Skip to content
Nelum
Laws of Netherlands

Act No. 208 of 1999 to amend the Environment Protection Act

Made 1999-04-29 · Text as of 2026-10-01

Public law and official guidance, published as research. Not legal, tax or financial advice.

About this law

Language
Dutch
Kind
Act
Organisation
European Union
Country
Netherlands
Subjects
Environment
Keywords
environmental impact assessment (EIA), transboundary effects

Where to read it

    No source link is recorded for this law.

Text

The law's own text, section by section, as held. Each section has its own link.

  1. ARTIKEL I De Wet milieubeheer1 wordt gewijzigd als volgt. A

  2. Artikel 7.5, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd. 1. Aan onderdeel a wordt na «kan bevatten» toegevoegd: en de activiteit geen belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu in een ander land. 2. Aan onderdeel b wordt na «kan bevatten» toegevoegd: en de activiteit geen belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu in een ander land. B Het vierde lid van artikel 7.8b komt te luiden: 4. Onder bijzondere omstandigheden als bedoeld in het eerste lid worden verstaan de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die de activiteit kan hebben, gezien: a. de kenmerken van de activiteit; b. de plaats waar de activiteit wordt verricht; c. de samenhang met andere activiteiten ter plaatse; Staatsblad 1999 208 1 d. de kenmerken van die gevolgen. C

  3. Artikel 7.10 wordt gewijzigd als volgt. 1. Aan onderdeel b van het eerste lid wordt na «in beschouwing dienen te worden genomen» toegevoegd: , en de motivering van de keuze voor de in beschouwing genomen alternatieven. 2. Aan het tweede lid wordt een zin toegevoegd, die luidt: Indien een activiteit bij de voorbereiding waarvan een milieu-effectrapport moet worden gemaakt, belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu in een ander land, zendt degene die de activiteit onderneemt, op verzoek van het bevoegd gezag binnen een bij dat verzoek te bepalen termijn een vertaling van de samenvatting in de landstaal van het gebied in het andere land waar de activiteit belangrijke nadelige gevolgen kan hebben. D Aan artikel 7.12 wordt een lid toegevoegd, dat luidt: 7. Indien een activiteit bij de voorbereiding waarvan een milieu- effectrapport moet worden gemaakt, belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu in een ander land, zendt degene die de activiteit onderneemt, op verzoek van het bevoegd gezag binnen een bij dat verzoek te bepalen termijn een vertaling van de mededeling in de landstaal van het gebied in het andere land waar de activiteit belangrijke nadelige gevolgen kan hebben. E

  4. Artikel 7.38a komt te luiden:

  5. Artikel 7.38a 1. Indien een activiteit bij de voorbereiding waarvan een milieu- effectrapport moet worden gemaakt, belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu in een ander land, worden de in het kader van dit hoofdstuk verzamelde informatie, alsmede de aanvraag, bedoeld in artikel 7.28, onderscheidenlijk het ontwerp van het besluit bij de voorbereiding waarvan het milieu-effectrapport moet worden gemaakt en het besluit, bedoeld in artikel 7.27, aan de regering of een door die regering aan te wijzen autoriteit in het andere land verstrekt gelijktijdig met de bekend- making in Nederland. Tevens worden deze informatie en deze bescheiden toegezonden aan de instanties die daartoe door de bevoegde autoriteit van dat andere land zijn aangewezen op grond van hun specifieke verantwoordelijkheid op milieugebied. De artikelen 7.14, eerste lid, en 7.25, eerste lid, zijn ten aanzien van die instanties van overeenkomstige toepassing. 2. De ingevolge het eerste lid te verstrekken stukken dienen als grondslag voor het overleg met bestuursorganen in het betrokken andere land over de belangrijke nadelige gevolgen die de activiteit voor het milieu in dat andere land kan hebben, en de maatregelen die worden overwogen om die gevolgen te voorkomen of te beperken. 3. Onze Minister is belast met de taken die voortvloeien uit de toepassing van het eerste en tweede lid, voorzover het betreft het verschaffen van informatie aan en overleg met de regering van het andere land. Overigens is het bevoegd gezag belast met die taken. 4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het bepaalde in het eerste en tweede lid. Staatsblad 1999 208 2 F In artikel 7.38b wordt «informeert Onze Minister» vervangen door: informeren Onze Minister onderscheidenlijk het bevoegd gezag. G

  6. Artikel 7.38c komt te luiden:

  7. Artikel 7.38c 1. Het bevoegd gezag zendt, indien er sprake is van mogelijke belang- rijke nadelige gevolgen voor het milieu in een ander land, aan Onze Minister: a. een exemplaar van de mededeling, bedoeld in artikel 7.12; b. een exemplaar van de richtlijnen, bedoeld in artikel 7.15; c. een exemplaar van het milieu-effectrapport, bedoeld in artikel 7.20; d. een exemplaar van de aanvraag, bedoeld in artikel 7.28, onderschei- denlijk van het ontwerp van het besluit bij de voorbereiding waarvan het milieu-effectrapport moet worden gemaakt; e. een exemplaar van het besluit, bedoeld in artikel 7.27. 2. Bij de toezending verzoekt het bevoegd gezag Onze Minister toepassing te geven aan artikel 7.38a, eerste lid. H In artikel 7.38d wordt «geeft Onze Minister» vervangen door: geven Onze Minister onderscheidenlijk het bevoegd gezag. I In artikel 7.38f komt onderdeel b te luiden: b. hetgeen is overwogen omtrent de uitkomsten van het overleg, bedoeld in artikel 7.38a, tweede lid. J In de artikelen 7.38d, 7.38e en 7.38g, eerste lid, vervalt telkens «mogelijke».

  8. ARTIKEL II Indien voor het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, met betrekking tot een activiteit als bedoeld in artikel 7.2 of 7.4, a. een aanvraag als bedoeld in artikel 7.28 is ingediend of door het bevoegd gezag ingevolge artikel 7.8d, vierde lid, van een beslissing mededeling is gedaan, of b. mededeling is gedaan van een ontwerp onderscheidenlijk een voorontwerp van een besluit bij de voorbereiding waarvan een milieu- effectrapport moet worden gemaakt en dit ontwerp onderscheidenlijk dit voorontwerp ter inzage is gelegd, blijft het voor dat tijdstip geldende recht van toepassing.

  9. ARTIKEL III Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst. Staatsblad 1999 208 3 Zie voor de behandeling in de Staten- Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en Generaal: dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks Kamerstukken II 1998/99, 26 350. Handelingen II 1998/99, blz. 3801. aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Kamerstukken I 1998/99, 26 350 (218, 218a). Handelingen I 1998/99, zie vergadering d.d. Gegeven te ’s-Gravenhage, 29 april 1999 27 april 1999. Beatrix 1 Stb. 1994, 80 laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 februari 1999, Stb. 122. De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, J. P. Pronk De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, H. H. Apotheker Uitgegeven de vijfentwintigste mei 1999 De Minister van Justitie, A. H. Korthals STB4919 ISSN 0920 - 2064 Sdu Uitgevers ’s-Gravenhage 1999 Staatsblad 1999 208 4

Act No. 208 of 1999 to amend the Environment Protection Act · Nelum