Skip to content
Nelum
Laws of Belgium

Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l’arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2004 relatif au rapportage des données de prélèvement et de production par les gestionnaires des réseaux de gaz naturel et d’électricité, les fournisseurs de combustibles et les exploitants des installations de cogénération, d’énergie renouvelable et d’autoproduction

Made 2009-04-24 · Text as of 2026-10-01

Public law and official guidance, published as research. Not legal, tax or financial advice.

About this law

Language
French
Kind
Regulation
Country
Belgium · Vlaanderen
Subjects
Energy
Keywords
energy conservation/energy production, renewable energy, data collection/reporting

Where to read it

    No source link is recorded for this law.

Text

The law's own text, section by section, as held. Each section has its own link.

  1. Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l’article 78 de la Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in Constitution. artikel 78 van de Grondwet.

  2. Art. 2. La loi du 11 avril 1936 permettant au gouvernement d’inter- Art. 2. De wet van 11 april 1936 waarbij de regering gemachtigd dire l’entrée en Belgique de certaines publications étrangères est wordt het binnenbrengen in België van sommige vreemde publicaties te abrogée. verbieden, wordt opgeheven. Promulguons la présente loi, ordonnons qu’elle soit revêtue du sceau Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met ’s Lands zegel zal worden de l’Etat et publiée par le Moniteur belge. bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Donné à Bruxelles, le 28 avril 2009. Gegeven te Brussel, 28 april 2009. ALBERT ALBERT Par le Roi : Van Koningswege : Le Ministre de la Justice, De Minister van Justitie, S. DE CLERCK S. DE CLERCK Scellé du sceau de l’Etat : Met ’s Lands zegel gezegeld : Le Ministre de la Justice, De Minister van Justitie, S. DE CLERCK S. DE CLERCK Note Nota’s (1) Session 2007-2008. (1) Zitting 2007-2008. Sénat : Senaat : Documents parlementaires. — Proposition de loi de Mme Taelman, Perlementaire stukken. — Wetsvoorstel van Mevr. Taelman, nr. 4-594/1. n° 4-594/1. — Amendements, n° 4-594/2. — Rapport, n° 4-594/3. — — Amendementen, nr. 4-594/2. — Verslag, nr. 4-594/3. — Tekst Texte adopté par la commission, n° 4-594/4. — Texte adopté en séance aangenomen door de commissie, nr. 4-594/4. — Tekst aangenomen in plénière et transmis à la Chambre des représentants, n° 4-594/5. plenaire vergadering en overgezonden aan de Kamer van volksverte- genwoordigers, nr. 4-594/5. Annales du Sénat : 26 juin 2008. Handelingen van de Senaat : 26 juni 2008. Chambre des représentants : Kamer van volksvertegenwoordigers : Documents parlementaires. — Projet transmis par le Sénat, n° 52- Parlementaire stukken. — Ontwerp overgezonden door de Senaat, 1284/1. — Amendements, n° 52-1284/2. — Rapport, n° 52-1284/3. — nr. 52-1284/1. — Amendementen, nr. 52-1284/2. — Verslag, nr. 52- Texte adopté par la commission, n° 52-1284/4. — Texte amendé par la 1284/3. — Tekst aangenomen door de commissie, nr. 52-1284/4. — Chambre et renvoyer au Sénat, 52-1284/5. Tekst geamendeerd door de Kamer en terug gezonden naar de Senaat, 52-1284/5. Compte rendu intégral : 5 février 2009. Integraal verslag : 5 februari 2009. Session 2008-2009. Zitting 2008-2009. Sénat : Senaat : Documents parlementaires. — Projet amendé par la Chambre des Parlementaire stukken. — Ontwerp geamendeerd door de Kamer van représentants et renvoyé au Sénat, n° 4-594/6. — Amendements, volksvertegenwoordigers en teruggezonden naar de Senaat, nr. 4- n° 4-594/7. — Rapport, n° 4-595/8. — Texte adopté par la commission, 594/6. — Amendementen, nr. 4-594/7. — Verslag, nr. 4-595/8. — Tekst n° 4-594/9. — Amendements, n° 4-594/10. — Texte réamendé par le aangenomen door de commissie, nr. 4-594/9. — Amendementen, Sénat et renvoyé à la Chambre des représentants, n° 4-594/11. nr. 4-594/10. — Tekst opnieuw geamendeerd door de Senaat en teruggezonden naar de Kamer van volksvertegenwoordigers, nr. 4- 594/11. Annales du Sénat : 19 février 2009. Handelingen van de Senaat : 19 februari 2009. Chambre des représentants : Kamer van volksvertegenwoordigers : Documents parlementaires. — Projet réamendé par le Sénat, n° 52- Parlementaire stukken. — Ontwerp opnieuw geamendeerd door de 1284/6. — Amendement, n° 52-1284/7. — Rapport, n° 52-1284/8. — Senaat, nr. 52-1284/6. — Amendement, nr. 52-1284/7. — Verslag, Texte adopté par la commission, n° 52-1284/9. nr. 52-1284/8. — Tekst aangenomen door de commissie, nr. 52-1284/9. Compte rendu intégral : 2 avril 2009. Integraal verslag : 2 april 2009. 39500 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD SERVICE PUBLIC FEDERAL FEDERALE OVERHEIDSDIENST PERSONNEL ET ORGANISATION PERSONEEL EN ORGANISATIE F. 2009 — 1913 [C − 2009/02034] N. 2009 — 1913 [C − 2009/02034] 15 MAI 2009. — Arrêté royal modifiant l’arrêté royal du 29 juin 1973 15 MEI 2009. — Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk accordant une rétribution garantie à certains agents des services besluit van 29 juni 1973 houdende toekenning van een gewaar- publics fédéraux borgde bezoldiging aan sommige personeelsleden van de federale overheidsdiensten ALBERT II, Roi des Belges, ALBERT II, Koning der Belgen, A tous, présents et à venir, Salut. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Vu les articles 37 et 107, alinéa 2, de la Constitution; Gelet op de artikelen 37 en 107, tweede lid, van de Grondwet; Vu l’arrêté royal du 29 juin 1973 accordant une rétribution garantie à Gelet op het koninklijk besluit van 29 juni 1973 houdende toekenning certains agents des services publics fédéraux; van een gewaarborgde bezoldiging aan sommige personeelsleden van de federale overheidsdiensten; Vu l’avis de l’Inspecteur des Finances, donné le 31 mars 2009; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 31 maart 2009; Vu l’accord de Notre Secrétaire d’Etat au Budget, donné le 21 avril 2009; Gelet op de akkoordbevinding van Onze Staatssecretaris voor Begroting, van 21 april 2009; Vu le protocole n° 163/4 du 17 décembre 2008 du Comité commun à Gelet op het protocol nr. 163/4 van 17 december 2008 van het l’ensemble des services publics; Gemeenschappelijk comité voor alle overheidsdiensten Sur la proposition de Notre Ministre de la Fonction publique et de Op de voordracht van Onze Minister van Ambtenarenzaken en op l’avis de Nos Ministres qui en ont délibéré en Conseil, het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Nous avons arrêté et arrêtons : Hebben Wij besloten en besluiten Wij : er

  3. Article 1 . A l’article 3 de l’arrêté royal du 29 juin 1973 accordant Artikel 1. In artikel 3 van het koninklijk besluit van 29 juni 1973 une rétribution garantie à certains agents des ministères, modifié par les houdende toekenning van een gewaarborgde bezoldiging aan sommige arrêtés royaux des 4 janvier 1974, 4 novembre 1987, 3 décembre 1987, personeelsleden van de ministeries, gewijzigd bij de koninklijke 16 août 1988, 8 mai 1989, 13 décembre 1989, 21 mars 1990, 7 août 1991, besluiten van 4 januari 1974, 4 november 1987, 3 december 1987, 20 octobre 1992, 5 mars 1993, 20 juillet 2000, 15 octobre 2000, 16 augustus 1988, 8 mei 1989, 13 december 1989, 21 maart 1990, 11 décembre 2001 et 9 janvier 2002, les montants « 13.234,20 EUR » et 7 augustus 1991, 20 oktober 1992, 5 maart 1993, 20 juli 2000, « 12.478,10 EUR » sont remplacés respectivement par les montants 15 oktober 2000, 11 december 2001 en 9 januari 2002, worden de « 13.499 EUR » et « 12.727,66 EUR ». bedragen « 13.234,20 EUR » en « 12.478,10 EUR » respectievelijk vervangen door de bedragen « 13.499 EUR » en « 12.727,66 EUR ».

  4. Art. 2. Le présent arrêté produit ses effets le 1er décembre 2008. Art. 2. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 december 2008.

  5. Art. 3. Nos Ministres et Nos Secrétaires d’Etat sont chargés, chacun Art. 3. Onze Ministers en Onze Staatssecretarissen zijn, ieder wat en ce qui le concerne, de l’exécution du présent arrêté. hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. Donné à Bruxelles, le 15 mai 2009. Gegeven te Brussel, 15 mei 2009. ALBERT ALBERT Par le Roi : Van Koningswege : Le Ministre de la Fonction Publique, De Minister van Ambtenarenzaken, S. VANACKERE S. VANACKERE Le Secrétaire de Etat au Budget, De Staatssecretaris bevoegd voor Begroting, M. WATHELET M. WATHELET * SERVICE PUBLIC FEDERAL AFFAIRES ETRANGERES, FEDERALE OVERHEIDSDIENST BUITENLANDSE ZAKEN, COMMERCE EXTERIEUR BUITENLANDSE HANDEL ET COOPERATION AU DEVELOPPEMENT EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING F. 2009 — 1914 [2009/15079] N. 2009 — 1914 [2009/15079] 1) Convention concernant la création d’une Union internationale 1) Overeenkomst betreffende de oprichting van een Internationale pour la publication des Tarifs douaniers, règlement d’exécution et Unie voor de Bekendmaking der Toltarieven, het uitvoerings- procès-verbal de signature, signés à Bruxelles le 5 juillet 1890 (1) reglement, zomede het proces-verbaal van ondertekening, onder- tekend te Brussel op 5 juli 1890 (1) 2) Protocole de modification, signé à Bruxelles le 16 décem- 2) Protocol tot wijziging, ondertekend te Brussel op 16 decem- bre 1949. — Dénociation par la République du Costa Rica (2) ber 1949. — Opzegging door de Republiek Costa Rica (2) Le 31 mars 2009 a été déposée au Service public fédéral Affaires Op 31 maart 2009 werd bij de Federale Overheidsdienst Buitenlandse étrangères, Commerce extérieur et Coopération au Développement de Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van Belgique la dénonciation de la République du Costa Rica concernant les België de opzegging van de Republiek Costa Rica betreffende voor- Actes internationaux précités. melde internationale Akten neergelegd. Conformément aux dispositions de l’article 15 de la Convention du Overeenkomstig de bepalingen van artikel 15 van de Overeenkomst 5 juillet 1890, cette dénonciation prendra effet à l’égard de la Républi- van 5 juli 1890, zal deze opzegging ten aanzien van de Republiek Costa que du Costa Rica le 1er avril 2010. Rica in werking treden op 1 april 2010. Notes Nota’s 1) Voir Moniteur belge du 14 février 1891. 1) Zie Belgisch Staatsblad van 14 februari 1891. 2) Voir Moniteur belge du 22 septembre 1950. 2) Zie Belgisch Staatsblad van 22 september 1950. MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39501 SERVICE PUBLIC FEDERAL INTERIEUR FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN F. 2009 — 1915 [C − 2009/00345] N. 2009 — 1915 [C − 2009/00345] 17 OCTOBRE 2003. — Arrêté royal portant fixation du plan d’urgence 17 OKTOBER 2003. — Koninklijk besluit tot vaststelling van het nucléaire et radiologique pour le territoire belge. — Traduction nucleair en radiologisch noodplan voor het Belgisch grond- allemande gebied. — Duitse vertaling Le texte qui suit constitue la traduction en langue allemande de De hierna volgende tekst is de Duitse vertaling van het koninklijk l’arrêté royal du 17 octobre 2003 portant fixation du plan d’urgence besluit van 17 oktober 2003 tot vaststelling van het nucleair en nucléaire et radiologique pour le territoire belge (Moniteur belge du radiologisch noodplan voor het Belgisch grondgebied (Belgisch Staats- 20 novembre 2003). blad van 20 november 2003). Cette traduction a été établie par le Service central de traduction Deze vertaling is opgemaakt door de Centrale Dienst voor Duitse allemande à Malmedy. vertaling in Malmedy. FÖDERALER ÖFFENTLICHER DIENST INNERES D. 2009 — 1915 [C − 2009/00345] 17. OKTOBER 2003 — Königlicher Erlass zur Festlegung des Noteinsatzplans für nukleare und radiologische Risiken für das belgische Staatsgebiet — Deutsche Übersetzung Der folgende Text ist die deutsche Übersetzung des Königlichen Erlasses vom 17. Oktober 2003 zur Festlegung des Noteinsatzplans für nukleare und radiologische Risiken für das belgische Staatsgebiet. Diese Übersetzung ist von der Zentralen Dienststelle für Deutsche Übersetzungen in Malmedy erstellt worden. FÖDERALER ÖFFENTLICHER DIENST INNERES 17. OKTOBER 2003 — Königlicher Erlass zur Festlegung des Noteinsatzplans für nukleare und radiologische Risiken für das belgische Staatsgebiet BERICHT AN DEN KÖNIG Sire, vorliegender Entwurf ist hauptsächlich von Erfahrungen, die in den letzten zehn Jahren bei nationalen und internationalen Übungen gemacht wurden, und von realen Ereignissen im Ausland (Tschernobyl, Tokai-Mura, Georgien, ...) inspiriert. Die bei tatsächlichen Krisen wie der Dioxinkrise oder für Sondersituationen, wie die Euro 2000 beziehungsweise den belgischen Vorsitz der Europäischen Union 2001, eingerichtete Organisation und die daraus gezogenen Lehren haben als Grundlage für organisatorische Anpassungen gedient. Der infolge der Ereignisse vom 11. September 2001 in den Vereinigten Staaten tiefgreifend veränderte internationale Kontext hat bei der Ausarbeitung des vorliegenden Entwurfs besondere Beachtung gefunden. Die Kopernikus-Verwaltungsreformen und die Einsetzung der Föderalen Nuklearkontrollbehörde (FNKB) im September 2001 sind ebenfalls in den vorliegenden Text eingearbeitet worden. Für diesen Text sind die Stellungnahmen der FNKB, des Koordinations- und Krisenzentrums der Regierung (CGCCR), der Zivilen Sicherheit, der Association Vinçotte Nucléaire (AVN), des Studienzentrums für Kernenergie (SZK), des Instituts für Radioelemente (IRE) und der Provinzen Ostflandern und Lüttich berücksichtigt worden. Mit dem Entwurf eines Königlichen Erlasses wird bezweckt, einerseits den durch Königlichen Erlass vom 27. September 1991 festgelegten Plan zu vereinfachen und zu verdeutlichen (Strukturänderungen) und andererseits diesen Plan zu aktualisieren (inhaltliche Änderungen), um angesichts der internationalen Lage über ein angemessenes Hilfsmittel zu verfügen. Im Hinblick auf eine bessere Lesbarkeit wird der derzeit geltende Text aufgehoben und durch vorliegenden Entwurf ersetzt. Seine Ausführungserlasse bleiben natürlich in Kraft, unter Vorbehalt eventueller späterer Bestimmun- gen. Fünf wichtige inhaltliche Änderungen sind vorgenommen worden. An erster Stelle sei die Einrichtung eines sozioökonomischen Stabs erwähnt. Übungen, ernste Krisen oder Sondersituationen haben nämlich die Notwendigkeit der Organisation eines Stabs aufgezeigt, das die jeweiligen Folgen auf wirtschaftlicher und sozialer Ebene analysiert, sowohl vor als auch nach der Entscheidungsfindung. Dann wird die frühere Benachrichtigungsstufe N4 durch die Stufe NR und die frühere Alarmstufe U4 durch die Stufe UR ersetzt. Damit wird bezweckt, den Anwendungsbereich des vorliegenden Plans auszudehnen. In der vorherigen Fassung wurden in der Benachrichtigungsstufe N4 zwei Aspekte der radiologischen Exposition kombiniert: ihre Unmittelbarkeit (schnelle Kinetik) und ihr Ausmaß. Dies hatte zur Folge, dass plötzliche Situationen, in denen es nur zu begrenzten Freisetzungen kommt, beispielsweise ein Brand in einem Lager für radioaktive Stoffe, nicht durch diese Benachrichtigungsstufe abgedeckt waren. Die neue Stufe NR fußt ausschließlich auf der Schnelligkeit der Freisetzungen und deckt Situationen ab, die binnen vier Stunden zu der Notwendigkeit führen können, Maßnahmen zum direkten Schutz der Bevölkerung zu ergreifen. Bis zur Einrichtung der föderalen und provinzialen Stäbe und Ausschüsse werden die ″Reflex-Schutzmaßnahmen″ (Warnung, Aufforderung zum Aufenthalt in geschlossenen Räumen, Aufforderung zum Einschalten von Radio- und Fernsehgeräten) innerhalb eines vorher festgelegten Sperrbereichs ergriffen. Die Benennung der Stufe ist angepasst worden, um sie von den anderen Stufen N1, N2 und N3 zu unterscheiden, die hauptsächlich durch ihren Schweregrad gekennzeichnet sind. Das R verweist auf die vorerwähnten ″Reflexmaß- nahmen″. Alarmstufe UR spiegelt diese neuen Bestimmungen wider. Aus Alarmstufe U1 ergeben sich dagegen neue Konsequenzen. Bei den nationalen und internationalen Übungen wurden nämlich zwei Maßnahmen als nützlich betrachtet. Einerseits wird der Informationsstab ab Stufe U1 zusammenkommen, sodass die Behörden den medialen Raum möglichst schnell besetzen können und dadurch die Verbreitung unkontrollierter Informationen vermieden wird. Andererseits wird der Messstab von diesem Stadium an erste Umsetzungsmaßnahmen vor Ort durchführen, mit denen bezweckt wird, für den Fall einer Verschlimmerung der Lage eine optimale Arbeitsweise zu gewährleisten. 39502 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Die Häufigkeit der Übungen wurde aufgrund von drei wichtigen Kriterien geändert: die Art der Anlage oder die spezifischen Verpflichtungen der Anlagen, die Bemühung um eine Begrenzung der Anzahl Übungen, um die daraus zu ziehenden nützlichen Erkenntnisse gründlich untersuchen zu können, und schließlich eine Mindesthäufigkeit, um einen Vorbereitungsstand zu erreichen, der jeder betroffenen Anlage angepasst ist. Dem wurde eine dreijährliche Großraumübung hinzugefügt, mit der das gesamte Räderwerk aller Interfaces des vorliegenden Plans getestet werden soll. Die vorgeschlagene Häufigkeit ist gerechtfertigt, einerseits durch die Notwendigkeit, über eine bestimmte Vorbereitungszeit zu verfügen, und andererseits durch den Willen, in diese Vorbereitung die aus den jährlichen Übungen gezogenen Erkenntnisse einzubeziehen. Die Modalitäten in Bezug auf die internationalen Übungen werden ebenfalls erläutert. Die Internationale Bewertungsskala für nukleare Ereignisse (INES) hat ihrerseits eine doppelte Änderung erfahren. Einerseits wurde ihre Beschreibung neu formuliert und andererseits wurde für den Bewertungsstab der Grundsatz der Bestimmung der INES-Stufe im Krisenfall eingeführt, unter der Voraussetzung, dass bestimmte Vorsorgemaßnahmen ergriffen werden. Die betroffenen Akteure haben sich nämlich zugunsten dieses Grundsatzes ausgesprochen, wodurch der Bewertungsstab über alle erforderlichen Informationen verfügen kann. Dieser Grundsatz ist jedoch nicht in den Aufgabenbereich des Bewertungsstabs aufgenommen worden, aus zwei Gründen. Zunächst mussten das allgemeine Krisenmanagement und die vorrangigen Aufgaben des Stabs gewährleistet werden und dann wurde es als sinnvoll erachtet, in Krisensituationen die Umsetzung der INES-Skala mit einer gewissen Flexibilität anzugehen. Zudem wird im geänderten Noteinsatzplan die Erstellung eines jährlichen Gesamtberichts vorgesehen, der mit einem Aktionsplan versehen ist, dessen äußerstes Erstellungsdatum ebenfalls vorgesehen ist. Schließlich liegt die Verantwortung zur Information der internationalen Einrichtungen (der Europäischen Gemeinschaften und der Internationalen Atomenergieorganisation) nunmehr beim Bewertungsstab, während sie vorher vom Informationsstab benachrichtigt wurden. Nachstehende strukturelle Änderungen sind zu erwähnen: die Neustrukturierung des Teils über den Anwen- dungsbereich, damit eine systematischere Bestandsaufnahme der verschiedenen Situationen, die zur Auslösung des Noteinsatzplans führen können, erstellt wird, sowie die Fusion der engeren und allgemeinen Koordinierungsaus- schüsse zu einem einzigen föderalen Koordinierungsausschuss mit flexibler Anpassungsfähigkeit, da er vom Emergency-Director der Behörden je nach Schweregrad der Lage zusammengestellt wird. Ich habe die Ehre, Sire, der getreue und ehrerbietige Diener Eurer Majestät zu sein. Der Minister des Innern P. DEWAEL 17. OKTOBER 2003 — Königlicher Erlass zur Festlegung des Noteinsatzplans für nukleare und radiologische Risiken für das belgische Staatsgebiet ALBERT II., König der Belgier, Allen Gegenwärtigen und Zukünftigen, Unser Gruß! Aufgrund des Gesetzes vom 31. Dezember 1963 über den Zivilschutz, insbesondere des Artikels 2 Absatz 1 und 2; Aufgrund des Gesetzes vom 15. April 1994 über den Schutz der Bevölkerung und der Umwelt gegen die Gefahren ionisierender Strahlungen und über die Föderale Nuklearkontrollbehörde, abgeändert durch die Königlichen Erlasse vom 7. August 1995 und 30. Mai 2002 und die Gesetze vom 12. Dezember 1997, 3. Mai 1999, 10. Februar 2000, 31. Januar 2003 und 2. April 2003; Aufgrund des Königlichen Erlasses vom 27. September 1991 zur Festlegung des Noteinsatzplans für nukleare Risiken für das belgische Staatsgebiet; Aufgrund des Königlichen Erlasses vom 20. Juli 2001 zur Festlegung einer allgemeinen Ordnung über den Schutz der Bevölkerung, der Arbeitnehmer und der Umwelt gegen die Gefahren ionisierender Strahlungen, insbesondere des Artikels 72; Aufgrund der Mitteilung der Europäischen Kommission vom 2. April 2003; Aufgrund der Antwort der Generaldirektion der Energie und des Transportwesens vom 23. Mai 2003; Aufgrund der Stellungnahme des Finanzinspektors vom 25. Februar 2003; Aufgrund des Einverständnisses Unseres Ministers des Haushalts vom 13. März 2003; Aufgrund des Gutachtens Nr. 35.009/3 des Staatsrates vom 20. März 2003, abgegeben in Anwendung des Artikels 84 Absatz 1 Nr. 2 der koordinierten Gesetze über den Staatsrat; Aufgrund der Dringlichkeit; In Erwägung, dass das internationale Umfeld mit Risiken verbunden ist, vor denen die Bevölkerung und die Umwelt geschützt werden müssen; dass es daher erforderlich ist, unverzüglich über einen angemessenen Noteinsatzplan zu verfügen, der diesen Entwicklungen entspricht; In Erwägung, dass der Noteinsatzplan in der geänderten Fassung anwendbar sein muss, sobald die Vorausset- zungen für eine nukleare oder radiologische Notstandssituation auf nationaler Ebene erfüllt sind; Auf Vorschlag Unseres Ministers des Innern und aufgrund der Stellungnahme Unserer Minister, die im Rat darüber beraten haben, Haben Wir beschlossen und erlassen Wir:

  6. Artikel 1 - Es wird ein Noteinsatzplan für nukleare und radiologische Risiken für das belgische Staatsgebiet festgelegt, der dem vorliegenden Erlass beigefügt ist.

  7. Art. 2 - Die vom Noteinsatzplan betroffenen und darin als Verantwortliche bestimmten Behörden, Einrichtungen und Betreiber müssen Entwürfe spezifischer Noteinsatzpläne ausarbeiten. Sie müssen dem Minister des Innern diese Entwürfe binnen einem Jahr nach Veröffentlichung des vorliegenden Erlasses im Belgischen Staatsblatt zur Kenntnisnahme vorlegen. Die Erlasse zur Festlegung der spezifischen Noteinsatzpläne werden auszugsweise im Belgischen Staatsblatt veröffentlicht. MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39503

  8. Art. 3 - Der Königliche Erlass vom 27. September 1991 zur Festlegung des Noteinsatzplans für nukleare Risiken für das belgische Staatsgebiet wird aufgehoben.

  9. Art. 4 - Unser Minister des Innern ist mit der Ausführung des vorliegenden Erlasses beauftragt. Gegeben zu Brüssel, den 17. Oktober 2003 ALBERT Von Königs wegen: Der Minister des Innern P. DEWAEL Anlage Noteinsatzplan für nukleare und radiologische Risiken für das belgische Staatsgebiet VORWORT Im Königlichen Erlass zur Festlegung des Noteinsatzplans für nukleare Risiken für das belgische Staatsgebiet, veröffentlicht im Belgischen Staatsblatt vom 21. Januar 1992, sind die Empfehlungen der parlamentarischen Untersuchungskommissionen in Sachen nukleare Sicherheit berücksichtigt worden. Seither ist selbstverständlich eine Reihe zu berücksichtigender Änderungen vorgenommen worden, darunter die Einrichtung der Föderalen Nuklearkontrollbehörde am 1. September 2001. Im vergangenen Jahrzehnt konnten insbesondere viele Erkenntnisse aus den zahlreichen Übungen, die im Rahmen dieses Plans organisiert wurden, gewonnen werden. Daraus mussten Schlüsse gezogen werden, um den Plan anpassen zu können, sodass wir über ein noch leistungsstärkeres Instrument zum Schutz der Bevölkerung und der Umwelt verfügen. Diese Aufgabe wurde hauptsächlich einer Arbeitsgruppe anvertraut, die sich aus Vertretern der Zivilen Sicherheit, des Koordinations- und Krisenzentrums der Regierung, der Föderalen Nuklearkontrollbehörde, der Gouverneure der Provinzen Lüttich und Ostflandern, der Association Vinçotte Nucléaire, des Landesinstituts für Radioelemente und des Studienzentrums für Kernenergie zusammensetzte. Hierbei ist die maßgebende Rolle der Vorsitzenden dieser Arbeitsgruppe hervorzuheben, die übrigens mehrmals den Vorsitz des durch den Plan eingeführten Bewertungsstabs innehatte. Es hat sich herausgestellt, dass der Kern und die großen Grundsätze des Plans zwar erhalten bleiben müssen, dass aber eine Reihe Anpassungen erforderlich sind, um seine Effizienz zu verbessern. Unter diese Anpassungen fiel auch die Ersetzung der früheren Benachrichtigungsstufe N4 durch die Stufe NR. Im Fall einer schnellen Freisetzung und, selbst wenn die Folgen der Exposition begrenzt bleiben, wird mit dieser ″Reflexstufe″ bezweckt, dass der Provinzgouverneur in Erwartung der Einrichtung provinzialer und föderaler Stäbe und Ausschüsse die sofortige Durchführung von Schutzmaßnahmen veranlasst. Die Sachverständigen haben zudem die Einrichtung eines sozioökonomischen Stabs empfohlen, der insbesondere den föderalen Koordinierungsausschuss über die sozioökonomischen Folgen der getroffenen beziehungsweise zu treffenden Entscheidungen unterrichten muss. Schließlich liegt es auf der Hand, dass die Aktualisierung dieses Plans eine ständige Sorge sein muss: Aus diesem Grund wird nunmehr die Erstellung eines jährlichen Gesamtberichts vorgesehen, der von den Übungen ausgeht und in einen anhängigen Aktionsplan mündet. Nun liegt es an jedem Akteur des Noteinsatzplans für nukleare und radiologische Risiken für das belgische Staatsgebiet, die geleisteten Anstrengungen fortzuführen, damit die Sicherheit der Bevölkerung und der Umwelt gewährleistet werden kann. INHALTSVERZEICHNIS 1. EINLEITUNG 1.1 Allgemeines 1.2 Ziel des föderalen Noteinsatzplans 1.3 Anwendungsbereich 2. VERANTWORTLICHKEITEN UND ZUSTÄNDIGKEITEN 2.1 Föderalbehörden 2.1.1 Inneres 2.1.2 Volksgesundheit 2.1.3 Beschäftigung und Arbeit 2.1.4 Landwirtschaft 2.1.5 Auswärtige Angelegenheiten 2.1.6 Finanzen 2.1.7 Landesverteidigung 2.1.8 Wirtschaftsangelegenheiten und Energie 2.2 Regionen 2.3 Provinzgouverneure 2.4 Gemeindebehörden 2.5 Andere Institutionen 2.5.1 Föderale Nuklearkontrollbehörde (FNKB) 2.5.2 Föderalagentur für die Sicherheit der Nahrungsmittelkette (FASNK) 39504 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 2.5.3 Wissenschaftliches Institut für Volksgesundheit (WIV) 2.5.4 Königliches Meteorologisches Institut (KMI) 2.5.5 Studienzentrum für Kernenergie (SZK) 2.5.6 Landesinstitut für Radioelemente (IRE) 2.5.7 Zugelassene Einrichtungen 2.5.8 Rotes Kreuz von Belgien 2.5.9 Andere Fachkompetenzen 2.6 Der Betreiber der kerntechnischen Anlage 2.7 Internationale Organisationen 2.7.1 Internationale Atomenergieorganisation (IAEO) 2.7.2 Europäische Union (EU) 3. ALLGEMEINE ORGANISATION 3.1 Allgemeine Organisation der Verantwortlichkeiten 3.1.1 Emergency-Director der Behörden 3.1.2 Emergency-Director des Betreibers 3.1.3 Verteilung der Verantwortlichkeiten 3.2 Allgemeine Struktur der Organisation des Noteinsatzplans 3.2.1 Struktur und föderale Organisation 3.2.2 Provinziale operative Koordination der Hilfeleistung 3.2.3 Allgemeine Struktur der Organisation des internen Noteinsatzplans vor Ort 3.3 Sonderfälle 3.3.1 Organisation bei einer Notstandssituation im Ausland 3.3.2 Organisation bei Absturz eines Weltraumgegenstands mit radioaktiver Energiequelle 3.3.3 Organisation bei einem Transportunfall auf belgischem Staatsgebiet 3.3.4 Einsatz bei Notstandssituationen mit Militärfahrzeugen oder -anlagen 3.3.5 Organisation bei einer radiologischen Notstandssituation infolge terroristischer Handlungen 3.3.6 Andere radiologische Notstandssituationen 4. BENACHRICHTIGUNG UND ALARMIERUNG 4.1 Benachrichtigungspflicht des Betreibers 4.1.1 Benachrichtigungsstufen 4.1.2 Benachrichtigungsmodalitäten 4.1.3 TELERAD 4.2 Alarmierung und Alarmstufen 4.3 Benachrichtigungsschemen 4.3.1 Benachrichtigungsschema - Benachrichtigungsstufe ″N0″ (pro memoria) 4.3.2 Benachrichtigungsschema - Benachrichtigungsstufe ″N1, N2, N3 und NR″ 4.3.3 Aktionsschema der verschiedenen Ausschüsse und Stäbe 4.4 Übermittlung späterer Informationen durch den Betreiber 4.5 Benachrichtigung und Informationsübermittlung aus dem Ausland 4.6 Benachrichtigung und Informationsübermittlung ins Ausland 5. NOTEINSATZPLANUNGS- UND EINSATZZONEN 5.1 Noteinsatzplanungszonen 5.2 Einsatzzonen 6. BEWERTUNG DER LAGE AUF RADIOLOGISCHER EBENE 6.1 Einleitung 6.2 Ursprüngliche Bewertung - Rekonstruktion 6.3 Radioaktivitätsmessungen 6.4 Bewertung der Möglichkeit verstärkter Freisetzung umweltbelastender Stoffe - Prognose 6.5 Empfehlung von Schutzmaßnahmen 6.6 Ende der Notstandssituation 7. WARNUNG UND INFORMATION DER BEVÖLKERUNG WÄHREND DES UNFALLS ODER DER RADIO- LOGISCHEN NOTSTANDSSITUATION 7.1 Allgemeine Organisation 7.2 Sirenen 7.3 Rundfunk und Fernsehen 7.4 Telefon 7.5 Lautsprecherfahrzeuge 8. SCHUTZMASSNAHMEN 8.1 Schutz der Einsatzkräfte 8.2 Maßnahmen zum direkten Schutz der Bevölkerung 8.2.1 Kontrolle des Verkehrs in und aus der betroffenen Zone 8.2.2 Aufforderung zum Aufenthalt in geschlossenen Räumen 8.2.3 Einnahme von Jodtabletten 8.2.4 Evakuierung 8.2.5 Dekontamination MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39505 8.2.6 Empfehlungen an bestimmte Bevölkerungsgruppen 8.3 Medizinische Maßnahmen 8.3.1 Grundphilosophie 8.3.2 Zielsetzungen 8.3.3 Richtlinien für die Anwendung 8.3.4 Verantwortliche für die Ausführung 8.4 Einschränkungen in Bezug auf den Verzehr kontaminierter Nahrung und kontaminierten Trinkwassers 8.4.1 Zielsetzungen 8.4.2 Richtlinien für die Anwendung 8.4.3 Verantwortliche für die Ausführung 8.5 Vorbeugende Maßnahmen in Bezug auf die Nahrungsmittelkette 8.5.1 Zielsetzungen 8.5.2 Grundprinzipien der Anwendung 8.5.3 Weideverbot 8.5.4 Evakuierung des Viehs 8.5.5 Bewässerungsverbot und Verbot, Tränkewasser zu verwenden 9. HILFE AUS DEM AUSLAND 10. SCHULUNG UND ÜBUNGEN 10.1 Erstschulung 10.2 Information der Ärzteschaft und der Apotheker 10.3 Anpassungsfortbildung 10.4 Übungen 10.5 Bewertung und gezogene Schlüsse 11. VORHERIGE UNTERRICHTUNG 1. EINLEITUNG 1.1 Allgemeines Jede industrielle Tätigkeit beinhaltet Risiken, die unsere Gesellschaft implizit wie die Folgen einer bewusst gewählten Lebensweise toleriert. Dennoch fordert unsere Gesellschaft, dass alles unternommen wird, um diese Risiken zu begrenzen. So wird verlangt, dass die Behörden durch Auferlegung angemessener Sicherheitsregeln für die Verhütung von Unfällen sorgen und dass, wenn sich trotzdem ein Unfall ereignet hat, Maßnahmen ergriffen werden, um dessen schädliche Auswirkungen zu beschränken. Zudem wird von den Behörden erwartet, dass sie die Bevölkerung darüber ausführlich informieren. Trotz beträchtlicher Vorsorgemaßnahmen zur Verhütung schwerer Unfälle in kerntechnischen Anlagen müssen die Behörden darauf vorbereitet sein, die erforderlichen Schutzvorkehrungen zu treffen, wenn sich nicht nur in kerntechnischen Anlagen auf belgischem Staatsgebiet oder im Ausland, sondern auch bei einem Transport radioaktiver Stoffe ein nuklearer Unfall mit radiologischen Folgen ereignet. Im vorliegenden Noteinsatzplan, der hauptsächlich kerntechnische Anlagen der Klasse I betrifft, für die die Möglichkeit einer Freisetzung von Radioaktivität Schutzmaßnahmen erforderlich macht, dürfen natürlich die anderen, wenn auch weniger gravierenden Risiken, wie diejenigen in Verbindung mit der Verwendung radioaktiver Stoffe in Krankenhäusern usw., nicht vernachlässigt werden. Die Einsätze der Hilfsdienste können gegebenenfalls zu einer Koordinierung der Hilfeleistung führen. Diese grundsätzlich begrenzten Notstandssituationen, wie in Nr. 1.3.2 beschrieben, werden in den provinzialen Noteinsatzplänen berücksichtigt, da sie zunächst keine föderale Koordinie- rung erfordern und die Koordinierung auf Ebene der betroffenen Provinzgouverneure stattfindet. Im Allgemeinen muss die Bevölkerung nicht nur über das Vorhandensein nuklearer und chemischer Risiken sowie über Risiken, die mit anderen gefährlichen Stoffen verbunden sind, sondern auch über die wichtigsten Notfallmaß- nahmen, die im Fall einer Gefährdung oder möglichen Gefährdung der Volksgesundheit zu befolgen sind, informiert werden. Durch diese Kenntnisse muss es möglich sein, die Risiken einer mitten in der technologischen Entwicklung stehenden Gesellschaft besser zu beherrschen, besser an gemeinsamen Aktionen teilzunehmen und gegebenenfalls die Verhaltensweisen besser anzupassen, um in Notstandssituationen angemessen reagieren zu können. 1.2 Ziel des föderalen Noteinsatzplans Ziel des vorliegenden Noteinsatzplans ist es, bei einer das belgische Staatsgebiet direkt oder indirekt bedrohenden radiologischen Notstandssituation die Koordinierung der Maßnahmen zum Schutz der Bevölkerung und der Umwelt zu gewährleisten. Das vorliegende Dokument soll als Leitfaden für die im Notfall zu ergreifenden Schutzmaßnahmen dienen. Darin werden die Aufträge beschrieben, die die verschiedenen Einrichtungen und Dienste im Rahmen ihrer jeweiligen, durch Gesetz oder Verordnung übertragenen Zuständigkeiten gegebenenfalls ausführen müssen. Es muss darauf hingewiesen werden, dass der vorliegende Plan in normalen Situationen keinen Einfluss auf die Ausführung der gesetzlichen und verordnungsrechtlichen Aufträge der betreffenden Ministerien, Dienste, Einrichtun- gen und Institutionen - einschließlich der Provinzen und Gemeinden - hat. Im Fall einer Anwendung des Plans müssen diese jedoch die erforderlichen Maßnahmen ergreifen, um die ihnen darin aufgetragenen Aufgaben zu erfüllen. 1.3 Anwendungsbereich Die Bestimmungen des vorliegenden Noteinsatzplans kommen zur Anwendung, wenn die belgische Bevölkerung von einer anormalen radiologischen Exposition (radiologischen Notstandssituation) bedroht ist oder wenn sie Gefahr läuft, davon bedroht zu werden, und zwar über verschiedene Expositionswege mit folgenden Ursachen: — externe Bestrahlung durch Luftkontamination und/oder Ablagerung radioaktiver Stoffe (Kontaminierung des belgischen Staatsgebiets), — interne Bestrahlung durch Einatmung kontaminierter Luft und/oder durch Aufnahme kontaminierter Nahrung oder kontaminierten Trinkwassers. 1.3.1 Er kommt insbesondere in folgenden besonderen Situationen zur Anwendung: — bei Unfällen in den wichtigsten belgischen kerntechnischen Anlagen: den Kernkraftwerken in Doel und Tihange, dem Studienzentrum für Kernenergie (SZK) in Mol, dem Institut für Radioelemente (IRE) in Fleurus sowie Belgoprocess und Belgonucléaire in Dessel, 39506 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD — bei Unfällen in ausländischen kerntechnischen Anlagen in unmittelbarer Nähe zu Belgien, insbesondere in den Kernkraftwerken in Chooz, Gravelines und Cattenom (Frankreich) und im Kernkraftwerk in Borssele (Niederlande), — in radiologischen Notstandssituationen in Bezug auf Raumfahrzeuge oder militärische Geräte oder in militärischen Anlagen, — in radiologischen Notstandssituationen bei der Beförderung von Spaltmaterial oder radioaktiven Stoffen (einschließlich radioaktiver Abfälle), — in radiologischen Notstandssituationen infolge terroristischer Handlungen. 1.3.2 In folgenden besonderen radiologischen Notstandssituationen kommt vorliegender Plan zunächst nicht zur Anwendung, da hier die Koordinierung von den Provinzialbehörden ausgeht: — in radiologischen Notstandssituationen in allen anderen als den oben erwähnten belgischen kerntechnischen Anlagen in Belgien, wie dem Reaktor Thetis in Gent, dem Labor für Transurane der Universität Lüttich (Sart-Tilman), der FBFC Int. in Dessel und dem IRMM in Geel. Dies schließt nicht aus, dass die Provinzialbehörden bei Bedarf auf die Föderalbehörden zurückgreifen können, damit eine föderale Koordinierung gewährleistet wird. Vorliegender Plan enthält eine Beschreibung der allgemeinen Organisation. Er ist zu ergänzen durch: — spezifische Noteinsatzpläne auf verschiedenen Ebenen, die dem Minister des Innern oder dem Provinzgou- verneur vorgelegt werden, — Einsatzverfahren, die jedem Stab eigen sind. 2. VERANTWORTLICHKEITEN UND ZUSTÄNDIGKEITEN 2.1 Föderalbehörden 2.1.1 Inneres Unbeschadet der Vorrechte des Premierministers koordiniert der Minister des Innern alle zur Anwendung des vorliegenden Plans erforderlichen Maßnahmen. Diese Zuständigkeit beruht auf dem Gesetz vom 31. Dezember 1963 über den Zivilschutz, dem Königlichen Erlass vom 23. Juni 1971 zur Organisation der Aufträge des Zivilschutzes und zur Koordination der Operationen bei verhängnisvollen Ereignissen, Katastrophen und Unglücksfällen, dem Königlichen Erlass vom 20. Juli 2001 zur Festlegung einer allgemeinen Ordnung über den Schutz der Bevölkerung, der Arbeitnehmer und der Umwelt gegen die Gefahren ionisierender Strahlungen sowie dem Königlichen Erlass, mit dem vorliegender Plan für gültig erklärt wird. Der Minister des Innern kann alle zivilen und militärischen Mittel requirieren und einsetzen, um eine Notstandssituation in den Griff zu bekommen beziehungsweise sie zu begrenzen (Gesetz vom 31. Dezember 1963 und Königlicher Erlass vom 3. März 1934 über die Einsetzung von Personal und Material der Armee für nichtmilitärische Arbeiten). Im Rahmen des vorliegenden Noteinsatzplans kann der Minister des Innern in Zusammenarbeit mit den Betreibern Maßnahmen ergreifen, um die Folgen einer Notstandssituation innerhalb der Anlage zu bekämpfen. Der Minister des Innern ist befugt, die Bestimmungen der zwischen Belgien und anderen Ländern und Organisationen getroffenen bilateralen und internationalen Übereinkommen über die Hilfeleistung und Benachrichti- gung bei Katastrophen und schweren Unfällen auszuführen. Der Minister des Innern organisiert die in Kapitel 11 des vorliegenden Plans erwähnte vorherige Unterrichtung, einschließlich der Informationen über die vorsorgliche Verteilung von Jodtabletten. Der Inhalt der Informationen wird mit den betreffenden Ministern und mit der Föderalen Nuklearkontrollbehörde abgesprochen. 2.1.2 Volksgesundheit Der Minister, der für die Volksgesundheit zuständig ist, organisiert und überwacht die ordnungsgemäße Arbeitsweise der Dienste für dringende medizinische Hilfe (Gesetz vom 8. Juli 1964). Insbesondere in Sachen Strahlenschutz organisiert er die Kontrolle der internen Kontamination der kontaminierten Personen und ihre medizinische Betreuung. Zu diesem Zweck organisiert er seine Dienste entsprechend ihres Materialpotenzials sowie der Verfügbarkeit und der Ausbildung ihres Personals. Zudem ist die Generaldirektion ″Tiere, Pflanzen und Nahrung″ des Föderalen Öffentlichen Dienstes Volksgesund- heit, die für alles, was normative und verordnungsrechtliche Aspekte betrifft, zuständig ist, in den verschiedenen im CGCCR sitzenden Stäben und Ausschüssen vertreten. 2.1.3 Beschäftigung und Arbeit Der Minister, der für die Sicherheit am Arbeitsplatz, die Arbeitshygiene und die Arbeitsmedizin zuständig ist, überwacht die Sicherheit der in der Nähe (auf dem betroffenen Gelände oder nicht) gelegenen ″klassischen″ Anlagen und ihrer Arbeitnehmer, die durch den nuklearen Unfall gefährdet werden können. Gemäß dem KE vom 25. April 1997 und seinen Abänderungen überwacht er ebenfalls die Gesundheit aller Arbeitnehmer, die durch den nuklearen Unfall gefährdet werden können. 2.1.4 Landwirtschaft Unter Berücksichtigung der Euratom-Verordnungen Nr. 2218/89 des Europäischen Rates vom 18. Juli 1989, Nr. 94/89 der Europäischen Kommission vom 12. April 1989 und Nr. 770/90 der Europäischen Kommission vom 29. März 1990 ist der Minister, der für die Landwirtschaft zuständig ist, beauftragt, spezifische Maßnahmen für die Landwirtschaft, den Gartenbau und die Seefischerei gemäß dem Gesetz vom 28. März 1975 über den Handel mit Erzeugnissen der Landwirtschaft, des Gartenbaus und der Seefischerei vorzuschlagen. Er wirkt mit an der Umsetzung der praktischen Bestimmungen im Bereich Landwirtschaft - Maßnahmen des föderalen Koordinierungsausschusses (siehe Nr. 3.2.1.2). 2.1.5 Auswärtige Angelegenheiten Der Minister der Auswärtigen Angelegenheiten trägt alle im Ausland verfügbaren Informationen über radiologische Notstandssituationen zusammen, die sich außerhalb der belgischen Grenzen ereignet haben und deren Folgen entweder das belgische Staatsgebiet oder die belgischen Staatsangehörigen im Ausland betreffen können. In solchen Situationen ist er mit der Sammlung und Verbreitung von Informationen über die Interessen und die Lage im Ausland beauftragt. 2.1.6 Finanzen Im Rahmen der Anwendung der europäischen Verordnungen im Bereich der Vermarktung kontaminierter Nahrungsmittel und Futtermittel (siehe Europäische Union (EU)) überwacht der Minister der Finanzen die In- und Ausfuhr über die Zoll- und Akzisenverwaltung. 2.1.7 Landesverteidigung Der Minister der Landesverteidigung ist generell für nukleare Tätigkeiten in den Militäranlagen zuständig. Er wacht über die Vorbereitung und die Ausführung der Maßnahmen innerhalb der Armee, die bei einem Unfall oder bei anormaler Erhöhung der Umgebungsradioaktivität zu ergreifen sind. Die eventuellen Maßnahmen zum Schutz der Bevölkerung und der Umwelt unterliegen jedoch dem vorliegenden Noteinsatzplan (siehe KE vom 5. Dezember 1975). MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39507 Dies wird durch eine Vereinbarung zwischen dem Minister der Landesverteidigung und dem Minister des Innern konkretisiert. 2.1.8 Wirtschaftsangelegenheiten und Energie Der Minister der Wirtschaftsangelegenheiten und der Energie ergreift alle erforderlichen Maßnahmen, damit in einer radiologischen Notstandssituation die Energieversorgung gewährleistet ist. Er wacht darüber, dass die vitalen Wirtschaftstätigkeiten der Nation im Rahmen des Möglichen erhalten bleiben (s. KE vom 27. Juli 1950 zur Festlegung der für die Ausführung des Gesetzes vom 19. August 1948 zu befriedigenden vitalen Bedürfnisse). Im Rahmen des vorliegenden nationalen Noteinsatzplans überwacht der Minister der Wirtschaftsangelegenheiten mit Hilfe der Generaldirektion ″Kontrolle und Vermittlung″ insbesondere die Tätigkeiten der Mühlenbetriebe. 2.2 Regionen Die Regionen werden je nach den Umständen und den ihnen zuerkannten Zuständigkeiten zum föderalen Koordinierungsausschuss hinzugezogen. 2.3 Provinzgouverneure Der Provinzgouverneur spielt eine wichtige Rolle in der allgemeinen Noteinsatzplanung. Im vorliegenden Plan wird seine koordinierende Rolle insbesondere wie folgt bestimmt: — Bei den Alarmstufen U1, U2 und U3 gewährleistet er die Koordinierung der Aktionen vor Ort gemäß dem provinzialen Noteinsatzplan: — zur Bekämpfung des Unfalls, gegebenenfalls in Absprache mit dem föderalen Koordinierungsausschuss, — zur Ausführung der Maßnahmen zum Schutz der Bevölkerung gemäß den Beschlüssen des föderalen Koordinierungsausschusses. Die Koordinierung erfolgt mit dem Bürgermeister der Gemeinde, in der der Unfall sich ereignet hat, und mit den Bürgermeistern der Einsatzzone. — Bei Alarmstufe UR ergreift er bis zur Einrichtung der föderalen und provinzialen Stäbe und Ausschüsse unverzüglich und eigenverantwortlich Maßnahmen gemäß Nr. 3.2.2, 4.1.1.5, 4.2 und 4.3.3. Für die in Nr. 1.3.2 erwähnten Situationen sorgt der Provinzgouverneur für die Koordinierung auf der Grundlage des provinzialen Noteinsatzplans. Das schließt nicht aus, dass der Provinzgouverneur notfalls auf den Emergency- Director der Behörden zurückgreift, damit eine föderale Koordinierung gewährleistet wird. Das Gesetz vom 31. Dezember 1963 über den Zivilschutz und der KE vom 23. Juni 1971 zur Organisation der Aufträge des Zivilschutzes und zur Koordination der Operationen bei verhängnisvollen Ereignissen, Katastrophen und Unglücksfällen bilden die Grundlage für die Festlegung der Zuständigkeiten. Vorliegender Plan wird zudem durch Königlichen Erlass festgelegt gemäß Artikel 72 des KE vom 20. Juli 2001 zur Festlegung einer allgemeinen Ordnung über den Schutz der Bevölkerung, der Arbeitnehmer und der Umwelt gegen die Gefahren ionisierender Strahlungen. Der provinziale Noteinsatzplan enthält ebenfalls die für eine sozioökonomische Analyse erforderlichen Informationen. Diese Informationen werden in Absprache mit den betreffenden föderalen Diensten zusammengestellt, und zwar mit Hilfe des sozioökonomischen Stabs (siehe Nr. 3.2.1.5). 2.4 Gemeindebehörden Die Rechtsvorschriften über den Zivilschutz lassen die kommunalen Zuständigkeiten in Sachen öffentliche Sicherheit und Hygiene, die sich auf Artikel 135 § 2 des Gemeindegesetzes vom 26. Mai 1989 stützen, unberührt. Dennoch wird davon ausgegangen, dass ein radiologisches Risiko, insbesondere dasjenige infolge eines Unfalls in einer kerntechnischen Anlage, über die Gemeindegrenzen hinausgeht und gemäß dem vorerwähnten KE vom 23. Juli 1971 eine direkte Koordinierung auf provinzialer und nationaler Ebene voraussetzt, und zwar im Rahmen eines provinzialen Noteinsatzplans und des vorliegenden Plans. 2.5 Andere Institutionen 2.5.1 Föderale Nuklearkontrollbehörde (FNKB) Diese Kontrollbehörde leistet technischen und wissenschaftlichen Beistand bei der Ausarbeitung von Noteinsatz- plänen, die vom Minister des Innern festgelegt werden. Sie organisiert einen Einsatzstab für Notfälle und ist damit beauftragt, wissenschaftliche und technische Dokumentationen im Bereich der nuklearen Sicherheit zusammenzutra- gen (Artikel 22 und 23 des Gesetzes vom 15. April 1994 über den Schutz der Bevölkerung und der Umwelt gegen die Gefahren ionisierender Strahlungen und über die FNKB). Im Rahmen des vorliegenden Plans muss sie unter anderem: — den Vorsitz des Bewertungsstabs und des Messstabs gewährleisten und ihnen technischen und wissenschaft- lichen Beistand leisten, — dem Informationsstab wissenschaftliche Berater zur Verfügung stellen, — die Einsatzstufen für die radiologischen Notstandssituationen und ihre Benutzungsmodalitäten definieren, — bei radiologischen Notstandssituationen auf belgischem Staatsgebiet die zuständige Anlaufstelle für die IAEO und die Europäische Kommission sein. 2.5.2 Föderalagentur für die Sicherheit der Nahrungsmittelkette (FASNK) Die Föderalagentur für die Sicherheit der Nahrungsmittelkette (FASNK), eingerichtet durch das Gesetz vom 4. Februar 2000, untersteht der Verantwortung des Ministers der Volksgesundheit und ist für Folgendes zuständig: — Überwachung, Untersuchung und Begutachtung der Nahrungsmittel und ihrer Rohstoffe in allen Stadien der Nahrungsmittelkette, — Überwachung und Begutachtung von Erzeugung, Verarbeitung, Aufbewahrung, Transport, Ein- und Ausfuhr von Nahrungsmitteln und ihren Rohstoffen und Handel damit sowie von Erzeugungs-, Verarbeitungs-, Verpackungs-, Handels-, Lager- und Verkaufsstätten für Nahrungsmittel und ihre Rohstoffe. 2.5.3 Wissenschaftliches Institut für Volksgesundheit (WIV) Das Wissenschaftliche Institut für Volksgesundheit ist eine wissenschaftliche Einrichtung des Staates und untersteht der Verantwortung des Ministers der Volksgesundheit. Im Rahmen des vorliegenden Plans ist das WIV mit technischen Aufträgen zur Messung der Radioaktivität in der Umwelt beauftragt. 2.5.4 Königliches Meteorologisches Institut (KMI) Das KMI ist mit Folgendem beauftragt: — Sammlung der Informationen, die durch Beobachtung und Analyse der Wetterbedingungen, die am Boden und in den Standarddruckgebieten in der freien Atmosphäre herrschen, gewonnen werden, — Wetterprognosen und Berechnung der erwarteten Durchzüge der verseuchten Luftmasse, — Lieferung der von den internationalen Instanzen geforderten Informationen, im Bewertungsstab (siehe Nr. 3.2.1.3). 2.5.5 Studienzentrum für Kernenergie (SZK) 39508 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Das Studienzentrum für Kernenergie (SZK) ist eine gemeinnützige Einrichtung, die Untersuchungen insbesondere in Bezug auf die sichere Anwendung von Kernenergie und den Strahlenschutz anstellt. Im Rahmen des vorliegenden Noteinsatzplans kann es auf Verlangen der Regierung Expertise- und Beratungsaufträge sowie Aufsichts- und Überprüfungstätigkeiten technischer Art erledigen. Zu diesen Aufträgen gehören unter anderem folgende Aufgaben, sowohl in Krisensituationen als auch darüber hinaus: — Unterstützung und Beratung beim Erstellen, Anwenden, Einüben und Anpassen von Verfahren sowie Anweisungen für den Bewertungsstab und für den Messstab, — Durchführung von Messungen sowohl in eigenen Laboren als auch vor Ort (in situ); Unterstützung von Messteams und ihre Koordinierung vor Ort. Diese Messungen können Messungen in der Umgebung, Analysen von Stichproben aus der Nahrungsmittelkette sowie Kontrollen der externen und internen Kontamination von Personen umfassen, — Schulung des eingesetzten Personals, — Bewertungsstudien anhand von Analysemodellen, — Dekontamination einer beschränkten Anzahl Personen, — jede andere beratende oder unterstützende Aufgabe entsprechend den Bedürfnissen der Behörden im Rahmen des vorliegenden Noteinsatzplans, — logistische Unterstützung in den vorerwähnten Bereichen. Die anvertrauten Aufgaben werden in einer Vereinbarung und den dazugehörigen Addenda, die mit dem Minister des Innern erstellt worden sind, detailliert aufgeführt. 2.5.6 Landesinstitut für Radioelemente (IRE) Das Landesinstitut für Radioelemente ist eine gemeinnützige Einrichtung, die über eine Infrastruktur zur Kontrolle der Umwelt verfügt. Im Rahmen des vorliegenden Plans kann die Regierung das IRE mit technischen Aufträgen betrauen. In einem Rahmenübereinkommen und den dazugehörigen Addenda, die mit dem Minister des Innern abgeschlossen worden sind, werden die verschiedenen Aufträge umschrieben, die in die Zuständigkeit des Instituts fallen: — Radioaktivitätsmessungen in den Laboren des IRE, — Feldmessung der Umgebungsstrahlung, der Kontamination der Luft, der Oberflächen und der Nahrungsmit- telkette, — Zurverfügungstellung von Messteams, — Ermittlung der internen Kontamination von Personen des Instituts, — physische Kontrolle im Bereich Strahlungsüberwachung und Strahlenschutz, — Unterstützung des Bewertungsstabs. 2.5.7 Zugelassene Einrichtungen Im Rahmen der Bestimmungen von Artikel 74 des KE vom 20. Juli 2001 sind folgende Einrichtungen in Klasse I zugelassen worden: — Association Vinçotte Nucléaire (AVN), — AIV-VINC q OTTE CONTROLATOM (AVC). In diesem Zusammenhang führen sie Aufträge zur Kontrolle von Anlagen unter anderem hinsichtlich der Sicherheit der Anlage und der internen Notfallplanung aus, gemäß Artikel 23 de KE vom 20.07.2001 zur Festlegung einer allgemeinen Ordnung über den Schutz der Bevölkerung, der Arbeitnehmer und der Umwelt gegen die Gefahren ionisierender Strahlungen. Ihr Know-how ist unabdingbar für das Krisenmanagement und dadurch verstärken die betreffenden zugelassenen Einrichtungen den Bewertungsstab (Sammlung und Auswertung von Informationen über die kontrollierte Einrichtung, den Zustand der Anlagen, die unmittelbaren und potenziellen Folgen usw.). Diese Verstärkung des Bewertungsstabs wird über eine mit dem Minister des Innern getroffene Vereinbarung geregelt. 2.5.8 Rotes Kreuz von Belgien Das Rote Kreuz ist mit der Organisation der Sanitätshilfe zugunsten der Zivilbevölkerung bei Katastrophen, insbesondere mit der Bildung und Schulung eines fähigen Ersthelfer-Kaders beauftragt (KE vom 20. April 1967 über die staatliche Beteiligung an der vom Roten Kreuz von Belgien durchgeführten Organisation bestimmter Aufträge der Sanitätshilfe zugunsten der Zivilbevölkerung). Aufgrund der Vereinbarung zwischen dem Roten Kreuz und dem Ministerium der Volksgesundheit vom 12. Oktober 1970, in Ausführung des vorerwähnten KE, hat das Rote Kreuz medizinische Teams gegründet und organisiert es ″Welfare-Dienste″, unter anderem bei der Evakuierung von Personen. Die Einsätze werden im betreffenden provinzialen Noteinsatzplan definiert. 2.5.9 Andere Fachkompetenzen Je nach den Umständen kann auf jede Fachkompetenz zurückgegriffen werden, die in Anbetracht der Situation für erforderlich erachtet wird. So könnten beispielsweise Sachverständige von Universitäten oder der Nationalen Einrichtung für Radioaktive Abfälle und Spaltmaterialien (NERAS) hinsichtlich des allgemeinen Managements radioaktiver Abfälle aufgrund ihres Know-how und ihrer besonderen Handlungsmöglichkeiten aufgefordert werden, an verschiedenen Aktivitäten bei der Umsetzung des vorliegenden Noteinsatzplans teilzunehmen. 2.6 Der Betreiber der kerntechnischen Anlage Der Betreiber, der Inhaber der Betriebsgenehmigung ist, ist und bleibt unter allen Umständen verantwortlich für die Steuerung der Anlage und für den Schutz, insbesondere den Strahlenschutz der Personen, die er beschäftigt. Die Betreibung der Anlage erfolgt unter Beachtung des Gesetzes und der in der Genehmigung enthaltenen Bedingungen sowie unter der Kontrolle der zuständigen Behörden; über den Dienst für die physische Kontrolle der Anlage unterliegt der Betrieb der ständigen Kontrolle einer zugelassenen Einrichtung der Klasse I. Die zivilrechtliche Haftpflicht des Betriebs ist im Gesetz vom 22. Juli 1985 über die zivilrechtliche Haftpflicht auf dem Gebiet der Kernenergie geregelt. Bei einem Störfall oder Unfall, ungeachtet dessen, ob er zur Anwendung des internen Noteinsatzplans und/oder des vorliegenden Plans führt, bleibt der Betreiber für die Steuerung der Anlagen verantwortlich. Da er vom Eigentümer der Anlage mit der Betreibung beauftragt wurde, ist er gesetzlich verpflichtet, im Namen des Eigentümers alle Sicherungsmaßnahmen zu ergreifen, die notwendig sind, um die Sicherheit der Personen und Güter außerhalb der Anlage, in der sich der Unfall ereignet hat, zu gewährleisten. Er muss den Unfall eindämmen, sodass die Anlage schnellstmöglich wieder in einen sicheren Zustand gebracht werden kann. Der Betreiber informiert die zuständigen Behörden gemäß den Bestimmungen, die im vorliegenden Plan, im Gesetz (u.a. die Artikel 67 und 76 des KE vom 20. Juli 2001) und im Genehmigungserlass vorgesehen sind. Bei einem Unfall, der zur Anwendung des vorliegenden Noteinsatzplans führt, werden die Auskünfte in Übereinstimmung mit diesem Plan gegeben. Diese Informationen haben Vorrang vor den vorerwähnten Informationen. MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39509 Der Betreiber gibt dem Bewertungsstab (Benachrichtigungsstufen N1, N2, N3 und NR) und dem Gouverneur (Benachrichtigungsstufe NR) die Auskünfte, die diese bezüglich des Zustands seiner Anlage benötigen, um ihren Auftrag zu erfüllen. Diese Auskünfte sind in anderen Kapiteln des vorliegenden Plans erläutert. Er führt eine erste Schätzung der radiologischen Folgen im Umfeld der Anlage durch und hilft punktuell auch den anderen beteiligten Diensten, insofern diese Hilfe mit der Ausführung des eigenen Auftrags vereinbar ist. Der Schutz des Personals des Betreibers zum Zeitpunkt einer radiologischen Notstandssituation schließt auch den Schutz von Personen mit ein, die sich mit seiner Zustimmung auf dem Betriebsgelände aufhalten. Im radiologischen Bereich umfasst dieser Schutz Maßnahmen zur Gruppierung, Evakuierung, Dekontamination innerhalb oder außerhalb des Geländes, die Überführung in spezialisierte Krankenhäuser sowie medizinische Maßnahmen, die sich aus der Situation ergeben oder die von den Ärzten der Anlage verlangt werden. Sämtliche Aufgaben zu Lasten des Betreibers sind im internen Noteinsatzplan der Anlage festgehalten. 2.7 Internationale Organisationen 2.7.1 Internationale Atomenergieorganisation (IAEO) Durch die Verabschiedung der Gesetze vom 5. Juni 1998 zur Zustimmung zum Übereinkommen über die frühzeitige Benachrichtigung bei nuklearen Unfällen und zum Übereinkommen über Hilfeleistung bei nuklearen Unfällen oder radiologischen Notfällen hat Belgien diese Übereinkommen angewandt. Diese beiden Übereinkommen sind am 26. September 1986 unterzeichnet und in Wien bei der Internationalen Atomenergieorganisation (IAEO) hinterlegt worden. Die IAEO wird über jeden Störfall informiert, der Folgen für andere Länder haben kann, und zwar gemäß der vom Minister des Innern mitgeteilten Benachrichtigungsstufe. 2.7.2 Europäische Union (EU) Am 14. Dezember 1987 hat der Rat der Europäischen Union eine Entscheidung über Gemeinschaftsvereinbarungen für den beschleunigten Informationsaustausch im Fall einer radiologischen Notstandssituation verabschiedet (ECURIE-System, 87/600/EURATOM, Amtsblatt Nr. L 371 vom 30/12/1987, S. 0076-0078). Die Europäische Kommission wird über jede Notstandssituation informiert, die Risiken einer Exposition gegenüber ionisierenden Strahlungen beinhaltet und für die die Behörden unabhängig von den Auswirkungen auf andere Länder Maßnahmen zum Schutz der Bevölkerung beschließen. Der Rat der Europäischen Union hat in der Verordnung (Euratom) Nr. 2218/89 des Rates vom 18. Juli 1989 zur Änderung der Verordnung (Euratom) Nr. 3954/87 zur Festlegung von Höchstwerten an Radioaktivität in Nahrungs- mitteln und Futtermitteln im Falle eines nuklearen Unfalls oder einer anderen radiologischen Notstandssituation (Amtsblatt Nr. L 211 vom 22/07/1989, S. 0001-0003) Höchstwerte für die radioaktive Kontamination festgelegt. Es besteht zudem eine Verordnung zur Festlegung der Höchstwerte für die radioaktive Kontamination für Nahrungsmittel von geringerer Bedeutung: Verordnung (Euratom) Nr. 944/89 der Kommission vom 12. April 1989 zur Festlegung von Höchstwerten an Radioaktivität in Nahrungsmitteln von geringerer Bedeutung im Falle eines nuklearen Unfalls oder einer anderen radiologischen Notstandssituation (Amtsblatt Nr. L 101 vom 13/04/1989, S. 0017-0018) sowie für Futtermitteln: Verordnung (Euratom) Nr. 770/90 der Kommission vom 29. März 1990 zur Festlegung von Höchstwerten an Radioaktivität in Futtermitteln im Fall eines nuklearen Unfalls oder einer anderen radiologischen Notstandssituation (Amtsblatt Nr. L 083 vom 30/03/1990, S. 0078-0079). Der Rat der Europäischen Union hat die besonderen Bedingungen für die Ausfuhr von Nahrungsmitteln und Futtermitteln im Falle eines nuklearen Unfalls oder einer anderen radiologischen Notstandssituation festgelegt: Verordnung (EWG) Nr. 2219/89 vom 18. Juli 1989 (Amtsblatt Nr. L 211 vom 22/07/1989, S. 0004-0005). In den Artikeln 49 bis 53 der Richtlinie 96/29/Euratom des Rates der Europäischen Union vom 13. Mai 1996 zur Festlegung der grundlegenden Sicherheitsnormen für den Schutz der Gesundheit der Arbeitskräfte und der Bevölkerung gegen die Gefahren durch ionisierende Strahlungen sind Interventionen bei radiologischen Notstandssi- tuationen vorgesehen. Diese Bestimmungen sind in die Artikel 72 und 72bis des KE vom 20.07.2001 umgesetzt worden. Die Richtlinie 89/618/Euratom des Rates der Europäischen Union vom 27. November 1989 über die Information der Bevölkerung über die bei einer radiologischen Notstandssituation geltenden Verhaltensmaßregeln und zu ergreifenden Gesundheitsschutzmaßnahmen ist ebenfalls in die Artikel 72.1, 72.2 und 72.3 des KE vom 20.07.2001 umgesetzt worden. 3. ALLGEMEINE ORGANISATION 3.1 Allgemeine Organisation der Verantwortlichkeiten Es sei daran erinnert, dass bei einer radiologischen Notstandssituation in einer kerntechnischen Anlage der Betreiber der einzige Verantwortliche für die Leitung der Einsätze auf dem Betriebsgelände ist und bleibt. Der Emergency-Director der Behörden kann jedoch in Absprache mit dem Emergency-Director des Betreibers jederzeit Maßnahmen ergreifen, um eine Notstandssituation auf dem Betriebsgelände unter Kontrolle zu halten, wenn die öffentliche Ordnung oder die Sicherheit der Bevölkerung dies erfordert. Außerhalb des Betriebsgeländes sind die Behörden mit dem Schutz der Bevölkerung beauftragt. 3.1.1 Emergency-Director der Behörden Die Verantwortung des Emergency-Director der Behörden liegt während des gesamten Verlaufs der Krise beim Minister des Innern beziehungsweise bei seinem Beauftragten. Der Emergency-Director der Behörden setzt den vorliegenden Plan um (siehe jedoch in Nr. 4.2 die Umsetzung der praktischen Bestimmungen des Plans durch das CGCCR in Erwartung der Entscheidung des Emergency-Director), löst die Alarmstufen aus, sitzt dem föderalen Koordinierungsausschuss vor und gibt das Ende des Notstands bekannt. In Absprache mit dem Kommunikationskoordinator bestimmt er den Sprecher der Regierung. 3.1.2 Emergency-Director des Betreibers Die Leitung der Einsätze auf dem Betriebsgelände bei einem Störfall oder Unfall, der zur Auslösung des internen Noteinsatzplans führt, liegt in der Verantwortung des Betriebsleiters. Der Emergency-Director des Betreibers löst den internen Plan aus und bestimmt die Benachrichtigungsstufe. Für unmittelbar von vorliegendem Plan betroffene kerntechnische Anlagen (die Kernkraftwerke von Doel und Tihange, das SZK, das IRE, Belgoprocess und Belgonucléaire) wird die Funktion des Emergency-Director von einem dafür ordnungsgemäß bevollmächtigten Mitglied der Direktion des Betriebsgeländes ausgeübt. 3.1.3 Verteilung der Verantwortlichkeiten Obwohl es in die allgemeine Zuständigkeit des Emergency-Director der Behörden fällt, den vorliegenden Plan umzusetzen (siehe jedoch in Nr. 4.2 die Umsetzung der praktischen Bestimmungen des Plans durch das CGCCR in Erwartung der Entscheidung des Emergency-Director) und Schritt für Schritt gemäß den Richtlinien des Plans und des föderalen Koordinierungsausschusses anzuwenden, behält der Emergency-Director des Betreibers weiterhin seine Verantwortlichkeiten auf dem Betriebsgelände. Er ist verantwortlich für den internen Noteinsatzplan, für dessen Vorbereitung und gegebenenfalls für seine Anwendung sowie für die Steuerung der Anlage, wie in Nr. 3.2.3 des vorliegenden Plans vorgesehen. Gegebenenfalls hat im Sinne des Gemeinwohls die Entscheidung des Emergency-Director der Behörden Vorrang. 39510 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 3.2 Allgemeine Struktur der Organisation des Noteinsatzplans UNFALL UNFALL IM INLAND IMAUSLAND EMERGENCY- DIRECTOR DES AUSWARTIGE ANGELEGEN- TELERAD HEITEN / INTERNATIONALE BETREIBERS EINRICHTUNGEN KRISENSTAB MINISTERIUM A CGCCR SOZIOOKONO· MISCHER STAB KRISENSTAB MINISTERIUM B EMERGENCY-DIRECTOR DER BEH0RDEN KRISENSTAB MINISTERIUM C FODERALER INFORMATIONS- MESSSTAB -- BEWERTUNGS- KOORDINIERUNGS- STAB STAB AUSSCHUSS PROVINZIALER ANFANGSPHASE BENACHRICHTIGUNG NOTEINSATZPLAN MEDIEN NR - PROV.1 I PROVINZIALER IAEO L- NOTEINSATZPLAN -PROV.2 I I I I EU PROVINZIALER : NOTEINSATZPLAN ~---.! -PROV.3 NACHBAR- STAATEN --------------• JE NACH NOTWENDIGKEIT - - - - - - OBLIGATORISCH 3.2.1 Struktur und föderale Organisation 3.2.1.1 Koordinations- und Krisenzentrum der Regierung (CGCCR) Das Koordinations- und Krisenzentrum der Regierung gewährleistet einen ständigen Bereitschaftsdienst für die Regierung. Das bedeutet, dass die Mitarbeiter rund um die Uhr die Ereignisse verfolgen, die laut den eintreffenden Informationen zu einer Notstandssituation führen können. Die zuständigen Behörden werden über die Lage auf dem Laufenden gehalten. Notfalls stellt das CGCCR den Behörden, die eine Krise zu bewältigen haben, eine Infrastruktur für Krisenmanagement und erfahrenes Personal zur Verfügung. Diese Infrastruktur wird regelmäßig den neuen Technologien angepasst. Das CGCCR hat folgende Aufträge: — Umsetzung der praktischen Bestimmungen des vorliegenden Plans nach Vorgabe des Emergency-Director der Behörden, gemäß nachstehend festgelegten Richtlinien (siehe jedoch in Nr. 4.2 die Umsetzung der praktischen Bestimmungen des Plans durch das CGCCR in Erwartung der Entscheidung des Emergency-Director), — Informierung der in vorliegendem Plan bestimmten verantwortlichen Dienste und Personen über die Benachrichtigung, gemäß den vorerwähnten Alarmstufen, — Aufnahme der verschiedenen Ausschüsse und Stäbe in seinen Räumlichkeiten, — Verbreitung der von den verschiedenen Stäben vorbereiteten Informationen, — Ergreifung der logistischen Maßnahmen, einschließlich derjenigen für die Kommunikationsmittel, — im Rahmen der Vereinbarungen mit der IAEO und der EU (siehe Nr. 2.7) oder jedes bilateralen Ad-hoc-Abkommens als nationale Kontaktstelle dienen. MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39511 3.2.1.2 Föderaler Koordinierungsausschuss 3.2.1.2.1 Aufträge Der föderale Koordinierungsausschuss entwickelt die allgemeine Strategie zur Bewältigung der Krise, trifft die grundlegenden Entscheidungen und übernimmt hierfür die politische Verantwortung. Zu diesem Zweck stützt der föderale Koordinierungsausschuss sich insbesondere auf die Stellungnahmen der sozioökonomischen Stäbe. Er gewährleistet ebenfalls die Umsetzung der Einsatzkoordination (beziehungsweise ihre Fortführung), und zwar im Rahmen des provinzialen Noteinsatzplans. 3.2.1.2.2 Zusammensetzung Der föderale Koordinierungsausschuss setzt sich zusammen aus den verschiedenen Ministern oder Staatssekre- tären beziehungsweise ihren Beauftragten, die eine direkte Verantwortung im Fall einer radiologischen Notstandssi- tuation haben, insbesondere aus denjenigen, die für Inneres, Volksgesundheit und Umwelt, Beschäftigung und Arbeit, Landwirtschaft, Auswärtige Angelegenheiten, Finanzen (Zollwesen), Landesverteidigung, Wirtschaftsangelegenheiten und Energie zuständig sind. Gegebenenfalls können andere föderale oder regionale Minister oder Staatssekretäre beziehungsweise ihre Beauftragten eingeladen werden, zum föderalen Koordinierungsausschuss hinzuzustoßen. Der föderale Koordinierungsausschuss wird vom Emergency-Director je nach Schwere der jeweiligen Lage zusammengestellt. Der (die) Gouverneur(e) der betroffenen Provinz(en) beziehungsweise sein (ihre) Beauftragter(n) steht (stehen) dem Minister des Innern bei. 3.2.1.2.3 Vorsitz Von der Anfangsphase an nimmt der Minister des Innern beziehungsweise sein Beauftragter den Vorsitz wahr und erfüllt er somit die Funktion des Emergency-Director der Behörden. Je nach Entwicklung der Lage kann der Minister des Innern beziehungsweise sein Beauftragter dem Minister, der für die Volksgesundheit und die Umwelt zuständig ist, die Verantwortung zur Wahrnehmung der Funktion des Emergency-Director der Behörden übertragen. Damit wird nicht das Vorrecht des Premierministers beeinträchtigt, die Regierungstätigkeit selber zu leiten. 3.2.1.2.4 Arbeitsmethode Die Arbeitsmethode des föderalen Koordinierungsausschusses wird in internen Verfahren beschrieben. 3.2.1.2.5 Schnittstelle mit den anderen Stäben und Ausschüssen Der föderale Koordinierungsausschuss lässt sich ständig vom Bewertungsstab und vom sozioökonomischen Stab informieren; zu gegebener Zeit übermittelt er dem Informationsstab die Informationen, die der Bevölkerung über die Medien mitzuteilen sind. Ein Verbindungsbeamter des Informationsstabs sitzt im föderalen Koordinierungsausschuss. Der föderale Koordinierungsausschuss hält über das CGCCR ständigen Kontakt mit der Einsatzebene, dem (den) Provinzgouverneur(en). 3.2.1.3 Bewertungsstab 3.2.1.3.1 Aufträge Der Bewertungsstab bewertet die Lage auf radiologischer und technischer Ebene, um dem föderalen Koordinie- rungsausschuss eine Stellungnahme über die Maßnahmen zum Schutz der Bevölkerung und der Umwelt abzugeben. Er bestimmt zudem die Strategie der Radioaktivitätsmessungen in der Umwelt. Nach Beratung über die potenziellen und/oder tatsächlichen Folgen eines Störfalls und der möglichen Maßnahmen zum Schutz von Mensch und Umwelt empfiehlt der Bewertungsstab dem föderalen Koordinierungsaus- schuss Maßnahmen zum Schutz der Bevölkerung. Er erteilt Auskünfte auf Anfrage des föderalen Koordinierungsausschusses und kann von ihm für allerlei Probleme radiologischer Art zu Rate gezogen werden. In Absprache mit dem Messstab bereitet er die Informationen vor, die im Rahmen der Pflichten in Sachen Alarmierung und Informationsaustausch internationalen Organisationen (EU und IAEO) zu übermitteln sind. Unter den ″Post-Emergency-Umständen″ (siehe Nr. 6.6), d.h. nach der formellen Aufhebung der Notstandssitua- tion, muss der Bewertungsstab Folgendes überprüfen: — ob ein verlängertes Umweltkontrollverfahren gerechtfertigt ist, — ob für die Wiederherstellung des normalen Lebens der Bevölkerung Modalitäten festgelegt werden müssen (Rückkehr der evakuierten Bevölkerung, Austeilung von Nahrungsmitteln, Bodennutzung, ...). Nach Aufhebung der Notstandssituation erstellt der Bewertungsstab einen Bericht über seine Tätigkeiten (Verlauf der Notstandssituation, Arbeit des Messstabs, radiologische Bewertung, ...). 3.2.1.3.2 Zusammensetzung Der Bewertungsstab setzt sich aus Vertretern von öffentlichen Diensten, die eine Verantwortung auf radiologischer Ebene haben, zusammen; diese Vertreter werden durch bestellte Dienste oder Einrichtungen unterstützt, die als Sachverständige auftreten. Die verantwortlichen öffentlichen Dienste sind folgende: — die Föderale Nuklearkontrollbehörde (FNKB), — der FÖD Volksgesundheit - Generaldirektion Tiere, Pflanzen und Ernährung, — der FÖD Auswärtige Angelegenheiten im Fall eines nuklearen Unfalls im Ausland, — das Ministerium der Landesverteidigung, — das Königliche Meteorologische Institut (KMI). Die Sachverständigen vertreten folgende Dienste und Einrichtungen: — das Studienzentrum für Kernenergie (SZK), — das Institut für Radioelemente (IRE), — die zugelassene Einrichtung der betreffenden Anlage, — den Vertreter der betreffenden Anlage. Der für die Koordination verantwortliche Minister kann jederzeit andere Sachverständige zur Teilnahme an den Arbeiten des Bewertungsstabs hinzuziehen. 3.2.1.3.3 Vorsitz Der Vorsitz wird von einem Vertreter der FNKB wahrgenommen. 3.2.1.3.4 Arbeitsmethode Die Arbeitsmethode des Bewertungsstabs wird in internen Verfahren beschrieben. 39512 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 3.2.1.3.5 Schnittstelle mit den anderen Stäben und Ausschüssen Zur Erlangung von Elementen für die radiologische Bewertung steht der Bewertungsstab in Verbindung mit: — dem Betreiber der betroffenen Anlage, — dem Messstab, — dem föderalen Koordinierungsausschuss für die Empfehlung von Schutzmaßnahmen und für das Feedback über getroffene Entscheidungen und ausgeführte Schutzmaßnahmen, — den Einrichtungen, denen die Mitglieder des Stabs angehören (FNKB, FÖD Volksgesundheit, SZK, IRE, KMI, zugelassene Einrichtung, ...), für die Ausführung seines Bewertungsauftrags. Die Kontakte mit dem Informationsstab und dem sozioökonomischen Stab erfolgen über den föderalen Koordinierungsausschuss und über ein internes Kommunikationssystem. 3.2.1.4 Messstab 3.2.1.4.1 Aufträge Der Messstab ist mit der Ausführung der vom Bewertungsstab vorgeschlagenen Messstrategie beauftragt (siehe Rubrik ″Aufträge″). Hierfür koordiniert er alle Tätigkeiten, die zur Erlangung der Messdaten erforderlich sind, je nach Stadium der Krise (vor, während und nach den tatsächlichen Freisetzungen) und den verschiedenen Expositionswegen. In der Anfangsphase des Krisenmanagements kann der Messstab in Erwartung der Anweisungen des Bewertungsstabs aus eigener Initiative mit Messungen beginnen. Der Messstab ist mit der praktischen Organisation aller Messungen und Probeentnahmen, mit dem zügigen und effizienten Verkehr von Daten und Ergebnissen, mit den erforderlichen Überprüfungen und Validierungen sowie mit einer angemessenen Präsentation der Ergebnisse beauftragt. Dies betrifft alle zum Schutz der Bevölkerung verlangten Messungen, die entweder direkt im Labor oder über automatische Messsysteme wie TELERAD oder über den Einsatz materieller und personeller Mittel (einschließlich der per Hubschrauber eingesetzten Mittel) erfolgen: Bestimmung und Abgrenzung der Risikozonen; Prüfung des Personals der Hilfsdienste, des betroffenen Geländes oder der betroffenen Bevölkerung; Kontrolle der Nahrungsmittelketten einschließlich des Trinkwassers; Kontrolle der landwirtschaftlichen Produkte; Kontrolle der Ein- und Ausfuhren; Prüfung der Kontamination und Dekontamination von Personen und Gütern, z.B. von Fahrzeugen; Messungen, die eine Rekonstruktion der Dosen ermöglichen, usw. Außerdem ist der Messstab beauftragt, zusammen mit dem Bewertungsstab die Informationen vorzubereiten, die internationalen Organisationen wie der EU oder der IAEO zu übermitteln sind. Nach Aufhebung der Notstandssituation ist der Messstab mit der weiteren Ausführung der für erforderlich erachteten Kontrollprogramme beauftragt. Zudem liefert der Messstab die Daten, die der Bewertungsstab für den in der Rubrik ″Aufträge″ (″Post-Emergency″) erwähnten Bericht benötigt. Der Messstab ist auf zwei operative Ebenen ausgerichtet: — die föderale Ebene (CGCCR), geleitet von seinem ″Vorsitzenden″, — die lokale Ebene, geleitet von einem ″lokalen Koordinator″. 3.2.1.4.2 Zusammensetzung Der Messstab setzt sich aus folgenden Instituten und Einrichtungen zusammen, die über die wichtigsten Messinstrumente (TELERAD, mobile Mittel, Labore, ...) und über die erforderlichen Befugnisse verfügen: — der Föderalen Nuklearkontrollbehörde (FNKB), — dem Studienzentrum für Kernenergie (SZK), — dem Landesinstitut für Radioelemente (IRE), — dem Wissenschaftlichen Institut für Volksgesundheit (WIV), — dem Zivilschutz, — dem Ministerium der Landesverteidigung, — anderen. Die Ergebnisse der Radioaktivitätsmessungen, die von den Betreibern außerhalb ihres Betriebsgeländes durchgeführt werden, werden ebenfalls dem Messstab zur Verfügung gestellt. Schließlich kann auch auf internationale Teams zurückgegriffen werden, gemäß dem IAEO- Hilfeleistungsübereinkommen (siehe auch Nr. 2.7.1). Der Zivilschutz ist mit der Kommunikation zwischen dem lokalen Koordinator, den Messteams und dem CGCCR beauftragt, die eventuell durch eigene Mittel der Teilnehmer ergänzt wird. Die FNKB leitet und koordiniert die von den verschiedenen beteiligten Parteien ausgeführten Aufgaben. Sie verwaltet auch die Daten und sorgt für die Archivierung dieser gesammelten Informationen. Das SZK oder das IRE übernimmt die Funktion des lokalen Koordinators der Messteams. 3.2.1.4.3 Vorsitz Der Vorsitz wird vom Vertreter der FNKB wahrgenommen, der ebenfalls als Schnittstelle mit dem Bewertungsstab dient, um eine enge Zusammenarbeit zwischen diesen beiden Stäben zu gewährleisten. 3.2.1.4.4 Arbeitsmethode Die Arbeitsmethode des Messstabs wird in Absprache mit dem Bewertungsstab in seinen internen Verfahren beschrieben. In diesen Verfahren werden insbesondere die Aufgaben und die Arbeitsweise des Messstabs je nach Entwicklung der Lage beschrieben: — im Krisenfall: vor, während und nach den Freisetzungen, — bei der Überwachung nach der Krise: unter anderem die Zusammenfassung und Archivierung der Messergebnisse, — außerhalb der Notstandssituationen: die Arbeitsweise, um den Stab und seine Messmittel einsatzbereit zu halten, insbesondere durch Übungen und Schulungen, — die Arbeitsweise des Messstabs innerhalb des CGCCR, — die Planung der Messungen vor Ort, einschließlich der damit verbundenen praktischen Modalitäten, — die Organisation der Entnahme von Proben und deren Transports zu den Laboren, einschließlich der damit verbundenen praktischen Modalitäten. 3.2.1.4.5 Schnittstelle mit den anderen Ausschüssen und Stäben Der Messstab steht in Kontakt mit dem Bewertungsstab, mit dem lokalen Koordinator, mit den Laboren und mit allen Orten, an denen Personal des Messstabs eingesetzt wird. MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39513 3.2.1.5 Sozioökonomischer Stab 3.2.1.5.1 Aufträge Der sozioökonomische Stab hat folgende Aufträge: — Unterrichtung des föderalen Koordinierungsausschusses über die sozioökonomischen Folgen der getroffenen oder zu treffenden Entscheidungen, — Gewährleistung der Abfederung dieser Folgen, je nach den getroffenen Entscheidungen, — Informierung des föderalen Koordinierungsausschusses über die Weiterverfolgung der Entscheidungen in den betroffenen Sektoren (auf Ebene der Vorbereitung und der Ausführung der Maßnahmen), — Gewährleistung der Rückkehr zu einer normalen sozioökonomischen Lage nach dem Unfall (Management der Phase nach dem Unfall). 3.2.1.5.2 Zusammensetzung Der sozioökonomische Stab setzt sich aus Vertretern der Ministerien zusammen, die für das reibungslose Funktionieren des sozioökonomischen Lebens des Landes verantwortlich sind (verschiedene Versorgungen, Gesund- heitspflege, Kommunikation, Fernmeldewesen, ...). Diese Vertreter gewährleisten die Verbindung zwischen dem föderalen Koordinierungsausschuss und den Krisenstäben der verschiedenen Ministerien. Wenn die Lage es erfordert, kommen die Direktoren der Krisenstäbe der Ministerien punktuell im CGCCR zusammen. Gegebenenfalls kann der Stab auf Sachverständige zurückgreifen. 3.2.1.5.3 Vorsitz Der Emergency-Director der Behörden bestimmt den Vorsitzenden des Stabs je nach den Umständen des Unfalls. 3.2.1.5.4 Arbeitsmethode Im Rahmen der Verbreitung des Alarms - und auf Beschluss des Emergency-Director der Behörden - informiert das CGCCR die Krisenstäbe der betreffenden Ministerien, damit sie sich organisieren und die Anwesenheit ihres Vertreters im CGCCR gewährleisten können. Der Emergency-Director der Behörden urteilt über die Zweckmäßigkeit, den sozioökonomischen Stab zu versammeln oder nicht. Wird der Stab nicht einberufen, wird die sozioökonomische Problematik über die üblichen Kommunikationswege zwischen dem CGCCR und den Krisenstäben der Ministerien behandelt. Die Koordinierung der Aktion der verschiedenen betroffenen Ministerien wird von den Vertretern der im CGCCR versammelten Ministerien gewährleistet. Diese Vertreter arbeiten eng mit den Krisenstäben ihrer Ministerien zusammen. Diese Ministerien arbeiten mit den föderalen und regionalen Behörden und mit den Verbänden der betroffenen Sektoren zusammen. 3.2.1.5.5 Schnittstelle mit anderen Stäben Der sozioökonomische Stab ist ein unterstützender Stab für den föderalen Koordinierungsausschuss. Es arbeitet auch eng mit dem Informationsstab zusammen, um die betroffenen Ministerien zu informieren. Beide Stäbe organisieren insbesondere die einheitliche Information der betroffenen Sektoren (Zielgruppen). Die Kontakte mit den Provinzgouverneuren verlaufen über den föderalen Koordinierungsausschuss. 3.2.1.6 Informationsstab 3.2.1.6.1 Aufträge Der Informationsstab schlägt dem Emergency-Director der Behörden einen Sprecher vor und organisiert die Koordinierung der Tätigkeiten der Sprecher der verschiedenen Behörden. Sobald vorliegender Plan ausgelöst ist, sorgt der Informationsstab dafür: — dass die Bevölkerung hinsichtlich der zu ergreifenden Schutzmaßnahmen über die nationalen Sender (Rundfunk und Fernsehen) informiert wird; der Inhalt der Informationen für die Bevölkerung wird in Absprache mit der FNKB festgelegt, — dass die Medien einheitlich und regelmäßig über die Notsituation und ihre Entwicklung informiert werden, — dass ein angemessenes Informationssystem organisiert wird, um die Fragen der Bevölkerung beantworten zu können, — dass eine angepasste Überwachung der Bevölkerung und der Medien organisiert wird, um die Reaktionen von Bevölkerung und Medien in Echtzeit einschätzen zu können, — dass den Nachbarländern, mit denen bilaterale Übereinkommen über gegenseitige Hilfeleistung bei nuklearen Unfällen abgeschlossen worden sind, die erforderlichen Informationen erteilt werden, — dass eine bestimmte Anzahl spezifischer Zielgruppen direkt informiert wird. Andere Zielgruppen erhalten die erforderlichen Informationen über die zuständigen Behörden, — dass die betroffenen Behörden ab Auslösung des vorliegenden Plans informiert werden und dass den zuständigen Behörden das vom Emergency-Director der Behörden festgelegte Alarmstatut gemäß vorliegendem Plan mitgeteilt wird. Falls eine Informierung der Medien erforderlich erscheint, wenn der vorliegende Plan nicht ausgelöst ist, findet eine Konzertierung zwischen dem Emergency-Director der Behörden, der FNKB, der Zivilen Sicherheit und dem CGCCR statt. 3.2.1.6.2 Zusammensetzung Der Informationsstab setzt sich aus folgenden Mitgliedern zusammen: — dem Kommunikationskoordinator, Mitglied des CGCCR, — wissenschaftlichen Beratern der FNKB, — Vertretern anderer Ministerien je nach Entwicklung der Lage. Der Informationsstab wird zudem von Mitarbeitern unterstützt, die von den föderalen Ministerien und/oder von privaten Einrichtungen bestimmt werden. 3.2.1.6.3 Vorsitz Der Vorsitz wird von einer Person wahrgenommen, die vom Emergency-Director der Behörden bevollmächtigt ist. 39514 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 3.2.1.6.4 Arbeitsmethode Die Arbeitsmethode des Informationsstabs wird in seinen internen Verfahren beschrieben, die insbesondere Folgendes umfassen: — die Arbeitsmethode des Stabs, — die Schulung der Mitglieder, — die verfügbaren Mittel, — die Weise der Verbreitung der Informationen. 3.2.1.6.5 Schnittstelle mit den anderen Ausschüssen und Stäben Eine Kontaktperson nimmt an den Beratungen des föderalen Koordinierungsausschusses teil. Gegebenenfalls nimmt ein Vertreter des Informationsstabs an den Beratungen des Bewertungsstabs teil. Der Informationsstab steht in Kontakt mit dem Kommunikationsstab des Betreibers der betroffenen kerntechni- schen Anlage (siehe unten Nr. 3.2.1.6.6) und mit den betroffenen Provinzgouverneuren, um mit ihren Informations- stäben über die jeweiligen zu verbreitenden Informationen und über die von den Behörden erstellten (zu erstellenden) Mitteilungen (und umgekehrt) zu beratschlagen. 3.2.1.6.6 Information der Medien durch den Betreiber Die Informationen, die den Medien und/oder der Bevölkerung vom Betreiber übermittelt werden, sind auf Auskünfte über die Situation auf dem Betriebsgelände und ihre Entwicklung beschränkt. Wenn die Umstände es erfordern, kann auf dem Betriebsgelände ein Informationsstab eingerichtet werden, um gegebenenfalls die Presse, insbesondere das Fernsehen, zu empfangen. Die mit der Information beauftragten Verantwortlichen des Betreibers werden in regelmäßigem Kontakt zum Informationsstab der im CGCCR tagenden Behörden stehen. 3.2.1.6.7 Internationale Skala zur Bewertung der Schwere eines Unfalls Die IAEO hat eine internationale Skala erarbeitet mit dem Ziel, die Erfassung der sicherheitstechnischen Bedeutung von Störfällen oder Unfällen in kerntechnischen Anlagen zu vereinfachen. So sind sieben Stufen festgelegt worden. Wichtigstes Ziel dieser Skala ist eine rasche und deutliche Information der Bevölkerung über die Folgen von Störfällen in kerntechnischen Anlagen für die Sicherheit. Die INES-Skala kann keinesfalls als Instrument zur Verwaltung von Antworten auf eine nukleare Krisensituation benutzt werden. Die Einstufung eines Ereignisses auf der INES-Skala erfolgt nach einem zwischen den Betreibern, den Behörden und der zugelassenen Einrichtung aufgestellten Protokoll. Jede Stufe der INES-Skala ist aufgrund der zum Zeitpunkt der Einstufung verfügbaren Elemente festgelegt worden. Je nach Entwicklung der Situation oder aufgrund zusätzlicher Elemente kann eine Anpassung der Stufe auf der INES-Skala erforderlich werden. In einer Krisensituation erfolgt die Konzertierung zwischen dem Betreiber, den Behörden und der zugelassenen Einrichtung über die Bestimmung der Stufe auf der INES-Skala im Bewertungsstab, ohne jedoch die in vorliegendem Plan bestimmten Aufträge des Bewertungsstabs zu beeinträchtigen. 3.2.2 Provinziale operative Koordination der Hilfeleistung Ab Alarmstufe U2 rufen die Provinzgouverneure den provinzialen Koordinierungsausschuss zusammen. Der Provinzgouverneur koordiniert die Einsätze gemäß dem provinzialen Noteinsatzplan. Bei den Alarmstufen U2 und U3 gewährleistet die provinziale Ebene die Umsetzung der vom föderalen Koordinierungsausschuss beschlossenen Schutzmaßnahmen und die Information der Öffentlichkeit über die vom Gouverneur ergriffenen Maßnahmen. Bei Alarmstufe UR ergreift der Gouverneur unverzüglich und eigenverantwortlich die gemäß dem provinzialen Noteinsatzplan in diesem Fall vorgesehenen Schutzmaßnahmen (Warnung, Aufforderung zum Aufenthalt in geschlossenen Räumen, Aufforderung zum Einschalten von Radio- und Fernsehgeräten), bis der im CGCCR versammelte föderale Koordinierungsausschuss Entscheidungen trifft. Der Provinzgouverneur zieht stets den Bürgermeister der betroffenen Gemeinde und die Bürgermeister der Gemeinden, die zur Einsatzzone gehören, hinzu. 3.2.3 Allgemeine Struktur der Organisation des internen Noteinsatzplans vor Ort In einer Situation, die zur Auslösung des internen Noteinsatzplans und/oder des vorliegenden Plans führt, stellt der Betreiber auf dem Betriebsgelände ein System zur Verfügung, das Folgendes ermöglicht: — Zurverfügungstellung von Informationen, die erforderlich sind, um den Ernst der Lage einzuschätzen, den Unfall unter Kontrolle zu bringen und die Anlage wieder zu sichern, — Verwaltung und Koordinierung der Einsatzkräfte des Betreibers und der Einrichtungen, auf die er zurückgreift und die in solchen Fällen eine Rolle zu spielen haben, — rasche Einschätzung der tatsächlichen oder potenziellen radiologischen Risiken, — Information des auf dem Betriebsgelände anwesenden Personals, der Behörden und eventuell der Medien, — Ergreifung der erforderlichen Maßnahmen zum Schutz des Personals und eventueller Besucher, — Bewertung der tatsächlichen und potenziellen externen radiologischen Folgen des Unfalls, — regelmäßige Information der Behörden über die Entwicklung des Unfalls und die Folgen für die Umwelt, — gegebenenfalls Beratung der verantwortlichen Behörden hinsichtlich der Maßnahmen zum Schutz der Bevölkerung. Dieses System, das in einem ″Internen Noteinsatzplan″ jedes Betreibers im Einzelnen beschrieben wird, ermöglicht die Trennung der Funktionen und Verantwortlichkeiten. In diesem Dokument werden die Aufgaben der verschiedenen Verantwortlichen und des/der Einsatzteams aufgeführt. Auch die Modalitäten zur Gruppierung des nicht unmittelbar betroffenen Personals werden beschrieben. Die Verantwortlichen, ihre Aufgaben sowie die internen und externen Hilfsmittel, auf die sie zählen können, werden klar beschrieben. Der Interne Noteinsatzplan umfasst ebenfalls die detaillierten Kriterien jeder Benachrichtigungsstufe sowie die Formulare, die der Betreiber verwendet, um den Behörden die Benachrichtigung und die späteren Informationen zu übermitteln (siehe Nr. 4.1.1.6, 4.3 und 4.4). In diesem Dokument werden hauptsächlich zwei große Arten von Situationen vorgesehen: — Situationen, deren Folgen auf das Betriebsgelände beschränkt sind, — Situationen, die eine radiologische Belastung außerhalb des Betriebsgeländes zur Folge haben oder haben können. Die vor Ort bei einem Störfall oder Unfall eingerichtete allgemeine Organisationsstruktur ist eine sich je nach Umfang des Ereignisses entwickelnde Struktur. Sie ist flexibel genug, um je nach Art der Situation den tatsächlichen Bedürfnissen angepasst zu werden (Einrichtung zusätzlicher Stäbe für interne technische Unterstützung, externe technische Unterstützung, Behandlung von Abfällen und Abwässern, Information der Medien,...). MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39515 3.3 Sonderfälle 3.3.1 Organisation bei einer Notstandssituation im Ausland Bei einer Notstandssituation im Ausland infolge eines Unfalls in einem der in der Nähe zu Belgien gelegenen Kernkraftwerke (die Kernkraftwerke von Chooz, Gravelines, Cattenom und Borssele) wird die Anwendung des vorliegenden Plans nach Modalitäten erfolgen, die denjenigen ähneln, die bei einem Unfall in einer belgischen kerntechnischen Anlage angewandt werden. Nur die Warnung (Benachrichtigung und Alarmierung) und der Informationsaustausch sind Gegenstand spezifischer Bestimmungen, die in den internen Verfahren der föderalen und provinzialen Stäbe und Ausschüsse aufgenommen sind. In den anderen Fällen wird das CGCCR den Vorsitzenden des Bewertungsstabs und den Emergency-Director der Behörden benachrichtigen, sobald es auf folgenden Wegen über einen Unfall oder eine radiologische Notstandssitua- tion im Ausland informiert worden ist: — über den FÖD Auswärtige Angelegenheiten, — über die internationalen Einrichtungen IAEO und/oder EU, — über die FNKB (automatisches Messnetzwerk TELERAD,...), — über jede andere sichere Informationsquelle (bilaterale Übereinkommen in Sachen Alarmierung und Informationsaustausch,...). Der Vorsitzende des Bewertungsstabs schlägt dem Emergency-Director der Behörden gegebenenfalls eine Alarmstufe auf der Grundlage der verfügbaren Informationen oder der über geeignete Kanäle oder von eigenen Quellen erhaltenen Informationen vor. Ab dann verläuft das Benachrichtigungs- und Einsatzverfahren gemäß den Bestimmungen des vorliegenden Plans (siehe Nr. 4.3). Der Föderale Öffentliche Dienst Auswärtige Angelegenheiten sammelt die Informationen über die Risiken, denen die Belgier im Ausland, insbesondere in Notstandsgebieten, ausgesetzt sind. Wenn der Umfang der Katastrophe und die Zahl der Landsleute in Gefahr es erfordern, wird das Verfahren zur Öffnung des Krisenzentrums der Auswärtigen Angelegenheiten eingeleitet. 3.3.2 Organisation bei Absturz eines Weltraumgegenstands mit radioaktiver Energiequelle Das CGCCR analysiert die Lage mit Hilfe der Informationen, die es von der Europäischen Weltraumorganisation (ESA) und vom Belgischen Institut für Raumaeronomie erhalten hat. Dank dieser Informationen verfolgt das CGCCR die Laufbahn des Satelliten und informiert sie den Vorsitzenden des Bewertungsstabs und den Emergency-Director der Behörden. Der Vorsitzende des Bewertungsstabs schlägt dem Emergency-Director der Behörden gegebenenfalls eine Alarmstufe auf der Grundlage der verfügbaren Informationen oder der über geeignete Kanäle oder von eigenen Quellen erhaltenen Informationen vor. Ab dann verläuft das Benachrichtigungs- und Einsatzverfahren gemäß den Bestimmungen des vorliegenden Plans (siehe Nr. 4.3). 3.3.3 Organisation bei einem Transportunfall auf belgischem Staatsgebiet Sobald das CGCCR bzw. die FNKB über einen Transportunfall auf belgischem Staatsgebiet informiert ist, wird der Vorsitzende des Bewertungsstabs hierüber benachrichtigt. Die ursprüngliche Information kann von folgenden Quellen stammen: — vom Fahrer, — vom Transportangestellten, — vom 100-Dienst, — von Polizeidiensten, — von jeder anderen sicheren Informationsquelle (Dienst für physikalische Kontrolle des Beförderers,...). Das CGCCR wird in jedem Fall darüber informiert. Der Vorsitzende des Bewertungsstabs schlägt dem Emergency-Director der Behörden gegebenenfalls eine Alarmstufe auf der Grundlage der verfügbaren Informationen oder der über geeignete Kanäle oder von eigenen Quellen erhaltenen Informationen vor. Ab dann verläuft das Benachrichtigungs- und Einsatzverfahren gemäß den Bestimmungen des vorliegenden Plans (siehe Nr. 4.3). Je nach Situation wird dann ein angepasstes Einsatzszenario angewandt, entweder auf Ebene der lokalen Behörden (Bürgermeister, Gouverneure) oder auf föderaler Ebene. 3.3.4 Einsatz bei Notstandssituationen mit Militärfahrzeugen oder -anlagen Bei einem schweren Unfall richtet der Kommandant der Militäranlage oder die für einen Transport verantwort- liche Militärbehörde gemäß dem Königlichen Erlass vom 11. Mai 1971 zur Festlegung einer allgemeinen Militärrege- lung zum Schutz gegen die Gefahr ionisierender Strahlen auf dem Gelände ein System ein, das Folgendes ermöglicht: — Verfügung über die zur Einschätzung der Schwere des Unfalls erforderlichen Informationen, — Verwaltung und Koordinierung des Auftretens der militärischen Einsatzdienste, — Information der Militär- und Zivilbehörden über die tatsächlichen und potenziellen radiologischen Risiken, wenn diese sich über das Militärgelände hinaus ausdehnen oder die Bevölkerung bedrohen könnten. Die Militärbehörden müssen insbesondere die Zivilbehörden von den mit (nuklearen) Militärfahrzeugen verbundenen spezifischen Risiken hinsichtlich der Explosionsgefahr bestimmter Bestandteile oder der Kontaminationsgefahr in Kenntnis setzen, — Ergreifung der erforderlichen sofortigen Maßnahmen zum Schutz des Personals und/oder der Bevölkerung. Die Militärbehörden arbeiten pro Gelände interne Noteinsatzpläne aus; dem Minister des Innern sind die wichtigsten Elemente im Hinblick auf den Schutz der Zivilbevölkerung mitzuteilen. 3.3.5 Organisation bei einer radiologischen Notstandssituation infolge terroristischer Handlungen Sobald das CGCCR über irgendeine sichere Quelle über eine auf belgischem Staatsgebiet stattfindende oder das belgische Staatsgebiet bedrohende radiologische Notstandssituation, die durch terroristische Handlungen ausgelöst wurde, informiert worden ist, benachrichtigt es die Hilfsdienste, die Polizei- und Nachrichtendienste, den Vorsitzenden des Bewertungsstabs sowie den Emergency-Director der Behörden. Der Vorsitzende des Bewertungsstabs schlägt dem Emergency-Director der Behörden auf der Grundlage der verfügbaren Informationen oder der über geeignete Kanäle oder von eigenen Quellen erhaltenen Informationen gegebenenfalls eine Alarmstufe vor. Die Sonderbestimmungen werden dann entsprechend der Notstandssituation angewandt. Die für eine derartige Situation vorgesehenen spezifischen Bestimmungen werden in einem Sonderverfahren beschrieben. 3.3.6 Andere radiologische Notstandssituationen Sobald das CGCCR über irgendeine sichere Quelle über eine auf belgischem Staatsgebiet stattfindende oder das belgische Staatsgebiet bedrohende tatsächliche oder potenzielle radiologische Notstandssituation informiert worden ist, benachrichtigt es den Vorsitzenden des Bewertungsstabs und den Emergency-Director der Behörden. 39516 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Der Vorsitzende des Bewertungsstabs schlägt dem Emergency-Director der Behörden auf der Grundlage der verfügbaren Informationen oder der über geeignete Kanäle oder von eigenen Quellen erhaltenen Informationen gegebenenfalls eine Alarmstufe vor. Ab dann verläuft das Benachrichtigungs- und Einsatzverfahren gemäß den Bestimmungen des vorliegenden Plans, damit die Notstandssituation so gut wie möglich bewältigt wird (siehe Nr. 4.3). 4. BENACHRICHTIGUNG UND ALARMIERUNG 4.1 Benachrichtigungspflicht des Betreibers 4.1.1 Benachrichtigungsstufen Entsprechend der Schwere eines anormalen Ereignisses oder eines Unfalls in einer kerntechnischen Anlage sind im Rahmen des Noteinsatzplans vier Benachrichtigungsstufen vorgesehen: Diese Stufen der Benachrichtigung durch den Betreiber werden N1, N2, N3 und NR genannt und können an die in Nr. 4.2 erwähnten Alarmstufen gekoppelt werden. Neben diesen vier Stufen ist eine Stufe ″N0″ für die Information der Behörden im Fall einer Betriebsanomalie vorgesehen. Mit dieser Stufe tritt der Noteinsatzplan nicht in Kraft, außer bei anders lautender Entscheidung des Emergency-Director. 4.1.1.1 Benachrichtigungsstufe ″N0″ Hier geht es um anormale Ereignisse, die gemäß der Betriebsgenehmigung innerhalb kurzer Zeit den Behörden zur Kenntnis gebracht werden müssen, aber für die keine Freisetzung von Radioaktivität erwartet wird, die Anlass zu Aktionen außerhalb des Betriebsgeländes und/oder zu kollektiven Aktionen für das Personal geben würde. Der Betreiber übermittelt dem CGCCR eine Benachrichtigung. Vorliegender Noteinsatzplan ist nicht anwendbar, außer bei anders lautender Entscheidung des Emergency-Director. 4.1.1.2 Benachrichtigungsstufe ″N1″ Hier geht es um ein Ereignis, das eine tatsächliche oder potenzielle Verminderung des Sicherheitsniveaus der Anlage impliziert und das zu großen radiologischen Folgen für die Umgebung des Betriebsgeländes führen kann. Die Freisetzung von Radioaktivität bleibt noch begrenzt, sodass außerhalb des Betriebsgeländes keine Gefahr besteht (keine Maßnahmen zum Schutz der Bevölkerung oder zum Schutz der Nahrungsmittelkette oder des Trinkwassers). Eventuelle Aktionen zum Schutz des Personals und der Besucher auf dem Betriebsgelände könnten erforderlich sein. 4.1.1.3 Benachrichtigungsstufe ″N2″ Hier geht es um ein Ereignis, bei dem wichtige (tatsächliche oder potenzielle) Mängel an Funktionen auftreten, die zur Gewährleistung der Sicherheit der Bevölkerung und der Arbeitnehmer erforderlich sind. Aus den Informationen und der Bewertung geht hervor, dass Maßnahmen zum Schutz der Bevölkerung außerhalb des Betriebsgeländes nicht unmittelbar erforderlich sind. Maßnahmen für die Nahrungsmittelkette können jedoch ergriffen werden. 4.1.1.4 Benachrichtigungsstufe ″N3″ Hier geht es um ein Ereignis, bei dem grundlegende Mängel an der Anlage auftreten oder auftreten können, von denen vernünftigerweise anzunehmen ist, dass sie zu einer Freisetzung radioaktiver Stoffe in die Atmosphäre führen können, die Maßnahmen zum Schutz der Bevölkerung außerhalb des Betriebsgeländes erforderlich macht. 4.1.1.5 Benachrichtigungsstufe ″NR″ Hier geht es um ein Ereignis, bei dem kurzfristig (schnelle Kinetik) radioaktive Stoffe freigesetzt werden, wodurch in weniger als vier Stunden eine Exposition entstehen kann, die höher als der Eingreifrichtwert ist. Folglich wird der Provinzgouverneur - ohne weitere Bewertung - sofortige Maßnahmen zum Schutz der Bevölkerung außerhalb des Betriebsgeländes veranlassen, bis die föderalen und provinzialen Stäbe und Ausschüsse eingesetzt sind. Die sofortigen Schutzmaßnahmen werden somit auf die Warnung, die Aufforderung zum Aufenthalt in geschlossenen Räumen und die Aufforderung zum Einschalten von Radio- und Fernsehgeräten in einem vorbestimmten Reflexgebiet begrenzt sein. 4.1.1.6 Benachrichtigungskriterien Für die Benachrichtigungsstufen N1, N2 und N3 werden die Kriterien jeweils aufgeteilt in: — Kriterien in Bezug auf Freisetzungen in die Atmosphäre, — Kriterien in Bezug auf den Zustand der Anlage, der zu einer mit vorstehenden Kriterien übereinstimmenden Freisetzung führen kann. Da die Ereignisse von der Art der betroffenen Anlage abhängig sind, werden Beispiele von Situationen für die verschiedenen kerntechnischen Anlagen in Belgien angegeben. Die mit diesen Beispielen verbundenen detaillierten Kriterien werden in Absprache mit dem Bewertungsstab festgelegt. Sie werden in einer Unterlage dieses Stabs über die praktische Vorgehensweise und im internen Noteinsatzplan der betreffenden Betreiber festgehalten. Im spezifischen Fall der Stufe NR werden die Kriterien und Sperrbereiche für die verschiedenen Anlagen in Absprache mit den jeweiligen Betreibern der kerntechnischen Anlagen sowie mit den Behörden und spezialisierten Einrichtungen festgelegt. Sie werden in einer Unterlage des vorerwähnten Bewertungsstabs über die praktische Vorgehensweise aufgenommen. In der Zwischenzeit ist das vom Provinzgouverneur anzuwendende Reflexgebiet die mit der Aufforderung zum Aufenthalt in geschlossenen Räumen verbundene Noteinsatzplanungszone (siehe Nr. 5.1). In den anderen Fällen (NR ausgelöst für eine Situation außerhalb der betreffenden kerntechnischen Anlage) wird ein Reflexgebiet von 3 km angewandt. 4.1.2 Benachrichtigungsmodalitäten Die erste Benachrichtigung ergeht schnellstmöglich an die verschiedenen Einrichtungen, die im Benachrichti- gungsschema in Nr. 4.3.2 vermerkt sind, und gemäß diesem Schema. Dabei wird eine Benachrichtigungsstufe angegeben, die den Behörden als Vorschlag für eine Alarmstufe dient. Der Betreiber übermittelt folgenden Einrichtungen eine schriftliche Bestätigung dieser Benachrichtigung und dieser Stufen anhand eines Formulars, das dem im internen Noteinsatzplan festgelegten Format entspricht: — dem CGCCR für die Stufen N1, N2, N3 und NR, — dem Provinzgouverneur für Stufe NR. MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39517 4.1.3 TELERAD Unbeschadet der Benachrichtigungspflicht des Betreibers verfügen die Behörden mit TELERAD über ein unabhängiges Nachweissystem, das es gegebenenfalls ermöglicht, den vorliegenden Noteinsatzplan anzuwenden. 4.2 Alarmierung und Alarmstufen Im Rahmen der Anwendung des Noteinsatzplans unterscheidet man vier Alarmstufen, die mit den in Nr. 4.1.1 vermerkten Benachrichtigungsstufen übereinstimmen. Die Alarmstufe setzt eine der folgenden Aktionen der Behörden voraus: Alarmstufe ″U1″ Voralarm: Die von vorliegendem Plan betroffenen Personen und Dienste sind einsatzbereit, wodurch es möglich wird, im Fall einer Verschlimmerung der Lage Zeit zu gewinnen. Der Informationsstab kommt jedoch im CGCCR zusammen. Der Bewertungsstab versammelt sich ebenfalls im CGCCR, außer bei anders lautender Entscheidung des Vorsitzenden des Bewertungsstabs. Der Messstab hält sich seinerseits einsatzbereit und die Messteams begeben sich an einen vorab in den internen Verfahren dieses Stabs bestimmten Sammelort. Alarmstufe ″U2″ Alarm: Dieser Schwellenwert beinhaltet, dass die betreffenden Personen (siehe Nr. 3.2) in den Koordinierungs- zentren zusammenkommen, wobei grundsätzlich keine direkte Maßnahme zum Schutz der Bevölkerung vorgesehen wird. Gegebenenfalls können Maßnahmen zum Schutz der Nahrungsmittelkette und des Trinkwassers sowie Aktionen zur Information der Bevölkerung erforderlich sein. Alarmstufe ″U3″ Alarm: Dieser Schwellenwert beinhaltet, dass alle betreffenden Personen in den Koordinierungszentren zusammenkommen und dass Maßnahmen zum Schutz der Bevölkerung ergriffen werden können, nach Bewertung der Lage durch den Bewertungsstab und Entscheidung des föderalen Koordinierungsausschusses, gegebenenfalls begleitet von Maßnahmen zum Schutz der Nahrungsmittelkette oder der Trinkwasserversorgung. Alarmstufe ″UR″ Alarm: Dieser Schwellenwert führt zu sofortigen Reflexmaßnahmen zum Schutz der Bevölkerung, die in einem vorher festgelegten Reflexgebiet auf Warnen, Aufforderung zum Aufenthalt in geschlossenen Räumen und Aufforderung zum Einschalten von Radio- und Fernsehgeräten begrenzt sind. Diese sofortigen Reflexmaßnahmen werden vom Provinzgouverneur ausgelöst, ohne die Bewertung des Bewertungsstabs oder die Entscheidungen des föderalen Koordinierungsausschusses abzuwarten. Sobald die föderalen Stäbe und Ausschüsse eingesetzt und einsatzfähig sind, wird die Stufe UR vom Emergency-Director der Behörden in eine angepasste Alarmstufe umgewandelt. Die Benachrichtigungsstufen N1, N2 und N3 werden vom Emergency-Director der Behörden in Alarmstufen umgewandelt. Die Alarmstufe wird eventuell später nach Stellungnahme des Bewertungsstabs angepasst. Vorsorglich wird die Benachrichtigungsstufe, die ein Vorschlag für eine Alarmstufe ist, bis zur Entscheidung des Emergency-Director als solche angesehen. Dadurch kann das CGCCR die praktischen Bestimmungen des Noteinsatz- plans sofort in Kraft setzen. Die Benachrichtigungsstufe NR wird ohne Eingreifen des Emergency-Director der Behörden automatisch in Alarmstufe UR umgewandelt. 4.3 Benachrichtigungsschemen Der Betreiber einer kerntechnischen Anlage übernimmt mindestens die in nachstehendem Schema vorgesehenen Benachrichtigungen. Dies erfolgt mündlich mit schriftlicher Bestätigung, wobei er für die Benachrichtigung die im internen Noteinsatzplan bestimmten Formate benutzt. Das CGCCR benutzt diese Benachrichtigungsschemen, um in seinem internen Alarmierungsplan die Reihenfolge der Benachrichtigungen und der zu unternehmenden Aktionen zu bestimmen. 4.3.1. Benachrichtigungsschema - Benachrichtigungsstufe ″N0″ (pro memoria) BETREIBER der kemtechnischen Anlage (X) + " ------------------------- -----------~ . CGCCR Oberwachungsdienst (XX): 100 Information - Zugelassene Einrichtung entweder Kranken- - Verwaltung der Sicherheit im Arbeitsbereich wagen - Verwaltung der Betriebshygiene und der Arbeits- oderFeuerwehrund medizin Zivile Sicherheit - FNKB (X) - - - - - obligatorisch ---------► je nach Notwendigkeit (z.B. Verletzte, Brand, Explosion, ... ) (XX) Die FNKB und die anerkannte Einrichtung mi.issen sich vergewissem, dass der Storfall tat- sachlich unter Stufe "0" fallt; falls erforderlich, konnen sie Ober das CGCCR eine Alarmstufe vorschlagen. 39518 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 4.3.2. Benachrichtigungsschema - Benachrichtigungsstufe ″N1, N2, N3 und NR″ BETREIBER DER KERNTECHNISCHEN ANLAGE I ~ . I N1 ->N3; NR I I N1 ->N3, NR . I ,, CGCCR I I 100 * k PROVINZ- i - GOUVERNEUR ~ L EMERGENCY- BESTIMMUNG DER DIRECTOR ALARMSTUFE 1 I PROVINZIALER (siehe Bewertungsstab) I - KOORDINIERUNGS L I l AUSSCHUSS BEWERTUNGSSTAB *: Der 100-Dienst startet sein - FNKB operatives Alarmierungsscherna - FOD VOLKSGESUNDHEIT (G!) Tiere, Pfla~n und Nahrung) - FOD AUSWARTIGE ANGELEGENHEITEN .~ - LANDESVERTEIDIGUNG - SZK - IRE - KMI - ZUGELASSENE EINRICHTUNG - BETROFFENER BETREIBER FODERALER KOORDINIERUNGSAUSSCHUSS - MINISTER DES INNERN - MINISTER DER VOLKSGESUNDHEIT - MINISTER DER LANDWIRTSCHAFT - MINISTER DER BESCHAFTIGUNG UND DER ARBEIT - MINISTER DER LANDESVERTEIDIGUNG L ~ Je nach Situation: ANDERE MITGUEDER DES FODERALEN KOORDINIERUNGSAUSSCHUSSES - MINISTER DER FINANZEN - MINISTER DER AUSWARTIGEN ANGELEGENHEITEN - MINISTER DER WIRTSCHAFTSANGELEGENHEITEN UND DER ENERGIE ANDEREINSTANZEN MESSSTAB - FNKB L ~ - WIV - SZK - IRE - ZIVILSCHUTZ - LANDESVERTEIDIGUNG -- INFORMATIONSSTAB FNKB, ... MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39519 4.3.3 Aktionsschema der verschiedenen Ausschüsse und Stäbe Föderaler Sozio- Provinzialer Alarm- Koordinierungs- Bewertungsstab Messstab ökonomischer Informationsstab Koordinierungs- stufe * ausschuss Stab ausschuss U1 + Einsatzbereit + Versammelt + Einsatzbereit + N/A + In Kontakt mit + Einsatzbereit sich, es sei an vorher den Medien denn, der Vor- bestimmtem sitzende ent- Sammelort scheidet anders U2 + Entscheidet + Bewertung + Messungen vor + Versammelt + In Kontakt mit + Bereitet Schutz- über Maßnah- + Empfiehlt Ort sich auf den Medien maßnahmen men zum Schutzmaßnah- Beschluss des + Informiert die vor Schutz der men ED Bevölkerung + Kein Einsatz Nahrungsmit- + Bereitet Infor- vor Ort hin- telkette mationen für sichtlich der IAEO + EU Bevölkerung vor. + Eventueller Einsatz für Nahrungsmit- telkette und Trinkwasser U3 + Entscheidet + Bewertung + Messungen vor + Versammelt + In Kontakt mit + Führt Regie- über Maßnah- + Empfiehlt Ort sich auf den Medien rungsentschei- men zum Schutzmaßnah- Beschluss des + Informiert die dungen aus Schutz der men ED Bevölkerung Bevölkerung + Bereitet Infor- und der Nah- mationen für rungsmittel- IAEO + EU vor kette UR + Versammelt + Versammelt + Versammelt + Versammelt + Versammelt + Wendet die sich sich sich sich auf sich sofortigen Beschluss des Schutzmaßnah- ED men im Reflex- gebiet an * Der Emergency-Director der Behörden gibt die Alarmstufe bekannt. Bis dahin wendet das CGCCR dieses Alarmschema vorsorglich aufgrund der Benachrichtigungsstufe an. 4.4 Übermittlung späterer Informationen durch den Betreiber Der Betreiber stellt dem CGCCR gemäß seinem internen Noteinsatzplan und entsprechend einem in Absprache mit den verschiedenen Stäben und Ausschüssen festgelegten Format Informationen über die Entwicklung des technischen Zustands der Anlage, über die Freisetzung radioaktiver Stoffe in die Umwelt und deren vermutliche Entwicklung sowie über die tatsächlichen und potenziellen Einschätzungen der radiologischen Folgen dieser Freisetzung zur Verfügung. 4.5 Benachrichtigung und Informationsübermittlung aus dem Ausland Das CGCCR ist für die IAEO und die EU die offizielle Benachrichtigungskontaktstelle für nukleare Unfälle oder radiologische Notstandssituationen im Ausland. Wenn der Föderale Öffentliche Dienst Auswärtige Angelegenheiten oder eine andere von vorliegendem Plan betroffene Einrichtung über eigene Quellen von einem nuklearen Unfall oder einer radiologischen Notstandssituation im Ausland erfährt, der/die Folgen für das belgische Staatsgebiet haben könnte, muss das CGCCR schnellstmöglich darüber informiert werden. Das CGCCR wird je nach Benachrichtigung aus eigener Initiative die verantwortlichen Personen und Dienste verständigen, insbesondere die Mitglieder des Bewertungsstabs und des föderalen Koordinierungsausschusses. 4.6 Benachrichtigung und Informationsübermittlung ins Ausland Im Fall einer radiologischen Notstandssituation auf belgischem Staatsgebiet, die zur Anwendung des vorliegenden Plans führt, übermittelt das CGCCR die erforderlichen Informationen gemäß den geltenden Bestimmungen an: — Nachbarländer, mit denen bilaterale Übereinkommen über gegenseitige Hilfeleistung bei einem nuklearen Unfall abgeschlossen worden sind (siehe Nr. 9), — die EU (siehe Rubrik ″Europäische Union (EU)″), gemäß den im ECURIE-System (European Community Urgent Radiological Information Exchange) vorgesehenen Bestimmungen, — die IAEO (siehe Rubrik ″Internationale Atomenergieorganisation (IAEO)″), gemäß den in den Wiener Übereinkommen vorgesehenen Bestimmungen. 5. NOTEINSATZPLANUNGS- UND EINSATZZONEN 5.1 Noteinsatzplanungszonen Eine Noteinsatzplanungszone ist üblicherweise eine kreisförmige Zone, in der die Maßnahmen zum unmittelbaren Schutz der Bevölkerung (Aufforderung zum Aufenthalt in geschlossenen Räumen, Einnahme von Jodtabletten und Evakuierung) im Voraus vorbereitet werden müssen, um einen schnellen und wirksamen Einsatz der Behörden zu ermöglichen. Diese Zonen werden im Rahmen des vorliegenden Plans in der nachstehenden Tabelle entsprechend der Art der Schutzmaßnahme und der potenziellen radiologischen Folgen definiert (was die Unterschiede zwischen den kerntechnischen Anlagen von Mol, Dessel und Fleurus und den Kernkraftwerken von Doel, Tihange, Chooz und Borssele erklärt). 39520 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Maßnahmen zum unmittelbaren Schutz der Bevölkerung Noteinsatzplanungszone in km Kerntechnische Anlage Vorherige Verteilung von Jod- oder Kernkraftwerk Aufforderung tabletten an Haushalte und Evakuierung zum Aufenthalt gemeinschaftliche Einrich- in geschlossenen Räumen tungen (*) Doel 10 10 20 Tihange 10 10 20 Chooz (F) 10 10 20 Borssele (NL) 10 10 20 Mol (SZK) 4 10 20 Dessel (BN, BP) 4 10 20 Fleurus (IRE) - 5 10 (*) In dieser Noteinsatzplanungszone werden im Voraus Schachteln mit Jodtabletten und Informationsbroschüren an die Familien und die gemeinschaftlichen Einrichtungen (Schulen, Krankenhäuser, Fabriken, Kindertagesstät- ten,...) verteilt. Zudem sind in den Apotheken weitere Schachteln mit Tabletten verfügbar. Außerhalb der Noteinsatzplanungszonen und für das gesamte belgische Staatsgebiet verfügen alle Apotheken über Reserven an Jod in verschiedenen Formen; zudem sind Schachteln mit Jodtabletten an verschiedenen Orten vorrätig. Unter der Verantwortung des Ministers des Innern werden Pläne für eine schnelle Verteilung dieser Tabletten ausgearbeitet. Jodtabletten werden ebenfalls im Voraus an Einsatzdienste ausgegeben, die in die Einsatzzonen gerufen werden. Die von den Maßnahmen zum Schutz der Nahrungsmittelkette betroffenen Einsatzzonen können deutlich ausgedehnter als die von Maßnahmen zum unmittelbaren Schutz betroffenen Einsatzzonen sein. In dieser Hinsicht muss den französischen Kernkraftwerken von Gravelines und Cattenom Rechnung getragen werden; in der Praxis wird eine einzige Noteinsatzplanungszone mit dem Schutz der Nahrungsmittelkette in Verbindung gebracht und das gesamte belgische Staatsgebiet abdecken. Die Noteinsatzplanungszone der anderen in Nr. 1.3.2 erwähnten Anlagen (der kerntechnischen Anlagen von Thetis in Gent, des Labors für Transurane der Universität Lüttich (Sart-Tilman), der FBFC Int. in Dessel und des IRMM in Geel) wird in jedem provinzialen Noteinsatzplan und nach Rücksprache mit den zuständigen Diensten erläutert. 5.2 Einsatzzonen Die Einsatzzone ist die Zone, in der die Maßnahmen tatsächlich angewandt werden, wenn der vorliegende Plan ausgelöst wird. Die Einsatzzone wird vom Emergency-Director der Behörden bei den Alarmstufen U2 und U3 festgelegt. Aufgrund einer Bewertung, durch Berechnung und Messung, der radioaktiven Freisetzungen oder der radiologischen Notstandssituation kann die Anwendung der sofortigen Schutzmaßnahmen gegebenenfalls auf näher zu bestimmende Zonen ausgeweitet oder eingeschränkt werden, die vom Emergency-Director der Behörden mitgeteilt werden. Bei Alarmstufe UR entspricht die Einsatzzone dem vorbestimmten Reflexgebiet (siehe Rubrik Benachrichtigungs- stufe NR und Nr. 4.1.1.6). 6. BEWERTUNG DER LAGE AUF RADIOLOGISCHER EBENE 6.1 Einleitung Der Bewertungsstab hat im Rahmen des vorliegenden Plans die Aufgabe, die Risiken einer Exposition gegenüber ionisierenden Strahlungen zu bestimmen und zu bewerten. Hierzu benötigt er Informationen und Verfahren, die es ihm ermöglichen, diese Informationen in Empfehlungen an den föderalen Koordinierungsausschuss umzusetzen. Er erhält die Informationen hauptsächlich vom Betreiber der betroffenen Anlage, vom Messstab und von Einrichtungen, die im Bewertungsstab vertreten sind. Die vom Betreiber zu liefernden Mindestinformationen sind im internen Noteinsatzplan beschrieben, der durch die Betriebsgenehmigung und durch Nr. 3.2.3, 4.1, 4.3 und 4.4 des vorliegenden Noteinsatzplans auferlegt wird. Die Art der vom Messstab gelieferten Informationen wird in den Verfahren des Messstabs beschrieben. Der Bewertungsstab muss bei der Umsetzung des vorliegenden Noteinsatzplans ständig Inhalt und Form der ihm zukommenden Informationen analysieren; gegebenenfalls muss er Empfehlungen für eine bessere Übereinstimmung dieser Informationen mit den von ihm vorgesehenen Bewertungsverfahren abgeben. Letztere werden regelmäßig der Entwicklung in diesem Bereich angepasst. Der Bewertungsstab wird während einer Notstandssituation zu jedem Zeitpunkt versuchen, ein möglichst genaues Bild von den Ereignissen (Rekonstruktion) und von dem zu geben, was mit einiger Wahrscheinlichkeit relativ kurzfristig (etwa binnen zehn Stunden) noch geschehen könnte (Prognose). 6.2 Ursprüngliche Bewertung - Rekonstruktion Die Benachrichtigungsstufe und die weiteren vom Betreiber aufgrund seiner Meldepflicht gelieferten Informa- tionen müssen es dem Bewertungsstab ermöglichen, die vom Emergency-Director der Behörden zu validierende Alarmstufe zu bewerten. Die potenziellen oder tatsächlichen Folgen für die Bevölkerung werden je nach Dringlichkeit der zu ergreifenden Maßnahmen bewertet, entweder auf der Grundlage von Rechenmodellen, in die die bekannten oder erwarteten Freisetzungen und die vorherrschenden oder erwarteten Wetterbedingungen einbezogen sind, oder auf der Grundlage von Messungen oder auf der Grundlage von beidem. Im Fall einer Benachrichtigungsstufe NR setzt der Provinzgouverneur nur die vorgesehenen Schutzmaßnahmen um, in Erwartung einer Bewertung der radiologischen Situation durch den Bewertungsstab und der Entscheidungen des föderalen Koordinierungsausschusses über die Aufrechterhaltung, Ausweitung oder Aufhebung von Maßnahmen zum Schutz der Bevölkerung. MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39521 In Ermangelung einer Benachrichtigung und wenn mit dem Messnetz TELERAD eine erhöhte Radioaktivität auf belgischem Staatsgebiet festgestellt wird, wird der Messstab die erforderlichen Informationen sammeln, um den Ursprung dieser Erhöhung auszumachen. Die belgischen kerntechnischen Anlagen, auf die vorliegender Plan anwendbar ist, müssen über Mittel zur Berechnung der Folgen eines Störfalls bis über mehrere Dutzend Kilometer vom Ort der Freisetzung verfügen. Die Berechnungsmethoden werden vom Bewertungsstab festgelegt. Die in diese Modelle einzugebenden Wetterdaten stammen vorzugsweise von Messungen auf dem Betriebsgelände. Die Ergebnisse der von den Betreibern auf der Grundlage vorbestimmter Verfahren durchzuführenden Berechnungen werden dem Bewertungsstab gemäß den von ihm festgelegten Modalitäten übermittelt. Diese mathematische Rekonstruktion hat zum Ziel: — die Expositionsrisiken einzuschätzen und Empfehlungen für Schutzmaßnahmen davon abzuleiten, — die vor Ort vom Messstab anzuwendende Messstrategie festzulegen, — strukturiert Buch zu führen über die Freisetzungen, die Wetterbedingungen und die berechneten Folgen je nach Verlauf der Notstandssituation. 6.3 Radioaktivitätsmessungen Auf der Grundlage der ursprünglichen Bewertung schlägt der Bewertungsstab eventuell Aktionen vor. Die ursprüngliche Bewertung wird gegebenenfalls durch Daten des Messstabs und eventuell durch die Messdatei des Betreibers ergänzt, aus denen Informationen über die Strahlendosis in der Umgebung, über die Kontamination des Bodens und der Luft sowie über die Kontamination der Nahrungsmittelkette entnommen werden können. Die Messergebnisse ermöglichen es, Folgendes zu bewerten: — die Verteilung der Kontamination mit Hilfe von Messungen an zahlreichen Messpunkten, was zu einer Bestimmung der betroffenen Zone führen muss, — die Variabilität der Kontamination aufgrund lokaler Faktoren, — die Zusammensetzung der Kontamination durch Laboranalysen von Proben. Aus all diesen Daten leitet der Bewertungsstab die Exposition verschiedener Bevölkerungsteile entsprechend mehreren Expositionswegen ab. Das KMI verfolgt die Fortbewegung der radioaktiven Wolke über größere Abstände mit Hilfe der auf kontinentaler Ebene verfügbaren meteorologischen Messungen (Durchzugsmodelle). 6.4 Bewertung der Möglichkeit verstärkter Freisetzung umweltbelastender Stoffe - Prognose Eine solche Bewertung erfordert eine ständige Einschätzung der Freisetzungen und der vernünftigerweise während eines Zeitraums von etwa zehn Stunden zu erwartenden Wetterbedingungen. Die Bestimmung der potenziellen Freisetzungen ist auf eine technische Analyse des Zustands der Anlage gestützt. Der Betreiber gibt regelmäßig eine Übersicht über den Zustand der Sicherheitsabsperrungen und der Sicherheitssys- teme seiner Anlage; auf dieser Grundlage kann er die kurzfristig denkbaren Freisetzungen und ihre Wahrscheinlichkeit vernünftig einschätzen. Der Bewertungsstab verfolgt die mögliche Entwicklung der Witterungsverhältnisse auf der Grundlage der vom KMI gelieferten Daten und der Gutachten des Vertreters des KMI im Bewertungsstab. Auf der Grundlage des potenziellen Quellterms und der zu erwartenden Witterungsverhältnisse erstellt der Bewertungsstab eine Prognose über die Folgen für die Bevölkerung, wie in Nr. 6.2 beschrieben. Eventuell können auch verschiedene Szenarien bewertet werden. Die Ergebnisse dieser Prognosen werden berücksichtigt, um dem föderalen Koordinierungsausschuss gegebenen- falls vorbeugende Schutzmaßnahmen vorzuschlagen. Prognosen können bereits initiiert werden, ehe es zu Freisetzungen kommt; ab dem Beginn von Freisetzungen müssen sie jedoch ständig weitergeführt werden, damit bei der Ausarbeitung von Empfehlungen die kurz- und mittelfristige Verbesserung oder (vorhergesehene) Verschlechte- rung der Lage berücksichtigt werden kann. Zudem ermöglichen diese Prognosen eine optimale Strategie der Messungen in der Umwelt. 6.5 Empfehlung von Schutzmaßnahmen Die Risiken einer Exposition gegenüber ionisierenden Strahlungen können durch Anwendung der in Kapitel 8 beschriebenen Schutzmaßnahmen begrenzt werden. Der Bewertungsstab empfiehlt nach Beratung im föderalen Koordinierungsausschuss die Zweckmäßigkeit bestimmter zu unternehmender Aktionen. Für diese Empfehlungen stützt man sich auf die Prinzipien der Rechtfertigung und der Optimierung (ziehe Nr. 8.2) und wird die sozioökonomische Analyse berücksichtigt. Der Bewertungsstab muss ständig über die vom föderalen Koordinierungsausschuss getroffenen Entscheidungen und darüber informiert werden, inwiefern ihnen tatsächlichen nachgekommen wird. 6.6 Ende der Notstandssituation Der Emergency-Director der Behörden entscheidet über die Dauer der Anwendung des vorliegenden Noteinsatz- plans. Sobald die Anwendung des vorliegenden Noteinsatzplans formell aufgehoben wird, überprüft der Bewertungs- stab, ob: — ein langfristiges Verfahren zur Kontrolle vor Ort erforderlich ist, — Modalitäten aufzuerlegen sind, die eine Wiederherstellung des normalen Lebens der Bevölkerung ermöglichen (Rückkehr der evakuierten Bevölkerung, Verteilung von Nahrungsmitteln, Bodennutzung), — gegebenenfalls bestimmte nicht dringende Aktionen in den Rahmen der Routinemaßnahmen integriert werden können. Der Bewertungsstab wird gemäß der Rubrik ″Aufträge″ einen Bericht über seine Tätigkeiten erstellen. 7. WARNUNG UND INFORMATION DER BEVÖLKERUNG WÄHREND DES UNFALLS ODER DER RADIO- LOGISCHEN NOTSTANDSSITUATION 7.1 Allgemeine Organisation Die allgemeine Organisation hinsichtlich der Methoden und Verfahren zur Alarmierung der Bevölkerung ist Aufgabe der Behörden. Der Alarm ist Teil der Maßnahmen zum Schutz der Bevölkerung. Daher ergreift der Emergency-Director der Behörden die Initiative zur Alarmierung der Bevölkerung, außer bei Alarmstufe NR, bei der der Gouverneur der betroffenen Provinz sofort Maßnahmen ergreift, um die Bevölkerung zu warnen. Die praktische Umsetzung dieses Alarmierungsverfahrens wird im provinzialen Noteinsatzplan festgelegt. Die Entscheidung zur Auslösung eines Alarms wird den Medien vom Informationsstab mitgeteilt. Er sorgt dafür, dass die Bevölkerung über die Entwicklung der Notstandssituation auf dem Laufenden gehalten wird. Der Provinzgouverneur wird diese allgemeinen Informationen ergänzen und in Absprache mit dem Informa- tionsstab ausarbeiten. Die Mitteilungen des Betreibers der kerntechnischen Anlage müssen dem Informationsstab vorgelegt werden (siehe Nr. 3.2.1.6.6), damit die Bevölkerung unzweideutig informiert werden kann. 39522 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Ab Alarmstufe U1 muss die Bevölkerung, die gefährdet sein könnte, während dieser Phase insbesondere folgende Informationen und Anweisungen erhalten: — Aufforderung an die betroffene Bevölkerung, Radio- und Fernsehgeräte einzuschalten, — vorbereitende Anweisungen an Einrichtungen mit besonderen kollektiven Verantwortlichkeiten, — Empfehlungen an besonders betroffene Berufsgruppen. 7.2 Sirenen Im Fall eines Expositionsrisikos wird die Bevölkerung so bald wie möglich durch die Sirenen des Zivilschutzes, durch Mitteilungen über Rundfunk und Fernsehen und durch Lautsprecherfahrzeuge gewarnt, die in der Einsatzzone umherfahren. Das bestehende Netz von ungefähr 600 Sirenen, das vor allem rund um kerntechnische Anlagen und sogenannte SEVESO-Anlagen ausgedehnt worden ist, kann in seiner Gesamtheit, pro Zone, pro Teilzone oder pro Gemeinde per Funk eingeschaltet werden, von einer ständigen Einheit des Zivilschutzes oder von einem provinzialen Zentrum des 100-Dienstes aus. Falls eine radioaktive Kontamination möglich ist, aber noch nicht unmittelbar ansteht, wird Voralarm gegeben. Dieses Signal besteht aus einem schnell modulierten Ton, der 60 Sekunden anhält. Das eigentliche Signal für Nuklearalarm besteht aus einem identisch modulierten Ton von 60 Sekunden, der jedoch zweimal unterbrochen wird. Dieses Signal wird alle 30 Sekunden wiederholt (siehe nachstehendes Schema). Das Signal für Nuklearalarm unterscheidet sich von einem normalen Feueralarm, der aus zwei durchgehenden Tönen von 20 Sekunden mit einer Pause von 5 Sekunden besteht. Mit dem Signal für Nuklearalarm wird hauptsächlich bezweckt, die Bevölkerung dazu zu bewegen, sich unverzüglich in Sicherheit zu bringen, um sich über Rundfunk und Fernsehen sowie über umherfahrende Lautsprecherfahrzeuge über die zu ergreifenden Sicherheitsmaßnahmen zu informieren. Voralarm: ~ Nuklearalarm: '\I' 0P '\I' 7.3 Rundfunk und Fernsehen Für die allgemeine Verbreitung der Informationen über die zu ergreifenden Schutzmaßnahmen, die Evakuierungs- wege, den Bestimmungsort, die Sammelstellen usw. greift der Informationsstab gemäß einem standardisierten Verfahren auf die nationalen Sender (BRF - RTBF - VRT) zurück, damit die Regierungsmitteilung der Bevölkerung deutlich erkennbar vermittelt wird. Dieses Verfahren wird vom Informationsstab festgelegt. 7.4 Telefon Der föderale Koordinierungsausschuss wird sowohl auf nationaler als auch auf provinzialer Ebene spezielle Telefonnummern einrichten, um die Fragen der Bevölkerung zu beantworten (Callcenter). 7.5 Lautsprecherfahrzeuge Die Bevölkerung in den Einsatzzonen wird zusätzlich von den Polizeidiensten per Lautsprecherfahrzeuge über die zu ergreifenden Maßnahmen informiert. Die diesbezüglichen Modalitäten werden im provinzialen Noteinsatzplan festgelegt. 8. SCHUTZMASSNAHMEN 8.1 Schutz der Einsatzkräfte Im Rahmen des vorliegenden Plans versteht man unter ″Einsatzkräfte″ das Personal jedes Dienstes, der an einem Rettungseinsatz oder an einem Einsatz zum Schutz wichtiger materieller Interessen beteiligt ist, wie Feuerwehr-, Zivilschutz-, Polizeidienste, Personal der Ambulanzen und medizinischen Dienste sowie Personen, die einen Unterstützungsauftrag haben (Fahrer von requirierten Transportmitteln, Personal des Messteams,...). Ziel ist es, den Einsatzkräften in all den in vorliegendem Plan erwähnten Situationen einen maximalen Schutz gegen die Gefahr einer Strahlenexposition zu bieten. Die Prinzipien für den Schutz der Einsatzkräfte sind in den Artikeln 20.2, 72.3 und 72.4 des KE vom 20. Juli 2001 festgelegt. Gemäß diesen Verordnungsbestimmungen werden die Expositionsgrenzwerte von der FNKB festgelegt. Vorübergehend bleiben die für Einsatzkräfte geltenden Expositionsgrenzwerte anwendbar. Zur Erinnerung: Es gelten folgende Grenzwerte: Einsatzart Expositionsgrenzwert (gesamte effektive Dosis in mSv) Beistand bei der Evakuierung oder der Aufforderung 250 zum Aufenthalt in geschlossenen Räumen Lebensrettender Einsatz 500 Für das Personal der Landesverteidigung sind die Prinzipien für den Schutz der Einsatzkräfte und die Dosisgrenzwerte in dem auf die Landesverteidigung anwendbaren KE (derzeit KE vom 11. Mai 1971) und in den einschlägigen militärischen Regelungen festgelegt. Unbeschadet dieser Bestimmungen kann der Minister des Innern die Anwendungsmodalitäten per Rundschreiben festlegen. Diese Expositionsgrenzwerte gelten nur unter den im oben erwähnten ministeriellen Rundschreiben vorgesehenen Umständen. Während des Einsatzes können folgende Schutzmethoden zur Dosisbegrenzung angewandt werden: — Benutzung individueller Schutzmittel (Schutzmaske, angepasste Einsatzkleidung, Schutz der Schilddrüse durch die Einnahme von Jodtabletten), — Aufzeichnung der erhaltenen Dosis, — Schutz durch eine Abschirmung und/oder durch die Begrenzung der Expositionszeit (Wechsel der Einsatzteams). MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39523 8.2 Maßnahmen zum direkten Schutz der Bevölkerung Grundphilosophie und Eingreifrichtwerte Die Prinzipien der Dosisbegrenzung für die Bevölkerung in radiologischen Notstandssituationen sind in

  10. Artikel 20.2 des KE vom 20. Juli 2001 festgelegt. In radiologischen Notstandssituationen sind die wichtigsten direkten Schutzmaßnahmen, die getroffen werden können, um die Strahlenexposition so weit wie möglich zu reduzieren, die Aufforderung zum Aufenthalt in geschlossenen Räumen, die Einnahme von Jodtabletten und die Evakuierung. Zudem sind allgemeine Empfehlungen oder Anweisungen für spezifische Bevölkerungsgruppen vorgesehen (Tragen von Schutzkleidung, Maßnahmen in landwirtschaftlichen Betrieben, Empfehlungen für schwangere Frauen und junge Kinder,…). Diese Maßnahmen betreffen natürlich nur die Einwohner der vom Unfall betroffenen oder bedrohten geografischen Zonen. Mehrere dieser Schutzmaßnahmen sind jedoch selber mit Risiken für die Gesundheit und mehr oder weniger beträchtlichen wirtschaftlichen oder sozialen Kosten (z.B. Evakuierung einer Großstadt) verbunden. Daher sind die Risiken dieser Schutzmaßnahmen und das radiologische Risiko, dem die bedrohte Bevölkerungsgruppe ausgesetzt ist, gegeneinander abzuwägen. Die hierzu nötigen sozioökonomischen Daten werden dem föderalen und provinzialen Koordinierungsausschuss zur Verfügung gestellt. Je nach den Umständen können also bestimmte Schutzmaßnahmen ganz oder teilweise zur Anwendung kommen. Der Umfang und die Art des radiologischen Risikos schwanken mit den betreffenden Dosen und mit dem Alter der betroffenen Personen. Kinder und schwangere Frauen bilden die anfälligsten Bevölkerungsgruppen. Je nach den Umständen können also bestimmte Schutzmaßnahmen nur für diese anfälligen Gruppen angewandt werden. Als wichtigstes Prinzip gilt, dass der Einsatz gerechtfertigt sein muss, nachdem alle wichtigen (medizinischen, ökonomischen, sozialen und ethischen) Beurteilungselemente untersucht und abgeschätzt worden sind. In Anwendung der vorstehenden Prinzipien und Erwägungen und gemäß Artikel 20.2 des KE vom 20. Juli 2001 legt die FNKB Eingreifrichtwerte fest. Sie bestimmt außerdem die Modalitäten für die Benutzung dieser Eingreifricht- werte. Vorübergehend bleiben die derzeit geltenden Eingreifrichtwerte anwendbar. Zur Erinnerung: Es gelten folgende Eingreifrichtwerte für die Einleitung von Maßnahmen zum Schutz der Bevölkerung: Schutzmaßnahme Eingreifrichtwerte (*) (mSv) Allgemeine Aufforderung zum Aufenthalt in geschlos- 5 - 15 senen Räumen für höchstens 24 Stunden (gesamte effektive Dosis, die in 24 Stunden integriert wird) Einnahme von Jod 50 (**) (Schilddrüsendosis durch Einatmung während des Durchzugs der Wolke, trotz Aufforderung zum Aufenthalt in geschlossenen Räumen) Allgemeine Evakuierung (zu bestimmende spezifische 50 - 150 Gruppen ausgenommen) (gesamte effektive Dosis, die in 2 Wochen integriert wird, trotz Aufforderung zum Aufenthalt in geschlossenen Räumen) * Je nach Ernst der Lage können die Eingreifrichtwerte gegebenenfalls die in der Tabelle angegebenen Werte überschreiten, ohne jedoch den Schwellenwert der akuten Wirkungen zu erreichen. ** Die Höhe der Richtwerte für die Einnahme von Jod kann je nach den Besonderheiten der Bevölkerung in der Umgebung des jeweiligen Kernkraftgeländes geändert werden. Unbeschadet dieser Bestimmungen kann der Minister des Innern die Anwendungsmodalitäten per Rundschreiben festlegen. 8.2.1 Kontrolle des Verkehrs zur und aus der betroffenen Zone 8.2.1.1 Zielsetzungen Diese Maßnahme geht im Allgemeinen mit einer Aufforderung zum Aufenthalt in geschlossenen Räumen und einer Evakuierung einher. Mit der Kontrolle des Verkehrs, um den Zugang zur Einsatzzone zu verbieten, und den Aufforderungen zum Aufenthalt in geschlossenen Räumen wird verhindert, dass Personen, Fahrzeuge oder Güter kontaminiert werden. Mit der Evakuierung soll die Ausbreitung der Kontamination möglichst in Grenzen gehalten werden. Sie ist gegebenenfalls mit Dekontaminationsmaßnahmen verbunden (siehe Nr. 8.2.5). 8.2.1.2 Grundprinzipien der Anwendung Die Maßnahme wird in der Einsatzzone angewandt. Gemäß dem Rundschreiben des Ministers des Innern vom 11. Juli 1990 über die Noteinsatzpläne wird die Einsatzzone abgegrenzt und werden die Zugangswege von den Polizeidiensten überwacht. Durch die Einrichtung eines Isoliergebiets wird es den Polizeidiensten ermöglicht, den Verkehr (von Personen und Fahrzeugen) auf Höhe und innerhalb dieses Gebiets zu regeln, wobei sie den Verkehr für Hilfsdienste und für eine eventuelle Evakuierung freihalten. Die Ausschilderung ist bis zum Ausweichgebiet außerhalb des Isoliergebiets vorgesehen (*). 8.2.1.3 Verantwortliche für die Ausführung Das Koordinations- und Krisenzentrum der Regierung sorgt für die Kontakte (des Emergency-Director der Behörden oder des föderalen Koordinierungsausschusses) mit dem (den) betroffenen Gouverneur(en). Der Provinzgouverneur sorgt für die Koordinierung der Mittel, die im Rahmen des provinzialen Noteinsatzplans eingesetzt werden müssen. Im Prinzip sind die Polizeidienste mit der Kontrolle der Isolier- und Ausweichgebiete beauftragt. Hierzu verfügen sie über die erforderlichen logistischen und Beschilderungsmittel. 8.2.2 Aufforderung zum Aufenthalt in geschlossenen Räumen Die operativen Bestimmungen werden im provinzialen Noteinsatzplan festgelegt. 39524 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 8.2.2.1 Zielsetzungen Mit dieser Maßnahme wird bezweckt, die direkte Exposition bei Umgebungsstrahlung zu verringern (Dosis reduzierender Effekt sowohl gegen die externe Bestrahlung aus der durchziehenden radioaktiven Wolke und dem kontaminierten Boden als auch gegen die interne Bestrahlung durch das Einatmen und den Kontakt mit radioaktiven Partikeln), wobei die Bevölkerung aufgefordert wird, drinnen zu bleiben oder in irgendeinem Gebäude Schutz zu suchen. Wohnungen bieten allgemein einen ausreichenden Schutz und ermöglichen es zudem, die Einwohner durch die Medien (Rundfunk und Fernsehen) über den Verlauf des Unfalls und über andere notwendige Maßnahmen (beispielsweise Schutz der Atemwege, Einnahme von Jodtabletten, Evakuierung, ...) angemessen zu informieren. 8.2.2.2 Richtlinien für die Anwendung Die Bevölkerung wird so bald wie möglich durch Sirenensignale sowie durch Anweisungen über Rundfunk oder Fernsehen und Lautsprecherfahrzeuge aufgefordert, in geschlossenen Gebäuden zu bleiben oder sich schnellstmöglich dorthin zu begeben. Nach Durchzug der radioaktiven Wolke ist eine maximale Durchlüftung anzuordnen. Während der gesamten Dauer der Aufforderung zum Aufenthalt in geschlossenen Räumen wird die Bevölkerung über den Verlauf des Unfalls und über eventuelle zusätzliche Maßnahmen auf dem Laufenden gehalten. Die Aufforderung zum Aufenthalt in geschlossenen Räumen wird in jedem Fall von kurzer Dauer sein. Die Zugänge zu der Zone, in der die Aufforderung zum Aufenthalt in geschlossenen Räumen angewandt wird, sind streng zu kontrollieren, um Personen ohne spezifischen Auftrag den Zugang zu verwehren (siehe Nr. 8.2.1). Zur Vermeidung einer Überbelastung des Telefonverkehrs wird ausdrücklich empfohlen, das Telefon nur im äußersten Notfall zu benutzen. Die Aufforderung zum Aufenthalt in geschlossenen Räumen kann mit der Einnahme von Jodtabletten einhergehen. Allen Personen, die sich zu diesem Zeitpunkt noch am Arbeitsplatz befinden (Schulen, Betriebe, Krankenhäuser, Geschäfte usw.), wird empfohlen, vor Ort zu bleiben. Eventuelle Versorgungsprobleme sind vom provinzialen Koordinierungsausschuss zu regeln. Personen, die sich zeitweilig in der Zone aufhalten (beispielsweise Urlauber), wird ebenfalls empfohlen, an ihrem Aufenthaltsort zu bleiben oder sich so schnell wie möglich dorthin zu begeben; gegebenenfalls müssen sie in irgendeinem öffentlichen oder anderen geschlossenen Gebäude Schutz suchen. 8.2.2.3 Verantwortliche für die Ausführung Bei Alarmstufe U3 entscheidet der föderale Koordinierungsausschuss in Person des Emergency-Director der Behörden, ob die Aufforderung zum Aufenthalt in geschlossenen Räumen notwendig ist oder nicht; wenn ja, bestimmt er gleichzeitig die Einsatzzone, in der die Aufforderung zum Aufenthalt in geschlossenen Räumen zur Anwendung kommt. Bei Alarmstufe UR wendet der Provinzgouverneur die Aufforderung zum Aufenthalt in geschlossenen Räumen in dem vorab bestimmten Reflexgebiet an. Das CGCCR sorgt für die Kontakte mit dem (den) betroffenen Gouverneur(en). Der Provinzgouverneur sorgt für die Koordinierung der Mittel, die im Rahmen des provinzialen Noteinsatzplans eingesetzt werden. Unbeschadet der Rolle der bestehenden Informationskanäle und sofern möglich, hat die Gemeindepolizei den Auftrag, der Bevölkerung die notwendigen Informationen mitzuteilen und zu überprüfen, ob die auferlegte Aufforderung zum Aufenthalt in geschlossenen Räumen angewandt wird. Die Polizeidienste sind beauftragt, die Einsatzzone abzusperren (siehe Nr. 8.2.1). 8.2.3 Einnahme von Jodtabletten 8.2.3.1 Zielsetzungen und Grundprinzipien In einer radiologischen Notstandssituation kann die radioaktive Wolke Jod enthalten und freisetzen. Eingeatmetes Jod reichert sich rasch in der Schilddrüse an, wo es selbst bei weiter Entfernung vom Unfallort wesentliche Expositionen verursachen kann, insbesondere bei Kindern (angesichts der Größe der Schilddrüse). Durch die vorherige Einnahme von nicht radioaktivem (stabilem) Jod wird die Schilddrüse gesättigt, sodass beim Einatmen die Aufnahme radioaktiven Jods sich beträchtlich verringert. Die Wirkung dieser Maßnahme hängt wesentlich vom Zeitpunkt der Einnahme ab; daher ist es wichtig, ein System vorzusehen, mit dem sichergestellt wird, dass Jod möglichst in großen Mengen und rasch verfügbar ist. In der Noteinsatzplanungszone werden Schachteln mit Jodtabletten im Voraus an die Familien und an die gemeinschaftlichen Einrichtungen (Schulen, Krankenhäuser, Fabriken, Kindertagesstätten,...) ausgeteilt. Zudem sind Schachteln mit Jodtabletten in allen Apotheken vorrätig. Außerhalb der Noteinsatzplanungszone verfügen alle Apotheken über Vorräte von Jod in verschiedenen Formen (Pulver, Lugol,...); zusätzlich sind an verschiedenen Stellen Schachteln mit Jodtabletten vorrätig. Unter der Verantwortung des Ministers des Innern werden Pläne für die schnelle Verteilung dieser Tabletten erstellt. Aufgrund der möglichen Nebenwirkungen der Einnahme einer relativ großen Menge Jod wird der Bevölkerung für die Einnahme von stabilem Jod erst dann grünes Licht gegeben, wenn das Risiko der Strahlenschädigung der Schilddrüse größer wird als das mit der Einnahme von stabilem Jod einhergehende Risiko. Angesichts der hohen Empfindlichkeit von Kindern (vor allem von den jüngsten) und Feten für die Entwicklung von Schilddrüsenkrebs sowie aufgrund des bei ihnen verminderten Risikos ernsthafter Nebenwirkungen ist es möglich, wenn nicht wahrscheinlich, dass die Einnahme von Jod nur für Kinder und schwangere Frauen empfohlen werden muss. 8.2.3.2 Anwendungsmodalitäten Die Empfehlung zur Einnahme von Jodtabletten erfolgt über ein Warnsystem und in einer den Umständen angepassten Form. Die Mitteilungen an die Bevölkerung müssen im Rahmen der Noteinsatzplanung eingehend durchdacht und sorgfältig vorbereitet werden. Es ist dafür zu sorgen, dass das stabile Jod möglichst vor Einsetzung der Strahlenexposition eingenommen wird, da zu diesem Zeitpunkt eine optimale Wirkung (mehr als 90%) erreicht wird. Bei Verabreichung von stabilem Jod 4 bis 6 Stunden nach der Aufnahme von radioaktivem Jod kann aber noch eine Verringerung der potenziellen Dosis in der Schilddrüse um etwa 50% erreicht werden. Bei zeitlich verteilten Luftkontaminationen bleibt diese Maßnahme nützlich für nachträgliche Expositionen. Die vorgeschriebene Menge wird 24 Stunden lang wirksam sein. Obwohl die Maßnahme auch bei Aufnahme kontaminierter Nahrung wirksam ist, sind in diesem Fall zunächst andere Maßnahmen zu bevorzugen (z.B. Verzehrverbot - siehe Nr. 8.4) Hilfsdienste unterliegen denselben Bestimmungen (vorherige Verteilung und Unterrichtung) wie Personen, die sich in der Noteinsatzplanungszone aufhalten. MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39525 8.2.3.3 Verantwortliche für die Ausführung Der föderale Koordinierungsausschuss beschließt auf Empfehlung des Bewertungsstabs, die Maßnahme zum Schutz der Schilddrüse durch stabiles Jod zu ergreifen, und sorgt dafür, dass die betroffenen Personen unverzüglich und auf angemessene Weise (über Rundfunk, Fernsehen oder Lautsprecherfahrzeuge) informiert werden. Dem Minister des Innern obliegt es, die vorherige Verteilung und die Erneuerung der Jodtabletten gemäß Nr. 5.1 zu organisieren. Ebenfalls unter der Verantwortung des Ministers des Innern werden Pläne für die schnelle Verteilung der Tablettenvorräte erstellt. Jeder Verantwortliche für einen Einsatzdienst, der in der Einsatzzone eingreifen muss, sorgt dafür, dass sein Personal diese Tabletten vor dem Einsatz und gemäß den Angaben des Beipackzettels einnimmt. 8.2.4 Evakuierung 8.2.4.1 Zielsetzungen Die außergewöhnlichste Maßnahme zum Schutz vor Strahlenexposition ist die Evakuierung der Bevölkerung aus ihrem nahe der Freisetzungsquelle gelegenen Wohnort an einen weniger kontaminierten Aufenthaltsort außerhalb der Noteinsatzplanungszone. Es handelt sich um eine Maßnahme gegen die Risiken der Luftstrahlung (direkte Wolkenstrahlung), der Einatmung und der Bodenstrahlung. Man unterscheidet zwischen der vorbeugenden Evakuierung, d.h. vor der Emission radioaktiver Substanzen oder bevor eine radioaktive Wolke die betreffende Bevölkerung erreicht, und der verzögerten Evakuierung, d.h. nach Durchzug der radioaktiven Wolke. 8.2.4.2 Grundprinzipien Die Evakuierung erfolgt in mehreren Phasen: die Vorbereitung, die Überführung, die Aufnahme, die medizinische Versorgung, die Rückführung und die Nachsorge. Die zwei letzten Phasen fallen allerdings nicht in den Rahmen des vorliegenden Noteinsatzplans. Wie bereits in Nr. 8.2.4.1 erwähnt, unterscheidet man je nach Ausführungszeitpunkt zwischen zwei Arten von Evakuierung: — der vorbeugenden Evakuierung: Sie wird vor Beginn einer hohen radioaktiven Freisetzung, d.h. auf der Grundlage von Prognosen des Betreibers, beschlossen, — der verzögerten Evakuierung: Sie erfolgt nach Ende der Freisetzung auf der Grundlage der Schätzungen und Messungen vor Ort. Die Evakuierung während der Freisetzung aufgrund prognostizierter noch höherer Freisetzungen kann jedoch nicht grundsätzlich ausgeschlossen werden. In allen Fällen kann die Evakuierung mit Maßnahmen wie der Einnahme von Jodtabletten oder der Aufforderung zum Aufenthalt in geschlossenen Räumen einhergehen, wobei die Grenzen dieser Maßnahmen (Dauer des Schutzes bei der Aufforderung zum Aufenthalt in geschlossenen Räumen, Schutz der anderen Organe als der Schilddrüse bei der Einnahme von Jodtabletten) zu berücksichtigen sind. Die Modalitäten der Evakuierung sind im provinzialen Noteinsatzplan vorzusehen, wobei zu berücksichtigen ist, dass die Bevölkerung an einen geografisch außerhalb der Noteinsatzplanungszone gelegenen Ort evakuiert werden muss. Im Prinzip muss jeder, der über ein Privatfahrzeug verfügt, für seinen eigenen Transport sorgen. Personen, die nicht über ein Transportmittel verfügen, oder bestimmten Bevölkerungsgruppen (Schulen, Betagten, geistig und körperlich Behinderten, Patienten in Krankenhäusern, in Gesundheitseinrichtungen oder in psychiatrischen Anstalten und Hauspatienten sowie Inhaftierten usw.) stellen die Behörden öffentliche und private Transportmittel zur Verfügung. Jede Einrichtung, die für die Aufnahme dieser spezifischen Gruppen verantwortlich ist, muss dem Provinzgouverneur einen internen Noteinsatzplan vorlegen, in dem ein besonderes Augenmerk auf die Evakuierung gelegt wird. Die zu evakuierende Zone wird von den Polizeidiensten abgesperrt und überwacht. Im provinzialen Noteinsatz- plan ist ein von den Polizeidiensten erstellter Verkehrslenkungsplan vorgesehen, in dem die Routen für die Evakuierungsfahrzeuge und die für die Hilfskräfte freizuhaltenden Wege festgelegt sind. Der provinziale Noteinsatzplan muss zudem ein Verzeichnis der bei einer Evakuierung verfügbaren Transport- mittel und folgende Elemente enthalten: — den (der Bevölkerung vorab mitzuteilenden) Standort des Auffangzentrums für jeden zu evakuierenden Sektor von 30° in der Noteinsatzplanungszone, — eine klare Vereinbarung in Bezug auf die Identifizierung der Häuser, deren Bewohner bereits evakuiert worden sind, damit die Hilfskräfte und die Verantwortlichen für die Überwachung Zeit gewinnen, — die Aufrecherhaltung der Ordnung im Rahmen des Verkehrslenkungsplans und die Überwachung des Zugangs zu der zu evakuierenden Zone, — die Organisation zeitweiliger und ständiger Auffangzentren, — die Organisation der Verpflegung und der medizinischen Versorgung, — die dringende medizinische Hilfe zugunsten der Sicherheitsdienste. In den Auffangzentren ist eine Registrierung der Evakuierten vorzunehmen - einerseits derjenigen, die die von den Behörden zur Verfügung gestellten Transportmittel benutzt haben, und andererseits derjenigen, die ihr eigenes Fahrzeug benutzt haben und in den von den Behörden vorgesehenen Auffangzentren bleiben möchten. Evakuierte, die ihr eigenes Fahrzeug benutzt haben und nicht in den vorgesehenen Auffangzentren bleiben möchten, müssen sich im Sekretariat der Gemeinde beziehungsweise Stadt, in der sie zeitweilig untergekommen sind, registrieren lassen. Bei einer verzögerten Evakuierung werden die Evakuierten in den Auffangzentren auf Kontamination untersucht; dort können auch Personen und Material dekontaminiert werden (siehe Nr. 8.2.5). Von dort aus können die Evakuierten zu dauerhafteren Bestimmungsorten fahren, wo sie gegebenenfalls je nach erhaltener Dosis medizinisch begleitet werden. Evakuierte, die ihr eigenes Fahrzeug benutzt haben und nicht auf die vorgesehenen Auffangzentren zurückgreifen, erhalten Anweisungen, wie sie sich während der Evakuierung selber an den Kontrollposten dekontaminieren können. All diese Anweisungen werden in die Informationskampagne über die Verteilung von Jodtabletten in den Noteinsatzplanungszonen aufgenommen. Während der Evakuierung werden die vitalen öffentlichen Dienstleistungen (Wasser-, Strom- und Gasversorgung) in der evakuierten Zone so lange wie nötig aufrechterhalten. Gemäß Nr. 1.3 ist dem Minister des Innern ein spezifischer Plan vorzulegen. Die Warnung der Bevölkerung in Bezug auf die Anwendung der Evakuierungsmaßnahme wird wie für die anderen Maßnahmen geregelt. 39526 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 8.2.4.3 Verantwortliche für die Ausführung Die Evakuierung der Bevölkerung aus einer Zone ist eine außergewöhnliche Maßnahme und kann nur vom föderalen Koordinierungsausschuss (Alarmstufe U3) angeordnet werden. Der Provinzgouverneur koordiniert vor Ort die Einsetzung der zur Evakuierung und zur Aufnahme der Bevölkerung notwendigen Mittel gemäß dem provinzialen Noteinsatzplan. Die konkrete Umsetzung der Evakuierung erfolgt in Absprache mit dem (den) territorial zuständigen Bürgermeister(n). Die für das Unterrichtswesen, für Strafanstalten, Krankenhäuser, psychiatrische Krankenhäuser, Asylzentren, Heime und Altenheime zuständigen Behörden beteiligen sich an der Vorbereitung der Evakuierungspläne und sehen die Maßnahmen vor, die zur Evakuierung folgender Personen notwendig sind: — Personen, die ständig einer medizinischen Pflege bedürfen, — Personen, die ihren Wohnsitz in diesen Einrichtungen haben, — Personen, denen aufgrund einer gerichtlichen Entscheidung die Freiheit entzogen worden ist. Besondere Aufmerksamkeit ist der Evakuierung der in der Noteinsatzplanungszone gelegenen industriellen Anlagen zu widmen. Hierzu müssen die verantwortlichen Behörden einen spezifischen Plan erstellen, der dem Provinzgouverneur zur Billigung vorzulegen ist. 8.2.5 Dekontamination 8.2.5.1 Zielsetzungen Verringerung der direkten Auswirkungen der Strahlung auf die Personen infolge der Ablagerung radioaktiver Stoffe auf dem Körper oder auf den Fahrzeugen, auf der Kleidung, auf Tieren usw., sodass die Gesundheitsschäden verringert werden und die Verbreitung radioaktiver Partikel in den wenig oder nicht kontaminierten Zonen in Grenzen gehalten wird. Diese Maßnahme beinhaltet neben den eigentlichen Dekontaminationsvorgängen die Handlungen, die eine wirksame Dekontamination ermöglichen, insbesondere: — die Messung der vor und nach der Dekontamination vorhandenen radioaktiven Stoffe, — die Ermittlung der angemessensten Methoden unter Berücksichtigung der zu beachtenden Sicherheitsvorschrif- ten, — die Festlegung der zulässigen Restkontamination, — die vorherige Auswahl der möglichen Dekontaminationsstellen. Unmittelbar nach dem Unfall und der radioaktiven Freisetzung ist die Kontrolle der Personen, Tiere, Güter und Fahrzeuge vorrangig. 8.2.5.2 Grundprinzipien der Anwendung 8.2.5.2.1 Dekontamination der Personen Dieser Vorgang geht hauptsächlich mit der verzögerten Evakuierung einher. Die Notwendigkeit einer Dekonta- mination ergibt sich aus den Messergebnissen. Das Mess- und Dekontaminationsteam wird in den Auffangzentren angesiedelt. Damit die Personen während der Evakuierung nicht länger als nötig einer externen Strahlung ausgesetzt werden, ist die Evakuierungszeit innerhalb der kontaminierten Zone so gering wie möglich zu halten; in dieser Hinsicht würde durch eine Dekontamination am Durchgangsposten ein Zeitverlust entstehen. Personen, die möglicherweise kontaminiert sind und sich nicht zu den vorgesehenen Auffangzentren begeben, werden beim Verlassen der kontaminierten Zone die nötigen Anweisungen erhalten, damit sie einige Dekontamina- tionsmaßnahmen selber anwenden können. 8.2.5.2.2 Dekontamination von Fahrzeugen und Gütern - Richtlinien für die Anwendung Güter, die vermutlich kontaminiert sind oder deren Kontamination durch Messungen bestätigt worden ist, werden entweder dekontaminiert oder vorübergehend gelagert. Fahrzeuge werden bei Verlassen der kontaminierten Zone dekontaminiert. Hilfsdienste nehmen eine erste Dekontamination vor, indem sie die Fahrzeuge mit Wasser abspritzen. In den Auffangzentren wird anhand von Messungen ermittelt, ob die Dekontamination ausreichend war oder nicht; gegebenenfalls wird eine weitere Dekontamination vorgenommen. Hinzu kommen noch langfristige Dekontaminationsmaßnahmen, die Teil der Wiederherstellungs- und Nachsor- gemaßnahmen sind. Sie zielen vor allem darauf ab, die Wohn-, Arbeits- und Erholungsfunktion einer spezifischen Zone wiederherzustellen. Sie fallen allerdings nicht in den Rahmen des vorliegenden Noteinsatzplans. 8.2.5.3 Verantwortliche für die Ausführung Die Dekontaminationsmodalitäten, die ebenfalls den medizinischen Beistand betreffen, sind im provinzialen Noteinsatzplan festzulegen. 8.2.6 Empfehlungen für bestimmte Bevölkerungsgruppen 8.2.6.1 Zielsetzungen Zusätzlich zu den bereits in den vorangehenden Rubriken aufgeführten Empfehlungen können einige Empfehlungen für die Bevölkerung in Bezug auf einfache und ungefährliche Maßnahmen dazu beitragen, die kollektive Dosis zu verringern und unnötige Dosen zu vermeiden. Diese Empfehlungen gehen oft mit der Aufforderung zum Aufenthalt in geschlossenen Räumen einher. 8.2.6.2 Richtlinien für die Anwendung Manche dieser Empfehlungen sind allgemeiner Art und an die gesamte Bevölkerung gerichtet. Die meisten Empfehlungen sind jedoch für spezifische Bevölkerungsgruppen, unter anderem Kinder und schwangere Frauen sowie Landwirte, Gemüsebauer und Viehzüchter, bestimmt, die trotz der Empfehlungen, die Wohnung nicht zu verlassen, gezwungen sein können, sich draußen aufzuhalten und die an den nachfolgenden Tagen trotz dieser Empfehlungen draußen arbeiten müssen. 8.2.6.3 Verantwortliche für die Ausführung Der Bewertungsstab leitet diese Empfehlungen an den föderalen Koordinierungsausschuss weiter, der den Informationsstab beauftragt, sie der Bevölkerung mitzuteilen. 8.3 Medizinische Maßnahmen 8.3.1 Grundphilosophie Die Evakuierung der Opfer (nicht zu verwechseln mit der Evakurierung der Bevölkerungsgruppen) erfolgt über eine obligatorische Stelle, an der wesentliche Vorgänge wie die Sichtung, die Vorbereitung, die (selbst provisorische) Identifizierung und die Weiterverweisung an Krankenhäuser stattfinden. MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39527 Die Maßnahmen zur Überwachung der betroffenen Bevölkerung nach dem Unfall werden organisiert und werden nicht in diesem Plan beschrieben. Die medizinische Rettungskette wird die Unterstützung der spezialisierten Strahlenschutzdienste vor Ort erhalten. 8.3.2 Zielsetzungen Die medizinischen Maßnahmen zielen darauf ab: — den Ernst der Lage einzuschätzen, die Arten von Opfern zu beschreiben, die Anzahl Opfer zu ermitteln, — an der Bestimmung der Zonen für die Sanitätsdienste teilzunehmen, — die Einstellung von Personal (siehe Nr. 8.1) zu beschließen, — die medizinische Rettungskette in Gang zu setzen und zu leiten, — die Kontamination in einer vorbestimmten Zone zu begrenzen, — angesichts des besonderen Risikos für das Personal und auch der besonders raschen Aufeinanderfolge der jeweiligen Etappen der medizinischen Rettungskette, einschließlich der Dekontamination, die Notwendigkeit einer Verstärkung der Einsatzmöglichkeiten abzuschätzen, — alle beteiligten Parteien zu gruppieren und eine spezifische medizinische Akte anzulegen, — die spezifischen Sichtungskarten (mit dosimetrischen Daten) zu validieren, — die Evakuierung nach Krankenhäusern entsprechend den Angaben des provinzialen Koordinierungszentrums oder gegebenenfalls des CGCCR zu regulieren. 8.3.3 Richtlinien für die Anwendung Auf Ebene jeder betroffenen Provinz wird ein spezifischer medizinischer Einsatzplan erstellt. Dieser Plan enthält eine ausführliche Beschreibung der Aktionen jedes Teams, der nationalen und internationalen Mittel für systematische Verstärkung, der Sammelplätze, der möglichen Standorte der medizinischen vorgeschobenen Posten, der Zufahrts- und Abtransportwege für die Evakuierung der Opfer, der Krankenhäuser, an die die Opfer entsprechend des Ernstes und der Spezifität der Verletzungen weiterverwiesen werden, der Treffpunkte für zusätzliche Einsatzkräfte, der Treffpunkte für spezialisierte Dienste, der Organisation der dosimetrischen Überwachung und der Modalitäten der Einstellung des Personals. Die Einsatzzonen für die Sanitätsdienste werden gemäß den mit den spezialisierten Diensten erstellten Schemen vorbereitet. Allgemeine Prinzipien — Der medizinische Einsatzleiter beziehungsweise sein Beigeordneter ist ein (vorab aus einer Liste von Verpflichtungen bestellter) Krankenhausspezialist mit Fachkenntnissen auf Ebene des Strahlenschutzes. — Das Personal der Einsatzdienste wird vorab identifiziert und erhält eine angepasste Ausbildung und einen spezifischen medizinischen Schutz. — Das Personal, das beauftragt ist, Opfer einzusammeln, zu pflegen und zu transportieren, muss mit einer angemessenen Schutzausrüstung ausgestattet sein. — In Zusammenarbeit mit dem medizinischen Dienst des Betriebs werden Lose mit spezifischem Material (mit Wegwerfcontainern) vorbereitet. — Die Dekontamination muss frühzeitig (vor der Aufnahme ins Krankenhaus) vorgenommen werden. Hierbei wird auf die Strukturen der medizinischen Dienste des Betriebs zurückgegriffen, sofern sie zugänglich sind. Andernfalls werden provisorische Strukturen in Anspruch genommen, die in bestmöglicher Weise auf dem Gebiet verteilt sind. — Es muss eine medizinische Sichtungskarte mit klinischen Daten ausgefüllt werden. — Für Rettungsfahrzeuge müssen Dekontaminations- und Erste-Hilfe-Posten eingerichtet werden. — Allen Ärzten, die für Einsätze in Frage kommen, werden gültige Entscheidungsbäume zugeschickt. 8.3.4 Verantwortliche für die Ausführung Gemäß dem Rundschreiben des Ministers des Innern vom 11. Juli 1990 über die Noteinsatzpläne erstellt der Provinzialinspektor für Hygiene des Föderalen Öffentlichen Dienstes Volksgesundheit und Umwelt unter der Aufsicht des Provinzgouverneurs einen angepassten medizinischen Einsatzplan. Der Dienst für Sanitätshilfe zugunsten der Zivilbevölkerung des FÖD Volksgesundheit und Umwelt sorgt für die technische Koordinierung der provinzialen Sanitätspläne. Der Gouverneur organisiert die Aufstellung eines Bereitschaftsdienstes für die medizinischen Einsatzleiter auf der Grundlage von Vereinbarungen, die mit den Krankenhäusern der Provinz zu treffen sind. 8.4 Einschränkungen in Bezug auf den Verzehr kontaminierter Nahrung und kontaminierten Trinkwassers 8.4.1 Zielsetzungen Diese Empfehlungen zielen darauf ab, die interne Strahlenexposition der Bevölkerung nach einer Einnahme von kontaminiertem Wasser oder kontaminierter Nahrung zu verringern. 8.4.1.1 Grundprinzipien der Anwendung Die Anwendung von Maßnahmen in Bezug auf die Nahrungsmittelkette soll dazu beitragen, die interne Strahlenexposition der Bevölkerung zu verringern. Auch in diesem Fall gilt es, direkte Auswirkungen auf die Gesundheit der Verbraucher zu vermeiden, die kollektive Dosis zu verringern und das individuelle Risiko langfristiger Folgen möglichst einzudämmen, wobei vermieden werden muss, dass die angewandte Gegenmaßnahme (beispielsweise Verbot, ein bestimmtes Nahrungs- mittel zu verzehren) nicht mehr schädliche Auswirkungen hat als diejenigen, die durch die interne Strahlenexposition verursacht werden. Denn die Bestimmung eines Nullwertes für die zulässige radioaktive Kontamination von Nahrungsmitteln nach einem nuklearen Unfall hätte im Extremfall ein Verhungern der Bevölkerung zur Folge. Daher werden auch für solche Maßnahmen zur Einschränkung und/oder zum Verbot der Nahrungsmittelverteilung Eingreifrichtwerte festgelegt. Auf dieser Grundlage werden Grenzwerte für die radioaktive Kontamination von Nahrungsmitteln festgelegt (eine bestimmte Anzahl Becquerel eines bestimmten Radionuklids pro kg eines bestimmten Nahrungsmittels). In der Praxis werden die Grenzwerte für die radioaktive Kontamination in operative abgeleitete Werte zur Messung der Oberflächenkontamination (in Bq/m2) umgewandelt durch spezifische Hypothesen (z.B.: die Menge verzehrter Nahrungsmittel ändert je nach Person). Diese operativen abgeleiteten Werte werden in die internen Verfahren des Bewertungsstabs aufgenommen. 8.4.1.2 Europäische Verordnung Die Europäische Union hat den Bereich reglementiert und Grenzwerte an Radioaktivität in Nahrungsmitteln, die nach einem nuklearen Unfall in den Handel gebracht werden, festgelegt; diese Grenzwerte können binnen einer Frist von drei Monaten angepasst werden (siehe Tabelle). 39528 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD ZULÄSSIGE GRENZWERTE FÜR DEN FREIEN VERKEHR VON NAHRUNGS- UND FUTTERMITTELN INNERHALB DER EU (Bq/kg) Nahrungsmittel (1) Futtermittel (2) Andere Nahrungs- Nahrungs- Milch- mittel außer Nahrungsmittel Flüssige mittel für erzeugnisse Nahrungsmittel von geringer Nahrungs- Säuglinge (3) (4) von geringer Bedeutung (5) mittel (6) Bedeutung (5) Strontiumisotope, insbeson- 75 125 750 7500 125 dere Sr-90 Jodisotope, insbesondere I-131 150 500 2000 20000 500 Alphateilchen emittierende 1 20 80 800 20 Plutoniumisotope und Trans- plutoniumelemente, insbeson- dere Pu-239, Am-241 Alle übrigen Nuklide mit einer 400 1000 1250 12500 1000 - Schwein: 1250 Halbwertzeit von mehr als 10 - Geflügel, Tagen, insbesondere Cs-134, Lamm, Cs-137 (7) Kalb: 2500 - sonstige: 5000 (1) Die für konzentrierte und getrocknete Erzeugnisse geltende Höchstgrenze wird anhand des zum unmittelbaren Verzehr bestimmten rekonstituierten Erzeugnisses errechnet. Die Mitgliedstaaten können Empfehlungen hinsichtlich der Verdünnungsbedingungen aussprechen, um die Einhaltung der in dieser Verordnung festgelegten Grenzwerte zu gewährleisten. (2) Die Grenzwerte für Futtermittel werden gemäß Artikel 7 der Verordnung (Euratom) Nr. 3954/87, abgeändert durch die Verordnung (Euratom) Nr. 2218/89, noch festgelegt. Mit diesen Werten soll zur Einhaltung der zulässigen Höchstwerte für Nahrungsmittel beigetragen werden; es kann jedoch nicht davon ausgegangen werden, dass sie allein diese Einhaltung unter allen Umständen gewährleisten; sie berühren auch nicht die Verpflichtung, die Werte in Erzeugnissen tierischer Herkunft, die zum menschlichen Verzehr bestimmt sind, zu kontrollieren. (3) Als Nahrungsmittel für Säuglinge gelten Lebensmittel für die Ernährung speziell von Säuglingen während der ersten vier bis sechs Lebensmonate, die für sich genommen den Nahrungsbedarf dieses Personenkreises decken und in Packungen für den Einzelhandel dargeboten werden, die eindeutig als ″Zubereitung für Säuglinge″ gekennzeichnet und etikettiert sind. (4) Als Milcherzeugnisse gelten die Erzeugnisse folgender KN-Codes einschließlich späterer Anpassungen: 0401, 0402 (außer 0402 29 11). (5) Nahrungsmittel von geringer Bedeutung und die auf diese Nahrungsmittel jeweils anzuwendenden Höchstgrenzen sind festgelegt. Höchstwerte für die Nahrungsmittel von geringer Bedeutung liegen um das Zehnfache über denjenigen für ″Andere Nahrungsmittel außer Nahrungsmitteln von geringer Bedeutung″, die in der Verordnung (Euratom) Nr. 2218/89 festgelegt sind. (6) Flüssige Nahrungsmittel gemäß Code 2009 und Kapitel 22 der Kombinierten Nomenklatur. Die Werte werden unter Berücksichtigung des Verbrauchs von Leitungswasser berechnet; für die Trinkwasserversorgungssysteme sollten nach dem Ermessen der zuständigen Behörden der Mitgliedstaaten identische Werte gelten. (7) Diese Gruppe umfasst nicht Kohlenstoff C 14, Tritium und Kalium 40. In der Verordnung werden jedoch spezifische Grenzwerte für die in der Nähe des Unfallortes gelegenen Zone vorgesehen. Es muss zudem berücksichtigt werden, dass diese Grenzwerte nur Vermarktungsaspekte betreffen und auf der Grundlage allgemeiner Hypothesen festgelegt worden sind. Gegebenenfalls sind restriktivere Grenzwerte insbeson- dere im Rahmen der Kontamination von Milch durch Jod 131 (Verzehr durch Kinder) oder der Kontamination von Milch und Frischgemüse durch langlebige Alpha-Strahlen (Verzehr durch Kleinkinder) in Betracht zu ziehen. 8.4.1.3 Praktische Vorgehensweise In der Praxis stützen sich Maßnahmen zur Reduzierung der internen Strahlenexposition der Bevölkerung vor allem auf Einschränkungen und/oder Verbote in Bezug auf die Benutzung oder die Vermarktung von Nahrungsmitteln (und Trinkwasser), wenn deren Kontamination bestimmte zulässige Grenzwerte übersteigt. Die Beschreibung der in Anwendung der europäischen Regelung (Verpflichtungen für Agrar- und Lebensmittel- industrie, Bescheinigungen, Vernichtungen,…) ergriffenen Maßnahmen ist in den spezifischen Plänen der betreffenden Ministerien (FASNK,...) festgelegt. Im vorliegenden Plan werden nur die direkten Maßnahmen aufgeführt, die darauf abzielen, die Bestrahlung der Personen durch die Einnahme von kontaminierten Nahrungsmitteln oder kontaminiertem Wasser in den ersten Stunden der Kontamination zu beschränken. Der Beginn und der Zeitraum für das Abraten vom Verzehr oder das Verzehrverbot hängen von den freigesetzten Isotopen, der Nahrungsart und dem Kontaminationspfad (direkte Ablagerung aus der Luft oder Einnahme aufgrund der Bodenkontamination) ab. Meistens wird das Abraten vom Verzehr beziehungsweise das Verzehrverbot vorbeugend bis zu dem Zeitpunkt gelten, wo die notwendigen Kontrollen der effektiven Kontamination erfolgt sind. 8.4.2 Richtlinien für die Anwendung 8.4.2.1 Frischgemüse In der Phase der direkten Kontamination können sowohl langlebige als auch kurzlebige Elemente vorkommen. Das Verzehrverbot wird unmittelbar nach Beginn der Freisetzung über Rundfunk und Fernsehen bekannt gegeben. Bei einer Freisetzung kurzlebiger Elemente wird das Verbot von kurzer Dauer sein. Dieses Verbot wird sich notwendigerweise nach dem Aufnahmevermögen der Blätter der verschiedenen Gemüsearten richten. MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39529 8.4.2.2 Verbot, Trinkwasser oder Oberflächenwasser zu verzehren Das Verbot betrifft nur Trinkwasser, das aus offenen Wasserspeichern und Wasserläufen gewonnen wird. Grundlage für das Verzehrverbot ist die gemessene Kontamination des behandelten Rohwassers. Das Verbot wird über Rundfunk und Fernsehen bekannt gegeben. Wird keine spezifische Maßnahme ergriffen, kann das aus Grundwasser gewonnene Trinkwasser weiter verzehrt werden. Außer bei anders lautenden Anweisungen wird vom Verzehr von Tankwasser (Regenwasser) abgeraten. 8.4.2.3 Milch Die maximale Milchkontamination wird unmittelbar nach einer akuten Freisetzung von Jodisotopen erreicht und kann bei einer Freisetzung von Cäsium- und Strontiumisotopen auch über einen längeren Zeitraum (mehrere Jahre) hindurch anhalten. Das Ausmaß der Kontamination wird hauptsächlich durch den Grad der Kontamination der Futtermittel bestimmt. Das Verbot wird durch Kontrollmessungen begründet, die im Fall einer homogenen Kontamination direkt in den Verteilungszentren (Molkereien) und im Fall einer ungleichmäßigen Kontamination in den landwirtschaftlichen Betrieben vorgenommen werden können. Außer bei anders lautender Bestimmung ist vom Verzehr von Milch, die nicht über den herkömmlichen Weg verkauft wird, abzuraten. Das Verbot wird über Rundfunk und Fernsehen bekannt gegeben. 8.4.2.4 Fleisch Das Verbot, Fleisch zu verzehren, ist nicht mit der gleichen Dringlichkeit wie die anderen Maßnahmen erforderlich. Es kann allgemein gelten oder auf bestimmte Tierarten beschränkt sein, je nach Abstufung des Kontaminationsgrades, der wiederum durch die Fütterung (kontaminiertes oder gelagertes Futter), das Zuchtgebiet usw. beeinflusst wird. Beim Fleisch wird die maximale Kontamination später als bei der Milch erreicht und besteht sie hauptsächlich aus Cäsiumisotopen. Das Verbot, Fleisch zu verzehren, stützt sich auf Kontrollen, die vorrangig in Schlachthöfen durchgeführt werden. Das Verbot wird über Rundfunk und Fernsehen bekannt gegeben. Eine Sonderkontrolle ist für tierische Erzeugnisse vorzusehen, die nicht über den herkömmlichen Weg verkauft werden und die aufgrund der Nahrung der betreffenden Tiere oft einen höheren Kontaminationsgrad aufweisen (Wild). 8.4.2.5 Verbot, andere Nahrungsmittel zu verzehren Nahrungsmittel, die während des Durchzugs der radioaktiven Wolke der Luft ausgesetzt waren, sind kontaminiert. Es ist zu empfehlen, ihren Verzehr auszusetzen, bis ihr tatsächlicher Kontaminationsgrad anhand von Stichproben feststeht. Das Verbot wird über Rundfunk und Fernsehen bekannt gegeben 8.4.3 Verantwortliche für die Ausführung Die Ausführungsmodalitäten in Bezug auf Primärproduktionen werden in den spezifischen Plänen der Föderalagentur für die Sicherheit der Nahrungsmittelkette festgelegt. Die Ausführungsmodalitäten in Bezug auf Trinkwasser werden in den internen Plänen der Regionen festgelegt, die für die Trinkwasserverwaltung zuständig sind. 8.5 Vorbeugende Maßnahmen in Bezug auf die Nahrungsmittelkette 8.5.1 Zielsetzungen Neben den Maßnahmen zum Schutz der Verbraucher kann eine Reihe anderer vorbeugender Maßnahmen ergriffen werden, um die radioaktive Kontamination der Nahrungsmittel so weit wie möglich zu reduzieren Die vorbeugenden Maßnahmen zum Schutz der Nahrungsmittelkette werden in die Wege geleitet, sobald das Risiko besteht, dass die in der europäischen Verordnung festgelegten Höchstwerte an Radioaktivität in den Nahrungsmitteln überschritten werden, sodass die Dosen für die Bevölkerung begrenzt werden. Es muss darauf hingewiesen werden, dass solche Situationen vorkommen könnten, wenn Dosiswerte unter den Dosiswerten liegen, die die Maßnahmen zum Schutz der Bevölkerung auslösen. Bei höheren Dosiswerten sind die Ausführbarkeit und die Zweckmäßigkeit der Gegenmaßnahmen abzuschätzen. 8.5.2 Grundprinzipien der Anwendung Die empfohlenen Maßnahmen hängen von der Phase des Unfalls (vor, während oder nach der Freisetzung von Radioaktivität) und von seinem Schweregrad ab (die Szenarien übliche Wachsamkeit, auf die Nahrungsmittelkette beschränktes Risiko und Risiken für die Bevölkerung entsprechen den Alarmstufen U1 bis U3). Die spezifischen Pläne der Föderalagentur für die Sicherheit der Nahrungsmittelkette müssen dem Minister des Innern gemäß Nr. 1.3 übermittelt werden. Der föderale Koordinierungsausschuss gibt Empfehlungen oder fertigt Richtlinien aus. Die Modalitäten für ihre Ausführung werden von den zuständigen Diensten der Föderalagentur für die Sicherheit der Nahrungsmittelkette, wie im spezifischen Plan dieser Behörden erwähnt, festgelegt. Diese Behörden beschließen, wann die Maßnahmen aufgehoben werden. 8.5.3 Weideverbot 8.5.3.1 Zielsetzungen Die Kontamination der Nahrungsmittel (Milch und Fleisch) kann stark verringert werden, indem das Vieh von den kontaminierten Weiden entfernt wird. Durch diese Maßnahme soll die Lebensmittelversorgung für die belgische Bevölkerung sichergestellt und der internationale Handel (Ausfuhr) aufrechterhalten werden. 39530 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 8.5.3.2 Richtlinien für die Anwendung und allgemeine Bestimmungen Vorliegende Schutzmaßnahme gilt hauptsächlich für Unfälle, bei denen Jod, Cäsium und Strontium freigesetzt und entweder in Milch (Jod, Strontium und Cäsium) oder im Muskelgewebe angereichert werden. Die Anwendung dieser Maßnahme hängt von den verfügbaren gelagerten nicht kontaminierten Futtermitteln ab und setzt voraus, dass das Expositionsrisiko für Personen (Landwirte) annehmbar ist. Die betroffenen Gemeinden werden über Rundfunk und Fernsehen bekannt gegeben. Die voraussichtliche Dauer des Verbots wird dem Störfall entsprechend angegeben. 8.5.4 Evakuierung des Viehs 8.5.4.1 Zielsetzungen Mit dieser Maßnahme soll wie beim Weideverbot eine Kontamination der Nahrungsmittel eingedämmt werden. Sie wird allerdings nur im Rahmen einer Evakuierungsmaßnahme in Erwägung gezogen. Eine Evakuierung wird nur in Erwägung gezogen, sofern zu wenig Ställe in der betroffenen Zone vorhanden sind und sofern die Zone ausreichend klein ist. 8.5.4.2 Richtlinien für die Anwendung Die Evakuierung des Viehs ist eine Maßnahme, die hauptsächlich aus ökonomischen Gründen in Erwägung gezogen wird, und ist daher dem Schutz der Personen gegen Strahlungen untergeordnet. Deshalb zählt sie nicht zu den Szenarien der verzögerten Evakuierung. Die Maßnahme wird über Rundfunk und Fernsehen bekannt gegeben. 8.5.5 Bewässerungsverbot und Verbot, Tränkewasser zu verwenden 8.5.5.1 Zielsetzungen Vorbeugung gegen die Kontamination der Kulturen durch Bewässerung mit kontaminiertem Wasser. Es muss verhindert werden, dass Tiere durch die Einnahme von Wasser aus Regenwassertanks kontaminiert werden. Das Grundwasser wird in der ersten Zeit nach einem nuklearen Unfall noch nicht kontaminiert sein. 8.5.5.2 Richtlinien für die Anwendung Diese Maßnahme ist vor allem angebracht bei einer Kontamination der Regenwassertanks infolge von Regenfällen während der Kontamination der Luft und/oder von Trockenablagerungen auf offenen Behältern und Oberflächen- wasser. Das Verbot wird über Rundfunk und Fernsehen bekannt gegeben 9. HILFE AUS DEM AUSLAND Belgien hat mit seinen Nachbarländern bilaterale Übereinkommen über gegenseitige Hilfeleistung bei Katastro- phen und Unglücksfällen, einschließlich bei nuklearen Unfällen, geschlossen: — mit dem Großherzogtum Luxemburg (Gesetz vom 31. Januar 1978), — mit Frankreich (Gesetz vom 9. Dezember 1983), — mit Deutschland (Gesetz vom 17. Januar 1984), — mit den Niederlanden (Gesetz vom 9. September 1988). Der Minister des Innern kann aufgrund dieser Übereinkommen in radiologischen Notstandssituationen einen besonderen Beistand in Anspruch nehmen. Ferner kann der Minister des Innern Hilfe anfordern: — seitens aller Mitgliedstaaten, die das Übereinkommen über Hilfeleistung bei nuklearen Unfällen oder radiologischen Notfällen (Convention on Assistance in the Case of a Radiological Emergency, Wien 26.09.1986) (siehe Rubrik Internationale Atomenergieorganisation (IAEO)) unterzeichnet haben, — über das Gemeinschaftsverfahren zur Förderung einer verstärkten Zusammenarbeit bei Katastrophenschutz- einsätzen (Entscheidung des Europäischen Rates vom 23.10.2001, veröffentlicht im Amtsblatt Nr. L-297 vom 15.11.2001 S. 0007-0011). 10. SCHULUNG UND ÜBUNGEN Alle vom vorliegenden Noteinsatzplan betroffenen Behörden und Privatpersonen sorgen in Zusammenarbeit mit allen anderen Beteiligten am vorliegenden Noteinsatzplan für die erforderliche Schulung und das erforderliche Training ihres eigenen Personals. In Bezug auf die Schulung der von diesem Plan betroffenen Personen ist die Europäische Richt- linie 89/618/Euratom vom 27. November 1989 anwendbar. Gemäß Artikel 2 des Königlichen Erlasses vom 29. Juli 1991 zur Schaffung eines hohen Instituts für Noteinsatzplanung hat dieses Institut auch den Auftrag, den Personen, die in die Organisation der Hilfeleistung in Notstandssituationen eingeschaltet werden können, adäquate und regelmäßig fortgeschriebene Informationen über die Risiken, die ihr Einsatz für ihre Gesundheit beinhalten könnte, und über die Vorkehrungen, die in einem solchen Fall zu treffen wären, mitzuteilen. 10.1 Erstschulung Jede teilnehmende Organisation sorgt für die Erstschulung ihrer Personalmitglieder, die im Rahmen des vorliegenden Plans eingreifen könnten. Schema und Programm der Schulung (theoretische und praktische Kurse) werden dem Minister des Innern vorgelegt, der gegebenenfalls Anpassungen verlangen kann. 10.2 Information der Ärzteschaft und der Apotheker Der für die Volksgesundheit zuständige Minister erteilt der Ärzteschaft und den Apothekern spezifische Informationen über die radiologischen Notstandssituationen. 10.3 Anpassungsfortbildung Die verschiedenen Organisationen, die am vorliegenden Plan beteiligt sind, sorgen für die Anpassungsfortbildung ihres Personals. Der Minister des Innern erhält jährlich von jeder Organisation, die am vorliegenden Plan beteiligt ist, einen Bericht, in dem die durchgeführten Anpassungsfortbildungen beschrieben sind. Der Minister des Innern kann auch hierbei Anpassungen verlangen. MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39531 10.4 Übungen In Bezug auf die wichtigsten belgischen kerntechnischen Anlagen, die in Nr. 1.3.1 (Anwendungsbereich) des vorliegenden Plans bestimmt sind, wird für die Kernkraftwerke von Doel und Tihange jedes Jahr und für die vier anderen Anlagen (Institut für Radioelemente, Belgonucléaire, Belgoprocess und Studienzentrum für Kernenergie) alle zwei Jahre eine Übung durchgeführt. Der Umfang dieser Übungen wird vom Minister des Innern oder von seinem Beauftragten in Absprache mit dem Betreiber der betreffenden Anlage, dem Provinzgouverneur und gegebenenfalls anderen Akteuren festgelegt. Bei der Festlegung des Umfangs der Übungen werden die Lehren und die Schlussfolgerungen aus den vorherigen Übungen berücksichtigt. Bei diesen Übungen werden mindestens die Interaktion und der Informationsaustausch zwischen dem Betreiber, dem CGCCR und dem Bewertungsstab getestet. In Absprache mit den Betreibern der betreffenden kerntechnischen Anlagen, dem Provinzgouverneur und den anderen Akteuren erstellt der Minister des Innern oder sein Beauftragter ein Jahres- und/oder Mehrjahresprogramm für die Übungen. Das Programm umfasst notfalls andere Notstandssituationen als die, die in Nr. 1.3.1 des vorliegenden Plans aufgeführt sind. Alle drei Jahre wird eine Übung größeren Ausmaßes (Globalübung) organisiert. Die praktischen Modalitäten der Globalübung werden vom Minister des Innern oder von seinem Beauftragten in Absprache mit den betroffenen Akteuren festgelegt. Darüber hinaus wird die Teilnahme Belgiens an internationalen Übungen, wie bilateralen Übungen oder Übungen, die von internationalen Instanzen (EU, IAEO, OECD/NEA) organisiert werden, in das oben erwähnte Jahres- und/oder Mehrjahresprogramm aufgenommen. 10.5 Bewertung und gezogene Schlüsse Sämtliche Übungen werden von allen betroffenen Parteien bewertet, die daraus Lehren für den eigenen Gebrauch ziehen. Ein jährlicher Gesamtbericht über die Bewertung der Übungen wird unter der Verantwortung des CGCC erstellt und dem Minister des Innern spätestens für Ende März jeden Jahres übermittelt. Dieser jährliche Gesamtbericht enthält ebenfalls einen Aktionsplan mit den Berichtigungsmaßnahmen, die auf die im Anschluss an die bei den Übungen gewonnene Erfahrung gestützt sind. Auf der Grundlage der jährlichen globalen Bewertungsberichte kann der Minister des Innern die verschiedenen Parteien, die vom vorliegenden Plan betroffen sind, versammeln, um aus den Berichten Vorschläge für eine Abänderung dieses Plans abzuleiten. 11. VORHERIGE UNTERRICHTUNG Gemäß der Richtlinie 89/618/Euratom des Rates der Europäischen Gemeinschaften vom 27. November 1989 muss die Bevölkerung, die bei einer radiologischen Notstandssituation betroffen sein könnte - d.h. die Bevölkerung, die sich innerhalb der allgemeinen Noteinsatzplanungszone der Kernkraftanlage befindet -, über die für sie geltenden Gesundheitsschutzmaßnahmen sowie über die entsprechenden Verhaltensmaßregeln im Fall einer radiologischen Notstandssituation unterrichtet werden. Die vorherige Unterrichtung betrifft mindestens: — Grundbegriffe der Radioaktivität und Auswirkungen der Radioaktivität auf den Menschen und auf die Umwelt, — berücksichtigte radiologische Notstandssituationen und ihre Folgen für Bevölkerung und Umwelt, — geplante Notfallmaßnahmen zur Warnung, zum Schutz und zur Rettung der Bevölkerung bei einer radiologischen Notstandssituation, — geeignete Informationen darüber, wie sich die Bevölkerung bei einer radiologischen Notstandssituation verhalten sollte. Die Informationen werden ständig auf den neusten Stand gebracht, auch wenn sich bedeutsame Änderungen hinsichtlich der beschriebenen Maßnahmen ergeben. Sie werden der Bevölkerung regelmäßig unaufgefordert über Informationskampagnen mitgeteilt. Auch wenn die vorherige Unterrichtung als solche nicht Teil des vorliegenden Noteinsatzplans ist, so ist es dennoch wichtig, dass die Bevölkerung bei einer tatsächlichen radiologischen Notstandssituation die in diesem Plan vorgesehenen Maßnahmen besser befolgen und die geltenden Verhaltensmaßregeln besser bestimmen kann. Die Bevölkerung wird während Informationskampagnen davon in Kenntnis gesetzt, dass der Noteinsatzplan ständig im Rahmen der Öffentlichkeit der Verwaltung bei jeder in der Noteinsatzplanungszone gelegenen Gemeindeverwaltung eingesehen werden kann. Gesehen, um Unserem Erlass vom 17. Oktober 2003 beigefügt zu werden ALBERT Von Königs wegen: Der Minister des Innern P. DEWAEL Fußnoten (*) Ausweichgebiet (gelbe Zone): Zone, in der ein nuklearer Unfall keine schädlichen Folgen und keine unumkehrbaren Folgeschäden für die Gesundheit verursacht. Sie ist für Einwohner und Arbeitnehmer frei zugänglich. Diese Zone ist jedoch für den Durchgangsverkehr und für Schaulustige gesperrt. Isoliergebiet (orange Zone): Zone, in der ein nuklearer Unfall schädliche Folgen verursacht oder voraussichtlich schädliche Folgen verursachen wird. Diese Zone ist allen Hilfeleistungsdiensten zugänglich. 39532 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD SERVICE PUBLIC FEDERAL FINANCES FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN ET SERVICE PUBLIC FEDERAL EN PROGRAMMATORISCHE DE PROGRAMMATION POLITIQUE SCIENTIFIQUE FEDERALE OVERHEIDSDIENST WETENSCHAPSBELEID F. 2009 — 1916 [C − 2009/11230] N. 2009 — 1916 [C − 2009/11230] 13 MAI 2009. — Arrêté royal modifiant l’AR/CIR 92 en ce qui 13 MEI 2009. — Koninklijk besluit tot wijziging. van het KB/WIB 92 concerne l’agréation des institutions scientifiques visées à l’arti- inzake de erkenning van de wetenschappelijke instellingen bedoeld cle 2753, § 1er, alinéa 2, du Code des impôts sur les revenus 1992 in artikel 2753, § 1, tweede lid van het Wetboek van de inkomsten- belastingen 1992 RAPPORT AU ROI VERSLAG AAN DE KONING Sire, Sire, L’arrêté que nous avons l’honneur de soumettre à la signature de Het besluit dat ter ondertekeningaan. Uwe majesteit wordt voorge- Votre Majesté complète et actualise la liste des institutions scientifiques legd, vervolledigt en updatet de Iijst van wetenschappelijke instellin- qui peuvent bénéficier de la mesure de dispense de versement du gen die van de vrijstellingsmaatregel van betaling van bedrijfsvoorhef- précompte professionnel prévue à l’article 2753, § 1er, alinéa 2, du fing kunnen genieten,zoals bedoeld in artikel 2753, eerste §, Iid 2, van CIR 92. Ainsi qu’en dispose cet alinéa, nous en avons délibéré en het WIB 92. Zoals bepaald in dit lid hebben we in Ministerraad Conseil des Ministres. overlegd. Nous avons l’honneur d’être, Wij hebben de eerte zijn, Sire, Sire, de Votre Majesté, van Uwe Majesteit, les très respectueux de zeer eerbiedige et très fidèles serviteurs, en zeer getrouwe dienaars, Le Vice-Premier Ministre et Ministre des Finances, De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën, D. REYNDERS D. REYNDERS La Ministre des P.M.E., des Indépendants, De Minister van K.M.O.’s, Zelfstandigen, de l’Agriculture et de la Politique scientifique, Landbouw en Wetenschapsbeleid, Mme S. LARUELLE Mevr. S. LARUELLE 13 MAI 2009. — Arrêté royal modifiant l’AR/CIR 92 en ce qui 13 MEI 2009. — Koninklijk besluit tot wijziging. van het KB/WIB 92 concerne l’agréation des institutions scientifiques visées à l’arti- inzake de erkenning van de wetenschappelijke instellingen bedoeld cle 2753, § 1er, alinéa 2, du Code des impôts sur les revenus 1992 in artikel 2753, § 1, tweede lid, van het Wetboek van de inkomsten- belastingen 1992 ALBERT II, Roi des Belges, ALBERT II, Koning der Belgen, A tous, présents et à venir, Salut. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Vu le Code des impôts sur les revenus 1992 notamment l’article 2753, Gelet op het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, inzonder- § 1er, alinéa 2, inséré par la loi du 23 décembre 2005; heid op artikel 2753, § 1, tweede lid, ingevoegd bij de wet van 23 december 2005; Vu l’AR/CIR92, notamment : Gelet op het KB/WIB 92, inzonderheid : — l’article 952, § 5, inséré par l’arrêté royal du 22 août 2006; — artikel 952, § 5, ingevoegd bij koninklijk besluit van 22 augus- tus 2006; — l’annexe IIIquater, inséré par l’arrêté royal du 22 août 2006; — bijlage IIlquater, ingevoegd bij koninklijk besluit van 22 augus- tus 2006; Vu l’avis de l’Inspection des Finances, donné le 26 mars 2009; Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 26 maart 2009; Vu l’accord de Notre Secrétaire d’Etat au Budget, donné le 31 mars 2009; Gelet op de akkoordbevinding van Onze Staatssecretaris voor Begroting, gegeven op 31 maart 2009; Sur la proposition de Notre Ministre des Finances et de Notre Op de voordracht van Onze Minister van Financiën en van Onze Ministre de la Politique scientifique et de l’avis de Nos Ministres qui en Minister van Wetenschapsbeleid en op het advies van Onze in Raad ont délibéré en Conseil, vergaderde Ministers, Nous avons arrêté et arrêtons : Hebben Wij besloten en besluiten Wij : er

  11. Article 1 . L’annexe IIIquater de l’AR/CIR 92, insérée par l’arrêté Artikel 1. De bijlage Illquater van het KB/WIB 92, ingevoegd bij royal du 22 août 2006, est complétée par les institutions suivantes : koninklijk besluit van 22 augustus 2006, wordt met de volgende instellingen aangevuld : — Association hospitalière de Bruxelles et de Schaerbeek - Centre — Ziekenhuisvereniging van Brussel en van Schaarbeek - Universi- Hospitalier Universitaire Brugmann; tair Verplegingscentrum Brugmann; — Solidarité mutualiste chrétienne ASBL. — Kristelijke Mutualistische Solidariteit VZW. er

  12. Art. 2. Le présent arrêté produit ses effets le 1 janvier 2009. Art. 2. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2009.

  13. Art. 3. Notre Ministre des Finances et Notre Ministre de la Politique Art. 3. Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Weten- scientifique sont charges de l’exécution du présent arrêté. schapsbeleid zijn belast met de uitvoerlng van dit besluit. Donné à Bruxelles, le 13 mai 2009. Gegeven te Brussel, 13 mei 2009. ALBERT ALBERT Par le Roi : Van Koningswege : Le Vice-Premier Ministre et Ministre des Finances, De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën, D. REYNDERS D. REYNDERS La Ministre des P.M.E., des Indépendants, De Minister van K.M.O.’s, Zelfstandigen, de l’Agriculture et de la Politique scientifique, Landbouw en Wetenschapsbeleid, Mme S. LARUELLE Mevr. S. LARUELLE MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39533 SERVICE PUBLIC FEDERAL MOBILITE ET TRANSPORTS FEDERALE OVERHEIDSDIENST MOBILITEIT EN VERVOER F. 2009 — 1917 [C − 2009/14108] N. 2009 — 1917 [C − 2009/14108] 15 MAI 2009. — Arrêté royal établissant le montant des redevances à 15 MEI 2009. — Koninklijk besluit tot vaststelling van het bedrag der percevoir pour l’octroi, le renouvellement ou l’extension de l’agré- vergoedingen te innen voor het toekennen, vernieuwen en uitbrei- ment en tant que service technique pour la réception des véhicules den van de erkenning als technische dienst voor de goedkeuring à moteur, de leurs remorques et des systèmes, des composants et van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, des entités techniques destinés à ces véhicules onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd ALBERT II, Roi des Belges, ALBERT II, Koning der Belgen, A tous, présents et à venir, Salut. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Vu la loi du 21 juin 1985 relative aux conditions techniques Gelet op de wet van 21 juni 1985 betreffende de technische eisen auxquelles doivent répondre tout véhicule de transport par terre, ses waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, éléments ainsi que les accessoires de sécurité, notamment l’article 1er, evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen, inzonderheid op modifié par les lois du 18 juillet 1990, 5 avril 1995, 4 août 1996 et du artikel 1, gewijzigd door de wetten van 18 juli 1990, 5 april 1995, 27 novembre 1996 et par l’arrêté royal du 20 juillet 2000. 4 augustus 1996 en 27 november 1996 en bij koninklijk besluit van 20 juli 2000. Vu l’arrêté royal du 14 avril 2009 portant modification de l’arrêté Gelet op het koninklijk besluit van 14 april 2009 tot wijziging van het royal du 15 mars 1968 portant règlement général sur les conditions koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op techniques auxquelles doivent répondre les véhicules automobiles et de technische eisen waaraan de auto’s, hun aanhangwagens, hun leurs remorques, leurs éléments ainsi que les accessoires de sécurité. onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen. Vu l’avis de la Commission Consultative Administration-Industrie, Gelet op het advies van de Raadgevende Commissie Administratie- donné le 9 janvier 2009. Nijverheid, gegeven op 9 januari 2009. Vu l’association des Gouvernements de Région. Gelet op de betrokkenheid van de Gewestregeringen. Vu l’avis de l’Inspection des Finances, donné le 28 janvier 2009. Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 28 januari 2009. Vu l’accord du Secrétaire d’Etat au Budget, donné le 1er avril 2009. Gelet op de akkoordbevinding van de Staatssecretaris voor Begro- ting, gegeven op 1 april 2009. Vu l’avis 46.102/4 du Conseil d’Etat, donné le 23 mars 2009, en Gelet op het advies 46.102/4 van de Raad van State, gegeven op application de l’article 84, § 1 er, alinéa 1er, 1°, des lois sur le Conseil 23 maart 2009, met toepassing van artikel 84, § 1 er, eerste lid, 1°, van de d’Etat, coordonnées le 12 janvier 1973. wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. Sur la proposition du Premier Ministre et du Secrétaire d’Etat à la Op de voordracht van de Eerste Minister en van de Staatssecretaris Mobilité, voor Mobiliteit, Nous avons arrêté et arrêtons : Hebben Wij besloten en besluiten Wij : er er

  14. Article 1 . § 1 . Pour les services techniques visés à l’ article 16ter Artikel 1. § 1. Voor de technische diensten bedoeld in artikel 16ter de l’arrêté royal du 15 mars 1968 précité, l’octroi, le renouvellement ou van het voornoemde koninklijk besluit van 15 maart 1968, is het l’extension de l’agrément en tant que service technique dans le cadre de toekennen, vernieuwen en uitbreiden van de erkenning als technische la réception des véhicules à moteur, de leurs remorques et des systèmes, dienst in het kader van de goedkeuring van motorvoertuigen, hun des composants et des entités techniques destinés à ces véhicules en ce aanhangwagens en systemen, onderdelen en technische eenheden die compris les frais relatifs à la constitution du dossier, les frais de voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, inclusief de kosten voor het délivrance de tout document afférent et les frais d’administration et de opstellen van het dossier, de kosten voor het uitreiken van elk contrôle des agréments délivrés donnent lieu à la perception de document dat betrekking heeft op de erkenningsprocedure en de redevances dont le montant est fixé à : kosten van administratie en controle van de uitgereikte erkenningen, onderworpen aan vergoedingen, waarvan het bedrag wordt vastgelegd op: — 1.000 euros pour l’octroi de l’agrément en tant que service — 1.000 euro voor het toekennen van een erkenning als technische technique; dienst; — 1.000 euros pour le renouvellement de l’agrément en tant que — 1.000 euro voor het vernieuwen van een erkenning als technische service technique; dienst; — 500 euros pour l’extension de l’agrément en tant que service — 500 euro voor de uitbreiding van de erkenning als technische technique; dienst; — 125 euros pour la délivrance de tout document d’agrément. — 125 euro voor het uitreiken van elk document van erkenning. § 2. Une redevance annuelle de 250 euros pour les frais d’adminis- § 2. Een jaarlijkse retributie van 250 euro is verschuldigd om de tration et de contrôle des agréments délivrés est due. kosten van administratie en controle van de uitgereikte documenten te dekken. Cette redevance annuelle est payée au plus tard le 31 mars de l’année Deze jaarlijkse retributie wordt ten laatste op 31 maart van het concernée. betreffende jaar betaald. § 3 Les documents visés au § 1er ne sont fournis qu’après réception § 3 De in de § 1 bedoelde documenten worden slechts geleverd nadat par le Service public fédéral Mobilité et Transports de la preuve de de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer het door de paiement délivrée par l’organisme financier. financiële instelling uitgereikte bewijs van betaling heeft ontvangen. Les redevances ne sont pas remboursables pour des prestations déjà De vergoedingen voor reeds geheel of gedeeltelijk geleverde presta- réalisées entièrement ou partiellement en cas d’annulation de la ties zijn niet terugbetaalbaar bij annulering van de aanvraag of in geval demande ou d’une décision négative sur le dossier. van een negatieve beslissing aangaande het dossier. § 4. Les redevances sont versées au numéro de compte de la Direction § 4. De vergoedingen worden gestort op rekening nummer van het générale Mobilité et Sécurité routière – Recettes : Directoraat generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid – Ontvangsten : IBAN BE86 6792 0060 1050 IBAN BE86 6792 0060 1050 BIC PCHQBEBB BIC PCHQBEBB 39534 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD § 5. Tous les montants mentionnés dans le présent arrêté sont liés au § 5. Alle bedragen vernoemd in het huidige besluit zijn gekoppeld montant de l’indice santé atteint au 31 décembre 2009. aan het indexcijfer van de gezondheidsindex dat op 31 december 2009 werd bereikt. Les montants sont adaptés annuellement au 1er janvier de chaque De bedragen worden op 1 januari van elk jaar aangepast aan het op année au montant de l’indice santé atteint au 31 décembre de l’année 31 december van het voorgaande jaar bereikte indexcijfer van de précédente. gezondheidsindex. Le résultat de cette adaptation sera arrondi à l’euro supérieur si la Het resultaat van deze aanpassing zal op de hogere euro worden première décimale du montant calculé est supérieure ou égale à cinq ou afgerond indien de eerste decimaal van het berekend bedrag hoger is à l’euro inférieur si celle-ci y est inférieure. dan of gelijk is aan vijf of op de lagere euro indien die eerste decimaal lager is dan vijf.

  15. Art. 2. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Art. 2. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Moniteur belge. Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

  16. Art. 3. Le Ministre qui a la Circulation routière dans ses attributions Art. 3. De Minister bevoegd voor het Wegverkeer is belast met de est chargé de l’exécution du présent arrêté. uitvoering van dit besluit. Donné à Bruxelles, le 15 mai 2009. Gegeven te Brussel, 15 mei 2009. ALBERT ALBERT Par le Roi : Van Koningswege : Le Premier Ministre, De Eerste Minister, H. VAN ROMPUY H. VAN ROMPUY Le Secrétaire d’Etat à la Mobilité, De Staatssecretaris voor Mobiliteit, E. SCHOUPPE E. SCHOUPPE * SERVICE PUBLIC FEDERAL FEDERALE OVERHEIDSDIENST SECURITE SOCIALE SOCIALE ZEKERHEID F. 2009 — 1918 [C − 2009/22287] N. 2009 — 1918 [C − 2009/22287] 30 MARS 2009. — Arrêté royal fixant la date d’entrée en vigueur du 30 MAART 2009. — Koninklijk besluit tot vaststelling van de datum Chapitre III, Section 4, de la loi du 13 juillet 2006 portant des van inwerkingtreding van Hoofdstuk III, Afdeling 4, van de wet dispositions diverses en matière de maladies professionnelles et van 13 juli 2006 houdende diverse bepalingen inzake beroepsziek- d’accidents du travail et en matière de réinsertion professionnelle ten en arbeidsongevallen en inzake beroepsherinschakeling ALBERT II, Roi des Belges, ALBERT II, Koning der Belgen, A tous, présents et à venir, Salut. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Vu la loi du 13 juillet 2006 portant des dispositions diverses en Gelet op de wet van 13 juli 2006 houdende diverse bepalingen inzake matière de maladies professionnelles et d’accidents du travail et en beroepsziekten en arbeidsongevallen en inzake beroepsherinschake- matière de réinsertion professionnelle; ling; Vu l’avis du Comité de l’assurance soins de santé du Service des Gelet op het advies van het Comité van de verzekering voor soins de santé dudit Institut précité, donné le 18 février 2008; geneeskundige verzorging van de Dienst voor geneeskundige verzor- ging van voormeld Instituut, gegeven op 18 februari 2008; Vu l’avis du Comité de gestion de l’assurance indemnités des Gelet op het advies van het Beheerscomité van de uitkeringsverze- travailleurs salariés du Service des indemnités de l’Institut national kering voor werknemers van de Dienst voor uitkeringen van het d’assurance maladie-invalidité, donné le 20 février 2008; Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, gegeven op 20 februari 2008; Vu l’avis de l’Inspecteur des Finances, donné le 1er décembre 2008; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 1 december 2008; Vu l’accord de Notre Secrétaire d’Etat au Budget, donné le 7 jan- Gelet op de akkoordbevinding van Onze Staatssecretaris voor vier 2009; Begroting, van 7 januari 2009; Vu l’avis du Conseil d’Etat, donné le 12 février 2009, en application Gelet op het advies nr. 45.893/1 van de Raad van State, gegeven op de l’article 84, § 1er, alinéa 1er, 1°, des lois coordonnées sur le Conseil 12 februari 2009, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de d’Etat; gecoördineerde wetten op de Raad van State; Sur la proposition de Notre Ministre des Affaires sociales et de l’avis Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en op het de Nos Ministres qui en ont délibéré en Conseil, advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Nous avons arrêté et arrêtons : Hebben Wij besloten en besluiten Wij : er

  17. Article 1 . Le Chapitre III, Section 4 de la loi du 13 juillet 2006 Artikel 1. Hoofdstuk III, Afdeling 4 van de wet van 13 juli 2006 portant des dispositions diverses en matière de maladies profession- houdende diverse bepalingen inzake beroepsziekten en arbeidsonge- nelles et d’accidents du travail et en matière de réinsertion profession- vallen en inzake beroepsherinschakeling, treedt in werking op 1 juli 2009. nelle, entre en vigueur le 1er juillet 2009.

  18. Art. 2. Notre Ministre des Affaires sociales est chargée de l’exécution Art. 2. Onze Minister van Sociale Zaken is belast met de uitvoering du présent arrêté. van dit besluit. Donné à Bruxelles, le 30 mars 2009. Gegeven te Brussel, 30 maart 2009. ALBERT ALBERT Par le Roi : Van Koningswege : La Ministre des Affaires sociales, De Minister van Sociale Zaken, Mme L. ONKELINX Mevr. L. ONKELINX MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39535 SERVICE PUBLIC FEDERAL FEDERALE OVERHEIDSDIENST SECURITE SOCIALE SOCIALE ZEKERHEID F. 2009 — 1919 [C − 2009/22288] N. 2009 — 1919 [C − 2009/22288] 30 MARS 2009. — Arrêté royal modifiant, en ce qui concerne la 30 MAART 2009. — Koninklijk besluit tot wijziging, wat de réadaptation professionnelle, l’arrêté royal du 3 juillet 1996 portant beroepsherscholing betreft, van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 exécution de la loi relative à l’assurance obligatoire soins de santé tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering et indemnités coordonnée le 14 juillet 1994 voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 ALBERT II, Roi des Belges, ALBERT II, Koning der Belgen, A tous, présents et à venir, Salut. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Vu la loi relative à l’assurance obligatoire soins de santé et indemnités Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor genees- coordonnée le 14 juillet 1994; kundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994; Vu l’arrêté royal du 3 juillet 1996 portant exécution de la loi relative Gelet op het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de à l’assurance obligatoire soins de santé et indemnités coordonnée le wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzor- 14 juillet 1994; ging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994; Vu l’avis du Comité de l’assurance des soins de santé du Service des Gelet op het advies van het Comité van de verzekering voor soins de santé dudit Institut, donné le 18 février 2008; geneeskundige verzorging van de Dienst voor geneeskundige verzor- ging van voormeld Instituut, gegeven op 18 februari 2008; Vu l’avis du Comité de gestion de l’assurance indemnités des Gelet op het advies van het Beheerscomité van de uitkeringsverze- travailleurs salariés du Service des indemnités de l’Institut national kering voor werknemers van de Dienst voor uitkeringen van het d’assurance maladie-invalidité, donné le 20 février 2008; Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, gegeven op 20 februari 2008; Vu l’avis de l’Inspecteur des Finances, donné le 1er décembre 2008; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 1 december 2008; Vu l’accord de Notre Secrétaire d’Etat au Budget, donné le 7 jan- Gelet op de akkoordbevinding van Onze Staatssecretaris voor vier 2009; Begroting van 7 januari 2009; Vu l’avis n° 45.894/1 du Conseil d’Etat, donné le 12 février 2009, en Gelet op het advies nr. 45.894/1 van de Raad van State, gegeven op application de l’article 84, § 1er, alinéa 1er, 1°, des lois coordonnées sur 12 februari 2009, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de le Conseil d’Etat; gecoördineerde wetten op de Raad van State; Sur la proposition de Notre Ministre des Affaires sociales, Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken, Nous avons arrêté et arrêtons : Hebben Wij besloten en besluiten Wij : er

  19. Article 1 . La section VII du Chapitre III sous le titre II de l’arrêté Artikel 1. De Afdeling VII van Hoofdstuk III onder titel II van het royal du 3 juillet 1996 portant exécution de la loi relative à l’assurance koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende obligatoire soins de santé et indemnités coordonnée le 14 juillet 1994, de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkerin- est abrogée. gen, gecoördineerd op 14 juli 1994, wordt opgeheven.

  20. Art. 2. Dans l’article 110bis du même arrêté, inséré par l’arrêté royal Art. 2. In artikel 110bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het du 14 février 2000, les mots « à l’exception des prestations de koninklijk besluit van 14 februari 2000, worden de woorden « met rééducation professionnelle, » sont supprimés. uitzondering van de herscholingsverstrekkingen, » geschrapt.

  21. Art. 3. A l’article 170 du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux Art. 3. Aan artikel 170 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de des 28 septembre 1999 et 29 janvier 2007, sont apportées les modifica- koninklijke besluiten van 28 september 1999 en 29 januari 2007, worden tions suivantes : de volgende wijzigingen aangebracht : 1° dans l’alinéa 1er, 10°, les mots « ou professionnelle » sont 1° in het eerste lid, 10° worden de woorden « of herscholing » supprimés; geschrapt; 2° l’alinéa 1er est complété comme suit : 2° het eerste lid wordt aangevuld als volgt : « 13° d’autoriser, sur proposition du médecin-conseil, la prise en « 13° op voorstel van de adviserend geneesheer de tenlastene- charge par l’assurance indemnités, des programmes de réadap- ming door de uitkeringsverzekering van de programma’s van tation professionnelle, visés à l’article 215quater, en faveur des beroepsherscholing, bedoeld in artikel 215quater, ten gunste van bénéficiaires de l’assurance indemnités; de rechthebbenden van de uitkeringsverzekering toe te staan; 14° d’autoriser, sur proposition du médecin-conseil, sous les 14° op voorstel van de adviserend geneesheer onder de voor- conditions déterminées à l’article 215quinquies, la prise en charge waarden, bepaald in artikel 215quinquies, de tenlasteneming door par l’assurance indemnités des coûts relatifs à l’intégration de uitkeringsverzekering toe te staan van de kosten die verbon- effective du bénéficiaire après un programme de réadaptation den zijn aan de effectieve integratie van de rechthebbende na een professionnelle; programma van beroepsherscholing; 15° de faire annuellement rapport au Comité de gestion du 15° het Beheerscomité van de Dienst voor uitkeringen jaarlijks Service des indemnités sur ses activités visées aux 13° et 14. » verslag uit te brengen over haar werkzaamheden bedoeld in 13° en 14°. »

  22. Art. 4. Une section VIter, rédigée comme suit, est insérée dans le Art. 4. Een afdeling VIter, luidend als volgt, wordt ingevoegd in chapitre III, contenu dans le titre III du même arrêté : hoofdstuk III, onder titel III van hetzelfde besluit : « Section VIter. — Réadaptation professionnelle « Afdeling VIter. — Beroepsherscholing

  23. Art. 215quater. Les prestations de réadaptation professionnelle, visées Art. 215quater. De tegemoetkomingen inzake beroepsherscholing, à l’article 109bis, alinéa 2 de la loi coordonnée, comprennent toutes les bedoeld in artikel 109bis, tweede lid, van de gecoördineerde wet, interventions ou tous les services visant à restaurer tout ou partie de la omvatten alle voorzieningen of diensten, die erop gericht zijn geheel of capacité de travail initiale du titulaire reconnu incapable de travailler gedeeltelijk de initiële arbeidsgeschiktheid van de arbeidsongeschikt ou à valoriser la capacité de travail potentielle de ce titulaire, en vue de erkende gerechtigde te herstellen of de potentiële arbeidsgeschiktheid son intégration complète dans un milieu de travail. van deze gerechtigde te valoriseren, met het oog op de volledige integratie van de betrokkene in een arbeidsomgeving. Elles comprennent notamment tout examen, tel qu’un examen Zij omvatten met name elk onderzoek, zoals een loopbaanoriëntatie- d’orientation professionnelle, visant à déterminer la possibilité d’entre- onderzoek dat moet toelaten te bepalen of een beroepsherscholingspro- prendre un programme de réadaptation professionnelle et son utilité, et gramma mogelijk en nuttig is, en elke opleiding, begeleiding of toute formation, encadrement ou apprentissage, qui contribue directe- scholing die rechtstreeks bijdraagt tot de integratie, bedoeld in het ment à l’intégration, visée à l’alinéa 1er. eerste lid. 39536 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD

  24. Art. 215quinquies. Les coûts liés à l’intégration effective du titulaire Art. 215quinquies. De kosten die verbonden zijn aan de effectieve après un programme de réadaptation professionnelle, visé à l’arti- integratie van een gerechtigde na een programma van beroepsherscho- cle 109bis, alinéa 3 de la loi coordonnée, doivent contribuer directement ling, bedoeld in artikel 109bis, derde lid, van de gecoördineerde wet, à l’intégration de l’intéressé. Ces coûts doivent en outre être en moeten rechtstreeks bijdragen tot de integratie van de betrokkene. Deze proportion avec le but à atteindre. kosten moeten bovendien in verhouding zijn met het te bereiken doel. La prise en charge de ces coûts peut être autorisée pour une période De tenlasteneming van deze kosten kan maximaal toegestaan maximum de six mois, prenant cours à partir du mois suivant le mois worden voor een periode van zes maanden, te rekenen vanaf de maand d’achèvement dudit programme. volgend op de maand van afronding van het voormeld programma.

  25. Art. 215sexies. Le titulaire qui suit un programme de réadaptation Art. 215sexies. De gerechtigde die een programma van beroepsher- professionnelle, peut prétendre à une prime d’un euro par heure scholing volgt, kan aanspraak maken op een premie van één euro per effectivement suivie de formation, d’encadrement ou d’apprentissage. effectief gevolgd uur van opleiding, begeleiding of scholing. Le titulaire qui a mené à terme avec succès un programme de De gerechtigde die een programma van beroepsherscholing met réadaptation professionnelle peut prétendre à une allocation forfaitaire succes heeft doorlopen, kan aanspraak maken op een forfaitaire de 250 euros. tegemoetkoming van 250 euro.

  26. Art. 215septies. Pour l’évaluation de l’état d’incapacité de travail, visé Art. 215septies. Voor de evaluatie van de staat van arbeidsongeschikt- à l’article 100, § 1er, alinéa 1er, de la loi coordonnée, il est tenu compte heid, bedoeld in artikel 100, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wet, des compétences professionnelles acquises lors du programme de wordt rekening gehouden met de tijdens het programma van beroeps- réadaptation professionnelle au terme d’une période de six mois herscholing verworven beroepscompetenties na afloop van een periode prenant cours à l’expiration du mois pendant lequel ledit prorgamme a van zes maanden die aanvangt bij het verstrijken van de maand waarin été achevé. » voormeld programma werd doorlopen. »

  27. Art. 5. L’article 234 du même arrêté est abrogé. Art. 5. Artikel 234 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

  28. Art. 6. L’article 239, § 2, du même arrêté est remplacé par la Art. 6. Artikel 239, § 2, van hetzelfde besluit wordt vervangen door disposition suivante : de volgende bepaling : « § 2. Sont censés maintenir le degré d’incapacité de travail requis, les « § 2. Worden geacht de vereiste graad van arbeidsongeschiktheid te titulaires en état d’incapacité de travail, pendant la période au cours de behouden, de arbeidsongeschikt erkende gerechtigden tijdens de laquelle ils suivent un programme de rééducation fonctionnelle periode waarover zij een programma van revalidatie volgen, goedge- approuvé par le Collège des médecins-directeurs, ou un programme de keurd door het College van geneesheren-directeurs, of een programma réadaptation professionnelle approuvé par la Commission supérieure van beroepsherscholing, goedgekeurd door de Hoge Commissie van de du Conseil médical de l’Invalidité. » Geneeskundige Raad voor Invaliditeit. »

  29. Art. 7. L’article 247, § 1er, 4°, du même arrêté est remplacé par la Art. 7. Artikel 247, § 1, 4°, van hetzelfde besluit wordt vervangen disposition suivante : door de volgende bepaling : « 4° le titulaire qui après l’expiration de la période de six mois, visée « 4° de gerechtigde die na afloop van de termijn van zes maanden, als à l’article 215septies, n’est plus incapable de travailler au sens de bedoeld in artikel 215septies, niet langer arbeidsongeschikt is als l’article 100, § 1er, de la loi coordonnée et qui exerce une profession par bedoeld in artikel 100, § 1, van de gecoördineerde wet en die een beroep laquelle il est assujetti au statut social des indépendants ou qui exerce uitoefent waardoor hij onderworpen wordt aan het sociaal statuut der une profession non assujettie à l’une des législations en matière de zelfstandigen of die een beroep uitoefent waarop geen verzekerings- sécurité sociale. plicht staat krachtens één der wetgevingen inzake sociale zekerheid. L’assurance continuée peut être admise pour une période maximum De voortgezette verzekering kan worden toegestaan voor een de deux ans à compter de l’expiration du délai de six mois, visé à periode van twee jaar, te rekenen vanaf het verstrijken van de termijn l’alinéa précédent; cette période peut être renouvelée; ». van zes maanden, als bedoeld in het vorige lid; dit tijdvak kan worden hernieuwd; ».

  30. Art. 8. L’article 248, alinéa 1er, b) du même arrêté est remplacé par la Art. 8. Artikel 248, eerste lid, b), van hetzelfde besluit wordt disposition suivante : vervangen door de volgende bepaling : « b) pour la situation visée à l’article 247, § 1er, 4°, une preuve de la « b) voor de in artikel 247, § 1, 4°, bedoelde toestand, een bewijs van reprise d’une profession visée audit article; ». hervatting van een in dat artikel bedoeld beroep; ».

  31. Art. 9. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er juillet 2009. Art. 9. Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2009. Toute demande relative à un programme de réadaptation profession- Alle aanvragen voor een programma inzake beroepsherscholing, nelle, introduite auprès du Collège des médecins-directeurs, dont les ingediend bij het College van geneesheren-directeurs, waarvan de prestations se rapportent en tout ou en partie à une période postérieure prestaties geheel of gedeeltelijk betrekking hebben op een periode na au 30 juin 2009, est transmise à partir du 1er juillet 2009 à la Commission 30 juni 2009, worden vanaf 1 juli 2009 overgedragen aan de Hoge supérieure du Conseil médical de l’Invalidité. Cette disposition ne Commissie van de Geneeskundige Raad voor Invaliditeit. Deze bepa- déroge pas à la compétence de décision du Collège précité jusqu’au ling doet geen afbreuk aan de beslissingsbevoegdheid van het voor- 30 juin 2009. melde College tot 30 juni 2009. Les dépenses relatives à la réadaptation professionnelle, qui sont De uitgaven inzake beroepsherscholing, die ingediend worden vanaf introduites à partir du 1er juillet 2009, sont prises en charge par 1 juli 2009, worden ten laste genomen van de uitkeringsverzekering l’assurance indemnités si le programme auquel se rapportent ces indien het programma, waarop deze uitgaven betrekking hebben, dépenses, se poursuit après le 30 juin 2009. verder loopt na 30 juni 2009.

  32. Art. 10. Notre Ministre des Affaires sociales est chargée de l’exécu- Art. 10. Onze Minister van Sociale Zaken is belast met de uitvoering tion du présent arrêté. van dit besluit. Donné à Bruxelles, le 30 mars 2009. Gegeven te Brussel, 30 maart 2009. ALBERT ALBERT Par le Roi : Van Koningswege : La Ministre des Affaires sociales, De Minister van Sociale Zaken, Mme L. ONKELINX Mevr. L. ONKELINX MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39537 GOUVERNEMENTS DE COMMUNAUTE ET DE REGION GEMEENSCHAPS- EN GEWESTREGERINGEN GEMEINSCHAFTS- UND REGIONALREGIERUNGEN VLAAMSE GEMEENSCHAP — COMMUNAUTE FLAMANDE VLAAMSE OVERHEID N. 2009 — 1920 [2009/202281] 24 APRIL 2009. — Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2004 betreffende het rapporteren van afname- en productiegegevens door de beheerders van de aardgas- en elektriciteitsnetten, de brandstofleveranciers, de exploitanten van warmtekracht-, hernieuwbare-energie- en zelfopwekkingsinstallaties De Vlaamse Regering, Gelet op het decreet van 2 april 2004 tot vermindering van de uitstoot van broeikasgassen in het Vlaamse Gewest door het bevorderen van het rationeel energiegebruik, het gebruik van hernieuwbare energiebronnen en de toepassing van flexibiliteitsmechanismen uit het protocol van Kyoto, inzonderheid op artikel 23, artikel 24, artikel 28 en artikel 29; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2004 betreffende het rapporteren van afname- en productiegegevens door de beheerders van de aardgas- en elektriciteitsnetten, de brandstofleveranciers, de exploitanten van warmtekracht-, hernieuwbare-energie- en zelfopwekkingsinstallaties, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 maart 2006; Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor Begroting, gegeven op 17 oktober 2008; Gelet op het advies van de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen, gegeven op 27 november 2008; Gelet op het advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, gegeven op 3 december 2008; Gelet op advies 46.242/3 van de Raad van State, gegeven op 31 maart 2009, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1o, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Op voorstel van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur; Na beraadslaging, Besluit :

  33. Artikel 1. Aan artikel 1, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2004 betreffende het rapporteren van afname- en productiegegevens door de beheerders van de aardgas- en elektriciteitsnetten, de brandstofleveran- ciers, de exploitanten van warmtekracht-, hernieuwbare-energie- en zelfopwekkingsinstallaties, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 maart 2006, worden een punt 9o, 10o, 11o en 12o toegevoegd, die luiden als volgt : ″9o EAN-code : code die bestaat uit 18 cijfers voor de unieke identificatie van een toegangspunt op het elektriciteits- of aardgasnet (European Article Numbering); 10o nettoafname : de afgenomen brutohoeveelheid elektriciteit, verminderd met de geïnjecteerde hoeveelheid elektriciteit op hetzelfde aansluitingspunt; 11o REG-decreet : het decreet van 2 april 2004 tot vermindering van de uitstoot van broeikasgassen in het Vlaamse Gewest door het bevorderen van het rationeel energiegebruik, het gebruik van hernieuwbare energiebronnen en de toepassing van flexibiliteitsmechanismen uit het protocol van Kyoto; 12o vestigingseenheid : een plaats die men geografisch gezien kan identificeren door een adres, waar ten minste een activiteit van de onderneming wordt uitgeoefend of van waaruit de activiteit wordt uitgeoefend, zoals bedoeld in artikel 2, 6o, van de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse andere bepalingen″.

  34. Art. 2. In artikel 2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 maart 2006, worden de woorden ″distributienet″, ″transmissienet″ en ″vervoernet″ geschrapt.

  35. Art. 3. Aan artikel 2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 maart 2006, waarvan de bestaande tekst § 1 zal vormen, worden een § 2, een § 3 en een § 4 toegevoegd, die luiden als volgt : « § 2. Elke beheerder van een distributienet stelt voor 1 mei van elk jaar de volgende gegevens ter beschikking van het VEA : 1o het aantal afnamepunten per 31 december van het voorgaande kalenderjaar en de afgenomen gemeten netto- en brutohoeveelheid elektriciteit per sector tijdens het voorgaande kalenderjaar; 2o de totale hoeveelheid gemeten elektriciteit, tijdens het voorgaande kalenderjaar geïnjecteerd op het distributienet door alle productie-installaties die aangesloten zijn op dit net; 3o de totale hoeveelheid gemeten elektriciteit, tijdens het voorgaande kalenderjaar door het distributienet geïnjecteerd op alle andere netten; 4o de totale hoeveelheid gemeten elektriciteit, tijdens het voorgaande kalenderjaar door het distributienet afgenomen van alle andere netten. 39538 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD § 3. Elke beheerder van een transmissienet stelt voor 1 mei van elk jaar de volgende gegevens ter beschikking van het VEA : 1o de totale hoeveelheid gemeten elektriciteit, tijdens het voorgaande kalenderjaar geïnjecteerd op het transmissienet door alle productie-installaties die aangesloten zijn op dit net; 2o de totale hoeveelheid gemeten elektriciteit, tijdens het voorgaande kalenderjaar door het transmissienet geïnjecteerd op alle andere netten; 3o de totale hoeveelheid gemeten elektriciteit, tijdens het voorgaande kalenderjaar door het transmissienet afgenomen van alle andere netten. § 4. Elke beheerder van een transmissienet of vervoernet bezorgt aan het VEA vóór 1 mei van elk jaar een lijst met voor elk afnamepunt per 31 december van het voorgaande kalenderjaar, de volgende gegevens : 1o naam afnemer; 2o adres afnamepunt en, in voorkomend geval, EAN-code afnamepunt; 3o sector afnamepunt; 4o voor elektriciteit : gemeten bruto- en nettoafname over het voorgaande kalenderjaar; 5o voor aardgas : gemeten afname over het voorgaande kalenderjaar. »

  36. Art. 4. In artikel 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 maart 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1o tussen de woorden ″vóór 1 mei″ en de woorden ″het brandstofverbruik″ worden de woorden ″de technische kenmerken van de installatie,″ ingevoegd; 2o de volgende zin wordt toegevoegd : ″De minister bepaalt de technische kenmerken van de installaties waarvoor gegevens verstrekt moeten worden.″.

  37. Art. 5. In artikel 5 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 maart 2006, worden tussen de woorden ″vóór 1 mei″ en ″de bruto- en netto-elektriciteitsproductie″ de woorden ″de technische kenmerken van de installatie,″ ingevoegd.

  38. Art. 6. In artikel 6 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 maart 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1o tussen de woorden ″vóór 1 mei″ en de woorden ″het brandstofverbruik″ worden de woorden ″de technische kenmerken van de installatie,″ ingevoegd; 2o de volgende zin wordt toegevoegd : ″De minister bepaalt de technische kenmerken van de installaties waarvoor gegevens verstrekt moeten worden.″.

  39. Art. 7. In hetzelfde besluit wordt een artikel 6bis ingevoegd, dat luidt als volgt : ″Art. 6bis. Elke onderneming die een warmtekrachtinstallatie, een hernieuwbare-energie-installatie of een zelfopwekkingsinstallatie exploiteert en die de geproduceerde energie zelf geheel of gedeeltelijk verbruikt, bezorgt jaarlijks voor 1 mei aan het Vlaams Energieagentschap de hoeveelheid elektriciteit en de hoeveelheid brandstof per type die tijdens het voorgaande kalenderjaar werden verbruikt op de vestigingseenheid. De minister bepaalt de ingangsdatum van deze verplichting per categorie van exploitanten.″

  40. Art. 8. In hetzelfde besluit wordt een artikel 10bis ingevoegd, dat luidt als volgt : ″Art. 10bis. De ambtenaren van het Vlaams Energieagentschap zijn bevoegd voor de controle op de naleving van de verplichtingen, opgelegd bij dit besluit. Het hoofd van het Vlaams Energieagentschap beslist tot het opleggen van de administratieve geldboete, vermeld in artikel 27, § 1, van het REG-decreet, bepaalt de hoogte van die geldboete, en stelt de rapporteringsplichtige daarvan in kennis binnen zestig dagen nadat de overtreding is vastgesteld. Het hoofd van het Vlaams Energieagentschap beslist tot het opleggen van de administratieve geldboete, vermeld in artikel 27, § 2, van het REG-decreet, en stelt de rapporteringsplichtige daarvan in kennis voor 1 juni van het lopende kalenderjaar. Als de betrokkene niet akkoord gaat met de administratieve geldboete, opgelegd volgens artikel 27, § 1, van het REG-decreet, kan hij, conform artikel 28, § 4, van het REG-decreet, het hoofd van het Vlaams Energieagentschap daarvan op de hoogte brengen. Het hoofd van het Vlaams Energieagentschap beslist over de gemotiveerde verzoeken om kwijtschelding, vermindering of uitstel van betaling van de administratieve geldboete, vermeld in artikel 28, § 2 van het REG-decreet. De Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën, wijst de ambtenaar aan die bevoegd is om het dwangbevel, vermeld in artikel 29 van het REG-decreet, te viseren en uitvoerbaar te verklaren.″

  41. Art. 9. De Vlaamse minister, bevoegd voor het energiebeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit. Brussel, 24 april 2009. De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur, Mevr. H. CREVITS MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39539 TRADUCTION AUTORITE FLAMANDE F. 2009 — 1920 [2009/202281] 24 AVRIL 2009. — Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l’arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2004 relatif au rapportage des données de prélèvement et de production par les gestionnaires des réseaux de gaz naturel et d’électricité, les fournisseurs de combustibles et les exploitants des installations de cogénération, d’énergie renouvelable et d’autoproduction Le Gouvernement flamand, Vu le décret du 2 avril 2004 portant réduction des émissions de gaz à effet de serre en Région flamande par la promotion de l’utilisation rationnelle de l’énergie, l’utilisation de sources d’énergie renouvelables et l’application des mécanismes de flexibilité prévus par le Protocole de Kyoto, notamment les articles 23, 24, 28 et 29; Vu l’arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2004 relatif au rapportage des données de prélèvement et de production par les gestionnaires des réseaux de gaz naturel et d’électricité, les fournisseurs de combustibles et les exploitants des installations de cogénération, d’énergie renouvelable et d’autoproduction, modifié par l’arrêté du Gouvernement flamand du 24 mars 2006; Vu l’accord du Ministre flamand chargé du budget, donné le 17 octobre 2008; Vu l’avis du Conseil de l’Environnement et de la Nature de la Flandre, rendu le 27 novembre 2008; Vu l’avis du ″ Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen ″ (Conseil socio-économique de la Flandre), rendu le 3 décembre 2008; Vu l’avis 46 242/3 du Conseil d’Etat, donné le 31 mars 2009, en application de l’article 84, § 1er, alinéa premier, 1o, des lois sur le Conseil d’Etat, coordonnées le 12 janvier 1973; Sur la proposition de la Ministre flamande des Travaux publics, de l’Energie, de l’Environnement et de la Nature; Après délibération, Arrête :

  42. Article 1er. A l’article 1er, § 2, de l’arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2004 relatif au rapportage des données de prélèvement et de production par les gestionnaires des réseaux de gaz naturel et d’électricité, les fournisseurs de combustibles et les exploitants des installations de cogénération, d’énergie renouvelable et d’autoproduction, modifié par l’arrêté du Gouvernement flamand du 24 mars 2006, il est ajouté les points 9o à 12o inclus, rédigés comme suit : « 9o Code EAN : code qui est composé de 18 chiffres pour l’identification unique d’un point d’accès au réseau d’électricité ou de gaz naturel (European Article Numbering); 10o prélèvement net : la quantité brute d’électricité prélevée, diminuée de la quantité d’électricité injectée dans le même point de raccordement; 11o décret REG : le décret du 2 avril 2004 portant réduction des émissions de gaz à effet de serre en Région flamande par la promotion de l’utilisation rationnelle de l’énergie, l’utilisation de sources d’énergie renouvelables et l’application des mécanismes de flexibilité prévus par le Protocole de Kyoto; 12o unité d’établissement : lieu d’activité, géographiquement identifiable par une adresse, où s’exerce au moins une activité de l’entreprise ou à partir duquel elle est exercée, tel que visée à l’article 2, 6o de la loi du 16 janvier 2003 portant création d’une Banque-Carrefour des Entreprises, modernisation du registre de commerce, création de guichets- entreprises agréés et portant diverses dispositions ».

  43. Art. 2. Dans l’article 2 du même arrêté, modifié par l’arrêté du Gouvernement flamand du 24 mars 2006, les mots « réseau de distribution », « réseau de transmission » et « réseau de transport » sont supprimés.

  44. Art. 3. A l’article 2 du même arrêté, modifié par l’arrêté du Gouvernement flamand du 24 mars 2006, dont le texte actuel formera le § 1er, il est ajouté un § 2, § 3 et § 4 rédigés comme suit : « § 2. Chaque gestionnaire d’un réseau de distribution met les données suivantes à disposition du « Vlaams Energieagentschap » avant le 1er mai de chaque année : 1o le nombre de points de prélèvement au 31 décembre de l’année calendaire précédente et les quantités mesurées d’électricité brutes et nettes prélevées par secteur pendant l’année calendaire précédente; 2o la quantité globale d’électricité mesurée, injectée pendant l’année calendaire précédente dans le réseau de distribution par toutes les installations de production raccordées à ce réseau; 3o la quantité globale d’électricité mesurée, injectée pendant l’année calendaire précédente par le réseau de distribution dans tous les autres réseaux; 4o la quantité globale d’électricité mesurée, prélevée pendant l’année calendaire précédente par le réseau de distribution de tous les autres réseaux; § 3. Chaque gestionnaire d’un réseau de transmission met les données suivantes à disposition du « Vlaams Energieagentschap » avant le 1er mai de chaque année : 1o la quantité globale d’électricité mesurée, injectée pendant l’année calendaire précédente dans le réseau de transmission par toutes les installations de production raccordées à ce réseau; 2o la quantité globale d’électricité mesurée, injectée pendant l’année calendaire précédente par le réseau de transmission dans tous les autres réseaux; 3o la quantité globale d’électricité mesurée, prélevée pendant l’année calendaire précédente par le réseau de transmission de tous les autres réseaux. § 4. Chaque gestionnaire d’un réseau de transmission ou de transport remet au « Vlaams Energieagentschap » avant le 1er mai de chaque année une liste comprenant les données suivantes pour chaque point de prélèvement au 31 décembre de l’année calendaire précédente : 1o nom du client; 2o adresse des points de prélèvement, et le cas échéant, le code EAN du point de prélèvement; 3o secteur du point de prélèvement; 4o pour l’électricité : prélèvements bruts et nets mesurés se rapportant à l’année calendaire précédente; 39540 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 5o pour le gaz naturel : prélèvement mesuré se rapportant à l’année calendaire précédente. ».

  45. Art. 4. A l’article 4 du même arrêté, modifié par l’arrêté du Gouvernement flamand du 24 mars 2006, sont apportées les modifications suivantes : 1o les mots « les caractéristiques techniques de l’installation » sont insérés entre les mots « avant le 1er mai » et « , la consommation de combustible »; 2o la phrase suivante est ajoutée : ″Le Ministre détermine les caractéristiques techniques des installations faisant l’objet de la fourniture de données.″.

  46. Art. 5. A l’article 5 du même arrêté, modifié par l’arrêté du Gouvernement flamand du 24 mars 2006 les mots ″ les caractéristiques techniques de l’installation, ″ sont insérés entre les mots « avant le 1er mai » et les mots « la production brute et nette d’électricité ».

  47. Art. 6. A l’article 6 du même arrêté, modifié par l’arrêté du Gouvernement flamand du 24 mars 2006, sont apportées les modifications suivantes : 1o les mots « les caractéristiques techniques de l’installation » sont insérés entre les mots « avant le 1er mai » et « , la consommation de combustible »; 2o la phrase suivante est ajoutée : ″Le Ministre détermine les caractéristiques techniques des installations faisant l’objet de la fourniture de données.″.

  48. Art. 7. Dans le même arrêté, il est inséré un article 6bis, rédigé comme suit : « Art. 6bis. Chaque entreprise exploitant une installation de cogénération, d’énergie renouvelable ou d’autopro- duction et utilisant l’énergie produite elle-même entièrement ou partiellement, remet annuellement avant le 1er mai à la « Vlaams Energieagentschap » les quantités d’électricité et de combustible par type qui ont été utilisées pendant l’année calendaire précédente à l’unité d’établissement. Le Ministre fixe la date d’effet de cette obligation par catégorie d’exploitants. »

  49. Art. 8. Dans le même arrêté, il est inséré un article 10bis, rédigé comme suit : « Art. 10bis. Les fonctionnaires de la ″Vlaams Energieagentschap″ sont compétents pour le contrôle du respect des obligations, imposées par le présent arrêté. Le chef de la « Vlaams Energieagentschap » statue sur l’imposition d’une amende administrative, visée à l’article 27, § 1er, du décret REG, fixe le montant de cette amende, et en informe la personne soumise à l’obligation de rapportage dans les soixante jours après que l’infraction a été constatée. Le chef de la ″Vlaams Energieagentschap″ statue sur l’imposition de l’amende administrative, visée à l’article 27, § 2, du décret REG, et en informe la personne soumise à l’obligation de rapportage avant le 1er juin de l’année calendaire en cours. Si la personne concernée n’est pas d’accord sur l’amende administrative, imposée aux termes de l’article 27, § 1er, du décret REG, il peut, conformément à l’article 28, § 4, du décret REG, en informer le chef de la « Vlaams Energieagentschap ». Le chef de la ″Vlaams Energieagentschap″ statue sur les demandes motivées de remise, réduction ou délai de grâce pour le paiement de l’amende administrative, visée à l’article 28, § 2 du décret REG. Le Ministre flamand, chargé des Finances, désigne le fonctionnaire compétent pour viser et déclarer exécutoire la contrainte, visée à l’article 29 du décret REG. »

  50. Art. 9. Le Ministre flamand qui a la politique de l’énergie dans ses attributions, est chargé de l’exécution du présent arrêté. Bruxelles, le 24 avril 2009. Le Ministre-Président du Gouvernement flamand, K. PEETERS La Ministre flamande des Travaux publics, de l’Energie, de l’Environnement et de la Nature, Mme H. CREVITS * VLAAMSE OVERHEID N. 2009 — 1921 [2009/202283] 24 APRIL 2009. — Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie De Vlaamse Regering, Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20 en 87, § 1; Gelet op het kaderdecreet bestuurlijk beleid van 18 juli 2003, artikel 3; Gelet op het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij, artikel 3, gewijzigd bij het decreet van 7 mei 2004; Gelet op het decreet van 31 juli 1990 betreffende het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaamse Vervoermaatschappij - De Lijn, artikel 2, gewijzigd bij het decreet van 2 april 2004; Gelet op het decreet van 4 mei 1994 betreffende het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschap Waterwegen en Zeekanaal, naamloze vennootschap van publiek recht, artikel 3, gewijzigd bij het decreet van 2 april 2004; Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, artikel 10.2.1. en 10.3.1., ingevoegd bij het decreet van 7 mei 2004, en artikel 11.1.2., ingevoegd bij het decreet van 30 april 2004 en gewijzigd bij het decreet van 19 december 2008; Gelet op het decreet van 2 maart 1999 tot machtiging van de Vlaamse Regering om een coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid op te richten voor de uitvoering van opdrachten met betrekking tot de werving en selectie van overheidspersoneel, artikel 2, gewijzigd bij het decreet van 12 december 2008; MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39541 Gelet op het decreet van 8 november 2002 houdende de oprichting van de VZW ESF-Agentschap, artikel 2, gewijzigd bij de decreten van 22 december 2006 en 29 juni 2007; Gelet op het decreet van 19 maart 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid ″Toerisme Vlaanderen″, artikel 3; Gelet op het decreet van 19 maart 2004 betreffende de rechtspositieregeling van de student, de medezeggenschap in het hoger onderwijs, de integratie van bepaalde afdelingen van het hoger onderwijs voor sociale promotie in de hogescholen en de begeleiding van de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen, artikel VI.9.9; Gelet op het decreet van 2 april 2004 betreffende participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad, artikel 67, gewijzigd bij het decreet van 22 juni 2007; Gelet op het decreet van 2 april 2004 betreffende de omzetting van de Dienst voor de Scheepvaart in het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschap De Scheepvaart, artikel 4; Gelet op het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van de publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschappen Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum Geel en Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum Rekem, artikel 3, gewijzigd bij het decreet van 31 maart 2006; Gelet op het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Kind en Gezin, artikel 3; Gelet op het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt, artikel 4; Gelet op het decreet van 7 mei 2004 houdende oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschap ″Agentschap voor Geografische Informatie Vlaanderen″, artikel 3; Gelet op het decreet van 7 mei 2004 houdende omvorming van de VZW ″de Rand″ tot een privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap, artikel 3; Gelet op het decreet van 7 mei 2004 inzake de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, gewijzigd bij de decreten van 7 juli 2006, 13 juli 2007, 7 december 2007 en 19 december 2008; Gelet op het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap ″Vlaams Agentschap voor Internationaal Ondernemen″, artikel 3; Gelet op het decreet van 7 mei 2004 betreffende de investeringsmaatschappijen van de Vlaamse overheid, artikel 3, Gelet op het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap ″Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing″, artikel 3; Gelet op het decreet van 7 mei 2004 tot omvorming van de Vlaamse openbare instelling Commissariaat-generaal voor de Bevordering van de Lichamelijke Ontwikkeling, de Sport en de Openluchtrecreatie tot het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid BLOSO, artikel 3; Gelet op het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap ″Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding″, artikel 3; Gelet op het decreet van 7 mei 2004 tot omvorming van het ″Vlaams Zorgfonds″ tot een intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid en tot wijziging van het decreet van 30 maart 1999 houdende de organisatie van de zorgverzekering, artikel 3; Gelet op het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap ″Vlaams Agentschap voor Ondernemingsvorming - Syntra Vlaanderen″, artikel 3; Gelet op het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoon- lijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, artikel 3; Gelet op de gecoördineerde decreten van 4 maart 2005 betreffende de radio-omroep en de televisie, artikel 167, gewijzigd bij de decreten van 16 december 2005 en 20 juni 2008; Gelet op het decreet van 10 maart 2006 houdende de oprichting van de strategische adviesraad Ruimtelijke Ordening. - Onroerend Erfgoed, gewijzigd bij het decreet van 22 december 2006; Gelet op het decreet van 28 april 2006 houdende de oprichting van de Vlaamse Adviesraad voor Bestuurszaken, artikel 3; Gelet op het decreet van 2 juni 2006 tot omvorming van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden tot een intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid, en tot wijziging van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden, artikel 3; Gelet op het decreet van 7 juli 2006 houdende de oprichting van de Mobiliteitsraad van Vlaanderen, artikel 3; Gelet op het decreet van 22 december 2006 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2007, artikel 93; Gelet op het decreet van 16 mei 2007 tot oprichting van de strategische adviesraad internationaal Vlaanderen, artikel 3; Gelet op het decreet van 29 juni 2007 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2007, artikel 21; Gelet op het decreet van 6 juli 2007 houdende de oprichting van de Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij, artikel 3; Gelet op het decreet van 30 november 2007 houdende de oprichting van de Raad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media, artikel 2; Gelet op het decreet van 7 maart 2008 inzake bijzondere jeugdbijstand, artikel 54; Gelet op het decreet van 10 juli 2008 betreffende het beheer en de uitbating van de regionale luchthavens Oostende-Brugge en Kortrijk-Wevelgem, artikel 4 en 37; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie; Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 6 maart 2009; Gelet op advies 46.256/3 van de Raad van State, gegeven op 31 maart 2009, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1o, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; 39542 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Op voorstel van de minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaamse minister van Institutionele Hervormingen, Bestuurszaken, Buitenlands Beleid, Media, Toerisme, Havens, Landbouw, Zeevisserij en Plattelands- beleid; Na beraadslaging, Besluit :

  51. Artikel 1. In het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, wordt hoofdstuk III. Oprichting van de Vlaamse ministeries en departementen en indeling van de agentschappen per beleidsdomein, dat bestaat uit artikel 17 tot en met 29, vervangen door wat volgt : « HOOFDSTUK III. — Oprichting van de Vlaamse ministeries en departementen en indeling van de agentschappen en strategische adviesraden per beleidsdomein

  52. Art. 17. § 1. Voor het beleidsdomein Diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid wordt het Vlaams ministerie met de naam ″Diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid″ opgericht, dat bestaat uit het gelijknamige departement en twee agentschappen zonder rechtspersoonlijkheid : 1o Studiedienst van de Vlaamse Regering; 2o Interne Audit van de Vlaamse Administratie. § 2. De agentschappen met rechtspersoonlijkheid die tot het beleidsdomein Diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid behoren, zijn : 1o Agentschap voor Geografische Informatie Vlaanderen; 2o de Rand. § 3. De strategische adviesraad die tot het beleidsdomein Diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid behoort, is de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, onverminderd de opdrachten van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen als strategische adviesraad voor andere beleidsdomeinen en beleidsvelden.

  53. Art. 18. § 1. Voor het beleidsdomein Bestuurszaken wordt het Vlaams Ministerie van Bestuurszaken opgericht, dat bestaat uit het gelijknamige departement en drie agentschappen zonder rechtspersoonlijkheid : 1o Agentschap voor Overheidspersoneel; 2o Agentschap voor Facilitair Management; 3o Agentschap voor Binnenlands Bestuur. § 2. Het agentschap met rechtspersoonlijkheid dat tot het beleidsdomein Bestuurszaken behoort, is Jobpunt Vlaanderen. § 3. De strategische adviesraad die tot het beleidsdomein Bestuurszaken behoort, is de Vlaamse Adviesraad voor Bestuurszaken.

  54. Art. 19. § 1. Voor het beleidsdomein Financiën en Begroting wordt het Vlaams Ministerie van Financiën en Begroting opgericht, dat bestaat uit het gelijknamige departement en twee agentschappen zonder rechtspersoonlijk- heid : 1o Vlaamse Belastingdienst; 2o Centrale Accounting. § 2. Het agentschap met rechtspersoonlijkheid dat tot het beleidsdomein Financiën en Begroting behoort, is het Vlaams Toekomstfonds.

  55. Art. 20. § 1. Voor het beleidsdomein Internationaal Vlaanderen wordt het Vlaams ministerie Internationaal Vlaanderen opgericht, dat bestaat uit het gelijknamige departement en het agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Internationale Samenwerking. § 2. De agentschappen met rechtspersoonlijkheid die tot het beleidsdomein Internationaal Vlaanderen behoren zijn : 1o het Vlaams Agentschap voor Internationaal Ondernemen; 2o Toerisme Vlaanderen. § 3. De strategische adviesraad die tot het beleidsdomein Internationaal Vlaanderen behoort, is de strategische adviesraad Internationaal Vlaanderen.

  56. Art. 21. § 1. Voor het beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie wordt het Vlaams ministerie van Economie, Wetenschap en Innovatie opgericht, dat bestaat uit het gelijknamige departement en het agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Agentschap Ondernemen. § 2. De agentschappen met rechtspersoonlijkheid die tot het beleidsdomein economie, wetenschap en innovatie behoren, zijn : 1o Participatiemaatschappij Vlaanderen; 2o Limburgse Reconversiemaatschappij; 3o Vlaamse Participatiemaatschappij; 4o Herculesstichting.

  57. Art. 22. § 1. Voor het beleidsdomein Onderwijs en Vorming wordt het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming opgericht, dat bestaat uit het gelijknamige departement en drie agentschappen zonder rechtspersoonlijkheid : 1o Agentschap voor Onderwijscommunicatie; 2o Agentschap voor Onderwijsdiensten; 3o Agentschap Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen. § 2. Het agentschap met rechtspersoonlijkheid dat tot het beleidsdomein Onderwijs en Vorming behoort, is het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs. § 3. De strategische adviesraad die tot het beleidsdomein Onderwijs en Vorming behoort, is de Vlaamse Onderwijsraad. MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39543

  58. Art. 23. § 1. Voor het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin wordt het Vlaams ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin opgericht, dat bestaat uit het gelijknamige departement en drie agentschappen zonder rechtspersoonlijkheid : 1o Zorg en Gezondheid; 2o Jongerenwelzijn; 3o Inspectie Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. § 2. De agentschappen met rechtspersoonlijkheid die tot het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin behoren, zijn : 1o Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum Geel; 2o Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum Rekem; 3o Kind en Gezin; 4o Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap; 5o Vlaams Zorgfonds; 6o Fonds Jongerenwelzijn; 7o Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden. § 3. De strategische adviesraad die tot het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin behoort, is de Strategische Adviesraad voor het Vlaamse Welzijns-, Gezondheids- en Gezinsbeleid.

  59. Art. 24. § 1. Voor het beleidsdomein Cultuur, Jeugd, Sport en Media wordt het Vlaams Ministerie van Cultuur, Jeugd, Sport en Media opgericht, dat bestaat uit het gelijknamige departement en drie agentschappen zonder rechtspersoonlijkheid : 1o Kunsten en Erfgoed; 2o Sociaal-Cultureel Werk voor Jeugd en Volwassenen; 3o Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen. § 2. De agentschappen met rechtspersoonlijkheid die tot het beleidsdomein Cultuur, Jeugd, Sport en Media behoren, zijn : 1o Bloso; 2o Vlaamse Regulator voor de Media. § 3. De strategische adviesraad die tot het beleidsdomein Cultuur, Jeugd, Sport en Media behoort, is de Raad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media.

  60. Art. 25. § 1. Voor het beleidsdomein Werk en Sociale Economie wordt het Vlaams ministerie van Werk en Sociale Economie opgericht, dat bestaat uit het gelijknamige departement en het agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie. § 2. De agentschappen met rechtspersoonlijkheid die tot het beleidsdomein Werk en Sociale Economie behoren, zijn : 1o Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding; 2o Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen; 3o ESF-Agentschap.

  61. Art. 26. § 1. Voor het beleidsdomein Landbouw en Visserij wordt het Vlaams ministerie van Landbouw en Visserij opgericht, dat bestaat uit het gelijknamige departement en twee agentschappen zonder rechtspersoonlijkheid : 1o Agentschap voor Landbouw en Visserij; 2o Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek. § 2. Het agentschap met rechtspersoonlijkheid dat tot het beleidsdomein Landbouw en Visserij behoort, is het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing. § 3. De strategische adviesraad die tot het beleidsdomein Landbouw en Visserij behoort, is de Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij.

  62. Art. 27. § 1. Voor het beleidsdomein Leefmilieu, Natuur en Energie wordt het Vlaams ministerie van Leefmilieu, Natuur en Energie opgericht, dat bestaat uit het gelijknamige departement en drie agentschappen zonder rechtspersoonlijkheid : 1o Vlaams Energieagentschap; 2o Agentschap voor Natuur en Bos; 3o Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek. § 2. De agentschappen met rechtspersoonlijkheid die tot het beleidsdomein Leefmilieu, Natuur en Energie behoren, zijn : 1o Vlaamse Milieumaatschappij; 2o Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij; 3o Vlaamse Landmaatschappij; 4o Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. § 3. De strategische adviesraad die tot het beleidsdomein Leefmilieu, Natuur en Energie behoort, is de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen.

  63. Art. 28. § 1. Voor het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken wordt het Vlaams ministerie van Mobiliteit en Openbare Werken opgericht, dat bestaat uit het gelijknamige departement en twee agentschappen zonder rechtspersoonlijkheid : 1o Agentschap Wegen en Verkeer; 2o Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust. § 2. De agentschappen met rechtspersoonlijkheid die tot het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken behoren, zijn : 1o Vlaamse Vervoermaatschappij - De Lijn; 2o De Scheepvaart; 3o Waterwegen en Zeekanaal; 4o Fonds Stationsomgevingen; 5o Luchthavenontwikkelingsmaatschappij Oostende-Brugge; 6o Luchthavenontwikkelingsmaatschappij Kortrijk-Wevelgem. § 3. De strategische adviesraad die tot het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken behoort, is de Mobiliteitsraad van Vlaanderen. 39544 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD

  64. Art. 29. § 1. Voor het beleidsdomein Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed wordt het Vlaams ministerie van Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed opgericht, dat bestaat uit het gelijknamige departement en vier agentschappen zonder rechtspersoonlijkheid : 1o RO-Vlaanderen; 2o Wonen-Vlaanderen; 3o Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed; 4o Inspectie RWO. § 2. Het agentschap met rechtspersoonlijkheid dat tot het beleidsdomein Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed behoort, is de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen. § 3. De strategische adviesraden die tot het beleidsdomein Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend erfgoed behoren zijn : 1o Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed; 2o Vlaamse Woonraad. »

  65. Art. 2. De Vlaamse minister, bevoegd voor de coördinatie van de werking van het Vlaams overheidsapparaat, en de Vlaamse minister, bevoegd voor het algemeen beleid inzake personeel en organisatieontwikkeling, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. Brussel, 24 april 2009. De minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Institutionele Hervormingen, Bestuurszaken, Buitenlands Beleid, Media, Toerisme, Havens, Landbouw, Zeevisserij en Plattelandsbeleid, K. PEETERS TRADUCTION AUTORITE FLAMANDE F. 2009 — 1921 [2009/202283] 24 AVRIL 2009. — Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l’arrêté du Gouvernement flamand du 3 juin 2005 relatif à l’organisation de l’administration flamande Le Gouvernement flamand, Vu la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles, notamment les articles 20 et 87, § 1er; Vu le décret cadre sur la politique administrative du 18 juillet 2003, notamment l’article 3; Vu le décret du 21 décembre 1988 portant création de la « Vlaamse Landmaatschappij » (Société flamande terrienne), notamment l’article 3, modifié par le décret du 7 mai 2004; Vu le décret du 31 juillet 1990 relatif à l’agence autonomisée externe de droit public « Vlaamse Vervoermaatschappij - De Lijn » (Société des Transports flamands - De Lijn), notamment l’article 2, modifié par le décret du 2 avril 2004; Vu le décret du 4 mai 1994 relatif à l’agence autonomisée externe de droit public « Waterwegen en Zeekanaal » (Voies navigables et Canal maritime), société anonyme de droit public, notamment l’article 3, modifié par le décret du 2 avril 2004; Vu le décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l’environnement, notamment les articles 10.2.1 et 10.3.1, insérés par le décret du 7 mai 2004 et l’article 11.1.2, inséré par le décret du 30 avril 2004 et modifié par le décret du 19 décembre 2008; Vu le décret du 2 mars 1999 autorisant le Gouvernement flamand de créer une société coopérative à responsabilité limitée en vue de l’accomplissement de missions en matière de recrutement et de sélection du personnel de la fonction publique, notamment l’article 2, modifié par le décret du 12 décembre 2008; Vu le décret du 8 novembre 2002 portant création de l’asbl ESF-Agentschap (Agence FSE), notamment l’article 2, modifié par les décrets des 22 décembre 2006 et 29 juin 2007; Vu le décret du 19 mars 2004 portant création de l’agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique « Toerisme Vlaanderen » (Office du Tourisme de la Flandre), notamment l’article 3; Vu le décret du 19 mars 2004 relatif au statut de l’étudiant, à la participation dans l’enseignement supérieur, l’intégration de certaines sections de l’enseignement supérieur de promotion sociale dans les instituts supérieurs et l’accompagnement de la restructuration de l’enseignement supérieur en Flandre, notamment l’article VI.9.9; Vu le décret du 2 avril 2004 relatif à la participation à l’école et au « Vlaamse Onderwijsraad » (Conseil flamand de l’Enseignement), notamment l’article 67, modifié par le décret du 22 juin 2007; Vu le décret du 2 avril 2004 portant transformation du « Dienst voor de Scheepvaart » (Office de la Navigation) en agence autonomisée externe de droit public, dénommée « De Scheepvaart » (La Navigation), notamment l’article 4; Vu le décret du 30 avril 2004 portant création des agences autonomisées externes de droit public « Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum Geel » (Centre public de Soins psychiatriques Geel) et « Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum Rekem » (Centre public de Soins psychiatriques Rekem), notamment l’article 3, modifié par le décret du 31 mars 2006; Vu le décret du 30 avril 2004 portant création de l’agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique « Kind en Gezin » (Enfance et Famille), notamment l’article 3; Vu le décret du 30 avril 2004 portant création de l’agence autonomisée externe de droit public « Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt » (Autorité de régulation flamande pour le marché de l’Electricité et du Gaz), notamment l’article 4; Vu le décret du 7 mai 2004 portant création de l’agence autonomisée externe de droit public « Agentschap voor Geografische Informatie Vlaanderen » (Agence de l’Information géographique de la Flandre), notamment l’article 3; Vu le décret du 7 mai 2004 portant transformation de l’asbl « de Rand » en agence autonomisée externe de droit privé, notamment l’article 3; Vu le décret du 7 mai 2004 relatif au « Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen » (Conseil socio-économique de la Flandre), modifié par les décrets des 7 juillet 2006, 13 juillet 2007, 7 décembre 2007 et 19 décembre 2008; Vu le décret du 7 mai 2004 portant création de l’agence autonomisée externe de droit public « Vlaams Agentschap voor Internationaal Ondernemen » (Agence flamande pour l’Entrepreneuriat international), notamment l’article 3; MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39545 Vu le décret du 7 mai 2004 relatif aux sociétés d’investissement des autorités flamandes, notamment l’article 3; Vu le décret du 7 mai 2004 portant création de l’agence autonomisée externe de droit privé « Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing » (Office flamand d’Agro-Marketing), notamment l’article 3; Vu le décret du 7 mai 2004 portant transformation de l’organisme public flamand « Commissariaat-generaal voor de Bevordering van de Lichamelijke Ontwikkeling, de Sport en de Openluchtrecreatie » (Commissariat général à la Promotion de l’Education physique, des Sports et de la Récréation en plein air) en l’agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique BLOSO, notamment l’article 3; Vu le décret du 7 mai 2004 relatif à la création de l’agence autonomisée externe de droit public « Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding » (Office flamand de l’Emploi et de la Formation professionnelle), notamment l’article 3; Vu le décret du 7 mai 2004 portant transformation du « Vlaams Zorgfonds » en agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique et modifiant le décret du 30 mars 1999 portant organisation de l’assurance soins, notamment l’article 3; Vu le décret du 7 mai 2004 portant création de l’agence autonomisée externe de droit public « Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen » (Agence flamande pour la formation d’entrepreneurs - Syntra Flandre), notamment l’article 3; Vu le décret du 7 mai 2004 portant création de l’agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique « Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap » (Agence flamande pour les Personnes handicapées), notamment l’article 3; Vu les décrets relatifs à la radiodiffusion et à la télévision, coordonnés le 4 mars 2005, notamment l’article 167, modifié par les décrets des 16 décembre 2005 et 20 juin 2008; Vu le décret du 10 mars 2006 portant création d’un « strategische adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed » (Conseil consultatif stratégique pour l’Aménagement du Territoire et pour le Patrimoine immobilier), modifié par le décret du 22 décembre 2006; Vu le décret du 28 avril 2006 portant création du « Vlaamse Adviesraad voor Bestuurszaken » (Conseil consultatif flamand des Affaires administratives), notamment l’article 3; Vu le décret du 2 juin 2006 portant transformation du « Vlaams Infrastructuurfonds voor persoonsgebonden Aangelegenheden » (Fonds flamand de l’Infrastructure affectée aux Matières personnalisables) en agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique, et modifiant le décret du 23 février 1994 relatif à l’infrastructure affectée aux matières personnalisables, notamment l’article 3; Vu le décret du 7 juillet 2006 portant création du « Mobiliteitsraad van Vlaanderen » (Conseil de Mobilité de la Flandre), notamment l’article 3; Vu le décret du 22 décembre 2006 contenant diverses mesures d’accompagnement du budget 2007, notamment l’article 93; Vu le décret du 16 mai 2007 portant création du « Strategische Adviesraad internationaal Vlaanderen » (Conseil consultatif stratégique affaires étrangères), notamment l’article 3; Vu le décret du 29 juin 2007 contenant diverses mesures d’accompagnement de l’ajustement du budget 2007, notamment l’article 21; Vu le décret du 6 juillet 2007 portant création du « Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij » (Conseil consultatif stratégique pour l’Agriculture et la Pêche), notamment l’article 3; Vu le décret du 30 novembre 2007 portant création du « Raad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media » (Conseil de la Culture, de la Jeunesse, des Sports et des Médias), notamment l’article 2o; Vu le décret du 7 mars 2008 relatif à l’assistance spéciale à la jeunesse, notamment l’article 54; Vu le décret du 10 juillet 2008 relatif à la gestion et l’exploitation des aéroports régionaux d’Ostende-Bruges et de Courtrai-Wevelgem, notamment les articles 4 et 37; Vu l’arrêté du Gouvernement flamand du 3 juin 2005 relatif à l’organisation de l’Administration flamande; Vu l’avis de l’Inspection des Finances, rendu le 6 mars 2009; Vu l’avis 46 256/3 du Conseil d’Etat, donné le 31 mars 2009, en application de l’article 84, § 1er, alinéa premier, 1o, des lois sur le Conseil d’Etat, coordonnées le 12 janvier 1973; Sur la proposition du Ministre-Président du Gouvernement flamand, Ministre flamand des Réformes institution- nelles, des Affaires administratives, de la Politique extérieure, des Médias, du Tourisme, des Ports, de l’Agriculture, de la Pêche en mer et de la Ruralité; Après délibération, Arrête :

  66. Article 1er. A l’arrêté du Gouvernement flamand du 3 juin 2005 relatif à l’organisation de l’Administration flamande, le chapitre III Création des ministères et départements et incorporation des agences dans les domaines politiques, comprenant les articles 17 à 29 inclus, est remplacé par les dispositions suivantes : « CHAPITRE III. — Création des ministères et départements et incorporation des agences et des conseils consultatifs stratégiques dans les domaines politiques

  67. Art. 17. § 1er. En ce qui concerne le domaine politique « services pour la politique générale du gouvernement », il est créé le Ministère flamand dénommé « Services pour la politique générale du gouvernement », composé du département du même nom et de deux agences sans personnalité juridique : 1o le « Studiedienst van de Vlaamse Regering » (Service d’Etude du Gouvernement flamand); 2o le « Interne Audit van de Vlaamse Administratie » (Audit interne de l’Administration flamande). § 2. Les agences dotées de la personnalité juridique qui relèvent du domaine politique « services pour la politique générale du gouvernement » sont : 1o la « Agentschap voor Geografische Informatie Vlaanderen » (Agence de l’Information géographique pour la Flandre); 2o « de Rand ». § 3. Le « Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen » (Conseil socio-économique de la Flandre) est le conseil consultatif stratégique pour le domaine politique « services pour la politique générale du gouvernement », sans préjudice des missions du Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen en tant que conseil consultatif stratégique pour d’autres domaines et champs politiques. 39546 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD

  68. Art. 18. § 1er. En ce qui concerne le domaine politique « affaires administratives », il est créé le Ministère flamand des Affaires administratives, composé du département du même nom et de trois agences sans personnalité juridique : 1o la « Agentschap voor Overheidspersoneel » (Agence de la Fonction publique); 2o la « Agentschap voor Facilitair Management » (Agence de Gestion facilitaire); 3o la « Agentschap voor Binnenlands Bestuur » (Agence de l’Administration intérieure). § 2. Le « Jobpunt Vlaanderen » est l’agence dotée de la personnalité juridique qui relève du domaine politique « affaires administratives ». § 3. Le « Vlaamse Adviesraad voor Bestuurszaken » (Conseil consultatif flamand des Affaires administratives) est le conseil consultatif stratégique qui relève du domaine politique « affaires administratives ».

  69. Art. 19. § 1er. En ce qui concerne le domaine politique « finances et budget », il est créé le Ministère flamand des Finances et du Budget, composé du département du même nom et de deux agences sans personnalité juridique : 1o le « Vlaamse Belastingdienst » (Service flamand des Impôts); 2o la « Centrale Accounting » (Comptabilité centrale). § 2. Le « Vlaams Toekomstfonds » (Fonds flamand d’Avenir) est l’agence dotée de la personnalité juridique qui relève du domaine politique « finances et budget ».

  70. Art. 20. § 1er. En ce qui concerne le domaine politique « affaires étrangères », le Ministère flamand des Affaires étrangères est créé, qui se compose du département du même nom et de l’agence sans personnalité juridique, la « Vlaams Agentschap voor Internationale Samenwerking » (Agence flamande de la Coopération internationale). § 2. Les agences dotées de la personnalité juridique qui relèvent du domaine politique « affaires étrangères » sont : 1o la « Vlaams Agentschap voor Internationaal Ondernemen » (Agence flamande pour l’Entrepreneuriat international); 2o le « Toerisme Vlaanderen » (Office du Tourisme de la Flandre). § 3. Le « Strategische Adviesraad internationaal Vlaanderen » (Conseil consultatif stratégique des affaires étrangères) est le conseil consultatif stratégique qui relève du domaine politique « affaires étrangères ».

  71. Art. 21. § 1er. En ce qui concerne le domaine politique « économie, sciences et innovation », il est créé le Ministère flamand de l’Economie, des Sciences et de l’Innovation, composé du département du même nom et de l’agence sans personnalité juridique, la « Agentschap Ondernemen » (Agence de l’Entrepreneuriat). § 2. Les agences dotées de la personnalité juridique qui relèvent du domaine politique « économie, sciences et innovation » sont : 1o la « Participatiemaatschappij Vlaanderen » (Société de Participation pour la Flandre); 2o la « Limburgse Reconversiemaatschappij » (Société de Reconversion pour le Limbourg); 3o la « Vlaamse Participatiemaatschappij » (Société flamande de Participation); 4o la « Herculesstichting » (la Fondation Hercules).

  72. Art. 22. § 1er. En ce qui concerne le domaine politique « enseignement et formation », il est créé le Ministère flamand de l’Enseignement et de la Formation, composé du département du même nom et de trois agences sans personnalité juridique : 1o la « Agentschap voor Onderwijscommunicatie » (Agence de Communication d’Enseignement); 2o la « Agentschap voor Onderwijsdiensten » (Agence de Services d’Enseignement); 3o la « Agentschap Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen » (Agence d’Enseignement supérieur, d’Education des Adultes et d’Allocations d’études). § 2. La « Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs » (Agence de l’Infrastructure dans l’Enseignement) est l’agence dotée de la personnalité juridique qui relève du domaine politique « enseignement et formation ». § 3. Le « Vlaamse Onderwijsraad » (Conseil flamand de l’Enseignement) est le conseil consultatif stratégique qui relève du domaine politique « enseignement et formation ».

  73. Art. 23. § 1er. En ce qui concerne le domaine politique « aide sociale, santé publique et famille », il est créé le Ministère flamand de l’Aide sociale, de la Santé publique et de la Famille, composé du département du même nom et de trois agences sans personnalité juridique : 1 « Zorg en Gezondheid » (Soins et Santé); 2o « Jongerenwelzijn » (Aide sociale aux Jeunes); 3o la « Inspectie Welzijn, Volksgezondheid en Gezin » (Inspection de l’Aide sociale, de la Santé publique et de la Famille). § 2. Les agences dotées de la personnalité juridique qui relèvent du domaine politique « aide sociale, santé publique et famille » sont : 1o le « Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum Geel » (Centre public de Soins psychiatriques Geel); 2o le « Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum Rekem » (Centre public de Soins psychiatriques Rekem); 3o « Kind en Gezin » (Enfance et Famille); 4o la « Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap » (Agence flamande pour les Personnes handicapées); 5o le « Vlaams Zorgfonds » (Fonds flamand des Soins); 6o le « Fonds Jongerenwelzijn » (Fonds d’Aide sociale aux Jeunes); 7o le « Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden » (Fonds flamand de l’Infrastructure affectée aux Matières personnalisables). § 3. Le « Strategische Adviesraad voor het Vlaamse welzijns-, gezondheids- en gezinsbeleid » (Conseil consultatif stratégique de la politique flamande de l’Aide sociale, de la Santé publique et de la Famille) est le conseil consultatif stratégique pour le domaine politique « aide sociale, santé publique et famille ». MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39547

  74. Art. 24. § 1er. En ce qui concerne le domaine politique « culture, jeunesse, sports et médias », il est créé le Ministère flamand de la Culture, de la Jeunesse, des Sports et des Médias, composé du département du même nom et de trois agences sans personnalité juridique : 1o « Kunsten en Erfgoed » (Arts et Patrimoine); 2o « Sociaal-Cultureel Werk voor Jeugd en Volwassenen » (l’Animation socioculturelle des Jeunes et des Adultes); 3o le « Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen » (Musée Royal des Beaux-Arts d’Anvers). § 2. Les agences dotées de la personnalité juridique qui relèvent du domaine politique « culture, jeunesse, sports et médias » sont : 1o le « Bloso » (Agence pour la Promotion de l’Education physique, des Sports et de la Vie en plein air); 2o le « Vlaamse Regulator voor de Media » (Régulateur flamand des Médias). § 3. Le « Raad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media » (Conseil de la Culture, de la Jeunesse, des Sports et des Médias) est le conseil consultatif stratégique pour le domaine politique « culture, jeunesse, sports et médias ».

  75. Art. 25. § 1er. En ce qui concerne le domaine politique « emploi et économie sociale », il est créé le Ministère flamand de l’Emploi et de l’Economie sociale, composé du département du même nom et de l’agence sans personnalité juridique, la « Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie » (Agence flamande de Subventionnement de l’Emploi et de l’Economie sociale). § 2. Les agences dotées de la personnalité juridique qui relèvent du domaine politique « emploi et économie sociale » sont : 1o le « Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding » (l’Office flamand de l’Emploi et de la Formation professionnelle); 2o la « Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen » (Agence flamande pour la Formation d’Entrepreneurs - Syntra Vlaanderen); 3o la « ESF-Agentschap » (l’Agence FSE).

  76. Art. 26. § 1er. En ce qui concerne le domaine politique « agriculture et pêche », il est créé le Ministère flamand de l’Agriculture et de la Pêche, composé du département du même nom et de deux agences sans personnalité juridique : 1o la « Agentschap voor Landbouw en Visserij » (Agence de l’Agriculture et de la Pêche); 2o le « Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek » (Institut de Recherche de l’Agriculture et de la Pêche). § 2. Le « Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing » (Office flamand d’Agro-Marketing) est l’agence dotée de la personnalité juridique qui relève du domaine politique « agriculture et pêche ». § 3. Le « Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij » (Conseil consultatif stratégique de l’Agriculture et de la Pêche) est le conseil consultatif stratégique pour le domaine politique « agriculture et pêche ».

  77. Art. 27. § 1er. En ce qui concerne le domaine politique « environnement, nature et énergie », il est créé le Ministère flamand de l’Environnement, de la Nature et de l’Energie composé du département du même nom et de trois agences sans personnalité juridique : 1o la « Vlaams Energieagentschap » (Agence flamande de l’Energie); 2o la « Agentschap voor Natuur en Bos » (Agence de la Nature et des Forêts); 3o le « Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek » (Institut de Recherche des Forêts et de la Nature). § 2. Les agences dotées de la personnalité juridique qui relèvent du domaine politique « environnement, nature et énergie » sont : 1o la « Vlaamse Milieumaatschappij » (Société flamande de l’Environnement); 2o la « Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij » (Société publique des Déchets pour la Région flamande); 3o la « Vlaamse Landmaatschappij » (Société flamande terrienne); 4o la « Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt » (Autorité de Régulation flamande pour le Marché de l’Electricité et du Gaz). § 3. Le « Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen » (Conseil flamand de l’Environnement et de la Nature) est le conseil consultatif stratégique pour le domaine politique « environnement, nature et énergie ».

  78. Art. 28. § 1er. En ce qui concerne le domaine politique « mobilité et travaux publics », il est créé le Ministère flamand de la Mobilité et des Travaux publics, composé du département du même nom et de deux agences sans personnalité juridique : 1o la « Agentschap Wegen en Verkeer » (Agence des Routes et de la Circulation); 2o la « Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust » (Agence Services Maritimes et la Côte). § 2. Les agences dotées de la personnalité juridique qui relèvent du domaine politique « mobilité et travaux publics » sont : 1o la « Vlaamse Vervoermaatschappij - De Lijn » (Société flamande des transports - De Lijn); 2o « De Scheepvaart » (La Navigation); 3o « Waterwegen en Zeekanaal » (Voies navigables et Canal maritime); 4o le « Fonds Stationsomgevingen » (Fonds des Abords des gares); 5o la « Luchhavenontwikkelingsmaatschappij Oostende-Brugge » (Société de Développement de l’Aéroport Ostende-Bruges;). 6o la « Luchthavenontwikkelingsmaatschappij Kortrijk-Wevelgem » (Société de Développement de l’Aéroport Courtrai - Wevelgem). § 3. Le « Mobiliteitsraad van Vlaanderen » (Conseil de Mobilité de la Flandre) est le conseil consultatif stratégique qui relève du domaine politique « mobilité et travaux publics ».

  79. Art. 29. § 1er. En ce qui concerne le domaine politique « aménagement du territoire, politique du logement et patrimoine immobilier », il est créé le Ministère flamand de l’Aménagement du territoire, de la Politique du logement et du Patrimoine immobilier, composé du département du même nom et de quatre agences sans personnalité juridique : 1o la « RO-Vlaanderen » (Agence de l’Aménagement du Territoire et du Patrimoine immobilier); 2o « Wonen-Vlaanderen » (Logement-Flandre); 3o le « Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed » (Institut flamand du Patrimoine immobilier); 4o la « Inspectie RWO » (Inspection de l’Aménagement du Territoire, de la Politique du Logement et du Patrimoine immobilier). 39548 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD § 2. La « Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen » (Société flamande du Logement social) est l’agence dotée de la personnalité juridique qui relève du domaine politique « aménagement du territoire, politique du logement et patrimoine immobilier ». § 3. Les conseils consultatifs stratégiques suivants relèvent du domaine politique « aménagement du territoire, politique du logement et patrimoine immobilier » : 1o le « Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed » (Conseil consultatif stratégique pour l’Aménagement du Territoire et pour le Patrimoine immobilier); 2o le « Vlaamse Woonraad » (Conseil flamand du Logement). »

  80. Art. 2. Le Ministre flamand ayant la coordination du fonctionnement de l’administration publique flamande dans ses attributions et le Ministre flamand ayant la politique générale en matière de personnel et de développement organisationnel dans ses attributions sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l’exécution du présent arrêté. Bruxelles, le 24 avril 2009. Le Ministre-Président du Gouvernement flamand, Ministre flamand des Réformes institutionnelles, des Affaires administratives, de la Politique extérieure, des Médias, du Tourisme, des Ports, de l’Agriculture, de la Pêche en mer et de la Ruralité, K. PEETERS COMMUNAUTE FRANÇAISE — FRANSE GEMEENSCHAP MINISTERE DE LA COMMUNAUTE FRANÇAISE F. 2009 — 1922 (2009 — 1636) [C − 2009/29301] 5 DECEMBRE 2008. — Arrêté du Gouvernement de la Communauté française fixant le statut administratif et pécuniaire du personnel de Wallonie-Bruxelles International Erratum Dans l’arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 5 décembre 2008 fixant le statut administratif et pécuniaire du personnel de Wallonie-Bruxelles International, publié au Moniteur belge le 8 mai 2009, à la page 35751, dans la version néerlandaise, à l’article 379, § 1er, 1er alinéa, il y a lieu de lire « zes maanden » en remplacement de « drie maanden ». VERTALING MINISTERIE VAN DE FRANSE GEMEENSCHAP N. 2009 — 1922 (2009 — 1636) [C − 2009/29301] 5 DECEMBER 2008. — Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot vaststelling van het administratief statuut en het geldelijk statuut van het personeel van « Wallonie-Bruxelles International ». — Erratum In het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 5 december 2008 tot vaststelling van het administratief statuut en het geldelijk statuut van het personeel van « Wallonie-Bruxelles International », bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 8 mei 2009, op bladzijde 35751, in de Nederlandse versie, in artikel 379, § 1, eerste lid, dient « zes maanden » te worden gelezen in plaats van « drie maanden ». REGION WALLONNE — WALLONISCHE REGION — WAALS GEWEST SERVICE PUBLIC DE WALLONIE F. 2009 — 1923 [2009/202356] 30 AVRIL 2009. — Décret portant des modifications au décret du 29 janvier 2004 relatif au plan d’accompagnement des reconversions (1) Le Parlement wallon a adopté et Nous, Gouvernement, sanctionnons ce qui suit :

  81. Article 1er. Le présent décret règle, en partie, en application de l’article 138 de la Constitution, une matière visée à l’article 127, § 1er, de celle-ci.

  82. Art. 2. L’article 2 du décret du 29 janvier 2004 relatif au plan d’accompagnement des reconversions est remplacé par la disposition suivante : « Art. 2. § 1er. Pour l’application du présent décret, il faut entendre par : 1o ″travailleur″ : la personne qui fournit des prestations de travail dans le cadre d’un contrat de travail régi par la loi du 3 juillet 1978; 2o ″travailleur intérimaire″ : la personne qui fournit des prestations de travail dans le cadre d’un contrat de travail intérimaire régi par la loi du 24 juillet 1987 sur le travail temporaire, le travail intérimaire et la mise de travailleurs à disposition d’utilisateurs; 3o ″employeur″ : la personne qui occupe un travailleur ou qui bénéficie des prestations d’un travailleur intérimaire et qui relève du champ d’application de la loi du 5 décembre 1968 sur les conventions collectives de travail et les commissions paritaires; 4o ″entreprise″ : l’unité technique d’exploitation visée par l’article 14 de la loi du 20 septembre 1948 portant organisation de l’économie; MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39549 5o ″représentants des travailleurs″ : les délégués du personnel au conseil d’entreprise, la délégation syndicale du personnel de l’entreprise ou les organisations syndicales représentées à la commission paritaire compétente; 6o ″licenciement collectif″ : tout licenciement pour un ou plusieurs motifs non inhérents à la personne des travailleurs, tel que défini par la loi du 13 février 1998 portant dispositions en faveur de l’emploi et par l’article 1er de l’arrêté royal du 24 mai 1976 sur les licenciements collectifs; 7o ″outplacement″ : le service défini comme tel par le décret du Conseil régional wallon du 13 mars 2003 relatif à l’agrément des agences de placement; 8o ″cellule pour l’emploi″ : la structure visée par le chapitre V du titre IV de la loi du 23 décembre 2005 relative au Pacte de solidarité entre les générations; 9o ″Office″ : l’Office wallon de la Formation professionnelle et de l’Emploi (FOREm), tel qu’institué par le décret du 6 mai 1999 relatif à l’Office wallon de la Formation professionnelle et de l’Emploi. § 2. Un plan d’accompagnement des reconversions, ci-après dénommé ″plan″, est mis en œuvre lorsqu’un employeur procède à un licenciement collectif et que les deux conditions suivantes sont remplies : 1. des représentants des travailleurs ont demandé l’élaboration de ce plan à l’Office; 2. le comité de gestion de l’Office a approuvé le projet de plan élaboré par les services de l’Office en collaboration avec les représentants des travailleurs. Un plan est également mis en œuvre lorsqu’un employeur qui ne procède pas à un licenciement collectif décide, pour des raisons d’ordre économique ou de restructuration économique, de ne pas reconduire des contrats de travail à durée déterminée ou de ne pas renouveler des missions de travail intérimaire et que ces décisions affectent, au cours d’une période de soixante jours et dans la même entreprise, au moins 10 travailleurs ou travailleurs intérimaires mis à disposition de l’entreprise depuis au moins trois mois. L’alinéa qui précède cesse de produire ses effets le 31 décembre 2010. Toutefois, le Gouvernement peut maintenir cette disposition en vigueur, après avoir recueilli l’avis du Comité de gestion de l’Office. § 3. L’adoption du plan par l’Office ouvre un droit aux travailleurs et aux travailleurs intérimaires visés à bénéficier de ce dispositif adapté à leurs caractéristiques en vue de les aider à se réinsérer professionnellement. § 4. La durée du plan est fixée, en principe, à un an à partir de son entrée en vigueur et ne peut dépasser deux ans. Chaque plan précise la date de son entrée en vigueur et sa durée. »

  83. Art. 3. L’article 3 du décret du 29 janvier 2004 relatif au plan d’accompagnement des reconversions est remplacé par la disposition suivante : « Art. 3. Le plan s’applique lorsque le nombre de travailleurs licenciés visé à l’article 1er, 3°, de l’arrêté royal du 24 mai 1976 sur les licenciements collectifs est atteint ou lorsque le nombre de travailleurs visés à l’article 2, § 2, alinéa 2, du présent décret est atteint. Toutefois, en cas de fermeture ou de faillite d’une entreprise, le calcul du nombre de travailleurs comprend ceux qui ont été licenciés dans l’année qui précède la date de décision de cessation de l’activité, lorsque ces licenciements ont été réalisés lors de phases préalables à la fermeture ou à la faillite d’une entreprise. Le Gouvernement, sur proposition du comité de gestion de l’Office, est habilité à compléter la liste des travailleurs qui seront pris en compte lors de la détermination du nombre visé à l’alinéa 1er du présent article, lorsque le licenciement collectif a manifestement une répercussion négative sur l’emploi d’autres travailleurs. »

  84. Art. 4. L’article 4 du décret du 29 janvier 2004 relatif au plan d’accompagnement des reconversions est remplacé par la disposition suivante : « Art. 4. Le plan ne bénéficie qu’aux travailleurs et aux travailleurs intérimaires visés à l’article 3. Ceux-ci peuvent entrer à tout moment dans le dispositif et l’utiliser de façon permanente ou discontinue pendant la durée du plan. Les travailleurs et les travailleurs intérimaires utilisant le dispositif peuvent bénéficier d’un contrat d’accom- pagnement socioprofessionnel visé à l’article 9. »

  85. Art. 5. L’article 5 du décret du 29 janvier 2004 relatif au plan d’accompagnement des reconversions est remplacé par la disposition suivante : « Art. 5. § 1er. Le projet de plan est approuvé par le comité de gestion de l’Office. Il est établi par l’Office en tenant compte de la convention négociée entre l’employeur qui licencie et les représentants des travailleurs. Il est établi sur la base d’un cahier des charges type approuvé par le Gouvernement. A la suite de l’approbation du comité de gestion de l’Office, une convention de partenariat entre le comité de gestion de l’Office et les représentants des travailleurs concernés reprenant ce plan est ensuite signée, conformément à l’article 7, § 5, du décret du 6 mai 1999 précité. L’Office informe le Ministre compétent de la demande qui lui est faite de constituer un plan, de l’instruction de la demande, de son élaboration, de son approbation et de la mise en œuvre du plan. L’information est au moins effectuée à trois stades, la demande de constitution du plan, l’approbation ou non du plan et de manière périodique l’évaluation de la mise en œuvre du plan. § 2. Les alinéas 1er, 3 et 4, du § 1er, ne sont pas applicables aux plans mis en œuvre dans les circonstances visées par l’article 2, § 2, alinéa 2. Ceux-ci sont élaborés, adoptés et exécutés dans le cadre de la gestion journalière de l’Office. » 39550 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD

  86. Art. 6. L’article 6 du décret du 29 janvier 2004 relatif au plan d’accompagnement des reconversions est remplacé par la disposition suivante : « Art. 6. L’Office travaille en collaboration avec les organisations représentatives des travailleurs en vue d’assurer la veille, la construction du projet, l’encadrement et la formation des accompagnateurs sociaux. Une subvention annuelle est allouée à cet effet par le comité de gestion de l’Office auxdites organisations via des structures ad hoc dotées de la personnalité juridique, en vue d’assurer le fonctionnement des missions prévues à l’alinéa 1er du présent article. Cette subvention est répartie entre lesdites organisations sur la base du résultat des élections sociales au niveau de la Région wallonne et selon les modalités déterminées par le Gouvernement wallon. »

  87. Art. 7. L’article 7 du décret du 29 janvier 2004 relatif au plan d’accompagnement des reconversions est remplacé par la disposition suivante : « Art. 7. La mise en œuvre de chaque plan est assurée par une équipe composée d’agents de l’Office ainsi que d’accompagnateurs sociaux qui relèvent contractuellement de l’autorité des représentants des travailleurs conformé- ment à la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail. Les accompagnateurs sociaux sont répartis dans les cellules de reconversion et les plates-formes permanentes visées par les articles 11 et 12 selon les modalités déterminées par le Gouvernement sur la base des résultats des élections sociales dans les entreprises concernées moyennant accord entre les organisations syndicales. Hors les cas visés par l’article 11, § 3, les accompagnateurs sociaux spécifiques à chaque cellule de reconversion sont désignés par la convention visée à l’article 5, alinéa 3, et prioritairement parmi les travailleurs licenciés ayant une expérience reconnue par les autres travailleurs licenciés. Les accompagnateurs sociaux affectés aux plates-formes permanentes sont désignés par une convention conclue entre l’Office et les organisations représentatives des travailleurs via des structures ad hoc dotées de la personnalité juridique. »

  88. Art. 8. L’article 8 du décret du 29 janvier 2004 relatif au plan d’accompagnement des reconversions est remplacé par la disposition suivante : « Art. 8. Les outils mis à disposition des travailleurs et des travailleurs intérimaires dans le cadre du plan peuvent notamment consister en l’accueil de ces personnes, l’accompagnement psychosocial continu, le soutien aux démarches sociales et administratives, le suivi des processus de formation et d’insertion, des activités visant à la réinsertion professionnelle, l’établissement d’un bilan professionnel, l’accès à la reconversion, à la qualification et à l’emploi. Les travailleurs et les travailleurs intérimaires seront également informés des services dispensés par les agences de placement. »

  89. Art. 9. L’article 9 du décret du 29 janvier 2004 relatif au plan d’accompagnement des reconversions est remplacé par la disposition suivante : « Art. 9. Pour bénéficier des dispositifs mis en œuvre par le plan ainsi que d’un droit équivalant à l’indemnité des stagiaires en formation prévu par l’arrêté du Gouvernement wallon du 8 février 2002 relatif à l’octroi de certains avantages aux stagiaires qui reçoivent une formation professionnelle, chaque travailleur ou travailleur intérimaire conclut un contrat d’accompagnement socioprofessionnel avec l’Office. ».

  90. Art. 10. L’article 10 du décret du 29 janvier 2004 relatif au plan d’accompagnement des reconversions est remplacé par la disposition suivante : « Art. 10. Le Gouvernement wallon fixe le coût moyen maximal d’intervention par travailleur ou travailleur intérimaire. »

  91. Art. 11. L’article 11 du décret du 29 janvier 2004 relatif au plan d’accompagnement des reconversions est remplacé par la disposition suivante : « Art. 11. § 1er. La mise en œuvre de chaque plan visé par l’article 2, § 2, alinéa 1er, est gérée par une cellule de reconversion créée spécifiquement à cet effet par le comité de gestion. Les cellules de reconversion sont des structures partenariales dépourvues de personnalité juridique. Chaque cellule de reconversion est dirigée par un comité d’accompagnement tel que défini par le cahier des charges et inscrit dans la convention de partenariat visée par l’article 5, alinéa 3. Elle dispose de moyens matériels spécifiques et du personnel spécifique visé par l’article 7, alinéa 1er. Les cellules de reconversion informent périodiquement le comité de gestion de l’Office de leurs activités lui permettant d’assurer un suivi effectif de la mise en œuvre des plans et de les évaluer. § 2. Dans le cas où une cellule de reconversion est assimilée à une cellule pour l’emploi par ou en vertu de la loi du 23 décembre 2005 relative au Pacte de solidarité entre les générations, telle que modifiée par la loi de relance économique du 27 mars 2009 et par ou en vertu de l’arrêté royal du 9 mars 2006, le comité d’accompagnement détermine l’articulation de l’offre de services et les modalités de collaboration avec l’agence d’outplacement choisie, s’il échet, par l’employeur. § 3. Par dérogation au § 1er, alinéa 4, la cellule de reconversion, assimilée ou non à une cellule pour l’emploi, créée pour répondre à un licenciement collectif affectant moins de cent travailleurs, dispose des moyens matériels et humains de la plate-forme permanente dans le ressort territorial de laquelle est située l’entreprise qui licencie. »

  92. Art. 12. L’article 12 du décret du 29 janvier 2004 relatif au plan d’accompagnement des reconversions est remplacé par la disposition suivante : « Art. 12. Les plans visés par l’article 2, § 2, alinéa 2, sont mis en œuvre par des plates-formes permanentes créées au sein des services de l’Office. Une plate-forme permanente est organisée dans le ressort territorial de chaque Direction régionale de l’Office selon les modalités et avec les moyens déterminés par le Gouvernement. » MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39551

  93. Art. 13. Le présent décret entre en vigueur à une date fixée par le Gouvernement. Promulguons le présent décret, ordonnons qu’il soit publié au Moniteur belge. Namur, le 30 avril 2009. Le Ministre-Président, R. DEMOTTE Le Ministre du Logement, des Transports et du Développement territorial, A. ANTOINE Le Ministre du Budget, des Finances et de l’Equipement, M. DAERDEN Le Ministre des Affaires intérieures et de la Fonction publique, Ph. COURARD Le Ministre de l’Economie, de l’Emploi, du Commerce extérieur et du Patrimoine, J.-C. MARCOURT La Ministre de la Recherche, des Technologies nouvelles et des Relations extérieures, Mme M.-D. SIMONET Le Ministre de la Formation, M. TARABELLA Le Ministre de la Santé, de l’Action sociale et de l’Egalité des Chances, D. DONFUT Le Ministre de l’Agriculture, de la Ruralité, de l’Environnement et du Tourisme, B. LUTGEN Note (1) Session 2008-2009. Documents du Parlement wallon, 957 (2008-2009), nos 1 à 3. Compte rendu intégral, séance publique du 29 avril 2009. Discussion - Votes. VERTALING WAALSE OVERHEIDSDIENST N. 2009 — 1923 [2009/202356] 30 APRIL 2009. — Decreet waarbij wijzigingen aangebracht worden in het decreet van 29 januari 2004 betreffende het begeleidingsplan inzake omschakelingen (1) Het Waals Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt :

  94. Artikel 1. Dit besluit regelt gedeeltelijk een materie bedoeld in artikel 127, § 1, van de Grondwet, overeenkomstig artikel 138 van de Grondwet.

  95. Art. 2. Artikel 2 van het decreet van 29 januari 2004 betreffende het begeleidingsplan inzake omschakelingen wordt vervangen als volgt : « Art. 2. § 1. Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder : 1o ″werknemer″ : de persoon die arbeidsprestaties levert krachtens een arbeidsovereenkomst geregeld bij de wet van 3 juli 1978; 2o ″uitzendwerknemer″ : de persoon die arbeidsprestaties levert krachtens een arbeidsovereenkomst geregeld bij de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers; 3o ″werkgever″ : de persoon die een werknemer tewerkstelt of voor wie een werknemer arbeidsprestaties levert en die onder het toepassingsgebied van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités valt; 4o ″onderneming″ : technische eenheid bedoeld in artikel 14 van de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven; 5o ″vertegenwoordigers van de werknemers″ : de afgevaardigden van het personeel binnen de ondernemingsraad, de vakbondsafvaardiging van het personeel van de onderneming of de vakbondsorganisaties vertegenwoordigd binnen de bevoegde paritaire commissie; 6o ″collectief ontslag″ : elk ontslag, om één of meer redenen die geen betrekking hebben op de persoon van de werknemers, zoals bepaald bij de wet van 13 februari 1998 houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling en bij artikel 1 van het koninklijk besluit van 24 mei 1976 betreffende het collectief ontslag; 7o ″outplacement″ : de dienst omschreven in het decreet van de Waalse Gewestraad van 13 maart 2003 betreffende de erkenning van arbeidsbemiddelingsbureaus; 8o ″tewerkstellingscel″ : de structuur bedoeld in hoofdstuk V van titel IV van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact; 9o ″Dienst″ : de ″Office wallon de la Formation professionnelle et de l’Emploi (FOREm)″ (Waalse Dienst voor Beroepsopleiding en Arbeidsbemiddeling), zoals ingesteld bij het decreet van 6 mei 1999 betreffende de ″Office wallon de la Formation professionnelle et de l’Emploi″. § 2. Er wordt een begeleidingsplan inzake omschakelingen, hierna ″plan″ genoemd, ten uitvoer gelegd wanneer een werknemer overgaat tot een collectief ontslag en wanneer de twee volgende voorwaarden vervuld zijn : 1. vertegenwoordigers van de werknemers hebben de Dienst verzocht om de uitwerking van dat plan; 2. het beheerscomité van de Dienst heeft het ontwerp van plan goedgekeurd dat door de diensten van de Dienst in samenwerking met de vertegenwoordigers van de werknemers werd opgemaakt. 39552 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Er wordt ook een plan ten uitvoer gelegd wanneer een werknemer die niet overgaat tot een collectief ontslag om economische redenen of wegens bedrijfsherstructering beslist om de arbeidsovereenkomsten van bepaalde duur of de uitzendarbeidsopdrachten niet te verlengen en wanneer die beslissingen in de loop van een periode van zestig dagen binnen dezelfde onderneming minstens 10 werknemers of uitzendwerknemers treffen die sinds minstens drie maanden ter beschikking van de onderneming gesteld zijn. Het vorige lid houdt op uitwerking te hebben op 31 december 2010. De Regering kan beslissen dat die bepaling van kracht blijft nadat ze het advies van het Beheersomité van de Dienst heeft ingewonnen. § 3. De aanneming van het plan door de Dienst verleent bedoelde uitzendwerknemers het recht om in aanmerking te komen voor dat stelsel dat aan hun eigenschappen aangepast wordt om ze opnieuw op de arbeidsmarkt in te schakelen. § 4. De duur van het plan wordt in principe vastgelegd op één jaar, te rekenen van de datum van inwerkingtreding ervan, en mag niet meer dan twee jaar bedragen. Elk plan vermeldt de datum van zijn inwerkingtreding en zijn duur. »

  96. Art. 3. Artikel 3 van het decreet van 29 januari 2004 betreffende het begeleidingsplan inzake omschakelingen wordt vervangen als volgt : « Art. 3. Het plan wordt toegepast als het aantal ontslagen werknemers bedoeld in artikel 1, 3o, van het koninklijk besluit van 24 mei 1976 betreffende het collectief ontslag of wanneer het aantal werknemers bedoeld in artikel 2, § 2, tweede lid, van dit decreet bereikt is. In geval van sluiting of van faillietverklaring van een onderneming wordt bij de berekening van het aantal werknemers evenwel rekening gehouden met de werknemers die zijn ontslagen in de loop van het jaar vóór de datum van de beslissing tot stopzetting van de activiteit wanneer die ontslagen plaatsvonden in fasen voorafgaand aan de sluiting of de faillietverklaring van de onderneming De Regering mag op de voordracht van het beheerscomité van de Dienst de lijst aanvullen van de werknemers die in aanmerking genomen zullen worden bij de berekening van het aantal bedoeld in het eerste lid van dit artikel als het collectief ontslag een duidelijk nadelige weerslag op de tewerkstelling van andere werknemers heeft. »

  97. Art. 4. Artikel 4 van het decreet van 29 januari 2004 betreffende het begeleidingsplan inzake omschakelingen wordt vervangen als volgt : « Art. 4. Het plan geldt slechts voor de werknemers en de uitzendwerknemers bedoeld in artikel 3. Zij kunnen elk ogenblik in het stelsel opgenomen worden en er doorlopend of discontinu gebruik van maken zolang het loopt. De werknemers en de uitzendwerknemers die gebruik maken van het stelsel kunnen in aanmerking komen voor het in artikel 9 bedoelde begeleidingscontract inzake sociale integratie en inschakeling in het arbeidsproces. »

  98. Art. 5. Artikel 5 van het decreet van 29 januari 2004 betreffende het begeleidingsplan inzake omschakelingen wordt vervangen als volgt : « Art. 5. § 1. Het planontwerp wordt goedgekeurd door het beheerscomité van de Dienst. Het wordt door de Dienst opgemaakt met inachtneming van de overeenkomst tussen de werkgever die ontslaat en de vertegenwoordigers van de werknemers. Het wordt opgemaakt op basis van een door de Regering goedgekeurde typebestek. Na goedkeuring sluit het beheerscomité van de Dienst met de betrokken vertegenwoordigers van de werknemers een partnerschapsovereenkomst waarin dat plan is opgenomen, overeenkomstig artikel 7, § 5, van voornoemd decreet van 6 mei 1999. De Dienst informeert de bevoegde Minister dat hij erom verzocht wordt een plan op te stellen en geeft hem kennis van het onderzoek van het verzoek, van het ontwerp, de goedkeuring en de uitvoering van het plan De informatie wordt in minstens drie fasen verstrekt, met name het verzoek om opstelling van het plan, de goedkeuring of verwerping van het plan en de periodieke beoordeling van de tenuitvoerlegging van het plan. § 2. Het eerste, het tweede en het derde lid van § 1 zijn niet toepasselijk op de plannen die ten uitvoer gelegd worden in de omstandigheden bedoeld in artikel 2, § 2, tweede lid. Deze plannen worden uitgewerkt, aangenomen en uitgevoerd in het raam van het dagelijks beheer van de Dienst. »

  99. Art. 6. Artikel 6 van het decreet van 29 januari 2004 betreffende het begeleidingsplan inzake omschakelingen wordt vervangen als volgt : « Art. 6. De Dienst werkt in samenwerking met de representatieve werknemersorganisaties om te zorgen voor de opvolging en de opbouw van het project, voor de begeleiding en de opleiding van de sociale begeleiders. Het beheerscomité van de Dienst verleent daartoe een jaarlijkse subsidie aan genoemde organisaties via ad hoc-structuren met rechtspersoonlijkheid teneinde de werking van de in het eerste lid van dit artikel bedoelde opdrachten te waarborgen. Die subsidie wordt onder genoemde organisaties verdeeld op basis van het resultaat van de sociale verkiezingen in het Waalse Gewest en volgens de modaliteiten die de Regering bepaalt. »

  100. Art. 7. Artikel 7 van het decreet van 29 januari 2004 betreffende het begeleidingsplan inzake omschakelingen wordt vervangen als volgt : « Art. 7. Elk plan wordt ten uitvoer gelegd door een ploeg bestaande uit personeelsleden van de Dienst, alsook uit sociale begeleiders die krachtens een overeenkomst onder het gezag van de vertegenwoordigers van de werknemers staan, overeenkomstig de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten. De sociale begeleiders worden volgens de door de Regering bepaalde modaliteiten in de in de artikelen 11 en 12 bedoelde omschakelingscellen en vaste platforms verdeeld op basis van de resultaten van de sociale verkiezingen van de betrokken ondernemingen, mits overeenkomst tussen de vakorganisaties Buiten de gevallen bedoeld in artikel 11, § 3, worden de voor elke omschakelingscel specifieke sociale begeleiders aangewezen bij de overeenkomst bedoeld in artikel 5, bij voorrang onder de ontslagen werknemers met een ervaring die door de andere ontslagen werknemers erkend is. De sociale begeleiders aangesteld voor de vaste platforms worden aangewezen bij een overeenkomst gesloten tussen de Dienst en de representatieve werknemersorganisaties via ad hoc-structuren met rechtspersoonlijkheid. » MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39553

  101. Art. 8. Artikel 8 van het decreet van 29 januari 2004 betreffende het begeleidingsplan inzake omschakelingen wordt vervangen als volgt : « Art. 8. In het kader van het plan kunnen de werknemers en uitzendwerknemers beschikken over middelen als, o.a. onthaal, doorlopende psychosociale begeleiding, bevordering van sociale en administratieve stappen, opvolging van de opleidings- en invoegprocessen, activiteiten i.v.m. de herinschakeling in het arbeidsproces, opstelling van een beroepsbalans, toegang tot omschakeling, kwalificatie en tewerkstelling. De werknemers en de uitzendwerknemers worden ook in kennis gesteld van de diensten verstrekt door de arbeidsbemiddelingsbureaus. »

  102. Art. 9. Artikel 9 van het decreet van 29 januari 2004 betreffende het begeleidingsplan inzake omschakelingen wordt vervangen als volgt : « Art. 9. Om in aanmerking te komen voor de stelsels waarin het plan voorzien, alsook voor hetzelfde recht op vergoeding als de stagiairs in opleiding bedoeld in het besluit van de Waalse Regering van 8 februari 2002 tot toekenning van bepaalde voordelen aan de stagiairs die een beroepsopleiding krijgen, sluit elke werknemer of uitzendwerknemer met de Dienst een begeleidingsovereenkomst inzake sociale integratie en inschakeling in het arbeidsproces. »

  103. Art. 10. Artikel 10 van het decreet van 29 januari 2004 betreffende het begeleidingsplan inzake omschakelingen wordt vervangen als volgt : « Art. 10. De Waalse Regering bepaalt de maximale gemiddelde tegemoetkomingsprijs per werknemer of uitzendwerknemer. »

  104. Art. 11. Artikel 11 van het decreet van 29 januari 2004 betreffende het begeleidingsplan inzake omschakelingen wordt vervangen als volgt : « Art. 11. § 1. De tenuitvoerlegging van het elk plan bedoeld in artikel 2, § 2, eerste lid, wordt beheerd door een omschakelingscel die speciaal daartoe is opgericht door het beheerscomité. De omschakelingscellen zijn partnerschapsstructuren zonder rechtspersoonlijkheid. Elke omschakelingscel wordt geleid door een begeleidingscomité zoals omschreven in het bestek en vermeld in de partnerschapsovereenkomst bedoeld in artikel 5, derde lid. Ze beschikt over specifieke materiële middelen en over specifiek personeel zoals bedoeld in artikel 7, eerste lid. De omschakelingscellen geven het beheerscomité van de Dienst regelmatig kennis van hun activiteiten zodat hij kan zorgen voor de effectieve opvolging van de tenuitvoerlegging van de begeleidingsplannen en voor de evaluatie ervan. § 2. Wanneer een omschakelingscel met een tewerkstellingscel gelijkgesteld wordt bij of krachtens de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact, zoals gewijzigd bij de economische herstelwet van 27 maart 2009, en bij of krachtens het koninklijk besluit van 9 maart 2006, bepaalt het begeleidingscomité de articulatie van het dienstenaanbod en de modaliteiten inzake de samenwerking met het outplacementbureau dat, desgevallend, door de werknemer gekozen wordt. § 3. In afwijking van § 1, vierde lid, beschikt de al dan niet met een tewerkstellingscel gelijkgestelde omschakelingscel, opgericht om in te spelen op een collectief ontslag dat meer dan honderd werknemers treft, over de materiële en menselijke middelen van het vast platform in het ambtsgebied waarvan de onderneming die ontslaat gevestigd is. »

  105. Art. 12. Artikel 12 van het decreet van 29 januari 2004 betreffende het begeleidingsplan inzake omschakelingen wordt vervangen als volgt : « Art. 12. De plannen bedoeld in artikel 2, § 2, tweede lid, worden ten uitvoer gelegd door vaste platforms die binnen de diensten van de Dienst opgericht worden. Er wordt een vast platform in het ambsgebied van elke gewestelijke directie van de Dienst georganiseerd volgens de modaliteiten en met de middelen die de Regering bepaalt. »

  106. Art. 13. Dit decreet treedt in werking op een datum die door de Regering vastgelegd wordt. Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Namen, 30 april 2009. De Minister-President, R. DEMOTTE De Minister van Huisvesting, Vervoer en Ruimtelijke Ontwikkeling, A. ANTOINE De Minister van Begroting, Financiën en Uitrusting, M. DAERDEN De Minister van Binnenlandse Aangelegenheden en Ambtenarenzaken, Ph. COURARD De Minister van Economie, Tewerkstelling, Buitenlandse Handel en Patrimonium, J.-C. MARCOURT De Minister van Onderzoek, Nieuwe Technologieën en Buitenlandse Betrekkingen, M.-D. SIMONET De Minister van Vorming, M. TARABELLA De Minister van Gezondheid, Sociale Actie en Gelijke Kansen, D. DONFUT De Minister van Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Leefmilieu en Toerisme B. LUTGEN Nota (1) Zitting 2008-2009. Stukken van het Waals Parlement 957 (2008-2009), nrs. 1 tot 3. Volledig verslag, openbare vergadering van 29 april 2009. Bespreking - Stemmingen. 39554 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD SERVICE PUBLIC DE WALLONIE F. 2009 — 1924 [2009/202360] 30 AVRIL 2009. — Décret modifiant le Code wallon de l’Aménagement du Territoire, de l’Urbanisme et du Patrimoine, le décret du 11 mars 1999 relatif au permis d’environnement et le décret du 11 mars 2004 relatif aux infrastructures d’accueil des activités économiques (1) Le Parlement wallon a adopté et Nous, Gouvernement, sanctionnons ce qui suit : CHAPITRE Ier. — Des dispositions modificatives du Code wallon de l’Aménagement du Territoire, de l’Urbanisme et du Patrimoine

  107. Article 1er. Dans l’article 1er, § 2, du Code wallon de l’Aménagement du Territoire, de l’Urbanisme et du Patrimoine, les mots ″et du schéma de structure communal″ sont remplacés par les mots qui suivent : ″, du schéma de structure communal et du rapport urbanistique et environnemental″.

  108. Art. 2. Dans l’article 2, alinéa 2, du même Code, entre les mots ″des schémas″ et les mots ″et des plans d’aménagement″ sont insérés les mots qui suivent : ″, des rapports urbanistiques et environnementaux″. Dans l’article 2, remplacer les termes ″Conseil régional wallon″ par les mots ″Parlement wallon″.

  109. Art. 3. L’intitulé du chapitre II du titre Ier du Livre Ier du même Code est remplacé comme suit : « CHAPITRE II. — Des délégations et des missions déléguées par le Gouvernement »

  110. Art. 4. Dans l’article 3 du même Code, sont apportées les modifications qui suivent : 1o le premier alinéa forme le § 1er; 2o l’article est complété comme suit : « § 2. Il est institué une cellule du développement territorial, dont le siège est à Namur, chargée sous l’autorité d’un délégué général de l’exécution des décisions prioritaires du Gouvernement en matière d’aménagement du territoire et de développement territorial en matière de planification stratégique. Le Gouvernement arrête les modalités de fonctionnement de la cellule et en précise les missions. § 3. Il est institué une délégation générale aux recours, dont le siège est à Namur, chargée sous l’autorité d’un délégué général de l’instruction des recours introduits sur la base des dispositions visées au présent Code. Le Gouvernement arrête les modalités de fonctionnement de la délégation. »

  111. Art. 5. Dans l’article 4 du même Code, sont apportées les modifications qui suivent : 1o dans l’alinéa 1er, les mots ″S’appliquent″ sont remplacés par les mots qui suivent : ″Sans préjudice du Livre Ier du Code de l’Environnement, s’appliquent″; 2o au point 1o du même alinéa, entre les mots ″sur un permis″ et ″; elle est de trente jours″, sont insérés les mots qui suivent : ″ou sur une demande d’ouverture, de modification ou de suppression d’une voirie communale″; 3o dans le même point, entre les mots ″un rapport urbanistique et environnemental,″ et les mots ″un périmètre visé à l’article 127, § 1er, 8°,″, sont insérés les mots qui suivent : ″un plan d’alignement,″; 4o le point 6° du même alinéa est remplacé comme suit : « 6° tout tiers intéressé peut exprimer ses observations et réclamations par télécopie, par courrier électronique lorsque la commune a défini une adresse à cet effet, par courrier ordinaire ou formulées au conseiller en aménagement du territoire et en urbanisme, au collège communal ou à l’agent communal délégué à cet effet avant la clôture de l’enquête ou le jour de la séance de clôture de ladite enquête; à peine de nullité, les envois par courrier ou télécopie sont datés et signés; les envois par courrier électronique sont identifiés et datés; les réclamations et observations verbales sont recueillies sur rendez-vous par le conseiller en aménagement du territoire et en urbanisme ou, à défaut, par l’agent communal délégué à cet effet, qui les consigne et les transmet au collège communal avant la clôture de l’enquête; »

  112. Art. 6. Dans l’article 5 du même Code est inséré un quatrième alinéa, rédigé comme suit : « Le Gouvernement peut arrêter le montant du jeton de présence auquel ont droit le président, les vice-présidents de sections et les membres de la commission régionale. »

  113. Art. 7. Dans l’article 11 du même Code, les mots ″des plans de lotissement″ sont supprimés.

  114. Art. 8. Dans l’article 12, alinéa 1er, du même Code, sont apportées les modifications qui suivent : 1° le point 1° est remplacé par le texte qui suit : « aux communes, pour l’élaboration ou la révision en tout ou en partie d’un plan communal d’aménagement, d’un schéma de structure communal, d’un rapport urbanistique et environnemental ou d’un règlement communal d’urbanisme; »; 2° au point 2°, avant les mots ″pour l’élaboration″ sont insérés les mots qui suivent : ″aux communes,″.

  115. Art. 9. Dans le titre II du Livre Ier du même Code, est inséré un chapitre III intitulé comme suit : « CHAPITRE III. — Du rapport urbanistique et environnemental »

  116. Art. 10. Dans le chapitre III du titre II du Livre Ier du même Code, est inséré un article 18ter, rédigé comme suit : « Art. 18ter. § 1er. Le rapport urbanistique et environnemental est un document d’orientation qui exprime, pour toute partie du territoire communal qu’il couvre, les lignes directrices de l’organisation physique du territoire ainsi que les options d’aménagement et de développement durable. Lorsque les circonstances le requièrent, plusieurs communes peuvent élaborer en concertation, chacune pour ce qui la concerne, un rapport urbanistique et environnemental. Le rapport urbanistique et environnemental est établi à l’initiative du conseil communal et est approuvé par le Gouvernement. Le rapport urbanistique et environnemental s’inspire des options d’aménagement et de développement durable contenues dans le schéma de développement de l’espace régional et le schéma de structure communal, s’il existe. MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39555 En cas d’incompatibilité entre les options d’un schéma de structure communal et d’un rapport urbanistique et environnemental, il est fait application des dispositions du document le plus récent entré en vigueur. Lorsque le rapport urbanistique et environnemental suggère de s’écarter, pour partie, d’un plan d’aménagement, le conseil communal peut, conformément à l’article 49bis, solliciter auprès du Gouvernement l’autorisation d’établir, pour la partie concernée, un plan communal d’aménagement en application de l’article 48, alinéa 2, ou, le cas échéant, il peut réviser le plan communal d’aménagement. § 2. Le contenu et la procédure d’élaboration du rapport urbanistique et environnemental sont fixés par l’article 33, §§ 2 à 7. Lorsque le rapport urbanistique et environnemental ne constitue pas la mise en œuvre d’un zone d’aménagement communal concerté ou d’une zone d’aménagement communal concerté à caractère industriel et que le conseil communal établit, compte tenu des caractéristiques des projets ou activités dont l’élaboration ou la révision constitue le cadre, et compte tenu des incidences et des zones susceptibles d’être touchées, que le rapport urbanistique et environnemental projeté n’est pas susceptible d’avoir des incidences non négligeables sur l’environnement ou qu’il détermine l’utilisation d’une petite zone au niveau local, le conseil communal décide que le rapport urbanistique et environnemental ne doit pas faire l’objet de l’évaluation environnementale visée à l’article 33, § 2, 2°, après avis de la commission communale ou, à défaut, de la commission régionale et du conseil wallon de l’environnement pour le développement durable. Est présumé avoir des incidences non négligeables sur l’environnement le rapport urbanistique et environ- nemental projeté dans le périmètre duquel se situe une zone désignée conformément aux Directives 79/409/CEE et 92/43/CEE ou qui vise à permettre la réalisation d’un projet soumis à étude d’incidences sur l’environnement ou encore qui concerne des zones dans lesquelles peuvent s’implanter des établissements présentant un risque majeur pour les personnes, les biens ou l’environnement au sens de la Directive 96/82/CE ou qui prévoit l’inscription de zones destinées à l’habitat, ainsi que de zones ou d’infrastructures fréquentées par le public à proximité de tels établissements. Le rapport peut être fondé notamment sur les renseignements utiles obtenus lors d’autres évaluations environnementales effectuées précédemment. § 3. Le conseil communal peut abroger, en tout ou en partie, un rapport urbanistique et environnemental dans les cas qui suivent : 1o soit le périmètre est couvert par un plan d’aménagement approuvé postérieurement à l’entrée en vigueur du rapport urbanistique et environnemental ou par un permis d’urbanisation dûment approuvé; 2o soit il estime les objectifs principaux visés à l’article 33, § 2, 2°, a), dépassés. L’article 33, §§ 2 à 6, est applicable à la décision d’abrogation du rapport urbanistique et environnemental, sauf pour ce qui concerne l’évaluation environnementale visée à l’article 33, § 2, 2°, et la déclaration environnementale visée à l’article 33, § 4. Lorsque le rapport urbanistique et environnemental vaut périmètre de reconnaissance au sens du décret du 11 mars 2004 relatif aux infrastructures d’accueil des activités économiques, l’abrogation de l’arrêté n’a pas d’effet sur le périmètre de reconnaissance.

  117. Art. 11. L’article 19 du même Code est remplacé comme suit : « Art. 19. § 1er. Le Gouvernement confère force obligatoire au plan de secteur et au plan communal d’aménagement. Les prescriptions graphiques et littérales des plans ont valeur réglementaire. En cas de contradiction entre les prescriptions graphiques et littérales, les prescriptions graphiques l’emportent sur les prescriptions littérales. § 2. Le plan de secteur demeure en vigueur jusqu’au moment où un plan de secteur ou un plan communal d’aménagement lui est substitué en partie, à la suite d’une révision. Le plan communal d’aménagement demeure en vigueur jusqu’au moment où : 1° soit un autre plan lui est substitué, en tout ou en partie, à la suite d’une révision; 2° soit jusqu’à son abrogation, en tout ou en partie, conformément à l’article 57ter. § 3. Les prescriptions d’un plan communal d’aménagement qui sont incompatibles avec celles d’un plan de secteur approuvé postérieurement cessent de produire leurs effets. »

  118. Art. 12. Dans l’article 23, alinéa 1er du même Code, le point 3° est supprimé.

  119. Art. 13. Dans l’article 28 du même Code, après les mots ″Art. 28.″, est inséré l’intitulé qui suit : « De la zone de services publics et d’équipements communautaires. »

  120. Art. 14. L’article 29 du même Code est remplacé comme suit : « Art. 29. La zone de loisirs est destinée à recevoir les équipements récréatifs ou touristiques, en ce compris les villages de vacances, les parcs résidentiels de week-end ou les campings touristiques au sens de l’article 2, 14°, du décret du 18 décembre 2003 relatif aux établissements d’hébergement touristique ou au sens de l’article 1er du décret du Conseil de la Communauté germanophone du 9 mai 1994 sur les campings et terrains de campings. Pour autant qu’elle soit contiguë à une zone d’habitat, à une zone d’habitat à caractère rural ou à une zone d’aménagement communal concerté mise en œuvre et affectée en tout ou partie à la résidence, la zone de loisirs peut comporter de l’habitat ainsi que des activités d’artisanat, de services, des équipements socioculturels, des aménagements de services publics et d’équipements communautaires pour autant que simultanément : 1° ces activités soient complémentaires et accessoires à la destination principale de la zone visée à l’alinéa 1er; 2° la zone de loisirs soit située dans le périmètre d’un rapport urbanistique et environnemental approuvé préalablement par le Gouvernement. » 39556 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD

  121. Art. 15. Dans l’article 30 du même Code, sont apportées les modifications qui suivent : 1° après les mots ″Art. 30.″, est inséré l’intitulé qui suit : « De la zone d’activité économique mixte. »; 2° à l’alinéa 1er, est insérée une deuxième phrase, rédigé comme suit : « Les petits halls de stockage y sont admis. »; 3° dans le même alinéa, la deuxième phrase, devenue troisième, est remplacée comme suit : « Elle comporte un périmètre ou un dispositif d’isolement, sauf pour la partie du périmètre qui se situe le long d’une infrastructure de communication utile à son développement économique ou lorsqu’un dispositif naturel ou artificiel, relevant du domaine public, constitue lui-même un périmètre ou un dispositif d’isolement suffisant. »; 4° les alinéas 2 et 3 sont supprimés; 5° dans l’alinéa 4 devenu alinéa 2, sont supprimés les mots qui suivent : ″dans les zones d’activité économique″.

  122. Art. 16. Dans le même Code, est inséré un article 30bis rédigé comme suit : « Art. 30bis. De la zone d’activité économique industrielle. La zone d’activité économique industrielle est destinée aux activités à caractère industriel, en ce compris les activités liées à un processus de transformation de matières premières ou semi-finies, de conditionnement, de stockage, de logistique ou de distribution. Elles peuvent s’exercer sur plusieurs sites d’activité. Y sont admises les entreprises de services qui leur sont auxiliaires ainsi que les activités économiques qui ne sont pas à caractère industriel et qui doivent être isolées pour des raisons d’intégration urbanistique, de mobilité, de sécurité ou de protection environnementale, sauf lorsqu’elles constituent l’accessoire d’une activité industrielle visée à l’alinéa 1er. La vente au détail y est exclue sauf lorsqu’elle constitue l’accessoire d’une activité industrielle visée à l’alinéa 1er. Elle comporte un périmètre ou un dispositif d’isolement, sauf pour la partie du périmètre qui se situe le long d’une infrastructure de communication utile à son développement économique ou lorsqu’un dispositif naturel ou artificiel, relevant du domaine public, constitue lui-même un périmètre ou un dispositif d’isolement suffisant. A titre exceptionnel, peuvent être autorisés : 1° dans les zones d’activité économique industrielle, les dépôts de déchets inertes; 2° dans les zones d’activité économique industrielle situées le long des voies d’eau navigables, les dépôts de boue de dragage. Le logement de l’exploitant ou du personnel de gardiennage peut y être admis pour autant que la sécurité ou la bonne marche de l’entreprise l’exigent. Il fait partie intégrante de l’exploitation. »

  123. Art. 17. Dans l’article 31 du même Code, sont apportées les modifications qui suivent : 1° après les mots ″Art. 31.″, est inséré l’intitulé qui suit : « De la zone d’activité économique spécifique. »; 2° dans le paragraphe 1er, la deuxième phrase de l’alinéa 3 est complétée comme suit : « , sauf pour la partie du périmètre qui se situe le long d’une infrastructure de communication utile à son développement économique ou lorsqu’un dispositif naturel ou artificiel, relevant du domaine public, constitue lui-même un périmètre ou un dispositif d’isolement suffisant. »; 3° dans le § 3, alinéa 1er, sont supprimés les mots qui suivent : ″dans les zones d’activité économique spécifique″.

  124. Art. 18. Dans l’article 32 du même Code, sont apportées les modifications qui suivent : 1° après les mots : ″Art. 32.″, est inséré l’intitulé qui suit : « De la zone d’extraction. »; 2° dans l’alinéa 3, les mots ″en zone d’extraction″ sont supprimés.

  125. Art. 19. Dans l’article 33 du même Code, sont apportées les modifications qui suivent : 1° après les mots ″Art. 33.″, est inséré l’intitulé qui suit : « De la zone d’aménagement communal concerté. »; 2° dans le § 2, les mots ″d’un rapport urbanistique et environnemental″ sont remplacés par les mots qui suivent : ″du rapport urbanistique et environnemental visé à l’article 18ter″; 3° dans le même paragraphe, au deuxième point, est inséré un point ″h)″, rédigé comme suit : « h) une déclaration résumant les raisons pour lesquelles les autres solutions envisagées ont été sélectionnées, et une description de la manière dont l’évaluation a été effectuée, y compris toute difficulté rencontrée, notamment les déficiences techniques ou le manque de savoir-faire, lors de la collecte des informations requises; »; 4° dans le même deuxième point, le ″h)″ devient ″j)″; 5° dans le même paragraphe, les alinéas 2 et 3 sont supprimés; 6° dans le § 8, les mots : ″mise en œuvre conformément aux §§ 2, 3 et 4, dont la mise en œuvre n’a pas encore été déterminée en application des mêmes paragraphes″ sont remplacés par les mots qui suivent : ″qu’elle soit ou non mise en œuvre″.

  126. Art. 20. Dans l’article 34 du même Code, sont apportées les modifications qui suivent : 1° après les mots ″Art. 34.″ les mots ″Des zones d’aménagement communal concerté à caractère industriel″ sont remplacés par les mots qui suivent : ″De la zone d’aménagement communal concerté à caractère industriel.″; 2° dans le § 1er, la première phrase de l’alinéa 1er est remplacée par le texte qui suit : « La zone d’aménagement communal concerté à caractère industriel est destinée à recevoir les activités visées aux articles 30 et 30bis et les activités agro-économiques de proximité, à l’exclusion des activités de vente au détail. »; 3° dans le même paragraphe, l’alinéa 2 est complété comme suit : « , sauf pour la partie du périmètre qui se situe le long d’une infrastructure de communication utile à son développement économique ou lorsqu’un dispositif naturel ou artificiel, relevant du domaine public, constitue lui-même un périmètre ou un dispositif d’isolement suffisant. »; MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39557 4° dans le § 4, les mots : ″mise en œuvre conformément aux §§ 1er et 2 ou dont la mise en œuvre n’a pas encore été déterminée en application des mêmes paragraphes″ sont remplacés par les mots qui suivent : ″qu’elle soit ou non mise en œuvre″.

  127. Art. 21. Dans l’article 35 du même Code, sont apportées les modifications qui suivent : 1° entre les alinéas 3 et 4, est inséré un alinéa 4 nouveau rédigé comme suit : « Sont admises, en tant qu’activités accessoires à l’activité agricole, les unités de biométhanisation, pour autant qu’elles utilisent principalement des effluents d’élevage et résidus de culture issus d’une ou plusieurs exploitations agricoles. »; 2° l’alinéa 4 devient l’alinéa 5; 3° dans le dernier alinéa, les mots ″et aux modules de production d’électricité ou de chaleur″ sont remplacés par les mots qui suivent : ″, aux modules de production d’électricité ou de chaleur et aux unités de biométhanisation″.

  128. Art. 22. L’article 36, alinéa 3 du même Code, est complété comme suit : « Les unités de valorisation énergétiques de la biomasse issue principalement des résidus d’exploitation forestière et de la première transformation du bois y sont admises en tant qu’activité accessoire à l’activité forestière ».

  129. Art. 23. Dans l’article 39, alinéa 3, du même Code, entre les mots ″plan communal d’aménagement″ et ″couvrant la totalité″, sont insérés les mots qui suivent : ″ou d’un rapport urbanistique et environnemental″.

  130. Art. 24. Dans l’article 40 du même Code, sont apportées les modifications qui suivent : 1° l’alinéa unique devient le § 1er; 2° l’article est complété comme suit : « § 2. Au terme de la réalisation de l’infrastructure de communication de transport de fluide et d’énergie ou, d’initiative en cas de renoncement à réaliser l’infrastructure, le Gouvernement peut, par arrêté, abroger le périmètre ou la partie de périmètre de réservation concerné. L’arrêté qui abroge le périmètre est publié par mention au Moniteur belge ».

  131. Art. 25. Dans l’article 41 du même Code, sont apportées les modifications qui suivent : 1° à l’alinéa, 1°, entre les mots ″la précision″ et les mots ″de l’affectation des zones″, sont insérés les mots qui suivent : ″ou la spécialisation″; 2° au point 5° du même alinéa, entre les mots ″un plan communal d’aménagement″ et le mot ″préalable″ sont insérés les mots qui suivent : ″ou un rapport urbanistique et environnemental″; 3° l’article est complété comme suit : « Le Gouvernement peut arrêter la liste des prescriptions supplémentaires. »

  132. Art. 26. Dans l’article 42bis du même Code, sont apportées les modifications qui suivent : 1° l’alinéa 1er est complété comme suit : « ou lorsqu’elle porte sur l’inscription du tracé d’une principale infrastructure de transport fluides ou d’énergie, ou du périmètre de réservation qui en tient lieu. » 2° l’alinéa 6 est remplacé comme suit : « lorsqu’il est envisagé de faire application de l’article 44, alinéa 4, les renseignements visés par le décret du 11 mars 2004 relatif aux infrastructures d’accueil des activités économiques sont joints au projet de plan. »

  133. Art. 27. Dans l’article 43, § 1er du même Code, entre les mots ″étude d’incidences″ et les mots ″, et le soumet″, sont insérés les mots suivants : ″et des éléments relatifs au périmètre de reconnaissance au sens du décret du 11 mars 2004 relatif aux infrastructures d’accueil des activités économiques″.

  134. Art. 28. Dans l’article 46 du même Code, sont apportées les modifications qui suivent : 1° au § 1er, l’alinéa 1er est remplacé comme suit : « Lorsque la révision du plan de secteur vise l’inscription de zones dont l’impact, les enjeux et les incidences sont de niveau régional ou supra-régional, les dispositions qui règlent l’établissement du plan de secteur lui sont applicables. Lorsque la révision du plan de secteur vise un nouveau zonage qui constitue une réponse à des besoins dont l’impact, les enjeux et les incidences peuvent être rencontrés par un aménagement local, les dispositions du plan communal d’aménagement visé à l’article 48, alinéa 2, lui sont applicables. »; 2° dans le § 1er, alinéa 2, 1°, les mots : ″y déroger″ sont remplacés par les mots qui suivent : ″s’en écarter″; 3° dans le même alinéa, le point 2° est remplacé comme suit : « l’inscription d’une nouvelle zone destinée à l’urbanisation ne peut prendre la forme d’une urbanisation en ruban le long de la voirie; par urbanisation en ruban, on entend l’inscription d’une zone dont la forme, par sa profondeur, sa longueur et le rapport entre ces deux éléments, ne permet que le développement d’un front bâti unique, à l’exclusion d’une composition urbanistique s’organisant autour d’un nouveau réseau viaire; »; 4° au point 3° du même alinéa, entre les mots ″destinée à l’urbanisation″ et les mots ″en zone non destinée à l’urbanisation″, sont insérés les mots qui suivent : ″ou d’une zone d’aménagement communal concerté″; 5° dans le § 2, après l’alinéa 3 est inséré un alinéa 4 nouveau rédigé comme suit : « Est présumé avoir des incidences négligeables sur l’environnement le plan de secteur révisé projeté pour inscrire en zone forestière, d’espaces verts ou naturelle, tout ou partie d’une zone désignée conformément aux Directi- ves 79/409/CEE et 92/43/CEE. »; 6° l’alinéa 4 du même paragraphe devient l’alinéa 5. 39558 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD

  135. Art. 29. L’article 47 du même Code est complété comme suit : « Le plan communal d’aménagement est élaboré après examen du schéma de structure communal, du rapport urbanistique et environnemental ou du plan communal de mobilité, s’ils existent. Les prescriptions visées à l’article 46, § 1er, alinéa 2, sont applicables à son élaboration. »

  136. Art. 30. L’article 48 du même Code est remplacé comme suit : « Art. 48. Le plan communal d’aménagement précise, en le complétant, le plan de secteur. Le plan communal d’aménagement peut réviser le plan de secteur dans les cas qui suivent : 1° soit lorsqu’existent des besoins, dont l’impact, les enjeux et les incidences peuvent être rencontrés par un aménagement local, et que, le cas échéant, la compensation planologique ou alternative visée à l’article 46, § 1er, alinéa 2, 3°, est organisée à cette échelle; 2° soit lorsqu’existe un schéma de structure communal ou un rapport urbanistique et environnemental approuvé par le Gouvernement qui vise l’hypothèse et détermine le périmètre d’un projet de plan communal d’aménagement, et que, le cas échéant, la compensation planologique ou alternative visée à l’article 46, § 1er, alinéa 2, 3°, est organisée à cette échelle. »

  137. Art. 31. L’article 49 du même Code est remplacé comme suit : « Art. 49. Pour la partie du territoire communal qu’il détermine, le plan communal d’aménagement comporte : 1° les options d’aménagement relatives à l’économie d’énergie et aux transports, aux infrastructures et aux réseaux techniques, au paysage, à l’urbanisme, à l’architecture et aux espaces verts; 2° le cas échéant, lorsqu’il révise le plan de secteur, une carte d’affectation du territoire, établie à l’échelle du 1/10.000e, précisant le périmètre que révise le plan de secteur; 3° la détermination des différentes affectations du territoire et, s’il échet, les emplacements réservés aux espaces verts, aux sites nécessaires pour le maillage écologique ou pour les équipements publics ou communautaires; 4° le tracé existant ou projeté ou le périmètre de réservation qui en tient lieu du réseau des infrastructures de communication et les raccordements aux principaux réseaux existants de transport de fluides et d’énergie. »

  138. Art. 32. Dans la section 3 du chapitre III du titre III du Livre Ier du même Code, il est inséré un article 49bis, rédigé comme suit : « Art. 49bis. Le Gouvernement adopte la liste des projets de plans communaux d’aménagement visés à l’article 48, alinéa 2. Pour chacun de ces plans communaux d’aménagement, soit d’initiative, soit à la demande du conseil ou, le cas échéant, des conseils communaux concernés, le Gouvernement autorise ensuite, par arrêté motivé, l’élaboration ou la révision du plan communal d’aménagement visé à l’article 48, alinéa 2, préalablement à l’adoption de l’avant-projet visé à l’article 50, § 2. »

  139. Art. 33. Dans l’article 50, § 2 du Code wallon de l’Aménagement du Territoire, de l’Urbanisme et du Patrimoine, est inséré un point 10°bis, rédigé comme suit : « 10°bis les compensations proposées par le Gouvernement en application de l’article 46, § 1er, alinéa 2, 3°, »

  140. Art. 34. Dans l’article 51 du même Code, sont apportées les modifications qui suivent : 1o au § 1er, est inséré un alinéa 2 nouveau, rédigé comme suit : « Lorsque le projet de plan communal contient les éléments relatifs au périmètre de reconnaissance, le conseil communal sollicite l’avis du fonctionnaire dirigeant au sens du décret du 11 mars 2004 relatif aux infrastructures d’accueil des activités économiques. »; 2o au même paragraphe, l’alinéa 2 devenu l’alinéa 3, est remplacé comme suit : « S’il y a lieu, le conseil communal déclare que le projet de plan communal d’aménagement s’écarte du plan de secteur et en motive les raisons. »; 3o le § 3bis est supprimé.

  141. Art. 35. L’article 54 du même Code est remplacé comme suit : « Art. 54. A l’initiative de toute personne physique ou morale, privée ou publique, le Gouvernement peut, par arrêté motivé, décider l’élaboration ou la révision d’un plan communal d’aménagement qui s’écarte du plan de secteur lorsque la demande d’élaboration ou de révision du plan communal d’aménagement porte sur l’inscription d’une zone d’activité économique ou d’une zone d’activité économique spécifique ou d’une zone d’extraction. Les dispositions visées à l’article 42bis, alinéas 2 à 5, et 47 à 53 sont d’application. »

  142. Art. 36. Dans l’article 57ter du même Code, l’alinéa 1er est remplacé comme suit : « Art. 57ter. Soit d’initiative ou soit dans le délai qui lui est imposé par le Gouvernement, le conseil communal peut décider l’abrogation, en tout ou partie d’un plan communal d’aménagement : 1o soit lorsqu’il est approuvé avant l’adoption définitive du ou des plans de secteur incluant le périmètre de ce plan; 2o soit lorsqu’il est établi que les enjeux et les options qui avaient conduit à l’adoption du plan ont été rencontrés par la réalisation des infrastructures de communication ou de l’aménagement des zones constructibles. Pour autant qu’elles ne s’écartent pas du plan de secteur, l’abrogation d’un plan communal d’aménagement emporte l’abrogation de l’ensemble de ses révisions, en ce compris lorsque celles-ci ont été approuvées postérieurement à l’adoption définitive du plan de secteur incluant le périmètre de ce plan. »

  143. Art. 37. Dans l’article 58 du même Code, sont apportées les modifications qui suivent : 1o entre les alinéas 1er et 2, est inséré un alinéa 2 nouveau rédigé comme suit : « Lorsque le plan de secteur, le plan communal d’aménagement ou le rapport urbanistique et environnemental vaut périmètre de reconnaissance au sens des articles 33, § 4, 44 et 52, § 3bis, le pouvoir expropriant peut procéder à l’expropriation des immeubles dont l’acquisition est nécessaire à l’aménagement d’espaces destinés à accueillir des activités économiques, à favoriser leur implantation ou à permettre l’extension d’activités existantes. »; 2o les alinéas 2 à 5 deviennent les alinéas 3 à 6; 3o dans l’alinéa 4 nouveau le mot ″lotissement″ est remplacé par les mots qui suivent : ″permis de lotir ou permis d’urbanisation″. MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39559

  144. Art. 38. A l’article 70, alinéa 4, 2°, du même Code, entre les mots ″permis d’urbanisme″ et les mots ″ou de lotir″, sont insérés les mots : ″, d’urbanisation″.

  145. Art. 39. Dans l’article 84 du même Code, sont apportées les modifications qui suivent : 1o dans le § 1er, les mots ″du collège des bourgmestre et échevins″ sont remplacés par les mots qui suivent : ″, du collège communal, du fonctionnaire délégué ou du Gouvernement :″; 2o l’alinéa 2 du § 2 est remplacé comme suit : « Le Gouvernement arrête la liste des actes et travaux qui, en raison de leur nature ou de leur impact : 1o ne requièrent pas de permis d’urbanisme, 2o ne requièrent pas de permis d’urbanisme et requièrent une déclaration urbanistique préalable, dont le Gouvernement arrête les modalités et le contenu, adressée par envoi au collège communal; 3o requièrent un permis d’urbanisme selon les modalités visées à l’article 127, § 4, alinéa 2, 1o; 4o ne requièrent pas le concours d’un architecte. »

  146. Art. 40. A l’article 85, § 1er, alinéa 1er, 2o, du même Code entre les mots ″permis de lotir,″ et les mots ″des permis de bâtir″, sont insérés les mots suivants : ″des permis d’urbanisation,″.

  147. Art. 41. L’article 86 du même Code est abrogé et les articles 87 et 88 deviennent les articles 86 et 87.

  148. Art. 42. L’intitulé du chapitre II du titre V du Livre Ier du même Code est remplacé comme suit : « CHAPITRE II. — Du permis d’urbanisation et du permis d’urbanisme de constructions groupées »

  149. Art. 43. L’intitulé de la Section 1ère du chapitre II du titre V du Livre Ier du même Code est remplacé comme suit : « Section 1re. — Des actes soumis à permis d’urbanisation »

  150. Art. 44. L’article 89 du même Code est remplacé comme suit : « Art. 88. § 1er. Nul ne peut, sans un permis préalable, écrit et exprès du collège communal, du fonctionnaire délégué ou du Gouvernement, procéder à l’urbanisation d’un bien, en ce compris la promotion ou la publicité y afférente. Par procéder à l’urbanisation d’un bien, on entend une conception urbanistique relative à ce bien et qui vise principalement la construction de bâtiments destinés, en tout ou en partie, à l’habitation ou le placement d’une installation fixe ou mobile pouvant être utilisée, en tout ou en partie, à l’habitation et, le cas échéant, la construction ou l’aménagement d’espaces publics ou collectifs, d’infrastructures techniques ou de bâtiments abritant des fonctions complémentaires à l’habitat. La mise en œuvre de l’urbanisation du bien est réalisée successivement par : 1o la division cadastrale du bien en au moins deux lots non bâtis et la vente ou la cession d’au moins un des lots ainsi formés; 2o l’octroi d’un ou plusieurs permis d’urbanisme relatif à la réalisation de construction ou d’aménagement sur les lots formés. La division cadastrale visée est celle qui est réalisée par tout acte déclaratif, translatif ou constitutif d’un droit réel, à l’exclusion de l’hypothèque ou de l’antichrèse. § 2. A la suggestion du demandeur ou d’office, l’autorité qui délivre le permis d’urbanisation peut exclure du périmètre du permis tous ou certains des lots non destinés, en tout ou en partie, à la construction d’une habitation ou au placement d’une installation fixe ou mobile pouvant être utilisée, en tout en partie, pour l’habitation ou inaptes à cette destination pour une raison technique ou juridique ou encore déjà construits ou utilisés pour le placement d’une installation fixe ou mobile au sens de l’article 84, § 1er, 1o, lorsqu’elle estime qu’il n’y a pas d’intérêt à imposer des prescriptions relatives à ceux-ci. § 3. Le permis d’urbanisation contient : 1o les options d’aménagement relatives à l’économie d’énergie et aux transports, aux infrastructures et aux réseaux techniques, au paysage, à l’urbanisme, à l’architecture et aux espaces verts; 2o l’option architecturale d’ensemble qui comprend, au moins, une représentation en trois dimensions, un plan masse qui figurent l’orientation indicative des parcelles, les zones constructibles et le gabarit des constructions ainsi que, le cas échéant, les fonctions complémentaires, les espaces publics et les constructions ou équipements publics ou communautaires; 3o des prescriptions relatives aux constructions et à leurs abords; 4o le cas échéant, le dossier technique relatif à l’ouverture, la modification ou la suppression d’une voirie communale. Par dérogation à l’alinéa 1er, lorsque le bien est repris dans le périmètre d’un règlement communal d’urbanisme, d’un règlement général sur les bâtisses applicable aux zones protégées de certaines communes en matière d’urbanisme ou d’un règlement général sur les bâtisses en site rural, le permis d’urbanisation peut ne pas contenir les prescriptions visées au point 3°. »

  151. Art. 45. Il est inséré dans le chapitre II du titre Ier du Livre Ier du même Code une section 2 nouvelle intitulée comme suit : « Section 2. — Des actes soumis à permis d’urbanisme de constructions groupées »

  152. Art. 46. Il est inséré dans le même Code un article 89 nouveau rédigé comme suit : « Art. 89. Le permis d’urbanisme de constructions groupées vise la réalisation de plusieurs bâtiments destinés, en tout ou en partie, à l’habitation, qui forment un ensemble et qui font l’objet d’une seule et même demande de permis d’urbanisme. » 39560 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD

  153. Art. 47. Il est inséré dans le chapitre II du titre Ier du Livre Ier du même Code une section 3 nouvelle intitulée comme suit : « Section 3. — Des actes non soumis à permis d’urbanisation »

  154. Art. 48. Dans l’article 90 du même Code, sont apportées les modifications qui suivent : 1o l’alinéa 1er est remplacé comme suit : « § 1er. Ne sont pas soumis à permis d’urbanisation : 1o les actes de donation; 2o les actes involontaires; 3o les actes de partage pour sortir d’une indivision successorale, à la condition qu’il n’y ait pas plus de lots que de copartageants; 4o la division d’un bien situé entre deux constructions existantes depuis au moins cinq ans, distantes l’une de l’autre de cent mètres maximum et pour autant que ce bien et ces constructions soient situés à front de voirie et du même côté d’une voie publique suffisamment équipée en eau, électricité, pourvue d’un revêtement solide et d’une largeur suffisante, compte tenu de la situation des lieux et pour autant que les conditions du Code de l’Eau en matière d’épuration des eaux usées soient rencontrées pour le bien concerné; 5o dans le cadre d’un permis d’urbanisme de constructions groupées, la création d’un ou plusieurs lots comprenant chacun une construction affectée en tout ou en partie à l’habitation, dont au moins deux tiers des constructions ont fait l’objet de la déclaration visée à l’article 139 certifiant que les travaux sont réalisés et conformes au permis délivré ou sont vendues sur plan. § 2. En cas de division d’un bien qui ne fait pas l’objet d’une demande de permis d’urbanisation et dont tout ou partie des lots à former sont destinés en tout ou en partie à l’habitation, le notaire communique au collège communal et au fonctionnaire délégué, trente jours au moins avant la date prévue pour la vente publique ou la signature de l’acte, le plan de division ainsi qu’une attestation précisant la nature de l’acte et la destination de chaque lot formé qui sera mentionnée dans l’acte. »; 2o l’alinéa 2 devient le § 3 et dans le même alinéa sont apportées les modifications qui suivent : a) les mots ″Le collège et le fonctionnaire délégué″ sont remplacés par les mots qui suivent : ″Le collège communal ou le fonctionnaire délégué″; b) les mots ″d’un permis de lotir ou d’urbanisme″ sont remplacés par les mots qui suivent : ″d’un permis de lotir, d’un permis d’urbanisation ou d’un permis d’urbanisme″; 3o les alinéas 3, 4 et 5 forment un § 4 nouveau.

  155. Art. 49. L’article 91 du même Code est remplacé par le texte qui suit : « Art. 91. Pour autant qu’il contienne le dossier technique visé à l’article 88, § 3, 4o, le permis d’urbanisation ou le permis de constructions groupées qui implique l’ouverture, la modification ou la suppression d’une voirie communale, vaut permis d’urbanisme pour la réalisation des actes et travaux relatifs à cette voirie. Le permis d’urbanisation ou le permis de constructions groupées dispense la commune de toute autre formalité légale en matière d’alignement particulier. »

  156. Art. 50. L’intitulé de la Section 3 du chapitre II du titre V du Livre Ier du même Code est remplacé comme suit : « Section 4. — Des effets du permis d’urbanisation et du permis d’urbanisme de constructions groupées »

  157. Art. 51. L’article 92 du même Code est remplacé comme suit : « Art. 92. A l’exception du dossier technique visé à l’article 88, § 3, 4o, le permis d’urbanisation a valeur réglementaire. Au jour où la construction, l’aménagement, les infrastructures ou les bâtiments visés à l’article 88, § 1er, alinéa 2 font l’objet de la déclaration visée à l’article 139 certifiant que les travaux sont réalisés et sont conformes aux permis délivrés, la valeur réglementaire des documents du permis d’urbanisation visé à l’article 88, § 3, 1o, 2o et 3o, s’éteint et ces documents acquièrent, pour le lot concerné, valeur de rapport urbanistique et environnemental au sens de l’article 18ter. ».

  158. Art. 52. L’article 93 du même Code est remplacé comme suit : « Art. 93. Préalablement à tout acte déclaratif, translatif ou constitutif d’un droit réel ou à tout acte conférant un droit personnel de jouissance de plus de neuf ans portant sur un lot visé par un permis d’urbanisation ou un permis d’urbanisme de constructions groupées, il doit être dressé acte devant notaire de la division qui se rapporte aux lots et qui mentionne le permis ainsi que, le cas échéant, les modalités de gestion des parties communes à tout ou partie des lots. L’acte est transcrit à la conservation des hypothèques dans l’arrondissement duquel le bien est situé, à la diligence du notaire qui a reçu l’acte, dans les deux mois de la réception de cet acte. »

  159. Art. 53. Dans l’article 94 du même Code, sont apportées les modifications qui suivent : 1o l’alinéa 1er est remplacé comme suit : « Le notaire donne connaissance des dispositions, selon le cas, du permis d’urbanisation ou du permis d’urbanisme de constructions groupées ainsi que, le cas échéant, des dispositions modificatives. Il en est fait mention dans l’acte, lequel précise également la date du permis »; 2o l’alinéa 3 est supprimé.

  160. Art. 54. Dans l’article 95 du même Code, sont apportées les modifications qui suivent : 1o les alinéas 1er et 2 sont remplacés comme suit : « Nul ne peut procéder à la division, selon le cas, d’une partie d’un bien faisant l’objet d’un permis d’urbanisation ou d’une partie bâtie d’un bien faisant l’objet d’un permis d’urbanisme de constructions groupées, qui implique des charges d’urbanisme ou l’ouverture, la modification ou la suppression d’une voirie communale, avant que le titulaire du permis ait, soit exécuté les actes, travaux et charges imposés, soit fourni les garanties financières nécessaires à leur exécution. L’accomplissement de cette formalité est constaté dans un certificat délivré par le collège communal et adressé, par envoi, au titulaire du permis. Une copie de l’envoi est adressée au fonctionnaire délégué »; 2o dans l’alinéa 3, les mots ″de lotir″ et ″du lotissement″ sont supprimés; MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39561 3o dans l’alinéa 4, les mots ″de lotir″ sont supprimés et les mots ″à l’article 89″ sont remplacés par les mots qui suivent : ″à l’article 88″.

  161. Art. 55. Dans l’article 96 du même Code, les mots ″à un permis de lotir″ sont remplacés par les mots qui suivent : ″à un permis d’urbanisation ou à un permis d’urbanisme de constructions groupées″.

  162. Art. 56. L’intitulé de la section 4 du chapitre II du titre V du Livre Ier du même Code est remplacé comme suit : « Section 5. — De la péremption du permis d’urbanisation et de la péremption ou de la prorogation du permis d’urbanisme de constructions groupées qui implique l’ouverture, la modification ou la suppression d’une voirie communale »

  163. Art. 57. L’article 98 du même Code est remplacé comme suit : « Art. 98. Dans les cinq ans de son envoi, le permis d’urbanisation qui impose à son titulaire des actes, travaux ou charges est périmé pour la partie restante lorsque le titulaire n’a pas exécuté les actes, travaux ou charges imposés ou n’a pas fourni les garanties financières exigées. Dans les cinq ans de son envoi, le permis d’urbanisation qui n’impose pas à son titulaire des actes, travaux ou charges est périmé pour la partie du bien qui n’a pas fait l’objet de l’enregistrement d’un des actes visés à l’article 88, § 1er, alinéa 4. »

  164. Art. 58. L’article 99 du même Code est remplacé comme suit : « Art. 99. Lorsque la réalisation du permis d’urbanisation est autorisée par phases, le permis détermine le point de départ du délai de péremption de cinq ans pour chaque phase autre que la première. »

  165. Art. 59. L’article 100 du même Code est remplacé comme suit : « Art. 100. La péremption du permis d’urbanisation s’opère de plein droit. Le collège communal peut constater la péremption dans un procès-verbal qu’il adresse, par envoi, au titulaire du permis. Une copie de l’envoi est adressée au fonctionnaire délégué. »

  166. Art. 60 L’article 101 du même Code est remplacé comme suit : « Art. 101. Le permis d’urbanisme de constructions groupées qui implique l’ouverture, la modification ou la suppression d’une voirie communale, est périmé ou prorogé conformément à l’article 87. »

  167. Art. 61. L’intitulé de la section 5 du chapitre II du titre V du Livre Ier du même Code est remplacé comme suit : « Section 6. — De la modification du permis d’urbanisation »

  168. Art. 62. Dans l’article 102 du même Code, sont apportées les modifications qui suivent : 1o dans l’alinéa 1er, les mots ″A la demande″ sont remplacés par les mots qui suivent : ″Soit à l’initiative du collège communal, soit à la demande″; 2o dans l’alinéa 2, les mots ″des prescriptions urbanistiques du permis de lotir″ sont remplacés par les mots qui suivent : ″de tout ou partie des documents contenus dans le permis d’urbanisation″.

  169. Art. 63. L’article 103 du même Code est remplacé comme suit : « Art. 103. § 1er. Les dispositions réglant le permis d’urbanisation sont applicables à sa modification. Le collège communal adresse, par envoi, une copie conforme de sa demande à tous les propriétaires d’un lot. La preuve des envois est annexée à la demande. Les réclamations éventuelles sont adressées au fonctionnaire délégué, par envoi, dans les trente jours de la réception de la copie conforme de la demande. § 2. En cas d’initiative du collège communal, la demande de modification est instruite conformément à l’article 127, § 2. § 3. En cas de demande d’un propriétaire d’un lot et avant d’introduire la demande, celui-ci en adresse une copie conforme, par envoi, à tous les propriétaires d’un lot qui n’ont pas contresigné la demande. La preuve des envois est annexée à la demande. Les réclamations éventuelles sont adressées au collège communal, par envoi, dans les trente jours de la réception de la copie conforme de la demande. § 4. Lorsque les documents contenus dans le permis d’urbanisation ont, conformément à l’article 92, acquis valeur de rapport urbanistique et environnemental, leur modification s’opère conformément à l’article 33. »

  170. Art. 64. L’article 106 du même Code est modifié comme suit : « Art. 106. Lorsque le demandeur a obtenu une modification du permis d’urbanisation, préalablement à tout acte déclaratif, translatif ou constitutif d’un droit réel ou à tout autre acte conférant un droit personnel de jouissance de plus de neuf ans, il doit être dressé acte devant notaire des modifications apportées au permis d’urbanisation. L’acte qui se rapporte au lot est transcrit à la conservation des hypothèques dans l’arrondissement duquel le bien est situé, à la diligence du notaire qui a reçu l’acte, dans les deux mois de la réception de cet acte. »

  171. Art. 65. Dans l’article 107 du même Code sont apportées les modifications qui suivent : 1o au début du § 1er, avant les mots ″S’il existe″ sont insérés les mots qui suivent : ″Le permis est délivré par le collège communal,″; 2o dans le même paragraphe, alinéa 1er, le point 2o, est remplacé comme suit : « soit un permis de lotir ou un permis d’urbanisation, non périmés »; 3o dans le même alinéa, les mots ″ou lorsque actes et travaux à réaliser ne requièrent pas l’avis préalable du fonctionnaire délégué parce qu’ils sont repris sur la liste des actes et travaux arrêtée par le Gouvernement en application de l’article 84, § 2, le permis est délivré par le collège des bourgmestre et échevins, qui en transmet une expédition avec le dossier au fonctionnaire délégué le jour même de l’envoi du permis au demandeur.″ sont supprimés; 4o dans le même paragraphe, alinéa 2, les mots ″ou d’un permis de lotir″ sont remplacés par les mots qui suivent : ″, d’un permis de lotir ou d’un permis d’urbanisation.″ 5o dans le même paragraphe, sont insérés deux nouveaux alinéas 3 et 4 rédigés comme suit : 39562 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD « Le permis est délivré sans avis préalable du fonctionnaire délégué : 1o soit lorsque les actes et travaux à réaliser sont visés à l’article 84, § 1er, 2o, 6o, 10o à 13o; 2o soit dans les cas qui suivent : a) transformer une construction existante pour autant que son emprise au sol soit au maximum doublée; b) construire ou reconstruire un volume annexe ou placer une installation, même en matériaux non durables, isolée, non destinée à l’habitation et qui forme une unité fonctionnelle avec une construction ou un ensemble de constructions existants pour autant que l’emprise au sol de l’ensemble formé soit au maximum doublée; c) réaliser, aux abords d’une construction ou d’une installation dûment autorisée, des actes et travaux d’aménagement au sol tels que les chemins, les aires de stationnement en plein air, les modifications mineures du relief du sol, les étangs, les piscines non couvertes, les terrains de sport non couverts, les murs de clôture ou de soutènement ainsi qu’y placer des citernes ou des clôtures; d) placer un ou plusieurs modules de production d’électricité ou de chaleur qui alimentent directement toute construction, installation ou tout bâtiment situé sur le même bien immobilier dont la source d’énergie est renouvelable; e) lorsque les actes et travaux, en raison de leur nature ou de leur impact, figurent dans une liste arrêtée par le Gouvernement. Le jour même de l’envoi du permis au demandeur, le collège communal transmet le permis avec le dossier au fonctionnaire délégué par envoi. »; 6o les alinéas 3 à 5 deviennent les alinéas 5 à 7.

  172. Art. 66. Les deux premiers alinéas de l’article 108, § 1er, du Code sont remplacés comme suit : « § 1er. Le fonctionnaire délégué est tenu de vérifier que : 1o la procédure de délivrance du permis est régulière; 2o le permis est motivé; 3o le permis est conforme aux dispositions à valeur contraignante prises en vertu du Code ou, à défaut, à la dérogation accordée en application des articles 110 à 113; 4o le permis est conforme aux dispositions à valeur indicative prises en vertu du Code ou, à défaut, qu’il est dûment motivé; 5o le permis est conforme à la loi du 12 juillet 1956 établissant le statut des autoroutes et aux plans parcellaires approuvés par le Gouvernement en application de l’article 6 de cette loi. A défaut pour le permis de satisfaire aux points 1o à 5o de l’alinéa précédent, le fonctionnaire délégué suspend la décision du collège communal. »

  173. Art. 67. L’alinéa 1er de l’article 109 est remplacé comme suit : « Le permis est délivré conformément à l’article 107, mais de l’avis conforme du fonctionnaire délégué : 1o lorsqu’il concerne des biens immobiliers inscrits dans un site Natura 2000 proposé ou arrêté en application de la loi du 12 juillet 1973 sur la conservation de la nature; 2o lorsqu’il concerne des biens immobiliers inscrits sur la liste de sauvegarde, classés, situés dans une zone de protection visée à l’article 209 ou localisés dans un site repris à l’inventaire des sites archéologiques visé à l’article 233; dans les cas et selon les modalités arrêtés par le Gouvernement, le permis est délivré sur la base d’un certificat de patrimoine ou du procès verbal de synthèse définitif. »

  174. Art. 68. A l’article 111, alinéa 2, du Code wallon de l’Aménagement du Territoire, de l’Urbanisme et du Patrimoine, les mots ″conformes au plan de secteur ou existant avant l’entrée en vigueur du plan de secteur, dont l’agrandissement est projeté dans le périmètre visé à l’article 1er, 5o, du décret du 11 mars 2004 relatif aux infrastructures d’accueil des activités économiques″ sont supprimés.

  175. Art. 69. Dans l’article 111, alinéa 2, du même Code, entre les mots ″besoins économiques″ et les mots : ″, les bâtiments″, sont insérés les mots qui suivent : ″ou touristiques″.

  176. Art. 70. L’article 113 du même Code est remplacé comme suit : « Art. 113. Pour autant que les actes et travaux projetés soit respectent, soit structurent, soit recomposent les lignes de force du paysage, un permis d’urbanisme peut être octroyé en dérogation : 1o aux prescriptions d’un règlement régional d’urbanisme, d’un règlement communal d’urbanisme, d’un plan communal d’aménagement ou aux prescriptions ayant valeur réglementaire d’un permis de lotir, dans une mesure compatible avec la destination générale de la zone considérée et les options urbanistique ou architecturale; 2o à l’option architecturale d’ensemble ou aux prescriptions relatives aux constructions et à leurs abords, ayant valeur réglementaire, d’un permis d’urbanisation, dans une mesure compatible avec son option urbanistique. Dans les mêmes conditions, un permis d’urbanisation peut être octroyé en dérogation aux prescriptions d’un règlement régional d’urbanisme, d’un règlement communal d’urbanisme ou d’un plan communal d’aménagement. »

  177. Art. 71. L’article 114 du même Code est remplacé comme suit : « Art. 114. Pour toute demande de permis qui implique l’application des dispositions de la présente section, une ou plusieurs dérogations peuvent être accordées, à titre exceptionnel, pour autant que la demande soit préalablement soumise aux mesures particulières de publicité déterminées par le Gouvernement ainsi qu’à la consultation visée à l’article 4, alinéa 1er, 3o. Sur avis préalable du fonctionnaire délégué, le collège communal accorde toute dérogation qui porte exclusivement sur les prescriptions d’un règlement communal d’urbanisme, d’un plan communal d’aménagement ou d’un permis de lotir ainsi qu’aux prescriptions d’un permis d’urbanisation visées à l’article 88, § 3, 3o, sauf lorsque la demande porte sur des actes et travaux visés à l’article 127, § 1er. Dans les autres cas, toute dérogation est accordée par le Gouvernement ou le fonctionnaire délégué. »

  178. Art. 72. Dans l’article 119 du même Code, les mots ″recommandé à la poste″ sont supprimés.

  179. Art. 73. L’article 122 du même Code est abrogé.

  180. Art. 74. Dans l’article 123, alinéa 1er, du même Code, le chiffre ″122″ est omis. MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39563

  181. Art. 75 Le titre de la section 7 du chapitre III du titre V du Livre Ier du même Code est remplacé comme suit : « Section 7. — De la procédure d’évaluation des incidences des projets sur l’environnement »

  182. Art. 76. L’article 124 du même Code est remplacé comme suit : « Art. 124. Les demandes de permis sont soumises à évaluation des incidences sur l’environnement conformément à la partie V du Livre Ier du Code de l’Environnement. »

  183. Art. 77. L’article 125 du même Code est remplacé comme suit : « Art. 125. Pour autant qu’ils soient pertinents et actuels, tout ou partie des résultats et des données obtenus lors d’une évaluation environnementale effectuée précédemment peuvent être intégrés dans l’étude d’incidences. Ceux-ci sont identifiés comme tels dans l’étude. »

  184. Art. 78. Dans la Section 9 du chapitre III du titre V du Livre Ier du même Code, sont apportées les modifications qui suivent : 1o le numéro de la section devient 8; 2o dans la section 8 nouvelle, au début de l’article 127, § 1er, les mots ″84, § 1er, et 89″ sont remplacés par les mots qui suivent : ″88, 89, 107 et 109″; 3) dans le même paragraphe, le point 10o est supprimé; 4o dans le même article, § 4, alinéa 2, un point 1o est inséré, rédigé comme suit : « 1o soixante jours lorsque les actes et travaux sont d’impact limité et que la demande ne requiert ni mesures particulières de publicité ni l’avis de la commission communale; »; 5o dans le même alinéa, les points 1o et 2o deviennent les points 2o et 3o.

  185. Art. 79. Dans le chapitre III du titre V du Livre Ier du même Code, est insérée une Section 9 nouvelle contenant un article 128 nouveau remplaçant l’article 128 et rédigée comme suit : « Section 9. — Des charges d’urbanisme er

  186. Art. 128. § 1 . Le permis visé à l’article 88, 89, 107 ou 127 est refusé ou assorti de conditions s’il s’agit de bâtir ou d’urbaniser un terrain n’ayant pas d’accès à une voie suffisamment équipée en eau, en électricité, pourvue d’un revêtement solide et d’une largeur suffisante, compte tenu de la situation des lieux, et pour autant que les conditions en matière d’épuration des eaux usées du Code de l’eau ne soient pas rencontrées pour la ou les parcelles concernées. § 2. Sans préjudice de l’application de l’article 129quater, à l’initiative du demandeur ou d’office, le collège communal, le fonctionnaire délégué ou le Gouvernement peuvent subordonner la délivrance des permis à l’ouverture, la suppression ou la modification de voiries communales ainsi qu’aux charges qu’ils jugent utiles d’imposer au demandeur dans le respect du principe de proportionnalité. Outre la fourniture de garanties financières nécessaires à leur exécution, les charges sont supportées par le demandeur et couvrent la réalisation ou la rénovation de voiries, d’espaces verts publics, la réalisation ou la rénovation de constructions ou d’équipements publics ou communautaires ainsi que toutes mesures favorables à l’environnement. En outre, le collège communal, le fonctionnaire délégué ou le Gouvernement peuvent subordonner la délivrance du permis à une déclaration par laquelle le demandeur s’engage, au moment où les travaux sont entamés, à céder à la commune ou à la Région, à titre gratuit, quitte et libre de toute charge et sans frais pour elles, la propriété de voiries, d’espaces publics, de constructions ou d’équipements publics ou communautaires. § 3. Lorsque la demande de permis porte sur un bien situé le long d’une voie de la Région ou de la province, l’autorité chargée d’instruire la demande la soumet à l’avis de l’administration concernée. »

  187. Art. 80. Dans le chapitre III du titre V du Livre Ier du même Code, l’intitulé de la section 10 est remplacé comme suit : « Section 10. — Des voiries communales »

  188. Art. 81. L’article 129 du même Code est remplacé comme suit : « Art. 129. § 1er. L’alignement général actuel ou futur des voiries qui fixe la limite entre le domaine public et le domaine privé jouxtant la voirie publique figure dans un plan. L’alignement particulier actuel ou futur qui fixe la limite entre la voirie publique et un bien privé peut être arrêté par le collège communal conformément à l’article L1123-23, 6°, du Code de la Démocratie locale et de la Décentralisation. § 2. Les voiries communales ou innommées peuvent être inscrites dans un plan d’alignement. § 3. Le conseil communal décide de l’élaboration du projet de plan d’alignement. A la demande du conseil communal, le collège communal élabore et soumet à enquête publique le projet de plan d’alignement. Dès la clôture de l’enquête publique, le collège communal soumet le projet de plan d’alignement à l’avis du collège provincial. Dans les soixante jours à dater de la réception de la demande d’avis, le collège provincial transmet son avis au collège communal; à défaut, son avis est réputé favorable. Dans les cent vingt jours à dater de la clôture de l’enquête publique, le conseil communal prend connaissance des résultats de l’enquête publique et de l’avis du collège provincial et arrête, le cas échéant, le plan d’alignement; à défaut, le plan d’alignement est réputé refusé. Le public en est informé suivant les modes visés à l’article L1133-1 du Code de la Démocratie locale et de la Décentralisation. Les dispositions relatives à l’adoption du plan d’alignement sont applicables à sa révision ou à son abrogation. Le Gouvernement peut arrêter les formes et le contenu du plan d’alignement. § 4. Le plan d’alignement est arrêté sans préjudice des droits civils des tiers. Néanmoins, le plan d’alignement peut servir de titre pour les prescriptions établies par le Code civil. » 39564 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD

  189. Art. 82. Dans le même Code, est inséré un article 129bis, rédigé comme suit : « Art. 129bis. § 1er. Nul ne peut ouvrir, modifier ou supprimer une voirie communale sans l’accord préalable du conseil communal ou, le cas échéant, du Gouvernement. Au sens du présent article, la modification d’une voirie communale consiste en l’élargissement ou le rétrécissement de l’espace destiné au passage du public, à l’exclusion de l’équipement des voiries. Par espace destiné au passage du public, l’on entend l’espace inclus entre les limites extérieures de la surface destinée indifféremment aux usagers, en ce compris au parcage des véhicules et ses accotements. Le Gouvernement peut déterminer la liste des modifications non soumises à l’accord préalable visée à l’alinéa 1er. § 2. Toute personne physique ou morale justifiant d’un intérêt, le conseil communal, le Gouvernement, le fonctionnaire délégué ou, conjointement, le fonctionnaire technique et le fonctionnaire délégué peuvent soumettre, par envoi au collège communal, une demande d’ouverture, de modification ou de suppression d’une voirie communale selon la procédure suivante : 1o dans les trente jours à dater de la réception de la demande, le collège communal soumet la demande à enquête publique; dans les quinze jours à dater de la clôture de l’enquête publique, le collège communal transmet la demande et les résultats de l’enquête publique au conseil communal; 2o le conseil communal prend connaissance des résultats de l’enquête publique et, dans les soixante jours à dater de la réception de la demande, marque, le cas échéant, son accord sur l’ouverture, la modification ou la suppression de la voirie communale; à défaut de décision dans le délai imparti, le demandeur ou le Gouvernement peut adresser par envoi au conseil communal une lettre de rappel; à défaut de décision du conseil communal dans un délai de trente jours à dater de la réception de la lettre de rappel, la demande est réputée refusée; le collège communal informe, par envoi, le demandeur ou l’autorité ayant soumis la demande dans les quinze jours à dater de la décision ou de l’absence de décision; le public est informé suivant les modes visés à l’article L1133-1 du Code de la Démocratie locale et de la Décentralisation; 3o le demandeur, l’autorité ayant soumis la demande ou tout tiers justifiant d’un intérêt peut introduire, par envoi, un recours auprès du Gouvernement dans les quinze jours à dater de la prise de connaissance de la décision ou de l’absence de décision du conseil communal, à défaut, le recours est déclaré irrecevable; 4o dans les soixante jours à dater de la réception du recours, le Gouvernement notifie sa décision, par envoi, à l’auteur du recours et au conseil communal, au demandeur et à l’autorité ayant soumis la demande; à défaut, la décision du conseil communal est confirmée; le public est informé suivant les modes visés à l’article L1133-1 du Code de la Démocratie locale et de la Décentralisation. § 3. Le dossier de demande d’ouverture, de modification ou de suppression d’une voirie communale, transmis au conseil communal, comprend un schéma général du réseau des voiries dans lequel s’inscrit la demande ainsi qu’une justification de la demande eu égard aux compétences dévolues à la commune en matière de propreté, de salubrité, de sûreté, de tranquillité, de convivialité et de commodité du passage dans les espaces publics. Sauf pour des motifs d’intérêt général, les demandes doivent tendre à assurer ou améliorer le maillage des voiries, à faciliter les cheminements des usagers faibles et à encourager l’utilisation des modes doux. Le Gouvernement peut préciser les formes de la demande et du recours. § 4. L’accord du conseil communal ou du Gouvernement ne dispense pas du permis d’urbanisme requis. L’accord du conseil communal ou du Gouvernement est périmé dans les cinq ans de son envoi à défaut d’avoir été mis en oeuvre. Lorsqu’il a été partiellement mis en oeuvre dans les cinq ans de son envoi, l’accord du conseil communal ou du Gouvernement n’est périmé que pour la partie restante. »

  190. Art. 83. Dans le même Code, est inséré un article 129ter rédigé comme suit : « Art. 129ter. Par dérogation à l’article 129, § 3, alinéas 1er et 2, lorsque la demande d’ouverture, de modification ou de suppression d’une voirie communale visée à l’article 129bis implique la modification d’un plan d’alignement, le demandeur peut élaborer un projet de plan d’alignement et envoyer simultanément au collège communal la demande et le projet de plan d’alignement. Dans ce cas, le collège communal soumet à enquête publique la demande en même temps que le projet de plan d’alignement. La durée de l’enquête publique conjointe correspond à la durée maximale qui est requise par les différentes procédures. Par décision distincte, le conseil communal se prononce simultanément sur la demande et sur le projet de plan d’alignement. Le délai de soixante jours visé à l’article 129bis, § 2, 2o, est doublé. Toutes les autres dispositions de l’article 129bis, § 2, sont d’application pour la demande. Les alinéas 3 à 6 de l’article 129, § 3, restent d’application pour le projet de plan d’alignement. »

  191. Art. 84. Dans le même Code, est inséré un article 129quater rédigé comme suit : « Art. 129quater. Lorsque la demande de permis visée aux articles 84, 88 ou 89 porte notamment sur l’ouverture, la modification ou la suppression d’une voirie communale, l’autorité chargée de l’instruction soumet, au stade de la complétude de la demande de permis ou à tout moment qu’elle juge utile, la demande d’ouverture, de modification ou de suppression d’une voirie communale à la procédure prévue à l’article 129bis. Lorsque la demande de permis visée aux articles 84, 88 ou 89 porte notamment sur l’ouverture, la modification ou la suppression d’une voirie communale nécessitant une modification du plan d’alignement, l’autorité chargée de l’instruction envoie, au stade de la complétude de la demande de permis ou à tout moment qu’elle juge utile, au collège communal la demande d’ouverture, de modification ou de suppression de ladite voirie communale et le projet de plan d’alignement élaboré par le demandeur, conformément à l’article 129ter. Dans ces cas, les délais d’instruction de la demande de permis sont prorogés du délai utilisé pour l’obtention de l’accord définitif relatif à la voirie communale et, le cas échéant, l’arrêté relatif au plan d’alignement. Lorsque l’objet de la demande de permis est soumis à enquête publique, le collège communal organise une enquête publique conjointe pour la demande de permis, pour la demande relative à la voirie communale ainsi que, le cas échéant, pour le projet de plan d’alignement. La durée de l’enquête publique conjointe correspond à la durée maximale requise par les différentes procédures concernées. »

  192. Art. 85. A l’article 136, alinéa 1er, les chiffres ″89″ sont remplacés par les chiffres ″88″.

  193. Art. 86. Dans l’article 138, alinéa 2, du même Code, les mots ″ou de lotir″ sont remplacés par les mots qui suivent : ″, aux permis de lotir ou aux permis d’urbanisation″. MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39565

  194. Art. 87. Dans l’article 140 du même Code, sont apportées les modifications qui suivent : 1o les mots ″ou de lotir″ sont remplacés par les mots qui suivent : ″ou tout permis d’urbanisation″; 2o les mots ″à un équipement touristique″, sont remplacés par les mots qui suivent : ″à un village de vacances, à un parc résidentiel de week-end ou à un camping touristique au sens de l’article 2, 14o, du décret du 18 décembre 2003 relatif aux établissements d’hébergement touristique ou au sens de l’article 1er du décret du Conseil de la Communauté germanophone du 9 mai 1994 sur les campings et terrains de campings″; 3o l’article est complété par les mots qui suivent : ″ou d’un rapport urbanistique et environnemental approuvé par le Gouvernement.″

  195. Art. 88. Dans l’article 151, alinéa 1er, du même Code, entre les mots ″permis de lotir non frappé″ et les mots ″de caducité″, sont insérés les mots qui suivent : ″ou d’un permis d’urbanisation non frappés″.

  196. Art. 89. Dans l’article 154, alinéa 1er, du Code, sont apportées les modifications suivantes : 1o dans le point 1o, les mots ″exécutent le lotissement d’un terrain au sens de l’article 89″ sont remplacés par les mots ″procèdent à l’urbanisation d’un bien au sens de l’article 88″; 2o dans le point 2o, les mots ″le lotissement d’un terrain″ sont remplacés par les mots ″l’urbanisation d’un bien visée à l’article 88″; 3o dans le point 4o, les mots ″ou de lotir″ sont remplacés par les mots ″, des permis de lotir ou des permis d’urbanisation″; 4o le point 7o est remplacé comme suit : ″7° ouvrent, modifient ou suppriment une voirie communale sans l’accord visé à l’article 129bis, § 1er.″

  197. Art. 90. Dans l’article 182, § 1er, du même Code, les alinéas 1er et 2 sont remplacés comme suit : « Le Gouvernement adopte la liste des sites dont la réhabilitation aux niveaux paysager et environnemental est d’intérêt régional et dont il peut décréter d’utilité publique l’expropriation visée à l’article 181. Pour chacun de ces sites, le Gouvernement fixe, ensuite, le périmètre d’expropriation ainsi que le périmètre du site selon les modalités visées à l’article 168. » CHAPITRE II. — Dispositions modificatives au décret du 11 mars 1999 relatif au permis d’environnement

  198. Art. 91. Dans le décret du 11 mars 1999 relatif au permis d’environnement, sont apportées les modifications qui suivent : 1o l’alinéa 2 de l’article 92, § 5, est supprimé. 2o l’alinéa 4 de l’article 92, § 5, est supprimé. 3o le § 1er de l’article 96 est remplacé comme suit : « § 1er. Lorsque le projet mixte porte notamment sur l’ouverture, la modification ou la suppression d’une voirie communale au sens de l’article 129bis, § 1er, du CWATUP, le fonctionnaire technique et le fonctionnaire délégué le précisent dans la décision par laquelle le caractère complet et recevable de la demande est reconnu conformément à l’article 86, et soumettent la demande relative à la voirie communale à la procédure prévue à l’article 129bis, § 2, du CWATUP. Lorsque le Gouvernement est saisi d’un recours portant sur un projet mixte visé à l’alinéa 1er et constate que la procédure prévue à l’article 129bis, § 2, du CWATUP n’a pas été mise en oeuvre, le Gouvernement ou, conjointement, les administrations chargées de rédiger le rapport de synthèse soumettent la demande relative à la voirie communale à ladite procédure. Dans ces cas, les délais visés respectivement aux articles 93, § 1er, et 95, § 7, sont prorogés du délai utilisé pour l’obtention de la décision définitive relative à la voirie communale. Par dérogation aux articles 87, alinéa 1er, 3o, et 90, l’enquête publique organisée dans le cadre de la demande relative à la voirie communale porte également sur le projet mixte visé à l’alinéa 1er. Par dérogation à l’article 129bis, § 2, du CWATUP, l’enquête publique organisée dans le cadre de la demande relative à la voirie communale l’est selon les modalités défi nies au Livre Ier du Code de l’Environnement. La durée de l’enquête publique conjointe correspond à la durée maximale requise par les différentes procédures concernées. »; 4o à l’article 97, alinéa 3, 3e tiret, sont apportées les modifications qui suivent : — le chiffre ″88″ est remplacé par le chiffre ″87″; — entre les chiffres ″127, § 3″ et ″131″, sont insérés les chiffres qui suivent : ″, 129bis, §§ 1er et 3″. CHAPITRE III. — Dispositions modificatives au décret du 11 mars 2004 relatif aux infrastructures d’accueil des activités économiques

  199. Art. 92. A l’article 1er, 4o, du décret du 11 mars 2004 relatif aux infrastructures d’accueil des activités économiques sont apportées les modifications suivantes : 1o les mots ″, la personne morale de droit public, la filiale des sociétés visées à l’article 3, § 1er, 21o à 28o, du décret du 12 février 2004 relatif au statut de l’administrateur public désignée par le Gouvernement ″ sont insérés entre les mots ″l’intercommunale ″ et ″ou l’association″; 2o les mots ″, entre une ou plusieurs personnes morales de droit public ou filiale des sociétés visées à l’article 3, § 1er, 21o à 28o, du décret du 12 février 2004 relatif au statut de l’administrateur public désignée par le Gouvernement, et une ou plusieurs communes ou intercommunales″ sont insérés entre les mots ″ ou plusieurs communes ″ et ″ou entre une ou plusieurs intercommunales″.

  200. Art. 93. Dans le même décret, est inséré un chapitre Ierter, rédigé comme suit : « CHAPITRE 1erter. — De la modification ou de l’abrogation du périmètre er

  201. Art. 1 quater. Au terme de l’aménagement du périmètre, d’initiative ou sur la proposition du fonctionnaire dirigeant ou du conseil communal, le Gouvernement peut abroger ou modifier le périmètre. L’arrêté qui abroge ou modifie le périmètre est publié par mention au Moniteur belge. »

  202. Art. 94 Dans l’article 1erbis du même décret, les mots ″Sans préjudice de l’article 2,″ sont insérés avant les mots ″Tout opérateur″. 39566 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD

  203. Art. 95. A l’article 16, du même décret, sont apportées les modifications suivantes : 1o au § 1er, les mots ″, aux personnes morales de droit public, aux filiales des sociétés visées à l’article 3, § 1er, 21o à 28o, du décret du 12 février 2004 relatif au statut de l’administrateur public, désignées par le Gouvernement″ sont insérés entre les mots ″aux communes″ et ″et aux intercommunales″; 2o au § 2, les mots ″, la personne morale de droit public, la filiale des sociétés visées à l’article 3, § 1er, 21o à 28o, du décret du 12 février 2004 relatif au statut de l’administrateur public, désignée par le Gouvernement ″ sont insérés entre les mots ″ La commune ″ et ″ ou l’intercommunale ″.

  204. Art. 96. Dans l’article 17, § 2, du même décret, les mots ″, la personne morale de droit public, la filiale des sociétés visées à l’article 3, § 1er, 21o à 28o, du décret du 12 février 2004 relatif au statut de l’administrateur public, désignées par le Gouvernement″ sont insérés entre les mots ″La commune″ et ″ou l’intercommunale″.

  205. Art. 97. Dans l’article 18, § 1er, du même décret, entre les mots ″aux intercommunales″ et les mots ″et aux personnes physiques ou morales, en association″ sont insérés les mots qui suivent : ″, aux personnes morales de droit public, aux filiales des sociétés visées à l’article 3, § 1er, 21o à 28o, du décret du 12 février 2004 relatif au statut de l’administrateur public, désignées par le Gouvernement ″.

  206. Art. 98. Dans l’article 21, § 3, alinéa 2, du même décret, les mots ″, la personne morale de droit public, la filiale des sociétés visées à l’article 3, § 1er, 21o à 28o, du décret du 12 février 2004 relatif au statut de l’administrateur public, désignées par le Gouvernement″ sont insérés entre les mots ″la commune″ et ″ou l’intercommunale″.

  207. Art. 99. A l’article 23, du même décret, sont apportées les modifications suivantes : 1o au § 2, les mots ″, la personne morale de droit public, la filiale des sociétés visées à l’article 3, § 1er, 21o à 28o, du décret du 12 février 2004 relatif au statut de l’administrateur public, désignée par le Gouvernement″ sont insérés entre les mots ″la commune″ et ″ou l’intercommunale″; 2o au § 3, alinéa 3, les mots ″, la personne morale de droit public, la filiale des sociétés visées à l’article 3, § 1er, 21o à 28o, du décret du 12 février 2004 relatif au statut de l’administrateur public, désignée par le Gouvernement″ sont insérés entre les mots ″la commune″ et ″ou l’intercommunale″. CHAPITRE IV. — Dispositions finales, transitoires et abrogatoires Section 1re. — Dispositions relatives au Code wallon de l’Aménagement du Territoire, de l’Urbanisme et du Patrimoine

  208. Art. 100. Les articles 57, alinéa 2, 104 et 126 du Code sont abrogés. Dans le chapitre III du titre V du Livre Ier du même Code, la Section 8 est supprimée.

  209. Art. 101. Dans le Code wallon de l’Aménagement du Territoire, de l’Urbanisme et du patrimoine, aux articles contenant les mots ″collège des bourgmestre et échevins″, ces mots sont remplacés par les mots qui suivent : ″collège communal″.

  210. Art. 102. L’article 8, alinéa 1er, relatif aux dispositions abrogatoires, transitoires et finales du décret du 27 novembre 1997 modifiant le Code wallon de l’aménagement du territoire, de l’urbanisme et du patrimoine est complété par le texte qui suit : ″ou un rapport urbanistique et environnemental″.

  211. Art. 103. La zone de loisirs, qu’elle soit contiguë ou non à une zone d’habitat, à une zone d’habitat à caractère rural ou à une zone d’aménagement communal concerté mise en oeuvre et affectée en tout ou partie à la résidence, peut, à titre exceptionnel, comporter de l’habitat, ainsi que des activités d’artisanat, de services, des équipements socio-culturels, des aménagements de services publics et d’équipements communautaires pour autant que, simultanément : 1o elle soit couverte par un permis d’urbanisme de constructions groupées ou un permis de lotir avant l’entrée en vigueur du présent décret; 2o les voiries et les espaces publics ou communautaires de la zone relèvent du domaine public; 3o les activités d’artisanat, de services, des équipements socio-culturels, des aménagements de services publics et d’équipements communautaires soient complémentaires et accessoires à la fonction de loisirs ou d’habitat; 4o elle soit située dans le périmètre d’un rapport urbanistique et environnemental approuvé préalablement par le Gouvernement; 5o elle figure sur la liste des zones de loisirs adoptée par le Gouvernement wallon préalablement à l’élaboration du rapport urbanistique et environnemental.

  212. Art. 104. Dans les articles 97, alinéa 1er, 102, et 105, ainsi que dans l’intitulé de la section 5 du chapitre II du titre V du Livre 1er du Code, les mots ″permis de lotir″ sont remplacés par les mots qui suivent : ″permis d’urbanisation″.

  213. Art. 105. Dans l’article 120, alinéas 4 et 5, du Code, les mots ″l’administration″ sont remplacés par les mots qui suivent : ″la délégation générale aux recours″. Ces modifications entrent en vigueur à la date d’entrée en vigueur de l’arrêté du Gouvernement visé à l’article 3, § 3, alinéa 2. Dans l’alinéa 7 du même article, sont insérés entre les mots ″l’article 109″ et les mots ″, un représentant″, le chiffre suivant : ″, 2o″.

  214. Art. 106. L’élaboration ou la révision d’un plan communal d’aménagement adopté provisoirement avant l’entrée en vigueur du présent décret peut poursuivre la procédure en vigueur avant cette date.

  215. Art. 107. Lorsqu’il est établi que les enjeux et les options qui avaient conduit à l’adoption du plan ont été rencontrés par la réalisation des infrastructures de communication ou de l’aménagement des zones constructibles, soit d’initiative, soit dans le délai qui lui est imposé par le Gouvernement, le conseil communal peut décider l’abrogation des prescriptions urbanistiques d’un plan communal d’aménagement approuvé avant l’entrée en vigueur du présent décret. Dans ce cas, les dispositions visées à l’article 57ter, alinéa 2, sont d’application.

  216. Art. 108. Lorsque le plan d’expropriation est dressé en même temps que le plan communal d’aménagement, les acquisitions, expropriations et cessions de droits réels réalisées dans le cadre de l’arrêté d’expropriation adopté avant l’entrée en vigueur du décret demeurent soumises aux dispositions d’application avant cette date.

  217. Art. 109. Toute demande de permis d’urbanisme, de lotir ou de modification du permis de lotir dont l’accusé de réception est antérieur à l’entrée en vigueur du présent décret poursuit son instruction sur la base des dispositions d’application avant l’entrée en vigueur du présent décret et tout permis d’urbanisme, de lotir ou de modification du permis de lotir octroyés, le cas échéant, se périme sur la base des dispositions d’application avant l’entrée en vigueur du présent décret. MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39567 Sans préjudice de l’alinéa 1er, toute modification d’un permis de lotir non périmé octroyé sur la base des dispositions d’application avant l’entrée en vigueur du présent décret, dont l’accusé de réception est postérieur à l’entrée en vigueur de dispositions relatives au permis d’urbanisation, est instruite sur la base des dispositions relatives à l’instruction de la demande de modification du permis d’urbanisation. Dès que la construction autorisée sur la base du permis d’urbanisation octroyé fait l’objet de la déclaration visé à l’article 139 certifiant que les travaux sont réalisés et sont conformes au permis délivré, il est fait application de l’article 92, alinéa 2. Sans préjudice de l’alinéa 1er, lorsque tous les lots constructibles couverts par un permis de lotir sont construits, le collège communal constate que la valeur réglementaire des dispositions du permis de lotir est abrogée et que ces dispositions ont valeur de rapport urbanistique et environnemental. Est abrogée la valeur réglementaire de tout plan de division contenu ou annexé à tout permis de lotir, non périmé, octroyé sur la base des dispositions d’application avant l’entrée en vigueur des dispositions relatives au permis d’urbanisation. Les modifications apportées par le présent décret aux points 1o et 2o de l’alinéa 1er, de l’article 154 du Code ne sont pas applicables aux permis de lotir délivrés avant l’entrée en vigueur des dispositions relatives au permis d’urbanisation ou délivrés sur la base de l’alinéa 2. Les dispositions relatives au permis d’urbanisation et l’alinéa 3 de la présente disposition n’entrent en vigueur qu’à la date fixée par le Gouvernement. Dans l’article 61, les mots ″ou du procès-verbal de synthèse définitif″ produisent leurs effets à dater du 27 février 2009. Section 2. — Disposition relative au décret du 11 mars 1999 relatif au permis d’environnement

  218. Art. 110. Le Gouvernement peut arrêter une nouvelle codification de tout ou partie des dispositions législatives et réglementaires relatives à l’aménagement du territoire, l’urbanisme, le patrimoine et l’énergie.

  219. Art. 111. Pour l’application du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d’environnement, toute demande de projet mixte portant notamment sur l’ouverture, la modification ou la suppression d’une voirie communale introduite avant l’entrée en vigueur du présent décret ainsi que les recours administratifs y relatifs sont traités selon les règles en vigueur au jour de l’introduction de la demande. Section 3. — Dispositions relatives au Livre 1er du Code de l’Environnement

  220. Art. 112. Dans l’article 49, b), du Livre Ier du Code de l’Environnement, les chiffres ″80″ sont remplacés par les chiffres ″88″. Promulguons le présent décret, ordonnons qu’il soit publié au Moniteur belge. Namur, le 30 avril 2009. Le Ministre-Président, R. DEMOTTE Le Ministre du Logement, des Transports et du Développement territorial, A. ANTOINE Le Ministre du Budget, des Finances et de l’Equipement, M. DAERDEN Le Ministre des Affaires intérieures et de la Fonction publique, Ph. COURARD Le Ministre de l’Economie, de l’Emploi, du Commerce extérieur et du Patrimoine, J.-C. MARCOURT La Ministre de la Recherche, des Technologies nouvelles et des Relations extérieures, Mme M.-D. SIMONET Le Ministre de la Formation, M. TARABELLA Le Ministre de la Santé, de l’Action sociale et de l’Egalité des Chances, D. DONFUT Le Ministre de l’Agriculture, de la Ruralité, de l’Environnement et du Tourisme, B. LUTGEN Note (1) Session 2008-2009. Documents du Parlement wallon, 972 (2008-2009), nos 1 à 1quinquies et 2 à 23. Compte rendu intégral, séance publique du 29 avril 2009. Discussion - Votes. 39568 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD ÜBERSETZUNG ÖFFENTLICHER DIENST DER WALLONIE D. 2009 — 1924 [2009/202360] 30. APRIL 2009 — Dekret zur Abänderung des Wallonischen Gesetzbuches über die Raumordnung, den Städtebau und das Erbe, des Dekrets vom 11. März 1999 über die Umweltgenehmigung und des Dekrets vom 11. März 2004 über die Infrastrukturen zur Ansiedlung von wirtschaftlichen Aktivitäten (1) Das Wallonische Parlament hat Folgendes angenommen und wir, Regierung, sanktionieren es: KAPITEL I — Bestimmungen zur Abänderung des Wallonischen Gesetzbuches über die Raumordnung, den Städtebau und das Erbe

  221. Artikel 1 - In Artikel 1 § 2 des Wallonischen Gesetzbuches über die Raumordnung, den Städtebau, das Erbe und die Energie wird der Wortlaut ″und der kommunalen Strukturschemen″ durch den folgenden Wortlaut ersetzt: ″, des kommunalen Strukturschemas und des Städtebau- und Umweltberichts″.

  222. Art. 2 - In Artikel 2 Absatz 2 desselben Gesetzbuches wird zwischen den Wortlaut ″der Schemen″ und den Wortlaut ″und Raumordnungspläne″ der folgende Wortlaut eingefügt: ″, der Städtebau- und Umweltberichte″. In Artikel 2 wird der Wortlaut ″ Wallonischen Regionalrat″ durch den Wortlaut ″Wallonischen Parlament″ ersetzt.

  223. Art. 3 - Die Überschrift von Kapitel II von Titel I von Buch I desselben Gesetzbuches wird wie folgt ersetzt: «KAPITEL II — Vollmächte und von der Regierung anvertraute Aufräge»

  224. Art. 4 - In Artikel 3 desselben Gesetzbuches werden folgende Abänderungen vorgenommen: 1o der erste Absatz wird zum § 1; 2o Der Artikel wird wie folgt ergänzt: «§ 2. Es wird eine Zelle für räumliche Entwicklung mit Sitz in Namur gegründet, die unter der Aufsicht eines Generalvertreters mit der Durchführung der vorrangigen Beschlüsse der Regierung in Sachen Raumordnung und räumliche Entwicklung in Sachen strategische Planung beauftragt wird: Die Regierung erlässt die Modalitäten für die Arbeitsweise der Zelle und bestimmt deren Aufgaben. § 3. Es wird eine Generalvertretung für Einsprüche mit Sitz in Namur gegründet, die unter der Aufsicht eines Generalvertreters mit der Untersuchung der aufgrund der Bestimmungen des vorliegenden Gesetzbuches eingereich- ten Einsprüche beauftragt wird. Die Regierung verabschiedet die Modalitäten für die Arbeitsweise dieser Vertretung.»

  225. Art. 5 - In Artikel 4 desselben Gesetzbuches werden folgende Abänderungen vorgenommen: 1o in Absatz 1 wird der Wortlaut ″finden Anwendung″ durch den folgenden Wortlaut ersetzt: ″finden unbeschadet des Buches I des Umweltgesetzbuches Anwendung″; 2o in Punkt 1o desselben Absatzes wird zwischen den Wortlaut ″Genehmigung″ und den Wortlaut ″bezieht″ der folgende Wortlaut eingefügt: ″oder auf einen Antrag auf die Eröffnung, Änderung oder Streichung eines Gemeindewegs″; 3o im selben Punkt wird zwischen den Wortlaut ″, einen Städtebau- und Umweltbericht″ und den Wortlaut ″oder einen in Artikel 127 § 1 Absatz 1 8o erwähnten Umkreis″ der folgende Wortlaut eingefügt: ″einen Fluchtlinienplan,″; 4o Punkt 6o desselben Absatzes wird wie folgt ersetzt: « 6o jeglicher Drittbezogene hat das Recht, seine Bemerkungen und Beschwerden per Fernkopie, per elektronische Post, wenn die Gemeinde zu diesem Zweck eine Anschrift festgelegt hat, per einfache Post oder durch deren Äußerung an den Raumordnungs- und Städtebauberater, das Gemeindekollegium oder den zu diesem Zweck beauftragten Gemeindebediensteten entweder vor dem Abschluss der öffentlichen Untersuchung oder am Tag des Abschlusses der betreffenden Untersuchung einzureichen; bei Strafe der Nichtigkeit werden die Sendungen per Post oder per Fernkopie mit dem Datum versehen und unterzeichnet; die Sendungen per elektronische Post werden mit Angabe der Identität und des Datums versehen; die mündlichen Beschwerden und Bemerkungen werden auf Vereinbarung durch den Raumordnungs- Städtebauberater oder, mangels dessen, durch den zu diesem Zweck beauftragten Gemeinde- bediensteten aufgenommen, der sie schriftlich niederlegt und dem Gemeindekollegium vor dem Abschluss der Untersuchung übermittelt;»

  226. Art. 6 - In Artikel 5 desselben Gesetzbuches wird ein Absatz 4 mit folgendem Wortlaut hinzugefügt: «Die Regierung kann den Betrag des Anwesenheitsgelds, auf welches der Vorsitzende, die stellvertretenden Vorsitzenden der Abteilungen und die Mitglieder des Regionalausschusses Anspruch haben, festlegen.»

  227. Art. 7 - In Artikel 11 desselben Gesetzbuches wird der Wortlaut ″Parzellierungspläne″ gestrichen.

  228. Art. 8 - In Artikel 12 Absatz 1 desselben Gesetzbuches werden folgende Abänderungen vorgenommen: 2o Punkt 1o wird durch den folgenden Wortlaut ersetzt: ″den Gemeinden, zur Ausarbeitung oder zur Teil- bzw. Gesamtrevision eines kommunalen Raumordnungsplans, eines kommunalen Strukturschemas, eines Städtebau- und Umweltberichts oder einer kommunalen Städtebau- ordnung;″ 2° in Punkt 2° wird vor den Wortlaut ″zur Ausarbeitung″der Folgende Wortlaut eingefügt: ″den Gemeinden,″

  229. Art. 9 - In Titel II von Buch I desselben Gesetzbuches wird ein Kapitel III mit folgendem Wortlaut eingefügt: «KAPITEL III — Städtebau- und Umweltbericht»

  230. Art. 10 - In Kapitel III von Titel II von Buch I desselben Gesetzbuches wird ein Artikel 18ter mit folgendem Wortlaut eingefügt: «Art. 18ter - § 1 - Der Städtebau- und Umweltbericht ist ein Orientierungsdokument, in dem für jedes von ihm gedecktes Gemeindegebiet die Leitlinien der physischen Gestaltung des Gebiets sowie die nachhaltigen Raumordnungs- und Entwicklungsmöglichkeiten dargestellt werden. Wenn es wegen der Umstände erforderlich ist, können mehrere Gemeinden, jede in ihrem Zuständigkeitsbereich, in gegenseitigem Einvernehmen einen Städtebau- und Umwelt- bericht erstellen. MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39569 Der Städtebau- und Umweltbericht wird auf Inititiative des Gemeinderats erstellt und wird von der Regierung genehmigt. Der Städtebau- und Umweltbericht lehnt sich an die Leitlinien in Sachen Raumordnung und nachhaltige Entwicklung, die in dem Entwicklungsplan des regionalen Raums und dem kommunalen Strukturschema, wenn ein solches Schema vorhanden ist, enthalten sind; Bei Unvereinbarkeit zwischen den Leitlinien eines kommunalen Strukturschemas und eines Städtebau- und Umweltberichts finden die Bestimmungen des am letzten in Kraft getretenen Dokuments Anwendung. Wenn der Städtebau- und Umweltbericht eine teilweise Abweichung eines kommunalen Raumordnungsplans vorschlägt, kann der Gemeinderat gemäß Artikel 49bis von der Regierung die Genehmigung beantragen, für den betroffenen Teil in Anwendung von Artikel 48, Absatz 2 einen kommunalen Raumordnungsplan zu erstellen, oder kann ggf. den kommunalen Raumordnungsplan revidieren. § 2 - Der Inhalt und das Verfahren zur Erstellung des Städtebau- und Umweltberichts werden in Artikel 33, §§ 2 bis 7 festgelegt. Wenn der Städtebau- und Umweltbericht keine Erschließung eines Gebiets für konzertierte kommunale Raumplanung oder eines Gebiets für konzertierte kommunale Raumplanung mit industriellem Charakter ist, und wenn der Gemeinderat angesichts der Eigenschaften der Projekte oder Aktivitäten, deren Ausarbeitung oder Revision den Rahmen bilden, und unter Berücksichtigung der Auswirkungen und der Gebiete, die betroffen werden könnten, feststellt, dass der geplante Städtebau- und Umweltbericht keine bedeutsamen Auswirkungen auf die Umwelt haben könnte, oder wenn er die Benutzung eines kleinen Gebiets auf lokaler Ebene bestimmt, beschließt der Gemeinderat nach Begutachtung durch den Kommunalausschuss, oder, mangels dessen, den Regionalausschuss, sowie nach Begutachtung durch den Wallonischen Umweltrat für eine nachhaltige Entwicklung, dass keine Umweltbewertung im Sinne von Artikel 33 § 2 2o über den Städtebau- und Umweltbericht erforderlich ist. Man geht davon aus, dass ein geplanter Städtebau- und Umweltbericht bedeutsame Auswirkungen auf die Umwelt haben könnte, wenn er ein gemäß den Richtlinien 79/409/EWG und 92/43/EWG bestimmtes Gebiet umfasst, oder wenn er dazu bestimmt ist, die Verwirklichung eines einer Umweltverträglichkeitsprüfung unterworfenen Projekts zu erlauben, oder wenn er Gebiete betrifft, in denen sich Betriebe niederlassen könnten, die mit bedeutenden Risiken für Personen, Güter oder Umwelt im Sinne von der Richtlinie 96/82/EWG verbunden sind, oder wenn er die Eintragung von zu Wohnzwecken bestimmten Gebieten sowie von öffentlich genutzten Gebieten oder Infrastrukturen in der Nähe solcher Betriebe vorsieht. Der Bericht kann unter anderem auf nützlichen Informationen beruhen, die anlässlich anderer früherer Umweltbewertungen gesammelt wurden. § 3 - Der Gemeinderat kann einen Städtebau- und Umweltbericht in den folgenden Fällen ganz oder teilweise außer Kraft setzen: 1° entweder wird der Umkreis durch einen nach Inkrafttreten des Städtebau- und Umweltberichts genehmigten kommunalen Raumordnungsplan oder durch eine ordnungsgemäß genehmigte Verstädterungsgenehmigung gedeckt; 2° oder er erachtet, dass die in Artikel 33, § 2, 2o a) erwähnten Hauptzielsetzungen überholt sind.

  231. Artikel 33 §§ 2 bis 6 findet Anwendung auf den Beschluss zur Außerkraftsetzung des Städtebau- und Umweltberichts, außer für das, was die in Artikel 33 § 2 2° erwähnte Umweltbewertung und die in Artikel 33 § 4 erwähnte Umwelterklärung betrifft. Wenn der Städtebau- und Umweltbericht als Anerkennungsgebiet im Sinne des Dekrets vom 11. März 2004 über die Infrastrukturen zur Ansiedlung von wirtschaftlichen Aktivitäten gilt, ist die Außerkraftsetzung auf das Anerkennungsgebiet nicht wirksam.

  232. Art. 11 - Artikel 19 desselben Gesetzbuches wird wie folgt ersetzt: «Art. 19 - § 1 - Die Regierung verleiht dem Sektorenplan und dem kommunalen Raumordnungsplan Verbindlich- keit. Die graphischen und buchstäblichen Vorschriften der Pläne haben verordnende Kraft. Wenn die graphischen und buchstäblichen Vorschriften in Widerspruch stehen, sind die graphischen Vorschriften ausschlaggebend. § 2 - Der Sektorenplan bleibt in Kraft bis zum Zeitpunkt, an dem ein Sektorenplan oder ein kommunaler Raumordnungsplan ihn nach einer Revision teilweise ersetzt. Der kommunale Raumordnungsplan bleibt im Kraft: 1° entweder bis ein anderer Plan infolge einer Revision ihn ganz oder teilweise ersetzt; 2° oder bis seine teilweise oder ganze Außerkraftsetzung gemäß Artikel 57ter. § 3 - Die Vorschriften eines kommunalen Raumordnungsplans verlieren ihre Wirkung, wenn sie mit den Vorschriften eines Sektorenplans, der zu einem späteren Zeitpunkt bewilligt worden ist, nicht vereinbar sind.

  233. Art. 12 - In Artikel 23, Absatz 1 desselben Gesetzbuches wird Punkt 3° gestrichen.

  234. Art. 13 - In Artikel 28 desselben Gesetzbuches wird nach dem Wortlaut ″Art. 28″ die folgende Überschrift eingefügt: «Gebiet für öffentliche Dienststellen und gemeinschaftliche Anlagen».

  235. Art. 14 - Artikel 29 desselben Gesetzbuches wird wie folgt ersetzt: «Art. 29 - Das Freizeitgebiet ist für die Niederlassung von Ausrüstungen für Freizeit und Touristik vorgesehen, einschließlich der Feriendörfer, der Wochenendwohnparke oder der touristischen Campings im Sinne von Artikel 2 14° des Dekrets vom 18. Dezember 2003 über die touristischen Beherbergungseinrichtungen oder im Sinne von Artikel 1 des Dekrets von 9. Mai 1994 über Camping und Campingplätze. Sofern es an ein Wohngebiet, ein Wohngebiet mit ländlichem Charakter oder ein Gebiet für konzertierte kommunale Raumplanung, das erschlossen wird und ganz oder teilweise zu Wohnzwecken bestimmt ist, angrenzt, kann das Freizeitgebiet Wohnbereiche sowie Handwerks- und Dienstleistungstätigkeiten, sozialkulturelle Einrichtungen, Einrichtungen für öffentliche Dienststellen und gemeinschaftliche Anlagen enthalten, vorausgesetzt, dass gleichzeitig: 1o diese Aktivitäten im Verhältnis zur in Absatz 1 erwähnten Hauptzweckbestimmung des Gebiets einen ergänzenden und nebensächlichen Charakter haben; 2o das Freizeitgebiet in dem Umkreis eines vorher von der Regierung genehmigten Städtebau- und Umweltbe- richts gelegen ist.» 39570 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD

  236. Art. 15 - In Artikel 30 desselben Gesetzbuches werden folgende Abänderungen vorgenommen: 1o nach dem Wortlaut ″Art. 30 -″ wird die folgende Überschrift eingefügt: «Das gemischte Gewerbegebiet»; 2o in Absatz 1 wird ein zweiter Satz mit folgendem Wortlaut eingefügt: «Die kleinen Lagerhallen werden dort zugelassen»; 3o in demselben Absatz wird der zweite Satz, der zum dritten Satz geworden ist, wie folgt ersetzt: «Dieses Gebiet umfasst einen Abschirmstreifen oder ist mit einer Abtrennvorrichtung ausgestattet, außer für den Teil des Gebiets, der entlang einer für seine wirtschaftliche Entwicklung nützlichen Verkehrsinfrastruktur gelegen ist, oder wenn eine natürliche oder künstliche Vorrichtung, die in den Bereich des öffentlichen Eigentums fällt, selbst einen ausreichenden Abschirmstreifen oder eine ausreichende Abtrennvorrichtung bildet»; 4o die Absätze 2 und 3 werden gestrichen; 5o in Absatz 4, der zum Absatz 2 geworden ist, wird der folgende Wortlaut gestrichen: ″in Gewerbegebieten″.

  237. Art. 16 - Es wird ein Artikel 30bis mit folgendem Wortlaut in dasselbe Gesetzbuch eingefügt: «Art. 30bis - Das industrielle Gewerbegebiet. Das industrielle Gewerbegebiet ist für Tätigkeiten mit industriellem Charakter bestimmt, einschließlich der Tätigkeiten, die mit einem Industrieprozess in Bezug auf die Verarbeitung von Roh- oder halbfertigen Stoffen, auf die Verpackung, die Lagerung, Logistik oder den Vertrieb verbunden sind. Sie können auf mehreren Tätigkeitsgebieten stattfinden. Zugelassen werden die zugehörenden Dienstleistungsunternehmen sowie die wirtschaftlichen Tätigkeiten ohne industriellen Charakter, die aus Gründen der städtebaulichen Integration, der Mobilität, der Sicherheit oder des Umweltschutzes abzusondern sind, außer wenn sie Nebentätigkeiten einer in Absatz 1 erwähnten industriellen Tätigkeit bilden. Der Einzelhandel wird ausgeschlossen, außer wenn er eine Nebentätigkeit einer in Absatz 1 erwähnten industriellen Tätigkeit bildet. Dieses Gebiet umfasst einen Abschirmstreifen oder ist mit einer Abtrennvorrichtung ausgestattet, außer für den Teil des Gebiets, der entlang einer für seine wirtschaftliche Entwicklung nützlichen Verkehrsinfrastruktur gelegen ist, oder wenn eine natürliche oder künstliche Vorrichtung, die in den Bereich des öffentlichen Eigentums fällt, selbst einen ausreichenden Abschirmstreifen oder eine ausreichende Abtrennvorrichtung bildet. Ausnahmsweise kann das Folgende erlaubt werden: 1o in den industriellen Gewerbegebieten: die Lagerung von inerten Abfällen; 2o in den entlang den schiffbaren Wasserstraßen gelegenen industriellen Gewerbegebieten: die Lagerung von Baggerschlamm. Die Wohnung des Betriebsleiters oder des Überwachungspersonals kann in diesem Gebiet gestattet werden, insofern dies für einen guten Betriebsablauf oder aus Sicherheitsgründen erforderlich ist. Sie gehört vollständig zum Betrieb.»

  238. Art. 17 - In Artikel 31 desselben Gesetzbuches werden folgende Abänderungen vorgenommen: 1o nach dem Wortlaut ″Art. 31 -″ wird die folgende Überschrift eingefügt: ″Das spezifische Gewerbegebiet″; 2o in § 1 wird der zweite Satz von Absatz 3 wie folgt ergänzt: «, außer für den Teil des Gebiets, der entlang einer für seine wirtschaftliche Entwicklung nützlichen Verkehrsinfrastruktur gelegen ist, oder wenn eine natürliche oder künstliche Vorrichtung, die in den Bereich des öffentlichen Eigentums fällt, selbst einen ausreichenden Abschirmstreifen oder eine ausreichende Abtrennvorrichtung bildet»; 3o in § 3, Absatz 1 wird der folgende Wortlaut gestrichen: ″in spezifischen Gewerbegebieten″.

  239. Art. 18 - In Artikel 32 desselben Gesetzbuches werden folgende Abänderungen vorgenommen: 1o nach dem Wortlaut ″Art. 32 -″ wird die folgende Überschrift eingefügt: ″Das Abbaugebiet″; 2o in Absatz 3 wird der Wortlaut ″in Abbaugebieten″ gestrichen.

  240. Art. 19 - In Artikel 33 desselben Gesetzbuches werden folgende Abänderungen vorgenommen: 1o nach dem Wortlaut ″Art. 33 -″ wird die folgende Überschrift eingefügt: ″Das Gebiet für konzertierte kommunale Raumplanung″. 2o in § 2 wird der Wortlaut ″eines Städtebau- und Umweltberichts″ durch den folgenden Wortlaut ersetzt: ″des in Artikel 18ter erwähnten Städtebau- und Umweltberichts″; 3o imselben Paragraphen wird in Punkt 2 ein Punkt ″h)″ mit folgendem Wortlaut eingefügt: «h) eine Erklärung, in der zusammengefasst wird, aus welchen Gründen die anderen in Betracht gezogenen Lösungen ausgewählt wurden, und in der beschrieben wird, auf welche Weise die Bewertung vorgenommen wurde, einschließlich jeder bei der Sammlung der erforderlichen Informationen angetroffenen Schwierigkeit, insbesondere der technischen Schwächen und des fehlenden Fachwissens;»; 4o in demselben Punkt 2 wird ″h)″ zum ″j)″; 5o in demselben Paragraphen werden die Absätze 2 und 3 gestrichen; 6o in § 8 wird der Wortlaut ″die gemäß den §§ 2, 3 und 4 verwertet werden, deren Verwertung in Anwendung derselben Paragraphen noch nicht bestimmt worden ist″ durch den folgenden Wortlaut ersetzt: ″egal ob verwertet oder nicht″. MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39571

  241. Art. 20 - In Artikel 34 desselben Gesetzbuches werden folgende Abänderungen vorgenommen: 1o nach dem Wortlaut ″Art. 34-″ wird der Wortlaut ″ ″Gebiete für konzertierte kommunale Raumplanung mit industriellem Charakter″ durch den folgenden Wortlaut ersetzt: ″Das Gebiet für konzertierte kommunale Raumplanung mit industriellem Charakter″; 2o in § 1 wird der erste Satz von Absatz 1 durch den folgenden Wortlaut ersetzt: «Das Gebiet für konzertierte kommunale Raumplanung mit industriellem Charakter ist für die in den Artikeln 30 und 30bis erwähnten Tätigkeiten und für die bürgernahen agrar-wirtschaftlichen Aktivitäten, mit Ausnahme des Einzelhandels, bestimmt.»; 3. In demselben Paragraphen wird Absatz 2 wie folgt ergänzt: «, außer für den Teil des Gebiets, der entlang einer für seine wirtschaftliche Entwicklung nützlichen Verkehrsinfrastruktur gelegen ist, oder wenn eine natürliche oder künstliche Vorrichtung, die in den Bereich des öffentlichen Eigentums fällt, selbst einen ausreichenden Abschirmstreifen oder eine ausreichende Abtrennvorrichtung bildet»; 4o in § 4 wird der Wortlaut ″das gemäß den §§ 1 und 2 verwertet wird, oder dessen Verwertung in Anwendung derselben Paragraphen noch nicht bestimmt worden ist″ durch den folgenden Wortlaut ersetzt: ″egal ob verwertet oder nicht″.

  242. Art. 21 - In Artikel 35 desselben Gesetzbuches werden folgende Abänderungen vorgenommen: 1o zwischen den Absätze 3 und 4 wird ein neuer Absatz 4 mit folgendem Wortlaut eingefügt: «Zugelassen werden als Nebentätigkeiten der landwirtschaftlichen Tätigkeit die Biogasgewinnungsanlagen, sofern sie hauptsächlich Tierzuchtabwasser und Kulturrückstände aus einem oder mehreren landwirtschaftlichen Betrieben benutzen.»; 2o Absatz 4 wird zum Absatz 5; 3o in dem letzten Absatz wird der Wortlaut ″und Module zur Erzeugung von Strom oder Hitze″ durch den folgenden Wortlaut ersetzt: ″Module zur Erzeugung von Strom oder Hitze und Biogasgewinnungsanlagen″.

  243. Art. 22 - Artikel 36 Absatz 3 desselben Gesetzbuches wird wie folgt ersetzt: «Die Energieverwertungseinheiten der Biomasse, die hauptsächlich aus Rückständen eines Forstbetriebs und der ersten Holzverarbeitung erzeugt wird, werden als Nebentätigkeit der Forsttätigkeit zugelassen.»

  244. Art. 23 - In Artikel 39 Absatz 3 desselben Gesetzbuches wird zwischen den Wortlaut ″ein kommunaler Raumordnungsplan,″ und den Wortlaut ″der das ganze Gebiet deckt,″ der folgende Wortlaut eingefügt: ″oder ein Städtebau- und Umweltbericht″.

  245. Art. 24 - In Artikel 40 desselben Gesetzbuches werden folgende Abänderungen vorgenommen: 1o der einzige Absatz wird zum § 1; 2o der Artikel wird wie folgt ergänzt: «§ 2 - Nach Verwirklichung der Verkehrsinfrastruktur für den Transport von Flüssigkeiten und Energie oder auf eigene Initiative im Falle des Verzichts auf die Verwirklichung der Infrastruktur kann die Regierung durch Erlass den betroffenen Umkreis oder Teil des Reserveumkreises außer Kraft setzen. Der Erlass zur Außerkraftsetzung des Umkreises wird durch einen Vermerk im Belgischen Staatsblatt veröffent- licht.»

  246. Art. 25 - In Artikel 41 desselben Gesetzbuches werden folgende Abänderungen vorgenommen: 1o in dem Absatz, Punkt 1o wird zwischen der Wortlaut ″Bezeichnung der Zweckbestimmung der Gebiete″ durch den folgenden Wortlaut ersetzt: ″Genauere Festlegung oder Spezialisierung der Zweckbestimmung der Gebiete″; 2o in Punkt 5o desselben Absatzes wird zwischen den Wortlaut ″einen kommunalen Raumordnungsplan″ und den Wortlaut ″vor deren Verwertung″ der folgende Wortlaut eingefügt: ″oder einen Städtebau- und Umweltbericht″. 3o der Artikel wird wie folgt ergänzt: «Die Regierung kann die Liste der zusätzlichen Vorschriften erlassen.»

  247. Art. 26 - In Artikel 42bis desselben Gesetzbuches werden folgende Abänderungen vorgenommen: 1o in Absatz 1 wird zwischen den Wortlaut ″oder eines Abbaugebiets betrifft″ und den Wortlaut ″durch die Regierung beschlossen werden,″ der folgende Wortlaut eingefügt: ″oder wenn sie die Eintragung der Trasse einer Hauptinfrastruktur für den Flüssigkeits- oder Energietransport oder des Reserveumkreises, der sie ersetzt, betrifft″. 2o. Absatz 6 wird wie folgt ersetzt: «wenn es in Betracht gezogen wird, Artikel 44 Absatz 4 anzuwenden, werden die durch das Dekret vom 11. März 2004 über die Infrastrukturen zur Ansiedlung von wirtschaftlichen Aktivitäten erwähnten Auskünfte dem Planentwurf beigefügt.»

  248. Art. 27 -In Artikel 43 § 1 desselben Gesetzbuches wird der Wortlaut ″die Umweltverträglichkeitsprüfung gegebenenfalls beigefügt wird″ durch den folgenden Wortlaut ersetzt: ″die Umweltverträglichkeitsprüfung und Elemente bezüglich des Anerkennungsumkreises im Sinne des Dekrets vom 11. März 2004 über die Infrastrukturen zur Ansiedlung von wirtschaftlichen Aktivitäten gegebenenfalls beigefügt werden″.

  249. Art. 28 - In Artikel 46 desselben Gesetzbuches werden folgende Abänderungen vorgenommen: 1° In § 1 wird Absatz 1 wie folgt ersetzt: «Wenn die Revision des Sektorenplans die Eintragung von Gebieten zum Zweck hat, die einen Effekt und Herausforderungen und Auswirkungen auf regionaler oder supra-regionaler Ebene haben, sind die Bestimmungen, die für die Erstellung des Sektorenplans gelten, anwendbar. Wenn die Revision des Sektorenplans eine neue Zoneneinteilung bezweckt, die auf Bedürfnisse eingeht, deren Effekt, Herausforderungen und Auswirkungen durch eine örtliche Planung gerecht werden kann, finden die Bestimmungen des in Artikel 48 Absatz 2 erwähnten kommunalen Raumordnungsplan Anwendung»; 39572 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 1o in § 1 Absatz 2 1o wird der Wortlaut ″abweichen davon darf nur die Eintragung″ durch den folgenden Wortlaut ersetzt: ″Abweichungen sind lediglich für die folgenden Fälle erlaubt: Eintragung″; 3o Im selben Absatz wird Punkt 2o wie folgt ersetzt: «ein neues zur Verstädterung bestimmtes Gebiet darf nicht als bandartige Verstädterung am Wegenetz entlang eingetragen werden; unter bandartiger Verstädterung versteht man die Eintragung eines Gebiets dessen Gestalt, wegen der Tiefe, Länge und des Verhältnisses zwischen diesen beiden Elementen keine andere Entwicklung als eine einzige Bebauungsfront erlaubt, und eine städtebauliche Anordnung, die sich um ein neues Verkehrsnetz gliedert, ausschließt;» 4o in Punkt 3o desselben Absatzes wird zwischen dem Wortlaut ″ein bestehendes, zur Verstädterung bestimmtes Gebiet″ und den Wortlaut ″in ein nicht zur Verstädterung bestimmtes Gebiet″ der folgende Wortlaut eingefügt: ″oder ein Gebiet für konzertierte kommunale Raumplanung″. 1o in § 2 nach Absatz 3 wird ein neuer Absatz 4 mit folgendem Wortlaut eingefügt: «Man geht davon aus, dass ein geplanter Sektorenplan nach dessen Revision nicht bedeutsame Auswirkungen auf die Umwelt haben könnte, wenn er die Eintragung eines Teils oder der Gesamtheit eines gemäß den Richt- linien 79/409/EWG und 92/43/EWG bestimmten Gebiets als Forst-, Grün- oder Naturgebiet vorsieht.» 6o Absatz 4 desselben Paragraphen wird zum Absatz 5.

  250. Art. 29 - Artikel 47 desselben Gesetzbuches wird wie folgt ergänzt: «Der kommunale Raumordnungsplan wird nach Untersuchung des kommunalen Strukturschemas, des Städtebau- und Umweltberichts oder des kommunalen Mobilitätsplans, wenn diese vorhanden sind, erstellt. Die in Artikel 46 § 1 Absatz 2 erwähnten Vorschriften finden auf seine Erstellung Anwendung.»

  251. Art. 30 - Artikel 48 desselben Gesetzbuches wird wie folgt ersetzt: «Art. 48 - Der kommunale Raumordnungsplan gibt genauere Bestimmungen über den Sektorenplan und ergänzt ihn. Der kommunale Raumordnungsplan kann den Sektorenplan in den folgenden Fällen revidieren: 1o entweder wenn Bedürfnisse bestehen, deren Effekt, Herausforderungen und Auswirkungen durch eine örtliche Planung gerecht werden kann, und ggf.wenn der in Artikel 46 § 1 Absatz 2 3o erwähnte raumplanerische Ausgleich auf dieser Ebene organisiert wird; 2o oder wenn ein kommunales Strukturschema oder ein von der Regierung genehmigter Städtebau- und Umweltbericht vorhanden ist, das bzw. der für diesen Fall gilt und den Umkreis des Projekts eines kommunalen Raumordnungsplans bestimmt, und ggf.wenn der in Artikel 46 § 1 Absatz 2 3o erwähnte raumplanerische Ausgleich auf dieser Ebene organisiert wird.»

  252. Art. 31 - Artikel 49 desselben Gesetzbuches wird wie folgt ersetzt: «Art. 49 - Für den Teil des Gemeindegebiets, den er bestimmt, umfasst der kommunale Raumordnungsplan folgende Punkte: 1o die raumordnerischen Zielsetzungen bezüglich der Energieeinsparung und des Transportwesens, der Infra- strukturen und technischen Netzwerke, der Landschaft, des Städtebaus, der Architektur und der Grünanlagen; 2o ggf., wenn er den Sektorenplan revidiert, eine Karte der Zweckbestimmungen des Gebiets, i.M. 1/10.000, in welcher der durch den Sektorenplan revidierte Umkreis angegeben wird; 3o die Festlegung der verschiedenen Zweckbestimmungen des Gebiets und ggf. die für Grünflächen, für die ökologische Vermaschung sowie für die öffentlichen und gemeinschaftlichen Anlagen vorbehaltenen Standorte; 2o die bereits bestehende oder geplante Trasse oder der sie ersetzende Reserveumkreis für das Netz der Verkehrsinfrastrukturen und die Anschlüsse an die Hauptnetze für den Transport von Energie und Flüssigkeiten.»

  253. Art. 32 - In Abschnitt 3 von Kapitel III von Titel III von Buch I desselben Gesetzbuches wird ein Artikel 49bis mit folgenden Wortlaut eingefügt: «Art. 49bis - Die Regierung verabschiedet die Liste der in Artikel 48, Absatz 2 erwähnten kommunalen Raumordnungspläne. Für jeden dieser kommunalen Raumordnungspläne genehmigt die Regierung anschließend entweder auf eigene Initiative oder auf Antrag des Gemeinderats oder ggf. der betroffenen Gemeinderäte durch begründeten Erlass vor der Annahme des in Artikel 50 § 2 erwähnten Vorentwurfs die Erstellung oder die Revision des in Artikel 48 Absatz 2 erwähnten kommunalen Raumordnungsplans»

  254. Art. 33 - In Artikel 50 § 2 des Wallonischen Gesetzbuches über die Raumordnung, den Städtebau und das Erbe wird ein Punkt 10obis mit folgendem Wortlaut eingefügt: ″10o bis. Die von der Regierung in Anwendung von Artikel 46 § 1 Absatz 2 3o vorgeschlagenen Ausgleichmaß- nahmen;″.

  255. Art. 34 - In Artikel 51 desselben Gesetzbuches werden folgende Abänderungen vorgenommen: 1o In § 1 wird ein neuer Absatz 2 mit folgendem Wortlaut eingefügt: «Wenn der Entwurf des kommunalen Raumordnungsplans Elemente bezüglich des Anerkennungsgebiets enthält, beantragt der Gemeinderat das Gutachten des leitenden Beamten im Sinne des Dekrets vom 11. März 2004 über die Infrastrukturen zur Ansiedlung von wirtschaftlichen Aktivitäten.» 2o in demselben Paragraphen wird Absatz 2, der zum Absatz 3 geworden ist, wie folgt ersetzt: «Wenn nötig erklärt der Gemeinderat, dass der Entwurf des kommunalen Raumordnungsplans Abweichungen vom Sektorenplan aufweist und gibt deren Begründungen an.»; 3o Der § 3bis wird gestrichen.

  256. Art. 35 - Artikel 54 desselben Gesetzbuches wird wie folgt ersetzt: «Art. 54 - Auf Initiative jeglicher natürlichen oder juristischen, privat- oder öffentlich-rechtlichen Person kann die Regierung durch begründeten Erlass die Erstellung oder die Revision eines kommunalen Raumordnungsplans, der Abweichungen von dem Sektorenplan aufweist, wenn der Antrag auf eine Erstellung oder Revision des Sektorenplans die Eintragung eines Gewerbegebiets oder eines spezifischen Gewerbegebiets oder eines Abbaugebiets betrifft; Die in Artikel 42bis, Absätze 2 bis 5, und 47 bis 53 erwähnten Bestimmungen finden Anwendung.» MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39573

  257. Art. 36 - In Artikel 57ter desselben Gesetzbuches wird der 1. Absatz wie folgt ersetzt: «Art. 57ter - Entweder aus Eigeninitiative oder innerhalb der ihm durch die Regierung vorgeschriebenen Frist kann der Gemeinderat die ganze oder teilweise Außerkraftsetzung eines kommunalen Raumordnungsplans beschließen: 1o entweder wenn er vor der endgültigen Annahme des bzw. der Sektorenpläne, die den Umkreis dieses Plans umfassen, genehmigt wird; 2o oder wenn es feststeht, dass die Herausforderungen und Zielsetzungen, die zur Annahme des Planes geführt hatten, durch die Verwirklichung der Verkehrsinfrastrukturen oder der Einrichtung der bebaubaren Gebiete erfüllt worden sind. Die Außerkraftsetzung des kommunalen Raumordnungsplans hat die Außerkraftsetzung aller seiner Revisionen, soweit sie nicht vom Sektorenplan abweichen, zur Folge, einschließlich wenn diese nach der endgültigen Annahme des Sektorenplans, der den Umkreis dieses Plans umfasst, genehmigt worden sind.»

  258. Art. 37 - In Artikel 58 desselben Gesetzbuches werden folgende Abänderungen vorgenommen: 1o zwischen die Absätze 1 und 2 wird ein neuer Absatz 2 mit folgendem Wortlaut eingefügt: «Wenn der Sektorenplan, der kommunale Raumordnungsplan oder der Städtebau- und Umweltbericht aufgrund der Artikel 33 § 4 44 und 52 § 3bis als Anerkennungsgebiet gilt, kann die enteignende Instanz die Enteignung der Immobilien vornehmen, deren Erwerb für die Gestaltung von Räumen, die dazu bestimmt sind, wirtschaftliche Aktivitäten aufzunehmen, deren Ansiedlung zu begünstigen oder die Erweiterung der bestehenden wirtschaftlichen Aktivitäten zu ermöglichen, notwendig ist.»; 2o Die Absätze 2 bis 5 werden zu den Absätzen 3 bis 6; 3o in dem neuen Absatz 4 wird der Wortlaut ″Erschließung″ durch den folgenden Wortlaut ersetzt: ″Parzellierungs- oder Verstädterungsgenehmigung″

  259. Art. 38 - In Artikel 70 Absatz 4 2o desselben Gesetzbuches wird zwischen den Wortlaut ″Städtebau-″ und den Wortlaut ″oder Parzellierungsgenehmigung″ der folgende Wortlaut eingefügt: ″, Verstädterungs-″.

  260. Art. 39 - In Artikel 84 desselben Gesetzbuches werden folgende Abänderungen vorgenommen: 2o in § 1 wird der Wortlaut ″des Bürgermeister- und Schöffenkollegiums″ durch den folgenden Wortlaut ersetzt: ″, des Gemeindekollegiums, des beauftragten Beamten oder der Regierung:″; 2o Absatz 2 von § 2 wird wie folgt ersetzt: «Die Regierung verabschiedet die Liste der Handlungen und Arbeiten, für welche aufgrund ihrer Art oder ihres Effekts: 1o keine Städtebaugenehmigung erforderlich ist; 2o keine Städtebaugenehmigung erforderlich ist und eine vorherige städtebauliche Erklärung, deren Modalitäten und Inhalt von der Regierung festgelegt wird und an das Gemeindekollegium per Einsendung gerichtet werden muss; 3o eine Städtebaugenehmigung nach den in Artikel 127 § 4 Absatz 2 1o erwähnten Modalitäten erforderlich ist; 4o die Beteiligung eines Architekten nicht erforderlich ist.»

  261. Art. 40 - In Artikel 85 § 1 Absatz 1 2o desselben Gesetzbuches wird zwischen den Wortlaut ″Parzellierungs-,″ und den Wortlaut ″Bau-″ der folgende Wortlaut eingefügt: ″, Verstädterungs-″.

  262. Art. 41 - Artikel 86 desselben Gesetzbuches wird außer Kraft gesetzt und die Artikel 87 und 88 werden zu den Artikeln 86 und 87.

  263. Art. 42 - Die Überschrift von Kapitel II von Titel V von Buch I desselben Gesetzbuches wird wie folgt ersetzt: «KAPITEL II — Verstädterungsgenehmigung und Städtebaugenehmigung für gruppierte Bauten»

  264. Art. 43 - Die Überschrift des Abschnitts 1 des Kapitels II des Titels V des Buches I desselben Gesetzbuches wird folgendermaßen ersetzt: «Abschnitt 1 — Handlungen, die einer Verstädterungsgenehmigung bedürfen»

  265. Art. 44 - Artikel 89 desselben Gesetzbuches wird folgendermaßen ersetzt: «Art. 88 - § 1 - Niemand darf ohne vorherige, schriftliche und ausdrückliche Genehmigung des Gemeinde- kollegiums, des beauftragten Beamten oder der Regierung ein Gut weder verstädtern, noch eine entsprechende Werbung oder Veröffentlichung davon machen. Unter ″Verstädterung eines Gutes″ versteht man die stadtplanerische Gestaltung bezüglich dieses Gutes, die hauptsächlich den Bau von Gebäuden, die völlig oder teilweise zu Wohnzwecken bestimmt sind, oder die Aufstellung einer ortsfesten oder mobilen Einrichtung, die zu Wohnzwecken benutzt werden kann, und gegebenenfalls den Bau oder die Gestaltung von öffentlichen oder kollektiven Bereichen, von technischen Infrastrukturen oder von Gebäuden, in denen zusätzlich zur Bewohnung andere Funktionen ausgeübt werden, betrifft. Die Verstädterung wird nacheinander durch folgende Vorgänge durchgeführt: 1o die katastrale Aufteilung des Gutes in mindestens zwei unbebaute Lose und den Verkauf oder die Abtretung von mindestens einem der somit entstandenen Lose; 2o die Gewährung einer oder mehrerer Städtebaugenehmigungen bezüglich der Durchführung eines Bauwerks oder einer Gestaltung auf den entstandenen Losen. Die betreffende katastrale Aufteilung ist diejenige, die durch jede Urkunde durchgeführt wird, durch die ein dingliches Recht festgestellt, übertragen oder gebildet wird, mit Ausnahme der Hypothek oder der Antichrese. § 2 - Auf Vorschlag des Antragstellers oder von Amts wegen kann die Behörde, die die Verstädterungs- genehmigung ausstellt, vom Genehmigungsgebiet alle oder einige Lose ausschließen, die völlig oder teilweise nicht zum Bau einer Wohnung oder zur Aufstellung einer ortsfesten oder mobilen, völlig oder teilweise zur Bewohnung geeigneten Einrichtung bestimmt sind, oder die aus technischen oder juristischen Gründen dazu nicht geeignet sind, oder für die Lose, die schon bebaut sind oder für die Aufstellung einer ortsfesten oder mobilen Einrichtung im Sinne von Artikel 84 § 1 1o schon benutzt werden, wenn ihrer Ansicht nach die Auferlegung von Vorschriften bezüglich dieser Lose nicht relevant ist. § 3 - Die Verstädterungsgenehmigung umfasst: 1o die raumordnerischen Zielsetzungen bezüglich der Energieeinsparung und des Transportwesens, der Infra- strukturen und technischen Netzwerke, der Landschaft, des Städtebaus, der Architektur und der Grünanlagen; 39574 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 2o die architektonische Gesamtzielsetzung, die mindestens eine dreidimensionale Darstellung und einen Übersichtsplan umfasst, die die als Anhaltspunkt dienende Orientierung der Parzellen, die bebaubaren Gebiete und die Bauprofile, sowie gegebenenfalls die zusätzlichen Funktionen, die öffentlichen Bereiche und die öffentlichen oder gemeinschaftlichen Gebäude oder Anlagen darstellen; 3o Vorschriften bezüglich der Bauwerke und deren Umgebung; 4o gegebenenfalls die technische Akte bezüglich der Anlage, der Änderung oder des Abschaffens eines Gemeindeweges. In Abweichung des Absatzes 1 und wenn das Gut im Umkreis einer kommunalen Städtebauordnung, einer für städtebauliche Schutzgebiete gewisser Gemeinden geltenden allgemeinen Bauordnung oder einer allgemeinen Bauordnung für ländliche Gegenden liegt, braucht die Verstädterungsgenehmigung die in Punkt 3o erwähnten Vorschriften nicht zu beinhalten.»

  266. Art. 45 - In das Kapitel II des Titels I des Buches I desselben Gesetzbuches wird ein neuer Abschnitt 2 mit folgendem Titel eingefügt: «Abschnitt 2 — Handlungen, die einer Städtebaugenehmigung für gruppierte Bauten bedürfen»

  267. Art. 46 - In dasselbe Gesetzbuch wird ein neuer Artikel 89 mit folgendem Wortlaut eingefügt: «Art. 89 - Die Städtebaugenehmigung für gruppierte Bauten betrifft die Ausführung mehrerer, völlig oder teilweise zu Wohnzwecken bestimmter Gebäude, die ein Ganzes bilden und die Gegenstand ein und derselben Städtebau- genehmigung sind.»

  268. Art. 47 - In das Kapitel II des Titels I des Buches I desselben Gesetzbuches wird ein neuer Abschnitt 3 mit folgendem Titel eingefügt: «Abschnitt 3 — Handlungen, die keiner Verstädterungsgenehmigung bedürfen»

  269. Art. 48 - In Artikel 90 desselben Gesetzbuches werden folgende Abänderungen vorgenommen: 1o Absatz 1 wird folgendermaßen ersetzt: «§ 1 - Es bedürfen keiner Verstädterungsgenehmigung: 1o die Schenkungsverträge; 2o die unfreiwilligen Handlungen; 3o die Teilungsverträge, die zur Auflösung einer ungeteilten Erbengemeinschaft abgeschlossen werden, vorausgesetzt, dass es nicht mehr Lose als Miterben gibt; 4o die Aufteilung eines Gutes, das mindestens seit fünf Jahren zwischen zwei bestehenden Bauten liegt, die höchstens hundert Meter voneinander entfernt sind, vorausgesetzt, dieses Gut und diese Bauten befinden sich direkt am Wegenetz und auf derselben Seite einer öffentlichen Straße, die unter Berücksichtigung der Ortslage und insofern die Bedingungen des Wassergesetzbuches in Sachen Abwasserklärung für das betroffene Gut erfüllt sind, eine ausreichende Strom- und Wasserversorgung, einen festen Belag und eine ausreichende Breite hat; 5o im Rahmen einer Städtebaugenehmigung für gruppierte Bauten, die Schaffung eines oder mehrerer Lose, die jedes ein völlig oder teilweise zu Wohnzwecken bestimmtes Gebäude enthalten und von denen mindestens zwei Drittel der Gebäude Gegenstand der in Artikel 139 erwähnten Erklärung waren, in der bescheinigt wird, dass die Arbeiten ausgeführt wurden und den Vorschriften der ausgehändigten Genehmigung entsprechen, oder nach Plan verkauft werden. § 2 - Im Falle der Aufteilung eines Gutes, das nicht Gegenstand eines Antrags auf eine Verstädterungsgenehmi- gung ist und dessen zu bildenden Lose insgesamt oder zum Teil völlig oder teilweise zu Wohnzwecken bestimmt sind, übermittelt der Notar mindestens dreißig Tage vor dem für den öffentlichen Verkauf oder die Unterzeichnung des Vertrags festgelegten Termin dem Gemeindekollegium und dem beauftragten Beamten den Parzellierungsplan, sowie eine Bescheinigung, in der die Art des Vertrags und die in der Vertragsurkunde enthaltene Bestimmung der Lose näher beschrieben werden.»; 2o Absatz 2 wird zum § 3 und in demselben Absatz werden folgende Abänderungen vorgenommen: a) der Wortlaut ″Das Kollegium und der beauftragte Beamte″ wird durch folgenden Wortlaut ersetzt: ″Das Gemeindekollegium oder der beauftragte Beamte″; b) der Wortlaut äkeine Parzellierungs- oder Städtebaugenehmigung″ wird durch folgenden Wortlaut ersetzt: ″keine Parzellierungs-, Verstädterungs- oder Städtebaugenehmigung″; 3o die Absätze 3, 4 und 5 bilden einen neuen § 4.

  270. Art. 49 - Artikel 91 desselben Gesetzbuches wird durch den folgenden Text ersetzt: «Art. 91 - Unter der Voraussetzung, dass die Verstädterungsgenehmigung oder die Genehmigung für gruppierte Bauten, die die Anlage, die Änderung oder das Abschaffen eines Gemeindeweges erfordert, die in Artikel 88 § 3 4o erwähnte technische Akte enthält, gilt sie als Städtebaugenehmigung für die Ausführung der Handlungen und Arbeiten bezüglich dieses Weges. Die Verstädterungsgenehmigung oder die Genehmigung für gruppierte Bauten befreit die Gemeinde von jeder anderen gesetzlichen Formalität in Sachen besondere Fluchtlinie.»

  271. Art. 50 - Die Überschrift des Abschnitts 3 des Kapitels II des Titels V des Buches I desselben Gesetzbuches wird folgendermaßen ersetzt: «Abschnitt 4 — Die Auswirkungen der Verstädterungsgenehmigung und Städtebaugenehmigung für gruppierte Bauten»

  272. Art. 51 - Artikel 92 desselben Gesetzbuches wird folgendermaßen ersetzt: «Art. 92 - Mit Ausnahme der in Artikel 88 § 3 4o erwähnten technischen Akte, hat die Verstädterungsgenehmigung verordnende Kraft. Am Tag, an dem der Bau, die Gestaltung, die Infrastrukturen oder die Gebäude, die in Artikel 88 § 1 Abschnitt 2 erwähnt werden, Gegenstand der in Artikel 139 erwähnten Erklärung sind, in der bescheinigt wird, dass die Arbeiten ausgeführt wurden und den Vorschriften der ausgehändigten Genehmigungen entsprechen, erlischt die verordnende Kraft der Unterlagen des in Artikel 88 § 3 1o, 2o und 3o erwähnten Verstädterungsgenehmigung und erhalten diese Unterlagen für das betroffene Los den Wert eines Städtebau- und Umweltberichts im Sinne des Artikels 18ter.» MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39575

  273. Art. 52 - Artikel 93 desselben Gesetzbuches wird folgendermaßen ersetzt: «Art. 93 - Vor jeder Urkunde, mit der ein dingliches Recht festgestellt, übertragen, oder begründet wird, oder vor jeder Urkunde zur Einräumung eines persönlichen Nutznießungsrechts während mehr als neun Jahren, die sich auf ein von einer Verstädterungsgenehmigung oder Städtebaugenehmigung für gruppierte Bauten betroffenes Los bezieht, ist vor einem Notar eine Urkunde über die Aufteilung aufzustellen, die sich auf die Lose bezieht und in der die Genehmigung sowie gegebenenfalls die Modalitäten für die Verwaltung der mit der Gesamtheit oder einem Teil der Lose gemeinsamen Teile angegeben werden. Die Urkunde wird auf Veranlassung des Notars, der die Urkunde getätigt hat, innerhalb von zwei Monaten nach der Beurkundung auf dem Hypothekenamt des Bezirks, in dem sich das Gut befindet, überschrieben.»

  274. Art. 53 - In Artikel 94 desselben Gesetzbuches werden folgende Abänderungen vorgenommen: 1o Absatz 1 wird folgendermaßen ersetzt: «Der Notar gibt die Bestimmungen je nach Fall der Verstädterungsgenehmigung oder Städtebaugenehmigung für gruppierte Bauten, sowie gegebenenfalls die Abänderungsbestimmungen bekannt. Er vermerkt dies in der Urkunde, die ebenfalls das Datum der Genehmigung angibt»; 2o Absatz 3 wird gestrichen.

  275. Art. 54 - In Artikel 95 desselben Gesetzbuches werden folgende Abänderungen vorgenommen: 1o Die Absätze 1 und 2 werden folgendermaßen ersetzt: «Niemand darf die Aufteilung je nach Fall eines Teils eines Gutes, das Gegenstand einer Verstädterungsgeneh- migung ist, oder eines bebauten Teils eines Gutes, das Gegenstand einer Städtebaugenehmigung für gruppierte Bauten ist, die städtebauliche Auflagen oder die Anlage, die Änderung oder das Abschaffen eines Gemeindeweges erfordert, vornehmen, bevor der Inhaber der Genehmigung entweder die vorgeschriebenen Handlungen, Arbeiten oder Auflagen ausgeführt, oder die zu ihrer Ausführung notwendigen finanziellen Garantien aufgebracht hat. Die Erfüllung dieser Formalität wird in einer durch das Gemeindekollegium ausgestellten Bescheinigung beurkundet und per Einsendung an den Genehmigungsinhaber gerichtet. Eine Abschrift der Einsendung wird an den beauftragten Beamten gerichtet»; 2o in Absatz 3 wird der Wortlaut ″Parzellierungsgenehmigung″ durch den Wortlaut ″Genehmigung″ ersetzt und der Wortlaut ″der erschlossenen Siedlung″ gestrichen; 3o in Absatz 4 wird der Wortlaut ″Parzellierungsgenehmigung″ durch den Wortlaut ″Genehmigung″ ersetzt und der Wortlaut ″in Artikel 89″ durch folgenden Wortlaut ersetzt: ″in Artikel 88″.

  276. Art. 55 - In Artikel 96 desselben Gesetzbuches wird der Wortlaut ″Parzellierungsgenehmigung″ durch den nachstehenden Wortlaut ersetzt: ″Verstädterungsgenehmigung oder einer Städtebaugenehmigung für gruppierte Bauten″.

  277. Art. 56 - Die Überschrift des Abschnitts 4 des Kapitels II des Titels V des Buches I desselben Gesetzbuches wird folgendermaßen ersetzt: «Abschnitt 5 — Verfall der Verstädterungsgenehmigung und Verfall oder Verlängerung der Städtebaugenehmigung für gruppierte Bauten, die die Eröffnung, die Änderung oder das Abschaffen eines Gemeindeweges erfordert»

  278. Art. 57 - Artikel 98 desselben Gesetzbuches wird folgendermaßen ersetzt: «Art. 98 - Innerhalb von fünf Jahren ab ihrer Einsendung verfällt die Verstädterungsgenehmigung, in der dem Inhaber Handlungen, Arbeiten oder Auflagen auferlegt werden, für den übrigen Teil, wenn der Inhaber die vorgeschriebenen Handlungen, Arbeiten oder Auflagen nicht ausgeführt oder die geforderten finanziellen Garantien nicht aufgebracht hat. Innerhalb von fünf Jahren ab ihrer Einsendung verfällt die Verstädterungsgenehmigung, in der dem Inhaber keine Handlungen, Arbeiten oder Auflagen auferlegt werden, für den Teil des Gutes, der nicht Gegenstand der Eintragung einer der in Artikel 88 § 1 Absatz 4 erwähnten Handlungen war.»

  279. Art. 58 - Artikel 99 desselben Gesetzbuches wird folgendermaßen ersetzt: «Art. 99 - Ist die Ausführung der Verstädterungsgenehmigung in Phasen erlaubt, so wird in der Genehmigung der Zeitpunkt bestimmt, an dem die fünfjährige Verfallsfrist für jede andere Phase als die erste anläuft.»

  280. Art. 59 - Artikel 100 desselben Gesetzbuches wird folgendermaßen ersetzt: «Art. 100 - Der Verfall der Verstädterungsgenehmigung erfolgt von Rechts wegen. Das Gemeindekollegium kann den Verfall in einem Protokoll feststellen, das er per Einsendung an den Genehmigungsinhaber richtet. Eine Abschrift der Einsendung wird an den beauftragten Beamten gerichtet.»

  281. Art. 60 - Artikel 101 desselben Gesetzbuches wird folgendermaßen ersetzt: «Art. 101 - Die Städtebaugenehmigung gruppierter Bauten, die die Anlage, die Änderung oder das Abschaffen eines Gemeindeweges erfordert, verfällt oder wird verlängert gemäß Artikel 87.»

  282. Art. 61 - Die Überschrift des Abschnitts 5 des Kapitels II des Titels V des Buches I desselben Gesetzbuches wird folgendermaßen ersetzt: «Abschnitt 6 — Abänderung der Verstädterungsgenehmigung»

  283. Art. 62 - In Artikel 102 desselben Gesetzbuches werden folgende Abänderungen vorgenommen: 1o in Absatz 1 wird der Wortlaut ″Auf Anfrage″ durch folgenden Wortlaut ersetzt: ″Entweder auf Initiative des Gemeindekollegiums oder auf Antrag″; 2o in Absatz 2 wird der Wortlaut ″der städtebaulichen Vorschriften der Parzellierungsgenehmigung″ durch folgenden Wortlaut ersetzt: ″der gesamten oder eines Teils der in der Verstädterungsgenehmigung enthaltenen Urkunden″.

  284. Art. 63 - Artikel 103 desselben Gesetzbuches wird folgendermaßen ersetzt: «Art. 103 - § 1 - Die Vorschriften bezüglich der Verstädterungsgenehmigung sind auf ihre Abänderung anwendbar. Das Gemeindekollegium richtet eine gleichlautende Abschrift seines Antrags per Einsendung an alle Eigentümer eines Loses. Der Beleg der Einsendungen wird dem Antrag beigefügt. Eventuelle Beanstandungen werden innerhalb von dreißig Tagen ab dem Eingang der gleichlautenden Abschrift des Antrags per Einsendung an den beauftragten Beamten gerichtet. 39576 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD § 2 - Im Falle einer Initiative seitens des Gemeindekollegiums wird der Antrag auf Abänderung gemäß Artikel 127 § 2 eingereicht. § 3 - Im Falle eines Antrags seitens des Eigentümers eines Loses und bevor dieser den Antrag einreicht, richtet er eine gleichlautende Abschrift per Einsendung an alle Eigentümer eines Loses, die den Antrag nicht gegengezeichnet haben. Der Beleg der Einsendungen wird dem Antrag beigefügt. Eventuelle Beschwerden werden innerhalb von dreißig Tagen ab dem Eingang der gleichlautenden Abschrift des Antrags per Einsendung an das Gemeindekollegium gerichtet. § 4 - Wenn die in der Verstädterungsgenehmigung enthaltenen Urkunden gemäß Artikel 92 den Wert eines Städtebau- und Umweltberichts erhalten haben, erfolgt deren Abänderung gemäß Artikel 33.»

  285. Art. 64 - Art. 106 desselben Gesetzbuches wird folgendermaßen abgeändert: «Art. 106 - Hat der Antragsteller eine Abänderung der Verstädterungsgenehmigung erreicht, ist vor jeder Urkunde, mit der ein dingliches Recht festgestellt, übertragen oder begründet wird, oder vor jeder Urkunde zur Einräumung eines persönlichen Nutznießungsrechts während mehr als neun Jahren vor einem Notar eine Urkunde der in der Verstädterungsgenehmigung vorgenommenen Abänderungen aufzustellen. Die sich auf das Los beziehende Urkunde wird auf Veranlassung des Notars, der die Urkunde getätigt hat, innerhalb von zwei Monaten nach der Beurkundung auf dem Hypothekenamt des Bezirks, in dem sich das Gut befindet, überschrieben.»

  286. Art. 65 - In Artikel 107 desselben Gesetzbuches werden folgende Abänderungen vorgenommen: 1o am Anfang des § 1 wird vor den Wortlaut ″Wenn das Folgende″ folgender Wortlaut eingefügt: ″Die Genehmigung wird vom Gemeindekollegium ausgestellt,″; 2o in demselben Paragraphen, Absatz 1 wird der Punkt 2o folgendermaßen ersetzt: ″oder eine noch geltende Parzellierungsgenehmigung oder Verstädterungsgenehmigung″; 3o in demselben Absatz wird der Wortlaut ″oder wenn die auszuführenden Handlungen und Arbeiten keiner vorherigen Genehmigung des beauftragten Beamten bedürfen, da sie auf der durch die Regierung in Anwendung von

  287. Artikel 84 § 2 verabschiedeten Liste der Handlungen und Arbeiten stehen, wird die Genehmigung durch das Bürgermeister- und Schöffenkollegium ausgehändigt, das dem beauftragten Beamten am Tag der Zustellung an den Antragsteller ein Exemplar mit der Akte zukommen lässt.″ gestrichen. 4o in demselben Paragraphen, Absatz 2 wird der Wortlaut ″oder einer Parzellierungsgenehmigung″ durch den nachstehenden Wortlaut ersetzt: ″,einer Parzellierungsgenehmigung oder einer Verstädterungsgenehmigung.″ 5o in demselben Paragraphen werden zwei neue Absätze 3 und 4 mit folgendem Wortlaut eingefügt: «Die Genehmigung wird ohne das vorhergehende Gutachten des beauftragten Beamten ausgestellt: 1o entweder wenn die auszuführenden Handlungen und Arbeiten in Artikel 84 § 1 2o, 6o, 10o bis 13o erwähnt werden; 2o oder in den folgenden Fällen: a) Änderung eines bestehenden Gebäudes, insofern dessen Grundfläche höchstens verdoppelt wird; b) Bau oder Wiederaufbau eines Anbauvolumens oder Einrichtung einer alleinstehenden Anlage, selbst aus nicht beständigen Materialien, die nicht zu Wohnzwecken bestimmt ist und die mit einem bestehenden Gebäude oder einer bestehenden Gebäudegruppe eine funktionelle Einheit bildet, insofern die Grundfläche höchstens verdoppelt wird; c) Durchführung in der Umgebung eines ordnungsgemäß zugelassenen Gebäudes oder einer Anlage von Einrichtungshandlungen und -arbeiten am Boden, wie beispielsweise Wege, Parkflächen im Freien, geringfügige Veränderungen des Bodenreliefs, Teiche, Freibäder, Freisportplätze, Grenz- oder Stützmauern, sowie das Aufstellen bzw. Anbringen von Tanks oder Zäunen; d) Einrichtung eines oder mehrerer Module zur Erzeugung von Strom oder Hitze, deren Energiequelle erneuerbar ist und die alle Bauten, Anlagen oder Gebäude, die sich auf demselben Immobiliengut befinden, direkt versorgen; e) wenn die Handlungen oder Arbeiten von ihrer Art her oder wegen ihren Auswirkungen auf der von der Regierung verabschiedeten Liste stehen. Am Tag selbst des Versands der Genehmigung an den Antragsteller übermittelt das Gemeindekollegium die Genehmigung mit der Akte dem beauftragten Beamten per Einsendung.»; 6o aus den Absätzen 3 bis 5 werden die Absätze 5 bis 7.

  288. Art. 66 - Die ersten beiden Absätze des Artikels 108 § 1 des Gesetzbuches werden folgendermaßen ersetzt: § 1 - «Der beauftragte Beamte ist verpflichtet, zu überprüfen: 1o dass das Verfahren zur Ausstellung der Genehmigung ordnungsgemäß verlaufen ist; 2o dass die Genehmigung begündet ist; 3o dass die Genehmigung mit den aufgrund des Gesetzbuches getroffenen zwingenden Bestimmungen, oder in Ermangelung dessen, mit der in Anwendung der Artikel 110 bis 113 gewährten Abweichung übereinstimmt; 4o dass die Genehmigung mit den aufgrund des Gesetzbuches getroffenen, als Anhaltspunkt dienenden Bestimmungen übereinstimmt, oder in Ermangelung dessen, dass sie ordnungsgemäß begründet ist; 5o dass die Genehmigung mit dem Gesetz vom 12. Juli 1956 zur Festlegung des Statuts der Autobahnen, und den Parzellierungsplänen, die durch die Regierung in Anwendung von Artikel 6 dieses Gesetzes bewilligt worden sind, übereinstimmt. Wenn die Genehmigung nicht den Punkten 1o bis 5o des vorhergehenden Absatzes genügt, setzt der beauftragte Beamte den Beschluss des Gemeindekollegiums aus.»

  289. Art. 67 - Absatz 1 des Artikels 109 wird folgendermaßen ersetzt: «Die Genehmigung wird gemäß Artikel 107 ausgestellt, aber nach gleichlautender Stellungnahme des beauftragten Beamten: 1o wenn sie Immobiliengüter betrifft, die in einem in Anwendung des Gesetzes vom 12. Juli 1973 über die Erhaltung der Natur vorgeschlagenen oder festgelegten Natura 2000-Gebiet verzeichnet sind; 2o wenn sie Immobiliengüter betrifft, die auf der Schutzliste verzeichnet sind, die unter Denkmalschutz stehen, die sich in einem Schutzgebiet laut Artikel 209 oder in einer Stätte, die in dem in Artikel 233 erwähnten Verzeichnis der archäologischen Stätten aufgeführt ist, befinden; in den durch die Regierung verabschiedeten Fällen und nach deren Modalitäten wird die Genehmigung auf der Grundlage einer Denkmalbescheinigung oder des endgültigen zusammenfassenden Protokolls ausgestellt.» MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39577

  290. Art. 68 - In Artikel 111 Absatz 2 des Wallonischen Gesetzbuches über die Raumordnung, den Städtebau und das Erbe wird der Wortlaut ″und die den Vorschriften des Sektorenplans entsprechen, oder die vor dem Inkrafttreten des Sektorenplans bestanden, deren Vergrößerung in dem in Artikel 1 5o des Dekrets vom 11. März 2004 über die Infrastrukturen zur Ansiedlung von wirtschaftlichen Aktivitäten erwähnten Umkreis geplant ist″ gestrichen.

  291. Art. 69 - In Artikel 111, Absatz 2 desselben Gesetzbuches wird zwischen die Wortlaute ″wirtschaftlichen″ und ″Zwecken″ der Wortlaut ″oder touristischen″ eingefügt.

  292. Art. 70 - Artikel 113 desselben Gesetzbuches wird folgendermaßen ersetzt: «Art. 113 - Insofern die geplanten Handlungen und Arbeiten das prägende Landschaftsbild entweder beachten, oder strukturieren, oder aber neu gestalten, kann eine Städtebaugenehmigung gewährt werden in Abweichung: 1o von den Vorschriften einer regionalen Städtebauordnung, einer kommunalen Städtebauordnung, eines kommunalen Raumordnungsplans oder von den Vorschriften mit verordnender Kraft einer Parzellierungsgenehmi- gung, und zwar in einem Maße, das mit der allgemeinen Zweckbestimmung des betroffenen Gebiets und den städtebaulichen und architektonischen Zielsetzungen vereinbar ist; 2o von der globalen architektonischen Zielsetzung oder von den Vorschriften mit verordnender Kraft bezüglich der Bauten und ihrer Umgebung, von den Vorschriften einer Verstädterungsgenehmigung, in einem Maße, das mit ihrer städtebaulichen Zielsetzung vereinbar ist. Unter denselben Bedingungen kann in Abweichung von den Vorschriften einer regionalen Städtebauordnung, einer kommunalen Städtebauordnung oder eines kommunalen Raumordnungsplans eine Verstädterungsgenehmigung gewährt werden.»

  293. Art. 71 - Artikel 114 desselben Gesetzbuches wird folgendermaßen ersetzt: «Art. 114 - Für jeden Genehmigungsantrag, der die Anwendung der Bestimmungen des vorliegenden Abschnitts zur Folge hat, können ausnahmsweise eine oder mehrere Abweichungen bewilligt werden, insofern der Antrag vorab den besonderen, durch die Regierung festgelegten Bekanntmachungsmaßnahmen, sowie der in Artikel 4 Absatz 1 3o erwähnten Konsultierung unterworfen wird. Auf vorhergehendes Gutachten des beauftragten Beamten gewährt das Gemeindekollegium jede Abweichung, die sich ausschließlich auf die Vorschriften einer kommunalen Städtebauordnung, eines kommunalen Raumordnungs- plans oder eines Parzellierungsplans, sowie auf die in Artikel 88 § 3 3o erwähnten Vorschriften einer Verstädterungs- genehmigung bezieht, außer wenn sich der Antrag auf die in Artikel 127 § 1 erwähnten Handlungen und Arbeiten bezieht. In den anderen Fällen wird jede Abweichung von der Regierung oder dem beauftragten Beamten gewährt.»

  294. Art. 72 - In Artikel 119 desselben Gesetzbuches wird der Wortlaut ″mit einem bei der Post aufgegebenen Einschreiben″ durch den Wortlaut ″per Einsendung″ ersetzt.

  295. Art. 73 - Artikel 122 desselben Gesetzbuches wird außer Kraft gesetzt.

  296. Art. 74 - In Artikel 123, Absatz 1 desselben Gesetzbuches wird die Ziffer ″122″ ausgelassen.

  297. Art. 75 - Der Titel des Abschnitts 7 des Kapitels III des Titels V des Buches I desselben Gesetzbuches wird folgendermaßen ersetzt: «Abschnitt 7 — Verfahren zur Bewertung der Auswirkungen der Projekte auf die Umwelt»

  298. Art. 76 - Artikel 124 desselben Gesetzbuches wird folgendermaßen ersetzt: «Art. 124 - Die Genehmigungsanträge unterliegen der Bewertung der Umweltverträglichkeit gemäß dem Teil V des Buches I des Umweltgesetzbuches.»

  299. Art. 77 - Artikel 125 desselben Gesetzbuches wird folgendermaßen ersetzt: «Art. 125 - Die Gesamtheit oder ein Teil der bei einer zuvor durchgeführten Umweltbewertung erzielten Ergebnisse und Daten können in die Umweltverträglichkeitsprüfung mit einbezogen werden, insofern sie relevant und aktuell sind. Sie werden als solche in der Umweltverträglichkeitsprüfung identifiziert.»

  300. Art. 78 - In Abschnitt 9 des Kapitels III des Titels V des Buches I desselben Gesetzbuches werden folgende Abänderungen vorgenommen: 1o die Nummer des Abschnitts wird zur Nummer 8; 2o in dem neuen Abschnitt 8 wird der Wortlaut ä84, § 1, und 89″ durch folgenden Wortlaut ersetzt: ″88, 89, 107 und 109″; 3o in demselben Paragraphen wird der Punkt 10o gestrichen; 4o in denselben Artikel, § 4 Absatz 2 wird ein Punkt 1o mit folgendem Wortlaut eingefügt: ″1o sechzig Tage, wenn die Handlungen und Arbeiten einen beschränkten Effekt haben und wenn der Antrag weder besondere Bekanntmachungsmaßnahmen, noch die Begutachtung durch den Kommunalausschuss benötigt;″; 5o in demselben Absatz werden die Punkte 1o und 2o zu den Punkten 2o und 3o.

  301. Art. 79 - In das Kapitel III des Titels V des Buches I desselben Gesetzbuches wird ein neuer Abschnitt 9 eingefügt, der einen neuen Artikel 128 enthält, der den Artikel 128 mit folgendem Wortlaut ersetzt: «Abschnitt 9 - Städtebauliche Auflagen

  302. Art. 128 - § 1 - Die in Artikel 88, 89, 107 oder 127 erwähnte Genehmigung wird verweigert oder mit Bedingungen verbunden, wenn es darum geht, ein Grundstück zu bebauen oder zu verstädtern, das keinen Zugang zu einem Weg hat, der ausreichend mit Wasser- und Stromversorgung ausgerüstet ist, einen festen Belag hat und breit genug ist, unter Berücksichtigung der Ortslage und insofern die Bedingungen in Sachen Abwasserklärung des Wassergesetzbuches für die betroffene(n) Parzelle(n) nicht erfüllt sind. § 2 - Unbeschadet der Anwendung des Artikels 129quater und auf Initiative des Antragstellers oder von Amts wegen können das Gemeindekollegium, der beauftragte Beamte oder die Regierung die Erteilung der Genehmigungen von der Anlage, der Änderung oder dem Abschaffen eines Gemeindeweges, sowie von den Auflagen abhängig machen, die sie als nützlich erachten, dem Antragsteller aufzuerlegen, und zwar unter Beachtung des Grundsatzes der Verhältnismäßigkeit. Die Auflagen gehen neben der Hinterlegung der erforderlichen Garantien zu ihrer Verwirklichung zu Lasten des Antragstellers und decken die Einrichtung oder Renovierung öffentlicher Wege und Grünanlagen, die Ausführung oder Renovierung öffentlicher Gebäude oder Anlagen, sowie jede umweltfreundliche Maßnahme. 39578 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Außerdem können das Gemeindekollegium, der beauftragte Beamte oder die Regierung die Erteilung der Genehmigung von einer Erklärung des Antragstellers abhängig machen, mit der dieser sich verpflichtet, ab dem Beginn der Arbeiten den Besitz von öffentlichen Wegen oder Grünanlagen, von öffentlichen oder gemeinschaftlichen Gebäuden oder Anlagen an die Gemeinde oder Region kostenlos und frei von jeglichen Verpflichtungen und Lasten für diese abzutreten. § 3 - Wenn sich der Genehmigungsantrag auf ein Gut bezieht, das entlang einem Weg der Region oder der Provinz liegt, unterbreitet die mit der Untersuchung des Antrags beauftragte Behörde den Antrag der betroffenen Verwaltung.»

  303. Art. 80 - In Kapitel III von Titel V von Buch I desselben Gesetzbuches wird die Überschrift von Abschnitt 10 folgendermaßen ersetzt: «Abschnitt 10 — Die kommunalen Verkehrswege»

  304. Art. 81 - Artikel 129 desselben Gesetzbuches wird wie folgt ersetzt: «Art. 129 - § 1 - Die jetzige oder zukünftige allgemeine Baufluchtlinie, die die Grenze zwischen dem öffentlichen Eigentum und dem privaten Eigentum bestimmt, das an die öffentliche Straße grenzt, ist in einem Plan angegeben. Die jetzige oder zukünftige besondere Baufluchtlinie, die die Grenze zwischen der öffentlichen Straße und einem privaten Eigentum bestimmt, kann vom Gemeinderat gemäß Artikel L1123-23 6o Kodex der lokalen Demokratie und der Dezentralisierung festgesetzt werden. § 2 - Die kommunalen oder unbenannten Verkehrswege können in einen Fluchtlinienplan eingetragen werden. § 3 - Der Gemeinderat entscheidet über die Erstellung des Entwurfs eines Fluchtlinienplans. Auf Antrag des Gemeinderates erstellt das Gemeindekollegium den Entwurf des Fluchtlinienplans und unterzieht ihn einer öffentlichen Untersuchung. Sobald die öffentliche Untersuchung abgeschlossen ist, legt das Gemeindekollegium den Entwurf des Fluchtlini- enplans dem Provinzkollegium zur Begutachtung vor. Innerhalb von sechzig Tagen ab dem Eingang des Antrags auf Begutachtung übermittelt das Provinzkollegium dem Gemeindekollegium sein Gutachten; in Ermangelung davon gilt sein Gutachten als günstig. Innerhalb von einhundertzwanzig Tagen ab dem Abschluss der öffentlichen Untersuchung nimmt der Gemeinderat die Ergebnisse der öffentlichen Untersuchung und des Gutachtens des Provinzkollegiums zur Kenntnis und verabschiedet ggf. den Fluchtlinienplan; in Ermangelung davon gilt der Fluchtlinienplan als abgelehnt. Die Öffentlichkeit wird nach den in Artikel L1133-1 des Kodex der lokalen Demokratie und der Dezentralisierung darüber informiert. Die Bestimmungen bezüglich der Verabschiedung des Fluchtlinienplans sind auf dessen Revision oder dessen Aufhebung anwendbar. Die Regierung kann die Formen und den Inhalt des Fluchtlinienplans bestimmen. § 4 - Der Fluchtlinienplan wird unbeschadet der bürgerlichen Rechte der Drittpersonen verabschiedet. Der Flucht- linienplan kann jedoch als Urkunde für die durch das Zivilgesetzbuch festgesetzten Bestimmungen dienen.»

  305. Art. 82 - Es wird ein Artikel 129bis mit folgendem Wortlaut in dasselbe Gesetzbuch eingefügt: «Art. 129bis - § 1 - Niemand darf einen kommunalen Verkehrsweg ohne die vorherige Zustimmung des Gemeinderates oder ggf. der Regierung öffnen, ändern bzw. streichen. Im Sinne des vorliegenden Artikels besteht die Änderung eines kommunalen Verkehrsweges aus der Verbreitung bzw. Verschmälerung des zur Durchfahrt bzw. zum Durchgang der Öffentlichkeit bestimmten Raumes, mit Ausnahme der Ausrüstung der Verkehrswege. Unter zur Durchfahrt der Öffentlichkeit bestimmtem Raum versteht man den zwischen der äußeren Grenzen der Fläche, die unterschiedslos zu den Verkehrsteilnehmer bestimmt ist, eingeschlos- senen Raum, einschließlich des Parkens der Fahrzeuge und der Randstreifen. Die Regierung kann die Liste der Änderungen bestimmen, die der in Absatz 1 erwähnten vorherigen Zustimmung nicht unterliegen. § 2 - Jede natürliche oder juristische Person, die ein Interesse begründet, der Gemeinderat, der Gouverneur, der beauftragte Beamte oder der technische Beamte und der beauftragte Beamte gemeinsam können einen Antrag auf Eröffnung, Änderung bzw. Streichung eines kommunalen Verkehrsweges per Einsendung an den Gemeinderat unterbreiten, dies gemäß dem folgenden Verfahren: 1o innerhalb von dreißig Tagen ab dem Eingang des Antrags unterzieht das Gemeindekollegium den Antrag einer öffentlichen Untersuchung; innerhalb von fünfzehn Tagen nach dem Abschluss der öffentlichen Untersuchung übermittelt das Gemeindekollegium dem Gemeinderat den Antrag und die Ergebnisse der öffentlichen Untersuchung; 2o der Gemeinderat nimmt die Ergebnisse der öffentlichen Untersuchung zur Kenntnis und gibt ggf. innerhalb von sechzig Tagen ab dem Eingang des Antrags seine Zustimmung über die Eröffnung, die Änderung oder die Streichung des kommunalen Verkehrsweges; in Ermangelung einer Entscheidung innerhalb der gewährten Frist kann der Antragsteller oder der Gouverneur ein Erinnerungsschreiben per Einsendung an den Gemeinderat schicken; in Ermangelung eines Beschlusses des Gemeinderats innerhalb einer Frist von dreißig Tagen ab dem Eingang des Erinnerungsschreibens gilt der Antrag als abgelehnt; der Gemeinderat informiert den Antragsteller oder die Behörde, die den Antrag eingereicht hat, per Einsendung innerhalb von fünfzehn Tagen ab dem Beschluss oder dem fehlenden Beschluss; die Öffentlichkeit wird auf der Grundlage der in Artikel L 1133-1 des Kodex der lokalen Demokratie und der Dezentralisierung erwähnten Wege informiert; 3o der Antragsteller, die Behörde, die den Antrag eingereicht hat, oder jede Drittperson, die ein Interesse begründet, kann einen Einspruch bei der Regierung innerhalb von fünfzehn Tagen ab der Zurkenntnisnahme der Entscheidung oder der fehlenden Entscheidung des Gemeinderates per Einsendung einlegen; in Ermangelung davon wird der Einspruch für unzulässig erklärt; 4o innerhalb von sechzig Tagen nach Eingang des Einspruchs stellt die Regierung dem Einspruchseinleger und dem Gemeinderat, dem Antragsteller und der Behörde, die den Antrag eingereicht hat, seinen Beschluss per Einsendung zu; in Ermangelung davon wird die Entscheidung des Gemeinderates bestätigt; die Öffentlichkeit wird auf der Grundlage der in Artikel L 1133-1 des Kodex der lokalen Demokratie und der Dezentralisierung erwähnten Wege informiert § 3 - Die dem Gemeinderat übermittelte Akte bezüglich des Antrags auf Eröffnung, Änderung oder Streichung eines kommunalen Verkehrsweges enthält ein allgemeines Schema der Verkehrswegenetzes, in das der Antrag sich einfügt, sowie eine Begründung des Antrags im Hinblick auf die der Gemeinde in Sachen Sauberkeit, gesundheitliche Zuträglichkeit, Sicherheit, Ruhe, Benutzer- oder Anwenderfreundlichkeit und leichter Durchgang in den öffentlichen Räumen gewährten Befugnisse. MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39579 Außer bei Gründen allgemeinen Interesses müssen die Anträge darauf hinzielen, die Vermaschung der Verkehrswege zu sichern bzw. bessern, den Verkehr der schwachen Verkehrsteilnehmer zu erleichtern und die Verwendung von sanften Verkehrsmitteln zu fördern. Die Regierung kann die Formen und den Inhalt des Antrags und des Einspruchs bestimmen. § 4 - Die Zustimmung des Gemeinderates oder der Regierung bewirkt keine Freistellung von der erforderlichen Städtebaugenehmigung. Die Zustimmung des Gemeinderates oder der Regierung verfällt fünf Jahre nach deren Zustellung, falls sie nicht in die Tat umgesetzt worden ist. Wenn sie innerhalb von fünf Jahren nach deren Zustellung nur teilweise in die Tat umgesetzt worden ist, verfällt die Zustimmung des Gemeinderates oder der Regierung nur für den restlichen Teil.»

  306. Art. 83 - Es wird ein Artikel 129termit folgendem Wortlaut in dasselbe Gesetzbuch eingefügt: «Art. 129ter - In Abweichung von Artikel 129 § 33 Absätze 1 und 2 kann der Antragsteller, wenn der in

  307. Artikel 129bis erwähnte Antrag auf Eröffnung, Änderung oder Streichung eines kommunalen Verkehrsweges die Änderung eines Fluchtlinienplans zur Folge hat, den Entwurf eines Fluchtlinienplans erstellen und zur gleichen Zeit dem Gemeindekollegium den Antrag und den Entwurf eines Fluchtlinienplans zukommen lassen. In diesem Fall unterzieht das Gemeindekollegium den Antrag zusammen mit dem Entwurf eines Fluchtlinienplans einer öffentlichen Untersuchung. Die Dauer der öffentlichen Untersuchung entspricht der maximalen Dauer, die die unterschiedlichen Verfahren erforderlich machen. Durch einen separaten Beschluss befindet der Gemeinderat zur gleichen Zeit über den Antrag und über den Entwurf eines Fluchtlinienplans. Die in Artikel 129bis, § 2 2o erwähnte Frist von sechzig Tagen wird verdoppelt. Alle anderen Bestimmung von

  308. Artikel 129bis, § 2 sind für den Antrag anwendbar. Die Absätze 3 bis 6 von Artikel 129 § 3 bleiben für den Entwurf eines Fluchtlinienplans anwendbar.»

  309. Art. 84 - Es wird ein Artikel 129quater mit folgendem Wortlaut in dasselbe Gesetzbuch eingefügt: «Art. 129quater - Wenn der in den Artikeln 84, 88 oder 89 erwähnte Antrag auf Genehmigung u.a. die Eröffnung, die Änderung oder die Streichung eines kommunalen Verkehrsweges betrifft, unterzieht die mit der Untersuchung beauftragte Behörde bei Vollständigkeit des Antrags auf Genehmigung oder zu jedem von ihr als nützlich betrachteten Zeitpunkt den Antrag auf Eröffnung, Änderung oder Streichung eines kommunalen Verkehrsweges dem in

  310. Artikel 129bis vorgesehenen Verfahren. Wenn der in den Artikeln 84, 88 oder 89 erwähnte Antrag auf Genehmigung u.a. die Eröffnung, die Änderung oder die Streichung eines kommunalen Verkehrsweges betrifft, die eine Änderung des Fluchtlinienplans notwendig macht, schickt die mit der Untersuchung beauftragte Behörde bei Vollständigkeit des Antrags auf Genehmigung oder zu jedem von ihr als nützlich betrachteten Zeitpunkt dem Gemeinderat den Antrag auf Eröffnung, Änderung oder Streichung des besagten kommunalen Verkehrsweges und des Entwurfs eines Fluchtlinienplans, der vom Antragsteller erstellt worden ist, gemäß Artikel 129ter. In diesen Fällen werden die Fristen für die Untersuchung des Antrags auf Genehmigung um die Frist verlängert, die für den Erhalt der endgültigen Zustimmung bezüglich des kommunalen Verkehrsweges und ggf. des Erlasses bezüglich des Fluchtlinienplans gebraucht wurde. Wenn der Gegenstand des Antrags auf Genehmigung einer öffentlichen Untersuchung unterzogen wird, organisiert das Gemeindekollegium eine gemeinsame öffentliche Untersuchung für den Antrag auf Genehmigung, für den Antrag bezüglich des kommunalen Verkehrsweges sowie ggf. für den Entwurf eines Fluchtlinienplans. Die Dauer der gemeinsamen öffentlichen Untersuchung entspricht der maximalen Dauer, die die unterschiedlichen betroffenen Verfahren erforderlich machen.»

  311. Art. 85 - In Artikel 136 Absatz 1 wird die Zahl ″89″ durch die Zahl ″88″ ersetzt.

  312. Art. 86 - In Artikel 138 Absatz 2 desselben Gesetzbuches wird der Wortlaut ″auf die Bau- oder Parzellierungs- genehmigungen″ durch den folgenden Wortlaut ersetzt: ″auf die Bau-, die Parzellierungs- oder die Verstädterungsgenehmigungen″.

  313. Art. 87 - In Artikel 140 desselben Gesetzbuches werden folgende Abänderungen vorgenommen: 1o der Wortlaut ″oder Parzellierungsgenehmigung″ wird durch den folgenden Wortlaut ersetzt: ″oder jede Verstädterungsgenehmigung″; 2o der Wortlaut ″für touristische Einrichtungen″ wird durch den folgenden Wortlaut ersetzt: ″für ein Feriendorf, einen Wochenendwohnpark oder einen touristischen Campingplatz im Sinne von Artikel 2 14o des Dekrets vom 18. Dezember 2003 über die touristischen Beherbergungseinrichtungen oder im Sinne von Artikel 1 des Dekrets des Rates der Deutschsprachigen Gemeinschaft vom 9. Mai 1994 über die Campings und Campingplätze″; 3o der folgende Wortlaut zwischen das Wort ″Raumordnungsplans″ und das Wort ″gewesen″ eingefügt: ″oder eines von der Regierung genehmigten Städtebau- und Umweltberichts″.

  314. Art. 88 - In Artikel 151 Absatz 1 desselben Gesetzbuches wird der Wortlaut ″Erschließungsgenehmigung″ durch den folgenden Wortlaut ersetzt: ″Parzellierungs- oder Verstädterungsgenehmigung″

  315. Art. 89 - In Artikel 154 Absatz 1 desselben Gesetzbuches werden folgende Abänderungen vorgenommen: 1o in Punkt 1o wird der Wortlaut ″die Erschließung eines Grundstücks im Sinne von Artikel 89 durchführen″ durch den Wortlaut ″die Verstädterung eines Gutes im Sinne von Artikel 88 vornehmen″ ersetzt; 2o in Punkt 2o wird der Wortlaut ″die Erschließung eines Grundstücks″ durch den Wortlaut ″die in Artikel 88 erwähnte Verstädterung eines Gutes″ ersetzt; 3o in Punkt 4o wird der Wortlaut ″oder Erschließungsgenehmigungen″ durch den Wortlaut ″, Parzellierungs- oder Verstädterungsgenehmigungen″ ersetzt; 4o Punkt 7o wird wie folgt ersetzt: ″7o einen kommunalen Verkehrsweg ohne die in Artikel 129bis, § 1 erwähnte Zustimmung eröffnen, ändern oder streichen.″

  316. Art. 90 - In Artikel 182 § 1 desselben Gesetzbuches werden die Absätze 1 und 2 folgendermaßen ersetzt: «Die Regierung genehmigt die Liste der Standorte, deren Sanierung in Sachen Landschaft und Umwelt von regionalem Interesse ist und deren in Artikel 181 erwähnte Enteignung von ihr als gemeinnützig angeordnet werden kann. 39580 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Für jeden dieser Standorte bestimmt die Regierung danach den Enteignungsumkreis sowie den Umkreis des Standortes gemäß den in Artikel 168 erwähnten Modalitäten.» KAPITEL II — Bestimmungen zur Abänderung des Dekrets vom 11. März 1999 über die Umweltgenehmigung

  317. Art. 91 - Im Dekret vom 11. März 1999 über die Umweltgenehmigung werden folgende Abänderungen angebracht: 1o Absatz 2 von Artikel 92, § 5 wird gestrichen. 2o Absatz 4 von Artikel 92, § 5 wird gestrichen. 3o § 1 von Artikel 96 wird folgendermaßen ersetzt: «§ 1 - Wenn das gemischte Projekt u.a. die Eröffnung, die Änderung oder die Streichung eines kommunalen Verkehrsweges im Sinne von Artikel 129bis, § 1 des WGRSE betrifft, geben der technische Beamte und der beauftragte Beamte dies in dem Beschluss an, durch den der vollständige und zulässige Charakter des Antrags gemäß Artikel 86 anerkannt wird, und unterziehen den Antrag bezüglich des kommunalen Verkehrsweges dem in Artikel 129bis des WGRSE vorgesehenen Verfahren. Wenn die Regierung mit einem ein in Absatz 1 erwähntes gemischtes Projekt betreffenden Einspruch befasst wird und feststellt, dass das in Artikel 129bis, § 2 des WGRSE vorgesehene Verfahren nicht eingehalten worden ist, unterziehen die Regierung oder die mit dem Abfassen des zusammenfassenden Berichts beauftragten Verwaltungen gemeinsam den Antrag bezüglich des kommunalen Verkehrsweges dem besagten Verfahren. In diesen Fällen werden die in den Artikeln 93 § 1 bzw. 95, § 7 erwähnten Fristen um die Frist verlängert, die für den Erhalt der endgültigen Entscheidung bezüglich des kommunalen Verkehrsweges gebraucht wurde. In Abweichung von den Artikeln 87 Absatz 1 3o und 90 betrifft die öffentliche Untersuchung, die im Rahmen des Antrags bezüglich des kommunalen Verkehrsweges organisiert wird, ebenfalls das in Absatz 1 erwähnte gemischte Projekt. In Abweichung von Artikel 129bis, § 2 des WGRSE wird die im Rahmen des Antrags bezüglich des kommunalen Verkehrsweges organisierte öffentliche Untersuchung gemäß den in Buch I des Umweltgesetzbuches bestimmten Modalitäten organisiert. Die Dauer der gemeinsamen öffentlichen Untersuchung entspricht der maximalen Dauer, die die unterschiedlichen betroffenen Verfahren erforderlich machen.»; 4o In Artikel 97 Absatz 3, Strich 3 werden folgende Abänderungen vorgenommen: — die Zahl ″88″ wird durch die Zahl ″87″ ersetzt; — zwischen die Zahlen ″127 § 3″ und ″131″ werden folgende Zahlen eingefügt: ″, 129bis, §§ 1 und 3″. KAPITEL III — Bestimmungen zur Abänderung des Dekrets vom 11. März 2004 über die Infrastrukturen zur Ansiedlung von wirtschaftlichen Aktivitäten

  318. Art. 92 - In Artikel 1 4o des Dekrets vom 11. März 2004 über die Infrastrukturen zur Ansiedlung von wirtschaftlichen Aktivitäten werden folgenden Abänderungen vorgenommen: 1o der Wortlaut ″die juristische Person öffentlichen Rechts, die Tochtergesellschaft der in Artikel 3 § 1 21o bis 28o des Dekrets vom 12. Februar 2004 über das Statut des öffentlichen Verwalters erwähnten Gesellschaften, die von der Regierung bestimmt wird″ wird zwischen den Wortlaut ″die Interkommunale″ und den Wortlaut ″die Vereinigung″ eingefügt; 2o der Wortlaut ″zwischen einer oder mehreren juristischen Personen öffentlichen Rechts oder einer Tochter- gesellschaft der in Artikel 3 § 1 21o bis 28o des Dekrets vom 12. Februar 2004 über das Statut des öffentlichen Verwalters erwähnten Gesellschaften, die von der Regierung bestimmt wird, und einer oder mehreren Gemeinden oder Interkommunalen″ wird zwischen den Wortlaut ″oder mehreren Gemeinden″ und den Wortlaut ″oder zwischen einer oder mehreren Interkommunalen″ eingefügt.

  319. Art. 93 - In dasselbe Dekret wird ein Kapitel Iter mit folgendem Wortlaut eingefügt: «KAPITEL Iter — Die Abänderung oder die Aufhebung des Umkreises

  320. Art. 1quater - Am Ende der Einrichtung des Umkreises kann die Regierung auf Vorschlag des leitenden Beamten oder des Gemeinderates den Umkreis aufheben oder abändern. Der den Umkreis aufhebende oder abändernde Erlass wird im Belgischen Staatsblatt veröffentlicht.»

  321. Art. 94 - In Artikel 1bis desselben Dekrets wird der Wortlaut ″Jeder Träger kann″ durch den Wortlaut ″Unbeschadet des Artikels 2 kann jeder Träger″ ersetzt.

  322. Art. 95 - Artikel 16 desselben Dekrets wird wie folgt abgeändert: 1o in § 1 wird der Wortlaut ″den juristischen Personen öffentlichen Rechts, den Tochtergesellschaften der in

  323. Artikel 3 § 1 21o bis 28o des Dekrets vom 12. Februar 2004 über das Statut des öffentlichen Verwalters erwähnten Gesellschaften, die von der Regierung bestimmt werden″ zwischen den Wortlaut ″den Gemeinden″ und den Wortlaut ″und den Interkommunalen″ eingefügt; 2o in § 2 wird der Wortlaut ″, die juristische Person öffentlichen Rechts, die Tochtergesellschaft der in Artikel 3 § 1, 21o bis 28o des Dekrets vom 12. Februar 2004 über das Statut des öffentlichen Verwalters erwähnten Gesellschaften, die von der Regierung bestimmt wird″ zwischen den Wortlaut ″Die Gemeinde″ und den Wortlaut ″oder die Interkommunale″ eingefügt.

  324. Art. 96 - In Artikel 17 § 2 desselben Dekrets wird der Wortlaut ″die juristische Person öffentlichen Rechts, die Tochtergesellschaft der in Artikel 3 § 1 21o bis 28o des Dekrets vom 12. Februar 2004 über das Statut des öffentlichen Verwalters erwähnten Gesellschaften, die von der Regierung bestimmt werden″ zwischen den Wortlaut. ″Die Gemeinde″ und den Wortlaut ″oder die Interkommunale″ eingefügt.

  325. Art. 97. In Artikel 18 § 1 desselben Dekrets wird zwischen den Wortlaut ″den Interkommunalen″ und den Wortlaut ″und den natürlichen oder juristischen Personen, in Verbindung″ der folgende Wortlaut eingefügt: ″, den juristischen Personen öffentlichen Rechts, den Tochtergesellschaften der in Artikel 3 § 1 21o bis 28o des Dekrets vom 12. Februar 2004 über das Statut des öffentlichen Verwalters erwähnten Gesellschaften, die von der Regierung bestimmt werden″.

  326. Art. 98 - In Artikel 21 § 3 Absatz 2 desselben Dekrets wird der Wortlaut ″, der juristischen Person öffentlichen Rechts, der Tochtergesellschaft der in Artikel 3 § 1 21o bis 28o des Dekrets vom 12. Februar 2004 über das Statut des öffentlichen Verwalters erwähnten Gesellschaften, die von der Regierung bestimmt werdenä zwischen den Wortlaut ″der Gemeinde″ und den Wortlaut ″oder der Interkommunale″ eingefügt. MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39581

  327. Art. 99 - Artikel 23 desselben Dekrets wird wie folgt abgeändert: 1o in § 2 wird der Wortlaut ″die Tochtergesellschaft der in Artikel 3 § 1 21o bis 28o des Dekrets vom 12. Februar 2004 über das Statut des öffentlichen Verwalters erwähnten Gesellschaften, die von der Regierung bestimmt wird,″ zwischen den Wortlaut ″Die Gemeinde″ und den Wortlaut ″oder die Interkommunale″ eingefügt. 2o in § 3, Absatz 3 wird der Wortlaut ″die juristische Person öffentlichen Rechts, die Tochtergesellschaft der in

  328. Artikel 3 § 1 21o bis 28o des Dekrets vom 12. Februar 2004 über das Statut des öffentlichen Verwalters erwähnten Gesellschaften, die von der Regierung bestimmt wird″ zwischen den Wortlaut ″die Gemeinde″ und den Wortlaut ″oder die Interkommunale″ eingefügt. KAPITEL IV — Schluss- Übergangs- und Aufhebungsbestimmungen Abschnitt 1 — Bestimmungen in Bezug auf das Wallonische Gesetzbuch über die Raumordnung, den Städtebau und das Erbe

  329. Art. 100 - Die Artikel 57 Absatz 2 104 und 126 des Gesetzbuches werden aufgehoben. In Kapitel III von Titel V des Buches I desselben Gesetzbuches wird Abschnitt 8 gestrichen.

  330. Art. 101 - Im Wallonischen Gesetzbuch über die Raumordnung, den Städtebau und das Erbe wird in den den Wortlaut ″Bürgermeister- und Schöffenkollegium″ enthaltenden Artikeln dieser Wortlaut durch den folgenden Wortlaut ersetzt: ″Gemeindekollegium″.

  331. Art. 102 - Artikel 8 Absatz 1 bezüglich der Aufhebungs-, Übergangs- und Schlussbestimmungen des Dekrets vom 27. November 1997 zur Abänderung des Wallonischen Gesetzbuches über die Raumordnung, den Städtebau und das Erbe wird mit dem folgenden Wortlaut ergänzt: ″oder ein Städtebau- und Umweltbericht″.

  332. Art. 103 - Das Freizeitgebiet, ob es an ein Wohngebiet, ein Wohngebiet mit ländlichem Charakter oder ein Gebiet für konzertierte kommunale Raumordnung, das ganz oder teilweise eingerichtet und zu Wohnzwecken bestimmt ist, angrenzt oder nicht, kann ausnahmsweise Wohnbereiche sowie Handwerks- und Dienstleistungstätigkeiten, sozial- kulturelle Ausrüstungen, Einrichtungen für öffentliche Dienststellen und gemeinschaftliche Anlagen enthalten, wenn: 1o es gleichzeitig durch eine Städtebaugenehmigung für gruppierte Bauten oder durch eine Parzellierungs- genehmigung vor dem Inkrafttreten des vorliegenden Dekrets gedeckt ist; 2o die Verkehrswege und die öffentlichen und gemeinschaftlichen Räume des Gebiets in den Bereich des öffentlichen Eigentums fallen; 3o die Handwerks- und Dienstleistungstätigkeiten, sozialkulturelle Ausrüstungen, Einrichtungen für öffentlichen Dienststellen und gemeinschaftliche Anlagen im Verhältnis zu dem Freizeit- oder Wohnzweck einen ergänzenden und nebensächlichen Charakter haben; 4o es im Umkreis eines vorher von der Regierung genehmigten Städtebau- und Umweltberichts liegt; 5o es auf der von der Wallonischen Regierung vor der Erstellung des Städtebau- und Umweltberichts genehmigten Liste der Freizeitgebiete steht.

  333. Art. 104 - In den Artikeln 97 Absatz 1 102 und 105 sowie in der Überschrift des Abschnitts 5 von Kapitel II des Titels V von Buch I des Gesetzbuches wird das Wort ″Erschließungsgenehmigung″ bzw. ″Parzellierungsgenehmigung″ durch das folgende Wort ersetzt: ″Verstädterungsgenehmigung″.

  334. Art. 105 - In Artikel 120 Absätze 4 und 5 des Gesetzbuches wird das Wort ″Verwaltung″ durch den folgenden Wortlaut ersetzt: ″Generalvertretung für Einsprüche″. Diese Abänderungen treten am Inkrafttretensdatum des in

  335. Artikel 3 § 3 Absatz 2 erwähnten Erlasses der Regierung in Kraft. In Absatz 7 desselben Artikels wird die folgende Zahl zwischen den Wortlaut ″Artikel 109″ und den Wortlaut ″, ein Vertreter″ eingefügt: ″, 2o″.

  336. Art. 106 - Die Erstellung oder die Revision eines vor dem Inkrafttreten des vorliegenden Dekrets vorläufig angenommenen kommunalen Raumordnungsplans kann das vor diesem Datum geltende Verfahren weiterführen.

  337. Art. 107 - Wenn es feststeht, dass die Anforderungen und die Optionen, die zur Genehmigung des Planes geführt hatten, durch die Durchführung der Kommunkationsinfrastrukturen oder die Einrichtung der bebaubaren Gebiete erfüllt worden sind, entweder aus eigener Initiative oder innerhalb der von der Regierung auferlegten Frist, kann der Gemeinderat die Aufhebung der städtebaulichen Vorschriften eines vor dem Inkrafttreten des vorliegenden Dekrets genehmigten kommunalen Raumordnungsplans beschließen. In diesem Fall sind die in Artikel 57ter, Absatz 2 erwähnten Bestimmungen anwendbar.

  338. Art. 108. - Wenn der Enteignungsplan zur gleichen Zeit wie der kommunale Raumordnungsplan erstellt wird, unterliegen die Erwerbe, Enteignungen und Abtretungen von dinglichen Rechten, die im Rahmen des vor dem Inkrafttreten des Dekrets genehmigten Enteignungserlasses vorgenommen wurden, weiterhin den vor diesem Datum anwendbaren Bestimmungen.

  339. Art. 109 - Jeder Antrag auf eine Städtebau- oder Parzellierungsgenehmigung oder Genehmigung zur Abänderung einer Parzellierung, dessen Empfangsbescheinigung vor dem Inkrafttreten des vorliegenden Dekrets ausgestellt worden ist, wird auf der Grundlage der vor dem Inkrafttreten des vorliegenden Dekrets anwendbaren Bestimmungen weiterhin untersucht und jede ggf. gewährte Städtebau- oder Parzellierungsgenehmigung oder Genehmigung zur Abänderung einer Parzellierung verfällt auf der Grundlage der vor dem Inkrafttreten des vorliegenden Dekrets anwendbaren Bestimmungen. Unbeschadet des Absatzes 1 wird jede Abänderung einer auf der Grundlage der vor dem Inkrafttreten des vorliegenden Dekrets anwendbaren Bestimmungen gewährten, nicht verfallenen Parzellierungsgenehmigung, deren Empfangsbestätigung ein späteres Datum als das Inkrafttreten der Bestimmungen in Sachen Verstädterungs- genehmigung trägt, auf der Grundlage der Bestimmungen bezüglich der Untersuchung des Antrags auf Abänderung der Verstädterungsgenehmigung untersucht. 39582 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Sobald der auf der Grundlage der gewährten Verstädterungsgenehmigung erlaubte Bau Gegenstand der in

  340. Artikel 139 erwähnten Erklärung ist, durch die bescheinigt wird, dass die Arbeiten durchgeführt worden sind und der ausgestellten Genehmigung entsprechen, ist Artikel 92, Absatz 2 anwendbar. Unbeschadet des Absatzes 1 wenn alle durch eine Parzellierungsgenehmigung gedeckten, bebaubaren Parzellen bebaut sind, stellt der Gemeinderat fest, dass der verordungsmäßige Wert der Bestimmungen der Parzellierungsge- nehmigung aufgehoben wird und dass diese Bestimmungen als Städtebau- und Umweltbericht gelten. Der verordnungsmäßige Wert eines jeden Parzellierungsplans, der in jeder Parzellierungsgenehmigung enthalten oder jeder Parzellierungsgenehmigung beigefügt ist, die nicht verfallen ist und die auf der Grundlage der vor dem Inkrafttreten der Bestimmungen bezüglich der Verstädterungsgenehmigung gewährt worden ist, wird aufgehoben. Die durch das vorliegende Dekret bei den Punkten 1o und 2o von Absatz 1 von Artikel 154 des Gesetzbuches vorgenommenen Abänderungen sind nicht auf die Parzellierungsgenehmigungen anwendbar, die vor dem Inkrafttreten der Bestimmungen bezüglich der Verstädterungsgenehmigung oder auf der Grundlage von Absatz 2 ausgestellt worden sind. Die Bestimmungen bezüglich der Verstädterungsgenehmigung und Absatz 3 der vorliegenden Bestimmung treten erst am von der Regierung festgesetzten Datum in Kraft. In Artikel 61 wird der Wortlaut ″oder des endgültigen zusammenfassenden Protokolls″ ab dem 27. Februar 2009 wirksam. Abschnitt 2 — Bestimmung bezüglich des Dekrets vom 11. März 1999 über die Umweltgenehmigung

  341. Art. 110 - Die Regierung kann eine neue Kodifizierung der Gesamtheit oder eines Teils der gesetzlichen und verordnungsmäßigen Bestimmungen bezüglich der Raumordnung, des Städtebaus, des Erbes und der Energie festlegen.

  342. Art. 111 - Für die Anwendung des Dekrets vom 11. März 1999 über die Umweltgenehmigung werden jeder Antrag auf ein gemischtes Projekt, das u.a. die Eröffnung, die Änderung oder die Streichung eines kommunalen Verkehrsweges betrifft und vor dem Inkrafttreten des vorliegenden Dekrets eingereicht worden ist, sowie die damit verbundenen administrativen Einsprüche gemäß den am Tag des Einreichens des Antrags geltenden Regeln behandelt. Abschnitt 3 — Bestimmungen bezüglich des Buches I des Umweltgesetzbuches

  343. Art. 112 - In Artikel 49 b) von Buch I des Umweltgesetzbuches wird die Zahl ″80″ durch die Zahl ″88″ ersetzt. Wir fertigen das vorliegende Dekret aus und ordnen an, dass es im Belgischen Staatsblatt veröffentlicht wird. Namur, den 30. April 2009 Der Minister-Präsident, R. DEMOTTE Der Minister des Wohnungswesens, des Transportwesens und der räumlichen Entwicklung A. ANTOINE Der Minister des Haushalts, der Finanzen und der Ausrüstung, M. DAERDEN Der Minister der inneren Angelegenheiten und des öffentlichen Dienstes, Ph. COURARD Der Minister der Wirtschaft, der Beschäftigung, des Außenhandels und des Erbes, J.-C. MARCOURT Die Ministerin der Forschung, der neuen Technologien und der auswärtigen Beziehungen, Frau M.-D. SIMONET Der Minister der Ausbildung, M. TARABELLA Der Minister der Gesundheit, der sozialen Maßnahmen und der Chancengleichheit, D. DONFUT Der Minister der Landwirtschaft, der ländlichen Angelegenheiten, der Umwelt und des Tourismus, B. LUTGEN Fußnote (1) Sitzungsperiode 2008-2009 Dokumente des Wallonischen Parlaments 972 (2008-2009), Nrn. 1 bis 1quinquies und 2 bis 23 Ausführliches Sitzungsprotokoll, öffentliche Sitzung vom 29. April 2009 Diskussion - Abstimmung. MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39583 VERTALING WAALSE OVERHEIDSDIENST N. 2009 — 1924 [2009/202360] 30 APRIL 2009. — Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium, het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning en het decreet van 11 maart 2004 betreffende de ontsluitingsinfrastructuur voor economische bedrijvigheid (1) Het Waalse Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK I. — Wijzigingen in het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium

  344. Artikel 1. In artikel 1, § 2, van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium worden de woorden ″en het gemeentelijk structuurplan″ vervangen door de woorden : ″, het gemeentelijk structuurplan en het stedenbouwkundig en leefmilieverslag″.

  345. Art. 2. In artikel 2, lid 2, van hetzelfde Wetboek worden, tussen de woorden ″de plannen″ en ″en de plannen van aanleg″, volgende woorden ingevoegd : ″, de stedenbouwkundige en leefmilieuverslagen″. In artikel 2 worden de woorden ″de Waalse Gewestraad″ vervangen door de woorden ″Waals Parlement″.

  346. Art. 3. Het opschrift van hoofdstuk II van titel I van Boek I van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : « HOOFDSTUK II. — Door de Regering overgedragen delegaties en opdrachten »

  347. Art. 4. In artikel 3 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1o het eerste lid vormt § 1; 2o het artikel wordt aangevuld als volgt : « § 2. Er wordt een cel gebiedsontwikkeling opgericht met zetel te Namen, die onder het gezag van een algemene afgevaardigde belast is met de uitvoering van de prioritaire beslissingen van de Regering inzake ruimtelijke ordening en gebiedsontwikkeling inzake strategische planificatie. De Regering legt de nadere werkingsregels van de cel vast en geeft er de opdrachten van nader aan. § 3. Er wordt een algemene afvaardiging voor de beroepen opgericht met zetel te Namen, die onder het gezag van een algemene afgevaardigde belast is met de behandeling van de beroepen die ingediend worden op grond van de bepalingen bedoeld in dit Wetboek. De Regering legt de werkingsregels van de afvaardiging vast. »

  348. Art. 5. In artikel 4 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1o in lid 1 van hetzelfde artikel worden de woorden ″Volgende regels zijn van toepassing″ vervangen door de volgende woorden : ″Onverminderd boek I van het Milieuwetboek zijn volgende regels van toepassing″; 2o in punt 1 van hetzelfde lid worden tussen de woorden ″om een vergunning″ en ″het bedraagt dertig dagen″ volgende woorden ingevoegd : ″of een aanvraag tot opening, wijziging of opheffing van een gemeenteweg″; 3o in hetzelfde punt worden tussen de woorden ″een stedenbouwkundig en leefmilieuverslag″ en de woorden ″een omtrek zoals bedoeld in artikel 127, § 1, 8o″ volgende woorden ingevoegd : ″een rooiplan,″; 4o punt 6o van hetzelfde lid wordt vervangen als volgt : « 6o elke belanghebbende derde kan opmerkingen en bezwaren indienen per fax, e-mail indien de gemeente daartoe een adres heeft ingesteld, per gewoon schrijven of mondeling medegedeeld aan de adviseur ruimtelijke ordening en stedenbouw, het gemeentecollege of het gemeentelijk personeelslid dat daartoe is afgevaardigd vóór het sluiten van het onderzoek of de vervaldag van dat onderzoek; op straffe van nietigheid worden de zendingen per schrijven of fax gedagtekend en ondertekend; de zendingen per e-mail worden van identificatie en dagtekening voorzien; de bezwaren en mondelinge opmerkingen worden na afspraak opgetekend door de adviseur ruimtelijke ordening en stedenbouw of, bij ontbreken ervan, door het gemeentelijk personeelslid dat daartoe is afgevaardigd, die ze noteert en overmaakt aan het gemeentecollege voor sluiting van het onderzoek; ».

  349. Art. 6. In artikel 5 van hetzelfde Wetboek wordt een vierde lid ingevoegd, luidend als volgt : « De Regering kan het bedrag van het presentiegeld waarop de afdelingsvoorzitter en -ondervoorzitters en de leden van de gemeentelijke commissie recht hebben, vastleggen. »

  350. Art. 7. In artikel 11 van hetzelfde Wetboek vervallen de woorden ″verkavelingsplannen″.

  351. Art. 8. In artikel 12, lid 1, van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° punt 1° wordt vervangen als volgt : « aan de gemeenten, voor de gehele dan wel gedeeltelijke uitwerking of herziening van een gemeentelijk plan van aanleg, een gemeentelijk structuurplan, een stedenbouwkundig en leefmilieuverslag of een gemeentelijk stedenbouw- kundig reglement; »; 2o in punt 2o worden voor de woorden ″voor een milieueffectenrapport″ volgende woorden ingevoegd : ″aan de gemeenten,″.

  352. Art. 9. In titel II van Boek I van hetzelfde Wetboek wordt een hoofdstuk III ingevoegd, luidend als volgt : « HOOFDSTUK III. — Stedenbouwkundig en leefmilieuverslag »

  353. Art. 10. In hoofdstuk III van titel II van Boek I van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 18ter ingevoegd, luidend als volgt : « Art. 18ter. § 1. Het stedenbouwkundig en leefmilieuverslag is een beleidsdocument waarin voor elk deel van het gemeentelijk grondgebied waarop het betrekking heeft de richtsnoeren voor de feitelijke indeling van het grondgebied en de beleidskeuzes inzake inrichting en duurzame ontwikkeling uiteengezet worden. Wanneer de omstandigheden het vereisen, kunnen meerdere gemeenten in overleg, elk voor wat haar betreft, een stedenbouwkundig en leefmilieuverslag opmaken. 39584 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Het stedenbouwkundig en leefmilieuverslag wordt opgemaakt op initiatief van de gemeenteraad en wordt door de Regering goedgekeurd. Het stedenbouwkundig en leefmilieuverslag steunt op de beleidskeuzes inzake inrichting en duurzame ontwikkeling vervat in het gewestelijk ruimtelijk ontwikkelingsplan en, indien bestaand, het gemeentelijk structuur- plan. Indien er onverenigbaarheid is tussen de beleidskeuzes van een gemeentelijk structuurplan en een stedenbouw- kundig en leefmilieuverslag, worden de bepalingen van het document dat het recentst in werking is getreden, toegepast. Indien het stedenbouwkundig en leefmilieuverslag voorstelt om gedeeltelijk af te wijken van een plan van aanleg, kan de gemeenteraad, overeenkomstig artikel 49bis, van de Regering de toelating vragen om voor het betrokken gedeelte een gemeentelijk plan van aanleg op te stellen overeenkomstig artikel 48, lid 2, of, in voorkomend geval, kan hij het gemeentelijk plan van aanleg herzien. § 2. De inhoud en de procedure voor de opmaking van het stedenbouwkundig en leefmilieuverslag worden vastgesteld bij artikel 33, §§ 2 tot en met 7. Wanneer het stedenbouwkundig en leefmilieuverslag niet de ontsluiting vormt van een gebied waarvan de inrichting door de gemeente aan een overlegprocedure is onderworpen of van een gebied met een industrieel karakter waarvan de inrichting door de gemeente aan een overlegprocedure is onderworpen, en wanneer de gemeenteraad rekening houdend met de kenmerken van de projecten of de activiteiten waarvan de opmaking of de herziening het kader vormt en rekening houdend met de effecten en de gebieden die erdoor beïnvloed kunnen worden, vaststelt dat het overwogen stedenbouwkundig en leefmilieuverslag geen niet te verwaarlozen effecten zou kunnen hebben op het leefmilieu of wanneer hij het gebruik van een klein gebied op plaatselijk niveau vastlegt, beslist de gemeenteraad dat het stedenbouwkundig en leefmilieuverslag niet het voorwerp moet uitmaken van de milieu-effectenbeoordeling waarvan sprake in artikel 33, § 2, 2o, na advies van de gemeentelijke commissie of, bij ontstentenis, van de gewestelijke commissie en de ″Conseil wallon de l’Environnement pour le Développement durable″. Het overwogen stedenbouwkundig en leefmilieuverslag binnen de omtrek waarvan er zich een gebied bevindt dat aangewezen wordt overeenkomstig de Richtlijnen 79/409/EEG en 92/43/EEG of dat beoogt de uitvoering mogelijk te maken van een project dat onderworpen is aan een milieueffectenverslag of nog dat betrekking heeft op gebieden waarin bedrijven zich kunnen vestigen die een hoog risico voor de personen, de goederen of het leefmilieu vertonen in de zin van Richtlijn 96/82/EG of dat de opneming beoogt van woongebieden, alsook van gebieden of infrastructuren die in de nabijheid van dergelijke bedrijven door het publiek bezocht worden, wordt geacht niet te verwaarlozen effecten te hebben op het leefmilieu. Het verslag kan meer bepaald berusten op de nuttige inlichtingen verkregen bij andere, voorheen verrichte milieu-effectbeoordelingen. § 3. De gemeenteraad kan in de hierna volgende gevallen een stedenbouwkundig en leefmilieuverslag geheel of gedeeltelijk opheffen : 1o ofwel, de omtrek valt onder een plan van aanleg dat goedgekeurd is na de inwerkingtreding van het stedenbouwkundig en leefmilieuverslag of onder een behoorlijk goedgekeurde bebouwingsvergunning; 2o ofwel, hij acht de voornaamste doelstellingen bedoeld in artikel 33, § 2, 2o, a), voorbijgestreefd.

  354. Artikel 33, §§ 2 tot en met 6, is van toepassing op de beslissing tot opheffing van het stedenbouwkundig en leefmilieuverslag, behoudens voor wat betreft de milieu-effectenbeoordeling waarvan sprake in artikel 33, § 2, 2o, en de milieuverklaring bedoeld in artikel 33, § 4. Indien het stedenbouwkundig en leefmilieuverslag als erkenningsomtrek geldt in de zin van het decreet van 11 maart 2004 betreffende de ontsluitingsinfrastructuur voor economische bedrijvigheid, heeft de opheffing van het besluit geen enkele uitwerking op de erkenningsomtrek. »

  355. Art. 11. Artikel 19 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : « Art. 19. § 1. De Regering verleent bindende kracht aan het gewestplan en het gemeentelijk plan van aanleg. De grafische en de geschreven voorschriften van de plannen hebben regelgevende waarde. Bij tegenspraak tussen de grafische en de geschreven voorschriften, hebben de grafische voorschriften voorrang op de geschreven voorschriften. § 2. Het gewestplan blijft in werking tot op het ogenblik waarop het gedeeltelijk vervangen wordt door een gewestplan of een gemeentelijk plan van aanleg, na een herziening. Het gemeentelijk plan van aanleg blijft in werking tot op het ogenblik waarop : 1o ofwel het geheel of gedeeltelijk vervangen wordt door een ander plan, na een herziening; 2o ofwel tot aan de gehele of gedeeltelijke opheffing ervan, overeenkomstig artikel 57ter. § 3. De voorschriften van een gemeentelijk plan van aanleg die onverenigbaar zijn met die van een naderhand goedgekeurd gewestplan houden op uitwerking te hebben. »

  356. Art. 12. In artikel 23, lid 1, van hetzelfde Wetboek vervalt punt 3o.

  357. Art. 13. In artikel 28 van hetzelfde Wetboek wordt, na de woorden ″Art. 28.″, volgend opschrift ingevoegd : ″Gebieden voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen.″

  358. Art. 14. Artikel 29 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : « Art. 29. Het recreatiegebied is bestemd om de recreatieve of toeristische uitrustingen op te nemen, met inbegrip van de vakantiedorpen, de weekendverblijfparken of de toeristische campings in de zin van artikel 2, 14o, van het decreet van 18 december 2003 betreffende de toeristische logiesvertsrekkende inrichtingen of in de zin van artikel 1 van het decreet van de Raad van de Duitstalige Gemeenschap van 9 mei 1994 over de campings en kampeerterreinen. MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39585 Voor zover het recreatiegebied aan een woongebied, aan een woongebied met een landelijk karakter of aan een ontsloten gebied waarvan de inrichting door de gemeente aan een overlegprocedure is onderworpen dat geheel of gedeeltelijk voor verblijven wordt bestemd, mag het woningen bevatten, evenals ambachtelijke activiteiten, dienstverlenende activiteiten, sociaal-culturele uitrustingen, inrichtingen voor gemeenschapsvoorzieningen en open- bare nutsvoorzieningen, voor zover : 1odie activiteiten tegelijk de voornaamste bestemming van het gebied waarvan sprake in lid 1 aanvullen en eraan ondergeschikt zijn; 2o het recreatiegebied tegelijk gelegen is in de omtrek van een vooraf door de Regering goedgekeurd stedenbouwkundig en leefmilieuverslag. »

  359. Art. 15. In artikel 30 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1o na de woorden ″Art. 30.″ wordt volgend opschrift ingevoegd : ″Gemengde bedrijfsruimte.″; 2o in lid 1 wordt er een tweede volzin ingevoegd, luidend als volgt : ″De kleine opslagplaatsen worden er toegelaten.″; 3o in hetzelfde lid wordt de tweede volzin, derde volzin geworden, als volgt vervangen : « Ze bevatten een afzonderingsomtrek of -marge, behalve voor het deel van de omtrek dat langs een verkeersinfrastructuur ligt die nuttig is voor diens economische ontwikkeling of wanneer een natuurlijk of kunstmatig element dat onder het publieke domein valt, zelf een voldoende afzonderingsomtrek of -marge vormt. »; 4o leden 2 en 3 vervallen; 5o in lid 4, lid 2 geworden, vervallen volgende woorden : ″in bedrijfsruimten″.

  360. Art. 16. Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 30bisbis ingevoegd, luidend als volgt : « Art. 30bis. Bedrijfsruimte met een industrieel karakter. De bedrijfsruimte met een industrieel karakter is bestemd voor activiteiten met een industrieel karakter, met inbegrip van de activiteiten in verband met de verwerking van grondstoffen of halfafgewerkte stoffen, verpakking, opslag, logistiek of verdeling. Ze kunnen beoefend worden op meerdere bedrijfssites. Toegelaten worden de complementaire dienstverlenende ondernemingen en de bedrijfsactiviteiten zonder industrieel karakter die afgezonderd moeten worden om redenen van stedenbouwkundige opname, mobiliteit, veiligheid of bescherming van het leefmilieu, behalve als ze een industriële activiteit zoals bedoeld in lid 1 aanvullen. De detailverkoop is er verboden, behalve indien het een aanvulling vormt op een industriële activiteit waarvan sprake in lid 1. Deze bedrijfsruimte bevat een afzonderingsomtrek of -marge, behalve voor het deel van de omtrek dat langs een verkeersinfrastructuur ligt die nuttig is voor diens economische ontwikkeling of wanneer een natuurlijk of kunstmatig element dat onder het publieke domein valt, zelf een voldoende afzonderingsomtrek of -marge vormt. Uitzonderlijkerwijs kunnen toegelaten worden : 1o in de bedrijfsruimten met een industrieel karakter, de opslag van inerte afvalstoffen; 2o in de bedrijfsruimten met een industrieel karakter gelegen langs bevaarbare waterlopen, de opslag van uitgebaggerde aarde. De woning van de uitbater of van het bewakingspersoneel kan er toegelaten worden voor zover vereist door de veiligheid of de goede werking van de onderneming. Zij maakt volledig deel uit van het bedrijf. »

  361. Art. 17. In artikel 31 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1o na de woorden ″Art. 31.″ wordt volgend opschrift ingevoegd : ″Specifieke bedrijfsruimte.″; 2° § 1, tweede volzin van lid 3, wordt aangevuld als volgt : « , behalve voor het deel van de omtrek dat langs een verkeersinfrastructuur ligt die nuttig is voor diens economische ontwikkeling of wanneer een natuurlijk of kunstmatig element dat onder het publieke domein valt, zelf een voldoende afzonderingsomtrek of -marge vormt. »; 3o in § 3, lid 1, vervallen volgende woorden : ″in specifieke bedrijfsruimten″.

  362. Art. 18. In artikel 32 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1o na de woorden ″Art. 32.″ wordt volgend opschrift ingevoegd : ″Ontginningsgebied.″; 2o in lid 3 vervallen de woord ″in specifieke bedrijfsruimten″.

  363. Art. 19. In artikel 33 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1o na de woorden ″Art. 33.″ wordt volgend opschrift ingevoegd : « Gebied waarvan de inrichting door de gemeente aan een overlegprocedure onderworpen is. »; 2° in § 2 worden de woorden ″van een stedenbouwkundig en leefmilieuverslag″ vervangen door de volgende woorden : ″van het stedenbouwkundig en leefmilieuverslag bedoeld in artikel 18ter″; 3o in dezelfde paragraaf wordt in het tweede punt een punt ″h)″ ingevoegd luidend als volgt : ″h) een verklaring waarin de redenen weergegeven worden waarom de andere overwogen oplossingen gekozen zijn, en een omschrijving van de wijze waarop de beoordeling verricht is, met inbegrip van elke gerezen moeilijkheid, onder meer de technische mankementen en het gebrek aan know-how bij de inzameling van de vereiste gegevens;″; 39586 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 4o in hetzelfde tweede punt wordt ″h)″, ″j)″; 5o in dezelfde paragraaf vervallen leden 2 en 3; 6o in § 8 worden de woorden ″ontsloten overeenkomstig de §§ 2, 3 en 4 waarvan de ontsluiting nog niet bepaald is overeenkomstig dezelfde paragrafen″ vervangen door volgende woorden : ″al dan niet ontsloten″.

  364. Art. 20. In artikel 34 van hetzelfde Wetboek worden volgende wijzigingen aangebracht : 1o na de woorden ″Art. 34″ worden de woorden ″Gebieden met een industrieel karakter waarvan de inrichting door de gemeente aan een overlegprocedure onderworpen is″ vervangen door volgende woorden : « Gebied met een industrieel karakter waarvan de inrichting door de gemeente aan een overlegprocedure onderworpen is. »; 2° in § 1 wordt de eerste volzin van lid 1 vervangen als volgt : « Het gebied met een industrieel karakter waarvan de inrichting door de gemeente aan een overlegprocedure onderworpen is bestemd voor de activiteiten bedoeld in de artikel 30 en 30bis en de agro-economische buurtactiviteiten, de activiteiten van de detailverkoop uitgesloten. »; 3o in dezelfde paragraaf wordt lid 2 als volgt aangevuld : « , enkel voor het deel van de omtrek die langs een verkeersinfrastructuur ligt die nuttig is voor diens economische ontwikkeling of wanneer een natuurlijk of kunstmatig element dat onder het publieke domein valt, zelf een voldoende afzonderingsomtrek of -marge vormt. »; 4o in § 4 worden de woorden : 6o ″ontsloten overeenkomstig de §§ 1 en 2 of waarvan de ontsluiting nog niet bepaald is overeenkomstig dezelfde paragrafen″ vervangen door volgende woorden : ″al dan niet ontsloten″.

  365. Art. 21. In artikel 35 van hetzelfde Wetboek worden volgende wijzigingen aangebracht : 1o tussen de leden 3 en 4 wordt er een nieuw lid 4 ingevoegd, luidend als volgt : « Als activiteiten die bij de landbouwactiviteit behoren worden beschouwd, de eenheden voor biogaswinning voor zover hoofdzakelijk gebruik wordt gemaakt van dierlijke meststoffen en teeltresten afkomstig van één of meerdere landbouwbedrijven. »; 2o lid 4 wordt lid 5; 3o in het laatste lid worden de woorden ″en de modules voor elektriciteit- en warmteproductie″ vervangen door volgende woorden : ″, de modules voor elektriciteits- en warmteproductie en de eenheden voor biogaswinning″.

  366. Art. 22. Artikel 36, lid 3, van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld als volgt : « De eenheden voor de energievalorisering van de biomassa die hoofdzakelijk afkomstig is van de resten van het bosbeheer en van de eerste houtverwerking worden er toegelaten als aanvullende activiteit op de bosbeheersactiviteit. »

  367. Art. 23. In artikel 39, lid 3, van hetzelfde Wetboek worden tussen de woorden ″een gemeentelijk plan van aanleg″ en de woorden ″van toepassing″ volgende woorden ingevoegd : ″of een stedenbouwkundig en leefmilieuverslag″.

  368. Art. 24. In artikel 40 van hetzelfde Wetboek worden volgende wijzigingen aangebracht : 1o het enig lid wordt § 1; 2o het artikel wordt aangevuld als volgt : « § 2. Na beëindiging van de werkzaamheden voor de aanleg van de infrastructuur voor het vervoer van vloeistoffen of energie of, op eigen initiatief als ze ervan afziet de infrastructuur aan te leggen, kan de Regering bij besluit de betrokken reserveringsomtrek of het deel ervan opheffen. Het besluit waarbij de omtrek wordt opgeheven, wordt bij vermelding in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. »

  369. Art. 25. In artikel 41 van hetzelfde Wetboek worden volgende wijzigingen aangebracht : 1o in lid 1 worden, tussen de woorden ″een nadere bepaling″ en de woorden ″van de bestemming van de gebieden″ volgende woorden ingevoegd : ″of een specialisering″; 2o in punt 5o van hetzelfde lid worden tussen de woorden ″een gemeentelijk plan van aanleg″ en de woorden ″voor inrichting ervan″ volgende woorden ingevoegd : ″of een stedenbouwkundig en leefmilieuverslag″. 3o het artikel wordt aangevuld als volgt : « De Regering kan de lijst van de bijkomende voorschriften vaststellen. »

  370. Art. 26. In artikel 42bis van hetzelfde Wetboek worden volgende wijzigingen aangebracht : 1o lid 1 wordt aangevuld als volgt : « of indien ze betrekking heeft op de opneming van het tracé van een hoofdinfrastructuur voor het vervoer van vloeistoffen of energie, of van de vervangende reserveringsomtrek. »; 2° lid 6 wordt vervangen als volgt : « Indien overwogen wordt artikel 44, lid 4, toe te passen, worden de gegevens bedoeld bij het decreet van 11 maart 2004 betreffende de ontsluitingsinfrastructuur voor economische bedrijvigheid bij het ontwerp-plan gevoegd. » MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39587

  371. Art. 27. In artikel 43, § 1, van hetzelfde Wetboek worden tussen de woorden ″van een effectenonderzoek″ en de woorden ″en onderwerpt het″ volgende woorden ingevoegd : « en van de gegevens betreffende de erkenningsomtrek in de zin van het decreet van 11 maart 2004 betreffende de ontsluitingsinfrastructuur voor economische bedrijvigheid. »

  372. Art. 28. In artikel 46 van hetzelfde Wetboek worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 wordt lid 1 vervangen als volgt : « Indien de herziening van het gewestplan de opneming beoogt van gebieden waarvan de impact, de belangen of de effecten van gewestelijke of bovengewestelijke aard zijn, gelden de bepalingen die voor de vaststelling van het gewestplan gelden. Indien de herziening van het gewestplan een nieuwe zonering beoogt die inspeelt op behoeften waarvan de impact, de belangen en de effecten ingelost kunnen worden via een lokale inrichting, gelden daarvoor de bepalingen van het gemeentelijk plan van aanleg bedoeld in artikel 48, lid 2. »; 2o in § 1, lid 2, 1o, worden, in de Franse versie, de woorden : ″y déroger″ vervangen door de volgende woorden : ″s’en écarter″; 3o in hetzelfde lid wordt punt 2o vervangen als volgt : ″de opneming van een nieuw voor bebouwing bestemd gebieden mag niet de vorm aannemen van lintbebouwing langs de weg; onder lintbebouwing wordt verstaan, de opneming van een gebied waarvan de vorm, door haar diepte, haar lengte en de verhouding van beide elementen enkel de ontwikkeling mogelijk maakt van een bouwlijn, waarbij een compositie van bouwwerken die op een netwerk van wegen uitgeven, uitgesloten is;″; 4o in punt 3o van hetzelfde lid worden tussen de woorden ″van een bestaande bebouwingsgebied″ en de woorden ″in een niet-bebouwingsgebied″ volgende woorden ingevoegd : ″gebied waarvan de inrichting door de gemeente onderworpen is aan een overleg″; 5o in § 2 wordt na lid 3 een nieuw lid 4 ingevoegd, luidend als volgt : « Het herziene gewestplan dat beoogt een gebied aangewezen overeenkomstig Richtlijnen 79/409/EEG en 92/43/EEG geheel of gedeeltelijk op te nemen als bosgebied, groengebied of natuurgebied wordt geacht te verwaarlozen effecten te hebben op het leefmilieu. »; 6o lid 4 van dezelfde paragraaf wordt lid 5.

  373. Art. 29. Artikel 47 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld als volgt : « Het gemeentelijk plan van aanleg wordt opgemaakt na onderzoek van het gemeentelijk structuurplan, het stedenbouwkundig en leefmilieuverslag of van het gemeentelijk mobiliteitsplan, indien voorhanden. De voorschriften bedoeld in artikel 46, § 1, lid 2, zijn van toepassing op de opmaak ervan. »

  374. Art. 30. Artikel 48 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : « Art. 48. Het gemeentelijk plan van aanleg vult het gewestplan nader aan. Het gemeentelijk plan van aanleg kan het gewestplan herzien in de volgende gevallen : 1o ofwel indien er behoeften bestaan waarvan de impact, de belangen en de effecten ingelost kunnen worden door een plaatselijke inrichting of indien, in voorkomend geval, de planologische of alternatieve compensatie waarvan sprake in artikel 46, § 1, lid 2, 3o, op die schaal geregeld is; 2o ofwel indien er een gemeentelijk structuurplan of een stedenbouwkundig en leefmilieuverslag bestaan goedgekeurd door de Regering, waarbij de hypothese beoogd wordt en de omtrek van een ontwerp van gemeentelijk plan van aanleg bepaald wordt en indien, in voorkomend geval, de planologische of alternatieve compensatie waarvan sprake in artikel 46, § 1, lid 2, 3o, op die schaal geregeld wordt. »

  375. Art. 31. Artikel 49 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : « Art. 49. Voor het deel van het gemeentelijk grondgebied dat erdoor bepaald wordt, bevat het gemeentelijk plan van aanleg : 1o de inrichtingsopties inzake energiebesparingen en vervoer, inzake infrastructuur en technische netwerken, landschap, stedenbouwkunde, architectuur en groengebieden; 2o in voorkomend geval, indien het gewestplan erdoor herzien wordt, een kaart met de bestemmingen van het grondgebied, opgemaakt op schaal 1/10.000e, waarbij de omtrek herzien bij het gewestplan, nader opgegeven wordt; 3o de bepaling van de verschillende bestemmingen van het grondgebied en, in voorkomend geval, de plaatsen voorbehouden aan de groengebieden, aan de locaties die nodig zijn voor de ecologische vermazing of voor de openbare of gemeenschappelijke voorzieningen; 4o het bestaande of overwogen tracé of de vervangende reserveringsomtrek van het netwerk van de verkeersinfrastructuren en de aansluitingen op de voornaamste bestaande netwerken voor het vervoer van vloeistoffen en energie. »

  376. Art. 32. In afdeling 3 van hoofdstuk III van titel III van Boek I van hetzelfde Wetboek wordt er een artikel 49bis ingevoegd, luidend als volgt :

  377. Art. 49bis. De Regering neemt de lijst aan van de ontwerpen van gemeentelijke plannen van aanleg bedoeld in artikel 48, lid 2. Voor elk van die gemeentelijke plannen van aanleg machtigt de Regering vervolgens op eigen initiatief of op verzoek van de gemeenteraad of, in voorkomend geval, van de betrokken gemeenteraden, bij gemotiveerd besluit, de opmaak of de herziening van het gemeentelijk plan van aanleg bedoeld in artikel 48, lid 2, voor de aanneming van het voorontwerp waarvan sprake in artikel 50, § 2. » .

  378. Art. 33. In artikel 50, § 2, van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium wordt er een punt 10obis ingevoegd, luidend als volgt : ″10obis de compensaties voorgesteld door de Regering overeenkomstig artikel 46, § 1, lid 2, 3o,″. 39588 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD

  379. Art. 34. In artikel 51 van hetzelfde Wetboek worden volgende wijzigingen aangebracht : 1o er wordt in § 1 een lid 2 ingevoegd, luidend als volgt : « Indien het gemeentelijk ontwerpplan de gegevens bevat betreffende de erkenningsomtrek, wint de gemeenteraad het advies in van de leidend ambtenaar in de zin van het decreet van 11 maart 2004 betreffende de ontsluitingsinfra- structuur voor economische bedrijvigheid. »; 2o in dezelfde paragraaf wordt lid 2, lid 3 geworden, wordt vervangen als volgt : « Indien nodig verklaart de gemeenteraad dat het gemeentelijk ontwerp-plan van aanleg afwijkt van het gewestplan en geeft er de redenen voor op. »; 3o § 3bis vervalt.

  380. Art. 35. Artikel 54 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : « Art. 54. Op initiatief van iedere natuurlijke of privé- dan wel publiekrechtelijke rechtspersoon kan de Regering, bij gemotiveerd besluit, beslissen tot de opmaak of de herziening van een gemeentelijk plan van aanleg dat afwijkt van het gewestplan indien de aanvraag tot opmaak of herziening van het gemeentelijk plan van aanleg betrekking heeft op de opneming van een bedrijfsruimte of een specifieke bedrijfsruimte of een ontginningsgebied. De bepalingen bedoeld in artikel 42bis, leden 2 tot 5, en 47 tot 53 zijn van toepassing. »

  381. Art. 36. In artikel 57ter van hetzelfde Wetboek wordt lid 1 vervangen als volgt : « Art. 57ter. De gemeenteraad kan ofwel op eigen initiatief ofwel binnen de hem door de Regering opgelegde termijn beslissen tot de gehele of gedeeltelijke opheffing van een gemeentelijk plan van aanleg : 1o ofwel indien het goedgekeurd wordt voor de definitieve aanneming van het gewestplan of de gewestplannen met inbegrip van de omtrek van dat plan; 2o ofwel indien vaststaat dat de belangen en de opties die geleid hadden tot de aanneming van dat plan ingelost zijn door de verwezenlijking van de verkeersinfrastructuren of de aanleg van de bebouwbare gebieden. Voor zover ze niet afwijken van het gewestplan, leidt de opheffing van een gemeentelijk plan van aanleg tot de opheffing van alle herzieningen ervan, eveneens indien laatstgenoemden goedgekeurd zijn na de definitieve aanneming van het gewestplan met inbegrip van de omtrek van dat plan. »

  382. Art. 37. In artikel 58 van hetzelfde Wetboek worden volgende wijzigingen aangebracht : 1o tussen de leden 1 en 2 wordt er een nieuw lid 2 ingevoegd, luidend als volgt : « Indien het gewestplan, het gemeentelijk plan van aanleg of het stedenbouwkundig en leefmilieuverslag als erkenningsomtrek geldt in de zin van de artikelen 33, § 4, 44 en 52, § 3bis, kan de onteigenende overheid tot de onteigening overgaan van de panden waarvan de aankoop nodig is voor de aanleg van ruimten bestemd voor de opvang van de economische activiteiten, voor het begunstigen van de vestiging ervan of voor het mogelijk maken van de uitbreiding van bestaande activiteiten. »; 2o de leden 2 tot 5 worden de leden 3 tot 6; 3o in het nieuwe lid 4 wordt het woord ″verkaveling″ vervangen door volgende woorden : ″verkavelingsvergunning of bebouwingsvergunning″.

  383. Art. 38. In artikel 70, lid 4, 2o, van hetzelfde Wetboek worden tussen de woorden ″stedenbouwkundige″ en de woorden ″of verkavelingsvergunning″ volgende woorden ingevoegd : ″, bebouwings-″.

  384. Art. 39. In artikel 84 van hetzelfde Wetboek worden volgende wijzigingen aangebracht : 1o in § 1 worden de woorden ″van het college van burgemeester en schepenen″ vervangen door volgende woorden : ″, van het gemeentecollege, de gemachtigd ambtenaar of de Regering : ″; 2o lid 2 van § 2 wordt vervangen als volgt : « De Regering bepaalt de lijst van de handelingen en werken die wegens hun aard of impact : 1o geen stedenbouwkundige vergunning vereisen; 2o geen stedenbouwkundige vergunning en een voorafgaandelijke stedenbouwkundige verklaring vereisen waarvan de Regering de nadere regels en de inhoud vastlegt, per zending op te sturen naar het gemeentecollege; 3o een stedenbouwkundige vergunning vereisen volgens de nadere regels zoals bedoeld in artikel 127, § 4, lid 2, 1o; 4o niet de medewerking van een architect vereisen. »

  385. Art. 40. In artikel 85, § 1o, lid 1, 2o, van hetzelfde Wetboek worden tussen de woorden ″verkavelingsvergunningen,″ en de woorden ″van de bouw- en stedenbouwkundige vergunningen″ volgende woorden ingevoegd : ″de bebouwings- vergunningen,″.

  386. Art. 41. Artikel 86 van hetzelfde Wetboek, wordt opgeheven en de arikelen 87 en 88 worden de artikelen 86 en 87. MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39589

  387. Art. 42. Het opschrift van hoofdstuk II van titel V van Boek I van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : « HOOFDSTUK II. — Bebouwingsvergunningen en stedenbouwkundige vergunning voor groepen van bouwwerken »

  388. Art. 43. Het opschrift van afdeling 1 van hoofdstuk II van titel V van Boek I van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : « Afdeling1. — Handlingen die onderworpen zijn aan de bebouwingsvergunning »

  389. Art. 44. Artikel 89 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : « Art. 88. § 1. Niemand kan zonder voorafgaandelijke schriftelijke en uitdrukkelijke vergunning van het gemeentecollege, van de gemachtigd ambtenaar of van de Regering, tot de bebouwing van een goed overgaan, met inbegrip van de dienovereenkomstige bevordering of reclame. Onder het overgaan tot de bebouwing van een goed wordt een op dat goed betrekking hebbende stedenbouw- kundige conceptie verstaan die hoofdzakelijk het optrekken beoogt van gebouwen die geheel of gedeeltelijk voor bewoning bestemd zijn, of de plaatsing van een vaste of verplaatsbare installatie die geheel of gedeeltelijk gebruikt kan worden voor bewoning en, in voorkomend geval, de bouw of de inrichting van openbare of gemeenschappelijke ruimten, technische infrastructuren of gebouwen waarin functies ondergebracht zijn die als aanvulling op de woonfunctie dienen. De uitvoering van de bebouwing van het goed wordt achtereenvolgens verricht door : 1o de kadastrale opdeling van het goed in minstens twee onbebouwde kavels en de verkoop of de afstand van minstens één van de aldus gevormde kavels; 2o de toekenning van één of meerdere stedenbouwkundige vergunningen betreffende de uitvoering van het bouwwerk of de inrichting op de gevormde kavels. De kadastrale opdeling waarvan sprake is de indeling die uitgevoerd wordt bij iedere akte tot aanwijzing, overdracht of oprichting van een zakelijk recht, met uitsluiting van de hypotheek of het onderpand. § 2. Op voorstel van de aanvrager of van ambtswege kan de overheid die de bebouwingsvergunning verstrekt van de omtrek van de vergunning uitsluiten, alle of sommige kavels die niet geheel of gedeeltelijk bestemd zijn voor het optrekken het bouwen van een woning of de plaatsing van een vaste of verplaatsbare installatie die geheel of gedeeltelijk gebruikt kan worden voor bewoning of die voor die bestemming ongeschikt zijn wegens een technische of een juridische reden of nog die reeds gebouwd of gebruikt zijn voor de plaatsing van een vaste of verplaatsbare installatie in de zin van artikel 84, § 1, 1o indien zij acht dat er geen belang is om desbetreffende voorschriften op te leggen. § 3. De bebouwingsvergunning bevat : 1o de inrichtingsopties inzake energiebesparingen en vervoer, inzake infrastructuur en technische netwerken, landschap, stedenbouwkunde, architectuur en groengebieden; 2o het architectonische totaalbeeld dat minstens een driedimensionele weergave bevat, alsook een overzichtsplan waarop de indicatieve oriëntatie van de percelen weergegeven zijn, de bebouwbare gebieden en het profiel van de bouwwerken en in voorkomend geval, de aanvullende functies, de openbare ruimten en de openbare of gemeenschappelijke bouwwerken of voorzieningen; 3o de voorschriften in verband met de bouwwerken en hun directe omgeving; 4o in voorkomend geval, het technisch dossier in verband met de opening, de wijziging of de opheffing van een gemeenteweg. In afwijking van lid 1 mag de bebouwingsvergunning, indien het goed opgenomen is in de omtrek van een gemeentelijk stedenbouwkundig reglement, een algemeen reglement op de gebouwen in de beschermde gebieden van sommige gemeenten inzake stedenbouw of een algemeen reglement op gebouwen in landbouwgebieden, de voorschriften waarvan sprake in punt 3o niet bevatten. »

  390. Art. 45. In hoofdstuk II van titel I van Boek I van hetzelfde Wetboek wordt er een nieuwe afdeling 2 opgenomen, met volgend opschrift : « Afdeling 2. — Handelingen die onderworpen zijn aan de stedenbouwkundige vergunning voor groepen van bouwwerken »

  391. Art. 46. Er wordt in hetzelfde Wetboek een nieuw artikel 89 opgenomen, luidend als volgt : « Art. 89. De stedenbouwkundige vergunning voor groepen van bouwwerken beoogt de uitvoering van meerdere gebouwen die geheel of gedeeltelijk voor bewoning bestemd zijn, die een geheel vormen en die het voorwerp uitmaken van één en dezelfde aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning. »

  392. Art. 47. In hoofdstuk II van titel I van Boek I van hetzelfde Wetboek wordt er een nieuwe afdeling 3 opgenomen, met volgend opschrift : « Afdeling 3. — Handelingen die niet onderworpen zijn aan de bebouwingsvergunning »

  393. Art. 48. In artikel 90 van hetzelfde Wetboek worden volgende wijzigingen aangebracht : 1o lid 1wordt vervangen als volgt : ″§ 1. Volgende handelingen zijn niet onderworpen aan de bebouwingsvergunning : 1o de schenkingsakten; 2o de onopzettelijke daden; 3o de akten van verdeling om uit een onverdeeldheid van erfrechten te treden, op voorwaarde dat er niet meer kavels dan mede-erfgenamen zijn; 39590 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 4o de verdeling van een goed gelegen tussen twee bestaande bouwwerken sinds minstens vijf jaar, die maximum honderd meter van elkaar verwijderd zijn en voor zover dat goed en die bouwwerken langs de weg en aan dezelfde kant van een openbare weg gelegen zijn die voldoende toegerust is met water, elektriciteit, voorzien van een wegverharding en die voldoende breed is, rekening houdend met de ligging en voor zover de voorwaarden van het Waterwetboek inzake de zuivering van afvalwater voor het betrokken goed in acht worden genomen; 5o in het kader van een stedenbouwkundige vergunning voor groepen van bouwwerken de aanleg van één of meerdere kavels die elk een bouwwerk bevatten dat geheel of gedeeltelijk voor bewoning bestemd is, waarvan minstens twee derde van de bouwwerken het voorwerp hebben uitgemaakt van de verklaring bedoeld in artikel 139 waarbij bevestigd wordt dat de werken zijn uitgevoerd en dat ze overeenstemmen met de verstrekte vergunning of reeds op plan zijn verkocht. § 2. Bij verdeling van een goed dat niet het voorwerp uitmaakt van een aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning en waarvan alle of een deel van de te vormen kavels geheel of gedeeltelijk voor bewoning bestemd zijn, deelt de notaris het gemeentecollege en de gemachtigd ambtenaar minstens dertig dagen voor de voorziene datum voor de openbare verkoop of de ondertekening van de akte het plan van verdeling mee, evenals een verklaring waarin de aard van de handeling en de bestemming van elke gevormde kavel die in de akte vermeld zal worden, nader worden aangegeven″; 2o lid 2 wordt § 3 en hetzelfde lid wordt gewijzigd als volgt : a) de woorden ″Het college en de ambtenaar″ worden vervangen door volgende woorden : ″Het gemeentecollege of de gemachtigd ambtenaar″; b) de woorden ″aan een stedenbouwkundige of aan een verkaverlingsvergunning″ worden vervangen door volgende woorden : ″aan een verkavelingsvergunning, een bebouwingsvergunning of een stedenbouwkundige vergunning″; 3o de leden 3, 4 en 5 vormen een nieuwe § 4.

  394. Art. 49. Artikel 91 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen door volgende tekst : « Art. 91. Voor zover de stedenbouwkundige vergunning of de vergunning voor groepen van bouwwerken die de opening, de wijziging of de opheffing van een gemeenteweg inhoudt het technisch dossier bevat bedoeld in artikel 88, § 3, 4o, geldt zij als stedenbouwkundige vergunning voor de uitvoering van de handelingen en werkzaamheden betreffende die weg. De bebouwingsvergunning of de vergunning voor groepen van bouwwerken stelt de gemeente van elke andere formaliteit inzake rooilijn vrij. »

  395. Art. 50. Het opschrift van afdeling 3 van hoofdstuk II van titel V van Boek I van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : « Afdeling 4. — Gevolgen van de bebouwingsvergunning en van de stedenbouwkundige vergunning voor groepen van bouwwerken »

  396. Art. 51. Artikel 92 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : « Art. 92. Met uitzondering van het technisch dossier bedoeld in artikel 88, § 3, 4o, heeft de bebouwingsvergunning regelgevende waarde. Op de dag waarop de bouw, de aanleg, de infrastructuren of de gebouwen bedoeld in artikel 88, § 1, lid 2, het voorwerp uitmaken van de verklaring bedoeld in artikel 139 waarbij bevestigd wordt dat de werken uitgevoerd zijn en overeenstemmen met de verstrekte vergunningen, dooft de regelgevende waarde van de stukken van de bebouwingsvergunning bedoeld in artikel 88, § 3, 1o, 2o en 3o, uit en gelden die stukken voor de betrokken kavel als stedenbouwkundig en leefmilieuverslag in de zin van artikel 18ter. »

  397. Art. 52. Artikel 93 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : « Art. 93. Vóór elke akte tot aanwijzing, overdracht of oprichting van een zakelijk recht of vóór elke akte waarbij een persoonlijk genotsrecht van meer dan negen jaar toegekend wordt betreffende een kavel bedoeld bij een bebouwingsvergunning of een stedenbouwkundige vergunning voor groepen van bouwwerken, moet voor de notaris akte verleden worden van de verdeling die betrekking heeft op de kavels en waarin de vergunning vermeld wordt evenals, in voorkomend geval, de nadere wijze van beheer van de delen die gemeen zijn aan alle of een deel van de kavels. De akte wordt overgeschreven op de hypotheekbewaring van het arrondissement waarin het goed gelegen is, op benaarstiging van de notaris die de akte ontvangen heeft, binnen de twee maanden na ontvangst van die akte. »

  398. Art. 53. In artikel 94 van hetzelfde Wetboek worden volgende wijzigingen aangebracht : 1o lid 1wordt vervangen als volgt : ″De notaris geeft kennis van de bepalingen van, al naar gelang, de bebouwingsvergunning of de stedenbouw- kundige vergunning voor groepen van woningen evenals van, in voorkomend geval, de wijzigingsbepalingen. Daarvan wordt in de akte melding gemaakt, evenals van de datum van de vergunning″; 2o het derde lid vervalt. MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39591

  399. Art. 54. In artikel 95 van hetzelfde Wetboek worden volgende wijzigingen aangebracht : 1o leden één en twee worden als volgt vervangen : « Niemand kan tot de verdeling overgaan van, al naar gelang, een deel van een goed dat het voorwerp uitmaakt van een bebouwingsvergunning of van een deel van een goed dat het voorwerp uitmaakt van een stedenbouwkundige vergunning voor groepen van bouwwerken, die stedenbouwkundige lasten tot gevolg heeft, of de opening, de wijziging of de opheffing van een gemeenteweg voordat de houder van de vergunning ofwel de opgelegde handelingen, werken en lasten heeft uitgevoerd ofwel de financiële waarborgen heeft verstrekt die nodig zijn voor de uitvoering ervan. Het volbrengen van die formaliteit wordt vastgesteld in een attest verstrekt door het gemeentecollege en per zending gericht aan de houder van de vergunning. Een afschrift van de zending wordt aan de gemachtigde ambtenaar gericht. »; 2o in lid 3 vervallen het woorddeel ″verkavelings″ en de woorden ″van de verkaveling″; 3o in lid 4 vervalt het woorddeel ″verkavelings″ en worden de woorden ″in artikel 89″ vervangen door de woorden ″in artikel 88″.

  400. Art. 55. In artikel 96 van hetzelfde Wetboek worden de woorden ″omtrent een verkavelingsvergunning″ vervangen door de volgende woorden : ″betreffende een bebouwingsvergunning of een stedenbouwkundige vergunning voor groepen van bouwwerken″.

  401. Art. 56. Het opschrift van afdeling 4 van hoofdstuk II van titel V van Boek I van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : « Afdeling 5. — Verval van de bebouwingsvergoeding en verval of verlenging van de stedenbouwkundige vergunning voor groepen van bouwwerken die de opening, de wijziging of de opheffing van een gemeenteweg inhoudt″.

  402. Art. 57. Artikel 98 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : « Art. 98. Binnen de vijf jaar na verzending ervan vervalt de bebouwingsvergunning waarbij de houder ervan handelingen, werken of lasten worden opgelegd voor het overige deel indien de houder de opgelegde handelingen, werken of lasten niet heeft uitgevoerd of de vereiste financiële waarborgen niet heeft verstrekt. Binnen de vijf jaar na verzending ervan vervalt de bebouwingsvergunning waarbij de houder ervan handelingen, werken of lasten worden opgelegd voor het deel van het goed dat het voorwerp niet heeft uitgemaakt van de registratie van één van de handelingen bedoeld in artikel 88, § 1, lid 4. »

  403. Art. 58. Artikel 99 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : « Art. 99. Indien de uitvoering van de bebouwingsvergunning gefaseerd mag verlopen, bepaalt de vergunning het tijdstip waarop de vijfjarige vervaltermijn ingaat voor elke fase buiten de eerste. »

  404. Art. 59. Artikel 100 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : « Art. 100. De bebouwingsvergunning vervalt van rechtswege. Het gemeentecollege kan het verval vaststellen in een proces-verbaal dat het per zending aan de houder van de vergunning richt. Een afschrift van de zending wordt aan de gemachtigd ambtenaar gericht. »

  405. Art. 60. Artikel 101 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : « Art. 101. De stedenbouwkundige vergunning voor groepen van bouwwerken die de opening, de wijziging of de opheffing van een gemeenteweg inhoudt vervalt of wordt verlengd overeenkomstig artikel 87. »

  406. Art. 61. Het opschrift van afdeling 5 van hoofdstuk II van titel V van Boek I van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : « Afdeling 6. — Wijziging van de bebouwingsvergunning »

  407. Art. 62. In artikel 102 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1o in lid 1oworden de woorden ″op verzoek″ vervangen door de volgende woorden : ″, ofwel op initiatief van het gemeentecollege ofwel op verzoek″; 2o in lid 2o worden de woorden ″van de stedebouwkundige voorschriften van de verkavelingsvergunning″ vervangen door de volgende woorden : ″van alle of van een deel van de documenten vervat in de bebouwingsvergunning″.

  408. Art. 63. Artikel 103 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : « Art. 103. § 1. De bepalingen die de bebouwingsvergunning regelen, zijn van toepassing op de wijziging ervan. Het gemeentecollege richt per zending een eensluidend afschrift van het verzoek aan alle eigenaars van een kavel. Het bewijs van de zendingen wordt bij de aanvraag gevoegd. De eventuele bezwaren worden per zending binnen de dertig dagen na ontvangst van het eensluidend afschrift van het verzoek gericht aan de gemachtigd ambtenaar. § 2. Bij initiatief van het gemeentecollege wordt de wijzigingsaanvraag behandeld overeenkomstig artikel 127, § 2. § 3. Indien het een aanvraag betreft van een eigenaar van een kavel en alvorens het verzoek in te dienen, richt laatstgenoemde er een eensluidend afschrift van per zending aan alle kaveleigenaars die de aanvraag niet medeondertekend hebben. Het bewijs van de zendingen wordt bij het verzoek gevoegd. De eventuele bezwaren worden per zending binnen de dertig dagen na ontvangst van het eensluidend afschrift van de aanvraag gericht aan het gemeentecollege. § 4. Wanneer de documenten vervat in de bebouwingsvergunning overeenkomstig artikel 92 hun geldigheid als stedenbouwkundig en leefmilieuverslag gekregen hebben, geschiedt hun wijziging overeenkomstig artikel 33. » 39592 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD

  409. Art. 64. Artikel 106 van hetzelfde Wetboek wordt gewijzigd als volgt : « Art. 106. Indien de aanvrager een wijzinging van de bebouwingsvergunning gekregen heeft vóór iedere akte tot aanwijzing, overdracht of oprichting van een zakelijk recht of iedere andere akte waarbij een persoonlijk genotsrecht van meer dan negen jaar wordt toegekend, dient er een akte voor notaris verleden te worden van de wijzigingen die in de bebouwingsvergunning worden aangebracht. De akte die verband houdt met de kavel wordt overgeschreven op de hypotheekbewaring van het arrondissement waarin het goed gelegen is, op benaarstiging van de notaris die de akte ontvangen heeft, binnen de twee maanden na ontvangst van die akte. »

  410. Art. 65. In artikel 107 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1o aan het begin van paragraaf 1worden de woorden ″afgegeven door het college van burgemeester en schepenen″ vervangen door de woorden : ″De vergunning wordt verstrekt door het gemeentecollege,″ en vervallen de woorden ″dat een afschrift ervan samen met het dossier naar de gemachtigde ambtenaar stuurt de dag waarop de vergunning naar de aanvrager wordt verzonden″; 2o in dezelfde paragraaf wordt lid 1o, punt 2o vervangen als volgt : ″hetzij een niet-vervallen verkavelings- of bebouwingsvergunning″; 3o in hetzelfde lid vervallen de woorden : ″of indien het voorafgaand advies van de gemachtigde ambtenaar niet vereist is voor de uit te voeren handelingen en werken omdat ze voorkomen op de lijst die krachtens artikel 84, § 2, door de Regering is vastgesteld″; 4o in dezelfde paragraaf, lid 2, worden de woorden ″of een verkavelingsvergunning″ vervangen door volgende woorden : ″, een verkavelings- of een bebouwingsvergunning.″; 5o in dezelfde paragraaf worden twee nieuwe leden, namelijk 3 en4, ingevoegd, luidend als volgt : « De vergunning wordt zonder voorafgaandelijk advies van de gemachtigd ambtenaar verstrekt : 1o ofwel indien de uit te voeren handelingen en werken bedoeld zijn in artikel 84, § 1, 2o, 6o, 10o tot 13o; 2o ofwel in volgende gevallen : a) een bestaand bouwwerk ombouwen voor zover diens grondinneming hoogstens verdubbeld wordt; b) een bijgebouw bouwen of herbouwen of een installatie plaatsen, zelfs in niet-duurzame materialen, geïsoleerd, niet bestemd voor bebouwing en die een functionele eenheid vormt met een bestaand bouwwerk of een geheel van bestaande bouwwerken voor zover de grondinneming van het opgetrokken geheel hoogstens verdubbeld is; c) in de nabije omgeving van een bouwwerk of van een behoorlijk gemachtigde installatie, handelingen of werken uitvoeren voor de inrichting op de bodem zoals wegen, parkeerruimtes in de open lucht, geringe wijzigingen in het reliëf van de bodem, vijvers, niet overdekte zwembaden, niet overdekte sportvelden, omheinings- of steunmuren evenals het plaatsen van reservoirs of omheiningen; d) één of meer modules plaatsen voor de productie van elektriciteit of warmte waarmee ieder bouwwerk, iedere installatie of ieder gebouw bevoorraad worden, gelegen op hetzelfde onroerend goed waarvan de energiebron hernieuwbaar is; e) wanneer de handelingen en werken, wegens hun aard of hun impact, opgenomen zijn in een lijst vastgelegd door de Regering. De dag zelf van de verzending van de vergunning aan de aanvrager maakt het gemeentecollege de vergunning met het dossier per zending over aan de gemachtigd ambtenaar. »; 6o de leden 3 tot 4 worden de leden 5 tot 7.

  411. Art. 66. De eerste twee leden van artikel 108, § 1, van het Wetboek worden vervangen als volgt : « § 1. De gemachtigd ambtenaar dient na te gaan of : 1o de procedure voor het verstrekken van de vergunning regelmatig is; 2o de vergunning met redenen omkleed is; 3o de vergunning overeenstemt met de dwingende bepalingen getroffen krachtens het Wetboek of, bij ontstentenis, met de afwijking toegestaan overeenkomstig de artikelen 110 tot en met 113; 4o de vergunning overeenstemt met de bepalingen met indicatieve waarde getroffen krachtens het Wetboek of, bij ontstentenis, of ze behoorlijk met redenen omkleed is; 5o de vergunning overeenstemt met de wet van 12 juli 1956 tot vaststelling van het statuut der autowegen en de perceelsgewijze plannen goedgekeurd door de Regering overeenkomstig artikel 6 van die wet. Indien de vergunning niet voldoet aan de punten 1 tot en met 5o van vorig lid, schort de gemachtigd ambtenaar de beslissing van het gemeentecollege op. »

  412. Art. 67. Lid 1 van artikel 109 wordt vervangen als volgt : « De vergunning wordt verstrekt overeenkomstig artikel 107, maar na eensluidend advies van de gemachtigd ambtenaar : 1o wanneer ze betrekking heeft op onroerende goederen opgenomen in een Natura 2000-gebied dat voor- of vastgesteld wordt overeenkomstig de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud; 2o wanneer ze betrekking heeft op onroerende goederen die op de beschermingslijst staan, beschermd zijn, gelegen zijn in een in artikel 209 van het Wetboek bedoeld beschermingsgebied of in een locatie opgenomen in de inventaris van de archeologische locaties bedoeld in artikel 233; in de gevallen en volgens de nadere regels vastgesteld door de Regering, wordt de vergunning verstrekt op grond van een erfgoedattest of een definitief samenvattend proces- verbaal. »

  413. Art. 68. In artikel 111, lid 2, van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium vervallen de woorden ″die overeenstemmen met het gewestplan of die bestaan vóór de inwerkingtreding van het gewestplan en waarvan de uitbreiding gepland is in de omtrek bedoeld in artikel 1, 5o, van het decreet van 11 maart 2004 betreffende de ontsluitingsinfrastructuur voor economische bedrijvigheid″. MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39593

  414. Art. 69. In artikel 111, lid 2, van hetzelfde Wetboek worden tussen de woorden ″Voor economische″ en de woorden : ″behoeften″ volgende woorden ingevoegd : ″of toeristische″.

  415. Art. 70. Artikel 113 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : « Art. 113. Voor zover de geplande handelingen en werken de krachtlijnen van het landschap ofwel in acht nemen, ofwel structureren, ofwel opnieuw uittekenen, kan er een stedenbouwkundige vergunning verleend worden in afwijking van : 1o de voorschriften van een gewestelijk stedenbouwkundig reglement, een gemeentelijk stedenbouwkundig reglement, een gemeentelijk plan van aanleg of de voorschriften met reglementaire waarde van een verkavelings- vergunning, in een mate die verenigbaar is met de algemene bestemming van het overwogen gebied en de stedenbouwkundige of architectonische opties; 2o de globale architectonische optie of de voorschriften betreffende de bouwwerken en hun nabije omgeving, met reglementaire waarde, een bebouwingsvergunning, in een mate die verenigbaar is met diens stedenbouwkundige optie. In dezelfde voorwaarden kan er een bebouwingsvergunning verleend worden in afwijking van de voorschriften van een gewestelijk stedenbouwkundig reglement, een gemeentelijk stedenbouwkundig reglement of een gemeentelijk plan van aanleg. »

  416. Art. 71. Artikel 114 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : « Art. 114. Voor elke vergunningsaanvraag die de toepassing van de bepaling van deze afdeling inhoudt, kunnen bij wijze van uitzondering één of meerdere afwijkingen worden toegekend voor zover de aanvraag vooraf onderworpen werd aan de bijzondere bekendmakingsmaatregelemen bepaald door de Regering, evenals aan de inzage bedoeld in artikel 4, lid 1, 3o. Na voorafgaandelijk advies van de gemachtigd ambtenaar verleent het gemeentecollege elke afwijking die uitsluitend betrekking heeft op de voorschriften van een gemeentelijk stedenbouwkundig reglement, een gemeentelijk plan van aanleg of een verkavelingsvergunning, evenals op de voorschriften van een bebouwingsvergunning bedoeld in artikel 88, § 3, 3o, behalve indien de aanvraag betrekking heeft op handelingen en werken zoals bedoeld in artikel 127, § 1. In de andere gevallen wordt elke afwijking door de Regering of de gemachtigd ambtenaar toegekend. »

  417. Art. 72. In artikel 119 van hetzelfde Wetboek worden de woorden ″bij ter post aangetekend schrijven″ vervangen door de woorden ″per zending″.

  418. Art. 73. Artikel 122 van hetzelfde Wetboek wordt opgeheven.

  419. Art. 74. In artikel 123, lid 1, van hetzelfde Wetboek wordt het cijfer ″122″ weggelaten.

  420. Art. 75. De titel van afdeling 7 van hoofdstuk III van titel V van Boek I van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : « Afdeling 7. — Procedure voor de beoordeling van de milieueffecten van de projecten »

  421. Art. 76. Artikel 124 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : « Art. 124. De vergunningsaanvragen worden beoordeeld op hun milieueffecten overeenkomstig deel V van Boek I van het Milieuwetboek. »

  422. Art. 77. Artikel 125 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : « Art. 125. Voorzover zij relevant en actueel zijn, kunnen de gehele of gedeeltelijke resultaten en gegevens die ingezameld werden tijdens een eerder uitgevoerde milieuevaluatie, opgenomen worden in het effectenonderzoek. Deze worden als dusdanig in het onderzoek opgenomen. »

  423. Art. 78. In afdeling 9 van hoofdstuk III van titel V van Boek I van hetzelfde Wetboek worden volgende wijzigingen aangebracht : 1o het nummer van de afdeling wordt 8; 2o in de nieuwe afdeling 8 worden bij het begin van artikel, § 1, de woorden ″84, § 1, en 89″ vervangen door volgende woorden : ″88, 89, 107 en 109″; 3) in dezelfde paragraaf vervalt punt 10o; 4o in hetzelfde artikel, § 4, lid 2, wordt er een punt 1o ingevoegd, luidend als volgt : ″1o zestig dagen indien de handelingen en de werken een beperkte impact hebben en indien de aanvraag geen bijzondere bekendmakingsmaatregelen noch het advies van de gemeentecommissie vereist;″; 5o in hetzelfde lid worden de punten 1o en 2o de punten 2o en 3o.

  424. Art. 79. In hoofdstuk III van titel V van Boek I van hetzelfde Wetboek wordt er een nieuwe afdeling 9 ingevoegd die een nieuw artikel 128 bevat ter vervanging van artikel 128 en luidend als volgt : « Afdeling 9. — Stedenbouwkundige lasten »

  425. Art. 128. § 1. De vergunning bedoeld in artikel 88, 89, 107 of 127 wordt geweigerd of aan voorwaarden verbonden indien er op een grond gebouwd wordt of indien een grond bebouwd wordt die geen toegang heeft tot een weg die voldoende toegerust is met water en elektriciteit, voorzien is van een wegverharding en die voldoende breed is, rekening houdend met de ligging, en voor zover voor het betrokken perceel of de betrokken percelen niet tegemoet wordt gekomen aan de voorwaarden van het Waterwetboek inzake zuivering van het afvalwater. 39594 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD § 2. Onverminderd de toepassing van artikel 129quater kunnen het gemeentecollege, de gemachtigd ambtenaar of de Regering op initiatief van de aanvrager of van ambtswege het verstrekken van de vergunningen ondergeschikt maken aan de opening, de opheffing of de wijziging van gemeentewegen en aan de lasten die zij nuttig achten op te leggen aan de aanvrager met inachtneming van het proportionaliteitsbeginsel. Naast het verstrekken van financiële waarborgen nodig voor de uitvoering ervan worden de lasten overgenomen door de aanvrager en dekken ze de aanleg of de hernieuwing van wegen, openbare groengebieden, de uitvoering of de renovatie van bouwwerken of openbare of gemeenschappelijke voorzieningen en alle milieuvriendelijke maatregelen. Daarnaast kunnen het gemeentecollege, de gemachtigd ambtenaar of de Regering het verstrekken van de vergunning ondergeschikt maken aan een verklaring waarbij de aanvrager zich op het ogenblik waarop de werken aangevat worden ertoe verbindt de gemeente of het Gewest om niet, vrij en onbelast, en zonder kosten voor haar, de eigendom van wegen, openbare ruimten, bouwwerken of openbare of gemeenschappelijke voorzieningen af te staan. § 3. Indien de vergunningsaanvraag betrekking heeft op een goed gelegen langs een gewest- of provincieweg, legt de overheid die ermee belast is de aanvraag te behandelen het advies voor aan betrokken administratie. »

  426. Art. 80. In hoofdstuk III van titel V van Boek I van hetzelfde Wetboek wordt het opschrift van afdeling 10 vervangen als volgt : « Afdeling 10. — Gemeentewegen »

  427. Art. 81. Artikel 129 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : « Art. 129. § 1. De huidige of toekomstige algemene rooilijn van de wegen waarmee de grens vastgesteld wordt tussen het publiek domein en het privé-domein die tegen de openbare weg aan ligt, wordt in een plan opgenomen. De huidige of toekomstige bijzondere rooilijn waarmee de grens vastgesteld wordt tussen de openbare weg en een privé-goed kan vastgelegd worden door het gemeentecollege overeenkomstig artikel L1123-23, 6o, van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie. § 2. De gemeentewegen of de onbenoemde wegen kunnen opgenomen worden in een rooiplan. § 3. De gemeenteraad beslist het ontwerp-rooiplan op te maken. Op verzoek van de gemeenteraad wordt het ontwerp-rooiplan door het gemeentecollege opgemaakt en aan een openbaar onderzoek onderworpen. Onmiddellijk na de sluiting van het openbaar onderzoek legt het gemeentecollege het ontwerp-rooiplan ter advies voor aan het provinciecollege. Binnen de zestig dagen te rekenen van de ontvangst van het verzoek om advies maakt het provinciecollege zijn advies over aan het gemeentecollege; bij ontstentenis wordt diens advies gunstig geacht. Binnen de honderdtwintig dagen te rekenen van de sluiting van het openbaar onderzoek neemt de gemeenteraad kennis van de uitslagen van het openbaar onderzoek en van het advies van het provinciecollege en legt hij in voorkomend geval het rooiplan vast; bij ontstentenis wordt het rooiplan geweigerd geacht. Het pubiek wordt erover ingelicht op de wijzen bedoeld in artikel L1133-1 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie. De bepalingen betreffende de aanneming van het rooiplan zijn van toepassing op de herziening of de opheffing ervan. De Regering kan de vormen en de inhoud van het rooiplan vastleggen. § 4. Het rooiplan wordt vastgelegd onverminderd de burgerlijke rechten van derden. Het rooiplan kan evenwel als titel dienen voor de voorschriften vastgelegd bij het Burgerlijk Wetboek. »

  428. Art. 82. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 129bis ingevoegd, luidende : « Art. 129bis. § 1. Niemand kan een gemeenteweg openen, wijzigen of opheffen zonder het voorafgaandelijk akkoord van de gemeenteraad of, in voorkomend gaval, van de Regering. In de zin van dit artikel bestaat de wijziging van een gemeenteweg uit een verbreding of een versmalling van de ruimte voor de doorgang van het publiek, met uitsluiting van de uitrusting van de wegen. Onder ruimte voor de doorgang van het publiek wordt de ruimte verstaan tussen de buitengrenzen van de oppervlakte die op onverschillige wijze bestemd is voor de gebruikers, met inbegrip van het parkeren van de voertuigen en de bermen. De Regering kan de lijst bepalen van de wijzigingen die niet voorgelegd worden aan het voorafgaandelijk akkoord bedoeld in lid 1. § 2. Elke natuurlijke of rechtspersoon die een belang aantoont, de gemeenteraad, de Regering, de gemachtigd ambtenaar of de technisch ambtenaar en de gemachtigd ambtenaar samen kunnen per zending aan de gemeenteraad een aanvraag voorleggen tot opening, wijziging of opheffing van een gemeenteweg volgens volgende procedure : 1o binnen de dertig dagen te rekenen van de ontvangst van de aanvraag legt het gemeentecollege de aanvraag voor aan een openbaar onderzoek; binnen de vijftien dagen te rekenen van de sluiting van het openbaar onderzoek maakt het gemeentecollege de aanvraag en de uitslagen van het openbaar onderzoek aan de gemeenteraad over; 2o de gemeenteraad neemt kennis van de uitslagen van het openbaar onderzoek en stemt, binnen de zestig dagen te rekenen van de ontvangst van de aanvraag, in voorkomend geval, in met de opening, de wijziging of de opheffing van de gemeenteweg; indien er geen beslissing getroffen is binnen de opgelegde termijn, kan de aanvrager of de Regering per zending een rappelbrief sturen aan de gemeenteraad; indien er geen beslissing is van de gemeenteraad binnen een termijn van dertig dagen te rekenen van de ontvangst van de rappelbrief wordt de aanvraag geweigerd geacht; het gemeentecollege licht de aanvrager of de overheid die de aanvraag voorgelegd heeft binnen de vijftien dagen te rekenen van de beslissing of het uitblijven van de beslissing, in; het publiek wordt ingelicht volgens de wijzen bedoeld in artikel L1133-1 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie; 3o de aanvrager, de overheid die aanvraag voorgelegd heeft of elke derde die een bewijs aantoont kan per zending een beroep indienen bij de Regering binnen de vijftien dagen te rekenen van de kennisneming van de beslissing of van het uitblijven van de beslissing van de gemeenteraad; bij ontstentenis wordt het beroep onontvankelijk verklaard; MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39595 4o binnen de zestig dagen te rekenen van de ontvangst van het beroep geeft de Regering per zending kennis van zijn beslissing aan de indiener van het beroep en aan de gemeenteraad, aan de aanvrager en aan de overheid die de aanvraag heeft ingediend; bij ontstentenis wordt de beslissing van de gemeenteraad bevestigd; het publiek wordt ingelicht volgens de wijzen bedoeld in artikel L1133-1 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie. § 3. Het dossier met de aanvraag tot opening, wijziging of opheffing van een gemeenteweg, overgemaakt aan de gemeenteraad, bevat een algemeen plan van het netwerk van de wegen waarin de aanvraag kadert, evenals een verantwoording van de aanvraag ten opzichte van de bevoegdheden van de gemeente inzake reinheid, gezondheid, veiligheid, rust, gebruiksvriendelijkheid en comfort van de doorgang in de openbare ruimten. Behalve voor de redenen van algemeen nut moeten de aanvragen ertoe strekken de vermazing van de wegen in stand te houden of te verbeteren, de doorgang van de zwakke weggebruikers vlotter te maken en het gebruik van zacht verkeer aan te moedigen. De Regering kan de vormen van de aanvraag en het beroep nader bepalen. § 4. Het akkoord van de gemeenteraad of de Regering stelt niet vrij van de vereiste stedenbouwkundige vergunning. Het akkoord van de gemeenteraad of de Regering vervalt binnen de vijf jaar na zending ervan indien de vergunning niet is uitgevoerd. Indien zij gedeeltelijk is uitgevoerd binnen de vijf jaar na zending ervan, vervalt het akkoord van de gemeenteraad of de Regering enkel voor het overige deel. »

  429. Art. 83. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 129ter ingevoegd, luidend als volgt : « Art. 129ter. In afwijking van artikel 129, § 3, leden 1 en 2, kan de aanvrager, indien de aanvraag tot opening, wijziging of opheffing van een gemeenteweg zoals bedoeld in artikel 129bis de wijziging van een rooiplan inhoudt, een ontwerp-rooiplan opmaken en tegelijk de aanvraag en het ontwerp-rooiplan aan het gemeentecollege versturen. In dat geval onderwerpt het gemeentecollege de aanvraag samen met het ontwerp-rooiplan aan een openbaar onderzoek. De duur van het gezamenlijk openbaar onderzoek stemt overeen met de maximumduur vereist door de verschillende procedures. Met twee afzonderlijke beslissingen spreekt de gemeenteraad zich tegelijk uit over de aanvraag en over het ontwerp-rooiplan. De termijn van zestig dagen bedoeld in artikel 129bis, § 2, 2o, wordt verdubbeld. Alle andere bepalingen van artikel 129bis, § 2, zijn van toepassing voor de aanvraag. De leden 3 tot 6 van artikel 129, § 3, blijven van toepassing voor het ontwerp-rooiplan. »

  430. Art. 84. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 129quater ingevoegd, luidend als volgt : « Art. 129quater. Indien de vergunningsaanvraag bedoeld in de artikelen 84, 88 of 89 meer bepaald betrekking heeft op de opening, de wijziging of de opheffing van een gemeenteweg onderwerpt de overheid die met de behandeling belast is, in het stadium van de invulling van de vergunningsaanvraag of op elk ogenblik dat zij nuttig acht, de aanvraag tot opening, wijziging of opheffing van een gemeenteweg aan de procedure bedoeld in artikel 129bis. Indien de vergunningsaanvraag bedoeld in de artikelen 84, 88 of 89 meer bepaald betrekking heeft op de opening, de wijziging of de opheffing van een gemeenteweg waarbij een wijziging van het rooiplan vereist is, zendt de overheid die met de behandeling belast is, in het stadium van de invulling van de vergunningsaanvraag of op elk ogenblik dat zij nuttig acht, de aanvraag tot opening, wijziging of opheffing van een gemeenteweg en het overeenkomstig artikel 129ter door de aanvrager opgemaakte ontwerp-rooiplan aan het gemeentecollege. In die gevallen worden de termijnen voor de behandeling van de vergunningsaanvraag verlengd met de termijn gebruikt voor het verkrijgen van de definitieve instemming betreffende de gemeenteweg en, in voorkomend geval, het rooiplanbesluit. Indien het voorwerp van de vergunningsaanvraag aan een openbaar onderzoek onderworpen wordt, richt het gemeentecollege een gezamelijk openbaar onderzoek in voor de vergunningsaanvraag, voor de aanvraag betreffende de gemeenteweg en, in voorkomend geval, voor het ontwerp-rooiplan. De duur van het gezamenlijk openbaar onderzoek stemt overeen met de maximumduur vereist door de verschillende procedures. »

  431. Art. 85. In artikel 136, lid 1, worden de cijfers ″89″ vervangen door de cijfers ″88″.

  432. Art. 86. In artikel 138, lid 2, van hetzelfde Wetboek worden de woorden ″of verkavelingsvergunningen″ vervangen door volgende woorden : ″, verkavelingsvergunningen of bebouwingsvergunningen″.

  433. Art. 87. In artikel 140 van hetzelfde Wetboek worden volgende wijzigingen aangebracht : 1o de woorden ″of verkavelingsvergunning″ worden vervangen door volgende woorden : ″of iedere bebouwingsvergunning″; 2o de woorden ″voor toeristische accomodatie″ worden vervangen door volgende woorden : « voor een vakantiedorp, een week-endverblijfpark of een toeristisch kampeerterrein in de zin van artikel 2, 14o, van het decreet van 18 december 2003 betreffende de toeristische logiesverstrekkende inrichtingen of in de zin van artikel 1 van het decreet van de Raad van de Duitstalige Gemeenschap van 9 mei 1994 over de campings en de kampeerterreinen. »; 3o het artikel wordt aangevuld met volgende woorden : « of een stedenbouwkundig en leefmilieuverslag, goedgekeurd door de Regering. »

  434. Art. 88. In artikel 151, lid 1, van hetzelfde Wetboek worden, na de woorden ″verkavelingsvergunning″, volgende woorden ingevoegd : ″of bebouwingsvergunning″. 39596 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD

  435. Art. 89. In artikel 154, lid 1, van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1o in punt 1o worden de woorden ″een terrein in de zin van artikel 89 verkavelen″ vervangen door de woorden ″een goed in de zin van artikel 88 bebouwen″; 2o in punt 2o worden de woorden ″de verkaveling van een terrein″ vervangen door de woorden ″de bebouwing van een goed zoals bedoeld in artikel 88″; 3o in punt 4o worden de woorden ″of verkavelingsvergunningen″ vervangen door de woorden ″, verkavelings- vergunningen of bebouwingsvergunningen″; 4o punt 7o wordt vervangen als volgt : « 7o een gemeenteweg openen, wijzigen of opheffen zonder de instemming zoals bedoeld in artikel 129bis, § 1. »

  436. Art. 90. In artikel 182, § 1, van hetzelfde Wetboek worden leden 1 en 2 vervangen als volgt : « De Regering neemt de lijst aan van de locaties waarvan het herstel op landschappelijk en leefmilieuvlak van gewestelijk belang is en waarvan hij de onteigening bedoeld in artikel 181 van algemeen nut kan verklaren. Voor elkeen van die locaties stelt de Regering vervolgens de onteigeningsomtrek en de omtrek van de locatie vast volgens de modaliteiten zoals bedoeld in artikel 168. » HOOFDSTUK II. — Wijzigingsbepalingen van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning

  437. Art. 91. Het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning wordt gewijzigd als volgt : 1o lid 2 van artikel 92, § 5, vervalt; 2o lid 4 van artikel 92, § 5, vervalt; 3o § 1 van artikel 96 wordt vervangen als volgt : § 1. Indien het gemengde ontwerp meer bepaald betrekking heeft op de opening, de wijziging of de opheffing van een gemeenteweg in de zin van artikel 129bis, § 1, van het Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium, wordt dit door de technisch ambtenaar en de gemachtigd ambtenaar vermeld in de beslissing waarbij de volledigheid en de ontvankelijkheid van de aanvraag erkend wordt overeenkomstig artikel 86 en wordt de aanvraag betreffende de gemeenteweg onderworpen aan de procedure zoals bepaald in artikel 129bis, § 2, van genoemd Wetboek. Indien een beroep bij de Regering aanhangig wordt gemaakt betreffende een gemengd ontwerp zoals bedoeld in lid 1 en de Regering vaststelt dat de procedure zoals bedoeld in artikel 129bis, § 2, van genoemd Wetboek niet is uitgevoerd, onderwerpen de Regering of, tegelijk, de besturen die ermee belast zijn het samenvattend verslag neer te schrijven, de aanvraag betreffende de gemeenteweg aan bedoeld procedure. In die gevallen worden de termijnen bedoeld in, respectievelijk, de artikelen 93, § 1, en 95, § 7, verlengd met de termijn gebruikt voor het verkrijgen van de definitieve beslissing betreffende de gemeenteweg. In afwijking van de artikelen 87, lid 1, 3o, en 90, heeft het openbaar onderzoek ingericht in het kader van de aanvraag betreffende de gemeentweg eveneens betrekking op het gemengde project zoals bedoeld in lid 1. In afwijking van artikel 129bis, § 2, van genoemd Wetboek wordt het openbaar onderzoek ingericht in het kader van de aanvraag betreffende de gemeentweg ingericht volgens de nadere bepalingen omschreven in Boek I van het Milieuwetboek. De duur van het gezamenlijk openbaar onderzoek stemt overeen met de maximumduur vereist door de verschillende betrokken procedures. »; 4o in artikel 97, lid 3, derde streepje worden de volgende wijzigingen aangebracht : — het cijfer ″88″ wordt vervangen door het cijfer ″87″; — tussen de cijfers ″127, § 3″ en ″131″ worden volgende cijfers ingevoegd : ″, 129bis, §§ 1 en 3″. HOOFDSTUK III. — Wijzigingsbepalingen van het decreet van 11 maart 2004 betreffende de ontsluitingsinfrastructuur voor economische bedrijvigheid

  438. Art. 92. In artikel 1, 4o, van het decreet van 11 maart 2004 betreffende de ontsluitingsinfrastructuur voor economische bedrijvigheid worden volgende wijzigingen aangebracht : 1o de woorden ″, de publiekrechtelijke rechtspersoon, de dochtermaatschappij van de maatschappijen bedoeld in artikel 3, § 1, 21o tot 28o, van het decreet van 12 februari 2004 betreffende de overheidsbestuurder aangewezen door de Regering″ worden ingevoegd tussen de woorden ″de intercommunale″ en ″of de vereniging″; 2o de woorden ″, tussen één of meerdere publiekrechtelijke rechtspersonen of dochtermaatschappij van de maatschappijen bedoeld in artikel 3, § 1, 21o tot 28o, van het decreet van 12 februari 2004 betreffende de overheidsbestuurder aangewezen door de Regering en één of meerdere gemeenten of intercommunales″ worden ingevoegd tussen de woorden ″of meerdere gemeenten″ en ″of tussen één of meerdere intercommunales″.

  439. Art. 93. In hetzelfde decreet wordt een hoofdstuk Iter ingevoegd, luidend als volgt : « HOOFDSTUK 1ter. — Wijziging of opheffing van de omtrek

  440. Art. 1quater. Na beëindiging van de inrichting van de omtrek kan de Regering, op eigen initiatief of op voorstel van de leidend ambtenaar of van de gemeenteraad, de omtrek opheffen of wijzigen. Het besluit tot opheffing of wijziging van de omtrek wordt bij vermelding in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. »

  441. Art. 94. In artikel 1bis van hetzelfde decreet worden de woorden ″onverminderd artikel 2″ ingevoegd na het woord ″kan″.

  442. Art. 95. In artikel 16 van hetzelfde decreet worden volgende wijzigingen aangebracht : 1o in § 1 worden de woorden ″, de publiekrechtelijke rechtspersonen, de dochtermaatschappijen van de maatschappijen bedoeld in artikel 3, § 1, 21o tot 28o, van het decreet van 12 februari 2004 betreffende de overheidsbestuurder aangewezen door de Regering″ ingevoegd tussen de woorden ″aan de gemeenten″ en ″en de intercommunales″; 2o in § 2 worden de woorden ″, de publiekrechtelijke rechtspersoon, de dochtermaatschappij van de maatschappijen bedoeld in artikel 2, § 1, 21o tot 28o, van het decreet van 28o februari 12 betreffende de overheidsbestuurder aangewezen door de Regering″ worden ingevoegd tussen de woorden ″de gemeente″ en ″of de intercommunale″. MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39597

  443. Art. 96. In artikel 17, § 2, van hetzelfde decreet worden de woorden ″, de publiekrechtelijke rechtspersoon, de dochtermaatschappij van de maatschappijen bedoeld in artikel 2, § 1, 21o tot 28o, van het decreet van 12 februari 2004 betreffende de overheidsbestuurder aangewezen door de Regering″ worden ingevoegd tussen de woorden ″de gemeente″ en ″of de intercommunale″.

  444. Art. 97. In artikel 18, § 1, van hetzelfde decreet worden tussen de woorden ″de intercommunales″ en de woorden ″en aan de natuurlijke of rechtspersonen in vereniging″ volgende woorden ingevoegd : ″, de publiekrechtelijke rechtspersonen, de dochtermaatschappijen van de maatschappijen bedoeld in artikel 3, § 1, 21o tot 28o, van het decreet van 12 februari 2004 betreffende de overheidsbestuurder aangewezen door de Regering″.

  445. Art. 98. In artikel 21, § 3, lid 2, van hetzelfde decreet worden de woorden ″, de publiekrechtelijke rechtspersoon, de dochtermaatschappij van de maatschappijen bedoeld in artikel 3, § 1, 21o tot, 28o, van het decreet van 12 februari 2004 betreffende de overheidsbestuurder aangewezen door de Regering″ worden ingevoegd tussen de woorden ″de gemeente″ en ″of de intercommunale″.

  446. Art. 99. In artikel 23 van hetzelfde decreet worden volgende wijzigingen aangebracht : 1o in § 2 worden de woorden ″, de publiekrechtelijke rechtspersoon, de dochtermaatschappij van de maatschappijen bedoeld in artikel 3, § 1, 21o tot 28o, van het decreet van 12 februari 2004 betreffende de overheidsbestuurder aangewezen door de Regering″ ingevoegd tussen de woorden ″de gemeente″ en ″of de intercommunale″. 2o in § 3, derde lid, worden de woorden ″, de publiekrechtelijke rechtspersoon, de dochtermaatschappij van de maatschappijen bedoeld in artikel 3, § 1, 21o tot 28o, van het decreet van 12 februari 2004 betreffende de overheidsbestuurder aangewezen door de Regering″ ingevoegd tussen de woorden ″de gemeente″ en ″of de intercommunale″. HOOFDSTUK IV. — Slot-, overgangs- en opheffingsbepalingen Afdeling 1. — Bepalingen betreffende het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium

  447. Art. 100. De artikelen 57, lid 2, 104 en 126 van het Wetboek worden opgeheven. In hoofdstuk III van Titel V van Boek I van hetzelfde Wetboek vervalt Afdeling 8.

  448. Art. 101. In Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium worden de artikelen die de woorden ″college van burgemeester en schepenen″ bevat vervangen door het woord : ″gemeentecollege″.

  449. Art. 102. Artikel 8, lid 1, betreffende de opheffings-, overgangs- en slotbepalingen van het decreet van 27 november 1997 tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium wordt aangevuld met volgende tekst : ″of een stedenbouwkundig en leefmilieuverslag″.

  450. Art. 103. Het recreatiegebied, ongeacht of het al dan niet aangrenzend is aan een woongebied, aan een woongebied met een landelijk karakter of aan een ontsloten een gebied waarvan de inrichting door de gemeente aan een overlegprocedure is onderworpen dat geheel of gedeeltelijk voor verblijven wordt bestemd, mag bij wijze van uitzondering woningen bevatten, evenals ambachtelijke activiteiten, dienstverlenende activiteiten, sociaal-culturele uitrustingen, inrichtingen voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen, voor zover tegelijk : 1o een stedenbouwkundige vergunning verstrekt is voor groepen van bouwwerken, of een verkavelings- vergunning, voor inwerkingtreding van dit decreet; 2o de wegen en de openbare of gemeenschappelijke ruimten van het gebied onder het publiek domein vallen; 3o de ambachtelijke, dienstverlenende activiteiten, de activiteiten van de sociaal-culturele voorzieningen, van de inrichtingen van openbare diensten en gemeenschappelijke uitrustingen elkaar aanvullen en onderworpen zijn aan de recreatie- of woonfunctie; 4o het gelegen is in de omtrek van een vooraf door de Regering goedgekeurd stedenbouwkundig en leefmilieuverslag; 5o het opgenomen is op de lijst van de recreatiegebieden aangenomen door de Waalse Regering voor opmaak van het stedenbouwkundig en leefmilieuverslag.

  451. Art. 104. In de artikelen 97, lid 1, 102 en 105, evenals in het opschrift van Afdeling 5 van Hoofdstuk II van Titel V van Boek I van het Wetboek wordt het woord ″verkavelingsvergunning″ vervangen door het woord ″bebouwings- vergunning″.

  452. Art. 105. In artikel 120, leden 4 en 5, van het Wetboek worden de woorden ″het bestuur″vervangen door de volgende woorden : ″de algemene afvaardiging voor de beroepen″. Die wijzigingen treden in werking op de datum van inwerkingtreding van het besluit van de Regering bedoeld in artikel 3, § 3, lid 2. In lid 7 van hetzelfde artikel worden na de woorden ″artikel 109″ de woorden ″, 2″ ingevoegd.

  453. Art. 106. De opmaak of de herziening van een gemeentelijk plan van aanleg, voorlopig aangenomen voor de inwerkingtreding van dit decreet, kan verder worden behandeld volgens de voor die datum vigerende procedure.

  454. Art. 107. Wanneer is vastgesteld dat de belangen en de opties die geleid hadden tot de aanneming van het plan zijn ingelost door de uitvoering van de verkeersinfrastructuren of de aanleg van de bebouwbare gebieden, kan de gemeenteraad ofwel op eigen initiatief ofwel binnen de hem door de Regering opgelegde termijn beslissen tot de opheffing van de stedenbouwkundige voorschriften van een gemeentelijk plan van aanleg goedgekeurd voor de inwerkingtreding van dit decreet. In dat geval worden de bepalingen bedoeld in artikel 57ter, tweede lid, van toepassing.

  455. Art. 108. Wanneer het onteigeningsplan tegelijk wordt opgemaakt met het gemeentelijk plan van aanleg, blijven de aankopen, onteigeningen en afstanden van zakelijke rechten verricht in het kader van het onteigeningsbesluit aangenomen voor de inwerkingtreding van het decreet onderworpen aan de bepalingen die van toepassing waren voor die datum. 39598 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD

  456. Art. 109. Elke aanvraag voor een stedenbouwkundige, een verkavelingsvergunning of een wijziging van de verkavelingsvergunning waarvan het bericht van ontvangst dateert van voor de inwerkingtreding van dit decreet, wordt verder behandeld op grond van de bepalingen die van toepassing waren voor de inwerkingtreding van dit decreet en iedere toegekende stedenbouwkundige, verkavelingsvergunning of wijziging van de verkavelings- vergunning vervalt in voorkomend geval op grond van de bepalingen die van toepassing waren voor de inwerkingtreding van dit decreet. Onverminderd lid 1 wordt elke wijziging van een niet-vervallen verkavelingsvergunning toegekend op grond van de bepalingen die van toepassing waren voor de inwerkingtreding van dit decreet waarvan het bericht van ontvangst dateert van na de inwerkingtreding van de bepalingen betreffende de bebouwingsvergunning, behandeld op grond van de bepalingen betreffende de behandeling van de aanvraag tot wijziging van de bebouwingsvergunning. Zodra het bouwwerk dat gemachtigd is op grond van de toegekende bebouwingsvergunning het voorwerp uitmaakt van de verklaring bedoeld in artikel 139 waarbij bevestigd wordt dat de werken zijn uitgevoerd en conform zijn de verstrekte vergunning, wordt artikel 92, lid 2, toegepast. Onverminderd lid 1 stelt het gemeentecollege, wanneer alle bebouwbare kavels die onder een verkavelings- vergunning vallen, volgebouwd zijn, vast dat de regelgevende waarde van de bepalingen van de verkavelingsver- gunning wordt opgeheven en dat die bepalingen gelden als stedenbouwkundig en leefmilieuverslag. De regelgevende waarde van elk verdelingsplan vervat in of als bijlage bij elke niet vervallen verkavelings- vergunning die toegekend is op grond van de bepalingen die van toepassing waren voor de inwerkingtreding van de bepalingen betreffende de bebouwingsvergunning, wordt opgeheven. De wijzigingen die bij dit decreet zijn aangebracht in de punten 1o en 2o van lid 1, van artikel 154 van het Wetboek zijn niet van toepassing op de verkavelingsvergunningen verstrekt voor de inwerkingtreding van de bepalingen betreffende de bebouwingsvergunning of verstrekt op grond van lid 2. De bepalingen betreffende de bebouwingsvergunning en lid 3 van deze bepaling treden pas in werking op de door de Regering vastgestelde datum. In artikel 61 hebben de woorden ″of van het definitieve samenvattende proces-verbaal″ pas uitwerking vanaf 27 februari 2009. Afdeling 2. — Bepaling betreffende het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning

  457. Art. 110. De Regering kan een nieuwe codificatie vastleggen voor het geheel of een deel van de wet- en regelgevende bepalingen betreffende de ruimtelijke ordening, de stedenbouw, het erfgoed en de energie.

  458. Art. 111. Voor de toepassing van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning worden elke aanvraag voor een gemengd project dat meer bepaald betrekking heeft op de opening, de wijziging of de opheffing van een gemeenteweg, ingediend voor de inwerkingtreding van dit decreet, evenals de administratieve beroepen die erop betrekking hebben, behandeld volgens de regels die van toepassing zijn de dag van indiening van de aanvraag. Afdeling 3. — Bepalingen betreffende Boek 1 van het Milieuwetboek

  459. Art. 112. In artikel 49, b), van Boek I van het Milieuwetboek worden de cijfers ″80″ vervangen door de cijfers ″88″. Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Namen, 30 april 2009. De Minister-President, R. DEMOTTE De Minister van Huisvesting, Vervoer en Ruimtelijke Ontwikkeling, A. ANTOINE De Minister van Begroting, Financiën en Uitrusting, M. DAERDEN De Minister van Binnenlandse Aangelegenheden en Ambtenarenzaken, Ph. COURARD De Minister van Economie, Tewerkstelling, Buitenlandse Handel en Patrimonium, J.-C. MARCOURT De Minister van Onderzoek, Nieuwe Technologieën en Buitenlandse Betrekkingen, Mevr. M.-D. SIMONET De Minister van Vorming, M. TARABELLA De Minister van Gezondheid, Sociale Actie en Gelijke Kansen, D. DONFUT De Minister van Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Leefmilieu en Toerisme, B. LUTGEN Nota (1) Zitting 2008-2009. Stukken van het Waals Parlement 972 (2008-2009), nrs. 1 tot 1quinquies en 2 tot 23. Volledig verslag, openbare vergadering van 29 april 2009. Bespreking - Stemmingen. MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39599 SERVICE PUBLIC DE WALLONIE F. 2009 — 1925 [2009/202357] 5 FEVRIER 2009. — Arrêté du Gouvernement wallon portant approbation de modifications aux statuts de la SA Sofipole Le Gouvernement wallon, Vu la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles, modifiée par la loi du 8 août 1988, notamment les articles 6 et 9; Vu le décret du 6 mai 1999 modifiant la loi du 2 avril 1962 constituant une Société nationale d’Investissement et des Sociétés régionales d’investissement en son article unique; Vu les statuts de la Société régionale d’Investissement de Wallonie, approuvés par arrêté royal du 15 décem- bre 1978, modifiés par les arrêtés royaux des 24 octobre 1979, 8 février 1980, 14 mars 1980, 18 septembre 1980, 24 juin 1981, par les arrêtés de l’Exécutif régional wallon des 19 septembre 1984, 6 mars 1986, 19 septembre et 19 novembre 1987, 15 septembre 1988 et par les arrêtés du Gouvernement wallon des 12 octobre 1995, 23 mai 1996, 7 mars 2001, 24 juillet 2003, 12 février 2004 et 2 décembre 2004; Vu l’article 20 des statuts de la SA Sofipole; Vu l’arrêté du Gouvernement wallon 8 janvier 2008 fixant la répartition des compétences entre les Ministres et réglant la signature des actes du Gouvernement; Sur la proposition du Ministre de l’Economie, de l’Emploi et du Commerce extérieur, Arrête :

  460. Article 1er. Le Gouvernement wallon marque accord sur la proposition d’adaptation de l’article 3 des statuts de la Sofipole présentée.

  461. Art. 2. Le Gouvernement wallon marque accord sur le texte de l’article 3 des statuts, portant sur l’objet de la société et rédigé comme suit : « La Société a pour objet : 1o La réalisation et la mise à disposition sous forme de bail, leasing, vente, ou autrement d’infrastructures, bâtiments ou équipements destinés à des projets de pôles de compétitivité dans les secteurs suivants : a) sciences du vivant; b) agroalimentaire; c) ingénierie mécanique; d) transport et logistique; e) aéronautique et spatial, ou de tout autre pôle qui serait par la suite identifié, par décret ou arrêté du Gouvernement wallon, comme relevant des secteurs essentiels à la croissance future et au développement économique et social de la Région wallonne. Ne seront éligibles que les projets s’inscrivant dans ces domaines d’activité, qui sont sélectionnés par la Région wallonne et dont le plan financier montre le caractère viable à moyen et long terme et la capacité financière à s’acquitter de leurs engagements à l’égard de la Société. 2o L’octroi de prêts et/ou prise de participations dans des sociétés dont l’objet social est l’acquisition ou la construction de bâtiments ou d’ équipements en vue de les mettre à disposition de projets de pôles de compétitivité, sous forme de bail, leasing, vente ou autrement. 3o La réalisation et la mise à disposition sous forme de bail, leasing, vente, ou autrement d’infrastructures, bâtiments ou équipements destinés à des entreprises ou groupements d’entreprises relevants de ces mêmes secteurs d’activités. 4o L’octroi de prêts et/ou prise de participations dans des sociétés dont l’objet social est l’acquisition ou la construction de bâtiments ou d’ équipements en vue de les mettre à disposition à des entreprises ou groupes d’entreprises oeuvrant dans un domaine retenu comme pôle de compétitivité, sous forme de bail, leasing, vente ou autrement. 4obis L’intervention sous forme de capital, quasi-capital ou prêt dans des entreprises ou l’octroi de prêts à des sociétés commerciales, GIE ou association momentanée, constituées afin d’y loger les infrastructures/équipements nécessaires à la réalisation d’un projet retenu dans le cadre des pôles de compétitivité. 4oter L’octroi de prêts aux incubateurs de haute technologie, à l’égard desquels un décret ou un arrêté du Gouvernement wallon lui a délégué une mission, conformément au point 5 ci-après. 5o L’exécution de missions qui lui seraient déléguées par décret ou par arrêté du Gouvernement wallon visant à la gestion des participations et intérêts financiers de la Région wallonne : — dans des incubateurs privilégiant le développement de sociétés de hautes technologies quel que soit leur secteur d’activité; — dans des sociétés commerciales ou immobilières ayant pour objet le développement de nouvelles technologies (numérisation,...); — dans des fonds d’investissement. En vue de la réalisation de son objet, la Société peut accomplir toutes opérations commerciales, industrielles, financières ou de gestion, immobilières ou mobilières nécessaires ou utiles à la réalisation de son objet et notamment celles visées à l’article 27 de la loi du deux avril mil neuf cent soixante-deux relative à la Société fédérale d’Investissement et aux sociétés régionales d’investissement. La Société peut s’intéresser par toutes voies dans toutes affaires, entreprises ou sociétés ayant un objet identique, analogue, similaire ou connexe, ou qui sont de nature à favoriser le développement de son entreprise. »

  462. Art. 3. Le Ministre de l’Economie, de l’Emploi, du Commerce extérieur et du Patrimoine est chargé de l’exécution de la présente décision. Namur, le 5 février 2009. Le Ministre-Président, R. DEMOTTE Le Ministre de l’Economie, de l’Emploi, du Commerce extérieur et du Patrimoine, J.-C. MARCOURT 39600 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD ÜBERSETZUNG ÖFFENTLICHER DIENST DER WALLONIE D. 2009 — 1925 [2009/202357] 5. FEBRUAR 2009 — Erlass der Wallonischen Regierung zur Genehmigung der Abänderung der Satzungen der ″SA Sofipole″ Die Wallonische Regierung, Aufgrund des Sondergesetzes vom 8. August 1980 über institutionelle Reformen, in seiner durch das Sondergesetz vom 8. August 1988 abgeänderten Fassung, insbesondere der Artikel 6 und 9; Aufgrund des Dekrets vom 6. Mai 1999 zur Abänderung des Gesetzes vom 2. April 1962 zur Schaffung einer Nationalen Investitionsgesellschaft und regionaler Investitionsgesellschaften in seinem einzigen Artikel; Aufgrund der Satzungen der ″Société régionale d’Investissement de Wallonie″, genehmigt durch den Königlichen Erlass vom 15. Dezember 1978, abgeändert durch die Königlichen Erlasse vom 24. Oktober 1979, vom 8. Februar 1980, vom 14. März 1980, vom 18. September 1980, vom 24. Juni 1981, durch die Erlasse der Wallonischen Regionalexekutive vom 19. September 1984, vom 6. März 1986, vom 19. September und vom 19. November 1987, vom 15. September 1988 und durch die Erlasse der Wallonischen Regierung vom 12. Oktober 1995, vom 23. Mai 1996, vom 7. März 2001, vom 24. Juli 2003, vom 12. Februar 2004 und vom 2. Dezember 2004; Aufgrund des Artikels 20 des Satzungen der ″SA Sofipole″; Aufgrund des Erlasses der Wallonischen Regierung vom 8. Januar 2008 zur Festlegung der Verteilung der Zuständigkeiten unter die Minister und zur Regelung der Unterzeichnung der Urkunden der Regierung; Auf Vorschlag des Ministers der Wirtschaft, der Beschäftigung und des Außenhandels, Beschließt:

  463. Artikel 1 - Die Wallonische Regierung gibt ihre Zustimmung bezüglich des unterbreiteten Vorschlags zur Anpassung von Artikel 3 der Satzungen der ″Sofipole″.

  464. Art. 2 - Die Wallonische Regierung gibt ihre Zustimmung bezüglich des Textes von Artikel 3 der Satzungen, der den Zweck der Gesellschaft betrifft und folgendermaßen verfasst ist: «Die Gesellschaft hat zum Zweck: 1o) den Bau und die Zurverfügungstellung von Infrastrukturen, Gebäuden oder Ausrüstungen, die für Projekte von Wettbewerbspolen in den unten stehenden Bereichen bestimmt sind, in der Form eines Mietvertrags, Leasings, Verkaufs oder in irgend einer anderen Form: a) Biowissenschaften; b) Land- und Ernährungswirtschaft; c) Ingenieurwesen im Bereich der Mechanik; d) Transport und Logistik; e) Luft- und Raumfahrt, oder von einem anderen Pol, der durch ein späteres Dekret oder einen späteren Erlass der Wallonischen Regierung in die für das zukünftige Wachstum und die wirtschaftliche und soziale Entwicklung der Wallonischen Region wesentlichen Sektoren eingestuft würde. Nur die sich diesen Tätigkeitsbereichen anschließenden Projekte, die durch die Wallonische Region ausgewählt werden und deren Finanzplan den kurz- und langfristig lebensfähigen Charakter und die finanzielle Fähigkeit, ihren Verpflichtungen gegenüber der Gesellschaft nachzukommen, beweist, werden zulässig sein. 2o die Gewährung von Darlehen und/oder die Beteiligung an Gesellschaften, deren Gesellschaftszweck der Erwerb oder der Bau von Gebäuden oder Ausrüstungen ist, um sie Projekten von Wettbewerbspolen in der Form eines Mietvertrags, Leasings, Verkaufs oder in irgend einer anderen Form zur Verfügung zu stellen. 3o den Bau und die Zurverfügungstellung von Infrastrukturen, Gebäuden oder Ausrüstungen, die für in denselben Tätigkeitsbereichen tätige Unternehmen oder Unternehmensgruppen bestimmt sind, in der Form eines Mietvertrags, Leasings, Verkaufs oder in irgend einer anderen Form. 4o die Gewährung von Darlehen und/oder die Beteiligung an Gesellschaften, deren Gesellschaftszweck der Erwerb oder der Bau von Gebäuden oder Ausrüstungen ist, um sie Unternehmen oder Unternehmensgruppen, die in einem als Wettbewerbspol betrachteten Bereich tätig sind, in der Form eines Mietvertrags, Leasings, Verkaufs oder in irgend einer anderen Form zur Verfügung zu stellen. 4obis die Beteiligung an Unternehmen in der Form von Kapital, Quasi-Kapital oder Darlehen oder die Gewährung von Darlehen an Handelsgesellschaften, wirtschaftliche Interessenvereinigungen oder vorübergehende Vereinigungen, die gegründet wurden, um die zur Verwirklichung eines im Rahmen der Wettbewerbspole in Betracht gezogenen Projekts notwendigen Infrastrukturen/Ausrüstungen zu beherbergen. 4oter die Gewährung von Darlehen an hochtechnologische Inkubatoren, gegenüber denen sie durch ein Dekret oder durch einen Erlass der Wallonischen Regierung mit einer Aufgabe beauftragt worden ist, gemäß dem unten stehen Punkt 5. 5o die Durchführung von Aufgaben, mit denen sie durch ein Dekret oder durch einen Erlass der Wallonischen Regierung im Hinblick auf die Verwaltung der Beteiligungen und der finanziellen Interessen der Wallonischen Region in den folgenden Bereichen beauftragt wäre: — in den Inkubatoren, die der Entwicklung der hochtechnologischen Unternehmen den Vorrang geben, was auch immer ihr Tätigkeitsbereich ist; — in Handels- bzw. Immobiliengesellschaften, die die Entwicklung neuer Technologien (Digitalisierung,...) zum Zweck haben; — in Investmentfonds. MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39601 Im Hinblick auf die Verwirklichung ihres Zwecks kann die Gesellschaft alle kaufmännischen, industriellen, finanziellen oder verwaltungsmäßigen, mit unbeweglichen oder beweglichen Gütern verbundenen Verrichtungen tätigen, die zur Verwirklichung ihres Gesellschaftszweckes notwendig sind, und u.a. diejenigen, die in Artikel 27 des Gesetzes vom 2. April 1962 zur Schaffung einer Nationalen Investitionsgesellschaft und regionaler Investitions- gesellschaften erwähnt werden. Die Gesellschaft kann sich über alle Wege für alle Geschäfte, Unternehmen oder Gesellschaften interessieren, die einen identischen, ähnlichen, vergleichbaren oder verwandten Zweck haben oder die die Entwicklung ihres Unternehmens fördern können.»

  465. Art. 3 - Der Minister der Wirtschaft, der Beschäftigung, des Außenhandels und des Erbes wird mit der Ausführung des vorliegenden Beschlusses beauftragt. Namur, den 5. Februar 2009 Der Minister-Präsident, R. DEMOTTE Der Minister der Wirtschaft, der Beschäftigung, des Außenhandels und des Erbes, J.-C. MARCOURT VERTALING WAALSE OVERHEIDSDIENST N. 2009 — 1925 [2009/202357] 5 FEBRUARI 2009. — Besluit van de Waalse Regering tot goedkeuring van wijzigingen in de statuten van de ″SA Sofipole″ De Waalse Regering, Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, gewijzigd bij de wet van 8 augustus 1988, inzonderheid op de artikelen 6 en 9; Gelet op het decreet van 6 mei 1999 tot wijziging van de wet van 2 april 1962 tot oprichting van een Nationale Investeringsmaatschappij en van Gewestelijke Investeringsmaatschappijen, enig artikel; Gelet op de statuten van de ″Société régionale d’Investissement de Wallonie″, goedgekeurd bij koninklijk besluit van 15 december 1978, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 24 oktober 1979, 8 februari 1980, 14 maart 1980, 18 september 1980, 24 juni 1981, bij de besluiten van de Waalse Gewestexecutieve van 19 september 1984, 6 maart 1986, 19 september en 19 november 1987, 15 september 1988 en bij de besluiten van de Waalse Regering van 12 oktober 1995, 23 mei 1996, 7 maart 2001, 24 juli 2003, 12 februari 2004 en 2 december 2004; Gelet op artikel 20 van de statuten van de ″SA Sofipole″; Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 8 januari 2008 tot vaststelling van de verdeling van de ministeriële bevoegdheden en tot regeling van de ondertekening van haar akten; Op de voordracht van de Minister van Economie, Tewerkstelling en Buitenlandse Handel, Besluit :

  466. Artikel 1. De Waalse Regering stemt in met het gemaakte voorstel tot aanpassing van artikel 3 van de statuten van Sofipole.

  467. Art. 2. De Waalse Regering stemt in met de tekst van artikel 3 van de statuten, betreffende het doel van de maatschappij, luidend als volgt : « De Maatschappij heeft als doel : 1o De verwezenlijking en de terbeschikkingstelling in de vorm van een huurovereenkomst, leasing, verkoop of op andere wijze van infrastructuren, gebouwen of uitrustingen voor projecten van concurrentiepolen op volgende vakgebieden : a) levenswetenschappen; b) agrovoeding; c) mechanische engineering; d) transport en logistiek; e) lucht- en ruimtevaart, of elke andere pool die vervolgens bij decreet of besluit van de Waalse Regering aangemerkt zou worden als deel uitmakend van de hoofdsectoren voor de toekomstige groei en de economische en sociale ontwikkeling van het Waalse Gewest. Enkel de projecten die onder die activiteitengebieden vallen, door het Waalse Gewest geselecteerd zijn en op middellange en lange termijn leefbaar blijken te zijn op grond van een financieel plan en de financiële draagkracht hebben om hun verbintenissen na te komen ten opzichte van de Maatschappij, komen in aanmerking. 2o Het toekennen van leningen en/of het nemen van participaties in maatschappijen wier maatschappelijk doel bestaat in de aankoop of de bouw van gebouwen of uitrustingen om ze ter beschikking te stellen van projecten van concurrentiepolen in de vorm van een huurovereenkomst, leasing, verkoop of op andere wijze. 3o De verwezenlijking en de terbeschikkingstelling in de vorm van een huurovereenkomst, leasing, verkoop of op andere wijze van gebouwen of uitrustingen voor ondernemingen of groeperingen van ondernemingen die onder diezelfde activiteitengebieden vallen. 4o Het toekennen van leningen en/of het nemen van participaties in maatschappijen wier maatschappelijk doel bestaat in de aankoop of de bouw van gebouwen of uitrustingen om ze ter beschikking te stellen van ondernemingen of groepen van ondernemingen die werkzaam zijn in een gebied dat als een concurrentiepool wordt beschouwd, in de vorm van een huurovereenkomst, leasing, verkoop of op andere wijze. 4obis De interventie in de vorm van kapitaal, quasi-kapitaal of leningen in ondernemingen of het toekennen van leningen aan handelsvennootschappen, economische samenwerkingsverbanden of tijdelijke verenigingen die opgericht zijn om er de infrastructuren/uitrustingen in onder te brengen die noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van een project dat in het kader van de concurrentiepolen in aanmerking is gekomen. 39602 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 4oter Het toekennen van leningen aan incubatoren voor hoogtechnologie tegenover wie haar een opdracht is toegekend bij een decreet of een besluit van de Waalse Regering overeenkomstig punt 5 hiernavermeld. 5o De uitvoering van opdrachten die haar toegekend zouden worden bij decreet of bij besluit van de Waalse Regering met het oog op het beheer van de participaties en financiële belangen van het Gewest : — in incubatoren die bij voorrang bijdragen tot de ontwikkeling van hoogtechnologische bedrijven, ongeacht hun activiteitengebied; — in handels- of vastgoedvennootschappen met die tot doel hebben de ontwikkeling van nieuwe technologieën (digitalisering,...); — in investeringsfondsen. Met het oog op de verwezenlijking van haar doel kan de Maatschappij alle handels-, industriële, financiële of beheers-, onroerende en roerende verrichtingen uitvoeren die nuttig of nodig zijn voor de verwezenlijking van haar doel en, meer bepaald, die bedoeld in artikel 27 van de wet van twee april negentienhonderd tweeënzestig tot oprichting van een Nationale Investeringsmaatschappij en van Gewestelijke Investeringsmaatschappijen. De Maatschappij mag op alle manieren belang stellen in alle zaken, ondernemingen of vennootschappen die een zelfde, een soortgelijk of een verwant doel hebben of die die bevorderlijk kunnen zijn voor de ontwikkeling van haar onderneming. »

  468. Art. 3. De Minister van Economie, Tewerkstelling, Buitenlandse Handel en Patrimonium is belast met de uitvoering van deze beslissing. Namen, 5 februari 2009. De Minister-President, R. DEMOTTE De Minister van Economie, Tewerkstelling, Buitenlandse Handel en Patrimonium, J.-C. MARCOURT * SERVICE PUBLIC DE WALLONIE F. 2009 — 1926 [2009/202358] 30 AVRIL 2009. — Arrêté du Gouvernement wallon portant création de la Commission des Arts de la Région wallonne Le Gouvernement wallon, Vu la loi spéciale de réformes institutionnelle du 8 août 1980, modifiée par la loi du 8 août 1980 et par la loi spéciale du 16 juillet 1993; Vu le décret de la Communauté française du 10 mai 1984 relatif à l’intégration d’œuvres d’art dans les bâtiments publics; Considérant que l’intervention de la Commission des Arts s’est affirmée au cours des années, qu’un travail reconnu, ayant fait l’objet de plusieurs publications, y a été effectué et que plusieurs demandes d’avis émanant d’autres départements de la Région wallonne que celui des Implantations ont été introduites à la Commission des Arts; Considérant que l’extension des activités de la Commission des Arts aux investissements de la Région wallonne autres que les implantations nécessite de revoir le fonctionnement et la composition de la dite Commission; Sur la proposition du Ministre-Président, Arrête :

  469. Article 1er. L’arrêté du Gouvernement wallon du 23 décembre 1993 portant création de la Commission des Arts de la Région wallonne, modifié par l’arrêté du Gouvernement du 9 octobre 1997 et du 2 décembre 2004, est abrogé.

  470. Art. 2. Il est institué par la Région wallonne une Commission des Arts chargée d’émettre au Ministre compétent un avis en matière d’intégration d’œuvres d’art dans les bâtiments destinés aux services de la Région wallonne. Tout autre Ministre a la faculté de faire appel à l’avis de la Commission que ce soit pour ses investissements propres ou pour ceux d’un pouvoir organisateur ou d’un pouvoir subordonné subventionné par la Région wallonne. La Commission peut également, sur appel aux candidatures, apporter son soutien à toute initiative œuvrant au développement de l’art contemporain en Région wallonne, dans le domaine de l’art public ou de l’intégration artistique. La Commission des Arts propose en collaboration avec le maître de l’ouvrage une convention ou un contrat avec l’artiste retenu et assure le suivi sur le plan artistique des projets qu’elle a sélectionnés, jusqu’à la réception de l’œuvre. A cette fin, pour chacun de ces projets, elle instaure en son sein un comité d’accompagnement composé de deux membres et du secrétariat. Ce comité d’accompagnement assiste de plein droit aux réunions de chantier lorsque le projet y est discuté. Les acteurs du projet sont tenus d’informer ce comité de toute évolution ou modification du projet initial.

  471. Art. 3. La Commission est composée de 23 membres permanents, nommés par le Gouvernement wallon pour un terme de quatre ans renouvelable.

  472. Art. 4. La Commission est présidée par le Ministre-Président qui désigne un représentant à cet effet. Elle est composée en outre d’un vice-président et de 18 personnalités possédant des compétences incontestables en matière d’art plastique et en matière d’intégration artistique à l’architecture et à l’environnement, d’un représentant expert de la DGO4 du Service public de Wallonie; d’un représentant de la DGT2 et d’un représentant de la DGO1. Selon le projet à l’étude, siègent comme membres, deux représentants du Ministre fonctionnel, ainsi que, le cas échéant, un membre représentant le pouvoir subordonné, partenaire financier. Le secrétariat est exercé à temps plein auprès du président par un attaché et un adjoint mis à disposition de la Commission des Arts.

  473. Art. 5. La Commission établit son règlement d’ordre intérieur, approuvé par le Gouvernement wallon.

  474. Art. 6. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er mai 2009. Le mandat des membres nommés par l’arrêté du Gouvernement wallon du 2 décembre 2004, arrivé à son terme le 31 décembre 2008, est prorogé jusqu’à cette date.

  475. Art. 7. Le Ministre-Président est chargé de l’exécution du présent arrêté. Namur, le 30 avril 2009. Le Ministre-Président, R. DEMOTTE MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39603 ÜBERSETZUNG ÖFFENTLICHER DIENST DER WALLONIE D. 2009 — 1926 [2009/202358] 30. APRIL 2009 — Erlass der Wallonischen Regierung zur Gründung der Kunstkommission der Wallonischen Region Die Wallonische Regierung, Aufgrund des Sondergesetzes vom 8. August 1980 über institutionelle Reformen, in der durch das Gesetz vom 8. August 1980 und das Sondergesetz vom 16. Juli 1993 abgeänderten Fassung; Aufgrund des Dekrets der Französischen Gemeinschaft vom 10. Mai 1984 bezüglich der Integration von Kunstwerken in die öffentlichen Gebäude; In der Erwägung, dass die Aktion der Kunstkommision im Laufe der letzten Jahre erkennbar geworden ist; dass eine anerkannte Arbeit, die Gegenstand mehrerer Veröffentlichungen gewesen ist, dort geleistet worden ist und dass mehrere Anträge auf Gutachten, die von anderen Abteilungen der Wallonischen Region als der Abteilung der Niederlassungen stammen, bei der Kunstkommission eingereicht worden sind; In der Erwägung, dass die Erweiterung der Tätigkeiten der Kunstkommission auf andere Investitionen der Wallonischen Region als die Niederlassungen die Revision der Arbeitsweise und der Zusammenstellung der besagten Kommission notwendig macht; Auf Vorschlag des Minister-Präsidenten, Beschließt:

  476. Artikel 1 - Der Erlass der Wallonischen Regierung vom 23. Dezember 1993 zur Gründung der Kunstkommission der Wallonischen Regierung, abgeändert durch den Erlass der Wallonischen Regierung vom 9. Oktober 1997 und vom 2. Dezember 2004, wird aufgehoben.

  477. Art. 2 - Eine Kunstkommission wird durch die Wallonische Region gegründet; sie wird damit beauftragt, dem zuständigen Minister ein Gutachten betreffend die Integration von Kunstwerken in die für die Dienststellen der Wallonischen Region bestimmten Gebäude abzugeben. Jeder andere Minister kann die Kommission heranziehen, sei es für seine eigenen Investitionen oder für diejenigen einer veranstaltenden Behörde oder einer durch die Wallonische Region bezuschussten untergeordneten Behörde. Die Kommission kann ebenfalls auf der Grundlage eines Bewerbungsaufrufs jede Initiative unterstützen, die auf die Entwicklung der zeitgenössischen Kunst in der Wallonischen Region im Bereich der öffentlichen Kunst oder der künstlerischen Integration hinarbeitet. Die Kunstkommission schlägt in Zusammenarbeit mit dem Bauherrn eine Vereinbarung oder einen Vertrag mit dem ausgewählten Künstler vor und gewährleistet die Weiterbehandlung auf der künstlerischen Ebene der Projekte, die sie ausgewählt hat, bis zur Abnahme des Kunstwerkes. Zu diesem Zweck gründet sie in ihrer Struktur für jedes dieser Projekte einen aus zwei Mitgliedern und dem Sekretariat zusammengestellten Begleitausschuss. Dieser Begleitausschuss nimmt von Rechts wegen an den Baustellenversammlungen teil, wenn das Projekt dort besprochen wird. Die Akteure des Projekts müssen diesen Ausschuss über jede Entwicklung bzw. Änderung des anfänglichen Projekts informieren.

  478. Art. 3 - Die Kommission besteht aus 23 ständigen Mitgliedern, die durch die Wallonische Regierung für einen erneuerbaren Zeitraum von vier Jahren ernannt werden.

  479. Art. 4 - Den Vorsitz der Kommission übernimmt der Minister-Präsident, der zu diesem Zweck einen Vertreter benennt. Sie besteht außerdem aus einem stellvertretenden Vorsitzenden und aus 18 Persönlichkeiten, die über eine unbestreitbare Sachkunde im Bereich der bildenden Künste und der künstlerischen Integration in die Architektur und in die Umwelt verfügen, aus einem sachverständigen Vertreter der DGO4, aus einem Vertreter der DGT2 und aus einem Vertreter der DGO1. Je nach dem untersuchten Projekt tagen zwei Vertreter des von der Funktion her zuständigen Ministers sowie ggf. ein Mitglied, das die als finanzieller Partner tätige untergeordnete Behörde vertritt, als Mitglieder. Das Sekretariat wird vollzeitig beim Vorsitzenden von einem Attaché und einem Beigeordneten, die der Kunstkommission zur Verfügung gestellt werden, übernommen.

  480. Art. 5 - Die Kommission legt ihre innere Dienstordnung fest, die von der Wallonischen Regierung genehmigt wird.

  481. Art. 6 - Der vorliegende Erlass tritt am 1. Mai 2009 in Kraft. Das Mandat der durch den Erlass der Wallonischen Regierung vom 2. Dezember 2004 ernannten Mitglieder, das am 31. Dezember 2008 endete, wird bis zu diesem Datum verlängert.

  482. Art. 7 - Der Minister-Präsident wird mit der Durchführung des vorliegenden Erlasses beauftragt. Namur, den 30. April 2009 Der Minister-Präsident, R. DEMOTTE 39604 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD VERTALING WAALSE OVERHEIDSDIENST N. 2009 — 1926 [2009/202358] 30 APRIL 2009. — Besluit van de Waalse Regering houdende oprichting van de Kunstencommissie van het Waalse Gewest De Waalse Regering, Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, gewijzigd bij de bijzondere wetten van 8 augustus 1988 en 16 juli 1993; Gelet op het decreet van de Franse Gemeenschap van 10 mei 1984 betreffende de integratie van kunstwerken in de openbare gebouwen; Overwegende dat de Kunstencommissie in de loop der jaren steeds sterker op de voorgrond is getreden, dat haar werk, meermaals in publicaties uitgegeven, algemeen erkend is en dat er verschillende verzoeken om advies uitgaande van andere departementen van het Waalse Gewest dan het departement Vestigingen bij de Kunstencom- missie zijn ingediend; Overwegende dat de uitbreiding van de activiteiten van de Kunstencommissie naar de andere investeringen van het Waalse Gewest dan de vestigingen ertoe noopt de werking en de samenstelling van die commissie te herzien; Op de voordracht van de Minister-President, Besluit :

  483. Artikel 1. Het besluit van de Waalse Regering van 23 december 1993 houdende oprichting van de Kunstcommissie van het Waalse Gewest gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 9 oktober 1997 en 2 december 2004 wordt opgeheven.

  484. Art. 2. Er wordt door het Waalse Gewest een Kunstencommissie opgericht die belast is met het uitbrengen van een advies aan de bevoegde minister inzake de integratie van kunstwerken in de gebouwen bestemd voor de diensten van het Waalse Gewest. Elke andere minister heeft de mogelijkheid om een beroep te doen op het advies van de Commissie hetzij voor eigen investeringen hetzij voor die van een inrichtende macht of een ondergeschikt bestuur dat door het Waalse Gewest gesubsidieerd wordt. De Commissie kan eveneens, na een oproep tot de kandidaten, haar steun verlenen aan elk initiatief dat bijdraagt tot de ontwikkeling van de hedendaagse kunst in het Waalse Gewest op het gebied van de openbare kunst of de artistiekeintegratie. De Kunstencommissie stelt in samenwerking met de opdrachtgever een overeenkomst of een contract met de geselecteerde artiest voor en zorgt voor de opvolging op artistiek vlak van de projecten die zij geselecteerd heeft, tot en met de oplevering van het kunstwerk. Daartoe richt zij voor elk van haar projecten in eigen kring een begeleidingscomité in dat bestaat uit twee leden en het secretariaat. Dat begeleidingscomité woont van rechtswege de de werfvergaderingen bij wanneer het project er besproken wordt. De actoren van het project zijn ertoe gehouden dat comité in te lichten over elke ontwikkeling of wijziging van het aanvankelijke project.

  485. Art. 3. De commissie bestaat uit drieëntwintig vaste leden die door de Waalse Regering worden benoemd voor een verlengbare termijn van vier jaar.

  486. Art. 4. De Commissie wordt voorgezeten door de Minister-President, die daartoe een vertegenwoordiger aanwijst. Zij bestaat bovendien uit één ondervoorzitter en 18 persoonlijkheden die onbetwistbare bevoegdheden bezitten op het gebied van plastische kunsten en integratie van kunstwerken in de architectuur en de leefomgeving, uit één deskundige vertegenwoordiger van het DGO4 van de Waalse Overheidsdienst, één vertegenwoordiger van het DGT2 en één vertegenwoordiger van het DGO1. Naar gelang van het behandelde project hebben twee vertegenwoordigers van de vakminister alsook, in voorkomend geval, één lid dat het ondergeschikte bestuur vertegenwoordigt dat als financiële partner optreedt, zitting als lid. Het secretariaat wordt voltijds bij de voorzitter uitgeoefend door een attaché en adjunct die ter beschikking worden gesteld van de Kunstencommissie.

  487. Art. 5. De Commissie maakt haar huishoudelijke reglement op, dat goedgekeurd wordt door de Waalse Regering.

  488. Art. 6. Dit besluit treedt in werking op 1 mei 2009. Het mandaat van de leden die bij het besluit van de Waalse Regering van 2 december 2004 benoemd zijn, vervalt op 31 december 2008 en wordt tot die datum verlengd.

  489. Art. 7. De Minister-President is belast met de uitvoering van dit besluit. Namen, 30 april 2009. De Minister-President, R. DEMOTTE MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39605 REGION DE BRUXELLES-CAPITALE — BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST COMMISSION COMMUNAUTAIRE FRANÇAISE DE LA REGION DE BRUXELLES-CAPITALE F. 2009 — 1927 [C − 2009/31280] 30 AVRIL 2009. — Décret portant assentiment à l’Accord de coopération conclu à Bruxelles, le 27 mars 2009, entre la Communauté française, la Région wallonne et la Commission communautaire française concernant la création du Service francophone des Métiers et des Qualifications L’Assemblée de la Commission communautaire française et Nous, Collège, sanctionnons ce qui suit :

  490. Article 1er. Assentiment est donné à l’accord de coopération conclu à Bruxelles, le 27 mars 2009 entre la Communauté française, la Région wallonne et la Commission communautaire française concernant la création du Service Francophone des Métiers et des Qualifications.

  491. Art. 2. Cet accord de coopération est annexé au présent décret. Accord de coopération conclu à Bruxelles, le 27 mars 2009, entre la Communauté française, la Région wallonne et la Commission communautaire française concernant la création du Service francophone des Métiers et des Qualifications, en abrégé : « S.F.M.Q. » Vu les articles 1er, 39, 127, 128, 134 et 138 de la Constitution; Vu la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles, notamment l’article 92bis, § 1er inséré par la loi spéciale du 8 août 1988 et modifié par la loi spéciale du 16 juillet 1993; Vu le décret II du Conseil de la Communauté française du 19 juillet 1993 attribuant l’exercice de certaines compétences de la Communauté française à la Région wallonne et à la Commission communautaire française; Vu le décret II du Conseil régional wallon du 22 juillet 1993 attribuant l’exercice de certaines compétences de la Communauté française à la Région wallonne et à la Commission communautaire française; Vu le décret III de la Commission communautaire française du 22 juillet 1993 attribuant l’exercice de certaines compétences de la Communauté française à la Commission communautaire française; Considérant par ailleurs le Contrat pour l’école tel qu’il a été approuvé par le Gouvernement de la Communauté française le 31 mai 2005, et en particulier sa priorité 4 : ″Choisir et apprendre un métier à l’école″; Considérant en outre le Plan Stratégique Transversal II ″Développer les connaissances et les savoir-faire en Wallonie″, et en particulier son impulsion 7 ″Valoriser une approche métiers : des formations en lien avec le marché du travail″; Considérant la dynamique induite par la Stratégie de Lisbonne pour la croissance et l’emploi telle qu’adoptée par le Conseil européen en mars 2005. Considérant la mise en œuvre du Cadre national des Certifications professionnelles (CNCP) et la mise en œuvre du système de Crédits d’apprentissage européen pour la Formation et l’enseignement professionnel (ECVET) qui en découle; Considérant la nécessité de renforcer les liens entre le monde du travail et les professionnels de la Formation et de l’Enseignement qualifiants en ce compris l’Enseignement de Promotion sociale; Considérant que le métier doit rester la référence afin d’offrir à l’élève et à l’apprenant un cursus scolaire et un parcours de formation qualifiants le plus complet possible; Considérant la volonté de doter l’Enseignement qualifiant, en ce compris l’Enseignement de Promotion sociale, la Formation et le Consortium de validation des compétences d’un langage commun et de références communes; Considérant qu’il est fondamental de faciliter pour le citoyen l’apprentissage tout au long de la vie en garantissant davantage de lisibilité et de cohérence au parcours de formation tant en Belgique francophone qu’en Europe; Considérant que les acteurs de l’Enseignement qualifiant, en ce compris l’Enseignement de Promotion sociale, les opérateurs de Formation et le Consortium de Validation des compétences pourront garantir une prise en compte des acquis de l’apprenant et lui donner la possibilité de poursuivre son parcours de formation sans rupture tant en Belgique francophone qu’en Europe; Que ces références communes permettront aux acteurs de l’Enseignement qualifiant, y compris l’Enseignement de Promotion sociale, de la Formation et du Consortium de validation des compétences, de développer des programmes d’enseignement et de formation ainsi que des référentiels de validation de compétences adaptés à leurs missions, structures et moyens propres; La Communauté française, représentée par son Gouvernement en la personne de son Ministre-Président, M. Rudy Demotte, en la personne de son Ministre de l’Enseignement obligatoire, M. Christian Dupont et en la personne de son Ministre de la Jeunesse et de l’Enseignement de Promotion sociale, M. Marc Tarabella; La Région wallonne, représentée par son Gouvernement en la personne de son Ministre-Président M. Rudy Demotte et en la personne de son Ministre de la Formation, M. Marc Tarabella; et La Commission communautaire française, représentée par son Collège en la personne de son Ministre-Président, chargé de la Fonction publique et de la Santé, M. Benoît Cerexhe et de sa Ministre, Membre du Collège, chargée de la Formation professionnelle, de l’Enseignement, de la Culture et du Transport scolaire, Mme Françoise Dupuis; 39606 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Ci-après dénommées les parties à l’accord ont convenu de ce qui suit : CHAPITRE I. — Définition et champ d’application

  492. Art. 3. Les acteurs de l’Enseignement qualifiant, de l’Enseignement de Promotion sociale, de la Formation qualifiante et du Consortium de Validation des compétences utilisent un langage commun dont les notions fondamentales qui déterminent leurs activités sont définies comme suit : 1° ″Métier″ : un ensemble cohérent d’activités professionnelles réalisées par une personne dans le cadre d’un processus productif; 2° ″Profil métier″ : le profil métier se compose d’un référentiel métier et d’un référentiel de compétences; 3° ″Référentiel Métier″ : la définition de l’intitulé du métier et de ses appellations synonymes, de la position du métier par rapport aux métiers proches et à la déclinaison de leurs fonctions et conditions d’exercices; 4° ″Référentiel de compétences″ : le référentiel qui comprend les aptitudes à mettre en œuvre un ensemble organisé de savoirs, de savoir-faire et d’attitudes permettant d’accomplir un certain nombre de tâches; 5° ″Profil de formation″ : le profil composé des unités d’acquis d’apprentissage associées aux activités clés métier et qui est composé également d’un profil d’évaluation, d’un indice d’appréciation temporelle et d’un profil d’équipement; 6° ″Acquis d’apprentissage″ : l’énoncé de ce que l’apprenant sait, comprend et est capable de réaliser au terme d’un processus d’apprentissage; 7° ″Unité d’acquis d’apprentissage″ : l’ensemble cohérent d’acquis d’apprentissage qui peut être évalué ou validé; 8° ″Activités clés″ : les activités indispensables pour remplir les missions qui sont confiées au travailleur dans le cadre de sa fonction; 9° ″Profil d’évaluation″ : le profil qui détermine des seuils de maîtrise minimums exigés en vue de la délivrance d’une attestation de compétence ou en vue de servir de référence à l’élaboration des épreuves certificatives destinées à l’enseignement en ce compris l’Enseignement de promotion sociale; 10° ″Indice d’appréciation temporelle″ : l’indice qui détermine pour chaque activité clé la durée optimale d’acquisition des unités de compétences qui y sont associées. Il peut varier d’un opérateur à l’autre. Il est exprimé selon les cas en périodes, heures, mois, années, phases ou degrés; 11° ″Profil d’équipement″ : le profil qui détermine l’équipement et l’infrastructure suffisant à la mise en œuvre du profil de formation dans une perspective de formation et d’enseignement. L’équipement peut être localisé soit dans l’école soit chez un partenaire et, notamment, dans un Centre de compétence, un Centre de référence, un Centre de technologies avancées, une entreprise; 12° ″Attestation de compétences″ : le document reconnaissant la maîtrise des unités de compétence liées à une activité clé du métier; 13° ″Programme d’enseignement″ : le document reprenant un ensemble d’activités, de contenus de formation et d’orientations méthodologiques mis en œuvre pour réaliser les objectifs pédagogiques définis en termes d’acquisition de connaissances, d’aptitudes, de capacités ou de compétences. Pour l’Enseignement de Promotion sociale, le dossier pédagogique de la section tient lieu de programme d’enseignement. Ce dossier reprend notamment les finalités, les contenus, les recommandations en matière de modalités de capitalisation des attestations de réussite des unités de formation constitutives; 14° ″Référentiel de formation″ : le document reprenant un ensemble d’activités, de contenus de formation et/ou de méthodes mis en œuvre pour réaliser les objectifs de formation définis préalablement en termes d’acquisition de savoirs, d’aptitudes et de compétences. Les activités, contenus et méthodes sont organisés dans un ordre logique et sur une période déterminée. Les référentiels de formation doivent prendre appui sur les profils de formation. Les référentiels de formation des formations à l’apprentissage de l’Institut wallon de Formation en Alternance et des indépendants et Petites et Moyennes Entreprises et du Service Formation des Petites et Moyennes Entreprises se réfèrent aux activités clés listées dans le profil de formation. CHAPITRE II. — Le Service francophone des Métiers et des Qualifications

  493. Art. 4. Il est institué, par les Gouvernements, un Service francophone des Métiers et des Qualifications chargé d’organiser la production des Profils métiers et des Profils de formation, ci-après dénommé le ″Service″. Celui-ci dispose, d’au-moins : 1° six personnes chargées de mission de l’Enseignement, en ce compris de l’Enseignement de Promotion sociale; 2° quatre experts méthodologistes; 3° deux représentants de la Formation issus des Institutions publiques wallonnes ou de la COCOF. Les représentants de l’Enseignement, de l’Enseignement de Promotion sociale et de la Formation au sein des groupes projets sont désignés par les instances dont ils relèvent, conformément aux dispositions qui règlent leurs statuts. Le Conseil général de concertation de l’Enseignement et la Commission de concertation de l’Enseignement de Promotion sociale veillent à garantir l’équilibre par caractère au sein de la représentation de l’Enseignement. MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39607

  494. Art. 5. Le Service se présentera sous la forme d’un Service à gestion séparée (sans personnalité juridique) situé auprès de la Communauté française avec possibilité de recettes provenant d’un autre niveau de pouvoir. Son siège central est situé à Bruxelles.

  495. Art. 6. Le Service est constitué d’une Cellule exécutive et de trois Chambres permanentes : une Chambre des Métiers, une Chambre Enseignement – Formation, une Chambre de Concertation et d’Agrément.

  496. Art. 7. La cellule exécutive en accord avec les Chambres des Métiers et la Chambre Enseignement – Formation réunit les Commissions de référentiels ad hoc chargées de réaliser les profils métier ou les profils de formation.

  497. Art. 8. Chacune des parties à l’accord désigne un commissaire afin qu’il exerce ses missions d’information et de contrôle de la légalité et de l’intérêt général au sein du Service. CHAPITRE III. — La Chambre des Métiers

  498. Art. 9. Il est créé une Chambre des Métiers du Service francophone des Métiers et des Qualifications, ci-après dénommée la ″Chambre des Métiers″. Section 1re. — Missions et composition de la Chambre des Métiers

  499. Art. 10. La Chambre des Métiers se compose de : 1° huit membres effectifs et d’autant de suppléants représentant les organisations représentatives des travailleurs; 2° huit membres effectifs et d’autant de suppléants représentant les organisations représentatives des employeurs; 3° deux membres effectifs et de deux membres suppléants représentant les Services publics de l’emploi. Les représentants des organisations représentatives des travailleurs et des employeurs visés au 1° et 2° ont voix délibérative. Parmi ces membres, deux membres au moins sont issus des organisations bruxelloises représentatives des travailleurs et deux membres au moins sont issus des organisations bruxelloises représentatives des employeurs. Les membres représentant les organisations représentatives des travailleurs et des employeurs visés au 1° et 2°, sont nommés par les Gouvernements sur liste double de candidats présentée par leurs organisations. Les membres représentant les Services publics de l’emploi visés au 3°, ont voix délibératives. Ils sont nommés par les Gouvernements et le Collège sur proposition de leur mandant.

  500. Art. 11. La Chambre des Métiers est chargée de construire et d’actualiser les profils métiers et l’arborescence des métiers. Les missions de la Chambre des Métiers sont : 1° arrêter la liste des métiers qui fera l’objet des travaux de la Chambre des Métiers et de la Chambre Enseignement – Formation, sur la base de propositions émanant des recommandations des Ministres en charge de la Formation, de l’Enseignement et de l’Emploi, des propositions des Services publics de l’Emploi, des représentants sectoriels, de l’Enseignement, en ce compris l’Enseignement de Promotion sociale, de la Formation et de la Chambre Enseignement-Formation. Ces recommandations prendront, en outre, en compte : la situation du marché du travail, les métiers dits ″émergents″, le volume des personnes concernées par les formations organisées; 2° communiquer la liste des métiers aux parties à l’accord en l’intégrant dans la note d’orientation stratégique; 3° actualiser et construire des profils métiers dans le respect du cadre méthodologique approuvé par la Chambre de Concertation et d’Agrément; 4° organiser une veille sur les dispositions fédérales en matière d’accès à la profession et en informer les Gouvernements. Section 2. — De la présidence de la Chambre des métiers

  501. Art. 12. La Chambre des Métiers désigne, en son sein, un Président et un Vice-Président parmi ses membres. La présidence est assurée en alternance par un représentant des organisations représentatives des travailleurs, la première moitié du mandat, et par un représentant des organisations représentatives des employeurs, la seconde moitié du mandat. Le mandat du Président et du Vice-Président est de cinq ans.

  502. Art. 13. Le Président et le Vice-Président outre la présidence, sont chargés, en concertation avec le Directeur exécutif de la cellule exécutive, de désigner les représentants du ou des secteurs, sur proposition des organisations, concernés par l’élaboration du Profil métier. Ces représentants composeront les commissions de référentiels métiers chargées de travailler à l’élaboration du profil métiers en collaboration avec les groupes projets de la Cellule exécutive. 39608 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD CHAPITRE IV. — La Chambre Enseignement-Formation

  503. Art. 14. Il est créé une Chambre Enseignement-Formation du Service francophone des Métiers et des Qualifications, ci-après dénommée la ″Chambre Enseignement-Formation″. Section 1re. — Missions et composition de la Chambre Enseignement-Formation

  504. Art. 15. La Chambre Enseignement-Formation se compose de : 1° deux représentants de chacun des comités de concertation du Conseil général de coordination de l’enseignement secondaire; 2° un représentant de l’Administration générale de l’Enseignement et de la Recherche scientifique; 3° un représentant de la Commission de Pilotage; 4° trois représentants de la Commission de Concertation de l’enseignement de Promotion sociale dont un représentant de l’enseignement libre non-confessionnel; 5° deux représentants du conseil général de l’Enseignement spécialisé (un par caractère). 6° deux représentants de l’I.F.A.P.M.E.; 7° un représentant du S.F.P.M.E.; 8° deux représentants du FOREm, représenté par son entité FOREm Formation; 9° un représentant de l’Institut bruxellois francophone pour la Formation Professionnelle, ci-après nommé Bruxelles Formation; 10° un représentant du secteur de la préqualification représenté par l’Interfédération des entreprises de formation par le travail ou des organismes d’insertion socioprofessionnelle; 11° un représentant des organismes d’insertion socioprofessionnelle agréés par la Commission communautaire française représentés par la Fédération Bruxelloise des organismes d’Insertion socioprofessionnelle. Les membres visés aux 1°, 4° à 11° ont voix délibératives; les membres visés 2° et 3° ont voix consultatives. Ces membres, ainsi que leurs suppléants, sont nommés conjointement par les Gouvernements et le Collège, sur proposition de leurs instances. Chacune de celles-ci peut, d’initiative, proposer aux parties à l’accord le remplacement d’un membre qu’elle a initialement présenté. Celui-ci en est dûment informé. Dans l’attente de la décision des parties à l’accord, le suppléant de ce membre siège de plein droit à la Chambre Enseignement-Formation. Les missions de la Chambre Enseignement-Formation sont : 1° actualiser et construire des profils de formation dans le respect du cadre méthodologique approuvé par la Chambre de Concertation et d’Agrément; 2° proposer à la Chambre des Métiers une liste des métiers qui pourraient faire l’objet de ses travaux. Section 2. — De la Présidence et de la Vice-Présidence de la Chambre Enseignement-Formation

  505. Art. 16. La Chambre Enseignement-Formation désigne en son sein un Président et un Vice-Président. La Présidence et la Vice-présidence sont assurées en alternance par un représentant de l’Enseignement visé aux points 1, 4° et 5° de l’article 13, la première moitié du mandat, et un représentant de la Formation visé aux points 6° à 9° de l’article 13, la seconde moitié du mandat. Les mandats du Président et du Vice-Président sont de cinq ans.

  506. Art. 17. Le Président et le Vice-Président, outre les missions liées à la présidence, désigneront, en concertation avec le Directeur exécutif de la cellule exécutive, les représentants de l’Enseignement, en ce compris l’Enseignement de Promotion sociale, et de la Formation concernés par l’élaboration du profil de formation. Ces représentants composeront les Commissions de référentiels formation chargées de travailler à l’élaboration du profil formation en collaboration avec les groupes projets de la Cellule exécutive. CHAPITRE V. — La Cellule exécutive

  507. Art. 18. Il est créé une Cellule exécutive du Service Francophone des Métiers et des Qualifications, ci-après dénommée la ″Cellule exécutive″. Section 1re. — Missions et composition de la Cellule exécutive

  508. Art. 19. La Cellule exécutive est le lieu de coordination des profils métiers et des profils de formation. La Cellule exécutive est aussi un organe d’articulation avec d’autres dispositifs de l’Enseignement, en ce compris l’Enseignement de Promotion sociale et l’Enseignement spécialisé, de la Formation et du Consortium de validation des compétences. La Cellule exécutive est chargée du bon fonctionnement du Service. Elle dispose du personnel nécessaire.

  509. Art. 20. La Cellule exécutive se compose : — d’un directeur exécutif; — des experts méthodologistes; — des membres des groupes projets sectoriels ou intersectoriels repris à l’article 26; — d’un secrétariat. MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39609

  510. Art. 21. Les missions de la Cellule exécutive sont les suivantes : 1° assurer le secrétariat de la Chambre des Métiers, de la Chambre Enseignement-Formation et de la Chambre de Concertation et d’Agrément; 2° rédiger le règlement d’ordre intérieur et le soumettre à l’approbation de la Chambre de Concertation et d’Agrément. Ce règlement d’ordre intérieur doit notamment prévoir : a) les règles concernant la convocation des Chambres des Métiers, de l’Enseignement-Formation et de Concertation et d’Agrément; b) les règles relatives à l’inscription des points mis à l’ordre du jour des travaux de chacune des Chambres; c) les règles relatives à l’alternance des fonctions de Président et de Vice-Président de la Chambre des Métiers, de la Chambre Enseignement-Formation et de la Chambre de Concertation et d’Agrément ainsi que les règles en cas d’absence ou d’empêchement du Président ou du Vice-Président; d) les règles de quorum afin d’assurer le bon fonctionnement des trois chambres permanentes du S.F.M.Q. ainsi que les modalités de vote; e) les règles de collaboration en vue d’information et d’harmonisation avec les organismes publics d’Enseignement, de Formation, de Validation de compétences et de Pilotage de l’Alternance. 3° mettre en œuvre la note d’orientation stratégique du S.F.M.Q. définissant le programme annuel de travail et les objectifs quantifiés et la soumettre à l’approbation de la Chambre de Concertation et d’Agrément; 4° rédiger le rapport annuel du S.F.M.Q. et le soumettre à l’approbation de la Chambre de Concertation et d’Agrément; 5° assurer la mission générale de gestion du S.F.M.Q.; 6° assurer la mission générale d’organisation des travaux des Chambres Métiers, Enseignement-Formation et de Concertation et d’Agrément ainsi que des Commissions de référentiels métiers et des Commissions de référentiels formation; 7° organiser les travaux des groupes projets sectoriels et intersectoriels; 8° établir la méthodologie d’élaboration des profils métier, des profils de formation ainsi que de leur agrément et la soumettre à l’approbation de la Chambre de Concertation et d’Agrément; 9° garantir le respect du profil métier dans sa déclinaison en profil de formation; 10° faire actualiser, en fonction des besoins, le profil métier et par voie de conséquence le profil de formation; 11° garantir l’articulation entre les profils métiers et les travaux du Consortium de validation des compétences; 12° assurer les missions de représentation et de promotion du présent accord; 13° remettre des avis sur l’adéquation des contenus de formation des programmes d’enseignement et des référentiels de formation avec les profils de formation : a) à la Commission des programmes de l’Enseignement obligatoire ou à la Commission de concertation de l’Enseignement de Promotion sociale; b) aux Gouvernements ou au Collège. Le règlement d’ordre intérieur du Service, la note d’orientation stratégique du Service, le rapport annuel du Service, la méthodologie d’élaboration des profils métier, des profils de formation ainsi que de leur agrément, les profils métiers et profils de formation seront conformément à l’article 33 transmis aux parties contractantes de l’accord pour approbation. Section 2. — Du directeur exécutif

  511. Art. 22. Le directeur exécutif est choisi par les Gouvernements pour un mandat de cinq ans renouvelable sur base d’un appel aux candidats et d’un profil de fonction approuvés par les parties contractantes.

  512. Art. 23. Le directeur exécutif est responsable devant la Chambre de Concertation et d’Agrément et devant les Gouvernements des actes de gestion journalière du Service et des missions dévolues à la Cellule exécutive telles que reprises à l’article 19.

  513. Art. 24. Les groupes projets et le secrétariat relèvent de l’autorité du Directeur exécutif.

  514. Art. 25. Afin de garantir l’articulation entre le profil de formation et les programmes d’enseignement de Promotion sociale, le Directeur exécutif travaille en collaboration avec la Commission de concertation de l’Enseignement de Promotion sociale. Le Directeur exécutif fait rapport à la Chambre de Concertation et d’Agrément à ce sujet.

  515. Art. 26. Le Directeur exécutif travaille en collaboration avec l’IFAPME et le SFPME afin d’assurer la cohérence entre les profils de formation et les programmes de formation de l’Institut wallon de Formation en Alternance et des Indépendants et Petites et Moyennes Entreprises/Service Formation des Petites et Moyennes Entreprises. Il fait rapport à la Chambre de Concertation et d’Agrément à ce sujet.

  516. Art. 27. Le Directeur exécutif travaille en collaboration avec les services compétents au sein de FOREm Formation et de Bruxelles Formation afin d’assurer la cohérence entre les profils de formation et les référentiels/programmes de formation du FOREm Formation et de Bruxelles Formation. Il fait rapport à la Chambre de Concertation et d’Agrément à ce sujet. Section 3. — Des groupes projets

  517. Art. 28. Chaque groupe projet sectoriel ou intersectoriel se compose : 1° d’un expert méthodologiste; 2° d’au minimum un chargé de mission de l’Enseignement de plein exercice ou de Promotion sociale; 3° d’au minimum un représentant de la Formation issu d’une Institution publique wallonne ou de la Comission communautaire française. Chaque groupe projet est intégré dans les commissions de référentiel pilotées par l’expert méthodologiste. 39610 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD

  518. Art. 29. Les missions des groupes projets sont : 1° apporter un soutien logistique et méthodologique à la Chambre des Métiers et aux Commissions de référentiels pour l’élaboration des profils métiers; 2° apporter un soutien logistique et méthodologique à la Chambre Enseignement-Formation et aux Commis- sions de référentiels pour l’élaboration des profils de formation; 3° garantir sur l’ensemble du processus le respect de la méthodologie d’élaboration des profils métiers et profils de formation. Ces missions sont assurées sous la responsabilité du Directeur exécutif. Section 4. — De l’expert méthodologiste

  519. Art. 30. L’expert méthodologiste est responsable de la qualité des travaux réalisés au sein du groupe-projet auquel il appartient. Il est chargé de l’animation et de la gestion du groupe-projet.

  520. Art. 31. L’expert méthodologiste attaché au groupe-projet est engagé par le S.F.M.Q. à l’issue d’une procédure de sélection définie par les Gouvernements et le Collège. CHAPITRE VI. — La Chambre de Concertation et d’Agrément

  521. Art. 32. Il est créé une Chambre de Concertation et d’Agrément du Service francophone des Métiers et des Qualifications, ci-après dénommée la ″Chambre de Concertation et d’Agrément″. Section 1re. — De la Chambre de Concertation et d’Agrément

  522. Art. 33. La Chambre de Concertation et d’Agrément est un lieu de concertation et d’évocation où se rassemble l’ensemble des acteurs impliqués dans le dispositif, afin d’organiser les missions du dispositif, d’en garantir l’efficacité et de prendre les agréments qui s’imposent.

  523. Art. 34. La Chambre de Concertation et d’Agrément se compose : 1° du Président et du Vice-Président de la Chambre des métiers; 2° du Président et du Vice-Président de la Chambre Enseignement-Formation; 3° du Directeur exécutif de la Cellule exécutive; 4° du Directeur de la cellule exécutive du Consortium de validation des compétences; 5° d’un représentant de chacune des parties à l’accord. La Chambre de Concertation et d’Agrément peut solliciter l’expertise du méthodologiste du groupe projet chargé de l’élaboration des profils métiers et des profils formation au moment de l’examen de ces profils. Les membres désignés au présent article, 1° et 2°, ont voix délibérative. Les membres désignés au présent article, 3° à 5° ont voix consultative.

  524. Art. 35. Les missions de la Chambre de Concertation et d’Agrément sont : 1° préciser les définitions opérationnelles nécessaires au fonctionnement cohérent du Service et de ses composantes; 2° évaluer et valider le règlement d’ordre intérieur du Service et de le transmettre aux parties à l’accord qui l’approuvent; 3° faire rédiger la note d’orientation stratégique par la cellule exécutive sur base des recommandations des Gouvernements et du Collège communiquées au plus tard au 1er septembre de l’année en cours, des propositions des Services publics de l’Emploi, des représentants sectoriels (Chambre des métiers), de l’Enseignement, en ce compris l’Enseignement de Promotion Sociale, et de la Formation, communiquées également au 1er septembre de l’année en cours. La note d’orientation stratégique est élaborée notamment en termes d’objectifs généraux et opérationnels, de liste des métiers qui seront traités annuellement au sein du S.F.M.Q., d’indicateurs de résultats et de financement et fixe le nombre de groupes-projets affectés à la cellule exécutive en fonction des tâches assignées; 4° soumettre à l’approbation des parties à l’accord la note d’orientation stratégique au plus tard le 30 septembre de l’année en cours; 5° transmettre la note d’orientation stratégique approuvée par les Gouvernements à la cellule exécutive chargée de sa mise en œuvre au plus tard le 15 octobre de l’année en cours; 6° évaluer et de valider la méthodologie d’élaboration des profils métiers, des profils de formation ainsi que la méthodologie d’agrément et, ensuite, de les transmettre aux parties à l’accord qui l’approuvent; 7° évaluer le fonctionnement des membres de la cellule exécutive et de faire rapport aux parties à l’accord; 8° évaluer et de valider le rapport annuel du S.F.M.Q. et de le transmettre, pour le 15 avril au plus tard, aux parties à l’accord qui l’approuvent; 9° agréer la correspondance des profils métiers au profils de formation sur base de l’avis de la Chambres des Métiers et de les transmettre aux parties à l’accord qui les approuvent. Section 2. — De la Présidence et de la Vice-Présidence de la Chambre de Concertation et d’Agrément

  525. Art. 36. La Présidence de la Chambre de Concertation et d’Agrément est assurée en alternance par le Président de la Chambre des métiers et par le Président de la Chambre Enseignement-Formation. Le mandat est d’un an. CHAPITRE VII. — De l’utilisation des profils

  526. Art. 37. Dans l’Enseignement obligatoire, les profils de formation issus des travaux du Service seront transmis au Gouvernement qui les soumettra à la sanction du Parlement conformément aux dispositions reprises à l’article 39 du Décret du 24 juillet 1997 définissant les missions prioritaires de l’Enseignement fondamental et de l’Enseignement secondaire et organisant les structures propres à les atteindre. Ces profils serviront également de base au répertoire des options groupées dans les Humanités professionnelles et techniques de l’enseignement de plein exercice. MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39611

  527. Art. 38. Dans l’Enseignement de Promotion sociale, les profils de formation issus des travaux du Service seront transmis à l’Exécutif conformément aux dispositions reprises dans les articles 136 et suivants du Décret du 16 avril 1991 organisant l’enseignement de Promotion sociale et dans l’arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 9 juillet 2004 relatif aux dossiers pédagogiques des sections et unités de formation de l’Enseignement de Promotion sociale.

  528. Art. 39. Pour les opérateurs wallons de formation, le FOREm Formation et l’I.F.A.P.M.E., l’articulation ou la mise en correspondance aux profils produits par le S.F.M.Q. sera définie dans le Contrat de gestion de ces Organismes d’intérêt public selon les modalités fixées par les Gouvernements et le Collège.

  529. Art. 40. Pour les opérateurs bruxellois de formation, le SFPME et Bruxelles formation, l’articulation ou la mise en correspondance aux profils produits par le S.F.M.Q. sera définie par arrêté du Collège de la Commission communautaire francophone. CHAPITRE VIII. — Financement

  530. Art. 41. Le budget annuel du S.F.M.Q., en ce compris les coûts de fonctionnement, sont fixés sur la base de la note d’orientation stratégique approuvée par les Gouvernements. Le budget annuel est fixé d’un commun accord par les Gouvernements et le Collège.

  531. Art. 42. Les coûts de fonctionnement du S.F.M.Q. sont répartis à concurrence de 45 % pour la Communauté française, 40 % pour la Région wallonne, 15 % pour la Commission communautaire française. La prise en charge des coûts de fonctionnement par les Gouvernements peut être réalisée par la mise à disposition de locaux, de personnel et de matériels.

  532. Art. 43. Les Gouvernements et le Collège disposent de la possibilité de saisir la Chambre de concertation et d’agrément afin de solliciter un avis ou le lancement d’un groupe-projet chargé d’évaluer et de valider un dispositif particulier non repris dans la note d’orientation stratégique. Si la Chambre déclare la demande recevable et fondée conformément aux règles fixées dans le règlement d’ordre intérieur, l’intégralité des coûts de fonctionnement et des frais seront à charge de la partie demanderesse. CHAPITRE IX. — Disposition transitoire

  533. Art. 44. La Communauté française s’engage par le présent accord à supprimer l’actuelle Commission commu- nautaire des Professions et des Qualifications dont les missions seront désormais exercées par le S.F.M.Q. qui succèdent, selon les modalités déterminées par les Gouvernements et le Collège aux droits et obligations de la Commission Communautaire des Professions et des Qualifications. Bruxelles, le 27 mars 2009, en trois exemplaires originaux Pour la Communauté française : Le Ministre-Président, R. DEMOTTE Le Ministre de l’Enseignement obligatoire, C. DUPONT Le Ministre de l’Enseignement de Promotion sociale et de la Jeunesse, M. TARABELLA Pour la Région wallonne : Le Ministre-Président, R. DEMOTTE Le Ministre de la Formation, M. TARABELLA Pour la Commission communautaire française : Le Ministre-Président, chargé de la Fonction publique et de la Santé, B. CEREXHE La Ministre, Membre du Collège, chargée de la Formation professionnelle, de l’Enseignement, de la Culture et du Transport scolaire, Mme F. DUPUIS Promulguons le présent décret, ordonnons qu’il soit publié au Moniteur belge. Bruxelles, le 30 avril 2009. B. CEREXHE, Président du Collège de la Commission communautaire française, chargé de la Fonction publique et de la Santé Ch. PICQUE, Membre du Collège de la Commission communautaire française, chargé de la Cohésion sociale Mme E. HUYTEBROECK, Membre du Collège de la Commission communautaire française, chargée du Budget, des Personnes handicapées et du Tourisme Mme F. DUPUIS, Membre du Collège de la Commission communautaire française, chargée de la Formation professionnelle, de l’Enseignement, de la Culture et du Transport scolaire E. KIR, Membre du Collège de la Commission communautaire française, chargé de l’Action sociale, de la Famille et du Sport 39612 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD VERTALING FRANSE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST N. 2009 — 1927 [C − 2009/31280] 30 APRIL 2009. — Decreet houdende goedkeuring van het Samenwerkingsakkoord gesloten te Brussel, op 27 maart 2009, tussen de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie betreffende de oprichting van de « Service francophone des Métiers et des Qualifications » De Vergadering van de Franse Gemeenschapscommissie en Wij, College, bekrachtigen wat volgt :

  534. Artikel 1. Goedkeuring wordt gegeven aan het samenwerkingsakkoord gesloten te Brussel, op 27 maart 2007, tussen de Franse Gemeenschap, het Waals Gewest en de Franse Gemeenschapcommissie betreffende de oprichting van de Service francophone des Métiers et des Qualifications.

  535. Art. 2. Dit samenwerkingsakkoord wordt bijgevoegd bij onderhavig decreet. Samenwerkingsakkoord gesloten te Brussel, op 27 maart 2009, tussen de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie betreffende de oprichting van de Service francophone des Métiers et des Qualifications, in het kort : « S.F.M.Q. » Gelet op de artikelen 1, 39, 127, 128, 134 et 138 van de Grondwet; Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, inzonderheid artikel 92bis, § 1, ingevoegd door de bijzondere wet van 8 augustus 1988 en gewijzigd door de bijzondere wet van 16 juli 1993; Gelet op het decreet II van de Franse Gemeenschapsraad van 19 juli 1993 tot toekenning van de uitoefening van sommige bevoegdheden van de Franse Gemeenschap aan het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie; Gelet op het decreet II van de Waalse Gewestraad van 22 juli 1993 tot toekenning van de uitoefening van sommige bevoegdheden van de Franse Gemeenschap aan het Waals Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie; Gelet op het decreet III van de Franse Gemeenschapscommissie van 22 juli 1993 tot toekenning van de uitoefening van sommige bevoegdheden van de Franse Gemeenschap aan de Franse Gemeenschapscommissie; Overwegende bovendien het Contract voor de School zoals het werd goedgekeurd door de Franse Gemeenschaps- regering van 31 mei 2005 en meer bepaald zijn prioriteit 4 ″Een beroep kiezen en leren op school″; Overwegende daarenboven het Transversaal Strategisch Plan II ″Kennis en kunde ontwikkelen in Wallonië″, en meer bepaald zijn impuls 7 ″Een beroepsmatige benadering valoriseren : vormingen gekoppeld aan de arbeidsmarkt″; Overwegende de dynamiek op gang gebracht door de Lissabonstrategie voor de groei en de werkgelegenheid zoals aangenomen door de Raad van Europa in maart 2005; Overwegende de tenuitvoerbrenging van het Europees Kwalificatiekader (EKK) en de tenuitvoerbrenging van het European Credit system voor beroepsonderwijs en -opleiding (ECVET) dat eruit voortvloeit; Overwegende de noodzaak om de banden te versterken tussen de wereld van de arbeid en de beroeps van de Vorming en het Kwalificerend Onderwijs, met inbegrip van het Onderwijs voor Sociale Promotie; Overwegende dat het beroep de referentie moet blijven om de leerling en de cursist een zo volledig mogelijk kwalificerend studie- en opleidingsprogramma te bieden; Overwegende de wil om het Kwalificerend Onderwijs, met inbegrip van het Onderwijs voor Sociale Promotie, de Vorming en Het consortium Validatie Vaardigheden met een gezamenlijke taal en gezamenlijke referenties uit te rusten; Overwegende dat het fundamenteel is het levenslang leren voor de burger te vergemakkelijken door een grotere leesbaarheid en samenhang in het opleidingsparkoers te garanderen, zowel in Franstalig België als in Europa; Overwegende dat de actoren uit het Kwalificeren Onderwijs, met inbegrip van het Onderwijs voor Sociale Promotie, de Opleidingsoperatoren en het Consortium Validatie Vaardigheden het in rekening nemen van de verworvenheden van de cursist zullen kunnen garanderen en hem de mogelijkheid kunnen bieden zijn opleidingspar- koers zonder onderbreking voort te zetten, zowel in Franstalig België als in Europa; Overwegende dat die gezamenlijke referenties het de actoren uit het Kwalificerend Onderwijs, met inbegrip van het Onderwijs voor Sociale Promotie, van de Vorming en van het Consortium Validatie Vaardigheden mogelijk zullen maken onderwijs- en opleidingsprogramma’s te ontwikkelen evenals aan hun opdrachten, structuren en eigen middelen aangepaste referentiesystemen voor de validatie van vaardigheden; De Franse Gemeenschap, vertegenwoordigd door haar Regering in de persoon van haar Minister-President, Dhr. Rudy Demotte, in de persoon van haar Minister van Leerplichtonderwijs, de heer Christian Dupont en in de persoon van haar Minister van Jeugd en Onderwijs voor Sociale Promotie, de heer Marc Tarabella; Het Waals Gewest, vertegenwoordigd door zijn Regering in de persoon van haar Minister-President, de heer Rudy Demotte en in de persoon van haar Minister van Vorming, de heer Marc Tarabella; en De Franse Gemeenschapscommissie, vertegenwoordigd door haar College in de persoon van zijn Minister- Voorzitter, belast met Openbaar Ambt en Gezondheid, de heer Benoît Cerexhe en in de persoon van zijn Minister, Lid van het College, belast met Beroepsopleiding, Onderwijs, Cultuur en Schoolvervoer, Mevr. Françoise Dupuis; MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39613 hieronder deelgenoten in het akkoord genoemd, zijn overeengekomen wat volgt : HOOFDSTUK I. — Definitie en toepassingsgebied

  536. Art. 3. De actoren uit het Kwalificerend Onderwijs, het Onderwijs voor Sociale Promotie, de Kwalificerende Vorming en het Consortium Validatie Vaardigheden gebruiken een gemeenschappelijke taal waarvan de fundamentele begrippen die hun activiteiten bepalen, als volgt worden omschreven : 1° ″Vak″ : een samenhangend geheel van beroepsactiviteiten die gerealiseerd worden door een persoon in het kader van een productief proces; 2° ″Vakprofiel″ : het vakprofiel is samengesteld uit een vak-referentielijst en een vaardigheden-referentielijst; 3° ″Vak-referentielijst″ : de definitie van de titel van het beroep en van zijn gelijkbetekenende benamingen, van de plaats van het beroep tegenover aanverwante beroepen en de declinatie van hun functies en uitoefeningsvoorwaarden; 4° ″Vaardigheden-referentielijst″ : de referentielijst die de aanleg omvat van een georganiseerd geheel van kennis, van know-how en attitudes die het mogelijk maakt een zeker aantal taken te vervullen; 5° ″Vormingsprofiel″ : het profiel samengesteld uit eenheden leerresultaten gepaard met de vak- sleutelactiviteiten en dat eveneens is samengesteld uit een evaluatieprofiel, een tijdelijke beoordelingsindex en een uitrustingsprofiel; 6° ″Leerresultaten″ : de uiteenzetting van hetgeen de cursist weet, begrijpt en in staat is te realiseren aan het einde van een leerproces; 7° ″Eenheid leerresultaat″ : het samenhangend geheel van leerresultaten dat geëvalueerd of gevalideerd kan worden; 8° ″Sleutelactiviteiten″ : de noodzakelijke activiteiten voor het vervullen van de opdrachten die de werknemer in het kader van zijn functie worden toevertrouwd; 9° ″Evaluatieprofiel″ : het profiel dat de vereiste minimumbeheersingsdrempels met het oog op de afgifte van een bekwaamheidsattest of om dienst te doen als referentie bij het uitwerken van certificerende proeven voor het onderwijs, met inbegrip van het Onderwijs voor Sociale Promotie; 10° ″Tijdelijke beoordelingsindex″ : de index die voor elke sleutelactiviteit de optimale duur bepaalt voor het verwerven van de vaardigheidseenheden die ermee geassocieerd zijn. Hij kan variëren van de ene operator tot de andere. Hij wordt volgens de gevallen uitgedrukt in perioden, uren, maanden, jaren, fasen of graden; 11° ″Uitrustingsprofiel″ : het profiel dat de uitrusting en de infrastructuur bepaalt die toereikend zijn voor de tenuitvoerbrenging van het vormingsprofiel in een perspectief van vorming en opleiding. De uitrusting kan ondergebracht zijn hetzij in de school, hetzij bij een partner en, met name, in een Vaardigheidscentrum, een Referentiecentrum, een Centrum voor Geavanceerde Technologie, een onderneming; 12° ″Bekwaamheidsattest″ : het document dat de beheersing van de aan een activiteit van het beroep verbonden vaardigheidseenheden erkent; 13° ″Onderwijsprogramma″ : het document dat een geheel van activiteiten herneemt, van inhouden van opleidingen en methodologische oriëntaties die aangewend zijn om de pedagogische doelstellingen te realiseren die bepaald zijn in termen van verwerving van kennis, bekwaamheid, capaciteit of vaardigheid. Voor het Onderwijs voor Sociale Promotie doet het pedagogisch dossier van de afdeling dienst als opleidingsprogramma. Dit dossier herneemt met name de finaliteiten, de inhoud, de aanbevelingen inzake de modaliteiten voor de kapitalisatie van de getuigschriften tot staving van het slagen in de constituerende vormingseenheden. 14° ″Vormings-referentielijst : het document dat een geheel van activiteiten herneemt, van inhouden van opleidingen en/of methoden die aangewend zijn om de pedagogische doelstellingen te realiseren die bepaald zijn in termen van verwerving van kennis, bekwaamheid of vaardigheid. De activiteiten, inhouden en methoden worden ontplooid in een logische orde en over een welbepaalde periode. De vormings- referentielijsten moeten steunen op de vormingsprofielen. De vormings-referentielijsten van de vormingen door scholing van het Institut wallon de Formation en Alternance et des Indépendants et Petites et Moyennes Entreprises en van de Service Formation des Petites et Moyennes Entreprises verwijzen naar de sleutelactiviteiten die vermeld staan in het vormingsprofiel. HOOFDSTUK II. — De Service francophone des Métiers et des Qualifications

  537. Art. 4. De Regeringen richten een Service francophone des Métiers et des Qualifications op, belast met het organiseren van de Vakprofielen en de Vormingsprofielen, hierna de « Dienst » genoemd. Deze beschikt over, ten minste : 1° zes personen belast met de Onderwijs-opdracht, met inbegrip van het Onderwijs voor Sociale Promotie; 2° vier experts-methodologisten; 3° twee vertegenwoordigers van de Vorming afkomstig uit de Waalse openbare instellingen of uit de Cocof. De vertegenwoordigers uit het Onderwijs, het Onderwijs voor Sociale Promotie en de Vorming binnen de projectgroepen worden aangesteld door de instanties waaronder zij ressorteren, overeenkomstig de bepalingen die hun statuut regelen. De Algemene Overlegraad van het Onderwijs en de Overlegcommissie van het Onderwijs voor Sociale Promotie zorgen ervoor dat het karakterologisch evenwicht binnen de vertegenwoordiging van het Onderwijs gegarandeerd is. 39614 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD

  538. Art. 5. De Dienst zal de vorm aannemen van een dienst met afzonderlijk beheer (zonder rechtspersoonlijkheid) gelegen bij de Franse Gemeenschap met de mogelijkheid van ontvangsten afkomstig van een ander machtsniveau. Zijn centrale zetel is in Brussel gelegen.

  539. Art. 6. De Dienst is samengesteld uit een uitvoerende cel en drie vaste kamers : een Chambre des Métiers, een Chambre Enseignement – Formation en een Chambre de Concertation et d’Agrément.

  540. Art. 7. De uitvoerende cel verenigt, met het akkoord van de Chambre des Métiers en de Chambre Enseignement – Formation, de Commissies ad hoc referentielijsten belast met het opmaken van de vakprofielen of de opleidingsprofielen.

  541. Art. 8. Elke partij in het akkoord duidt een commissaris aan opdat die zijn opdracht zou uitoefenen inzake informatie en controle van de wettelijkheid en van het algemeen belang binnen de Dienst. HOOFDSTUK III. — De Chambre des Métiers

  542. Art. 9. Er wordt een Chambre des Métiers du Service francophone des Métiers et des Qualifications opgericht, hierna de ″Chambre des Métiers″ genoemd. Afdeling 1. — Opdrachten en samenstelling van de Chambre des Métiers

  543. Art. 10. De Chambre des Métiers is samengesteld uit : 1° acht effectieve leden en evenveel plaatsvervangers die de representatieve organisaties van de werknemers vertegenwoordigen; 2° acht effectieve leden en evenveel plaatsvervangers die de representatieve organisaties van de werkgevers vertegenwoordigen; 3° twee effectieve leden en twee plaatsvervangers die de openbare tewerkstellingsdiensten vertegenwoordigen. De vertegenwoordigers van de representatieve organisaties van de werknemers en van de werkgevers bedoeld in 1° en 2° zijn stemgerechtigd. Onder die leden zijn minstens leden afkomstig uit de Brusselse representatieve organisaties van de werknemers en minstens twee leden zijn afkomstig uit de Brusselse Representatieve organisaties van de werkgevers. De leden bedoeld in 1° en 2° die de representatieve organisaties van de werknemers en van de werkgevers vertegenwoordigen worden door de Regeringen benoemd op een dubbele lijst van kandidaten die door hun organisaties wordt voorgesteld. De leden bedoeld in 3° die de openbare tewerkstellingsdiensten vertegenwoordigen zijn stemgerechtigd. Zij worden door de Regeringen en het College benoemd op voorstel van hun opdrachtgever.

  544. Art. 11. De Chambre des Métiers is belast met het opmaken en het actualiseren van de vakprofielen en de boomstructuur van de beroepen. De opdrachten van de Chambre des Métiers zijn : 1° de lijst opmaken van de beroepen die het voorwerp zal zijn van de werkzaamheden van de Chambre des Métiers en de Chambre Enseignement – Formation, op basis van de voorstellen die uitgaan van de aanbevelingen van de Ministers van Vorming, Onderwijs en Tewerkstelling, van de voorstellen van de openbare tewerkstellingsdiensten, van de sectorale vertegenwoordigers, van het Onderwijs, met inbegrip van het Onderwijs voor Sociale Promotie, van de Vorming en van de Chambre Enseignement – Formation. Deze aanbevelingen zullen daarnaast rekening houden met : de situatie op de arbeidsmarkt, de zogenaamde « nieuwe » beroepen, het volume van de bij de ingerichte opleidingen betrokken personen. 2° de lijst van de beroepen aan de partijen in het akkoord mededelen door ze op te nemen in de strategische oriëntatienota. 3° vakprofielen actualiseren en opmaken met inachtneming van het door de Chambre de Concertation et d’Agrément goedgekeurd methodologisch kader. 4° een wacht organiseren op de federale bepalingen inzake toegang tot het beroep en de Regeringen erover informeren. Afdeling 2. — Het voorzitterschap van de Chambre des Métiers

  545. Art. 12. De Chambre des Métiers duidt, onder haar leden, een Voorzitter en een Ondervoorzitter aan. Het Voorzitterschap wordt beurtelings verzekerd door een vertegenwoordiger van de representatieve organisaties van de werknemers, de eerste helft van het mandaat, en door een vertegenwoordiger van de representatieve organisaties van de werkgevers, de tweede helft van het mandaat. Het mandaat van de Voorzitter en van de Ondervoorzitter duurt vijf jaar.

  546. Art. 13. Naast het voorzitterschap zijn de Voorzitter en de Ondervoorzitter belast, in overleg met de Uitvoerend Directeur van de uitvoerende cel, met het aanduiden van de vertegenwoordiger(s) van de sectoren, op voorstel van de organisaties, die betrokken zijn bij de uitwerking van het vakprofiel. Die vertegenwoordigers zullen de commissies voor vak-referentielijsten samenstellen die belast zijn met het uitwerken van het vakprofiel in samenwerking met de projectgroepen van de uitvoerende cel. MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39615 HOOFDSTUK IV. — De Chambre Enseignement-Formation

  547. Art. 14. Er wordt een Chambre Enseignement-Formation du Service francophone des Métiers et des Qualifica- tions opgericht, hierna de ″Chambre Enseignement-Formation″ genoemd. Afdeling 1. — Opdrachten en samenstelling van de Chambre Enseignement-Formation

  548. Art. 15. De Chambre Enseignement-Formation is samengesteld uit : 1° twee vertegenwoordigers van elk overlegcomité van de Algemene Coördinatieraad van het secundair onderwijs; 2° een vertegenwoordiger van het Algemeen Bestuur van het Onderwijs en van het Wetenschappelijk Onderzoek; 3° een vertegenwoordiger van de Stuurcommissie; 4° drie vertegenwoordigers van van de Overlegcommissie van het Onderwijs voor Sociale Promotie waarvan een vertegenwoordiger van het niet-confessioneel vrij onderwijs; 5° twee vertegenwoordigers van de Algemene Raad van het gespecialiseerd onderwijs (een per karakter); 6° twee vertegenwoordigers van het I.F.A.P.M.E.; 7° een vertegenwoordiger van de S.F.P.M.E.; 8° twee vertegenwoordigers van FOREm, vertegenwoordigd door zijn eenheid FOREm Formation; 9° een vertegenwoordiger van het Institut bruxellois francophone pour la Formation professionnelle, hierna Bruxelles Formation genoemd; 10° een vertegenwoordiger van de sector van de prekwalificatie vertegenwoordigd door de Interfédération des entreprises de formation par le travail of de instellingen voor socioprofessionele inschakeling; 11° een vertegenwoordiger van de door de Franse Gemeenschapscommissie erkende instellingen voor socioprofessionele inschakeling vertegenwoordigd door de Fédération bruxelloise des organismes d’Insertion socioprofessionnelle. De in de 1°, 4° tot 11° bedoelde leden zijn stemgerechtigd; de in 2° en 3° bedoelde leden hebben raadgevende stem. Die leden, evenals hun plaatsvervangers, worden gezamenlijk benoemd door de Regeringen en het College, op voorstel van hun instanties. Elke van die instanties kan, op eigen initiatief, de partijen in het akkoord de vervanging voorstellen van een lid dat zij oorspronkelijk heeft voorgesteld. Dit lid wordt hiervan behoorlijk op de hoogte gebracht. In afwachting van de beslissing van de partijen in het akkoord zetelt de plaatsvervanger van dit lid van rechtswege in de Chambre Enseignement – Formation. De opdrachten van de Chambre Enseignement-Formation zijn : 1° vormingsprofielen actualiseren en opmaken met inachtneming van het door de Chambre de Concertation et d’Agrément goedgekeurd methodologisch kader. 2° de Chambre des Métiers een lijst van beroepen voorstellen die het voorwerp van haar werkzaamheden zouden kunnen zijn. Afdeling 2. — Het Voorzitterschap en het Ondervoorzitterschap van de Chambre Enseignement-Formation

  549. Art. 16. De Chambre Enseignement – Formation duidt, onder haar leden, een Voorzitter en een Ondervoorzitter aan. Het Voorzitterschap en het Ondervoorzitterschap worden beurtelings verzekerd door een vertegenwoordiger van het Onderwijs bedoeld in de punten 1°, 4° en 5° van artikel 13, de eerste helft van het mandaat, en door een vertegenwoordiger van de Vorming bedoeld in de punten 6° tot 9° van artikel 13, de tweede helft van het mandaat. Het mandaat van de Voorzitter en van de Ondervoorzitter duurt vijf jaar.

  550. Art. 17. Naast de aan het voorzitterschap verbonden opdrachten, zijn de Voorzitter en de Ondervoorzitter belast, in overleg met de Uitvoerend Directeur van de uitvoerende cel, met het aanduiden van de vertegenwoordigers van het Onderwijs, met inbegrip van het Onderwijs voor Sociale Promotie, en van de Vorming, die betrokken zijn bij de uitwerking van het vakprofiel. Die vertegenwoordigers zullen de commissies voor vormings-referentielijsten samenstellen die belast zijn met het uitwerken van het vormingsprofiel in samenwerking met de projectgroepen van de uitvoerende cel. HOOFDSTUK V. — De uitvoerende cel

  551. Art. 18. Er wordt een uitvoerende cel van de Service francophone des Métiers et des Qualifications opgericht, hierna de ″uitvoerende cel″ genoemd. Afdeling 1. — Opdrachten en samenstelling van de uitvoerende cel

  552. Art. 19. De uitvoerende cel is de coördinatieplaats van de vak- en de vormingsprofielen. De uitvoerende cel is ook een scharnierorgaan met andere voorzieningen van het Onderwijs, met inbegrip van het Onderwijs voor Sociale Promotie en het gespecialiseerd onderwijs, van de Vorming en van het Consortium Validatie Vaardigheden. De uitvoerende cel is belast met de goede werking van de Dienst. Zij beschikt over het nodige personeel.

  553. Art. 20. De uitvoerende cel is samengesteld uit : — een uitvoerend directeur; — experts-methodologisten; — de leden van de sectorale of intersectorale projectgroepen hernomen in artikel 26; — een secretariaat.

  554. Art. 21. De opdrachten van de uitvoerende cel zijn de volgende : 1° het secretariaat verzekeren van de Chambre des Métiers, de Chambre Enseignement-Formation en van de Chambre de Concertation et d’Agrément; 39616 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 2° opstellen van het huishoudelijk reglement en dit ter goedkeuring voorleggen aan de Chambre de Concertation et d’Agrément. Dit huishoudelijk reglement moet met name voorzien in : a) de regels betreffende het bijeenroepen van de Chambre des Métiers, de Chambre Enseignement- Formation en de Chambre de Concertation et d’Agrément; b) de inschrijving van de punten op de agenda van de werkzaamheden van elke kamer; c) de regels betreffende de beurtwisseling van de functies van Voorzitter en van Ondervoorzitter van de Chambre des Métiers, van de Chambre Enseignement-Formation en van de Chambre de Concertation et d’Agrément evenals de regels bij afwezigheid of verhindering van de Voorzitter of de Ondervoorzitter; d) de quorum-regels om de goede werking van de drie vaste kamers van de S.F.M.Q. Te verzekeren evenals de stemmodaliteiten; e) de samenwerkingsregels met het oog op de informatie en harmonisering met de openbare instellingen voor Onderwijs, Vorming, Validatie van de vaardigheden en Sturing van de Beurtwisseling; 3° de strategische oriëntatienota van de S.F.M.Q. en uitvoer brengen, waarin het jaarlijks programma en de in cijfers vertaalde doelstellingen omschreven zijn en die ter goedkeuring voorleggen aan de Chambre de Concertation et d’Agrément; 4° het jaarverslag van de S.F.M.Q. Opstellen en het ter goedkeuring voorleggen aan de Chambre de Concertation et d’Agrément; 5° de algemene beheersopdracht van de S.F.M.Q. verzekeren; 6° de algemene opdracht van organisatie van de werkzaamheden van de Chambre Métiers, de Chambre Enseignement-Formation en de Chambre Concertation et d’Agrément verzekeren, evenals van de Commis- sies van de vak-referentielijsten en van de Commissies van de vormings-referentielijsten; 7° de werkzaamheden van de sectorale en intersectorale projectgroepen organiseren; 8° de methodologie bepalen voor het uitwerken van de vakprofielen, van de opleidingsprofielen evenals van hun erkenning en die ter goedkeuring voorleggen aan de Chambre de Concertation et d’Agrément; 9° de naleving van het vakprofiel garanderen in zijn ombuiging tot vormingsprofiel; 10° het vakprofiel, en bijgevolg het vormingsprofiel laten actualiseren in functie van de behoeften; 11° de koppeling garanderen tussen de vakprofielen en de werkzaamheden van het Consortium Validatie Vaardigheden; 12° de opdrachten inzake representatie en promotie van onderhavig akkoord verzekeren; 13° adviezen uitbrengen aangaande de verhouding tussen de vormingsinhouden van de onderwijsprogramma’s en de vormingsreferentielijsten met de vormingsprofielen : a) bij de Commissie van de programma’s van het Leerplichtonderwijs of bij de Overlegcommissie van het Onderwijs voor Sociale Promotie; b) bij de Regeringen of bij het College. Het huishoudelijk reglement van de Dienst, de strategische oriëntatienota van de Dienst, het jaarverslag van de Dienst, de methodologie voor de uitwerking van de vakprofielen en van de vormingsprofielen evenals hun erkenning, de vakprofielen en de vormingsprofielen zullen, overeenkomstig artikel 33, voor goedkeuring worden overgemaakt aan de contracterende partijen van het akkoord. Afdeling 2. — De Uitvoerend Directeur

  555. Art. 22. De Uitvoerend Directeur wordt door de Regering gekozen voor een hernieuwbaar mandaat van vijf jaar op basis van een oproep tot kandidaten en van een door de contracterende partijen goedgekeurd functieprofiel.

  556. Art. 23. De Uitvoerend Directeur is verantwoordelijk tegenover de Chambre de Concertation et d’Agrément en tegenover de Regeringen voor de handelingen van dagelijks beheer van de Dienst en voor de aan de uitvoerende cel toegewezen opdrachten zoals hernomen in artikel 19.

  557. Art. 24. De projectgroepen en het secretariaat vallen onder de bevoegdheid van de Uitvoerend Directeur.

  558. Art. 25. Om de koppeling tussen het vormingsprofiel en de onderwijsprogramma’s voor sociale promotie te garanderen, werkt de Uitvoerend Directeur samen met de Overlegcommissie van het Onderwijs voor Sociale Promotie. De Uitvoerend Directeur brengt hierover verslag uit bij de Chambre de Concertation et d’Agrément.

  559. Art. 26. De Uitvoerend Directeur werkt samen met het IFAPME en de SFPME om de samenhang te verzekeren tussen de vormingsprofielen en de vormingsprogramma’s van het Institut wallon de Formation en Alternance et des Indépendants et Petites et Moyennes Entreprises/Service Formation des Petites et Moyennes Entreprises. Hij brengt hierover verslag uit bij de Chambre de Concertation et d’Agrément.

  560. Art. 27. De Uitvoerend Directeur werkt samen met de bevoegde diensten binnen FOREm Formation en Bruxelles Formation om de samenhang te verzekeren tussen de vormingsprofielen en de vormings- referentielijsten/programma’s van FOREm Formation en van Bruxelles Formation. Hij brengt hierover verslag uit bij de Chambre de Concertation et d’Agrément. Afdeling 3. — De projectgroepen

  561. Art. 28. Elke sectorale of intersectorale projectgroep is samengesteld uit : 1° een expert-methodologist; 2° minimum één opdrachthouder uit het Voltijds Onderwijs of het Onderwijs voor Sociale Promotie; 3° minimum één vertegenwoordiger van de Vorming afkomstig uit een Waalse openbare instelling of uit de Franse Gemeenschapscommissie. Elke projectgroep is geïntegreerd in de referentielijst-commissies gestuurd door de expert-methodologist.

  562. Art. 29. De opdrachten van de projectgroepen zijn : 1° logistieke en methodologische steun geven aan de Chambre des Métiers en aan de referentielijst-commissies voor de uitwerking van de vakprofielen; MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39617 2° logistieke en methodologische steun geven aan de Chambre Enseignement-Formation en aan de referentielijst- commissies voor de uitwerking van de vormingsprofielen; 3° over het volledig proces de naleving van de methodologie voor de uitwerking van de vakprofielen en van de vormingsprofielen garanderen. Deze opdrachten worden verzekerd onder de verantwoordelijkheid van de Uitvoerend Directeur. Afdeling 4. — De expert-methodologist

  563. Art. 30. De expert-methodologist is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de werkzaamheden binnen de projectgroep waarvan hij deel uitmaakt. Hij is belast met de animatie en het beheer van de projectgroep.

  564. Art. 31. De aan de projectgroep verbonden expert-methodologist wordt door de S.F.M.Q. In dienst genomen na een door de Regeringen en het College vastgelegde selectieprocedure. HOOFDSTUK VI. — De Chambre de Concertation et d’Agrément

  565. Art. 32. Er wordt een Chambre de Concertation et d’Agrément du Service francophone des Métiers et des Qualifications opgericht, hierna de ″Chambre de Concertation et d’Agrément″ genoemd. Afdeling 1. — De Chambre de Concertation et d’Agrément

  566. Art. 33. De Chambre de Concertation et d’Agrément is een overleg- en evocatieplaats waar het geheel van de in de voorziening betrokken actoren samenkomen om de opdrachten van de voorziening te organiseren, om de doeltreffendheid ervan te verzekeren en om de erkenningen te nemen die zich opdringen.

  567. Art. 34. De Chambre de Concertation et d’Agrément is samengesteld uit : 1° de Voorzitter en de Ondervoorzitter van de Chambre des métiers; 2° de Voorzitter en de Ondervoorzitter van de Chambre Enseignement-Formation; 3° de Uitvoerend Directeur van de uitvoerende cel; 4° de Directeur van de uitvoerende cel van het Consortium Validatie Vaardigheden; 5° een vertegenwoordiger van elke partij in het akkoord. De Chambre de Concertation et d’Agrément kan een beroep doen op de expertise van de methodologist van de projectgroep belast met het uitwerken van de vakprofielen en van de vormingsprofielen op het ogenblik van het onderzoek van die profielen. De in onderhavig artikel, 1° en 2°, aangeduide leden hebben stemrecht. De in onderhavig artikel, 3° tot 5°, aangeduide leden hebben raadgevende stem.

  568. Art. 35. De opdrachten van de Chambre de Concertation et d’Agrément zijn : 1° de operationele definities preciseren die nodig zijn voor de coherente werking van de Dienst en zijn onderdelen; 2° het huishoudelijk reglement van de Dienst evalueren en valideren en het overmaken aan de partijen in het akkoord die het goedkeuren; 3° de strategische oriëntatienota doen opstellen door de uitvoerende cel op basis van de aanbevelingen van de Regeringen en van het College die uiterlijk op 1 september van het lopend jaar worden medegedeeld, van de voorstellen van de openbare tewerkstellingsdiensten, van de sectorale vertegenwoordigers (Chambre des métiers), van het Onderwijs, met inbegrip van het Onderwijs voor Sociale Promotie, en van de Vorming, eveneens medegedeeld op 1 september van het lopend jaar. De strategische oriëntatienota wordt met name uitgewerkt in termen van algemene en operationele doelstellingen, van lijsten van beroepen die jaarlijks binnen de S.F.M.Q. Behandeld zullen worden e van resultaat- en financieringsindicatoren en bepaalt het aantal projectgroepen die aan de uitvoerende cel toegewezen worden in functie van de toevertrouwde taken; 4° de strategische oriëntatienota uiterlijk op 30 september van het lopend jaar ter goedkeuring aan de partijen in het akkoord voorleggen; 5° de door de Regeringen goedgekeurde strategische oriëntatienota uiterlijk op 15 oktober van het lopend jaar aan de uitvoerende cel overmaken die belast is met de tenuitvoerbrenging ervan; 6° de methodologie voor de uitwerking van de vakprofielen, de vormingsprofielen en de erkenningsmethodo- logie evalueren en valideren en ze vervolgens aan de partijen in het akkoord overmaken die ze goedkeuren; 7° de werking van de leden van de uitvoerende cel evalueren en hierover verslag uitbrengen bij de partijen in het akkoord; 8° het jaarverslag van de S.F.M.Q. evalueren en valideren en het, uiterlijk op 15 april, overmaken aan de partijen in het akkoord die het goedkeuren; 9° de overeenstemming van de vakprofielen met de vormingsprofielen erkennen op basis van het advies van de Chambre des métiers en ze overmaken in de partijen in het akkoord die ze goedkeuren. Afdeling 2. — Het Voorzitterschap en het Ondervoorzitterschap van de Chambre de Concertation et d’Agrément

  569. Art. 36. Het Voorzitterschap van de Chambre de Concertation et d’Agrément wordt beurtelings verzekerd door de Voorzitter van de Chambre des métiers en door de Voorzitter van de Chambre Enseignement-Formation. Het mandaat duurt een jaar. HOOFDSTUK VII. — Het gebruik van de profielen

  570. Art. 37. In het verplicht onderwijs zullen de vormingsprofielen die voortkomen uit de werkzaamheden van de Dienst overgemaakt worden aan de Regering die ze aan de goedkeuring van het Parlement zal voorleggen overeenkomstig de bepalingen hernomen in artikel 39 van het decreet van 24 juli 1997 dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maakt ze uit te voeren. Deze profielen zullen eveneens dienst doen als basis voor het repertorium van de gegroepeerde opties in de voltijdse beroeps- en technische humaniora. 39618 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD

  571. Art. 38. In het Onderwijs voor Sociale Promotie zullen de vormingsprofielen die voortkomen uit de werkzaam- heden van de Dienst overgemaakt worden aan de Executieve overeenkomstig de bepalingen hernomen in de artikelen 136 en volgende van het decreet van 16 april 1991 tot organisatie van het Onderwijs voor Sociale Promotie en in het besluit van de Franse Gemeenschapsregering van 9 juli 2004 betreffende de pedagogische dossiers van de opleidingsafdelingen en -eenheden van het Onderwijs voor Sociale Promotie.

  572. Art. 39. Voor de Waalse vormingsoperatoren, FOREm Formation en het I.F.A.P.M.E., zal de scharniering of het in overeenstemming brengen met de door de S.F.M.Q. voortgebrachte profielen bepaald worden in het beheerscontract van die Instellingen van Openbaar Nut, volgens de door de Regeringen en het College vastgelegde modaliteiten.

  573. Art. 40. Voor de Brusselse vormingsperatoren, de S.F.P.M.E. en Bruxelles Formation, zal de scharniering of het in overeenstemming brengen met de door de S.F.M.Q. voortgebrachte profielen bepaald worden bij besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie. HOOFDSTUK VIII. — Financiering

  574. Art. 41. Het jaarbudget van de S.F.M.Q., met inbegrip van de werkingskosten, wordt bepaald op basis van de door de Regeringen goedgekeurde strategische oriëntatienota. Het jaarbudget wordt in een gezamenlijk akkoord vastgelegd door de Regeringen en het College.

  575. Art. 42. De werkingskosten van de S.F.M.Q. worden verdeeld a rato van 45 % voor de Franse Gemeenschap, 40 % voor het Waalse Gewest en 15 % voor de Franse Gemeenschapscommissie. Het op zich nemen van de werkingskosten door de Regeringen kan gebeuren door het ter beschikking stellen van lokalen, personeel en materiaal.

  576. Art. 43. De Regeringen en het College beschikken over de mogelijkheid om de Chambre de Concertation et d’Agrément te adiëren om een advies te vragen of de lancering van een projectgroep die belast is met het evalueren en valideren van een bijzondere voorziening die niet hernomen staat in de strategische oriëntatienota. Wanneer de Chambre de aanvraag ontvankelijk en gegrond verklaart overeenkomstig de in het huishoudelijk reglement bepaalde regels, zal de totaliteit van de werkings- en andere kosten ten laste vallen van de vragende partij. HOOFDSTUK IX. — Overgangsbepalingen

  577. Art. 44. De Franse Gemeenschapscommissie verbindt er zich door onderhavig akkoord door de huidige Commission communautaire des Professions et de Qualifications op te heffen, wiens opdrachten voortaan zullen uitgevoerd worden door de S.F.M.Q. die, volgens de door de Regeringen en het College bepaalde modaliteiten de rechten en plichten overnemen van de Commission communautaire des Professions et des Qualifications. Brussel, 27 maart 2009, in drie originele exemplaren. Voor de Franse Gemeenschap : De Minister-President, R. DEMOTTE De Minister van Leerplichtonderwijs, C. DUPONT De Minister van het Onderwijs voor Sociale Promotie en Jeugd, M. TARABELLA Voor het Waalse Gewest : De Minister-President, R. DEMOTTE De Minister van Vorming, M. TARABELLA Voor de Franse Gemeenschapscommissie : De Minister-Voorzitter, belast met het Openbaar Ambt en Gezondheid, B. CEREXHE De Minister, Lid van het College, belast met Beroepsopleiding, Onderwijs, Cultuur en Schoolvervoer, F. DUPUIS Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Brussel, 30 april 2009. B. CEREXHE, Voorzitter van het College van de Franse Gemeenschapscommissie, belast met het Openbaar Ambt en Gezondheid Ch. PICQUE, lid van het College van de Franse Gemeenschapscommissie, belast met Sociale Cohesie, Mevr. E. HUYTEBROECK, Lid van het College van de Franse Gemeenschapscommissie, belast met Begroting, Bijstand aan Gehandicapte Personen en Toerisme, Mevr. F. DUPUIS, Lid van het Collegevan de Franse Gemeenschapscomissie, belast met Beroepsopleiding, Onderwijs, Cultuur en Schoolvervoer, E. KIR, Lid van het College van de Franse Gemeenschapscommissie, belast met Sociale Acties, Gezinnen en Sport MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39619 AUTRES ARRETES — ANDERE BESLUITEN SERVICE PUBLIC FEDERAL INTERIEUR FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN [C − 2009/00365] [C − 2009/00365] 26 AVRIL 2009. — Arrêté royal portant nomination des membres de la 26 APRIL 2009. — Koninklijk besluit houdende benoeming van de Commission permanente de Contrôle linguistique et portant leden van de Vaste Commissie voor Taaltoezicht en houdende désignation de ses vice-présidents. — Traduction allemande benoeming van haar ondervoorzitters. — Duitse vertaling Le texte qui suit constitue la traduction en langue allemande de De hierna volgende tekst is de Duitse vertaling van het koninklijk l’arrêté royal du 26 avril 2009 portant nomination des membres de la besluit van 26 april 2009 houdende benoeming van de leden van de Commission permanente de Contrôle linguistique et portant désigna- Vaste Commissie voor Taaltoezicht en houdende benoeming van haar tion de ses vice-présidents (Moniteur belge du 18 mai 2009). ondervoorzitters (Belgisch Staatsblad van 18 mei 2009). Cette traduction a été établie par le Service central de traduction Deze vertaling is opgemaakt door de Centrale dienst voor Duitse allemande à Malmedy. vertaling in Malmedy. FÖDERALER ÖFFENTLICHER DIENST INNERES [C − 2009/00365] 26. APRIL 2009 — Königlicher Erlass zur Ernennung der Mitglieder der Ständigen Kommission für Sprachenkontrolle und zur Bestimmung ihrer Vizevorsitzenden — Deutsche Übersetzung Der folgende Text ist die deutsche Übersetzung des Königlichen Erlasses vom 26. April 2009 zur Ernennung der Mitglieder der Ständigen Kommission für Sprachenkontrolle und zur Bestimmung ihrer Vizevorsitzenden. Diese Übersetzung ist von der Zentralen Dienststelle für Deutsche Übersetzungen in Malmedy erstellt worden. FÖDERALER ÖFFENTLICHER DIENST INNERES 26. APRIL 2009 — Königlicher Erlass zur Ernennung der Mitglieder der Ständigen Kommission für Sprachenkontrolle und zur Bestimmung ihrer Vizevorsitzenden ALBERT II., König der Belgier, Allen Gegenwärtigen und Zukünftigen, Unser Gruß! Aufgrund der am 18. Juli 1966 koordinierten Gesetze über den Sprachengebrauch in Verwaltungsangelegenheiten, insbesondere des Artikels 60 § 2; Aufgrund des Königlichen Erlasses vom 4. August 1969 zur Festlegung des Statuts des Vorsitzenden und der Mitglieder der Ständigen Kommission für Sprachenkontrolle und zur Organisation der Arbeitsweise dieser Kommission, insbesondere des Artikels 2; In der Erwägung, dass das Gesetz vom 20. Juli 1990 zur Förderung einer ausgeglichenen Vertretung von Männern und Frauen in Organen mit Begutachtungsbefugnis, insbesondere Artikel 2bis § 1, eingefügt durch das Gesetz vom 17. Juli 1997, zur Anwendung kommt; In der Erwägung, dass die ordentlichen Mitglieder und die Ersatzmitglieder der Ständigen Kommission für Sprachenkontrolle in Anwendung von Artikel 60 § 2 Absatz 1 der vorerwähnten koordinierten Gesetze vom König ernannt werden unter den Kandidaten aus Listen mit je drei Kandidaten, die von den Gemeinschaftsparlamenten vorgelegt werden; Aufgrund der Listen mit je drei Kandidaten, die vom Parlament der Deutschsprachigen Gemeinschaft, vom Parlament der Französischen Gemeinschaft und vom Flämischen Parlament vorgelegt worden sind; Auf Vorschlag Unseres Ministers des Innern Haben Wir beschlossen und erlassen Wir:

  578. Artikel 1 - Zu ordentlichen Mitgliedern der Ständigen Kommission für Sprachenkontrolle werden ernannt: a) Deutschsprachiges Mitglied: — Herr Marcel Henn, b) Französische Abteilung: — Herr Stéphane Van Ommeslaeghe, — Herr Christophe Verbist, — Frau Caroline Hermanus, — Herr Paul Verwilghen, — Frau Mélanie Lazzari, c) Niederländische Abteilung: — Herr Steven Utsi, — Herr Peter Vandenbussche, — Frau Helga De Baets, — Herr Emmanuel Vandenbossche, — Frau Tania Dekens. 39620 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD

  579. Art. 2 - Zu Ersatzmitgliedern derselben Kommission werden ernannt: a) Deutschsprachiges Mitglied: — Frau Ulrike Kloos, b) Französische Abteilung: — Herr Thierry Mercken, — Herr Christophe T’sas, — Frau Déborah Gustin, — Herr Quentin Hayois, — Frau Véronique Dumoulin, c) Niederländische Abteilung: — Frau Annick Buggenhout, — Herr Jean-Marie Van Exem, — Herr Frank Judo, — Herr Christian Cloots, — Frau Ellen Neirinck.

  580. Art. 3 - Jedes ordentliche Mitglied hat als Ersatzmitglied dasjenige, das in der in den vorhergehenden Artikeln angegebenen Reihenfolge den gleichen Platz wie es selbst einnimmt.

  581. Art. 4 - Die Herren Christophe Verbist, ordentliches Mitglied der französischen Abteilung der Ständigen Kommission für Sprachenkontrolle, und Emmanuel Vandenbossche, ordentliches Mitglied der niederländischen Abteilung derselben Kommission, werden zu Vizevorsitzenden dieser Kommission bestimmt.

  582. Art. 5 - Vorliegender Erlass tritt am Tag seiner Veröffentlichung im Belgischen Staatsblatt in Kraft.

  583. Art. 6 - Unser Minister des Innern ist mit der Ausführung des vorliegenden Erlasses beauftragt. Gegeben zu Brüssel, den 26. April 2009 ALBERT Von Königs wegen: Der Minister des Innern G. DE PADT * SERVICE PUBLIC FEDERAL INTERIEUR FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN [C − 2009/00322] [C − 2009/00322] Ordres nationaux Nationale Orden Palais Paleis Par arrêté royal du 19 janvier 2009, les Palmes d’Or de l’Ordre de la Bij koninklijk besluit van 19 januari 2009 worden de Gouden Palmen Couronne sont décernées à : in de Kroonorde verleend aan : MM : De heren : HELLINCKX René, premier homme d’entretien qualifié à la Cour. HELLINCKX René, eerste gekwalificeerd onderhoudsman op het Hof; KEPPENS Jean, homme d’entretien qualifié de 1ère classe à la Cour. KEPPENS Jean, gekwalificeerd onderhoudsman 1e klas op het Hof. Ils prennent rang dans l’Ordre à la date de l’arrêté. Zij nemen vanaf de datum van het besluit hun rang in de Orde in. Par arrêté royal du 26 avril 2009 sont accordées les promotions, Bij koninklijke besluiten van 26 april 2009 zijn de volgende promo- nominations et décorations suivantes : ties, benoemingen en decoraties verleend : Ordre de Léopold Leopoldsorde Commandeur Commandeur Mme VAN de VEN Maritta, Rédactrice en chef au Sénat, à la date du Mevr. VAN de VEN Maritta, Hoofdredacteur bij de Senaat, met 8 avril 2009. ingang van 8 april 2009. Officier Officier M. MARTENS Bart, Norbert, Directeur au Parlement flamand, à la De heer MARTENS Bart, Norbert, Directeur bij het Vlaams Parle- date du 8 avril 2008; ment, met ingang van 8 april 2008; Mme SCHEPPERS Githa, Auditeur au Conseil d’Etat, à la date du Mevr. SCHEPPERS Githa, Auditeur in de Raad van State, met ingang 8 avril 2009. van 8 april 2009. Chevalier Ridder Mme ANGILLIS Veerle, Attaché au Service public fédéral Intérieur, à Mevr. ANGILLIS Veerle, Attaché bij de Federale Overheidsdienst la date du 15 novembre 2006. Binnenlandse Zaken, met ingang van 15 november 2006 MM : De heren : ASSELMAN Erik, Attaché au Service public fédéral Intérieur, à la ASSELMAN Erik, Attaché bij de Federale Overheidsdienst Binnen- date du 8 avril 2005; landse Zaken, met ingang van 8 april 2005; BODDAERT Didier, Conseiller adjoint au Service public fédéral BODDAERT Didier, Adjunct-adviseur bij de Federale Overheids- Intérieur, à la date du 8 avril 2004; dienst Binnenlandse Zaken, met ingang van 8 april 2004; BRECKPOT Geert, Attaché au Service public fédéral Intérieur, à la BRECKPOT Geert, Attaché bij de Federale Overheidsdienst Binnen- date du 8 avril 2006; landse Zaken, met ingang van 8 april 2006; MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39621 CLAUS Carl, Attaché au Service public fédéral Intérieur, à la date du CLAUS Carl, Attaché bij de Federale Overheidsdienst Binnenlandse 8 avril 2006; Zaken, met ingang van 8 april 2006; DE KOSTER Patrick, Attaché au Service public fédéral Intérieur, à la DE KOSTER Patrick, Attaché bij de Federale Overheidsdienst date du 15 novembre 2007; Binnenlandse Zaken, met ingang van 15 november 2007; DESCHEPPER Pierre, Attaché au Service public fédéral Intérieur, à la DESCHEPPER Pierre, Attaché bij de Federale Overheidsdienst date du 15 novembre 2007; Binnenlandse Zaken, met ingang van 15 november 2007; HENS Alfons, Jozef, Maria, Lieutenant-chef de service du service HENS Alfons, Jozef, Maria, Luitenant-dienstchef van de brandweer- d’incendie de Nijlen, à la date du 8 avril 2007; dienst van Nijlen, met ingang van 8 april 2007; IDE Peter, Attaché au Service public fédéral Intérieur, à la date du IDE Peter, Attaché bij de Federale Overheidsdienst Binnenlandse 8 avril 2006; Zaken, met ingang van 8 april 2006; JAEKEN Peter, Conseiller adjoint à la Chambre des représentants, à JAEKEN Peter, Adjunct-adviseur bij de Kamer van volksvertegen- la date du 8 avril 2009. woordigers, met ingang van 8 april 2009. Mmes : Mevrn. : JUSTE Anna, Attaché au Service public fédéral Intérieur, à la date du JUSTE Anna, Attaché bij de Federale Overheidsdienst Binnenlandse 8 avril 2006; Zaken, met ingang van 8 april 2006; MONDEN Liesbeth, Attaché au Service public fédéral Intérieur, à la MONDEN Liesbeth, Attaché bij de Federale Overheidsdienst Binnen- date du 8 avril 2006. landse Zaken, met ingang van 8 april 2006. MM : De heren : NESTOR Christiaan, Theofiel, Stefaan, Conseiller adjoint au Parle- NESTOR Christiaan, Theofiel, Stefaan, Adjunct-adviseur bij het ment flamand, à la date du 8 avril 2009; Vlaams Parlement, met ingang van 8 april 2009; NEVELSTEEN Dirk, Attaché au Service public fédéral Intérieur, à la NEVELSTEEN Dirk, Attaché bij de Federale Overheidsdienst Binnen- date du 8 avril 2007; landse Zaken, met ingang van 8 april 2007; SENGELENG Piet, Attaché au Service public fédéral Intérieur, à la SENGELENG Piet, Attaché bij de Federale Overheidsdienst Binnen- date du 8 avril 2007; landse Zaken, met ingang van 8 april 2007; Mme SPAENS Carine, Attaché au Service public fédéral Intérieur, à la Mevr. SPAENS Carine, Attaché bij de Federale Overheidsdienst date du 8 avril 2008. Binnenlandse Zaken, met ingang van 8 april 2008; MM : De heren : SUSANT Johan, Attaché au Service public fédéral Intérieur, à la date SUSANT Johan, Attaché bij de Federale Overheidsdienst Binnen- du 8 avril 2006; landse Zaken, met ingang van 8 april 2006 VAN BRUSSEL Roger, Elie, Lodewijk, Capitaine-chef de service du VAN BRUSSEL Roger, Elie, Lodewijk, Kapitein-dienstchef van de service d’incendie de Nieuport, à la date du 8 avril 2003. brandweerdienst van Nieuwpoort, met ingang van 8 april 2003. Mmes : Mevrn. : VAN den EEDE Marleen, Conseiller adjoint au Parlement flamand, à VAN den EEDE Marleen, Adjunct-adviseur bij het Vlaams Parlement, la date du 8 avril 2009; met ingang van 8 april 2009; VANDENHAUTE Brigitte, Conseiller adjoint au Service public VANDENHAUTE Brigitte, Adjunct-adviseur bij de Federale Over- fédéral Intérieur, à la date du 15 novembre 2003; heidsdienst Binnenlandse Zaken, met ingang van 15 november 2003; VAN DORPE Els, Attaché au Service public fédéral Intérieur, à la date VAN DORPE Els, Attaché bij de Federale Overheidsdienst Binnen- du 15 novembre 2006. landse Zaken, met ingang van 15 november 2006. MM : De heren : VAN PASSEL Paul, August, Lieutenant-chef de service du service VAN PASSEL Paul, August, Luitenant-dienstchef van de brandweer- d’incendie de Montaigu-Zichem, à la date du 8 avril 2005; dienst van Scherpenheuvel-Zichem, met ingang van 8 april 2005; VERBURGH Marc, Attaché au Service public fédéral Intérieur, à la VERBURGH Marc, Attaché bij de Federale Overheidsdienst Binnen- date du 8 avril 2007; landse Zaken, met ingang van 8 april 2007; VERDUYN Frank, Attaché au Service public fédéral Intérieur, à la VERDUYN Frank, Attaché bij de Federale Overheidsdienst Binnen- date du 15 novembre 2005; landse Zaken, met ingang van 15 november 2005; Mme VOSSEN Béatrice, Attaché au Service public fédéral Intérieur, à Mevr. VOSSEN Béatrice, Attaché bij de Federale Overheidsdienst la date du 8 avril 2007. Binnenlandse Zaken, met ingang van 8 april 2007. Ils porteront la décoration civile. Zij zullen het burgerlijk ereteken dragen. Ordre de la Couronne Kroonorde Commandeur Commandeur M. DELTOUR Jan, Directeur d’administration à la Chambre des De heer DELTOUR Jan, Bestuursdirecteur bij de Kamer van volks- représentants, à la date du 8 avril 2009. vertegenwoordigers, met ingang van 8 april 2009. Officier Officier Mmes : Mevrn. : BOGAERTS Ella, Conseiller au Service public fédéral Intérieur, à la BOGAERTS Ella, Adviseur bij de Federale Overheidsdienst Binnen- date du 8 avril 2008; landse Zaken, met ingang van 8 april 2008; DE BECKER Carla, Directeur de centre au Service public fédéral DE BECKER Carla, Centrumdirecteur bij de Federale Overheids- Intérieur, à la date du 8 avril 2006; dienst Binnenlandse Zaken, met ingang van 8 april 2006; M. STALPAERT Wim, Conseiller au Service public fédéral Intérieur, De heer STALPAERT Wim, Adviseur bij de Federale Overheidsdienst à la date du 15 novembre 2007; Binnenlandse Zaken, met ingang van 15 november 2007; Mme VANWAEYENBERGH Gerda, Attaché au Service public fédéral Mevr. VANWAEYENBERGH Gerda, Attaché bij de Federale Over- Intérieur, à la date du 8 avril 2008. heidsdienst Binnenlandse Zaken, met ingang van 8 april 2008. Chevalier Ridder MM : De heren : BRUNEEL Frans, Alidor, Jules, Corneel, Lieutenant au service BRUNEEL Frans, Alidor, Jules, Corneel, Luitenant bij de brandweer- d’incendie de Staden, à la date du 8 avril 2006; dienst van Staden, met ingang van 8 april 2006; CAUWENBERGHS Luc, Chef administratif au Service public fédéral CAUWENBERGHS Luc, Bestuurschef bij de Federale Overheids- Intérieur, à la date du 8 avril 2003; dienst Binnenlandse Zaken, met ingang van 8 april 2003; COOPMAN Dirk, Luc, Willy, Capitaine au service d’incendie de COOPMAN Dirk, Luc, Willy, Kapitein bij de brandweerdienst van Dixmude, à la date du 8 avril 2008; Diksmuide, met ingang van 8 april 2008; 39622 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Mme CORNELISSEN Anne-Marie, Assistant administratif au Service Mevr. CORNELISSEN Anne-Marie, Administratief assistent bij de public fédéral Intérieur, à la date du 15 novembre 2007. Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken, met ingang van 15 november 2007. MM : De heren : COUCKE Claude, Maurice, Jules, Lieutenant-chef de service du COUCKE Claude, Maurice, Jules, Luitenant-dienstchef van de brand- service d’incendie de Deerlijk, à la date du 8 avril 2009; weerdienst van Deerlijk, met ingang van 8 april 2009; DE RIDDER Marc, Technicien-mécanicien-chauffagiste-chef d’équipe DE RIDDER Marc, Technicus-verwarmingswerktuigkundige- à la Chambre des représentants, à la date du 8 avril 2009; ploegbaas bij de Kamer van Volksvertegenwoordigers, met ingang van 8 april 2009; DEVISCH Ghislain, Commis-chef à la Chambre des représentants, à DEVISCH Ghislain, Chef-klerk bij de Kamer van Volksvertegenwoor- la date du 8 avril 2009; digers, met ingang van 8 april 2009; GORISSEN Stefan, Johan, Premier assistant au Parlement flamand, à GORISSEN Stefan, Johan, Eerste assistent bij het Vlaams Parlement, la date du 15 novembre 2008; met ingang van 15 november 2008; Mme JANS Anita, Assistant administratif au Service public fédéral Mevr. JANS Anita, Administratief assistent bij de Federale Overheids- Intérieur, à la date du 8 avril 2009. dienst Binnenlandse Zaken, met ingang van 8 april 2009. MM : De heren : LAMBRIGTS Walter, Premier assistant à la Chambre des représen- LAMBRIGTS Walter, Eerste assistent bij de Kamer van Volksverte- tants, à la date du 8 avril 2009; genwoordigers, met ingang van 8 april 2009; MOERMAN Jan, Chef administratif au Service public fédéral Inté- MOERMAN Jan, Bestuurschef bij de Federale Overheidsdienst rieur, à la date du 15 novembre 2008; Binnenlandse Zaken, met ingang van 15 november 2008; VAN DEN BERGE Marc, Chef administratif au Service public fédéral VAN DEN BERGE Marc, Bestuurschef bij de Federale Overheids- Intérieur, à la date du 8 avril 2008; dienst Binnenlandse Zaken, met ingang van 8 april 2008; Mme VANHEE Marie, Assistant administratif au Service public Mevr. VANHEE Marie, Administratief assistent bij de Federale fédéral Intérieur, à la date du 15 novembre 2007. Overheidsdienst Binnenlandse Zaken, met ingang van 15 novem- ber 2007. Palmes d’Or Gouden Palmen M. BOLLEN Koen, Albien, Jozef, Capitaine au service d’incendie de De heer BOLLEN Koen, Albien, Jozef, Kapitein bij de brandweer- Geel, à la date du 15 novembre 2008; dienst van Geel, met ingang van 15 november 2008; Mme DE BATSELIER Lucia, Françoise, Commis-chef au Parlement Mevr. DE BATSELIER Lucia, Françoise, Hoofdklerk bij het Vlaams flamand, à la date du 8 avril 2009. Parlement, met ingang van 8 april 2009. MM : De heren : DE CLERCQ Marcel, Charles, Lieutenant-commandant du service DE CLERCQ Marcel, Charles, Luitenant-bevelhebber van de brand- d’incendie de Lochristi, à la date du 15 novembre 1996; weerdienst van Lochristi, met ingang van 15 november 1996; DE LEEUW Marc, Joseph, Sous-lieutenant-médecin du service d’incen- DE LEEUW Marc, Joseph, Onderluitenant-geneesheer van de brand- die d’Alost, à la date du 8 avril 2007; weerdienst van Aalst, met ingang van 8 april 2007; DE MITS Dirk, Paul, Malvina, Sergent-major au service d’incendie de DE MITS Dirk, Paul, Malvina, Sergeant-majoor bij de brandweer- Gand, à la date du 15 novembre 2005; dienst van Gent, met ingang van 15 november 2005; DERYCKE Wally, René, Lucien, Sergent au service d’incendie de DERYCKE Wally, René, Lucien, Sergeant bij de brandweerdienst van Roulers, à la date du 8 avril 2008; Roeselare, met ingang van 8 april 2008; FRUYT Christiaan, Georges, Adjudant au service d’incendie de FRUYT Christiaan, Georges, Adjudant bij de brandweerdienst van Gavere, à la date du 15 novembre 2008; Gavere, met ingang van 15 november 2008; LAMMENS Alain, Julien, Jacques, Sergent-major au service d’incen- LAMMENS Alain, Julien, Jacques, Sergeant-majoor bij de brandweer- die de Gand, à la date du 8 avril 2007; dienst van Gent, met ingang van 8 april 2007; LIS Roger, Oscar, Premier sergent au service d’incendie de Gand, à la LIS Roger, Oscar, Eerste sergeant bij de brandweerdienst van Gent, date du 15 november 1996; met ingang van 15 november 1996; SAEYS Willy, Huissier de première classe à la Chambre des SAEYS Willy, Deurwachter eerste klas bij de Kamer van volksverte- représentants, à la date du 8 avril 2009; genwoordigers, met ingang van 8 april 2009; VAN BORTEL Gert, Remigius, Martha, Maria, Lieutenant- VAN BORTEL Gert, Remigius, Martha, Maria, Luitenant-bevelhebber commandant du service d’incendie de Wommelgem, à la date du van de brandweerdient van Wommelgem, met ingang van 8 april 2008; 8 avril 2008; VAN CANEGHEM Werner, Florimond, Christian, Premier sergent au VAN CANEGHEM Werner, Florimond, Christian, Eerste sergeant bij service d’incendie de Gand, à la date du 15 novembre 1996; de brandweerdienst van Gent, met ingang van 15 november 1996; VANDERMEEREN Rudi, Chef de la buvette à la Chambre des VANDERMEEREN Rudi, Chef van de koffiekamer bij de Kamer van Représentants, à la date du 8 avril 2009; volksvertegenwoordigers, met ingang van 8 april 2009; VAN ROSSEM Roger, Marcel, Leon, Germain, Premier sergent au VAN ROSSEM Roger, Marcel, Leon, Germain, Eerste sergeant bij de service d’incendie de Gand, à la date du 15 novembre 1996; brandweerdienst van Gent, met ingang van 15 november 1996; VERLEZ Robert, Emiel, Premier sergent au service d’incendie de VERLEZ Robert, Emiel, Eerste sergeant bij de brandweerdienst van Gand, à la date du 15 novembre 1996. Gent, met ingang van 15 november 1996. Palmes d’argent Zilveren Palmen MM : De heren : BOLLE Franck, André, Sous-lieutenant au service d’incendie de BOLLE Franck, André, Onderluitenant bij de brandweerdienst van Dixmude, à la date du 8 avril 2006; Diksmuide, met ingang van 8 april 2006; CASIER Guido, Gaston, André, Sergent au service d’incendie de CASIER Guido, Gaston, André, Sergeant bij de brandweerdienst van Staden, à la date du 15 novembre 2008; Staden, met ingang van 15 november 2008; CORNELISZ Edgard, Dirk, Maurice, Premier conducteur d’auto- CORNELISZ Edgard, Dirk, Maurice, Eerste autobestuurder- métallurgiste au service d’incendie de Gand, à la date du 15 novem- metaalbewerker bij de brandweerdienst van Gent, met ingang van bre 2002; 15 november 2002; CROMBEZ Gino, Achiel, René, Lieutenant au service d’incendie de CROMBEZ Gino, Achiel, René, Luitenant bij de brandweerdienst van Dixmude, à la date du 15 novembre 2003; Diksmuide, met ingang van 15 november 2003; DAVID Luc, Omer, Adjudant au service d’incendie de Nieuport, à la DAVID Luc, Omer, Adjudant bij de brandweerdienst van Nieuw- date du 8 avril 2007; poort, met ingang van 8 april 2007; MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39623 DECLERCK Dirk, Arthur, Remi, Sergent au service d’incendie de DECLERCK Dirk, Arthur, Remi, Sergeant bij de brandweerdienst van Courtrai, à la date du 8 avril 2008; Kortrijk, met ingang van 8 april 2008; DE COCK Dirk, Sous-lieutenant-médecin du service d’incendie de DE COCK Dirk, Onderluitenant-geneesheer van de brandweerdienst Wommelgem, à la date du 15 novembre 1996; van Wommelgem, met ingang van 15 november 1996; DE SCHILDER Freddy, Edgard, Charles, Caporal au service d’incen- DE SCHILDER Freddy, Edgard, Charles, Korporaal bij de brandweer- die de Gand, à la date du 15 novembre 2001; dienst van Gent, met ingang van 15 november 2001; DE VOS Michaël, Sylvère, Angeline, Jozef, Sous-lieutenant au service DE VOS Michaël, Sylvère, Angeline, Jozef, Onderluitenant bij de d’incendie de Gavere, à la date du 15 novembre 2007; brandweerdienst van Gavere, met ingang van 15 november 2007; DEVOS Patrick, Gentiel, Sous-lieutenant au service d’incendie de DEVOS Patrick, Gentiel, Onderluitenant bij de brandweerdienst van Menin, à la date du 8 avril 2009; Menen, met ingang van 8 april 2009; DEYAERT Daniël, Camiel, Valère, Caporal au service d’incendie de DEYAERT Daniël, Camiel, Valère, Korporaal bij de brandweerdienst Gand, à la date du 8 avril 2003; van Gent, met ingang van 8 april 2003; HINDRYCKX Norbert, Cyrille, Adjudant au service d’incendie de HINDRYCKX Norbert, Cyrille, Adjudant bij de brandweerdienst van Dixmude, à la date du 8 avril 2001; Diksmuide, met ingang van 8 april 2001; HUYGENS Victor, Clement, Arthur, Sergent-major au service d’incen- HUYGENS Victor, Clement, Arthur, Sergeant-majoor bij de brand- die de Montaigu-Zichem, à la date du 15 novembre 2001; weerdienst van Scherpenheuvel-Zichem, met ingang van 15 novem- ber 2001; LECLUYSE Herman, Ronny, Premier sergent au service d’incendie LECLUYSE Herman, Ronny, Eerste sergeant bij de brandweerdienst de Courtrai, à la date du 8 avril 2008; van Kortrijk, met ingang van 8 april 2008; LEFEBURE Eric, Jerome, Premier sergent au service d’incendie LEFEBURE Eric, Jerome, Eerste sergeant bij de brandweerdienst van d’Avelgem, à la date du 8 avril 2008; Avelgem, met ingang van 8 april 2008; LINDERS Willy, Alfons, Jozef, Remi, Adjudant au service d’incendie LINDERS Willy, Alfons, Jozef, Remi, Adjudant bij de brandweer- de Heusden-Zolder, à la date du 15 novembre 2007; dienst van Heusden-Zolder, met ingang van 15 november 2007; SCHEERLINCK Paul, Camille, Sergent-major au service d’incendie SCHEERLINCK Paul, Camille, Sergeant-majoor bij de brandweer- de Denderleeuw, à la date du 15 novembre 2003; dienst van Denderleeuw, met ingang van 15 november 2003; STORMS Claude, Alex, Arthur, Marie, Raphaël, Sergent-major au STORMS Claude, Alex, Arthur, Marie, Raphaël, Sergeant-majoor bij service d’incendie de Courtrai, à la date du 8 avril 2005; de brandweerdienst van Kortrijk, met ingang van 8 april 2005; VANHOVE Eddy, Constant, Georges, Caporal au service d’incendie VANHOVE Eddy, Constant, Georges, Korporaal bij de brandweer- de Gand, à la date du 15 novembre 2002; dienst van Gent, met ingang van 15 november 2002; VERMEERSCH José, Arsène, Jules, Corneille, Adjudant au service VERMEERSCH José, Arsène, Jules, Corneille, Adjudant bij de d’incendie de Heuvelland, à la date du 8 avril 2003. brandweerdienst van Heuvelland, met ingang van 8 april 2003. Médaille d’or Gouden Medaille MM : De heren : BARDYN Rudi, Willy, Sergent au service d’incendie de Staden, à la BARDYN Rudi, Willy, Sergeant bij de brandweerdienst van Staden, date du 15 november 2005; met ingang van 15 november 2005; BERGER Etienne, Jean, François, Sapeur-pompier au service d’incen- BERGER Etienne, Jean, François, Brandweerman bij de brandweer- die de Gand, à la date du 15 novembre 1996; dienst van Gent, met ingang van 15 november 1996; BOEVE Patrick, Martin, Cornelius, Sergent au service d’incendie BOEVE Patrick, Martin, Cornelius, Sergeant bij de brandweerdienst d’Ypres, à la date du 8 avril 2007; van Ieper, met ingang van 8 april 2007; BOUCKAERT André, Léon, Suzanne, Sapeur-pompier au service BOUCKAERT André, Léon, Suzanne, Brandweerman bij de brand- d’incendie de Gand, à la date du 8 avril 2007; weerdienst van Gent, met ingang van 8 april 2007; BUYLE Luc, Victor, Martha, Sapeur-pompier au service d’incendie de BUYLE Luc, Victor, Martha, Brandweerman bij de brandweerdienst Gand, à la date du 15 novembre 2007; van Gent, met ingang van 15 november 2007; COOPMAN Jean-Pierre, Henri, Adolf, Cornelius, 1er Sergent au COOPMAN Jean-Pierre, Henri, Adolf, Cornelius, 1e Sergeant bij de service d’incendie de Dixmude, à la date du 8 avril 2004; brandweerdienst van Diksmuide, met ingang van 8 april 2004; CNUDDE Martin, Georges, Sapeur-pompier au service d’incendie de CNUDDE Martin, Georges, Brandweerman bij de brandweerdienst Gand, à la date du 15 novembre 1996; van Gent, met ingang van 15 november 1996; CZECH Joseph, Carolus, Sapeur-pompier au service d’incendie de CZECH Joseph, Carolus, Brandweerman bij de brandweerdienst van Gand, à la date du 15 novembre 1996; Gent, met ingang van 15 november 1996; DEBRUYNE Patrick, Rudy, Adjudant au service d’incendie de DEBRUYNE Patrick, Rudy, Adjudant bij de brandweerdienst van Dixmude, à la date du 8 avril 2008; Diksmuide, met ingang van 8 april 2008; DE CLERCQ Léopold, Maurice, Caporal au service d’incendie de DE CLERCQ Léopold, Maurice, Korporaal bij de brandweerdienst Gand, à la date du 15 novembre 1996; van Gent, met ingang van 15 november 1996; DECOMBEL Raf, Maurice, Adjudant au service d’incendie d’Ypres, à DECOMBEL Raf, Maurice, Adjudant bij de brandweerdienst van la date du 8 avril 2009; Ieper, met ingang van 8 april 2009; DE CUIS Jacques, Adolphe, Jeanne, Marie, Caporal au service DE CUIS Jacques, Adolphe, Jeanne, Marie, Korporaal bij de brand- d’incendie de Gand, à la date du 15 novembre 1996; weerdienst van Gent, met ingang van 15 november 1996; DEGRYSE Geert, Georges, René, 1er Sergent au service d’incendie de DEGRYSE Geert, Georges, René, 1e Sergeant bij de brandweerdienst Dixmude, à la date du 8 avril 2007; van Diksmuide, met ingang van 8 april 2007; DEGRYSE Ronny, Leon, Sergent au service d’incendie de Menin, à la DEGRYSE Ronny, Leon, Sergeant bij de brandweerdienst van Menen, date du 8 avril 2005; met ingang van 8 april 2005; DELBARRE Jos, Leo, Edward, Marcel, 1er Sergent au service DELBARRE Jos, Leo, Edward, Marcel, 1e Sergeant bij de brandweer- d’incendie de Furnes, à la date du 15 novembre 2007; dienst van Veurne, met ingang van 15 november 2007; DE MAEGD Xavier, Julien, Premier conducteur d’auto-métallurgiste DE MAEGD Xavier, Julien, Eerste autobestuurder-metaalbewerker à l’administration communale de Gand, à la date du 15 novembre 1996; bij het gemeentebestuur van Gent, met ingang van 15 november 1996; DE MAESSCHALCK Freddy, Edmond, Julien, Sapeur-pompier au DE MAESSCHALCK Freddy, Edmond, Julien, Brandweerman bij de service d’incendie de Gand, à la date du 15 novembre 1996; brandweerdienst van Gent, met ingang van 15 november 1996; DE MIL Eric, Gentille, Caporal au service d’incendie de Gand, à la DE MIL Eric, Gentille, Korporaal bij de brandweerdienst van Gent, date du 15 novembre 1996; met ingang van 15 november 1996; DE MUER Donald, Arthur, Sapeur-pompier-conducteur d’auto au DE MUER Donald, Arthur, Brandweerman-autobestuurder bij de service d’incendie de Gand, à la date du 15 novembre 1996; brandweerdienst van Gent, met ingang van 15 november 1996; 39624 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD DE RUYTER Roger, Jozef, Sapeur-pompier au service d’incendie de DE RUYTER Roger, Jozef, Brandweerman bij de brandweerdienst Gand, à la date du 15 novembre 1996; van Gent, met ingang van 15 november 1996; DE SCHRYVER Freddy, Camiel, Arthur, Premier conducteur d’auto- DE SCHRYVER Freddy, Camiel, Arthur, Eerste autobestuurder- métallurgiste à l’administration communale de Gand, à la date du metaalbewerker bij het gemeentebestuur van Gent, met ingang van 8 avril 1997; 8 april 1997; DESMET Jan, Achiel, Suzanne, Sapeur-pompier au service d’incendie DESMET Jan, Achiel, Suzanne, Brandweerman bij de brandweer- de Gand, à la date du 15 novembre 2007; dienst van Gent, met ingang van 15 november 2007; DE SMET Patrick, Joseph, Leontine, Valère, Sapeur-pompier au DE SMET Patrick, Joseph, Leontine, Valère, Brandweerman bij de service d’incendie de Gand, à la date du 15 novembre 2003; brandweerdienst van Gent, met ingang van 15 november 2003; DE VLEESSCHAUWER Patrick, Robert, Emma, Caporal au service DE VLEESSCHAUWER Patrick, Robert, Emma, Korporaal bij de d’incendie de Gand, à la date du 15 novembre 1996; brandweerdienst van Gent, met ingang van 15 november 1996; DEVREESE José, Adolf, Sapeur-pompier au service d’incendie de DEVREESE José, Adolf, Brandweerman bij de brandweerdienst van Gand, à la date du 15 novembre 1996; Gent, met ingang van 15 november 1996; DOLPHEN Rudi, Camiel, Adjudant au service d’incendie de Dix- DOLPHEN Rudi, Camiel, Adjudant bij de brandweerdienst van mude, à la date du 8 avril 2004; Diksmuide, met ingang van 8 april 2004; EMBO Marc, Marcel, Jacqueline, Caporal au service d’incendie de EMBO Marc, Marcel, Jacqueline, Korporaal bij de brandweerdienst Gand, à la date du 15 novembre 2002; van Gent, met ingang van 15 november 2002; GERARDI Roland, Edouard, Amand, Caporal au service d’incendie GERARDI Roland, Edouard, Amand, Korporaal bij de brandweer- de Gand, à la date du 15 novembre 1996; dienst van Gent, met ingang van 15 november 1996; GISTELINCK Renatus, Stephanus, Caporal au service d’incendie de GISTELINCK Renatus, Stephanus, Korporaal bij de brandweerdienst Gand, à la date du 15 novembre 1996; van Gent, met ingang van 15 november 1996; GOETHALS Georges, Léon, Caporal au service d’incendie de Gand, GOETHALS Georges, Léon, Korporaal bij de brandweerdienst van à la date du 15 novembre 1996; Gent, met ingang van 15 november 1996; GREGOIR Freddy, Achille, Martha, Sapeur-pompier au service GREGOIR Freddy, Achille, Martha, Brandweerman bij de brandweer- d’incendie de Gand, à la date du 15 novembre 1996; dienst van Gent, met ingang van 15 november 1996; LAUWAGIE Willy, Sapeur-pompier au service d’incendie de Gand, à LAUWAGIE Willy, Brandweerman bij de brandweerdienst van Gent, la date du 15 novembre 1996; met ingang van 15 november 1996; MAES Roger, Albert, Caporal au service d’incendie de Gand, à la date MAES Roger, Albert, Korporaal bij de brandweerdienst van Gent, du 15 novembre 1996; met ingang van 15 november 1996; MEGANCK Freddy, Leon, Charles, Sapeur-pompier au service MEGANCK Freddy, Leon, Charles, Brandweerman bij de brandweer- d’incendie de Gand, à la date du 15 novembre 1996; dienst van Gent, met ingang van 15 november 1996; MINNAERT Roger, Camiel, Premier conducteur d’auto-métallurgiste MINNAERT Roger, Camiel, Eerste autobestuurder-metaalbewerker au service d’incendie de Gand, à la date du 15 novembre 1996; bij de brandweerdienst van Gent, met ingang van 15 november 1996; MORTIER Eric, Gustave, Fernand, Premier conducteur d’auto- MORTIER Eric, Gustave, Fernand, Eerste autobestuurder- métallurgiste au service d’incendie de Gand, à la date du 15 novem- metaalbewerker bij de brandweerdienst van Gent, met ingang van bre 1996; 15 november 1996; MUSSCHE Bernard, Oscar, Charles, Sapeur-pompier au service MUSSCHE Bernard, Oscar, Charles, Brandweerman bij de brand- d’incendie de Gand, à la date du 15 novembre 1996; weerdienst van Gent, met ingang van 15 november 1996; NIVAL Eddy, Frederik, Jules, Sapeur-pompier au service d’incendie NIVAL Eddy, Frederik, Jules, Brandweerman bij de brandweerdienst de Gand, à la date du 15 novembre 1996; van Gent, met ingang van 15 november 1996; POLFLIET Mario, Gustaaf, Blanche, Caporal au service d’incendie de POLFLIET Mario, Gustaaf, Blanche, Korporaal bij de brandweer- Gand, à la date du 15 novembre 1996; dienst van Gent, met ingang van 15 november 1996; RAMAULT Patriek, Gustaf, Adjudant au service d’incendie de RAMAULT Patriek, Gustaf, Adjudant bij de brandweerdienst van Torhout, à la date du 8 avril 2008; Torhout, met ingang van 8 april 2008; SANSEN Luc, Frans, Cornélius, Sergent-major au service d’incendie SANSEN Luc, Frans, Cornélius, Sergeant-majoor bij de brandweer- de Dixmude, à la date du 15 novembre 2004; dienst van Diksmuide, met ingang van 15 november 2004; SINIA Mario, Julien, Henri, Sapeur-pompier-conducteur d’auto au SINIA Mario, Julien, Henri, Brandweerman-autobestuurder bij de service d’incendie de Gand, à la date du 8 avril 2007; brandweerdienst van Gent, met ingang van 8 april 2007; SPEECKAERT Raoul, Jozef, Clara, Premier conducteur d’auto- SPEECKAERT Raoul, Jozef, Clara, Eerste autobestuurder- métallurgiste au service d’incendie de Gand, à la date du 15 novem- metaalbewerker bij de brandweerdienst van Gent, met ingang van bre 1996; 15 november 1996; STEENHAUT Etienne, Marin, Willy, Sapeur-pompier au service STEENHAUT Etienne, Marin, Willy, Brandweerman bij de brand- d’incendie de Gand, à la date du 15 novembre 1996; weerdienst van Gent, met ingang van 15 november 1996; STEYLAERTS Rudy, Marcel, Ludovica, Premier sergent au service STEYLAERTS Rudy, Marcel, Ludovica, Eerste sergeant bij de brand- d’incendie de Wommelgem, à la date du 8 avril 2000; weerdienst van Wommelgem, met ingang van 8 april 2000; THYS Erik, Franciscus, Gerard, Dominique, Adjudant au service THYS Erik, Franciscus, Gerard, Dominique, Adjudant bij de brand- d’incendie de Brasschaat, à la date du 15 novembre 2004; weerdienst van Brasschaat, met ingang van 15 november 2004; TUYTSCHAEVER William, Remi, Bertha, Caporal au service d’incen- TUYTSCHAEVER William, Remi, Bertha, Korporaal bij de brand- die de Gand, à la date du 15 novembre 1996; weerdienst van Gent, met ingang van 15 november 1996; TYTGAT Wilfried, Cyriel, Sapeur-pompier au service d’incendie de TYTGAT Wilfried, Cyriel, Brandweerman bij de brandweerdienst Gand, à la date du 15 novembre 1996; van Gent, met ingang van 15 november 1996; VAN CAUWENBERGE Frank, Albert, Ivan, Caporal au service VAN CAUWENBERGE Frank, Albert, Ivan, Korporaal bij de brand- d’incendie de Gand, à la date du 15 novembre 1996; weerdienst van Gent, met ingang van 15 november 1996; VANDEN AUWEELE Mark, Emiel, Adjudant au service d’incendie VANDEN AUWEELE Mark, Emiel, Adjudant bij de brandweerdienst de Nieuport, à la date du 15 novembre 2005; van Nieuwpoort, met ingang van 15 november 2005; VANDENBERGHE Frans, Alfons, Sapeur-pompier au service d’incen- VANDENBERGHE Frans, Alfons, Brandweerman bij de brandweer- die de Gand, à la date du 15 novembre 1996; dienst van Gent, met ingang van 15 november 1996; VAN den BOSCH Leonard, Aloïs, Premier conducteur d’auto- VAN den BOSCH Leonard, Aloïs, Eerste autobestuurder- métallurgiste au service d’incendie de Gand, à la date du 15 novem- metaalbewerker bij de brandweerdienst van Gent, met ingang van bre 1996; 15 november 1996; VANDERSCHELDEN Jan, Gaston, Maurice, Sergent au service VANDERSCHELDEN Jan, Gaston, Maurice, Sergeant bij de brand- d’incendie d’Avelgem, à la date du 15 novembre 2006; weerdienst van Avelgem, met ingang van 15 november 2006; MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39625 VAN DE VEERE Gilbert, Maurice, William, Alfred, Sapeur-pompier VAN DE VEERE Gilbert, Maurice, William, Alfred, Brandweerman au service d’incendie de Gand, à la date du 15 novembre 1996; bij de brandweerdienst van Gent, met ingang van 15 november 1996; VAN DE WALLE Daniel, Oscar, Sapeur-pompier au service d’incen- VAN DE WALLE Daniel, Oscar, Brandweerman bij de brandweer- die de Gand, à la date du 8 avril 2007; dienst van Gent, met ingang van 8 april 2007; VAN DUYSE Walter, René, Caporal au service d’incendie de Gand, à VAN DUYSE Walter, René, Korporaal bij de brandweerdienst van la date du 15 novembre 1996; Gent, met ingang van 15 november 1996; VAN GREMBERGEN Freddy, Benoni, Sapeur-pompier au service VAN GREMBERGEN Freddy, Benoni, Brandweerman bij de brand- d’incendie de Gand, à la date du 15 novembre 1996; weerdienst van Gent, met ingang van 15 november 1996; VANHOLLEBEKE Rudy, Camiel, Henri, Premier conducteur d’auto- VANHOLLEBEKE Rudy, Camiel, Henri, Eerste autobestuurder- métallurgiste au service d’incendie de Gand, à la date du 15 novem- metaalbewerker bij de brandweerdienst van Gent, met ingang van bre 1996; 15 november 1996; VAN LINT Gaston, Albert, Sapeur-pompier au service d’incendie de VAN LINT Gaston, Albert, Brandweerman bij de brandweerdienst Gand, à la date du 15 novembre 1996; van Gent, met ingang van 15 november 1996; VAN PEETERSSEN Guido, René, Sapeur-pompier au service d’incen- VAN PEETERSSEN Guido, René, Brandweerman bij de brandweer- die de Gand, à la date du 8 avril 2007; dienst van Gent, met ingang van 8 april 2007; VAN QUICKELBERGHE Daniël, Alberic, Clara, Marie, Premier VAN QUICKELBERGHE Daniël, Alberic, Clara, Marie, Eerste conducteur d’auto-métallurgiste au service d’incendie de Gand, à la autobestuurder-metaalbewerker bij de brandweerdienst van Gent, met date du 8 avril 1997; ingang van 8 april 1997; VAN STAEY Paul, Alfons, Boudewijn, Premier sergent au service VAN STAEY Paul, Alfons, Boudewijn, Eerste sergeant bij de brand- d’incendie de Brasschaat, à la date du 8 avril 2006; weerdienst van Brasschaat, met ingang van 8 april 2006; VERBUST Marc, Adolphe, Irma, Marie, Sapeur-pompier au service VERBUST Marc, Adolphe, Irma, Marie, Brandweerman bij de d’incendie de Gand, à la date du 15 novembre 1996; brandweerdienst van Gent, met ingang van 15 november 1996; VERWERFT Jan, Rosa, Gerebernus, Sergent au service d’incendie de VERWERFT Jan, Rosa, Gerebernus, Sergeant bij de brandweerdienst Geel, à la date du 8 avril 2008. van Geel, met ingang van 8 april 2008. Médaille d’argent Zilveren Medaille MM : De heren : AMPE Geert, Lucien, Ivo, Sapeur-pompier au service d’incendie de AMPE Geert, Lucien, Ivo, Brandweerman bij de brandweerdienst Staden, à la date du 15 novembre 2005; van Staden, met ingang van 15 november 2005; BORNY Eddy, Maurice, Frans, Sapeur-pompier au service d’incendie BORNY Eddy, Maurice, Frans, Brandweerman bij de brandweer- de Dixmude, à la date du 15 novembre 2002; dienst van Diksmuide, met ingang van 15 november 2002; BRONDEEL Paul, Léopold, Sapeur-pompier au service d’incendie de BRONDEEL Paul, Léopold, Brandweerman bij de brandweerdienst Lede, à la date du 15 novembre 2007; van Lede, met ingang van 15 november 2007; CALBERT Claude, Omer, Sapeur-pompier au service d’incendie de CALBERT Claude, Omer, Brandweerman bij de brandweerdienst van Menin, à la date du 8 avril 2006; Menen, met ingang van 8 april 2006; CHRISTIAEN Dirk, Leon, Cornélius, Sapeur-pompier au service CHRISTIAEN Dirk, Leon, Cornélius, Brandweerman bij de brand- d’incendie de Dixmude, à la date du 8 avril 2008; weerdienst van Diksmuide, met ingang van 8 april 2008; CLEMMEN André, Adolphe, Marie, Sapeur-pompier au service CLEMMEN André, Adolphe, Marie, Brandweerman bij de brand- d’incendie de Gavere, à la date du 8 avril 2008; weerdienst van Gavere, met ingang van 8 april 2008; DAEMS André, Maria, Alfons, Sapeur-pompier au service d’incendie DAEMS André, Maria, Alfons, Brandweerman bij de brandweer- de Buggenhout, à la date du 15 novembre 2008; dienst van Buggenhout, met ingang van 15 november 2008; DE BONT Marc, Lodewijk, Caporal au service d’incendie de DE BONT Marc, Lodewijk, Korporaal bij de brandweerdienst van Londerzeel, à la date du 8 avril 2008; Londerzeel, met ingang van 8 april 2008; DECAESTECKER Marc, André, Cornélius, Sapeur-pompier au ser- DECAESTECKER Marc, André, Cornélius, Brandweerman bij de vice d’incendie de Dixmude, à la date du 8 avril 2007; brandweerdienst van Diksmuide, met ingang van 8 april 2007; DEGRYSE Rudy, Henri, Sapeur-pompier au service d’incendie de DEGRYSE Rudy, Henri, Brandweerman bij de brandweerdienst van Staden, à la date du 15 novembre 2007; Staden, met ingang van 15 november 2007; DEPREZ Marc, August, Sapeur-pompier au service d’incendie de DEPREZ Marc, August, Brandweerman bij de brandweerdienst van Deerlijk, à la date du 15 novembre 2008; Deerlijk, met ingang van 15 november 2008; DEPUYDT Jean, Camiel, Theophiel, Sapeur-pompier au service DEPUYDT Jean, Camiel, Theophiel, Brandweerman bij de brand- d’incendie de Torhout, à la date du 8 avril 1998; weerdienst van Torhout, met ingang van 8 april 1998; DESENDER Dirk, Theo, Caporal au service d’incendie de Dixmude, DESENDER Dirk, Theo, Korporaal bij de brandweerdienst van à la date du 8 avril 2007; Diksmuide, met ingang van 8 april 2007; DEWILDE Gerard, Cyriel, Sapeur-pompier au service d’incendie de DEWILDE Gerard, Cyriel, Brandweerman bij de brandweerdienst Dixmude, à la date du 8 avril 2001; van Diksmuide, met ingang van 8 april 2001; DEWOLF Philippe, Roger, Auguste, Sapeur-pompier au service DEWOLF Philippe, Roger, Auguste, Brandweerman bij de brand- d’incendie de Renaix, à la date du 15 novembre 2006; weerdienst van Ronse, met ingang van 15 november 2006; FOSSE Geert, Leon, Jules, Sapeur-pompier au service d’incendie de FOSSE Geert, Leon, Jules, Brandweerman bij de brandweerdienst van Dixmude, à la date du 8 avril 2008; Diksmuide, met ingang van 8 april 2008; HERMANS Eduard, August, Louisa, Sapeur-pompier au service HERMANS Eduard, August, Louisa, Brandweerman bij de brand- d’incendie de Wommelgem, à la date du 8 avril 1999; weerdienst van Wommelgem, met ingang van 8 april 1999; HOUTMEYERS Danny, Carolus, Sapeur-pompier au service d’incen- HOUTMEYERS Danny, Carolus, Brandweerman bij de brandweer- die de Heusden-Zolder, à la date du 15 novembre 2008; dienst van Heusden-Zolder, met ingang van 15 november 2008; HOUTMEYERS Ronny, Guilielmus, Maria, Caporal au service d’incen- HOUTMEYERS Ronny, Guilielmus, Maria, Korporaal bij de brand- die de Turnhout, à la date du 15 novembre 2008; weerdienst van Turnhout, met ingang van 15 november 2008; JAECQUES Rony, Baudewijn, Cornélius, Sapeur-pompier au service JAECQUES Rony, Baudewijn, Cornélius, Brandweerman bij de d’incendie de Dixmude, à la date du 15 novembre 2004; brandweerdienst van Diksmuide, met ingang van 15 november 2004; KEYGNAERT Marnix, André, Achille, Caporal au service d’incendie KEYGNAERT Marnix, André, Achille, Korporaal bij de brandweer- de Menin, à la date du 8 avril 2007; dienst van Menen, met ingang van 8 april 2007; KIMPE Danny, Jozef, Sapeur-pompier au service d’incendie de KIMPE Danny, Jozef, Brandweerman bij de brandweerdienst van Dixmude, à la date du 8 avril 2007; Diksmuide, met ingang van 8 april 2007; MARYSSE Jean, Joseph, Emiel, Sapeur-pompier au service d’incendie MARYSSE Jean, Joseph, Emiel, Brandweerman bij de brandweer- de Renaix, à la date du 15 novembre 2005; dienst van Ronse, met ingang van 15 november 2005; 39626 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD MEYNS Johan, Victor, Sapeur-pompier au service d’incendie de MEYNS Johan, Victor, Brandweerman bij de brandweerdienst van Staden, à la date du 15 novembre 2008; Staden, met ingang van 15 november 2008; MOONS Benedikt, Jozef, Desiré, Malvina, Sapeur-pompier au service MOONS Benedikt, Jozef, Desiré, Malvina, Brandweerman bij de d’incendie de Wommelgem, à la date du 15 novembre 1998; brandweerdienst van Wommelgem, met ingang van 15 november 1998; PHILIPS Karel, Philemon, Achille, Sapeur-pompier au service d’incen- PHILIPS Karel, Philemon, Achille, Brandweerman bij de brandweer- die de Heusden-Zolder, à la date du 8 avril 2008; dienst van Heusden-Zolder, met ingang van 8 april 2008; PYPE William, Gerard, Jozef, Sapeur-pompier au service d’incendie PYPE William, Gerard, Jozef, Brandweerman bij de brandweerdienst de Staden, à la date du 15 novembre 2006; van Staden, met ingang van 15 november 2006; RAES Patrick, Frans, Evelina, Sapeur-pompier au service d’incendie RAES Patrick, Frans, Evelina, Brandweerman bij de brandweerdienst de Lede, à la date du 15 novembre 2007; van Lede, met ingang van 15 november 2007; STAELENS Ronny, Emiel, Sapeur-pompier au service d’incendie de STAELENS Ronny, Emiel, Brandweerman bij de brandweerdienst Staden, à la date du 15 novembre 2005; van Staden, met ingang van 15 november 2005; STEVELINCK Freddy, Louis, Emiel, Caporal au service d’incendie de STEVELINCK Freddy, Louis, Emiel, Korporaal bij de brandweer- Lochristi, à la date du 15 novembre 2003; dienst van Lochristi, met ingang van 15 november 2003; TAILLIEU Patrick, Jozef, Caporal au service d’incendie de Heuvel- TAILLIEU Patrick, Jozef, Korporaal bij de brandweerdienst van land, à la date du 15 novembre 2008; Heuvelland, met ingang van 15 november 2008; TAVEIRNE Roney, Roger, Eddy, Sapeur-pompier au service d’incen- TAVEIRNE Roney, Roger, Eddy, Brandweerman bij de brandweer- die de Dixmude, à la date du 8 avril 2003; dienst van Diksmuide, met ingang van 8 april 2003; VAN der STEEN Ludo, Gilbert, Jean-Pierre, Sapeur-pompier au VAN der STEEN Ludo, Gilbert, Jean-Pierre, Brandweerman bij de service d’incendie de Brasschaat, à la date du 15 novembre 2004; brandweerdienst van Brasschaat, met ingang van 15 november 2004; VANDEVELDE Gilbert, Noël, Sapeur-pompier au service d’incendie VANDEVELDE Gilbert, Noël, Brandweerman bij de brandweer- d’Avelgem, à la date du 15 novembre 2000; dienst van Avelgem, met ingang van 15 november 2000; VANHALST Carlo, Theo, Maurice, Sapeur-pompier au service VANHALST Carlo, Theo, Maurice, Brandweerman bij de brandweer- d’incendie de Gavere, à la date du 8 avril 2008; dienst van Gavere, met ingang van 8 april 2008; VAN STAEY Marc, Petrus, Sapeur-pompier au service d’incendie de VAN STAEY Marc, Petrus, Brandweerman bij de brandweerdienst Brasschaat, à la date du 8 avril 2004; van Brasschaat, met ingang van 8 april 2004; VERGAUWE Francky, Frans, Sapeur-pompier au service d’incendie VERGAUWE Francky, Frans, Brandweerman bij de brandweerdienst de Staden, à la date du 8 avril 2007; van Staden, met ingang van 8 april 2007; VERGAUWE Freddy, Camiel, Sapeur-pompier au service d’incendie VERGAUWE Freddy, Camiel, Brandweerman bij de brandweer- de Staden, à la date du 15 novembre 2008; dienst van Staden, met ingang van 15 november 2008; VERHALLE Marc, Jerome, Germain, Ernest, Sapeur-pompier au VERHALLE Marc, Jerome, Germain, Ernest, Brandweerman bij de service d’incendie de Ruiselede, à la date du 15 novembre 1997; brandweerdienst van Ruiselede, met ingang van 15 november 1997; VERSCHUEREN Luc, Caporal au service d’incendie de Renaix, à la VERSCHUEREN Luc, Korporaal bij de brandweeerdienst van Ronse, date du 8 avril 2005; met ingang van 8 april 2005; WYSEUR Paul, Oscar, Alfons, Cornelius, Sapeur-pompier au service WYSEUR Paul, Oscar, Alfons, Cornelius, Brandweerman bij de d’incendie de Staden, à la date du 15 novembre 2007. brandweerdienst van Staden, met ingang van 15 november 2007. Ordre de Léopold II Orde van Leopold II Commandeur Commandeur M. DE KOCK Frans, Conseiller au Service public fédéral Intérieur, à De heer DE KOCK Frans, Adviseur bij de Federale Overheidsdienst la date du 8 avril 2008. Binnenlandse Zaken, met ingang van 8 april 2008. Chevalier Ridder Mme ALBERS Rosy, Assistant administratif au Service public fédéral Mevr. ALBERS Rosy, Administratief assistent bij de Federale Over- Intérieur, à la date du 15 novembre 2007. heidsdienst Binnenlandse Zaken, met ingang van 15 november 2007. MM : De heren : BAILLEUL Robert, Léopold, Hector, Lieutenant-médecin du service BAILLEUL Robert, Léopold, Hector, Luitenant-geneesheer van de d’incendie de Dixmude, à la date du 8 avril 2001; brandweerdienst van Diksmuide, met ingang van 8 april 2001; BEYAERT Joos, Assistant administratif au Service public fédéral BEYAERT Joos, Administratief assistent bij de Federale Overheids- Intérieur, à la date du 15 novembre 2006; dienst Binnenlandse Zaken, met ingang van 15 november 2006; Mme DE RYCKE Kristin, Assistant administratif au Service public Mevr. DE RYCKE Kristin, Administratief assistent bij de Federale fédéral Intérieur, à la date du 15 novembre 2006; Overheidsdienst Binnenlandse Zaken, met ingang van 15 novem- ber 2006; M. D’HONDT Daniël, Georges, Irma, Sergent-major au service De heer D’HONDT Daniël, Georges, Irma, Sergeant-majoor bij de d’incendie de Gand, à la date du 15 novembre 2000; brandweerdienst van Gent, met ingang van 15 november 2000; Mme DU MONGH Ann, Assistant administratif au Service public Mevr. DU MONGH Ann, Administratief assistent bij de Federale fédéral Intérieur, à la date du 15 novembre 2007; Overheidsdienst Binnenlandse Zaken, met ingang van 15 novem- ber 2007; M. GOVAERTS Koenraad, Assistant administratif au Service public De heer GOVAERTS Koenraad, Administratief assistent bij de fédéral Intérieur, à la date du 8 avril 2007; Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken, met ingang van 8 april 2007; Mme HENDERIX Carine, Assistant administratif au Service public Mevr. HENDERIX Carine, Administratief assistent bij de Federale fédéral Intérieur, à la date du 15 novembre 2006. Overheidsdienst Binnenlandse Zaken, met ingang van 15 novem- ber 2006. MM : De heren : LEMMENS Jozef, Assistant administratif au Service public fédéral LEMMENS Jozef, Administratief assistent bij de Federale Overheids- Intérieur, à la date du 15 novembre 2006; dienst Binnenlandse Zaken, met ingang van 15 november 2006; POPELIER Ludo, Jozef, André, Lieutenant au service d’incendie de POPELIER Ludo, Jozef, André, Luitenant bij de brandweerdienst van Knokke-Heist, à la date du 8 avril 2008; Knokke-Heist, met ingang van 8 april 2008; SALMON Marc, Commis-chef à la Chambre des représentants, à la SALMON Marc, Chef-klerk bij de Kamer van volksvertegenwoordi- date du 8 avril 2009; gers, met ingang van 8 april 2009; Mme SONCK Greta, Assistant administratif au Service public fédéral Mevr. SONCK Greta, Administratief assistent bij de Federale Over- Intérieur, à la date du 8 avril 2007; heidsdienst Binnenlandse Zaken, met ingang van 8 april 2007; MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39627 M. SPILLEMAECKERS Michel, Premier assistant à la Chambre des De heer SPILLEMAECKERS Michel, Eerste assistent bij de Kamer représentants, à la date du 8 avril 2009; van volksvertegenwoordigers, met ingang van 8 april 2009; Mme VANBIERVLIET Marianne, Assistant administratif au Service Mevr. VANBIERVLIET Marianne, Administratief assistent bij de public fédéral Intérieur, à la date du 15 novembre 2006. Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken, met ingang van 15 november 2006. MM : De heren : VANDENBERGHE Lucien, Julien, Hippolite, Sous-lieutenant au VANDENBERGHE Lucien, Julien, Hippolite, Onderluitenant bij de service d’incendie de Dixmude, à la date du 8 avril 2001; brandweerdienst van Diksmuide, met ingang van 8 april 2001; VANDEPUTTE Johan, Assistant Compte rendu intégral à la Chambre VANDEPUTTE Johan, Assistent Integraal verslag bij de Kamer van des représentants, à la date du 8 avril 2009; volksvertegenwoordigers, met ingang van 8 april 2009; VAN HECKE Willem, Assistant administratif au Service public VAN HECKE Willem, Administratief assistent bij de Federale fédéral Intérieur, à la date du 15 novembre 2006; Overheidsdienst Binnenlandse Zaken, met ingang van 15 novem- ber 2006; VAN RENTERGHEM Jean-Pierre, Alphonsus, Roza, Walter, Sous- VAN RENTERGHEM Jean-Pierre, Alphonsus, Roza, Walter, Onder- lieutenant au service d’incendie de Lochristi, à la date du 8 avril 2004; luitenant bij de brandweerdienst van Lochristi, met ingang van 8 april 2004; VEREECKE Geert, Assistant administratif au Service public fédéral VEREECKE Geert, Administratief assistent bij de Federale Overheids- Intérieur, à la date du 15 novembre 2007; dienst Binnenlandse Zaken, met ingang van 15 november 2007; Mme VISPOEL Annick, Assistant administratif au Service public Mevr. VISPOEL Annick, Administratief assistent bij de Federale fédéral Intérieur, à la date du 15 novembre 2006; Overheidsdienst Binnenlandse Zaken, met ingang van 15 novem- ber 2006; M. WICHELER Jan, Assistant administratif au Service public fédéral De heer WICHELER Jan, Administratief assistent bij de Federale Intérieur, à la date du 8 avril 2005. Overheidsdienst Binnenlandse Zaken, met ingang van 8 april 2005. Médaille d’or Gouden Medaille MM : De heren : BLEVI Emiel, Jozef, Sapeur-pompier au service d’incendie de BLEVI Emiel, Jozef, Brandweerman bij de brandweerdienst van Montaigu-Zichem, à la date du 15 novembre 2003; Scherpenheuvel-Zichem, met ingang van 15 november 2003; BOSSUYT Marc, Alfons, Joseph, Sapeur-pompier au service d’incen- BOSSUYT Marc, Alfons, Joseph, Brandweerman bij de brandweer- die de Deerlijk, à la date du 8 avril 2008; dienst van Deerlijk, met ingang van 8 april 2008; COUCK Frans, Jozef, Caporal au service d’incendie de Denderleeuw, COUCK Frans, Jozef, Korporaal bij de brandweerdienst van Dender- à la date du 15 novembre 2001; leeuw, met ingang van 15 november 2001; DE BACKER Eddy, Cesar, Sapeur-pompier au service d’incendie DE BACKER Eddy, Cesar, Brandweerman bij de brandweerdienst d’Alost, à la date du 15 novembre 2005; van Aalst, met ingang van 15 november 2005; DE PAUW Fernand, Arthur, August, Sapeur-pompier au service DE PAUW Fernand, Arthur, August, Brandweerman bij de brand- d’incendie de Brasschaat, à la date du 8 avril 2008; weerdienst van Brasschaat, met ingang van 8 april 2008; DE PUS Frans, Sapeur-pompier au service d’incendie de Lede, à la DE PUS Frans, Brandweerman bij de brandweerdienst van Lede, met date du 15 novembre 2007; ingang van 15 november 2007; DE RIDDER Albertus, Jan, Sapeur-pompier au service d’incendie DE RIDDER Albertus, Jan, Brandweerman bij de brandweerdienst d’Alost, à la date du 15 novembre 2006; van Aalst, met ingang van 15 november 2006; DE WINT Marc, Emiel, Maria, Caporal au service d’incendie de DE WINT Marc, Emiel, Maria, Korporaal bij de brandweerdienst van Brasschaat, à la date du 15 novembre 2004; Brasschaat, met ingang van 15 november 2004; DULST Noël, Francis, Sapeur-pompier au service d’incendie de DULST Noël, Francis, Brandweerman bij de brandweerdienst van Dixmude, à la date du 8 avril 2008; Diksmuide, met ingang van 8 april 2008; DUMORTIER Johan, Oscar, Roger, Sapeur-pompier au service d’incen- DUMORTIER Johan, Oscar, Roger, Brandweerman bij de brandweer- die de Courtrai, à la date du 15 novembre 2007; dienst van Kortrijk, met ingang van 15 november 2007; JAMOUL Dirk, Chauffeur principal à la Chambre des représentants, JAMOUL Dirk, Eerstaanwezend chauffeur bij de Kamer van volks- à la date du 8 avril 2009; vertegenwoordigers, met ingang van 8 april 2009; LAMERS Karel, Hubertus, Sapeur-pompier au service d’incendie de LAMERS Karel, Hubertus, Brandweerman bij de brandweerdienst Montaigu-Zichem, à la date du 15 novembre 2002; van Scherpenheuvel-Zichem, met ingang van 15 november 2002; NIJS Marcel, André, Sapeur-pompier au service d’incendie de NIJS Marcel, André, Brandweerman bij de brandweerdienst van Heusden-Zolder, à la date du 8 avril 2008; Heusden-Zolder, met ingang van 8 april 2008; NUTTIN Johnny, Robert, August, Sapeur-pompier au service d’incen- NUTTIN Johnny, Robert, August, Brandweerman bij de brandweer- die de Courtrai, à la date du 8 avril 2006; dienst van Kortrijk, met ingang van 8 april 2006; PHILIPS Marc, Theo, Sapeur-pompier au service d’incendie d’Alost, PHILIPS Marc, Theo, Brandweerman bij de brandweerdienst van à la date du 8 avril 2006; Aalst, met ingang van 8 april 2006; POTS Erik, August, Caporal au service d’incendie de Denderleeuw, à POTS Erik, August, Korporaal bij de brandweerdienst van Dender- la date du 8 avril 2002; leeuw, met ingang van 8 april 2002; SEVERYNS Freddy, Louis, Sapeur-pompier au service d’incendie de SEVERYNS Freddy, Louis, Brandweerman bij de brandweerdienst Montaigu-Zichem, à la date du 15 novembre 2006; van Scherpenheuvel-Zichem, met ingang van 15 november 2006; STUBBE Jean-Pierre, Sapeur-pompier au service d’incendie de Torhout, STUBBE Jean-Pierre, Brandweerman bij de brandweerdienst van à la date du 8 avril 2008; Torhout, met ingang van 8 april 2008; TEGETHOFF Stefaan, Maria, Cornélius, Sapeur-pompier au service TEGETHOFF Stefaan, Maria, Cornélius, Brandweerman bij de brand- d’incendie de Courtrai, à la date du 8 avril 2003; weerdienst van Kortrijk, met ingang van 8 april 2003; THIEREN Norbert, Bernard, Sapeur-pompier au service d’incendie THIEREN Norbert, Bernard, Brandweerman bij de brandweerdienst de Furnes, à la date du 8 avril 2008; van Veurne, met ingang van 8 april 2008; VAN de POEL Willy, Gustaaf, Jean, Sapeur-pompier au service VAN de POEL Willy, Gustaaf, Jean, Brandweerman bij de brandweer- d’incendie de Montaigu-Zichem, à la date du 8 avril 2007; dienst van Scherpenheuvel-Zichem, met ingang van 8 april 2007; VAN DE VELDE Gilbert, Etienne, Caporal au service d’incendie de VAN DE VELDE Gilbert, Etienne, Korporaal bij de brandweerdienst Denderleeuw, à la date du 8 avril 2003; van Denderleeuw, met ingang van 8 april 2003; VAN de VEN Alfons, Sapeur-pompier au service d’incendie de VAN de VEN Alfons, Brandweerman bij de brandweerdienst van Brasschaat, à la date du 8 avril 2004; Brasschaat, met ingang van 8 april 2004; 39628 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD VAN DYCK Danny, Petrus, Caporal au service d’incendie de VAN DYCK Danny, Petrus, Korporaal bij de brandweerdienst van Courtrai, à la date du 8 avril 2007; Kortrijk, met ingang van 8 april 2007; VANHOUDT Daniel, Valere, Caporal au service d’incendie de VANHOUDT Daniel, Valere, Korporaal bij de brandweerdienst van Dixmude, à la date du 8 avril 2008; Diksmuide, met ingang van 8 april 2008; VANOOST André, Victor, Freddy, Sapeur-pompier au service d’incen- VANOOST André, Victor, Freddy, Brandweerman bij de brandweer- die de Staden, à la date du 8 avril 2007; dienst van Staden, met ingang van 8 april 2007; VAN ROY Paul, August, Sapeur-pompier au service d’incendie de VAN ROY Paul, August, Brandweerman bij de brandweerdienst van Denderleeuw, à la date du 15 novembre 2004; Denderleeuw, met ingang van 15 november 2004; VERLEYEN Daniël, Florent, Sapeur-pompier au service d’incendie VERLEYEN Daniël, Florent, Brandweerman bij de brandweerdienst de Lede, à la date du 15 novembre 2007; van Lede, met ingang van 15 november 2007; WERBROUCK Patrick, Paul, Sapeur-pompier au service d’incendie WERBROUCK Patrick, Paul, Brandweerman bij de brandweerdienst de Roulers, à la date du 8 avril 2008; van Roeselare, met ingang van 8 april 2008; WYSEUR Christiaan, Basiel, Sapeur-pompier au service d’incendie WYSEUR Christiaan, Basiel, Brandweerman bij de brandweerdienst de Courtrai, à la date du 15 novembre 2005. van Kortrijk, met ingang van 15 november 2005. Ils prennent rang dans l’Ordre à la date indiquée en regard de leur Zij nemen vanaf de bij hun naam vermelde datum hun rang in de nom. Orde in. * SERVICE PUBLIC FEDERAL INTERIEUR FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN [C − 2009/00321] [C − 2009/00321] Ordres nationaux Nationale Orden Par arrêté royal du 26 avril 2009 sont accordées les promotions, Bij koninklijk besluit van 26 april 2009 zijn de volgende promoties, nominations et décorations suivantes : benoemingen en decoraties verleend : Ordre de Léopold Leopoldsorde Grand officier Grootofficier MM. : De heren : DAMSEAUX Jean-Claude, Nicolas, Hubert, Greffier au Parlement DAMSEAUX Jean-Claude, Nicolas, Hubert, Griffier bij het Waals wallon à la date du 15 novembre 2006; Parlement, met ingang van 15 november 2006; GEUS Jean-Claude, Président de Chambre au Conseil d’Etat à la date GEUS Jean-Claude, Kamervoorzitter bij de Raad van State, met du 8 avril 2006; ingang van 8 april 2006; HANOTIAU Michel, Président de Chambre au Conseil d’Etat à la HANOTIAU Michel, Kamervoorzitter bij de Raad van State, met date du 8 avril 2007; ingang van 8 april 2007; Mme WILLOT Marie-Louise, Président de Chambre au Conseil Mevr. WILLOT Marie-Louise, Kamervoorzitter bij de Raad van State, d’Etat à la date du 8 avril 2006. met ingang van 8 april 2006. Commandeur Commandeur Mme BEECKMAN de CRAYLOO Gisèle, Premier auditeur au Mevr. BEECKMAN de CRAYLOO Gisèle, Eerste auditeur bij de Raad Conseil d’Etat à la date du 8 avril 2007. van State, met ingang van 8 april 2007. MM. : De heren : BRUX Yvan, Premier conseiller de direction à la Chambre des BRUX Yvan, Eerste Directieraad bij de Kamer van volksvertegen- représentants à la date du 8 avril 2009; woordigers, met ingang van 8 april 2009; ERNOTTE Paul, Premier auditeur au Conseil d’Etat à la date du ERNOTTE Paul, Eerste auditeur bij de Raad van State, met ingang 15 novembre 2006; van 15 november 2006; HENSENNE Robert, Premier auditeur au Conseil d’Etat à la date du HENSENNE Robert, Eerste auditeur bij de Raad van State, met 15 novembre 2007; ingang van 15 november 2007; PAQUET Jean-Luc, Premier auditeur au Conseil d’Etat à la date du PAQUET Jean-Luc, Eerste auditeur bij de Raad van State, met ingang 8 avril 2007. van 8 april 2007. Officier Officier Mme BOLLY Anne-Françoise, Auditeur au Conseil d’Etat à la date du Mevr. BOLLY Anne-Françoise, Auditeur bij de Raad van State, met 8 avril 2006. ingang van 8 april 2006. MM. : De heren : BOSQUET Erik, Auditeur au Conseil d’Etat à la date du 8 avril 2005 BOSQUET Erik, Auditeur bij de Raad van State, met ingang van 8 april 2005; CHAUFFOUREAUX Yves, Auditeur au Conseil d’Etat à la date du CHAUFFOUREAUX Yves, Auditeur bij de Raad van State, met 8 avril 2008; ingang van 8 april 2008; Mademoiselle EBENS Isabelle, Fernande, Prosper, Directeur général- Mejuffrouw EBENS Isabelle, Fernande, Prosper, Adjunct-directeur- adjoint au Parlement wallon à la date du 15 novembre 2004. generaal bij het Waals Parlement, met ingang van 15 november 2004. Mmes : Mevrn. : FRANCK Vinciane, Auditeur au Conseil d’Etat à la date du FRANCK Vinciane, Auditeur bij de Raad van State, met ingang van 8 avril 2006; 8 april 2006; HUMBLET Murielle Nicole, Michèle, Directeur général-adjoint au HUMBLET Murielle Nicole, Michèle, Adjunct-directeur-generaal bij Parlement wallon à la date du 15 novembre 2007. het Waals Parlement, met ingang van 15 november 2007. MM. : De heren : JANS Laurent, Auditeur au Conseil d’Etat à la date du 8 avril 2006; JANS Laurent, Auditeur bij de Raad van State, met ingang van 8 april 2006; JOASSART Marc, Auditeur au Conseil d’Etat à la date du 8 avril 2008. JOASSART Marc, Auditeur bij de Raad van State, met ingang van 8 april 2008. MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39629 Mmes : Mevrn. : MARTOU Geneviève, Auditeur au Conseil d’Etat à la date du MARTOU Geneviève, Auditeur bij de Raad van State, met ingang 8 avril 2006; van 8 april 2006; VAGMAN Anne, Auditeur au Conseil d’Etat à la date du 8 avril 2007; VAGMAN Anne, Auditeur bij de Raad van State, met ingang van 8 april 2007; M. WIMMER Roger, Auditeur au Conseil d’Etat à la date du De heer WIMMER Roger, Auditeur bij de Raad van State, met ingang 8 avril 2008. van 8 april 2008. Chevalier Ridder Mme BERCHEM Geneviève, Michèle, Claudine, Anne-Marie, Mevr. BERCHEM Geneviève, Michèle, Claudine, Anne-Marie, Adjunct- Conseiller-adjoint au Parlement wallon à la date du 8 avril 2006. adviseur bij het Waals Parlement, met ingang van 8 april 2006. MM. : De heren : BORCY Stéphane, Attaché à la Chambre des représentants à la date BORCY Stéphane, Attaché bij de Kamer van volksvertegenwoordi- du 8 avril 2009; gers, met ingang van 8 april 2009; BRUYERS Jean-Pierre, Assistant-coordinateur à la Chambre des BRUYERS Jean-Pierre, Assistent-coördinator bij de Kamer van volks- représentants à la date du 8 avril 2009; vertegenwoordigers, met ingang van 8 april 2009; DEBECK Laurent, André, René, Conseiller-adjoint au Parlement DEBECK Laurent, André, René, Adjunct-adviseur bij het Waals wallon à la date du 8 avril 2005; Parlement, met ingang van 8 april 2005; Mme LOOVERIER Irène, Assistante de Direction à la Chambre des Mevr. LOOVERIER Irène, Directieassistente bij de Kamer van représentants à la date du 8 avril 2009. Volksvertegenwoordigers, met ingang van 8 april 2009. Ils porteront la décoration civile. Zij zullen het burgerlijk ereteken dragen. Ordre de la Couronne Kroonordre Grand officier Grootofficier Mme DAURMONT Odile, Emilie, Adeline, Conseiller d’Etat à la date Mevr. DAURMONT Odile, Emilie, Adeline, Staatsraad, met ingang du 15 novembre 2007; van 15 november 2007; Mademoiselle DE KNOP Monique, Conseiller général au Service Mejuffrouw DE KNOP Monique, Adviseur-generaal bij de Federale public fédéral Intérieur à la date du 15 novembre 2007; Overheidsdienst Binnenlandse Zaken, met ingang van 15 novem- ber 2007; M. KALKMANN Jean, Marie, Victor, Directeur général au Parlement De heer KALKMANN Jean, Marie, Victor, Directeur-generaal bij het wallon à la date du 8 avril 2005. Waals Parlement, met ingang van 8 april 2005. Officier Officier Mme FRANCK Nadine, Conseillère adjointe à la Chambre des Mevr. FRANCK Nadine, Adjunct-adviseur bij de Kamer van volks- représentants à la date du 8 avril 2009. vertegenwoordigers, met ingang van 8 april 2009. Chevalier Chevalier M. CLAES Benoit, Marie-Paul, Michel, Ghislain, Rédacteur principal De heer CLAES Benoit, Marie-Paul, Michel, Ghislain, Eerstaanwe- au Parlement wallon à la date du 15 novembre 2005; zend redacteur bij het Waals Parlement, met ingang van 15 novem- ber 2005; Mme COMELLI Dolorès, Elisabeth, Anne, Mathilde, Chef secrétaire Mevr. COMELLI Dolorès, Elisabeth, Anne, Mathilde, Hoofdsecretaris au Parlement wallon à la date du 8 avril 2007; bij het Waals Parlement, met ingang van 8 april 2007; M. ESPREUX Jean-Luc, Technicien chef d’équipe à la Chambre des De heer ESPREUX Jean-Luc, Technicus-ploegbaas bij de Kamer van représentants à la date du 8 avril 2009. volksvertegenwoordigers, met ingang van 8 april 2009. Mmes : Mevrn. : FRISSCHEN Jacqueline, Rédacteur comptable principal au Parlement FRISSCHEN Jacqueline, Eerstaanwezend redacteur-boekhouder bij wallon à la date du 15 novembre 2003; het Waals Parlement, met ingang van 15 november 2003; JADOUL Jeannine, Georgette, Emilia, Maria, Ghislaine, Secrétaire JADOUL Jeannine, Georgette, Emilia, Maria, Ghislaine, Eerstaanwe- principale au Parlement wallon à la date du 15 novembre 2008; zend secretaris bij het Waals Parlement, met ingang van 15 novem- ber 2008; LEGROS Patricia, Assistante de direction à la Chambre des représen- LEGROS Patricia, Directieassistente bij de Kamer van volksvertegen- tants à la date du 8 avril 2009; woordigers, met ingang van 8 april 2009; M. SEMERARO Donato, Technicien-chef d’équipe à la Chambre des De heer SEMERARO Donato, Technicus-ploegbaas bij de Kamer van représentants à la date du 8 avril 2009; volksvertegenwoordigers, met ingang van 8 april 2009; Mme VANMEERBEEK Rita, Première secrétaire à la Chambre des Mevr. VANMEERBEEK Rita, Eerste secretaresse bij de Kamer van représentants à la date du 8 avril 2009. volksvertegenwoordigers, met ingang van 8 april 2009. Palmes d’or Gouden Palmen Mme BAUDET Martine, Commis à la Chambre des représentants à la Mevr. BAUDET Martine, Klerk bij de Kamer van volksvertegenwoor- date du 8 avril 2009. digers, met ingang van 8 april 2009. MM. : De heren : DERIEUW Lionel, Huissier de première classe à la Chambre des DERIEUW Lionel, Deurwachter eerste klas bij de Kamer van représentants à la date du 8 avril 2009; volksvertegenwoordigers, met ingang van 8 april 2009; FIEVET Freddy, Gustaaf, Emile, Chef huissier messager au Parlement FIEVET Freddy, Gustaaf, Emile, Hoofddeurwachter-bode bij het wallon à la date du 8 avril 2009; Waals Parlement, met ingang van 8 april 2009; GAILLARD Gilles, Chef huissier chauffeur au Parlement wallon à la GAILLARD Gilles, Hoofddeurwachter-chauffeur bij het Waals Parle- date du 15 novembre 2008. ment, met ingang van 15 november 2008. 39630 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Palmes d’argent Zilveren Palmen MM. : De heren : FILLEUL Philippe, Lieutenant au service d’incendie de Braine- FILLEUL Philippe, Luitenant bij de brandweerdienst van Eigenbra- l’Alleud à la date du 8 avril 2008; kel, met ingang van 8 april 2008; PARIS Dimitri, Sous-lieutenant au service d’incendie d’Andenne à la PARIS Dimitri, Onderluitenant bij de brandweerdienst van Andenne, date du 8 avril 2008. met ingang van 8 april 2008. Médaille d’or Gouden Medaille M. SINGELYN Serge, Adjudant au service d’incendie de Braine- De heer SINGELYN Serge, Adjudant bij de brandweerdienst van l’Alleud à la date du 15 novembre 2007. Eigenbrakel, met ingang van 15 november 2007. Médaille d’argent Zilveren Medaille MM. : De heren : COOREMAN Emile, Marcel, Paul, Sapeur-pompier au service d’incen- COOREMAN Emile, Marcel, Paul, Brandweerman bij de brandweer- die de Braine-l’Alleud à la date du 8 avril 2003; dienst van Eigenbrakel, met ingang van 8 april 2003; GUISSET Charles, Alphonse, Renier, Caporal au service d’incendie GUISSET Charles, Alphonse, Renier, Korporaal bij de brandweer- de Malmédy à la date du 15 novembre 2008; dienst van Malmedy, met ingang van 15 november 2008; MEERTS Eric, Henri, Yvon, Sapeur-pompier au service d’incendie de MEERTS Eric, Henri, Yvon, Brandweerman bij de brandweerdienst Braine-l’Alleud à la date du 8 avril 2008. van Eigenbrakel, met ingang van 8 april 2008. Ordre de Léopold II Orde van Leopold II Grand officier Grootofficier M. HAUWAERT Alain, Luc, Pierre, Directeur d’administration au De heer HAUWAERT Alain, Luc, Pierre, Bestuursdirecteur bij het Parlement wallon à la date du 8 avril 2009. Waals Parlement, met ingang van 8 april 2009. Commandeur Commandeur Mmes : Mevrn. : COULON Geneviève, Louise-Marie, Premier conseiller au Parlement COULON Geneviève, Louise-Marie, Eerste adviseur bij het Waals wallon à la date du 8 avril 2009; Parlement, met ingang van 8 april 2009; DE KNOP Myriam, Première conseillère de direction à la Chambre DE KNOP Myriam, Eerste directieraad bij de Kamer van volksver- des représentants à la date du 8 avril 2009; tegenwoordigers, met ingang van 8 april 2009; M. HARDY Francis, Ghislain, Roger, Conseiller au Parlement wallon De heer HARDY Francis, Ghislain, Roger, Adviseur bij het Waals à la date du 15 novembre 2007. Parlement, met ingang van 15 november 2007. Officier Officier Mmes : Mevrn. : BELLEMANS Nelly, Assistant de Direction au Parlement wallon à la BELLEMANS Nelly, Directieassistent bij het Waals Parlement, met date du 15 novembre 2008; ingang van 15 november 2008; CUVELIER Anne-Marie, Assistante principale à la Chambre des CUVELIER Anne-Marie, Eerstaanwezend assistente bij de Kamer représentants à la date du 8 avril 2009; van volksvertegenwoordigers, met ingang van 8 april 2009; M. VAN ITTERBEECK Francis, Claude, Capitaine, Chef de corps au De heer VAN ITTERBEECK Francis, Claude, Kapitein, dienstchef bij service d’incendie de Braine-l’Alleud à la date du 8 avril 2009. de brandweerdienst van Eigenbrakel, met ingang van 8 april 2009. Chevalier Ridder Mmes : Mevrn. : BODLET, Nathalie, Anne, Lucie, Secrétaire principale au Parlement BODLET, Nathalie, Anne, Lucie, Eerstaanwezend secretaris bij het wallon à la date du 15 novembre 2005; Waals Parlement, met ingang van 15 november 2005; BRAECKMAN Kristien, Première assistante à la Chambre des BRAECKMAN Kristien, Eerste assistente bij de Kamer van volksver- représentants à la date du 8 avril 2009; tegenwoordigers, met ingang van 8 april 2009; M. DEBLAUWE Martial, Lieutenant au service d’incendie de Comines- De heer DEBLAUWE Martial, Luitenant bij de brandweerdienst van Warneton à la date du 8 avril 2004; Komen-Waasten, met ingang van 8 april 2004; Mme PEETERS Nicole, Rédacteur au Conseil d’Etat à la date du Mevr. PEETERS Nicole, Redacteur bij de Raad van State, met ingang 15 novembre 2005; van 15 november 2005; M. SCHOUPPE Michel, Premier assistant à la Chambre des repré- De heer SCHOUPPE Michel, Eerste assistent bij de Kamer van sentants à la date du 8 avril 2009. volksvertegenwoordigers, met ingang van 8 april 2009. Mmes : Mevrn. : SERWY Véronique Marianne, Sabine, Secrétaire principale au Parle- SERWY Véronique Marianne, Sabine, Eerstaanwezend secretaris bij ment wallon à la date du 15 novembre 2005; het Waals Parlement, met ingang van 15 november 2005; SKEVEE Anne, Marie-Louise, Gérardine, Assistant de Direction au SKEVEE Anne, Marie-Louise, Gérardine, Directieassistent bij het Parlement wallon à la date du 15 novembre 2005. Waals Parlement, met ingang van 15 november 2005. Médaille d’or Gouden Medaille MM. : De heren : BUYSE Johan, Huissier de première classe à la Chambre des BUYSE Johan, Deurwachter eerste klas bij de Kamer van volksverte- représentants à la date du 8 avril 2009; genwoordigers, met ingang van 8 april 2009; CABARAUX Michel, Jules, Blanche, Chef chauffeur au Parlement CABARAUX Michel, Jules, Blanche, Hoofdchauffeur bij het Waals wallon à la date du 8 avril 2004; Parlement, met ingang van 8 april 2004; PATRIS André, Alexis, Ghislain, Chef chauffeur au Parlement wallon PATRIS André, Alexis, Ghislain, Hoofdchauffeur bij het Waals à la date du 15 novembre 2006; Parlement, met ingang van 15 november 2006; TRIBOLET Philippe, Emile, Yvan, Ghislain, Chef huissier chauffeur TRIBOLET Philippe, Emile, Yvan, Ghislain, Hoofddeurwachter- au Parlement wallon à la date du 8 avril 2009; chauffeur bij het Waals Parlement, met ingang van 8 april 2009; VAN den BOSSCHE Erwin, Chauffeur à la Chambre des représen- VAN den BOSSCHE Erwin, Chauffeur bij de Kamer van volksverte- tants à la date du 8 avril 2009. genwoordigers, met ingang van 8 april 2009. Ils prennent rang dans l’Ordre à la date indiquée en regard de leur Zij nemen vanaf de bij hun naam vermelde datum hun rang in de nom. Orde in. MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39631 SERVICE PUBLIC FEDERAL MOBILITE ET TRANSPORTS FEDERALE OVERHEIDSDIENST MOBILITEIT EN VERVOER [C − 2009/14117] [C − 2009/14117] 8 FEVRIER 2007. — Arrêté royal attribuant la qualité de police 8 FEBRUARI 2007. — Koninklijk besluit tot toekenning van de judiciaire à certains agents de la Direction générale Transport hoedanigheid van gerechtelijke politie aan sommige agenten van terrester, chargés de contrôler l’application de divers lois et het Directoraat-generaal Vervoer te Land die belast worden met de règlements en matière de transport de personnes et marchandises controle op de naleving van diverse wetten en reglementen inzake personen- en wegvervoer ALBERT II, Roi des Belges, ALBERT II, Koning der Belgen, A tous, présents et à venir, Salut. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Vu l’arrêté-loi du 30 décembre 1946 relatif aux transports rémunérés Gelet op de besluitwet van 30 december 1946 betreffende het de voyageurs par route effectués par autobus et par autocars, notam- bezoldigd vervoer van personen over de weg met autobussen en met ment l’article 31; autocars, inzonderheid op artikel 31; Vu la loi du 26 juin 1967 relative au statut des auxiliaires de transport Gelet op de wet van 26 juni 1967 betreffende het statuut van de de marchandises, notamment l’article 12; tussenpersonen op het gebied van het goederenvervoer, inzonderheid op artikel 12; Vu la loi relative à la police de la circulation routière, coordonnée le Gelet op de wet betreffende de politie over het wegverkeer, 16 mars 1968, notamment l’article 62, modifié par la loi du 4 août 1996; gecoördineerd op 16 maart 1968, inzonderheid op artikel 62, gewijzigd door de wet van 4 augustus 1996; Vu la loi du 18 février 1969 relative aux mesures d’exécution des Gelet op de wet van 18 februari 1969 betreffende de maatregelen ter traités et actes internationaux en matière de transport par route, par uitvoering van de internationale verdragen en akten inzake vervoer chemin de fer ou par voie navigable, notamment l’article 3; over de weg, de spoorweg of de waterweg, inzonderheid op artikel 3; Vu la loi du 21 juin 1985 relative aux conditions techniques Gelet op de wet van 21 juni 1985 betreffende de technische eisen auxquelles doivent répondre tout véhicule de transport par terre, ses waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, éléments ainsi que les accessoires de sécurité, notamment l’article 3; evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen, inzonderheid op artikel 3; Vu la loi du 3 mai 1999 relative au transport de choses par route, Gelet op de wet van 3 mei 1999 betreffende het vervoer van zaken modifiée par la loi du 24 mars 2003, notamment l’article 25; over de weg, gewijzigd door de wet van 24 maart 2003, inzonderheid op artikel 25; Vu l’arrêté royal du 1er juillet 1999 concernant la désignation ainsi Gelet op het koninklijk besluit van 1 juli 1999 betreffende de que la qualification professionnelle de conseillers à la sécurité pour le aanwijzing en de beroepsbekwaamheid van veiligheidsadviseurs voor transport par route, par rail ou par voie navigable de marchandises het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, per spoor of over de dangereuses, notamment l’article 18; binnenwateren, inzonderheid op artikel 18; Vu l’arrêté royal du 1er septembre 2006 instituant le contrôle Gelet op het koninklijk besluit van 1 september 2006 houdende technique routier des véhicules utilitaires immatriculés en Belgique ou invoering van de technische controle langs de weg van bedrijfsvoertui- à l’étranger; gen die ingeschreven zijn in België of in het buitenland; Considérant que : Overwegende dat : - M. Gerard, Didier - de heer Gerard, Didier - M. Uten, Arnaud - de heer Uten, Arnaud ont été nommés assistants techniques à la Direction générale werden benoemd tot technisch assistent bij het Directoraat-generaal Transport terrestre; Vervoer te Land; Considérant que la mission de ces agents consiste à veiller à Overwegende dat de opdracht van deze ambtenaren bestaat in het l’application de l’arrêté-loi relatif aux transports de personnes par toezicht op de naleving van de besluitwet betreffende het bezoldigd route, des réglementations relatives au transport de marchandises, de la vervoer van personen over de weg, van de reglementeringen betref- loi relative à la police de la circulation routière et des réglementations fende het vervoer van goederen, van de wet betreffende de politie over relatives aux conditions techniques auxquelles doivent répondre les het wegverkeer en van de reglementeringen betreffende de technische véhicules automobiles; eisen waaraan de auto’s moeten voldoen; Considérant qu’à l’occasion de ces missions de contrôle, ils doivent Overwegende dat ze tijdens deze controleopdrachten in staat moeten être à même de rechercher et de constater les infractions aux zijn de inbreuken op de bovengenoemde reglementeringen op te réglementations susvisées; sporen en vast te stellen; Sur la proposition de Notre Ministre de la Mobilité, Op de voordracht van Onze Minister van Mobiliteit, Nous avons arrêté et arrêtons : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

  584. Article 1er. Sont chargés de rechercher et de constater les infractions Artikel 1. Worden belast met het opsporen en vaststellen van de à: inbreuken op : — l’arrêté-loi du 30 décembre 1946 relatif aux transports rémunérés — de besluitwet van 30 december 1946 betreffende het bezoldigd de voyageurs effectués par autobus et par autocars et à ses vervoer van personen over de weg met autobussen en met arrêtés d’exécution; autocars en haar uitvoeringsbesluiten; — la loi du 26 juin 1967 relative au statut des auxiliaires de — de wet van 26 juni 1967 betreffende het statuut van de transport de marchandises et à ses arrêtés d’exécution; tussenpersonen op het gebied van het goederenvervoer en van haar uitvoeringsbesluiten; — la loi relative à la police de la circulation routière, coordonnée le — de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd 16 mars 1968 et à ses arrêtés d’exécution; op 16 maart 1968 en haar uitvoeringsbesluiten; — la loi du 18 février 1969 relative aux mesures d’exécution des — de wet van 18 februari 1969 betreffende de maatregelen ter traités et actes internationaux en matière de transport par route, uitvoering van de internationale verdragen en akten inzake par chemin de fer ou par voie navigable, notamment l’article 3; vervoer over de weg, de spoorweg of de waterweg, inzonder- heid op artikel 3; — la loi du 21 juin 1985 relative aux conditions techniques — de wet van 21 juni 1985 betreffende de technische eisen waaraan auxquelles doivent répondre tout véhicule de transport par terre, elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals ses éléments, ainsi que les accessoires de sécurité ainsi qu’à het veiligheidstoebehoren moeten voldoen en het koninklijk l’arrêté royal du 15 mars 1968 portant règlement général sur les besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de conditions techniques auxquelles doivent répondre les véhicules technische eisen waaraan de auto’s en hun aanhangwagens automobiles et leurs remorques; moeten voldoen; 39632 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD — la loi du 3 mai 1999 relative au transport de choses par route, à — de wet van 3 mei 1999 betreffende het vervoer van zaken over de ses arrêtés d’exécution et aux arrêtés d’exécution de la loi du weg, haar uitvoeringsbesluiten en de uitvoeringsbesluiten van 18 février 1969 relative aux mesures d’exécution des traités et de wet van 18 februari 1969 betreffende de maatregelen ter actes internationaux en matière de transport par route, par uitvoering van de internationale verdragen en akten inzake chemin de fer ou par voie navigable; vervoer over de weg, de spoorweg of de waterweg; — l’arrêté royal du 1er juillet 1999 concernant la désignation ainsi — het koninklijk besluit van 1 juli 1999 betreffende de aanwijzing que la qualification professionnelle de conseillers à la sécurité en de beroepsbekwaamheid van veiligheidsadviseurs voor het pour le transport par route, par rail ou par voie navigable de vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, per spoor of over marchandises dangereuses, notamment l’article 18 : de binnenwateren, inzonderheid op artikel 18 : — l’arrêté royal du 1er septembre 2006 instituant le contrôle — het koninklijk besluit van 1 september 2006 houdende invoering technique routier des véhicules utilitaires immatriculés en van de technische controle langs de weg van bedrijfsvoertuigen Belgique ou à l’étranger; die ingeschreven zijn in België of in het buitenland; — M. Gerard, Didier, assistant technique à la Direction générale — de heer Gerard, Didier, technisch assistent bij het Directoraat- Transport terrestre; generaal Vervoer te Land; — M. Uten, Arnaud, assistant technique à la Direction générale — de heer Uten, Arnaud, technisch assistent bij het Directoraat- Transport terrestre. generaal Vervoer te Land;

  585. Art. 2. Notre Ministre de la Mobilité est chargé de l’exécution du Art. 2. Onze Minister van Mobiliteit is belast met de uitvoering van présent arrêté. dit besluit. Donné à Bruxelles, le 8 février 2007. Gegeven te brussel, 8 februari 2007. ALBERT ALBERT Par le Roi : Van Koningswege : Le Ministre de la Mobilité, De Minister van Mobiliteit, R. LANDUYT R. LANDUYT * SERVICE PUBLIC FEDERAL MOBILITE ET TRANSPORTS FEDERALE OVERHEIDSDIENST MOBILITEIT EN VERVOER [C − 2009/14119] [C − 2009/14119] 8 FEVRIER 2007. — Arrêté royal attribuant la qualité de police 8 FEBRUARI 2007. — Koninklijk besluit tot toekenning van de judiciaire à certains agents de la Direction générale Transport hoedanigheid van gerechtelijke politie aan sommige agenten van terrestre, chargés de contrôler l’application de divers lois et het Directoraat-generaal Vervoer te Land die belast worden met de règlements en matière de transport de personnes et marchandises controle op de naleving van diverse wetten en reglementen inzake personen- en wegvervoer ALBERT II, Roi des Belges, ALBERT II, Koning der Belgen, A tous, présents et à venir, Salut. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Vu l’arrêté-loi du 30 décembre 1946 relatif aux transports rémunérés Gelet op de besluitwet van 30 december 1946 betreffende het de voyageurs par route effectués par autobus et par autocars, notam- bezoldigd vervoer van personen over de weg met autobussen en met ment l’article 31; autocars, inzonderheid op artikel 31; Vu la loi du 26 juin 1967 relative au statut des auxiliaires de transport Gelet op de wet van 26 juni 1967 betreffende het statuut van de de marchandises, notamment l’article 12; tussenpersonen op het gebied van het goederenvervoer, inzonderheid op artikel 12; Vu la loi relative à la police de la circulation routière, coordonnée le Gelet op de wet betreffende de politie over het wegverkeer, 16 mars 1968, notamment l’article 62, modifié par la loi du 4 août 1996; gecoördineerd op 16 maart 1968, inzonderheid op artikel 62, gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; Vu la loi du 18 février 1969 relative aux mesures d’exécution des Gelet op de wet van 18 februari 1969 betreffende de maatregelen ter traités et actes internationaux en matière de transport par route, par uitvoering van de internationale verdragen en akten inzake vervoer chemin de fer ou par voie navigable, notamment l’article 3; over de weg, de spoorweg of de waterweg, inzonderheid op artikel 3; Vu la loi du 21 juin 1985 relative aux conditions techniques Gelet op de wet van 21 juni 1985 betreffende de technische eisen auxquelles doivent répondre tout véhicule de transport par terre, ses waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, éléments ainsi que les accessoires de sécurité, notamment l’article 3; evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen, inzonderheid op artikel 3; Vu la loi du 3 mai 1999 relative au transport de choses par route, Gelet op de wet van 3 mei 1999 betreffende het vervoer van zaken modifiée par la loi du 24 mars 2003, notamment l’article 25; over de weg, gewijzigd bij de wet van 24 maart 2003, inzonderheid op artikel 25; Vu l’arrêté royal du 1er juillet 1999 concernant la désignation ainsi Gelet op het koninklijk besluit van 1 juli 1999 betreffende de que la qualification professionnelle de conseillers à la sécurité pour le aanwijzing en de beroepsbekwaamheid van veiligheidsadviseurs voor transport par route, par rail ou par voie navigable de marchandises het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, per spoor of over de dangereuses, notamment l’article 18; binnenwateren, inzonderheid op artikel 18; Vu l’arrêté royal du 1er septembre 2006 instituant le contrôle Gelet op het koninklijk besluit van 1 september 2006 houdende technique routier des véhicules utilitaires immatriculés en Belgique ou invoering van de technische controle langs de weg van bedrijfsvoertui- à l’étranger; gen die ingeschreven zijn in België of in het buitenland; Considérant que : Overwegende dat : - M. Kurt Hendrickze a été nommé assistant technique à la Direction - de heer Kurt Hendrickze werd benoemd tot technisch assistent bij générale Transport terrestre; het Directoraat-generaal Vervoer te Land; Considérant que la mission de cet agent consiste à veiller à Overwegende dat de opdracht van deze ambtenaar bestaat in het l’application de l’arrêté-loi relatif aux transports de personnes par toezicht op de naleving van de besluitwet betreffende het bezoldigd route, des réglementations relatives au transport de marchandises, de la vervoer van personen over de weg, van de reglementeringen betref- loi relative à la police de la circulation routière et des réglementations fende het vervoer van goederen, van de wet betreffende de politie over relatives aux conditions techniques auxquelles doivent répondre les het wegverkeer en van de reglementeringen betreffende de technische véhicules automobiles; eisen waaraan de auto’s moeten voldoen; MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39633 Considérant qu’à l’occasion de ces missions de contrôle, il doit être à Overwegende dat hij tijdens deze controleopdrachten in staat moet même de rechercher et de constater les infractions aux réglementations zijn de inbreuken op de bovengenoemde reglementeringen op te susvisées; sporen en vast te stellen; Sur la proposition de Notre Ministre de la Mobilité, Op de voordracht van Onze Minister van Mobiliteit, Nous avons arrêté et arrêtons : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

  586. Article 1er. Est chargé de rechercher et de constater les infractions à : Artikel 1. Wordt belast met het opsporen en vaststellen van de inbreuken op : — l’arrêté-loi du 30 décembre 1946 relatif aux transports rémunérés — de besluitwet van 30 december 1946 betreffende het bezoldigd de voyageurs effectués par autobus et par autocars et à ses vervoer van personen over de weg met autobussen en met arrêtés d’exécution; autocars en haar uitvoeringsbesluiten; — la loi du 26 juin 1967 relative au statut des auxiliaires de — de wet van 26 juni 1967 betreffende het statuut van de transport de marchandises et à ses arrêtés d’exécution; tussenpersonen op het gebied van het goederenvervoer en van haar uitvoerings-besluiten; — la loi relative à la police de la circulation routière, coordonnée le — de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd 16 mars 1968 et à ses arrêtés d’exécution; op 16 maart 1968 en haar uitvoeringsbesluiten; — la loi du 18 février 1969 relative aux mesures d’exécution des — de wet van 18 februari 1969 betreffende de maatregelen ter traités et actes internationaux en matière de transport par route, uitvoering van de internationale verdragen en akten inzake par chemin de fer ou par voie navigable, notamment l’article 3; vervoer over de weg, de spoorweg of de waterweg, inzonder- heid op artikel 3; — la loi du 21 juin 1985 relative aux conditions techniques — de wet van 21 juni 1985 betreffende de technische eisen waaraan auxquelles doivent répondre tout véhicule de transport par terre, elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals ses éléments, ainsi que les accessoires de sécurité ainsi qu’à het veiligheidstoebehoren moeten voldoen en het koninklijk l’arrêté royal du 15 mars 1968 portant règlement général sur les besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de conditions techniques auxquelles doivent répondre les véhicules technische eisen waaraan de auto’s en hun aanhangwagens automobiles et leurs remorques; moeten voldoen; — la loi du 3 mai 1999 relative au transport de choses par route, à — de wet van 3 mei 1999 betreffende het vervoer van zaken over de ses arrêtés d’exécution et aux arrêtés d’exécution de la loi du weg, haar uitvoeringsbesluiten en de uitvoeringsbesluiten van 18 février 1969 relative aux mesures d’exécution des traités et de wet van 18 februari 1969 betreffende de maatregelen ter actes internationaux en matière de transport par route, par uitvoering van de internationale verdragen en akten inzake chemin de fer ou par voie navigable; vervoer over de weg, de spoorweg of de waterweg; — l’arrêté royal du 1er juillet 1999 concernant la désignation ainsi — het koninklijk besluit van 1 juli 1999 betreffende de aanwijzing que la qualification professionnelle de conseillers à la sécurité en de beroepsbekwaamheid van veiligheidsadviseurs voor het pour le transport par route, par rail ou par voie navigable de vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, per spoor of over marchandises dangereuses, notamment l’article 18 : de binnenwateren, inzonderheid op artikel 18 : — l’arrêté royal du 1er septembre 2006 instituant le contrôle — het koninklijk besluit van 1 september 2006 houdende invoering technique routier des véhicules utilitaires immatriculés en van de technische controle langs de weg van bedrijfsvoertuigen Belgique ou à l’étranger; die ingeschreven zijn in België of in het buitenland; — M. Kurt Hendrickze, assistant technique à la Direction générale — de heer Kurt Hendrickze, technisch assistent bij het Directoraat- Transport terrestre. generaal Vervoer te Land.

  587. Art. 2. Notre Ministre de la Mobilité est chargé de l’exécution du Art. 2. Onze Minister van Mobiliteit is belast met de uitvoering van présent arrêté. dit besluit. Donné à Bruxelles, le 8 février 2007. Gegeven te Brussel, 8 februari 2007. ALBERT ALBERT Par le Roi : Van Koningswege : Le Ministre de la Mobilité, De Minister van Mobiliteit, R. LANDUYT R. LANDUYT * SERVICE PUBLIC FEDERAL MOBILITE ET TRANSPORTS FEDERALE OVERHEIDSDIENST MOBILITEIT EN VERVOER [C − 2009/14115] [C − 2009/14115] 18 MAI 2008. — Arrêt̂é royal attribuant la qualité de police judiciaire 18 MEI 2008. — Koninklijk besluit tot toekenning van de hoedanig- à certains agents de la Direction générale Transport terrestre, heid van gerechtelijke politie aan sommige agenten van het chargés de contrôler l’application de divers lois et règlements en Directoraat-generaal Vervoer te Land die belast worden met de matière de transport de personnes et marchandises controle op de naleving van diverse wetten en reglementen inzake personen- en wegvervoer ALBERT II, Roi des Belges, ALBERT II, Koning der Belgen, A tous, présents et à venir, Salut. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Vu l’arrêté-loi du 30 décembre 1946 relatif aux transports rémunérés Gelet op de besluitwet van 30 december 1946 betreffende het de voyageurs par route effectués par autobus et par autocars, notam- bezoldigd vervoer van personen over de weg met autobussen en met ment l’article 31; autocars, inzonderheid op artikel 31; Vu la loi du 26 juin 1967 relative au statut des auxiliaires de transport Gelet op de wet van 26 juni 1967 betreffende het statuut van de de marchandises, notamment l’article 12; tussenpersonen op het gebied van het goederenvervoer, inzonderheid op artikel 12; Vu la loi relative à la police de la circulation routière, coordonnée le Gelet op de wet betreffende de politie over het wegverkeer, 16 mars 1968, notamment l’article 62, modifié par la loi du 4 août 1996; gecoördineerd op 16 maart 1968, inzonderheid op artikel 62, gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; 39634 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Vu la loi du 18 février 1969 relative aux mesures d’exécution des Gelet op de wet van 18 februari 1969 betreffende de maatregelen ter traités et actes internationaux en matière de transport par route, par uitvoering van de internationale verdragen en akten inzake vervoer chemin de fer ou par voie navigable, notamment l’article 3; over de weg, de spoorweg of de waterweg, inzonderheid op artikel 3; Vu la loi du 21 juin 1985 relative aux conditions techniques Gelet op de wet van 21 juni 1985 betreffende de technische eisen auxquelles doivent répondre tout véhicule de transport par terre, ses waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, éléments ainsi que les accessoires de sécurité, notamment l’article 3; evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen, inzonderheid op artikel 3; Vu la loi du 3 mai 1999 relative au transport de choses par route, Gelet op de wet van 3 mei 1999 betreffende het vervoer van zaken modifiée par la loi du 24 mars 2003, notamment l’article 25; over de weg, gewijzigd bij de wet van 24 maart 2003, inzonderheid op artikel 25; Vu l’arrêté royal du 1er juillet 1999 concernant la désignation ainsi Gelet op het koninklijk besluit van 1 juli 1999 betreffende de que la qualification professionnelle de conseillers à la sécurité pour le aanwijzing en de beroepsbekwaamheid van veiligheidsadviseurs voor transport par route, par rail ou par voie navigable de marchandises het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, per spoor of over de dangereuses, notamment l’article 18; binnenwateren, inzonderheid op artikel 18; Vu l’arrêté royal du 1er septembre 2006 instituant le contrôle Gelet op het koninklijk besluit van 1 september 2006 houdende technique routier des véhicules utilitaires immatriculés en Belgique ou invoering van de technische controle langs de weg van bedrijfsvoertui- à l’étranger; gen die ingeschreven zijn in België of in het buitenland; Considérant que Mme Sandra Fogen a été engagée comme assistante Overwegende dat Mevrouw Sandra Fogen werd aangeworven als technique à la Direction générale Transport terrestre; technisch assistente bij het Directoraat-generaal Vervoer te Land; Considérant que la mission de cet agent consiste à veiller à Overwegende dat de opdracht van deze ambtenaar bestaat in het l’application de l’arrêté-loi relatif aux transports de personnes par toezicht op de naleving van de besluitwet betreffende het bezoldigd route, des réglementations relatives au transport de marchandises, de la vervoer van personen over de weg, van de reglementeringen betref- loi relative à la police de la circulation routière et des réglementations fende het vervoer van goederen, van de wet betreffende de politie over relatives aux conditions techniques auxquelles doivent répondre les het wegverkeer en van de reglementeringen betreffende de technische véhicules automobiles; eisen waaraan de auto’s moeten voldoen; Considérant qu’à l’occasion de ces missions de contrôle, elle doit être Overwegende dat zij tijdens deze controleopdrachten in staat moet à même de rechercher et de constater les infractions aux réglementa- zijn de inbreuken op de bovengenoemde reglementeringen op te tions susvisées; sporen en vast te stellen; Sur la proposition du Secrétaire d’Etat à la Mobilité, Op de voordracht van de Staatssecretaris voor Mobiliteit, Nous avons arrêté et arrêtons : Hebben Wij besloten en besluiten Wij : er

  588. Article 1 . Est chargée de rechercher et de constater les infractions Artikel 1. Wordt belast met het opsporen en vaststellen van de à: inbreuken op : — l’arrêté-loi du 30 décembre 1946 relatif aux transports rémunérés — de besluitwet van 30 december 1946 betreffende het bezoldigd de voyageurs effectués par autobus et par autocars et à ses vervoer van personen over de weg met autobussen en met arrêtés d’exécution; autocars en haar uitvoeringsbesluiten; — la loi du 26 juin 1967 relative au statut des auxiliaires de — de wet van 26 juni 1967 betreffende het statuut van de transport de marchandises et à ses arrêtés d’exécution; tussenpersonen op het gebied van het goederenvervoer en van haar uitvoeringsbesluiten; — la loi relative à la police de la circulation routière, coordonnée le — de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd 16 mars 1968 et à ses arrêtés d’exécution; op 16 maart 1968 en haar uitvoeringsbesluiten; — la loi du 18 février 1969 relative aux mesures d’exécution des — de wet van 18 februari 1969 betreffende de maatregelen ter traités et actes internationaux en matière de transport par route, uitvoering van de internationale verdragen en akten inzake par chemin de fer ou par voie navigable, notamment l’article 3; vervoer over de weg, de spoorweg of de waterweg, inzonder- heid op artikel 3; — la loi du 21 juin 1985 relative aux conditions techniques — de wet van 21 juni 1985 betreffende de technische eisen waaraan auxquelles doivent répondre tout véhicule de transport par terre, elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals ses éléments, ainsi que les accessoires de sécurité ainsi qu’à het veiligheidstoebehoren moeten voldoen en het koninklijk l’arrêté royal du 15 mars 1968 portant règlement général sur les besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de conditions techniques auxquelles doivent répondre les véhicules technische eisen waaraan de auto’s en hun aanhangwagens automobiles et leurs remorques; moeten voldoen; — la loi du 3 mai 1999 relative au transport de choses par route, à — de wet van 3 mei 1999 betreffende het vervoer van zaken over de ses arrêtés d’exécution et aux arrêtés d’exécution de la loi du weg, haar uitvoeringsbesluiten en de uitvoeringsbesluiten van 18 février 1969 relative aux mesures d’exécution des traités et de wet van 18 februari 1969 betreffende de maatregelen ter actes internationaux en matière de transport par route, par uitvoering van de internationale verdragen en akten inzake chemin de fer ou par voie navigable; vervoer over de weg, de spoorweg of de waterweg; — l’arrêté royal du 1er juillet 1999 concernant la désignation ainsi — het koninklijk besluit van 1 juli 1999 betreffende de aanwijzing que la qualification professionnelle de conseillers à la sécurité en de beroepsbekwaamheid van veiligheidsadviseurs voor het pour le transport par route, par rail ou par voie navigable de vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, per spoor of over marchandises dangereuses, notamment l’article 18 : de binnenwateren, inzonderheid op artikel 18 : — l’arrêté royal du 1er septembre 2006 instituant le contrôle — het koninklijk besluit van 1 september 2006 houdende invoering technique routier des véhicules utilitaires immatriculés en van de technische controle langs de weg van bedrijfsvoertuigen Belgique ou à l’étranger; die ingeschreven zijn in België of in het buitenland; — Mme Sandra Fogen, assistante technique à la Direction générale — Mevr. Sandra Fogen, technisch assistente bij het Directoraat- Transport terrestre. generaal Vervoer te Land.

  589. Art. 2. Le Secrétaire d’Etat à la Mobilité est chargé de l’exécution du Art. 2. De Staatssecretaris voor Mobiliteit is belast met de uitvoering présent arrêté. van dit besluit. Donné à Bruxelles, le 18 mai 2008. Gegeven te Brussel, 18 mei 2008. ALBERT ALBERT Par le Roi : Van Koningswege : Le Secrétaire d’Etat à la Mobilité, De Staatssecretaris voor Mobiliteit, E. SCHOUPPE E. SCHOUPPE MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39635 SERVICE PUBLIC FEDERAL MOBILITE ET TRANSPORTS FEDERALE OVERHEIDSDIENST MOBILITEIT EN VERVOER [C − 2009/14118] [C − 2009/14118] 12 DECEMBRE 2008. — Arrêté royal attribuant la qualité de police 12 DECEMBER 2008. — Koninklijk besluit tot toekenning van de judiciaire à certains agents de la Direction générale Transport hoedanigheid van gerechtelijke politie aan sommige agenten van terrestre, chargés de contrôler l’application de divers lois et het Directoraat-generaal Vervoer te Land die belast worden met de règlements en matière de transport de personnes et marchandises controle op de naleving van diverse wetten en reglementen inzake personen- en wegvervoer ALBERT II, Roi des Belges, ALBERT II, Koning der Belgen, A tous, présents et à venir, Salut. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Vu l’arrêté-loi du 30 décembre 1946 relatif aux transports rémunérés Gelet op de besluitwet van 30 december 1946 betreffende het de voyageurs par route effectués par autobus et par autocars, notam- bezoldigd vervoer van personen over de weg met autobussen en met ment l’article 31; autocars, inzonderheid op artikel 31; Vu la loi du 26 juin 1967 relative au statut des auxiliaires de transport Gelet op de wet van 26 juni 1967 betreffende het statuut van de de marchandises, notamment l’article 12; tussenpersonen op het gebied van het goederenvervoer, inzonderheid op artikel 12; Vu la loi relative à la police de la circulation routière, coordonnée le Gelet op de wet betreffende de politie over het wegverkeer, 16 mars 1968, notamment l’article 62, modifié par la loi du 4 août 1996; gecoördineerd op 16 maart 1968, inzonderheid op artikel 62, gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; Vu la loi du 18 février 1969 relative aux mesures d’exécution des Gelet op de wet van 18 februari 1969 betreffende de maatregelen ter traités et actes internationaux en matière de transport par route, par uitvoering van de internationale verdragen en akten inzake vervoer chemin de fer ou par voie navigable, notamment l’article 3; over de weg, de spoorweg of de waterweg, inzonderheid op artikel 3; Vu la loi du 21 juin 1985 relative aux conditions techniques Gelet op de wet van 21 juni 1985 betreffende de technische eisen auxquelles doivent répondre tout véhicule de transport par terre, ses waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, éléments ainsi que les accessoires de sécurité, notamment l’article 3; evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen, inzonderheid op artikel 3; Vu la loi du 3 mai 1999 relative au transport de choses par route, Gelet op de wet van 3 mei 1999 betreffende het vervoer van zaken modifiée par la loi du 24 mars 2003, notamment l’article 25; over de weg, gewijzigd bij de wet van 24 maart 2003, inzonderheid op artikel 25; Vu l’arrêté royal du 1er juillet 1999 concernant la désignation ainsi Gelet op het koninklijk besluit van 1 juli 1999 betreffende de que la qualification professionnelle de conseillers à la sécurité pour le aanwijzing en de beroepsbekwaamheid van veiligheidsadviseurs voor transport par route, par rail ou par voie navigable de marchandises het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, per spoor of over de dangereuses, notamment l’article 18; binnenwateren, inzonderheid op artikel 18; Vu l’arrêté royal du 1er septembre 2006 instituant le contrôle Gelet op het koninklijk besluit van 1 september 2006 houdende technique routier des véhicules utilitaires immatriculés en Belgique ou invoering van de technische controle langs de weg van bedrijfsvoertui- à l’étranger; gen die ingeschreven zijn in België of in het buitenland; Considérant que : Overwegende dat : - M. De Hertogh, Marc - de heer De Hertogh, Marc - Mme Hespel, Gerda - Mevr. Hespel, Gerda - M. Hoorelbeke, Olivier - de heer Hoorelbeke, Olivier - M. Vandesande, Guido - de heer Vandesande, Guido ont été nommés assistants techniques à la Direction générale werden benoemd tot technisch assistent bij het Directoraat-generaal Transport terrestre; Vervoer te Land; Considérant que la mission de ces agents consiste à veiller à Overwegende dat de opdracht van deze ambtenaren bestaat in het l’application de l’arrêté-loi relatif aux transports de personnes par toezicht op de naleving van de besluitwet betreffende het bezoldigd route, des réglementations relatives au transport de marchandises, de la vervoer van personen over de weg, van de reglementeringen betref- loi relative à la police de la circulation routière et des réglementations fende het vervoer van goederen, van de wet betreffende de politie over relatives aux conditions techniques auxquelles doivent répondre les het wegverkeer en van de reglementeringen betreffende de technische véhicules automobiles; eisen waaraan de auto’s moeten voldoen; Considérant qu’à l’occasion de ces missions de contrôle, ils doivent Overwegende dat ze tijdens deze controleopdrachten in staat moeten être à même de rechercher et de constater les infractions aux zijn de inbreuken op de bovengenoemde reglementeringen op te réglementations susvisées; sporen en vast te stellen; Sur la proposition de Notre Ministre de la Mobilité, Op de voordracht van Onze Minister van Mobiliteit, Nous avons arrêté et arrêtons : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

  590. Article 1er. Sont chargés de rechercher et de constater les infractions Artikel 1. Worden belast met het opsporen en vaststellen van de à: inbreuken op : — l’arrêté-loi du 30 décembre 1946 relatif aux transports rémunérés — de besluitwet van 30 december 1946 betreffende het bezoldigd de voyageurs effectués par autobus et par autocars et à ses vervoer van personen over de weg met autobussen en met arrêtés d’exécution; autocars en haar uitvoeringsbesluiten; — la loi du 26 juin 1967 relative au statut des auxiliaires de — de wet van 26 juni 1967 betreffende het statuut van de transport de marchandises et à ses arrêtés d’exécution; tussenpersonen op het gebied van het goederenvervoer en van haar uitvoeringsbesluiten; — la loi relative à la police de la circulation routière, coordonnée le — de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd 16 mars 1968 et à ses arrêtés d’exécution; op 16 maart 1968 en haar uitvoeringsbesluiten; 39636 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD — la loi du 18 février 1969 relative aux mesures d’exécution des — de wet van 18 februari 1969 betreffende de maatregelen ter traités et actes internationaux en matière de transport par route, uitvoering van de internationale verdragen en akten inzake par chemin de fer ou par voie navigable, notamment l’article 3; vervoer over de weg, de spoorweg of de waterweg, inzonder- heid op artikel 3; — la loi du 21 juin 1985 relative aux conditions techniques — de wet van 21 juni 1985 betreffende de technische eisen waaraan auxquelles doivent répondre tout véhicule de transport par terre, elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals ses éléments, ainsi que les accessoires de sécurité ainsi qu’à het veiligheidstoebehoren moeten voldoen en het koninklijk l’arrêté royal du 15 mars 1968 portant règlement général sur les besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de conditions techniques auxquelles doivent répondre les véhicules technische eisen waaraan de auto’s en hun aanhangwagens automobiles et leurs remorques; moeten voldoen; — la loi du 3 mai 1999 relative au transport de choses par route, à — de wet van 3 mei 1999 betreffende het vervoer van zaken over de ses arrêtés d’exécution et aux arrêtés d’exécution de la loi du weg, haar uitvoeringsbesluiten en de uitvoeringsbesluiten van 18 février 1969 relative aux mesures d’exécution des traités et de wet van 18 februari 1969 betreffende de maatregelen ter actes internationaux en matière de transport par route, par uitvoering van de internationale verdragen en akten inzake chemin de fer ou par voie navigable; vervoer over de weg, de spoorweg of de waterweg; — l’arrêté royal du 1er juillet 1999 concernant la désignation ainsi — het koninklijk besluit van 1 juli 1999 betreffende de aanwijzing que la qualification professionnelle de conseillers à la sécurité en de beroepsbekwaamheid van veiligheidsadviseurs voor het pour le transport par route, par rail ou par voie navigable de vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, per spoor of over marchandises dangereuses, notamment l’article 18 : de binnenwateren, inzonderheid op artikel 18 : — l’arrêté royal du 1er septembre 2006 instituant le contrôle — het koninklijk besluit van 1 september 2006 houdende invoering technique routier des véhicules utilitaires immatriculés en van de technische controle langs de weg van bedrijfsvoertuigen Belgique ou à l’étranger; die ingeschreven zijn in België of in het buitenland; — M. De Hertogh, Marc, assistant technique à la Direction générale — de heer De Hertogh, Marc, technisch assistent bij het Directoraat- Transport terrestre; generaal Vervoer te Land; — Mme Hespel, Gerda, assistant technique à la Direction générale — Mevr. Hespel, Gerda, technisch assistent bij het Directoraat- Transport terrestre; generaal Vervoer te Land; — M. Hoorelbeke, Olivier, assistant technique à la Direction — de heer Hoorelbeke, Olivier, technisch assistent bij het Directoraat- générale Transport terrestre; generaal Vervoer te Land; — M. Vandesande, Guido, assistant technique à la Direction — de heer Vandesande, Guido, technisch assistent bij het Directoraat- générale Transport terrestre. generaal Vervoer te Land.

  591. Art. 2. Notre Ministre de la Mobilité est chargé de l’exécution du Art. 2. Onze Minister van Mobiliteit is belast met de uitvoering van présent arrêté. dit besluit. Donné à Bruxelles, le 12 décembre 2008. Gegeven te Brussel, 12 december 2008. ALBERT ALBERT Par le Roi : Van Koningswege : Le Ministre de la Mobilité, De Minister van Mobiliteit, R. LANDUYT R. LANDUYT * SERVICE PUBLIC FEDERAL MOBILITE ET TRANSPORTS FEDERALE OVERHEIDSDIENST MOBILITEIT EN VERVOER [C − 2009/14120 ] [C − 2009/14120] 12 DECEMBRE 2008. — Arrêté royal attribuant la qualité de police 12 DECEMBER 2008. — Koninklijk besluit tot toekenning van de judiciaire à certains agents de la Direction générale Transport hoedanigheid van gerechtelijke politie aan sommige agenten van terrestre, chargés de contrôler l’application de divers lois et het Directoraat-generaal Vervoer te Land die belast worden met de règlements en matière de transport de personnes et marchandises controle op de naleving van diverse wetten en reglementen inzake personen- en wegvervoer ALBERT II, Roi des Belges, ALBERT II, Koning der Belgen, A tous, présents et à venir, Salut. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Vu l’arrêté-loi du 30 décembre 1946 relatif aux transports rémunérés Gelet op de besluitwet van 30 december 1946 betreffende het de voyageurs par route effectués par autobus et par autocars, notam- bezoldigd vervoer van personen over de weg met autobussen en met ment l’article 31; autocars, inzonderheid op artikel 31; Vu la loi du 26 juin 1967 relative au statut des auxiliaires de transport Gelet op de wet van 26 juni 1967 betreffende het statuut van de de marchandises, notamment l’article 12; tussenpersonen op het gebied van het goederenvervoer, inzonderheid op artikel 12; Vu la loi relative à la police de la circulation routière, coordonnée le Gelet op de wet betreffende de politie over het wegverkeer, 16 mars 1968, notamment l’article 62, modifié par la loi du 4 août 1996; gecoördineerd op 16 maart 1968, inzonderheid op artikel 62, gewijzigd door de wet van 4 augustus 1996; Vu la loi du 18 février 1969 relative aux mesures d’exécution des Gelet op de wet van 18 februari 1969 betreffende de maatregelen ter traités et actes internationaux en matière de transport par route, par uitvoering van de internationale verdragen en akten inzake vervoer chemin de fer ou par voie navigable, notamment l’article 3; over de weg, de spoorweg of de waterweg, inzonderheid op artikel 3; MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39637 Vu la loi du 21 juin 1985 relative aux conditions techniques Gelet op de wet van 21 juni 1985 betreffende de technische eisen auxquelles doivent répondre tout véhicule de transport par terre, ses waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, éléments ainsi que les accessoires de sécurité, notamment l’article 3; evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen, inzonderheid op artikel 3; Vu la loi du 3 mai 1999 relative au transport de choses par route, Gelet op de wet van 3 mei 1999 betreffende het vervoer van zaken modifiée par la loi du 24 mars 2003, notamment l’article 25; over de weg, gewijzigd door de wet van 24 maart 2003, inzonderheid op artikel 25; Vu l’arrêté royal du 1er juillet 1999 concernant la désignation ainsi Gelet op het koninklijk besluit van 1 juli 1999 betreffende de que la qualification professionnelle de conseillers à la sécurité pour le aanwijzing en de beroepsbekwaamheid van veiligheidsadviseurs voor transport par route, par rail ou par voie navigable de marchandises het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, per spoor of over de dangereuses, notamment l’article 18; binnenwateren, inzonderheid op artikel 18; Vu l’arrêté royal du 1er septembre 2006 instituant le contrôle Gelet op het koninklijk besluit van 1 september 2006 houdende technique routier des véhicules utilitaires immatriculés en Belgique ou invoering van de technische controle langs de weg van bedrijfsvoertui- à l’étranger; gen die ingeschreven zijn in België of in het buitenland; Considérant que : Overwegende dat : - M. Baldan, Gian Carlo; - de heer Baldan, Gian Carlo; - M. Hardy, Stéphane; - de heer Hardy, Stéphane; - M. Lejeune, Jacques; - de heer Lejeune, Jacques; - M. Pissart, Christophe, - de heer Pissart, Christophe, ont été nommés assistants techniques à la Direction générale werden benoemd tot technisch assistent bij het Directoraat-generaal Transport terrestre; Vervoer te Land; Considérant que la mission de ces agents consiste à veiller à Overwegende dat de opdracht van deze ambtenaren bestaat in het l’application de l’arrêté-loi relatif aux transports de personnes par toezicht op de naleving van de besluitwet betreffende het bezoldigd route, des réglementations relatives au transport de marchandises, de la vervoer van personen over de weg, van de reglementeringen betref- loi relative à la police de la circulation routière et des réglementations fende het vervoer van goederen, van de wet betreffende de politie over relatives aux conditions techniques auxquelles doivent répondre les het wegverkeer en van de reglementeringen betreffende de technische véhicules automobiles; eisen waaraan de auto’s moeten voldoen; Considérant qu’à l’occasion de ces missions de contrôle, ils doivent Overwegende dat ze tijdens deze controleopdrachten in staat moeten être à même de rechercher et de constater les infractions aux zijn de inbreuken op de bovengenoemde reglementeringen op te réglementations susvisées; sporen en vast te stellen; Sur la proposition de Notre Ministre de la Mobilité, Op de voordracht van Onze Minister van Mobiliteit, Nous avons arrêté et arrêtons : Hebben Wij besloten en besluiten Wij : er

  592. Article 1 . Sont chargés de rechercher et de constater les infractions Artikel 1. Worden belast met het opsporen en vaststellen van de à: inbreuken op : — l’arrêté-loi du 30 décembre 1946 relatif aux transports rémunérés — de besluitwet van 30 december 1946 betreffende het bezoldigd de voyageurs effectués par autobus et par autocars et à ses vervoer van personen over de weg met autobussen en met arrêtés d’exécution; autocars en haar uitvoeringsbesluiten; — la loi du 26 juin 1967 relative au statut des auxiliaires de — de wet van 26 juni 1967 betreffende het statuut van de transport de marchandises et à ses arrêtés d’exécution; tussenpersonen op het gebied van het goederenvervoer en van haar uitvoeringsbesluiten; — la loi relative à la police de la circulation routière, coordonnée le — de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd 16 mars 1968 et à ses arrêtés d’exécution; op 16 maart 1968 en haar uitvoeringsbesluiten; — la loi du 18 février 1969 relative aux mesures d’exécution des — de wet van 18 februari 1969 betreffende de maatregelen ter traités et actes internationaux en matière de transport par route, uitvoering van de internationale verdragen en akten inzake par chemin de fer ou par voie navigable, notamment l’article 3; vervoer over de weg, de spoorweg of de waterweg, inzonder- heid op artikel 3; — la loi du 21 juin 1985 relative aux conditions techniques — de wet van 21 juni 1985 betreffende de technische eisen waaraan auxquelles doivent répondre tout véhicule de transport par terre, elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals ses éléments, ainsi que les accessoires de sécurité ainsi qu’à het veiligheidstoebehoren moeten voldoen en het koninklijk l’arrêté royal du 15 mars 1968 portant règlement général sur les besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de conditions techniques auxquelles doivent répondre les véhicules technische eisen waaraan de auto’s en hun aanhangwagens automobiles et leurs remorques; moeten voldoen; — la loi du 3 mai 1999 relative au transport de choses par route, à — de wet van 3 mei 1999 betreffende het vervoer van zaken over de ses arrêtés d’exécution et aux arrêtés d’exécution de la loi du weg, haar uitvoeringsbesluiten en de uitvoeringsbesluiten van 18 février 1969 relative aux mesures d’exécution des traités et de wet van 18 februari 1969 betreffende de maatregelen ter actes internationaux en matière de transport par route, par uitvoering van de internationale verdragen en akten inzake chemin de fer ou par voie navigable; vervoer over de weg, de spoorweg of de waterweg; — l’arrêté royal du 1er juillet 1999 concernant la désignation ainsi — het koninklijk besluit van 1 juli 1999 betreffende de aanwijzing que la qualification professionnelle de conseillers à la sécurité en de beroepsbekwaamheid van veiligheidsadviseurs voor het pour le transport par route, par rail ou par voie navigable de vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, per spoor of over marchandises dangereuses, notamment l’article 18 : de binnenwateren, inzonderheid op artikel 18; 39638 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD — l’arrêté royal du 1er septembre 2006 instituant le contrôle — het koninklijk besluit van 1 september 2006 houdende invoering technique routier des véhicules utilitaires immatriculés en van de technische controle langs de weg van bedrijfsvoertuigen Belgique ou à l’étranger; die ingeschreven zijn in België of in het buitenland; — M. Baldan, Gian Carlo, assistant technique à la Direction — de heer Baldan, Gian Carlo, technisch assistent bij het Directoraat- générale Transport terrestre; generaal Vervoer te Land; — M. Hardy, Stéphane, assistant technique à la Direction générale — de heer Hardy, Stéphane, technisch assistent bij het Directoraat- Transport terrestre; generaal Vervoer te Land; — M. Lejeune, Jacques, assistant technique à la Direction générale — de heer Lejeune, Jacques, technisch assistent bij het Directoraat- Transport terrestre; generaal Vervoer te Land; — M. Pissart, Christophe, assistant technique à la Direction géné- — de heer Pissart, Christophe, technisch assistent bij het Directoraat- rale Transport terrestre. generaal Vervoer te Land.

  593. Art. 2. Notre Ministre de la Mobilité est chargé de l’exécution du Art. 2. Onze Minister van Mobiliteit is belast met de uitvoering van présent arrêté. dit besluit. Donné à Bruxelles, le 12 decembre 2008. Gegeven te Brussel, 12 december 2008. ALBERT ALBERT Par le Roi : Van Koningswege : Le Ministre de la Mobilité, De Minister van Mobiliteit, R. LANDUYT R. LANDUYT * SERVICE PUBLIC FEDERAL MOBILITE ET TRANSPORTS FEDERALE OVERHEIDSDIENST MOBILITEIT EN VERVOER [C − 2009/14116] [C − 2009/14116] 23 DECEMBRE 2008. — Arrêté royal attribuant la qualité de police 23 DECEMBER 2008. — Koninklijk besluit tot toekenning van de judiciaire à certains agents de la Direction générale Transport hoedanigheid van gerechtelijke politie aan sommige agenten van terrestre, chargés de contrôler l’application de divers lois et het Directoraat-generaal Vervoer te Land die belast worden met de règlements en matière de transport de personnes et marchandises controle op de naleving van diverse wetten en reglementen inzake personen- en wegvervoer ALBERT II, Roi des Belges, ALBERT II, Koning der Belgen, A tous, présents et à venir, Salut. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Vu l’arrêté-loi du 30 décembre 1946 relatif aux transports rémunérés Gelet op de besluitwet van 30 december 1946 betreffende het de voyageurs par route effectués par autobus et par autocars, l’arti- bezoldigd vervoer van personen over de weg met autobussen en met cle 31; autocars, artikel 31; Vu la loi du 26 juin 1967 relative au statut des auxiliaires de transport Gelet op de wet van 26 juni 1967 betreffende het statuut van de de marchandises, l’article 12; tussenpersonen op het gebied van het goederenvervoer, artikel 12; Vu la loi relative à la police de la circulation routière, coordonnée le Gelet op de wet betreffende de politie over het wegverkeer, 16 mars 1968, l’article 62, modifié par la loi du 4 août 1996; gecoördineerd op 16 maart 1968, artikel 62, gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; Vu la loi du 18 février 1969 relative aux mesures d’exécution des Gelet op de wet van 18 februari 1969 betreffende de maatregelen ter traités et actes internationaux en matière de transport par route, par uitvoering van de internationale verdragen en akten inzake vervoer chemin de fer ou par voie navigable, l’article 3; over de weg, de spoorweg of de waterweg, artikel 3; Vu la loi du 21 juin 1985 relative aux conditions techniques Gelet op de wet van 21 juni 1985 betreffende de technische eisen auxquelles doivent répondre tout véhicule de transport par terre, ses waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, éléments ainsi que les accessoires de sécurité, l’article 3; evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen, artikel 3; Vu la loi du 3 mai 1999 relative au transport de choses par route, Gelet op de wet van 3 mei 1999 betreffende het vervoer van zaken modifiée par la loi du 24 mars 2003, l’article 25; over de weg, gewijzigd bij de wet van 24 maart 2003, artikel 25; Vu l’arrêté royal du 1er juillet 1999 concernant la désignation ainsi Gelet op het koninklijk besluit van 1 juli 1999 betreffende de que la qualification professionnelle de conseillers à la sécurité pour le aanwijzing en de beroepsbe-kwaamheid van veiligheidsadviseurs voor transport par route, par rail ou par voie navigable de marchandises het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, per spoor of over de dangereuses, l’article 18; binnenwateren, artikel 18; Vu l’arrêté royal du 1er septembre 2006 instituant le contrôle Gelet op het koninklijk besluit van 1 september 2006 houdende technique routier des véhicules utilitaires immatriculés en Belgique ou invoering van de technische controle langs de weg van bedrijfsvoertui- à l’étranger; gen die ingeschreven zijn in België of in het buitenland; MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39639 Considérant que Mme Eliane Van Hulst a été transférée comme Overwegende dat Mevrouw Eliane Van Hulst werd overgeheveld als assistant administratif à la Direction générale Transport terrestre; administratief assistent naar het Directoraat-generaal Vervoer te Land; Considérant que la mission de cet agent consiste à veiller à Overwegende dat de opdracht van deze ambtenaar bestaat in het l’application de l’arrêté-loi relatif aux transports de personnes par toezicht op de naleving van de besluitwet betreffende het bezoldigd route, des réglementations relatives au transport de marchandises, de la vervoer van personen over de weg, van de reglementeringen betref- loi relative à la police de la circulation routière et des réglementations fende het vervoer van goederen, van de wet betreffende de politie over relatives aux conditions techniques auxquelles doivent répondre les het wegverkeer en van de reglementeringen betreffende de technische véhicules automobiles; eisen waaraan de auto’s moeten voldoen; Considérant qu’à l’occasion de ces missions de contrôle, elle doit être Overwegende dat zij tijdens deze controleopdrachten in staat moet à même de rechercher et de constater les infractions aux réglementa- zijn de inbreuken op de bovengenoemde reglementeringen op te tions susvisées; sporen en vast te stellen; Sur la proposition du Secrétaire d’Etat à la Mobilité, Op de voordracht van de Staatssecretaris voor Mobiliteit, Nous avons arrêté et arrêtons : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

  594. Article 1er. Est chargée de rechercher et de constater les infractions Artikel 1. Wordt belast met het opsporen en vaststellen van de à: inbreuken op : — l’arrêté-loi du 30 décembre 1946 relatif aux transports rémunérés — de besluitwet van 30 december 1946 betreffende het bezoldigd de voyageurs effectués par autobus et par autocars et à ses vervoer van personen over de weg met autobussen en met arrêtés d’exécution; autocars en haar uitvoeringsbesluiten; — la loi du 26 juin 1967 relative au statut des auxiliaires de — de wet van 26 juni 1967 betreffende het statuut van de transport de marchandises et à ses arrêtés d’exécution; tussenpersonen op het gebied van het goederenvervoer en van haar uitvoeringsbesluiten; — la loi relative à la police de la circulation routière, coordonnée le — de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd 16 mars 1968 et à ses arrêtés d’exécution; op 16 maart 1968 en haar uitvoeringsbesluiten; — la loi du 18 février 1969 relative aux mesures d’exécution des — de wet van 18 februari 1969 betreffende de maatregelen ter traités et actes internationaux en matière de transport par route, uitvoering van de internationale verdragen en akten inzake par chemin de fer ou par voie navigable, notamment l’article 3; vervoer over de weg, de spoorweg of de waterweg, inzonder- heid op artikel 3; — la loi du 21 juin 1985 relative aux conditions techniques — de wet van 21 juni 1985 betreffende de technische eisen waaraan auxquelles doivent répondre tout véhicule de transport par terre, elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals ses éléments, ainsi que les accessoires de sécurité ainsi qu’à het veiligheidstoebehoren moeten voldoen en het koninklijk l’arrêté royal du 15 mars 1968 portant règlement général sur les besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de conditions techniques auxquelles doivent répondre les véhicules technische eisen waaraan de auto’s en hun aanhangwagens automobiles et leurs remorques; moeten voldoen; — la loi du 3 mai 1999 relative au transport de choses par route, à — de wet van 3 mei 1999 betreffende het vervoer van zaken over de ses arrêtés d’exécution et aux arrêtés d’exécution de la loi du weg, haar uitvoeringsbesluiten en de uitvoeringsbesluiten van 18 février 1969 relative aux mesures d’exécution des traités et de wet van 18 februari 1969 betreffende de maatregelen ter actes internationaux en matière de transport par route, par uitvoering van de internationale verdragen en akten inzake chemin de fer ou par voie navigable; vervoer over de weg, de spoorweg of de waterweg; — l’arrêté royal du 1er juillet 1999 concernant la désignation ainsi — het koninklijk besluit van 1 juli 1999 betreffende de aanwijzing que la qualification professionnelle de conseillers à la sécurité en de beroepsbekwaamheid van veiligheidsadviseurs voor het pour le transport par route, par rail ou par voie navigable de vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, per spoor of over marchandises dangereuses, notamment l’article 18 : de binnenwateren, inzonderheid op artikel 18 : — l’arrêté royal du 1er septembre 2006 instituant le contrôle — het koninklijk besluit van 1 september 2006 houdende invoering technique routier des véhicules utilitaires immatriculés en van de technische controle langs de weg van bedrijfsvoertuigen Belgique ou à l’étranger; die ingeschreven zijn in België of in het buitenland; — Mme Eliane Van Hulst, assistant administratif à la Direction — Mevr. Eliane Van Hulst, administratief assistent bij het Directoraat- générale Transport terrestre. generaal Vervoer te Land.

  595. Art. 2. Le Secrétaire d’Etat à la Mobilité est chargé de l’exécution du Art. 2. De Staatssecretaris voor Mobiliteit is belast met de uitvoering présent arrêté. van dit besluit. Donné à Bruxelles, le 23 décembre 2008. Gegeven te Brussel, 23 december 2008. ALBERT ALBERT Par le Roi : Van Koningswege : Le Secrétaire d’Etat à la Mobilité, De Staatssecretaris voor Mobiliteit, E. SCHOUPPE E. SCHOUPPE 39640 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD SERVICE PUBLIC FEDERAL MOBILITE ET TRANSPORTS FEDERALE OVERHEIDSDIENST MOBILITEIT EN VERVOER [C − 2009/14134] [C − 2009/14134] Personnel. — Désignation Personeel. — Aanstelling Par arrêté royal du 28 avril 2009, M. Frank Durinckx, a été désigné Bij koninklijk besluit van 28 april 2009 wordt de heer Frank Durinckx pour exercer la fonction de directeur général à la direction générale aangesteld in de functie van directeur-generaal van het directoraat- « Aérien » du Service public fédéral Mobilité et Transports, dans le generaal « Luchtvaart » van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en cadre linguistique néerlandais, à partir du 16 avril 2009. Vervoer, in het Nederlands taalkader, met ingang van 16 april 2009. Un recours en annulation de l’acte précité à portée individuelle, peut Een beroep tot nietigverklaring tegen de voormelde akte met être introduit à la section d’administration du Conseil d’Etat endéans individuele strekking kan voor de afdeling administratie van de Raad les soixante jours après cette publication. La requête doit être envoyée van State worden ingediend binnen de zestig dagen na deze bekend- au Conseil d’Etat, rue d’Arlon 94/102, à 1040 Bruxelles, sous pli making. Het verzoekschrift dient bij een ter post aangetekend schrijven recommandé à la poste. gericht te worden aan de Raad van State, Aarlenstraat 94/102, te 1040 Brussel. * SERVICE PUBLIC FEDERAL FEDERALE OVERHEIDSDIENST SECURITE SOCIALE SOCIALE ZEKERHEID [2009/202197] [2009/202197] Institut national d’assurance maladie-invalidité Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering Personnel. — Nomination en qualité d’expert technique stagiaire Personeel. — Benoeming tot stagedoend technisch deskundige (contrôleur social) au Service du contrôle administratif (sociaal controleur) bij de Dienst voor administratieve controle Par arrêté royal du 29 avril 2009, Mme. Van Engelandt Hilde, Bij koninklijk besluit van 29 april 2009, wordt Mevr. Van Engelandt, est nommée en qualité d’expert technique stagiaire (contrôleur social) Hilde, benoemd tot stagedoend technisch deskundige (sociaal contro- (rôle linguistique néerlandais) au Service du contrôle administratif de leur) (Nederlandse taalrol) bij de Dienst voor administratieve controle l’Institut national d’assurance maladie-invalidité, à partir du 1er juin 2008. van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, met ingang van 1 juni 2008. Le recours en annulation de l’acte précité à portée individuelle peut Het beroep van nietigverklaring van de voormelde akte met être soumis à la section d’administration du Conseil d’Etat endéans les individuele strekking kan voor de afdeling administratie van de Raad soixante jours après cette publication. La requête doit être envoyée au van State worden gebracht binnen de zestig dagen na deze bekend- Conseil d’Etat (adresse : rue de la Science 33, 1040 Bruxelles) sous pli making. Het verzoekschrift dient bij ter post aangetekende brief aan de recommandé à la poste. Raad van State (adres : Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel) te worden toegezonden. * SERVICE PUBLIC FEDERAL JUSTICE FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE [C − 2009/09371] [C − 2009/09371] Services centraux. — Nomination Centrale diensten. — Benoeming Par arrêté royal du 18 mai 2009, M. Paul Carton de Tournai est Bij koninklijk besluit van 18 mei 2009, wordt de heer Paul Carton de nommé à titre définitif en qualité d’attaché dans le cadre linguistique Tournai, met ingang van 1 november 2008, in vast verband benoemd in français des Services centraux à partir du 1er novembre 2008. hoedanigheid van attaché in het Franse taalkader van de Centrale diensten. La filière de métiers « Population et Sécurité » est attribuée à ladite De vakrichting « Bevolking en Veiligheid » wordt aan betrokkene personne à partir du 1er novembre 2007. toegewezen met ingang van 1 november 2007. Conformément aux lois coordonnées sur le Conseil d’Etat, un recours Overeenkomstig de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan peut être introduit endéans les soixante jours après cette publication. La beroep worden ingediend binnen de zestig dagen na deze bekendma- requête doit être envoyée sous pli recommandé à la poste, au Conseil king. Het verzoekschrift hiertoe dient bij ter post aangetekende brief d’Etat, rue de la Science 33, à 1040 Bruxelles. aan de Raad van State, Wetenschapsstraat 33, te 1040 Brussel, te worden toegezonden. * SERVICE PUBLIC FEDERAL JUSTICE FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE [C − 2009/09378] [C − 2009/09378] Ordre judiciaire Rechterlijke Orde Par arrêté royal du 7 décembre 2008, entrant en vigueur le Bij koninklijk besluit van 7 december 2008, dat in werking treedt op 30 juin 2009, M. Hegmans, J., premier substitut du procureur du Roi 30 juni 2009, is de heer Hegmans, J., eerste substituut-procureur des près le tribunal de première instance d’Anvers, est admis à la retraite à Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, op zijn sa demande. verzoek, in ruste gesteld. Il est admis a faire valoir ses droits à la pension et est autorisé à porter Hij kan zijn aanspraak op pensioen laten gelden en het is hem le titre honorifique de ses fonctions. vergund de titel van zijn ambt eershalve te voeren. Par arrêté royal du 30 juin 2008, entrant en vigueur le 30 juin 2009, Bij koninklijk besluit van 30 juni 2008, dat in werking treedt op M. Van Gysel, H., juge de paix du premier canton de Saint-Nicolas, est 30 juni 2009, is de heer Van Gysel, H., vrederechter van het eerste admis à la retraite. kanton Sint-Niklaas, in ruste gesteld. Il a droit à l’éméritat et est autorisé à porter le titre honorifique de ses Hij heeft aanspraak op het emeritaat en het is hem vergund de titel fonctions. van zijn ambt eershalve te voeren. MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39641 Par arrêté royal du 20 février 2009, entrant en vigueur à la date de la Bij koninklijk besluit van 20 februari 2009, dat in werking treedt op de prestation de serment laquelle ne peut avoir lieu avant le 1er juillet 2009, datum van de eedaflegging welke niet mag gebeuren vóór 1 juli 2009, M. Demeyer, S., vice-président au tribunal de première instance de is de heer Demeyer, S., ondervoorzitter in de rechtbank van eerste Termonde, est nommé juge de paix du premier canton de Saint-Nicolas. aanleg te Dendermonde, benoemd tot vrederechter van het eerste kanton Sint-Niklaas. Par arrêté royal du 18 mai 2009, démission honorable de ses fonctions Bij koninklijk besluit van 18 mei 2009, is aan Mevr. Vandriessche, K., d’assesseur en application des peines suppléant, spécialisé en matière op haar verzoek, eervol ontslag verleend uit haar ambt van plaatsver- pénitentiaire, pour le ressort de la cour d’appel de Bruxelles, est vangend assessor in strafuitvoeringszaken, gespecialiseerd in peniten- accordée, à sa demande, à Mme Vandriessche, K. tiaire zaken, voor het rechtsgebied van het hof van beroep te Brussel. Par arrêté royal du 18 mai 2009, entrant en vigueur à la date de la Bij koninklijk besluit van 18 mei 2009, dat in werking treedt op de prestation de serment, Mme Hulin, D. est nommée assesseur en datum van de eedaflegging, is Mevr. Hulin, D. benoemd tot werkend application des peines effectif, spécialisé en matière pénitentiaire, pour assessor in strafuitvoeringszaken, gespecialiseerd in penitentiaire zaken, le ressort de la cour d’appel de Mons pour un terme d’un an. voor het rechtsgebied van het hof van beroep te Bergen voor een termijn van één jaar. Le recours en annulation des actes précités à portée individuelle peut Het beroep van nietigverklaring van de voormelde akten met être soumis à la section du contentieux administratif du Conseil d’Etat individuele strekking kan voor de afdeling bestuursrechtspraak van de endéans les soixante jour après cette publication. La requête doit être Raad van State worden gebracht binnen zestig dagen na deze envoyée au Conseil d’Etat (adresse : rue de la Science 33, 1040 Bruxel- bekendmaking. Het verzoekschrift dient bij ter post aangetekende brief les), sous pli recommandé à la poste. aan de Raad van State (adres : Wetenschapsstraat, 33, 1040 Brussel), te worden toegezonden. * SERVICE PUBLIC FEDERAL JUSTICE FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE [C − 2009/09380] [C − 2009/09380] Ordre judiciaire. — Ordres nationaux Rechterlijke Orde. — Nationale Orden Par arrêté royal du 26 avril 2009, M. Hegmans, J., premier substitut Bij koninklijk besluit van 26 april 2009 is de heer Hegmans, J., du procureur du Roi près le tribunal de première instance d’Anvers, est eerste substituut-procureur des Konings bij de rechtbank van nommé Commandeur de l’Ordre de la Couronne. eerste aanleg te Antwerpen, benoemd tot Commandeur in de Kroon- orde. * SERVICE PUBLIC FEDERAL JUSTICE FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE [C − 2009/09379] [C − 2009/09379] Ordre judiciaire. — Notariat Rechterlijke Orde. — Notariaat Par arrêté royal du 27 mai 2008, entrant en vigueur à la date de la Bij koninklijk besluit van 27 mei 2008, dat in werking treedt op de prestation de serment de son successeur, est acceptée, à sa demande, la datum van de eedaflegging van zijn opvolger, is aan de heer Van démission de M. Van Bael, J., de ses fonctions de notaire à la résidence Bael, J., op zijn verzoek, ontslag verleend uit zijn ambt van notaris te d’Anvers. standplaats Antwerpen. Il est autorisé à porter le titre honorifique de ses fonctions. Het is hem vergund de titel van zijn ambt eershalve te voeren. Par arrêté royal du 12 août 2008, entrant en vigueur à la date de la Bij koninklijk besluit van 12 augustus 2008, dat in werking treedt op prestation de serment de son successeur et au plus tard le 13 juillet 2009, de datum van de eedaflegging van zijn opvolger en ten laatste op est acceptée, à sa demande, la démission de M. Desimpel, F., de ses 13 juli 2009, is aan de heer Desimpel, F., op zijn verzoek, ontslag fonctions de notaire à la résidence de Comines. verleend uit zijn ambt van notaris ter standplaats Komen. Il est autorisé à porter le titre honorifique des ses fonctions. Het is hem vergund de titel van zijn ambt eershalve te voeren. Par arrêté royal du 16 octobre 2008, entrant en vigueur à la date de la Bij koninklijk besluit van 16 oktober 2008, dat in werking treedt op de prestation de serment de son successeur et au plus tard le 10 décem- datum van de eedaflegging van zijn opvolger en ten laatste op bre 2009, est acceptée la démission de M. Capelle, M., de ses fonctions 10 december 2009, is aan de heer Capelle, M., ontslag verleend uit zijn de notaire à la résidence de Liège (territoire du deuxième canton). ambt van notaris ter standplaats Luik (grondgebied van het tweede kanton). Il est autorisé à porter le titre honorifique de ses fonctions. Het is hem vergund de titel van zijn ambt eershalve te voeren. Par arrêté royal du 18 mai 2009, est acceptée, à sa demande, la Bij koninklijk besluit van 18 mei 2009, is aan de heer d’Harveng, M., démission de M. d’Harveng, M., de ses fonctions de notaire à la op zijn verzoek, ontslag verleend uit zijn ambt van notaris ter résidence de Flobecq. standplaats Vloesberg. Il est autorisé à porter le titre honorifique de ses fonctions. Het is hem vergund de titel van zijn ambt eershalve te voeren. 39642 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Par arrêtés royaux du 18 mai 2009, entrant en vigueur à la date de la Bij koninklijke besluiten van 18 mei 2009, die in werking treden op de prestation de serment, laquelle doit intervenir dans les deux mois à datum van de eedaflegging welke dient te gebeuren binnen de partir de ce jour : twee maanden te rekenen vanaf heden : — M. Van Bael, A., licencié en droit, notaire accocié, est nommé — is de heer Van Bael, A., licentiaat in de rechten, geassocieerd notaire dans l’arrondissement judiciaire d’Anvers. notaris, benoemd tot notaris in het gerechtelijk arrondissement Antwerpen. La résidence est fixée à Anvers (territoire du sixième canton); De standplaats is gevestigd te Antwerpen (grondgebied van het zesde kanton); — M. Coppens, T., licencié en droit, notaire associé, est nommé — is de heer Coppens, T., licentiaat in de rechten, geassocieerd notaire dans l’arrondissement judiciaire de Turnhout. notaris, benoemd tot notaris in het gerechtelijk arrondissement Turnhout. La résidence est fixée à Vosselaar; De standplaats is gevestigd te Vosselaar; — M. Caeymaex, A., licencié en droit, candidat-notaire, est nommé — is de heer Caeymaex, A., licentiaat in de rechten, kandidaat- notaire dans l’arrondissement judiciaire de Liège. notaris, benoemd tot notaris in het gerechtelijk arrondissement Luik. La résidence est fixée à Liège; De standplaats is gevestigd te Luik; — M. Vanstaen, J., licencié en droit, notaire associé, est nommé — is de heer Vanstaen, J., licentiaat in de rechten, geassocieerd notaire dans l’arrondissement judicaire de Tournai. notaris, benoemd tot notaris in het gerechtelijk arrondissement Doornik. La résidence est fixée à Comines. De standplaats is gevestigd te Komen. Par arrêté royal du 18 mai 2009, le nombre des notaires dans Bij koninklijk besluit van 18 mei 2009, is het aantal notarissen van het l’arrondissement judiciaire de Tournai est réduit à quarante-deux. gerechtelijk arrondissement Doornik op tweeënveertig teruggebracht. La résidence de Flobecq, vacante par suite de la démission de De standplaats te Vloesberg, vacant ingevolge het ontslag van de M. d’Harveng, M., est supprimée. heer d’Harveng, M., wordt opgeheven. Par arrêté ministériel du 30 avril 2009, la demande d’association de Bij ministerieel besluit van 30 april 2009, is het verzoek tot de MM. Van Bael, J., Holvoet, F., Van Bael, A., et Mme Verhaert, E., notaires associatie van de heren Van Bael, J., Holvoet, F., Van Bael, A. en associés à la résidence d’Anvers (territoire du sixième canton) et de Mevr. Verhaert, E., geassocieerde notarissen ter standplaats Antwerpen M. Van Bael, R., candidat-notaire, pour former l’association « VAN (grondgebied van het zesde kanton) en van de heer Van Bael, R., BAEL HOLVOET VAN BAEL & VERHAERT » avec résidence à Anvers kandidaat-notaris, om de associatie « VAN BAEL HOLVOET VAN (territoire du sixième canton), est approuvée. BAEL & VERHAERT » ter standplaats Antwerpen (grondgebied van het zesde kanton) te vormen goedgekeurd. M. Van Bael, R., est affecté en qualité de notaire associé à la résidence De heer Van Bael, R., is aangesteld als geassocieerd notaris ter d’Anvers (territoire du sixième canton). standplaats Antwerpen (grondgebied van het zesde kanton). Le recours en annulation des actes précités à portée individuelle peut Het beroep van nietigverklaring van de voormelde akten met être soumis à la section du contentieux administratif du Conseil d’Etat individuele strekking kan voor de afdeling bestuursrechtspraak van de endéans les soixante jour après cette publication. La requête doit être Raad van State worden gebracht binnen zestig dagen na deze envoyée au Conseil d’Etat (adresse : rue de la Science 33, 1040 Bruxel- bekendmaking. Het verzoekschrift dient bij ter post aangetekende brief les), sous pli recommandé à la poste. aan de Raad van State (adres : Wetenschapsstraat, 33, 1040 Brussel), te worden toegezonden. * SERVICE PUBLIC FEDERAL ECONOMIE, FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, P.M.E., CLASSES MOYENNES ET ENERGIE K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE [C − 2009/11220] [C − 2009/11220] 4 MAI 2009. — Arrêté ministériel portant démission et nomination 4 MEI 2009. — Ministerieel besluit houdende ontslag en benoeming d’un membre du Comité ad hoc au sein du Conseil central de van een lid van het Comité ad hoc in de schoot van de Centrale l’Economie Raad voor het Bedrijfsleven Le Ministre pour l’Entreprise, De Minister voor Ondernemen, Vu la loi du 20 septembre 1948 portant organisation de l’économie; Gelet op de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven; Vu l’arrêté royal du 27 novembre 1973 portant réglementation des Gelet op het koninklijk besluit van 27 november 1973 houdende informations économiques et financières à fournir aux conseils d’entre- reglementering van de economische en financiële inlichtingen te prise, l’article 28; verstrekken aan de ondernemingsraden, artikel 28; Vu l’arrêté royal du 9 mai 2008 portant démission et nomination de Gelet op het koninklijk besluit van 9 mei 2008 tot ontslag en membres du Conseil central de l’Economie; benoeming van leden van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven; Vu l’arrêté ministériel du 22 avril 1975 instituant un Comité ad hoc Gelet op het ministerieel besluit van 22 april 1975 tot instelling van au sein du Conseil central de l’Economie en exécution de l’article 28, een Comité ad hoc in de schoot van de Centrale Raad voor het alinéa 3, de l’arrêté royal du 27 novembre 1973 portant réglementation Bedrijfsleven ter uitvoering van artikel 28, derde lid, van het koninklijk des informations économiques et financières à fournir aux conseils besluit van 27 november 1973 houdende reglementering van de d’entreprises, les articles 1er, 2 et 5; economische en financiële inlichtingen te verstrekken aan de onder- nemingsraden, de artikelen 1, 2 en 5; MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39643 Vu l’arrêté ministériel du 17 avril 2008 portant nomination des Gelet op het ministerieel besluit van 17 april 2008 houdende membres du Comité ad hoc au sein du Conseil central de l’Economie, benoeming van de leden van het Comité ad hoc in de schoot van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, Arrête : Besluit : er

  596. Article 1 . Mme Caroline Ven, à Berchem, est déchargée de son Artikel 1. Aan Mevr. Caroline Ven, te Berchem, wordt ontslag mandat de membre suppléant du Comité ad hoc au sein du Conseil verleend uit haar mandaat van plaatsvervangend lid van het Comité ad central de l’Economie. hoc in de schoot van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven.

  597. Art. 2. Mme Isabelle Callens, membre effectif du Conseil central de Art. 2. Mevr. Isabelle Callens, werkend lid van de Centrale Raad l’Economie, est nommée comme membre suppléant du Comité ad hoc voor het Bedrijfsleven, wordt benoemd tot plaatsvervangend lid van au sein du Conseil central de l’Economie, en remplacement de het Comité ad hoc in de schoot van de Centrale Raad voor het Mme Caroline Ven, dont elle achèvera le mandat. Bedrijfsleven, ter vervanging van Mevr. Caroline Ven, van wie zij het mandaat zal beëindigen.

  598. Art. 3. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Art. 3. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Moniteur belge. Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. Bruxelles, le 4 mai 2009. Brussel, 4 mei 2009. V. VAN QUICKENBORNE V. VAN QUICKENBORNE * SERVICE PUBLIC FEDERAL PROGRAMMATORISCHE DE PROGRAMMATION POLITIQUE SCIENTIFIQUE FEDERALE OVERHEIDSDIENST WETENSCHAPSBELEID [C − 2009/21058] [C − 2009/21058] 19 MAI 2009. — Arrêté ministériel relatif à la composition du Conseil 19 MEI 2009. — Ministerieel besluit betreffende de samenstelling van de direction de l’Observatoire royal de Belgique de directieraad van de Koninklijke Sterrenwacht van België La Ministre de la Politique scientifique, De Minister van Wetenschapsbeleid, Vu l’arrêté royal du 20 avril 1965 fixant le statut organique des Gelet op het koninklijk besluit van 20 april 1965 tot vaststelling van établissements scientifiques fédéraux, notamment l’article 7bis, § 1er, het organiek statuut van de federale wetenschappelijke instellingen, remplacé par l’arrêté royal du 25 février 2008; inzonderheid op artikel 7bis, § 1, vervangen bij het koninklijk besluit van 25 februari 2008; Vu l’arrêté royal du 25 février 2008 modifiant l’arrêté royal du Gelet op het koninklijk besluit van 25 februari 2008 tot wijziging van 20 avril 1965 relatif au statut organique des établissements scientifiques het koninklijk besluit van 20 april 1965 betreffende het statuut der de l’Etat, notamment l’article 21, § 1er; wetenschappelijke instellingen van de Staat, inzonderheid op artikel 21, § 1; Vu l’arrêté ministériel du 9 novembre 2004 relatif à la composition du Gelet op het ministerieel besluit van 9 november 2004 betreffende de Conseil de direction de l’Observatoire royal de Belgique; samenstelling van de directieraad van de Koninklijke Sterrenwacht van België; Considérant qu’il convient, pour des raisons fonctionnelles, d’élargir Overwegende dat het, om functionele redenen, noodzakelijk is om de la composition du conseil de direction de l’Observatoire royal de samenstelling van de directieraad van de Koninklijke Sterrenwacht van Belgique; België uit te breiden; Vu les propositions formulées par le Directeur général dans sa lettre Gelet op de voorstellen gedaan door de Algemeen Directeur in zijn du 9 avril 2009, brief van 9 april 2009, Arrête : Besluit :

  599. Article 1er. Mme V. Dehant et M. Th. Pauwels, chefs de section, sont Artikel 1. Mevr. V. Dehant en de heer Th. Pauwels, afdelingshoof- adjoints au conseil de direction de l’Observatoire royal de Belgique, den, worden toegevoegd aan de directieraad van de Koninklijke pour un mandat de deux ans. Sterrenwacht van België, voor een mandaat van twee jaar.

  600. Art. 2. L’arrêté ministériel du 9 novembre 2004 relatif à la composi- Art. 2. Het ministerieel besluit van 9 november 2004 betreffende de tion du Conseil de direction de l’Observatoire royal de Belgique, est samenstelling van de directieraad van de Koninklijke Sterrenwacht van abrogé. België, wordt opgeheven.

  601. Art. 3. Le présent arrêté produit ses effets le 1er avril 2009. Art. 3. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 april 2009.

  602. Art. 4. Le Président du Service public fédéral de Programmation Art. 4. De Voorzitter van de Programmatorische federale Overheids- Politique scientifique est chargé de l’exécution du présent arrêté. dienst Wetenschapsbeleid is belast met de uitvoering van dit besluit. Bruxelles, le 19 mai 2009. Brussel, 19 mei 2009. Mme S. LARUELLE Mevr. S. LARUELLE 39644 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD GOUVERNEMENTS DE COMMUNAUTE ET DE REGION GEMEENSCHAPS- EN GEWESTREGERINGEN GEMEINSCHAFTS- UND REGIONALREGIERUNGEN COMMUNAUTE FRANÇAISE — FRANSE GEMEENSCHAP MINISTERE DE LA COMMUNAUTE FRANÇAISE [C − 2009/29298] 29 JUIN 2006. — Arrêté du Gouvernement de la Communauté française portant désignation des membres de la Commission des programmes de l’enseignement secondaire spécialisé Le Gouvernement de la Communauté française, Vu le décret du 24 juillet 1997 définissant les missions prioritaires de l’enseignement fondamental et de l’enseignement secondaire et organisant les structures propres à les atteindre, tel que modifié, notamment les articles 17, 36, 50 et 62; Vu le décret du 17 juillet 2002 visant à promouvoir la participation équilibrée d’hommes et de femmes dans les organes consultatifs; Vu l’arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 23 juin 2004 relatif à l’organisation et au fonctionnement de la Commission des programmes de l’enseignement secondaire spécialisé; Vu les propositions du Conseil général de l’enseignement spécialisé, des inspecteurs généraux et de l’Adminis- trateur général; Sur la proposition de la Ministre-Présidente en charge de l’Enseignement obligatoire et de l’Enseignement de Promotion sociale, Arrête :

  603. Article 1er. La Commission des programmes pour l’enseignement secondaire spécialisé est composée : 1° des huit membres désignés sur la proposition du Conseil général de l’enseignement spécialisé : Mme Françoise BOGAERTS M. Emile FIEVET Mme Bernadette CULOT M. Jacques MOUTON Mme Renée THILMANY M. Joël DEGUELDRE M. Eric GILLET M. Marc VERKOYEN 2° des deux représentants de l’inspection désignés sur la proposition des inspecteurs généraux : Mme Fernande SCHMITZ-BALBEUR M. Jean-Paul VAN PUTTE 3° de la déléguée de l’Administration générale désignée sur la proposition de l’Administrateur général : Mme Pascale DUPAIX.

  604. Art. 2. Le Ministre ayant l’Enseignement spécialisé dans ses attributions est chargé de l’exécution du présent arrêté. Bruxelles, le 29 juin 2006. Pour le Gouvernement de la Communauté française : La Ministre-Présidente en charge de l’Enseignement obligatoire et de l’Enseignement de Promotion sociale, Mme M. ARENA VERTALING MINISTERIE VAN DE FRANSE GEMEENSCHAP [C − 2009/29298] 29 JUNI 2006.— Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap houdende aanstelling van de leden van de Commissie voor de programma’s van het gespecialiseerd secundair onderwijs De Regering van de Franse Gemeenschap, Gelet op het decreet van 24 juli 1997 dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren, zoals gewijzigd, inzonderheid op de artikelen 17, 36, 50 en 62; Gelet op het decreet van 17 juli 2002 tot bevordering van de gelijke vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in de adviesorganen; Gelet op het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 23 juni 2004 betreffende de inrichting en de werking van de Commissie voor de programma’s van het gespecialiseerd secundair onderwijs; MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39645 Gelet op de voorstellen van de Algemene raad voor gespecialiseerd onderwijs, van de inspecteurs-generaal en van de Administrateur-generaal; Op de voordracht van de Minister-Presidente belast met het Leerplichtonderwijs en het Onderwijs voor Sociale promotie, Besluit :

  605. Artikel 1. De Commissie voor de programma’s voor het gespecialiseerd secundair onderwijs bestaat uit : 1° acht leden aangesteld op de voordracht van de Algemene raad voor het gespecialiseerd onderwijs : Mevr. Françoise BOGAERTS de heer Emile FIEVET Mevr. Bernadette CULOT de heer Jacques MOUTON Mevr. Renée THILMANY de heer Joël DEGUELDRE de heer Eric GILLET de heer Marc VERKOYEN 2° de twee vertegenwoordigers van de inspectie aangesteld op de voordracht van de inspecteurs-generaal : Mevr. Fernande SCHMITZ-BALBEUR de heer Jean-Paul VAN PUTTE 3° de afgevaardigde van het Algemeen bestuur aangesteld op de voordracht van de Administrateur-generaal : Mevr. Pascale DUPAIX.

  606. Art. 2. De Minister bevoegd voor het Gespecialiseerd Onderwijs wordt belast met de uitvoering van dit besluit. Brussel, 29 juni 2006. Voor de Regering van de Franse Gemeenschap : De Minister-Presidente belast met het Leerplichtonderwijs en het Onderwijs voor Sociale promotie, Mevr. M. ARENA * MINISTERE DE LA COMMUNAUTE FRANÇAISE [C − 2009/29305] 5 NOVEMBRE 2008. — Arrêté du Gouvernement de la Communauté française portant nomination des membres de la Commission de notoriété pour l’enseignement de l’architecture Le Gouvernement de la Communauté française, Vu la Loi relative à l’organisation de l’enseignement de l’architecture du 18 février 1977, l’article 11.14; Vu le décret du 17 juillet 2002 visant à promouvoir la participation équilibrée d’hommes et de femmes dans les organes consultatifs; Vu l’arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 27 août 2004 portant règlement du fonctionnement du Gouvernement, l’article 12, 10°, a); Vu l’arrêté du Gouvernement du 20 mars 2008 fixant la répartition des compétences entre les Ministres du Gouvernement de la Communauté française; Vu la proposition du Conseil supérieur de l’Enseignement de l’Architecture du 17 juillet 2008; Sur la proposition de la Ministre de l’Enseignement supérieur, Arrête :

  607. Article 1er. Sont nommés membres de la Commission de notoriété pour l’enseignement de l’Architecture : 1° En qualité de représentants des Instituts supérieurs d’Architecture : a) M. Patrick BURNIAT, pour l’Institut supérieur d’Architecture de la Communauté française La Cambre; b) M. Nicolas PERCSY, pour l’Institut supérieur d’Architecture intercommunal; c) M. Philippe GRULOOS, pour l’Institut supérieur d’Architecture Saint-Luc Bruxelles; d) Mme Anne CROEGAERT, pour l’Institut supérieur d’Architecture Saint-Luc Wallonie. 2° En qualité d’experts : a) M. Oswald DELLICOUR; b) Mme Rita OCCHIUTO; c) Mme Brigitte DE GROOF; d) Mme Marie ROOSEN.

  608. Art. 2. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa signature. Bruxelles, le 5 novembre 2008. Pour le Gouvernement de la Communauté française : La Vice-Pésidente, Ministre de l’Enseignement supérieur, de la Recherche scientifique et des Relations Internationales, Mme M.-D. SIMONET 39646 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD VERTALING MINISTERIE VAN DE FRANSE GEMEENSCHAP [C − 2009/29305] 5 NOVEMBER 2008. — Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap houdende benoeming van de leden van de Bekendheidscommissie voor het architectuuronderwijs De Regering van de Franse Gemeenschap, Gelet op de wet houdende organisatie van het architectuuronderwijs van 18 februari 1977, artikel 11.14; Gelet op het decreet van 17 juli 2002 tot bevordering van de gelijke vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in de adviesorganen; Gelet op het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 27 augustus 2004 tot regeling van de werking van de Regering, artikel 12, 10°, a); Gelet op het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 20 maart 2008 houdende verdeling van de bevoegdheden onder de Ministers van de Regering van de Franse Gemeenschap; Gelet op de voordracht van de Hoge raad voor het architectuuronderwijs van 17 juli 2008; Op de voordracht van de Minister van Hoger Onderwijs, Besluit :

  609. Artikel 1. Benoemd worden tot lid van de Bekendheidscommissie voor het architectuuronderwijs : 1° Als vertegenwoordiger van de Hogere Instituten voor Architectuur : a) de heer Patrick BURNIAT, voor het Institut supérieur d’Architecture de la Communauté Française La Cambre; b) de heer Nicolas PERCSY, voor het Institut supérieur d’Architecture Intercommunal; c) de heer Philippe GRULOOS, voor het Institut supérieur d’Architecture Saint-Luc Bruxelles; d) Mevr. Anne BURNIAT, voor het Institut supérieur d’Architecture Saint-Luc Wallonie. 2° Als deskundige : a) de heer Oswald DELLICOUR; b) Mevr. Rita OCCHIUTO; c) Mevr. Brigitte DE GROOF; d) Mevr. Marie ROOSEN.

  610. Art. 2. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het ondertekend wordt. Brussel, 5 november 2008. Voor de Regering van de Franse Gemeenschap : De Vice-Presidente, Minister van Hoger Onderwijs, Wetenschappelijk Onderzoek en Internationale Betrekkingen, Mevr. M.-D. SIMONET * MINISTERE DE LA COMMUNAUTE FRANÇAISE [C − 2009/29299] 26 MARS 2009. — Arrêté du Gouvernement de la Communauté française fixant la liste des masters complémentaires conjoints créés à titre probatoire à partir de l’année académique 2009- 2010 pour une période de cinq ans Le Gouvernement de la Communauté française, Vu le décret du 31 mars 2004 définissant l’enseignement supérieur, favorisant son intégration à l’espace européen de l’enseignement supérieur et refinançant les universités, notamment son article 40, § 2, inséré par le décret du 16 juin 2006; Vu l’avis du Conseil interuniversitaire de la Communauté française du 17 décembre 2008; Vu l’avis de l’Inspection des Finances, donné le 16 janvier 2009; Vu l’accord du Ministre du Budget, donné le 29 janvier 2009; Vu la concertation du 4 février 2009 avec les organisations représentatives des étudiants organisée conformément à l’article 32 du décret du 12 juin 2003 définissant et organisant la participation des étudiants au sein des institutions universitaires et instaurant la participation des étudiants au niveau communautaire; Vu l’avis n° 46.008/2 du Conseil d’Etat, donné le 9 mars 2009, en application de l’article 84, § 1er, alinéa 1er, 1°, des lois coordonnées sur le Conseil d’Etat; Sur la proposition de la Vice-Présidente, Ministre de l’Enseignement supérieur, de la Recherche scientifique et des Relations internationales; Après délibération, Arrête :

  611. Article 1er. Les nouveaux grades de master complémentaire qui peuvent être créés à partir de l’année académique 2009-2010 en vertu de l’article 40, § 2, du décret du 31 mars 2004 définissant l’enseignement supérieur, favorisant son intégration à l’espace européen de l’enseignement supérieur et refinançant les universités, ainsi que les institutions qui sont habilitées à les organiser figurent en annexe. MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39647

  612. Art. 2. Le présent arrêté entre en vigueur à partir de l’année académique 2009-2010.

  613. Art. 3. La Ministre qui a l’Enseignement supérieur dans ses attributions est chargée de l’exécution du présent arrêté. Bruxelles, le 26 mars 2009. Pour le Gouvernement de la Communauté française : La Vice-Présidente, Ministre de l’Enseignement supérieur, de la Recherche scientifique et des Relations internationales, Mme M.-D. SIMONET Annexe : Masters complémentaires conjoints créés à titre probatoire à partir de l’année académique 2009-2010 pour 5 ans Domaine/Intitulé Institution(s) organisatrice(s) Sciences psychologiques et de l’éducation Théories psychanalytiques Académie universitaire « Louvain », Académie Wallonie- Bruxelles et Académie universitaire « Wallonie- Europe », Vu pour être annexé à l’arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 26 mars 2009 fixant la liste des masters complémentaires conjoints créés à titre probatoire à partir de l’année académique 2009 - 2010 pour une période de 5 ans. La Vice-Présidente, Ministre de l’Enseignement supérieur, de la Recherche scientifique et des Relations internationales, Mme M.-D. SIMONET VERTALING MINISTERIE VAN DE FRANSE GEMEENSCHAP [C − 2009/29299] 26 MAART 2009. — Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot vaststelling van de lijst van de gezamenlijke bijkomende masters ingevoerd bij wijze van proef vanaf het academiejaar 2009-2010 voor een periode van vijf jaar De Regering van de Franse Gemeenschap, Gelet op het decreet van 31 maart 2004 betreffende de organisatie van het hoger onderwijs ter bevordering van de integratie in de Europese ruimte van het hoger onderwijs en betreffende de herfinanciering van de universiteiten, inzonderheid op artikel 40, § 2, ingevoegd bij het decreet van 16 juni 2006; Gelet op het advies van de Interuniversitaire raad van de Franse Gemeenschap van 17 december 2008; Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 16 januari 2009; Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 29 januari 2009; Gelet op het overleg van 4 februari 2009 met de representatieve studentenverenigingen georganiseerd overeenkomstig artikel 32 van het decreet van 12 juni 2003 tot bepaling en organisatie van de deelneming van de studenten aan het leven van de universitaire instellingen en tot instelling van de deelneming van de studenten aan het leven van de gemeenschap; Gelet op het advies nr. 46.008/2 van de Raad van State, gegeven op 9 maart 2009, bij toepassing van artikel 84, § 1, 1e lid, 1° van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op de voordracht van de Vice-Presidente, Minister van Hoger onderwijs, Wetenschappelijk onderzoek en Internationale betrekkingen; Na beraadslaging, Besluit :

  614. Artikel 1. De nieuwe graden van bijkomende master die opgericht kunnen worden vanaf het academie- jaar 2009-2010 krachtens artikel 40, § 2 van het decreet van 31 maart 2004 betreffende de organisatie van het hoger onderwijs ter bevordering van de integratie in de Europese ruimte van het hoger onderwijs en betreffende de herfinanciering van de universiteiten, alsook de inrichtingen die gemachtigd worden om die te organiseren, zijn in bijlage opgenomen.

  615. Art. 2. Dit besluit treedt in werking vanaf het academiejaar 2009-2010.

  616. Art. 3. De Minister bevoegd voor het Hoger Onderwijs wordt belast met de uitvoering van dit besluit. Brussel, 26 maart 2009. Voor de Regering van de Franse Gemeenschap : De Vice-Presidente, Minister van Hoger onderwijs, Wetenschappelijk onderzoek en Internationale betrekkingen, Mevr. M.-D. SIMONET 39648 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD MINISTERE DE LA COMMUNAUTE FRANÇAISE [C − 2009/29303] 26 MARS 2009. — Arrêté du Gouvernement de la Communauté française portant transfert des membres du personnel du Commissariat général aux Relations internationales à Wallonie-Bruxelles International Le Gouverneament de la Communauté française, Vu le décret du 9 mai 2008 portant assentiment à l’accord de coopération entre la Communauté française, la Région wallonne et la Commission communautaire française de la Région Bruxelles-Capitale, créant une entité commune pour les relations internationales Wallonie-Bruxelles; Vu l’arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 5 décembre 2008 fixant le statut administratif et pécuniaire du personnel de Wallonie-Bruxelles international; Vu l’arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 5 décembre 2008 fixant le cadre organique du personnel de Wallonie-Bruxelles international – carrière interne; Sur la proposition du Ministre de la Fonction publique; Après délibération, Arrête :

  617. Article 1er. Les membres du personnel du Commissariat général aux Relations internationales dont le nom figure en annexe sont transférés d’office à Wallonie-Bruxelles international.

  618. Art. 2. Les transferts ne constituent pas de nouvelles nominations.

  619. Art. 3. Les agents transférés conservent à Wallonie-Bruxelles international la dernière mention d’évaluation qui leur a été attribuée. Cette mention demeure valable jusqu’à l’attribution d’une nouvelle mention. Si, à la date de son transfert en vertu du présent arrêté, l’agent a introduit un recours contre son évaluation, la procédure est poursuivie à Wallonie-Bruxelles international.

  620. Art. 4. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2009.

  621. Art. 5. Le Ministre ayant la Fonction publique dans ses attributions et le Ministre ayant les Relations extérieures dans ses attributions sont chargés de l’exécution du présent arrêté. Bruxelles, le 26 mars 2009. Par le Gouvernement de la Communauté française : La Ministre de l’Enseignement Supérieur, de la Recherche scientifique et des Relations Internationales, Mme M.-D. SIMONET Le Ministre du Budget en charge du Sport et de la Fonction publique, M. DAERDEN Annexe I. Les membres du personnel statutaire : Echelle Echelle Nom Prénom Grade CGRI Grade WBI CGRI WBI HOUARD ** CHARLES directeur général adjoint 150/1 Inspecteur général A3 LAGASSE CHARLES-ETIENNE directeur général adjoint 150/1 Inspecteur général A3 SPELKENS EMILIENNE directeur général adjoint 150/1 Inspecteur général A3 DEMAEGD ALAIN directeur 120/1 Directeur A4 GHEUDE JULES directeur 120/1 Directeur A4 SOTIAUX ** DANIEL directeur 120/3 Directeur A4 VIVANE SOLANGE directrice 120/1 Directeur A4 BEELEN JEAN-PIERRE attaché principal 110/1 Premier attaché A5 FAVART CHRISTINE attachée principale 110/1 Premier attaché A5 GINTER ** MICHEL attaché principal 110/3 Premier attaché A5 DOYEN VERONIQUE attachée 101/1 Attaché A6 MOOCK FRANCINE attachée 101/1 Attaché A6 MOREAU DANIELLE attachée 101/1 Attaché A6 DUBRAY MICHELE première graduée 270/2 Premier gradué B1 MONNOM CHRISTIANE graduée principale 260/1 Gradué principal B2 ROMAIN ANNIE graduée principale 260/1 Gradué principal B2 WAUTERS MARGUERITE graduée principale 260/1 Gradué principal B2 COOREMAN FABIENNE première assistante 220/1 Premier assistant C1 DEGOUIS PHILIPPE premier assistant 220/1 Premier assistant C1 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39649 Echelle Echelle Nom Prénom Grade CGRI Grade WBI CGRI WBI GEENS ANNE-MARIE première assistante 220/1 Premier assistant C1 JADOUL EMILE premier assistant 220/2 Premier assistant C1 DANKELMAN ALAIN assistant principal 210/1 Assistant principal C2 LIBION CLAUDINE sous-chef de bureau 210/1 Assistant principal C2 REUTER FABIENNE sous-chef de bureau 210/1 Assistant principal C2 VANDERLINDEN FRANCOISE assistante principale 210/1 Assistant principal C2 DE LEEUW DIDIER assistant 201/1 Assistant C3 DUVIEUSART PATRICIA assistante 201/1 Assistant C3 JEUNIEAU JOSIANE assistante 201/1 Assistant C3 KEUSER JOSIANE assistante 201/1 Assistant C3 KINET GENEVIEVE assistante 201/1 Assistant C3 MEURIS MIREILLE assistante 202/1 Assistant C3 POTVIN BRIGITTE assistante 202/1 Assistant C3 ROTTENBERG DENIS assistant 201/1 Assistant C3 LEBAILLY MARIE-FRANCE première adjointe 320/1 Premier adjoint D1 MALISOUX ALAIN premier adjoint 320/3 Premier adjoint D1 PECIS CLAUDE premier adjoint 320/3 Premier adjoint D1 PETITJEAN DOMINIQUE première adjointe 320/1 Premier adjoint D1 DEWULF NATHALIE commis chef 34/1 Adjoint principal D2 ENGIELSZER CHANTAL adjointe principale 310/1 Adjoint principal D2 GHEKIERE NADINE adjointe principale 310/1 Adjoint principal D2 STALLAERT CHANTAL adjointe principale 310/1 Adjoint principal D2 DE RUYCK MARIE-CHRISTINE adjointe 301/1 Adjoint D3 DUCHESNE PHILIPPE adjoint 300/1 Adjoint D3 HAMELLE MARYSE adjointe 301/1 Adjoint D3 LION NORA adjointe 301/1 Adjoint D3 MOENS YVAN adjoint 301/1 Adjoint D3 RAMANANTSOA GHISLAINE adjointe 301/1 Adjoint D3 VANVAL FRANCIS adjoint 301/1 Adjoint D3 ZAWADA JACQUELINE adjointe 301/1 Adjoint D3 ** membre du personnel de la carrière extérieure II. Les membres du personnel contractuel : Echelle Nom Prénom Grade Grade WBI Echelle CGRI CARETTE CHRISTIAN directeur général adjoint 150/1 Inspecteur général A3 DE GREEF ** YVES directeur général adjoint 150/1 Inspecteur général A3 ANSAY ** PIERRE directeur 120/3 Directeur A4 BARAS ** JEAN-POL directeur 120/3 Directeur A4 BOURGOIGNIE ** CHRISTIAN directeur 120/3 Directeur A4 BRAHY ** KATHRYN directrice 120/3 Directeur A4 CANTRAINE ** PHILIPPE directeur 120/3 Directeur A4 CLAIRBOIS ** MARC directeur 120/3 Directeur A4 DE HARLEZ SOLANGE directrice APEFE 7 Directeur A4 DE WIT JACQUES conseiller 13/2 Directeur A4 DERVAUX NICOLAS directeur 120/4 Directeur A4 ETIENNE ERIC directeur 120/1 Directeur A4 GILLET ** OLIVIER directeur 120/3 Directeur A4 HEYNEMAN * LUC directeur 120/1 Directeur A4 HOTERMANS ** ROGER directeur 120/3 Directeur A4 39650 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Echelle Nom Prénom Grade Grade WBI Echelle CGRI KOHEN ** MARC directeur 120/3 Directeur A4 KOWAL ** ZENON directeur 120/3 Directeur A4 LANGE ** ANNE directeur 120/3 Directeur A4 MENSCHAERT ** DANIEL directeur 120/3 Directeur A4 MOULIN EDDY conseiller 13/2 Directeur A4 NAYER ** PHILIPPE directeur 120/3 Directeur A4 PEZZA ** FRANCK directeur 120/3 Directeur A4 REUTER ** FABIENNE directrice 120/3 Directeur A4 ROLAND ** JEAN-PIERRE directeur 120/3 Directeur A4 ROLLAND XAVIER directeur 120/1 Directeur A4 RUTTEN ** BENOIT directeur 120/3 Directeur A4 SAELENS ** CHRISTIAN directeur 120/3 Directeur A4 SOIL ** DANIEL directeur 120/3 Directeur A4 TELLIER DIDIER directeur 120/4 Directeur A4 TIMMERMANS ** MARIE-HENRIETTE directrice 120/3 Directeur A4 VANDERAUWERA FRANCOIS directeur APEFE 7 Directeur A4 VERHAAGEN ALAIN directeur 120/1 Directeur A4 ZUINEN ** VALERY directeur 120/3 Directeur A4 ANTOINE JEAN-MARIE conseiller adjoint-chef de 12/1 Premier attaché A5 service HEMAMOU ** AFAF attachée principale 110/3 Premier attaché A5 HEUSKIN JEAN-MICHEL conseiller adjoint-chef de 12/1 Premier attaché A5 service MACHIELS ANNE conseillère adjointe 11/3 Premier attaché A5 POPPE ** ERIC attaché principal 110/3 Premier attaché A5 SPRIMONT ** FABRICE attaché principal 110/3 Premier attaché A5 BEINE ANNE-SOPHIE attachée 100/1 Attaché A6 DEMEUTER ANNE attachée 100/1 Attaché A6 FAURE MARIEN attaché 100/1 Attaché A6 FONTAINE ISABELLE attachée 100/1 Attaché A6 GONFROID CLAUDE attaché 100/1 Attaché A6 JAMOULLE * VERONIQUE attachée 100/3 Attaché A6 LEVAQUE *** ELIANE Représentant permanent Barême Attaché A6 spécifique LIEGEOIS CECILE attachée 100/1 Attaché A6 MANES MARIANNE attachée 100/1 Attaché A6 MANGIN FABIEN attachée 100/1 Attaché A6 MAURAGE EMMANUEL attaché 100/1 Attaché A6 MOLLERS ALAIN attaché 100/4 Attaché A6 PAPY * ISABELLE attachée APEFE 8 Attaché A6 PATTE * VERONIQUE attachée 100/3 Attaché A6 ROGISTER CECILE attachée 100/1 Attaché A6 ROYAUX * DAVID attaché 100/3 Attaché A6 SCHAYNIAK PHILIPPE attaché 100/1 Attaché A6 WAUTERS FREDERIC attaché 100/1 Attaché A6 WERY MARIE-SOPHIE attachée 100/1 Attaché A6 BLAISE PATRICK gradué 250/3 Gradué B3 CURATO MICHEL-ANGE gradué 250/2 Gradué B3 DELALUNE BRIGITTE graduée 250/1 Gradué B3 DI PRIMA PASCAL gradué 250/1 Gradué B3 EBEN PASCALE graduée 250/1 Gradué B3 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39651 Echelle Nom Prénom Grade Grade WBI Echelle CGRI FOUARGE OLIVIER gradué 250/1 Gradué B3 LAANAN FATIMA graduée 250/1 Gradué B3 MICHIELS ROSE-MARIE graduée APEFE 3 Gradué B3 REMU CHRISTINE graduée 250/1 Gradué B3 SUCHECKI BRIGITTE graduée 250/1 Gradué B3 RENARD MICHELE chef administratif 241 Premier assistant C1 ABRASSART ELISE assistante 200/1 Assistant C3 AHMETAJ FAKET assistante APEFE 2 Assistant C3 AMORE CLARA assistante 200/1 Assistant C3 BOESMANS DANIELE assistante APEFE 3 Assistant C3 BOLLE MARIE-JANNE assistante 200/1 Assistant C3 BOUAZZA ZOHRA assistante 200/1 Assistant C3 BOULET BRIGITTE assistante 200/1 Assistant C3 CALLENAERE CEDRIC assistant 200/1 Assistant C3 CARTILIER ISABELLE assistante 200/1 Assistant C3 DE MIDDELEER CECILE assistante 200/1 Assistant C3 DE PAEPE SABRINA assistante 200/1 Assistant C3 DEBOIS DENIS assistant 200/2 Assistant C3 DESSY LAURENT assistant 200/1 Assistant C3 DIET ANNE assistante 200/2 Assistant C3 DUBOIS GATIENNE assistante 200/1 Assistant C3 DUCORNEZ VERONIQUE assistante 200/1 Assistant C3 GABREAU VERONIQUE assistante 200/1 Assistant C3 GALSTER GRAZIANO assistant 200/1 Assistant C3 GELAESEN POL assistant 200/1 Assistant C3 GILLES RONNY assistant 200/1 Assistant C3 GIMINNE CHRISTINE assistante 200/1 Assistant C3 GIVERT CATHERINE assistante 200/1 Assistant C3 GRAZIANI LILIANE assistante 200/1 Assistant C3 HABRAN EVELYN assistante 200/1 Assistant C3 HAUQUIER DOROTHEE assistante 200/1 Assistant C3 HERMAND JEAN-GUY assistant 200/2 Assistant C3 JENNEN CAROLINE assistante 200/1 Assistant C3 JEUNEHOMME MARIE-FRANCE assistante 200/1 Assistant C3 KERDOUDI BOUBKER assistant 200/1 Assistant C3 LAENEN FABIENNE assistante 200/1 Assistant C3 LAMBERT EMMANUELLE assistante 200/1 Assistant C3 LEJEUNE MATHILDE assistante 200/1 Assistant C3 NACHTERGAELE NICOLE assistante 200/1 Assistant C3 PAQUOT SYLVIANE assistante 200/1 Assistant C3 PETIT NADINE assistante 200/1 Assistant C3 PINCHART ETIENNE assistant 200/1 Assistant C3 PORSON JOELLE assistante 200/1 Assistant C3 REGNIER ISABELLE assistante 200/1 Assistant C3 SICX WILLY assistant 200/2 Assistant C3 SOMERS VIVIANE assistante APEFE 3 Assistant C3 VANDELOOK ERIC assistant 200/1 Assistant C3 VANDEN BOSSCHE ANNE assistante 200/1 Assistant C3 VANDERHOEVEN ANNE assistante 200/1 Assistant C3 VANDEVOORT PHILIPPE assistant 200/1 Assistant C3 39652 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Echelle Nom Prénom Grade Grade WBI Echelle CGRI VANDEZANDE ISABELLE assistante 200/1 Assistant C3 ASSUTTU ANTONIETTA adjointe 300/1 Adjoint D3 ATKINSON PIERRE adjoint 300/3 Adjoint D3 CERESA MONIQUE adjointe APEFE 2 Adjoint D3 CIESLAK HELENE adjointe 300/1 Adjoint D3 DEGHILAGE MARIE-FRANCOISE adjointe 300/1 Adjoint D3 DEMOUSTIER SANDRINE adjointe 300/1 Adjoint D3 DERUYSSCHER ANGELIQUE adjointe 300/1 Adjoint D3 FRANCOIS JEAN-CLAUDE adjoint 300/1 Adjoint D3 GILLOT JEAN-PIERRE adjoint 300/1 Adjoint D3 GIVRON BEATRICE adjointe 300/1 Adjoint D3 GOETHALS ROLAND adjoint 300/1 Adjoint D3 HABRAN YVES adjoint 300/1 Adjoint D3 HOBIN KATTY adjointe 300/1 Adjoint D3 HONDROGIANNIS AIKATERINI adjointe 300/1 Adjoint D3 HOUSSA THIERRY adjoint 300/1 Adjoint D3 KEMPENERS NADINE adjointe 300/1 Adjoint D3 MICHAUX THIERRY adjoint 300/3 Adjoint D3 MOONEN EMMANUELLE adjointe 300/1 Adjoint D3 NIKOLAOU MARGUERITE adjointe 300/1 Adjoint D3 PAULUS ISABELLE adjointe 300/1 Adjoint D3 POLEUR MICHAEL adjoint 300/1 Adjoint D3 QUINTART BRIGITTE adjointe APEFE 2 Adjoint D3 RAMANANTSOA IRENE adjointe 300/1 Adjoint D3 RAMPELBERGH PHILIPPE adjoint 300/1 Adjoint D3 SNEDDON MARY adjointe 300/1 Adjoint D3 STEENMANS MARINA adjointe 300/1 Adjoint D3 TMIM RACHIDA adjointe 300/1 Adjoint D3 VAN CAENEGEM KARIN adjointe 300/1 Adjoint D3 VAN LOOCK MARC adjoint 300/2 Adjoint D3 VANDEN BOSSCHE JEAN FRANCOIS adjoint 300/1 Adjoint D3 VANWINNENDAEL MARIE-JEANNE adjointe APEFE 1 Adjoint D3 * membre du personnel local de la Délégation près l’Union européenne. ** membre du personnel de la carrière extérieure *** en Louisiane III. Les membres du personnel engagés par contrat de remplacement : Echelle Echelle Nom Prénom Grade CGRI Grade WBI CGRI WBI LAMY ARNAUD attaché 100/1 Attaché A6 LEFEBVRE DOMINIQUE attachée 100/1 Attaché A6 MASSET ALAIN gradué 250/2 Gradué B3 STERCK KARIN graduée 250/1 Gradué B3 BOVRISSE FABIENNE assistante 200/1 Assistant C3 CHEVALIER FAUSTINE assistante 200/1 Assistant C3 DEFOSSEZ FRANCOIS assistant 200/1 Assistant C3 DEMOUSTIER ADELAIDE assistant 200/1 Assistant C3 DIOP CAROLINE assistante 200/1 Assistant C3 DRION ANNE FRANCOISE assistante 200/1 Assistant C3 GEORGES AUDREY assistant 200/1 Assistant C3 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39653 Echelle Echelle Nom Prénom Grade CGRI Grade WBI CGRI WBI SIRAUT ANNE assistant 200/1 Assistant C3 VAN RENTERGHEM THIERRY assistant 200/1 Assistant C3 WIERINCKX JULIE assistant 200/1 Assistant C3 ZAHIRI PARNIAN assistante 200/1 Assistant C3 DAGNELIES MARIE-NOELLE adjointe 300/1 Adjoint D3 VERTALING MINISTERIE VAN DE FRANSE GEMEENSCHAP [C − 2009/29303] 26 MAART 2009. — Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap houdende overheveling van de personeelsleden van het « Commissariat général aux Relations internationales » naar « Wallonie-Bruxelles International » De Regering van de Franse Gemeenschap, Gelet op het decreet van 9 mei 2008 houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de Franse Gemeenschap, het Waals Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tot oprichting van een gemeenschappelijke entiteit voor de internationale betrekkingen ″Wallonie-Bruxelles″; Gelet op het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 5 december 2008 tot vaststelling van het administratief statuut en het geldelijk statuut van het personeel van « Wallonie-Bruxelles International »; Gelet op het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 5 december 2008 tot vaststelling van de organieke personeelsformatie van « Wallonie-Bruxelles International » - interne loopbaan; Op de voordracht van de Minister van Ambtenarenzaken; Na beraadslaging, Besluit :

  622. Artikel 1. De personeelsleden van het Commissariat Général aux Relations Internationales worden naar Wallonie-Bruxelles International overgeheveld.

  623. Art. 2. De overhevelingen zijn geen nieuwe benoemingen.

  624. Art. 3. De naar Wallonie-Bruxelles International overgehevelde ambtenaren behouden hun laatste toegekende evaluatiemelding. Indien, op de datum van zijn overheveling krachtens dit decreet, de ambtenaar een beroep heeft ingesteld tegen zijn evaluatie, wordt de procedure voortgezet bij Wallonie-Bruxelles International.

  625. Art. 4. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2009.

  626. Art. 5. De Minister tot wiens bevoegdheid de Ambtenarenzaken behoren en de Minister tot wiens bevoegdheid de Internationale Betrekkingen behoren, zijn belast met de uitvoering van dit besluit. Brussel, 26 maart 2009. Vanwege de Regering van de Franse Gemeenschap : De Minister van Hoger Onderwijs, Wetenschappelijk Onderzoek en Internationale Betrekkingen, Mevr. M.-D. SIMONET De Minister van Begroting, belast met Sport en Ambtenarenzaken, M. DAERDEN * MINISTERE DE LA COMMUNAUTE FRANÇAISE [C − 2009/29304] 14 AVRIL 2009. — Arrêté du Gouvernement de la Communauté française abrogeant l’arrêté de l’Exécutif de la Communauté française du 18 juillet 1989 relatif à la « Bibliothèque publique principale du Brabant wallon » Le Gouvernement de la Communauté française, Vu le décret du 28 février 1978 organisant le Service public de la Lecture, modifié par les décrets des 8 juillet 1983, 21 octobre 1988, 19 juillet 1991, 30 novembre 1992, 10 avril 2003, 17 décembre 2003, 24 octobre 2008, par l’Arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 23 juin 2006 et par l’arrêt de la Cour d’arbitrage du 10 novembre 1988; Vu l’arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 14 mars 1995 relatif à l’organisation du Service public de la Lecture, modifié par les décrets des 10 avril 2003 et 24 octobre 2008 et les arrêtés des 2 septembre 1997, 4 mai 1998, 24 septembre 1999, 8 novembre 1999, 12 décembre 2000, 30 mars 2001, 8 novembre 2001, 10 avril 2003, 10 mai 2005, 23 juin 2006, 8 décembre 2006 et 29 mai 2007; Vu l’arrêté de l’Exécutif de la Communauté française du 18 juillet 1989 relatif à la « Bibliothèque publique principale du Brabant wallon »; 39654 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Considérant que la « Bibliothèque publique principale du Brabant wallon » n’existe plus; Considérant qu’il convient d’abroger l’Arrêté de l’Exécutif de la Communauté française du 18 juillet 1989 relatif à la « Bibliothèque publique principale du Brabant wallon », Arrête :

  627. Article 1er. L’arrêté de l’Exécutif de la Communauté française du 18 juillet 1989 relatif à la « Bibliothèque publique principale du Brabant wallon » est abrogé.

  628. Art. 2. Cette abrogation entre en vigueur le 1er janvier 2009. Bruxelles, le 14 avril 2009. Pour le Gouvernement de la Communauté française : La Ministre de la Culture et de l’Audiovisuel, Mme F. LAANAN VERTALING MINISTERIE VAN DE FRANSE GEMEENSCHAP [C − 2009/29304] 14 APRIL 2009. — Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot opheffing van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 18 juli 1989 betreffende de « Bibliothèque publique principale du Brabant wallon » De Regering van de Franse Gemeenschap, Gelet op het decreet van 28 februari 1978 tot instelling van de Openbare Dienst voor Lectuurvoorziening, gewijzigd bij de decreten van 8 juli 1983, 21 oktober 1988, 19 juli 1991, 30 november 1992, 10 april 2003, 17 december 2003, 24 oktober 2008, bij het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 23 juni 2006 en bij het Arrest van het Arbitragehof van 10 november 1988; Gelet op het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 14 maart 1995 betreffende de organisatie van de openbare dienst voor lectuurvoorziening, gewijzigd bij de decreten van 10 april 2003 en 24 oktober 2008 en de besluiten van 2 september 1997, 4 mei 1998, 24 september 1999, 8 november 1999, 12 december 2000, 30 maart 2001, 8 november 2001, 10 april 2003, 10 mei 2005, 23 juni 2006, 8 december 2006 en 29 mei 2007; Gelet op het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 18 juli 1989 betreffende de « Bibliothèque publique principale du Brabant wallon »; Overwegende dat de « Bibliothèque publique principale du Brabant wallon » niet meer bestaat; Overwegende dat het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 18 juli 1989 betreffende de « Bibliothèque publique principale du Brabant wallon » opgeheven moet worden, Besluit :

  629. Artikel 1. Het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 18 juli 1989 betreffende de « Bibliothèque publique principale du Brabant wallon » wordt opgeheven.

  630. Art. 2. Deze opheffing treedt in werking op 1 januari 2009. Brussel, 14 april 2009. Voor de Regering van de Franse Gemeenschap : De Minister van Cultuur en Audiovisuele sector, Mevr. F. LAANAN * MINISTERE DE LA COMMUNAUTE FRANÇAISE [C − 2009/29306] Commission de notoriété pour l’enseignement de l’architecture. — Modification Par arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 1er février 2009 modifiant l’arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 5 novembre 2008 portant nomination des membres de la Commission de notoriété pour l’enseignement de l’Architecture, à l’article 1er, 2°, b), les mots « Mme Rita OCCHIUTO » sont remplacés par les mots « M. Francis METZGER et ce, à partir du 1er février 2009. VERTALING MINISTERIE VAN DE FRANSE GEMEENSCHAP [C − 2009/29306] Bekendheidscommissie voor het architectuuronderwijs. — Wijziging Bij besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 1 februari 2009 tot wijziging van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 5 november 2008 houdende benoeming van de leden van de Bekendheidscommissie voor het architectuuronderwijs, in artikel 1, 2°, b), worden de woorden « Mevr. Rita OCCHIUTO » vervangen door de woorden « de heer Francis METZGER » en dit, vanaf 1 februari 2009. MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39655 REGION DE BRUXELLES-CAPITALE — BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST MINISTERE MINISTERIE DE LA REGION DE BRUXELLES-CAPITALE VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST [C − 2009/31279] [C − 2009/31279] 7 MAI 2009. — Arrêté du Gouvernement 7 MEI 2009. — Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke de la Région de Bruxelles-Capitale relatif aux plans de diversité Regering betreffende de diversiteitsplannen en het diversiteits- et au label de diversité label Le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale, De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, Vu l’ordonnance du 18 janvier 2001 portant organisation et fonction- Gelet op de ordonnantie van 18 januari 2001 houdende organisatie en nement de l’Office régional bruxellois de l’Emploi, l’article 4, deuxiè- werking van de Brusselse Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemidde- me alinéa; ling, artikel 4, tweede lid; Vu l’ordonnance du 4 septembre 2008 relative à la lutte contre la Gelet op de ordonnantie van 4 september 2008 betreffende de strijd discrimination et à l’égalité de traitement en matière d’emploi, les tegen discriminatie en de gelijke behandeling op het vlak van de articles 16 et 28; tewerkstelling, de artikelen 16 en 28; Vu l’avis du comité de gestion d’ACTIRIS, donné le 3 mars 2009; Gelet op het advies van het beheerscomité van ACTIRIS, gegeven op 3 maart 2009; Vu l’avis du Conseil économique et social de la Région de Bruxelles- Gelet op het advies van de Economische en Sociale Raad voor het Capitale, donné le 23 avril 2009; Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gegeven op 23 april 2009; Vu l’avis n° 46.284/1 du Conseil d’Etat, donné le 7 avril 2009 en Gelet op het advies nr. 46.284/1 van de Raad van State, gegeven op application de l’article 84, § 1er, alinéa 1er, 1°, des lois sur le Conseil 7 april 2009 in toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten d’Etat, coordonnées le 12 janvier 1973; op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Considérant l’arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles- Overwegende het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering Capitale du 21 juin 2007 modifiant le sigle de l’Office régional bruxellois van 21 juni 2007 tot wijziging van het letterwoord van de Brusselse de l’Emploi; Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling; Considérant que le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale Overwegende dat de Brusselse Hoofdstedelijke Regering er zich in s’est engagé, dans sa déclaration du 19 juillet 2004, à poursuivre et haar verklaring van 19 juli 2004 toe verbonden heeft het actieplan ter élargir le plan d’action de lutte contre la discrimination à l’embauche, bestrijding van de discriminatie bij aanwerving, dat gestalte kreeg in de qui a pris forme au sein du Pacte Territorial pour l’Emploi en Région de schoot van het Territoriaal Pact voor de Werkgelegenheid in het Bruxelles-Capitale; Brussels Hoofdstedelijk Gewest, voort te zetten en uit te breiden; Considérant que le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale Overwegende dat de Brusselse Hoofdstedelijke Regering zich ter s’est chargé de la mission, à l’occasion de la déclaration du 19 juillet 2004, gelegenheid van de verklaring van 19 juli 2004 met de opdracht belastte d’encourager les employeurs à établir des plans de diversité pour que om werkgevers aan te moedigen diversiteitsplannen op te stellen opdat le lieu de travail soit le reflet de la société; de plaats van tewerkstelling een weerspiegeling zou zijn van de maatschappij; Considérant que le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale Overwegende dat de Brusselse Hoofdstedelijke Regering en de et les partenaires sociaux bruxellois se sont engagés, dans le Contrat Brussels sociale partners in het Contract voor de Economie en de pour l’Economie et l’Emploi 2005-2010 à examiner s’il était souhaitable Tewerkstelling 2005-2010 de verbintenis aangingen na te gaan of het d’introduire des plans de diversité auprès des employeurs; wenselijk was bij werkgevers diversiteitsplannen in te voeren; Considérant que le Pacte Territorial pour l’Emploi en Région de Overwegende dat het Territoriaal Pact voor de Werkgelegenheid in Bruxelles-Capitale, dénommé ci-après le Pacte, a créé un référentiel het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, verder het Pact genaamd, een pour les plans de diversité en Région de Bruxelles-Capitale, qui a été referentiekader voor diversiteitsplannen binnen het Brussels Hoofdste- approuvé le 12 décembre 2006 par le comité de gestion d’ACTIRIS; delijk Gewest heeft opgesteld, dat op 12 december 2006 werd goedge- keurd door het beheerscomité van ACTIRIS; Considérant qu’en date du 9 octobre 2007, le comité de gestion Overwegende dat het beheerscomité van ACTIRIS op 9 oktober 2007 d’ACTIRIS a approuvé la procédure à suivre en cas d’introduction et de de te volgen procedure bij het indienen en behandelen van een traitement d’un plan de diversité; diversiteitsplan heeft goedgekeurd; Considérant que l’ordonnance du 4 septembre 2008 relative à la lutte Overwegende dat de ordonnantie van 4 september 2008 betreffende contre la discrimination et à l’égalité de traitement en matière d’emploi de strijd tegen discriminatie en de gelijke behandeling op het vlak van prévoit l’élaboration d’un cadre structurel pour les plans de diversité et de tewerkstelling voorziet in het uitwerken van een structureel kader un label de diversité; ten behoeve van de diversiteitsplannen en een diversiteitslabel; Considérant qu’un cadre clair, transparent et structurel doit être Overwegende dat een duidelijk, helder en structureel kader moet élaboré pour servir de base aux plans de diversité et au label de worden uitgewerkt ten behoeve van de diversiteitsplannen en het diversité, avec des conditions précises du point de vue du contenu et de diversiteitslabel, met nauwkeurige inhoudelijke en vormelijke voor- la forme, ainsi que des procédures d’approbation, de subventionne- waarden en procedures voor de goedkeuring, subsidiëring of toeken- ment et d’octroi de ces plans et de ce label; ning van deze plannen en dit label; Sur proposition du Ministre ayant l’Emploi dans ses attributions; Op voorstel van de Minister bevoegd voor Tewerkstelling; Après délibération, Na beraadslaging, Arrête : Besluit : CHAPITRE Ier. — Définitions HOOFDSTUK I. — Definities

  631. Article 1er. Pour l’application du présent arrêté, on entend par : Artikel 1. Voor de toepassing van onderhavig besluit wordt ver- staan onder : 1° ACTIRIS : l’Office régional bruxellois de l’Emploi, réglementé 1° ACTIRIS : de Brusselse Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemid- par l’ordonnance du 18 janvier 2001 portant organisation et deling, als gereglementeerd bij de ordonnantie van 18 januari 2001 fonctionnement de l’Office régional bruxellois de l’Emploi; houdende organisatie en werking van de Brusselse Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling; 2° promotion de la diversité : reconnaître, respecter et valoriser les 2° bevordering van de diversiteit : het erkennen, eerbiedigen en différences dans l’environnement professionnel; waarderen van verschillen op de werkvloer; 39656 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 3° plan de diversité : un ensemble intégré, égalisateur, planifié et 3° diversiteitsplan : een geïntegreerd, drempelverlagend, en planmatig, progressif ou non de mesures et d’actions visées à l’article 6, § al dan niet stapsgewijs geheel van maatregelen en acties als bedoeld 1er sur le plan de la gestion du personnel et de l’organisation in artikel 6, § 1 op het vlak van het personeels- en organisatiebeleid d’une entreprise, organisation ou institution, d’une part pour van een onderneming, organisatie of instelling, enerzijds ter bevor- promouvoir l’entrée et la transition des travailleurs visés au 6° dering van de instroom en de doorstroming, en anderzijds ter à 10°, et d’autre part pour éviter leur départ anticipé, ainsi que verhindering van de voortijdige uitstroom van de werknemers als de personnes d’un sexe déterminé qui sont sous-représentées bedoeld in 6° tot en met 10°, alsook van de personen van een bepaald par rapport à l’autre sexe dans un segment spécifique du geslacht die in verhouding tot het andere geslacht ondervertegen- marché de travail; woordigd zijn in een specifiek arbeidssegment; 4° plan de consolidation en diversité : plan qui maintient, pour- 4° consolidatieplan aangaande diversiteit : het plan dat maatrege- suit, élargit ou développe des mesures et actions contenues len en acties uit een eerste goedgekeurd diversiteitsplan behoudt, dans un premier plan de diversité approuvé; voortzet, uitbreidt of ontwikkelt; 5° label de diversité : le label de qualité sous forme de certificat, 5° diversiteitslabel : het keurmerk in de vorm van een certificaat, als visé à l’article 28, § 2 de l’ordonnance du 4 septembre 2008 bedoeld in artikel 28, § 2 van de ordonnantie van 4 septem- relative à la lutte contre la discrimination et à l’égalité de ber 2008 betreffende de strijd tegen discriminatie en de gelijke traitement en matière d’emploi, accompagné d’un symbole behandeling op het vlak van de tewerkstelling, vergezeld gaande graphique, notamment un pictogramme qui représente ledit van een grafisch symbool en met name een pictogram dat het label, et par lequel le titulaire informe le public que les mesures genoemde label weergeeft, en aan de hand waarvan de houder et actions du plan de diversité ont été exécutées; het publiek te kennen geeft dat de maatregelen en acties uit het diversiteitsplan zijn uitgevoerd; 6° travailleur de nationalité étrangère : travailleur ou demandeur 6° werknemer van vreemde nationaliteit : werknemer of ingeschre- d’emploi inscrit qui n’est pas ressortissant d’un Etat qui a adhéré à ven werkzoekende die geen onderdaan is van een Staat die tot de l’Union Européenne, ni du Royaume de Norvège, des Principautés Europese Unie is toegetreden, noch van het Koninkrijk Noorwe- d’Andorre, du Liechtenstein et de Monaco, des Républiques gen, de Prinsdommen Andorra, Liechtenstein, of Monaco, de d’Islande ou de San Marino, ou de la Confédération suisse; Republieken Ijsland of San Marino, of de Zwitserse Bondsstaat; 7° travailleur handicapé : travailleur ou demandeur d’emploi 7° werknemer met een handicap : werknemer of ingeschreven inscrit dont la participation à la vie professionnelle, en ce werkzoekende van wie de deelname aan het professioneel leven, compris les possibilités d’obtenir ou de conserver un emploi et met inbegrip van het verwerven en het behouden van een d’être promu, sont limitées ou entravées durablement et de arbeidsplaats en het maken van promotie, langdurig en in manière importante due à l’interaction dynamique entre : belangrijke mate beperkt of belemmerd is of bedreigd wordt, door het samenspel tussen : a) des déficiences de nature mentale, physique, psychique ou a) functiestoornissen van mentale, psychische, lichamelijke of sensorielle; zintuiglijke aard; b) des limitations lors de l’exécution d’activités; b) beperkingen bij het uitvoeren van activiteiten; c) des facteurs contextuels personnels et environnementaux; c) persoonlijke en externe factoren; 8° jeune travailleur : travailleur ou demandeur d’emploi inscrit 8° jeugdige werknemer : werknemer of ingeschreven werkzoe- âgé de moins de 26 ans; kende, jonger dan 26 jaar; 9° travailleur expérimenté : travailleur ou demandeur d’emploi 9° ervaren werknemer : werknemer of ingeschreven werkzoekende, inscrit âgé de plus de 45 ans; ouder dan 45 jaar; 10° travailleur infra scolarisé : travailleur ou demandeur d’emploi 10° kortgeschoolde werknemer : werknemer of ingeschreven werkzoe- inscrit qui n’est pas titulaire d’un diplôme ou document kende die geen houder is van een diploma of een ander gelijkgesteld équivalent, y compris un document étranger déclaré équivalent, document, met inbegrip van een gelijkwaardig verklaard buitenlands supérieur à l’enseignement secondaire inférieur; document, hoger dan het lager secundair onderwijs; 11° entreprise : 11° onderneming : 1. la personne morale créée sous la forme d’une société 1. de rechtspersoon die is opgericht in de vorm van een commerciale, visée au code des sociétés; handelsvennootschap als bedoeld in het wetboek van ven- nootschappen; 2. la personne morale créée sous la forme d’une association 2. de rechtspersoon die is opgericht in de vorm van een sans but lucratif ou une fondation visée à la loi du vereniging zonder winstoogmerk of een stichting als bedoeld 27 juin 1921 sur les associations sans but lucratif, les in de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen associations internationales sans but lucratif et les fonda- zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zon- tions; der winstoogmerk en de stichtingen; 3. le titulaire d’une profession libérale visée à l’article 2, 3°, 3. de beoefenaar van een vrij beroep als bedoeld in artikel 2, 3°, cinquième alinéa, de la loi du 26 juin 2002 relative aux vijfde lid, van de wet van 26 juni 2002 betreffende de sluiting fermetures d’entreprises; van de ondernemingen; 12° organisation : l’entreprise dénommée organisation dans l’arrêté 12° organisatie : de in het koninklijk besluit houdende oprichting en royal instituant la commission paritaire concernée et détermi- vaststelling van de bevoegdheid van het betrokken paritair nant ses compétences, ainsi que l’organisation représentative comité als organisatie omschreven onderneming, alsook de des travailleurs ou des employeurs visée à l’article 3 de la loi du representatieve werknemers- of werkgeversorganisatie als bedoeld 5 décembre 1968 sur les conventions collectives de travail et les in artikel 3 van de wet van 5 december 1968 betreffende de commissions paritaires; collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités; 13° institution : l’entreprise dénommée institution, établissement 13° instelling : de in het koninklijk besluit houdende oprichting en ou service dans l’arrêté royal instituant la commission paritaire vaststelling van de bevoegdheid van het betrokken paritair concernée et déterminant ses compétences; comité als instelling, inrichting of dienst omschreven onderne- ming; 14° opérateurs d’emploi : les opérateurs d’emploi visés dans l’ordon- 14° tewerkstellingsoperatoren : de tewerkstellingsoperatoren als nance du 26 juin 2003 relative à la gestion mixte du marché de omschreven in de ordonnantie van 26 juni 2003 betreffende het l’emploi dans la Région de Bruxelles-Capitale; gemengd beheer van de arbeidsmarkt in het Brussels Hoofdste- delijk Gewest; 15° Ministre : le Ministre du Gouvernement de la Région de 15° Minister : de Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering Bruxelles-Capitale ayant l’Emploi dans ses attributions; bevoegd voor Tewerkstelling; 16° CESRBC : le Conseil économique et social de la Région de 16° ESRBHG : de Economische en Sociale Raad voor het Brussels Bruxelles-Capitale; Hoofdstedelijk Gewest; 17° Administration : l’Administration de l’Economie et de l’Emploi 17° Bestuur : het Bestuur Economie en Werkgelegenheid van het du Ministère de la Région de Bruxelles-Capitale. Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39657 CHAPITRE II. — Le plan de diversité HOOFDSTUK II. — Diversiteitsplan re Section 1 — Bénéficiaires[foliomo; Afdeling 1. — Begunstigden er

  632. Art. 2. § 1 . L’entreprise, organisation ou institution peut introduire Art. 2. § 1. De onderneming, organisatie of instelling kan een auprès d’ACTIRIS une demande d’approbation d’un plan de diversité aanvraag tot goedkeuring van een diversiteitsplan bij ACTIRIS indie- visant à développer, mettre en oeuvre et assurer le suivi de mesures et nen ter ontwikkeling, tenuitvoerlegging en opvolging van maatregelen actions visées à l’article 6, § 1er en faveur de : en acties als bedoeld in artikel 6, § 1 ten voordele van : 1° travailleurs de nationalité étrangère; 1° werknemers van vreemde nationaliteit; 2° travailleurs handicapés; 2° werknemers met een handicap; 3° jeunes travailleurs; 3° jeugdige werknemers; 4° travailleurs expérimentés; 4° ervaren werknemers; 5° personnes d’un sexe déterminé qui sont sous-représentées par 5° personen van een bepaald geslacht die in verhouding tot het rapport à l’autre sexe dans un segment spécifique du marché de andere geslacht ondervertegenwoordigd zijn in een specifiek travail; arbeidssegment; 6° travailleurs infra scolarisés. 6° kortgeschoolde werknemers. Le travailleur de nationalité étrangère visé au premier alinéa, 1°, doit De werknemer van vreemde nationaliteit als bedoeld in het eerste lid, être éligible pour l’octroi ou la dispense du permis de travail en vertu 1°, dient in aanmerking te komen voor de toekenning of de vrijstelling de la loi du 30 avril 1999 relative à l’occupation des travailleurs van arbeidskaart krachtens de wet van 30 april 1999 betreffende de étrangers et ses arrêtés d’exécution. tewerkstelling van buitenlandse werknemers en haar uitvoeringsbeslui- ten. La condition d’âge visée à l’article 1er, 8° et 9° doit être remplie au Aan de leeftijdsvoorwaarde als bedoeld in artikel 1, 8° en 9°, moet cours de la mise en œuvre ou de l’application du plan de diversité. voldaan zijn in de loop van de tenuitvoerlegging of toepassing van het diversiteitsplan. § 2. Après avis d’ACTIRIS, basé sur les analyses de l’Observatoire § 2. Na advies van ACTIRIS, op grond van de analyses verricht door bruxellois du marché du travail et des qualifications visé à l’article 17 de het Brussels Observatorium van de Arbeidsmarkt en de Kwalificaties l’arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du als bedoeld in artikel 17 van het besluit van de Brusselse Hoofdstede- 15 avril 2004 portant exécution de l’ordonnance du 26 juin 2003 relative lijke Regering van 15 april 2004 houdende de uitvoering van de à la gestion mixte du marché de l’emploi dans la Région de ordonnantie van 26 juni 2003 betreffende het gemengd beheer van de Bruxelles-Capitale, ainsi que sur celui du CESRBC, le Gouvernement arbeidsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, en van de peut déterminer, pour une durée de vingt-quatre mois, quels tra- ESRBHG, kan de Regering voor de duur van vierentwintig maanden vailleurs et personnes, doivent être les bénéficiaires d’un plan de bepalen welke van de werknemers en personen, de begunstigden diversité en vue de son approbation visée à l’article 8. moeten zijn van een diversiteitsplan met het oog op de goedkeuring ervan als bedoeld in artikel 8. Ladite détermination n’affecte pas le plan de diversité d’ores et déjà Genoemde bepaling laat het diversiteitsplan dat op dat ogenblik approuvé à ce moment en vertu de l’article 8, § 5. reeds goedgekeurd is krachtens artikel 8, § 5, onverlet.

  633. Art. 3. Seule l’entreprise, organisation ou institution, dont le siège Art. 3. Alleen de onderneming, organisatie of instelling waarvan de principal des activités, à savoir le lieu de travail où les travailleurs, visés hoofdzetel van de activiteiten, dat wil zeggen de plaats van tewerkstel- à l’article 2, et en faveur desquels les mesures et actions visées à l’article ling waar de werknemers als bedoeld in artikel 2, ten voordele van wie 6, § 1er, seront mises en oeuvre, travaillent ou travailleront de manière de maatregelen en acties als bedoeld in artikel 6, § 1, zullen worden ten récurrente, et où des activités récurrentes liées à l’objet social de uitvoer gelegd, recurrent werken of zullen werken, en waar recurrente l’entreprise, organisation ou institution sont exercées, se situe sur le activiteiten in verband met het maatschappelijk doel van de onderne- champ de compétence territoriale de la Région de Bruxelles-Capitale, ming, organisatie of instelling worden uitgevoerd, in het territoriale peut introduire une demande d’approbation d’un plan de diversité. bevoegdheidsgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gelegen is, kan een aanvraag tot goedkeuring van een diversiteitsplan indienen.

  634. Art. 4. L’entreprise, organisation ou institution qui bénéficie déjà Art. 4. De onderneming, organisatie of instelling die reeds een d’un plan de diversité, sous quelque dénomination que ce soit, diversiteitsplan geniet, onder gelijk welke benaming, goedgekeurd approuvé par une autre autorité, peut, en vertu du présent arrêté, krachtens een reglementering van om het even welke andere overheid, introduire une demande d’approbation d’un plan de diversité, si elle kan krachtens dit besluit een aanvraag tot goedkeuring van een peut démontrer que ce plan couvre d’autres mesures et actions que diversiteitsplan indienen, wanneer zij aantoont dat dit plan andere celles qui ont fait l’objet du plan approuvé en vertu de la réglementa- maatregelen en acties behelst dan het plan dat werd goedgekeurd tion d’une autre autorité. Dans ce cas, ce plan est approuvé et, le cas krachtens een reglementering van een andere overheid. In dit geval échéant, subsidié selon les conditions du présent arrêté, dans la mesure wordt dit plan goedgekeurd en in voorkomend geval gesubsidieerd où les mesures et actions n’ont pas déjà été approuvées et subsidiées en overeenkomstig de voorwaarden van dit besluit in de mate dat de vertu de la réglementation d’une autre autorité. maatregelen en de acties nog niet werden goedgekeurd en gesubsidi- eerd krachtens een reglementering van een andere overheid.

  635. Art. 5. Ne peut introduire une demande d’approbation de plan de Art. 5. Kan geen aanvraag tot goedkeuring van een diversiteitsplan diversité, l’entreprise, organisation ou institution : indienen, de onderneming, organisatie of instelling : 1° qui est redevable d’arriérés d’impôts ou de cotisations à 1° die achterstallige belastingen verschuldigd is, of achterstallige percevoir par l’organisme chargé de la perception des cotisa- bijdragen die worden geïnd door de instelling belast met de tions de sécurité sociale ou par un Fonds de sécurité d’existence inning van de bijdragen voor sociale zekerheid of door een Fonds ou pour le compte de celui-ci. voor Bestaanszekerheid of voor rekening van dat fonds. Ne sont pas considérées comme arriérés, les sommes pour lesquelles De sommen waarvoor een behoorlijk in acht genomen aanzuiverings- il existe un plan d’apurement dûment respecté; plan bestaat, worden niet als achterstallen beschouwd; 2° qui fait l’objet d’une condamnation pour crime ou délit en tant 2° die veroordeeld wordt wegens misdaad of wanbedrijf als que personne morale ou en sa qualité d’employeur; rechtspersoon of in de hoedanigheid van werkgever; 3° à laquelle, en sa qualité d’employeur au sens de l’article 2 de la 3° aan wie in de hoedanigheid van werkgever als bedoeld in loi du 30 juin 1971 relative aux amendes administratives artikel 2 van de wet van 30 juni 1971 betreffende de administra- applicables en cas d’infraction à certaines lois sociales ou de tieve geldboeten toepasselijk in geval van inbreuk op sommige l’article 27, § 3, de l’ordonnance du 30 avril 2009 relative à la sociale wetten of in artikel 27, § 3, van de ordonnantie van surveillance des réglementations en matière d’emploi qui 30 april 2009 betreffende het toezicht op de reglementeringen relèvent de la compétence de la Région de Bruxelles-Capitale et inzake werkgelegenheid die tot de bevoegdheid van het Brussels à l’instauration d’amendes administratives applicables en cas Hoofdstedelijk Gewest behoren en de invoering van administra- d’infraction à ces réglementations, une amende administrative a tieve geldboeten toepasselijk in geval van inbreuk op deze été infligée pour infraction aux réglementations visées aux reglementeringen, een administratieve geldboete wordt opge- articles 1 et 1bis de ladite loi ou à l’article 2, § 1er, première legd wegens inbreuk op de reglementeringen als bedoeld in de alinéa, de ladite ordonnance; artikelen 1 en 1bis van de genoemde wet of in artikel 2, § 1, eerste lid, van de genoemde ordonnantie; 39658 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 4° qui se trouve en état de faillite, demande ou a obtenu un 4° die zich in staat van faillissement bevindt, een gerechtelijk concordat judiciaire, fait l’objet d’une action en dissolution ou akkoord aanvraagt of verkrijgt, het voorwerp is van een est en état de liquidation; vordering tot gerechtelijke ontbinding of in staat van vereffening verkeert; 5° qui, parmi ses administrateurs, gérants, mandataires, et plus 5° die onder de bestuurders, zaakvoerders, lasthebbers en, meer généralement, toutes les personnes habilitées à l’engager ou à la algemeen, alle personen die ertoe gemachtigd zijn om haar te représenter, compte des personnes qui : verbinden of te vertegenwoordigen, personen telt : a) sont privées de l’exercice de leurs droits civiques et a) die uit hun burgerlijke en politieke rechten zijn ontzet; politiques; b) sont visées par l’arrêté royal n° 22 du 24 octobre 1934 relatif b) zoals bedoeld in het koninklijk besluit nr. 22 van 24 okto- à l’interdiction judiciaire faite à certains condamnés et aux ber 1934 betreffende het rechterlijk verbod aan bepaalde faillis d’exercer certaines fonctions, professions ou activités; veroordeelden en gefailleerden om bepaalde ambten, beroe- pen of werkzaamheden uit te oefenen; c) au cours des cinq dernières années, ont été reconnues c) die, gedurende de laatste vijf jaar, geacht werden verantwoor- responsables des engagements ou des dettes d’une société delijk te zijn voor de verbintenissen of schulden van een en faillite en application des articles 229, 5°, 265, 315, 456,4° gefailleerde vennootschap met toepassing van de artike- et 530 du code des sociétés; len 229, 5°, 265, 315, 456,4° en 530 van het wetboek van vennootschappen; 6° qui donne délibérément de faux renseignements qui ont une 6° die opzettelijk verkeerde inlichtingen verstrekt die het bedrag incidence sur le montant de la subvention visée à l’article 9, § 1; van de subsidie als bedoeld in artikel 9, § 1 beïnvloeden; 7° dont le label de diversité a été retiré conformément à l’article 28 7° van wie het diversiteitslabel werd ingetrokken overeenkomstig ou 30. artikel 28 of 30. Ne peut non plus introduire une demande d’approbation de plan de Kan evenmin een aanvraag tot goedkeuring van een diversiteitsplan diversité, tout département d’une entreprise, organisation ou institu- indienen, elke afdeling van een onderneming, organisatie of instelling, tion, qui peut être considéré comme appartenant socialement ou die geacht kan worden economisch of sociaal afhankelijk te zijn van een économiquement à une entité juridique ou à une unité technique ayant juridische eenheid of van een technische bedrijfseenheid die krachtens introduit un plan de diversité pour approbation en vertu de l’article 8, artikel 8, § 1 een diversiteitsplan ter goedkeuring heeft ingediend. § 1er. Ne peut par ailleurs pas introduire une demande d’approbation de Kan evenmin een aanvraag tot goedkeuring van een diversiteitsplan plan de diversité : indienen : 1° l’association sans but lucratif créée à l’initiative du Gouverne- 1° de op initiatief van de Regering opgerichte vereniging zonder ment, visée à l’article 4, 13° de l’ordonnance du 4 septem- winstoogmerk als bedoeld in artikel 4, 13° van de ordonnantie bre 2008 visant à promouvoir la diversité et à lutter contre la van 4 september 2008 ter bevordering van diversiteit en ter discrimination dans la fonction publique régionale bruxelloise; bestrijding van discriminatie in het Brussels gewestelijk open- baar ambt; 2° l’association sans but lucratif communale visée à l’article 2, 1., c) 2° de gemeentelijke vereniging zonder winstoogmerk als bedoeld de l’ordonnance du 4 septembre 2008 visant à assurer une in artikel 2, 1., c) van de ordonnantie van 4 september 2008 ertoe politique de diversité au sein de la fonction publique bruxel- strekkende een diversiteitsbeleid te bewerkstelligen in het Brus- loise. sels ambtenarenapparaat. Section 2. — Objet des mesures et actions Afdeling 2. — Voorwerp van de maatregelen en de acties er

  636. Art. 6. § 1 . Sur la base des constats établis par l’entreprise, Art. 6. § 1. Op grond van de door de onderneming, organisatie of organisation ou institution dans le cadre du diagnostic et de l’analyse instelling gedane vaststellingen in het kader van de diagnose en de visés à l’article 7, § 3, 1°, le plan de diversité introduit pour approbation doorlichting als bedoeld in artikel 7, § 3, 1°, omvat het ter goedkeuring comporte des mesures et actions destinées à améliorer la situation de ingediende diversiteitsplan maatregelen en acties die ertoe strekken de l’entreprise, organisation ou institution en matière de diversité. Si les toestand binnen de onderneming, organisatie of instelling op het vlak actions et mesures inclues dans le plan de diversité ne sont pas reprises van diversiteit te verbeteren. Indien de in het diversiteitsplan opgeno- dans la liste du paragraphe premier du présent article, l’entreprise, men maatregelen en acties niet voorkomen op de lijst van de eerste organisation ou institution justifie le caractère utile de la mesure ou de paragraaf van dit artikel, verantwoordt de onderneming, organisatie of l’action pour favoriser la promotion de la diversité. instelling het nut van de maatregel of actie met het oog op de bevordering van de diversiteit. 1° sélection et recrutement : 1° selectie en werving : a) une analyse, objectivation, neutralisation et affinement de la a) een doorlichting, objectivering, neutralisering en verfijning politique de sélection et de recrutement et des procédures van het selectie- en wervingsbeleid en de daarbij gebruikte appliquées en cette matière; procedures; b) la mise en place de nouveaux canaux de sélection et de b) nieuwe selectie- en wervingskanalen opzetten, gepaard recrutement, allant de pair avec des efforts de recrutement gaande met wervingsinspanningen ten voordele van een of en faveur d’une ou de plusieurs catégories de travailleurs meer categorieën van werknemers als bedoeld in artikel 2; visées à l’article 2; c) l’établissement d’une ou plusieurs relations de coopération c) met het oog op een verbetering van de selectie en werving avec des opérateurs d’emploi, afin d’améliorer la sélection van een of meer categorieën van werknemers als bedoeld in et le recrutement d’une ou de plusieurs catégories de artikel 2, één of meer samenwerkingsverbanden aangaan travailleurs visées à l’article 2; met tewerkstellingsoperatoren; 2° gestion du personnel : 2° personeelsbeheer : a) une analyse, objectivation, neutralisation et un affinement a) een doorlichting, objectivering, neutralisering en verfijning de la politique d’accueil et des descriptions de fonction van het onthaalbeleid en de functiebeschrijvingen jegens een pour une ou plusieurs catégories de travailleurs visées à of meer categorieën van werknemers als bedoeld in artikel 2; l’article 2; b) l’organisation d’un coaching et d’un accompagnement b) het organiseren van coaching en interne begeleiding van een interne d’une ou de plusieurs catégories de travailleurs of meer categorieën van werknemers als bedoeld in artikel 2; visées à l’article 2; c) l’organisation de cours appropriés en entreprise, internes c) het organiseren van aangepaste interne of externe bedrijfs- ou externes, qui tiennent compte de la variété des tra- cursussen die rekening houden met de verscheidenheid aan vailleurs appartenant à une ou plusieurs catégories visées à werknemers die behoren tot een of meer categorieën als l’article 2; bedoeld in artikel 2; MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39659 d) l’organisation de cours appropriés en entreprise, internes d) het organiseren van aangepaste interne of externe bedrijfs- ou externes et d’une formation permanente appropriée qui, cursussen en van aangepaste permanente vorming die op de manière directe ou indirecte, favorise la transition ou rechtstreekse of onrechtstreekse wijze de doorstroming van évite le départ anticipé de travailleurs qui appartiennent à werknemers die behoren tot een of meer categorieën als une ou plusieurs catégories visées à l’article 2; bedoeld in artikel 2, bevorderen of de voortijdige uitstroom ervan verhinderen; e) l’intégration de la gestion des entrées, passages, transitions e) het ingang doen vinden van het in-, door-, over- en et sorties dans ou de l’entreprise, organisation ou institu- uitgangsbeheer in de onderneming, organisatie of instelling; tion; f) la mise en place d’aménagements raisonnables en faveur de f) het aanbrengen van redelijke aanpassingen ten gunste van travailleurs handicapés. werknemers met een handicap. Les efforts qui se limitent au respect d’obligations légales ou Inspanningen die zich beperken tot het eerbiedigen van wettelijke of réglementaires relatives aux aménagements raisonnables, et qui sont reglementaire verplichtingen aangaande redelijke aanpassingen, en die subsidiées en vertu d’une réglementation d’une autre autorité, ne sont gesubsidieerd worden krachtens een reglementering van een andere pas des mesures et actions au sens du présent article. overheid, zijn geen maatregelen en acties in de zin van dit artikel. 3° sensibilisation et communication interne : 3° interne sensibilisering en communicatie : a) la promotion auprès du personnel, au moyen d’actions et de a) de aanmoediging bij het personeel van diversiteit in het campagnes, de la diversité dans la gestion du personnel et personeels- en organisatiebeleid, middels acties en campag- dans la politique organisationnelle; nes b) l’organisation de formations en matière de communication b) het organiseren van trainingen inzake interculturele commu- interculturelle, gestion de la diversité et traitement des nicatie, het beheren van diversiteit en het omgaan met préjugés au travail; vooroordelen op de werkvloer; c) l’organisation de cours, stages et formations en langues; c) het organiseren van taallessen, taalstages en taaltrainingen; 4° positionnement externe : la promotion auprès des clients, 4° externe positionering : de aanmoediging bij de klanten, gebrui- utilisateurs, fournisseurs et partenaires dans le secteur ou la kers, leveranciers en partners in de nijverheidssector of bedrijfs- branche d’activité, de la diversité dans la gestion du personnel tak van diversiteit in het personeels- en organisatiebeleid, met et dans la politique organisationnelle, en ce compris la commu- inbegrip van de bekendmaking, verspreiding en terbeschikking- nication, diffusion et mise à disposition d’expériences, métho- stelling van de ervaringen, methodieken en instrumenten, opdat des et outils, afin qu’ils puissent être appliqués ailleurs. ze ook elders zouden kunnen worden toegepast. § 2. Les mesures et actions visées au § 1er ont trait à l’ensemble ou à § 2. De maatregelen en acties als bedoeld in § 1 hebben betrekking op une partie des collaborateurs ou à l’ensemble ou à une partie des het geheel of op een gedeelte van de medewerkers en op het geheel of travailleurs visés à l’article 2, et ont une durée maximale de vingt- op een gedeelte van werknemers als bedoeld in artikel 2, en lopen over quatre mois. A défaut d’une détermination par le Gouvernement visée een maximale periode van vierentwintig maanden. Bij ontstentenis van au § 3, l’entreprise, organisation ou institution détermine librement les een bepaling door de Regering als bedoeld in § 3, bepaalt de mesures et actions visées au § 1er. onderneming, organisatie of instelling vrij de maatregelen en acties als bedoeld in § 1. Les mesures et actions visées au § 1er peuvent être menées De maatregelen en acties als bedoeld in § 1 kunnen afzonderlijk of séparément ou conjointement, ou encore simultanément ou non. gezamenlijk en al dan niet op hetzelfde tijdstip worden gevoerd. Les efforts qui découlent d’obligations légales ou réglementaires Inspanningen die voortvloeien uit wettelijke of reglementaire ver- relatives aux mesures et actions visées au § 1er, ne sont pas des mesures plichtingen aangaande maatregelen en acties als bedoeld in § 1, zijn ou actions au sens du présent article. geen maatregelen en acties in de zin van dit artikel. § 3. Après avis d’ACTIRIS, basé sur les analyses de l’Observatoire § 3. Na advies van ACTIRIS, op grond van de analyses verricht door bruxellois du marché du travail et des qualifications visé à l’article 17 de het Brussels Observatorium van de Arbeidsmarkt en de Kwalificaties l’arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du als bedoeld in artikel 17 van het besluit van de Brusselse Hoofdstede- 15 avril 2004 portant exécution de l’ordonnance du 26 juin 2003 relative lijke Regering van 15 april 2004 houdende de uitvoering van de à la gestion mixte du marché de l’emploi dans la Région de ordonnantie van 26 juni 2003 betreffende het gemengd beheer van de Bruxelles-Capitale, ainsi que sur celui du CESRBC, le Gouvernement arbeidsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, en van de peut déterminer, quelles mesures et actions telles que visées au § 1 ESRBHG, kan de Regering bepalen welke van de maatregelen en acties doivent toujours figurer dans un plan de diversité en vue de son als bedoeld in § 1 in ieder geval worden opgenomen in een approbation visée à l’article 8. diversiteitsplan met het oog op de goedkeuring ervan als bedoeld in artikel 8. Ladite détermination n’affecte pas le plan de diversité d’ores et déjà Genoemde bepaling laat het diversiteitsplan dat op dat ogenblik approuvé à ce moment en vertu de l’article 8, § 5. reeds goedgekeurd is krachtens artikel 8, § 5, onverlet. Section 3. — Conditions du plan de diversité Afdeling 3. — Voorwaarden voor het diversiteitsplan er

  637. Art. 7. § 1 . Une structure porteuse est créée au sein de l’entreprise, Art. 7. § 1. In de schoot van de onderneming, organisatie of organisation ou institution, en vue de développer, mettre en oeuvre et instelling wordt met het oog op de ontwikkeling, tenuitvoerlegging en assurer le suivi de la politique de diversité. opvolging van het diversiteitsbeleid een dragende structuur opgericht. Lorsque l’entreprise, organisation ou institution dispose d’un conseil Indien de onderneming, organisatie of instelling over een onderne- d’entreprise, celui-ci émet préalablement un avis relatif à la création de mingsraad beschikt, brengt deze voor de oprichting van de dragende la structure porteuse visée au premier alinéa et ce, conformément à structuur als bedoeld in het eerste lid dienaangaande advies uit l’article 15, a) de la loi du 20 septembre 1948 portant organisation de overeenkomstig artikel 15, a) van de wet van 20 september 1948 l’économie. houdende organisatie van het bedrijfsleven. Lorsque l’entreprise, organisation ou institution ne dispose pas d’un Indien de onderneming, organisatie of instelling niet over een conseil d’entreprise mais bien d’un comité de prévention et de ondernemingsraad maar wel over een comité voor preventie en protection au travail, celui-ci émet préalablement un avis relatif à la bescherming op het werk beschikt, brengt dit voor de oprichting van de création de la structure porteuse visée au premier alinéa et ce, dragende structuur als bedoeld in het eerste lid dienaangaande advies conformément à l’article 65 decies de la loi du 4 août 1996 relative au uit overeenkomstig artikel 65 decies van de wet van 4 augustus 1996 bien-être des travailleurs lors de l’exécution de leur travail. betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk. La structure porteuse visée au premier alinéa est au moins composée De dragende structuur als bedoeld in het eerste lid is minstens d’un représentant de l’employeur et d’un représentant des travailleurs. samengesteld uit een vertegenwoordiger van de werkgever en een Le représentant des travailleurs est un délégué syndical pour l’entre- vertegenwoordiger van de werknemers. De vertegenwoordiger van de prise, organisation ou institution qui en dispose. werknemers is een vakbondsafgevaardigde voor de onderneming, organisatie of instelling die daarover beschikt. 39660 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD § 2. Le plan de diversité introduit pour approbation a préalablement § 2. Het ter goedkeuring ingediende diversiteitsplan is voorafgaan- fait l’objet d’un avis favorable du conseil d’entreprise ou du comité de delijk het voorwerp geweest van een gunstig advies door de onderne- prévention et de protection du travail pour l’entreprise, organisation ou mingsraad of door het comité voor preventie en bescherming op het institution qui dispose d’un tel comité mais pas d’un conseil d’entre- werk voor de onderneming, organisatie of instelling die over een prise. Le plan de diversité est approuvé par la structure porteuse visée dergelijk comité maar niet over een ondernemingsraad beschikt. Het au § 1er si l’entreprise, organisation ou institution n’a ni conseil diversiteitsplan wordt goedgekeurd door de dragende structuur zoals d’entreprise, ni comité de prévention et de protection du travail. bedoeld in § 1 voor de onderneming die noch een ondernemingsraad, noch een comité voor preventie en bvescherming op het werk heeft. § 3. Le plan de diversité introduit pour approbation comporte : § 3. Het ter goedkeuring ingediende diversiteitsplan omvat : 1° le diagnostic et l’analyse de la situation de l’entreprise, 1° de diagnose en de doorlichting van de situatie van de onderne- organisation ou institution en matière de diversité au moment ming, organisatie of instelling op het vlak van diversiteit op het de l’introduction de la demande, dans les domaines : ogenblik van de indiening van de aanvraag, op de werkterreinen van : a) de la sélection et du recrutement; a) selectie en werving; b) de la gestion du personnel; b) personeelsbeheer; c) de la sensibilisation et communication interne; c) interne sensibilisering en communicatie; d) du positionnement externe; d) externe positionering; 2° un plan en étapes relatif au développement et à la mise en 2° een stappenplan aangaande de ontwikkeling en de tenuitvoer- œuvre d’une politique de diversité, avec mention précise : legging van een diversiteitsbeleid, met nauwkeurige opgave van : a) des objectifs qualitatifs et quantitatifs pour chacun des a) kwaliteits- en kwantitatieve doelstellingen voor elk van de domaines choisis; gekozen werkterreinen; b) des délais de réalisation de ces objectifs; b) de termijnen voor het behalen van deze doelstellingen; 3° sans préjudice des articles 2, § 2 et 6, § 3, la description d’une ou 3° onverminderd de artikelen 2, § 2 en 6, § 3, de beschrijving van plusieurs mesures et actions visées à l’article 6, § 1er, en faveur een of meer maatregelen en acties als bedoeld in artikel 6, § 1, ten des travailleurs visés à l’article 2; gunste van werknemers als bedoeld in artikel 2; 4° l’estimation des moyens de fonctionnement qu’engendrent le 4° de raming van de werkingsmiddelen die de ontwikkeling, développement, la mise en œuvre et le suivi des mesures et tenuitvoerlegging en opvolging van de maatregelen en acties actions mentionnées dans le plan de diversité. vermeld in de diversiteitsplan meebrengen. § 4. Le plan de diversité introduit pour approbation mentionne : § 4. Het ter goedkeuring ingediende diversiteitsplan vermeldt : 1° la signalétique de l’entreprise, organisation ou institution et les 1° de identificatiegegevens van de onderneming, organisatie of coordonnées de la personne de contact; instelling en van de contactpersoon; 2° les effectifs, en équivalents temps plein, en service au moment 2° het personeelsbestand, in voltijdse eenheden, dat op het ogenblik de l’introduction de la demande, répartis selon les catégories de van de indiening van de aanvraag reeds in dienst is, ingedeeld bénéficiaires potentiels, visées à l’article 2, § 1er; volgens de categorieën van mogelijke begunstigden, als bedoeld in artikel 2, § 1; 3° les effectifs, en équivalents temps plein, employés pour le 3° het personeelsbestand, in voltijdse eenheden, dat ingezet wordt développement, la mise en œuvre et le suivi des mesures et voor de ontwikkeling, tenuitvoerlegging en opvolging van de actions visées à l’article 6, § 1er; maatregelen en acties als bedoeld in artikel 6, § 1. 4° le cas échéant, la demande de cofinancement ainsi que la 4° in voorkomend geval, de vraag tot medefinanciering, evenals de mention des moyens propres qui seront consacrés au dévelop- vermelding van eigen middelen, die worden ingezet met het oog pement, à la mise en oeuvre et au suivi des mesures et actions op de ontwikkeling, tenuitvoerlegging en opvolging van maat- visées à l’article 6, § 1er. regelen en acties als bedoeld in artikel 6, § 1. § 5. Sont annexés au plan de diversité introduit pour approbation : § 5. Aan het ter goedkeuring ingediende diversiteitsplan worden toegevoegd : 1° les statuts en vigueur de la personne morale; 1° de geldende statuten van de rechtspersoon; 2° une déclaration sur l’honneur du conseil d’entreprise, ou, à 2° een verklaring op eer van de ondernemingsraad, of bij ontsten- défaut, du comité de prévention et de protection au travail, ou, tenis daarvan, van het comité voor preventie en bescherming op à défaut, de la structure porteuse visée au § 1er, premier alinéa, het werk, of, bij ontstentenis daarvan, van de dragende structuur selon laquelle la condition visée au § 2 est remplie, signée par la als bedoeld in § 1, eerste lid, volgens dewelke de voorwaarde als personne ou les personnes habilitées à ce faire au nom dudit bedoeld in § 2, is vervuld, ondertekend door de persoon of de conseil, dudit comité ou de ladite structure; personen die gemachtigd is of zijn om zulks te doen namens deze; 3° une attestation bancaire originale de l’entreprise, organisation 3° een origineel bankattest van de onderneming, organisatie of ou institution qui confirme le numéro de compte bancaire tel instelling dat het rekeningnummer als vermeld op het aanvraag- que mentionné dans le formulaire de demande; formulier bevestigt; 4° une déclaration sur l’honneur de l’entreprise, organisation ou 4° een verklaring op eer vanwege de onderneming, organisatie of institution, signée par la personne ou les personnes habilitées à instelling, ondertekend door de persoon of de personen die ce faire au nom de ladite entreprise, organisation ou institution, gemachtigd is of zijn om zulks te doen namens deze, volgens selon laquelle : dewelke : a) les renseignements communiqués à l’occasion de l’introduc- a) de inlichtingen medegedeeld ter gelegenheid van het indie- tion du plan de diversité sont exacts et complets; nen van het diversiteitsplan juist en volledig zijn; b) les conditions visées à l’article 4 sont remplies; b) de voorwaarden als bedoeld in artikel 4, vervuld zijn; c) les conditions visées à l’article 5 sont remplies; c) de voorwaarden als bedoeld in artikel 5, vervuld zijn; er d) la structure porteuse visée au § 1 ., est consultée lors de d) de dragende structuur als bedoeld in § 1, bij elk van de chacun des choix stratégiques et décisions opérationnelles strategische keuzes en operationele beslissingen aangaande concernant le développement, la mise en œuvre et le suivi de ontwikkeling, tenuitvoerlegging en opvolging van het du plan de diversité; diversiteitsplan, wordt geraadpleegd; MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39661 e) elle s’engage à rembourser les subventions indûment e) zij er zich toe verbindt onrechtmatig verkregen subsidies als perçues visées à l’article 13, premier alinéa, ou perçus en bedoeld in artikel 13, eerste lid, of subsidies verkregen in violation des dispositions de l’article 13, premier alinéa, à la strijd met het bepaalde van artikel 13, eerste lid, op simple demande d’ACTIRIS par voie d’une lettre recom- eenvoudig verzoek van ACTIRIS door middel van een ter mandée à la poste, sur un compte indiqué par ACTIRIS, post aangetekend schrijven, terug te storten op een door endéans le mois suivant réception de la demande. ACTIRIS aan te duiden rekening, binnen de maand nadat zij dit verzoek heeft ontvangen. Si ACTIRIS dispose déjà d’un ou de plusieurs documents ou pièces Indien ACTIRIS reeds over een of meer documenten of stukken als visés au 1° du premier alinéa, ou peut en disposer par des canaux bedoeld in 1° van het eerste lid beschikt, of er over kan beschikken via officiels aisément accessibles, ces documents ou pièces ne seront pas vlot toegankelijke officiële kanalen, worden deze documenten of annexés au plan de diversité introduit pour approbation. stukken niet aan het ter goedkeuring ingediende diversiteitsplan toegevoegd. Si ACTIRIS dispose déjà d’un ou de plusieurs documents ou pièces, Indien ACTIRIS reeds over een of meer documenten of stukken ou peut en disposer par des canaux officiels aisément accessibles, en beschikt, of er over kan beschikken via toegankelijke officiële kanalen, vertu desquels il est constaté que les conditions visées à l’article 5 sont krachtens dewelke wordt vastgesteld dat de voorwaarden als bedoeld remplies, cette partie de la déclaration sur l’honneur visée au premier in artikel 5 vervuld zijn, dient dit onderdeel van de verklaring op eer als alinéa, ne doit pas être complétée. bedoeld in het eerste lid, niet te worden ingevuld. Section 4. — Procédure d’approbation du plan de diversité Afdeling 4. — Procedure ter goedkeuring van het diversiteitsplan er

  638. Art. 8. § 1 . L’entreprise, organisation ou institution qui souhaite Art. 8. § 1. De onderneming, organisatie of instelling die een obtenir une subvention visée à l’article 9, § 1er, introduit, par écrit ou subsidie als bedoeld in artikel 9, § 1, wil ontvangen, dient schriftelijk of par voie électronique, un plan de diversité auprès d’ACTIRIS pour elektronisch bij ACTIRIS een diversiteitsplan ter goedkeuring in. Zij approbation. A cet effet, elle utilise le formulaire, dont le modèle est maakt hierbij gebruik van het formulier waarvan het model bepaald déterminé par le Ministre, et qui est également disponible sous forme wordt door de Minister en dat eveneens elektronisch ter beschikking électronique. wordt gesteld. Lorsque l’entreprise, organisation ou institution utilise la voie Wanneer de onderneming, organisatie of instelling kiest voor de électronique, elle introduit la version papier de la page du formulaire elektronisch weg, dient zij de papieren versie van de pagina waarop de visé au premier alinéa qui comporte la signature de l’entreprise, handtekening van de genoemde onderneming, organisatie of instelling organisation ou institution. voorkomt, van het in het eerste lid bedoelde formulier in. Le cas échéant, elle peut se faire assister par un consultant de la Desgewenst laat zij zich bijstaan door de daartoe door ACTIRIS ter diversité mis à disposition à cette fin par ACTIRIS. beschikking gestelde diversiteitsconsulent. La date de réception ou de la poste détermine l’ordre dans lequel les De ontvangstdatum of postdatum bepaalt de volgorde waarin de demandes seront analysées. aanvragen worden onderzocht. Après avis du comité de gestion d’ACTIRIS, le Ministre peut adapter Na advies van het beheerscomité van ACTIRIS kan de Minister het le modèle du formulaire visé au premier alinéa. model van het formulier als bedoeld in het eerste lid aanpassen. § 2. Dans les dix jours ouvrables à compter de la réception de la § 2. Binnen tien werkdagen te rekenen vanaf de ontvangst van de demande, ACTIRIS envoie un accusé de réception à l’entreprise, aanvraag bezorgt ACTIRIS de onderneming, organisatie of instelling organisation ou institution et lui communique par écrit si la demande een ontvangstbewijs en deelt hij schriftelijk mee of de aanvraag al dan est recevable ou non, en lui signalant, le cas échéant, les données niet ontvankelijk is, en wijst hij in voorkomend geval op de ontbre- manquantes ou lacunes. kende gegevens of tekortkomingen. La demande n’est recevable que lorsque : De aanvraag is slechts ontvankelijk indien : er 1° le formulaire de demande visé au § 1 est dûment complété, 1° het aanvraagformulier als bedoeld in § 1 volledig en deugdelijk daté, et signé par la personne ou les personnes habilitées à ce ingevuld en gedagtekend is, en ondertekend door de persoon of faire au nom de l’entreprise, organisation ou institution; de personen die gemachtigd is of zijn om zulks te doen namens de onderneming, organisatie of instelling; 2° les documents et pièces visés à l’article 7, § 5 sont joints. 2° de documenten en stukken als bepaald in artikel 7, § 5 erbij gevoegd zijn. § 3. ACTIRIS vérifie si le plan de diversité annexé à la demande § 3. ACTIRIS gaat na of het diversiteitsplan bij de ontvankelijk déclarée recevable : verklaarde aanvraag : 1° est réalisable, notamment si les moyens demandés et prévus 1° haalbaar is, inzonderheid of de gevraagde en voorziene midde- rendent possible la réalisation des objectifs poursuivis; len de verwezenlijking van de beoogde doelstellingen mogelijk maken; 2° est suffisamment étayé, sur le plan quantitatif et qualitatif, en 2° kwantitatief en kwalitatief voldoende onderbouwd is in functie fonction des objectifs inscrits dans le plan; van de in het plan opgenomen doelstellingen; 3° s’inscrit dans la politique que mène le Gouvernement sur le 3° aansluit op het beleid dat de Regering op het vlak van diversiteit plan de la diversité et correspond notamment aux dispositions voert en inzonderheid overeenstemt met het bepaalde in de des articles 2, § 2 et 6, § 3. artikelen 2, § 2 en 6, § 3. § 4. Dans les quarante-cinq jours ouvrables à compter de la § 4. Binnen vijfenveertig werkdagen te rekenen vanaf het ontvanke- déclaration de recevabilité visée au § 2, le comité de gestion d’ACTIRIS lijk verklaren als bedoeld in § 2, brengt het beheerscomité van ACTIRIS émet un avis dûment motivé, en ce compris une proposition concer- een met redenen omkleed advies uit, met inbegrip van een voorstel nant : betreffende : 1° l’octroi ou non d’une subvention visée à l’article 9, § 1er; 1° het al dan niet toekennen van een subsidie als bedoeld in artikel 9, § 1; 2° le cas échéant, le volume et la période d’octroi de celle-ci. 2° in voorkomend geval, de omvang en de periode van toekenning ervan. ACTIRIS transmet immédiatement cet avis, accompagné du dossier, ACTIRIS bezorgt dit advies samen met het dossier onverwijld aan de au Ministre. Minister. § 5. Dans les quarante-cinq jours ouvrables à compter de la § 5. Binnen vijfenveertig werkdagen te rekenen vanaf de overdracht transmission du dossier et de l’avis visés au § 4, le Ministre statue sur van het dossier en advies als bedoeld in § 4, neemt de Minister een la demande d’approbation du plan de diversité. beslissing over de aanvraag tot goedkeuring van het diversiteitsplan. Le Ministre notifie la décision à l’entreprise, organisation ou institu- De Minister betekent de beslissing aan de onderneming, organisatie tion. Il en informe ACTIRIS, qui reçoit l’original du dossier. of instelling. Hij brengt ACTIRIS op de hoogte van deze beslissing, en bezorgt deze het origineel van het dossier. 39662 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD ACTIRIS établit la convention visée à l’article 12, et soumet celle-ci à ACTIRIS stelt de overeenkomst op als bedoeld in artikel 12 en legt la signature du Ministre et de l’entreprise, organisation ou institution. deze ter ondertekening voor aan de Minister en aan de onderneming, organisatie of instelling. ACTIRIS. Section 5. — Subvention pour le plan de diversité approuvé Afdeling 5. — Subsidie voor het goedgekeurde diversiteitsplan er

  639. Art. 9. § 1 . Dans les limites des crédits budgétaires disponibles, Art. 9. § 1. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredie- ACTIRIS peut octroyer une subvention à l’entreprise, organisation ou ten kan ACTIRIS aan de onderneming, organisatie of instelling die institution qui dispose d’un plan de diversité approuvé en vertu de krachtens artikel 8, § 5 over een goedgekeurd diversiteitsplan beschikt, l’article 8, § 5, afin de soutenir les mesures et actions visées à l’article 6, na ondertekening van de overeenkomst als bedoeld in artikel 12, een § 1er, si elle en a fait la demande au moyen du formulaire visé à l’article subsidie toekennen ter ondersteuning van maatregelen en acties als 8, § 1er. bedoeld in artikel 6, § 1, indien ze een aanvraag in die zin heeft gedaan op het formulier als bedoeld in artikel 8, § 1. La subvention n’est accordée qu’à titre de co-financement et à De subsidie wordt alleen toegekend als medefinanciering en bedraagt concurrence de 10.000 EUR maximum. maximum 10.000 EUR. Seule la moitié des frais liés au développement, à la mise en œuvre et Maximum de helft van de kosten verbonden aan de ontwikkeling, au suivi du plan de diversité est éligible pour une subvention tenuitvoerlegging en opvolging van het diversiteitsplan komt voor een conformément au présent arrêté. subsidie overeenkomstig dit besluit in aanmerking. § 2. Seuls les moyens de fonctionnement qui ont un rapport direct § 2. Alleen werkingsmiddelen die een rechtstreeks verband vertonen avec le développement, la mise en œuvre et le suivi du plan de diversité met de ontwikkeling, tenuitvoerlegging en opvolging van het diversi- entrent en ligne de compte pour une subvention, dans la mesure où ils teitsplan, komen voor een subsidie in aanmerking, in de mate dat ze sont employés à cette fin, pour une durée maximale de vingt-quatre daartoe worden aangewend, met een maximum van vierentwintig mois. maanden. Ne sont notamment pas éligibles pour une subvention : Komen inzonderheid niet in aanmerking voor een subsidie : 1° les frais salariaux des travailleurs; 1° de loonkost van de werknemers; 2° l’acquisition de biens d’investissement généraux; 2° de aanschaf van algemene investeringsgoederen; 3° les frais réguliers de fonctionnement de l’entreprise, de l’orga- 3° de reguliere werkingskosten van de onderneming, de organisatie nisation ou de l’institution; of de instelling; 4° les leçons techniques, stages et formations réguliers que suit le 4° de reguliere technische lessen, stages en trainingen die de personnel de l’entreprise, organisation ou institution afin qu’ils personeelsleden van de onderneming, organisatie of instelling puissent exercer une fonction donnée de manière adéquate. volgen opdat ze een bepaalde functie op een geschikte wijze zouden uitoefenen.

  640. Art. 10. Le total des subventions octroyées pour les frais visés à Art. 10. Het totaal van de toegekende subsidies voor de kosten als l’article 9, § 2, de toute origine confondue, ne peut jamais dépasser le bedoeld in artikel 9, § 2, van om het even welke oorsprong, mag nooit total des dépenses des postes de frais relatifs au développement, à la de totale uitgaven van de kostenposten met betrekking tot de mise en œuvre et au suivi du plan de diversité. ontwikkeling, tenuitvoerlegging en opvolging van het diversiteitsplan overschrijden. Les interventions d’une autre origine dans les frais visés à l’article 9, Tussenkomsten van een andere oorsprong in de kosten als bedoeld in § 2, sont déduites de la subvention octroyée en vertu du présent arrêté. artikel 9, § 2 worden in mindering gebracht op de krachtens dit besluit toegekende subsidie.

  641. Art. 11. La subvention visée à l’article 9, § 1er, est liquidée en deux Art. 11. De subsidie als bedoeld in artikel 9, § 1 wordt in twee tranches : schijven vereffend : 1° une première partie, qui représente au maximum la moitié du 1° een eerste deel, dat maximum de helft vertegenwoordigt van het montant total de la subvention, à concurrence d’un montant de totaalbedrag van de subsidie, met een maximum van 5.000 EUR, 5.000 EUR maximum, sur la base d’une créance après signature op basis van een schuldvordering na ondertekening van de de la convention visée à l’article 12; overeenkomst als bedoeld in artikel 12; 2° une deuxième partie, qui représente le solde, et qui ne peut être 2° een tweede deel, dat het saldo vertegenwoordigt, en dat niet supérieure à la différence entre la première partie liquidée et le hoger kan zijn dan het verschil tussen het vereffende eerste deel montant total de la subvention. en het totaalbedrag van de subsidie. ACTIRIS paye la première partie visée au premier alinéa, sur la base ACTIRIS betaalt het eerste deel als bedoeld in het eerste lid uit op d’une déclaration de créance, dès que la convention visée à l’article 12, basis van een schuldvordering, zodra de overeenkomst als bedoeld in est notifiée à l’entreprise, organisation ou institution. artikel 12, is betekend aan de onderneming, organisatie of instelling. ACTIRIS paye la deuxième partie visée au premier alinéa, sur la base ACTIRIS betaalt het tweede deel als bedoeld in het eerste lid uit op d’une déclaration de créance, à condition que l’entreprise, organisation basis van een schuldvordering, op voorwaarde dat de onderneming, ou institution : organisatie of instelling : 1° démontre que la première tranche de la subvention est entière- 1° aantoont dat de eerste schijf van de subsidie volledig is uitgeput. ment consommée. La première tranche est entièrement Het eerste deel is volledig uitgeput wanneer de onderneming, consommée lorsque l’entreprise, organisation ou institution organisatie of instelling de besteding van het bedrag van dit peut justifier l’affectation du montant de cette première partie eerste deel aan aanvaarde kosten als bedoeld in artikel 9, § 2 kan de frais éligibles visés à l’article 9, § 2, sur base de justificatifs et, verantwoorden aan de hand van rechtvaardigingsstukken, en in le cas échéant, de factures et de preuves de paiement; voorkomend geval, van facturen en bewijzen van betaling; 2° remet un rapport d’activités qui comprend une évaluation 2° een activiteitenverslag met inbegrip van een eindbeoordeling finale concernant le développement, la mise en œuvre et le suivi over de ontwikkeling, tenuitvoerlegging en opvolging van het du plan de diversité et notamment les résultats du plan en diversiteitsplan en inzonderheid over de resultaten van het étapes visé à l’article 7, § 3, 2°, vingt-quatre mois après la stappenplan als bedoeld in artikel 7, § 3, 2° indient, vierentwintig réception de la première partie de la subvention. En outre, ledit maanden na de ontvangst van het eerste deel van de schuldvor- rapport démontrera comment et dans quelle mesure la structure dering. Tevens toont zij in genoemd verslag aan hoe en in welke porteuse visée à l’article 7, § 1er, a été impliquée dans chaque mate de dragende structuur als bedoeld in artikel 7, § 1 bij elk étape du développement, de la mise en œuvre et du suivi du stap in de ontwikkeling, tenuitvoerlegging en opvolging van het plan de diversité, ainsi que dans l’établissement dudit rapport. diversiteitsplan alsook bij de opmaak van genoemd verslag werd betrokken. ACTIRIS ne paye la deuxième partie : ACTIRIS betaalt het tweede deel slechts uit : 1° qu’après approbation de l’évaluation finale et dudit rapport 1° na goedkeuring van genoemde eindbeoordeling en genoemd d’activités par son comité de gestion; activiteitenverslag door zijn beheerscomité; MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39663 2° pour autant que l’entreprise, organisation ou institution res- 2° voor zover de onderneming, organisatie of instelling de bepalin- pecte les dispositions de la convention visée à l’article 12; gen van de overeenkomst als bedoeld in artikel 12 eerbiedigt; 3° pour autant que l’entreprise, organisation ou institution ne se 3° voor zover de onderneming, organisatie of instelling zich niet in trouve pas dans une circonstance visée à l’article 5. een van de omstandigheden bevindt als bedoeld in artikel 5. Le paiement est effectué dans un délai de soixante jours ouvrables De betaling wordt uitgevoerd binnen een termijn van zestig werk- après que tous les documents et pièces nécessaires aient été soumis. dagen nadat alle noodzakelijke documenten en stukken zijn voorge- legd. Lorsque ACTIRIS ne procède, en application des dispositions du Wanneer ACTIRIS met toepassing van de bepalingen van dit artikel présent article, qu’à un paiement partiel, il transmet à l’entreprise, slechts overgaat tot een gedeeltelijke uitbetaling, bezorgt hij de organisation ou institution, une lettre recommandée à la poste repre- onderneming, organisatie of instelling bij een ter post aangetekend nant le mode de calcul de ce paiement. schrijven de berekeningswijze ervan.

  642. Art. 12. Une convention, conclue en trois exemplaires entre le Art. 12. Een overeenkomst, in drievoud gesloten tussen de Minister, Ministre, ACTIRIS et une ou plusieurs personnes qui sont habilitées à ACTIRIS en een persoon of personen die gemachtigd is of gemachtigd engager l’entreprise, organisation ou institution, détermine les moda- zijn om de onderneming, organisatie of instelling te binden, bepaalt lités de paiement, d’utilisation, de traitement comptable, de sur- nader de modaliteiten voor betaling, aanwending, boekhoudkundige veillance et de remboursement éventuel de la subvention visée à verwerking, toezicht en eventuele terugbetaling van de subsidie als l’article 9, § 1er. bedoeld in artikel 9, § 1.

  643. Art. 13. Sauf dans les cas de force majeure, la subvention visée à Art. 13. Behoudens gevallen van overmacht wordt de subsidie als l’article 9, § 1er est remboursée : bedoeld in artikel 9, § 1 terugbetaald : 1° dans les cas visés à l’article 13 de la loi du 16 mai 2003 fixant les 1° in de gevallen als bedoeld in artikel 13 van de wet van dispositions générales applicables aux budgets, au contrôle des 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die subventions et à la comptabilité des communautés et des gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor régions, ainsi qu’à l’organisation du contrôle de la Cour des de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook comptes, et à l’article 94 de l’ordonnance organique du voor de organisatie van de controle door het Rekenhof, en in 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à artikel 94 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 la comptabilité et au contrôle; houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle; 2° dans les circonstances visées à l’article 5; 2° in de omstandigheden als bedoeld in artikel 5; 3° si l’entreprise, organisation ou institution donne délibérément 3° indien de onderneming, organisatie of instelling opzettelijk de faux renseignements qui ont une incidence sur le montant de verkeerde inlichtingen verstrekt die het bedrag van de subsidie la subvention; beïnvloeden; 4° si l’entreprise, organisation ou institution entrave la sur- 4° indien de onderneming, organisatie of instelling het toezicht veillance visée à l’article 33. verhindert als bedoeld in artikel 33. Les subventions indûment perçues visées au premier alinéa ou Onrechtmatig verkregen subsidies als bedoeld in het eerste lid of perçues en violation des dispositions du premier alinéa sont recouvrées subsidies verkregen in strijd met het bepaalde van het eerste lid worden ou déduites des montants dus à l’employeur. ACTIRIS peut confier le ingevorderd of ingehouden op de bedragen verschuldigd aan de recouvrement des sommes visées à l’Administration de la TVA et de werkgever. ACTIRIS kan de invordering van de bedoelde sommen aan l’Enregistrement et des Domaines. Ladite Administration procède au het Bestuur van de BTW en van de Registratie en Domeinen, recouvrement conformément à l’article 3 de la loi domaniale du toevertrouwen. Bedoeld Bestuur gaat over tot invordering overeenkom- 22 décembre 1949. Les montants ainsi recouvrés sont remboursés à stig artikel 3 van de domaniale wet van 22 december 1949. De aldus ACTIRIS après déduction de frais éventuels. ingevorderde bedragen worden, na aftrek van de eventuele kosten, aan ACTIRIS terugbetaald. Section 6. — Evaluation du plan de diversité Afdeling 6. — Beoordeling van het diversiteitsplan

  644. Art. 14. Sur la base du rapport d’activités visé à l’article 11, troisième Art. 14. Op grond van het activiteitenverslag als bedoeld in arti- alinéa, 2°, et sans préjudice de l’intervention de son comité de gestion kel 11, derde lid, 2°, en onverminderd het optreden van zijn beheers- visé à l’article 11, quatrième alinéa, 1° en vue de payer la deuxième comité als bedoeld in artikel 11, vierde lid, 1° met het oog op het partie de la subvention visée à l’article 9, § 1er, ACTIRIS émet une uitbetalen van het tweede deel van de subsidie als bedoeld in artikel 9, évaluation finale sur le plan de diversité mis en œuvre. § 1, geeft ACTIRIS een eindbeoordeling van het uitgevoerde diversi- teitsplan. ACTIRIS transmet son évaluation finale favorable ou défavorable à ACTIRIS bezorgt het Bestuur deze gunstige dan wel ongunstige l’Administration. eindbeoordeling. Sans préjudice des dispositions du premier alinéa, l’entreprise, Onverminderd het bepaalde van het eerste lid vraagt de onderne- organisation ou institution demandera, le cas échéant, à ACTIRIS ming, organisatie of instelling desgewenst aan ACTIRIS een of meer d’effectuer une ou plusieurs évaluations intermédiaires du plan de tussentijdse beoordelingen van het diversiteitsplan dat zij ten uitvoer diversité qu’elle met en œuvre. Cette évaluation ou ces évaluations ne legt. Deze beoordeling of beoordelingen geven geen aanleiding tot een donnent pas lieu à un paiement anticipé de la deuxième partie de la vervroegde uitbetaling van het tweede deel van de subsidie als bedoeld subvention visée à l’article 9, § 1er, et n’ont pas d’incidence sur ce in artikel 9, § 1, noch beïnvloeden ze deze uitbetaling. paiement. CHAPITRE III. — Le label de diversité HOOFDSTUK III. — Diversiteitslabel re Section 1 . — Bénéficiaires Afdeling 1. — Begunstigden

  645. Art. 15. L’entreprise, organisation ou institution qui a reçu une Art. 15. De onderneming, organisatie of instelling die een gunstige évaluation finale favorable visée à l’article 14, premier alinéa, et qui ne eindbeoordeling als bedoeld in artikel 14, eerste lid heeft gekregen, en se trouve pas dans une des circonstances visées à l’article 13, peut, pour die zich niet in een van de omstandigheden bevindt als bedoeld in les implantations où le plan de diversité à été mis en œuvre, introduire artikel 13, kan voor de vestigingen waarin het diversiteitsplan werd une demande d’octroi du label de diversité auprès de l’Administration. uitgevoerd, een aanvraag tot toekenning van een diversiteitslabel indienen bij het Bestuur. Sans préjudice des dispositions de l’article 5, troisième alinéa, Onverminderd het bepaalde van artikel 5, derde lid, wordt de l’entreprise, organisation ou institution dont le plan de diversité, onderneming, organisatie of instelling waarvan een diversiteitsplan, approuvé sous quelque dénomination que ce soit, en vertu d’une onder gelijk welke benaming, goedgekeurd krachtens een reglemente- réglementation de quelque autorité que ce soit, a fait l’objet d’une ring van om het even welke andere overheid, na uitvoering voorwerp évaluation finale favorable, est assimilée de plein droit à une entreprise, is geweest van een gunstige eindbeoordeling krachtens genoemde organisation ou institution visée au premier alinéa. reglementering, van rechtswege gelijkgesteld met een onderneming, organisatie of instelling als bedoeld in het eerste lid. 39664 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD

  646. Art. 16. Les articles 3, 4 et 5, 1° jusqu’à 5° compris et 7° sont Art. 16. De artikelen 3, 4 en 5, 1° tot en met 5° en 7° zijn van d’application analogue à l’octroi du label de diversité. overeenkomstige toepassing voor de toekenning van het diversiteitsla- bel. Section 2 Afdeling 2 Conditions pour l’obtention du label de diversité Voorwaarden ter verkrijging van het diversiteitslabel

  647. Art. 17. § 1er. La demande d’obtention du label de diversité a fait Art. 17. § 1. De aanvraag ter verkrijging van het diversiteitslabel is l’objet d’un avis favorable du conseil d’entreprise ou du comité de voorafgaandelijk het voorwerp geweest van een gunstig advies door de prévention et de protection au travail pour l’entreprise, organisation ou ondernemingsraad of door het comité voor preventie en bescherming institution qui dispose d’un tel comité mais pas d’un conseil d’entre- op het werk voor de onderneming, organisatie of instelling die over een prise. La demande d’obtention du label de diversité est approuvée dergelijk comité maar niet over een ondernemingsraad beschikt. De préalablement par la structure porteuse visée à l’article 7, § 1er, premier aanvraag ter verkrijging van het diversiteitslabel wordt voorafgaande- alinéa, lorsque l’entreprise, organisation ou institution ne dispose ni lijk goedgekeurd door de dragende structuur als bedoeld in artikel 7, d’un conseil d’entreprise ni d’un comité de prévention et protection au § 1, eerste lid, indien de onderneming, organisatie of instelling over een travail. ondernemingsraad noch over een comité voor preventie en bescher- ming op het werk beschikt. § 2. La demande d’obtention du label de diversité comprend, le cas § 2. De aanvraag ter verkrijging van het diversiteitslabel omvat, in échéant, un plan de consolidation en diversité. voorkomend geval, een consolidatieplan aangaande diversiteit. Les dispositions de l’article 7, § § 1er et 2, § 3, 1° jusqu’à 3°, et § 4, 1° Het bepaalde van artikel 7, § § 1 en 2, § 3, 1° tot en met 3°, en § 4, 1° jusqu’à 3° sont d’application analogue à l’obtention du label de tot en met 3° is van overeenkomstige toepassing voor de verkrijging diversité. van het diversiteitslabel. Le plan de consolidation en diversité est introduit auprès d’ACTIRIS Het consolidatieplan aangaande diversiteit wordt ter goedkeuring pour approbation. A cet effet, l’entreprise, organisation ou institution ingediend bij ACTIRIS. De onderneming, organisatie of instelling utilise le formulaire, dont le modèle est arrêté par le Ministre, et qui est maakt hierbij gebruik van het formulier waarvan het model bepaald également disponible sous forme électronique. wordt door de Minister en dat eveneens elektronisch ter beschikking wordt gesteld. Les dispositions de l’article 8, § 1er, deuxième à cinquième alinéa, § 2, Het bepaalde van artikel 8, § 1, tweede tot en met vijfde lid, § 2, premier alinéa et deuxième alinéa, 1°, § 3, 2° et 3°, et § 4 hormis 1° et 2°, eerste lid en tweede lid, 1°, § 3, 2° en 3°, en § 4 behalve 1° en 2° is van sont d’application analogue à l’approbation d’un plan de consolidation overeenkomstige toepassing voor de goedkeuring van een consolida- en diversité. tieplan aangaande diversiteit. Si le plan de consolidation en diversité visé au précédent alinéa Indien het consolidatieplan aangaande diversiteit als bedoeld in het comporte des mesures, actions ou catégories de travailleurs visées à vorige lid maatregelen, acties of de categorieën werknemers bevat als l’article 7, § 3, 3° qui ne diffèrent pas essentiellement de celles qui font bedoeld in artikel 7, § 3, 3° die niet wezenlijk verschillen van deze die l’objet d’un plan de diversité approuvé précédemment en vertu de het voorwerp vormen van een eerder, krachtens artikel 8, § 5 l’article 8, § 5, l’entreprise, organisation ou institution motive les raisons goedgekeurd diversiteitsplan, motiveert de onderneming, organisatie de cette répétition. of instelling de reden van die herhaling. § 3. Sans préjudice des dispositions du § 2, sont annexés à la demande § 3. Onverminderd het bepaalde van § 2 worden aan de aanvraag ter d’obtention du label de diversité : verkrijging van het diversiteitslabel toegevoegd : 1° les statuts en vigueur de la personne morale; 1° de geldende statuten van de rechtspersoon; 2° une déclaration sur l’honneur de l’entreprise, organisation ou 2° een verklaring op eer vanwege de onderneming, organisatie of institution, signée par la personne ou les personnes habilitées à instelling, ondertekend door de persoon of de personen die ce faire au nom de ladite entreprise, organisation ou institution, gemachtigd is of zijn om zulks te doen namens deze, volgens selon laquelle : dewelke : a) les renseignements communiqués à l’occasion de l’introduc- a) de inlichtingen medegedeeld ter gelegenheid van het indie- tion de la demande sont exacts et complets; nen van de aanvraag juist en volledig zijn; b) les conditions visées à l’article 4 sont remplies; b) de voorwaarden als bedoeld in artikel 4, vervuld zijn; c) les conditions visées à l’article 5 sont remplies; c) de voorwaarden als bedoeld in artikel 5, vervuld zijn; er d) la structure porteuse visée au § 1 , est consultée à chacun d) de dragende structuur als bedoeld in § 1, bij elk van de des choix stratégiques et décisions opérationnelles concer- strategische keuzes en operationele beslissingen aangaande nant le développement, la mise en œuvre et le suivi de la de ontwikkeling, tenuitvoerlegging en opvolging van het politique de diversité; diversiteitsbeleid, wordt geraadpleegd; 3° une copie des labels déjà octroyés liés à la diversité, de toute 3° een afschrift van de reeds toegekende labels met betrekking tot origine confondue et sous quelque dénomination que ce soit. diversiteit van om het even welke oorsprong en onder gelijk welke benaming. Si l’Administration dispose déjà d’un ou de plusieurs documents ou Indien het Bestuur reeds over een of meer documenten of stukken als pièces visés au premier alinéa, ou peut en disposer par des canaux bedoeld in het eerste lid beschikt, of er over kan beschikken via vlot officiels aisément accessibles, ces documents ou pièces ne seront pas toegankelijke officiële kanalen, worden deze documenten of stukken annexés à la demande d’obtention du label de diversité. niet aan de aanvraag ter verkrijging van het diversiteitslabel toege- voegd. Si l’Administration dispose déjà d’un ou de plusieurs documents ou Indien het Bestuur reeds over een of meer documenten of stukken pièces, ou peut en disposer par des canaux officiels aisément accessi- beschikt, of er over kan beschikken via toegankelijke officiële kanalen, bles, en vertu desquels il est constaté que les conditions visées à l’article krachtens dewelke wordt vastgesteld dat de voorwaarden als bedoeld 5 sont remplies, cette partie de la déclaration sur l’honneur visée au in artikel 5 vervuld zijn, dient dit onderdeel van de verklaring op eer als premier alinéa, ne doit pas être complétée. bedoeld in het eerste lid, niet te worden ingevuld. Section 3. — Procédure pour l’obtention, la conservation Afdeling 3. — Procedure ter verkrijging en ter behoud van, ou la renonciation au label de diversité en ter verzaking aan het diversiteitslabel

  648. Art. 18. § 1er. L’entreprise, organisation ou institution qui souhaite Art. 18. § 1. De onderneming, organisatie of instelling die een obtenir un label de diversité, introduit, par écrit ou par voie électroni- diversiteitslabel wil verkrijgen, dient schriftelijk of elektronisch bij het que, une demande auprès de l’Administration. A cet effet, elle utilise le Bestuur een aanvraag in. Zij maakt hierbij gebruik van het formulier formulaire, dont le modèle est déterminé par le Ministre, et qui est waarvan het model bepaald wordt door de Minister en dat eveneens également disponible sous forme électronique. elektronisch ter beschikking wordt gesteld. Lorsque l’entreprise, organisation ou institution utilise la voie Wanneer de onderneming, organisatie of instelling kiest voor de électronique, elle introduit la version papier de la page du formulaire elektronisch weg, dient zij de papieren versie van de pagina waarop de visé au premier alinéa qui comporte la signature de l’entreprise, handtekening van de genoemde onderneming, organisatie of instelling organisation ou institution. voorkomt, van het in het eerste lid bedoelde formulier in. MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39665 La date de réception ou de la poste détermine l’ordre dans lequel les De ontvangstdatum of postdatum bepaalt de volgorde waarin de demandes seront analysées. aanvragen worden onderzocht. Le Ministre peut adapter le modèle du formulaire visé au premier De Minister kan het model van het formulier als bedoeld in het eerste alinéa. lid aanpassen. § 2. Dans les dix jours ouvrables à compter de la réception de la § 2. Binnen tien werkdagen te rekenen vanaf de ontvangst van de demande, l’Administration envoie un accusé de réception à l’entre- aanvraag bezorgt het Bestuur de onderneming, organisatie of instelling prise, organisation ou institution et lui communique par écrit si la een ontvangstbewijs en deelt het schriftelijk mee of de aanvraag al dan demande est recevable ou non, en lui signalant, le cas échéant, les niet ontvankelijk is, en wijst het in voorkomend geval op de ontbre- données manquantes ou les lacunes. Dans ce dernier cas, l’Administra- kende gegevens of tekortkomingen. In dat laatste geval brengt het tion informe l’entreprise, organisation ou institution dès que le dossier Bestuur, zodra dat het dossier volledig is, de onderneming, organisatie est complet. of instelling hiervan op de hoogte. La demande n’est recevable que lorsque : De aanvraag is slechts ontvankelijk indien : er 1° le formulaire de demande visé au § 1 est dûment complété, 1° het aanvraagformulier als bedoeld in § 1 volledig en deugdelijk daté, et signé par la personne ou les personnes habilitées à ce ingevuld en gedagtekend is, en ondertekend door de persoon of faire au nom de l’entreprise, organisation ou institution; de personen die gemachtigd is of zijn om zulks te doen namens de onderneming, organisatie of instelling; 2° les documents et pièces visés à l’article 17, § 2, premier alinéa et 2° de documenten en stukken als bepaald in artikel 17, § 2, eerste lid à l’article 17, § 3, sont joints; en in artikel 17, § 3 erbij gevoegd zijn; 3° le cas échéant, si un plan de consolidation en diversité visé à 3° in voorkomend geval, indien aan de aanvraag een consolidatie- l’article 17, § 2, deuxième alinéa est joint à la demande, celui-ci plan aangaande diversiteit als bedoeld in artikel 17, § 2, est suffisamment motivé conformément à ladite disposition. tweede lid, wordt toegevoegd, dit voldoende gemotiveerd is overeenkomstig bedoelde bepaling. § 3. Dans les quarante-cinq jours ouvrables à compter de la § 3. Binnen vijfenveertig werkdagen te rekenen vanaf de betekening notification de l’accusé de réception ou du caractère complet du dossier van het ontvangstbewijs of, in voorkomend geval, van de bevestiging visés au § 2, le Ministre arrête l’octroi ou le refus du label de diversité. van de volledigheid van het dossier als bedoeld in § 2, neemt de Minister een besluit houdende toekenning of weigering van het diversiteitslabel. Le Ministre notifie la décision à l’entreprise, organisation ou institu- De Minister betekent het besluit aan de onderneming, organisatie of tion. instelling. L’Administration reçoit une copie de la décision, ainsi que l’original Het Bestuur ontvangt een afschrift van het besluit alsook het du dossier. origineel van het dossier.

  649. Art. 19. Une convention, conclue en trois exemplaires entre le Art. 19. Een overeenkomst, in drievoud gesloten tussen de Minister Ministre et une ou plusieurs personnes qui sont habilitées à engager en een persoon of personen die gemachtigd is of gemachtigd zijn om de l’entreprise, organisation ou institution, détermine les modalités d’uti- onderneming, organisatie of instelling te binden, bepaalt nader de lisation du label de diversité. modaliteiten voor de aanwending van het diversiteitslabel. Le Ministre notifie un exemplaire de la convention visée au premier De Minister betekent een exemplaar van de overeenkomst als alinéa à l’entreprise, organisation ou institution. L’Administration bedoeld in het eerste lid aan de onderneming, organisatie of instelling. reçoit un exemplaire de la convention. ACTIRIS reçoit une copie de la Het Bestuur ontvangt een exemplaar van de overeenkomst. ACTIRIS convention. ontvangt een afschrift van de overeenkomst.

  650. Art. 20. L’entreprise, organisation ou institution informe l’Adminis- Art. 20. De onderneming, organisatie of instelling deelt het Bestuur tration par voie d’une lettre recommandée à la poste de la fusion, per ter post aangetekend schrijven mee dat zij het voorwerp is van scission ou transformation dont elle fait l’objet. fusie, splitsing of omzetting. L’Administration transmet ce courrier au Ministre. Si l’Administra- Het Bestuur maakt dit schrijven over aan de Minister. Indien het tion dispose d’un ou de plusieurs documents ou pièces qui démontrent Bestuur over een of meer documenten of stukken beschikt die op de manière irréfutable que l’entreprise, organisation ou institution fait onweerlegbare wijze aantonen dat de onderneming, organisatie of l’objet d’une fusion, scission ou conversion, elle peut en informer le instelling het voorwerp is van fusie, splitsing of omzetting, kan het Ministre de sa propre initiative. Bestuur op eigene beweging de Minister schriftelijk op de hoogte brengen. Le Ministre décide du maintien, du transfert ou du partage du label De Minister beslist over het behoud, de overdracht of de deling van de diversité en cas de fusion, scission ou transformation de l’entreprise, het diversiteitslabel in geval van fusie, splitsing of omzetting van de organisation ou institution. onderneming, organisatie of instelling.

  651. Art. 21. Les articles 18, § 3 et 19 sont d’application analogue au Art. 21. De artikelen 18, § 3 en 19 zijn van overeenkomstige maintien, transfert ou partage du label de diversité visé à l’article 20. toepassing voor het behoud, de overdracht of de deling van het diversiteitslabel als bedoeld in artikel 20.

  652. Art. 22. L’entreprise, organisation ou institution peut, à tout moment Art. 22. De onderneming, organisatie of instelling kan te allen tijde et en toute circonstance, signifier à l’Administration qu’elle renonce au en in alle omstandigheden per ter post aangetekend schrijven aan het label de diversité par voie d’une lettre recommandée à la poste. Bestuur afstand doen van een toegekend diversiteitslabel. Sont joints à la notification : Aan de kennisgeving worden toegevoegd : 1° une déclaration de renonciation, signée par la personne ou par 1° een afstandsverklaring, ondertekend door de persoon of de les personnes habilitées à ce faire au nom de l’entreprise, personen die gemachtigd is of zijn om zulks te doen namens de organisation ou institution; onderneming, organisatie of instelling; 2° une déclaration du conseil d’entreprise, ou, à défaut, du comité 2° een verklaring van de ondernemingsraad, of bij ontstentenis de prévention et de protection au travail, ou, à défaut, de la daarvan, van het comité voor preventie en bescherming op het structure porteuse visée à l’article 7, § 1er, premier alinéa, werk, of, bij ontstentenis daarvan, van de dragende structuur als confirmant la renonciation; bedoeld in artikel 7, § 1, eerste lid, die de afstand bevestigt; 3° la mention de la date à laquelle la renonciation prend effet. 3° de vermelding van de datum waarop de verzaking uitwerking heeft. L’Administration communique la renonciation au Ministre. Het Bestuur deelt de verzaking mede aan de Minister. 39666 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Section4. — Forme, utilisation et durée du label de diversité Afdeling 4. — Vorm, gebruik en duur van het diversiteitslabel

  653. Art. 23. Le Ministre détermine le modèle du label de diversité. Art. 23. De Minister bepaalt het model van het diversiteitslabel.

  654. Art. 24. Seule l’entreprise, organisation ou institution qui bénéficie Art. 24. Alleen de onderneming, organisatie of instelling die de de l’octroi visé à l’article 18, § 3, est en droit d’utiliser le label de toekenning als bedoeld in artikel 18, § 3 geniet, mag het diversiteitslabel diversité pendant sa période de validité. gebruiken gedurende zijn geldigheidsperiode.

  655. Art. 25. Le label de diversité octroyé par le Ministre conformément Art. 25. Het door de Minister overeenkomstig artikel 18, § 3 à l’article 18, § 3, est valable pour une durée de vingt-quatre mois à toegekende diversiteitslabel geldt voor een tijdvak van vierentwintig compter à partir de la notification de la décision d’octroi. maanden te rekenen vanaf de betekening van het besluit van toeken- ning. Section 5. — Renouvellement du label de diversité Afdeling 5. — Hernieuwing van het diversiteitslabel

  656. Art. 26. A la demande de l’entreprise, organisation ou institution qui Art. 26. Op verzoek van de onderneming, organisatie of instelling a reçu une évaluation finale favorable par ACTIRIS sur un plan de die door ACTIRIS een gunstige eindbeoordeling heeft gekregen van het consolidation en diversité, le label de diversité est renouvelé chaque consolidatieplan aangaande diversiteit, wordt het diversiteitslabel fois pour une période de vingt-quatre mois. hernieuwd, telkens voor vierentwintig maanden. L’entreprise, organisation ou institution introduit sa demande de Drie maanden voor de vervaldag van het diversiteitslabel dient de renouvellement auprès de l’Administration trois mois avant l’expira- onderneming, organisatie of instelling daartoe haar aanvraag in bij het tion du label de diversité. Bestuur.

  657. Art. 27. Les articles 17 à 25 sont d’application analogue au renou- Art. 27. De artikelen 17 tot en met 25 zijn van overeenkomstige vellement du label de diversité et au label de diversité renouvelé. toepassing voor de hernieuwing van het diversiteitslabel en op het hernieuwde diversiteitslabel. Section 6. — Retrait du label de diversité Afdeling 6. — Intrekking van het diversiteitslabel

  658. Art. 28. Le Ministre retire le label de diversité octroyé lorsque : Art. 28. De Minister trekt het toegekende diversiteitslabel in indien : 1° il a été octroyé sur base de déclarations fausses, incomplètes ou 1° het is toegekend op grond van verklaringen die vals, onvolledig inexactes; of onjuist zijn; 2° l’entreprise, organisation ou institution se trouve dans une des 2° de onderneming, organisatie of instelling zich in een van de circonstances visées aux articles 5, 1° à 5° et 13, 1° et 3°; omstandigheden bevindt als bedoeld in de artikelen 5, 1° tot 5° en 13, 1° en 3°; 3° l’entreprise, organisation ou institution entrave la surveillance 3° de onderneming, organisatie of instelling het toezicht verhindert visée à l’article 33. als bedoeld in artikel 33.

  659. Art. 29. S’il est constaté que l’utilisation du label de diversité par Art. 29. Indien wordt vastgesteld dat het gebruik van het diversi- l’entreprise, organisation ou institution ne respecte pas les dispositions teitslabel door de onderneming, organisatie of instelling niet voldoet du chapitre III, le Ministre l’informe des obligations qui lui incombent aan de bepalingen van hoofdstuk III, brengt de Minister deze per ter par voie de lettre recommandée à la poste. L’Administration reçoit une post aangetekend schrijven op de hoogte van de op haar rustende copie de cette lettre recommandée. verplichting om die bepalingen na te leven. Het Bestuur ontvangt een afschrift van dit aangetekend schrijven. L’entreprise, organisation ou institution dispose d’un délai de trente De onderneming, organisatie of instelling beschikt over een termijn jours ouvrables, à compter de la date de la lettre recommandée à la van dertig werkdagen, te rekenen vanaf het ter post aangetekend poste visée au premier alinéa, pour se mettre en ordre par rapport aux schrijven als bedoeld in het eerste lid, om zich in orde te stellen met de dispositions du chapitre III. A l’échéance de ladite période, elle en bepalingen van hoofdstuk III. Na afloop van de bedoelde periode toont fournit la preuve au Ministre par lettre recommandée à la poste. zij de Minister zulks per ter post aangetekend schrijven aan. Het L’Administration reçoit une copie de cette lettre recommandée. Bestuur ontvangt een afschrift van dit aangetekend schrijven.

  660. Art. 30. Si l’entreprise, organisation ou institution ne se met pas en Art. 30. Indien de onderneming, organisatie of instelling zich niet in ordre par rapport aux dispositions du chapitre III, ou si elle n’en fournit orde stelt met de bepalingen van hoofdstuk III, of indien dit onvol- pas une preuve suffisante, le Ministre retire le label de diversité octroyé. doende wordt aangetoond, trekt de Minister het toegekende diversi- teitslabel in.

  661. Art. 31. L’article 18, § 3 est d’application analogue au retrait du label Art. 31. Artikel 18, § 3 is van overeenkomstige toepassing voor de de diversité. intrekking van het diversiteitslabel.

  662. Art. 32. A partir du trentième jour après la publication de l’arrêté Art. 32. Vanaf de dertigste dag na de bekendmaking van het besluit portant retrait du label de diversité, le titulaire n’en fait plus aucun houdende intrekking van het diversiteitslabel maakt de houder er geen usage. gebruik meer van. CHAPITRE IV. — Surveillance HOOFDSTUK IV. — Toezicht

  663. Art. 33. Deux inspecteurs d’ACTIRIS désignés par le directeur Art. 33. Twee inspecteurs van ACTIRIS aangeduid door de directeur- général d’ACTIRIS sont chargés de surveiller le respect du présent generaal van ACTIRIS worden belast met het toezicht op de naleving arrêté. van dit besluit. CHAPITRE V. — Dispositions transitoires et finales HOOFDSTUK V. — Overgangs- en slotbepalingen

  664. Art. 34. § 1er. Le plan de diversité qui a été approuvé en date de Art. 34. § 1. Het diversiteitsplan dat op de datum van inwerkingtre- l’entrée en vigueur du présent arrêté en vertu de l’article 4 de ding van dit besluit goedgekeurd is krachtens artikel 4 van de l’ordonnance du 18 janvier 2001 portant organisation et fonctionnement ordonnantie van 18 januari 2001 houdende organisatie en werking van de l’Office régional bruxellois de l’Emploi, est présumé avoir été de Brusselse Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling, wordt approuvé conformément aux dispositions du présent arrêté. geacht goedgekeurd te zijn in overeenstemming met het bepaalde van dit besluit. § 2. Le plan de diversité qui a été approuvé en date de l’entrée en § 2. Het diversiteitsplan dat op de datum van inwerkingtreding van vigueur du présent arrêté en vertu de l’article 4 de l’ordonnance du dit besluit goedgekeurd is krachtens artikel 4 van de ordonnantie van 18 janvier 2001 portant organisation et fonctionnement de l’Office 18 januari 2001 houdende organisatie en werking van de Brusselse régional bruxellois de l’Emploi, et ayant reçu une évaluation finale Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling, en een gunstige eindbe- favorable, est présumé avoir été favorablement évalué conformément à oordeling heeft gekregen, wordt geacht gunstig beoordeeld te zijn l’article 14, premier alinéa du présent arrêté. overeenkomstig artikel 14, eerste lid van dit besluit. MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39667 § 3. La demande d’approbation d’un plan de diversité qui, en vertu § 3. De aanvraag tot goedkeuring van een diversiteitsplan die de l’article 4 de l’ordonnance du 18 janvier 2001 portant organisation et krachtens artikel 4 van de ordonnantie van 18 januari 2001 houdende fonctionnement de l’Office régional bruxellois de l’Emploi, a été organisatie en werking van de Brusselse Gewestelijke Dienst voor introduite et concernant laquelle aucune décision n’a encore été prise Arbeidsbemiddeling die ingediend is en waarover nog geen beslissing quant à son approbation à la date de l’entrée en vigueur du présent omtrent de goedkeuring werd genomen op datum van inwerkingtre- arrêté, sera traitée conformément aux dispositions du présent arrêté. ding van dit besluit, zal worden behandeld in overeenstemming met de bepalingen van dit besluit.

  665. Art. 35. Le Ministre ayant l’Emploi dans ses attributions est chargé Art. 35. De Minister bevoegd voor Tewerkstelling is belast met de de l’exécution du présent arrêté. uitvoering van dit besluit. Bruxelles, le 7 mai 2009. Brussel, 7 mei 2009. Le Ministre-Président du Gouvernement de la Région de Bruxelles- De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering belast Capitale chargé des Pouvoirs locaux, de l’Aménagement du Terri- met Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en toire, des Monuments et Sites, de la Rénovation Urbaine, du Landschappen, Stadsvernieuwing, Huisvesting, Openbare Netheid Logement, de la Propreté publique et de la Coopération au dévelop- en Ontwikkelingssamenwerking, pement, Ch. PICQUE Ch. PICQUE Le Ministre du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering belast met chargé de l’Economie, de l’Emploi et de la Recherche Scientifique, Economie, Werkgelegenheid en Wetenschappelijk Onderzoek, B. CEREXHE B. CEREXHE * MINISTERE MINISTERIE DE LA REGION DE BRUXELLES-CAPITALE VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST [S − C − 2009/31275] [S − C − 2009/31275] Arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale portant Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende benoe- nomination de l’inspecteur général de l’Agence régionale pour la ming van de inspecteur-generaal van het Gewestelijk Agentschap Propreté en charge de la politique commerciale voor Netheid, belast met het commercieel beleid Par arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du Bij besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 7 mei 2009 7 mai 2009, M. Paul Vanholsbeeck est nommé inspecteur général de wordt de heer Paul Vanholsbeeck benoemd als inspecteur-generaal van l’Agence régionale pour la Propreté en charge de la politique commer- het Gewestelijk Agentschap voor Netheid, belast met het commercieel ciale. Cette nomination prend effet au premier septembre 2009. beleid. Deze benoeming treedt in werking op 1 september 2009. Cette décision peut faire l’objet d’un recours en annulation adressé à Tegen deze beslissing kan een beroep tot nietigverklaring worden la section d’administration du Conseil d’Etat endéans les soixante jours aangetekend dat moet worden gericht aan de afdeling administratie de la présente publication. La requête doit être envoyée au Conseil van de Raad van State binnen zestig dagen vanaf de datum van deze d’Etat, rue de la Science 33, 1040 Bruxelles, sous pli recommandé à la bekendmaking. Het verzoekschrift moet bij een ter post aangetekend poste. schrijven worden verstuurd naar de Raad van State, Wetenschaps- straat 33, te 1040 Brussel. * MINISTERE MINISTERIE DE LA REGION DE BRUXELLES-CAPITALE VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST [C − 2009/31277] [C − 2009/31277] Arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale portant Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende benoe- nomination de l’inspecteur général de l’Agence régionale pour la ming van de inspecteur-generaal van het Gewestelijk Agentschap Propreté en charge de la politique du traitement voor Netheid, belast met het afvalverwerkingsbeleid Par arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du Bij besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 7 mei 2009 7 mai 2009, M. Philippe Debry est nommé inspecteur général de wordt de heer Philippe Debry benoemd als inspecteur-generaal van het l’Agence régionale pour la Propreté en charge de la politique du Gewestelijk Agentschap voor Netheid, belast met het afvalverwerkings- traitement. Cette nomination prend effet au premier juin 2009. beleid. Deze benoeming treedt in werking op 1 juni 2009. Cette décision peut faire l’objet d’un recours en annulation adressé à Tegen deze beslissing kan een beroep tot nietigverklaring worden la section d’administration du Conseil d’Etat endéans les soixante jours aangetekend dat moet worden gericht aan de afdeling administratie de la présente publication. La requête doit être envoyée au Conseil van de Raad van State binnen zestig dagen vanaf de datum van deze d’Etat, rue de la Science 33, 1040 Bruxelles, sous pli recommandé à la bekendmaking. Het verzoekschrift moet bij een ter post aangetekend poste. schrijven worden verstuurd naar de Raad van State, Wetenschaps- straat 33, te 1040 Brussel. * MINISTERE MINISTERIE DE LA REGION DE BRUXELLES-CAPITALE VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST [C − 2009/31278] [C − 2009/31278] Service d’Incendie et d’Aide médicale urgente Brusselse Hoofdstedelijke Dienst de la Région de Bruxelles-Capitale voor Brandweer en Dringende Medische Hulp Par l’arrêt n° 189.121 du 8 avril 2009, le Conseil d’Etat, section du Bij arrest nr. 189.121 van 8 april 2009, heeft de Raad van Staat, contentieux administratif, VIIIème chambre, a annulé l’arrêté du afdeling bestuursrechtspraak, VIIIste kamer vernietigd het Besluit van Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 10 avril 2008 de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 10 april 2008 houdende portant nomination de M. Axel Simonart au grade de major au Service vaststelling van de benoeming van de heer Axel Simonart in de graad d’Incendie et d’Aide médicale urgente de la Région de Bruxelles- van majoor bij de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Capitale. Dringende Medische Hulp. 39668 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD AVIS OFFICIELS — OFFICIELE BERICHTEN CONSEIL D’ETAT RAAD VAN STATE [2009/18206] [2009/18206] Avis prsecrit par l’article 3quater de l’arrêté du Régent du 23 août 1948 Bericht voorgeschreven bij artikel 3quater van het besluit van de déterminant la procédure devant la section du contentieux admi- Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor nistratif du Conseil d’Etat de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State La ville d’Andenne a demandé au Conseil d’Etat l’annulation de De stad Andenne heeft de Raad van State verzocht om de nietigver- l’arrêté royal du 2 février 2009 déterminant la délimitation territoriale klaring van het koninklijk besluit van 2 februari 2009 tot vaststelling des zones de secours et spécialement de son article 7. van de territoriale afbakening van de hulpverleningszones en inzon- derheid van artikel 7 ervan. Cet arrêté a été publié au Moniteur belge du 17 février 2009. Dit besluit is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 17 februari 2009. Cette affaire est inscrite au rôle sous le numéro G/A 192.054/VI- Deze zaak is ingeschreven onder het rolnummer G/A 192.054/VI- 18.174. 18.174. Pour le Greffier en chef, Voor de Hoofdgriffier, Chr. Stassart, Chr. Stassart, Secrétaire en chef. Hoofdsecretaris. STAATSRAT [2009/18206] Bekanntmachung, vorgeschrieben durch Artikel 3quater des Regentenerlasses vom 23. August 1948 zur Festlegung des Verfahrens vor der Verwaltungsstreitsachenabteilung des Staatsrates Die Stadt Andenne hat beim Staatsrat die Nichtigerklärung des königlichen Erlasses vom 2. Februar 2009 zur territorialen Abgrenzung der Hilfeleistungszonen und insbesondere dessen Artikel 7 beantragt. Dieser Erlass wurde im Belgischen Staatsblatt vom 17. Februar 2009 veröffentlicht. Die Sache wurde unter der Nummer G/A 192.054/VI-18.174 ins Geschäftsverzeichnis eingetragen. Für den Hauptkanzler, Chr. Stassart, Hauptsekretär. * CONSEIL D’ETAT RAAD VAN STATE [2009/18207] [2009/18207] Avis prescrit par l’article 3quater de l’arrêté du Régent du 23 août 1948 Bericht voorgeschreven bij artikel 3quater van het besluit van de déterminant la procédure devant la section du contentieux admi- Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor nistratif du Conseil d’Etat de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State La ville de Namur a demandé au Conseil d’Etat l’annulation de De stad Namen heeft de Raad van State verzocht om de nietigver- l’arrêté royal du 2 février 2009 déterminant la délimitation territoriale klaring van het koninklijk besluit van 2 februari 2009 tot vaststelling des zones de secours et spécialement de son article 7. van de territoriale afbakening van de hulpverleningszones en inzon- derheid van artikel 7 ervan. Cet arrêté a été publié au Moniteur belge du 17 février 2009. Dit besluit is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 17 februari 2009. Cette affaire est inscrite au rôle sous le numéro G/A 192.181/VI- Deze zaak is ingeschreven onder het rolnummer G/A 192.181/VI- 18.181. 18.181. Pour le Greffier en chef, Voor de Hoofdgriffier, Chr. Stassart, Chr. Stassart, Secrétaire en chef. Hoofdsecretaris. STAATSRAT [2009/18207] Bekanntmachung, vorgeschrieben durch Artikel 3quater des Regentenerlasses vom 23. August 1948 zur Festlegung des Verfahrens vor der Verwaltungsstreitsachenabteilung des Staatsrates Die Stadt Namur hat beim Staatsrat die Nichtigerklärung des königlichen Erlasses vom 2. Februar 2009 zur territorialen Abgrenzung der Hilfeleistungszonen und insbesondere dessen Artikel 7 beantragt. Dieser Erlass wurde im Belgischen Staatsblatt vom 17. Februar 2009 veröffentlicht. Die Sache wurde unter der Nummer G/A 192.181/VI-18.181 ins Geschäftsverzeichnis eingetragen. Für den Hauptkanzler, Chr. Stassart, Hauptsekretär. MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39669 BANQUE NATIONALE DE BELGIQUE NATIONALE BANK VAN BELGIE [S − C − 2009/03197] [S − C − 2009/03197] Système de liquidation de titres de la Banque Nationale de Belgique Effectenvereffeningsstelsel van de Nationale Bank van België Le Comité de direction délègue sa compétence d’approbation des Het Directiecomité delegeert haar bevoegdheid tot het goedkeuren nouvelles annexes et adaptations aux annexes existantes du règlement van de nieuwe bijlagen bij en wijzigingen aan de bestaande bijlagen bij du système de liquidation de titres de la Banque à deux membres du het reglement van het effectenvereffeningsstelsel van de Bank, aan twee personnel de la Banque agissant conjointement et figurant parmi la liste gezamenlijk handelende personeelsleden van de Bank die behoren tot de personnes suivantes : Mme A. Van den Berge, chef du département de volgende personen : Mevr. A. Van den Berge, Departementschef Marchés Financiers, M. Luc Janssens, chef du service Titres, M. Luc Financiële Markten, de heer Luc Janssens, Dienstchef Effecten, de Eicher (service Titres) et M. Jimmy Steenhout (service Titres). heer Luc Eicher (dienst Effecten) en de heer Jimmy Steenhout (dienst Effecten). Le Comité de direction délègue sa compétence de signer les Het Directiecomité delegeert haar bevoegdheid tot het ondertekenen conventions de service relatives aux nouveaux titres admis dans le van de overeenkomsten van dienstverlening betreffende de nieuwe système de liquidation de titres de la Banque à MM. Luc Janssens, Luc effecten die worden toegelaten in het effectenvereffeningsstelsel van de Eicher, Jimmy Steenhout et Marc Lejoly (service Titres), chacun Bank, aan de heren Luc Janssens, Luc Eicher, Jimmy Steenhout en Marc disposant du pouvoir d’engager seul la Banque par la signature de ces Lejoly (dienst Effecten). Elk van hen afzonderlijk heeft de macht om de contrats. Bank te verbinden door ondertekening van deze overeenkomsten. * COMMISSION BANCAIRE, FINANCIERE COMMISSIE VOOR HET BANK-, FINANCIE- ET DES ASSURANCES EN ASSURANTIEWEZEN [C − 2009/03198] [C − 2009/03198] Autorisation de fusion entre établissements de crédit (articles 30 et 31 Toestemming voor fusie tussen kredietinstellingen (artikelen 30 en de la loi du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle des 31 van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht établissements de crédit). — Avis de cession de portefeuilles de op de kredietinstellingen). — Bericht van overdracht van porte- crédits hypothécaires (article 53 de la loi du 4 août 1992 relative au feuilles van hypothecaire kredieten (artikel 53 van de wet van crédit hypothécaire) 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet) Conformément à l’article 30 de la loi du 22 mars 1993, le Comité de Overeenkomstig artikel 30 van de wet van 22 maart 1993, heeft het direction de la Commission bancaire, financière et des Assurances a directiecomité van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assu- autorisé la fusion par absorption, avec effet rétroactif au 1er jan- rantiewezen zijn toestemming verleend voor de fusie door overneming, vier 2009, du « BKCP Wallonie, rue des Croisiers 41, 5000 Namur », du met terugwerkende kracht per 1 januari 2009, van « BKCP Wallonie, rue « BKCP Noord, Dokter Armand Rubbensstraat 45, 9240 Zele », de la des Croisiers 41, 5000 Namur », « BKCP Noord, Dokter Armand « Federale Kas voor het Beroepskrediet, en abrégé : FKBK, Doornikse- Rubbensstraat 45, 9240 Zele », « Federale Kas voor het Beroepskrediet, straat 38, 8500 Kortrijk » et de la « West-Vlaamse Bank, en abrégé : verkort : FKBK, Doorniksestraat 38, 8500 Kortrijk », en van « West- WVB, Adriaan Willaertstraat 9, 8000 Brugge » par le « BKCP Brabant, Vlaamse Bank, verkort : WVB, Adriaan Willaertstraat 9, 8000 Brugge » boulevard du Régent 58, 1000 Bruxelles ». Les assemblées générales door « BKCP Brabant, Regentlaan 58, 1000 Brussel ». De buitengewone extraordinaires du 26 mai 2009 des sociétés concernées doivent se algemene vergaderingen van 26 mei 2009 van de desbetreffende prononcer sur cette fusion. vennootschappen moeten zich over de fusie nog uitspreken. Aux termes de l’article 31 de la loi du 22 mars 1993, toute cession Ingevolge artikel 31 van de wet van 22 maart 1993 is iedere entre établissements de crédit ou entre de tels établissements et d’autres overdracht tussen kredietinstellingen of tussen dergelijke instellingen institutions financières des droits et obligations résultant des opérations en andere in de financiële sector bedrijvige instellingen, van rechten en des établissements ou entreprises concernés et autorisée conformément verplichtingen die voortkomen uit verrichtingen van de betrokken à l’article 30 de ladite loi, est opposable aux tiers dès la publication au instellingen of ondernemingen, waarvoor toestemming is verleend Moniteur belge de l’autorisation du Comité de direction de la Commis- overeenkomstig artikel 30 van voornoemde wet, aan derden tegenstel- sion bancaire, financière et des Assurances. baar zodra de toestemming van het directiecomité van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt. Selon les dispositions de l’article 53 de la loi du 4 août 1992 relative Volgens de bepalingen van artikel 53 van de wet van 4 augustus 1992 au crédit hypothécaire, la cession des droits et obligations relatifs à la op het hypothecair krediet, wordt de overdracht van rechten en branche d’activité crédits hypothécaires est également opposable aux verplichtingen betreffende de activiteit hypothecaire kredieten even- tiers par l’effet de la présente publication. eens aan derden tegenstelbaar door deze bekendmaking. Bruxelles, le 19 mai 2009. Brussel, 19 mei 2009. Le Président, De Voorzitter, J.-P. SERVAIS J.-P. SERVAIS * SELOR SELOR BUREAU DE SELECTION DE L’ADMINISTRATION FEDERALE SELECTIEBUREAU VAN DE FEDERALE OVERHEID Recrutement. — Résultats Werving. — Uitslagen [2009/202413] [2009/202413] Sélection comparative de traducteur-réviseur néerlandais-français Vergelijkende selectie van Franstalige d’expression française. — Résultat vertaler-revisor Nederlands-Frans. — Uitslag La sélection comparative de traducteur-réviseur néerlandais-français De vergelijkende selectie van Franstalige vertaler-revisor Nederlands- (m/f) (niveau A), d’expression française, pour le SPF Intérieur Frans (m/v) (niveau A) voor de FOD Binnenlandse Zaken (AFG08865) (AFG08865) a été clôturée le 25 mai 2009. werd afgesloten op 25 mei 2009. Le nombre de lauréats s’élève à 21. Er zijn 21 geslaagden. 39670 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD SELOR SELOR BUREAU DE SELECTION DE L’ADMINISTRATION FEDERALE SELECTIEBUREAU VAN DE FEDERALE OVERHEID [2009/202414] [2009/202414] Sélection comparative de traducteur-réviseur néerlandais-français Vergelijkende selectie van Nederlandstalige d’expression néerlandaise. — Résultat vertaler-revisor Nederlands-Frans. — Uitslag La sélection comparative de traducteur-réviseur néerlandais-français De vergelijkende selectie van Nederlandstalige vertaler-revisor (m/f) (niveau A), d’expression néerlandaise, pour le SPF Intérieur Nederlands-Frans (m/v) (niveau A) voor de FOD Binnenlandse Zaken (ANG08865) a été clôturée le 25 mai 2009. (ANG08865) werd afgesloten op 25 mei 2009. Le nombre de lauréats s’élève à 18. Er zijn 18 geslaagden. * SERVICE PUBLIC FEDERAL JUSTICE FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE [C − 2009/09381] [C − 2009/09381] Ordre judiciaire. — Places vacantes Rechterlijke Orde. — Vacante betrekkingen — assesseur en application des peines effectif, spécialisé en matière — werkend assessor in strafuitvoeringszaken, gespecialiseerd in pénitentiaire, pour le ressort de la cour d’appel de Bruxelles : penitentiaire zaken, voor het rechtsgebied van het hof van 1 néerlandophone (à partir du 31 juillet 2009); beroep te Brussel : 1 Nederlandstalige (vanaf 31 juli 2009); — assesseur en application des peines suppléant, spécialisé — plaatsvervangend assessor in strafuitvoeringszaken, gespeciali- en réinsertion sociale, pour le ressort de la cour d’appel seerd in de sociale reïntegratie, voor het rechtsgebied van het hof d’Anvers : 1. van beroep te Antwerpen : 1. Cette place remplace une place publiée au Moniteur belge du Deze plaats vervangt een plaats gepubliceerd in het Belgisch Staats- 30 janvier 2009; blad van 30 januari 2009; — assesseur en application des peines suppléant, spécialisé — plaatsvervangend assessor in strafuitvoeringszaken, gespeciali- en matière pénitentiaire, pour le ressort de la cour d’appel seerd in penitentiaire zaken, voor het rechtsgebied van het hof d’Anvers : 1. van beroep te Antwerpen : 1. Cette place remplace une place publiée au Moniteur belge du Deze plaats vervangt een plaats gepubliceerd in het Belgisch Staats- 30 janvier 2009; blad van 30 januari 2009; — assesseur en application des peines suppléant, spécialisé en — plaatsvervangend assessor, gespecialiseerd in de penitentiaire matière pénitentiaire, pour le ressort de la cour d’appel de zaken, voor het rechtsgebied van het hof van beroep te Brussel : Bruxelles : 1 néerlandophone; 1 Nederlandstalige; — assesseur en application des peines suppléant, spécialisé — plaatsvervangend assessor in strafuitvoeringszaken, gespeciali- en réinsertion sociale, pour le ressort de la cour d’appel de seerd in de sociale reïntegratie, voor het rechtsgebied van het hof Liège : 1. van beroep te Luik : 1. Cette place remplace une place publiée au Moniteur belge du Deze plaats vervangt een plaats gepubliceerd in het Belgisch Staats- 16 mars 2009; blad van 16 maart 2009; — assesseur en application des peines suppléant, spécialisé — plaatsvervangend assessor in strafuitvoeringszaken, gespeciali- en réinsertion sociale, pour le ressort de la cour d’appel de seerd in de sociale reïntegratie, voor het rechtsgebied van het hof Mons : 1. van beroep te Bergen : 1. Cette place remplace une place publiée au Moniteur belge du Deze plaats vervangt een plaats gepubliceerd in het Belgisch Staats- 16 mars 2009. blad van 16 maart 2009. Toute candidature doit être adressée par lettre recommandée à la Elke kandidatuur moet bij een ter post aangetekend schrijven poste au « SPF Justice, Direction générale de l’Organisation judiciaire – worden gericht aan « FOD Justitie, Directoraat-Generaal Rechterlijke Service du Personnel – ROJ 211, boulevard de Waterloo 115, 1000 Bruxel- Organisatie – Dienst Personeelszaken – ROJ 211, Waterloolaan 115, les », dans un délai d’un mois à partir de ce jour. 1000 Brussel » binnen een termijn van één maand vanaf heden. * INSTITUT DE FORMATION JUDICIAIRE INSTITUUT VOOR GERECHTELIJKE OPLEIDING [C − 2009/09383] [C − 2009/09383] Recrutement d’un expert ICT (m/f) (niveau B) Aanwerving van een ICT-deskundige (m/v) (niveau B) L’Institut de formation judiciaire procédera prochainement au recru- Het Instituut voor gerechtelijke opleiding zal eerlang overgaan tot de tement d’un expert ICT (m/f) (niveau B). aanwerving van een ICT-deskundige (m/v) (niveau B). Le candidat retenu sera recruté soit sur la base d’une mise à De geselecteerde kandidaat zal aangeworven worden ofwel op basis disposition dans le cadre de la loi du 31 janvier 2007 (1) (s’il s’agit d’un van een terbeschikkingstelling in het kader van de wet van agent nommé à titre définitif), soit dans le cadre d’un contrat de travail 31 januari 2007 (1) (indien het gaat om een vastbenoemd personeelslid), à durée indéterminée. ofwel met een contract van onbepaalde duur. I. Conditions d’admissibilité I. Toelatingsvereisten Les candidats doivent : De kandidaten moeten: 1) être belge ou citoyen d’un autre Etat faisant partie de l’Espace 1) Belg zijn of burger van een andere Staat die deel uitmaakt van de économique européen ou de la Confédération suisse; Europese Economische Ruimte of van de Zwitserse Bondsstaat; 2) être de conduite irréprochable; 2) van onberispelijk gedrag zijn; 3) jouir des droits civils et politiques; 3) de burgerlijke en politieke rechten genieten; 4) pour les candidats masculins, avoir satisfait aux lois sur la milice; 4) voor de mannelijke kandidaten, voldaan hebben aan de dienst- plichtwetten; 5) être porteur d’un diplôme classé dans l’enseignement supérieur 5) houder zijn van een diploma van het hoger onderwijs van het de type court (p.ex. gradué ou bachelier); korte type (bijv. gegradueerde of bachelor); 6) posséder les aptitudes physiques requises. 6) de vereiste lichamelijke geschiktheid bezitten. MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39671 II. Description du cadre général II. Beschrijving van het algemeen kader L’Institut de formation judiciaire est un organe fédéral indépendant Het Instituut voor gerechtelijke opleiding is een onafhankelijk responsable de la conception et de la mise en œuvre de la politique federaal orgaan dat belast is met het ontwerpen en uitvoeren van het intégrale de développement et de formation pour les magistrats et les integraal ontwikkelings- en opleidingsbeleid voor de magistraten en de membres du personnel de l’ordre judiciaire afin de contribuer à une personeelsleden van de rechterlijke orde, ten einde bij te dragen tot een justice de qualité. kwaliteitsvolle justitie. III. Exigences de la fonction III. Functievereisten L’expert ICT est affecté à la division ICT de l’Institut de formation De ICT-deskundige komt terecht in de ICT-afdeling van het Instituut judiciaire. voor gerechtelijke opleiding. Il/elle conçoit et développe des applications informatiques sur la Hij/zij bedenkt en ontwikkelt informaticatoepassingen op basis van base d’analyses fonctionnelles et techniques préliminaires. Il/elle voorafgaande functionele en technische analyses. Hij/zij implemen- implémente les applications et informe et soutient les usagers à ce sujet. teert de toepassingen en informeert en ondersteunt de gebruikers Il/elle contrôle et teste les applications afin de repérer les erreurs ervan. Hij/zij controleert en test de toepassingen om er eventuele éventuelles. Il/elle rédige une documentation technique adéquate. fouten in te ontdekken. Hij/zij stelt adequate technische documentatie Il/elle assure la maintenance des applications existantes afin de les op. Hij/zij zorgt voor het onderhoud van de toepassingen om ze te améliorer ou adapter aux évolutions logicielles et matérielles. verbeteren of om ze aan te passen aan de evolutie binnen de soft- en hardware. Les compétences suivantes seront plus particulièrement prises en De volgende competenties zullen in het bijzonder in aanmerking compte : worden genomen: Compétences techniques : Technische competenties: — connaissance de bases de données; — kennis van databases; — connaissance de gestion de systèmes; — kennis van systeembeheer; — connaissance de matériel; — kennis van hardware; — connaissance de serveurs Web et de technologies Internet; — kennis van webservers en Internettechnologieën; — connaissance de Windows. — kennis van Windows. Compétences personnelles : Persoonlijke competenties: — bonne capacité analytique; — goed analytisch vermogen; — bonne faculté de résoudre des problèmes; — groot probleemoplossend vermogen; — capable de gérer le stress; — stressbestendig zijn; — travail efficace; — efficiënt kunnen werken; — esprit d’équipe. — in staat zijn in teamverband te werken. Une bonne connaissance de l’autre langue est un atout. Een goede kennis van de andere landstaal vormt een pluspunt. IV. Entrevue de sélection IV. Selectie-interview L’engagement se réalise sur la base de la réussite d’un test de De indienstneming gebeurt op basis van het slagen in een selectietest sélection consistant en une entrevue avec les directeur et directeur die bestaat in een interview door de directeur en de adjunct-directeur adjoint de l’Institut. van het Instituut. Cette entrevue consiste en une évaluation de la concordance du profil Tijdens het interview wordt geëvalueerd of het profiel van de du candidat avec les exigences de la fonction et de ses motivation et kandidaat overeenstemt met de functievereisten en wordt ook zijn intérêts pour le cadre général de travail. motivatie en interesse voor het algemeen werkkader getoetst. Préalablement à l’entretien de sollicitation, la direction peut procéder Voorafgaand aan het sollicitatiegesprek kan de directie een preselec- à une présélection des candidatures. tie maken van de ingezonden kandidaturen. V. Traitement et carrière V. Wedde en loopbaan L’agent mis à disposition conserve son statut, traitement et avanta- Het ter beschikking gesteld personeelslid behoudt zijn eigen statuut, ges. wedde en voordelen. L’agent qui est engagé sous contrat, bénéficie de l’échelle barémique Het personeelslid dat in dienst genomen wordt onder contract, geniet d’expert ICT (BI 1) auprès d’un greffe ou secrétariat de parquet, tout en de weddeschaal van ICT-deskundige (BI 1) bij een griffie of parketse- prenant en compte son ancienneté pécuniaire. cretariaat, met inachtneming van zijn geldelijke anciënniteit. Le traitement brut annuel d’un expert ICT avec 0 année d’ancienneté De jaarlijkse brutowedde voor een ICT-deskundige met 0 jaar est fixé actuellement à S 25.667,43 (c’est-à-dire, S 17.274,00 (100 %) anciënniteit bedraagt momenteel S 25.667,43 (of S 17.274,00 (100 %) multiplié par l’index actuel de 1,4859). vermenigvuldigd met de huidige index 1,4859). VI. Inscription VI. Inschrijving Les candidatures motivées et accompagnées d’une copie du diplôme De kandidaten dienen hun gemotiveerde sollicitatiebrief, vergezeld et d’un curriculum vitae doivent être adressées par courrier recom- van een kopie van het vereiste diploma en een curriculum vitae, tegen mandé à la poste, au plus tard le 16 juin 2009, au directeur de l’Institut uiterlijk 16 juni 2009, per aangetekend schrijven te richten aan de de formation judiciaire, avenue Louise 54, à 1050 Bruxelles. directeur van het Instituut voor gerechtelijke opleiding, Louizalaan 54, te 1050 Brussel. Notes Nota (1) Loi du 31 janvier 2007 sur la formation judiciaire et portant (1) Wet van 31 januari 2007 inzake de gerechtelijke opleiding en tot création de l’Institut de formation judiciaire, modifiée par la loi du oprichting van het Instituut voor gerechtelijke opleiding, gewijzigd bij 24 juillet 2008 (Moniteur belge des 2 février 2007 et 4 août 2008). de wet van 24 juli 2008 (Belgisch Staatsblad van 2 februari 2007 en 4 augustus 2008). 39672 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD INSTITUUT VOOR GERECHTELIJKE OPLEIDING INSTITUT DE FORMATION JUDICIAIRE [C − 2009/09382] [C − 2009/09382] Aanwerving van een management assistent (m/v) Recrutement d’un assistant au management (m/f) (graad administratief deskundige - niveau B) (grade d’expert administratif - niveau B) Het Instituut voor gerechtelijke opleiding zal eerlang overgaan tot de L’Institut de formation judiciaire procédera prochainement au recru- aanwerving van een management assistent (m/v) (graad administratief tement d’un assistant au management (m/f) (grade d’expert adminis- deskundige - niveau B). tratif - niveau B). De geselecteerde kandidaat zal aangeworven worden ofwel op basis Le candidat retenu sera recruté soit sur la base d’une mise à van een terbeschikkingstelling in het kader van de wet van disposition dans le cadre de la loi du 31 janvier 2007 (1) (s’il s’agit d’un 31 januari 2007 (1) (indien het gaat om een vastbenoemd personeelslid), agent nommé à titre définitif), soit dans le cadre d’un contrat de travail ofwel met een contract van onbepaalde duur. à durée indéterminée. I. Toelatingsvereisten I. Conditions d’admissibilité De kandidaten moeten : Les candidats doivent : 1) Belg zijn of burger van een andere Staat die deel uitmaakt van de 1) être belge ou citoyen d’un autre Etat faisant partie de l’Espace Europese Economische Ruimte of van de Zwitserse Bondsstaat; économique européen ou de la Confédération suisse; 2) van onberispelijk gedrag zijn; 2) être de conduite irréprochable; 3) de burgerlijke en politieke rechten genieten; 3) jouir des droits civils et politiques; 4) voor de mannelijke kandidaten, voldaan hebben aan de dienst- 4) pour les candidats masculins, avoir satisfait aux lois sur la milice; plichtwetten; 5) houder zijn van een diploma van het hoger onderwijs van het 5) être porteur d’un diplôme classé dans l’enseignement supérieur korte type (bijv. gegradueerde of bachelor); de type court (p.ex. gradué ou bachelier); 6) de vereiste lichamelijke geschiktheid bezitten. 6) posséder les aptitudes physiques requises. II. Beschrijving van het algemeen kader II. Description du cadre général Het Instituut voor gerechtelijke opleiding is een onafhankelijk L’Institut de formation judiciaire est un organe fédéral indépendant federaal orgaan dat belast is met het ontwerpen en uitvoeren van het responsable de la conception et de la mise en œuvre de la politique integraal ontwikkelings- en opleidingsbeleid voor de magistraten en de intégrale de développement et de formation pour les magistrats et les personeelsleden van de rechterlijke orde, ten einde bij te dragen tot een membres du personnel de l’ordre judiciaire afin de contribuer à une kwaliteitsvolle justitie. justice de qualité. III. Functievereisten III. Exigences de la fonction Basistaken Tâches de base De management assistent vervult zijn taak met het oog op de L’assistant au management remplit ses tâches en vue du soutien volledige administratieve en organisatorische ondersteuning van de administratif et organisationnel intégral du directeur dans le cadre directeur waarbij de volgende elementen van belang zijn : duquel importent les éléments suivants : — het creëren en samenstellen van managementinformatie en het — créer et constituer des informations managériales. Monter et opzetten en uitvoeren van acties en activiteiten. Regelen, voor- exécuter des actions et des activités. Régler, prévoir, planifier et, uitdenken, plannen en vooral blijven streven naar oplossingen en surtout, s’efforcer de trouver des solutions et des améliorations verbeteringen staat centraal; est primordial; — het actief deelnemen aan allerlei projectmatige activiteiten; — participer à toutes sortes d’activités de projets; — het bewaken van kwaliteitsdoelstellingen. — surveiller des objectifs de qualité. Voornaamste verantwoordelijkheden : Charges principales : — het ondersteunen van de directeur bij de uitvoering van haar — soutenir le directeur dans l’accomplissement de ses tâches; taken; — het zorgen voor een adequaat beheer en planning van de agenda — veiller à une gestion et planification adéquate de l’agenda et des en werkzaamheden van de directeur; activités du directeur; — het fungeren als eerste aanspreekpunt bij telefoongesprekken — fonctionner comme premier point de contact pour les entretiens voor de directie en de ontvangst van gasten; téléphoniques de la direction et l’accueil d’invités; — het zorg dragen voor het inboeken, behandelen en bewaken van — assurer l’inscription, le traitement et la surveillance du courrier (digitale) post; (électronique); — het voorbereiden van vergaderingen van het managementteam — préparer les réunions de l’équipe de management et veiller à leur en zorgen voor de organisatie ervan; organisation; — het notuleren van vergaderingen van het managementteam en — rédiger des PV de réunions de l’équipe de management et het bewaken van actiepuntenlijsten; assurer le suivi des listes des points d’action; — het voorbereiden en uitwerken van de rapportage door de — préparer et élaborer les comptes rendus du directeur; directeur; — het onderhouden van interne contacten met leden van het — entretenir des contacts internes avec les membres de l’équipe de managementteam en andere medewerkers; management et les autres collaborateurs; — het maken en uitwerken van overzichten en presentaties; — établir et élaborer des aperçus et des présentations; — het opzetten en onderhouden van een archiefsysteem; — établir et maintenir un système d’archivage; — het mede organiseren en coördineren van specifieke activiteiten — contribuer à organiser et à coordonner des activités spécifiques van het Instituut; de l’Institut; — het behandelen en organiseren van zendingen in het kader van — gérer et organiser des missions dans le cadre de la coopération de internationale samenwerking en uitwisseling; internationale et l’échange; — overige voorkomende werkzaamheden ter ondersteuning van de — autres activités éventuelles en vue du soutien du directeur. directeur. MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39673 Exigences de la fonction : Functievereisten : — plusieurs années d’expérience dans une fonction similaire; — meerdere jaren werkervaring in soortgelijke functie; — orienté client et solutions; — klant- en oplossingsgericht; — bonnes aptitudes à la communication; — goede communicatieve vaardigheden; — bon esprit analytique; — goed analytisch inzicht; — capable de gérer le stress; — stressbestendig zijn; — bonnes aptitudes à l’informatique et aux logiciels nécessaires — goede vaardigheid met computers en de benodigde software utilisés à l’Institut; toepassingen die op het Instituut worden gebruikt; — capable de prendre les bonnes décisions, prendre des initiatives, — de juiste beslissingen kunnen nemen, initiatief nemen, goede bonne attitude à l’égard du travail, motivation et engagement. werkhouding, gedrevenheid en betrokkenheid. Une bonne connaissance de l’autre langue et de l’anglais est un atout. Een goede kennis van de andere landstaal en het Engels vormt een pluspunt. IV. Entrevue de sélection IV. Selectie-interview L’engagement se réalise sur la base de la réussite d’un test de De indienstneming gebeurt op basis van het slagen in een selectietest sélection consistant en une entrevue avec les directeur et directeur die bestaat in een interview door de directeur en de adjunct-directeur adjoint de l’Institut. van het Instituut. Cette entrevue consiste en une évaluation de la concordance du profil Tijdens het interview wordt geëvalueerd of het profiel van de du candidat avec les exigences de la fonction et de ses motivation et kandidaat overeenstemt met de functievereisten en wordt ook zijn intérêts pour le cadre général de travail. motivatie en interesse voor het algemeen werkkader getoetst. Préalablement à l’entretien de sollicitation, la direction peut procéder Voorafgaand aan het sollicitatiegesprek kan de directie een preselec- à une présélection des candidatures. tie maken van de ingezonden kandidaturen. V. Traitement et carrière V. Wedde en loopbaan L’agent mis à disposition conserve son statut, traitement et avanta- Het ter beschikking gesteld personeelslid behoudt zijn eigen statuut, ges. wedde en voordelen. L’agent qui est engagé sous contrat, bénéficie de l’échelle barémique Het personeelslid dat in dienst genomen wordt onder contract, geniet d’expert administratif (BA 1) auprès d’un greffe ou secrétariat de de weddeschaal van administratief deskundige (BA 1) bij een griffie of parquet, tout en prenant en compte son ancienneté pécuniaire. parketsecretariaat, met inachtneming van zijn geldelijke anciënniteit. Le traitement brut annuel d’un expert administratif avec 0 année De jaarlijkse brutowedde voor een administratief deskundige met d’ancienneté est fixé actuellement à S 22.469,77 (c’est-à-dire, S 15.122,00 0 jaar anciënniteit bedraagt momenteel S 22.469,77 (of S 15.122,00 (100 %) multiplié par l’index actuel de 1,4859). (100 %) vermenigvuldigd met de huidige index 1,4859). VI. Inscription VI. Inschrijving Les candidatures motivées et accompagnées d’une copie du diplôme De kandidaten dienen hun gemotiveerde sollicitatiebrief, vergezeld et d’un curriculum vitae doivent être adressées par courrier recom- van een kopie van het vereiste diploma en een curriculum vitae, tegen mandé à la poste, au plus tard le 16 juin 2009, au directeur de l’Institut uiterlijk 16 juni 2009, per aangetekend schrijven te richten aan de de formation judiciaire, avenue Louise 54, à 1050 Bruxelles. directeur van het Instituut voor gerechtelijke opleiding, Louizalaan 54, te 1050 Brussel. Note Nota (1) Loi du 31 janvier 2007 sur la formation judiciaire et portant (1) Wet van 31 januari 2007 inzake de gerechtelijke opleiding en tot création de l’Institut de formation judiciaire, modifiée par la loi du oprichting van het Instituut voor gerechtelijke opleiding, gewijzigd bij 24 juillet 2008 (Moniteur belge des 2 février 2007 et 4 août 2008). de wet van 24 juli 2008 (B.S. van 2 februari 2007 en 4 augustus 2008). GOUVERNEMENTS DE COMMUNAUTE ET DE REGION GEMEENSCHAPS- EN GEWESTREGERINGEN GEMEINSCHAFTS- UND REGIONALREGIERUNGEN VLAAMSE GEMEENSCHAP — COMMUNAUTE FLAMANDE VLAAMSE OVERHEID [C − 2009/35492] Ruimtelijke ordening. — Gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratie- voorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater. — Bericht van goedkeuring ZOERSEL. — Het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Zoersel brengt ter kennis, overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en de latere wijzigingen, dat de door de gemeenteraad, in zitting van 15 december 2008 definitief vastgestelde stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en geschei- den lozing van afvalwater en hemelwater op 12 maart 2009 werd goedgekeurd door de bestendige deputatie. Deze stedenbouwkundige verordening ligt ter inzage bij de dienst Ruimtelijke Ordening, Handelslei 167, te 2980 Zoersel. 39674 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD ANNEXE au Moniteur belge du 2 juin 2009 − BIJLAGE tot het Belgisch Staatsblad van 2 juni 2009 UNIONS PROFESSIONNELLES — BEROEPSVERENIGINGEN CONSEIL D’ETAT [C − 2009/38035] Fédération royale des Unions professionnelles apicoles du Hainaut et Extensions, fédération d’unions professionnelles établie à Mons

  666. Article 7 de la loi du 31 mars 1898 Statuts - Unions professionnelles : 1920, n° 44 Dernière liste publiée : 2006, n° 38101 Révision des statuts Extrait des statuts publié conformément aux prescriptions de l’article 1er de l’arrêté du Régent du 23 août 1648 mettant en concordance la loi du 31 mars 1898 sur les unions professionnelles avec la loi du 23 décembre 1946 portant création du Conseil d’Etat. CHAPITRE Ier. — Dénomination, siège et objet de l’union

  667. Article 1er. Il est constitué une union professionnelle sous la dénomination de ″Fédération royale des Unions professionnelles apicoles du Hainaut″. Elle a son siège à Mons. Sa circonscription s’étend par définition au Hainaut et exceptionnellement aux provinces limitrophes.

  668. Article 2. Elle a pour objet l’étude, la protection et le développement des intérêts professionnels de ses membres et à cette fin elle s’occupera de répandre le goût de la culture des abeilles, de propager les bonnes méthodes, sans distinction d’école, de poursuivre la réalisation des mesures favorables à l’apiculture et de faire valoir ainsi une source de richesse importante. (...) CHAPITRE III. — Direction de l’union - Mode de nomination et pouvoirs des directeurs (...)

  669. Article 10. L’assemblée générale nomme le comité se composant d’un président, de deux vice-présidents, d’un secrétaire et d’un trésorier, complété de membres dont le nombre est fixé par l’assemblée générale et ne peut dépasser dix membres. Le secrétaire et le trésorier peuvent seuls être choisis en dehors des délégués des associations apicoles fédérées et, dans ce cas, ils n’auraient pas voix délibérative.

  670. Article 11. Les membres du comité sont nommés pour quatre ans à la majorité absolue des délégués présents ou représentés. Le comité est renouvelé par moitié tous les deux ans. Les membres sortants sont réélligibles. Le mandat est toujours révocable par l’assemblée générale. (...) Entériné par décision du Conseil d’Etat, VIe chambre, le 14 mai 2009. Pour le Greffier en Chef du Conseil d’Etat : V. SCHMITZ, greffier * CONSEIL D’ETAT [C − 2009/38041] Fédération des Unions professionnelles apicoles du Hainaut et Extensions, fédération d’unions professionnelles établie à Mons

  671. Article 7 de la loi du 31 mars 1898 Statuts - Unions professionnelles : 1920, n° 44 Dernière liste publiée : 2006, n° 38101 Composition du conseil de direction telle qu’elle ressort de l’assemblée générale du 26 février 2006 : Qualité Fonction exercée Membres en fonction Nationalité Age Lieu de résidence Profession du membre dans l’Union VANDEGHINSTE Etienne Belge 50 Ecaussinnes Fonctionnaire Effectif Président ARCQ Jean Belge 76 Jamioulx Retraité Effectif Vice-président HELBO François Belge 69 Roucourt Retraité Effectif Vice-président HAELTERMAN Ludwig Belge 67 Montigny-le-Tilleul Retraité Effectif Secrétaire DECROLY Christian Belge 60 Stambruges Fonctionnaire Effectif Trésorier Entériné par décision du Conseil d’Etat, VIe chambre, le 13 mai 2009. Pour le Greffier en chef du Conseil d’Etat : V. SCHMITZ, greffier MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39675 CONSEIL D’ETAT [C − 2009/38042] Chambre syndicale des Grossistes en Radio-Electricité, union professionnelle établie à Bruxelles

  672. Article 7 de la loi du 31 mars 1898 Statuts - Unions professionnelles : 1938, no 356 Dernière liste publiée : 1995, no 35 Dissolution volontaire L’assemblée générale du 30 octobre 1996 a décidé : 1° la dissolution volontaire de l’union professionnelle dénommée : Chambre syndicale des Grossistes en Radio-Electricité, établie à Bruxelles; 2° d’attribuer l’actif net de l’union à l’union professionnelle ″Chambre syndicale des Grossistes en Matériel électrique″. Entériné par décision du Conseil d’Etat, VIe chambre, le 13 mai 2009. Pour le Greffier en chef du Conseil d’Etat : V. SCHMITZ, greffier * CONSEIL D’ETAT [C − 2009/38037] Association nationale des Psychologues Praticiens universitaires Nationale Vereniging van de Praktiserende Universitaire Psychologen, union professionnelle établie Bruxelles

  673. Article 7 de la loi du 31 mars 1898 Statuts - Unions professionnelles : 1960, no 69 Dernière liste publiée : 1999, no 113 Composition du conseil directeur, telle qu’elle ressort des assemblées générales et des réunions du conseil directeur des 22 février 2000 et 6 février 2002 : Qualité Fonction exercée Membres en fonction Nationalité Age Lieu de résidence Profession du membre dans l’Union DEFRENNE Jacques Belge 57 Everberg Psychologue Effectif Président DELVAUX Chantal Belge 55 Bruxelles Psychologue Effectif Vice-présidente LEYN Guy Belge 52 Waterloo Psychologue Effectif Secrétaire général LEROY Geneviève Belge 52 Bruxelles Psychologue Effectif Secrétaire DONNAY Lucienne Belge 74 Bruxelles Psychologue Effectif Trésorière HOFFMANN Guy Belge 54 Bruxelles Psychologue Effectif Rapporteur HOFFMANN Elsa Belge 28 Bruxelles Psychologue Effectif Membre directeur CLAUS Sylvie Belge 28 Steenokkerzeel Psychologue Effectif Membre directeur Entériné par décision du Conseil d’Etat, VIe chambre, le 13 mai 2009. Pour le Greffier en chef du Conseil d’Etat : V. SCHMITZ, greffier 39676 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD CONSEIL D’ETAT [C − 2009/38040] Union professionnelle des Audiciens — Beroepsvereniging van de Audiciens, union professionnelle établie à Bruxelles

  674. Article 7 de la loi du 31 mars 1898 Statuts - Unions professionnelles : 1962, no 14 Dernière liste publiée : 2006, no 38112 Composition du conseil de direction, telle qu’elle ressort de l’assemblée générale du 27 février 2006 : Qualité Fonction exercée Membres en fonction Nationalité Age Lieu de résidence Profession du membre dans l’Union WITTEMANS Serge Belge 59 Ransart Audicien Effectif Président SCHILDERS Huguette Belge 50 Sint-Denijs-Westrem Audicien Effectif Vice-présidente HEYMANS Marc Belge 48 Braine-l’Alleud Audicien Effectif Vice-président WITTESAELE Luc Belge 59 Knokke Audicien Effectif Secrétaire NAESSENS Brigitte Belge 40 Saintes Audicien Effectif Secrétaire adjoint COBBAERT Eugène Belge 52 Meerbeke Audicien Effectif Trésorier VOS Christian Belge 54 Ham-sur-Heure Audicien Effectif Commissaire SCHLAG Guy Belge 63 Vreren Audicien Effectif Commissaire VERBRUGGE Katrien Belge 52 Diepenbeek Audicien Effectif Commissaire ROMBAUT Jan Belge 54 Sint-Niklaas Audicien Effectif Commissaire Entériné par décision du Conseil d’Etat, VIe chambre, le 13 mai 2009. Pour le Greffier en chef du Conseil d’Etat : V. SCHMITZ, greffier * CONSEIL D’ETAT [C − 2009/38043] Association des Technologues en Imagerie médicale, A.T.I.M., union professionnelle établie à La Louvière

  675. Article 7 de la loi du 31 mars 1898 Statuts - Unions professionnelles : 1985, n° 26 Dernière liste publiée : 1997, n° 170 Révision des statuts Extrait des statuts publié conformément aux prescriptions de l’article 1er de l’arrêté du Régent du 23 août 1648 mettant en concordance la loi du 31 mars 1898 sur les unions professionnelles avec la loi du 23 décembre 1946 portant création du Conseil d’Etat. CHAPITRE Ier. — Objet, dénomination et siège er

  676. Article 1 . Une union professionnelle francophone et indépendante est constituée pour le personnel paramédical des services d’Imagerie médicale. L’union porte la dénomination suivante : ″Association des Technologues en Imagerie médicale″ (A.T.I.M.).

  677. Article 2. L’union a pour objet l’étude, la protection et le développement des intérêts professionnels de ses membres.

  678. Article 3. L’activité de l’union s’étend au territoire belge.

  679. Article 4. Le siège de l’union est établi à 7100 La Louvière. CHAPITRE III. — Le bureau

  680. Article 13. L’union est dirigée par un ″bureau″ dont les membres sont élus par l’assemblée générale, à la majorité absolue parmi les membres effectifs. Ils sont au nombre de 6 minimum et de 10 maximum. Le mandat des membres du bureau est gratuit et a une durée de quatre ans. Il est renouvelable. (...)

  681. Article 14. Le bureau est composé au minimum : - d’un président; - d’un vice-président; - d’un trésorier; - d’un secrétaire; - d’un Council member ou d’un observer ISRRT; - d’un administrateur. Entériné par décision du Conseil d’Etat, VIe chambre, le 19 mai 2009. Pour le Greffier en Chef du Conseil d’Etat : V. SCHMITZ, greffier MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39677 CONSEIL D’ETAT [C − 2009/38034] Union professionnelle belge des Psychomotriciens francophones, union professionnelle établie dans la Région de Bruxelles-Capitale

  682. Article 7 de la loi du 31 mars 1898 Statuts - Unions professionnelles : 1989, n° 65. Dernière liste publiée : 2002, n° 16. Modifications aux statuts Extrait des statuts publié conformément aux prescriptions de l’article 1er de l’arrêté du Régent du 23 août 1948 mettant en concordance la loi du 31 mars 1898 sur les unions professionnelles avec la loi du 23 décembre 1946 portant création du Conseil d’Etat.

  683. Article 1er. Il est constitué une union professionnelle sous la dénomination de Union professionnelle belge des Psychomotriciens francophones. Son siège est situé dans la Région de Bruxelles-Capitale et pourra être déplacé dans tout autre lieu par décision de l’assemblée générale prise conformément à l’article 22 des présents statuts. Sa circonscription s’étend à la Belgique.

  684. Article 7. L’union est dirigée par un conseil composé de 5 personnes minimum et de 13 maximum dont un(e) président(e), un(e) vice-président(e), un(e) secrétaire, un(e) trésorier(e). (...) Entériné par décision du Conseil d’Etat, VIe chambre, le 14 mai 2009. Pour le Greffier en Chef du Conseil d’Etat : V. SCHMITZ, greffier * CONSEIL D’ETAT [C − 2009/38039] Union professionnelle belge des Psychomotriciens francophones, union professionnelle établie Bruxelles

  685. Article 7 de la loi du 31 mars 1898 Statuts - Unions professionnelles : 1989, no 65 Dernière liste publiée : 2002, no 16 Composition du conseil de direction, telle qu’elle ressort des assemblées générales des 2 mars 2002, 6 février 2004 et 18 février 2005 : Lieu Qualité Fonction exercée Membres en fonction Nationalité Age Profession de résidence du membre dans l’Union ALAIME Anne Belge 43 Bertrix Psychomotricienne Effectif Présidente YERNAUX Jean-Pierre Belge 52 Pont-à-Celles Psychomotricien- Effectif Vice-président Enseignant PAUNET Anne-Françoise Belge 46 Walcourt Psychomotricienne Effectif Secrétaire DENIS Marie-Luce Belge 46 Verviers Psychomotricienne Effectif Trésorière HENET Martine Belge 43 Villers-la-Ville Psychomotricienne Effectif Membre ISTACE Benoît Belge 59 Heusy Psychomotricien- Effectif Membre Enseignant HENROTTAY Clémence Belge 27 Aywaille Psychomotricienne Effectif Membre Entériné par décision du Conseil d’Etat, VIe chambre, le 13 mai 2009. Pour le Greffier en chef du Conseil d’Etat : V. SCHMITZ, greffier 39678 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD CONSEIL D’ETAT [C − 2009/38036] Union professionnelle des Métiers de la Montagne, union professionnelle établie à Nivelles

  686. Article 7 de la loi du 31 mars 1898 Statuts - Unions professionnelles : 1999, n° 105. Dernière liste publiée : 1999, n° 105. Modifications aux statuts Extrait des statuts publié conformément aux prescriptions de l’article 1er de l’arrêté du Régent du 23 août 1948 mettant en concordance la loi du 31 mars 1898 sur les unions professionnelles avec la loi du 23 décembre 1946 portant création du Conseil d’Etat.

  687. Article 1er. Il est constitué une union professionnelle sous la dénomination de Union professionnelle des Métiers de la Montagne. Elle a son siège dans l’arrondissement de Nivelles. Sa circonscription s’étend à l’ensemble du territoire belge.

  688. Article 4. Pour être membre effectif, il faut réunir les conditions suivantes : 1° (...). 2° Etre titulaire d’un brevet pédagogique délivré par le Ministère de la Communauté française (A.D.E.P.S.) dans l’une des disciplines sportives suivantes : alpinisme, escalade en falaise, escalade en salle, randonnée sportive, ski, spéléologie, canyoning, ou dans tout autre domaine déterminé par l’assemblée générale sur proposition du Conseil de direction. 3° Dans le cas de disciplines à caractère soit sportif soit sécuritaire non couvertes par des formations du Ministère de la Communauté française, être porteur d’un brevet délivré par l’Institut de Formation de l’UPMM ou par une fédération sportive agréée.

  689. Article 10. L’union est dirigée par un conseil de direction composé au minimum de 5 membres. Entériné par décision du Conseil d’Etat, VIe chambre, le 13 mai 2009. Pour le Greffier en Chef du Conseil d’Etat : V. SCHMITZ, greffier * CONSEIL D’ETAT [C − 2009/38038] Union professionnelle des Métiers de la Montagne, union professionnelle établie à Nivelles

  690. Article 7 de la loi du 31 mars 1898 Statuts - Unions professionnelles : 1999, no 105 Dernière liste publiée : 1999, no 105 Composition du conseil de direction, telle qu’elle ressort de l’assemblée générale du 8 février 2006 : Qualité Fonction exercée Membres en fonction Nationalité Age Lieu de résidence Profession du membre dans l’Union BEUKEN Charles Belge 49 Liège Conseiller en publicité Effectif Président PAULI Patrick Belge 43 Bruxelles Infographiste Effectif Secrétaire DERAMAIX Gabriel Belge 61 Céroux-Mousty Retraité Effectif Trésorier COLLETTE Francis Belge 64 Spa Retraité Effectif Directeur DEBACKER Léon Belge 59 Flémalle Retraité Effectif Directeur DEWEZ Arnaud Belge 41 Bruxelles Ingénieur agronome Effectif Directeur HOENRAET Etienne Belge 39 Bruxelles Technicien Effectif Directeur LEHNER Christophe Belge 31 Bruxelles Directeur sportif Effectif Directeur MORISOT Jean-Paul Belge 63 Manage Retraité Effectif Directeur Entériné par décision du Conseil d’Etat, VIe chambre, le 14 mai 2009. Pour le Greffier en chef du Conseil d’Etat : V. SCHMITZ, greffier MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39679 Careurop Occacenter, société anonyme PUBLICATIONS LEGALES Siège social : avenue Winston Churchill 69, bte 18, 1180 Uccle Numéro d’entreprise 0894.027.125 ET AVIS DIVERS Assemblée générale ordinaire du 26 juin 2009 WETTELIJKE BEKENDMAKINGEN EN VERSCHILLENDE BERICHTEN Les actionnaires sont invités à assister à l’assemblée générale ordi- naire qui se tiendra le 26 juin 2009, à 16 heures, au siège social de l’entreprise. Ordre du jour : 1. Rapport du conseil d’administration. 2. Approbation des comptes annuels. 3. Affectation des résultats. Annonces − Aankondigingen 4. Décharge aux administrateurs. 5. Divers. (Signé) M. Jean-Marie Defalque, administrateur délégué. SOCIETES − VENNOOTSCHAPPEN (23994) Caution mutuelle des Métiers et Négoces, SCRL, Peever International, naamloze vennootschap, rue Lambert Lombard 3, 4000 Liège Plaslaar 38, 2500 Lier R.P.M. 0402.342.439 RPR Mechelen 0455.560.597 M. le président prie les sociétaires d’assister à l’assemblée générale ordinaire qui se tiendra à Liège, rue Lambert Lombard 3 (Hôtel de Jaarvergadering op 25 juni 2009, om 16 uur, op de zetel. — Agenda : Copis), le lundi 15 juin 2009, à 11 heures. Eventuele verklaring m.b.t. art. 523 W. Venn. Verslag raad van bestuur. Goedkeuring jaarrekening. Bestemming resultaat. Kwijting bestuur- Ordre du jour : ders. Eventuele verklaringen i.v.m. art. 633 W. Venn. Allerlei. Zich te schikken naar de statuten. 1. Rapport de gestion. (23991) 2. Rapport du commissaire-réviseur. 3. Approbation des comptes annuels de l’exercice 2008. 4. Répartition du bénéfice. Descopa, naamloze vennootschap, 5. Décharge aux administrateurs et au commissaire-réviseur. Jan Van Rijswijcklaan 228, 2020 Antwerpen 6. Nomination d’administrateurs. RPR Antwerpen 0458.465.649 7. Divers. Pour prendre part à l’assemblée générale, se conformer, à l’article 16 des statuts. Jaarvergadering op 27 juni 2009, om 17 uur, op de zetel. — Agenda : (23995) Eventuele verklaring m.b.t. art. 523 W. Venn. Verslag raad van bestuur. Goedkeuring jaarrekening. Bestemming resultaat. Kwijting bestuur- ders. Eventuele verklaringen i.v.m. art. 633 W. Venn. Allerlei. Zich te Domaine de Thoricourt, société anonyme, schikken naar de statuten. rue de Silly 17, 7830 Silly (23992) Numéro d’entreprise 0434.889.996 Jawsie, besloten vennootschap met beperkte aansprakelijk, Les actionnaires sont invités à l’assemblée générale qui se tiendra au Bergstraat 73A, 9700 Oudenaarde siège, le 13 juin 2009, à 11 heures. — Ordre du jour : 1. Rapport du conseil d’administration. 2. Approbation des comptes annuels. 3. Décharge aux administrateurs. 4. Varia. Les actionnaires sont priés de se conformer aux statuts. Verslag van de buitengewone algemene vergadering van de (23996) BVBA Jawsie, met zetel aan de Bergstraat 73A, te 9700 Oudenaarde, gehouden op de zetel van de vennootschap op 20 mei 2009, om 16 uur. DEXIA SUSTAINABLE, sicav de droit belge, Dagorde : rue Royale 180, à 1000 Bruxelles – catégorie O.P.C.V.M. 1. Ontslag van Mevr. Lutgarde Van Bost, als zaakvoerster. Numéro d’entreprise : 0471.368.431 Akte wordt genomen van het ontslag van Mevr. Lutgarde Van Bost, wonende te 9700 Oudenaarde, Reytstraat 216, als zaakvoerster van de AVIS DE CONVOCATION BVBA Jawsie. A L’ASSEMBLEE GENERALE ORDINAIRE Décharge wordt haar verleend voor het door haar uitgeoefende mandaat. Les actionnaires de la société sont invités à assister à l’Assemblée Générale Ordinaire qui se tiendra le vendredi 19 juin 2009 à 15 heures, 2. Bevestiging samenstelling bestuur : en l’immeuble Dexia Tower, place Rogier 11 à 1210 Bruxelles, afin de Met onmiddellijke ingang zijn Peter Reynaert, wonende délibérer et de statuer sur l’ordre du jour suivant : Reytstraat 230, te Oudenaarde en Sonia de Smet, wonende Stedelos 1, te Oudenaarde de enige zaakvoerders de enige zaakvoerders van de 1) Lecture du rapport du Conseil d’Administration sur l’exercice BVBA Jawsie. clôturé au 31 mars 2009. De zaakvoerders, (get.) Peter Reynaert; Sonia De Smet. 2) Lecture du rapport du Commissaire sur l’exercice clôturé au (23993) 31 mars 2009. 39680 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 3) Approbation des comptes annuels de l’exercice clôturé au Le prospectus, le prospectus simplifié et les derniers rapports pério- 31 mars 2009. diques de Dexia Sustainable sont disponibles gratuitement au siège social de la société ou dans les agences des établissements mentionnés Proposition de décision : l’Assemblée approuve, globalement et par ci-dessus. compartiment, les comptes annuels de l’exercice clôturé au 31 mars 2009. Le Conseil d’Administration. (23997) 4) Affectation des résultats. Proposition de décision : l’Assemblée approuve, par compartiment, la proposition du Conseil d’Administration de la répartition du résultat DEXIA SUSTAINABLE, bevek naar Belgisch recht, pour l’exercice clôturé au 31 mars 2009. Koningsstraat 180, te 1000 Brussel categorie I.C.B.E. 5) Décharge aux Administrateurs et au Commissaire pour l’exercice clôturé au 31 mars 2009. Ondernemingsnummer : 0471.368.431 Proposition de décision : l’Assemblée donne décharge, globalement OPROEPINGSBERICHT et par compartiment, aux Administrateurs et au Commissaire pour VOOR DE GEWONE ALGEMENE VERGADERING l’exercice clôturé au 31 mars 2009. 6) Nominations statutaires. De aandeelhouders van de vennootschap worden uitgenodigd op de Gewone Algemene Vergadering die plaats zal vinden op vrijdag Proposition de décision : 19 juni 2009 om 15 uur in het gebouw Dexia Tower, Rogierplein 11, te 1210 Brussel om er te beraadslagen en te stemmen over de volgende l’Assemblée décide : agendapunten : - de renouveler les mandats de M. Johan Wuytack, Marc Vermeiren 1) Lezing van het verslag van de raad van bestuur voor het boekjaar et Wim Vermeir, de la société privée à responsabilité limitée “Muse- afgesloten op 31 maart 2009. nius”, administrateur indépendant, dont le représentant permanent est M. Wim Moesen et de la société anonyme Dexia Asset Management 2) Lezing van het verslag van de Commissaris voor het boekjaar Belgium, dont le représentant permanent est Me Helena Colle; afgesloten op 31 maart 2009. - de ne pas renouveler le mandat de M. Arnaud Delputz; 3) Goedkeuring van de jaarrekeningen voor het boekjaar afgesloten op 31 maart 2009. - de nommer en remplacement du mandat de M. Arnaud Delputz, M. Jan Vergote comme nouvel administrateur, sous réserve de l’appro- Voorstel tot beslissing : de Vergadering keurt de globale jaarrekening bation de la CBFA; alsook de jaarrekening van elk compartiment van het boekjaar afge- sloten op 31 maart 2009 goed. Le mandat des administrateurs ainsi nommés sera exercé à titre gratuit, à l’exception de celui de l’administrateur indépendant, dont la 4) Bestemming van het resultaat. rémunération est fixée à 2.000 EUR. Leurs fonctions prendront fin à Voorstel tot beslissing : de Vergadering keurt, per compartiment, het l’Assemblée Générale de 2010. voorstel van de raad van bestuur betreffende de bestemming van het - de renouveler le mandat du commissaire Deloitte Réviseurs resultaat van het per 31 maart 2009 afgesloten boekjaar goed. d’Entreprises/Bedrijfsrevisoren SC s.f.d. SCRL, ayant son siège social 5) Kwijting aan de Bestuurders en aan de Commissaris voor het Berkenlaan 8b, à 1831 Diegem, dont le représentant permanent est boekjaar afgesloten op 31 maart 2009. M. Maurice Vrolix. L’Assemblée fixe les émoluments du commissaire à 2.860 EUR (hors T.V.A.) par an par compartiment. Sa fonction prendra Voorstel tot beslissing : de Vergadering verleent kwijting, globaal en fin à l’Assemblée Générale de 2012. per compartiment, aan de Bestuurders en aan de Commissaris voor het boekjaar afgesloten op 31 maart 2009. Les actionnaires au porteur sont informés que pour être admis à l’Assemblée Générale Ordinaire, ils doivent déposer leurs actions cinq 6) Statutaire benoemingen. jours ouvrables avant la date de l’Assemblée au siège social de la société ou dans les agences des établissements assurant le service Voorstel tot beslissing : financier, à savoir : de Vergadering beslist : En Belgique : Dexia Banque Belqique SA, boulevard Pachéco 44, - om de mandaten van de heren Johan Wuytack, Marc Vermeiren en 1000 Bruxelles Wim Vermeir, van de BVBA “Musenius”, onafhankelijke bestuurder, vast vertegenwoordigd door de heer Wim Moesen, en van de naamloze Au grand-duché du Luxembourg : RBC Dexia Investor Services Bank vennootschap Dexia Asset Management Belgium, vast vertegenwoor- SA digd door Mevr. Helena Colle te hernieuwen; En France : RBC Dexia Investor Services Bank France - om het mandaat van de heer Arnaud Delputz niet te hernieuwen; En Suisse : RBC Dexia Investor Services Bank SA, Esch-sur-Alzette, - om ter vervanging van het mandaat van de heer Arnaud Delputz, succursale de Zurich de heer Jan Vergote te benoemen als nieuwe bestuurder, onder voor- En Allemagne : Marcard, Stein & C° AG behoud van goedkeuring van de CBFA; Deze mandaten zullen ten kosteloze titel worden uitgeoefend En Autriche : Kommunalkredit Depotbank AG behalve dat van de onafhankelijke bestuurder waarvan de bezoldiging En Suède : Skandinaviska Enskilda Banken AB is vastgesteld op 2.000 EUR. Hun functies zullen een einde nemen op de Gewone Algemene Vergadering van 2010. En Italie : IW Bank - om het mandaat van de commissaris ″Deloitte Bedrijfsrevisoren/ Les propriétaires d’actions nominatives doivent, dans le même délai, Réviseurs d’Entreprises″ BV o.v.v.e. CVBA, met zetel te Berkenlaan 8b, informer par écrit le Conseil d’Administration (c/o place Rogier 11- te 1831 Diegem, vertegenwoordigd door de heer Maurice Vrolix te DT 27/08, B-1210 Bruxelles) de leur intention d’assister à l’Assemblée hernieuwen. De Vergadering stelt zijn bezoldiging vast op 2.860 EUR et indiquer le nombre de titres pour lesquels ils entendent prendre part (zonder BTW) per jaar per compartiment. Zijn mandaat zal een einde au vote. nemen op de Algemene Vergadering van 2012. Les propriétaires d’actions dématérialisées doivent, dans le même De aandeelhouders aan toonder worden erop gewezen dat om te délai, déposer au siège social de la Société ou aux guichets des worden toegelaten tot de Vergadering zij uiterlijk vijf werkdagen vóór institutions susmentionnées, une attestation établie par le teneur de de datum van de Vergadering hun aandelen moeten neerleggen op de comptes agréé ou par l’organisme de liquidation constatant l’indispo- zetel van de Vennootschap of de hierna genoemde instellingen die de nibilité desdites actions jusqu’à la date de l’Assemblée. financiële dienst verzekeren of bij hun agentschappen : MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39681 In België : Dexia Bank België NV, Pachecolaan 44, 1000 Brussel 6. Nominations Statutaires. In Groothertogdom Luxemburg : RBC Dexia Investor Services Proposition du Conseil d’Administration : Bank SA. L’Assemblée décide : In Frankrijk : RBC Dexia Investor Services Bank France - de renouveler le mandat de M. Willy Lauwers, Marc Vermeiren, Johan Wuytack, de la société privée à responsabilité limitée “Muse- In Zwitserland : RBC Dexia Investor Services Bank SA, Esch-sur- nius“, dont le représentant permanent est M. Wim Moesen et de la Alzette, société anonyme Dexia Asset Management Belgium, dont le représen- tant permanent est Me Helena Colle. Bijkantoor te Zurich Le mandat des administrateurs ainsi nommés sera exercé à titre In Duitsland : Marcard, Stein & Co AG gratuit, à l’exception de celui de l’administrateur indépendant, dont la rémunération est fixée à 2.000 EUR. Leurs fonctions prendront fin à In Oostenrijk : Kommunalkredit Depotbank AG l’Assemblée Générale de 2010. In Zweden : Skandinaviska Enskilda Banken AB - de renouveler le mandat du commissaire Deloitte Réviseurs d’entreprises/Bedrijfsrevisoren SC s.f.d. SCRL, ayant son siège social In Italië : IW Bank Berkenlaan 8b à 1831 Diegem, dont le représentant permanent est M. Maurice Vrolix. L’Assemblée fixe les émoluments du commissaire à De eigenaars van aandelen op naam moeten, binnen dezelfde 2.860 EUR (hors T.V.A.) par an par compartiment. Sa fonction prendra periode, de raad van bestuur schriftelijk op de hoogte brengen fin à l’Assemblée générale de 2012. (c/o Rogierplein 11- DT 27/08, B-1210 Brussel) van hun intentie om de Vergadering bij te wonen en van het aantal effecten waarvoor ze van Les actionnaires sont informés que pour être admis à l’Assemblée, ils plan zijn aan de stemming deel te nemen. doivent déposer leurs actions au porteur au plus tard cinq jours ouvrables avant la date de l’Assemblée au siège social de la société ou De eigenaars van gedematerialiseerde aandelen moeten, binnen dans les agences des établissements assurant le service financier, à dezelfde termijn, op de maatschappelijke zetel van de Vennootschap of savoir : aan de loketten van de hierbovenvermelde instellingen, een attest En Belgique : Dexia Banque Belgique neerleggen dat opgesteld werd door de erkende rekeninghouder of vereffeningsinstelling en dat de onbeschikbaarheid van de boven- Au grand-duché de Luxembourg : RBC Dexia Investor Services Bank vermelde aandelen vaststelt tot de datum van de Vergadering. SA Het prospectus, het vereenvoudigd prospectus en de laatste perio- En France : RBC Dexia Investor Services Bank France dieke verslagen van Dexia Sustainable zijn gratis beschikbaar op de Les propriétaires d’actions dématérialisées doivent, dans le même maatschappelijke zetel van de vennootschap of aan de loketten van de délai, déposer au siège social de la Société ou aux guichets des bovenstaande instellingen. institutions susmentionnées, une attestation établie par le teneur de De raad van bestuur. comptes agréé ou par l’organisme de liquidation constatant l’indispo- (23997) nibilité desdites actions jusqu’à la date de l’Assemblée. Le prospectus, le prospectus simplifié et les derniers rapports pério- diques de Dexia Index sont disponibles gratuitement au siège social de DEXIA INDEX, sicav de droit belge - O.P.C.V.M., la société ou dans les agences des établissements mentionnés ci-dessus. rue Royale 180, 1000 Bruxelles Le Conseil d’Administration. (23998) Numéro d’entreprise : 0459.951.432 AVIS DE CONVOCATION DEXIA INDEX, bevek naar Belgisch recht - I.C.B.E., A L’ASSEMBLEE GENERALE ORDINAIRE Koningsstraat 180, 1000 Brussel Ondernemingsnummer : 0459.951.432 Les actionnaires sont invités à assister à l’Assemblée Générale Ordinaire de Dexia Index, sicav de droit belge, qui se tiendra le 19 juin 2009 à 11 heures, en l’immeuble Dexia Tower, Place Rogier 11, OPROEPINGSBERICHT 1210 Bruxelles pour délibérer sur l’ordre du jour suivant : VOOR DE GEWONE ALGEMENE VERGADERING 1. Lecture du rapport du Conseil d’Administration sur l’exercice De aandeelhouders worden uitgenodigd op de Gewone Algemene clôturé au 31 mars 2009. Vergadering van Dexia Index, bevek naar Belgisch recht, op 19 juni 2009 om 11 uur in het gebouw Dexia Tower, Rogierplein 11, 1210 Brussel, 2. Lecture du rapport du Commissaire sur l’exercice clôturé au om te beraadslagen over de volgende agendapunten : 31 mars 2009. 1. Lezing van het verslag van de raad van bestuur voor het boekjaar 3. Approbation des comptes annuels de l’exercice clôturé au afgesloten op 31 maart 2009. 31 mars 2009. 2. Lezing van het verslag van de commissaris voor het boekjaar afgesloten op 31 maart 2009. Proposition du Conseil d’Administration : L’Assemblée approuve, globalement et par compartiment, les comptes annuels de l’exercice 3. Goedkeuring van de jaarrekeningen voor het boekjaar afgesloten clôturé au 31 mars 2009. op 31 maart 2009. 4. Affectation des résultats. Voorstel van de raad van bestuur : De Vergadering keurt de globale jaarrekening alsook de jaarrekening van elk compartiment voor het Proposition du Conseil d’Administration : L’Assemblée approuve, boekjaar afgesloten op 31 maart 2009 goed. par compartiment, la proposition du Conseil d’Administration de la répartition du résultat pour l’exercice clôturé au 31 mars 2009. 4. Bestemming van het resultaat. Voorstel van de raad van bestuur : De Vergadering keurt, per 5. Décharge aux administrateurs et au commissaire pour l’exercice compartiment, het voorstel van de raad van bestuur betreffende de clôturé au 31 mars 2009. bestemming van het resultaat van het per 31 maart 2009 afgesloten boekjaar goed. Proposition du Conseil d’Administration : L’Assemblée donne décharge, globalement et par compartiment, aux administrateurs et au 5. Kwijting aan de bestuurders en aan de commissaris voor het commissaire pour l’exercice clôturé au 31 mars 2009. boekjaar afgesloten op 31 maart 2009. 39682 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Voorstel van de raad van bestuur : De Vergadering verleent kwijting, BELGIAN SHARES, sicav de droit belge, OPCVM globaal en per compartiment, aan de bestuurders en aan de commis- saris voor het boekjaar afgesloten op 31 maart 2009. Siège social : rue Guimard 18 à 1040 Bruxelles 6. Statutaire benoemingen. RPM 0447 641 538 Voorstel van de raad van bestuur : De Vergadering beslist : Avis de convocation à l’Assemblée générale ordinaire - om het mandaat te hernieuwen van de heren Willy Lauwers, Marc Vermeiren, Johan Wuytack, de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid « Musenius », vast vertegenwoordigd door de heer Les actionnaires sont invités à assister à l’Assemblée générale ordi- Wim Moesen en van de naamloze vennootschap Dexia Asset Manage- naire de Belgian Shares SA, sicav publique de droit belge, qui se tiendra ment Belgium, vast vertegenwoordigd door Mevr. Helena Colle. le jeudi 18 juin 2009, à 11 heures, au siège social, rue Guimard 18, à 1040 Bruxelles, pour délibérer et voter sur l’ordre du jour suivant : Deze mandaten zullen ten kosteloze titel worden uitgeoefend behalve dat van de onafhankelijke bestuurder waarvan de bezoldiging 1. Lecture du rapport du Conseil d’Administration sur l’exercice is vastgesteld op 2.000 EUR. Hun functies zullen een einde nemen op clôturé au 31 mars 2009. de Gewone Algemene Vergadering van 2010. - om het mandaat te hernieuwen van de commissaris ″Deloitte 2. Lecture du rapport du Commissaire sur l’exercice clôturé au Bedrijfsrevisoren/Réviseurs d’entreprises, BV o.v.v.e. CVBA″, met zetel 31 mars 2009. te Berkenlaan 8b, te 1831 Diegem, vertegenwoordigd door de heer Maurice Vrolix. De Vergadering stelt zijn bezoldiging vast op 2.860 EUR 3. Approbation des comptes annuels de l’exercice clôturé au (zonder BTW) per jaar per compartiment Zijn mandaat zal een einde 31 mars 2009. nemen op de Algemene Vergadering van 2012. Proposition du Conseil d’Administration : L’Assemblée approuve les De aandeelhouders worden erop gewezen dat om te worden toege- comptes annuels de l’exercice clôturé au 31 mars 2009. laten tot de Vergadering zij uiterlijk vijf werkdagen vóór de datum van de Vergadering hun aandelen aan toonder moeten neerleggen op de maatschappelijke zetel van de vennootschap of aan de loketten van de 4. Affectation des résultats. volgende instellingen belast met de financiële dienst, met name : Proposition du Conseil d’Administration : l’Assemblée approuve la In België : Dexia Bank België proposition du Conseil d’Administration de l’affectation du résultat pour l’exercice clôturé au 31 mars 2009. In het Groothertogdom van Luxemburg : RBC Dexia Investor Services Bank SA 5. Décharge aux administrateurs et au commissaire pour l’exercice In Frankrijk : RBC Dexia Investor Services Bank France clôturé au 31 mars 2009. De eigenaars van gedematerialiseerde aandelen moeten, binnen Proposition du Conseil d’Administration : l’Assemblée donne dezelfde termijn, op de maatschappelijke zetel van de Vennootschap of décharge aux administrateurs et au commissaire pour l’exercice clôturé aan de loketten van de hierbovenvermelde instellingen, een attest au 31 mars 2009. neerleggen dat opgesteld werd door de erkende rekeninghouder of vereffeningsinstelling en dat de onbeschikbaarheid van de boven- Les résolutions à l’ordre du jour de l’Assemblée seront adoptées si vermelde aandelen vaststelt tot de datum van de Vergadering. elles sont votées par la majorité des actionnaires présents ou repré- sentés. Chaque action dispose d’un droit de vote proportionnel à la Het prospectus, het vereenvoudigd prospectus en de laatste perio- partie du capital qu’elle représente, en comptant pour une voix l’action dieke verslagen van Dexia Index zijn gratis beschikbaar op de maat- représentant la quotité la plus faible et en ne tenant pas compte des schappelijke zetel van de vennootschap of aan de loketten van de fractions de voix. bovenstaande instellingen. De raad van bestuur. Les actionnaires sont informés que pour être admis à l’Assemblée, ils (23998) doivent déposer leurs actions au porteur au plus tard cinq jours ouvrables avant la date de l’Assemblée au siège social de la société ou auprès de la Banque Degroof SA, rue de l’Industrie 44 à 1040 Bruxelles. Les propriétaires d’actions dématérialisées doivent, dans le même Immo Van’s, société anonyme, délai, déposer au siège social de la Société ou au guichet de l’institution rue de Genleau 47, 1380 Lasne susmentionnée, une attestation établie par un teneur de comptes agréé ou par le teneur de comptes agréé centralisateur (Banque Degroof SA) Numéro d’entreprise 044.846.948 constatant l’indisponibilité des dites actions jusqu’à la date de l’Assem- blée. L’assemblée générale ordinaire est convoquée exceptionnellement le Les propriétaires d’actions nominatives doivent, dans le même délai, mardi 16 juin 2009, à 16 heures. informer par un écrit le conseil d’administration (C/O Banque Degroof Luxembourg, succursale de Bruxelles, rue Guimard 19, 3e étage, Ordre du jour : 1040 Bruxelles) de leur intention d’assister à l’assemblée et indiquer le nombre de titres pour lesquels ils entendent prendre part au vote. Examen et approbation des comptes. Décharge aux administrateurs. Le rapport annuel, le prospectus, le prospectus simplifié ainsi que les statuts sont disponibles gratuitement auprès de la Banque Degroof SA, Divers. rue de l’Industrie 44 à 1040 Bruxelles. Le conseil d’administration. Le Conseil d’Administration. (24131) (24132) MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39683 ABTS, naamloze vennootschap, BEDIAM, naamloze vennootschap, Tiensesteenweg 63, 3360 KORBEEK-LO De Reid 56, 2260 WESTERLO Ondernemingsnummer 0403.553.850 Ondernemingsnummer 0455.798.545 Uitnodiging tot een bijzondere algemene vergadering Algemene vergadering ter zetel op 17/06/2009 om 20 uur. Agenda : Jaarverslag. Goedkeuring jaarrekening. Bestemming resultaat. Kwijting De aandeelhouders en bestuurders worden hierbij uitgenodigd tot bestuurders. Divers. deelname aan een bijzondere algemene vergadering van de vennoot- (AOPC-1-9-05536/02.06) (24137) schap die zal gehouden worden op vrijdag 19 juni 2009 om 14 uur, in het kantoor van Notaris Dirk Luyten, te Mechelen, Liersesteenweg nummer 182, met als agenda : BABYLAND DISTRIBUTION, société anonyme, 1. Bespreking jaarverslag raad van bestuur met betrekking tot het avenue du Chêne Saint-Jean 3, 6041 GOSSELIES boekjaar 1 januari 2008 tot en met 31 december 2008; Numéro d’entreprise 0435.703.907 2. Bespreking verslag van de commissaris boekjaar 1 januari 2008 tot en met 31 december 2008; Assemblée générale annuelle se tiendra au siège social, le 16 juin 2009, à 19 heures. Ordre du jour : Rapport du conseil d’admi- 3. Bespreking en goedkeuring van de jaarrekening met betrekking tot nistration; Approbation des comptes annuels au 31 décembre 2008; het boekjaar 1 januari 2008 tot en met 31 december 2008; Affectation des résultats; Décharge aux administrateurs; Confirmation 4. Bestemming van het resultaat van het boekjaar 1 januari 2008 tot de mandats; Démission – nomination d’un administrateur; Divers. en met 31 december 2008; Dépôt des titres : se conformer aux statuts. (AOPC-1-9-05443/02.06) (24138) 5. Kwijting aan de bestuurders voor hun beleid tijdens het boekjaar 1 januari 2008 tot en met 31 december 2008; 6. Kwijting aan de commissaris boekjaar 1 januari 2008 tot en met BEFFERHOF, naamloze vennootschap, 31 december 2008; Befferdreef 15, 2820 BONHEIDEN 7. Varia. Ondernemingsnummer 0450.447.313 De aandeelhouders en bestuurders worden verzocht zich te voegen naar de statutaire bepalingen inzake deelname aan de algemene Algemene vergadering ter zetel op 19/06/2009 om 20 uur. Agenda : vergadering. Jaarverslag. Goedkeuring jaarrekening. Bestemming resultaat. Kwijting bestuurders. Diverse. De raad van bestuur. (AOPC-1-9-05523/02.06) (24139) (AXPC1905538/02.06) (24133) BOUWMATERIALEN HERMANS-VERMEULEN, APOLLONIA, naamloze vennootschap, naamloze vennootschap, Elisabethlaan 86, 8300 KNOKKE Langstraat 96, 2260 WESTERLO Ondernemingsnummer 0425.906.115 Ondernemingsnummer 0455.605.040 Algemene vergadering ter zetel op 22/06/2009 om 10 uur. Agenda : Algemene vergadering ter zetel op 17/06/2009 om 19 uur. Agenda : Jaarverslag. Goedkeuring jaarrekening. Bestemming resultaat. Kwijting Jaarverslag. Goedkeuring jaarrekening. Bestemming resultaat. Kwijting bestuurders. (Her)Benoemingen. Divers. bestuurders. Divers. (AOPC-1-9-01012/02.06) (24134) (AOPC-1-9-05534/02.06) (24140) ARIMAX, société anonyme, ″Breendonk Container Services″, rue Saint-Meurice 15, 6560 HANTES-WITHERIES afgekort : ″BCS″, naamloze vennootschap, Koningin Astridlaan 29, 2870 BREENDONK Numéro d’entreprise 0467.022.930 Ondernemingsnummer 0437.915.507 Assemblée générale ordinaire au siège social le 22/06/2009 à 11 heures. Ordre du jour : Comptes annuels arrêtés au 31 décembre De gewone algemene vergadering zal doorgaan te 1780 Wemmel, 2008. Rapport de Gestion du Conseil d’Administration. Rapport spécial Romeinsesteenweg 1022 op 22/06/2009 om 15 uur. Agenda : 1) Jaar- du Conseil d’Administration. Affectation du résultat. Décharge aux verslag raad van bestuur. 2. Verslag commissaris. 3. Goedkeuring jaar- Administrateurs. rekening per 31/12/2008. 4. Bijzonder verslag artikel 633 Wetboek van Vennootschappen. Eventuele vervroegde ontbinding van de vennoot- (AOPC-1-9-05470/02.06) (24135) schap, het netto-actief gedaald zijnde tot minder dan één vierde van het maatschappelijk kapitaal. 5. kwijting aan de bestuurders en aan de commissaris. 6. Diversen. ASPHALTCO, naamloze vennootschap (AOPC-1-9-05136/02.06) (24141) (Compagnie Générale des Asphaltes), Vilvoordelaan 92, 1830 MACHELEN Ondernemingsnummer 0400.456.184 ELU, naamloze vennootschap, Fruithoflaan 95, 2600 BERCHEM Ondernemingsnummer 0404.297.780 Algemene vergadering ter zetel op dinsdag 16/06/2009 om 14 uur. Agenda : Jaarverslag van de raad van bestuur. Verslag van de Commissaris-Revisor. Goedkeuring van de jaarrekening van het boek- Algemene vergadering ter zetel op 22/06/2009 om 16 uur. Agenda : jaar en aanwending van de resultaten. Kwijting aan bestuurders en Jaarverslag. Goedkeuring jaarrekening. Bestemming resultaat. Kwijting commissaris. Benoeming Commissaris-Revisor. Diversen. bestuurders. (Her)Benoemingen. Divers. (AOPC-1-9-05525/02.06) (24136) (AOPC-1-9-04008/02.06) (24142) 39684 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD FIMACO, naamloze vennootschap, IMMO DGL, naamloze vennootschap, Itegembaan 176, 2590 BERLAAR Leuvensesteenweg 169, 1930 ZAVENTEM Ondernemingsnummer 0442.636.239 Ondernemingsnummer 0477.815.169 Algemene vergadering ter zetel op 22/06/2009 om 14 uur. Agenda : Algemene vergadering ter zetel op 22/06/2009 om 19 uur. Agenda : 1. Verslag raad van bestuur. 2. Goedkeuring van de jaarrekening Jaarverslag. Goedkeuring jaarrekening. Bestemming resultaat. Kwijting per 31/12/2007. 3. Bestemming resultaat. 4. Kwijting bestuurders. bestuurders. Divers. 5. Vergoeding aandelenkapitaal. 6. Vergoeding bestuurders. 7. Her- (AOPC-1-9-05044/02.06) (24149) benoeming bestuurders. 8. Allerlei. (AOPC-1-9-03709/02.06) (24143) IMMO PROJECT INVESTMENT, naamloze vennootschap, Leuvensesteenweg 169, 1932 SINT-STEVENS-WOLUWE GUYMA INVEST, naamloze vennootschap, Langstraat 96, 2260 WESTERLO Ondernemingsnummer 0473.441.063 Ondernemingsnummer 0439.393.865 Algemene vergadering ter zetel op 22/06/2009 om 18 uur. Agenda : Jaarverslag. Goedkeuring jaarrekening. Bestemming resultaat. Kwijting Algemene vergadering ter zetel op 17/06/2009 om 14 uur. Agenda : bestuurders. Divers. Jaarverslag. Goedkeuring jaarrekening. Bestemming resultaat. Kwijting bestuurders. Divers. (AOPC-1-9-05045/02.06) (24150) (AOPC-1-9-05537/02.06) (24144) IMMOBILIERE DODERGUILDE, société anonyme, rue des Fripiers 15-17, Bloc 3 - local 307, 1000 BRUXELLES HAYAKU INDUSTRIES, naamloze vennootschap, R. Pelgrimslaan 101, 1702 GROOT-BIJGAARDEN Numéro d’entreprise 0450.005.962 Ondernemingsnummer 0426.152.375 En raison du quorum non atteint lors de la première assemblée, une deuxième assemblée ordinaire est convoquée le 22/06/2009 à 6 heures Algemene vergadering ter zetel op 22/06/2009 om 9 uur. Agenda : au siège social. Cette assemblée pourra valablement délibérer quelque Jaarverslag. Goedkeuring jaarrekening. Bestemming resultaat. Kwijting soit le nombre d’actions représentées. Ordre du jour : Rapport du C.A. bestuurders. Ontslagen -(her)Benoemingen. Divers. Approbation comptes annuels. Affectation résultats. Décharge adminis- (AOPC-1-9-02164/02.06) (24145) trateurs. Divers. (AOPC-1-9-05451/02.06) (24151) HET LIBERAAL HUIS, naamloze vennootschap, Sint-Aldegondiskaai 18-22, 2000 ANTWERPEN INDUSCABEL, société en commandite par actions, chaussée de Bruxelles 376C, 6040 JUMET (CHARLEROI) Ondernemingsnummer 0417.444.448 Numéro d’entreprise 0421.574.965 Algemene vergadering ter zetel op 22/06/2009 om 18 uur. Agenda : 1. opvolging art. 96,6° W. venn. Ivm continuïteit. 2. opvolging art. 523. Assemblée ordinaire au siège social le 19/06/2009 à 11 heures. Ordre 3. Voorlezing en goedkeuring jaarverslag R.v.B. 4. Goedkeuring van du jour : Rapport du C.A. Approbation comptes annuels. Affectation jaarrekening per 31/12/2008. 5. Goedkeuring voorstel tot resultaats- résultats. Décharge administrateurs. Divers. verwerking. 6. Kwijting aan de leden R.v.B. (AOPC-1-9-05499/02.06) (24152) (AOPC-1-9-02485/02.06) (24146) INGELTAX, besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, HOME FLOREAL, naamloze vennootschap, Gravinnestraat 1/1, 8770 INGELMUNSTER Buke 108, 9620 ZOTTEGEM Ondernemingsnummer 0892.355.260 Ondernemingsnummer 0474.363.652 De aandeelhouders worden uitgenodigd op de buitengewone alge- Algemene vergadering ter zetel op 22/06/2009 om 14 uur. Agenda : mene vergadering dewelke zal gehouden worden ten kantore van Jaarverslag. Goedkeuring jaarrekening. Bestemming resultaat. Kwijting Notaris Vlegels, Meulebekestraat 3, 8770 Ingelmunster (tel. 051/ bestuurders. Divers. 33.61.56 op maandag 22 juni 2009 om 9 u. 30 m. (AOPC-1-9-01203/02.06) (24147) Deze vergadering zal als dagorde hebben : 1. Wijziging van de naam H.B.S., Aktiengesellschaft, 2. Verslag van de zaakvoeder in toepassing van art. 287 Wetboek Heinrich-Bischoff-Strasse 36, 4731 EYNATTEN Vennootschappen Numéro d’entreprise 0442.982.271 3. Aanpassing maatschappelijk doel 4. Ontslag /benoeming van de zaakvoerder. Assemblée ordinaire au siège social le 19/06/2009 à 18 heures. Ordre du jour : Rapport du C.A. Approbation comptes annuels. Affectation 5. Volmacht voor coördinatie van statuten /administratieve formali- résultats. Décharge administrateurs. Nominations. Divers. teiten (AOPC-1-9-05531/02.06) (24148) (AOPC-1-9-05259/02.06) (24153) MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39685 IVOMA, naamloze vennootschap, PLANNING, société anonyme, Tongersesteenweg 145, 3770 RIEMST rue Beauchamp 3, 7780 COMINES Ondernemingsnummer 0449.718.130 Numéro d’entreprise 0412.684.223 Algemene vergadering ter zetel op 22/06/2009 om 14 uur. Agenda : Assemblée ordinaire au siège social le 22/06/2009 à 18 heures. Ordre Jaarverslag. Goedkeuring jaarrekening. Bestemming resultaat. Kwijting du jour : Rapport du C.A. Approbation comptes annuels. Affectation bestuurders. Divers. résultats. Décharge administrateurs. Nominations. Divers. (AOPC-1-9-03260/02.06) (24154) (AOPC-1-9-02162/02.06) (24160) MICRON, naamloze vennootschap, RENT A PPART, société anonyme, Hottonstraat 6, 8870 IZEGEM avenue Henri Hollevoet, 14/4, 1080 BRUXELLES Ondernemingsnummer 0420.340.095 Numéro d’entreprise 0465.741.738 Algemene vergadering op de zetel op 08/06/2009. Agenda : Verslag. Une seconde assemblée ordinaire se réunira au siège social le raad van bestuur. Goedkeuring van de jaarrekening. Bestemming 19/06/2009 à 19 heures. Ordre du jour : Rapport du C.A. Approbation resultaat. Kwijting aan de bestuurders. Diversen. comptes annuels. Affectation résultats. Décharge administrateurs. Nominations. Divers. (AOPC-1-9-05532/02.06) (24155) (AOPC-1-9-04215/02.06) (24161) MIGRAINE, naamloze vennootschap, ROOSENS, naamloze vennootschap, Vleminckstraat 13, 2000 ANTWERPEN Kerkstraat 10, 3920 LOMMEL Ondernemingsnummer 0463.830.244 Ondernemingsnummer 0433.159.636 Algemene vergadering ter zetel op 16/06/2009 om 20 uur. Agenda : Algemene vergadering ter zetel op 22/06/2009 om 10 uur. Agenda : Jaarverslag. Goedkeuring jaarrekening. Bestemming resultaat. Kwijting Jaarverslag. Goedkeuring jaarrekening. Bestemming resultaat. Kwijting bestuurders. Divers. bestuurders. Divers. (AOPC-1-9-05535/02.06) (24156) (AOPC-1-9-03324/02.06) (24162) MOENS SANIDAK, naamloze vennootschap, ROPAGI, naamloze vennootschap, Heide 1, 2870 PUURS Jozef De Blockstraat 57, 2830 WILLEBROEK Ondernemingsnummer 0417.774.743 Ondernemingsnummer 0444.127.564 Tweede algemene vergadering ter zetel op 19/06/2009 om 14 uur. Tweede algemene vergadering ter zetel op 19/06/2009 om 20 uur. Agenda : Jaarverslag. Goedkeuring jaarrekening. Bestemming resultaat. Agenda : Goedkeuring jaarrekening. Bestemming resultaat. Kwijting Kwijting bestuurders. Divers. bestuurders. (AOPC-1-9-05542/02.06) (24157) (AOPC-1-9-03926/02.06) (24163) MOLENHEIDE, naamloze vennootschap, STAR MEAL, naamloze vennootschap, Molenheidestraat 7, 3530 HOUTHALEN-HELCHTEREN Stap 6, 2230 HERSELT Ondernemingsnummer 0413.665.705 Ondernemingsnummer 0864.247.531 Algemene vergadering ter zetel op 22/06/2009 om 18 uur. Agenda : Algemene vergadering ter zetel op 22/06/2009 om 19 uur. Agenda : Jaarverslag. Goedkeuring jaarrekening. Bestemming resultaat. Kwijting Jaarverslag. Goedkeuring jaarrekening. Bestemming resultaat. Kwijting bestuurders. Divers. bestuurders. (Her)Benoemingen. Divers. (AOPC-1-9-00960/02.06) (24158) (AOPC-1-9-03306/02.06) (24164) PEPERMANS ANDRE, naamloze vennootschap, Toussaint Germay et Cie, société anonyme, Herman Vosstraat 46, 2830 WILLEBROEK rue de la Liberté 30, 4020 LIEGE Ondernemingsnummer 0449.941.131 Numéro d’entreprise 0402.402.520 Tweede algemene vergadering ter zetel op 19/06/2009 om 20 uur. Assemblée ordinaire au siège social le 18/06/2009 à 14 heures. Ordre Agenda : Goedkeuring jaarrekening. Bestemming resultaat. Kwijting du jour : Rapport du C.A. Approbation comptes annuels. Affectation bestuurders. résultats. Décharge administrateurs. Divers. (AOPC-1-9-03928/02.06) (24159) (AOPC-1-9-05533/02.06) (24165) 39686 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD VERA CRUZ, naamloze vennootschap, De houders van aandelen op naam die deze Algemene Vergadering Kolonel Begaultlaan 19, 3012 WILSELE wensen bij te wonen, moeten vijf volledige dagen vóór de Vergadering, aan de raad van bestuur door bemiddeling van FASTNET Ondernemingsnummer 0449.525.417 BELGIUM N.V. (Havenlaan 86C, bus 320, te 1000 Brussel), hun verlangen te kennen geven om de Algemene Vergadering bij te wonen. Algemene vergadering ter zetel op 22/06/2009 om 20 uur. Agenda : Een volmacht is ter beschikking van de aandeelhouders van de Jaarverslag. Goedkeuring jaarrekening. Bestemming resultaat. Kwijting Bevek. Deze kan schriftelijk aangevraagd worden op de maatschap- bestuurders. Divers. pelijke zetel van FASTNET BELGIUM NV (Havenlaan 86C, bus 320, te 1000 Brussel). De ingevulde volmacht moet voorgelegd worden op de (AOPC-1-9-01612/02.06) (24166) maatschappelijke zetel van FASTNET BELGIUM NV en dit ten laatste vijf volledige dagen voor de Gewone Algemene Vergadering. De punten die op de agenda van de vergadering staan, zullen zijn WIPADI, naamloze vennootschap, aangenomen indien ze door een gewone meerderheid van de aanwe- Balleistraat 1, 1790 AFFLIGEM zige of vertegenwoordigde aandeelhouders zijn goedgekeurd. Elk Ondernemingsnummer 0430.664.459 aandeel beschikt over stemrecht in overeenkomst met artikel 541 van het Wetboek van de vennootschappen. Het jaarverslag, en, indien gepubliceerd, het daaropvolgende Algemene vergadering ter zetel op 22/06/2009 om 20 uur. Agenda : halfjaarverslag, de prospectussen en de vereenvoudigde prospectussen Jaarverslag. Goedkeuring jaarrekening. Bestemming resultaat. Kwijting zijn kosteloos verkrijgbaar op de maatschappelijke zetel van de bestuurders. (Her)Benoemingen. Divers. Vennootschap of bij Fastnet Belgium NV (Havenlaan 86C, bus 320, te (AOPC-1-9-05375/02.06) (24167) 1000 Brussel) die instaat voor de financiële dienst. De raad van bestuur. APHILION Q2, openbare beleggingsvennootschap met veranderlijk kapitaal naar Belgisch recht instelling voor collectieve belegging DECEUNINCK, naamloze vennootschap in effecten (ICBE), Havenlaan 86C, bus 320, te 1000 Brussel die een openbaar beroep doet of heeft gedaan op het spaarwezen, 8800 Roeselare, Brugsesteenweg 374 Ondernemingsnummer : 0475.805.685 BTW BE 0405.548.486 RPR Kortrijk Oproepingsbericht aan de aandeelhouders De raad van bestuur heeft de eer de aandeelhouders uit te nodigen De aandeelhouders van de Naamloze Vennootschap APHILION Q2, tot het bijwonen van de buitengewone algemene vergadering die zal openbare Bevek naar Belgisch recht, worden uitgenodigd op de gehouden worden op 26 juni 2009 om 12 uur op de exploitatiezetel van Gewone Algemene Vergadering die zal plaatsvinden op donderdag de vennootschap te 8830 Hooglede-Gits, Bruggesteenweg 164, ten 18 juni 2009, om 16 uur, op de maatschappelijke zetel van de vennoot- overstaan van meester Dirk Van Haesebrouck, notaris te Kortrijk en schap, met volgende agenda : indien op deze vergadering het door de wet vereiste quorum om geldig te beraadslagen en te besluiten niet werd bereikt, op een tweede 1. Verslag van de raad van bestuur. buitengewone algemene vergadering die zal plaatsvinden op 2. Verslag van de Commissaris. 15 juli 2009 om 12 uur op dezelfde plaats en ten overstaan van dezelfde notaris, met volgende agenda, houdende voorstellen tot besluit : 3. Goedkeuring van de jaarrekening voor het op 31 maart 2009 I. Besluit tot kapitaalverhoging door inbreng in geld afgesloten boekjaar. 1. Kennisname van het bijzonder verslag van de raad van bestuur en Voorstel : de raad van bestuur stelt voor om de jaarrekening goed te het verslag van de commissaris overeenkomstig artikel 582 van het keuren. Wetboek van vennootschappen met betrekking tot de uitgifte van 4. Kwijting aan de Bestuurders en de Commissaris voor het op aandelen zonder vermelding van nominale waarde beneden de fractie- 31 maart 2009 afgesloten boekjaar. waarde van de bestaande aandelen, in het kader van de kapitaal- verhoging uiteengezet in punt 2. Voorstel : de raad van bestuur stelt voor om kwijting te verlenen aan de Bestuurders en de Commissaris. 2. Kapitaalverhoging onder opschortende voorwaarden en met voorkeurrecht door inbreng in geld ten belope van maximum Teneinde te kunnen deelnemen aan de Vergadering, moeten de 85.000.000 EUR (met inbegrip van eventuele uitgiftepremie) middels houders van de gedematerialiseerde aandelen overeenkomstig uitgifte van nieuwe aandelen zonder nominale waarde met VVPR- artikel 19 van de statuten, een attest (opgesteld door de erkende strips van dezelfde soort als de bestaande aandelen en die dezelfde rekeninghouder Fortis Bank NV, Warandeberg 3, 1000 Brussel), dat de rechten en voordelen zullen genieten. onbeschikbaarheid tot de datum van de Algemene Vergadering vast- Voorstel tot eerste besluit : De algemene vergadering besluit het stelt, indienen op de zetel van FASTNET BELGIUM NV, Haven- kapitaal van de Vennootschap te verhogen door inbreng in geld met laan 86C, bus 320, te 1000 Brussel, ten laatste vijf volledige dagen vóór een bedrag van maximum vijfentachtig miljoen euro (85.000.000 EUR), de Gewone Algemene Vergadering. met inbegrip van een eventuele uitgiftepremie, middels de uitgifte van In geval van materieel geleverde aandelen aan toonder, moeten de nieuwe aandelen zonder nominale waarde met VVPR strips (″Nieuwe houders van dergelijke aandelen overeenkomstig artikel 19 van de Aandelen″), van dezelfde soort als de bestaande aandelen en die statuten, hun aandelen aan toonder in bewaring bij hun dezelfde rechten en voordelen zullen genieten, die bij voorkeur zullen Bankagentschap geven. In ruil, zullen ze een attest ontvangen (het is te worden aangeboden aan de bestaande aandeelhouders van de zeggen een blokkeringscertificaat voor het aantal aandelen, afgeleverd Vennootschap (″Kapitaalverhoging″). door de Bank waar de effecten worden gedeponeerd of worden De Nieuwe Aandelen zullen worden aangeboden en uitgegeven bewaard met het oog op het deelnemen aan de Algemene Vergadering) overeenkomstig de voorwaarden en modaliteiten uiteengezet in het dat de onbeschikbaarheid tot de datum van de Algemene Vergadering tweede besluit. Tot de Kapitaalverhoging wordt beslist onder de vaststelt. Dit attest moet ten laatste vijf volledige dagen vóór de opschortende voorwaarden zoals vermeld in het derde besluit en met Gewone Algemene Vergadering op de zetel van FASTNET de machtigingen zoals vermeld in het vierde besluit. BELGIUM NV, Havenlaan 86C, bus 320, te 1000 Brussel ingediend worden. II. Uitgiftevoorwaarden en aanbieding van de nieuwe aandelen Het blokkeringscertificaat moet geldig zijn tot en met de datum van Voorstel tot tweede besluit : De algemene vergadering besluit dat de de Algemene Vergadering. Er wordt aangeraden om een kopij van het Nieuwe Aandelen zullen worden aangeboden en uitgegeven overeen- blokkeringscertificaat mee te nemen naar de Algemene Vergadering. komstig de volgende voorwaarden en modaliteiten : MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39687 (A) Uitgifteprijs, aantal Nieuwe Aandelen en inschrijvingsratio Voorkeurrechten die niet werden uitgeoefend bij het verstrijken van de Inschrijvingsperiode zullen worden vertegenwoordigd door een De uitgifteprijs, het aantal nieuwe aangeboden aandelen en de overeenstemmend aantal scrips (elk een ″Scrip″, samen de ″Scrips″). inschrijvingsratio zullen worden vastgesteld door de raad van bestuur in overleg met de joint bookrunners van de aanbieding (de ″Joint Bookrunners″) en overeenkomstig de overeenkomst van vaste over- De Scrips zullen tijdens een tweede inschrijvingsperiode (de name die dient te worden aangegaan tussen de Vennootschap en de ″Plaatsingsperiode″) worden verkocht in het kader van een private vaste overnemers van de aanbieding (de ″Underwriters″) (de ″Under- plaatsing in België, andere landen in de Europese Unie of Zwitserland, writing Agreement″). Aangezien de definitieve uitgifteprijs op dit door middel van een aanbieding met versnelde bookbuilding. De raad ogenblik nog niet is bepaald, wordt vandaag uitsluitend de minimum van bestuur kan, in overleg met de Joint Bookrunners, besluiten dat de uitgifteprijs van één eurocent vastgesteld. scrips ook kunnen worden verkocht in het kader van een private plaatsing in andere landen. De begindatum en einddatum van de De uitgifteprijs moet volledig worden volstort in geld bij inschrijving Plaatsingsperiode zullen worden bepaald door de raad van bestuur in op de Nieuwe Aandelen. Indien de uitgifteprijs de fractiewaarde overleg met de Joint Bookrunners. overschrijdt, zal de uitgifteprijs worden geboekt als kapitaal tot aan de fractiewaarde van de bestaande aandelen. Elk deel van de uitgifteprijs dat de fractiewaarde overschrijdt, zal worden geboekt op een afzon- Kopers van de Scrips zullen gehouden zijn deze Scrips uit te oefenen derlijke voor uitkering onbeschikbare rekening genaamd ″Uitgifte- en in te schrijven op het hiermee overeenstemmende aantal Nieuwe premies″ en kan slechts worden verminderd of weggeboekt bij een Aandelen tegen dezelfde uitgifteprijs en overeenkomstig dezelfde besluit van de algemene vergadering genomen op de wijze die vereist inschrijvingsratio zoals toepasselijk gedurende de Inschrijvingsperiode. is voor een kapitaalvermindering. De Scrips zullen niet overdraagbaar zijn en de Vennootschap zal geen aanvraag doen om deze toe te laten tot de verhandeling op enige markt. (B) Vorm van de Nieuwe Aandelen en daaraan verbonden rechten De Nieuwe Aandelen zullen op naam zijn of in gedematerialiseerde De verwezenlijking van de Kapitaalverhoging met betrekking tot de vorm, naar keuze van elke inschrijver. De Vennootschap zal de toelating Inschrijvingsperiode en de Plaatsingsperiode zal worden vastgesteld bij vragen tot verhandeling van de Nieuwe Aandelen en de VVPR-strips authentieke akte van zodra als redelijkerwijs mogelijk na afloop van de op de gereglementeerde markt Euronext Brussel. Plaatsingsperiode. De eigenlijke uitgifte van de Nieuwe Aandelen in verband daarmee zal op hetzelfde tijdstip plaatsvinden. De Nieuwe Aandelen zullen van dezelfde soort zijn en zullen dezelfde rechten hebben als de bestaande aandelen. Zij zullen delen in de winst vanaf enige uitkering met betrekking tot het boekjaar dat is Indien de gezamenlijke opbrengst van de verkochte Scrips en van de aangevangen op 1 januari 2009 en in de winst van de daarop volgende uitgegeven Nieuwe Aandelen in het kader van de aanbieding van de boekjaren. Aan elk Nieuw Aandeel zal één VVPR-strip worden aange- Scrips, na aftrek van alle kosten met betrekking tot het aantrekken van hecht. zulke inschrijvers (met inbegrip van de belasting op toegevoegde waarde), hoger is dan de totale uitgifteprijs (inclusief enige uitgifte- (C) Openbare aanbieding van de Nieuwe Aandelen premie) van de Nieuwe Aandelen die uitgegeven zijn ingevolge de aanbieding van de Scrips (het ″Surplusbedrag″), zal iedere houder van De Nieuwe Aandelen zullen tijdens de Inschrijvingsperiode (zoals een Voorkeurrecht dat niet werd uitgeoefend op de laatste dag van de hieronder gedefinieerd) enkel in België aan het publiek aangeboden Inschrijvingsperiode recht hebben op een deel van het Surplusbedrag worden. Er zullen geen maatregelen genomen worden om de Nieuwe in geld, in evenredigheid met het aantal niet-uitgeoefende Voorkeur- Aandelen in enige andere landen aan het publiek aan te bieden. rechten gehouden door zulke houder op de laatste dag van de Overeenkomstig de bepalingen van financieel recht toepasselijk in Inschrijvingsperiode. Indien het Surplusbedrag gedeeld door het aantal bepaalde landen kan het zijn dat aan bestaande aandeelhouders en niet-uitgeoefende Voorkeurrechten minder is dan één eurocent (0,01 andere beleggers die zich in andere landen dan België bevinden het niet EUR), hebben de houders van de niet-uitgeoefende Voorkeurrechten toegelaten wordt om op de Nieuwe Aandelen in te schrijven of hun niet het recht om een uitbetaling te ontvangen en zal in de plaats Voorkeurrechten (zoals hierna gedefinieerd) te verkopen, zoals zal daarvan het Surplusbedrag volledig worden overgedragen aan de worden uiteengezet in het prospectus betreffende de aanbieding. Vennootschap. (D) Inschrijvingsperiodes (E) Underwriting De Nieuwe Aandelen zullen bij voorkeur worden aangeboden aan de bestaande aandeelhouders van de Vennootschap gedurende een Overeenkomstig en onder voorbehoud van de bepalingen van de inschrijvingsperiode van minstens vijftien (15) kalenderdagen overeen- Underwriting Agreement waarvan de voorwaarden en modaliteiten komstig de artikelen 592 en 593 van het Wetboek van vennootschappen nog moeten worden vastgesteld, zullen de Underwriters, bij de vast- (de ″Inschrijvingsperiode″). De begindatum en de einddatum van de stelling van de verwezenlijking van de Kapitaalverhoging met betrek- Inschrijvingsperiode zullen worden vastgesteld door de raad van king tot de Inschrijvingsperiode en de Plaatsingsperiode, op de Nieuwe bestuur in overleg met de Joint Bookrunners. Aandelen inschrijven voor rekening van de aandeelhouders en de Aan iedere persoon die aandeelhouder is van de Vennootschap bij andere beleggers die tijdens de Inschrijvingsperiode en de Plaatsings- het sluiten van de gereglementeerde markt Euronext Brussel op de periode op dergelijke aandelen hebben ingetekend. De Underwriters handelsdag onmiddellijk voorafgaand aan de eerste dag van de zullen de Nieuwe Aandelen, met de eraan verbonden VVPR-strips, Inschrijvingsperiode zal één voorkeurrecht worden toegekend voor elk onmiddellijk overdragen aan deze aandeelhouders en beleggers. aandeel aangehouden in de Vennootschap (het ″Voorkeurrecht″). Elk Voorkeurrecht zal recht geven om, onder voorbehoud van de bepa- Er wordt voorgesteld dat, indien en in de mate dat niet op alle lingen van financieel recht toepasselijk in bepaalde landen waarvan Nieuwe Aandelen die werden aangeboden in het kader van de sprake in punt (C) hierboven, in te schrijven op een aantal Nieuwe Kapitaalverhoging, aan het eind van de Plaatsingsperiode werd inge- Aandelen dat zal worden vastgesteld door de raad van bestuur tekend door aandeelhouders of andere beleggers, de Underwriters, overeenkomstig de inschrijvingsratio die hij zal vaststellen. Voorkeur- overeenkomstig en onder voorbehoud van de bepalingen van de rechten kunnen niet worden gebruikt om in te schrijven op fracties van Underwriting Agreement (die nog moeten worden vastgesteld), voor aandelen. Onder voorbehoud van de bepalingen van financieel recht eigen rekening op de overblijvende Nieuwe Aandelen inschrijven bij waarvan sprake in punt (C) hierboven, zullen de Voorkeurrechten de vaststelling van de verwezenlijking van de Kapitaalverhoging, aan overdraagbaar zijn, ook aan personen die géén bestaande aandeelhou- dezelfde uitgifteprijs (inclusief enige uitgiftepremie) en overeenkomstig ders van de Vennootschap zijn. De verkrijgers van de Voorkeurrechten dezelfde inschrijvingsratio zoals toepasselijk gedurende de Inschrij- zullen, onder voorbehoud van de bepalingen van financieel recht vingsperiode, zodat (i) er op de effectief aangeboden aandelen zal zijn waarvan sprake in punt (C) hierboven, het recht hebben om in te ingeschreven en (ii) de Kapitaalverhoging effectief wordt verwezenlijkt. schrijven op de Nieuwe Aandelen onder dezelfde voorwaarden als de Ter verduidelijking wordt gesteld dat de Underwriters geen Scrips bestaande aandeelhouders van de Vennootschap. De Vennootschap zal zullen kopen die onverkocht zouden blijven bij het verstrijken van de een aanvraag indienen voor de toelating tot de verhandeling van de Plaatsingsperiode, maar rechtstreeks zullen inschrijven op alle overblij- Voorkeurrechten op de gereglementeerde markt Euronext Brussel vende aandelen zoals uiteengezet in dit punt (E). gedurende de volledige Inschrijvingsperiode. 39688 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD III. Opschortende voorwaarden voor de kapitaalverhoging VI. Hernieuwing en uitbreiding van de machtiging inzake toegestaan kapitaal Voorstel tot derde besluit : De Kapitaalverhoging zal plaatsvinden onder de opschortende voorwaarde en in de mate van de inschrij- 1. Kennisname van het bijzonder verslag van de raad van bestuur vingen op de Nieuwe Aandelen. In het geval dat niet op alle aange- overeenkomstig artikel 604 van het Wetboek van vennootschappen in boden aandelen wordt ingeschreven, zal de Kapitaalverhoging, zonder het kader van de hernieuwing en uitbreiding van de machtiging inzake afbreuk te doen aan de rol en de eventuele verplichtingen van de toegestaan kapitaal. Underwriters zoals uiteengezet in het tweede agendapunt, alsnog 2. Hernieuwing en uitbreiding van de machtiging inzake toegestaan plaatsvinden ten belope van de ontvangen inschrijvingen, tenzij de kapitaal raad van bestuur anders beslist. Voorstel tot zesde besluit : De algemene vergadering besluit onder Tot de Kapitaalverhoging wordt beslist onder voorbehoud van de opschortende voorwaarde van vaststelling van de Kapitaalverhoging volgende opschortende voorwaarden : de raad van bestuur te machtigen het kapitaal van de Vennootschap in één of meer malen te verhogen met een bedrag gelijk aan het bedrag - de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen van het maatschappelijk kapitaal na de Kapitaalverhoging en welk (hierna, de ″CBFA″) heeft het prospectus betreffende de aanbieding bedrag pas zal worden vastgesteld op datum van de definitieve goedgekeurd voorafgaand aan de aanvang van de Inschrijvings- notariële vaststelling der voormelde Kapitaalverhoging. De raad van periode; en bestuur wordt hiertoe gemachtigd voor een periode van 5 jaar vanaf - de Underwriting Agreement werd ondertekend in het kader van bekendmaking van de begeleidende statutenwijziging, met mogelijk- een globaal herstructureringsplan en de Underwriting Agreement werd heid tot het beperken of opheffen van het voorkeurrecht en dit zelfs ten niet beëindigd in overeenstemming met zijn voorwaarden en bepa- gunste van één of meer bepaalde personen, andere dan personeelsleden lingen. De raad van bestuur kan echter verzaken aan deze laatste van de vennootschap of van haar dochtervennootschappen en het opschortende voorwaarde in akkoord met de Underwriters. vragen van een uitgiftepremie. Dit besluit impliceert de annulatie van het nog niet aangewende saldo van het huidig toegestaan kapitaal en IV. Machtigingen inzake de kapitaalverhoging dit met ingang vanaf en onder opschortende voorwaarde van de definitieve notariële vaststelling van de Kapitaalverhoging. De alge- Voorstel tot vierde besluit : Niettegenstaande het voorgaande, besluit mene vergadering besluit tot verlenen van een machtiging aan de raad de algemene vergadering om de raad van bestuur de bevoegdheid en van bestuur tot kapitaalverhoging binnen de grenzen van het toege- flexibiliteit voor te behouden om : staan kapitaal in geval van kennisgeving door de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen van een openbaar overnamebod (A) de uitgifteprijs (inclusief de uitgiftepremie) en het aantal Nieuwe op aandelen van de Vennootschap. Aandelen vast te stellen en te wijzigen; De algemene vergadering besluit elke bestuurder van de Vennoot- (B) de inschrijvingsratio vast te stellen en te wijzigen; schap, met recht van indeplaatsstelling, te machtigen om onder opschortende voorwaarde van de definitieve notariële vaststelling van (C) de data van de Inschrijvingsperiode en van de Plaatsingsperiode het geplaatst maatschappelijk kapitaal na de Kapitaalverhoging, het vast te stellen en te wijzigen; en artikel [37] der statuten alsdan aan te passen om te luiden als volgt : (D) te beslissen niet door te gaan met de procedure tot Kapitaal- ″De raad van bestuur is gemachtigd om gedurende een termijn van verhoging indien de marktomstandigheden verhinderen de aanbieding vijf jaar te rekenen vanaf de bekendmaking van de wijziging van onder bevredigende omstandigheden te laten plaatsvinden. artikel 37 der statuten, waartoe besloten werd door de algemene vergadering van [datum], in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad, De algemene vergadering beslist om elk lid van de raad van bestuur binnen de wettelijke beperkingen, het geplaatst maatschappelijk kapi- te machtigen om, alleen handelend : taal in één of meerdere malen te verhogen, op de wijze en tegen de - in één of meerdere notariële akten te laten vaststellen dat aan de voorwaarden die de raad van bestuur zal bepalen, zowel door inbreng opschortende voorwaarden zoals aangegeven in het derde besluit is in speciën als door inbreng in natura evenals door incorporatie van voldaan en, overeenkomstig artikel 589 van het Wetboek van vennoot- reserves of van uitgiftepremies, met of zonder uitgifte van nieuwe schappen, het aantal uitgegeven Nieuwe Aandelen, hun volstorting, de aandelen, alsook om in één of meerdere malen in aandelen converteer- bedragen geboekt respectievelijk op de rekening ″kapitaal″ en de bare obligaties, obligaties met warrants of warrants die al dan niet rekening ″uitgiftepremies″, de verwezenlijking van de Kapitaalverho- verbonden zijn aan een ander effect uit te geven, dit alles ten belope ging, en de daaruit volgende statutenwijziging te laten vaststellen; en van een maximum globaal bedrag van EUR [bedrag vast te stellen bij de definitieve notariële vaststelling van het geplaatst maatschappelijk - voor zover nodig, bepaalde technische of praktische modaliteiten kapitaal na voormelde Kapitaalverhoging]. Evenwel mag de kapitaal- van de aanbieding vast te stellen en alle nodige en nuttige stappen te verhoging waartoe besloten wordt door de raad van bestuur niet nemen bij alle toezichthoudende autoriteiten en Euronext Brussel in vergoed worden door aandelen zonder aanduiding van nominale verband met de aanbieding en de toelating tot de verhandeling van de waarde uitgegeven beneden de fractiewaarde van de oude aandelen. Nieuwe Aandelen. De raad van bestuur is uitdrukkelijk gemachtigd om gedurende drie V. Goedkeuring van bepalingen inzake controlewijziging jaar vanaf de bekendmaking van de aanpassing van artikel 37 der statuten, waartoe besloten werd door de algemene vergadering van Voorstel tot vijfde besluit : Overeenkomstig artikel 556 van het [datum], in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad, de door de huidige Wetboek van vennootschappen besluit de algemene vergadering om bepaling toegestane machtiging te gebruiken om het kapitaal te alle bepalingen goed te keuren dewelke rechten toekennen aan derden verhogen, in de gevallen, onder de voorwaarden en binnen de beper- die een invloed hebben op het vermogen van de Vennootschap, dan kingen van artikel 607 van het Wetboek van vennootschappen. wel een schuld of een verplichting te haren laste doen ontstaan, De raad van bestuur bepaalt de data en de voorwaarden van de wanneer de uitoefening van deze rechten afhankelijk is van een kapitaalverhogingen die hij beveelt in toepassing van de voorgaande openbaar bod op de aandelen van de Vennootschap of van een alinea’s, erin begrepen de eventuele betaling van de uitgiftepremies. wijziging van controle die op haar wordt uitgeoefend (de ″Bepalingen inzake Controlewijziging″) die voorzien zullen worden in de Wanneer gebruik gemaakt wordt van de voorgaande alinea’s (en financieringsovereenkomsten die afgesloten zullen worden met het oog inclusief bij de uitgifte van converteerbare obligaties of warrants), op de herstructurering van de schuldfinanciering van de Vennootschap, bepaalt de raad van bestuur overeenkomstig artikelen 592 en volgende meer in het bijzonder, (i) de kredietovereenkomst met het oog op de van het Wetboek van vennootschappen de termijn en de andere herfinanciering van de bilaterale kredieten aangegaan door de Vennoot- voorwaarden van de uitoefening door de aandeelhouders van het recht schap, met onder andere Dexia Bank Belgium NV/SA, ABN AMRO van voorkeur wanneer de wet hen dat recht toekent. Hij kan tevens, Bank NV, Brussels bijkantoor, Fortis Bank SA/NV, ING Belgium NV en overeenkomstig zelfde artikelen 592 en verder, in het belang van de KBC BANK NV en/of de verbonden ondernemingen van deze finan- Vennootschap en onder de voorwaarden door de wet vastgesteld, het ciële instellingen en (ii) de overeenkomst inzake de wijziging aan de voorkeurrecht van de aandeelhouders beperken of opheffen, ten gunste notes uitgegeven door de Vennootschap, en (iii) alle andere docu- van één of meerdere bepaalde personen die hij kiest, ongeacht of deze menten die verband houden met de overeenkomsten waarnaar personen behoren tot het personeel van de vennootschap of haar verwezen wordt in (i) en (ii). dochtervennootschappen. MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39689 Wanneer een uitgiftepremie wordt betaald ingevolge huidige bepa- Toelatingsvoorwaarden ling, dan wordt deze van rechtswege overgedragen naar een onbeschik- bare rekening genaamd ″uitgiftepremies″ waarover slechts kan beschikt De houders van aandelen aan toonder die aan de algemene verga- worden onder de voorwaarden vereist voor de kapitaalvermindering. dering wensen deel te nemen moeten hun aandelen uiterlijk op De premie kan echter steeds ingelijfd worden bij het maatschappelijk 19 juni 2009 neerleggen op de zetel van de vennootschap of aan de kapitaal; deze beslissing kan door de raad van bestuur overeenkomstig loketten van Bank Degroof. De aandeelhouders worden enkel toege- de eerste alinea worden genomen.″ laten op voorlegging van een attest waaruit blijkt dat de aandelen werden neergelegd. VII. MACHTIGING INZAKE INKOOP EN VERVREEMDING VAN EIGEN AANDELEN De houders van aandelen op naam moeten uiterlijk op 19 juni 2009 de raad van bestuur inlichten van hun intentie aan de algemene Voorstel tot zevende besluit : De algemene vergadering besluit tot vergadering deel te nemen, alsook het aantal aandelen meedelen machtiging van de raad van bestuur om voor een termijn van vijf (5) waarmee zij aan de stemming wensen deel te nemen. jaar, te rekenen vanaf de beslissing van de algemene vergadering, het wettelijk toegestaan maximum aantal eigen aandelen ter beurze of De eigenaars van gedematerialiseerde aandelen die aan de algemene buiten de beurs te verwerven, tegen een eenheidsprijs die de wettelijke vergadering wensen deel te nemen, moeten uiterlijk op 19 juni 2009, op bepalingen zal naleven, maar alleszins niet lager mag zijn dan tien de zetel van de vennootschap of bij Bank Degroof, een door de erkende procent (10 %) van de laagste slotkoers van de laatste twintig (20) rekeninghouder of door de vereffeningsinstelling opgesteld attest neer- beursdagen die de verrichting voorafgaan en niet hoger dan tien leggen waarbij de onbeschikbaarheid van deze aandelen tot de alge- procent (10 %) van de hoogste slotkoers van de laatste twintig (20) mene vergaderingen wordt vastgesteld. beursdagen die de verrichting voorafgaan. Deze bevoegdheid geldt Volmachten tevens voor de vervreemding ter beurze van aandelen van de vennoot- schap door één van haar directe dochtervennootschappen. De aandeelhouders die zich wensen te laten vertegenwoordigen, De algemene vergadering machtigt de raad van bestuur uitdrukkelijk dienen gebruik te maken van de volmacht die door de raad van bestuur om, voor een periode van drie (3) jaren te rekenen vanaf de datum overeenkomstig artikel 23 van de statuten werd opgesteld en waarvan waarop deze machtiging werd gepubliceerd, mits naleving van de een exemplaar op de maatschappelijke zetel te verkrijgen is. Het voorwaarden bepaald door artikel 620 en volgende van het Wetboek volmachtformulier zal eveneens ter beschikking zijn op de website van Vennootschappen, voor rekening van de vennootschap haar eigen www.deceuninck.com van de vennootschap. Andere volmachten aandelen te verwerven, voor het geval dergelijke verwerving noodza- zullen niet aanvaard worden. Deze volmacht dient uiterlijk op kelijk is om te voorkomen dat de vennootschap een ernstig en dreigend 19 juni 2009, op de zetel van de vennootschap te worden neergelegd. In nadeel zou lijden. dit verband wordt erop gewezen dat de volmachten die voor de buitengewone algemene vergadering van 26 juni 2009 werden neerge- Onderhavige beslissing impliceert de annulatie van de op heden in legd, geldig blijven voor de tweede buitengewone algemene vergade- artikel 38 van de statuten opgenomen machtigingen. ring van 15 juli 2009. Dienovereenkomstig besluit de algemene vergadering om artikel 38 De raad van bestuur. van de statuten van de Vennootschap door de volgende tekst te (24194) vervangen : ″De vennootschap kan, zonder voorafgaande machtiging van de Algemene Bouwwerken Maes, naamloze vennootschap, algemene vergadering, overeenkomstig artikel 620 en volgende van het Wetboek van vennootschappen en binnen de grenzen die dit artikel IJzeren Bareel 67C, 8587 Spiere Helkijn voorziet, het wettelijk toegestaan maximum aantal eigen aandelen ter 0414.789.222 RPR Kortrijk beurze of buiten de beurs verwerven, tegen een eenheidsprijs die de wettelijke bepalingen zal naleven, maar alleszins niet lager mag zijn dan tien procent (10 %) van de laagste slotkoers van de laatste twintig Jaarvergadering op 25/06/2009 om 16 u. op de zetel. Agenda : (20) beursdagen die de verrichting voorafgaan en niet hoger dan tien Verslag Raad van Bestuur. Goedkeuring jaarrekening per 31/12/2008. procent (10 %) van de hoogte slotkoers van de laatste twintig (20) Bestemming resultaat. Kwijting bestuurders. Diversen. beursdagen die de verrichting voorafgaan. Deze bevoegdheid geldt (24168) tevens voor de verwerving ter beurze of buiten beurs van aandelen van de vennootschap door één van haar directe dochtervennootschappen, zoals bedoeld in en binnen de grenzen van artikel 627, alinea 1 van het Wetboek van Vennootschappen. Deze machtiging is geldig gedurende Baele-Geeroms, naamloze vennootschap, vijf (5) jaar te rekenen van [datum]. Buke 52, 9620 Zottegem Bij beslissing van de algemene vergadering van [datum] werd aan 0440.976.549 RPR Oudenaarde de raad van bestuur toelating gegeven om, mits naleving van de voorwaarden bepaald door artikel 620 en volgende van het Wetboek van Vennootschappen, voor rekening van de vennootschap haar eigen Jaarvergadering op 25/06/2009 om 20 u. op de zetel. Agenda : aandelen te verwerven, voor het geval dergelijke verwerving noodza- 1. Lezing jaarverslag. 2. Bespreking jaarrekening afgesloten per kelijk is om te voorkomen dat de vennootschap een ernstig en dreigend 31/12/2008. 3. Goedkeuring jaarrekening afgesloten per 31/12/2008. nadeel zou lijden. Deze bevoegdheid is geldig voor drie (3) jaren te 4. Kwijting bestuurders. 5. Bezoldigingen. rekenen vanaf de datum waarop de hierboven vermelde beslissing (24169) werd gepubliceerd. De vennootschap kan, zonder voorafgaande machtiging van de algemene vergadering en zonder beperking in de tijd, haar eigen Bely, naamloze vennootschap, aandelen die zij bezit ter beurze vervreemden, overeenkomstig Moorseelsestraat 152, 8501 Kortrijk (Heule) artikel 622, § 2, alinea 2 van het Wetboek van Vennootschappen. Deze bevoegdheid geldt tevens voor de vervreemding ter beurze van 0422.390.161 RPR Kortrijk aandelen van de vennootschap door één van haar directe dochter- vennootschappen. Aangezien het wettelijk quorum niet bereikt werd op de eerste De vennootschap kan, zonder voorafgaande machtiging van de vergadering gehouden op 30/05/2009 worden de aandeelhouders algemene vergadering en zonder beperking in de tijd, haar eigen uitgenodigd op een tweede jaarvergadering die zal gehouden worden aandelen die zij bezit buiten de beurs vervreemden tegen een prijs op 27/06/2009 om 15 uur op de maatschappelijke zetel. Agenda : bepaald door de raad van bestuur, overeenkomstig artikel 622, § 2, 1. Bespreking jaarrekening per 31/12/2008. 2. Goedkeuring jaarreke- alinea 1 van het Wetboek van Vennootschappen. Deze bevoegdheid ning per 31/12/2008 en aanwending resultaat. 3. Kwijting bestuurders. geldt tevens voor de vervreemding buiten de beurs van aandelen van 4. Goedkeuring vergoedingen. 5. Varia. De aandeelhouders worden de vennootschap door één van haar directe dochtervennootschappen, verzocht zich te schikken naar de statuten. tegen een prijs bepaald door de raad van bestuur van deze laatste.″ (24170) 39690 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Chauffage Martin, naamloze vennootschap, F.L. Amenagement d’Interieur, société anonyme, rue de l’Yser 162, 7110 Houdeng-Goegnies Bruggesteenweg 52, 8531 Harelbeke (Hulste) 0452.653.963 RPM Mons 0425.693.012 RPR Kortrijk Assemblée générale ordinaire le 17/06/2009 à 18 h. au siège social. Ordre du jour : Rapport du Conseil d’administration. Approbation des comptes annuels au 31/12/2008. Décharge aux administrateurs. Jaarvergadering op 25/06/2009 om 16 u. op de zetel. Agenda : (24176) Verslag Raad van Bestuur. Goedkeuring jaarrekening per 31/12/2008. Bestemming resultaat. Kwijting bestuurders. Diversen. (24171) Golfimmo, naamloze vennootschap, Koningsstraat 33, 2381 Ravels (Weelde) Diambel, naamloze vennootschap, 0460.555.703 RPR Turnhout Hoveniersstraat 30, bus 195, 2018 Antwerpen Jaarvergadering op 25/06/2009 om 17.00 u op de zetel. Agenda : Verslag Raad van Bestuur. Goedkeuring jaarrekening per 31/12/2008. 0427.397.143 RPR Antwerpen Verslag art. 633-634 Wb van Venn, mbt besluitvorming aangaande de voortzetting van de vennootschap. Bestemming resultaat. Kwijting bestuurders. Kwijting boekhouder. Varia. Zich richten naar de statuten. (24177) Jaarvergadering op 25/06/2009 om 17 u. op de zetel. Agenda : Verslag Raad van Bestuur en commissaris. Goedkeuring jaarrekening per 31/12/2008. Bestemming resultaat. Kwijting bestuurders en commissaris. Herbenoeming bestuurders. Herbenoeming commissaris. Immo S.E.B., naamloze vennootschap, Varia. Zich richten naar de statuten. Eeuwfeestlaan 56, 2500 Lier (24172) 0455.925.437 RPR Mechelen Erna, naamloze vennootschap, Jaarvergadering op 25/06/2009 om 18 u. op de zetel. Agenda : Verslag raad van bestuur. Goedkeuring jaarrekening per 31/12/2008. Eendenstraat 14, 3350 Linter Bestemming resultaat. Kwijting bestuurders. Herbenoeming bestuurders. (24178) 0458.119.221 RPR Leuven Immo Verbeeck, naamloze vennootschap, Jaarvergadering op 25/06/2009 om 20 u. op de zetel. Agenda : Essenschotstraat 6210, 3980 Tessenderlo Goedkeuring jaarrekening per 31/12/2008. Kwijting bestuurders. Voortzetting vennootschap. Benoeming bestuurders. BTW BE 0435.538.116 RPR Hasselt (24173) Jaarvergadering op 25/06/2009 om 11 u. op de zetel. Agenda : Verslag Raad van Bestuur. Goedkeuring jaarrekening per 31/12/2008. Escudo de Oro, naamloze vennootschap, Bestemming resultaat. Kwijting bestuurders. Ontslag en benoemingen bestuurders. Allerlei. Zich richten naar de statuten. Peter Benoitstraat 21, 1040 Brussel (24179) 0472.891.925 RPR Brussel Immoglab, naamloze vennootschap, Tiensesteenweg 169, 3380 Glabbeek 0442.007.224 RPR Leuven Jaarvergadering op 13/06/2009 om 10 u. op de zetel. Agenda : Verslag Raad van Bestuur. Goedkeuring jaarrekening. Kwijting bestuurders. (24174) Jaarvergadering op 25/06/2009 om 20.00. op de zetel. Agenda : Verslag Raad van Bestuur. Goedkeuring jaarrekening per 31/12/2008. Kwijting bestuurders. Herbenoeming bestuurders. (24180) Esselens en Co, naamloze vennootschap, Steenweg op Merchtem 23, 1745 Opwijk Internationale Dons Service, naamloze vennootschap, Industrieweg 2079, 3520 Zonhoven NN 0424.954.228 RPR Brussel 0427.204.628 RPR Hasselt Jaarvergadering op 17/06/2009 om 17 u. op de zetel. Agenda : Jaarvergadering op 6/06/2009 om 14 u. op de zetel. Agenda : Verslag Verslag Raad van Bestuur. Goedkeuring jaarrekening. Kwijting Raad van Bestuur. Goedkeuring jaarrekening. Kwijting bestuurders. bestuurders. (24175) (24181) MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39691 Janssens-Geerinck, naamloze vennootschap, T.R.L., naamloze vennootschap, Noord-Brabantlaan 16, 2300 Turnhout Ambachtsstraat 28, 2390 Malle 0404.161.584 RPR Turnhout 0448.154.054 RPR Antwerpen Jaarvergadering op 25/06/2009 om 17 u. op de zetel. Agenda : Verslag raad van bestuur. Goedkeuring jaarrekening per 31/12/2008. Bestemming resultaat. Kwijting bestuurders. Herbenoeming Jaarvergadering op 25/06/2009 om 14 u. op de zetel. Agenda : bestuurders. Verslag Raad van Bestuur. Goedkeuring jaarrekening. Kwijting (24182) bestuurders. (24188) Marvan, société anonyme, avenue de la Résistance 322, 4630 Soumange Liège RPM 0439.052.187 Verbeeck en C°, naamloze vennootschap, Industriepark Schoonhees-Oost Fabriekstraat 3, 3980 Tessenderlo Jaarvergadering op 25/06/2009 om 20 u. op de zetel. Agenda : Verslag Raad van Bestuur en commissaris. Goedkeuring jaarrekening 0439.580.145 RPR Hasselt 31/12/2008. Bestemming resultaat. Décharge, ontslag en benoeming bestuurders en commissaris. Varia. Zich richten naar de statuten. (24183) Jaarvergadering op 25/06/2009 om 20 u. op de zetel. Agenda : 1. Verslag Raad van Bestuur. 2. Goedkeuring jaarrekening per 31/12/2008 - Bestemming resultaat. 3. Décharge, ontslag en benoeming Natimmo, société anonyme, bestuurders. 4. Varia. Zich richten naar de statuten. rue Félicien Mosray 37, 1300 Limal (24189) 0421.888.137 RPM Nivelles Les actionnaires sont priés d’assister à l’assemblée générale ordinaire Vervoerbedrijf Pans, naamloze vennootschap, qui se tiendra le 25/06/2009 à 11 h, au siège social. Ordre du Jour : Stadsbeemd 1041, 3545 Halen 1. Approbation des comptes annuels au 31/12/2008. 2. Affectation du résultat. 3. Décharge aux administrateurs. (24184) 0417.875.703 RPR Hasselt Immo Vaessen, naamloze vennootschap, Jaarvergadering op 25/06/2009 om 17 u. op de zetel. Agenda : Daalderdijk 4, 3650 Dilsen-Stokkem Verslag Raad van Bestuur. Goedkeuring jaarrekening 31/12/2008. Tongeren RPR 0423.878.716 Bestemming resultaat. Décharge, ontslag en benoeming bestuurders. Varia. Zich richten naar de statuten. (24190) Jaarvergadering op 17/06/2009 om 15 u., op de zetel Agenda : Verslag Raad van Bestuur. Goedkeuring jaarrekening per 31/12/2008. Bestemming resultaat. Kwijting bestuurders. Goedkeuring bezoldi- gingen. Ontslagen en benoemingen. Rondvraag. Virjon, naamloze vennootschap, (24185) R. Delbekestraat 85, 2980 Zoersel Sleurs Industries, naamloze vennootschap, 0445.539.014 RPR Antwerpen Vinkenstraat 18, 2490 Balen 0421.269.317 RPR Turnhout Algemene vergadering op de zetel op 25/06/2009, om 15 uur. Agenda : Verslag raad van bestuur. Goedkeuring van de jaarrekening Jaarvergadering op 19/06/2009 om 16 u. op de zetel. Agenda : per 31/12/2008. Bestemming resultaat. Kwijting aan bestuurders. Verslag Raad van Bestuur. Goedkeuring jaarrekening per 31.12.2008. Herbenoeming bestuurders. Diversen. Zich richten naar de statuten. Bestemming resultaat. (Her)benoeming. Kwijting bestuurders. Varia. (24191) Zich richten naar de statuten. (24186) Woninginrichting Leona, naamloze vennootschap, Studio Tecnic, naamloze vennootschap, Hasseltweg 2, 3600 Genk Masuiplein 3, 1030 Brussel 0422.395.012 RPR Brussel 0413.677.977 RPR Tongeren Aangezien het wettelijk quorum niet bereikt werd op de eerste vergadering gehouden op 4/05/09 worden de aandeelhouders uitge- Jaarvergadering op 25/06/2009, om 20 uur op de zetel van de nodigd op een tweede jaarvergadering die zal plaatsvinden op de vennootschap. Agendapunten : 1. Toelichting bij de jaarrekening door maatschappelijke zetel op 17/06/2009 om 14u00. Agenda : Verslag de Raad van Bestuur.2. Bespreking en goedkeuring van de jaarrekening Raad van Bestuur. Goedkeuring jaarrekening. Kwijting bestuurders. per 31/12/2008. 3. Bestemming van het resultaat. 4. Kwijting Dividend uitkering. bestuurders. (24187) (24192) 39692 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Administrations publiques La Cour et Enseignement technique Condamne : Bravo, Bernard, Openbare Besturen en Technisch Onderwijs - à une peine de 14 mois d’emprisonnement avec sursis de 5 ans et à une amende de 500 euros x 5,5, ainsi portée à 2.750 euros ou 60 jours d’emprisonnement subsidiaire; PLACES VACANTES − OPENSTAANDE BETREKKINGEN - pour une durée de 10 ans, à l’interdiction d’exercer, personnelle- ment ou par interposition de personne, les fonctions d’administrateur, de commissaire ou de gérant dans une société par actions, une société privée à responsabilité limitée ou une société coopérative, de même que UZ Gent les fonctions conférant le pouvoir d’engager l’une de ces sociétés ou les fonctions de préposé à la gestion d’un établissement belge, prévu par l’article 198, § 6, alinéa 1er, des lois coordonnées sur les société Het UZ GENT zoekt momenteel (m/v) : commerciales, coordonnées le 30 novembre 1935, ou la profession d’agent de change ou d’agent de change correspondant, Medewerker spel- en psychosociale begeleiding (60 %) Uiterste inschrijvingsdatum : woensdag 24 juni 2009. - à payer la somme de 25 euros portée à 137,50 euros (loi du 1/8/1985 telle que modifiée); Interesse ? Stuur je curriculum vitae, een kopie van de vereiste diploma’s samen - à payer l’indemnité de 25 euros, en vertu de l’article 91 de l’A.R. du met een begeleidende brief (m.v.v. de functietitel) via mail naar 28 décembre 1950 tel que modifié; rekrutering@uzgent.be of per post naar UZ Gent, Dienst Rekrutering & Selectie (11K12E), De Pintelaan 185, 9000 Gent (tel. 09-332 60 75 - - à payer les 90 % des frais d’instance liquidés en totalité à la somme fax 09-332 58 57). de 35089,11 euros et les frais d’appel qui le concernent liquidés à la somme de 302,37 euros. Uitgebreide functiebeschrijvingen en aanwervingsvoorwaarden van alle vacatures binnen ons ziekenhuis vind je steeds terug op onze Ordonne quant aux pièces à conviction : website www.uzgent.be. Relevante anciënniteit is pluspunt. (24391) - la confiscation par équivalent des sommes de 109.380,78 EUR, 454.973,06 EUR et 165.137,22 EUR à charge du prévenu Bernard Bravo; Ordonne, au frais du condamné, la publication du présent arrêt au Moniteur belge, selon les modalités prévues à l’article 490 du Code pénal, Actes judiciaires Du chef d’avoir : et extraits de jugements Dans l’arrondissement judiciaire de Liège, et de connexité ailleurs dans le Royaume, comme auteur ou coauteur, soit pour avoir exécuté Gerechtelijke akten l’infraction ou coopéré directement à son exécution, soit pour avoir, par en uittreksels uit vonnissen un fait quelconque, prêté pour l’exécution une aide telle que, sans leur assistance, le crime ou le délit n’eût pu être commis; Etant dirigeant, de droit ou de fait, de société commerciale de la SA Vobis Microcomputer, faillie dès le mois d’août 2000 et déclarée telle Publication faite en exécution de l’article 490 par jugement du Tribunal de Commerce de Liège en date du 20.10.2000, du Code pénal inscrite au Registre du Commerce de Liège sous le numéro 186.949; Bekendmaking gedaan overeenkomstig artikel 490 A. avec une intention frauduleuse ou à dessein de nuire, commis des van het Strafwetboek faux en écritures de commerce, de banque ou en écritures privées, soit par fausses signatures, soit par contre-façon ou altération d’écritures ou de signatures, soit par fabrication de conventions, dispositions, obliga- Infractions liées à l’état de faillite tions ou décharges, ou par leur insertion après coup dans des actes, Misdrijven die verband houden met de staat van faillissement soit par addition ou altération de clauses, de déclarations ou de faits que ces actes avaient pour objet de recevoir ou de constater, et, avec la même intention frauduleuse, fait usage des dites pièces fausses, en l’espèce et notamment : Cour d’appel de Liège 1. Entre le 28/03/2000 et le 27/09/2006, 3 factures de vente de la SA Vobis Microcomputer vers la société Nexus Technologies; Répertoire 1206 /2009 3. Entre le 28/12/1999 et le 27/09/2006, huit factures de vente de Notice 2008/CO/243 « JC Net » vers la SA Vobis Computer visées dans le compte fournisseur « Nexus Technologies » de la SA Vobis sous les numéros 397, 630 à En cause de : 634,258 et 259; Bravo, Bernard 4. Entre le 28/12/1999 et le 27/09/2006, la comptabilité de la de sexe masculin SA Vobis notamment en ce que cette dernière reprend dans le « Compte fournisseur Nexus Technologies » des factures venant de la Nationalité : française SPRL JCNet; Profession : inconnue (Articles 196, 197,213 et 214 du Code pénal) Lieu et date de naissance : Oran (Algérie), le 25 novembre 1957, B. Frauduleusement détourné ou dissipé, des effets, deniers, Domicile : actuellement sans domicile ni résidence connus en marchandises, billets, quittances ou écrits de toute nature contenant ou Belgique ou à l’Etranger opérant obligation ou décharge, qui leur avaient été remis à la condition de les rendre ou d’en faire un usage ou un emploi déterminé, en Mention(s) éventuelle(s) concernant la détention : l’espèce et notamment : Condamnation : 5. à une date indéterminée entre le 21/11/1999 et le 25/11/2004, un Sur l’appel d’une décision du Tribunal correctionnel de Liège rendue véhicule Rover 75 portant le numéro SARRJZLHPYM122243 d’une le 11 mars 2008, valeur indéterminée au préjudice de la société BMW Financial Services; MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39693 6. à une date indéterminée entre le 02/07/2000 et le 25/11/2004, un La condamnation entraîne-t-elle privation des droits électoraux? véhicule Mitsubishi Pajero portant le numéro JMPONH66WYX018495 NON. d’une valeur indéterminée au préjudice de la SA Leasing Van Breda & C°; Mention(s) éventuelle(s) concernant la déchéance des droits électo- raux 9. entre le 28/03/2000 et le 16/05/2000, des ordinateurs et des programmes informatiques MS Office 2000 pour un montant évalué à Suspension jusqu’au ................................................................................... 78.046,92 euros (3.148.405 francs) au préjudice de la SA Vobis; Pour extrait/bulletin conforme délivré : (Article 491 du Code pénal) au PROCUREUR GENERAL D. 16. entre le 20/10/2000 et le 30/11/2004 sans empêchement au RECEVEUR DES AMENDES légitime, omis d’exécuter les obligations prescrites par l’article 53 de la loi sur les faillites en l’espèce ne pas avoir répondu aux convocations au CASIER JUDICIAIRE des Curateurs, omis de leur fournir tous les renseignements requis et de les aviser de tout changement d’adresse au RECEVEUR DES DOMAINES (Article 489, 2° du Code pénal et article 53 de la loi du 08.08.97 sur à l’ OCSC les faillites) PASSE EN FORCE DE CHOSE JUGES LE 19.05.2009. F. 18. entre le 27/02/2000 et le 27/09/2006, en vue de commettre une (Signé) Joëlle Thirifays, greffier-chef de service; (signé) Laëtitia des infractions visées à l’article 73 du Code T.V.A., commis un faux en Detaille, greffier. écritures publiques, de commerce ou privées, et fait usage de ce dernier, (23999) en l’espèce et notamment les faux visés aux préventions. A.3 et A.4; (Article 73bis du Code T.V.A.) G. dans une intention frauduleuse ou à dessein de nuire, contrevenu Répertoire 1206 /2009 aux dispositions du Code de la taxe sur la valeur ajoutée ou des arrêtés pris pour son exécution en l’espèce et notamment à l’article 53, § 1er, 2° Notice 2008/CO/243 et 3° du Code T.V.A., notamment : En cause de : 19. Entre le 01/01/2000 et le 27/09/2006, en déposant ou faisant Wells, Simon de Mowbray déposer une déclaration T.V.A., relative aux opérations du 4e trimestre 1999 de la SPRL JC Net, ne reprenant en case 03(« Opéra- de sexe masculin tions à la sortie soumises à 21 % ») un montant de 108.437,87 euros Nationalité : britannique (soit 4.374.373 francs) alors que ce montant devait être au minimum de 2.166.538,47 euros se décomposant de la manière suivante : Profession : inconnue - Somme des opérations décrites dans le compte fournisseur « Nexus Lieu et date de naissance : Isleworth (UK), le 9 janvier 1940, Technologies » sous les références 397 et 630 à 634 : 2.691.926 euros Domicile : St Georges Court Highwood Close, 10 à CM 144YF Brent- (Premier rapport d’expertise, page 32) wood Essex (Royaume Uni), - Détermination du montant hors T.V.A. : 2.691.926 x 1.21 = Mention(s) éventuelle(s) concernant la détention : 2.224.732,23 euros; Condamnation - Déduction du montant déjà repris dans la déclaration T.V.A. de JC Net : 2.224.732,23 - 108.193,76 euros = 2.166.538,47 euros; Sur l’appel d’une décision du Tribunal correctionnel de Liège rendue le 11 mars 2008, 20. Entre le 19/01/2000 et le 27/09/2006, en ne payant pas une T.V.A. La Cour de 44.473,07 euros (0.21 x 2.166.538,47) due par la SPRL JC Net et en obtenant dans le chef de la SA Vobis une déduction de T.V.A. indue à Condamne Wells, Simon de Mowbray, concurrence de 467.193,76 euros (2.224.732,23 euros x 0.21); - à une peine de 5 mois d’emprisonnement avec sursis de 3 ans; 21. Entre le 19/04/2000 et le 27/09/2006, en ne déposant aucune déclaration T.V.A. relative aux opérations de la SPRL JC Net; - à payer la somme de 25 euros portée à 137,50 euros (loi du 1/8/1985 telle que modifiée); 22. Entre le 19/04/2000 et le 27/09/2006, en ne payant pas la T.V.A. - à payer l’indemnité de 25 euros, en vertu de l’article 91 de l’A.R. du de 165.137,22 euros due sur les factures des 28/02 et 31/03/2000 de 28 décembre 1950 tel que modifié « Nexus Belgique » c.-à-d. de la SPRL JC Net et en obtenant dans le chef de la SA Vobis une déduction de T.V.A. indue à concurrence de ce - à payer les 10 % des frais d’instance liquidés en totalité à la somme montant; de 35089,11 euros, les frais d’appel qui le concernent étant laissés à la charge de l’Etat. (Article 73 du Code de la taxe sur la valeur ajoutée) Ordonne, au frais du condamné, la publication du présent arrêt au I. 24. entre le 30/08/1999 et le 20/10/2000, sciemment et avec une moniteur belge, selon les modalités prévues à l’article 490 du Code intention frauduleuse, en infraction aux articles 2 et 16 de la loi du pénal, 17 juillet 1975 relative à la comptabilité des entreprises, ne pas avoir tenu une comptabilité appropriée à la nature et à l’étendue des activités Du chef d’avoir : de la SA Vobis, en se conformant aux dispositions légales particulières Dans l’arrondissement judiciaire de Liège, et de connexité ailleurs qui la concernent, en l’espèce, notamment : dans le Royaume, comme auteur ou coauteur, soit pour avoir exécuté En tenant un facturier d’entrée incomplet ne comportant notamment l’infraction ou coopéré directement à son exécution, soit pour avoir, par pas les factures de « Nexus Technologie » reprises dans le compte un fait quelconque, prêté pour l’exécution une aide telle que, sans leur fournisseur sous les numéros Al/630 à Al/634; assistance, le crime ou le délit n’eût pu être commis; En mettant en place un système de cash pooling ne permettant Etant dirigeant, de droit ou de fait, de société commerciale de la notamment plus de faire coïncider les factures reçues avec les paye- SA Vobis Microcomputer, faillie dès le mois d’août 2000 et déclarée telle ments effectués et ne donnant plus une image fidèle et probante de la par jugement du Tribunal de Commerce de Liège en date du 20.10.2000, situation comptable de la SA Vobis. inscrite au Registre du Commerce de Liège sous le numéro 186.949; En ne pouvant présenter des balances égales; D. 16. entre le 20/10/2000 et le 14/10/2005, sans empêchement légitime, omis d’exécuter les obligations prescrites par l’article 53 de la En ne fixant pas de règle d’évaluation des stocks et ne pouvant loi sur les faillites en l’espèce ne pas avoir répondu aux convocations évaluer ces derniers (Articles 2 et 16 de la loi du 17.07.1975 relative à la des Curateurs, omis de leur fournir tous les renseignements requis et comptabilité des entreprises) de les aviser de tout changement d’adresse; 39694 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD (Article 489, 2° du Code pénal et article 53 de la loi du 08.08.97 sur Justice de paix du canton de Beauraing-Dinant-Gedinne, les faillites) siège de Dinant I.24. entre le 30/08/1999 et le 20/10/2000, sciemment et avec une intention frauduleuse, en infraction aux articles 2 et 16 de la loi du 17 juillet 1975 relative à la comptabilité des entreprises, ne pas avoir Par ordonnance du juge de paix du canton de Beauraing-Dinant- tenu une comptabilité appropriée à la nature et à l’étendue des activités Gedinne, siège de Dinant, prononcée le 18 mai 2009, déclarons que de la SA Vobis, en se conformant aux dispositions légales particulières Mme Lefèvre, Angèle, née à Dinant le 5 novembre 1924, domiciliée à qui la concernent, en l’espèce, notamment : 5530 Yvoir, château « Bel Air », rue du Tricointe 30, est hors d’état de gérer ses biens, désignons en qualité d’administrateur provisoire, avec En mettant en place un système de cash pooling ne permettant les pouvoirs prévus à l’article 488bis, c du Code civil, Me Ledoux, Jean- notamment plus de faire coïncider les factures reçues avec les paye- François, avocat, dont les bureaux sont établis à 5530 Godinne, rue ments effectués et ne donnant plus une image fidèle et probante de la Grande 5. situation comptable de la SA Vobis; Pour extrait conforme : le greffier assumé, (signé) Besohé, Eddy. (Articles 2 et 16 de la loi du 17.07.1975 relative à la comptabilité des (66250) entreprises). La condamnation entraine-t-elle privation des droits élec- toraux? NON. Mention(s) éventuelle(s) concernant la déchéance des droits électo- raux Par ordonnance du juge de paix du canton de Beauraing-Dinant- Gedinne, siège de Dinant, prononcée le 18 mai 2009, déclarons que Suspension jusqu’au ................................................................................... M. André, Henri, né à Bioul le 11 mars 1936, domicilié à 5537 Anhée Pour extrait / bulletin conforme délivré : (Bioul), rue Doumont 7, est hors d’état de gérer ses biens, désignons en qualité d’administrateur provisoire, avec les pouvoirs prévus à au PROCUREUR GENERAL l’article 488bis, c du Code civil, M. Eischen, Georges, domicilié à au RECEVEUR DES AMENDES 5537 Anhée (Bioul), rue Pairoir 44. Pour extrait conforme : le greffier assumé, (signé) Besohé, Eddy. au CASIER JUDICIAIRE (66251) au RECEVEUR DES DOMAINES à l’ OCSC PASSE EN FORCE DE CHOSE JUGEE LE 19.05.2009. Par ordonnance du juge de paix du canton de Beauraing-Dinant- Le greffier-chef de service, (signé) Joëlle Thirifays; (signé) Laëtitia Gedinne, siège de Dinant, prononcée le 18 mai 2009, déclarons que Detaille, greffier. Mme Deprez, Suzanne, née le 24 décembre 1919 à Schaerbeek, domi- (24000) ciliée rue d’En-Bas 8, à 5537 Anhée (Hun), et résidant actuellement au château « Bel Air », rue du Tricointe 30, à 5530 Yvoir, a été déclarée hors d’état de gérer ses biens en raison de son état de santé et a été pourvue d’un administrateur provisoire en la personne de M. l’administrateur Publication faite en exécution de l’article 488bis e, § 1er Ledoux, Jean-François, avocat, dont les bureaux sont établis rue du Code civil Grande 5, 5530 Godinne. Bekendmaking gedaan overeenkomstig artikel 488bis e, § 1 Pour extrait conforme : le greffier assumé, (signé) Besohé, Eddy. van het Burgerlijk Wetboek (66252) Désignation d’administrateur provisoire Aanstelling voorlopig bewindvoerder Justice de paix du canton de Binche Justice de paix du second canton d’Anderlecht Par ordonnance de Mme le juge de paix du canton de Binche, en date du 19 mai 2009, Denis, Eric, avocat, domicilié à 6031 Monceau-sur- Sambre, rue de Dorlodot 21, a été désigné en qualité d’administrateur provisoire de Balcerska, Régina, née à Rybno (Rép. de Pologne) le Par ordonnance du juge de paix du second canton d’Anderlecht, en 11 mai 1925, résidant à 7140 Morlanwelz, résidence « L’Harmonie », rue date du 7 mai 2009, la nommée Mme Sonia Hostyn, (2009/A/97) veuve des Ateliers 47, cette personne étant incapable de gérer ses biens. de Jos Schoups, née le 19 octobre 1945 à Menin, domiciliée à 1080 Bruxelles, avenue Jean Dubrucq 80/0004, mais résidant à Pour extrait conforme : le greffier, (signé) Maryline George. (66253) 1082 Bruxelles, chaussée de Gand 1050, home « Schweitzer », a été déclarée incapable de gérer ses biens et a été pourvue d’un adminis- trateur provisoire, étant Me Erika Swysen, avocat, dont le cabinet est établi à 1082 Bruxelles, place Dr Schweitzer 18. Par ordonnance de Mme le juge de paix du canton de Binche, en date Pour extrait conforme : le greffier délégué, (signé) Martine du 19 mai 2009, Denis, Eric, avocat, domicilié à 6031 Monceau-sur- Van der Beken. Sambre, rue de Dorlodot 21, a été désigné en qualité d’administrateur (66248) provisoire de Dierinck, Ludovic Christopher Jean, né à Bruxelles le 21 mars 1987, résidant à 7120 Rouveroy, « Le Rouveroy », rue Albert 40, cette personne étant incapable de gérer ses biens. Justice de paix du canton de Beaumont-Chimay-Merbes-le-Château, Pour extrait conforme : le greffier, (signé) Maryline George. siège de Merbes-le-Château (66254) Le juge de paix du canton de Beaumont-Chimay-Merbes-le-Château, siège de Merbes-le-Château, par décision du 18 mai 2009, a dit pour Par ordonnance de Mme le juge de paix du canton de Binche, en date droit que M. Orlemans, Frank, né le 3 novembre 1968, domicilié et du 19 mai 2009, Denis, Eric, avocat, domicilié à 6031 Monceau-sur- résidant à 6560 Hantes-Wihéries, rue de Wihéries 16, est totalement Sambre, rue de Dorlodot 21, a été désigné en qualité d’administrateur hors d’état de gérer ses biens et lui a désigné en qualité d’administra- provisoire de Pivont, Suzanne Marcelle Andrée, née à La Louvière le teur provisoire de ses biens, Me Noël Patris, avocat à 6540 Lobbes, rue 2 août 1927, résidant à 7120 Rouveroy, « Le Rouveroy », rue Roi des Quatre Bras 66. Albert 40, cette personne étant incapable de gérer ses biens. Pour extrait conforme : le greffier, (signé) Maggi Renuart. Pour extrait conforme : le greffier, (signé) Maryline George. (66249) (66255) MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39695 Par ordonnance de Mme le juge de paix du canton de Binche, en date Par ordonnance du juge de paix du canton de Jette, en date du du 19 mai 2009, Denis, Eric, avocat, domicilié à 6031 Monceau-sur- 8 mai 2009, suite à la requête déposée le 4 mai 2009, la nommée Sambre, rue de Dorlodot 21, a été désigné en qualité d’administrateur Mme Francisca Picarrel, née le 27 avril 1928, domiciliée à provisoire de Godden, Gustavine, née à Binche le 17 mai 1931, résidant 1020 Bruxelles, boulevard E. Bockstael 119, mais résidant actuellement à 7140 Morlanwelz, « Mariemont Village », rue Général de Gaulle 68, à Jette, avenue du Laerbeek 101, « UZB », a été déclarée incapable de cette personne étant incapable de gérer ses biens. gérer ses biens et a été pourvue d’un administrateur provisoire, étant : Me Klaas Rosseel, avocat à 1050 Ixelles, rue de Livourne 45. Pour extrait conforme : le greffier, (signé) Maryline George. (66256) Pour extrait conforme : le greffier en chef, (signé) Hubrich, Veronica. (66261) Justice de paix du cinquième canton de Charleroi Justice de paix du canton de Liège IV Par ordonnance du juge de paix du cinquième canton de Charleroi, en date du 14 mai 2009, la nommée Gillard, Paula Blanche Mathilde, célibataire, née à Bourlers le 4 mars 1968, domiciliée à Chimay, ex-Bourlers, rue Poucet 14, résidant à Charleroi, ex-Marchienne-au- Suite à la requête déposée le 24 avril 2009, par décision du juge de Pont, rue de l’Hôpital 55, hôpital « Vincent Van Gogh », a été déclarée paix du canton de Liège IV, rendue le 11 mai 2009, Mme Grégoire, Elise incapable de gérer ses biens et a été pourvue d’un administrateur Marcelle Hubertine Julienne, née le 29 avril 1923 à Melen, domiciliée à provisoire, étant : Marquette, Laetitia, avocat, domiciliée à Chimay, la résidence « Euroster - Val Mosan », rue Grétry 172-174, à 4020 Liège, place Mont-Joly 4. a été déclarée incapable de gérer ses biens et a été pourvue d’un administrateur provisoire en la personne de Me Drion, Xavier, avocat, Requête déposée le 31 mars 2009. dont les bureaux sont sis rue Hullos 103-105, à 4000 Liège. Pour extrait certifié conforme : le greffier, (signé) Fabienne Hiernaux. Pour extrait conforme : le greffier en chef, (signé) Frankinet, Régine. (66257) (66262) Justice de paix du canton d’Hamoir Suite à la requête déposée le 27 avril 2009, par décision du juge de paix du canton de Liège IV, rendue le 11 mai 2009, Mme Sauvage, Suite à la requête déposée le 24 avril 2009, par ordonnance du juge Alberte Emilie Géraldine, née le 1er février 1949 à Rocourt, domiciliée de paix du canton d’Hamoir, rendue le 18 mai 2009, Mme Collard, rue François Paquay 15/0011, à 4031 Angleur, a été déclarée incapable Lucienne, née le 26 novembre 1923 à Vierset-Barse, domiciliée rue de de gérer ses biens et a été pourvue d’un administrateur provisoire en la Werihet 44, à 4480 Hermalle-sous-Huy, résidant « Séniorie de personne de Me Drion, Xavier, avocat, dont les bureaux sont sis rue Nandrin », rue Haie Monseu 21, à 4550 Nandrin, a été déclarée Hullos 103-105, à 4000 Liège. incapable de gérer ses biens et a été pourvue d’un administrateur provisoire en la personne de Me Donne, Marielle, avocat, dont le Pour extrait conforme : le greffier en chef, (signé) Frankinet, Régine. cabinet est établi place Puissant 13, à 4171 Poulseur. (66263) Pour extrait conforme : le greffier en chef, (signé) Simon, Maryse. (66258) Suite à la requête déposée le 8 mai 2009, par décision du juge de paix Suite à la requête déposée le 24 avril 2009, par ordonnance du juge du canton de Liège IV, rendue le 18 mai 2009, M. Collette, Charles, veuf de paix du canton d’Hamoir, rendue le 14 mai 2009, Mme Lejeune, d’Olga Van Den Boogaard, née le 9 février 1921 à Liège, domicilié rue Andrée, née le 22 janvier 1931 à Vaux-Chavanne, pensionnée, veuve, Jolet 621, à 4040 Herstal, résidant aux « centres ISoSL », site domiciliée route de Bastogne 1, à 4190 Werbomont, a été déclarée « Valdor », rue Basse Wez 301, à 4020 Liège, a été déclaré incapable de incapable de gérer ses biens et a été pourvue d’un administrateur gérer ses biens et a été pourvu d’un administrateur provisoire en la provisoire en la personne de Me Donne, Marielle, avocat, dont le personne de Me Deventer, Olivier, dont les bureaux sont sis rue cabinet est établi place Puissant 13, à 4171 Poulseur. Sainte-Walburge 462, à 4000 Liège. Pour extrait conforme : le greffier en chef, (signé) Simon, Maryse. Pour extrait conforme : le greffier en chef, (signé) Frankinet, Régine. (66259) (66264) Justice de paix du canton de Jette Suite à la requête déposée le 30 avril 2009, par décision du juge de paix du canton de Liège IV, rendue le 11 mai 2009, Mme Mawet, Emilie Par ordonnance du juge de paix du canton de Jette, en date du Denise, veuve de Désiré Durieux, née le 28 août 1926 à Chênée, 8 mai 2009, suite à la requête déposée le 4 mai 2009, le nommé domiciliée dans un des centre l’ISoSL « Les Orchidées », rue des Vaerewyck, Albert, né le 14 novembre 1923, domicilié à 1082 Bruxelles, Orchidées 178, à 4032 Chênée, été déclarée incapable de gérer ses biens rue Katteput 40, bte 19, mais résidant actuellement à Jette, avenue du et a été pourvue d’un administrateur provisoire en la personne de Laerbeek 101, « UZB », a été déclaré incapable de gérer ses biens et a Me Deventer, Olivier, dont les bureaux sont sis rue été pourvu d’un administrateur provisoire, étant : Me Klaas Rosseel, Sainte-Walburge 462, à 4000 Liège. avocat à 1050 Ixelles, rue de Livourne 45. Pour extrait conforme : le greffier en chef, (signé) Hubrich, Veronica. Pour extrait conforme : le greffier en chef, (signé) Frankinet, Régine. (66260) (66265) 39696 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Justice de paix du canton de Marche-en-Famenne - Durbuy, Par ordonnance du juge de paix du canton de Waremme, rendue le siège de Durbuy 19 mai 2009, Mme Dumoulin, Josette, née à Hollogne-sur-Geer le 19 novembre 1942, domiciliée à 4250 Hollogne-sur-Geer, rue de Celles 9, a été déclarée incapable de gérer ses biens et a été pourvue d’un administrateur provisoire en la personne de Me Laminne de Bex, Suite au rapport de Me Deville, administrateur provisoire du Edwige, dont l’étude est sise à 4500 Ben-Ahin, rue Joseph Wauters 74. 12 février 2009, par ordonnance du juge de paix du canton de Marche-en-Famenne - Durbuy, siège de Durbuy, rendue le 20 mai 2009, Pour extrait conforme : le greffier en chef, (signé) Georges Prinsens. Mme Bakos, Françoise Régine Ghislaine, Belge, née le 21 décembre 1973 (66271) à Namur, sans profession, célibataire, domiciliée « Val Mèleye », Warre 14/24, à 6941 Tohogne, a été déclarée incapable de gérer ses biens et a été pourvue d’un administrateur provisoire en la personne de Me Deville, Céline, avocate, Petite Rue de la Vallée 12, à 6990 Hotton. Pour extrait conforme : le greffier, (signé) Leruth, Corine. (66266) Par ordonnance du juge de paix du canton de Waremme, rendue le 19 mai 2009, M. Noël, Didier, né à Waremme le 4 mai 1965, résidant à 4257 Berloz, rue A. Thomas 2, et domicilié à 4257 Berloz, rue Richard Orban 12, a été déclaré incapable de gérer ses biens et a été pourvu Justice de paix du canton de Sprimont d’un administrateur provisoire en la personne de Me Alain Franken, avocat, dont l’étude est sise à 4000 Liège, boulevard de la Sauvenière 91. Pour extrait conforme : le greffier en chef, (signé) Georges Prinsens. Par ordonnance du juge de paix du canton de Sprimont, en date du (66272) 20 mai 2009, Zocchi, Adèle Germaine, veuve de Petit, Henri, née à Ougrée le 16 octobre 1921, domiciliée avenue des Sillons 20, à 4100 Seraing, résidant « Résidence de Tilff », avenue A. Neef 9, à 4130 Tilff (Esneux), a été déclarée incapable de gérer ses biens et a été pourvue d’un administrateur provisoire, à savoir : Zocchi, Paul, Justice de paix du premier canton de Wavre employé, domiciliée rue Collette 2, résidant chemin du Meunier 22, à 4550 Nandrin. Sprimont, le 25 mai 2009. Pour extrait certifié conforme : le greffier, (signé) Frédérique Seleck. Suite à la requête déposée le 27 avril 2009, par ordonnance du juge (66267) de paix du premier canton de Wavre, rendue le 12 mai 2009, M. Pollet, Luc, né à Ixelles le 25 octobre 1958, domicilié à 1330 Rixensart, avenue de la Rochefoucauld 28, a été déclaré incapable de gérer ses biens et a été pourvu d’un administrateur provisoire en la personne de M. Pollet, Justice de paix du canton d’Uccle André, domicilié à 1330 Rixansart, avenue de la Rochefoucauld 28. Pour extrait conforme : le greffier en chef, (signé) Leclef, Stéphane. (66273) Par ordonnance du juge de paix du canton d’Uccle, en date du 20 mai 2009, en suite de la requête déposée le 28 avril 2009, Mme Vandewiele, Jeanne Catherine Louise, née à Uccle le 24 septembre 1919, domiciliée à 1180 Bruxelles, avenue Wolvendael 59, résidant à l’établissement la résidence « Les Jardins de Longchamp », avenue Winston Churchill 255, à 1180 Uccle, a été déclarée incapable de Suite à la requête déposée le 20 août 2008, par ordonnance du juge gérer ses biens et a été pourvue d’un administrateur provisoire, étant : de paix du premier canton de Wavre, rendue le 19 mai 2009, Me Silance, Dominique, avocate, ayant sont cabinet à 1060 Saint-Gilles, Mme Desmedt, Léa Mathilde, née à Ixelles le 7 juin 1933, domiciliée à chaussée de Charleroi 138/5. 5070 Fosses-la-Ville, rue du Baty 35, a été déclarée incapable de gérer ses biens et a été pourvue d’un administrateur provisoire en la Pour extrait conforme : le greffier en chef, (signé) Goies, Pascal. (66268) personne de Jans, Thierry, domicilié à 1300 Wavre, chaussée de Louvain 43/2. Pour extrait conforme : le greffier en chef, (signé) Leclef, Stéphane. (66274) Par ordonnance du juge de paix du canton d’Uccle, en date du 15 mai 2009, en suite de la requête déposée le 27 avril 2009, Mme Debock, Marie-Thérèse, née à Braine-le-Comte le 10 février 1942, domiciliée à la M.R.S. « L’Olivier », à 1180 Uccle, avenue des Statutaires 46, a été déclarée incapable de gérer ses biens et a été Vredegerecht van het kanton Brasschaat pourvue d’un administrateur provisoire, étant : M. Debock, Jacques, domicilié à 1040 Etterbeek, rue des Aduatiques 58. Pour extrait conforme : le greffier en chef, (signé) Goies, Pascal. (66269) Bij beschikking van de vrederechter van het kanton Brasschaat, verleend op 19 mei 2009, werd Berckmoes, Kristoff, geboren te Antwerpen op 17 decembr 1989, wonende te 2940 Stabroek, Aalm. Cuyperslaan 70, verblijvende in O.C. Clara Fey, Bethaniënlei 5, te Justice de paix du canton de Waremme 2960 Brecht, niet in staat verklaard zijn goederen te beheren en kreeg toegevoegd als voorlopig bewindvoerder : Mr. Mertens, Jan Lodewijk, advocaat, kantoorhoudende te 2900 Schoten, Alice Nahonlei 74. Par ordonnance du juge de paix du canton de Waremme, rendue le 19 mai 2009, M. Hulsen, Joseph, né à Bellaire le 17 octobre 1929, Er werd vastgesteld dat het verzoekschrift neergelegd werd op domicilié à 4250 Hollogne-sur-Geer, rue de Celles 9, a été déclaré 30 april 2009. incapable de gérer ses biens et a été pourvu d’un administrateur provisoire en la personne de Me Laminne de Bex, Edwige, avocat, dont Brasschaat, 25 mei 2009. l’étude est sise à 4500 Ben-Ahin, rue Joseph Wauters 74. Pour extrait conforme : le greffier en chef, (signé) Georges Prinsens. De hoofgriffier, (get.) Ooms-Schrijvers, Maria. (66270) (66275) MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39697 Vredegerecht van het brugge 1 Vredegerecht van het vierde kanton Brugge Bij vonnis verleend door de vrederechter van het eerste kanton Bij beschikking d.d. 13 mei 2009, gewezen op verzoekschrift van Brugge d.d. 19 mei 2009 werd de heer Wittevrongel, Hendrik, geboren 21 april 2009, heeft de vrederechter over het vierde kanton Brugge voor te Brussel op 29 januari 1962, wonende te 8200 Brugge, Ter Lindehof 16, recht verklaard dat Vossen, Jessica, geboren te Brugge op doch thans verblijvende te 8730 Oedelem, Bruggestraat 134A, niet in 23 november 1986, wonende te 8000 Brugge, Langestraat 73, verblij- staat verklaard zijn goederen te beheren en kreeg toegevoegd als vende in het Psychiatrisch Ziekenhuis O.L.Vrouw, Koning Albert I- voorlopig bewindvoerder Mr. Luc Nyssen, advocaat, met kantoor te laan 8, te 8200 Brugge, niet in staat is zelf haar goederen te beheren en 8000 Brugge, Minderbroedersstraat 12, bus 1. heeft aangewezen als voorlopige bewindvoerder : Mr. Foulon, Renée, advocaat te 8490 Jabbeke, Aartrijkestraat 107. Brugge, 25 mei 2009. Brugge, 22 mei 2009. De hoofdgriffier, (get.) Sabine De Visscher. De griffier, (get.) Van Welden, Stefaan. (66276) (66281) Bij vonnis verleend door de vrederechter van het eerste kanton Vredegerecht van het kanton Diksmuide Brugge d.d. 19 mei 2009 werd Mevr. Wittevrongel, Marleen, geboren te Brugge op 7 juni 1963, wonende te 8377 Zuienkerke, Blankenbergse Steenweg 47/1, doch thans verblijvende te 8730 Oedelem, Brugge- Bij beschikking van de vrederechter van het kanton Diksmuide, straat 134A, niet in staat verklaard haar goederen te beheren en kreeg verleend op 18 mei 2009, werd Pynebrouck, Monique Louise, geboren toegevoegd als voorlopig bewindvoerder Mr. Luc Nyssen, advocaat, te Ramskapelle (Nieuwpoort) op 25 juni 1941, weduwe van vanden- met kantoor te 8000 Brugge, Minderbroedersstraat 12, bus 1. berghe, André, wonende te 8600 Diksmuide, Gentweg 17, doch verblij- vende in het RVT Yserheem, IJzerheemplein 1, te 8600 Diksmuide, niet Brugge, 25 mei 2009. in staat verklaard zelf haar goederen te beheren en kreeg toegevoegd De hoofdgriffier, (get.) Sabine De Visscher. als voorlopig bewindvoerder : Vandenberghe, Katrien, wonende te (66277) 7750 Mont-de-l’Enclus, Ocherœulx 7. Diksmuide, 19 mei 2009. De griffier, (get.) Janssens, Ingrid. (66282) Bij vonnis verleend door de vrederechter van het eerste kanton Brugge d.d. 15 mei 2009 werd de heer Legein, Jonathan, geboren op 27 maart 1982, wonende en verblijvende in het Psychiatrisch Centrum Sint-Amandus, Reigerlostraat 10, te 8730 Beernem, niet in staat Vredegerecht van het vierde kanton Gent verklaard zijn goederen te beheren en kreeg toegevoegd als voorlopig bewindvoerder de heer Edwin Waerniers, met kantoor te 9910 Knes- selare, Hoekestraat 92. Bij vonnis van de vrederechter van het vierde kanton Gent werd Brugge, 25 mei 2009. André Maurits Everaert, geboren te Gent op 7 juli 1923, wonend te 9000 Gent, Nieuwevaart 135, en verblijvende in het AZ Sint-Lucas - De hoofdgriffier, (get.) Sabine De Visscher. Afdeling Volkskliniek, te 9000 Gent, Tichelrei 1, niet in staat verklaard (66278) zijn goederen te beheren en kreeg toegevoegd als voorlopig bewind- voerder : Mr. Kate Depoortere, advocaat te 9000 Gent, Franklin Roose- veltlaan 322. Bij vonnis verleend door de vrederechter van het eerste kanton Het verzoekschrift werd ter griffie neergelegd op 28 april 2009. Brugge d.d. 19 mei 2009 werd de heer Blomme, Martin, geboren te Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) Isabelle Provost. Brugge op 14 december 1955, wonende te 8310 Brugge (Assebroek), (66283) Camiel Van de Busschestraat 69, niet in staat verklaard zijn goederen te beheren en kreeg toegevoegd als voorlopig bewindvoerder Mr. Luc Nyssen, advocaat, met kantoor te 8000 Brugge, Minderbroeders- straat 12. Vredegerecht van het kanton Halle Brugge, 25 mei 2009. De hoofdgriffier, (get.) Sabine De Visscher. Bij beschikking van de vrederechter van het kanton Halle, verleend (66279) op 22 mei 2009, werd De Bremaeker, Emerentia, geboren op 2 april 1922, wonende te 1650 Beersel, Bejaardencentrum « De Ceder », Grote Baan 204, niet in staat verklaard zelf haar goederen te beheren en kreeg toegevoegd als voorlopige bewindvoerder : De Wachter, Francine, Vredegerecht van het tweede kanton Brugge wonende te 1651 Beersel (Lot), Dworpsestraat 181. Halle, 25 mei 2009. Voor eensluidend uittreksel : de hoofdgriffier, (get.) De Ridder, Bij vonnis van 14 mei 2009 heeft de vrederechter van het tweede Verena. kanton Brugge voor recht verklaard dat Baute, Maurice, geboren te (66284) Maldegem op 14 juli 1936, gepensioneerde, wonende te 9990 Maldegem op 14 juli 1936, gepensioneerde, wonende te 9990 Maldegem, Kleitkal- seide 102, verblijvende te 8000 Brugge, AZ Sint-Jan, Ruddershove 10, Vredegerecht van het kanton Heist-op-den-Berg niet in staat is zelf zijn goederen te beheren; Wijst over hem aan als voorlopige bewindvoerder : Mr. Vander- mersch, Caroline, advocaat, met kantoor te 8340 Damme (Sijsele), Bij beschikking van de vrederechter van het kanton Heist-op-den- Vossenberg 10. Berg, verleend op 12 mei 2009, werd Leys, Josepha, geboren te Berlaar op 12 januari 1920, wonende te 2580 Putte, Lierbaan 46, niet in staat Brugge, 22 mei 2009. verklaard haar goederen te beheren en kreeg toegevoegd als voorlopig De griffier, (get.) Logghe, Karin. bewindvoerder : Nancy Vannueten, Dijk 21/2, te 2861 Onze-Lieve- (66280) Vrouw-Waver. 39698 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Er werd vastgesteld dat het verzoekschrift werd neergelegd op Vredegerecht van het kanton Willebroek 29 april 2009. Heist-op-den-Berg, 14 mei 2009. Bij uittreksel : de hoofdgriffier, (get.) Wim Ooms. Bij beschikking van de vrederechter van het kanton Willebroek, (66285) verleend op 25 mei 2009, werd Van Steenput, Christine, geboren op 4 juni 1967, wonende te 2870 Puurs, Begijnhofstraat 17, niet in staat verklaard haar goederen te beheren en kreeg toegevoegd als voorlopig Vredegerecht van het kanton Herne-Sint-Pieters-Leeuw, bewindvoerder : Mr. Huysegoms, Felix, advocaat, met kantoor te zetel Sint-Pieters-Leeuw 2800 Mechelen, Koningin Astridlaan 145. Er werd vastgesteld dat het verzoekschrift neergelegd werd op 7 mei 2009. Bij beschikking van de vrederechter van het kanton Herne-Sint- Pieters-Leeuw, zetel Sint-Pieters-Leeuw, verleend op 18 mei 2009, werd Willebroek, 25 mei 2009. Roelandt, Georges, geboren te Wetteren op 4 april 1946, wonende te 1930 Zaventem, Desmedtstraat 55, opgenomen in de instelling Zieken- De griffier, (get.) Borgonie, Mike. huis Inkendaal, Koninklijke Instelling VZW, Inkendaalstraat 1, te (66290) 1602 Vlezenbeek, niet in staat verklaard zelf zijn goederen te beheren en kreeg toegevoegd als voorlopig bewindvoerder : Van Weyenberge, Maria, advocaat, wonende te 1930 Zaventem, Stationsstraat 4. Er werd vastgesteld dat het verzoekschrift op 17 april 2009 werd Mainlevée d’administration provisoire neergelegd. Opheffing voorlopig bewind Sint-Pieters-Leeuw, 25 mei 2009. Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) Partous, An. Justice de paix du canton d’Anderlecht (66286) Par ordonnance du juge de paix du canton d’Anderlecht, en date du Vredegerecht van het kanton Hoogstraten 19 mai 2009, il a été mis fin au mandat d’Ossieur, Diane, avocat, domiciliée à 1070 Anderlecht, avenue H. et F. Limbourg 19, en sa qualité d’administrateur provisoire de Vinck, Bernard, né à Ixelles le Bij vonnis van de vrederechter van het kanton Hoogstraten, verleend 10 janvier 1958, domicilié à 1070 Anderlecht, avenue Frans op 13 mei 2009, werd Canters, Maria Aloysia, geboren te Gierle op Van Kalken 14/18, ce dernier étant à nouveau capable de gérer 26 januari 1933, ongehuwd, wonende te 2275 Lille, Lindelostraat 10, lui-même ses biens. niet in staat verklaard zelf haar goederen te beheren en kreeg toege- voegd als voorlopig bewindvoerder : Mr. Giovanni Vekemans, advo- Pour extrait certifié conforme : le greffier délégué, (signé) Séverine caat, kantoorhoudende te 2275 Lille, Rechtestraat 4, bus 1. Kaman. (66291) Hoogstraten, 20 mei 2009. De hoofdgriffier, (get.) Van Gils, Herman. (66287) Justice de paix du troisième canton de Charleroi Vredegerecht van het kanton Lokeren Suite à la requête déposée le 13 mars 2009, par ordonnance du juge Beschikking d.d. 15 mei 2009 : de paix du troisième canton de Charleroi, rendue le 8 mai 2009, a été levée la mesure d’administration provisoire prise par ordonnance du Bij beschikking van de vrederechter van het kanton Lokeren werd 8 septembre 2006, et publiée au Moniteur belge du 6 avril 2006, à l’égard Meganck, Simonne, geboren op 23 juni 1940, gepensioneerde, wonende de M. Bertulot, Roland, domicilié à 6041 Gosselies, faubourg de te 9270 Kalken, O.C.M.W.-Rusthuis, Kouterstraat 1, niet in staat Bruxelles 17/3, cette personne étant redevenue capable de gérer ses verklaard zelf haar goederen te beheren en kreeg toegevoegd als biens, il été mis fin, en conséquence, à la mission de son administrateur voorlopig bewindvoerder : Mr. Anne-Marie De Lausnay, advocaat te provisoire, à savoir : Me Vincent Désart, avocat, dont le cabinet est situé 9290 Overmere, Burgemeester De Lausnaystraat 33. à 6000 Charleroi, rue de l’Athénée 4/7. Lokeren, 22 mei 2009. Pour extrait conforme : le greffier, (signé) Valérie Désart. De griffier, (get.) Schepens, Vera. (66292) (66288) Vredegerecht van het tweede kanton Oostende Justice de paix du canton de Dour-Colfontaine, siège de Dour Bij beschikking van de vrederechter van het tweede kanton Oost- ende, verleend op 13 mei 2009, werd Van Damme, Lina, geboren te Suite à l’ordonnance du juge de paix du canton de Dour-Colfontaine, Gent op 27 februari 1914, wonende te 8400 Oostende, Limburgstraat 2, siège de Dour, rendue en date du 14 mai 2009, Me Bruno De Felicis, bus 32, verblijvende te Woon- en Zorgcentrum « A. Lacourt », Rode avocat, dont le cabinet est établi à 7370 Dour, rue d’Elouges 23, a été Kruisstraat 10, te 8400 Oostende, niet in staat verklaard haar goederen déchargé de son mandat judiciaire d’administrateur provisoire des te beheren en kreeg toegevoegd als voorlopig bewindvoerder : Verbist, biens de M. Bouchez, Jean, né le 28 mars 1937 à Dour, domicilié en son Ann, advocaat te 9000 Gent, Koning Albertlaan 165. vivant à Dour, home « Bon Accueil », rue des Andrieux 180, et décédé à Baudour le 10 mai 2009. Oostende, 22 mei 2009. Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) Thierry Debruyne. Pour extrait conforme : le greffier, (signé) Baudour, Maryse. (66289) (66293) MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39699 Justice de paix du canton de Forest Vredegerecht van het eerste kanton Gent Bij beschikking van de vrederechter van het eerste kanton Gent, Par ordonnance du juge de paix du canton de Forest, en date du verleend op 20 mei 2009, werd Eliano, Isabelle, advocaat te 9820 Merel- 14 mai 2009, il a été mis fin au mandat de Me Gaillard, Martine, avocat beke, Torrekensstraat 60, aangesteld als voorlopig bewindvoerder bij à 1050 Ixelles, avenue Louise 391/7, en sa qualité d’administrateur beschikking, verleend door de vrederechter van het eerste kanton Gent, provisoire de Mme Vanesse, Marie Louise Emilienne Mireille Lucienne, op 5 april 2006, over Hoefman, Agnes, geboren op 3 februari 1929, laatst née à Wavre le 3 février 1946, domiciliée à 1190 Forest, rue des wonende te 9050 Gent, R.V.T. De Vijvers, Walstraat 1, ontlast van haar Primeurs 17/TM00, cette personne est à nouveau en état de gérer ambt als voorlopig bewindvoerder ingevolge het overlijden van elle-même ses biens. Hoefman, Agnes, op 9 april 2009. Gent, 20 mei 2009. Pour extrait certifié conforme : le greffier en chef, (signé) Patrick De Clercq. Voor eensluidend uittreksel : de hoofdgriffier, (get.) Van Parijs, (66294) Nadine. (66298) Vredegerecht van het tweede kanton Leuven Justice de paix du canton de Huy II-Hannut, siège d’Hannut Bij beschikking van de vrederechter van het tweede kanton Leuven, op 11 mei 2009, werd Claes, Gilberta, gedomicilieerd Leuvense- Par ordonnance du 20 mai 2009, Mme Françoise Debecker, juge de steenweg 158, 3390 Tielt-Winge, aangewezen bij beschikking, verleend paix du canton de Huy II-Hannut, siège d’Hannut, a mis fin au mandat door de vrederechter van het tweede kanton Leuven, op 3 juli 2007, tot de Me Isabelle Gérard, avocat à 1190 Bruxelles, avenue voorlopig bewindvoerder over Janssens, Frans, geboren te Bekkevoort Brugmann 164, en sa qualité d’administrateur provisoire des biens de op 4 september 1927, gedomicilieerd Oude Tiensebaan 89, 3460 Bekke- Mme Gustin, Marie-France, née à Hannut le 1er juillet 1944, en son voort, verblijvend Rusthuis Oase, Kerkstraat 2, 3211 Lubbeek, verblij- vivant veuve de M. Charles Maurice, domiciliée à 4280 Hannut, avenue vend in rechte krachtens artikel 488bis, k), B.W., bij zijn voorlopige des Thouars 4, bte 7, décédée le 11 mai 2009. bewindvoerder, en Demin, Geert, advocaat, kantoorhoudend J.P. Minckelersstraat 90, 3000 Leuven, aangewezen bij beschikking, Pour extrait certifié conforme : le greffier en chef, (signé) J. Rycken. verleend door de vrederechter van het tweede kanton Leuven, op (66295) 22 december 2008, tot voorlopige bewindvoerder ad hoc, met ingang van 26 april 2009 ontslagen van de opdracht, gezien de beschermde persoon overleden is te Lubbeek op 26 april 2009. Leuven, 22 mei 2009. Justice de paix du second canton de Verviers De griffier, (get.) Verbist, Veronique. (66299) Suite à la requête déposée le 4 mai 2009, par ordonnance du juge de Vredegerecht van het kanton Neerpelt-Lommel, zetel Neerpelt paix du second canton de Verviers, rendue le 20 mai 2009, a été levée la mesure d’administration provisoire prise par ordonnance du 12 octobre 2007, et publiée au Moniteur belge du 19 octobre 2007, à Bij beschikking van de plaatsvervangend vrederechter van het l’égard de Mme Wayaffe, Madeleine Eugénie Félicie, veuve Boland, née kanton Neerpelt-Lommel, met zetel te Neerpelt, verleend op le 7 mai 1936 à Andrimont, pensionnée, domiciliée rue de Pepinster 82, 18 mei 2009, werd ambtshalve een einde gesteld aan het voorlopig à 4800 Verviers (Ensival), cette personne étant décédée en date du bewind over de goederen van Savelkoul, Juliette, geboren te Amay op 18 mars 2009, il a été mis fin, en conséquence, à la mission de son 29 maart 1932, wettelijk gedomicilieerd en verblijvende Bosstraat 7, administrateur provisoire, à savoir : Me Fyon, Dominique, avocat, 3930 Hamont-Achel, ingevolge haar overlijden op 8 mei 2009 te ayant son cabinet avenue E. Mullendorff 61, à 4800 Verviers. Hamont-Achel. Pour extrait conforme : le greffier, (signé) Hendrick, Christine. Voor eensluidend uittreksel : de afgevaardigd griffier, (get.) Christel (66296) Vanheel. (66300) Vredegerecht van het kanton Ronse Suite à la requête déposée le 16 avril 2009, par ordonnance du juge de paix du second canton de Verviers, rendue le 20 mai 2009, a été levée De vrederechter van het kanton Ronse verleent op 22 mei 2009 de la mesure d’administration provisoire prise par ordonnance du volgende beschikking : 11 septembre 2008, et publiée au Moniteur belge du 23 septembre 2009, à l’égard de Mme Mukabaziga, Marie-Thérèse, veuve Teuwen, Paul, Verklaart Mr. Tom Deputter, advocaat te 9600 Ronse, Charles de Belge, née à Nyungwe (Rwanda) en 1942, domiciliée rue des Gaullestraat 19, aangewezen bij beschikking van de vrederechter van Pinsons 23, à 4800 Verviers (Lambermont), résidant résidence het kanton Ronse, d.d. 21 mei 2008, tot voorlopige bewindvoerder over « La Lanière », rue de Heusy 95, à 4800 Verviers, cette personne étant Eric Ramsdam, wonende te 9600 Ronse, Broeke 24, ontslagen van de décédée en date du 26 février 2009, il a été mis fin, en conséquence, à la opdracht, gezien de beschermde persoon overleden is te Ronse op mission de son administrateur provisoire, à savoir : Me Heins, Renaud, 20 april 2009. avocat, ayant son cabinet avenue Victor David 75, à 4830 Limbourg. Ronse, 25 mei 2009. Pour extrait conforme : le greffier, (signé) Hendrick, Christine. Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) B. De Vriese. (66297) (66301) 39700 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Vredegerecht van het kanton Zelzate Vredegerecht van het kanton Beveren Bij beschikking van de vrederechter van het kanton Zelzate, verleend Beschikking, verleend door de vrederechter van het kanton Beveren, op 19 mei 2009, werd een einde gesteld aan de opdracht van Last, Aimé, d.d. 19 mei 2009, verklaren Martens, Inge, advocaat, kantoorhoudned Vlakkaard 12, te 8310 Assebroek, als voorlopige bewindvoerder over te 9032 Wondelgem, Sint-Markoenstraat 14, aangewezen bij beschik- Last, Juliaan, geboren op 24 mei 1915 te Watervliet, laatst wonende te king, verleend door de vrederechter van het derde kanton Gent, op 9960 Assenede, in het R.V.T. Sint-Jozef, Leegstraat 17, gezien het 14 februari 2006 (rolnummer 06A67 - Rep.R. 390/2006) tot voorlopig overlijden van de beschermde persoon op 25 april 2009. bewindvoerder over Bruggeman, Manuella Linda, huisvrouw, geboren te Eeklo op 29 juli 1974, wonende te 9120 Beveren (Haasdonk), Per- Zelzate, 25 mei 2009. straat 61 (gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 2 maart 2006, blz. 12623, en onder nr. 62180), met ingang van heden ontslagen van Voor eensluidend uittreksel : de hoofdgriffier, (get.) Karina Riessauw. haar opdracht. (66302) Voegen toe als nieuwe voorlopige bewindvoerder aan de voor- noemde beschermde persoon, de heer Raphaël Van Roeyen, advocaat, kantoorhoudende te 9120 Beveren, Grote Markt 34b. Remplacement d’administrateur provisoire Beveren, 22 mei 2009. Vervanging voorlopig bewindvoerder De griffier, (get.) M. Van Mulders. (66306) Avis rectificatifs Rechtbank van eerste aanleg te Brugge Justice de paix du canton de Beauraing-Dinant-Gedinne, siège de Gedinne Bij vonnis, uitgesproken op 15 mei 2009, door de tiende kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, wordt de aanstelling van Revu notre ordonnance du 11 septembre 2009, Beauraing-Dinant- Mr. Paul Bekaert, advocaat te 8700 Tielt, Hoogstraat 34, in zijn hoeda- Gedinne, siège de Gedinne, laquelle nommait un administrateur des nigheid van voorlopige bewindvoerder over de goederen van biens à Mme Rolin, Jeanne, veuve Leonet, Joseph, née à Monceau-sur- Mevr. Van Oostende, Martha, herroepen, en wordt Mr. Koenraad Sambre le 19 novembre 1918, célibataire, domiciliée à 5555 Bièvre, rue Degroote, advocaat te 8720 Wakken, Markegemstraat 88, aangesteld als de Bouillon 90, en la personne de Mme De Bodt, Elisabeth, née le voorlopige bewindvoerder over de goederen van Mevr. Van Oostende, 11 mai 1953 à La Louvière, assistant de notaire, domiciliée rue Martha, geboren te Dentergem op 17 augustus 1924, wonende te d’Houdrémont 64, à 5555 Bièvre. 8720 Dentergem, Herpelplas 1, met bevoegdheid zoals voorzien in artikel 488bis, f), Burgerlijk Wetboek, en dit vanaf de datum van Suite un courrier de l’administrateur nous averissant qu’une erreur publicatie van onderhavige beslissing in het Belgisch Staatsblad. s’était glissé dans le prénom de la personne protégée, nous avons prononcé une ordonnance rectificatif en date du 22 avril 2009, laquelle Brugge, 22 mei 2009. ordonne que le prénom « Jeanne » mentionné dans l’ordonnance du De griffier, (get.) Luc Geldof. 11 février 2009, soit remplacé par le prénom « Alice ». (66307) Pour extrait conforme : le greffier, (signé) Englebert, Joseph. (66303) Vredegerecht van het kanton Gent 5 Justice de paix du canton de La Louvière Bij vonnis van de vrederechter van het kanton Gent 5, verleend op 19 mei 2009, werd beslist : Suite à la requête déposée le 17 mars 2009, par ordonnance du juge er werd een einde gesteld aan het mandaat van Van Lancker, Roger, de paix du canton de La Louvière rendue le 25 mai 2009, Janssens, geboren op 15 oktober 1928 te Gentbrugge (Gent), gepensioneerde, Marcelle Louise, née à Canteleu le 5 avril 1916, domiciliée à 7110Strépy- wonende te 9820 Merelbeke, Huldelgemsesteenweg 60, als voorlopig Bracquegnies, rue des Canadiens 117, a été déclarée incapable de gérer bewindvoerder van De Roo, Jacqueline, Centrum voor Senioren De ses biens et a été pourvue d’un administrateur provisoire en la Vijvers, geboren op 12 december 1930 te Gentbrugge (Gent), gepensio- personne de Pollaert, Carine, avocate, domiciliée à 7100 La Louvière, neerde, wondende te 9050 Gent (Ledeberg), Walstraat 1; rue Ernest Milcamps 24. voegt haar toe als nieuwe voorlopige bewindvoerder, haar zoon : Van Pour extrait conforme : le greffier en chef, (signé) Malengrez, Lancker, Marc, geboren op 7 mei 1960 te Gent, wonende te 9050 Gent, Marie-Paule. Emiel Van Swedenlaan 41. (66304) Voor eensluidend uittreksel : (get.) De Mil, Ina, griffier. (66308) Justice de paix du canton de Nivelles Vredegerecht van het kanton Hoogstraten Par ordonnance rendue en date du 12 mai 2009, le juge de paix du Bij beschikking van de vrederechter van het kanton Hoogstraten, canton de Nivelles a procédé à la rectification de l’ordonnance rendue verleend op 13 mei 2009, werd Turelinckx, Jozef Paulina Maria, geboren le 6 mai 2009, publiée au Moniteur belge du 15 mai 2009, en ces termes : te Turnhout op 19 november 1958, wonende te 2340 Beerse,Absheide 4, « Rectifions le dispositif de l’ordonnance rendue par nous le 6 mai 2009 aangewezen bij vonnis, verleend door de vrederechter van het tweede en ce sens que le nom patronymique de la personne protégée est kanton Brugge, op 16 oktober 2008 (rolnummer 08A1408 - Rep.R. 2878/ « Loth » et non « Pierre » (étant le premier prénom) comme indiqué par 2008), tot voorlopig bewindvoerder over : Cattoor, Irene Angele Gaby, erreur ». geboren te Lummen op 7 november 1966, wonende te 2340 Beerse, Pour extrait conforme : le greffier, (signé) Farin, Anne-Marie. Absheide 4, en alsdan verblijvende te 8000 Brugge, AZ Sint-Jan AV, (66305) Ruddershove 10 (gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39701 3 november 2008, blz. 58048, en onder nr. 72157), ontslagen van zijn Me Jean Halbrecq, a été autorisé à cette acceptation, par ordonnance opdracht vanaf het ogenblik van de aanvaarding van de opdracht door de M. le juge de paix du canton de Fontaine-l’Evêque, en date du de nieuwe voorlopige bewindvoerder. 10 février 2009. Les créanciers sont invités à se faire connaître en l’étude du notaire Voegt toe als nieuwe voorlopige bewindvoerder aan de voornoemde Valérie Depouhon, sentier Saint-Joseph 1, à 6183 Trazegnies. beschermde persoon : Mr. Giovanni Vekemans, advocaat, kantoor- houdende te 2275 Lille, Rechtestraat 4, bus 1. Pour extrait conforme : (signé) J. Halbrecq. (24002) Hoogstraten, 20 mei 2009. De hoofdgriffier, (get.) Van Gils, Herman. (66309) Bij verklaring, afgelegd op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Kortrijk, op 15 mei 2009, heeft de heer Van Houcke, Marc, wonende te Waregem (Beveren-Leie), Kleurvinge 14, handelend als drager van het ouderlijk gezag over zijn minderjarige zoon, Van Verbeterend bericht Houcke, Pim Marc Jozef, geboren te Waregem op 9 april 1992, wonende te Waregem (Beveren-Leie), Kleurvinge 14, de nalatenschap van wijlen Mevr. Debersaques, Dorine Lucie, geboren te Kortrijk op 16 juni 1962, laatst wonende te Waregem (Beveren-Leie), Kleurvinge 14, overleden Vredegerecht van het vierde kanton Gent te Waregem op 18 januari 2009, aanvaard onder voorrecht van boedel- beschrijving. De legatarissen en schuldeisers worden verzocht, bij aangetekende In het Belgisch Staatsblad van 19 mei 2009, blz. 38074, akte nr. 65855, zending, hun rechten te doen kennen binnen de drie maanden, te betreffende bewindvoering Bertha Spruyt, moet gelezen worden : rekenen vanaf de datum van opneming in het Belgisch Staatsblad, aan « ... Christine De Puydt, ... ». notaris Brigitte Vermeersch, te 9667 Horebeke, Abraham Hansstraat 9. (66310) Horebeke, 25 mei 2009. Namens Van de Velde, Patrick, (get.) Brigitte Vermeersch, notaris. (24003) Publication prescrite par l’article 793 du Code civil Bekendmaking voorgeschreven bij artikel 793 van het Burgerlijk Wetboek Blijkens een akte, verleden op 15 mei 2009, voor S. Nietvelt, afge- vaardigd griffier bij de rechtbank van eerste aanleg te Turnhout, en Acceptation sous bénéfice d’inventaire ingevolge de beschikking van de vrederechter van het kanton Turn- Aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving hout, d.d. 14 april 2009, werd de nalatenschap van wijlen Mevr. van Geel, Johanna Elisabeth Wilhelmina, geboren te Turnhout op 29 januari 1953, echtgenote van de heer Van Doorn, Guido Ludovicus Maria Josephus, laatst wonende te Turnhout, Renier Sniedersstraat 28, overleden te Turnhout op 12 februari 2009, aanvaard, onder voorrecht Suivant acte 09-626 dressé au greffe du tribunal de première instance van boedelbeschrijving, door voornoemde heer Van Doorn, Guido, de Nivelles, le 4 mai 2009 : namens het minderjarige kind van de overledene, te weten jongeheer Van Doorn, Simon Andreas Magdalena, geboren te Turnhout op Mme Marianne Bertha Andrée Ghislaine Gelinne, agissant en qualité 22 juli 1993, wonende te Turnhout, Renier Sniedersstraat 28. de titulaire de l’autorité parentale de sa fille mineure : (Get.) Christine Van Haeren, notaris te Turnhout. Mlle Rosalie Langen, née à Bruxelles le 9 mai 1994, (24004) a déclaré accepter, sous bénéfice d’inventaire, la succession de M. Gabriel Marie Alphonse Gilbert Langen, né à Arlon le 18 mars 1954, époux de Mme Marianne Gelinne, en sa vie domicilié à Ramillies, rue du Saussois 3, et décédé à Ottignies-Louvain-la-Neuve le 14 mars 2009. Volgens akte, verleden ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven, op datum van 25 mei 2009, heeft Mevr. Jonckheer, Ann Les créanciers et légataires sont invités à faire connaître leurs droits, Francine A., geboren te Deurne (Antwerpen) op 13 november 1962, par avis recommandé, dans un délai de trois mois, à compter de la wonend te 3051 Oud-Heverlee, Molenstraat 8, handelend in haar présente insertion, à Me Kathleen Dandoy, et Béatrice Delacroix, hoedanigheid van moeder, drager van het ouderlijk gezag over haar notaires associés à 1360 Perwez, avenue Hubert Jacobs 18. minderjarige kinderen, hiertoe gemachtigd bij beschikking, verleend door de vrederechter van het tweede kanton Leuven, d.d. 18 mei 2009 : (Signature illisible). (24001) Geldof, Stijn, geboren te Leuven op 31 oktober 1995; Geldof, Eva, geboren te Leuven op 3 februari 1998, minderjarige kinderen, wonend te 3051 Oud-Heverlee (Sint-Joris- Weert), Molenstraat 8. Par déclaration faite au greffe civil du tribunal de première instance De comparant verklaart ons, handelend in haar gezegde hoedanig- de Nivelles, le 26 février 2009 : heid, onder voorrecht van boedelbeschrijving, de nalatenschap te aanvaarden van wijlen Geldof, Koenraad Maurice, geboren te Izegem Me Jean Halbrecq, avocat à 6540 Lobbes, rue de l’Abbaye 26, en sa op 7 februari 1993, in leven laatst wonend te 3000 Leuven, Edouard qualité d’administrateur provisoire des biens de : Remyvest 44/0101, en overleden te Leuven op 20 februari 2009. De schuldeisers en legatarissen worden verzocht binnen de drie Mme Marie-Rose Lumanne, née le 24 juillet 1945, domiciliée à maanden, te rekenen van de datum van opneming in het Belgisch 1400 Nivelles, avenue du Monde 23, Staatsblad , hun rechten bij aangetekend schrijven te doen kennen op het kantoor van Mr. Hugo Kuijpers, notaris te 3001 Heverlee, Schreurs- a déclaré accepter mais, sous bénéfice d’inventaire, la succession de vest 5. Mme Rose Bertha Charlotte Moray, née à Forchies-la-Marche le 22 avril 1920, domiciliée en son vivant à 1400 Nivelles, avenue du (Onleesbare handtekening.) Monde 23, et y décédée le 15 juin 2008. (24005) 39702 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Bij verklaring, afgelegd op de griffie van de rechtbank van eerste Dont acte, dressé, sur réquisition expresse de la comparante, qu’après aanleg te Brugge, op 5 mei 2009, heeft Vandevelde, Luc, wonende te lecture faite, elle a signé avec nous, greffier. 8470 Gistel, Vaartstraat 2, teneinde dezer woonst kiezend op het Les créanciers et légataires éventuels dudit défunt sont invités à faire kantoor van Mr. Porters, Agnes, notaris te 8434 Westende, Essex Scot- connaître leurs droits, par avis recommandé, dans un délai de tishlaan 44, handelend als gevolmachtigde van Schoukens, Christiane trois mois, à compter de la présente insertion. Marie, geboren te Jette op 14 augustus 1955, wonende te 8434 Wes- Cet avis doit être adressé à Me Bechet, notaire à 6740 Etalle. tende, Bassevillestraat 133, handelend, blijkens machtiging verleend bij beschikking van de vrederechter van het tweede kanton Oostende, van Arlon, le 26 mai 2009. 31 maart 2009, namens het bij haar wonend minderjarig kind, Gray, Le greffier-chef de service, (signé) I. Gobert. Sean, geboren te Oostende op 10 november 1998, verklaard, onder (24008) voorrecht van boedelbeschrijving, de nalatenschap te aanvaarden van wijlen Gray John Woods, geboren te Glasgow (Schotland) op 9 oktober 1959, in leven laatst wonende te 8434 Westende, Basseville- straat 133, en overleden te Middelkerke op 24 juni 2008. Tribunal de première instance de Liège De schuldeisers en legatarissen worden verzocht binnen de drie maanden, te rekenen van de datum van opneming in het Belgisch Staatsblad , hun rechten bij aangetekend schrijven te doen kennen op L’an 2009, le 26 mai, au greffe du tribunal de première instance de het kantoor van notaris Agnes Porters, met standplaats te Middelkerke Liège, a comparu : (Westende), er kantoorhoudende te 8434 Westende, Essex Scottish- laan 44. Festraets, Pierre, né le 5 juin 1951 à Liège, domicilié rue Florent Boclinville 83, à Vottem, agissant en sa qualité d’administrateur provi- (Get.) Agnes Porters, notaris te Westende. soire des biens de : (24006) Mme Martin, Yvonne, née le 16 août 1921 à Saint-Trond, domiciliée quai de Coronmeuse 5, à Liège; Op 12 mei 2009, ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg te et à ce, désigné, par ordonnance du juge de paix du troisième canton Oudenaarde, heeft de heer Lauwerier, Andy, jurist, wonende te de Liège, rendue le 24 septembre 2007, ordonnance qui est produite en 9700 Oudenaarde, Lammekensstraat 9, handelend ingevolge onder- simple copie, et qui restera annexée au présent acte; handse volmacht, hem gegeven te Kluisbergen, op 7 mei 2009, door : et à ce, autorisé, par ordonnance du juge de paix du troisième canton Mevr. Coussement, Thania Albertina Agnes, geboren te Oudenaarde de Liège, rendue le 20 mai 2009, ordonnance qui est produite en simple op 13 september 1963, en wonende te 9690 Kluisbergen, Berchem- copie, et qui restera annexée au présent acte, straat 42A, handelend in haar hoedanigheid van langstlevende ouder lequel comparant a déclaré accepter, sous bénéfice d’inventaire, la die het ouderlijk gezag uitoefend over haar twee bij haar inwonende succession de Festraets, Emile, né à Saint-Trond le 10 janvier 1925, de minderjarige kinderen, te weten : son vivant domicilié à Liège, quai de Coronmeuse 5, et décédé le Lippens, Youri, geboren te Oudenaarde op 14 februari 1992; 30 décembre 2008 à Liège. Conformément aux prescriptions du dernier alinéa de l’article 793 du Lippens, Mathy, geboren te Oudenaarde op 20 november 1994, Code civil, le comparant déclare faire élection de domicile en l’étude hiertoe aangesteld bij beschikking van de vrederechter van het eerste de Me Paul Scavée, notaire, route d’Hamoir 12, à 4190 Xhoris. kanton Ronse, d.d. 15 april 2009, verklaard in bovenvermelde hoeda- Les créanciers et légataires sont invités à faire connaître leurs droits, nigheid te aanvaarden, onder voorrecht van boedelbeschrijving, de par avis recommandé, au domicile élu, dans les trois mois de la nalatenschap van wijlen Lippens, Geert Arthur Filip, geboren te présente insertion. Oudenaarde op 21 oktober 1961, laatst wonende te 9690 Kluisbergen, Hoogweg 127, en overleden te Zingem op 25 december 2008. Le greffier, (signature illisible). De schuldeisers en legatarissen worden overeenkomstig artikel 793 (24009) van het Burgerlijk Wetboek verzocht om bij gewone aangetekende brief, gericht aan het kantoor van geassocieerde notarissen Ghys en Ghys, te 9690 Kluisbergen, Berchemstraat 47, hun rechten te doen kennen Tribunal de première instance de Mons binnen de drie maanden, te rekenen van de datum van opneming van onderhavige verklaring in het Belgisch Staatsblad. Voor de verzoekers, (get.) Andy Lauwerier, notarieel jurist. (24007) L’an 2009, le 20 mai, au greffe et devant nous, Marie-José Saucez, greffier-chef de service au tribunal de première instance séant à Mons, province de Hainaut, a comparu : Tribunal de première instance d’Arlon Me Dieu, Vincent, avocat à 7301 Hornu, rue de la Fontaine 47, agissant en qualité d’administrateur provisoire de : Mme Vos, Armande, née le 24 octobre 1914, domiciliée à 7000 Mons, L’an 2009, le 26 mai, au greffe du tribunal de première instance rue de la Lisière 9, et résidant à la maison de repos « Le P’tit Quévy », d’Arlon, et par-devant nous, Isabelle Gobert, greffier-chef de service, a rue de Frameries 37, à 7040 Quévy-le-Petit, comparu : le comparant, ès dites qualités, désigné à cette fonction, par ordonnance Mme Marie-Josée Thines, épouse Bechet, aidante, domiciliée à de M. le juge de paix de Dour-Colfontaine, siège de Colfontaine, en date 6740 Etalle, rue du Moulin 5, porteuse d’une procuration lui délivrée le du 17 juillet 2008, et dûment habilité aux fins des présentes, par 11 mai 2009, par : ordonnance de M. le juge de paix suppléant du même canton, en date du 20 mars 2009, et que nous annexons, ce jour, au présent acte, nous a Mme Marie France Louise Ghislaine Ange, née à Arlon le déclaré accepter, sous bénéfice d’inventaire, la succession de Gaullet, 27 juin 1953, domiciliée à 6720 Habay-la-Neuve, rue d’Hoffschmidt 48, Fernand Achille Désiré, né à Framerie le 19 décembre 1911, en son agissant en sa qualité de mère et administratrice légale de la personne vivant domicilié à Mons, rue de la Lisière 9, et décédé à Mons le et des biens de sa fille mineure : 1er avril 2009. Desquelles déclarations, nous avons dressé le présent acte, que le Camus, Kathlyna Dayana Marguerite, née à Arlon le 7 octobre 1994, comparant a signé avec nous, après lecture. célibataire, domiciliée avec sa maman, ce, en vertu d’une ordonnance rendue le 18 mai 2009, par M. le juge de paix du canton d’Etalle, Il a été fait usage uniquement de la langue française. laquelle comparante a, au nom de sa mandante, déclaré accepter, sous Suivent les signatures. bénéfice d’inventaire, la succession de M. Serge Alain Camus, né à Pour extrait conforme : le greffier-chef de service, (signé) Habay-la-Neuve le 10 septembre 1953, en son vivant domicilié à M.-J. Saucez. 6720 Habay-la-Neuve, rue des Rames 22, y décédé le 6 janvier 2009. (24010) MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39703 L’an 2009, le 20 mai, au greffe et devant nous, Marie-José Saucez, Leiser, Esther, geboren te Antwerpen op 12 januari 1953, wonende te greffier-chef de service au tribunal de première instance séant à Mons, 2018 Antwerpen, Nerviërsstraat 28; province de Hainaut, a comparu : Leiser, Golda, geboren te Antwerpen op 6 september 1956, wonende Me Bridoux, Olivier, avocat à 7340 Pâturages, rue de l’Eglise 8, te Londen NW11, Princess Park Avenue 67, agissant en qualité d’administrateur provisoire des biens de : verklaard onder voorrecht van boedelbeschrijving de nalatenschap te Mme Brasseur, Julienne, née le 24 mars 1942, domiciliée à 7041 Givry, aanvaarden van wijlen Leiser, Mojzes, geboren te Jaliska (Polen) op rue du Moulin 72, 5 oktober 1918, in leven laatst wonende 2018 Antwerpen-1, A. Van le comparant, ès dites qualités, désigné à cette fonction, par ordonnance Dijckstraat 2, en overleden te Sint-Lambrechts-Woluwe op de Mme le juge de paix suppléant du canton de Dour-Colfontaine, siège 10 september 2008. de Colfontaine, en date du 19 janvier 2004, et dûment habilité aux fins Er wordt woonstkeuze gedaan op het kantoor van notaris De Backer, des présentes, par ordonnance du même juge de paix cantonal, en date Carlos, te 2000 Antwerpen, Frankrijklei 16 (bus 4). du 19 septembre 2008, et que nous annexons, ce jour, au présent acte, en copie conforme, nous a déclaré accepter, sous bénéfice d’inventaire, De schulseisers en legatarissen worden verzocht hun rechten te doen la succession de Paulet, Clémence Marie Aline, née à Framerie le kennen, binnen de drie maanden te rekenen van deze bekendmaking 26 mai 1940, en son vivant domiciliée à Frameries, rue Montavaux 49, in het Belgisch Staatsblad, bij aangetekend bericht gericht aan de door et décédée à Mons le 12 juin 2008. de erfgenamen gekozen woonplaats. Desquelles déclarations, nous avons dressé le présent acte, que le Antwerpen, 22 mei 2009. comparant a signé avec nous, après lecture. De griffier, (get.) Ph. Jano. Il a été fait usage uniquement de la langue française. (24013) Suivent les signatures. Pour copie conforme : le greffier-chef de service, (signé) M.-J. Saucez. (24011) Volgens akte, verleden ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, op 26 mei 2009, hebben : Tribunal de première instance de Namur Delatin, Patrick, geboren te Greven op 25 november 1984, wonende te 2850 Boom, Colonel Silvertopstraat 17/3; L’an 2009, le 26 mai, au greffe du tribunal de première instance de Delatin, Daniel, geboren te Greven op 10 maart 1988, wonende te Namur, et par-devant nous, Georges Henry, greffier, a comparu : 2850 Boom, Kerkhofstraat 659, Me Françoise Brix, avocate à 5000 Namur, boulevard Isabelle verklaard onder voorrecht van boedelbeschrijving de nalatenschap te Brunell 2/1, agissant en sa qualité d’administrateur provisoire des aanvaarden van wijlen Delatin, Frank Fernand, geboren te Niel op biens appartenant à : 31 mei 1957, in leven laatst wonende te 2627 Schelle, Heidestraat 102, en overleden te Schelle op 13 april 2009. Mme Magerotte, Hélène (veuve du défunt), née à Arlon le 20 novembre 1922, domiciliée et résidant à 5300 Andenne, au home Er wordt keuze van woonst gedaan bij notaris S. Wellekens, te « La Quiétude », rue de l’Hôpital 19; 2850 Boom, Henri Spillemaekersstraat 50. De schulseisers en legatarissen worden verzocht hun rechten te doen désignée à ces fonctions, par ordonnance de M. Jean-Pierre kennen, binnen de drie maanden te rekenen van deze bekendmaking Van Laethem, juge de paix du canton d’Andenne, en date du in het Belgisch Staatsblad, bij aangetekend bericht gericht aan de door 5 février 2009, et autorisée, par ordonnance du même canton, en date de erfgenamen gekozen woonplaats. du 12 mai 2009, Antwerpen, 26 mei 2009. laquelle comparante a déclaré, en langue française, agissant comme dit ci-dessus, accepter, sous bénéfice d’inventaire, la succession de De griffier, (get.) Ph. Jano. M. Collard, René, domicilié en son vivant à 5300 Andenne, au home (24014) « La Quiétude », rue de l’Hôpital 19, et décédé à Andenne, en date du 25 octobre 2008. Dont acte, requis par la comparante, qui après lecture, signe avec nous, Georges Henry, greffier. Rechtbank van eerste aanleg te Gent Les créanciers et légataires sont invités à faire connaître, par avis recommandé, leurs droits, dans un délai de trois mois, à compter de la date de la présente insertion. Bij akte, verleden ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Cet avis doit être adressé à Me Marie-France George, notaire à Gent, op 26 mei 2009, heeft Ackaert, Sophie, geboren te Chacao 5300 Seilles, rue du Vigna 83. (Venezuela) op 8 augustus 1974, wonende te 9000 Gent, Nieuwe- Namur, le 26 mai 2009. vaart 292, handelend in eigen naam en tevens in haar hoedanigheid Le greffier, (signé) Jacqueline Tholet. van drager van het ouderlijk gezag over haar bij haar inwonende (24012) minderjarige kinderen : Van Zele, Hanne, geboren te Oostende op 4 maart 2002; Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen Van Zele, Elien, geboren te Oostende op 19 augustus 2003; Van Zele, Waut, geboren te Oostende op 3 november 2005, Volgens akte, verleden ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg verklaard onder voorrecht van boedelbeschrijving de nalatenschap te te Antwerpen, op 22 mei 2009, hebben : aanvaarden van wijlen Van Zele, Wim, geboren te Assenede op Leiser, Hena Eva, geboren te Antwerpen op 24 september 1949, 28 april 1969, in leven laatst wonende te 9000 Gent, Nieuwevaart 292, wonende te Jeruzalem (Israel), Ossichkin 3; en overleden te Gent op 18 april 2009. De schuldeisers en legatarissen worden verzocht, binnen de Leiser, Lazare, geboren te Antwerpen op 30 november 1950, wonende drie maanden te rekenen van de datum van opneming in het Belgisch te Bnei-Brak (Israel), Harav Hirch 23; Staatsblad, hun rechten bij aangetekend schrijven te doen kennen ten Leiser, Chaim Jacob, geboren te Antwerpen op 7 mei 1958, wonende huize van Ackaert, Sophie, te 9000 Gent, Nieuwevaart 292. te Jeruzalem (Israel), Beit Vegan 63; Gent, 26 mei 2009. Leiser, Pinchas, geboren te Wilrijk op 4 december 1960, wonende te De griffier, (get.) Twiggy De Zutter. 2600 Berchem, Prins Albertlei 25; (24015) 39704 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Rechtbank van eerste aanleg te Leuven Réorganisation judiciaire − Gerechtelijke reorganisatie Bij akte, verleden ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Tribunal de commerce de Dinant Leuven, op 26 mei 2009, heeft Mevr. Grootjans, Corinne Marie L., geboren te Schaffen op 11 mei 1950, wonende te 3010 Leuven (Kessel- Lo), Schoolbergenstraat 51, handelend als gevolmachtigde van : Réorganisation judiciaire 1. Boonen, Jonas Pieter Hendrik, geboren te Leuven op Par jugement prononcé le 26 mai 2009, la première chambre du 23 december 1986, wonende te 3012 Leuven (Wilsele), Bornestraat 16, tribunal de commerce de Dinant, déclare ouverte, en vue de permettre handelend in eigen naam; la conclusion d’un accord amiable de ses créanciers, la procédure de réorganisation judiciaire de la SA Lejac, ayant son siège social à 2. Boonen, Johanna Maria Sarah, geboren te Leuven op 5580 Rochefort, zoning industriel, route de Ciney, immatriculée à la 23 december 1986, wonende te 3012 Leuven (Wilsele), Bornestraat 16, B.C.E. sous le numéro d’entreprise 0418.125.923, exerçant une activité handelend in eigen naam; d’équipement pour les collectivités et le secteur Horeca. 3. Mevr. Van Meerbeek, Gabriella Elisabeth Josepha, geboren te Prends acte de la nomination comme juge délégué de Mme Murielle Mechelen op 12 maart 1961, wonende te 3012 Leuven (Wilsele), Monsieur, juge consulaire au tribunal de commerce de Dinant. Bornestraat 16 : Fixe l’échéance du sursis au jeudi 26 novembre 2009. — alleenstaande ouder, draagster van het ouderlijk gezag, wettige Pour extrait conforme : le greffier en chef, (signé) H. Bourdon. beheerder over de persoon en de goederen van haar, hierna vernoemde, (24018) minderjarige zoon; — hiertoe gemachtigd bij beschikking verleend door de vrederechter van het kanton Leuven-1, d.d. 16 april 2009; Rechtbank van koophandel te Dendermonde Boonen, Lukas Hendrik Matthias, geboren te Leuven op 20 februari 1995, wonende te 3012 Leuven (Wilsele), Bornestraat 16 : Bij vonnis d.d. 20 mei 2009 der rechtbank van koophandel te Dendermonde, werden de bewerkingen van de procedure inzake — minderjarige, opschorting van betaling van de Sander Weverij BVBA, met maatschap- pelijke zetel gevestigd te 9100 Sint-Niklaas, Europark Noord 33, gekend verklaard onder voorrecht van boedelbeschrijving de nalatenschap te onder het ondernemingsnummer 0437.938.667 met handelsactiviteit het aanvaarden van wijlen Boonen, Lucas Marie Ferdinant, geboren te weven van brandvrije gordijnstoffen, gesloten verklaard. Neerpelt op 18 februari 1959, in leven laatst wonende te 3111 Wezemaal, Steenweg op Nieuwrode 16, en overleden op 28 maart 2009. Verleent kwijting aan de commissaris inzake opschorting, zijnde De schuldeisers en legatarissen worden verzocht, binnen de Mr. Colpaert, advocaat te 9112 Sinaai, Hulstbaan 233A. drie maanden te rekenen van de datum van opneming in het Belgisch Staatsblad, hun rechten bij aangetekend schrijven te doen kennen op het Dendermonde, 26 mei 2009. kantoor van Mr. Rooman, Jean-Pierre, notaris te 3000 Leuven, De griffier, (get.) Waterschoot. Diestsestraat 77. (24019) Leuven, 26 mei 2009. De griffier, (get.) E. Van der Geeten. (24016) Rechtbank van koophandel te Gent Bij vonnis van de rechtbank van koophandel Gent, tweede kamer, d.d. 18 mei 2009, werd de procedure gerechterlijke reorganisatie van Rechtbank van eerste aanleg te Veurne Verdonck, Romain, geboren te Bottelare op 3 februari 1946, wonende te 9820 Merelbeke, Motsenstraat 146, met als activiteit teelt van bloemen, ondernemingsnr. 0586.549.102, open verklaard en bepaalt de duur van opschorting op 6 maanden vanaf heden, hetzij tot 18 november 2009. Bij akte nummer 4306, van de griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Veurne, d.d. 22 mei 2009, werd door Mr. Guffens, Caroline, Bevestigt de aanstelling van de heer Frank Louwers, rechter in advocaat te 5000 Namur, rue Lucien Namèche 2B, optredend als handelszaken, in zijn hoedanigheid van gedelegeerd rechter. voorlopig bewindvoerder van Detree, Denise, geboren op Voor eensluidend uittreksel : (get.) R. Van de Wynkele, hoofdgriffier. 9 januari 1932, verblijvende in het Maison de Repos et de Soins « La (24020) Chanterelle », avenue des Combattants 94, te 5030 Gembloux, hiertoe gemachtigd bij beschikking van de heer vrederechter van het kanton Gembloux-Eghezée van 12 mei 2009, verklaard te aanvaarden onder voorrecht van boedelbeschrijving de nalatenschap van wijlen De Tree, Faillite − Faillissement Simonne, geboren te Jette op 21 juli 1926, laatst wonende te Koksijde, Liefjeslaan 16, weduwe van Dutoy, Albert, en overleden op 11 november 2005 te Koksijde. Tribunal de commerce de Liège De schuldeisers en legatarissen worden verzocht hun rechten te doen kennen, binnen de drie maanden te rekenen van de datum van deze bekendmaking, bij gewoon aangetekend schrijven te richten aan notaris Vanwalleghem, Vincent, Strandlaan 172, 8670 Koksijde. Par jugement du 20 mai 2009, le tribunal de commerce de Liège a prononcé la clôture de la faillite de Mme Françoise Lobet par liquida- tion d’actif. La faillie a été déclarée excusable. Le curateur désigné était Veurne, 22 mei 2009. Me Victor Hissel, avocat, rue Duvivier 26, à 4000 Liège. De griffier, (get.) G. Markey. (Signé) V. Hissel, curateur. (24017) (24021) MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39705 Par jugement du tribunal de commerce de Liège du 20 mai 2009, il a Juge-commissaire : M. Deltenre. été procédé à la clôture, par liquidation (loi du 8 août 1997, article 80), de la faillite de Marc Rocour, né le 13 janvier 1959, et décédé le La date provisoire de cessation des paiements est fixée au 24 mars 2004, inscrite à la B.C.E. sous le n° 0725.322.349, déclaré en 13 mai 2009. faillite par jugement du tribunal de commerce de Liège le Les créanciers sont invités à déposer leurs créances au greffe du 21 septembre 1998, le jugement de clôture déclare le failli excusable. tribunal de commerce avant le 16 juin 2009. Le curateur, (signé) Me André Magotteaux. Le curateur déposera au greffe du tribunal de commerce, au plus tard (24022) le 15 juillet 2009, le premier procès-verbal de vérification des créances. Les personnes physiques qui se sont constituées sûreté personnelle du failli sont invitées à en faire déclaration au greffe conformément à Par jugement du tribunal de commerce de Liège du 20 mai 2009, il a l’article 72ter de la loi du 8 août 1997 sur les faillites. été procédé à la clôture, par liquidation (loi du 8 août 1997, article 80), de la faillite de la SA Darmeu, ayant son siège social à 4620 Fléron, Le pro deo a été ordonné. avenue des Martyrs 202, inscrite à la B.C.E. sous le n° 0453.405.912, Pour extrait conforme : la greffière assumée, (signé) C. Desouter. déclarée en faillite par jugement du tribunal de commerce de Liège le (24027) 11 septembre 1995, le jugement de clôture déclare la société faillie inexcusable. Le curateur, (signé) Me André Magotteaux. (24023) Par jugement du 18 mai 2009, la première chambre du tribunal de commerce de Charleroi a déclaré ouverte, sur aveu, la faillite de la SA New Top Design, dont le siège social est sis à 6060 Gilly, rue de la Verrerie 20C, inscrite à la Banque-Carrefour des Entreprises sous le Par jugement du tribunal de commerce de Liège du 20 mai 2009, il a numéro 0465.533.286 (activité commerciale : fabrication et vente de été procédé à la clôture de faillite de la SPRL Euromag, cuisines, dénomination commerciale : New Top Design). B.C.E. n° 0478.918.890. Curateur : Me I. Vausort, avocat à 6061 Montignies-sur-Sambre, rue M. Abbassi Salim, domicilié ou l’ayant été route d’Eupen 152, à Paul Janson 48. 4837 Baelen, est désigné en qualité de liquidateur. Juge-commissaire : M. Deltenre. Un curateur, (signé) P. Cavenaile. (24024) La date provisoire de cessation des paiements est fixée au 14 mai 2009. Les créanciers sont invités à déposer leurs créances au greffe du tribunal de commerce avant le 16 juin 2009. Par jugement du 20 mai 2009, le tribunal de commerce de Liège a déclaré close, par liquidation, la faillite de la SCRL Le Dart, ayant son Le curateur déposera au greffe du tribunal de commerce, au plus tard siège social à 4624 Romsée, rue de Bouny 120, inscrite à la Banque- le 15 juillet 2009, le premier procès-verbal de vérification des créances. Carrefour des Entreprises sous le n° 0463.610.213. Les personnes physiques qui se sont constituées sûreté personnelle Le même jugement a donné décharge au curateur de sa mission et a du failli sont invitées à en faire déclaration au greffe conformément à déclaré la société faillie inexcusable. l’article 72ter de la loi du 8 août 1997 sur les faillites. Le même jugement a prononcé la dissolution de la société faillie et la Le pro deo a été ordonné. clôture immédiate de sa liquidation. Pour extrait conforme : la greffière assumée, (signé) C. Desouter. Le curateur, (signé) J.-M. Rikkers. (24028) (24025) Par jugement du 18 mai 2009, la première chambre du tribunal de Par jugement du 20 mai 2009, le tribunal de commerce de Liège commerce de Charleroi a déclaré ouverte, sur citation, la faillite de déclare close, par liquidation, la faillite de la SPRL Coda, dont le siège M. Arnaud Bombecke, né à Charleroi le 29 septembre 1988, domicilié à social est établi à 4400 Flémalle, rue Harkay 200, inscrite à la B.C.E. sous 6040 Jumet, rue Lion Jacques 42, inscrit à la Banque-Carrefour des le n° 0466.758.555. Entreprises sous le numéro 0890.270.255. Donne décharge au curateur de sa mission. Curateur : Me H. Born, avocat à 6001 Marcinelle, rue Destrée 68. En application de l’article 81 de la loi du 8 août 1997 sur les faillites, Juge-commissaire : M. J. Cormont. déclare la société inexcusable. La date provisoire de cessation des paiements est fixée au En conséquence, conformément à l’article 83 de la loi du 8 août 1997 18 mai 2009. sur les faillites, déclare ladite société dissoute, prononce clôture immé- Les créanciers sont invités à déposer leurs créances au greffe du diate de sa liquidation, et en application de l’article 185 du Code des tribunal de commerce avant le 16 juin 2009. sociétés, indique en qualité de liquidateur, Me Claude Dessart, gérant de la société faillie, domicilié ou l’ayant été à 4400 Flémalle, rue Le curateur déposera au greffe du tribunal de commerce, au plus tard Harkay 200. le 15 juillet 2009, le premier procès-verbal de vérification des créances. (Signé) Didier Grignard, avocat. Les personnes physiques qui se sont constituées sûreté personnelle (24026) du failli sont invitées à en faire déclaration au greffe conformément à l’article 72ter de la loi du 8 août 1997 sur les faillites. Le pro deo a été ordonné. Tribunal de commerce de Charleroi Pour extrait conforme : la greffière assumée, (signé) C. Desouter. (24029) Par jugement du 18 mai 2009, la première chambre du tribunal de commerce de Charleroi a déclaré ouverte, sur aveu, la faillite de la Par jugement du 18 mai 2009, la première chambre du tribunal de SPRL Rebra Trans, dont le siège social est sis à 6238 Luttre, square de commerce de Charleroi a déclaré ouverte, sur citation, la faillite de la l’Abbé Paternotte 7, inscrite à la Banque-Carrefour des Entreprises sous SPRL TD Express, dont le siège social est sis à 6040 Jumet, rue Bennert 8, le numéro 0888.694.501 (activité commerciale : transport routier inscrite à la Banque-Carrefour des Entreprises sous le national et international, dénomination commerciale : néant). numéro 0874.889.520. Curateur : Me I. Vausort, avocat à 6061 Montignies-sur-Sambre, rue Curateur : Me Olivier Massart, avocat à 6061 Montignies-sur-Sambre, Paul Janson 48. rue ’t Serclaes de Tilly 49-51. 39706 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Juge-commissaire : M. Jean-Marie Focant. Par jugement du 26 mai 2009, la première chambre du tribunal de commerce séant à Dinant : La date provisoire de cessation des paiements est fixée au 18 mai 2009. prononce la clôture, par liquidation, des opérations de la faillite de la SPRL Coiffure Roby, immatriculée à la B.C.E. sous le numéro d’entre- Les créanciers sont invités à déposer leurs créances au greffe du prise 0434.074.208, dont le siège social est établi à 5590 Ciney (Haver- tribunal de commerce avant le 16 juin 2009. sin), Les Basses 18A, déclarée ouverte par jugement de ce tribunal du 26 septembre 2006; Le curateur déposera au greffe du tribunal de commerce, au plus tard le 15 juillet 2009, le premier procès-verbal de vérification des créances. déclare, comme de droit, la société faillie non excusable; Les personnes physiques qui se sont constituées sûreté personnelle dit également que la présente décision, non seulement, la dissout et du failli sont invitées à en faire déclaration au greffe conformément à emporte la clôture immédiate de sa liquidation et que, conformément à l’article 72ter de la loi du 8 août 1997 sur les faillites. l’article 185 du Code des sociétés, est considéré comme liquidateur, M. Christophe Gaspard, domicilié à 6769 Meix-devant-Virton, rue de Le pro deo a été ordonné. Virton 52, appt. 2. Pour extrait conforme : la greffière assumée, (signé) C. Desouter. Pour extrait conforme : le greffier en chef, (signé) H. Bourdon. (24030) (24033) Par jugement prononcé le 26 mai 2009, la première chambre du Tribunal de commerce de Dinant tribunal de commerce séant à Dinant : prononce, sur aveu, la faillite de la SPRL B. and C., dont le siège social est établi à 5590 Ciney, rue des Ecoles 103, immatriculé à la B.C.E. sous Par jugement prononcé le 26 mai 2009, la première chambre du le numéro d’entreprise 0870.905.194; tribunal de commerce séant à Dinant : désigne en qualité de curateur, Me Jacques Hutin, avocat à Rochefort, prononce, sur citation, la faillite du sieur Moraux, Freddy René Louis avenue de Lorette 15; Ghislain, maréchal-ferrant (indépendant), né à Frasnes-lez-Couvin le 18 mai 1953, immatriculé à la B.C.E. sous le numéro ordonne aux créanciers de faire au greffe de ce tribunal, sis place du d’entreprise 0658.655.635, domicilié à 5670 Olloy-sur-Viroin, rue Four- Palais de Justice 8, à 5500 Dinant, endéans les trente jours à compter du cimont 13; présent jugement, la déclaration de leurs créances, avec leurs titres; fixe au mardi 7 juillet 2009, au greffe de ce tribunal, extension du désigne en qualité de curateur, Me Laurent Adam, avocat à palais de justice, place du Palais de Justice 8, à 5500 Dinant, le dépôt du 5620 Florennes, rue de Philippeville 1; premier procès-verbal de vérification des créances; ordonne aux créanciers de faire au greffe de ce tribunal, sis place du informe les personnes physiques qui se sont constituées sûreté Palais de Justice 8, à 5500 Dinant, endéans les trente jours à compter du personnelle du failli, qu’elles ont le moyen d’en faire déclaration au présent jugement, la déclaration de leurs créances, avec leurs titres; greffe conformément à l’article 72ter de la loi du 8 août 1997 sur les faillites. fixe au mardi 14 juillet 2009, au greffe de ce tribunal, extension du palais de justice, place du Palais de Justice 8, à 5500 Dinant, le dépôt du Pour extrait conforme : le greffier, (signé) C. Dujeu. premier procès-verbal de vérification des créances; (24034) informe les personnes physiques qui se sont constituées sûreté personnelle du failli, qu’elles ont le moyen d’en faire déclaration au greffe conformément à l’article 72ter de la loi du 8 août 1997 sur les Par jugement du 26 mai 2009, la première chambre du tribunal de faillites. commerce séant à Dinant : Pour extrait conforme : le greffier en chef, (signé) H. Bourdon. prononce la clôture, par insuffisance d’actif, des opérations de la (24031) faillite de M. Alain Delgoffe, né le 5 septembre 1956, enregistré dans la Banque-Carrefour des Entreprises sous le numéro 0658.410.462, domi- cilié à 5651 Thy-le-Château, rue Pairelle 12, déclare ouverte par jugement de ce tribunal du 28 octobre 2008; Par jugement prononcé le 26 mai 2009, la première chambre du déclaré M. Alain Delgoffe excusable. tribunal de commerce séant à Dinant : Pour extrait conforme : le greffier en chef, (signé) H. Bourdon. (24035) prononce, sur citation, la faillite de la Montera SA, immatriculée à la B.C.E. sous le numéro d’entreprise 0474.325.149, ayant son siège social à 5650 Walcourt, rue de Pry 1; désigne en qualité de curateur, Me Laurent Adam, avocat à Par jugement du 26 mai 2009, la première chambre du tribunal de 5620 Florennes, rue de Philippeville 1; commerce séant à Dinant : prononce la clôture, pour insuffisance d’actif, des opérations de la ordonne aux créanciers de faire au greffe de ce tribunal, sis place du faillite de la SA Khros, enregistrée dans la Banque-Carrefour des Palais de Justice 8, à 5500 Dinant, endéans les trente jours à compter du Entreprises sous le numéro 0473.332.878, ayant son siège social à présent jugement, la déclaration de leurs créances, avec leurs titres; 5500 Dinant, rue Adolphe-Sax 55/1, déclarée ouverte par jugement de fixe au mardi 14 juillet 2009, au greffe de ce tribunal, extension du ce tribunal du 13 mai 2008; palais de justice, place du Palais de Justice 8, à 5500 Dinant, le dépôt du déclare, comme de droit, la société faillie non excusable; premier procès-verbal de vérification des créances; dit également que la présente décision, non seulement, la dissout et informe les personnes physiques qui se sont constituées sûreté emporte la clôture immédiate de sa liquidation et que, conformément à personnelle du failli, qu’elles ont le moyen d’en faire déclaration au l’article 185 du Code des sociétés, est considéré comme liquidateur, greffe conformément à l’article 72ter de la loi du 8 août 1997 sur les M. Philippe Duchesne, dont le dernier domicile connu est à faillites. 6280 Gerpinnes, rue des Tayettes 3. Pour extrait conforme : le greffier en chef, (signé) H. Bourdon. Pour extrait conforme : le greffier en chef, (signé) H. Bourdon. (24032) (24036) MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39707 Par jugement du 26 mai 2009, la première chambre du tribunal de Par jugement du 25 mai 2009, le tribunal de commerce de Liège a commerce séant à Dinant : prononcé, sur citation, la faillite de M. Vincent Bastin, de nationalité belge, né à Verviers le 8 juin 1969, domicilié à 4000 Liège, rue Fond des prononce la clôture, pour insuffisance d’actif, des opérations de la Tawes 132, pour des activités de ferronnier, inscrit à la Banque- faillite de la SPRL Mathil’bois, enregistrée dans la Banque-Carrefour Carrefour des Entreprises sous le n° 0713.401.049. des Entreprises sous le numéro 0465.628.308, ayant son siège social à 5620 Florennes, bois de l’Haminde 2, déclarée ouverte par jugement de Curateur : Me André Magotteaux, avocat à 4000 Liège, rue du ce tribunal du 25 novembre 2003; Pont 36. déclare, comme de droit, la société faillie non excusable; Juge-commissaire : M. Daniel Borgoens. dit également que la présente décision, non seulement, la dissout et Les créanciers doivent produire leurs créances au greffe du tribunal emporte la clôture immédiate de sa liquidation et que, conformément à de commerce de Liège, à 4000 Liège, îlot Saint-Michel, rue Joffre 12, l’article 185 du Code des sociétés, est considéré comme liquidateur, endéans les trente jours du jugement déclaratif de faillite. M. Paul Pantau, domicilié à 6183 Trazegnies, sentier Saint-Joseph 1. Les personnes physiques qui se sont constituées sûreté personnelle Pour extrait conforme : le greffier en chef, (signé) H. Bourdon. du failli ont le moyen d’en faire la déclaration au greffe conformément (24037) à l’article 72ter de la loi sur les faillites. Le dépôt au greffe du premier procès-verbal de vérification des créances est fixé au mercredi 8 juillet 2009. Tribunal de commerce de Liège Pour extrait conforme : le greffier-chef de service, (signé) J. Tits. (24040) Par jugement du 25 mai 2009, le tribunal de commerce de Liège a prononcé, sur citation, la faillite de la SCRI i4Network, ayant son siège Tribunal de commerce de Marche-en-Famenne social à 4031 Liège (Angleur), rue de Chênée 53, pour des activités de soutien aux entreprises, ayant ou ayant eu un siège d’exploitation à 5000 Namur, rue de Bruxelles 112, et à 5100 Jambes (Namur), rue Pierre du Diable 34, inscrite à la Banque-Carrefour des Entreprises sous le Par jugement du 25 mai 2009, la deuxième chambre du tribunal de n° 0436.427.546. commerce, séant à Marche-en-Famenne, province de Luxembourg, a prononcé, sur aveu, la faillite de 21 Oils Company, société privée à Curateurs : Mes Pierre Henfling et Raphaël Davin, avocats à responsabilité limitée, enregistrée dans la Banque-Carrefour des Entre- 4000 Liège, rue des Augustins 32. prises sous le numéro 0873.716.711, pour la fabrication de détergents, ayant son siège social à 6941 Durbuy, rue de Liège 100, et a désigné en Juge-commissaire : M. Alain Smets. qualité de curateurs, Me Benoît Chamberland, avocat à 6900 Marche- en-Famenne, rue Victor Libert 45, et Me Mathieu Robert, avocat à Les créanciers doivent produire leurs créances au greffe du tribunal 6900 Marche-en-Famenne, avenue de la Toison d’Or 28. de commerce de Liège, à 4000 Liège, îlot Saint-Michel, rue Joffre 12, endéans les trente jours du jugement déclaratif de faillite. Le même jugement : Les personnes physiques qui se sont constituées sûreté personnelle invite les créanciers à déposer au greffe du tribunal de commerce de du failli ont le moyen d’en faire la déclaration au greffe conformément Marche-en-Famenne, rue Victor Libert 9, palais de justice, bâtiment B, à l’article 72ter de la loi sur les faillites. 1er étage, la déclaration de leurs créances, avec leurs titres, dans les trente jours à compter du présent jugement; Le dépôt au greffe du premier procès-verbal de vérification des créances est fixé au mercredi 8 juillet 2009. dit que le premier procès verbal de vérification des créances sera déposé au greffe le lundi 6 juillet 2009; Pour extrait conforme : le greffier-chef de service, (signé) J. Tits. (24038) dit que conformément à l’article 72bis, alinéa 1er, de la loi sur les faillites, pour bénéficier de la décharge, les personnes physiques qui, à titre gratuit, se sont constituées sûreté personnelle du failli sont tenues de déposer au greffe du tribunal de commerce une déclaration attestant Par jugement du 25 mai 2009, le tribunal de commerce de Liège a que leur obligation est disproportionnée à leurs revenus et à leur prononcé, sur citation, la faillite de M. Yvon José Claude Marcel patrimoine. Collard, de nationalité belge, né à Liège le 26 janvier 1969, domicilié à Pour extrait conforme : le greffier, (signé) J.M. Collard. 4100 Seraing, rue des Liserons 6, pour des activités suivantes : (24041) nettoyage des bâtiments, nettoyage industriel, exploitant ou ayant exploité à 4100 Seraing, rue Morchamps 97, sous la dénomination Floribel, inscrit à la Banque-Carrefour des Entreprises sous le n° 0754.226.963. Par jugement du 25 mai 2009, la deuxième chambre du tribunal de Curateurs : Mes Jean-Marc Van Durme, avocat à 4000 Liège, rue de commerce, séant à Marche-en-Famenne, province de Luxembourg, a Joie 56, et Koenraad Tanghe, avocat à 4000 Liège, rue Duvivier 22. prononcé, sur aveu, la faillite de Unicapital, société anonyme, enregis- trée dans la Banque-Carrefour des Entreprises sous le Juge-commissaire : M. Alain Piekarek. numéro 0442.984.251, pour l’activité de soutien aux entreprises, ayant son siège social à 6941 Durbuy, rue de Liège 100, et a désigné en qualité Les créanciers doivent produire leurs créances au greffe du tribunal de curateurs, Me Benoît Chamberland, avocat à 6900 Marche-en- de commerce de Liège, à 4000 Liège, îlot Saint-Michel, rue Joffre 12, Famenne, rue Victor Libert 45, et Me Mathieu Robert, avocat à endéans les trente jours du jugement déclaratif de faillite. 6900 Marche-en-Famenne, avenue de la Toison d’Or 28. Les personnes physiques qui se sont constituées sûreté personnelle Le même jugement : du failli ont le moyen d’en faire la déclaration au greffe conformément à l’article 72ter de la loi sur les faillites. invite les créanciers à déposer au greffe du tribunal de commerce de Marche-en-Famenne, rue Victor Libert 9, palais de justice, bâtiment B, Le dépôt au greffe du premier procès-verbal de vérification des 1er étage, la déclaration de leurs créances, avec leurs titres, dans les créances est fixé au mercredi 8 juillet 2009. trente jours à compter du présent jugement; Pour extrait conforme : le greffier-chef de service, (signé) J. Tits. dit que le premier procès verbal de vérification des créances sera (24039) déposé au greffe le lundi 6 juillet 2009; 39708 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD dit que conformément à l’article 72bis, alinéa 1er, de la loi sur les Avis aux créanciers inscrits à la faillite de M. Fourmentin, Benoît, rue faillites, pour bénéficier de la décharge, les personnes physiques qui, à du Chemin de Fer 39, à 7033 Cuesmes. titre gratuit, se sont constituées sûreté personnelle du failli sont tenues Conformément aux articles 76 et 80, § 2 de la loi sur les faillites et à de déposer au greffe du tribunal de commerce une déclaration attestant l’ordonnance rendue par M. le juge-commissaire Thierry Toubeau, les que leur obligation est disproportionnée à leurs revenus et à leur créanciers sont invités à comparaître à l’assemblée générale qui sera patrimoine. tenue en la salle d’audience F du tribunal de commerce de Mons, rue Pour extrait conforme : le greffier, (signé) J.M. Collard. des Droits de l’Homme, à 7000 Mons, le mardi 22 juin 2009, à 9 heures (24042) précises, pour délibérer sur l’excusabilité du failli. Cet avis tient lieu de convocation des créanciers. Le greffier, (signé) Benoit Delmoitie. Tribunal de commerce de Mons (24046) Par jugement du 26 mai 2009, le tribunal de commerce de Mons a Tribunal de commerce de Nivelles déclaré la faillite, sur aveu, de Livolsi Calogero, né à Mons le 23 avril 1965, domicilié à 7340 Wasmes, rue du Petit Wasmes 22, y exerçant les activités de débit de boissons, sous la dénomination Par jugement du tribunal de commerce de Nivelles du 25 mai 2009, « La Maison du Peuple », B.C.E. 0665.422.275. a été déclarée ouverte, sur citation, la faillite de T & A Trading SPRL, Curateur : Me Etienne Descamps, avenue des Expositions 8A, drève de l’Infante 55A, 1410 Waterloo, n° B.C.E. 0860.846.294. 7000 Mons. Juge-commissaire : Smet, Rogier. Cessation des paiements : provisoirement le 26 mai 2009. Curateur : Me Speidel, Marc-Alain, avocat à 1380 Lasne, chaussée de Dépôt des déclarations de créances pour le 24 juin 2009. Louvain 523. Date limite du dépôt des créances : dans les trente jours de la date de Les personnes physiques qui se sont constituées sûreté personnelle la faillite. du failli ou de la faillie, ont le moyen d’en faire déclaration au greffe conformément à l’article 72ter de la loi sur les faillites. Dépôt par la curatelle du premier procès-verbal de vérification des créances au greffe au plus tard le 9 juillet 2009. Dépôt au greffe du premier procès-verbal de vérification des créances, le 14 juillet 2009. Dit que les personnes physiques qui se sont constituées sûreté Pour extrait conforme : le greffier, (signé) B. Delmoitie. personnelle du failli, ont le moyen d’en faire déclaration au greffe, (24043) conformément à l’article 72ter de la loi sur les faillites. Pour extrait conforme : la greffière en chef, (signé) M.P. Leleux. (24047) Par jugement du 26 mai 2009, le tribunal de commerce de Mons a déclaré la faillite, sur aveu, de Macano-Buro SCRL, dont le siège social Avis aux créanciers inscrits à la faillite de Delmotte, Jean-Michel est sis à 7330 Saint-Ghislain, rue Grande 46, B.C.E. 0429.401.380, Georges E., rue Chapelle Stevenaert 88, 1370 Jodoigne. RPM Mons 111996, y ayant exercé les activités de commerce de détail en papeterie. Conformément au prescrit des articles 76 et 80, § 2, de la loi sur les faillites et à l’ordonnance rendue par M. le juge-commissaire De Volder, Curateur : Me Etienne Francart, résidence « La Tannerie », avenue les créanciers sont invités à comparaître à l’assemblée des créanciers d’Hyon 49/R3, 7000 Mons. qui sera tenue en la salle d’audience du tribunal de commerce de Cessation des paiements : provisoirement le 26 mai 2009. Nivelles, rue Clarisse 115, à 1400 Nivelles, le lundi 29 juin 2009, à 9 h 30 m précises précises, afin de délibérer sur l’excusabilité du failli. Dépôt des déclarations de créances pour le 24 juin 2009. Cet avis tient lieu de convocation des créanciers. Les personnes physiques qui se sont constituées sûreté personnelle La greffière, (signé) P. Fourneau. du failli ou de la faillie, ont le moyen d’en faire déclaration au greffe (24048) conformément à l’article 72ter de la loi sur les faillites. Dépôt au greffe du premier procès-verbal de vérification des créances, le 14 juillet 2009. Avis aux créanciers inscrits à la faillite de Chabotier, Danny Roger Pour extrait conforme : le greffier, (signé) B. Delmoitie. Louis, rue d’Oisquercq 147, 1480 Tubize. (24044) Conformément au prescrit des articles 76 et 80, § 2, de la loi sur les faillites et à l’ordonnance rendue par M. le juge-commissaire Pietquin, les créanciers sont invités à comparaître à l’assemblée des créanciers qui sera tenue en la salle d’audience du tribunal de commerce de Par jugement du 25 mai 2009, le tribunal de commerce de Mons a Nivelles, rue Clarisse 115, à 1400 Nivelles, le lundi 29 juin 2009, à déclaré la faillite, sur aveu, de Hair & Beauty SPRL, dont le siège social est sis à 7034 Obourg, rue de la Petite Bruyère 1, ayant exercé les 9 h 30 m précises précises, afin de délibérer sur l’excusabilité du failli. activités d’exploitation de salon de coiffure et d’institut de beauté dans Cet avis tient lieu de convocation des créanciers. la base militaire de Chièvres et les activités de location et de gestion La greffière, (signé) P. Fourneau. immobilière, B.C.E. n° 0864.659.978. (24049) Curateur : Me Natalie Debouche, Grand-Place 14, 7370 Dour. Cessation des paiements : provisoirement le 25 mai 2009. Tribunal de commerce de Verviers Dépôt des déclarations de créances pour le 24 juin 2009. Les personnes physiques qui se sont constituées sûreté personnelle Faillite sur aveu du failli ou de la faillie, ont le moyen d’en faire déclaration au greffe conformément à l’article 72ter de la loi sur les faillites. Par jugement du 11 mai 2009, le tribunal de commerce de Verviers a déclaré la faillite de la société privée à responsabilité limitée « Reichel », Dépôt au greffe du premier procès-verbal de vérification des inscrite à la B.C.E. sous le numéro 0440.451.462, dont le siège social est créances, le 22 juillet 2009. établi à 4800 Verviers, rue de l’Ile Adam 4, pour l’exploitation d’une Pour extrait conforme : le greffier, (signé) F. Baugnies. entreprise de plomberie, charpentes et de couvertures métalliques et (24045) non métalliques de construction, activités exercées au siège social. MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39709 Curateur : Me Jean Baivier, avocat à 4800 Verviers, rue des Het eerste proces-verbaal van verificatie der schuldvorderingen zal Martyrs 38. dienen neergelegd te worden op de griffie van de rechtbank, uiterlijk op 6 juli 2009. Les créanciers doivent produire leurs créances au greffe endéans les trente jours. Voor eensluidend verklaard uittreksel : de hoofdgriffier, (get.) F. Hulpia. Clôture du procès-verbal de vérification des créances : le (24054) 10 juillet 2009, à 9 h 30 m, au palais de justice de Verviers. Pour extrait conforme : le greffier, (signé) Jeannine Hissel. (24050) Bij vonnis van de tijdelijke eerste kamer bis van de rechtbank van koophandel te Brugge, afdeling Brugge, d.d. 26 mei 2009, werd, op bekentenis, het faillissement uitgesproken van BVBA Afbouwteam, met maatschappelijke zetel gevestigd te 8000 Brugge, Monnikenwerve 17, Faillite : De Blieck, Michael, inscrit à la Banque-Carrefour des Entre- bus 18, en met uitbatingszetel gevestigd te 9051 Gent (Sint-Denijs- prises sous le numéro 0887.282.853, dont le siège social est établi à Westrem), Hemelrijkstraat 113A, met als activiteit pleisterwerken, 4800 Lambermont, rue des Combattants 1B, pour une entreprise de ondernemingsnummer 0863.633.758. maçonnerie, sous l’appellation BM Construct, faillite déclarée par jugement du 2 octobre 2008. Datum van staking van betalingen : 26 mei 2009. Curateur : Me Pierre Andri. Curator : Mr. Francis Missault, advocaat te 8000 Brugge, Koningin Elisabethlaan 34. Par jugement du 7 mai 2009, le tribunal de commerce de Verviers a clôturé par liquidation la faillite préqualifiée. De aangiften van schuldvordering dienen neergelegd te worden ter griffie van de rechtbank van koophandel te 8000 Brugge, Kazernevest 3, Par le même jugement, M. De Blieck, Michael, a été déclaré excusable. vóór 26 juni 2009. Pour extrait conforme : le greffier, (signé) Sabine Namur. De personen die zich persoonlijk zeker hebben gesteld voor de gefail- (24051) leerde (onder meer de borgen van de gefailleerde), kunnen hiervan ter griffie een verklaring neerleggen overeenkomstig artikel 72ter Fail.W. Het eerste proces-verbaal van verificatie der schuldvorderingen zal Faillite : Decerf, Alain, domicilié à 4650 Grand-Rechain, avenue des dienen neergelegd te worden op de griffie van de rechtbank, uiterlijk Platanes 55, pour une entreprise de rejointoyage et nettoyage de op 6 juli 2009. façades, faillite déclarée par jugement du 14 février 1995. Voor eensluidend verklaard uittreksel : de hoofdgriffier, (get.) Curateur : Me Jean Baivier. F. Hulpia. (24055) Par jugement du 7 mai 2009, le tribunal de commerce de Verviers a clôturé par liquidation la faillite préqualifiée. Par le même jugement, M. Decerf, Alain, a été déclaré excusable. Bij vonnis van de tijdelijke eerste kamer bis van de rechtbank van Pour extrait conforme : le greffier, (signé) Sabine Namur. koophandel te Brugge, afdeling Brugge, d.d. 26 mei 2009, werd, op (24052) bekentenis, het faillissement uitgesproken van Nick Vantorre, geboren te Brugge op 15 maart 1984, destijds wonende te 8301 Knokke-Heist, Kerkstraat 45/0011, doch in feite wonende te 8301 Knokke-Heist, Pannestraat 22, met uitbatingszetel gevestigd te 8301 Knokke-Heist, Faillite : Filot, Marc, inscrit à la Banque-Carrefour des Entreprises Polderstraat 17, voor verhuur van audio- en videoappartuur, sous le numéro 0713.364.229, dont le siège social est établi à ondernemingsnummer 0864.009.484. 4960 Malmedy, Lamonriville 12, pour une exploitation forestière, faillite déclarée par jugement du 21 décembre 2006. Datum van staking van betalingen : 26 mei 2009. Curator : Mr. Kristof Van den Heuvel, advocaat te 8300 Knokke- Curateur : Me Jean Baivier. Heist, Dorpsstraat 140-142. Par jugement du 7 mai 2009, le tribunal de commerce de Verviers a De aangiften van schuldvordering dienen neergelegd te worden ter clôturé par liquidation la faillite préqualifiée. griffie van de rechtbank van koophandel te 8000 Brugge, Kazernevest 3, Par le même jugement, M. Filot, Marc, a été déclaré excusable. vóór 26 juni 2009. Pour extrait conforme : le greffier, (signé) Sabine Namur. De personen die zich persoonlijk zeker hebben gesteld voor de gefail- (24053) leerde (onder meer de borgen van de gefailleerde), kunnen hiervan ter griffie een verklaring neerleggen overeenkomstig artikel 72ter Fail.W. Het eerste proces-verbaal van verificatie der schuldvorderingen zal Rechtbank van koophandel te Brugge, afdeling Brugge dienen neergelegd te worden op de griffie van de rechtbank, uiterlijk op 7 juli 2009. Voor eensluidend verklaard uittreksel : de hoofdgriffier, (get.) F. Hulpia. Bij vonnis van de tijdelijke eerste kamer bis van de rechtbank van (24056) koophandel te Brugge, afdeling Brugge, d.d. 25 mei 2009, werd, op bekentenis, het faillissement uitgesproken van Stephanie Aerts, geboren te Brugge op 3 juli 1985, wonende te 8300 Knokke-Heist, Paul Parmentierlaan 258/0021, ingeschreven in de Kruispuntbank van Bij vonnis van de tijdelijke eerste kamer bis van de rechtbank van ondernemingen onder het nummer 0893.458.585, met als handels- koophandel te Brugge, afdeling Brugge, d.d. 25 mei 2009, werd, op activiteit detailhandel in babyartikelen, onder de benaming Pimpam- bekentenis, het faillissement uitgesproken van Transport Wim Van poentje, met uitbating te 8300 Knokke-Heist, Lippenslaan 52. Belleghem BVBA, met maatschappelijke zetel gevestigd te 8000 Brugge, Torentje 7, en met uitbatingszetel gevestigd te 8380 Zeebrugge, Koggen- Datum van staking van betalingen : 25 mei 2009. straat 1, ingeschreven in de Kruispuntbank van ondernemingen onder Curator : Mr. Colette Gryson, advocaat te 8000 Brugge, Komvest 25. het nummer 0454.215.663, met als handelsactiviteit internationaal trans- port. De aangiften van schuldvordering dienen neergelegd te worden ter griffie van de rechtbank van koophandel te 8000 Brugge, Kazernevest 3, Datum van staking van betalingen : 25 mei 2009. vóór 25 juni 2009. Curator : Mr. Annick Alders, advocaat te 8000 Brugge, Ezelstraat 25. De personen die zich persoonlijk zeker hebben gesteld voor de gefail- De aangiften van schuldvordering dienen neergelegd te worden ter leerde (onder meer de borgen van de gefailleerde), kunnen hiervan ter griffie van de rechtbank van koophandel te 8000 Brugge, Kazernevest 3, griffie een verklaring neerleggen overeenkomstig artikel 72ter Fail.W. vóór 25 juni 2009. 39710 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD De personen die zich persoonlijk zeker hebben gesteld voor de gefail- Bij vonnis van de zesde kamer van de rechtbank van koophandel te leerde (onder meer de borgen van de gefailleerde), kunnen hiervan ter Dendermonde, d.d. 25 mei 2009, werd het faillissement van griffie een verklaring neerleggen overeenkomstig artikel 72ter Fail.W. Wakkoo NV, horeca, Ommegangsdreef 51, 9250 Waasmunster, ondernemingsnummer 0447.187.024, gesloten verklaard, bij gebrek aan Het eerste proces-verbaal van verificatie der schuldvorderingen zal actief. dienen neergelegd te worden op de griffie van de rechtbank, uiterlijk op 6 juli 2009. De gefailleerde werd niet verschoonbaar verklaard. Voor eensluidend verklaard uittreksel : de hoofdgriffier, (get.) In toepassing van artikel 74 van de faillissementswet wordt de F. Hulpia. uitvoering van het voormeld vonnis gedurende een maand geschorst (24057) vanaf de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad. Identiteit van de personen die als vereffenaars worden beschouwd : de heer Van Kampen, Rinus, Oude Gracht 17, 1811 CA Alkmaar Rechtbank van koophandel te Brugge, afdeling Oostende (Nederland). Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) K. Waterschoot. (24061) Bij vonnis van de derde kamer van de rechtbank van koophandel te Brugge, afdeling Oostende, werd op 26 mei 2009, op bekentenis, het faillissement uitgesproken van BVBA Buffel Rigobert, met zetel te Bij vonnis van de zesde kamer van de rechtbank van koophandel te 8400 Oostende, Rietstraat 9, en volgens K.B.O. met handelsuitbating te Dendermonde, d.d. 25 mei 2009, werd het faillissement van Film 8620 Nieuwpoort, Zeelaan 12, met als handelsactiviteiten eetgelegen- Fun BVBA, verhuur van videobanden, DVD’s en CD’s, Vierhuizen 1, heden met volledige bediening, ondernemingsnummer 0456.621.857, bus 2, ondernemingsnummer 0475.413.430, gesloten verklaard, bij doch volgens eigen verklaring met handelsuitbating te 8400 Oostende, gebrek aan actief. Visserskaai 20, en onder de handelsbenaming Midland, en sedert De gefailleerde werd niet verschoonbaar verklaard. 26 december 2007 de handelsactiviteiten gestopt. In toepassing van artikel 74 van de faillissementswet wordt de De datum van staking van betaling is vastgesteld op 26 mei 2009. uitvoering van het voormeld vonnis gedurende een maand geschorst Tot curatoren werden aangesteld : Mr. Ronny Laridon, advocaat te vanaf de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad. 8400 Oostende, Leopold II-laan 3; Mr. Jan Wylleman, advocaat te Identiteit van de personen die als vereffenaars worden beschouwd : 8400 Oostende, Nijverheidsstraat 82. de heer Verhulst, Kurt, en Maene, Cynthia, beiden wonende Kalken- straat 18, te 9255 Buggenhout. De aangiften van schuldvordering dienen neergelegd te worden ter griffie van de rechtbank van koophandel te 8400 Oostende, Canada- Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) K. Waterschoot. plein, vóór 26 juni 2009. (24062) De personen die zich persoonlijk zeker hebben gesteld voor de gefail- leerde (onder meer de borgen van de gefailleerde), kunnen hiervan ter griffie een verklaring neerleggen overeenkomstig artikel 72ter Fail. W. Bij vonnis van de zesde kamer van de rechtbank van koophandel te Dendermonde, d.d. 25 mei 2009, werd het faillissement van Holding Het eerste proces-verbaal van verificatie der schuldvorderingen zal J.D.G. EBVBA, holding, Oosteindestraat 15, bus C, 9160 Lokeren, dienen neergelegd te worden op de griffie van de rechtbank, uiterlijk ondernemingsnummer 0479.825.742, gesloten verklaard, bij gebrek aan op 10 juli 2009. actief. Voor eensluidend verklaard uittreksel : de griffier-hoofd van dienst, De gefailleerde werd niet verschoonbaar verklaard. (get.) N. Pettens. (24058) In toepassing van artikel 74 van de faillissementswet wordt de uitvoering van het voormeld vonnis gedurende een maand geschorst vanaf de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad. Identiteit van de personen die als vereffenaars worden beschouwd : Rechtbank van koophandel te Dendermonde de heer De Graeve, Jan, rue Tagore 5, 75013 Parijs. Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) K. Waterschoot. (24063) Bij vonnis van de zesde kamer van de rechtbank van koophandel te Dendermonde, d.d. 25 mei 20098, werd het faillissement van Target Trading Company NV, Trading productie textiel, Zwaluwbeek 3, Bij vonnis van de zesde kamer van de rechtbank van koophandel te 9120 Beveren-Waas, ondernemingsnummer 0440.566.971, gesloten Dendermonde, d.d. 25 mei 2009, werd het faillissement van Wenzi, verklaard, bij vereffening. Dobe Francis, overige posterijen en koeriers, Molendreef 11/1, De gefailleerde werd niet verschoonbaar verklaard. 9250 Waasmunster, ondernemingsnummer 0646.646.045, gesloten verklaard, bij gebrek aan actief. Identiteit van de personen die als vereffenaars worden beschouwd : de heer Gielis, Francis, Koningslaan 244, bus 31, 8300 Knokke-Heist. De gefailleerde werd verschoonbaar verklaard. Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) K. Waterschoot. In toepassing van artikel 74 van de faillissementswet wordt de (24059) uitvoering van het voormeld vonnis gedurende een maand geschorst vanaf de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad. Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) K. Waterschoot. (24064) Bij vonnis van de zesde kamer van de rechtbank van koophandel te Dendermonde, d.d. 25 mei 20098, werd het faillissement van Forcast BVBA, computeradviesbureau, Azalealaan 37 A/6, 9140 Temse, ondernemingsnummer 0461.946.959, gesloten verklaard, bij vereffe- Rechtbank van koophandel te Dendermonde ning. De gefailleerde werd niet verschoonbaar verklaard. Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Dendermonde, van Identiteit van de personen die als vereffenaars worden beschouwd : 25 mei 2009, werd Chrissy Logistics BVBA, goederenvervoer over de de heer Marcke, Raf, Keibergstraat 23, 8480 Ichtegem. weg, Sint-Gillisbaan 11, bus 6, 9200 Dendermonde, in staat van faillis- sement verklaard. Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) K. Waterschoot. (24060) Ondernemingsnummer : 0806.235.096. MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39711 Rechter-commissaris : Marc Tackaert. Het eerste proces-verbaal van nazicht van de ingediende schuldvor- deringen zal neergelegd worden op vrijdag 3 juli 2009, ter griffie van Curator : Mr. Petra Seymoens, 9400 Ninove, Pollare Dorp 28. de rechtbank. Datum staking van betaling : 25 mei 2009, onder voorbehoud van Elke schuldeiser die geniet van een persoonlijke zekerheidstelling artikel 12, lid 2 F.W. vermeldt dit in zijn aangifte van schuldvordering of uiterlijk binnen zes Indienen van schuldvorderingen met bewijsstukken, uitsluitend op maanden vanaf de datum van het vonnis van faillietverklaring (arti- de griffie van de rechtbank van koophandel te Dendermonde, binnen kel 63 F.W.). de dertig dagen vanaf datum faillissementsvonnis. Om te kunnen genieten van de bevrijding, moeten de natuurlijke Het eerste proces-verbaal van nazicht van de ingediende schuldvor- personen die zich kosteloos persoonlijk zeker hebben gesteld voor de deringen zal neergelegd worden op vrijdag 3 juli 2009, ter griffie van gefailleerde, ter griffie van de rechtbank van koophandel een verklaring de rechtbank. neerleggen, waarin zij bevestigen dat hun verbintenis niet in verhou- ding met hun inkomsten en hun patrimonium is (artikel 72bis F.W. en Elke schuldeiser die geniet van een persoonlijke zekerheidstelling artikel 10 wet 20 juli 2005). vermeldt dit in zijn aangifte van schuldvordering of uiterlijk binnen zes maanden vanaf de datum van het vonnis van faillietverklaring (arti- Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) K. Waterschoot. (24067) kel 63 F.W.). Om te kunnen genieten van de bevrijding, moeten de natuurlijke personen die zich kosteloos persoonlijk zeker hebben gesteld voor de gefailleerde, ter griffie van de rechtbank van koophandel een verklaring Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Dendermonde, van neerleggen, waarin zij bevestigen dat hun verbintenis niet in verhou- 25 mei 2009, werd Eurotaxi BVBA, exploitatie van taxi’s, Koningin ding met hun inkomsten en hun patrimonium is (artikel 72bis F.W. en Fabiolapark 600, 9100 Sint-Niklaas, in staat van faillissement verklaard. artikel 10 wet 20 juli 2005). Ondernemingsnummer : 0865.847.041. Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) K. Waterschoot. (24065) Rechter-commissaris : Evelyne Martens. Curator : Mr. Herman Willems, 9100 Sint-Niklaas, Tereken 91. Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Dendermonde, van Datum staking van betaling : 25 mei 2009, onder voorbehoud van 25 mei 2009, werd Falconhoek CVOH, eetgelegenheid met beperkte artikel 12, lid 2 F.W. bediening, Voorhout 81, 9190 Stekene, in staat van faillissement Indienen van schuldvorderingen met bewijsstukken, uitsluitend op verklaard. de griffie van de rechtbank van koophandel te Dendermonde, binnen Ondernemingsnummer : 0887.309.379. de dertig dagen vanaf datum faillissementsvonnis. Rechter-commissaris : Evelyne Martens. Het eerste proces-verbaal van nazicht van de ingediende schuldvor- deringen zal neergelegd worden op vrijdag 3 juli 2009, ter griffie van Curator : Mr. Herman Willems, 9100 Sint-Niklaas, Tereken 91. de rechtbank. Datum staking van betaling : 25 mei 2009, onder voorbehoud van Elke schuldeiser die geniet van een persoonlijke zekerheidstelling artikel 12, lid 2 F.W. vermeldt dit in zijn aangifte van schuldvordering of uiterlijk binnen zes Indienen van schuldvorderingen met bewijsstukken, uitsluitend op maanden vanaf de datum van het vonnis van faillietverklaring (arti- de griffie van de rechtbank van koophandel te Dendermonde, binnen kel 63 F.W.). de dertig dagen vanaf datum faillissementsvonnis. Om te kunnen genieten van de bevrijding, moeten de natuurlijke Het eerste proces-verbaal van nazicht van de ingediende schuldvor- personen die zich kosteloos persoonlijk zeker hebben gesteld voor de deringen zal neergelegd worden op vrijdag 3 juli 2009, ter griffie van gefailleerde, ter griffie van de rechtbank van koophandel een verklaring de rechtbank. neerleggen, waarin zij bevestigen dat hun verbintenis niet in verhou- ding met hun inkomsten en hun patrimonium is (artikel 72bis F.W. en Elke schuldeiser die geniet van een persoonlijke zekerheidstelling artikel 10 wet 20 juli 2005). vermeldt dit in zijn aangifte van schuldvordering of uiterlijk binnen zes maanden vanaf de datum van het vonnis van faillietverklaring (arti- Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) K. Waterschoot. kel 63 F.W.). (24068) Om te kunnen genieten van de bevrijding, moeten de natuurlijke personen die zich kosteloos persoonlijk zeker hebben gesteld voor de gefailleerde, ter griffie van de rechtbank van koophandel een verklaring Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Dendermonde, van neerleggen, waarin zij bevestigen dat hun verbintenis niet in verhou- 25 mei 2009, werd Koerier @ Service BVBA, koerierdiensten, chaussée ding met hun inkomsten en hun patrimonium is (artikel 72bis F.W. en de Philippeville 140, bus D, 6280 Loverval, in staat van faillissement artikel 10 wet 20 juli 2005). verklaard. Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) K. Waterschoot. (24066) Ondernemingsnummer : 0860.604.784. Rechter-commissaris : Evelyne Martens. Curator : Mr. Herman Willems, 9100 Sint-Niklaas, Tereken 91. Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Dendermonde, van 25 mei 2009, werd Altawatt Belgium BVBA, handelsbemiddeling gespe- Datum staking van betaling : 25 mei 2009, onder voorbehoud van cialiseerde goederen, Voorhout 81, 9190 Stekene, in staat van faillis- artikel 12, lid 2 F.W. sement verklaard. Indienen van schuldvorderingen met bewijsstukken, uitsluitend op Ondernemingsnummer : 0876.168.633. de griffie van de rechtbank van koophandel te Dendermonde, binnen de dertig dagen vanaf datum faillissementsvonnis. Rechter-commissaris : Evelyne Martens. Het eerste proces-verbaal van nazicht van de ingediende schuldvor- Curator : Mr. Herman Willems, 9100 Sint-Niklaas, Tereken 91. deringen zal neergelegd worden op vrijdag 3 juli 2009, ter griffie van Datum staking van betaling : 25 mei 2009, onder voorbehoud van de rechtbank. artikel 12, lid 2 F.W. Elke schuldeiser die geniet van een persoonlijke zekerheidstelling Indienen van schuldvorderingen met bewijsstukken, uitsluitend op vermeldt dit in zijn aangifte van schuldvordering of uiterlijk binnen zes de griffie van de rechtbank van koophandel te Dendermonde, binnen maanden vanaf de datum van het vonnis van faillietverklaring (arti- de dertig dagen vanaf datum faillissementsvonnis. kel 63 F.W.). 39712 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Om te kunnen genieten van de bevrijding, moeten de natuurlijke De personen die zich persoonlijk zeker hebben gesteld voor de gefail- personen die zich kosteloos persoonlijk zeker hebben gesteld voor de leerde (zoals onder meer de personen die zich borg hebben gesteld) gefailleerde, ter griffie van de rechtbank van koophandel een verklaring kunnen hiervan een verklaring ter griffie afleggen (artikel 72bis en neerleggen, waarin zij bevestigen dat hun verbintenis niet in verhou- artikel 72ter F.W.). ding met hun inkomsten en hun patrimonium is (artikel 72bis F.W. en artikel 10 wet 20 juli 2005). De curator : Mr. Christian Lardinoit, advocaat, kantoorhoudende te 9000 Gent, Gouvernementstraat 20. Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) K. Waterschoot. (24069) Voor eensluidend uittreksel : de griffier-hoofd van dienst, (get.) C. Van Kerckhove. (24071) Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Dendermonde, van 25 mei 2009, werd De Plankenboetiek CVOH, gespecialiseerde bouw- Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Gent, werkzaamheden, Cauwerburg 115, 9140 Temse, in staat van faillis- d.d. 22 mei 2009, bij dagvaarding, eerste kamer, werd het faillissement sement verklaard. vastgesteld inzake Donk Invest & Trading BVBA, elektrotechnische installatiewerken aan gebouwen, reparatie van andere consumenten- Ondernemingsnummer : 0875.334.136. artikelen, detailhandel in sport- en kampeerartikelen in gespeciali- seerde winkels, groothandel in bouwmaterialen, algemeen assortiment, Rechter-commissaris : Evelyne Martens. installatie van verwarming, klimaatregeling en ventilatie, met maat- schappelijke zetel gevestigd te 9830 Sint-Martens-Latem, Hulleweg 2, ondernemingsnummer 0873.678.109. Curator : Mr. Herman Willems, 9100 Sint-Niklaas, Tereken 91. Rechter-commissaris : de heer Firmin Bulte. Datum staking van betaling : 25 mei 2009, onder voorbehoud van artikel 12, lid 2 F.W. Datum staking der betalingen : 22 mei 2009. Indienen van schuldvorderingen met bewijsstukken, uitsluitend op Indienen schuldvorderingen : griffie rechtbank van koophandel, de griffie van de rechtbank van koophandel te Dendermonde, binnen Opgeëistenlaan 401E, 9000 Gent, vóór 19 juni 2009. de dertig dagen vanaf datum faillissementsvonnis. Neerlegging ter griffie van het eerste proces-verbaal van nazicht der Het eerste proces-verbaal van nazicht van de ingediende schuldvor- ingediende schuldvorderingen : 3 september 2009. deringen zal neergelegd worden op vrijdag 3 juli 2009, ter griffie van de rechtbank. De personen die zich persoonlijk zeker hebben gesteld voor de gefail- leerde (zoals onder meer de personen die zich borg hebben gesteld) Elke schuldeiser die geniet van een persoonlijke zekerheidstelling kunnen hiervan een verklaring ter griffie afleggen (artikel 72bis en vermeldt dit in zijn aangifte van schuldvordering of uiterlijk binnen zes artikel 72ter F.W.). maanden vanaf de datum van het vonnis van faillietverklaring (arti- kel 63 F.W.). De curator : Mr. Sven Maselyne, advocaat, kantoorhoudende te 9000 Gent, Savaanstraat 72. Om te kunnen genieten van de bevrijding, moeten de natuurlijke Voor eensluidend uittreksel : de griffier-hoofd van dienst, (get.) personen die zich kosteloos persoonlijk zeker hebben gesteld voor de C. Van Kerckhove. gefailleerde, ter griffie van de rechtbank van koophandel een verklaring (24072) neerleggen, waarin zij bevestigen dat hun verbintenis niet in verhou- ding met hun inkomsten en hun patrimonium is (artikel 72bis F.W. en artikel 10 wet 20 juli 2005). Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) K. Waterschoot. (24070) Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Gent, d.d. 22 mei 2009, bij dagvaarding, eerste kamer, werd het faillissement vastgesteld inzake Belturtex BVBA, met maatschappelijke zetel geves- tigd te 9000 Gent, Kasteellaan 471, ondernemingsnummer 0450.180.364. Rechtbank van koophandel te Gent Rechter-commissaris : de heer Stefaan D’Haeze. Datum staking der betalingen : 22 mei 2009. Indienen schuldvorderingen : griffie rechtbank van koophandel, Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Gent, Opgeëistenlaan 401E, 9000 Gent, vóór 19 juni 2009. d.d. 20 mei 2009, op bekentenis, vierde kamer, werd het faillissement vastgesteld inzake Mutabilis en C° BVBA, groot- en kleinhandel in Neerlegging ter griffie van het eerste proces-verbaal van nazicht der kleding, met maatschappelijke zetel gevestigd te 9800 Deinze, Leern- ingediende schuldvorderingen : 3 september 2009. sesteenweg 72, ondernemingsnummer 0475.695.522. De personen die zich persoonlijk zeker hebben gesteld voor de gefail- Rechter-commissaris : Mevr. Noëlle Vereecken. leerde (zoals onder meer de personen die zich borg hebben gesteld) kunnen hiervan een verklaring ter griffie afleggen (artikel 72bis en Datum staking der betalingen : 5 mei 2009. artikel 72ter F.W.). De curator : Mr. Ronny Joseph, advocaat, kantoorhoudende te Indienen schuldvorderingen : griffie rechtbank van koophandel, 9000 Gent, Onderbergen 57. Opgeëistenlaan 401E, 9000 Gent, vóór 17 juni 2009. Voor eensluidend uittreksel : de griffier-hoofd van dienst, (get.) Neerlegging ter griffie van het eerste proces-verbaal van nazicht der C. Van Kerckhove. ingediende schuldvorderingen : 2 september 2009. (24073) MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39713 Rechtbank van koophandel te Kortrijk Rechter-commissaris : W. Heylen. Staking der betalingen : 26 mei 2009. Indienen der schuldvorderingen : tot en met 26 juni 2009, ter griffie Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Kortrijk, vijfde kamer, dezer rechtbank. d.d. 20 mei 2009, werd het faillissement van Sofispin NV, Textiel- straat 20, te 8790 Waregem, door vereffening beëindigd. Uiterste datum voor neerlegging van het eerste proces-verbaal van verificatie van de schuldvorderingen : 7 juli 2009. Als vermoedelijke vereffenaars worden beschouwd : Elchar BVBA, met zetel te 9880 Aalter, Brug-Noord 1A, en Titan CVA, met zetel te De hoofdgriffier, (get.) M. Plevoets. 8200 Brugge, Onze-Lieve-Vrouwdreef 22. (24078) De hoofdgriffier, (get.) K. Engels. (24074) Gerechtelijke ontbinding — Dissolution judiciaire Par jugement du 18 septembre 2008, le tribunal de commerce de Verviers a prononcé la dissolution de la société coopérative à respon- Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Kortrijk, vijfde kamer, sabilité limitée Diversa, dont le siège social est établi à 4800 Verviers, d.d. 20 mei 2009, werd het faillissement van De Schaar BVBA, Stations- rue des Raines 5, inscrite à la Banque-Carrefour des Entreprises sous le straat 47A, te 8880 Ledegem, ondernemingsnummer 0460.747.327, door n° 0436.886.416, et a désigné en qualité de liquidateur, M. Guy vereffening beëindigd. Charneux, domicilié à 4877 Olne, Froidbermont 19. Als vermoedelijke vereffenaar wordt beschouwd : de heer Bernard Toutefois, toute personne ayant un intérêt à faire valoir à l’égard de Berteloot. la société coopérative à responsabilité limitée Diversa, doit prendre De griffier, (get.) Engels, Koen. contact avec Me Pierre Andri, avocat à 4800 Verviers, place Albert Ier 8. (24075) (Signé) P. Andri, avocat. (24079) Rechtbank van koophandel te Leuven Par jugement du 11 septembre 2008, le tribunal de commerce de Verviers a prononcé la dissolution de la société coopérative à respon- sabilité limitée Le Plan d’Eau, dont le siège social est établi à Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Leuven, 4800 Verviers, rue des Raines 5, inscrite à la Banque-Carrefour des d.d. 26 mei 2009, werd het faillissement van BVBA A Speculo Decora- Entreprises sous le n° 0441.992.673, et a désigné en qualité de liquida- tion, met zetel te 3470 Kortenaken, Langstraat 1, gesloten verklaard. teur, M. Guy Charneux, domicilié à 4877 Olne, Froidbermont 19. De gefailleerde werd niet verschoonbaar verklaard. Toutefois, toute personne ayant un intérêt à faire valoir à l’égard de la société coopérative à responsabilité limitée Le Plan d’Eau, doit Curator : V. Missoul. prendre contact avec Me Pierre Andri, avocat à 4800 Verviers, place Albert Ier 8. De griffier, (get.) W. Coosemans. (24076) (Signé) P. Andri, avocat. (24080) Régime matrimonial − Huwelijksvermogensstelsel Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Leuven, d.d. 26 mei 2009, werd het faillissement van NV Bruca, met zetel te 3360 Bierbeek, Tiensesteenweg 88 4, K.B.O. nr. 0419.600.521, gesloten verklaard. Aux termes d’un acte reçu par Me Béatrice Delacroix, notaire associé à la résidence de Perwez, le 20 mai 2009, M. Lengele, Freddy Alfred De gefailleerde werd niet verschoonbaar verklaard. Paul Ghislain, né à Tourinnes-Saint-Lambert le 20 octobre 1950, et son épouse, Mme Ravet, Anne-Marie Josée Ghislaine, née à Curator : V. Missoul. Berchem-Sainte-Agathe le 2 février 1953, domiciliés ensemble à Walhain, rue de la Cure 53, ont opéré une modification de leur régime De griffier, (get.) W. Coosemans. matrimonial ayant pour objet l’apport d’un bien immeuble à la commu- (24077) nauté réduite aux acquêts. (Signé) B. Delacroix, notaire associé. (24081) Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Leuven, d.d. 26 mei 2009, werd Berben, Pascal, geboren te Diest op 25 september 1981, wonende te 3200 Aarschot, Nijverheidslaan 2, en Suite à la requête déposée au greffe du tribunal de première instance met als activiteiten : schrijnwerk, dakwerkzaamheden, ondernemings- de Nivelles, le 7 juillet 2008, visant à obtenir l’homologation de la nummer 0879.450.203, in staat van faillissement verklaard. modification de régime matrimonial des époux Guyon de Montlivault- Stassart, avenu par acte du notaire Paul Stoefs, en date du 10 avril 2008, De personen die zich persoonlijk zeker hebben gesteld voor de gefail- le tribunal de première instance de Nivelles a homologué la modifica- leerde (onder meer de borgen van de gefailleerde), kunnen hiervan ter tion du régime matrimonial desdits époux par jugement rendu le griffie een verklaring neerleggen overeenkomstig artikel 72ter Faill. W. 24 octobre 2008. Curator : Mr. Luc Jordens, advocaat te 3010 Kessel-Lo, Diestse- (Signature illisible). steenweg 325. (24082) 39714 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD D’un acte reçu par Baudouin Cambier, notaire à Walcourt, en date M. Thierry Tibo, a déclaré vouloir apporter à la communauté existant du 4 mai 2009, portant à la suite la mention : « enregistré 2 rôles, sans entre eux un immeuble propre sis à Verlaine. renvoi à Walcourt le 11 mai 2009, volume 388, folio 62, case 14, reçu vingt-cinq euros (S 25), (signé) l’inspecteur principal ». Ils ont également précisé une modalité particulière de liquidation de la communauté en cas de divorce. Il résulte que M. Scieur, Didier Aimé Michel Joseph Ghislain, né à Charleroi le 13 octobre 1969 (NN 69.10.13 099-60), et son épouse, Pour extrait conforme : (signé) Fabienne Houmard, notaire à Amay. Mme Berny, Aurore Béatrice Jeanne Louise, née à Philippeville le (24086) 26 mai 1977 (NN 77.05.26 218-72), domiciliés ensemble à 5600 Merlemont, rue du Viveroux 113, mariés, tous deux en premières noces, à Philippeville, le 18 juillet 1997, sous le régime légal à défaut de contrat de mariage, ont en application des articles 1394 et suivants du Code civil, apporté une modification conventionnelle à leur régime matrimonial. M. Michel Conrard Van De Velde, né à Saint-Mard le 7 mai 1938, et son épouse, Mme Marcella Albertine De Mulder, née à Massemen le Le contrat modificatif comporte entre autres apport à la communauté 9 octobre 1939, domiciliés et demeurant ensemble, à 6762 Virton, d’un bien propre. Fontaine de Solumont 7, ont procédé à une modification de leur régime matrimonial comportant apport de biens immeubles dans leur régime Fait à Walcourt, le 25 mai 2009. de la séparation de biens avec adjonction d’une société d’acquêts, (Signé) B. Cambier, notaire. dressé par acte reçu par le notaire François Culot, à Virton, en date du (24083) 25 mai 2009. (Signé) F. Culot, notaire. (24087) Aux termes d’un acte reçu par Me Christian Bovy, notaire à Comblain-au-Pont, le 19 mars 2009, en cours d’enregistrement, M. Christodouleas, Patrick Georges Roger, né à Liège le 7 juin 1964, et son épouse, Mme Malaise, Michèle Anne Renée, née à Rocourt le 31 juillet 1962, domiciliés à Liège (Grivegnée), rue de l’Espoir 9, ont Aux termes d’un acte reçu par Me Etienne Carlier, notaire résidant, à décidé, conformément à l’article 1394 du Code civil, de modifier leur Péruwelz, en date du 17 avril 2009, M. Jean-Marie Waroux, commerçant régime de séparation des biens par l’adjonction à un patrimoine retraité, et son épouse, Mme Danielle Dumarey, gérante de société, commun d’un bien appartenant à Mme Malaise, Michèle, et sis à demeurant ensemble, à Péruwelz, rue de Verquesies 61, ont modifié Commune de Liège, vingt-troisième division, anciennement Grivegnée, leurs conventions matrimoniales. deuxième division, rue de l’Espoir 9, cadastrée ou l’ayant été section C, numéro 88 H 4, pour une contenance de trois cent six mètres carrés Le contrat modificatif contient apport au patrimoine commun par (306 m2). M. Jean-Marie Waroux, d’un bien lui appartenant en propre, savoir une maison avec dépendances, chemin et jardin, située à Péruwelz Fait à Comblain-au-Pont, le 25 mai 2009. (première division), rue de Verquesies 61, cadastrée section A, numéros (Signé) Chr. Bovy, notaire. 25/V, 25/T, 25/W et 26/R, pour une contenance de dix ares neuf (24084) centiares. (Signé) E. Carlier, notaire. (24088) Par jugement du 6 mai 2009, le tribunal de première instance de Namur a homologué l’acte reçu par le notaire Jean-Louis Snyers, à Hannut, le 2 janvier 2008, portant modification au régime matrimonial de M. Mean, Vincent Paul, né à Saint-Trond le 24 janvier 1979, et son épouse, Mme Gérard, Christine, Phillippe Madeleine, née à Namur le Aux termes d’un acte reçu par Me Etienne Carlier, notaire résidant, à 31 août 1980, domiciliés à 5081 La Bruyère (Meux), rue du Village 21, Péruwelz, en date du 7 avril 2009, M. Eric De Croos, cultivateur, et son mariés à la Bruyère le 23 septembre 2006, sous le régime légal de la épouse, Mme Anne-Marie De Boe, aide-cultivatrice, demeurant communauté, à défaut de contrat de mariage. ensemble, à Braine-le-Comte (ex Steenkerque), rue du Bucq 81, ont modifié leurs conventions matrimoniales. Aux termes de cet acte : Le contrat modificatif contient apport au patrimoine commun par les époux précités ont déclaré confirmer conventionnellement le Mme Anne-Marie De Boe, d’un bien lui appartenant en propre, savoir régime légal existant entre eux, à défaut de contrat de mariage, sous la une prairie, située à Braine-le-Comte (septième division), anciennement réserve ci-après; Steenkerque, lieu-dit « Trieu des Marais », cadastrée section A numéros 316/B et 317/A pour une contenance totale de deux hectares cinquante- M. Mean, a déclaré vouloir faire apport à la dite communauté du bien trois ares trente centiares. immeuble situé à La Bruyère (Meux, rue du Village 21, dont il est propriétaire. (Signé) E. Carlier, notaire. (Signé) F. Hermann, notaire. (24089) (24085) D’un acte reçu le 4 mai 2009, par Me Fabienne Houmard, notaire à Par acte reçu par le notaire associé Vincent Colin, à Estaimbourg, le Amay, enregistré à Huy le 11 mai 2009, volume 748, folio 90, case 14, il 25 mai 2009, Mr. Gilbert Sylvain Dervaux, et son épouse, résulte que M. Tibo, Thierry Emile Jean Marie Ghislain, né à Waremme Mme Claudette Blanche Coolsaet, domiciliés ensemble, à Mouscron, le 14 novembre 1969, et son épouse, Mme Ronzullo, Nuzia Elise rue de la Bloquerie 85b, ont modifié leur régime matrimonial, pour Geneviève, née à Huy le 23 août 1982, domiciliés ensemble à permettre notamment à Mr. Dervaux, de faire l’apport à la communauté 4537 Verlaine, rue de la Station 48, et mariés sous le régime légal de la de biens immeubles situés, à Mouscron, rue de la Bloquerie. communauté, à défaut d’avoir fait précéder leur union de conventions matrimoniales, ont décidé d’apporter en exécution de l’article 1394 du (Signé) V. Colin, notaire associé. Code civil, la modification suivante à leur régime matrimonial. (24090) MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39715 Par acte reçu par le notaire associé Alain Henry, à Estaimbourg, le Bij akte verleden voor notaris Brigitte Vermeersch, te Horebeke, op 26 mai 2009, Mr. Roland Gérard Godemont, et son épouse, 15 mei 2009, hebben de echtgenoten Wullaert, Roger-Van Geyt, Cecilia, Mme Martine Marie Antoinette Bonte, domiciliés ensemble, à samenwonende, te 9620 Zottegem (Grotenberge), Parkstraat 45, hun Froyennes, chaussée de Lannoy 157, ont modifié leur régime matrimo- huwelijksvermogensstelsel gewijzigd, waarbij onder meer door de heer nial, pour permettre notamment à Mme Bonte, de faire l’apport à la Wullaert, Roger, eigen onroerende goederen werden ingebracht. communauté d’un appartement situé, à Tournai, boulevard des Déportés 60. Voor de verzoekers : (get.) Brigitte Vermeersch, notaris. (24095) (Signé) Alain Henry, notaire associé. (24091) Bij akte verleden voor notaris Ellen Flies, geassocieerd notaris, te Hamme, vennoot van de burgerlijke vennootschap onder vorm van besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Paul Flies & Uit die akte verleden voor ondergetekende notaris Rudy Derdin, te Ellen Flies, geassocieerde notarissen, te Hamme, Stationsstraat 41, op Mol, op 5 mei 2009, blijkt dat de heer Beyens, Rob, bakker, geboren te 22 december 2008, hebben de heer Fiers-Snoeck, Amaat Adolf, geboren Herentals op 21 april 1982, en zijn echtgenote, Mevr. Laureys, Hanne, te Zele op 10 juni 1941, en zijn echtgenote, Mevr. Quintelier, Alix zelfstandig medewerkster, geboren te Lier op 8 juli 1982, samen Valerie, geboren te Hamme op 29 januari 1947, samenwonend te wonende, te Balen, Hulsen 102 : gehuwd zijn te Balen op 8 februari 2003 9240 Zele, Hoekstraat 2A, hun huwelijkscontract gewijzigd, waarbij de onder het wettelijk stelsel zonder voorafgaandelijk huwelijkscontract te inbreng van diverse onroerende goederen in het gemeenschappelijk hebben afgesloten dewelke huwelijksvoorwaarden zij op 5 mei 2009 bij vermogen voorzien werd. akte verleden voor notaris Rudy Derdin, te Mol, conventioneel wijzigden. Namens de verzoekers : (get.) Ellen Flies, geassocieerd notaris, te Hamme. (24096) De bepalingen betreffende hun huwelijksvermogensstelsel wijzigden zonder het stelsel zelf te wijzigen, doch enkel de bedingen met betrek- king tot de verdeling van het gemeenschappelijk vermogen ingeval van overlijden van één der echtgenoten en inbreng door de heer Beyens, Rob, in volle eigendom van nagemelde onroerende goederen in de huwgemeenschap : onder de gemeente Balen, eerste afdeling : een De echtgenoten, de heer Van Hecke, Grisjo Victor, geboren te Brugge handelshuis met aanhorigheden op en met grond, aldaar gelegen, op 4 augustus 1967, en Mevr. Jacques, Katarina Maurice Jozef, geboren Hulsen 102, sectie E, nummer 1332/K/2, groot tien aren vijfennegentig te Brugge op 18 januari 1963, samenwonende te Brugge (Sint-Kruis), centiaren (10 a 95 ca). Palende of gepaald hebbende : de gezegde straat, Markiesstraat 15, gehuwd onder het wettelijk stelsel bij gebrek aan domein van de gemeente Balen, Vermylen — Coolen, Agten — Nuyts huwelijkskontrakt hebben een akte houdende wijziging van huwelijks- en Alenteyns-Briers. vermogensstelsel opgemaakt, verleden voor notaris Els Van Tuyckom, te Brugge (Sint-Kruis), op 2 april 2009 en inhoudende : Voor gelijkluidend ontledend uittreksel : (get.) R. Derdin, notaris. (24092) behoud van het wettelijk stelsel; inbreng door Mevr. Katarina Jacques van : een woonhuis, te Brugge (Sint-Kruis), Markiesstraat 15, sectie B nr. 351/P, groot 540 m2; Bij akte verleden voor notaris Marianda Moyson, op 11 mei 2009, het hypotecair krediet jegens Centea Bank voor een initiëel bedrag hebben de heer Haiverlain, Eduard, geboren te Mechelen op van 90.000 euro in hoofdsom en; 9 januari 1971, nationaal nummer 71.0109-061.03, en zijn echtgenote, Mevr. Van Campenhout, Frieda, geboren te Willebroek op 9 januari 1968, nationaal nummer 68.01.09-182.13, samenwonende, te een hypothecaire volmacht voor een initiëel bedrag van 88.000 euro 2801 Mechelen (Heffen), Heidestraat 6. in hoofdsom, in de wettelijke gemeenschap. (Get.) E. Van Tuyckom, notaris. Gehuwd onder het wettelijk stelsel krachtens huwelijkscontract (24097) verleden voor notaris Paul Schotte, te Mechelen, op 14 maart 1995, hun bestaande huwelijksstelsel gewijzigd zonder de aard van het stelsel te hebben gewijzigd. (Get.) M. Moyson, notaris. (24093) Ingevolge akte verleden voor notaris Jean Halflants, d.d. 23 april 2009, hebben de heer Rowie, Jean Louis, geboren te Tienen op 2 maart 1951, en zijn echtgenote, Mevr. Schrevens, Maria Celina, geboren te Lubbeek op 20 maart 1953, wonende te 3211 Binkom, Tiensesteenweg 80, hun huwelijkscontract gewijzigd. De echtgenoten zijn thans gehuwd onder het stelsel van scheiding van goederen met gemeenschap van aanwinsten ingevolge huwelijkscontract verleden Bij akte verleden voor Adrienne Spaepen, geassocieerd notaris, te voor notaris Jacques Halfants, te Lubbeek, op 9 mei 1974. Mechelen, op 18 mei 2009, hebben de echtgenoten Luc Anna Gommaar Leys-Diepvens, Hilde Maria Martin, wonende te 2800 Mechelen, Via de voorgenomen akte van wijziging huwelijkscontract wensen zij Nieuwe Beggaardenstraat 33, oorspronkelijk gehuwd onder het wette- hun huwelijksstelsel te veranderen, doch wel een wijziging te brengen lijk stelsel zonder huwelijkscontract, een wijziging aangebracht aan hun in de samenstelling van hun vermogens. huwelijksvermogensstelsel waarbij het wettelijk stelsel werd vervangen door het stelsel van zuivere scheiding van goederen. Lubbeek, 25 mei 2009. (Get.) A. Spaepen, geassocieerd notaris. (Get.) Jean Halflants, notaris. (24094) (24098) 39716 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Er blijkt uit een akte verleden voor notaris Giselinde Van Duffel, te van huwelijksvermogensstelsel, verleden voor notaris Filip Debucquoy, Lochristi (Zaffelare), op 7 mei 2009, geregistreerd te Gent 6, de te Kinrooi, op 1 september 2008, hun huwelijksvermogensstelsel(an- 11 mei 2009, boek 170, blad 58, vak 10, drie rollen, een verzendingen. dermaal) hebben gewijzigd, zonder dat deze wijziging de vereffening Ontvangen : vijfentwintig euro (S25,00). De eerstaanwezend inspecteur van hun huidige huwelijksvermogensstelsel tot gevolg heeft. Meer (getekend) K. Devos Bevernage, dat de heer Van Hecke, Adrien Omer bepaald werd het gemeenschappelijk vermogen uitgebreid middels Lucien, geboren te Lokeren op 25 maart 1960, en Mevr. Fransen, dadelijke inbreng door de echtgenote van een persoonlijk onroerend Martine, geboren te Eeklo, op 9 januari 1970, samenwonende, te goed. 9930 Zomergem, Alfons Sifferstraat 48, wijzigingen hebben aangebracht Voor ontledend uittreksel opgesteld in uitvoering van artikel 1396, aan hun huwelijksvermogensstelsel, onder meer door inbreng van een § 1, van het Burgerlijk Wetboek te Kinrooi, op 26 mei 2009. eigen onroerend goed door voornoemde heer Van Hecke, Adrien. (Get.) Filip Debucquoy, notaris. Voor gelijkvormig uittreksel : (get.) G. Van Duffel, notaris. (24103) (24099) Uit een akte, verleden voor notaris Koen Vermeulen, te Beringen- Uit een akte, verleden voor Mr. Thierry Van Sinay, geassocieerd Paal, op 14 mei 2009, blijkt dat de heer Verboven, Henri Felix Amelia, notaris te Ninove (Meerbeke), op 5 mei 2009, blijkt dat de heer Bequé, geboren te Paal op 18 maart 1944, nationaal nummer 440318 279 29, en Jozef Alois, geboren te Dendermonde op 9 oktober 1954, en zijn zijn echtgenote, Mevr. Van Thienen, Maria Celina Louisa Augusta, echtgenote, Mevr. Berghman, Myriam Paula Alfonsina, geboren te geboren te Tessenderlo op 22 augustus 1945, nationaal nummer Merchtem op 14 november 1955, samenwonende te 9200 Dendermonde 450822 226-18, samenwonende te 2531 Boechout, Sint-Bernards- (Mespelare), Singelweg 32, hun huwelijksvermogensstelsel wijzigden, straat 95, een wijziging wensen aan te brengen aan hun huwelijks- waarbij de echtgenoten Bequé-Berghman gehuwd blijven onder het vermogensstelsel door het invoegen van een clausule inzake optionele wettelijk stelsel, doch waarbij de heer Jozef Bequé een onroerend goed toebedeling. te Dendermonde (Mespelare) « Kerkkouter » en een som geld inbracht in de huwgemeenschap. Namens de verzoekers : (get.) Koen Vermeulen, notaris. (24104) (Get.) Th. Van Sinay, geassocieerd notaris. (24100) Er blijkt uit een akte, verleden voor notaris Luc Bracke, te Brecht, deelgemeente Sint-Job-in-’t-Goor, op 7 mei 2009, met als registratie- Uit een akte, verleden voor notaris Marcel Leemans, te Mechelen, op relaas « geregistreerd vier bladen, geen verzendingen, te Brasschaat, 5 mei 2009, blijkt dat de echtgenoten Paul August Martin Slabbaert- registratie II, op 13 mei 2009, boek 168, blad 58, vak 5. Ontvangen : vijf- Beusenbergh, Philomena Augustina Jozef, samenwonende te 1080 Sint- entwintig euro (25,00 EUR). De wn. eerstaanwezend inspecteur, (get.) Jans-Molenbeek, Louis Mettewielaan 477, op minnelijke wijze hun J. Rombouts », dat de heer Verboven, Dirk Victor Kamiel Maria, huwelijksvermogensstelsel hebben gewijzigd, zonder dat deze wijzi- geboren te Antwerpen (district Wilrijk), op 30 januari 1956, en zijn ging de vereffening van hun vorige stelsel tot gevolg had. echtgenote, Mevr. Van Cauter, Hilde Nele Julia, geboren te Antwerpen Voor ontledend uittreksel : (get.) Marcel Leemans, notaris. (district Wilrijk) op 4 mei 1958, wonende te 2610 Antwerpen (Wilrijk), (24101) Boeksveldstraat 67, gehuwd onder het stelsel der zuivere scheiding van goederen ingevolge huwelijkscontract, verleden voor notaris Floris Hendrickx, te Antwerpen (district Wilrijk), op 25 juli 1979, niet gehand- haafd, zijn overgegaan tot een wijziging van hun huwelijksvermogens- stelsel overeenkomstig artikel 1394 van het Burgerlijk Wetboek. Bij akte, verleden voor Mr. Luc Tuerlinckx, geassocieerd notaris te De wijziging betreft de toevoeging van een beperkte vennootsdchap, Bilzen, op 13 mei 2009, hebben de echtgenoten de heer Vanhaeren, de toevoeging van een keuzebeding en de inbreng door Verboven, Dirk Ghislain Jean Madeleine, gepensioneerde, geboren te Bilzen op en Van Cauter, Hilde in het gemeenschappelijk vermogen van een 29 februari 1956, en zijn echtgenote, Mevr. Hendrikx, Eliane Dora onroerend goed. Albertine, werkzoekende, geboren te Hasselt op 2 oktober 1957, beide wonende te 3740 Bilzen, Eik 18, gehuwd te Bilzen op 19 mei 1978 onder Sint-Job-in-’t-Goor, 26 mei 2009. het wettelijk stelsel bij gebrek aan huwelijkscontract, een wijziging van hun huwelijksvermogensstelsel bedongen. (Get.) Luc Bracke, notaris. (24105) Namens de echtgenoten Vanhaeren-Hendrikx : (get.) Luc Tuerlinckx, notaris. (24102) Bij akte, verleden voor notaris Henry Van Caillie, te Brugge, op 7 mei 2009, hebben de heer Van Belle, Lucain Marie Leon Arsène, geboren te Brugge op 28 maart 1953, en zijn echtgenote, Mevr. Dexters, Uit een akte ven minnelijke wijziging van huwelijksvermogens- Carine Marie Leonie, geboren te Leut op 29 juli 1955, samenwonende stelsel, verleden voor notaris Filip Debucquoy, met standplaats te te 8380 Brugge, Venetiëstraat 14, gehuwd onder het stelsel van zuivere Kinrooi, op 7 mei 2009, dragende als registratierelaas « geregistreerd scheiding van goederen blijkens huwelijkscontract, opgemaakt door 2009/314/0608/N te Maaseik, op 20 mei 2009, boek 537, blad 37, notaris Paul Gerin, te Brugge, op 21 juni 1977, een wijziging aan hun vak 19, drie bladen, geen verzendingen. Ontvangen vijfentwintig euro. huwelijksvermogensstelsel aangebracht, waarbij zij het stelsel hebben De e.a. inspecteur, (get.) J. Haeldermans », blijkt dat de heer Mersch, behouden, doch waarbij zij aan dit stelsel van scheiding van goederen Garmen Willem, arbeider, geboren te Maaseik op 10 december 1978, een beperkt gemeenschappelijk vermogen toegevoegd hebben, met van Belgische nationaliteit, en zijn echtgenote, Mevr. Truijen, Greta inbreng van een eigen onroerend goed door de heer Lucain Van Belle Geertrui, software-ingenieur, geboren te Brugge op 13 maart 1977, van in dit toegevoegd beperkt gemeenschappelijk vermogen, en waarbij zij Belgische nationaliteit, samenwonende te 3640 Kinrooi (Molenbeersel), eveneens voorzien hebben in een keuzebeding met betrekking tot dit Greuwkensstraat 29, gehuwd voor de ambtenaar van de burgerlijke toegevoegd beperkt gemeenschappelijk vermogen. stand van de gemeente Kinrooi op 30 juli 2005, en die thans als huwelijksvermogensstelsel hebben, het wettelijk stelsel der gemeen- Voor ontledend uittreksel : (get.) H. Van Caillie, notaris. schap van goederen naar Belgisch recht ingevolge akte van wijziging (24106) MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39717 Uit een akte, verleden voor notaris Hervé De Graef, te Mol, op Bij akte, verleden voor notaris Maggy Vancoppernolle, te Kortrijk, op 29 april 2009, geregistreerd te Mol, op 12 mei 2009, vier bladen, geen 14 mei 2009, geregistreerd te Kortrijk, eerste kantoor, op 19 mei 2009, verzending, register 5, deel 221, blad 18, vak 4. Ontvangen : vijfen- 4 bladen, 0 renvooien, boek 930, blad 93, vak 1, ontvangen : vijfen- twintig euro (S 25,00). De e.a. inspecteur, (get.) V. De Wit, blijkt dat de twintig euro (S 25), de e.a. inspecteur, L. Vanheuverzwijn, hebben de heer Sannen, Jan Baptist Constant, geboren te Mol op 29 juni 1950, en heer Terpoorten, Patrick Georges Raoul, geboren te Kortrijk op zijn echtgenote, Mevr. Vaes, Maria Sophia Francisca, geboren te Mol op 22 juni 1955, en zijn echtgenote, Mevr. Desplancke, Cindy Nadine 9 november 1946, samenwonende te 2400 Mol, Oude Bleken 19, Rachel, geboren te Kortrijk op 1 februari 1975, wonende te gehuwd te Mol op 24 augustus 1973 onder het stelsel van de gemeen- 8560 Wevelgem (Moorsele), Nieuwenhove 8, gehuwd onder het wette- schap van aanwinsten blijkens huwelijkscontract, verleden voor notaris lijk stelsel bij gebrek aan huwelijkscontract, hun huwelijksstelsel gewij- Lejeune, Aurèle, te Mol, op 22 augustus 1973, een wijziging aan hun zigd, waarbij voormeld stelsel blijft behouden, met inbreng door huwelijksstelsel te hebben gebracht, inhoudende de inbreng van onroe- Mevr. Desplancke, Cindy, van onroerende goederen in het gemeen- rende goederen in de huwelijksgemeenschap, zonder dat hun huidig schappelijk vermogen. stelsel vereffend wordt. Kortrijk, 25 mei 2009. Voor de echtgenoten Sannen-Vaes : (get.) Hervé De Graef, notaris. (24107) (Get.) Maggy Vancoppernolle, notaris. (24111) Bij akte, verlden voor notaris Charles Deckers, te Antwerpen, op 15 mei 2009, hebben de echtgenoten de heer Michel Florent Arthur Pyl, geboren te Marcinelle op 22 juni 1944, en Mevr. Rosalia Augusta Denise Voor notaris Xavier Voets, te Bilzen, werd op 26 mei 2009 een akte Lemouche, geboren te Wommelgem op 19 maart 1946, samenwonende verleden, houdende wijziging van het huwelijksvermogensstelsel te Wijnegem, Stokerijstraat 124, hun huwelijksvermogensstelsel gewij- tussen de heer Claus, André César, geboren te Munsterbilzen op zigd. 9 februari 1950, van Belgische nationaliteit, en zijn echtgenote, Mevr. Vandebeeck, Gerda Maria Hendrika, geboren te Hasselt op 16 februari 1951, van Belgische nationaliteit, samenwonende te Voornoemde echtgenoten waren oorspronkelijk gehuwd onder het 3740 Bilzen, Echellaan 39, gehuwd te Munsterbilzen op stelsel van gemeenschap van goederen. Via de voornoemde akte 3 augustus 1973, onder het stelsel van scheiding van goederen met wijziging huwelijksvermogensstelsel hebben zij keuze- en verdelings- gemeenschap van aanwinsten ingevolge huwelijkscontract, verleden bedingen toegevoegd aan hun stelsel. voor notaris Lenaerts, te Genk, op 12 juni 1973. Krachtens voormelde wijzigingsakte werd een onroerend goed van Mevr. Vandebeeck inge- Voor de echtgenoten : (get.) C. Deckers, notaris. bracht in het gemeenschappelijk vermogen, werden er giften tussen (24108) echtgenoten herroepen en werd er een keuzebeding toegevoegd aan hun stelsel. Bilzen, 26 mei 2009. Namens de echtgenoten Claus-Vandebeeck : (get.) X. Voets, notaris Bij akte wijziging huwelijksvermogensstelsel, verleden voor notaris te Bilzen. Dick Van Laere, te Antwerpen, op 13 mei 2009, hebben de heer Karel (24112) Wittoeck, en zijn echtgenote, Mevr. Jenny Bekens, samenwonende te 2660 Antwerpen (Hoboken), Antwerpsesteensweg 13, volgende wijzi- gingen aan hun huwelijksvermogensstelsel aangebracht, zonder dat voor het overige hun huwelijksvermogensstelsel wordt gewijzigd en zonder dat het vorig stelsel wordt vereffend. Een wijziging door invoeging van een keuzebeding en een wijziging Bij vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Gent, de dato samenstelling van het gemeenschappelijk vermogen door inbreng van 18 december 2008, werd de akte verleden voor notaris Guido Cuele- een eigen onroerend goed van Mevr. Jenny Bekens in het gemeenschap- naere, te Bassevelde, op 10 juli 2008, houdende wijziging huwelijks- pelijk vermogen, zijnde stad Antwerpen (38e afdeling), distrcit vermogensstelsel met inbreng van onroerende goederen in de huwe- Hoboken (derde afdeling) : in een appartementsgebouw, gelegen lijksgemeenschap en toevoeging van een beding van toebedeling van Antwerpsesteenweg 13-15-17, kadastraal bekend als building, sectie B, de gemeenschap tussen wijlen de heer Haers, Gilbert, en zijn echtge- nummers 306/Y, 354 m2 en als building wijk B, nummer 306/Z, groot note, Mevr. De Cuyper, Bernadetta, te Assenede (Bassevelde), Dorp 19, 348 m2, hetzij samen groot 702 m2, het appartement één (1), gelegen op gehomologeerd. het gelijkvloers. (Get.) G. Cuelenaere, notaris. Voor de verzoekers, de echtgenoten Wittoeck-Bekens : (get.) Dick Van (24113) Laere, notaris te Antwerpen. (24109) Bij akte, verleden voor notaris Badouin Verelst, te Halen, op 20 mei 2009, hebben de heer Verlinden, Alfred Vital Maria, geboren te Bij akte, verleden voor notaris Sabine Van Buggenhout, te Wolvertem Diest op 9 februari 1958, en zijn echtgenote, Mevr. Baerts, Sonia Maria (Meise), op 15 mei 2009, hebben de echtgenoten Druyts, Paul Walter Jenny, geboren te Zelem op 8 januari 1957, samenwonende te Joannes, geboren te Antwerpen op 15 december 1943 en Indestege, 3545 Halen (Laksbergen), Mannekenshaagstraat 45, gehuwd onder het Lisette Angèle, geboren te Genk op 13 april 1948, samenwonende te stelsel der scheiding van goederen ingevolge huwelijkscontract, 1861 Meise (Wolvertem), Neromstraat 3, hun huwelijksvermogens- verleden voor notaris Jean Wijgaerts, te Lummen, op 26 juni 1980, hun stelsel gewijzigd, houdende inbreng van het aan de man en aan de huwelijksvermogensstelsel gewijzigd naar het wettelijk stelsel, met vrouw persoonlijk onroerend goed in het gemeenschappelijk inbreng van goederen in de huwelijksgemeenschap door beide echtge- vermogen. noten. Voor de verzoekers : (get.) Sabine Van Buggenhout, notaris. Voor de verzoekers : (get.) Baudoin Verelst, notaris. (24110) (24114) 39718 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Bij akte, verleden voor het ambt van notaris Dirk Smet, te Sint-Gillis- Gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid hen verschaft bij Waas, op 12 mei 2009, hebben de echtgenoten de heer Vergauwen, Luc artikel 1394 van het burgerlijk wetboek, hun voormeld huwelijks- Marcel Clement, geboren te Beveren-Waas op 8 augustus 1960, rijks- vermogensstelsel te wijzigen. registernummer 60.08.08-207.93, en zijn echtgenote, Mevr. Smet, Brigitte Clementine Antoon, geboren te Beveren-Waas op Die wijziging niet de vereffening vna het vorig stelsel, of een dade- 23 oktober 1961, rijksregisternummer 61.10.23-220.53, samenwonende lijke verandering van de samenstelling van de vermogens tot gevolg te 9120 Beveren (Kallo), Dijkgravenstraat 4, gehuwd voor de ambtenaar heeft, behoudens de inbreng in het gemeenschappelijk vermogen door van de burgerlijke stand te Sint-Niklaas op 6 december 1985 onder het Mevr. Moerman, van een onroerende goed dat haar persoonlijk toebe- wettelijk stelsel der gemeenschap blijkens huwelijkscontract, verleden hoorde. voor notaris Karel Vercouteren, te Beveren-Waas, op 16 oktober 1985, hun huwelijkscontract gewijzigd. Ze wensen het wettelijk stelsel te Voor beredeneerd uittreksel : (get.) Johan Van Caenegem, notaris. behouden met inbreng van een onroerende goed door de heer (24118) Vergauwen, Luc in het gemeenschappelijk vermogen. Sint-Gillis-Waas, 25 mei 2009. Namens de verzoekers : (get.) D. Smet, notaris. (24115) Uit een akte verleden voor notaris Philippe Vanlatum, notaris, met standplaats, te Oedelem, op 7 mei 2009, dragende de melding : « gere- gistreerd vijf blad(en), drie verzendingen, te Brugge. Registratie 4 op 13 mei 2009, boek 207, blad 59, vak 19. Ontvangen : vijfentwintig euro (S 25,00). De eerstaanwezend inspecteur (get.) Laga E.G. », blijkt dat : de heer Lamote, Willy Camiel Cyriel, geboren te Damme op Bij akte verleden voor notaris Francis Moeykens, te Brugge, op 8 maart 1945, nationaal nummer 45.03.08 269-69, identiteitskaart 8 mei 2009, hebben de heer Loones, Fernand Gabriel, geboren te nummer 590-4175268-26, en zijn echtgenote, Mevr. Vanderschaeghe, Roeselare op 24 december 1952, en zijn echtgenote, Mevr. De Ryck, Christine Maria Hendrika, geboren te Brugge op 26 september 1950, Jocelyne Annie Andrée, geboren te Antwerpen op 27 april 1958, samen nationaal nummer 50.09.27 366-34, identiteitskaart nummer wonende, te 8310 Brugge (Sint-Kruis), Klerkenstraat 28, een wijziging 590-3736387-70, samen wonende, te 8340 Damme, Pompestraat 6. aangebracht aan hun huwelijkscontract houdende ondermeer de toevoeging van een beperkt gemeenschappelijk vermogen met inbreng van onroerende goederen. Gehuwd onder het stelsel van gemeenschap van aanwinsten blijkens huwelijkscontract verleden voor notaris Edouard Van Caillie, te (Get.) Francis Moeykens, notaris, te Brugge. Brugge, op 9 maart 1972, niet gewijzigd tot op heden. (24116) Gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid hen verschaft bij artikel 1394 van het burgerlijk wetboek, hun voormeld huwelijkscon- tract te wijzigen. Die wijziging niet de vereffening van het vorig stelsel of een dadelijke verandering van de samenstelling van de vermogens tot gevolg heeft. Blijkens akte verleden voor ondergetekende notaris in datum van 20 maart 2009, hebben de heer Vanquickelberghe, Chistiaan Aloïs Voor beredeneerd uittreksel : (get.) Ph. Vanlatum, notaris. Arthur, directeur, geboren te Oudenaarde op 23 oktober 1950, houder (24119) van nationaal nummer 501023 397-33, en zijn echtgenote, Mevr. Revijn, Kathelyne Andréa Germaine, bediende, geboren te Oudenaarde op 14 mei 1955, drager van het nationaal nummer 55.05.14 246 39, samen- wonende, te 9700 Oudenaarde, Axelwalle 32, gehuwd te Mullem op 6 maart 1975, onder het wettelijk stelsel, zonder voorafgaand huwe- lijkskontrakt, het stelsel waaraan zij onderworpen zijn, gewijzigd door een toevoeging en door de inbreng in de huwgemeenschap van een Bij akte verleden voor het ambt van notaris Hilde Fermon, met bouwgrond zonder de gebouwen erop gericht gelegen, te Oudenaarde, standplaats, te Opwijk, op 25 mei 2009, hebben de heer Thewis, Erwin dertiende afdeling Mullem, sektie A, nummer 562/E, groot 15 a 70 ca, Clementine Ernest, geboren te Sint-Truiden op 28 juni 1972, en zijn persoonlijk toebehorend aan de heer Vanquickelberghe, Christiaan. echtgenote, Mevr. Joos, Olivia Marie-Louise Alfons, geboren te Dender- monde op 5 oktober 1974, wonende te 9200 Dendermonde, Gasthuis- Namens de echtgenoten Vanquickelberghe-Revijn : (get.) François straat 17/A000, een wijziging doorgevoerd aan hun huwelijksvermo- Van Innis, notaris. gensstelsel inhoudende de inbreng in de huwgemeenschap door de (24117) heer Thewis, Erwin, van een woonhuis, te Dendermonde, Gasthuis- straat 17a, sectie D, nr. 280/C/6, 2 a 95 ca groot. Namens de echtgenoten Thewis-Joos : (get.) Hilde Fermon. (24120) Uit een akte verleden voor notaris Johan Van Caenegem, te Kruis- houtem, op 6 mei 2009, dragende de melding : « Geregistreerd drie bladen, geen verzendingen, te Kruishoutem, op 18 mei 2009, boek 470, blad 12, vak 1 (f 523). Ontvangen : vijfentwintig euro (25 EUR). De e.a. De heer Van Wesemael, Etienne Camiel Clement, geboren te Schoon- inspecteur a/i (getekend) S. De Smet, blijkt dat : de heer Allaert, Ronald aarde op 16 mei 1941 (rijksregisternummer 41.05.16-175.47), en zijn Maurice Johny, geboren te Tielt op 16 januari 1960, nationaal nummer echtgenote, Mevr. Robyns, Marie Josée Maurice, geboren te Aalst op 60.01.16 323-76, en zijn echtgenote, Mevr. Moerman, Martine Marie 1 februari 1944, (rijksregisternummer 44.02.01-180.49), beiden samen- Ivonne, geboren te Waregem op 23 november 1964, nationaal nummer wonende, te 9260 Wichelen, Moleken 27. 64.11.23 180-66, samen wonende, te 9770 Kruishoutem, Waregemse- steenweg 174. Gehuwd onder het wettelijk stelsel der gemeenschap Gehuwd onder het wettelijk stelsel ingevolge huwelijkscontract ingevolge huwelijkscontract verleden voor notaris Stefaan De Wolf, verleden voor notaris Pierre Dils, te Wichelen, op 20 maart 1965, welk alsdan te Kruishoutem, op 5 september 1987, niet gewijzigd. stelsel tot op heden niet werd gewijzigd. MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD 39719 Zij hebben het op hen toepasselijk stelsel gewijzigd in die zin dat zij De wijziging heeft niet de vereffening van het bestaand huwelijks- gehuwd blijven onder het wetttelijk stelsel zoals geregeld bij artikelen vermogensstelsel tot gevolg, maar wel een verandering in de samen- 1398 en volgende van het Burgerlijk Wetboek, maar door inbreng door stelling van hun vermogens en de wijziging van het overlevingsbeding. de heer Van Wesemael, Etienne, van een onroerend goed, gelegen te Wichelen, Moleken 27, en door toevoeging van een contractuele erfstel- Namens de echtgenoten : (get.) Luc Tournier, notaris, te Beringen ling, zonder dat voor het overige het huwelijksvermogensstelsel wordt (Beverlo). (24124) gewijzigd. Daartoe hebben zij een akte wijziging van huwelijkscontract onder- tekend voor notaris Astrid De Wulf, te Dendermonde, op 30 april 2009. Succession vacante − Onbeheerde nalatenschap (Get.) A. De Wulf, notaris. (24121) Par ordonnance du 15 mai 2009, la troisième chambre du tribunal de première instance de Liège, a nommé M. Léon Ligot, avocat, domicilié à 4020 Liège, avenue du Luxembourg 15, en qualité de curateur à la succession de M. Jacobs, Antoine Jean Léon, né à Ans le 5 juin 1947, domicilié en son vivant à Ans, rue Louis Herion 44, et décédé à Liège le 13 décembre 2008. De heer Smekens, Piet Stan, geboren te Dendermonde op 4 juni 1960 Toute personne concernée par cette succession est priée de contacter (rijksregisternummer 60.06.04-203.09), en zijn echtgenote, Mevr. Melis, d’urgence le curateur. Jenny Ivonne Jozefa, geboren te Sint-Gillis-Waas op 6 mei 1950, (rijks- registernummer 50.05.06-214.12), beiden samenwonende, te (Signé) L. Ligot, avocat. 9200 Dendermonde, Zandstraat 133. (24125) Gehuwd onder het wettelijk stelsel ingevolge huwelijkscontract verleden voor notaris Christian De Wulf, te Dendermonde, op 23 april 1992, welk stelsel tot op heden niet werd gewijzigd. Par décision prononcée le 15 mai 2009, par le tribunal de première instance de Liège (RQ 09/990/B), Me Dominique Jabon, De echtgenoten verklaren hun huwelijksvermogensstelsel zoals dit avocat, juge suppléant, dont le cabinet est établi à 4041 Vottem, rue de bestaat op grond van voormeld huwelijkscontract verleden voor notaris Liège 53, a été désignée en qualité de curateur à la succession réputée Christian De Wulf, te Dendermonde, op 23 april 1992, vanaf heden vacante de Decker, Micheline Henriette Nicole, née à Liège le volledig op te heffen en te vervangen door het stelsel van de algehele 8 août 1956, en son vivant domiciliée à 4000 Liège, rue gemeenschap, zodat al de hun toebehorende goederen de gemeen- Saint-Séverin 13/002, et décédée à Liège le 5 octobre 2008. schappelijke eigendom worden van beide echtgenoten. Les créanciers de la succession sont priés d’adresser leur déclaration Daartoe hebben zij een akte wijziging van huwelijkscontract onder- de créance au curateur, dans les trois mois, à compter de la publication tekend voor notaris Astrid De Wulf, te Dendermonde, op 27 april 2009. de cet avis. (Signé) Dominique Jabon, avocate. (Get.) A. De Wulf, notaris. (24126) (24122) Tribunal de commerce d’Arlon Bij akte verleden voor notaris Luc Tournier, te Beringen, standplaats Par jugement du 14 mai 2009, le tribunal de commerce d’Arlon a Beverlo, op 3 april 2009, hebben de heer Chahid, Abdelaziz, geboren te clôturé les opérations du sursis accordé le 18 mars 1993, au sieur Payot, Youssoufia (Marokko) op 24 juni 1982, en zijn echtgenote, Dominique, restaurateur, inscrit au registre de commerce sous le Mevr. Lehaen, Ann Francy Corry, geboren te Bree op 2 september 1977, n° 19772, domicilié dernièrement à 6720 Habay-la-Neuve, rue des Prés wonende te 3900 Overpelt, Leopoldlaan 131, een wijziging aan hun Poncés 21, et a donné décharge de sa mission au commissaire au sursis. huwelijkscontract aangebracht. Pour extrait conforme : le greffier, (signé) Carole Cremer. (24127) De wijziging heeft niet de vereffening van het bestaand huwelijks- vermogensstelsel tot gevolg, maar wel een verandering in de samen- stelling van hun vermogens en de wijziging van het overlevingsbeding. Namens de echtgenoten : (get.) Luc Tournier, notaris, te Beringen Rechtbank van eerste aanleg te Brugge (Beverlo). (24123) Bij vonnis, in raadkamer uitgesproken op 26 mei 2009 door de zevende kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, wordt Mr. Cappelle, Hannelore, advocaat te 8310 Brugge (Assebroek), Baron Ruzettelaan 27, aangewezen als curator over de onbeheerde nalaten- schap van wijlen de heer Cuypers, Luc Gerard Joseph, geboren te Bij akte verleden voor notaris Luc Tournier, te Beringen, standplaats Oudenburg op 19 januari 1955, destijds wonende te 8000 Brugge, Beverlo, op 27 april 2009, hebben de heer Grosemans, Robby Rudolf, Loppemstraat 11, overleden te Brugge op 12 augustus 2008, op wiens geboren te Bilzen op 4 oktober 1977, nationaal nummer 77.10.04-253.53, nalatenschap niemand aanspraak maakt. en zijn echtgenote, Mevr. Briers, Tanja, geboren te Lommel op 28 juli 1984, nationaal nummer 84.07.08-080.20, wonende te Brugge, 26 mei 2009. 3920 Lommel, Kerkhovensesteenweg 348, een wijziging aan hun huwe- De hoofdgriffier van de rechtbank, (get.) G. De Zutter. lijkscontract aangebracht. (24128) 39720 MONITEUR BELGE — 02.06.2009 — BELGISCH STAATSBLAD Bekendmaking De algemene vergadering heeft het ontslag aanvaard van : gedaan in uitvoering van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen De heer Dethier, Pierre, Arzelier 19, 4845 Sart Jalhay, vertegenwoor- en de landsbonden van ziekenfondsen diger van het ziekenfonds Mutualités Solidaris - Mutualité Socialiste et Syndicale de la Province de Liège, rue Douffet 36, 4020 Liège. Publication faite en exécution de la loi du 6 août 1990 (24129) relative aux mutualités et aux unions nationales de mutualités Nationaal Verbond van Socialistische Mutualiteiten Maatschappij van Onderlinge Bijstand MOB Zorgkas van de Onafhankelijke Ziekenfondsen « De Zorgkas van de Socialistische Mutualiteiten » Sint-Huibrechtsstraat 19, 1150 Brussel Uittreksel uit het schriftelijk verslag van de algemene vergadering van 28 april 2009 : punt 6 : Toetreding/Ontslag leden Vervanging van een lid van de raad van bestuur De algemene vergadering heeft volgende beslissing genomen : De algemene vergadering van de MOB « Zorgkas van de Onafhan- De heer Magnette Gérard, les Demoisselles 9, 6890 Villance, als kelijke Ziekenfondsen » heeft tijdens haar vergadering van 24 april 2009 vertegenwoordiger van Mutualité Socialiste de Luxembourg, place de akte genomen van de vervanging van de heer Christian Roulling in de la Mutualité 1, 6870 Saint-Hubert, wordt vervangen als bestuurder door raad van bestuur door de heer Xavier Brenez, Alexander Bertrand- de heer Devillers, Jacques, rue de Saint-Ode 40, 6681 Lavacherie, laan 46, 1190 Vorst. vertegenwoordiger van het ziekenfonds Mutualité Socialiste de Luxem- (24130) bourg, place de la Mutualité 1, 6870 Saint-Hubert. Moniteur belge, rue de Louvain 40-42, 1000 Bruxelles. − Belgisch Staatsblad, Leuvenseweg 40-42, 1000 Brussel. Conseiller/Adviseur : A. VAN DAMME

Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l’arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2004 relatif au rapportage des données de prélèvement et de production par les gestionnaires des réseaux de gaz naturel et d’électricité, les fournisseurs de combustibles et les exploitants des installations de cogénération, d’énergie renouvelable et d’autoproduction · Nelum