Sixth Agricultural Census Act 2025
صدر في 2024-12-30 · النص بتاريخ 2026-10-01
القانون العام والإرشادات الرسمية منشورة بوصفها أبحاثاً. ليست مشورة قانونية أو ضريبية أو مالية.
البحث نفسه مكتوب بالإنجليزية. العناوين والوسوم مترجمة؛ أما النتائج والاقتباسات فغير مترجمة.
عن هذا القانون
- العنوان الأصلي
- Wet van 30 december 2024, houdende voorzieningen met betrekking tot het houden van de Zesde Agrarische Telling. (Wet Zesde Agrarische Telling 2025)
- اللغة
- Dutch
- النوع
- قانون
- الدولة
- سورينام
- الموضوعات
- Agricultural and rural development, Livestock, Fisheries and aquaculture, Cultivated plants
- الكلمات المفتاحية
- agricultural development, survey/mapping, farming, labour, fertilizers/nutrients, crops, pesticides, irrigation, credit, financial agricultural measures, agricultural land, animal production, poultry, apiculture/sericulture, birds, aquaculture, floriculture, plant production
- الفئات
- agriculture
أين تقرؤه
النص
نص القانون نفسه، مادةً مادة، كما هو محفوظ. لكل مادة رابطها.
2024 STAATSBLAD No. 180 VAN DE REPUBLIEK SURINAME WET van 30 december 2024, houdende voorzieningen met betrekking tot het houden van de Zesde Agrarische Telling. (Wet Zesde Agrarische Telling 2025) DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SURINAME, In overweging genomen hebbende, dat het noodzakelijk is een Agrarische Telling te houden in het jaar 2025; Heeft, de Staatsraad gehoord, na goedkeuring door De Nationale Assemblée, bekrachtigd de onderstaande wet: Artikel 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Minister: de Minister belast met het agrarisch beleid; b. Telling: de Zesde Agrarische Telling 2025, als bedoeld in artikel 2; c. Steering Committee: de Steering Committee zoals bedoeld in artikel 7 lid 1. Artikel 2 1. In het jaar 2025 wordt in de maanden januari, februari en maart een Telling gehouden naar de staat van de agrarische activiteiten. 2. Deze Telling kan worden aangehaald als “Zesde Agrarische Telling 2025”. 2024 -2- No. 180 Artikel 3 De Telling heeft als doel een zo nauwkeurig mogelijk inzicht te krijgen in de structuur van de Surinaamse landbouw, veeteelt en aquacultuur ten behoeve van de overheid, de agrariërs, de agrarische, industriële en financiële sectoren van het bedrijfsleven, internationale organisaties en overige belanghebbenden. Artikel 4 Bij de opzet, uitvoering en verwerking van de Telling wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met en gewerkt volgens het door de “Food and Agriculture Organization of the United Nations” (FAO) opgesteld “World Programme for the Census of Agriculture 2020” en omvat Tellingen die gehouden worden tussen 2016 en 2025. Artikel 5 1. De Telling geschiedt door huishoudens te bezoeken voor het opnemen van gegevens om daaruit de agrarische bedrijven te identificeren en van elk agrarisch bedrijf de gegevens individueel op te nemen. 2. Het opnemen vindt door middel van steekproeven plaats in de volgende gevallen: a. indien gebieden die moeilijk bereikbaar of uitgestrekt zijn waardoor het te veel kost om over het gehele gebied opnames te doen; dit heeft betrekking op het zuidelijke deel van Suriname welke de districten Sipaliwini, Brokopondo en delen van Marowijne bestrijkt; de opname binnen deze gebieden vindt in de maand februari in het jaar 2025 plaats; b. indien de gebieden die meer als urbane gebieden worden beschouwd en naar verwachting weinig agrarische activiteiten ontplooien; dit heeft betrekking op het gebied rond het centrum van het district Paramaribo; de opname periode binnen deze gebieden vindt ook in de maand februari in het jaar 2025 plaats. 3. In alle overige gevallen vindt een volledige Telling plaats. 2024 -3- No. 180 Artikel 6 1. Bij de Telling worden vragen gesteld betreffende onder andere gegevens van de agrariër en van de leden van het huishouden, de arbeidskrachten, de rechtsvorm, het grondgebruik, de gewassen, het gebruik van meststoffen en pesticiden, de irrigatie, de vee- en pluimveestapel, de bijenteelt, de aquacultuur, de bloemen en sierplanten voor de verkoop, de machines en het verkrijgen van kredieten en voorlichting. 2. Met betrekking tot het bepaalde in lid 1 worden bij beschikking van de Minister nadere regels vastgesteld. Artikel 7 1. De Telling geschiedt onder verantwoordelijkheid van de Minister waarbij een “Steering Committee Zesde Agrarische Telling” is ingesteld. 2. De Steering Committee houdt toezicht op de doelstellingen en de inhoud van de Telling en wordt voorgezeten door de directeur van Landbouw van het Ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij. 3. De Steering Committee stelt een Census Werkgroep in, die belast is met de algehele voorbereiding en uitvoering van de Telling. 4. De directeuren van het Ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij en de Districts-Commissarissen zijn gehouden hun medewerking te verlenen bij het beschikbaar stellen van het onder hen ressorterend personeel. 5. De samenstelling en de werkwijze van de Steering Committee worden vastgesteld bij beschikking van de Minister. Artikel 8 1. Allen, die op enigerlei wijze betrokken zijn bij de in deze wet bedoelde Telling, zijn tot geheimhouding verplicht van al hetgeen dat, per bedrijf, hetzij direct, hetzij indirect te hunner kennis komt. Openbaarmaking van gegevens geschiedt door of namens de Minister. 2024 -4- No. 180 2. Het is de in lid 1 bedoelde personen verboden bij de Telling andere vragen te stellen, opgaven of inlichtingen te verlangen, dan waartoe zij krachtens deze wet en voorschriften ter uitvoering hiervan, gerechtigd zijn. 3. De eigenaar, beheerder of gebruiker van enig onroerend goed is verplicht aan personen, belast met de werkzaamheden terzake van de Telling, toegang te verlenen tot dat goed - met uitzondering van de woning - gedurende de tijd van des morgens acht uur tot des avonds zeven uur. Artikel 9 1. Degene die, hoewel daartoe in staat, is verplicht de vragen te beantwoorden en de opgaven of de inlichtingen te verstrekken zoals voorgeschreven in artikel 6 lid 1. 2. Degene die opzettelijk een onjuiste opgave of inlichting verstrekt of opzettelijk tot verstrekking daarvan meewerkt, als bedoeld in artikel 6, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste 6 maanden en/ of een geldboete van de tweede categorie van het Wetboek van Strafrecht (S.B. 2015 no. 44). 3. Degene die opzettelijk de bij artikel 8 opgelegde geheimhouding schendt, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste 6 maanden en/ of een geldboete van de tweede categorie van het Wetboek van Strafrecht (S.B. 2015 no. 44). 4. Degene aan wiens schuld schending van die geheimhouding te wijten is, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste 3 maanden en/ of een geldboete van de eerste categorie van het Wetboek van Strafrecht (S.B. 2015 no. 44). 5. Degene aan wiens schuld te wijten is, dat gegevens ingevolge deze wet verkregen, in strijd met het bepaalde in artikel 8 worden openbaar gemaakt, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste 3 maanden en/ of een geldboete van de eerste categorie van het Wetboek van Strafrecht (S.B. 2015 no. 44). 2024 -5- No. 180 6. Degene die opzettelijk handelt in strijd met het bij artikel 8 lid 2 bepaalde wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste 6 maanden en/ of een geldboete van de tweede categorie van het Wetboek van Strafrecht (S.B. 2015 no. 44). 7. In alle gevallen blijft ondanks de veroordeling de verplichting tot het alsnog verstrekken van de gewenste inlichtingen aan het ministerie bestaan. 8. De in de leden 1, 2, 3, 5 en 7 van dit artikel strafbaar gestelde feiten, zijn misdrijven; de in de leden 4 en 6 strafbaar gestelde feiten, zijn overtredingen. Artikel 10 1. Deze wet wordt aangehaald als: Wet Zesde Agrarische Telling 2025. 2. Zij wordt in het Staatsblad van de Republiek Suriname afgekondigd. 3. Zij treedt in werking met ingang van de dag volgende op die van haar afkondiging. 4. De Minister belast met het agrarisch beleid is belast met de uitvoering van deze wet. Gegeven te Paramaribo, de 30ste december 2024 CHANDRIKAPERSAD SANTOKHI Uitgegeven te Paramaribo, de 31ste december 2024 De Minister van Binnenlandse Zaken, DELANO LANDVREUGD 2024 -6- No. 180 WET van 30 december 2024, houdende voorzieningen met betrekking tot het houden van de Zesde Agrarische Telling. (Wet Zesde Agrarische Telling 2025). MEMORIE VAN TOELICHTING Algemeen Voor de planning, beleidsformulering en projectontwikkeling van en voor de agrarische sector zijn o.a. betrouwbare agrarische statistieken nodig. Een Agrarische Telling verzamelt de nodige informatie over de agrarische bronnen en hulpmiddelen, die gebruikt worden voor de agrarische productie in ons land. Gelet op het feit dat de Telling betrekking heeft op verschillende sectoren waaronder de landbouw, veeteelt, aquacultuur, etcetra, is gekozen voor de naam “Wet Zesde Agrarische Telling 2025”. Gekozen is voor de naam ‘Zesde Agrarische Telling’ omdat voorheen 5 (vijf) tellingen zijn gehouden waarbij de benaming ‘Landbouwtelling’ is gehanteerd. Deze Telling moet mede bijdragen in het verkrijgen van kennis en informatie over de sector. Kennis van de sector is nodig om een effectief en efficiënt beleid voor de agrarische sector op te stellen en uit te voeren. De “Food and Agriculture Organization of the United Nations” (FAO) waar Suriname ook lid van is, beveelt aan, om de 10 jaren een Telling te houden. De laatste Telling heeft in 2008 (thans dus 16 jaar geleden) plaatsgevonden en sindsdien is de agrarische sector veranderd, zowel in structuur als in productie. De eindresultaten zijn opgenomen in het Eindrapport Vijfde Landbouwtelling 2008. Het is van allergrootste belang op korte termijn actuele en betrouwbare gegevens te hebben over onze agrarische sector. Bij de laatste Telling in 2008 werd de PAPI -Pen and Paper Personal Interview- methode gehanteerd, waarbij pen en papier (uitgeprinte vragenlijst) werd gebruikt om de informatie te verzamelen in het veld. Deze Telling wordt volgens de CAPI -Computer- Assisted Personal Interviewing- methode uitgevoerd, waarbij de interviewer de enquetevragen voorleest vanuit een tablet en de antwoorden van de respondent rechtstreeks op het apparaat invoert. Gelet op de verniewde technologieën wordt de CAPI methode over het 2024 -7- No. 180 algemeen gezien als een dataverzamelingsmethode die tot een hoge respons en datakwaliteit leidt. Het Ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij is belast met het organiseren van Agrarische Tellingen in Suriname en is verantwoordelijk voor de jaarlijkse agrarische statistieken. In deze wet zijn er voorschriften gegeven met betrekking tot de verplichting tot de geheimhouding en zorgvuldigheid ten aanzien van de verkregen gegevens en inlichtingen van respondenten alsmede de identiteit van individuele personen, bedrijven, organisaties en instellingen waarop verkregen materiaal betrekking heeft. Artikelsgewijze toelichting Artikel 2 In het jaar 2025 wordt de Agrarische Telling gehouden. Voor de uitvoering van de Telling is gekozen voor de maanden januari, februari en maart 2025, aangezien: a. de toestand van en de activiteiten op het bedrijf van het vorig jaar 2024 kunnen worden opgenomen; b. de klimatologische omstandigheden van die periode minder extreem zijn waardoor de meeste gebieden bereikbaar zijn. Artikel 4 De FAO heeft onder andere als opdracht om de plannen voor de wereld Agrarische Telling op te stellen en is verantwoordelijk voor het wereldprogramma voor Agrarische Tellingen. Het FAO mondiaal programma voor Agrarische Tellingen van 2020 bevat Tellingen die uitgevoerd zullen worden tussen 2016 en 2025. Artikel 5 Met betrekking tot het zuidelijk deel van Suriname vindt de Telling plaats in geselecteerde gebieden of dorpen. In het district Paramaribo vindt de Telling ook in geselecteerde gebieden plaats. De Telling in bovengenoemde geselecteerde gebieden vindt vanwege logistieke en organisatorische redenen plaats in de maand februari 2025. 2024 -8- No. 180 Artikel 6 Lid 1 van dit artikel geeft aan dat de vragen betrekking hebben op de agrarische sector. Ingevolge lid 2 wordt door de Minister bij beschikking aangegeven wat de gewenste gegevens kunnen zijn bij de Telling. Artikel 7 Dit artikel treft structurele voorzieningen voor de uitvoering en verantwoording van de Telling. Artikel 8 De leden 1 en 2 van dit artikel geven voorschriften voor de bescherming van respondenten en personen of belangen die zij vertegenwoordigen, tegen verkeerd of onzorgvuldig gebruik van de verstrekte gegevens en inlichtingen en tegen veronachtzaming van hun recht op geheimhouding van hun identiteit. Wat het laatste betreft, behoren reeds bij het verzamelen van de gegevens en inlichtingen maatregelen getroffen te worden ter voorkoming van onnodige koppeling tussen beschikbaar gekomen informatie en de identiteit van de persoon, het bedrijf, de organisatie of de instelling, waarop de informatie betrekking heeft. Lid 3 van dit artikel geeft de veldwerkers de gelegenheid tot controle op wat de respondent opgeeft. Artikel 9 Dit artikel benadrukt de verplichting van de betrokken ondervraagden tot het verstrekken van gegevens en geheimhouding van het personeel. De leden 2 tot en met 9 geven de sancties aan. Paramaribo, 30 december 2024, CHANDRIKAPERSAD SANTOKHI