تخطَّ إلى المحتوى
Nelum
قوانين هولندا

Excecutive Regulation containing rules relative to spreading upon the soil or bringing into the soil of Organic Fertilizing Substances (Excecutive Regulation Fertilizers of Animal Origin)

صدر في 2007-12-12 · النص بتاريخ 2026-10-01

القانون العام والإرشادات الرسمية منشورة بوصفها أبحاثاً. ليست مشورة قانونية أو ضريبية أو مالية.

البحث نفسه مكتوب بالإنجليزية. العناوين والوسوم مترجمة؛ أما النتائج والاقتباسات فغير مترجمة.

عن هذا القانون

العنوان الأصلي
Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 12 december 2007, nr. TRCJZ/2007/3737, houdende regels ter uitvoering van het Besluit gebruik meststoffen (Uitvoeringsregeling gebruik meststoffen).
اللغة
Dutch
النوع
لائحة
الدولة
هولندا
الموضوعات
Land and soil, Cultivated plants, Water
الكلمات المفتاحية
pollution control, soil pollution/quality, environmental standards, standards, protection of environment, fertilizers/nutrients, data collection/reporting, plant production, freshwater pollution
الفئات
agriculture

أين تقرؤه

    لا يوجد رابط مصدر مسجل لهذا القانون.

النص

نص القانون نفسه، مادةً مادة، كما هو محفوظ. لكل مادة رابطها.

  1. 15/9/2020 wetten.nl - Regeling - Uitvoeringsregeling gebruik meststoffen - BWBR0023115 https://wetten.overheid.nl/BWBR0023115/2020-08-01/0/afdrukken 1/8 Wettenbank Uitvoeringsregeling gebruik meststoffen Geldend van 01-08-2020 t/m heden Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 12 december 2007, nr. TRCJZ/2007/3737, houdende regels ter uitvoering van het Besluit gebruik meststoffen (Uitvoeringsregeling gebruik meststoffen) De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Handelende in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; Gelet op en gelet op de , , en ; artikel 64 van de Wet bodembescherming artikelen 1c, tweede lid 2a, vierde lid 4b, eerste lid 8a, eerste lid, van het Besluit gebruik meststoffen Besluit: Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: besluit: ;a. Besluit gebruik meststoffen minister: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;b. Raad: Raad voor Accreditatie te Utrecht;c. landbouwer: landbouwer als bedoeld in ; d. artikel 1 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet bemester: apparaat in een mestaanwendsysteem waarmee drijfmest of vloeibaar zuiveringsslib op of in de grond wordt gebracht; e. mestaanwendsysteem: het geheel van apparatuur en verbindingsonderdelen, uitgezonderd een tractor als deze niet onlosmakelijk deel uitmaakt van dit systeem, waarmee mest of zuiveringsslib vanuit een kelder of opslag op of in de grond wordt gebracht. f. Artikel 2 De in bedoelde bemonstering en analyse van de bodem waarop zuiveringsslib wordt gebruikt, wordt verricht in een frequentie van ten minste eenmaal per tien jaar, door een laboratorium dat blijkens accreditatie door de Raad aantoonbaar voldoet aan de norm NEN-EN-ISO/IEC 17025. 1 artikel 1c van het besluit Het laboratorium verricht de bemonstering en de analyse van de bodem, overeenkomstig het in opgenomen protocol en stelt een analyserapport op. 2 bijlage A Het analyserapport heeft een geldigheidsduur van ten hoogste tien jaar en bevat voor ieder bemonsterd perceel in ieder geval de volgende gegevens: 3 de naam en het adres van de landbouwer wiens percelen zijn bemonsterd;a. een kadastrale of topografische aanduiding van het perceel waarop de bemonstering werd verricht; b. de hoedanigheid en samenstelling van de bodem van het desbetreffende perceel;c. de naam van het onderzoekslaboratorium dat de analyse heeft verricht;d. de extractiedatum en analysedatum van het monster; ene. de resultaten van de analyses alsmede de daarop gebaseerde vaststelling dat de geanalyseerde stoffen de in opgenomen toetsingswaarden al dan niet overschrijden. f. bijlage III bij het besluit https://www.overheid.nl/ https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994&artikel=64&g=2020-09-15&z=2020-09-15 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009066&artikel=1c&g=2020-09-15&z=2020-09-15 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009066&artikel=2a&g=2020-09-15&z=2020-09-15 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009066&artikel=4b&g=2020-09-15&z=2020-09-15 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009066&artikel=8a&g=2020-09-15&z=2020-09-15 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009066&g=2020-09-15&z=2020-09-15 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018989&artikel=1&g=2020-09-15&z=2020-09-15 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009066&artikel=1c&g=2020-09-15&z=2020-09-15 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009066&bijlage=III&g=2020-09-15&z=2020-09-15 15/9/2020 wetten.nl - Regeling - Uitvoeringsregeling gebruik meststoffen - BWBR0023115 https://wetten.overheid.nl/BWBR0023115/2020-08-01/0/afdrukken 2/8 De landbouwer tot wiens bedrijf het desbetreffende perceel behoort, bewaart een afschrift van het analyserapport gedurende tien jaar na afloop van het kalenderjaar waarin de bemonstering en analyse van de bodem is verricht als onderdeel van de administratie, bedoeld in . 4 artikel 32 van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet Artikel 2a Het representatieve grondmonster, bedoeld in , wordt genomen, bemonsterd en geanalyseerd door een laboratorium dat blijkens accreditatie door de Raad aantoonbaar voldoet aan de norm NEN-EN-ISO/IEC 17025. artikel 4b, vierde lid, van het besluit Artikel 2b Met toepassing van is niet van toepassing op de aanvraag tot accreditatie als bedoeld in de en . artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht artikelen 2 2a Artikel 3 De in bedoelde melding inzake het gebruik van compost bij wijze van eenmalige gift wordt gedaan bij de minister. artikel 2a van het besluit Artikel 3a Als gewas als bedoeld in , worden groenbemesters aangewezen. artikel 4, vierde lid, onderdeel b, onder 2°, van het besluit Artikel 4 Als relatief stikstofbehoeftig gewas als bedoeld in worden aangewezen de gewassen die zijn vermeld in . artikel 4b, tweede lid, van het besluit bijlage B Artikel 4a Als gewas als bedoeld in wordt aangewezen:1 artikel 4b, derde lid, van het besluit Japanse haver;– Tagetes erecta;– Tagetes patula.– De gewassen, genoemd in het eerste lid, worden niet vernietigd in de periode tussen het moment van inzaaien in een jaar en 23 oktober van hetzelfde jaar. 2 Het gewas Japanse haver mag worden gemaaid ter voorkoming van zaadvorming.3 Artikel 4b Het aanwenden van drijfmest en vloeibaar zuiveringsslib op grasland gelegen op zand- of lössgrond is slechts toegestaan indien gebruik wordt gemaakt van een bemester die volledig tot de grond gesloten is en waarmee drijfmest of vloeibaar zuiveringsslib in sleufjes in de grond wordt gebracht en indien: de mest niet over de rand van de sleufjes komt, ena. de sleufjes een doorsnee van maximaal vijf centimeter hebben.b. Artikel 4c Het aanwenden van drijfmest en vloeibaar zuiveringsslib op grasland gelegen op klei of veengrond is slechts toegestaan indien gebruik wordt gemaakt van een: 1 bemester die volledig tot de grond gesloten is en waarmee drijfmest of vloeibaar zuiveringsslib in sleufjes of kuiltjes in de grond wordt gebracht en indien: a. de mest niet over de rand van de sleufjes of kuiltjes komt;i. de sleufjes een doorsnee van maximaal vijf centimeter hebben; enii. de kuiltjes een doorsnee van maximaal vijf centimeter hebben en de afstand van het midden van de rij met kuiltjes tot de naastliggende rij met kuiltjes minimaal 15 centimeter is; iii. https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019031&artikel=32&g=2020-09-15&z=2020-09-15 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009066&artikel=4b&g=2020-09-15&z=2020-09-15 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026759&artikel=28&g=2020-09-15&z=2020-09-15 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&paragraaf=4.1.3.3&g=2020-09-15&z=2020-09-15 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009066&artikel=2a&g=2020-09-15&z=2020-09-15 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009066&artikel=4&g=2020-09-15&z=2020-09-15 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009066&artikel=4b&g=2020-09-15&z=2020-09-15 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009066&artikel=4b&g=2020-09-15&z=2020-09-15 15/9/2020 wetten.nl - Regeling - Uitvoeringsregeling gebruik meststoffen - BWBR0023115 https://wetten.overheid.nl/BWBR0023115/2020-08-01/0/afdrukken 3/8 mestaanwendsysteem met een bemester die volledig tot de grond gesloten is en waarmee met water verdunde drijfmest of vloeibaar zuiveringsslib in een verhouding van minimaal één volume-eenheid water op twee volume-eenheden drijfmest of vloeibaar zuiveringsslib in strookjes tussen het gras op de grond wordt gebracht en indien: b. het gras voordat de meststof op de grond wordt gebracht wordt opgetild of zijdelings weggedrukt, i. de strookjes maximaal vijf centimeter breed zijn, enii. de afstand van het midden van een strookje tot het midden van het naastliggende strookje minimaal 15 centimeter is. iii. Onverminderd het eerste lid, onderdeel b, is het gebruik van een mestaanwendsysteem als bedoeld in dat onderdeel alleen toegestaan indien de gebruiker van het perceel waarop het mestaanwendsysteem wordt toegepast: 2 het gebruik van dat systeem jaarlijks voorafgaand aan het eerste gebruik op een perceel van zijn bedrijf meldt aan de Minister, en a. desgevraagd bij controle door een toezichthouder aannemelijk kan maken dat bemesting telkens geschiedt overeenkomstig de in dat onderdeel voorgeschreven verhouding van water en drijfmest of vloeibaar zuiveringsslib. b. Bij een landbouwer die beschikt over een vergunning als bedoeld in , is onverminderd het eerste lid, onderdeel b, en het tweede lid het gebruik van een mestaanwendsysteem als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, op de tot het bedrijf van die landbouwer behorende oppervlakte landbouwgrond alleen toegestaan, indien de buitentemperatuur op het perceel waar de drijfmest wordt aangewend lager is dan 20° Celsius. 3 artikel 25a, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet De buitentemperatuur, bedoeld in het derde lid, is de op het moment van gebruik laatst beschikbare tien-minutenwaarde van de gemeten temperatuur die het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut voor de weerstationregio waar het perceel in valt heeft uitgevaardigd in een algemeen weerbericht, bedoeld in . Indien een perceel op de grens ligt van weerstationregio’s geldt de laagste door de desbetreffende weerstations gemeten waarde. 4 artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Wet taken meteorologie en seismologie Een weerstationregio, bedoeld in het vierde lid, is de door het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut bepaalde regio waarvoor de temperatuurwaarden gelden die het in die regio gelegen weerstation van het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut meet. Het kaartje met de door het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut bepaalde weerstationregio’s is beschikbaar op de internetpagina van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (www.nvwa.nl). 5 Indien blijkt dat het weerstation van de weerstationregio waar het perceel in valt door storing of andere oorzaak geen tien-minutenwaarden beschikbaar stelt, wordt in afwijking van het vierde lid, eerste volzin, uitgegaan van de op het moment van gebruik laagste laatst beschikbare tien-minutenwaarde geldend in een aangrenzende weerstationregio. 6 Artikel 4d Het aanwenden van drijfmest en vloeibaar zuiveringsslib op bouwland of niet-beteelde grond is slechts toegestaan indien gebruik wordt gemaakt van een bemester die volledig tot de grond gesloten is en waarmee de drijfmest of het vloeibare zuiveringsslib in één werkgang en met dezelfde machine op of in de grond wordt gebracht en indien: bij aanwenden in de grond:a. drijfmest of vloeibaar zuiveringsslib uitsluitend in sleufjes in de grond wordt gebracht, waarbij de sleufjes niet breder zijn dan 5 centimeter en op niet-beteelde grond minimaal 5 centimeter diep zijn, of i. drijfmest of vloeibaar zuiveringsslib na in de grond te zijn gebracht zodanig door de grond wordt gemengd, dat de drijfmest of het vloeibare zuiveringsslib als zodanig ii. https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018989&artikel=25a&g=2020-09-15&z=2020-09-15 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037074&artikel=3&g=2020-09-15&z=2020-09-15 15/9/2020 wetten.nl - Regeling - Uitvoeringsregeling gebruik meststoffen - BWBR0023115 https://wetten.overheid.nl/BWBR0023115/2020-08-01/0/afdrukken 4/8 niet meer zichtbaar is. bij aanwenden op de grond de drijfmest of het vloeibare zuiveringsslib direct na op de grond te zijn gebracht en ondergewerkt zodanig met grond wordt afgedekt of intensief door de grond wordt gemengd, dat de drijfmest of het vloeibare zuiveringsslib als zodanig niet meer zichtbaar is. b. Artikel 4e Het aanwenden van vaste mest of steekvast zuiveringsslib op bouwland of niet-beteelde grond is slechts toegestaan indien dit in maximaal twee direct opeenvolgende werkgangen op de grond wordt gebracht en ondergewerkt, op zodanige wijze dat de vaste mest of het steekvaste slib direct na op de grond te zijn gebracht zodanig met grond wordt afgedekt of intensief door de grond wordt vermengd, dat de vaste mest of het steekvaste zuiveringsslib als zodanig niet meer zichtbaar is. Artikel 5 Als gewas als bedoeld in worden aangewezen de gewassen, genoemd in . 1 artikel 8a, eerste lid, onderdeel a, van het besluit bijlage C Als gewas als bedoeld in , van het besluit, worden aangewezen spelt, triticale, wintergerst, winterrogge en wintertarwe. 2 artikel 8a, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid Artikel 6 Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling gebruik meststoffen. Artikel 7 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2008. Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. Den Haag, 12 december 2007 De van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Minister G. Verburg Bijlage A. behorend bij van de Uitvoeringsregeling gebruik meststoffenartikel 2 1. Bemonstering van de bodem Het te bemonsteren perceel bestaat uitsluitend uit bouwland of uit grasland. Van een perceel met een grootte tot één hectare wordt ten minste één inzendmonster genomen. Van percelen met een grootte tussen één en drie hectare kan worden volstaan met één inzendmonster, mits dat perceel, blijkens een uniform gehalte aan organische stof en lutum, homogeen is. Niet homogene percelen worden voordat de bemonstering plaatsvindt onderverdeeld in twee of meer eenheden die elk wel homogeen van samenstelling zijn. Percelen groter dan drie hectare worden voor de bemonstering ingedeeld in meerdere eenheden met een grootte van ten hoogste drie hectare elk. Elke eenheid moet blijkens een uniform gehalte aan organische stof en lutum, homogeen van samenstelling zijn. Van een uniform gehalte aan organische stof en lutum is sprake indien de natuurlijke variatie van 5 procent niet te boven wordt gegaan. De monsters worden verzameld met een schone gutsboor, waarvan de diameter 22 mm bedraagt. De voorgeschreven bemonsteringsdiepte is 25 cm. De gutsboor dient volledig met grond gevuld te zijn. https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009066&artikel=8a&g=2020-09-15&z=2020-09-15 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009066&artikel=8a&g=2020-09-15&z=2020-09-15 15/9/2020 wetten.nl - Regeling - Uitvoeringsregeling gebruik meststoffen - BWBR0023115 https://wetten.overheid.nl/BWBR0023115/2020-08-01/0/afdrukken 5/8 De gutsboor moet vervaardigd zijn van koolstofstaal of een andere ongelegeerde staalsoort. Het oppervlak mag niet behandeld (‘veredeld’) zijn met zware metalen of arseen of met verf, lak of olie. De monsters mogen uitsluitend verzameld worden in schone opvangvaten of -zakken vervaardigd uit dan wel bekleed met polyethyleen. Een inzendmonster bestaat uit 40 steken met de gutsboor. Deze worden systematisch genomen door in zig-zag gangen over het perceel(sgedeelte) te gaan, zodanig dat elk gedeelte van de te bemonsteren oppervlakte een gelijke kans heeft om in het inzendmonster te worden opgenomen. De kanten van het perceel en grove onregelmatigheden in het perceel (slootwallen, diepe greppels, melkplaatsen) worden van bemonstering uitgesloten. Bij het nemen van de steken dient rekening gehouden te worden met de aanwijzingen volgens NEN 5742. De minimale omvang van een inzendmonster bedraagt 500 gram. 2. Analyse van de bodemmonsters Het inzendmonster dient voorbehandeld te worden volgens NEN 5709. De monsterontsluiting voor de analyse op cadmium, chroom, koper, nikkel, lood, zink en arseen wordt uitgevoerd volgens NEN 6961; en de monsteranalyse wordt uitgevoerd volgens NEN 6965. De monsterontsluiting en de monsteranalyse op kwik wordt uitgevoerd volgens NEN-ISO 16772. De bepaling van het droge stof-gehalte wordt uitgevoerd volgens NEN/ISO 11465. De bepaling van het organische stof-gehalte wordt uitgevoerd in het analysemonster volgens NEN 5754. De bepaling van het lutum-gehalte wordt uitgevoerd in het laboratoriummonster volgens NEN 5753. Bijlage B. behorende bij van de Uitvoeringsregeling gebruik meststoffenartikel 4 Relatief stikstofbehoeftige gewassen: Aardbei Aardappelen Acidanthera Andijvie Anemone coronaria Augurk Bleek- en groenselderij Bloemkool Boerenkool Broccoli Buitenbloemen Chinese kool 15/9/2020 wetten.nl - Regeling - Uitvoeringsregeling gebruik meststoffen - BWBR0023115 https://wetten.overheid.nl/BWBR0023115/2020-08-01/0/afdrukken 6/8 Courgette Fritillaria imperialis Gladiool Gras Graszaad Graszoden Iris Japanse haver Hyacint Karwij Knolbegonia Knolselderij Knolvenkel Koolraap Koolrabi Koolzaad Krokus Kroten Kruiden Laanbomen: opzetters Landbouwstambonen Lelie Maïs Meloen Muscari Narcis Paksoi Plantui, 2e jaars Pompoen Prei Raapstelen 15/9/2020 wetten.nl - Regeling - Uitvoeringsregeling gebruik meststoffen - BWBR0023115 https://wetten.overheid.nl/BWBR0023115/2020-08-01/0/afdrukken 7/8 Rabarber Rode kool Savooiekool Schorseneren Sla Spinazie Spitskool Spruitkool Stam- en stokbonen Suikerbiet Suikermaïs Tagetes, mits geteeld uiterlijk 16 juli Triticale Tulp Vaste planten Venkel Voederbiet Wintergerst Winterrogge Wintertarwe Winterui Witte kool Zaaiui Zomertarwe Bijlage C. behorende bij , van de Uitvoeringsregeling gebruik meststoffen artikel 5, eerste lid Gewassen die op zand- en lössgronden direct aansluitend na de teelt van maïs en uiterlijk op 1 oktober worden geteeld: gras winterrogge bladkool bladrammenas 15/9/2020 wetten.nl - Regeling - Uitvoeringsregeling gebruik meststoffen - BWBR0023115 https://wetten.overheid.nl/BWBR0023115/2020-08-01/0/afdrukken 8/8 wintertarwe wintergerst triticale Japanse haver

Excecutive Regulation containing rules relative to spreading upon the soil or bringing into the soil of Organic Fertilizing Substances (Excecutive Regulation Fertilizers of Animal Origin) · Nelum