Skip to content
Nelum
Laws of Netherlands

National Action Plan for the Strengthening of the Zoonotic Disease Policy

Made 2022-07-06 · Text as of 2026-10-01

Public law and official guidance, published as research. Not legal, tax or financial advice.

About this law

Original title
Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid.
Language
Dutch; English
Kind
policy
Country
Netherlands
Subjects
Livestock, Wild species and ecosystems, General
Keywords
public health, data collection/reporting, monitoring, investment, policy/planning, research, animal health, pests/diseases, One Health approach, international cooperation, biosecurity, vaccination, poultry, animal welfare, climate change, birds, pet animals, wild fauna, insects

Where to read it

Text

The law's own text, section by section, as held. Each section has its own link.

  1. 5.1 Inleiding

  2. 5.2 Respons bij dierziekten en vectoren 56 56 57

  3. 5.3 Respons in humane gezondheidszorg 62 3 Preventie 10

  4. 3.1 Inleiding 10 6 Internationaal 64

  5. 3.2 Leefomgeving en vectoren 11

  6. 3.3 Veehouderij en landbouwhuisdieren 17 7 Onderzoek 69

  7. 3.4 Wilde dieren en gezelschapsdieren 24

  8. 3.5 Humane preventie en zoönosengeletterdheid 30 Bijlage: Lijst met afkortingen 75 4 Detectie 37

  9. 4.1 Inleiding 37

  10. 4.2 De zoönosenstructuur 38

  11. 4.3 Monitoring en signalering in de leefomgeving en bij dieren 43

  12. 4.4 Monitoring en signalering in humane gezondheidszorg 48

  13. 4.5 Informatie- en gegevensuitwisseling 51 Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 1 Samenvatting 3 1 De coronapandemie heeft laten zien dat een zoönose van dhr. Bekedam, maar ook de evaluatie van de wereldwijd tot ontwrichtende situaties kan leiden. uitbraak van SARS-CoV-2 bij nertsen en verschillende Het kabinet zet zich daarom in om zo’n situatie in de adviezen van het Deskundigenberaad Zoönosen zijn toekomst zoveel mogelijk te voorkomen. In het actieplan benut. Daarnaast is het kabinet met betrokken en geeft het kabinet aan hoe de komende vier jaar het belanghebbende partijen in gesprek gegaan en zijn hun zoönosenbeleid verder wordt versterkt. Het actieplan adviezen benut om tot dit actieplan te komen. De acties strekt zich uit over de volle breedte van One Health in dit plan zijn tot stand gekomen op basis van de (leefomgeving, veterinair en humaan), nationaal en genoemde adviezen, de inbreng van betrokken partijen, Samenvatting internationaal, en richt zich op preventie, detectie en respons. Het doel van het actieplan is om risico’s op het ontstaan en de verspreiding van zoönosen een analyse en weging van de bestaande beleidsinzet en op basis daarvan een nadere prioritering en fasering. Het actieplan is daarmee dynamisch en in ontwikkeling in de toekomst verder te verkleinen en voorbereid in de tijd. De acties worden, waar nodig, in de komende te zijn op een eventuele uitbraak. De inspanningen jaren bijgesteld en aangescherpt, onder meer op basis van Nederland kunnen niet los worden gezien van van onderzoeksresultaten. de internationale context. Experts wijzen erop dat de kans het grootst is dat een volgende zoönosenuitbraak De versterkingsacties met pandemisch potentieel in het buitenland begint. Het actieplan is opgebouwd uit drie pijlers voor de Internationaal samenwerken tegen grensoverschrijdende aanpak van zoönosen, te weten 1) preventie, 2) detectie gezondheidsdreigingen is essentieel. In het actieplan is en 3) respons. De hoofdstukken beschrijven achtereen- daarom veel aandacht voor het internationale speelveld. volgens de inzet op deze aspecten. Daarnaast wordt Dit is een grote uitdaging, internationale afspraken aandacht besteed aan twee doorsnijdende thema’s: worden immers gemaakt in onderhandeling met veel de internationale inzet en onderzoek. landen en organisaties. Het actieplan is onlosmakelijk verbonden met de Beleidsagenda Pandemische Preventie Paraatheid van het kabinet. Versterken van het Het zwaartepunt van het actieplan is preventie. zoönosenbeleid draagt immers bij aan het aanpakken De inzet op het tegengaan van klimaatverandering van mogelijke pandemieën bij de bron. en verandering van landgebruik wordt onverminderd voortgezet. Daarnaast stelt het kabinet handreikingen Totstandkoming op om gemeenten en provincies te ondersteunen bij Verschillende adviezen zijn benut bij de totstandkoming het meewegen van zoönosenrisico’s bij de inrichting van het actieplan. Allereerst het rapport ‘Zoönosen in van het landelijk en stedelijk gebied. In de veehouderij het vizier’ van de expertgroep zoönosen onder leiding wordt ingezet op versterking van de bioveiligheid op Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 1 Samenvatting 4 bedrijven en vaccinatie van pluimvee tegen vogelgriep. infectieziekten. Ook wordt geïnvesteerd in de uitbreiding voor zoönosenrisico’s bij de handel en het transport in Daarnaast is het thema zoönosen in de startnotitie van de monitoring van zoönosen, onder andere in de (wilde) dieren en internationale inzet op monitoring, Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) benoemd leefomgeving. De humane surveillance en versterking surveillance en gegevensuitwisseling. Ook kan het als ‘meekoppelkans’ in de integrale gebiedsgerichte daarvan vormt onderdeel van de verdere versterking nieuwe World Health Organization (WHO) pandemisch aanpak, om waar mogelijk het risico op uitbraken met en van de One Health surveillance. Daarbij worden signalen instrument in dit kader een belangrijke rol spelen. de verspreiding van (zoönotische) ziekteverwekkers in de van zoönosen vanuit de humane surveillance gelinkt veehouderij te verminderen. aan de signalen uit het veterinaire domein en de Onderzoek leefomgeving. Tot slot wordt toegewerkt naar geïntegreerde In de komende jaren investeert het kabinet, vanuit een Ten aanzien van gezelschapsdieren en (wilde) dieren One Health surveillance met de bouw van een platform deel van de beschikbare middelen voor pandemische komt er meer toezicht op dierenbeurzen en wordt voor gegevensuitwisseling van de monitorings- en paraatheid, in meerjarige onderzoeksprogramma’s over onderzocht of aanvullende inzet op opsporing van surveillancedata. Deze ambitie is stevig. Gezien de zoönosen. In aanvulling op het reguliere onderzoek op en toezicht op (illegale) handel van dieren of vlees complexiteit van deze opgave wordt dit stapsgewijs zoönosen start ZonMw een onderzoeksprogramma nodig is. Tot slot wordt de kennis van burgers en aangepakt zodat het platform in 2026 operationeel is. naar infectieziekten vanuit een One Health benadering. professionals over zoönosen verhoogd door aanvullende Daarnaast heeft Wageningen University & Research doelgroepgerichte communicatie; hiervoor heeft de Respons (WUR) het onderzoeks- en investeringsprogramma expertgroep zoönosen de term ‘zoönosengeletterdheid’ Ook in het kader van respons wordt ingezet op ERRAZE@WUR (Early Recognition and Rapid Action geïntroduceerd. Ten behoeve van de humane gezondheid versterking. De samenhang van bestaande draaiboeken in Zoonotic Emergencies) opgericht, waarin worden preventieve maatregelen genomen in het kader wordt versterkt. Ook stelt het kabinet een landelijk onderzoekers vanuit diverse disciplines samenwerken van influenza. crisisplan infectieziekten op, waarin zoönosen worden aan het wetenschappelijke fundament dat nodig is om betrokken. Ten slotte wordt een One Health oefening toekomstige pandemieën te voorkomen en de impact Detectie georganiseerd. ervan te beperken. Ook nemen de onderzoeksinstituten Tijdige detectie van een mogelijke zoönose is essentieel deel aan, en werken samen met, diverse relevante voor het vroegtijdig beperken van de gevolgen. In Nederland Internationale inzet internationale onderzoeksprogramma’s. hebben we een goed functionerende zoönosenstructuur. Nederland heeft internationale prioriteiten opgesteld In het kader van het actieplan onderzoeken de betrokken die in verschillende gremia worden ingebracht. Ook in de partijen of zij voldoende zicht hebben op alle relevante internationale inzet is aandacht voor preventie, detectie signalen. Het Centrum Monitoring Vectoren (onderdeel en respons essentieel. Onderwerpen op deze agenda zijn van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit) breidt onder andere het delen van kennis over de Nederlandse haar capaciteit uit om beter zicht te houden op vectoren zoönosenstructuur, het onder de aandacht brengen (bijvoorbeeld teken) en werkt samen met het Rijksinstituut van het belang van nationale actieplannen, tegengaan voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en andere van wereldwijde ontbossing, terugdringen van illegale betrokkenen aan een kennisplatform vectorgebonden handel in dieren, versterken van bioveiligheid, aandacht 5 6 Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid Belangrijkste actiepunten 2022-2026 Preventie Detectie Respons • Tegengaan ontbossing, biodiversiteitsverlies en klimaatverandering • Nagaan of signalen voldoende in beeld • Versterken van de samenhang tussen • Oprichten kennisplatform vectorgebonden infectieziekten voor onderzoek, advies en zijn om zoönosen vroegtijdig op te responsdraaiboeken voor zoönotische versterken monitoring merken, zoals bij insectenteelt uitbraken • Handreikingen voor provincies en gemeenten over zoönosenrisico's bij de inrichting • Uitbreiden monitoring zoönosen • Draaiboek voor uitbraak waarbij van de leefomgeving in het landelijk en stedelijk gebied bij mensen gezelschapsdieren een rol spelen • Meewegen van risico’s (zoönotische) ziekteverwekkers in de gebiedsgerichte aanpak • Verbeteren uitwisseling gegevens • Handreiking hoe te handelen bij vondst tussen humaan en veterinair om de van zieke en dode wilde vogels en • Bioveiligheidsplannen voor veehouderijbedrijven bron eerder te vinden andere dieren • Pluimvee zo snel mogelijk verantwoord kunnen vaccineren tegen vogelgriep • Crisisoefeningen met alle betrokkenen • Intensiveren toezicht op Nederlandse dierenbeurzen • Opstellen landelijk crisisplan • Gericht vergroten van de kennis over zoönosen bij burgers en professionals infectieziekten, met aandacht voor zoönosen Internationaal Onderzoek • Delen van kennis over Nederlandse zoönosenstructuur en stimuleren dat andere landen • Kennisagenda over de verspreiding van zoönosen en verbeterde detectiemethoden ook een actieplan opstellen • Cofinanciering meerjarige onderzoeksprogramma’s over zoönosenrisico’s • Internationale aandacht voor risico’s van wet markets, bushmeat en handel in wilde dieren • Internationale partnerschappen • Versterken van monitoring en gegevensuitwisseling tussen landen Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 1 Samenvatting 7 Uitvoering Het kabinet is verantwoordelijk voor het vaststellen van de beleidsdoelen en -keuzes en geeft uitvoering aan het actieplan. De uitvoering van het plan kan niet zonder de inzet van partijen in het veld. Daarom wordt de uitvoering van dit actieplan in de komende jaren in nauwe afstemming met betrokken partijen opgepakt en uitgevoerd. Tot slot Met dit Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid presenteert het kabinet de aanpak om de risico’s op het ontstaan en de verspreiding van zoönosen in de toekomst verder te verkleinen en voorbereid te zijn op een eventuele uitbraak. De uitvoering van dit actieplan loopt van 2022 tot en met 2026. Jaarlijks zal worden gerapporteerd over de voortgang van de acties. Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 2 Inleiding 8 2 Algemeen borgt tussen de organisaties in het domein van Zoönosen zijn infectieziekten die van dier op mens kunnen humane en veterinaire gezondheid, waaronder de worden overgedragen. Mensen kunnen ziek worden, ministeries van VWS en LNV. De structuur richt zich op wat soms tot levenslange gezondheidsproblemen of signalering, beoordeling en bestrijding van zoönosen sterfte kan leiden. Wetenschappers gaan ervan uit dat en is voortdurend actief, ook wanneer er geen sprake is 60-75% van de humane infectieziekten oorspronkelijk van een dreiging. Binnen de zoönosenstructuur komen van dieren afkomstig is. De coronapandemie laat zien dat de werkvelden van One Health samen (leefomgeving, een zoönose wereldwijd ontwrichtend kan zijn en is de veterinair en humaan). Het voortouw in deze structuur Inleiding aanleiding om het huidige zoönosenbeleid te versterken. Het is onmogelijk om het risico op zoönosen volledig uit te sluiten. Dat betekent dat er altijd een zoönosenrisico1 ligt bij de minister van VWS. De bewindspersonen van VWS en LNV nemen gezamenlijk de besluiten waarbij het volksgezondheidsbelang altijd leidend is. zal blijven. Doel De ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Het doel van dit actieplan is om de risico’s op het (VWS) en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) ontstaan en de verspreiding van zoönosen te verkleinen werken al jaren samen op de aanpak van zoönosen. en voorbereid te zijn op een eventuele uitbraak. Vanuit deze samenwerking is dit actieplan opgesteld, De focus ligt daarbij op zoönosen die potentieel een onder leiding van het ministerie van VWS. Het actieplan grote impact hebben op individuen (grote ziektelast) is onlosmakelijk verbonden met de Beleidsagenda of de maatschappij (veel zieken). Ook wordt rekening Pandemische Paraatheid van het kabinet. Zoönosen gehouden met onbekende ziekteverwekkers. Een leven zijn een belangrijk onderdeel van de Beleidsagenda zonder risico op zoönosen bestaat niet. Bij keuzes voor Pandemische Paraatheid in het kader van het maatregelen moeten dan ook proportionele afwegingen ‘voorkomen bij de bron’. worden gemaakt tussen de verschillende beleidsdoelen voor onder andere klimaat, biodiversiteit en dier- en Nederland heeft een stevige basis voor het volksgezondheid. zoönosenbeleid, met dit actieplan wordt deze verder versterkt. Sinds 2011 bestaat de huidige Experts wijzen erop dat de kans het grootst is dat een zoönosenstructuur, die een goede samenwerking volgende zoönosenuitbraak met pandemisch potentieel in het buitenland begint; in het actieplan is daarom 1 Zoönosenrisico is gedefinieerd als de kans dat een zoönose ontstaat of veel aandacht voor het internationale speelveld. wordt verspreid gecombineerd met de gevolgen van een zoönose. Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 2 Inleiding 9 Het actieplan richt zich op de non-alimentaire zoönosen2 De acties in dit plan zijn tot stand gekomen op basis Uitvoering (alimentaire zoönosen 3 en antibioticaresistentie zijn van de genoemde adviezen, de inbreng van betrokken Het kabinet is verantwoordelijk voor het vaststellen geen onderdeel van dit actieplan). Dit plan richt zich partijen, een analyse en weging van de bestaande van de beleidsdoelen en -keuzes en geeft uitvoering niet op verbetermaatregelen die in de medische sector beleidsinzet en op basis daarvan is een nadere prioritering aan het actieplan. Dit houdt in dat het kabinet keuzes worden genomen (inclusief de bekostiging van de en fasering aangebracht. maakt voor de in te zetten acties. Het is van belang publieke gezondheidszorg), evenals de financiering van dat er (opschaalbaar) voldoende mensen en middelen de diergeneeskunde. Ten behoeve van dit actieplan heeft consultatie plaats- aanwezig zijn in de volle breedte van preventie, detectie gevonden met een groot aantal partijen. Het gaat en respons. De uitvoering kan niet zonder partijen in het Totstandkoming en opbouw daarbij om partijen uit het humane en veterinaire veld, veld. Alle partijen hebben een rol en verantwoordelijkheid Bij de totstandkoming van het actieplan heeft het kabinet evenals uit de leefomgeving (onderzoekers, overheden, om de aanpak van zoönosen verder te versterken. In de zich allereerst gebaseerd op de aanbevelingen uit het bedrijfsleven en NGO’s). Per thema hebben kick-off komende jaren wordt de uitvoering van dit actieplan in rapport ‘Zoönosen in het vizier4’ van de expertgroep bijeenkomsten plaatsgevonden met de betrokken partijen nauwe afstemming met alle betrokken partijen opgepakt. zoönosen (onder leiding van de heer Bekedam). Ook de over de versterking van het zoönosenbeleid. Vervolgens evaluatie van de uitbraak van SARS-CoV-2 bij nertsen, was er overleg met een groot aantal partijen, ook over Het Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid adviezen van het Deskundigenberaad zoönosen, de specifieke onderdelen van het plan. Ten slotte zijn veel beslaat de periode 2022 tot en met 2026. Jaarlijks zal inbreng van een groot aantal betrokken partijen en partijen uit de One Health domeinen geconsulteerd in een worden gerapporteerd over de voortgang van de acties. vanzelfsprekend alle huidige activiteiten rondom gezamenlijke stakeholderbijeenkomst. zoönosen zijn benut. De expertgroep zoönosen heeft factoren die bijdragen aan zoönotische risico’s Het actieplan is opgebouwd uit de onderdelen preventie, zorgvuldig beschreven en heeft 74 aanbevelingen detectie en respons. Vervolgens wordt op deze drie opgesteld en deze op hoofdlijnen gewogen, resulterend onderdelen de (inter)nationale inzet en de agenda voor in 23 kernaanbevelingen. De expertgroep beschikte niet onderzoek beschreven. Per paragraaf wordt aangegeven over de tijd en menskracht om al haar aanbevelingen wat de relevante huidige activiteiten zijn per thema en te toetsen aan het bestaande zoönosenbeleid en vervolgens waarop wordt ingezet voor de versterking, instrumentarium (in Nederland en wereldwijd). met bijbehorende acties. Een aantal acties is al in uitvoering, daarnaast zijn er acties in voorbereiding en acties die nog nadere bespreking met partijen behoeven. 2 Non-alimentaire zoönosen zijn zoönosen die buiten de voedselketen Ook is voor sommige acties eerst onderzoek nodig. overgedragen worden van dier naar mens. 3 Zodra nieuwe kennis en informatie beschikbaar komt, kan Alimentaire zoönosen zijn zoönosen die via de voedselketen worden overgedragen van dier naar mens. de volgende actie worden ingezet en de aanpak verder 4 Kamerstuk 25 295, nr. 1357 worden aangescherpt. Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 3 Preventie | 3.1 10 3 3.1 Inleiding Het eerste deel van dit actieplan gaat over preventie en daarmee het voorkómen van overdracht van zoönotische ziekteverwekkers. Door preventie kan ziekte door zoönosen en economische schade worden beperkt. Mensen kunnen via verschillende transmissieroutes worden geïnfecteerd, bijvoorbeeld door direct contact met dieren of dierlijk materiaal (zoals Preventie via mest), via de leefomgeving zoals bodem, water en lucht of via vectoren5, zoals teken of muggen. Daarom ligt het zwaartepunt van het actieplan op preventie en bevat dit hoofdstuk een breed palet aan acties om het ontstaan van zoönosen via deze transmissieroutes te voorkomen. De volgende onderdelen komen achtereenvolgens aan de orde: leefomgeving, veehouderij, wilde dieren en gezelschapsdieren, humane preventie en zoönosengeletterdheid. 5 Een vector is een ziektedrager zoals een mug of een teek Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 3 Preventie | 3.2 11

  14. 3.2 Temperatuurstijging en andere veranderingen in de Leefomgeving en vectoren leefomgeving kunnen zorgen voor een toename van Als dichtbevolkt land bepaalde vectoren en dit kan leiden tot een toename van vectoroverdraagbare en milieuoverdraagbare staat Nederland voor Huidige activiteiten infectieziekten. Mede in het licht van de preventie van Inleiding zoönosen is (internationale) inzet op het tegengaan van grote uitdagingen op het Een gezonde en leefbare omgeving voor de mens is klimaatverandering en ontbossing essentieel. niet mogelijk zonder gezonde natuur die in balans is gebied van leefomgeving, met een goede water- en bodemkwaliteit. Voor de Klimaatverandering en -adaptatie gezondheid en het welbevinden van mensen is natuur Het kabinet neemt maatregelen om Nederland te ecosystemen en klimaat. en een groene omgeving waardevol. Aan de andere kant beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering moet rekening worden gehouden met mogelijke risico’s en om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. vanwege zoönosen. Veranderingen in biodiversiteit, Hiervoor zijn nationale en internationale doelen landgebruik en klimaat hebben wereldwijd invloed op afgesproken. Op mondiaal niveau heeft Nederland voorkomen. Innovatieve waterconcepten6 die de impact het zoönosenrisico. Waar mensen in contact komen met andere landen afgesproken om in 2050 de stijging van klimaatverandering moeten tegengaan kunnen met in het wild levende dieren, kunnen dieren mensen van de gemiddelde wereldtemperatuur te beperken zoönosenrisco’s verkleinen of vergroten. besmetten met (bekende en nog onbekende) zoönosen. tot maximaal 1,5 graden Celsius. Volgens experts kan Omgekeerd kunnen mensen ook dieren besmetten. klimaatverandering de kans op zoönosen vergroten, De belangrijkste klimaatrisico’s voor Nederland en de Het kleiner worden van een leefgebied kan ertoe leiden waarbij in gematigde gebieden zoals in Nederland een koers om deze risico’s aan te pakken zijn omschreven dat er meer contact is tussen mens en dier. In Nederland toename mogelijk is door groeiende populaties van in de Nationale klimaatadaptatiestrategie (NAS): de is het vergroten en verbinden van leefgebieden een muggen en teken en ook door de introductie van nieuwe overkoepelende Nederlandse strategie op het gebied belangrijke maatregel om de natuur te versterken. vectoren en nieuwe ziekteverwekkers. Het effect van van klimaatadaptatie. Met klimaatadaptatiemaatregelen Dit zorgt ervoor dat planten en dieren zich makkelijker klimaatverandering op de complexe wisselwerking tussen kan worden geanticipeerd op veranderingen vanwege kunnen verspreiden en verplaatsen, maar heeft mogelijk dierlijke gastheren, ziekteverwekkers, vectoren en mensen temperatuurstijging, droogte en vernatting. Ook aandacht ook effect op (vector)overdraagbare infectieziekten. is niet eenvoudig te voorspellen. Diverse factoren spelen voor de neveneffecten van deze maatregelen op zoönosen Deze effecten kunnen het zoönosenrisico veranderen. een rol, zoals de veranderende biologie van vectoren zijn onderdeel van de NAS. Op basis van de NAS wordt van bij hogere temperaturen en het veranderende gedrag gemeenten en provincies verwacht dat zij bij besluiten over Als dichtbevolkt land staat Nederland voor grote van dieren en mensen. Bij het nemen van maatregelen de leefomgeving gezondheid en klimaatbestendigheid uitdagingen op het gebied van leefomgeving, om zo goed mogelijk om te gaan met de gevolgen van ecosystemen en klimaat. Steeds meer dier- en klimaatverandering is het belangrijk om het daardoor 6 www.rivm.nl/publicaties/waterkwaliteitscheck-voor-nieuwe-en- plantensoorten verdwijnen en de natuur verzwakt. eventueel ontstaan van hotspots van vectoren te bestaande-stedelijk-waterconcepten-belang-van Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 3 Preventie | 3.2 12 meewegen en daarbij dus ook nadenken over zoönosen- dieren vanuit deze leefgebieden dichter bij mensen vogel- en habitatrichtlijnen (Natura 2000) en de Europese risico’s, waaronder het beheersen van vectoren. De NAS komen. Nederland zet zich in om ontbossing wereldwijd biodiversiteitsstrategie. wordt op dit moment geëvalueerd. Naar verwachting te stoppen in 2030, in lijn met de Sustainable zal het kabinet in het najaar van 2022 de Tweede Kamer Development Goal 15 van de Verenigde Naties (VN). Vectoren informeren over het vervolg van de NAS. Uitbreiding van landbouwgebieden, met name voor In Nederland verzorgt het RIVM de monitoring van, Het LIFE-IP Klimaatadaptatie (2022-2027) programma de productie van rundvlees, soja, palmolie en hout, advisering over en respons op vectoroverdraagbare gecoördineerd door het ministerie van Infrastructuur en is de grootste drijfveer van ontbossing. Eén van infectieziekten zoals de ziekte van Lyme, tekenencefalitis Waterstaat (IenW) en het RIVM omvat maatregelen voor de hoofdpijlers van het internationaal bosbeleid is en tropische infectieziekten zoals dengue en chikungunya. het versnellen van de uitvoering van klimaatadaptatie- daarom ook het ontbossingsvrij maken van deze Dit wordt gedaan in aansluiting op de monitoring van maatregelen in Nederland op gebied van klimaat en landbouwgrondstoffenketens. Mede door Nederland inheemse en exotische vectoren door het Centrum gezondheid en richt zich deels op het verlagen van aangespoord, heeft de Europese Commissie (EC) in Monitoring Vectoren (CMV) van de Nederlandse Voedsel- zoönosenrisico’s. november 2021 een wetgevingsvoorstel gepresenteerd en Warenautoriteit (NVWA). De NVWA adviseert ook waarmee zij producten en dieren die niet bijdragen aan over de bestrijding van vectoren. In het geval van Verandering in landgebruik de ambitie ontbossingsvrij te worden, te willen weren van exotische muggen wordt door de NVWA de surveillance Veranderingen in landgebruik zijn wereldwijd één van de Europese markt en te beginnen met palmolie, cacao, en bestrijding uitgevoerd. De NVWA is verantwoordelijk de belangrijkste drijvende krachten achter het ontstaan hout, soja, koffie en rundvee (en -vlees). Nederland werkt voor het toezicht en de handhaving bij bedrijven die van zoönosen. Ontbossing en verlies van biodiversiteit ook via andere wegen aan het stoppen van wereldwijde hoogrisicoproducten (zoals lucky bamboo) importeren, in tropische gebieden kunnen gunstig zijn voor ontbossing, bijvoorbeeld via diplomatie en publiek- om te voorkomen dat invasieve exotische muggen met reservoir-7 of vectorpopulaties (inclusief overdracht van private samenwerkingsprogramma’s. deze producten Nederland binnenkomen. De Warenwet ziekteverwekkers) en kunnen uiteindelijk leiden tot meer en de Wet publieke gezondheid (Wpg) zijn het juridisch contact tussen mens en vectoren, reservoirs of (wilde) In het kader van het VN-Biodiversiteitsverdrag (Convention kader ten aanzien van deze exotische muggen (zoals de dieren. Waar ontbossing tot zoönotische risico’s kan on Biodiversity - CBD) en de onderhandelingen over het tijgermug) om de introductie en verspreiding van deze leiden, kan vergroening en verblauwing dat mogelijk ook. post-2020 Global Biodiversity Framework zet Nederland muggen in Nederland te beperken. In de Nederlandse steden komt steeds meer ruimte voor zich in voor het stoppen van het verlies van biodiversiteit groen en water. Dit beïnvloedt de biodiversiteit in de stad en het bevorderen van het herstel van biodiversiteit in RIVM is de projectleider van het Europese netwerk voor en het zoönosenrisico. 2030 als tussenstappen onderweg naar een wereldwijde medische en veterinaire entomologie, Vectornet, dat in samenleving in harmonie met de natuur in 2050. Binnen opdracht van het European Centre for Disease Prevention Ontbossing zorgt wereldwijd voor een verkleining van dit Framework wordt naast alle ambities ten behoeve van and Control (ECDC) en European Food Safety Authority het leefgebied van bepaalde diersoorten, waardoor de verbetering van de biodiversiteit, ook onderhandeld (EFSA) is opgezet. In Vectornet worden data over vectoren over een actieplan over biodiversiteit en gezondheid. en ziekteverwekkers bijeengebracht. Met de One Health 7 Een reservoirpopulatie is een populatie waarin ziekteverwekkers zich Ook in Europa wordt gewerkt aan natuurherstel en aanpak wordt in de Europese Unie (EU) de paraatheid en kunnen ophopen en kunnen verspreiden. verbetering van de biodiversiteit, bijvoorbeeld met de respons op vectorgebonden infectieziekten verbeterd. Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 3 Preventie | 3.2 13 Ook het CMV is bij dit Vectornet aangesloten. in paragraaf 3.4 van het hoofdstuk wilde dieren en and Health Observatory opgezet. Dit observatorium gezelschapsdieren. brengt kennis, expertise en instrumenten over de impact Het RIVM ondersteunt partijen zoals de Gemeentelijke van klimaatverandering en klimaatadaptatie op de Gezondheidsdiensten (GGD’en) en arbodiensten bij het Ook op het gebied van water en gezondheid worden volksgezondheid van verschillende organisaties en landen voorkómen van vector-overdraagbare aandoeningen. door Nederland doelen gesteld. Zo zijn er Sustainable bij elkaar. Daarnaast heeft de EC een strategie opgesteld Daarnaast communiceren deze partijen daarover naar Development Goals 6 (SDG6) voor schoon water en goede voor Europese klimaatadaptatie. Hierin zijn ook ambities het publiek. Het RIVM en anderen instituten besteden hygiëne wat bijdraagt aan minder wateroverdraagbare opgenomen om de gevolgen van nieuwe infectieziekten al jarenlang in online (sociale) media (zoals Twitter, zoönosen. Daarnaast is er het UNECE/WHO Protocol on aan te pakken. Facebook, Instagram en YouTube) en in traditionele Water and Health dat ook door Nederland is geratificeerd. media (zoals kranten, radio en televisie) aandacht aan Het ministerie van IenW leidt hierin het werkgebied van Realisatie Nationaal Programma Landelijk Gebied de risico’s van tekenbeten en aan het voorkomen van de risicobeoordeling en risicomanagement voor goede In het NPLG neemt het kabinet de gebiedsgerichte tekenbeten en tekenbeetziekten. Alterra (Wageningen waterkwaliteit ook in relatie tot klimaatverandering. opgaven en maatregelen op voor natuur, stikstof, Environmental Research) heeft de ‘Leidraad Risico- landbouw, water, bodem en klimaat. Voor het NPLG zijn management Overlast Steekmuggen en Knutten’ Versterking de EU-verplichtingen leidend: Vogel- en Habitatrichtlijn, ontwikkeld. Bij het ontwerpen van herinrichtingsplannen Inzet op tegengaan klimaatverandering en Kaderrichtlijn Water (KRW) en (onder meer) de Europese gericht op natte natuur kunnen met deze leidraad de verandering landgebruik Klimaatwet voor broeikasgassen. In paragraaf 3.3 van gevolgen voor overlast door steekmuggen en knutten in Experts wijzen erop dat de kans het grootst is dat het hoofdstuk over veehouderij en landbouwhuisdieren beeld worden gebracht. Deze leidraad geeft daarnaast een volgende zoönosenuitbraak met pandemisch staat meer informatie over het NPLG, in relatie tot aanwijzingen om overlast door herontwerp of beheer te potentieel in het buitenland begint. Daarom is een forse (zoönotische) ziekteverwekkers. voorkomen. Voor de beheersing van het westnijlvirus is internationale samenwerking en inzet op onder meer in 2021 een onderzoekstraject gestart dat moet leiden tot het tegengaan van klimaatverandering, ontbossing en Handreikingen over meewegen zoönosen bij inrichting van het een beheersingsaanpak. behoud en herstel van biodiversiteit gerechtvaardigd. landelijk en stedelijk gebied Zoals beschreven onder huidige activiteiten, voert Het is de uitdaging om naast het optimaal gebruik maken Water, bodem en lucht Nederland hier al een zeer actieve lijn. Vanuit het van de positieve effecten van groen en water, ook de Zoönosen kunnen ook via onze leefomgeving perspectief van het verkleinen van het risico op zoönosen, eventuele (indirecte) volksgezondheidsrisico’s in het worden overgedragen. Deze water-, bodem- en is deze aandacht ook van belang. Nederland blijft zich oog te houden. Decentrale overheden moeten makkelijk luchtoverdraagbare infectieziekten vanuit dieren zijn internationaal inzetten om klimaatverandering aan te toegang hebben tot informatie over zoönosenrisico’s. bijvoorbeeld Q-koorts en maagdarmklachten door pakken en de gevolgen te beperken. Hiervoor worden handreikingen opgesteld, die Campylobacter. Andere zoönotische ziekten die via de decentrale overheden kunnen gebruiken bij te maken leefomgeving kunnen worden overdragen vanuit dieren De EC en het Europees Milieuagentschap (EEA) en beleidskeuzes. Op onderdelen bestaan al handreikingen naar mensen zijn de ziekte leptospirose door ratten en de relevante andere Europese organisaties zijn een om zoönosenrisico’s mee te wegen, zoals de ‘Handreiking ziekte tularemie door hazen. Deze worden ook behandeld partnerschap aangegaan en hebben het European Climate Veehouderij en gezondheid omwonenden’ (zie voor meer Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 3 Preventie | 3.2 14 informatie paragraaf 3.3). In de volle breedte van de exotische vectoren door menselijk handelen zijn ecologen) goed mee te nemen in de preventie van Lyme- leefomgeving zijn deze handreikingen nog niet aanwezig. voorbeelden waardoor het vóórkomen van sommige ziekte door het voorkómen van tekenbeten. Deze strategie inheemse en exotische vectoren en de pathogenen wordt in de komende jaren uitgevoerd. Met de handreikingen kunnen partijen zoönosenrisico’s die zij bij zich dragen in Nederland kan veranderen. meenemen bij beleidskeuzes rondom de inrichting Deze veranderingen vereisen blijvende aandacht De meest voorkomende muggensoort in Nederland is van het landelijk en stedelijk gebied tezamen met het voor vectoren. Om deze reden wordt door het RIVM de huissteekmug. Dit is een vector voor onder andere wettelijk instrumentarium dat daarbij gebruikt wordt. en het CMV een kennisplatform vectorgebonden het westnijlvirus, dat westnijlkoorts veroorzaakt. Dan gaat het over het meewegen van zoönosenrisico’s infectieziekten opgericht in samenwerking met De laatste vijftien jaar neemt de incidentie en bij onder andere ontwikkelingen in de veehouderij, andere betrokken instituten. Dit platform gaat zich verspreiding van westnijlkoorts in Europa toe. In 2021 is het stedelijk gebied en de natuur. Alle kennis dient bezighouden met monitoring, kennisverspreiding en het RIVM gestart met een grootschalig surveillance- en hiervoor bijeengebracht te worden. Naar verwachting advisering van actuele kennis van vectoren en hun onderzoeksprogramma naar het westnijlvirus. In dit treedt in 2023 de Omgevingswet in werking. Deze wet ziekteverwekkers aan de nationale, regionale en lokale programma loopt een uitgebreide surveillance bij geeft gemeenten en andere bevoegde gezagen een partijen en burgers. Kennis rond zoönosenrisico’s via verschillende diersoorten, waaronder muggen, paarden, verantwoordelijkheid voor het meewegen van een vectoren (zoals muggen en teken) en de impact van vogels en bij de mens. Daarnaast richt het zich op de gezonde leefomgeving. klimaatverandering wordt ontwikkeld, samengebracht ontwikkeling van een gezamenlijke strategie voor en toepasbaar gemaakt. Relevante kennisontwikkeling beheersing (inclusief communicatie) door het CMV en het De kennis en handreikingen kunnen benut worden over nieuwe methoden voor de bestrijding van vectoren RIVM. Het westnijlvirus is niet de enige ziekteverwekker door decentrale overheden en door andere partijen, en vectorgebonden zoönosen die duurzaam en effectief die via inheemse muggensoorten wordt overgedragen. bijvoorbeeld door omgevingsdiensten, terreinbeherende zijn, hebben de speciale aandacht. Op basis hiervan Mede op basis van voornoemd onderzoek wordt voor organisaties en natuurorganisaties. Voor decentrale wordt de bestrijdingsaanpak aangepast. In hoofdstuk 5, verschillende inheemse muggensoorten een draaiboek overheden ligt er een belangrijke rol om de integratie paragraaf 5.2 wordt verder ingegaan op de opschaling inheemse muggenbestrijding opgesteld. van infectieziektebeheersing met groen- en waterbeheer van de monitoring en bestrijding van vectoren. en de advisering over inrichting van de leefomgeving te bewerkstelligen. Het is de bedoeling dat deze De afgelopen vijftien jaar is het aantal gevallen van de handreikingen toepasbaar zijn in de praktische situaties ziekte van Lyme bij mensen (door beten van besmette waarmee deze organisaties te maken hebben. teken) verdrievoudigd. Door klimaatverandering is de lengte van het actieve tekenseizoen toegenomen, evenals Versterkte aanpak vectoren de oppervlakte van tekengeschikte leefgebieden in Door klimaatverandering kan de aanwezigheid van Nederland. In verband met de verspreiding en de risico’s van bepaalde vectorsoorten toenemen, wat vervolgens teken heeft het ministerie van VWS in 2019 een strategie kan leiden tot een toename van vectoroverdraagbare opgesteld, die verschillende facetten omvat om alle partijen infectieziekten. Temperatuurstijging en insleep van in het veld (zoals gemeenten, provincies, terreinbeheerders, Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 3 Preventie | 3.2 15 Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 3 Preventie | 3.2 16 Actie 1: Inzet op tegengaan klimaatverandering en verandering landgebruik Actie Omschrijving Wanneer

  15. 1.1 Internationale inzet op klimaat (mede ten Nederland heeft een stevige ambitie rondom klimaatverandering en zet hier internationaal op in. 2022 en verder behoeve van reduceren zoönosenrisico’s) Klimaatverandering en zoönosen krijgen specifieke aandacht bij het European Climate Observatory.

  16. 1.2 Wereldwijde inzet op stoppen van ontbossing Nederland zet zich in om ontbossing wereldwijd tegen te gaan. Eén van de hoofdpijlers van het 2022 en verder (mede ten behoeve van reduceren internationaal bosbeleid is het ontbossingsvrij maken van landbouwgrondstoffenketens. zoönosenrisico’s)

  17. 1.3 Uitvoering VN-biodiversiteitsverdrag en post- Nederland steunt (de uitvoering van) het VN-Biodiversiteitsverdrag. Onderdeel van het post-2020 2022 en verder 2020 Global Biodiversity Framework (mede ten Global Biodiversity Framework is de onderhandeling over het Actieplan Biodiversiteit en gezondheid. behoeve van reduceren zoönosenrisico’s) Actie 2: Realisatie Nationaal Programma Landelijk Gebied Actie Omschrijving Wanneer

  18. 2.1 Opzetten en uitvoeren van Nationaal Realiseren van de opgaven rond natuur, stikstof, klimaat en water via een gebiedsgerichte aanpak. 2022 en verder Programma Landelijk Gebied Zie paragraaf 3.3 voor het meewegen van zoönosen bij het Nationaal Programma Landelijk Gebied. Actie 3: Handreikingen meewegen zoönosen bij inrichting landelijk en stedelijk gebied Actie Omschrijving Wanneer

  19. 3.1 Handreikingen voor het meewegen van Handreikingen worden opgesteld voor decentrale overheden om zoönosenrisico’s mee te wegen bij 2023, 2024 zoönosenrisico’s bij ontwikkelingen in landelijk de inrichting van de leefomgeving. Hiermee kunnen lokale partijen zoönosenrisico’s betrekken bij de en 2025 en stedelijk gebied keuzes voor de inrichting van de leefomgeving. Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 3 Preventie | 3.2 17 Actie 4: Versterkte aanpak vectoren Actie Omschrijving Wanneer

  20. 4.1 Oprichten kennisplatform vectorgebonden Het RIVM en het CMV zullen in samenwerking met andere betrokken instituten een kennisplatform 2023 infectieziekten vectorgebonden infectieziekten opzetten. Dit centrum houdt zich bezig met monitoring, het genereren van kennis, kennisverspreiding aan partijen en burgers en kan daarnaast (bestrijdings) adviezen geven.

  21. 4.2 Kennisontwikkeling vectoren (zoals muggen Vanuit het kennisplatform vectorgebonden infectieziekten wordt onderzoek gedaan naar onder 2023 en verder en teken) en de daarmee samenhangende meer muggen en teken en daarmee samenhangende risico’s voor zoönosen. Hierbij wordt zoönosenrisico’s ook gekeken naar de impact van veranderingen in de leefomgeving, klimaatverandering en klimaatadaptatiemaatregelen.

  22. 4.3 Aanpassing aanpak muggen en teken en hun Aanvullende kennis leidt tot verbeterde aanpak van de muggen en teken en hun ziekteverwekkers. 2023 en verder ziekteverwekkers

  23. 4.4 Uitvoering strategie teken, in verband met de Vanwege het toegenomen aantal gevallen van de ziekte van Lyme wordt uitvoering gegeven aan de 2022 en verder ziekte van Lyme strategie die het ministerie van VWS hiervoor in 2019 heeft opgesteld.

  24. 4.5 Onderzoeksprogramma westnijlvirus, ten Een surveillance- en onderzoeksprogramma naar het westnijlvirus is recent gestart. Dit programma 2022 en 2023 behoeve van een gezamenlijke communicatie- is gericht op het detecteren van westnijlbesmettingen en het ontwikkelen van een gezamenlijke en beheersingsstrategie communicatie- en beheersingsstrategie. Dit programma wordt uitgevoerd onder leiding van het RIVM met Gezondheidsdienst voor Dieren (GD), Erasmus MC, Dutch Wildlife Health Centre (DWHC) en het CMV.

  25. 4.6 Draaiboek inheemse muggenbestrijding Het RIVM en het CMV ontwikkelen op basis van de eerder ontwikkelde kennis vanaf 2023 2024 en 2025 en in samenspraak met kennis van internationale experts een draaiboek voor inheemse muggenbestrijding. Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 3 Preventie | 3.3 18

  26. 3.3 Daarnaast is diergezondheid onderdeel van de trajecten internationale handel (invoer uit derde landen) van dierwaardige veehouderij en kringlooplandbouw, het levende dieren. Het doel is om de verspreiding van Veehouderij en is belangrijk om integraal naar thema’s te kijken die dierziekten, waaronder zoönosen, bij landbouwhuisdieren landbouwhuisdieren elkaar raken en beïnvloeden (zoals diergezondheid en (en andere dieren) te voorkomen. De World Organization dierenwelzijn). for Animal Health (WOAH, voorheen OIE) maakt Om de dier- en volksgezondheid zo goed mogelijk te standaarden over diergezondheid en internationale Huidige activiteiten borgen zijn er wettelijke verplichtingen. handel. Deze standaarden zijn door middel van het Inleiding SPS verdrag (sanitaire en fytosanitaire maatregelen) Nederland heeft een intensieve veehouderijsector met Bioveiligheid van de Wereldhandelsorganisatie bindend. De NVWA veel dieren en bedrijven op een relatief klein oppervlak. Bij landbouwhuisdieren worden door veehouders houdt toezicht op de naleving van deze voorschriften en Nederland is daardoor kwetsbaar voor dierziekten, bioveiligheidsmaatregelen genomen ter preventie treedt handhavend op als de voorschriften niet of niet waaronder zoönosen. Wanneer zich een infectie voordoet van infecties met dierziekten, waaronder zoönosen. goed worden toegepast. Daarnaast kent Nederland een kunnen sommige (zoönotische) ziekteverwekkers Deze bioveiligheidsmaatregelen zijn voor een deel uitgebreide set nationale ‘preventie’-regels bedoeld om zich naar andere bedrijven verspreiden. Dit kan een verwerkt in de reglementen van de private Integrale verspreiding van ziekteverwekkers tussen bedrijven te risico zijn voor de diergezondheid of volksgezondheid. Ketenbeheersing (IKB) systemen in de verschillende voorkomen. Deze zijn opgenomen in de regelgeving op Er wordt veel gedaan aan de preventie van dierziekten, sectoren. De naleving daarvan wordt geborgd door een grond van de Wet dieren. waaronder zoönosen, bijvoorbeeld door het onafhankelijke certificerende instelling. Het gaat dan voorschrijven van bioveiligheidsmaatregelen in private bijvoorbeeld over het hebben van een hygiënesluis, Veehouderij en gezondheid omwonenden kwaliteitssystemen en wetgeving. Daarnaast heeft douches, bedrijfseigen laarzen en overalls voor bezoekers. In opdracht van het kabinet worden sinds 2009 de dierenarts een belangrijke adviserende rol in het Een deel van de bioveiligheidsmaatregelen is vastgelegd onderzoeken uitgevoerd naar de effecten van gezondheidsmanagement. Desondanks is er ruimte voor in regelgeving, zoals bijvoorbeeld regels rondom het veehouderij op de gezondheid van omwonenden een verdere versterking. reinigen en ontsmetten van (vee)transportmiddelen. (Intensieve veehouderij en gezondheid (IVG) en De aandacht voor bioveiligheid bij veehouderijbedrijven Veehouderij en gezondheid omwonenden (VGO) I, II, Bevorderen diergezondheid zorgt voor vermindering van insleep van (zoönotische) III). De eindresultaten van VGO III worden eind 2024 De dierhouder is primair verantwoordelijk voor de ziekteverwekkers. verwacht. Er is aangetoond dat wonen in de buurt van gezondheid van dieren. De dierhouder zorgt ervoor dat veehouderijen effect kan hebben op de gezondheid. de dieren niet ziek worden door onder andere goede Handel en transport van landbouwhuisdieren Rondom geitenhouderijen hebben mensen bijvoorbeeld 8 verzorging en doet dit in overleg met de dierenarts. In de Europese regelgeving zijn gezondheidseisen een grotere kans op het oplopen van een longontsteking. Nederland loopt voorop in het terugdringen van het opgenomen voor de intracommunautaire en Het is onduidelijk wat de oorzaak is van deze antibioticumgebruik (waarin diergezondheid een longontstekingen. Dit wordt momenteel onderzocht. belangrijke factor is) en laat onderzoek doen naar vaccins 8 Per 21 april 2021 is de aangepaste Animal Health Regulation (AHR, (EU) Het kan bijvoorbeeld komen door een specifieke en vaccinatiestrategieën voor bepaalde dierziekten. 2016/429) van toepassing geworden. ziekteverwekker die van dieren afkomstig is of doordat Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 3 Preventie | 3.3 19 mensen gevoeliger worden voor longontsteking door moratorium instellen voor nieuwbouw of uitbreiding voor water, klimaat en natuur. Op 1 juli 2023 dienen de de blootstelling aan stoffen die bij veehouderijbedrijven van stallen. Daar moet een goede onderbouwing aan gebiedsprogramma’s te worden vastgesteld. Uiterlijk vrijkomen, zoals fijnstof, endotoxines (delen van micro- ten grondslag liggen. Momenteel is in negen provincies op deze datum moeten de stikstof- en natuurdoelen organismen) en ammoniak. een moratorium op de uitbreiding van geitenhouderijen verplicht en onontkoombaar ruimtelijk uitgewerkt en van kracht vanwege een grotere kans op het oplopen vastgelegd zijn. In de startnotitie NPLG is het thema Decentrale overheden zijn het bevoegd gezag van een longontsteking. Tevens heeft het ministerie zoönosen benoemd als ‘meekoppelkans’. Op basis van (omgevingsvergunning, toezicht en handhaving) voor van LNV ook aan de overige provincies gevraagd om de het toekomstperspectief landbouw wordt, in overleg met het verlenen van vergunningen voor nieuwbouw invoering van een moratorium voor de uitbreiding of provincies en betrokken agrarische partijen, uitgewerkt en uitbreiding van bijvoorbeeld veehouderijen. nieuwvestiging van een geitenhouderij in overweging te welke bedrijfsvormen voor landbouwbedrijven binnen de Bij provincies, gemeenten en omgevingsdiensten leven nemen. Zie hoofdstuk leefomgeving, paragraaf 3.2 voor gebiedsdoelen mogelijk zijn, met inachtneming van het vragen zoals welke mogelijkheden zij hebben om binnen het opstellen van handreikingen rondom zoönosen voor beperken van zoönosenrisico’s in bijvoorbeeld veedichte de bestaande wet- en regelgeving rekening te houden decentrale overheden. en waterrijke gebieden. Het doel hiervan is om het risico met mogelijke gezondheidsrisico’s van veehouderijen op uitbraken met en de verspreiding van (zoönotische) voor omwonenden. Daarom is de ‘Handreiking Versterking ziekteverwekkers te verminderen. veehouderij en gezondheid omwonenden’9 opgesteld Verminderen risico op uitbraken met (zoönotische) door Kenniscentrum InfoMil. Deze handreiking is ziekteverwekkers De invulling van de aanpak van (zoönotische) bedoeld om het bevoegd gezag te ondersteunen in Het kabinet zet in op het verminderen van de risico’s ziekteverwekkers binnen het NPLG vindt plaats op basis de besluitvorming over veehouderijen in relatie tot op uitbraken met en de verspreiding van (zoönotische) van onder meer een risicobeoordeling van besmetting de gezondheid van omwonenden. De handreiking ziekteverwekkers. Experts geven aan dat bij diverse met aviaire influenzavirussen en een analyse van laat zien wat decentrale overheden kunnen doen om epidemieën van dierziekten en zoönosen in de afgelopen bestaande epidemiologische modellen en bestaande mogelijke gezondheidsrisico’s van veehouderijen mee dertig jaar is gebleken dat uitbraken moeilijk of niet kennis over transmissie van zoönotische ziekteverwekkers te wegen in de besluitvorming. De handreiking geeft te stoppen waren. Daarom worden factoren die het (‘Preventie van efficiënte transmissie van zoönotische enkele globale stappenplannen voor het meenemen van zoönosenrisico beïnvloeden in beeld gebracht. Op basis ziekteverwekkers tussen veehouderijbedrijven’). Bij deze mogelijke gezondheidsrisico’s in bestemmingsplannen. daarvan worden acties geformuleerd die bijdragen aan laatstgenoemde analyse brengen humane en veterinaire Het bevoegd gezag weegt zelf af of en hoe het de het verminderen van de risico’s op uitbraken met en de experts op het gebied van epidemiologie en modellering juridische instrumenten en maatregelen toepast in verspreiding van (zoönotische) ziekteverwekkers. van infectieziekten bestaande modellen en kennis van praktijksituaties en lokaal beleid. In gevallen dat er eerdere dierziekte- en zoönoseuitbraken uit binnen- en mogelijk een verhoogd risico voor de volksgezondheid In juni 2022 is de startnotitie NPLG, een belangrijke drager buitenland bijeen. Dit gebeurt onder leiding van de bestaat, kan de GGD gevraagd worden te adviseren. voor de integrale gebiedsgerichte aanpak, gepubliceerd. voorzitter van het Netherlands Centre for One Health Uit voorzorg kunnen provincies bijvoorbeeld een Deze bevat richtinggevende keuzes en doelen. Uiterlijk in (NCOH). In de analyse wordt gekeken naar aspecten oktober 2022 volgen nadere structurerende keuzes die van invloed zijn op de mate van transmissie van 9 www.infomil.nl/onderwerpen/landbouw/gezondheid/handreiking en de (nadere) regionalisering van de doelstellingen ziekteverwekkers tussen bedrijven, zoals bedrijfsgrootte, Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 3 Preventie | 3.3 20 bedrijfsdichtheid en bioveiligheid. De uitkomsten van waaronder zoönosen, buiten de deur te houden. Het is dierhouder en zijn dierenarts jaarlijks invullen en deze analyse worden in de zomer van 2022 verwacht belangrijk om kritisch te zijn op bioveiligheid en dit te doorspreken. Indien nodig worden aan deze bespreking en daarna besproken met de betrokken sectoren. blijven optimaliseren. Via een bioveiligheidsplan kan dit acties gekoppeld om de risico’s op het verspreiden Mede op basis hiervan zal een concrete uitwerking bestendigd worden. van zoönosen op deze bedrijven te verminderen (denk plaatsvinden van de aanpak en weging van (zoönotische) bijvoorbeeld aan goede mogelijkheden om handen te ziekteverwekkers binnen de gebiedsgerichte aanpak. In het kader van de IKB-regelingen, bestaat een hygiëne- wassen na het aaien van dieren). De checklist wordt scan in de pluimvee-sector. De hygiënescan vormt de door veel dierhouders gebruikt en wordt door bepaalde Een risicoanalyse over vogelgriep wordt eveneens benut basis voor het bedrijfsspecifieke bioveiligheidsplan. overkoepelende instanties verplicht voor aangesloten ten behoeve van de invulling van de gebiedsgerichte In 2022 wordt een pilot gestart met dit plan. Met de bedrijven. De communicatie over het keurmerk richting aanpak. De afgelopen jaren lijken pluimveebedrijven hygiënescan wordt de bioveiligheid in kaart gebracht veehouders en dierenartsen wordt geïntensiveerd omdat in waterrijke gebieden meer kans te hebben op een op een selectie van bedrijven. Met behulp van de het belangrijk is de kennis over zoönosenrisico’s te besmetting met vogelgriep. Naast de locatie van een uitkomsten van de pilot wordt regelgeving opgesteld versterken. Door het gesprek op maat te voeren, zoals pluimveebedrijf zijn ook andere factoren van belang voor en in procedure gebracht die ertoe verplicht het de veehouder met zijn dierenarts kan doen, kunnen per de kans op vogelgriep, zoals het type bedrijf (waaronder bioveiligheidsplan in het bestaande wettelijk verplichte bedrijf gerichte acties worden genomen. de pluimveesoort). Wageningen Bioveterinary Research is bedrijfsgezondheidsplan op te nemen voor alle gevraagd om deze factoren te identificeren en gaat in de pluimveebedrijven. Het bioveiligheidsplan moet praktisch Vaccinatie om verspreiding vogelgriep te beperken zomer van 2022 hierover rapporteren. Door bij plannen toepasbaar zijn, zodat dit permanent aandacht krijgt in de Vaccinatie is een belangrijk preventief instrument voor ruimtelijke ordening en nieuwvestiging rekening te dagelijkse praktijk. Na een evaluatie van de pilot voor het om dierziekten, waaronder zoönosen, te beheersen. houden met risicofactoren, kunnen deze mogelijk worden bedrijfsspecifieke bioveiligheidsplan in de pluimveesector, Het doel is om te voorkomen dat dieren ziek worden en verkleind. De decentrale overheden zijn bevoegd voor het worden bioveiligheidsplannen verder uitgerold naar beperken dat een ziekte verspreidt. In de dierhouderij verlenen van vergunningen. andere veehouderijsectoren. Dit gebeurt in overleg wordt vaccinatie op grote schaal gebruikt (er bestaan met sectorpartijen. vrijwillige en verplichte vaccinaties). Vaccinatie van Er wordt gewerkt aan instrumenten die in de gebieds- dieren is in Nederland en de EU onderwerp van gesprek. gerichte aanpak gebruikt kunnen worden voor het Keurmerk zoönosen voor bedrijven met een publieksfunctie Specifieke aandacht gaat op dit moment uit naar het verminderen van risico’s op uitbraken met (zoönotische) Op bedrijven met een publieksfunctie is regelmatig vaccineren van pluimvee tegen vogelgriep. ziekteverwekkers. contact tussen mens en dier. Daarom is aandacht voor bioveiligheid op deze bedrijven over het algemeen Het streven is om pluimvee zo snel mogelijk verantwoord Bioveiligheidsplan voor veehouderijsectoren vanzelfsprekend. Gezondheidsdienst voor Dieren te kunnen vaccineren in verband met het grote aantal 10 Er is veel aandacht voor de bioveiligheid in de (Royal GD, hierna GD) heeft het Keurmerk zoönosen uitbraken van hoogpathogene vogelgriep (HPAI) in Nederlandse veehouderij, zowel bij houder, dierenarts, ontwikkeld. Dit is een zoönosen-checklist die de de afgelopen jaren. Het lijkt er op dat HPAI-virussen ketenpartijen en andere adviseurs. Een goede jaarrond in de wilde vogelpopulaties aanwezig zijn. bioveiligheid is belangrijk om infecties met dierziekten, 10 Keurmerk Zoönosen (gddiergezondheid.nl) Daarom wordt de mogelijkheid van vaccinatie van Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 3 Preventie | 3.3 21 gehouden vogels de komende jaren onderzocht als extra op diergezondheid (inclusief zoönosen). Vanuit het veehouderij, in balans met de volksgezondheid. Dit in maatregel in de beheersing van vogelgriep. Vaccinatie kan perspectief van dierenwelzijn zet Nederland zich in navolging van de zienswijze van de Raad voor Dieren- een bijdrage leveren aan het voorkómen van uitbraken voor het verminderen van lange afstandstransporten aangelegenheden (RDA). Het convenanttraject wordt bij voortdurende dreiging van besmettingen vanuit wilde van landbouwhuisdieren. Voor de aankomende uitgewerkt en de gesprekken hiervoor starten in het najaar vogelpopulaties. Een aantal kandidaatvaccins wordt getest herziening van de Europese transportverordening van 2022. De uitkomsten van het convenant vormen op effectiviteit, vooral ten aanzien van het voorkomen pleit Nederland samen met een aantal gelijkgestemde mede de basis voor wetgeving die deze kabinetsperiode van verspreiding van virus. Dit is een belangrijk criterium lidstaten voor een verbod op lange transporten van gereed zal zijn. Ook bij het werken naar een dierwaardige om vast te stellen voordat vaccinatie op grote schaal onder andere jonge kalveren die bestemd zijn voor de veehouderij wordt het zoönosenrisico meegewogen. kan worden toegepast. In samenhang daarmee wordt kalverhouderij. Met nationale pilots die zich richten op bekeken welke vaccinatiestrategieën optimaal zijn en op systeemveranderingen wordt gestimuleerd dat transport welke wijze de vogelgriepsituatie kan worden gemonitord. en samenvoegen van dieren worden verminderd. Hiervoor wordt binnen de EU intensief samengewerkt met andere landen. Met de sectorpartijen wordt een Pilot influenzavirussen varkenshouderij vaccinatiestappenplan opgesteld, hier maken ook Het varken staat in de wetenschappelijke literatuur bekend handelsaspecten onderdeel van uit. Daarnaast draagt als een potentieel ‘mengvat’ van influenzavirussen van Nederland bij aan de totstandkoming van een Europees verschillende diersoorten. Er wordt een onderzoek gestart stappenplan vaccinatie pluimvee tegen vogelgriep en (‘pilot surveillance influenzavirussen onder gehouden heeft Nederland input geleverd voor de aanvraag van de varkens’, gecoördineerd door het RIVM) om meer zicht EC bij EFSA voor een zogenoemde scientific opinion over te krijgen op welke influenzastammen rondgaan in de vaccinatie tegen vogelgriep. Nederlandse varkenshouderij om zo de risico’s te kunnen beoordelen. Het is niet bekend of en hoe vaak varkens Lange afstandstransporten van landbouwhuisdieren verminderen worden besmet met bijvoorbeeld influenzavirussen van Het is belangrijk om te voorkomen dat dierziekten, mensen of vogels en of dit vaker voorkomt op bepaalde waaronder zoönosen, ongemerkt via transport van varkensbedrijven (bijvoorbeeld gemengde bedrijven of levende landbouwhuisdieren worden verspreid. bedrijven met buitenuitloop). Aan deze bedrijven wordt in Zoals eerder aangegeven, zijn in de EU recent de eisen de pilot specifiek aandacht besteed. Onder andere aan de voor transport van landbouwhuisdieren herzien en hand van de resultaten van deze pilot wordt bepaald hoe vastgesteld. Het doel hiervan is het voorkomen van influenza-surveillance bij varkens wordt ingericht. in- en versleep van dierziekten, waaronder zoönosen, bij landbouwhuisdieren. Ook worden jaarlijks de Dierwaardige veehouderij, in balans met de volksgezondheid standaarden van de WOAH voor internationale handel In het coalitieakkoord heeft het kabinet de ambitie – waaronder transport – aangepast, met het oog vastgelegd om te komen tot een dierwaardige Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 3 Preventie | 3.3 22 Actie 5: Verminderen risico op uitbraken met (zoönotische) ziekteverwekkers Actie Omschrijving Wanneer

  27. 5.1 Onderzoek naar transmissie van zoönotische One Health experts brengen onder leiding van de voorzitter van het Netherlands Centre for One Zomer 2022 ziekteverwekkers Health (NCOH) bestaande modellen en kennis over eerdere dierziekte- en zoönose-uitbraken bijeen en analyseren deze.

  28. 5.2 Onderzoek risicofactoren pluimveebedrijven in Kwantitatief onderzoek (kennisdesk) door Wageningen Bioveterinary Research (WBVR) naar Zomer 2022 relatie tot vogelgriep risicofactoren pluimveebedrijven in verband met vogelgriep (waaronder waterrijke gebieden).

  29. 5.3 Uitwerken en opstellen structurerende keuzes Op basis van uitgevoerde onderzoeken worden structurerende keuzes NPLG uitgewerkt en opgesteld 2022 NPLG ten behoeve van het verminderen van risico’s op uitbraken met (zoönotische) ziekteverwekkers. Uiterlijk in oktober 2022 is dit proces afgerond. Er wordt gewerkt aan instrumenten die in de gebiedsgerichte aanpak gebruikt kunnen worden.

  30. 5.4 Vaststellen gebiedsprogramma’s De stikstof- en natuurdoelen zijn verplicht en onontkoombaar ruimtelijk uitgewerkt en vastgelegd 2023 in juli 2023. Zoönosen behoren tot de scope van het NPLG en zijn benoemd als ‘meekoppelkans’. Het doel is om het risico op uitbraken met en de verspreiding van (zoönotische) ziekteverwekkers te verminderen. Actie 6: Bioveiligheidsplan voor veehouderijsectoren Actie Omschrijving Wanneer

  31. 6.1 Ontwikkeling bedrijfsspecifiek bioveiligheidsplan De hygiënescan in de pluimveesector vormt de basis voor het bedrijfsspecifieke bioveiligheidsplan. 2022 pluimveesector

  32. 6.2 Pilot voor bedrijfsspecifiek bioveiligheidsplan Een aantal geselecteerde bedrijven gaat met hun dierenartsen aan de slag met het opstellen van Najaar 2022 pluimveesector een bioveiligheidsplan dat bestaat uit het onafhankelijk in kaart brengen en beschrijven van de bioveiligheid op het bedrijf.

  33. 6.3 Uitbreiden bioveiligheidsplan naar alle Met behulp van de uitkomsten van de pilot wordt regelgeving opgesteld en in procedure gebracht die 2023 pluimveebedrijven ertoe verplicht het bioveiligheidsplan in het bestaande wettelijk verplichte bedrijfsgezondheidsplan op te nemen voor alle pluimveebedrijven.

  34. 6.4 Uitbreiden bioveiligheidsplan naar andere Na een evaluatie van de pilot rond het bioveiligheidsplan in de pluimveesector (en het borgen 2024 en verder veehouderijsectoren hiervan) wordt in overleg met andere sectoren besloten hoe dit verder wordt uitgerold naar andere veehouderijsectoren. Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 3 Preventie | 3.3 23 Actie 7: Keurmerk zoönosen voor bedrijven met een publieksfunctie Actie Omschrijving Wanneer

  35. 7.1 Communicatie over GD Keurmerk zoönosen Uitbreiden van de communicatie over het Keurmerk zoönosen in overleg met betrokken sectoren. 2022 en verder Actie 8: Vaccinatie om verspreiding HPAI te beperken Actie Omschrijving Wanneer

  36. 8.1 Onderzoek naar de effectiviteit van vaccinatie Een aantal wetenschappers van verschillende onderzoeksinstellingen onderzoekt de effectiviteit 2022 en verder pluimvee tegen vogelgriep (HPAI) van HPAI-vaccins. Er wordt onder andere een proef gedaan onder gecontroleerde omstandigheden. Er zal ook onderzoek worden gedaan onder veldomstandigheden. Er wordt binnen de EU intensief samengewerkt met andere lidstaten.

  37. 8.2 Opstellen vaccinatie stappenplan voor pluimvee LNV en sectorpartijen stellen een vaccinatie stappenplan op met als doel om pluimvee zo snel 2022 tegen vogelgriep (HPAI) mogelijk verantwoord te kunnen vaccineren tegen vogelgriep. Van dit stappenplan maken ook internationale handelsaspecten onderdeel uit.

  38. 8.3 Streven pluimvee zo snel mogelijk verantwoord In verband met het grote aantal uitbraken van hoogpathogene vogelgriep (HPAI), wordt gestreefd Zo snel te kunnen vaccineren tegen vogelgriep (HPAI) naar zo snel mogelijk verantwoord te kunnen vaccineren. mogelijk

  39. 8.4 Participeren in de EU voor een vaccinatie NL draagt bij aan de opstelling van een vaccinatiestappenplan dat is geïnitieerd door Frankrijk. Zo snel stappenplan voor pluimvee tegen vogelgriep Nederland heeft ook input geleverd aan een aanvraag van de EC aan EFSA voor een zogenoemde mogelijk (HPAI) scientific opinion over vaccinatie. Actie 9: Lange afstandstransporten van landbouwhuisdieren verminderen Actie Omschrijving Wanneer

  40. 9.1 Verlagen zoönosenrisico’s door verminderen Inzet van LNV in de EU op het verminderen van lange afstandstransporten van landbouwhuisdieren. 2022 en verder diertransporten Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 3 Preventie | 3.3 24 gdfgfdgdfgdfgdfgdfgdfgdfgfgd Actie 10: Pilot influenzavirussen varkenshouderij Actie Omschrijving Wanneer

  41. 10.1 Onderzoek om meer zicht te krijgen op ‘Pilot surveillance influenzavirussen onder gehouden varkens’ (gecoördineerd door het RIVM) om 2022 en 2023 welke influenzastammen rondgaan in informatie te verzamelen over influenzavirussen in de varkenshouderij. Daarbij wordt ook aandacht de varkenshouderij besteed aan verschillende bedrijfstypen.

  42. 10.2 Starten influenza-surveillance varkens Onder andere aan de hand van de resultaten van deze pilot wordt bepaald hoe influenza-surveillance 2024 en verder bij varkens ingericht wordt. Actie 11: Dierwaardige veehouderij, in balans met de volksgezondheid Actie Omschrijving Wanneer

  43. 11.1 Uitvoeren traject om te komen tot een De uitkomsten van het convenant Dierwaardige veehouderij (in balans met de volksgezondheid), 2022-2025 convenant Dierwaardige veehouderij, in balans vormen mede de basis voor wetgeving die deze kabinetsperiode gereed zal zijn. Bij het werken naar met de volksgezondheid (waaronder zoönosen). een dierwaardige veehouderij wordt het zoönosenrisico meegewogen. En mede op basis daarvan wetgeving vaststellen Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 3 Preventie | 3.4 25

  44. 3.4 Deze handelingen kunnen risico’s vormen voor de Opsporing transmissie van dierziekten, waaronder zoönosen. Nederland zet zich op verschillende manieren in Wilde dieren en Daarom is er regelgeving opgesteld. Een manier om om illegale internationale handel in beschermde gezelschapsdieren eigenaren van gezelschapsdieren te beschermen tegen soorten tegen te gaan. Een voorbeeld hiervan is de zoönotische infectieziekten van hun eigen dier is het sinds 2017 door Interpol geleide jaarlijkse operatie vergroten van de kennis over zoönosen bij deze eigenaren. “Thunder”, waaraan in 118 landen overheidsorganisaties Huidige activiteiten In paragraaf 3.5 komt zoönosengeletterdheid terug, hier samenwerken om ‘Wildlife crime’ op te sporen. Inleiding wordt gesproken over de manier waarop mensen met In Nederland werden door de Douane en de NVWA tijdens In Nederland worden veel dieren gehouden als dieren om kunnen gaan en hoe zij zelf de zoönosenrisico’s deze actie in 2021 145 reptielen en 454 levende vogels gezelschapsdier11, zoals de hond, kat en reptielen. kunnen beperken. in beslag genomen. Meldpunt ‘Meld misdaad anoniem’ Dit zijn veelal gefokte dieren. Het houden van deze heeft een campagne ‘Wildlife crime’ die onder andere bij dieren brengt zoönosenrisico’s met zich mee, net als het Europese regelgeving beurzen van dieren onder de aandacht wordt gebracht. houden van dieren afkomstig uit het wild12. Bij bepaalde In Europese regelgeving zijn eisen vastgelegd om in- en Meldingen worden door verschillende organisaties gezelschapsdieren (bijvoorbeeld hond, kat en konijn), versleep van (zoönotische) dierziekten bij transport (NVWA, politie, Douane) samen opgepakt. zijn deze risico’s veelal bekend en kunnen meer gerichte van gezelschapsdieren van buiten de EU en tussen adviezen worden gegeven (bijvoorbeeld adviezen om lidstaten te voorkomen. Voor de bewaking van zoönosen Versterking een toxoplasma-infectie bij zwangere vrouwen te is een Europese richtlijn13 opgesteld die specifieke Terugdringen (illegale) handel in levende (wilde) dieren en bushmeat voorkomen). Bij minder gangbare gezelschapsdieren, zoönosen benoemt waarvoor lidstaten afhankelijk van Nederland is in de wereld een belangrijke doorvoerhaven met name dieren met een wildvang herkomst, zijn deze de epidemiologische situatie een surveillance moeten voor goederen, waaronder helaas ook illegale levende risico’s veel minder bekend. Met allerlei diersoorten uitvoeren. Nieuwe zoönosen kunnen aan deze richtlijn (wilde) dieren en bushmeat. De Douane en de NVWA vindt (internationale) handel, fokkerij en tentoonstelling worden toegevoegd. controleren dieren en dierlijke producten bij import op beurzen plaats. Houders van deze dieren zijn primair op de plaats van binnenkomst. Bushmeat of vlees van verantwoordelijk voor de gezondheid van hun dier. Dierenbeurzen onbekende herkomst wordt direct vernietigd. In de De NVWA controleert risicogebaseerd op Nederlandse afgelopen jaren is incidenteel melding gemaakt van 11 Onder gezelschapsdieren worden verstaan: zoogdieren, vogels, vissen, beurzen met levende dieren. Daar wordt toegezien vondsten van delen van (wilde) dieren. Het is lastig om reptielen of amfibieën, bestemd om te houden voor liefhebberij of op de oorsprong van beschermde diersoorten en het zicht te krijgen op illegaliteit, bleek uit eerder onderzoek, gezelschap (Art. 1.1 Besluit Houders van Dieren). 12 Onder wilde dieren wordt in dit actieplan verstaan: alle dieren die uit dierenwelzijn. Alle dierenbeurzen moeten vooraf worden maar dat is wel nodig om het risico in te kunnen schatten het wild afkomstig zijn of behorende tot diersoorten of diercategorieën gemeld bij de NVWA en er dient een private dierenarts en te bepalen welke maatregelen effectief zijn om waarvan de daartoe behorende dieren van nature in het wild leven, aanwezig te zijn voor de veterinaire controle. dit risico te verminderen. Daarom wordt een risico- met uitzondering enkele in het Besluit Houders van Dieren genoemde inventarisatie uitgevoerd naar de mate van illegale diersoorten (Art. 4.1 Besluit Houders van Dieren). Onder de huidige definitie worden binnen dit actieplan niet dieren bedoeld die gefokt of handel in dieren, waarbij bijvoorbeeld wordt gekeken gekweekt zijn. 13 Richtlijn (EG) 99/2003 naar het aanbod op internet. Naar aanleiding daarvan Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 3 Preventie | 3.4 26 worden acties ondernomen op het gebied van opsporing 2021 een gezamenlijk advies uitgebracht over reductie van en dierenwelzijn. De uitkomsten van deze analyses en handhaving, om de illegale handel in levende (wilde) risico’s bij ‘wet markets’. Nederland heeft dit onderwerp van dierenbeurzen worden gebruikt om (indien nodig) dieren en bushmeat terug te dringen. Dit vraagt nauwe bij de World Health Assembly (WHA) laten agenderen maatregelen te nemen. Daarnaast wordt het toezicht samenwerking met handhavingsautoriteiten in andere en aan de WHO gevraagd om samen met FAO, WOAH en de handhaving op beurzen geïntensiveerd en hierbij landen en aandacht voor voldoende capaciteit. Om in de en UNEP, landen te helpen het advies te implementeren. is aandacht voor voldoende capaciteit. Organisatoren toekomst bij onbekende dierlijke producten de diersoort Nederland zal de WHO en de internationale organisaties van beurzen worden in 2022 voorafgaand aan de beurs gemakkelijker te kunnen vaststellen en te bepalen welke steunen bij de verdere implementatie van het advies. door de NVWA uitgenodigd voor een gesprek en op de ziekteverwekkers hierin aanwezig kunnen zijn, worden dierenbeurs worden inspecties uitgevoerd. methodes ontwikkeld om de soorten en ziekteverwekkers Internationale aandacht voor bioveiligheid te kunnen determineren. Doel is om daarbij de Bioveiligheid is een belangrijk instrument om in te zetten Ontwikkeling lijst voor geschikte gezelschapsdieren, mede handhaving op onder meer bushmeat te ondersteunen. om verspreiding van (zoönotische) ziekteverwekkers vanwege zoönosenrisico’s Ten slotte vraagt Nederland internationaal aandacht tegen te gaan. Door bij markten, beurzen en tijdens de Nederland ontwikkelt een huis- en hobbydierenlijst (voor voor het tegengaan van (illegale) handel en transport jacht voldoende aandacht te geven aan bioveiligheid zoogdieren) waarop dieren vermeld staan die geschikt in levende (wilde) dieren en bushmeat bij de relevante kunnen mensen en dieren beter worden beschermd tegen zijn om als gezelschapsdier te houden. Het advies over internationale organisaties zoals Food and Agriculture overdracht van mogelijke (zoönotische) ziekteverwekkers. deze lijst wordt in 2022 gepubliceerd. Daarna volgt Organization (FAO) en United Nations Environment Internationaal wordt aandacht gevraagd voor het belang verdere uitwerking. Het zoönosenrisico weegt, naast Programme (UNEP). van bioveiligheid, ook met betrekking tot de omgang met andere criteria, mee bij de beoordeling van diersoorten (wilde) dieren en vectoren. die geschikt zijn om te houden. In EU-verband heeft Agenderen risico’s ‘wet markets’ Cyprus opgeroepen om tot een Europese huis- en ‘Wet markets’ kunnen een plek zijn waar transmissie van Intensiveren toezicht Nederlandse dierenbeurzen en aanvullende hobbydierenlijst te komen, mede ondersteund door zoönotische ziekteverwekkers plaatsvindt. Op deze ‘wet zoönosenmaatregelen Nederland. Door het opstellen van deze lijst, waarin markets’ worden ook levende (wilde) dieren aangevoerd In Nederland vinden dierenbeurzen plaats, van het zoönosenrisico ook wordt meegewogen, wordt ten behoeve van slacht en verkoop ter consumptie. Het vogelbeurzen tot reptielenbeurzen. Hier komen ervoor gezorgd dat dieren die buiten de EU vanuit het organiseren van dit soort markten is in de EU vanwege dieren van verschillende herkomst samen, waardoor wild gevangen zijn niet zonder meer geïmporteerd en EU-regelgeving onmogelijk. Buiten de EU is het een ziekteverwekkers hier mogelijk kunnen verspreiden. gehouden kunnen worden in de EU. Nu al geldt dat belangrijk thema dat aandacht verdient vanwege de Om de specifieke risico’s voor beurzen in beeld te wanneer een gezelschapsdier wordt aangeschaft, de bijbehorende zoönosenrisico’s. Nederland erkent brengen wordt onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek verkoper algemene informatie over de verzorging van het belang van markten waar levende dieren worden naar zoönosenrisico’s verbonden aan reptielenbeurzen het dier moet verstrekken aan de koper. Het Landelijk verkocht voor de voedselvoorziening in veel landen. is inmiddels gestart. Vervolgens worden vogelbeurzen Informatiecentrum voor Gezelschapsdieren (LICG) heeft Tegelijkertijd wil Nederland de risico’s van dit soort en beurzen voor zoogdieren onderzocht. Bij deze hiervoor online huisdierbijsluiters beschikbaar. markten beperken. De WHO, WOAH en UNEP hebben in onderzoeken wordt ook gekeken naar diergezondheid Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 3 Preventie | 3.4 27 Verkleinen risico’s waar gezelschapsdieren grootschalig bij opleiding van plaagdierbestrijders en monitoring & elkaar komen onderzoek. Het resultaat is een duurzame en effectieve Daar waar gezelschapsdieren in grotere aantallen plaagdierbeheersing. Het programma richt zich op bij elkaar worden gebracht (zoals fok en handel) zijn de bruine rat, zwarte rat en huismuis. De inzet op de risico’s op het verspreiden van zoönosen groter. plaagdierbestrijding via de ‘Integrated Pest Management’ Denk daarbij ook aan transport van gezelschapsdieren methode wordt voortgezet en moet vanaf januari 2023 uit landen waar bepaalde zoönosen endemisch aanwezig door alle plaagdierbeheersers worden toegepast. zijn. Omdat er weinig zicht is op een deel van deze handel, wordt begonnen met het in beeld brengen welke knaagdiersoorten in grotere aantallen worden gehouden, verhandeld en getransporteerd. Na deze inventarisatie wordt bepaald of maatregelen nodig zijn om het zoönosenrisico in bepaalde situaties te verlagen en of aanvullend onderzoek naar andere diersoorten gewenst is. Duurzame en effectieve plaagdierbeheersing Plaagdieren (zoals muizen en ratten) worden bestreden om overlast tegen te gaan. Deze dieren kunnen naast overlast ook zoönotische ziekteverwekkers overdragen. De ministeries van VWS, LNV, IenW en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en diverse instanties waaronder gemeenten werken samen binnen het Programma ‘Duurzame en effectieve plaagdierbeheersing’, om ervoor te zorgen dat de overlast van plaagdieren in steden en daarbuiten niet verder uitbreidt en beteugeld wordt. Dit gebeurt vanuit de zogeheten ‘Integrated Pest Management’ methode. De focus ligt op de preventie van plaagdierenoverlast en wering en bestrijding door niet-chemische middelen. Hierdoor wordt de overlast door plaagdieren en daarmee het zoönosenrisico verminderd. Dit gebeurt door samenwerking tussen de instanties, voorlichting, Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 3 Preventie | 3.4 28 Actie 12: Terugdringen (illegale) handel in levende (wilde) dieren en bushmeat Actie Omschrijving Wanneer

  45. 12.1 Risico-inventarisatie ten aanzien van illegale Er wordt een risico-inventarisatie gemaakt om te bezien hoe de illegale handel in (wilde) dieren en 2023 handel in (wilde) dieren en bushmeat bushmeat zich voltrekt.

  46. 12.2 Versteviging van de gerichte opsporing en Als de risico-inventarisatie aanleiding hiertoe geeft, wordt de opsporing en handhaving van 2023 en verder handhaving op de illegale handel in (wilde) illegale handel in (wilde) dieren en bushmeat geïntensiveerd. Hierbij is ook aandacht voor dieren en bushmeat voldoende capaciteit.

  47. 12.3 Ontwikkelen methodes om de oorsprong van Ten behoeve van een goede handhaving is het nodig om snel te kunnen onderzoeken van welke 2023 en verder dierlijke producten te kunnen determineren diersoort een aangetroffen dierlijk product is. Hier worden methodes voor ontwikkeld door Wageningen University Research.

  48. 12.4 Internationale aandacht voor zoönosenrisico’s In de relevante fora vraagt Nederland aandacht voor zoönosenrisico’s die gepaard gaan met de 2023, 2024 bij handel in (wilde) dieren internationale handel en transport in (wilde) dieren. en 2025 Actie 13: Agenderen risico’s ‘wet markets’ Actie Omschrijving Wanneer

  49. 13.1 Internationaal agenderen risico’s ‘wet markets’ Internationaal steunt Nederland het agenderen van zoönosenrisico’s van markten waar levende 2022 en verder dieren worden verkocht voor consumptie. Actie 14: Internationale aandacht voor bioveiligheid Actie Omschrijving Wanneer

  50. 14.1 Internationaal agenderen belang van Nederland benadrukt internationaal het belang van bioveiligheid op markten, beurzen en tijdens 2022 en verder bioveiligheid de jacht. Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 3 Preventie | 3.4 29 Actie 15: Intensiveren toezicht Nederlandse dierenbeurzen en aanvullende zoönosenmaatregelen Actie Omschrijving Wanneer

  51. 15.1 Intensiveren inspecties en handhaving bij De NVWA en de LID inspecteren risicogebaseerd op dierenbeurzen. Hier vindt actieve handhaving 2022 en verder dierenbeurzen plaats en daarbij is aandacht voor voldoende capaciteit.

  52. 15.2 Onderzoek zoönosenrisico’s reptielenbeurzen Onderzoek door WUR naar risico’s voor diergezondheid, welzijn en zoönosen die zich voordoen op 2022 reptielenbeurzen.

  53. 15.3 Maatregelen ten aanzien van zoönosen Beoordelen welke maatregelen nodig zijn om de zoönosenrisico’s op reptielenbeurzen te verkleinen. 2023 op reptielenbeurzen Deze worden daarna opgepakt.

  54. 15.4 Onderzoek zoönosenrisico’s van achtereen- Onderzoek naar risico’s voor diergezondheid, welzijn en zoönosen die zich voordoen op vogelbeurzen 2023 tot 2025 volgens vogelbeurzen en beurzen voor algemene en beurzen voor algemene zoogdieren. zoogdieren

  55. 15.5 Maatregelen ten aanzien van zoönosen op Beoordelen welke maatregelen nodig zijn om de zoönosenrisico’s op vogelbeurzen en beurzen voor 2024 tot 2026 vogelbeurzen en beurzen voor algemene algemene zoogdieren te verkleinen. zoogdieren Actie 16: Ontwikkeling lijst voor geschikte gezelschapsdieren, mede vanwege zoönosenrisico’s Actie Omschrijving Wanneer

  56. 16.1 Ontwikkelen huis- en hobbydierenlijst van te Het ministerie van LNV ontwikkelt een huis- en hobbydierenlijst (van zoogdieren die geschikt zijn 2022 houden dieren om als gezelschapsdier te houden). Het zoönosenrisico weegt, naast andere criteria, mee bij de beoordeling van diersoorten die gehouden mogen worden. In 2022 wordt het advies over deze lijst gepubliceerd, waarna hier verder uitvoering aan wordt gegeven.

  57. 16.2 Ontwikkelen Europese huis- en hobbydierenlijst In EU-verband heeft Cyprus opgeroepen om tot een Europese huis- en hobbydierenlijst te komen, 2022 en verder mede ondersteund door Nederland. Deze lijst beperkt ook de mogelijkheid om dieren die buiten de EU vanuit het wild gevangen zijn, te importeren en te houden. Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 3 Preventie | 3.4 30 Actie 17: Verkleinen risico’s waar gezelschapsdieren grootschalig bij elkaar komen Actie Omschrijving Wanneer

  58. 17.1 Inventarisatie risico’s op zoönosen bij RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) brengt in beeld welke knaagdieren in grotere 2023 grootschalig houden, handel en transport van aantallen gehouden, verhandeld en getransporteerd worden. Afhankelijk van de uitkomsten wordt gezelschapsdieren bepaald of aanvullend onderzoek naar andere diersoorten gewenst is.

  59. 17.2 Maatregelen om risico’s op zoönosen te Na deze inventarisatie wordt bepaald of aanvullende maatregelen nodig zijn om het zoönosenrisico 2024 en verder verkleinen bij grootschalig houden, handel en in bepaalde situaties te verlagen. transport van gezelschapsdieren Actie 18: Duurzame en effectieve plaagdierbeheersing Actie Omschrijving Wanneer

  60. 18.1 Gecoördineerde aanpak voor dierplagen De inzet op plaagdierbestrijding via de ‘Integrated Pest Management’ methode wordt voortgezet. 2023 Vanaf januari 2023 moet deze door alle plaagdierbeheersers worden toegepast. Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 3 Preventie | 3.5 31 3.5 waaronder de zoönosen, met meer vertrouwen tegemoet zoals het RIVM17, adviezen gegeven over de persoonlijke worden getreden. bescherming om tekenbeten te voorkomen. Er zijn tal Humane preventie en van initiatieven om de kennis en het besef van overdracht zoönosengeletterdheid Zoönosengeletterdheid burgers van zoönotische ziekteverwekkers via vectoren (zoals Het RIVM geeft op haar website14 informatie over teken, muggen en ratten) te vergroten. Voorbeelden van zoönotische infectieziekten bij verschillende dieren en initiatieven zijn ‘De week van de Teek’, spreekbeurtenbox Huidige activiteiten diergroepen. Hier zijn ook factsheets over zoönotische van het LICG en Wereld Muggen dag. Inleiding infectieziekten te vinden (bijvoorbeeld ‘Weet jouw Iedereen komt in meer of mindere mate in aanraking huisarts dat je (van) vogels houdt’). Het RIVM ontwikkelt Het Deskundigenberaad zoönosen (DB-Z) heeft op 26 april met (wilde) dieren en vectoren. Dit kan leiden tot daarnaast foldermateriaal, dat doelgroepsgewijs 2022 in haar advies aangaande risico’s van aviaire influenza zoönosenrisico’s. Het vergroten van kennis en het wordt verspreid en aangeboden (bijvoorbeeld Veilig voor de humane volksgezondheid aangegeven dat het bewustzijn over de risico’s van zoönosen en het mogelijke in verwachting15). Op de website16 van het LICG is belangrijk is om te voorzien in publiekscommunicatie handelingsperspectief om besmetting te voorkomen, algemene informatie over zoönosen te vinden en om het blootstellingsrisico van vogelgriep te beperken. kunnen ertoe bijdragen dat mensen minder besmet wordt per diersoort aanvullende informatie verstrekt Op de website van de NVWA en van de rijksoverheid raken met zoönotische ziekteverwekkers. Het is daarom (bijvoorbeeld over het seoulvirus bij ratten). Ook heeft het staat informatie voor het brede publiek over het bloot- belangrijk dat burgers en professionals kennis hebben LICG huisdierenbijsluiters ontwikkeld. Ten slotte geven stellingsrisico. Het advies is onder andere om contact met over zoönosenrisico’s en weten wat zij kunnen doen gemeenten en woningbouwverenigingen voorlichting zieke of dode (wilde) vogels te vermijden. om zoönosen te voorkomen, te signaleren en hoe te over wat mensen zelf kunnen doen om te voorkomen handelen bij een eventuele infectie. Hiervoor heeft de dat ratten en muizen in en om hun woning nestelen en Zoönosengeletterdheid professionals expertgroep zoönosen de term ‘zoönosengeletterdheid’ voedsel vinden. Professionals (zoals zorgmedewerkers, dierenartsen geïntroduceerd. en veehouders) zijn over het algemeen goed op de Teken komen in het hele land voor, in bos, park, hei, hoogte van zoönosen, de risico’s daarvan en welke Het ministerie van VWS richt zich met haar beleid op de duinen of in de tuin. De laatste jaren is onderzoek gedaan risicoverlagende maatregelen zij kunnen nemen. gezonde en actieve leefstijl van iedereen. Dit verhoogt naar teken en preventie van tekenbeten. Hieruit blijkt Betrokken professionals in het veld worden maandelijks de kwaliteit van leven, voorkomt leefstijlgerelateerde dat – om het aantal tekenbeten te reduceren – ook de met een nieuwsbrief geïnformeerd over relevante ziektelast en beperkt het beroep op de schaarse curatieve burger zelf goed op de hoogte moet zijn van de risico’s gedeelde signalen uit het Signaleringsoverleg Zoönosen zorg. De coronacrisis maakt zichtbaar hoe belangrijk door teken en moet weten wat te doen om een tekenbeet (SO-Z). Bij de opleiding Diergeneeskunde aan de een gezonde leefstijl is. Een gezonde leefstijl (gezonde te voorkomen. Daarom worden door veel organisaties, Universiteit Utrecht (UU) wordt aandacht besteed aan voeding, voldoende beweging, slaap en ontspanning, niet zoönosen en de rol van de dierenarts bij de veterinaire roken en een matige alcoholconsumptie) ondersteunt 14 volksgezondheid. Daarnaast zijn er verschillende Ziek door dier | RIVM een gezond immuunsysteem. Met een betere weerstand 15 Veilig in verwachting brochure 2017 | RIVM kunnen ook nieuwe bedreigingen voor onze gezondheid, 16 licg.nl - Zoönosen 17 Voorkomen van tekenbeten | RIVM Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 3 Preventie | 3.5 32 initiatieven, zoals nascholing voor dierenartsen op het Versterking welke kennis deze doelgroepen in het algemeen én gebied van One Health, symposia, kennisnetwerken en Gericht verbeteren zoönosengeletterdheid bij burgers specifiek per doelgroep zouden moeten hebben. berichtenservices over infectieziekten (zoals Vetinf@ en professionals Daarnaast wordt de bestaande voorlichting en informatie ct). Ook is informatie voor professionals te vinden op Zoönosengeletterdheid gaat over de combinatie geïnventariseerd en waar nodig geactualiseerd. Voor de websites, zoals die van het RIVM18. Bij de opleiding van kennis en alertheid op het gebied van zoönosen. burgerdoelgroepen wordt een marktonderzoek Geneeskunde wordt ook aandacht besteed aan zoönosen. De zoönosengeletterdheid bij burgers en professionals uitgevoerd om te onderzoeken wat het kennisniveau kan verbeterd worden. Het is daarbij van belang dat en de perceptie is van de verschillende doelgroepen Het vademecum zoönosen is een praktische (online) gids er balans is tussen het zoönosenrisico en de mate van over zoönosen. Met deze activiteiten wordt een beeld om medische en veterinaire beroepsgroepen te helpen bij voorlichting. De inhoud en de vorm van de communicatie verkregen over de kennis en behoefte bij de genoemde de dagelijkse uitdagingen voor wat betreft de vroegtijdige moeten goed zijn afgestemd op de specifieke doelgroep. doelgroepen. Op basis daarvan wordt bekeken op welke signalering en bestrijding van zoönosen. Het vademecum Daarom wordt gestart met een inventarisatie van de manier de kennis bij geïdentificeerde groepen kan functioneert als een systematisch naslagwerk van zowel huidige communicatieactiviteiten en aanvullend een worden vergroot. Daarvoor wordt een communicatieplan gemaakte afspraken tussen humane en veterinaire marktonderzoek. opgesteld. De uitwerking van dit plan is de ontwikkeling en betrokkenen over signalering, melding en respons als verspreiding van aanvullende communicatie-instrumenten. van de preventieve en inperkende maatregelen om De overheid ontwikkelt in samenwerking met betrokken verspreiding te voorkomen. partijen gerichte communicatie zodat de kennis en Voorlichting over het seoulvirus en te nemen hygiënemaatregelen alertheid van burgers en professionals wordt verhoogd, Op advies van het DB-Z wordt voorlichting over het Antivirale middelen voor risicogroepen met aanpassing van het gedrag tot gevolg. Mensen seoulvirus gegeven. Er wordt gebruikgemaakt van alle GGD’en adviseren mensen die betrokken zijn geweest bij moeten weten welke hygiënemaatregelen ten algemene beschikbare kennis en instrumenten die momenteel de verzorging of ruiming van besmette vogels of pluimvee goed zijn om ziekte door zoönosen te voorkómen. worden gebruikt door partijen zoals de GGD’en, het RIVM met hoogpathogene aviaire influenza om gedurende Daarnaast is het bij een aantal zoönosen mogelijk om met en beroepsgroepen. Lopende voorlichtingsactiviteiten tien dagen te letten op griepachtige klachten. Als deze gerichte handelingen besmetting te voorkomen. en plannen hiertoe worden uiteraard voortgezet. klachten optreden wordt geadviseerd dit te melden bij de Het RIVM werkt aan voorlichtingsmateriaal om GGD of huisarts. Als blijkt dat een vogelgriepvirus leidt tot Voordat nieuwe specifieke communicatieactiviteiten rattenhouders en -fokkers te informeren over algemene ernstige ziekteverschijnselen bij dieren, wordt overwogen worden ingezet, wordt geïnventariseerd voor welke hygiënemaatregelen om de risico’s op besmetting door om mensen die nauw contact hebben met besmette zoönosen en doelgroepen aanvullende (overheids) bijvoorbeeld het seoulvirus via ratten te voorkomen. dieren preventief virusremmers (antivirale middelen) communicatie zinvol is. Doelgroepen voor deze Ook worden bedrijfsmatige rattenhouders en aan te bieden. Deze medicijnen verkleinen de kans dat communicatie zijn onder meer: dierhouders, (dieren) -fokkers geïnformeerd over de registratieplicht die zij mensen vogelgriep krijgen. artsen, internationale reizigers en kwetsbare hebben. Dierenartsen en GGD’en worden onder meer groepen (kinderen, ouderen, zwangeren en immuun- geïnformeerd via berichtgeving op Vetinf@ct en Inf@ct. 18 www.onehealth.nl gecompromiteerden). Ook wordt geïnventariseerd Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 3 Preventie | 3.5 33 kan er mogelijk extra aandacht zijn voor zoönosen in maken zoönosen hier onderdeel van uit. Er bestaat veterinaire opleidingen. Daarom wordt in overleg met de een NHG e-learning voor huisartsen over zoönosen opleidingen voor (dieren)artsen, dierhouders en andere uit 2019. De informatie uit richtlijnen van huisartsen, verwante beroepsgroepen nagegaan of en op welke medisch specialisten en het RIVM is voor burgers in wijze meer aandacht voor zoönosen en One Health in de begrijpelijke taal beschikbaar op de website Thuisarts.nl. opleidingen en nascholing kan worden gegeven. Na deze Het ministerie van VWS gaat in gesprek met het NHG om inventarisatie wordt (aanvullend) aanbod van kennis te bezien of en welke acties nodig zijn om zoönosen bij over zoönosen bij opleidingen en nascholingen van de huisartsen en patiënten onder de aandacht te brengen. betreffende beroepsgroepen gestimuleerd. Hiermee wordt naar een verhoogde alertheid gestreefd voor Influenzapreventie bij specifieke beroepsgroepen zoönosen bij deze beroepsgroepen, zodat dit onderwerp Met een communicatiecampagne worden specifieke meer aandacht krijgt in de dagelijkse praktijk en helpt bij beroepsgroepen gemotiveerd zich te laten vaccineren. het oppikken van signalen van zoönotische besmettingen. Het gaat daarbij om veehouders, dierenartsen en andere personen die werken met dieren die besmet kunnen zijn Een initiatief in het kader van zoönosengeletterdheid met influenza. Het doel is om, naast bescherming van is de One Health game, ontwikkeld in opdracht van persoonlijke gezondheid en gezondheidsbescherming de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor van arbeidskrachten, de kans op recombinatie van Diergeneeskunde (KNMvD) voor hun 150-jarig jubileum. influenzavirussen uit mensen, varkens en vogels te Bij deze serious game worden professionals (in opleiding) verkleinen. Met betrokken partijen wordt verkend in een gesimuleerde crisissituatie geleerd samen te hoe dit laagdrempelig en met oog voor ieders werken en signalen te delen om de crisis tot een goed verantwoordelijkheid kan worden ingericht en uitgevoerd. einde te brengen. Er komt een geactualiseerde versie van deze game zodat die toegankelijker is. Deze game wordt Het deskundigenberaad zoönosen heeft in haar advies onder de aandacht gebracht bij relevante doelgroepen. van 26 april 2022 geconstateerd dat er veel vragen leven rond de verstrekking van antivirale middelen. Er zijn Standaarden, richtlijnen en informatie voor huisartsen vragen rond de doelmatigheid en proportionaliteit Stimuleren One Health in opleidingen en patiënten van de inzet van deze middelen, de parameters voor In de opleidingen van (dieren)artsen, dierhouders en De standaarden en richtlijnen van het NHG (Nederlands indicatiestelling en therapietrouw. Het RIVM is gevraagd andere verwante beroepsgroepen is aandacht voor Huisartsen Genootschap) vormen al jaren de basis een werkgroep op te richten die de inbedding van zoönosen. Maar mogelijk is er ruimte voor verbetering. van het kwaliteitsbeleid van huisartsen en zorgen chemoprofylaxe-verstrekking in de Arbosystematiek Zo is het niet vanzelfsprekend dat huisartsen bij diagnose ervoor dat zorgverleners en patiënten beschikken over moet borgen en hierover voorlichting te verzorgen. vragen of cliënten contact hebben met dieren en actuele en goed geduide kennis. Indien van toepassing De NVWA zal hierin participeren. 34 Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 3 Preventie | 3.5 35 Actie 19: Gericht verbeteren zoönosengeletterdheid bij burgers en professionals Actie Omschrijving Wanneer

  61. 19.1 Inventarisatie voor welke zoönosen en Het RIVM maakt een inventarisatie: 2022 doelgroepen aanvullende (overheids) • voor welke zoönosen en doelgroepen is aanvullende (overheids)communicatie zinvol? communicatie over zoönosen zinvol is • welke kennis moeten doelgroepen in het algemeen hebben? • welke specifieke kennis en informatie moeten doelgroepen hebben? De bestaande voorlichting en informatie wordt bestudeerd en waar nodig geactualiseerd.

  62. 19.2 Marktonderzoek naar het kennisniveau Het RIVM laat een marktonderzoek uitvoeren naar het kennisniveau en de perceptie van doelgroepen 2023 en de perceptie van doelgroepen over over verschillende zoönosen. Met de uitkomst van dit onderzoek wordt een prioritering gemaakt voor verschillende zoönosen aanvullende communicatie over zoönosen.

  63. 19.3 Communicatieplan voor het gericht verhogen Het RIVM stelt een gericht communicatieplan op voor het verhogen van de zoönosengeletterdheid. 2023 en 2024 van de zoönosengeletterdheid Dit gebeurt op basis van het verkregen beeld over de kennis en perceptie bij de verschillende doelgroepen.

  64. 19.4 Ontwikkelen en verspreiden van aanvullende Ter uitvoering daarvan worden aanvullende communicatie-instrumenten ontwikkeld en verspreid. 2023 en 2024 communicatie-instrumenten voor het verhogen Het doel van deze activiteiten is om gericht de zoönosengeletterdheid te verbeteren. van de zoönosengeletterdheid

  65. 19.5 Afspraken met partijen in het werkveld over Afhankelijk van de uitkomst van de inventarisatie worden met betrokken partijen in het werkveld 2023 en verder gerichte communicatie over zoönosen afspraken gemaakt om gerichte communicatie over zoönosen in te richten en uit te voeren. Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 3 Preventie | 3.5 36 Actie 20: Voorlichting over het seoulvirus en te nemen hygiënemaatregelen Actie Omschrijving Wanneer

  66. 20.1 Informeren rattenhouders en -fokkers over Het RIVM informeert in samenspraak met brancheorganisaties, verenigingen en informatie- 2023 en verder algemene hygiënemaatregelen om de risico’s op platforms voor rattenhouders en -fokkers over algemene hygiënemaatregelen om de risico’s op besmetting door bijvoorbeeld het seoulvirus te besmetting door bijvoorbeeld het seoulvirus te voorkomen. voorkomen

  67. 20.2 De registratie van bedrijfsmatige rattenhouders Voor het bedrijfsmatig houden van gezelschapsdieren bestaat een verplichting om de locatie waar de 2023 verbeteren dieren worden gehouden te registeren. De registratie van bedrijfsmatige rattenhouders wordt verbeterd, onder andere door in de genoemde communicatieactiviteiten ook de registratieplicht mee te nemen. Actie 21: Stimuleren One Health in opleidingen Actie Omschrijving Wanneer

  68. 21.1 Nagaan of en welke aanvullende kennis over In overleg met de opleidingen voor (dieren)artsen, veehouders en andere verwante beroepsgroepen 2022 zoönosen en One Health nodig is in specifieke wordt nagegaan of en op welke wijze meer aandacht kan worden gegeven aan zoönosen en One Health opleidingen voor professionals in de opleidingen en nascholing.

  69. 21.2 Stimuleren van (aanvullend) aanbod van kennis Na de inventarisatie wordt (aanvullend) aanbod van kennis over zoönosen bij opleidingen 2023 en verder over zoönosen en One Health in de relevante en nascholingen van beroepsgroepen zoals (dieren)artsen, veehouders en andere verwante opleidingen voor professionals beroepsgroepen gestimuleerd.

  70. 21.3 Nieuwe versie One Health Game De ministeries van VWS en LNV faciliteren een geactualiseerde versie van de One Health Game. 2023 Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 3 Preventie | 3.5 37 Actie 22: Standaarden, richtlijnen en informatie voor huisartsen en patiënten Actie Omschrijving Wanneer

  71. 22.1 Standaarden, richtlijnen en informatie voor Het ministerie van VWS gaat in gesprek met het NHG om te bezien of en welke acties nodig zijn om 2022 en verder huisartsen en patiënten over zoönosen zoönosen bij huisartsen en patiënten onder de aandacht te brengen. Actie 23: Influenzapreventie bij specifieke doelgroepen Actie Omschrijving Wanneer

  72. 23.1 Voorbereiden communicatiecampagne om In afstemming met betrokken (sector)partijen werkt het ministerie van VWS aan een 2023 specifieke beroepsdoelgroepen te motiveren communicatiecampagne waarmee beroepsgroepen worden gemotiveerd om zich te laten vaccineren. voor influenzavaccinatie Het gaat daarbij om veehouders, dierenartsen en andere personen die werken met dieren die besmet kunnen zijn met influenza.

  73. 23.2 Uitvoeren jaarlijkse communicatiecampagne De campagne wordt jaarlijks uitgevoerd met als doel om naast bescherming van persoonlijke 2023 en verder om beroepsgroepen te motiveren zich te laten gezondheid en gezondheidsbescherming van arbeidskrachten de kans op recombinatie van vaccineren influenzavirussen uit mensen, varkens en vogels te verkleinen.

  74. 23.3 Werkgroep over antivirale middelen voor Het RIVM richt een werkgroep in met experts die het gebruik van antivirale middelen nagaat en de 2023 risicogroepen mogelijke inbedding van verstrekking van deze middelen via de Arbosystematiek.

  75. 23.4 Aanpak over antivirale middelen voor Op basis van een advies dat door de werkgroep wordt opgesteld, wordt een aanpak voor aanbieding 2023 en 2024 risicogroepen van antivirale middelen aan risicogroepen voorgesteld en in de praktijk gebracht. Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 4 Detectie | 4.1 38 4 4.1 Inleiding Dierenartsen, (huis)artsen en andere practici zijn de ‘ogen en oren’ in het veld om signalen van zoönosen op te pikken. In het belang van de bestrijding moeten deze signalen zo veel mogelijk worden gemeld naar de landelijke registratie. Het Centrum Infectieziektebestrijding (CIb) van het RIVM voert de regie over de landelijke surveillance van infectieziekten in nauwe Detectie samenwerking met de partners in het veld. Dit zijn de instanties die in het humane domein de monitoring en surveillance uitvoeren: medisch microbiologische laboratoria, huisartsen (Nivel-peilstations), ziekenhuizen, het RIVM en GGD’en. In het veterinaire domein en in de leefomgeving worden signalen van mogelijke zoönosen via monitoring en surveillance opgepikt. Gegevens vanuit de veehouderij worden verzameld door onder andere de NVWA en de GD. Samen met de veehouderijsectoren is een uitgebreide monitoringssystematiek ingericht (basis- en specifieke monitoring), om dierziekten, waaronder zoönosen, in de veehouderij snel te ontdekken. De gegevens vanuit wilde dieren komen van het Dutch Wildlife Health Centre (DWHC). De gegevens over de verspreiding van vectoren komt van het CMV en het RIVM monitort de zoönosen in wild en vectoren. Gezelschapsdieren worden door de Faculteit Diergeneeskunde (FD, Universiteit Utrecht) gevolgd in het project monitoring zoönosen gezelschapsdieren en antibioticaresistentie en ook voor paarden is een systeem opgezet. Een overzicht van de in Nederland voorkomende zoönosen en de ontwikkeling hierin worden jaarlijks door het RIVM gepubliceerd in de ‘Staat van Zoönosen’. In dit hoofdstuk wordt ook ingegaan op de zoönosenstructuur. Deze behelst meer dan alleen detectie, maar er is voor gekozen om de zoönosenstructuur in dit hoofdstuk te behandelen. Daarna komen de signalering, monitoring en surveillance voor zoönosen vanuit de leefomgeving, dieren en mensen aan de orde. Ten slotte volgen de acties voor de versterking van de informatie- en gegevensuitwisseling tussen de domeinen van de One Health. Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 4 Detectie | 4.2 39 4.2 in het veld worden maandelijks met een nieuwsbrief De zoönosenstructuur geïnformeerd over relevante gedeelde signalen uit het SO- De zoönosenstructuur borgt Z. De samenstelling van het SO-Z bestaat uit het RIVM, GGD, GD, WBVR, FD, DWHC en de NVWA. Vervolgstappen goede samenwerking tussen Huidige activiteiten in de beoordeling vinden afhankelijk van de ernst van het Inleiding signaal plaats in het Responsteam zoönosen (RT-Z), het organisaties in het domein De huidige Nederlandse geïntegreerde humaan- Outbreak Management Team Zoönosen (OMT-Z) of het veterinaire risicostructuur, kortweg de zoönosenstructuur, Deskundigenberaad zoönosen (DB-Z). van humane en veterinaire functioneert sinds 201119 en werkt goed. De structuur In het SO-Z vindt de eerste gezamenlijke beoordeling richt zich op signalering, beoordeling en bestrijding plaats. Vervolgstappen in de beoordeling vinden gezondheid van zoönosen en is voortdurend actief, ook wanneer er afhankelijk van de ernst van het signaal plaats. In urgente geen sprake is van een dreiging (figuur 1). De zoönosen- situaties kan dat in een RT-Z en vervolgens in een OMT-Z. structuur borgt de samenwerking tussen organisaties In niet urgente situaties kan ervoor worden gekozen in het domein van humane en veterinaire gezondheid, deskundigen bij elkaar te roepen in ongeveer dezelfde waaronder de ministeries van VWS en LNV. Bij zoönosen samenstelling als het OMT-Z om kennis te delen en ligt de bestuurlijke verantwoordelijkheid bij de minister mogelijk aanbevelingen te doen voor risicomanagement. van VWS. De voorzitters van alle onderdelen in de Dit is het DB-Z. Het RT-Z, OMT-Z en DB-Z vallen onder de over risico’s voor volksgezondheid, diergezondheid zoönosenstructuur komen vanuit de volksgezondheid. verantwoordelijkheid van het CIb. en eventueel entomologische en ecologische kennis Beide ministeries besluiten gezamenlijk over maatregelen bijeen. Het OMT-Z stelt een schriftelijk advies vanuit hun eigen verantwoordelijkheid voor het beleids- Het RT-Z wordt door het CIb georganiseerd als signalen op dat gericht is aan de directeuren-generaal van VWS en terrein en de vigerende wetgeving. Bij VWS is dit de daartoe aanleiding geven op advies van het SO-Z. LNV. In het advies komt naar voren welk risico bestaat, Wet publieke gezondheid en voor LNV de Wet dieren. Bijvoorbeeld als er meer of ernstigere ziektegevallen hoe groot dit risico is, welke mogelijkheden er zijn om zijn dan normaal, als er lacunes zijn in de behandeling of het risico te verkleinen en in welke orde van grootte de Werkwijze van de zoönosenstructuur preventieve maatregelen, of dat de signalen aanleiding te bereiken resultaten liggen. Daarnaast bevat het advies Binnen de zoönosenstructuur is het zogenaamde kunnen vormen voor maatschappelijke onrust. Het een inschatting van de mate van (on)zekerheid over het Signaleringsoverleg Zoönosen (SO-Z) ingericht. In dit RT-Z beoordeelt het signaal uit het SO-Z en adviseert risico en de voorgestelde maatregelen. maandelijkse overleg onder voorzitterschap van het RIVM onder andere over het indammen van verspreiding, Als er een complex probleem is, welke geen acute beoordelen One Health deskundigen op gestructureerde mogelijke interventies, diagnostiek en behandeling bedreiging vormt, kan het DB-Z bijeen worden geroepen. wijze regionale, landelijke en internationale signalen en communicatie. In het RT-Z wordt besloten of een Het DB-Z geeft wetenschappelijk advies aan de van mogelijk zoönotische aard. Betrokken professionals bijeenkomst van het OMT-Z op korte termijn nodig is directeuren-generaal van VWS en LNV over een aantal en desgewenst worden vragen geformuleerd voor het vooraf opgestelde vragen van VWS of LNV, of op initiatief 19 Zoönosenstructuur | One Health OMT-Z. Het OMT-Z brengt wetenschappelijke kennis van het CIb. Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 4 Detectie | 4.2 40 Zoönosen, van signalering tot besluitvorming Figuur 1: Zoönosenstructuur Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 4 Detectie | 4.2 41 Afhankelijk van de advisering van het OMT-Z of DB-Z kan Versterking preventie, detectie van en de respons op zoönosen. een Bestuurlijk Afstemmingsoverleg Zoönosen (BAO-Z) Internationale kennisdeling zoönosenstructuur en nationale Mogelijk eveneens via het opstellen van een nationaal worden ingesteld. De taak van het BAO-Z is om in het actieplannen zoönosen actieplan. geval van een (mogelijke) uitbraak van een zoönose De Nederlandse ervaring met de werkwijze van de die een bedreiging voor de volksgezondheid vormt de zoönosenstructuur is goed en het is een voorbeeld Witte vlekken analyse van de signaleringsfunctie van het SO-Z adviezen te beoordelen op bestuurlijke haalbaarheid en voor een goede samenwerking tussen de verschillende Het RIVM krijgt, als voorzitter van het SO-Z, de wenselijkheid en hierover de ministers van VWS en LNV disciplines vanuit One Health (leefomgeving, veterinair opdracht om na te gaan of het SO-Z voldoende zicht te adviseren. en humaan). Ook internationaal wordt gestreefd heeft op alle relevante signalen en of aanvullende naar meer integratie in de samenwerking tussen monitoringsactiviteiten of data van monitoring Onder leiding van het RIVM wordt de werking van het de drie One Health domeinen. Nederland richt zich uit andere bronnen noodzakelijk is. Daarbij wordt SO-Z door de deelnemers periodiek geëvalueerd. Hierbij internationaal op het uitdragen van de ervaring en gecontroleerd of signalen uit en risico’s van nieuwe worden vragen gesteld over het functioneren van de kennis die hier is opgedaan met de One Health aanpak: diersectoren (bijvoorbeeld insectenhouderij), nieuwe samenwerking, de reikwijdte van de signalering en de het werken in een zoönosenstructuur en het uitdragen dierhouderijsystemen of nieuwe technieken voldoende betrokkenheid van relevante partijen. Naar aanleiding van van het belang van gegevensuitwisseling over zoönosen in beeld zijn binnen de huidige systematiek en of de de uitbraak van SARS-CoV-2 bij nertsen heeft een externe vanuit de disciplines van de One Health. In relevante juiste partijen zijn aangehaakt. Specifiek wordt het evaluatie plaatsgevonden van de zoönosenstructuur. internationale fora wordt deze expertise en ervaring SO-Z gevraagd hoe signalen van infectieziekten van gedeeld en wordt samengewerkt en geleerd van andere Nederlanders, die onderzocht zijn in buitenlandse landen. Binnen het Europese uitwisselingsprogramma laboratoria, kunnen worden doorgegeven aan het SO-Z European Joint Programme One Health (EJP-OH) is en hoe (innovatieve) signaleringsmethoden (bijvoorbeeld onder leiding van het RIVM de zoönosenstructuur al sociale media, gebruik citizen science) kunnen bijdragen. Een voorbeeld van de werking van onder de aandacht gebracht bij de kennisinstituten de zoönosenstructuur en beleidsverantwoordelijken in andere EU-lidstaten Naar aanleiding van onder andere de aanbevelingen In april 2022 heeft het Deskundigenberaad Zoönosen, en is een blauwdruk ontwikkeld hoe een One Health van de expertgroep zoönosen kan daarnaast, op initiatief van het Cib, een advies uitgebracht risicoanalysesysteem voor zoönosen kan worden opgezet. afhankelijk van de situatie, het risico en het doel, aan 20 over risico’s van aviaire influenza voor de humane De komende tijd zal Nederland deze kennisdeling de deskundigengroep dierziekten , het DB-Z of experts volksgezondheid. In dat advies zijn zowel adviezen voortzetten. advies worden gevraagd over andere vraagstukken. opgenomen om de huidige uitbraak aan te pakken, Voorbeelden hiervan zijn: (witte vlekken in) de monitoring als adviezen die op de lange termijnaanpak van Het Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid kan van (wilde) dieren, bemonstering van vectoren vogelgriep van toepassing zijn. In dit actieplan een voorbeeld zijn voor andere (EU-)landen om eveneens en gastheren (eventueel gelijktijdig), zoönotische wordt opvolging gegeven aan de adviezen voor de het zoönosenbeleid te versterken. De meerwaarde van ziekteverwekkers in veel voorkomende gezelschapsdieren lange termijn. het opstellen van nationale actieplannen wordt daarom benadrukt, zodat ook andere landen investeren in de 20 https://deskundigengroepdierziekten.nl Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 4 Detectie | 4.2 42 en benutten van informatie van zieke en dode dieren in tussen de beide departementen en andere betrokken de zoönosenstructuur door besluiten terug te koppelen de natuur. partijen goed is verlopen. Op een aantal punten kan naar adviserende partijen en het volgen van de impact de aanpak worden verbeterd. Deze aanbevelingen en naleving van genomen maatregelen. Binnen de Doorvoeren aanbevelingen zoönosenstructuur uit de evaluatie hebben met name betrekking op de scherpte van de huidige zoönosenstructuur worden de aanbevelingen SARS-CoV-2 bij nertsen vraagstelling aan het OMT-Z, het nog beter uitwisselen uit de evaluatie SARS-CoV-2 bij nertsen doorgevoerd. Bij de uitbraak van SARS-CoV-2 bij nertsen in 2020 is van informatie tussen de partijen die betrokken zijn in de zoönosenstructuur voor de eerste keer in zijn geheel doorlopen. De aanpak van deze uitbraak is geëvalueerd en er is gekeken hoe de zoönosenstructuur heeft gefunctioneerd en hoe bijvoorbeeld is samengewerkt tussen de beide ministeries. De evaluatie is gebruikt bij het opstellen van dit actieplan. De evaluatie is uitgevoerd door het Instituut voor Veilligheids- en crisismanagement (COT)21. Het COT gaf aan dat de structuur zoals die bedacht is op papier voor het grootste gedeelte gevolgd is in de praktijk. De structuur bood voordelen ten aanzien van: • Het bij elkaar brengen van humane én veterinaire deskundigheid; • Een efficiënte samenwerking door een duidelijke structuur met korte lijnen; • De structuur om het mogelijk te maken met elkaar vooruit te denken en weloverwogen maatregelen te treffen. De maatregelen konden getoetst worden en steeds worden aangepast naar mate de crisis vorderde. Uit de evaluatie komt naar voren dat de zoönosen- structuur heeft gewerkt en dat de samenwerking 21 Kamerstuk 25295, nr 1711 Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 4 Detectie | 4.2 43 Actie 24: Internationale kennisdeling zoönosenstructuur en nationale actieplannen zoönosen Actie Omschrijving Wanneer

  76. 24.1 Internationaal uitdragen werking Nederlandse De Nederlandse overheid en kennisinstituten dragen de werking van zoönosenstructuur uit in de 2022 en verder zoönosenstructuur en meerwaarde van internationale samenwerking. De meerwaarde van een nationaal actieplan voor versterking van het nationale actieplannen zoönosenbeleid wordt uitgedragen. Actie 25: Witte vlekken analyse van de signaleringsfunctie van het SO-Z Actie Omschrijving Wanneer

  77. 25.1 Witte vlekken analyse van de signaleringsfunctie Het RIVM krijgt als voorzitter van het SO-Z de opdracht om na te gaan of het SO-Z voldoende zicht 2022 en 2023 door het SO-Z heeft op alle relevante signalen en of aanvullende monitoringsactiviteiten of data van monitoring uit andere bronnen noodzakelijk is. Daarbij wordt onder andere nagegaan of signalen uit en risico’s van nieuwe diersectoren, nieuwe dierhouderijsystemen of nieuwe technieken voldoende in beeld komen binnen de huidige systematiek en of de juiste partijen zijn aangehaakt.

  78. 25.2 Aanpassingen in de werkwijze van de signalering Op basis van de inventarisatie in 2022 adviseert het RIVM, in afstemming met betrokken 2023 en 2024 van zoönosen partijen, aanpassingen door te voeren in de werkwijze en de scope van de signalering door het signaleringsoverleg. Actie 26: Doorvoeren aanbevelingen zoönosenstructuur uit de evaluatie SARS-CoV-2 bij nertsen Actie Omschrijving Wanneer

  79. 26.1 Opvolgen aanbevelingen evaluatie SARS-CoV-2 Binnen de huidige zoönosenstructuur worden de aanbevelingen uit de evaluatie SARS-CoV-2 bij 2022 bij nertsen nertsen doorgevoerd. Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 4 Detectie | 4.3 44 4.3 van exotische vectoren is om de vestiging van exotische In het kader van de eerdergenoemde Europese richtlijn muggensoorten tegen te gaan. Het CMV voert een reeks over specifieke zoönosen wordt in Nederland door het Monitoring en signalering in gerichte passieve (via meldingen) en actieve surveillances RIVM, in samenwerking met de NVWA en Wageningen de leefomgeving en bij dieren uit om de introductie van invasieve exotische muggen Food Safety Research (WFSR), informatie verzameld over in een zo vroeg mogelijk stadium te detecteren en het vóórkomen van en trends van zoönoseverwekkers beheersmaatregelen te nemen. Ook volgt het CMV de bij mens, dier en (dierlijke) producten. Het RIVM- Huidige activiteiten introductie van exotische vectoren zoals de hyalomma- surveillanceprogramma bij landbouwhuisdieren richt zich Inleiding teek. De monitoring van inheemse vectoren heeft als elk jaar op een andere sector. Monitoring en signalering is de basis van het hoofddoel de verspreiding en activiteitenpatroon van de zoönosenbeleid. Er vindt gerichte, systematische in Nederland voorkomende inheemse vectoren in kaart Wilde dieren monitoring plaats in verschillende wilde en gehouden te brengen. Deze monitoring draagt daarmee bij aan de Bij wilde dieren verricht het DWHC (in samenwerking diersoorten en vectoren. Relevante signalen uit integrale surveillance van vectorgebonden ziekten bij met het RIVM, de WUR en het Erasmus MC) generieke de monitoring worden besproken binnen de mens en dier. en gerichte surveillance. In het generieke onderzoek is zoönosenstructuur. vooraf niet bekend welke gezondheidsproblemen bij welke Veehouderij diersoorten onderzocht gaan worden. Dit is afhankelijk van Leefomgeving Samen met de veehouderijsectoren is een monitorings- de ziekte en sterfteproblemen die zich op dat moment (real- De kwaliteit van natuurgebieden wordt gemonitord systematiek ingericht om bekende en nieuwe dierziekten, time) onder wilde dieren voordoen. Het is ook afhankelijk in het kader van Natura 2000 en Natuur Netwerk waaronder zoönosen, bij landbouwhuisdieren snel te van de dieren die gevonden, gemeld en ingezonden Nederland. Daarbij wordt gekeken naar de stand van ontdekken. Dit wordt de basismonitoring genoemd en worden. Naast het generieke onderzoek bestaat de de natuur en worden de aantallen en soorten dieren en deze wordt uitgevoerd door de GD. Deze systematiek gerichte ziektesurveillance die zich toespitst op specifieke planten gevolgd op populatieniveau. Deze data worden bestaat al ruim twintig jaar. Per sector worden data ziekteverwekkers en gastheersoorten. Dit kan worden gebundeld in de Nationale databank voor flora en fauna verzameld over de gezondheidsstatus van de in gebruikt voor het inzichtelijk maken van de prevalentie (NDFF). Deze gegevens over soorten planten en dieren in Nederland gehouden dieren. De resultaten en signalen van een infectieziekte, de leeftijds- en geslachtsverdeling alle gebieden in Nederland zijn bruikbaar voor de duiding die uit deze data voortkomen worden ieder kwartaal van de geïnfecteerde soort of het geografisch voorkomen van sommige zoönosenrisico’s in de gebieden. besproken in begeleidingscommissies en indien nodig van een ziekteverwekker. Jaarlijks worden bij het DWHC worden vervolgacties afgesproken. Ook worden zo’n vijfhonderd wilde dieren pathologisch onderzocht. Vectoren (mogelijk) zoönotische signalen besproken in het De onderzochte dieren bestaan voornamelijk uit vogels Het CMV is in 2009 opgericht met als missie het maandelijkse SO-Z. De GD rapporteert jaarlijks over de en zoogdieren, maar ook enkele amfibieën. In het oog 22 minimaliseren van de impact van vectoren op volks- basismonitoring . springend onderzoek bij wilde dieren is bijvoorbeeld het en diergezondheid. Het CMV richt zich op detectie onderzoek naar vogelgriep bij verschillende wilde vogels van exotische vectoren en op het monitoren van en bij zoogdieren. Naast deze monitoring vindt er ook inheemse vectoren. Het hoofddoel van het opsporen 22 www.gddiergezondheid.nl/nl/Diergezondheid/Monitoring monitoring op vogelgriep plaats bij levende wilde vogels. Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 4 Detectie | 4.3 45 Een ander voorbeeld van monitoring is de rattenmonitor. Dit is een online instrument die door het RIVM wordt beheerd, waar plaagdierbeheersbedrijven meldingen kunnen doen van uitgevoerde rattenbestrijdingsactiviteiten. Alle meldingen worden anoniem op wijkniveau in kaart gebracht. Hiermee wordt naar verspreidingen en veranderingen in verspreiding van rattenpopulaties gekeken. De verzamelde gegevens kunnen worden gebruikt door gemeenten, plaagdierbeheersbedrijven en onderzoeksinstituten. Het instrument is in 2019 opgezet maar wordt nog niet door alle gemeenten gebruikt. Diverse gemeenten hebben een eigen systeem om te melden en monitoren. Het beheersen van plaagdieren draagt bij aan het voorkomen van zoönosenrisico’s. Gezelschapsdieren Signalen over zoönosen bij gezelschapsdieren (zoals honden, katten, cavia’s en konijnen) worden in opdracht van LNV en VWS geanalyseerd door de FD. Signalen worden ontvangen via de telefonische meld- en helpdesk en er wordt gebruik gemaakt van de informatie uit de routinediagnostiek van het Veterinair Microbiologisch Diagnostisch Centrum (VMDC). Dit heeft als doel het volgen van trends en het oppikken van ongebruikelijke signalen betreffende zoönosen en antimicrobiële resistentie bij gezelschapsdieren. Versterking Europese naleving van surveillanceprogramma’s voor signaleren (nieuwe) ziekten In de Europese diergezondheidsverordening is het verplicht dat lidstaten surveillanceprogramma’s hebben Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 4 Detectie | 4.3 46 om (nieuwe) ziekten snel te signaleren. Hierdoor kan ook in de leefomgeving kan de aanwezigheid van bepaalde komen. Als er aanleiding is, worden signalen besproken actief worden opgetreden bij een introductie van een vectoren in de natuur toenemen én daarmee zorgen voor in het Signaleringsoverleg Zoönosen. dergelijke ziekte. In Nederland is dat met de beschreven een toename van vectoroverdraagbare infectieziekten. veterinaire monitoringsprogramma’s goed geregeld. Naar aanleiding van de update van de EmZoo-lijst Opzetten monitoringsprogramma insectenkweek Nederland zal de EC verzoeken om de implementatie en wordt de monitoringscapaciteit uitgebreid. Dit sluit aan Insecten worden in toenemende mate gebruikt voor naleving van de verordening op dit vlak te bevorderen. bij het op te richten kennisplatform vectorgebonden menselijke consumptie en diervoeder. Op dit moment infectieziekten (paragraaf 3.2). De ontwikkelingen loopt er nog geen onderzoeksprogramma naar Update EmZoo-lijst met risicovolle zoönotische pathogenen voor in de natuur en de klimaatverandering maken het (zoönotische) ziekteverwekkers bij insecten. Allereerst is gerichte monitoring nodig de monitoring van vectoren en vectorgebonden data- en kennisverzameling door middel van een pilot- Er is sprake van een zeer uitgebreide en professionele ziekteverwekkers verder te verstevigen. Dit betekent dat onderzoek noodzakelijk. Indien nodig kan daarna een risicogerichte monitoring en signalering bij dieren het CMV vectoren verzamelt en dat de laboratoria van programma voor de lange termijn worden ingericht. en vectoren. Eventuele leemtes worden in het het RIVM en WBVR de detectie van de vectorgebonden Signaleringsoverleg Zoönosen opgemerkt en binnen ziekteverwekkers uitvoeren. Hiervoor is nauwe en Europese versterking surveillance zoönotische pathogenen bij de zoönosenstructuur beoordeeld. Zie hiervoor de continue samenwerking nodig tussen de betrokken dieren en in het milieu. paragraaf 4.2 over de zoönosenstructuur. Op advies van instituten, waardoor indien nodig de monitoring snel De EC heeft EFSA gemandateerd om in samenwerking het SO-Z en DB-Z wordt een surveillance voor influenza en effectief kan worden opgeschaald. met het ECDC een gecoördineerd surveillancesysteem in de varkenshouderij opgezet, om zicht te creëren op de op te zetten vanuit de One Health benadering, gericht influenzastammen die rondgaan in de varkenshouderij Signalering zoönosen in wilde dieren op surveillance van grensoverschrijdende pathogenen en in welke mate er uitwisseling plaatsvindt met humane De monitoring in wilde dieren kan versterkt worden door, bij dieren en in het milieu. Autoriteiten in de lidstaten en aviaire stammen. Zie hiervoor het hoofdstuk preventie naast de signalen uit dode wilde dieren, ook signalen worden gevraagd hieraan deel te nemen, waarbij de EU landbouwhuisdieren in paragraaf 3.3. Ter ondersteuning te verzamelen uit levende wilde dieren. Deze gegevens cofinanciering beschikbaar stelt om dit in de lidstaten van de gerichte monitoring en surveillance bij mens en ontbreken nu grotendeels, zieke wilde dieren worden niet op te zetten. Nederland zal bij dit initiatief aansluiten. dier helpt een regelmatig geactualiseerde EmZoo-lijst bemonsterd wanneer ze nog leven. Wanneer klinische De voorbereidingen door EFSA zijn in 2022 gestart en het (emerging zoönosen) met geprioriteerde zoönotische signalen van zieke wilde dieren beschikbaar zijn, project loopt door tot en met 2026. ziekteverwekkers. Het RIVM actualiseert deze lijst in kunnen aanwijzingen voor uitbraken mogelijk eerder afstemming met betrokken instanties vanuit de One worden gesignaleerd. Worden er veel zieke dieren Health. Deze kan dienen als ondersteuning voor de gemeld, dan kan onderzocht worden wat de oorzaak gerichte monitoring, surveillance en diagnostiek. hiervan is en of er aanvullende maatregelen nodig zijn. Daardoor wordt in een eerder stadium een mogelijk Intensiveren monitoring vectoren en vectorgebonden zoönotische ziekteverwekker opgespoord. Door een ziekteverwekkers centrale database te ontwikkelen, kunnen trends en Door klimaatverandering, -adaptatie en veranderingen ontwikkelingen in levende wilde dieren beter in beeld Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 4 Detectie | 4.3 47 Actie 27: Europese naleving van surveillance programma’s voor signaleren (nieuwe) ziekten Actie Omschrijving Wanneer

  80. 27.1 Invulling van de Europese verplichting door Nederland zal de EC verzoeken om de implementatie en naleving te bevorderen van de verplichting 2022 lidstaten voor surveillance programma’s om in de Europese diergezondheidsverordening voor surveillance programma’s om (nieuwe) dierziekten (nieuwe) ziekten snel te signaleren snel te signaleren. Actie 28: Update EmZoo-lijst met risicovolle zoönotische ziekteverwekkers voor gerichte monitoring Actie Omschrijving Wanneer

  81. 28.1 Update EmZoo-lijst (emerging zoönosen) Het RIVM actualiseert de EmZoo-lijst, in afstemming met betrokken instanties vanuit de One Health. 2025 Deze kan dienen als ondersteuning voor de gerichte monitoring, surveillance en diagnostiek. Actie 29: Intensiveren monitoring vectoren en vectorgebonden ziektverwekkers Actie Omschrijving Wanneer

  82. 29.1 Uitbreiden capaciteit Centrum Monitoring Het CMV breidt haar capaciteit uit om breder (en nog beter) zicht te houden op de vectoren en in 2023 en verder Vectoren samenwerking met het RIVM ook beter zicht te houden op de ziekteverwekkers die via de vectoren worden verspreid. Dit sluit aan bij het op te richten kennisplatform vectorgebonden infectieziekten (zie paragraaf 3.2).

  83. 29.2 Uitbreiden capaciteit monitoring Naar aanleiding van de update van de EmZoo-lijst wordt de monitoringscapaciteit uitgebreid. 2023 en verder vectorgebonden ziekteverwekkers Dit sluit aan bij het op te richten kennisplatform vectorgebonden infectieziekten. Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 4 Detectie | 4.3 48 Actie 30: Signalering zoönosen in wilde dieren Actie Omschrijving Wanneer

  84. 30.1 Centralisering van data uit wildopvangcentra Door het ontwikkelen van een database waarin klinische gegevens van levende zieke wilde dieren 2023 en 2024 centraal kunnen worden vastgelegd, komen trends en ontwikkelingen in deze dieren beter in beeld. Hierdoor worden uitbraken van (zoönotische) ziekten eerder gesignaleerd. Actie 31: Opzetten monitoringsprogramma insectenkweek Actie Omschrijving Wanneer

  85. 31.1 Pilot onderzoek insectenkweek Om een monitoringsprogramma op te kunnen zetten binnen de insectenkweek moet eerst bekend 2023 en 2024 zijn welke ziekteverwekkers hier een rol spelen. Daar is nog geen onderzoek naar gedaan. Daarom is data- en kennisverzameling door middel van een pilotonderzoek nodig.

  86. 31.2 Monitoringsprogramma (zoönotische) Indien nodig wordt daarna een programma voor de lange termijn ingericht. 2025 en verder ziekteverwekkers insectenkweek Actie 32: Europese versterking surveillance zoönotische pathogenen bij dieren en in het milieu Actie Omschrijving Wanneer

  87. 32.1 EFSA-surveillance bij dieren en in het milieu EFSA zet in samenwerking met het ECDC een gecoördineerd surveillancesysteem op voor zoönotische 2022 - 2026 pathogenen bij dieren en in het milieu. Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 4 Detectie | 4.4 49 4.4 voor het snel uitzetten van specialistisch onderzoek Humane surveillance en confirmatiediagnostiek op basis van de specifieke Vanuit de huidige opgave om de pandemische paraatheid Monitoring en signalering in kenmerken van het pathogeen (bijvoorbeeld een te borgen is al ingezet op de brede versterking van de humane gezondheidszorg bacterie, virus of schimmel). Op Europees niveau werken humane surveillance. De rioolwatersurveillance is ten tijde het ministerie van VWS en het RIVM nauw samen met van de coronacrisis fors uitgebreid. Huisartsen leveren het ECDC, en wisselen via het ECDC kennis en ervaring via de Nivel-peilstations surveillancedata aan het RIVM. Huidige activiteiten uit op het gebied van surveillance, onderzoek en Het aantal Nivel-peilstations zal toegaan van 40 naar Inleiding (zoönosen)beleid. zo’n 140 peilstations. Daarnaast wordt gewerkt aan een Het RIVM voert de landelijke surveillance uit op doorgiftesystematiek zodat ook surveillancedata door zoönotische infecties bij mensen. Deze landelijke ziekenhuizen landelijk worden verzameld. Hiermee wordt surveillance maakt gebruik van gegevens vanuit vanuit deze data vroeg zicht gekregen op mogelijke verschillende bronnen. Dit zijn gegevens van infectieziektenuitbraken (waaronder zoönosen). meldingsplichtige infectieziekten die door artsen of laboratoria via GGD’en aan het RIVM worden gemeld, De humane surveillance en versterking daarvan vormt gegevens uit medische laboratoria en gegevens van onderdeel van de verdere versterking van de One Health kiemsurveillance waarbij isolaten van ziekteverwekkers surveillance waar signalen vanuit humaan worden naar het RIVM worden gestuurd voor typering. gelinkt aan de signalen uit het veterinaire domein en Daarnaast wordt op ad-hoc-basis gebruik gemaakt van de leefomgeving. Deze One Health surveillance voor syndroomsurveillancedata vanuit huisartsenpeilstations zoönosen met uitwisseling van gegevens is essentieel (Nivel), ziekenhuizen (Dutch Hospital Data) en voor een tijdige signalering van zoönosen en de respons Infectieradar. Ook rioolwatersurveillance is tijdens de bij eventuele uitbraken. coronapandemie van toegevoegde waarde gebleken in de surveillanceketen. Deze surveillancegegevens worden Signalering, toezicht en bronopsporing humaan gebruikt om clusters en uitbraken van infectieziekten bij Op basis van de Gezondheidswet voeren de NVWA mensen te signaleren. en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) het Staatstoezicht uit op de volksgezondheid. De NVWA Het RIVM heeft de taak om op landelijk niveau zorg te kan op basis daarvan bronopsporing doen in het dragen voor een goede infrastructuur voor surveillance, geval dat zoönotische gevallen bij mensen worden en (referentie)diagnostiek van pathogenen die voor geconstateerd. GGD’en en in bepaalde situaties ook mensen gevaarlijk zijn, waaronder zoönosen. In het het RIVM kunnen naar aanleiding van één of meerdere geval een nieuw opduikende infectieziekte “X” zich humane ziektegevallen aan de NVWA vragen een voordoet, vormt dit brede netwerk een solide basis brononderzoek uit te voeren wanneer een dier of een Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 4 Detectie | 4.4 50 voedingsmiddel, al dan niet van dierlijke oorsprong, als een advies op. In deze advisering wordt voortgebouwd uitbraken. Het RIVM werkt aan een inventarisatie van de bron wordt vermoed. Op basis van een gezamenlijke op wat al is ingezet in het kader van de brede versterking huidige humane surveillance(systemen) die signalen van risico-inschatting en de mogelijkheid tot monstername van de humane surveillance. De uitkomst van deze zoönosen oppikken. Na inventarisatie van de humane besluit de NVWA of het zinvol is een brononderzoek uit te analyse zal leiden tot nadere keuzes voor de inzet van surveillance zal een plan voor gerichte One Health voeren. De bronopsporing is van belang om de oorzaak de beschikbare humane surveillance-instrumenten en surveillance worden opgezet en uitgewerkt. van de humane infectie te vinden en te elimineren en zo wijze waarop dit efficiënt (geautomatiseerd) kan worden te voorkomen dat meer humane besmettingen kunnen ingericht. Ook wordt gekeken naar de inzet van medisch Signalering zoönosen in de eerste lijn plaatsvinden. Daarnaast kan dit ook aanleiding zijn microbiologische laboratoria. Huisartsen kunnen als eerste mogelijke (onbekende) voor een risicobeoordeling en in voorkomende gevallen signalen oppikken en doorgeven aan de regionale GGD. aanknopingspunten bieden voor het instellen van Om bij te dragen aan een verbeterde beschikbaarheid Zij zijn de ‘ogen en oren’ om zoönosenbesmettingen preventieve maatregelen. van data in de EU sluit Nederland actief aan bij de bij mensen te signaleren. Signalen kunnen vervolgens verschillende Europese samenwerkingsprogramma’s, worden doorgegeven aan het RIVM en worden Het toezicht van de IGJ richt zich op aanbieders binnen zoals de EU Joint Action Union and National Capacity beoordeeld binnen de zoönosenstructuur. Het is de publieke gezondheidszorg en andere delen van de Building 4 IntegraTED Surveillance (UNITED4Surveillance) van belang dat huisartsen weten dat ze een zoönose zorg die een rol spelen bij signalering, preventie en dat lidstaten moet helpen bij het implementeren van een kunnen melden bij de GGD. Huisartsen en de artsen bestrijding van infectieziekten. De IGJ ziet erop toe Europees gedigitaliseerd integraal surveillancesysteem. infectieziektebestrijding die werkzaam zijn bij de en stimuleert dat deze partijen in de keten hun taken Het RIVM coördineert dit Europese project en trekt het regionale GGD’en moeten bekend zijn met de op alle facetten van de infectieziektebestrijding goed deelproject over uitwisseling van gegevens veterinair – meldingsstructuren en de zoönosenstructuur en relevante uitvoeren en dat de keten samenwerkt ten behoeve van humaan. Het project zal lopen van 2023 tot en met 2025. signalen altijd melden. Het is de vraag of huisartsen de volksgezondheid. Hiermee draagt de inspectie bij aan WBVR draagt als diergezondheidsinstituut bij aan het One altijd goed op de hoogte zijn van de wijze waarop de vermindering van gezondheidsschade als gevolg van Health werkpakket. signalen van infectieziekten gemeld kunnen worden infectieziekten. Dit betreft ook infectieziekten die als naar de landelijke registratiesystemen. In de komende zoönose aangemerkt zijn. De IGJ stemt haar toezicht af Versterking One Health surveillance periode zal het ministerie van VWS in samenwerking met met de NVWA en trekt - waar nodig - hierin samen op De humane surveillance en versterking daarvan vormt het RIVM en GGD’en zich inzetten om de bekendheid met de NVWA. onderdeel van de verdere versterking van de One met de meldingsstructuren voor (meldingsplichtige) Health surveillance. Signalen van zoönosen vanuit de infectieziekten te versterken. Versterking humane surveillance moeten worden gelinkt aan de Versterking humane surveillance signalen uit het veterinaire domein en de leefomgeving. Vanuit de huidige opgave om de pandemische paraatheid Deze One Health surveillance voor zoönosen met te borgen wordt bekeken hoe het landschap van humane surveillance vanuit leefomgeving, veterinair en humaan monitoring en surveillance structureel moet worden en uitwisseling daarvan is essentieel voor een vroegtijdige vormgegeven. Het RIVM levert voor het einde van 2022 signalering van zoönosen en de respons bij eventuele Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 4 Detectie | 4.4 51 Actie 33: Versterking humane surveillance Actie Omschrijving Wanneer

  88. 33.1 Analyse van het instrumentarium voor humane Het RIVM brengt een advies uit over het humane surveillance landschap voor infectieziekten, 2022 surveillance hieronder vallen ook de zoönosen.

  89. 33.2 Implementatie aanpassingen humane Met de uitkomsten van het advies van het RIVM wordt beoordeeld welke aanpassingen in de humane 2023 en verder surveillance-systematiek surveillancesystematiek zinvol zijn. Deze aanpassingen worden in de praktijk gebracht.

  90. 33.3 EU Joint Action Union and National Het RIVM coördineert het Europese ‘joint surveillance’ project en trekt het deelproject over 2022 en verder Capacity Building 4 IntegraTED Surveillance uitwisseling van gegevens veterinair – humaan. (UNITED4Surveillance) Actie 34: Versterking One Health surveillance Actie Omschrijving Wanneer

  91. 34.1 Inventarisatie One Health surveillance RIVM inventariseert One Health surveillance voor zoönosen. 2022 voor zoönosen

  92. 34.2 Versterken One Health surveillance Op basis van de uitkomsten van de inventarisatie stelt het RIVM een plan op voor gerichte 2023 en verder One Health surveillance en wordt dit uitgewerkt. Actie 35: Signalering zoönosen in de eerste lijn Actie Omschrijving Wanneer

  93. 35.1 Huisartsen signaleren zoönotische risico’s Het ministerie van VWS vraagt bij huisartsen expliciet aandacht voor de signalering van zoönosen en 2022 en verder het melden daarvan in de landelijke registratiesystemen. Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 4 Detectie | 4.4 52 4.5 crisis een knelpunt. Dit vormde een belemmering voor te nemen voor het vinden van antwoorden op de het onderzoek naar het verloop en de transmissie- One Health uitdagingen. Informatie- en routes. Daarom wordt gestreefd naar een beter gegevensuitwisseling gestructureerde en tijdige uitwisseling van monitorings- Informatie- en kennisdeling veterinair-humaan en surveillancegegevens voor de signalering en als In de dagelijkse praktijk is het belangrijk dat experts ondersteuning van de bestrijding van zoönosen. vanuit het veterinaire domein (bijvoorbeeld dierenartsen) Huidige activiteiten Hierbij zouden gegevens zonder belemmeringen op een en het humane domein (bijvoorbeeld huisartsen en Inleiding veilige manier moeten kunnen worden gedeeld. GGD’en) elkaar weten te vinden en over voldoende Binnen de One Health aanpak is het essentieel dat kennis beschikken om signalen van zoönotische risico’s te signalen over zoönosen vanuit de leefomgeving en het Incidenteel zijn trajecten gestart om de gegevens- kunnen oppikken en met elkaar te delen. De huisartsen, veterinaire domein zo snel mogelijk worden uitgewisseld uitwisseling te professionaliseren. Het streven daarbij GGD’en en dierenartsen zijn immers de ‘ogen en oren’ met de humane experts en vice versa. Monitorings- was te komen tot een efficiënte digitale uitwisseling in het veld. Met het oog hierop zijn in de afgelopen en surveillancegegevens kunnen voor verschillende van monitoringsgegevens voor adequaat bron- jaren verschillende initiatieven gestart. Onder andere doeleinden worden verzameld: voor de bestrijding, en contactonderzoek. Het ZonMw-project over het kennisnetwerk Zoönosen Midden Nederland en het reguliere monitoring en (wetenschappelijk) onderzoek. gegevensuitwisseling van de infectieziekte psittacose traject Samenwerking Medici en Dierenartsen (SaMeDi), is hiervan een voorbeeld. Dit project is in 2014 waarin de huisartsen, dierenartsen en GGD’en kennis over Gegevensuitwisseling One Health opgestart om veterinaire en humane gegevens in een zoönosenrisico’s delen. Door deze kennisnetwerken wordt Snelle uitwisseling van monitorings- en surveillance- platform gezamenlijk te analyseren voor bron- en de kennis, signalering en uitwisseling van informatie over gegevens vanuit de verschillende domeinen is essentieel contactonderzoek. Pas in 2019 was er toestemming voor zoönosenrisico’s vergemakkelijkt. Het SaMeDi-traject om bij uitbraken tot een snelle, gerichte aanpak te komen. het gezamenlijk delen en konden alleen retrospectieve is met financiering van het ministerie van VWS door In het kader van de reguliere monitoring en surveillance data in het dataplatform worden geanalyseerd. Eén van Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie (ZLTO) opgepakt worden dagelijks gegevens gegenereerd. Signalen de oorzaken hiervan was dat het project telkens werd en heeft geleid tot zo’n 20 kennisnetwerken eind 2019. worden gedeeld via het SO-Z van de zoönosenstructuur. ingehaald door wijzigende wetgeving waardoor nieuwe Meldingsplichtige signalen van zoönosen worden gedeeld juridische knelpunten ontstonden. Samenwerking Regionaal Veterinair en Arts Consulenten tussen de betrokken instanties om het benodigde bron- Het is van belang dat de betrokken instituten in het en contactonderzoek uit te voeren en om (eventueel) de De Nederlandse universiteiten en onderzoeksinstellingen veterinaire en humane domein goed samenwerken en zoönose te bestrijden of beheersen. die betrokken zijn bij onderzoek naar dierziekten en elkaar goed op de hoogte houden van de ontwikkelingen Bij de uitbraak van SARS-CoV-2 bij nertsen bleek dat zoönosen werken al samen. Het is vrij gebruikelijk dat de op het vlak van zoönosen, met name bij voorkomende het uitwisselen van humane onderzoeksgegevens instellingen die onderzoek doen naar bepaalde zoönosen, incidenten maar ook daarbuiten. Bij de regionale met het RIVM en de veterinaire onderzoeksinstituten informatie en data uitwisselen met elkaar. Illustratief is bestrijding en preventie van zoönosen zijn dit de op onderdelen een obstakel was. Het delen van het NCOH, dat dient als een open innovatienetwerk met Regionaal Veterinair Consulenten en de Regionaal (privacygevoelige) onderzoeksgegevens was in deze het vermogen om gezamenlijk verantwoordelijkheid Arts Consulenten (respectievelijk RVC’ers en RAC’ers). Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 4 Detectie | 4.4 53 RVC’ers zijn toezichthoudende dierenartsen, opgeleid gezondheid, Wet dieren en/of de Algemene Verordening Dit wordt vastgelegd in praktische leidraden, die iedereen als specialisten diergezondheid in dienst van de NVWA. Gegevensbescherming (AVG) bij kunnen dragen aan in het veld kan gebruiken en die heldere informatie Samen met de RAC’ers (van RIVM-GGD) vormen zij de de verdere mogelijkheden voor het uitwisselen van bieden over welke monitorings- en surveillancegegevens achtervang in de regionale afstemming tussen de GGD gegevens vanuit de humane en veterinaire monitoring gedeeld kunnen worden. Deze informatie laat zien op en de NVWA en zorgen voor versterking van de regionale en surveillance. welk aggregatieniveau gegevens gedeeld kunnen worden, samenwerking op het vlak van zoönosen. daarbij onderverdeeld naar het doel van het delen van Pilot gegevensuitwisseling varkensinfluenzavirussen de gegevens. Versterking Voor de versterking van de gegevensuitwisseling Analyse huidige mogelijkheden gegevensuitwisseling is de inrichting van een veterinair-humaan Platform voor gegevensuitwisseling One Health zoönosen De gegevensuitwisseling tussen de veterinaire en monitoringssysteem voor varkensinfluenza voorzien. Het uiteindelijke doel van de verbetering van de humane onderzoeksinstituten op het gebied van Hiervoor wordt in 2022 een pilot gestart. Deze pilot monitorings- en surveillancegegevens is te komen tot zoönosen kan worden versterkt door uitwisseling van dient als voorbeeld hoe in de toekomst ook voor andere een geïntegreerd One Health platform voor gegevens- isolaten en sequenties en het delen van de resultaten pathogenen en andere dierpopulaties een dergelijk uitwisseling. Deze ambitie is stevig. Gezien de van de microbiologische laboratoria die de diagnostiek systeem kan worden opgezet. Zie ook in hoofdstuk complexiteit van deze opgave wordt dit stapsgewijs verzorgen in de veterinaire sector, de instituten die in de veehouderij, paragraaf 3.3 over de pilot influenzavirussen aangepakt zodat het platform in 2026 operationeel is. leefomgeving meten en de eerste-, tweede- en derdelijns in de varkenshouderij. Een aantal aspecten is van belang: geneeskunde. Het doel is om de gegevensuitwisseling • eigendomsrecht: welke data zijn van wie, en wie mag sneller, transparanter en meer geharmoniseerd te Leidraad voor gegevensuitwisseling daarover publiceren; laten verlopen. Afhankelijk van het doel voor het gebruik van de • interoperabiliteit: ICT-systemen moeten met elkaar gegevens (onderzoek, monitoring en surveillance of kunnen communiceren; Het RIVM brengt in kaart welke stromen van gegevens- bestrijding) is het nodig dat individuele data of meer • logistiek: monsterstromen moeten op elkaar uitwisseling nu al bestaan en voor welke zoönosen dit geaggregeerde data worden gedeeld. Het is daarom aansluiten; relevant is. Daarnaast wordt geïnventariseerd welke van belang om duidelijk te maken welk niveau van • privacy: welke data mogen voor welke doeleinden en juridische en andere belemmeringen voor een adequate gegevensdeling mogelijk en wenselijk is. Op dit met welke partijen gedeeld worden. gegevensuitwisseling humaan en veterinair er zijn en ten moment bestaat geen eenduidig beeld over de huidige slotte worden de functionele eisen opgesteld voor een mogelijkheden voor gegevensuitwisseling, wat kan leiden Om deze uitdagende opgave te kunnen realiseren is toekomstige systematiek voor gegevensuitwisseling. tot onduidelijkheid en verschillen in het omgaan met het nodig dat het RIVM de huidige situatie in beeld De uitkomst wordt een verbetervoorstel om te komen uitwisseling van gegevens door de betrokken partijen. brengt voor zoönosen waarvoor gegevensuitwisseling tot een vernieuwde One Health gegevensuitwisseling met de humane surveillance nodig is. Binnen de voor de surveillance van zoönosen. Met het oog op Bovengenoemde analyse van het RIVM van de huidige praktische, juridische en budgettaire kaders worden de de optimale werking van de gegevensuitwisseling mogelijkheden voor wat betreft gegevensuitwisseling mogelijkheden voor verbeterde gegevensuitwisseling wordt beoordeeld of aanpassingen in de Wet publieke biedt inzicht in de gegevens die gedeeld kunnen worden. voorgesteld. Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 4 Detectie | 4.4 54 Gegevensuitwisseling internationaal Verbeterde gegevensuitwisseling is een opgave die zowel op nationaal niveau als internationaal niveau op de agenda staat. In een recente studie van het Europees Parlement werd onder meer gewezen op lacunes in de monitoring van specifieke zoönosen, de interoperabiliteit (uitwisseling) van humane gezondheidsgegevens verzameld door het ECDC en diergezondheidsdata verzameld door de EFSA. Bij sectoren voor dierlijke en menselijke gezondheid ontbreekt het aan regelingen voor de uitwisseling van bijvoorbeeld biologische monsters en gegevens. Systemen voor vroegtijdige waarschuwingen en laboratoria kunnen onvoldoende met elkaar communiceren. Dit geldt ook voor het melden en uitwisselen van data voortgezet en zo mogelijk geïntensiveerd. Dit kan onder Er wordt dus niet alleen in Nederland, maar ook op van laboratoria in het buitenland. andere door dialoog via kennisnetwerken of inzet Europees niveau geconstateerd dat een versterking van moderne digitale middelen voor uitwisseling van van de gegevensuitwisseling van de veterinair- Ook wereldwijd ondersteunt Nederland in internationale informatie. Digitale middelen kunnen mogelijk barrières humane surveillance nodig is. Nederland zal zich afspraken het belang van snelle uitwisseling van monsters voor een dialoog tussen de professionals wegnemen. daarom actief inzetten op de versterking van de en sequenties. Zoals de International Health Regulations gegevensuitwisseling bij de relevante initiatieven in (IHR) of het pandemisch instrument, zie ook hoofdstuk 6 De regionale samenwerking tussen de RVC’ers van de EU. Monitoring en surveillance is een belangrijke (internationaal). de NVWA en RAC’ers die zowel bij de GGD-regio’s als pijler in het nationale zoönosenbeleid en daarom wil het RIVM werkzaam zijn, is cruciaal. Bij (opkomende) Nederland onder andere inzetten op het verbeteren Informatie- en kennisdeling veterinair - humaan signalen van zoönosen moeten zij elkaar snel weten te en beter op elkaar laten aansluiten van Europese Huisartsen, GGD’en en dierenartsen moeten met elkaar vinden en weten welke acties nodig zijn. Binnen een monitoring en systemen voor vroegtijdige waarschuwing, in gesprek blijven over mogelijke zoönotische risico’s, breder traject in opdracht van het ministerie van VWS referentielaboratoriumnetwerken en samenwerking op zodat bij opkomende signalen snel en efficiënt de wordt deze werkwijze en samenwerking onder de loep de risicobeoordeling van zoönosen23. informatie kan worden afgestemd. Vanuit de ministeries genomen. Het RIVM heeft de opdracht gekregen een plan van VWS en LNV wordt dit gesprek ook in de komende voor regionale versterking te maken waarbinnen ook de 23 jaren gestimuleerd. Aangezien GGD’en hierin een goede rol en samenwerking van de RAC’ers en RVC’ers wordt Zie ook: European Parliament, The relation between different zoonotic pandemics and the livestock sector, Luxemburg, November 2021pp. intermediair zijn, wordt in overleg met de GGD’en meegenomen. 61-64. bekeken op welke wijze dit in de komende tijd wordt Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 4 Detectie | 4.4 55 Actie 36: Analyse huidige mogelijkheden gegevensuitwisseling Actie Omschrijving Wanneer

  94. 36.1 Analyse huidige mogelijkheden voor gegevens- Het RIVM brengt in kaart welke stromen van gegevensuitwisseling nu al bestaan en voor welke 2022 en 2023 uitwisseling leefomgeving-veterinair-humaan zoönosen dit relevant is, welke (juridische) aspecten de gegevensuitwisseling nog belemmeren en wat de functionele eisen zijn voor een toekomstige systematiek voor gegevensuitwisseling. Actie 37: Pilot gegevensuitwisseling varkensinfluenzavirussen Actie Omschrijving Wanneer

  95. 37.1 Pilot monitoring en gegevensuitwisseling Voor de versterking van de gegevensuitwisseling is de inrichting van een veterinair- 2022 en 2023 varkensinfluenzavirussen humaan monitoringssysteem voor varkensinfluenza voorzien. Voor de versterking van de gegevensuitwisseling wordt in 2022 een pilot gestart voor een veterinair-humaan monitoringssysteem voor varkensinfluenza. Actie 38: Leidraad voor gegevensuitwisseling Actie Omschrijving Wanneer

  96. 38.1 Leidraad voor gegevensuitwisseling Op basis van bovengenoemd advies en uitkomsten van de pilot gegevensuitwisseling 2024 en 2025 leefomgeving-veterinair-humaan ‘varkensinfluenzavirussen’ wordt een leidraad voor gegevensuitwisseling leefomgeving-veterinair- humaan opgesteld. Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 4 Detectie | 4.4 56 Actie 39: Platform gegevensuitwisseling One Health zoönosen Actie Omschrijving Wanneer

  97. 39.1 Uitwerking platform gegevensuitwisseling One Het RIVM werkt in samenspraak met andere betrokken partijen vanuit de One Health aan een aanpak 2024 en verder Health voor zoönosen voor gegevensuitwisseling en brengt dit in de praktijk. Actie 40: Gegevensuitwisseling internationaal Actie Omschrijving Wanneer

  98. 40.1 Versterking van gegevensuitwisseling One Health Nederland zet zich in op de versterking van de gegevensuitwisseling bij de relevante initiatieven in de 2022 en verder op internationaal niveau EU en wereldwijd. Actie 41: Informatie- en kennisdeling veterinair - humaan Actie Omschrijving Wanneer

  99. 41.1 Kennisnetwerken veterinair-humaan Het ministerie van VWS stimuleert in samenspraak met betrokken partijen de samenwerking tussen 2022 en verder dierenartsen, huisartsen en GGD’en, onder andere door dialoog via kennisnetwerken en inzet van moderne digitale middelen voor uitwisseling van informatie.

  100. 41.2 Regionale samenwerking op zoönosen Binnen het project ‘versterking regionale functie’ van het RIVM wordt gekeken naar de samenwerking 2023 en verder van de RAC’ers en RVC’ers op zoönosen. Uitkomst van dit project kan leiden tot voorstellen voor aanpassing en versterking van deze samenwerking. Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 5 Respons | 5.1 57 5 5.1 Inleiding Dit deel van het actieplan gaat over de respons op zoönotische uitbraken. Er wordt ingegaan op de bestaande responsstructuren en de verbeteringen die daarin mogelijk zijn met betrekking tot het aanpakken van uitbraken met een zoönotisch risico. Binnen deze responsstructuren moeten de betrokken mensen elkaar snel weten te vinden. Respons Regelmatig oefenen hoort bij een goed werkende responsstructuur. Bij de besluitvorming over maatregelen is het belangrijk nationale en internationale stakeholders altijd goed te informeren en betrekken. Achtereenvolgens komen aan de orde: dierziektebestrijding, zoönosen in dieren en vectoren en daarna respons in de humane gezondheidszorg. Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 5 Respons | 5.2 58 5.2 waaronder zoönosen. Ook bij de NVWA wordt door de Respons bij dierziekten verschillende betrokken onderdelen (bijvoorbeeld het Voor een aantal specifieke CMV of het NVWA Incident en Crisiscentrum (NVIC)) en vectoren gewerkt aan de hand van uitvoeringsdraaiboeken op het dierziekten geldt een terrein van diergezondheid. Europese bestrijdingsplicht Huidige activiteiten Daarnaast werkt het ministerie van LNV met Inleiding departementale beleidsdraaiboeken voor verschillende Een uitbraak van een besmettelijke dierziekte in de dierziekten en een generiek dierziektedraaiboek veehouderij kan ernstige gevolgen hebben voor de dat meer algemeen ingaat op de crisisorganisatie, dieren, de dierhouder, de diersector en als het een crisiscommunicatie en de verschillende Europese en zoönose betreft ook voor de volksgezondheid. Voor nationale maatregelen. Ook is er een gezamenlijk een aantal specifieke dierziekten geldt een Europese beleidsdraaiboek van VWS en LNV dat specifiek gericht de situatie te beoordelen en monsters te nemen bestrijdingsplicht (bijvoorbeeld mond-en-klauwzeer). is op een uitbraak van een zoönose. Hierin wordt voor laboratoriumonderzoek. Zodra de door het Tegen introductie van pathogenen uit deze categorie aandacht besteed aan de interdepartementale specialistenteam genomen monsters positief getest worden veel preventieve maatregelen genomen. samenwerking tussen het ministerie van VWS en het worden op een bestrijdingsplichtige ziekte, worden Desondanks is er altijd een kans dat bedrijven worden ministerie van LNV24. benodigde maatregelen genomen. Als een dierziekte een getroffen door een dergelijke dierziekte. Naast deze zoönotisch aspect heeft, worden de betreffende humane zogenaamde categorie A-ziekten zijn er ook nog categorie Melding partijen betrokken. B-ziekten zoals rabiës en rundertuberculose die moeten De vaststelling van een bestrijdingsplichtige dierziekte worden bestreden. Na een uitbraak wordt standaard de begint in veel gevallen bij een melding van een Opleiden, trainen en oefenen werkwijze geëvalueerd. dierhouder, dierenarts of een laboratorium. Zij zijn Medewerkers bij overheidsorganisaties en private verplicht een melding te doen zodra zij weten of partijen die worden ingezet bij een dierziektecrisis Draaiboeken een vermoeden hebben van de aanwezigheid van krijgen regelmatig opleiding, training en oefeningen De verschillende instanties die betrokken zijn bij de een dergelijke dierziekte. De melding wordt gedaan aangeboden. Zo zijn er trainingsprogramma’s bij de zoönosenstructuur werken met draaiboeken. Hierin staan aan het NVIC. Zodra een melding binnenkomt, NVWA voor de dierziektedeskundigen, de frontteams verantwoordelijkheden, inzet en informatie-uitwisseling onderzoekt het NVIC de betreffende melding en zet van de NVWA en de afdelingshoofden van het Regionaal bij een mogelijke uitbraak beschreven. Op de website het eventueel een specialistenteam25 in om ter plaatse Crisiscentrum van de NVWA. Deze programma’s van het RIVM (generiek draaiboek, richtlijnen van het omvatten training in klinische diagnose, epidemiologisch Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding (LCI- 24 onderzoek (tracering en bewaking) en procedures voor Dit draaiboek is hier te vinden richtlijnen)) en de NVWA zijn diverse draaiboeken en 25 Dat is een team bestaande uit de praktiserend dierenarts, een verdachte en besmette locaties. Ook worden regelmatig richtlijnen beschikbaar over verschillende infectieziekten, dierenarts van GD en een dierenarts van NVWA. crisisoefeningen gehouden voor beleidsmedewerkers Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 5 Respons | 5.2 59 van de NVWA, LNV en VWS, mede op basis van de Exotische vectoren Draaiboek voor zoönosenscenario waarbij gezelschapsdieren voorschriften van de betreffende Europese wetgeving. Incidenteel komen exotische vectoren in Nederland een rol spelen binnen. Vestiging van deze vectoren, zoals de tijgermug, Gezelschapsdieren kunnen een rol spelen in de Doden en verwijderen van geïnfecteerde dieren moet zo lang mogelijk worden uitgesteld aangezien zij verspreiding van zoönosen, zoals bij psittacose. Op dit Het doden en opruimen van geïnfecteerde dieren kan potentieel een vectorgebonden infectieziekte kunnen moment kunnen deze bekende zoönosen meestal een ingrijpende, maar noodzakelijke maatregel zijn in het overdragen en een uitbraak kunnen veroorzaken. door weinig ingrijpende maatregelen, zoals vaccinatie kader van dierziektebestrijding. LNV en NVWA hebben Het beleid van het ministerie van VWS is gericht op en bioveiligheid, worden beheerst. In het geval van hiervoor contracten afgesloten met gespecialiseerde het uitroeien van deze vectoren. Op grond van de een onbekende zoönose, een snel verspreidende partijen die deze taken kunnen uitvoeren. Zo zijn er Wet publieke gezondheid is de minister van VWS zoönose, of een zoönose met ernstige gevolgen, kan afspraken met bedrijven die de materialen leveren om de verantwoordelijk voor de preventie en bestrijding van het treffen van (ingrijpende) maatregelen noodzakelijk ruiming uit te kunnen voeren en er zijn contracten met bepaalde exotische muggen. Als in de surveillance zijn. Zoals het isoleren of zelfs doden van geïnfecteerde Rendac om kadavers van besmette en geruimde bedrijven deze muggen worden aangetroffen, start de NVWA dieren. De eigenaren van deze dieren hebben vaak snel en veilig te verwerken. met de bestrijding. een emotionele band met hun dieren, wat het treffen van dergelijke maatregelen compliceert. Er moet In het geval van dode wilde dieren is in eerste Versterking rekening worden gehouden met een scenario waarbij instantie de rechthebbende of beheerder van de Versterken samenhang van de draaiboeken voor respons gezelschapsdieren een rol spelen bij een dergelijke grond verantwoordelijk voor het opruimen op zijn Er zijn veel verschillende draaiboeken bij alle partijen – uitbraak. Hiervoor wordt een apart draaiboek opgesteld. terrein. Het opruimen van de dode wilde dieren zowel op nationaal als regionaal niveau – die betrokken die geïnfecteerd zijn met een bestrijdingsplichtige zijn bij de respons op een uitbraak van een (zoönotische) Integrale One Health oefening dierziekte is, in aanvulling op de verantwoordelijkheid dierziekte. Deze draaiboeken sluiten niet altijd op een Medewerkers die betrokken zijn bij een crisis moeten van rechthebbenden of beheerders, ook een goede manier op elkaar aan, waardoor onduidelijkheid regelmatig oefenen, zodat zij elkaar snel weten te vinden verantwoordelijkheid van de overheid. De NVWA stelde kan ontstaan op het moment dat ze gebruikt worden. en kunnen handelen. Om een zoönotisch incident te een handleiding op voor het opruimen van dode wilde De draaiboeken van verschillende instanties moeten oefenen wordt met betrokken partijen een integrale vogels en zoogdieren met vogelgriep26 en een handreiking waar nodig duidelijk zijn over wanneer bepaalde One Health oefening gedaan. Het doel van de oefening over verantwoordelijkheden ten aanzien van het partijen worden betrokken en de daarbij horende rol- en is om ervoor te zorgen dat alle betrokken partijen, vanuit opruimen van dode vogels27. verantwoordelijkheidsverdeling. Om dit te bereiken zijn planvorming en draaiboeken, voldoende voorbereid zijn de zoönosendraaiboeken geanalyseerd om te bepalen op een uitbraak van een zoönose. Dit wordt gedaan door 26 Handleiding voor het opruimen van dood gevonden wilde (water) waar (regionale) draaiboeken wel, niet of onvoldoende een integrale oefening over de aanpak van zoönosen te vogels | Voorschrift | NVWA; Handleiding voor het opruimen van dood op elkaar aansluiten. Deze analyse wordt gebruikt bij het organiseren, waarbij LNV en VWS in de voorbereiding, gevonden wilde zoogdieren (vlees- en aaseter) verdacht van een aanpassen en het actualiseren van de draaiboeken om tot samen met alle betrokken partijen, de bestaande besmetting met hoog pathogene vogelgriep | Voorschrift | NVWA 27 Handreiking voor het opruimen van dode wilde vogels en de omgang een samenhangend stelsel te komen. planvorming en draaiboeken analyseren en doorgronden. met levende zieke vogels | Voorschrift | NVWA Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 5 Respons | 5.2 60 Dit geldt voor de ministeries en gelieerde instituten en Vooral vallen zijn niet altijd verkrijgbaar, er moet bekeken het westnijlvirus-onderzoekstraject (genoemd in voor de decentrale (uitvoerende) partijen zoals provincies, worden welke type vallen wenselijk zijn voor de bestrijding paragraaf 3.2) is een eerste verkenning van de huidige GGD’en en de veiligheidsregio’s. Het gaat nadrukkelijk om van vectoren. beperkingen van de bestrijdingsmogelijkheden van deze de samenwerking tussen alle partijen. Daarom wordt na vectorgebonden infectieziekte voorzien. Op basis van de grondige analyse en voorbereiding een mogelijke uitbraak Daarnaast moeten bestrijdingsstrategieën voor muggen verzamelde kennis stelt het CMV samen met het RIVM geoefend in een integrale One Health oefening met alle beter worden ingeregeld en moet er meer kennis komen een plan op voor de opschaling van de monitoring en het partijen. Op deze manier oefenen partijen de respons bij over de (grootschaligere) inzet van bestrijdingsmethoden, bestrijden van vectoren en brengt dit in de praktijk. uitbraken en weten zij elkaar snel te vinden in het geval biociden of andere alternatieven. Als onderdeel van van een werkelijke zoönotische uitbraak. Centrale handreiking voor dood gevonden wilde vogels en dieren Samen met provincie Friesland en andere decentrale overheden wordt gewerkt aan het ontwikkelen van een centrale handreiking ten aanzien van het opruimen van met vogelgriep besmette dode wilde vogels. De ervaringen van lokale overheden worden samen met bestaande protocollen in één document geïntegreerd, dat als handreiking kan dienen voor private partijen en lokale overheden. Ook de rol van jagers en andere partijen die een rol kunnen spelen wordt hierin onderzocht. Zodra deze handreiking gereed is, wordt, waar mogelijk, deze aanpak vertaald naar hoe met dod zoogdieren moet worden omgegaan in het geval van een uitbraak van een zoönotische infectieziekte. Opschaling bestrijdingsstrategie vectoren Als onderdeel van de paraatheid is het nodig dat wordt ingezet op onderzoek naar duurzame en (kosten) effectieve methoden voor de bestrijding van vectoren en vectorgebonden zoönosen. Het is bijvoorbeeld de vraag welke materialen nodig zijn voor de bestrijding van vectoren en hoe deze verkregen kunnen worden. Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 5 Respons | 5.2 61 Actie 42: Versterken samenhang van draaiboeken voor respons Actie Omschrijving Wanneer

  101. 42.1 Analyse responsdraaiboeken In opdracht van het ministerie van LNV en VWS worden de draaiboeken van instanties die zijn 2022 betrokken bij de aanpak en bestrijding van zoönosen geanalyseerd: analyse ‘witte vlekken’ en onderlinge afstemming tussen draaiboeken.

  102. 42.2 Verschillende draaiboeken die betrekking Na de analyse worden de draaiboeken van de verschillende organisaties die betrokken zijn bij de 2023 en 2024 hebben op de bestrijding van zoönosen aanpak van zoönotische infectieziekten waar nodig aangepast. aanpassen Actie 43: Draaiboek voor zoönosenscenario waarbij gezelschapsdieren een rol spelen Actie Omschrijving Wanneer

  103. 43.1 Draaiboek voor uitbraak zoönosenscenario met Er dient rekening gehouden te worden met een scenario waarbij gezelschapsdieren een rol spelen 2023 en 2024 betrokkenheid gezelschapsdieren bij een uitbraak van een zoönose. In het geval van een onbekende zoönose, een snel verspreidende zoönose, of een zoönose met ernstige gevolgen, kan het treffen van (ingrijpende) maatregelen noodzakelijk zijn. Zoals het isoleren of zelfs doden van geïnfecteerde dieren. De eigenaren van deze dieren hebben vaak een emotionele band met hun dieren, wat het treffen van dergelijke maatregelen compliceert. Voor deze situaties wordt een draaiboek opgesteld. Actie 44: Integrale One Health oefening Actie Omschrijving Wanneer

  104. 44.1 Oefenen van een mogelijke uitbraak in een Met deze oefening oefenen partijen uit de One Health domeinen de respons bij uitbraken en weten 2023 integrale One Health oefening zij elkaar ook snel te vinden in het geval van een zoönotische uitbraak. Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 5 Respons | 5.2 62 Actie 45: Centrale handreiking voor dood gevonden wilde vogels en dieren Actie Omschrijving Wanneer

  105. 45.1 Centrale handreiking voor vondst en insturen Een handreiking wordt opgesteld voor (de)centrale overheidsorganisaties waarin omschreven staat 2022 dode wilde vogels (vanwege mogelijke hoe met dode en/of gewonde wilde vogels moet worden omgegaan, en hoe deze eventueel kunnen vogelgriep) worden ingestuurd. Hiervoor worden bestaande protocollen geïntegreerd tot één document.

  106. 45.2 Uitbreiden handreiking over hoe dode Zodra de handreiking gereed is, wordt, waar mogelijk, deze aanpak uitgebreid naar situaties 2023 zoogdieren moeten worden behandeld waarin dode zoogdieren moeten worden opgeruimd in het geval van een uitbraak van een zoönotische infectieziekte. Actie 46: Opschaling bestrijdingsstrategie vectoren Actie Omschrijving Wanneer

  107. 46.1 Plan voor opschaling monitoring en bestrijding Het CMV stelt in samenwerking met het RIVM een plan op voor de opschaling van de monitoring 2023 en 2024 vectoren van vectoren, inclusief aangepaste bestrijdingsstrategieën.

  108. 46.2 Uitvoering opschaling monitoring en bestrijding Het CMV brengt het plan voor opschaling van de monitoring van de vectoren in de praktijk, 2024 en verder vectoren inclusief aangepaste bestrijdingsstrategieën. Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 5 Respons | 5.3 63

  109. 5.3 Richtlijnen voor de preventie en bestrijding van infectieziekten/ Versterking zoönosen Landelijk crisisplan infectieziektebestrijding Respons in humane Binnen het RIVM ontwikkelt de LCI samen met De coronapandemie heeft geleid tot leerpunten. gezondheidszorg deskundigen op het gebied van infectieziektebestrijding Onder andere is dit aanleiding om een nieuw landelijk richtlijnen voor de preventie en bestrijding van crisisplan infectieziektebestrijding op te stellen. In dit infectieziekten (waaronder zoönosen). Het vaststellen crisisplan wordt voortgebouwd op het al bestaande Huidige activiteiten van een infectieziekte (en dat kan een zoönose zijn) draaiboek infectieziektebestrijding en worden alle Inleiding betekent altijd dat er ergens een bron is, waaraan geleerde lessen van de coronapandemie benut. In het humane domein wordt de bestrijding van mogelijk meerdere mensen zijn blootgesteld en soms Hierbij worden ook de ervaringen meegenomen vanuit zoönosen gedaan door GGD’en, het RIVM en het dat de ziekte ook weer verspreiding naar anderen de bestrijding van de nertsen met SARS-CoV-2. ministerie van VWS. In draaiboeken en richtlijnen zijn veroorzaakt. Richtlijnen helpen om snel een zinvolle In 2022 starten het ministerie van VWS en het afspraken vastgelegd hoe te handelen bij uitbraken van actie te ondernemen. De richtlijnen zijn bedoeld als ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) samen met infectieziekten. Hierin is ook de link vastgelegd tussen ondersteuning voor onder andere de dagelijkse GGD- de veiligheidsregio’s, de departementen en andere verantwoordelijke partijen in het veterinaire domein, praktijk. In een richtlijn staan alle aspecten van de betrokken crisispartners met de ontwikkeling van het de leefomgeving en de humane expertise. De experts bestrijding van een infectieziekte beschreven, zoals Landelijk Crisisplan Infectieziektebestrijding (LCP-I) ter vanuit deze werkvelden moeten elkaar immers weten te epidemiologie, onderzoek, preventie en bestrijding. vervanging van het nationale plan uit 2014. Hierin wordt vinden en weten wat zij moeten doen in het geval van LCI-richtlijnen geven per infectieziekte een systematisch ook de bestrijding van zoönosen opgenomen. een uitbraak van zoönotische aard. overzicht van: Daarnaast zal het RIVM, als onderdeel van hun plan voor • de meest recente kennis over de infectieziekte regionale versterking, het generieke draaiboek herzien. Draaiboeken infectieziektebestrijding (zoönose); Het ministerie van VWS werkt met een beleidsdraaiboek • landelijke afspraken over de aanpak van de Update van LCI-richtlijnen infectieziekten. Daarnaast is er het gezamenlijke bestrijding; Het RIVM werkt periodiek de LCI-richtlijnen bij. draaiboek met LNV als het gaat om de uitbraak van • de rol van de GGD en andere professionals betrokken In de komende jaren worden de LCI-richtlijnen een zoönose (zie paragraaf 5.2). Verder is in 2014 een bij de bestrijding. Met name gegevens voor de over zoönosen opnieuw beoordeeld en in nationaal plan infectieziekten opgesteld. Voor de bestrijding van een bepaalde infectieziekte in de afstemming met de andere instanties vanuit het GGD’en en het RIVM is het generiek draaiboek van LCI- Nederlandse situatie zijn van belang. De richtlijn veterinaire domein en de leefomgeving (onder RIVM van belang als het gaat om grotere uitbraken van moet toepasbaar zijn in de dagelijkse praktijk van andere GD, WBVR en NVWA) geactualiseerd. infectieziekten. Hierin is ook aandacht voor zoönosen. de professional. Om goed voorbereid te zijn moeten draaiboeken worden bijgehouden en is het regelmatig oefenen cruciaal. Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 5 Respons | 5.3 64 Actie 47: Landelijk crisisplan infectieziektebestrijding Actie Omschrijving Wanneer

  110. 47.1 Landelijk crisisplan infectieziektebestrijding Het ministerie van VWS werkt aan een landelijk crisisplan infectieziekten, het onderdeel zoönosen 2022 en verder wordt opgenomen. Actie 48: Update van LCI-richtlijnen Actie Omschrijving Wanneer

  111. 48.1 Aanpassen LCI-richtlijnen over zoönosen In samenwerking met de andere instanties vanuit het veterinaire domein en de leefomgeving worden 2023 en verder de LCI-richtlijnen over zoönosen geactualiseerd. Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 6 Internationaal 65 6 Inleiding Experts wijzen erop dat de kans het grootst is dat een volgende zoönotische uitbraak met pandemisch potentieel in het buitenland begint en adviseren aan te sluiten bij internationale inspanningen op het gebied van de One Health aanpak van zoönosen. Nederland ondersteunt dit en sluit daarom aan bij de Europese initiatieven en de internationale initiatieven van de Quadripartite (samenwerkingsverband tussen de WHO, FAO, UNEP en WOAH)28 die Internationaal op mondiaal niveau het voorkómen en verspreiden van zoönosen nastreven. Ook in de internationale inzet is aandacht voor preventie, detectie en respons essentieel. De internationale inzet op zoönosen is een doorsnijdend thema in dit actieplan. Uitgangspunten daarbij zijn het intensiveren van de internationale samenwerking en het versterken van de bilaterale en multilaterale relaties. Op de internationale agenda van het Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid staat een groot aantal inhoudelijke thema’s van de drie prioritaire lijnen uit voorgaande hoofdstukken over preventie, detectie en respons. In de voorgaande hoofdstukken zijn deze thema’s en de internationale inzet op deze thema’s behandeld. In dit hoofdstuk komt aan de orde: de Nederlandse prioriteiten op internationaal gebied en de Nederlandse inzet bij de internationale ontwikkelingen en samenwerking. 28 Memorandum of Understanding between FAO and OIE and WHO and UNEP regarding cooperation to combat health risks at the animal-human- ecosystems interface in the context of the "One Health" approach and including antimicrobial resistance Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 6 Internationaal 66 Huidige activiteiten • Uitvoering VN-biodiversiteitsverdrag en post-2020 Nederland stelt zich proactief op bij diverse mondiale Ook internationaal wordt gestreefd naar samenwerking en Global Biodiversity Framework (paragraaf 3.2); ontwikkelingen. De ervaringen die zijn opgedaan in de het delen van kennis op het gebied van zoönosen vanuit • Uitdragen werkwijze zoönosenstructuur huidige pandemie worden gedeeld, zodat landen beter de leefomgeving, veterinair en humaan. Nederland richt (paragraaf 4.2); zijn voorbereid en van elkaar kunnen leren. zich internationaal op het uitdragen van specifieke • Benadrukken van de meerwaarde van nationale ervaring en kennis die is opgedaan met de One Health actieplannen rondom zoönosen, zodat ook andere De komende twee tot drie jaar zijn er twee grote en aanpak, zoals het werken in een zoönosenstructuur. (EU-)landen investeren in de preventie, detectie belangrijke initiatieven op het niveau van de WHO Daarbij wordt het belang aangegeven van zoönosen- en respons van zoönosen, mogelijk eveneens waar Nederland nauw bij is betrokken. Daarbij gaat beleid en gegevensuitwisseling over zoönosen. via een nationaal actieplan en toepassing van het om het mogelijk aanpassen en versterken van Op relevante internationale fora wordt deze expertise en een signalerings- en responsstructuur zoals de de IHR uit 2005. Daarnaast wordt gewerkt aan een ervaring gedeeld en wordt samengewerkt. Vice versa leert Nederlandse zoönosenstructuur (paragraaf 4.2); nieuw WHO pandemisch instrument, waarin afspraken Nederland van de ervaring en kennis van andere landen. • Inzet in de EU op vaccinatie van pluimvee tegen worden gemaakt over de mondiale surveillance, vogelgriep (paragraaf 3.3); signalering en informatie-uitwisseling bij ernstige In 2021 hebben WHO, FAO, UNEP en WOAH gezamenlijk • Inzet in de EU op het verminderen van lange gezondheidsbedreigingen (waaronder zoönosen). een One Health High Level Expert Panel (OHHLEP) afstandstransporten van landbouwhuisdieren Nederland is betrokken bij de voorbereidingen voor dit gelanceerd. Dit panel adviseert deze organisaties over de (paragraaf 3.3); pandemisch instrument, onder andere als co-voorzitter ontwikkeling van een lange termijnplan om wereldwijd • Internationale aandacht voor zoönosenrisico’s die van de hiervoor opgerichte International Negotiation de opkomst en verspreiding van zoönotische uitbraken gepaard gaan met de handel in levende (wilde) dieren Body (INB). te voorkomen. en bushmeat (paragraaf 3.4); • Internationaal agenderen van risico’s ‘wet markets’ De Quadripartite (WHO, FAO, UNEP en WOAH) werkt Versterking (paragraaf 3.4); aan een One Health Joint Plan of Action voor de periode Internationale prioriteiten voor versterken zoönosenbeleid • Internationaal agenderen van het belang van 2022-2026. De vier organisaties werken samen om Voor het versterken van het zoönosenbeleid wordt bioveiligheid (paragraaf 3.3 en 3.4); landen te helpen One Health beleid te implementeren. internationaal focus gelegd op een aantal onderwerpen, • Ondersteuning om te komen tot een Europese Zoönosen is een thema binnen dit plan. Nederland zoals in voorgaande hoofdstukken besproken. huis- en hobbydierenlijst van gezelschapsdieren ondersteunt het initiatief en de verdere uitwerking en Belangrijke speerpunten zijn onder meer: (paragraaf 3.4); benadrukt de meerwaarde van nationale actieplannen • Internationale inzet op klimaat, mede ten behoeve • Inzet in de EU op versterking van de voor zoönosenbeleid. van het verminderen van zoönosenrisico’s gecoördineerde surveillance van de lidstaten voor (paragraaf 3.2); grensoverschrijdende pathogenen en de uitwisseling Inzet Nederlandse expertise • Wereldwijde inzet op het stoppen van ontbossing, van deze gegevens (paragraaf 4.4). De inzet op zoönosen sluit aan bij de internationale mede ten behoeve van het verminderen van ontwikkelingen op het gebied van pandemische zoönosenrisico’s (paragraaf 3.2); paraatheid en One Health, zoals de initiatieven van de Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 6 Internationaal 67 EC, de WHO en andere VN-organisaties en internationale Nederland een bijzondere relatie heeft. Dit zijn ondersteuning voor een dialoog, voor de afstemming bij organisaties. Door de internationale samenwerking te bijvoorbeeld landen met wie Nederland een economische, overleggen over zoönosen bij intergouvernementele fora intensiveren en bilaterale relaties te onderhouden wordt geopolitieke of historische band heeft of de landen met of voor de praktische implementatie van gezamenlijke aangesloten bij de internationale ontwikkelingen op het wie Nederland een Memorandum of Understanding projecten. Speciale aandacht wordt gegeven aan landen gebied van zoönosen. Daarbij brengt Nederland haar (MoU) op het gebied van gezondheid, landbouw of waar opkomende zoönosenrisico’s aandacht behoeven, expertise actief in en kan zij leren van andere landen en milieu heeft afgesloten. De MoUs bieden praktische zoals India, China of Indonesië. instanties. Nederland stelt expertise beschikbaar via deelname aan Europese en internationale netwerken en werkgroepen. Met detacheringen bij relevante EU- instellingen en internationale organisaties (bijvoorbeeld de Quadripartite) kan Nederland direct bijdragen aan het versterken van diverse Europese en internationale trajecten op het gebied van One Health en zoönosen. Daarnaast kan dit bijdragen aan het internationaal versterken van de (veterinaire) infrastructuur en het effectief bestrijden van uitbraken wereldwijd. Multilaterale en bilaterale samenwerking Nederland neemt deel aan multilaterale initiatieven en netwerken zoals de Global Health Security Agenda (GHSA). Dit is een internationaal initiatief van meer dan zeventig landen, internationale organisaties en private partijen, met als doel het voorkomen, detecteren en bestrijden van infectieziekten, met name zoönosen. De GHSA faciliteert internationale samenwerking en het delen van best practices, en kennis en expertise en op internationaal vlak. Bilaterale samenwerking wordt verkend door de samenwerking aan te gaan met landen met wie Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 6 Internationaal 68 Actie 49: Internationale prioriteiten voor versterken zoönosenbeleid Actie Omschrijving Wanneer

  112. 49.1 Internationale prioriteiten zoönosen, ten Onderwerpen en posities van de internationale prioriteiten worden ingebracht in EU- en 2022 en verder behoeve van Europese en mondiale overleggen mondiale overleggen: • Internationale inzet op klimaat, mede ten behoeve van het verminderen van zoönosenrisico’s; • Wereldwijde inzet op het stoppen van ontbossing, mede ten behoeve van het verminderen van zoönosenrisico’s; • Uitvoering VN-biodiversiteitsverdrag en post-2020 Global Biodiversity Framework; • Uitdragen werkwijze zoönosenstructuur; • Benadrukken van de meerwaarde van nationale actieplannen rondom zoönosen, zodat ook andere (EU-)landen investeren in de preventie, detectie en respons van zoönosen, mogelijk eveneens via een nationaal actieplan en toepassing van een signalerings- en responsstructuur zoals de Nederlandse zoönosenstructuur; • Inzet in de EU op vaccinatie van pluimvee tegen vogelgriep; • Inzet in de EU op het verminderen van lange afstandstransporten van landbouwhuisdieren; • Internationale aandacht voor zoönosenrisico’s die gepaard gaan met de handel in levende (wilde) dieren en bushmeat; • Internationaal agenderen van risico’s ‘wet markets’; • Internationaal agenderen van het belang van bioveiligheid; • Ondersteuning om te komen tot een Europese huis- en hobbydierenlijst van gezelschapsdieren; • Inzet in de EU op versterking van de gecoördineerde surveillance van de lidstaten voor grensoverschrijdende pathogenen en de uitwisseling van deze gegevens.

  113. 49.2 Zoönosen in het mondiale pandemische Nederland zet zich bij de aanpassing van de International Health Regulations en bij de 2022, 2023 instrument en IHR totstandkoming van een pandemisch instrument ervoor in dat zoönosen hoger op de en 2024 internationale politieke agenda komen te staan

  114. 49.3 One Health Joint Plan of Action. Nederland Nederland is actief betrokken bij de totstandkoming en uitvoering van dit initiatief van de 2022 en verder ondersteunt dit initiatief van de Quadripartite Quadripartite. Nederlandse expertise wordt ingezet door deelname aan netwerken en expertgroepen bij de Quadripartite-organisaties. Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 6 Internationaal 69 Actie 50: Inzet Nederlandse expertise Actie Omschrijving Wanneer

  115. 50.1 Nederlandse inzet bij EU-instellingen, waaronder Actieve en gecoördineerde inzet van Nederland bij EU-overlegstructuren, netwerken, expertgroepen 2022 en verder via detacheringen en initiatieven, in bestaande en nieuwe samenwerkingsverbanden. Inzet van Nederlandse experts via detacheringen bij EU-instellingen op het gebied van zoönosen, bijvoorbeeld vogelgriepvaccinatie.

  116. 50.2 Nederlandse inzet mondiaal, waaronder Inbreng van Nederlandse expertise bij overlegstructuren, netwerken, expertgroepen en 2022 en verder via detacheringen detacheringen bij internationale organisaties, zoals de WHO, FAO, UNEP en WOAH. Actie 51: Multilaterale en bilaterale samenwerking Actie Omschrijving Wanneer

  117. 51.1 Multilaterale samenwerking Nederland neemt deel aan multilaterale fora en activiteiten. Bijvoorbeeld de Global Health Security 2022, 2023 Agenda, een internationaal initiatief van zeventig landen. en 2024

  118. 51.2 Bilaterale samenwerking De ministeries van LNV en VWS verkennen de samenwerkingsverbanden op het gebied van 2022 en verder zoönosen met andere landen in de wereld en maken strategische keuzes voor het versterken van de samenwerking met bepaalde landen. Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 7 Onderzoek 70 7 Onderzoek Inleiding Onderzoek is eveneens een doorsnijdend thema in het actieplan. De ontwikkeling van kennis over zoönosen, transmissieroutes en toepasbare diagnostiek draagt bij aan het tijdig signaleren van zoönosen om zo nodig te kunnen ingrijpen. De ontwikkeling van Nederlandse (academische) kennis wordt gestimuleerd door investering in onderzoeksprogramma’s en onderzoeksprojecten. Deze kennis is toepasbaar voor het internationale en nationale zoönosenbeleid. Nederland heeft veel ervaring met de aanpak van zoönosen en wil deze kennis ook internationaal delen via internationale kennisprogramma’s en via deze programma’s samenwerken met de onderzoeksinstituten in andere landen. De kennisagenda in dit hoofdstuk sluit aan bij de inhoudelijke thema’s in eerdere hoofdstukken. Op diverse plekken in het actieplan zijn onderzoeken genoemd met directe toepassing voor de betreffende acties. Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 7 Onderzoek 71 Huidige activiteiten Er worden door ZonMw verschillende programma’s doel om de One Health netwerkfunctie te bestendigen in Nationaal voor (wetenschappelijk) onderzoek op het gebied van Europa. Het is een netwerk van publieke en academische In Nederland wordt het (wetenschappelijk) onderzoek volksgezondheid geprogrammeerd. ZonMw heeft instellingen, dat zich richt op het bestrijden van zoönosen op het gebied van zoönosen met name gedaan door onderzoeksprogramma’s lopen op het gebied van en AMR met een One Health benadering. het RIVM, UU, GD, Erasmus MC, Amsterdam UMC, infectieziektebestrijding (IZB), Klimaat en Gezondheid, Leiden UMC en WUR. Het NCOH brengt verschillende antimicrobiële resistentie (AMR) en COVID-19. Het IZB- Het ministerie van LNV financiert mede het Europees academische centra in Nederland bij elkaar om One onderzoeksprogramma heeft een One Health benadering. onderzoeksnetwerk International Coördination of Health uitdagingen aan te pakken. Daarnaast zijn Onderzoek op het gebied van zoönosen valt ook onder de Research on Infectious Animal Diseases (ERAnet ICRAD) er nog veel meer partijen, zoals bijvoorbeeld de reikwijdte van dit programma. in het kader van Horizon 2020. In de tweede oproep hogere agrarische scholen die zich bezighouden met waarvan de voorstellen in 2022 worden beoordeeld, kennisontwikkeling en toegepast onderzoek op het Internationaal wordt gestreefd naar multidisciplinair onderzoek en gebied van zoönosen. Doordat veel partijen actief zijn in Internationaal wordt in de samenwerking met andere innovatie met een One Health benadering om zoönosen dit onderzoeksveld, is het van belang versnippering van onderzoeksinstituten het belang van een goede beter te begrijpen door focus op de interactie tussen dit onderzoek zoveel mogelijk te voorkomen en ervoor monitoring, surveillance en een effectieve uitwisseling leefomgeving, dier en mens. te zorgen dat partijen goed samenwerken, al dan niet van gegevens vanuit de veterinaire en humane via samenhangende onderzoeksprogramma’s waarin de signalering onderschreven, uitgedragen en waar relevant Kennisontwikkeling expertise van de onderzoeksinstituten gebundeld kan gestreefd naar harmonisatie van aanpak en methoden. Het huidige wetenschappelijk onderzoek door boven- worden. Nederland is betrokken bij een groot aantal Europese en genoemde instituten richt zich op diverse aspecten mondiale onderzoeksinitiatieven en partnerschappen. van One Health. Actuele onderzoeksthema’s zijn onder In Nederland vindt veel onderzoek plaats naar zoönosen Al jaren wordt door de instituten in Nederland intensief andere: biodiversiteit en klimaatverandering (waarin in gehouden dieren. Dit onderzoek wordt onder andere samengewerkt vanuit de One Health benadering, ook de relatie tot dierziekten, inclusief zoönosen, wordt uitgevoerd door de WUR, zoals via de Wettelijke bijvoorbeeld binnen het NCOH. Nederland draagt bestudeerd), effectieve interventies om overdracht Onderzoekstaken besmettelijke dierziekten (WOT BD29), de samenwerking binnen de zoönosenstructuur uit, en verspreiding van zoönosen van dier naar mens te maar ook bij andere universitaire instituten zoals bijvoorbeeld binnen Europese samenwerkingsverbanden voorkomen, en transmissiemodellering en ontwikkeling Erasmus MC, UU, het RIVM en de GD. zoals het EJP-OH. Het EJP-OH, met deelname van het van moleculaire technieken zoals Whole Genome Hierdoor wordt veel kennis gegenereerd over RIVM en WBVR, loopt in 2022 af. Sequencing (WGS) (waardoor het via typering van de bijvoorbeeld de aanwezigheid en preventie van ziekteverwekkers mogelijk is om transmissieroutes beter transmissie van ziekteverwekkers. De MedVetNet association, bestaande uit 21 volks- te kunnen vaststellen). Bij een aantal instituten wordt gezondheids- en veterinaire instituten in veertien daarnaast microbiologisch en epidemiologisch onderzoek 29 www.wur.nl/nl/onderzoek-resultaten/wettelijke-onderzoekstaken.htm EU-landen, waaronder het RIVM en WBVR, heeft als gedaan naar verschillende micro-organismen. Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 7 Onderzoek 72 Versterking • De impact van klimaat- en landschapsverandering en Meerjarige onderzoeksprogramma’s ZonMw en ERRAZE Kennisthema’s ten behoeve van versterken van het zoönosenbeleid andere menselijke activiteiten op zoönosenrisico’s In de komende jaren investeert het kabinet vanuit een Het opzetten en toepasbaar maken van (wetenschappelijk) (met name via vectoroverdraagbare risico’s); deel van de beschikbare middelen voor pandemische onderzoek vanuit het One Health gedachtegoed draagt • Diagnostiekontwikkeling van zoönosen ten behoeve paraatheid in meerjarige onderzoeksprogramma’s over bij aan het versterken van het zoönosenbeleid. Het is van van monitoring en surveillance, zoals de verdere zoönosen. In het meerjarige onderzoeksprogramma belang dat in onderzoek ook de socio-economische en ontwikkeling van WGS, en methodiekontwikkeling om dat wordt geprogrammeerd door ZonMw is aandacht culturele afwegingen bij de One Health aanpak goed wor- diverse metingen in milieu en dierlijke (rest)producten voor diverse aspecten van de One Health aanpak. In den meegenomen. Onderzoeken die worden uitgevoerd (zoals rioolwater, melk, stof, mest, tankmelk) om het programma is ruimte voor onderzoek naar de moeten aansluiten bij beleid en uitvoering, zodat op basis te zetten in monitoring en early-warning systemen effecten van het milieu en klimaat op de verspreiding van onderzoek maatregelen kunnen worden genomen van zoönosen; van zoönotische infectieziekten via lucht, bodem, water, of acties in gang gezet kunnen worden. Hiervoor is het • Ontwikkeling van innovatieve surveillance methoden, vectoren en (wilde) dieren. Het effect van maatregelen is belangrijk dat opdrachtgevers en onderzoekspartners zoals het gebruik van citizen science, sociale media; bijvoorbeeld gericht op een verbetering van het milieu. (academische centra en veldpartijen) in een vroeg stadium • Zoönosenrisicocommunicatie; ontwikkeling Er wordt onderzoek gedaan naar de transmissie van wensen en ideeën met elkaar delen. Daarnaast kan onder- van effectieve strategieën om met verschillende zoönotische ziekteverwekkers in de omgeving. zoek bijdragen aan het versterken van het internationale groepen burgers in dialoog te gaan en optimale Om de kennis en expertise over pandemische zoönosenbeleid door de kennis uit de onderzoeken informatievoorziening te garanderen. Het gaat paraatheid te versterken wordt een deel van het internationaal te delen en door (actieve) Nederlandse dan over het identificeren en uitwerken van de wetenschappelijk onderzoek geprogrammeerd bij het deelname aan internationale onderzoeksinitiatieven. instrumenten die het meest bruikbaar zijn voor onderzoeksprogramma Pandemische paraatheid van risicocommunicatie (zoals educatie, platforms, games, ZonMw. Een deel van het onderzoek zal specifiek gericht Experts adviseren op diverse thema’s in te zetten op beslisondersteuning, experimenten); zijn op onderzoek naar zoönosen. De ontwikkelde kennis het vergroten van de (wetenschappelijke) kennis. In de • Inventarisatie van zoönosenrisico’s in de veehouderij; wordt gebruikt ter onderbouwing van maatregelen en komende periode worden keuzes gemaakt voor de • Veterinaire vaccinontwikkeling tegen (zoönotische) beleid rondom het voorkómen, opsporen en bestrijden investering in onderzoek dat aansluit op de vragen vanuit infectieziekten; van zoönosen. Het programma richt zich op toekomstige het zoönosenbeleid. Op basis van prioriteitstelling vanuit • Internationaal onderzoek naar populaties van wilde pandemieën van bekende en onbekende pathogenen. diverse onderzoeksprogramma’s kunnen de volgende dieren, de ziekteverwekkers die zij bij zich dragen en relevante onderzoeksthema’s worden onderzocht: de transmissie in ecologische netwerken (al dan niet In het onderzoeks- en investeringsprogramma ERRAZE@ • Preventieve maatregelen om te voorkomen dat via vectoren); WUR werken onderzoekers vanuit diverse disciplines zoönosen in Nederland en in het buitenland ontstaan; • Het ontwikkelen van modellen van risico’s bij mens samen aan het wetenschappelijke fundament dat • Effectieve en maatschappelijk aanvaarde en dier waarmee het opkomen en verspreiden van nodig is om toekomstige pandemieën zo veel mogelijk interventiestrategieën binnen het gehele terrein zoönosen voorspeld kan worden; te voorkomen en de impact ervan te beperken. In het van One Health om verspreiding van zoönosen • Versterken van surveillance en onderzoek op zoönosen programma wordt de interdisciplinaire One Health te voorkomen; die op dit moment het grootste risico vormen. samenwerking binnen de WUR én met externe partijen Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 7 Onderzoek 73 gestimuleerd. Een belangrijk doel is het (verder) Internationale consortia en partnerschappen die de basis wordt voor het toekomstig partnerschap ontwikkelen van direct toepasbare kennis en (beleids) Nederlandse onderzoeksinstituten nemen deel aan pandemic preparedness. Hierin is One Health een gereedschappen die concrete aangrijpingspunten en diverse Europese en wereldwijde initiatieven en dwarsdoorsnijdend thema. De inzet is dat Nederland een onderbouwing geven voor beleid. partnerschappen. Het is belangrijk dat Nederland actieve rol gaat spelen in het partnerschap. Voorts is ook haar kennis over zoönosen deelt en leert van een partnerschap in oprichting betreffende One Health en onderzoekspartners in andere landen. De deelname aan AMR waarin onder andere ingegaan wordt op beperking het ERAnet ICRAD wordt in de komende jaren voortgezet van antibioticumgebruik om antibioticaresistentie verder in het kader van de tweede uitvraag, gericht op de te verminderen. One Health benadering. De MedVetNet Association wordt verder ondersteund Binnen het nieuwe programma Horizon Europe worden met als doel om het One Health netwerk in Europa onderzoekspartnerschappen opgesteld. Onder andere te continueren. RIVM en WBVR zijn betrokken bij de het partnerschap Animal Health and Welfare (PAHW), MedVetNet Association. dat een vervolg geeft aan ERAnet ICRAD en European Joint Programme One Health, is in voorbereiding voor PREZODE (PREventing ZOonotic Disease Emergence) is een start in 2023. Dit partnerschap heeft als doel kennis, een internationaal initiatief waarin diverse landen en innovatieve methoden, instrumenten en producten te onderzoeksinstituten samenwerken aan de uitdagingen genereren om bij te dragen aan de beperking van de voor de zoönosenaanpak. PREZODE heeft onder andere sociaaleconomische en milieueffecten van besmettelijke tot doel het delen van kennis, het opbouwen van dierziekten en zoönosen en de verbetering van het capaciteit, onderzoek uitvoeren aangaande preventie, dierenwelzijn in de veehouderij en aquacultuur. Er wordt surveillance, signalering en respons met betrekking gestreefd naar de reductie van de risico’s van zoönosen tot zoönosen en het opstellen van een gezamenlijke door de verbetering van samenwerking in een One Health onderzoeksagenda. WUR en het RIVM nemen deel perspectief en naar een sterkere paraatheid van alle aan dit initiatief. Het initiatief is in januari 2021 door stakeholders. De EU zal het partnerschap co-financieren. Frankrijk gestart en wordt gesteund door de EC en FAO. Via dit kennisnetwerk wil Nederland actief bijdragen en Een ander relevant partnerschap in oprichting is het EU- deelnemen aan de internationale samenwerking voor wat partnerschap pandemic preparedness. Dit betreft een betreft de One Health benadering van zoönosen. nieuw te vormen Europese samenwerking op het gebied van onderzoek en innovatie. In een voorbereidend project waar het RIVM en ZonMw aan meedoen, wordt gewerkt aan een strategische onderzoeks- en innovatieagenda Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 7 Onderzoek 74 Actie 52: Kennisthema’s ten behoeve van versterken zoönosenbeleid Actie Omschrijving Wanneer

  119. 52.1 Prioriteiten kennisontwikkeling Vergroten van de (wetenschappelijke) kennis op diverse relevante onderzoeksthema’s. Verschillende 2022 en verder instituten worden betrokken bij de uitvoering daarvan. • Preventieve maatregelen om te voorkomen dat zoönosen in Nederland en in het buitenland ontstaan; • Effectieve en maatschappelijk aanvaarde interventiestrategieën binnen het gehele terrein van One Health om verspreiding van zoönosen te voorkomen; • De impact van klimaat- en landschapsverandering en andere menselijke activiteiten op zoönosenrisico’s (met name via vectoroverdraagbare risico’s); • Diagnostiekontwikkeling van zoönosen ten behoeve van monitoring en surveillance, zoals de verdere ontwikkeling van WGS, en methodiekontwikkeling om diverse metingen in milieu en dierlijke (rest) producten (zoals rioolwater, melk, stof, mest, tankmelk) om te zetten in monitoring en early-warning systemen van zoönosen; • Ontwikkeling van innovatieve surveillance methoden, zoals het gebruik van citizen science, sociale media; • Zoönosenrisicocommunicatie; ontwikkeling van effectieve strategieën om met verschillende groepen burgers in dialoog te gaan en optimale informatievoorziening te garanderen. Het gaat dan over het identificeren en uitwerken van de instrumenten die het meest bruikbaar zijn voor risicocommunicatie (zoals educatie, platforms, games, beslisondersteuning, experimenten); • Inventarisatie van zoönosenrisico’s in de veehouderij; • Veterinaire vaccinontwikkeling tegen (zoönotische) infectieziekten; • Internationaal onderzoek naar populaties van wilde dieren, de ziekteverwekkers die zij bij zich dragen en de transmissie in ecologische netwerken (al dan niet via vectoren); • Het ontwikkelen van modellen van risico’s bij mens en dier waarmee het opkomen en verspreiden van zoönosen voorspeld kan worden; • Versterken van surveillance en onderzoek op zoönosen die op dit moment het grootste risico vormen. Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | 7 Onderzoek 75 Actie 53: Meerjarige onderzoeksprogramma’s ZonMw en ERRAZE Actie Omschrijving Wanneer

  120. 53.1 Voortzetting van ZonMw-programma Het meerjarige kennisprogramma Infectieziektebestrijding wordt in de komende jaren voortgezet. 2023 en verder Infectieziektebestrijding Het One Health onderzoek over zoönosen is een belangrijk onderdeel van dit kennisprogramma.

  121. 53.2 Een meerjarig wetenschappelijk ZonMw start het onderzoeksprogramma Pandemische paraatheid, met subonderdeel zoönosen. 2022 en verder onderzoeksprogramma door ZonMW naar De focus is de methodiekontwikkeling, detectie en voorspelling van zoönosen en infectieziekten vanuit een One Health zoönosenrisicocommunicatie. benadering

  122. 53.3 Cofinanciering meerjarig onderzoeksprogramma Het onderzoeksprogramma ERRAZE van de WUR draagt bij aan de inhoudelijke ambities van dit 2021 en verder ERRAZE actieplan. Vanuit dit actieplan wordt geïnvesteerd in het onderzoeksprogramma ERRAZE. Actie 54: Internationale partnerschappen Actie Omschrijving Wanneer

  123. 54.1 Deelname Nederlandse onderzoekinstituten aan Nederlandse onderzoeksinstituten nemen deel aan initiatieven waarin One Health en zoönosen als 2022 en verder internationale partnerschappen thema is opgenomen: • ERAnet ICRAD (Europese samenwerking vanuit Horizon 2020) • EU-partnerschap Animal Health and Welfare (Horizon Europa) • EU-partnerschap pandemic preparedness • MedVetNet association • PREZODE Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid | Bijlage 76 AMR – Antimicrobiële resistentie LID – Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming AVG – Algemene Verordening Gegevensbescherming LNV – Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit BAO–Z – Bestuurlijk Afstemmingsoverleg Zoönosen MoU – Memorandum of Understanding Bijlage BZK – Ministerie van Binnenlandse Zaken NAS – Nationale klimaatadaptatiestrategie en Koninkrijksrelaties NCOH – Netherlands Centre for One Health CBD – Convention on Biodiversity NDFF – Nationale databank voor flora en fauna CIb – Centrum Infectieziektebestrijding (van het RIVM) NPLG – Nationaal Programma Landelijk Gebied CMV – Centrum Monitoring Vectoren (van de NVWA) NVIC – NVWA Incident en Crisiscentrum COT – Instituut voor Veiligheids– en crisismanagement NVWA – Nederlandse Voedsel– en Warenautoriteit COVID-19 – Corona virus disease OHHLEP – One Health High Level Expert Panel DB–Z – Deskundigenberaad Zoönosen OMT–Z – Outbreak managementteam zoönosen Lijst met DWHC – Dutch Wildlife Health Centre EC – Europese Commissie PREZODE – PREventing ZOonotic Disease Emergence RAC – Regionaal Arts Consulenten ECDC – European Centre for Disease Prevention and Control RDA – Raad voor Dierenaangelegenheden afkortingen EEA – Europese Commissie en het Europees Milieuagentschap EFSA – European Food Safety Authority EJP-OH – European Joint Programme One Health RIVM – Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RT–Z – Responsteam zoönosen RVC – Regionaal Veterinair Consulenten EU – Europese Unie RVO – Rijksdienst voor Ondernemend Nederland FAO – Food and Agriculture Organization SaMeDi – Samenwerking Medici en Dierenartsen FD – Faculteit Diergeneeskunde SPS – Sanitaire en fytosanitaire maatregelen GD – Gezondheidsdienst voor Dieren SO–Z – Signaleringsoverleg Zoönosen GGD – Gemeentelijke Gezondheidsdienst UNEP – United Nations Environment Programme GHSA – Global Health Security Agenda UNITED4Surveillance – EU Joint Action Union and National HPAI – Hoogpathogene aviaire influenza Capacity Building 4 IntegraTED Surveillance ICRAD – International Coördination of Research on UU – Universiteit Utrecht Infectious Animal Diseases VGO – Veehouderij en gezondheid omwonenden IenW – Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat VMDC – Veterinair Microbiologisch Diagnostisch Centrum IHR – International Health Regulations VN – Verenigde Naties IKB – Integrale Ketenbeheersing VWS – Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport INB – International Negotiation Body WBVR – Wageningen Bioveterinary Research IVG – Intensieve veehouderij en gezondheid WFSR – Wageningen Food Safety Research IZB – infectieziektenbestrijding WGS – Whole Genome Sequencing JenV – Ministerie van Justitie en Veiligheid WHA – World Health Assembly KNMvD – Koninklijke Nederlandse Maatschappij WHO – World Health Organization voor Diergeneeskunde WOAH – World Organisation for Animal Health KRW – Kaderrichtlijn Water WOT – Wettelijke Onderzoekstaken LCI – Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding Wpg – Wet publieke gezondheid LCP–I – Landelijk Crisisplan Infectieziektebestrijding WUR – Wageningen University & Research LICG – Landelijk Informatiecentrum voor Gezelschapsdieren ZLTO – Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie Dit is een uitgave van Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit 6 juli 2022

National Action Plan for the Strengthening of the Zoonotic Disease Policy · Nelum