تخطَّ إلى المحتوى
Nelum
قوانين هولندا

Decree no. BWBR0016767 of 27 May 2004, containing environmental quality requirements for the external safety of environmental management establishments (Decree on the external safety of establishments)

صدر في 2004-05-27 · النص بتاريخ 2026-10-01

القانون العام والإرشادات الرسمية منشورة بوصفها أبحاثاً. ليست مشورة قانونية أو ضريبية أو مالية.

البحث نفسه مكتوب بالإنجليزية. العناوين والوسوم مترجمة؛ أما النتائج والاقتباسات فغير مترجمة.

عن هذا القانون

العنوان الأصلي
Besluit nr. BWBR0016767 van 27 mei 2004, houdende milieukwaliteitseisen voor externe veiligheid van inrichtingen milieubeheer (Besluit externe veiligheid inrichtingen).
اللغة
Dutch
النوع
لائحة
الدولة
هولندا
الموضوعات
Environment, Land and soil, Waste and hazardous substances
الكلمات المفتاحية
authorization/permit, environmental standards, protection of environment, resource/damage valuation, risk assessment/management, standards, zoning, land-use planning, hazardous substances, hazardous waste, transport/storage, waste management

أين تقرؤه

النص

نص القانون نفسه، مادةً مادة، كما هو محفوظ. لكل مادة رابطها.

  1. Wettenbank Besluit externe veiligheid inrichtingen [Regeling vervalt op nader te bepalen datum]. Geraadpleegd op 24-08-2023. Gebruikte datum 'geldig op' 01-07-2021 en zichtdatum 17-08-2023. Geldend van 01-01-2016 t/m heden Origineel opschrift en aanhef Besluit van 27 mei 2004, houdende milieukwaliteitseisen voor externe veiligheid van inrichtingen milieubeheer (Besluit externe veiligheid inrichtingen) Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 5 februari 2003, nr. MJZ2003008449, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving; Gelet op artikel 12 van van de Raad van de Europese Unie van 9 december 1996 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken (PbEG L 10), zoals deze is gewijzigd bij van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 december 2003 (PbEG L 345); richtlijn nr. 96/82/EG richtlijn nr. 2003/105/EG Gelet op de , , , , en en , en ; artikelen 5.1, eerste en vierde lid 5.2, eerste lid 5.3, eerste en tweede lid 8.7, eerste lid 8.44 21.8 van de Wet milieubeheer 19a, twaalfde lid 36 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening De Raad van State gehoord (advies van 8 juli 2003, nr. W08.03.0060/V); Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 19 mei 2004, nr. MJZ2004049663, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving; Hebben goedgevonden en verstaan: § 1. Begripsbepalingen Artikel 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:1 ADR: op 30 september 1957 te Genève totstandgekomen Europese Overeenkomst betreffende het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de weg; a. beperkt kwetsbaar object:b. a. verspreid liggende woningen, woonschepen en woonwagens van derden met een dichtheid van maximaal twee woningen, woonschepen of woonwagens per hectare, en 1°. dienst- en bedrijfswoningen van derden;2°. kantoorgebouwen, voorzover zij niet onder onderdeel l, onder c, vallen;b. hotels en restaurants, voorzover zij niet onder onderdeel l, onder c, vallen;c. winkels, voorzover zij niet onder onderdeel l, onder c, vallen;d. sporthallen, sportterreinen, zwembaden en speeltuinen;e. kampeerterreinen en andere terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden, voorzover zij niet onder onderdeel l, onder d, vallen; f. bedrijfsgebouwen, voorzover zij niet onder onderdeel l, onder c, vallen;g. objecten die met de onder a tot en met e en g genoemde gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daarin doorgaans aanwezig is en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een ongeval, voorzover die objecten geen kwetsbare objecten zijn, en h. objecten met een hoge infrastructurele waarde, zoals een telefoon- of elektriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur, voorzover die objecten wegens de aard van de gevaarlijke stoffen die bij een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdienen tegen de gevolgen van dat ongeval; i. brandbare gevaarlijke stof: gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof die met lucht van normale samenstelling en druk onder vuurverschijnselen blijft reageren, nadat de bron die de ontsteking heeft c. https://www.overheid.nl/ https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:31996L0082 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32003L0105 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&artikel=5.1&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&artikel=5.2&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&artikel=5.3&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&artikel=8.7&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&artikel=8.44&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&artikel=21.8&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002375&artikel=19a&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002375&artikel=36&g=2021-07-01&z=2023-08-17 veroorzaakt, is weggenomen; externe veiligheid: kans om buiten een inrichting te overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is; d. geprojecteerd beperkt kwetsbaar object: nog niet aanwezig beperkt kwetsbaar object dat op grond van het voor het desbetreffende gebied geldende bestemmingsplan toelaatbaar is; e. geprojecteerd kwetsbaar object: nog niet aanwezig kwetsbaar object dat op grond van het voor het desbetreffende gebied geldende bestemmingsplan toelaatbaar is; f. gevaarlijke stof:g. stof die of preparaat dat bij of krachtens het is ingedeeld in een categorie als bedoeld in , of a. Besluit verpakking en aanduiding milieugevaarlijke stoffen en preparaten artikel 9.2.3.1, tweede lid, van de Wet milieubeheer gevaarlijke stof als bedoeld in ;b. artikel 1, eerste lid, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen gevaarlijke afvalstof: gevaarlijke afvalstof als bedoeld in , voorzover die afvalstof een of meer eigenschappen, genoemd in bezit; h. artikel 1.1, eerste lid, van de wet artikel 4, tweede lid, onderdelen a tot en met c, e en f, van de Regeling Europese afvalstoffenlijst grenswaarde: grenswaarde als bedoeld in ten aanzien van het niveau van het plaatsgebonden risico; i. artikel 5.1, derde lid, van de wet groepsrisico: cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is; j. invloedsgebied: gebied waarin volgens bij regeling van Onze Minister gestelde regels personen worden meegeteld voor de berekening van het groepsrisico; k. kwetsbaar object:l. woningen, woonschepen en woonwagens, niet zijnde woningen, woonschepen of woonwagens als bedoeld in onderdeel b, onder a; a. gebouwen bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, zoals: b. ziekenhuizen, bejaardenhuizen en verpleeghuizen;1º. scholen, of2º. gebouwen of gedeelten daarvan, bestemd voor dagopvang van minderjarigen;3º. gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn, waartoe in ieder geval behoren: c. kantoorgebouwen en hotels met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1500 m2 per object, of1º. complexen waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk bruto vloeroppervlak meer dan 1000 m2 bedraagt en winkels met een totaal bruto vloeroppervlak van meer dan 2000 m2 per winkel, voorzover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd, en 2º. kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen; d. Onze Minister: Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;m. opslagvoorziening: voorziening bestemd voor de opslag van verpakte gevaarlijke stoffen of verpakte gevaarlijke afvalstoffen; n. plaatsgebonden risico: risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is; o. ramp: ramp als bedoeld in ;p. artikel 1 van de Wet veiligheidsregio’s richtwaarde: richtwaarde als bedoeld in ten aanzien van het niveau van het plaatsgebonden risico; q. artikel 5.1, derde lid, van de wet wet: ;r. Wet milieubeheer woning: gebouw of gedeelte van een gebouw dat voor bewoning is bestemd;s. woonschip: schip dat voor bewoning is bestemd, ent. woonwagen: woonwagen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van . u. bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht Kwetsbare objecten of beperkt kwetsbare objecten die behoren tot een inrichting als bedoeld in , worden voor de toepassing van dit besluit, behoudens de en en de en , voorzover de artikelen 15 en 16 betrekking hebben op het groepsrisico, niet beschouwd als kwetsbare onderscheidenlijk beperkt kwetsbare objecten. 2 artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met h artikelen 12 13 artikelen 15 16 § 2. Toepassingsgebied https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004220&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&artikel=9.2.3.1&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&artikel=1&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&artikel=1.1&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013546&artikel=4&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&artikel=5.1&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027466&artikel=1&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&artikel=5.1&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027464&bijlage=II&g=2021-07-01&z=2023-08-17 Artikel 2 Dit besluit is van toepassing op de besluiten, bedoeld in , met betrekking tot: 1 artikel 4, eerste tot en met vierde lid een inrichting waarop het van toepassing is;a. Besluit risico’s zware ongevallen 2015 een inrichting die bestemd is voor de opslag in verband met het vervoer van gevaarlijke stoffen als bedoeld in , waar gevaarlijke stoffen als bedoeld in bijlage I bij Richtlijn 2012/18/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, houdende wijziging en vervolgens intrekking van Richtlijn 96/82/EG van de Raad (PbEU 2012, L 197) worden opgeslagen in hoeveelheden groter dan de in kolom 2 van de delen 1, onderscheidenlijk 2 van bijlage I bij die richtlijn genoemde hoeveelheden; b. artikel 1, eerste lid, onderdeel e van het Registratiebesluit externe veiligheid een door Onze Minister bij regeling aangewezen spoorwegemplacement dat gebruikt wordt voor het rangeren van wagons met gevaarlijke stoffen; c. andere door Onze Minister bij regeling aangewezen categorieën van inrichtingen dan de inrichtingen, bedoeld in de onderdelen a tot en met c, waarvan het plaatsgebonden risico, berekend volgens bij die regeling gestelde regels, hoger is of kan zijn dan 10 per jaar, die behoren tot categorieën inrichtingen die zijn aangewezen krachtens ; d. –6 artikel 1.1, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een LPG-tankstation als bedoeld in , waarop van toepassing is; e. artikel 1.1, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer paragraaf 5.3.1 van dat besluit een inrichting waar verpakte gevaarlijke afvalstoffen, of verpakte gevaarlijke stoffen, niet zijnde nitraathoudende kunstmeststoffen, worden opgeslagen in een hoeveelheid van meer dan 10 000 kg per opslagvoorziening, niet zijnde een inrichting als bedoeld in onderdeel a of d, indien: f. brandbare gevaarlijke stoffen met fluor-, chloor-, broom-, stikstof- of zwavelhoudende verbindingen worden opgeslagen, of 1° binnen een opslagvoorziening zowel brandbare gevaarlijke stoffen als gevaarlijke stoffen met fluor-, chloor-, broom-, stikstof- of zwavelhoudende verbindingen worden opgeslagen; 2° een inrichting waarin een koel- of vriesinstallatie aanwezig is met een inhoud van meer dan 1500 kg ammoniak, niet zijnde een inrichting als bedoeld in onderdeel a of d, en g. andere door Onze Minister bij regeling aangewezen categorieën van inrichtingen dan de inrichtingen, bedoeld in de onderdelen e tot en met g, waarvan het plaatsgebonden risico, berekend volgens bij die regeling gestelde regels, hoger is of kan zijn dan 10 per jaar en waarvoor bij die regeling afstanden tot al dan niet geprojecteerde kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten zijn vastgesteld, die behoren tot categorieën inrichtingen die zijn aangewezen krachtens . h. –6 artikel 1.1, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Dit besluit is van toepassing op de besluiten, bedoeld in , met betrekking tot de bestemming van grond, voorzover die grond ligt: 2 artikel 5, eerste, tweede en zesde lid binnen het invloedsgebied van een inrichting als bedoeld in het eerste lid, ofa. [Red: dit onderdeel is nog niet in werking getreden.]b. Dit besluit is van toepassing op het besluit, bedoeld in , voorzover het tracé waarop dat besluit betrekking heeft, binnen het invloedsgebied ligt van een inrichting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a. 3 artikel 5, zevende lid Dit besluit is van toepassing op het besluit, bedoeld in de de , , een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, en een besluit als bedoeld in de , en , met betrekking tot of in verband met een inrichting als bedoeld in het eerste lid, voorzover dat besluit wordt genomen ter uitvoering van of . 4 artikelen 2.31, eerste en tweede lid, onder b 2.33, eerste lid, onder b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van die wet artikelen 3.26, eerste lid 3.28, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening artikel 17 18 Artikel 3 Dit besluit is niet van toepassing op de besluiten, bedoeld in , met betrekking tot: 1 artikel 4, eerste tot en met vierde lid een inrichting waarin uitsluitend of in hoofdzaak consumentenvuurwerk, professioneel vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik als bedoeld in het worden opgeslagen of bewerkt, en a. Vuurwerkbesluit een inrichting voor het opslaan of bewerken van munitie, ontplofbare stoffen of met ontplofbare stoffen geladen voorwerpen, niet zijnde consumentenvuurwerk, professioneel vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik als bedoeld in het , tenzij op die inrichting het van toepassing is. b. Vuurwerkbesluit Besluit risico’s zware ongevallen 2015 Dit besluit is niet van toepassing op de besluiten, bedoeld in , met betrekking tot de bestemming van grond, voorzover die grond ligt binnen het invloedsgebied van een 2 artikel 5, eerste en tweede lid https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036791&artikel=1&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020724&artikel=1&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=1.1&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022762&artikel=1.1&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022762&paragraaf=5.3.1&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=1.1&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.31&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.33&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.12&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020449&artikel=3.26&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020449&artikel=3.28&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013360&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013360&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036791&g=2021-07-01&z=2023-08-17 inrichting als bedoeld in het eerste lid. § 3. Besluiten binnen het toepassingsgebied Artikel 4 Het bevoegd gezag neemt bij de beslissing op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in de grenswaarde, genoemd in , in acht. 1 artikel 2.1, eerste lid, onder e, onder 1°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht artikel 6, eerste lid Het bevoegd gezag houdt bij de beslissing op een aanvraag als bedoeld in het eerste lid rekening met de richtwaarde, genoemd in . 2 artikel 6, tweede lid Het bevoegd gezag neemt bij de beslissing op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in , en , indien de aanvraag betrekking heeft op een verandering die nadelige gevolgen heeft voor het plaatsgebonden risico, de grenswaarden, genoemd in de , en , in acht. 3 artikel 2.1, eerste lid, onder e, onder 2° 2.6 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht artikelen 7, eerste lid 24, eerste lid Het bevoegd gezag houdt bij de beslissing op een aanvraag als bedoeld in het derde lid, indien de aanvraag betrekking heeft op een verandering die nadelige gevolgen heeft voor het plaatsgebonden risico, rekening met de richtwaarde, genoemd in . 4 artikel 7, tweede lid Het bevoegd gezag neemt bij de beslissing op een aanvraag, in afwijking van het eerste en derde lid, de bij regeling van Onze Minister vastgestelde afstanden tot al dan niet geprojecteerde kwetsbare objecten in acht en houdt bij die beslissing, in afwijking van het tweede en vierde lid, rekening met de bij die regeling vastgestelde afstanden tot al dan niet geprojecteerde beperkt kwetsbare objecten, indien die aanvraag betrekking heeft op: 5 een LPG-tankstation als bedoeld in ;a. artikel 2, eerste lid, onderdeel e een inrichting als bedoeld in , indien:b. artikel 2, eerste lid, onderdeel f tot de inrichting geen opslagvoorziening voor de opslag van stoffen als bedoeld in , behoort met een oppervlak van meer dan 2500 m , en 1°. artikel 2, eerste lid, onderdeel f 2 geen verpakkingseenheden van meer dan 100 kg met gevaarlijke stoffen of preparaten die bij of krachtens het en preparaten zijn ingedeeld als zeer vergiftig, of gevaarlijke stoffen van ADR klasse 6.1, verpakkingsgroep I, in de open lucht worden gelost en geladen; 2°. Besluit verpakking en aanduiding milieugevaarlijke stoffen een inrichting waarin een koel- of vriesinstallatie aanwezig is als bedoeld in , met een inhoud van minder dan 10.000 kg ammoniak, waarvan de diameter van de vloeistofleiding naar de verdamper 80 DN of minder bedraagt, of c. artikel 2, eerste lid, onderdeel g een inrichting als bedoeld in .d. artikel 2, eerste lid, onderdeel h Bij regeling van Onze Minister kunnen categorieën van inrichtingen worden aangewezen waarvoor het plaatsgebonden risico, in afwijking van het vijfde lid, ter voldoening aan de grenswaarden, bedoeld in het eerste en derde lid, of ter voldoening aan de richtwaarde, bedoeld in het tweede en vierde lid, volgens bij die regeling gestelde regels mag worden berekend, indien naar het oordeel van het bevoegd gezag aan die grenswaarden of aan die richtwaarde wordt voldaan door het in acht nemen, onderscheidenlijk het zoveel mogelijk in acht nemen, van een kleinere afstand dan de afstand die door Onze Minister voor de categorie van inrichtingen waartoe de desbetreffende inrichting behoort, overeenkomstig het vijfde lid is vastgesteld. Het bevoegd gezag betrekt bij zijn oordeel als bedoeld in de eerste zin de aard van de in de desbetreffende inrichting toegestane gevaarlijke stoffen en de toegepaste maatregelen ter beperking van het plaatsgebonden risico. 6 Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de afstand die in een geval als bedoeld in het zesde lid tot al dan niet geprojecteerde kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten in elk geval wordt aangehouden. 7 Indien een aanvraag als bedoeld in het eerste en derde lid betrekking heeft op een inrichting waarop het van toepassing is, betrekt het bevoegd gezag bij de beslissing op die aanvraag, onverminderd , de gevolgen voor de externe veiligheid die de inrichting veroorzaakt voor personen die gebruikmaken van een hoofdweg of landelijke spoorweg als bedoeld in . 8 Besluit risico’s zware ongevallen 2015 artikel 2.14, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht artikel 1, eerste lid, van de Tracéwet Artikel 5 Het bevoegd gezag neemt bij de vaststelling van een besluit als bedoeld in de , , , , , of en bij het verlenen van een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken dan wel krachtens van de bouwverordening wordt afgeweken, op grond waarvan de bouw of vestiging van kwetsbare objecten wordt toegelaten, de grenswaarde, genoemd in , in acht. 1 artikelen 3.1, eerste tot en met derde lid 3.6, eerste lid 3.26, eerste lid 3.28, eerste lid 4.2, eerste lid 4.4, eerste lid, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2° of 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht artikel 11 van de Woningwet artikel 8, eerste lid https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.1&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.1&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.6&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004220&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036791&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.14&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147&artikel=1&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020449&artikel=3.1&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020449&artikel=3.6&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020449&artikel=3.26&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020449&artikel=3.28&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020449&artikel=4.2&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020449&artikel=4.4&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.12&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&artikel=11&g=2021-07-01&z=2023-08-17 Het bevoegd gezag houdt bij de vaststelling van een besluit als bedoeld in het eerste lid op grond waarvan de bouw of vestiging van beperkt kwetsbare objecten wordt toegelaten, rekening met de richtwaarde, genoemd in . 2 artikel 8, tweede lid Het bevoegd gezag neemt bij de vaststelling van een besluit als bedoeld in het eerste lid, in afwijking van het eerste lid, de bij regeling van Onze Minister vastgestelde afstanden tot kwetsbare objecten in acht en houdt bij de vaststelling van een besluit als bedoeld in het tweede lid, in afwijking van het tweede lid, rekening met de bij die regeling vastgestelde afstanden tot beperkt kwetsbare objecten, indien dat besluit betrekking heeft op een gebied dat geheel of gedeeltelijk ligt binnen het invloedsgebied van een inrichting als bedoeld in . 3 artikel 4, vijfde lid, onderdelen a tot en met d Bij regeling van Onze Minister kunnen categorieën van gevallen worden aangewezen waarvoor het plaatsgebonden risico, in afwijking van het derde lid, ter voldoening aan de grenswaarde, bedoeld in het eerste lid, of ter voldoening aan de richtwaarde, bedoeld in het tweede lid, volgens bij die regeling gestelde regels mag worden berekend, indien naar het oordeel van het bevoegd gezag aan die grenswaarde of aan die richtwaarde wordt voldaan door het in acht nemen, onderscheidenlijk het zoveel mogelijk in acht nemen, van een kleinere afstand dan de afstand die door Onze Minister voor die categorie van gevallen overeenkomstig het derde lid is vastgesteld. Het bevoegd gezag betrekt bij zijn oordeel als bedoeld in de eerste zin de aard van de gevaarlijke stoffen die in de inrichting die het plaatsgebonden risico veroorzaakt, toegestaan zijn en de toegepaste maatregelen ter beperking van dat risico. 4 Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de afstand die in een geval als bedoeld in het vierde lid tot kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten in elk geval wordt aangehouden. 5 De gemeenteraad geeft geen toepassing aan voor zover het bestemmingsplan de bouw of vestiging van kwetsbare objecten of beperkt kwetsbare objecten toelaat ten aanzien waarvan niet wordt voldaan aan de grenswaarde of de afstanden, bedoeld in het eerste lid, onderscheidenlijk onvoldoende rekening wordt gehouden met de richtwaarde of de afstanden, bedoeld in het tweede lid. 6 artikel 3.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening Het bevoegd gezag betrekt bij de vaststelling van een tracébesluit als bedoeld in de , voor zover dat besluit betrekking heeft op de aanleg of wijziging van een hoofdweg of landelijke spoorweg als bedoeld in , de gevolgen voor de externe veiligheid die worden veroorzaakt door een inrichting waarop het van toepassing is. 7 Tracéwet artikel 1, eerste lid, van die wet Besluit risico’s zware ongevallen 2015 § 4. Grens- en richtwaarden § 4.1. Inrichtingen die worden opgericht en in werking gebracht Artikel 6 De grenswaarde, bedoeld in , voor al dan niet geprojecteerde kwetsbare objecten is 10 per jaar. 1 artikel 4, eerste lid –6 De richtwaarde, bedoeld in , voor al dan niet geprojecteerde beperkt kwetsbare objecten is 10 per jaar. 2 artikel 4, tweede lid –6 § 4.2. Inrichtingen waarin of in de werking waarvan een verandering wordt aangebracht Artikel 7 De grenswaarde, bedoeld in , voor al dan niet geprojecteerde kwetsbare objecten is 10 per jaar. 1 artikel 4, derde lid –6 De richtwaarde, bedoeld in , voor al dan niet geprojecteerde beperkt kwetsbare objecten is 10 per jaar. 2 artikel 4, vierde lid –6 § 4.3. Ruimtelijke ordening Artikel 8 De grenswaarde voor kwetsbare objecten in een gebied waarvoor een besluit als bedoeld in , wordt vastgesteld, is 10 per jaar. 1 artikel 5, eerste lid –6 De richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten in een gebied waarvoor een besluit als bedoeld in , wordt vastgesteld, is 10 per jaar. 2 artikel 5, tweede lid –6 Indien bij de vaststelling van een besluit als bedoeld in het eerste lid zodanige voorschriften aan dat besluit zijn verbonden of op zodanige wijze toepassing is gegeven aan jo. , dat binnen drie jaar na vaststelling van dat besluit aan de grenswaarde, genoemd in het eerste lid, wordt voldaan, is, in afwijking van dat lid, de grenswaarde gedurende die drie jaar 10 per jaar. 3 artikel 2.30 2.31, eerste en tweede lid, onder b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht –5 § 4.4. Overige bepalingen met betrekking tot grenswaarden Artikel 9 is niet van toepassing op de grenswaarden, genoemd in de , , en , en op de richtwaarden, genoemd in de , , en . Artikel 5.2, derde lid, eerste zin, van de wet artikelen 6, eerste lid 7, eerste lid 8, eerste en derde lid artikelen 6, tweede lid 7, tweede lid 8, tweede lid https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020449&artikel=3.1&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147&artikel=1&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036791&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.30&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.31&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&artikel=5.2&g=2021-07-01&z=2023-08-17 Artikel 10 De grenswaarden, genoemd in de , , , en , en de richtwaarden, genoemd in de , , en , worden in acht genomen, onderscheidenlijk zoveel mogelijk in acht genomen, op de bij regeling van Onze Minister vastgestelde referentiepunten. 1 artikelen 6, eerste lid 7, eerste lid 8, eerste en derde lid 24, eerste lid artikelen 6, tweede lid 7, tweede lid 8, tweede lid Indien toepassing is gegeven aan :2 artikel 14 draagt het bevoegd gezag, bedoeld in , in afwijking van het eerste lid, ervoor zorg dat bij de vaststelling van een besluit als bedoeld in , op de vastgestelde veiligheidscontour aan de desbetreffende grenswaarde wordt voldaan, en a. artikel 4, eerste en derde lid artikel 4, eerste en derde lid draagt het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 5, eerste en tweede lid, ervoor zorg dat bij de vaststelling van een besluit als bedoeld in , binnen de veiligheidscontour: b. artikel 5, eerste en tweede lid de bouw of vestiging van kwetsbare objecten niet is toegelaten, en1° geen mogelijkheden ontstaan voor de bouw of vestiging van beperkt kwetsbare objecten, waar deze mogelijkheden tot de vaststelling van het besluit niet bestonden. 2° Het tweede lid, onderdeel b, is niet van toepassing op objecten die:3 een functionele binding hebben met een binnen de veiligheidscontour gelegen inrichting als bedoeld in , of met het gebied waarvoor de veiligheidscontour is vastgesteld, of 1° artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met h tevens binnen een andere veiligheidscontour zijn gelegen en een functionele binding hebben met een inrichting als bedoeld in , binnen die veiligheidscontour, of met het gebied waarvoor die veiligheidscontour is vastgesteld. 2° artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met h In een geval als bedoeld in het tweede lid, aanhef en onderdeel a, is , niet van toepassing op al dan niet geprojecteerde kwetsbare objecten, onderscheidenlijk al dan niet geprojecteerde beperkt kwetsbare objecten, binnen de veiligheidscontour en in een geval als bedoeld in het tweede lid, aanhef en onderdeel b, is , niet van toepassing. 4 artikel 4, eerste tot en met zevende lid artikel 5, eerste en tweede lid § 4.5. Bepaling met betrekking tot afstanden Artikel 11 De afstanden tot al dan niet geprojecteerde kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten, bedoeld in , en de afstanden tot kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten, bedoeld in , worden in acht genomen, onderscheidenlijk zoveel mogelijk in acht genomen, op de bij regeling van Onze Minister vastgestelde referentiepunten. artikel 4, vijfde lid artikel 5, derde lid § 5. Verantwoording van het groepsrisico Artikel 12 Indien het bevoegd gezag een besluit als bedoeld in , vaststelt, wordt in de motivering van het desbetreffende besluit in elk geval vermeld: 1 artikel 4, eerste tot en met vijfde lid de aanwezige dichtheid van personen in het invloedsgebied van de desbetreffende inrichting op het tijdstip waarop dat besluit wordt vastgesteld; a. het groepsrisico van de inrichting waarop dat besluit betrekking heeft en in een geval als bedoeld in , tevens de bijdrage van de verandering van de inrichting aan het totale groepsrisico van de inrichting, vergeleken met de kans op een ongeval met 10 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10 per jaar, met de kans op een ongeval met 100 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10 per jaar en met de kans op een ongeval met 1000 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10 per jaar; b. artikel 4, derde lid –5 –7 –9 de mogelijkheden en de voorgenomen maatregelen tot beperking van het groepsrisico in de nabije toekomst; c. de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval in de inrichting waarop dat besluit betrekking heeft, en d. de mogelijkheden voor personen die zich bevinden in het invloedsgebied van de inrichting waarop dat besluit betrekking heeft, om zich in veiligheid te brengen indien zich in die inrichting een ramp of zwaar ongeval voordoet. e. Alvorens het bevoegd gezag een besluit als bedoeld in het eerste lid vaststelt, voert dat bevoegd gezag overleg met burgemeester en wethouders van de gemeenten waarvan het grondgebied geheel of gedeeltelijk ligt binnen het invloedsgebied van de desbetreffende inrichting. 2 Voorafgaand aan de vaststelling van een besluit als bedoeld in het eerste lid stelt het bevoegd gezag, bedoeld in het eerste lid, het bestuur van de veiligheidsregio waarin de inrichting ligt waarop dat besluit betrekking heeft, in de gelegenheid om in verband met het groepsrisico advies uit te brengen over de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en over de zelfredzaamheid van personen in het invloedsgebied van de inrichting. 3 Artikel 13 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020449&artikel=3.1&g=2021-07-01&z=2023-08-17 Indien het bevoegd gezag een besluit vaststelt als bedoeld in , , of of een omgevingsvergunning verleent waarbij met toepassing van van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken dan wel krachtens van de bouwverordening wordt afgeweken, op grond waarvan de bouw of vestiging van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten wordt toegelaten, wordt in de toelichting bij of in de ruimtelijke onderbouwing van het desbetreffende besluit, behoudens het vierde lid, in elk geval vermeld: 1 artikel 3.1, eerste tot en met derde lid 3.26, eerste lid 3.28, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2° of 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht artikel 11 van de Woningwet de aanwezige en de op grond van dat besluit te verwachten dichtheid van personen in het invloedsgebied van de inrichting of inrichtingen die het groepsrisico mede veroorzaakt of veroorzaken, voorzover het invloedsgebied ligt binnen het gebied waarop dat besluit betrekking heeft, op het tijdstip waarop dat besluit wordt vastgesteld; a. het groepsrisico per inrichting op het tijdstip waarop dat besluit wordt vastgesteld en de bijdrage van de in dat besluit toegelaten kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten aan de hoogte van het groepsrisico, vergeleken met de kans op een ongeval met 10 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10 per jaar, met de kans op een ongeval met 100 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10 per jaar en met de kans op een ongeval met 1000 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10 per jaar; b. –5 –7 –9 indien mogelijk, de maatregelen ter beperking van het groepsrisico die worden toegepast door degene die de inrichting drijft, die dat risico mede veroorzaakt en, indien van toepassing, de voorschriften die zijn of worden verbonden aan de voor die inrichting geldende omgevingsvergunning, bedoeld in ; c. artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht indien mogelijk, de maatregelen ter beperking van het groepsrisico die in dat besluit zijn opgenomen;d. de voorschriften ter beperking van het groepsrisico die het bevoegd gezag voornemens is te verbinden aan de voor een inrichting, die behoort tot een categorie van inrichtingen ten behoeve waarvan dat besluit wordt vastgesteld, te verlenen omgevingsvergunning, bedoeld in ; e. artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht de voor- en nadelen van andere mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico; f. de mogelijkheden en de voorgenomen maatregelen tot beperking van het groepsrisico in de nabije toekomst; g. de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp in de inrichting die het groepsrisico veroorzaakt of mede veroorzaakt, waarvan de gevolgen zich uitstrekken buiten die inrichting, en h. de mogelijkheden voor personen die zich bevinden in het invloedsgebied van de inrichting die het groepsrisico veroorzaakt of mede veroorzaakt, om zich in veiligheid te brengen indien zich in die inrichting een ramp voordoet. i. Alvorens het bevoegd gezag een besluit als bedoeld in het eerste lid vaststelt, voert dat bevoegd gezag overleg met het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor een inrichting die mede bepalend is voor de hoogte van het groepsrisico in het gebied waarop dat besluit betrekking heeft. 2 Voorafgaand aan de vaststelling van een besluit als bedoeld in het eerste lid stelt het bevoegd gezag, bedoeld in het eerste lid, het bestuur van de veiligheidsregio waarin het gebied ligt waarop dat besluit betrekking heeft, in de gelegenheid om in verband met het groepsrisico advies uit te brengen over de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en over de zelfredzaamheid van personen in het invloedsgebied van de inrichting. 3 In afwijking van het eerste lid kan het bevoegd gezag in de toelichting bij of in de ruimtelijke onderbouwing van een besluit als bedoeld in het eerste lid, verwijzen naar een gemeentelijke, regionale of provinciale structuurvisie als bedoeld in de , indien in die structuurvisie een samenhangende visie is opgenomen over de gewenste planologische ontwikkeling van een breder gebied in relatie tot voorkoming of bestrijding van een ramp en in die structuurvisie ten minste aandacht is besteed aan de onderwerpen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen f tot en met i. 4 Wet ruimtelijke ordening § 6. Vaststelling plaatsgebonden risico en groepsrisico Artikel 14 Het bevoegd gezag, bedoeld in , kan in overeenstemming met het bevoegd gezag, bedoeld in , voor inrichtingen als bedoeld in , of voor een gebied waarin die inrichtingen zijn gelegen, de ligging van de veiligheidscontour vaststellen waar het plaatsgebonden risico op het tijdstip van vaststelling van die contour, op grond van de krachtens voor de desbetreffende inrichting of de desbetreffende afzonderlijke inrichtingen geldende omgevingsvergunning, ten hoogste 10 is. 1 artikel 4, eerste tot en met vierde lid artikel 5, eerste en tweede lid artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met h artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht –6 De berekening van het plaatsgebonden risico, bedoeld in het eerste lid, wordt uitgevoerd volgens bij regeling van Onze Minister gestelde regels. 2 Bij de vaststelling van een veiligheidscontour als bedoeld in het eerste lid kunnen worden betrokken:3 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020449&artikel=3.1&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020449&artikel=3.26&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020449&artikel=3.28&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.12&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181&artikel=11&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.1&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.1&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020449&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.1&g=2021-07-01&z=2023-08-17 de met betrekking tot de desbetreffende inrichting en het gebied waarin die inrichting is gelegen, redelijkerwijs te verwachten ontwikkelingen die van belang zijn met het oog op de externe veiligheid; a. de mogelijke cumulatie van het plaatsgebonden risico in verband met de aanwezigheid van andere inrichtingen, en b. de mogelijkheden om het groepsrisico zoveel mogelijk te beperken.c. Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste of derde lid, wordt de veiligheidscontour zodanig vastgesteld dat binnen die contour, voor zover het kwetsbare objecten betreft, uitsluitend kwetsbare objecten die een functionele binding hebben met een inrichting als bedoeld in , of met het gebied waarvoor de veiligheidscontour wordt vastgesteld, aanwezig of geprojecteerd zijn. De eerste volzin geldt niet met betrekking tot kwetsbare objecten binnen de veiligheidscontour die tevens zijn gelegen in een andere veiligheidscontour en een functionele binding hebben met een inrichting als bedoeld in , binnen die veiligheidscontour, of met het gebied waarvoor die veiligheidscontour is vastgesteld. 4 artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met h artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met h Op de voorbereiding van een besluit tot vaststelling van de veiligheidscontour, bedoeld in het eerste lid, is van toepassing. 5 afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht Degene die een inrichting drijft binnen het gebied waarvoor het bevoegd gezag, bedoeld in het eerste lid, voornemens is toepassing te geven aan het eerste lid, verstrekt op verzoek van dat bevoegd gezag de gegevens benodigd voor de vaststelling van de veiligheidscontour, met dien verstande dat geen gegevens hoeven te worden verstrekt indien daarvoor berekeningen nodig zijn. 6 Het zesde lid blijft buiten toepassing indien de gegevens eerder aan het bevoegd gezag zijn verstrekt.7 Het verzoek van het bevoegd gezag, bedoeld in het zesde lid, wordt schriftelijk gedaan en vermeldt een termijn van ten hoogste drie maanden waarbinnen aan dat verzoek wordt voldaan. 8 Artikel 15 Het bevoegd gezag draagt bij de vaststelling van een besluit als bedoeld in , ervoor zorg dat dat besluit steunt op een berekening van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico, die is uitgevoerd volgens bij regeling van Onze Minister gestelde regels, indien dat besluit betrekking heeft op: 1 artikel 4, eerste tot en met vierde lid een inrichting als bedoeld in ;a. artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met d een inrichting als bedoeld in , indien:b. artikel 2, eerste lid, onderdeel f tot de inrichting een of meer opslagvoorzieningen voor de opslag van stoffen als bedoeld in , behoren met een vloeroppervlak van meer dan 2500 m , of 1°. artikel 2, eerste lid, onderdeel f 2 in die inrichting gevaarlijke stoffen of preparaten die bij of krachtens het zijn ingedeeld als zeer vergiftig, of gevaarlijke stoffen van ADR klasse 6.1, verpakkingsgroep I, in verpakkingseenheden van meer dan 100 kg, in de open lucht worden gelost en geladen, of 2°. Besluit verpakking en aanduiding milieugevaarlijke stoffen en preparaten een inrichting waarin een koel- of vriesinstallatie aanwezig is als bedoeld in , met een inhoud van 10.000 kg ammoniak of meer, of waarvan de diameter van de vloeistofleiding naar de verdamper meer dan 80 DN bedraagt. c. artikel 2, eerste lid,onderdeel g Het bevoegd gezag, bedoeld in het eerste lid, maakt geen gebruik van gegevens met betrekking tot het plaatsgebonden risico en het groepsrisico die aan hem zijn verstrekt door degene die de inrichting drijft, indien die gegevens meer dan vijf jaar voor het tijdstip van de vaststelling van een besluit als bedoeld in het eerste lid voor de laatste maal zijn geactualiseerd. 2 Artikel 16 is van overeenkomstige toepassing op een besluit als bedoeld in , dat betrekking heeft op een gebied dat geheel of gedeeltelijk ligt binnen het invloedsgebied van een inrichting als bedoeld in artikel 15, eerste lid. Artikel 15 artikel 5, eerste en tweede lid § 7. Sanering Artikel 17 Indien op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit het plaatsgebonden risico voor een kwetsbaar object, veroorzaakt door een inrichting als bedoeld in , hoger is dan 10 per jaar, draagt het bevoegd gezag, bedoeld in de en , ervoor zorg dat binnen drie jaar na dat tijdstip het plaatsgebonden risico die grenswaarde niet meer overschrijdt. 1 artikel 15, eerste lid –5 artikelen 4 5 Indien op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit de afstand van een inrichting als bedoeld in , tot een kwetsbaar object kleiner is dan de bij regeling van Onze Minister vastgestelde afstand tot kwetsbare objecten, draagt het bevoegd gezag, bedoeld in de artikelen 4 en , ervoor zorg dat binnen drie jaar na dat tijdstip wordt voldaan aan de bij die regeling vastgestelde afstand. 2 artikel 4, vijfde lid, onderdelen a tot en met d 5 Het eerste en tweede lid zijn van toepassing op een op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit geprojecteerd kwetsbaar object, met dien verstande dat de termijn, genoemd in het eerste en tweede lid,aanvangt op het tijdstip waarop een voor dat object verleende omgevingsvergunning als bedoeld in onherroepelijk is geworden. 3 artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004220&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.1&g=2021-07-01&z=2023-08-17 In de gevallen, bedoeld in het eerste lid en derde lid, voorzover het derde lid betrekking heeft op het eerste lid, wordt het plaatsgebonden risico berekend volgens bij regeling van Onze Minister gestelde regels. 4 , is van overeenkomstige toepassing op de grenswaarde, genoemd in het eerste lid, en bedoeld in het derde lid. 5 Artikel 10, eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de bij regeling van Onze Minister vastgestelde afstanden, bedoeld in het tweede lid. 6 Artikel 11 Dit artikel is niet van toepassing op een kwetsbaar object binnen een gebied waarvoor overeenkomstig een veiligheidscontour is vastgesteld. 7 artikel 14 Artikel 18 Onverminderd , draagt het bevoegd gezag, bedoeld in de en , indien het plaatsgebonden risico wordt veroorzaakt door een inrichting als bedoeld in , ervoor zorg dat ten aanzien van een kwetsbaar object op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit zo spoedig mogelijk na dat tijdstip doch uiterlijk 1 januari 2010 wordt voldaan aan de grenswaarde 10 per jaar. 1 artikel 17, eerste lid artikelen 4 5 artikel 15, eerste lid –6 Indien op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit de afstand van een inrichting als bedoeld in , tot een kwetsbaar object kleiner is dan de bij regeling van Onze Minister vastgestelde afstand tot kwetsbare objecten, draagt het bevoegd gezag, bedoeld in de artikelen 4 en , onverminderd , ervoor zorg dat zo spoedig mogelijk na dat tijdstip doch uiterlijk 1 januari 2010 wordt voldaan aan de bij die regeling vastgestelde afstand. 2 artikel 4, vijfde lid, onderdelen a tot en met d 5 artikel 17, tweede lid Onverminderd , zijn het eerste en tweede lid van toepassing op een op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit geprojecteerd kwetsbaar object, met dien verstande dat de verplichting, bedoeld in het eerste en tweede lid, geldt vanaf het tijdstip waarop een voor dat object verleende omgevingsvergunning als bedoeld in onherroepelijk is geworden. 3 artikel 17, derde lid artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht In de gevallen, bedoeld in het eerste lid en derde lid, voorzover het derde lid betrekking heeft op het eerste lid, wordt het plaatsgebonden risico berekend volgens bij regeling van Onze Minister gestelde regels. 4 , is van overeenkomstige toepassing op de grenswaarde, genoemd in het eerste lid, en bedoeld in het derde lid. 5 Artikel 10, eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de bij regeling van Onze Minister vastgestelde afstanden, bedoeld in het tweede lid. 6 Artikel 11 Dit artikel is niet van toepassing op een kwetsbaar object binnen een gebied waarvoor overeenkomstig een veiligheidscontour is vastgesteld. 7 artikel 14 Artikel 19 Het bevoegd gezag, bedoeld in , stelt na overleg met het bevoegd gezag, bedoeld in , een programma vast waarin is aangegeven op welke wijze uitvoering wordt gegeven aan , en, voorzover aannemelijk is dat voor 1 januari 2010 een vergunning als bedoeld in wordt verleend, aan . artikel 4, eerste tot en met vierde lid artikel 5, eerste en tweede lid artikel 18, eerste en tweede lid artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht artikel 18, derde lid § 8. Overige bepalingen Artikel 20 Indien op grond van een gewijzigd inzicht met betrekking tot het plaatsgebonden risico blijkt dat het door een inrichting als bedoeld in , veroorzaakte plaatsgebonden risico voor een al dan niet geprojecteerd kwetsbaar object hoger is dan 10 per jaar en dat inzicht leidt tot bij regeling van Onze Minister te stellen nadere regels met betrekking tot de vaststelling van dat risico, draagt het bevoegd gezag, bedoeld in de en , ervoor zorg dat, in afwijking van , binnen vijf jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van die regels, het plaatsgebonden risico de desbetreffende grenswaarde niet meer overschrijdt. 1 artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met h –6 artikelen 4 5 artikel 18 , is van overeenkomstige toepassing op de grenswaarden, genoemd in het eerste lid. 2 Artikel 10, eerste lid Artikel 21 Onze Minister geeft voor 1 januari 2009 aan of de bij dit besluit gestelde grens- en richtwaarden herziening behoeven. Artikel 22 Bij regeling van Onze Minister kunnen gebieden worden aangewezen waarvoor:1 op een later tijdstip dan genoemd in , wordt voldaan aan de grenswaarde, genoemd in , en bedoeld in , of aan de afstanden, bedoeld in ; a. artikel 18, eerste en tweede lid artikel 18, eerste lid artikel 18, derde lid artikel 18, tweede lid in afwijking van , een grenswaarde geldt die gelijk is aan de waarde voor het plaatsgebonden risico voor een kwetsbaar object, die aanwezig is op het tijdstip waarop de aanwijzing b. artikel 18, eerste lid https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.1&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.1&g=2021-07-01&z=2023-08-17 plaatsvindt, of in afwijking van , een afstand geldt die gelijk is aan de afstand tot een kwetsbaar object, die aanwezig is op het tijdstip waarop de aanwijzing plaatsvindt. c. artikel 18, tweede lid Onze Minister wijst geen gebieden als bedoeld in het eerste lid aan:2 waarin het plaatsgebonden risico voor een kwetsbaar object hoger is dan 10 per jaar of met de daarmede overeenkomende bij regeling van Onze Minister vastgestelde afstand; a. –5 waarvoor onvoldoende aannemelijk is dat het plaatsgebonden risico niet kan worden verminderd door toepassing van het bepaalde bij of krachtens , of b. artikel 2.22 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht waarvoor onvoldoende is aangetoond dat een zwaarwegend belang overschrijding van de grenswaarde, genoemd in , en bedoeld in , of het niet in acht nemen van de afstanden, bedoeld in , noodzakelijk maakt. c. artikel 18, eerste lid artikel 18, derde lid artikel 18, tweede lid In een geval als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, draagt het bevoegd gezag, bedoeld in de en , ervoor zorg dat op het tijdstip, bedoeld in dat onderdeel, voor het bij regeling van Onze Minister aangewezen gebied wordt voldaan aan de grenswaarde, genoemd in , en bedoeld in , of aan de afstanden, bedoeld in . 3 artikelen 4 5 artikel 18, eerste lid artikel 18, derde lid artikel 18, tweede lid Op de voorbereiding van een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid is van toepassing. 4 afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht Artikel 23 Een regeling van Onze Minister als bedoeld in dit besluit wordt vastgesteld in overeenstemming met Onze ministers die het mede aangaat. § 9. Overgangs- en slotbepalingen Artikel 24 Indien voor een inrichting voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit een vergunning als bedoeld in , of , juncto is verleend, is, in afwijking van , de grenswaarde, bedoeld in , voor al dan niet geprojecteerde kwetsbare objecten zoveel hoger als overeenkomt met de waarde die gelijk is aan het plaatsgebonden risico dat door de desbetreffende inrichting op het tijdstip van de aanvraag om een vergunning werd veroorzaakt, met dien verstande dat die waarde niet hoger is dan 10 per jaar. Indien de waarde, bedoeld in de eerste zin, hoger is dan of gelijk aan 10 per jaar, dan is de grenswaarde, bedoeld in , 10 per jaar. 1 artikel 8.1, eerste lid artikel 8.1, tweede lid artikel 8.1, eerste lid, van de wet artikel 7, eerste lid artikel 4, derde lid –5 –5 artikel 4, derde lid –5 is onverminderd van toepassing in een geval als bedoeld in het eerste lid.2 Artikel 18 Artikel 25 Op een bestemmingsplan waarvan het ontwerp voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit overeenkomstig ter inzage is gelegd en na dat tijdstip overeenkomstig wordt vastgesteld, is niet van toepassing. artikel 23, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening artikel 25 van die wet artikel 13 Artikel 26 Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 1 Indien het tijdstip waarop voor een categorie van inrichtingen als bedoeld in , in werking treedt, ertoe leidt dat het redelijkerwijs niet mogelijk is om met betrekking tot een tot die categorie behorende inrichting voor 1 januari 2010 aan , te voldoen, wordt in , «1 januari 2010» telkens vervangen door: binnen vijf jaar na het tijdstip waarop met betrekking tot de desbetreffende inrichting in werking is getreden,. 2 artikel 18 artikel 2, eerste lid, onderdelen b tot en met h artikel 18, eerste of tweede lid artikel 18, eerste en tweede lid artikel 18 Artikel 27 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit externe veiligheid inrichtingen. Origineel slotformulier en ondertekening Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst. 's-Gravenhage, 27 mei 2004 Beatrix De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer , P. L. B. A. van Geel Uitgegeven de tiende juni 2004 De Minister van Justitie , https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.22&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&artikel=8.1&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&artikel=8.1&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&artikel=8.1&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002375&artikel=23&g=2021-07-01&z=2023-08-17 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002375&artikel=25&g=2021-07-01&z=2023-08-17 J. P. H. Donner

Decree no. BWBR0016767 of 27 May 2004, containing environmental quality requirements for the external safety of environmental management establishments (Decree on the external safety of establishments) · Nelum