National Ordinance on Administrative Enforcement of Consumer Protection
颁布于 2025-06-26 · 文本截至 2026-10-01
以研究形式发布的公开法律与官方指引,不构成法律、税务或金融建议。
研究内容本身以英文撰写。标题和标签已翻译,调查结果和引文未翻译。
关于这部法律
- 原标题
- Landsverordening van 26 juni 2025 houdende regels ten behoeve van de bestuursrechtelijke handhaving van de consumentenwetgeving (Landsverordening bestuursrechtelijke handhaving consumentenbescherming).
- 语言
- Dutch
- 类型
- 法令
- 国家
- 阿鲁巴
- 主题
- General
- 关键词
- consumer protection, enforcement/compliance, institution, monitoring, data collection/reporting, offences/penalties, governance
在哪里阅读
文本
所收录的法律原文,按条款排列。每个条款都有自己的链接。
Artikel 1.1 1. In deze landsverordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: Autoriteit : de Autoriteit Markt en Consument, ge- noemd in artikel 4.1, eerste lid, van de Mededingingsverordening; aanwijzing : een wegens een overtreding opgelegde last tot het verrichten of nalaten van bepaalde handelingen; Pagina 3 Afkondigingsblad van Aruba 2025 no. 20 ______________________________________________________________ gedragslijn : een opgelegde last die niet wegens een overtreding wordt opgelegd, ter bevor- dering van de naleving van wettelijke voorschriften; consument : een natuurlijk persoon die niet handelt in de uitoefening van een beroep of be- drijf; consumentenorganisatie : stichting of vereniging met volledige rechtsbevoegdheid die krachtens haar statuten tot taak heeft het behartigen van de collectieve belangen van con- sumenten; financiële dienst of activiteit : iedere dienst of activiteit van bancaire aard of op het gebied van kredietver- strekking, verzekering, individuele pensioenen, beleggingen en betalin- gen; inbreuk : een overtreding van de artikelen 2.2 tot en met 2.6, die schade toebrengt of kan toebrengen aan de collectieve belan- gen van consumenten; Minister : de minister, belast met economische aangelegenheden; toezichthoudende autoriteit : een instantie waaraan in enig land bij of krachtens een wet of een daarmee ge- lijk te stellen algemeen verbindend voorschrift het toezicht op de naleving van wet- en regelgeving inzake de consumentenbescherming is opgedra- gen; verkoper : een natuurlijk persoon of rechtspersoon die handelt in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf. Pagina 4 Afkondigingsblad van Aruba 2025 no. 20 ______________________________________________________________ 2. Onder verkoper als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan de na- tuurlijk persoon of rechtspersoon, handelend in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf, die daarbij optreedt namens of voor rekening van een verkoper. Hoofdstuk 2. Consumentenbescherming
Artikel 2.1 1. De in dit hoofdstuk neergelegde bepalingen gelden uitsluitend indien de wederpartij een consument is. 2. Consumentenorganisaties worden aangemerkt als belanghebbenden bij beschikkingen krachtens deze landsverordening.
Artikel 2.2 1. Het openbaar maken of laten maken van misleidende reclame als be- doeld in artikel 194 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba is niet toegestaan. 2. De aanbieder van commerciële communicatie, bedoeld in artikel 1 van de Landsverordening overeenkomsten langs elektronische weg, neemt de bij of krachtens de artikelen 2 tot en met 6 van de Landsverordening overeenkomsten langs elektronische weg gestelde voorschriften in acht.
Artikel 2.3 Degene die algemene voorwaarden, als bedoeld in artikel 231 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba gebruikt in een overeenkomst met een consument, bindt die consument niet aan een beding indien dat beding ver- nietigbaar is volgens Afdeling 3 van Titel 5 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba. Pagina 5 Afkondigingsblad van Aruba 2025 no. 20 ______________________________________________________________
Artikel 2.4 Bij een consumentenkoop als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba, neemt de verkoper de artikelen 5, 6, 6a, 17 tot en met 19, 21 tot en met 23 en 25 van Boek 7 van het Burgerlijk Wet- boek van Aruba in acht.
Artikel 2.5 1. De toezending van een niet bestelde zaak of het verrichten van een niet opgedragen dienst, met het verzoek tot betaling van een prijs, bedoeld in artikel 7, tweede en vierde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba, is niet toegestaan. 2. De verkoper of dienstverlener neemt bij een koop op afstand als be- doeld in artikel 46a, onderdeel b, van Boek 7 van het Burgerlijk Wet- boek van Aruba, de artikelen 46c en 46h, eerste, tweede, vierde, vijfde en zevende lid van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba in acht. 3. Eenieder die elektronische contactgegevens voor elektronische berichten heeft verkregen in het kader van de verkoop van een zaak mag deze ge- gevens slechts gebruiken voor het overbrengen van communicatie ter bevordering van de totstandkoming van een koop op afstand met betrek- king tot eigen gelijksoortige zaken, indien daarbij artikel 46h, derde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba in acht wordt geno- men. 4. Degene die ongevraagd communicatie overbrengt of mededelingen doet ter bevordering van de totstandkoming van een koop op afstand, neemt artikel 46h, zesde en zevende lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba in acht. 5. Op het bepaalde in het tweede tot en met het vierde lid, is artikel 46i van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba van overeenkomstige toe- passing. Pagina 6 Afkondigingsblad van Aruba 2025 no. 20 ______________________________________________________________ 6. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing voordat de consument is gebonden aan een overeenkomst, dan wel aan een daartoe strekkend aanbod.
Artikel 2.6 Een reisorganisator als bedoeld in artikel 500, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba neemt de bij of krachtens Titel 7A van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba gestelde eisen in acht. Hoofdstuk 3. Aanwijzing van de Autoriteit
Artikel 3.1 1. De Autoriteit is belast met het toezicht op de naleving van het bij of krach- tens deze landsverordening bepaalde. Zij is niet bevoegd indien de in- breuk betrekking heeft op een financiële dienst of activiteit. 2. De Autoriteit heeft tevens tot taak om, binnen het kader van de in het eerste lid bedoelde taak, voorlichting te geven over de rechten en plich- ten van consumenten. Zij maakt daarbij gebruik van een informatieloket. Hoofdstuk 4. Samenwerkingsprotocollen
Artikel 4.1 1. De Autoriteit werkt voor zover nodig voor de verwezenlijking van de doel- stelling van deze landsverordening samen met toezichthoudende autori- teiten. Over deze samenwerking worden door de Autoriteit en de desbe- treffende toezichthoudende autoriteit afspraken gemaakt. 2. De afspraken, bedoeld in het eerste lid, kunnen onder meer betrekking hebben op: a. het verlenen van wederzijdse bijstand; b. de uitwisseling van vertrouwelijke informatie; en c. programma’s voor de uitwisseling van personeel. Pagina 7 Afkondigingsblad van Aruba 2025 no. 20 ______________________________________________________________ 3. De afspraken, bedoeld in het eerste lid, worden vastgelegd in samenwer- kingsprotocollen. De Autoriteit doet mededeling van de samenwerkings- protocollen in de Landscourant van Aruba.
Artikel 4.2 1. De Autoriteit kan afspraken maken met: a. de Minister, voor wat betreft de Directie Economische Zaken, Han- del en Industrie; b. de minister, belast met financiën, voor wat betreft de Departamento di Impuesto; c. de Minister of andere in aanmerking komende ministers. 2. De Autoriteit kan afspraken maken met het bevoegde gezag van: a. de Centrale Bank van Aruba; b. de Kansspelautoriteit; c. andere overheidsinstellingen. 3. De afspraken, bedoeld in het eerste lid en het tweede lid, kunnen onder meer betrekking hebben op: a. de wijze van samenwerking; b. de wijze van kennisdeling; c. consumentenvoorlichting; 4. De afspraken, bedoeld in het eerste lid en het tweede lid, worden vastge- legd in samenwerkingsprotocollen. De Autoriteit doet mededeling van de samenwerkingsprotocollen in de Landscourant van Aruba. Hoofdstuk 5. Consumentenorganisaties
Artikel 5.1 1. De Autoriteit kan afspraken maken met consumentenorganisaties. De af- spraken kunnen onder meer betrekking hebben op het doorverwijzen van consumenten voor wat betreft informatievoorziening, de behandeling van klachten en geschillenbeslechting. Pagina 8 Afkondigingsblad van Aruba 2025 no. 20 ______________________________________________________________ 2. De Autoriteit kan afspraken maken met stichtingen of verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid die krachtens hun statuten tot taak hebben de behandeling van klachten van consumenten en geschillenbeslechting. De afspraken kunnen onder meer betrekking hebben op de behandeling van klachten en geschillenbeslechting. 3. Afspraken als bedoeld in het eerste en tweede lid worden vastgelegd in samenwerkingsprotocollen. De Autoriteit doet mededeling van de sa- menwerkingsprotocollen in de Landscourant van Aruba. Hoofdstuk 6. Toezicht
Artikel 6.1 1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze landsverordening zijn belast de daartoe door de Raad aangewezen personen, werkzaam bij de Autoriteit. Een zodanige aanwijzing wordt bekendgemaakt in de Landscourant van Aruba. 2. De krachtens het eerste lid aangewezen personen kunnen het toezicht op een risicogeoriënteerde wijze uitoefenen. Zij rapporteren ter zake van de uitoefening van de bevoegdheden, genoemd in het derde lid, aan de voorzitter van de Raad of aan de door deze schriftelijk aan te wijzen leidinggevenden binnen de Autoriteit. 3. De krachtens het eerste lid aangewezen personen zijn, uitsluitend voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijze noodzakelijk is, bevoegd: a. alle inlichtingen te vragen; b. inzage te verlangen van alle zakelijke boeken, bescheiden en an- dere informatiedragers en daarvan afschrift te nemen of kopie te maken of deze daartoe tijdelijk mee te nemen; c. alle plaatsen, met uitzondering van woningen, zonder de uitdruk- kelijke toestemming van de bewoner te betreden, vergezeld van door hen aangewezen personen; Pagina 9 Afkondigingsblad van Aruba 2025 no. 20 ______________________________________________________________ d. bedrijfsruimten en voorwerpen te verzegelen, voor zover dat voor de uitoefening van de in onderdeel b bedoelde bevoegdheid rede- lijkerwijs noodzakelijk is; e. woningen zonder de uitdrukkelijke toestemming van de bewoner te betreden, voor zover dat voor de uitoefening van de in onder- deel b bedoelde bevoegdheid redelijkerwijs noodzakelijk is. 4. Zo nodig, wordt de toegang tot een plaats of woning als bedoeld in het derde lid, onderdelen c respectievelijk e, verschaft met behulp van de sterke arm. 5. Op het betreden van woningen als bedoeld in het derde lid, onderdeel e, is Titel X van het Derde Boek van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de artikelen 155, vierde lid, 156, tweede lid, 157, tweede en derde lid, 158, eerste lid, laatste zinsnede, en 160, eerste lid, 163 en met dien verstande dat de machtiging wordt verleend door de procureur-generaal. 6. De wijze van taakuitoefening van de krachtens het eerste lid aangewe- zen personen geschiedt conform de voorschriften van het Landsbesluit algemene bepalingen toezichtuitoefening of het landsbesluit dat dit ver- vangt. 7. Eenieder verleent aan de krachtens het eerste lid aangewezen perso- nen alle medewerking, die op grond van het derde lid van hem wordt gevorderd.
Artikel 6.2 1. De krachtens artikel 6.1, eerste lid, aangewezen persoon, die is bin- nengetreden als bedoeld in artikel 6.1, derde lid, onderdeel e, maakt een schriftelijk verslag op omtrent het binnentreden. 2. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, worden regels ge- geven omtrent de inhoud van het verslag en aan wie het wordt toege- zonden dan wel afschrift wordt verstrekt. Pagina 10 Afkondigingsblad van Aruba 2025 no. 20 ______________________________________________________________
Artikel 6.3 1. Het is eenieder die uit hoofde van de toepassing van deze landsveror- dening of van een ingevolge deze landsverordening genomen besluit enige taak vervult of heeft vervuld, verboden van gegevens of inlichtin- gen die ingevolge deze landsverordening zijn verstrekt of verkregen of van een toezichthoudende autoriteit zijn ontvangen, verder of anders gebruik te maken of daaraan verder of anders bekendheid te geven dan voor de uitoefening van zijn taak of door deze landsverordening wordt geëist. 2. In afwijking van het eerste lid, is de Autoriteit bevoegd met gebruikma- king van gegevens of inlichtingen, verkregen bij de uitvoering van haar taak op grond van deze landsverordening, mededelingen te doen, mits deze niet kunnen worden herleid tot afzonderlijke personen of instellin- gen. 3. Het eerste lid laat onverlet de verplichting om overeenkomstig het Wet- boek van Strafvordering van Aruba als getuige in strafzaken een verkla- ring af te leggen omtrent gegevens of inlichtingen, verkregen bij de ver- vulling van zijn ingevolge deze landsverordening opgedragen taak.
Artikel 6.4 1. In afwijking van artikel 6.3, eerste lid, is de Autoriteit bevoegd om gege- vens en inlichtingen, verkregen bij de vervulling van de haar ingevolge deze landsverordening opgedragen taken, uit te wisselen met een toe- zichthoudende autoriteit. 2. Van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, wordt geen gebruik ge- maakt, indien: a. het doel waarvoor de gegevens of inlichtingen zullen worden ge- bruikt, onvoldoende bepaald is; b. verstrekking van de gegevens of inlichtingen zich niet verdraagt met de openbare orde of het recht van Aruba; c. de geheimhouding van de gegevens of inlichtingen niet voldoen- de is gewaarborgd; Pagina 11 Afkondigingsblad van Aruba 2025 no. 20 ______________________________________________________________ d. verstrekking van de gegevens of inlichtingen redelijkerwijs in strijd is of zou kunnen komen met de belangen die deze landsverorde- ning beoogt te beschermen; e. onvoldoende is gewaarborgd dat de gegevens of inlichtingen niet zullen worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze worden verstrekt. 3. Voor zover de gegevens of inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, zijn verkregen van een toezichthoudende autoriteit verstrekt de Autoriteit deze niet aan een andere toezichthoudende autoriteit, tenzij de toe- zichthoudende autoriteit waarvan de gegevens of inlichtingen zijn ver- kregen, heeft ingestemd met de verstrekking van de gegevens of inlich- tingen en in voorkomend geval heeft ingestemd met het gebruik voor een ander doel dan waarvoor de gegevens of inlichtingen zijn verstrekt. 4. Indien een toezichthoudende autoriteit aan de Autoriteit verzoekt om gegevens of inlichtingen, die de Autoriteit op grond van het eerste of tweede lid heeft verstrekt, te gebruiken voor een ander doel dan waar- voor zij zijn verstrekt, willigt de Autoriteit dat verzoek slechts in, indien: a. het beoogde gebruik niet in strijd is met het eerste of tweede lid; of b. de toezichthoudende autoriteit in kwestie op een andere wijze dan in deze landsverordening voorzien vanuit Aruba met inachtne- ming van de daarvoor geldende wettelijke procedures voor dat andere doel de beschikking over die gegevens of inlichtingen zou kunnen verkrijgen.
Artikel 6.5 1. De Autoriteit kan ten behoeve van de uitvoering van haar taak op grond van de artikelen 6.3 en 6.4 van eenieder waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat hij over gegevens of inlichtingen beschikt, die re- delijkerwijs van belang kunnen zijn voor de verzoekende autoriteit, ge- gevens of inlichtingen vorderen, indien dat voor de vervulling van de taak van een in artikel 6.4, eerste lid, bedoelde toezichthoudende auto- Pagina 12 Afkondigingsblad van Aruba 2025 no. 20 ______________________________________________________________ riteit nodig is. Artikel 6.1, derde tot en met zevende lid, is van overeen- komstige toepassing. 2. Op verzoek van een toezichthoudende autoriteit als bedoeld in het eer- ste lid, kan de Autoriteit gegevens en inlichtingen vragen aan of een onderzoek instellen of doen instellen bij eenieder waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat hij over gegevens of inlichtingen beschikt, die redelijkerwijs van belang kunnen zijn voor de verzoekende instantie. 3. Degene aan wie gegevens of inlichtingen als bedoeld in het tweede lid, zijn gevraagd, verstrekt deze binnen een door de Autoriteit te stellen redelijke termijn. 4. Degene bij wie een onderzoek als bedoeld in het tweede lid, wordt in- gesteld, verleent alle medewerking die nodig is voor een richtige uitvoe- ring van dat onderzoek. Artikel 6.1, derde en vierde lid, is van overeen- komstige toepassing. 5. De Autoriteit kan toestaan dat een functionaris van een toezichthou- dende autoriteit als bedoeld in het eerste lid deelneemt aan de uitvoe- ring van een verzoek als bedoeld in het tweede lid. De functionaris, be- doeld in de eerste volzin, volgt de aanwijzingen op van de werknemer van de Autoriteit die met de uitvoering van het verzoek is belast. Het gebod, bedoeld in het vierde lid, geldt eveneens jegens de in de eerste volzin bedoelde functionaris. Hoofdstuk 7. Bestuursrechtelijke handhaving, openbare waarschuwing en openbaarmaking § 7.1. Bestuursrechtelijke handhaving
Artikel 7.1 De Autoriteit kan een gedragslijn tot naleving van het bepaalde bij of krachtens deze landsverordening opleggen. Pagina 13 Afkondigingsblad van Aruba 2025 no. 20 ______________________________________________________________
Artikel 7.2 De Autoriteit kan in geval zij van oordeel is dat een inbreuk heeft plaatsgevon- den aan de overtreder een aanwijzing tot naleving van het bepaalde bij of krachtens deze landsverordening opleggen.
Artikel 7.3 1. De Autoriteit kan in geval zij van oordeel is dat een inbreuk heeft plaats- gevonden, de overtreder opleggen: a. een bestuurlijke boete opleggen; b. een last onder dwangsom opleggen. 2. Ter zake van een overtreding van de artikelen 6.3, eerste lid, of 6.5, derde en vierde lid, dan wel ter zake van de beschadiging of de verbre- king van de verzegeling, bedoeld in artikel 6.1, derde lid, onderdeel d, kan de Autoriteit de overtreder een bestuurlijke boete opleggen. 3. Ter zake van een overtreding van artikel 6.1, zevende lid, een gedrags- lijn of een aanwijzing als bedoeld in artikel 7.1 respectievelijk artikel 7.2 kan de Autoriteit de overtreder een bestuurlijke boete of een last onder dwangsom opleggen. 4. De Autoriteit trekt de last in, indien de overtreding niet meer ongedaan gemaakt kan worden.
Artikel 7.4 1. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste Afl. 100.000,- of, indien de omzet van de betrokken onderneming in het boekjaar voorafgaand aan het jaar waarin de beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete is gegeven, meer dan Afl. 1.000.000,- bedraagt, ten hoogste 10% van de omzet van de onderneming dan wel, indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan, van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken, in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking. Pagina 14 Afkondigingsblad van Aruba 2025 no. 20 ______________________________________________________________ 2. De omzet, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend volgens het be- paalde in artikel 3.1 van de Mededingingsverordening.
Artikel 7.5 1. Een last onder dwangsom wordt op schrift gesteld. Aan een last onder dwangsom kunnen voorschriften worden verbonden inzake het ver- strekken van gegevens aan de Autoriteit. 2. Een last geldt voor een door de Autoriteit te bepalen termijn van ten hoogste twee jaren.
Artikel 7.6 1. De aanwijzing, bedoeld in artikel 7.2, omschrijft de te verrichten of na te laten handelingen. 2. Bij een aanwijzing die strekt tot het ongedaan maken van een overtreding of het voorkomen van een verdere overtreding, wordt een termijn gesteld gedurende welke de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie de overtreding kan worden toegerekend, de aanwijzing dient uit te voeren. 3. De Autoriteit kan op verzoek van de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie de overtreding kan worden toegerekend de aanwijzing opheffen indien de beschikking een jaar van kracht is geweest zonder dat in strijd is gehandeld met de aanwijzing.
Artikel 7.7 1. Overtredingen kunnen zowel door natuurlijke- of rechtspersonen wor- den begaan. Artikel 1:127, tweede en derde lid, van het Wetboek van Strafrecht van Aruba is van overeenkomstige toepassing. 2. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, worden regels ge- steld ten aanzien van de grondslagen voor de vaststelling van de hoog- te van de last onder dwangsom en de bestuurlijke boete per overtre- ding, alsmede de vermelding van bepaalde gegevens van de overtreder bij de toepassing van de last onder dwangsom en de bestuurlijke boete; Pagina 15 Afkondigingsblad van Aruba 2025 no. 20 ______________________________________________________________ de overtredingen worden gerangschikt in categorieën naar zwaarte van de overtreding met de daarbij behorende basisbedragen, minimumbe- dragen en maximumbedragen. 3. Verbeurde dwangsommen en bestuurlijke boeten komen toe aan het Land.
Artikel 7.8 1. Indien tijdens het plegen van een overtreding nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert het opleggen van een bestuurlijke boete aan de over- treder ter zake van eenzelfde overtreding, wordt het bedrag van de be- stuurlijke boete, bedoeld in artikel 7.4 eerste lid, voor elke afzonderlijke overtreding verdubbeld. 2. In afwijking van artikel 7.4, eerste lid, kan de Autoriteit de hoogte van de bestuurlijke boete vaststellen op ten hoogste twee keer het bedrag van het voordeel dat de overtreder door de overtreding heeft verkregen indien diens voordeel groter is dan Afl. 100.000,-.
Artikel 7.9 1. Indien de Autoriteit voornemens is een bestuurlijke boete op te leggen, geeft hij de betrokkene daarvan kennis onder vermelding van de gron- den waarop het voornemen berust. 2. De Autoriteit stelt de betrokkene in de gelegenheid om binnen een re- delijke termijn naar keuze schriftelijk of mondeling zijn zienswijze naar voren te brengen voordat de bestuurlijke boete bij beschikking wordt opgelegd. 3. Indien de Autoriteit nadat de betrokkene zijn zienswijze naar voren heeft gebracht, beslist dat voor de overtreding geen bestuurlijke boete zal worden opgelegd, wordt dit schriftelijk aan de betrokkene medege- deeld. Pagina 16 Afkondigingsblad van Aruba 2025 no. 20 ______________________________________________________________
Artikel 7.10 Degene jegens wie door de Autoriteit een handeling is verricht, waaraan hij in redelijkheid de gevolgtrekking kon verbinden dat hem wegens een overtre- ding een bestuurlijke boete zal worden opgelegd, is niet verplicht ter zake daarvan enige verklaring af te leggen. Hij wordt hiervan in kennis gesteld, al- vorens hem om informatie wordt gevraagd.
Artikel 7.11 1. De bestuurlijke boete is verschuldigd binnen zes weken na de dagteke- ning van de beschikking waarbij zij is opgelegd. 2. De bestuurlijke boete wordt vermeerderd met de wettelijke rente, te re- kenen vanaf de dag waarop sedert de bekendmaking van de beschikking zes weken zijn verstreken.
Artikel 7.12 1. De bevoegdheid om een bestuurlijke boete op te leggen, vervalt drie ja- ren na de dag waarop de niet-naleving van het voorschrift is geconsta- teerd. 2. De termijn, bedoeld in het eerste lid, wordt gestuit door een bekendma- king van de beschikking waarbij de bestuurlijke boete werd opgelegd.
Artikel 7.13 1. De Autoriteit kan op verzoek van de overtreder een last onder dwang- som opheffen, de looptijd ervan voor een bepaalde termijn opschorten of de dwangsom verminderen ingeval van blijvende of tijdelijke gehele of gedeeltelijke onmogelijkheid voor de overtreder om aan zijn verplich- tingen te voldoen. 2. De Autoriteit kan voorts op verzoek van een overtreder een last onder dwangsom opheffen, indien de beschikking een jaar van kracht is ge- weest zonder dat de dwangsom is verbeurd. Pagina 17 Afkondigingsblad van Aruba 2025 no. 20 ______________________________________________________________
Artikel 7.14 De Autoriteit legt geen bestuurlijke boete op, indien aan de overtreder we- gens dezelfde overtreding reeds eerder een bestuurlijke boete is opgelegd, dan wel kennisgeving als bedoeld in artikel 7.9, derde lid, is gedaan.
Artikel 7.15 De Autoriteit houdt aantekening van de handelingen die in het kader van een onderzoek, voorafgaand aan het opleggen van een bestuurlijke boete, heb- ben plaatsgevonden onder vermelding van de personen die die handelingen hebben verricht.
Artikel 7.16 1. Indien een verbeurde dwangsom of boete niet is betaald binnen de door de Autoriteit bepaalde termijn, wordt de overtreder schriftelijk aan- gemaand om binnen twee weken alsnog het bedrag van de dwangsom of de boete, verhoogd met de kosten van de aanmaning, te betalen. 2. Bij gebreke van betaling kan door de Autoriteit van de overtreder het bedrag en de kosten, bedoeld in het eerste lid, verhoogd met de invor- deringskosten, door middel van een dwangbevel worden ingevorderd. 3. De bekendmaking van het dwangbevel geschiedt door middel van be- tekening van een exploot als bedoeld in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van Aruba en levert een executoriale titel op, die met toepassing van de voorschriften van dat wetboek kan worden tenuit- voergelegd. 4. Het dwangbevel vermeldt in ieder geval: a. aan het hoofd het woord dwangbevel; b. het bedrag van de invorderbare hoofdsom, vermeerderd met de verschuldigde wettelijke rente; c. het wettelijk voorschrift waaruit de verschuldigde geldsom voort- vloeit; d. de kosten van de aanmaning en van het dwangbevel; Pagina 18 Afkondigingsblad van Aruba 2025 no. 20 ______________________________________________________________ e. dat het op kosten van de overtreder ten uitvoer kan worden uitge- bracht. 5. Gedurende zes weken na de dag van betekening van het exploot staat tegen het dwangbevel verzet open. Verzet wordt aanhangig gemaakt tegen de Autoriteit bij het gerecht in eerste aanleg en op de voor het in- dienen van vorderingen bepaalde wijze. Het verzet, mitstijdig en op de voorgeschreven wijze gedaan, schorst de tenuitvoerlegging van het dwangbevel.
Artikel 7.17 Indien een boete ten onrechte is opgelegd, wordt de betaalde geldsom, ver- meerderd met de wettelijke rente, binnen zes weken nadat onherroepelijk is vastgesteld dat de boete ten onrechte is opgelegd, aan de rechthebbende be- taalbaar gesteld. § 7.2. Openbare waarschuwing
Artikel 7.18 1. De Autoriteit kan, met het oog op de belangen die deze landsverordening beoogt te beschermen, een openbare waarschuwing uitvaardigen voor- dat zij een inbreuk heeft vastgesteld, indien dat redelijkerwijs noodzakelijk is om consumenten snel en effectief te informeren over een schadever- oorzakende handelspraktijk van een ondernemer en daardoor schade te voorkomen. 2. Een ondernemer wordt uitsluitend met name genoemd in de openbare waarschuwing indien er sprake is van een reëel en acuut risico op bena- deling van consumenten en van een redelijk vermoeden van overtreding. In de openbare waarschuwing komt duidelijk naar voren dat er nog geen sprake is van een door de Autoriteit vastgestelde inbreuk. 3. De uitvaardiging van een openbare waarschuwing waarin een onderne- mer met name wordt genoemd geschiedt niet eerder dan nadat vijf werk- dagen zijn verstreken na de dag waarop de beschikking tot het uitvaardi- Pagina 19 Afkondigingsblad van Aruba 2025 no. 20 ______________________________________________________________ gen van de openbare waarschuwing aan hem bekend is gemaakt, tenzij hij de beschikking zelf heeft openbaar gemaakt, heeft doen openbaar maken of heeft aangegeven geen bedenkingen te hebben tegen eerdere openbaarmaking. 4. Indien wordt verzocht om een voorlopige voorziening als bedoeld in arti- kel 54 van de Landsverordening administratieve rechtspraak, wordt de werking van de beschikking opgeschort totdat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan of het verzoek is ingetrokken. 5. De beschikking van de Autoriteit tot het uitvaardigen van een openbare waarschuwing, bedoeld in het derde lid, vermeldt behalve de naam van de ondernemer in ieder geval de schadeveroorzakende handelspraktijk, de inhoud van de openbaarmaking, de gronden waarop de beschikking berust alsmede de wijze waarop en de termijn waarna de openbare waarschuwing zal worden uitgevaardigd. 6. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen regels worden gesteld ter zake van de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid. § 7.3. Openbaarmaking
Artikel 7.19 1. De Autoriteit is bevoegd om een door haar genomen beschikking tot het opleggen van een last onder dwangsom, een bestuurlijke boete, een ge- dragslijn of een aanwijzing, openbaar te maken. 2. De openbaarmaking van de beschikking geschiedt niet eerder dan nadat tien werkdagen zijn verstreken na de dag waarop de beschikking aan de overtreder bekend is gemaakt, tenzij de overtreder de beschikking zelf heeft openbaar gemaakt, heeft doen openbaar maken of heeft aangege- ven geen bedenkingen te hebben tegen eerdere openbaarmaking. 3. Indien wordt verzocht om een voorlopige voorziening als bedoeld in arti- kel 54 van de Landsverordening administratieve rechtspraak, wordt de openbaarmaking van de beschikking opgeschort totdat de voorzieningen- rechter uitspraak heeft gedaan of het verzoek is ingetrokken. Pagina 20 Afkondigingsblad van Aruba 2025 no. 20 ______________________________________________________________ 4. Indien de openbaarmaking van de beschikking naar het oordeel van de Autoriteit in strijd is of zou kunnen komen met het doel van het aan de Autoriteit opgedragen toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze landsverordening, blijft openbaarmaking achterwege. 5. Het eerste tot en met vierde lid zijn mede van toepassing op een door de Autoriteit genomen beslissing op bezwaar strekkend tot het opleggen van een last onder dwangsom, een bestuurlijke boete of aanwijzing. 6. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen regels worden gesteld ter zake van de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 7.20 1. De Autoriteit kan door haar genomen andere besluiten dan beschikkin- gen tot het opleggen van een last onder dwangsom, een bestuurlijke boe- te, een gedragslijn of een aanwijzing openbaar maken, alsmede andere documenten die door haar of in haar opdracht zijn vervaardigd voor de uitvoering van de aan haar bij of krachtens deze landsverordening opge- dragen taken. 2. Gegevens die ingevolge artikel 8, eerste en tweede lid, van de Landsver- ordening openbaarheid van bestuur niet voor verstrekking in aanmerking komen, worden niet openbaar gemaakt. 3. Artikel 7.19, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing in- dien de Autoriteit op grond van het eerste lid besluit tot openbaarmaking van een besluit. 4. Artikel 7.19, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. 5. Eenieder kan verzoeken om toepassing van het eerste lid. Het verzoek wordt toegewezen, voor zover het tweede of het vierde lid hieraan niet in de weg staan. 6. Het eerste lid is niet van toepassing, voor zover een wettelijk voorschrift de openbaarmaking regelt. Pagina 21 Afkondigingsblad van Aruba 2025 no. 20 ______________________________________________________________ Hoofdstuk 8. Slotartikelen
Artikel 8.1 De Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze landsver- ordening, en vervolgens telkens na vijf jaar, aan de Staten een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze landsverordening in de praktijk.
Artikel 8.2 De Mededingingsverordening wordt als volgt gewijzigd: A
Artikel 5.1, eerste lid, komt te luiden: 1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de- ze landsverordening zijn belast de daartoe door de Raad aangewe- zen personen, werkzaam bij de Autoriteit. Een zodanige aanwijzing wordt bekendgemaakt in de Landscourant van Aruba. B In artikel 5.5, vijfde lid, wordt “rechter-commissaris” vervangen door “procureur- generaal”. C
Artikel 6.1 wordt als volgt gewijzigd: 1°. In het tweede lid vervalt ‘5.1, zevende lid,’; 2°. In het derde lid wordt na ‘een overtreding van’ ingevoegd ‘artikel 5.1, ze- vende lid, of’. Pagina 22 Afkondigingsblad van Aruba 2025 no. 20 ______________________________________________________________
Artikel 8.3 Deze landsverordening treedt in werking op een bij landsbesluit te bepalen tijd- stip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel 8.4 Deze landsverordening wordt aangehaald als: Landsverordening bestuursrech- telijke handhaving consumentenbescherming. Gegeven te Oranjestad, 26 juni 2025 J.A. Boekhoudt De minister van Economische Zaken, Communicatie en Duurzame Ontwikkeling, G.B. Wever De minister van Algemene Zaken, Innovatie, Overheidsorganisatie, Infrastructuur en Ruimtelijke Ordening, M.G. Eman