Skip to content
Nelum
Laws of Belgium

Arrêté royal du 1 december 2013 relatif aux conditions de police sanitaire régissant les mouvements d’équidés, les importations d’équidés en provenance des pays tiers et le transit

Made 2013-12-01 · Text as of 2026-10-01

Public law and official guidance, published as research. Not legal, tax or financial advice.

research.laws.repealedOn

About this law

Original title
1 December 2013 Koninklijk besluit betreffende de veterinairrechtelijke voorschriften voor het verkeer van paardachtigen, de invoer van paardachtigen uit derde landen en de doorvoer.
Language
French; Dutch
Kind
Regulation
Country
Belgium
Subjects
Livestock
Keywords
animal production, equine-animals, registration, transport/storage, international trade, certification, legal proceedings/administrative proceedings, inspection
Categories
*

Where to read it

Text

The law's own text, section by section, as held. Each section has its own link.

  1. FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU [C − 2013/24432] 1 DECEMBER 2013. — Koninklijk besluit betreffende de veterinair rechtelijke voorschriften voor het verkeer van paardachtigen, de invoer van paardachtigen uit derde landen en de doorvoer FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de Grondwet, artikel 108; Gelet op de dierengezondheidswet van 24 maart 1987, artikel 15, 1° en 2°, gewijzigd bij de wet van 1 maart 2007; Gelet op de wet van 4 februari 2000 houdende de oprichting van het Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, artikel 4, § 1 tot § 3, gewijzigd bij de wet van 22 december 2003 en artikel 5, lid 2, 13°; Gelet op het koninklijk besluit van 16 november 2001 houdende het toevertrouwen van bijkomende opdrachten aan het federaal Agent schap voor de Veiligheid van de Voedselketen, artikel 2, d); Gelet op het ministerieel besluit van 29 september 1992 betreffende de veterinairrechtelijke voorschriften voor bewegingen, de invoer en het verkeer van paardachtigen; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 3 september 2012; Gelet op het overleg tussen de Gewestregeringen en de Federale Overheid op 8 november 2012; Gelet op advies 50.633/3 van de Raad van State, gegeven op 13 december 2011, en het advies 53.765/1/V gegeven op 16 septem ber 2013 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende de beschikking 92/260/EEG van de Commissie van 10 april 1992 inzake veterinairrechtelijke voorschriften en veterinaire certificering voor tijdelijke toelating van geregistreerde paarden; Overwegende de beschikking 93/195/EEG van de Commissie van 2 februari 1993 inzake veterinairrechtelijke voorschriften en veterinaire certificering voor het opnieuw binnenbrengen, na tijdelijke uitvoer, van geregistreerde paarden voor wedrennen, wedstrijden en culturele manifestaties; Overwegende de beschikking 93/196/EEG van de Commissie van 5 februari 1993 inzake veterinairrechtelijke voorschriften en veterinaire certificering voor de invoer van voor de slacht bestemde paardachtigen; Overwegende de beschikking 93/197/EEG van de Commissie van 5 februari 1993 inzake veterinairrechtelijke voorschriften en veterinaire certificering voor de invoer van geregistreerde paardachtigen en van als fok- en gebruiksdier gehouden paardachtigen; Overwegende de beschikking 2004/211/EG van de Commissie van 6 januari 2004 tot vaststelling van de lijst van derde landen en delen van hun grondgebied waaruit de lidstaten de invoer toestaan van levende paardachtigen en sperma, eicellen en embryo’s van paarden en tot wijziging van de beschikkingen 93/195/EEG en 94/63/EG; Overwegende de beschikking 2010/57/EU van de Commissie van 3 februari 2010 tot vaststelling van gezondheidsgaranties voor de doorvoer van paardachtigen die worden vervoerd door de in bijlage I bij richtlijn 97/78/EG van de Raad opgenomen gebieden; Overwegende de verordening (EG) nr. 599/2004 van de Commissie van 30 maart 2004 tot vaststelling van een geharmoniseerd model voor een certificaat en inspectieverslag voor het intracommunautaire han delsverkeer in dieren en producten van dierlijke oorsprong; Overwegende de beschikking 2007/240/EG van de Commissie van 16 april 2007 tot vaststelling van nieuwe veterinaire certificaten voor levende dieren, sperma, embryo’s, eicellen en producten van dierlijke oorsprong die in de Gemeenschap worden binnengebracht uit hoofde van de beschikkingen 79/542/EEG, 92/260/EEG, 93/195/EEG, 93/196/EEG, 93/197/EEG, 95/328/EG, 96/333/EG, 96/539/EG, 96/540/EG, 2000/572/EG, 2000/585/EG, 2000/666/EG, 2002/613/EG, 2003/56/EG, 2003/779/EG, 2003/804/EG, 2003/858/EG, 2003/863/EG, 2003/881/EG, 2004/407/EG, 2004/438/EG, 2004/595/EG, 2004/639/EG en 2006/168/EG; SERVICE PUBLIC FEDERAL SANTE PUBLIQUE, SECURITE DE LA CHAINE ALIMENTAIRE ET ENVIRONNEMENT [C − 2013/24432] 1er DECEMBRE 2013. — Arrêté royal relatif aux conditions de police sanitaire régissant les mouvements d’équidés, les importations d’équidés en provenance des pays tiers et le transit PHILIPPE, Roi des Belges, A tous, présents et à venir, Salut. Vu la Constitution, l’article 108; Vu la loi du 24 mars 1987 relative à la santé des animaux, l’article 15, 1° et 2°, modifiés par la loi du 1er mars 2007; Vu la loi du 4 février 2000 relative à la création de l’Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire, l’article 4, § 1er à § 3, modifié par la loi du 22 décembre 2003 et l’article 5, alinéa 2, 13°; Vu l’arrêté royal du 16 novembre 2001 confiant à l’Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire des missions complémentai res, l’article 2, d); Vu l’arrêté ministériel du 29 septembre 1992 relatif aux conditions de police sanitaire régissant les mouvements, l’importation et les échanges d’équidés; Vu l’avis de l’Inspecteur des Finances, donné le 3 septembre 2012; Vu les concertations entre les Gouvernements régionaux et l’Autorité fédérale du 8 novembre 2012; Vu l’avis 50.633/3 du Conseil d’Etat, donné le 13 décembre 2011, et l’avis 53.765/1/V donné le 16 septembre 2013 en application de l’arti cle 84, § 1er, alinéa 1er, 1°, des lois sur le Conseil d’Etat, coordonnées le 12 janvier 1973; Considérant la décision 92/260/CEE de la Commission du 10 avril 1992 relative aux conditions sanitaires et à la certification sanitaire requises pour l’admission temporaire de chevaux enregistrés; Considérant la décision 93/195/CEE de la Commission du 2 février 1993, relative aux conditions sanitaires et à la certification sanitaire requises pour la réadmission de chevaux enregistrés en vue des courses, de la compétition et de manifestations culturelles après exportation temporaire; Considérant la décision de la Commission 93/196/CEE du 5 février 1993 relative aux conditions sanitaires et à la certification sanitaire requises pour les importations d’équidés de boucherie; Considérant la décision 93/197/CEE de la Commission du 5 février 1993 relative aux conditions sanitaires et à la certification sanitaire requises pour les importations d’équidés enregistrés ainsi que d’équidés d’élevage et de rente; Considérant la décision 2004/211/CE de la Commission du 6 jan vier 2004 établissant la liste des pays tiers et des parties de territoires de ces pays en provenance desquels les Etats membres autorisent les importations d’équidés vivants et de sperme, d’ovules et d’embryons de l’espèce équine, et modifiant les décisions 93/195/CEE et 94/63/CE; Considérant la décision 2010/57/UE de la Commission du 3 février 2010 établissant des garanties sanitaires pour le transit des équidés transportés à travers les territoires mentionnés à l’annexe Ire de la Directive 97/78/CE du Conseil; Considérant le règlement (CE) n° 599/2004 de la Commission du 30 mars 2004 relatif à l’adoption d’un modèle harmonisé de certificat et de compte rendu d’inspection liés aux échanges intracommunautaires d’animaux et de produits d’origine animale; Considérant la décision 2007/240/CE de la Commission du 16 avril 2007 établissant de nouveaux certificats vétérinaires d’introduc tion des animaux vivants, de la semence, des embryons, des ovules et des produits d’origine animale dans la Communauté dans le cadre des décisions 79/542/CEE, 92/260/CEE, 93/195/CEE, 93/196/CEE, 93/197/CEE, 95/328/CE, 96/333/CE, 96/539/CE, 96/540/CE, 2000/572/CE, 2000/585/CE, 2000/666/CE, 2002/613/CE, 2003/56/CE, 2003/779/CE, 2003/804/CE, 2003/858/CE, 2003/863/CE, 2003/881/CE, 2004/407/CE, 2004/438/CE, 2004/595/CE, 2004/639/CE et 2006/168/CE; 101292 MONITEUR BELGE — 20.12.2013 − Ed. 4 — BELGISCH STAATSBLAD Overwegende de verordening (EG) nr. 504/2008 van de Commissie van 6 juni 2008 ter uitvoering van de richtlijnen 90/426/EEG en 90/427/EEG van de Raad wat betreft methoden voor de identificatie van paardachtigen; Op de voordracht van de Minister van Landbouw, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK I. — Algemene bepalingen Artikel 1. Dit besluit is de gedeeltelijke omzetting van de richt lijn 2009/156/EG van de Raad van 30 november 2009 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het verkeer van paardach tigen en de invoer van paardachtigen uit derde landen. Het legt de veterinairrechtelijke voorschriften vast die van toepassing zijn op de bewegingen tussen lidstaten en de invoer van paardachtigen vanuit derde landen. Art. 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° bedrijf : landbouwbedrijf of trainingscentrum, stal of in het algemeen, elk lokaal of elke installatie waar gewoonlijk paardachtigen worden gehouden of gefokt, ongeacht hun gebruik; 2° paardachtigen : als huisdier gehouden of in het wild levende paarden - met inbegrip van zebra’s - en ezels of kruisingen daarvan; 3° geregistreerde paardachtigen : elke geregistreerde paardachtige als omschreven in de richtlijn 90/427/EEG van de Raad van 26 juni 1990 tot vaststelling van zoötechnische en genealogische voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer in paardachtigen, die wordt geïdentificeerd door middel van een identificatiedocument dat is afgegeven door de met het fokken belaste instantie of door elke andere bevoegde instantie van het land van oorsprong van de paardachtige die het stamboek of het rasregister van deze paardachtige beheert of, elke internationale vereniging of organisatie die paarden beheert met het oog op wedstrijden of paardenrennen; 4° als slachtdieren gehouden paardachtigen : paardachtigen die zijn bestemd om hetzij rechtstreeks hetzij na via een markt of een erkend verzamelcentrum te zijn doorgevoerd, naar het slachthuis te worden gebracht om daar te worden geslacht zoals bepaald in artikel 2, 8° van het koninklijk besluit van 9 juli 1999 betreffende de bescherming van dieren tijdens het vervoer en de erkenningsvoorwaarden van vervoer ders, handelaars, halteplaatsen en verzamelcentra; 5° als fok- en gebruiksdieren gehouden paardachtigen : andere paardachtigen dan die welke onder 3° en 4° worden genoemd; 6° verkeer : bewegingen van paardachtigen tussen de lidstaten; 7° van paardenpest vrij(e) lidstaat of derde land : elk(e) lidstaat of derde land op het grondgebied waarvan bij niet ingeënte paarden geen klinische, serologische of epidemiologische aanwijzing bestaat voor de aanwezigheid van paardenpest gedurende de laatste twee jaren en waar de laatste twaalf maanden geen inentingen tegen deze ziekte zijn verricht; 8° invoer : de invoer vanuit een derde land; 9° doorvoer : de doorvoer van paardachtigen van een derde land naar een ander derde land of naar hetzelfde derde land over het grondgebied van één of meerder lidstaten; 10° tijdelijke toelating : status van een uit een derde land afkomstige geregistreerde paardachtige die op het grondgebied van de Unie is toegelaten voor een periode van minder dan negentig dagen; 11° lidstaat : staat die deel uitmaakt van de EU en voor dit besluit Noorwegen, Zwitserland en Liechtenstein; 12° minister : de minister die de Landbouw onder zijn bevoegdheid heeft; 13° agentschap : het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen; 14° officiële dierenarts : naargelang het geval : een dierenarts die van de veterinaire autoriteiten van het derde land de toestemming heeft gekregen om gezondheidsinspecties op levende dieren te verrichten en een officiële certificering uit te voeren, of de dierenarts van het Agentschap of de dierenarts zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 20 december 2004 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen taken door zelfstandige dierenartsen kan laten verrichten; Considérant le règlement (CE) n° 504/2008 de la Commission du 6 juin 2008 portant application des directives 90/426/CEE et 90/427/CEE du Conseil en ce qui concerne les méthodes d’identification des équidés; Sur la proposition de la Ministre de l’Agriculture, Nous avons arrêté et arrêtons : CHAPITRE Ier. — Dispositions générales Article 1er. Le présent arrêté transpose partiellement la direc tive 2009/156/CE du Conseil du 30 novembre 2009 relative aux conditions de police sanitaire régissant les mouvements d’équidés et les importations d’équidés en provenance de pays tiers. Il définit les conditions de police sanitaire régissant les mouvements entre états membres et les importations d’équidés en provenance de pays tiers. Art. 2. Pour l’application du présent arrêté, il faut entendre par : 1° exploitation: établissement agricole ou d’entraînement, l’écurie ou, d’une manière générale, tout local ou toute installation dans lequel des équidés sont détenus ou élevés de façon habituelle, quelle que soit leur utilisation; 2° équidés: les animaux domestiques ou sauvages des espèces équine y compris les zèbres - ou asine ou les animaux issus de leurs croisements; 3° équidé enregistré: tout équidé enregistré, tel que défini par la directive 90/427/CEE du Conseil du 26 juin 1990 relative aux conditions zootechniques et généalogiques régissant les échanges intracommunautaires d’équidés, identifié au moyen d’un document d’identification qui est délivré par l’autorité d’élevage ou toute autre autorité compétente du pays d’origine de l’équidé qui gère le livre généalogique ou le registre de la race de cet équidé ou, toute association ou organisation internationale gérant des chevaux en vue de la compétition ou des courses; 4° équidés de boucherie: les équidés destinés à être menés à l’abattoir, soit directement, soit après passage dans un marché ou un centre de rassemblement agréé, tel que visé à l’article 2, 8° de l’arrêté royal du 9 juillet 1999 relatif à la protection des animaux pendant le transport et aux conditions d’enregistrement des transporteurs et d’agrément des négociants, des points d’arrêt et des centres de rassemblement pour y être abattus; 5° équidés d’élevage et de rente: les équidés autres que ceux mentionnés aux points 3° et 4°; 6° échanges: mouvements d’équidés entre les états membres; 7° état membre ou pays tiers indemne de peste équine: tout état membre ou pays tiers sur le territoire duquel aucune évidence clinique, sérologique (chez les équidés non vaccinés) ou épidémiologique n’a permis de constater la présence de peste équine au cours des deux dernières années et dans lequel la vaccination contre cette maladie n’a pas été pratiquée au cours des douze derniers mois; 8° importation: l’importation en provenance d’un pays tiers; 9° transit: le transit d’équidés en provenance d’un pays tiers vers un autre pays tiers ou vers le même pays tiers par le territoire d’un ou plusieurs états membres; 10° admission temporaire: le statut d’un équidé enregistré provenant d’un pays tiers et admis sur le territoire de l’Union pour un délai inférieur à nonante jours; 11° état membre: état qui fait partie de l’Union européenne et pour cet arrêté la Norvège, la Suisse et le Liechtenstein; 12° ministre: le ministre qui a l’Agriculture dans ses attributions; 13° agence: Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire; 14° vétérinaire officiel : selon le cas: un vétérinaire autorisé par l’administration vétérinaire du pays tiers à réaliser des inspections sanitaires concernant les animaux vivants et à procéder à une certification officielle, ou le vétérinaire de l’Agence ou le vétérinaire visé dans l’arrêté royal du 20 décembre 2004 portant fixation des conditions dans lesquelles l’Agence Fédérale pour la Sécurité de la Chaîne Alimentaire peut faire exécuter des tâches par des médecins vétérinaires indépendants; 101293MONITEUR BELGE — 20.12.2013 − Ed. 4 — BELGISCH STAATSBLAD 15° aangifteplichtige ziekten : de ziekten opgesomd in bijlage III; 16° verordening (EG) nr. 504/2008 : verordening (EG) nr. 504/2008 van de Commissie van 6 juni 2008 houdende de implementatie van de richtlijnen van de Raad 90/426/EEG en 90/427/EEG houdende de methoden voor de identificatie van paardachtigen; 17° Commissie : de Commissie van de Europese Unie; 18° beschikking 2004/211/EG : beschikking 2004/211/EG van de Commissie van 6 januari 2004 tot vaststelling van de lijst van derde landen en delen van hun grondgebied waaruit de lidstaten de invoer toestaan van levende paardachtigen en sperma, eicellen en embryo’s van paarden en tot wijziging van de beschikkingen 93/195/EEG en 94/63/EG. HOOFDSTUK II. — Verkeer van paardachtigen Art. 3. Het verkeer van paardachtigen is slechts toegelaten indien de paardachtigen voldoen aan de voorwaarden zoals voorzien in de artikelen 4 tot 9. Art. 4. De paardachtigen moeten geïdentificeerd zijn conform de bepalingen van de verordening (EG) nr. 504/2008 en beschikken over een geldig identificatiedocument. Art. 5. § 1. Vooraleer de paardachtigen verzonden worden, dienen ze geïnspecteerd te worden door de officiële dierenarts. De inspectie moet binnen de 48 uur vóór het inladen geschieden. Bij de inspectie mogen de paardachtigen geen enkel klinisch ziekteverschijnsel verto nen. § 2. Onverminderd de bepalingen van artikel 6 voor wat betreft de vereisten ten aanzien van ziekten waarvoor een aangifteplicht bestaat, moet de officiële dierenarts zich er tijdens de inspectie van vergewissen dat geen enkel feit inclusief op basis van de verklaringen van de eigenaar of van de fokker tot de conclusie leidt dat de paardachtigen de laatste vijftien dagen vóór de inspectie in aanraking zijn geweest met paardachtigen die een infectie of een besmettelijke ziekte hebben. § 3. Het mag niet gaan om paardachtigen die moeten geruimd worden in het kader van een in een lidstaat toegepast programma voor de uitroeiing van een besmettelijke ziekte. Art. 6. § 1. De paardachtigen mogen niet afkomstig zijn van een bedrijf waarvoor een van de volgende verbodsmaatregelen geldt : 1° wanneer niet alle op het bedrijf aanwezige dieren van de soorten die vatbaar zijn voor de ziekte, zijn geslacht of gedood, moet het op het bedrijf van herkomst betrekking hebbende verbod ten minste gelden voor een termijn : a) van zes maanden vanaf de datum van het laatste contact of mogelijke contact met een zieke paardachtige, in het geval van paardachtigen die ervan verdacht worden met dourine te zijn aange tast. Wanneer het een hengst betreft, geldt het verbod evenwel tot hij is gecastreerd; b) in het geval van kwade droes, van zes maanden vanaf de datum waarop de besmette paardachtigen, zijn afgemaakt en vernietigd; c) in het geval van paardenencefalomyelitis, ongeacht van welke vorm, van zes maanden vanaf de datum waarop de aan de ziekte lijdende paardachtigen zijn afgemaakt en vernietigd, in het geval van besmetting met West-Nijlvirus begint evenwel de periode van zes maanden op de datum waarop de besmette paardachtigen gestor ven, van het bedrijf afgevoerd of volledig hersteld zijn; d) die, in het geval van infectieuze anemie, eindigt op de datum waarop, nadat de aangetaste paardachtigen zijn geëlimineerd de resterende dieren negatief hebben gereageerd op twee met een tussenpoos van drie maanden uitgevoerde Cogginstests; e) van zes maanden vanaf de datum van vaststelling van het laatste geval van vesiculaire stomatitis; f) van één maand vanaf de datum van vaststelling van het laatste geval van rabiës; g) van vijftien dagen vanaf de datum van vaststelling van het laatste geval van miltvuur; 2° wanneer alle op het bedrijf aanwezige dieren van de soorten die voor een bepaalde ziekte vatbaar zijn, zijn geslacht of gedood en de ruimten zijn ontsmet, geldt het verbod voor een termijn van dertig dagen na de datum waarop de dieren zijn geslacht en de ruimten ontsmet, behalve voor miltvuur waarvoor de verbodstermijn vijftien dagen bedraagt. § 2. De paardachtigen mogen niet afkomstig zijn van een lidstaat of een deel van een lidstaat die niet vrij is van paardenpest. 15° maladies à déclaration obligatoire: les maladies énumérées à l’annexe III; 16° règlement (CE) n° 504/2008 : règlement (CE) n° 504/2008 de la Commission du 6 juin 2008 portant application des direc tives 90/426/CEE et 90/427/CEE du Conseil en ce qui concerne les méthodes d’identification des équidés; 17° Commission: la Commission de l’Union européenne; 18° décision 2004/211/CE : décision 2004/211/CE de la Commission du 6 janvier 2004 établissant la liste des pays tiers et des parties de territoires de ces pays en provenance desquels les états membres autorisent les importations d’équidés vivants et de sperme, d’ovules et d’embryons de l’espèce équine, et modifiant les décisions 93/195/CEE et 94/63/CE. CHAPITRE II. — Echanges d’équidés Art. 3. Les échanges d’équidés ne sont autorisés que si les équidés remplissent les conditions prévues aux articles 4 à 9. Art. 4. Les équidés doivent être identifiés conformément aux dispo sitions du règlement (CE) n° 504/2008 et disposer d’un document d’identification valide. Art. 5. § 1er. Préalablement à leur expédition, les équidés sont inspectés par le vétérinaire officiel. L’inspection doit avoir lieu au cours des 48 heures précédant le chargement. Les équidés ne doivent présenter aucun signe clinique de maladie lors de l’inspection. § 2. Sans préjudice des exigences prévues à l’article 6 pour les maladies à déclaration obligatoire, le vétérinaire officiel s’assure, lors de l’inspection, qu’aucun fait, y compris sur la base des déclarations du propriétaire ou de l’éleveur, ne permet de conclure que les équidés ont été en contact avec des équidés souffrant d’une infection ou d’une maladie contagieuse au cours des quinze derniers jours précédant l’inspection. § 3. Les équidés ne doivent pas être à éliminer dans le cadre d’un programme d’éradication d’une maladie contagieuse appliqué dans un état membre. Art. 6. § 1er. Les équidés ne doivent pas provenir d’une exploitation faisant l’objet de l’une des mesures d’interdiction suivantes : 1° si tous les animaux des espèces sensibles à la maladie présents sur l’exploitation n’ont pas été abattus ou tués, la période de l’interdiction frappant l’exploitation de provenance doit être au moins égale : a) dans le cas d’équidés suspects d’être atteints de dourine, à six mois à compter de la date du dernier contact ou de la possibilité de contact avec un équidé malade. Toutefois, s’il s’agit d’un étalon, l’interdiction doit s’appliquer jusqu’à sa castration; b) en cas de morve, à six mois à compter de la date à laquelle les équidés atteints par la maladie ont été tués et détruits; c) en cas d’encéphalomyélite équine de n’importe quel type, à six mois à compter de la date à laquelle les équidés atteints ont été abattus, sauf dans le cas d’une infection par le virus du Nil occidental, cas dans lequel la période de six mois commence le jour où les équidés infectés sont morts, ont quitté l’exploitation ou ont été complètement guéris; d) dans le cas d’anémie infectieuse, à la période nécessaire pour que, à partir de la date à laquelle les équidés atteints ont été éliminés, les animaux restants aient réagi négativement à deux tests de Coggins effectués à un intervalle de trois mois; e) à six mois à compter de la date du dernier cas de stomatite vésiculeuse constaté; f) à un mois à compter de la date de la constatation du dernier cas de rage constaté; g) à quinze jours à compter de la date du dernier cas de charbon bactéridien constaté; 2° si tous les animaux des espèces sensibles à une certaine maladie présents sur l’exploitation ont été abattus ou tués et les locaux désinfectés, la durée de l’interdiction est de trente jours à compter de la date à laquelle les animaux ont été abattus et les locaux désinfectés, sauf dans le cas du charbon bactéridien pour lequel la durée d’interdiction est de quinze jours. § 2. Les équidés ne peuvent pas provenir d’un état membre ou d’une partie d’un état membre qui n’est pas indemne de peste équine. 101294 MONITEUR BELGE — 20.12.2013 − Ed. 4 — BELGISCH STAATSBLAD § 3. In afwijking van de bepaling van paragraaf 2, mag een paardachtige afkomstig van een besmet gebied van een lidstaat waar de vaccinatie tegen paardenpest wordt toegepast, worden binnengebracht op het Belgische grondgebied indien het voldoet aan volgende voorwaarden : 1° hij mag alleen gedurende bepaalde perioden van het jaar worden verzonden, afhankelijk van de activiteit van de vectoren zoals bepaald volgens de criteria vast te leggen door de Commissie; 2° hij mag geen enkel klinisch teken van paardenpest vertonen op de dag van de in artikel 5 bedoelde inspectie; 3° hij is tweemaal, met een tussenpoos van éénentwintig tot dertig dagen, onderworpen geweest aan een test voor paardenpest als omschreven in bijlage I van het koninklijk besluit van 26 januari 1993 houdende maatregelen ter bestrijding van de paardenpest. De tweede test dient te zijn uitgevoerd in de laatste tien dagen voorafgaand aan de verzending : a) hetzij met een negatief resultaat indien zij niet tegen paardenpest is ingeënt of; b) hetzij zonder dat een toename van antilichamen is vastgesteld en zonder in de loop van de laatste twee maanden te zijn ingeënt, indien zij tegen paardenpest werd ingeënt; 4° hij moet gedurende een periode van ten minste veertig dagen voorafgaand aan de verzending verbleven hebben in een quarantai nestation; 5° hij dient gedurende de quarantaineperiode en tijdens het vervoer van het quarantainestation naar de plaats van verzending gewest beschermd te zijn tegen vectoren. Art. 7. De paardachtigen moeten zo snel mogelijk, hetzij recht streeks, hetzij via een erkend verzamelcentrum, als omschreven in artikel 2, 8°, van het koninklijk besluit van 9 juli 1999 betreffende de bescherming van dieren tijdens het vervoer en de erkenningsvoorwaar den van vervoerders, handelaars, halteplaatsen en verzamelcentra, van het bedrijf van herkomst naar de plaats van bestemming worden gebracht. Art. 8. § 1. Paardachtigen dienen bij het verkeer naar een andere lidstaat vergezeld te zijn van een identificatiedocument en een gezond heidscertificaat waarvan het model is vastgelegd in de verordening (EG) nr. 599/2004 van de Commissie van 30 maart 2004 tot vaststelling van een geharmoniseerd model voor een certificaat en inspectieverslag voor het intracommunautaire handelsverkeer in dieren en producten van dierlijke oorsprong, en waarvoor de gezondheidsvoorwaarden zich bevinden in bijlage II bij dit besluit, afgeleverd door het Agentschap of als zij tijdelijk worden toegelaten in België vanuit een derde land, van hun gezondheidscertificaat voor tijdelijke toelating, geviseerd door het Agentschap. § 2. In afwijking van paragraaf 1, mag voor geregistreerde paarden het gezondheidscertificaat vervangen worden door de individuele gezondheidsverklaring waarvan het model in bijlage I. § 3. De verklaring en het gezondheidscertificaat bedoeld in de paragrafen 1 en 2 moeten binnen de 48 uur of uiterlijk op de laatste werkdag vóór het inladen worden opgesteld. De geldigheidsduur ervan bedraagt tien dagen. Het certificaat of de gezondheidsverklaring moet uit één enkel document bestaan. Art. 9. § 1. Paardachtigen dienen bij het verkeer naar België verge zeld te zijn van een identificatiedocument en een gezondheidscertificaat waarvan het model is vastgelegd in de verordening (EG) nr. 599/2004 van de Commissie van 30 maart 2004 tot vaststelling van een geharmoniseerd model voor een certificaat en inspectieverslag voor het intracommunautaire handelsverkeer in dieren en producten van dier lijke oorsprong, en waarvoor de gezondheidsvoorwaarden zich bevin den in bijlage II bij dit besluit, afgeleverd door een officiële dierenarts of als zij tijdelijk worden toegelaten vanuit een derde land, van hun gezondheidscertificaat voor tijdelijke toelating, geviseerd door de officiële dierenarts van de lidstaat. § 2. In afwijking van paragraaf 1, mag voor geregistreerde paarden het gezondheidscertificaat vervangen worden door de individuele gezondheidsverklaring waarvan het model in bijlage I. § 3. De verklaring en het gezondheidscertificaat bedoeld in de paragrafen 1 en 2 moeten binnen de 48 uur of uiterlijk op de laatste werkdag vóór het inladen worden opgesteld. De geldigheidsduur ervan bedraagt tien dagen. Het certificaat of de gezondheidsverklaring moet uit één enkel document bestaan. Art. 10. In overleg met het betrokken aangrenzende land kan de Minister afwijkingen toestaan voor het verkeer van paarden voor recreatieve doeleinden, waarmee wordt deelgenomen aan culturele of soortgelijke manifestaties of die deelnamen aan grensbeweiding of voor werkzaamheden bestemd in de nabijheid van de grenzen. § 3. Par dérogation au paragraphe 2, un équidé provenant d’une partie infectée d’un territoire d’un état membre où la vaccination contre la peste équine a été pratiquée au cours des douze derniers mois, peut être introduit sur le territoire belge s’il répond aux conditions suivantes: 1° n’être expédié que durant certaines périodes de l’année, en fonction de l’activité des insectes vecteurs, déterminées selon les critères à définir par la Commission; 2° ne présenter aucun signe clinique de peste équine le jour de l’inspection visée à l’article 5; 3° avoir été soumis à un test pour la peste équine tel que décrit à l’annexe I de l’arrêté royal du 26 janvier 1993 relatif à la lutte contre la peste équine, à deux reprises avec un intervalle compris entre vingt et un et trente jours, le second test devant être effectué dans les dix jours avant l’expédition: a) avec des résultats négatifs, s’ils n’ont pas été vaccinés contre la peste équine, ou; b) sans qu’il ait été constaté d’accroissement des anticorps et sans avoir été vacciné au cours des deux derniers mois, s’il a été vacciné contre la peste équine; 4° avoir été maintenus dans une station de quarantaine pendant une période minimale de quarante jours avant l’expédition; 5° avoir été protégés des insectes vecteurs pendant la période de quarantaine et au cours du transport de la station de quarantaine au lieu d’expédition. Art. 7. Les équidés doivent être acheminés dans les délais les plus brefs, de l’exploitation de provenance, soit directement, soit après passage dans un centre de rassemblement agréé, tel que défini à l’arti cle 2, 8°, de l’arrêté royal du 9 juillet 1999 relatif à la protection des animaux pendant le transport et aux conditions d’enregistrement des transporteurs et d’agrément des négociants, des points d’arrêt et des centres de rassemblement, vers le lieu de destination. Art. 8. § 1er. Les équidés doivent, lors d’un mouvement vers un autre état membre, être accompagnés d’un document d’iden tification et d’un certificat sanitaire dont le modèle est fixé par le règlement (CE) n° 599/2004 de la Commission du 30 mars 2004 relatif à l’adoption d’un modèle harmonisé de certificat et de compte rendu d’inspection liés aux échanges intracommunautaires d’animaux et de produits d’origine animale, et pour lequel les conditions sanitaires se trouvent à l’annexe II du présent arrêté, délivré par l’Agence ou, s’ils ont été admis temporairement en Belgique, en provenance d’un pays tiers, de leur certificat sanitaire d’admission temporaire, visé par l’Agence. § 2. En dérogation au paragraphe 1er, le certificat sanitaire peut être remplacé pour les chevaux enregistrés par une attestation sanitaire individuelle dont le modèle figure à l’annexe I. § 3. L’attestation et le certificat sanitaire visés aux paragraphes 1er et 2 doivent être établis au cours des 48 heures ou au plus tard, le dernier jour ouvrable précédant l’embarquement. Leur durée de validité est de dix jours. Le certificat ou l’attestation sanitaire doit être composé d’un seul document. Art. 9. § 1er. Les équidés doivent, lors d’un mouvement vers la Belgique, être accompagnés d’un document d’identifi cation et d’un certificat sanitaire dont le modèle est fixé par le règlement (CE) n° 599/2004 de la Commission du 30 mars 2004 relatif à l’adoption d’un modèle harmonisé de certificat et de compte rendu d’inspection liés aux échanges intracommunautaires d’animaux et de produits d’origine animale, et pour lequel les conditions sanitaires se trouvent à l’annexe II du présent arrêté, délivré par un vétérinaire officiel ou, s’ils ont été admis temporairement, en provenance d’un pays tiers, de leur certificat sanitaire d’admission temporaire, visé par le vétérinaire officiel de l’état membre. § 2. En dérogation au paragraphe 1er, le certificat sanitaire peut être remplacé pour les chevaux enregistrés par une attestation individuelle dont le modèle figure à l’annexe I. § 3. L’attestation et le certificat sanitaire visés aux paragraphes 1er et 2 doivent être établis au cours des 48 heures ou au plus tard, le dernier jour ouvrable précédant l’embarquement. Leur durée de validité est de dix jours. Le certificat ou l’attestation sanitaire doit être composé d’un seul document. Art. 10. En concertation avec le pays limitrophe concerné, le Minis tre peut accorder des dérogations pour les mouvements d’équidés à des fins récréatives, qui participent à des manifestations culturelles ou similaires ou qui sont destinés au pacage ou au travail à proximité des frontières. 101295MONITEUR BELGE — 20.12.2013 − Ed. 4 — BELGISCH STAATSBLAD Art. 11. Conform artikel 18 van de verordening zijn voor (EG) nr. 504/2008 wordt de geldigheid voor vervoersdoeleinden van het identificatiedocument van geregistreerde paardachtigen die op het Belgisch grondgebied verblijven, zoals voorzien in het koninklijk besluit van 26 september 2013 houdende de identificatie en de encodering van paardachtigen in een centrale gegevensbank door de officiële dierenarts opgeschort gedurende de duur van de verbodsmaat regelen zoals voorzien in artikel 6. HOOFDSTUK III. — Invoer van paardachtigen Oorsprong Art. 12. De invoer van paardachtigen wordt alleen toegestaan uit derde landen of delen daarvan in geval regionalisering werd toege staan, welke : 1° vrij zijn van paardenpest; 2° sedert twee jaar vrij zijn van Venezolaanse paardenencefalomye litis (VEE); 3° sedert zes maanden vrij zijn van dourine en van kwade droes. Art. 13. De invoer van paardachtigen wordt alleen toegestaan uit de in bijlage I van de beschikking 2004/2011/EG vermelde derde landen of delen daarvan onder de volgende, in deze bijlage genoemde voorwaarden namelijk : 1° de tijdelijke toelating van geregistreerde paarden, zoals aangege ven in kolom 6; 2° het opnieuw binnenbrengen, na tijdelijke uitvoer, van geregis treerde paarden voor wedrennen, wedstrijden en culturele manifesta ties, zoals aangegeven in kolom 7; 3° de invoer van geregistreerde paarden, zoals aangegeven in kolom 8; 4° de invoer van voor de slacht bestemde paardachtigen, zoals aangegeven in kolom 9; 5° de invoer van geregistreerde paardachtigen en van als fok- en gebruiksdier gehouden paardachtigen, zoals aangegeven in kolom 10. Sanitaire voorwaarden Art. 14. § 1. De paardachtigen afkomstig uit de in artikel 13 vermelde derde landen dienen te voldoen aan volgende sanitaire voorwaarden : 1° geregistreerde paarden en fok- en gebruikspaarden dienen te voldoen aan de sanitaire voorwaarden vermeld in het gezondheidscer tificaat dat overeenstemt met het sanitaire statuut van het land van oorsprong en vastgelegd in bijlage II van de beschikking 93/197/EEG inzake veterinairrechtelijke voorschriften en veterinaire certificering voor de invoer van geregistreerde paardachtigen en van als fok- en gebruiksdier gehouden paardachtigen; 2° geregistreerde paarden bestemd voor tijdelijke invoer dienen te voldoen aan de sanitaire voorwaarden vermeld in het gezondheidscer tificaat dat overeenstemt met het sanitaire statuut van het land van oorsprong zoals vastgelegd in bijlage II van de beschikking 92/260/EEG inzake veterinairrechtelijke voorschriften en veterinaire certificering voor tijdelijke toelating van geregistreerde paarden; 3° geregistreerde paarden die opnieuw worden binnengebracht na tijdelijke uitvoer voor wedrennen, wedstrijden en culturele manifesta ties van geregistreerde paarden hetzij rechtstreeks, hetzij via andere landen van dezelfde gezondheidsgroep dienen te voldoen aan de sanitaire voorwaarden vermeld in het overeenkomstige gezondheids certificaat vastgelegd in één van de bijlagen van de beschik king 93/195/EEG van de Commissie van 2 februari 1993 inzake veterinairrechtelijke voorschriften en veterinaire certificering voor het opnieuw binnenbrengen, na tijdelijke uitvoer, van geregistreerde paarden voor wedrennen, wedstrijden en culturele manifestaties; 4° de invoer van paardachtigen is – voor zover van toepassing – tevens afhankelijk van de in kolom 15 van de tabel in bijlage I bij de beschikking 2004/211/EG vermelde garanties of voorwaarden; 5° slachtpaarden dienen hetzij : a) ofwel rechtstreeks naar een slachthuis te worden vervoerd om daar binnen vijf dagen na aankomst in het slachthuis en uiterlijk acht dagen na aankomst in de Europese Unie te worden geslacht, en dienen te voldoen aan de sanitaire voorwaarden vermeldt in bijlage I van de in beschikking 93/196/EEG inzake veterinairrechtelijke voorschriften en aan de veterinaire certificering voor de invoer van voor de slacht bestemde paardachtigen gestelde voorwaarden voldoen; b) ofwel indien ze passeren via een markt of een erkend verzamel centrum dienen ze te voldoen aan de gezondheidsvoorwaarden die zich bevinden in bijlage II van de beschikking 93/196/EEG inzake Art. 11. Conformément à l’article 18 du règlement (CE) n° 504/2008, la validité aux fins de mouvements, du document d’identification des équidés séjournant sur le territoire belge, tel que prévu par l’arrêté royal du 26 septembre 2013 relatif à l’identification et à l’encodage des équidés dans une banque de données centrale, est suspendue par le vétérinaire officiel pendant la durée des interdictions prévues à l’ar ticle 6. CHAPITRE III. — Importation d’équidés Provenance Art. 12. L’importation d’équidés n’est autorisée qu’en provenance des pays tiers ou parties de territoires de pays tiers où la régionalisation a été acceptée, qui répondent aux conditions suivantes: 1° être indemnes de peste équine; 2° être indemnes depuis deux ans d’encéphalomyélite équine vénézuélienne (VEE); 3° être indemnes depuis six mois de dourine et de morve. Art. 13. L’importation d’équidés n’est autorisée qu’en provenance des pays tiers ou parties des territoires des pays tiers figurant à l’an nexe Ire de la décision 2004/211/CE conformément aux indications reprises dans cette annexe comme suit: 1° l’admission temporaire de chevaux enregistrés conformément aux indications de la colonne 6; 2° la réadmission après exportation temporaire de chevaux enregis trés en vue des courses, de la compétition et de manifestations culturelles conformément aux indications de la colonne 7; 3° l’importation de chevaux enregistrés conformément aux indica tions de la colonne 8; 4° l’importation d’équidés de boucherie conformément aux indica tions de la colonne 9; 5° l’importation d’équidés enregistrés et d’équidés d’élevage et de rente conformément aux indications de la colonne 10. Conditions sanitaires Art. 14. § 1er. Les équidés provenant des pays tiers visés à l’article 13 doivent répondre aux conditions sanitaires suivantes: 1° les équidés enregistrés ainsi que les équidés d’élevage et de rente répondent aux conditions requises dans le certificat sanitaire qui correspond au statut sanitaire du pays d’origine, et fixé à l’annexe II de la décision 93/197/CEE relative aux conditions sanitaires et à la certification sanitaire requise pour les importations d’équidés enregis trés ainsi que d’équidés d’élevage et de rente; 2° les chevaux enregistrés destinés à l’importation temporaire répondent aux conditions sanitaires requises dans le certificat sanitaire qui correspond au statut sanitaire du pays d’origine visé à l’annexe II de la décision 92/260/CEE relative aux conditions sanitaires et à la certification sanitaire requise pour l’admission temporaire de chevaux enregistrés; 3° les équidés enregistrés réadmis après une exportation temporaire en vue de courses, de compétitions et de manifestations culturelles, soit directement, soit après passage via d’autres pays de même groupe sanitaire répondent aux conditions requises dans le certificat sanitaire approprié visé dans l’une des annexes de la décision 93/195/CEE relative aux conditions sanitaires et à la certification sanitaire requise pour la réadmission de chevaux enregistrés en vue des courses, de la compétition et de manifestations culturelles après exportation; 4° le cas échéant, l’importation d’équidés est aussi soumise à des garanties ou conditions supplémentaires visées dans la colonne 15 du tableau figurant à l’annexe I de la décision 2004/211/CE; 5° les équidés de boucherie doivent: a) soit être directement envoyés dans un abattoir pour être abattus dans les cinq jours suivant leur arrivée à l’abattoir et pas plus de huit jours après leur arrivée dans l’Union européenne, et répondre aux exigences sanitaires de l’annexe I de la décision 93/196/CEE relative aux conditions sanitaires et à la certification sanitaire requises pour les importations d’équidés de boucherie; b) soit s’ils passent par un marché ou un centre de rassemblement, satisfaire aux exigences sanitaires de l’annexe II de la déci sion 93/196/CEE relative aux conditions sanitaires et à la certification 101296 MONITEUR BELGE — 20.12.2013 − Ed. 4 — BELGISCH STAATSBLAD veterinairrechtelijke voorschriften en veterinaire certificering voor de invoer van voor de slacht bestemde paardachtigen gestelde voorwaar den voldoen; § 2. De sanitaire inlichtingen bedoeld in paragraaf 1 moeten opgeno men worden in deel II van het gezondheidscertificaat bedoeld in arti kel 16, § 1. Vervoer Art. 15. Voor het vervoer van de paardachtigen dienen volgende sanitaire regels in acht genomen : 1° de paardachtigen worden niet vervoerd in een vervoermiddel waarmee ook andere paardachtigen worden vervoerd die niet bestemd zijn voor de Europese Unie; 2° voor zover niet anders geregeld in de bijzondere veterinairrechte lijke voorschriften voor invoer in de Europese Unie, mogen paardach tigen niet worden vervoerd in een vervoermiddel waarmee ook paardachtigen met een lagere gezondheidsstatus worden vervoerd; 3° tijdens het vervoer naar de Europese Unie mogen paardachtigen niet worden afgeladen op het grondgebied van een derde land of een deel daarvan, waaruit de invoer van paardachtigen in de Europese Unie niet toegestaan is; 4° tijdens het vervoer naar de Europese Unie mogen de paardachti gen niet over de weg, per spoor of op eigen kracht worden verplaatst via het grondgebied van een derde land of een deel daarvan, waaruit de invoer van paardachtigen in de Europese Unie voor ten minste één soort invoer van ten minste één categorie paardachtigen niet toegestaan is; 5° de paardachtigen komen binnen tien dagen na afgifte van het voor vervoer of verplaatsing naar de Europese Unie vereiste gezondheids certificaat in het derde land van uitvoer aan bij de grensinspectiepost op de plaats van binnenkomst in de Europese Unie. Bij vervoer over zee mag de periode van tien dagen worden verlengd met de duur van de zeereis. Identificatie en certificering Art. 16. § 1. De paardachtigen bedoeld in artikel 14 dienen geïden tificeerd te zijn in overeenstemming met de bepalingen van de verordening (EG) nr. 504/2008, en vergezeld te gaan van een door een officiële dierenarts van het derde land van verzending opgesteld gezondheidscertificaat waarvan het model is opgenomen in bijlage 4 bij dit besluit. § 2. Derde landen mogen, behoudens latere wijzigingen, evenwel ook gebruik maken van de veterinaire certificaten die overeenstemmen met de modellen die vermeld zijn in de in artikel 14, § 1, 1°, 2°, 3° en 5° vermeldde Europese beschikkingen. § 3. De gezondheidscertificaten vermeld in paragraaf 1 en 2 : 1° zijn afgegeven op de dag van inlading van de paardachtigen met het oog op verzending of, wanneer het geregistreerde paarden betreft, op de laatste werkdag vóór de inlading; 2° zijn minstens opgesteld in één van de officiële talen van België en één van de officiële talen van de lidstaat waar de invoercontrole wordt verricht; 3° vergezellen als origineel exemplaar de paardachtigen; 4° bevestigen dat de paardachtigen voldoen aan de specifieke sanitaire voorwaarden zoals bepaald in het artikel 14 voor de invoer uit derde landen van paardachtigen en dit in functie van de categorie tot dewelke ze behoren; 5° bestaan uit slechts één enkel blad of één ondeelbaar geheel vormen; 6° zijn bestemd voor één enkele geadresseerde. HOOFDSTUK IV. — Doorvoer Art. 17. § 1. De doorvoer van paardachtigen is enkel toegestaan voor paardachtigen die afkomstig zijn uit een derde land, gebied of deel daarvan waaruit de tijdelijke toelating of invoer van geregistreerde paarden is toegestaan, als respectievelijk aangegeven in de kolom men 6 of 8 van bijlage I bij beschikking 2004/211/EG. sanitaire requises pour les importations d’équidés de boucherie; § 2. Les informations sanitaires visées au paragraphe 1er doivent être mentionnées dans la partie II du certificat sanitaire tel que visé à l’article 16, § 1er. Transport Art. 15. Pour le transport d’équidés, les règles sanitaires suivantes sont d’application : 1° les équidés ne sont pas transportés dans un moyen de transport ayant embarqué d’autres équidés qui ne sont pas destinés à l’Union Européenne; 2° pour autant que rien d’autre ne soit prévu dans les conditions de police sanitaire spécifiques qui sont applicables à l’importation dans l’Union Européenne, les équidés ne sont pas transportés dans un moyen de transport ayant embarqué des équidés d’un statut sanitaire inférieur; 3° durant leur transport vers l’Union européenne, les équidés ne peuvent pas être déchargés sur le territoire d’un pays tiers ou d’une partie d’un pays tiers en provenance duquel les importations d’équidés ne sont pas autorisées dans l’Union européenne; 4° durant leur transport vers l’Union européenne, les équidés ne peuvent être ni transportés par route ou par rail ni conduits à pied à travers le territoire ou une partie du territoire d’un pays tiers en provenance duquel les importations d’équidés ne sont pas autorisées pour au moins un type d’importation d’au moins une catégorie d’équidés; 5° les équidés arrivent au poste d’inspection frontalier au point d’entrée dans l’Union européenne dans un délai de dix jours suivant leur certification dans le pays tiers d’exportation en vue du transport ou du déplacement vers l’Union Européenne. En cas de transport mari time, le délai de dix jours est prolongé de la durée du voyage maritime. Identification et certification Art. 16. § 1er. Les équidés visés à l’article 14 doivent être identifiés conformément aux dispositions du règlement (CE) n° 504/2008 et être accompagnés d’un certificat sanitaire établi par un vétérinaire officiel du pays tiers exportateur et dont le modèle est repris à l’annexe 4 du présent arrêté. § 2. Les pays tiers peuvent, sauf en cas de modifications ultérieures, aussi faire usage des certificats vétérinaires qui correspondent aux modèles mentionnés dans les décisions européennes visées à l’arti cle 14, § 1er, 1°, 2°, 3° et 5°. § 3. Les certificats sanitaires visés aux paragraphes 1 er et 2 : 1° sont délivrés le jour du chargement des équidés en vue de l’expédition ou, lorsqu’il s’agit de chevaux enregistrés, le dernier jour ouvrable avant l’embarquement; 2° sont rédigés dans au moins l’une des langues officielles de la Belgique et dans l’une de celles de l’état membre où s’effectue le contrôle de l’importation; 3° accompagnent les équidés dans leur exemplaire original; 4° attestent que les équidés répondent aux exigences sanitaires spécifiques telles que visées à l’article 14 pour l’importation d’équidés en provenance du pays tiers, en fonction de la catégorie à laquelle ils appartiennent; 5° comportent un seul feuillet ou forment un tout indissociable; 6° sont prévus pour un seul destinataire. CHAPITRE IV. — Transit Art. 17. § 1er. Le transit d’équidés n’est autorisé que s’ils provien nent d’un pays tiers, d’un territoire ou d’une partie de ce territoire à partir desquels l’admission temporaire ou les importations de chevaux enregistrés sont autorisées, comme indiqué respectivement dans les colonnes 6 ou 8 de l’annexe I de la décision 2004/211/CE. 101297MONITEUR BELGE — 20.12.2013 − Ed. 4 — BELGISCH STAATSBLAD § 2. In geval van geregistreerde paarden wordt de lijst van derde landen in sectie III, onder d), derde streepje, van de modellen van diergezondheidscertificaten A tot en met E in bijlage II bij beschik king 92/260/EEG vervangen door de lijst van derde landen, gebieden of delen daarvan, ingedeeld in de gezondheidscategorieën A tot en met E in kolom 5 van bijlage I bij beschikking 2004/211/EG. Art. 18. § 1. De paardachtigen dienen vergezeld te gaan van een individueel certificaat, getiteld ″Diergezondheidscertificaat voor de doorvoer van paardachtigen″. § 2. Het diergezondheidscertificaat voor de doorvoer van paardach tigen bestaat uit : 1° de secties I, II en III van het model van diergezondheidscertificaat, vastgesteld in bijlage II bij beschikking 92/260/EEG, van de Commissie van 10 april 1992 inzake veterinairrechtelijke voorschriften en veteri naire certificering voor tijdelijke toelating van geregistreerde paarden, met uitzondering van de voorschriften voor virale paardenarthritis onder e), v), van sectie III, overeenkomend met de gezondheidscatego rie waarin het derde land, gebied of deel daarvan is ingedeeld overeenkomstig de vermelding in kolom 5 van bijlage I bij beschikking 2004/211/EG, en 2° de volgende secties IV en V : ″IV. Paardachtigen afkomstig van : ... (vul derde land/gebied van verzending in) en bestemd voor : ... (vul derde land/gebied van bestemming in) V. Stempel en handtekening van de officiële dierenarts : ...″. HOOFDSTUK V. — Slotbepalingen Art. 19. § 1. Het vervoer van paarden op het nationaal grondgebied dient te gebeuren met behulp van transport- en bevestigingsvoorzie ningen die regelmatig worden gereinigd en ontsmet met een door de overheid erkend ontsmettingsproduct. In geval van vervoer voor derden dient deze reiniging en ontsmetting te gebeuren na ieder transport of vooraleer nieuwe dieren geladen worden. § 2. De voor het vervoer gebruikte voertuigen dienen zodanig te zijn ingericht dat gedurende het vervoer daaruit geen uitwerpselen, strooisel of voer voor paardachtigen naar buiten kunnen lopen of vallen. § 3. Onverminderd verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad van 22 december 2004 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en daarmee samenhangende activiteiten en tot wijziging van de richtlijnen 64/432/EEG en 93/119/EG en van verordening (EG) nr. 1255/97, moet het vervoer zodanig geschieden dat de gezondheid en het welzijn van de paardachtigen doeltreffend worden beschermd. Art. 20. De Minister kan de bijlagen bij dit besluit wijzigen. Art. 21. De overtredingen van de bepalingen van dit besluit worden opgespoord, vastgesteld en bestraft overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 22 februari 2001 houdende organisatie van de controles die worden verricht door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen en tot wijziging van diverse wettelijke bepalingen en de bepalingen van hoofdstukken IV en VI van de dierengezondheidswet van 24 maart 1987. Art. 22. Het ministerieel besluit van 29 september 1992 betreffende de veterinairrechtelijke voorschriften voor bewegingen, de invoer en het verkeer van paardachtigen, wordt opgeheven. Art. 23. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de eerste maand na die waarin ze is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Art. 24. De minister bevoegd voor Landbouw is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 1 december 2013 FILIP Van Koningswege : De Minister van Landbouw, Mevr. S. LARUELLE § 2 En cas de chevaux enregistrés, la liste des pays tiers de la section III, troisième tiret du point d), des modèles de certificat sanitaire A à E établis à l’annexe II de la décision 92/260/CEE, est remplacée par la liste de pays tiers, territoires ou parties de ceux-ci assignés aux groupes sanitaires A à E dans la colonne 5 de l’annexe Ire de la décision 2004/211/CE. Art. 18. § 1er. Les équidés doivent être accompagnés du certificat individuel intitulé «Certificat sanitaire de transit pour le transport d’équidés d’un pays tiers vers un autre pays tiers ». § 2. Le certificat sanitaire pour le transit d’équidés comprend les éléments suivants : 1° les rubriques I, II et III du modèle de certificat sanitaire établi à l’annexe II de la décision 92/260/CEE de la Commission du 10 avril 1992 relative aux conditions sanitaires et à la certification sanitaire requises pour l’admission temporaire de chevaux enregistrés, à l’exception des mentions concernant l’artérite virale équine du point e), v) de la rubrique III, correspondant au groupe sanitaire dans lequel est classé le pays tiers, le territoire ou la partie de ce territoire conformément à l’indication de la colonne 5 de l’annexe I de la décision 2004/211/CE, et 2° les sections IV et V suivantes : « IV. Équidés en provenance de : ... (insérer le pays tiers/territoire d’expédition) et à destination de : ... (insérer le pays tiers/territoire de destination) V. Cachet et signature du vétérinaire officiel : ... ». CHAPITRE V. — Dispositions finales Art. 19. § 1er. Le transport de chevaux sur le territoire national doit se faire à l’aide de moyens de transport et de contention régulièrement nettoyés et désinfectés avec un désinfectant reconnu par l’autorité compétente. En cas de transport pour des tiers, le nettoyage et la désinfection doivent être réalisés après chaque transport ou avant le chargement de tout nouvel animal. § 2. Les véhicules de transport doivent être aménagés de telle sorte que les fèces, la litière ou le fourrage des équidés ne puissent pas couler ou tomber hors du véhicule pendant le transport. § 3. Sans préjudice du règlement (CE) n° 1/2005 du Conseil du 22 décembre 2004 relatif à la protection des animaux pendant le transport et les opérations annexes et modifiant les directives 64/432/CEE et 93/119/CE et le règlement (CE) no 1255/97, le transport doit être effectué d’une manière permettant d’assurer une protection sanitaire efficace et le bien-être des équidés. Art. 20. Le Ministre peut modifier les annexes du présent arrêté. Art. 21. Les infractions aux dispositions du présent arrêté sont recherchées, constatées et punies conformément aux dispositions de l’arrêté royal du 22 février 2001 organisant les contrôles effectués par l’Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire et modifiant diverses dispositions légales, et les dispositions des chapitres IV et VI de la loi du 24 mars 1987 relative à la santé des animaux. Art. 22. L’arrêté ministériel du 29 septembre 1992 relatif aux condi tions de police sanitaire régissant les mouvements, l’importation et les échanges d’équidés, est abrogé. Art. 23. Le présent arrêté entre en vigueur le premier jour du premier mois qui suit celui de sa publication au Moniteur belge. Art. 24. Le ministre qui a l’Agriculture dans ses attributions est chargé de l’exécution du présent arrêté. Donné à Bruxelles, le 1er décembre 2013. PHILIPPE Par le Roi : La Ministre de l’Agriculture, Mme S. LARUELLE 101298 MONITEUR BELGE — 20.12.2013 − Ed. 4 — BELGISCH STAATSBLAD Annexe Ire à l’arrêté royal du 1er décembre 2013 relatif aux conditions de police sanitaire régissant les mouvements d’équidés, les importations d’équidés en provenance de pays tiers et le transit Attestation sanitaire pour les chevaux enregistrés (a) Passeport n°......................... Je soussigné, certifie (b) que l’équidé désigné ci-dessus répond aux conditions suivantes : a) il a été examiné à ce jour et ne présente aucun signe clinique de maladie; b) il n’est pas à éliminer dans le cadre d’un programme d’éradication d’une maladie contagieuse appliqué dans l’état membre; c) - il ne provient pas du territoire ou d’une partie du territoire d’un état membre faisant l’objet de mesures de restriction en raison de la peste équine; ou il provient du territoire ou d’une partie du territoire d’un état membre faisant l’objet de mesures de restriction en raison de la peste équine et a été soumis dans le station de quarantaine de .......... entre le .......... et le .......... aux tests avec résultats satisfaisants prévus à l’article 5 paragraphe 5 de la directive 2009/156/CE (c), il n’est pas vacciné contre la peste équine ou il a été vacciné contre la peste équine le .......... (c) (d); d) il ne provient pas d’une exploitation faisant l’objet de mesures d’interdiction pour des motifs de police sanitaire et n’a pas été en contact avec les équidés d’une exploitation faisant l’objet d’une interdiction pour des motifs de police sanitaire : dans le cas d’équidés suspects d’être atteints de dourine, durant six mois à compter de la date du dernier contact ou de la possibilité de contact avec un équidé malade. Toutefois, s’il s’agit d’un étalon, l’interdiction doit s’appliquer jusqu’à sa castration; en cas de morve et d’encéphalomyélite équine, durant six mois à compter de la date à laquelle les équidés atteints ont été éliminés; dans le cas d’anémie infectieuse, durant la période nécessaire pour que, à partir de la date à laquelle les équidés atteints ont été éliminés, les animaux restants aient réagi négativement à deux tests de Coggins effectués à un intervalle de trois mois; dans le cas de stomatite vésiculeuse, durant six mois à compter du dernier cas; dans le cas de rage, durant un mois à compter de la date de la constatation du dernier cas; dans le cas du charbon bactéridien durant quinze jours à compter de la date de la constatation du dernier cas; dans le cas où tous les animaux des espèces sensibles présents sur l’exploitation ont été abattus ou tués et les locaux désinfectés, durant trente jours à compter de la date à laquelle les animaux ont été éliminés et les locaux désinfectés sauf dans le cas du charbon bactéridien pour lequel la durée d’interdiction est de quinze jours; e) il n’a pas été, à ma connaissance, en contact avec des équidés atteints de maladie ou d’infection contagieuse au cours des quinze derniers jours; f) au moment de l’inspection, ils étaient aptes à être transportés sur le trajet prévu, conformément aux dispositions du règlement (CE) n° 1/2005 (e). Date Lieu Cachet et signature du vétérinaire officiel (1) (1) Nom en lettres capitales et qualité. Vu pour être annexé à notre arrêté du 1er décembre 2013 relatif aux conditions de police sanitaire régissant les mouvements d’équidés, les importations d’équidés en provenance de pays tiers et le transit. PHILIPPE Par le Roi : La Ministre de l’Agriculture, Mme S. LARUELLE Notes (a) Cette attestation n’est pas exigée en cas d’accord bilatéral conclu conformément à l’article 6 de la directive 2009/156/CE. (b) Valable dix jours (c) Biffer la mention inutile (d) Mention de la vaccination doit figurer dans le passeport. (e) Cette déclaration ne dispense pas les transporteurs des obligations qui leur incombent en vertu des dispositions communautaires en vigueur, notamment pour ce qui est de l’aptitude des animaux à être transportés. 101299MONITEUR BELGE — 20.12.2013 − Ed. 4 — BELGISCH STAATSBLAD Annexe II à l’arrêté royal du 1er décembre 2013 relatif aux conditions de police sanitaire régissant les mouvements d’équidés, les importations d’équidés en provenance de pays tiers et le transit 101300 MONITEUR BELGE — 20.12.2013 − Ed. 4 — BELGISCH STAATSBLAD CONDITIONS SANITAIRES POUR LES ECHANGES D'EQUIDES COMMUNAUTE EUROPENNE Equidés enrel!lstres, equidés d'éleva2:e, de rente et de boucherie II.a. Numéro de référence II.b. Numéro de Il. renseignements sanitaires (1) du certificat référence local Je soussigné, certifie que féquidé/ les équidés désigné(s) ci-dessus répond(ent) aux conditions suivantes : ou soit (2) soit (2) soit (3) soit (2) II.1 il/ils a/ ont été examiné(s) ce jour et ne présente(nt) aucun signe clinique de maladie; II.2. [II.3. [II.3. [II.4. [II.4. II.5. Soit (3) il/ils n'est/ne sont pas destiné(s) à l'abattage dans le cadre d'un programme d'éradication d'une maladie contagieuse infectieuse appliquée dans l'Etat membre; il/ils ne provien(nen)t pas du territoire ou d'une partie du territoire d'un Etat membre faisant l'objet de mesures de restriction en raison de la peste équine;] il/ils provien(nen)t du territoire ou d'une partie du territoire d'un Etat membre faisant l'objet de mesures de restriction en raison de la peste équine, est/ sont resté(s) pendant au moins 40 jours avant leur expédition dans la station de quarantaine de ...................... protégée des vecteurs et a/ ont été soumis à un test de détection d'anticorps de la peste équine, tel que décrit à l'annexe IV de la directive 2009/156/CE réalisé simultanément sur des échantillons sanguins prélevés à deux reprises à un intervalle de 21 à 30 jours le ....................... (insérer la date) et dans les 10 jours précédant fexpédition le ............ (insérer la date); soit (3) soit (2) [avec des résultats négatifs dans chaque cas, s'il/ils n'a/n'ont pas été vacciné(s) contre la peste équine;] [sans qu'il ait été constaté d'accroissement des anticorps, s'il/ ils a/ ont été vacciné(s) contre la peste équine;] il/ils n'est/ne sont pas vacciné(s) contre la peste équine;] il/ils a/ ont été vacciné(s) contre la peste équine le ........... (insérer la date); soit (3) soit (2) [au moins deux mois avant la certification;] [au moins deux mois avant l'entrée dans la station de quarantaine;] il/ils ne provien(nen)t pas d'(une) exploitation(s) faisant l'objet de mesures d'interdiction pour des motifs de police sanitaire comportant au moins l'une des conditions ci-après : [tous les animaux de l'exploitation appartenant à l'espèce sensible aux maladies mentionnées aux points a) à g) ci après n'ont pas été abattus et l'interdiction a duré au moins: (b) soit (2) soit () (b) (c) dans le cas d'équidés suspects d'être atteints de dourine, [six mois à compter de la date du dernier contact effectif ou possible avec un équidé malade ou infecté par Trypanosoma equiperdum;] <'Il c:1s de 111orvc, dm:llll si>e 111ois :', p:1rtir del:, d:1tc :', b<J1t<'llc les <'<J1ti,ks :11tci11ts p:1r l:, 111:1bdic 011 so11111is :1vcc 1111 r,'s11lt:1t positir :', 1111 test de ,ktcctio11 de l':1gc11t p:1tliog<'t1<' rcspo11s:1ble, ll11rhholrleria 171a/lei, 011 d':1t1ticorps de cd :1gcnt p:1thogl·nc, ont ( ,'I< -, 111(,'S d (k·tn1its; <'Il c:1s d'c11u·,pli:1lo111y,,]itc <'<J1ti11c de 11'i111porlc <pwl type, dm:llll si>e 111ois :', co111ptcr del:, d:1tc :', b<J1t<'llc les <'<pti,ks :11tci11ts 0111 ,,,,, :1b:11t11s, s:11,r d:ltls le cidre d'1111c i11kctio11 p:1r le virns d11 Nil occidc11t:1l, c:1s d:ltls le<J1t<'l b Jl<'riodc de si>e 111ois co111111c11u' le jo11r oi't les <'<pti,ks i11kci<'S so11t 111orls, 0111 <p1i11,, l'c:\ploit:1tioll 011 ont (,'I< -, co1npk·tc111ctll g11('·ris; (d) <'Il c:1s d':111,'111ic i11kctic11sc, j11s'l11':'1 b d:1tc :', b<J1t<'lle les :llli111:111,c i11kci<'S 0111 ,,,,, :1b:11t11s, les :llli111:111,c rcsl:ltlls :1y:u1t n'·:1gi 1H.''g:1tivc111ctll :'1 11t1 test de (:ogg,ills c1Tcct1H-, s11r des ( -·d1:1t1tillotls s:1t1g11itls pn'·lcv(,'S :'1 dc11:\ reprises :'1 1111 i11tcrv:1lle de I rois 111ois; Vu pour être annexé à notre arrêté du 1er décembre 2013 relatif aux conditions de police sanitaire régissant les mouvements d’équidés, les importations d’équidés en provenance de pays tiers et le transit. PHILIPPE Par le Roi : La Ministre de l’Agriculture, Mme S. LARUELLE 101301MONITEUR BELGE — 20.12.2013 − Ed. 4 — BELGISCH STAATSBLAD soit (2) II.6. II.7. Notes Partie I Rubrique I.6 : Rubrique I.16 : Rubrique I.19 : Rubrique I.31 : (e) en cas de stomatite vésiculeuse, durant six mois à compter du dernier cas; (f) en cas de rage, durant un mois à compter du dernier cas; (g) en cas de charbon bactéridien, durant 15 jours à compter du dernier cas;] [à la suite de cas de dourine, de morve, d'encéphalomyélite équine de tous les types, d'anérnie infectieuse équine, de stomatite vésiculeuse, de charbon bactéridien ou de rage, tous les animaux de l'exploitation appartenant à l'espèce sensible à la maladie concernée ont été abattus ou tués et l'interdiction a duré pendant 30 jours, ou 15 jours dans les cas de charbon bactéridien, à compter du jour où, après destruction des animaux, la désinfection des locaux a été achevée de façon satisfaisante;] il/ ils n'a/n'ont pas été, à ma connaissance, en contact avec des équidés atteints d'infection ou de maladie contagieuse au cours des 15 derniers jours précédant la présente déclaration; au moment de finspection, il(s) étai(en)t apte(s) à être transporté(s) sur le trajet prévu, conformément aux dispositions du règlement (CE) n° 1/2005 (3). correspond au numéro de permis CITES dans le cas des équidés figurant sur la liste de la convention de Washington sur les espèces protégées et les produits qui en sont issus. numéro d'immatriculation (wagons de chemin de fer ou conteneur et camions), numéro de vol (avion) ou nom (navire). utiliser le code approprié du système harmonisé (SH) de fOrganisation mondiale des douanes : 01.01.01 ou 01.01.06.19 espèce: chevaux, ànes, mulets, bardots, zèbres (y compris leurs croisements). Système d'identification: jusqu'au 31 décembre 2009, il correspond à un numéro d'identification selon la description donnée à l'article 2 de la décision 2000/68/CE de la Commission et, à compter du ln janvier 2010, au numéro d'identification unique attribué à fanimal à vie selon la description donnée à l'article 2, paragraphe 2, point d) et à l'annexe I, section 1, point A 4) du règlement (CE) n° 504/2008 de la Commission. Partie II (1) Les renseignements mentionnés au point II.1 à II.6 ne sont pas exigés en cas d'accord bilatéral conclu conformément à l'article 6 de la directive 2009/156/CE ( 2) Biffer la mention inutile. (3) La présente déclaration ne dispense pas les transporteurs des obligations qui leur incombent en vertu des dispositions communautaires en vigueur, notamment pour ce qui est de l'aptitude des animaux à être transportés. le présent certificat est valable dix jours la couleur du cachet et de la signature doit être différente de celle des autres mentions du certificat. Vc',tc',riu:1ire orticiel 011 I uspecte11r orticiel Nou, (eu lettres c1pit:1ks) l luit,', vc',tc',riu:1ire loc,k: l):,te: c::1dwt Titre et <p1:1litc'' N'' de J'l lVI, correspoud:ltlte Sign:1t 11 rc: Annexe III à l’arrêté royal du 1er décembre 2013 relatif aux conditions de police sanitaire régissant les mouvements d’équidés, les importations d’équidés en provenance de pays tiers et le transit Maladies à déclaration obligatoire — dourine — morve — encéphalomyélite équine (sous toutes ses formes, y compris la VEE) — anémie infectieuse — rage — charbon bactéridien — peste équine — stomatite vésiculeuse Vu pour être annexé à notre arrêté du 1er décembre 2013 relatif aux conditions de police sanitaire régissant les mouvements d’équidés, les importations d’équidés en provenance de pays tiers et le transit. PHILIPPE Par le Roi : La Ministre de l’Agriculture, Mme S. LARUELLE 101302 MONITEUR BELGE — 20.12.2013 − Ed. 4 — BELGISCH STAATSBLAD Annexe IV à l’arrêté royal du 1er décembre 2013 relatif aux conditions de police sanitaire régissant les mouvements d’équidés, les importations d’équidés en provenance de pays tiers et le transit Certificat vétérinaire pour l’importation d’équidés vers l’UE 101303MONITEUR BELGE — 20.12.2013 − Ed. 4 — BELGISCH STAATSBLAD Partie I PAYS Certificat vétérinaire vers l'UE I.1. Expéditeur I.2. N° de référence du I~ certificat Nom I.3. Autorité centrale compétente Adresse •11 I.4. Autorité locale compétente ;,a •11 Tél. ~ I.5. Destinataire ~ ... .s Nom ..!: ... ~ Adresse e Code postal Il Tél . .. = 0 I.7. Pays Code I.8. Région Code I.9. Pays de Code I.10. Région de Code .. Zl d'origine ISO d'origine destination ISO Destination = 1 1 1 1 Il a Il ~ I.11. Lieu d'origine I.12 ·c "' J Nom Numéro d'agrément Adresse .. .... Nom Numéro d'agrément Il Adresse t! Nom Numéro d'agrément ~ ~ Adresse I. 13. Lieu de chargement I.14. Date du départ Heure du départ Adresse Numéro d'agrément I.15. Moyens de transport I.16. PIF d'entrée dans l'UE Avion D Navire D Wagon D Véhicule routier D Autres D I.17. N°(s) CITES Identification: Référence documentaire: I.18. Description marchandise 1 I.19. Code marchandise (CODE SH) I.20. Quantité I.21. I.22. Nombre de conditionne Ment I.23. N° des scellés et n° des conteneurs I.~ I.25. Marchandises certifiées aux fins de: Elevage D Engraissement D Abattage D Organisme agréé D Quarantaine D Equidés enregistrés D Reconstitution gibier D Animaux de compagnie D Cirque/Exposition D Reparquage D Autres D Transformation D ~ I.27. Pour importation ou admission dans l'UE D Importation définitive D Réadmission D Admission temporaire D I.28. Identification des marchandises Espèce (nom scientifique) Age Race/ Catégorie Sexe Méthode d'identification Quantité Numéro d'identification Test Rubrique I.1 Expéditeur : veuillez indiquer le nom et l’adresse (rue, ville et région/province/État le cas échéant) de la personne physique ou morale qui expédie le lot. Le renseignement des numéros de téléphone, de télécopie ou de l’adresse électronique est recommandé. Rubrique I.2 Le n° de référence du certificat est un numéro que l’autorité compétente du pays tiers doit donner conformément à sa propre classification. Rubrique I.2.a Réservé à la notification TRACES. Le n° TRACES du certificat est un numéro de référence unique donné par le système TRACES. Rubrique I.3 Autorité centrale compétente : nom de l’autorité centrale du pays d’expédition compétente en matière de certification. Rubrique I.4 Autorité locale compétente : le cas échéant, nom de l’autorité locale responsable du lieu d’origine ou du lieu d’expédition du pays, compétente en matière de certification. Rubrique I.5 Destinataire : veuillez indiquer le nom et l’adresse (rue, ville et code postal) de la personne physique ou morale à qui est destiné le lot dans l’État membre de destination. En cas de transit de marchandises à travers l’Union européenne, cette information n’est pas obligatoire. Rubrique I.6 Intéressé au chargement au sein de l’Union européenne : 1 : en cas de transit de produits à travers l’Union européenne : veuillez indiquer ses nom et adresse (rue, ville et code postal). Le renseignement des numéros de téléphone, de télécopie ou de l’adresse électronique est recommandé. Cette personne est chargée du lot lors de sa présentation au poste d’inspection frontalier et fait les déclarations nécessaires aux autorités compétentes au nom de l’importateur : 2 : en cas d’importation de produits, d’animaux ou de semence, embryons, ovules dans l’Union européenne : Réservé à la notification TRACES. veuillez indiquer ses nom et adresse (rue, ville et code postal). Le renseignement des numéros de téléphone, de télécopie ou de l’adresse électronique est recommandé. Cette information pourra être modifiée jusqu’à l’établissement d’un document vétérinaire commun d’entrée. Rubrique I.7 Pays d’origine : veuillez indiquer le nom du pays tiers dans lequel les produits finis ont été produits, fabriqués ou emballés ou dans lequel les animaux ont résidé au cours de la période légale exigée. Rubrique I.8 Région d’origine — le cas échéant : ne concerne que les espèces ou les produits touchés par des mesures de régionalisation ou par la mise en place de zones agréées conformément à une décision de la Communauté européenne. Les régions ou les zones agréées doivent être indiquées telles qu’elles sont décrites dans le Journal officiel de l’Union européenne. Code : comme indiqué dans la décision 2004/211/CE Rubrique I.9 Pays de destination : veuillez indiquer le nom de l’État membre où sont destinés les animaux ou les produits. Dans le cas des produits en transit, veuillez indiquer le nom du pays tiers de destination. Rubrique I.10 Région de destination : voir rubrique I.8. Rubrique I.11 Lieu d’origine : lieu d’où proviennent les animaux ou les produits Pour les animaux : une exploitation agricole ou toute autre entreprise agricole, industrielle ou commerciale officiellement contrôlée, y compris les zoos, les parcs de loisirs, les réserves naturelles et les réserves de chasse, dans laquelle des animaux sont détenus ou élevés de manière habituelle. Pour les semences, les embryons et les ovules : centres de collecte ou de stockage de semence ainsi que les équipes de collecte ou de production d’embryons et d’ovules. Pour les produits ou les sous-produits d’origine animale : toute unité d’une entreprise du secteur alimentaire ou du secteur de l’alimentation animale. Il convient de ne marquer que l’établissement d’expédition des produits ou des sous-produits et de mentionner le nom du pays d’expédition s’il est différent du pays d’origine. Veuillez indiquer le nom, l’adresse (rue, ville et région/province/État le cas échéant) et le numéro d’agrément ou d’enregistrement de ces structures quand ce dernier est exigé par la réglementation. Rubrique I.12 Lieu de destination : en cas de stockage de produits en transit : Veuillez indiquer le nom, l’adresse (rue, ville et code postal) et le numéro d’agrément ou d’enregistrement de l’entrepôt en zone franche, de l’entrepôt franc, de l’entrepôt douanier ou du fournisseur de navire. Lieu de destination : en cas d’importation dans l’Union européenne : Réservé à la notification TRACES. Lieu où sont dirigés les animaux ou les produits pour y être définitivement déchargés. Veuillez indiquer le nom, l’adresse (rue, ville et code postal), voire le numéro d’agrément ou d’enregistrement des structures du lieu de destination le cas échéant. Le renseignement des numéros de téléphone, de télécopie ou de l’adresse électronique est recommandé. Rubrique I.13 Lieu de chargement : pour les animaux, veuillez indiquer le lieu où sont chargés les animaux, et notamment en cas de rassemblement préalable, les coordonnées du centre de rassemblement : concerne les centres officiels de rassemblement des animaux avant leur expédition. Ils doivent être agréés par l’autorité officielle et être placés sous son contrôle. Pour les produits, la semence et les embryons, veuillez indiquer le lieu de chargement ou le port d’embarquement. Rubrique I.14 Date et heure du départ : Pour les animaux : veuillez indiquer la date et l’heure prévues auxquelles les animaux doivent partir. Pour les produits, la semence, les embryons et les ovules : veuillez indiquer la date de départ. Rubrique I.15 Moyens de transport : veuillez indiquer tous les détails relatifs aux moyens de transport. 101304 MONITEUR BELGE — 20.12.2013 − Ed. 4 — BELGISCH STAATSBLAD Le mode de transport (aérien, maritime, ferroviaire, routier, autres). L’identification du moyen de transport : par voie aérienne, le numéro du vol, par voie maritime, le nom du navire, par voie ferroviaire, le numéro du train et du wagon, et par voie routière, le numéro de la plaque d’immatriculation du véhicule routier et le numéro de la remorque, le cas échéant. Autre : modes de transport non listés par la directive 91/628/CEE relative au bien-être animal au cours du transport. En cas de modification du moyen de transport après l’émission du certificat, il appartient à l’expéditeur d’en informer le PIF d’entrée dans l’Union européenne. Référence documentaire — optionnel : veuillez indiquer le numéro de la lettre de transport aérien, le numéro du connaissement maritime ou le numéro commercial ferroviaire ou routier. Rubrique I.16 PIF d’entrée dans l’Union européenne : veuillez indiquer le nom et le numéro du PIF tels qu’ils apparaissent dans le Journal officiel de l’Union européenne. Cette information pourra être modifiée jusqu’à l’établissement d’un document vétérinaire commun d’entrée. Rubrique I.17 Numéro de permis CITES : ne concerne que les animaux et les produits listés dans la convention de Washington sur les espèces protégées. Rubrique I.18 Description des marchandises : donner une description vétérinaire des marchandises ou reprendre les intitulés tels qu’ils apparaissent dans le Système harmonisé de l’Organisation mondiale des douanes, repris par le règlement modifié (CEE) no 2658/87. Cette description douanière sera complétée le cas échéant par toute information nécessaire à la catégorisation vétérinaire de la marchandise (espèce, traitement...). Rubrique I.19 Code marchandise (code SH) : renseignez le code tel qu’il apparaît dans le Système harmonisé de l’Organisation mondiale des douanes, repris par le règlement modifié (CEE) no 2658/87. Rubrique I.20 Quantité : pour ce qui concerne les animaux et les produits animaux (semence, ovule, embryon), veuillez indiquer le nombre total de têtes ou de paillettes exprimé en unité. Pour ce qui concerne les animaux d’aquaculture et pour les produits, veuillez indiquer le poids brut total et le poids net total en kg. Rubrique I.21 Température produit : ne concerne que les produits d’origine animale : veuillez cocher le mode approprié de température de transport/de stockage des produits. Rubrique I.22 Nombre de conditionnements : veuillez indiquer le nombre total de boîtes, de cages ou de stalles dans lesquelles sont transportés les animaux, le nombre de conteneurs cryogéniques pour la semence, les ovules et les embryons, ou le nombre de paquets pour les produits. Rubrique I.23 N° des scellés et n° des conteneurs : les numéros de scellés peuvent être exigés par la réglementation. Le cas échéant veuillez indiquer tous les numéros d’identification des scellés et des conteneurs. Lorsqu’il n’y a aucune exigence réglementaire, cette information est optionnelle. Rubrique I.24 Type de conditionnement : ne concerne que les produits. Rubrique I.25 Marchandises certifiées aux fins de : veuillez indiquer le but de l’importation des animaux ou l’utilisation prévue des produits. (Seules les options possibles apparaîtront sur chaque certificat spécifique). Élevage : pour les animaux d’élevage et de rente. Engraissement : ne concerne que les ovins, les caprins, les bovins et les porcins. Abattage : pour les animaux destinés à un abattoir. Quarantaine : se réfère à la décision 2000/666/CE pour les oiseaux, à la directive 92/65/CEE pour les carnivores, les primates et les chauves-souris, et à la directive 2006/88/CE pour les animaux d’aquaculture. Organisme agréé : organisme, institut ou centre officiellement agréé conformément à la directive 92/65/CEE. Reproduction artificielle : ne concerne que la semence, les ovules et les embryons. Équidés enregistrés : conformément à la directive 90/426/CEE. Reconstitution de gibier : ne concerne que les gibiers aux fins de reconstitution des stocks et les poissons aux fins de reconstitution des stocks de pêcherie à repeuplement organisé. Animaux de compagnie : animaux des espèces figurant à l’annexe I du règlement (CE) n° 998/2003 et qui font l’objet de transactions commerciales. Cirque/exposition : concerne les cirques et les animaux de concours ainsi que les animaux aquatiques destinés à des aquariums. Reparquage : ne concerne que les produits d’aquaculture. Consommation humaine : ne concerne que les produits destinés à la consommation humaine et pour lesquels un certificat sanitaire est exigé par la réglementation. Aliments pour animaux : ne concerne que les produits destinés à l’alimentation animale qui sont visés par le règlement (CE) n° 1774/2002 du Parlement européen et du Conseil. Transformation : ne concerne que les produits ou les animaux qui doivent subir une transformation avant leur mise sur le marché. Usage technique : produits impropres à la consommation humaine et animale, tels que définis par le règlement (CE) n° 1774/2002 tel que modifié. Autres : destiné à des fins non exprimées dans la présente classification. Rubrique I.26 Transit par l’Union européenne vers un pays tiers : ne concerne que les transits de produits d’origine animale à travers l’Union européenne/EEE en provenance d’un pays tiers et à destination d’un autre pays tiers : veuillez indiquer le nom et le code ISO du pays tiers de destination. (Rubrique spécifique des certificats pour transit et stockage y compris le stockage pour les avitailleurs). Rubrique I.27 Pour importation ou admission temporaire dans l’Union européenne (rubrique spécifique des certificats d’importation et d’admission). 101305MONITEUR BELGE — 20.12.2013 − Ed. 4 — BELGISCH STAATSBLAD Importation définitive : cette option n’apparaît que dans le cadre de l’introduction d’espèces animales autorisées également à la réadmission ou à l’admission temporaire (par exemple, des chevaux enregistrés). La réadmission : cette option n’apparaît que dans le cadre de l’introduction d’espèces animales autorisées à la réadmission [par exemple, les chevaux enregistrés en vue des courses, de la compétition et de manifestations culturelles après exportation temporaire (décision 93/195/CEE de la Commission)]. L’admission temporaire : cette option n’apparaît que dans le cadre de l’introduction d’espèces animales autorisées à l’admission temporaire (par exemple, les chevaux enregistrés pour une période maximale de quatre-vingt-dix jours). Rubrique I.28 Identification des marchandises : veuillez renseigner les exigences spécifiques aux espèces animales et à la nature des produits. Les informations exigibles, listées ci-dessous de manière exhaustive, sont déterminées dans chaque certificat spécifique. Pour les animaux vivants : espèce (nom scientifique), race/catégorie, méthode d’identification, numéro d’identi fication, âge, sexe, quantité, test. Pour les semences, embryons, ovules : espèce (nom scientifique), race/catégorie, marque d’identification, date de collecte, numéro d’agrément du centre/équipe, identification du donneur, quantité. Pour les produits : espèce (nom scientifique), nature de la marchandise, type de traitement, numéro d’agrément des établissements (abattoir; atelier de découpe/atelier de transformation, entrepôt frigorifique), numéro de lot, nombre de conditionnement, poids net. Vu pour être annexé à notre arrêté du 1er décembre 2013 relatif aux conditions de police sanitaire régissant les mouvements d’équidés, les importations d’équidés en provenance de pays tiers et le transit PHILIPPE Par le Roi : La Ministre de l’Agriculture, Mme S. LARUELLE 101306 MONITEUR BELGE — 20.12.2013 − Ed. 4 — BELGISCH STAATSBLAD Partie II Modèle de certificat (*) II.a. N° de référence du I~ II. Renseignements sanitaires (*) certificat = .. 0 - ·.i= - ~ 111 u ·.i= t.= .. ·.i= ~ .. ~ 111 u Vétérinaire officiel Nom (en majuscules): Qualité et titre Date: Signature: Cachet (*) A remplacer par le titre spécifique de chaque modèle de certificat (**) Prescriptions sanitaires spécifiques qui doivent être remplis Bijlage I bij het koninklijk besluit van 1 december 2013 betreffende de veterinairrechtelijke voorschriften voor het verkeer van paardachtigen, de invoer van paardachtigen uit derde landen en de doorvoer. Gezondheidsverklaring voor geregistreerde paarden (a) ldentificatiedocument nr. ................................... Ondergetekende verklaart (b) dat het hierboven bedoelde dier aan de volgende voorwaarden voldoet : a) het is heden onderzocht en vertoont geen klinische ziekteverschijnselen; b) het gaat niet om een dier dat moet worden opgeruimd in het kader van een in de lidstaat uitgevoerd programma voor de uitroeiing van een besmettelijke ziekte; c) - het is niet afkomstig van het grondgebied of een deel van het grondgebied van een lidstaat waarvoor beperkende maatregelen gelden in verband met paardenpest, of het is afkomstig van het grondgebied of een deel van het grondgebied van een lidstaat waarvoor beperkende maatregelen gelden in verband met paardenpest, en het is in het quarantainestation van ............, in de periode van .......... tot .......... met bevredigend resultaat onderworpen aan de in artikel 5, lid 5, van richtlijn 2009/156/EG vastgestelde tests (c); het is niet ingeënt tegen paardenpest of het is ingeënt tegen paardenpest op ........... (c) (d); d) het is niet afkomstig van een bedrijf waarvoor om veterinairrechtelijke redenen verbodsmaatregelen gelden en is niet in contact geweest met paardachtigen van een bedrijf waarvoor om veterinairrechtelijke redenen verbodsmaat regelen gelden voor een termijn : van zes maanden vanaf de datum van het laatste contact of mogelijk contact met een zieke paardachtige, in het geval van paardachtigen die ervan verdacht worden met dourine te zijn besmet. Wanneer het een hengst betreft, geldt het verbod evenwel totdat hij is gecastreerd; van zes maanden vanaf de datum waarop de besmette paardachtigen zijn opgeruimd, in het geval van kwade droes en paardencefalomyeiitis; die, in geval van infectieuze anemie, eindigt op de datum waarop, nadat de besmette paardachtigen zijn opgeruimd, de resterende dieren negatief hebben gereageerd op twee met een tussenpoos van drie maanden uitgevoerde Coggins-tests; van zes maanden vanaf het laatste geval van vesiculaire stomatitis; van één maand vanaf de datum van vaststelling van het laatste geval van rabiës; van vijftien dagen vanaf de datum van vaststelling van het laatste geval van miltvuur; van dertig dagen vanaf de datum waarop de dieren zijn opgeruimd en de lokalen zijn ontsmet, wanneer alle op het bedrijf aanwezige dieren van voor de ziekte vatbare soorten zijn geslacht of gedood en de lokalen zijn ontsmet; een uitzondering hierop is miltvuur, waarvoor de verbodsmaatregelen gelden gedurende vijftien dagen; e) het is, naar zijn weten, gedurende de laatste vijftien dagen niet in contact geweest met paardachtigen die aan een besmettelijke ziekte of infectie lijden; f) op het ogenblik van de inspectie was het dier geschikt om voor de geplande reis te worden vervoerd overeenkomtig het bepaalde in verordening (EG) nr. 1/2005 (e). Datum Plaats Stempel en handtekening van de officiële dierenarts (1) (1) Naam in hoofdletters en functie. Gezien om gevoegd te worden bij ons besluit van 1 december 2013 betreffende de veterinairrechtelijke voorschriften voor het verkeer van paardachtigen , de invoer van paardachtigen uit derde landen en de doorvoer. FILIP Van Koningswege : De Minister van Landbouw, Mevr. S. LARUELLE Nota’s (a) Niet vereist indien er een bilaterale overeenkomst overeenkomstig artikel 6 van richtlijn 2009/156/EG bestaat. (b) Verklaring is tien dagen geldig (c) Doorhalen wat niet van toepassing is (d) In het identificatiedocument moet zijn aangegeven of het dier is ingeënt. (e) Deze verklaring ontslaat de vervoerder niet van de verplichtingen die krachtens de geldende communautaire regelgeving op hem rusten, met name wat betreft de geschiktheid van de dieren voor transport. 101307MONITEUR BELGE — 20.12.2013 − Ed. 4 — BELGISCH STAATSBLAD Bijlage II bij het koninklijk besluit van 1 december 2013 betreffende de veterinairrechtelijke voorschriften voor het verkeer van paardachtigen, de invoer van paardachtigen uit derde landen en de doorvoer 101308 MONITEUR BELGE — 20.12.2013 − Ed. 4 — BELGISCH STAATSBLAD Gezondheidsvoorwaarden voor het verkeer van paardachtiwn EUROPESE GEMEENSCHAP Geregistreerde paardachtigen, ais fok- en gebruiksdieren gehouden paardachtigen, ais slachtdieren gehouden paardachtigen Il.a. Referentienummer 11.b. Lokaal Il. lnformatie over de gezondheid (1) certificaat Referentienummer Ondergetekende verklaart dat het hierboven omschreven dier ( de hierboven omschreven dieren) aan de volgende voorwaarden voldoet (voldoen): 11.1 hier dier is (de dieren zijn) heden onderzocht en vertoont (vertonen) geen klinische ziekteverschijnselen; 11.2. het gaat niet om een dier dat ( dieren die) in het kader van een in de lidstaat uitgevoerd programma voor de uitroeiing van een besmettelijke ziekte of infectie moet (moeten) worden afgemaakt en gedestrueerd; hetzij (2) [II. 3. hetzij (2) [11.3. hetzij (') [II. 4. hetzij (2) [II. 4. het dier is ( de dieren zijn) niet afkomstig van het grondgebied of een deel van het grondgebied van een lidstaat waarvoor beperkende maatregelen gelden in verband met paardenpest;] het dier is ( de dieren zijn) afkomstig van het grondgebied of een deel van het grondgebied van een lidstaat waarvoor beperkende maatregelen gelden in verband met paardenpest en het heeft: (zij hebben) gedurende ten minste 40 dagen v66r verzending in het vectorbestendige quarantainestation van .............. verbleven en is (zijn) onderwor pen aan een test voor het aantonen van antilichamen tegen het paardenpestvirus ais beschreven in bijlage IV bij Richtlijn 2009/156/EG, die tegelijkertijd is uitgevoerd op bloedmonsters die op twee verschillende tijdstippen met een tussenpoos van 21 tot 30 dagen zijn genomen, namelijk op ..................... ( datum invullen) en op .................... (datum invullen), waarbij deze laatste datum niet meer dan tien dagen v66r de verzending ligt, en wel hetzij (') [met tweemaal een negatieve reactie indien het dier ( de dieren) niet tegen paardenpest was (waren) ingeënt;] hetzij (2) [zonder toename van het aantal antilichamen, indien het dier ( de dieren) tegen paardenpest was (waren) ingeënt;] het dier is (de dieren zijn) niet tegen paardenpest ingeënt;] het dier is ( de dieren zijn) tegen paardenpest ingeënt op .................... ( datum invullen), dit is hetzij (') [ten minste twee maanden voordat het certificaat is afgegeven;] hetzij (2) [ten minste twee maanden voordat het dier ( de dieren) het quarantainestation is (zijn) binnengekomen;] 11.5. het dier is (de dieren zijn) niet afkomstig van een bedrijf (bedrijven) waarvoor om veterinairrechtelijke redenen verbodsmaatregelen gelden die ten minste een van de volgende voorwaarden omvatten: hetzij (') [niet aile dieren op het bedrijf van soorten die gevoelig zijn voor de hiema onder a) tot en met g) genoemde ziekten zijn geslacht en gedood en de verbodsmaatregelen hebben ten minste gegolden gedurende de daarbij aangegeven termijn: 11~''-: l)l;U11d~'tl \ ;l!Lli' de (Llltllll \ ;ltl 1i~,1 Lut<.:((' U)tlLll'[ or tlH>g~,]ijk~, C()IILlCI tlH'[ ~Ttl (lier d;JI ;j~,k i-: door of h~''-llH'[ j-: tlH'[ Î i11 lw! ,~c\ ;i] \ :111 k\,·:1dc droc:--:, /l''- 111:1:l!Hk11 \ :l\1:1( de d:1111111 ,,·:1;1rop lk p;1:1nl:ic!t1igl'll die ;Llll lk 1id"'.1l' ]ijdc11 oJ' \\-;l;ll"hij lk Il':-:[ \ 00\" lk :l:lll!O!lÙl,~ \ ;l!l lk /id"'.[l'\ Cl"\\Tkkcr oJ' \ :Ill :lllli]icJ1:1tllCll tcgc11 die /jl,kll'\ C\"\\Tkkcr po-:.i[icJ' \\·;1:,-:, lij11 :iJ:f],Cll Ll:lkt l'll ,0,Clk-:.[ \"lllTl"ll; i11 lwt ,<..!,C\ ;i] \ ;l!l p:1;1nk11c11cc(;ilo111:·cli1i-:., 011,f !,C;ldlt \ ;l\l \\·clkc \ 01"\ll, /c:--: lll:l:llHkll \ :l11:1r lk lLlltllll \\";l:11"0]) lk ;1:111 lk /icktc lijdc11dc p;1:1nL1d1tigl'll 1ij11 :1(<1,c11L1:1kt c11 ,f !,clk-:.ln1nTd, hclL1h c i11 lw! P,l'\ :11 \ :111 ÎH':--:t11cl ti11g 111cl \\.c:--:t-~ijh in1:--:, i11 \\Tlk P,l'\ :11 dl' pcriodl' \ :111 /l''- 11LLllllk11 hcgi111 op de lLllt1111 \\·;1:1rop dl' hc-:.111cl 1~, p;1;1nL1c!t1ig~,,1 g~'-:.ton en,\ ;lit lw! bnlrij( ;1(<. !,cnwnl oi' \ olkdig lwr-:.1~,]d 1ijt1: Gezien om gevoegd te worden bij ons besluit van 1 december 2013 betreffende de veterinairrechtelijke voorschriften voor het verkeer van paardachtigen, de invoer van paardachtigen uit derde landen en de doorvoer. FILIP Van Koningswege : De Minister van Landbouw, Mevr. S. LARUELLE 101309MONITEUR BELGE — 20.12.2013 − Ed. 4 — BELGISCH STAATSBLAD (d) in het geval van infectieuze anemie, tot en met de datum waarop, nadat de besmette paardachtigen zijn afgemaakt en gedestrueerd, de resterende dieren negatief hebben gereageerd op een Coggins-test die op twee met een tussenpoos van drie maanden genomen bloedmonsters is uitgevoerd; ( e) in het geval van vesiculaire stomatitis, zes maanden vanaf het laatste geval; (f) in het geval van rabiës, één maand vanaf het laatste geval; (g) in het geval van miltvuur, 15 dagen vanaf het laatste geval;] hetzij (2) [nadat zich gevallen van dourine, kwade droes, paardenencefalomyelitis van alle vormen, infectieuze anemie bij paarden, vesiculaire stomatitis, miltvuur of rabiës hebben voorgedaan, zijn alle dieren op het bedrijf van voor de desbetreffende ziekte gevoelige soorten geslacht of gedood en hebben de verbodsmaatregelen gegolden gedurende 30 dagen, of 15 dagen in het geval van miltvuur, vanaf de datum waarop de bedrijfsruimten, na destructie van de dieren, naar behoren zijn ontsmet;] II.6. het dier is (de dieren zijn), naar zijn weten, in de laatste 15 dagen niet in contact geweest met paardachtigen die aan een besmettelijke ziekte of infectie lijden; II. 7. op het ogenblik van de inspectie was het dier (waren de dieren) geschikt om voor de geplande reis te worden vervoerd overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1/2005 (3). Opmerkingen Deel I Vak 1.6: Vak 1.16: Vak 1.19: Vak 1.31: voor in de Overeenkomst van Washington inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende- dier- en plantensoorten genoemde paardachtigen het nummer van de CITES-vergunning invullen. registratienummer (voor wagons, containers en vrachtwagens), vluchtn=er of naam van het schip. de juiste GS-code (geharmoniseerd systeem van de Werelddouaneorganisatie) gebruiken: 01.01.01 of 01.01.06.19 soort: paard, ezel, muildier, muilezel, zebra (inclusief kruisingen daarvan). Identificatiesysteem: tot en met 31 december 2009 het in artikel 2 van Beschikking 2000/68/EG van de Commissie' bedoelde identifica tien=er en vanaf 1 januari 2010 het unieke levensn=er als bedoeld in artikel 2, lid 2n onder d), en sectie I, deel A, punt 4, van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 504/2008 van de Commissie. Deel II (1) De punten II.1 tot en met II.6 hoeven niet te worden ingevuld indien er een bilaterale overeenkomst bestaat overeenkomstig artikel 6 van Richtlijn 2009 / 156 /EG. ( 2) Doorhalen wat niet van toepassing is. (3) Deze verklaring ontslaat de vervoerder niet van de verplichtingen die krachtens de geldende communautaire regelgeving op hem rusten, met name wat betreft de geschiktheid van de dieren voor transport. dit certificaat is tien dagen geldig. de kleur van het stempel en de handtekening moet verschillen van de kleur van de andere gegevens op het certificaat. ( )rticii'k dicrcu:1rts or orticii'k iuspcctcm N:1,1111 (iu blokkttcrs) 1 nk:ilc vctcriu:1irc cculwid: Datum: Stm1pcl l locd:llliglwid eu titcl: J laudtckcuing: Bijlage III bij het koninklijk besluit van 1 december 2013 betreffende de veterinairrechtelijke voorschriften voor het verkeer van paardachtigen , de invoer van paardachtigen uit derde landen en de doorvoer Ziekten waarvoor een aangifteplicht bestaat — Dourine — Kwade droes — Paardenencefalomyelitis (alle vormen, met inbegrip van VEE) — Infectieuze anemie — Rabies — Miltvuur — Paardenpest — Vesiculaire stomatitis Gezien om gevoegd te worden bij ons besluit van 1 december 2013 betreffende de veterinairrechtelijke voorschriften voor het verkeer van paardachtigen, de invoer van paardachtigen uit derde landen en de doorvoer. FILIP Van Koningswege : De Minister van Landbouw, Mevr. S. LARUELLE 101310 MONITEUR BELGE — 20.12.2013 − Ed. 4 — BELGISCH STAATSBLAD Bijlage IV bij het koninklijk besluit van 1 december 2013 betreffende de veterinairrechtelijke voorschriften voor het verkeer van paardachtigen, de invoer van paardachtigen uit derde landen en de doorvoer 101311MONITEUR BELGE — 20.12.2013 − Ed. 4 — BELGISCH STAATSBLAD 0/J = ;-a = 111 N 111 "C 111 "C = ~ 111 tl 111 ,.Q 00 = 111 > 111 0/J 111 c.:, .. 'il 111 0 Veterinair certificaat voor de invoer van paardachtigen in de EU Deel I LAND Veterinair certificaat voor de invoer in de EU 1.1. Verzender 1.2. Referentienunrmer I~ certificaat Naam 1.3. Bevoegde centrale autoriteit Adres 1.4. Bevoegde lokale autoriteit Tel. 1.5. Geadresseerde ~ Naam Adres Postcode Tel. I. 7. Land van ISO-code 1.8. Regio van Code I. 9. Land van ISO- 1.10. Regio van Code oorsprong 1 oorsprong 1 bestemming code bestemming 1 1 I. 11. Plaats van oorsprong 1.12 Naam Erkenningsnummer Adres Naam Erkenningsnummer Adres Naam Erkenningsnummer Adres 1.13. Plaats van lading 1.14. Datum van vertrek Uur van vertrek Adres Erkenningsnummer 1.15. V ervoenniddelen 1.16. Grensinspectiepost van binnenkomst in EU Vliegtuig D Vaartuig D Treinwagon D Wegvoertuig D Andere D Identificatie : 1.17. CITES-nr(s) Referentiedocumenten : 1.18. Omschrijving van de goederen 1 1.19. Productcode (GS-code) 1.20. Hoeveelheid 1.21. 1.22. Aantal verpakkingen 1.23. N r. zegel en nr. container I.~ T2S Gocdcrctl gcccrtificccnl door: Jiokke11 11 ,'vlcste11 11 Sbd,t 11 J irke11de i11stelli11g 11 <J11:1r:111t:1itlc 11 ( ;crcgist rccrdc p:1:1rdctl 11 1 lcrnitzetti11g wild 11 ( ;ezelsd1:1psdiere11 11 ( :iru1s, tcntoonstclling 11 1 lcrnitzetti11g 11 ( )vcrioc h 11 \'t·rdt·n· vt·nvt·rki11g 11 li'' 1.28. lde11tilic:1tie v:111 de goedere11 Soorl (\Vete11sd1:1ppelijke lw11:1111i11g) l ,eel"tijd IL1s/ ( ::itegorie ( ;esbclit 1.27. Voor i11voer or toebti11g i11 1,:11 l)cli11iticve i11voer \\',,d,,ri11v<><'r Tijdelijke i11voer 1 d,,,11 ilic:11 i,,sysl<'<'t 11 l locveellwid 11 11 11 11 1 de11tilic:1tie111111111wr Test Vak I.1. Verzender : naam en adres (straat, plaats en in voorkomend geval regio/provincie/land) van de natuurlijke of rechtspersoon die de zending verzendt. Aanbevolen wordt ook een telefoon- of fax of e-mailadres te vermelden. Vak I.2. Het referentienummer van het certificaat is een nummer dat de bevoegde autoriteit van het derde land volgens haar eigen systeem moet toekennen. Vak I.2.a. Bestemd voor de Traceskennisgeving. Het Tracesnummer van het certificaat is een uniek referentienummer dat door Traces wordt toegekend. Vak I.3. Bevoegde centrale autoriteit : naam van de centrale certificeringsautoriteit van het land van verzending. Vak I.4. Bevoegde lokale autoriteit : indien van toepassing, naam van de plaatselijke certificeringsautoriteit van de plaats van oorsprong of de plaats van verzending. Vak I.5. Geadresseerde : naam en adres (straat, postcode en plaats) van de natuurlijke of rechtspersoon in de lidstaat van bestemming waarvoor de zending bestemd is. Deze informatie is niet verplicht bij doorvoer via de EU. Vak I.6. Voor de zending in de EU verantwoordelijke persoon : 1 : bij doorvoer via de EU : naam en adres (straat, postcode, plaats). Aanbevolen wordt ook een telefoon- of fax of e-mailadres te vermelden. Deze persoon is verantwoordelijk voor de zending wanneer die bij de grensinspectiepost wordt aangeboden en legt namens de importeur de nodige verklaringen af aan de bevoegde autoriteiten; 2 : bij invoer van producten, dieren, sperma, embryo’s of eicellen in de EU : bestemd voor de Traceskennisgeving. Vermeld naam en adres (straat, postcode, plaats). Aanbevolen wordt ook een telefoon- of fax of e-mailadres te vermelden. Deze informatie kan worden gewijzigd totdat een gemeenschappelijk veterinair document van binnenkomst wordt opgesteld. Vak I.7. Land van oorsprong : naam van het derde land waar de eindproducten zijn geproduceerd, vervaardigd of verpakt of waar de dieren tijdens de wettelijk voorgeschreven periode hebben verbleven. Vak I.8. Regio van oorsprong : alleen voor soorten of producten waarop regionalisatiemaatregelen van toepassing zijn of waarvoor erkende gebieden zijn vastgesteld uit hoofde van wetgeving van de Europese Gemeenschap. De regio’s of erkende gebieden moeten worden vermeld overeenkomstig de beschrijving in het Publicatieblad van de EU. Code : zoals vermeld in de beschikking 2004/211/EG Vak I.9. Land van bestemming : naam van de lidstaat waarvoor de dieren of producten bestemd zijn. Bij doorvoer : naam van het derde land van bestemming. Vak I.10. Regio van bestemming : zie vak I.8. Vak I.11. Plaats van oorsprong : plaats waar de dieren of producten vandaan komen. Voor dieren : een landbouwbedrijf of een andere onder officieel toezicht staande agrarische, industriële of commerciële onderneming, met inbegrip van dierentuinen, pretparken, wildparken en jachtgebieden, waar normaliter dieren worden gehouden of gefokt. Voor sperma, embryo’s en eicellen : inrichting waar sperma wordt gewonnen of opgeslagen alsmede embryo- en eicelteams of embryoproductie- en eicelproductieteams. Voor producten of bijproducten van dierlijke oorsprong : elke eenheid van een levensmiddelen- of diervoederbe drijf. Vermeld uitsluitend het bedrijf dat de producten of bijproducten verzendt, en de naam van het land van verzending indien dit niet het land van oorsprong is. Vermeld naam en adres (straat, plaats en in voorkomend geval regio/provincie/land) van de organisatie, met het erkennings- of registratienummer als de regelgeving dat vereist. Vak I.12. Plaats van bestemming bij opslag van producten die worden doorgevoerd : naam, adres (straat, postcode en plaats) en erkennings- of registratienummer van het entrepot in een vrije zone, het vrije entrepot, het douane-entrepot of de scheepsbevoorrader. Plaats van bestemming bij invoer in de EU : bestemd voor de Traceskennisgeving. Plaats waar de dieren of producten definitief naartoe worden gebracht. Vermeld naam en adres (straat, postcode en plaats) van de organisatie van de plaats van bestemming, met in voorkomend geval het erkennings- of registratienummer. Aanbevolen wordt ook een telefoon- of fax of e-mailadres te vermelden. Vak I.13. Plaats van lading : Voor dieren : plaats waar de dieren worden geladen en, met name wanneer zij eerder worden verzameld, gegevens over het verzamelcentrum : dit betreft de officiële verzamelcentra waar dieren voorafgaand aan het vervoer bijeen worden gebracht. Zij moeten door de officiële autoriteit zijn erkend en worden gecontroleerd. Voor producten, sperma en embryo’s : plaats of haven van lading. Vak I.14. Datum en uur van vertrek : Voor dieren : geplande vertrekdatum en -tijd van de dieren. Voor producten, sperma, embryo’s en eicellen : vertrekdatum. Vak I.15. Vervoermiddelen : alle gegevens betreffende de vervoermiddelen invullen. Wijze van vervoer (lucht, water, spoor, weg of andere). 101312 MONITEUR BELGE — 20.12.2013 − Ed. 4 — BELGISCH STAATSBLAD Identificatie van het vervoermiddel : voor vliegtuigen het vluchtnummer, voor schepen de naam van het schip, voor treinwagons het nummer van de trein en van de wagon, voor wegvoertuigen het kenteken van het voertuig en eventueel van de aanhanger. Andere : wijzen van vervoer die niet zijn vermeld in Richtlijn 91/628/EEG inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer. Als na het verstrekken van het certificaat het vervoermiddel wordt gewijzigd, dient de verzender de grensinspectiepost van binnenkomst in de EU hiervan op de hoogte te brengen. Referentie van documenten : facultatief; hier kan het nummer van de luchtvrachtbrief, het nummer van de zeevrachtbrief of het commerciële registratienummer van de trein of het voertuig worden vermeld. Vak I.16. Grensinspectiepost van binnenkomst in de EU : naam en nummer van de GIP zoals vermeld in het Publicatieblad van de EU. Deze informatie kan worden gewijzigd totdat een gemeenschappelijk veterinair document van binnenkomst wordt opgesteld. Vak I.17. Nummer Cites-vergunning : alleen voor dieren en producten die worden genoemd in de Overeenkomst van Washington inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten. Vak I.18. Omschrijving van de goederen : veterinaire beschrijving van de goederen of vermelding van de rubrieken van het geharmoniseerde systeem van de Werelddouaneorganisatie, dat is overgenomen in Verordening (EEG) nr. 2658/87, zoals gewijzigd. Deze douanebeschrijving wordt in voorkomend geval aangevuld met alle informatie die nodig is voor de veterinaire indeling van de goederen (soort, behandeling enz.). Vak I.19. Goederencode (GS-code) : code van het geharmoniseerd systeem van de Werelddouaneorganisatie, dat is overgenomen in Verordening (EEG) nr. 2658/87, zoals gewijzigd. Vak I.20. Hoeveelheid : Voor dieren en dierlijke producten (sperma, eicellen en embryo’s) het totale aantal stuks of rietjes invullen. Voor aquacultuurdieren en voor producten het totale brutogewicht in kg en het totale nettogewicht in kg invullen. Vak I.21. Temperatuur producten (alleen voor producten van dierlijke oorsprong) : aankruisen bij welke temperatuur de producten vervoerd/opgeslagen dienen te worden. Vak I.22. Aantal verpakkingen : het aantal dozen, hokken of boxen waarin de dieren worden vervoerd of het aantal cryogene vaten voor sperma, eicellen en embryo’s, dan wel het aantal verpakkingen voor producten. Vak I.23. Nr. zegel en nr. container : de zegelnummers kunnen uit hoofde van de regelgeving vereist zijn. In voorkomend geval alle zegelnummers en containernummers vermelden. Deze informatie mag worden weggelaten wanneer een dergelijke verplichting ontbreekt. Vak I.24. Aard van de verpakking : alleen voor producten. Vak I.25. Goederen gecertificeerd voor : vermeld doel van de invoer van de dieren of beoogd gebruik van de producten (in de specifieke certificaten worden alleen de mogelijke keuzes vermeld). Fokken : voor fok- en gebruiksdieren. Mesten : alleen voor schapen, geiten, runderen en varkens. Slacht : voor slachtdieren. Quarantaine : verwijst naar beschikking 2000/666/EG voor vogels, naar richtlijn 92/65/EEG voor carnivoren, primaten en vleermuizen en naar richtlijn 2006/88/EG van de Raad voor aquacultuurdieren. Erkende instelling : officieel erkende instelling, officieel erkend instituut of officieel erkend centrum overeenkom stig richtlijn 92/65/EEG. Kunstmatige reproductie : alleen voor sperma, eicellen en embryo’s. Geregistreerde paardachtigen : overeenkomstig richtlijn 90/426/EEG. Heruitzetting wild : alleen voor wild dat wordt uitgezet om de bestanden aan te vullen en voor vis bestemd voor aanvulling van het bestand van „put and take”-visbedrijven. Gezelschapsdieren : dieren van de in bijlage I bij verordening (EG) nr. 998/2003 vermelde soorten, die worden verhandeld. Circus/tentoonstelling : circussen, dieren voor wedstrijden en voor aquaria bestemde waterdieren. Heruitzetting : alleen voor aquacultuurproducten. Menselijke consumptie : alleen voor producten voor menselijke consumptie waarvoor de regelgeving een gezondheidscertificaat vereist. Diervoeder : alleen voor producten bestemd voor diervoeding overeenkomstig verordening (EG) nr. 1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad. Verwerking : alleen voor producten of dieren die verwerkt moeten worden alvorens zij in de handel worden gebracht. Technisch gebruik : producten die ongeschikt zijn voor menselijke en dierlijke consumptie, zoals gedefinieerd in verordening (EG) nr. 1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad, zoals gewijzigd. Overige : niet in deze classificatie vermelde doeleinden. Vak I.26. Doorvoer via de EU naar een derde land (alleen voor producten van dierlijke oorsprong uit een derde land die via de EU/EER naar een ander derde land worden doorgevoerd) : vermeld de naam en de ISO-code van het derde land van bestemming. (Specifiek vak voor doorvoer- en opslagcertificaten, waaronder opslag voor leveranciers aan zeevervoermiddelen). Vak I.27. Voor invoer of tijdelijke toelating in de EU : (Specifiek vak voor invoer- en toelatingscertificaten). Definitieve invoer : deze keuzemogelijkheid bestaat alleen voor het binnenbrengen van diersoorten die opnieuw mogen worden binnengebracht of die tijdelijk zijn toegelaten (bv. geregistreerde paarden). 101313MONITEUR BELGE — 20.12.2013 − Ed. 4 — BELGISCH STAATSBLAD Wederinvoer : deze keuzemogelijkheid bestaat alleen voor het binnenbrengen van diersoorten die opnieuw mogen worden binnengebracht (bv. van voor wedrennen, wedstrijden en culturele manifestaties geregistreerde paarden, na tijdelijke uitvoer (Beschikking 93/195/EEG van de Commissie)). Tijdelijke toelating : deze keuzemogelijkheid bestaat alleen voor het binnenbrengen van diersoorten die tijdelijk mogen worden toegelaten (bv. voor een periode van maximaal negentig dagen geregistreerde paarden). Vak I.28. Identificatie van de goederen : de voor de diersoorten en de aard van de producten specifieke eisen vermelden. In elk specifiek certificaat wordt vermeld welke van de hieronder opgesomde gegevens vereist zijn. Voor levende dieren : soort (wetenschappelijke naam), ras/categorie, identificatiemethode, identificatienummer, leeftijd, geslacht, hoeveelheid, test. Voor sperma, embryo’s, eicellen : soort (wetenschappelijke naam), ras/categorie, identificatiemerk, datum van winning, erkenningsnummer van het centrum/team, identificatie van de donor, hoeveelheid. Voor producten : soort (wetenschappelijke naam), aard van de goederen, soort behandeling, erkenningsnummer van de inrichtingen (slachthuis, uitsnijderij/verwerkingsinrichting, koelhuis), partijnummer, verpakkingsnummer, nettogewicht. Gezien om gevoegd te worden bij ons besluit van 1 december 2013 betreffende de veterinairrechtelijke voorschriften voor het verkeer van paardachtigen, de invoer van paardachtigen uit derde landen en de doorvoer. FILIP Van Koningswege : De Minister van Landbouw, Mevr. S. LARUELLE * FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE [C − 2013/11603] 15 DECEMBER 2013. — Koninklijk besluit houdende de algemeen bindende verklaring van de beslissing van 7 november 2013 inzake de billijke vergoeding verschuldigd door de kappers en de schoonheidsspecialisten, genomen door de commissie bedoeld in artikel 42 van de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten, artikel 42; Op de voordracht van de Minister van Economie, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1. Algemeen bindend wordt verklaard, de als bijlage over genomen beslissing van 7 november 2013 inzake de billijke vergoeding verschuldigd door de kappers en de schoonheidsspecialisten, genomen SERVICE PUBLIC FEDERAL ECONOMIE, P.M.E., CLASSES MOYENNES ET ENERGIE [C − 2013/11603] 15 DECEMBRE 2013. — Arrêté royal rendant obligatoire la décision du 7 novembre 2013 relative à la rémunération équitable due par les coiffeurs et esthéticiens, prise par la commission visée à l’article 42 de la loi du 30 juin 1994 relative au droit d’auteur et aux droits voisins PHILIPPE, Roi des Belges, A tous, présents et à venir, Salut. Vu la loi du 30 juin 1994 relative au droit d’auteur et aux droits voisins, l’article 42; Sur la proposition du Ministre de l’Economie, Nous avons arrêté et arrêtons : Article 1er. Est rendue obligatoire la décision du 7 novembre 2013, reprise en annexe, relative à la rémunération équitable due par les coiffeurs et esthéticiens, prise par la commission visée à l’article 42 de 101314 MONITEUR BELGE — 20.12.2013 − Ed. 4 — BELGISCH STAATSBLAD Deel II Modelcertificaat (*) 1:/) II.a. Referentienummer ~ = II. Informatie over de gezondheid (*) certificaat ·c: Il .. 1 Il N aargelang het geval : u .. .... .... 'il ** Il 0 Officiële dierenarts Naam (in hoofdletters): Hoedanigheid en titel Datum: Handtekening: Stempel (*) Vervangen door de specifieke titel van elk modelcertificaat (**) Specifieke gezondheidsvoorschriften die moeten worden ingevuld

Arrêté royal du 1 december 2013 relatif aux conditions de police sanitaire régissant les mouvements d’équidés, les importations d’équidés en provenance des pays tiers et le transit · Nelum