Skip to content
Nelum
Laws of Netherlands

Climate Act

Made 2019-07-02 · Text as of 2026-10-01

Public law and official guidance, published as research. Not legal, tax or financial advice.

About this law

Original title
Wet nr. BWBR0042394 van 2 juli 2019, houdende een kader voor het ontwikkelen van beleid gericht op onomkeerbaar en stapsgewijs terugdringen van de Nederlandse emissies van broeikasgassen teneinde wereldwijde opwarming van de aarde en de verandering van het klimaat te beperken (Klimaatwet).
Language
Dutch
Kind
Act
Country
Netherlands
Subjects
Environment
Keywords
basic legislation, climate change, emissions, energy conservation/energy production, renewable energy, policy/planning, business/industry/corporations, education, environmental planning, environmental standards, governance, institution, standards, protection of environment
Categories
*

Where to read it

Text

The law's own text, section by section, as held. Each section has its own link.

  1. Wettenbank Klimaatwet Geraadpleegd op 18-04-2023. Geldend van 02-03-2022 t/m heden Origineel opschrift en aanhef Wet van 2 juli 2019, houdende een kader voor het ontwikkelen van beleid gericht op onomkeerbaar en stapsgewijs terugdringen van de Nederlandse emissies van broeikasgassen teneinde wereldwijde opwarming van de aarde en de verandering van het klimaat te beperken (Klimaatwet) Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is doelstellingen voor Nederland te formuleren voor het terugdringen van de Nederlandse emissies van broeikasgassen en een wettelijk kader te scheppen voor het ontwikkelen van beleid hiervoor ter invulling van de eigenstandige verantwoordelijkheid die Nederland heeft om de mondiale stijging van temperatuur en de verandering van het klimaat te beperken, en dat het wenselijk is de bindende verplichtingen die Nederland met de op 12 december 2015 te Parijs tot stand gekomen Overeenkomst van Parijs is aangegaan in te vullen; Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1 In deze wet wordt verstaan onder: aandeel hernieuwbare energie, berekend in overeenstemming met de artikelen 5 tot en met 11 van de Richtlijn hernieuwbare energie, in het brutoeindverbruik van energie; aandeel hernieuwbare energie: gassen genoemd in bijlage V, deel 2, van de Verordening governance van de Energie unie; broeikasgassen: energie uit hernieuwbare bronnen als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de Richtlijn hernieuwbare energie; hernieuwbare energie: elektriciteitsproductie waarbij geen broeikasgassen vrijkomen in de atmosfeer of waarbij biomassa als brandstof gebruikt wordt; CO2-neutrale elektriciteitsproductie: van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking van en (PbEU 2009, L 140) Richtlijn hernieuwbare energie: Richtlijn 2009/28/EG Richtlijn 2001/77/EG Richtlijn 2003/30/EG Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat;Onze Minister: van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 inzake de governance van de energie-unie en van de klimaatactie, tot wijziging van , , , Verordening (EG) nr. 663/2009, Verordening (EG) nr. 715/2009, , van de Raad, /EU, /EU, /EU en van de Raad, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 525/2013 (PbEU 2018, L328). verordening governance van de energie-unie: Verordening (EU) 2018/1999 Richtlijn 94/22/EG Richtlijn 98/70/EG Richtlijn 2009/31/EG Richtlijn 2009/73/EG Richtlijn 2009/119/EG Richtlijn 2010/31 Richtlijn 2012/27 Richtlijn 2013/30 Richtlijn (EU) 2015/652 Artikel 2 Deze wet biedt een kader voor de ontwikkeling van beleid gericht op het onomkeerbaar en stapsgewijs terugdringen van de emissies van broeikasgassen in Nederland, tot een niveau dat 95% lager ligt in 2050 dan in 1990, teneinde wereldwijde opwarming van de aarde en de verandering van het klimaat te beperken. 1 Teneinde deze doelstelling voor 2050 te bereiken streven Onze Ministers die het aangaat naar een reductie van de emissies van broeikasgassen van 49% in 2030 en een volledige CO -neutrale elektriciteitsproductie in 2050. 2 2 https://www.overheid.nl/ https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32009L0028 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32001L0077 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32003L0030 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:31999R2018 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:31994L0022 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:31998L0070 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32009L0031 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32009L0073 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32009L0119 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32010L0031 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32012L0027 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32013L0030 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32015L0652 Voor de toepassing van deze wet geldt als de emissies van broeikasgassen de emissies binnen Nederland van broeikasgassen afkomstig van sectoren en bronnen en de verwijdering per put die in de nationale broeikasgasinventarissen overeenkomstig artikel 4, eerste lid, onder a, van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake Klimaatverandering (Trb. 1992, 189) zijn opgenomen. 3 Hoofdstuk 2. Klimaatplan Artikel 3 Het klimaatplan bevat de hoofdzaken van het door Onze Ministers die het aangaat te voeren klimaatbeleid gericht op het realiseren van de doelstellingen, bedoeld in , voor de eerstvolgende tien jaren. 1 artikel 2 Het klimaatplan bevat tevens:2 de maatregelen die worden getroffen zodat de doelstellingen, bedoeld in , worden bereikt;a. artikel 2 het verwachte aandeel hernieuwbare energie en de verwachte besparing op het primaire energiegebruik; b. de maatregelen die worden getroffen om het aandeel hernieuwbare energie en de besparing op het primaire energiegebruik te stimuleren; c. een beschouwing over de meest recente wetenschappelijke inzichten omtrent het beperken van klimaatverandering; d. een beschouwing van de ontwikkeling in de technologische mogelijkheden om de emissies van broeikasgassen te beperken en de daarmee samenhangende inzet van Onze Ministers op innovatie; e. een beschouwing van de wereldwijde en Europese ontwikkelingen op het gebied van de beperking van klimaatverandering voor zover deze relevant zijn voor het Nederlandse beleid, en f. een beschouwing van de gevolgen die het te voeren klimaatbeleid van de regering heeft op de financiële positie van huishoudens, bedrijven en overheden, de werkgelegenheid inclusief scholing en opleiding van werknemers, de ontwikkeling van de economie, het tot stand komen van een eerlijke en betaalbare transitie en voor de betrouwbaarheid van de energievoorziening. g. Artikel 4 Het klimaatplan wordt voor de eerste maal vastgesteld in 2019 en ten minste eens in de vijf jaren opnieuw vastgesteld. 1 Iedere twee jaar na de vaststelling van het klimaatplan wordt over de voortgang van de uitvoering gerapporteerd en, als deze daartoe aanleiding geeft in het licht van de doelstellingen van deze wet, worden maatregelen genomen. 2 Het eerste klimaatplan heeft betrekking op de periode van 2021 tot en met 2030.3 Artikel 5 Onze Minister stelt in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad en nadat het is overgelegd aan beide kamers der Staten-Generaal, het klimaatplan vast. 1 Op de voorbereiding van het klimaatplan is van toepassing. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder. 2 afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht De Afdeling advisering van de Raad van State wordt over het klimaatplan gehoord.3 Onze Minister kan, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad en gehoord beide kamers der Staten-Generaal, het klimaatplan wijzigen indien dit naar zijn oordeel noodzakelijk is om de doelstellingen, bedoeld in , te realiseren. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing. 4 artikel 2 Hoofdstuk 3. Verantwoording Artikel 6 Het Planbureau voor de Leefomgeving brengt eenmaal per jaar aan Onze Minister een klimaat- en energieverkenning uit. 1 De klimaat- en energieverkenning is een wetenschappelijke rapport over de gevolgen van het gevoerde klimaatbeleid in het voorafgaande kalenderjaar. 2 De klimaat- en energieverkenning bevat in ieder geval voor het voorafgaande kalenderjaar:3 de emissies van broeikasgassen;a. de emissies van broeikasgassen per sector, enb. de ontwikkelingen en maatregelen die invloed hebben gehad op de emissies van broeikasgassen.c. Artikel 7 Onze Minister zendt de klimaat- en energieverkenning op de vierde donderdag van oktober aan beide kamers der Staten-Generaal, tenzij deze datum valt in een periode waarin de Tweede Kamer der Staten-Generaal met reces is of wanneer deze datum een nationale feestdag is. In dat geval zendt Onze Minister de klimaat- en energieverkenning, na overleg met de voorzitters van beide kamers der Staten-Generaal, uiterlijk op 1 november van hetzelfde jaar aan beide kamers der Staten-Generaal. 1 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4&g=2023-04-18&z=2023-04-18 Onze Minister zendt gelijktijdig met de verzending van de klimaat- en energieverkenning de klimaatnota aan beide kamers der Staten-Generaal. 2 De klimaatnota bevat:3 het totaalbeeld van de realisatie van het klimaatbeleid zoals dit is opgenomen in het klimaatplan;a. een weergave per Ministerie van de voornaamste aspecten van de realisatie van het klimaatbeleid;b. een weergave van de gevolgen voor de departementale begrotingen van het klimaatbeleid;c. de financiële gevolgen voor huishoudens, ondernemingen en overheden van significante ontwikkelingen in het klimaatbeleid die afwijken van het klimaatplan; d. de wijze waarop de klimaat- en energieverkenning wordt betrokken bij de eerstvolgende herziening of de evaluatie van de voortgang van het klimaatplan, en e. de rapportage over de voortgang van de uitvoering van het klimaatplan, bedoeld in , als deze is uitgevoerd. f. artikel 4, tweede lid De Afdeling advisering van de Raad van State wordt over de klimaatnota gehoord.4 Hoofdstuk 4. Participatie Artikel 8 Ten behoeve van de uitvoering van deze wet en het behalen van de doelstellingen, bedoeld in , voert Onze Minister overleg met bestuursorganen van provincies, waterschappen, gemeenten en overige relevante partijen. 1 artikel 2 In het overleg worden in ieder geval de voortgang van de uitvoering van het vigerende klimaatplan en voorstellen voor maatregelen voor het in voorbereiding zijnde klimaatplan besproken. 2 Onze Minister bevordert door middel van het overleg het sluiten van overeenkomsten met partijen, gericht op het bereiken van de doelstellingen, bedoeld in . 3 artikel 2 Hoofdstuk 5. Slotbepalingen Artikel 9 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. Artikel 10 Deze wet wordt aangehaald als: Klimaatwet. Origineel slotformulier en ondertekening Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Gegeven te ’s-Gravenhage, 2 juli 2019 Willem-Alexander De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes Uitgegeven de tiende juli 2019 De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

Climate Act · Nelum