Act No. 539 to amend the Fertilizing Substances Act in relation with sharpening of norms of the system regulating mineral charges
Made 2000-12-07 · Text as of 2026-10-01
Public law and official guidance, published as research. Not legal, tax or financial advice.
About this law
- Language
- Dutch
- Kind
- Act
- Organisation
- European Union
- Country
- Netherlands
- Subjects
- Livestock, Land and soil, Cultivated plants
- Keywords
- animal production, pollution control, soil pollution/quality, plant production, plant protection, fertilizers/nutrients, internal trade, authorization/permit
- Categories
- agriculture
Where to read it
No source link is recorded for this law.
Text
The law's own text, section by section, as held. Each section has its own link.
539 Wet van 7 december 2000, houdende wijziging van de Meststoffenwet in verband met een aanscherping van de normen van het stelsel van regulerende mineralenheffingen Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het, ter bereiking van de doelstellingen van richtlijn nr. 91/676/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 december 1991 inzake de bescherming van water tegen verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen (PbEG L 375), noodzakelijk is de in de Meststoffenwet opgenomen regels ter voorkoming van een ondoelmatig gebruik van stikstofhoudende mest stoffen aan te scherpen, en dat het ook overigens wenselijk is de Mest stoffenwet op enkele onderdelen te wijzigen; Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goed gevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: ARTIKEL I De Meststoffenwet1 wordt als volgt gewijzigd: A Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid wordt onderdeel o vervangen door: o. klei- of veengrond: grond die is gelegen buiten de gebieden, bedoeld in de artikelen 4 en 5, tweede lid, van het Besluit gebruik dierlijke mest stoffen 1998 en die zijn aangegeven op de kaarten in bijlage I bij dat besluit, zoals deze bijlage luidde op 1 januari 1998;. 2. Het volgende lid wordt toegevoegd: 5. Voor de toepassing van deze wet wordt onder «bedrijf» mede verstaan: een op het Nederlandse grondgebied gelegen deel van een in het buitenland gevestigd bedrijf, waarop dierlijke meststoffen worden geproduceerd of waarop dierlijke, overige organische of andere mest stoffen worden aangevoerd. Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2000 Staatsblad 2000 539 1 B In hoofdstuk III vervalt het opschrift «Titel 1. Algemene bepalingen». C In artikel 6, tweede lid, vervalt onderdeel c, en wordt onderdeel d verletterd tot onderdeel c. D Na artikel 6 wordt het volgende artikel ingevoegd: Artikel 6a 1. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de minimumomvang van de opslagruimte voor dierlijke meststoffen op een bedrijf. 2. Onverminderd het bepaalde bij of krachtens de Wet milieubeheer kunnen bij de maatregel voorwaarden worden gesteld waaraan een opslagruimte moet voldoen om bij de bepaling van de omvang van de op het bedrijf beschikbare opslagruimte voor dierlijke meststoffen in aanmerking te worden genomen, waartoe kunnen behoren regels omtrent de maximale afstand van de opslagruimte tot de huisvesting waarin dieren worden gehouden. E Titel 2 van hoofdstuk III vervalt. F Artikel 19 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het tweede en het derde lid worden vervangen door de volgende leden: 2. Het toelaatbare verlies van meststoffen, bedoeld in artikel 16, onderdeel c, uitgedrukt in kilogrammen stikstof, is per kalenderjaar per hectare grasland van de gemiddeld in het desbetreffende kalenderjaar tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond: – 300 kilogram stikstof, in de jaren 1998 en 1999; – 275 kilogram stikstof, in het jaar 2000; – 250 kilogram stikstof, in het jaar 2001; – 220 kilogram stikstof, in de jaren 2002 tot en met 2004; – 190 kilogram stikstof, in de jaren 2005 en volgende. Vanaf een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip in de jaren 2008 en volgende is de in de eerste volzin bedoelde hoeveelheid stikstof 180 kilogram. 3. Het toelaatbare verlies van meststoffen, bedoeld in artikel 16, onderdeel c, uitgedrukt in kilogrammen stikstof, is per kalenderjaar per hectare bouwland of braakland van de gemiddeld in het desbetreffende kalenderjaar tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond: – 175 kilogram stikstof, in de jaren 1998 en 1999; – 150 kilogram stikstof, in het jaar 2000; – 125 kilogram stikstof, in het jaar 2001; – 110 kilogram stikstof, in de jaren 2002 tot en met 2004; – 100 kilogram stikstof, in de jaren 2005 en volgende. Voor op klei- of veengrond gelegen bouw- of braakland is de in de vorige volzin bedoelde hoeveelheid stikstof in de jaren 2001 en 2002 150 kilogram. Staatsblad 2000 539 2 2. In het vierde lid wordt «in het betreffende kalenderjaar tot het bedrijf behorende oppervlakte grond» vervangen door: in het desbetreffende kalenderjaar bij het bedrijf behorende oppervlakte grond. G In artikel 20, derde lid, wordt «tot het bedrijf behorende oppervlakte grond» vervangen door: bij het bedrijf behorende oppervlakte grond. H Artikel 26 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het tweede en het derde lid worden vervangen door de volgende leden: 2. Het toelaatbare mineralenverlies, bedoeld in artikel 24, onderdeel b, uitgedrukt in kilogrammen stikstof, is per kalenderjaar per hectare grasland van de gemiddeld in het desbetreffende kalenderjaar tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond: – 300 kilogram stikstof, in de jaren 1998 en 1999; – 275 kilogram stikstof, in het jaar 2000; – 250 kilogram stikstof, in het jaar 2001; – 220 kilogram stikstof, in de jaren 2002 tot en met 2004; – 190 kilogram stikstof, in de jaren 2005 en volgende. Vanaf een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip in de jaren 2008 en volgende is de in de eerste volzin bedoelde hoeveelheid stikstof 180 kilogram. 3. Het toelaatbare mineralenverlies, bedoeld in artikel 24, onderdeel b, uitgedrukt in kilogrammen stikstof, is per kalenderjaar per hectare bouwland of braakland van de gemiddeld in het desbetreffende kalen derjaar tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond: – 175 kilogram stikstof, in de jaren 1998 en 1999; – 150 kilogram stikstof, in het jaar 2000; – 125 kilogram stikstof, in het jaar 2001; – 110 kilogram stikstof, in de jaren 2002 tot en met 2004; – 100 kilogram stikstof, in de jaren 2005 en volgende. Voor op klei- of veengrond gelegen bouw- of braakland is de in de vorige volzin bedoelde hoeveelheid stikstof in de jaren 2001 en 2002 150 kilogram. 2. In het vierde lid wordt «in het betreffende kalenderjaar tot het bedrijf behorende oppervlakte grond» vervangen door: in het desbetreffende kalenderjaar bij het bedrijf behorende oppervlakte grond. I In artikel 27, derde lid, wordt «tot het bedrijf behorende oppervlakte grond» vervangen door: bij het bedrijf behorende oppervlakte grond. J Artikel 29 wordt als volgt gewijzigd: 1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst. 2. Het volgende lid wordt toegevoegd: 2. Voorzover het aanvoeren van dierlijke meststoffen plaatsvindt op een op het Nederlandse grondgebied gelegen deel van een in het buitenland gevestigde onderneming, wordt voor de toepassing van het eerste lid het Staatsblad 2000 539 3 op het Nederlandse grondgebied gelegen deel van de onderneming als een afzonderlijke onderneming beschouwd. K In hoofdstuk IV vervalt titel 4. L In hoofdstuk IV vervalt titel 5 van hoofdstuk IV, en worden de titels 6 tot en met 9 vernummerd tot 4 tot en met 7. M In artikel 41, vijfde lid, wordt «de artikelen 14, 22, 29 en 35, eerste lid» vervangen door: de artikelen 14, 22 en 29. N In artikel 42, tweede lid, wordt «de artikelen 59 en 62» vervangen door: artikel 17, tweede lid, tweede volzin, alsmede de artikelen 59 en 62. O In titel 5 (nieuw) van hoofdstuk IV wordt na artikel 42 het volgende artikel ingevoegd: Artikel 42a 1. Bij de aangifte van de heffingen, bedoeld in de titels 1 en 2, wordt een verklaring van een registeraccountant of een accountant-administra tieconsulent overgelegd indien de veebezetting op het bedrijf in het desbetreffende kalenderjaar gemiddeld meer is dan 2,5 grootvee eenheden per hectare van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond. 2. De omrekening van dieren van de onderscheiden diercategorieën naar grootvee-eenheden geschiedt overeenkomstig de daarvoor in bijlage A bij deze wet opgenomen normen. P In artikel 48 wordt «in dierlijke meststoffen» telkens vervangen door: in dierlijke of in overige organische meststoffen. Q In artikel 52, eerste volzin, wordt «de artikelen 17, 25, 32, en 39, tweede lid» vervangen door: de artikelen 17, 25 en 32. R Artikel 53 wordt als volgt gewijzigd: 1. Onderdeel e komt te luiden: e. de ingevolge artikel 42a bij de aangifte van de heffing over te leggen verklaring;. 2. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel h door een puntkomma, wordt het volgende onderdeel toegevoegd: Staatsblad 2000 539 4 i. de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder voor de toepassing van hoofdstuk IV, in afwijking van artikel 1, eerste lid, onderdeel w, ook natuurterrein dat anders dan op grond van één van de in dat onderdeel genoemde titels in gebruik is, onder de bij het bedrijf behorende oppervlakte grond wordt gerekend. S Artikel 55 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het tweede lid en het vierde lid, onderdeel a, wordt «productie aan dierlijke meststoffen» telkens vervangen door: productie van dierlijke meststoffen. 2. Het volgende lid wordt toegevoegd: 11. Voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens dit hoofdstuk worden de dierlijke meststoffen afkomstig van de diersoort parelhoenders niet in aanmerking genomen. T In artikel 63, eerste lid, en artikel 65 vervalt «10,». U Artikel 71 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het tweede lid wordt «5, 6, 7» vervangen door «5, 6, 6a, 7» en wordt «10, derde lid, 55» vervangen door: 55. 2. Het derde lid vervalt. V Aan de tabel van bijlage A wordt het volgende onderdeel toegevoegd onder vermelding van de daarbij opgenomen gegevens in de daarvoor binnen de tabel onderscheiden kolommen: XI. Parelhoenders Vleesparelhoenders 951 0,34 0,67 0,008 W Artikel B2 van bijlage B wordt als volgt gewijzigd: 1. In onderdeel c wordt «Kalkslib voor onderhoudsbekalking, vrijko mend bij melkbereiding» vervangen door: Kalkslib voor onderhoudsbe kalking, vrijkomend bij melkzuurbereiding. 2. Aan onderdeel c wordt toegevoegd: Vloeibare kalimeststof, vrijkomend bij de methioninebereiding Vloeibaar natrium- en fosfaathoudend bijproduct van de zuivelproductie Omhulde langzaamwerkende NPK- of NK-meststof. 3. Aan onderdeel e wordt toegevoegd: Mengsel van schuimaarde en magnesiakluitkalk van dolomiet. Staatsblad 2000 539 5 X De tabel van bijlage C wordt vervangen door de tabel opgenomen als bijlage bij deze wet. Y Artikel D6 van bijlage D komt te luiden: Artikel D6 De hoeveelheid fosfaat, onderscheidenlijk stikstof in de dieren, wordt vastgesteld op basis van de in tabel IV van deze bijlage opgenomen forfaitaire fosfaatgehaltes, onderscheidenlijk stikstofgehaltes per dier, dan wel op basis van het gewicht van de dieren en de in tabel IVa bij deze bijlage opgenomen forfaitaire fosfaatgehaltes, onderscheidenlijk stikstof gehaltes per kilogram levend gewicht. Z Tabel IV van bijlage D wordt als volgt gewijzigd: 1. De in de eerste kolom vermelde, naar de voetnoten bij de tabel verwijzende cijfers vervallen. 2. In onderdeel II wordt «Opfokzeugen en -beren, van ca. 25 kg, jonger dan ca. 7 maanden» vervangen door: Opfokzeugen enberen, vanaf ca. 25 kg, tot 7 maanden. 3. Onderdeel III wordt vervangen door het volgende onderdeel onder vermelding van de daarbij opgenomen gegevens in de daarvoor binnen de tabel onderscheiden kolommen: III. Kippen • Eendagskuikens 0,0003 0,0010 • Opfokhennen en -hanen van legrassen, jonger dan ca. 18 weken – wit 0,018 0,036 – bruin 0,20 0,039 • Hennen en hanen van legrassen, van ca. 18 weken en ouder – wit 0,020 0,049 – bruin 0,026 0,059 • Opfokhennen en -hanen van vleesrassen, jonger dan ca. 19 weken 0,033 0,057 • Ouderdieren van vleesrassen, van ca. 19 weken en ouder 0,050 0,110 • Vleeskuikens 0,020 0,052 4. In onderdeel VI wordt in de tweede kolom «Fokmoeren» vervangen door «Fokmoeren of andere vrouwelijke dieren van ca. 7 maanden en ouder» en wordt «Fokrekels» vervangen door: Fokrekels of andere mannelijke dieren van ca. 7 maanden en ouder. 5. Onderdeel VII wordt vervangen door het volgende onderdeel onder vermelding van de daarbij opgenomen gegevens in de daarvoor binnen de tabel onderscheiden kolommen: VII. Nertsen • Fokteven of andere vrouwelijke dieren van ca. 7 maanden en ouder 0,020 0,040 • Reuen of andere mannelijke dieren van ca. 7 maanden en ouder 0,034 0,074 • Pups 0,002 0,005 Staatsblad 2000 539 6 6. De onderdelen IX en X worden vervangen door de volgende onder delen onder vermelding van de daarbij opgenomen gegevens in de daar voor binnen de tabel onderscheiden kolommen: IX. Eenden • Eendagskuikens 0,0004 0,002 • Vleeseenden en moedereenden 0,044 0,087 X. Konijnen • Pasgeboren konijnen 0,0008 0,002 • Voedsters 0,058 0,126 • Fokrammen 0,062 0,135 • Vleeskonijnen 0,034 0,075 7. Het volgende onderdeel wordt toegevoegd onder vermelding van de daarbij opgenomen gegevens in de daarvoor binnen de tabel onder scheiden kolommen: XI. Parelhoenders • Eendagskuikens 0,0002 0,0007 • Vleesparelhoenders 0,019 0,054 8. De voetnoten bij tabel IV vervallen. AA Na tabel IV van bijlage D wordt de volgende tabel ingevoegd: TABEL IVa van bijlage D: de aanvoer- en afvoerpost «dieren» en de voor de dieren van de onderscheiden diercategorieën geldende forfaitaire fosfaat- en stikstofgehaltes per kilogram levend gewicht Diersoort Diercategorie Hoeveelheid fosfaat onderscheidenlijk stikstof in kilogrammen levend gewicht kilogram fosfaat kilogram stikstof I Rundvee • nuchtere kalveren 0,0183 0,0294 • vleesstieren (ook ossen) van 3 maanden tot 12 maanden 0,0174 0,0290 • vleesstieren (ook ossen) van 1 jaar en ouder 0,0169 0,0270 • vleeskalveren 0,0174 0,0302 • overige diercategorieën 0,0169 0,0256 II Varkens • pasgeboren biggen 0,0142 0,0192 • pasgespeende biggen van ca. 6 weken 0,0120 0,0240 • biggen, geleverd op ca. 10 weken, van ca. 25 kilogram 0,0118 0,0240 • opfokzeugen en -beren, vanaf ca. 25 kilogram, tot ca. 7 maanden 0,0123 0,0232 • overige diercategorieën 0,0115 0,0240 III Kippen • eendagskuikens 0,0078 0,0304 • opfokhennen en -hanen van legrassen, jonger dan ca. 18 weken – wit 0,0140 0,0280 – bruin 0,0147 0,0280 • hennen en hanen van legrassen, van 18 weken en ouder – wit 0,0116 0,0280 – bruin 0,0123 0,0280 • opfokhennen en -hanen van vleesrassen, jonger dan ca. 19 weken 0,0160 0,0280 • ouderdieren van vleesrassen, van 19 weken en ouder 0,0125 0,0280 • vleeskuikens 0,0108 0,0280 IV Kalkoenen • eendagskuikens 0,0078 0,0300 Staatsblad 2000 539 7 Diersoort Diercategorie Hoeveelheid fosfaat onderscheidenlijk stikstof in kilogrammen levend gewicht kilogram fosfaat kilogram stikstof • overige diercategorieën 0,0165 0,0330 V Schapen • alle diercategorieën 0,0137 0,0250 VI Vossen • alle diercategorieën 0,0137 0,0300 VII Nertsen • alle diercategorieën 0,0137 0,0300 VIII Geiten • alle diercategorieën 0,0137 0,0240 IX Eenden • eendagskuikens 0,0071 0,0300 • overige diercategorieën 0,0131 0,0259 X Konijnen • alle diercategorieën 0,0137 0,0300 XI Parelhoenders • eendagskuikens 0,0075 0,0248 • vleesparelhoenders 0,0125 0,0357 BB Tabel V van bijlage D komt te luiden: Tabel V van bijlage D: de afvoerpost «dierlijke producten» en de voor de onder scheiden producten geldende forfaitaire fosfaat- en stikstofgehaltes Dierlijk product Hoeveelheid fosfaat, onderscheidenlijk stikstof in grammen per kilogram product gram fosfaat gram stikstof Goudse boerenkaas van koemelk, overige volvette boerenkaas van koemelk, geitenkaas en schapenkaas: – na 2 tot 6 weken rijping 9,7 42,4 – na 6 tot 12 weken rijping 10,3 45,0 – na 12 tot 26 weken rijping 10.7 46,3 – na meer dan 26 weken rijping 11,0 47,6 Boeren Leidse kaas en overige magere boerenkaas van koemelk: – na 2 tot 6 weken rijping 13,0 58,0 – na 6 tot 12 weken rijping 14,4 64,0 – na 12 tot 26 weken rijping 14,9 67,0 – na meer dan 26 weken rijping 15,5 69,0 Boter 0,5 0,5 Koemelk/-karnemelk/-yoghurt 2,2 5,4 Wei 1,2 1,0 Geitenmelk 2,1 5,0 Schapenmelk 3,0 8,3 Eieren 4,8 19,2 Wol 0,3 122,0 ARTIKEL II Op de tenuitvoerlegging van een dwangbevel ter invordering van een belastingaanslag met betrekking tot de heffingen, bedoeld in hoofdstuk IV van de Meststoffenwet, waartegen de belastingschuldige vóór inwerking treding van deze wet in verzet is gekomen als bedoeld in artikel 42, Staatsblad 2000 539 8 tweede lid, van de Meststoffenwet in samenhang met artikel 17 van de Invorderingswet 1990, blijft het recht zoals dat gold vóór dat tijdstip van toepassing. ARTIKEL III In artikel 1a, onder 3°, van de Wet op de economische delicten2 wordt in de zinsnede met betrekking tot de Meststoffenwet «5, 6» vervangen door «5, 6, 6a» en wordt «10, derde lid, 59, derde lid» vervangen door: 59, derde lid. ARTIKEL IV 1. De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onder delen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2. In afwijking van het eerste lid treedt artikel I, onderdelen K en O, in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst en werkt terug tot 1 januari 2000. Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Gegeven te ’s-Gravenhage, 7 december 2000 Beatrix De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, L. J. Brinkhorst De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, J. P. Pronk Uitgegeven de negentiende december 2000 De Minister van Justitie, A. H. Korthals STB5980 ISSN 0920 - 2064 Sdu Uitgevers ’s-Gravenhage 2000 Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal: Kamerstukken II 1999/2000, 26 840. Handelingen II 2000/2001, blz. 283–301; 374. Kamerstukken I 2000/2001, 26 840 (23, 23a, 23b). Handelingen I 2000/2001, zie vergadering d.d. 4 en 5 december 2000. 1 Stb. 1998, 100, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 7 december 2000, Stb. 538. 2 Stb. 1950 K258, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 7 december 2000, Stb. 538. Staatsblad 2000 539 9 BIJLAGE BEHORENDE BIJ ARTIKEL I, ONDERDEEL X, VAN HET VOORSTEL VAN WET HOUDENDE WIJZIGING VAN DE MESTSTOFFENWET IN VERBAND MET EEN AANSCHERPING VAN DE NORMEN VAN HET STELSEL VAN REGULERENDE MINERALENHEFFINGEN Tabel behorende bij bijlage C bij de Meststoffenwet Mestvorm Diercategorie Bedrijfssysteem Mestcode Kg fosfaat per 1000 kg mest Kg stikstof per 1000 kg mest I Rundvee 1. Vaste mest Alle categorieën van de diersoort rundvee Alle bedrijfssystemen 10 3,4 6,0 2. Gier (droge-stofgehalte ten hoogste 4%) Alle categorieën van de diersoort rundvee Alle bedrijfssystemen 11 0,4 3,0 3. Na een eenvoudige mestscheiding verkregen: Alle categorieën van de diersoort rundvee Alle bedrijfssystemen – filtraat (droge stofgehalte ten hoogste 6%) .............................................. .............................................. 12 0,9 4,8 – koek (droge-stofgehalte ten minste 20%) .............................................. .............................................. 13 2,1 4,0 4. Dunne mest Melkkoeien, kalfkoeien en zoogkoeien, alsook jongvee waarvan de dunne mest in de opslag voor dunne mest van de Gehouden in een grupstal of ligboxenstal, waarbij het water voor het schoonma ken van de melkinstallatie in de mest komt 14 1,2 3,5 melkkoeien, kalfkoeien of zoogkoeien komt Gehouden in een ligboxenstal, waarbij het water voor het schoonma ken van de melkinstallatie niet in de mest komt 15 1,2 3,7 Gehouden in een grupstal, waarbij het water voor het schoonmaken van de melkinstallatie niet in de mest komt 16 1,4 3,7 Vrouwelijk jongvee, stieren voor de fokkerij, vlees stieren en overig vleesvee Alle bedrijfssystemen 17 1,4 3,5 Vleeskalveren (wit vlees, melkrantsoen), tot ca. 6 maanden oud Alle bedrijfssystemen 18 1,2 2,1 Vleeskalveren (roze vlees), tot ca. 6 maanden oud Alle bedrijfssystemen 18a 1,8 3,7 II Varkens 5. Vaste mest Alle categorieën van de diersoort varken, behalve vleesvarkens Alle bedrijfssystemen 40 5,7 6,1 6. Gier (droge-stofgehalte ten hoogste 3%) Alle categorieën van de diersoort varken, behalve vleesvarkens Alle bedrijfssystemen 41 1,0 1,6 7. Na een eenvoudige mestscheiding verkregen: Alle categorieën van de diersoort varken, behalve vleesvarkens Alle bedrijfssystemen – filtraat (droge stofgehalte ten hoogste 6%) .............................................. .............................................. 42 0,8 3,4 – koek (droge-stofgehalte ten minste 18%) .............................................. .............................................. 43 3,4 4,2 8. Na mestscheiding bij mestbe- of verwerking verkregen: Alle categorieën van de diersoort varken, behalve vleesvarkens Alle bedrijfssystemen – waterige fractie (droge-stofgehalte ten hoogste 2%) .............................................. .............................................. 44 0,5 3,5 – vaste fractie (droge-stof gehalte ten minste 23%) .............................................. .............................................. 45 4,0 4,8 Staatsblad 2000 539 10 Mestvorm Diercategorie Bedrijfssysteem Mestcode Kg fosfaat per 1000 kg mest Kg stikstof per 1000 kg mest 9. Dunne mest a. Fokzeugen inclusief de biggen tot het spenen, gehouden in de kraamstal Alle bedrijfssystemen 46 1,7 3,0 b. Biggen vanaf het spenen, tot ca. 25 kg Alle bedrijfssystemen 47 2,1 3,8 c. Guste en drachtige fokzeugen, opfokzeugen van ca. 7 maanden tot de eerste dekking, dekberen en slacht zeugen Alle bedrijfssystemen 48 2,2 3,5 d. Een combinatie van de mestcategorieën 9.a en 9.b Alle bedrijfssystemen 49 1,9 3,2 e. Een combinatie van de mestcategorieën 9.a. en 9.c Alle bedrijfssystemen 50 1,8 3,2 f. Een combinatie van de mestcategorieën 9.a, 9.b en 9.c Alle bedrijfssystemen 51 1,9 3,3 g. Opfokzeugen van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden, of opfokberen van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden Drinkwater via antimors bak, trognippel, brijbak, waterdoseercomputer of waterdoseerpistool 52 2,9 5,5 Drinkwater via drinkbak of bijtnippel 53 2,8 5,1 Drinkwater via alle overige systemen 54 2,6 4,8 10. Vaste mest Vleesvarkens Alle bedrijfssystemen 40a 4,5 6.1 11. Gier (droge-stofgehalte ten hoogste 3%) Vleesvarkens Alle bedrijfssystemen 41a 0,8 1,9 12. Na eenvoudige mest scheiding verkregen: Alle bedrijfssystemen – filtraat (droge stofgehalte ten hoogste 6%) .............................................. .............................................. 42a 2,8 5,2 – koek (droge-stofgehalte ten minste 18%) .............................................. .............................................. 43a 6,7 7,8 13. Na mestscheiding bij mestbe- of verwerking verkregen: Vleesvarkens Alle bedrijfssystemen – waterige fractie (droge-stofgehalte ten hoogste 2%) .............................................. .............................................. 44a 0,5 7,6 – vaste fractie (droge stofgehalte ten minste 23%) .............................................. .............................................. 45a 6,2 7,8 14. Dunne mest Vleesvarkens Drinkwater via antimors bak, trognippel, brijbak, waterdoseercomputer of waterdoseerpistool 52a 3,1 5,8 Drinkwater via drinkbak of bijtnippel 53a 2,6 4,8 Drinkwater via alle overige systemen 54a 2,5 4,7 III Kippen 15. Opfokhennen en -hanen van legrassen van de Gehouden op de batterij; met dunne mest 30 5,2 7,7 diersoort kip (jonger dan Deeppitstal, kanalenstal 31 20 21 ca. 18 weken) Mestbandbatterij met geforceerde droging; direct vanaf de band 32 13 19 Mestbandbatterij met geforceerde droging; de mest is nagedroogd 33 17 23 Gehouden op volledig roostervloer 34 8,9 14 Staatsblad 2000 539 11 Mestvorm Diercategorie Bedrijfssysteem Mestcode Kg fosfaat per 1000 kg mest Kg stikstof per 1000 kg mest Gehouden op gedeeltelijk roostervloer (volièrestal) 35 17 15 Gehouden op volledig strooisel 36 18 18 16. Hennen en hanen van legrassen van de diersoort Gehouden op de batterij; met dunne mest 30a 5,1 7,9 kip (ca. 18 weken en ouder) Deeppitstal, kanalenstal 31a 23 20 Mestbandbatterij met geforceerde droging; direct vanaf de band 32a 14 19 Mestbandbatterij met geforceerde droging; de mest is nagedroogd 33a 18 24 Gehouden op volledig roostervloer 34a 9,8 14 Gehouden op gedeeltelijk roostervloer (volièrestal) 35a 19 14 Gehouden op volledig strooisel 36a 17 11 17. Opfokhennen en -hanen van vleesrassen van de Gehouden op volledig roostervloer 34b 8,9 15 diersoort kip (jonger dan ca. 19 weken) Gehouden op gedeeltelijk roostervloer 35b 14 18 Gehouden op volledig strooisel 36b 18 16 18. Ouderdieren van vlees rassen van de diersoort kip Gehouden op gedeeltelijk roostervloer 37 19 14 Gehouden op volledig strooisel 38 19 14 19. Vleeskuikens van de diersoort kip Alle bedrijfssystemen 39 14 25 IV Kalkoenen 20. Hennen en hanen van de diersoort kalkoen voor de productie van broedeieren van ca. 0 tot ca. 6 weken Alle bedrijfssystemen 20 13 17 Hennen en hanen van de diersoort kalkoen voor de productie van broedeieren van ca. 6 tot ca. 30 weken Alle bedrijfssystemen 21 21 21 Hennen en hanen van de diersoort kalkoen voor de productie van broedeieren van ca. 30 weken en ouder Alle bedrijfssystemen 22 19 24 21. Vleeskalkoenen Alle bedrijfssystemen 23 17 18 V Schapen 22. Vaste mest Alle categorieën van de diersoort schaap Gehouden op roostervloer 55 2,4 7,5 Gehouden op stro 56 2,8 5,4 Staatsblad 2000 539 12 Mestvorm Diercategorie Bedrijfssysteem Mestcode Kg fosfaat per 1000 kg mest Kg stikstof per 1000 kg mest VI Vossen 23. Vaste mest Alle categorieën van de diersoort vos Alle bedrijfssystemen 70 29 38 VII Nertsen 24. Vaste mest Alle categorieën van de diersoort nerts Alle bedrijfssystemen 75 8,2 6,0 24a. Dunne mest Alle categorieën van de diersoort nerts Alle bedrijfssystemen 75a 5,3 7,7 VIII Geiten 25. Vaste mest Alle categorieën van de Gehouden op roostervloer 60 2,1 4,8 diersoort geit Gehouden op stro 61 3,5 6,7 IX Eenden 26. Vaste mest Alle categorieën van de diersoort eend Alle bedrijfssystemen 80 6,3 6,7 27. Dunne mest Alle categorieën van de diersoort eend Alle bedrijfssystemen 81 3,3 5,7 X Konijnen 28. Vaste mest Alle categorieën van de diersoort konijn Alle bedrijfssystemen 90 10,5 10,7 29. Gier (droge-stofgehalte ten hoogste 2,5%) Alle categorieën van de diersoort konijn Alle bedrijfssystemen 91 0 0 30. Dunne mest Alle categorieën van de diersoort konijn Alle bedrijfssystemen 92 2,6 4,3 XI Parelhoenders 31. Alle categorieën van de diersoort parelhoender Alle bedrijfssystemen 95 25,4 31,6 Staatsblad 2000 539 13