تخطَّ إلى المحتوى
Nelum
قوانين هولندا

Act on the introduction of a duty of care in relation to distribution of goods and services prevention of Child Labour originating from child labour (Act on the Duty of Care in relation to Child Labour)

صدر في 2019-10-24 · النص بتاريخ 2026-10-01

القانون العام والإرشادات الرسمية منشورة بوصفها أبحاثاً. ليست مشورة قانونية أو ضريبية أو مالية.

البحث نفسه مكتوب بالإنجليزية. العناوين والوسوم مترجمة؛ أما النتائج والاقتباسات فغير مترجمة.

عن هذا القانون

العنوان الأصلي
Wet van 24 oktober 2019 houdende de invoering van een zorgplicht ter voorkoming van de levering van goederen en diensten die met behulp van kinderarbeid tot stand zijn gekomen (Wet zorgplicht kinderarbeid)
اللغة
Dutch
النوع
قانون
الدولة
هولندا
الموضوعات
General
الكلمات المفتاحية
social protection, poverty, school feeding, governance, financing, local government, offences/penalties

أين تقرؤه

    لا يوجد رابط مصدر مسجل لهذا القانون.

النص

نص القانون نفسه، مادةً مادة، كما هو محفوظ. لكل مادة رابطها.

  1. Artikel 1 Begripsbepalingen In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. kinderarbeid: kinderarbeid als bedoeld in artikel 2; b. eindgebruiker: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die het goed gebruikt of verbruikt of de dienst afneemt; c. onderneming: een onderneming in de zin van artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007 of elke entiteit die een economische activiteit uitoefent, ongeacht haar rechtsvorm en wijze waarop zij wordt gefinancierd; d. toezichthouder: de bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen toezichthouder; e. bindende aanwijzing: een zelfstandige last die wegens een overtreding wordt opgelegd; f. zelfstandige last: de enkele last tot het verrichten van bepaalde handelingen, bedoeld in artikel 5:2, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, ter bevordering van de naleving van wettelijke voorschriften; g. Onze Minister: Onze Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

  2. Artikel 2 1. Onder kinderarbeid wordt verstaan: a. in elk geval elke vorm van arbeid in en buiten dienstverband verricht door personen die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt en die behoort tot de ergste vormen van kinderarbeid, bedoeld in artikel 3, van het Verdrag betreffende de ergste vormen van kinderarbeid, 1999; b. in het geval dat de arbeid plaatsvindt op het grondgebied van een Staat die partij is bij het Verdrag betreffende de minimumleeftijd, 1973 wordt voorts onder kinderarbeid verstaan: elke vorm van arbeid die krachtens de wetgeving van die Staat ter uitvoering van dat verdrag is verboden; c. in het geval dat de arbeid plaatsvindt op het grondgebied van een Staat die geen partij is bij het Verdrag betreffende de minimumleeftijd, 1973 wordt onder kinderarbeid voorts verstaan: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2019-401.html 2/7 8/3/2021 Staatsblad 2019, 401 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen 1°. elke vorm van arbeid in en buiten dienstverband verricht door personen die leerplichtig zijn of die de leeftijd van 15 jaar nog niet hebben bereikt, en 2°. elke vorm van arbeid in en buiten dienstverband verricht door personen die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt, voor zover die arbeid krachtens de aard van de arbeid of de omstandigheden waaronder deze wordt uitgevoerd de gezondheid, de veiligheid of de zedelijkheid van jeugdige personen in gevaar kan brengen. 2. In afwijking van het eerste lid, onder c, wordt onder kinderarbeid niet verstaan lichte werkzaamheden als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van het Verdrag betreffende de minimumleeftijd, 1973, die gedurende ten hoogste 14 uur per week worden verricht door personen die de leeftijd van 13 jaar hebben bereikt.

  3. Artikel 3 Toezicht 1. De toezichthouder is belast met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde. 2. Iedere natuurlijke persoon en rechtspersoon wiens belangen geraakt zijn door het doen of laten van een onderneming bij de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet, kan daarover een klacht indienen bij de toezichthouder. 3. Uitsluitend een concrete aanwijzing voor niet naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet door een aanwijsbare partij, biedt grond voor het indienen van een klacht. 4. Een klacht kan pas door de toezichthouder in behandeling worden genomen nadat deze door de onderneming is afgehandeld, dan wel zes maanden na indiening van de klacht bij de onderneming zonder dat deze is afgehandeld.

  4. Artikel 4 Verklaring 1. Elke in Nederland gevestigde onderneming die goederen of diensten aan Nederlandse eindgebruikers verkoopt of levert, verklaart dat zij gepaste zorgvuldigheid als bedoeld in artikel 5 betracht om te voorkomen dat die goederen of diensten met behulp van kinderarbeid tot stand komen. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op niet in Nederland gevestigde ondernemingen die goederen of diensten aan Nederlandse eindgebruikers verkopen of leveren. https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2019-401.html 3/7 8/3/2021 Staatsblad 2019, 401 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen 2. De onderneming zendt de verklaring, bedoeld in het eerste lid, na inschrijving in het handelsregister onverwijld aan de toezichthouder. Ondernemingen die reeds ingeschreven staan bij het handelsregister zenden de verklaring binnen zes maanden na het in werking treden van deze wet toe aan de toezichthouder. De onderneming die niet in het Europese deel van Nederland is gevestigd en die niet wordt ingeschreven in het handelsregister, zendt de verklaring aan de toezichthouder binnen zes maanden nadat de onderneming voor de tweede keer in een bepaald jaar goederen of diensten levert aan eindgebruikers in Nederland. 3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen uitzonderingen worden toegestaan voor het tijdstip waarop de verklaring wordt aangeleverd en kunnen nadere regels worden gesteld over inhoud en vorm van de verklaring. 4. Onder het leveren van goederen, bedoeld in het eerste lid, wordt niet verstaan het enkel vervoeren van goederen. 5. De toezichthouder publiceert de verklaringen in een openbaar register op zijn website.

  5. Artikel 5 Gepaste zorgvuldigheid 1. De onderneming die met inachtneming van het bepaalde krachtens het derde lid onderzoekt of er een redelijk vermoeden bestaat dat de te leveren goederen of diensten met behulp van kinderarbeid tot stand zijn gekomen en die in geval van het bestaan van een redelijk vermoeden, een plan van aanpak vaststelt en uitvoert, betracht gepaste zorgvuldigheid. De onderneming die goederen of diensten afneemt van een onderneming die een verklaring als bedoeld in artikel 4 heeft afgegeven, betracht eveneens gepaste zorgvuldigheid ten aanzien van de desbetreffende goederen of diensten. De onderneming die alleen goederen of diensten afneemt van ondernemingen die een verklaring als bedoeld in artikel 4 hebben afgegeven, betracht eveneens gepaste zorgvuldigheid en hoeft geen verklaring als bedoeld in artikel 4 af te geven. 2. Het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, is gericht op bronnen die voor de onderneming redelijkerwijs kenbaar en raadpleegbaar zijn. 3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden, met inachtneming van de ILO-IOE Child Labour Guidance Tool for Business, nadere eisen gesteld aan het onderzoek en aan het plan van aanpak, bedoeld in het eerste lid. 4. Onze Minister kan een gezamenlijk plan van aanpak dat tot doel heeft om daarbij aangesloten ondernemingen gepaste zorgvuldigheid te laten betrachten om te voorkomen dat goederen of diensten met behulp van kinderarbeid tot stand komen, en dat tot stand komt tussen één of meer maatschappelijke organisaties, https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2019-401.html 4/7 8/3/2021 Staatsblad 2019, 401 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen organisaties van werknemers of organisaties van werkgevers, goedkeuren. Een onderneming die handelt in overeenstemming met een door Onze Minister goedgekeurd gezamenlijk plan van aanpak, betracht gepaste zorgvuldigheid.

  6. Artikel 6 Vrijstelling Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden categorieën ondernemingen vrijgesteld van het bepaalde bij of krachtens deze wet. De voordracht voor een krachtens de vorige volzin vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overlegd.

  7. Artikel 7 Bestuurlijke boete 1. De toezichthouder kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van artikel 4, tweede lid, van ten hoogste het bedrag van de geldboete van de tweede categorie van artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht. 2. De toezichthouder kan een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste het bedrag van de geldboete van de zesde categorie van artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht ter zake van: a. het niet voldoen aan de verplichting tot het verrichten van onderzoek of het opstellen van een plan van aanpak, bedoeld in artikel 5, eerste lid, of b. het niet voldoen aan de vereisten voor het onderzoek of het plan van aanpak, bedoeld in artikel 5, derde lid. 3. Artikel 23, zevende lid, van het Wetboek van Strafrecht is van overeenkomstige toepassing op het eerste en tweede lid van dit artikel. 4. De toezichthouder legt geen bestuurlijke boete op wegens overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 4 en 5, dan nadat hij een bindende aanwijzing heeft gegeven. De toezichthouder kan de overtreder een termijn stellen waarbinnen de aanwijzing moet worden opgevolgd.

  8. Artikel 8 Opschorting boete De werking van een beschikking tot oplegging van een bestuurlijke boete wordt opgeschort tot het tijdstip waarop de termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepsschrift is verstreken of, indien bezwaar is gemaakt of beroep is ingesteld, op het bezwaar respectievelijk het beroep is beslist.

  9. Artikel 9 Strafbaarstelling https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2019-401.html 5/7 8/3/2021 Staatsblad 2019, 401 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen In artikel 1, onder 2°, van de Wet op de economische delicten wordt in alfabetische rangschikking ingevoegd: de Wet zorgplicht kinderarbeid, artikel 4, tweede lid, en artikel 5, eerste en derde lid, indien in de vijf jaar voorafgaand aan de overtreding, op grond van artikel 7, eerste of tweede lid, van die wet een bestuurlijke boete is opgelegd voor eenzelfde overtreding door de onderneming, begaan in opdracht of onder feitelijke leiding van eenzelfde bestuurder.

  10. Artikel 10 Evaluatie Onze Minister zendt binnen vijf jaren na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten- Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

  11. Artikel 11 Overgangsbepaling Deze wet is niet van toepassing op de levering van goederen of diensten waarvoor de verplichting is aangegaan voor de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst, tot het tijdstip waarop de verplichting komt te vervallen ingevolge een beding dat voor de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst is overeengekomen, doch niet later dan vijf jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.

  12. Artikel 12 Inwerkingtreding 1. Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, maar niet eerder dan 1 januari 2020. 2. Deze wet vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat niet is gelegen voor het tijdstip van verzending van het in artikel 10 bedoelde verslag

  13. Artikel 13 Citeertitel Deze wet wordt aangehaald als: Wet zorgplicht kinderarbeid. Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Gegeven te ’s-Gravenhage, 24 oktober 2019 Willem-Alexander De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, S.A.M. Kaag Uitgegeven de dertiende november 2019 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2019-401.html 6/7 8/3/2021 Staatsblad 2019, 401 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus › Over deze website › Contact › English › Help › Zoeken › Informatie hergebruiken › Privacy en cookies › Toegankelijkheid › Sitemap › Open data › Linked Data Overheid › PUC Open Data › MijnOverheid.nl › Rijksoverheid.nl › Ondernemersplein › Werkenbijdeoverheid.nl Staatsblad, Staatscourant en Tractatenblad worden met ingang van 1 juli 2009 als pdf-bestanden uitgegeven. De hier aangeboden pdf-bestanden van deze bladen vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Grondwet. Voor publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden. https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2019-401.html 7/7

Act on the introduction of a duty of care in relation to distribution of goods and services prevention of Child Labour originating from child labour (Act on the Duty of Care in relation to Child Labour) · Nelum