تخطَّ إلى المحتوى
Nelum
قوانين هولندا

Decree No. BWBR0005758 of 10 December 1992, on the Preparation and Treatment of Foodstuffs under the Commodities Act

صدر في 1992-12-10 · النص بتاريخ 2026-10-01

القانون العام والإرشادات الرسمية منشورة بوصفها أبحاثاً. ليست مشورة قانونية أو ضريبية أو مالية.

البحث نفسه مكتوب بالإنجليزية. العناوين والوسوم مترجمة؛ أما النتائج والاقتباسات فغير مترجمة.

عن هذا القانون

العنوان الأصلي
Besluit nr. BWBR0005758 van 10 december 1992, houdende vaststelling van het warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen
اللغة
Dutch
النوع
لائحة
المنظمة
European Union
الدولة
هولندا
الموضوعات
Food and nutrition
الكلمات المفتاحية
food safety and quality, hygiene/sanitary procedures, processing/handling, packaging/labelling, internal trade, inspection, residues, MRL-maximum residue limit, beverages, fraud, offences/penalties

أين تقرؤه

    لا يوجد رابط مصدر مسجل لهذا القانون.

النص

نص القانون نفسه، مادةً مادة، كما هو محفوظ. لكل مادة رابطها.

  1. Wettenbank Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen Geraadpleegd op 25-04-2023. Geldend van 01-01-2023 t/m heden Origineel opschrift en aanhef Besluit van 10 december 1992, houdende vaststelling van het warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van de Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur van 16 juli 1992, nr. VVP/L U-921434, gedaan in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken en de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij; Overwegende, dat uitvoering moet worden gegeven aan de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 juli 1976 betreffende de vaststelling van het maximumgehalte aan erucazuur in oliën en vetten, die als zodanig voor menselijke consumptie zijn bestemd, alsmede in levensmiddelen waaraan oliën en vetten zijn toegevoegd (76/621/EEG) ( L 202);PbEG Overwegende, dat een basis moet worden gelegd voor de definitieve uitvoering van de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake voor menselijke voeding bestemde diepvriesprodukten (89/108/EEG) ( L 40), alsmede voor de op die richtlijn gebaseerde Richtlijnen van de Commissie van 13 januari 1992 betreffende de temperatuurcontrole in vervoermiddelen en in opslagruimten van voor menselijke voeding bestemde diepvriesprodukten (92/1/EEG) ( L 34) en tot vaststelling van de monsternemingsprocedure en de communautaire analysemethode voor de officiële controle van de temperatuur van diepvriesprodukten die voor de menselijke voeding zijn bestemd (92/2/EEG) ( L 34), voor zover het betreft de daar bedoelde analysemethode; PbEG PbEG PbEG Overwegende, dat eveneens een basis moet worden gelegd voor de definitieve uitvoering van de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 13 juni 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake het gebruik van extractiemiddelen bij de produktie van levensmiddelen en bestanddelen daarvan (88/344/EEG) ( L 157);PbEG Overwegende, dat het voor de inzichtelijkheid van de wetgeving gewenst is dat de regels met betrekking tot de bereiding en behandeling van levensmiddelen worden geconcentreerd in één Warenwetbesluit; Gelet op de , , , , , , , en ( 1988, 360); artikelen 4, eerste lid 5, eerste lid, onder , en zesde lida 6, onder a 8, onder c 12 14 16, tweede lid 22, eerste en tweede lid, van de Warenwet Stb. Gehoord de Adviescommissie Warenwet (adviezen van 12 september 1990, nr. 14255/(13)5 en van 9 oktober 1991, nr. 14267/(4)5); De Raad van State gehoord (advies van 12 november 1992, no. W13.92.0362); Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur van 30 november 1992 nr. DGVgz/VVP/L 922882, uitgebracht in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken en de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij; Hebben goedgevonden en verstaan: § 1. Algemene bepalingen Artikel 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: de ruimte kennelijk bestemd voor het bereiden, behandelen, verpakken of het bewaren van eet- en drinkwaren, alsmede de bij bereiders van eet- en drinkwaren in gebruik zijnde ruimte voor – bedrijfsruimte: https://www.overheid.nl/ https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001969&artikel=4&g=2023-04-25&z=2023-04-25 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001969&artikel=5&g=2023-04-25&z=2023-04-25 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001969&artikel=6&g=2023-04-25&z=2023-04-25 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001969&artikel=8&g=2023-04-25&z=2023-04-25 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001969&artikel=12&g=2023-04-25&z=2023-04-25 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001969&artikel=14&g=2023-04-25&z=2023-04-25 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001969&artikel=16&g=2023-04-25&z=2023-04-25 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001969&artikel=22&g=2023-04-25&z=2023-04-25 het bewaren van grondstoffen; het bewerken van eet- en drinkwaren na het bereiden en vóór het verpakken ervan, met welke handelingen de aard van de betrokken waar geen verandering ondergaat; – behandelen: gewasbeschermingsmiddel of biocide, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden; – bestrijdingsmiddel: coffeïne of coffeïnemonohydraat (cafeïnemonohydraat) zoals omschreven in de Nederlandse Pharmacopee, achtste uitgave, deel II, pagina 535 en 536; – cafeïne: de som van de gehaltes van de onder de definitie van cafeïne bedoelde stoffen, berekend als coffeïne (cafeïne); – cafeïnegehalte: een proceshulpstof die:– decontaminatie-middel: uitsluitend bedoeld is om in direct contact met eet- en drinkwaren levende micro-organismen die op of in de waar aanwezig zijn, te doden; en 1°. geen ingrediënt wordt van die waar, maar daarin uitsluitend aanwezig is als onbedoeld maar technisch onvermijdelijk residu; 2°. een in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakte maatregel van de Commissie van de Europese Unie, vastgesteld krachtens artikel 53, eerste lid, onder a, of tweede lid, van , voor zover die maatregel strekt tot bescherming van de gezondheid van de mens; – EU-noodmaatregel: verordening (EG) 178/2002 grondstoffen, halffabrikaten en ingrediënten, bestemd voor de bereiding van eet- en drinkwaren; – grondstoffen: kinine en de zouten van kinine als omschreven in de Nederlandse Pharmacopee, achtste uitgave, deel II, pagina 502 tot en met 504; – kinine: de som van de gehaltes aan de onder de definitie van kinine bedoelde stoffen, berekend als kininebase (C20H24N2 O2); – kininegehalte: rechtstreekse aflevering van bestellingen aan consumenten, filialen, horecagelegenheden, instellingen en marktplaatsen voor zover deze aflevering plaatsvindt binnen een straal van twintig kilometer van de plaats van waaruit het vervoer plaatsvindt gedurende ten hoogste twee uren; – lokaal vervoer: vlees van kippen, ganzen, kalkoenen of parelhoenders;– pluimveevlees: Richtlijn van de Raad van 21 december 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake voor menselijke voeding bestemde diepvriesprodukten (PbEU 1988, PbEG L 40); – richtlijn 89/108/EEG: Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake het gebruik van extractiemiddelen bij de productie van levensmiddelen en bestanddelen daarvan (Herschikking) (PbEU 2009, L 141); – richtlijn 2009/32/EG: /Euratom van de Raad van 22 oktober 2013 tot vaststelling van voorschriften voor de bescherming van de volksgezondheid tegen radioactieve stoffen in voor menselijke consumptie bestemd water (PbEU 2013, L 296); – richtlijn 2013/51/Euratom: Richtlijn 2013/51 van de Raad van 8 februari 1993 tot vaststelling van communautaire procedures inzake verontreinigingen in levensmiddelen (PbEG 1993, L 37). – verordening (EEG) 315/93: Verordening (EEG) nr. 315/93 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 12 januari 2005 betreffende de temperatuurcontrole in vervoermiddelen en in opslagruimten van voor menselijke voeding bestemde diepvriesproducten (PbEU 2005, L 10); – verordening (EG) 37/2005: Verordening (EG) nr. 37/2005 van de Commissie van 10 februari 2009 tot vaststelling van maximumgehalten voor coccidiostatica en histomonostatica in levensmiddelen als gevolg van niet te voorkomen versleping van die stoffen naar niet-doeldiervoeders (PbEU 2009, L 40); – verordening (EG) 124/2009: Verordening (EG) nr. 124/2009 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (PbEG 2002, L 31); – verordening (EG) 178/2002: Verordening (EG) nr. 178/2002 van de Commissie van 28 maart 2007 tot vaststelling van bemonsteringswijzen en analysemethoden voor de officiële controle op de gehalten aan lood, cadmium, kwik, anorganisch tin, 3-MCPD en benzo(a)pyreen in levensmiddelen (PbEU 2007, L 88); – verordening (EG) 333/2007: Verordening (EG) nr. 333/2007 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 februari 2005 tot vaststelling van maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen in of op levensmiddelen en diervoeders van plantaardige en dierlijke oorsprong en houdende wijziging van van de Raad (PbEU 2005, L 70); – verordening (EG) 396/2005: Verordening (EG) nr. 396/2005 richtlijn 91/414/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 tot vaststelling van communautaire procedures voor het vaststellen van grenswaarden voor residuen van farmacologisch werkzame stoffen in levensmiddelen van dierlijke oorsprong, tot intrekking van van de Raad en tot wijziging van – verordening (EG) 470/2009: Verordening (EG) nr. 470/2009 Verordening (EEG) nr. 2377/90 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32002R0178 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32013L0051 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:31993R0315 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32005R0037 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32009R0124 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32002R0178 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32007R0333 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32005R0396 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:31991L0414 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32009R0470 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:31990R2377 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32001L0082 van het Europees Parlement en de Raad en van van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2009, L 152); Richtlijn 2001/82/EG Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PbEU 2004, L 139 en 226); – verordening (EG) 853/2004: Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 december 2008 inzake levensmiddelenadditieven (PbEU 2008, L 354); – verordening (EG) 1333/2008: Verordening (EG) nr. 1333/2008 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 19 december 2006 tot vaststelling van de maximumgehalten aan bepaalde verontreinigingen in levensmiddelen (PbEU 2006, L 364); – verordening (EG) 1881/2006: Verordening (EG) nr. 1881/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten, tot wijziging van en van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van van de Commissie, van de Raad, van de Commissie, van het Europees Parlement en de Raad, en van de Commissie, en van de Commissie (PbEU 2011, L 304); – verordening (EU) 1169/2011: Verordening (EU) nr. 1169/2011 Verordeningen (EG) nr. 1924/2006 (EG) nr. 1925/2006 Richtlijn 87/250/EEG Richtlijn 90/496/EEG Richtlijn 1999/10/EG Richtlijn 2000/13/EG Richtlijnen 2002/67/EG 2008/5/EG Verordening (EG) nr. 608/2004 al het water, niet zijnde natuurlijk mineraalwater, bronwater of een geneesmiddel, dat in enig levensmiddelenbedrijf wordt gebruikt voor de vervaardiging, de behandeling, de conservering of het in de handel brengen van voor menselijke consumptie bestemde waren of stoffen. – voor menselijke consumptie bestemd water: Artikel 2 Het is verboden eet- en drinkwaren te bereiden, te behandelen, te verpakken, te bewaren, te vervoeren of te verhandelen anders dan met inachtneming van de bij of krachtens dit besluit gestelde voorschriften. 1 Het is verboden extractiemiddelen te verhandelen anders dan met inachtneming van de krachtens dit besluit gestelde voorschriften. 2 Het is verboden te handelen in strijd met de voorschriften gesteld bij of krachtens artikel 23 van . 3 verordening (EG) 470/2009 Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 1, eerste lid, 3, en 5, van . 4 verordening (EG) 1881/2006 Het is verboden te handelen in strijd met de bij artikel 14, eerste lid, artikel 18, eerste tot en met vierde lid, artikel 19, en de krachtens artikel 18, vijfde lid, van vastgestelde bepalingen. 5 verordening (EG) 178/2002 Het is verboden eet- en drinkwaren te verhandelen na de uiterste consumptiedatum, bedoeld in artikel 24, eerste lid, van . 6 verordening (EU) 1169/2011 Het is verboden te handelen in strijd met artikel 2 van .7 verordening (EG) 37/2005 Het is verboden ten aanzien van eet- en drinkwaren te handelen in strijd met de artikelen 18, eerste lid, 19 en 20, eerste lid, van . 8 verordening (EG) 396/2005 Het is verboden te handelen in strijd met artikel 1, eerste lid, eerste en derde alinea, van . 9 verordening (EG) 124/2009 Het is verboden te handelen in strijd met artikel 2, eerste en tweede lid, van . 10 verordening (EEG) 315/93 § 2. Hygiëne bij de bereiding en behandeling Artikel 2a Onze Minister is: bevoegde autoriteit, bedoeld in verordening (EG) 178/2002, wat betreft levensmiddelen;a. bevoegde autoriteit, bedoeld in verordening (EG) 37/2005;b. nationale autoriteit, bedoeld in artikel 38 van verordening (EG) 396/2005, wat betreft levensmiddelen.c. Artikel 3 Eet- en drinkwaren, van oorsprong uit de Europese Unie, worden verhandeld met inachtneming van de bij of krachtens een EU-noodmaatregel gestelde voorschriften. Artikel 4 Pathogene micro-organismen zijn in eet- en drinkwaren afwezig in hoeveelheden die schadelijk kunnen zijn voor de volksgezondheid, met dien verstande dat: 1 Salmonella niet aantoonbaar is in 25 g of ml;a. Campylobacter niet aantoonbaar is in 25 g of ml;b. het aantal kweekbare Staphylococcus aureus niet meer bedraagt dan 100.000 per g of ml;c. het aantal kweekbare Clostridium perfringens niet meer bedraagt dan 100.000 per g of ml;d. het aantal kweekbare Bacillus cereus niet meer bedraagt dan 100.000 per g of ml.e. https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32001L0082 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32001L0082 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32004R0726 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32004R0853 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32008R1333 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32006R1881 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32011R1169 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32006R1924 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32006R1925 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:31987L0250 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:31990L0496 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:31999L0010 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32000L0013 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32002L0067 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32008L0005 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32004R0608 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32009R0470 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32006R1881 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32002R0178 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32011R1169 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32005R0037 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32005R0396 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32009R0124 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:31993R0315 Het eerste lid is niet van toepassing voor zover ter zake microbiologische criteria zijn vastgesteld bij . 2 verordening (EG) 2073/2005 Het eerste lid is voorts niet van toepassing op:3 onbewerkte, rauwe eet- en drinkwaren; ena. bewerkte eet- en drinkwaren die:b. geen kiemreducerende behandeling hebben ondergaan; en1°. bij normaal gebruik pas na verhitting door de eindgebruiker geschikt zijn voor consumptie door de mens.2°. § 3. Bereiding Artikel 4a Pluimveevlees wordt uitsluitend in een verpakking aan de consument verkocht of afgeleverd.1 Op een in het eerste lid bedoelde verpakte eetwaar wordt in een apart kader met contrasterende kleuren eenvoudig leesbaar de afbeelding, bedoeld in de bijlage, gebezigd. 2 De afbeelding, bedoeld in de , wordt aangebracht:3 bijlage voor zover de waar is voorverpakt, in hetzelfde gezichtsveld als de aanduiding van de waar; ofa. voor zover de waar niet is voorverpakt, op de voor- of achterzijde van de verpakking van de waar.b. In afwijking van het derde lid, kan de afbeelding, bedoeld in de , bij niet-voorverpakt pluimveevlees dat op de plaats van verkoop op verzoek van de koper wordt verpakt of wordt voorverpakt met het oog op de onmiddellijke verkoop daarvan, ook aangebracht worden op een informatieblad, bon of folder die aan de koper wordt meegegeven. 4 bijlage Het tweede lid is niet van toepassing op diepgevroren pluimveevlees.5 Artikel 5 Het voor menselijke consumptie bestemd water voldoet op het punt waar het water in het levensmiddelenbedrijf wordt gebruikt, aan de parameterwaarden, bedoeld in bijlage I bij richtlijn 2013/51/Euratom. Artikel 5a Bij de bereiding van eet- en drinkwaren en grondstoffen mag uitsluitend een door Onze Minister goedgekeurd veilig en effectief decontaminatie-middel gebruikt worden indien daarvoor een dwingende technologische noodzaak bestaat, onder de voorwaarde dat ter zake een door Onze Minister goedgekeurde procesbeschrijving in acht wordt genomen. 1 Een in het eerste lid bedoelde procesbeschrijving wordt opgesteld door een of meer sectoren van de levensmiddelenbranche. 2 Onze Minister maakt de in het eerste lid bedoelde goedgekeurde proces-beschrijving bekend in de . 3 Staatscourant Dit artikel heeft geen betrekking op producten van dierlijke oorsprong, bedoeld in bijlage I, punt 8.1, van . 4 verordening (EG) 853/2004 Artikel 6 Onze Minister stelt ter uitvoering van nadere regels vast ter zake van:richtlijn 2009/32/EG de aard en de goede hoedanigheid van extractiemiddelen;a. de ten hoogste toegestane hoeveelheden van extractiemiddelen in eet- en drinkwaren; enb. de te bezigen aanduidingen of vermeldingen op verpakkingen of recipiënten van extractiemiddelen.c. Artikel 7 Voor zover het kennelijk technisch noodzakelijk is bij de bereiding van eetwaren minerale olie als los- of smeermiddel te gebruiken, mag uitsluitend vloeibare paraffine worden gebruikt. Als los- of smeermiddel gebruikte vloeibare paraffine mag in eetwaren aanwezig zijn tot een hoeveelheid van ten hoogste 50 mg/kg. 1 Vloeibare paraffine moet voldoen aan de krachtens aan die stof gestelde specificatie. 2 artikel 4, tweede lid, van het Warenwetbesluit verpakkingen en gebruiksartikelen Artikel 8 Het roken van eetwaren mag uitsluitend geschieden met rook, verkregen uit hout of houtachtige gewassen in onbehandelde staat, onder de voorwaarde dat de waar hierdoor de kenmerkende geur-, kleur- en smaakeffecten van het rookproces verkrijgt. 1 De verhandeling van hout of houtachtige gewassen aan bereiders van eet- en drinkwaren ten behoeve van het roken van eetwaren mag uitsluitend geschieden indien dat hout, of die houtachtige gewassen, in onbehandelde staat verkeert, onderscheidenlijk verkeren. 2 In bedrijfsruimten mogen, ten behoeve van het roken van eetwaren, uitsluitend hout of houtachtige gewassen in voorraad of voorhanden worden gehouden indien dat hout, onderscheidenlijk die houtachtige gewassen, in natuurlijke of onbehandelde staat verkeert, onderscheidenlijk verkeren. 3 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32005R2073 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32004R0853 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32009L0032 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018370&artikel=4&g=2023-04-25&z=2023-04-25 In bereidplaatsen, kennelijk bestemd voor het roken van eetwaren, mag onderscheidenlijk mogen geen ander hout of houtachtige gewassen in voorraad of voorhanden worden gehouden dan hout of houtachtige gewassen, bedoeld in het derde lid. 4 Artikel 9 Olie of vet, aanwezig in de bereidplaats en kennelijk bestemd voor het bakken of frituren van eetwaren, moet, onverminderd andere op die grondstof van toepassing zijnde wettelijke bepalingen, voldoen aan de eis dat het gehalte aan dimere en polymere triglyceriden niet hoger is dan 16%. 1 Voor de bereiding of verwerking van eet- en drinkwaren mag geen gebruik worden gemaakt van oliën en vetten welke: 2 zijn bereid uit afval, ontstaan:a. bij de raffinage van vetten; of1°. in afvalwater-reinigingsinstallaties;2°. zijn verkregen bij de destructie van dierlijk materiaal; ofb. zijn verontreinigd met stoffen die bij de normale raffinage niet verwijderbaar zijn dan wel met vetten of oliën reageren. c. In bereidplaatsen, kennelijk bestemd voor het bakken of frituren van eetwaren, mag geen andere olie of ander vet voorhanden of in voorraad worden gehouden dan olie of vet, dat voldoet aan het eerste en tweede lid. 3 Artikel 10 In eet- en drinkwaren mogen vitamines, fluor- en jodiumverbindingen, aminozuren of hun zouten niet aanwezig zijn, tenzij deze naar aard en hoeveelheid van nature aanwezig zijn in die eet- en drinkwaren. 1 Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van:2 verrijkte eet- en drinkwaren als bedoeld in het , voor wat betreft de aanwezigheid van vitamines; a. Warenwetbesluit Toevoeging micro-voedingsstoffen aan levensmiddelen eet- en drinkwaren waarvoor in enig wettelijk voorschrift anders is bepaald.b. Artikel 11 [Vervallen per 06-10-2016] Artikel 11a Het cafeïnegehalte onderscheidenlijk het kininegehalte van een als of aangeduide drinkwaar is ten hoogste: 1 limonade frisdrank 350 mg/l cafeïne, indien de waar planten- of vruchtenextract bevat;a. 85 mg/l kinine; ofb. 40 mg/l kinine, indien de waar vruchtensap bevat.c. De vermelding «cafeïnevrij» mag bij een als of aangeduide waar die bestemd is voor aflevering aan de eindverbruiker of een instelling, uitsluitend worden gebezigd voor zover het cafeïnegehalte van die waar ten hoogste 0,1% bedraagt, berekend op de droge stof. 2 koffie thee Artikel 11b Het tappen onder overdruk van bier als bedoeld in vindt uitsluitend plaats met koolzuur of stikstof of een mengsel daarvan. artikel 7b van het Warenwetbesluit Gereserveerde aanduidingen § 4. Verontreinigingen en residuen van bestrijdingsmiddelen Artikel 12 Schimmeltoxinen en bacteriële toxinen in hoeveelheden die schadelijk kunnen zijn voor de volksgezondheid, moeten afwezig zijn in eet- en drinkwaren en grondstoffen. 1 In bereidplaatsen, alsmede in de gedeeltes van bedrijfsruimten van bereiders van eet- en drinkwaren, die kennelijk in gebruik zijn voor het bewaren van grondstoffen, mogen grondstoffen die niet voldoen aan het eerste lid, niet in voorraad of voorhanden worden gehouden, tenzij de bergplaats of de recipiënt voorzien is van een duidelijke vermelding waaruit blijkt dat die grondstof niet geschikt is voor de bereiding van eet- en drinkwaren. 2 Onze Minister kan nadere regels stellen met betrekking tot het in het eerste lid gestelde.3 Artikel 13 In eet- en drinkwaren mogen door Onze Minister aangewezen verontreinigingen, andere dan bedoeld in , die uit oogpunt van gezondheid schadelijk kunnen zijn, niet in een grotere hoeveelheid aanwezig zijn dan door Onze Minister voor de betrokken stof is vastgesteld. De hoeveelheid kan voor de onderscheiden eet- en drinkwaren verschillend worden bepaald. artikel 12 Artikel 13a https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008065&g=2023-04-25&z=2023-04-25 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009499&artikel=7b&g=2023-04-25&z=2023-04-25 In of op eet- en drinkwaren zijn slechts resten, bestanddelen of omzettingsproducten van bestrijdingsmiddelen aanwezig als gevolg van goed landbouwkundig gebruik van bestrijdingsmiddelen en in hoeveelheden die niet schadelijk kunnen zijn voor de volksgezondheid. 1 De aan Nederland opgedragen werkzaamheden, bedoeld in hoofdstuk V van verordening (EG) 396/2005, worden verricht door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. 2 Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld:3 inzake het eerste lid;a. voor zover noodzakelijk voor de goede uitvoering van de bij of krachtens verordening (EG) 396/2005 gestelde voorschriften. b. De aanvrager, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van verordening (EG) 396/2005, dient zijn aanvraag in bij het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden. 4 § 5. Bewaring en vervoer Artikel 14 Onze Minister stelt ter uitvoering van en van de krachtens die richtlijn getroffen maatregelen nadere regels vast ter zake van: richtlijn 89/108/EEG de aard en de goede hoedanigheid van het diepvries-procédé;a. de daarbij te gebruiken koelmiddelen;b. de verpakkingen van en de te bezigen aanduidingen of vermeldingen op eet- en drinkwaren; enc. de bewaar- en vervoersomstandigheden van diepgevroren eet- en drinkwaren.d. Artikel 15 Eet- en drinkwaren of grondstoffen, welke gekoeld moeten worden bewaard teneinde microbiologisch bederf of de uitgroei van pathogene bacteriën tegen te gaan, moeten: 1 voor zover het betreft voorverpakte eet- en drinkwaren of grondstoffen, zodanig worden vervoerd of in voorraad worden gehouden dat de temperatuur van de waar ten hoogste de door de bereider aangegeven temperatuur bedraagt; of, a. voor zover door de bereider geen bijzondere bewaartemperatuur op de voorverpakking is vermeld of de waar niet is voorverpakt, zodanig worden vervoerd of in voorraad worden gehouden dat de temperatuur van de waar ten hoogste 7°C bedraagt. b. In afwijking van het eerste lid mogen de daar bedoelde bederfelijke eet- en drinkwaren, die zodanig verhit zijn dat zij geschikt zijn voor onmiddellijke consumptie door de eindverbruiker, tevens ter rechtstreekse aflevering aan de eindverbruiker voorhanden worden gehouden indien de temperatuur van de waar ten minste 60°C bedraagt. 2 Onze Minister kan nadere regels stellen met betrekking tot het eerste tot en met vierde lid.3 In afwijking van het eerste lid, onder b, bedraagt de temperatuur van de waar ten hoogste 10°C gedurende het lokaal vervoer van gekoelde bakkerswaren. 4 Het eerste lid, onder b, is niet van toepassing op het vervoer of het in voorraad houden van niet voorverpakte eet- en drinkwaren of grondstoffen gedurende een nader te bepalen periode van ten hoogste 24 uur na de bereiding daarvan, voor zover de ter zake in een krachtens het door Onze Minister goedgekeurde hygiënecode vastgestelde voorschriften in acht worden genomen. De desbetreffende hygiënecode zal slechts worden goedgekeurd indien voldaan is aan de volgende voorschriften: 5 Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen de uitzondering heeft slechts betrekking op eet- en drinkwaren of grondstoffen waarvan koeling met het oog op de smaak ongewenst is, of die bij de bereiding direct voorafgaand aan de ongekoelde bewaar of vervoerperiode een intensieve hittebehandeling hebben ondergaan; a. de desbetreffende hygiënecode schrijft voor dat bij onverpakte verkoop van de waar aan de koper duidelijk wordt gemaakt dat de waar een (zeer) beperkte houdbaarheid heeft, en werkt uit hoe dat voorschrift kan worden toegepast; b. in de hygiënecode is de periode van ongekoeld opslaan of vervoeren nauwkeurig vastgesteld; enc. de ongekoelde bewaring of opslag leidt niet tot een uit microbiologisch oogpunt onveiliger waar.d. § 6. Verpakking Artikel 16 [Vervallen per 01-01-2006] Artikel 17 In bedrijfsruimten mogen levensmiddelenadditieven uitsluitend in een verpakking of recipiënt voorhanden zijn of in voorraad worden gehouden. Op die verpakking of recipiënt moet een aanduiding overeenkomstig verordening (EG) 1333/2008 worden gebezigd, alsmede, voor zover van toepassing, de volgende vermeldingen: 1 het gehalte of de gehaltes van de levensmiddelenadditieven indien zij aanwezig zijn in mengsels van deze stoffen, al dan niet met andere grondstoffen, voor zover regels zijn gesteld ten aanzien van de ten a. https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:31989L0108 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018823&g=2023-04-25&z=2023-04-25 hoogste toegelaten hoeveelheid van een of meer van de desbetreffende levensmiddelenadditieven; het gebruiksdoel, voor zover regels zijn gesteld ten aanzien van de ten hoogste toegelaten hoeveelheid in de eet- en drinkwaren, voor de bereiding waarvan het betrokken levensmiddelenadditief bestemd is. b. De vermeldingen, bedoeld in het eerste lid, mogen worden aangebracht in een code, die zodanig moet zijn dat onjuist gebruik ter zake bij de bereiding wordt voorkomen. 2 § 7. Slotbepalingen Artikel 18 Als methoden van onderzoek welke bij uitsluiting beslissend zijn voor de vaststelling of al dan niet is voldaan aan de bij of krachtens dit besluit gestelde regels, worden aangewezen microbiologische onderzoekingsmethoden, chromatografische en andere scheidingsmethoden, organoleptische bepalingsmethoden en detectiemethoden, alsmede de daartoe door een andere Lid-Staat van de Europese Economische Gemeenschap aangewezen methoden. 1 Onverminderd het eerste lid worden bij de controle of al dan niet is voldaan aan de in bijlage II en III bij richtlijn 2013/51/Euratom vastgestelde controlestrategieën en controlefrequenties in acht genomen. 2 artikel 5 Onze Minister kan omtrent de in het eerste lid bedoelde methoden nadere regels stellen.3 Onverminderd het eerste lid wordt de in artikel 1 en de bijlage bij beschreven methode, aangewezen als methode van onderzoek die bij uitsluiting beslissend is voor de vaststelling of met betrekking tot de maximumgehalten aan lood, cadmium, kwik, anorganisch tin, 3 MCPD en benzo(a)pyreen in eet- en drinkwaren al dan niet is voldaan aan de afdelingen 3, 4 en 6 van de bijlage bij . 4 verordening (EU) 333/2007 verordening (EG) 1881/2006 Artikel 19 [Vervallen per 01-01-2023] Artikel 20 Dit besluit treedt in werking met ingang van de derde maand na de datum van uitgifte van het Staatsblad, waarin het wordt geplaatst. Artikel 21 Dit besluit kan worden aangehaald als Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen. Origineel slotformulier en ondertekening Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State. Staatsblad 's-Gravenhage , 10 december 1992 Beatrix De Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, H. J. Simons Uitgegeven de dertigste december 1992 De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin Bijlage als bedoeld in artikel 4a, tweede lid, van het Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen De afbeelding, bedoeld in , ziet er als volgt uit:artikel 4a, tweede, derde en vierde lid https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32007R0333 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32006R1881 https://wetten.overheid.nl/afbeelding?toestandid=BWBR0005758/2023-01-01 0&naam=269626.png&schalen=nee

Decree No. BWBR0005758 of 10 December 1992, on the Preparation and Treatment of Foodstuffs under the Commodities Act · Nelum