تخطَّ إلى المحتوى
Nelum
قوانين بلجيكا

Loi portant dispositions diverses en matière d’agriculture et certains fonds budgétaires et en matière d’intégration sociale

صدر في 2019-04-13 · النص بتاريخ 2026-10-01

القانون العام والإرشادات الرسمية منشورة بوصفها أبحاثاً. ليست مشورة قانونية أو ضريبية أو مالية.

البحث نفسه مكتوب بالإنجليزية. العناوين والوسوم مترجمة؛ أما النتائج والاقتباسات فغير مترجمة.

عن هذا القانون

اللغة
French; Dutch
النوع
قانون
الدولة
بلجيكا
الموضوعات
Agricultural and rural development, Livestock, Food and nutrition, Waste and hazardous substances
الكلمات المفتاحية
special fund, food safety and quality, public health, pesticides

أين تقرؤه

النص

نص القانون نفسه، مادةً مادة، كما هو محفوظ. لكل مادة رابطها.

  1. FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIG HEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU EN FEDERAAL AGENTSCHAP VOOR DE VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN [C − 2019/12190] 13 APRIL 2019. — Wet houdende diverse bepalingen inzake land bouw en bepaalde begrotingsfondsen en inzake maatschappelijke integratie (1) FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK 1. — Algemene bepaling Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. HOOFDSTUK 2. —Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu Afdeling 1. — Wijzigingen van de programmawet (I) van 24 december 2002 Art. 2. Artikel 303 van de programmawet (I) van 24 december 2002, gewijzigd bij de wet van 25 december 2017, wordt opgeheven. Art. 3. Artikel 2 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2019. Afdeling 2. — Wijziging van de wet van 17 maart 1993 betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de productie en de bescher ming van planten en plantaardige producten Art. 4. Artikel 7/1 van de wet van 17 maart 1993 betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de productie en de bescher ming van planten en plantaardige producten, ingevoegd bij de wet van 16 december 2015, wordt vervangen als volgt: “Art. 7/1. De invordering van de aan het Fonds verschuldigde bedragen en hun verhoging wordt verzekerd door de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën, belast met de inning en de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen overeenkomstig de artikelen 3 en volgende van de domaniale wet van 22 december 1949. Na aftrek van de eventuele kosten worden de door de voornoemde administratie ingevorderde bedragen overgemaakt aan de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu.″. Art. 5. Artikel 4 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2019. Afdeling 3. — Bekrachtiging van de artikelen 1 en 2 van het koninklijk besluit van 17 mei 2018 tot wijziging van het koninklijk besluit van 5 december 2004 tot vaststelling van de door de aardappelproducen ten verschuldigde tijdelijke crisisbijdragen voor het vergoeden van verliezen ingevolge maatregelen tegen schadelijke organismen Art. 6. De artikelen 1 en 2 van het koninklijk besluit van 17 mei 2018 tot wijziging van het koninklijk besluit van 5 decem ber 2004 tot vaststelling van de door de aardappelproducenten verschuldigde tijdelijke crisisbijdragen voor het vergoeden van verlie zen ingevolge maatregelen tegen schadelijke organismen, worden bekrachtigd met ingang van 8 juni 2018, datum van hun inwerkingtre ding. Afdeling 4. — Wijziging van de wet van 23 maart 1998 betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten Art. 7. In de wet van 23 maart 1998 betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten wordt een artikel 3/1 ingevoegd, luidende: “Art. 3/1. Onverminderd artikel 4, kan de Koning de voorwaarden en criteria vaststellen waaraan de interventies van het Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van dieren en dierlijke producten moeten voldoen in het geval van steun met betrekking tot artikel 107, leden 2 b) en 3 c), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.” Art. 8. Artikel 7 treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. SERVICE PUBLIC FEDERAL SANTE PUBLIQUE, SECURITE DE LA CHAINE ALIMENTAIRE ET ENVIRONNEMENT ET AGENCE FEDERALE POUR LA SECURITE DE LA CHAINE ALIMENTAIRE [C − 2019/12190] 13 AVRIL 2019. — Loi portant dispositions diverses en matière d’agriculture et certains fonds budgétaires et en matière d’intégra tion sociale (1) PHILIPPE, Roi des Belges, A tous, présents et à venir, Salut. La Chambre des représentants a adopté et Nous sanctionnons ce qui suit : CHAPITRE 1er. — Disposition générale Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l’article 74 de la Constitution. CHAPITRE 2. — Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement Section 1re. — Modifications de la loi programme (I) du 24 décembre 2002 Art. 2. L’article 303 de la loi programme (I) du 24 décembre 2002, modifié par la loi du 25 décembre 2017, est abrogé. Art. 3. L’article 2 produit ses effets le 1er janvier 2019. Section 2. — Modification de la loi du 17 mars 1993 relative à la création d’un Fonds budgétaire pour la production et la protection des végétaux et des produits végétaux Art. 4. L’article 7/1 de la loi du 17 mars 1993 relative à la création d’un Fonds budgétaire pour la production et la protection des végétaux et des produits végétaux, inséré par la loi du 16 décembre 2015, est remplacé par ce qui suit: ″ Art. 7/1. Le recouvrement des montants dus au Fonds et de leur majoration est assuré par l’administration du Service public fédéral Finances en charge de la perception et du recouvrement des créances non fiscales conformément aux articles 3 et suivants de la loi domaniale du 22 décembre 1949. Sous déduction des frais éventuels, les montants recouvrés par ladite administration sont transmis au Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement.’’. Art. 5. L’article 4 produit ses effets le 1er janvier 2019. Section 3. — Confirmation des articles 1er et 2 de l’arrêté royal du 17 mai 2018 modifiant l’arrêté royal du 5 décembre 2004 fixant les cotisations de crise temporaires dues par les producteurs de pommes de terre pour l’indemnisation de pertes subies suite aux mesures prises contre des organismes nuisibles Art. 6. Les articles 1er et 2 de l’arrêté royal du 17 mai 2018 modifiant l’arrêté royal du 5 décembre 2004 fixant les cotisations de crise temporaires dues par les producteurs de pommes de terre pour l’indemnisation de pertes subies suite aux mesures prises contre des organismes nuisibles, sont confirmés avec effet au 8 juin 2018, date de leur entrée en vigueur. Section 4. — Modification de la loi du 23 mars 1998 relative à la création d’un Fonds budgétaire pour la santé et la qualité des animaux et des produits animaux Art. 7. Dans la loi du 23 mars 1998 relative à la création d’un Fonds budgétaire de santé et de qualité des animaux et des produits animaux, il est inséré un article 3/1 rédigé comme suit: “Art. 3/1. Sans préjudice de l’article 4, le Roi peut fixer les conditions et critères auxquels les interventions du Fonds budgétaire pour la santé et la qualité des animaux et des produits animaux doivent répondre lorsqu’il s’agit d’une aide au regard de l’article 107, paragraphes 2 b) et 3 c) du Traité sur le fonctionnement de l’Union européenne.” Art. 8. L’article 7 entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge. 43751MONITEUR BELGE — 07.05.2019 — BELGISCH STAATSBLAD Art. 9. In dezelfde wet wordt een artikel 20/1 ingevoegd, luidende: “Art.20/1. De invordering van de aan het Fonds verschuldigde bedragen en hun verhoging wordt verzekerd door de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën, belast met de inning en de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen overeenkomstig de artikelen 3 en volgende van de domaniale wet van 22 december 1949. Na aftrek van de eventuele kosten worden de door de voornoemde administratie ingevorderde bedragen overgemaakt aan de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu.’’. Art. 10. Artikel 9 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2019. HOOFDSTUK 3. — Uitvoering van Verordening (EU) 2016/679 van 27 april 2016 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG Afdeling 1. — Wijziging van de wet van de 4 februari 2000 houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen Art. 11. In artikel 4, § 3, van de wet van 4 februari 2000 houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen wordt de bepaling onder 5°, gewijzigd bij de wet van 22 december 2003, vervangen als volgt: “5° de verwerking, met name de inzameling, de ordening, het beheer, de archivering en de verspreiding van alle informatie met inbegrip van de persoonsgegevens met betrekking tot haar opdracht. Het Agent schap kan de gegevens aan de gewestelijke overheden overmaken die voor de uitvoering van hun reglementaire opdrachten noodzakelijk zijn;”. Art. 12. In dezelfde wet wordt een artikel 4/1 ingevoegd, luidende: “Art. 4/1. § 1. In afwijking van de artikelen 13 en 14 van Verordening (EU) 2016/679 van 27 april 2016 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), om de doelstellingen van algemeen belang van de veiligheid van de voedselketen te waarborgen, en voor zover artikel 14, § 5, d), in het specifieke geval niet kan worden ingeroepen, kan het recht op informatie worden uitgesteld, beperkt of geweigerd voor wat betreft verwerkingen van persoonsge gevens waarvan het Agentschap de verwerkingsverantwoordelijke is. De in het eerste lid bedoelde verwerkingen zijn deze die de voorbereiding, de organisatie, het beheer en de opvolging van de door het Agentschap gevoerde onderzoeken, met inbegrip van de procedu res voor de eventuele toepassing van een administratieve geldboete of administratieve sanctie door de bevoegde diensten, tot doel hebben. Onverminderd de bewaring noodzakelijk voor de verdere verwer king met het oog op archivering in het algemeen belang, wetenschap pelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden, worden de persoonsgegevens die voortkomen uit de in het eerste lid bedoelde afwijking niet langer bewaard dan noodzakelijk voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, met een maximum bewaringstermijn die één jaar na de definitieve beëindiging van de administratieve en jurisdictionele procedures en rechtsmiddelen die voortvloeien uit de beperking van de rechten van de betrokkene bedoeld in het eerste lid. § 2. Deze afwijkingen gelden gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle of een onderzoek of de daarmee verband houdende voorbereidende werkzaamheden uitgevoerd door het Agentschap in het kader van de uitvoering van zijn wettelijke opdrachten alsook gedurende de periode waarin het Agent schap de stukken behandelt om de vervolgingen hieromtrent in te stellen. Deze afwijkingen gelden voor zover de toepassing van dit recht nadelig is voor de controle, het onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden, of het geheim van het strafonderzoek of de veiligheid van personen dreigt te schenden. De duur van de voorbereidende werkzaamheden, bedoeld in paragraaf 2, tweede lid, gedurende dewelke de artikelen 13 en 14 van de algemene verordening gegevensbescherming niet van toepassing zijn, mag niet meer bedragen dan één jaar vanaf de ontvangst van een verzoek betreffende het meedelen van de te verstrekken informatie in toepassing van deze artikelen 13 en 14. Art. 9. Dans la même loi, il est inséré un article 20/1 rédigé comme suit: “Art. 20/1. Le recouvrement des montants dus au Fonds et de leur majoration est assuré par l’administration du Service public fédéral Finances en charge de la perception et du recouvrement des créances non fiscales conformément aux articles 3 et suivants de la loi domaniale du 22 décembre 1949. Sous déduction des frais éventuels, les montants recouvrés par ladite administration sont transmis au Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement.’’. Art. 10. L’article 9 produit ses effets le 1er janvier 2019. CHAPITRE 3. —Mise en œuvre du Règlement (UE) 2016/679 du Parlement Européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l’égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE Section 1re. — Modification de la loi du 4 février 2000 relative à la création de l’Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire Art. 11. Dans l’article 4, § 3, de la loi du 4 février 2000 relative à la création de l’Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire, le 5°, modifié par la loi du 22 décembre 2003, est remplacé par ce qui suit: “5° le traitement, notamment, la collecte, le classement, la gestion, l’archivage et la diffusion de toute information en ce compris les données à caractère personnel relatives à sa mission. L’Agence peut fournir aux autorités régionales les données nécessaires à l’accomplis sement de leurs missions réglementaires;”. Art. 12. Dans la même loi, il est inséré un article 4/1 rédigé comme suit: “Art. 4/1. § 1er. Par dérogation aux articles 13 et 14, du Règlement (UE) 2016/679 du Parlement Européen et du Conseil du 27 avril 2016 rela tif à la protection des personnes physiques à l’égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données), en vue de garantir les objectifs d’intérêt public de la sécurité de la chaîne alimentaire, et pour autant que l’article 14, § 5, d), ne puisse être invoqué dans le cas d’espèce, le droit d’information peut être retardé, limité ou refusé s’agissant des traitements de données à caractère personnel dont l’Agence est le responsable du traitement. Les traitements visés à l’alinéa 1er sont ceux dont la finalité est la préparation, l’organisation, la gestion et le suivi des enquêtes menées par l’Agence, en ce compris les procédures visant à l’application éventuelle d’une amende administrative ou d’une sanction administra tive par les services compétents. Sans préjudice de la conservation nécessaire pour le traitement ultérieur à des fins archivistiques dans l’intérêt public, à des fins de recherche scientifique ou historique ou à des fins statistiques, les données à caractère personnel qui résultent de la dérogation visée à l’alinéa 1er ne sont pas conservées plus longtemps que nécessaire au regard des finalités pour lesquelles elles sont traitées, avec un délai de conservation maximum ne pouvant excéder un an après la cessation définitive des procédures et recours administratifs et judiciaires découlant de la restriction des droits de la personne concernée visée à l’alinéa 1er. § 2. Ces dérogations valent durant la période durant laquelle la personne concernée est l’objet d’un contrôle ou d’une enquête ou d’actes préparatoires à ceux-ci effectués par l’Agence dans le cadre de l’exécution de ses missions légales ainsi que durant la période durant laquelle l’Agence traite les pièces, en vue d’exercer les poursuites en la matière. Ces dérogations valent dans la mesure où l’application de ce droit nuit aux besoins du contrôle, de l’enquête ou des actes préparatoires ou risque de violer le secret de l’enquête pénale ou la sécurité des personnes. La durée des actes préparatoires, visés au paragraphe 2, alinéa 2, pendant laquelle les articles 13 et 14 du règlement général sur la protection des données ne sont pas applicables, ne peut excéder un an à partir de la réception d’une demande concernant la communication d’informations à fournir en application de ces articles 13 et 14. 43752 MONITEUR BELGE — 07.05.2019 — BELGISCH STAATSBLAD De beperking bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, heeft geen betrekking op gegevens die losstaan van het voorwerp van het onderzoek dat of van de controle die het uitstel, weigering of beperking van informatie rechtvaardigt. § 3. Bij ontvangst van een verzoek betreffende het meedelen van de te verstrekken informatie bedoeld in paragraaf 2, derde lid, bevestigt de functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoor delijke, zijnde het Agentschap, de ontvangst hiervan. De functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsver antwoordelijke, zijnde het Agentschap, informeert de betrokkene schriftelijk, onverwijld, en in ieder geval binnen één maand na de ontvangst van het verzoek, over ieder uitstel, iedere weigering of iedere beperking van informatie, alsook over de redenen voor dit uitstel, deze weigering of deze beperking. Die redenen voor het uitstel, de weigering of de beperking kunnen achterwege worden gelaten wanneer de verstrekking daarvan één van de doelstellingen genoemd in para graaf 2, tweede lid, zou ondermijnen. Afhankelijk van de complexiteit van de verzoeken en van het aantal verzoeken kan die termijn indien nodig met nog eens twee maanden worden verlengd. De functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke, zijnde het Agentschap, stelt de betrokkene binnen één maand na ontvangst van het verzoek in kennis van deze verlenging en van de redenen van het uitstel. De functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsver antwoordelijke, zijnde het Agentschap, informeert de betrokkene over de mogelijkheden om een klacht in te dienen bij de Gegevensbescher mingsautoriteit en om een jurisdictioneel beroep in te stellen. Wanneer het Agentschap gebruik heeft gemaakt van de uitzondering bepaald bij paragraaf 1, eerste lid, en met uitzondering van de situaties bedoeld in het vijfde en zesde lid van paragraaf 3, wordt de uitzonderingsregel onmiddellijk opgeheven na de afsluiting van de controle of van het onderzoek. De functionaris voor gegevensbescher ming van de verwerkingsverantwoordelijke, zijnde het Agentschap, brengt de betrokkene hiervan onverwijld op de hoogte. Wanneer een dossier wordt overgemaakt aan een gerechtelijke overheid, worden de rechten van de betrokkene pas hersteld na machtiging door de gerechtelijke overheid of nadat de gerechtelijke fase is beëindigd, en, in voorkomend geval, nadat de bevoegde dienst voor administratieve geldboeten een beslissing heeft genomen. Evenwel mogen inlichtingen die werden ingewonnen tijdens de uitoefening van plichten voorgeschreven door de rechterlijke overheid slechts worden meegedeeld mits uitdrukkelijke machtiging van deze laatste. Wanneer een dossier wordt overgemaakt aan een administratie, of aan de bevoegde instelling om over de bevindingen van het onderzoek te beslissen, worden de rechten van de betrokkene hersteld. In voorkomend geval kunnen deze beperkingen wel blijven gelden op grond van regelingen die bij wet, decreet of ordonnantie zijn ingesteld voor de andere administratie of instelling.”. Art. 13. In dezelfde wet wordt een artikel 4/2 ingevoegd, luidende: “Art. 4/2. § 1. In afwijking van artikel 15 van Verordening (EU) 2016/679 van 27 april 2016 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), om de doelstellingen van alge meen belang van de veiligheid van de voedselketen te waarborgen, kan het recht op inzage van de hem betreffende persoonsgegevens geheel of gedeeltelijk worden uitgesteld, beperkt of geweigerd voor wat betreft verwerkingen van persoonsgegevens waarvan het Agentschap de verwerkingsverantwoordelijke is. De in het eerste lid bedoelde verwerkingen zijn deze die de voorbereiding, de organisatie, het beheer en de opvolging van de door het Agentschap gevoerde onderzoeken, met inbegrip van de procedu res voor de eventuele toepassing van een administratieve geldboete of administratieve sanctie door de bevoegde diensten, tot doel hebben. Onverminderd de bewaring noodzakelijk voor de verdere verwer king met het oog op archivering in het algemeen belang, wetenschap pelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden, worden de persoonsgegevens die voortkomen uit de in het eerste lid bedoelde afwijking niet langer bewaard dan noodzakelijk voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, met een maximum bewaringstermijn die één jaar na de definitieve beëindiging van de administratieve en jurisdictionele procedures en rechtsmiddelen uit hoofde van de beper king van de rechten van de betrokkene bedoeld in het eerste lid en, in voorkomend geval, de integrale betaling van alle bedragen die hiermee verband houden, niet mag overschrijden. La restriction visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, ne vise pas les données qui sont étrangères à l’objet de l’enquête ou du contrôle justifiant le retard, le refus ou la limitation d’information. § 3. Dès réception d’une demande concernant la communication d’informations à fournir visée au paragraphe 2, alinéa 3, le délégué à la protection des données du responsable du traitement, à savoir l’Agence, en accuse réception. Le délégué à la protection des données du responsable du traitement, à savoir l’Agence, informe la personne concernée par écrit, dans les meilleurs délais, et en tout état de cause dans un délai d’un mois à compter de la réception de la demande, de tout retard, de tout refus ou de toute limitation d’information, ainsi que des motifs de ce retard, de ce refus ou de cette limitation. Ces motifs de retard, de refus ou de limitation peuvent ne pas être fournis lorsque leur communication risque de compromettre l’une des finalités énoncées au paragraphe 2, alinéa 2. Au besoin, ce délai peut être prolongé de deux mois, compte tenu de la complexité et du nombre de demandes. Le délégué à la protection des données du responsable du traitement, à savoir l’Agence, informe la personne concernée de cette prolongation et des motifs du report dans un délai d’un mois à compter de la réception de la demande. Le délégué à la protection des données du responsable du traitement, à savoir l’Agence, informe la personne concernée des possibilités d’introduire une réclamation auprès de l’Autorité de protection des données et de former un recours juridictionnel. Lorsque l’Agence a fait usage de l’exception telle que déterminée au paragraphe 1er, alinéa 1er, et à l’exception des situations visées aux alinéas 5 et 6 du paragraphe 3, la règle de l’exception est immédiate ment levée après la clôture du contrôle ou de l’enquête. Le délégué à la protection des données du responsable du traitement, à savoir l’Agence, en informe la personne concernée sans délai. Lorsqu’un dossier est transmis à l’autorité judiciaire, les droits de la personne concernée ne sont rétablis qu’après autorisation de l’autorité judiciaire, ou après que la phase judiciaire soit terminée, et, le cas échéant, après que le service des amendes administratives compétent ait pris une décision. Toutefois, les renseignements recueillis à l’occa sion de l’exécution de devoirs prescrits par l’autorité judiciaire ne peuvent être communiqués qu’avec l’autorisation de celle-ci. Lorsqu’un dossier est transmis à une administration ou à l’institution compétente pour statuer sur les conclusions de l’enquête, les droits de la personne concernée sont rétablis. Le cas échéant, ces limitations peuvent rester valables sur la base de dispositions établies par loi, décret ou ordonnance pour l’autre administration ou institution.”. Art. 13. Dans la même loi, il est inséré un article 4/2 rédigé comme suit: “Art. 4/2. § 1er. Par dérogation à l’article 15 du Règlement (UE) 2016/679 du Parlement Européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l’égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données), en vue de garantir les objectifs d’intérêt public de la sécurité de la chaîne alimentaire, le droit d’accès aux données à caractère personnel la concernant peut être retardé, limité ou refusé, entièrement ou partiellement, s’agissant des traitements de données à caractère personnel dont l’Agence est le responsable du traitement. Les traitements visés à l’alinéa 1er sont ceux dont la finalité est la préparation, l’organisation, la gestion et le suivi des enquêtes menées par l’Agence, en ce compris les procédures visant à l’application éventuelle d’une amende administrative ou d’une sanction administra tive par les services compétents. Sans préjudice de la conservation nécessaire pour le traitement ultérieur à des fins archivistiques dans l’intérêt public, à des fins de recherche scientifique ou historique ou à des fins statistiques, les données à caractère personnel qui résultent de la dérogation visée à l’alinéa 1er ne sont pas conservées plus longtemps que nécessaire au regard des finalités pour lesquelles elles sont traitées, avec un délai de conservation maximum ne pouvant excéder un an après la cessation définitive des procédures et recours administratifs et judiciaires découlant de la restriction des droits de la personne concernée visée à l’alinéa 1er et, le cas échéant, du paiement intégral de tous les montants y afférents. 43753MONITEUR BELGE — 07.05.2019 — BELGISCH STAATSBLAD § 2. Deze afwijkingen gelden gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle of een onderzoek of de daarmee verband houdende voorbereidende werkzaamheden uitgevoerd door het Agentschap in het kader van de uitvoering van zijn wettelijke opdrachten alsook gedurende de periode waarin het Agent schap de stukken behandelt om de vervolgingen hieromtrent in te stellen. Deze afwijkingen gelden voor zover de toepassing van dit recht nadelig is voor de controle, of het onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden, het geheim van het strafonderzoek of de veiligheid van personen dreigt te schenden. De duur van de voorbereidende werkzaamheden, bedoeld in paragraaf 2, tweede lid, gedurende dewelke artikel 15 van de algemene verordening gegevensbescherming niet van toepassing is, mag niet meer bedragen dan één jaar vanaf de ontvangst van het verzoek dat is ingediend in toepassing van artikel 15. De beperking bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, heeft geen betrekking op de gegevens die losstaan van het voorwerp van het onderzoek dat of van de controle die het uitstel, weigering of beperking van inzage rechtvaardigt. § 3. Bij ontvangst van een verzoek tot inzage bevestigt de functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke, zijnde het Agentschap, de ontvangst hiervan. De functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsver antwoordelijke, zijnde het Agentschap, informeert de betrokkene schriftelijk, onverwijld, en in ieder geval binnen één maand na de ontvangst van het verzoek, over ieder uitstel, iedere weigering of iedere beperking van zijn recht op inzage van de hem betreffende gegevens alsook van de redenen voor dit uitstel, deze weigering of deze beperking. Die redenen voor het uitstel, de weigering of de beperking kunnen achterwege worden gelaten wanneer de verstrekking daarvan één van de doelstellingen genoemd in paragraaf 2, tweede lid, zou ondermijnen. Afhankelijk van de complexiteit van de verzoeken en van het aantal verzoeken kan die termijn indien nodig met nog eens twee maanden worden verlengd. Het Agentschap, als zijnde de verwerkings verantwoordelijke, stelt de betrokkene binnen één maand na ontvangst van het verzoek in kennis van deze verlenging en van de redenen van het uitstel. De functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsver antwoordelijke, zijnde het Agentschap, informeert de betrokkene over de mogelijkheden om een klacht in te dienen bij de Gegevensbescher mingsautoriteiten om een jurisdictioneel beroep in te stellen. Wanneer het Agentschap gebruik heeft gemaakt van de uitzondering bepaald bij paragraaf 1, eerste lid, en met uitzondering van de situaties bedoeld in het vijfde en zesde lid van paragraaf 3, wordt de uitzonderingsregel onmiddellijk opgeheven na de afsluiting van de controle of van het onderzoek. De functionaris voor gegevensbescher ming van de verwerkingsverantwoordelijke, zijnde het Agentschap, brengt de betrokkene hiervan onverwijld op de hoogte. Wanneer een dossier wordt overgemaakt aan een gerechtelijke overheid worden de rechten van de betrokkene pas hersteld na machtiging door de gerechtelijke overheid of nadat de gerechtelijke fase is beëindigd en, in voorkomend geval, nadat de bevoegde dienst voor administratieve geldboeten een beslissing heeft genomen. Evenwel mogen inlichtingen die werden ingewonnen tijdens de uitoefening van plichten voorgeschreven door de rechterlijke overheid slechts worden meegedeeld mits uitdrukkelijke machtiging van deze laatste. Wanneer een dossier wordt overgemaakt aan een administratie, of aan de bevoegde instelling om over de bevindingen van het onderzoek te beslissen, worden de rechten van de betrokkene hersteld. In voorkomend geval kunnen deze beperkingen wel blijven gelden op grond van regelingen die bij wet, decreet of ordonnantie zijn ingesteld voor de andere administratie of instelling.”. Art. 14. In dezelfde wet wordt een artikel 4/3 ingevoegd, luidende: “Art. 4/3. § 1. In afwijking van artikel 16 van Verordening (EU) 2016/679 van 27 april 2016 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), om de doelstellingen van alge meen belang van de veiligheid van de voedselketen te waarborgen, kan het recht op rectificatie worden uitgesteld, beperkt of geweigerd voor wat betreft verwerkingen van persoonsgegevens waarvan het Agent schap de verwerkingsverantwoordelijke is. § 2. Ces dérogations valent durant la période durant laquelle la personne concernée est l’objet d’un contrôle ou d’une enquête ou d’actes préparatoires à ceux-ci effectués par l’Agence dans le cadre de l’exécution de ses missions légales ainsi que durant la période durant laquelle l’Agence traite les pièces en vue d’exercer les poursuites en la matière. Ces dérogations valent dans la mesure où l’application de ce droit nuit aux besoins du contrôle, de l’enquête ou des actes préparatoires ou risque de violer le secret de l’enquête pénale ou la sécurité des personnes. La durée des actes préparatoires, visés au paragraphe 2, alinéa 2, pendant laquelle l’article 15 du règlement général sur la protection des données n’est pas applicable, ne peut excéder un an à partir de la réception de la demande introduite en application de l’article 15. La restriction visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, ne vise pas les données qui sont étrangères à l’objet de l’enquête ou du contrôle justifiant le retard, le refus ou la limitation d’accès. § 3. Dès réception d’une demande d’accès, le délégué à la protection des données du responsable du traitement, à savoir l’Agence, en accuse réception. Le délégué à la protection des données du responsable du traitement, à savoir l’Agence, informe la personne concernée par écrit, dans les meilleurs délais, et en tout état de cause dans un délai d’un mois à compter de la réception de la demande, de tout retard, de tout refus ou de toute limitation à son droit d’accès aux données la concernant ainsi que des motifs de ce retard, de ce refus ou de cette limitation. Ces motifs de retard, de refus ou de limitation peuvent ne pas être fournis lorsque leur communication risque de compromettre l’une des finalités énon cées au paragraphe 2, alinéa 2. Au besoin, ce délai peut être prolongé de deux mois, compte tenu de la complexité et du nombre de demandes. L’Agence, en tant que responsable du traitement, informe la personne concernée de cette prolongation et des motifs du report dans un délai d’un mois à compter de la réception de la demande. Le délégué à la protection des données du responsable du traitement, à savoir l’Agence, informe la personne concernée des possibilités d’introduire une réclamation auprès de l’Autorité de protection des données et de former un recours juridictionnel. Lorsque l’Agence a fait usage de l’exception telle que déterminée au paragraphe 1er, alinéa 1er, et à l’exception des situations visées aux alinéas 5 et 6 du paragraphe 3, la règle de l’exception est immédiate ment levée après la clôture du contrôle ou de l’enquête. Le délégué à la protection des données du responsable du traitement, à savoir l’Agence, en informe la personne concernée sans délai. Lorsqu’un dossier est transmis à l’autorité judicaire, les droits de la personne concernée ne sont rétablis qu’après autorisation du l’autorité judiciaire, ou après que la phase judiciaire soit terminée, et, le cas échéant, après que le service des amendes administratives compétent ait pris une décision. Toutefois, les renseignements recueillis à l’occa sion de l’exécution de devoirs prescrits par l’autorité judiciaire ne peuvent être communiqués qu’avec l’autorisation de celle-ci. Lorsqu’un dossier est transmis à une administration ou à l’institution compétente pour statuer sur les conclusions de l’enquête, les droits de la personne concernée sont rétablis. Le cas échéant, ces limitations peuvent continuer à être valables sur la base de dispositions établies par loi, décret ou ordonnance pour l’autre administration ou institu tion.”. Art. 14. Dans la même loi, il est inséré un article 4/3 rédigé comme suit: “Art. 4/3. § 1er. Par dérogation à l’article 16 du Règlement (UE) 2016/679 du Parlement Européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l’égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données), en vue de garantir les objectifs d’intérêt public de la sécurité de la chaîne alimentaire, le droit de rectification peut être retardé, limité ou refusé s’agissant des traitements de données à caractère personnel dont l’Agence est le responsable du traitement. 43754 MONITEUR BELGE — 07.05.2019 — BELGISCH STAATSBLAD De in het eerste lid bedoelde verwerkingen zijn deze die de voorbereiding, de organisatie, het beheer en de opvolging van de door het Agentschap gevoerde onderzoeken, met inbegrip van de procedu res voor de eventuele toepassing van een administratieve geldboete of administratieve sanctie door de bevoegde diensten, tot doel hebben. Onverminderd de bewaring noodzakelijk voor de verdere verwer king met het oog op archivering in het algemeen belang, wetenschap pelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden, worden de persoonsgegevens die voortkomen uit de in het eerste lid bedoelde afwijking niet langer bewaard dan noodzakelijk voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, met een maximum bewaringstermijn die één jaar na de definitieve beëindiging van de administratieve en jurisdictionele procedures en rechtsmiddelen uit hoofde van de beper king van de rechten van de betrokkene bedoeld in het eerste lid en, in voorkomend geval, de integrale betaling van alle bedragen die hiermee verband houden, niet mag overschrijden. § 2. Deze afwijking geldt gedurende de periode waarin de betrok kene het voorwerp uitmaakt van een controle of een onderzoek of de daarmee verband houdende voorbereidende werkzaamheden uitge voerd door het Agentschap in het kader van de uitvoering van hun wettelijke opdrachten alsook gedurende de periode waarin het Agent schap de stukken behandelt om de vervolgingen hieromtrent in te stellen. Deze afwijking geldt voor zover de toepassing van dit recht nadelig is voor de controle, het onderzoek of de voorbereidende werkzaamhe den, of het geheim van het strafonderzoek of de veiligheid van personen dreigt te schenden. De duur van de voorbereidende werkzaamheden, bedoeld in paragraaf 2, tweede lid, gedurende dewelke artikel 16 van de algemene verordening gegevensbescherming niet van toepassing is, mag niet meer bedragen dan één jaar vanaf de ontvangst van het verzoek dat is ingediend in toepassing van dit artikel 16. De beperking bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, heeft geen betrekking op de gegevens die losstaan van het doel van het onderzoek dat of van de controle die het uitstel, weigering of beperking van rectificatie rechtvaardigt. § 3. Bij ontvangst van een verzoek tot rectificatie bevestigt de functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoor delijke, zijnde het Agentschap, de ontvangst hiervan. De functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsver antwoordelijke, zijnde het Agentschap, informeert de betrokkene schriftelijk, onverwijld, en in ieder geval binnen één maand na de ontvangst van het verzoek, over ieder uitstel, iedere weigering of iedere beperking van zijn recht op rectificatie alsook van de redenen voor dit uitstel, deze weigering of deze beperking. Die redenen voor het uitstel, de weigering of de beperking kunnen achterwege worden gelaten wanneer de verstrekking daarvan één van de doelstellingen genoemd in paragraaf 2, tweede lid, zou ondermijnen. Afhankelijk van de complexiteit van de verzoeken en van het aantal verzoeken kan die termijn indien nodig met nog eens twee maanden worden verlengd. Het Agentschap, als zijnde de verwerkingsverantwoordelijke, stelt de betrokkene binnen één maand na ontvangst van het verzoek in kennis van deze verlenging en van de redenen voor het uitstel. De functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsver antwoordelijke, zijnde het Agentschap, informeert de betrokkene over de mogelijkheden om een klacht in te dienen bij de Gegevensbescher mingsautoriteiten om een jurisdictioneel beroep in te stellen. Wanneer het Agentschap gebruik heeft gemaakt van de uitzondering bepaald bij paragraaf 1, eerste lid, en met uitzondering van de situaties bedoeld in het vijfde en zesde lid van paragraaf 3, wordt de uitzonderingsregel onmiddellijk opgeheven na de afsluiting van de controle of van het onderzoek. De functionaris voor gegevensbescher ming van de verwerkingsverantwoordelijke, zijnde het Agentschap, brengt de betrokkene hiervan onverwijld op de hoogte. Wanneer een dossier wordt overgemaakt aaneen gerechtelijke over heid, worden de rechten van de betrokkene pas hersteld na machtiging door de gerechtelijke overheid of nadat de gerechtelijke fase is beëindigd, en, in voorkomend geval, nadat de bevoegde dienst voor administratieve geldboeten een beslissing heeft genomen. Evenwel mogen inlichtingen die werden ingewonnen tijdens de uitoefening van plichten voorgeschreven door de rechterlijke overheid slechts worden meegedeeld mits uitdrukkelijke machtiging van deze laatste. Les traitements visés à l’alinéa 1er sont ceux dont la finalité est la préparation, l’organisation, la gestion et le suivi des enquêtes menées par l’Agence, en ce compris les procédures visant à l’application éventuelle d’une amende administrative ou d’une sanction administra tive par les services compétents. Sans préjudice de la conservation nécessaire pour le traitement ultérieur à des fins archivistiques dans l’intérêt public, à des fins de recherche scientifique ou historique ou à des fins statistiques, les données à caractère personnel qui résultent de la dérogation visée à l’alinéa 1er ne sont pas conservées plus longtemps que nécessaire au regard des finalités pour lesquelles elles sont traitées, avec un délai de conservation maximum ne pouvant excéder un an après la cessation définitive des procédures et recours administratifs et judiciaires découlant de la restriction des droits de la personne concernée visée à l’alinéa 1er et, le cas échéant, du paiement intégral de tous les montants y afférents. § 2. Cette dérogation vaut durant la période durant laquelle la personne concernée est l’objet d’un contrôle ou d’une enquête ou d’actes préparatoires à ceux-ci effectués par l’Agence dans le cadre de l’exécution de ses missions légales ainsi que pendant la période durant laquelle l’Agence traite les pièces en vue d’exercer les poursuites en la matière. Cette dérogation vaut dans la mesure où l’application de ce droit nuit aux besoins du contrôle, de l’enquête ou des actes préparatoires ou risque de violer le secret de l’enquête pénale ou la sécurité des personnes. La durée des actes préparatoires, visés au paragraphe 2, alinéa 2, pendant laquelle l’article 16 du règlement général sur la protection des données n’est pas applicable, ne peut excéder un an à partir de la réception de la demande introduite en application de cet article 16. La restriction visée au paragraphe 1er, premier alinéa, ne vise pas les données qui sont étrangères à l’objet de l’enquête ou du contrôle justifiant le retard, le refus ou la limitation de rectification. § 3. Dès réception d’une demande de rectification, le délégué à la protection des données du responsable du traitement, à savoir l’Agence, en accuse réception. Le délégué à la protection des données du responsable du traitement, à savoir l’Agence, informe la personne concernée par écrit, dans les meilleurs délais, et en tout état de cause dans un délai d’un mois à compter de la réception de la demande, de tout retard, de tout refus ou de toute limitation à son droit de rectification, ainsi que des motifs de ce retard, de ce refus ou de cette limitation. Ces motifs de retard, de refus ou de limitation peuvent ne pas être fournis lorsque leur communication risque de compromettre l’une des finalités énoncées au paragraphe 2, alinéa 2. Au besoin, ce délai peut être prolongé de deux mois, compte tenu de la complexité et du nombre de demandes. L’Agence, en tant que responsable du traitement, informe la personne concernée de cette prolongation et des motifs du report dans un délai d’un mois à compter de la réception de la demande. Le délégué à la protection des données du responsable du traitement, à savoir l’Agence, informe la personne concernée des possibilités d’introduire une réclamation auprès de l’Autorité de protection des données et de former un recours juridictionnel. Lorsque l’Agence a fait usage de l’exception telle que déterminée au paragraphe 1er, alinéa 1er, et à l’exception des situations visées aux alinéas 5 et 6 du paragraphe 3, la règle de l’exception est immédiate ment levée après la clôture du contrôle ou de l’enquête. Le délégué à la protection des données du responsable du traitement, à savoir l’Agence, en informe la personne concernée sans délai. Lorsqu’un dossier est transmis à l’autorité judiciaire, les droits de la personne concernée ne sont rétablis qu’après autorisation de l’autorité judiciaire, ou après que la phase judiciaire soit terminée et, le cas échéant, après que le service des amendes administratives compétent ait pris une décision. Toutefois, les renseignements recueillis à l’occa sion de l’exécution de devoirs prescrits par l’autorité judiciaire ne peuvent être communiqués qu’avec l’autorisation de celle-ci. 43755MONITEUR BELGE — 07.05.2019 — BELGISCH STAATSBLAD Wanneer een dossier wordt overgemaakt aan een administratie, of aan de bevoegde instelling om over de bevindingen van het onderzoek te beslissen, worden de rechten van de betrokkene hersteld. In voorkomend geval kunnen deze beperkingen wel blijven gelden op grond van regelingen die bij wet, decreet of ordonnantie zijn ingesteld voor de andere administratie of instelling.”. Art. 15. In dezelfde wet wordt een artikel 4/4 ingevoegd, luidende: “Art. 4/4. § 1. In afwijking van artikel 18 van Verordening (EU) 2016/679 van 27 april 2016 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), om de doelstellingen van alge meen belang van de veiligheid van de voedselketen te waarborgen, kan het recht op beperking van de verwerking worden uitgesteld, beperkt of geweigerd voor wat betreft verwerkingen van persoonsgegevens waarvan het Agentschap de verwerkingsverantwoordelijke is. De in het eerste lid bedoelde verwerkingen zijn deze die de voorbereiding, de organisatie, het beheer en de opvolging van de door het Agentschap gevoerde onderzoeken, met inbegrip van de procedu res voor de eventuele toepassing van een administratieve geldboete of administratieve sanctie door de bevoegde diensten, tot doel hebben. Onverminderd de bewaring noodzakelijk voor de verdere verwer king met het oog op archivering in het algemeen belang, wetenschap pelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden, worden de persoonsgegevens die voortkomen uit de in het eerste lid bedoelde afwijking niet langer bewaard dan noodzakelijk voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, met een maximum bewaringstermijn die één jaar na de definitieve beëindiging van de administratieve en jurisdictionele procedures en rechtsmiddelen uit hoofde van de beper king van de rechten van de betrokkene bedoeld in het eerste lid en, in voorkomend geval, de integrale betaling van alle bedragen die hiermee verband houden, niet mag overschrijden. § 2. Deze afwijking geldt gedurende de periode waarin de betrok kene het voorwerp uitmaakt van een controle of een onderzoek of de daarmee verband houdende voorbereidende werkzaamheden uitge voerd door het Agentschap in het kader van de uitvoering van hun wettelijke opdrachten alsook gedurende de periode waarin het Agent schap de stukken behandelt om de vervolgingen hieromtrent in te stellen. Deze afwijking geldt voor zover de toepassing van dit recht nadelig is voor de controle, het onderzoek of de voorbereidende werkzaamhe den, of het geheim van het strafonderzoek of de veiligheid van personen dreigt te schenden. De duur van de voorbereidende werkzaamheden, bedoeld in paragraaf 2, tweede lid, gedurende dewelke artikel 18 van de algemene verordening gegevensbescherming niet van toepassing is, mag niet meer bedragen dan één jaar vanaf de ontvangst van het verzoek dat is ingediend in toepassing van dit artikel 18. De beperking bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, heeft geen betrekking op de gegevens die losstaan van het voorwerp van het onderzoek dat of van de controle die het uitstel, weigering of beperking van de verwerking rechtvaardigt. § 3. Bij ontvangst van een verzoek tot beperking van de verwerking bevestigt de functionaris voor gegevensbescherming van de verwer kingsverantwoordelijke, zijnde het Agentschap, de ontvangst hiervan. De functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsver antwoordelijke, zijnde het Agentschap, informeert de betrokkene schriftelijk, onverwijld, en in ieder geval binnen één maand na de ontvangst van het verzoek, over ieder uitstel, iedere weigering of iedere beperking van zijn recht op beperking van de verwerking van de hem betreffende persoonsgegevens alsook van de redenen voor dit uitstel, deze weigering of deze beperking. Afhankelijk van de complexiteit van de verzoeken en van het aantal verzoeken kan die termijn indien nodig met nog eens twee maanden worden verlengd. Het Agentschap, als zijnde de verwerkingsverantwoordelijke, stelt de betrokkene binnen één maand na ontvangst van het verzoek in kennis van deze verlenging en van de redenen voor het uitstel. Die redenen voor het uitstel, de weigering of de beperking kunnen achterwege worden gelaten wan neer de verstrekking daarvan één van de doelstellingen genoemd in paragraaf 2, tweede lid, zou ondermijnen. Lorsqu’un dossier est transmis à une administration ou à l’institution compétente pour statuer sur les conclusions de l’enquête, les droits de la personne concernée sont rétablis. Le cas échéant, ces limitations peuvent rester valables sur la base de dispositions établies par loi, décret ou ordonnance pour l’autre administration ou institution.”. Art. 15. Dans la même loi, il est inséré un article 4/4 rédigé comme suit: “Art. 4/4. § 1er. Par dérogation à l’article 18 du Règlement (UE) 2016/679 du Parlement Européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l’égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données), en vue de garantir les objectifs d’intérêt public de la sécurité de la chaîne alimentaire, le droit à la limitation du traitement peut être retardé, limité ou refusé s’agissant des traitements de données à caractère personnel dont l’Agence est le responsable du traitement. Les traitements visés à l’alinéa 1er sont ceux dont la finalité est la préparation, l’organisation, la gestion et le suivi des enquêtes menées par l’Agence, en ce compris les procédures visant à l’application éventuelle d’une amende administrative ou d’une sanction administra tive par les services compétents. Sans préjudice de la conservation nécessaire pour le traitement ultérieur à des fins archivistiques dans l’intérêt public, à des fins de recherche scientifique ou historique ou à des fins statistiques, les données à caractère personnel qui résultent de la dérogation visée à l’alinéa 1er ne sont pas conservées plus longtemps que nécessaire au regard des finalités pour lesquelles elles sont traitées, avec un délai de conservation maximum ne pouvant excéder un an après la cessation définitive des procédures et recours administratifs et judiciaires découlant de la restriction des droits de la personne concernée visée à l’alinéa 1er et, le cas échéant, du paiement intégral de tous les montants y afférents. § 2. Cette dérogation vaut durant la période durant laquelle la personne concernée est l’objet d’un contrôle ou d’une enquête ou d’actes préparatoires à ceux-ci effectués par l’Agence dans le cadre de l’exécution de ses missions légales ainsi que pendant la période durant laquelle l’Agence traite les pièces en vue d’exercer les poursuites en la matière. Cette dérogation vaut dans la mesure où l’application de ce droit nuit aux besoins du contrôle, de l’enquête ou des actes préparatoires ou risque de violer le secret de l’enquête pénale ou la sécurité des personnes. La durée des actes préparatoires, visés au paragraphe 2, alinéa 2, pendant laquelle l’article 18 du règlement général sur la protection des données n’est pas applicable, ne peut excéder un an à partir de la réception de la demande introduite en application de cet article 18. La restriction visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, ne vise pas les données qui sont étrangères à l’objet de l’enquête ou du contrôle justifiant le retard, le refus ou la limitation du traitement. § 3. Dès réception d’une demande de limitation du traitement, le délégué à la protection des données du responsable du traitement, à savoir l’Agence, en accuse réception. Le délégué à la protection des données du responsable du traitement, à savoir l’Agence, informe la personne concernée par écrit, dans les meilleurs délais, et en tout état de cause dans un délai d’un mois à compter de la réception de la demande, de tout retard, de tout refus ou de toute limitation à son droit à la limitation du traitement des données à caractère personnel la concernant ainsi que des motifs de ce retard, de ce refus ou de cette limitation. Au besoin, ce délai peut être prolongé de deux mois, compte tenu de la complexité et du nombre de demandes. L’Agence, en tant que responsable du traitement, informe la personne concernée de cette prolongation et des motifs du report dans un délai d’un mois à compter de la réception de la demande. Ces motifs de retard, de refus ou de limitation peuvent ne pas être fournis lorsque leur communication risque de compromettre l’une des finalités énon cées au paragraphe 2, alinéa 2. 43756 MONITEUR BELGE — 07.05.2019 — BELGISCH STAATSBLAD De functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsver antwoordelijke, zijnde het Agentschap, informeert de betrokkene over de mogelijkheden om een klacht in te dienen bij de Gegevensbescher mingsautoriteiten om een jurisdictioneel beroep in te stellen. Wanneer het Agentschap gebruik heeft gemaakt van de uitzondering bepaald bij paragraaf 1, eerste lid, en met uitzondering van de situaties bedoeld in het vijfde en zesde lid van paragraaf 3, wordt de uitzonderingsregel onmiddellijk opgeheven na de afsluiting van de controle of van het onderzoek. De functionaris voor gegevensbescher ming van de verwerkingsverantwoordelijke, zijnde het Agentschap, brengt de betrokkene hiervan onverwijld op de hoogte. Wanneer een dossier wordt overgemaakt aaneen gerechtelijke over heid, worden de rechten van de betrokkene pas hersteld na machtiging door de gerechtelijke overheid of nadat de gerechtelijke fase is beëindigd en, in voorkomend geval, nadat de bevoegde dienst voor administratieve geldboeten een beslissing heeft genomen. Evenwel mogen inlichtingen die werden ingewonnen tijdens de uitoefening van plichten voorgeschreven door de rechterlijke overheid slechts worden meegedeeld mits uitdrukkelijke machtiging van deze laatste. Wanneer een dossier wordt overgemaakt aan een administratie, of aan de bevoegde instelling om over de bevindingen van het onderzoek te beslissen, worden de rechten van de betrokkene hersteld. In voorkomend geval kunnen deze beperkingen wel blijven gelden op grond van regelingen die bij wet, decreet of ordonnantie zijn ingesteld voor de andere administratie of instelling.”. HOOFDSTUK 4. — Oprichting van een administratieve dienst met boekhoudkundige autonomie “Helena en Isabella Godtschalck” Afdeling 1. — Omvorming van de Stichting Helena en Isabella Godtschalck tot een administratieve dienst met boekhoudkundige autonomie Art. 16. De Stichting Helena en Isabella Godtschalck wordt omge vormd tot een administratieve dienst met boekhoudkundige autono mie overeenkomstig artikel 77 van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de Federale Staat. Deze administratieve dienst met boekhoudkundige autonomie wordt “Helena en Isabella Godtschalck” genoemd. Zij heeft als doel het algemeen legaat dat de Belgische Staat heeft aanvaard middels het koninklijk besluit van 9 december 1920, verder te eerbiedigen. Art. 17. Het algemeen reglement tot inrichting van de Stichting Helena en Isabella Godtschalck, ingesteld bij het koninklijk besluit van 1 juni 1922 betreffende het inrichtingsreglement van de Stichting Helena en Isabella Godtschalck, is van toepassing op de administra tieve dienst met boekhoudkundige autonomie Helena en Isabella Godtschalck. Art. 18. De leden van de Commissie van beheer en de leden van het Uitvoerend Comité zijn voor de duur van hun lopende mandaat belast met hun opdrachten conform de bepalingen van artikel 16. Art. 19. De personeelsleden aangeworven met een arbeidsovereen komst door de Stichting Helena en Isabella Godtschalck worden overgedragen onder dezelfde voorwaarden naar de administratieve dienst met boekhoudkundige autonomie Helena en Isabella Godt schalck. Afdeling 2. — Wijziging van de programmawet (I) van 24 december 2002 Art. 20. In artikel 384 van de programmawet van 24 decem ber 2002 wordt het woord “Stichting” vervangen door de woorden “administratieve dienst met boekhoudkundige autonomie”. Afdeling 3. — Inwerkingtreding Art. 21. Dit hoofdstuk heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2018. HOOFDSTUK 5. — Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen Afdeling 1. — Wijziging van de wet van 21 november 2017 betreffende compensaties ten gunste van bedrijven getroffen door de fipronilcrisis Art. 22. Artikel 7 van de wet van 21 november 2017 betreffende compensaties ten gunste van bedrijven getroffen door de fipronilcrisis wordt vervangen als volgt: “Art. 7. Een compensatie met toepassing van artikel 4 kan niet worden uitgekeerd vooraleer een begunstigde of zijn rechtsopvolger schriftelijk, zonder voorbehoud en onherroepelijk, heeft verzaakt aan elk recht en elke vordering tegen de andere partijen in de voedselketen, de Staat en/of het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen omwille van schade geleden ten gevolge van de fipronil crisis, met inbegrip van schade te wijten aan het niet naleven van Le délégué à la protection des données du responsable du traitement, à savoir l’Agence, informe la personne concernée des possibilités d’introduire une réclamation auprès de l’Autorité de protection des données et de former un recours juridictionnel. Lorsque l’Agence a fait usage de l’exception telle que déterminée au paragraphe 1er, alinéa 1er, et à l’exception des situations visées aux alinéas 5 et 6 du paragraphe 3, la règle de l’exception est immédiate ment levée après la clôture du contrôle ou de l’enquête. Le délégué à la protection des données du responsable du traitement, à savoir l’Agence, en informe la personne concernée sans délai. Lorsqu’un dossier est transmis à l’autorité judiciaire, les droits de la personne concernée ne sont rétablis qu’après autorisation de l’autorité judiciaire, ou après que la phase judiciaire soit terminée, et, le cas échéant, après que le service des amendes administratives compétent ait pris une décision. Toutefois, les renseignements recueillis à l’occa sion de l’exécution de devoirs prescrits par l’autorité judiciaire ne peuvent être communiqués qu’avec l’autorisation de celle-ci. Lorsqu’un dossier est transmis à une administration ou à l’institution compétente pour statuer sur les conclusions de l’enquête, les droits de la personne concernée sont rétablis. Le cas échéant, ces limitations peuvent continuer à être appliquées sur la base de dispositions établies par loi, décret ou ordonnance pour l’autre administration ou institu tion.”. CHAPITRE 4. — Création d’un service administratif à comptabilité autonome “Helena en Isabella Godtschalck” Section 1re. — Transformation de la Fondation Helena en Isabella Godtschalck en un service administratif à comptabilité autonome Art. 16. La Fondation Helena en Isabella Godtschalck est transfor mée en service administratif à comptabilité autonome, conformément à l’article 77 de la loi de 22 mai 2003 portant organisation du budget et de la comptabilité de l’État fédéral. Ce service administratif à comptabilité autonome est dénommé “Helena en Isabella Godtschalck”. Il a pour objet de poursuivre le respect du legs général que l’État belge a accepté par arrêté royal du 9 décembre 1920. Art. 17. Le règlement général organique de la Fondation Helena en Isabella Godtschalck, instauré par l’arrêté royal du 1er juin 1922 relatif au règlement organique de la Fondation Helena en Isabella Godts chalck, est applicable au service administratif à comptabilité autonome Helena en Isabella Godtschalck. Art. 18. Les membres de la Commission de gestion et les membres du Comité exécutif sont chargés de leurs missions pendant la durée de leur mandat en cours conformément aux dispositions de l’article 16. Art. 19. Les membres du personnel engagés par contrat de travail par la Fondation Helena en Isabella Godtschalck sont transférés dans les mêmes conditions au service administratif à comptabilité autonome Helena en Isabella Godtschalck. Section 2. — Modification de la loi-programme (I) du 24 décembre 2002 Art. 20. Dans l’article 384 de la loi-programme du 24 décembre 2002, le mot “Fondation” est remplacé par les mots “service administratif à comptabilité autonome”. Section 3. — Entrée en vigueur Art. 21. Le présent chapitre produit ses effets le 1er janvier 2018. CHAPITRE 5. — Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire Section 1re. — Modification de la loi du 21 novembre 2017 relative à des compensations en faveur d’entreprises touchées par la crise du fipronil Art. 22. L’article 7 de la loi du 21 novembre 2017 relative à des compensations en faveur d’entreprises touchées par la crise du fipronil est remplacé par ce qui suit: “Art. 7. Il ne peut être procédé au versement d’une compensation en application de l’article 4 avant que le bénéficiaire ou son successeur légal n’ait renoncé par écrit, sans réserve et de manière irrévocable, à tout droit et toute action contre les autres parties de la chaîne alimentaire, l’État et/ou l’Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire en raison des dommages subis à cause de la crise du fipronil, y compris de dommages dus au non-respect des contrats qui 43757MONITEUR BELGE — 07.05.2019 — BELGISCH STAATSBLAD contracten ten gevolge van de fipronilcrisis, noch, zo de begunstigde of zijn rechtsopvolger hiervoor reeds tegen andere partijen in de voedsel keten, de Staat en/of het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen een vordering tot schadevergoeding bij de rechtban ken had ingesteld, vooraleer de begunstigde of zijn rechtsopvolger afstand van rechtsvordering heeft betekend bij deze rechtbanken. Deze eventuele verzaking gebeurt op het ogenblik dat de begun stigde of zijn rechtsopvolger volledig inzicht heeft in het bedrag van de compensatie.”. Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met ’s Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Gegeven te Brussel, 13 april 2019. FILIP Van Koningswege : De Minister van Landbouw en Maatschappelijke Integratie, D.DUCARME Met ’s Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, K. GEENS Nota (1) Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) Stukken. – 54-3551/4. * FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN EN FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE [C − 2019/11420] 22 APRIL 2019. — Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten betreffende de terugbetaling van bepaalde kosten van de personeelsleden van de politiediensten die het slachtoffer zijn van een ernstige gewelddaad FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, artikel 121, vervangen bij de wet van 26 april 2002; Gelet op het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten (“RPPol”); Gelet op het protocol van onderhandeling nr 417/5 van het onderhandelingscomité voor de politiediensten, gesloten op 7 novem ber 2017; Gelet op het advies van de Inspecteur-generaal van Financiën, gegeven op 2 augustus 2018; Gelet op het advies van de Raad van burgemeesters, gegeven op 13 november 2018; Gelet op de akkoordbevinding van de Minister belast met Ambtena renzaken, d.d. 14 november 2018; Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, d.d. 17 januari 2019; Gelet op de adviesaanvraag binnen 30 dagen, die op 4 februari 2019 bij de Raad van State is ingediend, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat het advies niet is meegedeeld binnen die termijn; sont la conséquence de la crise du fipronil, ni, si le bénéficiaire ou son successeur légal avait déjà introduit une action en dommages-intérêts de ce chef contre les autres parties de la chaîne alimentaire, l’État et/ou l’Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire devant les tribunaux, avant que le bénéficiaire ou son successeur légal n’ait signifié le désistement d’action à ces tribunaux. Cette renonciation éventuelle s’opère au moment où le bénéficiaire a pleinement connaissance du montant de la compensation.”. Promulguons la présente loi, ordonnons qu’elle soit revêtue du sceau de l’Etat et publiée par le Moniteur belge. Donné à Bruxelles, le 13 avril 2019. PHILIPPE Par le Roi : Le Ministre de l’Agriculture et de l’Intégration sociale, D.DUCARME Scellé du sceau de l’Etat : Le Ministre de la Justice, K. GEENS Note (1) Chambre des représentants (www.lachambre.be) Documents. – 54-3551/4. SERVICE PUBLIC FEDERAL INTERIEUR ET SERVICE PUBLIC FEDERAL JUSTICE [C − 2019/11420] 22 AVRIL 2019. — Arrêté royal portant modification de l’arrêté royal du 30 mars 2001 portant la position juridique du personnel des services de police concernant le remboursement de certains frais des membres du personnel des services de police victimes d’un acte de violence grave PHILIPPE, Roi des Belges, A tous, présents et à venir, Salut. Vu la loi du 7 décembre 1998 organisant un service de police intégré, structuré à deux niveaux, l’article 121, remplacé par la loi du 26 avril 2002; Vu l’arrêté royal du 30 mars 2001 portant la position juridique du personnel des services de police (“PJPol”); Vu le protocole de négociation n° 417/5 du comité de négociation pour les services de police, conclu le 7 novembre 2017; Vu l’avis de l’Inspecteur général des Finances, donné le 2 août 2018; Vu l’avis du Conseil des bourgmestres, donné le 13 novembre 2018; Vu l’accord du Ministre chargé de la Fonction publique, donné le 14 novembre 2018; Vu l’accord de la Ministre du Budget, donné le 17 janvier 2019; Vu la demande d’avis dans un délai de 30 jours, adressée au Conseil d’Etat le 4 février 2019, en application de l’article 84, § 1er, alinéa 1er, 2°, des lois sur le Conseil d’Etat, coordonnées le 12 janvier 1973; Considérant l’absence de communication de l’avis dans ce délai; 43758 MONITEUR BELGE — 07.05.2019 — BELGISCH STAATSBLAD

Loi portant dispositions diverses en matière d’agriculture et certains fonds budgétaires et en matière d’intégration sociale · Nelum