Skip to content
Nelum
Laws of Belgium

Arrêté royal relatif aux règles générales en matière de prévention et de lutte contre certaines maladies animales

Made 2024-04-18 · Text as of 2026-10-01

Public law and official guidance, published as research. Not legal, tax or financial advice.

About this law

Language
French
Kind
Regulation
Country
Belgium
Subjects
Livestock, Food and nutrition
Keywords
animal feed/feedstuffs, animal health, data collection/reporting, disinfection/disinfestation, equipment, procedural matters, slaughtering, transport/storage, authorization/permit, certification, quarantine, pet animals, milk/dairy products

Where to read it

Text

The law's own text, section by section, as held. Each section has its own link.

  1. FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIG HEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU EN FEDERAAL AGENTSCHAP VOOR DE VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN [C − 2024/004073] 18 APRIL 2024. — Koninklijk besluit betreffende de algemene regels voor de preventie en de bestrijding van bepaalde dierenziekten FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid, delen II en III en artikel 269; Gelet op de gedelegeerde verordening (EU) 2020/689 van de Commissie van 17 december 2019 tot aanvulling van verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor bewaking, uitroeiingsprogramma’s en de ziektevrije status voor bepaalde in de lijst opgenomen ziekten en nieuwe ziekten; Gelet op de gedelegeerde verordening (EU) 2020/687 van de Commissie van 17 december 2019 tot aanvulling van verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat regels voor de preventie en bestrijding van bepaalde in de lijst opgenomen ziekten betreft; Gelet op de Grondwet, artikel 108; Gelet op de dierengezondheidswet van 24 maart 1987, artikel 6, § 2, vervangen bij de wet van 12 juli 2022, artikel 7, gewijzigd bij de wetten van 7 april 2017 en 12 juli 2022, artikel 8, eerste lid, 1°, gewijzigd bij de wet van 12 maart 2023, en 3°, artikel 9, 1° en 2°, gewijzigd bij de wet van 12 juli 2022 en 3°, artikel 15, 1° en 2°, gewijzigd bij de wet van 1 maart 2007, en artikel 18 bis, gewijzigd bij de wetten van 1 maart 2007 en 12 juli 2022; Gelet op de wet van 28 augustus 1991 op de uitoefening van de diergeneeskunde, artikel 4, vierde lid, laatst gewijzigd bij de wet van 19 maart 2014; Gelet op de wet van 4 februari 2000 houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, artikel 4, § 6 ingevoegd bij de wet van 13 juli 2001; Gelet op het koninklijk besluit van 20 september 1883 houdende reglement van algemeen bestuur van de diergeneeskundige politie; Gelet op het koninklijk besluit van 16 november 2001 houdende het toevertrouwen van bijkomende opdrachten aan het Federaal Agent schap voor de Veiligheid van de Voedselketen, artikel 2, d); Gelet op het koninklijk besluit van 3 februari 2014 tot aanwijzing van de dierenziekten die vallen onder de toepassing van hoofdstuk III van de dierengezondheidswet van 24 maart 1987 en tot regeling van de aangifteplicht; Gelet op het koninklijk besluit van 17 januari 2021 betreffende de bestrijding van rundertuberculose; Gelet op het koninklijk besluit van 11 december 2023 betreffende de bestrijding van de runder-, schapen- en geitenbrucellose; Gelet op het koninklijk besluit van 18 januari 2024 betreffende de bestrijding van de enzoötische runderleucose; Gelet op het overleg tussen de Gewestregeringen en de Federale Overheid van 8 januari 2024; Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 15 januari 2024; Gelet op het advies 11-2023 van het Wetenschappelijk Comité van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, gegeven op 20 oktober 2023; Gelet op advies 75.668/3 van de Raad van State, gegeven op 21 maart 2024 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; SERVICE PUBLIC FEDERAL SANTE PUBLIQUE, SECURITE DE LA CHAINE ALIMENTAIRE ET ENVIRONNEMENT ET AGENCE FEDERALE POUR LA SECURITE DE LA CHAINE ALIMENTAIRE [C − 2024/004073] 18 AVRIL 2024. — Arrêté royal relatif aux règles générales en matière de prévention et de lutte contre certaines maladies animales PHILIPPE, Roi des Belges, A tous, présents et à venir, Salut. Vu le règlement (UE) 2016/429 du Parlement européen et du Conseil du 9 mars 2016 relatif aux maladies animales transmissibles et modifiant et abrogeant certains actes dans le domaine de la santé animale, les parties II et III et l’article 269; Vu le règlement délégué (UE) 2020/689 de la Commission du 17 décembre 2019 complétant le règlement (UE) 2016/429 du Parle ment européen et du Conseil en ce qui concerne les règles applicables à la surveillance, aux programmes d’éradication et au statut « indemne » de certaines maladies répertoriées et émergentes ; Vu le règlement délégué (UE) 2020/687 de la Commission du 17 décembre 2019 complétant le règlement (UE) 2016/429 du Parle ment européen et du Conseil en ce qui concerne les règles relatives à la prévention de certaines maladies répertoriées et à la lutte contre celles-ci ; Vu la Constitution, l’article 108 ; Vu la loi du 24 mars 1987 relative à la santé des animaux, l’article 6, § 2, remplacé par la loi du 12 juillet 2022, l’article 7, modifié par les lois des 7 avril 2017 et 12 juillet 2022, l’article 8, alinéa 1, 1°, modifié par la loi du 12 mars 2023, et 3°, l’article 9, 1° et 2°, modifiés par la loi du 12 juillet 2022 et 3°, l’article 15, 1° et 2°, modifiés par la loi du 1er mars 2007, et l’article 18 bis, modifié par les lois des 1er mars 2007 et 12 juillet 2022 ; Vu la loi du 28 août 1991 relative à l’exercice de la médecine vétérinaire, l’article 4, alinéa 4, modifié en dernier lieu par la loi du 19 mars 2014 ; Vu la loi du 4 février 2000 relative à la création de l’Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire, l’article 4, § 6 inséré par la loi du 13 juillet 2001 ; Vu l’arrêté royal du 20 septembre 1883 contenant règlement d’admi nistration générale pour assurer la surveillance de la police sanitaire des animaux domestiques; Vu l’arrêté royal du 16 novembre 2001 confiant à l’Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire des missions complémentai res, l’article 2, d); Vu l’arrêté royal du 3 février 2014 désignant les maladies des animaux soumises à l’application du chapitre III de la loi du 24 mars 1987 relative à la santé des animaux et portant règlement de la déclaration obligatoire; Vu l’arrêté royal du 17 janvier 2021 relatif à la lutte contre la tuberculose bovine; Vu l’arrêté royal du 11 décembre 2023 relatif à la lutte contre la brucellose bovine, ovine et caprine; Vu l’arrêté royal du 18 janvier 2024 relatif à la lutte contre la leucose bovine enzootique; Vu la concertation entre les Gouvernements régionaux et l’Autorité fédérale du 8 janvier 2024; Vu l’avis de l’Inspecteur des Finances, donné le 15 janvier 2024; Vu l’avis 11-2023 du Comité Scientifique de l’Agence Fédérale pour la Sécurité de la Chaîne Alimentaire, donné le 20 octobre 2023; Vu l’avis 75.668/3 du Conseil d’Etat, donné le 21 mars 2024, en application de l’article 84, § 1er, alinéa 1er, 2°, des lois sur le Conseil d’Etat, coordonnées le 12 janvier 1973 ; 49643BELGISCH STAATSBLAD — 06.05.2024 — MONITEUR BELGE Op de voordracht van de Minister van Landbouw, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK I. — Algemene bepalingen Afdeling 1. —Doel - toepassingsgebied - definities Artikel 1. § 1. Dit besluit stelt de algemene voorschriften vast voor de meldingsplicht, de bewaking en de uitroeiings- en bestrijdingsmaat regelen van de dierziekten bedoeld in artikel 3 bij gehouden dieren, in voorkomend geval, in aanvulling op deze die zijn vastgesteld in: 1° de verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid; 2° de gedelegeerde verordening (EU) 2020/689 van de Commissie van 17 december 2019 tot aanvulling van verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor bewaking, uitroeiingsprogramma’s en de ziektevrije status voor bepaalde in de lijst opgenomen ziekten en nieuwe ziekten; 3° de gedelegeerde verordening (EU) 2020/687 van de Commissie van 17 december 2019 tot aanvulling van verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat regels voor de preventie en bestrijding van bepaalde in de lijst opgenomen ziekten betreft. § 2. Dit besluit implementeert tevens de meldingsplicht van bepaalde zoönoseverwekkers als voorzien bij richtlijn 2003/99/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2003 inzake de bewaking van zoönoses en zoönoseverwekkers en houdende wijziging van beschikking 90/424/EEG van de Raad en intrekking van richtlijn 92/117/EEG van de Raad. § 3. De bepalingen van dit besluit zijn enkel van toepassing op landdieren, zoals gedefinieerd in de verordening (EU) 2016/429, uitgezonderd de bepalingen in Hoofdstuk II die niet van toepassing zijn op de bijen, de hommels, de amfibieën en de niet humane primaten. § 4. In afwijking van paragraaf 3, zijn de artikelen van afdeling 7 onder hoofdstuk II van toepassing op bijen en hommels. § 5. In afwijking van paragraaf 3, zijn de artikelen 2, 3 en 4 van toepassing op aquacultuurdieren. Art. 2. § 1. Voor de toepassing van dit besluit gelden de definities uit: 1° artikel 4 van verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid (“diergezondheidswetgeving”); 2° artikel 2 van gedelegeerde verordening (EU) 2020/689 van de Commissie van 17 december 2019 tot aanvulling van verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor bewaking, uitroeiingsprogramma’s en de ziektevrije status voor bepaalde in de lijst opgenomen ziekten en nieuwe ziekten; 3° het koninklijk besluit van 20 mei 2022 betreffende de identificatie en de registratie van bepaalde hoefdieren, pluimvee, konijnen en bepaalde vogels. § 2. Daarnaast gelden voor de toepassing van dit besluit de volgende definities: 1° verordening (EU) 2020/689: gedelegeerde verordening (EU) 2020/689 van de Commissie van 17 december 2019 tot aanvulling van verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor bewaking, uitroeiingsprogramma’s en de ziektevrije status voor bepaalde in de lijst opgenomen ziekten en nieuwe ziekten ; 2° LCE: lokale controle-eenheid van het Agentschap; 3° dierenarts: a) de dierenarts, natuurlijk persoon, bedoeld in artikel 1, § 1, 1°, van de wet van 28 augustus 1991 op de uitoefening van de diergenees kunde; b) de diergeneeskundig rechtspersoon als bedoeld in artikel 2, § 1, 2° van de wet van 19 december 1950 tot instelling van de Orde der Dierenartsen; 4° erkende dierenarts: dierenarts, erkend in de zin van artikel 4 van de wet van 28 augustus 1991 op de uitoefening van de diergenees kunde; Sur la proposition du Ministre de l’Agriculture, Nous avons arrêté et arrêtons : CHAPITRE Ier. — Dispositions générales Section 1re. — Objet - champ d’application - définitions Article 1er. § 1er. Le présent arrêté fixe les règles générales qui concernent la notification obligatoire, la surveillance et les mesures d’éradication et de lutte des maladies animales chez les animaux détenus visées à l’article 3, le cas échéant, en complément des règles fixées dans : 1° le règlement (UE) 2016/429 du Parlement européen et du Conseil du 9 mars 2016 relatif aux maladies animales transmissibles et modifiant et abrogeant certains actes dans le domaine de la santé animale; 2° le règlement délégué (UE) 2020/689 de la Commission du 17 décembre 2019 complétant le règlement (UE) 2016/429 du Parle ment européen et du Conseil en ce qui concerne les règles applicables à la surveillance, aux programmes d’éradication et au statut « indemne » de certaines maladies répertoriées et émergentes; 3° le règlement délégué (UE) 2020/687 de la Commission du 17 décembre 2019 complétant le règlement (UE) 2016/429 du Parle ment européen et du Conseil en ce qui concerne les règles relatives à la prévention de certaines maladies répertoriées et à la lutte contre celles-ci. § 2. Le présent arrêté implémente également la notification obliga toire de certains agents zoonotiques comme prévu par la directive 2003/99/CE du Parlement européen et du Conseil du 17 novem bre 2003 sur la surveillance des zoonoses et des agents zoonotiques, modifiant la décision 90/424/CEE du Conseil et abrogeant la directive 92/117/CEE du Conseil. § 3. Les dispositions dans cet arrêté s’appliquent uniquement pour les animaux terrestres tels que définis dans le règlement (UE) 2016/429, à l’exception des dispositions du Chapitre II qui ne s’appliquent pas aux abeilles, bourdons, amphibiens et primates non humains. § 4. Par dérogation au paragraphe 3, les articles visés sous la section 7 du chapitre II s’appliquent aux abeilles et aux bourdons. § 5. Par dérogation au paragraphe 3, les articles 2, 3 et 4 s’appliquent aux animaux d’aquaculture. Art. 2. § 1er. Pour l’application du présent arrêté s’appliquent les définitions de: 1° l’article 4 du règlement (UE) 2016/429 du Parlement européen et du Conseil du 9 mars 2016 relatif aux maladies animales transmissibles et modifiant et abrogeant certains actes dans le domaine de la santé animale (« législation sur la santé animale ») ; 2° l’article 2 du règlement délégué (UE) 2020/689 de la Commission du 17 décembre 2019 complétant le règlement (UE) 2016/429 du Parlement européen et du Conseil en ce qui concerne les règles applicables à la surveillance, aux programmes d’éradication et au statut « indemne » de certaines maladies répertoriées et émergentes ; 3° l’arrêté royal du 20 mai 2022 relatif à l’identification et l’enregis trement de certains ongulés, des volailles, des lapins et de certains oiseaux. § 2. En outre, pour l’application du présent arrêté, on entend par: 1° règlement (UE) 2020/689 : règlement délégué (UE) 2020/689 de la Commission du 17 décembre 2019 complétant le règlement (UE) 2016/429 du Parlement européen et du Conseil en ce qui concerne les règles applicables à la surveillance, aux programmes d’éradication et au statut « indemne » de certaines maladies répertoriées et émergentes ; 2° ULC : unité locale de contrôle de l’Agence; 3° vétérinaire: a) le vétérinaire, personne physique, visé à l’article 1er, § 1er, 1°, de la loi du 28 août 1991 relative à l’exercice de la médecine vétérinaire; b) la personne morale vétérinaire visée à l’article 2, § 1er, 2°, de la loi du 19 décembre 1950 créant l’Ordre des Médecins vétérinaires; 4° vétérinaire agréé : vétérinaire agréé au sens de l’article 4 de la loi du 28 août 1991 sur l’exercice de la médecine vétérinaire; 49644 BELGISCH STAATSBLAD — 06.05.2024 — MONITEUR BELGE 5° bedrijfsdierenarts: dierenarts als bedoeld in artikel 2, § 2, 2°, van het koninklijk besluit van 20 mei 2022 tot instelling van het epidemio logisch toezicht op inrichtingen waar bepaalde dieren gehouden worden; 6° melding: het verplicht melden van elk vermoeden, elk uitbreken, elk klinisch symptoom of elke diagnose van een bij artikel 3 bedoelde dierenziekte bij gehouden levende of gestorven dieren, op basis van het onderzoek op dieren of op biologische monsters van dieren; 7° verhoogde sterfte: een onverklaarde sterfte boven het niveau dat bij de heersende omstandigheden voor de desbetreffende diersoort of inrichting normaal wordt geacht; 8° isolatie: het houden van dieren in een deel van de inrichting dat volledig gescheiden is van andere delen van de inrichting. De dieren zijn in dit deel op zodanige wijze afgezonderd dat er geen direct contact mogelijk is met andere dieren op de inrichting, noch met dieren behorend tot buur-inrichtingen; 9° hittebehandeling: thermische behandeling die een inactivatie van het betreffende pathogeen garandeert, zoals bedoeld in bijlage II, Hoofdstuk XI van verordening (EG) 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29/4/2004 inzake levensmiddelenhygiëne, of bijlage VII van de gedelegeerde verordening (EG) 2020/687 van de Commissie van 17 december 2019 tot aanvulling van verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat regels voor de preventie en bestrijding van bepaalde in de lijst opgenomen ziekten betreft, of een behandeling gevalideerd door het Agentschap; 10° slachtbevel: de door het Agentschap voorgeschreven verplichte afslachting van een dier/ groep dieren, in toepassing van artikel 8, 3° van de dierengezondheidswet van 24 maart 1987. Afdeling 2. — De dierenziekten die vallen onder de toepassing van Hoofdstuk III van de dierengezondheidswet van 24 maart 1987 Art. 3. De dierenziekten die zijn opgenomen in bijlage 1 bij dit besluit vallen onder de toepassing van hoofdstuk III van de dierenge zondheidswet van 24 maart 1987. Afdeling 3. — Melding en modaliteiten voor de melding Art. 4. § 1. Voor de ziekten opgenomen in bijlage 1, vastgesteld in het kader van een laboratoriumonderzoek, geldt de meldingsplicht voor elke verantwoordelijke van een laboratorium overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 14 november 2003 betreffende autocontrole, meldingsplicht en traceerbaarheid in de voedselketen. § 2. Elke verantwoordelijke van een laboratorium dient alle resulta ten, , van de analyses uitgevoerd met het oog op de diagnose van een ziekte bedoeld in bijlage 1, punt 1, over te maken aan de hiervoor voorziene centrale databank wanneer het overmaken van gegevens voorzien is in de specifieke wetgeving. Art. 5. § 1. Elke exploitant of houder van een gezelschapsdier is verplicht zijn bedrijfsdierenarts of een dierenarts te verwittigen zodra hij de aanwezigheid van een ziekte opgenomen in bijlage 1, punten 1 en 3 vermoedt. § 2. De dierenarts bedoeld in paragraaf 1 onderzoekt alle dieren van de inrichting en/of de gezelschapsdieren binnen de 24 uur na de melding van de exploitant. Indien nodig neemt hij monsters bij de dieren die hij laat analyseren ten einde de aanwezigheid of het vermoeden van een ziekte, zoals bedoeld in paragraaf 1, te bevestigen of te weerleggen. § 3. Indien het vermoeden of de aanwezigheid van een ziekte bedoeld in paragraaf 1 wordt bevestigd, stuurt de dierenarts bedoeld in paragraaf 1 het meldingsformulier voorzien in bijlage 2, aangevuld met de gegevens waarover hij reeds beschikt, naar de LCE. Het meldingsformulier bedoeld in het eerste lid wordt elektronisch verzonden. De telefoonnummers en de elektronische adressen bevin den zich op de website van het Agentschap : http://www.favv.be § 4. In afwijking van paragraaf 1 geldt, wanneer het een abortus bij herkauwers betreft, de meldingsplicht pas indien bij de differentiaal diagnose in een laboratorium een ziekte wordt vastgesteld die bedoeld wordt in bijlage 1 bij dit besluit. De melding gebeurt in dit geval enkel door de verantwoordelijke van het laboratorium overeenkomstig artikel 4,§ 1. Art. 6. § 1. In afwijking van artikel 5 geldt de meldingsplicht niet voor ziekten bedoeld onder punt 1 van bijlage 1: 1° die tot de categorie C+D+E, D+E of E behoren, en; 2° waarvoor een bewakingsprogramma ingesteld is, en; 5° vétérinaire d’exploitation : le vétérinaire tel que visé à l’article 2, § 2, 2° de l’arrêté royal du 20 mai 2022 instituant une surveillance épidémiologique dans les établissements où sont détenus certains animaux; 6° notification : la notification obligatoire de toute suspicion, toute apparition, tout signe clinique ou tout diagnostic d’une maladie animale visée à l’article 3 sur base d’examens chez les animaux détenus vivants ou morts, ou sur des échantillons biologiques d’animaux ; 7° hausse de mortalité: accroissement inexpliqué de la mortalité au-delà du niveau considéré comme normal pour l’établissement, dans les conditions habituelles; 8° isolement : la détention des animaux dans une partie de l’établissement complètement séparée des autres parties de l’établisse ment de manière à ce qu’ils n’aient aucun contact direct avec les autres animaux de l’établissement, ni avec les animaux d’établissements voisins ; 9° traitement thermique: traitement thermique qui garantit l’inacti vation de l’agent pathogène incriminé, tel que visé à l’annexe II, Chapitre XI du règlement (CE) n°852/2004 du Parlement européen et du Conseil du 29 avril 2004 relatif à l’hygiène des denrées alimentaire, ou à l’annexe VII du règlement délégué (UE) n°2020/687 de la Commission du 17 décembre 2019 complétant le règlement (UE) 2016/429 du Parlement européen et du Conseil en ce qui concerne les règles relatives à la prévention de certaines maladies répertoriées et à la lutte contre celles-ci , ou qui a été validé par l’Agence; 10° ordre d’abattage: l’abattage obligatoire d’un animal/groupe d’animaux prescrit par l’Agence, comme prévu à l’article 8, 3° de la loi du 24 mars 1987 relative à la santé des animaux. Section 2. — Maladies des animaux soumises à l’application du Chapitre III de la loi du 24 mars 1987 relative à la santé des animaux Art. 3. Les maladies des animaux visées à l’annexe 1redu présent arrêté sont soumises à l’application du chapitre III de la loi du 24 mars 1987 relative à la santé des animaux. Section 3. — Notification et modalités de notification Art. 4. § 1er. Tout responsable d’un laboratoire est tenu de notifier les maladies reprises en annexe 1rediagnostiquées dans le cadre d’un examen de laboratoire conformément aux dispositions de l’arrêté royal du 14 novembre 2003 relatif à l’autocontrôle, à la notification et à la traçabilité dans la chaîne alimentaire. § 2. Tout responsable d’un laboratoire est tenu de transmettre tous les résultats des analyses effectuées pour le diagnostic d’une des maladies visées à l’annexe 1, point 1, dans la banque de données centrale prévue à cet effet lorsque cela est prévu dans la législation spécifique. Art. 5. § 1er. Tout opérateur ou détenteur d’un animal de compagnie est tenu d’appeler son vétérinaire d’exploitation ou un vétérinaire dès qu’il suspecte la présence d’une des maladies reprises en annexe 1, sous les points 1 et 3. § 2. Le vétérinaire visé au paragraphe 1er examine tous les animaux de l’établissement et/ou les animaux de compagnie endéans les 24 heures suivant la notification de l’opérateur. Si nécessaire, il prélève sur les animaux des échantillons qu’il fait analyser afin de confirmer ou infirmer la présence ou la suspicion d’une des maladies visées au paragraphe 1er. § 3. S’il confirme la suspicion ou la présence d’une des maladies visées au paragraphe 1er, le vétérinaire visé au paragraphe 1er envoie à l’ULC le formulaire de notification prévu à l’annexe 2, dûment complété avec les données déjà en sa possession. Le formulaire de notification visé sous l’alinéa 1er est envoyé par courrier électronique. Les numéros de téléphone et les adresses électroniques se trouvent sur le site internet de l’Agence: http://www.afsca.be § 4. Par dérogation au paragraphe 1er, lorsqu’il s’agit d’un avorte ment chez les ruminants, la notification vaut seulement si le diagnostic différentiel est posé dans un laboratoire qui diagnostique une maladie visée à l’annexe 1. La notification se fait dans ce cas uniquement par le laboratoire conformément à l’article 4, § 1er. Art. 6. § 1er. Par dérogation à l’article 5, la notification ne s’applique pas pour les maladies visées sous le point 1 de l’annexe 1: 1° qui sont classées dans les catégories C+D+E, D+E ou E, et ; 2° pour lesquelles un programme de surveillance a été mis en place, et ; 49645BELGISCH STAATSBLAD — 06.05.2024 — MONITEUR BELGE 3°die door jaarlijkse evaluatie van het bewakingsprogramma door het Agentschap aanzien worden als endemisch. § 2. Voor de ziekten bedoeld in paragraaf 1 zijn alle laboratoria verplicht om uiterlijk op 1 februari van elk jaar aan het Agentschap een jaarverslag te bezorgen met het aantal uitgevoerde analyses en het aantal positieve resultaten dat het voorbije jaar voor elke ziekte werd behaald. Art. 7. § 1. In toepassing van artikel 18, lid 1, c) van de verordening (EU) 2016/429 dient elke exploitant die, zonder specifieke oorzaak, een verhoogde sterfte of andere tekenen van een ernstige ziekte of een aanzienlijke daling van de (dierlijke) productie vaststelt, dit onmiddel lijk te melden bij: 1° zijn bedrijfsdierenarts, of; 2° een dierenarts naar keuze, als hij geen overeenkomst heeft met een bedrijfsdierenarts. § 2. De bedrijfsdierenarts of de dierenarts is verplicht de in paragraaf 1 bedoelde dieren te onderzoeken binnen de 24 uur volgend op de melding van de exploitant, tenzij anders bepaald in de specifieke betreffende wetgeving en, in voorkomend geval, de vereiste monsters neemt voor een laboratoriumonderzoek. § 3. Voor alle monsters verstuurd naar een erkend labo voor onderzoek naar een meldingsplichtige ziekte vermeldt de dierenarts of bedrijfsdierenarts de volgende informatie op de analyse-aanvraag: 1° de betrokken diersoort; 2° de volledige identificatie van het dier of de dieren; 3° de contactgegevens van de exploitant, de houder van het gezelschapsdier. HOOFDSTUK II. — Preventie-, en bestrijdingsmaatregelen Afdeling 1. — Algemeenheden Art. 8. § 1. Elke exploitant die een dier of een groep dieren aanvoert in zijn inrichting, met het oog op toevoeging aan een beslag, moet dit of deze dier(en) in zijn inrichting in isolatie houden tot hun gezondheids toestand gunstig wordt geacht en voor de gevallen waar een onderzoek vereist is, tot de resultaten van deze onderzoeken voor handen zijn. § 2. De exploitant mag het of de in paragraaf 1 bedoelde dier(en) alleen toevoegen aan een beslag van zijn inrichting als de gezondheids status van het of de dier(en) overeenkomt met dit van het beslag waaraan het wordt toegevoegd. § 3. Wanneer een exploitant een dier toevoegt aan een beslag zonder rekening te houden met de bepalingen van paragraaf 1, wordt aan alle dieren van dezelfde diersoort in het betrokken beslag de laagste gezondheidsstatus toegekend. Art. 9. § 1. Indien het Agentschap een regularisatie toestaat voor een dier binnengebracht op het Belgisch grondgebied, waarvoor het gezondheidscertificaat niet voorgelegd kan worden hoewel dit vereist is in toepassing van artikel 143 van de verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid door de geldende regelgeving: 1° mag het dier niet verplaatst worden zonder voorafgaande toelating van het Agentschap; 2° moet de houder binnen 24 uur na de controle van het Agentschap een beroep doen op een erkende dierenarts om op eigen kosten de identiteit van het dier te controleren en de onderzoeken voorzien in 3° uit te voeren; 3° controleert de erkende dierenarts de identiteit van het dier, voert minstens één klinisch onderzoek uit en neemt de nodige monsters om het dier te testen op de verschillende ziekten vermeld in deel II ″gezondheidsinformatie″ van het gezondheidscertificaat dat specifiek is voor de betrokken soort; 4° deelt de erkende dierenarts de resultaten van de analyses en van het klinisch onderzoek mee aan de LCE die bevoegd is voor de plaats waar het dier wordt gehouden. § 2.Het Agentschap beslist over de maatregelen die op het dier en op de inrichting van aanvoer van dit dier worden genomen vóór en na de uitslag van de in paragraaf 1, onder punt 3° bedoelde onderzoeken. Art. 10. Het Agentschap, bij vaststelling van een uitbraak van een in bijlage 1 bedoelde ziekte: 1° voert een epidemiologisch onderzoek uit; 3° qui sont considérées comme endémiques par l’évaluation annuelle du programme de surveillance par l’Agence. § 2. Pour les maladies visées au paragraphe 1er, tout laboratoire est tenu de transmettre à l’Agence au plus tard pour le 1er février de chaque année, un rapportage annuel du nombre d’analyses effectuées ainsi que du nombre de résultats positifs obtenus l’année précédente pour chaque maladie. Art. 7. § 1er. En application de l’article 18, alinéa 1, c) du règlement (UE) 2016/429, tout opérateur qui constate un taux de mortalité élevé ou d’autres signes de maladie grave ou une baisse significative de la production (animale) sans cause déterminée en informe sans délai: 1° son vétérinaire d’exploitation, ou ; 2° un vétérinaire de son choix s’il n’a pas de convention conclue avec un vétérinaire d’exploitation. § 2. Le vétérinaire d’exploitation ou le vétérinaire est tenu d’examiner les animaux visés au paragraphe 1er dans les 24 heures suivant la notification de l’opérateur, à moins que ce ne soit prévu autrement dans la législation spécifique concernée, et, le cas échéant, effectue les prélèvements requis pour un examen en laboratoire. § 3.Pour tous les échantillons envoyés vers un laboratoire agréé pour la recherche d’une maladie devant être notifiée, le vétérinaire ou vétérinaire d’exploitation mentionne sur la demande d’analyse : 1° l’espèce animale concernée; 2° l’identification complète de l’animal ou des animaux; 3° les coordonnées de l’opérateur ou du détenteur de l’animal de compagnie. CHAPITRE II. — Mesures de prévention et de lutte Section 1re. — Généralités Art. 8. § 1er. Tout opérateur qui introduit un animal ou des animaux dans son établissement en vue de l’ajouter à un troupeau doit maintenir cet animal ou ces animaux en isolement dans son établissement jusqu’à ce que leur état sanitaire soit jugé favorable et dans les cas où des examens sont nécessaires, jusqu’à ce que les résultats de ces examens soient disponibles. § 2. L’opérateur n’est autorisé à introduire l’animal ou les animaux visé(s) au paragraphe 1er dans un troupeau de son établissement que si le statut sanitaire de l’animal ou des animaux correspond à celui du troupeau auquel il est ajouté ou ils sont ajoutés. § 3. Lorsqu’un opérateur ajoute un animal à un troupeau sans tenir compte des dispositions du paragraphe 1er, tous les animaux de la même espèce du troupeau concerné se voient attribuer le statut sanitaire le plus bas. Art. 9. § 1er. Si l’Agence autorise une régularisation pour un animal introduit sur le territoire belge pour lequel un certificat sanitaire ne peut être présenté alors qu’il est requis en application de l’article 143 du règlement (UE) 2016/429 du Parlement européen et du Conseil du 9 mars 2016 relatif aux maladies animales transmissibles et modifiant et abrogeant certains actes dans le domaine de la santé animale en vigueur : 1° l’animal ne peut être déplacé sans autorisation préalable de l’Agence ; 2° le détenteur fait appel à un vétérinaire agréé, dans les 24 heures suivant le contrôle de l’Agence, afin de contrôler l’identité de l’animal et de réaliser, à ses frais, les examens prévus au 3° ; 3° le vétérinaire agréé contrôle l’identité de l’animal, effectue au minimum un examen clinique et prélève les échantillons nécessaires afin de tester l’animal pour les différentes maladies reprises dans la partie II « informations sanitaires » du certificat sanitaire propre à l’espèce concernée; 4° le vétérinaire agréé communique ensuite les résultats des analyses et de l’examen clinique à l’ULC qui est compétente pour le lieu où l’animal est détenu. § 2. L’Agence décide des mesures à prendre envers l’animal et au niveau de l’établissement d’arrivée de l’animal avant et après les résultats des examens visés au paragraphe 1er , point 3°. Art. 10. Lors de la déclaration d’un foyer d’une des maladies visées à l’annexe 1, l’Agence : 1° réalise une enquête épidémiologique ; 49646 BELGISCH STAATSBLAD — 06.05.2024 — MONITEUR BELGE 2° informeert de exploitant van de betrokken inrichting en de contactinrichtingen evenals hun bedrijfsdierenarts of in voorkomend geval hun dierenarts zoals bedoeld in artikel 7, § 1, 2° in verband met de te nemen maatregelen; als het een ziekte betreft die gezelschapsdie ren treft, informeert het Agentschap hun houder en hun dierenarts ; 3° in voorkomend geval, bakent de beperkingszone, beschermings zone en de bewakingszone af rond de betreffende site; 4° in geval van verplichte afslachting, informeert het Nationaal Referentielaboratorium betreffende de plaats en de datum van de afslachting, met het oog op een eventuele bemonstering. Afdeling 2. — Verplichtingen van de dierenartsen Art. 11. Elke dierenarts, erkende dierenarts of bedrijfsdierenarts verleent zijn medewerking aan het Agentschap voor de ingestelde maatregelen om de risico’s verbonden aan de dierenziekte te vermijden of te beperken. In het bijzonder: 1° verstrekt hij het Agentschap onmiddellijk alle informatie waarover hij beschikt, noodzakelijk voor het epidemiologisch onderzoek; 2° neemt op verzoek van het Agentschap deel aan de overlegverga deringen. Afdeling 3. — Verplichtingen van de exploitanten en houders van gezelschapsdieren Art. 12. Iedere exploitant of houder van een gezelschapsdier: 1° verstrekt het Agentschap de gevraagde inlichtingen over de gezondheidstoestand van zijn dieren, de resultaten van de onderzoeken uitgevoerd met betrekking tot de ziekte en de verplaatsingen van zijn dieren, met inbegrip van verplaatsingen van andere gevoelige diersoor ten van en naar zijn inrichting of de plaats waar de dieren gehouden worden; 2° verleent aan het Agentschap en aan zijn bedrijfsdierenarts of dierenarts alle noodzakelijke hulp om de toepassing van de maatrege len in dit besluit en de verschillende specifieke wetgevingen inzake dierziekten mogelijk te maken. In het bijzonder heeft hij de dieren die onderworpen zijn aan de voorziene onderzoeken onder controle op zulke wijze dat het onderzoek uitvoerbaar is; 3° mag zich niet verzetten tegen het nemen van monsters nodig voor de diagnose van de ziekte bij zijn dier; 4° neemt op verzoek van het Agentschap deel aan de overlegverga deringen. Art. 13. § 1. Indien de exploitant of houder van een gezelschapsdier, de bepalingen van de verschillende specifieke wetgevingen inzake dierziekten niet uitvoert of er zijn medewerking niet aan verleent, na kennisgeving ervan door het Agentschap en binnen de voorziene termijn: 1° kunnen deze ambtshalve worden toegepast door het Agentschap op kosten van de exploitant of de houder van het gezelschapsdier; 2° indien van toepassing, kan het Agentschap de inrichting onder verdenking plaatsen, voor zover dit nog niet het geval is. Het sanitaire statuut voor de betreffende dierziekte wordt opgeschort. § 2. In voorkomend geval en indien na de termijn vermeld in de eerste paragraaf de voorwaarden voor het herwinnen van het “vrije” sanitaire statuut voor de betrokken ziekte niet voldaan zijn, trekt het Agentschap het vrije statuut van de betrokken inrichting in. Art. 14. § 1. De kosten voor de uitvoering van de bewakings-, preventie-, bestrijdings- en/of uitroeiingsmaatregelen in toepassing van dit besluit, of andere specifieke wetgeving met betrekking tot dierziekten, zijn ten laste van de exploitant of de houder van een gezelschapsdier, tenzij anders bepaald in de desbetreffende wetgeving en onverminderd de toekenning van overheidssteun. § 2. De kosten voor het beheer van de sanitaire statuten van de beslagen en de daarmee gepaard gaande dienstverlening aan de exploitant, zijn ten laste van de exploitanten, tenzij anders bepaald wordt in de specifieke regelgeving. 2° informe l’opérateur de l’établissement concerné et des établisse ments de contact ainsi que leur vétérinaire d’exploitation ou le cas échéant, leur vétérinaire tel que visé à l’article 7, § 1er , 2° des mesures à prendre ; s’il s’agit d’une maladie qui concerne les animaux de compagnie, l’Agence en informe leur détenteur et leur vétérinaire ; 3° le cas échéant, délimite la zone d’accès restreint, la zone de protection et la zone de surveillance du site concerné ; 4° dans le cas d’un abattage obligatoire, informe le Laboratoire National de Référence du lieu et de la date prévue des abattages des animaux, en vue d’un éventuel échantillonnage. Section 2. — Obligations des vétérinaires Art. 11. Tout vétérinaire, vétérinaire agréé ou vétérinaire d’exploita tion collabore avec l’Agence en ce qui concerne les actions à prendre pour éviter ou réduire les risques liés à la maladie animale. En particulier, il : 1° communique immédiatement à l’Agence toutes les informations en sa possession nécessaires à l’enquête épidémiologique ; 2° participe, à la demande de l’Agence, aux réunions de concertation. Section 3. — Obligations des opérateurs et des détenteurs d’animaux de compagnie Art. 12. Tout opérateur ou détenteur d’animal de compagnie : 1° fournit à l’Agence les renseignements demandés sur la situation sanitaire de ses animaux, les résultats d’analyses concernant la maladie et les déplacements de ses animaux y compris les déplacements d’autres espèces sensibles de ou vers son établissement ou du lieu de détention des animaux ; 2° fournit à l’Agence et à son vétérinaire d’exploitation ou son vétérinaire toute l’aide nécessaire pour permettre l’application des mesures de lutte visées dans cet arrêté et dans les différentes législations spécifiques relatives aux maladies des animaux. En parti culier, il s’assure d’avoir sous contrôle les animaux qui seront soumis aux examens prévus de manière à ce que ces examens soient réalisables ; 3° ne peut s’opposer aux prélèvements d’échantillons nécessaires au diagnostic de la maladie sur son animal; 4° participe, à la demande de l’Agence, aux réunions de concertation. Art. 13. § 1er. Si l’opérateur ou le détenteur d’un animal de compagnie n’exécute pas ou ne collabore pas à l’exécution des mesures prescrites dans les législations spécifiques aux maladies animales après en avoir été informé par l’Agence et endéans le délai prévu : 1° celles-ci peuvent être appliquées par l’Agence, aux frais de l’opérateur ou du détenteur de l’animal de compagnie; 2° l’Agence peut placer l’établissement sous suspicion pour autant que ce ne soit pas déjà le cas. Le statut sanitaire pour la maladie animale concernée est suspendu. § 2. Le cas échéant et si les conditions pour récupérer le statut sanitaire « indemne » de la maladie concernée ne sont pas remplies après le délai mentionné dans le paragraphe 1er, l’Agence retire le statut indemne de l’établissement concerné. Art. 14. § 1er. Les coûts liés aux mesures de surveillance, de prévention, de lutte et/ou d’éradication, en application du présent arrêté ou prévues dans les différentes législations spécifiques aux maladies animales sont à charge des opérateurs ou détenteurs d’ani maux de compagnie, sauf si cela est stipulé différemment dans une réglementation spécifique et sans préjudice de l’octroi d’aides publi ques. § 2. Les frais relatifs à la gestion des statuts sanitaires des troupeaux et les services pour l’opérateur qui y sont associés sont à la charge des opérateurs, sauf si cela est stipulé différemment dans la réglementation spécifique. 49647BELGISCH STAATSBLAD — 06.05.2024 — MONITEUR BELGE Afdeling 4. — Reiniging en ontsmetting voor dierenziekten andere dan deze bedoeld in categorie A, zoals bedoeld in de uitvoeringsveror dening (EU) 2018/1882 van de Commissie van 3 decem ber 2018 betreffende de toepassing op de categorieën in de lijst opgenomen ziekten, van bepaalde regels voor de preventie en bestrijding van ziekten en tot vaststelling van een lijst van soorten en groepen soorten die een aanzienlijk risico vormen in verband met de verspreiding van die ziekten Art. 15. § 1. Elke exploitant van een inrichting waar een in bijlage 1 genoemde ziekte is bevestigd of die dieren ontvangen heeft van een uitbraak neemt de volgende maatregelen vóór een herbevolking : 1° een grondige natte reiniging gevolgd door een ontsmetting, onmiddellijk na het afvoeren van alle vermoedelijke en bevestigde gevallen en vóór de herbevolking, van: a) alle delen en structuren van de inrichting waar vermoedelijke en/of bevestigde gevallen verbleven hebben; b) alle voorzieningen, vervoermiddelen, laadkisten, kooien of laad manden en uitrusting, na het vervoer van dieren of producten vanuit uitbraken; c) laad- of losplaatsen voor dieren; 2° in voorkomend geval, een veilige verwijdering van de inrichting van: a) alle diervoeders, mest, strooisel, materialen, stoffen en uitrusting gebruikt in de inrichting voor medische of productiedoeleinden en die mogelijk zijn besmet; b) alle beschermende kleding of veiligheidsuitrusting die door exploitanten en bezoekers wordt gebruikt. § 2. Het door de exploitant voorgestelde protocol voor reiniging en ontsmetting moet voordien door het Agentschap goedgekeurd worden en de stappen volgen zoals bedoeld in bijlage 3. § 3. Bij leegstand als gevolg van een afslachting, ruiming of verdelging op bevel moet de reiniging en ontsmetting van de inrichting zo snel mogelijk worden uitgevoerd nadat het laatste dier waarop het slachtbevel of het bevel tot verdelging betrekking heeft is verwijderd en uiterlijk binnen een termijn van maximaal eenentwintig dagen. Na afloop van de reinigings- en ontsmettingswerkzaamheden moet een sanitaire leegstand van eenentwintig dagen worden gerespecteerd behalve ingeval de 7 stappen van het reinigings- en ontsmettingspro tocol correct werden toegepast. Art. 16. § 1. Het Agentschap controleert of het vooraf door het Agentschap goedgekeurde reinigings- en ontsmettingsprotocol correct werd toegepast. § 2. Het Agentschap verleent de inrichting opnieuw het statuut “vrij″ van de betrokken ziekte” en heft de maatregelen slechts op indien de reiniging en ontsmetting correct werden uitgevoerd. Deze moeten beëindigd worden uiterlijk 1 maand na de verwijdering van het laatste dier waarop het slachtbevel of bevel tot verdelging betrekking heeft, tenzij anders bepaald in de desbetreffende wetgeving. Art. 17. Het Agentschap kan, op basis van een risicobeoordeling, een weide als besmet beschouwen en het gebruik ervan voor weide gang verbieden gedurende een periode die lang genoeg is om het risico van persistentie van het pathogeen als verwaarloosbaar te kunnen beschouwen. Afdeling 5. — Vervoer en het slachten van dieren waarvoor een slachtbevel werd opgemaakt of dieren afkomstig van een inrichting onder verdenking of een uitbraak Onderafdeling 1. — Aangeduid slachthuis Art. 18. § 1. Een aangeduid slachthuis is een slachthuis dat voldoet aan de volgende voorwaarden: 1° het slachthuis respecteert de bepalingen inzake “verdachte dieren” van de hierna vermelde wetgeving: a) verordening (EG) 853/2004 van het Europees parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiëne voorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong, bijlage III: i. sectie I, hoofdstuk II, punt 1, b) en punt 7, ii. sectie I, hoofdstuk IV, punt 20, iii. sectie II, hoofdstuk IV, punt 10; b) koninklijk besluit van 30 november 2015 betreffende de hygiëne van levensmiddelen van dierlijke oorsprong, bijlage 3, I; Section 4. — Nettoyage et désinfection pour les maladies animales autres que celles de catégorie A telles que visées dans le règlement d’exécution (UE) 2018/1882 de la Commission du 3 décem bre 2018 sur l’application de certaines dispositions en matière de prévention et de lutte contre les maladies à des catégories de maladies répertoriées et établissant une liste des espèces et des groupes d’espèces qui présentent un risque considérable du point de vue de la propagation de ces maladies répertoriées Art. 15. § 1er. Tout opérateur d’un établissement dans lequel une maladie reprise à l’annexe 1rea été confirmée ou recevant des animaux en provenance d’un foyer applique les mesures suivantes avant un repeuplement: 1° un nettoyage à l’eau suivi d’ une désinfection en profondeur directement après l’enlèvement des cas suspects et confirmés et avant le repeuplement, de : a) toutes les parties et structures de l’établissement où des cas suspects et/ou confirmés ont séjourné ; b) toutes les installations, moyens de transport, bacs, cages ou paniers de chargement et équipements, à la suite du transport d’animaux ou de produits provenant de foyers ; c) des zones de chargement ou déchargement des animaux ; 2° et le cas échéant, une élimination sûre de l’établissement de : a) tous les aliments pour animaux, fumiers, litières, matériaux, substances et équipements utilisés dans l’établissement à des fins médicales ou de production qui pourraient avoir été contaminés ; b) tous les vêtements de protection ou équipements de sécurité utilisés par les opérateurs et les visiteurs. § 2. Le protocole de nettoyage et de désinfection proposé par l’opérateur doit être approuvé au préalable par l’Agence et suivre les étapes telles que visées à l’annexe 3. § 3. En cas de vide suite à un ordre d’abattage ou de destruction, le nettoyage et la désinfection de l’établissement doivent être réalisés le plus vite possible après l’élimination du dernier animal désigné par l’ordre d’abattage ou de destruction, et au plus tard dans un délai maximal de vingt-et-un jours. Un vide sanitaire de vingt-et-un jours doit être respecté après la fin des opérations de nettoyage et de désinfection sauf dans le cas où les 7 étapes du protocole de nettoyage et désinfection ont été correctement appliquées. Art. 16. § 1er. L’Agence contrôle si le protocole de nettoyage et de désinfection qu’elle a approuvé au préalable a été appliqué correcte ment. § 2. L’Agence ne rétablit le statut « indemne » pour la maladie concernée et ne lève les mesures qu’une fois les opérations de nettoyage et de désinfection correctement réalisées. Celles-ci doivent être termi nées dans le mois suivant l’élimination du dernier animal concerné par l’ordre d’abattage ou de destruction, sauf si cela est spécifié autrement dans une législation spécifique. Art. 17. L’Agence peut, sur base d’une analyse de risques, considé rer un pâturage comme contaminé et interdire d’y placer des animaux pendant un délai suffisant pour atteindre un risque de persistance de l’agent pathogène jugé négligeable. Section 5. — Transport et abattage d’animaux désignés par un ordre d’abattage ou d’animaux provenant d’un établissement sous suspi cion ou d’un foyer Sous-section 1re. — Abattoir désigné Art. 18. § 1er. Un abattoir désigné est un abattoir qui remplit les conditions suivantes : 1° l’abattoir respecte les dispositions en matière « d’animaux suspects » reprises dans les législations mentionnées ci-après: a) règlement (CE) 853/2004 du Parlement européen et du Conseil du 29 avril 2004 fixant des règles spécifiques d’hygiène applicables aux denrées alimentaires d’origine animale, annexe III: i. section I, chapitre II, point 1, b) et point 7, ii. section I, chapitre IV, point 20, iii. section II, chapitre IV, point 10; b) arrêté royal du 30 novembre 2015 relatif à l’hygiène des denrées alimentaires d’origine animale, annexe 3, I; 49648 BELGISCH STAATSBLAD — 06.05.2024 — MONITEUR BELGE 2° het slachthuis heeft in de laatste vijf jaar geen overtredingen begaan met betrekking tot de in dit besluit voorziene bepalingen inzake het slachten van dieren met een slachtbevel. § 2. Het Agentschap stelt een lijst op van slachthuizen die beantwoor den aan de bepalingen van paragraaf 1 en publiceert deze lijst op haar website. Onderafdeling 2. — Vervoer van dieren met een slachtbevel naar een aangeduid slachthuis Art. 19. De exploitant van de dieren waarvoor een slachtbevel werd afgeleverd, laat deze dieren slachten in een aangeduid slachthuis naar keuze dat voorkomt op de lijst bedoeld in artikel 18, § 2, ten laatste binnen de dertig dagen na de afgifte van de slachtbevel door het Agentschap. Art. 20. Deze dieren dienen rechtstreeks vanuit de inrichting met een door het Agentschap verzegeld transportmiddel naar het aange duid slachthuis vervoerd te worden. Het is verboden deze dieren tegelijkertijd met dieren van een andere inrichting te vervoeren. Onderafdeling 3. — Vervoersdocument voor het gebruik bij vervoer van dieren met een slachtbevel, dieren afkomstig van een inrichting onder verdenking of een uitbraak Art. 21. Voor elk transport van dieren met een slachtbevel of dieren afkomstig van een inrichting onder verdenking of een uitbraak, naar een aangeduid slachthuis, vraagt de exploitant bij het Agentschap een vervoersdocument per lot van dieren aan. Deze aanvraag gebeurt minstens achtenveertig uur voorafgaand aan het transport naar het aangeduid slachthuis en volgens de richtlijnen van het Agentschap. Art. 22. De exploitant brengt het aangeduid slachthuis minstens achtenveertig uur voorafgaand aan het vervoer op de hoogte van de aanvoer. Art. 23. Voor elke lot van dieren bedoeld in artikel 21 stelt het Agentschap een vervoersdocument op dat de volgende gegevens vermeldt: 1° de naam, voornaam en adres van de exploitant; 2° het beslagnummer of identificatie van de inrichting van herkomst; 3° de identificatie van de betrokken dieren; 4° de uiterste slachtdatum; 5° het aangeduide slachthuis; 6° de vervoerder; 7° in geval van verplichte afslachting, het aantal zegels en de identificatie ervan. Dit origineel vervoersdocument vergezelt het lot dieren tot in het aangeduid slachthuis. Zelfs indien de exploitant een beroep doet op een handelaar, blijft de exploitant verplicht om het voedselketeninformatiedocument zoals voorzien in de Europese regelgeving evenals het vervoersdocument in te vullen en over te maken aan de vervoerder. Art. 24. Het vervoersdocument wordt als volgt gebruikt: 1° de exploitant vult zijn deel van het vervoersdocument in en overhandigt het vervoersdocument vervolgens aan de vervoerder bij het laden van de dieren. Hij informeert de vervoerder dat het een transport betreft van dieren zoals bedoeld in artikel 21; 2° de vervoerder bevestigt dat hij kennis heeft genomen van de aard van het transport door het invullen en ondertekenen van zijn deel van het vervoersdocument dat hem overhandigd werd; 3° op het moment van aankomst van de dieren in het slachthuis bevestigt de uitbater van het aangeduid slachthuis dat hij kennis heeft genomen van de reden van slachting van deze dieren en meldt de aankomst van de dieren onmiddellijk aan de officiële dierenarts in het slachthuis; 4° op het moment van de ante mortem keuring, bevestigt de officiële dierenarts in het slachthuis dat alle dieren vermeld op het vervoersdo cument op het slachthuis aangekomen zijn en dat hij kennis heeft genomen van de reden van slachting van de dieren door het invullen en ondertekenen van zijn deel van het vervoersdocument. Art. 25. De officiële dierenarts in het slachthuis registreert alle gegevens met betrekking tot de slachting en meldt elke vastgestelde onregelmatigheid met betrekking tot het vervoer en het uitladen van de dieren onmiddellijk volgens de instructies die hem door het Agent schap worden gegeven. 2° durant les cinq dernières années, l’abattoir n’a commis aucune infraction en rapport avec les dispositions du présent arrêté concernant l’abattage d’animaux désignés par un ordre d’abattage. § 2. L’Agence dresse une liste des abattoirs qui répondent aux dispositions du paragraphe 1er et publie cette liste sur son site internet. Sous-section 2. — Transport d’animaux désignés par un ordre d’abattage vers l’abattoir désigné Art. 19. L’opérateur des animaux pour lesquels un ordre d’abattage a été délivré fait abattre ces animaux dans un abattoir désigné de son choix repris sur la liste mentionnée dans l’article 18, § 2 , au plus tard dans les trente jours qui suivent la délivrance de l’ordre d’abattage par l’Agence. Art. 20. Ces animaux sont transportés directement de l’établisse ment vers l’abattoir désigné dans un moyen de transport scellé par l’Agence. Il est interdit de transporter de tels animaux en même temps que d’autres provenant d’un autre établissement. Sous-section 3. — Document de transport à utiliser pour les animaux désignés par un ordre d’abattage ou pour le transport d’autres animaux provenant d’un établissement sous suspicion ou d’un foyer Art. 21. Pour chaque transport d’animaux désignés par un ordre d’abattage ou provenant d’un établissement sous suspicion ou d’un foyer vers un abattoir désigné, l’opérateur introduit une demande de document de transport par lot d’animaux auprès de l’Agence. Cette demande se fait au moins quarante huit heures avant le transport vers l’abattoir désigné selon les modalités communiquées par l’Agence. Art. 22. L’opérateur informe l’abattoir désigné de l’arrivée du lot au moins quarante-huit heures avant le transport. Art. 23. Pour chaque lot d’animaux visé à l’article 21, l’Agence établit un document de transport qui mentionne les données suivantes : 1° le nom, prénom et adresse de l’opérateur ; 2° le numéro de troupeau ou l’identification de l’établissement de provenance ; 3° l’identification des animaux concernés ; 4° la date limite d’abattage ; 5° l’abattoir désigné ; 6° le transporteur ; 7° lors d’abattage par ordre, le nombre et l’identification des scellés. Ce document de transport original accompagne le lot d’animaux jusqu’à l’abattoir désigné. Même si l’opérateur fait appel à un négociant, l’opérateur reste obligé de remplir le document d’information sur la chaîne alimentaire tel que requis par la règlementation européenne, ainsi que de remplir le document de transport et de le transmettre au transporteur. Art. 24. Le document de transport est utilisé de la manière suivante : 1° l’opérateur remplit sa partie du document de transport et transmet celui-ci au transporteur lors du chargement des animaux. Il informe le transporteur qu’il s’agit d’un transport d’animaux tel que mentionné dans l’article 21; 2° le transporteur confirme qu’il a pris connaissance de la nature du transport en complétant et signant sa partie du document de transport qui lui a été transmis; 3° au moment de l’arrivée des animaux dans l’abattoir, l’exploitant de l’abattoir désigné confirme qu’il a pris connaissance de la raison de l’abattage de ces animaux et informe immédiatement le vétérinaire officiel à l’abattoir de l’arrivée de ces animaux; 4° au moment de l’examen ante-mortem, le vétérinaire officiel à l’abattoir confirme l’arrivée à l’abattoir de tous les animaux mentionnés sur le document de transport et qu’il a pris connaissance de la raison de l’abattage en complétant et signant sa partie du document de transport. Art. 25. Le vétérinaire officiel à l’abattoir enregistre les données relatives à l’abattage et notifie chaque irrégularité constatée relative au transport et au déchargement des animaux selon les instructions qui lui sont données par l’Agence. 49649BELGISCH STAATSBLAD — 06.05.2024 — MONITEUR BELGE Art. 26. De exploitant, de vervoerder, de uitbater van het aange duide slachthuis en de officiële dierenarts in het slachthuis, bewaren elk een kopie van het vervoersdocument gedurende minstens een jaar. Onderafdeling 4. — Verplichtingen van de uitbater van het slachthuis Art. 27. Op het moment dat een lot dieren bedoeld in artikel 21 wordt aangeboden in zijn slachthuis dient de uitbater van een aangeduid slachthuis de volgende bepalingen te volgen: 1° hij vermeldt in het register van het slachthuis de bijzondere reden van de slachting; 2° hij houdt de dieren van het lot, gescheiden van andere dieren; 3° de dieren van het lot worden als laatste geslacht maar ten laatste binnen de vierentwintig uur na hun aankomst op het slachthuis; 4° hij brengt minstens vierentwintig uur voorafgaand aan elke geplande slachting van een dergelijk lot dieren, de officiële dierenarts in het slachthuis hiervan op de hoogte; 5° hij organiseert het slachtproces zodanig dat de veiligheid van het personeel gegarandeerd is en de officiële dierenarts de nodige onder zoeken en staalnames kan verrichten; 6° hij laat de reiniging en ontsmetting van het slachthuis, na het slachten van het lot dieren, beoordelen door de officiële dierenarts voordat een nieuwe slachtactiviteit plaatsvindt. Onderafdeling 5. — Verplichtingen van de officiële dierenarts in het slachthuis en van de vervoerder Art. 28. § 1. De officiële dierenarts in het aangeduid slachthuis dient, op het moment dat dieren bedoeld in artikel 21 worden aangeboden, de volgende bepalingen te volgen: 1° hij/zij gaat over tot een bijzonder onderzoek van de dieren met het oog op de opsporing van de ziekte en neemt monsters overeenkomstig de bepalingen van de vigerende specifieke wetgeving; 2° als bewijs van de slachting stuurt hij/zij, binnen de acht dagen na de slachting, het vervoersdocument bedoeld in artikel 23, nadat het behoorlijk door hem of haar werd ingevuld en ondertekend, terug naar het Agentschap. § 2. De vervoerder die de dieren heeft vervoerd naar een aangeduid slachthuis, dient de reiniging en ontsmetting van het gebruikte voertuig te laten controleren door de officiële dierenarts in het slachthuis voordat dit voertuig het slachthuis verlaat. Art. 29. § 1. Om onnodig dierenleed te voorkomen kan het Agent schap een bevel tot euthanasie afleveren. In dit geval wordt de euthanasie uitgevoerd op de inrichting door de bedrijfsdierenarts onder toezicht van het Agentschap. De kosten voor de euthanasie evenals de kosten voor het vervoer van het kadaver naar het destructiebedrijf zijn ten laste van de exploitant. § 2. Indien monsternames dienen te gebeuren met het oog op het opsporen van een ziekte, wordt het kadaver vervoerd naar een erkend laboratorium onder omstandigheden die een contaminatie van de omgeving voorkomen en dit op kosten van de exploitant. Afdeling 6. — Beheer van melk en melkproducten afkomstig uit inrichtingen onder verdenking of tot uitbraak verklaard Art. 30. De in de artikelen 31 en 32 vastgestelde maatregelen zijn van toepassing op melk en melkproducten afkomstig van een inrichting onder verdenking of die tot haard werd verklaard van een besmettelijke ziekte die via melk en melkproducten op de mens kan worden overgedragen, tenzij in de specifieke wetgeving anders is bepaald. Art. 31. Op een inrichting onder verdenking gelden de volgende maatregelen: 1° in afwachting van de resultaten van de opsporingstests naar de ziekte, mogen melk en melkproducten van dieren van een inrichting onder verdenking gebruikt worden voor menselijke of dierlijke con sumptie op voorwaarde dat zij eerst een adequate hittebehandeling hebben ondergaan. Indien dit niet mogelijk is, dienen de melk en de melkproducten vernietigd te worden; 2° de melk van dieren die een niet-negatief resultaat verkregen met een opsporingstests op de ziekte, mag worden gebruikt voor de dieren die in de inrichting worden gehouden, op voorwaarde dat deze vooraf een adequate hittebehandeling heeft ondergaan. Indien dit niet moge lijk is, dient de melk vernietigd te worden; Art. 26. L’opérateur, le transporteur, l’exploitant de l’abattoir dési gné et le vétérinaire officiel à l’abattoir conservent chacun une copie du document de transport durant au moins un an. Sous-section 4. — Obligations de l’exploitant de l’abattoir Art. 27. A partir du moment où le lot d’animaux visé à l’article 21 arrive dans son abattoir, l’exploitant de l’abattoir désigné est tenu de suivre les dispositions suivantes : 1° il mentionne la raison particulière de l’abattage dans le registre de l’abattoir ; 2° il détient les animaux du lot séparément des autres animaux; 3° ces animaux du lot sont abattus en dernier lieu mais en tout cas dans les vingt-quatre heures suivant leur arrivée à l’abattoir ; 4° il informe le vétérinaire officiel à l’abattoir au moins vingt-quatre heures à l’avance de tout abattage planifié d’un tel lot d’animaux ; 5° il organise le processus d’abattage de manière à garantir la sécurité du personnel et à permettre au vétérinaire officiel d’effectuer les analyses nécessaires et de prendre les échantillons requis ; 6° il fait contrôler par le vétérinaire officiel le nettoyage et la désinfection de l’abattoir après l’abattage de ce lot d’animaux et avant qu’une nouvelle activité d’abattage n’ait lieu. Sous-section 5. — Obligations du vétérinaire officiel à l’abattoir et du transporteur Art. 28. § 1er. Le vétérinaire officiel à l’abattoir désigné est tenu, au moment de l’arrivée des animaux visés à l’article 21, de suivre les dispositions suivantes: 1° il/elle procède à un examen particulier des animaux en vue de déceler la maladie et se conforme pour les prélèvements aux disposi tions des législations spécifiques en vigueur; 2° comme preuve de l’abattage, il/elle renvoie à l’Agence, dans les huit jours après l’abattage, le document visé à l’article 23 après l’avoir dûment complété et signé. § 2. Le transporteur qui a transporté les animaux vers l’abattoir désigné fait contrôler le nettoyage et la désinfection du véhicule utilisé par le vétérinaire officiel à l’abattoir avant que ce véhicule ne quitte l’abattoir. Art. 29. § 1er. Pour éviter toute souffrance animale inutile, l’Agence peut délivrer un ordre d’euthanasie. Dans ce cas, l’euthanasie est effectuée dans l’établissement par le vétérinaire d’exploitation sous la supervision de l’Agence. Les frais de l’euthanasie, ainsi que les frais de transport du cadavre vers l’usine de destruction sont à charge de l’opérateur. § 2. Si des prélèvements doivent être effectués en vue de la recherche d’une maladie, le cadavre est transporté vers un laboratoire agréé aux frais de l’opérateur et dans des conditions qui évitent de contaminer le milieu. Section 6. — Gestion du lait et des produits laitiers provenant d’un établissement sous suspicion ou déclaré foyer Art. 30. Les mesures prévues aux articles 31 et 32 sont d’application pour le lait et les produits laitiers provenant d’un établissement sous suspicion ou déclaré foyer pour une maladie contagieuse, transmissible à l’homme par le lait et les produits laitiers, sauf si précisé autrement dans les législations spécifiques. Art. 31. Dans un établissement sous suspicion, les mesures suivan tes sont d’application : 1° en attendant les résultats des tests de dépistage de la maladie, le lait et les produits laitiers provenant des animaux issus d’un établisse ment sous suspicion peuvent être utilisés pour la consommation humaine ou animale pour autant qu’ils aient subi au préalable un traitement thermique adéquat. Si cela n’est pas possible, le lait et les produits laitiers doivent être détruits; 2° le lait des animaux ayant eu un résultat non négatif aux tests de dépistage de la maladie peut être utilisé pour les animaux détenus dans l’établissement pour autant qu’il ait subi au préalable un traitement thermique adéquat. Si cela n’est pas possible, le lait doit être détruit; 49650 BELGISCH STAATSBLAD — 06.05.2024 — MONITEUR BELGE 3° de melk van dieren die negatief reageren op een opsporingstest naar de ziekte, mag voor menselijke of dierlijke consumptie worden gebruikt op voorwaarde dat zij eerst een adequate hittebehandeling heeft ondergaan. Art. 32. Op een inrichting die tot uitbraak werd verklaard gelden de volgende maatregelen: 1° in geval van totale afslachting: a. is de verkoop, levering of gebruik van melk afkomstig van dieren waarvoor een slachtbevel is uitgevaardigd, verboden en moet de melk afkomstig van deze dieren vernietigd worden; b. mag, in afwijking van het bepaalde onder punt a., en overeenkom stig artikel 28, lid 1, a) van verordening (EU) 2020/689, de melk afkomstig van dieren waarvoor een slachtbevel werd uitgevaardigd, enkel worden toegediend aan dieren die in dezelfde inrichting worden gehouden op voorwaarde dat de melk eerst een adequate hittebehan deling heeft ondergaan; 2° in geval van gedeeltelijke afslachting: a. is de verkoop, levering of gebruik van melk afkomstig van dieren waarvoor een slachtbevel is uitgevaardigd verboden en moet de melk afkomstig van deze dieren vernietigd worden; b. mag, in afwijking van het bepaalde in punt a., en overeenkomstig artikel 28, lid 1, a) van verordening (EU) 2020/689, de melk afkomstig van dieren waarvoor een slachtbevel werd uitgevaardigd, worden toegediend aan dieren die in dezelfde inrichting worden gehouden op voorwaarde dat de melk eerst een adequate hittebehandeling heeft ondergaan; c. mag de melk van dieren die negatief reageren op een opsporings test naar de ziekte, voor menselijke of dierlijke consumptie worden gebruikt, op voorwaarde dat de melk eerst een adequate hittebehan deling heeft ondergaan. Art. 33. De maatregelen beschreven in de artikelen 31 en 32 zijn van toepassing totdat de ziektevrije status van de inrichting is herwonnen. Afdeling 7. — Isolatie en quarantaine Art. 34. § 1. Erkende quarantaine inrichtingen zoals bedoeld in artikel 14 van de verordening (EU) 2019/2035 zijn, in voorkomend geval, bedoeld om dieren te huisvesten: 1° afkomstig van een Belgische inrichting die niet vrij is van een bepaalde ziekte, vooraleer ze verzonden worden naar een andere lidstaat of regio met een goedgekeurd programma of met een officieel vrij statuut voor deze ziekte; 2° die ingevoerd zijn vanuit derde landen; 3° bestemd om uitgevoerd te worden naar derde landen. § 2. Quarantaine inrichtingen zoals bedoeld in artikel 4, 38) van de verordening (EU) 2016/429 zijn in voorkomend geval bedoeld om dieren te huisvesten: 1° voorafgaand en na elke verplaatsing naar een geconsigneerde inrichting; 2° afkomstig van een Belgische inrichting die vrij is van een bepaalde ziekte en waarvoor in België een officieel goedgekeurd uitroeiingspro gramma loopt, vooraleer ze verzonden worden naar een andere lidstaat of regio met een officieel vrij statuut voor deze ziekte. § 3. In het kader van de nationale handel dient de isolatie van dieren te gebeuren volgens de bepalingen vastgelegd in artikel 8 van dit besluit. HOOFDSTUK III. — Opheffingsbepalingen Art. 35. Opgeheven worden: 1° het koninklijk besluit van 20 september 1883 houdende reglement van algemeen bestuur van de diergeneeskundige politie, laatst gewij zigd bij het koninklijk besluit van 18 september 2016; 2° het koninklijk besluit van 3 februari 2014 tot aanwijzing van de dierenziekten die vallen onder de toepassing van hoofdstuk III van de dierengezondheidswet van 24 maart 1987 en tot regeling van de aangifteplicht, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 11 juni 2020; 3° le lait des animaux ayant eu un résultat négatif aux tests de dépistage de la maladie peut être utilisé pour la consommation humaine ou animale pour autant qu’il ait subi au préalable un traitement thermique adéquat. Art. 32. Dans un établissement déclaré foyer, les mesures suivantes sont d’application: 1° en cas d’abattage total: a. la vente, la fourniture ou l’utilisation de lait provenant d’animaux désignés par un ordre d’abattage, est interdite et le lait provenant de ces animaux doit être détruit; b. par dérogation au point a., et conformément à l’article 28, paragraphe 1, a) du règlement (UE) 2020/689, le lait provenant des animaux désignés par un ordre d’abattage peut être administré uniquement aux animaux détenus dans le même établissement pour autant qu’il ait subi au préalable un traitement thermique adéquat; 2° en cas d’abattage partiel : a. la vente, la fourniture ou l’utilisation de lait provenant d’animaux désignés par un ordre d’abattage est interdite et le lait provenant de ces animaux doit être détruit ; b. par dérogation au point a., et conformément à l’article 28, paragraphe 1, a) du règlement (UE) 2020/689, le lait provenant des animaux désignés par un ordre d’abattage peut être administré uniquement aux animaux détenus dans le même établissement pour autant qu’il ait subi au préalable un traitement thermique adéquat; c. le lait des animaux ayant eu un résultat négatif aux tests de dépistage de la maladie peut être utilisé pour la consommation humaine ou animale pour autant qu’il ait subi au préalable un traitement thermique adéquat. Art. 33. Les mesures reprises aux articles 31 et 32 sont d’application jusqu’au recouvrement du statut indemne de maladie de l’établisse ment. Section 7. — Isolement et quarantaine Art. 34. § 1er. Les établissements de quarantaine agréés tels que visés à l’article 14 du règlement (UE) 2019/2035 sont, le cas échéant, destinés à héberger des animaux : 1° provenant d’un établissement belge non indemne d’une maladie, avant qu’ils soient expédiés vers un autre état membre ou une région disposant d’un programme approuvé ou d’un statut indemne officiel de cette maladie; 2° provenant d’un pays tiers ; 3° destinés à être exportés vers un pays tiers. § 2. Les établissements de quarantaine tels que visés à l’article 4, 38) du règlement (UE) 2016/429 sont, le cas échéant, destinés à héberger des animaux: 1° avant et après tout déplacement vers un établissement fermé; 2° provenant d’un établissement belge indemne d’une certaine maladie pour laquelle il existe en Belgique un programme d’éradication approuvé officiellement, avant d’être déplacés vers un état membre ou une zone indemne de cette maladie. § 3. En cas de déplacement sur le territoire national, les animaux sont placés en isolement conformément aux dispositions de l’article 8 de cet arrêté. CHAPITRE III. — Dispositions abrogatoires Art. 35. Sont abrogés : 1° l’arrêté royal du 20 septembre 1883 contenant règlement d’admi nistration générale pour assurer la surveillance de la police sanitaire des animaux domestiques, modifié en dernier lieu par l’arrêté royal du 18 septembre 2016 ; 2° l’arrêté royal du 3 février 2014 désignant les maladies des animaux soumises à l’application du chapitre III de la loi du 24 mars 1987 rela tive à la santé des animaux et portant règlement de la déclaration obligatoire, modifié en dernier lieu par l’arrêté royal du 11 juin 2020 ; 49651BELGISCH STAATSBLAD — 06.05.2024 — MONITEUR BELGE 3° het koninklijk besluit van 17 januari 2021 betreffende de bestrijding van rundertuberculose; 4° artikelen 4,§ 1, 7,§ 3, 8, 14,§ 2, 15,§ 4, 17,§ 1,3°, 17,§ 2, 19,§ 2, 23 en 26 van het koninklijk besluit van 11 december 2023 betreffende de bestrijding van de runder-, schapen- en geitenbrucellose; 5° de artikelen 4,§ 1, 7,§ 2, 8, 16, 3°, 18,§ 2, 21 en 23 van het koninklijk besluit van 18 januari 2024 betreffende de bestrijding van de enzoöti sche runderleucose. HOOFDSTUK IV. — Uitvoeringsbepaling Art. 36. De minister bevoegd voor de Veiligheid van de Voedselke ten is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 18 april 2024. FILIP Van Koningswege : De Minister van Landbouw, D. CLARINVAL 3° l’arrêté royal du 17 janvier 2021 relatif à la lutte contre la tuberculose bovine; 4° les articles 4,§ 1er, 7, § 3, 8, 14 § 2, 15,§ 4, 17,§ 1er, 3°, 17,§ 2, 19,§ 2, 23 et 26 de l’arrêté royal du 11 décembre 2023 relatif à la lutte contre la brucellose bovine, ovine et caprine; 5° les articles 4,§ 1er, 7,§ 2, 8, 16, 3°, 18,§ 2, 21 et 23 de l’arrêté royal du 18 janvier 2024 relatif à la lutte contre la leucose bovine enzootique. CHAPITRE IV. — Disposition d’exécution Art. 36. Le ministre qui a la Sécurité de la Chaîne alimentaire dans ses attributions est chargé de l’exécution du présent arrêté. Donné à Bruxelles, le 18 avril 2024. PHILIPPE Par le Roi : Le Ministre de l’Agriculture, D. CLARINVAL 49652 BELGISCH STAATSBLAD — 06.05.2024 — MONITEUR BELGE ��������� � ��� �������������� ����������� ������������� ���������������� �!������ ���������������������������� ��������� ����� ��������������"��������� #�����"������������������������������������ ����� �������������������������� �"��� ����$����������!����� %�&�� '(#��"������� ������������������)�������������� �"��� ����$��*�+,-�.//-��01�23,4-,5�06.,7389-�:00;�900;-,5�,5�.;0,6,5�:/5�900;-,5�:07.,59�<,�=,6/735.,5�:/5��<,�>3-:0,;35.9:,;0;<,535.�?@AB�CDEFGEFFC�:/5�<,�H0113993,�:/5�I�<,J,1=,;�CDEF�=,-;,KK,5<,�<,�-0,6/9935.�06�<,�J/-,.0;3,L5�35�<,�7389-�06.,501,5�23,4-,5M�:/5�=,6//7<,�;,.,79�:00;�<,�6;,:,5-3,�,5�=,9-;38<35.�:/5�23,4-,5�,5�-0-�:/9-9-,7735.�:/5�,,5�7389-�:/5�900;-,5�,5�.;0,6,5�900;-,5�<3,�,,5�//523,57384�;393J0�:0;1,5�35�:,;=/5<�1,-�<,�:,;96;,3<35.�:/5�<3,�23,4-,5N���'(O�� �����"�P�����Q ��"��������� ��Q ������������������!������������Q ���������RS%%S������� ������������T����!����������U�������� &�����! ������R���"������� �$���� �����"�P���������"�P�������$���������� ��������$��"� �� ��������Q ����� �%�S���S�����������U���������������� �����U�Q ������%�S &S�����������U���V������������������������ �"�������!���*���W�O������"�P�����X�YZ20[509,�:,;\,4-�<00;�]0;0:3;>9̂�YZ20[509,�:,;\,4-�<00;�+,6/-3-39� Y:3;>9̂�YZ20[509,�:,;\,4-�<00;�̀5K7>,52/�:3;>9̂�YZ20[509,5�:,;\,4-�<00;�:3;>99,5�0:,;.,<;/.,5�<00;�/;-+;060<,5̂�YZ:3;/7,�,520[-39J+,�,5J,6+/73-3<,5̂�YZ23,4-,�<3,�<00;�]36/+�:3;>9�:,;00;2//4-�\0;<-̂N�YZ23,4-,�<3,�<00;�a,5<;/�:3;>9�:,;00;2//4-�\0;<-N�� W���Q����b���"�P�����*�YZ=0;;,7309,̂�YZ=0->7391,̂�YZJ/16c70=/J-,;309,̂�YZ7,6-0963;09,̂�YZ739-,;309,̂�YZ693--/J09,̂�YZ9/7105,7709,̂�YZ:3=;309,̂�YZc,;935309,̂�YZ20[509,�:,;\,4-�<00;�:,;0Jc-0-0d35,Y6;0<>J,;,5<,�efghijkghklmgnokN�� QW�T�����������"�P�����X�YZ/539/43/9,̂�YZJ;c6-0960;3<309,̂�YZJc9-3J,;J09,̂�YZ-0d067/9109,̂�YZ-;3J+35,7709,N��� R'(#����� �����"��������������Q������"��������������� ��Q �������!���� ��Q ��Q����p�*��R' '(�������������Q �� ��*�YZ ,6320[-39J+,�7c16+/5.3-39̂�YZ :,93J>7/3;,�9-01/-3-39N�� R'�'(���������������X�YZ :,93J>7/3;,�9-01/-3-39̂�YZ =0:35,�9605.3K0;1,�,5J,6+/706/-+3,�?qr@B̂�YZ =,9503-309,N�� � 49653BELGISCH STAATSBLAD — 06.05.2024 — MONITEUR BELGE � R'R(��������Q �������� �����*�YZ 9J;/63,N�� R'�'(������� ����Q �� ��*�YZ J+;053J�\/9-35.�<39,/9,N�� R's'(��������������*�YZ :,93J>7/3;,�:/;4,5923,4-,̂�YZ -;3J+3509,̂�YZ :,93J>7,>2,�9-01/-3-39̂�YZ ,5200-39J+,�,5J,6+/701c,73-39�?23,4-,�:/5�t,9J+,5BN�� R')'(���������������V� �"���������� ������*�YZ ->7/;,13,N�� R'&'(��������������*�YZ :3;/7,�,5-,;3-39�=38�<,�5,;-9,5N������ R'�'(������� ����*�YZ /J/;309,̂�YZ @>;06,,9�:>37=;0,<N����� R'%'(��������!�� ��b�*�YZ =,91,--35.�1,-�q/-;/J+0J+c-;3>1�<,5<;0=/-3<39̂�YZ =,91,--35.�1,-�;/5/:3;>9N�� R' �'( ������������ �!�������!����*�YZ /6,56044,5N�� R' '����������������������u�=,91,--35.�1,-�r vrYH0wYCN��������x,23,5�01�.,:0,.<�-,�\0;<,5�=38�059�=,97>3-�:/5�EF�/6;37�CDCy�=,-;,KK,5<,�<,�/7.,1,5,�;,.,79�:00;�<,�6;,:,5-3,�,5�<,�=,9-;38<35.�:/5�=,6//7<,�<3,;,523,4-,5N�� zà{̀z��w/5�|0535.9\,.,X��},�~3539-,;�:/5�{/5<=0>\M��}N�H{ v̀]w {�� 49654 BELGISCH STAATSBLAD — 06.05.2024 — MONITEUR BELGE ���������� ��� �������������� ����������� ������������� ���������������� �!������ ���������������������������� ��������� ����� ��������������"�������� ������� ����!���������������p��������������� �������������� �"���Q ��������������������������������p��������������� �������������� �"���Q ����������S������������������������ {x@~@]@�̀]��v~ t̀@�DE�X� ]̀v̀Hat̀]x�}̀@�}@�~@{}̀]x�}�@tX���?9J+;/66,5�\/-�53,-�:/5�-0,6/9935.�39B���� @�z{�̀t ]tG���}̀@v@] vtr� DC�X� @�z{�̀t ]t�G�a�A}@v�w ]�@@]�x@�@{rH zr}̀@vX���?] ~M� }v@rM�t@{M�� �M�@Y~ ̀{M�xr~BX���q@r{ x�]��?q@���EC�J38K,;9B�35�:00;401,5<�.,:/7X���� �� DI�X� }̀@v@] vtr�?] ~M� }v@rM�t@{M�� �M�@Y~ ̀{M�xr~BX���]A~~@v�w ]�}@��v}@X���� �� Dy�X� } tA~�@]�AAv�w ]�~@{}̀]xX���� �� D��X� q@tv�||@]�}̀@v@]X���Y�}̀@vr��vtX���Y� ]t {�z@v�}̀@vr��vtX���Y�̀}@]t̀�̀H t̀@]A~~@vrX���� �� x@w v�D��X� v}�w ]�a@t�x@w v�?5//1�<3,;,523,4-,�0K�<,�019J+;38:35.�:/5�+,-�6;0=7,,1BX���� �� D��X� } tA~�q@~�]rt@v̀]x�?35<3,5�:/5�-0,6/9935.BX���� �� DF�X� ~�]rt@vr��zx@rtAAv}�] v�{ q��@]�}@� }v@rx@x@w@]r�w ]�} t�{ q�X���� �� D��X� v@rA{t t@]�w ]�}@� ] {�r@r�?35<3,5�:/5�-0,6/9935.BX���� �� x@]�~@]�~ tv@x@{@]�ED�X� v@@}r�x@]�~@]�~ tv@x@{@]X�� �� ]}@v@�̀]��v~ t̀@�EE�X� q̀��� ww�x@H�]t Ht@@v}�z@vr��]X���� �� EC�X� ]}@v@�̀]��v~ t̀@X� ��������� 49655BELGISCH STAATSBLAD — 06.05.2024 — MONITEUR BELGE �T�U�����#���O�U������U#���������O��U�#��O�U���#����O���#�����#���*����T�������S#��U���U�����Q �������$��������������������� ���W����#�����������������p��������������� �������������� �"���Q �������*����#��������������������������*��������x,23,5�01�.,:0,.<�-,�\0;<,5�=38�059�=,97>3-�:/5�EF�/6;37�CDCy�=,-;,KK,5<,�<,�/7.,1,5,�;,.,79�:00;�<,�6;,:,5-3,�,5�<,�=,9-;38<35.�:/5�=,6//7<,�<3,;,523,4-,5N�� zà{̀z��w/5�|0535.9\,.,X��},�~3539-,;�:/5�{/5<=0>\M��}N�H{ v̀]w {������ � 49656 BELGISCH STAATSBLAD — 06.05.2024 — MONITEUR BELGE ��������R� ��� �������������� ����������� ������������� ���������������� �!������ ���������������������������� ��������� ����� ��������������"����������6,,5:07.,5<,�9-/66,5�:/5�+,-�;,353.35.9Y�,5�<,935K,J-3,6;0-0J07�20/79�=,<0,7<�35�/;-34,7�E���a,-�;,353.35.9Y�,5�<,935K,J-3,6;0-0J07�=,9-//-�>3-�,,5�06,,5:07.35.�:/5�2,:,5�9-/66,5X��� �Z r-/6�E�������������� ¡¢£¤�¡¤¥�¥£¥�£¦�§�̈��¡©¥ª� ¤�¥�«¡���¡¬­�¬¬¡�̈¢¡ ���¢¢¡©¤¡¤¥ ®�̄¤�� ¢¤°�±¥¤¡����¥��+,-�.,=0>\�7,,.�-,�1/4,5�<00;�47,35,M�.,1/44,7384�-,�<,105-,;,5�10=3,7,�>3-;>9-35.,5M�,5�/7�+,-�23J+-=/;,�:>37�?20/79�K,J/73L5M�:0,<,;�0K�9-0KB�:/5�/77,�066,;:7/44,5�?35J7>93,K�7,3<35.,5M�:,59-,;=/54,5M�,52NB�-,�:,;\38<,;,5M�20</-�<,�:07.,5<,�9-/66,5�:/5�+,-�;,353.35.9Y�,5�05-91,--35.96;0-0J07�,KK3J3L5-�4>55,5�\0;<,5�>3-.,:0,;<N�@,5�//5</J+-96>5-�39�J05-;07,;,5�0K�,;�.,,5�05.,<3,;-,�39NN������ �Z r-/6�C�X�9-/6�:/5�������¤�¡¤¥�¥£¥�£��®�²¤³¤������©¤������¬¥��±¤��̈¤́¤�������°°¤�¢��¤¡�°�́ ¤́��µ¤��¤¤��06709935.�:/5�\/-,;�,5�;,353.35.96;0<>J-�01�/77,�0;./539J+,�9-0KK,5�709�-,�1/4,5�,5�06�-,�7099,5�<3,��¥¤���¥ª ¤��� ¤�� ¡¢£¤�¡¤¥�¥£¥�£�«��¤¦�̈¤¡ ¤���¤¡̈¥ª ¤¡ N����},�:07.,5<,�//5</J+-96>5-,5�10,-,5�\0;<,5�=,5/<;>4-X�4,>2,�,5�J05J,5-;/-3,�:/5�+,-�;,353.35.913<<,7M�.,9J+34-,�1,J+/539J+,�+/5<,735.M�5/7,:35.�:/5�<,�35\,;4-38<M�-,16,;/->>;�:/5�+,-�\/-,;N�� �Z r-/6�I�X�=,9-//-�>3-�+,-�960,7,5�05<,;�+0.,�<;>4N�a,-�<0,7�:/5�<,2,�9-/6�39�+,-�:,;\38<,;,5�:/5�<,�06709935.�<3,�.,=;>34-�39�-38<,59�+,-�5/-�;,353.,5�,5�<3,�0;./539J+�1/-,;3//7�4/5�=,:/--,5N��� �Z r-/6�y�X�9-/6�:/5�+,-�<;0.,5�5/�+,-�;,353.,5N�a,-�<0,7�:/5�<,2,�9-/6�39�01�-,�:00;401,5�</-�+,-�05-91,--35.913<<,7�</-�35�<,�:07.,5<,�9-/6�\0;<-�.,=;>34-M�\0;<-�:,;<>5<NN����� �Z r-/6���X��05-91,--35.�:/5�<,�359-/77/-3,9N�a3,;�39�+,-�<,�=,<0,735.�01�;,93<>,7,�13J;0Y0;./5391,5�-,�:,;53,-3.,5N�̀5�<,2,�J05-,d-�39�+,-�=,7/5.;384�01�,,5�<0,7-;,KK,5<�,5�.,9J+34-�05-91,--35.913<<,7�-,�.,=;>34,5�¶�<N\N2N�+,-�\,;435.996,J-;>1�:/5�+,-�05-91,--35.913<<,7�10,-�<,�23,4-,:,;\,44,;?9B�01:/--,5�<3,�1,5�\37�,73135,;,5�¶�,5�01�<,�//5=,:,735.,5�:/5�<,�K/=;34/5-�:00;�.,=;>34�.0,<�5/�-,�7,:,5M�20/79�=38:00;=,,7<�J05-/J--38<�,5�:,;<>5535.N�},�4,51,;4,5�:/5�+,-�3<,/7,�05-91,--35.913<<,7�2385�05<,;�/5<,;,X�?EB�95,77,�\,;435.�-,.,5�,,5�=;,,<�9J/7/�:/5�13J;0Y0;./5391,5M�?CB�,,5�=,6,;4-,�35+3=3-3,�<00;�01.,:35.9K/J-0;,5M�?IB�/K\,23.+,3<�:/5�-0d3J3-,3-�:00;�1,59M�<3,;�,5�1373,>M�?yB�9-/=373-,3-�35�6>;,�,5�:,;<>5<,�:0;1M�?�B�06709=//;+,3<�35�\/-,;�,5�/K\,23.+,3<�:/5�35/J-3:/-3,�<00;�<,�+/;<+,3<�,;:/5M�?�B�+010.,53-,3-�35�.,J05J,5-;,,;<,�,5�:,;<>5<,�:0;1M�?�B�.,=;>349.,1/4M�?FB�+00.�6,5,-;/-3,:,;10.,5M�?�B�53,-YJ0;;093,KN���@,5�7389-�1,-�-0,.,7/-,5�=30J3<,5�39�=,9J+34=//;�06�<,�\,=93-,�:/5�<,���}�w0749.,205<+,3<M�w,373.+,3<�:/5�<,�w0,<9,74,-,5�,5�{,,K1373,>�?+--69XGG\\\N+,/7-+N=,7.3>1N=,G57G=30J3<,5BN����� �Z r-/6���X�̀5K;/9-;>J->>;�>3-<;0.,5�:00;</-�53,>\,�<3,;,5�\0;<,5�.,·5-;0<>J,,;<N�a,-�39�53,-�50<3.�01�+,-�05-91,--35.913<<,7�1,-�\/-,;�-,�960,7,5�¶�=,+/7:,�:00;�<,�>3-;>9-35.,5�:00;�<,�:,;<,735.�:/5�+,-�7,3<35.\/-,;�,5�+,-�:0,<9,7N��������� 49657BELGISCH STAATSBLAD — 06.05.2024 — MONITEUR BELGE �Z r-/6���X��,KK,J-3:3-,3-9-,9-�01�-,�J05-;07,;,5�0K�<,�:0;3.,�9-/66,5�J0;;,J-�2385�>3-.,:0,;<N��������x,23,5�01�.,:0,.<�-,�\0;<,5�=38�059�=,97>3-�:/5�EF�/6;37�CDCy�=,-;,KK,5<,�<,�/7.,1,5,�;,.,79�:00;�<,�6;,:,5-3,�,5�<,�=,9-;38<35.�:/5�=,6//7<,�<3,;,523,4-,5N�� zà{̀z��w/5�|0535.9\,.,X��},�~3539-,;�:/5�{/5<=0>\M��}N�H{ v̀]w {��� � 49658 BELGISCH STAATSBLAD — 06.05.2024 — MONITEUR BELGE ������� �̧¹º»¼½½¾¿À¹½Á¼º¹ÃĹ �����������������������p��Å ���� Æ�Æ���������!���Å��������Æ��������������������Q������Q���������!�����������!������ ����������������!��p����!�����Ç��È�����Q���������Q ���������������������������!���� %�&����������Ç��������Æ��������!��p�� '(ÉÊ˹̼º¼ÃÍÊ˹ÎÍËÀÊ˹̧¹º»¼½¿ÍϺʹйÃʹº¼¹ºÁ͹Ãʹ˼ѿÀ¹¼ÑÍ̼ºÊ�*�Ò°��Ó�£¥�� ¤��µ�°� ¥¤��;Ô6,;-0;3Ô,9�60>;�7,9�¤��Õ­¤��¤��£¡¢¬�¤�� Ó¤��Õ­¤���¤°¢��°¤�� ¥��¢�¥�¥¢��� ¬�¡Õ£°¤µ¤��� Ó¤Ö×­¬�¥¢��ØÙÚÛ�ÜÝÞßàÞßßÜ� ¤�°��ᢵµ¥��¥¢�� ¬�â� ×­¤µ©¡¤�ÜÝÞß��¬¡�°Ó���°¥­��¥¢�� ¤�­¤¡��¥�¤�� ¥��¢�¥�¥¢���¤��µ��¥Õ¡¤� ¤��¡×�¤��¥¢��¤�� ¤�7>--,�J05-;,�7,9�1/7/<3,9�ã�<,9�J/-Ô.0;3,9�<,�1/7/<3,9�;Ô6,;-0;3Ô,9�,-�Ô-/=7399/5-�>5,�739-,�<,9�,96äJ,9�,-� ¤��£¡¢¬�¤�� Ó¤��Õ­¤��嬥��¡×�¤��¤���¬��¡¥�嬤�­¢��¥ ס�©°¤� ¬��¢¥��� ¤��¬¤� ¤�°���¡¢��£��¥¢�� ¤�­¤��1/7/<3,9�;Ô6,;-0;3Ô,9N���'(�����!��������"������æ�����������������Æ�����!!��������È���ÅQ�����!���V����������������������Q��������RS%%Sç�����T����!���������Æ���������ç���������� &�����! ������R������������������Q������"���������������� �����"������æ���V�!�������������ÆQ������%�S���Sç������ç����������� �� ������������Q�����%�S &Sç������ç������V������������������������������� �*���'(�����������������*�YZ200509,�6;0:0è>Ô,�6/;�7,�]0;0:3;>9�̂�YZ200509,�6;0:0è>Ô,�6/;�7,�:3;>9�<,�7é+Ô6/-3-,� �̂�YZ200509,�6;0:0è>Ô,�6/;�7,�:3;>9�<,�7/�.;366,�̂�YZ200509,9�6;0:0è>Ô,9�6/;�7,9�:3;>9�-;/59139�6/;�7,9�/;-+;060<,9�̂�YZ,5JÔ6+/73-,9�:3;/7,9�20050-3è>,9�̂�YZ1/7/<3,�J/>9Ô,�6/;�7,�:3;>9�]36/+�̂�YZ1/7/<3,�J/>9Ô,�6/;�7,�:3;>9�a,5<;/�N�� '(��������� �Q�Æ��������*�YZ=0;;Ô7309,�̂�YZ=0->7391,�̂�YZJ/16c70=/J-Ô;309,�̂�YZ7,6-0963;09,�̂�YZ739-Ô;309,�̂�YZ693--/J09,�̂�YZ9/7105,7709,�̂�YZ:3=;309,�̂�YZc,;935309,�̂�YZ200509,�6;0:0è>Ô,�6/;�efghijkghklmgnok�:Ô;0-0d3.Ô53è>,N����Q'(����������������������X�YZ/539/43/9,�̂�YZJ;c6-0960;3<309,�̂�YZJc9-3J,;J09,�̂�YZ-0d067/9109,�̂�YZ-;3J+35,7709,N���R'(����!��������������������ÆQ���æ�������Q����p���Æ���Æ!���� �æ��� �� ��*��R' '�ç �"�����Ææ�����*�YZ7c16+/5.3-,�Ô63200-3è>,�̂�YZ9-01/-3-,�:Ô93J>7,>9,N���R'�'(ç �"����� ������X�YZ9-01/-3-,�:Ô93J>7,>9,�̂�YZ,5JÔ6+/706/-+3,�9605.3K0;1,�=0:35,�?@rqB�̂�YZ=,9503-309,N��� � 49659BELGISCH STAATSBLAD — 06.05.2024 — MONITEUR BELGE � R'R'(ç �"��������������Q�������*�YZ-;,1=7/5-,�?9J;/63,BN�� R'�'(ç �"�����Q�����Æ��*�YZ1/7/<3,�<>�<Ô6Ô;399,1,5-�J+;053è>,�?J+;053J�\/9-35.�<39,/9,BN��R's'(ç �"��������Q����*�YZ1/7/<3,�:Ô93J>7,>9,�<>�60;J�̂�YZ-;3J+3509,�̂�YZ9-01/-3-,�:Ô93J>7,>9,�̂�YZ,5JÔ6+/701cÔ73-,�,5200-3è>,�?1/7/<3,�<,�t,9J+,5BN�� R')'(ç �"�����������V���Å����������� �����*�YZ->7/;Ô13,N�� R'&'(ç �"������������*�YZ,5-Ô;3-,�:3;/7,�<,9�:39059N�� R'�'(ç �"������ �������*�YZ/J/;309,�̂�YZ70è>,�,>;06Ô,55,N��R'%'(ç �"������!� � �����*�YZ35K,J-305�6/;�q/-;/J+0J+c-;3>1�<,5<;0=/-3<39�̂�YZ35K,J-305�6/;�;/5/:3;>9N�� R' �'(ç �"��������!��������� �!�����*�YZ:/;307,�<>�935.,N�� R' �*�ç �"���������������ÅQ������!����*�Y��35K,J-305�6/;�7,�r vrYH0wYCN���������w>�60>;�ê-;,�/55,dÔ�ã�50-;,�/;;ê-Ô�<>�EF�/:;37�CDCy�;,7/-3K�/>d�;ä.7,9�.Ô5Ô;/7,9�,5�1/-3ä;,�<,�6;Ô:,5-305�,-�<,�7>--,�J05-;,�J,;-/35,9�1/7/<3,9�/531/7,9N� �zà{̀zz@��z/;�7,�v03�X���{,�~3539-;,�<,�7é .;3J>7->;,M��}N�H{ v̀]w {�� 49660 BELGISCH STAATSBLAD — 06.05.2024 — MONITEUR BELGE ����p����̧¹º»¼½½¾¿À¹½Á¼º¹ÃĹ �����������������������p��Å ���� Æ�Æ���������!���Å��������Æ���������������������Q������Q���������!�����������!�������ë��!����������������Q�����������º»ÁìÀ½¼¿ÊĽ¹ÁĹºÊ¹ÃÀ¿ÊÑ¿ÊĽ¹Ã»Äѹ¼ÑÍ̼º¹ÃʹÏÁÌì¼íÑÍʹ��î¹½ÊÌìºÍ½¹ì¼½¹º»ÁìÀ½¼¿ÊĽ�ÁĹºÊ¹ÃÀ¿ÊÑ¿ÊĽ¹Ã»Äѹ¼ÑÍ̼º¹ÃʹÏÁÌì¼íÑÍʹ��S�������Æ�Æ��������������̀]��v~ t̀�]r�x@]@v {@r��DE�X� @t q{̀rr@~@]t�}@H{ v ]t�X���?=3KK,;�7/�1,5-305�35>-37,B���� �z@v t@AvG���w@t@v̀] ̀v@� DC�X� �z@v t@Av�G�}@t@]t@Av� ]̀~ {�}@�H�~z x]̀@X���?]�~M� }v@rr@M�t@{M�� �M�@Y~ ̀{M�xr~B�X���tv�Az@ A�]��?q@���EC�J+3KK;,9B�7,�J/9�ÔJ+Ô/5-X���� �� DI�X� w@t@v̀] ̀v@�?]�~M� }v@rr@M�t@{M�� �M�@Y~ ̀{M�xr~B�X���]��}é�v}v@���� �� Dy�X� } t@�@t�a@Av@�}@�}@H{ v t̀�]�X���� �� D��X� ]̀~ A��H�]H@v]@r�X���Y�@rz@H@�X���Y�]�~qv@�z v�@rz@H@�X���Y�ïÙðÚñòó�²ÓÒ²ÚïôÒõÒáöôÒòï�X���� �� } ]x@v��D��X� ] tAv@�}A�} ]x@v�?501�<,�7/�1/7/<3,�/531/7,�0>�<,9J;36-305�<>�6;0=7ä1,B�X��� D��X� } t@�}@�{é@Ha ]t̀{{�]] x@�?93�<é/6673J/-305B�X�� � DF�X� @Ha ]t̀{{�]r�@]w��@r� A�{ q�v t�̀v@�@t�H��v}�]]@@r�}A�{ q�v t�̀v@�X�� � D��X� v@rA{t tr�}@r� ] {�r@r�?93�<é/6673J/-305B�X�� � ~@rAv@r�zv̀r@r��ED�X� ~@rAv@r�}@� � zz{̀÷A@@r�X�� � Atv@r�̀]��v~ t̀�]r��EE�X� z@vr�]]@��H�]t Ht@@� �{é �rH �X����� � EC�X� Atv@r�̀]��v~ t̀�]r�X�� � ������� 49661BELGISCH STAATSBLAD — 06.05.2024 — MONITEUR BELGE �T�U������U��T��������#���È��O���#���������ë�ç������*��T�U���øUSO���U����U���� ���������!��������������W��������øU�����º»ÁìÀ½¼¿ÊĽ¹ÁĹ���ÃÀ¿ÊÑ¿ÊĽ¹Ã»Äѹ¼ÑÍ̼º¹ÃʹÏÁÌì¼íÑÍʹ*�����������øU������Æ�Æ��������*��������������w>�60>;�ê-;,�/55,dÔ�ã�50-;,�/;;ê-Ô�<>�EF�/:;37�CDCy�;,7/-3K�/>d�;ä.7,9�.Ô5Ô;/7,9�,5�1/-3ä;,�<,�6;Ô:,5-305�,-�<,�7>--,�J05-;,�J,;-/35,9�1/7/<3,9�/531/7,9N� �zà{̀zz@��z/;�7,�v03�X���{,�~3539-;,�<,�7é .;3J>7->;,M��}N�H{ v̀]w {��� � 49662 BELGISCH STAATSBLAD — 06.05.2024 — MONITEUR BELGE îÑÑÊùʹú¹̧¹º»¼½½¾¿À¹½Á¼º¹ÃĹ �����������������������p��Å ���� Æ�Æ���������!���Å��������Æ���������������������Q������Q���������!�����������!��������Ú���¤���¬­­¤��¥�¤�� ¬��¡¢�¢­¢°¤� ¤��¤��¢û�£¤�¤�� ¤� ×�¥�«¤­�¥¢���¤°�嬤��¥�×�ü�°Ó�¡�¥­°¤�Þý��{,�6;0-0J07,�<,��¤��¢û�£¤�¤�� ×�¥�«¤­�¥¢���¤�­¢µ�¢�¤� Ó¬�¤��¬­­¤��¥¢�� ¤��¤���×���¤�þ������� �Z @-/6,�E���×���¤� ¤��þ�¤��¢û�£¤��¤­þ��嬥�­¢��¥��¤�¤��°���¡×��¡��¥¢�� ¤�°Ó¥�«¡���¡¬­�¬¡¤®�ᤰ°¤YJ3�/�60>;�¢©ª¤­�¥«� ¤��¥ ¤¡�°¤�©��¥µ¤����¥��°Ó×��­¬��¥¢�� ¤���¤�¥���×嬥�¤µ¤����µ¢©¥7,9�K/J37,1,5-� ×µ¢���©°¤�§� ¤��¤««°¬¤���� Ó×°¤��£¤�¤�� ¤��¢¬�¤��°¤����°¤�×���¥�¥©°¤��Ø�¤°°¤��嬤�°¤��µ��¥Õ¡¤��«×­�°¤�§�7,9�/731,5-9�0>�7,9�60>993ä;,9B�<,�-0>-,9�7,9�9>;K/J,9��?c�J016;39�<,9�->c/>dM�<,9�/66>39�<,�K,5ê-;,M��Û��«¥�� ¤��¤¡µ¤��¡¤�°��µ¥�¤�¤���°/J,�,KK3J/J,�<,9�Ô-/6,9�9>3:/5-,9�<>�6;0-0J07,�<,�5,--0c/.,�,-� ×�¥�«¤­�¥¢�®�Ù���¢¥��� Ó���¤��¥¢��­¢��¥��¤¡��ü��ס¥«¥¤¡�°Ó�©�¤�­¤� ¤��¬¥�¥©°¤�®������ �Z @-/6,�C�X�×���¤� ¤��þ�¤��¢û�£¤�±¬µ¥ ¤þ�®�á¤��¤�×���¤�­¢��¥��¤�ü�¥µ©¥©¤¡��¢¬�¤��°¤���¬¡«�­¤����¤­�¬�¤��¢°¬�¥¢��ü�©��¤� Ó¤�¬�¤�� ¤��¡¢ ¬¥�� ¤��¤��¢û�£¤��«¥�� ¤� ×��­±¤¡�¤�� ¤�µ¤��¡¤�¤���¢°¬�¥¢��°¤��µ��¥Õ¡¤��¢¡£��¥å¬¤��嬥��Ó�¬¡�¥¤�������×�×�×°¥µ¥�פ��°¢¡�� ¤�°Ó×���¤� ¤��þ�¤��¢û�£¤��¤­þ�®��� �¤���¢¥���� Ó���¤��¥¢���¬¥�������¤¬�¤�����¡¤��¢¬°¥£�×�þ��°¤�­±¢¥Ö�,-�7/�J05J,5-;/-305�<>�6;0<>3-�<,��¤��¢û�£¤§�°Ó�­�¥¢��µ×­��¥å¬¤�� ���פ§�°¤�¡¤��¤­�� ¬��¤µ��� Ó�­�¥¢�§�°���¤µ�ס��¬¡¤� ¤�°Ó¤�¬N�� �Z @-/6,�I�X�J05939-,�ã�,KK,J->,;�>5�;35��£¤�ü�±�¬�¤��¡¤��¥¢�®�á¤��¤�×���¤����¢¬¡�¢©ª¤­�¥«� Ó×°¥µ¥�¤¡�°��907>-305�>-3739Ô,�70;9�<>�5,--0c/.,�+>13<,M�è>3�6,>-�J05-,53;�<,9�1/-3ä;,9�0;./53è>,9�,5�907>-305N��� �Z @-/6,�y�X�Ô-/6,�<,�9ÔJ+/.,�/6;ä9��¤��¢û�£¤®�á¤��¤�×���¤����¢¬¡�¢©ª¤­�¥«� Ó×�¥�¤¡�°�� ¥°¬�¥¢�� ¬� ×�¥�«¤­�����¬�¥°¥�×�ü�°Ó×���¤��¬¥����¤®������ �Z @-/6,���X��<Ô935K,J-305�<,9�359-/77/-3059N�H,77,YJ3�/�60>;�0=8,J-3K�7/�<,9-;>J-305�<,9�13J;00;./5391,9�;Ô93<>,79N�}/59�J,�J/<;,M�37�,9-�3160;-/5-�<Ó¬�¥°¥�¤¡�¬�� ×�¥�«¤­�����¤««¥­�­¤�¤�����¡¢�¡¥×�Y�­Ó¤��YãY<3;,�嬤�°¤���¤­�¡¤� Ó�­�¥�¥�×� ¬� ×�¥�«¤­����� ¢¥��¥�­°¬¡¤�°¤�¢¬�°¤�����±¢£Õ�¤?9B�å¬Ó¢�� ×�¥¡¤�×°¥µ¥�¤¡�Y�,-� ¤�©¥¤��¡¤��¤­�¤¡�°¤��¡¤­¢µµ�� ��¥¢��� Ó¬�¥°¥���¥¢����¥�¬°×¤����¡�°¤�«�©¡¥­�����¤°°¤��å¬,M�6/;�,d,167,M�°¤��¤µ��� ¤�­¢���­��¤��°�� ¥°¬�¥¢�®��¤��­�¡�­�ס¥��¥å¬¤�� ¬� ×�¥�«¤­�����¥ ×�°�­¢µ�¡¤��¤��þ��ØÞÛ�¬�¤�/J-305�;/63<,�J05-;,�>5,�7/;.,�./11,�<,�13J;00;./5391,9M�?CB�>5,�35+3=3-305�7313-Ô,�6/;�7,9�K/J-,>;9�¤��¥¡¢��¤µ¤���¬Ö§�ØâÛ�°Ó�©�¤�­¤� ¤��¢Ö3J3-Ô��¢¬¡�°Ó±¢µµ¤§�°¤����¥µ�¬Ö�¤��°Ó¤��¥¡¢��¤µ¤��M�?yB�7/����©¥°¥�×��¢¬��«¢¡µ¤���¬¡¤�¤�� ¥°¬×¤§�ØýÛ�°���¢°¬©¥°¥�×� ����°Ó¤�¬�¤��°Ó�©�¤�­¤� Ó¥��­�¥���¥¢��°¥×¤�ü�°��<>;,-Ô�<,�J,77,Y­¥§�Ø�Û�°Ó±¢µ¢£×�×¥�×��¢¬��«¢¡µ¤��­¢�­¤��¡×¤�¤�� ¥°¬×¤§�Ø�Û�°��«�­¥°¥�×� Ó¤µ6703M�?FB�>5�60>:03;�6Ô5Ô-;/5-�3160;-/5-M�?�B�7/�505�J0;;093:3-ÔN��� A5,�739-,�<,9�=30J3<,9�/>-0;39Ô9�,9-�<396053=7,�9>;�7,�93-,�35-,;5,-�<>�rz��r/5-Ô�6>=73è>,M�rÔJ>;3-Ô�<,�7/�H+/ 5,�/731,5-/3;,�,-�@5:3;055,1,5-�?+--69XGG\\\N+,/7-+N=,7.3>1N=,GK;G6;0<>3-9Y=30J3<,9BN����� �Z @-/6,���X�9ÔJ+/.,�/6;ä9�<Ô935K,J-305�<,9�35K;/9-;>J->;,9�/:/5-�7,�;,6,>67,1,5-N�̀°��Ó¤��������×­¤���¥¡¤� Ó¤««¤­�¬¤¡�¬�¤�×���¤� ¤�¡¥� �£¤�ü�°Ó¤�¬� ¬� ×�¥�«¤­�����¶�ã�6/;-�60>;�7,9�Ôè>36,1,5-9�<,�<39-;3=>-305� Ó¤�¬�¤�� ¤��¢¬¡¡¥�¬¡¤®���������� 49663BELGISCH STAATSBLAD — 06.05.2024 — MONITEUR BELGE �Z @-/6,���X��-,9-�<é,KK3J/J3-Ô�/K35�<,�:Ô;3K3,;�7,�=05�<Ô;0>7,1,5-�<,9�Ô-/6,9�6;ÔJÔ<,5-,9N������ ���������������w>�60>;�ê-;,�/55,dÔ�ã�50-;,�/;;ê-Ô�<>�EF�/:;37�CDCy�;,7/-3K�/>d�;ä.7,9�.Ô5Ô;/7,9�,5�1/-3ä;,�<,�6;Ô:,5-305�,-�<,�7>--,�J05-;,�J,;-/35,9�1/7/<3,9�/531/7,9N� �zà{̀zz@��z/;�7,�v03�X���{,�~3539-;,�<,�7é .;3J>7->;,M��}N�H{ v̀]w {��� * FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE [C − 2024/002459] 23 APRIL 2024. — Koninklijk besluit houdende uitvoering van artikelen XX.135, § 6, en XX.172, vierde lid, van het wetboek van economisch recht VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het koninklijk besluit dat we de eer hebben Uwe Majesteit ter ondertekening voor te leggen, heeft betrekking op de consignatie van activa die ontstaan na de sluiting van het faillissement van een onderneming, ongeacht of het gaat om een natuurlijke persoon of een rechtspersoon. Ingevolge de aanneming van boek XX van het Wetboek van economisch recht, maar ook ingevolge de omzetting van de herstruc tureringsrichtlijn door de wet van 7 juni 2023 is een aanpassing van het consignatiesysteem waarin het koninklijk besluit van 25 mei 1999 tot uitvoering van de artikelen 73 en 83 van de faillissementswet van 8 augustus 1997 voorziet, noodzakelijk. Dit vormt het voorwerp van voorliggend besluit. De gelegenheid wordt tevens aangegrepen om de samenhang te verzekeren met de laatste wijzigingen in de regelgeving van de Deposito- en Consignatiekas. Artikelsgewijze bespreking Artikel 1 Na de sluiting van een faillissement kunnen nog nieuwe activa opduiken. Dit eerst artikel regelt het lot van deze activa. Activa andere dan geldsommen moeten daarentegen worden gerealiseerd door een door de ondernemingsrechtbank benoemde ad hoc curator. Activa in vreemde valuta’s worden omgezet in euro’s en door de consignatiegever overgemaakt naar de Deposito- en Consig natiekas zonder dat een ad hoc curator hoeft te worden aangesteld. SERVICE PUBLIC FEDERAL JUSTICE [C − 2024/002459] 23 AVRIL 2024. — Arrête royal portant exécution des articles XX.135, § 6, et XX.172, alinéa 4, du code de droit économique RAPPORT AU ROI Sire, L’arrêté royal que nous avons l’honneur de soumettre à la signature de Votre Majesté est relatif à la consignation des actifs, qui apparaissent après la clôture d’une faillite d’une entreprise, qu’elle soit personne physique ou personne morale. Suite à l’adoption du livre XX du Code de droit économique mais également suite à la transposition de la Directive Restructuration par la loi du 7 juin 2023 une adaptation du système de consignation tel que prévu par l’arrêté royal du 25 mai 1999 portant exécution des articles 73 et 83 de la loi du 8 août 1997 sur les faillites est nécessaire. C’est l’objet du présent arrêté. L’occasion est également saisie pour assurer la cohérence avec les dernières évolutions dans la règlementation de la Caisse des Dépôts et Consignations. Commentaire des articles Article 1er Postérieurement à la clôture d’une faillite, de nouveaux actifs peuvent encore apparaître. Ce premier article règle le sort de ces actifs. Les actifs autres que des sommes, doivent être réalisés par un curateur ad hoc nommé par le tribunal de l’entreprise. Les actifs en devises étrangères sont convertis en euro et transférées à la Caisse des Dépôts et Consignations, par le consignateur sans passer par la désignation d’un curateur ad hoc. 49664 BELGISCH STAATSBLAD — 06.05.2024 — MONITEUR BELGE

Arrêté royal relatif aux règles générales en matière de prévention et de lutte contre certaines maladies animales · Nelum