Skip to content
Nelum
Laws of Belgium

Arrêté ministériel portant des mesures de protection du cheptel porcin contre l’introduction de la peste porcine classique par les sangliers

Made 2002-08-06 · Text as of 2026-10-01

Public law and official guidance, published as research. Not legal, tax or financial advice.

About this law

Language
French
Kind
Regulation
Organisation
European Union
Country
Belgium
Subjects
Livestock
Keywords
animal health, pests/diseases, swine, inspection, quarantine, special fund, non-governmental entity

Where to read it

    No source link is recorded for this law.

Text

The law's own text, section by section, as held. Each section has its own link.

  1. [C − 2002/22651]N. 2002 — 2788 (N. 2002-2231) 10 JUNI 2002. — Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijkbesluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuurvan de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzeke-ring voor geneeskundige verzorging en uitkeringen. — Erratum In het Belgisch Staatsblad van 29 juni 2002, eerste editie, op pagina 29468 :1. in artikel 1, wordt het nummer van de verstrekking 460215-460226door het nummer 461215-461226 vervangen;2. in artikel 2, A, c), wordt in het eerste alinea van de omschrijvingvan de verstrekking 461215-461226 het woord « jaar » door het woord« kalenderjaar » vervangen.Op pagina 29469, in artikel 2, A, f) in 1. en in 2, wordt het nummervan de verstrekking 261226 door het nummer 461226 vervangen.Op pagina 29470, in artikel 1, 1. in B :— in a), wordt het nummer van de verstrekking 261226 door hetnummer 461226 vervangen;— in c), wordt het nummer van de verstrekking 261226 door hetnummer 461226 vervangen.2. In C, wordt het teken » na het woord « omschrijving. » geschrapten na het woord « samenwerkt. » vermeld, in fine van de bepalingenvan C. c [C − 2002/16181]N. 2002 — 2789 6 AUGUSTUS 2002. — Ministerieel besluit houdende maatregelenter bescherming van de varkensstapel tegen de insleep vanklassieke varkenspest door everzwijnen De Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid enLeefmilieu, Gelet op de dierengezondheidswet van 24 maart 1987, gewijzigd bijde wetten van 29 december 1990, 20 juli 1991, 6 augustus 1993,21 december 1994, 20 december 1995, 23 maart 1998 en 5 februari 1999;Gelet op de wet van 23 maart 1998 betreffende de oprichting van eenbegrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren ende dierlijke producten, gewijzigd bij de wet van 5 februari 1999;Gelet op het koninklijk besluit van 10 september 1981 houdendemaatregelen van diergeneeskundige politie betreffende de klassiekevarkenspest en Afrikaanse varkenspest, gewijzigd bij de koninklijkbesluiten van 20 april 1982, 31 januari 1990, 22 mei 1990, 14 juli 1995 en13 oktober 1996;Gelet op het koninklijk besluit van 9 november 1994 betreffende dekeuring van en de handel in vlees van vrij wild;Gelet op het koninklijk besluit van 15 februari 1995 houdendebijzondere maatregelen van epidemiologisch toezicht op en preventievan aangifteplichtige varkensziekten;Gelet op het koninklijk besluit van 15 februari 1995 betreffende deidentificatie van varkens;Gelet op het koninklijk besluit van 15 maart 1995 tot aanwijzing vande dierenziekten die vallen onder de toepassing van artikel 9bis van dedierengezondheidswet van 24 maart 1987;Gelet op het ministerieel besluit van 7 januari 2000 houdendemaatregelen ter bescherming van de varkensstapel tegen de insleep vanklassieke varkenspest door everzwijnen;Gelet op Richtlijn 2001/89/EG van de Raad van 23 oktober 2001betreffende maatregelen van de Gemeenschap ter bestrijding vanklassieke varkenspest;Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op5 augustus 2002;Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wettenvan 9 augustus 1980, 16 juni 1989, 4 juli 1989, 6 april 1995 en4 augustus 1996;Gelet op de dringende noodzakelijkheid; [C − 2002/22651]F. 2002 — 2788 (F. 2002-2231) 10 JUIN 2002. — Arrêté royal modifiant l’arrêté royal du 14 septem-bre 1984 établissant la nomenclature des prestations de santé enmatière d’assurance obligatoire soins de santé et indemnités. —Erratum Au Moniteur belge du 29 juin 2002, première édition, à la page 29468 :1. à l’article 1er, le numéro de prestation 460215-460226 est remplacépar le numéro 461215-461226;2. à l’article 2, A, c), dans le premier alinéa du libellé de laprestation 461215-461226, le mot « année » est suivi du mot « civile ». A la page 29469, à l’article 2, A, f), au 1. et au 2., le numéro deprestation 261226 est remplacé par le numéro 461226.A la page 29470, à l’article 1er, 1. au B :— au a), le numéro de prestation 261226 est remplacé par lenuméro 461226;— au c), le numéro de prestation 261226 est remplacé par lenuméro 461226 et le mot « of » est remplacé par le mot « ou ».2. Au C, le signe » repris après le mot « libellé. » est supprimé et estrepris après le mot « organisée . », in fine des dispositions du C. [C − 2002/16181]F. 2002 — 2789 6 AOUT 2002. — Arrêté ministériel portant des mesures de protectiondu cheptel porcin contre l’introduction de la peste porcine classi-que par les sangliers La Ministre de la Protection de la Consommation, de la Santépublique et de l’Environnement, Vu la loi du 24 mars 1987 relative à la santé des animaux, modifiéepar les lois des 29 décembre 1990, 20 juillet 1991, 6 août 1993,21 décembre 1994, 20 décembre 1995, 23 mars 1998 et 5 février 1999;Vu la loi du 23 mars 1998 relative à la création d’un fonds budgétairepour la santé et la qualité des animaux et des produits animaux,modifiée par la loi du 5 février 1999;Vu l’arrêté royal du 10 septembre 1981 portant des mesures de policesanitaire relatives à la peste porcine classique et la peste porcineafricaine, modifié par les arrêtés royaux des 20 avril 1982, 31 jan-vier 1990, 22 mai 1990, 14 juillet 1995 et 13 octobre 1996; Vu l’arrêté royal du 9 novembre 1994 relatif à l’expertise et aucommerce des viandes de gibier sauvage;Vu l’arrêté royal du 15 février 1995 portant des mesures spéciales envue de la surveillance épidémiologique et de la prévention desmaladies de porcs à déclaration obligatoire;Vu l’arrêté royal du 15 février 1995 relatif à l’identification des porcs; Vu l’arrêté royal du 15 mars 1995 désignant les maladies des animauxsoumises à l’application de l’article 9bis de la loi du 24 mars 1987relative à la santé des animaux;Vu l’arrêté ministériel du 7 janvier 2000 portant des mesures deprotection du cheptel porcin contre l’introduction de la peste porcineclassique par les sangliers;Vu la Directive 2001/89/CE du conseil du 23 octobre 2001 relative àdes mesures communautaires de lutte contre la peste porcine classique; Vu l’avis de Inspection des Finances, donné le 5 août 2002; Vu les lois sur le Conseil d’Etat, coordonnées le 12 janvier 1973,notamment l’article 3, § 1er, modifié par les lois des 9 août 1980,16 juin 1989, 4 juillet 1989, 6 avril 1995 et 4 août 1996; Vu l’urgence; 34407BELGISCH STAATSBLAD — 07.08.2002 — Ed. 2 — MONITEUR BELGE Overwegende dat de evolutie van de klassieke varkenspest bijeverzwijnen in Duitsland, het Groot-Hertogdom Luxemburg en Frank-rijk het aanpassen van de beschermende maatregelen tegen de insleepvan het virus bij tamme varkens en everzwijnen dringend noodzakelijkmaakt, Besluit : Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit gelden de definitiesvan : 1˚ het koninklijk besluit van 15 februari 1995 houdende bijzonderemaatregelen van epidemiologisch toezicht op en preventie van aangif-teplichtige varkensziekten; 2˚ het koninklijk besluit van 15 februari 1995 betreffende deidentificatie van varkens; 3˚ het koninklijk besluit van 10 september 1981 houdende maatrege-len van diergeneeskundige politie betreffende de klassieke varkenspesten de Afrikaanse varkenspest, gewijzigd bij de koninklijke besluitenvan 20 april 1982, 31 januari 1990, 22 mei 1990, 14 juli 1995 en31 oktober 1996. Voorts moet worden verstaan onder : — Centrum voor preventie en diergeneeskundige begeleiding :Centrum opgericht bij de V.Z.W. Verenigingen voor dierenziektenbe-strijding bedoeld in hoofdstuk 2 van de dierengezondheidswet van24 maart 1987; — Bestrijdingscentrum : het centrum voor preventie en diergenees-kundige begeleiding te Loncin van waaruit alle acties ter voorkomingen bestrijding van de klassieke varkenspest bij everzwijnen in deprovincies Luik en Luxemburg worden gecoördineerd; — Verzamelcentrum : een lokaal met de nodige uitrusting enpersoneel ter beschikking, waar de jagers de kadavers van geschoteneverzwijnen kunnen afleveren met het oog op het laboratoriumonder-zoek op klassieke varkenspest en de vernietiging van de kadavers. Deinrichting van het lokaal, de ontvangst en de bewaring van de kadaversen de administratieve opvolging gebeuren volgens de instructies vande Dienst; — Begrotingsfonds : het begrotingsfonds voor de gezondheid en dekwaliteit van de dieren en de dierlijke producten;. — IVK : Instituut voor Veterinaire Keuring. Art. 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt een observatiege-bied afgebakend. Dit gebied omvat het gedeelte van het Belgischgrondgebied gelegen binnen de omtrek gevormd door : — de Belgisch-Duitse grens vanaf de autosnelweg E40 (A3) tot aan degrens met het Groot-Hertogdom Luxemburg; — vervolgens de Belgisch-Luxemburgse grens tot aan de grens metFrankrijk; — vervolgens de Franse grens tot aan de autoweg A28; — vervolgens de autoweg A28 vanaf de Franse grens tot Aubange; — vervolgens de N81 van Aubange tot de kruising met de E25 (A4); — vervolgens de E25 (A4 en daarna A26) tot aan de N827; — vervolgens de N827 tot aan de kruising met de N62; — vervolgens de N62 tot aan de autosnelweg E42 (A27); — vervolgens de autosnelweg E42 (A27) tot de kruising met deautosnelweg E40 (A3); — vervolgens de autoweg E40 (A3) tot aan de Belgisch-Duitse grens. Art. 3. In het observatiegebied zijn de volgende maatregelen vantoepassing : 1˚ de inspecteur-dierenarts neemt alle nodige maatregelen om deklassieke varkenspest op te sporen, door de eigenaars of verantwoor-delijken van varkens en de jagers op de hoogte te brengen van desituatie en door alle door de jacht gedode of dood aangetroffeneverzwijnen te doen onderzoeken, inzonderheid door het uitvoerenvan de laboratoriumtests; Considérant que l’évolution de la peste porcine classique chez lessangliers en Allemagne, au grand-duché de Luxembourg et en Francenécessite d’adapter sans délai les mesures de protection contrel’introduction du virus chez les porcs domestiques et les sangliers, Arrête : Article 1er. Pour l’application du présent arrêté, les définitionssuivantes sont à prendre en considération : 1˚ celles de l’arrêté royal du 15 février 1995 portant des mesuresspéciales en vue de la surveillance épidémiologique et de la préventiondes maladies de porcs à déclaration obligatoire; 2˚ celles de l’arrêté royal du 15 février 1995 relatif à l’identificationdes porcs; 3˚ celles de l’arrêté royal du 10 septembre 1981 portant des mesuresde police sanitaire relatives à la peste porcine classique et la pesteporcine africaine, modifié par les arrêtés royaux des 20 avril 1982,31 janvier 1990, 22 mai 1990, 14 juillet 1995 et 31 octobre 1996. De plus, il faut entendre par : — Centre de prévention et de guidance vétérinaire : Centre érigéauprès des A.S.B.L. Associations de Lutte contre les maladies desanimaux, visées au chapitre 2 de la loi du 24 mars 1987 relative à lasanté des animaux; — Centre de lutte : le Centre de prévention et de guidance vétérinaireà Loncin à partir duquel sont coordonnées toutes les actions deprévention et de lutte contre la peste porcine classique chez les sangliersdans les provinces de Liège et de Luxembourg; — Centre de collecte : un local avec l’équipement et le personnelnécessaires où les chasseurs peuvent livrer les cadavres de sanglierstirés en vue de l’examen de laboratoire pour la peste porcine classiqueet en vue de la destruction des cadavres. L’aménagement du local, laréception et la conservation des cadavres ainsi que le suivi administratifdes cadavres s’effectuent selon les instructions du Service; — Fonds budgétaire : le Fonds budgétaire de la santé et de la qualitédes animaux et des produits animaux;. — IEV : Institut d’Expertise Vétérinaire. Art. 2. Pour l’application du présent arrêté, une zone d’observationest délimitée. Celle-ci comprend le territoire belge situé à l’intérieur dupérimètre constitué par : — la frontière belgo-allemande, depuis l’autoroute E40 (A3) jusqu’àla frontière du grand-duché de Luxembourg; — puis, de là, la frontière belgo-luxembourgeoise jusqu’à la frontièrefrançaise; — puis, de là, la frontière française jusqu’à l’autoroute A28; — puis, de là, l’autoroute A28 depuis la frontière française jusqu’àAubange; — puis, de là, la route N81 depuis Aubange jusqu’à sa jonction avecl’autoroute E25 (A4); — puis, de là, l’autoroute E25 (A4 puis A26) jusqu’à la route N827; — puis, de là, la route N827 jusqu’à sa jonction avec la route N62; — puis, de là, la route N62 jusqu’à l’autoroute E42 (A27); — puis, de là, l’autoroute E42 (A27) jusqu’à sa jonction avecl’autoroute E40 (A3); — puis, de là, l’autoroute E40 (A3) jusqu’à la frontière belgo-allemande. Art. 3. Dans la zone d’observation, les mesures suivantes sontd’application : 1˚ l’inspecteur vétérinaire prend toutes les mesures appropriées envue de déceler la peste porcine classique en informant les propriétairesou responsables de porcs ainsi que les chasseurs et en faisant procéderà des enquêtes, comprenant notamment des examens de laboratoire surtous les cas de sangliers abattus par fait de chasse ou découverts morts; 34408 BELGISCH STAATSBLAD — 07.08.2002 — Ed. 2 — MONITEUR BELGE 2˚ éénieder die hetzij als verantwoordelijke of organisator van dejacht, hetzij omdat hij het zelf heeft neergeschoten, verantwoordelijk isvoor een gedood everzwijn is ertoe gehouden dit everzwijn aan tebieden volgens de instructies van de Dienst voor de bemonsteringvolgens de instructies van de Dienst met het oog op een laboratorium-onderzoek op klassieke varkenspest, hetzij, en na aangifte bij hetBestrijdingscentrum, in een verzamelcentrum, hetzij in een door deDienst aangeduide vrij-wildverwerkingsinrichting zoals gedefinieerdin het koninklijk besluit van 9 november 1994 betreffende de keuringvan en de handel in vlees van vrij wild. Elke gemeente gelegen in het observatiegebied dient in overleg metde buurgemeenten een verzamelcentrum ter beschikking te stellen; 3˚ eenieder die een dood everzwijn heeft aangetroffen is ertoegehouden aangifte te doen bij het Bestrijdingscentrum, datie zorgt voorde ophaling van het kadaver met het oog op een laboratoriumonder-zoek op klassieke varkenspest en de vernietiging ervan volgens deinstructies van de inspecteur-dierenarts.; 4˚ voor het nemen van de stalen voor laboratoriumonderzoek voorklassieke varkenspest kan de inspecteur-dierenarts erkende dierenart-sen aanduiden; 5˚ teneinde de mogelijke verspreiding van het virus te voorkomen,zijn de betrokken personen er voorts toe gehouden om de onderrich-tingen van de inspecteur-dierenarts na te leven in verband met hetverwijderen van de ingewanden van everzwijnen, de manipulatie vankrengen of afvallen van everzwijnen, evenals deze betreffende dereiniging en ontsmetting in verband met deze handelingen; 6˚ alle categorieën varkens in alle beslagen moeten officieel wordengeteld volgens de onderrichtingen van de inspecteur-dierenarts; deinventaris moet door de verantwoordelijke worden bijgewerkt; deinventaris moet op verzoek van de inspecteur-dierenarts of zijnafgevaardigde worden voorgelegd en mag bij elk inspectiebezoekworden gecontroleerd; 7˚ elk vervoer van varkens in het observatiegebied is verboden; 8˚ elk varken dat thuis wordt geslacht dient klinisch onderzocht engezond bevonden te worden door de bedrijfsdierenarts. Dit onderzoek,volgens de instructies van de Dienst, moet binnen de 24 uur vooraf-gaand aan de slachting plaats vinden; 9˚ aan alle invalswegen op de grens van het observatiegebied wordenwitte waarschuwingsborden geplaatst. Ze worden geplaatst op palen,op ten minste twee meter hoogte met volgende vermelding in zwarteblokletters : « VARKENSPEST BIJ EVERZWIJNEN - OBSERVATIEGEBIED - Ver-keer van en handel in varkens gereglementeerd »; 10˚ delen van everzwijnen, door de jacht gedood of dood gevonden,mogen in geen enkel geval in de geografische entiteit van eenvarkensbeslag worden binnengebracht; 11˚ éénieder die contact heeft gehad met een everzwijn uit hetobservatiegebied, mag tijdens de eerste 48 uren volgend op het contactgeen varkensbedrijven bezoeken of contact hebben met varkens vaneen beslag; 12˚ van zodra een besmetting bij everzwijnen bevestigd wordt,brengt de inspecteur-dierenarts de burgemeester hiervan in kennis; 13˚ wanneer bij laboratoriumonderzoek van een everzwijn in eenvrij-wildverwerkingsinrichting klassieke varkenspest wordt aange-toond, wordt het betreffende everzwijn en alle gedood wild, delen vangedood wild, vlees en afvallen die in contact zijn geweest met hetbesmette everzwijn vernietigd volgens de instructies van de Dienst. 2˚ quiconque, soit parce qu’il est responsable ou organisateur de lachasse, soit parce qu’il l’a tiré lui-même, est responsable d’un sangliertué est tenu de présenter le sanglier selon les instructions du Servicepour le prélèvement d’échantillons selon les instructions du Service envue d’un examen de laboratoire pour la peste porcine classique, soitdans un centre de collecte, après l’avoir déclaré au Centre de lutte, soità un atelier de traitement du gibier sauvage comme défini dans l’arrêtéroyal du 9 novembre 1994 relatif à l’expertise et au commerce desviandes de gibier sauvage, désigné par le Service. Chaque commune, située dans la zone d’observation, est tenue enconcertation avec les communes voisines, de mettre à disposition unCentre de collecte; 3˚ quiconque ayant trouvé un sanglier mort doit le déclarer au Centrede lutte, qui procède à l’enlèvement du cadavre en vue d’un examen delaboratoire pour la peste porcine classique et sa destruction selon lesinstructions de l’inspecteur vétérinaire; 4˚ pour le prélèvement des échantillons en vue d’un examen delaboratoire pour la peste porcine classique, l’inspecteur vétérinaire peutdésigner des vétérinaires agréés; 5˚ en vue d’éviter une possible dispersion virale, les personnesconcernées sont tenues de respecter les instructions de l’inspecteurvétérinaire en matière d’éviscération des sangliers, de manipulation descadavres ou déchets de sangliers, ainsi qu’en matière de nettoyage et dedésinfection relatifs à ces manipulations; 6˚ toutes les catégories de porcs de tous les troupeaux doivent êtrerecensées officiellement selon les instructions de l’inspecteur vétéri-naire; l’inventaire doit être tenu à jour par le responsable; l’inventairedoit être présenté sur demande de l’inspecteur vétérinaire ou de sonreprésentant et peut être contrôlé à chaque visite d’inspection; 7˚ tout transport de porcs est interdit dans la zone d’observation; 8˚ chaque porc à abattre au domicile doit subir un examen cliniquepar le vétérinaire d’exploitation et être constaté en bonne santé. Cetexamen, selon les instructions du Service, doit être exécuté dans les24 heures précédant l’abattage; 9˚ sur toutes les routes d’accès, des panneaux blancs d’avertissementsont placés aux limites de la zone d’observation, sur des poteaux à unehauteur minimale de deux mètres. Ils doivent porter la mentionsuivante en lettres capitales noires : « PESTE PORCINE CHEZ LES SANGLIERS - ZONE D’OBSERVA-TION - Transport et commerce de porcs réglementés »; 10˚ aucune partie d’un sanglier abattu par fait de chasse ou trouvémort, ne peut en aucun cas être introduite dans l’entité géographiqued’un troupeau porcin; 11˚ quiconque a eu un contact avec un sanglier de la zoned’observation ne peut visiter des exploitations porcines ou entrer encontact avec des porcs d’un troupeau porcin dans les 48 heures quisuivent le contact; 12˚ l’inspecteur vétérinaire informe le bourgmestre dès confirmationd’une infection chez les sangliers; 13˚ si un examen de laboratoire met en évidence la peste porcineclassique chez un sanglier dans un atelier de traitement du gibiersauvage, le sanglier concerné ainsi que tout gibier tué, parties de gibiertué, viande et abats qui ont été en contact avec le sanglier infecté sontdétruits selon les instructions du Service. 34409BELGISCH STAATSBLAD — 07.08.2002 — Ed. 2 — MONITEUR BELGE De bepalingen van de punten 10˚ tot 13˚ gelden voor het gehelegrondgebied van het Rijk. Art. 4. In de varkensbedrijven gelegen in het observatiegebied zijnde volgende maatregelen van toepassing : 1˚ alle varkens van het beslag moeten in gesloten stallen wordengehouden of, mits akkoord van de inspecteur-dierenarts en volgens deonderrichtingen die hij bepaalt, op een plaats worden ondergebrachtwaar zij door middel van een dubbele afsluiting gescheiden kunnenworden gehouden van everzwijnen. Everzwijnen mogen geen toeganghebben tot materiaal en opgeslagen voeder dat vervolgens in contactkan komen met de varkens van het beslag. Voedersilo’s dienen doormiddel van een afsluiting beveiligd te worden, zodat everzwijnen er opgeen enkel ogenblik toegang toe hebben; 2˚ geen enkel varken mag binnen of buiten de geografische entiteitvan het beslag worden gebracht; 3˚ iedere ziekte of abnormale sterfte bij varkens moet onmiddellijkdoor de bedrijfsdierenarts worden onderzocht en gemeld aan deinspecteur-dierenarts; 4˚ het is verboden op één of meerdere varkens met stoornissen oftekens van een ziekte, zoals koorts, gebrekkige eetlust, diarree, hoesten,niezen, verminderde groei, zenuwstoornissen, in- of uitwendige bloe-dingen of verwerping, een therapeutische behandeling in te stellen,indien niet vooraf stalen werden overgemaakt aan het opsporingscen-trum voor onderzoek op klassieke varkenspest; 5˚ aan de in- en uitgangen van de varkensstallen en van degeografische entiteit moet een ontsmettingsvoetbad worden geplaatstmet een door de inspecteur-dierenarts toegelaten ontsmettingsmiddel; 6˚ de toegang tot de varkensstallen is verboden aan personen vreemdaan het bedrijf. De toegang is, onverminderd de bepalingen vanartikel 3, 11˚, evenwel toegelaten voor : a) de varkenshouder en verzorgers van het bedrijf zelf; b) de bedrijfsdierenarts; c) het personeel van de Veterinaire Diensten. Art. 5. § 1. In afwijking van de bepalingen van artikel 3, 7˚ en 4, 2˚,en volgens de instructies van de inspecteur-dierenarts, rekeninghoudend met de epidemiologische situatie, kan de bedrijfsdierenartstoestaan dat er varkens worden afgevoerd, onder de volgende voor-waarden : 1˚ slachtvarkens mogen het bedrijf enkel verlaten om rechtstreeks enonder dekking van een vervoerstoelating afgegeven door de bedrijfs-dierenarts naar een door hem aangeduid slachthuis binnen de provin-cie Luik of Luxemburg te worden gevoerd, op voorwaarde dat allevarkens van het beslag binnen de 24 uur voor het vervoer door hemklinisch werden onderzocht en gezond bevonden. Slachtzeugen en slachtberen mogen onder dezelfde voorwaardenvervoerd worden naar het slachthuis van Sint-Truiden. Van elk lot slachtvarkens afkomstig uit het observatiegebied wordt inhet slachthuis, volgens de instructies van de Dienst, een representatiefaantal varkens bemonsterd met het oog op het laboratoriumonderzoekvoor klassieke varkenspest; 2˚ fokvarkens mogen het bedrijf enkel verlaten om rechtstreeks enonder dekking van een vervoerstoelating, afgegeven door de bedrijfs-dierenarts, naar een bedrijf gelegen binnen het observatiegebied teworden gevoerd, op voorwaarde dat : — geen enkel varken in het beslag werd binnengebracht tijdens delaatste 30 dagen voor de geplande afvoer; — alle varkens van het beslag door de bedrijfsdierenarts binnen de24 uur voor het vervoer door hem klinisch werden onderzocht engezond bevonden; — de fokvarkens tijdens de laatste tien dagen voor het vertrek eenindividueel serologisch onderzoek op klassieke varkenspest met gun-stig resultaat hebben ondergaan en op het bedrijf van bestemming aaneen tweede serologisch onderzoek worden onderworpen tussen de3e en 4e week na aankomst; 3˚ gebruiksvarkens mogen het bedrijf enkel verlaten om rechtstreeksen onder dekking van een vervoerstoelating afgegeven door debedrijfsdierenarts, naar een bedrijf gelegen binnen het observatiegebiedte worden gevoerd, op voorwaarde dat : — geen enkel varken in het beslag werd binnengebracht tijdens delaatste 30 dagen voor de geplande afvoer; — alle varkens van het beslag binnen de 24 uur voor het vervoer doorde bedrijfsdierenarts klinisch werden onderzocht en gezond bevonden; Les dispositions des alinéas 10˚ à 13˚ sont en vigueur pour tout leterritoire du Royaume. Art. 4. Concernant les exploitations porcines situées dans la zoned’observation, les mesures suivantes sont d’application : 1˚ tous les porcs du troupeau doivent être maintenus dans des locauxfermés à clé ou, moyennant l’accord de l’inspecteur vétérinaire et auxconditions qu’il fixe, dans un lieu où ils peuvent être isolés des sanglierssauvages par une double clôture. Des sangliers ne peuvent avoir accèsau matériel et aux aliments susceptible d’entrer en contact par la suiteavec les porcs du troupeau. Les silos d’aliments doivent être protégéspar une clôture afin d’éviter tout accès aux sangliers; 2˚ aucun porc ne peut ni entrer dans l’entité géographique dutroupeau ni la quitter; 3˚ chaque maladie ou mort anormale chez les porcs doit immédiate-ment être examinée par le vétérinaire d’exploitation et communiquée àl’inspecteur vétérinaire; 4˚ il est interdit d’instaurer un traitement thérapeutique sur un ouplusieurs porcs présentant des troubles ou des signes de maladie telsque fièvre, inappétence, diarrhée, toux, éternuements, retard de crois-sance, troubles nerveux, hémorragies internes ou externes ou avorte-ment si des échantillons n’ont pas auparavant été transmis au centre dedépistage pour examen de la peste porcine classique; 5˚ des pédiluves de désinfection sont placés aux entrées et sorties desporcheries ainsi que de l’entité géographique avec un désinfectantautorisé par l’inspecteur vétérinaire; 6˚ l’accès aux porcheries est interdit aux personnes étrangères àl’exploitation. Toutefois, sans préjudice des dispositions de l’article 3,11˚, l’accès est autorisé pour : a) le détenteur et le personnel soignant de l’exploitation même; b) le vétérinaire d’exploitation; c) le personnel des Services vétérinaires. Art. 5. § 1er. En dérogation aux dispositions de l’article 3, 7˚ et 4, 2˚,et selon les instructions de l’inspecteur vétérinaire, compte tenu de lasituation épidémiologique, le vétérinaire d’exploitation peut autoriserles sorties des porcs aux conditions suivantes : 1˚ les porcs d’abattage ne quittent l’exploitation que pour allerdirectement vers un abattoir des provinces de Liège ou de Luxembourg,désigné par le vétérinaire d’exploitation, sous couvert d’une autorisa-tion de transport délivrée par celui-ci. De plus, tous les porcs dutroupeau concerné doivent avoir été constatés en bonne santé lors d’unexamen clinique pratiqué par ce vétérinaire d’exploitation dans les24 heures précédant le transport. Les truies de boucherie et les verrats de boucherie peuvent êtretransportés à l’abattoir de Saint-Trond sous les mêmes conditions. A l’abattoir, de chaque lot de porcs d’abattage originaire de la zoned’observation, un nombre représentatif de porcs est échantillonné selonles instructions du Service, en vue d’un examen de laboratoire pour lapeste porcine classique; 2˚ les porcs d’élevage ne quittent l’exploitation que pour allerdirectement vers une exploitation située dans la zone d’observation,sous couvert d’une autorisation de transport délivrée par le vétérinaired’exploitation et à condition que : — aucun porc n’ait été introduit dans le troupeau dans les 30 joursprécédant le transport prévu; — tous les porcs du troupeau aient subi un examen clinique par levété rinaire d’exploitation dans les 24 heures avant le transport et aientété trouvés en bonne santé; — les porcs d’élevage aient été soumis, dans les dix jours précédantle transport, à un examen sérologique individuel pour la peste porcineclassique avec résultat favorable et soient soumis à un deuxièmeexamen sérologique dans l’exploitation de destination entre la 3eème et4èmee semaine après leur arrivée; 3˚ les porcs de rente ne quittent l’exploitation que pour allerdirectement vers une exploitation située dans la zone d’observation,sous couvert d’une autorisation de transport délivrée par le vétérinaired’exploitation et à condition que : — aucun porc n’ait été introduit dans le troupeau pendant les30 jours précédant le transport; — tous les porcs du troupeau aient subi un examen clinique par levétérinaire d’exploitation dans les 24 heures précédant le transport etaient été constatés en bonne santé; 34410 BELGISCH STAATSBLAD — 07.08.2002 — Ed. 2 — MONITEUR BELGE — een representatief aantal gebruiksvarkens tijdens de laatste10 dagen voor het vertrek, volgens de instructies van de inspecteur-dierenarts, serologisch werden onderzocht op klassieke varkenspestmet gunstig resultaat en op het bedrijf van bestemming aan een tweedeserologisch onderzoek wordent onderworpen tussen de 3e en 4e weekna aankomst; 4˚ zolang het gunstig resultaat van het serologisch onderzoek op hetbedrijf van bestemming niet bevestigd is, mogen er van dit bedrijf geenvarkens worden afgevoerd, tenzij voor rechtstreeks vervoer naar hetslachthuis;. 5˚ de bedrijfsdierenarts maakt binnen de drie werkdagen een kopievan de vervoerstoelating over aan de inspecteur-dierenarts. § 2. Elke aanvoer van varkens afkomstig van een beslag buiten hetobservatiegebied in een beslag in het observatiegebied moet ten minstedrie werkdagen voor het voorziene transport worden vooraangemeldbij de inspecteur-dierenarts. Het vervoer van de varkens moet gebeurenonder begeleiding van de toelating van de inspecteur-dierenarts. Hetvoertuig mag het observatiegebied enkel binnenrijden na officiëleverzegeling op de grens van het gebied. De inspecteur-dierenartsorganiseert op het bedrijf van bestemming de ontzegeling. Vooraleerhet voertuig het bedrijf of het observatiegebied terug verlaat, moet hetworden gereinigd en ontsmet volgens de onderrichtingen van deinspecteur-dierenarts. De aangevoerde fokvarkens worden onderworpen aan een indivi-dueel serologisch onderzoek op klassieke varkenspest op het bedrijfvan bestemming tussen de 3e en 4e week na aankomst. Een representatief aantal van de aangevoerde gebruiksvarkenswordt, volgens de instructies van de inspecteur-dierenarts, serologischonderzocht op klassieke varkenspest op het bedrijf van bestemmingtussen de 3e en 4e week na aankomst. Art. 6. § 1. Voor elk everzwijn uit het observatiegebied dat hetvoorwerp uitmaakt van een verplichte aangifte aan het bestrijdingscen-trum en het afleveren aan een verzamelcentrum, overeenkomstig debepalingen van artikel 3, 2˚, of van een verplichte aangifte aan hetbestrijdingscentrum, overeenkomstig de bepalingen van artikel 3, 3˚,wordt aan de verantwoordelijke een vergoeding ten laste van hetBegrotingsfonds toegekend ten bedrage van 100 EUR per everzwijn. § 2. Voor elk everzwijn uit het observatiegebied dat afgeleverd wordtaan een vrij-wildverwerkingsinrichting overeenkomstig de bepalingenvan artikel 3, 2˚, wordt een vergoeding aan de verantwoordelijketoegekend ten laste van het Begrotingsfonds ten bedrage van : 45 EUR per geëviscereerd karkas van minder dan 12 kg; 35 EUR per geëviscereerd karkas van 12 tot 28 kg; 15 EUR per geëviscereerd karkas van meer dan 28 kg § 3. Voor elk everzwijn uit het observatiegebied dat afgeleverd wordtaan een vrij-wildverwerkingsinrichting, overeenkomstig de bepalingenvan artikel 3, 2˚, wordt aan de exploitant van deze inrichting eenvergoeding ten laste van het Begrotingsfonds toegekend ten bedragevan 5 EUR. § 4. De vergoedingen worden toegekend aan de rechthebbenden,volgens de instructies van de Dienst, op basis van volgens de instructiesvan de Dienst behoorlijk gerechtvaardigde schuldvorderingen die juistwerden verklaard door de inspecteur-dierenarts. § 5. Voor elk everzwijn in een vrij-wildverwerkingsinrichting waarbijhet laboratoriumonderzoek klassieke varkenspest aantoont of laatvermoeden wordt aan de eigenaar van dit everzwijn, volgens deinstructies van de Dienst, ten laste van het Begrotingsfonds, eenvergoeding toegekend volgens de handelswaarde, met een maximumvan 5 EUR per kg karkasgewicht. § 6. Voor de everzwijnen, het gedode wild, de delen van gedood wild,het vlees en de afvallen die vernietigd worden overeenkomstig debepalingen in artikel 3, 13˚, wordt aan de eigenaar, volgens deinstructies van de Dienst, ten laste van het Begrotingsfonds, eenvergoeding toegekend volgens de handelswaarde, met een maximumvan 57 EUR per kg karkasgewicht. Art. 7. De kosten van het bestrijdingscentrum en alle andere opera-tionele kosten nodig voor de preventie, de bestrijding en de uitroeiingvan de klassieke varkenspest onder de everzwijnen, zijn ten laste vanhet Begrotingsfonds. — un nombre représentatif de porcs de rente ait été soumis, selon lesinstructions de l’inspecteur vétérinaire, dans les 10 jours précédant letransport, à un examen sérologique pour la peste porcine classique avecrésultat favorable et soit soumis à un deuxième examen sérologiquedans l’exploitation de destination entre la 3e et 4e semaine après sonarrivée; 4˚ tant que le résultat favorable de l’examen sérologique effectué àl’exploitation de destination n’a pas été confirmé, aucun porc ne peut laquitter, sauf pour être acheminé directement vers un abattoir; 5˚ le vétérinaire d’exploitation transmet une copie de l’autorisationde transport à l’inspecteur vétérinaire dans les 3 jours ouvrables. § 2. Toute introduction de porcs dans un troupeau de la zoned’observation, en provenance d’un troupeau situé en dehors de la zoned’observation doit faire l’objet, au moins 3 jours ouvrables avant letransport, d’une pré-notification à l’inspecteur vétérinaire. Le transportde porcs se fait sous couvert de l’autorisation de l’inspecteur. Levéhicule ne peut entrer dans la zone d’observation qu’après avoir étéscellé officiellement à la limite de la zone. A l’exploitation dedestination, l’inspecteur vétérinaire organise le contrôle des scellés. Levéhicule doit être nettoyé et désinfecté avant de quitter l’exploitation oula zone d’observation conformément aux instructions de l’inspecteurvétérinaire. Les porcs d’élevage introduits doivent être soumis à un examensérologique individuel pour la peste porcine classique dans l’exploita-tion de destination entre la 3e et 4e semaine après leur arrivée. Un nombre représentatif de porcs de rente introduits doit êtresoumis, selon les instructions de l’inspecteur vétérinaire, à un examensérologique pour la peste porcine classique dans l’exploitation dedestination entre la 3e et 4e semaine après son arrivée. Art. 6. § 1er. Une indemnité est accordée à charge du Fondsbudgétaire au responsable pour tout sanglier de la zone d’observation,ayant fait l’objet d’une déclaration obligatoire au Centre de lutte et d’undépôt dans un centre de collecte, conformément aux dispositions del’article 3, 2˚ ou d’une déclaration obligatoire au Centre de lutte,conformément aux dispositions de l’article 3, 3˚. Elle s’élève à 100 EURpar sanglier. § 2. Pour tout sanglier de la zone d’observation déposé à un atelier detraitement du gibier sauvage conformément aux dispositions del’article 3, 2˚, une indemnité est accordée au responsable à charge duFonds budgétaire. Elle s’élève à : 45 EUR par carcasse éviscérée de moins de 12 kg; 35 EUR par carcasse éviscérée de 12 à 28 kg; 15 EUR par carcasse éviscérée de plus de 28 kg. § 3. Pour tout sanglier de la zone d’observation déposé à un atelier detraitement du gibier sauvage conformément aux dispositions del’article 3, 2˚, une indemnité s’élevant à 5 EUR est accordée à charge duFonds budgétaire à l’ exploitant de cet établissement. § 4. Les indemnités sont accordées aux bénéficiaires, selon lesinstructions du Service, sur base de déclarations de créance justificati-ves trimestrielles et certifiées exactes par l’inspecteur vétérinaire. § 5. Pour tout sanglier présenté dans un atelier de traitement dugibier sauvage et chez lequel l’examen de laboratoire met en évidenceou fait suspecter la peste porcine classique, une indemnité est accordéeselon les instructions du Service à charge du Fonds budgétaire aupropriétaire du sanglier, selon la valeur commerciale avec un maximumde 5 EUR par kg de carcasse. § 6. Pour les sangliers, le gibier tué, les parties de gibier tué, la viandeet les abats qui sont détruits selon les dispositions de l’article 3, 13˚, uneindemnité est accordée, selon les instructions du Service, à charge duFonds budgétaire au propriétaire, selon la valeur commerciale avec unmaximum de 75 EUR par kg de carcasse. Art. 7. Les coûts du Centre de lutte et tous les autres coûtsopérationnels, nécessaires pour la prévention, la lutte et l’éradication dela peste porcine classique chez les sangliers, sont à charge du Fondsbudgétaire. 34411BELGISCH STAATSBLAD — 07.08.2002 — Ed. 2 — MONITEUR BELGE De vergoedingen worden toegekend volgens de instructies van deDienst op basis van behoorlijk gerechtvaardigde schuldvorderingen pertrimester die juist werden verklaard door de inspecteur-dierenarts. Aan het bestrijdingscentrum worden voorschotten toegekend, vol-gens de modaliteiten bepaald door de Dienst. Voor het inrichten van een verzamelcentrum, zoals voorzien inartikel 3, 2˚, tweede lid, kan, volgens de instructies van de Dienst, aande betrokken gemeente een financiële tussenkomst toegekend wordenten laste van het Begrotingsfonds. Art. 8. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredietenwordt voor de klinische onderzoeken en het nemen van de bloedstalenin het kader van dit besluit aan de bedrijfsdierenarts een forfaitairevergoeding toegekend ten laste van het Begrotingsfonds ten bedragevan 25 EUR per bedrijfsbezoek en 2,50 EUR per genomen bloedstaal, opvoorwaarde dat het klinisch onderzoek, de selectie van de bemonsterdedieren, de bloedname, de identificatie van het bloedstaal en deovermaking ervan aan het centrum voor preventie en de diergenees-kundige begeleiding werden uitgevoerd volgens de onderrichtingenvan de inspecteur-dierenarts en voorzover de gevraagde documentencorrect en volledig werden ingevuld. De vergoedingen worden rechtstreeks aan de bedrijfsdierenartsuitbetaald tegen voorlegging van een behoorlijk gerechtvaardigdekostenstaat per trimester die door de Inspecteur-dierenarts juist werdverklaard. Een model van deze kostenstaat is als bijlage bij dit besluitgevoegd. Art. 9. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredietenwordt voor het nemen van de stalen in het kader van dit besluit aan deaangeduide erkende dierenarts, vermeld in artikel 3, 4˚, een vergoedingtoegekend ten laste van het Begrotingsfonds ten bedrage van 15 EURper half uur, op voorwaarde dat de staalname, de identificatie van destalen en de overmaking ervan aan het centrum voor preventie en dediergeneeskundige begeleiding werden uitgevoerd volgens de onder-richtingen van de inspecteur-dierenarts en voorzover de gevraagdedocumenten correct en volledig werden ingevuld. Elk begonnen halfuur wordt beschouwd als volledig. De tijd van verplaatsing kan niet inaanmerking worden genomen voor de toekenning van de vergoeding. De verplaatsingskosten worden terugbetaald volgens het bedragbepaald in het koninklijk besluit van 18 januari 1965 en wijzigingenhoudende algemene regelgeving inzake reiskosten. De vergoedingen worden volgens de instructies van de Dienstrechtstreeks aan de erkende dierenarts uitbetaald tegen overleggingvan een behoorlijk gerechtvaardigde kostenstaat per trimester die doorde inspecteur-dierenarts juist werd verklaard. Art. 10. Overtredingen op de bepalingen van dit besluit wordengestraft overeenkomstig de dierengezondheidswet van 24 maart 1987. Art. 11. Het ministerieel besluit van 7 januari 2000 houdendemaatregelen ter bescherming van de varkensstapel tegen de insleep vanklassieke varkenspest door everzwijnen wordt opgeheven. Art. 12. Elk niet bij dit besluit voorziene situatie wordt beslecht doorde beslissing van het Hoofd van de Dienst. Art. 13. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in hetBelgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. Brussel, 6 augustus 2002. De Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheiden Leefmilieu, Mevr. M. AELVOET Les indemnités sont accordées selon les instructions du Service surbase de déclarations de créance justificatives trimestrielles et certifiéesexactes par l’inspecteur vétérinaire. Des avances sont allouées au Centre de lutte selon les modalitésfixées par le Service. Pour l’installation du centre de collecte, comme prévu dans l’article 3,2˚, deuxième alinéa, une indemnité à charge du Fonds budgétaire peutêtre accordée à la commune concernée, selon les instructions duService. Art. 8. Dans les limites des crédits budgétaires disponibles, pour lesexamens cliniques et le prélèvement d’échantillons sanguins tels quementionnés dans le présent arrêté, une indemnité forfaitaire de 25 EURpar visite d’exploitation et de 2,50 EUR par échantillon de sang, estoctroyée au vétérinaire d’exploitation, à charge du Fonds budgétaire, àcondition que l’examen clinique, la sélection des animaux échantillon-nés, la prise de sang, l’identification de l’échantillon et la transmissionde celui au Centre de prévention et de guidance vétérinaire aient étéexécutés suivant les instructions de l’inspecteur vétérinaire et que lesdocuments demandés aient été correctement et complètement remplis. Les indemnités seront payées directement au vétérinaire d’exploita-tion sur présentation d’un état trimestriel de frais justifié et déclarévéritable par l’inspecteur vétérinaire. Un modèle de cet état de frais setrouve en annexe du présent arrêté. Art. 9. Dans les limites des crédits budgétaires disponibles, pour leprélèvement d’échantillons par des vétérinaires agréésdans le cadre decet, arrêté tel que prévu à l’article 3, 4˚, une indemnité de 15 EUR pardemi-heure entamée, est octroyée au vétérinaire agréé concerndésigné,comme prévu à l’article 3, 4˚, à charge du Fonds budgétaire, à conditionque la prise d’échantillons, l’identification des l’échantillons et latransmission de celuiux-ci au Centre de prévention et de guidancevétérinaire aient été exécutées suivant les instructions de l’inspecteurvétérinaire et que les documents demandés aient été correctement etcomplètement remplis. Chaque demi-heure commencée est considéréedans son entièreté. Le temps de déplacement ne peut pas être pris encompte pour l’attribution de l’indemnité. Les frais de déplacement sont remboursés selon le montant prévu parl’arrêté royal du 18 janvier 1965 et modifications portant réglementationgénérale en matière de de frais de parcours. Les indemnités seront payées directement au vétérinaire agréé, selonles instructions du Service, sur présentation d’un état trimestriel de fraisjustifiés et déclarés véritables par l’inspecteur vétérinaire. Art. 10. Les infractions aux dispositions du présent arrêté sontpunies conformément à la loi du 24 mars 1987 relative à la santé desanimaux. Art. 11. L’arrêté ministériel du 7 janvier 2000 portant des mesures deprotection du cheptel porcin contre l’introduction de la peste porcineclassique par les sangliers est abrogé. Art. 12. Toute situation non prévue par le présent arrêté est tranchéepar une décision du Chef du Service. Art. 13. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publicationau Moniteur belge. Bruxelles, le 6 août 2002. La Ministre de la Protection de la Consommation,de la Santé publique et de l’Environnement, Mme M. AELVOET 34412 BELGISCH STAATSBLAD — 07.08.2002 — Ed. 2 — MONITEUR BELGE Bijlagebijhetministerieelbesluitvan6augustus2002 Gezienomtewordengevoegdbijhetministerieelbesluitvan6augustus2002. DeMinistervanConsumentenzaken,VolksgezondheidenLeefmilieu, Mevr.M.AELVOET 34413 BELGISCHSTAATSBLAD—07.08.2002—Ed.2—MONITEURBELGE KOSTENSTAAT VOOR DE BEDRIJFSBEZOEKEN EN DE BLOEDMONSTERNAMES ] wtgevoerd door de bedrrjfsdierenarls in toepassing van artike/ 5 van het ministerieel bes/uit van Juli 2002 houdende tifde/ijke maatregelen ter bestrijding van k/assieke varkenspest, waarvoor voor elke bemonstering een vergoeding voorzien is krachtens artikel 8 Bedrijfsdierena rts: (naam en voornaam) (straat en huisnummer) (postcode en gemeente) beslagnummer naam van de verantwoordelijke Beslagadres ... totaal aantal bedrijfsbezoeken Vergoeding voor de bedrijfsbezoeken Vergoeding voor de bloedstaalnamen Totale vergoeding (in letters) I I x G = 1€ I 1 1 x a= 1€ 1 (in ciffers) I € datum (ordenummer) (rekeningnummer) aantal stalen totaal aantal stalen datum, handtekening en stempe/ van de dierenarts datum, visum en stempel van de lnspecteur-dierenarts Annexeàl’arrêtéministérieldu6août2002 Vupourêtreannexéàl’arrêtéministérieldu6août2002. LaMinistredelaProtectiondelaConsommation,delaSantépubliqueetdel’Environnement, MmeM.AELVOET 34414 BELGISCHSTAATSBLAD—07.08.2002—Ed.2—MONITEURBELGE ETAT DE FRAIS POUR LES VISITES D'EXPLOITATION ET LES PRELEVEMENTS DE SANG I I· pratiques par le veterinaire d'exploitarion en /'application de /'article 5 de /'arrete ministerial du juillet 2002 portant des mesures temporaires de lutte contra la paste porcine classique, el pour /asqual/es une indemnite est prevue salon /'article 8 Veterinaire: n° de troupeau nom du responsable nombre total de visltes d'exploitation lndemnite pour les visites d'exploitation lndemnite pour les prelevements lndemnite globale en /ettres I x 6 = 1€ I x B = 1€ an chiffres I € (nom et prenom) (rue at numero) (n' postal et commune) adresse du troupeau (n" d'inscription a /'ordre) (n" de compte) date nombre de Drelevements nombre total de prt§levements date, signature et cachet du vaterinaire date, visa et cachet de l'inspecteur vatarinaire

Arrêté ministériel portant des mesures de protection du cheptel porcin contre l’introduction de la peste porcine classique par les sangliers · Nelum