Arrêté royal modifiant l’arrêté royal du 7 janvier 2014 relatif à l’approvisionnement direct par un producteur primaire du consommateur final ou du commerce de détail local en petites quantités de certaines denrées alimentaires d’origine animale et modifiant l’arrêté royal du 22 décembre 2005 fixant des mesures complémentaires pour l’organisation des contrôles officiels concernant les produits d’origine animale destinés à la consommation humaine
Made 2024-04-14 · Text as of 2026-10-01
Public law and official guidance, published as research. Not legal, tax or financial advice.
About this law
- Language
- French
- Kind
- Regulation
- Country
- Belgium
- Subjects
- Food and nutrition, Wild species and ecosystems
- Keywords
- consumer protection, fish products, food safety and quality, inspection, poultry products, swine, hunting/capture, wild fauna
Where to read it
Text
The law's own text, section by section, as held. Each section has its own link.
2° SMART-indicatoren om psychisch en sociaal welzijn, veranderin gen in middelengebruik en zorgcontinuïteit te beoordelen, evenals maatregelen om kwaliteit te beoordelen in termen van: a. beschikbaarheid van een trainingsprogramma en materiaal voor de toezichthouders ; b. het opstellen van duidelijke richtlijnen voor dienstverleners en gevangenispersoneel ; c. betrokkenheid van externe diensten ; d. kwaliteitscontrole en regelmatige actualisering van alle informatie die aan gedetineerden wordt gecommuniceerd 3° de geaggregeerde statistieken in verband met de doelgroep 4° de realisaties van het project; 5° een overzicht van bijgewoonde congressen, vormingen, ...; 6° een beschrijving van de manier waarop het project zich intern (in de instellingen) en extern (onder andere naar andere instellingen) bekend maakt; 7° een gedetailleerde beschrijving van het personeel, met minstens volgende punten: a) opleiding ; b) soort overeenkomst ; c) anciënniteit ; d) relevante kwalificaties; 8° een financiële balans: personeels- en andere kosten gedaan in het kader van dit project; 9° beleidsaanbevelingen; 10° een samenvatting van bovenstaande punten. Art. 6. De minister bevoegd voor Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 24 maart 2024. FILIP Van Koningswege : De Minister van Volksgezondheid, F. VANDENBROUCKE * FEDERAAL AGENTSCHAP VOOR DE VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN [C − 2024/003836] 14 APRIL 2024. — Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 januari 2014 betreffende de rechtstreekse levering, door een primaire producent, van kleine hoeveelheden van som mige levensmiddelen van dierlijke oorsprong aan de eindverbrui ker of aan de plaatselijke detailhandel en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 december 2005 tot vaststelling van aanvullende maatregelen voor de organisatie van de officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne, artikel 1, 2 c) en 3; Gelet op verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong, artikel 1, 3 c) tot e) en 4; 2° des indicateurs SMART permettant d’évaluer le bien-être psycho logique et social, les changements dans la consommation de substances et la continuité des soins ainsi que des mesures visant à évaluer la qualité en termes de: a. disponibilité d’un programme et de matériel de formation pour les agents de surveillance ; b. d’établissement de directives claires pour les prestataires de services et le personnel pénitentiaire ; c. d’implication de services externes ; d. de contrôle qualité et la mise à jour régulière de toutes les informations communiquées aux détenus 3° des statistiques agrégées sur le groupe cible déterminées par l’équipe de recherche ; 4° les réalisations du projet ; 5° un aperçu de la présence aux congrès, formations, ...; 6° une description de la manière dont le projet se fait connaître sur le plan interne (au sein des institutions) et sur le plan externe (notamment vis-à-vis d’autres institutions); 7° une description détaillée du personnel, reprenant au moins les points suivants: a) formation ; b) type de contrat ; c) ancienneté ; d) qualifications pertinentes; 8° un bilan financier : frais de personnel et autres engagés dans le cadre de ce projet; 9° des recommandations stratégiques; 10° un résumé des points ci-dessus. Art. 6. Le ministre qui a la Santé publique dans ses attributions est chargé de l’exécution du présent arrêté. Donné à Bruxelles, le 24 mars 2024. PHILIPPE Par le Roi : Le Ministre de la Santé publique, F. VANDENBROUCKE AGENCE FEDERALE POUR LA SECURITE DE LA CHAINE ALIMENTAIRE [C − 2024/003836] 14 AVRIL 2024. — Arrêté royal modifiant l’arrêté royal du 7 jan vier 2014 relatif à l’approvisionnement direct par un producteur primaire du consommateur final ou du commerce de détail local en petites quantités de certaines denrées alimentaires d’origine ani male et modifiant l’arrêté royal du 22 décembre 2005 fixant des mesures complémentaires pour l’organisation des contrôles offi ciels concernant les produits d’origine animale destinés à la consommation humaine PHILIPPE, Roi des Belges, A tous, présents et à venir, Salut. Vu le règlement (CE) n° 852/2004 du Parlement européen et du Conseil du 29 avril 2004 relatif à l’hygiène des denrées alimentaires, l’article 1er, 2 c) et 3 ; Vu le règlement (CE) n° 853/2004 du Parlement européen et du Conseil du 29 avril 2004 fixant des règles spécifiques d’hygiène applicables aux denrées alimentaires d’origine animale, l’article 1er, 3 c) à e) et 4 ; 45625BELGISCH STAATSBLAD — 24.04.2024 — MONITEUR BELGE Gelet op de wet van 15 april 1965 betreffende de keuring van en de handel in vis, gevogelte, konijnen en wild, en tot wijziging van de wet van 5 september 1952 betreffende de vleeskeuring en de vleeshandel, artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wetten van 13 juli 1981, 27 mei 1997 en bij het koninklijk besluit van 22 februari 2001 en artikel 4, § 1, derde lid; Gelet op de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijproducten, artikel 3, § 1, 1°, 2° en 6°, gewijzigd bij de wet van 29 december 1990 en bij het koninklijk besluit van 22 februari 2001; Gelet op de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de verbruikers op het stuk van de voedingsmidde len en andere producten, artikelen 2 en 3, gewijzigd bij de wetten van 22 maart 1989 en van 12 juli 2022; Gelet op de dierengezondheidswet van 24 maart 1987, artikel 8, 1°, gewijzigd bij de wet van 12 maart 2023; Gelet op de wet van 4 februari 2000 houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, artike len 4, §§ 1 tot 3 en 5, gewijzigd bij de wetten van 22 december 2003, 13 april 2009 en 5 mei 2020; Gelet op het koninklijk besluit van 7 januari 2014 betreffende de rechtstreekse levering, door een primaire producent, van kleine hoe veelheden van sommige levensmiddelen van dierlijke oorsprong aan de eindverbruiker of aan de plaatselijke detailhandel; Gelet op het koninklijk besluit van 22 december 2005 tot vaststelling van aanvullende maatregelen voor de organisatie van de officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong; Overwegende de verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschrif ten inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewas beschermingsmiddelen te waarborgen, tot wijziging van de verorde ningen (EG) nr. 999/2001, (EG) nr. 396/2005, (EG) nr. 1069/2009, (EG) nr. 1107/2009, (EU) nr. 1151/2012, (EU) nr. 652/2014, (EU) 2016/429 en (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, de verorde ningen (EG) nr. 1/2005 en (EG) nr. 1099/2009 van de Raad en de richtlijnen 98/58/EG, 1999/74/EG, 2007/43/EG, 2008/119/EG en 2008/120/EG van de Raad, en tot intrekking van de verordeningen (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad, de richtlijnen 89/608/EEG, 89/662/EEG, 90/425/EEG, 91/496/EEG, 96/23/EG, 96/93/EG en 97/78/EG van de Raad en besluit 92/438/EEG van de Raad; Gelet op de mededeling 2023/0646/B aan de Europese Commissie, op 20 november 2023, met toepassing van artikel 5, § 1 van richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees parlement en de raad van 9 septem ber 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij; Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 30 november 2023; Gelet op het overleg tussen de gewestregeringen en de federale overheid van 8 januari 2024; Gelet op het advies nr. 03-2024 van het Wetenschappelijk Comité, ingesteld bij het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, gegeven op 23 februari 2024; Gelet op de adviesaanvraag binnen 30 dagen, die op 14 maart 2024 bij de Raad van State is ingediend, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de beslissing 75.887/3 van de Raad van State volgens artikel 84, § 5, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Op de voordracht van de Minister van Landbouw, Artikel 1. De artikelen 2 tot en met 5 van dit besluit hebben alleen betrekking op de ontheffingen van Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong. Art. 2. In artikel 12 van het koninklijk besluit van 7 januari 2014 betref fende de rechtstreekse levering, door een primaire producent, van kleine hoeveelheden van sommige levensmiddelen van dierlijke oor sprong aan de eindverbruiker of aan de plaatselijke detailhandel wordt 2° als volgt vervangen: “2° aan de eindverbruiker of aan de plaatselijke detailhandel vanaf het vaartuig na het aanmeren of op de kade voor wat de in artikel 11, 2° en 3° bedoelde producten betreft.” Vu la loi du 15 avril 1965 concernant l’expertise et le commerce du poisson, de volailles, des lapins et du gibier, et modifiant la loi du 5 septembre 1952 relative à l’expertise et au commerce des viandes, l’article 3, § 1er, modifié par les lois des 13 juillet 1981, 27 mai 1997 et par l’arrêté royal du 22 février 2001 et l’article 4, § 1er, alinéa 3 ; Vu la loi du 28 mars 1975 relative au commerce des produits de l’agriculture, de l’horticulture et de la pêche maritime, l’article 3, § 1er, 1°, 2° et 6°, modifié par la loi du 29 décembre 1990 et par l’arrêté royal du 22 février 2001 ; Vu la loi du 24 janvier 1977 relative à la protection de la santé des consommateurs en ce qui concerne les denrées alimentaires et les autres produits, les articles 2 et 3, modifiés par les lois des 22 mars 1989 et 12 juillet 2022 ; Vu la loi du 24 mars 1987 relative à la santé des animaux, l’article 8, 1°, modifié par la loi du 12 mars 2023 ; Vu la loi du 4 février 2000 relative à la création de l’Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire, les articles 4, §§ 1 à 3 et 5, modifiés par les lois des 22 décembre 2003, 13 avril 2009 et 5 mai 2020 ; Vu l’arrêté royal du 7 janvier 2014 relatif à l’approvisionnement direct par un producteur primaire du consommateur final ou du commerce de détail local en petites quantités de certaines denrées alimentaires d’origine animale ; Vu l’arrêté royal du 22 décembre 2005 fixant des mesures complé mentaires pour l’organisation des contrôles officiels concernant les produits d’origine animale destinés à la consommation humaine ; Considérant le règlement (UE) 2017/625 du Parlement européen et du Conseil du 15 mars 2017 concernant les contrôles officiels et les autres activités officielles servant à assurer le respect de la législation alimentaire et de la législation relative aux aliments pour animaux ainsi que des règles relatives à la santé et au bien-être des animaux, à la santé des végétaux et aux produits phytopharmaceutiques, modifiant les règlements du Parlement européen et du Conseil (CE) n° 999/2001, (CE) n° 396/2005, (CE) n° 1069/2009, (CE) n° 1107/2009, (UE) n° 1151/2012, (UE) n° 652/2014, (UE) 2016/429 et (UE) 2016/2031, les règlements du Conseil (CE) n° 1/2005 et (CE) n° 1099/2009 ainsi que les directives du Conseil 98/58/CE, 1999/74/CE, 2007/43/CE, 2008/119/CE et 2008/120/CE, et abrogeant les règlements du Parlement européen et du Conseil (CE) n° 854/2004 et (CE) n° 882/2004, les directives du Conseil 89/608/CEE, 89/662/CEE, 90/425/CEE, 91/496/CEE, 96/23/CE, 96/93/CE et 97/78/CE ainsi que la décision 92/438/CEE du Conseil ; Vu la communication 2023/0646/B à la Commission européenne, le 20 novembre 2023, en application de l’article 5, paragraphe 1er, de la directive (UE) 2015/1535 du parlement Européen et du conseil du 9 septembre 2015 prévoyant une procédure d’information dans le domaine des réglementations techniques et des règles relatives aux services de la société de l’information ; Vu l’avis de l’Inspecteur des Finances, donné le 30 novembre 2023 ; Vu la concertation entre les gouvernements des régions et l’autorité fédérale du 8 janvier 2024 ; Vu l’avis n° 03-2024 du Comité scientifique, institué auprès de l’Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire, donné le 23 février 2024 ; Vu la demande d’avis dans un délai de 30 jours, adressée au Conseil d’Etat le 14 mars 2024, en application de l’article 84, § 1er, alinéa 1er, 2°, des lois sur le Conseil d’Etat, coordonnées le 12 janvier 1973 ; Vu la décision 75.887/3 du Conseil d’Etat en application de l’article 84, § 5, des lois sur le Conseil d’Etat, coordonnées le 12 janvier 1973 ; Sur la proposition du Ministre de l’Agriculture, Article 1er. Les articles 2 jusqu’à 5 inclus de cet arrêté concernent uniquement les dérogations du Règlement (CE) n° 853/2004 du Parlement européen et du Conseil du 29 avril 2004 fixant des règles spécifiques d’hygiène applicables aux denrées alimentaires d’origine animale. Art. 2. Dans l’article 12 de l’arrêté royal du 7 janvier 2014 relatif à l’approvisionnement direct par un producteur primaire du consomma teur final ou du commerce de détail local en petites quantités de certaines denrées alimentaires d’origine animale, le 2° est remplacé par ce qui suit : « 2° du navire après l’accostage ou du quai vers le consommateur final ou le commerce de détail local, en ce qui concerne les produits, visés à l’article 11, 2° et 3°. » 45626 BELGISCH STAATSBLAD — 24.04.2024 — MONITEUR BELGE Art. 3. In artikel 13 van hetzelfde besluit wordt 2° als volgt vervangen: “2° 500 kg per aanlanding voor de in artikel 11, 2° en 3° bedoelde producten.”. Art. 4. In artikel 16 van hetzelfde besluit worden volgende wijzigin gen aangebracht: a) de eerste paragraaf wordt vervangen door wat volgt: “De volgende voorwaarden worden nageleefd bij rechtstreekse levering aan de eindverbruiker of aan de plaatselijke detailhandel door de jager van kleine hoeveelheden vrij wild dat voorafgaand niet werd gekeurd in een erkende wildbewerkingsinrichting:”; b) 3° wordt vervangen door wat volgt: “3° elke jager mag ten hoogste rechtstreeks aan de eindverbruiker of aan de plaatselijke detailhandel, 2 stuks grof vrij wild en 20 stuks klein vrij wild leveren die zijn neergeschoten tijdens dezelfde onafgebroken jachtsessie van zes uur op hetzelfde jachtterrein;”; c) 5° wordt vervangen door wat volgt: “5° wilde zwijnen en andere voor trichinen gevoelige soorten ondergaan op aanvraag van de gekwalificeerde persoon een trichinen onderzoek in een geaccrediteerd of erkend laboratorium; het gunstige resultaat is gekend voor de levering of het resultaat wordt, nadat de eindconsument of de plaatselijke detailhandel bij de levering gewezen is op het belang van een lopend onderzoek, na ontvangst ervan door de gekwalificeerde persoon aan de eindconsument of de plaatselijke detailhandel meegedeeld.”; Art. 5. In artikel 19 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) de eerste paragraaf wordt vervangen door wat volgt: “§ 1. Onverminderd de bepalingen van verordening (EG) nr. 852/2004, mag de producent van pluimvee of lagomorfen tot 7.500 stuks van zijn pluimvee en tot 1.000 stuks van zijn lagomorfen per jaar op zijn bedrijf slachten voor de rechtstreekse levering van kleine hoeveelheden aan de eindverbruiker of aan de detailhandel die uitsluitend levert aan de eindverbruiker indien:”; b) in paragraaf 2 wordt een 4° ingevoegd dat als volgt luidt: “4° aan de plaatselijke detailhandel.“; Art. 6. In artikel 15 van het koninklijk besluit van 22 decem ber 2005 tot vaststelling van aanvullende maatregelen voor de organi satie van de officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong, worden de woorden “of op een door het Agentschap aanvaarde plaats” ingevoegd tussen de woorden “in een afslag” en “worden aangeboden”. Art. 7. In artikel 16 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) paragraaf 1 wordt als volgt vervangen: “§ 1. Uit zee aangevoerde visserijproducten die in een afslag of op een door het Agentschap aanvaarde plaats worden aangeboden voor eerste verkoop, worden daar door een dierenarts aan een officiële controle onderworpen in overeenstemming met de hoofdstukken II en III van bijlage III bij de bovenvermelde verordening (EG) nr. 854/2004 van 29 april 2004.”; b) in paragraaf 2 worden de woorden “of door het Agentschap aanvaarde plaatsen” ingevoegd tussen de woorden “In de afslagen” en “waar per dag dat er aanvoer van visserijproducten plaatsvindt” en tussen de woorden “In de andere afslagen” en “worden de officiële controles”. Art. 8. De Minister van Landbouw is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 14 april 2024. FILIP Van Koningswege : De Minister van Landbouw, D. CLARINVAL Art. 3. Dans l’article 13 du même arrêté, le 2° est remplacé par ce qui suit: « 2° 500 kg par débarquement pour les produits visés à l’article 11, 2° et 3°.». Art. 4. Dans l’article 16 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées : a) le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit : « L’approvisionnement direct du consommateur final ou du com merce de détail local par le chasseur en petites quantités de gibier sauvage sans passer préalablement par une expertise dans un établis sement de traitement de gibier agréé ne peut se faire que dans les conditions suivantes : » ; b) le 3° est remplacé par ce qui suit : « 3° chaque chasseur peut approvisionner directement le consomma teur final ou le commerce de détail local un maximum de 2 pièces de gros gibier sauvage et de 20 pièces de petit gibier sauvage abattus lors d’une même période continue de six heures de chasse sur un même terrain de chasse ; » ; c) le 5° est remplacé par ce qui suit : « 5° les sangliers sauvages et autres espèces sensibles aux trichines subissent à la demande de la personne formée une analyse de dépistage des trichines dans un laboratoire accrédité ou agréé ; le résultat favorable est soit connu avant la livraison, soit communiqué, après réception, au consommateur final ou au commerce de détail local par la personne formée, auquel cas l’attention du consommateur final ou du commerce de détail local doit avoir été attirée, lors de l’approvisionne ment, sur l’importance revêtue par l’analyse en cours. » ; Art. 5. Dans l’article 19 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées : a) le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit : « § 1er. Sans préjudice des dispositions du règlement (CE) n° 852/2004, le producteur de volailles ou de lagomorphes peut abattre annuelle ment dans son exploitation jusqu’à 7.500 têtes de ses volailles et jusqu’à 1.000 têtes de ses lagomorphes pour l’approvisionnement direct en petites quantités au consommateur final ou au commerce de détail qui approvisionne exclusivement le consommateur final, si : »; b) au paragraphe 2, il est inséré un 4° rédigé comme suit : « 4° au commerce de détail local. » ; Art. 6. Dans l’article 15 de l’arrêté royal du 22 décembre 2005 fixant des mesures complémentaires pour l’organisation des contrôles officiels concernant les produits d’origine animale destinés à la consommation humaine, les mots « ou un lieu accepté par l’Agence » sont insérés entre « dans une minque » et « afin de pouvoir être soumis à un contrôle officiel ». Art. 7. Dans l’article 16 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées : a) le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit : « § 1. Les produits de la pêche apportés de la mer qui sont présentés dans une minque ou un lieu accepté par l’Agence avant la première vente, y sont soumis à un contrôle officiel par un vétérinaire conformé ment aux chapitres II et III de l’annexe III du règlement précité (CE) n° 854/2004 du 29 avril 2004. » ; b) dans le paragraphe 2, les mots « ou les lieux acceptés par l’Agence » sont insérés entre « Dans les minques » et « qui, chaque jour d’arrivage » et entre « Dans les autres minques » et « , les contrôles officiels ». Art. 8. Le Ministre de l’Agriculture est chargé de l’exécution du présent arrêté. Donné à Bruxelles, le 14 avril 2024. PHILIPPE Par le Roi : Le Ministre de l’Agriculture, D. CLARINVAL 45627BELGISCH STAATSBLAD — 24.04.2024 — MONITEUR BELGE GEMEENSCHAPS- EN GEWESTREGERINGEN GOUVERNEMENTS DE COMMUNAUTE ET DE REGION GEMEINSCHAFTS- UND REGIONALREGIERUNGEN VLAAMSE GEMEENSCHAP — COMMUNAUTE FLAMANDE VLAAMSE OVERHEID [C − 2024/003715] 22 MAART 2024. — Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van verschillende besluiten van de Vlaamse Regering over de subsidiëring van personeelskosten in de sector van personen met een handicap Rechtsgrond Dit besluit is gebaseerd op: het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, artikel 8, 2°, gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014. Vormvereisten De volgende vormvereisten zijn vervuld: De Vlaamse minister, bevoegd voor het budgettair beleid, heeft zijn akkoord gegeven op 21 december 2023. Er is op 3 januari 2024 bij de Raad van State een aanvraag ingediend voor een advies binnen 30 dagen, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. De Raad van State heeft op 8 januari 2024 beslist geen advies te geven, met toepassing van artikel 84, § 5, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. Initiatiefnemer Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Na beraadslaging, DE VLAAMSE REGERING BESLUIT: HOOFDSTUK I. — Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 1993 houdende de subsidiëring van de personeelskosten in bepaalde voorzieningen van de welzijnssector Artikel 1. In artikel 8, § 1, van besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 1993 houdende de subsidiëring van de personeelskosten in bepaalde voorzieningen van de welzijnssector, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 juni 1995, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het tweede lid wordt het percentage “5 %” vervangen door het percentage “2,5%”; 2° het derde lid wordt opgeheven. HOOFDSTUK II. — Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 september 2011 betreffende de erkenning en subsidiëring van diensten Ondersteuningsplan voor het voortraject van personen met een handicap Art. 2. In artikel 12 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 september 2011 betreffende de erkenning en subsidiëring van diensten Ondersteuningsplan voor het voortraject van personen met een handicap, gewijzigd door de besluiten van de Vlaamse Regering van 21 april 2014 en 22 december 2017, wordt tussen het zesde en het zevende lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt: “In afwijking van het zesde lid kan het bedrag, vermeld in het eerste lid, aangewend worden voor de vergoeding van variabele prestaties die niet vergoed worden conform artikel 8, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 1993 houdende de subsidiëring van de personeelskosten in bepaalde voorzieningen van de welzijnssec tor.”. Art. 3. Artikel 13, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 september 2011 betreffende de erkenning en subsidiëring van diensten Ondersteuningsplan voor het voortraject van personen met een handicap, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2017, wordt vervangen door wat volgt: “Als de som van de personeelspunten die op basis van de geboden begeleidingen worden toegekend, meer dan 95% bedraagt van het aantal personeelspunten dat overeenstemt met het aantal begeleidingen waarvoor de dienst is erkend, ontvangt de dienst, in afwijking van het eerste lid, het aantal personeelspunten dat overeenstemt met het aantal begeleidingen waarvoor de dienst is erkend.”. HOOFDSTUK III. — Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 februari 2013 betreffende rechtstreeks toegankelijke hulp voor personen met een handicap Art. 4. Artikel 6, vierde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 februari 2013 betreffende rechtstreeks toegankelijke hulp voor personen met een handicap, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 2019, wordt vervangen door wat volgt: “Als de som van de personeelspunten die op basis van de geleverde prestaties worden toegekend, meer dan 95 % bedraagt van het aantal personeelspunten waarvoor de voorziening, die is erkend conform artikel 2, eerste lid, of die is erkend conform artikel 2, tweede tot en met het zesde lid, ontvangt de voorziening, in afwijking van het eerste of het derde lid, het aantal personeelspunten waarvoor de voorziening is erkend.”. Art. 5. In artikel 9, paragraaf 3, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2017, en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 22 december 2017 en 26 april 2019, wordt tussen het derde en het vierde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt: “In afwijking van het derde lid kan het bedrag, vermeld in het eerste lid, aangewend worden voor de vergoeding van variabele prestaties die niet vergoed worden conform artikel 8, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 1993 houdende de subsidiëring van de personeelskosten in bepaalde voorzieningen van de welzijnssec tor.”. 45628 BELGISCH STAATSBLAD — 24.04.2024 — MONITEUR BELGE Art. 6. Artikel 15/15, derde lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 september 2022, wordt vervangen door wat volgt: “Als de som van de personeelspunten die op basis van de geleverde prestaties worden toegekend, meer dan 95 % bedraagt van het aantal personeelspunten waarvoor de voorziening, of de organisatie tijdelijk erkend is conform artikel 15/12, ontvangt de voorziening of organisatie, in afwijking van het eerste lid het aantal personeelspunten waarvoor de voorziening is erkend.”. HOOFDSTUK IV. — Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap Art. 7. In artikel 19 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 december 2017, wordt tussen het vierde en het vijfde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt: “In afwijking van het vierde lid kan het bedrag, vermeld in het eerste lid, aangewend worden voor de vergoeding van variabele prestaties die niet vergoed worden conform artikel 8, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 1993 houdende de subsidiëring van de personeelskosten in bepaalde voorzieningen van de welzijnssec tor.”. HOOFDSTUK V. — Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016 over de besteding van het budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over organisatiegebonden kosten voor vergunde zorgaanbieders Art. 8. In artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016 over de besteding van het budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over organisatiegebonden kosten voor vergunde zorgaanbieders, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 25 november 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 3, tweede lid, wordt de tweede zin vervangen door de zin “Het agentschap berekent daarvoor het totaal aantal zorggebonden punten die de vergunde zorgaanbieder voor het kalenderjaar waarop de organisatiege bonden personeelspunten betrekking hebben, conform artikel 13, tweede lid, heeft geregistreerd bij het agentschap.”. 2° paragraaf 3, derde lid, wordt vervangen door wat volgt: “Het jaarlijks aantal organisatiegebonden personeelspunten, vermeld in het tweede lid bedraagt 16,18% van de zorggebonden punten, vermeld in het tweede lid.″ 3° in paragraaf 3 wordt het zesde lid opgeheven; 4° in paragraaf 3, zevende lid, die paragraaf 3, zesde lid wordt, wordt het woord “tweede” vervangen door het woord “vierde”; 5° in paragraaf 4, tweede lid, wordt de tweede zin vervangen door wat volgt: “Het agentschap berekent daarvoor het totaal bedrag van de vergoedingen, vermeld in de overeenkomsten met vergunde zorgaanbieders, die de budgethouders conform artikel 17, § 1, eerste lid, voor het kalenderjaar waarvoor de organisatiegebonden kosten worden betaald, hebben geregistreerd bij het agentschap.”. 6° paragraaf 4, derde lid, wordt vervangen door wat volgt: “De vergoeding voor organisatiegebonden kosten, vermeld in het tweede lid, bedraagt 16,18% van het bedrag, vermeld in het tweede lid.”. 7° paragraaf 5 wordt opgeheven; 8° in paragraaf 5/1, eerste lid, wordt het woord “vierde” vervangen door het woord “vijfde”; 9° in paragraaf 5/1 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt: “In afwijking van het eerste lid kan het bedrag, vermeld paragraaf 3, vijfde lid, aangewend worden voor de vergoeding van variabele prestaties die niet vergoed worden conform artikel 8, § 1, van het besluit van de Vlaamse regering van 15 december 1993 houdende de subsidiëring van de personeelskosten in bepaalde voorzieningen van de welzijnssector.”; 10° aan paragraaf 5/1 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt: “De besteding van het bedrag, vermeld in paragraaf 3, vijfde lid, kan gespreid worden over meer dan een boekhoudkundig jaar.”. HOOFDSTUK VI. — Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2017 houdende de methodiek voor de berekening van de subsidies voor personeelskosten Art. 9. In artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2017 houdende de methodiek voor de berekening van de subsidies voor personeelskosten, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 22 december 2017 en 17 juli 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden punt 7° en punt 8° opgeheven; 2° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt: “In afwijking van het eerste lid, 9° en 12°, gelden er geen kwalificaties voor de functiecodes, vermeld in artikel 7, tweede lid, 4°.”; 3° er wordt een derde, vierde en vijfde lid toegevoegd, die luiden als volgt: “Om de geldelijke anciënniteit te bepalen, worden de volgende arbeidsdagen gelijkgesteld met de arbeidsdagen, vermeld in de regelgeving, vermeld in het eerste lid, 9° en 10°: 1° voor het directie- en het administratief personeel: a) de gepresteerde en gelijkgestelde arbeidsdagen, in welke sector ook, ter uitvoering van een overeenkomst als bediende; b) de gepresteerde en gelijkgestelde arbeidsdagen in een administratieve functie in openbare besturen; c) de gepresteerde en gelijkgestelde arbeidsdagen in een administratieve functie in de door de overheid ingestelde, gesubsidieerde of erkende onderwijsinstellingen; 45629BELGISCH STAATSBLAD — 24.04.2024 — MONITEUR BELGE d) de gepresteerde en gelijkgestelde arbeidsdagen ter uitvoering van een overeenkomst als arbeider of bediende in een voorziening als vermeld in artikel 2, eerste lid, een maatwerkbedrijf of in een voorziening in de jeugdhulp; 2° voor het logistiek personeel: a) de gepresteerde arbeidsdagen, in welke sector ook, ongeacht het statuut; b) prestaties als zelfstandige worden aanvaard op voorwaarde van bewijs van aansluiting bij de kas voor sociale zekerheid voor zelfstandigen; 3° voor alle functies in het ondersteunend en begeleidend personeel en bijzondere functies, inclusief het opvoedkundig, paramedisch en verpleegkundig personeel: a) de gepresteerde en gelijkgestelde arbeidsdagen ter uitvoering van een overeenkomst als arbeider of bediende in een voorziening als vermeld in artikel 2, eerste lid, een voorziening in de jeugdhulp of een maatwerkbedrijf; b) de gepresteerde en gelijkgestelde arbeidsdagen in elke functie in openbare besturen, zonder dat de gepresteerde en gelijkgestelde arbeidsdagen in totaal een maximum van vijftien jaar kunnen overschrijden; c) de gepresteerde en gelijkgestelde arbeidsdagen ter uitvoering van een overeenkomst als arbeider of bediende in diensten en voorzieningen die behoren tot de sectoren van de culturele en de personeelsgebonden aangelegenheden, vermeld in artikel 4 en 5 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, zonder dat de gepresteerde en gelijkgestelde arbeidsdagen in totaal een maximum van vijftien jaar kunnen overschrijden als het een overeenkomst als arbeider betreft; d) de gepresteerde en gelijkgestelde arbeidsdagen als lid van het bestuurs-, het onderwijzend of opvoedend personeel van de door de overheid ingestelde, gesubsidieerde of erkende onderwijsinstellingen; e) de gepresteerde en gelijkgestelde arbeidsdagen als lid van het onderhoudspersoneel, logistiek of technisch personeel van de door de overheid ingestelde, gesubsidieerde of erkende onderwijsinstellingen, zonder dat de gepresteerde en gelijkgestelde arbeidsdagen in totaal een maximum van vijftien jaar kunnen overschrijden; f) de gepresteerde en gelijkgestelde arbeidsdagen, in welke sector ook, als maatschappelijk assistent, psycholoog, pedagoog, orthopedagoog, gegradueerde in de orthopedagogie, criminologie, agoog, opvoeder of lid van het begeleidend personeel, paramedicus of verpleger. Prestaties kunnen geleverd zijn als zelfstandige, uitgezonderd voor de functies geneesheer en geneesheer-specialist, op voorwaarde van bewijs van aansluiting bij de kas voor sociale zekerheid voor zelfstandigen, of op contractuele basis; g) de gepresteerde en gelijkgestelde arbeidsdagen in elke sector, met uitzondering van de sectoren, vermeld in a) tot en met g), ter uitvoering van een overeenkomst als bediende of arbeider, zonder dat de gepresteerde en gelijkgestelde arbeidsdagen in totaal een maximum van vijftien jaar kunnen overschrijden. In het derde lid wordt verstaan onder voorziening in de jeugdhulp: een erkende voorziening als vermeld in artikel 2, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019 betreffende de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen voor voorzieningen in de jeugdhulp. In afwijking van het derde lid behoudt de werknemer die door het behalen van een diploma dat toegang geeft tot een hogere functie en barema, bij de aanvang van tewerkstelling conform het hogere barema, de geldelijke anciënniteit die is verworven in het lagere barema.”. Art. 10. Bijlage 2 bij hetzelfde besluit, toegevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020, wordt opgeheven. HOOFDSTUK VII. — Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 november 2017 over de erkenning en subsidiëring van voorzieningen die ondersteuning bieden aan personen met een handicap in de gevangenis, en van units voor geïnterneerden Art. 11. In artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 november 2017 over de erkenning en subsidiëring van voorzieningen die ondersteuning bieden aan personen met een handicap in de gevangenis, en van units voor geïnterneerden, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 december 2017, wordt tussen het derde en het vierde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt: “In afwijking van het derde lid kan het bedrag, vermeld in het eerste lid, aangewend worden voor de vergoeding van variabele prestaties die niet vergoed worden conform artikel 8, § 1, van het besluit van de Vlaamse regering van 15 december 1993 houdende de subsidiëring van de personeelskosten in bepaalde voorzieningen van de welzijnssec tor.”. Art. 12. In artikel 17 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 decem ber 2017, wordt tussen het derde en vierde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt: “In afwijking van het derde lid kan het bedrag, vermeld in het eerste lid, aangewend worden voor de vergoeding van variabele prestaties die niet vergoed worden conform artikel 8, § 1, van het besluit van de Vlaamse regering van 15 december 1993 houdende de subsidiëring van de personeelskosten in bepaalde voorzieningen van de welzijnssec tor.”. HOOFDSTUK VIII. — Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 2017 over de erkenning en subsidiëring van observatie-, diagnose- en behandelingsunits Art. 13. In artikel 9 van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 2017 over de erkenning en subsidiëring van observatie-, diagnose- en behandelingsunits, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 11 januari 2019, wordt tussen het derde en het vierde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt: “In afwijking van het derde lid kan het bedrag, vermeld in het eerste lid, aangewend worden voor de vergoeding van variabele prestaties die niet vergoed worden conform artikel 8, § 1, van het besluit van de Vlaamse regering van 15 december 1993 houdende de subsidiëring van de personeelskosten in bepaalde voorzieningen van de welzijnssec tor.”. HOOFDSTUK IX. — Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 september 2018 over de zorg en ondersteuning voor personen met een niet-aangeboren hersenletsel of tetraplegie ten gevolge van een hoge dwarslaesie met de hoogste zorg en ondersteuningsnood Art. 14. In artikel 10, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 september 2018 over de zorg en ondersteuning voor personen met een niet-aangeboren hersenletsel of tetraplegie ten gevolge van een hoge dwarslaesie met de hoogste zorg- en ondersteuningsnood, wordt tussen het derde en het vierde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt: 45630 BELGISCH STAATSBLAD — 24.04.2024 — MONITEUR BELGE “In afwijking van het derde lid kan het bedrag, vermeld in het eerste lid, aangewend worden voor de vergoeding van variabele prestaties die niet vergoed worden conform artikel 8, § 1, van het besluit van de Vlaamse regering van 15 december 1993 houdende de subsidiëring van de personeelskosten in bepaalde voorzieningen van de welzijnssec tor.”. HOOFDSTUK X. — Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2018 over de zorg en ondersteuning voor geïnterneerde personen met een handicap door vergunde zorgaanbieders Art. 15. In artikel 12, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2018 over de zorg en ondersteuning voor geïnterneerde personen met een handicap door vergunde zorgaanbieders wordt tussen het derde en het vierde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt: “In afwijking van het derde lid kan het bedrag, vermeld in het eerste lid, aangewend worden voor de vergoeding van variabele prestaties die niet vergoed worden overeenkomstig artikel 8, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 1993 houdende de subsidiëring van de personeelskosten in bepaalde voorzieningen van de welzijnssector.”. HOOFDSTUK XI. — Slotbepalingen Art. 16. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2023, met uitzondering van artikel 9 en 10, die uitwerking hebben met ingang van 1 januari 2024. Art. 17. De Vlaamse minister, bevoegd voor de personen met een beperking, is belast met de uitvoering van dit besluit. Brussel, 22 maart 2024. De minister-president van de Vlaamse Regering, J. JAMBON De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, H. CREVITS TRADUCTION AUTORITE FLAMANDE [C − 2024/003715] 22 MARS 2024. — Arrêté du Gouvernement flamand modifiant divers arrêtés du Gouvernement flamand relatifs au subventionnement de frais de personnel dans le secteur des personnes handicapées Fondement juridique Le présent arrêté est fondé sur : le décret du 7 mai 2004 portant création de l’agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique « Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap » (Agence flamande pour les Personnes handicapées), article 8, 2°, modifié par le décret du 25 avril 2014. Formalités Les formalités suivantes ont été remplies : le ministre flamand qui a la politique budgétaire dans ses attributions a donné son accord le 21 décembre 2023. le 3 janvier 2024, une demande d’avis dans les 30 jours a été introduite auprès du Conseil d’État en application de l’article 84, § 1er, alinéa 1er, des lois sur le Conseil d’État, coordonnées le 12 janvier 1973. le Conseil d’État a décidé le 8 janvier 2024 de ne pas rendre d’avis, en application de l’article 84, § 5, des lois sur le Conseil d’État, coordonnées le 12 janvier 1973. Initiateur Le présent arrêté est proposé par la ministre flamande du Bien-Être, de la Santé publique et de la Famille. Après délibération, LE GOUVERNEMENT FLAMAND ARRÊTE : CHAPITRE Ier. — Modifications de l’arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 1993 réglant l’octroi de subventions pour les frais de personnel dans certaines structures du secteur de l’aide sociale Article 1er. À l’article 8, § 1er, de l’arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 1993 réglant l’octroi de subventions pour les frais de personnel dans certaines structures du secteur de l’aide sociale, modifié par l’arrêté du Gouvernement flamand du 12 juin 1995, les modifications suivantes sont apportées : 1° dans l’alinéa 2, le pourcentage « 5 % » est remplacé par le pourcentage « 2,5 % » ; 2° l’alinéa 3 est abrogé. 45631BELGISCH STAATSBLAD — 24.04.2024 — MONITEUR BELGE