تخطَّ إلى المحتوى
Nelum
قوانين أروبا

National Ordinance on Contagious Diseases

صدر في 1992-09-04 · النص بتاريخ 2026-10-01

القانون العام والإرشادات الرسمية منشورة بوصفها أبحاثاً. ليست مشورة قانونية أو ضريبية أو مالية.

البحث نفسه مكتوب بالإنجليزية. العناوين والوسوم مترجمة؛ أما النتائج والاقتباسات فغير مترجمة.

عن هذا القانون

العنوان الأصلي
Landsverordening besmettelijke ziekten.
اللغة
Dutch
النوع
قانون
الدولة
أروبا
الموضوعات
Livestock, Food and nutrition, Water, Waste and hazardous substances
الكلمات المفتاحية
pests/diseases, animal health, public health, disinfection/disinfestation, insects, animal feed/feedstuffs, rodents, dangerous animal/harmful animal, organic waste, enforcement/compliance, offences/penalties, food safety and quality, rainwater, effluent waste water/discharge, water quality standards, pollution control, standards, waste disposal, waste management

أين تقرؤه

النص

نص القانون نفسه، مادةً مادة، كما هو محفوظ. لكل مادة رابطها.

  1. Intitulé : ************************* AB 1992 no. GT 11 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 24 oktober 2013 ************************* ==================================================================== Intitulé : LANDSBESLUIT van 4 september 1992 no. 5, bepalende de opneming in de afzonderlijke afdeling van het Afkondi- gingsblad van Aruba van de geldende tekst van de Lands- verordening besmettelijke ziekten Citeertitel: Landsverordening besmettelijke ziekten Vindplaats : AB 1992 no. GT 11 Wijzigingen: AB 1997 no. 34 ==================================================================== Artikel 1 Onder zieken worden in de algemene bepalingen van deze lands- verordening personen verstaan, lijdende aan een van de besmettelijke ziekten, in artikel 4 bedoeld; onder ziekten deze besmettelijke ziek- ten zelf. Artikel 2 Twijfelachtige gevallen van een besmettelijke ziekte als in deze landsverordening genoemd en bedoeld, waarbij de in het laboratorium van de Directie Volksgezondheid ter beschikking staande methoden en hulpmiddelen van onderzoek nog niet, niet, of met twijfelachtig resul- taat werden gebruikt, worden als duidelijke gevallen van de ziekte be- schouwd. Artikel 3 Onder ontsmetting wordt in deze landsverordening mede verstaan reiniging, benevens het verdelgen van ongedierte en insekten. Artikel 4 1. De ziekten waarop de algemene bepalingen van deze verordening worden toegepast, zijn: a. cholera; b. difterie; c. dysenterie; d. gele koorts; e. pest; f. pokken (variolae en varioloïdes); g. roodvonk; h. febris typhoidea en paratyfus; i. vlektyfus. 2. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kan deze landsverordening, geheel of gedeeltelijk, ook op andere, niet in deze landsverordening genoemde ziekten, in het gehele land of in delen daarvan tijdelijk van toepassing worden verklaard. 3. Dat landsbesluit is niet langer geldig dan gedurende twee ja- ren na zijn afkondiging, tenzij het binnen die tijd door een landsver- ordening is bekrachtigd. Artikel 5 1. De door de minister van Publieke Werken en Volksgezondheid aangewezen geneeskundige is bevoegd zieken die zich in hotels, pen- ************************* AB 1992 no. GT 11 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 24 oktober 2013 ************************* ==================================================================== 2 sions of slaapsteden bevinden, naar een inrichting, ter afzondering, verpleging en geneeskundige behandeling te doen overbrengen. 2. Laat de toestand van de zieke geen vervoer toe, dan worden ter plaatse door de in het eerste lid bedoelde geneeskundige de nodige maatregelen van afzondering en verpleging voorgeschreven. 3. Bij niet naleving van deze voorschriften kan het hotel en het pension of de slaapstede door de minister van Justitie en Publieke Werken of een door hem aan te wijzen ambtenaar worden gesloten, zolang de ziekte en het besmettingsgevaar zulks eisen, zonder enig recht op schadevergoeding voor belanghebbenden. 4. Dezelfde bevoegdheid als in het eerste lid vermeld, bestaat ten opzichte van zieken die zich in andere dan de in het eerste lid bedoelde verblijven bevinden, woningen inbegrepen, indien: a. de omstandigheden niet toelaten de zieke voldoende af te zonderen en te verplegen, terwijl ernstig gevaar voor de volksgezondheid dreigt; b. de voorgeschreven maatregelen van afzondering en verpleging niet stipt worden nagekomen, waardoor ernstig gevaar voor de volksge- zondheid dreigt. 5. Op personen die behoren tot de naaste omgeving van de zieke en verder op hen van wie ernstig vermoed wordt, dat zij de besmetting op anderen kunnen overbrengen, kunnen maatregelen van onderzoek, behande- ling en ontsmetting worden toegepast; benevens tijdelijke afzondering, al dat niet in een vanwege het Land aangewezen inrichting, overeenkom- stig de incubatieduur van de ziekte. 6. Zij die smetstofdragers blijken te zijn, kunnen voor ten hoog- ste vier weken in afzondering als in het vijfde lid aangeduid, worden gesteld en kunnen ook zowel gedurende die tijd als daarna worden on- derworpen aan toezicht buiten afzondering, met verplichting hunner- zijds om de hun voorgeschreven maatregelen van voorzorg nauwkeurig op te volgen. 7. Indien belanghebbenden tegen een van de krachtens dit artikel gegeven voorschriften zonder verwijl bij de minister van Publieke Wer- ken en Volksgezondheid bezwaar maken, wordt, hangende de beslissing van de minister van Publieke Werken en Openbare Werken aan het voor- schrift geen gevolg gegeven, mits de hulpmaatregelen eventueel midde- lerwijl door de minister van Publieke Werken en Volksgezondheid bevo- len, stipt worden nageleefd. Artikel 6 1. De door de minister van Publieke Werken en Volksgezondheid aangewezen geneeskundige is bevoegd maatregelen van ontsmetting toe te passen in verblijven waar zieken vertoeven of vertoefd hebben, bene- vens andere maatregelen ter voorkoming van verspreiding van de ziekte. 2. Bij verzet tegen deze maatregelen in hotels, pensions en slaapsteden kunnen deze inrichtingen door de minister van Justitie en Publieke Werken of een door hem aan te wijzen ambtenaar zolang worden gesloten, als met het oog op de aard van de besmetting en de duur van het besmettingsgevaar nodig is; en worden niet weder geopend dan na ontsmetting en verdere nodig geachte maatregelen. Artikel 7 1. De minister van Publieke Werken en Volksgezondheid is bevoegd alle gebouwen, inrichtingen, getimmerten en vaartuigen van wat aard en naam of tot welk doel dienende ook, met het oog op van daaruit drei- gend of gevreesd besmettingsgevaar, te doen ontsmetten; en besmette en ************************* AB 1992 no. GT 11 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 24 oktober 2013 ************************* ==================================================================== 3 van besmetting verdachte voorwerpen, goederen en stoffen, waar ook aanwezig te doen ontsmetten. 2. Nagenoeg waardeloze stoffen en goederen, als kaf, gebruikt stro, bedvulsel van varen en zeegras, en onbruikbaar geworden stoffen in kleine hoeveelheid worden zonder vergoeding vernietigd. 3. In de overige gevallen waarin ontsmetting door de aard, de toestand of de hoeveelheid van de voorwerpen en goederen of stoffen niet mogelijk is zonder grote schade aan die voorwerpen, goederen en stoffen, kan onteigening geschieden volgens de bestaande voorschrif- ten. Artikel 8 1. Bij het dreigen, verschijnen of heersen van besmettelijke ziekten kan de minister van Publieke Werken en Volksgezondheid ver- zamelingen van mest of ander vuil, waar die zich ook bevinden, doen onschadelijk maken of opruimen, terreinen doen reinigen en andere voorzieningen tot bevordering der reinheid treffen, tenzij belang- hebbenden binnen een door hem vastgestelden termijn zelf de door hem nodig geachte maatregelen nemen. 2. Die maatregelen worden uitgevoerd op kosten van belangheb- benden, indien de toestand die op hun, of onder hun berusting zijnde, eigendommen verbetering eiste, in strijd was met de voorschriften, te dien aanzien bestaande. Artikel 9 1. Het is verboden voorwerpen die in aanraking waren met of af- komstig zijn van personen die leden of stierven aan een besmettelijke ziekte, te vervoeren, ten geschenke of in gebruik te geven of te ne- men, tenzij na ontsmetting door de zorg van de door de minister van Publieke Werken en Volksgezondheid aangewezen geneeskundige uitgevoerd of onder toezicht en volgens regelen, door of vanwege hem gesteld, verricht. 2. Het is verboden opzettelijk of door schuld gevaar van be- smetting met een besmettelijke ziekte voor anderen te doen ontstaan. Artikel 10 1. Het is verboden over de openbare weg zieken te vervoeren, of lijdende aan een van de ziekten in artikel 4 genoemd, zich naar een andere plaats te begeven, tenzij met toestemming en onder inachtneming van de voorschriften van de door de minister van Publieke Werken en Volksgezondheid aangewezen geneeskundige. 2. Het is verboden daarbij van openbare middelen van vervoer ge- bruik te maken. Artikel 11 1. Overledenen aan een van de in artikel 4 bedoelde ziekten moe- ten langs de kortste weg naar de voor hen bestemde begraafplaats wor- den vervoerd. 2. Het lijk moet gekist zijn volgens de aanwijzingen door of van- wege de door de minister van Publieke Werken en Volksgezondheid aange- wezen geneeskundige te geven. 3. De lijkkist mag slechts in een bedehuis worden gebracht, dat uitsluitend ten behoeve van de begraafplaats gebruikt wordt. 4. Indien de zorg voor de gezondheid van de bewoners van het ************************* AB 1992 no. GT 11 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 24 oktober 2013 ************************* ==================================================================== 4 sterfhuis of van nabijwonenden dit nodig maakt, kan het gekiste lijk op last van de door de minister van Publieke Werken en Volksgezondheid aangewezen geneeskundige naar de begraafplaats worden vervoerd, ter tijdelijke bewaring in een lijkenhuis. Artikel 12 1. Bewoners van verblijven, van wat naam of aard ook, als bedoeld in artikel 5, waarin een ziekte voorkomt of voorkwam, mogen geen scho- len bezoeken, dan na overlegging van een schriftelijke, gedagtekende en ondertekende verklaring, afgegeven door de personen in het tweede lid aangewezen, dat het gevaar van besmetting, door het schoolbezoek van de met name genoemde persoon, als geweken kan worden beschouwd. 2. Deze verklaring kan worden gevraagd van de door de minister van Publieke Werken en Volksgezondheid aangewezen geneeskundige, die verplicht is haar af te geven, indien de omstandigheden zulks toela- ten; een verklaring van gelijke inhoud als in het eerste lid van dit artikel aangeduid, en afgegeven door een particuliere geneeskundige, is geldig, indien zij voor gezien is getekend door de door de minister van Publieke Werken en Volksgezondheid aangewezen geneeskundige. 3. Hoofden of bestuurders van scholen mogen de personen, in het eerste lid van dit artikel aangeduid, niet toelaten zonder een ver- klaring als in dat lid omschreven. 4. De verklaringen in dit artikel genoemd zijn vrij van zegel. Artikel 13 1. De geneeskundigen doen aan de Directeur van de Directie Volks- gezondheid en de door de minister van Publieke Werken en Volks- gezondheid aangewezen geneeskundige onverwijld mededeling van een door hen waargenomen geval van ziekte als in artikel 4 bedoeld, zomede van andere door hen waargenomen ziekten waardoor de volksgezondheid be- dreigd wordt; dit evenwel met uitzondering van melaatsheid, tuberculo- se en van de besmettelijke geslachtsziekten. 2. De mededeling, in het eerste lid van dit artikel genoemd, moet naam, leeftijd, geslacht, beroep en woonplaats van de zieke vermelden, plaats en wijze van verpleging, benevens, zo mogelijk, gegevens om- trent de oorzaak van de besmetting. Artikel 14 1. Het hoofd van een gezin, inrichting of verblijf van wat naam of aard ook, dat weet, vermoedt, of van wie redelijkerwijze moet wor- den aangenomen, dat hij kon vermoeden, dat in zijn verblijf een geval van ziekte voorkomt als bedoeld in artikel 4, is verplicht daarvan terstond kennis te geven aan de door de minister van Publieke Werken en Volksgezondheid aangewezen geneeskundige, indien geen geneeskundige de zieke heeft waargenomen of nog behandelt. 2. De in het eerste lid bedoelde geneeskundige licht terstond de Directeur van de Directie Volksgezondheid in. Artikel 15 1. Verblijven waarin een ziekte voorkomt, bedoeld in artikel 4, worden na de aangifte, onverwijld voorzien van een van buiten duide- lijk zichtbaar kenmerk, zo nodig van meer dan een, de woorden "be- smettelijke ziekte" en de naam van de ziekte, zowel in het Nederlands als in de landstaal vermeldende. ************************* AB 1992 no. GT 11 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 24 oktober 2013 ************************* ==================================================================== 5 2. Het kenmerk wordt door de zorg van de door de minister van Pu- blieke Werken en Volksgezondheid aangewezen geneeskundige aangebracht en verwijderd; dit laatste, indien het gevaar van besmetting als gewe- ken kan worden beschouwd. 3. Dat het gevaar van besmetting als geweken kan worden be- schouwd, wordt op overeenkomstige wijze als in artikel 12 is om- schreven, vastgesteld. 4. De verklaringen in het derde lid bedoeld, zijn vrij van zegel. 5. Blijkt het hoofd van het verblijf, in het eerste lid van dit artikel genoemd, niet in staat of geneigd om het aangebrachte kenmerk tegen wegneming of onbruikbaarmaking te beveiligen, dan kan de door de minister van Publieke Werken en Volksgezondheid aangewezen geneeskun- dige door een wachtpost of door openbare aankondiging op het bestaande gevaar van besmetting de aandacht vestigen. Van het plaatsen van de wachtpost geeft de door de minister van Publieke Werken en Volksge- zondheid aangewezen geneeskundige zo spoedig mogelijk schriftelijk kennis aan de minister van Justitie en Publieke Werken. 6. Het kenmerk, in het eerste lid van dit artikel aangeduid, wordt niet aangebracht, indien voor de zieke spoedig geneeskundige hulp is ingeroepen, het geval van ziekte na de waarneming onverwijld is aangegeven, de zieke terstond daarop uit het verblijf is verwijderd en de nodige maatregelen van ontsmetting zijn genomen. 7. De aanhechting van het kenmerk wordt uitgesteld zolang de door de door de minister van Publieke Werken en Volksgezondheid aangewezen geneeskundige voorgeschreven maatregelen van afzondering en verpleging van de zieke, benevens de verdere maatregelen van voorzorg stipt wor- den nageleefd; deze voorschriften worden gegeven in de gevallen, dat behoorlijke verpleging van de zieke in zijn verblijf, door de door de minister van Publieke Werken en Volksgezondheid aangewezen geneeskun- dige niet onmogelijk of volstrekt onraadzaam wordt geacht. Artikel 16 1. De geneeskundigen van de Directie Volksgezondheid mogen bij hun onderzoek in woningen en verblijven, als in artikel 15 genoemd, niet tegen de wil van de naaste verwanten en omgeving tot een ge- neeskundig onderzoek van een zieke overgaan. 2. Wordt hun de toestemming voor het geneeskundig onderzoek van een zieke zonder deugdelijke grond geweigerd in de gevallen voorzien in artikel 15, zesde en zevende lid, dan worden de bijzondere voor- schriften, in die leden ten gunste van belanghebbenden gemaakt, niet toegepast. Artikel 16a De krachtens deze landsverordening door de minister van Publieke Werken en Volksgezondheid aangewezen geneeskundige(n) is (zijn) gehou- den de door de directeur van de Directie Volksgezondheid gegeven aan- wijzingen op te volgen. ************************* AB 1992 no. GT 11 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 24 oktober 2013 ************************* ==================================================================== 6 Bijzondere bepalingen Van het weren en verdelgen van ongedierte en insekten, die ziekten kunnen overbrengen § 1. Van de bestrijding van de gelekoortsmug Artikel 17 t/m 17b (vervallen) Artikel 17c Alle voor gebruik dienende holle voorwerpen, van welk soort of aard ook, waarin muggen broeden of kunnen broeden, worden behandeld overeenkomstig door de door de minister van Publieke Werken en Volks- gezondheid aangewezen geneeskundige te stellen regelen. Artikel 17d De eigenaar, huurder of gebruiker van terreinen is verplicht alle verzamelingen van blikken, flessen en andere niet voor gebruik dienen- de holle voorwerpen welke water bevatten of kunnen bevatten ongeschikt voor het broeden van muggen te doen maken of te doen opruimen en bin- nen een door de door de minister van Publieke Werken en Volksgezond- heid aangewezen geneeskundige gestelde termijn, volgens aanwijzingen door deze te geven, die terreinen te doen reinigen en alle door deze ter zake nodig geachte maatregelen te treffen. Artikel 17e Het is verboden voorwerpen of goederen zodanig te stapelen of ge- stapeld te hebben op voorwerpen welke water bevatten of kunnen bevat- ten, dat het onderzoek en de te nemen maatregelen als bedoeld in arti- kel 46, derde lid, bemoeilijkt of onmogelijk gemaakt wordt. Artikel 17f 1. Elke watertank, waterbak, regenbak of ander voorwerp dat water bevat of kan bevatten en niet of moeilijk toegankelijk is voor onder- zoek en behandeling, moet toegankelijk gemaakt worden door het aan- brengen van een toegangsluik of mangat met deksel, tenzij van deze be- paling in bijzondere gevallen door de door de minister van Publieke Werken en Volksgezondheid aangewezen geneeskundige ontheffing wordt verleend. 2. De eigenaar, huurder of gebruiker van de in het eerste lid ge- noemde voorwerpen is verplicht zorg te dragen dat deze voorwerpen mug- gendicht afgesloten zijn en volgens aanwijzingen van de door de minis- ter van Publieke Werken en Volksgezondheid aangewezen geneeskundige muggendicht worden gehouden. 3. Het tweede lid is niet van toepassing op irrigatiebakken, die doorlopend in gebruik zijn. 4. De eigenaar, huurder of gebruiker van de in het eerste lid ge- noemde voorwerpen is gehouden op zijn kosten de daartoe te maken ver- anderingen te doen aanbrengen. Artikel 17g De bewoners of gebruikers van gebouwen zijn verplicht zorg te ************************* AB 1992 no. GT 11 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 24 oktober 2013 ************************* ==================================================================== 7 dragen, dat de daarbij behorende erven vrij zijn en gehouden worden van lege blikken, flessen of andere niet voor gebruik dienende voor- werpen welke water bevatten of kunnen bevatten. Artikel 17h Eigenaars van opgeslagen oude metalen of ander materiaal op ter- reinen, werven of andere plaatsen, zijn verplicht zorg te dragen, dat deze op zodanige wijze zijn opgeslagen, dat zij geen muggen- broedplaatsen zijn of kunnen vormen. Artikel 17i 1. Dakgoten moeten zo ingericht zijn en door de eigenaars, huur- ders of gebruikers volgens aanwijzingen van de door de minister van Publieke Werken en Volksgezondheid aangewezen geneeskundige dusdanig onderhouden worden, dat er geen stilstaand water daarin achter kan blijven. 2. Eigenaars van beerputten en putten voor afvalwater zijn ver- plicht zorg te dragen, dat deze muggendicht afgesloten zijn en volgens aanwijzingen van de door de minister van Publieke Werken en Volksge- zondheid aangewezen geneeskundige muggendicht worden gehouden. 3. Indien door het afsluiten, zoals bedoeld in het tweede lid, naar het oordeel van de door de minister van Publieke Werken en Volks- gezondheid aangewezen geneeskundige de putten niet meer aan hun doel zouden beantwoorden, moeten deze ten minste eenmaal per week met een muggenlarvendodende vloeistof behandeld of met water doorgespoeld wor- den. Artikel 17j Eigenaars van percelen zijn verplicht zorg te dragen, dat de tot deze percelen behorende afvoerleidingen van faecaliën of huishoudwater ontoegankelijk voor muggen zijn en uitmonden in een beerput, put voor afvalwater, riolering of zee. Artikel 17k Indien de door de minister van Publieke Werken en Volksgezondheid aangewezen geneeskundige dit nodig acht of de belanghebbenden zulks uitdrukkelijk verzoeken, wordt een schriftelijk bewijs verstrekt, waarop de datum van onderzoek en de genomen maatregelen zijn aangege- ven. Artikel 17l 1. Ter bestrijding van de volwassen gelekoortsmug kan de door de minister van Publieke Werken en Volksgezondheid aangewezen ge- neeskundige de muuroppervlakken, zowel die aan de buitenkant van als die in woningen, gebouwen, loodsen, bergplaatsen en andere door hem nodig geachte ruimten, met een muggendodend middel laten besproeien. 2. De eigenaar, huurder of gebruiker van de in het eerste lid be- doelde ruimten is verplicht toe te laten, dat de daarin gemelde be- sproeiing met een muggendodend middel plaatsvindt. 3. De besproeiing geschiedt zodanig, dat geen schade wordt toe- gebracht aan wandschilderingen, beschilderde panelen of wandsieraden, welke niet van de wand te verwijderen zijn. ************************* AB 1992 no. GT 11 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 24 oktober 2013 ************************* ==================================================================== 8 Artikel 17m De eigenaar, huurder of gebruiker van regenbakken, waterputten en waterreservoirs is verplicht toe te laten dat het zich daarin bevin- dende water of de wanden van deze reservoirs worden behandeld met een muggendodend of muggenlarvendodend middel. Artikel 17n Het is, voor zover het Wetboek van Strafrecht van Aruba (A.B. 1990 no. GT 50) er niet in voorziet, verboden de handelingen van de ambtenaren als bedoeld in het derde lid van artikel 46, ter uitvoering van de bepalingen vervat in deze paragraaf, op enigerlei wijze te ver- ijdelen, te bemoeilijken, of ongedaan te maken. Artikel 17o 1. Indien de in deze paragraaf bedoelde eigenaars, huurders of gebruikers geheel of gedeeltelijk in gebreke blijven binnen een door de door de minister van Publieke Werken en Volksgezondheid aangewezen geneeskundige gestelde termijn de door deze ter uitvoering van de be- palingen van deze paragraaf gegeven aanwijzingen of opdrachten te vol- gen kan hij de nodige voorzieningen treffen en de maatregelen doen uitvoeren als bedoeld in artikel 46, derde lid. 2. De eigenaar, huurder of gebruiker is aansprakelijk voor de kosten, gemaakt in verband met de voorzieningen en maatregelen in het eerste lid bedoeld. Artikel 18 Eigenaars en huurders zijn verplicht te zorgen, dat zich op de bij hun woning of werkplaats behorende erven bevindende verzamelingen van regenwater, huishoudwater of ander afvalwater, waarin muggen kun- nen broeden, worden opgeheven. § 2. Van de bestrijding van andere insekten en ongedierte Artikel 19 1. Aan eigenaars en huurders is het verboden in werkplaatsen, winkels, pakhuizen, magazijnen, loodsen, schuren en stallen niet ver- pakte levensmiddelen, veevoeder of andere stoffen en waren, die ratten en muizen kunnen aanlokken, zodanig te bewaren, dat zij voor dat ge- dierte open toegankelijk zijn. 2. De in het eerste lid genoemde gebouwen moeten zindelijk worden gehouden en zodanig ingericht, onderhouden en gebruikt worden, dat zij geen voor ratten en muizen geschikte schuil- en broedplaats vormen. 3. Aan het daartoe door of vanwege de minister van Publieke Wer- ken en Volksgezondheid aangewezen personeel van de Directie Volksge- zondheid moet tussen zonsopkomst en zonsondergang toegang worden ver- leend tot de gebouwen in dit artikel bedoeld, tot het plaatsen of weg- nemen van ratten- en muizenvallen, die van overheidswege worden uitge- zet. Artikel 20 1. Huisvuil, keuken- en ander afval moeten buiten bereik van rat- ten, muizen en insekten bewaard worden, in goed gesloten, na elke le- ************************* AB 1992 no. GT 11 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 24 oktober 2013 ************************* ==================================================================== 9 diging behoorlijk gereinigde voorwerpen. 2. Eigenaars en huurders van erven zijn verplicht te zorgen, dat zich daarop bevindende mestputten of beerputten voortdurend en volko- men afgedekt en de luchtkokers daarvan met metaalgaas van ten minste achttien mazen per vijfentwintig millimeter (Engelse duim) afgesloten worden gehouden. Artikel 21 1. Het is verboden aan eigenaars en huurders, om levensmiddelen of andere stoffen en waren, die vliegen kunnen aanlokken, in hotels, logementen, pensions, restauraties, koffiehuizen, winkels, pakhuizen, magazijnen en werkplaatsen zo te bewaren, dat zij voor vliegen toegan- kelijk zijn. 2. De in het eerste lid genoemde levensmiddelen, stoffen en wa- ren, waar en door wie ook ten verkoop uitgestald, moeten buiten het bereik van vliegen worden gehouden. 3. Uitwerpselen van mens en dier, mestverzamelingen en vuilnis- hopen, moeten in voldoende mate bedeeld worden met stoffen, die vlie- gen weren of vliegenlarven verdelgen, of na ten hoogste elke zes dagen geheel worden opgeruimd en onschadelijk gemaakt. 4. Het in het derde lid ten opzichte van mestverzamelingen voor- geschrevene is niet van toepassing op voor uitvoer bestemde meststof- fen, mits deze in voor vliegen en ander ongedierte ontoegankelijke voorwerpen, vertrekken of pakhuizen bewaard worden. 5. Tonnen of andere voorwerpen, gebruikt tot het opvangen of ver- zamelen van menselijke faecaliën, moeten zo zijn ingericht of ge- plaatst, dat hun inhoud voor vliegen ontoegankelijk is, of die inhoud moet in voldoende mate bedeeld worden met stoffen, die vliegen weren of vliegenlarven doden. Artikel 22 In de artikelen 17d tot en met 21 worden onder eigenaars ook ver- staan beheerders en voorts allen die krachtens enig zakelijk recht, bezit daaronder begrepen, beschikking over enig goed hebben. Van maatregelen tegen melaatsheid Artikel 23 De geneeskundigen die een geval of verdacht geval van melaatsheid hebben waargenomen, geven daarvan binnen een week of zo spoedig als anders doenlijk is kennis aan de Directeur van de Directie Volksge- zondheid en de door de minister van Publieke Werken en Volksgezondheid aangewezen geneeskundige onder mededeling van naam, geslacht, leeftijd en woonplaats van de zieke of verdachte. Artikel 24 1. Iedere van melaatsheid verdachte wordt door de zorg van de door de minister van Publieke Werken en Volksgezondheid aangewezen ge- neeskundige door ten minste drie geneeskundigen in overheidsdienst, hemzelf inbegrepen, geneeskundig onderzocht. 2. De verdachte wordt gedurende de tijd van het onderzoek op kos- ten van het Land verpleegd in een apart vertrek of gedeelte van een inrichting voor besmettelijke ziekten, doch niet in een gesticht voor melaatsen. ************************* AB 1992 no. GT 11 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 24 oktober 2013 ************************* ==================================================================== 10 3. De verdachte zieke is gehouden zich voor het onderzoek be- schikbaar te stellen en zich daaraan te onderwerpen; hij zal, op voor- af te bepalen tijd, daartoe vanwege de door de minister van Publieke Werken en Volksgezondheid aangewezen geneeskundige van zijn woning of verblijf worden afgehaald. 4. Voor verdachten, op Aruba woonachtig, mag slechts met hun toe- stemming een observatietermijn van twee weken achtereen voor het on- derzoek worden overschreden, maar het onderzoek kan tweemaal worden herhaald. 5. Tot het onderzoek wordt niet overgegaan dan na machtiging van de Directeur van de Directie Volksgezondheid. Artikel 25 Melaatsen worden, op kosten van het Land, in een gesticht voor melaatsen opgenomen en verpleegd. Artikel 26 1. Opneming in en ontslag uit een gesticht voor melaatsen heeft niet plaats dan bij landsbesluit, uitgevaardigd na kennisneming van een gemotiveerd rapport van de Directeur van de Directie Volksge- zondheid, die daarbij de afzonderlijke adviezen overlegt van de ge- neeskundigen, die het ziektegeval eveneens hebben onderzocht. 2. Op verzoek van de persoon die voor opneming in een gesticht voor melaatsen wordt voorgedragen, of op verzoek van zijn naaste fami- lie of verzorgers worden de rapporten in het eerste lid genoemd, over- gelegd aan een of meer door hen aangewezen niet in overheidsdienst zijnde geneeskundigen. Artikel 27 1. In bepaalde gevallen, kan op gemotiveerd advies van de Di- recteur van de Directie Volksgezondheid bij landsbesluit aan melaatsen worden toegestaan tijdelijk buiten een gesticht voor melaatsen te ver- toeven, mits alle voorwaarden waaronder het verlof wordt gegeven, stipt worden nageleefd. 2. Het is aan melaatsen geoorloofd onder stipte inachtneming van de voorwaarden hun door de Directeur van de Directie Volksgezondheid gesteld, Aruba te verlaten. 3. Bij verlating van het gesticht door melaatsen zonder dat daar- toe toestemming is gegeven door de Directeur van de Directie Volksge- zondheid worden zij opgespoord en naar het gesticht teruggebracht. Artikelen 28 en 29 (vervallen) Van maatregelen tegen tuberculose Artikel 30 1. De geneeskundigen doen binnen een week aan de door de minister van Publieke Werken en Volksgezondheid aangewezen geneeskundige mede- deling van een door hen waargenomen geval van open tuberculose. 2. Die mededeling moet naam, leeftijd, geslacht, beroep en woon- plaats van de zieke vermelden, benevens bijzonderheden over de wijze waarop de verpleging geschiedt. ************************* AB 1992 no. GT 11 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 24 oktober 2013 ************************* ==================================================================== 11 Artikel 31 Het hoofd van een verblijf, dat weet, begrijpt of vermoedt, dat een persoon, lijdende aan open tuberculose, daarin zijn intrek heeft genomen of daaruit is verhuisd, is verplicht binnen een week daarvan aan de door de minister van Publieke Werken en Volksgezondheid aan- gewezen geneeskundige kennis te geven. Artikel 32 De door de minister van Publieke Werken en Volksgezondheid aan- gewezen geneeskundige is bevoegd, na overleg met de behandelende ge- neeskundige en onder toestemming van belanghebbenden, in het verblijf van een persoon, lijdende aan open tuberculose, ter beperking van het gevaar van besmetting, maatregelen te bevorderen of te treffen; deze maatregelen mogen zonodig zich ook uitstrekken tot de verzorging en verpleging van de zieke. Artikel 33 1. Voor zoveel nodig licht de door de minister van Publieke Wer- ken en Volksgezondheid aangewezen geneeskundige een zieke als in arti- kel 32 bedoeld, benevens zijn huisgenoten in omtrent eenvoudige maat- regelen die in aller belang kunnen genomen worden. 2. Deze inlichting geschiedt bij zieken die geheel of gedeelte- lijk nog hun gewone werk buiten hun verblijf verrichten, aan hen zelve en voorts aan geen andere omgeving dan in het eerste lid bedoeld. Artikel 34 De door de minister van Publieke Werken en Volksgezondheid aan- gewezen geneeskundige kan een verblijf met zijn inhoud doen ontsmet- ten, indien een zieke als in artikel 30 aangeduid, is verhuisd of is overleden. Van maatregelen tegen besmettelijke geslachtsziekten Artikel 34a 1. De minister van Justitie en Publieke Werken legt een register aan, waarin worden opgenomen de namen, leeftijden, woonadressen en hetgeen verder nodig wordt geacht, van de personen van het vrouwelijk geslacht, die van het plegen van ontucht met personen van het andere geslacht een beroep of gewoonte maken. 2. De minister van Justitie en Publieke Werken geeft de namen, leeftijden en woonadressen, alsmede de verdere gegevens welke gewenst worden en in het register voorkomen, van hen die in het register wor- den ingeschreven, ten spoedigste schriftelijk op aan de door de minis- ter van Publieke Werken en Volksgezondheid aangewezen geneeskundige. 3. Van alle wijzigingen in reeds eerder toegezonden opgaven, wordt eveneens ten spoedigste schriftelijk opgave gedaan aan genoemde geneeskundige. Artikel 34b 1. Personen van het vrouwelijk geslacht, die van het plegen van ************************* AB 1992 no. GT 11 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 24 oktober 2013 ************************* ==================================================================== 12 ontucht met personen van het andere geslacht, een beroep of gewoonte maken, zijn verplicht zich persoonlijk aan te melden ten burele van de minister van Justitie en Publieke Werken of een door hem aan te wijzen ambtenaar, teneinde zich te doen inschrijven in het register in het artikel 34a bedoeld. 2. De aanmelding in het eerste lid bedoeld dient te geschieden: a. (vervallen); b. door haar voor wie de plicht tot inschrijving komt te ontstaan, binnen een week na het ontstaan van zodanige verplichting; c. door haar, die uit het buitenland Aruba binnenkomt, zo spoedig mo- gelijk, doch uiterlijk binnen 24 uren na aankomst. 3. In bedoeld register ingeschreven zijnde, zijn zij verplicht van elke verandering in hun woonadres, binnen tweemaal vierentwintig uren in persoon kennis te geven ten burele van de minister van Jus- titie en Publieke Werken of een door hem aan te wijzen ambtenaar on- derscheidenlijk de door de minister van Publieke Werken en Volks- gezondheid aangewezen geneeskundige. Artikel 34c 1. Zij die in het in artikel 34a bedoelde register zijn in- geschreven, zijn verplicht zich ten minste eenmaal per week aan te melden bij de door de minister van Publieke Werken en Volksgezondheid aangewezen geneeskundige, ten einde zich door deze geneeskundig te doen onderzoeken. De aanmelding moet telkenmale geschieden op plaats en tijd, welke door deze geneeskundige te harer kennis zijn gebracht. 2. Zij die van buiten Aruba binnenkomen, melden zich voor de eer- ste maal op de eerste werkdag volgende op de dag van aankomst. Artikel 34d Van het niet nakomen van de bepalingen van artikel 34c geeft de in artikel 34c genoemde geneeskundige ten spoedigste schriftelijk ken- nis aan de minister van Justitie en Publieke Werken of een door hem aan te wijzen ambtenaar die, zo het een vreemdelinge betreft, de nodi- ge maatregelen treft voor haar verwijdering uit Aruba. Betreft het een niet-vreemdelinge, dan treft hij de nodige maatregelen om haar voor de aangewezen geneeskundige te doen verschijnen. Artikel 34e Zij die in het in artikel 34a bedoelde register zijn ingeschre- ven, zijn verplicht de aanwijzingen welke hen door of vanwege de door de minister van Publieke Werken en Volksgezondheid aangewezen genees- kundige met betrekking tot de hygiëne worden gegeven, nauwgezet op te volgen. Artikel 34f Het is aan hen die in het in artikel 34a bedoelde register zijn ingeschreven, verboden, personen van het andere geslacht alcoholhou- dende drank te schenken of te doen schenken, toe te staan dat deze in hun verblijven alcoholhoudende drank gebruiken of, in welke vorm ook, medewerking te verlenen om deze alcoholhoudende drank te doen gebrui- ken. ************************* AB 1992 no. GT 11 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 24 oktober 2013 ************************* ==================================================================== 13 Artikel 35 Zij die aan een besmettelijke geslachtsziekte lijden, en zulks weten, begrijpen of vermoeden, mogen geen geslachtsgemeenschap uit- oefenen, zolang zij daarbij ernstig gevaar voor besmetting opleveren. Artikel 36 Onverminderd de bepaling van artikel 35 is het aan personen lij- dende aan een besmettelijke geslachtsziekte verboden opzettelijk of door schuld gevaar voor besmetting daarmede voor anderen te doen ont- staan. Artikel 37 Indien de dader van een van de in de artikelen 35 en 36 om- schreven overtredingen, de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot is van de persoon tegen wie het misdrijf is gepleegd, wordt een straf- vervolging slechts ingesteld op klachte van de andere echtgenoot. Artikel 38 De personen, in artikel 35 aangeduid, zijn verplicht zich onder geregelde, persoonlijke behandeling te stellen van een in Aruba be- voegde geneeskundige, ten minste zolang tot ernstig gevaar van be- smetting voor anderen geweken is. Artikel 38a 1. De geneeskundige wie na onderzoek gebleken is, dat een persoon aan een besmettelijke geslachtsziekte lijdt, is verplicht: a. te onderzoeken of deze persoon zich daarvoor onder geregelde ge- neeskundige behandeling heeft gesteld; b. indien hem gebleken is, dat deze persoon zich niet onder geregelde geneeskundige behandeling heeft gesteld of, zich onder genees- kundige behandeling gesteld hebbende, zich zonder advies van de be- handelend geneesheer, niet meer regelmatig aan die behandeling on- derwerpt, binnen 48 uur hiervan mededeling te doen aan de door de minister van Publieke Werken en Volksgezondheid aangewezen genees- kundige. 2. Die verplichting bestaat niet, voorzover de geneeskundige is gebleken, dat de betrokken persoon geheel is genezen of zodanig is hersteld, dat ernstig gevaar van besmetting voor anderen geweken is en de geneeskundige die persoon daarvan een schriftelijke gedateerde ver- klaring heeft afgegeven. Artikel 39 1. Zij die een van de artikelen 35, 36 en 38 overtreden, worden, op schriftelijke last van de minister van Publieke Werken en Volksge- zondheid, op kosten van het Land, in een daartoe aangewezen inrichting geneeskundig behandeld tot ernstig gevaar van besmetting voor anderen geweken is. 2. Wie zich aan de geneeskundige behandeling, of aan een, volgens artikel 41 bevolen geneeskundig onderzoek onttrekt, of de inrichting verlaat, vóór daartoe toestemming is gegeven door de geneeskundige die de behandeling leidt, wordt opgespoord en naar de inrichting terugge- bracht. ************************* AB 1992 no. GT 11 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 24 oktober 2013 ************************* ==================================================================== 14 3. Nadat hem gebleken is, dat een in de inrichting opgenomen per- soon geheel of voldoende is genezen, zodat er geen ernstig gevaar voor besmetting meer aanwezig is, geeft de geneeskundige die de behandeling leidt, toestemming tot het verlaten van de inrichting, onder kennisge- ving hiervan aan de door de minister van Publieke Werken en Volksge- zondheid aangewezen geneeskundige. Artikel 40 Zij die in een inrichting als in artikel 39 aangeduid, worden on- derzocht, behandeld en verpleegd, hebben zich aan de huisorde te on- derwerpen, rust en vrede te bewaren en de gegeven voorschriften op te volgen. Artikel 41 1. Personen omtrent wie er een aan zekerheid grenzende waar- schijnlijkheid bestaat, dat zij een der artikelen 35, 36 en 38 over- treden, kunnen, mits met stipte inachtneming van hetgeen verder in dit artikel is bepaald, van overheidswege aan een geneeskundig onderzoek worden onderworpen, om na te gaan, of zij aan een besmettelijke ge- slachtsziekte lijden en ernstig gevaar van besmetting opleveren. 2. De door de minister van Publieke Werken en Volksgezondheid aangewezen geneeskundige, geneeskundig onderzoek van een persoon als in de aanhef van het eerste lid bedoeld, nodig achtende, wendt zich met gemotiveerd advies tot de minister van Publieke Werken en Volks- gezondheid. 3. De minister van Publieke Werken en Volksgezondheid beslist niet, dan na de persoon voor wie een geneeskundig onderzoek is voor- gesteld, de gelegenheid te hebben gegeven, op korte termijn, zich uit te spreken terzake van het tegen hem uitgebracht advies en eventuele bezwaren daartegen toe te lichten, zonodig door getuigenis van derden. 4. De minister van Publieke Werken en Volksgezondheid kan het ho- ren van personen in het derde lid aangeduid, opdragen aan de rechter in eerste aanleg aan wie als deskundige, de door de minister van Pu- blieke Werken en Volksgezondheid aangewezen geneeskundige wordt toege- voegd. 5. Indien de minister van Publieke Werken en Volksgezondheid be- slist, dat een geneeskundig onderzoek zal plaats hebben, wordt dit ge- leid door een geneeskundige, bedoeld in het eerste lid van artikel 43. Wijst dit onderzoek uit, dat de onderzochte persoon lijdt aan een ge- slachtsziekte die ernstig gevaar van besmetting van anderen oplevert, dan geeft de geneeskundige die het onderzoek leidt, de betrokken per- soon schriftelijk daarvan kennis met mededeling, dat hij zich onder geregelde, persoonlijke behandeling van een in het Land bevoegde ge- neeskundige moet stellen, totdat ernstig gevaar voor besmetting met een geslachtsziekte voor anderen geweken is. 6. Indien de betrokken persoon in gebreke blijft binnen een week daaraan te voldoen, of zich aan de verdere behandeling van laatstbe- doelde geneeskundige onttrekt, wordt hij op schriftelijke last van de minister van Publieke Werken en Volksgezondheid op kosten van het Land in de in artikel 39 bedoelde inrichting opgenomen en verpleegd. 7. Tegen de uitslag van het geneeskundig onderzoek, bedoeld in het vijfde lid van dit artikel, kan de betrokken persoon, binnen een week nadat hem die uitslag zal zijn medegedeeld, rechtstreeks bij de minister van Publieke Werken en Volksgezondheid zijn schriftelijke, met redenen omklede bezwaren indienen, waarna deze een nieuw genees- kundig onderzoek kan doen gelasten en, indien daartoe termen bestaan, ************************* AB 1992 no. GT 11 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 24 oktober 2013 ************************* ==================================================================== 15 de maatregelen tegen de betrokken persoon genomen, kan opschorten. Artikelen 42 en 42a (vervallen) Artikel 43 (vervallen) Toezicht- en strafbepalingen Artikelen 44 en 45 (vervallen) Artikel 46 1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze landsverordening bepaalde zijn belast de daartoe bij landsbesluit aan- gewezen personen. Een zodanig landsbesluit wordt bekendgemaakt in de Landscourant van Aruba. 2. De krachtens het eerste lid aangewezen personen zijn, uit- sluitend voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijker- wijze noodzakelijk is, bevoegd: a. alle inlichtingen te vragen; b. inzage te verlangen van alle zakelijke boeken, bescheiden en andere informatiedragers en daarvan afschrift te nemen of deze daartoe tijdelijk mee te nemen; c. goederen aan opneming en onderzoek te onderwerpen, deze daartoe tijdelijk mee te nemen en daarvan monsters te nemen; d. alle plaatsen, met uitzondering van woningen zonder de uitdrukke- lijke toestemming van de bewoner, te betreden, vergezeld van door hen aangewezen personen; e. woningen zonder de uitdrukkelijke toestemming van de bewoner binnen te treden. 3. Voor onderzoek naar, alsmede ter uitvoering van het in para- graaf van de Bijzondere bepalingen van deze landsverordening vervatte, zijn de krachtens het eerste lid aangewezen personen voorts bevoegd tot: a. het verzamelen van inlichtingen en gegevens in het belang van de muggenbestrijding; b. het opsporen en vangen van gelekoortsmuggen of andere muggen; c. het opsporen van alle broedplaatsen van de gelekoortsmug; d. het treffen van de door de minister van Publieke Werken en Volks- gezondheid aangewezen geneeskundigen noodzakelijk geachte voor- zieningen, genoemd in paragraaf 1, tot opheffing van broedplaatsen van de gelekoortsmug; e. het treffen van de door de minister van Publieke Werken en Volks- gezondheid aangewezen geneeskundigen noodzakelijk geachte maatre- gelen, genoemd in paragraaf 1, ter verhindering van het broeden, het zich ontwikkelen en het in leven blijven van de gelekoortsmug. 4. Zo nodig, wordt de toegang tot een plaats als bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, verschaft met behulp van de sterke arm. 5. Op het betreden van woningen als bedoeld in het tweede lid, onderdeel e, is Titel X van het Derde Boek van het Wetboek van Straf- vordering van Aruba van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de artikelen 155, vierde lid, 156, tweede lid, 157, tweede en der- de lid, 158, eerste lid, laatste zinsnede, en 160, eerste lid, en met dien verstande dat de machtiging wordt verleend door de procureur- generaal. ************************* AB 1992 no. GT 11 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 24 oktober 2013 ************************* ==================================================================== 16 6. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, worden regels gesteld met betrekking tot de wijze van taakuitoefening van de krach- tens het eerste lid aangewezen personen. 7. Een ieder is verplicht aan de krachtens het eerste lid aan- gewezen personen alle medewerking te verlenen, die op grond van het tweede en derde lid wordt gevorderd. Artikel 47 (vervallen) Artikel 48 De kosten van de uitvoering van de maatregelen in deze lands- verordening bedoeld, komen, behoudens het bepaalde in het tweede lid van artikel 8 en artikel 34d, voor rekening van het Land. Artikel 48a 1. Waar ter uitvoering van deze landsverordening bevoegdheden worden toegekend aan een minister, zo nodig op kosten van de over- treders, te doen wegnemen, beletten, verrichten of in de vorige toe- stand herstellen van hetgeen in strijd met deze landsverordening is of wordt gehouden, gemaakt of gesteld, ondernomen, weggelaten, beschadigd of weggenomen, kan de minister de daaraan verbonden kosten bij dwang- bevel invorderen. Het dwangbevel wordt op kosten van de schuldenaar bij deurwaardersexploot betekend en ten uitvoer gelegd op de wijze, bij het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering van Aruba ten aanzien van vonnissen en authentieke akten voorgeschreven. 2. Binnen dertig dagen na de dagtekening staat verzet tegen het dwangbevel open door dagvaarding van het Land. Het verzet schorst de tenuitvoerlegging. Artikel 49 Met hechtenis van ten hoogste drie dagen of geldboete van ten hoogste Afl. 25,- wordt gestraft overtreding van de artikelen 9, 10, 11, 12, eerste lid, 13, 14 19, 20, 21, 23, 30, 31 en 38a. Artikel 49a 1. Hij die een van de artikelen 17d tot en met 17j of 18 over- treedt, wordt voor zover het Wetboek van Strafrecht van Aruba er niet in voorziet, gestraft met hechtenis van ten hoogste zeven dagen of een geldboete van ten hoogste Afl. 50,-. 2. Hij die een der artikelen 17a, 17l, tweede lid, 17m of 17n overtreedt, wordt voor zover het Wetboek van Strafrecht van Aruba er niet in voorziet, gestraft met hechtenis van ten hoogste veertien da- gen of een geldboete van ten hoogste Afl. 100,-. 3. Indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen jaar is verlopen sedert een vroegere veroordeling van de schuldige wegens ge- lijke overtreding onherroepelijk is geworden, kunnen de in de eerste twee leden genoemde straffen verdubbeld worden. Met een vroegere ver- oordeling wordt gelijkgesteld vrijwillige voldoening aan de voor- waarden, door de bevoegde ambtenaar van het openbaar ministerie krach- tens het eerste lid van artikel 76 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba gesteld. ************************* AB 1992 no. GT 11 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 24 oktober 2013 ************************* ==================================================================== 17 Artikel 50 Met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van ten hoogste Afl. 100,- wordt, voor zover het Wetboek van Strafrecht van Aruba er niet in voorziet, gestraft: a. verzet tegen de uitvoering van maatregelen, voorgeschreven krach- tens artikel 5, eerste, vierde, vijfde en zesde lid, artikel 6, eerste lid, 7, eerste lid, 8, eerste lid, 19, derde lid, 24, derde lid, en artikel 34; b. het wegnemen, verplaatsen, onleesbaar of onzichtbaar maken van het kenmerk in artikel 15 vermeld; c. niet nakoming van de bepalingen van artikel 34b en overtreding van de verbodsbepalingen van artikel 34f. Artikel 51 Met hechtenis van ten hoogste 45 dagen of geldboete van ten hoog- ste Afl. 75,- wordt gestraft: a. overtreding van artikel 34c, 34d, 34e, 35, 36, 38 en 40; b. het zich onttrekken aan het geneeskundig onderzoek of de genees- kundige behandeling, benevens het verlaten van de inrichting, een en ander in artikel 39, tweede lid, bedoeld. c. vervallen Artikel 51a Overtreding van artikel 38a, eerste lid, wordt gestraft met hech- tenis van ten hoogste 1 maand of geldboete van ten hoogste Afl. 250,-. Artikel 52 De bij deze landsverordening strafbaar gestelde feiten worden be- schouwd als overtredingen. Artikel 53 (vervallen) Slotbepaling Artikel 54 Deze landsverordening kan worden aangehaald als Landsverordening besmettelijke ziekten.

National Ordinance on Contagious Diseases · Nelum