跳到主要内容
Nelum
阿鲁巴的法律

National Ordinance of 4 April 2005 on Oil Tanker Damage Fund

颁布于 2005-04-04 · 文本截至 2026-10-01

以研究形式发布的公开法律与官方指引,不构成法律、税务或金融建议。

研究内容本身以英文撰写。标题和标签已翻译,调查结果和引文未翻译。

关于这部法律

原标题
Landsverordening van 4 April 2005 schadefonds olietankschepen.
语言
Dutch
类型
法令
国家
阿鲁巴
主题
Environment, Sea
关键词
special fund, resource/damage valuation, pollution control, oil pollution, oil, enforcement/compliance, offences/penalties, liability/compensation
类别
energy, freight

在哪里阅读

文本

所收录的法律原文,按条款排列。每个条款都有自己的链接。

  1. Intitulé : ************************* AB 2005 no. 16 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 22 oktober 2013 ************************* ==================================================================== Intitulé : LANDSVERORDENING van 4 april 2005 houdende regels ter uitvoering van een op 18 december 1971 te Brussel tot stand gekomen verdrag Citeertitel: Landsverordening schadefonds olietankschepen Vindplaats : AB 2005 no. 16 Wijzigingen: Geen ==================================================================== Artikel 1 1. In deze landsverordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: de Minister : de minister, belast met economische aangelegenheden; Verdrag : het op 27 november 1992 te Londen tot stand gekomen In- ternationaal Verdrag betreffende de instelling van een Internationaal Fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (Trb. 1994, 228); Fonds : het Internationaal Fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, bedoeld in artikel 2 van het Verdrag; 2. In het bepaalde bij of krachtens deze landsverordening wordt onder "schip", "persoon", "eigenaar", "bijdragende olie", "ton" en "garant" verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Verdrag. 3. Onder "geassocieerde personen" als bedoeld in artikel 10, tweede lid, onderdeel b, van het Verdrag, worden verstaan: a. personen die met elkaar zijn verbonden, doordat de een aan de ander voor eigen rekening rechtstreeks of middellijk meer dan de helft van het kapitaal verschaft, al dan niet tezamen met een of meer an- dere personen met wie hij in eenzelfde groep is verbonden of met wie hij een onderlinge regeling tot samenwerking heeft; b. personen die met elkaar in één groep zijn verbonden. Artikel 2 1. De uit het Verdrag voortvloeiende verplichting tot betaling van bijdragen aan het Fonds heeft de kracht van een verbintenis naar burgerlijk recht. 2. Tot de kennisneming in eerste aanleg van vorderingen van het Fonds tot betaling van bijdragen is in Aruba bevoegd het Gerecht in eerste aanleg. Artikel 3 1. Tot de kennisneming in eerste aanleg van vorderingen tegen het Fonds op grond van artikel 4 van het Verdrag is in Aruba bevoegd het Gerecht in eerste aanleg. 2. Het Fonds kan, zonder dat het daartoe een belang behoeft te ************************* AB 2005 no. 16 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 22 oktober 2013 ************************* ==================================================================== 2 stellen, zich voegen of tussenkomen in elk geding dat op grond van het op 29 november 1992 te Londen tot stand gekomen Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreini- ging door olie, 1992 (Trb. 1994, 229) tegen de eigenaar van een schip of tegen diens garant wordt gevoerd. Artikel 4 Op het recht van verhaal dat het Fonds heeft voor bedragen die het heeft betaald op grond van artikel 4 van het Verdrag, is artikel 3, zesde lid, van de Landsverordening aansprakelijkheid olietanksche- pen van overeenkomstige toepassing. Artikel 5 1. Eenieder die in Aruba bijdragende olie ontvangt op de wijze, bepaald in artikel 10, eerste lid, onderdelen a of b, van het Verdrag, doet ieder kalenderjaar aan de Minister schriftelijk opgave van de hoeveelheid bijdragende olie die hij in het voorafgaande kalenderjaar heeft ontvangen. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, wor- den nadere regels gesteld met betrekking tot het tijdstip en de wijze van opgave en kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop wordt vastgesteld, welke personen tot opgave verplicht zijn; daarbij kunnen personen die in het voorafgaande kalenderjaar niet meer dan een bepaalde hoeveelheid bijdragende olie hebben ontvan- gen, van de verplichting tot opgave worden vrijgesteld. 2. De Minister deelt aan de Directeur van het Fonds overeenkom- stig artikel 15 van het Verdrag de naam en het adres mede van alle personen die ingevolge artikel 10 van het Verdrag gehouden zijn bij te dragen aan het Fonds, alsmede de gegevens met betrekking tot de hoe- veelheden bijdragende olie die die personen zijns inziens in het voor- afgaande kalenderjaar hebben ontvangen. 3. Wanneer een persoon niet of niet tijdig voldoet aan de ver- plichting tot het doen van opgave van de in het voorafgaande kalender- jaar door hem ontvangen hoeveelheden bijdragende olie, bepaalt de Mi- nister de aan de Directeur van het Fonds te verstrekken gegevens met betrekking tot door die persoon ontvangen hoeveelheden bijdragende olie. 4. De Minister stelt elke persoon ten aanzien van wie hij over- eenkomstig het tweede of het derde lid mededelingen doet aan de Direc- teur van het Fonds, schriftelijk van die mededelingen in kennis en wel uiterlijk binnen een termijn van veertien dagen na verzending daarvan aan de Directeur van het Fonds. Indien in de mededelingen van de opga- ve wordt afgeweken of de mededelingen zijn verstrekt met toepassing van het derde lid, wordt daarvan melding gemaakt bij de in de eerste volzin bedoelde kennisgeving. Artikel 6 1. Met het toezicht op de naleving van deze landsverordening zijn belast de door de minister van Economische Zaken aangewezen ambtena- ren. Een zodanige aanwijzing wordt bekendgemaakt in de Landscourant ************************* AB 2005 no. 16 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 22 oktober 2013 ************************* ==================================================================== 3 van Aruba. 2. De krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren zijn, uit- sluitend voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijs noodzakelijk is, bevoegd: a. van ieder alle inlichtingen te verlangen, b. van ieder inzage te verlangen van alle boeken, bescheiden en andere informatiedragers en daarvan afschrift te nemen of ze tijdelijk me- de te nemen, c. alle plaatsen, met uitzondering van woningen zonder uitdrukkelijke toestemming van de bewoner, te betreden, vergezeld van door hen aangewezen personen. 3. Indien de toegang tot een plaats als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, wordt geweigerd, kan zij worden verschaft met behulp van de sterke arm. 4. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, worden regels gesteld, betreffende de taakuitoefening van de krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren, daaronder begrepen de wijze van legitimatie door de toezichthouders en van schriftelijke vastlegging van de uitoe- fening van de in het tweede lid genoemde bevoegdheden. Artikel 7 1. Eenieder verleent aan de krachtens artikel 6, eerste lid, eer- ste volzin aangewezen personen alle medewerking die redelijkerwijs voor de uitoefening van de hun bij dat artikel verleende bevoegdheden nodig is. 2. Zij die uit hoofde van hun stand, beroep of ambt tot geheim- houding verplicht zijn, kunnen het verlenen van medewerking weigeren, voor zover hun plicht tot geheimhouding zich daartoe uitstrekt. Artikel 8 Onverminderd artikel 5, tweede en derde lid, wordt informatie, verkregen op grond van deze landsverordening, voor zover deze betrek- king heeft op bepaalde personen, dan wel daaruit gevolgtrekkingen ten aanzien van bepaalde personen kunnen worden gemaakt, zonder toestem- ming van die personen niet verstrekt aan anderen dan degenen die be- last zijn met de uitvoering van een of meer bepalingen van deze lands- verordening. Artikel 9 Bij of krachtens landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen, indien dit in het belang van een goede uitvoering van de landsverordening of in verband met internationale afspraken inzake de uitvoering van het Verdrag en de daarop berustende regelingen gewenst is, nadere regels gesteld worden met betrekking tot de verkrijging van gegevens, aangaande in Aruba ontvangen bijdragende olie en andere in deze landsverordening geregelde onderwerpen. ************************* AB 2005 no. 16 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 22 oktober 2013 ************************* ==================================================================== 4 Artikel 10 1. Hij die zijn verplichtingen, bedoeld in de artikelen 5, eerste lid, en 7, eerste lid, niet nakomt, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden en geldboete van ten hoogste tienduizend flo- rin, hetzij met één van deze straffen. 2. De in het eerste lid genoemde strafbare feiten zijn overtre- dingen. Artikel 11 1. Deze landsverordening treedt in werking op een bij landsbe- sluit te bepalen tijdstip. 2. Zij kan worden aangehaald als Landsverordening schadefonds olietankschepen.

National Ordinance of 4 April 2005 on Oil Tanker Damage Fund · Nelum