision, et notamment que les animaux n’ont pas été élevés dans des exploitations placées sous contrôle par les autorités belges. Fait à..........................................., le..........................................................; (lieu) (date) Cachet (2) ....................................................................................................................................................................................................................................................... (signature du vétérinaire officiel du Ministère des Classes moyennes et de l’Agriculture/Ministerie van Middenstand en Landbouw) (2) ................................................................. (nom en capitales, titre et qualité du signataire) (1) biffer les mentions inutiles. (2) la signature et le cachet doivent être d’une couleur différente de celle de l’imprimé. Vu pour être annexé à l’arrêté ministériel du 12 juin 1999. Le Vice-Premier Ministre et Ministre chargé de l’Agriculture et des PME H. VAN ROMPUY Le Vice-Premier Ministre et Ministre chargé de la Santé Publique L. VAN DEN BOSSCHE 22255MONITEUR BELGE — 12.06.1999 — Ed. 4 — BELGISCH STAATSBLAD Bijlage I bij het ministerieel besluit van 12 juni 1999 betreffende de tijdelijke bijkomende certificering van pluimvee, runderen en varkens en sommige producten ervan, in het intracommunautaire handelsverkeer en bij de uitvoer. GEZONDHEIDSCERTIFICAAT voor voor menselijke consumptie of vervoedering bestemde producten van oorsprong uit België, verkregen van als huisdier gehouden pluimvee en opgenomen in de lijst in artikel 1, lid 1, punt A, van de Beschikking 1999/363/EG Land van bestemming ................................................................................................................................................................................................................. Referentienummer van het gezondheidscertificaat ................................................................................................................................................................ Bevoegd ministerie: Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu Ministerie van Landbouw Certificerende dienst : .................................................................................................................................................................................................................. I. Identificatie van de producten (1) Vers vlees van pluimvee, als omschreven in Richtlijn 71/118/EEG van de Raad; Separatorvlees; Gehakt vlees en vleesbereidingen, als omschreven in Richtlijn 94/65/EG van de Raad; Vleesproducten en andere producten van dierlijke oorsprong, als omschreven in Richtlijn 77/99/EEG van de Raad; Eieren Eiproducten, als omschreven in Richtlijn 89/437/EEG van de Raad; Voor menselijke consumptie bestemde producten die voor meer dan 2% uit eieren en eiproducten bestaan; Gesmolten vet, als bedoeld in Richtlijn 92/118/EEG van de Raad; Verwerkte dierlijke eiwitten, als bedoeld in Richtlijn 92/118/EEG van de Raad; Grondstoffen voor de vervaardiging van voeder voor dieren, als bedoeld in Richtlijn 92/118/EEG van de Raad. Aard van de verpakking: ............................................................................................................................................................................................................ Aantal colli :................................................................................................................................................................................................................................... Netto gewicht : .............................................................................................................................................................................................................................. II. Oorsprong van de producten Adres en veterinair erkennings- of registratienummer van de erkende of geregistreerde inrichting: .......................................................................................................................................................................................................................................................... III. Bestemming van de producten De producten worden verzonden van:..................................................................................................................................................................................... (plaats van inladen) Naar :............................................................................................................................................................................................................................................... (land en plaats van bestemming) Gebruikt vervoermiddel : ............................................................................................................................................................................................................ Naam en adres van de afzender :.............................................................................................................................................................................................. Naam en adres van de geadresseerde : .................................................................................................................................................................................... IV. Verklaring Ondergetekende, bevoegde autoriteit, verklaart dat zij kennis heeft van de bepalingen van Beschikking 1999/363/EG en dat de hierboven omschreven producten in overeenstemming zijn met de Beschikking 1999/363/EG, en met name dat (1) — de producten niet afkomstig zijn van dieren die zijn gehouden op bedrijven waarvoor door de Belgische autoriteiten beperkende maatregelen zijn vastgesteld, of — uit het analyseresultaat blijkt dat de producten niet met dioxines zijn verontreinigd. Gedaan te ..................................... op................................ (plaats) (datum) Stempel (2) .................................................................................................................................................................................................................................... (handtekening van de bevoegde autoriteit) (2) .................................................................................. (naam in drukletters, graad en titel) (1) Schrappen wat niet past (2) De kleur van de handtekening en van het stempel moet verschillen van die van de gedrukt tekst Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit van 12 juni 1999. De Vice-Eerste Minister en Minister van Begroting, belast met Landbouw en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen, H. VAN ROMPUY De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken, belast met de Volksgezondheid, L. VAN DEN BOSSCHE 22256 MONITEUR BELGE — 12.06.1999 — Ed. 4 — BELGISCH STAATSBLAD Bijlage II bij het ministerieel besluit van 12 juni 1999 betreffende de tijdelijke bijkomende certificering van pluimvee, runderen en varkens en sommige producten ervan, in het intracommunautaire handelsverkeer en bij de uitvoer. OFFICIELE VERKLARING Voor pluimvee en broedeieren die zijn opgenomen in de lijst in artikel 1, lid 1, punt B, van Beschikking 1999/363/EG Nummer van het gezondheidscertificaat : ............................................................................................................................................................................... VERKLARING Nummer van de verklaring : Ondergetekende, officieel dierenarts, verklaart dat hij kennis heeft van de bepalingen van Beschikking 1999/363/EG en dat de dieren/broedeieren (1) die vergezeld gaan van bijgevoegd gezondheidscertificaat, voldoen aan Beschikking 1999/363/EG, en met name dat de dieren niet zijn gehouden op bedrijven waarvoor de Belgische autoriteiten beperkende maatregelen hebben vastgesteld/de broedeieren niet zijn verkregen van dieren die zijn gehouden op bedrijven waarvoor de Belgische autoriteiten beperkende maatregelen hebben vastgesteld (1). Gedaan te .................................... op........................................ (plaats) (datum) Stempel (2) ....................................................................................................................................................................................................................................................... (handtekening van de officiële dierenarts van het Ministerie van Middenstand en Landbouw) (2) .................................................................................. (naam in hoofdletters, kwalificatie en functie) (1) Schrappen wat niet past (2) De kleur van de handtekening en van het stempel moet verschillen van die van de gedrukt tekst Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit van 12 juni 1999. De Vice-Eerste Minister en Minister van Begroting, belast met Landbouw en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen, H. VAN ROMPUY De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken, belast met de Volksgezondheid, L. VAN DEN BOSSCHE 22257MONITEUR BELGE — 12.06.1999 — Ed. 4 — BELGISCH STAATSBLAD Bijlage III bij het ministerieel besluit van 12 juni 1999 betreffende de tijdelijke bijkomende certificering van pluimvee, runderen en varkens en sommige producten ervan, in het intracommunautaire handelsverkeer en bij de uitvoer. GEZONDHEIDSCERTIFICAAT voor voor menselijke consumptie of vervoedering bestemde producten van oorsprong uit België, verkregen van runderen en varkens en opgenomen in de lijst in artikel 1, lid 1, punt A, van de Beschikking 1999/368/EG Land van bestemming ................................................................................................................................................................................................................ Referentienummer van dit gezondheidscertificaat ................................................................................................................................................................ Bevoegd ministerie: — Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu — Ministerie van Landbouw Certificerende dienst : ................................................................................................................................................................................................................. I. Identificatie van de producten (1) Vers vlees, als omschreven in Richtlijn 64/433/EEG van de Raad; Separatorvlees; Gehakt vlees en vleesbereidingen, als omschreven in Richtlijn 94/65/EG van de Raad; Vleesproducten en andere producten van dierlijke oorsprong, als omschreven in Richtlijn 77/99/EEG van de Raad; Rauwe melk, warmtebehandelde melk en producten op basis van melk, als omschreven in Richtlijn 92/46/EEG; Niet voor menselijke consumptie bestemde melk en melkproducten, als bedoeld in Richtlijn 92/118/EEG; Gesmolten vet, als bedoeld in Richtlijn 92/118/EEG van de Raad; Verwerkte dierlijke eiwitten, als bedoeld in Richtlijn 92/118/EEG van de Raad; Grondstoffen voor de vervaardiging van voeder voor dieren, als bedoeld in Richtlijn 92/118/EEG van de Raad. Het product is verkregen van : runderen/varkens (1) Aard van de producten : ............................................................................................................................................................................................................ Aard van de verpakking: ............................................................................................................................................................................................................ Aantal deelstukken of colli : ...................................................................................................................................................................................................... Nettogewicht : ............................................................................................................................................................................................................................... II. Oorsprong van de producten Adres en veterinair erkenningsnummer, of registratienummer van de erkend of geregistreerde inrichting: .......................................................................................................................................................................................................................................................... III. Bestemming van de producten De producten worden verzonden van: ................................................................................................................................................................................... (plaats van inladen) Naar : ............................................................................................................................................................................................................................................. (land en plaats van bestemming) Gebruikt vervoermiddel : ............................................................................................................................................................................................................ Naam en adres van de afzender :.............................................................................................................................................................................................. Naam en adres van de geadresseerde : .................................................................................................................................................................................... IV. Verklaring Ondergetekende, bevoegde autoriteit, verklaart dat zij kennis heeft van de bepalingen van Beschikking 1999/368/EG en dat de hierboven omschreven producten in overeenstemming zijn met de Beschikking 1999/368/EG, en met name dat (1) — de producten niet afkomstig zijn van dieren die zijn gehouden op bedrijven waarvoor door de Belgische autoriteiten beperkende maatregelen zijn vastgesteld, of uit het analyseresultaat blijkt dat de producten niet met dioxines zijn verontreinigd. Gedaan te ........................................... op................................ (plaats) (datum) Stempel (2) .................................................................................................................................................................................................................................... (handtekening van de bevoegde autoriteit) (2) .................................................................................. (naam in drukletters, graad en titel) (1) Schrappen wat niet past (2) De kleur van de handtekening en van het stempel moet verschillen van die van de gedrukt tekst Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit van 12 juni 1999. De Vice-Eerste Minister en Minister van Begroting, belast met Landbouw en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen, H. VAN ROMPUY De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken, belast met de Volksgezondheid, L. VAN DEN BOSSCHE 22258 MONITEUR BELGE — 12.06.1999 — Ed. 4 — BELGISCH STAATSBLAD Bijlage IV bij het ministerieel besluit van 12 juni 1999 betreffende de tijdelijke bijkomende certificering van pluimvee, runderen en varkens en sommige producten ervan, in het intracommunautaire handelsverkeer en bij de uitvoer. OFFICIELE VERKLARING Voor runderen en varkens die zijn opgenomen in de lijst in artikel 1, lid 1, punt B, van Beschikking 1999/363/EG Nummer van het gezondheidscertificaat : .............................................................................................................................................................................. VERKLARING Nummer van de verklaring : ..................................................................................................................................................................................................... Ondergetekende, officieel dierenarts, verklaart dat hij kennis heeft van de bepalingen van Beschikking 1999/389/EG en dat de runderen/varkens (1) die vergezeld gaan van bijgevoegd gezondheidscertificaat, voldoen aan Beschikking 1999/389/EG, en met name dat de dieren niet zijn gehouden op bedrijven waarvoor de Belgische autoriteiten beperkende maatregelen hebben vastgeld. Gedaan te ......................................... op........................................ (plaats) (datum) Stempel (2) ................................................................................................................................................................................................................................... (handtekening van de officiële dierenarts van het Ministerie van Middenstand en Landbouw) (2) .................................................................................. (naam in hoofdletters, kwalificatie en functie) (1) Schrappen wat niet past (2) De kleur van de handtekening en van het stempel moet verschillen van die van de gedrukt tekst Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit van 12 juni 1999. De Vice-Eerste Minister en Minister van Begroting, belast met Landbouw en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen, H. VAN ROMPUY De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken, belast met de Volksgezondheid, L. VAN DEN BOSSCHE 22259MONITEUR BELGE — 12.06.1999 — Ed. 4 — BELGISCH STAATSBLAD MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN, VOLKSGEZONDHEID EN LEEFMILIEU [C − 99/22620]N. 99 — 1788 11 JUNI 1999. — Ministerieel besluit houdende tijdelijke maatrege len betreffende de financiering van het Instituut voor veterinaire keuring De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken, belast met Volksgezondheid, Gelet op de wet van 5 september 1952 betreffende de vleeskeuring en de vleeshandel, inzonderheid op artikel 6, gewijzigd bij de wetten van 13 juli 1981, 21 december 1994, 20 december 1995, 27 mei 1997 en 8 december 1998; Gelet op de wet van 15 april 1965 betreffende de keuring van en de handel in vis, gevogelte, konijnen en wild en tot wijziging van de wet van 5 september 1952 betreffende de vleeskeuring en de vleeshandel, inzonderheid op artikel 6, gewijzigd bij de wetten van 13 juli 1981, 22 april 1982, 21 december 1994, 20 december 1995 en 8 december 1998; Gelet op de wet van 13 juli 1981 tot oprichting van een Instituut voor veterinaire keuring, inzonderheid op de artikelen 9, 5° en 11; Gelet op het koninklijk besluit van 22 december 1998 betreffende de financiering van het Instituut voor veterinaire keuring; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, §1, vervangen bij de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; Gelet op de dringende noodzakelijkheid; Overwegende dat het noodzakelijk is, ingevolge het slachtverbod en het uitvoerverbod van sommige Belgische producten van dierlijke oorsprong, onverwijld maatregelen te nemen om de betalingsmodali teiten van keur- en controle rechten en algemene kosten aan te passen ten einde de exploitanten van slachthuizen en andere inrichtingen te ondersteunen, Besluit : Artikel 1. De facturatie van de rechten bedoeld in de artikelen 2 tot 5, 7, 8, 1°, 3°en 4°, alsmede in artikel 9, 1° en 3° van het koninklijk besluit 22 december 1998 betreffende de financiering van het Instituut voor veterinaire keuring wordt opgeschort vanaf 11 juni 1999. Art. 2. Dit besluit treedt in werking op 11 juni 1999. Brussel, 11 juni 1999. L. VAN DEN BOSSCHE c [C − 99/22619]N. 99 — 1789 12 JUNI 1999. — Ministerieel besluit tot wijziging van het ministe rieel besluit van 31 mei 1999 houdende maatregelen betreffende sommige producten van dierlijke oorsprong De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken, belast met Volksgezondheid, Gelet op de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de verbruikers op het stuk van de voedingsmidde len en andere producten, inzonderheid op artikel 6bis; MINISTERE DES AFFAIRES SOCIALES, DE LA SANTE PUBLIQUE ET DE L’ENVIRONNEMENT [C − 99/22620]F. 99 — 1788 11 JUIN 1999. — Arrêté ministériel portant des mesures temporaires en ce qui concerne le financement de l’institut d’expertise vétéri naire Le Vice-Premier Ministre et Ministre de l’Intérieur, chargé de la Santé publique, Vu la loi du 5 septembre 1952 relative à l’expertise et au commerce des viandes, notamment l’article 6, modifié par les lois des 13 juillet 1981, 21 décembre 1994, 20 décembre 1995, 27 mai 1997 et 8 décembre 1998; Vu la loi du 15 avril 1965 concernant l’expertise et le commerce du poisson, des volailles, des lapins et du gibier et modifiant la loi du 5 septembre 1952 relative à l’expertise et au commerce des viandes, notamment l’article 6, modifié par les lois des 13 juillet 1981, 22 avril 1982, 21 décembre 1994, 20 décembre 1995 et 8 décembre 1998; Vu la loi du 13 juillet 1981 portant création d’un Institut d’expertise vétérinaire, notamment les articles 9, 5° et 11; Vu l’arrêté royal du 22 décembre 1998 relatif au financement de l’Institut d’expertise vétérinaire; Vu les lois sur le Conseil d’Etat, coordonnées le 12 janvier 1973, notamment l’article 3, §1er, remplacé par la loi du 4 juillet 1989 et modifié par la loi du 4 août 1996; Vu l’urgence; Considérant qu’il est nécessaire, suite à l’interdiction d’abattage et d’exportation frappant certains produits belges, de prendre sans délai des mesures pour adapter les modalités de paiement des droits d’expertise et de contrôle et des frais généraux afin de soutenir les exploitants d’abattoirs et d’autres établissements, Arrête : Article 1er. La facturation des droits visés aux articles 2 à 5, 7, 8, 1°, 3° et 4°, ainsi qu’à l’article 9, 1° et 3° de l’arrêté royal du 22 décem bre 1998 relatif au financement de l’Institut d’expertise vétérinaire est suspendue à partir du 11 juin 1999. Art. 2. Le présent arrêté entre en vigueur le 11 juin 1999. Bruxelles, le 11 juin 1999. L. VAN DEN BOSSCHE [C − 99/22619]F. 99 — 1789 12 JUIN 1999. — Arrêté ministériel modifiant l’arrêté ministériel du 31 mai 1999 relatif à des mesures relatives à certains produits d’origine animale Le Vice-Premier Ministre et Ministre de l’Intérieur, chargé de la Santé publique, Vu la loi du 24 janvier 1977 relative à la protection de la santé des consommateurs en ce qui concerne les denrées alimentaires et autres produits, notamment l’article 6bis; 22260 MONITEUR BELGE — 12.06.1999 — Ed. 4 — BELGISCH STAATSBLAD Gelet op het ministerieel besluit van 31 mei 1999 houdende maatregelen betreffende sommige producten van dierlijke oorsprong, inzonderheid op artikel 2, gewijzigd bij ministerieel besluit van 2 juni 1999, en op artikel 3, b), gewijzigd bij ministerieel besluit van 8 juni 1999; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, §1, vervangen bij de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; Gelet op de dringende noodzakelijkheid; Overwegende dat onverwijld maatregelen moeten worden genomen om elk risico op dioxinenvergiftiging bij de consument te vermijden, Besluit: Artikel 1. In artikel 2 van het ministerieel besluit van 31 mei 1999 houdende maatregelen betreffende sommige producten van dierlijke oorsprong, gewijzigd bij ministerieel besluit van 2 juni 1999, worden de woorden ″1 juni 1999″ vervangen door de woorden ″31 januari 1999″. Art. 2. In artikel 3, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1. in punt b), vervangen bij ministerieel besluit van 8 juni 1999, worden de woorden ″of van bedrijven die voorkomen op de lijst afkomstig van de diensten van de Eerste Minister en opgemaakt door de beroepsvereniging van de mengvoederfabrikanten″ geschrapt; 2. in punt c), aangevuld bij ministerieel besluit van 8 juni 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht: tussen de woorden ″dioxines″ en ″beschikt″ de woorden ″lager dan 5 pg TEQ/gr vet″ ingevoegd; de vermelding ″1mg/kg″ vervangen door de vermelding ″0,200 mg/kg ″. Art. 3. Artikel 3 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een lid luidend als volgt: « De vrijgave van de producten gebeurt aan de hand van een beslissingsfiche waarvan het model in bijlage bij dit besluit is gevoegd.» Art. 4. Dit besluit treedt in werking op 12 juni 1999. Brussel, 12 juni 1999. L. VAN DEN BOSSCHE. Vu l’arrêté ministériel du 31 mai 1999 relatif à des mesures relatives à certains produits d’origine animale, notamment l’article 2, modifié par l’arrêté ministériel du 2 juin 1999, et l’article 3, b), modifié par l’arrêté ministériel du 8 juin 1999; Vu les lois sur le Conseil d’Etat, coordonnées le 12 janvier 1973, notamment l’article 3, §1er, remplacé par la loi du 4 juillet 1989 et modifié par la loi du 4 août 1996; Vu l’urgence; Considérant qu’il est nécessaire de prendre sans délai des mesures afin d’éviter tout risque d’intoxication aux dioxines chez le consomma teur, Arrête: Article 1er. Dans l’article 2 de l’arrêté ministériel du 31 mai 1999 relatif à des mesures relatives à certains produits d’origine animale, modifié par l’arrêté ministériel du 2 juin 1999, les mots ″1er juin 1999″ sont remplacés par les mots ″31 janvier 1999″. Art. 2. Dans l’article 3 du même arrêté, sont apportées les modifica tions suivantes: 1. dans le point b), remplacé par l’arrêté ministériel du 8 juin 1999, les mots ″ou d’exploitations qui figurent sur la liste provenant des services du Premier Ministre et établie par la fédération professionnelle des fabricants alimentaires de bétail″ sont supprimés; 2. dans le point c), complété par l’arrêté ministériel du 8 juin 1999, sont apportées les modifications suivantes: les mots ″inférieurs à 5 pg TEQ/gr de graisse″ sont insérés entre les mots ″dioxines″et ″sont″; la mention ″1 mg/kg″ est remplacée par la mention ″0,200 mg/kg″. Art. 3. ’article 3 du même arrêté, est complété par un alinéa libellé comme suit: « La libération des produits se fait au moyen d’une fiche de décision dont le modèle est joint en annexe au présent arrêté. ″ Art. 4. Le présent arrêté entre en vigueur le 12 juin 1999. Bruxelles, le 12 juin 1999. L. VAN DEN BOSSCHE. 22261MONITEUR BELGE — 12.06.1999 — Ed. 4 — BELGISCH STAATSBLAD 22262 MONITEUR BELGE — 12.06.1999 — Ed. 4 — BELGISCH STAATSBLAD ANNEXE lnstitut d'expertise veterinaire Inspection' generale des Denrees alimentaires FICHE DE DECISION CONCERNANT UN LOT de prodaits vi1es a Particle rr de l'arrite ministeriel du 31 mai 1999 relatif a des mesures relatives a certains produits d'origine animale. CODE: (Code de la fiche de saisie a titre conservatoire) 1. Descrietion des viandes et des dearies saisies a titre eonservatoire. Espece animate' denree alimentaire: ·········································· .................................... ········································•·· Nature des morceaux: ................................................................................................................................................ Nature de l'emballage (cartoo, etc.): ························································································································· Notnbre d'ernballages: ...............................................................................................................•............................. Poids net total : ···································································· ··················································································· Marques d'expertise ou d'identi:fication/numero de lot : ······························································································ Detenteur des produits (nom, adresse, telephone) : .................................................................................................. ·······························································•······························································································ .................... 2. LES PllODUITS PEUVENT tTitE LJBEllt.s l!Hr l'un des motifs §aiva■ts. ( 1) Les produits proviennent d'animaux abattus ou des oeufs pondus avant le 15 janvier 1999. Les produits ne proviennent pas d'animaux ou oeufs d'exploitations qui font l'objet de mesures conservatoires prises le Ministre qui a l'Agriculture dans ses attributions. Les resultats d'analyses relatives aux residus de PCB ou de dioxines sont favorables (rapport d'essai en annexe). Les produits poctent une marque de salubrite autre que beige. Les produits contiennent moins de 2% d'reufs ou d'ovoproduits. 3. U:S PRODUITS NE PEUVENT iTRW: LJBtllis er I' UB des m!d!!s mentionne ei-dessus. ( 1) Ils font l'objet d'Wle saisie definitive et doivent etre detruits par incineration. Le veterinaire, I 'inspecteur ou le controleur : Je soussigne, detenteur des produits, ai pris connaissance de la decision concemant les denrees mentionnees ci-dessus. Date: Nom et signature (2) : Date: Signature (2) : 4. Ngtifacation de la eroduction des dechets. Le present document est adresse par fax le (date) ........................ a l'usine de destruction agreee / au collecteur agree (1) (identification de l 'usine) .........•.....•............•..•................•.............•....•........•.....................•.•.•..................................•........•........... en vue de l'enlevement des dechets a l'adresse de detention mentionnee ci-dessus. Date: ................................ Signature du detenteur des dechets (2) : 5. Enlevement des dechets. Je soussigne, prepose du transporteur agree pour la colltx,"te des dechets a hauts risques ou des dechets dangereux (identification du transporteur) ··············································································································································································, declare que les dechets decrits ci-dessus ont ete collectes en vue de leur destruction par incineration a l'usine de destruction agreee (identification de l'usine) : ·························································································································································•, Date Signature du transporteur (3) : 6. Attestation de destruction. Les dechets decrits ci-dessus ont etc detruits par incineration. Date Signature du responsable (2, 4) : Cachet de l"u~ine de destruction : (1} Biffer la mention inutile, Version du 06/061'}9 (2) Le signataire conserve une copie du document durant deux ans, (3) L "exemplaire original accompagne le transport vers / 'usine de destruction. (4) L 'exemp/aire original de I 'attestation dument comp/etee est renvoyee au detenteur mentionne au point I, qui le conserve durant deuxans, Vu pour etre annexe a l'arrete ministeriel du 12 juin 1999 L Van Den Bossche. par 22263MONITEUR BELGE — 12.06.1999 — Ed. 4 — BELGISCH STAATSBLAD BIJLAGE Instituut voor veterinaire keuring Algemene Eetwaren Inspectie BESLISSINGFICHE van een PARTIJ van p~n u,als bedoeld in artikd 1 """ het M.B. van 31 !Mi 1999 /,oudende IIIIUltregelen betreffende sommige prodllcten van t&rlijke oonprm,g CODE / (Code fiche bewarend bes lag.) 1. Omschcijvin& van het vlees of de voedinumiddelen . Diersoort / voedingsmiddel Soort stuk Soort verpakking (karton, ... ) Aantal verpakkingen Totaal netto gewicht Keurmerk of identificatiemerkteken / lotnummer Houder van de producten (naam, aiires. telefoon) 2. De J!roducten m!!&en worden vrii2eeven om een van de vol&ende redenen. (I) De producten zijn afkomstig van dieren die werden geslacht v66r 15 januari 1999 of van eieren gelegd v66r 15.1.1999. De producten zijn niet afkomstig van dieren of eieren van bedrijven die het voorwerp uitmaken van bewarende maatregelen uitgevaardigd door de Minister tot wiens bevoegdheid de landbouw behoort De producten werden geanalyseerd waaruit blijkt dat er een gunstig resultaat is inzake residuen van PCB' s of dioxines ( analyseverslag in bijlage). De producten zijn voorzien van een niet Belgisch keurmerk De producten bevatten minder dan 2% eieren of ei-producten 3. De J!roducten ID!!&en Diet wonlen vrii2eeeven om Un van de boven 1enoemde redenen. (1) De producten worden definitiefin beslag genomen en moeten door verbranding vernietigd worden. De dierenarts, inspecteur of controleur : Ile. ondergetekende, houder van de producten, neem hierbij kennis van de beslissing in verband met de bovengenoemde producten. Datum Handtekening (2) Datum naam en handtekening (2) 4. Notificatie van l!roductie van afval Dit document wordt per fax verstuurd op (datum) ::aar een erkend destructiebedrijf of erkend ophaler (1) (identif,catie) ........................... ...................... ··················-······ ························ . .. ····•·············································································· met het oog op het ophalen van het afval op het bovcn vermeld adres van de houder Datum Handtekening van de houder van het afval (2) 5. Ol!haling van bet afval Ile, ondergetekende, erkend vervoerder voor het ophalen van hoog risicomatcriaal of gevaarlijk afval (identijicatie van de vervoeder) ----- ------ ---- , bevestig hierbij dat de producten :zoals hierboven beschreven werden opgehaald met het oog op hun vernietiging door verbranding in de erkend destructiebedrijf (identijicatie) : Datum: Handtekening van de vcrvoeder (3) : 6. Attest van vernieti&ini: Het bier boven beschreven afval werd vemietigd door verhranding. Datum Stempel van het destructiebedrijf (I) Schrappen wat met van toepassmg 1s (2) De ondertekenaar bewaart een kopie van hct document gedurendc tweejaar (3) Het origineel exemplaar begeleidt bet transport naar het destructicbedrijf Handtckcning van de vcrantwoordelijke (2,4) (4) Het origineel exemplaar van het volledig ingevuld document rnot:t teruggestuurd worden naar de houder van de produden vermeld onder punt I, die het gedurende twee jaar bewaart. Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 12 juni I 999 L. Van Den Bossche I [C − 99/22618]N. 99 — 1790 12 JUNI 1999. — Ministerieel besluit tot wijziging van het ministe rieel besluit van 5 juni 1999 houdende maatregelen betreffende sommige producten van dierlijke oorsprong afkomstig van runde ren en varkens De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken, belast met Volksgezondheid, Gelet op de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de verbruikers op het stuk van de voedingsmidde len en andere producten, inzonderheid op artikel 6bis; Gelet op het ministerieel besluit van 5 juni 1999 houdende maatre gelen betreffende sommige producten van dierlijke oorsprong afkom stig van runderen en varkens, inzonderheid de artikelen 1 en 2, gewijzigd bij ministerieel besluit van 8 juni 1999; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, §1, vervangen bij de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; Gelet op de dringende noodzakelijkheid; Overwegende dat onverwijld maatregelen moeten worden genomen om elk risico op dioxinevergiftiging bij de consument te vermijden, Besluit : Artikel 1. In artikel 1 van het ministerieel besluit van 5 juni 1999 houdende maatregelen betreffende sommige producten van dierlijke oorsprong afkomstig van runderen en varkens, gewijzigd bij ministe rieel besluit van 8 juni 1999, worden de woorden ″3 juni 1999″ vervangen door de woorden ″31 januari 1999″. Art. 2. In artikel 2, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1. in punt b), vervangen bij ministerieel besluit van 8 juni 1999, worden de woorden ″of van bedrijven die voorkomen op de lijst afkomstig van de diensten van de Eerste Minister en opgemaakt door de beroepsvereniging van de mengvoederfabrikanten″ geschrapt; 2. punt c), aangevuld bij ministerieel besluit van 8 juni 1999, wordt vervangen als volgt : ″c) hetzij over gunstige resultaten van analyses inzake residuen van dioxines of van analyses inzake residuen van PCB’s op basis van de som van de volgende congeneren : » 2,4-4’ trichloorbifenyl (28); 2,5-2’5’ tetrachloorbifenyl (52); 2,4,5-2’5’ pentachloorbifenyl (101); 2,4,5-3’4’ pentachloorbifenyl (118); 2,3,4-2’4’5’ hexachloorbifenyl (138); 2,4,5-2’4’5’ hexachloorbifenyl (153) en 2,3,4,5-2’4’5’ heptachloorbifenyl (180) waarvan de limietwaarden in een afzonderlijk ministerieel besluit worden vastgesteld. Art. 3. Artikel 2 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een lid luidend als volgt : « De vrijgave van de producten gebeurt aan de hand van een beslissingsfiche waarvan het model in bijlage bij dit besluit is gevoegd. » Art. 4. Dit besluit treedt in werking op 12 juni 1999. Brussel, 12 juni 1999. L. VAN DEN BOSSCHE [C − 99/22618]F. 99 — 1790 12 JUIN 1999. — Arrêté ministériel modifiant l’arrêté ministériel du 5 juin 1999 portant des mesures relatives à certains produits d’origine animale provenant de bovins et de porcs Le Vice-Premier Ministre et Ministre de l’Intérieur, chargé de la Santé publique, Vu la loi du 24 janvier 1977 relative à la protection de la santé des consommateurs en ce qui concerne les denrées alimentaires et autres produits, notamment l’article 6bis; Vu l’arrêté ministériel du 5 juin 1999 portant des mesures relatives à certains produits d’origine animale provenant de bovins et de porcs, notamment les articles 1er et 2, modifiés par l’arrêté ministériel du 8 juin 1999; Vu les lois sur le Conseil d’Etat, coordonnées le 12 janvier 1973, notamment l’article 3, §1er, remplacé par la loi du 4 juillet 1989 et modifié par la loi du 4 août 1996; Vu l’urgence; Considérant qu’il est nécessaire de prendre sans délai des mesures afin d’éviter tout risque d’intoxication à la dioxine chez le consomma teur, Arrête : Article 1er. Dans l’article 1er de l’arrêté ministériel du 5 juin 1999 portant des mesures relatives à certains produits d’origine animale provenant de bovins et de porcs, modifié par l’arrêté ministériel du 8 juin 1999 les mots ″3 juin 1999″ sont remplacés par les mots ″31 janvier 1999″. Art. 2. Dans l’article 2 du même arrêté, sont apportées les modifica tions suivantes : 1. dans le point b), remplacé par l’arrêté ministériel du 8 juin 1999, les mots ″ou d’exploitations qui figurent sur la liste provenant des services du Premier Ministre et établie par la fédération professionnelle des fabricants alimentaires de bétail″ sont supprimés; 2. le point c), complété par l’arrêté ministériel du 8 juin 1999, est remplacé par la disposition suivante : « c) soit les résultats d’analyses favorables relatives aux résidus de dioxines ou les résultats d’analyses relatives aux résidus de PCB sur la base de la somme des congénères suivants : 2,4-4’ trichlorobiphényle (28); 2,5-2’5’ tetrachlorobiphényle (52); 2,4,5-2’5’ pentachlorobiphényle (101); 2,4,5-3’4’ pentachlorobiphényle (118); 2,3,4-2’4’5’ hexachlorobiphényle (138); 2,4,5-2’4’5’ hexachlorobiphényle (153) et 2,3,4,5-2’4’5’ heptachlorobiphényle (180) dont les valeurs limites seront fixées dans un arrêté ministériel distinct. Art. 3. ’article 2 du même arrêté, est complété par un alinéa libellé comme suit : « La libération des produits se fait au moyen d’une fiche de décision dont le modèle est joint en annexe au présent arrêté. ″ Art. 4. Le présent arrêté entre en vigueur le 12 juin 1999. Bruxelles, le 12 juin 1999. L. VAN DEN BOSSCHE. 22264 MONITEUR BELGE — 12.06.1999 — Ed. 4 — BELGISCH STAATSBLAD 22265MONITEUR BELGE — 12.06.1999 — Ed. 4 — BELGISCH STAATSBLAD ANNEXE lnstitut d'expertise veterinaire Inspection generalc des Denrees alimentaires FICHE DE DECISION CONCERNANT UN WT de produits vises a l'article ler de l'arrete ministeriel du 5 join 1999 portant des mesures relatives a certains produits d'origine animate provenant de bovins et de pores. CODE: / / (Code de la fiche de saisie a titre conservatoire) 1. Descril!tion des viandes et des denrees saisies a titre conservatoire. Espece animale/ denree alimentaire : ······················································································································· - Nature des morceaux : ............................................................................................................................................. Nature de l'emballage (carton, etc.): ······················································································································· - Nombre d'erriballages : ............................................................................................................................................ Poids net total : ····································································································-·············---············-····················· - Marques d'expertise ou d'identification / numero de lot : ·························································································· - Detenteur des produits (nom, adresse, telephone) : ·····················································----········································· ·················································································································································································· 2. Les l!roduits ~uvent kre libel'& l!!!!!r l'un des motifs saivants. (I) Les produits proviennent d'animaux abattus avant le 15 janvier 1999 ou des oeufs pondus avant le 15 janvier 1999. Les produits ne proviennent pas d'animaux ou des oeufs d'exploitations qui font l'objet de mesures conservatoires prises par le Ministre qui a l'Agriculture dans ses attributions. Les resultats d'analyses relatives aux residus de PCB ou de dioxines sont fuvorables (rapport d'essai en annexe). Les produits portent tme marque de salubrite autre que beige. Les produits contiennent moins de 2% d'reufs ou d'ovoproduits. 3. les l!roduits ne esuvent etre liberis mr l'un des motm menti2nne cHlessus. (I) Ils font l'objet d'lllle saisie definitive et doivent et:re detruits par incineration. Le veterinaire, l'inspecteur ou le controleur: Je soussigne, detenteur des produits, ai pris oonnaissance de la decision concemant Jes denrees mentionnees ci-dessus. Date: Norn et signature (2) : Date: Signature (2) : 4. Notification de la l!roduction des dechets. Le present document est adresse par fax le (date) ........................ a l'usine de destruction agreee / au collecteur agree (I) (identification de /'usine) .............................................................................................................................................................. en vue de l'enlevement des dechets a l'adresse de detention mentionnee ci-dcssus. Date: ................................ Signature du detenteur des dechets (2) : 5. Enlevement des dechets. Je soussigne, prepose du transporteur agree pour la collecte des dechets a hauts risques ou des dechets dangereux (identification du transporteur) ....................................................................... ;. ..................................................................................................... , declare que Jes dechets decrits ci-dessus ont ete collectes en vue de leur destruction par incineration a l'usine de destruction agreee (identification de l 'usine) : ...... . ................................................................................................................................................... , Date Signature du transporteur (3): 6. Attestation de destruction. Les dechets decrits ci-dessus ont ete detruits par incineration. Date Signature du responsable (2, 4): Cachet de l'tt~ine de destruction : ( f) Biffer la mentwn inultle. (2) Le signataire conserve une copie du document durant deux ans. (3) l 'exemplaire original accompagne le transport vers / 'usme de destruction. (4) l 'exemplaire original de I 'attestation diiment completee 11st renvoyee au detenteur mentionne au point I, qui /11 comerve durant deux ans. Vu pour etre annexe a l 'arrete ministeriel du I 2 juin I 999 L. Van Den Bossche 22266 MONITEUR BELGE — 12.06.1999 — Ed. 4 — BELGISCH STAATSBLAD BIJLAGE Instituut voor veterinaire keuring Algemene Eetwaren Inspectie BESLISSINGFICHE van een PARTIJ van producten wals bedoeld in artikel 1 van hn M.B. van 5 j11ni 1999 houdende maatregelen betreffende sonunige producten van dierlljke oorsprong ajlomstig van n,nderen en varkens CODE / (Code fiche bewarend beslag.) 1. Omschriivinc van bet vices of de voedingsmiddelen . Diersoort/ voedingmniddel -----------------------------------+ Soort stuk Soort verpakking (karton, ... ) Aantal verpakkingen ------------------------------------+ Totaal netto gewicht -------------------------------------t Keunnerk ofidentificatiemerkteken/ lotnummer ----------------------------+ Houder van de produc:ten (naam, lUires, telefoon!1 2. De prodncten mogen worden vriiggeven om~ van devolgende redenen. (I) De producten zijn atkomstig van dieren die werden geslacht voor 15 januari 1999 of eieren gelegd voor 15 jauari 1999. De producten zijn niet afkomstig van dieren of eieren van bedrijven die het voorwerp uitmaken van bewarende maatregelen uitgevaardigd door de Minister tot wiens bevoegdheid de landbouw behoort De producten werden geanalyseerd waaruit blijkt dater een gunstig resultaat is inzake residuen van PCB's of dioxines (analyseverslag in bijlage). De producten zijn voornen van een niet Belgisch keurmerk De producten bevatten minder dan 2% eieren of ei-producten 3. De produeten mogen niet worden vriigegeven om een van de boven genoemde redenen. ( 1) De producten worden definitief in beslag genomen en moeten door verbranding vemietigd worden. De dierenarts, inspecteur of controleur : Ik, ondergetekende, holKler van de producten, neem hierbij kennis van de beslissing in verband met de bovengenoemde producten. Datum naam en handtekening (2) Datum Handtekening (2) 4. Notificatie van prodnctie van afval Dit document wordt per fux verstuurd op (datum) ---·--·---------:n aar een erkend destrm.,1iebedrijf of erkend ophaler ( l) (identificatie) ............................................................................................................................................................ . met het oog op het ophalen van het afval op het boven vermcld adres van de houder Datum Handtekening van de houder van het afval (2) 5. Qphalin2 van bet afval Ik, ondergetekende, erkend vervoerder voor het ophalen van hoog risicomateriaal of gevaarlijk afval (identificatie van de vervoeder) ---------------------------------------------------------------, bevestig hierbij dat de prodw;ten zoals hierboven beschreven werden opgehaald met bet oog op hun vemietiging door verbranding in de erkend destructiebedrijf (identificatie) Datum: Handtekening van de vervoeder (3): 6. Attest van vemietiging Het hicr boven beschreven afval werd vernietigd door verbranding. Datum Stempel van het destructiebedrijf (I) Schrappen w• met van toeplSSlng 1s (2) De ondertekenaar bcwaart een kopie van bet documem gedwende twee jaar (3) Het origineel exemplaar begeleidt het transport naar bet destructiebcdrij f Handtekening van de verantwoordelijke (2,4) (4) Hct origjneel exemplaar van bet vollcdig ingevuld document moet teruggestuurd worden naar de houder van de producten venneld onder punt 1. die het gedurende twee jaar bewaart. Gezien om le worden gevoegd bij bet ministerieel beslut van 12 juni 1999 L. Van Den Bossche [C − 99/22621]N. 99 — 1791 12 JUNI 1999. —Ministerieel besluit betreffende een certificaat bij de verzending van sommige producten van dierlijke oorsprong en tot vaststelling van het model ervan De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken, belast met Volksgezondheid, Gelet op de wet van 5 september 1952, betreffende de vleeskeuring en de vleeshandel; Gelet op de wet van 15 april 1965 betreffende de keuring van en de handel in vis, gevogelte, konijnen en wild, en tot wijziging van de wet van 5 september 1952, betreffende de vleeskeuring en de vleeshandel; Gelet op de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de verbruikers op het stuk van de voedingsmidde len en andere producten, inzonderheid op artikel 6bis; Gelet op het koninklijk besluit van 30 december 1992 betreffende het vervoer van vers vlees, vleesproducten en vleesbereidingen, inzonder heid op artikel 9, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 9 oktober 1998; Gelet op het ministerieel besluit van 31 mei 1999 houdende maatregelen betreffende sommige producten van dierlijke oorsprong, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 2 juni 1999, het ministerieel besluit van 5 juni 1999, twee ministeriële besluiten van 8 juni 1999 en het ministerieel besluit van 12 juni 1999; Gelet op het ministerieel besluit van 5 juni 1999 houdende maatre gelen betreffende sommige producten van dierlijke oorsprong afkom stig van runderen en varkens, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 8 juni 1999 en het ministerieel besluit van 12 juni 1999; Gelet op het ministerieel besluit van 12 juni 1999 betreffende de tijdelijke bijkomende certificering van pluimvee, runderen en varkens en sommige producten ervan, in het intracommunautaire handelsver keer en bij uitvoer; Gelet op de Beschikking 1999/363/EG van de Commissie van 3 juni 1999 tot vaststelling van beschermende maatregelen met betrekking tot dioxineverontreiniging van voor menselijke consumptie of vervoedering bestemde dierlijke producten, gewijzigd bij de Beschik king 1999/389/EG van de Commissie van 11 juni 1999; Gelet op de Beschikking 1999/368/EG van de Commissie van 4 juni 1999 tot vaststelling van beschermende maatregelen met betrekking tot dioxine verontreiniging van voor menselijke consumptie of vervoedering bestemde van runderen en varkens verkregen producten, gewijzigd bij de Beschikking 1999/389/EG van de Commissie van 11 juni 1999; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, §1, vervangen bij de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; Gelet op de dringende noodzakelijkheid; Overwegende dat onverwijld maatregelen moeten worden genomen om elk risico op dioxinevergiftiging bij de consument te vermijden evenals om het in de handel brengen in België te vergemakkelijken; Besluit: Artikel 1. Rund- en varkensvlees en vlees van gevogelte evenals voe dingsmiddelen die rund- of varkensvlees of vlees van gevogelte bevatten evenals de voor menselijke consumptie bestemde voedings-middelen die meer dan 2% eieren of eiproducten bevatten en waarvoor in toepassing van het ministerieel besluit van 12 juni 1999 betreffende de tijdelijke bijkomende certificering van pluimvee, runderen en varkens en sommige producten ervan, in het intracommunautaire handelsverkeer en bij uitvoer, geen van de in de bijlagen I of III bij het genoemd ministerieel besluit opgenomen certificaten kan worden afgegeven, doch zich in toepassing van het ministerieel besluit van 31 mei 1999 houdende maatregelen betreffende sommige producten van dierlijke oorsprong of van het ministerieel besluit van 5 juni 1999 houdende maatregelen betreffende sommige producten van dierlijke oorsprong afkomstig van runderen en varkens, niet onder bewarend beslag bevinden, dienen bij hun vervoer in het binnenland te zijn vergezeld van een certificaat voor het binnenlands vervoer. Art. 2. Het model van het certificaat voor het binnenlands vervoer is opgenomen in de bijlage bij dit besluit. Art. 3. Het certificaat moet uit één vel bestaan. Art. 4. Diegene die de in artikel 1 genoemde waren vervoert, moet het certificaat voor het binnenlands vervoer bij controle kunnen voorleggen en hij dient het bij de bestemmeling van de waren af te geven. Art. 5. Diegene die de in artikel 1 genoemde waren ontvangt dient het certificaat voor het binnenlands vervoer te bewaren en het bij controle overleggen. Art. 6. Dit besluit treedt in werking op 14 juni 1999. Brussel, 12 juni 1999. L. VAN DEN BOSSCHE [C − 99/22621 ]F. 99 — 1791 12 JUIN 1999. — Arrêté ministériel relatif à un certificat lors de l’expédition de certains produits d’origine animale et fixant leur modèle Le Vice-Premier Ministre et Ministre de l’Intérieur, chargé de la Santé publique, Vu la loi du 5 septembre 1952, relative à l’expertise et au commerce des viandes; Vu la loi du 15 avril 1965 concernant l’expertise et le commerce du poisson, des volailles, des lapins et du gibier et modifiant la loi du 5 septembre 1952, relative à l’expertise et au commerce des viandes; Vu la loi du 24 janvier 1977 relative à la protection de la santé des consommateurs en ce qui concerne les denrées alimentaires et autres produits, notamment l’article 6bis; Vu l’arrêté royal du 30 décembre 1992 relatif au transport des viandes fraı̂ches, des produits à base de viande et des préparations de viandes, notamment l’article 9, modifié par l’arrêté royal du 9 octobre 1998; Vu l’arrêté ministériel du 31 mai 1999 relatif à des mesures relatives à certains produits d’origine animale, modifié par l’arrêté ministériel du 2 juin 1999, l’arrêté ministériel du 5 juin 1999, deux arrêtés ministériels du 8 juin 1999 et l’arrêté ministériel du 12 juin 1999; Vu l’arrêté ministériel du 5 juin 1999 portant des mesures relatives à certains produits d’origine animale provenant de bovins et de porcs, modifié par l’arrêté ministériel du 8 juin 1999 et l’arrêté ministériel du 12 juin 1999; Vu l’arrêté ministériel du 12 juin 1999 relatif à la certification complémentaire temporaire des volailles, des bovins, des porcs et de certains de leurs produits dérivés, dans le cadre du marché intracom munautaire et de l’exportation: Vu la Décision 1999/363/CE de la Commission du 3 juin 1999 concernant des mesures de protection contre la contamination par la dioxine de certains produits d’origine animale destinés à la consom mation humaine ou animale, modifié par la Décision 1999/389/CE de la Commission du 11 juin 1999; Vu la Décision 1999/368/CE de la Commission du 4 juin 1999 concernant des mesures de protection contre la contamination par la dioxine des produits d’origine animale destinés à la consommation humaine ou animale dérivés de bovins et de porcins, modifié par la Décision 1999/389/CE de la Commission du 11 juin 1999; Vu les lois sur le Conseil d’Etat, coordonnées le 12 janvier 1973, notamment l’article 3, §1er, remplacé par la loi du 4 juillet 1989 et modifié par la loi du 4 août 1996; Vu l’urgence; Considérant qu’il est nécessaire de prendre sans délai des mesures afin d’éviter tout risque d’intoxication aux dioxines chez le consomma teur ainsi que pour faciliter la mise sur le marché belge; Arrête: Article 1er. Les viandes de bovins, de porcs et de volailles ainsi que les denrées alimentaires qui contiennent des viandes de bovins, de porcs ou de volailles ainsi que les denrées alimentaires destinés à la consommation humaine contenant plus de 2% d’oeufs et d’ovoproduits et pour lesquelles, en vertu de l’arrêté ministériel du 12 juin 1999 relatif à la certification complémentaire temporaire des volailles, des bovins, des porcs et de certains de leurs produits dérivés, dans le cadre du marché intracommunautaire et de l’exportation, aucun des certificats mentionnés aux annexes I ou III de l’arrête mentionné ne peut être délivré, mais qui ne se trouvent pas sous saisie provisoire en vertu de l’arrêté ministériel du 31 mai 1999 relatif à des mesures relatives à certains produits d’origine animale ou de l’arrêté ministériel du 5 juin 1999 portant des mesures relatives à certains produits d’origine animale provenant de bovins et de porcs, doivent être accompagnées lors de leur transport à l’intérieur du pays d’un certificat pour le transport à l’intérieur du pays. Art. 2. Le modèle du certificat pour le transport à l’intérieur du pays est repris dans l’annexe au présent arrêté. Art. 3. Le certificat doit comporter un feuillet Art. 4. Celui qui transporte les denrées mentionnées à l’article 1er doit pouvoir présenter le certificat pour le transport à l’intérieur du pays et il doit le remettre au destinataire des denrées. Art. 5. Celui qui réceptionne les denrées alimentaires mentionnées à l’article 1er doit le conserver et le présenter lors du contröle. Art. 6. Présent arrêté entre en vigueur le 14 juin 1999. Bruxelles, le 12 juin 1999. L. VAN DEN BOSSCHE 22267MONITEUR BELGE — 12.06.1999 — Ed. 4 — BELGISCH STAATSBLAD Annexe CERTIFICAT POUR LE TRANSPORT A L’INTERIEUR DU PAYS Denrées en libre circulation sur le territoire national conformément à la réglementation belge, mais QUI NE PEUVENT PAS ETRE PRISES EN CONSIDERATION POUR L’EXPEDITION VERS D’AUTRES PAYS MEMBRES DE LA CE OU VERS DES PAYS TIERS en vertu de la Décision 1999/363/CE ou la Decision 1999/368/CE Numéro d’ordre du certificat: .................................................. Ministère de la Santé publique Service certifiant: Institut d’expertise vétérinaire / Inspection générale des denrées alimentaires (1) I. Identification des produits: (1) Viandes fraı̂ches de bovins ou de porcs; Viandes fraı̂ches de volailles; Viandes séparées mécaniquement de bovins, de porcs ou de volailles; Viandes hachées et préparations de viandes obtenues à partir de viandes de bovins, de porcs ou de volailles; Produits à base de viande et autres produits d’origine animale obtenus à partir de viandes de bovins, de porcs ou de volailles; Protéines animales transformées destinées à la consommation humaine au sens de la directive 92/118/CE et obtenues à partir de viandes de bovins, de porcs ou de volailles; Produits destinés à la consommation humaine contenant plus de 2% d’oeufs et d’ovoproduits; Les définitions des denrées sont - excepté pour les deux derniers tirets - celles de l’arrêté royal du 4 juillet 1996 relatif aux conditions générales et spéciales d’exploitation des abattoirs et d’autres établissements. Le produit est obtenu à partir de: volailles domestiquées / bovins / porcs (1) Nature des produits: ............................................................. Nature des emballages: .................................................................... Nombre de pièces ou d’emballages: ......................................................... Poids net: ........................................... II. Destination du produit Le produit est expédié de ....................................................................... (lieu d’expédition) à ...........................................................................; (lieu de destination) par le moyen de transport suivant: .................................................................. Nom et adresse de l’expéditeur: ............................................................................................................. Nom et adresse du destinataire: .............................................................................................................. III. Attestation Le soussigné déclare que les denrées mentionnées ci-dessus sont conformes à la réglementation belge en vue de la protection du consommateur contre la contamination de certains denrées alimentaires par la dioxine. Toutefois, elles ne peuvent pas être expédiées en dehors du territoire national. Faite à .................................................... le .................................................... (lieu) (date) cachet (2) ....................................................................................................................................................................................... (signature de l’autorité compétente) (2) ................................................................. (nom en lettres majuscules, qualification et titre) (1) biffer la mention inutile (2) la signature et le cachet doivent être appliqués dans un couleur différent de celle de l’imprimé Vu pour être annexé à l’arrêté ministériel du 12 juin 1999. L. VAN DEN BOSSCHE 22268 MONITEUR BELGE — 12.06.1999 — Ed. 4 — BELGISCH STAATSBLAD Bijlage CERTIFICAAT BINNENLANDS VERVOER Waren die in overeenstemming met de Belgische regelgeving vrij in de handel zijn op het nationaal grongebied doch in toepassing van de Beschikking 1999/363/EG of de Beschikking 1999/368/EG NIET IN AANMERKING KOMEN VOOR VERZENDING NAAR ANDERE LID-STATEN VAN DE EG OF NAAR DERDE LANDEN Volgnummer van het certificaat: ...................................... Ministerie van Volksgezondheid Certificerende dienst: Instituut voor veterinaire keuring / Algemene Inspectie der Eetwaren (1) I. Identificatie van de producten (1) Vers vlees van runderen of varkens; Vers vlees van gevogelte; Separatorvlees van runderen, varkens of gevogelte; Gehakt vlees en vleesbereidingen bekomen van vlees van runderen, varkens of gevogelte; Vleesproducten en andere producten van dierlijke oorsprong bekomen van vlees van runderen, varkens of gevogelte; Verwerkte dierlijke eiwitten voor menselijke consumptie als bedoeld in Richtlijn 92/118/EEG bekomen van runderen,varkens of gevogelte; Voor menselijke consumptie bestemde producten die voor meer dan 2% uit eieren en eiproducten bestaan; De definities van deze waren zijn, behalve voor de twee streepjes, deze van het koninklijk besluit van 4 juli 1996 betreffende de algemene en bijzondere exploitatievoorwaarden van de slachthuizen en andere inrichtingen. Het product is bekomen van: gevogelte / runderen / varkens (1) Aard van de producten: ................................................ Aard van de verpakking: ................................................ Aantal stukken of verpakkingen: ............................................ Netto gewicht: ........................................ II. Bestemming van het product Het product wordt verzonden uit: ......................................................................................... (plaats van inladen) Naar: ......................................................................................................................................... (plaats van bestemming) Gebruikt vervoermiddel: ............................................................................... Naam en adres van de afzender: ................................................................................................................. Naam en adres van de bestemmeling: ......................................................................................................... III. Verklaring Ondergetekende verklaart hierbij dat de hierboven omschreven waren voldoen aan de Belgische regelgeving met het oog op de bescherming van de consument tegen verontreiniging van sommige voedingsmiddelen door dioxine. Evenwel mogen deze waren niet worden verzonden buiten het nationale grondgebied. Gedaan te ............................................. op ................................................ (plaats) (datum) Stempel (2) .................................................................................................................................................................................... (handtekening van de bevoegde autoriteit) (2) ................................................................ (naam in drukletters, graad en titel) (1) schrappen wat niet past (2) de handtekening en de stempel moeten zijn aangebracht in een andere kleur dan de gedrukte tekst Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit van 12 juni 1999. L. VAN DEN BOSSCHE 22269MONITEUR BELGE — 12.06.1999 — Ed. 4 — BELGISCH STAATSBLAD MINISTERIE VAN BINNENLANDSE ZAKEN [C − 99/00498]N. 99 — 1792 28 MEI 1999. — Koninklijk besluit tot bepaling van het tarief en de betalingswijze van de retributies geheven overeenkomstig de reglementering betreffende de ioniserende stralingen ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle, zoals gewijzigd bij de wetten van 12 decem ber 1997, 15 januari 1999 en 3 mei 1999, inzonderheid op artikel 12, § 1, en § 4; Gelet op de wet van 3 mei 1999 houdende budgettaire en diverse bepalingen, inzonderheid op artikel 43; Gelet op het koninklijk besluit van 28 februari 1963 houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking en de werknemers tegen het gevaar van de ioniserende stralingen gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 mei 1966, 22 mei 1967, 23 decem ber 1970, 23 mei 1972, 24 mei 1977, 12 maart 1984, 21 augustus 1985, 16 januari 1987, 11 februari 1987, 12 februari 1991, 6 september 1991, 17 juni 1992, 7 september 1993, 23 december 1993 en 2 oktober 1997; Gelet op het koninklijk besluit van 25 mei 1982 betreffende de heffing van retributies bij toepassing van de reglementering betreffende de ioniserende stralingen, zoals gewijzigd door de koninklijke besluiten van 2 augustus 1990 en 23 november 1993; Gelet op het Koninklijk besluit van 13 maart 1998 tot verdere gedeeltelijke inwerkingstelling van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle. Gelet op het advies van de raad van bestuur van het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle, gegeven op 12 januari 1998; Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 9 februari 1998; Gelet op het akkoord van Onze Minister van Begroting, gegeven op 18 februari 1998; Gelet op de beraadslaging van de Ministerraad van 6 maart 1998 over het verzoek om advies door de Raad van State binnen een termijn van een maand; Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 21 april 1998, met toepassing van artikel 84, 1e lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Besluit : Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder « algemeen reglement », het koninklijk besluit van 28 februari 1963 houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking en van de werknemers tegen het gevaar van de ioniserende stralingen, zoals gewijzigd door de koninklijke besluiten van 17 mei 1966, 22 mei 1967, 23 december 1970, 23 mei 1972, 24 mei 1977, 12 maart 1984, 21 augustus 1985, 16 januari 1987, 11 februari 1987, 12 februari 1991, 6 september 1991, 17 juni 1992, 7 september 1993, 23 december 1993 en 2 oktober 1997. Art. 2. Een retributie van BEF 1 000 000 ten bate van het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle wordt geheven ter gelegenheid van de indiening van de vergunningsaanvragen betreffende kern reactoren die gebruikt worden voor de productie van elektrische energie. MINISTERE DE L’INTERIEUR [C − 99/00498]F. 99 — 1792 28 MAI 1999. — Arrêté royal fixant le tarif et le mode de paiement des redevances perçues en application de la réglementation relative aux rayonnements ionisants ALBERT II, Roi des Belges, A tous, présents et à venir, Salut. Vu la loi du 15 avril 1994 relative à la protection de la population et de l’environnement contre les dangers résultant des rayonnements ionisants et relative à l’Agence fédérale de Contrôle nucléaire, modifié par les lois du 12 décembre 1997, 15 janvier 1999 et 3 mai 1999, notamment l’article 12, § 1, et § 4; Vu la loi du 3 mai 1999 portant des dispositions budgétaires et diverses, notamment l’article 43; Vu l’arrêté royal du 28 février 1963 portant règlement général de la protection de la population et des travailleurs contre le danger des radiations ionisantes, modifié par les arrêtés royaux du 17 mai 1966, 22 mai 1967, 23 décembre 1970, 23 mai 1972, 24 mai 1977, 12 mars 1984, 21 août 1985, 16 janvier 1987, 11 février 1987, 12 février 1991, 6 septembre 1991, 17 juin 1992, 7 septembre 1993, 23 décembre 1993 et 2 octobre 1997; Vu l’arrêté royal du 25 mai 1982 relatif à l’établissement de redevances en application de la réglementation concernant les radia tions ionisantes, modifié par les arrêtés royaux du 2 août 1990 et 23 novembre 1993 Vu L’arrêté royal du 13 mars 1998 portant une nouvelle mise en vigueur partielle de la loi du 15 avril 1994 relative à la protection de la population et de l’environnement contre les dangers résultant des rayonnements ionisants et relative à l’Agence fédérale de Contrôle nucléaire. Vu l’avis du conseil d’administration de l’Agence fédérale de Contrôle nucléaire, donné le 12 janvier 1998; Vu l’avis de l’Inspection des Finances, donné le 9 février 1998; Vu l’accord de Notre Ministre du Budget, donné le 18 février 1998; Vu la délibération du Conseil des Ministres, le 6 mars 1998, sur la demande d’avis à donner par le Conseil d’Etat dans un délai ne dépassant pas un mois; Vu l’avis du Conseil d’Etat, donné le 21 avril 1998, en application de l’article 84, alinéa 1er 1°, des lois coordonnées sur le Conseil d’Etat; Sur la proposition de Notre Ministre de l’Intérieur et de l’avis de Nos Ministres qui en ont délibéré en Conseil, Arrête : Article 1er. Pour l’application du présent arrêté, on entend par « règlement général » l’arrêté royal du 28 février 1963 portant règlement général de la protection de la population et des travailleurs contre le danger des radiations ionisantes, tel que modifié par les arrêtés royaux du 17 mai 1966, 22 mai 1967, 23 décembre 1970, 23 mai 1972, 24 mai 1977, 12 mars 1984, 21 août 1985, 16 janvier 1987, 11 février 1987, 12 février 1991, 6 septembre 1991, 17 juin 1992, 7 septembre 1993, 23 décembre 1993 et 2 octobre 1997. Art. 2. Une redevance de BEF 1 000 000 au profit de l’Agence fédérale de Contrôle nucléaire est établie à l’occasion de l’introduction des demandes d’autorisation relatives aux réacteurs nucléaires utilisés pour la production d ‘énergie éléctrique. 22270 MONITEUR BELGE — 12.06.1999 — Ed. 4 — BELGISCH STAATSBLAD Een retributie van BEF 100 000 ten bate van het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle wordt geheven ter gelegenheid van de indiening van de vergunningsaanvragen betreffende inrichtingen van klasse I, bedoeld in artikel 3 van het algemeen reglement met uitzondering van de kernreactoren die gebruikt worden voor de productie van elektrische energie. De retributie bedraagt BEF 10 000 indien het een aanvraag tot wijziging betreft van een vergunde inrichting van klasse I, bedoeld in artikel 3 van het algemeen reglement. Art. 3. Een retributie van BEF 5 000 ten bate van het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle wordt geheven ter gelegenheid van de indiening van : a) de vergunningsaanvragen betreffende inrichtingen van klasse II, bedoeld in artikel 3 van het algemeen reglement; b) de beroepen, bedoeld in de artikelen 7, 13 en 16 van het algemeen reglement, uitgaande van de aanvragers of van de exploitanten; c) de aanvragen tot goedkeuring van types van toestellen die radioactieve stoffen bevatten, bedoeld in artikel 3.1.d/2 van het algemeen reglement; d) de aanvragen tot vergunning voor het bij gelegenheid uitvoeren van proeven of testen van materialen of in het werk stellen van werkwijzen met gebruik van ioniserende stralingen, bedoeld in arti kel 5.7 van het algemeen reglement; e) de aanvragen tot vergunning voor het gebruik in de geneeskunde of de veeartsenijkunde van toestellen en stoffen die ioniserende stralingen uitzenden, bedoeld in de artikelen 53.1 en 54.8 van het algemeen reglement. Art. 4. Een retributie van BEF 3 000 ten bate van het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle wordt geheven ter gelegenheid van de indiening van de vergunningsaanvragen betreffende de inrich tingen van klasse III, bedoeld in artikel 3 van het algemeen reglement. Art. 5. Een retributie van BEF 10 000 ten bate van het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle wordt geheven ter gelegenheid van de indiening van de aanvragen tot goedkeuring van types van toestellen die ioniserende stralingen uitzenden voor medisch gebruik, bedoeld in artikel 51.1 van het algemeen reglement. De retributie bedraagt BEF 2 000 indien het een aanvraag tot wijziging van een goedgekeurd type betreft. Art. 6. Een retributie van BEF 50 000 ten bate van het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle wordt geheven ter gelegenheid van de indiening van de aanvragen tot vergunning voor het invoeren, fabriceren, bereiden, te koop bieden of verkopen van niet-ingekapselde radio-isotopen die in de geneeskunde en veeartsenijkunde gebruikt worden, zoals bedoeld in artikel 45 van het algemeen reglement. Deze retributie bedraagt BEF 5 000 indien het een aanvraag tot wijziging of aanvulling van deze vergunningen betreft. Een retributie van BEF 50 000 ten bate van het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle wordt geheven ter gelegenheid van de indiening van de vergunningsaanvragen, bedoeld in artikel 65 van het algemeen reglement. Art. 7. Een retributie van BEF 5 000 ten bate van het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle wordt geheven ter gelegenheid van de aanvragen tot erkenning als apotheker, deskundige, organisme of geneesheer, bedoeld in de artikelen 47, 73, 74 en 75 van het algemeen reglement. Art. 8. Een jaarlijkse retributie ten bate van het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle wordt vastgesteld : a) op BEF 49 000 per megawatt elektrisch netto geı̈nstalleerd vermogen, ten laste van de exploitanten van de in toepassing van het algemeen reglement vergunde kernreactoren die gebruikt worden voor de productie van elektrische energie; b) op BEF 100 000 ten laste van de exploitanten van in toepassing van het algemeen reglement vergunde inrichtingen van klasse I die niet onder a) gerangschikt zijn; c) op BEF 5 000 ten laste van de exploitanten in toepassing van het algemeen reglement vergunde inrichtingen van klasse II; Une redevance de BEF 100 000 au profit de l’Agence fédérale de Contrôle nucléaire est établie à l’occasion de l’introduction des demandes d’autorisation relatives aux établissements de classe I, visés à l’article 3 du règlement général, à l’exception des réacteurs nucléaires utilisés pour la production d’énergie électrique. La redevance est fixée à BEF 10 000 lorsqu’il s’agit d’une demande de modification d’un établissement de classe I autorisé et visé à l’article 3 du règlement général. Art. 3. Une redevance de BEF 5 000 au profit de l’Agence fédérale de Contrôle nucléaire est établie à l’occasion de l’introduction : a) des demandes d’autorisation relatives aux établissements de classe II visés à l’article 3 du règlement général; b) des recours visés aux articles 7, 13 et 16 du règlement général, émanant des demandeurs ou des exploitants; c) des demandes d’approbation de types d’appareils contenant des substances radioactives visés à l’article 3.1.d/2 du règlement général; d) des demandes d’autorisation d’exécuter occasionnellement des essais ou tests de matériaux ou de mettre en oeuvre des procédés comportant l’utilisation de radiations ionisantes, visées à l’article 5.7 du règlement général; e) des demandes d’autorisation d’utiliser en médecine nucléaire ou vétérinaire, des appareils et substances émettant des radiations ionisan tes, visées aux articles 53.1 et 54.8 du règlement général. Art. 4. Une redevance de BEF 3 000 au profit de l’Agence fédérale de Contrôle nucléaire est établie à l’occasion de l’introduction des demandes d’autorisation relatives aux établissements de classe III, visés à l’article 3 du règlement général. Art. 5. Une redevance de BEF 10 000 au profit de l’Agence fédérale de Contrôle nucléaire est établie à l’occasion de l’introduction des demandes d’approbation de types d’appareils émettant des radiations ionisantes à des fins médicales, visées à l’article 51.1 du règlement général. La redevance est fixée à BEF 2 000 lorsqu’il s’agit d’une demande de modification d’un type approuvé. Art. 6. Une redevance de BEF 50 000 au profit de l’Agence fédérale de Contrôle nucléaire est établie à l’occasion de l’introduction des demandes d’autorisation d’importer, fabriquer, préparer, offrir en vente ou vendre des radioisotopes utilisés sous forme non scellée en médecine humaine ou vétérinaire, visées à l’article 45 du règlement général. Cette rétribution est fixée à BEF 5 000 lorsqu’il s’agit d’une demande de modification ou de complément de ces autorisations. Une redevance de BEF 50 000 au profit de l’Agence fédérale de Contrôle nucléaire est établie à l’occasion de l’introduction des demandes d’autorisation visées à l’article 65 du règlement général. Art. 7. Une redevance de BEF 5 000 au profit de l’Agence fédérale de Contrôle nucléaire est établie à l’occasion de l’introduction des demandes d’agrément de pharmacien, expert, organisme ou médecin, visées aux articles 47, 73, 74 et 75 du règlement général. Art. 8. Une redevance annuelle au profit de l’Agence fédérale de Contrôle nucléaire est fixée : a) à BEF 49 000 par mégawatt électrique de puissance nette installée à charge des exploitants des réacteurs nucléaires autorisés en vertu du règlement général et utilisés pour la production d’énergie électrique; b) à BEF 100 000 à charge des exploitants des établissements de classe I autorisés en vertu du règlement général et qui ne sont pas sous a); c) à BEF 5 000 à charge des exploitants des établissements de classe II autorisés en vertu du règlement général; 22271MONITEUR BELGE — 12.06.1999 — Ed. 4 — BELGISCH STAATSBLAD d) op BEF 20 000 ten laste van de houders van een vergunning voor het invoeren, fabriceren, bereiden, te koop bieden of verkopen van niet-ingekapselde radio-isotopen die in de geneeskunde of in de veeartsenijkunde gebruikt worden, die in toepassing van het algemeen reglement afgeleverd werden. Art. 9. Om geheel of gedeeltelijk de bestuurs-, werkings-, studie- en investerings-kosten te dekken, voortvloeiend uit de toepassing van de maatregelen genomen ter uitvoering van artikel 12, §1, eerste lid, 2°, van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle, inzonderheid wat het noodplan voor nucleaire risico’s betreft, wordt ten bate van de Staat een jaarlijkse retributie vastgesteld van BEF 19 000 per megawatt netto elektrisch geı̈nstalleerd vermogen, ten laste van de exploitanten van de met toepassing van het algemeen reglement vergunde kernreactoren die gebruikt worden voor de productie van elektrische energie. Art. 10. De retributies ten bate van het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle, vastgesteld in de artikelen 2 tot en met 8, worden gestort op postrekening nr. 679-1692583-30 van het Federaal Agent schap voor Nucleaire Controle, Koningsstraat 60-62, 1000 Brussel. De retributies ten bate van de Staat, vastgesteld in artikel 9 worden gestort op postrekening nr. 679-2005803-37 van de rekenplichtige belast met de inning van de retributies ten bate van het fonds voor de risico’s van nucleaire ongevallen, Ministerie van Binnenlandse Zaken, Konings straat 64-66, 1000 Brussel. Art. 11. Het bewijs van betaling van de retributies, voorzien in de artikelen 2 tot 7 van dit besluit, wordt gevoegd bij de aanvraag of het beroep. De jaarlijkse retributies, voorzien in artikel 8 en artikel 9 van dit besluit, worden tijdens de maand januari van elk kalenderjaar betaald voor elke inrichting die voor 1 januari van dit jaar was vergund en die nog in exploitatie is, en voor elke activiteit waarvoor in de loop van het voorbije kalenderjaar een vergunning werd afgegeven of die na 31 december wordt voortgezet. Art. 12. Het koninklijk besluit van 25 mei 1982 betreffende de heffing van retributies bij toepassing van de reglementering betreffende de ioniserende stralingen, zoals gewijzigd door de koninklijke besluiten van 2 augustus 1990 en 23 november 1993, wordt opgeheven. Art. 13. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1998. Art. 14. Onze Minister van Binnenlandse Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 28 mei 1999. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Binnenlandse Zaken, L. VAN DEN BOSSCHE Moniteur belge, rue de Louvain 40-42, 1000 Bruxelles. − Belgisch Staatsblad, Leuvenseweg 40-42, 1000 Brussel. Conseiller/adviseur : A. VAN DAMME d) à BEF 20 000 à charge des détenteurs d’une autorisation d’impor ter, fabriquer, préparer, offrir en vente ou vendre des radioisotopes utilisés sous forme non scellée en médecine humaine ou vétérinaire délivrées en vertu du règlement général. Art. 9. Pour couvrir en tout ou en partie les frais d’administration, de fonctionnement, d’étude et d’investissement résultant de l’applica tion des mesures prises en exécution de l’article 12, § 1er, alinéa 1er, 2°, de la loi du 15 avril 1994 relative à la protection de la population et de l’environnement contre les dangers résultant des rayonnements ioni sants et relative à l’Agence fédérale de Contrôle nucléaire, notamment en ce qui concerne le plan d’urgence pour des risques nucléaires, il est fixé au profit de l’Etat une redevance annuelle de BEF 19 000 par megawatt électrique de puissance nette installée, à charge des exploi tants des réacteurs nucléaires autorisés en vertu du règlement général et utilisés pour la production d’énergie électrique. Art. 10. Les redevances au profit de l’Agence fédérale de Contrôle nucléaire, fixées aux articles 2 jusqu’à 8 compris, sont versées sur le compte postal n° 679-1692583-30 de l’Agence fédérale de Contrôle nucléaire, rue Royale 60-62, 1000 Bruxelles. Les redevances au profit de l’Etat, fixées à l ‘article 9, sont versées sur le compte postal n° 679-2005803-37 du comptable chargé de la perception des redevances au profit du fonds des risques d’accidents nucléaires, Ministère de l’Intérieur, rue Royale 64-66, 1000 Bruxelles. Art. 11. La preuve du paiement des redevances, visées aux articles 2 à 7 du présent arrêté est jointe à la demande ou au recours. Les redevances annuelles visées aux articles 8 et 9 payées dans le courant du mois janvier pour chaque établissement qui a fait l’objet d’une autorisation délivrée dans le courant de l’année civile écoulée ou qui est en exploitation à la date du 1er janvier et pour chaque activité pour laquelle une autorisation a été délivrée dans le courant de l’année civile écoulée ou qui est poursuivie après le 31 décembre. Art. 12. L’arrêté royal du 25 mai 1982 relatif à l’établissement de redevances en application de la réglementation concernant les radia tions ionisantes, tel que modifié par les arrêtés du 2 août 1990 et du 23 novembre 1993, est abrogé. Art. 13. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 1998. Art. 14. Notre Ministre de l’Intérieur est chargé de l’exécution du présent arrêté. Donné à Bruxelles, le 28 mai 1999. ALBERT Par le Roi : Le Ministre de l’Intérieur, L. VAN DEN BOSSCHE 22272 MONITEUR BELGE — 12.06.1999 — Ed. 4 — BELGISCH STAATSBLAD

Arrêté ministériel relatif à la certification complémentaire temporaire des volailles, des bovins, des porcs et de certains de leurs produits dérivés, dans le cadre du marche´ intracommunautaire et de l’exportation · Nelum