تخطَّ إلى المحتوى
Nelum
قوانين سورينام

Energy Authority Suriname Act

صدر في 2016-03-10 · النص بتاريخ 2026-10-01

القانون العام والإرشادات الرسمية منشورة بوصفها أبحاثاً. ليست مشورة قانونية أو ضريبية أو مالية.

البحث نفسه مكتوب بالإنجليزية. العناوين والوسوم مترجمة؛ أما النتائج والاقتباسات فغير مترجمة.

عن هذا القانون

العنوان الأصلي
Wet van 10 maart 2016, houdende instelling van de Energie Autoriteit Suriname. (Wet Energie Autoriteit Suriname).
اللغة
Dutch
النوع
قانون
المنظمة
Amazon Cooperation Treaty Organization
الدولة
سورينام
الموضوعات
Energy
الكلمات المفتاحية
energy conservation/energy production, institution, governance, protection of environment, financing

أين تقرؤه

النص

نص القانون نفسه، مادةً مادة، كما هو محفوظ. لكل مادة رابطها.

  1. Artikel 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. de Minister: de Minister belast met energiezaken, b. de EAS: de Energie Autoriteit Suriname als bedoeld in artikel 2, c. de Directeur: de Directeur van de EAS als bedoeld in artikel 3 lid 1, 2016 -2- No. 41 d. de Onderdirecteur: de Onderdirecteur van de EAS als bedoeld in artikel 4 lid 1, e. de Raad: het orgaan binnen de EAS als bedoeld in artikel 8. ENERGIE AUTORITEIT SURINAME

  2. Artikel 2 1. Bij deze wet wordt ingesteld de Energie Autoriteit Suriname, afgekort EAS; de EAS is een rechtspersoon en is gevestigd te Paramaribo. 2. De EAS is het toezichthoudende en aansturende orgaan in de energievoorzieningssector. Voorts dient zij de Minister en de sector gevraagd en ongevraagd van advies. 3. De EAS werkt ter bevordering van beschikbaarheid, betaalbaarheid, duurzaamheid en milieuhygiene in de energievoorzieningssector. Voorts ontleent zij bevoegdheden aan wettelijke regelingen waarin zij onder meer als toezichthouder is aangewezen. DIRECTIE

  3. Artikel 3 1. Het bestuur van de EAS berust bij de Directeur. De Directeur wordt bijgestaan door een Onderdirecteur. 2. De Directeur wordt, op voordracht van de Raad en na goedkeuring van de Raad van Ministers, door de Minister benoemd, geschorst en ontslagen. 3. Voor de functie van Directeur gelden de volgende minimale benoembaarheideisen: 2016 -3- No.41 een afgeronde academische masteropleidingof daaraan gelijkgesteld, die relevant is voor de energiesector, aantoonbare en aanwendbare kennis van de energievoorzieningssector, tien jaar werkervaring in leidinggevende functies, geen belangen of aandelen hebben in bedrijven uit de energievoorzieningssector of bedrijven die toeleverancier zijn van de energiesector, een gunstig resultaat uit een antecedenten en psychologisch onderzoek. 4. De Directeur vervult zonder schriftelijke toestemming van de Raad geen nevenbetrekkingen, bezoldigd of onbezoldigd.

  4. Artikel 4 1. De Onderdirecteur wordt op voordracht van de Raad na de Directeur gehoord te hebben en na verkregen goedkeuring van de Raad van Ministers, door de Minister benoemd, geschorst en ontslagen. 2. Voor de functie van Onderdirecteur gelden de volgende minimale benoembaarheideisen: een afgeronde academische masteropleiding of daaraan gelijkgesteld, die relevant is voor de energiesector, vijf jaar werkervaring in leidinggevende functies, aantoonbare en aanwendbare kennis, relevant voor de te vervullen functie, geen belangen of aandelen hebben in bedrijven uit de energievoorzieningssector of bedrijven die toeleverancier zijn van de energiesector, een gunstig resultaat uit een antecedenten en psychologisch onderzoek. 3. Ben Onderdirecteur vervult zonder schriftelijke toestemming van de Raad geen nevenbetrekkingen, bezoldigd of onbezoldigd. 2016 -4- No. 41

  5. Artikel 5 1. De arbeidsvoorwaarden van de Directeur en de Onderdirecteur worden door de Minister, gehoord de Raad en na verkregen goedkeuring van de Raad van Ministers, vastgesteld. Het salaris en de overige arbeidsvoorwaarden worden overeenkomstig hetgeen in de energievoorzieningssector gebruikelijk 1s, vastgesteld. 2. De Directeur en de Onderdirecteur zijn niet ouder dan 65 jaar.

  6. Artikel 6 1. De Directeur vertegenwoordigt de EAS in en buiten rechte. 2. De Directie regelt de verdeling van haar verantwoordelijkheden en bevoegdheden, alsmede haar werkwijze in een door de Raad goed te keuren directiereglement. 3. Wijziging van het directiereglement wordt door de Directie in samenspraak met de Raad voorbereid, en vervolgens door de Raad vastgesteld. 4. Het personeel wordt door de Directeur benoemd, geschorst en ontslagen. Hun arbeidsvoorwaarden worden na goedkeuring door de Raad, door de Directeur vastgesteld. 5. De Directeur ontleent zijn bevoegdheid tot het in dienst nemen van personeel aan wettelijke regelingen. De betreffende wettelijke regelingen beperken de Directeur in het aantal personeelsleden dat in dienst mag worden genomen en schrijven minimale kwalificaties voor waaraan de personeelsleden moeten voldoen. 2016 -5- No. 41

  7. Artikel 7 Bij ontstentenis of belet van de Directeur berust het bestuur bij de Onderdirecteur. Bij ontstentenis of belet van de Directeur en de Onderdirecteur wordt het bestuur gedurende maximaal drie kalendermaanden waargenomen door de voorzitter van de Raad. RAAD VAN TOEZICHT

  8. Artikel 8 I. De Raad is belast met het toezicht op het functioneren van de Directie en dient de Directie gevraagd en ongevraagd van advies. 2. De Raad bestaat uit zeven !eden. Bij het ontstaan van een vacature kan de Raad gedurende maximaal zes maanden uit vijf of zes leden bestaan. Indien na verstrijking van de genoemde periode geen invulling heeft plaatsgevonden kan na goedkeuring van de Raad van Ministers een nieuw raadslid door de minister benoemd worden. 3. De Raadsleden hebben geen belangen of aandelen in bedrijven uit de energievoorzieningssector of in direct aan de sector verwante bedrijven. 4. Van de zeven Raadsleden worden drie uit hoofde van hun functie door de Minister benoemd: een afgevaardigde van het Ministerie be last met energiezaken, een afgevaardigde van het Ministerie van Financien, een afgevaardigde van het Ministerie van Handel en Industrie. 2016 -6- No. 41 De afgevaardigden van de Ministeries hebben tenminste een afgeronde Hbo-opleiding. De overige vier Raadsleden worden als volgt voorgedragen: - een Raadslid door de Universiteit van Suriname, - een Raadslid door het bedrijfsleven, als vertegenwoordiger van de commerciele en industrieleafnemers, - een Raadslid door een consumenten organisatie, als vertegenwoordiger van de huishoudelijke afnemers. - een Raadslid als vertegenwoordiger van een overkoepelend orgaan van de vakbeweging, De voorgedragen Raadsleden hebben tenminste een afgeronde Hbo-opleiding en zijn geen bestuurslid bij de organisatie die hun heeft voorgedragen. De voordracht van de Raadsleden dient zodanig te geschieden dat de samenstelling van de overige vier Raadsleden tenminste bestaat uit een jurist, een econoom en een ingenieur. 5. De voorgedragen Raadsleden worden, na goedkeuring door de Raad van Ministers, door de Minister benoemd voor de duur van drie jaar. Een Raadslid kan maximaal 2 keer worden herbenoemd. 6. De Minister is te allen tijde bevoegd om de in lid 5 benoemde Raadsleden te schorsen en te ontslaan. 7. De Minister benoemt een uit de vier voorgedragen Raadsleden tot Voorzitter van de Raad. De Raad wijst uit zijn midden een Ondervoorzitter aan en stelt de verdeling van zijn werkzaamheden onderling vast. 2016 -7- No. 41 8. De overige taken van de Raad zijn: a. bet verlenen van goedkeuring aan recbtsbandelingen van de Directie die een in bet directiereglement nader te bepalen bedrag te boven gaan, b. bet goedkeuren van de begroting v66r bet begin van bet begrotingsjaar, c. bet goedkeuren van de kwartaalverslagen uiterlijk binnen zes weken na bet verstrijken van het afgelopen kwartaal, d. het aantrekken van de exteme accountant, e. het opstellen van het preadvies van het jaarverslag en de j aarrekening. 9. De Raadsleden genieten een door de Raad van Ministers vast te stellen remuneratie. De remuneratie komt ten laste van de exploitatierekening van de EAS. 10. Een Raadslid treedt af bij het bereiken van de leeftijd van 70 jaar. 11. De Raad kan zich voor specifieke zaken, welke verband bouden met haar toezicbt op de Directie, laten bijstaan door deskundigen voor rekening van de EAS. 12. Aile andere niet in deze wet geregelde zaken betreffende de Raad worden bij reglement, na goedkeuring van de Raad van Ministers, vastgesteld. FINANCIELE MIDDELEN

  9. Artikel 9 I. Ter dekking van de opstartkosten is bij de inwerkingtreding van deze wet een bedrag van SRD 1.500.000 (Een miljoen vijfhonderdduizend) voor de EAS beschikbaar ten laste van het Ministerie belast met energiezaken. 2016 -8- No.41 2. De Directeur stelt jaarlijks v66r 1 augustus een begroting samen voor het volgende kalenderjaar en biedt deze aan de Raad ter goedkeuring aan. 3. De exploitatiekosten van de BAS komen voor rekening van het Ministerie belast met energiezaken. 4. De financiele middelen van de EAS kunnen voorts bestaan uit: a. kostendekkende vergoedingen aan de EAS in verband met verrichte werkzaamheden ten behoeve van derden. b. middelen verkregen uit internationale fondsen, schenkingen en rente van banktegoeden en overige haar toekomende wettige middelen. 5. Jaarlijks wordt, na aftrek van de exploitatiekosten en de reserveringen voor ontwikkeling, het surplus gereserveerd voor dekking van exploitatiekosten in het volgende begrotingsjaar. JAARREKENING EN JAARVERSLAG

  10. Artikel 10 1. Jaarlijks v66r 1 april,dient de Directeur een jaarrekening over het afgelopen boekjaar, ten minste bevattende een balans en een staat van baten en lasten met bijbehorende toelichting, ter goedkeuring bij de Raad in; de jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring afgegeven door een externe accountant. 2. Het boekjaar valt samen met het kalenderjaar. Het eerste boekjaar loopt vanaf de instelling tot en met 31 december daaraanvolgend. 2016 -9- No. 41

  11. Artikel 1I 1. De Directeur dientjaarlijks v66r 1 april, eenjaarverslag over het afgelopen kalenderjaar bij de Raad in over de werkzaamheden, het gevoerde beleid in het algemeen en de doelmatigheid en doeltreffendheid van de werkzaamheden in het bijzonder. 2. Het jaarverslag geeft een getrouw beeld van de positie van de EAS op de balansdatum en de gang van zaken gedurende het boekjaar. Het bevat tevens inlichtingen omtrent gebeurtenissen van bijzondere betekenis, die na het einde van het boekjaar tot aan de rapportage datum hebben plaatsgevonden, terwijl voorts mededelingen worden gedaan over te verwachten zaken die de positie van de EAS raken; het jaarverslag mag niet in strijd zijn met de jaarrekening. 3. Het jaarverslag inclusief de jaarrekening wordt na goedkeuring door de Raad ondertekend door de Directeur en ten minste vier Raadsleden. Uiterlijk 1 juni zorgt de Raad voor indiening van een goedgekeurd jaarverslag inclusief jaarrekening bij de Minister, ter verkrijging van decharge. SLOTBEPALINGEN A1tikel 12 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 10 van de Grondwet, warden geschillen tussen de EAS en personen en rechtspersonen behorende tot de energievoorzieningssector middels arbitrage beslecht. 2. Bij staatsbesluit worden ter zake de in lid 1 bedoelde geschillenbeslechting nadere regels vastgesteld. 2016 -10- No.41

  12. Artikel 13 Onverminderd de bepalingen van deze wet waarin een staatsbesluit is voorgeschreven, kunnen ter uitvoering van de in deze wet geregelde onderwerpen, nadere regels bij of krachtens staatsbesluit worden vastgesteld.

  13. Artikel 14 1. Deze wet kan worden aangehaald als: Wet Energie Autoriteit Suriname. 2. Zij wordt in het Staatsblad van de Republiek Suriname afgekondigd. 3. Zij treedt inwerking met ingang van de dag volgende op die van haar afkondiging. 4. De Minister belast met energie zaken is belast met de uitvoering van deze wet. Gegeven te Paramaribo, de 1oe maart 2016, DESIRE D. BOUTERSE Uitgegeven te Paramaribo, de 29ste maart 2016 De Minister van Binnenlandse Zaken, M.F. NOERSALIM 2016 -11- No.41 WET van 10 maart 2016 , houdende instelling van de Energie Autoriteit Suriname (Wet Energie Autoriteit Suriname) MEMORIE VAN TOELICHTING Inleiding Het belang van betrouwbare energievoorziening werd reeds door de Grondwetgever onderschreven. Energie, dus ook elektriciteit, is door de Grondwetgever als een van de basisbehoeften genoemd ten aanzien waarvan de Staat omstandigheden beho01i te scheppen waardoor optimale bevrediging kan worden verkregen. In het Ontwikkelingsplan 2012 - 2016 bevestigt de Regering haar verantwoordelijkheid voor duurzame energievoorziening en geeft . voorts aan de herstructurering van de sector ter hand te zullen nemen. Uit de geschiedenis van de energiesector blijkt dat de Staat, om onder meer de leveringszekerheid te kunnen garanderen, in 1981 alle aandelen in de N.V. Energiebedrijven Suriname heeft overgenomen. Voorts heeft de Staat middels het verstrekken van objectsubsidie de prijs voor elektriciteit betaalbaar gehouden. De Staat heeft aldus middels aandeelhouderschap en een subsidiebeleid de publieke belangen in de elektriciteitsvoorzieningssector weten te waarborgen. Echter, de verstrekte subsidie vertoont reeds jaren een stijgende trend en maakt thans een substantieel deel uit van de overheidsuitgaven. Het gevolg hiervan is <latniet de afnemer, maar de belastingbetaler steeds meer zou moeten betalen voor het verbruik van de afnemer. Het behoeft geen betoog dat dit systeem, waarvan geen stimulering tot doelmatige productie en doelmatig verbruik uitgaat, niet te handhaven is. Het is dus noodzakelijk <lat de Overheid de objectsubsidie aan de N.V. Energiebedrijven Suriname afbouwt en, ter handhaving van de betaalbaarheid, bet instrument van subjectsubsidie in de sector introduceert. 2016 -12- No.41 Om de afnemer te beschermen tegen onbedwongen kostenstijgingen is het nu ook meer dan ooit noodzakelijk de sector zodanig te herstructureren dat economische efficientie wordt gewaarborgd. Het hebben van een onafhankelijk en goed functionerend regulerend orgaan binnen de sector is hierbij noodzakelijk en wekt vertrouwen bij: de afnemer dat zijn belangen op termijn gewaarborgd blijven, de producenten en het elektriciteitsbedrijf voor wat betreft de betrouwbaarheid van de sector, toekomstige investeerders om hun kapitaal met aanvaardbare risico's te investeren in de sector. De grondslag voor dit vertrouwen vindt zijn oorsprong in: de ontkoppeling van dagelijkse politieke invloeden op de sector, zodat visie en lange termijn denken de overhand krijgen, het creeren van transparantie in de sector, het feit dat de concentratie van expertise en sectorkennis in het regulerend orgaan synergie schept om complexe vraagstukken in de sector het hoofd te bieden. Met de onderhavige Wet Energie Autoriteit Suriname en de Elektriciteitswet 2016, zet de overheid de eerste stappen in het proces van herstructurering van de energievoorzieningssector. De Energie Autoriteit Suriname Er is gekozen voor een rechtspersoonlijkheid bezittende autoriteit als regulator, vanwege de ervaring die Suriname heeft met autoriteiten in andere sectoren. De Energie Autoriteit Suriname (EAS) is ingesteld met het doel ten behoeve van de energiesector toezichthoudende en aansturendebevoegdheden uit te oefenen, als ook de Minister en de sector gevraagd en ongevraagd van advies te dienen. 2016 -13- No. 41 De werkzaamheden van de EAS zijn erop gericht de energievoorzieningssector te reguleren zodat optimale beschikbaarheid en betaalbaarheid van diensten en producten wordt bereikt, en milieuhygiene bij de productie en transport wordt gewaarborgd (artikel 2). Organen binnen de EAS De organen binnen de EAS zijn de Directie, bestaande uit de Directeur en Onderdirecteur, en de Raad van Toezicht (artikelen 3 t/m 8). De Directeur heeft de leiding over de autoriteit en vertegenwoordigt haar in en buiten rechte. De Directeur is verantwoordelijk voor correcte uitvoering van alle taken van de EAS en voor een verantwoorde uitoefening van de aan de EAS toegekende bevoegdheden. De Raad houdt toezicht op de Directie en is voorts binnen de EAS het adviserend orgaan. De Raad is dus niet het adviesorgaan ten behoeve van de sector, maar richt zich met haar adviezen tot de Directie. De afgevaardigden van de Ministeries zitten in de Raad om een optimale werkrelatie tussen de Ministeries en de Autoriteit te waarborgen. Het Raadslid als vertegenwoordiger van de Universiteit van Suriname zal zich onder meer beijveren om de samenwerking tussen de Autoriteit en de Universiteit te bevorderen. De overige drie Raadsleden zijn er om te waken over de belangen van de afnemers. De gekozen structuur moet de onafhankelijkheid van de EAS helpen waarborgen en het mogelijk maken dat zij haar wettelijke taken en bevoegdheden ongehinderd en op transparante wijze kan uitvoeren. Teneinde de EAS instaat te stellen duurzaam hooggekwalificeerd personeel aan te trekken zalhet personeel conform de in de energievoorzieningssector geldende salarissen vergoedt worden. Echter zal de hoogte en vaststelling hiervan op basis van een regeringsbesluit of nog aan te nemen wet op parastatalen, welke de hoogte van salarissen en emolumenten binnen parastatalen regelt, worden gereguleerd. 2016 -14- No.41 Personeel EAS De EAS bevordert als toezichthoudend en aansturend orgaan ender meer de economische efficientie binnen de sector. Daarom beperkt de wet de Directeur van de EAS om meer personeel in dienst te nemen dan strikt noodzakelijk (artikel 6 lid 5). TakenEAS De EAS werkt als toezichthoudend en aansturend orgaan ter bevordering van beschikbaarheid, betaalbaarheid, duurzaamheid en milieuhygiene in de energievoorzieningssector. De EAS ontleent voorts taken en bevoegdheden aan andere wetten en wettelijke regelingen. Zeals hierboven is aangegeven, is de EAS er ten behoeve van de gehele energiesector. Zo worden in de Elektriciteitswet 2016 haar taken en bevoegdheden betreffende de elektriciteitsvoorzieningssector geregeld. Bij regulering van andere deelgebieden binnen de energiesector kunnen aan de EAS nieuwe taken en bevoegdheden ter zake het betreffende deelgebied worden opgedragen. Aan de EAS zullen dus bij wet ter zake andere deelgebieden van de energiesector alle taken worden opgedragen die passen binnen het kader dat in artikel 2, leden 2 en 3, is opgenomen. Bij regulering van andere deelgebieden kan de directie van de EAS worden uitgebreid met meerdere onderdirecteuren. Dit zal in de betreffende wetten worden geregeld. Paramaribo, 10 maart 2016, DESIRED. BOUTERSE

Energy Authority Suriname Act · Nelum