Meat Inspection Order (No. 45 of 1961)
صدر في 1961-03-25 · النص بتاريخ 2026-10-01
القانون العام والإرشادات الرسمية منشورة بوصفها أبحاثاً. ليست مشورة قانونية أو ضريبية أو مالية.
البحث نفسه مكتوب بالإنجليزية. العناوين والوسوم مترجمة؛ أما النتائج والاقتباسات فغير مترجمة.
عن هذا القانون
- اللغة
- English
- النوع
- لائحة
- المنظمة
- Amazon Cooperation Treaty Organization
- الدولة
- سورينام
- الموضوعات
- Food and nutrition
- الكلمات المفتاحية
- food safety and quality, hygiene/sanitary procedures, meat, slaughtering, international trade, authorization/permit
- الفئات
- *
أين تقرؤه
لا يوجد رابط مصدر مسجل لهذا القانون.
النص
نص القانون نفسه، مادةً مادة، كما هو محفوظ. لكل مادة رابطها.
1961 GOUVERNEMENTSBLAD VAN SURINAME No. 45 L A N D S V E R O It D E N I N G van 25 maart 1961 houdende bepalingen tot wering van vlees en vleeswaren, die voor de volksgezondheid schadelijk zijn. IN NAAM DER KONINGIN! DE WN[). GOUVERNEUR VAN SURlNA'ME, In overweging genomen hebbende, dat het wenselijk is be palingen ·vast 1te stellen tot wering van vlees en vleeswaren, die voor d~ · volksgezondheid schadelijk zijn. Heeft, de Raad van Advies gahoord, met gemeen oVerleg der Staten, vastgesteid onderstaande 1andsverordenmg: Paragraaf I. . Algemcne bepalingen. Artikel 1. · lh .de~e landsve'rordening en de ter uitvoering hiervan ge nomen besluiten wordt verstaan onder: a. minister, de minister van het ministerie waaronder de vee artsenijkundige dienst ressorteert; b. hoofd van de veear:tsenijkundige dienst, een·volledig bevoegd dierenarts, belast met de leiding van de veeartsenijkundige dienst. Artikel 2. 1. In deze landsverordening en de ter uitvoering hiervan ge nomen besluiten wordt verstaan onder slachtdieren: cenhoevige dieren, runderen, buffels, schapen, geiten en var kens. · ., 1961 No. 45 2. Bij landsbesluit kan deze landsverordenin~ geheel of ten dele op andere dieren clan de in het eerste lid bedoelde van toepassing worden verklaard. ,,Arlikel 3. 1. In deze Iandsvcrordening en de ter uitvoering hiervan ge nomen besluiten wordt vcrstaan on<lcr: a. vlees: gestorven of gedode slachtdieren. of ~ele~ van dez~, rlaaronder begrepen ongeboren vruchten, m1ts ~1e d1eren of die delen noch verduurwamd - tenzij door afkoelmg - noch toe bereid zijn. . Van de voorgaande bepaling zijn mtgezonderd hoornen, hoeven, klauwen, borstels, wol, huiden, voor ?over deze l~atste niet afkomstig zijn van varkens, en -andere btJ landsbeslmt aan te geven, voor techn:ische doeleinde~- bestemde de~en; b. vleeswaren: verduurzaamd. tenz1J door afkoelmg, of. toebe reid vlees ook indien het met andere stoffen vermengd 1s, met uitzonderlng van de bij landsbesluit aangewezen vleesproduk ten. 2. Bij landsbesluit worden in het belang van de volksgezond heid voorschriften gegeven betreffende het vcrduurzam~~ en toebereiden van vlees en wordt bepaald, welke sto~fen b1J het bereiden van vleeswaren niet mogen worden gebru1kt. A!'tikcl 4. In deze landsverordening en de ter uitvoering hiervan ge nomen besluiten wordlt verstaan onder doden in nood: het do den van een slachtdier, a. dat door een ongeval ernstig is getroffen; b. dat door ziekte in onmiddellijk dreigend levensgevaar ver keert; c. dat onm:ddellijk gevaar oplevert voor de veiligheid van personen of goederen. Artikel 5. 1. In dez~ landsverordening en de tcr uitvocring hiervan ge w•mcn be:;luiteu wurclt vrr::;t;:ian onclcr: ., 0 1961 No. 45 a. openbaar slachthuis: de inrichting, door de minister aan gewezen, waar het slachten van slachtdi1eren plaats vindt, zo:. mede het villen, het lcdigen en het reinigen der ingewanden van gcslachte slachtdiercn en he;t broeien van varkens. b. slachterij: de inrichting, builen de kring van enig openbaar slachthuis gelegen. waar hct slachten van slachtdieren plaats vindt, zomede het viJ!cn, heal 1edigcn en hct reinigen der inge wanden van geslachte s1achtdieren en bet broeien van varkens; c. slager~j of vleeswinkel: de inrichting waar vlees bewerkt wordt, voo"r de consumptie gesc&ikt gemaakt, te koop aange boden en ien verkoop voorhanden gehouden wordt; d. vleeswarenfabriek: de inrichting, waar vlees wordt ver duurzaamd, behalve door afkoeling, of wordt toebereid, inbe grepen het vermengen met andere stoffen. 2. Bij landsbesluit worden in het belang van de volkgsezond heid eisen gesteld, waaraan openbare slachthuizen, slachterijen, vleeswinkels, bewaarplaatsen van vlees, vleeswarenfabrieken, vilderijen, penserijen, drogerijen, rokerijen, zouterijen van dier li jke stoffen, vetsmelterijen en inrichtingen, bestemd tot be waring of verwerking van bloed of dierlijk afval, moeten vol <loen. :r Bij landsbesluit worden rcglementcn vastgesiteld voor, de openbare slachihuizen. Artikel 6. 1. Het sl'achten van slachtdieren mag binnen de kring van ccn openbaar slc1chthuis slechts geschieden in dat openbaar slachthuis. Het slachten van slachtdieren buiten de kring van enig openbaar slachthuis mag slechts geschieden in slachterijen. Het verkopen en bewerken van vlees, het voor de consumptie geschikt maken met het oogmerk het vlees ten verkoop aan te bieden, mag slechts geschie-den in een vleesw.inkel. Het be werken, verwcrken of toebereiden van produkten afkomstig 1ra111. slachtdieren mag slec.:hts geschi-edcn in de daarvoor be stemde in arti~el 5, tweed(' lid, gcnocmde inric~tingen. l1ij lawlsl.•c~-1 lit t V/11(:.'.1L ; 1ant :!:'.~t!VL'll i!l wclke gevaile11 en op 4 1961 No. 45 welkc voorwaarden ontheffing kan worden vcrlecnd van het in hct eci-ste lid bcpaalde. Artikel 7. Het oprichten, h~bben en cxploiteren van in artikcl 5, twccdc lid, gcnocmdc imit:htingen is V<'rhmlcn zondcr vcrgun ning van het hoofd van de vccartscnijkundigc diensl. Zodanigc vergunning wordt schriftclijk aangcvraagcl ondcr opgave van de ligging van het perceel of de pcrccclsgedeelten, waarin hct bedr.ijf wordt uitgeoefcnd en de wijzc waarop zulks gcschicclt. De vergunning in lid 1 bedoelcl wordt door het hoofd van de veeartsenijkundige dicnst slechts afgcgcven nadat hem is ge bleken, dat is of zal worden voldaan aan. de eisen in het belang van de volksgezondhei·d krachtens artikel 5, tweede lid, gesteld De in lid 1 bedoelde vergunning kan door het hoofd van de veeartsenijkundige dienst worden ingetrokken indien zonder zijn schriftelijke toE:·stemming wijziging is gebracht in de plaats waar of de wijze waarop het bedrijf wordt ui,tgeoefend of in dien niet voldaan wordt aan het bepaalde krachtens artikel 5, tweede lid. Het hoofd van de veeartsenijkundige dienst zendt van zijn beschikking tot verlening, weigering of intrekking van de ver gunning, een afschrift aan de belanghebbende en aan de dircc teur van Volksgezondhe:d. De belanghcbbrnde kan van de bc schikking van het hoofd van de vecurlsenijkundige dienst bin nen drie weken nadat hem hzt afschrift is ter hand gesteld in beroep komcn bij de directeur van volksgezondheid, die de be schikking met inachtneming van het bepaalde krachtens arti kcl 5, tweede lid, kan wijzigen. Het beroep heefl gcen schor sende werking. Paragraa{ II. Van de kemi11g. Artikcl· 8. i. Slacht.dieren zijn v66r en na het slachlen aan keuring on derworpen. 5 1961 No. 45 2: Gestorven en in nood gedode slachtdieren zijn aan de keu rmg na het slachten onderworpen. 3. Doodgeboren slachtdieren, vruchten, welke bij het slachten worden aangetroffen, gestorven eenhoevige dieren buffels en runder~n, welke jonger zijn dan zevcn dagen en ge;torven scha pen, ge1te~ en varkens, welkc jonger zijn dan derlig dagen, wor den onbru1kbaar gemaakt voor vocdsel voor mens •en dier. Artikel 9. Dcor de minister worden vastgesteld: a. de keuringskringen en de kringen van openbare slachthuizen· b. de voor de keuring geldende tarieven. ' Artikel 10. ~et d~ keuring wordt belast het hoofd van de vee·antsenij kun~1ge d1enst en de voor dit doel onder hem, door de minis ter m overleg met de minister van Volksgezondheid aangewe• zen, 1'essor.terende ambtenaren. Artik£'1 11. ~- Een slachtdier wordt geslacht en na het slachten gekeurd m het opcnbaar slachthuis, in de slachterij of op de slacht plaats, waar het v66r het slachten gekeurd is. 2. Gestorven en in nood gcdode slachtdieren worden na het slachten gekeurd op de bij land.sbesluiit aangegeven plaatsen. Art.ikel 12. 1. Hij, die ~en slach tdier wil slachten of doen slachten geeft daarvan voo1 af kenms overeenkomstig de voorschriften vast gesteld krachtens artikel 19, eersite lid, letter a. ' 2. -De eigenaar, houder of hoeder van een slachtdier dat ge.:. storve~ of in nood gedood is, geeft daarvan kennis oVCTeen komstig de voorschriften, vastgesteld krachtens aritikel 19 eerste lid, letter a. • f, 1961 No. 45 Artikel 13. 1. Het is verboden vlces, gekeurd volgens de bepalingen van deze landsverordening, in te voeren in een andere keurings kring of kring van cen openbaar slachthuis clan die. binnen welke de keuring plaats vond, zonder schriftelijke •. vergunning van het hoofd van de veeartsenijkundige dienst. Aan zodanige vergunning kunnen door het hoofd van de vecartscnijkundige dienst voorwaarden worden verbonden. 2. Vlees, dat gekeurd is volgens de bepalingen van deze lands verordening, kan bij een hoeveelheid van ten hoogste vijf ki logram in een andere keuringskring zondcr ondcrzoek of kcu ring worden ingev:9.erd, indien de persoon voor wie het bestemd is, en de met hem samenwcrkende pcrsonen niet werkzaam zijn in bet slagersbedrijf, in het bedr\jf der verduurzaming of be reiding van vlees of in de handel in vlees of vleeswaren. Artikel 14. 1. Bij de keuring v66r het slachten wordt schdftelijke vergun ning of voorwaardelijke vcrgunning tot slachte11 gegeven. 2. De vergunning vervalt indien het dier niet geslacht is bin nen tweernaal vier en twintig urcn na de dag, waarop de keu ring plaatsvond. Deze termijn kan tweemaal telkens met ten hoogste tweemaal vier en twintig uren verlengd worden. Ar.tikel 15. Bij de keuring na het slachten wordt hct vlees goc>dgekeurd, voorwaardelijk goedgekeurd of afgekeurd. Artikel 16. 1. :Indien bij de keuring het vlees voorwaardelijk is goedge keurd en niet binnen de bij de goedkeuring gestelde termijn aan de voorwaaroe is voldaan, wordt het vices onbruikbaar ge maakt voor voedsel voor mens en dier. 2. Indien bij de keuring bet vlees is afgekeurd wordt het on bruiikbaar gemaakt voor voedsel voor mens en dier. 7 1961 No.i45 3. Het in het eerste en tweede lid bepaalde is niet van toe passi-ng op afgekeurd vlees, dat -door het hoofd van de veeart scnijkundige dienst op door hem te stellen voorwaarden be stemd wordt voor de voedering van dieren. Artikel 17. Bij de kcuring voor het slachten wordt het slachtdier en bij de keuring na het slachten wordt het vlees voorzien van een of meer merken. Artikel 18. 1. Indien een overtrcding van het bepaalde bij of krachtens artikel 27 en artikel 30, eerste lid, letter 1a, is opgespoord, wonit het vlees waarmede dat feit is gepleegd, in beslag genomen en op kosten van de overtreder voor zoveel mogelijk gek.,eurd. 2. Indien het vlees wordt goedgekeurd, · of voorwaardelijk goedgekeurd, kan he-t met toestemming van bet openbaar mi• nisterie aan de belanghebbenrle warden teruggegeven, nadat deze de koirten der keuring zal hebben voldaan. 3. Indien het vlees wordt afgekeurd of indien, in geval van voorwaardelijke goedkeuring, niet binnen de bij de keuring ge stelde termijn aan de voorwaarden is voldaan, wordt het vlees, evenwel tijdens de loop der strafzaak niet dan met toestem ming van bet openbaar ministerie, onbruikbaar gemaakt voor voedsel voor mens en dier. 4. Indien een overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 20, 2:1, 28 en 30, eers•te lid, letter b of c, is opge spoord, worden de vleeswaren en het vlees, waarmede bet feit is gepleegd ·iin beslag genomen en onbruikbaar gemaakt voor voedsel voor mens en dier, wel1ke onbruikbaarmaking tijdens de loop van de procedure niet kan geschieden dan met toestem ming van het openbaar ministerie. ArUkel 19. 1. Bij la.ndsbesludt wordt bepaaJd: a. de vorm, de plaiats en de tijd voor de kennisgeving, bedoeld in artikel 12; 8 1961 No. 45 b. wat bij de keuring onderzocht moet worden; c. in welke gevallen moet wordcn afgekeurd of voorwaardel\jk goedgekeurd; d. in welke toestand cen geslacht dier moet verkeren totdat met de keuring wordt begonnen; e. welke modellen gebruikt moeten worden voor de vergun nlng en de voorwaardelijke vergu,nning tot slachten bedocld in artikel 14; f. op welke wijze voorwaardelijk goedgekeurd vlees bruikbaar mag worden gemaakt voor voedsel; g. op welke wijze slachtdieren bij de keuring v66r het slachtcn en vlees bij de keuring wordt gemerkt; h. op welke wijze vlees en vlecswarcn voor voedscl voor mens en dier onbruikbaar moeten worden gemaakt. 2. Bij landsbesluit worden voorschriften gegeven met betrek: king ,tot de wijzen, waarop slachtdie-ren mogen worden geslacht. Paragraaf III. Van de invocr van vlees en vleeswaren uit het bttitcnla11d. Artikel 20. 1. Invoer van vlees hecft plaats langs de door de minister B:an te wijzen eerste kantoren, waar het op kosten van de in v9erder door of in opdracht van het hoofd van de veeartsenij kundige dienst wordt gekeurd. 2. De minister kan de invoer toestaan van vlees, dat zich be vindt in of op een middel van vervoer en bcstemd is uitslui rt:end voor persoonlijk gebruik van hen, die daarin of daarop verblijven. Artikel 21. Bij landsbe!>luit wordt bepaald onder welke voorwaarden de invoer van vlees geoorloofd is. 9 1961· . ' No. 45 Artikel 22. l. Ingevoerd vlees wordt goedgekeurd of afgekeurd en als zo chmig gemerkt. 2. Afgekeurd vlees wordt door de zorg van het hoofd van de veeartsenijkundige dienst onbruikbaar gemaakt voor voedsel ,·oor mens en dier, tenzij het binnen 1tweemaal vi:er en twintig uren door de bclanghebbende wordt uitgevoerd. 3. Onbruikbaa: mak ing voor voedsel voor mens en <lier ge scluedt onverw1Jld, md1en het vlces dreigt in ontbinding over te gaan. Artikel 23. 1. Bij landsbesluit wordt bepaald: a .. welke vleeswaren ingevoerd mogen worden; b. onder welke voorwaarden de invoer van die vleeswaren geoorloofd is. 2. ~e minister kan ~e invoer toestaan van vleeswaren,' die ?-1e~ m ~~t !andsbe~lmt bedoeld in het eerste lid zijn genoemd, md1en z 1~ z1c h b~v1nden in of op middelen van vervoer en be s~emd z1~n u1tslmtend voor het persoon·lijk gebruik van hen die daarin of daarop verblijven. ' Paragraaf IV. · Van het toezicht. Artikel 24. .Onder d~ ~evelen van de minister van Volksgezondheid wordt het toez1cht ~p de naleving van deze Iandsverordenin opgedragen aan de d1recteur van Volksgezondheid. g Artilrel 25. De hoofden en bestuurders van bedrijven en ondernemin gen, op welke voorschrifiten van deze landsverordening of ter 10 1961 No. 45 uitvoering h;crvan gegeven van toepassing zijn, geven aan de bevoegde ambtenaar de verlangde inlkhtingen omtrent zaken en feiten, de naleving van die voorschriften betreffende. Het is verboden: Paragraaf V. Strafbepalingcn. Arti:kel 26. a. een aan kcuring onderworpen slachtdier zonder vergunning te slachten; b. een aan keuring onderworpen slachtdicr te slachten zonder inachtneming van de voorwaarden, waaronder vergunning tot slachten is verleend, of van de krachtens artikel 19, tweede lid, vastgestelde voorschriften met betrekking tot de wijzen, waar op slachtdieren mogen worden geslacht; c. een geslacht dier, dat niet verkeert in de toestand, beschre ven in de krachtens artikel 19, eerstc lid, letter d, vastgestelde voorschriften, ter keuring aan te bieden. · Artikel 27. Het is verboden vlees, dat aan keuring is onderworpen doch niet overeenkomstig deze landsvero1~dening en de ter uitvoering hiervan gegeven voorschriften is gekeurd, of dat na keuring niet van het voorgeschreven merk is voorzien, te verkopen, te koop aan te bieden, af te leveren, ten geschenke te geven, te ver voeren of te doen vervoeren, anders dan ,ter naleving van enig wettelijk voorschrift, of ter af.levering voorhanden le hebben, of, tenzij in afwachting van de keuring, in voorraad ,te hebben. Artikel 28. Het is verboden zonder inachtneming van de ten aanzien van de invoer van vlees en vleeswaren gegeven voorschriften vlees of vleeswaren in te voeren, of, wetende dat zij aldus zijn ingevoerd, vlees of vleeswaren te verkopen, te koop aan te 11 1961 No. 45 bieden, af te leveren. ten geschenke te geven, tot vervoer of aflevering voorhandcn te hebben, in voorraad te hebben, te vervoeren cf te doc1i vervocren. Artikcl 29. Het hoofd of de bestuurder van een onderneming tot ver duurzaming en toebcrciding van vlees of tot bereiding van vkeswaren ncemt allc maatregelen, nodig om te verzekeren, dat daarin geen der voorschriften van het landsbesluit bedoeld in arpkel :3, twecdc lid en arlikcl 5, tweede lid, wordt over treden. Artikel 30. l. Het is verboden: a. vlees wederrechtelijk tc onttrekken iaan keuring of aan on bruikbaarmaking voor voedsel voor mens en dier; b. vlees, <lat afgekeurd is of onbrmkbaar gemaakt is voor voedsel voor mens en dier. of dat bedorven of op andere wijze ondeugdelijk geworden is, te verkopen, ;te koop aan te bieden, af te leveren, ,ten geschenke te geven, tot vervoer of aflevering vcorhanden te hebben, in voorraad te hebben, of, tenzij ter na leving van enig \vettelijk voorschrif.t, te vervoeren of te doen vervoeren; c. vleeswaren, die bereid zijn in strijd met <le voorschriHen van het landsbesluit bedoeld in artikel 3, tweede lid, of die be dorven of op andere wijze ondeugdelijk geworden zijn, te ver kopen, te koop aan te bieden, af te leveren, ten geschenke te gev·en, ,tot vervoer of aflevering voorhanden te hebben, in voorraad te hebben, of, tenzij ter naleving van enig wettelijk voorschr,if t, te vervoeren of :te doen vervoeren. 2. Het in het eerste lid, sub b, bepaalde is niet van toepas sing op vlees. bedoeld in artikel 16, derde lid. ArUkel 31. 1. Met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboe.te van ten hoogste duizend gulden wordt gestraft: 12 1961 No. 45 a. hij die, in strijd handelt met de bij en krachtcns deze lands verordening gestelde bepalingcn; b. hij die hetgeen geschicdt ter uitvocring van dcze l:mdsver ordening en van deter uitvocring hicrvan genomen lamisbeslui ten belet, belemmer;t of vcrijdclt. 2. De schuldige kan warden ontzct van de uitoefcnin.r.; van hct beroep, · waarin hij bij hcrhaling de ovcrtreding bcgaan heeft. Artikcl 32. . De bij deze landsverorckning strafbaar gesteldc foiten wo1· den beschouwd als overtrcdingen. Artikcl 33. Indien een bij of krachtcns dcze landsverordening strafbaar gesteld feit wordt gepleegcl door of vanweg~ cen rcchlspersoon, een vennootschap, enige andere vercniging van pcrsonen of een doelvermogen, wordt de strafvervolging ingcsll'ld en de slraf uitgesproken hetzij tegen d~e rechtspersoon. die vennoot schap, die vereniging of dat doelvermogen, hctzij tegen hen die tot het feit opdracht hebben gegeven of die fri telijk lei ding hebben gehad bij het verboden handelcn of na la ten, hetzij te gen beiden. · Artikel 34. 1. Met het toe:.dcht op de naleving van de voorschriftcn van deze landsverordening en met het opsporen van overlredingen van voorschriften gestcld bij of krachtcns dcze landsverorde ning zijn, behalve de personen aangewezen bij artikel 8 van het Surinaamse Wetboek van Strnfvordering. belasl: hct hoofd van de veeartsenijkundige dienst en de onder hem met de keu ring van slachtdieren belastc 1·cssorterenclc ambtenarcn. 2. Met de opsporing van de krachtens artikel 3. tweedc lid, strafbaar gestelde feiten, is mcdc bclast de gouverncmcnts scheikundige. 3. De personen in het eerste en twecdc lid bcdoeld, hebben in de uitoefening van het aan hen opgedragen toezicht en tot het 13 1961 No. 45 opsporen van de bij en krachtens deze landsverordening straf baar gesteldc foilen te alien tijdc toegang tot alle plaatsen, waarvan naar bun redclijk oordcel de betreding voor de ver vulling van hun taak nodig is. Zo nodig verschaffen zij zich de toegang met bchulp van de stcrke arm. Is de plaa ts tevens een woning of alleen door een woning tocgankeiijk, dan tredcn zij dczc tcgen de wil van de bewoner niet binnen dan op vcrtoon van een algemene of bijzondere schriftelijkc lastgeving, te Paramaribo van de procureur-gene raal en in een district van de betrokken districts-commissaris. Van dit binnentreden wordt binnen tweemaal vier en tw,in tig uren proccs-verbaal opgemaakt, hetwelk wordt ingezonden bij de procurcur-gencraal of de bctrokken districts-commissa saris. Daarin wordt mede van hct tijdstip van het binnentre• den en van het beoogde doel melding gemaakt. De bovenbedoelde personen zijn bevoegd zich van bepaal de door hen aan te wijzen pcrsonen te doen vergezellen. In <lat geval wordt hicrvan in hct proces-verbaail melding gemaakt. Artikcl 35. De personen, in hct voorgaand artikel · bcdoeld, zijn te al len tijde bevocgd om in beslag te nemen zomede ter inbeslag neming de uitlevering te vordcren van alle zaken welke .tot ontdekking van de waarheid kunnen dienen. of welker ver bcurdverklaring, vernietiging of onbruikbaarmaking kan wor dcn bevolen. De goedcrcn of voorwcrpen door middel van een, bij of krachtens deze landsverordening strafbaar gesteld feit verkre gen, of waarmede uf met bctrekking lot wclke het feit is be gaan, kunnen warden verbeurd verklaard. De vernietiging of onbruikbaarmaking van die goederen kan in het vonnis wor clen gelast. Paragraaf VI. S1.othepalingen. Artikcl 36. Bij het inwerkingtredcn van deze landsverordening ver 14 1961 No. 45 valt de verordening van 25 febrnari 1929 op de opcnbare slacht huizcn, op slachterijen en slagcrijen of vlc:swinkf'ls en dcrgc lijke inrkhtingcn (G.B. HJ29, nr. :i4; gcldcncle tekst G.B. 1949, nr. 69; aangcvulcl bij G.B. 1954, nr 24). Artikel 37. Deze landsvcrordening wclkc kan worden aangchaalcl als ,,Vleeskeuringsverordening" met vcrmelding van het jaartal waarin zij is tot stand gekomen, treedt in werking de dag vol gende op die van haar afkondiging. Gegeve!1 tc Paramaribo. de 25ste maart 1961. De Minister van Landbouw, Veeteelt en Visser;j, a.i., F. E. ~SED. De Minister van Justitic en Politic, H. SHRIEMISIER. C. NAGTEGAAL. Uitgegeven tc Paramaribo, cle 31stc maart 1961. De Minister van Binncnlandsc Zaken, S. n. E.MANUF)LS.