Disaster Ordinance
颁布于 1989 · 文本截至 2026-10-01
以研究形式发布的公开法律与官方指引,不构成法律、税务或金融建议。
研究内容本身以英文撰写。标题和标签已翻译,调查结果和引文未翻译。
关于这部法律
- 原标题
- Calamiteitenverordening (LANDSVERORDENING houdende regels met betrekking tot de beperking en de bestrijding van calamiteiten).
- 语言
- Dutch
- 类型
- 法令
- 国家
- 阿鲁巴
- 主题
- General
- 关键词
- hazards, policy/planning, early warning system, institution, governance
在哪里阅读
该法律没有记录来源链接。
文本
所收录的法律原文,按条款排列。每个条款都有自己的链接。
Artikel 1 In deze landsverordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: ramp: een gebeurtenis die heeft geleid tot een zodanig ernstige verstoring van de algemene veiligheid, dat het leven en de gezondheid van vele burgers of grote materiële belangen in ernstige mate bedreigd worden, en dat een gecoördineerde inzet van diensten en organisaties op verschillende vakgebieden vereist is; rampbestrijdingsplan: een ministeriële beschikking als bedoeld in artikel 5, eerste lid; de Raad: de raad, bedoeld in artikel 2, eerste lid; de Minister: de minister die bij of krachtens deze landsverordening met de beperking of bestrijding van een ramp is belast; ambtenaar: hij die: a. ambtenaar is in de zin van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht (AB 1989 no. GT 37), of b. krachtens arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht in dienst is van het Land.
Artikel 2 1. Er is een Raad voor de rampenbestrijding. 2. De Raad heeft tot taak de ministerraad, gevraagd of ongevraagd, te adviseren met betrekking tot: a. maatregelen ter voorkoming van rampen; b. maatregelen ter voorbereiding van rampenbestrijding; c. het bevorderen van de totstandkoming of bijstelling van rampbestrijdingsplannen; d. de beperking en bestrijding van gevolgen van rampen. 3. De Raad bestaat uit ten hoogste tien leden. De directeur van de Directie Openbare Orde en Veiligheid en de Commandant Brandweer zijn ambtshalve lid van de Raad; de overige leden worden bij landsbesluit benoemd en ontslagen, met dien verstande dat drie leden worden benoemd op voordracht van bij ministeriële regeling aan te duiden particuliere organisaties die bij rampenbestrijding betrokken zijn of kunnen worden. 4. Een door de Commandant Zeemacht Caraïbisch gebied aan te wijzen persoon heeft te allen tijde toegang tot de vergaderingen van de Raad en wordt alsdan gelijkgesteld met een lid. 5. De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter worden door de minister van Algemene Zaken benoemd uit de ambtelijke leden van de Raad. 6. De Raad vergadert ten minste eenmaal per twee maanden. Van zijn werkzaamheden stelt de voorzitter jaarlijks uiterlijk in de maand mei een schriftelijk verslag op, dat wordt aangeboden aan de ministerraad en de Staten van Aruba. 7. Voor hun werkzaamheden ten behoeve van de Raad kan aan de leden die geen ambtenaar zijn, bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, een vergoeding worden toegekend. 8. De artikelen 4, 7, 8, 9, 10 tweede lid, 11, 12, 13, 15, 16, tweede tot en met vierde lid, en 17 van de Landsverordening SociaalEconomische Raad (AB 1987 no. 103) zijn van toepassing.
Artikel 3 1. Er is een Bureau Rampenbestrijding, dat ressorteert onder de minister van Algemene Zaken. 2. Tot de taken van het Bureau Rampenbestrijding behoort ten minste de ondersteuning van de minister van Algemene Zaken en de Raad bij de uitvoering van bij of krachtens deze landsverordening aan dezen toekomende taken.
Artikel 4 1. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, de Raad gehoord, wordt vastgesteld een rampenplan, waarin wordt aangegeven, welke diensten in geval van een ramp welke taken op welke wijze uitvoeren om verzekerd te zijn van een doelmatige beperking en bestrijding van een ramp. 2. In het landsbesluit, bedoeld in het eerste lid, kan worden bepaald dat het plan volgens daarbij te stellen regels bij ministeriële regeling kan of moet worden aangevuld, uitgewerkt of gewijzigd. 3. Het landsbesluit, bedoeld in het eerste lid, bevat ten minste: a. de betekenis van de in het rampenplan en de rampbestrijdingsplannen gebezigde termen, benamingen en uitdrukkingen; b. de rampen waarvan de plaats, de aard en de gevolgen in voldoende mate voorzienbaar zijn; c. de procedure volgens welke, en de wijze waarop de organisatie van de rampenbestrijding wordt opgestart en het rampenplan en rampbestrijdingsplannen in werking gesteld worden; d. regels met betrekking tot de waarschuwing en de voorlichting van de bevolking; e. regels met betrekking tot de verplaatsing en opvang van de bevolking.
Artikel 5 1. Voor iedere ramp als bedoeld in artikel 4, onderdeel b, stelt de ministerraad een rampbestrijdingsplan vast, waarvan de in het kader van het optreden van die ramp te treffen maatregelen zijn opgenomen. 2. Degene die belast is met de dagelijkse leiding van een bedrijf of instelling waaraan ingevolge het landsbesluit, bedoeld in artikel 4, eerste lid, taken in het kader van de rampenbestrijding zijn toebedeeld, verleent de informatie die naar het oordeel van de Minister nodig is ter voorbereiding, aanvulling of wijziging van een rampbestrijdingsplan. 3. Van de vaststelling van een rampbestrijdingsplan wordt mededeling gedaan in de Landscourant van Aruba. De inhoud van een rampbestrijdingsplan is niet openbaar.
Artikel 6 1. De minister van Algemene Zaken is belast met het treffen van de voorbereidingen ter voorkoming van rampen; hij draagt zorg dat door het Bureau Rampenbestrijding een dossier wordt samengesteld en bijgehouden met alle voor de beperking en bestrijding van rampen in Aruba van belang zijnde informatie, welk dossier ter inzage is van allen aan wie bij of krachtens deze landsverordening taken zijn opgedragen. 2. Iedere minister draagt zorg dat ter bevordering van een doelmatige beperking en bestrijding van rampen periodiek oefeningen worden gehouden op basis van de rampbestrijdingsplannen waarvoor hij verantwoordelijkheid draagt. 3. De Minister is ter uitvoering van de in het tweede lid bedoelde taak bevoegd aanwijzingen te geven aan andere dan de onder zijn ministerie ressorterende hoofden van overheidsdiensten en -instellingen.
Artikel 7 1. Het opperbevel bij de beperking en bestrijding van een ramp berust bij: a. indien voor die ramp een rampbestrijdingsplan is vastgesteld, de daarin aangewezen minister; b. indien voor die ramp geen rampbestrijdingsplan is vastgesteld, de minister van Algemene Zaken. 2. In afwijking van onderdeel b van het eerste lid berust het opperbevel bij een ramp waarvan de beperking en bestrijding in overwegende mate aspecten betreft die een strafrechtelijk optreden zullen inhouden, bij de minister van Justitie.
Artikel 8 1. Bij het voeren van het opperbevel wordt de Minister bijgestaan door een rampenstaf, bestaande uit een beleidsteam en een operationeel team. De taken van de rampenstaf worden vastgesteld in het landsbesluit, bedoeld in artikel 4, eerste lid. 2. De Minister is voorzitter van het beleidsteam van de rampenstaf; van dit team maken ten minste deel uit de directeur van de Directie Openbare Orde en Veiligheid, de Commandant Brandweer, de korpschef van het Korps Politie Aruba, de directeur van de Directie Volksgezondheid, de secretaris van de ministerraad, het Hoofd van het Bureau Voorlichting en, indien bij de beperking en bestrijding van die ramp een strafrechtelijk optreden zeker of waarschijnlijk is, de procureur-generaal. 3. Degene die belast is met de operationele leiding van de beperking en bestrijding van een ramp, is voorzitter van het operationeel team van de rampenstaf; van dit team maken deel uit de in het desbetreffende rampbestrijdingsplan daartoe aangewezen personen. In geval van een ramp waarvoor geen rampbestrijdingsplan is vastgesteld, maken van dat team deel uit een of meer ambtenaren, werkzaam bij de bij de beperking en bestrijding van die ramp betrokken diensten en organisaties.
Artikel 9 1. De Commandant Brandweer heeft de operationele leiding bij de beperking en bestrijding van een ramp, tenzij op grond van het desbetreffende rampbestrijdingsplan een andere ambtenaar met die taak is belast. 2. Op de plaats waar zich een ramp heeft voorgedaan of dreigt voor te doen, is met de operationele leiding belast de in het rampbestrijdingsplan daarvoor aangewezen ambtenaar. In geval van een ramp waarvoor geen rampbestrijdingsplan is vastgesteld, of in geval van een voorval waarvan niet aanstonds duidelijk is dat er sprake is van een ramp, maar er een gerede kans bestaat dat dit het geval zal zijn of zal kunnen zijn, is met de operationele leiding belast de hoogste ter plaatse aanwezige officier van de Dienst Brandweer. § 3. Buitengewone bevoegdheden bij calamiteiten
Artikel 10 1. De in de artikelen 11 tot en met 18 genoemde buitengewone bevoegdheden kunnen slechts worden uitgeoefend, nadat het feit van aanwezigheid van een ramp of het bestaan van ernstige vrees daarvoor bij landsbesluit is vastgesteld. Een landsbesluit als bedoeld in de eerste volzin, wordt bekendgemaakt in de Landscourant van Aruba en de daarvoor in aanmerking komende media. Artikel 4, derde lid, is daarbij van toepassing. 2. In het in het eerste lid bedoelde landsbesluit wordt de aard van de calamiteit vermeld. 3. Een landsbesluit als bedoeld in het eerste lid, wordt zo spoedig mogelijk ingetrokken.
Artikel 11 Indien de minister-president het ter beperking of bestrijding van een ramp wenselijk acht de bijstand van de krijgsmacht van het Koninkrijk in te roepen of een buitenlandse mogendheid om specifieke vormen van hulpverlening te verzoeken, doet hij hiervan mededeling aan de Gouverneur.
Artikel 12 1. De Minister is, indien gemeen gevaar voor personen of goederen is ontstaan, bevoegd bij beschikking de evacuatie van de bevolking van daartoe aan te wijzen gebieden of woonwijken te vorderen. 2. In de beschikking, bedoeld in het eerste lid, kan worden bepaald, hoeveel door de bewoners mag worden meegevoerd uit het te evacueren gebied.
Artikel 13 Indien gemeen gevaar voor personen is ontstaan, is de Minister bevoegd bij beschikking de ontruiming van daarbij aangewezen woningen te vorderen.
Artikel 14 1. In geval van een ramp is de Minister bevoegd van een ieder díe goederen te vorderen, die met het oog op het beperken of bestrijden van de ramp door of namens hem noodzakelijk worden geoordeeld. Aan de vordering dient onverwijld en onvoorwaardelijk te worden voldaan. 2. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, worden ten aanzien van gevorderde goederen voorschriften vastgesteld voor de teruggave daarvan en de vergoedingen voor gebruik, waardevermindering, beschadiging en verloren gaan van deze goederen.
Artikel 15 Bij weigering tot voldoening aan het bepaalde in de artikelen 12 tot en met 14 zijn de ambtenaren, bedoeld in artikel 184, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering van Aruba, bevoegd de vordering zonodig tegen de wil van de betrokkenen uit te voeren.
Artikel 16 1. In geval van een ramp of bij het bestaan van ernstige vrees voor het ontstaan van een ramp, kan de Minister, voor een periode van ten hoogste 72 uur, regels stellen ter voorkoming van gevaar voor personen en goederen. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 3, onderdeel e, van de Landsverordening bekendmaking en inwerkingtreding (AB 1992 no. GT 2), wordt de in het eerste lid bedoelde ministeriële regeling terstond door middel van de media bekend gemaakt.
Artikel 17 1. De Minister is bevoegd personen die bekwaam zijn in het gebruik van de ingevolge artikel 14, eerste lid, gevorderde goederen, te verplichten diensten te verrichten bij de beperking en bestrijding van een ramp. 2. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, worden met betrekking tot personen van wie diensten worden verlangd als bedoeld in het eerste lid, regels gesteld met betrekking tot ziekte en ongevallen, alsmede ten aanzien van de uitkering bij overlijden, de vergoeding voor verrichte diensten en de derving van inkomsten.
Artikel 18 1. Met het toezicht op de naleving van het in een rampbestrijdingsplan bepaalde zijn belast de daartoe in dat plan aangewezen personen. 2. De in het eerste lid bedoelde personen zijn, uitsluitend voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijze noodzakelijk is, bevoegd: a. alle inlichtingen te vragen; b. inzage te verlangen van alle zakelijke boeken, bescheiden en andere informatiedragers en daarvan afschrift te nemen of deze daartoe tijdelijk mee te nemen; c. goederen aan opneming en onderzoek te onderwerpen, deze daartoe tijdelijk mee te nemen en daarvan monsters te nemen; d. alle plaatsen, met uitzondering van woningen zonder de uitdrukkelijke toestemming van de bewoner, te betreden, vergezeld van door hen aangewezen personen, en daarbij het door hen benodigde materiaal mee te voeren; e. woningen zonder de uitdrukkelijke toestemming van de bewoner binnen te treden; f. vaartuigen, stilstaande voertuigen en hun lading te onderzoeken. 3. Zo nodig, wordt de toegang tot een plaats als bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, verschaft met behulp van de sterke arm. 4. Op het binnentreden in woningen als bedoeld in het tweede lid, onderdeel e, is Titel X van het Derde Boek van het Wetboek van Strafvordering van Aruba van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de artikelen 155, vierde lid, 156, tweede lid, 157, tweede en derde lid, 158, eerste lid, laatste zinsnede, en 160, eerste lid, en met dien verstande dat de machtiging wordt verleend door de procureurgeneraal. 5. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, worden regels gesteld met betrekking tot de wijze van taakuitoefening van de in het eerste lid bedoelde personen. 6. Een ieder is verplicht aan de in het eerste lid bedoelde personen alle medewerking te verlenen, die op grond van het tweede lid wordt gevorderd. § 4. Strafbepalingen
Artikel 19 1. Hij die handelt in strijd met het bij artikel 5, tweede lid, of krachtens artikel 16, eerste lid, bepaalde wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de derde categorie. 2. De in het eerste lid strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen. § 5. Slotbepalingen
Artikel 20 Een ieder die betrokken is bij de uitvoering van deze landsverordening en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijk karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht of uit zijn taak bij de uitvoering van deze landsverordening de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit.
Artikel 21 De Landsverordening orkaangevaar wordt ingetrokken.
Artikel 22 1. Deze landsverordening treedt in werking op een bij landsbesluit te bepalen tijdstip. 2. Zij kan worden aangehaald als Calamiteitenverordening.