Arrêté ministériel portant des mesures temporaires de lutte contre la fièvre aphteuse
Made 2001-03-08 · Text as of 2026-10-01
Public law and official guidance, published as research. Not legal, tax or financial advice.
About this law
- Language
- French
- Kind
- Regulation
- Organisation
- European Union
- Country
- Belgium
- Subjects
- Livestock
- Keywords
- animal health, pests/diseases, international trade, transport/storage, cattle, sheep/goats, quarantine
- Categories
- *
Where to read it
No source link is recorded for this law.
Text
The law's own text, section by section, as held. Each section has its own link.
LOIS, DECRETS, ORDONNANCES ET REGLEMENTSWETTEN, DECRETEN, ORDONNANTIES EN VERORDENINGEN MINISTERIE VAN MIDDENSTANDEN LANDBOUW [C − 2001/16073]N. 2001 — 696 8 MAART 2001. — Ministerieel besluithoudende tijdelijke maatregelenter bestrijding van mond- en klauwzeer De Minister van Landbouw en Middenstand, Gelet op de dierengezondheidswet van 24 maart 1987, gewijzigd bijde wetten van 29 december 1990, 20 juli 1991, 6 augustus 1993,21 december 1994, 20 december 1995, 23 maart 1998 en 5 februari 1999,inzonderheid op artikel 9bis; Gelet op het koninklijk besluit van 15 maart 1995 tot aanwijzing vande dierenziekten die vallen onder de toepassing van artikel 9bis van dedierengezondheidswet van 24 maart 1987; Gelet op het koninklijk besluit van 9 juli 1999 betreffende debescherming van de dieren tijdens het vervoer en de erkenningvoor-waarden van vervoerders, handelaars, halteplaatsen en verzamelcen-tra; Gelet op het koninklijk besluit van 3 april 1965 betreffende debestrijding van mond- en klauwzeer, gewijzigd bij de koninklijkebesluiten van 21 februari 1972, 3 april 1989, 18 maart 1991 en31 oktober 1996, inzonderheid op artikel 53bis; Gelet op de beschikking 2001/172/EG van de Commissie betreffendevaststelling van bepaalde beschermende maatregelen in verband metmond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk, zoals gewijzigd; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wettenvan 9 augustus 1980, 16 juni 1989, 4 juli 1989, 6 april 1995 en4 augustus 1996; Gelet op de dringende noodzakelijkheid; Overwegende dat het dringend noodzakelijk is de sanitaire maatre-gelen aan te passen aan de evolutie van de toestand wat betreft mond-en klauwzeer, Besluit : HOOFDSTUK I. — Algemene bepalingen Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : verzameling : — het bijeenbrengen van dieren op openbare plaatsen, inzonderheidde verzamelplaatsen en markten bedoeld in artikel 2 van het koninklijkbesluit van 9 juli 1999 betreffende de bescherming van de dieren tijdenshet vervoer en de erkenningvoorwaarden van vervoerders, handelaars,halteplaatsen en verzamelcentra; — bedrijf : elk bedrijf of plaats waar gewoonlijk dieren wordengehouden, erin begrepen de erbij horende terreinen; — verdacht aangetast bedrijf : bedrijf waar één of meer aangetastedieren aanwezig zijn en waarvan de laboratoriumonderzoeken, uitge-voerd zijn in het Centrum voor Onderzoek in de Diergeneeskunde enAgrochemie, de aanwezigheid van het mond- en klauwzeervirus nietweerlegd hebben. — verdacht besmet bedrijf: bedrijf waar één of meer van besmettingverdachte dieren aanwezig zijn, zelfs als de termijn van twaalf dagenverstreken is. Art. 2. Elke verzameling van, runderen, varkens, schapen, geiten enandere tweehoevigen is verboden op het grondgebied van het Rijk. Art. 3. § 1. Het transport van tweehoevigen is verboden op hetgrondgebied van het Rijk. MINISTERE DES CLASSES MOYENNESET DE L’AGRICULTURE [C − 2001/16073]F. 2001 — 696 8 MARS 2001. — Arrêté ministérielportant des mesures temporairesde lutte contre la fièvre aphteuse Le Ministre de l’Agriculture et des Classes moyennes, Vu la loi du 24 mars 1987 relative à la santé des animaux, modifiéepar les lois des 29 décembre 1990, 20 juillet 1991, 6 août 1993,21 décembre 1994, 20 décembre 1995, 23 mars 1998 et 5 février 1999,notamment l’article 9bis; Vu l’arrêté royal du 15 mars 1995 désignant les maladies des animauxsous mises à l’application de l’article 9bis de la loi du 24 mars 1987relative à la santé des animaux; Vu l’arrêté royal du 9 juillet 1999 relatif à la protection des animauxpendant le transport et aux conditions d’enregistrement des transpor-teurs et d’agrément des négociants, des points d’arrêt et des centres derassemblement; Vu l’arrêté royal du 3 avril 1965 relatif à la lutte contre la fièvreaphteuse, modifié par les arrêtés royaux des 21 février 1972, 3 avril 1989,18 mars 1991 et 31 octobre 1996, notamment l’article 53bis; Vu la décision 2001/172/CE de la Commission relative à l’établisse-ment de certaines mesures de protection en relation avec la fièvreaphteuse au Royaume-Uni, telle que modifiée; Vu les lois sur le Conseil d’Etat, coordonnées le 12 janvier 1973,notamment l’article 3, § 1er, modifié par les lois des 9 août 1980,16 juin 1989, 4 juillet 1989, 6 avril 1995 et 4 août 1996; Vu l’urgence; Considérant qu’il est urgent d’adapter les mesures sanitaires àl’évolution de la situation en matière de fièvre aphteuse, Arrête : CHAPITRE Ier. — Dispositions générales Article 1er. Pour l’application du présent arrêté, on entend par : rassemblement : — rassembler des animaux à des endroits publics, notamment lescentres de rassemblement et les marchés visés à l’article 2 de l’arrêtéroyal du 9 juillet 1999 relatif à la protection des animaux pendant letransport et aux conditions d’enregistrement des transporteurs etd’agrément des négociants, des points d’arrêt et des centres derassemblement;— exploitation : chaque exploitation ou endroit où sont détenushabituellement des animaux, y compris les terrains annexes; — exploitation suspecte d’être atteinte :l’exploitation où se trouventun ou plusieurs animaux suspects d’être atteints cliniquement et dontles examens de laboratoire, effectués au Centre de Recherche vétérinaireet agrochimique, n’ont pas infirmés la présence du virus de la fièvreaphteuse; — exploitation suspecte d’être contaminée : exploitation où setrouvent un ou plusieurs animaux suspects d’être contaminés, même sile délai de douze jours n’est pas expiré. Art. 2. Tout rassemblement de bovins, ovins, caprins et autresbiongulés est interdit sur tout le territoire du Royaume. Art. 3. § 1er. Le transport des biongulés est interdit sur tout leterritoire du Royaume. 7745MONITEUR BELGE — 10.03.2001 — BELGISCH STAATSBLAD § 2. In uitzondering op § 1 van dit artikel mogen de tweehoevigen,anderen dan schapen en geiten vervoerd worden : — direct naar een slachthuis, of — direct naar een ander beslag en onder de volgende voorwaarden dat : 1˚ geen dieren van verschillende beslagen op hetzelfde transportsamengebracht worden en tijdens het transport de dieren niet in contactkomen met dieren van een ander beslag; 2˚ na elk transport van dieren de transportmiddelen wordengereinigd en ontsmet. § 3. Elke certificatie van een zending van dieren bedoeld in § 2 naareen andere lidstaat moet, voor zover de lidstaat van bestemming zijngoedkeuring geeft, tijdig aangevraagd worden zodat vierentwintig uurvoor het transport melding kan gedaan worden door de bevoegdediergeneeskundige inspectie aan de centrale en locale VeterinaireDiensten van het land van bestemming. § 4. Alle vervoerders van varkens zijn er toe gehouden om devervoersdocumenten dagelijks over te maken aan het Verbond voordierenziektenbestrijding. Art. 4. Op geheel het grondgebied van het Rijk zijn volgendemaatregelen van kracht : — de toegang tot de bedrijven waar runderen, varkens, schapen,geiten of andere tweehoevigen worden gehouden, is verboden voorpersonen of voertuigen die niet behoren tot het bedrijf, behoudens voordienst- en bevoorradingsnoodwendigheid; — van elk vervoermiddel dat een bedrijf verlaat waar tweehoevigenworden gehouden, worden de wielen en de banden ontsmet; — al de personen die toegang hebben gehad tot het bedrijf om dienst-of bevoorradingsnoodwendigheden zijn verplicht de nodige hygiëni-sche voorzorgen te nemen bij het betreden en verlaten van het bedrijf; — aan de ingang van elk bedrijf waar tweehoevigen wordengehouden en aan de ingang van de stallen wordt een ontsmettingsvoet-bad met ontsmettingsmiddel geplaatst. Art. 5. In alle bedrijven waar schapen, geiten, hertachtigen ofcamelidae afkomstig uit het Verenigd Koninkrijk werden binnenge-bracht sedert 1 februari 2001, worden alle vatbare dieren behorende totdeze soorten, preventief afgemaakt. Art. 6. In alle inrichtingen of plaatsen van het Rijk, waar zichtweehoevige dieren bevinden, kan worden beslist, op basis van eengemotiveerd advies van het Hoofd van de Veterinaire Diensten, omover te gaan tot de preventieve opruiming van alle er aanwezigetweehoevige dieren. HOOFDSTUK IIMaatregelen in het kader van het intra-communautaire handelsverkeer Art. 7. Het binnenbrengen van levende paarden, runderen, schapen,geiten, varkens of andere tweehoevige dieren uit of via het VerenigdKoninkrijk is verboden. Art. 8. Voor het binnenbrengen van producten van dierlijke oor-sprong afkomstig uit het Verenigd Koninkrijk gelden volgende voor-schriften : — producten binnengebracht tussen 21 februari 2001 en 1 maart 2001moeten voldoen aan de bepalingen van beschikking 2001/145/EG vande Commissie van 21 februari 2001 tot vaststelling van beschermendemaatregelen in verband met mond- en klauwzeer in het VerenigdKoninkrijk; § 2. En dérogation au paragraphe 1er de cet article, les biongulésautres que les ovins et caprins peuvent être transportés : — directement vers un abattoir, ou — directement vers un autre troupeau, et sous les conditions suivantes : 1˚ les animaux issus de différents troupeaux ne peuvent êtretransportés ensemble et ne peuvent entrer en contact avec des animauxd’un autre troupeau au cours du transport; 2˚ après chaque transport d’animaux, les moyens de transportdoivent être nettoyés et désinfectés. § 3. Chaque certification d’envoi d’animaux visés au § 2, à destinationd’un autre Etat membre doit, pour autant que l’Etat membre dedestination ait donné son accord, être demandée à temps de telle façonque la notification à l’inspection des services vétérinaires centraux etlocaux du pays de destination puisse être faite vingt-quatre heures àl’avance. § 4. Tous les transporteurs de porcs sont tenus de faire parvenirchaque jour, les documents de transport à la fédération de lutte contreles maladies des animaux. Art. 4. Les mesures suivantes sont en vigueur sur tout le territoiredu Royaume : — l’accès aux exploitations où sont détenus des bovins, porcins,ovins, caprins ou d’autres biongulés est interdit aux personnes et auxvéhicules qui n’appartiennent pas à l’exploitation, sauf pour desnécessités d’approvisionnement et de service; — les roues et les pneus de chaque véhicule qui quitte uneexploitation où sont détenus des biongulés, doivent être désinfectés; — toutes les personnes ayant accès à l’exploitation pour des raisonsd’approvisionnement ou de service sont tenues de prendre les mesuresd’hygiène et de désinfection appropriées à l’entrée et à la sortie del’exploitation; — un pédiluve contenant du désinfectant doit être placé à l’entrée dechaque exploitation où sont détenus des biongulés, ainsi qu’à l’entréede chaque étable. Art. 5. Dans toutes les exploitations où des ovins, caprins, cervidésou camélidés ont été introduits depuis le 1er février 2001 en provenancedu Royaume-Uni, tous les animaux sensibles de ces espèces sont mis àmort préventivement. Art. 6. Dans tous les établissements ou les endroits où se trouventdes biongulés, le Chef des Services vétérinaires peut décider, sur based’un avis motivé, de procéder à l’abattage préventif de tous lesbiongulés présents. CHAPITRE II. — Mesures dans le cadre du commerce intra-communautaire Art. 7. L’introduction de chevaux, bovins, ovins, caprins, porcins oud’autres biongulés provenant du Royaume-Uni ou ayant transité parcelui-ci est interdite. Art. 8. Pour l’introduction de produits d’origine animale en prove-nance du Royaume-Uni, les dispositions suivantes sont d’application : — les produits introduits entre le 21 fevrier 2001 et le 1er mars 2001doivent être conformes aux dispositions de la décision 2001/145/CE dela Commission du 21 février 2001 relatives à certaines mesures deprotection contre la fièvre aphteuse au Royaume-Uni; 7746 MONITEUR BELGE — 10.03.2001 — BELGISCH STAATSBLAD — producten binnengebracht vanaf 1 maart 2001 moeten voldoenaan de bepalingen van beschikking 2001/172/EG van de Commissievan 1 maart 200, zoals gewijzigd, tot vaststelling van beschermendemaatregelen in verband met mond- en klauwzeer in het VerenigdKoninkrijk. Art. 9. Elke vervoerder, die verantwoordelijk is voor een voertuigdat dieren heeft vervoerd bestemd voor of herkomstig van het VerenigdKoninkrijk, ongeacht de eindbestemming, is verplicht dit, bij terugkeerop het grondgebied van het Rijk, onverwijld te melden aan deinspecteur-dierenarts die territoriaal bevoegd is voor de plaats waar dezetel van de vervoersonderneming is gevestigd. Art. 10. § 1. Onverminderd de bepalingen van het koninklijk besluitvan 9 juli 1999 betreffende de bescherming van de dieren tijdens hetvervoer en de erkenningvoorwaarden van vervoerders, handelaars,halteplaatsen en verzamelcentra, moet er een bijkomende reiniging enontsmetting worden uitgevoerd onder officieel toezicht, vóór er opnieuwdieren mogen worden geladen. De bijkomende reiniging en ontsmetting moet ten laatste binnen dedrie werkdagen volgend op de terugkeer op het grondgebied van hetRijk van het vervoermiddel, worden uitgevoerd op de daartoe inge-richte plaats van de bedrijfszetel van de vervoerder, onder officieeltoezicht van een aangenomen dierenarts die daartoe door de territoriaalbevoegde inspecteur-dierenarts werd aangeduid. De reiniging en de ontsmetting moet onder officieel toezicht wordenuitgevoerd volgens de procedure en met de ontsmettingsmiddelenvoorgeschreven door de inspecteur-dierenarts. § 2. De erkende dierenarts, belast met het officieel toezicht op dereiniging en ontsmetting van het vervoermiddel, certificeert de reini-ging en ontsmetting in het daartoe voorziene luik van het documentvoor gezondmaking en overhandigt het aan de verantwoordelijke vanhet voertuig Het model van het document voor gezondmaking bevindt zich inbijlage bij dit besluit. § 3. Na de bijkomende reiniging en ontsmetting zendt de vervoerderhet dubbel van het document voor gezondmaking onverwijld naar deinspecteur-dierenarts. Het origineel van het document voor gezondmaking wordt door devervoerder gedurende tenminste één jaar bewaard. Art. 11. De kosten die voortvloeien uit de toepassing van dit besluitzijn ten laste van de verantwoordelijke van het betrokken voertuig. HOOFDSTUK III. — Maatregelen in een bufferzone Art. 12. § 1. Voor de toepassing van dit besluit bakent de inspecteur-dierenarts een zone af, hierna genoemd de bufferzone, met een straalvan minstens 10 kilometer rond een verdacht aangetast bedrijf. Het bestaan van de zone wordt bekend gemaakt aan het publiek doorde burgemeester. Met dit doel plaatst hij op de wegen aan de grens vande bufferzone witte waarschuwingsborden met in zwarte hoofdlettershet opschrift : « BUFFERZONE MOND- EN KLAUWZEER BEPER-KENDE MAATREGELEN VAN TOEPASSING ». § 2. In de bufferzone zijn de volgende maatregelen van kracht : — elk vervoer of verplaatsen van tweehoevigen op de openbare wegis verboden; — alle varkens moeten worden binnengehouden in de bedrijfsgebou-wen; — van elk vervoermiddel dat een bedrijf verlaat waar tweehoevigenworden gehouden, worden de wielen en de banden ontsmet; — de toegang tot elk bedrijf waar tweehoevigen worden gehouden,wordt afgesloten met een rood-witte ketting met een waarschuwings-bord waarop duidelijk leesbaar de vermelding « TOEGANG VERBO-DEN »; — het ophalen van melk is verboden behalve volgens de voorschrif-ten van de Dienst; — honden, katten en loslopend pluimvee op bedrijven waartweehoevigen worden gehouden moeten worden opgesloten; — het verzamelen van andere landbouwdieren dan tweehoevigen isverboden; — huisslachtingen van tweehoevigen zijn verboden; — sperma, eicellen en embryo’s van tweehoevigen mogen niet buitende bufferzone worden gebracht; — het vervoer en het uitrijden van dierlijke mest of gier is verboden. — les produits introduits à partir du 1er mars 2001 doivent êtreconformes aux dispositions de la décision 2001/172/CE de la Commis-sion du 1ermars 2000, telle que modifiée, relative à certaines mesures deprotection contre la fièvre aphteuse au Royaume-Uni. Art. 9. Dès le retour sur le territoire du Royaume, tout transporteurresponsable d’un véhicule ayant transporté des animaux vers ou enprovenance du Royaume-Uni, quelle que soit la destination finale, esttenu d’en informer sans délai l’inspecteur-vétérinaire qui a la compé-tence territoriale du lieu où se situe le siège de l’exploitation dutransporteur. Art. 10. § 1er. Sans préjudice des dispositions de l’arrêté royal du9 juillet 1999 relatif à la protection des animaux pendant le transport etaux conditions d’enregistrement des transporteurs et d’agrément desnégociants, des points d’arrêt et des centres de rassemblement, unnettoyage et une désinfection supplémentaires doivent être effectuéssous surveillance officielle, avant de pouvoir charger à nouveau desanimaux. Le nettoyage et la désinfection supplémentaires doivent être effectuésau plus tard dans les trois jours ouvrables qui suivent le retour dumoyen de transport sur le territoire du Royaume à l’endroit prévu ausiège de l’exploitation du transporteur, sous la surveillance officielled’un vétérinaire agréé, désigné par l’inspecteur-vétérinaire qui a lacompétence territoriale. Le nettoyage et la désinfection sous surveillance officielle sonteffectués suivant la procédure et avec les moyens de désinfectionprescrits par l’inspecteur vétérinaire. § 2. Le vétérinaire agréé, chargé de la surveillance officielle dunettoyage et de la désinfection du moyen de transport, certifie lenettoyage et la désinfection au volet prévu du document d’assainisse-ment et le remet au responsable du véhicule. Le modèle du document d’assainissement est repris en annexe duprésent arrêté. § 3. Après le nettoyage et la désinfection supplémentaires, letransporteur transmet sans délai le double du document d’assainisse-ment à l’inspecteur-vétérinaire. L’original du document d’assainissement est à conserver par letransporteur pendant une période d’un an minimum. Art. 11. Les frais inhérents à l’application du présent arrêté sont àcharge du responsable du moyen de transport concerné. CHAPITRE III. — Mesures dans une zone tampon Art. 12. § 1er. Pour l’application du présent arrêté, l’inspecteur-vétérinaire délimite une zone, nommée ci-après la zone tampon, d’unrayon d’au moins 10 kilomètres autour d’une exploitation suspected’être atteinte. Le public est prévenu de l’existence de la zone par le bourgmestre quifait placer à cet effet sur les chemins à la limite de la zone tampon, desécriteaux blancs portant, imprimées en lettres capitales noires, lamention : « ZONE TAMPON FIEVRE APHTEUSE MESURES DERESTRICTION EN VIGUEUR ». § 2. Dans la zone tampon, les mesures suivantes sont en vigueur : — tout transport ou circulation de biongulés sur la voie publique estinterdit; — tous les porcs doivent rester enfermés dans les bâtiments del’exploitation; — les roues et les pneus de chaque véhicule qui quitte uneexploitation où sont détenus des biongulés, doivent être désinfectés; — l’entrée de chaque exploitation où sont détenus des biongulés estbloquée par une chaine rouge et blanc et par un panneau indiquant defaçon bien lisible : « ACCES INTERDIT »; — la collecte de lait est interdite, sauf selon les prescriptions duService; — les chiens, les chats et les volailles en libre parcours dans lesexploitations où sont détenus des biongulés, doivent être renfermés; — les rassemblements d’animaux de ferme autres que les biongulés,sont interdits; — les abattages à domicile de biongulés sont interdits; — le sperme, les ovules et les embryons de biongulés ne peuventquitter la zone tampon; — le transport et l’épandage de fumier d’animaux ou de lisier, sontinterdits. 7747MONITEUR BELGE — 10.03.2001 — BELGISCH STAATSBLAD HOOFDSTUK IV. — Maatregelen in een verdacht besmet bedrijf Art. 13. In een verdacht besmet bedrijf zijn de volgende maatregelenvan kracht : — elke aanvoer of afvoer van dieren is verboden; — alle tweehoevige dieren van het bedrijf moeten afgezonderdworden of in kantonnement geplaatst. Alle varkens moeten wordenbinnengehouden in de bedrijfsgebouwen; — het is verboden het bedrijf te betreden of te verlaten, behoudenstoelating van de inspecteur-dierenarts. De wielen en de banden van devoertuigen die het bedrijf verlaten, moeten afgespoten worden enontsmet met een erkend product; — de toegang tot het bedrijf wordt afgesloten met een rood-witteketting met een waarschuwingsbord waarop duidelijk leesbaar devermelding : « TOEGANG VERBODEN »; — het ophalen van melk is verboden, behalve volgens de voorschrif-ten van de Dienst; — honden, katten en loslopend pluimvee moeten worden opgeslo-ten; — huisslachtingen van tweehoevigen zijn verboden; — sperma, eicellen en embryo’s van tweehoevigen mogen niet buitenhet bedrijf worden gebracht; — vlees en vleesproducten, diervoeders, landbouwgereedschap,verpakkingen, mest, alsmede alle voorwerpen of afvallen die devermoede ziekte kunnen overbrengen, mogen niet buiten het bedrijfgebracht worden. HOOFDSTUK V. — Slotbepalingen Art. 14. Overtredingen van de bepalingen van dit besluit wordengestraft overeenkomstig de dierengezondheidswet van 24 maart 1987. Art. 15. Bij dringende gevallen, welke niet beschreven zijn in ditbesluit, kan het Hoofd van de Veterinaire Diensten een beslissingnemen op basis van een gemotiveerd advies. Art. 16. Volgende besluiten houdende tijdelijke maatregelen terbestrijding van mond- en klauwzeer worden opgeheven : 5 MAART 2001. — Ministerieel besluit houdende tijdelijke maatre-gelen ter bestrijding van mond- en klauwzeer; 5 MAART 2001. — Ministerieel besluit tot vaststelling van bepaaldebeschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in hetVerenigd Koninkrijk; 2 MAART 2001. — Ministerieel besluit tot vaststelling van bepaaldebeschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in hetVerenigd Koninkrijk; 26 FEBRUARI 2001. — Ministerieel besluit tot vaststelling vanbepaalde beschermende maatregelen in verband met mond- en klauw-zeer in het Verenigd Koninkrijk; 22 FEBRUARI 2001. — Ministerieel besluit betreffende vaststellingvan bepaalde beschermende maatregelen in verband met mond- enklauwzeer in het Verenigd Koninkrijk; 21 FEBRUARI 2001. — Beslissing van het Hoofd van de VeterinaireDiensten van het Ministerie van Middenstand en Landbouw totvaststelling van bepaalde beschermende maatregelen in verband metmond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk. Art. 17. Dit besluit treed in werking op 10 maart 2001, om 0.00 uur. Brussel, de 8 maart 2001. De Minister van Landbouw en Middenstand, J. GABRIELS CHAPITRE IV. — Mesures dans une exploitation suspecte d’être contaminée Art. 13. Les mesures suivantes sont d’application dans une exploi-tation suspecte d’être contaminée : — toute entrée ou sortie d’animaux est interdite; — tous les animaux biongulés de l’exploitation doivent être isolés oumaintenus en cantonnement. Tous les porcs doivent rester enfermésdans les bâtiments de l’exploitation; — il est interdit d’accéder à l’exploitation ou de la quitter, sansautorisation de l’inspecteur-vétérinaire. Les roues et pneus des véhicu-les qui quittent l’exploitation doivent être nettoyés et désinfectés avecun produit agréé; — l’entrée de l’exploitation est bloquée par une chaı̂ne rouge et blancet par un panneau indiquant de façon bien lisible : « ACCESINTERDIT »; — la collecte de lait est interdite, sauf dérogation suivant lesprescriptions du Service; — les chiens, les chats et les volailles en libre parcours doivent êtrerenfermés; — les abattages à domicile de biongulés sont interdits; — le sperme, les ovules et les embryons de biongulés ne peuventquitter l’exploitation; — la viande et les produits de viande, les aliments pour animaux, lematériel agricole, les emballages, le fumier ainsi que tous objets oudéchets qui peuvent transmettre la maladie suspectée, ne peuventquitter l’exploitation. CHAPITRE V. — Dispositions finales Art. 14. Les infractions aux dispositions du présent arrêté sontpunies conformément à la loi du 24 mars 1987. Art. 15. Pour les cas urgents non prévus par cet arrêté, le Chef desServices vétérinaires peut prendre une décision, sur base d’un avismotivé. Art. 16. Les arrêtés et décision portant des mesures temporaires delutte contre la fièvre aphteuse repris ci-après sont abrogés : 5 MARS 2001. — Arrété ministériel portant des mesures temporairesde lutte contre la fièvre aphteuse; 5 MARS 2001. — Arrété ministériel concernant certaines mesures deprotection en relation avec la fièvre aphteuse au Royaume-Uni; 2 MARS 2001. — Arrêté ministériel concernant certaines mesures deprotection en relation avec la fièvre aphteuse au Royaume-Uni; 26 FEVRIER 2001. — Arrêté ministériel concernant certaines mesuresde protection en relation avec la fièvre aphteuse au Royaume-Uni; 22 FEVRIER 2001. — Arrêté ministériel concernant certaines mesuresde protection en relation avec la fièvre aphteuse au Royaume-Uni; 21 FEVRIER 2001. — Décision du Chef des Services vétérinaires duMinistère des Classes moyennes et de l’Agriculture concernant certai-nes mesures de protection en relation avec la fièvre aphteuse auRoyaume-Uni. Art. 17. Le présent arrêté entre en vigueur le 10 mars 2001,à 0.00 heure.Bruxelles, le 8 mars 2001. Le Ministre de l’Agriculture et des Classes moyennes, J. GABRIELS 7748 MONITEUR BELGE — 10.03.2001 — BELGISCH STAATSBLAD Annexe à l’arrêté ministériel du 8 mars 2001concernant certaines mesures de protection en relation avec la fièvre aphteuse au Royaume-Uni DOCUMENT D’ASSAINISSEMENT DES MOYENS DE TRANSPORTQUI ONT SERVI POUR LE TRANSPORT D’ANIMAUX VERS OU EN PROVENANCE DU ROYAUME-UNI 1. Volet réservé au transporteur Le soussigné, .......................................................................................................................... (nom et prénom du transporteur), rue, n˚ : .................................................................................................................................................................................................. code postal - commune : ................................................................................................................................................................... propriétaire du moyen de transport : véhicule : ................................. (numéro d‘immatriculation) (1)remorque: ................................. (numéro d‘immatriculation) (1) destiné au transport d’animaux, déclare être informé des dispositions de l’arrêté ministériel concernant certainesmesures de protection en relation avec la fièvre aphteuse au Royaume-Uni. Au plus tard dans les trois jours ouvrables qui suivent son retour du Royaume-Uni, et avant tout autre transportd’animaux porcs, le moyen de transport susmentionné, doit être nettoyé et désinfecté sous la surveillanceofficielle d’un vétérinaire agréé, désigné par l’inspecteur-vétérinaire, à l’endroit prévu du siège de monexploitation. Références du transport précité : N˚ du certificat sanitaire : .................................................................................................................................................................. Délivré : ............................................................................................................................................................. (lieu, date et heure) Nombre, espèce et catégorie d’animaux transportés : .................................................................................................................. Date du retour du moyen de transport : ........................................................................................................................................ Fait à .............................................., le ............................... (date et heure) Nom et signature du transporteur, (1) biffer la mention inutile 7749MONITEUR BELGE — 10.03.2001 — BELGISCH STAATSBLAD 2. Volet réservé au vétérinaire agréé, désigné : Le soussigné, Dr ................................................................................................................ (nom du vétérinaire agréé, désigné), chargé de la surveillance officielle du nettoyage et de la désinfection des véhicules ayant transporté des animauxvers/en provenance du Royaume-Uni, déclare que le moyen de transport : véhicule : .................................................................................................................................... (numéro d‘immatriculation) (1) remorque : ................................................................................................................................ (numéro d‘immatriculation) (1), étant de retour du Royaume-Uni le ..................................................................................................................................... (date) a été nettoyé et désinfecté conformément aux instructions de l’inspecteur-vétérinaire, le : ............................................................................................................................................................................... (date et heure) à .................................................................................................................................... (nom et adresse du lieu de désinfection) avec le moyen de désinfection : ........................................................................................................................ (nom et dosage). Fait à .............................................., le ............................... (date et heure) Cachet nominatif et signature du vétérinaire agréé, désigné : (1) biffer la mention inutile Le double du présent document d’assainissement dûment rempli et signé, doit être transmis par le transporteur sans délai àl’inspecteur-vétérinaire. L’original du présent document d’assainissement doit être conservé par le transporteur pendant une période d’un an minimum. Vu pour être annexé à l’arrêté ministériel du 8 mars 2001. Le Ministre de l’Agriculture et des Classes moyennes, J. GABRIELS 7750 MONITEUR BELGE — 10.03.2001 — BELGISCH STAATSBLAD Bijlage bij het ministerieel besluit van 8 maart 2001tot vaststelling van bepaalde beschermende maatregelenin verband met mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk DOCUMENT VOOR DE GEZONDMAKING VAN VERVOERMIDDELENDIE GEDIEND HEBBEN VOOR HET VERVOER VAN DIEREN VAN OF NAAR HET VERENIGD KONINKRIJK 1. Luik voorbehouden voor de vervoerder : Ondergetekende, ....................................................................................................... (naam en voornaam van de vervoerder), straat, nr. :............................................................................................................................................................................................... postcode - gemeente : ......................................................................................................................................................................... eigenaar van het vervoermiddel : voertuig : ....................................................................................... (nummerplaat) (1)aanhangwagen : ........................................................................... (nummerplaat) (1) bestemd voor het vervoer van dieren, verklaart kennis te hebben genomen van de bepalingen van het ministerieelbesluit tot vaststelling van bepaalde beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in hetVerenigd Koninkrijk, in het bijzonder : Ten laatste binnen de drie werkdagen volgend op de terugkeer uit het Verenigd Koninkrijk, en vóór er opnieuwdieren worden geladen, moet bovenvermeld vervoermiddel, onder officieel toezicht van een door deinspecteur-dierenarts aangeduide, aangenomen dierenarts, worden gereinigd en ontsmet op de daartoevoorziene plaats van mijn bedrijfszetel. Referentiegegevens van voornoemd transport : Nr. van het gezondheidscertificaat : ................................................................................................................................................ Afgeleverd : ................................................................................................................................................ (plaats, datum en uur) Aantal, soort en categorie dieren : ................................................................................................................................................... datum van terugkeer van het vervoermiddel : ............................................................................................................................. Gedaan te............................................., de.......................................... (datum en uur) Naam en handtekening van de vervoerder, (1) Het onnodige schrappen. 7751MONITEUR BELGE — 10.03.2001 — BELGISCH STAATSBLAD 2. Luik voorbehouden voor de aangenomen, aangeduide dierenarts Ondergetekende, Dr. .......................................................................... (naam van de aangenomen, aangeduiden dierenarts), belast met het officieel toezicht op de reiniging en ontsmetting van voertuigen die dieren hebben vervoerd van of naarhet Verenigd Koninkrijk, verklaart dat het vervoermiddel : voertuig : ............................................................................................................................................................ (nummerplaat) (1) aanhangwagen: ................................................................................................................................................ (nummerplaat) (1), terug uit het Verenigd Koninkrijk op : ............................................................................................................................ (datum) werd gereinigd en ontsmet volgens de onderrichtingen van de inspecteur-dierenarts, op : ............................................................................................................................................................................. (datum en uur) te : ............................................................................................................................ (naam en adres van de ontsmettingsplaats) met het ontsmettingsmiddel : ........................................................................................ (naam en dosering van het product). Gedaan te............................................., de.......................................... (datum en uur) Naam of naamstempel en handtekening van de aangenomen, aangeduide dierenarts: (1) Het onnodige schrappen. Het dubbel van het volledig ingevuld en ondertekend document voor gezondmaking moet door de vervoerder onverwijld wordenovergemaakt naar de inspecteur-dierenarts. Het origineel van het document voor gezondmaking moet gedurende tenminste één jaar worden bewaard door de vervoerder. Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 8 maart 2001. De Minister van Landbouw en Middenstand,J. GABRIELS 7752 MONITEUR BELGE — 10.03.2001 — BELGISCH STAATSBLAD