Skip to content
Nelum
Laws of Aruba

Ordinance on Nuisance

Made 1988-06-14 · Text as of 2026-10-01

Public law and official guidance, published as research. Not legal, tax or financial advice.

About this law

Original title
Hinderverordening.
Language
Dutch
Kind
Act
Country
Aruba
Subjects
Environment
Keywords
pollution control, noise pollution, air quality/air pollution, authorization/permit

Where to read it

    No source link is recorded for this law.

Text

The law's own text, section by section, as held. Each section has its own link.

  1. ************************* AB 1988 no. GT 27 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 18 juli 2007 ************************* ==================================================================== Intitulé : Hinderverordening Citeertitel: Hinderverordening Vindplaats : AB 1988 no. GT 27 Wijzigingen: AB 1997 nos. 33, 34 ==================================================================== Artikel 1 1. Het is verboden zonder vergunning van de minister van Justitie en Publieke Werken inrichtingen, die hetzij door de verspreiding van stank, rook of dampen, hetzij door geraas of gedruis, hetzij anders zins, voor de omgeving hinder, schade of gevaar kunnen veroorzaken, op te richten. 2. Een zelfde vergunning wordt vereist om zodanige inrichtingen uit te breiden, van aard te veranderen of te verplaatsen. 3. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, worden de in richtingen aangewezen, die hinder, schade of schade of gevaar als be doeld in het eerste lid kunnen veroorzaken. Artikel 2 Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen wijken buurten of straten worden aangewezen, waar een of meer al of niet be paaldelijk aangewezen inrichtingen als bedoeld in artikel 1, zonder voorafgaande vergunning kunnen worden opgericht. Artikel 3 Bij het verzoek om een vergunning als in artikel 1 bedoeld worden overgelegd: a. een nauwkeurige omschrijving in tweevoud van de plaats waar de in richting zal worden opgericht, een opgave van hetgeen in de inrich ting zal worden verricht, vervaardigd of verzameld, benevens van de beweegkracht, die daarbij zal worden aangewend; b. een tekening in tweevoud op een schaal van ten minste 1 op 250, aanduidende de uit- en inwendige samenstelling der inrichting en toebehoren; c. een opgave van de ziekeninrichtingen, kerken en scholen, binnen een kring van tweehonderd meter van het gebouw of lokaal der inrichting gelegen. Artikel 4 1. Van elk verzoek om een vergunning tot het oprichten van een inrichting als bedoeld in artikel 1, wordt door de minister van Jus titie en Publieke Werken aankondiging gedaan in een of meer nieuws bladen. Daarbij wordt mededeling gedaan van het bepaalde in het tweede lid. 2. Het verzoek met de bijlagen, genoemd in artikel 3, wordt gedu rende dertig dagen na de in het eerste lid bedoelde aankondiging ter visie gelegd op het Centraal Bureau Juridische en Algemene Zaken. Ge durende deze termijn heeft een ieder het recht mondeling of schrifte lijk zijn bezwaren tegen de oprichting kenbaar te maken. Mondelinge bezwaren worden door een daartoe door de minister van Justitie en Pu blieke Werken aangewezen ambtenaar in schrift gesteld en door de be ************************* AB 1988 no. GT 27 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 18 juli 2007 ************************* ==================================================================== 2 langhebbenden ondertekend. Artikel 5 Gedurende een week na afloop van de in het tweede lid van artikel 4 bepaalde termijn kunnen zowel de verzoeker als zij, die bezwaren in brengen, kennis nemen van de tegen het verzoek ingebrachte bezwaren. Artikel 6 Binnen een maand na afloop van de in het tweede lid van artikel 4 bepaalde termijn beslist de minister van Justitie en Publieke Werken over het verzoek en geeft daarvan terstond kennis aan de verzoeker en aan hen, die bezwaren inbrachten. Artikel 7 De minister van Justitie en Publieke Werken is bevoegd, alvorens te beslissen, te verlangen, dat zowel de verzoeker als zij, die bezwa ren inbrengen, die bezwaren mondeling of schriftelijk zullen bestrij den of toelichten. Artikel 8 1. De vergunning wordt schriftelijk verleend en gesteld ten name van de verzoeker en zijn rechtverkrijgenden. 2. Aan de vergunning wordt een exemplaar van de in artikel 3 on der a en b bedoelde stukken, vanwege de minister van Justitie en Pu blieke Werken gewaarmerkt, gehecht. Artikel 9 In geval van weigering der vergunning worden de gronden, die daartoe geleid hebben, in het besluit vermeld. Artikel 10 1. De vergunning kan alleen worden geweigerd in geval van vrees voor: a. hinder van ernstige aard, zoals het ter bewoning ongeschikt maken van woonhuizen of gedeelten daarvan, het belemmeren van het gebruik van de gebouwen en lokalen, bedoeld in artikel 3, onder C, overeen komstig de bestemming van die gebouwen of lokalen, het verspreiden van stank, rook of dampen en het maken van geraas of gedruis; b. schade aan eigendommen, bedrijven of gezondheid; c. gevaar. 2. Vrees voor concurrentie in enig bedrijf kan geen reden tot weigering zijn. Artikel 11 (vervallen) Artikel 12 1. Indien door het stellen van voorwaarden aan het bezwaar van hinder, schade of gevaar kan worden tegemoet gekomen, kunnen aan de vergunning voorwaarden worden verbonden. 2. Indien na het verlenen ener vergunning, waaraan voorwaarden ************************* AB 1988 no. GT 27 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 18 juli 2007 ************************* ==================================================================== 3 zijn verbonden, mocht blijken, dat de naleving der gestelde voor waarden niet nodig mocht zijn, kan de minister van Justitie en Pu blieke Werken de houder vergunning geheel of gedeeltelijk daarvan ont slaan, na aan belanghebbenden, te wier behoeve de voorwaarden zijn ge steld, gelegenheid te hebben gegeven hun bezwaren in te brengen. Artikel 13 1. De minister van Justitie en Publieke Werken kan de houder ener vergunning nieuwe voorwaarden opleggen, indien de ondervinding de noodzakelijkheid daarvan mocht aantonen. Iedere belanghebbenden kan de minister van Justitie en Publieke Werken het met reden omkleed verzoek daartoe doen. 2. Geen nieuwe voorwaarden worden opgelegd dan bij met redenen omkleed besluit, de houder der vergunning gehoord of behoorlijk op geroepen. In het besluit wordt een termijn gesteld, binnen welke door de vergunninghouder aan de daarbij opgelegde voorwaarden moet zijn voldaan. 3. De minister van Justitie en Publieke werken geeft van zijn be slissing terstond kennis aan degene, die het verzoek tot oplegging van nieuwe voorwaarden deed. Artikel 14 Worden de gestelde voorwaarden niet nageleefd, dan kan de mi nister van Justitie en Publieke Werken de vergunning bij met redenen omkleed besluit intrekken. Artikel 15 Een nieuwe vergunning is nodig om een inrichting, die langer dan twee jaren heeft stilgestaan, opnieuw in werking te brengen. Artikel 15a 1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze landsverordening bepaalde zijn belast de daartoe bij landsbesluit aan gewezen ambtenaren. Een zodanig landsbesluit wordt bekendgemaakt in de Landscourant van Aruba. 2. De krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren zijn, uit sluitend voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijker wijze noodzakelijk is, bevoegd: a. alle inlichtingen te vragen; b. inzage te verlangen van alle zakelijke boeken, bescheiden en andere informatiedragers en daarvan afschrift te nemen of deze daartoe tijdelijk mee te nemen; c. goederen aan opneming en onderzoek te onderwerpen, deze daartoe tijdelijk mee te nemen en daarvan monsters te nemen; d. alle plaatsen, met uitzondering van woningen zonder de uitdrukke lijke toestemming van de bewoner, te betreden, vergezeld van door hen aangewezen personen. 3. Zo nodig, wordt de toegang tot een plaats als bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, verschaft met behulp van de sterke arm. 4. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, worden regels gesteld met betrekking tot de wijze van taakuitoefening van de krach tens het eerste lid aangewezen ambtenaren. 5. Een ieder is verplicht aan de krachtens het eerste lid aan gewezen ambtenaren alle medewerking te verlenen, die op grond van het ************************* AB 1988 no. GT 27 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 18 juli 2007 ************************* ==================================================================== 4 tweede lid wordt gevorderd. Artikel 16 1. Overtreding van het bepaalde in artikel 1 wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van ten hoogste drie duizend florin. 2. Het niet naleven van voorwaarden aan een vergunning verbonden, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van ten hoogste duizend florin. Artikel 17 Het voortzetten der werkzaamheden in een inrichting als bedoeld in artikel 1, voor de oprichting waarvan geen vergunning is verleend, of ten opzichte waarvan de vergunning overeenkomstig het bepaalde in artikel 14 is getrokken, wordt door de minister van Justitie en Pu blieke Werken verboden en zo nodig wordt de inrichting gesloten of worden de daarin aanwezige werktuigen verzegeld. Artikel 18 De bij deze landsverordening strafbaar bestelde feiten worden be schouwd als overtredingen, behalve de feiten strafbaar gesteld in het tweede en derde lid van artikel 20, welke worden beschouwd als mis drijven. Artikel 19 (vervallen) Artikel 20 1. De ambtenaren, die uit hoofde van hun functie kennis nemen van hetgeen in de inrichtingen als bedoeld in artikel 1 wordt uitgeoefend, zijn verplicht tot geheimhouding, voor zover zulks niet in strijd is met de bepalingen van deze landsverordening of van enige andere wette lijke regeling. 2. Hij, die opzettelijk de bij het eerste lid opgelegde geheim houding schendt, wordt overeenkomstig het Wetboek van Strafrecht van Aruba gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van ten hoogste zeshonderd florin met of zonder ontzetting van het recht om ambten te bekleden. 3. Hij, aan wiens schuld schending van die geheimhouding te wij ten is, word gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van ten hoogste driehonderd florin. 4. Geen vervolging heeft plaats dan op klachte van de eigenaar van de inrichting. Artikel 20a 1. De bepalingen van deze landsverordening zijn van overeenkom stige toepassing op inrichtingen, genoemd in het landsbesluit, hou dende algemene maatregelen, ter uitvoering van artikel 1, derde lid, die bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dat landsbesluit. 2. Een vergunning als bedoeld in artikel 1 moet door degene, die een inrichting als bedoeld in het eerste lid op het tijdstip van in werkingtreding van het daarbedoelde landsbesluit, houdende algemene maatregelen, in werking heeft, worden aangevraagd binnen zes maanden ************************* AB 1988 no. GT 27 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 18 juli 2007 ************************* ==================================================================== 5 na dat tijdstip. Artikel 21 Deze landsverordening kan worden aangehaald als hinderverorde ning.

Ordinance on Nuisance · Nelum