Skip to content
Nelum
Laws of Netherlands

Decree No. 222 of 1992 based on the Commodities Act Relative to Products for Food Used for Special Nutritional Purposes

Made 1992-04-06 · Text as of 2026-10-01

Public law and official guidance, published as research. Not legal, tax or financial advice.

About this law

Language
Dutch
Kind
Regulation
Organisation
European Union
Country
Netherlands
Subjects
Food and nutrition
Keywords
food safety and quality, special dietary uses, breastfeeding/infant food, packaging/labelling, internal trade, nutrition

Where to read it

    No source link is recorded for this law.

Text

The law's own text, section by section, as held. Each section has its own link.

  1. 222 Besluit van 16 april 1992, houdende Warenwetbesluit Produkten voor bijzondere voeding Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van de Staatssecretaris van Welzijn, Volksge zondheid en Cultuur van 19 juli 1991, DGVgz/VVP/L-U-691341, gedaan in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken en de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij; Overwegende, dat uitvoering moet worden gegeven aan de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 3 mei 1989 betref fende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten inzake voor bijzondere voeding bestemde levensmiddelen (89/398/EEG) (PbEG L 186); Gelet op de artikelen 1, vijfde lid, 4, eerste lid, onder a en b, 5, eerste lid, onder c, 6, onder d, 8, onder a, b en c, 12 en 14 van de Warenwet (Stb. 1988, 360) en op artikel II, eerste lid, van de Wijzigingswet 1988 Warenwet (Stb. 358); Gehoord de Adviescommissie Warenwet ( advies van 19 ma art 1991, nr. 14359/(3)5); Gehoord de Raad van State (advies van 4 december 1991, nr. W13.91.0458); Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Welzijn, Volksge zondheid en Cultuur van 6 april 1992, DGVgz/WP/L-692524, uitge bracht in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken en de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij; Hebben goedgevonden en verstaan: § 1 . Algemene bepalingen Artikel 1 1. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder a. produkt voor bijzondere voeding: eet- of drinkwaar die in de handel gebracht wordt voorzien van een vermelding, aangevende de geschiktheid voor een bijzonder voedingsdoel; b. richtlijn: de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeen schappen van 3 mei 1989 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten inzake voor bijzondere voeding bestemde levensmiddelen (89/398/EEG) (PbEG L 186). Staatsblad 1992 222 2. Een produkt voor bijzondere voeding moet voldoen aan de bijzondere voedingsbehoeften: a. van bepaalde categorieen personen wier assimilatieproces of stofwisseling is verstoord; b. van bepaalde categorieen personen die zich in bijzondere fysiolo gische omstandigheden bevinden en die daarom bijzonder gebaat kunnen zijn bij een gecontroleerde inname van bepaalde stoffen in eet en drinkwaren; of c. van zuigelingen, peuters of kleuters, in goede gezondheid. Artikel 2 1 . Het is verboden produkten voor bijzondere voeding welke niet voldoen aan de bij of krachtens dit besluit gestelde eisen te verhandelen. 2. Het is verboden produkten voor bijzondere voeding, die niet behoren tot een der in de bijlage genoemde categorieen, te verhandelen voordat Onze Minister overeenkomstig de in artikel 4 aangegeven procedure op de hoogte gesteld is van de te gebruiken aanduidingen en vermeldingen. 3. Het is verboden produkten voor bijzondere voeding te verhandelen anders dan in een verpakking en met inachtneming van de voorschriften bij of krachtens dit besluit gesteld met betrekking tot hun aanduiding of tot het bezigen van vermeldingen of voorstellingen. 4. Het is verboden met gebruikmaking van de in artikel 6, eerste lid, genoemde aanduidingen andere waren te verhandelen dan de in dat lid bedoelde produkten voor bijzondere voeding. Artikel 3 1. Produkten voor bijzondere voeding moeten met het oog op het aangegeven voedingsdoel op bijzondere wijze zijn samengesteld of bereid. 2. Produkten voor bijzondere voeding moeten wat betreft aard en samenstelling voor het aangegeven voedingsdoel geschikt zijn. § 2. Verhandeling van produkten voor bijzondere voeding Artikel 4 1. lndien een produkt voor bijzondere voeding, niet behorende tot een der in de bijlage genoemde categorieen, voor de eerste maal in de handel wordt gebracht, stelt de fabrikant of, indien het betreft een waar die niet afkomstig is uit een der lidstaten van de Europese Gemeen schappen, de importeur, Onze Minister daarvan in kennis door toezending van een specimen van de voor de betrokken waar te gebruiken aanduidingen en vermeldingen. 2. lndien het in het eerste lid bedoelde produkt afkomstig is uit een der andere lidstaten van de Europese Gemeenschappen, deelt de betrokken fabrikant of importeur Onze Minister tevens mede aan welke autoriteit in het land van herkomst de in het eerste lid bedoelde toezending is geschied. 3. Op verlangen van Onze Minister legt de fabrikant of importeur wetenschappelijke werkzaamheden of gegevens over, waaruit blijkt dat de waar in overeenstemming is met artikel 1, tweede lid, en met de vermeldingen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a. lndien over bedoelde werkzaamheden een gemakkelijk toegankelijke publikatie is verschenen, kan worden volstaan met een verwijzing naar die publikatie. Staatsblad 1992 222 2 Artikel 5 Produkten voor bijzondere voeding mogen uitsluitend voorverpakt in de zin van artikel 1, onder c juncto onder b, van het Warenwetbesluit Etiket tering van levensmiddelen (Stb. 1992, 14) worden verhandeld. De verpakking moet de waar volledig omsluiten. § 3. Aanduiding en vermeldingen Artikel 6 1. De aanduiding «dieet» of «regime», al dan niet in combinatie met andere woorden, alsmede elke andere aanduiding of wijze van aanbieding, die de indruk zou kunnen wekken dat het een produkt voor bijzondere voeding betreft, mag uitsluitend worden gebezigd voor produkten voor bijzondere voeding, bedoeld in artikel 1, tweede lid, onder a of b. 2. In afwijking van het eerste lid mag, in door Onze Minister ter uitvoering van krachtens de richtlijn getroffen maatregelen bepaalde gevallen, voor gewone eet- of drinkwaren een vermelding worden gebezigd betreffende de geschiktheid voor een bijzonder voedingsdoel. Onze Minister geeft daarbij aan op welke wijze die geschiktheid moet worden vermeld. Artikel 7 1. Onverminderd het Warenwetbesluit Etikettering van levensmiddelen moet bij de verhandeling van produkten voor bijzondere voeding, bedoeld in artikel 1, tweede lid, onder a en b, een vermelding worden gebezigd betreffende de bijzondere voedingskenmerken van de betrokken waar. 2. Onverminderd het Warenwetbesluit Etikettering van Levensmid delen moet bij de verhandeling van produkten voor bijzondere voeding, bedoeld in artikel 1, tweede lid, onder c, een vermelding worden gebezigd betreffende de bestemming van de waar. 3. De artikelen 19, eerste lid, onderdeel a, en 20, tweede lid, onder a, van de Warenwet (Stb. 1988, 360), zijn niet van toepassing, voor zover het betreft het verstrekken van nuttige inlichtingen en aanbevelingen met betrekking tot de in dit besluit bedoelde waren, die uitsluitend zijn bestemd voor personen die bevoegd zijn op het gebied van genees kunde, voeding of farmacie. Artikel 8 1. Tenzij krachtens artikel 10 nadere regels voor de betrokken categorie van produkten voor bijzondere voeding zijn vastgesteld, moeten bij de verhandeling van produkten voor bijzondere voeding tevens de volgende vermeldingen worden gebezigd: a. de specifieke bijzonderheden van de kwalitatieve en kwantitatieve samenstelling of de bijzondere bereidingswijze die de waar haar bijzondere voedingskenmerken verleent; b. de in kJ en kcal uitgedrukte beschikbare energiewaarden en het gehalte aan koolhydraten, eiwitten en vetten per 100 g, onderschei denlijk per 100 ml van de waar, alsmede, voor zover van toepassing, van het volgens de gebruiksaanwijzing uit de waar bereide produkt. 2. lndien de energiewaarde van de waar evenwel lager is dan 50 kJ per 100 g, onderscheidenlijk per 100 ml, mag de in het eerste lid, onder b, bedoelde vermelding worden vervangen door de vermelding «energie Staatsblad 1992 222 3 waarde lager dan 50 kJ (12 kcal) per 100 g», onderscheidenlijk «energie waarde lager dan 50 kJ ( 12 kcal) per 100 ml». Artikel 9 Onze Minister stelt ter uitvoering van krachtens de richtlijn getroffen maatregelen nadere regels vast met betrekking tot het mogen zinspelen op een dieet dan wel een categorie van personen waarvoor een produkt voor bijzondere voeding is bestemd, bij het te koop aanbieden, de presentatie en de aanprijzing van produkten voor bijzondere voeding. § 4. Nadere regels met betrekking tot bepaalde produkten voor bijzondere voeding Artikel 10 1. Onze Minister stelt ter uitvoering van krachtens artikel 4, juncto artikel 13 van de richtlijn getroffen maatregelen, nadere regels vast met betrekking tot de in de bijlage genoemde categorieen van produkten voor bijzondere voeding. 2. Totdat de in het eerste lid bedoelde maatregelen zijn getroffen, kan Onze Minister nadere regels als bedoeld in het eerste lid, vaststellen, gehoord de Adviescommissie Warenwet. Artikel 11 1. Onverminderd artikel 1 Obis van het Algemeen Besluit (Warenwet) (Stb. 1949 J 306)2 stelt Onze Minister ter uitvoering van krachtens de richtlijn getroffen maatregelen, nadere regels vast met betrekking tot de toevoeging van vitamines, minerale zouten, aminozuren en andere stoffen aan produkten voor bijzondere voeding. 2. Onze Minister stelt ter uitvoering van krachtens de richtlijn getroffen maatregelen nadere regels vast met betrekking tot de zuiverheid van de in het eerste lid bedoelde stoffen. 3. Totdat de in het eerste en tweede lid bedoelde maatregelen zijn getroffen, kan Onze Minister nadere regels vaststellen met betrekking tot de in die leden bedoelde onderwerpen, gehoord de Adviescommissie Warenwet. § 5. S/otbepa/ingen Artikel 12 1. Als methoden van onderzoek welke bij uitsluiting beslissend zijn voor de vaststelling of met betrekking tot de in dit besluit bedoelde produkten voor bijzondere voeding al dan niet is voldaan aan de bij of krachtens dit besluit gestelde regels, worden aangewezen chromatogra fische, fysische, chemische en andere scheidingsmethoden. 2. Onze Minister kan, in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, gehoord de Adviescommissie Warenwet, omtrent de in het eerste lid bedoelde methoden nadere regels stellen. Artikel 13 Het Aanduidingenbesluit waren voor bijzondere voeding (Warenwet) (Stb. 1980, 658) wordt ingetrokken. Staatsblad 1992 222 4 1 Laatstelijk gewijzigd bij Koninklijk besluit van 1 O december 1991, Stb. 1992, 14 Het advies van de Raad van State is openbaar gemaakt door terinzagelegging bij het Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur. Tevens zal het advies met de daarbij ter inzage gelegde stukken worden opgenomen in het bijvoegsel bij de Nederlandse Staats courant van 9 juni 1992, nr. 108. 216730F ISSN 0920 - 2064 Sdu Uitgeverij Plantijnstraat 's-Gravenhage 1992 Artikel 14 Artikel 9 van het Algemeen Besluit (Warenwet) (Stb. 1949, J 306) 1 wordt gewijzigd als volgt. Het derde lid komt te luiden: 3. Dit artikel vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip .. Artikel 15 Waar in een algemene maatregel van bestuur op grond van de Warenwet de verwijzing «Aanduidingenbesluit waren voor bijzondere voeding (Warenwet)» voorkomt wordt deze telkens vervangen door: Warenwetbesluit Produkten voor bijzondere voeding. Artikel 16 1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst. 2. In afwijking van het eerste lid treedt artikel 4 in werking met ingang van de derde maand na de in het eerste lid bedoelde datum. Artikel 17 Dit besluit kan worden aangehaald als: Warenwetbesluit Produkten voor bijzondere voeding. Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State. 's-Gravenhage, 16 april 1992 De Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, H.J. Simons Uitgegeven de negentiende mei 1992 De Minister van Justitie a.i., C. I. Dales Staatsblad 1992 222 5 BIJLAGE Categorieiin van produkten voor bijzondere voeding waarvoor krachtens artikel 10 nadere regals kunnen worden vastgesteld. 1. Zuigelingenvoeding. 2. Opvolgzuigelingenvoeding. 3. Babyvoeding. 4. Produkten voor gewichtsbeheersing. 5. Dieetvoeding voor medisch gebruik. 6. Natriumarme eet- en drinkwaren, met inbegrip van natriumarm of natriumvrij dieetzout. 7. Glutenvrije eet- en drinkwaren. 8. Voeding die is afgestemd op grote spierinspanning, vooral voor sportbeoefenaars. 9. Voeding voor personen bij wie de glucosestofwisseling is verstoord (diabetici). Deze bijlage behoort bij het Warenwetbesluit Produkten voor bijzondere voeding. De Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, H.J. Simons Staatsblad 1992 222 6 NOTA VAN TOELICHTING Algemeen De voorschriften van het onderhavige besluit geven uitvoering aan de bepalingen van de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeen schappen van 3 mei 1989 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake voor bijzondere voeding bestemde levensmiddelen (89/398/EEG, PbEG 186), verder te noemen «de richtlijn». Die richtlijn geeft de criteria aan, waaraan produkten voor bijzondere voeding moeten voldoen voordat zij als zodanig mogen warden verhandeld. De richtlijn is met name vastgesteld met het oog op de bescherming van de volksgezondheid. Ook de goede voorlichting omtrent waren en de eerlijkheid in de handel wordt daarmee evenwel gediend. De richtlijn is tevens een kader-richtlijn, nu op basis daarvan bijzondere richtlijnen met betrekking tot specifieke categorieen van produkten voor bijzondere voeding kunnen warden vastgesteld. Het onderhavige besluit is gegrondvest op de vernieuwde Warenwet (Stb. 1988, 360). Op basis hiervan kunnen zowel de door de EEG reeds in genoemde richtlijn vastgestelde, als de nog krachtens die richtlijn te treffen maatregelen warden ge·implementeerd. Zadra de EEG gereed is met eerder bedoelde regels ten aanzien van specifieke categorieen van produkten voor bijzondere voeding, zullen die op eenvoudige wijze krachtens dit besluit kunnen warden uitgevoerd. Voor deze produkten voor bijzondere voeding geldt nu nog het uit de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1976 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetge vingen der Lid-Staten inzake levensmiddelen bestemd voor bijzondere voeding (77 /94 EEG; PbEG L 26), voortvloeiende Aanduidingenbesluit Waren voor bijzondere voeding (Warenwet) {Stb. 1980, 658). In dat besluit zijn evenwel slechts bepalingen terzake van aanduidingen en vermeldingen opgenomen. Hetzelfde geldt overigens voor de inhoude lijke bepalingen van de onderhavige {kader-) richtlijn. Het ligt echter in het voornemen van de EG om voor de in de bij de richtlijn behorende bijlage I genoemde categorieen van produkten voor bijzondere voeding, onder meer samenstellingsvoorschriften vast te stellen. Als eerste is aan de categorieen zuigelingenvoeding en opvolg-zuigelingenvoeding zodanige inhoud gegeven. De Regaling zuigelingenvoeding (Warenwet) (Stcrt. 1987, 136), de huidige nationale regaling voor deze produkten, zal dan ook warden vervangen door een krachtens dit besluit vast te stellen regaling ter uitvoering van de desbetreffende bijzondere richtlijn. Bij de opzet van het besluit is zoveel mogelijk gekozen voor de bewoordingen van de richtlijn, teneinde «vertaal»-problemen van de richtlijn naar de Warenwetregeling te voorkomen. Voorts is het besluit in een aantal paragrafen opgedeeld, waarmee wordt beoogd de inzichte lijkheid te verbeteren, overeenkomstig de algemene aanbevelingen van de Adviescommissie Warenwet. Het betreft de volgende paragrafen: 1. algemene bepalingen; 2. verhandeling van produkten voor bijzondere voeding; 3. aanduiding en vermeldingen; 4. nadere regels met betrekking tot produkten voor bijzondere voeding; en 5. slotbepalingen. Onderdeel van deze nota van toelichting zijn de concordantietabellen I en II, waaruit de desbetreffende overeenkomstige artikelen in het onder Staatsblad 1992 222 7 havige besluit, het geldende besluit (Aanduidingenbesluit Waren voor bijzondere voeding (Warenwet)) en de richtlijn kunnen worden afgelezen. Helaas is de datum waarvoor de richtlijn ge"implementeerd moet zijn ( 16 mei 1991) niet gehaald aangezien de voor de zorgvuldige implemen tatie van de richtlijn noodzakelijke interne afstemming, alsmede overleg met de Adviescommissie Warenwet en de betrokken departementen meer tijd vereiste. Dereguleringsstreven Dit besluit is getoetst op dereguleringsaspecten aan de hand van de beknopte vragenlijst, zoals opgenomen in de Aanwijzingen inzake de toetsing van ontwerpen van wet en van algemene maatregelen van bestuur (Stcrt. 1985, 18). Aangezien met dit besluit uitvoering wordt gegeven aan de richtlijn, kon daarmee worden volstaan. Daaruit is gebleken dat, gelet op bovenstaande overwegingen, tegen dit besluit geen bezwaren bestaan. Het onderhavige besluit past geheel binnen de doelstelling van de EEG-richtlijn betreffende produkten voor bijzondere voeding. De desbetreffende in dit besluit opgenomen delegatie bepalingen aan de minister betreffen voornamelijk het uitwerken van de krachtens de richtlijn nader vast te stellen regels, die overigens geen beleidsvrijheid aan de nationale wetgever laten. De bewoording van de verschillende artikelen is dan ook zodanig dat de formele implementatie geschiedt in dit besluit, maar dat de feitelijke implementatie van de nadere maatregelen krachtens de richtlijn wordt overgelaten aan de minister. Bijkomend voordeel is dat daarmee op snellere en doelmatigere wijze uitvoering kan worden gegeven aan deze richtlijn. Slechts op twee plaatsen zouden, vooruitlopend op de nog vast te stellen nadere EEG-regels, door de minister nationaal geldende regels kunnen worden vastgesteld. Krachtens het tweede lid van artikel 10 en het derde lid van artikel 11 zouden binnen dat kader namelijk vooral bepalingen kunnen worden gecontinueerd ter zake van enerzijds aard en eigenschappen van de waar, en anderzijds voorwaarden bij de toevoeging van voedings stoffen als vitamines, mineralen en aminozuren aan produkten voor bijzondere voeding. Gezien het feit dat met dit besluit uitvoering wordt gegeven aan een EEG-richtlijn, alsmede het feit dat het hier om regels gaat die, gelet op de aard van de vast te stellen maatregelen, aan wijziging onderhevig zullen zijn, bestaat tegen deze delegatiebepalingen geen bezwaar. ARTIKELGEWIJS § 1. Algemene bepalingen In het eerste lid van artikel 1 is een tweetal definities opgenomen, waarvan die voor produkten voor bijzondere voeding (onderdeel a) van bijzonder belang is, omdat daarin wordt aangegeven dat die waren in beginsel «gewone» eet- of drinkwaren zijn, die zich in eerste instantie door het gebruik van een vermelding die de geschiktheid voor een bijzonder voedingsdoel aangeeft, van «gewone» eet- of drinkwaren onderscheiden. In het tweede lid worden drie doelgroepen waarvoor produkten voor bijzondere voeding bestemd kunnen zijn genoemd; aan ten minste een van de in dat lid opgenomen voedingsbehoeften van de aldaar bedoelde personen moet een levensmiddel voldoen, wil het als een bijzonder voedingsprodukt kunnen worden aangemerkt. Staatsblad 1992 222 8 Daarmee wordt ondermeer bereikt dat ongewenste complicaties met de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening {Stb. 1958, 408) worden uitgesloten. Artikel 2 bevat de verbodsbepalingen die in samenhang met de betrokken regels in of krachtens het besluit gesteld, de basis vormen om tegen overtreding van bepalingen op te kunnen treden. De leden van dat artikel zijn gebaseerd op de volgende bepalingen uit de wet: eerste en tweede lid: artikelen 4, eerste lid, onderdelen a en b, 5, eerste lid, onderdeel c en 6, onderdeel d; derde lid: artikel 8, onderdelen a en c; en vierde lid: artikel 8, onderdeel b. Het eerste lid betreft de in of krachtens de artikelen 3, 5, 10, 11 en 12 gestelde en te stellen eisen. Het in het tweede lid geformuleerde verbod heeft uitsluitend betrekking op artikel 4. Het derde lid ziet op de in of krachtens dit besluit geformuleerde of nog te formuleren aanduiding en vermeldingen (artikelen 6, 7, 8 en 9). Het vierde lid betreft de reservering van de in artikel 6, eerste lid, aan produkten voor bijzondere voeding voorbehouden aanduiding: «dieet» of «regime». In artikel 3, eerste lid, wordt aangegeven dat produkten voor bijzondere voeding zich van «gewone» eet- of drinkwaren moeten onder scheiden door een bijzondere samenstelling of door een bijzondere bereidingswijze. In het tweede lid wordt voorgeschreven dat produkten voor bijzondere voeding geschikt moeten zijn voor het aangegeven doel. Dit betekent bijvoorbeeld dat een produkt dat aangeduid wordt als een glutenvrij produkt daadwerkelijk geschikt dient te zijn om te worden gebruikt door personen die een glutenvrij dieet volgen. § 2. Verhandeling van produkten voor bijzondere voeding In artikel 4 wordt voorgeschreven dat produkten die voor de eerste keer in de handel gebracht worden, aangemeld moeten worden. 0nder produkten die voor het eerst in de handel gebracht worden, wordt verstaan produkten die nu nog niet in een van de lidstaten op de markt zijn. Er is tevens sprake van voor het eerst in de handel brengen wanneer de naam of het merk van een bestaand produkt veranderd wordt, wanneer er een nieuwe claim wordt gebezigd, er een belangrijk nieuw ingredient wordt gebruikt of wanneer er een significante verandering in de samenstelling plaatsvindt. Kleine niet-essentiele veranderingen leveren geen nieuw produkt op. In het eerste lid wordt aangegeven welke de procedure is bij het voor de eerste maal in de handel brengen van een produkt dat niet behoort tot een van de in de bijlage genoemde categorieen, wanneer het gaat om enerzijds van oorsprong Nederlandse produkten voor bijzondere voeding en anderzijds om zodanige produkten die afkomstig zijn van buiten de EEG. De betrokken fabrikant c.q. de betrokken importeur moet de minister daarvan in kennis stellen door toezending van een specimen van de voor de betrokken waar te gebruiken aanduidingen en vermeldingen. In het tweede lid is de procedure aangegeven die moet worden gevolgd indien het gaat om produkten voor bijzondere voeding die afkomstig zijn uit andere landen van de Europese Gemeenschappen. 0ok hier moet de betrokken fabrikant of importeur de minister, door toezending van een specimen in kennis stellen van de voor de betrokken waar te gebruiken aanduidingen en vermeldingen. lndien de betrokken waar afkomstig is uit een andere EG-lidstaat, en aldaar rechtmatig mag worden verhandeld, moet betrokkene tevens mededelen aan welke autoriteit in het betrokken land de toezending van het specimen is geschied. In zowel de in het eerste lid als de in het tweede lid beschreven situatie kan de minister tevens eisen dan de betrokken importeur of fabrikant wetenschappelijke gegevens overlegt waaruit dan moet blijken Staatsblad 1992 222 9 dat de waar inderdaad een bijzonder voedingsprodukt is (derde lid). Met name geldt zulks voor de geschiktheid voor het doel en de vermelding van de bijzondere samenstelling of bereidingswijze. Artikelen 11 en 12 van de richtlijn bieden een lidstaat overigens de mogelijkheid om de handel in een produkt, bestemd voor bijzondere voeding, dat in een of meer lidstaten rechtmatig in de handel is, in bepaalde gevallen, op te schorten dan wel te beperken. De richtlijn geeft voor dergelijke situaties een bijzondere communautaire procedure aan. De in artikel 5 geformuleerde eis van het uitsluitend in een voorver pakking mogen verhandelen van produkten voor bijzondere voeding, die de waar geheel omsluit, houdt verband met de kwetsbaarheid van produkten voor bijzondere voeding voor negatieve invloeden van buitenaf. § 3. Aanduiding an vermeldingen In het eerste lid van artikel 6 wordt de aanduiding «dieet» of «regime» {de richtlijn maakt geen onderscheid tussen deze begrippen) alsmede een vermelding die de indruk kan wekken dat het om een bijzonder voedingsprodukt gaat, gereserveerd voor produkten voor bijzondere voeding. Voor gewone levensmiddelen mag die aanduiding of vermelding niet worden gebruikt. Krachtens het tweede lid kan de minister evenwel, ter uitvoering van de richtlijn, nader bepalen of toch, en zoja op welke wijze een zodanige vermelding mag worden gebezigd. Het Warenwetbesluit Etikettering van levensmiddelen (Stb. 1992, 14) is onverminderd op produkten voor bijzondere voeding van toepassing. Naast de uit dat besluit voortvloeiende aanduidingen en vermeldingen moet krachtens het eerste lid van artikel 7 een vermelding worden gebezigd die aangeeft welke bijzondere voedingskenmerken de in artikel 1, tweede lid, onderdeel a of b, vermelde produkten voor bijzondere voeding bezitten. Een in het eerste lid bedoelde vermelding kan uiteraard niet worden gebezigd voor zuigelingenvoeding en dergelijke, zodat voor die categorie van produkten voor bijzondere voeding een vermelding moet worden aangegeven betreffende de bestemming van de waar (tweede lid). Het derde lid vloeit rechtstreeks voort uit de werking van artikel 6 van de richtlijn. lmplementatie van het tweede lid van dat artikel betekent een afwijking van hetgeen is geformuleerd in de artikelen 19, eerste lid, onderdeel a, en 20, tweede lid, onderdeel a, van de Warenwet (Stb. 1988, 360). Het betreft het rechtstreeks werkende verbod om eet- of drinkwaren te verhandelen met gebruikmaking van vermeldingen of voorstellingen, die aan de waar eigenschappen toeschrijven inzake het voorkomen, behandelen of genezen van een ziekte van de mens, of die toespelingen maken op zodanige eigenschappen. Krachtens artikel 1, vijfde lid, van de Warenwet kunnen evenwel dergelijke afwijkingen bij algemene maatregel van bestuur worden vastgesteld. Gelet op het bijzonder karakter van een dergelijke maatregel, moge het duidelijk zijn dat dergelijke afwijkingen slechts zullen mogen plaatsvinden wanneer daar gerede aanleiding toe is. In het onderhavige geval betreft het de correcte implementatie van meergenoemde EEG-richtlijn. Zulks mag als voldoende zwaarwegend worden aangemerkt. Bovendien kunnen produkten voor bijzondere voeding worden gebruikt in het kader van het voorkomen, behandelen of genezen van ziekten van de mens. Het is zinvol dat de behandelende sector op de hoogte gesteld kan worden van de plaats die het betreffende produkt hierbij kan innemen. In artikel 8 is bepaald dat 6f de kwalitatieve en kwantitatieve samen stelling van de waar, of de bijzondere bereidingswijze ervan moet worden vermeld (eerste lid, onderdeel a). Krachtens onderdeel b van dat lid moet tevens de energiewaarde per standaardhoeveelheid worden Staatsblad 1992 222 10 aangegeven en het gehalte aan koolhydraten, eiwitten en vetten. Teneinde zoveel mogelijk te voorkomen dat de voedingswaarde van in de handel zijnde produkten op verschillende wijze berekend wordt, wordt aanbevolen de factoren voor de berekening van de energiewaarde te hanteren die reeds in wetgeving vastgelegd zijn. lndien de energiewaarde minder is dan 50 kJ per 100 g of per 100 ml, dan kan volstaan worden met de vermelding dat de energiewaarde lager is dan deze 50 kJ (tweede lid). Artikel 9 bevat de delegatie aan de minister om ter uitvoering van krachtens de richtlijn getroffen maatregelen nadere regels vast te stellen betreffende het mogen zinspelen op de aard van het dieet, of de categorie van personen waarvoor het produkt bestemd is. § 4. Nadere regels met betrekking tot bepaalde produkten voor bijzondere voeding Ook artikel 10 geeft de minister de bevoegdheid nadere regels vast te stellen die uitvoering geven aan krachtens de richtlijn getroffen maatre gelen (eerste lid). In de richtlijn wordt aangegeven dat deze nadere regels met betrekking tot produkten die behoren tot de in de bijlage genoemde categorieen met name betrekking kunnen hebben op: essen tiele vereisten inzake aard of samenstelling; kwaliteit van de grond stoffen; hygiene-eisen; toegelaten afwijkingen in samenstelling in verge lijking met gewone eet- of drinkwaren van de desbetreffende categorie van produkten; bepalingen inzake etikettering, presentatie en reclame. Het in de richtlijn genoemde aspect met betrekking tot het gebruik van additieven zal in het kader van het Warenwetbesluit Levensmiddelenad ditieven geregeld worden. Totdat de krachtens de richtlijn getroffen maatregelen zullen zijn vastgesteld, mag de minister, overeenkomstig de bedoeling van die richtlijn (artikel 10, tweede lid), de nationale bepalingen ter zake handhaven, c.q. vaststellen. In dit laatste geval wordt daarover de Adviescommissie Warenwet gehoord (tweede lid). Het zal met name gaan om de eerder genoemde regaling betreffende zuigelin genvoeding en om de «Toestemmingsregeling produkten voor gewichts beheersing (Warenwet)» van 20 december 1988 (Stcrt. 250). Ook het regime ten aanzien van natriumarme produkten en produkten bestemd voor personen bij wie de glucosestofwisseling is gestoord kan met deze voorziening in elk geval tijdelijk worden voortgezet. Artikel 11 houdt nauw verband met artikel 1 Obis van het Algemeen Besluit (Warenwet) (Stb. 1949, J 306). In het eerste lid is aan de minister de bevoegdheid gegeven nadere regels te stellen inzake de toevoeging van bepaalde essentiele voedingsstoffen en andere stoffen aan produkten voor bijzondere voeding, voor zover die regals strekken ter uitvoering van door de EG vastgestelde voorschriften. Het tweede lid verleent de minister een vergelijkbare bevoegdheid inzake het stellen van zuiverheidseisen aan de in het eerste lid bedoelde stoffen. Ook hier betreft het derhalve een bevoegdheid tot het stellen van nadere regels, voor zover die strekken ter uitvoering van door de EG vastgestelde voorschriften. In afwachting van de in de vorige leden bedoelde EG-voorschriften, die vooralsnog niet zijn vastgesteld, wordt het nationale beleid voortgezet inzake de toevoeging van bepaalde essentiele voedingsstoffen aan eet- of drinkwaren. Dit beleid wordt tot op heden gevoerd met gebruikmaking van de in artikel 1 Obis, eerste lid, van het Algemeen Besluit (Warenwet) aan de minister gegeven bevoegdheid, toestemming te geven voor de aanwezigheid van een of meer van de daar genoemde voedingsstoffen in eet- of drinkwaren anders dan van nature. Vrijwel altijd betreft het een toestemming voor een toevoeging van die stoffen aan produkten voor bijzondere voeding, waarop het onderhavige besluit betrekking heeft. Op dit moment wordt een Staatsblad 1992 222 11 algemene maatregel van bestuur inzake de bereiding en behandeling van levensmiddelen voorbereid. Deze amvb vervangt delen van het Algemeen Besluit, waaronder artikel 1 Obis. In deze amvb zal de aanwezigheid van essentiele voedingsstoffen in eet- en drinkwaren, die daar niet van nature in voorkomen, aan een algemene regaling warden onderworpen. Om voor de produkten voor bijzondere voeding een eigen regime te kunnen handhaven, biedt het derde lid van het onderhavige artikel de minister de bevoegdheid, na raadpleging van de Adviescommissie Warenwet, nadere regels vast te stellen voor het toevoegen van essentiele voedingsstoffen aan produkten voor bijzondere voeding. In een dergelijke regaling warden de voorwaarden opgenomen die eerder waren gesteld in de op grand van artikel 1 Obis van het Algemeen Besluit (Warenwet) verleende (individuele) toestemmingen inzake de toevoeging van essentiele voedingsstoffen aan eet- of drinkwaren. In de plaats van de in het verleden verleende individuele toestemmingen komen derhalve algemeen werkende ministeriele regelingen, zodat iedere bereider van de desbe treffende categorie produkten voor bijzondere voeding daarvan gebruik kan maken. § 5. Slotbepalingen Krachtens artikel 12 kunnen in voorkomend geval bijzondere onderzoe kingsmethoden warden vastgesteld volgens welke bepaald moet warden of aan de in of krachtens het besluit gestelde voorschriften is voldaan. Dit is met name van belang wanneer er wellicht discussie zou kunnen ontstaan over de te gebruiken methode in het licht van de gestelde norm. De vastgestelde methode is in dit geval bepalend. Oat zij in voorkomend geval een implementatie kunnen zijn van EEG-regels ter zake, spreekt overigens van zelf. In artikel 13 wordt het Aanduidingenbesluit waren voor bijzondere voeding (Warenwet) (Stb. 1980, 658) ingetrokken, parallel aan de intrekking in artikel 14 van de richtlijn van de oorspronkelijke richtlijn voor levensmiddelen voor bijzondere voeding (77 /94/EEG; PbEg L 26). Artikel 14 biedt de mogelijkheid artikel 9 van het Algemeen Besluit (Warenwet) in de toekomst bij «klein KB» te laten vervallen. In dit artikel wordt het gebruik van aanduiding «voor diabetici» verboden. Middels een toestemming bij koninklijk besluit is in een groat aantal gevallen onder voorwaarden ontheffing van dit verbod verleend. Deze ontheffingen hebben betrekking op een specifiek produkt van een bepaalde verhan delaar. Deze werkwijze brengt zowel voor de verhandelaar als voor de overheid een aanzienlijke werklast met zich mee. Met de inwerking treding van het Warenwetbesluit produkten voor bijzondere voeding is een nieuwe basis ontstaan voor het reguleren van produkten bedoeld voor personen bij wie de glucosestofwisseling is gestoord, zoals bij diabetici. Voor deze produkten zal, in afwachting van mogelijke commu nautaire,regels, een nationale regaling warden opgesteld zodat artikel 9 kan vervallen. In een aantal besluiten op basis van de Warenwet wordt verwezen naar het Aanduidingenbesluit waren voor bijzondere voeding (Warenwet). Met artikel 15 warden die besluiten in die zin gewijzigd dat daar waar tot nu toe verwezen werd naar het Aanduidingenbesluit waren voor bijzondere voeding, nu verwezen wordt naar dit besluit. De inwerkingtreding is gesteld op de tweede dag na publikatie in het Staatsblad (artikel 16). Aangezien echter in artikel 4 een geheel nieuwe procedure wordt vermeld met betrekking tot de introductie van produkten voor bijzondere voeding, dient daarvoor een overgangstermijn te warden vastgesteld (tweede lid). Aangenomen mag warden dat een termijn van drie maanden na publikate van het besluit voldoende zal zijn om verhandelaren van nieuwe Staatsblad 1992 222 12 produkten de gelegenheid te geven hun produkt aan te melden. In de bij het besluit behorende bijlage zijn, zoals hiervoor reeds is opgemerkt, de categorieen van waren opgesomd waarvoor vanuit de EEG bijzondere regels kunnen warden geformuleerd. Zolang dergelijke bijzondere richtlijnen evenwel nog niet zijn vastgesteld, blijven {krachtens artikel 10, tweede lid, van de richtlijn) de nationale bepalingen ter zake van toepassing. Voor enkele categorieen zijn in Nederland specifieke regels van toepassing. Als eerste categorieen moeten warden genoemd: Zuigelingenvoeding en Opvolgzuigelingenvoeding. De huidige (nationale) ministeriele regeling voor deze produkten, de Regeling zuigelingen voeding (Warenwet) (Stcrt. 1987, 136), is gebaseerd op artikel 1 Obis van het Algemeen Besluit (Warenwet). Zij zal warden vervangen door een krachtens artikel 10 van dit besluit vast te stellen regeling. In deze regeling zal de inmiddels vastgestelde bijzondere richtlijn terzake ge·implementeerd warden {Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 mei 1991 inzake volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding {91 /321 /EEG)). Een tweede categorie betreft Produkten voor gewichtsbeheersing. Op die produkten is van toepassing de Toestemmingsregeling produkten voor gewichtsbeheersing (Warenwet) {Stcrt. 1988, 250). In die regeling zijn voor die categorie van produkten voor bijzondere voeding, bepalingen opgenomen ten aanzien van produkten die bedoeld zijn om de totale dagvoeding te vervangen of die bedoeld zijn om een of twee maaltijden te vervangen. Wat betreft het gebruik van aanduidingen waaruit zou kunnen warden afgeleid dat het betreft een Voeding voor personen bij wie de glucosestofwisseling is verstoord {diabetici), zij verwezen naar hetgeen ter zake reeds hiervoor is gesteld met betrekking tot artikel 14. Voor de andere in de bijlage genoemde categorieen zijn geen algemeen geldende bepalingen van toepassing, anders dan in het kader van het Voedingswaardeaanduidingenbesluit (Warenwet) {Stb. 1988, 162). In dat besluit warden onder meer beweringen met betrekking tot het natriumgehalte en het gebruik van natrium bij de bereiding van produkten geregeld. Andere aanduidingen, zoals «voor natriumarm dieet» zijn alleen toegestaan wanneer de minister krachtens dat besluit hiervoor toestemming verleend heeft. Tot de categorie Babyvoeding moeten warden gerekend eet- en drinkwaren, niet zijnde (opvolg-)zuigelingen voeding, bestemd voor zuigelingen, peuters en kleuters. Onder dieetvoeding voor medisch gebruik kunnen (vloeibare) voedingen verstaan warden die bestemd zijn voor gebruik als volledige of aanvullende vloeibare drink- of sondevoeding. Aan deze voedingen warden vitamines en mineralen toegevoegd. Dit betekent dat dergelijke voedingen slechts met toestemming van de minister van WVC verhandeld mogen warden. Glutenvrije eet- en drinkwaren zijn produkten die bestemd en geschikt zijn voor personen die een allergische of een overgevoeligheidsreaktie vertonen na de consumptie van glutenbevattende levensmiddelen. De aanduiding mag alleen gebruikt warden wanneer het een produkt betreft dat in de gebruikelijke samenstelling gluten kan bevatten. De vermelding «Voeding die is afgestemd op grote spierinspanning» geeft aan dat dergelijke levensmiddelen geschikt zijn voor een eiwit en/of energieverrijkt dieet. Een dergelijke voeding kan bedoeld zijn voor sportbeoefenaars wanneer zij zich zeer intens bezighouden met een vorm van kracht- of duursport. Staatsblad 1992 222 13 § 6. Concordantietabellen CONCORDANTIETABEL I WARENWETBESLUIT PRODUKTEN VOOR BIJZONDERE VOEDING Richtlijn Produkten Warenwetbesluit Richtlijn Produkten Warenwetbesluit voor bijzondere Produkten voor voor bijzondere Produkten voor voeding bijzondere voeding voeding bijzondere voeding 1.1 8.1 5 1.2.a 1.1.a./3.1 /3.2 8.2 1.2.b.i) 1.2.a 9.1 4.1 1.2.b.ii) 1.2.b 9.2 4.2 1.2.b.iii) 1.2.c 9.3 4.3 2.1 6.1 9.4 2.2.aanhef 6.1 9.5 2.2.a 6.1 10.1 2.2.b 6.1 10.2 2.3 6.2 11.1 3.1 3.2 11.2 3.2 (1.1.a) 11.3 4.1.a 10.1 12.1 4.1.b 10.1 12.2 4.1.c 10.1 12.3 4.1.d 10.1 13 4.1.e 10.1 14 13 4.1.f 10.1 15.1 15 4.1.g 12 15.2 4.2 11.1/11.2 16 5 9 6.1 7.3 bijlage I bijlage 6.2 7.3 7.1 7.1/7.2 7.2 7.1/7.2 7.3.a 8.1.a 7.3.b 8.1.b/8.2 7.4 10.1 Staatsblad 1992 222 14 CONCORDANTIETABEL II WARENWETBESLUIT PRODUKTEN VOOR BIJZONDERE VOEDING Warenwetbesluit Produkten Aanduidingenbesluit Waren Richtlijn voor bijzondere voeding voor bijzondere voeding 1.1.a 1.1.b 1.2 2.1 2.2 2.3 2.4 3.1 3.2 4.1 4.2 4.3 5 6.1 6.2 7.1 7.2 7.3 8.1.a 8.1.b 8.2 9 10.1 10.2 11.1 11.2 11.3 12.1 12.2 13 14 15 16 17 bijlage 1.1.a 2 2 3 5.a 5.a 5.b 5.d/6.1 6.3 1.2.a/(3.2) 1.2.b 3 9 2/5/7 /8.1 2 1.2.a 3.1 9.1 9.2 9.3 8.1 2.1/2.2 2.3 7.1/7.2 7.1/7.2 6 7.3.a 7.3.b 7.3 5 4.1/7.4 4.2 4.2 4.1.g 14 14 16 bijlage I De Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, H.J. Simons Staatsblad 1992 222 15

Decree No. 222 of 1992 based on the Commodities Act Relative to Products for Food Used for Special Nutritional Purposes · Nelum