National Ordinance on Liability of Oil Tankers
颁布于 2005-04-04 · 文本截至 2026-10-01
以研究形式发布的公开法律与官方指引,不构成法律、税务或金融建议。
研究内容本身以英文撰写。标题和标签已翻译,调查结果和引文未翻译。
关于这部法律
- 原标题
- Landsverordening van 4 april 2005 houdende regeling van de aansprakelijkheid voor verontreiniging door olietankschepen. (Landsverordening aansprakelijkheid olietankschepen).
- 语言
- Dutch
- 类型
- 法令
- 国家
- 阿鲁巴
- 主题
- Environment, Sea
- 关键词
- resource/damage valuation, hazards, pollution control, oil pollution, liability/compensation, oil, special fund, court/tribunal, enforcement/compliance, offences/penalties
- 类别
- energy, freight
在哪里阅读
文本
所收录的法律原文,按条款排列。每个条款都有自己的链接。
Intitulé : ************************* AB 2005 no. 17 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 22 oktober 2013 ************************* ==================================================================== Intitulé : LANDSVERORDENING van 4 april 2005 houdende regeling van de aansprakelijkheid voor verontreiniging door olietank- schepen Citeertitel: Landsverordening aansprakelijkheid olietankschepen Vindplaats : AB 2005 no. 17 Wijzigingen: Geen ==================================================================== HOOFDSTUK I Algemene bepalingen Artikel 1 1. Voor de toepassing van het bij of krachtens deze landsverorde- ning bepaalde wordt verstaan onder: de Minister : de minister, belast met scheepvaart; Verdrag : het op 29 november 1969 te Brussel tot stand ge- komen Internationaal Verdrag inzake de wettelij- ke aansprakelijkheid voor schade door verontrei- niging door olie, met Bijlage (Trb. 1970, 196), zoals gewijzigd bij Protocol van 27 november 1992 (Trb. 1994, 229); schip : alle zeeschepen en andere zeegaande vaartuigen, van welk type ook, gebouwd of aangepast voor het vervoer van olie in bulk als lading; persoon : een natuurlijke persoon of een privaatrechtelij- ke of publiekrechtelijke rechtspersoon; eigenaar : de persoon die in het register waarin het schip is teboekgesteld, als eigenaar van het schip is ingeschreven, of, bij gebreke van enige teboek- stelling, de persoon die het schip in eigendom heeft; olie : alle persistente uit koolwaterstoffen be- staande minerale oliën, alsmede zo nodig bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, na- der te omschrijven andere bestendige oliën, ver- voerd aan boord van een schip als lading of in de bunkers van een schip; schade door ver- : verlies of schade buiten het schip in Aruba ontreiniging toegebracht door bevuiling door olie als gevolg van het ontsnappen of lozen van die olie uit het schip, daaronder begrepen de kosten van preven- tieve maatregelen en verlies of schade, die zijn veroorzaakt door deze maatregelen; preventieve maat- : na een voorval genomen redelijke maatregelen ter regelen voorkoming of ter voorkoming of beperking van schade door verontreiniging; voorval : elk feit of elke opeenvolging van feiten met eenzelfde oorzaak, waardoor schade door veront- reiniging is veroorzaakt, of waardoor een ern- ************************* AB 2005 no. 17 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 22 oktober 2013 ************************* ==================================================================== 2 stige of onmiddellijke dreiging ontstaat dat zulk een schade zal worden veroorzaakt; grondgebied : het vasteland van Aruba, de territoriale zee van van Aruba Aruba en de Arubaanse exclusieve economische zo- ne of, zolang een zodanige zone niet is inge- steld, het gebied buiten en grenzend aan de ter- ritoriale zee van Aruba, dat zich niet verder uitstrekt dan 200 zeemijlen van de basislijnen waarvandaan de breedte van de territoriale zee wordt gemeten; ton : een gewichtseenheid van 1000 kilogram. 2. Een schip dat zowel olie als andere lading kan vervoeren, wordt alleen als schip in de zin van deze landsverordening beschouwd tijdens een reis waarbij daadwerkelijk olie in bulk wordt vervoerd, en, tenzij wordt aangetoond dat het daarbij geen residuen van het ver- voer van olie aan boord heeft, tijdens iedere reis na zodanig vervoer. 3. Als eigenaar van een schip wordt mede beschouwd degene die een schip dat eigendom is van een staat, exploiteert of reedt, en die in die staat als exploitant of reder van dat schip is ingeschreven. Artikel 2 1. Deze landsverordening is van toepassing op schade door veront- reiniging, veroorzaakt op het grondgebied van Aruba, en op preventieve maatregelen, waar ook genomen, ter voorkoming of beperking van zodani- ge schade. 2. Deze landsverordening is mede van toepassing op aansprakelijk- heid wegens voorvallen ten tijde dat het schip, in verband met het vervoer, zich bevindt op een laad- of losplaats, in een haven of op een binnenwater en op de verplichting tot het instandhouden van een verzekering of andere financiële zekerheid ter dekking van deze aan- sprakelijkheid. 3. Deze landsverordening is niet van toepassing op oorlogsschepen of andere schepen in eigendom van of geëxploiteerd door een staat ten tijde dat zij uitsluitend worden gebruikt in dienst van de overheid voor andere dan handelsdoeleinden. HOOFDSTUK II De aansprakelijkheid wegens schade door verontreiniging en de beperking van aansprakelijkheid Artikel 3 1. De eigenaar op het tijdstip van het voorval of, zo dit bestaat uit een opeenvolging van feiten, op het tijdstip van het eerste feit, is aansprakelijk voor schade door verontreiniging, veroorzaakt door het schip als gevolg van het voorval. 2. De eigenaar is niet aansprakelijk, indien hij bewijst dat de schade: a. werd veroorzaakt door oorlogshandeling, vijandelijkheden, burger- oorlog, opstand of een natuurverschijnsel van een uitzonderlijke, onvermijdelijke en onweerstaanbare aard, of b. geheel en al werd veroorzaakt door een handelen of nalaten van der- den, met het opzet schade te veroorzaken, of ************************* AB 2005 no. 17 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 22 oktober 2013 ************************* ==================================================================== 3 c. geheel en al werd veroorzaakt door schuldig handelen of nalaten van een regering of een andere autoriteit, verantwoordelijk voor het onderhouden van lichten of andere hulpmiddelen bij de navigatie, in de uitoefening van die taak. 3. Indien de eigenaar bewijst dat de schade door verontreiniging geheel of gedeeltelijk het gevolg is van een handelen of nalaten van de persoon die de schade heeft geleden, met het opzet schade te ver- oorzaken, of van de schuld van die persoon, kan hij geheel of gedeel- telijk worden ontheven van zijn aansprakelijkheid tegenover die per- soon. 4. Voor schade door verontreiniging kan de eigenaar niet uit an- deren hoofde worden aangesproken. 5. Voor schade door verontreiniging kunnen, onverminderd het zes- de lid, noch uit hoofde van deze landsverordening noch uit anderen hoofde worden aangesproken: a. de ondergeschikten of lasthebbers van de eigenaar of de leden van de bemanning; b. de loods of enige andere persoon die, zonder lid van de bemanning te zijn, diensten voor het schip verricht; c. de bevrachter, hoe ook omschreven, de beheerder of degene in wiens handen de exploitatie van het schip is gelegd; d. de personen die met instemming van de eigenaar of in opdracht van een bevoegde overheidsinstantie hulpverleningswerkzaamheden ver- richten; e. personen die preventieve maatregelen nemen; f. de ondergeschikten of lasthebbers van personen, bedoeld in de on- derdelen b, c, d en e, tenzij de schade het gevolg is van hun persoonlijk handelen of nala- ten, begaan hetzij met het opzet zodanige schade te veroorzaken, het- zij roekeloos en in de wetenschap dat zodanige schade er waarschijn- lijk uit zou voortvloeien. 6. De eigenaar heeft een recht van verhaal op derden die voor de schade uit anderen hoofde, anders dan uit overeenkomst, jegens de be- nadeelden aansprakelijk zijn. Voor zover niet anders is overeengeko- men, heeft hij op de in het vijfde lid bedoelde personen alleen recht van verhaal, indien die schade het gevolg is van hun persoonlijk han- delen of nalaten, begaan hetzij met het opzet zodanige schade te ver- oorzaken, hetzij roekeloos en in de wetenschap dat zodanige schade er waarschijnlijk uit zou voortvloeien. 7. De eigenaar heeft een recht van verhaal op derden die voor de schade uit anderen hoofde, anders dan uit overeenkomst, jegens de be- nadeelden aansprakelijk zijn, in dier voege dat die derden in de scha- devergoeding moeten bijdragen naar evenredigheid der begane fouten, tenzij in het gegeven geval de billijkheid een andere verdeling vor- dert. Evenwel heeft de eigenaar, voor zover niet anders is overeenge- komen, op de in het vijfde lid genoemde personen en de in het zesde lid, onderdelen a, b en c, van aansprakelijkheid vrijgestelde perso- nen, uitsluitend een recht van verhaal, indien zij de schade persoon- lijk door hun opzettelijk wangedrag of grove schuld hebben veroor- zaakt. Artikel 4 Indien zich een voorval voordoet, waarbij twee of meer schepen zijn betrokken, en er ten gevolge daarvan schade door verontreiniging ************************* AB 2005 no. 17 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 22 oktober 2013 ************************* ==================================================================== 4 is ontstaan, zijn de eigenaren van alle betrokken schepen hoofdelijk aansprakelijk voor alle schade die redelijkerwijs niet te scheiden is, behoudens indien zij ingevolge artikel 3 van hun aansprakelijkheid zijn ontheven. Op de onderlinge verhouding van de eigenaren van de be- trokken schepen is artikel 777, laatste volzin, van het Wetboek van Koophandel van Aruba (AB 1990 no. GT 50) van overeenkomstige toepas- sing. Artikel 5 1. De eigenaar kan zijn aansprakelijkheid per voorval beperken tot het bedrag, bepaald in artikel V van het Verdrag, behoudens wijzi- ging door de bijzondere amenderingsprocedure, voorzien in artikel 15 van het Verdrag. 2. De eigenaar kan zijn aansprakelijkheid niet overeenkomstig het eerste lid beperken, indien de schade door verontreiniging het gevolg is van zijn persoonlijk handelen of nalaten, begaan hetzij met het op- zet zodanige schade te veroorzaken, hetzij roekeloos en in de weten- schap dat zodanige schade er waarschijnlijk uit zou voortvloeien. Artikel 6 1. Ten einde zich te kunnen beroepen op de in artikel 5 bedoelde beperking van aansprakelijkheid moet de eigenaar een fonds vormen bij het in artikel 10 bedoelde gerecht tot een bedrag, gelijk aan het maximum van zijn aansprakelijkheid. Het fonds kan worden gevormd door het storten van een geldsom of het stellen van een door het gerecht goed te keuren bankgarantie of andere financiële zekerheid. 2. Heeft de eigenaar een fonds gevormd en is hij gerechtigd zijn aansprakelijkheid te beperken, dan is ter zake van vorderingen tot vergoeding van schade door verontreiniging, gegrond op dat voorval, geen verhaal meer mogelijk op andere goederen van de eigenaar, indien het fonds werkelijk beschikbaar is tot voldoening van die vorderingen. Artikel 7 Indien vóór de verdeling van het fonds de eigenaar, een van zijn ondergeschikten of vertegenwoordigers, een verzekeraar of andere per- soon die financiële zekerheid heeft gesteld voor de aansprakelijkheid van de eigenaar, of enige andere persoon die er belang bij had de schuld van de eigenaar te voldoen, in verband met het voorval een ver- goeding ter zake van schade door verontreiniging heeft betaald, dan treedt hij bij wege van subrogatie, tot het bedrag dat hij heeft be- taald, in de rechten die de door hem schadeloos gestelde persoon op grond van deze landsverordening zou hebben gehad. Artikel 8 1. Vorderingen tot vergoeding van schade door verontreiniging kunnen rechtstreeks worden ingesteld tegen de verzekeraar of andere persoon die financiële zekerheid heeft gesteld voor de aansprakelijk- heid van de eigenaar. In dit geval kan de verweerder, zelfs indien de eigenaar overeenkomstig artikel 5, tweede lid, niet gerechtigd is zijn aansprakelijkheid te beperken, zich beroepen op de in artikel 5 be- doelde beperking van de aansprakelijkheid. ************************* AB 2005 no. 17 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 22 oktober 2013 ************************* ==================================================================== 5 2. De verweerder komen alle verweermiddelen toe, die de eigenaar tegen de vorderingen zou hebben kunnen aanvoeren, doch hij kan geen beroep doen op de omstandigheid dat de eigenaar surséance van betaling is verleend, of dat deze zich in staat van faillissement of vereffe- ning bevindt. Hij kan zich voorts verweren met een beroep op het feit dat de schade door verontreiniging is veroorzaakt door opzettelijk wangedrag van de eigenaar zelf, doch andere verweermiddelen die hij zou hebben kunnen aanvoeren tegen een door de eigenaar tegen hem inge- stelde vordering, komen hem niet toe. 3. De verweerder kan de eigenaar steeds in het geding roepen. 4. Een verzekeraar of andere persoon die financiële zekerheid heeft gesteld voor de aansprakelijkheid van de eigenaar, kan in diens plaats overeenkomstig artikel 6 een fonds vormen, zelfs indien inge- volge artikel 5, tweede lid, de eigenaar niet gerechtigd is zijn aan- sprakelijkheid te beperken. De vorming van dit fonds heeft dezelfde rechtsgevolgen als de vorming van een fonds door de eigenaar, doch in- geval de eigenaar niet gerechtigd is zijn aansprakelijkheid te beper- ken ingevolge artikel 5, tweede lid, blijven de rechten van de schuldeisers, voor zover zij niet uit het fonds bevredigd zijn, tegen- over de eigenaar onverlet en treden die rechtsgevolgen alleen in ten aanzien van degene die het fonds vormde. Artikel 9 Het recht op schadevergoeding uit hoofde van deze landsverorde- ning vervalt, wanneer niet binnen drie jaar na de datum waarop de schade is ontstaan, een rechtsvordering ter zake is ingesteld, doch in ieder geval nadat zes jaar zijn verstreken na de datum van het voorval waaruit de schade is ontstaan. Indien het voorval bestond uit een op- eenvolging van feiten met dezelfde oorzaak, loopt de termijn van zes jaren na de dag waarop het eerste dier feiten plaatsvond. HOOFDSTUK III De vorderingen ter zake van schade door verontreiniging en de ver- deling van het fonds Artikel 10 Tot de kennisneming in eerste aanleg van vorderingen tot vergoe- ding van schade door verontreiniging uit hoofde van het Verdrag en van deze landsverordening is in Aruba bij uitsluiting bevoegd het Gerecht in eerste aanleg. Artikel 11 1. Degene die gebruik wenst te maken van de bevoegdheid tot be- perking van zijn aansprakelijkheid, bedoeld in artikel 5, eerste lid, verzoekt het gerecht het bedrag waartoe zijn aansprakelijkheid is be- perkt, vast te stellen en te bevelen dat tot een procedure ter verde- ling van dit bedrag zal worden overgegaan. 2. Op het verzoek en de procedure ter verdeling zijn de artikelen 256a, tweede tot en met vierde lid, 256b tot en met 256d, 256e, eerste lid, 256f tot en met 256s, 256t, eerste lid, en 256u tot en met 256z van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van Aruba van overeen- ************************* AB 2005 no. 17 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 22 oktober 2013 ************************* ==================================================================== 6 komstige toepassing, met dien verstande dat in het geval van artikel 256e, eerste lid, de rechter de opheffing van de gelegde conservatoire beslagen, dan wel de teruggave van reeds gegeven zekerheid moet beve- len. Het fonds wordt verdeeld onder de schuldeisers in evenredigheid met de bedragen van hun erkende vorderingen. Indien het bedrag van al- le vorderingen het door het gerecht vastgestelde bedrag overtreft, worden de vorderingen naar evenredigheid gekort. 3. De vorderingen van de eigenaar ter zake van door hem vrijwil- lig en binnen de grenzen der redelijkheid gedane uitgaven en gebrachte offers ter voorkoming of beperking van schade door verontreiniging staan in rang gelijk met andere vorderingen op het fonds. 4. De in artikel 5 bedoelde rekeneenheid wordt omgerekend in Aru- baans courant volgens de waarderingsmethode die door het Internationa- le Monetaire Fonds wordt toegepast voor zijn eigen verrichtingen en transacties op de dag waarop de eigenaar voldoet aan een ingevolge het artikel 256c van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van Aruba gegeven bevel tot storting of tot zekerheidstelling, en volgens de op die dag geldende koers. Artikel 12 1. Is als gevolg van eenzelfde voorval schade door verontreini- ging behalve op het grondgebied van Aruba ook in een of meer andere bij het Verdrag partij zijnde staten ontstaan, dan heeft de vorming van een fonds in die staat of in een van die staten overeenkomstig ar- tikel V van het Verdrag in Aruba dezelfde rechtsgevolgen als de vor- ming van een fonds in Aruba, indien de schuldeiser toegang heeft tot het gerecht dat het fonds beheert, en het fonds werkelijk beschikbaar is tot voldoening van zijn vordering. 2. Is in het geval, bedoeld in het eerste lid, het fonds in Aruba gevormd, dan is in eerste aanleg uitsluitend het in artikel 10 bedoel- de gerecht bevoegd tot de kennisneming van verzoeken als bedoeld in artikel 306 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van Aruba, ten aanzien van rechterlijke beslissingen uit een andere bij het Ver- drag partij zijnde staat, waarbij vorderingen tot vergoeding van scha- de door verontreiniging zijn toegewezen. HOOFDSTUK IV De beperking van aansprakelijkheid voor schade buiten het gebied van een bij het Verdrag partij zijnde staat Artikel 13 In afwijking van artikel 2, eerste lid, kan de eigenaar zich overeenkomstig het bepaalde in Titel VIII A van het tweede boek van het Wetboek van Koophandel van Aruba en de artikelen 256a tot en met 256z van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van Aruba beroe- pen op beperking van aansprakelijkheid uit anderen hoofde voor vorde- ringen schade door verontreiniging buiten het grondgebied van Aruba verlies of schade, buiten het schip buiten Aruba en niet in het gebied van een bij het Verdrag partij zijnde staat toegebracht door bevuiling door olie als gevolg van het ontsnappen of lozen van die olie uit het schip, daaronder begrepen de kosten van preventieve maatregelen en verlies of schade, die zijn veroorzaakt door deze maatregelen. ************************* AB 2005 no. 17 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 22 oktober 2013 ************************* ==================================================================== 7 HOOFDSTUK V Bepalingen tot uitvoering van artikel VII van het Verdrag § 1. De verplichting tot het in stand houden van een verzekering of andere financiële zekerheid en de overeenkomst tot verstrekking van financiële zekerheid Artikel 14 De eigenaar van een in Aruba teboekgesteld schip is verplicht om ten tijde dat daarmee, waar ter wereld ook, meer dan 2000 ton olie in bulk als lading wordt vervoerd, een verzekering of andere financiële zekerheid in stand te houden ter dekking van zijn uit deze landsveror- dening en uit het Verdrag voortvloeiende aansprakelijkheid, tot het in artikel 5, eerste lid, vermelde bedrag. Artikel 15 De eigenaar van een schip dat is teboekgesteld buiten Aruba, of een andere dan de vlag van het Koninkrijk der Nederlanden voert, is verplicht om, ten tijde dat dit schip meer dan 2000 ton olie in bulk als lading vervoert en een haven of laad- of losplaats in Aruba aan- loopt of verlaat of een Arubaans binnenwater bevaart, een verzekering of andere financiële zekerheid in stand te houden ter dekking van zijn uit deze landsverordening en uit het Verdrag voortvloeiende aansprake- lijkheid, tot het in artikel 5, eerste lid, van deze landsverordening en in artikel V, eerste lid, van het Verdrag bedoelde bedrag. Artikel 16 De overeenkomst tot verstrekking van financiële zekerheid ten aanzien van een schip dat is teboekgesteld in Aruba, of dat is teboek- gesteld in een staat die niet bij het Verdrag partij is, of dat de vlag voert van zulk een staat, moet voldoen aan de navolgende vereis- ten: a. de overeenkomst moet zijn aangegaan met een verzekeraar, een bank of andere financiële instelling of een andere persoon van wie de Minister, na overleg met de minister, belast met financiën, de fi- nanciële draagkracht tot het geven van dekking voor de uit deze landsverordening en het Verdrag voortvloeiende aansprakelijkheid voldoende oordeelt; b. de gelden uit de overeenkomst moeten, indien de verstrekker van fi- nanciële zekerheid buiten Aruba is gevestigd, ook werkelijk in Aru- ba ter beschikking kunnen komen; c. uit de overeenkomst moet blijken dat de benadeelde, in overeenstem- ming met artikel 8 van deze landsverordening en met artikel VII, achtste lid, van het Verdrag, zijn vordering rechtstreeks tegen de verstrekker van financiële zekerheid kan instellen, met dien ver- stande dat, indien de overeenkomst een beding inhoudt dat de eige- naar zelf voor een deel zal bijdragen in de vergoeding van de scha- de door verontreiniging, uit de overeenkomst moet blijken; dat de verstrekker van financiële zekerheid niettemin jegens de benadeelde terzake van schade door verontreiniging gehouden blijft tot beta- ling ook van dat deel van de schadevergoeding; ************************* AB 2005 no. 17 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 22 oktober 2013 ************************* ==================================================================== 8 d. uit de overeenkomst moet blijken dat de verstrekker van financiële zekerheid deze binnen de tijdsduur waarvoor het certificaat van ar- tikel 18 is afgegeven, niet eerder kan schorsen of beëindigen of zodanig wijzigen dat hij niet meer aan dit artikel voldoet, dan na verloop van drie maanden na de datum van ontvangst van een medede- ling als bedoeld in artikel 21, eerste lid, tenzij het certificaat of bewijs van financiële zekerheid is ingeleverd of een nieuw is afgegeven vóór het verstrijken van de termijn. Artikel 17 Gelden uit een verzekering of andere financiële zekerheid, die ingevolge de artikelen 14 en 15 in stand wordt gehouden, zijn uitslui- tend beschikbaar voor de voldoening van vorderingen ingevolge deze landsverordening. Voor andere vorderingen kan op deze gelden geen be- slag worden gelegd. § 2. Het certificaat en het bewijs van financiële zekerheid Artikel 18 1. De Minister geeft aan de eigenaar van een in Aruba teboekge- steld schip op diens verzoek een certificaat af als omschreven in ar- tikel VII, tweede lid, van het Verdrag, en in de vorm van het model uit de Bijlage van het Verdrag, of waarmerkt als certificaat een door de verstrekker van financiële zekerheid in deze vorm ten behoeve van de eigenaar afgegeven document, indien hem is gebleken dat de eigenaar aan zijn in artikel 14 bedoelde verplichting voldoet. 2. Bij het verzoek moet de eigenaar de volgende gegevens en stuk- ken overleggen: a. de naam en woonplaats van de eigenaar en de plaats waar diens hoofdkantoor is gevestigd; b. een uittreksel uit het scheepsregister, betreffende het schip waar- op het verzoek betrekking heeft; c. een afschrift van de overeenkomst tot verstrekking van financiële zekerheid; d. de naam, en de plaats waar het hoofdkantoor is gevestigd van degene die de financiële zekerheid verstrekt, en, zo nodig, het kantoor waar deze zekerheid wordt verstrekt; e. het tijdstip waarop de financiële zekerheid ingaat, en het tijdstip waarop deze een einde neemt. Artikel 19 1. De Minister wijst een verzoek als bedoeld in artikel 18, af, indien de overgelegde gegevens of stukken onvoldoende of onjuist zijn, of indien de overeenkomst tot verstrekking van financiële zekerheid niet voldoet aan de daaraan bij of krachtens deze landsverordening ge- stelde eisen. 2. De beschikking bevat de redenen voor de afwijzing en wordt de verzoeker onverwijld toegezonden. Artikel 20 1. De eigenaar aan wie een certificaat is afgegeven, is verplicht ************************* AB 2005 no. 17 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 22 oktober 2013 ************************* ==================================================================== 9 om onverwijld aan de Minister schriftelijk mededeling te doen van het ongeldig worden, de schorsing of de beëindiging van de overeenkomst tot verstrekking van financiële zekerheid binnen de tijdsduur waarvoor het certificaat of bewijs van financiële zekerheid is afgegeven, als- mede van elke wijziging die zich gedurende die tijdsduur voordoet in de gegevens die bij het in artikel 18 bedoelde verzoek zijn overge- legd. 2. De Minister draagt zorg dat een mededeling als bedoeld in het eerste lid, ten aanzien van een overeenkomst tot verstrekking van fi- nanciële zekerheid met betrekking tot een certificaat, afgegeven inge- volge artikel 18, wordt doorgegeven aan het kantoor van bewaring der scheepsbewijzen. 3. De in het eerste lid bedoelde mededeling kan ook worden gedaan door degene die de financiële zekerheid verstrekt. In dat geval ver- valt voor de eigenaar de verplichting, bedoeld in het eerste lid. Artikel 21 1. De Minister kan, na overleg met de minister, belast met finan- ciën, een certificaat intrekken, indien door wijziging in de gegevens die bij het in artikel 18 bedoelde verzoek zijn overgelegd, of doordat die gegevens onvoldoende of onjuist blijken te zijn, de financiële ze- kerheid niet meer voldoet aan de bij of krachtens deze landsverorde- ning gestelde eisen, of indien er goede gronden zijn om aan te nemen dat de financiële draagkracht van de verstrekker van de financiële ze- kerheid onvoldoende was of is geworden of, indien de verstrekker bui- ten Aruba is gevestigd, blijkt van een beletsel voor het werkelijk in Aruba beschikbaar komen van de gelden. 2. De beschikking bevat de gronden tot de intrekking en wordt de eigenaar schriftelijk medegedeeld. In deze mededeling wordt een ter- mijn gesteld voor de inlevering van het certificaat. Artikel 22 1. De eigenaar is verplicht om het certificaat, zo spoedig moge- lijk nadat overeenkomstig artikel 20, eerste lid, mededeling is gedaan van het ongeldig worden, de schorsing of de beëindiging van de over- eenkomst tot verstrekking van financiële zekerheid, of nadat de tijds- duur waarvoor het is afgegeven is verstreken, bij de Minister in te leveren. 2. De eigenaar is verplicht om het certificaat in geval van on- herroepelijke intrekking bij de Minister in te leveren binnen de ter- mijn, bedoeld in artikel 21, tweede lid. Artikel 23 1. De Minister zendt een afschrift van elk door hem afgegeven certificaat, alsmede van elke onherroepelijke beschikking tot intrek- king van een door hem afgegeven certificaat aan het kantoor van bewa- ring der scheepsbewijzen. 2. De minister, belast met financiën, kan voorschriften vaststel- len met betrekking tot de bewaring en registratie van de in het eerste lid bedoelde afschriften en de in artikel 20, tweede lid, bedoelde me- dedelingen. ************************* AB 2005 no. 17 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 22 oktober 2013 ************************* ==================================================================== 10 HOOFDSTUK VI Toezicht- en strafbepalingen Artikel 24 De kapitein van een in Aruba teboekgesteld schip waarmede, waar ter wereld ook, meer dan 2000 ton olie in bulk als lading wordt ver- voerd, is verplicht een geldig certificaat als bedoeld in artikel 18, aan boord te hebben en op eerste aanvraag te vertonen of te doen ver- tonen aan de ambtenaren, belast met het toezicht op de naleving van deze landsverordening. Artikel 25 De kapitein van een schip waarmede meer dan 2000 ton olie in bulk als lading wordt vervoerd, is bij het aanlopen of verlaten van een ha- ven of een laad- of losplaats in Aruba en ten tijde dat het schip, in verband met het vervoer, zich aldaar of op een binnenwater in Aruba bevindt of een zodanig water bevaart, verplicht een geldig certificaat als bedoeld in artikel 18 van deze landsverordening of in artikel VII van het Verdrag, aan boord te hebben. Artikel 26 1. Het is de eigenaar, de reder en de kapitein van een schip waarmede meer dan 2000 ton olie in bulk als lading wordt vervoerd, verboden dit een haven of laad- of losplaats in Aruba te doen aanlopen of verlaten of, in verband met het vervoer, aldaar of op een binnenwa- ter in Aruba te doen verblijven of een zodanig water te doen bevaren, indien met betrekking tot dat schip niet een certificaat als bedoeld in artikel 18 van deze landsverordening of in artikel VII van het Ver- drag, is afgegeven. Het verbod wordt ten aanzien van uitgaande sche- pen, zo nodig, met behulp van de sterke arm gehandhaafd. 2. In bijzondere gevallen kan, in het belang van de bestrijding van verontreiniging door olie, de veiligheid van de scheepvaart of het welzijn van opvarenden van het schip, door of vanwege de Minister ont- heffing worden verleend van het in het eerste lid bedoelde verbod. Aan de verlening van ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden en aan de ontheffing kunnen beperkingen worden gesteld. Artikel 27 1. Bij vermoeden van overtreding van artikel 26 kan aan de kapi- tein bevel worden gegeven, dat het schip Aruba niet mag verlaten, voordat op een bij het bevel aan te wijzen plaats een bij dat bevel bepaalde geldsom is gestort, waarop een ter zake van die overtreding op te leggen geldboete zal kunnen worden verhaald. Het bevel wordt, zo nodig, met behulp van de sterke arm gehandhaafd. 2. Het in het eerste lid bedoelde bevel wordt op vordering van de officier van justitie gegeven door de rechter waarvoor de zaak wordt of zal worden vervolgd. De kapitein wordt vooraf gehoord of althans behoorlijk opgeroepen. Het bevel is dadelijk uitvoerbaar en wordt on- verwijld aan de kapitein betekend. 3. Van het bevel of de beschikking tot afwijzing van de vordering ************************* AB 2005 no. 17 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 22 oktober 2013 ************************* ==================================================================== 11 kan het openbaar ministerie binnen drie dagen en de verdachte binnen drie dagen na de betekening in beroep komen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie. Het hof beslist zo spoedig mogelijk. 4. Zodra het in de strafzaak gewezen vonnis onherroepelijk is ge- worden, wordt de gestorte geldsom wederom ter beschikking van de rechthebbende gesteld, nadat daarop een bij dat vonnis opgelegde geld- boete in mindering is gebracht. Tot dat tijdstip en te rekenen vanaf de dag dat de geldsom werd gestort, wordt over die som rente vergoed. Artikel 28 1. De Minister kan eisen dat de eigenaar van een schip waarmede het verbod van artikel 26, eerste lid, is overtreden, alsnog een over- eenkomst tot verzekering of verstrekking van andere financiële zeker- heid sluit ter dekking van zijn aansprakelijkheid wegens schade door verontreiniging tot het in artikel 5, eerste lid, bedoelde bedrag en voor de duur van de tijd dat het schip beladen met meer dan 2000 ton olie, een Arubaans binnenwater bevaart of, in verband met het vervoer, zich bevindt op een laad- of losplaats, in een haven of op een binnen- water in Aruba. 2. Indien de eigenaar niet voldoet aan een eis als bedoeld in het eerste lid, dan kan de Minister, in overeenstemming met de minister van Financiën, voor de eigenaar een zodanige overeenkomst sluiten. In zodanig geval is het de kapitein verboden het schip te doen vertrek- ken, alvorens de kosten van de overeenkomst aan de Minister zijn ver- goed of daarvoor zekerheid is gesteld. Het verbod wordt, zo nodig, met behulp van de sterke arm gehandhaafd. Artikel 29 1. Met het toezicht op de naleving van deze landsverordening zijn belast de door de Minister aangewezen ambtenaren. Een zodanige aanwij- zing wordt bekendgemaakt in de Landscourant van Aruba. 2. De krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren zijn, uit- sluitend voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijs noodzakelijk is, bevoegd: a. van ieder alle inlichtingen te vragen, b. van ieder inzage te verlangen van alle boeken, bescheiden en andere informatiedragers en daarvan afschrift te nemen of ze tijdelijk me- de te nemen, c. alle plaatsen, met uitzondering van woningen zonder uitdrukkelijke toestemming van de bewoner, te betreden, vergezeld van door hen aangewezen personen. 3. Indien de toegang tot een plaats als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, wordt geweigerd, kan zij worden verschaft met behulp van de sterke arm. 4. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, worden regels gesteld, betreffende de taakuitoefening van de krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren, daaronder begrepen de wijze van legitimatie door de toezichthouders en van schriftelijke vastlegging van de uitoe- fening van de in het tweede lid genoemde bevoegdheden. 5. Een ieder is verplicht aan de krachtens het eerste lid aange- wezen ambtenaren alle medewerking te verlenen die op grond van het tweede lid wordt gevorderd. ************************* AB 2005 no. 17 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 22 oktober 2013 ************************* ==================================================================== 12 Artikel 30 1. De eigenaar die een der artikelen 14, 15, 20, eerste lid, 22 of 26 overtreedt, wordt gestraft met een geldboete van ten hoogste honderdduizend florin. 2. De kapitein die een der artikelen 24, 25, 26 of 28, tweede lid, overtreedt, wordt gestraft met een geldboete van ten hoogste hon- derdduizend florin. 3. De reder die het verbod, bedoeld in artikel 26, eerste lid, overtreedt, wordt gestraft met een geldboete van ten hoogste tiendui- zend florin. 4. Degene die niet nakomt de verplichting, bedoeld in artikel 29, vijfde lid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden geldboete van ten hoogste tienduizend florin, hetzij met één van deze straffen. 5. De in het eerste tot en met vierde lid genoemde straffen zijn overtredingen. HOOFDSTUK VII Slotbepalingen Artikel 31 Bij of krachtens landsbesluit, houdende algemene maatregelen, worden regels gesteld met betrekking tot de voor de afgifte of waar- merking van een certificaat als bedoeld in artikel 18, verschuldigde vergoedingen en tot de hoogte van de in artikel 27, vierde lid, be- doelde rente, alsmede, indien dit in het belang van een goede uitvoe- ring van deze landsverordening of in verband met internationale af- spraken inzake de uitvoering van het Verdrag noodzakelijk is, betref- fende andere in de Hoofdstukken II tot en met V geregelde onderwerpen. Artikel 32 1. Deze landsverordening treedt in werking op een bij landsbe- sluit te bepalen tijdstip, met dien verstande dat de artikelen 1 tot en met 3 en 9 slechts van toepassing zijn ten aanzien van aansprake- lijkheid uit een voorval dat na de inwerkingtreding van deze landsver- ordening heeft plaats gevonden. 2. Zij kan worden aangehaald als Landsverordening van 4 april 2005 houdende regeling van de aansprakelijkheid voor verontreiniging door olietankschepen (Landsverordening aansprakelijkheid olietanksche- pen).