Skip to content
Nelum
Laws of Belgium

Arrêté royal concernant les normes relatives aux émissions de gaz et de particules polluants des moteurs à combustion interne, destinés aux engins mobiles non routiers et modifiant l’arrêté royal du 6 mars 2002 concernant les émissions sonores des matériels utilisés à l’extérieur des bâtiments

Made 2004-12-05 · Text as of 2026-10-01

Public law and official guidance, published as research. Not legal, tax or financial advice.

About this law

Language
French
Kind
Regulation
Country
Belgium
Subjects
Air and atmosphere
Keywords
pollution control, emissions, air quality/air pollution, offences/penalties, environmental standards, standards, protection of environment

Where to read it

    No source link is recorded for this law.

Text

The law's own text, section by section, as held. Each section has its own link.

  1. 174e JAARGANG 174e ANNEEN. 433 MAANDAG 13 DECEMBER 2004 LUNDI 13 DECEMBRE 2004 TWEEDE EDITIE DEUXIEME EDITION INHOUD Wetten, decreten, ordonnanties en verordeningen Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid 23 JUNI 2004. — Wet tot wijziging van de datum van inwerkingtre ding van de onmiddellijke aangifte van tewerkstelling voor bepaalde sectoren, bl. 84080. Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedsel keten en Leefmilieu 5 DECEMBER 2004. — Koninklijk besluit houdende normen inzake verontreinigende gasvormige en deeltjesemissies van inwendige verbrandingsmotoren voor mobiele niet voor de weg bestemde machi nes en tot wijziging van het koninklijk besluit van 6 maart 2002 betreffende het geluidsvermogen voor materieel voor gebruik buitenshuis, bl. 84081. 25 NOVEMBER 2004. — Ministerieel besluit tot vaststelling van sommige bijzondere bepalingen teneinde te voorzien in de uitvoering van het statuut van het rijkspersoneel bij de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, bl. 84093. Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie 19 NOVEMBER 2004. — Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 januari 1970 houdende reglementering van de postdienst, bl. 84111. 16 NOVEMBER 2004. — Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 12 januari 1970 houdende reglementering van de postdienst, bl. 84113. Programmatorische Federale Overheidsdienst Maatschappelijke Integra tie, Armoedebestrijding en Sociale Economie 5 DECEMBER 2004. — Koninklijk besluit tot uitvoering van arti kel 68quinquies, § 4, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, bl. 84114. SOMMAIRE Lois, décrets, ordonnances et règlements Service public fédéral Sécurité sociale 23 JUIN 2004. — Loi visant à modifier la date d’entrée en vigueur de la déclaration immédiate de l’emploi dans certains secteurs, p. 84080. Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement 5 DECEMBRE 2004. — Arrêté royal concernant les normes relatives aux émissions de gaz et de particules polluants des moteurs à combustion interne, destinés aux engins mobiles non routiers et modifiant l’arrêté royal du 6 mars 2002 concernant les émissions sonores des matériels utilisés à l’extérieur des bâtiments, p. 84081. 25 NOVEMBRE 2004. — Arrêté ministériel fixant certaines disposi tions particulières en vue d’assurer au sein du Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement, l’exécution du statut des agents de l’Etat, p. 84093. Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie 19 NOVEMBRE 2004. — Arrêté royal modifiant l’arrêté royal du 12 janvier 1970 portant réglementation du service postal, p. 84111. 16 NOVEMBRE 2004. — Arrêté ministériel modifiant l’arrêté minis tériel du 12 janvier 1970 portant réglementation du service postal, p. 84113. Service public fédéral de Programmation Intégration sociale, Lutte contre la Pauvreté et Economie sociale 5 DECEMBRE 2004. — Arrêté royal pris en exécution de l’arti cle 68quinquies, § 4, de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d’action sociale, p. 84114. 110 bladzijden/pages BELGISCH STAATSBLAD MONITEUR BELGE Publicatie overeenkomstig artikelen 472 tot 478 van de programmawet van 24 december 2002 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 31 december 2002. Le Moniteur belge peut être consulté à l’adresse : www.moniteur.be Direction du Moniteur belge, rue de Louvain 40-42, 1000 Bruxelles, tél. 02 552 22 11 - Conseiller : A. Van Damme Publication conforme aux articles 472 à 478 de la loi programme du 24 décembre 2002 publiée au Moniteur belge du 31 décembre 2002. Dit Belgisch Staatsblad kan geconsulteerd worden op : www.staatsblad.be Bestuur van het Belgisch Staatsblad, Leuvenseweg 40-42, 1000 Brussel, tel. 02 552 22 11 - Adviseur : A. Van Damme 5 DECEMBER 2004. — Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 11 juli 2002 houdende het algemeen reglement betreffende het recht op maatschappelijke integratie, bl. 84115. 5 DECEMBER 2004. — Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 11 juli 2002 houdende het algemeen reglement betreffende het recht op maatschappelijke integratie, bl. 84118. Gemeenschaps- en Gewestregeringen Vlaamse Gemeenschap Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap 29 OKTOBER 2004. — Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 september 2001 tot organisatie van de kabinetten van de leden van de Vlaamse Regering, bl. 84118. Andere besluiten Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken Federaal Agentschap voor nucleaire controle. Kennisgeving. Aanvul lende voorwaarde voor een inrichting van klasse I in toepassing van artikelen 6 en 13 van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen, bl. 84123. Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer 5 DECEMBER 2004. — Koninklijk besluit tot hernieuwing van de benoeming van twee leden van het college van commissarissen van Belgocontrol, bl. 84123. Wijziging van de normen en voorschiften inzake de veiligheid van de spoorweginfrastructuur en haar gebruik, bl. 84124. — Wijziging van de normen en voorschiften inzake de veiligheid van de spoorweginfra structuur en haar gebruik, bl. 84124. Federale Overheidsdienst Justitie Rechterl i jke Orde, bl . 84124. — Rechterl i jke Orde. Gerechtsdeurwaarders, bl. 84125. Gemeenschaps- en Gewestregeringen Vlaamse Gemeenschap Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap Departement Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur Welzijnszorg, bl. 84125. — Welzijnszorg, bl. 84127. — Welzijnszorg, bl. 84129. Waals Gewest Ministerie van het Waalse Gewest Sociale Actie, bl. 84131. — Sociale Actie, bl. 84131. Gemeinschafts- und Regionalregierungen Wallonische Region Ministerium der Wallonischen Region Naturerhaltung, S. 84132. 5 DECEMBRE 2004. — Arrêté royal portant modification de l’arrêté royal du 11 juillet 2002 portant règlement général en matière de droit à l’intégration sociale, p. 84115. 5 DECEMBRE 2004. — Arrêté royal modifiant l’arrêté royal du 11 juillet 2002 portant règlement général en matière de droit à l’intégration sociale, p. 84118. Gouvernements de Communauté et de Région Communauté flamande Ministère de la Communauté flamande 29 OCTOBRE 2004. — Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l’arrêté du Gouvernement flamand du 14 septembre 2001 portant organisation des cabinets des membres du Gouvernement flamand, p. 84121. Autres arrêtés Service public fédéral Intérieur Agence fédérale de contrôle nucléaire. Notification. Condition complémentaire pour un établissement de classe I, en application des articles 6 et 13 de l’arrêté royal du 20 juillet 2001 portant règlement général de la protection de la population, des travailleurs et de l’environnement contre le danger des rayonnements ionisants, p. 84123. Service public fédéral Mobilité et Transports 5 DECEMBRE 2004. — Arrêté royal portant renouvellement de la nomination de deux membres du collège des commissaires de Belgocontrol, p. 84123. Modification des normes et prescriptions afférentes à la sécurité de l’infrastructure ferroviaire et à son utilisation, p. 84124. — Modification des normes et prescriptions afférentes à la sécurité de l’infrastructure ferroviaire et à son utilisation, p. 84124. Service public fédéral Justice Ordre judiciaire, p. 84124. — Ordre judiciaire. Huissiers de justice, p. 84125. Gouvernements de Communauté et de Région Région wallonne Ministère de la Région wallonne Action sociale, p. 84131. — Action sociale, p. 84131. — Conservation de la Nature, p. 84131. — Pouvoirs locaux, p. 84132. 84078 BELGISCH STAATSBLAD − 13.12.2004 − Ed. 2 − MONITEUR BELGE Brussels Hoofdstedelijk Gewest Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Bescherming van het erfgoed. Instelling van de procedure tot bescherming als monument. Erratum, bl. 84132. Officiële berichten Arbitragehof Uittreksel uit arrest nr. 167/2004 van 28 oktober 2004, bl. 84133. Uittreksel uit arrest nr. 177/2004 van 3 november 2004, bl. 84138. Uittreksel uit arrest nr. 178/2004 van 3 november 2004, bl. 84141. Uittreksel uit arrest nr. 179/2004 van 3 november 2004, bl. 84145. Schiedshof Auszug aus dem Urteil Nr. 167/2004 vom 28. Oktober 2004, S. 84136. Auszug aus dem Urteil Nr. 177/2004 vom 3. November 2004, S. 84140. Auszug aus dem Urteil Nr. 178/2004 vom 3. November 2004, S. 84144. Auszug aus dem Urteil Nr. 179/2004 vom 3. November 2004, S. 84147. Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen Toelatingen verleend aan een onderneming om aan verzekeringen te doen, bl. 84149. — Mededeling van een fusie door overneming tussen twee verzekeringsondernemingen gevestigd in een lid-Staat van de Europese Economische Ruimte andere dan België, bl. 84149. Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken Raad van State. Vacature voor twee mandaten van Franstalig assessor bij de afdeling wetgeving, bl. 84149. Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen Vernieuwing van het Wetenschappelijk Comité van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, bl. 84150. De Wettelijke Bekendmakingen en Verschillende Berichten wor den niet opgenomen in deze inhoudsopgave en bevinden zich van bl. 84152 tot bl. 84186. Région de Bruxelles-Capitale Ministère de la Région de Bruxelles-Capitale Protection du patrimoine. Ouverture de la procédure de classement comme monument. Erratum, p. 84132. Avis officiels Cour d’arbitrage Extrait de l’arrêt n° 167/2004 du 28 octobre 2004, p. 84135. Extrait de l’arrêt n° 177/2004 du 3 novembre 2004, p. 84139. Extrait de l’arrêt n° 178/2004 du 3 novembre 2004, p. 84142. Extrait de l’arrêt n° 179/2004 du 3 novembre 2004, p. 84146. Commission bancaire, financière et des Assurances Agréments accordés à une entreprise pour faire des opérations d’assurances, p. 84149. — Information d’une fusion par absorption entre deux entreprises d’assurances établies dans un Etat membre de l’Espace économique européen autre que la Belgique, p. 84149. Service public fédéral Intérieur Conseil d’Etat. Vacance de deux mandats d’assesseur, d’expression française auprès de la section de législation, p. 84149. Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire Renouvellement du Comité scientifique de l’Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire, p. 84150. Les Publications légales et Avis divers ne sont pas repris dans ce sommaire mais figurent aux pages 84152 à 84186. 84079BELGISCH STAATSBLAD − 13.12.2004 − Ed. 2 − MONITEUR BELGE WETTEN, DECRETEN, ORDONNANTIES EN VERORDENINGEN LOIS, DECRETS, ORDONNANCES ET REGLEMENTS FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID [C − 2004/22931]N. 2004 — 4621 23 JUNI 2004. — Wet tot wijziging van de datum van inwerkingtre ding van de onmiddellijke aangifte van tewerkstelling voor bepaalde sectoren (1) ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegeheid als bedoeld in arti kel 78 van de Grondwet. Art. 2. In artikel 13 van het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels worden de woorden : « 1 januari 2004 » vervangen door de woorden « 1 januari 2005 ». Art. 3. Deze wet heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2004. Kondigen deze wet af, dat zij met ’s Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Gegeven te Brussel, 23 juni 2004. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werk en Pensioenen, F. VANDENBROUCKE De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid R. DEMOTTE Met ’s Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, Mevr. L. ONKELINX Nota (1) Sessie 2003/2004. Kamer van volksvertegenwoordigers Stukken van de Kamer van volksvertegenwoordigers. - 51-1007. Nr. 1 : Wetsontwerp. — Nr. 2 : Verslag. — Nr. 3 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat. Integraal verslag : 19 mei 2004. Senaat : Stuk van de Senaat — 2003/2004 — Nr. 1 : Ontwerp niet geëvoceerd door de Senaat. SERVICE PUBLIC FEDERAL SECURITE SOCIALE [C − 2004/22931]F. 2004 — 4621 23 JUIN 2004. — Loi visant à modifier la date d’entrée en vigueur de la déclaration immédiate de l’emploi dans certains secteurs (1) ALBERT II, Roi des Belges, A tous, présents et à venir, Salut. Les Chambres ont adopté et nous sanctionnons ce qui suit : Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l’article 78 de la Constitution Art. 2. Dans l’article 12 de l’arrêté royal du 5 novembre 2002 instaurant une déclaration immédiate de l’emploi, en application de l’article 38 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sécurité sociale et assurant la viabilité des régimes légaux des pensions, les mots « 1er janvier 2004 » sont remplacés par les mots « 1er jan vier 2005 ». Art. 3. La présente loi produit ses effets le 1er janvier 2004. Promulguons la présente loi, ordonnons qu’elle soit revêtue du sceau de l’Etat et publiée par le Moniteur belge. Donné à Bruxelles, le 23 juin 2004. ALBERT Par le Roi : Le Ministre de l’Emploi et des Pensions, F. VANDENBROUCKE Le Ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, R. DEMOTTE Scellé du sceau de l’Etat : La Ministre de la Justice, Mme L. ONKELINX Note (1) Session 2003/2004. Chambre des représentants Documents de la Chambre des représentants. — 51-1007 — N° 1 : Projet de loi — n° 2 : Rapport. - n° 3 : Texte adopté en séance plénière et transmis au Sénat. Compte rendu intégral : 19 mai 2004. Sénat : Document du Sénat. — 2003/2004 — n° 1 : Projet non évoqué par le Sénat. 84080 BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU [C − 2004/22890]N. 2004 — 4622 5 DECEMBER 2004. — Koninklijk besluit houdende normen inzake verontreinigende gasvormige en deeltjesemissies van inwendige verbrandingsmotoren voor mobiele niet voor de weg bestemde machines en tot wijziging van het koninklijk besluit van 6 maart 2002 betreffende het geluidsvermogen voor materieel voor gebruik buitenshuis ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 21 december 1998 betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid, inzonder heid op artikelen 5, § 1, eerste lid, 1˚, 2˚, 3˚, 6˚, 9˚, 10˚, 11˚, 15, § 1, 16, § 1, gewijzigd bij de wet van 28 maart 2003 en 19bis, § 1 en 3, ingevoegd door de wet van 28 maart 2003; Gelet op het koninklijk besluit van 3 februari 1999 betreffende de bescherming van de atmosfeer tegen de uitstoot van gassen en deeltjes door niet voor de weg bestemde mobiele machines, gewijzigd door het koninklijk besluit van 20 februari 2003; Gelet op het koninklijk besluit van 6 maart 2002 betreffende het geluidsvermogen van materieel voor gebruik buitenshuis, inzonder heid op artikelen 3, 10 en 20; Gelet op de Richtlijn 2002/88/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 december 2002 tot wijziging van Richtlijn 97/68/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lid-Staten inzake maatregelen tegen de uitstoot van verontreinigende gassen en deeltjes door inwendige verbrandingsmotoren die worden gemonteerd in niet voor de weg bestemde mobiele machines; Gelet op de omstandigheid dat de gewestregeringen bij het ontwer pen van dit besluit betrokken zijn; Gelet op de kennisgeving van 12 juli 2004 aan de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling, de Hoge Gezondheidsraad, de Raad voor het Verbruik en de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 13 juli 2004; Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting, van 19 juli 2004; Gelet op advies 37.616/l/V van de Raad van State, gegeven op 24 augustus 2004, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1˚, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Overwegende dat omzetting van de maatregelen opgenomen in dit besluit alsook het toezicht op de uitvoering ervan opgenomen waren in het federaal plan tegen troposferische ozon en verzuring, zoals goedgekeurd door de Ministerraad van 5 december 2003; Overwegende dat de wettelijke basis van het koninklijk besluit van 3 februari 1999 achterhaald is, dat dit besluit onder meer niet voorziet in een aanduiding van toezichthoudende ambtenaren, dat het konink lijk besluit van 20 februari 2003 evenmin hierin voorziet; Overwegende dat procedures inzake het op de markt brengen van producten dienen te worden geharmoniseerd; Overwegende dat er geen noodzaak is om een specifieke beroeps procedure te voorzien voor het koninklijk besluit van 6 maart 2002 betreffende het geluidsvermogen van materieel voor gebruik buitens huis; Overwegende dat de bijlagen van de richtlijn van de Europese Gemeenschap die dient te worden omgezet in Belgisch recht vooreerst zeer complex en uitzonderlijk uitvoerig zijn, geen nationale bijzonder heden bevatten en tot slot niet beschikbaar zijn in een formaat om te kunnen worden verwerkt door de standaard tekstverwerker van de federale overheden; Overwegende dat het opmaken van nauwkeurige gecoördineerde besluiten gekoppeld aan het aanbieden van diverse faciliteiten voor het kenbaar maken van de integrale inhoud van deze besluiten, onderdelen zijn van het administratieve vereenvoudigingsproces; SERVICE PUBLIC FEDERAL SANTE PUBLIQUE, SECURITE DE LA CHAINE ALIMENTAIRE ET ENVIRONNEMENT [C − 2004/22890]F. 2004 — 4622 5 DECEMBRE 2004. — Arrêté royal concernant les normes relatives aux émissions de gaz et de particules polluants des moteurs à combustion interne, destinés aux engins mobiles non routiers et modifiant l’arrêté royal du 6 mars 2002 concernant les émissions sonores des matériels utilisés à l’extérieur des bâtiments ALBERT II, Roi des Belges, A tous, présents et à venir, Salut. Vu la loi du 21 décembre 1998 relative aux normes de produits ayant pour but la promotion des modes de production et de consommation durables et la protection de l’environnement et de la santé, notamment les articles 5, § 1er, premier alinéa, 1˚, 2˚, 3˚, 6˚, 9˚, 10˚, 11˚, 15, § 1er, 16, § 1er modifiée par la loi du 28 mars 2003 et 19bis, §§ 1er et 3, inséré par la loi du 28 mars 2003; Vu l’arrêté royal du 3 février 1999 relatif à la protection de l’atmosphère contre les émanations de gaz et de particules des engins mobiles non routiers, modifié par l’arrêté royal du 20 février 2003; Vu l’arrêté royal du 6 mars 2002 relatif à la puissance sonore des matériels destinés à être utilisés à l’extérieur des bâtiments, notamment les articles 3, 10 et 20; Vu la Directive 2002/88/CE du Parlement européen et du Conseil du 9 décembre 2002 modifiant la Directive 97/68/CE sur le rapprochement des législations des Etats membres relatives aux mesures contre les émissions de gaz et de particules polluants provenant des moteurs à combustion interne destinés aux engins mobiles non routiers; Vu l’association des gouvernements régionaux à l’élaboration du présent arrêté; Vu la portée à la connaissance du 12 juillet 2004 du Conseil fédéral du Développement durable, du Conseil supérieur d’Hygiène, du Conseil de la Consommation et du Conseil central de l’Economie; Vu l’avis de l’inspecteur des Finances, donné le 13 juillet 2004; Vu l’accord de Notre Ministre du Budget, donné le 19 juillet 2004; Vu l’avis 37.616/l/V du Conseil d’Etat, donné le 24 août 2004, en application de l’article 84, § 1er, premier alinéa, 1˚, des lois coordonnées sur le Conseil d’Etat; Considérant que la transposition des dispositions de cet arrêté ainsi que le contrôle de leur exécution font partie du plan fédéral de lutte contre l’ozone troposphérique et l’acidification, tel qu’approuvé par le Conseil de Ministres du 5 décembre 2003; Considérant que la base légale de l’arrêté royal du 3 février 1999 n’était plus actuelle, que cet arrêté ne prévoyait pas, entre autres, la désignation de fonctionnaires pour contrôler le respect des dispositions et que l’arrêté royal du 20 février 2003 ne prévoit toujours pas une telle désignation; Considérant que les procédures concernant la mise sur le marché de produits doivent être harmonisées; Considérant qu’il n’y a pas besoin de prévoir une procédure d’appel spécifique pour l’arrêté royal du 6 mars 2002 concernant les émissions sonores des matériels utilisés à l’extérieur des bâtiments; Considérant que les annexes de la directive de la Communauté européenne qui doit être transposées en droit belge, sont d’une très grande complexité et exceptionnellement détaillées, et qu’elles ne contiennent pas de particularités nationales et, finalement, qu’elles ne sont pas disponibles dans un format offrant la possibilité d’être éditées par le traitement de textes de base tel qu’utilisé par les autorités fédérales; Considérant que l’édition d’arrêtés coordonnés précis associée à l’offre de plusieurs facilités pour communiquer le contenu intégral de ces arrêtés font partie du processus de simplification administrative; 84081BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE Op de voordracht van Onze Minister van Financiën, van Onze Minister van Economie, van Onze Minister van Werk en van Onze Minister van Leefmilieu en op advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK I. — Definities Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit dat de omzetting in Belgisch recht beoogt van de Richtlijn 2002/88/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 december 2002 tot wijziging van Richtlijn 97/68/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lid-Staten inzake maatregelen tegen de uitstoot van verontreinigende gassen en deeltjes door inwendige verbrandingsmotoren die worden gemonteerd in niet voor de weg bestemde mobiele machines, wordt verstaan onder : 1˚ niet voor de weg bestemde mobiele machine : mobiel werktuig, vervoerbare industriële uitrusting of voertuig met of zonder carrosserie, niet bestemd voor personen- of goederenverkeer over de weg, waarin een inwendige verbrandingsmotor als omschreven in bijlage I, deel 1, is gemonteerd; 2˚ typegoedkeuring : de procedure waarbij door de keuringsinstantie wordt verklaard dat een type inwendige verbrandingsmotor of een motorfamilie, wat het niveau van de uitstoot van verontreinigende gassen en deeltjes uit de motor(en) betreft, aan de desbetreffende technische voorschriften van dit besluit voldoet; 3˚ motortype : alle tot een categorie behorende motoren die niet van elkaar verschillen voor wat betreft de essentiële motorkenmerken vermeld in bijlage II, aanhangsel 1; 4˚ motorfamilie : een door de fabrikant bepaalde groep van motoren die vanwege hun ontwerp naar verwachting vergelijkbare uitlaatemissie-eigenschappen hebben en die aan de voorschriften van dit besluit voldoen; 5˚ kleine motorfamilie : een familie motoren met elektrische ontsteking met een totale jaarproductie van minder dan 5 000 stuks; 6˚ oudermotor : een motor die zodanig uit een motorfamilie is geselecteerd dat hij voldoet aan de voorschriften van de punten 6 en 7 van bijlage I; 7˚ ruilmotor : nieuw gebouwde motor die een motor in een machine vervangt en die alleen voor dit doel is geleverd; 8˚ motor voor handapparatuur : motor die ten minste aan een van de volgende eisen voldoet — de motor wordt gebruikt in een apparaat dat gedurende de verrichting van zijn beoogde functie(s) door de bediener wordt gedragen; — de motor wordt gebruikt in een apparaat dat in verscheidene posities kan werken, bijvoorbeeld ondersteboven of zijwaarts, om beoogde functie(s) volledig te verrichten; — de motor wordt gebruikt in een apparaat waarvan het gecombi neerde droge gewicht van motor en apparaat minder dan 20 kilogram bedraagt en dat ook ten minste één van de volgende kenmerken heeft : i) het apparaat wordt gedurende de verrichting van de beoogde functie(s) door de bediener ondersteund ofwel gedragen, ii) het apparaat wordt gedurende de verrichting van de beoogde functie(s) door de bediener ondersteund ofwel door de stand van zijn lichaam bestuurd, iii) de motor wordt gebruikt in een generator of een pomp; 9˚ motor voor niet-handapparatuur : motor die niet valt onder de definitie van een motor voor hand apparatuur; 10˚ motor voor professionele multipositionele handapparatuur : motor voor handapparatuur die beantwoordt aan de beschrijving onder twee eerste koppeltekens van de definitie van een motor voor handapparatuur, en waarvoor de motorfabrikant ten behoeve van een Sur la proposition de Notre Ministre des Finances, de Notre Ministre de l’Economie, de Notre Ministre de l’Emploi et de notre Ministre de l’Environnement et de l’avis de Nos Ministres qui en ont délibéré en Conseil, Nous avons arrêté et arrêtons : CHAPITRE Ier. — Définitions Article 1er. Pour l’application du présent arrêté, qui vise à transpo ser en droit belge la Directive 2002/88/CE du Parlement européen et du Conseil du 9 décembre 2002 modifiant la Directive 97/68/CE sur le rapprochement des législations des Etats membres relatives aux mesures contre les émissions de gaz et de particules polluants provenant des moteurs à combustion interne destinés aux engins mobiles non routiers, il faut entendre par : 1˚ engin mobile non routier : toute machine mobile, tout équipement industriel transportable ou tout véhicule, pourvu ou non d’une carrosserie, non destiné au transport routier de passagers ou de marchandises, sur lequel est installé un moteur à combustion interne, au sens de l’annexe Ire, section 1re; 2˚ réception par type : la procédure par laquelle l’autorité compétente en matière de réception certifie qu’un type de moteur ou une famille de moteurs à combustion interne, en ce qui concerne le niveau d’émission de particules et de gaz polluants satisfait aux exigences techniques correspondantes du présent arrêté; 3˚ type de moteur : une catégorie de moteurs identiques par les aspects essentiels du moteurs énoncés à l’annexe II, appendice 1; 4˚ famille de moteurs : une classification retenue par le constructeur selon laquelle les moteurs, de part leur conception, doivent tous avoir les mêmes caractéristiques d’émissions et satisfont aux exigences du présent arrêté; 5˚ famille de moteurs fabriqués en petites séries : une famille de moteurs à allumage commandé produits au total à moins de 5 000 unités par an; 6˚ moteur représentatif : un moteur choisi dans une famille de moteur de manière à satisfaire aux exigences définies à l’annexe Ire, sections 6 et 7; 7˚ moteur de rechange : un moteur neuf destiné à remplacer le moteur d’un équipement, et qui a été fourni uniquement à cette fin; 8˚ moteur portatif : un moteur qui satisfait à au moins une des exigences suivantes — le moteur doit être utilisé dans un équipement qui est porté par l’opérateur pendant l’exécution des fonctions pour lesquelles il est conçu; — le moteur doit être utilisé dans un équipement devant fonctionner en positions multiples, par exemple en position renversée ou de côté, pour accomplir les fonctions pour lesquelles il est conçu; — le moteur doit être utilisé dans un équipement dont le poids à sec combiné (équipement + moteur) est inférieur à 20 kilogrammes et qui possède au moins l’une des caractéristiques suivantes : i) l’opérateur doit soit tenir, soit porter l’équipement pendant l’exécution de sa ou ses fonction(s), ii) l’opérateur doit tenir ou piloter l’équipement pendant l’exécution de sa ou ses fonction(s), iii) le moteur doit être utilisé dans un générateur ou une pompe, 9˚ moteur non portatif : un moteur qui ne correspond pas à la définition du moteur portatif; 10˚ moteur portatif à usage professionnel fonctionnant en positions multiples : un moteur portatif qui satisfait aux exigences énoncées aux deux premiers tirets de la définition du ″moteur portatif″ et pour lequel le constructeur a fourni à une autorité compétente en matière de réception 84082 BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE keuringsinstantie heeft opgegeven dat een emissieduurzaamheid speriode van categorie 3 (volgens bijlage IV, aanhangsel 4, punt 2.1), van toepassing is; 11˚ emissieduurzaamheidsperiode : het in bijlage IV, aanhangsel 4, genoemde aantal uren dat wordt gebruikt ter bepaling van de verslechteringsfactoren; 12˚ motorvermogen : het nettovermogen als omschreven in bijlage I, punt 2.4; 13˚ productiedatum van de motor : de datum waarop de motor aan het einde van de productielijn de eindcontrole passeert. In dit stadium is de motor gereed voor levering of opslag; 14˚ in de handel brengen : het voor de eerste maal tegen betaling dan wel kosteloos ter beschikking stellen van een motor op de markt met het oog op distributie en/of gebruik in de Europese Gemeenschap; 15˚ fabrikant : de persoon of organisatie die tegenover de keuringsinstantie verant woordelijk is voor alle aspecten van de typegoedkeuringsprocedure en instaat voor de overeenstemming van de productie. Het is niet noodzakelijk dat deze persoon of organisatie rechtstreeks betrokken is bij alle fasen van de bouw van de motor; 16˚ kleine fabrikant van motoren met elektrische ontsteking : fabrikant met een totale jaarproductie van minder dan 25 000 stuks; 17˚ keuringsinstantie : de bevoegde instantie die verantwoordelijk is voor alle aspecten van de typegoedkeuring van een motor of een motorfamilie, voor het afgeven en intrekken van goedkeuringsformulieren, het fungeren als contactpunt voor de keuringsinstanties van de andere lidstaten van de Europese Gemeenschap en het verifiëren van de door de fabrikant genomen maatregelen inzake de overeenstemming van de productie en die is aangewezen in artikel 13; 18˚ technische dienst : de organisatie(s) of instantie(s) die tot taak heeft (hebben) gekregen om als beproevingslaboratorium namens de keuringsinstantie proeven of inspecties te verrichten; 19˚ inlichtingenformulier : het formulier bedoeld in bijlage II, waarin staat vermeld welke gegevens door de aanvrager moeten worden verstrekt; 20˚ informatiedossier : de map of het dossier met alle gegevens, tekeningen, foto’s, enz. die door de aanvrager overeenkomstig de instructies van het inlichtingen formulier aan de technische dienst of de keuringsinstantie zijn ver strekt; 21˚ informatiepakket : het informatiedossier plus alle beproevingsrapporten of andere stukken die de technische dienst of de keuringsinstantie tijdens de uitvoering van hun taken aan het informatiedossier hebben toege voegd; 22˚ inhoudsopgave bij het informatiepakket : het document waarin een opsomming wordt gegeven van de inhoud van het informatiepakket met een passende nummering of andere tekens voor een duidelijke aanduiding van alle bladzijden. 23˚ basisrichtlijn : de Richtlijn 97/68/EG van 16 december 1997 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake maatregelen tegen de uitstoot van verontreinigende gassen en deeltjes door inwendige verbrandingsmo toren die worden gemonteerd in niet voor de weg bestemde mobiele machines; 24˚ eerste wijzigingsrichtlijn : de Richtlijn 2001/63/EG van de Commissie van 17 augustus 2001 houdende aanpassing aan de technische vooruitgang van Richt lijn 97/68/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake maatregelen tegen de uitstoot van verontreinigende gassen en deeltjes door inwendige verbrandingsmotoren die worden gemonteerd in niet voor de weg bestemde mobiele machines la garantie qu’une période de durabilité des caractéristiques d’émis sions de catégorie 3 (comme indiqué à l’annexe IV, appendice 4, point 2.1) serait applicable; 11˚ période de durabilité des caractéristiques d’émissions : le nombre d’heures indiqué à l’annexe IV, appendice 4, utilisé pour déterminer les facteurs de détérioration; 12˚ puissance du moteur : la puissance nette telle qu’elle est spécifiée à l’annexe Ire, point 2.4; 13˚ date de production du moteur : la date à laquelle le moteur subit avec succès le dernier contrôle après avoir quitté la chaîne de production. A ce stade, le moteur est prêt à être livré ou mis en stock; 14˚ mise sur le marché : l’action de rendre disponible sur le marché, pour la première fois, contre paiement ou à titre gratuit, un moteur, en vue de sa distribution et/ou de son utilisation dans la Communauté européenne; 15˚ constructeur : la personne physique ou l’organisation responsable devant l’autorité compétente en matière de réception de tous les aspects du processus de réception par type et de la conformité de la production. Cette personne ou cet organisme ne doit pas nécessairement intervenir directement à toutes les étapes de la construction du moteur; 16˚ constructeur de moteurs à allumage commandé en petites séries : un constructeur dont la production annuelle totale est inférieure à 25 000 unités; 17˚ autorité compétente en matière de réception : l’autorité responsable de tous les aspects de la réception par type d’un moteur ou d’ une famille de moteurs, de la délivrance et du retrait de certificats de réception, de la liaison avec les autorités compétentes en matière de réception des autres états membres de la Communauté européenne et de la vérification des dispositions prises par le construc teur en vue d’assurer la conformité de la production et désignée dans l’article 13; 18˚ service technique : l’organisation (les organisations) ou l’organisme (les organismes) agréé(s) comme laboratoire d’essai pour procéder à des essais ou à des inspections au nom de l’autorité compétente en matière de réception; 19˚ fiche de renseignements : la fiche figurant à l’annexe II indiquant quelles informations le demandeur doit fournir; 20˚ dossier constructeur : l’ensemble complet des données, dessins, photographies, etc, fournis par le demandeur au service technique ou à l’autorité compétente en matière de réception selon les instructions de la fiche de renseigne ments; 21˚ dossier de réception : le dossier constructeurs, accompagné des rapports d’essais ou des autres documents que le service technique ou l’autorité compétente en matière de réception y ont adjoints au cours de l’accomplissement de leurs tâches; 22˚ index du dossier de réception : le document présentant le contenu du dossier de réception selon une numération ou un marquage permettant de localiser facilement chaque page; 23˚ directive de base : la Directive 97/68/CE du Parlement européen et du Conseil du 16 décembre 1997 sur le rapprochement des législations des Etats relatives aux mesures contre les émissions de gaz et de particules polluants provenant des moteurs à combustion interne destinés aux engins mobiles non routiers; 24˚ première directive de modification : la Directive 2001/63/CE de la Commission du 17 août 2001 portant adaptation au progrès technique de la Directive 97/68/CE du Parle ment Européen et du Conseil du 16 décembre 1997 sur le rapproche ment des législations des Etats relatives aux mesures contre les émissions de gaz et de particules polluants provenant des moteurs à combustion interne destinés aux engins mobiles non routiers; 84083BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE 25˚ tweede wijzigingsrichtlijn : de Richtlijn 2002/88/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 december 2002 tot wijziging van Richtlijn 97/68/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake maatregelen tegen de uitstoot van verontreinigende gassen en deeltjes door inwendige verbrandingsmo toren die worden gemonteerd in niet voor de weg bestemde mobiele machines. HOOFDSTUK II. — Aanvraag om een typegoedkeuring Art. 2. § 1. De aanvraag om een typegoedkeuring van een motor of een motorfamilie wordt door de fabrikant ingediend bij de keurings instantie. De aanvraag gaat vergezeld van een informatiedossier, waarvan de inhoud is bepaald in het inlichtingenformulier in bijlage II van dit besluit. De technische dienst die verantwoordelijk is voor het uitvoeren van de goedkeuringsproeven krijgt de beschikking over een motor die voldoet aan de in aanhangsel 1 van bijlage II omschreven motortypekenmerken. § 2. Indien in het geval van een aanvraag om een typegoedkeuring van een motorfamilie de keuringsinstantie van mening is dat de geselecteerde oudermotor waarop de ingediende aanvraag betrekking heeft niet ten volle de in bijlage II, aanhangsel 2, beschreven motor familie vertegenwoordigt, dient een andere en, zo nodig, een extra oudermotor overeenkomstig de aanwijzingen van de keuringsinstantie ter beschikking te worden gesteld voor goedkeuring overeenkomstig § 1. § 3. Een aanvraag om goedkeuring voor een motortype of motor familie mag niet in meer dan één lidstaat van de Europese Gemeen schap worden ingediend. Voor ieder goed te keuren motortype en iedere goed te keuren motorfamilie wordt een afzonderlijke aanvraag ingediend. HOOFDSTUK III. — Typegoedkeuringsprocedure Art. 3. § 1. De keuringsinstantie die de aanvraag ontvangt, verleent typegoedkeuring voor alle motortypen of motorfamilies die in over eenstemming zijn met de gegevens van het informatiedossier en aan de voorschriften van dit besluit voldoen. § 2. De keuringsinstantie staat in voor het invullen van alle toepasselijke rubrieken van het goedkeuringsformulier in, waarvan zich een model bevindt in bijlage VII, voor ieder motortype of iedere motorfamilie waarvoor hij goedkeuring verleent en stelt de inhouds opgave bij het informatiepakket samen of controleert deze. De goed keuringsformulieren worden genummerd volgens het systeem van bijlage VIII. Het ingevulde typegoedkeuringsformulier en de bijlagen worden aan de aanvrager toegezonden. § 3. Indien de goed te keuren motor zijn functie slechts vervult of een bijzonder kenmerk slechts vertoont in combinatie met andere onderde len van de niet voor de weg bestemde mobiele machine en daarom de naleving van één of meer voorschriften slechts kan worden geverifieerd wanneer de goed te keuren motor in combinatie met andere gesimu leerde of echte onderdelen van de machine functioneert, moet de geldigheid van de typegoedkeuring van de motor dienovereenkomstig worden beperkt. In het goedkeuringsformulier voor een motortype of motorfamilie worden de eventuele beperkingen van het gebruik vermeld, alsmede eventuele voorwaarden waaraan bij montage moet worden voldaan. § 4. De keuringsinstantie : a) zendt maandelijks aan de keuringsinstanties van de overige lidstaten van de EG een lijst (die de in bijlage IX vermelde gegevens bevat) van de goedkeuringen van de motortypen en motorfamilies die zij in die maand heeft verleend, geweigerd of ingetrokken; b) zendt, op verzoek van de keuringsinstantie van een andere lidstaat, voorts onverwijld : — een kopie van het goedkeuringsformulier en/of informatiepakket voor ieder motortype en iedere motorfamilie waarvoor zij de goedkeu ring heeft verleend, geweigerd dan wel ingetrokken, en/of; — de lijst van motoren die zijn geproduceerd in overeenstemming met de verleende typegoedkeuringen, zoals beschreven in artikel 5, § 3, met de in bijlage X vermelde gegevens en/of; — een kopie van de in artikel 5, § 4, bedoelde verklaring. § 5. De keuringsinstantie zendt jaarlijks, en bovendien telkens wanneer daarom wordt verzocht, aan de Commissie een kopie van het in bijlage XI bedoelde gegevensformulier betreffende de motoren die sinds de laatste kennisgeving zijn goedgekeurd. 25˚ deuxième directive de modification : la Directive 2002/88/CE du Parlement européen et du Conseil du 9 décembre 2002 modifiant la Directive 97/68/CE sur le rapprochement des législations des Etats membres relatives aux mesures contre les émissions de gaz et de particules polluants provenant des moteurs à combustion interne destinés aux engins mobiles non routiers. CHAPITRE II. — Demande de réception par type Art. 2. § 1er. Toute demande de réception par type de moteur ou famille de moteurs est introduite par le constructeur auprès de l’autorité compétente en matière de réception. Elle est accompagnée d’un dossier constructeur dont le contenu est indiqué dans la fiche de renseignements figurant à l’annexe II du présent arrêté. Un moteur répondant aux caractéristiques du type de moteur énoncées à l’annexe II, appendice 1 est soumis au service technique chargé d’effectuer les essais de réception. § 2. Dans le cas d’une demande portant sur la réception par type d’une famille de moteurs, si l’autorité compétente en matière de réception estime que, en ce qui concerne le moteur représentatif sélectionné, la demande ne représente pas pleinement la famille de moteurs décrite à l’annexe II, appendice 2, un moteur représentatif de remplacement et, le cas échéant, un moteur représentatif supplémen taire qu’elle sélectionne sont fournis aux fins de la réception conformé ment au § 1er. § 3. Une demande de réception d’un type de moteur ou d’une famille de moteurs ne peut être introduite qu’auprès d’un seul Etat, membre de la Communauté européenne. Chaque type de moteur ou famille de moteurs à réceptionner fait l’objet d’une demande distincte. CHAPITRE III. — Procédure de réception par type Art. 3. § 1er. L’autorité compétente en matière de réception qui reçoit la demande accorde la réception par type à tous les types ou familles de moteurs conformes aux informations contenues dans le dossier cons tructeur et satisfaisant aux exigences du présent arrêté. § 2. L’autorité compétente en matière de réception garantit que toutes les rubriques correspondantes du certificat de réception par type, dont un modèle figure à l’annexe VII, soient remplies pour chaque type de moteur ou famille de moteurs qu’il réceptionne et établit ou vérifie le contenu de l’index du dossier de réception. Les certificats de réception sont numérotés selon la méthode décrite à l’annexe VIII. Le certificat de réception par type rempli et ses annexes sont envoyés au demandeur. § 3. Dans le cas où le moteur à réceptionner ne remplit sa fonction ou ne présente certaines caractéristiques qu’en liaison avec d’autres éléments de l’engin mobile non routier et où, de ce fait, la conformité avec une ou plusieurs exigences ne peut être vérifiée que lorsque le moteur à réceptionner fonctionne en liaison avec d’autres éléments de l’engin, qu’ils soient réels ou simulés, la portée de la réception par type du moteur doit être limitée en conséquence. Le certificat de réception du type de moteur ou de la famille de moteurs doit alors mentionner les restrictions d’emploi et les conditions d’installation éventuelles. § 4. L’autorité compétente en matière de réception : a) envoie mensuellement à ses homologues des autres Etats, membres de la CE une liste (contenant les renseignements précisés à l’annexe IX) des réceptions par type de moteur ou famille de moteurs qu’elle a accordées, refusées, ou retirées au cours du mois en question; b) envoie, dès réception d’une demande envoyée par l’autorité compétente en matière de réception d’un autre Etat membre : — un exemplaire du certificat de réception par type du moteur ou de la famille de moteurs concerné(e) et/ou un dossier de réception pour chaque type de moteur ou famille de moteurs ayant fait l’objet de l’octroi, du refus ou du retrait d’une réception, et/ou; — la liste visée à l’article 5, § 3 des moteurs produits conformément aux réceptions par type accordées indiquant les renseignements figurant à l’annexe X, et/ou; — une copie de la déclaration visée à l’article 5, § 4. § 5. Chaque année et chaque fois qu’elle en reçoit la demande, l’autorité compétente en matière de réception envoie à la Commission un exemplaire de la fiche technique figurant à l’annexe XI concernant les moteurs réceptionnés depuis la dernière notification. 84084 BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE HOOFDSTUK IV. — Wijziging van goedkeuringen Art. 4. § 1. De keuringsinstantie die een typegoedkeuring heeft verleend neemt de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat zij in kennis wordt gesteld van eventuele wijzigingen van de gegevens van het informatiepakket. § 2. De aanvraag om wijziging of uitbreiding van een typegoedkeu ring wordt uitsluitend ingediend bij de keuringsinstantie van de lid-Staat die de oorspronkelijke typegoedkeuring heeft verleend. § 3. Indien bepaalde gegevens van het informatiepakket zijn gewijzigd, gaat de keuringsinstantie als volgt te werk : — zij zorgt voor de nodige herziene bladzijde(n) van het informatie pakket; op iedere herziene bladzijde moeten duidelijk de aard van de wijziging en de datum van de heruitgave zijn aangegeven. Bij iedere afgifte van herziene bladzijden worden ook de inhoudsopgave van het informatiepakket (die bij het typegoedkeuringsformulier is gevoegd) voor de betrokken bladzijden de data van de laatste herziening vermeld; — zij verstrekt een herzien typegoedkeuringsformulier (met een daarbij behorend uitbreidingsnummer) indien de daarin voorkomende gegevens (de bijlagen buiten beschouwing gelaten) zijn gewijzigd of indien de voorschriften van de richtlijn sinds de op de goedkeuring vermelde datum zijn veranderd. Op het herziene formulier moet duidelijk de reden voor de herziening en de datum van afgifte van het herziene formulier worden vermeld. Indien de keuringsinstantie van mening is dat een wijziging in een informatiepakket reden is voor nieuwe proeven of controles, stelt zij de fabrikant daarvan in kennis en geeft zij bovengenoemde documenten pas af nadat nieuwe proeven of controles met goed gevolg zijn verricht. HOOFDSTUK V. — Overeenstemming Art. 5. § 1. De fabrikant brengt op iedere eenheid die in overeen stemming met het goedgekeurde type is geproduceerd de in bijlage I, punt 3, vastgestelde merktekens aan, met inbegrip van het typegoed keuringsnummer. § 2. Indien het goedkeuringsformulier overeenkomstig artikel 3, § 3, beperkingen van het gebruik omvat, verstrekt de fabrikant bij iedere gefabriceerde eenheid gedetailleerde gegevens over deze beperkingen en vermeldt hij eventuele voorwaarden waaraan bij montage moet worden voldaan. Indien een reeks motortypen aan één machinefabri kant wordt geleverd, behoeft aan die fabrikant slechts één inlichtingen formulier te worden verstrekt, met een lijst van de betrokken motor identificatienummers, en wel uiterlijk op de datum van levering van de eerste motor. § 3. De fabrikant zendt op verzoek aan de keuringsinstantie die de typegoedkeuring heeft verleend binnen 45 dagen na het einde van ieder kalenderjaar en onverwijld na iedere datum waarop gewijzigde voorschriften van dit besluit van kracht worden en onmiddellijk na iedere datum die de keuringsinstantie kan vaststellen, een lijst met de hele reeks identificatienummers voor elk motortype dat in overeen stemming met de voorschriften van dit besluit is geproduceerd sinds de laatste lijst werd ingediend of sinds de voorschriften voor dit besluit voor het eerst van kracht waren. Indien het motorcodesysteem daarover geen uitsluitsel geeft, moet deze lijst het verband aangeven tussen de identificatienummers en de overeenkomstige motortypen of motorfamilies en de typegoedkeuringsnummers. Voorts moet de lijst gegevens terzake bevatten indien de fabrikant niet langer een goed gekeurd(e) motortype of motorfamilie produceert. Indien niet wordt verlangd dat de lijst op gezette tijdstippen aan de keuringsinstantie wordt toegezonden, moet de fabrikant de gegevens gedurende ten minste 20 jaar bewaren. § 4. De fabrikant zendt binnen 45 dagen na het einde van ieder kalenderjaar en op iedere in artikel 8 vermelde datum van inwerking treding aan de keuringsinstantie die de typegoedkeuring heeft ver leend, een verklaring met een omschrijving van de motortypen en motorfamilies en met vermelding van de desbetreffende motoridenti ficatiecodes voor de motoren die hij voornemens is vanaf dat tijdstip te produceren. HOOFDSTUK VI. — Aanvaarding van gelijkwaardige goedkeuringen Art. 6. De keuringsinstantie aanvaardt de in bijlage XII genoemde typegoedkeuringen en, waar toepasselijk, bijbehorende goedkeurings merken als zijnde in overeenstemming met dit besluit. CHAPITRE IV. — Modification des réceptions Art. 4. § 1er. L’autorité compétente en matière de réception qui a procédé à une réception par type doit prendre les mesures nécessaires en vue d’être informée de toute modification des informations figurant dans le dossier de réception. § 2. La demande de modification ou d’extension d’une réception par type est soumise exclusivement à l’autorité compétente en matière de réception de l’Etat membre qui a procédé à la réception d’origine. § 3. Si les indications figurant dans le dossier de réception ont été modifiées, l’autorité compétente en matière de réception : — fournit, la ou les page(s) révisée(s) nécessaire(s) du dossier de réception en indiquant clairement sur chaque page révisée la nature de la modification, ainsi que la date de la nouvelle publication. Lors de chaque publication de pages révisées, l’index du dossier de réception (qui est annexé au certificat de réception par type) est également modifié de manière à faire ressortir les dates des modifications les plus récentes; — fournit un certificat de réception par type révisé (assorti d’un numéro d’extension) si une des informations qu’il contient a été modifiée (à l’exclusion de ses annexes) ou si les normes de la Directive ont été modifiées depuis la date qui y est apposée. Ce certificat révisé indique clairement le motif de la révision et la date de la nouvelle publication. Si l’autorité compétente en matière de réception estime qu’une modification d’un dossier de réception justifie de nouveaux essais ou de nouvelles vérifications, elle en informe le constructeur et n’établit les documents précités qu’après avoir procédé à de nouveaux essais ou vérifications satisfaisants. CHAPITRE V. — Conformité Art. 5. § 1er Le constructeur appose sur chaque unité fabriquée conformément au type réceptionné les marquages définis à l’annexe Ire, section 3, y compris le numéro de réception par type. § 2. Si le certificat de réception par type prévoit, conformément à l’article 3, § 3, des restrictions d’emploi, le constructeur fournit pour chaque unité fabriquée des renseignements détaillés sur ces restrictions et précise les conditions d’installation. Lorsqu’une série de types de moteurs est livrée à un seul fabricant d’engins, il suffit que ce dernier reçoive, au plus tard à la date de livraison du premier moteur, une seule fiche de renseignements de ce type comportant également les numéros d’identification des moteurs concernés. § 3. Le constructeur envoie sur demande à l’autorité compétente en matière de réception qui a procédé à la réception par type, dans un délai de quarante-cinq jours après la fin de chaque année et immédia tement après chaque date d’entrée en vigueur des nouvelles disposi tions lorsque les exigences du présent arrêté sont modifiées et immédiatement après toute autre date que l’autorité compétente en matière de réception arrêterait, une liste indiquant la série des numéros d’identification de chaque type de moteur produit conformément aux exigences du présent arrêté depuis la dernière date de notification ou depuis la première date d’application de ces exigences. Si elles ne sont pas explicitées par le système de codification des moteurs, cette liste doit indiquer les correspondances entre les numéros d’identification et les types ou les familles de moteurs correspondants et les numéros de réception par type. En outre, elle doit contenir des informations particulières si le constructeur cesse la production d’un type de moteur ou d’une famille de moteurs réceptionnés. Au cas où cette liste ne doit pas être régulièrement envoyée à l’autorité compétente en matière de réception, le constructeur doit conserver ces données pendant au moins vingt ans. § 4. Le constructeur envoie à l’autorité compétente en matière de réception qui a procédé à la réception par type, dans un délai de quarante-cinq jours après la fin de chaque année et à chaque date d’entrée en vigueur visée à l’article 8, une déclaration précisant les types et familles de moteurs et les codes correspondants d’identification des moteurs qu’il compte produire à partir de cette date. CHAPITRE VI. — Acceptation des réceptions équivalentes Art. 6. L’autorité compétente en matière de réception accepte les réceptions par types énumérées et, le cas échéant, les marques de réceptions correspondantes, à l’annexe XII comme étant conforme au présent arrêté. 84085BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE HOOFDSTUK VII. — Registratie en in de handel brengen Art. 7. § 1. De keuringsinstantie mag de inschrijving, in voorko mend geval, of het in de handel brengen van al dan niet reeds in machines ingebouwde nieuwe motoren niet verbieden, indien die motoren voldoen aan de voorschriften van dit besluit. § 2. De keuringsinstantie staat alleen de inschrijving, in voorkomend geval, of het in de handel brengen toe van nieuwe motoren, al dan niet reeds in machines ingebouwd, die voldoen aan de voorschriften van dit besluit. § 3. De keuringsinstantie die een typegoedkeuring verleent, neemt met betrekking tot die goedkeuring de nodige maatregelen om, indien nodig in samenwerking met de keuringsinstanties van de overige lidstaten van de Europese Gemeenschap, de identificatienummers van de motoren die in overeenstemming met de voorschriften van dit besluit zijn geproduceerd, te registreren en te controleren. § 4. Een extra controle van de identificatienummers kan eventueel worden gecombineerd met de controle van de overeenstemming van de productie als bedoeld in artikel 11. § 5. Met betrekking tot de controle van de identificatienummers verstrekken de fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde agenten, onverwijld op verzoek aan de bevoegde keuringsinstantie alle beno digde gegevens betreffende zijn/hun directe kopers alsook de identifi catienummers van de motoren waarvan is medegedeeld dat zij in overeenstemming met de bepalingen van artikel 5, § 3, zijn geprodu ceerd. Indien de motoren worden verkocht aan een machinefabrikant, zijn geen nadere gegevens vereist. § 6. Indien de fabrikant, na een verzoek daartoe van de keurings instantie, niet in staat is de in artikel 5 bedoelde voorschriften te verifiëren, met name in samenhang met § 5, kan de goedkeuring die voor het betrokken motortype of de betrokken motorfamilie overeen komstig dit besluit is verleend, worden ingetrokken. Daarvan wordt kennisgeving gedaan volgens de procedure van artikel 12, § 4. HOOFDSTUK VIII. — Tijdschema’s Afdeling A. — Motoren met compressieontsteking Art. 8. § 1. Toekenning van typegoedkeuringen : de keuringsinstan tie mag noch de typegoedkeuring voor een motortype of motorfamilie, noch de afgifte van het in bijlage VII bedoelde document weigeren, en mag geen andere typegoedkeuringseisen stellen met betrekking tot verontreinigende emissies voor niet voor de weg bestemde mobiele machines waarin een motor is gemonteerd, indien de motor voldoet aan de voorschriften van dit besluit wat betreft de uitstoot van verontreinigende gassen en deeltjes. § 2. Typegoedkeuringen fase I (motorcategorieën A/B/C) : de volgende categorieën werden onderscheiden : A : 130 kW ≤ P ≤560 kW, B : 75 kW ≤ P < 130 kW, C : 37 kW ≤ P < 75 kW. § 3. Typegoedkeuringen fase II (motorcategorieën D, E, F en G) : de keuringsinstantie weigert voor een motortype of een motorfamilie de typegoedkeuring en de afgifte van het in bijlage VII bedoelde document, alsook enige andere typegoedkeuring voor niet voor de weg bestemde mobiele machines waarin motor is gemonteerd, met een vermogen overeenkomstig de volgende categorieën : D : 18 kW ≤ P < 37 kW, E : 130 kW ≤ P ≤ 560 kW, F : 75 kW ≤ P < 130 kW, G : 37 kW ≤ P < 75 kW, indien de motor niet voldoet aan de voorschriften van dit besluit en indien de uitstoot van verontreinigende gassen en deeltjes uit de motor niet voldoet aan de grenswaarden in de tabel in punt 4.1.2.3 van bijlage I. § 4. Voor wat betreft de registratie, het in de handel brengen en de productiedata van de motoren gelden de volgende bepalingen. Met uitzondering van machines en motoren die bestemd zijn voor uitvoer naar derde landen, staat de keuringsinstantie de registratie, in voorkomend geval, en het in de handel brengen van nieuwe, al dan niet reeds in een machine ingebouwde motoren van de categoriën D en E alleen toe, indien die motoren voldoen aan de voorschriften van dit besluit en zijn goedgekeurd in overeenstemming met één van deze categorieën, als omschreven in § 3. CHAPITRE VII. — Immatriculation et mise sur le marché Art. 7. § 1er. L’autorité compétente en matière de réception ne peut pas refuser, le cas échéant l’immatriculation ou la mise sur le marché de nouveaux moteurs, qu’ils soient ou non déjà installés sur des engins, dès lors qu’ils répondent aux exigences du présent arrêté. § 2. L’autorité compétente en matière de réception autorise unique ment, le cas échéant, l’immatriculation ou la mise sur le marché des nouveaux moteurs qui répondent aux exigences du présent arrêté, qu’ils soient ou non déjà installés sur des engins. § 3. L’autorité compétente en matière de réception qui accorde une réception prend toutes les mesures nécessaires dans le cadre de cette réception pour enregistrer et vérifier, le cas échéant en colloboration avec les autorités des autres Etats, membres de la Communauté européenne compétentes en matière de réception, les numéros d’iden tification des moteurs produits conformément aux exigences du présent arrêté. § 4. Une vérification supplémentaire des numéros d’identification peut avoir lieu à l’occasion du contrôle de la conformité de la production visé à l’article 11. § 5. En ce qui concerne la vérification des numéros d’identification, le constructeur ou ses agents établis dans la Communauté communiquent sans tarder à l’autorité compétente en matière de réception qui le demande toutes les informations nécessaires sur leurs clients et les numéros d’identification des moteurs déclarés fabriqués conformément à l’article 5, § 3. Au cas où les moteurs sont vendus à un constructeur d’engins, de plus amples informations ne sont pas requises. § 6. Si, à la demande de l’autorité compétente en matière de réception, le constructeur n’est pas en mesure de vérifier les exigences visées à l’article 5, notamment en liaison avec le § 5, la réception du type de moteur ou de la famille de moteurs concerné(e) conformément au présent arrêté peut être retirée. La procédure d’information décrite à l’article 12, § 4 est mise en oeuvre. CHAPITRE VIII. — Calendriers Section A. — Moteurs à allumage par compression Art. 8. § 1er. Délivrance des réceptions par type : l’autorité compé tente en matière de réception ne peut refuser de procéder à la réception par type d’un type ou d’une famille de moteurs et de délivrer le document décrit à l’annexe VII, ni imposer d’autres exigences de réception par type en matière d’émissions polluantes aux engins mobiles non routiers sur lesquels un moteur est installé, si ce moteur satisfait aux exigences du présent arrêté en matière d’émissions de gaz et de particules polluantes. § 2. Réception par type pendant la phase I (catégories de moteurs A, B et C) : les catégories suivantes existaient : A : 130 kW ≤ P ≤ 560 kW, B : 75 kW ≤ P < 130 kW, C : 37 kW ≤ P < 75 kW. § 3. Réceptions par type pendant la phase II (catégories de moteurs D, E, F et G) : l’autorité compétente en matière de réception refuse de procéder à la réception par type d’un type ou d’une famille de moteurs et de délivrer le document décrit à l’annexe VII, et elle refuse de procéder à toute autre réception par type pour les engins mobiles non routiers sur lesquels un moteur est installé, d’une puissance selon les catégories suivantes : D : 18 kW ≤ P < 37 kW, E : 130 kW ≤ P ≤ 560 kW, F : 75 kW ≤ P < 130 kW, G : 37 kW ≤ P < 75 kW, si ces moteurs ne satisfont pas aux exigences du présent arrêté et que leurs émissions de gaz et de particules polluants ne sont pas conformes aux valeurs limites indiquées dans le tableau figurant à l’annexe Ire, point 4.1.2.3. § 4. En ce qui concerne la mise sur le marché et les dates de production des moteurs, les dispositions suivantes sont d’application. A l’exception des engins et moteurs destinés à l’exportation vers des pays tiers, l’autorité compétente en matière de réception autorise l’immatriculation, le cas échéant, et la mise sur le marché de moteurs des catégories D et E, qu’ils soient ou non déjà installés sur des engins, seulement s’ils répondent aux exigences du présent arrêté et seulement si le moteur est réceptionné conformément à l’une des catégories définies au § 3. 84086 BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE Na de hieronder vermelde data, met uitzondering van machines en motoren die bestemd zijn voor uitvoer naar derde landen, staat de keuringsinstantie de registratie, in voorkomend geval, en het in de handel brengen van nieuwe, al dan niet reeds in een machine ingebouwde motoren van de categorieën F en G alleen toe, indien die motoren voldoen aan de voorschriften van dit besluit en zijn goedge keurd in overeenstemming met één van deze categorieën, als omschre ven in § 3 : categorie F : 31 december 2002; categorie G : 31 december 2003. Indien het motoren van categorieën F en G betreft die voor de hierboven bedoelde data zijn geproduceerd wordt voor beide catego rieën de toepassing van dit voorschrift uitgesteld tot de volgende data : categorie F : 31 december 2004; categorie G : 31 december 2005. Afdeling B. — Motoren met elektrische ontsteking Art. 9. § 1. Ten behoeve van dit besluit worden motoren met elektrische ontsteking in de volgende klassen verdeeld. Hoofdklasse S : kleine motoren met nettovermogen ≤ 19 kW Hoofdklasse S wordt verdeeld in twee categoriën : H : motoren voor handapparatuur N : motoren voor niet-handapparatuur Klasse/categorie Slagvolume (cm3) Classe/catégorie Cylindrée (en cm3) Motoren voor handapparatuur Moteurs destinés aux engins portatifs Klasse SH:1 < 20 Classe SH:1 < 20 Klasse SH:2 ≥ 20 en < 50 Classe SH:2 ≥ 20 et< 50 Klasse SH:3 ≥ 50 Classe SH:3 ≥ 50 Motoren voor niet hand-apparatuur Moteurs destinés aux engins non portatifs Klasse SN:1 < 66 Classe SN:1 < 66 Klasse SN:2 ≥ 66 en < 100 Classe SN:2 ≥ 66 et < 100 Klasse SN:3 ≥ 100 en < 225 Classe SN:3 ≥ 100 et < 225 Klasse SN:4 ≥ 225 Classe SN:4 ≥ 225 § 2. De keuringsinstantie mag na de publicatiedatum van dit besluit de typegoedkeuring van een vonkontstekingsmotortype of –motor familie en de afgifte van het in bijlage VII bedoelde document niet weigeren en mag geen andere typegoedkeuringseisen stellen met betrekking tot luchtverontreinigende emissies van niet voor de weg bestemde machines waarin een motor is gemonteerd, indien de motor voldoet aan de voorschriften van dit besluit voor wat betreft de uitstoot van verontreinigende gassen. § 3. Voor wat betreft de typegoedkeuringen fase I geldt het volgende. De keuringsinstantie weigert de typegoedkeuring van een motortype of een motorfamilie en de afgifte van het in bijlage VII bedoelde document, en andere typegoedkeuringen voor niet voor de weg bestemde mobiele machines waarin een motor is gemonteerd vanaf de publicatiedatum van dit besluit, indien de motor niet voldoet aan de voorschriften van dit besluit en indien de uitstoot van de verontreini gende gassen uit de motor niet voldoet aan de grenswaarden in de tabel in punt 4.2.2.1 van bijlage I. § 4. Voor de typegoedkeuringen fase II geldt het volgende. De keuringsinstantie weigert de typegoedkeuring van een motortype of een motorfamilie en de afgifte van het in bijlage VII bedoelde document, en andere typegoedkeuringen voor niet voor de weg bestemde mobiele machines waarin een motor is gemonteerd : na de publicatiedatum van dit besluit voor motoren van klassen SN:1 en SN:2, na 1 augustus 2006 voor motoren van klassen SN:4, na 1 augustus 2007 voor motoren van klassen SH:1, SH:2 en SN:3 na 1 augustus 2008 voor motoren van klassen SH:3 indien de motor niet voldoet aan de voorschriften van dit besluit en indien de uitstoot van verontreinigende gassen uit de motor niet voldoet aan de grenswaarden in de tabel in punt 4.2.2.2 van bijlage I. § 5. Zes maanden na het verstrijken van de datum die overeenkom stig § 3 en § 4 geldt voor iedere motorcategorie, staat de keurings instantie het in de handel brengen van al dan niet reeds in een machine ingebouwde motoren van de betrokken categorie alleen toe indien die Après les dates suivantes, à l’exception des engins et moteurs destinés à l’exportation vers des pays tiers, l’autorité compétente en matière de réception autorise l’immatriculation, le cas échéant, et la mise sur le marché de nouveaux moteurs des catégories F et E, qu’ils soient ou non déjà installés sur des engins, seulement s’ils répondent aux exigences du présent arrêté et seulement si le moteur est réceptionné conformément à l’une des catégories définies au § 3 : catégorie F : 31 décembre 2002; catégorie G : 31 décembre 2003. Dans le cas des moteurs des catégories F et G dont la date de production est antérieure aux dates mentionnées ci-dessus, l’applica tion de cette disposition est différée jusqu’aux dates suivantes : catégorie F : 31 décembre 2004; catégorie G : 31 décembre 2005. Section B. — Moteurs à allumage commandé Art. 9. § 1er. Aux fins du présent arrêté, les moteurs à allumage commandé sont répartis entre les classes suivantes. Classe principale S : petits moteurs d’une puissance nette ≤ 19 kW. La classe principale S est divisée en deux catégories : H : moteurs destinés aux engins portatifs N : moteurs destinés aux engins non portatifs § 2. Après la date de publication de cet arrêté, l’autorité compétente en matière de réception ne peut refuser de procéder à la réception par type d’un type ou d’une famille de moteurs à allumage commandé et de délivrer le document décrit à l’annexe VII, ni imposer d’autres exigences de réception par type en matière d’émissions polluantes aux engins mobiles non routiers sur lesquels un moteur est installé, si ce moteur satisfait aux exigences du présent arrêté en matière d’émissions de gaz polluants § 3. En ce qui concerne la réception par type pendant la phase I, les dispositions suivantes sont d’application. L’autorité compétente en matière de réception refuse de procéder à la réception par type d’un type de moteur ou d’une famille de moteurs et de délivrer les documents décrits à l’annexe VII, et elle refuse de procéder à toute autre réception par type pour les engins mobiles non routiers sur lesquels un moteur est installé après la date de publication de cet arrêté, si le ou les moteurs en question ne satisfont pas aux exigences de cet arrêté et que leurs émissions de gaz polluants ne sont pas conformes aux valeurs limites indiquées dans le tableau figurant à l’annexe Ire, point 4.2.2.1. § 4. En ce qui concerne la réception par type pendant la phase II, les dispositions suivantes sont d’application. L’autorité compétente en matière de réception refuse de procéder à la réception par type d’un type ou d’une famille de moteurs et de délivrer les documents décrits à l’annexe VII, et elle refuse de procéder à toute autre réception par type pour les engins mobiles non routiers sur lesquels un moteur est installé : après la date de publication de cet arrêté pour les moteurs des classes SN:1 et SN:2, après le 1er août 2006 pour les moteurs de la classe SN:4, après le 1er août 2007 pour les moteurs des classes SH:1, SH:2 et SN:3, après le 1er août 2008 pour les moteurs de la classe SH:3, si ces moteurs ne satisfont pas aux exigences du présent arrêté et si leurs émissions de gaz polluants ne sont pas conformes aux valeurs limites indiquées dans le tableau figurant à l’annexe Ire, point 4.2.2.2. § 5. Six mois après les dates indiquées aux §§ 3 et 4 pour les catégories de moteurs concernées, à l’exception des engins et moteurs destinés à l’exportation vers des pays tiers, l’autorité compétente en matière de réception autorise la mise sur le marché de moteurs, qu’ils soient ou 84087BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE motoren voldoen aan de voorschriften van dit besluit, met uitzondering van machines en motoren die bestemd zijn voor uitvoer naar derde landen. § 6. Voor motortypes of motorfamilies die reeds vóór de in § 4 vermelde data voldoen aan de grenswaarden in de tabel in punt 4.2.2.2 van bijlage I, staat de keuringsinstantie toe dat de bewuste apparatuur van een speciaal etiket wordt voorzien om aan te geven dat het vóór de vastgestelde data aan de voorgeschreven grenswaarden voldoet. § 7. De onderstaande motoren zijn voor een periode van drie jaar vrijgesteld van de verplichting tot naleving van de data voor de implementatie van de emissievoorschriften van fase II. Voor deze motoren blijven gedurende deze drie jaren de emissievoorschriften van fase I van toepassing : — handkettingzagen : handapparaat voor het zagen van hout met een zaagketting, ontworpen om met twee handen te worden vastge houden en met een cilinderinhoud van meer dan 45 cc volgens EN ISO 11681-1; — bovenhands bediende machines (d.w.z. handboren en ketting zagen voor snoeiwerkzaamheden) : handapparaat voorzien van een handvat aan de bovenzijde voor het boren van gaten of het zagen van hout met een zaagketting (volgens ISO 11681-2); — trimmers met een interne verbrandingsmotor : handapparaat met een draaiende schijf van metaal of plastic voor het afsnijden van onkruid, struikgewas, kleine bomen en soortgelijke vegetatie. Het apparaat moet ontworpen zijn volgens EN ISO 11806 voor multiposi tioneel gebruik, bijvoorbeeld horizontaal of ondersteboven, en een cilinderinhoud van meer dan 40 cc hebben; — heggenscharen : handapparaat voor het snoeien van heggen en struiken door middel van een of meer heen en weer bewegende snijbladen volgens EN 774; — slijpschijven met een interne verbrandingsmotor : handapparaat voor het snijden van harde materialen, zoals steen, asfalt, beton of staal, door middel van een draaiende metalen schijf en met een cilinder inhoud van meer dan 50 cc volgens EN 1454; — niet-handmachines met horizontale schacht klasse SN:3 : uitslui tend niet-handmachines van klasse SN:3 met een horizontale schacht die een vermogen van 2,5 kW of minder hebben en voornamelijk worden gebruikt voor specialistische, industriële doeleinden, inclusief frezen, messenkooien, gazonbeluchters en generatoren. HOOFDSTUK IX. — Vrijstellingen en alternatieve procedures Art. 10. § 1. De bepalingen van artikelen 7, §§ 1 en § 2, 8, § 4, en 9, § 5 zijn niet van toepassing op : — motoren voor gebruik door het leger, — en overeenkomstig § 2 en § 3 vrijgestelde motoren. § 2.Een ruilmotor dient te voldoen aan de grenswaarden waaraan de vervangen motor moest voldoen toen hij in de handel werd gebracht. Op een op de motor bevestigd etiket wordt de vermelding « RUIL MOTOR » op de motor aangebracht of in de handleiding opgenomen. § 3. Op verzoek van de fabrikant kan de keuringsinstantie restant voorraden van motoren of voorraden van niet voor de weg bestemde mobiele machines voor wat hun motoren betreft, onder de volgende voorwaarden vrijstellen van de in artikel 9, § 4, vastgestelde termijn(en) voor het in de handel brengen : — de fabrikant dient voor de inwerkingtreding van de termijn(en) een aanvraag in bij de keuringsinstantie die het (de) betrokken motortype(n)/familie(s) heeft goedgekeurd; — de aanvraag van de fabrikant bevat als omschreven in artikel 5, § 3, een lijst van de nieuwe motoren die niet binnen de gestelde termijn(en) in de handel worden gebracht; voor motoren die voor de eerste maal onder dit besluit vallen, dient hij zijn aanvraag in bij de keuringsinstantie waar de motoren opgeslagen zijn; — in de aanvraag worden de technische en/of economische beweeg redenen voor de aanvraag opgegeven; — de motoren zijn in overeenstemming met een type of familie waarvoor de typegoedkeuring niet langer geldig is of waarvoor nog geen typegoedkeuring vereist was, maar die met inachtneming van de termijn(en) zijn geproduceerd; — de motoren bevinden zich voor het verstrijken van de termijn(en) werkelijk binnen de Europese Gemeenschap; non déjà installés sur des engins, seulement s’ils répondent aux exigences du présent arrêté § 6. L’autorité compétente en matière de réception autorise l’étique tage et le marquage spécial des types ou des familles de moteurs qui satisfont aux valeurs limites figurant au tableau de l’annexe Ire, point 4.2.2.2. avant les délais énoncés au § 4, pour signaler que l’équipement concerné répond par anticipation aux valeurs limites requises. § 7. Les engins suivants sont exemptés des délais de mise en oeuvre des plafonds d’émission de la phase II pendant une période de trois ans après l’entrée en vigueur de ces plafonds. Pendant ces trois années, les plafonds de la phase I restent d’application : — tronçonneuse portative : équipement portatif conçu pour couper du bois au moyen d’une chaîne coupante, devant être tenu à deux mains et d’une cylindrée supérieure à 45 cm3, conformément à la norme EN ISO 11681-1; — machine équipée d’une poignée à son sommet (telle que perceuse et tronçonneuse portative destinée à l’entretien des arbres) : équipe ment portatif, équipé d’une poignée à son sommet, conçu pour percer des trous ou couper du bois au moyen d’une chaîne coupante (conformément à la norme ISO 11681-2); — débroussailleuse portative à moteur à combustion interne : équipement portatif équipé d’une lame rotative en métal ou en plastique, destiné à couper des mauvaises herbes, des broussailles, de petits arbres et végétation similaire. Il doit être conçu conformément à la norme EN ISO 11806 pour fonctionner en positions multiples, par exemple horizontalement ou en position renversée, et être d’une cylindrée supérieure à 40 cm3 — taille-haie portatif : équipement portatif conçu pour tailler les haies et les buissons au moyen d’une ou de plusieurs lames coupantes animées d’un mouvement de va-et-vient, conformément à la norme EN 774 — scies circulaires portatives à moteur à combustion interne : équipement portatif conçu pour couper des matériaux durs tels que la pierre, l’asphalte, le béton ou l’acier au moyen d’une lame métallique rotative, d’une cylindrée supérieure à 50 cm3, conformément à la norme EN 1454 — moteurs non portatifs de classe SN:3, à axe horizontal : unique ment des moteurs de classe SN:3 non portatifs ayant un axe horizontal et produisant une énergie égale ou inférieure à 2,5 kW, utilisés essentiellement à des fins industrielles déterminées, y compris des motoculteurs, des tondeuses à cylindres, des aérateurs à gazon et des générateurs. CHAPITRE IX. — Dérogation et autres procédures Art. 10. § 1er. Les exigences de l’article 7, §§ 1er et 2, 8, § 4, et 9, § 5 ne sont pas applicables : — aux moteurs destinés aux forces armées, — et aux moteurs exemptés conformément aux §§ 2 et 3. § 2. Un moteur de rechange est conforme aux valeurs limites que le moteur à remplacer devait respecter lors de sa mise sur le marché initiale. La mention « MOTEUR DE RECHANGE » figure sur une étiquette apposée sur le moteur ou est insérée dans le manuel d’utilisation. § 3. A la demande du constructeur, l’autorité compétente en matière de réception peut dispenser les stocks de moteurs de fin de série ou ceux d’engins mobiles non routiers en ce qui concerne leurs moteurs de l’application de la ou des date(s) limite(s) de mise sur le marché énoncée(s) à l’article 9, § 4 sous réserve que : — le constructeur introduise une demande auprès de l’autorité compétente en matière de réception qui a réceptionné le(s) type(s) ou la(les) famille(s) de moteurs correspondants avant la(les) date(s) limite(s); — la demande du constructeur soit accompagnée de la liste, visée à l’article 5, § 3, des moteurs neufs qui ne sont pas mis sur le marché à la/aux date(s) limite(s); dans le cas de moteurs couverts pour la première fois par le présent arrêté, il doit introduire sa demande auprès de l’autorité compétente en matière de réception par type où les moteurs sont stockés; — la demande précise les raisons techniques et/ou économiques sur lesquelles elle est fondée; — les moteurs soient conformes à un type ou à une famille dont la réception par type n’est plus valable ou pour lequel ou laquelle la réception n’était pas nécessaire auparavant mais qui ont été produits dans le(s) délai(s) imparti(s); — les moteurs aient été physiquement stockés sur le territoire de la Communauté européenne avant la/les date(s) limite(s); 84088 BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE — het maximum aantal nieuwe motoren van één of meer typen die in ons land in de handel worden gebracht op grond van deze vrijstelling, mag niet méér bedragen dan 10 % van de nieuwe motoren van alle betrokken typen die in het afgelopen jaar in ons land in de handel zijn gebracht; — indien de aanvraag door de keuringsinstantie wordt aanvaard, deelt deze binnen één maand de gegevens van, en de redenen voor, de aan de fabrikant verleende ontheffingen aan de keuringsinstanties van de andere lidstaten van de Europese Gemeenschap mede; — de keuringsinstantie die ontheffingen krachtens dit artikel ver leent, ziet erop toe dat de fabrikant alle desbetreffende verplichtingen naleeft; — de keuringsinstantie geeft voor elke betrokken motor een certifi caat van overeenstemming met een speciale vermelding af. In voor komend geval mag gebruik worden gemaakt van een geconsolideerd document dat alle betrokken motoridentificatienummers bevat; — de keuringsinstantie zendt de Commissie jaarlijks een lijst van de verleende ontheffingen met opgave van de redenen daarvoor. Deze mogelijkheid is beperkt tot een periode van twaalf maanden, ingaande op de datum waarop de termijn(en) voor het in de handel brengen voor het eerst voor de motoren gold(en). § 4. Voor kleine motorfabrikanten wordt de toepassing van de voorschriften van artikel 9, § 4 en § 5, drie jaar uitgesteld. § 5. Voor kleine motorfamilies worden de voorschriften van artikel 9, § 4 en § 5, vervangen door de overeenkomstige voorschriften van fase I tot maximaal 25 000 stuks, mits de betrokken motorfamilies ieder een verschillende cilinderinhoud hebben. HOOFDSTUK X. — Maatregelen inzake de overeenstemming van de productie Art. 11. § 1. De keuringsinstantie die een typegoedkeuring verleent, neemt de nodige maatregelen om, indien nodig in samenwerking met de keuringsinstanties van de overige lidstaten van de Europese Gemeenschap, te controleren of met betrekking tot de voorschriften van punt 5 van bijlage I afdoende maatregelen zijn getroffen om ervoor te zorgen dat doeltreffende controle op de overeenstemming van de productie wordt uitgeoefend alvorens de typegoedkeuring wordt verleend. § 2. De keuringsinstantie die een typegoedkeuring heeft verleend, neemt de nodige maatregelen om, indien nodig in samenwerking met de keuringsinstanties van de overige lid-Staten van de Europese Gemeenschap, te controleren of de in § 1 bedoelde maatregelen met betrekking tot de voorschriften van punt 5 van bijlage I, nog steeds afdoende zijn en of elke geproduceerde motor die krachtens dit besluit van een EG-typegoedkeuringsnummer is voorzien nog steeds in overeenstemming is met de beschrijving die in het goedkeuringsfor mulier en de bijlagen is gegeven voor het goedgekeurde motortype of de goedgekeurde motorfamilie. HOOFDSTUK XI. — Gebrek aan overeenstemming met het goedgekeurde type of de goedgekeurde familie Art. 12. § 1. Er is gebrek aan overeenstemming met het goedge keurde type of de goedgekeurde familie, indien er afwijkingen worden geconstateerd van de gegevens op het goedkeuringsformulier en/of in het informatiepakket en indien deze afwijkingen niet door de keurings instantie zijn toegestaan op grond van artikel 4, § 3. § 2. Indien de keuringsinstantie constateert dat motoren die van een certificaat van overeenstemming of een goedkeuringsmerk zijn voor zien niet in overeenstemming zijn met het door hem goedgekeurde type of de door hem goedgekeurde familie, neemt hij de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de in productie zijnde motoren opnieuw in overeenstemming worden gebracht met het goedgekeurde type of de goedgekeurde familie. De keuringsinstantie stelt de keu ringsinstanties van de overige lid-Staten van de Europese Gemeen schap in kennis van de genoemde maatregelen die, zo nodig, kunnen gaan tot intrekking van de typegoedkeuring. § 3. Indien de keuringsinstantie aantoont dat motoren die van een EG-goedkeuringsnummer zijn voorzien niet in overeenstemming zijn met het goedgekeurde type of met de goedgekeurde familie, kan hij de lidstaat van de Europese Gemeenschap die de typegoedkeuring heeft verleend verzoeken te controleren of de in productie zijnde motoren in overeenstemming zijn met het goedgekeurde type of de goedgekeurde familie. Deze controle moet binnen zes maanden na de datum van het verzoek worden uitgevoerd. — le nombre des moteurs neufs d’un ou plusieurs types mis sur le marché dans notre pays en application de la présente dérogation ne dépasse pas 10 % des moteurs neufs de tous les types concernés qui ont été mis sur le marché dans notre pays au cours de l’année précédente; — si la demande est acceptée par l’autorité compétente en matière de réception celle-ci indique dans un délai d’un mois aux autorités compétentes en matière de réception des autres Etats-membres de la Communauté européenne la teneur et les raisons des dérogations accordées au constructeur; — l’autorité compétente en matière de réception qui accorde les dérogations en vertu du présent article est responsable du respect par le constructeur de toutes les obligations correspondantes; — l’autorité compétente en matière de réception délivre pour chaque moteur concerné un certificat de conformité sur lequel apparaît une mention spéciale. Le cas échéant, un document plus complet, contenant tous les numéros d’identification des moteurs en question, peut être employé; — l’autorité compétente en matière de réception communique chaque année à la Commission une liste des dérogations accordées en précisant les raisons. Cette possibilité est limitée à une période de douze mois à compter de la date à laquelle les moteurs ont été soumis pour la première fois à la/aux date(s) limite(s) de mise sur le marché. § 4. Les exigences de l’article 9, §§ 4 et 5, sont reportées de trois ans pour les constructeurs de moteurs de petites séries § 5. Les exigences de l’article 9, §§ 4 et 5, sont remplacées par les exigences correspondantes de la phase Ire pour toute les familles de moteurs produits en petites séries jusqu’à 25.000 unités au maximum à condition que les différentes familles de moteurs concernées correspon dent chacune à une cylindrées différentes. CHAPITRE X. — Mesures relatives à la conformité de la production Art. 11. § 1er. L’autorité compétente en matière de réception qui procède à une réception par type s’emploie à vérifier, en ce qui concerne les exigences définies à l’annexe Ire, section 5, le cas échéant en coopération avec les autorités des autres Etats, membres de la Communauté européenne compétente en matière de réception, que les mesures nécessaires ont été prises pour garantir un contrôle effectif de la conformité de la production avant que la réception par type ne soit octroyée. § 2. L’autorité compétente qui a procédé à une réception par type s’emploie à vérifier, en ce qui concerne les exigences définies à l’annexe I, section 5, le cas échéant en coopération avec les autorités des autres Etats, membres de la Communauté européenne compétente en matière de réception, que les mesures visées au § 1er sont toujours adéquates et que chaque moteur produit qui porte un numéro CE de réception par type en vertu des dispositions du présent arrêté demeure conforme à la description figurant sur le certificat de réception du type de moteur ou de la famille de moteurs réceptionné(e) et ses annexes. CHAPITRE XI. — Non conformité au type ou à la famille réceptionné(e) Art. 12. § 1er. Il y a non-conformité avec le type ou la famille réceptionné(e) dès lors que l’on constate, par rapport aux renseigne ments fournis dans le certificat de réception par type et/ou dans le dossier de réception, des divergences qui n’ont pas été autorisées, en vertu de l’article 4, § 3, par l’autorité compétente ayant procédé à la réception par type. § 2. Si l’autorité compétente en matière de réception ayant procédé à une réception par type constate que des moteurs accompagnés d’un certificat de conformité ou portant une marque de réception ne sont pas conformes au type ou à la famille qu’il a réceptionné(e), elle prend les mesures nécessaires pour faire en sorte que les moteurs en cours de production redeviennent conformes au type ou à la famille réception né(e). L’autorité compétente en matière de réception notifie à ses homologues des autres Etats, membres de la Communauté européenne, les mesures prises qui peuvent, le cas échéant, aller jusqu’au retrait de la réception par type. § 3. Si l’autorité compétente en matière de réception établit que des moteurs portant un numéro de réception par type ne sont pas conformes au type ou à la famille réceptionné(e), elle peut demander à l’Etat, membre de la Communauté européenne qui a procédé à la réception par type de vérifier que les moteurs en cours de production sont conformes au type ou à la famille réceptionné(e). Cette vérification doit être effectuée dans les six mois suivant la date de la demande. 84089BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE § 4. De keuringsinstantie stelt de keuringsinstanties van de andere lidstaten van de Europese Gemeenschap binnen één maand in kennis van de intrekking van een typegoedkeuring en van de redenen daarvoor. § 5. Indien de keuringsinstantie het haar door de keuringsinstantie(s) van de andere lid-Staten van de Europese Gemeenschap ter kennis gebrachte gebrek aan overeenstemming betwist, tracht zij het geschil met deze andere keuringsinstantie(s) op te lossen. De Europese Commissie wordt op de hoogte gehouden teneinde voorzover nodig het dienstige overleg te plegen om tot een oplossing te komen. HOOFDSTUK XII. — Keuringsinstantie Art. 13. § 1.De keuringsinstantie is het directoraat-generaal Leef milieu van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu. § 2. Een fabrikant kan in zijn aanvraag tot typegoedkeuring of tot wijziging of uitbreiding van een typegoedkeuring één of meerdere onafhankelijke en bekwame technische diensten voorstellen aan de keuringsinstantie ter uitvoering van de noodzakelijke proeven en inspecties. De fabrikant staat borg voor de vergoeding van de kosten van de technische dienst of diensten voor de genoemde proeven en inspecties. De keuringsinstantie meldt een eventueel bezwaar inzake onafhan kelijkheid en bekwaamheid uiterlijk binnen de twee maanden na ontvangst van één van beide aanvragen waarvan sprake in het vorige lid. Elk bezwaar is met redenen omkleed en beëindigt de aanvraag waarvan sprake in het vorige lid. § 3. Op verzoek van de fabrikant, kan de e keuringsinstantie op basis van een voorafgaandelijke schriftelijke borgstelling van de fabrikant voor de vergoeding van de kosten waarvan sprake in § 2, zelf overgaan tot de aanduiding van één of meerdere technische diensten in het kader van een nieuwe aanvraag tot typegoedkeuring of tot wijziging of uitbreiding van een typegoedkeuring. Elke aanduiding gebeurt over eenkomstig de bepalingen van de wet van 24 december 1993 betref fende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten van werken, leveringen en diensten en van haar uitvoeringsbesluiten en op basis van een bestek dat alleszins voldoende eisen inzake onafhankelijkheid en bekwaamheid vermeldt. HOOFDSTUK XIII. — Wijzigingsbepalingen Art. 14. § 1. Aan artikel 3 van het koninklijk besluit van 6 maart 2002 betreffende het geluidsvermogen van materieel voor gebruik buitens huis worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1/ 8˚ wordt vervangen door : « 8˚ de bevoegde autoriteit : het directoraat-generaal Leefmilieu van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leef milieu; »; 2/ 9˚ wordt vervangen door : « 9˚ de bevoegde diensten : de bevoegde autoriteit, het directoraat generaal Kwaliteit en Veiligheid van de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie en de Administratie der douane en accijnzen van de FOD Financiën; ». § 2. Het artikel 10 van hetzelfde besluit wordt ingetrokken. § 3. In artikel 20 van hetzelfde besluit wordt achter het tweede lid het volgende lid ingevoegd : « De ambtenaren van de Administratie der douane en accijnzen van de FOD Financiën zijn inzonderheid bevoegd voor het toezicht op de aanwezigheid van een verklaring van overeenstemming zoals vereist door dit besluit bij materieel voor gebruik buitenshuis dat ingevoerd wordt in de Europese Gemeenschap. » HOOFDSTUK XIV. — Opheffings- en slotbepalingen Art. 15. Het koninklijk besluit van 3 februari 1999 betreffende de bescherming van de atmosfeer tegen de uitstoot van gassen en deeltjes door niet voor de weg bestemde mobiele machines, gewijzigd door het koninklijk besluit van 20 februari 2003, wordt opgeheven. Art. 16. § 1. In uitvoering van artikel 19bis van de wet van 21 december 1998, wordt de integrale inhoud van de bijlagen van de basisrichtlijn en van de eerste en tweede wijzigingsrichtlijnen, waarvan de gecoördineerde lijst is opgenomen in de bijlage van dit besluit, medegedeeld aan het publiek via internet, hetzij op de website www.environment.fgov.be, hetzij op elke andere site waarnaar officieel verwezen wordt door de Minister bevoegd voor Leefmilieu. De integrale inhoud van alle bijlagen hoort volledig bij dit besluit. § 4. L’autorité compétente en matière de réception informe les autorités des autres Etats, membres de la Communauté européenne, dans un délai d’un mois, du retrait d’une réception par type et des motifs justifiant cette mesure. § 5. Si l’autorité compétente en matière de réception qui a procédé à la réception conteste le défaut de conformité qui lui a été notifié par l’(les) autorité(s) compétente(s) qui a (ont) procédé à la réception de l’(des) autre(s) Etat(s), membre(s) de la Communauté européenne, elle s’efforce de régler le différend avec cette (ces) autre(s) autorité(s) compétente(s) qui a (ont) procédé à la réception. La Commission européenne est tenue au courant afin de procéder aux consultations appropriées en vue d’aboutir à une solution. CHAPITRE XII. — Autorité compétente en matière de réception Art. 13. § 1er. L’autorité compétente en matière de réception est la direction générale Environnement du SPF Santé Publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement. § 2. Un fabricant peut, dans sa demande de réception par type ou sa demande de modification ou d’extension d’une réception par type, proposer à l’autorité compétente en matière de réception un ou plusieurs services techniques indépendants et compétente en vue de procéder aux essais et inspections nécessaires. Le fabricant garantit l’indemnisation des coûts du ou des services techniques pour les essais et inspections précités. L’autorité compétente en matière de réception notifie une éventuelle opposition en termes d’indépendance et de compétence au plus tard dans les deux mois qui suivent la réception de l’une des deux demandes dont question à l’alinéa précédent. Toute opposition doit être motivée et met fin à la demande dont question à l’alinéa précédent. § 3. A la demande du fabricant, l’autorité compétente en matière de réception peut, sur la base d’un cautionnement écrit préalable du fabricant en vue de l’indemnisation des coûts dont question au § 2, procéder elle-même à la désignation d’un ou plusieurs services techniques dans le cadre d’une nouvelle demande de réception par type ou d’une nouvelle demande de modification ou d’extension d’une réception par type. Chaque désignation intervient conformément aux dispositions de la loi du 24 décembre 1993 relative aux marchés publics et à certains marchés de travaux, de fourniture et de services et à ses arrêtés d’exécution et sur la base d’un cahier des charges posant des exigences satisfaisantes en termes d’indépendance et de compétence. CHAPITRE XIII. — Dispositions modificatives Art. 14. § 1er. A l’article 3 de l’arrêté royal du 6 mars 2002 relatif à la puissance sonore des matériels destinés à être utilisés à l’extérieur des bâtiments sont apportées les modifications suivantes : 1/ 8˚ est remplacé par : « 8˚ l’autorité compétente : la direction générale Environnement du SPF Santé publique, protection de la Chaîne alimentaire et Environne ment; » 2/ 9˚ est remplacé par : « 9˚ les services compétents : l’autorité compétente, la direction générale Qualité et Sécurité du SPF Economie, P.M.E., Classes Moyen nes et Energie et l’Administration des douanes et accises du SPF Finan ces; » § 2. L’article 10 du même arrêté est rapporté. § 3. Dans l’article 20 du même arrêté, l’alinéa suivant est inséré après le deuxième alinéa : « En particulier, les fonctionnaires de l’Administration des douanes et accises du SPF Finances sont désignés pour contrôler le respect de la présence d’une déclaration de conformité, comme requise par cet arrêté, accompagnant les matériels utilisés à l’extérieur des bâtiments, importés dans la Communauté européenne. » CHAPITRE XIV. — Dispositions abrogatoires et finales Art. 15. L’arrêté royal du 3 février 1999 relatif à la protection de l’atmosphère contre les émanations de gaz et de particules des engins mobiles non routiers, modifié par l’arrêté royal du 20 février 2003, est abrogé. Art. 16. § 1er. En exécution de l’article 19bis de la loi du 21 décem bre 1998, le contenu intégral des annexes de la directive de base et de la première et deuxième directive de modification, dont la liste coor donnée est reprise dans l’annexe de cet arrêté, sont communiqués au public par le biais d’Internet : soit sur le site www.environment.fgov.be, soit sur tout autre site référé officiellement par le Ministre qui a l’Environnement dans ses attributions. Le contenu intégral de toutes les annexes appartient complètement à cet arrêté. 84090 BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE § 2. Een kopie van alle bijlagen die bedoeld worden in § 1 kan worden bekomen bij de keuringsinstantie, hetzij op papier, hetzij op CD-ROM. § 3. De integrale inhoud van de bijlagen waarvan sprake in § 1 is consulteerbaar bij de keuringsinstantie. § 4. De vergoedingen die verschuldigd zijn voor het ontvangen van kopies worden vastgelegd in overeenstemming met het koninklijk besluit van 30 augustus 1996 tot vaststelling van het bedrag voor de vergoeding verschuldigd voor het ontvangen van een afschrift van een bestuursdocument. Art. 17. Inbreuken op de bepalingen van dit besluit worden opge spoord, vastgesteld, vervolgd en bestraft overeenkomstig de bepalin gen van de wet van 21 december 1998. Art. 18. § 1. De ambtenaren die werden aangewezen via het koninklijk besluit van 16 november 2000 tot aanduiding van de ambtenaren van de Dienst voor het Leefmilieu die belast zijn met toezichtsopdrachten, de ambtenaren van de algemene directie kwaliteit en veiligheid van de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, de ambtenaren van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg belast met het toezicht van het Welzijn op het werk alsook de ambtenaren van de Administratie der douane en accijnzen van de FOD Financiën zijn aangesteld voor het toezicht op de naleving en het vaststellen van de overtredingen op alle artikels van dit besluit. § 2. De directeur-generaal van het directoraat-generaal Leefmilieu of de door hem aangeduide ambtenaar coördineert, indien nodig, de controlemaatregelen in het kader van dit besluit en kan alle acties organiseren die zich opdringen in het kader van een doeltreffend, evenredig en afschrikkend toezicht. Het directoraat-generaal Leef milieu doet inzonderheid controles bij invoerders en fabrikanten van motoren en machines. Het directoraat-generaal Leefmilieu treft alle noodzakelijke maatre gelen, inzonderheid het oprichten van een databank, met het oog op het toezicht op de naleving van de bepalingen van dit besluit. De algemene directie Kwaliteit en Veiligheid wordt inzonderheid aangeduid om toezicht te houden op de naleving van de bepalingen van dit besluit tijdens de controles die momenteel uitgevoerd worden op machines die op de Belgische markt worden gebracht. De Minister of de Staatssecretaris tot wiens bevoegdheid Welzijn op het werk behoort, is bevoegd voor de controle van de veiligheid op de arbeidsplaats. Indien tijdens deze controles wordt vastgesteld dat producten niet conform zijn met de bepalingen van dit besluit worden de Minister of Staatssecretaris, tot wiens bevoegdheid de bescherming van het leefmilieu behoort, of zijn afgevaardigden, ervan op de hoogte gebracht teneinde de nodige acties te ondernemen die voorzien zijn in dit besluit. De douanediensten voeren minstens éénmaal per jaar, en dit gedurende 10 opeenvolgende jaren te beginnen vanaf 2005 een grootschalige actie uit om toezicht te houden op de naleving van de administratieve en documentaire bepalingen van dit besluit. Art. 19. De termijn waarvan sprake in artikel 16, § 1, van de wet van 21 december 1998 wordt voor het toezicht op de bepalingen van dit besluit bepaald op 12 maanden. Art. 20. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. Art. 21. Onze Minister bevoegd voor Financiën, Onze Minister bevoegd voor Economie, Onze Minister bevoegd voor Werk en Onze Minister bevoegd voor Leefmilieu zijn, ieder wat hen betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 5 december 2004. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Financiën, D. REYNDERS De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid, M. VERWILGHEN De Minister van Werk, Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE De Minister van Leefmilieu, B. TOBBACK § 2. Une copie de l’intégralité des annexes visées au § 1er peut être obtenue, soit sur papier soit sur CD-ROM auprès de l’autorité compétente en matière de réception. § 3. Le contenu intégral des annexes visées au § 1er peut également être consulté sur place auprès de l’autorité compétente en matière de réception. § 4. La détermination des rétributions dues pour réception des copies est fixée conformément à l’arrêté royal du 30 août 1996 fixant le montant des rétributions dues pour la réception d’une copie d’un document administratif. Art. 17. Les infractions aux dispositions du présent arrêté sont recherchées, constatées, poursuivies et punies conformément aux dispositions de la loi du 21 décembre 1998. Art. 18. § 1er. Les fonctionnaires désignés dans l’arrêté royal du 16 novembre 2000 portant désignation des fonctionnaires du service des Affaires environnementales chargés de missions d’inspection, les fonctionnaires de la direction générale Qualité et Sécurité du SPF Eco nomie, P.M.E., Classes moyennes et Energie, les fonctionnaires du SPF Travail, Emploi et Concertation sociale, chargés du contrôle du bien-être au travail, ainsi que les fonctionnaires de l’Administration des douanes et accises du SPF Finances sont désignés pour contrôler le respect et constater les infractions à tous les articles du présent arrêté. § 2. Le directeur général de la direction générale Environnement ou le fonctionnaire délégué par lui coordonne les mesures de contrôle, le cas échéant, dans le cadre de cet arrêté et peut organiser toutes les actions qui s’imposent dans le cadre d’un contrôle efficace, propor tionné et dissuasif. La direction générale Environnement exécute en particulier des contrôles auprès des importateurs et fabricants de moteurs et d’engins. La direction générale Environnement prend toutes les mesures nécessaires, en particulier l’établissement d’une base de données, en vue du contrôle du respect des dispositions de cet arrêté. La direction générale Qualité et Sécurité est en particulier désignée pour contrôler le respect des articles de cet arrêté pendant les contrôles effectués momentanément de machines mises sur le marché belge. Le Ministre ou son Secrétaire d’Etat chargé de la sécurité du travail est compétent en ce qui concerne le contrôle de la sécurité sur le lieu de travail. Si, lors de ces contrôles, il apparaît que les produits ne sont pas conformes aux dispositions de cet arrêté, le Ministre ou son Secrétaire d’Etat chargé de la protection de l’environnement ou ses délégués en sont informés afin d’entreprendre les actions nécessaires prévues dans cet arrêté. Les services douaniers exécutent au moins une fois par an, et ceci durant 10 ans successifs à partir de 2005 une action massive pour contrôler le respect des articles d’ordre administratif et documentaire de cet arrêté. Art. 19. Le délai dont il est question à l’article 16, § 1er de la loi du 21 décembre 1998 est fixé à 12 mois pour le contrôle des dispositions de cet arrêté. Art. 20. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge. Art. 21. Notre Ministre des Finances, Notre Ministre qui a l’Econo mie dans ses attributions, Notre Ministre qui a l’Emploi dans ses attributions et Notre Ministre qui a l’Environnement dans ses attribu tions, sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l’exécution du présent arrêté. Donné à Bruxelles, le 5 décembre 2004. ALBERT Par le Roi : Le Ministre des Finances, D. REYNDERS Le Ministre de l’Economie, de l’Energie, du Commerce extérieur et de la Politique scientifique, M. VERWILGHEN La Ministre de l’Emploi, Mme F. VAN DEN BOSSCHE Le Ministre de l’Environnement, B. TOBBACK 84091BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE Bijlage : lijst van bijlagen van de basisrichtlijn zoals gewijzigd door de eerste en tweede wijzigingsrichtlijnen, die gepubliceerd worden per uittreksel — Annexe : liste des annexes de la directive de base telle que modifiée par la première et deuxième directives de modification, qui sont publiees par extrait BIJLAGE I Toepassingsgebied, definities en afkortingen, aanvraag van EG-typegoedkeuring, specifica ties en tests en overeestemming van de produc tie ANNEXE Ire Champ d’application, définitions, symboles et abréviations, marquage des moteurs, prescrip tions et essais, dispositions relatives au contrôle de la conformité de la production, paramètres définissant la famille de moteurs, choix du moteur représentatif BIJLAGE II Inlichtingenformulieren ANNEXE II Fiche de renseignements aanhangsel 1 Essentiële eigenschappen van de (ouder)motor appendice 1 Caractéristiques essentielles du moteur (repré sentatif) aanhangsel 2 Essentiële eigenschappen van de motorfamilie appendice 2 Caractéristiques essentielles de la famille de moteurs aanhangsel 3 Essentiële eigenschappen van een motortype binnen de familie appendice 3 Caractéristiques essentielles du type de moteur à l’intérieur de la famille BIJLAGE III Testprocedure voor motoren met compressie ontsteking ANNEXE III Procédure d’essai pour les moteurs à allumage par compression aanhangsel 1 Meting en bemonstering appendice 1 Méthode de mesure et d’échantillonnage aanhangsel 2 Kalibratie van de analyseapparatuur appendice 2 Etalonnage des instruments d’analyse aanhangsel 3 Gegevensevaluatie en berekeningen appendice 3 Evaluation et calculs de données BIJLAGE IV Testprocedure – Motoren met elektrische ont steking ANNEXE IV Procédure d’essai pour les moteurs à allumage commandé aanhangsel 1 Meting en bemonstering appendice 1 Méthode de mesure et d’échantillonnage aanhangsel 2 Kalibratie van de analyseapparatuur appendice 2 Etalonnage des instruments d’analyse aanhangsel 3 Gegevensevaluatie en berekeningen appendice 3 Evaluation et calculs de données aanhangsel 4 verslechteringsfactoren appendice 4 Facteur de détérioration BIJLAGE V Technische eigenschappen van de voorgeschre ven referentiebrandstof voor de goedkeurings test en de controle op de overeenstemming van de productie ANNEXE V Caractéristiques techniques du carburant de référence à utiliser pour les essais de réception et pour vérifier la conformité de la production BIJLAGE VI Analyse en bemonsteringssysteem ANNEXE VI Système d’analyse et échantillonnage BIJLAGE VII Goedkeuringsformulier ANNEXE VII Certificat de réception par type aanhangsel 1 Testresultaten voor motoren met elektrische ontsteking appendice 1 Résultats des essais pour les moteurs à allu mage par compression aanhangsel 2 Testresultaten voor motoren met compressieont steking appendice 2 Résultats des essais pour les moteurs à allu mage commandé aanhangsel 3 Apparatuur en hulpvoorzieningen die met het oop op de test ter bepaling van het motorver mogen moeten worden geïnstalleerd appendice 3 Equipements et auxiliaires à installer pour l’essai de détermination de la puissance du moteur BIJLAGE VIII Nummeringssysteem voor het goedkeuringsfor mulier ANNEXE VIII Système de numérotation des certificats de réception BIJLAGE IX Lijst van afgegeven goedkeuringen voor een type motor/motor familie ANNEXE IX Liste des réception par type de moteurs/famille de moteurs délivrés BIJLAGE X Lijst van geproduceerde motoren ANNEXE X Liste des moteurs produits BIJLAGE XI Inlichtingenformulier van motoren waarvoor een typegoedkeuring is verleend ANNEXE XI Fiche technique des moteurs réceptionnés BIJLAGE XII Erkenning van alternatieve typegoedkeuringen ANNEXE XII Reconnaissance d’autres modes de réception par type Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 5 december 2004. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Financiën, D. REYNDERS De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid, M. VERWILGHEN De Minister van Werk, Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE De Minister van Leefmilieu, B. TOBBACK Vu pour être annexé à Notre arrêté du 5 décembre 2004. ALBERT Par le Roi : Le Ministre des Finances, D. REYNDERS Le Ministre de l’Economie, de l’Energie, du Commerce extérieur et de la Politique scientifique, M. VERWILGHEN La Ministre de l’Emploi, Mme F. VAN DEN BOSSCHE Le Ministre de l’Environnement, B. TOBBACK 84092 BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU [C − 2004/22956]N. 2004 — 4623 25 NOVEMBER 2004. — Ministerieel besluit tot vaststelling van sommige bijzondere bepalingen teneinde te voorzien in de uitvoe ring van het statuut van het rijkspersoneel bij de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselke ten en Leefmilieu De Minister Volksgezondheid, De Minister van Leefmilieu, Gelet op het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het rijkspersoneel, inzonderheid op artikel 6, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 5 september 2002; Gelet op het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de evaluatie en de loopbaan van het rijkspersoneel, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 5 september 2002; Gelet op het koninklijk besluit van 20 juli 1964 betreffende de hiërarchische indeling en de loopbaan van sommige personeelsleden van de rijksbesturen, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 28 september 2003; Gelet op het koninklijk besluit van 22 december 2000 betreffende de selectie en de loopbaan van het rijkspersoneel, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 april 2004; Gelet op het koninklijk besluit van 5 september 2002 houdende hervorming van de loopbaan van sommige ambtenaren in de rijksbe sturen, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 april 2004; Gelet op het koninklijk besluit van 14 oktober 2002 tot vaststelling van de indelingsmodaliteiten van sommige personeelsleden van de rijksbesturen in een functiefamilie, laatst gewijzigd bij het ministerieel besluit van 20 juni 2003; Gelet op het ministerieel besluit van 11 mei 1995 houdende speciale erkenningscriteria voor artsen, houders van een bijzondere beroepstitel van geneesheer-specialist in de arbeidsgeneeskunde, evenals voor stagemeesters en voor stagediensten voor arbeidsgeneeskunde; Gelet op het advies van de Directiecomité van de Federale Overheids dienst Volksgezondheid, Veiligheid Voedselketen en Leefmilieu, gege ven op 19 maart 2004; Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Ambtenaren zaken, gegeven op 29 september 2004; Gelet op het protocol van 13 oktober 2004 waarin de conclusies van de onderhandelingen binnen het Sectorcomité XII « Volksgezondheid » worden vermeld; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen door de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd door de wet van 4 augustus 1996; Gelet op de dringende noodzakelijkheid; Overwegende dat sinds de defusie van het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu niet meer over bijzondere bepalingen beschikt welke de uitvoering verze keren van het statuut van de Rijksambtenaren; dat deze bepalingen noodzakelijk zijn om sommige bevorderingen in de loopbaan van de Rijksambtenaren te verwezenlijken, in het bijzonder in niveau 1; Overwegende dat in het belang van de ambtenaren en van de goede werking van de dienst, het noodzakelijk is dat bovenvernoemde bevorderingen, onverwijld, uitgevoerd worden, Besluit : Artikel 1. Dit besluit regelt sommige bijzondere bepalingen betref fende het rijkspersoneel van de diensten van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, opgericht door het koninklijk besluit van 23 mei 2001, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 5 september 2002. SERVICE PUBLIC FEDERAL SANTE PUBLIQUE, SECURITE DE LA CHAINE ALIMENTAIRE ET ENVIRONNEMENT [C − 2004/22956]F. 2004 — 4623 25 NOVEMBRE 2004. — Arrêté ministériel fixant certaines disposi tions particulières en vue d’assurer au sein du Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement, l’exécution du statut des agents de l’Etat Le Ministre de la Santé publique, Le Ministre de l’Environnement, Vu l’arrêté royal du 2 octobre 1937 portant le statut des agents de l’Etat, notamment l’article 6, modifié par l’arrêté royal du 5 septem bre 2002; Vu l’arrêté royal du 7 août 1939 organisant l’évaluation et la carrière des agents de l’Etat, modifié en dernier lieu par l’arrêté royal du 5 septembre 2002; Vu l’arrêté royal du 20 juillet 1964 relatif au classement hiérarchique et à la carrière de certains agents des administrations de l’Etat, modifié en dernier lieu par l’arrêté royal du 28 septembre 2003; Vu l’arrêté royal du 22 décembre 2000 concernant la sélection et la carrière des agents de l’Etat, modifié en dernier lieu par l’arrêté royal du 25 avril 2004; Vu l’arrêté royal du 5 septembre 2002 portant réforme de la carrière de certains agents des administrations de l’Etat, modifié en dernier lieu par l’arrêté royal du 25 avril 2004; Vu l’arrêté royal du 14 octobre 2002 fixant les modalités de classement de certains membres du personnel des administrations de l’Etat dans une famille de fonction, modifié en dernier lieu par l’arrêté ministériel du 20 juin 2003; Vu l’arrêté ministériel du 11 mai 1995 fixant les critères spéciaux d’agrément des médecins, porteurs du titre professionnel particulier de médecin spécialiste en médecine du travail, ainsi que des maîtres de stage et des services de stage en médecine du travail; Vu l’avis du Comité de direction du Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement, donné le 19 mars 2004; Vu l’accord du Ministre de la Fonction publique, donné le 29 sep tembre 2004; Vu le protocole du 13 octobre 2004 dans lequel sont consignées les conclusions de la négociation menée au sein du Comité de secteur XII « Santé publique »; Vu les lois sur le Conseil d’Etat, coordonnées le 12 janvier 1973, notamment l’article 3, § 1er, remplacé par la loi du 4 juillet 1989 et modifié par la loi du 4 août 1996; Vu l’urgence; Considérant que depuis la défusion du Ministère des Affaires sociales, de la Santé publique et de l’Environnement, le Service public fédéral de la Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement ne possède plus de dispositions particulières assurant l’exécution du statut des agents de l’Etat; que ces dispositions sont nécessaires pour effectuer certaines promotions dans la carrière des agents de l’Etat, en particulier dans le niveau 1; Considérant que dans l’intérêt des agents et du bon fonctionnement des services, il convient d’accomplir sans délai les promotions précitées, Arrête : Article 1er. Le présent arrêté régit certaines dispositions particuliè res relatives aux agents de l’Etat des services du SPF Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement créé par l’arrêté royal du 23 mars 2001, modifié par l’arrêté royal du 5 septembre 2002. 84093BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE Art. 2. Onverminderd de verordeningsbepalingen van algemene aard die de loopbaan van het Rijkspersoneel beheersen, gebeurt de benoeming tot elk van de graden waarvan de ambtenaren van de diensten waarop dit besluit van toepassing is, titularis kunnen zijn, overeenkomstig de voorwaarden van de in bijlage vastgestelde tabel len. Art. 3. Het aantal betrekkingen wordt jaarlijks bepaald door het personeelsplan. De Voorzitter van de Directiecomité beslist of in een vacante betrekking dient te worden voorzien. Hij geeft, driemaandelijks, de status aan de Ministers die de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu onder hun bevoegdheid hebben Art. 4. § 1. Voor niveau 1, met uitzondering van de bevorderingen door verhoging in weddenschaal in rang 10 die afhankelijk zijn van een vacature van een betrekking, wordt de vacature van een door verandering van graad of bevordering te begeven betrekking ter kennis gebracht van de benoembare ambtenaren door en bekendmaking van vacante betrekking. De bekendmaking van vacante betrekking wordt overhandigd aan elke der betrokken ambtenaren in ruil voor een door hen ondertekend ontvangstbewijs dat de datum van ontvangst vermeldt ofwel bij een ter post aangetekend schrijven gezonden aan het door de ambtenaar laatst opgegeven adres, indien hij afwezig is. Wanneer de ambtenaar om welke redenen ook tijdelijk uit de dienst verwijderd is wordt hem de bekendmaking van vacante betrekking bij een ter post aangetekend schrijven gezonden aan het door hem laatst opgegeven adres. Worden enkel in aanmerking genomen de titels van de ambtenaren die hun kandidatuur bij een ter post aangetekende brief hebben gericht aan de Voorzitter binnen een termijn van tien werkdagen die ingaat op de eerste werkdag volgend op die van het overhandigen aan de betrokkene of het aanbieden door de post van de bekendmaking van vacante betrekkingen. Wanneer de laatste dag van de termijn een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag is, wordt de termijn verlengd tot de eerstvol gende werkdag. Het staat de ambtenaren vrij voorafgaandelijk naar elke betrekking te dingen die vacant zou worden verklaard tijdens hun afwezigheid. De geldigheid van een dergelijke kandidatuur is beperkt tot één maand. Elke kandidaatstelling voor een betrekking van niveau 1 moet een uiteenzetting bevatten van de titels en verdiensten die de kandidaat meent te kunnen laten gelden bij het dingen naar de betrekking. De voorstellen tot verandering van graad of tot bevordering door verhoging in graad worden ter kennis gebracht door een dienstnota die aan betrokkenen wordt overhandigd onder de voorwaarden die zijn vastgesteld voor de bekendmakingen van een vacante betrekking. § 2. De ambtenaren van de niveaus B, C en D die de reglementaire voorwaarden vervullen, zijn ambtshalve kandidaat voor de vacante betrekkingen in de niveaus B, C en D. De voorstellen tot benoeming en bevordering worden hen ter kennis gebracht. Het eerste lid is eveneens van toepassing voor de bevorderingen door verhoging in weddenschaal in rang 10 die afhankelijk zijn van een vacature van een betrekking. De ambtenaren kunnen de benoeming of de bevordering bij een ter post aangetekende brief weigeren binnen een termijn van tien werk dagen die ingaat op de eerste werkdag volgend op die van de betekening der voorstellen. Wanneer de laatste dag van de termijn een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag is, wordt de termijn verlengd tot de volgende werkdag. Art. 2. Sans préjudice des dispositions réglementaires d’ordre géné ralrégissant la carrière des agents de l’Etat, la nomination à chacun des grades que peuvent porter les agents appartenant aux services régis par le présent arrêté a lieu aux conditions déterminées aux tableaux ci-annexés. Art. 3. Le nombre d’emplois est fixé annuellement par le plan de personnel. Le Président du Comité de Direction décide s’il y a lieu de pourvoir à un emploi vacant. Il donne, trimestriellement, l’état de la situation aux Ministres ayant le SPF Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environne ment dans leurs attributions. Art. 4. § 1er. En ce qui concerne le niveau 1, à l’exception des promotions par avancement barémique dans le rang 10 qui sont subordonnées à la vacance d’un emploi, la vacance d’un emploi à conférer par changement de grade ou par promotion est portée à la connaissance des agents susceptibles d’être nommés au moyen d’un avis de vacance d’emploi. L’avis de vacance d’emploi est remis à chacun des agents intéressés contre récépissé portant leur signature et la date à laquelle il est délivré soit envoyé par lettre recommandée à la poste à la dernière adresse indiquée par l’intéressé, en cas d’absence. Si l’agent est temporairement éloigné du service pour quelque motif que ce soit, l’avis de vacance d’emploi lui est envoyé par lettre recommandée à la poste à la dernière adresse qu’il a indiqué. Sont seuls pris en considération les titres des agents qui ont présenté leur candidature par lettre recommandée au Président dans un délai de dix jours ouvrables qui commence à courir le premier jour ouvrable qui suit celui de la remise à l’intéressé ou celui de la présentation par la poste de l’avis de vacance d’emploi. Lorsque le dernier jour du délai est un samedi, un dimanche ou un jour férié légal, le délai est prolongé jusqu’au plus prochain jour ouvrable. Les agents sont autorisés à solliciter, par anticipation, tout emploi qui deviendrait vacant pendant leur absence. La validité d’une telle candidature est limitée à un mois. Tout dépôt de candidature à un emploi de niveau 1 doit comporter un exposé des titres et mérites que le candidat estime pouvoir faire valoir pour briguer l’emploi. Les propositions de changement de grade ou de promotion par avancement de grade sont notifiées par note de service aux agents intéressés selon les modalités de communication fixées pour les avis de vacances d’emploi. § 2. Les agents de niveaux B, C et D qui remplissent les conditions réglementaires sont d’office candidats aux emplois vacants des niveaux B, C et D. Les propositions de nomination et de promotion leur sont notifiées. L’alinéa 1er est également applicable aux promotions par avancement barémique dans le rang 10 qui sont subordonnées à la vacance d’emploi. Les agents peuvent refuser la nomination ou la promotion par lettre recommandée dans un délai de dix jours ouvrables qui commence à courir le premier jour ouvrable qui suit celui de la notification des propositions. Lorsque le dernier jour du délai est un samedi, un dimanche ou un jour férié légal, le délai est prolongé jusqu’au prochain jour ouvrable. 84094 BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE De ambtenaren kunnen voorafgaandelijk door middel van een ter post aangetekende brief de benoeming weigeren voor betrekkingen die tijdens hun afwezigheid vacant zouden worden verklaard. Die weige ring blijft geldig tot ontvangst van het tegenbericht. § 3. De ambtenaar die zich benadeeld acht, kan binnen tien dagen na de kennisgeving van de voorstellen, bezwaar indienen bij de overheid die belast is met de voorstellen. De termijn loopt of vanaf de dag dat hij de dienstnota voor gezien heeft getekend, of vanaf de dag waarop de aangetekende brief met de dienstnota door de post werd aangeboden op zijn woonplaats. Op zijn verzoek wordt hij door die overheid gehoord. Na onderzoek van het bezwaar, wordt het voorstel van de bevoegde overheid aan alle betrokkenen ter kennis gebracht indien het oorspron kelijk voorstel gewijzigd is of alleen aan de indiener van het bezwaar indien het oorspronkelijk voorstel niet gewijzigd is. § 4. Bij gebrek aan enige kandidaat of bij weigering van alle kandidaten kan de bevoegde overheid door verandering van graad of door bevordering een ambtenaar benoemen die de gestelde voorwaar den vervult. § 5. In de niveaus B, C en D alsook voor de bevorderingen door verhoging in weddenschaal in rang 10 die afhankelijk zijn van de vacature van een betrekking, worden de beslissingen tot bevordering of verandering van graad ter kennis gebracht aan alle ambtenaren die de voorwaarden vervullen. Deze beslissing wordt medegedeeld via een uitdrukkelijke motive ring en de kennisgeving geeft de mogelijke rechtsmiddelen aan de bevoegde instanties om er kennis van te nemen en de na te leven termijnen. § 6. Elke kennisgeving aan de betrokkene ambtenaren vereist door dit besluit gebeurt volgens de modaliteiten van bekendmaking vastgesteld in § 1 voor de ambtenaren van niveau 1. Elke ter post aangetekende brief die van de betrokken ambtenaren door dit besluit wordt geëist, moet worden gericht aan de Voorzitter van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu. Voor de berekening van de termijnen die in dit besluit zijn vastgesteld, worden de zaterdag, de zondag of een wettelijke feestdag niet als werkdagen beschouwd. Art. 5. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. Brussel, 25 november 2004. De Minister van Volksgezondheid, R. DEMOTTE De Minister van Leefmilieu, B. TOBBACK Les agents peuvent refuser préalablement par lettre recommandée la nomination à des emplois qui seraient déclarés vacants au cours de leur absence. Ce refus reste valable jusqu’à avis contraire. § 3. L’agent qui s’estime lésé, peut, dans les dix jours de la notification des propositions, introduire une réclamation devant l’autorité chargée des propositions. Ce délai commence à courir, soit le jour où il a visé la note de service, soit le jour où le pli recommandé contenant la note de service a été présenté à son domicile par la poste. Il est, à sa demande, entendu par cette autorité. Après examen, de la réclamation, la proposition de l’autorité compétente est notifiée à tous les intéressés si la proposition initiale est modifiée ou au seul réclamant si la proposition initiale n’est pas modifiée. § 4. En l’absence de tout candidat ou de refus de tous les candidats, l’autorité compétente peut nommer par changement de grade ou par promotion, un agent qui remplit les conditions requises. § 5. Dans les niveaux B, C et D ainsi que pour les promotions par avancement barémique dans le rang 10 qui sont subordonnés à une vacance d’emploi, les décisions de promotion ou de changement de grade sont notifiées à tous les agents qui réunissaient les conditions requises. Cette décision fait l’objet d’une motivation formelle et la notification indique les voies éventuelles de recours, les instances compétentes pour en connaître ainsi que les formes et les délais à respecter. § 6. Toute notification aux agents intéressés requise par le présent arrêté s’effectue selon les modalités de communication fixées au § 1er pour les agents de niveau 1. Toute lettre recommandée à la poste exigée par des agents intéressés par le présent arrêté doit être adressée au Président du SPF Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement. Pour le calcul des délais établis par le présent arrêté, le samedi, le dimanche ou un jour férié ne sont pas considérés comme jours ouvrables. Art. 5. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge. Bruxelles, le 25 novembre 2004. Le Ministre de la Santé publique, R. DEMOTTE Le Ministre de l’Environnement, B. TOBBACK 84095BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE 84096 BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE 84097BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE 84098 BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE 84099BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE 84100 BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE 84101BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit van 25 november 2004. De Minister van Volksgezondheid, R. DEMOTTE De Minister van Leefmilieu, B. TOBBACK 84102 BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE 84103BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE 84104 BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE 84105BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE 84106 BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE 84107BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE 84108 BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE 84109BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE Vu pour être annexé à l’arrêté ministériel du 25 novembre 2004. Le Ministre de la Santé publique, R. DEMOTTE Le Ministre de l’Environnement, B. TOBBACK 84110 BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE [S − C − 2004/11520]N. 2004 — 4624 19 NOVEMBER 2004. — Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 januari 1970 houdende reglementering van de postdienst VERSLAG AAN DE KONING Sire, Overeenkomstig artikel 4, 1°, tweede lid, van het derde beheers contract dat op 28 juni 2002 gesloten is tussen de staat en DE POST en dat de verbintenis van de staat inhoudt om de verplichtingen van DE POST inzake effecten en kwijtschriften op te heffen, zijn de overeen stemmende bepalingen van de wet van 26 december 1956 op de postdienst opgeheven bij artikel 480 van de programmawet van 24 december 2002. De aldus opgeheven bepalingen voorzagen in de verplichting voor DE POST om voor rekening van derden enigerlei kwijtschrift te innen (waaronder ook verrekenzendingen) en om voor rekening van derden handelseffecten ter acceptatie en ter incassering aan te bieden, en legden ook nadere regels vast voor de protesten van handelseffecten. Als gevolg van de opheffing van die bepalingen moet omwille van de rechtszekerheid en juridische coherentie ook worden overgegaan tot de formele opheffing van de bepalingen in het koninklijk en het ministe rieel besluit van 12 januari 1970 houdende reglementering van de postdienst, die uitvoering verlenen aan die bepalingen die bij de wet van 24 december 2002 zijn opgeheven. De formele opheffing van de bepalingen van het koninklijk besluit van 12 januari 1970 houdende reglementering van de postdienst is net het doel van het onderhavige koninklijk besluit. Artikel 1 van het onderhavige besluit heft de bepalingen op van het koninklijk besluit van 12 januari 1970 die verband houden met de dienst voor kwijtschriften, de dienst voor handelseffecten en de dienst voor rembourszendingen. Het advies van de Raad van State vestigt de aandacht op de gevolgen van het opheffen van artikel 142, § 2, van voormeld koninklijk besluit dat stelt dat voor blindenschrift en de ermee gelijkgestelde poststukken de incasseringstaks niet geldt. Er dient echter opgemerkt te worden dat artikel 4, 1°, C), al. 2, van het derde beheerscontract gesloten tussen DE POST en de Staat een algemene afschaffing van de verplichtingen van DE POST met betrek king tot de effecten en kwijtschriften, inclusief verrekenzendingen, vooropstelt. Artikel 142 van het koninklijk besluit betreft de taksen die geheven worden op effecten en kwijtschriften (waaronder de verreken zendingen). Om redenen van juridische coherentie wordt ook dit artikel samen met de overige bepalingen aangaande de effecten en kwijt schriften opgeheven. Niettemin is DE POST zich bewust van het belang dat gehecht wordt aan de kosteloze incassering van verrekenzendingen voor wat betreft blindenschriften. Zij neemt zich voor hiermee rekening te houden als de dienst verder op commerciële basis wordt verstrekt. De artikelen 2 en 3 behoeven geen bijzondere commentaar. Ik heb de eer te zijn, Sire, van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid, M. VERWILGHEN SERVICE PUBLIC FEDERAL ECONOMIE, P.M.E., CLASSES MOYENNES ET ENERGIE [S − C − 2004/11520]F. 2004 — 4624 19 NOVEMBRE 2004 Arrêté royal modifiant l’arrêté royal du 12 janvier 1970 portant réglementation du service postal RAPPORT AU ROI Sire, Conformément à l’article 4, 1°, deuxième alinéa, du troisième contrat de gestion conclu entre l’Etat et LA POSTE le 28 juin 2002, qui comporte l’engagement de l’Etat à procéder à l’abrogation des obligations de LA POSTE concernant les effets et les quittances, les dispositions de la loi du 26 décembre 1956 sur le service des postes correspondantes ont été abrogées par l’article 480 de la loi-programme du 24 décembre 2002. Les dispositions ainsi abrogées prévoyaient l’obligation pour LA POSTE d’opérer le recouvrement pour compte de tiers des quittances de toute nature (en ce compris les envois contre rembourse ment), de présenter à l’acceptation et à l’encaissement, pour compte de tiers, les effets de commerce, ainsi que des modalités relatives aux protêts des effets de commerce. Comme suite à l’abrogation de ces dispositions, il convient, pour des motifs de sécurité et de cohérence juridique, de procéder également à l’abrogation formelle des dispositions des arrêtés royal et ministériel du 12 janvier 1970 portant réglementation du service postal, qui exécutent ces dispositions abrogées par la loi du 24 décembre 2002. L’abrogation formelle des dispositions de l’arrêté royal du 12 janvier 1970 portant réglementation du service postal est précisément l’objet du présent arrêté royal. L’article 1er du présent arrêté abroge les dispositions de l’arrêté royal du 12 janvier 1970 relatives aux services des quittances, des effets de commerce et des envois contreremboursement. L’avis du Conseil d’Etat attire l’attention sur les conséquences de l’abrogation de l’article 142, § 2, de l’arrêté royal précité qui stipule que les cécogrammes et les objets qui y sont assimilés ne sont pas soumis à la taxe d’encaissement. Il est à noter, néanmoins, que l’article 4, 1°, C), al. 2, du troisième contrat de gestion conclu entre LA POSTE et l’Etat prévoit l’abrogation générale des obligations de LA POSTE concernant les effets et quittances, y compris les envois contre remboursement. L’article 142 de l’arrêté royal concerne les taxes levées sur les effets et les quittances (en ce compris les envois contre remboursement). En raison de la cohérence juridique, cet article est abrogé conjointement avec les autres dispositions sur les effets et les quittances. LA POSTE est néanmoins consciente de l’importance prêtée à l’encaissement gratuit des envois contre remboursement en ce qui concerne les cécogrammes. Elle se propose d’en tenir compte si le service continue à être rendu sur base commerciale. Les articles 2 et 3 n’appellent aucun commentaire particulier. J’ai l’honneur d’être, Sire, De votre Majesté, Le très respectueux et très fidèle serviteur, Le Ministre de l’Economie, de l’Energie, du Commerce extérieur et de la Politique scientifique M. VERWILGHEN 84111BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE 19 NOVEMBER 2004. — Koninlijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 januari 1970 houdende reglementering van de postdienst ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 26 december 1956 op de postdienst, inzonder heid op artikel 3, eerste lid, b), opgeheven bij de programmawet van 24 december 2002, en c), gewijzigd bij de wet van 10 juni 1997 en opgeheven bij de programmawet van 24 december 2002, op artikel 12, opgeheven bij de programmawet van 24 december 2002, en op artikel 13, vervangen bij de wet van 21 maart 1991 en opgeheven bij de programmawet van 24 december 2002; Gelet op de wet van 6 juli 1971 houdende oprichting van DE POST, inzonderheid op artikel 1, gewijzigd bij de wet van 21 maart 1991, en op artikel 2, gewijzigd bij de wet van 21 maart 1991; Gelet op de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, inzonderheid op artikel 3, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 november 1996, op artikel 131, 19°, vervangen bij het koninklijk besluit van 9 juni 1999 en bekrachtigd bij de wet van 12 augustus 2000, op artikel 140, 1°, en op artikel 141, § 1, B., vervangen bij het koninklijk besluit van 9 juni 1999 en bekrachtigd bij de wet van 12 augustus 2000; Gelet op het koninklijk besluit van 12 januari 1970 houdende reglementering van de postdienst, inzonderheid op de artikelen 139 tot 141, op artikel 142, vervangen bij het koninklijk besluit van 8 maart 1990, op artikel 143, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 maart 1990, op de artikelen 144 tot 158, op artikel 205, vervangen bij het koninklijk besluit van 19 september 1979, op artikel 206, op artikel 207, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 15 oktober 1971, en op artikel 208; Gelet op het koninklijk besluit van 4 september 2002 houdende goedkeuring van het derde beheerscontract gesloten tussen DE POST en de Staat, inzonderheid op de artikelen 1 en 2; Gelet op het derde beheerscontract gesloten op 28 juni 2002 tussen DE POST en de Staat, inzonderheid op artikel 4, eerste lid, 1°, onder a), en het tweede lid, op artikel 14, lid 2, 6°, en op artikel 32; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, vervangen bij de wet van 2 april 2003; Gelet op het advies 35.626/4 van de Raad van State, gegeven op 8 juli 2003; Op de voordracht van Onze Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1. In het koninklijk besluit van 12 januari 1970 houdende reglementering van de postdienst, worden opgeheven : 1° de artikelen 139 tot 141; 2° artikel 142, vervangen bij het koninklijk besluit van 8 maart 1990; 3° artikel 143, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 maart 1990; 4° de artikelen 144 tot 158; 5° artikel 205, vervangen bij het koninklijk besluit van 19 septem ber 1979; 6° artikel 206; 7° artikel 207, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 15 oktober 1971; 8° artikel 208. Art. 2. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van de datum van inwerkingtreding van artikel 480 van de programmawet van 24 decem ber 2002. Art. 3. Onze Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 19 november 2004. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid, M. VERWILGHEN 19 NOVEMBRE 2004. — Arrt̂é royal modifiant l’arrête royal du 12 janvier 1970 portant réglementation du service postal ALBERT II, Roi des Belges, A tous, présents et à venir, Salut. Vu la loi du 26 décembre 1956 sur le service des postes, notamment l’article 3, alinéa premier, b), abrogé par la loi-programme du 24 décem bre 2002, et c), modifié par la loi du 10 juin 1997 et abrogé par la loi-programme du 24 décembre 2002, l’article 12, abrogé par la loi-programme du 24 décembre 2002, et l’article 13, remplacé par la loi du 21 mars 1991 et abrogé par la loiprogramme du 24 décembre 2002; Vu la loi du 6 juillet 1971 portant création de LA POSTE, notamment l’article 1er , modifié par la loi du 21 mars 1991, et l’article 2, modifié par la loi du 21 mars 1991; Vu la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques, notamment l’article 3, modifié par l’arrêté royal du 10 novembre 1996, l’article 131, 19°, remplacé par l’arrêté royal du 9 juin 1999 et confirmé par la loi du 12 août 2000, l’article 140, 1°, et l’article 141, § 1er », B., remplacé par l’arrêté royal du 9 juin 1999 et confirmé par la loi du 12 août 2000; Vu l’arrêté royal du 12 janvier 1970 portant réglementation du service postal, notamment les articles 139 à 141, l’article 142, remplacé par l’arrêté royal du 8 mars 1990, l’article 143, modifié par l’arrêté royal du 8 mars 1990, les articles 144 à 158, l’article 205, remplacé par l’arrêté royal du 19 septembre 1979, l’article 206, l’article 207, modifié par l’arrêté royal du 15 octobre 1971, et l’article 208; Vu l’arrêté royal du 4 septembre 2002 portant approbation du troisième contrat de gestion conclu entre LA POSTE et l’Etat, notamment les articles 1er et 2, Vu le troisième contrat de gestion conclu le 28 juin 2002 entre LA POSTE et l’Etat, notamment l’article 4, alinéa premier, 1°, sous a), et alinéa 2, l’article 14, alinéa 2, 6°, et l’article 32, Vu les lois sur le Conseil d’Etat, coordonnées le 12 janvier 1973, notamment l’article 84, § 1er, alinéa 1er, 1° remplacé par la loi du 2 avril 2003; Vu l’avis 35.62614 du Conseil d’Etat, donné le 8 juillet 2003; Sur la proposition de Notre Ministre de l’Economie, de l’Energie, du Commerce extérieur et de la Politique scientifique, Nous avons arrêté et arrêtons : Article 1er. Sont abrogés dans l’arrêté royal du 12 janvier 1970 portant réglementation du service postal : 1° les articles 139 à 141, 2° l’article 142, remplacé par l’arrêté royal du 8 mars 1990, 3° l’article 143, modifié par l’arrêté royal du 8 mars 1990; 4° les articles 144 à 158; 5° l’article 205, remplacé par l’arrêté royal du 19 septembre 1979, 6° l’article 206, 7° l’article 207, modifié par l’arrêté royal du 15 octobre 1971; 8° l’article 208. Art. 2. Le présent arrêté produit ses effets à la date d’entrée en vigueur de l’article 480 de la loiprogramme du 24 décembre 2002. Art. 3. Notre Ministre de l’Economie, de l’Energie, du Commerce extérieur et de la Politique scientifique, est chargé de l’exécution du présent arrêté. Donné á Bruxelles, le 19 novembre 2004. ALBERT Par le Roi : Le Ministre de l’Economie, de l’Energie, du Commerce extérieur et de la Politique scientifique, M. VERWILGHEN 84112 BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE [S − C − 2004/11494]N. 2004 — 4625 16 NOVEMBER 2004. — Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 12 januari 1970 houdende reglementering van de postdienst De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid Gelet op de wet van 26 december 1956 op de postdienst, inzonder heid op artikel 3, eerste lid, b), opgeheven bij de programmawet van 24 december 2002, en c), gewijzigd bij de wet van 10 juni 1997 en opgeheven bij de programmawet van 24 december 2002, op artikel 12, opgeheven bij de programmawet van 24 december 2002, en op artikel 13, vervangen bij de wet van 21 maart 1991 en opgeheven bij de programmawet van 24 december 2002; Gelet op de wet van 6 juli 1971 houdende oprichting van DE POST, inzonderheid op artikel 1, gewijzigd bij de wet van 21 maart 1991, en op artikel 2, gewijzigd bij de wet van 21 maart 1991; Gelet op de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, inzonderheid op artikel 3, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 november 1996, op artikel 131, 19°, vervangen bij het koninklijk besluit van 9 juni 1999 en bekrachtigd bij de wet van 12 augustus 2000, op artikel 140, 1°, en op artikel 141, § 1, B., vervangen bij het koninklijk besluit van 9 juni 1999 en bekrachtigd bij de wet van 12 augustus 2000; Gelet op het koninklijk besluit van 12 januari 1970 houdende reglementering van de postdienst, inzonderheid op de artikelen 139 tot 141, op artikel 142, vervangen bij het koninklijk besluit van 8 maart 1990, op artikel 143, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 maart 1990, op de artikelen 144 tot 158, op artikel 205, vervangen bij het koninklijk besluit van 19 september 1979, op artikel 206, op artikel 207, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 15 oktober 1971, en op artikel 208; Gelet op het ministerieel besluit van 12 januari 1970 houdende reglementering van de postdienst,inzonderheid op de artikelen 156 tot 161, op de artikelen 162 tot 164, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 19 oktober 1971, op de artikelen 165 tot 167, op artikel 168, vervangen bij het ministerieel besluit van 3 juli 1989, op artikel 169, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 17 maart 1975, op de artikelen 170 tot 173, op artikel 174, aangevuld en vervangen bij het ministerieel besluit van 3 juli 1989, op de artikelen 175 en 176, op artikel 177, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 17 maart 1975, op de artikelen 178 tot 188, op artikel 189, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 19 oktober 1971, op de artikelen 190, 240 en 241; Gelet op het koninklijk besluit van 4 september 2002 houdende goedkeuring van het derde beheerscontract gesloten tussen DE POST en de Staat, inzonderheid op de artikelen 1 en 2; Gelet op het derde beheerscontract gesloten op 28 juni 2002 tussen DE POST en de Staat, inzonderheid op artikel 4, eerste lid, 1°, onder a), en lid 2, op artikel 14, lid 2, 6°, en op artikel 32; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 4 juli 2003, Besluit : Artikel 1. In het ministerieel besluit van 12 januari 1970 houdende reglementering van de postdienst, worden opgeheven : 1° de artikelen 156 tot 161; 2° de artikelen 162 tot 164, gewijzigd bij het ministerieel besluit 19 oktober 1971; 3° de artikelen 165 tot 167; 4° artikel 168, vervangen bij het ministerieel besluit van 3 juli 1989; 5° artikel 169, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 17 maart 1975; 6° de artikelen 170 tot 173; 7° artikel 174, aangevuld en vervangen bij het ministerieel besluit van 3 juli 1989; SERVICE PUBLIC FEDERAL ECONOMIE, P.M.E., CLASSES MOYENNES ET ENERGIE [S − C − 2004/11494]F. 2004 — 4625 16 NOVEMBRE 2004. — Arrêté ministériel modifiant l’arrêté ministériel du 12 janvier 1970 portant réglementation du service postal Le Ministre de l’Economie, de l’Energie, du Commerce extérieur et de la Politique scientifique, Vu la loi du 26 décembre 1956 sur le service des postes, notamment l’article 3, alinéa premier, b), abrogé par la loi-programme du 24 décem bre 2002, et c), modifié par la loi du 10 juin 1997 et abrogé par la loi-programme du 24 décembre 2002, l’article 12, abrogé par la loi-programme du 24 décembre 2002, et l’article 13, remplacé par la loi du 21 mars 1991 et abrogé par la loiprogramme du 24 décembre 2002; Vu la loi du 6 juillet 1971 portant création de LA POSTE, notamment l’article 1er, modifié par la loi du 21 mars 1991, et l’article 2, modifié par la loi du 21 mars 1991; Vu la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques, notamment l’article 3, modifié par l’arrêté royal du 10 novembre 1996, l’article 131, 19°, remplacé par l’arrêté royal du 9 juin 1999 et confirmé par la loi du 12 août 2000, l’article 140, 1°, et l’article 141, § 1er, B., remplacé par l’arrêté royal du 9 juin 1999 et confirmé par la loi du 12 août 2000; Vu l’arrêté royal du 12 janvier 1970 portant réglementation du service postal, notamment les articles 139 à 141, l’article 142, remplacé par l’arrêté royal du 8 mars 1990, l’article 143, modifié par l’arrêté royal du 8 mars 1990, les articles 144 à 158, l’article 205, remplacé par l’arrêté royal du 19 septembre 1979, l’article 206, l’article 207, modifié par l’arrêté royal du 15 octobre 1971, et l’article 208; Vu l’arrêté ministériel du 12 janvier 1970 portant réglementation du service postal, notamment les articles 156 à 161, les articles 162 à 164, modifiés par l’arrêté ministériel du 19 octobre 1971, les articles 165 à 167, l’article 168, remplacé par l’arrêté ministériel du 3 juillet 1989, l’article 169, modifié par l’arrêté ministériel du 17 mars 1975, les articles 170 à 173, l’article 174, complété et remplacé par l’arrêté ministériel du 3 juillet 1989, les articles 175 et 176, l’article 177, modifié par l’arrêté ministériel du 17 mars 1975, les articles 178 à 188, l’article 189, modifié par l’arrêté ministériel du 19 octobre 1971, les articles 190, 240 et 241; Vu l’arrêté royal du 4 septembre 2002 portant approbation du troisième contrat de gestion conclu entre LA POSTE et l’Etat, notam ment les articles 1er et 2; Vu le troisième contrat de gestion conclu le 28 juin 2002 entre LA POSTE et l’Etat, notamment l’article 4, alinéa premier, 1°, sous a), et alinéa 2, l’article 14, alinéa 2, 6°, et l’article 32; Vu les lois sur le Conseil d’ Etat, coordonnées le 12 janvier 1973, notamment l’article 3, § 1er, remplacé par la loi du 4 juillet 1989 et modifié par la loi du 4 août 1996; Vu l’avis du Conseil d’Etat, donné le 4 juillet 2003, Arrête : Article 1er. Sont abrogés dans l’arrêté ministériel du 12 janvier 1970 portant réglementation du service postal : 1° les articles 156 à 161; 2° les articles 162 à 164, modifiés par l’arrêté ministériel du 19 octobre 1971; 3° les articles 165 à 167; 4° l’article 168, remplacé par l’arrêté ministériel du 3 juillet 1989; 5° l’article 169, modifié par l’arrêté ministériel du 17 mars 1975; 6° les articles 170 à 173; 7° l’article 174, complété et remplacé par l’arrêté ministériel du 3 juillet 1989; 84113BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE 8° de artikelen 175 en 176; 9° artikel 177, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 17 maart 1975; 10° de artikelen 178 tot 188; 11° artikel 189, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 19 okto ber 1971; 12° artikel 190; 13° de artikelen 240 en 241. Art. 2. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van de datum van inwerkingtreding van artikel 480 van de programmawet van 24 decem ber 2002. Brussel, 16 november 2004. M. VERWILGHEN * PROGRAMMATORISCHE FEDERALE OVERHEIDSDIENST MAATSCHAPPELIJKE INTEGRATIE, ARMOEDEBESTRIJDING EN SOCIALE ECONOMIE [C − 2004/02149]N. 2004 — 4626 5 DECEMBER 2004. — Koninklijk besluit tot uitvoering van arti kel 68quinquies, § 4, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, inzonderheid op artikel 68quin quies, ingevoegd bij het artikel 99 van de programmawet van 9 juli 2004; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 20 september 2004; Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 23 september 2004; Gelet op het advies 37.715/3 van de Raad van State, gegeven op 26 oktober 2004, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op de voordracht van Onze Minister van Maatschappelijke Integra tie, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder « specifieke hulp » : de specifieke hulp voor het betalen van onderhoudsgelden ten gunste van kinderen. Art. 2. De aanvraag voor de specifieke hulp wordt ingediend op de wijze bepaald door artikel 58, §§ 1 en 2, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. Art. 3. Met het oog op het onderzoek van de aanvraag worden volgende gegevens door de aanvrager aan het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn bezorgd : 1° de identiteit en alle inlichtingen betreffende de verblijfplaats in België van het kind of de kinderen waarvoor de steunaanvrager een onderhoudsgeld verschuldigd is; 2° een afschrift van hetzij de uitvoerbare rechterlijke beslissing, hetzij de overeenkomst bedoeld bij artikel 1288, 3°, van het Gerechtelijk Wetboek, hetzij de uitvoerbare schikking bedoeld in de artikelen 731 tot 734 van het Gerechtelijk Wetboek, hetzij de uitvoerbare rechterlijke beslissing op basis van artikel 336 van het Burgerlijk Wetboek, op grond waarvan de steunaanvrager onderhoudsgeld voor zijn kind of kinderen verschuldigd is; 3° het bewijs van de volledige betaling van het verschuldigde onderhoudsgeld. Art. 4. Wanneer een openbaar centrum voor maatschappelijk wel zijn een aanvraag voor de specifieke hulp ontvangt waarvoor het zich onbevoegd acht, wordt toepassing gemaakt van artikel 58, § 3, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. Art. 5. Elke beslissing tot toekenning, weigering of herziening van de specifieke hulp wordt meegedeeld aan de steunaanvrager op de wijze bepaald door artikel 62bis van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. Deze beslissing wordt binnen de acht dagen, te rekenen vanaf de datum ervan, meegedeeld aan de steunaanvrager. 8° les articles 175 et 176; 9° l’article 177, modifié par l’arrêté ministériel du 17 mars 1975; 10° les articles 178 à 188; 11° l’article 189, modifié par l’arrêté ministériel du 19 octobre 1971; 12° l’ article 190; 13° les articles 240 et 241. Art. 2. Le présent arrêté produit ses effets à la date d’entrée en vigueur de l’article 480 de la loi-programme du 24 décembre 2002. Bruxelles, le 16 novembre 2004. M. VERWILGHEN SERVICE PUBLIC FEDERAL DE PROGRAMMATION INTEGRA TION SOCIALE, LUTTE CONTRE LA PAUVRETE ET ECONO MIE SOCIALE [C − 2004/02149]F. 2004 — 4626 5 DECEMBRE 2004. — Arrêté royal pris en exécution de l’arti cle 68quinquies, § 4, de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d’action sociale ALBERT II, Roi des Belges, A tous, présents et à venir, Salut. Vu la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d’action sociale, notamment l’article 68quinquies, inséré par l’article 99 de la loi-programme du 9 juillet 2004; Vu l’avis de l’Inspecteur des Finances, donné le 20 septembre 2004; Vu l’accord de Notre Ministre du Budget, donné le 23 septem bre 2004; Vu l’avis 37.715/3 du Conseil d’Etat, donné le 26 octobre 2004, en application de l’article 84, § 1er, alinéa 1er, 1°, des lois coordonnées sur le Conseil d’Etat; Sur la proposition de Notre Ministre de l’Intégration sociale, Nous avons arrêté et arrêtons : Article 1er. En vue de l’application du présent arrêté, il faut entendre par « aide spécifique » : l’aide spécifique au paiement de pensions alimentaires en faveur d’enfants. Art. 2. La demande d’aide spécifique est introduite selon les moda lités prévues à l’article 58, §§ 1er et 2, de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d’action sociale. Art. 3. En vue de l’examen de la demande, les données suivantes sont communiquées par le demandeur au centre public d’action sociale : 1° l’identité et tous les renseignements concernant le lieu de résidence en Belgique de l’enfant ou des enfants pour lesquels le demandeur d’aide est redevable de pensions alimentaires; 2° une copie soit de la décision judiciaire exécutoire, soit de la convention visée à l’article 1288, 3°, du Code judiciaire, soit de l’accord exécutoire visé aux articles 731 à 734 du Code judiciaire, soit de la décision judiciaire exécutoire sur la base de l’article 336 du Code civil, en fonction de laquelle (duquel) le demandeur d’aide est redevable d’une pension alimentaire pour son enfant ou ses enfants; 3° la preuve du paiement complet de la pension alimentaire due. Art. 4. Lorsqu’un centre public d’action sociale reçoit une demande d’aide spécifique pour laquelle il s’estime incompétent, l’article 58, § 3, de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d’action sociale est d’application. Art. 5. Toute décision d’octroi, de refus ou de révision de l’aide spécifique est communiquée au demandeur d’aide conformément aux dispositions de l’article 62bis de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d’action sociale. Cette décision est communiquée au demandeur d’aide dans les huit jours, à compter de la date à laquelle elle a été prise. 84114 BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE Art. 6. De uitbetaling van de specifieke hulp geschiedt maandelijks en bedraagt hoogstens één twaalfde van het maximumjaarbedrag van 1.100 EUR, bepaald bij artikel 68quinquies, § 3, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. Art. 7. De uitbetaling van de specifieke hulp gebeurt op een vaste datum of dag, hetzij door middel van een postassignatie waarvan het bedrag betaalbaar is ten huize en in handen van de gerechtigde, hetzij door een circulaire cheque, hetzij door een overschrijving. Art. 8. Op de bedragen toegekend als specifieke hulp mogen geen administratie- of onderzoekskosten ingehouden worden. Art. 9. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2005. Art. 10. Onze Minister bevoegd voor Maatschappelijke Integratie is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 5 december 2004. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Maatschappelijke Integratie, C. DUPONT * PROGRAMMATORISCHE FEDERALE OVERHEIDSDIENST MAATSCHAPPELIJKE INTEGRATIE, ARMOEDEBESTRIJDING EN SOCIALE ECONOMIE [C − 2004/02150]N. 2004 — 4627 5 DECEMBER 2004. — Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 11 juli 2002 houdende het algemeen reglement betreffende het recht op maatschappelijke integratie ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschap pelijke integratie, inzonderheid op artikel 14, § 1, gewijzigd bij de programmawet van 9 juli 2004, en artikel 23; Gelet op het koninklijk besluit van 11 juli 2002 houdende het algemeen reglement betreffende het recht op maatschappelijke integra tie, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 1 april 2003; Gelet op het koninklijk besluit van 1 maart 2004 houdende bepalin gen ingevolge het arrest nr. 5/2004 van 14 januari 2004 van het Arbitragehof waarbij sommige bepalingen van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie werden vernietigd; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 20 september 2004 Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 23 september 2004; Gelet op het advies 37.714/3 van de Raad van State, gegeven op 26 oktober 2004, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op de voordracht van Onze Minister van Maatschappelijke Integra tie en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1. In het koninklijk besluit van 11 juli 2002 houdende het algemeen reglement betreffende het recht op maatschappelijke integra tie wordt een artikel 2bis ingevoegd, luidend als volgt : « Artikel 2bis. Om aanspraak te kunnen maken op het leefloon vastgesteld in artikel 14, § 1, eerste lid, 3°, van de wet, moet de echtgenoot of de levenspartner van de aanvrager de voorwaarden voorzien bij artikel 3, 1°, 2°, 4° en 6°, van dezelfde wet vervullen. Bovendien moet de echtgenoot of levenspartner voldoen aan de voorwaarde voorzien bij artikel 3, 5°, van de wet indien hij over eigen inkomsten beschikt die lager zijn dan het bedrag dat bepaald is in artikel 14, § 1, eerste lid, 1°, van dezelfde wet. Deze inkomsten worden berekend overeenkomstig de bepalingen van titel II, hoofdstuk II van de wet. » Art. 2. In artikel 6, § 1, 1°, en § 3, van hetzelfde besluit worden de woorden « van artikel 34, §§ 1 en 2 » vervangen door de woorden « van artikel 34, §§ 1, 2 en 4 ». Art. 6. L’aide spécifique est payée mensuellement et s’élève tout au plus à un douzième du montant annuel maximum de 1.100 EUR, fixé à l’article 68quinquies, § 3, de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d’action sociale. Art. 7. L’aide spécifique est payée à date ou jour fixe, soit par assignation postale dont le montant est payable au domicile et entre les mains du bénéficiaire, soit par chèque circulaire, soit par virement. Art. 8. Des frais administratifs ou d’instruction ne peuvent être prélevés sur les montants octroyés à titre d’aide spécifique. Art. 9. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 2005. Art. 10. Notre Ministre qui a l’Intégration sociale dans ses attribu tions est chargé de l’exécution du présent arrêté. Donné à Bruxelles, le 5 décembre 2004. ALBERT Par le Roi : Le Ministre de l’Intégration sociale, C. DUPONT SERVICE PUBLIC FEDERAL DE PROGRAMMATION INTEGRA TION SOCIALE, LUTTE CONTRE LA PAUVRETE ET ECONO MIE SOCIALE [C − 2004/02150]F. 2004 — 4627 5 DECEMBRE 2004. — Arrêté royal portant modification de l’arrêté royal du 11 juillet 2002 portant règlement général en matière de droit à l’intégration sociale ALBERT II, Roi des Belges, A tous, présents et à venir, Salut. Vu la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l’intégration sociale, notamment l’article 14, § 1er, modifié par la loi-programme du 9 juillet 2004, et l’article 23; Vu l’arrêté royal du 11 juillet 2002 portant règlement général en matière de droit à l’intégration sociale, modifié par l’arrêté royal du 1er avril 2003; Vu l’arrêté royal du 1er mars 2004 portant dispositions consécutives à l’arrêt n° 5/2004 du 14 janvier 2004 de la Cour d’arbitrage prononçant l’annulation de certaines dispositions de la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l’intégration sociale; Vu l’avis de l’Inspecteur des Finances, donné le 20 septembre 2004; Vu l’accord de notre Ministre du Budget du 23 septembre 2004; Vu l’avis n° 37.714/3 du Conseil d’Etat, donné le 26 octobre 2004, en application de l’article 84, § 1er, alinéa 1er, 1°, des lois coordonnées sur le Conseil d’Etat; Sur la proposition de notre Ministre de l’Intégration sociale et de l’avis de Nos Ministres qui en ont délibéré en Conseil, Nous avons arrêté et arrêtons : Article 1er. Un article 2bis, rédigé comme suit, est inséré dans l’arrêté royal du 11 juillet 2002 portant règlement général en matière de droit à l’intégration sociale : « Article 2bis. Pour pouvoir prétendre au revenu d’intégration fixé à l’article 14, § 1er, alinéa 1er, 3°, de la loi, le conjoint ou le partenaire de vie du demandeur doit remplir les conditions prévues à l’article 3, 1°, 2° 4° et 6°, de la même loi. Par ailleurs, le conjoint ou partenaire de vie doit remplir les conditions prévues à l’article 3, 5°, de la loi lorsqu’il dispose de revenus inférieurs au montant fixé à l’article 14, § 1er, alinéa 1er, 1°, de la même loi. Ces revenus sont calculés conformément aux dispositions du titre II, chapitre II de la loi. » Art. 2. Dans l’article 6, § 1er, 1°, et § 3, du même arrêté les mots ″de l’article 34, §§ 1er et 2″ sont remplacés par les mots ″de l’article 34, §§ 1er, 2 et 4″. 84115BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE Art. 3. Artikel 22, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 1 april 2003, wordt aangevuld als volgt : « o) het terugbetaalbaar belastingkrediet zoals bepaald bij artikel 134, § 3, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. » Art. 4. Artikel 22, § 2, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 22. § 2. Wanneer het in aanmerking te nemen bedrag van de bestaansmiddelen lager is dan het bedrag van het leefloon voorzien in artikel 14, § 1, eerste lid, van de wet, heeft betrokkene recht op een bijkomende vrijstelling van respectievelijk 155 EUR, 250 EUR, 310 EUR op jaarbasis, naargelang hij respectievelijk behoort tot de categorie 1, 2 of 3 van de begunstigden bedoeld bij artikel 14, § 1, eerste lid, van de wet. » Art. 5. In artikel 25 van hetzelfde besluit worden volgende wijzigin gen aangebracht : 1° § 1, 1°, wordt aangevuld met een volgend lid : « De verhoging met 125,00 EUR geldt ook voor elk kind voor wie de echtgenoot of levenspartner van de aanvrager voor wat betreft de kinderbijslag de hoedanigheid van bijslagtrekkende bezit indien de aanvrager gerechtigd is op een leefloon bedoeld in artikel 14, § 1, eerste lid, 3° van de wet. » 2° Het artikel wordt aangevuld met een volgende paragraaf : « § 6. Indien de aanvrager van een leefloon bedoeld in artikel 14, § 1, eerste lid, 3°, van de wet eigenaar of vruchtgebruiker in onverdeeldheid is, wordt het kadastraal inkomen, het vrijgesteld bedrag, het bedrag van de hypothecaire intresten en het bedrag van de lijfrente vermenig vuldigd met de breuk die de belangrijkheid uitdrukt van het recht van de aanvrager en zijn echtgenoot of levenspartner op dit goed. » Art. 6. Artikel 26 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een volgend lid : « Indien de aanvrager van een leefloon bedoeld in artikel 14, § 1, eerste lid, 3°, van de wet eigenaar of vruchtgebruiker in onverdeeldheid is, wordt het bedrag van de huur vermenigvuldigd met de breuk die de belangrijkheid uitdrukt van het recht van de aanvrager en zijn echtgenoot of levenspartner op dit goed. » Art. 7. Artikel 27 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een volgend lid : « In geval van gemeenschappelijke rekening van de aanvrager van een leefloon bedoeld in artikel 14, § 1, eerste lid, 3°, van de wet en zijn echtgenoot of levenspartner worden de kapitalen en de in het eerste lid vermelde bedragen van 6.200 EUR en 12.500 EUR vermenigvuldigd met een breuk waarvan de teller gelijk is aan 2 en de noemer gelijk is aan het aantal personen die houder van de rekening zijn. » Art. 8. Artikel 28 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een volgende paragraaf : « § 4. De verkoopwaarde van de afgestane roerende of onroerende goederen waarvan de aanvrager op een leefloon bedoeld in artikel 14, § 1, eerste lid, 3°, van de wet eigenaar of vruchtgebruiker in onverdeeldheid was met zijn echtgenoot of levenspartner, wordt vermenigvuldigd met de breuk die het deel van de aanvrager en zijn echtgenoot of levenspartner in de onverdeeldheid uitdrukt. » Art. 9. In artikel 29 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° Tussen het eerste en het tweede lid worden volgende leden als volgt ingelast : « De vrijgestelde eerste schijf van 37.200 EUR van de verkoopwaarde van een in het eerste lid bedoelde goed wordt vermenigvuldigd met de breuk die de belangrijkheid uitdrukt van de rechten op het goed bij afstand ten bezwarende titel wanneer de aanvrager eigenaar of vruchtgebruiker in onverdeeldheid was. Art. 3. L’article 22, § 1er, alinéa 1er, du même arrêté, modifié par l’arrêté royal du 1er avril 2003, est complété comme suit : « o) du crédit d’impôt remboursable fixé à l’article 134, § 3, du Code des impôts sur les revenus 1992. » Art. 4. L’article 22, § 2, alinéa 1er, du même arrêté est remplacé par la disposition suivante : « Art. 22. § 2. Lorsque le montant des ressources à prendre en considération est inférieur au montant du revenu d’intégration prévu à l’article 14, § 1er, alinéa 1er, de la loi, l’intéressé a droit à une exonération supplémentaire de respectivement 155 EUR, 250 EUR, 310 EUR sur une base annuelle, selon qu’il appartient à la catégorie 1re, 2 ou 3 des bénéficiaires visés à l’article 14, § 1er, alinéa 1er, de la loi. » Art. 5. A l’article 25 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes : 1° Le § 1er, 1°, est complété par l’alinéa suivant : « La majoration de 125,00 EUR est également applicable à chaque enfant pour lequel le conjoint ou partenaire de vie du demandeur a la qualité d’allocataire en ce qui concerne les allocations familiales si le demandeur a droit à un revenu d’intégration visé à l’article 14, § 1er, alinéa 1er, 3°, de la loi. » 2° L’article est complété par le paragraphe suivant : « § 6. Si le demandeur d’un revenu d’intégration visé à l’article 14, § 1er, alinéa 1er, 3°, de la loi est propriétaire ou usufruitier en indivision, le revenu cadastral, le montant exonéré, le montant des intérêts hypothécaires et le montant de la rente viagère est multiplié par la fraction exprimant l’importance du droit du demandeur et de son conjoint ou partenaire de vie à ce bien. » Art. 6. L’article 26 du même arrêté est complété par l’alinéa suivant : « Lorsque le demandeur d’un revenu d’intégration visé à l’article 14, § 1er, alinéa 1er, 3°, de la loi est propriétaire ou usufruitier en indivision, le montant du loyer est multiplié par la fraction exprimant l’importance du droit du demandeur et de son conjoint ou partenaire de vie à ce bien. » Art. 7. L’article 27 du même arrêté est complété par l’alinéa suivant : « En cas de compte commun du demandeur d’un revenu d’intégra tion visé à l’article 14, § 1er, alinéa 1er, 3°, de la loi et de son conjoint ou partenaire de vie, les capitaux et les montants de 6.200 EUR et 12.500 EUR mentionnés à l’alinéa 1er sont multipliés par une fraction dont le numérateur est égal à 2 et le dénominateur est égal au nombre de personnes qui sont titulaires du compte. » Art. 8. L’article 28 du même arrêté est complété par le paragraphe suivant : « § 4. La valeur vénale des biens mobiliers ou immobiliers cédés dont le demandeur d’un revenu d’intégration visé à l’article 14, § 1er, alinéa 1er, 3°, de la loi était propriétaire ou usufruitier en indivision avec son conjoint ou partenaire de vie est multipliée par la fraction exprimant la part du demandeur et de son conjoint ou partenaire de vie dans l’indivision. » Art. 9. A l’article 29 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes : 1° Les alinéas suivants sont insérés entre les alinéas 1er et 2 : « La première tranche immunisée de 37.200 EUR de la valeur vénale d’un bien immeuble visé à l’alinéa 1er est multipliée par une fraction exprimant l’importance des droits au bien en cas de cession à titre onéreux lorsque le demandeur était propriétaire ou usufruitier en indivision. 84116 BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE In geval van afstand ten bezwarende titel door de aanvrager van een leefloon bedoeld in artikel 14, § 1, eerste lid, 3°, van de wet en zijn echtgenoot of levenspartner van een in het eerste lid bedoelde goed waarvan beiden in onverdeeldheid eigenaar of vruchtgebruiker waren, wordt de vrijgestelde eerste schijf van 37.200 EUR van de verkoop waarde vermenigvuldigd met de breuk die de belangrijkheid uitdrukt van het recht van de aanvrager en zijn echtgenoot of levenspartner op dit goed. » 2° In het tweede lid dat het vierde lid wordt, wordt het woord « vorige » vervangen door het woord « eerste ». Art. 10. Artikel 30 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een volgend lid : « In geval van afstand ten bezwarende titel door de aanvrager van een leefloon bedoeld in artikel 14, § 1, eerste lid, 3°, van de wet en zijn echtgenoot of levenspartner van een in het eerste lid bedoelde goed waarvan beiden in onverdeeldheid eigenaar waren, worden de per soonlijke schulden van beiden afgetrokken van de verkoopwaarde van het goed indien voldaan is aan de in het eerste lid gestelde voorwaar den. » Art. 11. In artikel 31, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « van 2.250 EUR » worden geschrapt; 2° de vermelding « 1°, 2°, 3° of 4° » wordt vervangen door « 1°, 2° of 3° ». Art. 12. Artikel 34 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met de volgende paragraaf : « § 4. Indien de aanvrager gerechtigd is op een leefloon bedoeld in artikel 14, § 1, eerste lid, 3°, van de wet worden alle bestaansmiddelen van de echtgenoot of levenspartner in aanmerking genomen. Deze inkomsten worden berekend overeenkomstig de bepalingen van titel II, hoofdstuk II van de wet. » Art. 13. Artikel 35 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 1 april 2003, wordt aangevuld met een volgende paragraaf : « § 5. De in §§ 1 en 2 bepaalde vrijstelling geldt ook voor de echtgenoot of de levenspartner van de gerechtigde op een leefloon bedoeld in artikel 14, § 1, eerste lid, 3°, van de wet indien hij aan de in dit artikel gestelde voorwaarden voldoet. » Art. 14. Artikel 36 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een volgende lid : « Indien de begunstigde gerechtigd is op een leefloon als bedoeld in artikel 14, § 1, eerste lid, 3°, van de wet, en samenwoont met een echtgenoot of levenspartner te zijnen laste, wordt het leefloon voor de helft uitbetaald aan de begunstigde en voor de andere helft aan de echtgenoot of levenspartner. Om redenen van billijkheid mag een andere verdeling worden toegepast. » Art. 15. In artikel 40, 1°, van hetzelfde besluit worden de woorden « van artikel 34, § 1, tweede lid » vervangen door de woorden « van artikel 34, § 1, tweede lid of § 4 ». Art. 16. Het koninklijk besluit van 1 maart 2004 houdende bepalin gen ingevolge het arrest nr. 5/2004 van 14 januari 2004 van het Arbitragehof waarbij sommige bepalingen van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie werden vernietigd, wordt opgeheven. Art. 17. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2005. Art. 18. Onze Minister bevoegd voor Maatschappelijke Integratie is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 5 december 2004. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Maatschappelijke Integratie, C. DUPONT En cas de cession à titre onéreux par le demandeur d’un revenu d’intégration visé à l’article 14, § 1er, alinéa 1er, 3°, de la loi et son conjoint ou partenaire de vie d’un bien visé à l’alinéa 1er, dont ils étaient tous deux propriétaires ou usufruitiers en indivision, la première tranche immunisée de 37.200 EUR de la valeur vénale est multipliée par la fraction exprimant l’importance du droit de demandeur et de son conjoint ou partenaire de vie à ce bien. » 2° Dans l’alinéa 2 qui devient l’alinéa 4, le mot « précédent » est remplacé par le mot « 1er ». Art. 10. L’article 30 du même arrêté est complété par l’alinéa suivant : « En cas de cession à titre onéreux par le demandeur d’un revenu d’intégration visé à l’article 14, § 1er, alinéa 1er, 3°, de la loi et son conjoint ou partenaire de vie d’un bien visé à l’alinéa 1er, dont ils étaient tous deux propriétaires en indivision, leurs dettes personnelles sont déduites de la valeur vénale du bien si les conditions fixées à l’alinéa 1er sont remplies. » Art. 11. A l’article 31, § 1er, alinéa 1er, du même arrêté, sont apportées les modifications suivantes : 1° les mots « de 2.250 EUR » sont supprimés; 2° la mention « 1°, 2°, 3° ou 4° » est remplacée par « 1°, 2° ou 3° ». Art. 12. L’article 34 du même arrêté est complété par le paragraphe suivant : « § 4. Lorsque le demandeur a droit à un revenu d’intégration visé à l’article 14, § 1er, alinéa 1er, 3°, de la loi, toutes les ressources du conjoint ou partenaire de vie sont prises en considération. Ces revenus sont calculés conformément aux dispositions du titre II, chapitre II, de la loi. » Art. 13. L’article 35 du même arrêté, modifié par l’arrêté royal du 1er avril 2003, est complété par le paragraphe suivant : « § 5. L’immunisation visée aux §§ 1er et 2 vaut également pour le conjoint ou partenaire de vie du bénéficiaire d’un revenu d’intégration visé à l’article 14, § 1er, alinéa 1er, 3°, de la loi lorsqu’il remplit les conditions fixées dans cet article. » Art. 14. L’article 36 du même arrêté est complété par l’alinéa suivant : « Lorsque le bénéficiaire a droit à un revenu d’intégration visé à l’article 14, § 1er, alinéa 1er, 3°, de la loi, et cohabite avec un conjoint ou un partenaire de vie à sa charge, le montant du revenu d’intégration est payé pour moitié au bénéficiaire et pour autre moitié au conjoint ou partenaire de vie. Pour raisons d’équité, une autre répartition peut être appliquée. » Art. 15. A l’article 40, 1°, du même arrêté, les mots « de l’article 34, § 1er, alinéa 2 » sont remplacés par les mots « de l’article 34, § 1er, alinéa 2 ou § 4 ». Art. 16. L’arrêté royal du 1er mars 2004 portant dispositions consé cutives à l’arrêt n° 5/2004 du 14 janvier 2004 de la Cour d’arbitrage prononçant l’annulation de certaines dispositions de la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l’intégration sociale est abrogé. Art. 17. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 2005. Art. 18. Notre Ministre qui a l’Intégration sociale dans ses attribu tions est chargé de l’exécution du présent arrêté. Donné à Bruxelles, le 5 décembre 2004. ALBERT Par le Roi : Le Ministre de l’Intégration sociale, C. DUPONT 84117BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE PROGRAMMATORISCHE FEDERALE OVERHEIDSDIENST MAATSCHAPPELIJKE INTEGRATIE, ARMOEDEBESTRIJDING EN SOCIALE ECONOMIE [C − 2004/02152]N. 2004 — 4628 5 DECEMBER 2004. — Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 11 juli 2002 houdende het algemeen reglement betreffende het recht op maatschappelijke integratie ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschap pelijke integratie, inzonderheid op artikel 16, § 2; Gelet op het koninklijk besluit van 11 juli 2002 houdende het algemeen reglement betreffende het recht op maatschappelijke integratie, inzonderheid op artikel 22, § 1, eerste lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 1 april 2003; Gelet op het koninklijk besluit van 22 december 2003 tot uitvoering van titel XIII, hoofdstuk 6 « Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen » van de programmawet van 24 december 2002; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 30 augustus 2004; Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 9 september 2004; Gelet op het advies 37.706/3 van de Raad van State, gegeven op 19 oktober 2004, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op de voordracht van Onze Minister van Maatschappelijke Integra tie en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1. Artikel 22, § 1, eerste lid, van het koninklijk besluit van 11 juli 2002 houdende het algemeen reglement betreffende het recht op maatschappelijke integratie, wordt aangevuld als volgt : « p) de forfaitaire vergoeding, bedoeld bij artikel 6, § 2, tweede lid, van het koninklijk besluit van 22 december 2003 tot uitvoering van titel XIII, hoofdstuk 6 « Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen » van de programmawet van 24 december 2002, voor zover de voogdij beperkt blijft tot het equivalent van twee voltijdse voogdijschappen per jaar. » Art. 2. Onze Minister bevoegd voor Maatschappelijke Integratie is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 5 december 2004. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Maatschappelijke Integratie, C. DUPONT GEMEENSCHAPS- EN GEWESTREGERINGEN GOUVERNEMENTS DE COMMUNAUTE ET DE REGION GEMEINSCHAFTS- UND REGIONALREGIERUNGEN VLAAMSE GEMEENSCHAP — COMMUNAUTE FLAMANDE MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP [C − 2004/36732]N. 2004 — 4629 29 OKTOBER 2004. — Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 september 2001 tot organisatie van de kabinetten van de leden van de Vlaamse Regering De Vlaamse Regering, Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, inzonderheid op artikel 68, gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 14 september 2001 tot organisatie van de kabinetten van de leden van de Vlaamse Regering, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 oktober 2001 en 19 juli 2002; Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 12 oktober 2004; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; SERVICE PUBLIC FEDERAL DE PROGRAMMATION INTEGRA TION SOCIALE, LUTTE CONTRE LA PAUVRETE ET ECONO MIE SOCIALE [C − 2004/02152]F. 2004 — 4628 5 DECEMBRE 2004. — Arrêté royal modifiant l’arrêté royal du 11 juillet 2002 portant règlement général en matière de droit à l’intégration sociale ALBERT II, Roi des Belges, A tous, présents et à venir, Salut. Vu la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l’intégration sociale, notamment l’article 16, § 2; Vu l’arrêté royal du 11 juillet 2002 portant règlement général en matière de droit à l’intégration sociale, notamment l’article 22, § 1er, alinéa 1er, modifié par l’arrêté royal du 1er avril 2003; Vu l’arrêté royal du 22 décembre 2003 portant exécution du titre XIII, chapitre 6 « Tutelle des mineurs étrangers non accompagnés » de la loi-programme du 24 décembre 2002; Vu l’avis de l’Inspecteur des Finances, donné le 30 août 2004; Vu l’accord de Notre Ministre du Budget, donné le 9 septembre 2004; Vu l’avis 37.706/3 du Conseil d’Etat, donné le 19 octobre 2004, en application de l’article 84, § 1er, alinéa 1er, 1°, des lois coordonnées sur le Conseil d’Etat; Sur la proposition de Notre Ministre de l’Intégration sociale, et de l’avis de Nos Ministres qui en ont délibéré en Conseil, Nous avons arrêté et arrêtons : Article 1er. L’article 22, § 1er, alinéa 1er, de l’arrêté royal du 11 juillet 2002 portant règlement général en matière de droit à l’intégration sociale, est complété comme suit : « p) de l’indemnité forfaitaire, visée à l’article 6, § 2, alinéa 2, de l’arrêté royal du 22 décembre 2003 portant exécution du titre XIII, chapitre 6 « Tutelle des mineurs étrangers non accompagnés » de la loi-programme du 24 décembre 2002, pour autant que la tutelle reste limitée à l’équivalent de deux tutelles à temps plein par an. » Art. 2. Notre Ministre qui a l’Intégration sociale dans ses attribu tions est chargé de l’exécution du présent arrêté. Donné à Bruxelles, le 5 décembre 2004. ALBERT Par le Roi : Le Ministre de l’Intégration sociale, C. DUPONT 84118 BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE Gelet op de dringende noodzakelijkheid; Overwegende dat de nieuwe bevoegdheidsverdeling binnen de Vlaamse Regering noopt tot aanpassingen in het besluit van de Vlaamse Regering betreffende de organisatie van de kabinetten van de leden van de Vlaamse Regering, met het oog op de goede werking en de continuïteit van de Vlaamse Regering; Op het gezamenlijk voorstel van de leden van de Vlaamse Regering; Na beraadslaging, Besluit : Artikel 1. Artikel 6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 september 2001 tot organisatie van de kabinetten van de leden van de Vlaamse Regering wordt vervangen door wat volgt : « Art. 6. Met uitzondering van de personeelsleden van de onderwijsinrichtingen georganiseerd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, van de universitaire ziekenhuizen en van de provinciale en lokale besturen, mogen de personeelsleden van de openbare diensten, aangewezen om deel uit te maken van een kabinet, noch hun betrekking, noch de bevoegdheden ervan verder blijven uitoefenen. » Art. 2. In artikel 7 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002, wordt § 1 vervangen door wat volgt : « § 1. Voor de uitoefening van de bevoegdheden, genoemd in artikel 1, kan een beroep worden gedaan : 1° bij het kabinet van de minister-president, en met uitsluiting van het bepaalde in 4°, op : a) één kabinetschef, belast met de algemene leiding van het kabinet van de minister-president; b) één kabinetschef, belast met het socio-economisch en financieel beleid; c) één woordvoerder; d) één diplomatiek raadgever; e) één kabinetssecretaris en/of privé-secretaris; f) raadgevers voor de inhoudelijke bevoegdheden naar rato van de aantallen per bevoegdheidsdomein, zoals bepaald in § 3; g) maximaal elf raadgevers voor de opvolging van het beleid van de Vlaamse Regering en van de materies inzake het algemeen beleid van de Vlaamse Regering; h) maximaal twee raadgevers voor de opvolging van het socio-economisch en financieel beleid van de Vlaamse Regering; 2° bij het kabinet van de vice-minister-president, wat betreft de vice-minister-president en de Vlaamse minister van Economie, Ondernemen, Wetenschap, Innovatie en Buitenlandse Handel, en onverminderd het bepaalde in 4°, op : a) één kabinetschef, belast met de algemene leiding van het kabinet van de vice-minister-president; b) negen raadgevers voor de opvolging van de materies inzake het algemeen beleid van de Vlaamse Regering; c) één raadgever voor de algemene projecten van de Vlaamse Regering; 3° bij het kabinet van de vice-minister-president, wat betreft de vice-minister-president en de Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming, en onverminderd het bepaalde in 4°, op : a) één kabinetschef, belast met de algemene leiding van het kabinet van de vice-minister-president; b) zeven raadgevers voor de opvolging van de materies inzake het algemeen beleid van de Vlaamse Regering; c) één raadgever voor de algemene projecten van de Vlaamse Regering; 4° bij het kabinet van de Vlaamse minister op : a) één kabinetschef, belast met de algemene leiding van het kabinet; b) zes raadgevers voor begrotingsaangelegenheden, voor de algemene beleidsondersteuning, voor de opvolging van de materies van de andere leden van de Vlaamse Regering, voor de functie van kabinetssecretaris en/of privé-secretaris en voor het woordvoerderschap; c) raadgevers voor de inhoudelijke bevoegdheden naar rato van de aantallen per bevoegdheidsdomein, zoals bepaald in § 3; 5° bijkomend bij het kabinet van één Vlaamse minister van de vierde en de vijfde partij op vier raadgevers voor de opvolging van de materies inzake het algemeen beleid van de Vlaamse Regering; 6° bij het kabinet van het lid van de Vlaamse Regering, bevoegd voor de Ambtenarenzaken, bevoegd voor de Begroting of bevoegd voor het Onderwijs, op één raadgever voor de onderhandelingen met de overheidsvakbonden. » Art. 3. In artikel 7 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002, wordt § 2 vervangen door wat volgt : « § 2. De minister-president kan aan vijf raadgevers de functie van adjunct-kabinetschef toevertrouwen. De vice-minister-president kan aan drie raadgevers de functie van adjunct-kabinetschef toevertrouwen. 84119BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE De Vlaamse minister kan aan twee raadgevers de functie van adjunct-kabinetschef toevertrouwen. Als de goede werking van het kabinet dit vereist kan dit aantal op drie worden gebracht, mits de minister-president toestemming verleent. Het lid van de Vlaamse Regering kan een raadgever belasten met een bijzondere en tijdelijke opdracht van een dergelijk niveau, dat de gelijkstelling van deze functie met de rang van kabinetschef toegelaten is. » Art. 4. Aan artikel 7, § 3, 2°, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002, worden een ae), af), ag) en ah) toegevoegd, die luiden als volgt : « ae) ontwikkelingssamenwerking; af) wapenexport; ag) hoofdstedelijke aangelegenheden; ah) administratief toezicht op de VGC. » Art. 5. In artikel 7 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002, wordt § 4 opgeheven. Art. 6. In artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 oktober 2001, worden de woorden ″mits toestemming van de minister-president″ geschrapt. Art. 7. Artikel 9 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002, wordt vervangen door wat volgt : « Art. 9. Bij het kabinet van de minister-president bestaat het uitvoerend personeel uit maximaal zesentwintig personeelsleden, met uitsluiting van het bepaalde in het derde lid. Bij het kabinet van de vice-minister-president bestaat het uitvoerend personeel uit maximaal acht uitvoerende personeelsleden, onverminderd het bepaalde in het derde lid. Bij het kabinet van de Vlaamse minister bestaat het uitvoerend personeel uit maximaal zestien uitvoerende personeelsleden. » Art. 8. Artikel 11 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002, wordt vervangen door wat volgt : « Art. 11. Bij het kabinet van de minister-president bestaat het aanvullend personeel uit maximaal zeventien personeelsleden, met uitsluiting van het bepaalde in het derde lid. Bij het kabinet van de vice-minister-president bestaat het aanvullend personeel uit maximaal zes personeelsleden, onverminderd het bepaalde in het derde lid. Bij het kabinet van de Vlaamse minister bestaat het aanvullend personeel uit maximaal elf personeelsleden. Ambtenaren van niveau A en titularissen van gelijkwaardige graden die behoren tot andere openbare diensten of tot de gesubsidieerde onderwijsinrichtingen, mogen geen deel uitmaken van het aanvullend personeel. » Art. 9. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 22 juli 2004. Art. 10. De leden van de Vlaamse Regering zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. Brussel, 29 oktober 2004. De minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Institutionele Hervormingen, Landbouw, Zeevisserij en Plattelandsbeleid, Y. LETERME De vice-minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Economie, Ondernemen, Wetenschap, Innovatie en Buitenlandse Handel, F. MOERMAN De vice-minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Werk, Onderwijs en Vorming, F. VANDENBROUCKE De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, I. VERVOTTE De Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening, D. VAN MECHELEN De Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport en Brussel, B. ANCIAUX De Vlaamse minister van Bestuurszaken, Buitenlands Beleid, Media en Toerisme, G. BOURGEOIS De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur, K. PEETERS De Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering, M. KEULEN De Vlaamse minister van Mobiliteit, Sociale Economie en Gelijke Kansen, K. VAN BREMPT 84120 BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE TRADUCTION MINISTERE DE LA COMMUNAUTE FLAMANDE [C − 2004/36732]F. 2004 — 4629 29 OCTOBRE 2004. — Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l’arrêté du Gouvernement flamand du 14 septembre 2001 portant organisation des cabinets des membres du Gouvernement flamand Le Gouvernement flamand, Vu la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles, notamment l’article 68, modifié par la loi spéciale du 16 juillet 1993; Vu l’arrêté du Gouvernement flamand du 14 septembre 2001 portant organisation des cabinets des membres du Gouvernement flamand, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 19 octobre 2001 et 19 juillet 2002; Vu l’accord du Ministre flamand chargé du Budget, donné le 12 octobre 2004; Vu les lois sur le Conseil d’Etat, coordonnées le 12 janvier 1973, notamment l’article 3, § 1er, remplacé par la loi du 4 juillet 1989 et modifié par la loi du 4 août 1996; Vu l’urgence; Considérant que la nouvelle répartition des compétences au sein du Gouvernement flamand requiert une adaptation de l’arrêté du Gouvernement flamand portant organisation des cabinets des membres du Gouvernement flamand en vue du bon fonctionnement et de la continuité du Gouvernement flamand; Sur la proposition conjointe des membres du Gouvernement flamand; Après délibération, Arrête : Article 1er. L’article 6 de l’arrêté du Gouvernement flamand du 14 septembre 2001 portant organisation des membres du Gouvernement flamand est remplacé par les dispositions suivantes : « Art. 6. A l’exception des membres du personnel des établissements d’enseignement, organisés ou subventionnés par la Communauté flamande, des hôpitaux universitaires et des pouvoirs provinciaux et locaux, les membres du personnel des services publics désignés à faire partie d’un cabinet, ne peuvent continuer à exercer ni leur fonction, ni les compétences y afférentes. » Art. 2. A l’article 7 du même arrêté, remplacé par l’arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2002, le § 1er est remplacé par la disposition suivante : « § 1er. Pour l’exercice des attributions énumérées à l’article 1er, il peut être fait appel à : 1° au cabinet du Ministre-Président et, à l’exclusion des dispositions au 4° : a) un chef de cabinet chargé de la direction générale du cabinet du Ministre-Président; b) un chef de cabinet chargé de la politique socio-économique et financière; c) un porte-parole; d) un conseiller diplomatique; e) un secrétaire de cabinet et/ou un secrétaire privé; f) des conseillers pour les attributions fonctionnelles au prorata des nombres par domaine de compétence, tels que fixés au § 3; g) au maximum onze conseillers pour le suivi de la politique du Gouvernement flamand et des matières de politique générale du Gouvernement flamand; h) au maximum deux conseillers pour le suivi de la politique socio-économique et financière du Gouvernement flamand; 2° au cabinet de la Vice-Ministre-Présidente, en ce qui concerne la Vice-Ministre-Présidente et la Ministre flamande de l’Economie, de l’Entreprise, des Sciences, de l’Innovation et du Commerce extérieur, et sans préjudice des dispositions au 4°, : a) un chef de cabinet chargé de la direction générale du cabinet de la Vice-Ministre-Présidente; b) neuf conseillers pour le suivi des matières de politique générale du Gouvernement flamand; c) un conseiller pour les projets généraux du Gouvernement flamand; 3° au cabinet du Vice-Ministre-Président, en ce qui concerne le Ministre-Vice-Président et le Ministre flamand de l’Emploi, de l’Enseignement et de la Formation, et sans préjudice des dispositions au 4° : a) un chef de cabinet chargé de la direction générale du cabinet du Vice-Ministre-Président; b) sept conseillers pour le suivi des matières de politique générale du Gouvernement flamand; c) un conseiller pour les projets généraux du Gouvernement flamand; 4° au cabinet du Ministre flamand : a) un chef de cabinet chargé de la direction générale du cabinet; b) six conseillers pour les matières budgétaires, l’élaboration générale de la politique, le suivi des matières des autres membres du Gouvernement flamand, la fonction de secrétaire de cabinet et/ou de secrétaire privé et pour la fonction de porte-parole; c) des conseillers pour les attributions fonctionnelles au prorata des nombres par domaine de compétence, tels que fixés au § 3; 5° à titre supplémentaire au cabinet d’un Ministre flamand du quatrième et du cinquième parti, quatre conseillers pour le suivi des matières de la politique générale du Gouvernement flamand; 6° au cabinet du membre du Gouvernement flamand chargé de la Fonction publique, du Budget ou de l’enseignement, un conseiller pour les négociations avec les syndicats publics. » 84121BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE Art. 3. A l’article 7 du même arrêté, remplacé par l’arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2002, le § 2 est remplacé par la disposition suivante : « § 2. Le Ministre-Président peut confier à cinq conseillers la fonction de chef de cabinet adjoint. § 2. Le (La) Vice-Ministre-Président(e) peut confier à trois conseillers la fonction de chef de cabinet adjoint. § 2. Le Ministre flamand peut confier à deux conseillers la fonction de chef de cabinet adjoint. Si le bon fonctionnement du cabinet l’exige, ce nombre peut être porté à trois, de commun accord avec le Ministre-Président. Le membre du Gouvernement flamand peut conférer à un conseiller une mission spéciale et temporaire d’un niveau tel que l’équivalence de cette fonction avec le rang de chef de cabinet est autorisée. » Art. 4. A l’article 7, § 3, 2°, du même arrêté, remplacé par l’arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2002, il est ajouté un ae), af), ag) et un ah), rédigés comme suit : « ae) coopération au développement; af) exportations d’armes : ag) affaires de la capitale; ah) tutelle administrative sur la CCF. » Art. 5. Dans l’article 7 du même arrêté, remplacé par l’arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2002, le § 4 est abrogé. Art. 6. A l’article 8 du même arrêté, modifié par l’arrêté du Gouvernement flamand du 19 octobre 2001, les mots ″de commun accord avec le Ministre-Président″ sont supprimés. Art. 7. L’article 9 du même arrêté, remplacé par l’arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2002, est remplacé par la disposition suivante : « Art. 9. Le personnel d’exécution du cabinet du Ministre-Président est composé de maximum vingt-six membres du personnel, à l’exclusion des dispositions de l’alinéa trois. Le personnel d’exécution du cabinet du (de la) Vice-Ministre-Président(e) est composé de maximum huit membres du personnel, à l’exclusion des dispositions de l’alinéa trois. Le personnel d’exécution du cabinet du Ministre flamand est composé de maximum seize membres du personnel. Art. 8. L’article 11 du même arrêté, remplacé par l’arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2002, est remplacé par la disposition suivante : « Art. 11. Le personnel auxiliaire du cabinet du Ministre-Président est composé de maximum dix-sept membres du personnel, à l’exclusion des dispositions de l’alinéa trois. Le personnel auxiliaire du cabinet du (de la) Vice-Ministre-Président(e) est composé de maximum six membres du personnel, à l’exclusion des dispositions de l’alinéa trois. Le personnel auxiliaire du cabinet du Ministre flamand est composé de maximum onze membres du personnel. Les fonctionnaires du niveau A et les titulaires de grades équivalents appartenant à d’autres services publics ou à des établissements d’enseignement subventionnés, ne peuvent faire partie du personnel auxiliaire. » Art. 9. Le présent arrêté produit ses effets le 22 juillet 2004. Art. 10. Les membres du Gouvernement flamand sont chargés, chacun en ce qui le ou la concerne, de l’exécution du présent arrêté. Bruxelles, le 29 octobre 2004. Le Ministre-Président du Gouvernement flamand, Ministre flamand des Réformes institutionnelles, de l’Agriculture, de la Pêche en mer et de la Ruralité, Y. LETERME La Vice-Ministre-Présidente du Gouvernement flamand, Ministre flamande de l’Economie, de l’Entreprise, des Sciences, de l’Innovation et du Commerce extérieur, F. MOERMAN Le Vice-Ministre-Président du Gouvernement flamand, Ministre flamand de l’Emploi, de l’Enseignement et de la Formation, F. VANDENBROUCKE La Ministre flamande du Bien-être, de la Santé publique et de la Famille, I. VERVOTTE Le Ministre flamand des Finances et du Budget et de l’Aménagement du Territoire, D. VAN MECHELEN Le Ministre flamand de la Culture, de la Jeunesse, des Sports et des Affaires bruxelloises, B. ANCIAUX Le Ministre flamand des Affaires administratives, de la Politique extérieure, des Médias et du Tourisme, G. BOURGEOIS Le Ministre flamand des Travaux publics, de l’Energie, de l’Environnement et de la Nature, K. PEETERS Le Ministre flamand des Affaires intérieures, de la Politique des Villes, du Logement et de l’Intégration civique, M. KEULEN La Ministre flamande de la Mobilité, de l’Economie sociale et de l’Egalité des Chances, K. VAN BREMPT 84122 BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE ANDERE BESLUITEN — AUTRES ARRETES FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN [2004/00650] Federaal Agentschap voor nucleaire controle. — Kennisgeving. — Aanvullende voorwaarde voor een inrichting van klasse I in toepassing van artikelen 6 en 13 van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen Bij koninklijk besluit van 25 oktober 2004, in werking getreden op de dag van ondertekening, wordt een aanvullende voorwaarde opgelegd aan de N.V. Belgoprocess voor een te Dessel en Mol gelegen inrichting. Een beroep om bovenstaand besluit te annuleren kan binnen een termijn van zestig dagen na deze publicatie ingediend worden bij de dienst administratie van de Raad van State. Dit verzoek dient aangetekend verzonden te worden aan de Raad van State. * FEDERALE OVERHEIDSDIENST MOBILITEIT EN VERVOER [2004/14265] 5 DECEMBER 2004. — Koninklijk besluit tot hernieuwing van de benoeming van twee leden van het college van commissarissen van Belgocontrol ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, inzonderheid op artikel 25, §§ 3, eerste lid, 4 en 5; Gelet op het koninklijk besluit van 5 oktober 1998 tot benoeming van twee leden van het college van commissarissen van Belgocontrol; Op de voordracht van Onze Minister van Mobiliteit, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1. De benoeming van de burg. B.V.B.A. Michel Delbrouck & Co. en de burgerlijke B.V.B.A. Van Impe, Mertens & Associates tot leden van het college van commissarissen van Belgocontrol wordt hernieuwd. Deze mandaten nemen aanvang op de dag van inwerkingtreding van dit besluit voor een termijn van zes jaar. Art. 2. De jaarlijkse bezoldiging van het college van commissarissen, de Rekenhof vertegenwoordigers inbegrepen, bedraagt 135.725 euro, exclusief B.T.W. Art. 3. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 6 oktober 2004. Art. 4. Onze Minister van Mobiliteit is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 5 december 2004. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Mobiliteit, R. LANDUYT SERVICE PUBLIC FEDERAL INTERIEUR [2004/00650] Agence fédérale de contrôle nucléaire. — Notification. — Condition complémentaire pour un établissement de classe I, en application des articles 6 et 13 de l’arrêté royal du 20 juillet 2001 portant règlement général de la protection de la population, des tra vailleurs et de l’environnement contre le danger des rayonnements ionisants Par arrêté royal du 25 octobre 2004, entrant en vigueur le jour de sa signature, une condition complémentaire est imposée à la S.A. Belgo process pour un établissement, situé à Dessel et Mol. Le recours en annulation de l’acte précité peut être soumis à la section administration du Conseil d’Etat endéans les soixante jours qui suivent cette publication. La requête doit être envoyée au Conseil d’Etat sous pli recommandé par la poste. SERVICE PUBLIC FEDERAL MOBILITE ET TRANSPORTS [2004/14265] 5 DECEMBRE 2004. — Arrêté royal portant renouvellement de la nomination de deux membres du collège des commissaires de Belgocontrol ALBERT II, Roi des Belges, A tous, présents et à venir, Salut. Vu la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques, notamment l’article 25, §§ 3, premier alinéa, 4 et 5; Vu l’arrêté royal du 5 octobre 1998 portant nomination de deux membres du collège des commissaires de Belgocontrol; Sur la proposition de Notre Ministre de la Mobilité, Nous avons arrêté et arrêtons : Article 1er. La nomination de la S.C.P.R.L. Michel Delbroux & Co. et de la S.C.P.R.L. Van Impe, Mertens & Associates comme membres du collège des commissaires de Belgocontrol est renouvelée. Ces mandats prennent cours le jour de l’entrée en vigueur du présent arrêté pour un terme de six ans. Art. 2. La rémunération annuelle du collège des commissaires, en ce compris les représentants de la Cour des Comptes, est fixée à 135.725 euro, hors T.V.A. Art. 3. Le présent arrêté produit ses effets le 6 octobre 2004. Art. 4. Notre Minister de la Mobilité est chargé de l’exécution du présent arrête. Donné à Bruxelles, le 5 décembre 2004. ALBERT Par le Roi : Le Ministre de la Mobilité, R. LANDUYT 84123BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE FEDERALE OVERHEIDSDIENST MOBILITEIT EN VERVOER [2004/14270] Wijziging van de normen en voorschiften inzake de veiligheid van de spoorweginfrastructuur en haar gebruik Bij ministerieel besluit van 26 november 2004 worden de hierna genoemde reglementen goedgekeurd : — het Algemeen Reglement voor het Gebruik van de Spoorwegin frastructuur (ARGSI) — bundel 5.1.1. « Gemeenschappelijke voorschrif ten voor alle categorieën van treinen », zesde bijvoegsel, dat in vervanging komt van de bladzijden 21/22 en 25/26 van de heden van kracht zijnde versie van bundel 5.1.1.; — het Algemeen Reglement voor het Gebruik van de Spoorwegin frastructuur (ARGSI) — bundel 5.1.4. « Bijzondere voorschriften voor bepaalde categorieën van treinen », derde bijvoegsel, dat in vervanging komt van de bladzijden 5 en 6 van de heden van kracht zijnde versie van bundel 5.1.4. Deze wijzigingen liggen ter inzage op het Directoraat-generaal Vervoer te Land van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, Kantersteen 12 te 1000 Brussel. * FEDERALE OVERHEIDSDIENST MOBILITEIT EN VERVOER [2004/14269] Wijziging van de normen en voorschiften inzake de veiligheid van de spoorweginfrastructuur en haar gebruik Bij ministerieel besluit van 29 november 2004 wordt het hierna genoemde reglement goedgekeurd : — het Algemeen Reglement voor het Gebruik van de Spoorwegin frastructuur (ARGSI) — bundel 5.2.1. « Remming van treinen en remproeven tijdens de exploitatie », zesde bijvoegsel, dat in vervanging komt van de bladzijden 31 en 32 van de heden van kracht zijnde versie van bundel 5.2.1. Deze wijzigingen liggen ter inzage op het Directoraat-generaal Vervoer te Land van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, Kantersteen 12, te 1000 Brussel. * FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE [C − 2004/09841] Rechterlijke Orde Bij koninklijke besluiten van 5 december 2004 : — is aan de heer Van Lindt, B., op zijn verzoek, eervol ontslag verleend uit zijn ambt van plaatsvervangend rechter in het vredege recht van het kanton Tienen; — is aan de heer Xhardez, X., op zijn verzoek, ontslag verleend uit zijn ambt van plaatsvervangend rechter in het vredegerecht van het kanton Saint-Hubert-Bouillon-Paliseul. Het is hem vergund de titel van zijn ambt eershalve te voeren; — zijn de heer de Francquen, R., kamervoorzitter van het hof van beroep te Luik, Mevr. Jacquemin, A., en de heer Ligot, M., raadsheren in het hof van beroep te Luik, tijdelijk aangewezen om hun ambt uit te oefenen bij de eerste kamer van het hof van beroep te Bergen, in de zaken welke de rolnummers 2003/RG/1035 en 2004/RG/135 dragen. Deze aanwijzingen gelden vanaf heden voor alle prestaties die inherent zijn aan deze twee dossiers. Het beroep tot nietigverklaring van de voormelde akten met individuele strekking kan voor de afdeling administratie van de Raad van State worden gebracht binnen zestig dagen na deze bekendmaking. Het verzoekschrift dient bij ter post aangetekende brief aan de Raad van State (adres : Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel), te worden toegezonden. SERVICE PUBLIC FEDERAL MOBILITE ET TRANSPORTS [2004/14270] Modification des normes et prescriptions afférentes à la sécurité de l’infrastructure ferroviaire et à son utilisation Par arrêté ministériel 26 novembre 2004, sont approuvés les règle ments mentionnés ci-après : — le Règlement Général pour l’Utilisation de l’Infrastructure Ferro viaire (RGUIF) — fascicule 5.1.1. « Les dispositions communes à toutes les catégories de trains » sixième supplément, remplaçant les pages 21/22 et 25/26 de la version du fascicule 5.1.1. actuellement en vigueur; — le Règlement Général pour l’Utilisation de l’Infrastructure Ferro viaire (RGUIF) — fascicule 5.1.4. « Les dispositions particulières à certaines catgories de trains » troisième supplément, remplaçant les pages 5 et 6 de la version du fascicule 5.1.4. actuellement en vigueur. Ces modifications peuvent être consultées à la Direction générale Transport terrestre du Service public Fédéral Mobilité et Transports, Cantersteen 12, 1000 Bruxelles. SERVICE PUBLIC FEDERAL MOBILITE ET TRANSPORTS [2004/14269] Modification des normes et prescriptions afférentes à la sécurité de l’infrastructure ferroviaire et à son utilisation Par arrêté ministériel du 29 novembre 2004, est approuvé le règlement mentionné ci-après : — le Règlement Général pour l’Utilisation de l’Infrastructure Ferro viaire (RGUIF) — fascicule 5.2.1. « Le freinage des trains et les essais des freins en exploitation », sixième supplément, remplaçant les pages 31 et 32 de la version du fascicule 5.2.1. actuellement en vigueur. Ces modifications peuvent être consultées à la Direction générale Transport terrestre du Service public Fédéral Mobilité et Transports, Cantersteen 12, 1000 Bruxelles. SERVICE PUBLIC FEDERAL JUSTICE [C − 2004/09841] Ordre judiciaire Par arrêtés royaux du 5 décembre 2004 : — démission honorable de ses fonctions de juge suppléant à la justice de paix du canton de Tirlemont est accordée, à sa demande, à M. Van Lindt, B.; — est acceptée, à sa demande, la démission de M. Xhardez, X., de ses fonctions de juge suppléant à la justice de paix du canton de Saint-Hubert-Bouillon-Paliseul. Il est autorisé à porter le titre honorifique de ses fonctions; — M. de Francquen, R., président de chambre à la cour d’appel de Liège, Mme Jacquemin, A., et M. Ligot, M., conseillers à la cour d’appel de Liège, sont désignés pour exercer temporairement leurs fonctions auprès de la première chambre de la cour d’appel de Mons, dans les causes portant les numéros de rôle 2003/RG/1035 et 2004 RG/135. Ces désignations sont applicables pour toutes les prestations inhé rentes à ces deux dossiers à dater de ce jour. Le recours en annulation des actes précités à portée individuelle peut être soumis à la section d’administration du Conseil d’Etat endéans les soixante jours après cette publication. La requête doit être envoyée au Conseil d’Etat (adresse : rue de la Science 33, 1040 Bruxelles), sous pli recommandé à la poste. 84124 BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE [C − 2004/09842] Rechterlijke Orde. — Gerechtsdeurwaarders Bij koninklijke besluiten van 5 december 2004 : — dat uitwerking heeft met ingang van 31 juli 2004, is aan de heer Nélis, J., op zijn verzoek, ontslag verleend uit zijn ambt van gerechts deurwaarder in het gerechtelijk arrondissement Luik. Het is hem vergund de titel van zijn ambt eershalve te voeren; — is de heer De Neef, P., licentiaat in de rechten, benoemd tot gerechtsdeurwaarder. Hij zal in het gerechtelijk arrondissement Antwerpen zijn ambt uitoefenen en er moeten verblijven; — is Mevr. Huybrechts, K., kandidaat-gerechtsdeurwaarder, benoemd tot gerechtsdeurwaarder. Zij zal in het gerechtelijk arrondissement Antwerpen haar ambt uitoefenen en er moeten verblijven; — is Mevr. Dobbelaere A., licentiaat in de rechten, benoemd tot gerechtsdeurwaarder. Zij zal in het gerechtelijk arrondissement Brussel haar ambt uitoefe nen en er moeten verblijven; — is de heer Katra, L., kandidaat-gerechtsdeurwaarder, benoemd tot gerechtsdeurwaarder. Hij zal in het gerechtelijk arrondissement Brussel zijn ambt uitoefe nen en er moeten verblijven. Het beroep tot nietigverklaring van de voormelde akten met individuele strekking kan voor de afdeling administratie van de Raad van State worden gebracht binnen zestig dagen na deze bekendmaking. Het verzoekschrift dient bij ter post aangetekende brief aan de Raad van State (adres : Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel), te worden toegezonden. GEMEENSCHAPS- EN GEWESTREGERINGEN GOUVERNEMENTS DE COMMUNAUTE ET DE REGION GEMEINSCHAFTS- UND REGIONALREGIERUNGEN VLAAMSE GEMEENSCHAP — COMMUNAUTE FLAMANDE MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP Departement Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur [C − 2004/36762] Welzijnszorg Bij besluit van de directeur-generaal van de administratie Gezin en Maatschappelijk Welzijn, namens de Vlaamse minister bevoegd voor de bijstand aan personen, van 5 oktober 2004 wordt bepaald : Het rusthuis Belgisch Zee-instituut Voor Orthopedie, Zeedijk 286-288, te 8400 Oostende, uitgebaat door de V.Z.W. Belgisch Zeeinstituut Voor Orthopedie zelfde adres, wordt erkend met ingang van 1 september 2004 tot en met 31 augustus 2010 onder nummer PE 2405 voor maximaal 25 woongelegenheden. Een afwijking op de erkenningsnorm 3.2.1.7., vervat in de bijlage B van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 1985, respectievelijk met betrekking tot de hoogte van de raamdorpels die zittend een ongehinderd zicht op de buitenwereld mogelijk moet maken, wordt toegestaan voor de duur van de erkenningstermijn. Tegen dit besluit kan door elke belanghebbende met een aangetekende brief een vordering tot schorsing en/of een beroep tot nietigverklaring worden ingediend bij de Raad van State binnen de 60 dagen na kennisgeving van deze beslissing. SERVICE PUBLIC FEDERAL JUSTICE [C − 2004/09842] Ordre judiciaire. — Huissiers de justice Par arrêtés royaux du 5 décembre 2004 : — produisant ses effets le 31 juillet 2004, est acceptée, à sa demande, la démission de M. Nélis, J., de ses fonctions d’huissier de justice dans l’arrondissement judiciaire de Liège. Il est autorisé à porter le titre honorifique de ses fonctions. — M. De Neef, P., licencié en droit, est nommé huissier de justice. Il instrumentera et sera tenu de résider dans l’arrondissement judiciaire d’Anvers; — Mme Huybrechts, K., candidat-huissier de justice, est nommée huissier de justice. Elle instrumentera et sera tenue de résider dans l’arrondissement judiciaire d’Anvers; — Mme Dobbelaere, A., licenciée en droit, est nommée huissier de justice. Elle instrumentera et sera tenue de résider dans l’arrondissement judiciaire de Bruxelles; — M. Katra, L., candidat-huissier de justice, est nommé huissier de justice. Il instrumentera et sera tenu de résider dans l’arrondissement judiciaire de Bruxelles. Le recours en annulation des actes précités à portée individuelle peut être soumis à la section d’administration du Conseil d’Etat endéans les soixante jours après cette publication. La requête doit être envoyée au Conseil d’Etat (adresse : rue de la Science 33, 1040 Bruxelles), sous pli recommandé à la poste. 84125BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE Bij besluit van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin van 5 oktober 2004 wordt bepaald : De opschortingstermijn van vijf jaar van de erkenning van een centrum voor kortverblijf met 5 woongelegenheden bij het rusthuis Aymontshof, Gentsesteenweg 3, te 9200 Dendermonde, zoals gemeld bij brief van de directeur-generaal van 28 februari 2000 aan het O.C.M.W.-Dendermonde, Kerkstraat 115, te 9200 Dendermonde, wordt éénmaal verlengd met een termijn van drie jaar, en duurt maximum tot 28 februari 2008. De opschorting duurt tot wanneer de voorziening de administratie per aangetekende brief verzoekt om de behandeling van de erkenningsaanvraag voort te zetten zonder dat de maximale termijn zoals vermeld in artikel 1, wordt overschreven. Het verzoek om de behandeling van de erkenningsaanvraag voort te zetten, dient samen met een geactualiseerd beleidsplan, uiterlijk zes maanden voor het verstrijken van de vermelde termijn per aangetekende brief bij de administratie ingediend te worden. Bij besluit van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin van 5 oktober 2004 wordt bepaald : De opschortingstermijn van vijf jaar van de erkenning van een dagverzorgingscentrum met 10 verblijfseenheden gelegen te 9000 Gent, Tijgerstraat, verleend bij brief van de directeur-generaal van 14 oktober 1999 aan de V.Z.W. Solidariteit voor het Gezin, Tentoonstellinglaan 72, te 9000 Gent wordt éénmaal verlengd met een termijn van drie jaar, en duurt maximum tot 14 oktober 2007. De opschorting duurt tot wanneer de voorziening de administratie per aangetekende brief verzoekt om de behandeling van de erkenningsaanvraag voort te zetten zonder dat de maximale termijn zoals vermeld in artikel 1, wordt overschreven. Het verzoek om de behandeling van de erkenningsaanvraag voort te zetten, dient samen met een geactualiseerd beleidsplan, uiterlijk zes maanden voor het verstrijken van de in artikel 1 vermelde termijn per aangetekende brief bij de administratie ingediend te worden. Bij besluit van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin van 5 oktober 2004 wordt bepaald: De opschortingstermijn van vijf jaar van de erkenning van een centrum voor kortverblijf met 5 woongelegenheden blij het rusthuis Bejaardentehuis Sint-Jozef, Schoolstraat 1, te 2840 Rumst, zoals gemeld bij brief van de directeur-generaal van 28 februari 2000 aan de V.Z.W. Bejaardentehuis Sint-Jozef, Schoolstraat 1, te 2840 Rumst, wordt éénmaal verlengd met een termijn van drie jaar, en duurt maximum tot 28 februari 2008. De opschorting duurt tot wanner de voorziening de administratie per aangetekende brief verzoekt om de behandeling van de erkenningsaanvraag voort te zetten zonder dat de maximale termijn zoals vermeld, wordt overschreden. Het verzoek om de behandeling van de erkenningsaanvraag voort te zetten, dient samen met een geactualiseerd beleidsplan, uiterlijk zes maanden voor het verstrijken van de in artikel 1 vermelde termijn per aangetekende brief bij de administratie ingediend te worden. Bij besluit van de directeur-generaal van de administratie Gezin en Maatschappelijk Welzijn, namens de Vlaamse minister bevoegd voor de bijstand aan personen, van 7 oktober 2004 wordt bepaald : De erkenning onder nummer PE 1773 van het serviceflatgebouw ’t Kempke, H. Verriestlaan 14A, te 8880 Ledegem, beheerd door de V.Z.W. Woon- en Zorgcentrum Rustenhove, Rollegemstraat 17, te 8880 Ledegem wordt verlengd met ingang van 1 november 2004 tot en met 31 oktober 2014 voor maximaal 20 wooneenheden. Tegen dit besluit kan door elke belanghebbende met een aangetekende brief een vordering tot schorsing en/of een beroep tot nietigverklaring worden ingediend bij de Raad van State binnen de 60 dagen na kennisgeving van deze beslissing. Bij besluit van de directeur-generaal van de administratie Gezin en Maatschappelijk Welzijn, namens de Vlaamse minister bevoegd voor de bijstand aan personen, van 7 oktober 2004 wordt bepaald : De erkenning onder nummer PE 382 van het rusthuis De Hazelaar, Witvrouwenveldstraat 1, te 2550 Kontich, beheerd door de V.Z.W. De Hazelaar, zelfde adres, wordt verlengd met ingang van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2010 voor maximaal 90 woongelegenheden. Tegen dit besluit kan door elke belanghebbende met een aangetekende brief een vordering tot schorsing en/of een beroep tot nietigverklaring worden ingediend bij de Raad van State binnen de 60 dagen na kennisgeving van deze beslissing. 84126 BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE Bij besluit van de directeur-generaal van de administratie Gezin en Maatschappelijk Welzijn, namens de Vlaamse minister bevoegd voor de bijstand aan personen, van 7 oktober 2004 wordt bepaald : Het besluit van de directeur-generaal van 17 januari 2001 wordt aangepast als volgt : aan het O.C.M.W. van 2320 Hoogstraten wordt de voorafgaande vergunning verleend voor het bouwen van een rusthuis met 117 woongelegenheden te 2320 Hoogstraten, Heilig Bloedlaan, ter vervanging van het bestaande rusthuis Onze Lieve Vrouw van VII Weeën, Heilig Bloedlaan 250, te 2320 Hoogstraten. De voorafgaande vergunning van 17 januari 2001 geldt tot 17 januari 2006 en deze geldigheidsduur kan overeenkomstig artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 1998, voornoemd, éénmalig verlengd worden met drie jaar op voorwaarde dat uiterlijk twee maanden voor het verstrijken ervan een ontvankelijke aanvraag voor het verkrijgen van een verlenging van de verleende voorafgaande vergunning bij de administratie ingestuurd worden. Als de initiatiefnemer binnen de geldigheidsduur van de voorafgaande vergunning de werken die nodig zijn om het initiatief te verwezenlijken niet heeft aangevat, vervalt de voorafgaande vergunning van rechtswege. Als het initiatief twaalf jaar na datum van de beslissing van de minister die de voorafgaande vergunning verleent slechts gedeeltelijk verwezenlijkt werd, vervalt de voorafgaande vergunning voor de niet-gerealiseerde opnamemo gelijkheden. Tegen dit besluit kan door elke belanghebbende met een aangetekende brief een vordering tot schorsing en/of een beroep tot nietigverklaring worden ingediend bij de Raad van State binnen de 60 dagen na kennisgeving van deze beslissing. Bij besluit van de directeur-generaal van de administratie Gezin en Maatschappelijk Welzijn, namens de Vlaamse minister bevoegd voor de bijstand aan personen, van 7 oktober 2004 wordt bepaald : De erkenning onder nummer CE 1877 van het serviceflatgebouw Het Vijverhof, Vijverhof 37, te 8870 Izegem, beheerd door het O.C.M.W. van Izegem, wordt verlengd met ingang van 1 oktober 2004 tot en met 30 september 2014 voor maximaal 30 wooneenheden. Tegen dit besluit kan door elke belanghebbende met een aangetekende brief een vordering tot schorsing en/of een beroep tot nietigverklaring worden ingediend bij de Raad van State binnen de 60 dagen na kennisgeving van deze beslissing. * MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP Departement Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur [C − 2004/36763] Welzijnszorg Bij besluit van de directeur-generaal van de administratie Gezin en Maatschappelijk Welzijn, namens de Vlaamse minister bevoegd voor de bijstand aan personen, van 15 oktober 2004 wordt bepaald : Aan de V.Z.W. Bejaardenzorg de Lindeboom, Bremlaan 5, te 8300 Knokke-Heist wordt de voorafgaande vergunning verleend voor het wijzigen van de capaciteit van het rusthuis R.V.T. Lindenhove, zelfde adres, door uitbreiding met 11 woongelegenheden, zodat de totale huisvestingscapaciteit van het rusthuis 131 woongelegenheden zal bedragen. Deze voorafgaande vergunning geldt voor vijf jaar en deze geldigheidsduur kan éénmalig verlengd worden met drie jaar op voorwaarde dat uiterlijk twee maanden voor het verstrijken ervan een ontvankelijke aanvraag voor het verkrijgen van een verlenging van de verleende voorafgaande vergunning bij de administratie wordt ingestuurd. Als de initiatiefnemer binnen de geldigheidsduur van de voorafgaande vergunning de werken die nodig zijn om het initiatief te verwezenlijken niet heeft aangevat, vervalt de voorafgaande vergunning van rechtswege. Als het initiatief twaalf jaar na datum van de beslissing van de minister die de voorafgaande vergunning verleent slechts gedeeltelijk verwezenlijkt werd, vervalt de voorafgaande vergunning voor de niet-gerealiseerde opnamemo gelijkheden. Tegen dit besluit kan door elke belanghebbende met een aangetekende brief een vordering tot schorsing en/of een beroep tot nietigverklaring worden ingediend bij de Raad van State binnen de 60 dagen na kennisgeving van deze beslissing. Bij besluit van de directeur-generaal van de administratie Gezin en Maatschappelijk Welzijn, namens de Vlaamse minister bevoegd voor de bijstand aan personen, van 15 oktober 2004 wordt bepaald : De erkenning onder nummer PE 1787 van het serviceflatgebouw De Rozelaar, Rijselstraat 9, te 8800 Roeselare, beheerd door de V.Z.W. Bejaardenzorg Midden West-Vlaanderen, Dr. Delbekestraat 27, te 8800 Roeslare wordt verlengd met ingang van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2014 voor maximaal 30 wooneenheden. Tegen dit besluit kan door elke belanghebbende met een aangetekende brief een vordering tot schorsing en/of een beroep tot nietigverklaring worden ingediend bij de Raad van State binnen de 60 dagen na kennisgeving van deze beslissing. 84127BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE Bij besluit van de directeur-generaal van de administratie Gezin en Maatschappelijk Welzijn, namens de Vlaamse minister bevoegd voor de bijstand aan personen, van 15 oktober 2004 wordt bepaald : De erkenning onder nummer CE 1807 van het woningcomplex met dienstverlening Woonerf De Peterselie, Papegaaistraat 2-20, te 8000 Brugge, beheerd door het O.C.M.W. van Brugge wordt verlengd met ingang van 1 maart 2002 tot en met 29 februari 2012 voor maximaal 15 wooneenheden. Tegen dit besluit kan door elke belanghebbende met een aangetekende brief een vordering tot schorsing en/of een beroep tot nietigverklaring worden ingediend bij de Raad van State binnen de 60 dagen na kennisgeving van deze beslissing. Bij besluit van de directeur-generaal van de administratie Gezin en Maatschappelijk Welzijn, namens de Vlaamse minister bevoegd voor de bijstand aan personen, van 15 oktober 2004 wordt bepaald : De erkenning onder nummer PE 2088 van het serviceflatgebouw Residentie ’t Neerhof, Nieuwstraat 69, te 9660 Brakel (Elst) beheerd door mevrouw Vermassen Jacqueline, zelfde adres, wordt verlengd met ingang van 1 juni 2003 tot en met 31 mei 2008 voor maximaal 26 wooneenheden. Tegen dit besluit kan door elke belanghebbende met een aangetekende brief een vordering tot schorsing en/of een beroep tot nietigverklaring worden ingediend bij de Raad van State binnen de 60 dagen na kennisgeving van deze beslissing. Bij besluit van de directeur-generaal van de administratie Gezin en Maatschappelijk Welzijn, namens de Vlaamse minister bevoegd voor de bijstand aan personen, van 15 oktober 2004 wordt bepaald : De erkenning onder nummer PE 1920 van het rusthuis Home Keiheuvel, Kapelstraat 105-107, te 2490 Balen, beheerd door de B.V.B.A. Home Keiheuvel-Detand, Pierre de Bellefroidlaan 16, te 2400 Mol, wordt verlengd met ingang van 1 september 2004 tot en met 31 augustus 2007 voor maximaal 44 woongelegenheden. Tegen dit besluit kan door elke belanghebbende met een aangetekende brief een vordering tot schorsing en/of een beroep tot nietigverklaring worden ingediend bij de Raad van State binnen de 60 dagen na kennisgeving van deze beslissing. Bij besluit van de directeur-generaal van de administratie Gezin en Maatschappelijk Welzijn, namens de Vlaamse minister bevoegd voor de bijstand aan personen, van 15 oktober 2004 wordt bepaald : Aan de V.Z.W. Sint-Monica, Ooievaarslaan 3, te 8400 Oostende wordt de voorafgaande vergunning verleend voor het wijzigen van de capaciteit van het rusthuis Rose Marijn, Nieuwpoortsesteenweg 757, te 8400 Oostende, door uitbreiding met 34 woongelegenheden, zodat de totale huisvestingscapaciteit van het rusthuis 80 woongelegenheden zal bedragen. Deze voorafgaande vergunning geldt voor vijf jaar en deze geldigheidsduur kan éénmalig verlengd worden met drie jaar op voorwaarde dat uiterlijk twee maanden voor het verstrijken ervan een ontvankelijke aanvraag voor het verkrijgen van een verlenging van de verleende voorafgaande vergunning bij de administratie wordt ingestuurd. Als de initiatiefnemer binnen de geldigheidsduur van de voorafgaande vergunning de werken die nodig zijn om het initiatief te verwezenlijken niet heeft aangevat, vervalt de voorafgaande vergunning van rechtswege. Als het initiatief twaalf jaar na datum van de beslissing van de minister die de voorafgaande vergunning verleent slechts gedeeltelijk verwezenlijkt werd, vervalt de voorafgaande vergunning voor de niet-gerealiseerde opnamemo gelijkheden. Tegen dit besluit kan door elke belanghebbende met een aangetekende brief een vordering tot schorsing en/of een beroep tot nietigverklaring worden ingediend bij de Raad van State binnen de 60 dagen na kennisgeving van deze beslissing. Bij besluit van de directeur-generaal van de administratie Gezin en Maatschappelijk Welzijn, namens de Vlaamse minister bevoegd voor de bijstand aan personen, van 15 oktober 2004 wordt bepaald : De erkenning onder nummer PE 1306 van het rusthuis RVT Lindenhove, Bremlaan 5, te 8300 Knokke-Heist, beheerd door V.Z.W. Bejaardenzorg de Lindeboom, zelfde adres, wordt verlengd met ingang van 1 mei 2005 tot en met 30 april 2008 voor maximaal 120 woongelegenheden. Tegen dit besluit kan door elke belanghebbende met een aangetekende brief een vordering tot schorsing en/of een beroep tot nietigverklaring worden ingediend bij de Raad van State binnen de 60 dagen na kennisgeving van deze beslissing. 84128 BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP Departement Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur [C − 2004/36764] Welzijnszorg Bij besluit van de directeur-generaal van de administratie Gezin en Maatschappelijk Welzijn, namens de Vlaamse minister bevoegd voor de bijstand aan personen, van 13 oktober 2004 wordt bepaald : De erkenning onder nummer CE 1266 van het rusthuis De Reiger, Clement D’Hooghelaan 8, te 9140 Temse, beheerd door het O.C.M.W. van 9140 Temse, wordt verlengd met ingang van 1 september 2004 tot en met 31 augustus 2007 voor maximaal 150 woongelegenheden. Tegen dit besluit kan door elke belanghebbende met een aangetekende brief een vordering tot schorsing en/of een beroep tot nietigverklaring worden ingediend bij de Raad van State binnen de 60 dagen na kennisgeving van deze beslissing. Bij besluit van de directeur-generaal van de administratie Gezin en Maatschappelijk Welzijn, namens de Vlaamse minister bevoegd voor de bijstand aan personen, van 13 oktober 2004 wordt bepaald : De erkenning onder nummer PE 1621 van het rusthuis Pension Zurich, G. Gheldolflaan 18, te 9030 Gent (Mariakerke), beheerd door de B.V.B.A. Pension Zurich, Molenkouter 1A, te 9030 Gent (Mariakerke), wordt verlengd met ingang van 1 september 2004 tot en met 31 augustus 2007 voor maximaal 38 woongelegenheden. Tegen dit besluit kan door elke belanghebbende met een aangetekende brief een vordering tot schorsing en/of een beroep tot nietigverklaring worden ingediend bij de Raad van State binnen de 60 dagen na kennisgeving van deze beslissing. Bij besluit van de directeur-generaal van de administratie Gezin en Maatschappelijk Welzijn, namens de Vlaamse minister bevoegd voor de bijstand aan personen, van 14 oktober 2004 wordt bepaald : De erkenning onder nummer PE 447 van het rusthuis Sint-Jozef, Wijngaardstraat 16, te 3700 Tongeren, beheerd door de V.Z.W. Bejaardenzorg – Grauwzusters Hasselt – Tongeren, Demerstraat 80, te 3500 Hasselt, wordt verlengd met ingang van 1 september 2004 tot 31 augustus 2006 voor maximaal 70 woongelegenheden, gelet op de geplande ingebruikname van de vervangingsnieuwbouw in maart 2005. Een afwijking op de erkenningsnormen 3.2.1.7., vervat in de bijlage B van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 1985, met betrekking tot de hoogte van de raamdorpels in drie kamers op het verlaagd-gelijkvloers, wordt toegestaan voor de duur van de erkenningstermijn. Tegen dit besluit kan door elke belanghebbende met een aangetekende brief een vordering tot schorsing en/of een beroep tot nietigverklaring worden ingediend bij de Raad van State binnen de 60 dagen na kennisgeving van deze beslissing. Bij besluit van de directeur-generaal van de administratie Gezin en Maatschappelijk Welzijn, namens de Vlaamse minister bevoegd voor de bijstand aan personen, van 14 oktober 2004 wordt bepaald : De erkenning onder nummer PE 1554 van het rusthuis RVT Dr.J. Coppens, Schietspoelstraat 16, te 9900 Eeklo, beheerd door de V.Z.W. Kliniek Dr. J. Coppens, zelfde adres, wordt verlengd met ingang van 1 oktober 2004 tot en met 31 december 2007 voor maximaal 45 woongelegenheden. De afwijking op de erkenningsnorm 3.2.2. wordt verlengd voor de duur van de erkenningstermijn. Tegen dit besluit kan door elke belanghebbende met een aangetekende brief een vordering tot schorsing en/of een beroep tot nietigverklaring worden ingediend bij de Raad van State binnen de 60 dagen na kennisgeving van deze beslissing. Bij besluit van de directeur-generaal van de administratie Gezin en Maatschappelijk Welzijn, namens de Vlaamse minister bevoegd voor de bijstand aan personen, van 14 oktober 2004 wordt bepaald : De erkenning onder nummer PE 571 van het rusthuis De Voorzienigheid, Kerkhofstraat 31 te 3950 Bocholt, beheerd door de V.Z.W. Rusthuis De Voorzienigheid, zelfde adres, wordt verlengd met ingang van 1 september 2004 tot en met augustus 2014 voor maximaal 72 woongelegenheden. Tegen dit besluit kan door elke belanghebbende met een aangetekende brief een vordering tot schorsing en/of een beroep tot nietigverklaring worden ingediend bij de Raad van State binnen de 60 dagen na kennisgeving van deze beslissing. 84129BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE Bij besluit van de directeur-generaal van de administratie Gezin en Maatschappelijk Welzijn, namens de Vlaamse minister bevoegd voor de bijstand aan personen, van 14 oktober 2004 wordt bepaald : De erkenning onder nummer CE 722 van het rusthuis Herfstvreugde, Schaapsdries 2, te 3600 Genk, beheerd door het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn van Genk, wordt verlengd met ingang van 1 september 2004 tot en met 31 augustus 2014 voor maximaal 176 woongelegenheden. Tegen dit besluit kan door elke belanghebbende met een aangetekende brief een vordering tot schorsing en/of een beroep tot nietigverklaring worden ingediend bij de Raad van State binnen de 60 dagen na kennisgeving van deze beslissing. Bij besluit van de directeur-generaal van de administratie Gezin en Maatschappelijk Welzijn, namens de Vlaamse minister bevoegd voor de bijstand aan personen, van 14 oktober 2004 wordt bepaald :, De voorafgaande vergunning verleend bij ministerieel besluit van 2 juli 1999 aan de V.Z.W. Christelijke Woon- en Zorgcentra, Engstegenseweg 3, te 3520 Zonhoven, voor het wijzigen van de capaciteit van het serviceflatgebouw Het Pand, Klodsbergweg 12, te 3520 Zonhoven, door uitbreiding met 20 wooneenheden, zodat de globale capaciteit 60 wooneenheden zal bedragen, wordt éénmalig verlengd met een periode van 3 jaar met ingang van 2 juli 2004. Als de initiatiefnemer binnen de geldigheidsduur van de voorafgaande vergunning de werken die nodig zijn om het initiatief te verwezenlijken niet heeft aangevat, vervalt de voorafgaande vergunning van rechtswege. Als het initiatief twaalf jaar na datum van de beslissing van de minister die de voorafgaande vergunning verleent slechts gedeeltelijk verwezenlijkt werd, vervalt de voorafgaande vergunning voor de niet-gerealiseerde opnamemo gelijkheden. Tegen dit besluit kan door elke belanghebbende met een aangetekende brief een vordering tot schorsing en/of een beroep tot nietigverklaring worden ingediend bij de Raad van State binnen de 60 dagen na kennisgeving van deze beslissing. Bij besluit van de directeur-generaal van de administratie Gezin en Maatschappelijk Welzijn, namens de Vlaamse minister bevoegd voor de bijstand aan personen, van 14 oktober 2004 wordt bepaald : Aan het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn van Peer, wordt de voorafgaande vergunning verleend voor het bouwen van een serviceflatgebouw met 25 wooneenheden langs de J.H. Leynenstraat, te Peer. Deze voorafgaande vergunning geldt voor vijf jaar en deze geldigheidsduur kan éénmalig verlengd worden met drie jaar op voorwaarde dat uiterlijk twee maanden voor het verstrijken ervan een ontvankelijke aanvraag voor het verkrijgen van de verleende voorafgaande vergunning bij de administratie wordt ingestuurd. Als de initiatiefnemer binnen de geldigheidsduur van de voorafgaande vergunning de werken die nodig zijn om het initiatief te verwezenlijken niet heeft aangevat, vervalt de voorafgaande vergunning van rechtswege. Als het initiatief twaalf jaar na datum van de beslissing van de minister die de voorafgaande vergunning verleent slechts gedeeltelijk verwezenlijkt werd, vervalt de voorafgaande vergunning voor de niet-gerealiseerde opnamemo gelijkheden. Tegen dit besluit kan door elke belanghebbende met een aangetekende brief een vordering tot schorsing en/of een beroep tot nietigverklaring worden ingediend bij de Raad van State binnen de 60 dagen na kennisgeving van deze beslissing. Bij besluit van de directeur-generaal van de administratie Gezin en Maatschappelijk Welzijn, namens de Vlaamse minister bevoegd voor de bijstand aan personen, van 14 oktober 2004 wordt bepaald : Aan de V.Z.W. Rusthuizen Z.A. Zuid-Limburg, Cl. Cartuyvelstraat 5a, te 3800 Sint-Truiden, wordt de voorafgaande vergunning verleend voor het bouwen van een rusthuis met 90 woongelegenheden, waarvan 50 woongelegenheden ter vervanging van het rusthuis Home Elisabeth, Cl. Cartuyvelstraat 17, te 3800 Sint-Truiden, 26 woongelegenheden ter vervanging van de vroegere ZH-R.V.T. Sint-Trudo, gelegen op de ziekenhuiscampus Sint-Anna, Stenaertberg 3, te 3800 Sint-Truiden, en 19 woongelegenheden als uitbreiding. Het besluit van de directeur-generaal van 18 juni 2001 houdende toekenning van de voorafgaande vergunning aan de V.Z.W. Regionaal Ziekenhuis Sint-Trudo, Diestersteenweg 100, te 3800 Sint-Truiden, voor het omvormen van 26 ziekenhuis R.V.T.-Bedden tot 26 rusthuiswoongelegenheden, gelegen op de ziekenhuiscampus Stenaertberg 3, te 3800 Sint-Truiden, wordt opgeheven. Deze voorafgaande vergunning geldt voor vijf jaar en deze geldigheidsduur kan éénmalig verlengd worden met drie jaar op voorwaarde dat uiterlijk twee maanden voor het verstrijken ervan een ontvankelijke aanvraag voor het verkrijgen van de verleende voorafgaande vergunning bij de administratie wordt ingestuurd. Als de initiatiefnemer binnen de geldigheidsduur van de voorafgaande vergunning de werken die nodig zijn om het initiatief te verwezenlijken niet heeft aangevat, vervalt de voorafgaande vergunning van rechtswege. Als het initiatief twaalf jaar na datum van de beslissing van de minister die de voorafgaande vergunning verleent slechts gedeeltelijk verwezenlijkt werd, vervalt de voorafgaande vergunning voor de niet-gerealiseerde opnamemo gelijkheden. Tegen dit besluit kan door elke belanghebbende met een aangetekende brief een vordering tot schorsing en/of een beroep tot nietigverklaring worden ingediend bij de Raad van State binnen de 60 dagen na kennisgeving van deze beslissing. 84130 BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE REGION WALLONNE — WALLONISCHE REGION — WAALS GEWEST MINISTERE DE LA REGION WALLONNE [2004/203694] Action sociale En application du décret du 7 juillet 1994 concernant l’agrément des institutions pratiquant la médiation de dettes, tel que complété par le décret-programme du 16 décembre 1998 portant diverses mesures en matière d’action sociale, un arrêté ministériel du 8 novembre 2004 agrée le Centre public d’Action sociale d’Ellezelles sous le numéro de matricule RW/SMD/274, en qualité d’institution pratiquant la médiation de dettes pour une période de six ans à dater du 8 novembre 2004. VERTALING MINISTERIE VAN HET WAALSE GEWEST [2004/203694] Sociale Actie Bij ministerieel besluit van 8 november 2004 wordt het Openbaar Centrum voor maatschappelijk welzijn van Elzele, vanaf 8 november 2004, voor een periode van zes jaar erkend als instelling voor schuldbemiddeling, overeenkomstig het decreet van 7 juli 1994 houdende erkenning van instellingen voor schuldbemiddeling, zoals aangevuld bij het programmadecreet van 16 december 1998 houdende verschillende maatregelen inzake sociale actie. De erkenning heeft het nummer RW/SMD/274. * MINISTERE DE LA REGION WALLONNE [2004/203637] Action sociale En application du décret du 7 juillet 1994 concernant l’agrément des institutions pratiquant la médiation de dettes, tel que complété par le décret-programme du 16 décembre 1998 portant diverses mesures en matière d’action sociale, un arrêté ministériel du 27 octobre 2004, agrée le Centre public d’Action sociale de Cerfontaine sous le numéro de matricule RW/SMD/276 en qualité d’institution pratiquant la médiation de dettes pour une période de six ans à dater du 27 octobre 2004. VERTALING MINISTERIE VAN HET WAALSE GEWEST [2004/203637] Sociale Actie Bij ministerieel besluit van 27 oktober 2004 wordt het Openbaar Centrum voor maatschappelijk welzijn van Cerfontaine, vanaf 27 oktober 2004, voor een periode van zes jaar erkend als instelling voor schuldbemiddeling, overeenkomstig het decreet van 7 juli 1994 houdende erkenning van instellingen voor schuldbemiddeling, zoals aangevuld bij het programmadecreet van 16 december 1998 houdende verschillende maatregelen inzake sociale actie. De erkenning heeft het nummer RW/SMD/276. * MINISTERE DE LA REGION WALLONNE [2004/203711] Conservation de la Nature Un arrêté du Gouvernement wallon du 10 novembre 2004 approuve la délibération du conseil communal de Malmedy du 30 septembre 2004 relative à la protection des arbres et des haies. 84131BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE ÜBERSETZUNG MINISTERIUM DER WALLONISCHEN REGION [2004/203711] Naturerhaltung Durch Erlass der Wallonischen Regierung vom 10. November 2004 wird der Beschluss des Gemeinderates von Malmedy vom 30. September 2004 über den Schutz der Bäume und der Hecken genehmigt. * MINISTERE DE LA REGION WALLONNE [2004/203674] Pouvoirs locaux Un arrêté ministériel du 25 novembre 2004 approuve la décision du 28 octobre 2004 par laquelle le conseil d’administration de la S.C.R.L. ″Intercommunale d’étude et de gestion″ nomme, en qualité d’administrateur et de membre du comité de direction M. Marc Sieux en lieu et place de M. Damien Yzerbyt. Un arrêté ministériel du 26 novembre 2004 approuve la décision du 28 juin 2004 par laquelle l’assemblée générale ordinaire des associés de la S.C.R.L. ″SPI+″ entérine les comptes 2003 de l’intercommunale. PROVINCE DE LIEGE. — Un arrêté ministériel du 25 novembre 2004 approuve les résolutions du 20 octobre 2004 par lesquelles le conseil provincial de Liège arrête la troisième série de modifications budgétaires et la troisième série de transferts budgétaires pour l’exercice 2004. PROVINCE DE LUXEMBOURG. — Un arrêté ministériel du 24 novembre 2004 approuve la résolution du 22 octobre 2004 par laquelle le conseil provincial du Luxembourg arrête la modification budgétaire no 3 pour l’exercice 2004. CHATELINEAU. — Un arrêté ministériel du 23 novembre 2004 approuve le compte pour l’exercice 2003 de la Fabrique d’église de la paroisse orthodoxe grecque Sainte-Barbe à Châtelineau aux montants suivants : Recettes : S 8.750,60 Dépenses : S 7.144,03 Excédent : S 1.606,57 LIEGE. — Un arrêté ministériel du 23 novembre 2004 approuve la modification budgétaire no 1 apportée au budget pour l’exercice 2004 de la Fabrique d’église de la paroisse orthodoxe Saint-Alexandre Nevsky et Saint-Séraphim de Sarov de Liège. PERONNES-LEZ-BINCHE. — Un arrêté ministériel du 23 novembre 2004 approuve le compte pour l’exercice 2003 de la Fabrique d’église de la paroisse orthodoxe grecque Saints Cosme et Damien aux montants suivants : Recettes : S 6.185,53 Dépenses : S 4.196,90 Excédent : S 1.988,63 BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST — REGION DE BRUXELLES-CAPITALE MINISTERIE VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST [2004/31550] Bescherming van het erfgoed. — Instelling van de procedure tot bescherming als monument. — Erratum In het Belgisch Staatsblad van 6 september 2004, blz. 65302, in de Franstalige tekst moet men lezen « de trap van de eerste verdieping alsmede de... ». MINISTERE DE LA REGION DE BRUXELLES-CAPITALE [2004/31550] Protection du patrimoine. — Ouverture de la procédure de classement comme monument. — Erratum Au Moniteur belge du 6 septembre 2004, p. 65302, dans le texte français, lire « l’escalier à partir du 1er étage ainsi que... ». 84132 BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE OFFICIELE BERICHTEN — AVIS OFFICIELS ARBITRAGEHOF [2004/203667] Uittreksel uit arrest nr. 167/2004 van 28 oktober 2004 Rolnummer 2912 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 87, § 2, van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsover eenkomst, gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg te Mechelen. Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters A. Arts en M. Melchior, en de rechters R. Henneuse, M. Bossuyt, A. Alen, J.-P. Moerman en J. Spreutels, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter A. Arts, wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging Bij vonnis van 3 februari 2004 in zake de n.v. DVV Verzekeringen tegen G. Van Leekwijck en H. Wouters, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 10 februari 2004, heeft de Rechtbank van eerste aanleg te Mechelen de volgende prejudiciële vraag gesteld : « Wordt het gelijkheidsbeginsel en het discriminatieverbod neergelegd in de artikelen 10 en 11 van de Grondwet geschonden, doordat ingeval van toepassing van artikel 87, § 1, van de wet op de Landverzekeringsovereenkomst van 25 juni 1992, de verzekeraar van de verplichte burgerlijke aansprakelijkheidsverzekering, zoals de verzekeraar burgerlijke aansprakelijkheid inzake motorrijtuigen (wet van 21 november 1989), aan de benadeelde van een verkeersongeval, de excepties, nietigheid of het verval van recht, niet kan tegenwerpen, onverschillig of deze dateren van voor of van na het ongeval, terwijl de verzekeraar van een niet verplichte burgerlijke aansprakelijkheidsverzeke ring, zoals bij voorbeeld de gezinsaansprakelijkheidsverzekeraar van een fietser, bij toepassing van artikel 87, § 2, der wet op de Landverzekeringsovereenkomst van 26 [lees : 25] juni 1992, de excepties, nietigheid of het verval van recht, wel aan de benadeelde van een verkeersongeval kan tegenwerpen, in zoverre deze hun oorzaak vinden in een feit dat aan het schadegeval voorafgaat, dan wanneer het in beide gevallen gaat om een verkeersongeval, waarbij een voertuig, te weten een motorrijtuig of een fiets, in de zin van artikel 2 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer, is betrokken ? » (...) III. In rechte (...) B.1.1. De prejudiciële vraag betreft artikel 87 van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst, dat luidt als volgt : « § 1. Bij de verplichte burgerrechtelijke aansprakelijkheidsverzekeringen kunnen de excepties, vrijstellingen, de nietigheid en het verval van recht voortvloeiend uit de wet of de overeenkomst en die hun oorzaak vinden in een feit dat zich voor of na het schadegeval heeft voorgedaan, aan de benadeelde niet worden tegengeworpen. Indien de nietigverklaring, de opzegging, de beëindiging of de schorsing van de overeenkomst geschied is voordat het schadegeval zich heeft voorgedaan, kan zij echter aan de benadeelde worden tegengeworpen. § 2. Voor de andere soorten burgerrechtelijke aansprakelijkheidsverzekeringen kan de verzekeraar slechts de excepties, de nietigheid en het verval van recht voortvloeiend uit de wet of de overeenkomst tegenwerpen aan de benadeelde persoon voor zover deze hun oorzaak vinden in een feit dat het schadegeval voorafgaat. De Koning kan het toepassingsgebied van § 1 echter uitbreiden tot de soorten van niet verplichte burgerrechtelijke aansprakelijkheidsverzekeringen die Hij bepaalt. » B.1.2. De verwijzende rechter vraagt of het in het geding zijnde artikel, in zoverre het een verschil in behandeling creëert tussen slachtoffers van een verkeersongeval dat is veroorzaakt, enerzijds, door het gebruik van een motorrijtuig en, anderzijds, het gebruik van een fiets, bestaanbaar is met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. B.1.3. Het in het geding zijnde artikel creëert een onderscheid tussen de benadeelden van een schadeverwekkende handeling, gebaseerd op het al dan niet verplichte karakter van een burgerrechtelijke aansprakelijkheidsverzekering. In het geval van een verplichte verzekering, zoals de in de wet van 21 november 1989 bedoelde verzekering inzake motorrijtuigen, kan de verzekeraar aan de benadeelde de excepties, vrijstellingen, de nietigheid en het verval van recht voortvloeiend uit de wet of de overeenkomst en die hun oorzaak vinden in een feit dat zich vóór of na het schadegeval heeft voorgedaan, niet tegenwerpen. In het geval van een niet-verplichte verzekering, zoals de gezinsaansprakelijk heidsverzekering, kan de verzekeraar daarentegen wel de excepties, de nietigheid en het verval van recht voortvloeiend uit de wet of de overeenkomst tegenwerpen, voor zover die hun oorzaak vinden in een feit dat het schadegeval voorafgaat. B.1.4. Het in het geding zijnde artikel brengt met zich mee dat de benadeelden van een verkeersongeval verschillend worden behandeld naar gelang van de aard van het voertuig waarmee het ongeval is veroorzaakt. Voor motorrijtuigen, in de zin van de wet van 21 november 1989, geldt een verzekeringsplicht. Voor fietsen geldt die verzekeringsplicht niet; de gezinsaansprakelijkheidsverzekering, die de door het gebruik van een fiets veroorzaakte schade dekt, is een niet-verplichte verzekering. 84133BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE De verwijzende rechter vraagt of het aldus gecreëerde verschil in behandeling bestaanbaar is met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. B.2. Het in het geding zijnde artikel dient te worden gelezen in samenhang met artikel 86 van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst, naar luid waarvan de verzekering de benadeelde een eigen recht geeft tegen de verzekeraar. Die bepaling houdt in dat de benadeelde die geen partij is bij de verzekeringsovereenkomst, zich rechtstreeks kan wenden tot de verzekeraar van de persoon die verantwoordelijk is voor de schade en dit uit kracht van de wet. B.3.1. Het onderscheid tussen de in de prejudiciële vraag bedoelde benadeelden berust op een objectief criterium, namelijk het al dan niet verplichte karakter van de burgerrechtelijke aansprakelijkheidsverzekering. Ofschoon artikel 86 van de wet van 25 juni 1992, op basis waarvan de benadeelde een eigen recht heeft tegen de verzekeraar, geen onderscheid maakt tussen verplichte en niet-verplichte verzekeringen, is het inherent aan het facultatieve karakter van een verzekering dat de benadeelde zich niet steeds tot een verzekeraar zal kunnen wenden; dit is immers enkel mogelijk wanneer de verantwoordelijke voor de schade een verzekering heeft gesloten. Uit het verplichte karakter van een verzekering volgt daarentegen dat de benadeelde in beginsel de mogelijkheid heeft zich te wenden tot een verzekeraar. B.3.2. In de gevallen waarin de wetgever het sluiten van een verzekering verplicht heeft gesteld, is hij afgeweken van de regel van het gemeen recht volgens welke het sluiten van een verzekering tot de contractuele vrijheid behoort, en moet hij worden geacht dat te hebben gedaan om redenen van algemeen belang. Zo strekte de wet van 1 juli 1956, die aangenomen werd ter uitvoering van het Benelux-Verdrag betreffende de verplichte verzekering van de burgerlijke aansprakelijkheid in verband met motorvoertuigen, en die later vervangen werd door de wet van 21 november 1989, ertoe « aan al de slachtoffers van ongevallen, veroorzaakt door middel van motorrijtuigen, een snel en zeker herstel van de geleden schade te waarborgen » (Parl. St., Kamer, 1953-1954, nr. 379, p. 3). In de gevallen waarin de wetgever het sluiten van een verzekering niet verplicht heeft gesteld, zoals bij de gezinsaansprakelijkheidsverzekering, moet hij worden geacht te hebben geoordeeld dat er geen redenen van algemeen belang aanwezig zijn om een verzekeringsplicht te verantwoorden. B.4.1. De in § 2 van het in het geding zijnde artikel vervatte regel, toepasselijk op de niet-verplichte burgerrechtelijke aansprakelijkheidsverzekeringen, is ingegeven door de zorg de aan de verzekeringsovereenkomst ten grondslag liggende contractuele vrijheid zo ruim mogelijk te eerbiedigen. Die regel brengt immers met zich mee dat de benadeelde enkel die rechten uit de verzekeringsovereenkomst verkrijgt die de verzekerde op het ogenblik van het schadegeval tegen de verzekeraar bezat. B.4.2. De in § 1 van het in het geding zijnde artikel vervatte regel, toepasselijk op de verplichte burgerrechtelijke aansprakelijkheidsverzekeringen, wijkt af van het gemeen recht, vermits die regel met zich meebrengt dat de verzekeraar de in die paragraaf vermelde verweermiddelen niet kan tegenwerpen aan de benadeelde. Die afwijking van het gemeen recht moet in beginsel redelijk verantwoord worden geacht in het licht van de redenen van algemeen belang, op basis waarvan de wetgever heeft geoordeeld dat het sluiten van een verzekering verplicht moet worden gesteld. Te dezen heeft de wetgever, bij het verplicht stellen van de verzekering inzake motorrijtuigen, tot doel gehad aan de slachtoffers van ongevallen, veroorzaakt door middel van motorrijtuigen, een snel en zeker herstel van de geleden schade te waarborgen. De principiële niet-tegenwerpelijkheid van verweermiddelen door de verzekeraar is een pertinente maatregel om een zeker herstel van de geleden schade te waarborgen. De wetgever vermocht bovendien van oordeel te zijn dat het verplichte karakter van de verzekering verantwoord is in het licht van het bijzondere risico op lichamelijke letsels, voortvloeiend uit de aanwezigheid van motorrijtuigen in het verkeer, risico dat minder groot is bij de aanwezigheid van fietsen in het verkeer. B.5. Het gehanteerde onderscheidingscriterium is pertinent ten aanzien van de doelstelling om, enerzijds, de aan de verzekeringsovereenkomst ten grondslag liggende contractuele vrijheid zo ruim mogelijk te eerbiedigen, en, anderzijds, het herstel van de schade zeker te stellen wanneer redenen van algemeen belang dit verantwoorden. De in het geding zijnde bepaling is evenmin onevenredig. De wetgever vermag immers van oordeel te zijn dat uitzonderingen op het gemeen verbintenissenrecht beperkt dienen te blijven. De omstandigheid dat de verzekeraar, in het geval van een niet-verplichte verzekering, de excepties, de nietigheid en het verval van recht voortvloeiend uit de wet of de overeenkomst aan de benadeelde kan tegenwerpen, belet de benadeelde bovendien niet om de persoon die verantwoordelijk is voor de schade, aan te spreken tot vergoeding van die schade. B.6. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord. Om die redenen, het Hof zegt voor recht : Artikel 87, § 2, van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet. Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 28 oktober 2004. De griffier, De voorzitter, P.-Y. Dutilleux. A. Arts. 84134 BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE COUR D’ARBITRAGE [2004/203667] Extrait de l’arrêt n° 167/2004 du 28 octobre 2004 Numéro du rôle : 2912 En cause : la question préjudicielle relative à l’article 87, § 2, de la loi du 25 juin 1992 sur le contrat d’assurance terrestre, posée par le Tribunal de première instance de Malines. La Cour d’arbitrage, composée des présidents A. Arts et M. Melchior, et des juges R. Henneuse, M. Bossuyt, A. Alen, J.-P. Moerman et J. Spreutels, assistée du greffier P.-Y. Dutilleux, présidée par le président A. Arts, après en avoir délibéré, rend l’arrêt suivant : I. Objet de la question préjudicielle et procédure Par jugement du 3 février 2004 en cause de la s.a. Les AP Assurances contre G. Van Leekwijck et H. Wouters, dont l’expédition est parvenue au greffe de la Cour d’arbitrage le 10 février 2004, le Tribunal de première instance de Malines a posé la question préjudicielle suivante : « Le principe d’égalité et de non-discrimination inscrit aux articles 10 et 11 de la Constitution est-il violé en ce que, en cas d’application de l’article 87, § 1er, de la loi du 25 juin 1992 sur le contrat d’assurance terrestre, l’assureur de la responsabilité civile obligatoire, tel l’assureur de la responsabilité civile en matière de véhicules automoteurs (loi du 21 novembre 1989), ne peut opposer à la personne lésée par un accident de roulage les exceptions, nullités ou déchéances, qu’elles soient antérieures ou postérieures à l’accident, tandis que l’assureur d’une assurance non obligatoire de la responsabilité civile, comme par exemple l’assureur de la responsabilité familiale d’un cycliste, peut, par application de l’article 87, § 2, de la loi du 26 [lire : 25] juin 1992 sur le contrat d’assurance terrestre, opposer à la personne lésée par un accident de roulage les exceptions, nullités ou déchéances, pour autant que celles-ci trouvent leur cause dans un fait antérieur au sinistre, alors qu’il s’agit dans les deux hypothèses d’un accident de roulage impliquant un véhicule, à savoir un véhicule automoteur ou une bicyclette, au sens de l’article 2 de l’arrêté royal du 1er décembre 1975 portant règlement général sur la police de la circulation routière ? » (...) III. En droit (...) B.1.1. La question préjudicielle porte sur l’article 87 de la loi du 25 juin 1992 sur le contrat d’assurance terrestre, qui énonce : « § 1er. Dans les assurances obligatoires de la responsabilité civile, les exceptions, franchises, nullités et déchéances dérivant de la loi ou du contrat, et trouvant leur cause dans un fait antérieur ou postérieur au sinistre, sont inopposables à la personne lésée. Sont toutefois opposables à la personne lésée l’annulation, la résiliation, l’expiration ou la suspension du contrat, intervenues avant la survenance du sinistre. § 2. Pour les autres catégories d’assurances de la responsabilité civile, l’assureur ne peut opposer à la personne lésée que les exceptions, nullités et déchéances dérivant de la loi ou du contrat et trouvant leur cause dans un fait antérieur au sinistre. Le Roi peut cependant étendre le champ d’application du § 1er aux catégories d’assurances de la responsabilité civile non obligatoires qu’Il détermine. » B.1.2. Le juge a quo demande si l’article litigieux est compatible avec les articles 10 et 11 de la Constitution en tant qu’il établit une différence de traitement entre les victimes d’un accident de roulage causé, d’une part, par l’utilisation d’un véhicule à moteur et, d’autre part, par l’utilisation d’une bicyclette. B.1.3. L’article litigieux établit, entre les personnes lésées par un acte dommageable, une différence fondée sur le caractère obligatoire ou non d’une assurance de la responsabilité civile. Dans le cas d’une assurance obligatoire, comme l’assurance en matière de véhicules automoteurs visée dans la loi du 21 novembre 1989, l’assureur ne peut opposer à la personne lésée les exceptions, franchises, nullités et déchéances dérivant de la loi ou du contrat et trouvant leur cause dans un fait antérieur ou postérieur au sinistre. Dans le cadre d’une assurance non obligatoire, comme l’assurance de la responsabilité familiale, l’assureur peut en revanche opposer les exceptions, nullités et déchéances dérivant de la loi ou du contrat pour autant qu’elles trouvent leur cause dans un fait antérieur au sinistre. B.1.4. L’article litigieux implique que les personnes lésées par un accident de roulage sont traitées différemment, en fonction de la nature du véhicule au moyen duquel l’accident a été causé. Pour les véhicules automoteurs, au sens de la loi du 21 novembre 1989, l’assurance est obligatoire. Pour les bicyclettes, l’assurance n’est pas obligatoire; l’assurance de la responsabilité familiale, qui couvre le dommage causé par l’utilisation d’une bicyclette, est une assurance non obligatoire. Le juge a quo demande si la différence de traitement ainsi établie est compatible avec les articles 10 et 11 de la Constitution. B.2. La disposition litigieuse doit être lue en combinaison avec l’article 86 de la loi du 25 juin 1992 sur le contrat d’assurance terrestre, aux termes duquel l’assurance fait naître, au profit de la personne lésée, un droit propre contre l’assureur. Cette disposition implique que la personne lésée qui n’est pas partie au contrat d’assurance peut s’adresser directement à l’assureur de la personne qui est responsable du dommage, et ce, en vertu de la loi. B.3.1. La distinction entre les personnes lésées visées dans la question préjudicielle repose sur un critère objectif, à savoir le caractère obligatoire ou non de l’assurance de la responsabilité civile. Bien que l’article 86 de la loi du 25 juin 1992, sur la base duquel la personne lésée dispose d’un droit propre contre l’assureur, n’établisse aucune distinction entre les assurances obligatoires et les assurances non obligatoires, il est inhérent au caractère facultatif d’une assurance que la personne lésée ne pourra pas toujours s’adresser à un assureur; en effet, cela n’est possible que si la personne responsable du dommage a souscrit une assurance. En revanche, il découle du caractère obligatoire d’une assurance que la personne lésée a, en principe, la possibilité de s’adresser à un assureur. 84135BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE B.3.2. Dans les cas où il a rendu obligatoire la conclusion d’une assurance, le législateur a dérogé à la règle de droit commun selon laquelle la conclusion d’une assurance relève de la liberté contractuelle et il doit être réputé l’avoir fait pour des motifs d’intérêt général. C’est ainsi que la loi du 1er juillet 1956, adoptée en exécution du Traité Benelux relatif à l’assurance obligatoire de la responsabilité civile en matière de véhicules automoteurs et remplacée par la loi du 21 novembre 1989, visait à « assurer à toutes les victimes d’accidents occasionnés au moyen de véhicules automoteurs la réparation rapide et sûre du préjudice subi » (Doc. parl., Chambre, 1953-1954, no 379, p. 3). Dans les cas où le législateur n’a pas rendu la conclusion d’une assurance obligatoire, comme pour l’assurance de la responsabilité familiale, il doit être réputé avoir considéré qu’il n’existait pas de motifs d’intérêt général justifiant une obligation d’assurance. B.4.1. La règle inscrite au § 2 de la disposition litigieuse, qui est applicable aux assurances de la responsabilité civile non obligatoires, procède du souci de respecter autant que possible la liberté contractuelle qui fonde le contrat d’assurance. En effet, cette règle implique que la personne lésée bénéficie uniquement des droits résultant du contrat d’assurance, que l’assuré possédait à l’égard de l’assureur au moment du sinistre. B.4.2. La règle inscrite au § 1er de la disposition litigieuse, qui est applicable aux assurances obligatoires de la responsabilité civile, déroge au droit commun, étant donné qu’elle implique que l’assureur ne peut opposer à la personne lésée les moyens de défense mentionnés dans ce paragraphe. Cette dérogation au droit commun doit en principe être considérée comme raisonnablement justifiée à la lumière des motifs d’intérêt général sur la base desquels le législateur a estimé qu’il convenait de rendre obligatoire la conclusion d’une assurance. En l’espèce, en rendant obligatoire l’assurance en matière de véhicules automoteurs, le législateur entendait garantir aux victimes d’accidents causés au moyen de véhicules automoteurs une réparation rapide et certaine du dommage subi. La non-opposabilité de principe de moyens de défense par l’assureur est une mesure pertinente pour garantir une réparation certaine du dommage subi. De surcroît, le législateur a pu estimer que le caractère obligatoire de l’assurance était justifié par le risque particulier de dommages corporels, découlant de la présence de véhicules automoteurs dans la circulation, risque qui est moindre en présence de bicyclettes dans la circulation. B.5. Le critère de distinction employé est pertinent par rapport à l’objectif qui consiste, d’une part, à respecter autant que possible la liberté contractuelle qui fonde le contrat d’assurance et, d’autre part, à garantir la réparation du dommage lorsque des motifs d’intérêt général le justifient. La disposition litigieuse n’est pas non plus disproportionnée. En effet, le législateur peut estimer que les exceptions au droit commun des obligations doivent rester limitées. La circonstance que l’assureur, en cas d’assurance non obligatoire, peut opposer à la personne lésée les exceptions, nullités et déchéances dérivant de la loi ou du contrat n’empêche par ailleurs pas la personne lésée de s’adresser à la personne responsable du dommage pour en obtenir réparation. B.6. La question préjudicielle appelle une réponse négative. Par ces motifs, la Cour dit pour droit : L’article 87, § 2, de la loi du 25 juin 1992 sur le contrat d’assurance terrestre ne viole pas les articles 10 et 11 de la Constitution. Ainsi prononcé en langue néerlandaise et en langue française, conformément à l’article 65 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur la Cour d’arbitrage, à l’audience publique du 28 octobre 2004. Le greffier, Le président, P.-Y. Dutilleux. A. Arts. ÜBERSETZUNG SCHIEDSHOF [2004/203667] Auszug aus dem Urteil Nr. 167/2004 vom 28. Oktober 2004 Geschäftsverzeichnisnummer 2912 In Sachen: Präjudizielle Frage in bezug auf Artikel 87 § 2 des Gesetzes vom 25. Juni 1992 über den Landversicherungsvertrag, gestellt vom Gericht erster Instanz Mecheln. Der Schiedshof, zusammengesetzt aus den Vorsitzenden A. Arts und M. Melchior, und den Richtern R. Henneuse, M. Bossuyt, A. Alen, J.-P. Moerman und J. Spreutels, unter Assistenz des Kanzlers P.-Y. Dutilleux, unter dem Vorsitz des Vorsitzenden A. Arts, verkündet nach Beratung folgendes Urteil: I. Gegenstand der präjudiziellen Frage und Verfahren In seinem Urteil vom 3. Februar 2004 in Sachen der DVV Versicherungen AG gegen G. Van Leekwijck und H. Wouters, dessen Ausfertigung am 10. Februar 2004 in der Kanzlei des Schiedshofes eingegangen ist, hat das Gericht erster Instanz Mecheln folgende präjudizielle Frage gestellt: «Wird gegen den in den Artikeln 10 und 11 der Verfassung verankerten Gleichheits- und Nichtdiskriminierungs grundsatz verstoßen, indem im Falle der Anwendung von Artikel 87 § 1 des Gesetzes vom 25. Juni 1992 über den Landversicherungsvertrag der Haftpflichtversicherer, wie der Kraftfahrzeug-Haftpflichtversicherer (Gesetz vom 21. November 1989), dem Geschädigten eines Verkehrsunfalls die Einreden, die Nichtigkeit oder den Verfall des Rechts nicht entgegenhalten kann, ohne Rücksicht darauf, ob diese von vor oder nach dem Verkehrsunfall datieren, während der freiwillige Haftpflichtversicherer, wie zum Beispiel der Familien-Haftpflichtversicherer eines Radfahrers, in Anwendung von Artikel 87 § 2 des Gesetzes vom 26. [zu lesen ist: 25.] Juni 1992 über den Landversicherungsvertrag die Einreden, die Nichtigkeit oder den Verfall des Rechts wohl dem Geschädigten eines Verkehrsunfalls entgegenhalten kann, insofern diese auf ein dem Schadensfall vorangehenden Ereignis zurückzuführen sind, obwohl es sich in beiden Fällen um einen Verkehrsunfall handelt, an dem ein Fahrzeug, und zwar ein Kraftfahrzeug oder ein Fahrrad, im Sinne von Artikel 2 des königlichen Erlasses vom 1. Dezember 1975 zur Einführung der allgemeinen Straßenverkehrsordnung beteiligt ist?» (...) III. In rechtlicher Beziehung (...) 84136 BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE B.1.1. Die präjudizielle Frage betrifft Artikel 87 des Gesetzes vom 25. Juni 1992 über den Landversicherungsvertrag, der besagt: «§ 1. Bei den verpflichtenden Haftpflichtversicherungen können die Einreden, Franchisen, die Nichtigkeit oder der Verfall des Rechtes, die sich aus dem Gesetz oder dem Vertrag ergeben und die auf ein Ereignis vor oder nach dem Schadensfall zurückzuführen sind, dem Geschädigten gegenüber nicht geltend gemacht werden. Wenn die Nichtigerklärung, die Kündigung, die Beendigung oder die Aussetzung des Vertrags vor dem Schadensfall stattgefunden hat, kann sie jedoch dem Geschädigten gegenüber geltend gemacht werden. § 2. Bei den anderen Arten von Haftpflichtversicherungen kann der Versicherer die Einreden, die Nichtigkeit oder den Verfall des Rechtes, die sich aus dem Gesetz oder dem Vertrag ergeben, dem Geschädigten gegenüber geltend machen, insofern sie auf ein dem Schadensfall vorangehendes Ereignis zurückzuführen sind. Der König kann den Anwendungsbereich von § 1 jedoch auf die von Ihm festgelegten nicht verpflichtenden Haftpflichtversicherungen ausdehnen.» B.1.2. Der verweisende Richter stellt die Frage, ob der betreffende Artikel mit den Artikeln 10 und 11 der Verfassung vereinbar sei, insofern er einen Behandlungsunterschied schaffe zwischen Opfern von Verkehrsunfällen, die einerseits durch die Benutzung eines Kraftfahrzeugs und andererseits durch die Benutzung eines Fahrrades verursacht worden seien. B.1.3. Der betreffende Artikel schafft einen Unterschied zwischen den Geschädigten einer schadensverursachenden Handlung, je nachdem, ob eine Haftpflichtversicherung verpflichtend ist oder nicht. Im Fall einer verpflichtenden Versicherung, wie die im Gesetz vom 21. November 1989 vorgesehene Kraftfahrzeug-Haftpflichtversicherung, kann der Versicherer dem Geschädigten gegenüber die Einreden, Franchisen, die Nichtigkeit oder den Verfall des Rechtes, die sich aus dem Gesetz oder dem Vertrag ergeben und die auf ein Ereignis vor oder nach dem Schadensfall zurückzuführen sind, nicht geltend machen. Im Fall einer nicht verpflichtenden Versicherung, wie die Familien-Haftpflichtversicherung, kann der Versicherer hingegen die Einreden, die Nichtigkeit oder den Verfall des Rechtes, die sich aus dem Gesetz oder dem Vertrag ergeben, geltend machen, insofern sie auf ein dem Schadensfall vorangehendes Ereignis zurückzuführen sind. B.1.4. Der betreffende Artikel bewirkt, daß die Geschädigten eines Verkehrsunfalls je nach der Art des Fahrzeugs, das den Unfall verursacht hat, unterschiedlich behandelt werden. Für Kraftfahrzeuge im Sinne des Gesetzes vom 21. November 1989 gilt eine Versicherungspflicht. Für Fahrräder gilt diese Versicherungspflicht nicht; die Familien Haftpflichtversicherung, die den durch die Benutzung des Fahrrades verursachten Schaden deckt, ist keine Pflichtversicherung. Der verweisende Richter stellt die Frage, ob der auf diese Weise geschaffene Behandlungsunterschied mit den Artikeln 10 und 11 der Verfassung vereinbar sei. B.2. Der betreffende Artikel ist in Verbindung mit Artikel 86 des Gesetzes vom 25. Juni 1992 über den Landversicherungsvertrag zu verstehen, wonach die Versicherung dem Geschädigten ein eigenes Recht gegenüber dem Versicherer verleiht. Diese Bestimmung sieht vor, daß ein Geschädigter, der keine Partei des Versicherungsvertrags ist, sich direkt an den Versicherer der für den Schaden verantwortlichen Person wenden kann, und zwar kraft des Gesetzes. B.3.1. Der Unterschied zwischen den in der präjudiziellen Frage genannten Geschädigten beruht auf einem objektiven Kriterium, nämlich dem Umstand, ob die Haftpflichtversicherung verpflichtend ist oder nicht. Obwohl Artikel 86 des Gesetzes vom 25. Juni 1992, wonach der Geschädigte ein eigenes Recht gegenüber dem Versicherer besitzt, nicht zwischen verpflichtenden und nicht verpflichtenden Versicherungen unterscheidet, bringt die freiwillige Beschaffenheit einer Versicherung es mit sich, daß der Geschädigte sich nicht immer an einen Versicherer wenden kann; dies ist nämlich nur dann möglich, wenn der Verantwortliche des Schadens eine Versicherung abgeschlossen hat. Aus der verpflichtenden Beschaffenheit einer Versicherung ergibt sich hingegen, daß der Geschädigte im Prinzip die Möglichkeit hat, sich an einen Versicherer zu wenden. B.3.2. In den Fällen, in denen der Gesetzgeber das Abschließen einer Versicherung zwingend vorgeschrieben hat, ist er von der Regel des Gemeinrechts abgewichen, wonach das Abschließen einer Versicherung zur Vertragsfreiheit gehört, und es ist davon auszugehen, daß er dies aus Gründen des allgemeinen Interesses getan hat. So zielte das Gesetz vom 1. Juli 1956, das in Ausführung des Benelux-Übereinkommens über die Kraftfahrzeug Haftpflichtversicherung verabschiedet und später durch das Gesetz vom 21. November 1989 ersetzt wurde, darauf ab, «für alle Opfer von durch Kraftfahrzeuge verursachten Unfällen eine schnelle und sichere Wiedergutmachung des erlittenen Schadens zu gewährleisten» (Parl. Dok., Kammer, 1953-1954, Nr. 379, S. 3). In den Fällen, in denen der Gesetzgeber das Abschließen einer Versicherung nicht zwingend vorgeschrieben hat, wie bei der Familien-Haftpflichtversicherung, ist davon auszugehen, daß er den Standpunkt vertrat, es gebe keine Gründe des allgemeinen Interesses, die Versicherungspflicht zu rechtfertigen. B.4.1. Die in § 2 des betreffenden Artikels vorgesehene Regel, die auf die nicht verpflichtenden Haftpflichtversi cherungen anwendbar ist, ergibt sich aus dem Bemühen, die dem Versicherungsvertrag zugrunde liegende Vertragsfreiheit möglichst umfassend zu beachten. Diese Regel hat jedoch zur Folge, daß der Geschädigte lediglich die Rechte aus dem Versicherungsvertrag erhält, die der Versicherte zum Zeitpunkt des Schadensfalls gegenüber dem Versicherer besaß. B.4.2. Die in § 1 des betreffenden Artikels enthaltene Regel, die auf die verpflichtenden Haftpflichtversicherungen anwendbar ist, weicht vom Gemeinrecht ab, da diese Regel bewirkt, daß der Versicherer die in diesem Paragraphen angeführten Verteidigungsmittel dem Geschädigten gegenüber nicht geltend machen kann. Diese Abweichung vom Gemeinrecht ist grundsätzlich als vernünftig gerechtfertigt anzusehen im Lichte der Gründe des allgemeinen Interesses, auf deren Grundlage der Gesetzgeber den Standpunkt vertrat, das Abschließen einer Versicherung müsse zwingend vorgeschrieben werden. 84137BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE In diesem Fall wollte der Gesetzgeber durch die verpflichtende Auferlegung der Versicherung für Kraftfahrzeuge den Opfern von mit Kraftfahrzeugen verursachten Unfällen eine schnelle und sichere Wiedergutmachung des erlittenen Schadens gewährleisten. Der Grundsatz, daß der Versicherer keine Verteidigungsgründe geltend machen kann, ist eine sachdienliche Maßnahme, damit eine sichere Wiedergutmachung des erlittenen Schadens gewährleistet wird. Der Gesetzgeber konnte außerdem den Standpunkt vertreten, daß die verpflichtende Beschaffenheit der Versicherung gerechtfertigt ist im Lichte der besonderen Gefahr von Körperverletzungen infolge der Anwesenheit von Kraftfahrzeugen im Verkehr, während dieses Risiko geringer ist bei Anwesenheit von Fahrrädern im Verkehr. B.5. Das angewandte Unterscheidungskriterium ist sachdienlich hinsichtlich der Zielsetzung, einerseits die dem Versicherungsvertrag zugrunde liegende Vertragsfreiheit möglichst weitgehend zu beachten und andererseits die Wiedergutmachung des Schadens zu sichern, wenn Gründe des allgemeinen Interesses dies rechtfertigen. Die fragliche Bestimmung ist ebenfalls nicht unverhältnismäßig. Der Gesetzgeber konnte nämlich den Standpunkt vertreten, daß Ausnahmen vom allgemeinen Obligationenrecht begrenzt bleiben sollten. Der Umstand, daß der Versicherer im Falle einer nicht verpflichtenden Versicherung dem Geschädigten gegenüber die Einreden, die Nichtigkeit und den Verfall des Rechtes, die sich aus dem Gesetz oder dem Vertrag ergeben, geltend machen kann, hindert den Geschädigten außerdem nicht daran, die für den Schaden verantwortliche Person zur Wiedergutmachung dieses Schadens heranzuziehen. B.6. Die präjudizielle Frage ist verneinend zu beantworten. Aus diesen Gründen: Der Hof erkennt für Recht: Artikel 87 § 2 des Gesetzes vom 25. Juni 1992 über den Landversicherungsvertrag verstößt nicht gegen die Artikel 10 und 11 der Verfassung. Verkündet in niederländischer und französischer Sprache, gemäß Artikel 65 des Sondergesetzes vom 6. Januar 1989 über den Schiedshof, in der öffentlichen Sitzung vom 28. Oktober 2004. Der Kanzler, Der Vorsitzende, (gez.) P.-Y. Dutilleux. (gez.) A. Arts. * ARBITRAGEHOF [2004/203689] Uittreksel uit arrest nr. 177/2004 van 3 november 2004 Rolnummer 2997 In zake : de prejudiciële vraag over artikel 14bis, § 3, van de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector, gesteld door de rechtbank van eerste aanleg te Mechelen. Het Arbitragehof, beperkte kamer, samengesteld uit voorzitter A. Arts en de rechters-verslaggevers M. Bossuyt en J. Spreutels, bijgestaan door de griffier L. Potoms, wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging Bij vonnis van 4 mei 2004 in zake de n.v. ING Insurance tegen Ethias, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 13 mei 2004, heeft de Rechtbank van eerste aanleg te Mechelen de volgende prejudiciële vraag gesteld : « Schendt artikel 14bis, § 3, van de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector, artikelen 10 en 11 van de Grondwet, doordat de in artikel 1 van die wet bedoelde rechtspersonen of instellingen, alsook degenen die de in artikel 1bis bedoelde personeelscategorieën tewerkstellen op dezelfde wijze als het slachtoffer of zijn rechthebbenden en zij vervangen worden in de rechten die het slachtoffer of zijn rechthebbenden bij niet-vergoeding overeenkomstig artikel 14bis, § 1, van voormelde wet hadden kunnen uitoefenen krachtens artikel 29bis van de wet van 21 november 1989 kunnen instellen, terwijl deze subrogatievordering niet is voorzien voor rechtspersonen of instellingen, anderen dan voornoemden, die eveneens het herstel van schade ten gevolge van arbeidsongevallen, ongevallen op de weg naar en van het werk en ten gevolge van beroepsziekten dekken van de in artikel 1 van die wet bedoelde rechtspersonen of instellingen, alsook degenen die de in artikel 1bis bedoelde personeelscategorieën tewerkstellen ? » Op 3 juni 2004 hebben de rechters-verslaggevers M. Bossuyt en J. Spreutels, met toepassing van artikel 71, eerste lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, de voorzitter ervan in kennis gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht aan het Hof, zitting houdende in beperkte kamer, voor te stellen een arrest te wijzen waarbij wordt vastgesteld dat de prejudiciële vraag klaarblijkelijk niet ontvankelijk is. (...) III. In rechte (...) B.1. De Rechtbank van eerste aanleg te Mechelen stelt aan het Hof de volgende prejudiciële vraag : « Schendt artikel 14bis, § 3, van de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector, artikelen 10 en 11 van de Grondwet, doordat de in artikel 1 van die wet bedoelde rechtspersonen of instellingen, alsook degenen die de in artikel 1bis bedoelde personeelscategorieën tewerkstellen op dezelfde wijze als het slachtoffer of zijn rechthebbenden en zij vervangen worden in de rechten die het slachtoffer of zijn rechthebbenden bij niet-vergoeding overeenkomstig artikel 14bis, § 1, van voormelde wet hadden kunnen uitoefenen krachtens artikel 29bis van de wet van 21 november 1989 kunnen instellen, terwijl deze subrogatievordering niet is voorzien voor rechtspersonen of instellingen, anderen dan voornoemden, die eveneens het herstel van schade ten gevolge van arbeidsongevallen, ongevallen op de weg naar en van het werk en ten gevolge van beroepsziekten dekken van de in artikel 1 van die wet bedoelde rechtspersonen of instellingen, alsook degenen die de in artikel 1bis bedoelde personeelscategorieën tewerkstellen ? » 84138 BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE B.2.1. Uit de formulering van de prejudiciële vraag blijkt dat bepaalde zinsdelen ontbreken, zodat de juiste draagwijdte van de vraag niet duidelijk is. B.2.2. Uit het dossier van de rechtspleging voor de verwijzende rechter blijkt dat de vraag werd gesteld op verzoek van een van de partijen. Daarbij werd de rechtbank echter verzocht aan het Hof een tweevoudige prejudiciële vraag te stellen over het onderscheid in behandeling tussen : de overheid die zichzelf verzekert (en die dus wel zou kunnen terugvorderen) en de overheid die een arbeidsongevallenverzekering neemt (in welk geval de uitgaven door de verzekeraar niet zouden kunnen worden teruggevorderd), en de arbeidsongevallenverzekeraars die een privé-werkgever verzekeren (en die dus wel hun uitgaven zouden kunnen terugvorderen) en diegenen die de overheid verzekeren (in welk geval er geen terugvorderingsrecht zou zijn). B.2.3. Het komt aan de verwijzende rechter toe te oordelen welke prejudiciële vragen hij aan het Hof dient te stellen en daarbij de omvang van de saisine te bepalen. De partijen vermogen de inhoud van de vraag niet te wijzigen. Nu de prejudiciële vraag op zich niet duidelijk is, is het aangewezen ze terug te zenden naar de verwijzende rechter, opdat deze ze kan herformuleren in de door hem bedoelde zin. B.3. De prejudiciële vraag is klaarblijkelijk niet ontvankelijk. Om die redenen, het Hof, beperkte kamer, met eenparigheid van stemmen uitspraak doende, stelt vast dat de prejudiciële vraag onontvankelijk is. Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 3 november 2004. De griffier, De voorzitter, L. Potoms. A. Arts. COUR D’ARBITRAGE [2004/203689] Extrait de l’arrêt n° 177/2004 du 3 novembre 2004 Numéro du rôle : 2997 En cause : la question préjudicielle relative à l’article 14bis, § 3, de la loi du 3 juillet 1967 sur la prévention ou la réparation des dommages résultant des accidents du travail, des accidents survenus sur le chemin du travail et des maladies professionnelles dans le secteur public, posée par le tribunal de première instance de Malines. La Cour d’arbitrage, chambre restreinte, composée du président A. Arts et des juges-rapporteurs M. Bossuyt et J. Spreutels, assistée du greffier L. Potoms, après en avoir délibéré, rend l’arrêt suivant : I. Objet de la question préjudicielle et procédure Par jugement du 4 mai 2004 en cause de la s.a. ING Insurance contre Ethias, dont l’expédition est parvenue au greffe de la Cour d’arbitrage le 13 mai 2004, le Tribunal de première instance de Malines a posé la question préjudicielle suivante : « L’article 14bis, § 3, de la loi du 3 juillet 1967 ’ sur la prévention ou la réparation des dommages résultant des accidents du travail, des accidents survenus sur le chemin du travail et des maladies professionnelles dans le secteur public ’ viole-t-il les articles 10 et 11 de la Constitution, en ce que les personnes morales et les établissements visés à l’article 1er de cette loi, ainsi que les employeurs des catégories de personnels visées à l’article 1erbis, de la même façon que la victime ou ses ayants droit, et sont subrogés dans les droits que la victime ou ses ayants droit auraient pu exercer en vertu de l’article 29bis de la loi du 21 novembre 1989, en cas de non-indemnisation conformément à l’article 14bis, § 1er, de la loi citée en premier lieu, peuvent exercer, alors que cette action en subrogation n’est pas prévue pour les personnes morales et les établissements autres que les personnes et établissements précités, qui couvrent également la réparation des dommages résultant des accidents du travail, des accidents survenus sur le chemin du travail et des maladies professionnelles des personnes morales et établissements visés à l’article 1er de cette loi, ainsi que des employeurs des catégories de personnels visées à l’article 1erbis ? » Le 3 juin 2004, en application de l’article 71, § 1er, de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur la Cour d’arbitrage, les juges-rapporteurs M. Bossuyt et J. Spreutels ont informé le président qu’ils pourraient être amenés à proposer à la Cour, siègeant en chambre restreinte, de rendre un arrêt constatant que la question préjudicielle est manifestement irrecevable. (...) III. En droit (...) B.1. Le Tribunal de première instance de Malines pose à la Cour la question préjudicielle suivante : « L’article 14bis, § 3, de la loi du 3 juillet 1967 ’ sur la prévention ou la réparation des dommages résultant des accidents du travail, des accidents survenus sur le chemin du travail et des maladies professionnelles dans le secteur public ’ viole-t-il les articles 10 et 11 de la Constitution, en ce que les personnes morales et les établissements visés à l’article 1er de cette loi, ainsi que les employeurs des catégories de personnels visées à l’article 1erbis, de la même façon que la victime ou ses ayants droit, et sont subrogés dans les droits que la victime ou ses ayants droit auraient pu exercer en vertu de l’article 29bis de la loi du 21 novembre 1989, en cas de non-indemnisation conformément à l’article 14bis, § 1er, de la loi citée en premier lieu, peuvent exercer, alors que cette action en subrogation n’est pas prévue pour les personnes morales et les établissements autres que les personnes et établissements précités, qui couvrent également la réparation des dommages résultant des accidents du travail, des accidents survenus sur le chemin du travail et des maladies professionnelles des personnes morales et établissements visés à l’article 1er de cette loi, ainsi que des employeurs des catégories de personnels visées à l’article 1erbis ? » 84139BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE B.2.1. La formulation de la question préjudicielle fait apparaître que certains membres de phrase manquent, de sorte que la portée exacte de la question n’est pas claire. B.2.2. Il ressort du dossier de la procédure devant le juge a quo que la question a été posée à la demande de l’une des parties. Il avait toutefois été demandé au tribunal de poser à la Cour une double question préjudicielle concernant la différence de traitement entre : l’autorité publique qui est son propre assureur (et qui pourrait donc procéder à la récupération des débours) et l’autorité publique qui souscrit une assurance contre les accidents du travail (auquel cas les débours ne pourraient pas être récupérés par l’assureur); et les assureurs-loi qui assurent un employeur du secteur privé (et qui pourraient donc récupérer leurs débours) et ceux qui assurent les autorités publiques (auquel cas il n’existerait pas de droit de récupération). B.2.3. C’est au juge a quo qu’il appartient de décider quelles questions préjudicielles doivent être posées à la Cour et de déterminer ainsi l’étendue de la saisine. Les parties ne peuvent modifier le contenu de la question. Dès lors que la question préjudicielle n’est en soi pas claire, il s’indique de la renvoyer au juge a quo afin qu’il puisse la reformuler dans le sens voulu par lui. B.3. La question préjudicielle est manifestement irrecevable. Par ces motifs, la Cour, chambre restreinte, statuant à l’unanimité des voix, constate que la question préjudicielle est irrecevable. Ainsi prononcé en langue néerlandaise et en langue française, conformément à l’article 65 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur la Cour d’arbitrage, à l’audience publique du 3 novembre 2004. Le greffier, Le président, L. Potoms. A. Arts. ÜBERSETZUNG SCHIEDSHOF [2004/203689] Auszug aus dem Urteil Nr. 177/2004 vom 3. November 2004 Geschäftsverzeichnisnummer 2997 In Sachen: Präjudizielle Frage in bezug auf Artikel 14 § 3 des Gesetzes vom 3. Juli 1967 über die Vorbeugung von oder den Schadenersatz für Arbeitsunfälle, Wegeunfälle und Berufskrankheiten im öffentlichen Sektor, gestellt vom Gericht erster Instanz Mecheln. Der Schiedshof, beschränkte Kammer, zusammengesetzt aus dem Vorsitzenden A. Arts und den referierenden Richtern M. Bossuyt und J. Spreutels, unter Assistenz des Kanzlers L. Potoms, verkündet nach Beratung folgendes Urteil: I. Gegenstand der präjudiziellen Frage und Verfahren In seinem Urteil vom 4. Mai 2004 in Sachen der ING Insurance gegen Ethias, dessen Ausfertigung am 13. Mai 2004 in der Kanzlei des Schiedshofes eingegangen ist, hat das Gericht erster Instanz Mecheln folgende präjudizielle Frage gestellt: «Verstößt Artikel 14bis § 3 des Gesetzes vom 3. Juli 1967 über die Vorbeugung von oder den Schadenersatz für Arbeitsunfälle, Wegeunfälle und Berufskrankheiten im öffentlichen Sektor gegen die Artikel 10 und 11 der Verfassung, indem die in Artikel 1 dieses Gesetzes erwähnten juristischen Personen oder Einrichtungen sowie diejenigen, die die in Artikel 1bis erwähnten Personalkategorien beschäftigen, auf die gleiche Weise wie das Opfer oder seine Anspruchsberechtigten, und sie in die Rechte eintreten, die das Opfer oder dessen Anspruchsberechtigte im Falle des Ausbleibens einer Entschädigung gemäß Artikel 14bis § 1 des obengenannten Gesetzes hätten ausüben können aufgrund von Artikel 29bis des Gesetzes vom 21. November 1989 einreichen können, während diese Surrogationsklage nicht vorgesehen ist für andere juristische Personen und Einrichtungen als die obenerwähnten, die ebenfalls die Wiedergutmachung von Schäden infolge von Arbeitsunfällen, Wegeunfällen und infolge von Berufskrankheiten decken für die juristischen Personen und Einrichtungen im Sinne von Artikel 1 dieses Gesetzes sowie diejenigen, die Personalkategorien im Sinne von Artikel 1bis beschäftigen?» Am 3. Juni 2004 haben die referierenden Richter M. Bossuyt und J. Spreutels in Anwendung von Artikel 71 Absatz 1 des Sondergesetzes vom 6. Januar 1989 ûber den Schiedshof den Vorsitzenden davon in Kenntnis gesetzt, daß sie dazu veranlaßt werden könnten, in dem festgetstellt wird, daß die präjudizielle Frage offensichtlich unzulässig ist. (...) III. In rechtlicher Beziehung (...) B.1. Das Gericht erster Instanz Mecheln stellt dem Hof die folgende präjudizielle Frage: «Verstößt Artikel 14bis § 3 des Gesetzes vom 3. Juli 1967 über die Vorbeugung von oder den Schadenersatz für Arbeitsunfälle, Wegeunfälle und Berufskrankheiten im öffentlichen Sektor gegen die Artikel 10 und 11 der Verfassung, indem die in Artikel 1 dieses Gesetzes erwähnten juristischen Personen oder Einrichtungen sowie diejenigen, die die in Artikel 1bis erwähnten Personalkategorien beschäftigen, auf die gleiche Weise wie das Opfer oder seine Anspruchsberechtigten, und sie in die Rechte eintreten, die das Opfer oder dessen Anspruchsberechtigte im Falle des Ausbleibens einer Entschädigung gemäß Artikel 14bis § 1 des obengenannten Gesetzes hätten ausüben können aufgrund von Artikel 29bis des Gesetzes vom 21. November 1989 einreichen können, während diese Surrogationsklage nicht vorgesehen ist für andere juristische Personen und Einrichtungen als die obenerwähnten, die ebenfalls die Wiedergutmachung von Schäden infolge von Arbeitsunfällen, Wegeunfällen und infolge von Berufskrankheiten decken für die juristischen Personen und Einrichtungen im Sinne von Artikel 1 dieses Gesetzes sowie diejenigen, die Personalkategorien im Sinne von Artikel 1bis beschäftigen?» 84140 BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE B.2.1. Aus der Formulierung der präjudiziellen Frage geht hervor, daß gewisse Satzteile fehlen, so daß die genaue Tragweite der Frage nicht deutlich ist. B.2.2. Aus der Akte des Verfahrens vor dem verweisenden Richter geht hervor, daß die Frage auf Ersuchen einer der Parteien gestellt wurde. Dabei wurde das Gericht jedoch gebeten, dem Hof eine zweifache präjudizielle Frage zu stellen über den Behandlungsunterschied zwischen der Obrigkeit, die sich selbst versichert (und die somit sehr wohl zurückfordern kann), und der Obrigkeit, die eine Arbeitsunfallversicherung schließt (wobei die Ausgaben nicht vom Versicherer zurückgefordert werden können), und den Arbeitsunfallversicherern, die einen privaten Arbeitgeber versichern (und die folglich sehr wohl ihre Ausgaben zurückfordern können), und denjenigen, die die Obrigkeit versichern (wobei es in diesem Fall kein Rückforderungsrecht gibt). B.2.3. Es obliegt dem verweisenden Richter zu beurteilen, welche präjudiziellen Fragen er dem Hof stellt, und dabei den Umfang der Befassung zu bestimmen. Die Parteien dürfen den Inhalt der Frage nicht ändern. Da die präjudizielle Frage an sich nicht deutlich ist, ist es angebracht, sie an den verweisenden Richter zurückzuschicken, damit dieser sie in dem von ihm beabsichtigten Sinne umformulieren kann. B.3. Die präjudizielle Frage ist offensichtlich unzulässig. Aus diesen Gründen: Der Hof, beschränkte Kammer, einstimmig entscheidend, stellt fest, daß die präjudizielle Frage unzulässig ist. Verkündet in niederländischer und französischer Sprache, gemäß Artikel 65 des Sondergesetzes vom 6. Januar 1989 über den Schiedshof, in der öffentlichen Sitzung vom 3. November 2004. Der Kanzler, Der Vorsitzende, (gez.) L. Potoms. (gez.) A. Arts. * ARBITRAGEHOF [2004/203690] Uittreksel uit arrest nr. 178/2004 van 3 november 2004 Rolnummer 3046 In zake : de prejudiciële vraag over artikel 6, § 1, a), van de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de verbruikers op het stuk van voedingsmiddelen en andere producten, gesteld door het hof van beroep te Gent. Het Arbitragehof, beperkte kamer, samengesteld uit voorzitter A. Arts en de rechters-verslaggevers L. Lavrysen en P. Martens, bijgestaan door de griffier L. Potoms, wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging Bij arrest van 2 juni 2004 in zake het openbaar ministerie tegen J.-L. Van der Biest, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 2 juli 2004, heeft het Hof van Beroep te Gent de volgende prejudiciële vraag gesteld : « Is artikel 6, § 1, a), van de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de verbruikers op het stuk van voedingsmiddelen in strijd met het gelijkheidsbeginsel dat is vastgelegd in de artikelen 10 en 11 van de op 17 februari 1994 gecoördineerde Grondwet in zoverre het de Koning machtigt te bepalen dat de verdeling van tabaksproducten en soortgelijke producten verboden is langs automatische distributieapparaten tenzij deze automatische distributieapparaten geplaatst zijn in voor de verbruiker toegankelijke lokalen waar deze producten tegelijk op de gewone wijze in de handel worden gebracht (artikel 5 van het koninklijk besluit van 13 augustus 1990), waardoor de houders van automatische distributieapparaten van tabaksproducten die tegelijk tabaksproducten op de gewone wijze verkopen en deze die niet tegelijk tabaksproducten op de gewone wijze verkopen op een onderscheiden wijze worden behandeld ? » Op 8 juli 2004 hebben de rechters-verslaggevers L. Lavrysen en P. Martens, met toepassing van artikel 71, eerste lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, de voorzitter ervan in kennis gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht aan het Hof, zitting houdende in beperkte kamer, voor te stellen een arrest te wijzen waarbij wordt vastgesteld dat de prejudiciële vraag klaarblijkelijk niet tot de bevoegdheid van het Hof behoort. (...) III. In rechte (...) B.1. Op grond van de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de verbruikers op het stuk van voedingsmiddelen en andere producten kan de Koning, in het belang van de volksgezondheid of met het doel bedrog of vervalsing op dat gebied te voorkomen, regels stellen en verbodsmaatregelen voorschrijven op de fabricage, de uitvoer en de handel van voedingsmiddelen (artikel 2, eerste lid). Die bevoegdheid omvat onder andere de mogelijkheid de samenstelling van de voedingsmiddelen te bepalen, de overeenstemmende benamingen ervan vast te stellen alsook de aanwijzingen te reglementeren die nuttig zijn voor de informatie op voorstel van de Minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort (artikel 2, tweede lid). In het belang van de volksgezondheid kan de Koning daarenboven de in artikel 2, eerste en tweede lid, bedoelde maatregelen van toepassing maken op de voorwerpen en stoffen bestemd om in aanraking te komen met voedingsmiddelen en het gebruik van die voorwerpen en stoffen regelen en verbieden (artikel 3, 2o, a) alsook het gebruik en de hygiëne reglementeren van de voertuigen aangewend tot vervoer van voedingsmiddelen, het gereedschap, de recipiënten en de apparaten bestemd om met de voedingsmiddelen in aanraking te worden gebracht, alsmede de distributieapparaten voor voedingsmiddelen (artikel 3, 3o, c). 84141BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE B.2. Artikel 6 van de voormelde wet bepaalt : « § 1. In het belang van de volksgezondheid of met het doel bedrog of vervalsing op dit gebied te voorkomen, kan de Koning : a) de maatregelen bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid en in artikel 3, 2o, a) en 3o, c), toepassen op tabak, producten op basis van tabak en soortgelijke producten alsmede op cosmetica; [...]. » Op grond van die bepaling is het koninklijk besluit van 13 augustus 1990 betreffende het fabriceren en het in de handel brengen van produkten op basis van tabak en soortgelijke produkten aangenomen. Artikel 5 van dat koninklijk besluit bepaalt : « Het is verboden tabaksprodukten en soortgelijke produkten te verdelen langs automatische distributie apparaten. Deze bepaling is niet van toepassing op de automatische distributie-apparaten, die geplaatst zijn in voor de verbruiker toegankelijke lokalen waar deze produkten tegelijk op de gewone wijze in de handel worden gebracht. » B.3. Het Hof vermag zich enkel uit te spreken over de bestaanbaarheid van een verschil in behandeling met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet als dat verschil aan een norm met wetgevend karakter kan worden toegeschreven. Noch artikel 26, § 1, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 noch enige andere grondwettelijke of wettelijke bepaling verleent het Hof de bevoegdheid om bij wijze van prejudiciële beslissing uitspraak te doen over de vraag of een koninklijk besluit al dan niet bestaanbaar is met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. B.4.1. In zijn memorie met verantwoording voert J.-L. Van der Biest in essentie aan dat de machtiging die bij artikel 6, § 1, a), van de voormelde wet van 24 januari 1977 aan de Koning is gegeven, te ruim is. B.4.2. Een wettelijke bepaling die de administratieve overheid opdraagt een maatregel te nemen die niet onder haar bevoegdheid valt, kan het gelijkheidsbeginsel schenden doordat zij aldus een categorie van personen uitsluit van het optreden van een democratisch verkozen vergadering, waarin de Grondwet of de bijzondere wet voorziet. B.4.3. Het Hof vermag te dezen evenwel niet te onderzoeken of artikel 6, § 1, a), van de voormelde wet het gelijkheidsbeginsel schendt doordat het een te ruime machtiging zou inhouden. De prejudiciële vraag strekt ertoe van het Hof te vernemen of de in het geding zijnde bepaling het gelijkheidsbeginsel schendt in zoverre zij de Koning zou machtigen een welomschreven verschil in behandeling in te stellen tussen de houders van automatische distributie apparaten van tabaksproducten. De partijen vermogen de draagwijdte van de vraag niet te wijzigen of uit te breiden. B.4.4. De machtiging die bij artikel 6, § 1, a), van de voormelde wet van 24 januari 1977 aan de Koning is gegeven, staat Hem geenszins toe af te wijken van het beginsel volgens hetwelk een verschil in behandeling dat door een norm tussen verschillende categorieën van personen wordt ingevoerd, dient te berusten op een objectieve en redelijke verantwoording die wordt beoordeeld in het licht van het doel en de gevolgen van de betwiste maatregel. Met toepassing van artikel 159 van de Grondwet komt het de rechter toe de bepalingen van een besluit die niet in overeenstemming zouden zijn met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, buiten toepassing te laten. B.5. De prejudiciële vraag behoort klaarblijkelijk niet tot de bevoegdheid van het Hof. Om die redenen, het Hof, beperkte kamer, met eenparigheid van stemmen uitspraak doende, stelt vast dat het Hof niet bevoegd is om te antwoorden op de prejudiciële vraag. Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 3 november 2004. De griffier, De voorzitter, L. Potoms. A. Arts. COUR D’ARBITRAGE [2004/203690] Extrait de l’arrêt n° 178/2004 du 3 novembre 2004 Numéro du rôle : 3046 En cause : la question préjudicielle concernant l’article 6, § 1er, a), de la loi du 24 janvier 1977 relative à la protection de la santé des consommateurs en ce qui concerne les denrées alimentaires et les autres produits, posée par la cour d’appel de Gand. La Cour d’arbitrage, chambre restreinte, composée du président A. Arts et des juges-rapporteurs L. Lavrysen et P. Martens, assistée du greffier L. Potoms, après en avoir délibéré, rend l’arrêt suivant : I. Objet de la question préjudicielle et procédure Par arrêt du 2 juin 2004 en cause du ministère public contre J.-L. Van der Biest, dont l’expédition est parvenue au greffe de la Cour d’arbitrage le 2 juillet 2004, la Cour d’appel de Gand a posé la question préjudicielle suivante : « L’article 6, § 1er, a), de la loi du 24 janvier 1977 relative à la protection de la santé des consommateurs en ce qui concerne les denrées alimentaires et les autres produits est-il contraire au principe d’égalité établi aux articles 10 et 11 de la Constitution coordonnée le 17 février 1994 en tant qu’il autorise le Roi à prévoir que la distribution de produits du tabac et de produits similaires est interdite au moyen d’appareils automatiques de distribution, à moins que ces appareils automatiques de distribution ne soient placés dans des locaux accessibles au consommateur où ces produits sont mis dans le commerce simultanément de manière traditionnelle (article 5 de l’arrêté royal du 13 août 1990), ce qui a pour conséquence que les détenteurs d’appareils automatiques de distribution de produits du tabac sont traités différemment selon qu’ils vendent ou non simultanément des produits du tabac de manière traditionnelle ? » 84142 BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE Le 8 juillet 2004, en application de l’article 71, § 1er, de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur la Cour d’arbitrage, les juges-rapporteurs L. Lavrysen et P. Martens ont informé le président qu’ils pourraient être amenés à proposer à la Cour, siégeant en chambre restreinte, de rendre un arrêt constatant que la question préjudicielle ne relève manifestement pas de la compétence de la Cour. (...) III. En droit (...) B.1. En vertu de la loi du 24 janvier 1977 relative à la protection de la santé des consommateurs en ce qui concerne les denrées alimentaires et les autres produits, le Roi peut, dans l’intérêt de la santé publique ou en vue d’empêcher les tromperies ou les falsifications dans ce domaine, réglementer et interdire la fabrication, l’exportation et le commerce de denrées alimentaires (article 2, alinéa 1er). Ce pouvoir implique, entre autres, la possibilité de déterminer la composition des denrées alimentaires, d’en arrêter les dénominations correspondantes, ainsi que de réglementer les indications utiles à l’information, sur proposition du ministre qui a la Santé publique dans ses attributions (article 2, alinéa 2). Dans l’intérêt de la santé publique, le Roi peut, en outre, appliquer les mesures visées à l’article 2, alinéas 1er et 2, aux objets et matières destinés à entrer en contact avec les denrées alimentaires ainsi que réglementer et interdire l’emploi de ces objets et matières (article 3, 2o, a), et réglementer l’emploi et l’hygiène des véhicules utilisés pour le transport des denrées alimentaires, des ustensiles, récipients et appareils destinés à entrer en contact avec ces denrées et des appareils de distribution pour denrées alimentaires (article 3, 3o, c). B.2. L’article 6 de la loi précitée dispose : « § 1er. Le Roi peut, dans l’intérêt de la santé publique ou en vue d’empêcher les tromperies ou les falsifications dans ce domaine : a) appliquer les mesures visées à l’article 2, alinéas premier et deux, et à l’article 3, 2o, a), et 3o, c) au tabac, produits à base de tabac et produits similaires, ainsi qu’aux produits cosmétiques; [...]. » C’est en vertu de cette disposition que l’arrêté royal du 13 août 1990 relatif à la fabrication et à la mise dans le commerce de produits à base de tabac et de produits similaires a été adopté. L’article 5 de cet arrêté royal énonce : « Il est interdit de distribuer des produits du tabac et des produits similaires au moyen d’appareils automatiques de distribution. Cette disposition n’est pas d’application aux appareils automatiques de distribution placés dans des locaux accessibles au consommateur où ces produits sont mis dans le commerce simultanément de manière traditionnelle. » B.3. La Cour ne peut se prononcer sur le caractère justifié d’une différence de traitement au regard des articles 10 et 11 de la Constitution que si elle est imputable à une norme législative. Ni l’article 26, § 1er, de la loi spéciale du 6 janvier 1989 ni aucune autre disposition constitutionnelle ou législative ne confère à la Cour le pouvoir de statuer, à titre préjudiciel, sur la question de savoir si un arrêté royal est compatible ou non avec les articles 10 et 11 de la Constitution. B.4.1. Dans son mémoire justificatif, J.-L. Van der Biest allègue essentiellement que l’habilitation que l’article 6, § 1er, a), de la loi précitée du 24 janvier 1977 donne au Roi est trop extensive. B.4.2. Une disposition législative qui charge une autorité administrative de prendre une mesure qui ne relève pas de sa compétence peut violer le principe d’égalité en ce qu’elle prive ainsi une catégorie de personnes de l’intervention d’une assemblée démocratiquement élue, prévue par la Constitution ou la loi spéciale. B.4.3. En l’espèce, la Cour ne peut cependant examiner si l’article 6, § 1er, a), de la loi précitée viole le principe d’égalité en ce qu’il contiendrait une habilitation trop large. La question préjudicielle demande à la Cour si la disposition litigieuse viole le principe d’égalité en tant qu’elle habiliterait le Roi à établir une différence de traitement précise entre les détenteurs d’appareils automatiques de distribution de produits du tabac. Les parties ne peuvent modifier ou étendre la portée de la question. B.4.4. L’habilitation donnée au Roi par l’article 6, § 1er, a), de la loi précitée du 24 janvier 1977 ne Lui permet en aucune façon de déroger au principe selon lequel, lorsqu’une norme établit une différence de traitement entre certaines catégories de personnes, celle-ci doit se fonder sur une justification objective et raisonnable qui s’apprécie par rapport au but et aux effets de la norme considérée. En application de l’article 159 de la Constitution, il revient au juge de ne pas appliquer les dispositions d’un arrêté qui ne seraient pas compatibles avec les articles 10 et 11 de la Constitution. B.5. La question préjudicielle ne relève manifestement pas de la compétence de la Cour. Par ces motifs, la Cour, chambre restreinte, statuant à l’unanimité des voix, constate que la Cour n’est pas compétente pour répondre à la question préjudicielle. Ainsi prononcé en langue néerlandaise et en langue française, conformément à l’article 65 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur la Cour d’arbitrage, à l’audience publique du 3 novembre 2004. Le greffier, Le président, L. Potoms. A. Arts. 84143BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE ÜBERSETZUNG SCHIEDSHOF [2004/203690] Auszug aus dem Urteil Nr. 178/2004 vom 3. November 2004 Geschäftsverzeichnisnummer 3046 In Sachen: Präjudizielle Frage in bezug auf Artikel 6 § 1 Buchstabe a) des Gesetzes vom 24. Januar 1977 über den Schutz der Gesundheit der Verbraucher im Bereich der Lebensmittel und anderer Waren, gestellt vom Appellationshof Gent. Der Schiedshof, beschränkte Kammer, zusammengesetzt aus dem Vorsitzenden A. Arts und den referierenden Richtern L. Lavrysen und P. Martens, unter Assistenz des Kanzlers L. Potoms, verkündet nach Beratung folgendes Urteil: I. Gegenstand der präjudiziellen Frage und Verfahren In seinem Urteil vom 2. Juni 2004 in Sachen der Staatsanwaltschaft gegen J.-L. Van der Biest, dessen Ausfertigung am 2. Juli 2004 in der Kanzlei des Schiedshofes eingegangen ist, hat der Appellationshof Gent folgende präjudizielle Frage gestellt: «Steht Artikel 6 § 1 Buchstabe a) des Gesetzes vom 24. Januar 1977 über den Schutz der Gesundheit der Verbraucher im Bereich der Lebensmittel und anderer Waren im Widerspruch zu dem in den Artikeln 10 und 11 der am 17. Februar 1994 koordinierten Verfassung verankerten Gleichheitsgrundsatz, insofern er den König dazu ermächtigt, zu bestimmen, daß die Verteilung von Tabakerzeugnissen und ähnlichen Erzeugnissen anhand eines Versorgungsautomaten verboten ist, es sei denn, diese Versorgungsautomaten befinden sich in für Verbraucher zugänglichen Räumlichkeiten, in denen diese Erzeugnisse gleichzeitig auf die übliche Weise vermarktet werden (Artikel 5 des königlichen Erlasses vom 13. August 1990), wodurch die Inhaber von Versorgungsautomaten für Tabakerzeugnisse, die gleichzeitig Tabakerzeugnisse auf die übliche Weise verkaufen, und diejenigen, die nicht gleichzeitig Tabakerzeugnisse auf die übliche Weise verkaufen, unterschiedlich behandelt werden?» Am 8. Juli 2004 haben die referierenden Richter L. Lavrysen und P. Martens in Anwendung von Artikel 71 Absatz 1 des Sondergesetzes vom 6. Januar 1989 über den Schiedshof den Vorsitzenden davon in Kenntnis gesetzt, daß sie dazu veranlaßt werden könnten, dem in beschränkter Kammer tagenden Hof vorzuschlagen, ein Urteil zu verkünden, in dem festgesteltt wird, daß die präjudizielle Frage offensichtlich nicht in die Zuständigkeit des Hofes fällt. (...) III. In rechtlicher Beziehung (...) B.1. Aufgrund des Gesetzes vom 24. Januar 1977 über den Schutz der Gesundheit der Verbraucher im Bereich der Lebensmittel und anderer Waren kann der König im Interesse der Volksgesundheit oder zur Vermeidung von Betrug oder Fälschung in diesem Bereich die Herstellung und die Ausfuhr von Lebensmitteln und den Handel damit regeln und verbieten (Artikel 2 Absatz 1). Diese Befugnis umfaßt unter anderem die Möglichkeit, auf Vorschlag des für die Volksgesundheit zuständigen Ministers die Zusammensetzung der Lebensmittel zu bestimmen, die entsprechenden Bezeichnungen festzulegen und die für die Information nützlichen Angaben zu regeln (Artikel 2 Absatz 2). Im Interesse der Volksgesundheit kann der König außerdem die in Artikel 2 Absätze 1 und 2 erwähnten Maßnahmen auf die Gegenstände und Stoffe, die dazu bestimmt sind, mit Lebensmitteln in Berührung zu kommen, anwenden und die Verwendung dieser Gegenstände und Stoffe regeln und verbieten (Artikel 3 Nr. 2 Buchstabe a) sowie die Benutzung und Hygiene der Fahrzeuge, die für den Transport von Lebensmitteln verwendet werden, der Geräte, Behälter und Apparate, die dazu bestimmt sind, mit den Lebensmitteln in Berührung zu kommen, sowie der Lebensmittelautomaten regeln (Artikel 3 Nr. 3 Buchstabe c). B.2. Artikel 6 des obengenannten Gesetzes bestimmt: «§ 1. Der König kann im Interesse der Volksgesundheit oder zur Vermeidung von Betrug oder Fälschung in diesem Bereich: a) die in Artikel 2 Absatz 1 und 2 und Artikel 3 Nr. 2 Buchstabe a) und Nr. 3 Buchstabe c) erwähnten Maßnahmen auf Tabak, Erzeugnisse auf Tabakbasis und ähnliche Erzeugnisse sowie auf Kosmetika anwenden, [..].» Aufgrund dieser Bestimmung ist der königliche Erlaß vom 13. August 1990 über die Herstellung und die Vermarktung von Erzeugnissen auf Tabakbasis und ähnlichen Erzeugnissen ergangen. Artikel 5 dieses königlichen Erlasses bestimmt: «Es ist verboten, Tabakerzeugnisse und ähnliche Erzeugnisse anhand eines Versorgungsautomaten zu verteilen. Diese Bestimmung gilt nicht für Versorgungsautomaten, die in für Verbraucher zugänglichen Räumlichkeiten befindlich sind, in denen diese Erzeugnisse gleichzeitig auf die übliche Weise vermarktet werden.» B.3. Der Hof kann sich nur dann zur Vereinbarkeit eines Behandlungsunterschieds mit den Artikeln 10 und 11 der Verfassung äußern, wenn dieser Unterschied auf eine Rechtsnorm gesetzgeberischer Art zurückzuführen ist. Weder Artikel 26 § 1 des Sondergesetzes vom 6. Januar 1989 noch irgendeine andere Verfassungs- oder Gesetzesbestimmung erteilt dem Hof die Zuständigkeit, im Wege der Vorabentscheidung über die Frage zu befinden, ob ein königlicher Erlaß mit den Artikeln 10 und 11 der Verfassung vereinbar ist oder nicht. B.4.1. In seinem Begründungsschriftsatz bringt J.-L. Van der Biest im wesentlichen vor, daß die durch Artikel 6 § 1 Buchstabe a) des obengenannten Gesetzes vom 24. Januar 1977 dem König erteilte Ermächtigung zu weitgehend sei. B.4.2. Eine Gesetzesbestimmung, die die Verwaltungsbehörde damit beauftragt, eine Maßnahme zu ergreifen, die nicht in ihre Zuständigkeit fällt, kann gegen den Gleichheitsgrundsatz verstoßen, indem sie eine Kategorie von Personen somit von dem in der Verfassung oder im Sondergesetz vorgesehenen Eingreifen einer demokratisch gewählten Versammlung ausschließt. B.4.3. Der Hof kann im vorliegenden Fall jedoch nicht prüfen, ob Artikel 6 § 1 Buchstabe a) des vorgenannten Gesetzes gegen den Gleichheitsgrundsatz verstößt, indem diese Bestimmung eine zu weitgehende Ermächtigung beinhalten würde. Die präjudizielle Frage zielt darauf ab, vom Hof zu erfahren, ob die fragliche Bestimmung gegen den Gleichheitsgrundsatz verstößt, insofern sie den König dazu ermächtigen würde, einen fest umrissenen Behandlungs unterschied zwischen Inhabern von Versorgungsautomaten für Tabakerzeugnisse einzuführen. Die Parteien dürfen die Tragweite der Frage weder abändern noch erweitern. 84144 BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE B.4.4. Die durch Artikel 6 § 1 Buchstabe a) des vorgenannten Gesetzes vom 24. Januar 1977 dem König erteilte Ermächtigung erlaubt es Ihm keineswegs, von dem Grundsatz abzuweichen, dem zufolge ein durch eine Rechtsnorm zwischen verschiedenen Kategorien von Personen eingeführter Behandlungsunterschied auf einer objektiven und angemessenen Rechtfertigung beruhen muß, die im Hinblick auf Zweck und Folgen der fraglichen Maßnahme zu beurteilen ist. In Anwendung von Artikel 159 der Verfassung obliegt es dem Richter, die mit den Artikeln 10 und 11 der Verfassung nicht in Übereinstimmung stehenden Bestimmungen eines Erlasses nicht anzuwenden. B.5. Die präjudizielle Frage fällt offensichtlich nicht in die Zuständigkeit des Hofes. Aus diesen Gründen: Der Hof, beschränkte Kammer, einstimmig entscheidend, stellt fest, daß der Hof nicht zuständig ist, auf die präjudizielle Frage zu antworten. Verkündet in niederländischer und französischer Sprache, gemäß Artikel 65 des Sondergesetzes vom 6. Januar 1989 über den Schiedshof, in der öffentlichen Sitzung vom 3. November 2004. Der Kanzler, Der Vorsitzende, (gez.) L. Potoms. (gez.) A. Arts. * ARBITRAGEHOF [2004/203666] Uittreksel uit arrest nr. 179/2004 van 3 november 2004 Rolnummer 3049 In zake : de prejudiciële vraag over artikel 29, vierde lid, van de wetten betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968, gesteld door de Politierechtbank te Antwerpen. Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters A. Arts en M. Melchior, en de rechters P. Martens, R. Henneuse, M. Bossuyt, E. De Groot en J.-P. Moerman, bijgestaan door de griffier L. Potoms, onder voorzitterschap van voorzitter A. Arts, wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging Bij vonnis van 29 juni 2004 in zake het openbaar ministerie tegen M. Storme, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 2 juli 2004, heeft de Politierechtbank te Antwerpen de volgende prejudiciële vraag gesteld : « Schendt artikel 29, vierde lid, van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968, c.q. het quasi gelijkluidende artikel 29, § 3, van dezelfde wet zoals gewijzigd bij wet van 7 februari 2003, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet doordat het een verdubbeling voorschrijft van de geldboete bij herhaling van bepaalde overtredingen binnen het jaar te rekenen van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan, en het daardoor een onverantwoord onderscheid maakt tussen personen die een tweede maal voor een zgn. zware overtreding worden vervolgd welke exact evenveel tijd na de eerste overtreding heeft plaatsgevonden, naargelang de uitspraak op de eerste inbreuk al dan niet sneller in kracht van gewijsde is gegaan, en dit zelfs ongeacht of de betrokkene daar persoonlijk toe heeft bijgedragen ? » Op 15 juli 2004 hebben de rechters-verslaggevers E. De Groot en J.-P. Moerman, met toepassing van artikel 72, eerste lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, het Hof ervan in kennis gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht voor te stellen een arrest van onmiddellijk antwoord te wijzen. (...) III. In rechte (...) B.1. Artikel 29, vierde lid, van de wetten betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968, luidt : « De straffen worden verdubbeld bij herhaling binnen het jaar te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan. » Artikel 29, § 3, van dezelfde wetten, zoals vervangen bij artikel 6 van de wet van 7 februari 2003 houdende verschillende bepalingen inzake verkeersveiligheid, luidt : « De geldboetes worden verdubbeld bij herhaling van een overtreding bedoeld in de eerste paragraaf binnen het jaar te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan. » B.2. Ofschoon uit de prejudiciële vraag zelf niet voldoende duidelijk naar voren komt in welke mate de voorwaarde van een termijn van één jaar en de aanvangsdatum ervan discriminerend zouden zijn, noch ten opzichte van welke categorie van personen er discriminatie zou zijn, blijkt uit het dossier van de zaak a quo dat de beklaagde in het bodemgeschil van mening is dat de discriminatie gelegen is tussen, enerzijds, de situatie van « iemand die binnen het jaar na de eerste inbreuk een nieuwe inbreuk begaat, vrijuit gaat, als door de toevallige omstandigheden als traagheid van parket of rechtbank of uitstel of rechtsmiddelen op initiatief van de beklaagde, nog geen uitspraak is tussengekomen wanneer het tweede feit gepleegd is » en, anderzijds, de situatie van « iemand die een tweede inbreuk begaat meer dan een jaar na de eerste inbreuk, wel strafverzwaring oploopt, als de uitspraak in de eerste zaak door toevallige omstandigheden laat is tussengekomen ». In de memorie met verantwoording bekritiseert de beklaagde voor de verwijzende rechter meer in het bijzonder het wettelijk criterium zelf dat volgens hem leidt tot een ongelijke behandeling doordat het berust op de datum van de veroordeling voor wat het eerste strafbare feit betreft en op de datum waarop het nieuwe feit werd gepleegd voor wat het tweede strafbaar feit betreft en niet op de datum waarop het eerste en het tweede feit werden begaan. Hierdoor zouden, naargelang de veroordeling voor het eerste strafbare feit snel dan wel traag geschiedt, personen die zich in dezelfde situatie bevinden, ongelijk worden behandeld wat de vaststelling van de herhaling betreft. B.3. De in het geding zijnde bepaling, zowel in de oude als in de nieuwe versie, schrijft een verdubbeling van de straf voor in geval van herhaling van hetzelfde misdrijf binnen het jaar te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan. De termijn waarbinnen het misdrijf moet zijn gepleegd opdat er sprake is van herhaling gaat bijgevolg in op het tijdstip waarop de veroordeling die ten grondslag ligt aan de herhaling, kracht van gewijsde heeft gekregen. In strafzaken heeft een veroordeling kracht van gewijsde als ze niet meer vatbaar is voor hoger beroep, voor verzet in de gewone termijn of voor cassatieberoep. 84145BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE B.4. Door niet de datum van de inbreuk maar wel de datum van een in kracht van gewijsde gegane beslissing van de strafrechter als aanvangsdatum te nemen, heeft de wetgever geopteerd voor een zeker en niet voor betwisting vatbaar criterium, dat op een objectieve manier vast te stellen is. Overigens is vereist dat de veroordeling een strafrechtelijke veroordeling is - dus geen beslissing tot seponering of een administratieve straf -, dat ze in kracht van gewijsde is getreden op het ogenblik dat het nieuwe misdrijf is gepleegd, zodat ze onherroepelijk is, en dat ze uitgesproken is door een Belgisch rechtscollege. Het criterium van een in kracht van gewijsde gegane veroordeling is pertinent ten aanzien van de regeling van de herhaling, die erin bestaat dat iemand die onherroepelijk is veroordeeld zich vanaf dat tijdstip ervan bewust is dat hij een wettelijke strafverzwaring riskeert indien hij een nieuw misdrijf zou plegen binnen de wettelijk voorziene termijn. B.5. De in het geding zijnde bepaling kan niet geacht worden onevenredige gevolgen te doen ontstaan, daar het juist in het belang van de beklaagde is dat de herhaling die in casu leidt tot strafverzwaring, gebaseerd is op een criterium dat niet tot betwisting aanleiding kan geven, zodat het logisch lijkt die termijn te laten aanvangen op het ogenblik dat de uitspraak onherroepelijk is. Het behandelt daarenboven alle beklaagden die recidiveren binnen het jaar te rekenen vanaf de dag van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan, op een identieke manier. Ook al kunnen zich verschillen voordoen naargelang het veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan, al dan niet snel op de eerste feiten is gevolgd, zoals de beklaagde voor het vonnisgerecht betoogt, toch is dit niet van die aard dat het onevenredige gevolgen zou kunnen sorteren. Een dergelijk verschil in behandeling vloeit overigens niet voort uit de in het geding zijnde bepaling, maar wel uit omstandigheden die hieraan vreemd zijn, zoals het al dan niet aanwenden van rechtsmiddelen of de werking van het gerecht. B.6. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord. Om die redenen, het Hof zegt voor recht : Artikel 29, vierde lid, van de wetten betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968, schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet doordat het de straffen verdubbelt bij herhaling binnen het jaar te rekenen vanaf de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan. Artikel 29, § 3, van de wetten betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968, zoals vervangen bij artikel 6 van de wet van 7 februari 2003 houdende verschillende bepalingen inzake verkeersveiligheid, schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet doordat het de straffen verdubbelt bij herhaling binnen het jaar te rekenen vanaf de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan. Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 3 november 2004. De griffier, De voorzitter, L. Potoms. A. Arts. COUR D’ARBITRAGE [2004/203666] Extrait de l’arrêt n° 179/2004 du 3 novembre 2004 Numéro du rôle : 3049 En cause : la question préjudicielle concernant l’article 29, alinéa 4, des lois relatives à la police de la circulation routière, coordonnées le 16 mars 1968, posée par le Tribunal de police d’Anvers. La Cour d’arbitrage, composée des présidents A. Arts et M. Melchior, et des juges P. Martens, R. Henneuse, M. Bossuyt, E. De Groot et J.-P. Moerman, assistée du greffier L. Potoms, présidée par le président A. Arts, après en avoir délibéré, rend l’arrêt suivant : I. Objet de la question préjudicielle et procédure Par jugement du 29 juin 2004 en cause du ministère public contre M. Storme, dont l’expédition est parvenue au greffe de la Cour d’arbitrage le 2 juillet 2004, le Tribunal de police d’Anvers a posé la question préjudicielle suivante : « L’article 29, alinéa 4, de la loi relative à la police de la circulation routière, coordonnée par arrêté royal du 16 mars 1968 ou l’article 29, § 3, pratiquement identique, de la même loi, modifié par la loi du 7 février 2003, violent-ils les articles 10 et 11 de la Constitution en ce qu’ils prévoient un doublement de l’amende en cas de récidive de certaines infractions dans l’année à dater d’un jugement antérieur portant condamnation et passé en force de chose jugée et établissent de ce fait une distinction injustifiée entre les personnes qui sont poursuivies une deuxième fois pour une infraction dite grave, qui a eu lieu exactement autant de temps après la première infraction, selon que le jugement portant sur la première infraction est ou non passé plus rapidement en force de chose jugée, et ce même si l’intéressé y a personnellement contribué ? » Le 15 juillet 2004, en application de l’article 72, § 1er, de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur la Cour d’arbitrage, les juges-rapporteurs E. de Groot et J.P. Moerman ont informé la Cour qu’ils pourraient être amenés à proposer de rendre un arrêt de réponse immédiate. (...) III. En droit (...) B.1. L’article 29, alinéa 4, des lois relatives à la police de la circulation routière, coordonnées le 16 mars 1968, énonce : « Les peines sont doublées s’il y a récidive dans l’année à dater d’un jugement antérieur portant condamnation et passé en force de chose jugée. » L’article 29, § 3, des mêmes lois, remplacé par l’article 6 de la loi du 7 février 2003 portant diverses dispositions en matière de sécurité routière, dispose : « Les peines d’amendes sont doublées s’il y a récidive sur une infraction visée au premier paragraphe dans l’année à dater d’un jugement antérieur, portant condamnation et passé en force de chose jugée. » 84146 BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE B.2. Bien que la question préjudicielle ne fasse pas suffisamment apparaître par elle-même dans quelle mesure la condition d’un délai d’un an et sa prise de cours seraient discriminatoires ni à l’égard de quelle catégorie de personnes il y aurait une discrimination, le dossier de l’affaire a quo fait apparaître que le prévenu dans l’instance principale est d’avis que la discrimination réside entre, d’une part, la situation de « quelqu’un qui commet une nouvelle infraction dans l’année suivant la première infraction et qui échappe à l’aggravation de la peine si, par suite de circonstances fortuites comme la lenteur du parquet ou du tribunal, une remise ou des voies de recours à l’initiative du prévenu, il n’est pas encore intervenu de jugement lorsque le deuxième fait est commis », et, d’autre part, la situation de « quelqu’un qui commet une deuxième infraction plus d’un an après la première infraction et qui encourt effectivement une aggravation de peine si le jugement dans la première affaire est intervenu tardivement par suite de circonstances fortuites ». Dans le mémoire justificatif, le prévenu devant le juge a quo critique en particulier le critère légal lui-même, qui conduit, selon lui, à un traitement inégal parce qu’il est fondé sur la date de la condamnation, en ce qui concerne le premier fait punissable, et sur la date à laquelle le nouveau fait est commis, en ce qui concerne le second fait punissable, et non sur les dates auxquelles les premier et second faits ont été commis. De cette manière, selon que la condamnation pour le premier fait punissable intervient rapidement ou tardivement, des personnes qui se trouvent dans la même situation sont traitées inégalement en ce qui concerne la constatation de la récidive. B.3. La disposition en cause, tant dans son ancienne que dans sa nouvelle version, prévoit un doublement de la peine en cas de récidive de la même infraction dans l’année à dater d’un jugement antérieur portant condamnation et passé en force de chose jugée. Le délai dans lequel l’infraction doit avoir été commise pour qu’il puisse être question de récidive prend donc cours au moment où la condamnation qui se trouve à la base de la récidive est passée en force de chose jugée. En matière pénale, une condamnation a force de chose jugée lorsqu’elle n’est plus susceptible d’appel, d’opposition dans les délais normaux ou de pourvoi en cassation. B.4. En prenant comme point de départ non pas la date de l’infraction mais la date de la décision du juge pénal passée en force de chose jugée, le législateur a opté pour un critère sûr, non susceptible de contestation et qui peut être établi de manière objective. Il est du reste exigé que le jugement prononce une condamnation pénale - donc pas une décision de classement sans suite ou de peine administrative - qui soit passée en force de chose jugée au moment où la seconde infraction est commise, de sorte qu’elle soit irrévocable, et qu’il ait été prononcé par une juridiction belge. Le critère d’une condamnation passée en force de chose jugée est pertinent à la lumière de la règle de la récidive, qui implique qu’une personne dont la condamnation est irrévocable est consciente, dès la condamnation, de ce qu’elle risque un alourdissement légal de la peine si elle commet une nouvelle infraction pendant le délai légal. B.5. On ne saurait considérer que la disposition en cause ait des effets disproportionnés, étant donné qu’il est précisément de l’intérêt du prévenu que la récidive qui conduit, en l’espèce, à un alourdissement de la peine, soit basée sur un critère qui ne peut être contesté, de sorte qu’il apparaît logique de faire débuter ce délai à compter du jour où le jugement est irrévocable. La disposition en cause traite en outre de manière identique tous les prévenus qui récidivent dans l’année à dater d’un jugement antérieur portant condamnation et passé en force de chose jugée. Même si des différences peuvent apparaître, selon que le jugement portant condamnation qui est passé en force de chose jugée suit rapidement ou non les premiers faits, comme le soutient le prévenu devant la juridiction de jugement, ceci n’est pas de nature à produire des effets disproportionnés. Une telle différence de traitement ne découle du reste pas de la disposition en cause mais bien de circonstances qui lui sont étrangères, telles que l’usage ou non de voies de recours ou le fonctionnement de la justice. B.6. La question préjudicielle appelle une réponse négative. Par ces motifs, la Cour dit pour droit : L’article 29, alinéa 4, des lois relatives à la police de la circulation routière, coordonnées le 16 mars 1968, ne viole pas les articles 10 et 11 de la Constitution en ce qu’il double les peines en cas de récidive dans l’année à dater d’un jugement antérieur, portant condamnation et passé en force de chose jugée. L’article 29, § 3, des lois relatives à la police de la circulation routière, coordonnées le 16 mars 1968, tel qu’il a été remplacé par l’article 6 de la loi du 7 février 2003 portant diverses dispositions en matière de sécurité routière, ne viole pas les articles 10 et 11 de la Constitution en ce qu’il double les peines en cas de récidive dans l’année à dater d’un jugement antérieur, portant condamnation et passé en force de chose jugée. Ainsi prononcé en langue néerlandaise et en langue française, conformément à l’article 65 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur la Cour d’arbitrage, à l’audience publique du 3 novembre 2004. Le greffier, Le président, L. Potoms. A. Arts. ÜBERSETZUNG SCHIEDSHOF [2004/203666] Auszug aus dem Urteil Nr. 179/2004 vom 3. November 2004 Geschäftsverzeichnisnummer 3049 In Sachen: Präjudizielle Frage in bezug auf Artikel 29 Absatz 4 der am 16. März 1968 koordinierten Gesetze über die Straßenverkehrspolizei, gestellt vom Polizeigericht Antwerpen. Der Schiedshof, zusammengesetzt aus den Vorsitzenden A. Arts und M. Melchior, und den Richtern P. Martens, R. Henneuse, M. Bossuyt, E. De Groot und J.-P. Moerman, unter Assistenz des Kanzlers L. Potoms, unter dem Vorsitz des Vorsitzenden A. Arts, verkündet nach Beratung folgendes Urteil: I. Gegenstand der präjudiziellen Frage und Verfahren In seinem Urteil vom 29. Juni 2004 in Sachen der Staatsanwaltschaft gegen M. Storme, dessen Ausfertigung am 2. Juli 2004 in der Kanzlei des Schiedshofes eingegangen ist, hat das Polizeigericht Antwerpen folgende präjudizielle Frage gestellt: 84147BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE «Verstößt Artikel 29 Absatz 4 des durch den königlichen Erlaß vom 16. März 1968 koordinierten Gesetzes über die Straßenverkehrspolizei bzw. der nahezu gleichlautende Artikel 29 § 3 desselben Gesetzes in der durch das Gesetz vom 7. Februar 2003 abgeänderten Fassung gegen die Artikel 10 und 11 der Verfassung, indem er eine Verdoppelung der Geldstrafe vorschreibt, wenn es binnen einem Jahr ab einem früheren auf Verurteilung lautenden, rechtskräftig gewordenen Urteil zu einem Rückfall in bestimmte Verstöße kommt, und er somit einen ungerechtfertigten Unterschied zwischen Personen einführt, die zum zweiten Mal wegen eines sog. schweren Verstoßes verfolgt werden, der genau ebenso viel Zeit nach dem ersten Verstoß begangen wurde, je nachdem, ob das Urteil über den ersten Verstoß schneller oder weniger schnell rechtskräftig geworden ist, und zwar ungeachtet dessen, ob der Betroffene persönlich dazu beigetragen hat?» Am 15. Juli 2004 haben die referierenden Richter E. De Groot und J.-P. Moerman in Anwendung von Artikel 72 Absatz 1 des Sondergesetzes vom 6. Januar 1989 über den Schiedshof den Hof davon in Kenntnis gesetzt, daß sie dazu veranlaßt werden könnten, vorzuschlagen, ein Urteil in unverzüglicher Beantwortung zu verkünden. (...) III. In rechtlicher Beziehung (...) B.1. Artikel 29 Absatz 4 der am 16. März 1968 koordinierten Gesetze über die Straßenverkehrspolizei lautet: «Die Strafen werden verdoppelt, wenn es binnen einem Jahr nach einem früheren auf Strafe lautenden, rechtskräftig gewordenen Urteil zu einem Rückfall kommt.» Artikel 29 § 3 derselben Gesetze, ersetzt durch Artikel 6 des Gesetzes vom 7. Februar 2003 zur Festlegung verschiedener Bestimmungen in Sachen Verkehrssicherheit, lautet: «Die Geldstrafen werden verdoppelt, wenn es binnen einem Jahr ab einem früheren auf Verurteilung lautenden, rechtskräftig gewordenen Urteil zu einem Rückfall in einen in § 1 erwähnten Verstoß kommt.» B.2. Obwohl aus der präjudiziellen Frage selbst nicht ausreichend deutlich wird, in welchem Maße die Bedingung einer Frist von einem Jahr und deren Anfangsdatum diskriminierend wären, und ebenfalls nicht, in bezug auf welche Kategorien von Personen eine Diskriminierung bestehen würde, geht aus der Akte der Rechtssache vor dem verweisenden Richter hervor, daß der Angeklagte im Grundstreit der Auffassung ist, die Diskriminierung bestehe zwischen einerseits der Situation «einer Person, die innerhalb eines Jahres nach dem ersten Verstoß einen neuen Verstoß begeht und der Straferschwerung entgeht, wenn durch die zufälligen Umstände wie Langsamkeit der Staatsanwalt schaft oder des Gerichts oder Aussetzung oder Rechtsmittel auf Initiative des Angeklagten zum Zeitpunkt des zweiten Verstoßes noch kein Urteil erfolgt ist» und andererseits der Situation «einer Person, die einen zweiten Verstoß nach mehr als einem Jahr nach dem ersten Verstoß begeht und der eine Straferschwerung auferlegt wird, wenn das Urteil in der ersten Rechtssache durch zufällige Umstände spät erfolgt ist». Im Begründungsschriftsatz bemängelt der Angeklagte vor dem verweisenden Richter insbesondere das eigentliche gesetzliche Kriterium, das seines Erachtens zu einer ungleichen Behandlung führe, da es auf dem Datum der Verurteilung beruhe in bezug auf die erste Straftat und auf dem Datum, an dem die neue Tat begangen worden sei, in bezug auf die zweite Straftat, und nicht auf dem Datum, an dem die erste und die zweite Straftat begangen worden seien. Hierdurch würden je nachdem, ob die Verurteilung wegen der ersten Straftat schnell oder langsam erfolge, Personen, die sich in der gleichen Situation befänden, hinsichtlich der Feststellung des Rückfalls ungleich behandelt. B.3. Die fragliche Bestimmung schreibt sowohl in der alten als auch in der neuen Fassung eine Verdoppelung der Strafe vor bei Rückfall in denselben Verstoß innerhalb eines Jahres ab einem früheren auf Verurteilung lautenden, rechtskräftigen Urteil. Die Frist, innerhalb deren die Straftat begangen worden sein muß, damit von Rückfall die Rede ist, beginnt folglich zu dem Zeitpunkt, an dem die Verurteilung, die dem Rückfall zugrunde liegt, rechtskräftig wurde. In Strafsachen ist eine Verurteilung rechtskräftig, wenn gegen sie keine Berufung, kein Einspruch innerhalb der gewöhnlichen Frist oder keine Kassationsbeschwerde mehr eingelegt werden kann. B.4. Indem der Gesetzgeber nicht das Datum des Verstoßes, sondern das Datum des rechtskräftigen Urteils des Strafrichters als Anfangsdatum vorgesehen hat, hat er sich für ein sicheres und nicht anfechtbares Kriterium entschieden, das objektiv zu bestimmen ist. Im übrigen ist es erforderlich, daß es sich um eine strafrechtliche Verurteilung handelt - also keine Entscheidung zur Einstellung der Strafverfolgung oder keine Verwaltungsstrafe -, daß sie zum Zeitpunkt der neuen Straftat rechtskräftig war, so daß sie unanfechtbar war, und daß sie durch ein belgisches Gericht verhängt wurde. Das Kriterium einer rechtskräftigen Verurteilung ist sachdienlich in bezug auf die Regelung des Rückfalls, die darin besteht, daß jemand, der unanfechtbar verurteilt wurde, sich ab diesem Zeitpunkt bewußt ist, daß er sich einer gesetzlichen Straferschwerung aussetzt, wenn er innerhalb der gesetzlich vorgesehenen Frist eine erneute Straftat begeht. B.5. Es kann nicht davon ausgegangen werden, daß die fragliche Bestimmung unverhältnismäßige Folgen mit sich bringen würde, da es gerade im Interesse des Angeklagten liegt, daß der Rückfall, der im vorliegenden Fall zur Straferschwerung führt, auf einem Kriterium beruht, das nicht in Frage zu stellen ist, so daß es logisch erscheint, diese Frist zu dem Zeitpunkt beginnen zu lassen, an dem das Urteil unwiderruflich wird. Sie behandelt außerdem alle Angeklagten, die innerhalb eines Jahres ab einem früheren auf Verurteilung lautenden, rechtskräftig gewordenen Urteil rückfällig werden, auf die gleiche Weise. Selbst wenn es Unterschiede geben kann je nachdem, ob das auf Verurteilung lautende, rechtskräftig gewordene Urteil schnell auf die erste Tat erfolgt ist oder nicht, wie der Angeklagte vor dem Tatrichter anführt, kann dies nicht zu unverhältnismäßigen Folgen führen. Ein solcher Behandlungsunterschied ergibt sich im übrigen nicht aus der fraglichen Bestimmung, sondern aus Umständen, die ihr fremd sind, wie beispielsweise das etwaige Einlegen von Rechtsmitteln oder die Arbeitsweise des Gerichts. B.6. Die präjudizielle Frage ist verneinend zu beantworten. Aus diesen Gründen: Der Hof erkennt für Recht: Artikel 29 Absatz 4 der am 16. März 1968 koordinierten Gesetze über die Straßenverkehrspolizei verstößt nicht gegen die Artikel 10 und 11 der Verfassung, indem er die Strafen verdoppelt, wenn es binnen einem Jahr ab einem früheren auf Verurteilung lautenden, rechtskräftig gewordenen Urteil zu einem Rückfall kommt. Artikel 29 § 3 der am 16. März 1968 koordinierten Gesetze über die Straßenverkehrspolizei, ersetzt durch Artikel 6 des Gesetzes vom 7. Februar 2003 zur Festlegung verschiedener Bestimmungen in Sachen Verkehrssicherheit, verstößt nicht gegen die Artikel 10 und 11 der Verfassung, indem er die Strafen verdoppelt, wenn es binnen einem Jahr ab einem früheren auf Verurteilung lautenden, rechtskräftig gewordenen Urteil zu einem Rückfall kommt. 84148 BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE Verkündet in niederländischer und französischer Sprache, gemäß Artikel 65 des Sondergesetzes vom 6. Januar 1989 über den Schiedshof, in der öffentlichen Sitzung vom 3. November 2004. Der Kanzler, Der Vorsitzende, (gez.) L. Potoms. (gez.) A. Arts. * COMMISSIE VOOR HET BANK-, FINANCIE EN ASSURANTIEWEZEN [2004/95073] Toelatingen verleend aan een onderneming om aan verzekeringen te doen Bij beslissing van het Directiecomité van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen, op datum van 30 november 2004, wordt aan de onderneming « Delcredere » (administratief codenum mer 2385), naamloze vennootschap, waarvan de maatschappelijke zetel is gevestigd Montoyerstraat 3, te 1000 Brussel, de toelating verleend om de volgende takken te beoefenen : — « Krediet » (tak 14); — « Borgtocht » (tak 15). Deze beslissing treedt in werking vanaf de onderhavige bekend making. (38977) Bij beslissing van het Directiecomité van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen, op datum van 30 november 2004, wordt aan de onderneming « Europ Assistance (Belgium) » (admini stratief codenummer 1401), naamloze vennootschap, waarvan de maatschappelijke zetel is gevestigd Triomflaan 172, te 1160 Brussel, de toelating verleend om de volgende takken te beoefenen : — « Algemene B.A. » (tak 13); — « Diverse geldelijke verliezen » (tak 16). Deze beslissing treedt in werking vanaf de onderhavige bekend making. (38978) * COMMISSIE VOOR HET BANK-, FINANCIE EN ASSURANTIEWEZEN [2004/95074] Mededeling van een fusie door overneming tussen twee verzeke ringsondernemingen gevestigd in een lid-Staat van de Europese Economische Ruimte andere dan België De onderneming naar Italiaans recht « Toro Assicurazioni S.p.A. », waarvan de maatschappelijke zetel is gevestigd via Arcivescovado 16, te 10121 Turijn - I, werd, met uitwerking op 1 december 2004, opgeslorpt door de onderneming naar Italiaans recht « Ronda S.p.A. », waarvan de maatschappelijke zetel is gevestigd via Montefeltro 6/a, te 20156 Milaan - I. Tengevolge deze fusie door overneming verandert de onderneming « Ronda S.p.A. » haar benaming in « Toro Assicurazioni S.p.A. », met als nieuw adres via Mazzini 53, te Turijn - I. Deze fusie door overneming werd door de Italiaanse autoriteiten op datum van 10 september 2004 goedgekeurd. Aangezien de portefeuille van de opgeslorpte onderneming levens verzekeringscontracten bevat die op het grondgebied van België in vrije dienstverrichting onderschreven werden, geschiedt huidige bekendma king overeenkomstig artikel 14 van de richtlijn 2002/83/EG. (38979) * FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN [C − 2004/00646] Raad van State. — Vacature voor twee mandaten van Franstalig assessor bij de afdeling wetgeving Twee mandaten van Franstalig assessor zijn vacant geworden bij de afdeling wetgeving van de Raad van State. De kandidaten moeten ten minste 37 jaar oud en doctor of licentiaat in de rechten zijn, een nuttige juridische beroepservaring van ten minste tien jaar kunnen doen gelden en aan een van de volgende voorwaarden voldoen : COMMISSION BANCAIRE, FINANCIERE ET DES ASSURANCES [2004/95073] Agréments accordés à une entreprise pour faire des opérations d’assurances Par décision du Comité de Direction de la Commission bancaire, financière et des Assurances, en date du 30 novembre 2004, est accordé l’agrément à l’entreprise « Ducroire » (code administratif numéro 2385), société anonyme, dont le siège social est situé rue Montoyer 3, à 1000 Bruxelles, pour pratiquer les branches : — « Crédit » (branche 14); — « Caution » (branche 15). Cette décision entre en vigueur le jour de la présente publica tion. (38977) Par décision du Comité de Direction de la Commission bancaire, financière et des Assurances, en date du 30 novembre 2004, est accordé l’agrément à l’entreprise « Europ Assistance (Belgium) » (code admi nistratif numéro 1401), société anonyme, dont le siège social est situé boulevard du Triomphe 172, à 1160 Bruxelles, pour pratiquer les branches : — « R.C. générale » (branche 13); — « Pertes pécuniaires diverses » (branche 16). Cette décision entre en vigueur le jour de la présente publica tion. (38978) COMMISSION BANCAIRE, FINANCIERE ET DES ASSURANCES [2004/95074] Information d’une fusion par absorption entre deux entreprises d’assurances établies dans un Etat membre de l’Espace économique européen autre que la Belgique L’entreprise de droit italien « Toro Assicurazioni S.p.A. », dont le siège social est situé via Arcivescovado 16, à 10121 Turin - I, a été absorbée, avec effet au 1er décembre 2004, par l’entreprise de droit italien « Ronda S.p.A. », dont le siège social est situé via Monte feltro 6/a, à 20156 Milan - I. Suite à cette fusion par absorption l’entreprise « Ronda S.p.A. » change sa dénomination en « Toro Assicurazioni S.p.A. », dont l’adresse du siège social devient via Mazzini 53, à Turin - I. Cette fusion par absorption a été autorisée par l’autorité italienne le 10 septembre 2004. Le portefeuille de l’entreprise absorbée comprenant des contrats d’assurance-vie souscrits sur le territoire de la Belgique en régime de libre prestation de services, la présente publication est faite conformé ment à l’article 14 de la directive 2002/83/CE. (38979) SERVICE PUBLIC FEDERAL INTERIEUR [C − 2004/00646] Conseil d’Etat. — Vacance de deux mandats d’assesseur, d’expression française, auprès de la section de législation Deux mandats d’assesseur d’expression française sont à conférer au Conseil d’Etat auprès de la section de législation. Les candidats doivent être âgés d’au moins trente-sept ans, être docteurs en droit ou licenciés en droit, justifier d’une expérience professionnelle utile de nature juridique de dix ans au moins et satisfaire à l’une des conditions suivantes : 84149BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE 1° geslaagd zijn voor het vergelijkend examen van adjunct-auditeur en adjunct-referendaris bij de Raad van State, het vergelijkend examen van referendaris bij het Arbitragehof, het vergelijkend examen van adjunct-auditeur bij het Rekenhof of het examen inzake beroepsbe kwaamheid bedoeld in artikel 259bis van het Gerechtelijk Wetboek; 2° een administratieve functie met minstens rang 15 of een gelijk waardige rang uitoefenen bij een Belgische overheidsdienst of bij een Belgische overheidsinstelling; 3° met goed gevolg een proefschrift tot het verkrijgen van het doctoraat in de rechtsgeleerdheid hebben verdedigd of geaggregeerde zijn voor het hoger onderwijs in de rechten; 4° in België een ambt van magistraat van het openbaar ministerie of van werkend rechter uitoefenen; 5° houder zijn van een leeropdracht rechtswetenschappen aan een Belgische universiteit. De kandidaturen, met curriculum vitae, worden bij ter post aange tekende brief toegezonden aan de Eerste Voorzitter van de Raad van State, Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel, ten laatste op 14 januari 2005. De kandidaten die reeds hun kandidatuur hebben ingediend naar aanleiding van het bericht verschenen in het Belgisch Staatsblad van 6 augustus en 3 september 2004, hoeven geen nieuwe kandidaatstelling in te dienen voor deze betrekking. Voor nadere inlichtingen kunnen de kandidaten zich wenden tot Mevr. Martine de Saint-Georges op het nummer 02-234 96 58 van de Algemene Diensten. * FEDERAAL AGENTSCHAP VOOR DE VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN [C − 2004/22953] Vernieuwing van het Wetenschappelijk Comité van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen Artikel 8 van de wet van 4 februari 2000 houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (Belgisch Staatsblad van 18 februari 2000) stelt bij het Agentschap een Wetenschap pelijk Comité in bestaande uit nationale en internationale deskundigen in de materies waarvoor het Agentschap bevoegd is. Dit comité adviseert omtrent en onderzoekt, zowel op eigen initiatief als op vraag van de Minister of de Gedelegeerd bestuurder, alle aangelegenheden die behoren tot de bevoegdheid van het Agentschap en die het door het Agentschap gevolgde en te volgen beleid betreffen. Dit comité dient verplicht te worden geraadpleegd over alle wetsontwerpen en alle ontwerpen van koninklijke besluiten ter uitvoering van wetten betref fende materies waarvoor het Agentschap bevoegd is als bedoeld in artikel 4 van de wet van 4 februari 2000. De Koning bepaalt bij een in de Ministerraad overlegd besluit de onverenigbaarheden met betrek king tot de beroepsuitoefening van de deskundigen. De Koning benoemt bij een in de Ministerraad overlegd besluit de leden van het comité. Het Comité bestaat uit ten hoogste 20 leden (artikel 2 van het koninklijk besluit van 19 mei 2000 betreffende de samenstelling en de werkwijze van het Wetenschappelijk Comité ingesteld bij het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen). Het Comité werd geïnstalleerd op 24 januari 2001. De mandaten van de huidige leden lopen tot 24 januari 2005. Ten einde de werking van het Wetenschap pelijk Comité ook na deze datum te bekomen, wordt thans een oproep gedaan voor kandidaten die lid willen worden van het comité. De sollicitaties zullen worden onderzocht door een selectiecommissie, waarvan de leden aangesteld zijn bij ministerieel besluit van 19 april 2004 houdende de oprichting van een selectiecommissie belast met de beoordeling van de kandidaturen voor het Wetenschappelijk Comité ingesteld bij het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen. De leden van het Wetenschappelijk Comité worden benoemd voor een periode die afloopt op 25 januari 2009. Die dag worden nieuwe mandaten opengesteld met een duur van 4 jaar. De leden hebben recht op terugbetaling voor hun verplaatsingskosten, presentiegeld en vergoedingen voor dossieronderzoeken waarvoor ze aangesteld zijn als verslaggever. 1° avoir réussi le concours d’auditeur adjoint et de référendaire adjoint au Conseil d’Etat, le concours de référendaire à la Cour d’arbitrage, le concours d’auditeur adjoint à la Cour des comptes ou l’examen d’aptitude professionnelle prévu par l’article 259bis du Code judiciaire; 2° exercer une fonction administrative du rang 15 au moins ou équivalent dans une administration publique belge soit dans un organisme public belge; 3° avoir présenté avec succès une thèse de doctorat en droit ou être agrégé de l’enseignement supérieur en droit; 4° exercer, en Belgique, des fonctions de magistrat du ministère public ou de juge effectif; 5° être titulaire d’une charge d’enseignement du droit dans une université belge. Les candidatures, accompagnées d’un curriculum vitae, doivent être envoyées, sous pli recommandé à la poste, au Premier Président du Conseil d’Etat, rue de la Science 33, à 1040 Bruxelles, au plus tard le 14 janvier 2005. Les candidatures à l’emploi ayant fait l’objet des avis publiés au Moniteur belge des 6 août et 3 septembre 2004 sont considérées comme étant maintenue pour cet emploi. Toute autre information utile peut être obtenue auprès de Mme Mar tine de Saint-Georges, Services généraux : tél. 02-234 96 58. AGENCE FEDERALE POUR LA SECURITE DE LA CHAINE ALIMENTAIRE [C − 2004/22953] Renouvellement du Comité scientifique de l’Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire L’article 8 de la loi du 4 février 2000 relative à la création de l’Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire (Moniteur belge du 18 février 2000) institue auprès de l’Agence un Comité scientifique, composé d’experts nationaux et internationaux dans les matières relevant de la compétence de l’Agence. Ce Comité examine et donne des avis, tant de sa propre initiative qu’à la demande du Ministre ou de l’Administrateur délégué, sur toutes les matières relevant de la compétence de l’Agence et relatives à la politique suivie et à suivre par l’Agence. Le Comité doit obligatoirement être consulté sur tous les projets de loi et tous les projets d’arrêtés royaux d’exécution de lois relatives aux matières relevant de la compétence de l’Agence visées à l’article 4 de la loi du 4 février 2000. Le Roi détermine par arrêté délibéré en Conseil des Ministres les incompatibilités relatives à l’exercice de la profession des experts. Le Roi nomme les membres du Comité par arrêté délibéré en Conseil des Ministres. Le Comité est composé de maximum vingt membres (article 2 de l’arrêté royal du 19 mai 2000 relatif à la composition et au fonctionne ment du Comité scientifique institué auprès de l’Agence Fédérale pour la Sécurité de la Chaîne Alimentaire). Ce Comité a été installé le 24 janvier 2001. Les mandats des membres actuels courent jusqu’au 24 janvier 2005. En vue de garantir le fonctionnement du Comité scientifique également après cette date, un appel est fait aux candidats pour en devenir membres. Les sollicitations seront examinées par une commission de sélection, dont les membres ont été désignés par l’arrêté ministériel du 19 avril 2004 portant constitution d’une commission de sélection chargée de l’évaluation des candidatures pour le Comité scientifique de l’Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne Alimentaire. Les membres seront nommés pour une période courant jusqu’au 25 janvier 2009. A cette date, de nouveaux mandats seront vacants pour une durée de 4 ans. Les membres ont droit au remboursement de leurs frais de déplacement, à des jetons de présence et à des indemnités pour l’étude de dossiers lorsqu’ils sont désignés en tant que rapporteurs. 84150 BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE Kandidaten moeten rekening houden met het feit dat zij elke maand een plenaire zitting moeten bijwonen, deel moeten uitmaken van werkgroepen, dossiers moeten bestuderen en moeten meewerken aan het uitbrengen van adviezen en het evalueren van risico’s. Zij moeten deel uitmaken van een universitaire of wetenschappelijke instelling in België of in het buitenland. Zij moeten geheel onpartijdig en onafhan kelijk kunnen werken : de leden van het Wetenschappelijk Comité mogen geen deel uitmaken van de raad van bestuur, de directie of het personeel van een instelling die door het Agentschap wordt gecontro leerd. De leden wordt apart benoemd. Belangstellenden dienen een verklaring in te dienen waarin zij zich ertoe verbinden onafhankelijk van alle externe invloed te zullen handelen alsook een verklaring waarin kennis wordt gegeven van belangen die als nadelig voor hun onafhankelijkheid zouden kunnen worden beschouwd. Zij moeten expert zijn in een of meer vakgebieden waarvoor het Agentschap bevoegd is, in het bijzonder (1) : — Risico-analyse; — Toxicologie; — Microbiologie; — Biochemie; — Chemische en microbiologische analysen; — Technologie van de voeding of van de dierenvoeding; — Voedings- en dieetleer; — Pharmacologie; — Bestrijdingsmiddelen in land- en tuinbouw; — Contaminanten en additieven in de voeding; — Hygiëne; — Genetische manipulatie; — Ioniserende stralingen; — Plantengezondheid en kwaliteit van plantaardige producten; — Dierengezondheid en kwaliteit van dierlijke producten; — Leefmilieu; — Epidemiologie; — Biostatistiek; — Geneeskunde; — Andere disciplines die van belang kunnen zijn voor het Agent schap. De kandidaturen voor de functie van lid van het Wetenschappelijk Comité van het Agentschap moeten door de kandidaten zelf ingediend worden en vergezeld zijn van i) een uitgebreid curriculum vitae, waarbij de nadruk gelegd wordt op de elementen waaruit blijkt dat de kandidaat deskundig is in één of meer van de bedoelde disciplines; ii) een verklaring waarin de kandidaat zich ertoe verbindt onafhankelijk van alle externe invloed te zullen handelen; iii) een verklaring waarin kennis wordt gegeven van belangen die als nadelig voor de onafhan kelijkheid van de kandidaat zou kunnen beschouwd worden. Sollicitaties moeten voor 7 januari 2005 aangetekend worden toege zonden aan : Dr. P. Vanthemsche Gedelegeerd bestuurder FAVV, WTC III Simon Bolivarlaan 30 (21e verdieping) 1000 Brussel Bijkomende informatie kan worden bij Dr. Claude Saegerman (Wetenschappelijk Secretariaat van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen). Tel. : 02-208 38 45. Fax : 02-208 38 66. E-mail : Claude.saegerman@afsca.be Nota’s (1) Zie ook de in artikel 5 van de wet van 4 februari 2000 opgenomen wetten en de bevoegdheid van het Agentschap zoals omschreven in artikel 4 van deze wet. Les candidats doivent tenir compte du fait qu’ils devront participer aux séances plénières mensuelles, prendre part à des groupes de travail, étudier des dossiers et coopérer à l’émission d’avis et à l’évaluation des risques. Les candidats doivent appartenir aux institutions universitaires ou scientifiques belges ou étrangères. Ils devront pouvoir travailler en toute impartialité et en toute indépendance : les membres du Comité scientifique ne peuvent pas appartenir au conseil d’administration, à la direction ou au personnel d’un établissement soumis au contrôle de l’Agence. Les membres sont nommés à titre individuel. Les candidats sont tenus de joindre une déclaration par laquelle ils s’engagent à agir indépendamment de toute influence externe ainsi qu’une déclaration qui indique tout intérêt qui pourrait être considéré comme préjudicia ble à leur indépendance. Ils doivent être expert dans une ou plusieurs disciplines relevant de la compétence de l’Agence, en particulier (1) : — Analyse des risques; — Toxicologie; — Microbiologie; — Biochimie; — Analyses chimiques et microbiologiques; — Technologie de l’alimentation humaine ou animale; — Nutrition et diététique; — Pharmacologie; — Pesticides dans l’agriculture et l’horticulture; — Contaminants et additifs dans l’alimentation; — Hygiène; — Manipulation génétique; — Radiations ionisantes; — Santé des plantes et qualité des produits végétaux; — Santé des animaux et qualité des produits de viande; — Environnement; — Epidémiologie; — Biostatistique; — Médecine; — Autres disciplines susceptibles d’intéresser l’Agence. Les candidatures pour la fonction de membre du Comité scientifique de l’Agence doivent être introduites par les candidats eux-mêmes et sont accompagnées de i) un curriculum vitae étendu, mettant l’accent sur les éléments prouvant l’expertise du candidat dans une ou plusieurs des disciplines visées; ii) une déclaration par laquelle ils s’engagent à agir indépendamment de toute influence externe; iii) une déclaration qui indique tout intérêt qui pourrait être considéré comme préjudiciable à leur indépendance. Les candidatures doivent être introduites, par recommandé avant le 7 janvier 2005 à l’adresse suivante : Dr. P. Vanthemsche Administrateur délégué AFSCA, WTC III Bld. Simon Bolivar 30 (21e étage) 1000 Bruxelles. Des renseignements supplémentaires peuvent être obtenus auprès du Dr. Claude Saegerman (Sécretariat Scientifique de l’Agence Fédérale pour la Sécurité de la Chaîne Alimentaire). Tel. : 02-208 38 45. Fax : 02-208 38 66. E-mail : Claude.saegerman@afsca.be Notes (1) Voir également les lois reprises à l’article 5 de la loi du 4 février 2000 et la compétence de l’Agence telle que décrite à l’article 4 de ladite loi. 84151BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE WETTELIJKE BEKENDMAKINGEN EN VERSCHILLENDE BERICHTEN PUBLICATIONS LEGALES ET AVIS DIVERS Wet van 29 maart 1962 (artikelen 9 en 21) Loi du 29 mars 1962 (articles 9 et 21) Gemeente Oostkamp Bijzonder plan van aanleg — Bericht van openbaar onderzoek Het college van burgemeester en schepenen brengt, overeenkomstig de bepalingen van artikel 19 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, gewijzigd bij decreet van 19 december 1998 houdende bepalingen tot begeleiding van de begro ting 1999, bij decreet van 18 mei 1999 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en bij decreten van 26 april 2000, 13 juli 2001, 8 maart 2002, 19 juli 2002, 28 februari 2003, 4 juni 2003 en 21 november 2003 ter kennis van de bevolking dat het B.P.A. Roden bachstraat door de gemeenteraad, in zitting van 18 november 2004, voorlopig werd aanvaard. Het B.P.A. omvat de noordoostelijke rand van de kern Oostkamp, in een overgangsgebied tussen residentiële bebouwing op die rand, bedrijvigheid rond de « Rampe », de open ruimte aan de overzijde van de spoorweg en de groenzone in het zuiden, tussen de ring en de spoorweg. Het plangebied wordt begrensd door de Kwadeplasstraat, de achter perceelsgrens van de residentiële bebouwing langs de Kwadeplasstraat en de Albrecht Rodenbachstraat en het achtergelegen brandstoffen bedrijf, de Albrecht Rodenbachstraat, de grens van het beboste gebied tussen de Albrecht Rodenbachstraat (grens B.P.A. Centrum-Oost) en de spoorlijn Brugge-Gent. Het plangebied omvat eveneens delen van het B.P.A. Centrum-Oost en het sectoraal B.P.A. zonevreemde bedrijven, die in het kader van deze B.P.A.-procedure gedeeltelijk (princiepsbeslissing gemeenteraad van 26 juni 2003) in herziening worden gesteld. Er is een onteigeningsplan gekoppeld aan het B.P.A. Rodenbachstraat in functie van de realisatie van het lokaal bedrijven terrein en de gemeenschapsvoorzieningen (met inbegrip van de buffer zones en het parkgebied). Dit bijzonder plan van aanleg, dat de bestaande toestand, een bestemmingsplan, een onteigeningsplan, een bundel stedenbouwkun dige voorschriften en een memorie van toelichting omvat, ligt ter inzage van het publiek in de dienst ruimtelijke ordening, Administra tief Centrum Beukenpark, Kapellestraat 19, 8020 Oostkamp, van 15 december 2004 tot 14 januari 2005, om 8 u. 30 m. Eventuele bezwaren of opmerkingen kunnen schriftelijk worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, A.C. Beuken park, Kapellestraat 19, 8020 Oostkamp, tegen uiterlijk 14 januari 2005, om 8 u. 30 m. Oostkamp, 25 november 2004. (38827) Aankondigingen − Annonces VENNOOTSCHAPPEN − SOCIETES Immocla, naamloze vennootschap, Sportstraat 11, 9960 Assenede R.P.R. 0448.539.381 Gezien de vergadering, gehouden op 7 december 2004, niet in aantal was, worden de aandeelhouders uitgenodigd op de buitengewone algemene vergadering in de studio van notaris Verschaffel, te Gent, Pr. Clementinalaan 108, dinsdag 28 december 2004, om 17 uur. — Agenda : 1. Verlenging en wijziging boekjaar; 2. Datum jaarvergade ring; 3. Aanpassing statuten W. 7 mei 1999; 4. Machtigingen; 5. Varia. De aandeelhouders worden verzocht, zich te schikken naar de statu ten. (38828) Wannijn, naamloze vennootschap, Buissestraat 36, 9690 Kluisbergen Ondernemingsnummer 0408.350.895 De jaarvergadering werd gehouden op 29 november 2004, om 17 uur, op de zetel van de vennootschap. De meerderheid der aandelen was niet aanwezig zodat niet rechtsgeldig kon beslist worden. De 2de vergadering gaat door op woensdag 22 december 2004, om 16 uur. Deze vergadering zal geldig zijn samengesteld en de aanwezige aandeel houders zullen rechtsgeldig kunnen beslissen. Agenda : 1. Goedkeuring jaarrekening per 30 juni 2004; 2. Decharge van de leden van de raad van bestuur; 3. Bestemming van het resultaat; 4. Herbenoeming van de bestuurders; 5. Varia. (38829) N.V. Jebema S.A., naamloze vennootschap, Trakelweg 5, 8800 Roeselare Rechtsgebied Kortrijk — R.P.R. 0443.236.946 Oproeping tot het bijwonen van de buitengewone algemene verga dering der aandeelhouders die zal worden gehouden te Brussel, Koningsstraat 55, op 22 december 2004, om 11 uur; de vergadering die doorgaat op 30 november 2004, zal het quorum niet halen. Agenda : 1. Kapitaalverhoging met driehonderd drieënzestig euro vijfenzestig cent (EUR 363,65), zonder creatie van aandelen, door afname van de beschikbare reserves. 2. Wijziging der statuten met actualisering ervan en aanpassing aan het Wetboek van vennootschappen zowel inhoudelijk als voor wat betreft de verwijzing naar de artikelen van de wet. 3. U gelieve uw effecten aan toonder minstens vijf volle dagen vóór de datum van de vergadering neer te leggen op de zetel van de vennootschap. (38830) De raad van bestuur. 84152 BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE Voeders Hanekop-Molens Vanhollebeke, naamloze vennootschap, Veldstraat 79, 8800 Roeselare Rechtsgebied Kortrijk — R.P.R. 0405.568.579 Oproeping tot het bijwonen van de buitengewone algemene verga dering der aandeelhouders die zal worden gehouden te Brussel, Koningsstraat 55, op 22 december 2004, om 11 u. 30 m., de vergadering die doorgaat op 30 november 2004, zal het quorum niet halen. Agenda : 1. Wijziging van de naam van de vennootschap in Hanekop-Molens Vanhollebeke/Hanekop-Moulins Vanhollebeke. 2. Kapitaalvermindering met één miljoen zevenhonderdzevenen zeventigduizend euro (EUR 1.077.000,00), zonder vernietiging van aandelen, door aanzuivering van verliezen. 3. Wijziging der statuten met actualisering ervan en aanpassing aan het Wetboek van vennootschappen zowel inhoudelijk als voor wat betreft de verwijzing naar de artikelen van de wet, met in artikel 20 schrapping van de woorden ″natuurlijke personen die hun mandaat uitoefenen in persoonlijke naam″. U gelieve uw effecten aan toonder minstens acht dagen vóór de datum van de vergadering neer te leggen op de zetel van de vennoot schap. (38831) De raad van bestuur. Thor-Invest, naamloze vennootschap, Minimenstraat 32, 1000 Brussel Ondernemingsnummer 0456.298.886 De gewone algemene vergadering der aandeelhouders zal gehouden worden op de maatschappelijke zetel, op 22 december 2004, om 18 uur. Dagorde : 1. Verslag van de raad van bestuur voor het boekjaar afgesloten per 30 juni 2004; 2. Goedkeuring van de jaarrekening afgesloten per 30 juni 2004; 3. Bestemming van het resultaat; 4. Verslag artikelen 96, 6° en 633; 5. Decharge verlening aan bestuurders; 6. Ontslag en benoeming bestuurders; 7. Diverse. (38832) Anciens Etablissements Haliss, société anonyme, clos Lamartine 1, 1420 Braine-l’Alleud Numéro d’entreprise 0412.756.477 Une assemblée générale extraordinaire se tiendra au siège social, le jeudi 22 décembre 2004, à 15 heures. — Ordre du jour : Renouvellement des mandats des administrateurs. Dépôt des titres, se conformer aux statuts. (38833) Société herstalienne pour la Finance, l’Industrie et le Commerce, en abrégé : « Her-Fic », société anonyme en liquidation, boulevard Emile de Laveleye 191, 4020 Liège R.C. Liège 1184 — T.V.A. 404.394.780 Mes Michel Mersch, et Etienne Chartier, avocats, liquidateurs de la société, ont l’honneur de convoquer les actionnaires de Her-Fic à une assemblée générale qui se tiendra le mercredi 22 décembre 2004, à 9 h 30 m, au siège social, boulevard Emile de Laveleye 191, à 4020 Liège, avec l’ordre du jour suivant : 1. Soumission à l’assemblée générale par les liquidateurs des comptes annuels de la société, clôturés au 31 décembre 2003, avec indication des causes qui ont empêché la liquidation d’être terminée. 2. Perspectives actuelles de la liquidation. Pour pouvoir être admis à cette assemblée, les actionnaires sont priés de se conformer aux perspectives des articles 37 et 38 des statuts. Les dépôts de titres peuvent se faire jusqu’au vendredi 17 décembre 2004 compris aux guichets des sièges et agences de la Banque ING, anciennement Bruxelles-Lambert. (38834) Les liquidateurs. « Jean-François Gaudin », société anonyme, rue Edouard Binamé 13 à Bois-de-Villers (commune de Profondeville) Numéro d’entreprise 0431.616.643 MM. les actionnaires sont priés d’assister à l’assemblée générale extraordinaire de la S.A. « Jean-François Gaudin » qui se tiendra le mercredi 22 décembre 2004, à 17 heures, en l’étude du notaire Jean Paul Declairfayt, à Assesse, rue Jaumain 9. Ordre du jour : Renouvellement des mandats des administrateurs et ratification des opérations posées par les administrateurs depuis l’expiration de leur mandat. (38835) Eurowalzin, société anonyme, avenue Château de Walzin 12/22, 1180 Uccle Numéro d’entreprise 0447.250.370 Convocation à l’assemblée générale extraordinaire Le conseil d’administration de la société Eurowalzin S.A. qui a son siège à 1180 Uccle, avenue Château de Walzin, a l’honneur d’inviter les porteurs d’actions émises en représentation du capital de la société à l’assemblée générale extraordinaire qui se tiendra à l’étude du notaire Van Den Eynde & Rousseau, rue Royale 207, à 1210 Bruxelles, le mercredi 22 décembre 2004, à 9 h 30 m. Ordre du jour : Suppression dans les statuts des références aux lois coordonnées sur les sociétés commerciales et les remplacer par les références aux dispositions légales applicables aux sociétés commerciales. (38836) L’administrateur délégué. Automatic Alarm, société anonyme, rue Metsys 91, 1030 Bruxelles Numéro d’entreprise 0401.860.013 Une assemblée générale extraordinaire se réunira au siège social, le 22 décembre 2004, à 18 heures. — Ordre du jour : 1. Nominations. 2. Divers. Pour assister à l’assemblée, les actionnaires sont priés de se conformer aux statuts. (38837) Euro-Consultance, société anonyme, rue de la Lys 21, 7500 Tournai R.P.M. 0461.885.096 — Ressort territorial du Tribunal de commerce de Tournai L’assemblée générale extraordinaire tenue le 1er décembre 2004, n’ayant pas réuni le quorum légal, MM. les actionnaires sont priés d’assister à une seconde assemblée générale extraordinaire le mercredi 22 décembre 2004, à 10 h 30 m, en l’étude des notaires associés, Jean-Luc Hachez, et Véronique Gribomont, à Tournai, boulevard du Roi Albert 8. Cette assemblée délibèrera valablement quel que soit le nombre de titres représentés sur l’ordre du jour suivant : 1. Refonte complète des statuts, sans modification des éléments fondamentaux de ceux-ci, en vue de les abréger et de leur adaptation aux derniers changements législatifs notamment pour y remplacer le renvoi aux articles des lois coordonnées sur les sociétés commerciales par un renvoi aux dispositions correspondantes du Code des sociétés, supprimer l’article relatif au capital autorisé devenu sans objet, intro duire la possibilité de limiter le nombre des administrateurs à deux dans le cas prévu par la loi, préciser en ce qui concerne les réunions du conseil d’administration, les modalités de convocation et de vote en cas d’urgence, introduire la possibilité de voter par correspondance aux assemblées générales. 84153BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE 2. Pouvoirs à conférer au conseil d’administration pour l’exécution des résolutions à prendre sur les objets qui précèdent. Le texte complet des modifications aux statuts peut être obtenu au siège de la société, sur simple demande de MM. les actionnaires. (38838) Le conseil d’administration. Technord, société anonyme, chaussée du Rœulx 9, 7000 Mons R.P.M. 0430.242.411 — Ressort territorial du Tribunal de commerce de Mons L’assemblée générale extraordinaire tenue le 1er décembre 2004, n’ayant pas réuni le quorum légal, MM. les actionnaires sont priés d’assister à une seconde assemblée générale extraordinaire le mercredi 22 décembre 2004, à 10 heures, en l’étude des notaires associés, Jean-Luc Hachez, et Véronique Gribomont, à Tournai, boulevard du Roi Albert 8. Cette assemblée délibèrera valablement quel que soit le nombre de titres représentés sur l’ordre du jour suivant : 1. Modification de l’article 12 des statuts pour y prévoir la possibilité de rémunérer le mandat d’administrateur. 2. Refonte complète des statuts, sans modification des éléments fondamentaux de ceux-ci, en vue de leur adaptation aux derniers changements législatifs notamment pour y remplacer le renvoi aux articles des lois coordonnées sur les sociétés commerciales par un renvoi aux dispositions correspondantes du Code des sociétés, supprimer l’article relatif au capital autorisé devenu sans objet, intro duire la possibilité de limiter le nombre des administrateurs à deux dans le cas prévu par la loi, préciser en ce qui concerne les réunions du conseil d’administration, les modalités de convocation et de vote en cas d’urgence, remplacer l’obligation de dépôt des titres préalablement à une assemblée par une faculté laissée à l’appréciation du conseil d’administration d’exiger ce dépôt préalable ou non, introduire la possibilité de voter par correspondance aux assemblées générales. 3. Pouvoirs à conférer au conseil d’administration pour l’exécution des résolutions à prendre sur les objets qui précèdent. Le texte complet des modifications aux statuts peut être obtenu au siège de la société, sur simple demande de MM. les actionnaires. (38839) Le conseil d’administration. Immo RJ, société anonyme, avenue des Martyrs 85, 4620 Fléron Numéro d’entreprise 0465.836.461 Le quorum de présence n’ayant pas été atteint lors de l’assemblée générale du 22 novembre 2004, une seconde assemblée générale ordinaire se réunira au siège social, le 22 décembre 2004, à 18 heures. Ordre du jour : 1. Approbation des comptes annuels arrêtés au 31 décembre 2003. 2. Affectation des résultats. 3. Décharge aux administrateurs. 4. Divers. Pour assister à l’assemblée, dépôt des titres au siège social, trois jours avant la réunion. (38840) Old Cedar Estate, société anonyme, avenue Elisabeth 18, 7850 Enghien R.C. Mons 132008 — T.V.A. 451.781.953 L’assemblée générale ordinaire se réunira au siège social, le 22 décembre 2004, à 18 heures. Ordre du jour : 1. Lecture et discussion des comptes annuels arrêtés au 30 juin 2004. 2. Approbation des comptes annuels et de l’affectation du résultat. 3. Décharge aux administrateurs. 4. Divers. (38841) Tuinbouwmaatschappij Van Linthout, naamloze in vereffening Horticole de Linthout, société anonyme en liquidation, rue du Nord 38, 1000 Bruxelles Registre des personnes morales 0403.333.225 Le nombre d’actions déposées en vue de l’assemblée générale extraordinaire du 2 décembre 2004, n’ayant pas permis de réunir le quorum requis par la loi pour délibérer valablement, les actionnaires sont priés d’assister à une seconde assemblée générale extraordinaire qui se tiendra le jeudi 23 décembre 2004, à 10 heures, au siège social de la société, rue du Nord 38, à Bruxelles, avec le même ordre du jour. Cette assemblée délibèrera valablement quel que soit le nombre de titres représentés. — Ordre du jour : 1. Rapport des liquidateurs sur les comptes annuels arrêtés au 30 novembre 2004. 2. Approbation des comptes annuels arrêtés au 30 novembre 2004. 3. Décharges à donner aux liquidateurs. 4. Clôture de la liquidation. 5. Conservation des livres et documents sociaux. 6. Procuration pour les formalités auprès du registre des personnes morales et de la Banque Carrefour. (38842) Les liquidateurs. AHH Vastgoed, naamloze vennootschap, Kraaienbosstraat 34, 2360 Oud-Turnhout Tijdens de buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders die doorgang vond op maandag 29.11.2004, om 10 uur, op het kantore van notaris Wim Vanberghen, werd besloten om de beraadslaging en besluitvorming over de punten 3, 4, 5, 6 en 8 van de agenda uit te stellen naar 22.12.2004, te 9 uur. De raad van bestuur van de vennootschap nodigt u hierbij uit voor de buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders die zal doorgaan op 22 december 2004, te 9 uur, op het kantore van notaris Wim Vanberghen, met studie gevestigd te 2360 Oud-Turnhout, steenweg op Turnhout 106. Op de agenda van deze vergadering staan de volgende punten : 3. Kennisname verslagen. 4. Goedkeuring jaarrekening 2003. 5. Kwijting bestuurders. 6. Ontslag en benoeming bestuurders. 8. Varia. De aandeelhouders die aan deze vergadering wensen deel te nemen dienen zich te schikken naar de artikelen 18 e.v. van de statuten. (84734) Adequat, naamloze vennootschap, Derbystraat 339, 9051 Gent H.R. Gent 193991 — BTW 431.793.025 Jaarvergadering op 22.12.2004, om 10 uur, op de zetel. — Dagorde : Verslag raad van bestuur. Goedkeuring jaarrekening per 30.06.2004. Bestemming resultaat. Kwijting bestuurders. Allerlei. (84735) Akar, naamloze vennootschap, Kuilstraat 23, 2480 Dessel RPR Turnhout 0449.934.894 Jaarvergadering op 27.12.2004, om 11 uur, op de zetel. — Agenda : Jaarverslag. Goedkeuring jaarrekening dd 30.06.2004. Bestemming resultaat. Kwijting bestuurders. Varia. (84736) 84154 BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE « Berry Finance », naamloze vennootschap, Ingelmunstersteenweg 162, 8780 Oostrozebeke Rechtspersonenregister nummer 0402.238.214 — BTW 402.238.214 Gerechtelijk arrondissement Kortrijk De houders van de effecten aan toonder worden uitgenodigd de buitengewone algemene vergadering bij te wonen op 23.12.2004, om 10 uur, op de studie van notaris Ignace Saey, te Deerlijk, Harel bekestraat 81, bus 48, met de volgende agenda : 1. Na kennisname van de vereiste verslagen van de commissaris en de raad van bestuur, kapitaalverhoging met S 4.492.587,17 om het kapitaal te brengen op S 69.544.205,41 door inbreng in natura, mits creatie en uitgifte van 31.609 aandelen zonder aanduiding van nomi nale waarde, uit te geven en in te schrijven tegen de globale prijs van S 8.921.070,00 inbegrepen een uitgiftepremie van S 4.428.482,83 welke geboekt zal worden op een onbeschikbare rekening « uitgiftepremies ». Inschrijving, volstorting en toekenning van de nieuwe aandelen en vaststelling van hun rechten. 2. Een tweede kapitaalverhoging met S 4.428.482,83 om het kapitaal te brengen op S 73.972.688,24 door inlijving van de onbeschikbare rekening « uitgiftepremies » ten belope van het overeenkomstige bedrag, zonder creatie en uitgifte van nieuwe aandelen. 3. Een derde kapitaalverhoging met S 311,76 om het kapitaal te brengen op S 73.973.000,00 door inlijving van beschikbare reserves ten belope van het overeenkomstige bedrag, zonder creatie en uitgifte van nieuwe aandelen. 4. Vaststelling van de verwezenlijking van de kapitaalverhogingen hiervoor. 5. Wijziging van de wijze van bijeenkomst en werking van de raad van bestuur. 6. Wijziging van het boekjaar om het voortaan te laten eindigen op dertig juni van elk jaar. Overgangsbepaling. 7. Wijziging van datum en uur van de jaarvergadering die voortaan zal gehouden worden op de laatste maandag van de maand oktober, om tien uur. Overgangsbepaling. 8. Aanpassing van de statuten aan de genomen besluiten hiervoor. 9. Opdracht tot coördinatie van de statuten en tot uitvoering van de genomen besluiten. 10. Afschaffing van het statuut van consolideerde vennootschap. 11. Ontslag - (her)benoeming bestuurders - volmachten. (84737) De bestuurders. Bieverim, naamloze vennootschap, Komenstraat 49, 8940 Wervik H.R. Ieper 34438 De aandeelhouders en de bestuurders worden uitgenodigd tot de gewone algemene vergadering op 27.12.2004, om 14 uur, op de zetel van de vennootschap met volgende agenda : 1. Lezing van de jaar rekening per 31.07.2004. 2. Goedkeuring van de jaarrekening per 31.07.2004. 3. Bestemming van het resultaat. 4. Verlenen van kwijting aan de bestuurders. 5. Goedkeuring standen lopende rekeningen. 6. Varia. (84738) Brunic, naamloze vennootschap, Kaaiplaats 5, 8630 Veurne RPR Veurne — BTW 457.941.948 Jaarvergadering op 27.12.2004, om 14 uur, op de zetel. — Dagorde : Verslag raad van bestuur. Goedkeuring jaarrekening per 30.06.2004. Bestemming resultaat. Kwijting bestuurders. Allerlei. (84739) Calino, société anonyme, rue du Marvis 283, 7742 Hérinnes-lez-Pecq R.C. Tournai 88986 — T.V.A. 456.778.344 Les actionnaires et les administrateurs sont invités à l’assemblée générale du 27.12.2004, au siège social à 11 heures, ayant comme ordre du jour : 1. Lecture et discussions du bilan et les annexes au 30.06.2004. 2. Approbation des documents ci-dessus. 3. Affectation du résultat de l’exercice. 4. Décharges des administrateurs. 5. L’approbation du solde des comptes-courant. 6. Divers. Les actionnaires sont demandés de respecter les statuts. (84740) De Speghel, commanditaire vennootschap op aandelen, Vosstraat 2, 8940 Wervik NN 859.613.901 De jaarvergadering zal gehouden worden op de maatschappelijke zetel op maandag 27.12.2004, om 18 uur. — Agenda : 1. Goedkeuring van de jaarrekening per 30.06.2004. 2. Bestemming van het resultaat. 3. Kwijting zaakvoerders. 4. Rondvraag. Zich richten naar de statuten. (84741) Deba-Bouw, naamloze vennootschap, Lippenslaan 200-202, 8300 Knokke-Heist BTW 427.665.377 — RPR Brugge Jaarlijkse algemene vergadering op zaterdag 27.12.2004, om 14 uur, op de zetel van de vennootschap. — Agenda : 1. Jaarverslag bestuur ders. 2. Bespreking en goedkeuring jaarrekening per 30.06.2004. 3. Kwij ting bestuurders. 4. Ontslagen en benoemingen. 5. Rondvraag en diversen. (84742) Dekeyzer Construct, naamloze vennootschap, Nieuwpoortsesteenweg 168/2, 8470 Gistel BTW 418.750.978 — RPR Oostende Jaarvergadering op 22.12.2004, om 17 uur, op de zetel. — Dagorde : Verslag raad van bestuur. Goedkeuring jaarrekening per 30.06.2004. Bestemming resultaat. Bezoldigingen bestuurders. Kwijting bestuuders. Allerlei. Zich richten naar statuten. (84743) Delisan, naamloze vennootschap, Sint-Denijsplaats 73, 8554 Sint-Denijs H.R. Kortrijk 117730 — BTW 436.685.783 De aandeelhouders worden uitgenodigd tot de jaarvergadering die zal gehouden worden op 27.12.2004, te 10 uur, op de maatschappelijke zetel. — Agenda : 1. Verslag van de raad van bestuur. 2. Goedkeuring van de jaarrekening afgesloten op 30.06.2004. 3. Bestemming van het resultaat. 4. Kwijting te verlenen aan de bestuurders. 5. Rondvraag. De aandeelhouders worden gevraagd zich te schikken naar de bepalingen van de statuten. (84744) Derumez-Invest, burgerlijke vennootschap onder de vorm van een naamloze vennootschap, Hoogstad 4, 9690 Kluisbergen Register van de burgerlijke vennootschappen die de vorm van een handelsvennootschap hebben aangenomen, Oudenaarde, nr. 193 BTW 450.321.609 Jaarvergadering op 22.12.2004, om 11 uur,op de zetel. — Dagorde : Verslag raad van bestuur. Goedkeuring jaarrekening per 30.06.2004. Bestemming resultaat. Kwijting bestuurders. Allerlei. (84745) 84155BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE Eurorubinvest, naamloze vennootschap, Schaffensestraat, 3290 Diest H.R. Leuven 72447 — BTW 434.914.643 Aangezien de algemene vergadering der andeelhouders van 26 november 2004, niet heeft kunnen plaatsvinden wegens het niet bereiken van het aanwezigheidsquorum, worden de aandeelhouders uitgenodigd een nieuwe algemene vergadering bij te wonen op de maatschappelijke zetel op 22.12.2004, om 15 uur. — Agenda : Lezing jaarverslag. Lezing verslag commissaris. Bespreking en goedkeuring jaarrekening afgesloten per 30.06.2004. Kwijting bestuurders en commissaris. Benoeming commissaris. Ontslag en benoeming bestuur ders. Rondvraag. (84746) Expertisebureel Baeten, naamloze vennootschap, Rapertingenstraat 38, 3500 Hasselt Ondernemingsnummer 0431.925.063 Jaarvergadering op 27.12.2004, om 9 uur,op de zetel. — Agenda : Verslag raad van bestuur. Goedkeuring jaarrekening. Bestemming resultaat. Kwijting bestuurders. Varia. (84747) Flanders Construction C°, naamloze vennootschap, John Kennedylaan 14, 9000 Gent H.R. Gent 179542 — BTW 456.560.588 De aandeelhouders worden uitgenodigd tot de jaarvergadering die zal gehouden worden op 27.12.2004, te 15 uur, op deschappelijke zetel. — Agenda : 1. Samenstelling bureau. 2. Verslagen. 3. Goedkeuring jaarrekening per 30.06.2004. 4. Bestemming van het resultaat. 5. Verlenen van kwijtingen. 6. Ontslagen, benoemingen en bezoldi gingen. 7. Rondvraag. Het bestuur vraagt de aandeelhouders zich te gedragen conform de statuten. De stukken bedoeld in artikel 523 Wet. venn. zijn voor de aandeelhouders beschikbaar op de zetel van de vennootschap. Indien de algemene vergadering besluit een dividend uit te keren, zal dit betaalbaar worden gesteld bij de vestigingen van Fortis vanaf 15.01.2005. (84748) G.G. Invest, naamloze vennootschap, Toleindestraat 16, 9080 Lochristi H.R. Gent 167752 — BTW 448.842.853 Jaarvergadering op 22.12.2004, om 17 u. 30 m., op de zetel. — Dagorde : Verslag raad van bestuur. Goedkeuring jaarrekening per 30.06.2004. Bestemming resultaat. Kwijting bestuurders. Allerlei. (84749) Gimmo, naamloze vennootschap, Toleindestraat 16, 9080 Lochristi H.R. Gent 158340 — BTW 440.972.094 Jaarvergadering op 22.12.2004, om 17 uur, op de zetel. — Dagorde : Verslag raad van bestuur. Goedkeuring jaarrekening per 30.06.2004. Bestemming resultaat. Kwijting bestuurders. Allerlei. (84750) Grimmoplan, naamloze vennootschap, H. de Grimberghelaan 4, 1850 Grimbergen H.R. Brussel 497143 — NN 431.255.367 De aandeelhouders worden uitgenodigd op de jaarlijkse algemene vergadering die zal gehouden worden op 27.12.2004. 1. Verslag van de raad van bestuur. 2. Goedkeuring van de jaarrekening per 30.06.2004. 3. Kwijting bestuurders. 4. Bestemming resultaat. 5. Diversen. (84751) « Holcom Holding Financial Services », naamloze vennootschap, Van Eycklei 1, 2018 Antwerpen-1 BTW 465.092.531 — RPR Antwerpen De aandeelhouders worden uitgenodigd tot de buitengewone alge mene vergadering die zal gehouden worden op 22.12.2004, om 12 uur, op de maatschappelijke zetel. — Dagorde : (Her)benoeming bestuur ders. Zich richten naar de statuten. (84752) Immo De Vos, naamloze vennootschap, Donklaan 253, 9290 Berlare H.R. Dendermonde 43116 De vergadering zal gehouden worden op de zetel, op 27.12.2004, om 9 uur. — Dagorde : 1. Verslag van de raad van bestuur. 2. Goedkeuring van de jaarrekening per 30.06.2004. 3. Bestemming van het resultaat. 4. Kwijting aan de bestuurders. 5. Allerlei. (84753) Iso-Calor, société anonyme, rue N. Defrêcheux 15, 4040 Herstal T.V.A. 406.501.264 — RPM Liège L’assemblée générale ordinaire se tiendra le 27.12.2004, à 18 heures, au siège social. — Ordre du jour : 1. Rapport du conseil administration. 2. Approbation des comptes annuels au 30.06.2004. 3. Affectation du résultat. 4. Approbation du report de la date d’assemblée générale du 29.11.2004, au 27.12.2004. 5. Décharge aux administrateurs. 6. Divers. Se confomer aux statuts. (84754) Kepe, naamloze vennootschap, Herentalsstraat 18, 2300 Turnhout RPR Turnhout 0440.937.056 Jaarvergadering op 27.12.2004, om 11 uur, op de zetel. — Agenda : Jaarverslag. Goedkeuring jaarrekening d.d. 30.06.2004. Bestemming resultaat. Kwijting bestuurders. Varia. (84755) Leomar, naamloze vennootschap, De Rieten 24, 3550 Heusden-Zolder BTW 449.296.575 — RPR Hasselt De jaarvergadering zal gehouden worden op 22.12.2004, om 14 uur, op de maatschappelijke zetel. — Agenda : 1. Bespreking en goedkeu ring jaarrekening per 30.06.2004. 2. Kwijting aan de bestuurders. 3. Benoeming bestuurders. 4. Bezoldigingen. Zich schikken naar de statuten. (84756) 84156 BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE Luc Vulsteke Industrial, naamloze vennootschap, Hoogledestraat 122B, 8610 Kortemark BTW 461.171.949 — RPR Veurne Jaarvergadering op de zetel op 22.12.2004, te 19 uur. — Dagorde : 1. Verslag raad van bestuur. 2. Goedkeuring jaarrekening. 3. Bestem ming resultaat. 4. Kwijting bestuurders. 5. Varia. (84757) Porozo Groep, naamloze vennootschap, Toverbergstraat 1-2, 3020 Herent NN 476.979.781 — RPR Leuven Jaarvergadering op 22.12.2004, om 10 uur, op de maatschappelijke zetel. — Agenda : 1. Verslag raad van bestuur. 2. Goedkeuring jaar rekening per 30.06.2004. 3. Bestemming resultaat. 4. Kwijting bestuur ders. 5. Rondvraag. Zich schikken naar de statuten. (84758) « Quality House », naamloze vennootschap, Kasteeldreef 52, 9920 Lovendegem H.R. Gent 128240 — BTW 420.693.057 Jaarvergadering op 27.12.2004, om 14 uur, op de zetel. — Agenda : Verslag raad van bestuur. Goedkeuring jaarrekening. Bestemming resultaat. Kwijting bestuurders. Varia. (84759) « Realco & partners », naamloze vennootschap, Tervurenlaan 412, 1150 Brussel Ondernemingsnummer 0458.417.248 De vergadering zal plaatsvinden op vrijdag 22.12.2004, op de zetel met als dagorde : 1. Lezing van het verslag van de raad van bestuur. 2. Lezing van de jaarrekening en resultatenrekening per 30.06.2004. 3. Goedkeuring van het verslag van de raad van bestuur en van de jaarrekening per 30.06.2004. 4. Bestemming van het resultaat. 5. Decharge aan de bestuurders. 6. Allerlei. (84760) « Silea Belgium Holding », société anonyme, avenue Winston Churchill 147, 1180 Bruxelles Numéro d’entreprise 0449.055.659 Assemblée générale extraordinaire le 22.12.2004, à 15 heures, au siège social. — Ordre du jour : 1. Information aux actionnaires sur la situation économique et financière des filiales Eddec et Socar. 2. Lecture des comptes rendus du conseil d’administration de la S.A. Eddec et du rapport d’analyse de la S.R.L. Socar. 3. Propositions de décision concernant l’activité de la S.A. Eddec, à savoir : conditions pour la continuité de la S.A. Eddec; cession de l’activité de la S.A. Eddec à un tiers; cessation de l’activité de la S.A. Eddec. 4. Proposition de décision concernant l’activité de la S.R.L. Socar, à savoir : cessoin de l’activité de la S.R.L. Socar à un tiers. 5. Divers. Se conformer aux statuts. (84761) Station Ovaere, naamloze vennootschap, Moeskroensesteenweg 177, 8511 Kortrijk H.R. Kortrijk 100346 — BTW 422.223.182 Jaarvergadering op 27.12.2004, om 16 uur, op de maatschappelijke zetel. — Agenda : 1. Verslag raad van bestuur. 2. Goedkeuring jaar rekening afgesloten op 30.06.2004. 3. Bestemming resultaat. 4. Kwijting bestuurders. 5. Allerlei. Zich schikken naar de statuten. (84762) « Stefano Fashion », naamloze vennootschap, Tillegemstraat 47, 8200 Brugge H.R. Brugge 94573 — BTW 424.410.236 De aandeelhouders worden uitgenodigd tot de jaarvergadering op 27.12.2004, om 11 uur, op de maatschappelijke zetel. — Agenda : 1. Verslag van de raad van bestuur. 2. Goedkeuring van de jaarrekening per 30.06.2004. 3. Bestemming van het resultaat. 4. Ontlasting te verlenen aan de bestuurders. 5. Allerlei. De aandeelhouders dienen zich te schikken naar de statuten. (84763) Vaniver, naamloze vennootschap, Vredelaan 24A, 8500 Kortrijk H.R. Kortrijk 115949 — BTW 434.856.047 De aandeelhouders worden uitgenodigd tot de gewone algemene vergadering op 27.12.2004, om 13 uur, op de zetel van de vennoot schap. — Agenda : 1. Lezing van de jaarrekening per 30.06.2004. 2. Goedkeuring van voornoemd stuk. 3. Bestemming van het resultaat. 4. Kwijting aan de bestuurders. 5. Rondvraag. Zich richten naar de statuten. (84764) Machinenbouw Fagard, naamloze vennootschap, Gasthuisbosdreef 8, 3700 Tongeren Tongeren RPR 0424.906.421 Jaarvergadering op 27/12/2004 om 14 u. op de zetel. Agenda : Verslag raad van bestuur. Goedkeuring jaarrekening per 30/09/2004. Bestemming resultaat. Kwijting bestuurders. Ontslagen en benoe mingen. Goedkeuring bezoldigingen. Diversen. (38843) G.D.G. - Geerts-De Greef, commanditaire vennootschap op aandelen, Stationsstraat 18, 3070 Kortenberg Rechtbank van koophandel Leuven RPR 0440.128.491 BTW 440.128.491 Jaarvergadering op 27/12/2004 om 10 u. op de zetel. Agenda : Verslag raad van bestuur. Goedkeuring jaarrekening per 30/06/2004. Bestemming resultaat. Kwijting bestuurders. Allerlei. Zich richten naar de statuten. (38844) Fernand Talpe, naamloze vennootschap, Zuidstraat 8b, 8560 Wevelgem Kortrijk RPR 0442.782.729 Jaarvergadering op 15/12/2004 om 11.00 u. op de zetel. Agenda : Verslag raad van bestuur. Verslag commissaris-revisor. Goedkeuring jaarrekening per 30/06/2004. Bestemming resultaat. Ontslag en benoe ming. Allerlei. (38845) 84157BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE Eurostar Diamond Traders, naamloze vennootschap, Hoveniersstraat 53, bus 79, 2018 Antwerpen Antwerpen RPR 0443.117.279 De aandeelhouders worden uitgenodigd op de buitengewone alge mene vergadering op 23 december 2004 om 14.30 uur, op de zetel van de vennootschap, met volgende agenda : 1. Na kennisneming en bespreking van het fusievoorstel d.d. 5/11 laatstleden, opgesteld door de raad van bestuur conform art, 719 W. Venn. en neergelegd ter griffie van de rechtbank van koophandel te Antwerpen op 10/11 daarna, en waarvan de aandeelhouders kosteloos een exemplaar kunnen bekomen overeenkomstig art. 720, § 1, W. Venn., besluit tot fusie door over neming van de B.V.B.A ″ EURSTAR BEVEL″, met zetel te 2018 Antwerpen, Hoveniersstraat 53, bus 79, RPR 0426.722.695, door overdracht door deze laatste tengevolge van haar ontbinding zonder vereffening van de algeheelheid van de activa en passiva van haar vermogen niets uitgezonderd noch voorbehouden, op basis van de vermogenstoestand afgesloten op 1/1/2004 aan de naamloze vennoot schap ″ EURSTAR DIAMOND TRADERS″, houdster van alle aandelen van de overgenomen vennootschap. 2. Vaststelling van de gelijkenis tussen het maatschappelijk doel van de overnemende en overgenomen vennootschap, en vaststelling dat de statuten tengevolge van voormeld besluit tot fusie, conform art. 724 W. Venn., ongewijzigd blijven. 3. Vaststelling van de verwezenlijking van de fusie en de ontbinding van de overgenomen vennootschap, en beslissing aangaande de kwijtingverlening aan de zaakvoerder van de overgenomen vennoot schap. 4. Herbenoeming van de commissaris. 5. Bijzondere volmacht voor de formaliteiten van openbaarmaking en wijziging van inschrij ving van de vennootschap in het rechtspersonenregister en bij de fiscale besturen. De aandeelhouders worden verzocht hun aandelen te depo neren op de zetel van de vennootschap ten minste vijf dagen vóór de datum van de algemene vergadering, conform art. 25 van de statu ten. (38846) Godshuis, naamloze vennootschap, Keizer Karelstraat 103, 9000 Gent Rechtbank van koophandel Gent RPR 0445.037.879 De aandeelhouders worden opgeroepen tot de buitengewone alge mene vergadering op het kantoor van geassocieerde notarissen Celis, Celis & Liesse te Antwerpen, Kasteelpleinstraat 59, op 23/12/2004 om 10.30 uur, met volgende agenda : 1. Wijziging doel. Voorafgaand desbetreffend verslag raad van bestuur met staat van activa en passiva per 31/10/2004. Wijziging art. 3. 2. Kapitaalverhoging met S 140.191,65 door inbrengen van vorderingen door : 1/ Leroy, Rudi en Troch, Lucinda, te Koksijde, Koninginnelaan 12; 2/ naamloze vennootschap ″MEVACO-BOUWBEDRIJF″, met ondernemingsnummer 0420.071.069, en met zetel te Aalter, Durmelaan 6; 3/ naamloze vennootschap ″PAPA ROTI & C°″, met ondernemingsnummer 448.488.408, en met zetel te Antwerpen, Vekestraat 13, bus 17; 4/ naamloze vennootschap ″VIC″, met ondernemingsnummer 0442.238.440, en met zetel te Gent, Keizer Karelstraat 103; mits aanmaak en uitgifte van 850 aandelen en mits betaling van een totale uitgiftepremie van S 454.808,35. Voorafgaande verslagen raad van bestuur en bedrijfsrevisor. Vaststelling emissie voorwaarden. 3. Kapitaalverhoging met S 454.808,35 door incorporatie van uitgiftepremies zonder creatie van nieuwe aandelen. Wijziging art. 5. 4. Wijziging statutaire aard aandelen. Wijziging art. 7. Om aan de vergadering deel te nemen, worden de aandeelhouders verzocht zich te schikken naar artikel 18 van de statuten en hun aandelen 5 dagen vóór de vergadering te deponeren op de zetel. (38847) De raad van bestuur. Klaasen & C°, naamloze vennootschap, Peelsestraat 33, 2380 Ravels Turnhout RPR 0404.166.237 De aandeelhouders worden opgeroepen tot de buitengewone alge mene vergadering op het kantoor van notaris Segers te Weelde (Ravels), Moleneinde 14, op 23/12/04 om 20 uur, met volgende agenda : 1. Bekrachtiging kapitaalverhoging met het oog op afronding. 2. Uitbreiding maatschappelijk doel. Voorafgaandelijk desbetreffend verslag van de raad van bestuur en de commissaris met staat van activa en passiva per 30/09/2004. Wijziging art. 3 der statuten. 3. Volledige herformulering van de statuten om ze aan te passen aan het Wetboek van vennootschappen. 4. In toepassing van art. 8 van de statuten : voorstel tot schorsing van de rechten verbonden aan de aandelen in onverdeeldheid. (38848) Openbare Besturen en Technisch Onderwijs Administrations publiques et Enseignement technique OPENSTAANDE BETREKKINGEN − PLACES VACANTES Openbaar Centrum voor maatschappelijk welzijn van Edegem Het O.C.M.W. Edegem organiseert examens, met aanleg werf reserve : Maatschappelijk assistent (m/v) algemene sociale dienst, voltijdse statutaire betrekking Maatschappelijk assistent (m/v) hernieuwde asielopvang, half tijdse contractuele betrekking Vereisten beide functies : diploma maatschappelijk assistent + in het bezit van een rijbewijs B. Bejaardenhelpster thuiszorg, voltijdse of deeltijdse betrekking Vereisten : houder zijn van een bekwaamheidsattest van gezins en/of bejaardenhelp(st)er. Inschrijven met sollicitatiebrief + curriculum vitae en kopie vereiste diploma vóór 17 december 2004, aan O.C.M.W. Edegem, t.a.v. Vicky Bangels, Terlindenlaan 1, 2650 Edegem, of per e-mail vicky.bangels@publilink.be (38849) Provincie West-Vlaanderen Ben je gedreven genoeg voor West-Vlaanderen ? Ten behoeve van de schoonmaak van de verschillende provincie gebouwen in West-Vlaanderen organiseert de provincie West Vlaanderen een vergelijkend examen voor het aanleggen van een wervingsreserve voor (m/v) technische beambten (schoonmaak), in contractueel verband (contract onbepaalde duur). Toelaatbaarheidsvereisten : Geen diplomavereisten. Personen in het bezit van één van de hiernavermelde diploma’s worden uitgesloten van deelname aan het examen : diploma hoger onderwijs van het korte type (HOKT) met volledig leerplan of voor sociale promotie; diploma hoger onderwijs van het lange type (HOLT); diploma universitair onderwijs. Werkervaring in professionele schoonmaaktechnieken of het gevolgd hebben van een opleiding op het vlak van professionele schoonmaak technieken strekt tot aanbeveling. 84158 BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE Wij bieden aan : Een jaarlijkse bezoldiging van minimum 17.362,11 euro tot maximum 20.188,50 euro (weddeschaal E1, index inbegrepen). Een aantal reglementaire toelagen, ondermeer vakantiegeld, einde jaarstoelage, maaltijdcheques, gratis hospitalisatieverzekering, gratis openbaar vervoer woon-werkverkeer, stap- en fietsvergoeding. Een voordelige verlofregeling. Wervingsreserve : Er wordt een wervingsreserve van twee jaar aangelegd, die maximaal tweemaal met één jaar kan worden verlengd. Hoe kunt u zich kandidaat stellen ? Op de website « www.west-vlaanderen.be/vacatures » kunt u het inschrijvingsformulier, het examenprogramma en de functiebeschrij ving downloaden. U kunt deze documenten ook aanvragen bij de dienst Personeel : Tel. : 050-40 32 17 Fax : 050-40 31 24 E-mail : vacatures@west-vlaanderen.be Provinciehuis Boeverbos, Koning Leopold III-laan 41, 8200 Brugge (Sint-Andries). Om in te schrijven voor het examen moet u het inschrijvingsformu lier invullen en dit onder gefrankeerde omslag uiterlijk woensdag 22 december 2004 sturen naar bovenstaand adres. Bij het inschrijvingsformulier dient u een uitgebreid curriculum vitae en een kopie van alle behaalde diploma’s te voegen. De provincie West-Vlaanderen draagt gelijke kansen en diversiteit hoog in het vaandel. (38850) K.U.Leuven Voor de Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen Deca naat – Studentenadministratie zoeken wij een secretariaatsmedewerker (m/v) Graad 4 of 5 - VB/C/2004/25/W Doel van de functie : Het administratief en organisatorisch ondersteunen van het secreta riaat studentenadministratie Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen. Opdrachten : Het administratief en technisch beheren en ondersteunen van de verschillende web-toepassingen voor de studentenadministratie. Het beheren van data voor de studentenadministratie. Het invoeren en verwerken van studenten- en examengegevens voor de deliberaties (IMS-TSO). Het opstellen en opvolgen van de uurroosters. Meewerken aan de voorbereidingen van de examenberaadslagingen. Het verspreiden van informatie aan studenten en personeel via Toledo-valven. Het onthaal van studenten en het verstrekken van informatie en advies aan studenten. Het verzorgen van telefonische contacten en briefwisseling met studenten en professoren. Het beheren van de studentendossiers. Profiel : U bent in het bezit van een diploma hoger onderwijs van één cyclus of gelijkwaardige ervaring. U hebt een uitgebreide secretariaatservaring, u bent vlot in de omgang en werkt graag in teamverband. U bent vertrouwd met verschillende PC-toepassingen (Word, Excell, Access); kennis van SAP en het K.U.Leuven computerpakket IMS-TSO zijn een pluspunt. U beschikt over uitstekende communicatieve vaardigheden. U hebt zeer goede organisatorische vaardigheden en u kan zelf standig werken. Selectieproeven : Preselectie op basis van elementen uit het profiel. Proeven en/of interviews in verband met bovengenoemde taken. Wij bieden : Een voltijdse tewerkstelling voor onbepaalde duur. De aanwervingsgraad voor deze functie is graad 4. De functie biedt doorgroeiperspectieven naar graad 5, afhankelijk van de aard en de complexiteit van de opdrachten die opgenomen worden en conform de promotieregelgeving van de K.U.Leuven. Hoe solliciteren ? Interesse ? Stuur dan uw gemotiveerde sollicitatie met curriculum vitae naar de Personeelsdienst ter attentie van Ann Schillemans, personeelsconsulent, Parijsstraat 72B, te 3000 Leuven, tel : 016-32 83 28, fax : 016-32 83 20. E-mail : Ann.Schillemans@pers.kuleuven.ac.be De kandidaturen moeten binnen zijn op de Personeelsdienst uiterlijk op 5 januari 2004. Inzake rekrutering en aanwerving voert de K.U.Leuven een gelijke kansenbeleid. (38851) Gerechtelijke akten en uittreksels uit vonnissen Actes judiciaires et extraits de jugements Bekendmaking gedaan overeenkomstig artikel 488bis e, § 1 van het Burgerlijk Wetboek Publication faite en exécution de l’article 488bis e, § 1er du Code civil Aanstelling voorlopig bewindvoerder Désignation d’administrateur provisoire Vredegerecht van het kanton Bree Bij beschikking van de vrederechter van het kanton Bree, gewezen op 25 november 2004, inzake A.R. nr. 04A539, werd Biesmans, Alfons Christiaan Quirinus, gepensioneerde, geboren te Gerdingen op 11 februari 1939, gedomicilieerd te 3960 Bree, Velkuilenstraat 21, verblijvende in het O.C.M.W.-ziekenhuis, te 3960 Bree, Rode Kruis laan 40, niet in staat verklaard zijn goederen te beheren en kreeg toegevoegd als voorlopige bewindvoerder : Bogaerts, Florentina Alde gonda, huisvrouw, geboren te Dilsen op 25 mei 1951, wonende te 3960 Bree, Velkuilenstraat 21. Bree, 6 december 2004. Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) C. Thys. (70822) 84159BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE Vredegerecht van het eerste kanton Gent Bij beschikking van de vrederechter van het eerste kanton Gent, verleend op 25 november 2004, werd Mathijs, Michel, geboren te Deinze op 31 januari 1948, wonende te 9810 Eke, Parkwijk 17, verblij vende te 9000 Gent, Universitair Ziekenhuis Gent, De Pintelaan 185, niet in staat verklaard zelf zijn goederen te beheren en kreeg toege voegd als voorlopig bewindvoerder : de heer Mathys, Antoine, wonende te 9630 Zwalm, Gaverstraat 32. Gent, 6 december 2004. Voor eensluidend uittreksel : de hoofdgriffier, (get.) Van Parijs, Nadine. (70823) Vredegerecht van het kanton Geraardsbergen-Brakel, zetel Brakel Bij beschikking van de vrederechter van het kanton Geraardsbergen Brakel, zetel Brakel, verleend op 25 november 2004, werd De Potter, Margaretha Ivonna, geboren te Sint-Goriks-Oudenhove op 7 december 1914, verblijvende te 9660 Brakel, Sint-Martensstraat 3 (R.V.T. Sint-Franciscus), en gedomicilieerd te 9572 Lierde, Holder beke 38, niet in staat verklaard haar goederen te beheren en kreeg toegevoegd als voorlopige bewindvoerder : Watthe, Emilien, bediende landbouwer, Holderbeke 38, 9572 Lierde. Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) H. Verschuren. (70824) Vredegerecht van het kanton Herentals Bij beschikking van de vrederechter van het kanton Herentals, Victor Gysemberg, verleend op 29 november 2004, werd Deckers, Maria Margaretha, geboren te Grobbendonk op 11 mei 1926, verblijvende Rusthuis De Wijngaard, Schransstraat 55, te Grobbendonk, gedomici lieerd te 2280 Grobbendonk, Schransstraat 48, niet in staat verklaard zelf haar goederen te beheren en kreeg toegevoegd als voorlopig bewindvoerder : Verrijken, Annie, Klissenhoek 27, 2290 Vorselaar. Herentals, 6 december 2004. Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) Erica Burm. (70825) Vredegerecht van het kanton Hoogstraten Bij vonnis van de vrederechter van het kanton Hoogstraten, verleend op 1 december 2004, werd Verhaegen, Augusta Theresia, geboren te Zoersel op 19 maart 1925, gepensioneerde, weduwe van Aerts, Constantijn, wonende te 2320 Hoogstraten, Hinnenboomstraat 8, niet in staat verklaard zelf haar goederen te beheren en kreeg toegevoegd als voorlopig bewindvoerder : Mr. Giovanni Vekemans, advocaat, kantoorhoudende te 2275 Lille, Kabienstraat 8. Hoogstraten, 6 december 2004. De hoofdgriffier : (get.) Van Gils, Herman. (70826) Vredegerecht van het kanton Kraainem-Sint-Genesius-Rode, zetel Sint-Genesius-Rode Bij beschikking van de vrederechter van het kanton Kraainem-Sint Genesius-Rode, zetel Sint-Genesius-Rode, d.d. 23 november 2004, werd Rivière, Nelly, geboren te Ath op 6 april 1928, wonende te 1630 Linke beek, Alsembergsesteenweg 68, niet in staat verklaard haar goederen te beheren. Voegen toe als voorlopig bewindvoerder : Huin, Jean-Jaques, wonende te 1190 Brussel, Vroegegroentestraat 21. Er werd vastgesteld dat het verzoekschrift neergelegd werd op 4 november 2004. Sint-Genesius-Rode, 1 december 2004. De afgevaardigd adjunct-griffier : (get.) Lefaible, Diane. (70827) Vredegerecht van het kanton Landen-Zoutleeuw, zetel Landen Bij beschikking van de vrederechter van het kanton Landen Zoutleeuw, zetel Landen, verleend op 24 november 2004, werd Savonet, Malvine, geboren op 6 november 1910, wonende te 3300 Tienen, Kabbeekvest 53, verblijvende Residentie Sorgvliet, Helen-Bosstraat 60, te 3350 Orsmaal (Linter), niet in staat verklaard haar goederen te beheren en kreeg toegevoegd als voorlopig bewindvoerder : Hugo, Eric, wonende te 3380 Bunsbeek, Tiensesteenweg 13. Er werd vastgesteld dat het verzoekschrift neergelegd werd op 4 november 2004. Landen, 3 december 2004. De adjunct-griffier : (get.) Lindekens, Jeannine. (70828) Vredegerecht van het kanton Meise Bij beschikking van 30 november 2004, van de vrederechter van het kanton Meise, werd Mevr. Robberechts, Carolina, wonende in het Rusthuis, te Meise, Godshuisstraat 33, niet in staat verklaard haar goederen te beheren en kreeg Mr. De Valck, David, advocaat, met kantoor te 1785 Merchtem, Nieuwelaan 21, aangewezen als voorlopige bewindvoerder. Meise (Wolvertem), 2 december 2004. De hoofdgriffier : (get.) Peeters, Lieve. (70829) Vredegerecht van het kanton Merelbeke Bij beschikking van de vrederechter van het kanton Merelbeke, verleend op 2 december 2004, werd Van den Hove, Angela, geboren te 9090 Melle op 10 augustus 1908, gedomicilieerd te 9090 Melle, Brusselsesteenweg 202, verblijvende Provinciaal Zorgcentrum Lemberge, te 9820 Merelbeke, Salisburylaan 100, niet in staat verklaard haar goederen te beheren en kreeg toegevoegd als voorlopig bewind voerder : Herssens, Marc, advocaat, Recollettenlei 3, 9000 Gent. Merelbeke, 6 december 2004. Voor eensluidend uittreksel : de hoofdgriffier, (get.) R. Hantson. (70830) 84160 BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE Vredegerecht van het eerste kanton Sint-Niklaas Bij beschikking van de vrederechter van het eerste kanton Sint Niklaas, verleend op 2 december 2004, werd Van Bogaert, Patrick, geboren te Bornem op 21 mei 1959, wonende te 9100 Sint-Niklaas, Dalstraat 69/3, niet in staat verklaard zijn goederen te beheren en kreeg toegevoegd als voorlopig bewindvoerder : Mr. Nicole Delforge, advo caat te 9100 Sint-Niklaas, Baron Dhanisstraat 10. Sint-Niklaas, 2 december 2004. Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) Duquet, Astrid. (70831) Vredegerecht van het kanton Ukkel Bij beschikking van de toegevoegde vrederechter van het kanton Ukkel, in datum van 26 november 2004, ingevolge het verzoekschrift neergelegd op 2 november 2004, werd de heer Heymans, Franciscus, geboren te Linkebeek op 7 mei 1924, wonende te 1630 Linkebeek, Oude Weg 26/1, doch verblijvende in de Residentie Anaïs, te 1180 Brussel, Alsembergsesteenweg 828-830, niet in staat verklaard zijn goederen te beheren en kreeg toegevoegd als voorlopig bewindvoerder : Mevr. Lohr, Josephine, wonende te 1630 Linkebeek, Oude Weg 26/1. Ukkel, 6 december 2004. De hoofdgriffier : (get.) Goies, Pascal. (70832) Vredegerecht van het kanton Zomergem Bij vonnis van de vrederechter van het kanton Zomergem, verleend op 30 november 2004, werd Vleurick, André, geboren te Aalter op 17 juni 1935, gehuwd met Vandewiele, Godelieve, wonende te 9880 Aalter, Weibroekdreef 129, doch verblijvende in Veilige Have, Lostraat 28, te 9880 Aalter, niet in staat verklaard zijn goederen te beheren en kreeg toegevoegd als voorlopige bewindvoerder met de algemene bevoegdheid zoals voorzien in artikel 488bis, f, § 1, § 3 en § 5 van het Burgerlijk Wetboek, zoals gewijzigd door de wet van 3 mei 2003 (Belgisch Staatsblad 31 december 2003) : Mr. Moerman, Marnix, advocaat te 9930 Zomergem, Dekenijstraat 26. Zomergem, 6 december 2004. De eerstaanwezend adjunct-griffier : (get.) Martens, Linda. (70833) Justice de paix du canton de Boussu Suite à la requête déposée le 18 novembre 2004, par ordonnance du juge de paix du canton de Boussu, rendue le 25 novembre 2004, Colin, Yvette, née à Saint-Ghislain le 20 juillet 1929, résidence Les Glycines, 7301 Hornu, rue Clarisse 35, a été déclarée incapable de gérer ses biens et a été pourvue d’un administrateur provisoire en la personne de Ledent, Lidwine, née à Mons le 5 septembre 1978, avocat, domiciliée à 7387 Onnezies, rue des Juifs 5. Pour extrait conforme : le greffier adjoint délégué, (signé) Doyen, Hélène. (70834) Justice de paix du canton d’Etterbeek Par ordonnance du juge de paix du canton d’Etterbeek, rendue le 1er décembre 2004, M. Adan, Guy, né à Ixelles le 14 avril 1951, domicilié à 1040 Bruxelles, rue Général Henry 140, bte 1, a été déclaré incapable de gérer ses biens et a été pourvu d’un administrateur provisoire en la personne de Mme Stessens, Marie-Claire, avocate, dont le cabinet est établi à 1050 Bruxelles, rue Jean Paquot 20. Pour extrait conforme : le greffier en chef, (signé) André Stalpaert. (70835) Justice de paix du canton de Hamoir Suite à la requête déposée au greffe le 10 novembre 2004, par ordonnance du juge de paix du canton de Hamoir, rendue le 1er décembre 2004, M. Simonis, Damien, né le 16 avril 1938, retraité, domicilié rue de l’Aubépine 21, à 4122 Plainevaux, résidant Centre neurologique, rue des Alouettes 70, à 4557 Fraiture, a été déclaré incapable de gérer ses biens et a été pourvu d’un administrateur provisoire en la personne de Me Goijen-Corroy, Marianne, avocat, dont les bureaux sont sis rue de l’Ourthe 58, à 4171 Poulseur. Pour extrait conforme : le greffier en chef, (signé) Simon, Maryse. (70836) Justice de paix du canton de Jodoigne-Perwez, siège de Jodoigne Suite à la requête déposée le 26 novembre 2004, par ordonnance du juge de paix du canton de Jodoigne-Perwez, section Jodoigne, rendue le 2 décembre 2004, Mme Gregoire, Raymonde, née à Carnières le 1er janvier 1914, domiciliée à 4100 Seraing, rue de la Glandée 26, résidant au home Maleve, place de Maret 1, à 1350 Orp-Jauche, a été déclarée incapable de gérer ses biens et a été pourvue d’un adminis trateur provisoire en la personne de Mme Couturier, Nadine, pensionnée, domiciliée à 1367 Autre-Eglise, rue de Frambay 1. Pour extrait conforme : le greffier adjoint délégué, (signé) Vandenplas, Vanessa. (70837) Justice de paix du canton de Jodoigne-Perwez, siège de Perwez Suite à la requête déposée le 25 octobre 2004, par ordonnance du juge de paix du canton de Jodoigne-Perwez, section Perwez, rendue le 17 novembre 2004, Jandrain, Denise, née à Walhain-Saint-Paul le 20 mai 1921, domiciliée à 1367 Grand-Rosière-Hottomont, rue de Perwez 21, a été déclarée incapable de gérer ses biens et a été pourvue d’un administrateur provisoire en la personne de Casnot, David, avocat, domicilié 1370 Jodoigne, avenue des Combattants. Pour extrait conforme : le greffier, (signé) Courtauche, Fabien ne. (70838) Suite à la requête déposée le 26 octobre 2004, par ordonnance du juge de paix du canton de Jodoigne-Perwez, section Perwez, rendue le 1er décembre 2004, Mme Taets, Marie-José, née à Thorembais-Saint Trond le 24 février 1945, domiciliée à 1360 Thorembais-Saint-Trond, chaussée de Charleroi 85, résidant rue de la Ferme 1, à 1360 Thorem bais-Saint-Trond, a été déclarée incapable de gérer ses biens et a été pourvue d’un administrateur provisoire en la personne de Me Demanet, Benoît, avocat, dont le cabinet est sis à 5030 Gembloux, avenue des Combattants 38-40. Pour extrait conforme : le greffier, (signé) Courtauche, Fabien ne. (70839) Justice de paix du deuxième canton de Liège Suite à la requête déposée le 16 novembre 2004, une ordonnance du juge de paix du deuxième canton de Liège, rendue le 1er décembre 2004, a déclaré M. Gillet, Raymond, né le 13 mai 1925 à Herve, pensionné, domicilié à 4000 Rocourt, rue d’Ans 98, incapable de gérer ses biens et cette personne a, en conséquence, été pourvu d’un administrateur provisoire en la personne de Me Dembour, François, avocat, dont le cabinet est sis à 4000 Liège, rue Sainte-Véronique 27. Liège, le 3 décembre 2004. Pour extrait conforme : le greffier, (signé) Gillis, Monique. (70840) 84161BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE Suite à la requête déposée le 15 novembre 2004, une ordonnance du juge de paix du deuxième canton de Liège, rendue le 1er décembre 2004, a déclaré M. Lardot, Régis, né le 22 avril 1971 à Dinant, divorcé, domicilié à 4000 Liège, rue Professeur Mahaim 84, résidant à l’établis sement C.H.P., site Petit Bourgogne, rue Professeur Mahaim 84, à 4000 Liège, incapable de gérer ses biens et cette personne a, en conséquence, été pourvue d’un administrateur provisoire en la personne de Me Franken, Alain, avocat, dont le cabinet est sis à 4000 Liège, boulevard de la Sauvenière 91. Liège, le 3 décembre 2004. Pour extrait conforme : le greffier, (signé) Gillis, Monique. (70841) Suite à la requête déposée le 26 octobre 2004, une ordonnance du juge de paix du deuxième canton de Liège, rendue le 30 novembre 2004, a déclaré Mme Riviere, Renée, née le 17 juin 1926 à Villers-l’Evêque, domiciliée à 4000 Liège, rue Reynier 3/23, résidant à l’établissement Clinique du Valdor, rue Basse-Wez 301, à 4020 Liège, incapable de gérer ses biens et cette personne a, en conséquence, été pourvue d’un administrateur provisoire en la personne de Me Gillis, Marielle, avocate, dont les bureaux sont établis à 4000 Liège, rue Sainte-Véro nique 20. Liège, le 3 décembre 2004. Pour extrait conforme : le greffier, (signé) Gillis, Monique. (70842) Justice de paix du canton de Liège IV Suite à la requête déposée le 22 novembre 2004, par décision du juge de paix du canton de Liège IV, rendue le 29 novembre 2004, M. Carra, Jacques Ivan Louis, divorcé de Wester, Marianne, né le 15 décembre 1951 à Seraing, domicilié rue Hya 12, à 4100 Seraing, résidant au centre hospitalier universitaire du Sart-Tilmant, « Domaine du Sart Tilman », tour 1/1B, ch. 31, à 4031 Angleur, a été déclaré incapable de gérer ses biens et a été pourvu d’un administrateur provisoire en la personne de Mme Carra, Jacqueline, née le 14 juillet 1955 à Ougrée, indépendante, domiciliée Nouvelle Route 185, à 4480 Engis. Pour extrait conforme : le greffier adjoint principal, (signé) Foges, Nicole. (70843) Suite à la requête déposée le 16 novembre 2004, par décision du juge de paix du canton de Liège IV, rendue le 29 novembre 2004, M. Vande rwaerhede, Andy Emile Marcel, né le 7 fébrier 1983 à Aye (Marche-en-Famenne), célibataire, domicilié rue des Spirous 27, à 5377 Sinsin, résidant au centre hospitalier universitaire du Sart-Tilmant, « Domaine du Sart-Tilmant », à 4031 Angleur, a été déclaré incapable de gérer ses biens et a été pourvu d’un administrateur provisoire en la personne de Me Fisse, Damien, avocat, dont les bureaux sont sis rue de la Gare 10, bte 9, à 6980 La Roche-en-Ardenne. Pour extrait conforme : le greffier adjoint principal, (signé) Foges, Nicole. (70844) Justice de paix du premier canton de Mons Suite à la requête déposée le 19 octobre 2004, par ordonnance du juge de paix du premier canton de Mons, rendue le 26 novembre 2004, Mme Descamps, Jeannine, née à Jemappes le 2 septembre 1938, veuve, domiciliée à 7012 Jemappes, avenue du Champ de Bataille 117, mais résidant à 7000 Mons, hôpital psychiatrique « Le Chêne aux Haies », chemin du Chêne-aux-Haies 24, a été déclarée incapable de gérer ses biens et a été pourvue d’un administrateur provisoire en la personne de Me Van Kerckhoven, Luc, avocat, domicilié rue des Marcottes 30, à 7000 Mons. Pour extrait conforme : le greffier adjoint, (signé) Henry, Véronique. (70845) Justice de paix du canton de Saint-Josse-ten-Noode Par ordonnance du juge de paix du canton de Saint-Josse-ten-Noode, en date du 1er décembre 2004, la nommée De Beugher, Bertine, née à Forest le 6 avril 1915, domiciliée à 1140 Evere, « Seniorie d’Evere », avenue du Frioul 20, a été déclarée incapable de gérer ses biens et a été pourvue d’un administrateur provisoire en la personne de Me Gaillard, Martine, avocat, dont le cabinet est établi à 1050 Bruxelles, avenue Louise 391/7. Le greffier adjoint délégué, (signé) Damien Lardot. (70846) Par ordonnance du juge de paix du canton de Saint-Josse-ten-Noode, en date du 1er décembre 2004, la nommée Serifi, Asma, née à Saint-Josse-ten-Noode le 18 avril 1970, domiciliée à 1210 Saint-Josse ten-Noode, rue de l’Alliance 29/4 ét., a été déclarée incapable de gérer ses biens et a été pourvue d’un administrateur provisoire en la personne de Me Gaillard, Martine, dont le cabinet est établi à 1050 Bruxelles, avenue Louise 391/7. Le greffier adjoint délégué, (signé) Damien Lardot. (70847) Justice de paix du premier canton de Tournai Suite à la requête déposée le 16 novembre 2004, par ordonnance du juge de paix du premier canton de Tournai, rendue le 29 novembre 2004, Mme Lignian, Isabelle, née le 11 juillet 1968 à Tournai, sans profession, domiciliée rue Joseph Gorin 4, à 7540 Tournai (Kain), a été déclarée incapable de gérer ses biens et a été pourvue d’un administrateur provisoire en la personne de Me Schaheys, Dominique, avocate, dont le cabinet est établi rue Rogier 11, à 7500 Tournai. Pour extrait conforme : le greffier adjoint délégué, (signé) Auverlot, Isabelle. (70848) Justice de paix du canton d’Uccle Par ordonnance du juge de paix du canton d’Uccle, en date du 26 novembre 2004, suite à l’inscription d’office au registre des requêtes le 26 novembre 2004, Mme Firre, Dominique Anne, née à Uccle le 7 février 1961, gardienne d’enfants, domiciliée à 1050 Ixelles, avenue Général Médecin Derache 133/6, résidant à l’établissement « Clinique Fond’Roy », avenue Jacques Pastur 43, à 1180 Uccle, a été déclarée incapable de gérer ses biens et a été pourvue d’un adminis trateur provisoire, étant : Me Leclerc, Patrick, avocat, dont le cabinet est situé à 1030 Bruxelles, avenue E. Cambier 39. Pour extrait conforme : le greffier en chef, (signé) Goies, Pascal. (70849) Justice de paix du canton de Woluwe-Saint-Pierre Par ordonnance rendue le 3 décembre 2004, rep. 4799 par le juge de paix de Woluwe-Saint-Pierre, la nommée Messinger, Vanessa, née le 11 décembre 1974, domiciliée à 1150 Bruxelles, avenue des Eper viers 117/38, a été déclarée inapte à gérer ses biens et a été pourvue d’un administrateur provisoire, étant : Me Dominique Willems, avocat, ayant son cabinet à 1150 Bruxelles, rue François Gay 275. Pour extrait conforme : le greffier en chef, (signé) Georges Stevens. (70850) 84162 BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE Par ordonnance rendue le 3 décembre 2004, rep. 4803 par le juge de paix de Woluwe-Saint-Pierre, la nommée Pauwels, Marie Thérèse, née le 9 septembre 1926, domiciliée à 1200 Bruxelles, rue des Déportés 50, a été déclarée inapte à gérer seule ses biens et a été pourvue d’un administrateur provisoire, étant : Me Dominique Willems, avocat, ayant son cabinet à 1150 Bruxelles, rue François Gay 275. Pour extrait conforme : le greffier en chef, (signé) Georges Stevens. (70851) Mainlevée d’administration provisoire Opheffing voorlopig bewind Vredegerecht van het zevende kanton Antwerpen Bij beschikking van de vrederechter van het zevende kanton Antwerpen, verleend op 3 december 2004, werd een einde gesteld aan het voorlopig bewind over De Clerck, Elisabeth Cesarina, geboren te Melsele op 19 november 1912, in leven wonende te 2020 Antwerpen, Kruishofstraat 144/1A, door Elbers, John, kantoorhoudende te 2000 Antwerpen, Britselei 28/2 daartoe aangewezen bij beschikking verleend door de vrederechter van het zevende kanton Antwerpen, op 16 mei 2003 (rolnummer 03B57-Rep.R. 1730/2003), en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 2 juni 2003, blz. 30062, onder nummer 64763, ingevolge het overlijden te Antwerpen (district Antwerpen) op 13 november 2004. Antwerpen, 6 december 2004. De eerstaanwezend adjunct-griffier, (get.) Verbessem, Nicole. (70852) Vredegerecht van het kanton Hoogstraten Bij beschikking van de vrederechter van het kanton Hoogstraten, verleend op 2 december 2004, werd Ooms, Stefan, geboren te Antwerpen op 25 april 1978, ongehuwd, wonende te 2275 Lille (Gierle), Schoolstraat 35, en thans verblijvende te 2018 Antwerpen, Clementi nastraat 26, opnieuw in staat verklaard zelf zijn goederen te beheren vanaf 2 december 2004, zodat de beschikking verleend door de vrede rechter van het kanton Zandhoven, op 11 mei 2004 (rolnummer 04B185 Rep.R. 1666/2004 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 18 mei 2004, blz. 39501, en onder nr. 64365), ophoudt uitwerking te hebben en er met ingang van 2 december 2004 een einde komt aan de opdracht als voorlopig bewindvoerder van de heer Gielis, Ludo August Jan, geboren te Antwerpen op 2 oktober 1955, wonende te 2275 Lille (Gierle), Schoolstraat 35. Hoogstraten, 3 december 2004. De hoofdgriffier, (get.) Van Gils, Herman. (70853) Vredegerecht van het tweede kanton Leuven Bij beschikking van de vrederechter van het tweede kanton Leuven, verleend op 2 december 2004, werd Demin, Geert, advocaat, kantoor houdend J.P. Minckelersstraat 90, 3000 Leuven, aangewezen bij beschik king verleend door de vrederechter van het tweede kanton Leuven, op 29 juni 1998, tot voorlopig bewindvoerder over Verreydt, Jean-Marie, geboren op 2 september 1946, gedomicilieerd Fonteinstraat 75/29, 3000 Leuven, verblijvend in rechte krachtens artikel 488bis, k) B.W. bij zijn voorlopige bewindvoerder, opgenomen U.P.C. Sint-Kamillus Krijkelberg 1, 3360 Bierbeek, met ingang van 28 november 2004 ontslagen van de opdracht, gezien de beschermde persoon overleden is te Leuven op 28 november 2004. Leuven, 6 december 2004. De afgevaardigd adjunct-griffier, (get.) Vanden Berghe, Walter. (70854) Justice de paix du canton de Huy II - Hannut, siège de Huy Par ordonnance rendue le 6 décembre 2004, M. le juge de paix du canton de Huy II - Hannut, siège de Huy, constate que son ordonnance du 8 avril 2003, désignant Me Murielle Paquot, avocat, rue de Tirle mont 4, à 4280 Hannut, en qualité d’administrateur provisoire à M. Vanhoenacker, Serge Christian Charles Raymond, né le 4 janvier 1962 à Ivoz-Ramet, domicilié à 4470 Saint-Georges-sur-Meuse, rue Vingt Ponts 6A, cesse de produire ses effets, cette personne étant de nouveau apte à gérer ses biens personnellement. Pour extrait conforme : le greffier adjoint principal, (signé) Fleussu, Nicole. (70855) Justice de paix du canton de Jodoigne-Perwez, siège de Perwez Par ordonnance rendue par M. le juge de paix du canton de Jodoigne Perwez, section Perwez, du 1er décembre 2004, il a été mis fin à la mesure de protection des biens relative à Classen, Georgine, née le 14 janvier 1937, domiciliée à 1360 Perwez, clos Fabiola 6, et à la mission d’administrateur provisoire de M. Cheron, Eric, directeur général, domicilié à 6032 Mont-sur-Marchienne, rue du Moria 96. Pour extrait conforme : le greffier, (signé) Courtauche, Fabienne. (70856) Justice de paix du premier canton de Namur Par ordonnance du juge de paix du premier canton de Namur prononcée en date du 2 décembre 2004, M. Clerin, Bruno, dont le bureau est établi à 5000 Namur, rue Henri Lemaître 67, a été déchargé de son mandat d’administrateur provisoire des biens de Mme Reveillon, Serge, né à Dinant le 3 janvier 1971, domicilié rue de Glacerie 165, à 5190 Moustier-sur-Sambre. Namur, le 6 décembre 2004. Pour extrait conforme : le greffier adjoint, (signé) Angélique Capelle. (70857) Par ordonnance du juge de paix du premier canton de Namur prononcée en date du 2 décembre 2004, M. Clerin, Bruno, dont le bureau est établi à 5000 Namur, rue Henri Lemaître 67, a été déchargé de son mandat d’administrateur provisoire des biens de Mme Stiernon, Paula, née le 30 octobre 1927, domiciliée à 5000 Namur, rue Henri Lemaître 14-18, résidence Marie-Thérèse. Namur, le 6 décembre 2004. Pour extrait conforme : le greffier adjoint, (signé) Angélique Capelle. (70858) Par ordonnance du juge de paix du premier canton de Namur prononcée en date du 2 décembre 2004, M. Clerin, Bruno, dont le bureau est établi à 5000 Namur, rue Henri Lemaître 67, a été déchargé de son mandat d’administrateur provisoire des biens de Vandy, Jean Marie, né à Spy le 20 janvier 1945, domicilié au home « Le Foyer », rue Louis Burteau 48, à 5032 Bothey. Namur, le 6 décembre 2004. Pour extrait conforme : le greffier adjoint, (signé) Angélique Capelle. (70859) 84163BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE Remplacement d’administrateur provisoire Vervanging voorlopig bewindvoerder Vredegerecht van het kanton Bree Bij beschikking van de vrederechter van het kanton Bree, gewezen op 25 november 2004, inzake R.V. nr. 04B117, werd vastgesteld dat ingevolge het overlijden te Genk op 30 september 2004 van Beckers, Maria Christina Anna Catharina, gepensioneerde, geboren te Bree op 27 november 1924, gedomicilieerd te 3960 Bree, Opitterkiezel 46, een einde is gekomen aan haar opdracht als voorlopig bewindvoerder over Beckers, Anna Maria Helena, gepensioneerde, geboren te Bree op 2 april 1929, gedomicilieerd en verblijvende te 3960 Bree, R.V.T., Rode Kruislaan 40, en vervangen werd door Beckers, Hendrik Peter Jozef, gepensioneerde, geboren te Bree op 9 februari 1927, gedomicilieerd te 3960 Bree, Opitterkiezel 75. Bree, 6 december 2004. Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) C. Theys. (70860) Vredegerecht van het kanton Grimbergen Bij beschikking van de vrederechter van het kanton Grimbergen, verleend op 25 november 2004 : verklaart Mr. Wim Du Bois, advocaat, met kantoor te 1170 Brussel, Van Becelaerelaan 28b, bus 8, aangewezen bij beschikking, verleend door de vrederechter van het kanton Grimbergen, op 26 juni 2003 (rolnummer 03B131 - Rep.R. 878/03), tot voorlopig bewindvoerder over Claeys, Tomas, geboren te Etterbeek op 11 april 1969, wonende te 1050 Elsene, Troonstraat 177, verblijvende te 1082 Brussel, Frans Gasthuisstraat 20A (gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 7 juli 2003, met ingang van 25 november 2004 ontslagen van zijn opdracht. voegt toe als nieuwe voorlopige bewindvoerder aan de voornoemde beschermde persoon Claeys, Tomas : Mr. Liesbeth Haubrechts, advo caat, met kantoor te 1731 Zellik, Noorderlaan 30. Grimbergen, 6 december 2004. De afgevaardigd adjunct-griffier, (get.) Willems, Bernadette. (70861) Vredegerecht van het tweede kanton Leuven Bij beschikking van de vrederechter van het tweede kanton Leuven, verleend op 29 november 2004, werd Naveld, Kevin, geboren te Bonheiden op 12 januari 1981, ongehuwd, gedomicilieerd te 2221 Heist op-den-Berg (Booischot), Brandstraat 3, verblijvend in rechte krachtens artikel 488bis, k), bij haar voorlopige bewindvoerder, opgenomen in de instelling U.P.C. Sint-Kamillus, Krijkelberg 1, te 3360 Bierbeek, nog steeds niet in staat verklaard zijn goederen te beheren en kreeg toegevoegd als nieuwe voorlopige bewindvoerder : Bogaerts, Karel, stiefvader, gedomicilieerd te 2221 Heist-op-den-Berg (Booischot), Brandstraat 3. Hierdoor werd een einde gesteld aan het mandaat van Demin, Geert, advocaat, kantoorhoudend J.P. Minckelersstraat 90, 3000 Leuven. Leuven, 6 december 2004. Voor eensluidend uittreksel : de afgevaardigd adjunct-griffier, (get.) Walter Vanden Berghe. (70862) Vredegerecht van het kanton Wervik Beschikking d.d. 30 november 2004 : verklaart Verschoot, Emma, aangewezen bij beschikking, verleend door de vrederechter van het kanton Izegem, op 11 februari 1992 (Rep.R. 223), tot voorlopig bewindvoerder over Callens, Marie-Hélène, wonende te 8890 Dadizele, R. Dewittestraat 6, met ingang van 1 december 2004, ontslagen van haar opdracht; voegt toe als nieuwe voorlopige bewindvoerder aan de voornoemde beschermde persoon Callens, Marie-Hélène : Callens, Rafaël, wonende te 8870 Izegem, Lodewijk Dosfelstraat 5. Wervik, 6 december 2004. De hoofdgriffier, (get.) Deleu, Dirk. (70863) Justice de paix du canton de Fontaine-l’Evêque Par ordonnance de M. le juge de paix du canton de Fontaine-l’Evêque en date du 23 novembre 2004, le nommé Stefani, Jean-Baptiste, domi cilié et résidant à 6142 Leernes, rue Peetermans 22, a été pourvu d’un nouvel administrateur provisoire, étant : Me Valérie Scelfo, avocat, dont le cabinet est établi à 6240 Farciennes, rue Albert Ier 54B, et il a été mis fin à la mission de M. Jean-Marie Stefani, domicilié à 6142 Leernes, rue Demoulin 28-30. Pour extrait conforme : le greffier, (signé) F. Bastien. (70864) Justice de paix du canton de Jodoigne-Perwez, siège de Perwez Suite à la requête déposée le 23 novembre 2004, par ordonnance du juge de paix du canton de Jodoigne-Perwez, section Perwez, il a été procédé au remplacement de Me Buysse, Patrick, avocat à 5100 Jambes, chaussée de Dinant 776, désigné en qualité d’administrateur provisoire de M. Scornitiel, Jules, né à Malèves le 10 mai 1922, domicilié à 1360 Perwez, rue Trémouroux 118, par Me Desender, Isabelle, avocat à 1360 Perwez, Grand-Place 21, nouvel administrateur provisoire. Pour extrait conforme : le greffier, (signé) Courtauche, Fabienne. (70865) Justice de paix du canton de Seneffe Par ordonnance du 29 novembre 2004, prononcée par le juge de paix du canton de Seneffe, siégeant en chambre du conseil, Me Lefevre, Xavier, avocat, dont le cabinet est établi à 6000 Charleroi, boulevard Audent 25, a été désigné en remplacement de Mme Carliez, Rose Marie, domiciliée à 7170 Manage, Parc Bois Robert 35, en qualité d’administrateur provisoire des biens de M. Lazarus, Thierry, né à Watermael-Boitsfort le 26 août 1968, domicilié à 7170 Manage, Parc Bois Robert 35, ce dernier étant hors d’état de gérer ses biens. Pour extrait conforme : le greffier, (signé) Beaupère, Emile. (70866) 84164 BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE Bekendmaking voorgeschreven bij artikel 793 van het Burgerlijk Wetboek Publication prescrite par l’article 793 du Code civil Aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving Acceptation sous bénéfice d’inventaire Verbeterend bericht Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen In het Belgisch Staatsblad nr. 425 van 6 december 2004, bl. 81146, bericht nr. 38100, betreft nalatenschap van wijlen Mevr. De Bekker, Maria Elisabeth : de geboortedatum van de overledene dient gelezen te worden als : « 13 augustus 1916 », in plaats van : « 23 augustus 1916 ». (38852) Rechtbank van eerste aanleg te Hasselt Bij akte, verleden ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt, op zeven december tweeduizend en vier, blijkt dat Pinxten, Véronique, geboren te Bree op 4 mei 1967, wonende te 3990 Peer, Achterstraat 49, handelend in haar hoedanigheid van langstlevende ouder over haar minderjarige zoon : Van Gaal, Glenn, geboren te Heusden-Zolder op 30 september 1989, wonende te 3990 Peer, Achter straat 49, teneinde dezer handeling bijzonder gemachtigd ingevolge beschikking van de vrederechter Beatrijs Mevesen van het vredegerecht van het kanton Neerpelt-Lommel, met zetel te Neerpelt, d.d. 30 november 2004, in het Nederlands verklaard heeft de nalaten schap van wijlen Van Gaal, Jacky Albert, geboren te Bree op 6 mei 1966, in leven laatst wonende te 3550 Heusden-Zolder, Schansstraat 176, en overleden te Houthalen-Helchteren op 10 oktober 2004, te aanvaarden, onder voorrecht van boedelbeschrijving, en teneinde dezer woonst te kiezen ter studie van Mr. Homans, Jan, steenweg op Wijchmaal 49, 3990 Peer. De schuldeisers en legatarissen worden verzocht binnen de drie maanden, te rekenen van de datum van opneming in het Belgisch Staatsblad, hun rechten, bij aangetekend schrijven, te doen kennen ter studie van voornoemde notaris. Hasselt, 7 december 2004. De e.a. adjunct-griffier, (get.) L. Petrov. (38853) Tribunal de première instance de Bruxelles Suivant acte n° 04-2346 passé au greffe du tribunal de première instance de Bruxelles, le 6 décembre 2004 : M. Lahboubi, Nohsin, domicilié à 1210 Saint-Josse-ten-Noode, rue du Méridien 82/3eétage, a déclaré accepter sous bénéfice d’inventaire la succession de Mme Garti Malaki, Khadija, née à Tanger (Maroc) le 2 février 1961, de son vivant domiciliée à Bruxelles, avenue Voltaire 75, et décédée le 24 mai 1992 à Namur. Les créanciers et légataires sont invités à faire connaître, par avis recommandé, leurs droits dans un délai de trois mois à compter de la présente insertion à M. Indekeu, Jean-Luc, notaire à 1000 Bruxelles, rue du Congrès 11. Bruxelles, le 6 décembre 2004. Le greffier, (signé) Ann Loeckx. (38854) Tribunal de première instance de Charleroi Suivant acte dressé au greffe du tribunal de ce siège en date du 6 décembre 2004, aujourd’hui le 6 décembre 2004, comparaît au greffe civil du tribunal de première instance séant à Charleroi, province de Hainaut, et par-devant nous, Hugues Mathy, greffier adjoint : Me Herinne, E., avocat à 6000 Charleroi, rue E. Tumelaire 23, bte 18, agissant en qualité d’administrateur provisoire des biens de Mme Moreau, Héléna, domiciliée à 6000 Charleroi, rue Vandervelde 21, mais de résidence à 6280 Loverval, résidence Les Amarantes, chaussée de Philippeville 128; désigné en ladite qualité par ordonnance du juge de paix du deuxième canton de Charleroi du 20 septembre 2004; lequel administrateur provisoire autorisé par ordonnance du juge de paix du deuxième canton de Liège de Charleroi du 25 novembre 2004, lequel comparant déclare, en langue française, accepter mais sous bénéfice d’inventaire seulement la succession de Moreau, Denise, de son vivant domiciliée à Charleroi, rue Emile Vandervelde 21, et décédée le 8 août 2004 à Montignies-sur-Sambre. Dont acte dressé à la demande formelle du comparant qu’après lecture faite, nous avons signé avec lui. Cet avis doit être adressé à Me Herinne, E., avocat de résidence à 6000 Charleroi, rue E. Tumelaire 23, bte 18. Les créanciers et légataires sont invités à faire connaître leurs droits, par avis recommandé, dans un délai de trois mois à compter de la date de la présente insertion. Charleroi, le 6 décembre 2004. Le greffier, (signé) Hugues Mathy. (38855) Tribunal de première instance de Liège L’an 2004, le 7 décembre, au greffe du tribunal de première instance de Liège, a comparu : Somze, Anne Jeanne Andrée Marie, née à Liège le 11 janvier 1959, agissant en qualité de titulaire de l’autorité parentale sur son enfant mineur d’âge : Courtejoie, Marion, née à Liège le 21 juillet 1988; toutes deux domiciliées à 4052 Beaufays, chemin du Wérihet 12B; et à ce, autorisée par ordonnance de la justice de paix du canton de Fléron, rendue en date du 25 novembre 2004, ordonnance produite en copie conforme, et qui restera annexée au présent acte, laquelle comparante a déclaré, ès qualitès, accepter sous bénéfice d’inventaire la succession de Courtejoie, Philippe Marie Pierre, né à Liège le 30 avril 1957, de son vivant domicilié à Beaufays, chemin du Wérihet 12B, et décédé le 15 octobre 2004 à Liège. Conformément aux prescriptions du dernier alinéa de l’article 793 du Code civil, la comparante déclare faire élection de domicile en l’étude de Me Y. Godin, notaire à 4000 Liège, rue Bassenge 47. Dont acte signé, lecture faite par la comparante et le greffier. Les créanciers et légataires sont invités à faire connaître leurs droits, par avis recommandé, au domicile élu dans les trois mois de la présente insertion. Le greffier, (signature illisible). (38856) 84165BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE L’an 2004, le 7 décembre, au greffe du tribunal de première instance de Liège, ont comparu : Carrier, Simonne, née à Vedrin le 21 septembre 1936, domiciliée rue Fernand Derenne (VD) 29, à 5020 Namur; Carrier, Jeanne, née à Vedrin le 31 juillet 1934, domiciliée avenue Franz Guillaume 46, à 1140 Evere, agissant en nom personnel, et en outre porteuse de 5 procurations sous seing privé (dont une transmise par fax) qui resteront annexées au présent acte pour et au nom de Carrier, Pascale, née à Bruxelles (district 2) le 4 octobre 1961, domiciliée avenue Albert 273/TM, agissant en nom personnel ainsi qu’en celui de son frère : Carrier Alain, né à Bruxelles le 14 juillet 1964, domicilié Bosano 777 y 6 de Diciembre, Edificio Colinas del Batan, Torre Norte, Piso 8 Depto 8 B, Quito, Ecuador (Equateur), dont elle est mandataire selon la procuration déposée et conservée en l’étude de Me Marc Henry, notaire, avenue Roi Albert 88, à 5300 Andenne (procuration transmise par fax en notre greffe); Carrier, Jean, né à Vedrin le 29 septembre 1935, domicilié rue des Brulées 5, à 4218 Héron; Carrier, Renée, née à Namur le 24 septembre 1944, domiciliée avenue de la Rochefoucauld 50, à 1330 Rixensart; Carrier, Annie, née à Namur le 6 octobre 1940, domiciliée avenue Comte de Namur 12, à 1300 Wavre, lesquels comparants ont déclaré accepter sous bénéfice d’inventaire la succession de Carrier, Geneviève Marie Pierrette, née à Namur le 16 octobre 1954, de son vivant domiciliée à Flémalle, rue Sous les Vignes 46, et décédée le 1er août 2004 à Seraing. Conformément aux prescriptions du dernier alinéa de l’article 793 du Code civil, les comparantes déclarent faire élection de domicile en l’étude de Me Marc Henry, notaire, avenue Roi Albert 88, à Andenne. Les créanciers et légataires sont invités à faire connaître leurs droits, par avis recommandé, au domicile élu dans les trois mois de la présente insertion. Le greffier, chef de service, (signature illisible). (38857) L’an 2004, le 26 novembre, au greffe du tribunal de première instance de Liège, a comparu : Coste, Julie, avocate à Liège, boulevard E. de Laveleye 14, porteuse d’une procuration sous seing privé qui restera annexée au présent acte pour et au nom d’Ureel, Frédéric, avocat à Farciennes, rue Albert Ier 236, agissant en sa qualité d’administrateur provisoire de Borlon, Francine, née à Seraing le 1er mai 1966, domiciliée à Jumet, rue Jules Loriaux 7/41; désigné par ordonnance du juge de paix du premier canton de Charleroi, en date du 21 juin 1996, et autorisé par ordonnance du juge de paix du premier canton de Charleroi, en date du 12 novembre 2004, ordonnance d’autorisation qui est produite en copie et qui restera annexée au présent acte, laquelle comparante a déclaré accepter sous bénéfice d’inventaire la succession de Borlon, Henri Louis Alexandre, né à Saint-Georges-sur Meuse le 13 février 1940, de son vivant domicilié à Liège (Grivegnée), rue des Orchidées 178, et décédé le 9 mai 2004 à Liège. Conformément aux prescriptions du dernier alinéa de l’article 793 du Code civil, la comparante déclare faire élection de domicile en l’étude du notaire Dumont, Denys, rue Raymond-Gridlet 40, à 5575 Gedinne. Dont acte signé, lecture faite par la comparante et le greffier, lequel certifie avoir attiré l’attention du déclarant sur les dispositions du troisième paragraphe de l’article 793 du Code civil. (Signé) J. Coste; Michaux. Pour extrait conforme : le greffier, (signé) Michaux. (38858) Tribunal de première instance de Marche-en-Famenne L’an 2004, le 6 décembre, au greffe du tribunal de première instance de Marche-en-Famenne, a comparu : Mme Jocelyne Croes, employée au greffe du tribunal de première instance de Marche-en-Famenne, domiciliée rue de la Twède 18, à 6960 Manhay, laquelle agissant en vertu d’une procuration datée de Houffalize le 12 décembre 2004 sous seing privé, qui restera annexée au présent comme mandataire de : 1) M. Close, Charles Léon Louis Joseph, né à Lierneux le 1er février 1921, et son épouse; 2) Mme Dubru, Marie Madeleine Thérèse, née à Houffalize le 12 mai 1931; domiciliés ensemble à Houffalize, rue de Schaerbeek 19, lesquels agissant en leur nom personnel, laquelle comparante a déclaré accepter sous bénéfice d’inventaire la succession de Wathelet, Léon André Fernand, né à Houffalize le 19 mai 1922, de son vivant domicilié à Houffalize, Aux-Chérats, Mont 6, et décédé le 21 février 2004 à Sainte-Ode. Conformément aux prescriptions du dernier alinéa de l’article 793 du Code civil, la comparante déclare faire élection de domicile en l’étude de Me Michèle Hebette, notaire de résidence à 6660 Houffalize, rue de Liège 28. Les créanciers et légataires sont invités à faire connaître leurs droits, par avis recommandé, adressé au domicile élu dans un délai de trois mois à compter de la date de la présente insertion. (Signé) Charlier; Croes. Pour extrait conforme : le greffier, (signé) L. Charlier. (38859) Tribunal de première instance de Namur L’an 2004, le 6 décembre, au greffe du tribunal de première instance de Namur, et par-devant nous, Jacqueline Tholet, greffier, a comparu : Lagrou, Marianne, domiciliée à 4000 Liège, rue Saint-Laurent 36, agissant en sa qualité de mère; Lagrou, Robin (fils du défunt), né le 6 octobre 1988 à Liège, domicilié rue Saint-Laurent 36, à Liège; et ce, dûment autorisée par ordonnance rendue par M. le juge de paix, Luc Desir, du troisième canton de Liège, en date du 9 novembre 2004, laquelle a déclaré, en langue française, agissant comme dit ci-dessus, accepter sous bénéfice d’inventaire la succession de M. Vivier, Daniel, en son vivant domicilié à Andenne, rue Jansson, et décédé à Wanze, en date du 4 octobre 2004. Dont acte requis par la comparante, qui après lecture, signe avec nous, Jacqueline Tholet, greffier. Les créanciers et légataires sont invités à faire connaître, par avis recommandé, leurs droits, dans un délai de trois mois, à compter de la date de la présente insertion. Cet avis doit être adressé à Me de Rochelée, notaire à 4520 Wanze, rue de Bas-Oha 252/A. Namur, le 6 décembre 2004. Le greffier, (signé) Jacqueline Tholet. (38860) 84166 BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE Bekendmaking gedaan overeenkomstig artikel 805 van het Burgerlijk Wetboek Publication faite en exécution de l’article 805 du Code civil Par ordonnance du 3 novembre 2004, le président du tribunal de première instance de Bruxelles a désigné Me Charles Walhin, avocat et juge suppléant, rue de Suisse 35, à 1060 Saint-Gilles, en qualité d’administrateur provisoire chargé de la liquidation de la succession de feu Xavier Charles Azanza-Albizu, né à Ixelles le 15 janvier 1944, domicilié de son vivant à 1083 Ganshoren, drève de Rivieren 85/32, et décédé à Bruxelles le 6 juillet 2004. Les créanciers et légataires sont invités à faire connaître leurs droits, par avis recommandé, adressé à l’administrateur, dans un délai de trois mois à compter de la présente insertion. (Signé) Charles Walhin, avocat. (38861) Faillissement − Faillite Rechtbank van koophandel te Antwerpen Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen, van 7 december 2004, werd het faillissement van Algemene Bouw Service Ching Swinkels V.O.F., Lange Nieuwstraat 148, bus 4, 2000 Antwerpen-1, ondernemingsnummer 0461.470.570; Mevr. Sharon Ching, Appelstraat 8, 2140 Borgerhout; de heer Herman Swinkels, Berlaarbaan 304, 2860 Sint-Katelijne Waver; Mevr. Paula Maria Louisa Heyninckx, Berlaarbaan 304, 2860 Sint Katelijne-Waver, gesloten werd bij vonnis van heden dezer rechtbank, bij vereffening, waarbij de beherende vennoten Mevr. Sharon Ching, de heer Herman Swinkels, en Mevr. Paula Maria Louisa Heyninckx, verschoonbaar werden verklaard. De curator : Mr. De Ferm, Patrick, advocaat, Ringlaan 138, 2170 Merksem (Antwerpen). De griffier-hoofd van dienst : M. Caers. (38862) Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen, van 7 december 2004, werd het faillissement van Barbary, Geerhard Irena Maria, geboren te Schoten op 10 maart 1962, Antoon Van Dyckstraat 40, 2900 Schoten, gesloten bij ontoereikend actief, waarbij de gefailleerde verschoonbaar werd verklaard. Ondernemingsnummer 0687.166.212. De curator : Mr. Vandendriessche, Geert, advocaat, Karel Ooms straat 22, 2018 Antwerpen-1. De griffier-hoofd van dienst : M. Caers. (38863) Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen, van 7 december 2004, werd het faillissement van Pardo, Gonzalez Manuel, geboren te Orense (Spanje) op 9 juli 1947, Garage Galaico, Cuperus straat 40, 2000 Antwerpen-1, gesloten bij ontoereikend actief, waarbij de gefailleerde verschoonbaar werd verklaard. Ondernemingsnummer 0503.436.433. De curator : Mr. Vandendriessche, Geert, advocaat, Karel Ooms straat 22, 2018 Antwerpen-1. De griffier-hoofd van dienst : M. Caers. (38864) Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen, van 7 december 2004, werd het faillissement van Gers, Glen Augusta Fran ciscus, geboren te Merksem op 19 juli 1975, « A.B.G. », Condorlaan 1, bus 2, 2100 Deurne (Antwerpen), gesloten bij ontoereikend actief, waarbij de gefailleerde verschoonbaar werd verklaard. Ondernemingsnummer 0767.262.872. De curator : Mr. Van Caeneghem, Wim, advocaat, Quinten Matsyslei 34, 2018 Antwerpen-1. De griffier-hoofd van dienst : M. Caers. (38865) Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen, van 7 december 2004, werd het faillissement van De Bruyn, Davy Hendrik Maria, geboren te Deurne op 13 juli 1972, « Transport De Bruyn », Veld straat 30, 2110 Wijnegem, gesloten bij ontoereikend actief, waarbij de gefailleerde verschoonbaar werd verklaard. Ondernemingsnummer 0635.343.862. De curator : Mr. Van Caeneghem, Wim, advocaat, Quinten Matsyslei 34, 2018 Antwerpen-1. De griffier-hoofd van dienst : M. Caers. (38866) Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen, van 7 december 2004, werd het faillissement van Prevenier, Guido Josée Nicolas, geboren te Antwerpen op 17 december 1963, Romeinse Put 26, 2650 Edegem, gesloten bij ontoereikend actief, waarbij de gefailleerde verschoonbaar werd verklaard. Ondernemingsnummer 0633.417.720. De curator : Mr. Vermeersch, Nathalie, advocaat, Maria-Hen riettalei 1, 2018 Antwerpen-1. De griffier-hoofd van dienst : M. Caers. (38867) Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen, van 7 december 2004, werd het faillissement van Marketing Pro N.V., Italiëlei 124, bus 54, 2000 Antwerpen-1, gesloten bij ontoereikend actief. Ondernemingsnummer 0454.751.341. Beschouwd als vereffenaars : de heer Philippe Seghers, Planetarium laan 171, 2610 Wilrijk; de heer Alexander Laquiere, Abdij van Diele ghemstraat 3, 1090 Jette; N.V. Doit-E-Holding, Statiestraat 15, 2600 Berchem. De curator : Mr. De Roy, Frans, advocaat, Paleisstraat 47, 2018 Antwerpen-1. De griffier-hoofd van dienst : M. Caers. (38868) Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen, van 7 december 2004, werd het faillissement van PM.Com N.V., Pourbus straat 2, 2000 Antwerpen-1, gesloten bij ontoereikend actief. Ondernemingsnummer 0468.363.807. Beschouwd als vereffenaar : de heer Marc Pittoors, Dries 9, 2930 Bras schaat. De curator : Mr. Bruneel, Jacques, advocaat, Amerikalei 22, 2000 Antwerpen-1. De griffier-hoofd van dienst : M. Caers. (38869) Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen, van 7 december 2004, werd het faillissement van Huize Gerontes B.V.B.A., Antwerpsesteenweg 407, 2390 Malle, gesloten bij ontoereikend actief. Ondernemingsnummer 0421.591.395. Beschouwd als vereffenaar : B.V.B.A. Huize Gerontes, Antwerpse steenweg 407, 2390 Malle. De curator : Mr. Bruneel, Jacques, advocaat, Amerikalei 22, 2000 Antwerpen-1. De griffier-hoofd van dienst : M. Caers. (38870) 84167BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen, van 7 december 2004, werd het faillissement van Trading and Consulting Services N.V., Zenobe Grammestraat 34, 2018 Antwerpen-1, gesloten bij ontoereikend actief. Ondernemingsnummer 0426.625.202. Beschouwd als vereffenaar : de heer Eric Bolle, Zenobe Gramme straat 34, bus 4, 2018 Antwerpen. De curator : Mr. Van Raemdonck, Marc, advocaat, Mechelse steenweg 166, 2018 Antwerpen-1. De griffier-hoofd van dienst : M. Caers. (38871) Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen, van 7 december 2004, werd het faillissement van Babylon B.V.B.A., Turn houtsebaan 288-290, 2140 Borgerhout (Antwerpen), gesloten bij ontoe reikend actief. Ondernemingsnummer 0460.892.035. Beschouwd als vereffenaar : de heer Najib Elfakari, Appelstraat 12, 2140 Borgerhout. De curator : Mr. Geerinckx, Herlinda, advocaat, Sint-Augustinus laan 3, 2610 Wilrijk (Antwerpen). De griffier-hoofd van dienst : M. Caers. (38872) Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen, van 7 december 2004, werd het faillissement van Transbavo B.V.B.A., Ertbrantstraat 160, 2950 Kapellen (Antwerpen), gesloten bij ontoerei kend actief. Ondernemingsnummer 0444.874.563. Beschouwd als vereffenaar : de heer Danny Bamps, Ertbrand straat 160, 2950 Kapellen. De curatoren : Mr. Verfaillie, Christine, advocaat, Amerikalei 128, 2000 Antwerpen-1, en Mr. Verstraeten, Peter, advocaat, Prins Boudewijnlaan 177-179, 2610 Wilrijk (Antwerpen). De griffier-hoofd van dienst : M. Caers. (38873) Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen, van 7 december 2004, werd het faillissement van Eximco Int-L B.V.B.A., Steynstraat 222, 2660 Hoboken (Antwerpen), gesloten bij ontoereikend actief. Ondernemingsnummer 0451.173.328. Beschouwd als vereffenaar : de heer Paul Cop, Huidevetterstraat 21, 2000 Antwerpen. De curator : Mr. Hendrickx, Jean, advocaat, Plantin en Moretuslei 12, 2018 Antwerpen-1. De griffier-hoofd van dienst : M. Caers. (38874) Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen, van 7 december 2004, werd het faillissement van Badri-Import/Export B.V.B.A., Kaasbrug 1, 2000 Antwerpen-1, gesloten bij ontoereikend actief. Ondernemingsnummer 0430.252.507. Beschouwd als vereffenaar : de heer Shota Megrelishvili, Mechelse steenweg 188/2, 2018 Antwerpen. De curator : Mr. Houben, Luc, advocaat, Bist 45/8, 2610 Wilrijk (Antwerpen). De griffier-hoofd van dienst : M. Caers. (38875) Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen, van 7 december 2004, werd het faillissement van Matthijs Consult, gewone commanditaire vennootschap, Provinciesteenweg 296, 2530 Boechout, gesloten bij ontoereikend actief. Ondernemingsnummer 0465.354.035. Beschouwd als vereffenaar : de heer Koen Matthijs, Paarsdemer straat 11/a1, 3500 Hasselt. De curator : Mr. Patroons, Kristiaan, advocaat, Mechelsesteenweg 12, bus 8, 2000 Antwerpen-1. De griffier-hoofd van dienst : M. Caers. (38876) Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen, van 7 december 2004, werd het faillissement van Opreel & C° - BTW Consulenten B.V.B.A., Vleerakkerstraat 29, 2100 Deurne (Antwerpen), gesloten bij ontoereikend actief. Ondernemingsnummer 0448.635.292. Beschouwd als vereffenaar : B.V.B.A. Opreel & C°, Vleerakker straat 29, 2100 Deurne. De curator : Mr. Le Page, Reinhilde, advocaat, Haringrodestraat 39, 2018 Antwerpen-1. De griffier-hoofd van dienst : M. Caers. (38877) Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen, van 7 december 2004, werd het faillissement van Charres B.V.B.A., Ruimtevaartlaan 2/10, 2100 Deurne (Antwerpen), gesloten bij ontoe reikend actief. Ondernemingsnummer 0435.433.394. Beschouwd als vereffenaar : de heer Richard Gauthier, Valkenput straat 55, 2140 Borgerhout. De curator : Mr. Vandendriessche, Geert, advocaat, Karel Ooms straat 22, 2018 Antwerpen-1. De griffier-hoofd van dienst : M. Caers. (Pro deo) (38878) Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen, van 7 december 2004, werd het faillissement van Teston B.V.B.A., Statielei 68, 2640 Mortsel, gesloten bij ontoereikend actief. Ondernemingsnummer 0474.734.727. Beschouwd als vereffenaar : Mevr. Nancy Luyten, ’t Serclaeslei 8, 2930 Brasschaat. De curator : Mr. Van Sant, Paul, advocaat, Schermersstraat 1, 2000 Antwerpen-1. De griffier-hoofd van dienst : M. Caers. (Pro deo) (38879) Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen, van 7 december 2004, werd het faillissement van Hudson International N.V., Slachthuislaan 11, 2060 Antwerpen-6, gesloten bij ontoereikend actief. Ondernemingsnummer 0437.069.627. Beschouwd als vereffenaar : de heer Guido Van Honste, Mikse baan 252/B, 2930 Brasschaat. De curator : Mr. Van Kildonck, Karel, advocaat, Belgiëlei 196, 2018 Antwerpen-1. De griffier-hoofd van dienst : M. Caers. (Pro deo) (38880) 84168 BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen, van 7 december 2004, werd het faillissement van Adria B.V.B.A., IJzeren weglei 2A, 2640 Mortsel, gesloten bij ontoereikend actief. Ondernemingsnummer 0454.350.968. Beschouwd als vereffenaar : de heer Bart Adriaensens, Neerhoeve laan 92, 2640 Mortsel. De curator : Mr. Laugs, Guy, advocaat, Mechelsesteenweg 12/8, 2000 Antwerpen-1. De griffier-hoofd van dienst : M. Caers. (Pro deo) (38881) Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen, van 7 december 2004, werd het faillissement van A.S.R. B.V.B.A., Jan Van Rijswijcklaan 89, bus 1, 2018 Antwerpen-1, gesloten bij ontoereikend actief. Ondernemingsnummer 0472.864.211. Beschouwd als vereffenaar : de heer Patrick Roofthooft, Eichen strasse 23, D-33471 Volksmarsen, Berlijn, Duitsland. De curator : Mr. Vermeersch, Nathalie, advocaat, Maria-Henrietta lei 1, 2018 Antwerpen-1. De griffier-hoofd van dienst : M. Caers. (Pro deo) (38882) Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen, van 7 december 2004, werd het faillissement van Antwerps Business Coope ration N.V., in het kort : « A.B.C.O. », Noordersingel 11, bus 1, 2140 Borgerhout (Antwerpen), gesloten bij ontoereikend actief. Ondernemingsnummer 0449.916.583. Beschouwd als vereffenaar : de heer Marcel Rops, Jagerstraat 25, 2140 Borgerhout. De curator : Mr. Heysse, Barbara, advocaat, Kerkstraat 39, 2940 Stabroek. De griffier-hoofd van dienst : M. Caers. (Pro deo) (38883) Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen, van 7 december 2004, werd het faillissement van Frozen Invest B.V.B.A., Vrijhandelsstraat 2, 2170 Merksem (Antwerpen), gesloten bij ontoerei kend actief. Ondernemingsnummer 0471.428.017. Beschouwd als vereffenaar : de heer L. Vigneron, Eernegemweg 59, 8490 Snellegem. De curator : Mr. Hendrickx, Christiaan, advocaat, Quinten Matsijs lei 34, 2018 Antwerpen-1. De griffier-hoofd van dienst : M. Caers. (Pro deo) (38884) Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen, van 7 december 2004, werd het faillissement van Guido M. B.V.B.A., Augustijnenstraat 11, 2000 Antwerpen-1, gesloten bij ontoereikend actief. Ondernemingsnummer 0450.896.976. Beschouwd als vereffenaar : de heer Ludovicus Eggers, Augustijnen straat 11, 2000 Antwerpen. De curator : Mr. Laugs, Guy, advocaat, Mechelsesteenweg 12/8, 2000 Antwerpen-1. De griffier-hoofd van dienst : M. Caers. (Pro deo) (38885) Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen, van 7 december 2004, werd het faillissement van Butler Huishoudartikelen B.V.B.A., Bredabaan 271, 2930 Brasschaat, gesloten bij ontoereikend actief. Ondernemingsnummer 0424.563.654. Beschouwd als vereffenaar : Mevr. Martine Meert, Bredabaan 271, 2930 Brasschaat. De curator : Mr. Warson, Michael, advocaat, Fr. Rooseveltplaats 12, 6e verdieping, 2060 Antwerpen-6. De griffier-hoofd van dienst : M. Caers. (Pro deo) (38886) Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen, van 7 december 2004, werd het faillissement van Window Cleaners B.V.B.A., Volkstraat 49, 2000 Antwerpen-1, gesloten bij ontoereikend actief. Ondernemingsnummer 0472.135.721. Beschouwd als vereffenaar : de heer Guy Van Dyck, Volkstraat 49, 2000 Antwerpen. De curator : Mr. Rauter, Philip, advocaat, Mechelsesteenweg 166, 2018 Antwerpen-1. De griffier-hoofd van dienst : M. Caers. (Pro deo) (38887) Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen, van 7 december 2004, werd het faillissement van Deep Sea Productions B.V.B.A., in het kort : « DSP », Elzendreef 5, 2970 Schilde, gesloten bij ontoereikend actief. Ondernemingsnummer 0454.460.935. Beschouwd als vereffenaar : de heer Hubert Wallaert, zonder gekende woon- of verblijfplaats in België, noch in het buitenland. De curator : Mr. Bruneel, Jacques, advocaat, Amerikalei 22, 2000 Antwerpen-1. De griffier-hoofd van dienst : M. Caers. (Pro deo) (38888) Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen, van 7 december 2004, werd het faillissement van Aviation and Investment Service B.V.B.A., Statiestraat 50, 2018 Antwerpen-1, gesloten bij ontoe reikend actief. Ondernemingsnummer 0422.501.712. Beschouwd als vereffenaar : de heer Marc Mareels, zonder gekende woon- of verblijfplaats in België, noch in het buitenland. De curator : Mr. De Pretre, Luc, advocaat, Lodewijk Gerritslaan 18, 2600 Berchem (Antwerpen). De griffier-hoofd van dienst : M. Caers. (Pro deo) (38889) Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen, van 7 december 2004, werd het faillissement van Castel B.V.B.A., De Keyserlei 37, 2018 Antwerpen-1, gesloten bij ontoereikend actief. Ondernemingsnummer 0459.338.055. Beschouwd als vereffenaar : de heer Michael Nabarro, Heislagse baan 128, 2930 Brasschaat. De curator : Mr. Talboom, Constant, advocaat, Lombardenvest 22, 2000 Antwerpen-1. De griffier-hoofd van dienst : M. Caers. (Pro deo) (38890) 84169BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen, van 7 december 2004, werd het faillissement van Ron Shatz Investments N.V., Belgiëlei 101, 2018 Antwerpen-1, gesloten bij ontoereikend actief. Ondernemingsnummer 0471.473.646. Beschouwd als vereffenaar : Mevr. Yafa Chouchan, Quellinstraat 45, 2018 Antwerpen. De curator : Mr. Bruneel, Jacques, advocaat, Amerikalei 22, 2000 Antwerpen-1. De griffier-hoofd van dienst : M. Caers. (Pro deo) (38891) Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen, van 7 december 2004, werd het faillissement van Dals B.V.B.A., Sterlinger straat 58, 2140 Borgerhout (Antwerpen), gesloten bij ontoereikend actief. Ondernemingsnummer 0466.794.880. Beschouwd als vereffenaar : de heer Said Laarossi, Langstraat 146, 2140 Borgerhout. De curator : Mr. Brems, Patrick, advocaat, Marktplein 7, 2110 Wijnegem. De griffier-hoofd van dienst : M. Caers. (Pro deo) (38892) Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen, d.d. 7 december 2004, is Clozuys B.V.B.A., Leopoldplaats 10, bus 5, 2000 Antwerpen-1, textielveredeling, op bekentenis, failliet verklaard. Ondernemingsnummer 0479.777.143. Curator : Mr. Henquin, Michel, Kerkstraat 39B, 2940 Stabroek. Datum van de staking van betaling : 7 december 2004. Indienen van de schuldvorderingen ter griffie : vóór 6 januari 2005. Sluiting van het proces-verbaal van nazicht van de ingediende schuldvorderingen : 2 februari 2005, te 9 uur, zaal 18, rechtbank van koophandel te Antwerpen, gerechtsgebouw, Stockmansstraat, 2018 Antwerpen. De griffier-hoofd van dienst : M. Caers. (Pro deo) (38893) Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen, d.d. 7 december 2004, is Centrum voor Kinesitherapie W. Vermeulen B.V.B.A., Turnhoutsebaan 163, 2100 Deurne (Antwerpen), kinesithera peuten, op bekentenis, failliet verklaard. Ondernemingsnummer 0418.365.255. Curator : Mr. Heysse, Barbara, Kerkstraat 39, 2940 Stabroek. Datum van de staking van betaling : 7 december 2004. Indienen van de schuldvorderingen ter griffie : vóór 6 januari 2005. Sluiting van het proces-verbaal van nazicht van de ingediende schuldvorderingen : 2 februari 2005, te 9 uur, zaal 18, rechtbank van koophandel te Antwerpen, gerechtsgebouw, Stockmansstraat, 2018 Antwerpen. De griffier-hoofd van dienst : M. Caers. (Pro deo) (38894) Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen, d.d. 7 december 2004, is Davidis Trading B.V.B.A., in vereffening, Isabellalei 128, 2018 Antwerpen-1, op bekentenis, failliet verklaard en afgesloten bij ontoereikend actief. Ondernemingsnummer 0442.410.862. Vereffenaar : Mr. C. Verfaillie, Amerikalei 128, 2000 Antwerpen. Datum van de staking van betaling : 7 december 2004. Geen aanstelling van een curator en een rechter-commissaris. De griffier-hoofd van dienst : M. Caers. (Pro deo) (38895) Rechtbank van koophandel te Brugge, afdeling Oostende Bij vonnis van de derde kamer van de rechtbank van koophandel te Brugge, afdeling Oostende, werd op 6 december 2004, op bekentenis, het faillissement uitgesproken van Verhaeghe, Kurt, geboren op 23 juni 1971 te Torhout, wonende te en met handelsuitbating te 8820 Torhout, Bruggestraat 62, met ondernemingsnum mer 0761.307.270, met als handelsactiviteiten schrijnwerk van hout of van kunststof, vervaardigen van deuren, ramen, kozijnen, luiken, de montage van hangars, loodsen, schuren, silo’s, enz., voor landbouw doeleinden, overige bouwinstallatie, de installatie van stores en zonne schermen, handelsbemiddeling. De datum van staking van betaling is vastgesteld op 6 december 2004. Tot curator werd aangesteld : Mr. Dennis Tavernier, advocaat te 8400 Oostende, Gistelsesteenweg 1D-3.1. De aangiften van schuldvordering dienen neergelegd te worden ter griffie van de rechtbank van koophandel te 8400 Oostende, Canada plein, vóór 7 januari 2005. De afsluiting van het proces-verbaal van verificatie van de schuld vorderingen zal plaatsgrijpen op vrijdag 21 januari 2005, om 17 uur, in de raadkamer van de rechtbank van koophandel te Brugge, afdeling Oostende, op de eerste verdieping van het gerechtsgebouw te 8400 Oostende, Canadaplein. Voor eensluidend verklaard uittreksel : de griffier, (get.) H. Crom bez. (38896) De rechtbank van koophandel te Brugge, afdeling Oostende, derde kamer, heeft bij vonnis d.d. 25 november 2004, het faillissement van Tracotra B.V.B.A., te Oostende, gesloten verklaard. Aard vonnis : sluiting bij vereffening. Gefailleerde werd niet verschoonbaar verklaard. Wordt als vereffenaar beschouwd : Wittevrongel, Franky, wonende te 8470 Gistel, Moerestraat 181. Voor eensluidend verklaard uittreksel : de griffier, (get.) H. Crom bez. (38897) De rechtbank van koophandel te Brugge, afdeling Oostende, derde kamer, heeft bij vonnis d.d. 25 november 2004, het faillissement van Denly C.V., te Oostende, gesloten verklaard. Aard vonnis : sluiting ontoereikend actief. Gefailleerde werd niet verschoonbaar verklaard. Wordt als vereffenaar beschouwd : Blommaert, Liliane, wonende te 8400 Oostende, Overvloedstraat 86. Voor eensluidend verklaard uittreksel : de griffier, (get.) H. Crom bez. (38898) De rechtbank van koophandel te Brugge, afdeling Oostende, derde kamer, heeft bij vonnis d.d. 25 november 2004, het faillissement van Seabreeze B.V.B.A., te Oostende, gesloten verklaard. Aard vonnis : sluiting ontoereikend actief. Gefailleerde werd niet verschoonbaar verklaard. Wordt als vereffenaar beschouwd : Bart Brutin, wonend te Spanje, Alicante, Parque de los Nationes, Bloq 8. Voor eensluidend verklaard uittreksel : de griffier, (get.) H. Crombez. (Pro deo) (38899) 84170 BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE De rechtbank van koophandel te Brugge, afdeling Oostende, derde kamer, heeft bij vonnis d.d. 25 november 2004, het faillissement van Information Technology Experts C.V.O.H.A., te Oostende, gesloten verklaard. Aard vonnis : sluiting ontoereikend actief. Gefailleerde werd niet verschoonbaar verklaard. Wordt als vereffenaar beschouwd : Gyselinck, Luc, wonende te 2640 Mortsel, Mechelsesteenweg 99. Voor eensluidend verklaard uittreksel : de griffier, (get.) H. Crombez. (Pro deo) (38900) Rechtbank van koophandel te Dendermonde Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Dendermonde, zesde kamer, d.d. 6 december 2004, werd DRT Dak & Wand N.V., onderne ming in schrijnwerk, Plaza de los Faroles 6/7, 29670 San Pedro de Alcantara, in staat van faillissement verklaard. Ondernemingsnummer 0425.594.725. Rechter-commissaris : M. Philippe Van Haute. Curator : Mr. Marc Peeters, Kerkstraat 52, 9200 Dendermonde. Datum staking van betaling : 29 november 2004, onder voorbehoud van art. 12, lid 2 F.W. Indienen van de schuldvorderingen met bewijsstukken, uitsluitend ter griffie van de rechtbank van koophandel te Dendermonde, binnen de dertig dagen vanaf datum faillissementsvonnis. Sluiting van het proces-verbaal van nazicht van de schuldvorderin gen : op vrijdag 14 januari 2005, te 9 uur. Voor eensluidend uittreksel : de griffier-hoofd van dienst, (get.) C. Borms. (38901) Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Dendermonde, zesde kamer, d.d. 6 december 2004, werd Van De Vijver, Wim, elektricien, Albert Panisstraat 48, 9120 Beveren-Waas, in staat van faillissement verklaard. Ondernemingsnummer 0684.290.755. Rechter-commissaris : M. Marianne Buyse. Curator : Mr. Alain Cleyman, Parklaan 14, 9100 Sint-Niklaas. Datum staking van betaling : 6 december 2004, onder voorbehoud van art. 12, lid 2 F.W. Indienen van de schuldvorderingen met bewijsstukken, uitsluitend ter griffie van de rechtbank van koophandel te Dendermonde, binnen de dertig dagen vanaf datum faillissementsvonnis. Sluiting van het proces-verbaal van nazicht van de schuldvorderin gen : op vrijdag 21 januari 2005, te 11 uur. Voor eensluidend uittreksel : de griffier-hoofd van dienst, (get.) C. Borms. (38902) Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Dendermonde, zesde kamer, d.d. 6 december 2004, werd Dooremont B.V.B.A., plaatsen van vloer- en wandbekleding, Dries 29, 9320 Erembodegem, in staat van faillissement verklaard. Ondernemingsnummer 0455.971.264. Rechter-commissaris : M. Christophe Meert. Curator : Mr. Albert Coppens, Capucijnenlaan 63, 9300 Aalst. Datum staking van betaling : 6 december 2004, onder voorbehoud van art. 12, lid 2 F.W. Indienen van de schuldvorderingen met bewijsstukken, uitsluitend ter griffie van de rechtbank van koophandel te Dendermonde, binnen de dertig dagen vanaf datum faillissementsvonnis. Sluiting van het proces-verbaal van nazicht van de schuldvorderin gen : op vrijdag 21 januari 2005, te 10 uur. Voor eensluidend uittreksel : de griffier-hoofd van dienst, (get.) C. Borms. (38903) Rechtbank van koophandel te Gent Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Gent, d.d. 3 december 2004, op dagvaarding, eerste kamer, werd het faillissement vastgesteld inzake Geerinckx en Co GCV, kleinhandel in motorbrandstoffen en smeerolie, smeren, grafiteren, wassen, kleine herstellingswerken en onderhoud, car-wash; met maatschappelijke zetel gevestigd te 9000 Gent, Sint-Bernadettestraat 89, en met ondernemingsnummer 0474.809.852. Rechter-commissaris : de heer Hugo Martens. Datum staking van de betalingen : 3 december 2004. Indienen schuldvorderingen : griffie rechtbank van koophandel, Oude Schaapmarkt 22, 9000 Gent, vóór 31 december 2004. Sluiting van het proces-verbaal van nazicht van de ingediende schuldvorderingen : 18 januari 2005, te 9 uur, in de rechtbank, gehoor zaal A, tweede verdieping. De curator : Mr. Eddy Carnewal, advocaat, kantoorhoudende te 9051 Sint-Denijs-Westrem, Derbystraat 325. Voor eensluidend uittreksel : de hoofdgriffier, (get.) H. Vanmalde ghem. (38904) Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Gent, d.d. 3 december 2004, op dagvaarding, eerste kamer, werd het faillissement vastgesteld inzake Panalon Benelux N.V., goederenvervoer over de weg, met maatschappelijke zetel gevestigd te 9042 Gent, Mai Zetter lingstraat 2, en hebbende als ondernemingsnummer 0476.788.652. Rechter-commissaris : de heer André Van Maldegem. Datum staking van de betalingen : 3 december 2004. Indienen schuldvorderingen : griffie rechtbank van koophandel, Oude Schaapmarkt 22, 9000 Gent, vóór 31 december 2004. Sluiting van het proces-verbaal van nazicht van de ingediende schuldvorderingen : 17 januari 2005, te 9 uur, in de rechtbank, gehoor zaal A, tweede verdieping. De curator : Mr. Didier Bekaert, advocaat, kantoorhoudende te 9000 Gent, Fr. Rooseveltlaan 222. Voor eensluidend uittreksel : de hoofdgriffier, (get.) H. Vanmalde ghem. (38905) 84171BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Gent, d.d. 3 december 2004, op dagvaarding, eerste kamer, werd het faillissement vastgesteld inzake General Management Company International B.V.B.A., afgekort : « G.M.C.I. », marktonderzoekbureau, bemiddeling bij de aankoop, verkoop en verhuur van onroerend goed, met maat schappelijke zetel gevestigd te 9990 Maldegem, Ambachtenlaan 1, en met ondernemingsnummer 0438.907.578. Rechter-commissaris : de heer Christian De Fooz. Datum staking van de betalingen : 3 december 2004. Indienen schuldvorderingen : griffie rechtbank van koophandel, Oude Schaapmarkt 22, 9000 Gent, vóór 31 december 2004. Sluiting van het proces-verbaal van nazicht van de ingediende schuldvorderingen : 19 januari 2005, te 9 uur, in de rechtbank, gehoor zaal A, tweede verdieping. De curator : Mr. Hilde De Boever, advocaat, kantoorhoudende te 9860 Scheldewindeke, Stationsstraat 23. Voor eensluidend uittreksel : de hoofdgriffier, (get.) H. Vanmalde ghem. (38906) Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Gent, d.d. 3 december 2004, op dagvaarding, eerste kamer, werd het faillissement vastgesteld inzake Van Durme, Christoph, koerierdiensten, geboren te Zelzate op 16 januari 1976, wonende te 9990 Maldegem, Vanovers 7, en met ondernemingsnummer 0648.545.265. Rechter-commissaris : de heer Freddy Van Hoe. Datum staking van de betalingen : 3 december 2004. Indienen schuldvorderingen : griffie rechtbank van koophandel, Oude Schaapmarkt 22, 9000 Gent, vóór 31 december 2004. Sluiting van het proces-verbaal van nazicht van de ingediende schuldvorderingen : 14 januari 2005, te 9 uur, in de rechtbank, gehoor zaal A, tweede verdieping. De curator : Mr. Guido Aerts, advocaat, kantoorhoudende te 9000 Gent, Voskenslaan 420. Voor eensluidend uittreksel : de hoofdgriffier, (get.) H. Vanmalde ghem. (38907) Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Gent, d.d. 2 december 2004, werd het faillissement Corecon B.V.B.A., Afrika laan 50, 9000 Gent, door vereffening beëindigd. De gefailleerde werd niet verschoonbaar verklaard. Wordt beschouwd als vereffenaar : Coddens, Marie-Christine, Baarleboslaan 23, te 9031 Drongen. De hoofdgriffier : (get.) H. Vanmaldeghem. (38908) Rechtbank van koophandel te Mechelen Bij vonnis d.d. 6 december 2004 van de rechtbank van koophandel te Mechelen werd gesloten verklaard, wegens ontoereikend actief, het faillissement van Mevr. Puype, Lieve, voorheen wonende te 2221 Booi schot, Dorpsstraat 64/E, en thans te 3120 Tremelo, E. Van Der Velde straat 37, met ondernemingsnummer 0630.508.215, en werd de gefail leerde verschoonbaar verklaard. Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) G. Lauwers. (38909) Bij vonnis d.d. 6 december 2004 van de rechtbank van koophandel te Mechelen werd gesloten verklaard, ingevolge vereffening, het faillis sement van Mevr. Laenen, Eveline, voorheen wonende te 2220 Heist op-den-Berg, Molenstraat 37, en thans te 2580 Putte, Molenstraat 15/A, met ondernemingsnummer 0636.474.507, en werd de gefailleerde verschoonbaar verklaard. Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) G. Lauwers. (38910) Bij vonnis d.d. 6 december 2004 van de rechtbank van koophandel te Mechelen werd gesloten verklaard wegens ontoereikend actief, het fail lissement van de heer Van Geenberghe, Ronny, wonende te 2800 Mechelen, voorheen Polderstraat 83, en thans Mahatma Gandhi straat 9/306, met ondernemingsnummer 0727.249.184, en werd de gefailleerde verschoonbaar verklaard. Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) G. Lauwers. (38911) Bij vonnis d.d. 6 december 2004 van de rechtbank van koophandel te Mechelen werd gesloten verklaard, wegens ontoereikend actief, het faillissement van de B.V.B.A. Thimar, met maatschappelijke zetel te 2800 Mechelen, Kanunnik De Deckerstraat 7, met ondernemings nummer 0461.881.138, en werd gezegd dat als vereffenaar wordt beschouwd : de heer Houichet, Jalel, wonende te 2000 Antwerpen, Frankrijklei 42/44. Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) G. Lauwers. (38912) Bij vonnis d.d. 6 december 2004 van de rechtbank van koophandel te Mechelen werd gesloten verklaard, wegens ontoereikend actief, het faillissement van de B.V.B.A. Odil, met maatschappelijke zetel te 2800 Mechelen, Sint-Katelijnestraat 2, met ondernemingsnum mer 0455.843.283, en werd gezegd dat als vereffenaar wordt beschouwd : de heer Trauwkens, Gunther, wonende te 2800 Mechelen, Brusselsesteenweg 180. Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) G. Lauwers. (38913) Bij vonnis d.d. 6 december 2004 van de rechtbank van koophandel te Mechelen werd gesloten verklaard, wegens ontoereikend actief, het faillissement van de B.V.B.A. Kasita, met maatschappelijke zetel te 2800 Mechelen, Sint-Katelijnestraat 112, met ondernemings nummer 0457.548.802, en werd gezegd dat als vereffenaar wordt beschouwd : de heer Arbaji, Abdellazziz, wonende te 2800 Mechelen, Heembeemd 41. Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) G. Lauwers. (38914) Bij vonnis d.d. 6 december 2004 van de rechtbank van koophandel te Mechelen werd, op dagvaarding, in staat van faillissement verklaard de N.V. Fons Truck & Trailer Service, onderhoud en reparatie van auto’s, handeldrijvende onder de benaming FTTS, met maatschap pelijke zetel te 2500 Lier, Mallekotstraat 67, ondernemings nummer 0471.410.793. De datum van staking van betaling werd vastgesteld op 6 december 2004. Tot curator werd benoemd : Mr. Obbels, Luc, advocaat, kantoor houdende te 2560 Nijlen, Bouwelsesteenweg 4b. De schuldvorderingen dienen ingediend te worden uiterlijk op 3 januari 2005, ter griffie van de rechtbank van koophandel te 2800 Mechelen, Voochtstraat 7. Proces-verbaal van verificatie der schuldvorderingen wordt afge sloten op 31 januari 2005, om 8 u. 30 m., in de raadkamer van de rechtbank van koophandel, Voochtstraat 7, 2800 Mechelen. Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) G. Lauwers. (38915) 84172 BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE Bij vonnis d.d. 6 december 2004 van de rechtbank van koophandel te Mechelen werd, op dagvaarding, in staat van faillissement verklaard de B.V.B.A. Cobra, aanneming en uitvoering van binnenhuisinrich tingswerken, met maatschappelijke zetel te 2800 Mechelen, De Regen boog 11, met ondernemingsnummer 0440.345.257. De datum van staking van betaling werd vastgesteld op 6 december 2004. Tot curator werd benoemd : Mr. Obbels, Luc, advocaat, kantoor houdende te 2560 Nijlen, Bouwelsesteenweg 4b. De schuldvorderingen dienen ingediend te worden uiterlijk op 3 januari 2005, ter griffie van de rechtbank van koophandel te 2800 Mechelen, Voochtstraat 7. Proces-verbaal van verificatie der schuldvorderingen wordt afge sloten op 31 januari 2005, om 8 u. 30 m., in de raadkamer van de rechtbank van koophandel, Voochtstraat 7, 2800 Mechelen. Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) G. Lauwers. (38916) Bij vonnis d.d. 6 december 2004 van de rechtbank van koophandel te Mechelen, werd op bekentenis, in staat van faillissement verklaard de heer Van Zaelen, Dirk Marcel Elisabeth, geboren te Breendonk op 1 april 1957, voeg- en bezettingswerken, wonende te 2870 Puurs, Provincielaan 2, met ondernemingsnummer 0634.419.788. De datum van staking van betaling werd vastgesteld op 6 december 2004. Tot curator werd benoemd : Mr. Spiessens, Jozef, advocaat, kantoor houdende te 2830 Willebroek, Groene Laan 6. De schuldvorderingen dienen ingediend te worden uiterlijk op 3 januari 2005, ter griffie van de rechtbank van koophandel te 2800 Mechelen, Voochtstraat 7. Proces-verbaal van verificatie der schuldvorderingen wordt afge sloten op 31 januari 2005, om 8 u. 30 m., in de raadkamer van de rechtbank van koophandel, Voochtstraat 7, 2800 Mechelen. Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) G. Lauwers. (38917) Bij vonnis d.d. 6 december 2004 van de rechtbank van koophandel te Mechelen werd, op bekentenis, in staat van faillissement verklaard de B.V.B.A. Excel Management and Quality Consultants, consultancy, met maatschappelijke zetel te 2800 Mechelen, Hanswijkstraat 56/5, handel drijvende onder de benaming E.M.Q.C., met ondernemings nummer 0462.832.926. De datum van staking van betaling werd vastgesteld op 6 december 2004. Tot curator werd benoemd : Mr. Spiessens, Jozef, advocaat, kantoor houdende te 2830 Willebroek, Groene Laan 6. De schuldvorderingen dienen ingediend te worden uiterlijk op 3 januari 2005, ter griffie van de rechtbank van koophandel te 2800 Mechelen, Voochtstraat 7. Proces-verbaal van verificatie der schuldvorderingen wordt afge sloten op 31 januari 2005, om 8 u. 30 m., in de raadkamer van de rechtbank van koophandel, Voochtstraat 7, 2800 Mechelen. Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) G. Lauwers. (38918) Bij vonnis d.d. 6 december 2004 van de rechtbank van koophandel te Mechelen werd, op bekentenis, in staat van faillissement verklaard de B.V.B.A. Fenas, drankgelegenheid, met maatschappelijke zetel te 2800 Mechelen, Scheerstraat 10, handeldrijvende onder de benaming Cocktail, met ondernemingsnummer 0440.392.074. De datum van staking van betaling werd vastgesteld op 6 december 2004. Tot curator werd benoemd : Mr. Van Hocht, Kristin, advocaat, kantoorhoudende te 2800 Mechelen, Paardenstraatje 35. De schuldvorderingen dienen ingediend te worden uiterlijk op 3 januari 2005, ter griffie van de rechtbank van koophandel te 2800 Mechelen, Voochtstraat 7. Proces-verbaal van verificatie der schuldvorderingen wordt afge sloten op 31 januari 2005, om 8 u. 30 m., in de raadkamer van de rechtbank van koophandel, Voochtstraat 7, 2800 Mechelen. Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) G. Lauwers. (38919) Bij vonnis d.d. 6 december 2004 van de rechtbank van koophandel te Mechelen werd, op dagvaarding, in staat van faillissement verklaard de N.V. Kryton, patrimoniumvennootschap, met maatschappelijke zetel te 2890 Sint-Amands, Abeelestraat 63, met ondernemings nummer 0456.518.424. De datum van staking van betaling werd vastgesteld op 6 december 2004. Tot curatoren werden benoemd : Mr. Spiessens, Jozef, advocaat, kantoorhoudende te 2830 Willebroek, Groene Laan 6, en Mr. Obbels, Luc, advocaat, kantoorhoudende te 2560 Nijlen, Bouwelsesteenweg 4b. De schuldvorderingen dienen ingediend te worden uiterlijk op 3 januari 2005, ter griffie van de rechtbank van koophandel te 2800 Mechelen, Voochtstraat 7. Proces-verbaal van verificatie der schuldvorderingen wordt afge sloten op 31 januari 2005, om 8 u. 30 m., in de raadkamer van de rechtbank van koophandel, Voochtstraat 7, 2800 Mechelen. Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) G. Lauwers. (38920) Tribunal de commerce de Charleroi Par jugement du 30 novembre 2004, la première chambre du tribunal de commerce de Charleroi a déclaré, sur assignation, la faillite de la S.A. De Fechereu, dont le siège social est sis à 6000 Charleroi, rue de Dampremy 12, inscrite à la Banque-Carrefour des Entreprises sous le n° 0443.833.002. Activité commerciale : commerce articles de cadeaux. Curateur : Me Louis Dermine, avocat à Loverval, allée Notre-Dame de Grâce 2. Juge-commissaire : M. Frère. La date provisoire de cessation de paiement est fixée au 30 novembre 2004. Les créanciers sont invités à déposer leurs créances au greffe du tribunal de commerce avant le 28 décembre 2004. La clôture du procès-verbal de vérification des créances est fixée au 25 janvier 2005, à 8 h 15 m, en chambre du conseil de la première chambre du tribunal de commerce de Charleroi. Accorde d’office la gratuité de la procédure sur pied de l’article 666 du Code judiciaire. Pour extrait conforme : le greffier, (signé) F. Vanbergen. (38921) 84173BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE Par jugement du 1er décembre 2004, la première chambre du tribunal de commerce de Charleroi a déclaré, sur aveu, la faillite de la S.P.R.L. Emcebel, dont le siège social est sis à 6230 Pont-à-Celles, rue de la Pépinière 1C, inscrite à la B.C.E. sous le n° 0477.138.545. Activité commerciale : entreprise de travaux de rénovation. Curateur : Me Louis Dermine, avocat à Loverval, allée Notre-Dame de Grâce 2. Juge-commissaire : M. Harnisfeger. La date provisoire de cessation de paiement est fixée au 31 octobre 2004. Les créanciers sont invités à déposer leurs créances au greffe du tribunal de commerce avant le 28 décembre 2004. La clôture du procès-verbal de vérification des créances est fixée au 25 janvier 2005, à 8 h 15 m, en chambre du conseil de la première chambre du tribunal de commerce de Charleroi. Accorde d’office la gratuité de la procédure sur pied de l’article 666 du Code judiciaire. Pour extrait conforme : le greffier, (signé) F. Vanbergen. (38922) Par jugement du 1er décembre 2004, la première chambre du tribunal de commerce de Charleroi a déclaré, sur assignation, la faillite de la S.A. De Fechereu, dont le siège social est sis à 6000 Charleroi, rue de Dampremy 12, inscrite à la Banque-Carrefour des Entreprises sous le n° 0443.833.002. Activité commerciale : commerce articles de cadeaux. Curateurs : Me Guy Houtain, avocat à Fleurus, chaussée de Char leroi 231, et Me Muriel Lambot, avocat à 6000 Charleroi, rue Tume laire 23/A. Juge-commissaire : M. Frère. La date provisoire de cessation de paiement est fixée au 30 novembre 2004. Les créanciers sont invités à déposer leurs créances au greffe du tribunal de commerce avant le 28 décembre 2004. La clôture du procès-verbal de vérification des créances est fixée au 25 janvier 2005, à 8 h 15 m, en chambre du conseil de la première chambre du tribunal de commerce de Charleroi. Accorde d’office la gratuité de la procédure sur pied de l’article 666 du Code judiciaire. Pour extrait conforme : le greffier, (signé) F. Vanbergen. (38923) Par jugement du 1er décembre 2004, la première chambre du tribunal de commerce de Charleroi a déclaré, sur assignation, la faillite de la S.A. Service Engineering, dont le siège social est sis à 6041 Charleroi (section de Gosselies), chaussée de Courcelles 303, inscrite antérieure ment au R.C. Charleroi 152566, et inscrite à la Banque-Carrefour des Entreprises sous le n° 0430.604.972. Activité commerciale : inconnu. Curateurs : Me Francis Bringard, avocat à Montignies-sur-Sambre, rue T’Serclaes de Tilly 49, et Me Anne-Catherine Sciamanna, avocat à 6140 Fontaine-l’Evêque, rue du Parc 42. Juge-commissaire : M. Alpi. La date provisoire de cessation de paiement est fixée au 1er décembre 2004. Les créanciers sont invités à déposer leurs créances au greffe du tribunal de commerce avant le 28 décembre 2004. La clôture du procès-verbal de vérification des créances est fixée au 25 janvier 2005, à 8 h 15 m, en chambre du conseil de la première chambre du tribunal de commerce de Charleroi. Accorde d’office la gratuité de la procédure sur pied de l’article 666 du Code judiciaire. Pour extrait conforme : le greffier, (signé) F. Vanbergen. (38924) Par jugement du 30 novembre 2004, la première chambre du tribunal de commerce de Charleroi a déclaré, sur assignation, la faillite de la S.A. MBM Company, dont le siège social est sis à 6464 Chimay (section de Baileux), zoning industriel Baileux, route Charlemagne 10, R.C. Charleroi 195683. Activité commerciale : inconnu. Curateur : Me Louis Dermine, avocat à Loverval, allée Notre-Dame de Grâce 2. Juge-commissaire : M. Frère. La date provisoire de cessation de paiement est fixée au 30 mai 2004. Les créanciers sont invités à déposer leurs créances au greffe du tribunal de commerce avant le 28 décembre 2004. La clôture du procès-verbal de vérification des créances est fixée au 25 janvier 2005, à 8 h 15 m, en chambre du conseil de la première chambre du tribunal de commerce de Charleroi. Accorde d’office la gratuité de la procédure sur pied de l’article 666 du Code judiciaire. Pour extrait conforme : le greffier, (signé) F. Vanbergen. (38925) Par jugement du 2 décembre 2004, la troisième chambre du tribunal de commerce de Charleroi a déclaré, sur aveu, la faillite de M. Michel Bressan, né à Marchienne-au-Pont le 19 janvier 1960, domicilié à 6110 Montigny-le-Tilleul, rue de Gozée 463, actuellement à 6010 Couillet, place Basile Parent 7, bte 2/3, inscrit à la B.C.E. sous le n° 0660.202.883. Activité commerciale : négociant en véhicule d’occasion. Curateur : Me Christophe Triviere, avocat à Charleroi, boulevard de l’Yser 13. Juge-commissaire : M. Delaisse. La date provisoire de cessation de paiement est fixée au 25 novembre 2004. Les créanciers sont invités à déposer leurs créances au greffe du tribunal de commerce avant le 28 décembre 2004. La clôture du procès-verbal de vérification des créances est fixée au 25 janvier 2005, à 8 h 15 m, en chambre du conseil de la première chambre du tribunal de commerce de Charleroi. Accorde d’office la gratuité de la procédure sur pied de l’article 666 du Code judiciaire. Pour extrait conforme : le greffier, (signé) F. Vanbergen. (38926) Tribunal de commerce de Dinant Par jugement du 7 décembre 2004, la première chambre du tribunal de commerce de Dinant a prononcé, sur aveu, la faillite de la société privée à responsabilité limitée « Un autre regard vous coiff », dont le siège social est établi à 5590 Ciney, rue du Commerce 28, y exploitant un salon de coiffure pour hommes et dames, B.C.E. 0477.835.460, R.C. Dinant 49305, T.V.A. 477.835.460. Le même jugement désigne, en qualité de curateur, Me Graziella Martini, avocate à 5500 Dinant, rue Fétis 26/A112; invite les créanciers à déposer au greffe de ce tribunal, place du Palais de Justice 8, à 5500 Dinant, la déclaration de leurs créances avec leurs titres dans les trente jours; fixe au mardi 18 janvier 2005, à 9 h 30 m, au palais de justice de Dinant, 1er étage, la clôture du procès-verbal de vérification des créances. Pour extrait conforme, le greffier (signé) H. Bourdon. (38927) 84174 BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE Par jugement du 7 décembre 2004, la première chambre du tribunal de commerce de Dinant a prononcé, sur aveu, la faillite de la société privée à responsabilité limitée « S.P.R.L. Gaëtan Lotin », dont le siège social est statutairement établi à 5590 Ciney, rue du Commerce 110, y ayant exploité un commerce d’articles textiles assortis, B.C.E. 0454.405.111, R.C. Dinant 43213, T.V.A. 454.405.111. Le même jugement désigne, en qualité de curateur, Me Graziella Martini, avocate à 5500 Dinant, rue Fétis 26/A112; invite les créanciers à déposer au greffe de ce tribunal, place du Palais de Justice 8, à 5500 Dinant, la déclaration de leurs créances avec leurs titres dans les trente jours; fixe au mardi 18 janvier 2005, à 9 h 30 m, au palais de justice de Dinant, 1er étage, la clôture du procès-verbal de vérification des créances. Pour extrait conforme, le greffier (signé) H. Bourdon. (38928) Heindelsgericht Eupen Konkurs auf Geständnis Durch Urteil vom 2 december 2004 hat das Handelsgericht Eupen den Konkurs auf Geständnis von Rüttgers, Richard, geboren is Esch weiler (D) am 20. Februar 1952, wohnhaft Schönefelderweg 222 in 4700 Eupen, Handel treibend unter der Bezeichnung ″Bei der Aunderstädter″, Schilsweg 40 in 4700 Eupen, mit der Unterneh mensnummer 0650.524.560. Haupttätigkeit: Verkauf von Nahrungsmitteln und Getränken die an der Theke konsumiert werden... Konkursrichter: Heer Helmut Pieper. Konkursverwalter: Herr Rechtsanwalt Martin Orban, Kaperberg 50, 4700 Eupen. Die Gläubiger müssen ihre Forderungen inerhalb von Dreissig tagen ab Urteilsspruch in der Kanzlei des Handelsgerichts hinterlegen. Schlussprotokoll der Forderungen: Dienstag, 1. Februar 2005 um 09.30 Uhr, in der Kanzlei des Handelsgerichts Eupen, Aachener Strasse 78 in 4700 Eupen. Für gleichlautenden Auszug: (gez.) D. Wetzels, hauptbeig. Gref fier. (38929) Tribunal de commerce d’Eupen Faillite sur aveu Par jugement du 2 décembre 2004, le tribunal de commerce d’Eupen a déclaré la faillite de Rüttgers, Richard, né à Eschweiler (D) le 20. Februar 1952, domicilié Schönefelderweg 222, à 4700 Eupen, exer çant son commerce sous la dénomination « Bei der Aunderstädter », Schilsweg 40, à 4700 Eupen, B.C.E. 0650.524.560, pour la vente de denrées alimentaires et de boissons consommées au comptoir... Juge-commissaire : M. Helmut Pieper. curateur : Me Martin Organ, Kaperberg 50, 4700 Eupen. Les créanciers doivent produire leurs créances au greffe du tribunal de commerce endéans les trente jours, à dater du prononcé du jugement. Clôture du procès-verbal de vérification des créances : le mardi 1er février 2005, à 9 h 30 m, au greffe du tribunal de commerce d’Eupen, rue d’Aix-la-Chapelle 78, à 4700 Eupen. Pour extrait conforme : (signé) D. Wetzels, greffier adjoint princi pal. (38929) Tribunal de commerce de Liège Par jugement du 3 décembre 2004, le tribunal de commerce de Liège a prononcé, sur aveu, la faillite de la S.P.R.L. « Chaballe Michel », établie et ayant son siège social à 4870 Trooz, rue Rys de Mosbeux 19, R.C. Liège 211209, pour les activités d’import/export de véhicules, B.C.E. 0478.057.867. Curateurs : Mes francis Schroeder et Roland Props, avocats à 4000 Liège, rue des Augustins 26. Juge-commissaire : M. Guy Hardenne. Les créanciers doivent produire leurs créances au greffe du tribunal de commerce de Liège, à 4000 Liège, Ilot Saint-Michel, rue Joffre 12, endéans les trente jours du jugement déclaratif de faillite. Clôture du procès-verbal de vérification des créances : le mardi 18 janvier 2005, à 9 h 30 m, salle des faillites (cabinet du greffier en chef, au 3e étage). Pour extrait conforme : le greffier, chef de service (signé) J. Tits. (38930) Par jugement du 3 décembre 2004, le tribunal de commerce de Liège a prononcé, sur aveu, la faillite de la S.P.R.L. Procd’s Informatique, ayant son siège social à 4030 Liège (Grivegnée), boulevard de Douai 47, R.C. Liège 202166, pour l’exploitation d’un commerce de détail en ordinateur, de matériel informatique, dépannage informatique, etc., au siège social et le deuxième point de vente à 4020 Liège (Marché d’Amer cœur), rue Frédéric Nyst 34, bte 36 (exploité du 20 septembre 2002 au 31 décembre 2002), B.C.E. 0463.918.435. Curateurs : Mes francis Schroeder et Roland Props, avocats à 4000 Liège, rue des Augustins 26. Juge-commissaire : M. Olivier Eschweiler. Les créanciers doivent produire leurs créances au greffe du tribunal de commerce de Liège, à 4000 Liège, Ilot Saint-Michel, rue Joffre 12, endéans les trente jours du jugement déclaratif de faillite. Clôture du procès-verbal de vérification des créances : le mardi 18 janvier 2005, à 9 h 30 m, salle des faillites (cabinet du greffier en chef, au 3e étage). Pour extrait conforme : le greffier, chef de service (signé) J. Tits. (38931) Par jugement du 6 décembre 2004, le tribunal de commerce de Liège a fixé au 24 novembre 2003 la date de la cessation de paiement de la S.P.R.L. P. Gilissen, dont le siège social est sis à 4460 Grâce-Hollogne (Grâce-Berleur), rue Mathieu de Lexhy 93, B.C.E. 0447.377.559, déclarée en faillite par jugement du tribunal de commerce de Liège du 24 mai 2004. Pour extrait conforme : le greffier, (signé) A. Herten. (38932) Tribunal de commerce de Namur Par jugement du 2 décembre 2004, le tribunal de commerce de Namur a déclaré la faillite de la S.P.R.L. Apix Belgium, dont le siège social et le siège d’exploitation sont sis à 5032 Les Isnes, rue Phocas Lejeune 30, Parc Scientifique, ayant pour activité commerciale la réalisation de sites internet, CD Rom Intéractifs, inscrite à la Banque Carrefour des Entreprises sous le numéro 0476.794.590, et ancienne ment R.C. Namur 79122. Le même jugement reporte à la date provisoire du 2 décembre 2004, l’époque de la cessation des paiements. 84175BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE Juge-commissaire : M. Danaux, Bernard, juge consulaire. Curateur : Me Bouvier, Geoffroy, rue des Tanneries 13B, 5000 Namur. Les créanciers doivent produire leurs créances au greffe du tribunal de commerce, rue du Collège 37, à Namur, dans les trente jours. Clôture du procès-verbal de vérification des créances à l’audience publique du 27 janvier 2005, à 10 heures, au palais de justice de cette ville, 1er étage. Pour extrait conforme : le greffier en chef, (signé) A. Baye. (38933) Par jugement du 2 décembre 2004, le tribunal de commerce de Namur a déclaré la faillite de Mme Dreze, Isabelle Rose Marie, née à Namur le 28 avril 1967, domiciliée à 5060 Auvelais, rue Surmont 41, exploitant à Auvelais, rue Chère Voie 24, sous la dénomination « Les bouquets de Gaëlle », un commerce de détail en fleurs et plantes d’ornements et articles cadeaux, inscrite à la Banque-Carrefour des Entreprises sous le numéro 0689.514.107, et anciennement R.C. Namur 79066. Le même jugement reporte à la date provisoire du 2 décembre 2004, l’époque de la cessation des paiements. Juge-commissaire : M. Delanghe, Luc, jugeconsulaire. Curateur : Me Sohet, Isabelle, rue Henri Lemaitre 67, 5000 Namur. Les créanciers doivent produire leurs créances au greffe du tribunal de commerce, rue du Collège 37, à Namur, dans les trente jours. Clôture du procès-verbal de vérification des créances à l’audience publique du 27 janvier 2005, à 10 heures, au palais de justice de cette ville, 1er étage. Pour extrait conforme : le greffier en chef, (signé) A. Baye. (38934) Par jugement du 2 décembre 2004, le tribunal de commerce de Namur a déclaré la faillite de Mme Chanson, Rolande Marie Claire M.F.G., née à Charleroi le 31 octobre 1951, domiciliée chaussée de Gramptinne 70/A, à 5340 Faulx-les-Tombes, y exerçant un commerce de détail en fruits et légumes, en alimentation générale sauf viande et produits de la viande, tabacs et alcool titrant plus de 22o, inscrite à la Banque-Carrefour des Entreprises sous le numéro 0657.612.191, et anciennement R.C. Namur 70649. Le même jugement reporte à la date provisoire du 2 décembre 2004, l’époque de la cessation des paiements. Juge-commissaire : M. Delanghe, Luc, juge consulaire. Curateur : Me Brichart, Jean, chaussée de Nivelles 45, 5140 Sombreffe. Les créanciers doivent produire leurs créances au greffe du tribunal de commerce, rue du Collège 37, à Namur, dans les trente jours. Clôture du procès-verbal de vérification des créances à l’audience publique du 27 janvier 2005, à 10 heures, au palais de justice de cette ville, 1er étage. Pour extrait conforme : le greffier en chef, (signé) A. Baye. (38935) Par jugement du 2 décembre 2004, le tribunal de commerce de Namur a déclaré la faillite de Voyages Doumont 2000 S.P.R.L., dont le siège social est sis avenue de la Libération 47, à 5060 Sambreville, ayant une activité d’intermédiaire commercial en tous domaines et notam ment dans le domaine des loisirs en général, la vente en qualité d’intermédiaire, de voyages à forfaits et de séjours à forfaits organisés par des tiers, de bons de logement et de bons de repas, inscrite à la Banque-Carrefour des Entreprises sous le numéro 0461.999.518, et anciennement R.C. Namur 73454. Le même jugement reporte à la date provisoire du 2 décembre 2004, l’époque de la cessation des paiements. Juge-commissaire : M. Jadoul, Paul, juge consulaire. Curateur : Me Bouvier, Thibaut, rue des Tanneries 13B, 5000 Namur. Les créanciers doivent produire leurs créances au greffe du tribunal de commerce, rue du Collège 37, à Namur, dans les trente jours. Clôture du procès-verbal de vérification des créances à l’audience publique du 27 janvier 2005, à 10 heures, au palais de justice de cette ville, 1er étage. Pour extrait conforme : le greffier en chef, (signé) A. Baye. (38936) Tribunal de commerce de Verviers Faillite : société privée à responsabilité limitée Technocam, inscrite à la Banque-Carrefour des Entreprises sous le numéro 0455.315.228, pour le commerce de détail en véhicules à moteurs d’occasion et pièces détachées, dont le siège social est établi à 4820 Dison, boulevard Zénobe Gramme 27c. Curateur : Me Thierry Garot. Par jugement du jeudi 29 novembre 2004, le tribunal de commerce de Verviers a reporté la date de clôture du procès-verbal de vérification des créances de la faillite préqualifiée. Clôture du procès-verbal de vérification des créances : le 20 décembre 2004, à 9 h 30 m, au lieu du 29 novembre 2004. Pour extrait conforme : le greffier en chef, (signé) Marc Duysinx. (38937) Huwelijksvermogensstelsel − Régime matrimonial Suivant requête en date du 7 décembre 2004, les époux M. Letouche, Frédéric Paul Henri André, né à Soignies le 19 février 1981, et son épouse, Mme Janssens, Céline Godelieve Julie, née à Soignies le 28 juin 1983, domiciliés à Soignies, rue des Déportés 25, ont introduit devant le tribunal de première instance de Mons, une requête en homologation du contrat modificatif de leur régime matrimonial, reçu par Me Robert Jacques, notaire à Ath, le 16 novembre 2004. Le contrat modificatif comporte l’apport au patrimoine commun d’une parcelle de terrain sise à Soignies ex-Casteau, section D numéro 398/N pour vingt-quatre ares septante-huit centaires nonante décimètres carrés. (Signé) R. Jacques, notaire. (38938) Par requête du 22 septembre 2004, M. Beguin, René Marie Joseph Ghislain, né à Burdinne le 2 mars 1941, domicilié à 6230 Pont-à-Celles (Buzet), chemin du Chênois 5, et son épouse, Mme Pieterhons, Colette Marie Yvonne Andrée Ghislaine, née à Waterloo le 24 décembre 1950, domiciliée à 1410 Waterloo, rue Coleau 141, mariés sous le régime de la séparation de biens avec adjonction d’une société d’acquêts aux termes de leur contrat de mariage reçu par le notaire Jean Remy, ayant résidé à Uccle le 10 mars 1972, ont introduit devant le tribunal de première instance de Nivelles une requête en homologation du contrat modifi catif de leur régime matrimonial dressé par le notaire Jean Dandoy, à Jodoigne, en date du 22 septembre 2004. Ce contrat modificatif comporte adoption du régime de la séparation de biens pure et simple. (Signé) Jean Dandoy, notaire. (38939) Suivant jugement prononcé le 29 septembre 2004 par le tribunal civil de première instance de Bruxelles, le contrat de mariage modificatif du régime matrimonial entre M. Prévost, Damien, né à Tournai le 15 septembre 1971, de nationalité belge et son épouse, Mme Decubber, Caroline, née à Tournai le 12 juin 1973, de nationalité belge, domiciliés ensemble à 59310 Landas (France), rue Albert Lagache 17, a été homologué. Pour extrait conforme : pour les requérants, (signé) Paul-Emile Genin, notaire. (38940) 84176 BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE Par requête déposée le 23 novembre 2004 au greffe du tribunal de première instance de Bruxelles, M. El Gherbi Miloud, né à Douar Ouled Bounoua (Maroc), en 1942, de nationalité belge (NN 42.00.00.681.07), domicilié à 1082 Berchem-Sainte-Agathe, rue de la Métairie 28, et son épouse, Mme Idrissi Dafali, Jamila, né à Gheroine (Maroc) le 22 février 1959, de nationalité belge (NN 59.02.22.564.29), domicilié avec son époux ont demandé l’homologation de l’acte modificatif de leur régime matrimonial reçu le 30 septembre 2004 par le notaire Jean-Luc Indekeu, à Bruxelles. Aux termes de cet acte, l’époux a déclaré vouloir apporter dans le patrimoine commun l’immeuble sis à Berchem-Sainte-Agathe, rue de la Métairie 26-28, ainsi que les améliorations et accessoires dont il fera l’objet dans l’avenir. Les époux ont en outre déclaré vouloir attribuer la totalité des biens composant la communauté au profit de l’époux survivant. Bruxelles, le 6 décembre 2004. Pour les requérants, (signé) Jean-Luc Indekeu, notaire. (38941) Par requête en date du 1er décembre 2004, les époux M. Delporte, Dominique Georges Norbert Ghislain, journaliste, et Mme Demarcin, Marie-Louise Michèle Elisabeth, enseignante, domiciliés ensemble à Tournai (ex-Froyennes), résidence des Mottes 11, ont introduit devant le tribunal civil de première instance de Tournai, une requête en homologation du contrat modificatif de leur régime matrimonial, dressé par acte reçu par le notaire Caroline Wacquez, à Tournai, en date du 1er décembre 2004. Le contrat modificatif comporte adoption du régime de séparation de biens. (Signé) Caroline Wacquez, notaire. (38942) En date du 6 décembre 2004, M. Maury, Willy Fernand Romuald, né à Offagne le 7 février 1953, et son épouse, Mme Nique, Jacqueline Andrée Marie, née à Moircy le 11 mai 1949, demeurant et domiciliés ensemble à Libramont (Saint-Pierre), rue Nole Pré 6, ont introduit au greffe du tribunal de première instance de Neufchâteau une requête tendant à l’homologation de la procédure de modification de leur régime matrimonial, et ce suivant acte reçu par le notaire Jean-Pierre Fosséprez de Libramont en date du 19 novembre 2004. Par cet acte, les précités ont déclaré maintenir leur régime légal et faire entrer un bien propre à M. Willy Maury dans le patrimoine commun. (Signé) J.-P. Fosséprez, notaire. (38943) Par jugement rendu par le quatrième chambre du tribunal de première instance de Tournai en date du 27 octobre 2004 la modification du régime matrimonial entre M. Dumoulin, René Henri Joseph, pensionné, né à Roubaix le 6 juin 1927, et son épouse, Mme Besengez, Agnès Valérie Ghislaine, pensionnée, née à Templeuve le 20 octobre 1927, domiciliés ensemble à Froyennes, chaussée de Lannoy 131, et contenant maintien du régime légal de communauté avec apport à la communauté d’un immeuble propre a été homologuée. Tournai (Templeuve), le 6 décembre 2004. (Signé) M. Tulippe, notaire. (38944) Par requête déposée en date du 2 décembre 2004, Mme Goedert, Michèle Lina Jeanne, employée, née à Heinsch le 13 décembre 1959, de nationalité belge, et son époux, M. Pain, Dominique Henri, employé, né à Vance le 28 juillet 1957, de nationalité belge, domiciliés ensemble à 6700 Freylange, rue du Panorama 93, ont introduit devant le tribunal civil de première instance d’Arlon, une requête en homologation du contrat modificatif de la composition du patrimoine commun existant entre eux dressé par acte reçu par le notaire Jean-Pierre Umbreit, à Arlon en date du 5 novembre 2004. Le contrat modificatif maintient le régime légal de communauté avec apport d’immeuble au patrimoine commun. Pour les époux : (signé) J.-P. Umbreit, notaire. (38945) L’acte modificatif du régime matrimonial entre M. Comble, Robert André Léon René Ghislain, mécanicien, né à Humain le 31 décembre 1948, et son épouse, Mme Bocca, Nicole Ghislaine, femme au foyer, née à Namur le 28 octobre 1955, domiciliés ensemble à Humain (Marche-en-Famenne), rue du Gerny 21, reçu par le notaire Jean-François Piérard, à Marche-en-Famenne, le 12 mai 2004, a été homologué par le tribunal de première instance de Marche-en Famenne, suivant jugement du 2 septembre 2004. L’acte modificatif confirme le maintien du régime légal existant et se limite à la modification du patrimoine commun par l’apport à celui-ci d’un immeuble propre à l’époux. Marche-en-Famenne, le 6 décembre 2004. Pour extrait conforme : (signé) Jean-François Piérard, notaire. (38946) Par acte reçu par Me Etienne Carlier, notaire résidant à Péruwelz, en date du 24 août 2004, homologué par le tribunal de première instance de Tournai le 27 octobre 2004, M. François Ghisdal, retraité, et son épouse, Mme Monique Marlot, retraitée, demeurant ensemble à 7604 Péruwelz (ex-Callenelle), rue du Tournai 10A, ont procédé à la modification de leurs conventions matrimoniales. Le contrat modificatif contient apport au patrimoine commun, par M. François Ghisdal, d’immeubles propres, savoir : Ville de Péruwelz (troisième division) Anciennement Callenelle 1) Une maison avec dépendances, jardin et parcelle boisée, située rue de Tournai 10A, cadastrée section A numéros 275/F/3, 275/K/3, 275/P/3 et 284/C pour une contenance de trois hectares trois ares quatre-vingt-neuf centiares. Ville de Péruwelz (deuxième division) Anciennement Wiers 2) Une parcelle boisée, située lieu-dit « Champ du Bois », cadastrée section A numéro 286/S/2 pour une contenance de dix ares soixante-six centiares. 3) Une parcelle boisée, située même lieu-dit, cadastrée section A numéro 286/Y/2 pour une contenance de deux ares septante-sept. (Signé) E. Carlier, notaire. (38947) Suivant jugement prononcé le 29 septembre 2004 par la douzième chambre du tribunal de première instance de Bruxelles, le contrat de mariage modificatif du régime matrimonial entre M. Azeddine Chiguer, né à Douar sept Gzoula fraction Douadate (Maroc), le 24 janvier 1967, et son épouse, Mme Carmela Spano, née à Caltanissetta (Italie), le 5 août 1965, domiciliés à Schaerbeek, chaussée de Haecht 328, dressé par acte du notaire Lorette Rousseau, notaire associé, membre de la société civile à forme de société privée à responsabilité limitée dénommée « Pierre Van den Eynde & Lorette Rousseau, notaires associés », ayant son siège à Saint-Josse-ten-Noode, inscrite au registre des sociétés civiles de Bruxelles, sous le numéro 4466, le 30 décembre 2003, a été homologué. Ce contrat modificatif prévoit l’adoption du régime de la séparation de biens pure et simple. Pour extrait conforme : (signé) Lorette Rousseau, notaire. (38948) 84177BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE Volgens vonnis uitgesproken op 4 oktober 2004 door de zevende kamer van de rechtbank van eerste aanleg van Brussel, werd het wijzigend huwelijkscontract van het huwelijksstelsel tussen de heer Ebrahim Abdel Halim, Mohamed (soms genaamd Mohamed Ebfrahim Abdel Halim Mostapha), geboren te El Kanater El Khayirya (Egypte), op 23 juni 1968, en zijn echtgenote, Mevr. Willocx, Caroline Marie Louise, geboren te Elsene op 12 mei 1975, gedomicilieerd te Vilvoorde, Jean Baptiste Nowélei 40/2, opgemaakt door akte van notaris Lorette Rousseau, met standplaats te Sint-Joost-ten-Node, op 13 januari 2003, gehomologeerd. Het wijzigend contract voorziet de aanneming van het stelsel van de scheiding van goederen. Voor eensluidend uittreksel : (get.) Lorette Rousseau, notaris. (38949) Bij verzoekschrift van 26 november 2004, neergelegd ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde op 7 december 2004, hebben de echtgenoten Kris Maria Kamiel Heirbaut-Lauwers, Wendy, met woonplaats te 9150 Kruibeke (Bazel), Daalstraat 1B, de homolo gatie gevraagd van de akte verleden voor notaris Patrick Pien, te Bazel, op 26 november 2004, houdende wijziging van hun huwelijksvermo gensstelsel door wijziging van de samenstelling van het gemeenschap pelijk vermogen. Namens de verzoekers, (get.) Patrick Pien, notaris. (38950) Volgens vonnis uitgesproken op 19 oktober 2004 door de zevende kamer der rechtbank van eerste aanleg te Brussel, werd de akte houdende wijziging van het huwelijksvermogensstelsel tussen de heer Denayer, Michel, bediende, en zijn echtgenote, Mevr. De Caluwe, Anniek, huisvrouw, samenwonende te 1560 Hoeilaart, Jules Delcorde straat 4C, verleden voor ondergetekende notaris Dirk Van Den Haute, te Sint-Kwintens-Lennik, op 26 april 2004, gehomologeerd. Lennik, 7 december 2004. (Get.) D. Van den Haute, notaris. (38951) Volgens vonnis uitgesproken op 19 oktober 2004 door de zevende kamer der rechtbank van eerste aanleg te Brussel, werd de akte houdende wijziging van het huwelijksvermogensstelsel tussen de heer Herzeel, Laurent, schrijnwerker, en zijn echtgenote, Mevr. Van Laethem, Julienne, huisvrouw, samenwonende te 1600 Sint-Pieters Leeuw, Brabantsebaan 392, verleden voor ondergetekende notaris Dirk Van Den Haute, te Sint-Kwintens-Lennik, op 10 mei 2004, gehomolo geerd. Lennik, 7 december 2004. (Get.) D. Van den Haute, notaris. (38952) Bij vonnis van 16 september 2004 heeft de rechtbank van eerste aanleg te Gent een akte gehomologeerd verleden voor notaris François Bouckaert, te Oosterzele, op 16 juni 2004. In deze akte hebben de echtgenoten de heer De Ruyck, Filip Karel Hilda, bediende, geboren te Kamina (Congo) op 5 september 1957, en Mevr. De Wilde, Marie Hélène Béatrice Julia, verpleegster, geboren te Gent op 29 juli 1959, samenwonende te 9070 Destelbergen, deelge meente Heusden, Ten Berg 14, hun huwelijksvermogensstelsel gewij zigd. Deze wijziging houdt de inbreng in van volgend onroerend goed eigen aan Mevr. De Wilde, Marie Hélène, in het gemeenschappelijk vermogen : Gemeente Destelbergen, tweede afdeling : een hofstede met aanhorigheden op en met grond, percelen weiland en weg, staande en gelegen ’t Veldeken-Hoenderhoek 3, gekend volgens kadaster en titel gemeente Destelbergen, tweede afdeling, sectie E, nummers 167/c, 168/b, 167/a, 169, 150, 148/02a, 150/02/a, 148/b en 183/a, met een totale oppervlakte van 24496 m2. Oosterzele, 6 december 2004. (Get.) F. Bouckaert, notaris. (38953) Bij vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Ieper van 1 oktober 2004, werd de wijziging aan het huwelijksvermogensstelsel tussen Boucq, David Longin Marcel, arbeider, en Ngani Mayala, Marthe, zonder beroep, samenwonende te 8957 Mesen, Armentiers steenweg 6, gehomologeerd, houdende inbreng door Boucq, David, van een onroerend goed in het gemeenschappelijk vermogen, zoals vastgesteld bij akte verleden voor notaris Henri Thevelin, te Mesen, op 5 april 2004. Namens de echtgenoten : (get.) Henri Thevelin, notaris. (38954) Uit een vonnis uitgesproken door de zesde kamer van de rechtbank van eerste aanleg van Brussel op 19 oktober 2004 blijkt dat de wijziging van het huwelijksstelsel van de heer Hertay, Danny Albert Théophile, beheerder van vennootschap, geboren op 7 maart 1963, te Sint-Agatha Berchem, verblijvende te Asse, Aloïs De Deckerstraat 20/1, en zijn echtgenote, Mevr. Creten, Carina Hélène Paula, huisvrouw, geboren op 5 april 1961 te Ukkel, verblijvende te Asse, Aloïs De Deckerstraat 20/1, ingevolge akte van notaris Michel Cornelis, te Anderlecht, op 29 april 2004, werd gehomologeerd en waarin het stelsel van de zuivere scheiding der goederen werd aangenomen. Anderlecht, 7 december 2004. (Get.) Michel Cornelis, notaris. (38955) Bij akte verlenen voor de notaris Michel Cornelis, te Anderlecht, op 8 november 2004, hebben de echtgenoten de heer Colfs, Marc Hubert Norbert, geboren op Brussel 16 december 1960, verblijvende te Grim bergen, Grotewinkellaan 124A, en Mevr. Nates Chicue, Julia Christina, geboren te Cali, (Colombia) op 14 december 1971, verblijvende te Grimbergen, Grotewinkellaan 124A, gehuwd zonder huwelijkscontract onder het stelsel van de gemeenschap van aanwinsten volgens huwe lijkscontract verlenen voor de notaris Michel Cornelis, te Anderlecht, op 10 april 1998, hebben ze veranderingen aan hun huwelijksvermo gensstelsel aangebracht, zijnde de aanneming van een stelsel van scheiding van goederen en deze wijziging onderworpen aan de homo logatie van de rechtbank van eerste aanleg van Brussel. Anderlecht, 8 november 2004. (Get.) Michel Cornelis, notaris. (38956) Bij verzoekschrift aangeboden op 31 maart 2004 hebben de heer Van Zele, Jan Florent Gustaaf, en zijn echtgenote, Mevr. Mertens, Frieda Julienne, samenwonende te Brecht, Moskoeylaan 18, ter homologatie voorgelegd aan de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, de akte verleden voor notaris Michel Smets, te Antwerpen, op 30 maart 2004, waarbij zij hun huwelijksvermogensstelsel, zijnde scheiding van goederen, wijzigden en het stelsel van de algehele gemeenschap aannamen. Voor de echtgenoten Van Zele-Mertens, (get.) Michel Smets, nota ris. (38957) Bij verzoekschrift de dato 12 oktober 2004, neergelegd ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt, op 5 december 2004, hebben de heer Jansen, Augustinus Wilhelmus, geboren te Oldenzaal (Neder land), op 14 juli 1939, en zijn echtgenote, Mevr. Merkelbach, Maria Elisabeth Thérèse, geboren te Oisterwijk (Nederland) op 16 juni 1946, samenwonende te Hamont-Achel, Rozenlaan 8, bij de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt een verzoek ingediend tot homologatie van de akte van wijziging van hun huwelijksvermogensstelsel, verleden voor notaris Eric Deckers, te Antwerpen, op 12 oktober 2004. 84178 BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE Voornoemde echtgenoten waren eerder gehuwd onder het Neder lands wettelijk stelsel der algehele gemeenschap van goederen inge volge akte houdende schrapping van hun huwelijksvoorwaarden verleden voor Mr. Liliane Nederpelt, kandidaat notaris, als plaatsver vanger van notaris Hubertus Ras, te Eindhoven (Nederland), op 27 augustus 1998. Krachtens de voornoemde akte wiijziging huwelijksvermogensstelsel hebben zij rechtskeuze gedaan voor het Belgisch huwelijksvermogens recht en verklaard hun bestaand stelsel te wijzigen in een stelsel van algehele gemeenschap van goederen naar Belgisch recht. Voor de echtgenoten, (get.) E. Deckers, notaris. (38958) Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, op 2 december 2004, hebben de echtgenoten de heer Slachmuylders, Jan Baptist Marie, gepensioneerde, geboren te Malderen op 21 december 1924, en Mevr. Walraevens, Margaretha Ludovica, gepensioneerde, geboren te Merchtem op 6 februari 1927, de rechtbank van eerste aanleg te Brussel verzocht over te gaan tot de homologatie van de wijziging van hun huwelijksvermogensstelsel inhoudende de inbreng van eigen onroerende goederen door de heer Slachmuylders, Jan Baptist Marie, in het gemeenschappelijk vermogen zoals blijkt uit de wijzigingsakte verleden voor Mr. Christiaan Van den Bossche, notaris te Buggenhout, op 5 november 2004. Voor de verzoekers : (get.) Christiaan Van den Bossche, notaris. (38959) Bij vonnis, uitgesproken op 24 september 2004, door de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, werd de akte gehomologeerd, die verleden werd voor geassocieerd notaris Herman Verschraegen, te Wuustwezel, op 22 juni 2004, waarbij de heer Geurts, Peter Jacobus Maria, ondernemer, geboren te Bree op 25 oktober 1956, van Belgische nationaliteit, en zijn echtgenote, Mevr. Kenens, Maria Coleta Wilhel mina, klinisch laborante, geboren te Lommel op 25 november 1958, van Belgische nationaliteit, samenwonend te 2630 Aartselaar, Camiel Paulusstraat 25, hun huwelijksvermogensstelsel hebben gewijzigd, inhoudende de inbreng van een eigen onroerend goed en schulden in het gemeenschappelijk vermogen en de opname van een beding van vooruitmaking op keuze, en waarbij het stelsel ongewijzigd is gebleven, namelijk wettelijk stelsel. Namens de verzoekers, (get.) Herman Verschraegen, notaris. (38960) Bij vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Kortrijk van 28 oktober 2004 werd de akte, houdende wijziging van het huwelijks vermogensstelsel tussen de heer Coorevits, Luc Pol, bediende, en zijn echtgenote, Mevr. Gernay, Kristien Dominique Paula Andrea, bediende, samenwonende te 8500 Kortrijk, Beekstraat 93, verleden voor notaris Philippe Defauw, te Kortrijk op 30 juni 2004, gehomologeerd. Voor gelijkvormig uittreksel : namens de echtgenoten Coorevits Gernay, (get.) Philippe Defauw, notaris. (38961) Volgens vonnis uitgesproken op 28 oktober 2004, door de zesde kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Kortrijk, werd de akte wijziging huwelijksvermogensstelsel tussen de echtgenoten Wim Deltour - Maes Nadia, wonende te 8710 Wielsbeke (Ooigem), Hulster sestraat 55, gehomologeerd. Wijzigende akte verleden voor notaris Frederic Opsomer, te Kortrijk, op 13 mei 2004. (Get.) F. Opsomer, notaris. (38962) Bij huwelijkscontract verleden voor notaris Hans Derache, te Tessen derlo, op 20 oktober 2004, hebben de heer Chan, Tze Keung, geboren te Guen - Long op 2 augustus 1966, identiteitskaartnum mer 060 0072355 91, en zijn echtgenote, Mevr. Qui, Yun, geboren te Fuqing (China) op 13 november 1972, identiteitskaart voor vreemde lingen nummer N.Z.Y. 363,633, samenwonende te 2400 Mol, Egels vennen 167, het stelsel van scheiding van goederen aangenomen. Tessenderlo, 7 december 2004. Voor de verzoekers : (get.) Hans Derache, notaris. (38963) Bij verzoekschrift van 21 oktober 2004, neergelegd ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Gent, op 3 december 2004, hebben de heer Willems, Norbert Theofiel, geboren te Beervelde op 21 juli 1943, en zijn echtgenote, Mevr. Verstuyft, Monique Esther, geboren te Heusden op 20 januari 1948, samenwonend te 9070 Destelbergen, Laar nebaan 146, de homologatie gevraagd van de wijzigingen aan hun huwelijksvoorwaarden bedongen en vastgelegd bij akte verleden voor notaris Pierre Moulin, te Destelbergen, op 21 oktober 2004, houdende onder meer inbreng in het gemeenschappelijk vermogen als volgt : 1) door de heer Norbert Willems van een woonhuis te 9080 Lochristi (Beervelde), Rietveldestraat 45 en 2) door Mevr. Monique Verstuyft van a) een villa te 9070 Destelbergen (Heusden), Laarnebaan 146 en b) een woonhuis te 9070 Destelbergen (Heusden), Mussenstraat 7. (Get.) P. Moulin, notaris. (38964) Bij beschikking van de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt, d.d. 9 november 2004, werd de wijziging van het huwelijkscontract, verleden voor notaris Karen Sabbe, met standplaats te Achel, op 7 juli 2004, tussen de heer Beks, Leonardus, gepensioneerde, geboren te Helmond (Nederland), op 28 juni 1921, en zijn echtgenote, Mevr. Hart mann, Wilhelmina Anna Theresia, gepensioneerde, geboren te Enschede (Nederland), op 22 augustus 1929, samenwonende te Hamont-Achel, Rodenrijt 88, gehomologeerd. Voor de verzoekers : (get.) Karen Sabbe, notaris. (38965) Bij verzoekschrift van 1 december 2004, neergelegd ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Oudenaarde, hebben de heer Baeyens, Danny, magazijnier, en zijn echtgenote, Mevr. Schouppe, Carine, bejaar denhelpster, samenwonend te 9550 Herzele, Kampenstraat 47, de homologatie gevraagd van de akte verleden voor notaris Guy Walrae vens, met standplaats te Herzele, op 1 december 2004, inhoudende wijziging van hun huwelijksvermogensstelsel. Herzele, 1 december 2004. Voor de verzoekers : (get.) Guy Walraevens, notaris. (38966) Volgens vonnis uitgesproken op 19 oktober 2004, door de zevende kamer der rechtbank van eerste aanleg te Brussel, werd de akte houdende wijziging van het huwelijksvermogensstelsel tussen de heer Derijck, Fabien, en Mevr. Arijs, Iris, samenwonende te 1770 Liedekerke, Fazantenlaan 19, verleden voor notaris Luc Van Eeckhoudt, te Halle, op 4 juni 2004, gehomologeerd. Halle, 7 december 2004. (Get.) Luc Van Eeckhoudt, notaris. (38967) 84179BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE Bij verzoekschrift van 29 november 2004 hebben de heer De Snerck, Luc Adelin Adhemar, bestuurder van vennootschappen, en zijn echt genote, Mevr. Coolsaet, Lydiane Julia Marie, bestuurder van vennoot schappen, samenwonende te Kruishoutem, Maaigemstraat 7, gehuwd onder het stelsel van gemeenschap van aanwinsten, ingevolge huwe lijkscontract verleden voor notaris Stefaan De Wolf, destijds te Kruis houtem, op 24 september 1970, aan de rechtbank van eerste aanleg te Oudenaarde de homologatie gevraagd van de akte verleden voor notaris Tillo Deforce, te Wannegem-Lede (Kruishoutem), op 29 november 2004, houdende wijziging van hun huwelijksvermogens stelsel door aanneming van een verblijvingsbeding en door inbreng van een onroerend goed in het gemeenschappelijk vermogen. Voor de verzoekers : (get.) Tillo Deforce, notaris. (38968) Volgens vonnis uitgesproken op 11 oktober 2004 door de zevende kamer van de rechtbank van eerste aanleg van Brussel, werd het wijzigend huwelijkscontract van het huwelijksstelsel tussen de heer August Jan De Becker, geboren te Zaventem op 1 november 1922, en zijn echtgenote, Mevr. Joanna Ubas, geboren te Zaventem op 23 april 1921, gedomicilieerd te Zaventem, Leuvensesteenweg 130, opgemaakt door akte van notaris Pierre Van den Eynde, met stand plaats te Sint-Joost-ten-Node, op 30 oktober 2003, gehomologeerd. Het wijzigend contract voorziet in de inbreng van een onroerend goed gelegen te Zaventem, Leuvensesteenweg 130, in het gemeen schappelijk vermogen. Voor eensluidend uittreksel : (get.) Pierre Van den Eynde, notaris. (38969) Bij vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Kortrijk d.d. 28 oktober 2004, werd de akte gehomologeerd verleden voor notaris Marc De Gomme, te Desselgem (Waregem), op 1 juli 2004, houdende wijziging van het huwelijksvermogensstelsel tussen de heer Duchi, Georges-Jozef, gepensioneerde, en Mevr. Verschatse, Françinne-Maria, huishoudster, samenwonende te Harelbeke (Bavikhove), Hoogstraat 10, waarbij de heer Georges Duchi, een onroerend goed in het gemeen schappelijk vermogen heeft ingebracht. Namens de echtgenoten, Georges Duchi-Verschatse, Françinne, (get.) Marc De Gomme, notaris te Desselgem (Waregem). (38970) Bij vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Ieper, op 1 oktober 2004, werd de akte gehomologeerd, verleden voor notaris Philippe Stockman, te Moorslede, op 21 april 2004, houdende de wijziging van het huwelijksvermogensstelsel dat bestaat tussen de heer Degrande, Robert, en zijn echtgenote, Mevr. Desimpelaere, Paula, samenwonende te 8940 Wervik (Geluwe), Magerheidstraat 54/B, houdende inbreng door de heer Degrande, Robert, van hem persoonlijk toebehorende onroerende goederen in het gemeenschappelijk vermogen. Voor de echtgenoten, Degrande, Robert-Desimpelaere, Paula, (get.) Philippe Stockman, notaris. (38971) Bij vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Ieper, op 1 oktober 2004, werd de akte gehomologeerd, verleden voor notaris Philippe Stockman, te Moorslede, op 14 mei 2004, houdende de wijziging van het huwelijksvermogensstelsel dat bestaat tussen de heer Vandoorne, Paul, en zijn echtgenote, Mevr. Vansteenkiste, Cécile, samenwonende te 8890 Moorslede, Breulstraat 51, houdende inbreng door de heer Vandoorne, Paul, van een hem persoonlijk toebehorend onroerend goed in het gemeenschappelijk vermogen. Voor de echtgenoten, Vandoorne, Paul-Vansteenkiste, Cécile, (get.) Philippe Stockman, notaris. (38972) Bij vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Ieper, op 1 oktober 2004, werd de akte gehomologeerd, verleden voor notaris Philippe Stockman, te Moorslede, op 17 mei 2004, houdende de wijziging van het huwelijksvermogensstelsel dat bestaat tussen de heer Soete, José, en zijn echtgenote, Mevr. Libeer, Brigitte, samenwonende te 8890 Moorslede, Roeselaarsestraat 44, houdende inbreng in het gemeenschappelijk vermogen door de heer Soete, José, en Mevr. Libeer, Brigitte, van hun respectievelijke eigen onverdeelde helften in een onroerend goed, en door de heer Soete, José, van een hem persoonlijk toebehorend onroerend goed. Voor de echtgenoten, Soete, José-Libeer, Brigitte, (get.) Philippe Stockman, notaris. (38973) Bij verzoekschirft d.d. 4 december 2004, hebben de heer Pierreux, Danny Floribert Albert, geboren te Halle op 30 december 1961, en zijn echtgenote, Mevr. Bosmans, Beatrijs Aleidis Maria, geboren te Halle, op 29 september 1962, samen gedomicilieerd te 1600 Sint-Pieters-Leeuw, Garebaan 61, voor de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, een verzoek ingediend tot homologatie van de akte van wijziging van hun huwelijksvermogensstelsel verleden voor notaris Patrick Van Ouden hove, te Sint-Pieters-Leeuw op 16 november 2004, inhoudende inbreng door de heer Pierreux, Danny, voornoemd van een persoonlijk onroe rend goed in het gemeenschappelijk vermogen tussen hen bestaande. De echtgenoten zijn thans gehuwd onder het wettelijk stelsel der gemeenschap, bij gebreke aan huwelijkscontract, stelsel niet gewijzigd zoals verklaard. (Get.) Patrick Van Oudenhove, notaris. (38974) Rechtbank van eerste aanleg te Turnhout Bij door beide echtgenoten ondertekend verzoekschrift, op 29 november 2004, voor gezien getekend door de griffier en inge schreven in het register der verzoekschriften onder nummer 04/2387/B werd ter homologatie voorgelegd aan de burgerlijke rechtbank van eerste aanleg te Turnhout, de akte verleden op 21 oktober 2004, voor notaris Verlinden, Marc, met standplaats te Westerlo, waarbij Wynants, Ludovicus Robert, geboren te Westerlo op 27 oktober 1950, en zijn echtgenote, Mevr. Briers, Josephina Carolus, geboren te Herselt op 13 september 1952, samenwonende te 2260 Tongerlo (Westerlo), Leyse Hoevestraat 5, hun huwelijksvermogensstelsel wijzigden. Turnhout, 29 november 2004. De griffier, (get.) J. Thys. (38975) Onbeheerde nalatenschap − Succession vacante Tribunal de première instance de Charleroi Un jugement de la première chambre rendu sur requête le 25 novembre 2004 : a déclaré vacante la succession de Depret, Emilie Elise Marthe, née à Monceau-Imbrechies le 24 mars 1920, en son vivant domiciliée à 6060 Gilly, rue de l’Observatoire 2; a désigné Me Herinne, Eric, avocat à 6000 Charleroi, rue Tume laire 23/18, en qualité de curateur de la dite succession. Charleroi, le 6 décembre 2004. Pour extrait conforme : le greffier adjoint, (signé) H. Mathy. (38976) 84180 BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE BIJLAGE tot het Belgisch Staatsblad van 13 december 2004 − ANNEXE au Moniteur belge du 13 décembre 2004 Universiteit Gent Nevenactiviteiten academisch personeel 2004-2005 Het bestuurscollege van de Universiteit Gent heeft beslist aan de hierna vermelde leden van het academisch personeel, op grond van artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 mei 1993 tot vaststelling van de lijst van de andere bezoldigde activiteiten waarvan men aanneemt dat ze een groot gedeelte van de tijd van een lid van het academisch personeel in beslag nemen; in afwijking van artikel 1, 1° en 2° van dit besluit; toelating te verlenen om tijdens het academiejaar 2004-2005 de na hun naam vermelde activiteiten uit te oefenen; zich steunend op de motivering die eveneens na hun naam in de geciteerde overweging uit het besluit is weergegeven; en na voor elk van hen individueel te hebben vastgesteld; dat de uitgeoefende nevenactiviteiten in geen enkel geval de omvang van twee halve dagen per week overschrijden en geen groot gedeelte van hun tijd in beslag nemen; dat op hun beschikbaarheid voor de universiteit niets aan te merken valt, en dat die activiteiten verenigbaar worden geacht met hun voltijds ambt aan de universiteit. Faculteit letteren en wijsbegeerte * professor Gertrudis Van de Vijver, docent Psychoanalytische praktijk als zelfstandige te Gent (max. 3 uur per week) : weekend en eventueel ’s avonds. Overwegende dat de aangevraagde nevenactiviteit van professor Gertrudis Van de Vijver, die ertoe strekt enige praktijkervaring op te doen in de psychoanalyse, goed aansluit bij de wetenschappelijke activiteiten van de betrokkene, die o.a. de theorieën van Freud en Lacan betreffen; dat ze een halve dag per week en buiten de normale werkuren vallen en qua omvang volledig binnen de toegestane norm; dat ze geen enkele hinder vormen voor haar wetenschappelijke bedrijvigheid, dienstverlening of beschikbaarheid voor de universiteit en dat deze nevenactiviteit integendeel van aard is om de wetenschappelijke kwaliteiten van de aanvraagster te verstevigen. Faculteit rechtsgeleerdheid * professor Hubert Bocken, gewoon hoogleraar Occasioneel optreden als deskundige of scheidsrechter. Overwegende dat de activiteiten als scheidsrechter of het optreden als deskundige zoals wordt aangevraagd door professor Hubert Bocken beperkt is in omvang (occasioneel) terwijl ze maximaal bijdragen tot de uitstraling van de universiteit; dat betrokkene zich maximaal inzet voor zijn voltijdse opdracht aan de UGent, waar hij belast is met een uitgebreide onderwijsopdracht en dat de studenten geen opmerkingen hebben met betrekking tot zijn beschikbaarheid; dat hij blijvend actief is op het vlak van het wetenschappelijk onderzoek, zoals blijkt uit zijn talrijke recente publicaties en voordrachten; dat hij instaat voor een zeer grote dienstverlening binnen de faculteit rechten als coordinator van de Socrates programma’s, voorzitter van de commissie internationale betrekkingen en initiatiefnemer en stimulator van de LLM opleiding. * professor Paul Beghin, gewoon hoogleraar Bedrijfsrevisor te Marke : maandag van 9 tot 12 uur en vrijdag van 9 tot 12 uur. Overwegende dat de activiteit als revisor volgens de verklaringen van professor Paul Beghin beperkt is in omvang (max. twee halve dagen per week), en inhoudelijk sterk complementair is ten opzichte van zijn universitaire opdracht; dat ze hem toelaten zijn deskundigheid en ervaring aan te scherpen en interessant didactisch materiaal opleveren voor zijn onderwijs, tevens zorgen ze ervoor dat hij een kritische kijk kan hebben op de daadwerkelijke gevolgen voor de praktijk van de door hem bestudeerde en onderzochte theorieën en tot slot verlenen ze hem de mogelijk heid financiële ondersteuning te bekomen van het wetenschappelijk onderzoek binnen het Tax Reserch Institute; dat de leerrijke, nuttige en persoonlijke contacten met de practici en de fiscale administratie er ook voor zorgen dat deze mensen op diverse wijzen kunnen betrokken worden bij het onderwijs en onderzoek binnen zijn vakgroep en tenslotte dat hij zich maximaal inzet voor de vervulling van zijn voltijdse opdracht aan de universiteit wat onder meer blijkt uit : de grote omvang van zijn leeropdracht, namelijk 12 uur per week, zijn actieve inzet voor het wetenschappelijk onderzoek zoals moge blijken uit zijn recente publicaties, zijn betrokkenheid in verschillende onderzoeksprojecten en actieve betrokkenheid in wetenschappelijke colloquia en juridische tijdschriften; dat hij tenslotte een zeer uitgebreide dienstverlening heeft. * professor Johan Erauw, gewoon hoogleraar : Advocaat, J. Plateaustraat 14, te Gent : op donderdag- en vrijdagnamiddag van 14 tot 18 uur. Overwegende dat de activiteit als advocaat van professor Johan Erauw, beperkt tot twee halve dagen per week, inhoudelijk sterk complementair is ten opzichte van de universitaire opdracht, met name spitsen de activiteiten zich toe op aspecten van adviesverlening, onderhandelingen en geschillenbeslechting binnen de eigen vakspecialiteit; dat betrokkene een zeer omvangrijke leeropdracht waarneemt, in het bijzonder op de gebieden van internationaal privaatrecht en privaatrechtelijke aspecten van de internationale handel, en zich actief inzet voor het wetenschappelijk onderzoek wat blijkt uit zijn recente lijst van publicaties, zijn betrokkenheid in verschillende onderzoeksprojecten en actieve betrokkenheid in wetenschappelijke colloquia en juridische tijdschriften; dat hij, benevens vakgroepvoorzitter, ook voor de UGent aan dienstverlening doet als adviseur m.b.t. de valorisatie van uitvindingen. * professor Yves Jorens, docent Advocaat te Brussel-Antwerpen : 10 % (vrijdag van 14 tot 18 uur). Overwegende dat professor Yves Jorens zijn activiteit als advocaat zeer beperkt is in omvang en inhoudelijk sterk complementair is t.o.v. zijn universitaire opdracht, met name spitsen de activiteiten zich toe op adviesverlening binnen de eigen vakspecialiteit; dat betrokkene hoofdzakelijk zal werken aan zaken die ook van belang zijn voor het door hem verstrekte onderwijs, zodat op die manier zijn bijwerkzaamheid tot een verrijking van zijn lessen kan leiden; dat hij een omvangrijke leeropdracht waarneemt en zich ook actief inzet voor zijn wetenschappelijk onderzoek naast zijn talrijke activiteiten op het vlak van interne en externe dienstverlening; dat hij zich tenslotte samenvattend maximaal inzet voor zijn voltijdse opdracht aan de UGent. * professor Georges Martyn, docent Advocaat te Avelgem : zaterdag van 10 tot 12 uur. Overwegende dat de activiteit als advocaat van professor Georges Martyn zeer beperkt is in omvang (twee uur op zaterdagochtend), en inhoudelijk sterk complementair ten opzichte van de universitaire opdracht; dat zijn activiteiten zich toespitsen op algemene adviesverlening; dat 84181BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE hij hoofdzakelijk werkt aan zaken die ook van belang zijn voor het door hem verstrekte onderwijs, zodat op die manier zijn bijwerkzaamheid tot een verrijking van zijn lessen kan leiden; dat hij bovendien ook betrokken is bij het Pleitplatform en er voor gezorgd heeft dat de faculteit verscheidene pleitwedstrijden gewonnen heeft, dit zou niet mogelijk zijn zonder zijn ervaring als advocaat; dat deze activiteit op zaterdag niet tot problemen van beschikbaarheid voor de studenten kan leiden en tenslotte dat hij zich maximaal inzet voor de vervulling van zijn voltijdse opdracht aan de universiteit. * professor Piet Taelman, hoogleraar Advocaat in associatieverband te Gent : donderdag van 14 tot 18 uur. Overwegende dat de in omvang beperkte activiteit van professor Piet Taelman verenigbaar is met zijn voltijds ZAP-mandaat : hij zet zich maximaal in voor de vervulling van zijn voltijdse opdracht die meer dan acht uur theorie en meer dan twee uur praktische oefeningen omvat en dat er bij de studenten geen opmerkingen zijn voor wat betreft zijn beschikbaarheid; dat hij een zeer groot aantal wetenschappelijke publicaties heeft geproduceerd; dat hij actief was door het organiseren van studiedagen, door lezingen en gastcolleges; dat hij lid is van de redactie van meerdere tijdschriften en losbladige werken en dat hij een sleutelrol speelt bij de organisatie van de oefenrechtbank voor de studenten; dat zijn activiteiten als advocaat essentieel zijn voor het onderwijs in het procesrecht waar een rechtstreeks contact met de gerechtelijke rechtspraak een belangrijke meerwaarde betekent. * professor Michel Tison, docent Aphilion Q NV (beleggingsvennootschap) te Brussel :een zestal vergaderingen per jaar; Occasionele juridische adviesverlening aan ondernemingen en advocaten (max. 50 uur per academiejaar). Overwegende dat de aangevraagde activiteiten door professor Michel Tison van beperkte omvang zijn (occasioneel juridische adviesverlening aan ondernemingen en advocaten naast het optreden als onafhankelijk bestuurder bij Aphilion Q2NV); dat deze activiteiten evenwel bijdragen tot de uitstraling van de universiteit en dat ze geen impact hebben op de inzet voor zijn voltijdse opdracht aan de universiteit wat onder meer blijkt uit zijn uitgebreide onderwijsopdracht en zijn activiteiten op het vlak van het wetenschappelijk onderzoek. * Luk Burgelman, assistent Advocaat te Gent : van maandagavond tot donderdagavond, van 18 uur tot 19 u. 30 m.. * Ingrid De Poorter, assistent Advocaat te Gent : hoofdzakelijk na 18 uur en in het weekend. * Joachim Meese, assistant Advocaat te Gent : maandag, dinsdag, woensdag en donderdag van 18 tot 20 uur. Overwegende dat de nevenactiviteiten van de assistenten Luk Burgelman, Ingrid De Poorter en Joachim Meese de beschikbaarheid aan de universiteit niet in het gedrang brengen en dat hun prestaties voor de universiteit gegarandeerd worden. Faculteit Wetenschappen Mike Nachtegael, doctor-assistent. Voorzitter Sint-Niklase Maatschappij voor Huisvesting, dinsdag 8 u. 30 m. tot 12 u. 30 m. en de woensdag na 18 uur. Overwegende dat de nevenactiviteiten van doctor-assistent Mike Nachtegael de beschikbaarheid aan de universiteit niet in het gedrang brengen en dat zijn prestaties voor de universiteit kunnen gegarandeerd worden. Faculteit geneeskunde en gezondheidswetenschappen * professor Frank Comhaire, hoogleraar Medische consultatie Congreslaan 6 te Gent : dinsdag van 14 tot 18 uur. Overwegende dat de activiteiten van professor Frank Comhaire als arts met medische consultaties te Gent, Congreslaan 6 : op dinsdag namiddag van 14 tot 18 uur geen problemen van beschikbaarheid als gevolg hebben; de patiënten die op voormelde consultaties worden gezien, wensen om persoonlijke redenen niet naar een openbaar ziekenhuis te komen, gezien de delicate aard van de problematiek en dat zij voor technische onderzoeken en/of behandeling worden verwezen naar het UZG; dat deze patiëntengroep een belangrijke bron van ervaring betekent die ten goede komt zowel aan het onderwijs als aan het wetenschappelijk onderzoek; de beschikbaarheid blijkt tevens uit de onderwijsactiviteiten van professor F. Comhaire : postgraduaat onderwijs, begeleiden van de Z-lijn (zelfstandig wetenschappelijk werk), graduaat studenten nieuw curriculum,) doctoraten en thesissen, extramurale onderwijsactiviteiten t.g.v. nationale en internationale congressen en cursussen en talrijke voordrachten; deze activiteiten dragen bij tot de uitstraling van de instelling in binnen- en buitenland, getuige waarvan de toenemende instroom van buitenlandse patiënten in het ziekenhuis; hij heeft de leiding van het Centrum voor Medische en Urologische andrologie en het daaraan verbonden andrologisch laboratorium, is directeur coordinator van meerdere interdisciplinaire werkgroepen en van het Multidisciplinair en interfacultair Onderzoekscentrum voor endocrien verstorende stoffen; voor de werking van deze onderzoeksgroepen heeft hij middelen verworven (Europese en Vlaamse gemeenschap, industrie...); hij treedt ook op als referee voor talrijke manuscripten en is auteur van meerdere publicaties in peer reviewed en andere tijdschriften; in de loop van het laatste jaar trad hij op als uitgenodigd spreker op een tiental binnen- en buitenlandse congressen. * professor Marc De Meyere, hoofddocent Zelfstandig huisarts in groepspraktijk Gaveresteenweg 254 te Merelbeke : op maandag en woensdag van 8 tot 12 uur. De nevenactiviteiten van professor Marc De Meyere als zelfstandig huisarts in een groepspraktijk te Merelbeke, maken de binding met de praktijk mogelijk, die niet kan geschieden op de campus, gezien het hier om huisartsgeneeskunde (dus extramuraal) gaat; deze binding is nodig om blijvend het door betrokkene verstrekte onderwijs te kunnen actualiseren en boeiend te maken; de groepspraktijk waarin betrokkene functioneert, is een opleidingspraktijk voor stagiairs, vormt een bron van wetenschappelijk onderzoek (o.a. medewerking aan klinische studies) en is een recruteringsplaats voor patiënten voor de geïntegreerde klinische lessen; er is geen probleem van beschikbaarheid gekend, wat onder meer blijkt uit de grote inzet van betrokkene bij het organiseren en uitvoeren van de beroepsopleiding voor huisartsen in opleiding (HIBO) en zijn nauwe betrokkenheid bij het nieuwe curriculum in de opleiding geneeskunde, als voorzitter van de blokcommissie ″Problemen van neus, keel, oor, hals en huid″ en als titularis van het blok ″Huisartsgeneeskunde en eerstelijnsgezondheidszorg″ in de 1e proef. * professor Jacques De Reuck, gewoon hoogleraar Medische consultatie Leopold II-laan 96 te Gent : twee namiddagen per week op woensdag- en vrijdag. 84182 BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE Overwegende dat de patiënten die professor De Reuck in zijn privé-kabinet te Gent consulteren, zich niet wensen aan te bieden in een instelling zoals het UZG, om redenen van privacy, en dat ze een belangrijke bron vormen van inspiratie voor het onderwijs en voor het wetenschappelijk onderzoek, leidend tot verwijzing voor bijkomende meer gespecialiseerde technieken en/of hospitalisatie naar het UZG; hij leidt de neurologische dienst binnen de vakgroep Inwendige Ziekten en heeft een bijzonder omvangrijke onderwijsopdracht binnen de opleidingen geneeskunde, logopedie & audiologie, GGS Gehandicaptenzorg, licentie Psychologie en staat als stagemeester in voor de opleiding van een 7-tal geneesheren-specialist in opleiding in de neurologie; hij heeft daarenboven een belangrijke wetenschappelijke activiteit met zijn medewerkers, leidend tot internationale uitstraling o.a. in het domein van positron-emissie tomografisch onderzoek van de hersenen; hij behoort tot de advisory board van verschillende internationale tijdschriften en is lid van verschillende nationale en internationale verenigingen, o.a. ordinary member van de Executive of the International Society of Neuropathology, voorzitter van de Belgian Stroke Council, chairman of the scientific committee of the Euroacademia Multidisciplinaria Neurotraumatologica, member of the Scientifïc committee of the 13th European Stroke Conference 2004, chairman Oral Session : Acute Stroke : treatment concepts, Vice-President of the Euroacademia Multidisciplinaria Neurotrau matologica 2004-2006; zijn beschikbaarheid wat betreft wetenschappelijke, onderwijs- en dienst-verleningsactiviteiten en er is een belangrijke uitstralingsfunctie; dit blijkt ook uit de activiteiten die betrokkene het laatste jaar heeft ontwikkeld, nl. promotor van een doctoraatsproefschrift, deelname op uitnodiging aan internationale congressen en organisatie ervan (o.m. Milaan, Parijs, Heidelberg, Boekarest); tal van publicaties in internationale tijdschriften met refereesysteem en wetenschappelijke dienstverlening in binnen- en buitenland, tal van nationale en internationale mededelingen (o.m. te Boston (USA), Mannheim, Namen, Alten Bisen); zijn beschikbaarheid wat betreft wetenschappelijke, onderwijs- en dienstverleningsactiviteiten is verzekerd en er is een belangrijke uitstralingsfunctie. * professor Leopold de Thibault de Boesinghe, hoofddocent Consulentschap en adviesverlening in het Algemeen Stedelijk Ziekenhuis, Merestraat 80 te Aalst : op woensdag van 9 uur tot 11 u. 30 m. en op donderdag van 13 tot 17 uur. Overwegende dat de beperkte bijwerkzaamheden van prof, de Thibault de Boesinghe hem toelaten als diensthoofd van de Arbeids geneeskundige Dienst o.a. de stralingsbescherming te blijven opvolgen aan de hand van voorkomende problemen, te kunnen zetelen in de erkenningscommissie opleiding nucleaire geneeskunde en als geaccrediteerd arts de betrokken LOK-groep in de functie van verslaggever bij te wonen; door zijn aanwezigheid in voormeld ziekenhuis wordt tevens de samenwerking bevorderd met het UZG, hetgeen ten goede komt van de postgraduaat opleiding van geneesheer-specialisten; er zijn geen problemen van beschikbaarheid gekend. * professor Constantin Jannes, hoofddocent Psychotherapeutische praktijk - Kortrijksesteenweg 770, te Gent : op maandag en op donderdag van 17 tot 21 uur. Overwegende dat de aanvraag van professor Jannes een zeer specifieke ambulante psychiatrische praktijk met patiënten betreft, die een uiterste discretie wensen en zich niet wensen aan te bieden in een geformaliseerde instelling, zoals het UZG; de werkzaamheden grijpen plaats buiten de gebruikelijke werkuren en voor de continuïteit in de privé-praktijk is er een afspraak met een andere psychiater; de hier uit voortvloeiende expertise, inzonderheid wat betreft ″eetstoornissen″ komt in grote mate ten goede aan het onderwijs verstrekt door betrokkene en de aanpak van deze problematiek resulteert in een doorstroom van patiënten naar het UZG voor bijkomende onderzoeken en/of opname; betrok kene heeft een onderwijsopdracht zowel binnen de faculteit in de opleiding geneeskunde, als in de faculteit Psychologische en Pedagogische wetenschappen. Hij is promotor van een aantal doctoraatsthesissen en begeleidt diverse scripties en eindwerken, hij is lid van meerdere nationale en internationale commissies, o.a. de werkgroep Doorzichtigheidscommissie binnen de Algemene Farmaceutische Inspectie, de Ziekenhuisraad, de raad van bestuur van de Vlaamse Vereniging voor Geestelijke Gezondheidszorg, de World Federation for Mental Health, voorzitter van de Society for Psychosomatic Medicine; er is geen probleem van beschikbaarheid wat betreft wetenschappelijke, onderwijs- en dienstverlenings activiteiten, wat ook blijkt uit de activiteiten die betrokkene het laatste jaar heeft ontwikkeld, nl. voordrachten als uitgenodigd spreker op internationale symposia of de organisatie ervan; hij is promotor van een aantal doctoraatsthesissen en begeleidt diverse scripties en eindwerken en is auteur van wetenschappelijke publicaties. * professor Stephan Lievens, gewoon hoogleraar Psychologische praktijk, studie- en beroepsoriëntering thuis : op maandagnamiddag van 14 tot 17 uur. Overwegende dat de aard van de bijwerkzaamheden van professor Stephan Lievens, namelijk studieoriëntering en beroepsoriëntering in een psychologische praktijk, wat valt buiten de gewone activiteiten van de vakgroep, maar nodig is voor het optimaliseren van in de concrete realiteit gefundeerd onderwijs en voeling met het maatschappelijk gebeuren; dit levert gevalstudies op voor de opleidingsonderdelen waarin betrokkene les geeft. professor Lievens heeft een uitgebreide onderwijsopdracht, in meerdere faculteiten en opleidingen, b.v. opleidingsonderdelen ″absenteïsme en selectietechnieken″ (lic. verzekeringsgeneeskunde), ″Medische keuring van de leerling (partim studie-oriëntering) en beginselen van de jeugdpsychologie″ (lic. schoolhygiëne), ″Leren solliciteren″ (spec. licentie meertalige bedrijfscommunicatie), ″Selectie en assessment″ (begeleiding van de cursus in Open Universiteit); Er is geen probleem van beschikbaarheid wat betreft wetenschappelijke, onderwijs- en dienstverleningsactiviteiten, wat ook blijkt uit de omvangrijke onderwijsactiviteiten die betrokkene het laatste jaar heeft ontwikkeld : professor Lievens is o.a. als lesgever aangesteld voor opleidingsonderdelen in verschillende afdelingen van de faculteit geneeskunde (o.a geneeskunde, tandheelkunde, medisch-sociale wetenschappen, lichamelijke opvoeding, REVAKI) en in de faculteiten Toegepaste wetenschappen en PPW, lid van de opleidingscommissie tandheelkunde; hij is promotor van licentiaatscripties L0, REVAKI en Psychologische en Pedagogische Weten schappen en hij publiceerde in 2003 een 2-tal artikels en was mede-auteur van een boek en gaf voordrachten. * professor Herman Mielants, hoogleraar Poliklinische consultaties - Sint-Augustinusziekenhuis te Antwerpen : op maandag- en donderdagnamiddag van 14 tot 18 uur. Overwegende dat de door professor Mielants te Antwerpen behandelde patiënten met reumatologische aandoeningen, stof bieden voor onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (o.m. klinische trials met nieuwe medicaties, waardoor deze studies op een voldoende aantal patiënten kunnen worden uitgevoerd) en ze worden voor hospitalisatie en gespecialiseerde onderzoeken naar het UZG verwezen, hetgeen de uitstraling van de instelling aldaar bevordert; dat betrokkene een deel van het onderwijs verzorgt in de reumatologie in de opleiding geneeskunde, hij is titularis van het opleidingsonderdeel ″Reumatologie″ in de 2e kan. REVAKI, is titularis van het blok ″Problemen van het bewegingsstelsel″ in de 2e proef geneeskunde en is medelesgever in de klinische lessen in de proefjaren, alsook organisator van een gedeelte van de lessen in het opleidingsonderdeel ″Specialistische en ziekenhuisgeneeskunde″, 4e proef; hij is betrokken bij het blok ″Locomotorisch stelsel″, 2e kandidatuur in het nieuwe curriculum; tevens organiseert hij het postgraduaat onderwijs in de reumatologie en is lid van de erkenningscommissie geneesheren specialisten reumatologie; professor Mielants heeft een hoogstaand wetenschappelijk curriculum met internationale uitstraling, van een aantal andere internationale organisaties en regelmatige reviewer in internationale reumatologische tijdschriften; er is geen probleem van beschikbaar heid wat betreft wetenschappelijke, onderwijs- en dienstverleningsactiviteiten en er is een belangrijke uitstralingsfunctie, wat ook blijkt uit de activiteiten die betrokkene het laatste jaar heeft ontwikkeld, nl. de organisatie in 2002 van het 4e International Congress on Spondyloarthropathies in Gent en deelname aan internationale congressen en symposia met voordrachten op uitnodiging (o.a in St-Martin (West Indies), Tolmezzo, Aken, Venetië). Hij is sinds 2000 benoemd tot voorzitter van de Koninklijke Belgische Vereniging voor Rheumatologie; hij schreef hoofdstukken in het textbook ″Arthritis and Allied Conditions″, één van de drie belangrijkste standaardwerken in de Reumatologie en werd aangezocht om, samen met professor Veys, een hoofdstuk over spondyloartropathieëen te schrijven in the ″Oxford Textbook of Rheumatology″, evenals 2 hoofdstukken in ″Rheumatology″ (samen met professor E. Veys) en in samenwerking met dr. Baeten, professor De Keyser en professor Veys nieuwe hoofdstukken in Bailliere ″Clinical Rheumatology in current opinion in rheumatology, current rheumatology reports and clinical science seminars in clinical and experimental Rheumatology″ en is sinds 6 jaar co-editor van het internationale tijdschrift ″Clinical Rheumatology″, hij organiseert eveneens de consultaties ″Early Arthritis″; betrokkene heeft een bijzonder hoge wetenschappelijke output, getuige waarvan een 20-tal 84183BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE publicaties gedurende de laatste 3 jaar in wetenschappelijke tijdschriften met internationale faam, hij is promotor en/of co-promotor van doctoraten in de Medische Wetenschappen en werd als spreker uitgenodigd op tal van congressen en symposia in binnen- en buitenland. * professor Romain Pauwels, gewoon hoogleraar Privé-praktijk in het UZG : op dinsdag van 13 u. 30 m. tot 18 u. 30 m. en op woensdag van 8 tot 12 uur. Overwegende dat de activiteiten van professor Romain Pauwels worden uitgeoefend in het kader van een contract met het UZG en waarvan de inning van de honoraria gebeurt door het UZ; dat de praktijk een aanbreng betekent van patiënten naar het ziekenhuis toe, dat ook voor onderwijs en wetenschappelijk onderzoek interessant is; betrokkene heeft een onderwijsopdracht in de vakgroep Inwendige Ziekten en staat als staflid aan het hoofd van de afdeling Longziekten, een ploeg met hoogstaande en uitstralende wetenschappelijke prestaties; hij zetelt in de klinische commissie van het FWO en in verschillende internationale en nationale organismen; professor Pauwels is o.m. voorzitter van het Stee ring Committee van TORCH, een internationale studie over de behandeling van chronisch obstructief bronchiaal lijden en van START, een internationale studie over vroegtijdige interventie bij astma, hij is lid van de Onderzoekscel en van de bevorderingscommissie van de faculteit, bestuurslid van het Scientific committee van het Global Initiative for asthma, voorzitter van het Global Initiative for Obstructive Lung Disease en directeur van het WHO Collaborative Centrefor the Management of Airway Diseases; Hij maakt ook deel uit van een aantal nationale en internationale organisaties in verband met longziekten; er is geen probleem van beschikbaarheid wat betreft wetenschappelijke, onderwijs- en dienstverleningsactiviteiten en er is een belangrijke uitstralingsfunctie; dit blijkt ook uit de wetenschappelijke activiteiten die betrokkene het laatste jaar heeft ontwikkeld, nl. verschillende voordrachten, op uitnodiging, op talrijke nationale en internationale congressen en de publicatie van een 20-tal belangrijke artikels in internationale tijdschriften met referee systeem. * professor Hendrik Schautteet, docent Privé-praktijk als geneesheer-specialist in de stomatologie en maxillofaciale heelkunde, Brusselsesteenweg 243, Melle : op dinsdag van 14 tot 18 uur en op donderdag van 8 tot 12 uur. Overwegende dat de bijwerkzaamheden die professor Hendrik Schautteet uitoefent in een privékabinet de behandeling van patiënten betreft met stomatologische aandoeningen, die voor alle meer invasieve behandelingen en specialistische onderzoeken worden verwezen naar het UZG; dat hij binnen de instelling diensthoofd is van de afdeling Stomatologie en maxillo-faciale heelkunde, stagemeester GSO voor stomatologie, lid van de Aids-groep UZG, lid van de chirurgische commissie en van het Schisisteam UZG, lid van de opleidingscommissie tandheelkunde; dat hij buiten de instelling lid is van de erkenningscommissie stomatologie, alsook van de Technische Tandheelkundige raad R.I.Z.I.V. als universitair afgevaardigde, lid van het comité van de evaluatie van de medische praktijk inzake geneesmiddelen R.I.Z.I.V. (met maandelijkse vergaderingen), lid van de ethische commissie tandheelkunde; dat deze bijactiviteit de mogelijkheid biedt contact te hebben met de dagelijkse praktijk van een specialist in de Stomatologie buiten het UZG; deze ervaring is van belang voor het onderwijs als docent en bij de begeleiding van de assistenten in opleiding; de continuïteit van de patiëntenzorg wordt verzekerd door een geassocieerde collega; er is geen probleem van beschikbaarheid wat betreft wetenschappelijke, onderwijs- en dienstverleningsactiviteiten en er is een belangrijke uitstralingsfunctie wat ook blijkt uit de belangrijke onderwijsopdrachten van betrokkene in de 1e, 2e en 3e proef tandheelkunde, 4e proef geneeskunde zowel in de huisartsopleiding als de optie ziekenhuisarts, de opleiding Sociale Gezondheidswetenschappen en het postacademisch onderwijs, met talrijke klinische oefeningen; tevens is er een participatie aan wetenschappelijke congressen en wetenschappelijk onderzoek inzake het toekomstperspectief van een tandenbank. * professor Nicolas Van Larebeke, hoofddocent Medische consultaties Free clinic, Waversesteenweg 154A, te Brussel : op woensdag en vrijdag van 14 tot 18 uur. Overwegende dat de gevraagde bijactiviteit door professor Nicolas Van Larebeke contacten toelaat met diverse kringen uit de volksgezond heid en dat dit een verlengstuk is van de universitaire activiteit naar de medische praktijk toe i.v.m. primaire kankerpreventie; de activiteit in de Free Clinic stelt betrokkene in de gelegenheid contact te hebben met patiënten en vertrouwd te blijven met zeer uiteenlopende medische problemen; tevens laat dit professor Van Larebeke toe biomonitoring studies op te zetten m.b.t. de invloed van het leefmilieu op de gezondheid en de continuïteit in de privé-praktijk wordt verzekerd door de artsen ter plaatse; betrokkene is frequent als spreker betrokken bij colloquia georganiseerd door de ″Fédération des Maisons Médicales″, is betrokken bij het Europees Biomed project ″Ethical, social and scientific problems related to the application of genetic screening and genetic monitoring for employees in the context of an European approach to health and saftety at work″ en zetelt in de Vlaamse Gezondheidsraad en in de commissie medische ethiek van de federatie. Sedert 2 jaar is hij betrokken bij het ″Projet santé et environnement″ opgezet door het ″lnstitut Bruxellois pour la gestion de l’environnement″ en de federatie; zijn bijactiviteit laat hem tevens toe beter contact te hebben met de volksgezondheid, waardoor zijn interesse in de preventie van kanker beter kan worden uitgedragen; er wordt tenslotte geen probleem van beschikbaarheid vermeld, wat blijkt uit de activiteiten die betrokkene het laatste jaar heeft ontwikkeld, nl. diverse activiteiten van wetenschappelijke dienstverlening als expert, spreker of animotor op nationale en internationale congressen. Het aantal publicaties is toegenomen, met name in 2003 een 9-tal waaronder 2 Alpublicaties, artikels in proceedings, abstracts, wetenschapspopulariserende bijdragen en rapporten, co-promotor en woordvoerder van het Steunpunt Milieu en Gezondheid en gaf in dit kader verschillende lezingen en voordrachten, hij zet zich in voor het onderwijs waar mogelijk, o.a. doceert hij een aantal lessen i.v.m. kankerpreventie en hygiëne van het milieu in de GGS Volksgezondheid & milieugezondheidkunde en arbeidsgeneeskunde, in het kader van het concept ″tutorials″ in het nieuw curriculum geneeskunde nam hij deel aan de tutorentraining en aan de docententraining. * professor René Verdonk, hoofddocent Privaatchirurgie in het UZG : op vrijdag van 8 tot 12 uur; Privé-consultatie - Maaltebruggestraat 260, te Gent : op dinsdag van 8 tot 12 uur. Overwegende dat de gevraagde bijwerkzaamheden professor René Verdonck toelaten patiënten te zien die voor bijkomend onderzoek en hospitalisatie naar het UZG worden verwezen, wat tot bijkomende activiteit leidt in andere diensten (o.m. medische beeldvorming, cardiologie, intensieve zorgen, enz...); dit patiëntenbestand vormt samen met de UZ-patiënten patiëntenmateriaal voor graduaat en postgraduaat onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; betrokkene is voorzitter van de vakgroep Fysiotherapie en orthopedie, met een onderwijsopdracht in de opleiding geneeskunde, is dienstoverste van een grote en zeer actieve klinische dienst, hij is lid van de redactieraad van verscheidene tijdschriften; professor Verdonk verstrekt onderwijs in de opleidingen Geneeskunde (orthopedie) huidig en nieuw curriculum, ReVaKi, en is opleider van de geneesheren specialisten in de orthopedie en de continuïteit van de patiëntenzorg in de privé-praktijk wordt verzekerd via doorverwijzing naar het UZG; er is geen probleem van beschikbaarheid wat betreft wetenschappelijke, onderwijs- en dienstverleningsactiviteiten en er is een belangrijke uitstralingsfunctie, wat onder meer blijkt uit het feit dat betrokkene regelmatig deelneemt aan nationale en internationale symposia en congressen en hij publiceerde in 2003 talrijke artikels waaronder een 11-tal A1-artikels, hij nam, als uitgenodigd spreker en/of voorzitter, deel aan verschil lende nationale en internationale congressen en hij is voorzitter van de Belgian Orthopaedic Trauma Association (BOTA), corresponderend lid van de Orthopaedic Trauma Association (OTA), voorzitter van de Technische raad voor Implantaten Orthopedie-Traumatologie, lid van de erkenningscommissie orthopedie en treedt op als referee van verschillende tijdschriften. * professor Eric Veys, gewoon hoogleraar Privaatpraktijk reumatologie Godshuizenlaan 81, te Gent : op maandag- en donderdagnamiddag van 14 tot 18 uur. Overwegende dat de gevraagde bijactiviteit van professor Eric Veys, een belangrijke aanvulling betekent van de poliklinische activiteiten in het UZG uitgevoerd, hetgeen bijdraagt tot het onderwijs en het wetenschappelijk onderzoek, voor meer gespecialiseerde onderzoeken en alle hospitalisaties worden deze patiënten naar het UZG verwezen; prof, Veys is tevens betrokken bij het onderwijs i.v.m. problemen van het bewegingsstelsel in de proeven geneeskunde nieuw curriculum en in de 4e proef, afstudeerrichtingen ziekenhuisarts en huisartsgeneeskunde, hij geeft het onderwijs in de reumatologie in de 2e kandidatuur REVAKI; professor Veys is tevens stagemeester specialisatie reumatologie; hij is 84184 BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE UZ-diensthoofd van de afdeling reumatologie en lid van de facultaire commissie voor wetenschappelijk onderzoek, coordinator van de facultaire doctoraatscommissie en lid van de stuurgroep accreditering, leidt het wetenschappelijk onderzoek van een team met uitmuntende internationale uitstraling; de continuïteit van de patiëntenzorg is verzekerd, gezien de aard van de behandeling bij de patiënten; er is geen probleem van beschikbaarheid wat betreft wetenschappelijke, onderwijs- en dienstverleningsactiviteiten en er is een belangrijke uitstralingsfunctie wat blijkt uit de activiteiten die betrokkene het laatste jaar heeft ontwikkeld, nl. promotor van talrijke doctoraatsthesissen, hij publiceerde tevens een groot aantal artikels in internationale tijdschriften en hoofdstukken in boeken, hij nam als uitgenodigd spreker deel aan talrijke congressen, o.m. in Barcelona, Lissabon en Berlijn; de grote inzet van professor E. Veys op gebied van wetenschappelijk onderzoek en dienstverlening wordt ten zeerste geapprecieerd binnen de faculteit. * Erwin Jansegers, assistent Privaat consultaties als orthopedisch chirurg, Kalverbosstraat 31, Heusden en Temsesteenweg te Bornem, op vrijdagnamiddag van 14 tot 19 uur en op maandagavond van 20 tot 22 uur. * Elli Kruithof, assistent Privaat consultaties reumatologie bij AZ KLINA, Augustijnslei 100, 2930 Brasschaat op maandagvoormiddag en -namiddag. * Veerle Stevens, assistent Kinesitherapeut, als plaatsvervanger, 30 uur per jaar ’s avonds buiten de werkuren. Overwegende dat de nevenactiviteiten van assistenten Erwin Jansegers, Elli Kruithof en Veerle Stevens toelaten voeling te houden met de praktijk en geen problemen van beschikbaarheid geven. Faculteit toegepaste wetenschappen * professor Roger Sierens, hoogleraar Eigen praktijk thuis, na de diensturen : ’s avonds en in het weekend, maximaal 4 uur per week. Overwegende dat de nevenactiviteiten van professor Roger Sierens de universitaire uitstraling ten goed komen en dat er geen problemen van beschikbaarheid worden vastgesteld, dat zij zeker de twee halve dagen per week niet overschrijden. * Peter Troch, doctor-assistent Zaakvoerder studiebureau (vennootschap onder firma) - onbezoldigd, thuis 2 u./week, buiten de diensturen, op zaterdagvoormiddag. Overwegende dat de nevenactiviteiten van doctor-assistent Peter Troch de beschikbaarheid aan de universiteit niet in het gedrang brengen en dat zijn prestaties voor de universiteit kunnen gegarandeerd worden. Faculteit economie en bedrijfskunde * professor Paul Gemmel, hoofddocent Zaakvoerder vennootschap te Zwijnaarde : vrijdagnamiddag van 14 tot 18 uur en 4 uur in het weekend. Overwegende dat de activiteiten van professor Paul Gemmel : het verlenen van advies aan MINOZ en FOKAMEN, zijn universitaire activiteiten niet in het gedrang brengen; dat deze zeer praktijkgerichte activiteiten hem toelaten een netwerk uit te bouwen in de gezondheidszorg, via welke de studenten van betrokkene gemakkelijker toegang krijgen tot ziekenhuizen om gegevens te verzamelen in functie van hun scriptie; dat er geen gebruik wordt gemaakt van UGent infrastructuur of andere middelen; dat al zijn activiteiten bijdragen tot de uitstraling van de universiteit. * professor Aimé Heene, hoogleraar Zaakvoerder BVBA Top Management Services : verzorgen van onderwijs, advies, begeleiding inzake strategisch management voor private en publieke organisaties, op vrijdag een halve dag. Overwegende dat de activiteiten die professor Aimé Heene in het kader van TMS in principe onbezoldigd zijn en dat hij geen gebruik maakt van de universitaire materiële en personele middelen; dat zijn activiteiten aan de Universiteit Antwerpen bijdragen tot de uitstraling van de UGent en dat deze activiteiten de bekendheid en aantrekkingskracht van de MAMAopleidingen van de FEB verhoogt; dat de activiteiten van betrokkene niet meer tijd in beslag nemen dan twee halve dagen per week, zodat zijn beschikbaarheid voor de universitaire taken op het vlak van onderwijs, onderzoek en dienstverlening niet in het gedrang komt. Faculteit diergeneeskunde * Bart Ampe, assistent Zelfstandig dierenarts (vijftal zaterdagen per kwartaal). Overwegende dat de nevenactiviteiten van assistent Bart Ampe de beschikbaarheid aan de universiteit niet in het gedrang brengen en dat zijn prestaties voor de universiteit kunnen gegarandeerd worden. Faculteit psychologie en pedagogische wetenschappen * professor Filip Geerardyn, docent Privé-praktijk als psychoanalyticus, thuisadres, max. 4 uur per week, ’s avonds of tijdens de weekends. Overwegende dat enige continue klinische ervaring die professor Filip Geerardyn in zijn privépraktijk als psychoanalyticus uitoefent nuttig en zelfs aangewezen is in functie van het onderzoek en het onderwijs binnen de opleiding klinische psychologie, dat dit uiteraard ook geldt met betrekking tot het specifieke vakgebied waarbinnen hij als docent werd aangesteld, met name de toegepaste psychoanalyse; dat de psychoanalytische behandelingsmethode vanouds geldt als één van de bestaande onderzoeksparadigma’s (N = 1) binnen het veld van de psychoanalyse; dat het vanuit deze context is dat klinische gevalstudies worden gepubliceerd en dat aan theorieopbouw wordt gedaan, in die zin geldt het psychoanalytisch onderzoek in strikte zin als hypothesegenererend; dat bovendien de klinische toepassing een belangrijke plaats inneemt binnen zijn vakgebied, namelijk. de toegepaste psychoanalyse; dat de aldus opgedane onderzoekservaring en klinische ervaring ten goede komen van het onderwijs binnen de opleidingsonderdelen ″Psychologische raadpleging″, ″Psychodynamische consultatie″ en ″Oefeningen en practica in de psychoanalytische psychotherapie″ waarvoor hij is aangesteld als verantwoordelijke lesgever; dat hij uit hoofde van zijn functie als docent in de toegepaste psychoanalyse voor de buitenwereld hoe dan ook een adres vormt voor vragen naar analyse en dat zijn beperkte privé-praktijk (max. 4 uur per week ’s avonds en/of tijdens het weekend) als psychoanalyticus zijn beschikbaarheid voor de universiteit geenszins in het gedrang brengt. 84185BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE * Catherine Barbez, assitent Psychotherapie, Prinsenlaan 26, 8400 Oostende : woensdag van 18 tot 22 uur. * Iris De Groote, assistent Therapeutische sessies, Sportstraat 193, 9000 Gent (thuisadres), max. 1/2 dag/week, ’s avonds. * Ann De Rick, assistent Psychotherapie, thuisadres, max. 2 uur/week, op weekdagen (na 20 uur). * Véronique Knockaert, assistent : Beperkte privé-praktijk als psychotherapeut, thuisadres, max. 2 uur per week, ’s avonds of in het weekend. * Stijn Vanheule, doctor-assistent Psychologische begeleiding, Drongenstatiostraat 24, 9031 Drongen, maandag en donderdag : van 18 tot 20 uur. Overwegende dat de nevenactiviteiten van assistenten Catherine Barbez, Iris De Groote, Ann De Rick, Véronique Knockaert en Stijn Vanheule geen problemen geven van beschikbaarheid en dat de aangevraagde nevenactiviteiten bijdragen tot de uitstraling van de UGent; Faculteit bio-ingenieurswetenschappen * professor Johan Debevere, gewoon hoogleraar Eigen praktijk : introductie en evaluatie van projecten betreffende conserveringstechnieken in de levensmiddelenindustrie, in bedrijven en in eigen woning : zaterdagvoormiddag en in uitzonderlijke gevallen buiten de diensturen met max. 1/2 dag per week. Overwegende dat er geen negatieve opmerkingen omtrent de beschikbaarheid en de prestaties van professor Johan Debevere voor de UGent op het stuk van onderwijs, onderzoek en dienstverlening bekend zijn (onderwijsopdracht van 208 uren theorie en 167,5 uren praktijk, begeleider van 9 afstudeerwerken, 12 doctoraatsthesissen en van 2 postdoctorale onderzoekers); dat onder zijn leiding 12 onderzoeksprojecten lopen, hieruit resulteerden vorig daar 9 publicaties in tijdschriften opgenomen in Science Citation Index, en 12 publicaties in proceedings van conferenties; dat hij tijdens het jaar 2003 deelnam aan 8 internationale en 5 nationale congressen; dat aanvrager voor de vakgroep talrijke opdrachten aantrekt, die resulteerden in aanzienlijke inkomsten ten bate van de vakgroep. Deze inkomsten worden aangewend ter versterking van het onderzoeks potentieel en het onderwijs van de vakgroep (via deze middelen worden gemiddeld tien personeelsleden gefinancierd; dat het werkgebied van de eigen praktijk aansluit voor wat de technische aspecten betreft bij het onderzoeksdomein van het betrokken ZAP-lid, maar dat de activiteiten van technische en administratieve raadgevingen vallen buiten het normale onderzoekskader van de betrokken vakgroep en als dusdanig hiermede niet in concurrentie zijn. Faculteit farmaceutische wetenschappen Nihil Faculteit politieke en sociale wetenschappen Nihil (19736) Belgisch Staatsblad, Leuvenseweg 40-42, 1000 Brussel. − Moniteur belge, rue de Louvain 40-42, 1000 Bruxelles. Adviseur/Conseiller : A. VAN DAMME 84186 BELGISCH STAATSBLAD — 13.12.2004 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE

Arrêté royal concernant les normes relatives aux émissions de gaz et de particules polluants des moteurs à combustion interne, destinés aux engins mobiles non routiers et modifiant l’arrêté royal du 6 mars 2002 concernant les émissions sonores des matériels utilisés à l’extérieur des bâtiments · Nelum