Decree No. 632 of 1980 containing rules relative to the technical and genetic level of production of flower bulbs
صدر في 1980-11-24 · النص بتاريخ 2026-10-01
القانون العام والإرشادات الرسمية منشورة بوصفها أبحاثاً. ليست مشورة قانونية أو ضريبية أو مالية.
البحث نفسه مكتوب بالإنجليزية. العناوين والوسوم مترجمة؛ أما النتائج والاقتباسات فغير مترجمة.
عن هذا القانون
- اللغة
- Dutch
- النوع
- لائحة
- المنظمة
- European Union
- الدولة
- هولندا
- الموضوعات
- Cultivated plants
- الكلمات المفتاحية
- plant production, seeds/planting material, biotechnology, inspection
- الفئات
- agriculture
أين تقرؤه
لا يوجد رابط مصدر مسجل لهذا القانون.
النص
نص القانون نفسه، مادةً مادة، كما هو محفوظ. لكل مادة رابطها.
632 Besluit van 24 november 1980, houdende regelen betreffende het technische en genetische peil van de produktie van bloembollen (Landbouwkwaliteitsbesluit bloembollen) Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koning in der Nederlanden, Prinses van Oranje-~:~ssau, enz. enz. enz. Op de voordracht van Onze Ministers van landbouw en Visserij en van Economische Zaken van 30 januari 1980, Directie Juridische en Bedrijfsorga nisatorische Zaken, no. J 385; Gehoord het Produktschap voor Siergewassen, het landbouwschap, de Stichting Bloembollenkeuring:,diPnst; Overwegende dat, ter bevordering van de afzet van bloembollen, regelen betreffende het technische en genetische peil van de produktie van bluem bollen dienen te worden gesteld; dat deze regelen in het bijzonder de kwali teit van bloembollen, die als uitgangsmateriaal voor de bloembollenproduk tie dan wel de bolbloemenproduktie dienen, moet~m betreffen; Gel et op de artikelen 2. 3. 4. 7. 8 en 9, eerste lid, 12, eerste lid, en 19. eerste lid, van de landbouwkwaliteitswet (Stb. 1971, 371); De Raad van State gehoord iadvies van 19 ma art 1980, no. 19); Gezien het nader rapport van Onze Ministers van landbouw en Visserij en van Economische Zaken van 12 november 1980, Directie Juridische en Be drijfsorganisatorische Zaken, no. J 4435; Hebben aoedgevonden en verstaan: Artikel 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: «wet»: landbouwkwaliteitswet (Stb. 1971, 371); "produktschap»: Produktschap voor Siergewassen; ,,bloembollenn: bollen, knollen, wortelstokken en andere voor vermeerde ring of bloemproduktie bestemde plantendelen van de in de bijlage van dit besluit onder I genoemde gewassen, voor zover zij behoren tot de daarach ter onder II vermelde botanische families, geslachten of soorten; 11verhandelenn: het bedrijfsmatig ten verkoop voorhanden of in voorraad hebben, te koop aanbieden, verkopen of afleveren; «telen»: het oedrijfsmatig voortbrenge11 van een oewas, alsmede elke handeling die hiermede rechtstreeks verband houdt; «rasn: een tot een cultuurgewas behorende groep van planten, die voor cultuurdoeleinden ~!;, een zelfstandige eenheid wordt beschouwd; 11behandelen»: het bedrijfsmatig verrichten van handelingen, die inhou den bloembollen gJschikt te ma ken voor het gebruiksdoel of de geografi sche bestemming. Staatsblad 1980 637 Artikel 2 1. Onzt· Minister kon nadere regeI,•n stellen ten aanzien van het telen van bloerr.bollen. 2. Hot is verboden bloembollen, w1iarvoor nadere regelen als bedoeld in het eerstri lid zijn gesteld, te telcn anders dan overe,rnkomstig zodanige re gelen. 3. Het is verbodE'n blor -,bollen te verhandel<?n of bedrijfsmatig te vervoe ren indien zij niet a. gezond, soortecht of rasecht, vrij van vreemde bestanddelen, intact. vrlj van abnorm:i!e uitwendige vochtighe1d, goed ontwikkeld en practisch vrij van gebreken zijn; b. in verband met het gebruiksdoel of de geografische bestemming vol doende groei- en bloeikracht bezitten; een en ander mot inachtneming van dienaangaande, krachtens het vierde lid gestelde nadere regelen. 4. Onze Minister kan nadere regelen stellen ten aanzien van het verhande len en bedrijfsmntig vervoeren van bloembollen. 5. Het in het derde lid bedoelde verbod geldt niet voor het verhandelen of bedrijfsmat1g vervoeren van bloembollen, die kennelijk bestemd zijn te war den afgezet a:1n de uiteindelijke verbruiker voor zijn persoonlijke behoefte. Artikel 3 De in artikel 2 bedoelde nadere regelen kunnon per cultuuryewas, uoort of ras verschillen en mede betrekking hebben op: de indeling in i..waliteitsklassen, de groottesortoring, de oorsprong, als mede de aanduiding daarvan; de hoedanigheid en het gebruik van verpakkingsmiddelen; de inrichting en het gebruik van bedrijfsgebouwen en vervoermiddelon; he•. gebruik van machines, werktuigen en gereedschappen; de benaming. Artlkel 4 De eisen gesteld in artikel 2, derde lid, geld en niet ten aanzien van bloem bollen die binnen Nederland door de teler bedrijfsmatig worden vervoerd naar een onderdeel van zijn bedrijf. Artikel 5 1. Bloembollen van door Onze Minister aan te wijzen cultuurgewassen, soorten of rassen die overeenkomstig hiertoe door hem gesteide nadere re gelen zijn behand·etd,-kunnen worden voorzien van een krachtens artikel 8 hiervoor vastgesteld merk. 2. De regelen, als bedoeld in het eerste lid, kunnen verschillen naar ge lang van het gebruiksdoel of de geografische bestemming. Zij kunnen mede betrekking hebben op het tijdstip en de wijze van ve,voer. Artikel 6 1. Onze Minister kan bepalen dat de in artikel 2 en 5 bedoelde nadere re gelen in een door hem te bepalen omvang bij verordening worden gesteld door het bestuu r van het produktschap. 2. Onze Minister lrnn met betrekking tot het verlenen van de medewerking als bedoeld in het eerste lid regelen stellen of aanwijzingen geven. 3. Onze Minister kan bepalen dat krachtens verordening, als bedoeld in het eerste lid, vastgestelde nadere voorschriften en genomen besluiton de goedkeuring behoeven van een door hem aangewezen autoriteit. Sta;itsblad 1980 632 2 Artlkel 7 Onderworpe:, Mn een keuring, volgens door Onze Minister te stelfen re golen, zijn a. bloernbollen waarvoor nadere rf'gelc:, op gro;id van artikel 2 ziin gesteld, b. bloembollen waar, 1'Jor eon merk als bedoeld in artikel 5, een.;tA lid, wordt gobruikt. Artlkel 8 1. Onze Minister kan 1nerken, tekenen en bewijsstulcken vaststellen, als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de wet, welke kunneri verschillen noar ras, soort, cultuurgewas, behandeling of kwaliteitskltisse van de oloumbol len. 2. Onle Minister kan regelen stellen inzake de gebruikmaking van mer ken, tekenen en bewijsstukken. 3. Onze Minister kan regelen stellen betreffe11de het vervaardigen, voor handen en in voorraad hebben zomode het afleveren en gebruiken van in het eerste lid bedoeldc merken, tc1<encn of bewijsstukken en van cliche's, sternpels en andere werktuigen tot het vervaardigen of aanbrengen van die merken, tekenen of bewijsstukken. Artlkel 9 1. Het is verboden de in artikel 8 bedocld£ merken, tekenen of bewij,;stuk ken te bezigen in strijd met het bij of krachtens dit besluit bepaalde. 2. Het is verboden voor bloembollen aanduidingen te bezigen welke sterk gelijkc,n op de in artikcl 8 bedoelde merken, tekenen of bewijsstukken. Artlkel 10 Het telen en het behandelen van bloembollen, die op grond van artikel 7 aan een keuring onderworpen zijn, is uitsluitend toegestaan aan aangeslote• nen van de in artikel 11 genuemde instelling. Artlkel 11 De Stichting Bloernbollenkeuringsdienst te Hillegom: ·· is belast m 0 t het toezicht 'JP de naleving door de bij haar aangeslotenen van het bij of krachtens dit besluit bepaalde; is belast met de keuring afs bedoeld in artikef 7; is bevoegd tot het uitreiken van de merken, tekenen of bewijsstukken, bedoeld in de artikelen 5 en 8. Artikel 12 1. De voorzitter van de in artikel 11 genoemde instelling wordt door Onze Minister tel kens voor ten hoogte vier jaren benoemd. Hij is terstond wader benoembaar. 2. Het bestuur van de in artikel 11 geno9mde instelling doet aan Onze Mi nister een voordracht voor de benoeming. 3. De voor zitter mag niet rechtstreeks betrokken zijn hij de tee It van of de handel in bloembollen. Artikel 1~ 1. Onze Minister kan vrijstelling en, op aanvraag, ontheffing verfenan van het bepaalde bij of krachtens dit besfuit. Staatsblarl 1980 632 3 2. Onze Minister kan b,•palen dat een ontheffing als in het eerste lid be doeld, door de in artikel 11 genoernda installing kan worden verleend. Hij kan ter zake van het verlenen van zodanige onthnffmg rngelon stellan of a1m wij .. ingen geven. 3. 0nm Minister kan bepalen dilt "U vrijstelling of een ont:1effing als In het eerste lid bn:Joeld, door het produktschap wordt verlecnc.i. Hij kan ter 18· ke van het vorlenen va.1 zodanige vrijstel'ing of ontheffing regelen stellen of aanwijzingen geven. Hij kan voorts bepalen dat een besluit, waarbij een zo danige vrijstelling wordt verlef'nd, de goedkeurrng behoeft van een door hem 1rnngewezen t1utoriteit. Artlkel 14 Het Uitvoercontrolebosluit 1951 (Bloembollen) (Stb. 32S) is buiten werklng gesteld. Artlkel 15 Dit besluit kan worden aangehaald als «landbouwkwaliteitsbesluit bloem bo11enu. Artlkel 16 Dit besluit treedt in werking met ir,gang van 1 augustus 1981. La:'\ten en bevelen dat dit hesluit met de daarbij behorende Nota van Toe lichting in het Staatsblad zal warden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State. Lage Vuursche, 24 november 1980 De Minister van Landbouw en Vi:;serij. G. J.M. Broks De Minister van Economische Zaken, G. M. V. van Aardenne Beatrix Uitgegeven de negende decernber 1980 De Minister van Justitie, J. de Ruiter Staatsblad 1980 632 4 Bljla9e, bedoeld in artikel 1 van "et Landbouwkwallteltsbeslult bloembollen I II sierui anemoon sneeuwroem krokus dahlia gladiool ame:-yllis hyacinth iris lelie druifhyacinth narcis puschkinia sterhyacinth tijgerbloem tulp Allium L. Anemone L. ::.1,ionodoxa Borss. Crocus L. Dahlia Cav. Gladiolus L. 1-!ippeastrum Ht1rb. Hyacinthus L. Iris L. Lllium L. Muscari Mill. Narcissus L F'uschkinia Adams Scilla L. Tigridia Juss. Tulipa L Behoort bij Koninklijk besluit van 24 november 1980, Stb. 632 Ons bekend, De Minister van Landbouw en Visserii, G. J. M. Braks De Minister van Economische Zaken, G. M. V. van Aardenne Staatsbtad 1980 632 5 NOTA VAN TOELICHTING Algemeen Hot onderhaviye besluit strekt ertoe, overeenkomstig de doelstcllingen van de Landbouwkwal1teitswet (Sit•. 1 ':J71, 371 ), de afzet van b1oembollen te bevorderen de;:,• middel r•n rcrieten be,, t::rfencJc de kwaliteit van bloembol lon. Daartoe betreft .e regelgeving in de eerste plaats do teelt van hloembol len die op hun 1,eurt als uitgangsmateriaal worden gebruikt voor de produk tie van bloembollen of bolbloemen. In de tweede pfa,,.ts grijpt de regeling in op de verhanrleling win bloembollen voor zover zij bestemd zijn voor de be drijfsrnatige produktie van bloembollen of bolbloemen. Sornmige van de gehoorde instellinge11 het>ben de vraag gesteld welke de verhouding is tussen de onderhavige regeling on de EEG-rege!ingen. Uiter aard dient de regelin1:1 in overeensternming te zijn met de tot du.iverre in het kador van de Europese Gemeenschappen getroffen regelingen aangaande bloembollen. Het betreft hier in de eerste plaats de verordening 234/68 van de Raad van 27 februari 1968 (Pb. E.G. 2 maart 1968, nr. L 55), houdende de totstandbronging van een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector levende planten en produkten van de bloementeelt. Die reyeling dient blijkens de overwegingen onder meer door het toepas sen van gerneenschappelijke kwoliteitsnormen voor de betrokken produkten te worden geeffectuoerd. Beoogd wordt, door produkten van onbevredigen de kV1,afiteit van de markt te verwijderen, df! rentabiliteit van de produktie te verbeteren. Bovengenoemde verordening heeft voor bloembollen toep.,ssing gevon den in de verordening 315/68 van de Raad van 12 maart 1968 (Pb. E.G. 21 maart 1968, nr. L 71) houdende vaststelling van kwaliteitsnormen voor bloembollfln en bloemknollen, op grond waarvan deze produkten 1.1it de markt kunnen word en genomen om zodoende marktordenend op te treden. Bedoelde marktordenende maatregelen, die zijn vervat in de Ve,o dening van het Produktschap voor Siergewassen «Kwaliteitsnormen Bloembollen 1977», hebben betrekking op de verhandeling van bollen bestemd voor de produktie van b:oemen. Voor zover die verhandeli!1g binnen de Europese Gemeenschap plaatsvindt beoerken de mRAtrngP.IAn 1i~h tot de afzet ,an de verbruiker voor zijn persoonlijke behoefte. De onderhavige rf'geling beoogt in de eerste plaats te regelen de teeltwij ze van bloembollen, die aangewend zullen warden voor de teelt van nieuwe bloembollen. dan wet van bolbloemen. In de tweede plaats strekt het besluit ertoe de erfelijke eigenschappen van bloernbollen te handhaven of te verbe teren door de "erhande1;ng van hAt uitgangsmateriaal voor de bedrijfsmati ge produktie van bloembollen of bolbloemen aan L,epaalde daarop gerichte normen te onderwerpen. Dergelijke maatregelen vallen binnen de termen van artikel 18 van eerder genoernde verordening 234/68, dat immers het bestaan van maatregelen van de Lid-Staten erkent «we Ike ten doel hebben het technische of geneti sche peil van de produktie van bepaalde produkten, die specifiek voor de teelt worden bestemd, te handhaven of te verbeteren». Onderkend wordt dat het onderhavige besluit en regelen krac~tens dit besluit er niet toe mo gen leiden dat de verhandeling van bloembollen die minimaal aan het kwali teitsregime van de EEG voldoen, in een in dat regime voorziene handelsfase in feite onrnogelijk wordt gemaakt. Bij het opstellen van de onderhavige maatregel van bestuur is ervan uit gegaan, dat het bedrijfsleven zoveel mogelijk bij het toezicht op en de keu ring van do produkten dient te worden betrokken. Hiertoe is gekozen voor de in de wet neergelegde mogelijkheid, dat het toezicht en de keuring kan war den opyedragen aan een privaatrechtelijke controle-instel!i11g. Hiermede wordt voorts bereikt, dat een stelsel van tuchtrechtelijke correctie bij overtre t.ling van de gestelde normen door aangeslotenen kan worden ingestefd. Het ligt voor d1 hand de Bloembollenkeuringsdienst (8.K.D.) te belasten met bo Staats bl ad 1980 632 6 verigenoemde keurlng gezien de grote ervarlng die de 8.K.O. met het keuren van bloembollen op grond van df'l eloembollenzlektenwet en In het kader van vrijwillige sf:lectiekeuringen 111 de loop der jaren ht;eft verworven. Zoals hiervoor reeds vermeld raakt het besluit enerzijds de teelt van bloembollen (artikel 2, eerste en tweede lid). Teeltvoorschriften kunnen noodlakelijk zijn voor de keuring van het te verhandelen produkt en dienen per gewas. soort of ras te kunnen wcrden opgesteld. Anderzijds betrf!ft het besluit de verhandeli11g van bloembollen, voor zover zij bestemd zljn voor de bedrljfsmatlge produktle van bloembollen of bolbloemen (artlkel i, derde lid). De gestelde minimumPlsen kunnen per gewas. soort of ras door nadere regelen worden ultgewerkt of aangevuld. Hoewel verwacht kan worden dat de regaling aen positlef effect op de kwalitelt van de aan de partlculier af te zetten bollen zal hebben, bestaat ult oogpunt van de handhavlnw of verbete ring van het technlsche er genetische pell van de produktle van bloembollen geen aanlelding bedoelde handelstroom aan de regellng te onderwerpen. Bovendien Is die handelstroom onderworpen aan de eerderbedoelde kwall teltsvoorschrlften van het Produktschap voor Siergewassen. Dlentengevol ge hebben de voorschriften geen betrekking op de verhandellng met het kennelijk oogmerk af te zetten aan de uiteindelijke verbruiker voor zljn per soonlijke behoefte. lndicn nadere regelen zijn gesteld, brengt dlt met zlch mee, dat bloembollen van een dergelijke cultuurgewas, soort of ras zijn on derworpen aan een keuring (artikel 7, eerste lid). Gekozen is voor een systeem waarbij de B.K.D. de controle kan uitoefenen op de teelt en de behandeling van bloembollen, waarvoor nadere regelen zijn ontworpen (artikel10). Naast de krachtens artikel 2 gestelde regelen, die leiden tot een verplichte keuring. biedt artikel 5 de mogelijkheid tot het stellen van regelen, die leiden tot ean vrijwillige keuring. Hiarbij zij opgemerkt dat een verplicht karakter van deze keuring vooralsnog niet bereikbaar lijkt. Mocht zulks evenwel op aen later tijdstip nagestreefd worden, ken het reeds bestaan van een vrijwil lige keuring nlet van invloed zijn op de wetgevingsprocedures, welke van toepassing zijn bij de invoering van een dergelijke maatregel. Op grond van dit artikel kunnen regelen worden gesteld betreffende de behandeling van bloembollen. Bloembol!er. die gckcurd en bohandeld :ijn overecnkomstig het bepaalde bij en krachtens dit besluit, kunnen worden voorzlen van een rijksmerk. Oit merk y,ordt door de controle-instelling aan haaraangeslote nen verstrekt. Toellchtlng op enkele artikelen Artikel 1 Oit besluit heeft betrekking op bollen, knollen, wortelstokken en andere vc,or vermeerdering of bloemproduktie bestemde plantendelen van met na me genoemde bloembolgewassen. Deze ruime omschrijving, die nlet diffe rentieert naar meat, brengt met zich mee, dat de minlmumvoorschriften als genoemd in artikel 2, op alle bloembollen van die gewassen van toepassing zijn. De omschrijving van ttbehandelen11 is zodanig geformuleerd dat daaron der wordon begrepen bepaalde bewerkingen van de bloembollen zelve. Oaarbij ken warden gedacht aan de preparatie van bloembollen Inver band met de export near een bepaald land of in verband met een bepaald gebruiksdoel. Artikel 2 Het eerste lid verschaft de basis voor nadere door de Minister van Land bouw en Visserij te stellen regelen betreffende het telen van bloemb:,llen. Staatsblad 1980 632 7 Het tweede lid verbiedt de teelt van bloembollen anders dan overeenkom stlg eventueel geatelde zodanige regelen. Het derde lid atelt de rr.lnlmum efaen aan te verhandelen bloembollen, die, zoal11 eerder vermeld, nlet gel den voor de verhl"ndellng met het kennelljk oogmerk dezo af te zett11n aan de uitelndelljke verbruiker vocr zljn pe;soonlijke behoefte. Ten aanzlen van bedoelde mlnimumelaen kan worden n;:;gemerkt dat onder goeJ ontwlkkeld ook voldoende kl.-mkrachtlg dient te worden verstaan. De el,en kunnen na der worden ultgewerkt (zie onder artikel 3). De nadere regelen kunnen be trekking hebben op zowel bloembollen, bestemd voor de produktie van an dere bollen als op bloembollen, bestemd voor de produktie van bloemen. Ulteraard zal blj de vaststelllng van de In dlt artlkel zowel ala In art!kel 5 be doeltie nadere regelen nauw overleg met het betrokken bedrljfsleven nood zakelljk zljn, ten elnde rekenlng te kunnen houden met de aldaar levende ver langens. Een en ander laat onverlet het horen van de belanghebbende orga nlaatles lngevolge artlkel 2, derde lid, van de Landbouwkwaliteitawet. Artlkel 3 Dlt artlkel geeft een aantal onderwerpen waarop de krachtens artlkel 2 ge stelde nadere regelen mede betrekklng kunnen hebben. Hier zlj herhaald dat deze regelen er nlet toe mogen lelden dat de verhandellng van bloembollen, die aan de EEG-normen voldoen, In een In de EEG-regellngen bedoelcfe han delsfase In felte onmogelijk wordt gemaakt. Artikel 6 In tegenstelling tot de regelen die een ultwerklng vormen van het bepaal de In artlkel 2 en die, zodra ze zljn vastgesteld, een verpllchtend karakter heb ben, hebiJen de regelen van artikel 5 een niet-verpllchtend karakter. In dlt ar tlkel wordt de mogelijkheicf geschapen om regelen te ste•ten, die met name betrekklng zullen hebben op het behandelen van bloembollen. Een aanga slotene bil de controle-instelling, die zljn bloembollen behandelt overeen komstlg deze regelen, is gerechtlgd voor deze bloembollen een rijksmerk te voeren. Regelen op grond van dlt artlkel kunnen worden gesteld voor be paalde cultuurgewasst1n, soorten of rassen van bloembolgewassen, waar voor al dan niet regelen zijn gesteld op grond v,m artikel 2. Artikel 6 lngevolge dit artikel kar, de Minister van Landbouw enVlsserif bepalen dat het Produktschap voor Siergewassen de In artlkel 2 en 5 bedoelde nadere re gelen in medebewind vaststelt. In het laatste geval kunnen de eventuele uitvoerlngsvoorschrlften van bll voorbeeld de voorzitter van het produktschap worden gebonden aan de goedkeurlng van een door de Minister van Landbouw en Vlsserlj aangewe zen autorltelt. Hoewel ten tijde van de lnvoerlng van het onderhavlge bealult geen behoefte lijkt te bestaan aan de In dit artikel voorzlene delegatiemoge lijkheid, is deze bepaling opgenomen ten elnde haar te kunnen toepassen ln dien daar ult opportuniteitsoverwegingen aanleidlng toe zou bestaan. Artikel 7 Oit artikel schrljft een keuring voor, ala bedoeld in artlkel 7 van de wet, voor bloembollen, waarvoor krachtens artikel 2 nadere regelen zl)n gffteld. Ook wordt een keuring voorgeschreven voor bloembollen die voorzien zlfn van een rijksmerk, verleend op grond van de regelen voorzlen In artlkel 5. Staatsblad 1980 632 8 Artfkef 10 Dit artlkel bepaalt wle, krachtens artlkel 9, eerste lid, van de wet, verpllcht zljn tot aanslultlng blj de Bloemb:>llenl<eurl,,gsdlenst. De tot aan1lultlng ver• pllchtende handellngen zljn het telen en behandelen van bloembollen, die op grond van artlkel 7 onderworpen zlln aan een kaurlng. Artiksl 11 Door het aanwljzen van de Stlchtlng Bloemt,ollenkeurlng1dlenlt wordt In feite een bestaande praktllk voortgezet. De Bloembollenkeurlng1dlenst ver• rlcht reeds lange tljd keurlngen, enerzljds op basis van de Bloembollenzlek• tenwet, anderzljds In het kader van vrljwllllge 11lectlekeurlngen. Laatstbe doelde keurlngen zljn keurlngen 111 voorzlen In dlt be1lult. De kttUrlngen kunnen worden verrlcht blj en de merken, tekenen en bewlf11tukken, be· doeld In artlkel 5 en 8, kunnen worden ultgerelkt aan al dan nlet bll de Bloembollenkeurlngsdlen1t aangeslotenen. Ulteraard laat de keurlngtbe voegdheld van een controle-lnstelllng de bevoegdheld van de daartoe aan gewezen opsporlngsdlensten onverlet om tar zake van overtredlngen van het bll of krachtens dlt besluit bepaalde op ta treden. Artfksl 12 Dlt artlkel Is gebaseerd op artlkel 12 van de Landbouwkwalltelt1wat. Artikef 13 De b"voegdheden, In dit artlkel neergelegd, dragen blf tot hat voeren van een slagvaardlg beleld. Het artlkel voorziet In de mogellJkheld vrlfstelllng, dan wel, op aanvraag, onthefflng te verlenen van het blj of krachtent dlt be slult bepaalde. lngevolge artlkel 3, tweede lid, en artlkel 4, vlerde lid, van de Landbouwkwallteltswet kunnen voorschrlften worden verbonden aan een vrljstelllng of onthefflng en kunnen zll onder beperklngen worden varleend. De Minister van Landbouw en Vlsserij kan bepalen, dat een onthefflng door de Stichting Rl')embollenkeurlngsdlenst kan worden verleend. In be ginsel betreft het hier uitzonderlljke gevallen, die zlch near zljn oordeel dear• · toe lenen. Ock kan hll bepalen dat een vrijstelllng of een onthefflng door hat Produktschap voor Siergewassen kan worden verleend. Vanzelf1prekend betreft het hler gevallen waarln de medewerklng van hat produktachap In de zln van artlkel 4 van de wet Is gevorderd. De Minister van Landbouw en Vlsserlf, G. J.M. Braks De Minister van Economlsche Zaken, G. M. V. van Aardenne Staatsblad 1980 632 9