تخطَّ إلى المحتوى
Nelum
قوانين بلجيكا

Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l’arrêté du Gouvernement flamand du 21 avril 2017 relatif aux aides à la distribution de fruits, de légumes et de lait aux élèves dans les établissements d’enseignement

صدر في 2018-07-20 · النص بتاريخ 2026-10-01

القانون العام والإرشادات الرسمية منشورة بوصفها أبحاثاً. ليست مشورة قانونية أو ضريبية أو مالية.

البحث نفسه مكتوب بالإنجليزية. العناوين والوسوم مترجمة؛ أما النتائج والاقتباسات فغير مترجمة.

عن هذا القانون

اللغة
French; Dutch
النوع
لائحة
الدولة
بلجيكا · Vlaanderen
الموضوعات
Food and nutrition
الكلمات المفتاحية
school feeding, vegetables/legumes, fruits/edible nuts, milk/dairy products, subsidy/incentive

أين تقرؤه

النص

نص القانون نفسه، مادةً مادة، كما هو محفوظ. لكل مادة رابطها.

  1. CHAPITRE XI. — Modifications de l’arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2017 portant procédure de subvention des infrastructures hospitalières Art. 66. Dans l’article 4, § 1er, de l’arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2017 portant procédure de subvention des infrastructures hospitalières, le membre de phrase « une société commerciale à personnalité juridique, telle que visée à l’article 2, § 2 du Code des Sociétés » est remplacé par le membre de phrase « une société de personnalité juridique telle que visée au Code des Sociétés, à l’exception d’une société coopérative agréée conformément à l’article 5 de la loi du 20 juillet 1955 portant institution d’un Conseil national de la Coopération, ». Art. 67. Dans l’article 9, alinéa premier, 3°, du même arrêté, le membre de phrase « a un droit de jouissance, comme indiqué à l’article 3, alinéa premier, du présent arrêté, » est remplacé par le membre de phrase « a ou aura un droit de jouissance, tel que visé à l’article 3, alinéa premier, du présent arrêté, ». Art. 68. L’article 15, alinéa trois, du même arrêté est complété par les phrases suivantes : « Il transmet également au Fonds un document dont il ressort que le demandeur a un droit de jouissance, tel que visé à l’article 3, alinéa premier, du présent arrêté. Lorsqu’un acte authentique est requis suivant le droit commun, il s’agit d’un acte authentique, autrement il s’agit d’un acte enregistré sous seing privé. » Art. 69. Dans l’article 16, § 2, du même arrêté, le point 9° est abrogé. CHAPITRE XII. — Dispositions finales Art. 70. Pour les dossiers pour lesquels une promesse de subvention est octroyée avant la date d’entrée en vigueur du présent arrêté, les dispositions applicables avant la date d’entrée en vigueur du présent arrêté s’appliquent. Par dérogation à l’alinéa premier, pour les projets d’hôpitaux en exécution de l’arrêté du Gouvernement flamand du 21 septembre 2012 relatif aux projets pilotes sur les nouveaux concepts spatiaux dans le domaine des soins résidentiels, les dispositions de l’arrêté du Gouvernement flamand du 16 juillet 2010 fixant la subvention d’investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour les établissements de soins s’appliquent, qui sont applicables à partir de la date de l’entrée en vigueur de l’arrêté du Gouvernement flamand du 6 juillet 2018 modifiant divers arrêtés relatifs à l’infrastructure affectée aux matières personnalisables. Les demandes de promesse de subvention pour mobilier et équipement, à acquérir séparément et en particulier, introduites avant la date d’entrée en vigueur du présent arrêté, qui n’ont pas encore reçu de promesse de subvention avant la date d’entrée en vigueur du présent arrêté et qui ne sont plus éligibles à une subvention en vertu du présent arrêté, sont toujours éligibles à une subvention en application des dispositions applicables avant l’entrée en vigueur du présent arrêté. Art. 71. Les articles 21 et 65 entrent en vigueur le 1er janvier 2019. Art. 72. Le Ministre flamand ayant l’aide aux personnes dans ses attributions et le Ministre flamand ayant la politique en matière de santé dans ses attributions sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l’exécution du présent arrêté. Bruxelles, le 6 juillet 2018. Le Ministre-Président du Gouvernement flamand, G. BOURGEOIS Le Ministre flamand du Bien-Être, de la Santé publique et de la Famille, J. VANDEURZEN * VLAAMSE OVERHEID [C − 2018/31919] 20 JULI 2018. — Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017 betreffende de ondersteuning van de verstrekking van groenten, fruit en melk aan leerlingen in onderwijsinstellingen DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid, artikel 6, 7, 58 en 74; Gelet op het decreet van 28 juni 2013 betreffende het landbouw- en visserijbeleid, artikel 4, 1°; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017 betreffende de ondersteuning van de verstrekking van groenten, fruit en melk aan leerlingen in onderwijsinstellingen; Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 2 juli 2018; Gelet op het verzoek om spoedbehandeling, gemotiveerd door de omstandigheid dat de aanpassing van de regelgeving inzake het verstrekken van groenten, fruit en melk aan leerlingen in onderwijsinstellingen beoogt van toepassing te zijn vanaf het volgende schooljaar; dat het volgende schooljaar aanvangt op 1 september 2018 en de scholen in staat gesteld moeten worden de aangepaste regeling terdege voor te bereiden; dat de instellingen daarvoor tijdig, dus tegen 15 augustus 2018, in kennis moeten worden gesteld van de voorwaarden om van de regeling gebruik te maken; Gelet op advies 63.857/3 van de Raad van State, gegeven op 13 juli 2018, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 3°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs, de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw; Na beraadslaging, Besluit : Artikel 1. In artikel 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017 betreffende de ondersteuning van de verstrekking van groenten, fruit en melk aan leerlingen in onderwijsinstellingen worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in punt 4° wordt het getal “30” vervangen door het getal “15”; 74693BELGISCH STAATSBLAD — 01.10.2018 — MONITEUR BELGE 2° punt 5° wordt vervangen door wat volgt: “5° melk: consumptiemelk en de lactosevrije versies daarvan als bedoeld in artikel 23, lid 3, b), van de verordening evenals dranken op basis van melk met cacao, of natuurlijk gearomatiseerd, als bedoeld in bijlage V van de verordening, die niets van het volgende bevatten: toegevoegde suiker, toegevoegd zout, toegevoegde vetten, toegevoegde zoetstoffen, toegevoegde kunstmatige smaakversterkers E620 tot en met E650 als omschreven in Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 inzake levensmiddelenadditieven.”. Art. 2. Artikel 2 van hetzelfde besluit wordt opgeheven. Art. 3. In artikel 4, derde lid, van hetzelfde besluit wordt punt 2° opgeheven. Art. 4. In artikel 5 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het tweede lid worden de woorden “het eerste trimester van het schooljaar” vervangen door de zinsnede “de periode van 1 september tot en met 31 januari”; 2° het derde lid wordt vervangen door wat volgt: “In afwijking van het tweede lid wordt aan indicatorscholen steun verleend voor de verstrekking van één portie per leerling en per week gedurende tien weken in een eerste periode van verstrekking, die loopt van 1 september tot en met 31 januari en gedurende tien weken in een tweede periode van verstrekking, die loopt van 1 januari tot en met 30 april. De verstrekking tijdens de tweede periode mag pas starten nadat de verstrekking tijdens de eerste periode afgelopen is.”; 3° er wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt: “De ministers kunnen beslissen om de frequentie per week waarmee producten verstrekt mogen worden, of het aantal weken waarin ze verstrekt mogen worden, uit te breiden, en de voorwaarden bepalen waaraan de onderwijsinstellingen moeten voldoen om voor die uitbreiding in aanmerking te komen.”. Art. 5. In artikel 6 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt: “De ministers bepalen het maximale steunbedrag, per leerling per schooljaar, bij een verstrekking gedurende tien weken, vermeld in artikel 5, tweede lid, voor de verstrekking van groenten en fruit, en voor de verstrekking van melk. Het steunbedrag kan hierbij niet sterker toenemen dan de evolutie van de markt- en verkoopprijzen.”; 2° het derde lid wordt vervangen door wat volgt: “De ministers bepalen het maximale steunbedrag, per leerling per schooljaar, bij een verstrekking gedurende twintig weken, vermeld in artikel 5, derde lid, voor de verstrekking van groenten en fruit en voor de verstrekking van melk. De ministers houden hierbij rekening met de evolutie van de marktprijzen.”; 3° er wordt tussen het derde en het vierde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt: “De ministers kunnen bij een uitgebreide verstrekking als vermeld in artikel 5, vierde lid, het maximale steunbedrag per leerling per schooljaar vastleggen voor de verstrekking van groenten en fruit en voor de verstrekking van melk. Het steunbedrag kan hierbij niet sterker toenemen dan de evolutie van de markt- en verkoopprijzen.”. Art. 6. In artikel 7 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° tussen het tweede en het derde lid worden twee leden ingevoegd, die luiden als volgt: “In de deelnameverklaring verklaart de onderwijsinstelling dat ze de groenten, het fruit en de melk in het kader van de schoolregeling verstrekt conform artikel 5. Bij een uitgebreide verstrekking als vermeld in artikel 5, vierde lid, en in afwijking van het derde lid, verklaart de onderwijsinstelling in de deelnameverklaring dat ze de groenten, het fruit en de melk in het kader van de schoolregeling verstrekt conform de door de ministers bepaalde modaliteiten.”; 2° in het bestaande vierde lid, dat het zesde lid wordt, wordt het woord “deelnameverklarinig” vervangen door het woord “deelnameverklaring”. Art. 7. In artikel 9 van hetzelfde besluit wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt: “In afwijking van het tweede lid kunnen de ministers bij een uitgebreide verstrekking als vermeld in artikel 5, vierde lid, bepalen voor welke periode van verstrekking een steunaanvraag ingediend wordt.”. Art. 8. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, de Vlaamse minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de landbouw, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. Brussel, 20 juli 2018. De minister-president van de Vlaamse Regering, G. BOURGEOIS De Vlaamse minister van Onderwijs, H. CREVITS De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, J. VANDEURZEN De Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw, J. SCHAUVLIEGE 74694 BELGISCH STAATSBLAD — 01.10.2018 — MONITEUR BELGE TRADUCTION AUTORITE FLAMANDE [C − 2018/31919] 20 JUILLET 2018. — Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l’arrêté du Gouvernement flamand du 21 avril 2017 relatif aux aides à la distribution de fruits, de légumes et de lait aux élèves dans les établissements d’enseignement LE GOUVERNEMENT FLAMAND, Vu le décret du 21 novembre 2003 relatif à la politique de santé préventive, les articles 6, 7, 58 et 74 ; Vu le décret du 28 juin 2013 relatif à la politique de l’agriculture et de la pêche, l’article 4, 1° ; Vu l’arrêté du Gouvernement flamand du 21 avril 2017 relatif aux aides à la distribution de fruits, de légumes et de lait aux élèves dans les établissements d’enseignement ; Vu l’accord du Ministre flamand chargé du budget, donné le 2 juillet 2018 ; Vu la demande d’urgence, motivée par le fait que l’adaptation de la réglementation relative à la distribution de fruits, de légumes et de lait aux élèves dans les établissements d’enseignement est prévue à partir de l’année scolaire suivante ; que l’année scolaire suivante commence le 1er septembre 2018 et que les écoles doivent pouvoir préparer correctement le régime adapté ; que les établissements doivent être informés en temps utile, c’est-à-dire pour le 15 août 2018, des conditions d’accès à ce régime ; Vu l’avis 63.857/3 du Conseil d’État, donné le 13 juillet 2018, en application de l’article 84, § 1er, alinéa premier, 3°, des lois sur le Conseil d’État, coordonnées le 12 janvier 1973 ; Sur la proposition de la Ministre flamande de l’Enseignement, du Ministre flamand du Bien-Être, de la Santé publique et de la Famille et de la Ministre flamande de l’Environnement, de l’Aménagement du Territoire, de la Nature et de l’Agriculture ; Après délibération, Arrête : Article 1er. Dans l’article 1er de l’arrêté du Gouvernement flamand du 21 avril 2017 relatif aux aides à la distribution de fruits, de légumes et de lait aux élèves dans les établissements d’enseignement, les modifications suivantes sont apportées : 1° au point 4° le nombre « 30 » est remplacé par le nombre « 15 » ; 2° le point 5° est remplacé par la disposition suivante : « 5° lait : le lait de consommation et ses versions sans lactose telles que visées à l’article 23, alinéa 3, b), du règlement, ainsi que les boissons à base de lait contenant du cacao ou aromatisées naturellement, telles que visées à l’annexe V du règlement, qui ne contiennent aucun des éléments suivants : sucre ajouté, sel ajouté, matières grasses ajoutées, édulcorants ajoutés, exhausteurs de goût artificiels ajoutés E620 à E650, définis au règlement (CE) no 1333/2008 du Parlement européen et du Conseil du 16 décembre 2008 sur les additifs alimentaires. » Art. 2. L’article 2 du même arrêté est abrogé. Art. 3. Dans l’article 4, alinéa trois, du même arrêté le point 2° est abrogé. Art. 4. Dans l’article 5 du même arrêté les modifications suivantes sont apportées : 1° dans l’alinéa deux, les mots « le premier trimestre de l’année scolaire » sont remplacés par le membre de phrase « la période du 1er septembre au 31 janvier inclus » : 2° l’alinéa trois est remplacé par ce qui suit : « Par dérogation à l’alinéa deux, une aide est fournie aux écoles éligibles à l’indicateur pour offrir une portion, par élève et par semaine, pendant dix semaines dans une première période de la distribution, qui s’étend du 1er septembre au 31 janvier et pendant dix semaines dans une deuxième période de la distribution, qui s’étend du 1er janvier au 30 avril inclus. La distribution pendant la deuxième période ne peut commencer qu’après la fin de la distribution pendant la première période. » ; 3° il est ajouté un alinéa quatre, rédigé comme suit : « Les ministres peuvent décider d’augmenter la fréquence hebdomadaire de distribution des produits ou le nombre de semaines pendant lesquelles ils peuvent être distribués, et de déterminer les conditions que les établissements d’enseignement doivent remplir pour bénéficier d’une telle prolongation. ». Art. 5. Dans l’article 6 du même arrêté les modifications suivantes sont apportées : 1° l’alinéa deux est remplacé par ce qui suit: « Les Ministres arrêtent le montant maximal d’aide, par élève et par année scolaire, lors d’une distribution pendant dix semaines, visée à l’article 5, alinéa deux, pour la distribution de légumes et fruits et pour la distribution de lait. Le montant de l’aide ne peut augmenter davantage que l’évolution du marché et des prix de vente. » ; 2° l’alinéa trois est remplacé par la disposition suivante : « Les Ministres arrêtent le montant maximal d’aide, par élève et par année scolaire, lors d’une distribution pendant vingt semaines visée à l’article 5, alinéa trois, pour la distribution de légumes et fruits et pour la distribution de lait. Les Ministres tiennent compte de l’évolution des prix de marché. » ; 3° entre les alinéas trois et quatre, il est inséré un alinéa, rédigé comme suit : « Les ministres peuvent fixer le montant maximal d’aide par élève et par année scolaire pour la distribution de fruits et légumes et pour la distribution de lait en cas d’une distribution extensive visée à l’article 5, alinéa 4. Le montant de l’aide ne peut augmenter davantage que l’évolution du marché et des prix de vente. ». Art. 6. Dans l’article 7 du même arrêté les modifications suivantes sont apportées : 1° entre les alinéas deux et trois sont insérés deux alinéas, rédigés comme suit : « Dans la déclaration de participation, l’établissement d’enseignement déclare qu’il distribue les légumes, les fruits et le lait dans le cadre du règlement scolaire conformément à l’article 5. 74695BELGISCH STAATSBLAD — 01.10.2018 — MONITEUR BELGE Lors d’une augmentation de la fréquence de distribution telle que visée à l’article 5, alinéa quatre, et par dérogation à l’alinéa trois, l’établissement d’enseignement déclare dans la déclaration de participation qu’il distribue les légumes, les fruits et le lait dans le cadre du règlement scolaire conformément aux modalités arrêtées par les Ministres. » : 2° dans l’alinéa quatre existant de la version néerlandaise, qui devient l’alinéa six, le mot « deelnameverklarinig » est remplacé par le mot « deelnameverklaring ». Art. 7. Dans l’article 9 du même arrêté, il est inséré un alinéa entre les alinéas deux et trois, rédigé comme suit : « Par dérogation à l’alinéa deux, lors d’une augmentation de la fréquence de distribution telle que visée à l’article 5, les Ministres peuvent arrêter la période pour laquelle une demande d’aide doit être introduite. ». Art. 8. Le Ministre flamand chargé de l’enseignement, le Ministre flamand chargé de l’aide aux personnes, le Ministre flamand chargé de la politique de santé et le Ministre flamand chargé de l’agriculture sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l’exécution du présent arrêté. Bruxelles, le 20 juillet 2018. Le Ministre-Président du Gouvernement flamand, G. BOURGEOIS La Ministre flamande de l’Enseignement, H. CREVITS Le Ministre flamand du Bien-Etre, de la Santé publique et de la Famille, J. VANDEURZEN La Ministre flamande de l’Environnement, de l’Aménagement du Territoire, de la Nature et de l’Agriculture, J. SCHAUVLIEGE * VLAAMSE OVERHEID [C − 2018/31934] 20 JULI 2018. — Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 tot uitvoering van het klimaatplan met betrekking tot de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden De Vlaamse Regering, Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20, gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993; Gelet op het decreet van 2 juni 2006 tot omvorming van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden tot een intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid, en tot wijziging van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden, artikel 8; Gelet op het Energiedecreet van 8 mei 2009, artikel 8.3.1, 1°, en artikel 8.4.1, 1°; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 tot uitvoering van het klimaatplan met betrekking tot de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden; Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 15 mei 2018; Gelet op advies 63.710/3 van de Raad van State, gegeven op 11 juli 2018 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Op voorstel van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin; Na beraadslaging, Besluit : Artikel 1. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 tot uitvoering van het klimaatplan met betrekking tot de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° er worden een punt 1°/1 en een punt 1°/2 ingevoegd, die luiden als volgt: “1°/1 energieprestatiecontract: een overeenkomst met een looptijd van minstens vijf jaar die energiebesparing als een dienst tot voorwerp heeft, waarin een geplande energiebesparing wordt vastgelegd en krachtens dewelke die jaarlijks wordt opgevolgd en gesanctioneerd;” 1°/2 energieprestatiecontractsubsidie: een subsidie als bijdrage in de financiering van een energieprestatiecontract door de aanvrager;”; 2° er wordt een punt 3°/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: “3°/1 klimaatinvesteringssubsidie: een subsidie als bijdrage in de financiering van het langetermijnproject door de aanvrager;”; 3° er wordt een punt 4°/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: “4°/1 langetermijnproject: de realisatie van een energiebesparende maatregel met een terugverdientijd van meer dan vijf jaar, vermeld in de energieprestatiediagnose;”; 4° er wordt een punt 5°/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: “5°/1 minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, en de Vlaamse minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid;”; 5° er worden een punt 6°/1 en een punt 6°/2 ingevoegd, die luiden als volgt: “6°/1 regeling voor de-minimissteun aan ondernemingen belast met diensten van algemeen economisch belang: verordening (EU) nr. 360/2012 van de Commissie van 25 april 2012 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun verleend aan diensten van algemeen economisch belang verrichtende ondernemingen (Publicatieblad van 24 april 2002, L 114, 8-13), en de latere wijzigingen ervan; 74696 BELGISCH STAATSBLAD — 01.10.2018 — MONITEUR BELGE

Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l’arrêté du Gouvernement flamand du 21 avril 2017 relatif aux aides à la distribution de fruits, de légumes et de lait aux élèves dans les établissements d’enseignement · Nelum